
Excel voor economische beroepen (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 19)
Microsoft Excel is een veel gebruikt rekenbladprogramma in de wereld van de economische beroepen. Toch beschikt Excel over een aantal zeer krachtige en efficiënte functionaliteiten die (nog) niet bij het brede publiek gekend zijn.
Dit boek benadert Excel vanuit praktisch oogpunt: de nadruk ligt op de concrete
toepassing van Excel bij de uitoefening van het economisch beroep.
Waarvoor kunnen we dit programma gebruiken en hoe doen we dit zo snel en efficiënt mogelijk?
Inbegrepen bij deze uitgave zijn talrijke digitale voorbeeldbestanden en modellen waarvan de functies en werkwijzen in het boek worden uitgelegd. Op deze manier kunt u de voorbeeldbestanden en modellen zelf aanpassen naar uw concrete noden.
‘Dit boek, gegroeid uit de eigen praktijkervaring van de auteur, bevat veel tijdbesparende
tips en werkwijzen. Een must voor elke beoefenaar van een economisch
beroep.’
Noël De Rudder is erkend accountant-belastingconsulent met een groot interesse
voor software-automatisering. Hij is werkzaam als product manager bij PragmaTools
waar hij zijn praktijkkennis combineert met software-analyse. In deze functie treedt
hij op als schakel tussen de professionele wereld van de economische beroepen en
deze van de informatica. Verder assisteert hij kmo’s in financiële rapportering en
organiseert hij praktische workshops Microsoft Excel.
Meer info over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen

Excel voor economische beroepen (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 19)
Microsoft Excel is een veel gebruikt rekenbladprogramma in de wereld van de economische beroepen. Toch beschikt Excel over een aantal zeer krachtige en efficiënte functionaliteiten die (nog) niet bij het brede publiek gekend zijn.
Dit boek benadert Excel vanuit praktisch oogpunt: de nadruk ligt op de concrete
toepassing van Excel bij de uitoefening van het economisch beroep.
Waarvoor kunnen we dit programma gebruiken en hoe doen we dit zo snel en efficiënt mogelijk?
Inbegrepen bij deze uitgave zijn talrijke digitale voorbeeldbestanden en modellen waarvan de functies en werkwijzen in het boek worden uitgelegd. Op deze manier kunt u de voorbeeldbestanden en modellen zelf aanpassen naar uw concrete noden.
‘Dit boek, gegroeid uit de eigen praktijkervaring van de auteur, bevat veel tijdbesparende
tips en werkwijzen. Een must voor elke beoefenaar van een economisch
beroep.’
Noël De Rudder is erkend accountant-belastingconsulent met een groot interesse
voor software-automatisering. Hij is werkzaam als product manager bij PragmaTools
waar hij zijn praktijkkennis combineert met software-analyse. In deze functie treedt
hij op als schakel tussen de professionele wereld van de economische beroepen en
deze van de informatica. Verder assisteert hij kmo’s in financiële rapportering en
organiseert hij praktische workshops Microsoft Excel.
Meer info over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen
Schaalveranderingen (CPS 2013 – 1, nr. 26)
Beleidsmatig duikt de roep om schaalverandering in het politie- en het justitiedomein te pas en te onpas de kop op. In België wordt gedacht aan een vermindering van het aantal gerechtelijke arrondissementen. Hierdoor zou het parket efficiënter en vooral kostenbesparender moeten gaan werken. Voor de politie zou de inkapseling van kleine zones in grotere politiezones, en een algemene drastische beperking van het aantal politiezones, economische schaalvoordelen kunnen realiseren en concurrentiële diensten kunnen uitschakelen. In Nederland komt er één Nationale Politie met één korpschef die tien territoriale eenheden kent. Van regio’s zal dan geen sprake meer zijn.
De ratio achter deze schaalveranderingen is meestal het spreiden van kosten, het vergroten van netwerking tussen diensten en het ontsluiten van informatiestromen.
Dit
Cahier onderzoekt de huidige tendensen inzake schaalveranderingen in het politie- en
justitiedomein. Het onderzoekt de voor- en nadelen en gaat een discussie aan over de
wenselijkheid en/of haalbaarheid ervan.
Schaalveranderingen (CPS 2013 – 1, nr. 26)
Beleidsmatig duikt de roep om schaalverandering in het politie- en het justitiedomein te pas en te onpas de kop op. In België wordt gedacht aan een vermindering van het aantal gerechtelijke arrondissementen. Hierdoor zou het parket efficiënter en vooral kostenbesparender moeten gaan werken. Voor de politie zou de inkapseling van kleine zones in grotere politiezones, en een algemene drastische beperking van het aantal politiezones, economische schaalvoordelen kunnen realiseren en concurrentiële diensten kunnen uitschakelen. In Nederland komt er één Nationale Politie met één korpschef die tien territoriale eenheden kent. Van regio’s zal dan geen sprake meer zijn.
De ratio achter deze schaalveranderingen is meestal het spreiden van kosten, het vergroten van netwerking tussen diensten en het ontsluiten van informatiestromen.
Dit
Cahier onderzoekt de huidige tendensen inzake schaalveranderingen in het politie- en
justitiedomein. Het onderzoekt de voor- en nadelen en gaat een discussie aan over de
wenselijkheid en/of haalbaarheid ervan.

De auto als bedrijfsmiddel (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 18)
Dit handboek onderzoekt de fiscaliteit van de wagen als investering zowel op het vlak van de btw als inzake de inkomstenbelastingen. De structuur is hierbij drieledig:
- de aanschaf van het bedrijfsmiddel,
- het gebruik van een vervoermiddel,
- de afstoting van het vervoermiddel.
Het handboek begint met een voor elke belastingplichtige cruciale vraag:
hoeveel
mag men van de autokosten in aftrek brengen?
Ook een aantal bijzondere
regelingen zoals de winstmargeregeling of de regeling inzake directiewagens en
demonstratiewagens worden praktijkgericht besproken. Niet enkel de nationale
handelingen worden geanalyseerd. Ook het intracommunautair kopen en verkopen
van nieuwe en tweedehandse vervoermiddelen komt uitgebreid aan bod, met de
vereiste formaliteiten en bewijzen die daarbij komen kijken.
Stefan Ruysschaert is eerstaanwezend inspecteur bij de FOD Financiën en
gespecialiseerd in de btw-wetgeving. Hij doceert de grondige studie btw aan
de geassocieerde faculteit handelswetenschappen en bestuurskunde van de
Hogeschool Gent en Universiteit Gent.
Wim Van Kerchove is eerstaanwezend inspecteur en docent bij de FOD Financiën en gespecialiseerd in de vennootschapsbelasting. Hij is gewaardeerd auteur en docent in de materie.
Meer info over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen

De auto als bedrijfsmiddel (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 18)
Dit handboek onderzoekt de fiscaliteit van de wagen als investering zowel op het vlak van de btw als inzake de inkomstenbelastingen. De structuur is hierbij drieledig:
- de aanschaf van het bedrijfsmiddel,
- het gebruik van een vervoermiddel,
- de afstoting van het vervoermiddel.
Het handboek begint met een voor elke belastingplichtige cruciale vraag:
hoeveel
mag men van de autokosten in aftrek brengen?
Ook een aantal bijzondere
regelingen zoals de winstmargeregeling of de regeling inzake directiewagens en
demonstratiewagens worden praktijkgericht besproken. Niet enkel de nationale
handelingen worden geanalyseerd. Ook het intracommunautair kopen en verkopen
van nieuwe en tweedehandse vervoermiddelen komt uitgebreid aan bod, met de
vereiste formaliteiten en bewijzen die daarbij komen kijken.
Stefan Ruysschaert is eerstaanwezend inspecteur bij de FOD Financiën en
gespecialiseerd in de btw-wetgeving. Hij doceert de grondige studie btw aan
de geassocieerde faculteit handelswetenschappen en bestuurskunde van de
Hogeschool Gent en Universiteit Gent.
Wim Van Kerchove is eerstaanwezend inspecteur en docent bij de FOD Financiën en gespecialiseerd in de vennootschapsbelasting. Hij is gewaardeerd auteur en docent in de materie.
Meer info over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen

Mastering Mediation Education
Mediation education nowadays is implemented at all levels in society. From kindergarten and primary school education (‘peer mediation’), to university and post-graduate master programs. The length and intensity varies tremendously: from two days courses, to two years programs. In this respect, mediation is comparable to sports or fine arts: you can practice this intuitively, and with basic training at grass roots level, and you can develop this into professional level , and become a Master in Mediation.
This professionalization is an essential step for mediation as a
respected part in the judicial process and the mediator as a respected
full partner in the process of conflict management and dispute
resolution. The mediator should be recognized as an expert, with
specific knowledge and skills to assist as a third party.
To achieve
this, high quality education in mediation is essential. Otherwise,
mediation will always be seen, particularly by other professions and
professionals as a ‘soft skills’, and second order servicing.
- How should this professional education be developed?
- What roles do universities and should universities play in mediation education?
- What trends are there and what are the necessary steps to take, to further develop this young profession, into evidence based practices?
Martin Euwema is full professor Organisational Psychology at KU Leuven. He is the president of the International Association for Conflict Management and co-director of the Leuven Center for Collaborative Management.
Fred Schonewille runs a private mediation practice, is a teacher and researcher on the field of mediation and law and is a part time judge.

Mastering Mediation Education
Mediation education nowadays is implemented at all levels in society. From kindergarten and primary school education (‘peer mediation’), to university and post-graduate master programs. The length and intensity varies tremendously: from two days courses, to two years programs. In this respect, mediation is comparable to sports or fine arts: you can practice this intuitively, and with basic training at grass roots level, and you can develop this into professional level , and become a Master in Mediation.
This professionalization is an essential step for mediation as a
respected part in the judicial process and the mediator as a respected
full partner in the process of conflict management and dispute
resolution. The mediator should be recognized as an expert, with
specific knowledge and skills to assist as a third party.
To achieve
this, high quality education in mediation is essential. Otherwise,
mediation will always be seen, particularly by other professions and
professionals as a ‘soft skills’, and second order servicing.
- How should this professional education be developed?
- What roles do universities and should universities play in mediation education?
- What trends are there and what are the necessary steps to take, to further develop this young profession, into evidence based practices?
Martin Euwema is full professor Organisational Psychology at KU Leuven. He is the president of the International Association for Conflict Management and co-director of the Leuven Center for Collaborative Management.
Fred Schonewille runs a private mediation practice, is a teacher and researcher on the field of mediation and law and is a part time judge.
Defence Rights: International and European Developments
The growing internationalisation and Europeanisation of criminal procedures create new and additional challenges to traditional defence rights.
Hence, the Ghent Bar Association, as part of its bicentennial celebration, the Bar Association of The Hague, hosting the International Tribunal for the Former Yugoslavia and the International Criminal Court (ICC), and Ghent University, conducting lead research on international and European criminal policy, have joined their forces by exploring and addressing these challenges during an international conference, entitled ‘Defence Rights: International and European Developments’, held in Ghent on 23 November 2012, of which the current volume is the conference book.
The book has a double focus: defence rights before the ICC respectively EU defence rights.
Whereas international criminal tribunals, especially the ICC, should play an exemplary role when it comes to the right to fair trial and adequate access to a lawyer, reality proves to be troublesome. This book addresses key issues in this respect: what is the status questionis of the defence position and procedural rights before international criminal tribunals, more specifically the ICC? Has the Rome statute lived up to its expectations after a decade of its application? Can defence before international tribunals keep functioning without a Bar? What are the needs for such a defence to be adequate, knowing that it balances on the borderline between the Anglo-Saxon legal system and ours? What lessons can be learnt from this? What about victims’ rights, unexplored territory for international criminal law?
At the same time, defence and procedural rights are developing as a result of different EU Directives which have been or are now being negotiated. This is of major importance to every penalist, even in strictly national cases. This book informs about and critically assesses the entire EU ‘Roadmap for strengthening procedural rights of suspected of accused persons in criminal proceedings’. The EU Directive on the right to interpretation and translation in criminal proceedings and the anticipated proposal on special safeguards in criminal procedures for suspected or accused persons who are vulnerable (especially children, the mentally ill and the mentally disabled) pass in review. Also the EU-Directives on the right to information in criminal procedure and on the right of access to a lawyer in criminal proceedings and on the right to communicate upon arrest (Salduz-Directive), which are about to revolutionize traditional domestic criminal procedural law, are being thoroughly assessed. Further, the book addresses the important implications and challenges for the legal position of detainees as a result of the recent Framework Decision on the mutual recognition of custodial sentences and measures involving deprivation of liberty. Finally, awareness is raised concerning the future of procedural rights in the framework of cross-border evidence gathering and admissibility.
This book is essential reading for both defence practitioners and scholars taking an interest in defence and procedural rights in criminal matters.
Prof. dr. Gert Vermeulen is full professor of international and European criminal law and department chair criminal law and criminology at Ghent University, director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) and extraordinary professor of evidence at Maastricht University.
Defence Rights: International and European Developments
The growing internationalisation and Europeanisation of criminal procedures create new and additional challenges to traditional defence rights.
Hence, the Ghent Bar Association, as part of its bicentennial celebration, the Bar Association of The Hague, hosting the International Tribunal for the Former Yugoslavia and the International Criminal Court (ICC), and Ghent University, conducting lead research on international and European criminal policy, have joined their forces by exploring and addressing these challenges during an international conference, entitled ‘Defence Rights: International and European Developments’, held in Ghent on 23 November 2012, of which the current volume is the conference book.
The book has a double focus: defence rights before the ICC respectively EU defence rights.
Whereas international criminal tribunals, especially the ICC, should play an exemplary role when it comes to the right to fair trial and adequate access to a lawyer, reality proves to be troublesome. This book addresses key issues in this respect: what is the status questionis of the defence position and procedural rights before international criminal tribunals, more specifically the ICC? Has the Rome statute lived up to its expectations after a decade of its application? Can defence before international tribunals keep functioning without a Bar? What are the needs for such a defence to be adequate, knowing that it balances on the borderline between the Anglo-Saxon legal system and ours? What lessons can be learnt from this? What about victims’ rights, unexplored territory for international criminal law?
At the same time, defence and procedural rights are developing as a result of different EU Directives which have been or are now being negotiated. This is of major importance to every penalist, even in strictly national cases. This book informs about and critically assesses the entire EU ‘Roadmap for strengthening procedural rights of suspected of accused persons in criminal proceedings’. The EU Directive on the right to interpretation and translation in criminal proceedings and the anticipated proposal on special safeguards in criminal procedures for suspected or accused persons who are vulnerable (especially children, the mentally ill and the mentally disabled) pass in review. Also the EU-Directives on the right to information in criminal procedure and on the right of access to a lawyer in criminal proceedings and on the right to communicate upon arrest (Salduz-Directive), which are about to revolutionize traditional domestic criminal procedural law, are being thoroughly assessed. Further, the book addresses the important implications and challenges for the legal position of detainees as a result of the recent Framework Decision on the mutual recognition of custodial sentences and measures involving deprivation of liberty. Finally, awareness is raised concerning the future of procedural rights in the framework of cross-border evidence gathering and admissibility.
This book is essential reading for both defence practitioners and scholars taking an interest in defence and procedural rights in criminal matters.
Prof. dr. Gert Vermeulen is full professor of international and European criminal law and department chair criminal law and criminology at Ghent University, director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) and extraordinary professor of evidence at Maastricht University.


De ervaren mediator: kwaliteit, identiteit en ethos
Lang is er binnen de mediationwereld vanuit gegaan dat de ervaring of kwalificatie van een mediator gelijk staat aan een goede opleiding en training (meestal in een Amerikaanse mediationbenadering), het doen van een minimaal aantal mediations per jaar, en het verkrijgen van een aantal punten door deelname aan congressen en cursussen. Hoewel deze operationaliseringen wellicht een gedeelte van de vereisten dekken, raken ze niet of nauwelijks aan andere wezenlijke aspecten van de mediationpraktijk.
Dit boek behandelt de vraag wat een mediator nu eigenlijk tot een goede mediator maakt.
Welke kwaliteiten moet hij hebben; gaat het naast ‘boekjes-kennis’ ook om praktische houdingen, inhoudelijke ervaringen, en professionele kenmerken die niet gevat worden door bovengenoemde operationaliseringen?
Wat is eigenlijk de ‘identiteit’ van een goede mediator? Welke eigenschappen bezit hij als professional en als persoon? Kunnen we die aanwijzen, kunnen we die leren, en hoe dan?
Hoe stelt hij zich op ten aanzien van ethische vraagstukken en dilemma’s? Wat is de ‘ethos’ van het beroep en de beroepsbeoefenaar? Kunnen we daar, behalve onder verwijzing naar ‘codes of conduct’ nog meer over zeggen? Welke ethische dilemma’s spelen een rol en hoe gaat de mediator daar mee om?
De ervaren mediator: kwaliteit, identiteit en ethos
Lang is er binnen de mediationwereld vanuit gegaan dat de ervaring of kwalificatie van een mediator gelijk staat aan een goede opleiding en training (meestal in een Amerikaanse mediationbenadering), het doen van een minimaal aantal mediations per jaar, en het verkrijgen van een aantal punten door deelname aan congressen en cursussen. Hoewel deze operationaliseringen wellicht een gedeelte van de vereisten dekken, raken ze niet of nauwelijks aan andere wezenlijke aspecten van de mediationpraktijk.
Dit boek behandelt de vraag wat een mediator nu eigenlijk tot een goede mediator maakt.
Welke kwaliteiten moet hij hebben; gaat het naast ‘boekjes-kennis’ ook om praktische houdingen, inhoudelijke ervaringen, en professionele kenmerken die niet gevat worden door bovengenoemde operationaliseringen?
Wat is eigenlijk de ‘identiteit’ van een goede mediator? Welke eigenschappen bezit hij als professional en als persoon? Kunnen we die aanwijzen, kunnen we die leren, en hoe dan?
Hoe stelt hij zich op ten aanzien van ethische vraagstukken en dilemma’s? Wat is de ‘ethos’ van het beroep en de beroepsbeoefenaar? Kunnen we daar, behalve onder verwijzing naar ‘codes of conduct’ nog meer over zeggen? Welke ethische dilemma’s spelen een rol en hoe gaat de mediator daar mee om?
Criminografische ontwikkelingen II (Reeks Panopticon Libri, nr. 5)
Deze uitgave heeft tot doel het hiaat in de Belgische criminografie te vullen en periodiek te rapporteren over de nog steeds zo moeilijk te vinden criminografische basisinformatie in ons land.
Veel criminografisch materiaal is weliswaar beschikbaar, zeker op niveau van de politiestatistiek, en recent ook op het niveau van de parketstatistieken, dankzij de inspanningen van de statistisch-analisten. Het blijft echter een feit dat de data zelf niet zo maar eenvoudig toegankelijk zijn voor iedereen.
Net als het vorige verzamelwerk is ook deze publicatie zo opgebouwd dat het bericht over criminografische onderwerpen die zich afspelen op diverse echelons van de strafrechtsbedeling. Deze editie bundelt acht en is een initiatief van leden van de Panopticon-deelredactie ‘Criminografie en methodologie’.
Criminografische ontwikkelingen II (Reeks Panopticon Libri, nr. 5)
Deze uitgave heeft tot doel het hiaat in de Belgische criminografie te vullen en periodiek te rapporteren over de nog steeds zo moeilijk te vinden criminografische basisinformatie in ons land.
Veel criminografisch materiaal is weliswaar beschikbaar, zeker op niveau van de politiestatistiek, en recent ook op het niveau van de parketstatistieken, dankzij de inspanningen van de statistisch-analisten. Het blijft echter een feit dat de data zelf niet zo maar eenvoudig toegankelijk zijn voor iedereen.
Net als het vorige verzamelwerk is ook deze publicatie zo opgebouwd dat het bericht over criminografische onderwerpen die zich afspelen op diverse echelons van de strafrechtsbedeling. Deze editie bundelt acht en is een initiatief van leden van de Panopticon-deelredactie ‘Criminografie en methodologie’.
Erfrecht voor de praktijk – 2de herziene uitgave (=CB/POD)
Erfrecht is traditioneel een onderwerp dat zich hoofdzakelijk op het notariaat richt. Dat weerspiegelt zich ook in de bestaande literatuur terzake. Ook advocaten hebben echter behoefte aan een toegankelijke uitleg van het materiële erfrecht (versterferfrecht, testamentair erfrecht en legitieme portie).
Daarnaast blijken handvatten over de manier waarop informatie kan worden achterhaald over de mate van gerechtigdheid van de betrokkenen in de nalatenschap en de omvang van de boedel en de uit te brengen keuze, eveneens gewenst. De (on)mogelijkheden van aantasting van de uiterste wilsbeschikking en de manieren waarop de afwikkeling kan plaats vinden, c.q. de invloed daarop van executeurs, de vereffening en testamentair bewind zijn ook onderwerpen waarover vragen leven.
‘Erfrecht voor de praktijk’ is een boek over erfrecht en de afwikkeling van een nalatenschap. Het is met name bedoeld voor de advocatuur en andere personen buiten het notariaat die betrokken zijn bij de afwikkeling van nalatenschappen.
Uit de aard van de werkzaamheden van de verschillende betrokkenen vloeit
voort dat onderwerpen die in het notariaat als vanzelfsprekend bekend worden
verondersteld bij andere afwikkelaars niet bekend zijn en omgekeerd. Daarom
zijn de klemtonen in deze uitgave anders gelegd dan in de klassieke handboeken
over dit onderwerp. Zo komt de afwikkeling meer uitgebreid aan de orde en
wordt de daarbij (veelal lagere) jurisprudentie betrokken, steeds bezien vanuit
de advocaat dan wel andere persoon die bij de afwikkeling is betrokken.
Eric Ebben is universitair docent notariaat aan de VU Amsterdam en juridisch
adviseur.
Mathieu Schipper is advocaat en notarieel jurist bij Schipper en Lof
advocaten te Heerhugowaard. Beiden zijn ze gespecialiseerd op het gebied van
het erfrecht. De auteurs weten ieder vanuit zijn eigen invalshoek de link met de
juridische praktijk op een praktische wijze te leggen.
Erfrecht voor de praktijk – 2de herziene uitgave (=CB/POD)
Erfrecht is traditioneel een onderwerp dat zich hoofdzakelijk op het notariaat richt. Dat weerspiegelt zich ook in de bestaande literatuur terzake. Ook advocaten hebben echter behoefte aan een toegankelijke uitleg van het materiële erfrecht (versterferfrecht, testamentair erfrecht en legitieme portie).
Daarnaast blijken handvatten over de manier waarop informatie kan worden achterhaald over de mate van gerechtigdheid van de betrokkenen in de nalatenschap en de omvang van de boedel en de uit te brengen keuze, eveneens gewenst. De (on)mogelijkheden van aantasting van de uiterste wilsbeschikking en de manieren waarop de afwikkeling kan plaats vinden, c.q. de invloed daarop van executeurs, de vereffening en testamentair bewind zijn ook onderwerpen waarover vragen leven.
‘Erfrecht voor de praktijk’ is een boek over erfrecht en de afwikkeling van een nalatenschap. Het is met name bedoeld voor de advocatuur en andere personen buiten het notariaat die betrokken zijn bij de afwikkeling van nalatenschappen.
Uit de aard van de werkzaamheden van de verschillende betrokkenen vloeit
voort dat onderwerpen die in het notariaat als vanzelfsprekend bekend worden
verondersteld bij andere afwikkelaars niet bekend zijn en omgekeerd. Daarom
zijn de klemtonen in deze uitgave anders gelegd dan in de klassieke handboeken
over dit onderwerp. Zo komt de afwikkeling meer uitgebreid aan de orde en
wordt de daarbij (veelal lagere) jurisprudentie betrokken, steeds bezien vanuit
de advocaat dan wel andere persoon die bij de afwikkeling is betrokken.
Eric Ebben is universitair docent notariaat aan de VU Amsterdam en juridisch
adviseur.
Mathieu Schipper is advocaat en notarieel jurist bij Schipper en Lof
advocaten te Heerhugowaard. Beiden zijn ze gespecialiseerd op het gebied van
het erfrecht. De auteurs weten ieder vanuit zijn eigen invalshoek de link met de
juridische praktijk op een praktische wijze te leggen.

Rechtbanken, balies en bedrijfsrevisoraat. Actualiteiten: samenwerking en ondernemingsrecht.
NEDERLANDS
Deze uitgave is het resultaat van een studiedag georganiseerd door het Instituut van de Bedrijfsrevisoren, de Orde van Vlaamse Balies, de Ordre des Barreaux francophones et germanophone en de Unie der Rechters in Handelszaken van België.
Volgende thema’s worden behandeld:
Inhoudstafel
Voorwoord
FRANCAIS
Cette édition est le résultat d’une journée d’études organisée par l’Institut des Réviseurs d’Entreprises, l’Orde van Vlaamse Balies, l’Ordre des Barreaux francophones et germanophone et l’Union des Juges consulaires de Belgique.
Les thèmes suivants sont abordés :
Table des matières
Avant-propos

Rechtbanken, balies en bedrijfsrevisoraat. Actualiteiten: samenwerking en ondernemingsrecht.
NEDERLANDS
Deze uitgave is het resultaat van een studiedag georganiseerd door het Instituut van de Bedrijfsrevisoren, de Orde van Vlaamse Balies, de Ordre des Barreaux francophones et germanophone en de Unie der Rechters in Handelszaken van België.
Volgende thema’s worden behandeld:
Inhoudstafel
Voorwoord
FRANCAIS
Cette édition est le résultat d’une journée d’études organisée par l’Institut des Réviseurs d’Entreprises, l’Orde van Vlaamse Balies, l’Ordre des Barreaux francophones et germanophone et l’Union des Juges consulaires de Belgique.
Les thèmes suivants sont abordés :
Table des matières
Avant-propos
De positie van de minderjarige in het erfrecht (Erfenisvakdag Cahiers, nr. 1)
Jaarlijks zijn tienduizenden kinderen betrokken bij het overlijden van een (stief)ouder en de afwikkeling van de nalatenschap. De wet geeft regels voor het veilig stellen van de erfrechtelijke positie van het (minderjarige) kind. Het gaat dan om de nalatenschap van zowel zijn eerst-overleden ouder als van die van de langstlevende. De situatie waarin de langstlevende ouder in de tussentijd een nieuwe partner heeft gekregen levert vooral veel problemen op voor kinderen.
Om deze positie van het kind in het erfrecht veilig te stellen legt de wet aan verschillende professionals verplichtingen op. De reikwijdte van deze voorschriften en de praktische toepassing ervan zijn voorwerp van discussie. Dit cahier maakt duidelijk op welke wijze de verschillende betrokken beroepsgroepen invulling geven aan de nakoming van deze bepalingen.
De Erfenisvakdag is een initiatief van de Stichting Nalatenschapsmediation, die ijvert voor de toepassing van mediation bij de afwikkeling van nalatenschappen, alsmede in preventieve zin.
Naar aanleiding van elke
Erfenisvakdag verschijnt een thematisch cahier met een bundeling van de
uitgewerkte voordrachten.
De positie van de minderjarige in het erfrecht (Erfenisvakdag Cahiers, nr. 1)
Jaarlijks zijn tienduizenden kinderen betrokken bij het overlijden van een (stief)ouder en de afwikkeling van de nalatenschap. De wet geeft regels voor het veilig stellen van de erfrechtelijke positie van het (minderjarige) kind. Het gaat dan om de nalatenschap van zowel zijn eerst-overleden ouder als van die van de langstlevende. De situatie waarin de langstlevende ouder in de tussentijd een nieuwe partner heeft gekregen levert vooral veel problemen op voor kinderen.
Om deze positie van het kind in het erfrecht veilig te stellen legt de wet aan verschillende professionals verplichtingen op. De reikwijdte van deze voorschriften en de praktische toepassing ervan zijn voorwerp van discussie. Dit cahier maakt duidelijk op welke wijze de verschillende betrokken beroepsgroepen invulling geven aan de nakoming van deze bepalingen.
De Erfenisvakdag is een initiatief van de Stichting Nalatenschapsmediation, die ijvert voor de toepassing van mediation bij de afwikkeling van nalatenschappen, alsmede in preventieve zin.
Naar aanleiding van elke
Erfenisvakdag verschijnt een thematisch cahier met een bundeling van de
uitgewerkte voordrachten.
Criminologen op de arbeidsmarkt
Hierin kijkt hij achteruit, naar de plaats die criminologen verworven hebben op de arbeidsmarkt en stelt vast dat er geen reden is om te praten over precariteit, maar wel dat de arbeidspositie van afgestudeerde criminologen op diverse punten om een bijzondere aandacht vraagt. Ponsaers kijkt ook vooruit, naar de toekomst van de criminologie in Vlaanderen. Hij reflecteert over de academisering van hogeschoolopleidingen, over studieduurverlenging en over betere afstemming met het politieonderwijs. Op tal van punten zijn deze nieuwe ontwikkelingen even zovele uitdagingen voor het criminologieonderwijs in de naaste toekomst.
Paul Ponsaers
Paul Ponsaers (°13 maart 1952) is licentiaat in de Sociologie en doctor in de Criminologie. Hij startte zijn wetenschappelijke loopbaan als wetenschappelijk medewerker aan de KULeuven. Na een journalistieke periode bij het dagblad De Morgen werkte hij als hoofddocent Rechtssociologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Naderhand was hij gedurende een tiental jaar als afdelingshoofd werkzaam bij de dienst Politiebeleidsondersteuning, eerst bij de Algemene Rijkspolitie (BiZa), later bij de Algemene Politiesteundienst. Daar startte hij een aantal grootschalige wetenschappelijke projecten op, o.m. de politiële geregistreerde criminaliteitsstatistieken en de veiligheidsmonitor. Vanaf 1998 was hij verbonden aan de UGent, Vakgroep Strafrecht & Criminologie, Onderzoeksgroep Sociale Veiligheidsanalyse, waar hij in de domeinen van de Politiewetenschappen, de Rechtssociologie en Financieel- Economische Criminaliteit doceerde. Sinds oktober 2012 is hij emeritus gewoon hoogleraar.
Paul blijft nog erg actief in het criminologisch domein. Zo is hij voorzitter van de vzw Centrum voor Politiestudies (CPS) en lid van het editorial board van de Cahiers Politiestudies en regionaal editor van het European Journal for Policing studies. Tevens is hij voorzitter van de vzw Panopticon en lid van de hoofdredactie van het gelijknamig tijdschrift. Paul is lid van de stuurgroep van het internationaal GERN-netwerk (Parijs) en voorzitter van de internationale wetenschappelijke raad van het NSCR. Hij is voorzitter van de redactieraad van het internationale Het Groene Gras, en stichtend lid van de redactie van Orde van de Dag. Hij publiceerde talrijke artikels en (bijdragen in) boeken in nationale en internationale tijdschriften met betrekking tot politiestudies, financieel-economische criminaliteit, criminaliteitsanalyse en veiligheidsbeleid. Hij heeft het plan opgevat zijn publicatie-activiteiten nog te activeren bij de start van zijn emeritaat.
Criminologen op de arbeidsmarkt
Hierin kijkt hij achteruit, naar de plaats die criminologen verworven hebben op de arbeidsmarkt en stelt vast dat er geen reden is om te praten over precariteit, maar wel dat de arbeidspositie van afgestudeerde criminologen op diverse punten om een bijzondere aandacht vraagt. Ponsaers kijkt ook vooruit, naar de toekomst van de criminologie in Vlaanderen. Hij reflecteert over de academisering van hogeschoolopleidingen, over studieduurverlenging en over betere afstemming met het politieonderwijs. Op tal van punten zijn deze nieuwe ontwikkelingen even zovele uitdagingen voor het criminologieonderwijs in de naaste toekomst.
Paul Ponsaers
Paul Ponsaers (°13 maart 1952) is licentiaat in de Sociologie en doctor in de Criminologie. Hij startte zijn wetenschappelijke loopbaan als wetenschappelijk medewerker aan de KULeuven. Na een journalistieke periode bij het dagblad De Morgen werkte hij als hoofddocent Rechtssociologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Naderhand was hij gedurende een tiental jaar als afdelingshoofd werkzaam bij de dienst Politiebeleidsondersteuning, eerst bij de Algemene Rijkspolitie (BiZa), later bij de Algemene Politiesteundienst. Daar startte hij een aantal grootschalige wetenschappelijke projecten op, o.m. de politiële geregistreerde criminaliteitsstatistieken en de veiligheidsmonitor. Vanaf 1998 was hij verbonden aan de UGent, Vakgroep Strafrecht & Criminologie, Onderzoeksgroep Sociale Veiligheidsanalyse, waar hij in de domeinen van de Politiewetenschappen, de Rechtssociologie en Financieel- Economische Criminaliteit doceerde. Sinds oktober 2012 is hij emeritus gewoon hoogleraar.
Paul blijft nog erg actief in het criminologisch domein. Zo is hij voorzitter van de vzw Centrum voor Politiestudies (CPS) en lid van het editorial board van de Cahiers Politiestudies en regionaal editor van het European Journal for Policing studies. Tevens is hij voorzitter van de vzw Panopticon en lid van de hoofdredactie van het gelijknamig tijdschrift. Paul is lid van de stuurgroep van het internationaal GERN-netwerk (Parijs) en voorzitter van de internationale wetenschappelijke raad van het NSCR. Hij is voorzitter van de redactieraad van het internationale Het Groene Gras, en stichtend lid van de redactie van Orde van de Dag. Hij publiceerde talrijke artikels en (bijdragen in) boeken in nationale en internationale tijdschriften met betrekking tot politiestudies, financieel-economische criminaliteit, criminaliteitsanalyse en veiligheidsbeleid. Hij heeft het plan opgevat zijn publicatie-activiteiten nog te activeren bij de start van zijn emeritaat.