Het bijdehandboek
Dit boek is geschreven voor iedereen in het onderwijs die geïnteresseerd is in hoe mensen leren, in de werking van de hersenen en wat dat betekent voor de lessen. De auteurs hebben hun kennis vanuit diverse leertheorieën en hun ervaring in het voortgezet en beroepsonderwijs getoetst aan de nieuwe inzichten uit de hersenwetenschap. Het resultaat is een praktisch boek dat docenten zal inspireren.
Dit alles is samengevat in 7 principes van het onderwijs. Bij ieder principe is uitgebreid aandacht besteed aan de theoretische achtergrond en in ieder hoofdstuk zijn werkvormen en tips opgenomen.
Henriëtte Coppes was docent beeldende vorming, schoolleider en senior-adviseur bij KPC Groep, waar ze zich vooral richtte op het primaire proces in het voortgezet onderwijs en het beroepsonderwijs.
Marlies Rikhof-van Eijck heeft ervaring als adviseur, trainer en teamleider bij CINOP en als senior-adviseur bij KPC Groep. Haar specialiteiten zijn het begeleiden van scholen bij de invoering van e-learning, curriculumontwikkeling, flexibilisering en loopbaanleren.
Het bijdehandboek
Dit boek is geschreven voor iedereen in het onderwijs die geïnteresseerd is in hoe mensen leren, in de werking van de hersenen en wat dat betekent voor de lessen. De auteurs hebben hun kennis vanuit diverse leertheorieën en hun ervaring in het voortgezet en beroepsonderwijs getoetst aan de nieuwe inzichten uit de hersenwetenschap. Het resultaat is een praktisch boek dat docenten zal inspireren.
Dit alles is samengevat in 7 principes van het onderwijs. Bij ieder principe is uitgebreid aandacht besteed aan de theoretische achtergrond en in ieder hoofdstuk zijn werkvormen en tips opgenomen.
Henriëtte Coppes was docent beeldende vorming, schoolleider en senior-adviseur bij KPC Groep, waar ze zich vooral richtte op het primaire proces in het voortgezet onderwijs en het beroepsonderwijs.
Marlies Rikhof-van Eijck heeft ervaring als adviseur, trainer en teamleider bij CINOP en als senior-adviseur bij KPC Groep. Haar specialiteiten zijn het begeleiden van scholen bij de invoering van e-learning, curriculumontwikkeling, flexibilisering en loopbaanleren.
Celan auseinandergeschrieben (Academisch Literair, nr. 6)
In dit boek wordt op basis van de theorieën van Gérard Genette, Michel Riffaterre en Harold Bloom een handig model ontwikkeld waarmee invloed beschreven wordt enkel uitgaande van tekstueel materiaal. Het vertrekpunt is steeds een intertekstuele relatie die de aanzet vormt om ook andere teksten van een auteur te toetsen aan het werk waaruit de intertekstuele link afkomstig is.
Met behulp van die leesstrategie onderzoekt de auteur de invloed van Paul Celan op de Nederlandstalige poëzie. Celan, één van de belangrijkste moderne dichters van de twintigste eeuw, wordt door vele Nederlandstalige dichters een voorbeeld genoemd, maar tot nu toe werd die voorbeeldfunctie nooit grondig onderzocht. Dit boek bevat casestudies over Boudewijn Büch, Mustafa Stitou, Louis Ferron, Jan Kuijper, Huub Beurskens, Peter Nijmeijer, J. Bernlef, Koen Stassijns, Peter Theunynck, Hugues Catharin, Jacques Hamelink, Michel Bartosik, Leonard Nolens, C.O. Jellema, Hans Tentije, Stefan Hertmans, Willy Roggeman en Jan Lauwereyns. Het beschrijft niet alleen hoe Celan functioneert binnen het oeuvre van deze auteurs, maar gaat ook na welke aspecten van de Duitstalige dichter dominant zijn in de creatieve receptie.
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Carl De Strycker is assistent moderne Nederlandse letterkunde aan de Universiteit Gent. Daarvoor was hij verbonden aan de Universität Wien. Hij is redacteur van Internationale Neerlandistiek en Poëziekrant.
"Deze studie is oprecht stimulerend en geeft een hoogwaardige bijdrage aan het debat over poëzie, geschreven door iemand die weet hoe gedichten werken."
Vooys (jrg. 30, nr. 4, blz. 75-78)
"Het resultaat is een prachtig boek."
De Leeswolf (jrg. 18, nr. 8, blz. 532)
"knap, erudiet, zeer leesbaar boek"
Streven (jrg. 80, nr. 3, blz. 270-274)
Reeks Academisch Literair
- Een hoopje vuil in de feestzaal. Facetten van het proza van Willem Elsschot
K. Rymenants - Gedeelde kennis. Literatuur en wetenschap in Nederland van Darwin tot Einstein (1860-1920)
M. Kemperink - De retoriek van waanzin. Taalhandelingen, onbetrouwbaarheid, delirium en de waanzinnige ik-verteller
L. Bernaerts - Geestelijke lenigheid. De relatie tussen literatuur en natuurwetenschap in het werk van Frederik van Eeden en Felix Ortt, 1880-1930
L. Vermeer - Het discours van de kritiek
P. Verstraeten - Celan auseinandergeschrieben
C. De Strycker - Lezer, er zijn ook Belgen
F. Van Renssen - Overleven in verhalen: van ooggetuigen naar 'jonge wilden'. Joodse schrijvers over de Shoah
E. Ibsch
Celan auseinandergeschrieben (Academisch Literair, nr. 6)
In dit boek wordt op basis van de theorieën van Gérard Genette, Michel Riffaterre en Harold Bloom een handig model ontwikkeld waarmee invloed beschreven wordt enkel uitgaande van tekstueel materiaal. Het vertrekpunt is steeds een intertekstuele relatie die de aanzet vormt om ook andere teksten van een auteur te toetsen aan het werk waaruit de intertekstuele link afkomstig is.
Met behulp van die leesstrategie onderzoekt de auteur de invloed van Paul Celan op de Nederlandstalige poëzie. Celan, één van de belangrijkste moderne dichters van de twintigste eeuw, wordt door vele Nederlandstalige dichters een voorbeeld genoemd, maar tot nu toe werd die voorbeeldfunctie nooit grondig onderzocht. Dit boek bevat casestudies over Boudewijn Büch, Mustafa Stitou, Louis Ferron, Jan Kuijper, Huub Beurskens, Peter Nijmeijer, J. Bernlef, Koen Stassijns, Peter Theunynck, Hugues Catharin, Jacques Hamelink, Michel Bartosik, Leonard Nolens, C.O. Jellema, Hans Tentije, Stefan Hertmans, Willy Roggeman en Jan Lauwereyns. Het beschrijft niet alleen hoe Celan functioneert binnen het oeuvre van deze auteurs, maar gaat ook na welke aspecten van de Duitstalige dichter dominant zijn in de creatieve receptie.
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Carl De Strycker is assistent moderne Nederlandse letterkunde aan de Universiteit Gent. Daarvoor was hij verbonden aan de Universität Wien. Hij is redacteur van Internationale Neerlandistiek en Poëziekrant.
"Deze studie is oprecht stimulerend en geeft een hoogwaardige bijdrage aan het debat over poëzie, geschreven door iemand die weet hoe gedichten werken."
Vooys (jrg. 30, nr. 4, blz. 75-78)
"Het resultaat is een prachtig boek."
De Leeswolf (jrg. 18, nr. 8, blz. 532)
"knap, erudiet, zeer leesbaar boek"
Streven (jrg. 80, nr. 3, blz. 270-274)
Reeks Academisch Literair
- Een hoopje vuil in de feestzaal. Facetten van het proza van Willem Elsschot
K. Rymenants - Gedeelde kennis. Literatuur en wetenschap in Nederland van Darwin tot Einstein (1860-1920)
M. Kemperink - De retoriek van waanzin. Taalhandelingen, onbetrouwbaarheid, delirium en de waanzinnige ik-verteller
L. Bernaerts - Geestelijke lenigheid. De relatie tussen literatuur en natuurwetenschap in het werk van Frederik van Eeden en Felix Ortt, 1880-1930
L. Vermeer - Het discours van de kritiek
P. Verstraeten - Celan auseinandergeschrieben
C. De Strycker - Lezer, er zijn ook Belgen
F. Van Renssen - Overleven in verhalen: van ooggetuigen naar 'jonge wilden'. Joodse schrijvers over de Shoah
E. Ibsch
Jockari. Verblijfskalender 2012
De Verblijfskalender is een handig instrument voor kinderen, ouders (grootouders en andere betrokkenen) om dit alles in goede banen te leiden. Alles kan erop genoteerd worden: school-, vakantie- en weekendregelingen, sportclub, feestjes, doktersbezoeken,… Er is ook ruimte voor pendelboodschappen, zodat misverstanden uitgesloten zijn. Er kunnen ook foto’s in worden geplakt, tekstjes in worden geschreven, tekeningen gemaakt,… In een hoes kunnen bijzondere documenten worden meegegeven. Stickers vergemakkelijken het gebruik. De kalender is ook geschikt voor kinderen in een internaat, ziekenhuis, instelling, uithuisplaatsing,… om het contact met thuis maximaal te onderhouden.
Hij bevat:
De Verblijfskalender is ontworpen door Jennifer Schutters, bemiddelaar in familiezaken, op basis van de ervaringen uit haar praktijk.
Jockari. Verblijfskalender 2012
De Verblijfskalender is een handig instrument voor kinderen, ouders (grootouders en andere betrokkenen) om dit alles in goede banen te leiden. Alles kan erop genoteerd worden: school-, vakantie- en weekendregelingen, sportclub, feestjes, doktersbezoeken,… Er is ook ruimte voor pendelboodschappen, zodat misverstanden uitgesloten zijn. Er kunnen ook foto’s in worden geplakt, tekstjes in worden geschreven, tekeningen gemaakt,… In een hoes kunnen bijzondere documenten worden meegegeven. Stickers vergemakkelijken het gebruik. De kalender is ook geschikt voor kinderen in een internaat, ziekenhuis, instelling, uithuisplaatsing,… om het contact met thuis maximaal te onderhouden.
Hij bevat:
De Verblijfskalender is ontworpen door Jennifer Schutters, bemiddelaar in familiezaken, op basis van de ervaringen uit haar praktijk.
Ruimte, logistiek en multimodaliteit
Het staat buiten kijf dat de ruimtelijke planning een grote rol speelt in de duurzame ontwikkeling van de TDL-sector. Dat is in het bijzonder het geval voor de locatie van TDL-activiteiten in relatie tot multimodale netwerken, agglomeraties en markten, waarbij de lokale negatieve milieueffecten zo veel mogelijk uit woonomgevingen geweerd moeten worden.
Optimalisering van infrastructuur, efficiëntie van het ruimtegebruik en inzetten op ‘slimme’ logistiek zijn thema’s die in de nabije toekomst enkel aan belang winnen, net zoals de functie van dalvervoer en stadsdistributie om de bereikbaarheid van bepaalde gebieden te optimaliseren.
Kobe Boussauw is gastprofessor-onderzoeker aan de Vakgroep Geografie van de Universiteit Gent, ambtenaar bij de Vlaamse overheid en adviseur bij UN-Habitat in Kosovo. Jonas De Vos bereidt aan dezelfde vakgroep een proefschrift voor over verplaatsingsgedrag. Frank Witlox is hoogleraar economische geografie aan deze vakgroep, directeur van de Doctoral School Natural Sciences aan de Universiteit Gent, en gastprofessor hinterlandvervoer aan de Universiteit Antwerpen-ITMMA.
Ruimte, logistiek en multimodaliteit
Het staat buiten kijf dat de ruimtelijke planning een grote rol speelt in de duurzame ontwikkeling van de TDL-sector. Dat is in het bijzonder het geval voor de locatie van TDL-activiteiten in relatie tot multimodale netwerken, agglomeraties en markten, waarbij de lokale negatieve milieueffecten zo veel mogelijk uit woonomgevingen geweerd moeten worden.
Optimalisering van infrastructuur, efficiëntie van het ruimtegebruik en inzetten op ‘slimme’ logistiek zijn thema’s die in de nabije toekomst enkel aan belang winnen, net zoals de functie van dalvervoer en stadsdistributie om de bereikbaarheid van bepaalde gebieden te optimaliseren.
Kobe Boussauw is gastprofessor-onderzoeker aan de Vakgroep Geografie van de Universiteit Gent, ambtenaar bij de Vlaamse overheid en adviseur bij UN-Habitat in Kosovo. Jonas De Vos bereidt aan dezelfde vakgroep een proefschrift voor over verplaatsingsgedrag. Frank Witlox is hoogleraar economische geografie aan deze vakgroep, directeur van de Doctoral School Natural Sciences aan de Universiteit Gent, en gastprofessor hinterlandvervoer aan de Universiteit Antwerpen-ITMMA.
PSV- Percentage spraakverstaanbaarheid bij kinderen. Beoordeling en meting verstaanbaarheid van de spraak. Handleiding + Testboek
Aan de hand van gewone spreeksituaties werd een methode opgesteld die maakt dat de verstaanbaarheid van kinderen kan worden vergeleken met leeftijdsgenoten. De resultaten geven ook aan hoe het spreken van een kind functioneert en hoe doeltreffend het is. Door de testen een half jaar later te herhalen kan ook objectief het effect van leeftijd, van logopedie of van een operatie op de verstaanbaarheid worden gemeten.
Deze set bevat de Handleiding en het Testboek.
Romain Buekers, die promoveerde in Maastricht, werkte als spraak-taalpatholoog op de Keel-, Neus- en Oorafdeling van het Academisch Ziekenhuis Maastricht en als hoofd van de Unit Taal van het Audiologisch Centrum Hoensbroek. Momenteel is hij spraak-taaldeskundige bij het REC – Regionaal Expertise Centrum Zuid- en Oost-Nederland en bij de Commissie permanente vorming van de Vlaamse Vereniging voor Logopedisten.
PSV- Percentage spraakverstaanbaarheid bij kinderen. Beoordeling en meting verstaanbaarheid van de spraak. Handleiding + Testboek
Aan de hand van gewone spreeksituaties werd een methode opgesteld die maakt dat de verstaanbaarheid van kinderen kan worden vergeleken met leeftijdsgenoten. De resultaten geven ook aan hoe het spreken van een kind functioneert en hoe doeltreffend het is. Door de testen een half jaar later te herhalen kan ook objectief het effect van leeftijd, van logopedie of van een operatie op de verstaanbaarheid worden gemeten.
Deze set bevat de Handleiding en het Testboek.
Romain Buekers, die promoveerde in Maastricht, werkte als spraak-taalpatholoog op de Keel-, Neus- en Oorafdeling van het Academisch Ziekenhuis Maastricht en als hoofd van de Unit Taal van het Audiologisch Centrum Hoensbroek. Momenteel is hij spraak-taaldeskundige bij het REC – Regionaal Expertise Centrum Zuid- en Oost-Nederland en bij de Commissie permanente vorming van de Vlaamse Vereniging voor Logopedisten.
Vleermuisouders
Dit boek heeft minstens evenveel aandacht voor de determinanten van het opgroeien als voor de binnenkant van het opvoeden. Het vak wordt opnieuw geordend, met oog voor de harde actualiteit van grootstedelijke vraagstukken. Is de verzorgingsstaat bijvoorbeeld gepasseerd door het neoliberalisme? Is er een bruikbare ordening te maken van de ondersteuning van het opgroeien in de stad, en wat moeten de pedagogiek- en andere hogere sociaalagogische opleidingen met de toeloop van studenten die zich vooral interesseren voor het doe-karakter van het vak en de schier talloze prikkels en uitdagingen ervan?
Dit boek is gegroeid uit bijna veertig jaar ervaring in en om het hoger onderwijs in Nederland en Vlaanderen. Het toont enige scepsis over die overbezorgde ouders, maar ook over grenzeloze wetenschappelijke en stadspolitieke ambities.
Ton Notten studeerde theologie en andragologie en promoveerde in 1988 aan de Universiteit van Amsterdam op het proefschrift Rationaliteit en het schone streven. Naast zijn professoraat in de Sociale en culturele agogiek aan de Vrije Universiteit Brussel (1998-2011) is hij sinds 2002 lector Opgroeien in de Stad aan de Hogeschool Rotterdam waar hij ook na zijn pensionering, in 2011, onderwijs geeft, onderzoek verricht en promovendi begeleidt. Hij publiceerde ongeveer 300 wetenschappelijke en praktijkgerichte artikelen, columns en (hoofdstukken van) boeken.
Vleermuisouders
Dit boek heeft minstens evenveel aandacht voor de determinanten van het opgroeien als voor de binnenkant van het opvoeden. Het vak wordt opnieuw geordend, met oog voor de harde actualiteit van grootstedelijke vraagstukken. Is de verzorgingsstaat bijvoorbeeld gepasseerd door het neoliberalisme? Is er een bruikbare ordening te maken van de ondersteuning van het opgroeien in de stad, en wat moeten de pedagogiek- en andere hogere sociaalagogische opleidingen met de toeloop van studenten die zich vooral interesseren voor het doe-karakter van het vak en de schier talloze prikkels en uitdagingen ervan?
Dit boek is gegroeid uit bijna veertig jaar ervaring in en om het hoger onderwijs in Nederland en Vlaanderen. Het toont enige scepsis over die overbezorgde ouders, maar ook over grenzeloze wetenschappelijke en stadspolitieke ambities.
Ton Notten studeerde theologie en andragologie en promoveerde in 1988 aan de Universiteit van Amsterdam op het proefschrift Rationaliteit en het schone streven. Naast zijn professoraat in de Sociale en culturele agogiek aan de Vrije Universiteit Brussel (1998-2011) is hij sinds 2002 lector Opgroeien in de Stad aan de Hogeschool Rotterdam waar hij ook na zijn pensionering, in 2011, onderwijs geeft, onderzoek verricht en promovendi begeleidt. Hij publiceerde ongeveer 300 wetenschappelijke en praktijkgerichte artikelen, columns en (hoofdstukken van) boeken.

School- en klaspraktijk – nr. 210(juni.- juli. – augustus. 2011). Themanummer Conflicthantering
Themanummer ''Conflicthantering'':
- Omgaan met conflicten op school
- Maatschappij en conflict, bemiddeling, leerlingenbemiddeling
- Spanning, conflict en geweld op school. Een ethische uitdaging
- Filosoferen als routekaart bij conflictbeheersing binnen schoolteams
- Conflicthantering vanuit de context Rots en Water. Een psycho-fysieke competentietraining
- Het proberen waard: het speelhuisje, de axenroos, de steenbokhoekjes
Over School-en klaspraktijk:
SKP is een pedagogisch-didactisch tijdschrift. Het biedt een handreiking bij de dagelijkse onderwijsleerpraktijk: brede achtergrondinformatie, lesschetsen, leermaterialen.
Daarnaast besteedt het tijdschrift ruime aandacht aan een brede onderwijsvisie, aan onderwijsvernieuwingen en -verbeteringen die vanuit overheid, begeleidingsdiensten, navormingscentra enz. worden aangeboden.
Doelgroep:
Leerkrachten, directies en begeleiders lager onderwijs en studenten van de initiële lerarenopleiding.
Abonnement:
School- en klaspraktijk verschijnt viermaal per jaargang (schooljaar).
Een gewoon abonnement kost €32,-.
Een studentenabonnement kost € 25,50.
Een groepsabonnement (minimaal 10 exemplaren) kost € 16,-.
Een los nummer kost € 10,75. (Bestel dit nummer)

School- en klaspraktijk – nr. 210(juni.- juli. – augustus. 2011). Themanummer Conflicthantering
Themanummer ''Conflicthantering'':
- Omgaan met conflicten op school
- Maatschappij en conflict, bemiddeling, leerlingenbemiddeling
- Spanning, conflict en geweld op school. Een ethische uitdaging
- Filosoferen als routekaart bij conflictbeheersing binnen schoolteams
- Conflicthantering vanuit de context Rots en Water. Een psycho-fysieke competentietraining
- Het proberen waard: het speelhuisje, de axenroos, de steenbokhoekjes
Over School-en klaspraktijk:
SKP is een pedagogisch-didactisch tijdschrift. Het biedt een handreiking bij de dagelijkse onderwijsleerpraktijk: brede achtergrondinformatie, lesschetsen, leermaterialen.
Daarnaast besteedt het tijdschrift ruime aandacht aan een brede onderwijsvisie, aan onderwijsvernieuwingen en -verbeteringen die vanuit overheid, begeleidingsdiensten, navormingscentra enz. worden aangeboden.
Doelgroep:
Leerkrachten, directies en begeleiders lager onderwijs en studenten van de initiële lerarenopleiding.
Abonnement:
School- en klaspraktijk verschijnt viermaal per jaargang (schooljaar).
Een gewoon abonnement kost €32,-.
Een studentenabonnement kost € 25,50.
Een groepsabonnement (minimaal 10 exemplaren) kost € 16,-.
Een los nummer kost € 10,75. (Bestel dit nummer)

School- en klaspraktijk – nr. 209 (mrt.- apr. – mei. 2011). Themanummer Herinneringseducatie
Themanummer ''Herinneringseducatie'':
- Herinneringseducatie: werken aan een houding van actief respect
- Lesgeven over Anne Frank aan kinderen
- Korte geschiedenis van de werking rond Anne Frank in Vlaanderen
- Anne Frank, de mobilisatiekracht van een kind
- Anne Frank
- Wereldburgertraject: Anne Frank, de kracht van een kind
- De tentoonstelling: Lezen en schrijven met Anne Frank
- Anne Frank spreekt kinderen vandaag aan
- Wereldburgertrajecten Anne Frank en de eindtermen
- Steunpunten en boeiende websites
Over School-en klaspraktijk:
SKP is een pedagogisch-didactisch tijdschrift. Het biedt een handreiking bij de dagelijkse onderwijsleerpraktijk: brede achtergrondinformatie, lesschetsen, leermaterialen.
Daarnaast besteedt het tijdschrift ruime aandacht aan een brede onderwijsvisie, aan onderwijsvernieuwingen en -verbeteringen die vanuit overheid, begeleidingsdiensten, navormingscentra enz. worden aangeboden.
Doelgroep:
Leerkrachten, directies en begeleiders lager onderwijs en studenten van de initiële lerarenopleiding.
Abonnement:
School- en klaspraktijk verschijnt viermaal per jaargang (schooljaar).
Een gewoon abonnement kost €32,-.
Een studentenabonnement kost € 25,50.
Een groepsabonnement (minimaal 10 exemplaren) kost € 16,-.
Een los nummer kost € 10,75. (Bestel dit nummer)

School- en klaspraktijk – nr. 209 (mrt.- apr. – mei. 2011). Themanummer Herinneringseducatie
Themanummer ''Herinneringseducatie'':
- Herinneringseducatie: werken aan een houding van actief respect
- Lesgeven over Anne Frank aan kinderen
- Korte geschiedenis van de werking rond Anne Frank in Vlaanderen
- Anne Frank, de mobilisatiekracht van een kind
- Anne Frank
- Wereldburgertraject: Anne Frank, de kracht van een kind
- De tentoonstelling: Lezen en schrijven met Anne Frank
- Anne Frank spreekt kinderen vandaag aan
- Wereldburgertrajecten Anne Frank en de eindtermen
- Steunpunten en boeiende websites
Over School-en klaspraktijk:
SKP is een pedagogisch-didactisch tijdschrift. Het biedt een handreiking bij de dagelijkse onderwijsleerpraktijk: brede achtergrondinformatie, lesschetsen, leermaterialen.
Daarnaast besteedt het tijdschrift ruime aandacht aan een brede onderwijsvisie, aan onderwijsvernieuwingen en -verbeteringen die vanuit overheid, begeleidingsdiensten, navormingscentra enz. worden aangeboden.
Doelgroep:
Leerkrachten, directies en begeleiders lager onderwijs en studenten van de initiële lerarenopleiding.
Abonnement:
School- en klaspraktijk verschijnt viermaal per jaargang (schooljaar).
Een gewoon abonnement kost €32,-.
Een studentenabonnement kost € 25,50.
Een groepsabonnement (minimaal 10 exemplaren) kost € 16,-.
Een los nummer kost € 10,75. (Bestel dit nummer)
Voortgezette accounting. Boekhouding en financiële rapportering – Boek 2
De doelstelling van dit tweedelig werk bestaat erin de lezer meer inzicht bij te brengen in de rol en de werking van een boekhoudkundig systeem en hem meer vertrouwd te maken met de belangrijkste financiële overzichten. Het accent ligt daarbij niet op de boekhoudtechniek als dusdanig, maar op het beheersen van de rapportering in al haar aspecten, om er zo gebruik van te kunnen maken als een doeltreffend en noodzakelijk beleidsinstrument.
Daar waar het eerste boek bedoeld is als een inleiding in de boekhouding, wordt in dit tweede boek een meer gevorderd domein betreden. Hierin komt het vennootschapsboekhouden in de ruime zin aan bod. Naast de typische verrichtingen voor vennootschappen (oprichting, kapitaalverhoging en -vermindering, vennootschapsbelastingen) gaat de aandacht ook naar de langetermijnfinanciering, financiële vaste activa en de principes van de consolidatie. Verder wordt ook een brug geslagen naar het domein van de analyse van de jaarrekening, door het opnemen van twee hoofdstukken waarin de fundamenten van kasstromen en financiële analyse worden behandeld. Ook wordt aandacht besteed aan de voornaamste verschillen tussen Belgian GAAP en IFRS (International Financial Reporting Standards).
Dit handboek is in de eerste plaats bestemd voor studenten in het universitair en hoger onderwijs, maar door zijn logische opbouw en stapsgewijze probleembenadering richt het zich ook tot de individuele lezer.
Roger MERCKEN is doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen (KULeuven) en hoogleraar Accountancy en Beleidsinformatica aan de Faculteit Bedrijfswetenschappen van de Universiteit Hasselt. Hij was ook gastprofessor aan de KULeuven en het Vesalius College. Hij publiceerde in diverse vaktijdschriften en vaknieuwsbrieven. Hij werkte mee aan een aantal onderzoeksprojecten op het vlak van financiële rapportering, o.a. in een samenwerking Universiteit Hasselt – Universiteit Antwerpen.
Carlos SIAU is doctor in de Economische Wetenschappen (Vrije Universiteit Brussel) en is verbonden aan het Center for Business Management Research van HUBrussel. Hij was gastprofessor aan het Bentley College (Boston, USA), het Center for Management Training (Universiteit van Warschau, Polen) en de Linguistische Staatsuniversiteit (Moskou, Rusland). Hij publiceerde reeds in diverse tijdschriften.
Voortgezette accounting. Boekhouding en financiële rapportering – Boek 2
De doelstelling van dit tweedelig werk bestaat erin de lezer meer inzicht bij te brengen in de rol en de werking van een boekhoudkundig systeem en hem meer vertrouwd te maken met de belangrijkste financiële overzichten. Het accent ligt daarbij niet op de boekhoudtechniek als dusdanig, maar op het beheersen van de rapportering in al haar aspecten, om er zo gebruik van te kunnen maken als een doeltreffend en noodzakelijk beleidsinstrument.
Daar waar het eerste boek bedoeld is als een inleiding in de boekhouding, wordt in dit tweede boek een meer gevorderd domein betreden. Hierin komt het vennootschapsboekhouden in de ruime zin aan bod. Naast de typische verrichtingen voor vennootschappen (oprichting, kapitaalverhoging en -vermindering, vennootschapsbelastingen) gaat de aandacht ook naar de langetermijnfinanciering, financiële vaste activa en de principes van de consolidatie. Verder wordt ook een brug geslagen naar het domein van de analyse van de jaarrekening, door het opnemen van twee hoofdstukken waarin de fundamenten van kasstromen en financiële analyse worden behandeld. Ook wordt aandacht besteed aan de voornaamste verschillen tussen Belgian GAAP en IFRS (International Financial Reporting Standards).
Dit handboek is in de eerste plaats bestemd voor studenten in het universitair en hoger onderwijs, maar door zijn logische opbouw en stapsgewijze probleembenadering richt het zich ook tot de individuele lezer.
Roger MERCKEN is doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen (KULeuven) en hoogleraar Accountancy en Beleidsinformatica aan de Faculteit Bedrijfswetenschappen van de Universiteit Hasselt. Hij was ook gastprofessor aan de KULeuven en het Vesalius College. Hij publiceerde in diverse vaktijdschriften en vaknieuwsbrieven. Hij werkte mee aan een aantal onderzoeksprojecten op het vlak van financiële rapportering, o.a. in een samenwerking Universiteit Hasselt – Universiteit Antwerpen.
Carlos SIAU is doctor in de Economische Wetenschappen (Vrije Universiteit Brussel) en is verbonden aan het Center for Business Management Research van HUBrussel. Hij was gastprofessor aan het Bentley College (Boston, USA), het Center for Management Training (Universiteit van Warschau, Polen) en de Linguistische Staatsuniversiteit (Moskou, Rusland). Hij publiceerde reeds in diverse tijdschriften.
Mobility Framework and Standard for Teacher Trainees. The Educational Outcomes
The aim of MOST, a three year Comenius 2.1. project, was to develop a European standard of competencies for the beginning teacher. The development of this standard was based on action research by the mobility of teacher trainees for the purpose of teaching practices and a joint evaluation for the recognition of it. Intensive efforts were made to develop a structural framework to facilitate future mobility of student teachers and teacher trainees within Europe. The application of the common system of credits (ECTS) and academic recognition was therefore implemented.
Organising exchange programmes between different partner institutions is an important incentive to develop a shared understanding of the similarities and differences between the school systems of different European countries and to identify the key competencies a beginning teacher should possess to function in a European context.
This volume reflects on the educational outcomes of the project. The theoretical framework behind the project is discussed in a companion volume also published in this series (Issues in European Education Series, N° 6).
Walter Baeten is an international relation officer at the University College Arteveldehogeschool (Ghent, Belgium). He was the coordinator of the MOSTProject.
Julie De Ganck is a lecturer of Pedagogy and Communication at the University College Arteveldehogeschool (Ghent, Belgium). She was the coordinator of the Belgian team in the MOST-Project.
Mobility Framework and Standard for Teacher Trainees. The Educational Outcomes
The aim of MOST, a three year Comenius 2.1. project, was to develop a European standard of competencies for the beginning teacher. The development of this standard was based on action research by the mobility of teacher trainees for the purpose of teaching practices and a joint evaluation for the recognition of it. Intensive efforts were made to develop a structural framework to facilitate future mobility of student teachers and teacher trainees within Europe. The application of the common system of credits (ECTS) and academic recognition was therefore implemented.
Organising exchange programmes between different partner institutions is an important incentive to develop a shared understanding of the similarities and differences between the school systems of different European countries and to identify the key competencies a beginning teacher should possess to function in a European context.
This volume reflects on the educational outcomes of the project. The theoretical framework behind the project is discussed in a companion volume also published in this series (Issues in European Education Series, N° 6).
Walter Baeten is an international relation officer at the University College Arteveldehogeschool (Ghent, Belgium). He was the coordinator of the MOSTProject.
Julie De Ganck is a lecturer of Pedagogy and Communication at the University College Arteveldehogeschool (Ghent, Belgium). She was the coordinator of the Belgian team in the MOST-Project.
Mobility Framework and Standard for Teacher Trainees. The Theoretical Framework
The aim of MOST, a three year Comenius 2.1. project, was to develop a European standard of competencies for the beginning teacher. The development of this standard was based on action research by the mobility of teacher trainees for the purpose of teaching practices and a joint evaluation for the recognition of it.
Intensive efforts were made to develop a structural framework to facilitate future mobility of student teachers and teacher trainees within Europe. The application of the common system of credits (ECTS) and academic recognition was therefore implemented. Organising exchange programmes between different partner institutions is an important incentive to develop a shared understanding of the similarities and differences between the school systems of different European countries and to identify the key competencies a beginning teacher should possess to function in a European context.
This volume reflects on the theoretical framework of the project. The educational outcomes behind the project are discussed in a companion volume also published in this series (Issues in European Education Series, N° 7).
Walter Baeten is an international relation officer at the University College Arteveldehogeschool (Ghent, Belgium). He was the coordinator of the MOSTProject.
Julie De Ganck is a lecturer of Pedagogy and Communication at the University College Arteveldehogeschool (Ghent, Belgium). She was the coordinator of the Belgian team in the MOST-Project.
Mobility Framework and Standard for Teacher Trainees. The Theoretical Framework
The aim of MOST, a three year Comenius 2.1. project, was to develop a European standard of competencies for the beginning teacher. The development of this standard was based on action research by the mobility of teacher trainees for the purpose of teaching practices and a joint evaluation for the recognition of it.
Intensive efforts were made to develop a structural framework to facilitate future mobility of student teachers and teacher trainees within Europe. The application of the common system of credits (ECTS) and academic recognition was therefore implemented. Organising exchange programmes between different partner institutions is an important incentive to develop a shared understanding of the similarities and differences between the school systems of different European countries and to identify the key competencies a beginning teacher should possess to function in a European context.
This volume reflects on the theoretical framework of the project. The educational outcomes behind the project are discussed in a companion volume also published in this series (Issues in European Education Series, N° 7).
Walter Baeten is an international relation officer at the University College Arteveldehogeschool (Ghent, Belgium). He was the coordinator of the MOSTProject.
Julie De Ganck is a lecturer of Pedagogy and Communication at the University College Arteveldehogeschool (Ghent, Belgium). She was the coordinator of the Belgian team in the MOST-Project.
Mijn ouders migreerden om erop vooruit te gaan
Dit onderzoek voorziet in deze lacune. De onderzoeker heeft met behulp van de biografische interviewmethode een schat aan informatie vergaard over de succesbevorderende factoren in de opwaartse onderwijsmobiliteit van 18 Marokkaanse, 20 Hindostaanse en 17 autochtone academici, allen met een laag herkomstmilieu. In dit onderzoek is aandacht voor de invloed van klasse, etniciteit en gender, alsmede voor factoren in de gelegenheidsstructuur die bijdragen aan de opwaartse onderwijsmobiliteit. De onderzoeker beantwoordt tevens de vraag welke maatregelen in het onderwijssysteem nodig zijn om de achterstand van allochtone leerlingen ten opzichte van autochtone leerlingen te reduceren.
Mijn ouders migreerden om erop vooruit te gaan
Dit onderzoek voorziet in deze lacune. De onderzoeker heeft met behulp van de biografische interviewmethode een schat aan informatie vergaard over de succesbevorderende factoren in de opwaartse onderwijsmobiliteit van 18 Marokkaanse, 20 Hindostaanse en 17 autochtone academici, allen met een laag herkomstmilieu. In dit onderzoek is aandacht voor de invloed van klasse, etniciteit en gender, alsmede voor factoren in de gelegenheidsstructuur die bijdragen aan de opwaartse onderwijsmobiliteit. De onderzoeker beantwoordt tevens de vraag welke maatregelen in het onderwijssysteem nodig zijn om de achterstand van allochtone leerlingen ten opzichte van autochtone leerlingen te reduceren.

