Beslag en executie voor de rechtspraktijk
Talrijke citaten uit rechterlijke uitspraken geven een treffende indruk van de rechtspraktijk. Een overzichtelijk trefwoorden-, artikelen- en jurisprudentieregister biedt de lezers efficiënte zoekingangen voor verdere studie.
‘Juist doordat het boek zo kort en bondig is en tegelijkertijd veel verwijzingen naar jurisprudentie bevat, is het een handige gids om snel de toepasselijke vuistregels voor een bepaalde casus op te zoeken.
Of om even snel te verifiëren of wat men ervan denkt te weten ook (nog steeds) juist is.’ (Mr. J.J.L. Boudewijn in Tijdschrift voor de Procespraktijk, TvPP 2015-1)
H.W.B. thoe Schwartzenberg is docent Burgerlijk procesrecht aan de
Universiteit Leiden. Eerder publiceerde zij bij Maklu ‘Civiel bewijsrecht
voor de rechtspraktijk’.
A.W. Jongbloed is hoogleraar Executie- en beslagrecht aan de Universiteit Utrecht.
Beslag en executie voor de rechtspraktijk
Talrijke citaten uit rechterlijke uitspraken geven een treffende indruk van de rechtspraktijk. Een overzichtelijk trefwoorden-, artikelen- en jurisprudentieregister biedt de lezers efficiënte zoekingangen voor verdere studie.
‘Juist doordat het boek zo kort en bondig is en tegelijkertijd veel verwijzingen naar jurisprudentie bevat, is het een handige gids om snel de toepasselijke vuistregels voor een bepaalde casus op te zoeken.
Of om even snel te verifiëren of wat men ervan denkt te weten ook (nog steeds) juist is.’ (Mr. J.J.L. Boudewijn in Tijdschrift voor de Procespraktijk, TvPP 2015-1)
H.W.B. thoe Schwartzenberg is docent Burgerlijk procesrecht aan de
Universiteit Leiden. Eerder publiceerde zij bij Maklu ‘Civiel bewijsrecht
voor de rechtspraktijk’.
A.W. Jongbloed is hoogleraar Executie- en beslagrecht aan de Universiteit Utrecht.

Diplomatic Law in Belgium (Hardcover)
Foreword by Mr. Didier Reynders, Deputy Prime Minister and Minister of Foreign Affairs, Foreign Trade and European Affairs.
Belgium hosts numerous diplomatic missions. These are either accredited to the Kingdom of Belgium or to one of the international organisations headquartered in Belgium. Their operation, as well as the legal status and privileges and immunities of their members, are essentially regulated by the Vienna Convention on Diplomatic Relations, dated 18 April 1961.
This handbook describes Belgium’s practice vis-à -vis these missions, and analyses the day-to-day implementation of the Vienna Convention by the various Belgian authorities. It systematically reviews the limited number of legislative or regulatory provisions, the Government’s practice – set out inter alia in several ‘circular notes’ communicated to the missions present in Belgium – and, additionally, identifies the jurisprudence of courts and tribunals and highlights the possible deviations from the practice of the executive branch.
Designed as a guide intended primarily for diplomatic missions established
in Belgium, this handbook is also relevant for civil servants, judges,
lawyers and bailiffs encountering questions of diplomatic law in Belgium,
as well as for students and researchers seeking information on national
practice in this area of law.
Frédéric Dopagne is a Senior Associate at Lorenz and a Lecturer at the
Universities of Louvain (UCL), Liège (ULg) and Lille (UCL).
Emily Hay is a Solicitor admitted in New South Wales and an Associate at Hanotiau & van den Berg.
Bertold F. Theeuwes (ed.) is Managing Partner at Lorenz and Head of its Public International Law and Diplomatic Law practice.

Diplomatic Law in Belgium (Hardcover)
Foreword by Mr. Didier Reynders, Deputy Prime Minister and Minister of Foreign Affairs, Foreign Trade and European Affairs.
Belgium hosts numerous diplomatic missions. These are either accredited to the Kingdom of Belgium or to one of the international organisations headquartered in Belgium. Their operation, as well as the legal status and privileges and immunities of their members, are essentially regulated by the Vienna Convention on Diplomatic Relations, dated 18 April 1961.
This handbook describes Belgium’s practice vis-à -vis these missions, and analyses the day-to-day implementation of the Vienna Convention by the various Belgian authorities. It systematically reviews the limited number of legislative or regulatory provisions, the Government’s practice – set out inter alia in several ‘circular notes’ communicated to the missions present in Belgium – and, additionally, identifies the jurisprudence of courts and tribunals and highlights the possible deviations from the practice of the executive branch.
Designed as a guide intended primarily for diplomatic missions established
in Belgium, this handbook is also relevant for civil servants, judges,
lawyers and bailiffs encountering questions of diplomatic law in Belgium,
as well as for students and researchers seeking information on national
practice in this area of law.
Frédéric Dopagne is a Senior Associate at Lorenz and a Lecturer at the
Universities of Louvain (UCL), Liège (ULg) and Lille (UCL).
Emily Hay is a Solicitor admitted in New South Wales and an Associate at Hanotiau & van den Berg.
Bertold F. Theeuwes (ed.) is Managing Partner at Lorenz and Head of its Public International Law and Diplomatic Law practice.
Goederenrecht (Praktijkreeks IPR, deel 10)
In deze monografie Goederenrecht wordt aandacht besteed aan (i) het conflictenrecht met betrekking tot het goederenrechtelijke regime van zaken, vorderingsrechten en aandelen, (ii) het conflictrecht met betrekking tot de obligatoire aspecten van goederenrechtelijke rechtsverhoudingen en (iii) de procesrechtelijke aspecten van geschillen met betrekking tot goederenrechtelijke rechten.
De belangrijkste bronnen die daarbij aan bod komen zijn Titel 10 van Boek 10 BW, de Rome I-Verordening en de EEX-Verordening II.
Deze uitgave maakt deel uit van de Praktijkreeks IPR.
Mr. F. Ibili is gerechtsauditeur bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Goederenrecht (Praktijkreeks IPR, deel 10)
In deze monografie Goederenrecht wordt aandacht besteed aan (i) het conflictenrecht met betrekking tot het goederenrechtelijke regime van zaken, vorderingsrechten en aandelen, (ii) het conflictrecht met betrekking tot de obligatoire aspecten van goederenrechtelijke rechtsverhoudingen en (iii) de procesrechtelijke aspecten van geschillen met betrekking tot goederenrechtelijke rechten.
De belangrijkste bronnen die daarbij aan bod komen zijn Titel 10 van Boek 10 BW, de Rome I-Verordening en de EEX-Verordening II.
Deze uitgave maakt deel uit van de Praktijkreeks IPR.
Mr. F. Ibili is gerechtsauditeur bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Interregionaal privaatrecht (Praktijkreeks IPR, deel 25)
Elk van de gebiedsdelen heeft ook zijn eigen stelsel van interregionaal privaatrecht, dat ziet op het - intensieve - rechtsverkeer met de andere gebiedsdelen. Er bestaat interregionaal conflictenrecht, interregionaal bevoegdheidsrecht en recht inzake de interregionale rechtskracht van rechterlijke uitspraken en authentieke akten. Interregionaal privaatrecht is voor het overgrote deel ongeschreven recht en de Hoge Raad heeft er maar weinig uitspraken over gegeven. Sommige leerstukken stammen nog uit de koloniale tijd. Het Statuut heeft fundamentele wijzigingen gebracht. Ook daarna is er veel veranderd. De staatkundige hervormingen van 10 oktober 2010 hebben nieuwe vragen doen rijzen.
Dit boek beoogt een handzaam, toegankelijk en praktijkgericht overzicht te geven van de stelsels van interregionaal privaatrecht van de gebiedsdelen van het Koninkrijk.
Deze uitgave maakt deel uit van de Praktijkreeks IPR.
Gerard Lewin werd in 2004 benoemd tot lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie op Curaçao. In 2010 promoveerde hij aan de Universiteit van de Nederlandse Antillen. Hij werkte als raadsheer bij het gerechtshof Amsterdam en bekleedde als bijzonder hoogleraar de Bregstein-leerstoel aan de Universiteit van Amsterdam. Sinds 2013 werkt hij weer bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.
Interregionaal privaatrecht (Praktijkreeks IPR, deel 25)
Elk van de gebiedsdelen heeft ook zijn eigen stelsel van interregionaal privaatrecht, dat ziet op het - intensieve - rechtsverkeer met de andere gebiedsdelen. Er bestaat interregionaal conflictenrecht, interregionaal bevoegdheidsrecht en recht inzake de interregionale rechtskracht van rechterlijke uitspraken en authentieke akten. Interregionaal privaatrecht is voor het overgrote deel ongeschreven recht en de Hoge Raad heeft er maar weinig uitspraken over gegeven. Sommige leerstukken stammen nog uit de koloniale tijd. Het Statuut heeft fundamentele wijzigingen gebracht. Ook daarna is er veel veranderd. De staatkundige hervormingen van 10 oktober 2010 hebben nieuwe vragen doen rijzen.
Dit boek beoogt een handzaam, toegankelijk en praktijkgericht overzicht te geven van de stelsels van interregionaal privaatrecht van de gebiedsdelen van het Koninkrijk.
Deze uitgave maakt deel uit van de Praktijkreeks IPR.
Gerard Lewin werd in 2004 benoemd tot lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie op Curaçao. In 2010 promoveerde hij aan de Universiteit van de Nederlandse Antillen. Hij werkte als raadsheer bij het gerechtshof Amsterdam en bekleedde als bijzonder hoogleraar de Bregstein-leerstoel aan de Universiteit van Amsterdam. Sinds 2013 werkt hij weer bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.
Het samengestelde gezin en de nalatenschap (Erfenisvakdag Cahiers, nr. 3)
Het samengestelde gezin is een fenomeen dat de afgelopen twee decennia een stormachtige opkomst heeft doorgemaakt. Het is bijgevolg van groot belang dat professionals op het terrein van het erfrecht op de hoogte zijn van de vele aspecten die een rol kunnen spelen bij de afwikkeling van de nalatenschap in de context van een samengesteld gezin. Zij moeten zich immers bewust zijn van de specifieke aard van de kritische situaties die zich hier kunnen voordoen omdat zij alleen op die manier hun cliënten de juiste dienstverlening kunnen bieden en hen kunnen begeleiden in een mediation.
Met bijdragen van Pieter van Onzenoort, Katelijne van Barneveld-Peters, Pauline Schonewille-van Diest, Else-Marie van den Eerenbeemt, Danny Pront en Wouter Burgerhart.
De Erfenisvakdag is een initiatief van de Stichting Nalatenschapsmediation, die ijvert voor de toepassing van mediation bij de afwikkeling van nalatenschappen, alsmede in preventieve zin.
Naar aanleiding van elke
Erfenisvakdag verschijnt een thematisch cahier met een bundeling van de
uitgewerkte voordrachten.
Het samengestelde gezin en de nalatenschap (Erfenisvakdag Cahiers, nr. 3)
Het samengestelde gezin is een fenomeen dat de afgelopen twee decennia een stormachtige opkomst heeft doorgemaakt. Het is bijgevolg van groot belang dat professionals op het terrein van het erfrecht op de hoogte zijn van de vele aspecten die een rol kunnen spelen bij de afwikkeling van de nalatenschap in de context van een samengesteld gezin. Zij moeten zich immers bewust zijn van de specifieke aard van de kritische situaties die zich hier kunnen voordoen omdat zij alleen op die manier hun cliënten de juiste dienstverlening kunnen bieden en hen kunnen begeleiden in een mediation.
Met bijdragen van Pieter van Onzenoort, Katelijne van Barneveld-Peters, Pauline Schonewille-van Diest, Else-Marie van den Eerenbeemt, Danny Pront en Wouter Burgerhart.
De Erfenisvakdag is een initiatief van de Stichting Nalatenschapsmediation, die ijvert voor de toepassing van mediation bij de afwikkeling van nalatenschappen, alsmede in preventieve zin.
Naar aanleiding van elke
Erfenisvakdag verschijnt een thematisch cahier met een bundeling van de
uitgewerkte voordrachten.
Het verband tussen niet-auditdiensten en auditkwaliteit. Empirische studie voor de Belgische auditmarkt (Reeks ICCI 2014-1)
NEDERLANDS
De hoofddoelstelling van deze studie is te onderzoeken of er een verband bestaat tussen niet-auditdiensten en de auditkwaliteit op de Belgische auditmarkt. De studie wordt opgevat in twee delen.
In het eerste deel wordt een beknopt historisch overzicht van het regelgevend kader ten aanzien van niet-auditdiensten gegeven. Vervolgens wordt de evolutie en de samenstelling van de erelonen bestudeerd voor zowel audit- als niet-auditdiensten in België over de periode 2008-2010 en wordt er een vergelijking gemaakt met evoluties in het buitenland. Uit de analyse van de samenstelling van de erelonen voor niet-auditdiensten in België blijkt dat nagenoeg de helft hiervan uit belastingadviesopdrachten wordt gegenereerd.
Uiteindelijk worden de empirische studies die (internationaal) het verband behandelen tussen (de erelonen van) niet-auditdiensten en auditkwaliteit besproken.
In het tweede deel wordt nagegaan of er daadwerkelijk een verband bestaat tussen niet-auditdiensten en de auditkwaliteit op de Belgische auditmarkt.
Een uitgebreide toetsing laat de onderzoekers toe te concluderen dat er weinig empirische ondersteuning is voor de veronderstelling dat niet-auditdiensten een impact (hetzij positief hetzij negatief) hebben op de auditkwaliteit.
Inhoudstafel
Woord vooraf
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI Reeks
FRANCAIS
Le rapport entre les services non-audit et la qualité de l’audit. Etude empirique du marché belge d’audit
L’objectif principal de cette étude est de déterminer s’il existe un lien entre les services non-audit et la qualité de l’audit sur le marché belge de l’audit. L’étude se compose de deux parties.
La première partie présente un bref historique du cadre réglementaire des services nonaudit. Ensuite, l’étude se concentre sur l’évolution et la composition des honoraires facturés au cours de la période 2008-2010 pour les services d’audit et non-audit en Belgique, et établit une comparaison avec les développements internationaux. Il ressort de l’analyse de la composition des honoraires pour les services non-audit en Belgique que pratiquement la moitié de ces honoraires sont issus de missions de conseils fiscaux.
Finalement, les études empiriques qui traitent (au niveau international) du lien entre (les honoraires pour) les services non-audit et la qualité de l’audit sont abordées.
La deuxième partie examine l’existence d’un lien entre les services non-audit et la qualité de l’audit sur le marché belge de l’audit.
Les résultats d’une analyse étendue permettent aux chercheurs de conclure qu’il existe très peu de soutien empirique dans l’hypothèse où les services non-audit ont un impact (qu’il soit négatif ou positif) sur la qualité de l’audit.
Table des matières
Avant-propos
Plus d''information sur la série ICCI (abonnement = 15% de réduction sur le prix normal).
Het verband tussen niet-auditdiensten en auditkwaliteit. Empirische studie voor de Belgische auditmarkt (Reeks ICCI 2014-1)
NEDERLANDS
De hoofddoelstelling van deze studie is te onderzoeken of er een verband bestaat tussen niet-auditdiensten en de auditkwaliteit op de Belgische auditmarkt. De studie wordt opgevat in twee delen.
In het eerste deel wordt een beknopt historisch overzicht van het regelgevend kader ten aanzien van niet-auditdiensten gegeven. Vervolgens wordt de evolutie en de samenstelling van de erelonen bestudeerd voor zowel audit- als niet-auditdiensten in België over de periode 2008-2010 en wordt er een vergelijking gemaakt met evoluties in het buitenland. Uit de analyse van de samenstelling van de erelonen voor niet-auditdiensten in België blijkt dat nagenoeg de helft hiervan uit belastingadviesopdrachten wordt gegenereerd.
Uiteindelijk worden de empirische studies die (internationaal) het verband behandelen tussen (de erelonen van) niet-auditdiensten en auditkwaliteit besproken.
In het tweede deel wordt nagegaan of er daadwerkelijk een verband bestaat tussen niet-auditdiensten en de auditkwaliteit op de Belgische auditmarkt.
Een uitgebreide toetsing laat de onderzoekers toe te concluderen dat er weinig empirische ondersteuning is voor de veronderstelling dat niet-auditdiensten een impact (hetzij positief hetzij negatief) hebben op de auditkwaliteit.
Inhoudstafel
Woord vooraf
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI Reeks
FRANCAIS
Le rapport entre les services non-audit et la qualité de l’audit. Etude empirique du marché belge d’audit
L’objectif principal de cette étude est de déterminer s’il existe un lien entre les services non-audit et la qualité de l’audit sur le marché belge de l’audit. L’étude se compose de deux parties.
La première partie présente un bref historique du cadre réglementaire des services nonaudit. Ensuite, l’étude se concentre sur l’évolution et la composition des honoraires facturés au cours de la période 2008-2010 pour les services d’audit et non-audit en Belgique, et établit une comparaison avec les développements internationaux. Il ressort de l’analyse de la composition des honoraires pour les services non-audit en Belgique que pratiquement la moitié de ces honoraires sont issus de missions de conseils fiscaux.
Finalement, les études empiriques qui traitent (au niveau international) du lien entre (les honoraires pour) les services non-audit et la qualité de l’audit sont abordées.
La deuxième partie examine l’existence d’un lien entre les services non-audit et la qualité de l’audit sur le marché belge de l’audit.
Les résultats d’une analyse étendue permettent aux chercheurs de conclure qu’il existe très peu de soutien empirique dans l’hypothèse où les services non-audit ont un impact (qu’il soit négatif ou positif) sur la qualité de l’audit.
Table des matières
Avant-propos
Plus d''information sur la série ICCI (abonnement = 15% de réduction sur le prix normal).

Praktisch omgaan met uw vennootschap voor vrije beroepen en ondernemers (4de, herziene uitgave)
Fiscaal gezien komt het werken met een vennootschap erop neer dat de vennootschap het inkomen verdient dat voorheen door de natuurlijke persoon werd verdiend. De vennootschap keert het inkomen gespreid uit over de diverse soorten van inkomsten die binnen de personenbelasting bestaan.
Dit boek vormt een praktische en toegankelijke leidraad voor de beoefenaars van vrije beroepen en de ondernemers die de werking van een vennootschap willen begrijpen. Het biedt de lezer een overzicht van de fiscale mogelijkheden om zijn persoonlijke vermogenssituatie te optimaliseren. Toepassingsvoorbeelden illustreren die principes. Het stelt de lezer in staat om gerichter te overleggen met zijn boekhouder of accountant of hen opdrachten te geven, zonder zelf de technische uitwerking te moeten doorgronden.
Deze vierde vermeerderde uitgave is volledig geactualiseerd, met uitgebreide aandacht voor
de fiscaliteit van het onroerend goed en de wagen. Ook worden telkens de laatste begrotingsmaatregelen
besproken.
Stefan Ruysschaert is Adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is docent btw
en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is
gastprofessor aan de faculteit Economie van de Universiteit Gent en aan de Fiscale Hogeschool
waar hij de ‘Grondige studie btw’ doceert.
Marc Gielis is verantwoordelijke fiscaal en patrimoniaal advies en tevens belastingconsulent bij Bank J. Van Breda en C° NV. Hij begeleidt in deze functie uitoefenaars van vrije beroepen en ondernemers bij het optimaliseren van hun fiscale situatie. Tevens is hij redactielid van Vraag & Antwoord KMO (Kluwer), auteur van een aantal fiscale boeken, gastdocent aan de HUB, EHSAL Management School en gastprofessor aan de Brugge Business School.

Praktisch omgaan met uw vennootschap voor vrije beroepen en ondernemers (4de, herziene uitgave)
Fiscaal gezien komt het werken met een vennootschap erop neer dat de vennootschap het inkomen verdient dat voorheen door de natuurlijke persoon werd verdiend. De vennootschap keert het inkomen gespreid uit over de diverse soorten van inkomsten die binnen de personenbelasting bestaan.
Dit boek vormt een praktische en toegankelijke leidraad voor de beoefenaars van vrije beroepen en de ondernemers die de werking van een vennootschap willen begrijpen. Het biedt de lezer een overzicht van de fiscale mogelijkheden om zijn persoonlijke vermogenssituatie te optimaliseren. Toepassingsvoorbeelden illustreren die principes. Het stelt de lezer in staat om gerichter te overleggen met zijn boekhouder of accountant of hen opdrachten te geven, zonder zelf de technische uitwerking te moeten doorgronden.
Deze vierde vermeerderde uitgave is volledig geactualiseerd, met uitgebreide aandacht voor
de fiscaliteit van het onroerend goed en de wagen. Ook worden telkens de laatste begrotingsmaatregelen
besproken.
Stefan Ruysschaert is Adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is docent btw
en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is
gastprofessor aan de faculteit Economie van de Universiteit Gent en aan de Fiscale Hogeschool
waar hij de ‘Grondige studie btw’ doceert.
Marc Gielis is verantwoordelijke fiscaal en patrimoniaal advies en tevens belastingconsulent bij Bank J. Van Breda en C° NV. Hij begeleidt in deze functie uitoefenaars van vrije beroepen en ondernemers bij het optimaliseren van hun fiscale situatie. Tevens is hij redactielid van Vraag & Antwoord KMO (Kluwer), auteur van een aantal fiscale boeken, gastdocent aan de HUB, EHSAL Management School en gastprofessor aan de Brugge Business School.
Partnergeweld. Screening en risicotaxatie
Dit boek geeft een gedetailleerd beeld over wat er mogelijk is op vlak van screening en risicotaxatie bij partnergeweld. Er wordt een antwoord geboden op heel wat vragen waarmee de praktijk en de wetenschap worden geconfronteerd: Welke instrumenten zijn er beschikbaar om partnergeweld op te sporen of om het risico op een herhaling of een escalatie accuraat in te schatten?; Welke instrumenten leveren betrouwbare en valide resultaten op?; Welke methode is gebruiksvriendelijk voor niet-klinische professionals?; Hoe kan er multidisciplinair op een eenduidige wijze worden gecommuniceerd over risico’s?; etc.
Goede screening- en risicotaxatie-instrumenten dragen bij tot betere beslissingen
en effectievere maatregelen, op voorwaarde dat de toepassing en interpretatie
correct gebeuren. Op basis van een nauwkeurig overzicht van de
psychometrische en praktische kwaliteiten van deze instrumenten kunnen
professionals een verantwoorde keuze maken. Het boek bevat heel wat richtlijnen
voor wie op een gestructureerde en evidence-based manier wil werken
in dossiers van partnergeweld.
Anne Groenen is doctor in de criminologische wetenschappen en werkzaam
als onderzoeksleider van APART (apart.nu), het onderzoekscentrum van Thomas
More dat gespecialiseerd is in agressie. Zij is tevens docent sociaal werk
en toegepaste psychologie en is geaffilieerd onderzoeker van het Leuvens Instituut
voor Criminologie, KU Leuven. Verder geeft zij opleidingen aan politie,
justitie en hulpverlening. Ze is auteur van diverse artikelen en boeken over
(partner)geweld en risicotaxatie.
Sarah Matkoski werkt als onderzoeker bij APART. Zij is tevens als vrijwillig medewerker verbonden aan het Leuvens Instituut voor Criminologie, KU Leuven. Daarnaast werkt zij als klinisch psycholoog in de zelfstandige praktijk BALANZA en participeert zij aan de vierjarige voortgezette opleiding tot systeemtherapeut bij het IPRR.
Partnergeweld. Screening en risicotaxatie
Dit boek geeft een gedetailleerd beeld over wat er mogelijk is op vlak van screening en risicotaxatie bij partnergeweld. Er wordt een antwoord geboden op heel wat vragen waarmee de praktijk en de wetenschap worden geconfronteerd: Welke instrumenten zijn er beschikbaar om partnergeweld op te sporen of om het risico op een herhaling of een escalatie accuraat in te schatten?; Welke instrumenten leveren betrouwbare en valide resultaten op?; Welke methode is gebruiksvriendelijk voor niet-klinische professionals?; Hoe kan er multidisciplinair op een eenduidige wijze worden gecommuniceerd over risico’s?; etc.
Goede screening- en risicotaxatie-instrumenten dragen bij tot betere beslissingen
en effectievere maatregelen, op voorwaarde dat de toepassing en interpretatie
correct gebeuren. Op basis van een nauwkeurig overzicht van de
psychometrische en praktische kwaliteiten van deze instrumenten kunnen
professionals een verantwoorde keuze maken. Het boek bevat heel wat richtlijnen
voor wie op een gestructureerde en evidence-based manier wil werken
in dossiers van partnergeweld.
Anne Groenen is doctor in de criminologische wetenschappen en werkzaam
als onderzoeksleider van APART (apart.nu), het onderzoekscentrum van Thomas
More dat gespecialiseerd is in agressie. Zij is tevens docent sociaal werk
en toegepaste psychologie en is geaffilieerd onderzoeker van het Leuvens Instituut
voor Criminologie, KU Leuven. Verder geeft zij opleidingen aan politie,
justitie en hulpverlening. Ze is auteur van diverse artikelen en boeken over
(partner)geweld en risicotaxatie.
Sarah Matkoski werkt als onderzoeker bij APART. Zij is tevens als vrijwillig medewerker verbonden aan het Leuvens Instituut voor Criminologie, KU Leuven. Daarnaast werkt zij als klinisch psycholoog in de zelfstandige praktijk BALANZA en participeert zij aan de vierjarige voortgezette opleiding tot systeemtherapeut bij het IPRR.

Recht in beweging – 21ste VRG Alumnidag 2014
Recht in beweging is het uithangbord van de jaarlijkse alumnidag van het Vlaams Rechts Genootschap. Nu de 21ste op rij.
Op deze alumnidag staan de recente ontwikkelingen op het vlak van recht steevast op de agenda. Dit boek bevat de tekst van de lezingen die op 14 maart 2014 door niet minder dan 500 juristen beluisterd en besproken werden.

Recht in beweging – 21ste VRG Alumnidag 2014
Recht in beweging is het uithangbord van de jaarlijkse alumnidag van het Vlaams Rechts Genootschap. Nu de 21ste op rij.
Op deze alumnidag staan de recente ontwikkelingen op het vlak van recht steevast op de agenda. Dit boek bevat de tekst van de lezingen die op 14 maart 2014 door niet minder dan 500 juristen beluisterd en besproken werden.
Reframing Prostitution. From Discourse to Description, From Moralisation to Normalisation?
With contributions across social science disciplines, this international collection presents
a valuable discussion on the importance of empirical studies in various segments
of prostitution, highlights social contexts around it and challenges regulatory responses
that frame our thinking about prostitution, promoting fresh debate about future policy
directions in this area.
Prof. dr. Gert Vermeulen is full professor of international and European criminal law and department chair criminal law and criminology at Ghent University, director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) and extraordinary professor of evidence at Maastricht University.
Nina Peršak is research professor in the area of criminology and sociology of law, Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Faculty of Law, Ghent University.
Reframing Prostitution. From Discourse to Description, From Moralisation to Normalisation?
With contributions across social science disciplines, this international collection presents
a valuable discussion on the importance of empirical studies in various segments
of prostitution, highlights social contexts around it and challenges regulatory responses
that frame our thinking about prostitution, promoting fresh debate about future policy
directions in this area.
Prof. dr. Gert Vermeulen is full professor of international and European criminal law and department chair criminal law and criminology at Ghent University, director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) and extraordinary professor of evidence at Maastricht University.
Nina Peršak is research professor in the area of criminology and sociology of law, Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Faculty of Law, Ghent University.
Risicotaxatie en partnergeweld. Verklarend woordenboek voor welzijn, politie, justitie en gezondheidszorg
Deze uitgave is bestemd voor al wie beoordelingen moet maken van situaties van partnergeweld en al wie op zoek is naar nuttige informatie hieromtrent.
Anne Groenen is onderzoeksleider van APART (apart.nu), het onderzoekscentrum van Thomas More dat gespecialiseerd is in agressie. Zij is tevens docent sociaal werk en toegepaste psychologie en is geaffilieerd onderzoeker van het Leuvens Instituut voor Criminologie, KU Leuven. Verder geeft zij opleidingen aan politie, justitie en hulpverlening. Ze is auteur van diverse artikelen en boeken over (partner)geweld en risicotaxatie.
Sarah Matkoski werkt als onderzoeker bij APART. Zij is tevens als vrijwillig medewerker verbonden aan het Leuvens Instituut voor Criminologie,
KU Leuven. Daarnaast werkt zij als klinisch psycholoog in de zelfstandige praktijk BALANZA en participeert zij aan de vierjarige voortgezette opleiding tot systeemtherapeut bij het IPRR.
Risicotaxatie en partnergeweld. Verklarend woordenboek voor welzijn, politie, justitie en gezondheidszorg
Deze uitgave is bestemd voor al wie beoordelingen moet maken van situaties van partnergeweld en al wie op zoek is naar nuttige informatie hieromtrent.
Anne Groenen is onderzoeksleider van APART (apart.nu), het onderzoekscentrum van Thomas More dat gespecialiseerd is in agressie. Zij is tevens docent sociaal werk en toegepaste psychologie en is geaffilieerd onderzoeker van het Leuvens Instituut voor Criminologie, KU Leuven. Verder geeft zij opleidingen aan politie, justitie en hulpverlening. Ze is auteur van diverse artikelen en boeken over (partner)geweld en risicotaxatie.
Sarah Matkoski werkt als onderzoeker bij APART. Zij is tevens als vrijwillig medewerker verbonden aan het Leuvens Instituut voor Criminologie,
KU Leuven. Daarnaast werkt zij als klinisch psycholoog in de zelfstandige praktijk BALANZA en participeert zij aan de vierjarige voortgezette opleiding tot systeemtherapeut bij het IPRR.
Mediation tussen dwang en vrijwilligheid
De bijdragen in dit boek gaan in op de kwestie van verplichting en vrijwilligheid bij mediation, en bespreken de mogelijke effecten en neveneffecten van de veranderingen op het terrein van mediation ten gevolge van de nieuwe wetgeving. Daarnaast wordt een blik geworpen op andere recente ontwikkelingen of interessante aanpakken op deelterreinen van mediation, zoals de kwestie van interculturaliteit en de relatie tussen verlies en conflict.
Volledige auteursinformatie
Mediation tussen dwang en vrijwilligheid
De bijdragen in dit boek gaan in op de kwestie van verplichting en vrijwilligheid bij mediation, en bespreken de mogelijke effecten en neveneffecten van de veranderingen op het terrein van mediation ten gevolge van de nieuwe wetgeving. Daarnaast wordt een blik geworpen op andere recente ontwikkelingen of interessante aanpakken op deelterreinen van mediation, zoals de kwestie van interculturaliteit en de relatie tussen verlies en conflict.
Volledige auteursinformatie