Politie en haar maatschappelijke partners (CPS 2014 – 1, nr. 30)
Politie en haar maatschappelijke partners (CPS 2014 – 1, nr. 30)
Illegale en informele economie (CPS 2013 – 4, nr. 29)
Dit Cahier verschaft inzicht in dit continuüm van legaliteit, informaliteit en illegaliteit. In theoretische, empirische en praktijkgerichte bijdragen komen de fenomenen informele en illegale economie aan bod. Nagegaan wordt waar deze verschillende economische activiteiten mogelijk raakvlakken hebben met (georganiseerde) criminaliteit. Op welke manieren komen diverse actoren in de veiligheidsketen in aanraking met informele en illegale economische activiteiten en hoe gaan ze ermee om?
Dit Cahier verduidelijkt de theoretische concepten formele, informele en illegale economie en toont aan dat het onderscheid tussen deze begrippen in de praktijk niet steeds even duidelijk is, omdat de diverse vormen van economische activiteiten op een dunne grens tussen illegaal, crimineel, informeel en legaal te vinden zijn.
Illegale en informele economie (CPS 2013 – 4, nr. 29)
Dit Cahier verschaft inzicht in dit continuüm van legaliteit, informaliteit en illegaliteit. In theoretische, empirische en praktijkgerichte bijdragen komen de fenomenen informele en illegale economie aan bod. Nagegaan wordt waar deze verschillende economische activiteiten mogelijk raakvlakken hebben met (georganiseerde) criminaliteit. Op welke manieren komen diverse actoren in de veiligheidsketen in aanraking met informele en illegale economische activiteiten en hoe gaan ze ermee om?
Dit Cahier verduidelijkt de theoretische concepten formele, informele en illegale economie en toont aan dat het onderscheid tussen deze begrippen in de praktijk niet steeds even duidelijk is, omdat de diverse vormen van economische activiteiten op een dunne grens tussen illegaal, crimineel, informeel en legaal te vinden zijn.
Opleiden in veiligheid (Reeks Cahiers Integrale Veiligheid, nr. 4)
Het integrale en geïntegreerd veiligheidsbeleid dat België propageert, mondt uit in een aantal opleidingen ‘integrale of maatschappelijke veiligheid’. De term ‘integrale veiligheid’ dekt meerdere ladingen en wordt niet door alle sectoren en opleidingen op dezelfde manier ingevuld.
In dit boek gaan de auteurs na welke invulling de opleidingen geven aan het begrip integrale veiligheid. Hoe verhouden de opleidingen zich ten opzichte van elkaar en waar wordt er samengewerkt?
Katrien Van Geystelen was tot december 2013 als opleidingscoördinator verbonden aan de master in de veiligheidswetenschappen van de Universiteit Antwerpen.
Evelien De Pauw is verbonden aan de VIVES Hogeschool, studiegebied Sociaal Agogisch Werk, onderzoeksgroep Maatschappelijke Veiligheid.
Willy Bruggeman is hoogleraar politiewetenschappen (Benelux-Universitair Centrum) en Voorzitter Federale Politieraad.
Opleiden in veiligheid (Reeks Cahiers Integrale Veiligheid, nr. 4)
Het integrale en geïntegreerd veiligheidsbeleid dat België propageert, mondt uit in een aantal opleidingen ‘integrale of maatschappelijke veiligheid’. De term ‘integrale veiligheid’ dekt meerdere ladingen en wordt niet door alle sectoren en opleidingen op dezelfde manier ingevuld.
In dit boek gaan de auteurs na welke invulling de opleidingen geven aan het begrip integrale veiligheid. Hoe verhouden de opleidingen zich ten opzichte van elkaar en waar wordt er samengewerkt?
Katrien Van Geystelen was tot december 2013 als opleidingscoördinator verbonden aan de master in de veiligheidswetenschappen van de Universiteit Antwerpen.
Evelien De Pauw is verbonden aan de VIVES Hogeschool, studiegebied Sociaal Agogisch Werk, onderzoeksgroep Maatschappelijke Veiligheid.
Willy Bruggeman is hoogleraar politiewetenschappen (Benelux-Universitair Centrum) en Voorzitter Federale Politieraad.

Oprichting en werking van de vennootschap. Bijzondere aandachtspunten voor de professional (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 24)
Vaak komen deze vragen ter sprake als gevolg van een praktisch proces, nadat de
vennootschap reeds werd opgericht. In dit boek worden de meest voorkomende
vragen geïnventariseerd en praktisch behandeld.
Marc Gielis is verantwoordelijke fiscaal en patrimoniaal advies en belastingconsulent bij Bank J. Van Breda en C° NV. Hij begeleidt in deze functie uitoefenaars van vrije
beroepen en ondernemers bij het optimaliseren van hun fiscale situatie. Tevens is hij auteur van een aantal fiscale boeken, gastdocent aan de HUB, EHSAL Management
School en gastprofessor aan de Brugge Business School.
Meer info over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen

Oprichting en werking van de vennootschap. Bijzondere aandachtspunten voor de professional (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 24)
Vaak komen deze vragen ter sprake als gevolg van een praktisch proces, nadat de
vennootschap reeds werd opgericht. In dit boek worden de meest voorkomende
vragen geïnventariseerd en praktisch behandeld.
Marc Gielis is verantwoordelijke fiscaal en patrimoniaal advies en belastingconsulent bij Bank J. Van Breda en C° NV. Hij begeleidt in deze functie uitoefenaars van vrije
beroepen en ondernemers bij het optimaliseren van hun fiscale situatie. Tevens is hij auteur van een aantal fiscale boeken, gastdocent aan de HUB, EHSAL Management
School en gastprofessor aan de Brugge Business School.
Meer info over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen

Evenementen organiseren. Btw en belastingen (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 23)
Evenementen worden vaak georganiseerd om commerciële redenen, namelijk het verwerven of behouden van klanten. Daarom worden ze fiscaal meestal gekwalificeerd als ‘kosten van onthaal’ (receptiekosten) of reclamekosten. Het kan echter ook gaan om ‘culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, educatieve, vermakelijkheids- en soortgelijke evenementen en de daarmee samenhangende diensten’.
Niet alleen voor klanten maar ook voor personeel kunnen bijzondere ‘incentives’ worden georganiseerd, in de vorm van (bedrijfs)uitstappen en feestjes, het aanbieden van geschenken, eten en drinken, al dan niet in een restaurant.
Deze overzichtelijke uitgave behandelt de btw- en belastingsimplicaties van
evenementen en incentives voor klanten en personeel.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij
is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende
tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet, het Tijdschrift Huur
en BBB Flash. Hij doceert de grondige studie btw aan de faculteit Economische
Wetenschappen van de Universiteit Gent in de vakgroep Handelswetenschappen en
Bestuurskunde. Hij is tevens docent aan de Fiscale Hogeschool.
Wim Van Kerchove werkt als adviseur en opleider bij de Federale Overheidsdienst
Financiën. Hij is auteur van onder meer verschillende boekdelen in de reeks van de
Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen.
Meer info over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen

Evenementen organiseren. Btw en belastingen (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 23)
Evenementen worden vaak georganiseerd om commerciële redenen, namelijk het verwerven of behouden van klanten. Daarom worden ze fiscaal meestal gekwalificeerd als ‘kosten van onthaal’ (receptiekosten) of reclamekosten. Het kan echter ook gaan om ‘culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, educatieve, vermakelijkheids- en soortgelijke evenementen en de daarmee samenhangende diensten’.
Niet alleen voor klanten maar ook voor personeel kunnen bijzondere ‘incentives’ worden georganiseerd, in de vorm van (bedrijfs)uitstappen en feestjes, het aanbieden van geschenken, eten en drinken, al dan niet in een restaurant.
Deze overzichtelijke uitgave behandelt de btw- en belastingsimplicaties van
evenementen en incentives voor klanten en personeel.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij
is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende
tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet, het Tijdschrift Huur
en BBB Flash. Hij doceert de grondige studie btw aan de faculteit Economische
Wetenschappen van de Universiteit Gent in de vakgroep Handelswetenschappen en
Bestuurskunde. Hij is tevens docent aan de Fiscale Hogeschool.
Wim Van Kerchove werkt als adviseur en opleider bij de Federale Overheidsdienst
Financiën. Hij is auteur van onder meer verschillende boekdelen in de reeks van de
Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen.
Meer info over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen

Handboek forensische gedragswetenschappen
De forensische geestelijke gezondheidszorg is een boeiend en tegelijk complex domein in volle ontwikkeling. Zij bevindt zich op het kruispunt van de geestelijke gezondheidszorg en het recht. Uiteenlopende vakspecialisten uit justitie en hulpverlening zijn hierbij op elkaar aangewezen.
Voor een adequate samenwerking is kennis van de context waarin de verschillende actoren werken essentieel. Dit handboek bevat bijgevolg bijdragen van juristen, psychiaters, psychologen, orthopedagogen, criminologen, verpleegkundigen en maatschappelijk werkers. De auteurs zijn zowel academici als experten uit de praktijk. Zij behandelen uit beide gezichtspunten uiteenlopende wetenschaps- en praktijkdomeinen die van groot belang zijn voor de forensische geestelijke gezondheidszorg.
Het handboek is ontwikkeld met het oog op de Permanente Vorming Forensische Gedragswetenschappen, georganiseerd door de Universiteit Gent, de Hogeschool Gent en de Arteveldehogeschool. Het geeft ook ruimer aan alle belanghebbende lezers waardevolle wetenschappelijke en multidisciplinaire inzichten mee over de forensische geestelijke gezondheidszorg in Vlaanderen.
Deze publicatie staat onder redactie van Ciska Wittouck, Kurt Audenaert en Freya Vander Laenen, allen verbonden aan de Universiteit Gent.
Freya Vander Laenen, criminoloog en maatschappelijk werker, is hoofddocent aan de Vakgroep Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht (onderzoeksgroep IRCP) van de Faculteit Rechtsgeleerdheid. Kurt Audenaert, psychiater en criminoloog, en Ciska Wittouck, psycholoog en criminoloog, zijn verbonden aan de Vakgroep Psychiatrie en Medische Psychologie van de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen, respectievelijk als buitengewoon hoogleraar en doctoraatsonderzoeker. Samen organiseren en coördineren ze de Permanente Vorming Forensische Gedragswetenschappen.

Handboek forensische gedragswetenschappen
De forensische geestelijke gezondheidszorg is een boeiend en tegelijk complex domein in volle ontwikkeling. Zij bevindt zich op het kruispunt van de geestelijke gezondheidszorg en het recht. Uiteenlopende vakspecialisten uit justitie en hulpverlening zijn hierbij op elkaar aangewezen.
Voor een adequate samenwerking is kennis van de context waarin de verschillende actoren werken essentieel. Dit handboek bevat bijgevolg bijdragen van juristen, psychiaters, psychologen, orthopedagogen, criminologen, verpleegkundigen en maatschappelijk werkers. De auteurs zijn zowel academici als experten uit de praktijk. Zij behandelen uit beide gezichtspunten uiteenlopende wetenschaps- en praktijkdomeinen die van groot belang zijn voor de forensische geestelijke gezondheidszorg.
Het handboek is ontwikkeld met het oog op de Permanente Vorming Forensische Gedragswetenschappen, georganiseerd door de Universiteit Gent, de Hogeschool Gent en de Arteveldehogeschool. Het geeft ook ruimer aan alle belanghebbende lezers waardevolle wetenschappelijke en multidisciplinaire inzichten mee over de forensische geestelijke gezondheidszorg in Vlaanderen.
Deze publicatie staat onder redactie van Ciska Wittouck, Kurt Audenaert en Freya Vander Laenen, allen verbonden aan de Universiteit Gent.
Freya Vander Laenen, criminoloog en maatschappelijk werker, is hoofddocent aan de Vakgroep Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht (onderzoeksgroep IRCP) van de Faculteit Rechtsgeleerdheid. Kurt Audenaert, psychiater en criminoloog, en Ciska Wittouck, psycholoog en criminoloog, zijn verbonden aan de Vakgroep Psychiatrie en Medische Psychologie van de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen, respectievelijk als buitengewoon hoogleraar en doctoraatsonderzoeker. Samen organiseren en coördineren ze de Permanente Vorming Forensische Gedragswetenschappen.
Citizens enforcing the law
In this context, Astrid Bosch raises the following questions: Have the legal norms constraining citizens'' right to enforce the law become outdated? Is there, thus, a gap between the current legal and social opinions regarding citizen’s arrest? Would bridging this gap, by broadening the legal space for citizen’s arrest, endanger the rule of law?
Astrid Bosch studied law at the Universidad Nacional de Nordeste in Argentina and criminology at the Universität Hamburg in Germany. She is currently in a GIZ (Gesellschaft für Internationale Zusammenarbeit) program, working on issues of state and democracy in Bolivia.
Citizens enforcing the law
In this context, Astrid Bosch raises the following questions: Have the legal norms constraining citizens'' right to enforce the law become outdated? Is there, thus, a gap between the current legal and social opinions regarding citizen’s arrest? Would bridging this gap, by broadening the legal space for citizen’s arrest, endanger the rule of law?
Astrid Bosch studied law at the Universidad Nacional de Nordeste in Argentina and criminology at the Universität Hamburg in Germany. She is currently in a GIZ (Gesellschaft für Internationale Zusammenarbeit) program, working on issues of state and democracy in Bolivia.
Gedisciplineerde vrijheid: een geschiedenis van het handels- en economisch recht
De financiële en economische crises van de laatste jaren hebben de spanning tussen innovatie en ondernemen aan de ene kant en rechtsregels aan de andere opnieuw op de voorgrond geplaatst. Vaak wordt de markt opgevat als een min of meer autonoom veld binnen de samenleving. Vandaag bestaat nog de algemeen verspreide overtuiging dat in de markt een eigen dynamiek heerst die door overheidsoptreden kan worden verstoord. Door de Westerse geschiedenis heen zijn samenlevingen echter in hun geheel fundamenteel economisch geweest. Bovendien hebben in alle perioden van het verleden gezagdragers – en ook corporaties en private instellingen die door hen werden erkend – regels over commerciële transacties en situaties naar voren geschoven. Deze regels dienden niet alleen om fraude te voorkomen en te sanctioneren, maar ook ter ondersteuning. De rijke traditie van het Westerse handels-, faillissements- en vennootschapsrecht, van de Romeinse tijd tot vandaag, biedt hiervan tal van voorbeelden.
In dit boek worden deze thema''s onderzocht vanuit een historisch-rechtsvergelijkend perspectief. Hierbij wordt vastgesteld dat historische tradities weerbarstig zijn en dat ze het geldende recht blijven beïnvloeden.
Dave De ruysscher is jurist en historicus. Sinds 2010 is hij als docent verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel. Daarnaast is hij postdoctoraal onderzoeker FWO-Vlaanderen. Hij schreef diverse artikelen, bijdragen en monografieën over de geschiedenis van handelsrecht, van de zestiende eeuw tot en met de hedendaagse periode. Enkele van zijn publicaties werden bekroond (Prijs Tijdschrift voor Privaatrecht 2012, Prix Charles Duvivier 2012 vanwege de Académie royale de Belgique).
Gedisciplineerde vrijheid: een geschiedenis van het handels- en economisch recht
De financiële en economische crises van de laatste jaren hebben de spanning tussen innovatie en ondernemen aan de ene kant en rechtsregels aan de andere opnieuw op de voorgrond geplaatst. Vaak wordt de markt opgevat als een min of meer autonoom veld binnen de samenleving. Vandaag bestaat nog de algemeen verspreide overtuiging dat in de markt een eigen dynamiek heerst die door overheidsoptreden kan worden verstoord. Door de Westerse geschiedenis heen zijn samenlevingen echter in hun geheel fundamenteel economisch geweest. Bovendien hebben in alle perioden van het verleden gezagdragers – en ook corporaties en private instellingen die door hen werden erkend – regels over commerciële transacties en situaties naar voren geschoven. Deze regels dienden niet alleen om fraude te voorkomen en te sanctioneren, maar ook ter ondersteuning. De rijke traditie van het Westerse handels-, faillissements- en vennootschapsrecht, van de Romeinse tijd tot vandaag, biedt hiervan tal van voorbeelden.
In dit boek worden deze thema''s onderzocht vanuit een historisch-rechtsvergelijkend perspectief. Hierbij wordt vastgesteld dat historische tradities weerbarstig zijn en dat ze het geldende recht blijven beïnvloeden.
Dave De ruysscher is jurist en historicus. Sinds 2010 is hij als docent verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel. Daarnaast is hij postdoctoraal onderzoeker FWO-Vlaanderen. Hij schreef diverse artikelen, bijdragen en monografieën over de geschiedenis van handelsrecht, van de zestiende eeuw tot en met de hedendaagse periode. Enkele van zijn publicaties werden bekroond (Prijs Tijdschrift voor Privaatrecht 2012, Prix Charles Duvivier 2012 vanwege de Académie royale de Belgique).
Over lijken. De dood en daarna, vanuit juridisch-medisch perspectief
In dit boek is het lijk onder een juridische loep gelegd. Geïnspireerd door wetenschappers, politici en journalisten zijn de auteurs op zoek gegaan naar de rechten van het lijk en de plichten van hen die geconfronteerd worden met het lijk.
Dit boek is geschreven voor officieren van justitie, politieagenten
(forensische opsporing), forensisch artsen
en beleidsmakers. Aan de hand van praktische vraagstukken
zijn de auteurs op zoek gegaan naar de juridische
onderbouwing voor beslissingen en handelingen
met betrekking tot het lijk.
Wilma Duijst is forensisch arts bij GGD IJsselland en
rechter-plaatsvervanger bij de sector strafrecht van
de Rechtbank Gelderland (locatie Arnhem). Zij is
betrokken bij de opleiding voor officieren van justitie,
diverse artsenopleidingen en de opleiding forensisch
verpleegkundigen.
Tatjana Naujocks is uitvoerend forensisch arts in de regio Noord-Nederland. Daarnaast houdt zij zich bezig met verschillende aspecten van de kwaliteitsverbetering van de forensische geneeskunde: als coördinator, docent, opleider, lid/voorzitter van de vakgroep FG en het FMG en als auteur.
Over lijken. De dood en daarna, vanuit juridisch-medisch perspectief
In dit boek is het lijk onder een juridische loep gelegd. Geïnspireerd door wetenschappers, politici en journalisten zijn de auteurs op zoek gegaan naar de rechten van het lijk en de plichten van hen die geconfronteerd worden met het lijk.
Dit boek is geschreven voor officieren van justitie, politieagenten
(forensische opsporing), forensisch artsen
en beleidsmakers. Aan de hand van praktische vraagstukken
zijn de auteurs op zoek gegaan naar de juridische
onderbouwing voor beslissingen en handelingen
met betrekking tot het lijk.
Wilma Duijst is forensisch arts bij GGD IJsselland en
rechter-plaatsvervanger bij de sector strafrecht van
de Rechtbank Gelderland (locatie Arnhem). Zij is
betrokken bij de opleiding voor officieren van justitie,
diverse artsenopleidingen en de opleiding forensisch
verpleegkundigen.
Tatjana Naujocks is uitvoerend forensisch arts in de regio Noord-Nederland. Daarnaast houdt zij zich bezig met verschillende aspecten van de kwaliteitsverbetering van de forensische geneeskunde: als coördinator, docent, opleider, lid/voorzitter van de vakgroep FG en het FMG en als auteur.

Uitgaansvergunningen en penitentiair verlof: de deur op een kier/ Permissions de sortie et congé pénitentiaire: la porte entrouverte
Hun belang staat in schril contrast met de weinige aandacht die ze krijgen. Zowel in termen van beleidsaandacht als qua onderzoek bleven de uitgaansvergunning en het penitentiair verlof tot hiertoe een donkere vlek in de strafuitvoering.
Dit boek brengt daar verandering in. In dit verzamelwerk belichten professionals en onderzoekers deze modaliteiten sinds de invoering van de externe rechtspositieregeling van 2006. De bijdragen in dit boek verduidelijken hoe diverse actoren en organisaties betrokken zijn bij de voorbereiding op en/of besluitvorming over uitgaansvergunningen en penitentiair verlof en welke overwegingen spelen bij het beslissen over beide modaliteiten. Daarnaast identificeren de bijdragen in dit boek ook meerdere hete hangijzers over uitgaansvergunningen en penitentiair verlof.
Les permissions de sortie et les congés pénitentiaires constituent pour les personnes condamnées à une peine privative de liberté une première occasion de quitter la prison, parfois après de nombreuses années passées en détention. Ces sorties temporaires leur permettent de renforcer ou renouer des liens avec leurs proches ainsi que de concrétiser certaines démarches en vue de leur réinsertion. Il s’agit d’une première étape, souvent cruciale, vers la libération.
Leur importance contraste avec le peu d’attention qui leur est accordé. Aussi bien au niveau politique que scientifique, les permissions de sortie et les congés pénitentiaires demeurent dans l’ombre du régime d’exécution des peines.
Ce livre entend y remédier. Des chercheurs et praticiens nous éclairent sur ces
modalités depuis l’entrée en vigueur de la loi sur le statut juridique externe de 2006.
Les contributions expliquent comment et en quoi divers acteurs et instances sont impliqués
dans la préparation et/ou la procédure d’octroi de ces sorties temporaires, ainsi
que ce qui entre en considération lors de la prise de décision concernant ces deux modalités.
Les contributions soulignent aussi les nombreux enjeux liés aux permissions
de sortie et aux congés pénitentiaires.
Benjamin Mine est chercheur à l’Institut National de
Criminalistique et de Criminologie.
Luc Robert is onderzoeker aan het Nationaal Instituut
voor Criminalistiek en Criminologie.

Uitgaansvergunningen en penitentiair verlof: de deur op een kier/ Permissions de sortie et congé pénitentiaire: la porte entrouverte
Hun belang staat in schril contrast met de weinige aandacht die ze krijgen. Zowel in termen van beleidsaandacht als qua onderzoek bleven de uitgaansvergunning en het penitentiair verlof tot hiertoe een donkere vlek in de strafuitvoering.
Dit boek brengt daar verandering in. In dit verzamelwerk belichten professionals en onderzoekers deze modaliteiten sinds de invoering van de externe rechtspositieregeling van 2006. De bijdragen in dit boek verduidelijken hoe diverse actoren en organisaties betrokken zijn bij de voorbereiding op en/of besluitvorming over uitgaansvergunningen en penitentiair verlof en welke overwegingen spelen bij het beslissen over beide modaliteiten. Daarnaast identificeren de bijdragen in dit boek ook meerdere hete hangijzers over uitgaansvergunningen en penitentiair verlof.
Les permissions de sortie et les congés pénitentiaires constituent pour les personnes condamnées à une peine privative de liberté une première occasion de quitter la prison, parfois après de nombreuses années passées en détention. Ces sorties temporaires leur permettent de renforcer ou renouer des liens avec leurs proches ainsi que de concrétiser certaines démarches en vue de leur réinsertion. Il s’agit d’une première étape, souvent cruciale, vers la libération.
Leur importance contraste avec le peu d’attention qui leur est accordé. Aussi bien au niveau politique que scientifique, les permissions de sortie et les congés pénitentiaires demeurent dans l’ombre du régime d’exécution des peines.
Ce livre entend y remédier. Des chercheurs et praticiens nous éclairent sur ces
modalités depuis l’entrée en vigueur de la loi sur le statut juridique externe de 2006.
Les contributions expliquent comment et en quoi divers acteurs et instances sont impliqués
dans la préparation et/ou la procédure d’octroi de ces sorties temporaires, ainsi
que ce qui entre en considération lors de la prise de décision concernant ces deux modalités.
Les contributions soulignent aussi les nombreux enjeux liés aux permissions
de sortie et aux congés pénitentiaires.
Benjamin Mine est chercheur à l’Institut National de
Criminalistique et de Criminologie.
Luc Robert is onderzoeker aan het Nationaal Instituut
voor Criminalistiek en Criminologie.
De gerechtsdeurwaarder: ambtenaar en ondernemer. Ontwikkelingen in de beroepsuitoefening en de gevolgen voor de opleiding.
Met de Gerechtsdeurwaarderswet van 2001 heeft de marktwerking zijn intrede gedaan in deze juridische beroepsgroep. Het vestigingsbeleid is sindsdien geliberaliseerd en de tarieven voor de opdrachtgevers zijn vrijgegeven. Deze marktwerking heeft gevolgen gehad voor de onderlinge verhouding tussen de gerechtsdeurwaarders, die voortaan concurrenten van elkaar zijn, en voor de verhouding met de grote opdrachtgevers, die de prijs voor de aangeboden diensten kunnen bepalen. De commercialisering heeft ook gevolgen gehad voor de schuldenaar: door het gevecht om de opdrachtgevers, de manier van contracteren en de soms voorkomende voorfinanciering zijn de verhoudingen verhard.
In deze context is aandacht voor hoge professionele en ethische standaarden noodzakelijk. In de opleiding tot kandidaat-gerechtsdeurwaarder moeten de kernwaarden uitdrukkelijk worden benadrukt, omdat door marktwerking de aandacht voor deze waarden vermindert en soms zelfs lijkt te verdwijnen.
In dit boek onderzoekt Ineke van den Berg hoe de opleiding tot
(kandidaat-)gerechtsdeurwaarder er, gezien de ontwikkelingen in de
beroepsuitoefening, uit zou moeten zien.
Mr. Ineke (C.) van den Berg-Smit is hoofddocent privaatrecht
aan de Hogeschool Utrecht. Op basis van bijna twintig jaar
ervaring als docent voor de opleiding tot kandidaat-gerechtsdeurwaarder
en in het kader van de permanente educatie van (kandidaat-)
gerechtsdeurwaarders, heeft zij veel zien veranderen in de beroepsuitoefening
én opleiding. Dit boek is het resultaat van haar promotieonderzoek
ter zake.
De gerechtsdeurwaarder: ambtenaar en ondernemer. Ontwikkelingen in de beroepsuitoefening en de gevolgen voor de opleiding.
Met de Gerechtsdeurwaarderswet van 2001 heeft de marktwerking zijn intrede gedaan in deze juridische beroepsgroep. Het vestigingsbeleid is sindsdien geliberaliseerd en de tarieven voor de opdrachtgevers zijn vrijgegeven. Deze marktwerking heeft gevolgen gehad voor de onderlinge verhouding tussen de gerechtsdeurwaarders, die voortaan concurrenten van elkaar zijn, en voor de verhouding met de grote opdrachtgevers, die de prijs voor de aangeboden diensten kunnen bepalen. De commercialisering heeft ook gevolgen gehad voor de schuldenaar: door het gevecht om de opdrachtgevers, de manier van contracteren en de soms voorkomende voorfinanciering zijn de verhoudingen verhard.
In deze context is aandacht voor hoge professionele en ethische standaarden noodzakelijk. In de opleiding tot kandidaat-gerechtsdeurwaarder moeten de kernwaarden uitdrukkelijk worden benadrukt, omdat door marktwerking de aandacht voor deze waarden vermindert en soms zelfs lijkt te verdwijnen.
In dit boek onderzoekt Ineke van den Berg hoe de opleiding tot
(kandidaat-)gerechtsdeurwaarder er, gezien de ontwikkelingen in de
beroepsuitoefening, uit zou moeten zien.
Mr. Ineke (C.) van den Berg-Smit is hoofddocent privaatrecht
aan de Hogeschool Utrecht. Op basis van bijna twintig jaar
ervaring als docent voor de opleiding tot kandidaat-gerechtsdeurwaarder
en in het kader van de permanente educatie van (kandidaat-)
gerechtsdeurwaarders, heeft zij veel zien veranderen in de beroepsuitoefening
én opleiding. Dit boek is het resultaat van haar promotieonderzoek
ter zake.
De machines van Justitie: vijftien jaar elektronisch toezicht in België (IRCP-reeks, nr. 47)
Maar tot op welke hoogte lost het elektronisch toezicht de hoge verwachtingen in? Het Rekenhof en het Europese antifoltercomité stelden vast dat de druk op de Belgische gevangenissen niet verdween met het elektronisch toezicht. Integendeel: terwijl het aantal enkelbanden steeg, nam ook de gevangenispopulatie in versneld tempo toe. Bovendien lijken kwaliteitsvolle selectie en begeleiding het steeds meer te moeten afleggen tegen de macht van het getal: wordt de samenleving daar werkelijk beter van? Bovenal roept de snelheid waarmee tezelfdertijd op zoveel verschillende fronten - regelgeving, uitvoeringspraktijk en technologie - aan het elektronisch toezicht wordt gesleuteld vragen op bij direct betrokkenen en de buitenwereld. Zijn de dagen van het ooit zo geroemde ‘Belgische model’, gestoeld op een evenwichtige mix van technologie en professionele begeleiding, definitief geteld?
De machines van Justitie: vijftien jaar elektronisch toezicht in België (IRCP-reeks, nr. 47)
Maar tot op welke hoogte lost het elektronisch toezicht de hoge verwachtingen in? Het Rekenhof en het Europese antifoltercomité stelden vast dat de druk op de Belgische gevangenissen niet verdween met het elektronisch toezicht. Integendeel: terwijl het aantal enkelbanden steeg, nam ook de gevangenispopulatie in versneld tempo toe. Bovendien lijken kwaliteitsvolle selectie en begeleiding het steeds meer te moeten afleggen tegen de macht van het getal: wordt de samenleving daar werkelijk beter van? Bovenal roept de snelheid waarmee tezelfdertijd op zoveel verschillende fronten - regelgeving, uitvoeringspraktijk en technologie - aan het elektronisch toezicht wordt gesleuteld vragen op bij direct betrokkenen en de buitenwereld. Zijn de dagen van het ooit zo geroemde ‘Belgische model’, gestoeld op een evenwichtige mix van technologie en professionele begeleiding, definitief geteld?
