
Slaapstoornissen – Vertaling van Sleep Medicine Pearls. Vertaling: Joeri Peelmans
€ 46,00
Het fenomeen van de slaap houdt wetenschappers al eeuwen bezig. Van de Grieken tot op vandaag
is slaap het onderwerp geweest van speculaties en fundamenteel
onderzoek. Vooral sinds het begin van de
twintigste eeuw zijn er tal van wetenschappelijke meetinstrumenten
en laboratoria ontwikkeld om slaapgedrag en
-problemen te onderzoeken en te meten.
Dit boek geldt als een standaardwerk voor het slaaponderzoek. Het omvat een verkenning van de diagnostische hulpmiddelen en de fysiologische principes van dit onderzoek. Het biedt een grondige theoretische inleiding en bespreekt concrete casussen. Daardoor is het zowel nuttig voor beginnende slaaplaboranten als voor ervaren artsen en paramedici.
Richard B. Berry is hoogleraar geneeskunde aan de University of Florida in Gainesville en een autoriteit op het gebied van slaapstoornissen.
Joeri Peelmans is verpleegkundige in het AZ St.-Dimpna in Geel en medewerker van het aldaar gevestigde slaaplaboratorium.
Dit boek geldt als een standaardwerk voor het slaaponderzoek. Het omvat een verkenning van de diagnostische hulpmiddelen en de fysiologische principes van dit onderzoek. Het biedt een grondige theoretische inleiding en bespreekt concrete casussen. Daardoor is het zowel nuttig voor beginnende slaaplaboranten als voor ervaren artsen en paramedici.
Richard B. Berry is hoogleraar geneeskunde aan de University of Florida in Gainesville en een autoriteit op het gebied van slaapstoornissen.
Joeri Peelmans is verpleegkundige in het AZ St.-Dimpna in Geel en medewerker van het aldaar gevestigde slaaplaboratorium.

Slaapstoornissen – Vertaling van Sleep Medicine Pearls. Vertaling: Joeri Peelmans
€ 46,00
Het fenomeen van de slaap houdt wetenschappers al eeuwen bezig. Van de Grieken tot op vandaag
is slaap het onderwerp geweest van speculaties en fundamenteel
onderzoek. Vooral sinds het begin van de
twintigste eeuw zijn er tal van wetenschappelijke meetinstrumenten
en laboratoria ontwikkeld om slaapgedrag en
-problemen te onderzoeken en te meten.
Dit boek geldt als een standaardwerk voor het slaaponderzoek. Het omvat een verkenning van de diagnostische hulpmiddelen en de fysiologische principes van dit onderzoek. Het biedt een grondige theoretische inleiding en bespreekt concrete casussen. Daardoor is het zowel nuttig voor beginnende slaaplaboranten als voor ervaren artsen en paramedici.
Richard B. Berry is hoogleraar geneeskunde aan de University of Florida in Gainesville en een autoriteit op het gebied van slaapstoornissen.
Joeri Peelmans is verpleegkundige in het AZ St.-Dimpna in Geel en medewerker van het aldaar gevestigde slaaplaboratorium.
Dit boek geldt als een standaardwerk voor het slaaponderzoek. Het omvat een verkenning van de diagnostische hulpmiddelen en de fysiologische principes van dit onderzoek. Het biedt een grondige theoretische inleiding en bespreekt concrete casussen. Daardoor is het zowel nuttig voor beginnende slaaplaboranten als voor ervaren artsen en paramedici.
Richard B. Berry is hoogleraar geneeskunde aan de University of Florida in Gainesville en een autoriteit op het gebied van slaapstoornissen.
Joeri Peelmans is verpleegkundige in het AZ St.-Dimpna in Geel en medewerker van het aldaar gevestigde slaaplaboratorium.

Gepraktiseerde religie thuis en sociale limieten
€ 33,90
De plaats die religie in onze samenleving inneemt en het
effect ervan op onze maatschappelijke gewoontes, zijn
niet altijd even eenvoudig vast te stellen. Elke religie
heeft zijn eigen waarden en normen en die, die wij thuis meekrijgen,
kunnen bepalend zijn voor ons sociaal gedrag. Dit boek
is de weergave van een onderzoek naar de samenhang tussen de
religie-intensiteit in de thuissituatie, de wijze van opvoeding aldaar
en de houding van jongeren tussen 12 en 21 jaar ten opzichte
van sociale limieten (normen, waarden, wetten en regels)
in de Nederlandse samenleving. Het onderzoek concentreert
zich op de volgende type gezinnen: Gereformeerd vrijgemaakte,
Liberaal joodse-, Sanatan Dharma Hindoe, Soennitische Moslim
en Seculiere. Daarmee biedt het boek een inzicht van mogelijke
verschillen tussen religieuze en seculiere ouders en hun kinderen
en tussen verschillende religieuze groepen onderling. Om de
religie-intensiteit van de ouders te kunnen meten, is hier voor het
eerst een speciaal instrument ontwikkeld. Voor iedere religieuze
onderzoeksgroep werd hiervan een aparte versie geconstrueerd.
Dit onderzoek is verricht binnen het internationale RPO (Reactie Patronen Onderzoek) van de vakgroep Orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) in Nederland, onder leiding van prof. dr. J.E. Rink. Het RPO is verspreid over meer dan tien universiteiten, binnen Europa, Noord-Amerika, Nieuw Zeeland en daarbuiten. Daartoe zijn er verschillende instrumenten ontwikkeld.
Dr. S.H. Mousavi Torshezi is als islamoloog afgestudeerd aan de Rijksuniversiteit Leiden. Tijdens het verrichten van dit onderzoek was hij verbonden aan de vakgroep Orthopedagogiek van de faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen (GMW) aan de RUG, alwaar hij in 2009 promoveerde in de sociale wetenschappen. Hij geeft geregeld lezingen, cursussen en gastcolleges over de islam, opvoeding, religie en interculturele communicatie.
Dit onderzoek is verricht binnen het internationale RPO (Reactie Patronen Onderzoek) van de vakgroep Orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) in Nederland, onder leiding van prof. dr. J.E. Rink. Het RPO is verspreid over meer dan tien universiteiten, binnen Europa, Noord-Amerika, Nieuw Zeeland en daarbuiten. Daartoe zijn er verschillende instrumenten ontwikkeld.
Dr. S.H. Mousavi Torshezi is als islamoloog afgestudeerd aan de Rijksuniversiteit Leiden. Tijdens het verrichten van dit onderzoek was hij verbonden aan de vakgroep Orthopedagogiek van de faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen (GMW) aan de RUG, alwaar hij in 2009 promoveerde in de sociale wetenschappen. Hij geeft geregeld lezingen, cursussen en gastcolleges over de islam, opvoeding, religie en interculturele communicatie.

Gepraktiseerde religie thuis en sociale limieten
€ 33,90
De plaats die religie in onze samenleving inneemt en het
effect ervan op onze maatschappelijke gewoontes, zijn
niet altijd even eenvoudig vast te stellen. Elke religie
heeft zijn eigen waarden en normen en die, die wij thuis meekrijgen,
kunnen bepalend zijn voor ons sociaal gedrag. Dit boek
is de weergave van een onderzoek naar de samenhang tussen de
religie-intensiteit in de thuissituatie, de wijze van opvoeding aldaar
en de houding van jongeren tussen 12 en 21 jaar ten opzichte
van sociale limieten (normen, waarden, wetten en regels)
in de Nederlandse samenleving. Het onderzoek concentreert
zich op de volgende type gezinnen: Gereformeerd vrijgemaakte,
Liberaal joodse-, Sanatan Dharma Hindoe, Soennitische Moslim
en Seculiere. Daarmee biedt het boek een inzicht van mogelijke
verschillen tussen religieuze en seculiere ouders en hun kinderen
en tussen verschillende religieuze groepen onderling. Om de
religie-intensiteit van de ouders te kunnen meten, is hier voor het
eerst een speciaal instrument ontwikkeld. Voor iedere religieuze
onderzoeksgroep werd hiervan een aparte versie geconstrueerd.
Dit onderzoek is verricht binnen het internationale RPO (Reactie Patronen Onderzoek) van de vakgroep Orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) in Nederland, onder leiding van prof. dr. J.E. Rink. Het RPO is verspreid over meer dan tien universiteiten, binnen Europa, Noord-Amerika, Nieuw Zeeland en daarbuiten. Daartoe zijn er verschillende instrumenten ontwikkeld.
Dr. S.H. Mousavi Torshezi is als islamoloog afgestudeerd aan de Rijksuniversiteit Leiden. Tijdens het verrichten van dit onderzoek was hij verbonden aan de vakgroep Orthopedagogiek van de faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen (GMW) aan de RUG, alwaar hij in 2009 promoveerde in de sociale wetenschappen. Hij geeft geregeld lezingen, cursussen en gastcolleges over de islam, opvoeding, religie en interculturele communicatie.
Dit onderzoek is verricht binnen het internationale RPO (Reactie Patronen Onderzoek) van de vakgroep Orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) in Nederland, onder leiding van prof. dr. J.E. Rink. Het RPO is verspreid over meer dan tien universiteiten, binnen Europa, Noord-Amerika, Nieuw Zeeland en daarbuiten. Daartoe zijn er verschillende instrumenten ontwikkeld.
Dr. S.H. Mousavi Torshezi is als islamoloog afgestudeerd aan de Rijksuniversiteit Leiden. Tijdens het verrichten van dit onderzoek was hij verbonden aan de vakgroep Orthopedagogiek van de faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen (GMW) aan de RUG, alwaar hij in 2009 promoveerde in de sociale wetenschappen. Hij geeft geregeld lezingen, cursussen en gastcolleges over de islam, opvoeding, religie en interculturele communicatie.
Ouders in soorten
€ 16,30
Ouders zijn die mensen die verantwoordelijkheid opnemen voor
de zorg en opvoeding van de kinderen met wie ze in een gezinsverband
samenleven. Er bestaan verschillende gezinsvormen, zoals
er verschillende redenen en omstandigheden zijn waarom en
waarin mensen met kinderen samenleven. Met andere woorden:
er zijn ouders in soorten.
In de gezinspedagogiek zoekt men naar antwoorden op de vraag wat ouders tot goede opvoeders van hun kinderen maakt. Een verantwoordelijke ouder is iemand die een besef van verantwoordelijkheid heeft en die op grond daarvan poogt zo verantwoord mogelijk te handelen.
De vraag is op welke wijze ouders hun verantwoordelijkheid zouden moeten opnemen om goede opvoeders te zijn. Welke inzichten, vaardigheden en houdingen kenmerken de goede ouder?
In het eerste deel staat de auteur stil bij de verschillende antwoorden op de vraag wat de kenmerken van een goede ouder zijn. Daarna reconstrueert hij de diverse opvattingen over de goede ouder. Het zal duidelijk worden dat ouderschap een heel complex gegeven is dat vele aspecten en dimensies kent. De vergelijking van de verschillende invullingen laat ook toe genuanceerd en kritisch te denken over wie of wat ‘goede ouders’ zijn.
Hans Van Crombrugge doceert fundamentele pedagogiek en gezinspedagogiek aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen van de Hogeschool Universiteit Brussel. Voordien was hij verbonden aan de universiteiten van Leuven, Gent en Plymouth.
In de gezinspedagogiek zoekt men naar antwoorden op de vraag wat ouders tot goede opvoeders van hun kinderen maakt. Een verantwoordelijke ouder is iemand die een besef van verantwoordelijkheid heeft en die op grond daarvan poogt zo verantwoord mogelijk te handelen.
De vraag is op welke wijze ouders hun verantwoordelijkheid zouden moeten opnemen om goede opvoeders te zijn. Welke inzichten, vaardigheden en houdingen kenmerken de goede ouder?
In het eerste deel staat de auteur stil bij de verschillende antwoorden op de vraag wat de kenmerken van een goede ouder zijn. Daarna reconstrueert hij de diverse opvattingen over de goede ouder. Het zal duidelijk worden dat ouderschap een heel complex gegeven is dat vele aspecten en dimensies kent. De vergelijking van de verschillende invullingen laat ook toe genuanceerd en kritisch te denken over wie of wat ‘goede ouders’ zijn.
Hans Van Crombrugge doceert fundamentele pedagogiek en gezinspedagogiek aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen van de Hogeschool Universiteit Brussel. Voordien was hij verbonden aan de universiteiten van Leuven, Gent en Plymouth.
Ouders in soorten
€ 16,30
Ouders zijn die mensen die verantwoordelijkheid opnemen voor
de zorg en opvoeding van de kinderen met wie ze in een gezinsverband
samenleven. Er bestaan verschillende gezinsvormen, zoals
er verschillende redenen en omstandigheden zijn waarom en
waarin mensen met kinderen samenleven. Met andere woorden:
er zijn ouders in soorten.
In de gezinspedagogiek zoekt men naar antwoorden op de vraag wat ouders tot goede opvoeders van hun kinderen maakt. Een verantwoordelijke ouder is iemand die een besef van verantwoordelijkheid heeft en die op grond daarvan poogt zo verantwoord mogelijk te handelen.
De vraag is op welke wijze ouders hun verantwoordelijkheid zouden moeten opnemen om goede opvoeders te zijn. Welke inzichten, vaardigheden en houdingen kenmerken de goede ouder?
In het eerste deel staat de auteur stil bij de verschillende antwoorden op de vraag wat de kenmerken van een goede ouder zijn. Daarna reconstrueert hij de diverse opvattingen over de goede ouder. Het zal duidelijk worden dat ouderschap een heel complex gegeven is dat vele aspecten en dimensies kent. De vergelijking van de verschillende invullingen laat ook toe genuanceerd en kritisch te denken over wie of wat ‘goede ouders’ zijn.
Hans Van Crombrugge doceert fundamentele pedagogiek en gezinspedagogiek aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen van de Hogeschool Universiteit Brussel. Voordien was hij verbonden aan de universiteiten van Leuven, Gent en Plymouth.
In de gezinspedagogiek zoekt men naar antwoorden op de vraag wat ouders tot goede opvoeders van hun kinderen maakt. Een verantwoordelijke ouder is iemand die een besef van verantwoordelijkheid heeft en die op grond daarvan poogt zo verantwoord mogelijk te handelen.
De vraag is op welke wijze ouders hun verantwoordelijkheid zouden moeten opnemen om goede opvoeders te zijn. Welke inzichten, vaardigheden en houdingen kenmerken de goede ouder?
In het eerste deel staat de auteur stil bij de verschillende antwoorden op de vraag wat de kenmerken van een goede ouder zijn. Daarna reconstrueert hij de diverse opvattingen over de goede ouder. Het zal duidelijk worden dat ouderschap een heel complex gegeven is dat vele aspecten en dimensies kent. De vergelijking van de verschillende invullingen laat ook toe genuanceerd en kritisch te denken over wie of wat ‘goede ouders’ zijn.
Hans Van Crombrugge doceert fundamentele pedagogiek en gezinspedagogiek aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen van de Hogeschool Universiteit Brussel. Voordien was hij verbonden aan de universiteiten van Leuven, Gent en Plymouth.

Lire et saisir. Exercices du bon lecteur
€ 24,90
Lire et saisir richt zich in de eerste plaats tot diegenen
die de basis Frans onder de knie hebben en zich verder
willen trainen in begrijpend lezen. Aan de hand van
meerkeuzevragen toetst de lezer of hij de tekst perfect
begrepen heeft. De vijftig oefenteksten zijn van literaire,
journalistieke of politieke aard en zijn gerangschikt
naar stijgende moeilijkheidsgraad. Ook de lengte van de
leesteksten wordt langer: daar waar het eerste deel nog
korte losse teksten biedt, wordt er in het tweede en derde
deel naar romans verwezen. Dankzij een handige sleutel
is dit oefenboek uitermate geschikt als didactisch middel
voor de leerkracht Frans, voor de autodidactische student
en voor al wie graag zijn leesvaardigheid in de taal van
Molière verder wil ontwikkelen.
Filip Verroens gaf les in het secundair onderwijs en is als onderzoeker Franse taalkunde verbonden aan de onderzoeksgroep Contragram van de Universiteit Gent.
Filip Verroens gaf les in het secundair onderwijs en is als onderzoeker Franse taalkunde verbonden aan de onderzoeksgroep Contragram van de Universiteit Gent.

Lire et saisir. Exercices du bon lecteur
€ 24,90
Lire et saisir richt zich in de eerste plaats tot diegenen
die de basis Frans onder de knie hebben en zich verder
willen trainen in begrijpend lezen. Aan de hand van
meerkeuzevragen toetst de lezer of hij de tekst perfect
begrepen heeft. De vijftig oefenteksten zijn van literaire,
journalistieke of politieke aard en zijn gerangschikt
naar stijgende moeilijkheidsgraad. Ook de lengte van de
leesteksten wordt langer: daar waar het eerste deel nog
korte losse teksten biedt, wordt er in het tweede en derde
deel naar romans verwezen. Dankzij een handige sleutel
is dit oefenboek uitermate geschikt als didactisch middel
voor de leerkracht Frans, voor de autodidactische student
en voor al wie graag zijn leesvaardigheid in de taal van
Molière verder wil ontwikkelen.
Filip Verroens gaf les in het secundair onderwijs en is als onderzoeker Franse taalkunde verbonden aan de onderzoeksgroep Contragram van de Universiteit Gent.
Filip Verroens gaf les in het secundair onderwijs en is als onderzoeker Franse taalkunde verbonden aan de onderzoeksgroep Contragram van de Universiteit Gent.

Gezinsproblemen oplossen. Opvoedings- en gedragsproblemen toegelicht
€ 24,90
Heel wat problemen die binnen het gezin opduiken, zijn niet
zo eenvoudig op te lossen. De wortels van conflicten liggen
vaak erg diep en pogingen om gezinsverhoudingen te verbeteren
botsen vaak op onbegrip en onwil. Een helpende hand
van buitenaf is daarom vaak aangewezen. In dit boek worden
twintig voorbeelden van gezinsproblemen besproken. Ze variëren
van gedragsmoeilijkheden bij heel jonge kinderen tot
opstandig gedrag bij pubers. In andere casussen gaat het om
ruzie tussen de gescheiden ouders of over ouders die zich
grote zorgen maken over de ontwikkeling van hun geadopteerd
kind.
De besproken voorbeelden weerspiegelen de gezinsopvoeding van deze tijd: de meeste kinderen groeien op bij vader en moeder, anderen bij een alleenstaande ouder, bij holebi’s, bij adoptieouders of gedeeltelijk bij de grootouders.
Ook het medium waarin deze casussen zijn behandeld, is van deze tijd. Ouders signaleerden hun problemen via e-mail aan de therapeut en kregen per kerende e-mail advies en begeleiding.
Hoewel enigszins afstandelijk, laat deze communicatievorm een snelle maar overdachte dialoog toe. Dit boek geeft deze dialogen nagenoeg letterlijk weer en elke casus wordt gevolgd door deskundig commentaar waarin de essentie van de hulpverlening aan gezinnen wordt toegelicht. Daardoor is dit boek allesbehalve een droog theoretisch traktaat, maar een plaats waar concrete vragen over problemen gekoppeld worden aan advies uit de dagelijkse praktijk van de therapeut.
Juliaan van Acker is emeritus hoogleraar Orthopedagogiek aan de Radbouduniversiteit Nijmegen. Hij houdt een pedagogische adviespraktijk in Antwerpen.
De besproken voorbeelden weerspiegelen de gezinsopvoeding van deze tijd: de meeste kinderen groeien op bij vader en moeder, anderen bij een alleenstaande ouder, bij holebi’s, bij adoptieouders of gedeeltelijk bij de grootouders.
Ook het medium waarin deze casussen zijn behandeld, is van deze tijd. Ouders signaleerden hun problemen via e-mail aan de therapeut en kregen per kerende e-mail advies en begeleiding.
Hoewel enigszins afstandelijk, laat deze communicatievorm een snelle maar overdachte dialoog toe. Dit boek geeft deze dialogen nagenoeg letterlijk weer en elke casus wordt gevolgd door deskundig commentaar waarin de essentie van de hulpverlening aan gezinnen wordt toegelicht. Daardoor is dit boek allesbehalve een droog theoretisch traktaat, maar een plaats waar concrete vragen over problemen gekoppeld worden aan advies uit de dagelijkse praktijk van de therapeut.
Juliaan van Acker is emeritus hoogleraar Orthopedagogiek aan de Radbouduniversiteit Nijmegen. Hij houdt een pedagogische adviespraktijk in Antwerpen.

Gezinsproblemen oplossen. Opvoedings- en gedragsproblemen toegelicht
€ 24,90
Heel wat problemen die binnen het gezin opduiken, zijn niet
zo eenvoudig op te lossen. De wortels van conflicten liggen
vaak erg diep en pogingen om gezinsverhoudingen te verbeteren
botsen vaak op onbegrip en onwil. Een helpende hand
van buitenaf is daarom vaak aangewezen. In dit boek worden
twintig voorbeelden van gezinsproblemen besproken. Ze variëren
van gedragsmoeilijkheden bij heel jonge kinderen tot
opstandig gedrag bij pubers. In andere casussen gaat het om
ruzie tussen de gescheiden ouders of over ouders die zich
grote zorgen maken over de ontwikkeling van hun geadopteerd
kind.
De besproken voorbeelden weerspiegelen de gezinsopvoeding van deze tijd: de meeste kinderen groeien op bij vader en moeder, anderen bij een alleenstaande ouder, bij holebi’s, bij adoptieouders of gedeeltelijk bij de grootouders.
Ook het medium waarin deze casussen zijn behandeld, is van deze tijd. Ouders signaleerden hun problemen via e-mail aan de therapeut en kregen per kerende e-mail advies en begeleiding.
Hoewel enigszins afstandelijk, laat deze communicatievorm een snelle maar overdachte dialoog toe. Dit boek geeft deze dialogen nagenoeg letterlijk weer en elke casus wordt gevolgd door deskundig commentaar waarin de essentie van de hulpverlening aan gezinnen wordt toegelicht. Daardoor is dit boek allesbehalve een droog theoretisch traktaat, maar een plaats waar concrete vragen over problemen gekoppeld worden aan advies uit de dagelijkse praktijk van de therapeut.
Juliaan van Acker is emeritus hoogleraar Orthopedagogiek aan de Radbouduniversiteit Nijmegen. Hij houdt een pedagogische adviespraktijk in Antwerpen.
De besproken voorbeelden weerspiegelen de gezinsopvoeding van deze tijd: de meeste kinderen groeien op bij vader en moeder, anderen bij een alleenstaande ouder, bij holebi’s, bij adoptieouders of gedeeltelijk bij de grootouders.
Ook het medium waarin deze casussen zijn behandeld, is van deze tijd. Ouders signaleerden hun problemen via e-mail aan de therapeut en kregen per kerende e-mail advies en begeleiding.
Hoewel enigszins afstandelijk, laat deze communicatievorm een snelle maar overdachte dialoog toe. Dit boek geeft deze dialogen nagenoeg letterlijk weer en elke casus wordt gevolgd door deskundig commentaar waarin de essentie van de hulpverlening aan gezinnen wordt toegelicht. Daardoor is dit boek allesbehalve een droog theoretisch traktaat, maar een plaats waar concrete vragen over problemen gekoppeld worden aan advies uit de dagelijkse praktijk van de therapeut.
Juliaan van Acker is emeritus hoogleraar Orthopedagogiek aan de Radbouduniversiteit Nijmegen. Hij houdt een pedagogische adviespraktijk in Antwerpen.
Tom test-R – Werkboek(testplaten) (in opbergkoffer)
€ 100,00
De ToM – Theory of Mind test-R is een van de weinige
instrumenten die het construct ToM op een gedifferentieerde
wijze benadert.
De test meet de drie stadia waarlangs ToM zich ontwikkelt: (1) voorlopers van ToM (doen-alsof, emotieherkenning en het onderkennen van verschil tussen fysisch en mentaal); (2) eerste manifestaties van ToM (first order belief en false belief) en (3) hoogste niveau van ToM (second order belief). Met behulp van een gestructureerd interview, dat bestaat uit 14 items, wordt informatie verzameld over de mate waarin kinderen van 4 tot en met 12 jaar beschikken over sociaal begrip, sociaal inzicht en sociale sensitiviteit. De afname van dit interview duurt gemiddeld twintig minuten.
Het instrument is met name bedoeld voor de doelgroep kinderen met autismespectrumstoornissen.
Bij dit Werkboek hoort ook een Handleiding (met CD-Rom).
Pim Steerneman, doctor in de psychologie, was tot voor kort voorzitter van de Raad van Bestuur van Rubicon Jeugdzorg in Horn. Nu is hij voorzitter van de Raad van Bestuur van Sevagram in Heerlen.
Cor Meesters, doctor in de psychologie, is verbonden aan het Departement Medische, klinische en experimentele psychologie van de Universiteit Maastricht.
De test meet de drie stadia waarlangs ToM zich ontwikkelt: (1) voorlopers van ToM (doen-alsof, emotieherkenning en het onderkennen van verschil tussen fysisch en mentaal); (2) eerste manifestaties van ToM (first order belief en false belief) en (3) hoogste niveau van ToM (second order belief). Met behulp van een gestructureerd interview, dat bestaat uit 14 items, wordt informatie verzameld over de mate waarin kinderen van 4 tot en met 12 jaar beschikken over sociaal begrip, sociaal inzicht en sociale sensitiviteit. De afname van dit interview duurt gemiddeld twintig minuten.
Het instrument is met name bedoeld voor de doelgroep kinderen met autismespectrumstoornissen.
Bij dit Werkboek hoort ook een Handleiding (met CD-Rom).
Pim Steerneman, doctor in de psychologie, was tot voor kort voorzitter van de Raad van Bestuur van Rubicon Jeugdzorg in Horn. Nu is hij voorzitter van de Raad van Bestuur van Sevagram in Heerlen.
Cor Meesters, doctor in de psychologie, is verbonden aan het Departement Medische, klinische en experimentele psychologie van de Universiteit Maastricht.
Tom test-R – Werkboek(testplaten) (in opbergkoffer)
€ 100,00
De ToM – Theory of Mind test-R is een van de weinige
instrumenten die het construct ToM op een gedifferentieerde
wijze benadert.
De test meet de drie stadia waarlangs ToM zich ontwikkelt: (1) voorlopers van ToM (doen-alsof, emotieherkenning en het onderkennen van verschil tussen fysisch en mentaal); (2) eerste manifestaties van ToM (first order belief en false belief) en (3) hoogste niveau van ToM (second order belief). Met behulp van een gestructureerd interview, dat bestaat uit 14 items, wordt informatie verzameld over de mate waarin kinderen van 4 tot en met 12 jaar beschikken over sociaal begrip, sociaal inzicht en sociale sensitiviteit. De afname van dit interview duurt gemiddeld twintig minuten.
Het instrument is met name bedoeld voor de doelgroep kinderen met autismespectrumstoornissen.
Bij dit Werkboek hoort ook een Handleiding (met CD-Rom).
Pim Steerneman, doctor in de psychologie, was tot voor kort voorzitter van de Raad van Bestuur van Rubicon Jeugdzorg in Horn. Nu is hij voorzitter van de Raad van Bestuur van Sevagram in Heerlen.
Cor Meesters, doctor in de psychologie, is verbonden aan het Departement Medische, klinische en experimentele psychologie van de Universiteit Maastricht.
De test meet de drie stadia waarlangs ToM zich ontwikkelt: (1) voorlopers van ToM (doen-alsof, emotieherkenning en het onderkennen van verschil tussen fysisch en mentaal); (2) eerste manifestaties van ToM (first order belief en false belief) en (3) hoogste niveau van ToM (second order belief). Met behulp van een gestructureerd interview, dat bestaat uit 14 items, wordt informatie verzameld over de mate waarin kinderen van 4 tot en met 12 jaar beschikken over sociaal begrip, sociaal inzicht en sociale sensitiviteit. De afname van dit interview duurt gemiddeld twintig minuten.
Het instrument is met name bedoeld voor de doelgroep kinderen met autismespectrumstoornissen.
Bij dit Werkboek hoort ook een Handleiding (met CD-Rom).
Pim Steerneman, doctor in de psychologie, was tot voor kort voorzitter van de Raad van Bestuur van Rubicon Jeugdzorg in Horn. Nu is hij voorzitter van de Raad van Bestuur van Sevagram in Heerlen.
Cor Meesters, doctor in de psychologie, is verbonden aan het Departement Medische, klinische en experimentele psychologie van de Universiteit Maastricht.
Als ik jou. Poëzie voor anderstaligen
€ 21,60
Dit boek laat anderstaligen kennismaken met
Nederlandstalige poëzie. De auteurs verzamelden
gedichten van een twintigtal schrijvers uit
Vlaanderen en Nederland. Bij elk gedicht staan
leuke, speelse en creatieve opdrachten. Op de
bijgevoegde gratis dvd kun je alle gedichten horen
en zien.
‘Als ik jou’ is zowel voor beginnende als voor gevorderde taalleerders geschikt. De meeste opdrachten – de ene al wat makkelijker dan de andere – zijn bruikbaar in alle niveaus van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor talen.
‘Als ik jou’ is zowel voor beginnende als voor gevorderde taalleerders geschikt. De meeste opdrachten – de ene al wat makkelijker dan de andere – zijn bruikbaar in alle niveaus van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor talen.
Als ik jou. Poëzie voor anderstaligen
€ 21,60
Dit boek laat anderstaligen kennismaken met
Nederlandstalige poëzie. De auteurs verzamelden
gedichten van een twintigtal schrijvers uit
Vlaanderen en Nederland. Bij elk gedicht staan
leuke, speelse en creatieve opdrachten. Op de
bijgevoegde gratis dvd kun je alle gedichten horen
en zien.
‘Als ik jou’ is zowel voor beginnende als voor gevorderde taalleerders geschikt. De meeste opdrachten – de ene al wat makkelijker dan de andere – zijn bruikbaar in alle niveaus van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor talen.
‘Als ik jou’ is zowel voor beginnende als voor gevorderde taalleerders geschikt. De meeste opdrachten – de ene al wat makkelijker dan de andere – zijn bruikbaar in alle niveaus van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor talen.
Simulatie Teamtraining Acute Gezondheidszorg en Verloskunde . Leer- en werkboek
€ 20,60
De praktijk van de verloskunde is het werk van vele handen. In het belang
van elke patiënt is het essentieel dat de samenwerking tussen de
betrokkenen optimaal verloopt. Dat is echter niet altijd het geval. Artsen
en verpleegkundigen volgen vaak eigen procedures en methodes
die een goede onderlinge verstandhouding in de weg staan. Dat leidt
tot onnodige vertragingen, onrust en onzekerheid in de verloskamer,
terwijl in situaties waarin snel gehandeld moet worden, net een doeltreffende
coördinatie is vereist.
Dit leer- en werkboek is ontwikkeld om een optimale samenwerking te bewerkstelligen binnen verloskundige teams. Op basis van teamstrategieën buiten de gezondheidszorg en centraal georganiseerde vaardigheidstrainingen biedt dit boek een theoretische en praktische handleiding over welke ingrediënten en instrumenten nodig zijn om een simulatie teamtraining in de acute zorg op te zetten. Die maakt het voor het verloskundige team mogelijk te oefenen in zowel vaak als niet-vaak voorkomende situaties. Het boek is uiterst praktijkgericht en bevat vragenlijsten om de kennis, prioriteiten en eigenheden van teamleden te testen. Vanuit die inzichten kan dan ingeschat worden hoe individueel-bepaalde zaken binnen het collectief op elkaar afgestemd kunnen worden. Als dusdanig is dit boek een aangewezen gids voor zowel mensen uit de gezondheidszorg als voor docenten die hen moeten voorbereiden op wat er zoal komt kijken bij de dagelijkse praktijk van de verloskunde. De hier voorgestelde trainingsmethodiek is overigens ook toepasbaar buiten de verloskunde.
Marion Heres, gynaecoloog, is verbonden aan het Sint-Lucas Andreas Ziekenhuis in Amsterdam. Zij is gespecialiseerd in acute verloskunde en maakt deel uit van het Medisch Stafbestuur.
Heleen Vermeulen is patiëntveiligheidsfunctionaris en hoofd van het Bureau Kwaliteit, Veiligheid & Projecten in hetzelfde ziekenhuis.
Dit leer- en werkboek is ontwikkeld om een optimale samenwerking te bewerkstelligen binnen verloskundige teams. Op basis van teamstrategieën buiten de gezondheidszorg en centraal georganiseerde vaardigheidstrainingen biedt dit boek een theoretische en praktische handleiding over welke ingrediënten en instrumenten nodig zijn om een simulatie teamtraining in de acute zorg op te zetten. Die maakt het voor het verloskundige team mogelijk te oefenen in zowel vaak als niet-vaak voorkomende situaties. Het boek is uiterst praktijkgericht en bevat vragenlijsten om de kennis, prioriteiten en eigenheden van teamleden te testen. Vanuit die inzichten kan dan ingeschat worden hoe individueel-bepaalde zaken binnen het collectief op elkaar afgestemd kunnen worden. Als dusdanig is dit boek een aangewezen gids voor zowel mensen uit de gezondheidszorg als voor docenten die hen moeten voorbereiden op wat er zoal komt kijken bij de dagelijkse praktijk van de verloskunde. De hier voorgestelde trainingsmethodiek is overigens ook toepasbaar buiten de verloskunde.
Marion Heres, gynaecoloog, is verbonden aan het Sint-Lucas Andreas Ziekenhuis in Amsterdam. Zij is gespecialiseerd in acute verloskunde en maakt deel uit van het Medisch Stafbestuur.
Heleen Vermeulen is patiëntveiligheidsfunctionaris en hoofd van het Bureau Kwaliteit, Veiligheid & Projecten in hetzelfde ziekenhuis.
Simulatie Teamtraining Acute Gezondheidszorg en Verloskunde . Leer- en werkboek
€ 20,60
De praktijk van de verloskunde is het werk van vele handen. In het belang
van elke patiënt is het essentieel dat de samenwerking tussen de
betrokkenen optimaal verloopt. Dat is echter niet altijd het geval. Artsen
en verpleegkundigen volgen vaak eigen procedures en methodes
die een goede onderlinge verstandhouding in de weg staan. Dat leidt
tot onnodige vertragingen, onrust en onzekerheid in de verloskamer,
terwijl in situaties waarin snel gehandeld moet worden, net een doeltreffende
coördinatie is vereist.
Dit leer- en werkboek is ontwikkeld om een optimale samenwerking te bewerkstelligen binnen verloskundige teams. Op basis van teamstrategieën buiten de gezondheidszorg en centraal georganiseerde vaardigheidstrainingen biedt dit boek een theoretische en praktische handleiding over welke ingrediënten en instrumenten nodig zijn om een simulatie teamtraining in de acute zorg op te zetten. Die maakt het voor het verloskundige team mogelijk te oefenen in zowel vaak als niet-vaak voorkomende situaties. Het boek is uiterst praktijkgericht en bevat vragenlijsten om de kennis, prioriteiten en eigenheden van teamleden te testen. Vanuit die inzichten kan dan ingeschat worden hoe individueel-bepaalde zaken binnen het collectief op elkaar afgestemd kunnen worden. Als dusdanig is dit boek een aangewezen gids voor zowel mensen uit de gezondheidszorg als voor docenten die hen moeten voorbereiden op wat er zoal komt kijken bij de dagelijkse praktijk van de verloskunde. De hier voorgestelde trainingsmethodiek is overigens ook toepasbaar buiten de verloskunde.
Marion Heres, gynaecoloog, is verbonden aan het Sint-Lucas Andreas Ziekenhuis in Amsterdam. Zij is gespecialiseerd in acute verloskunde en maakt deel uit van het Medisch Stafbestuur.
Heleen Vermeulen is patiëntveiligheidsfunctionaris en hoofd van het Bureau Kwaliteit, Veiligheid & Projecten in hetzelfde ziekenhuis.
Dit leer- en werkboek is ontwikkeld om een optimale samenwerking te bewerkstelligen binnen verloskundige teams. Op basis van teamstrategieën buiten de gezondheidszorg en centraal georganiseerde vaardigheidstrainingen biedt dit boek een theoretische en praktische handleiding over welke ingrediënten en instrumenten nodig zijn om een simulatie teamtraining in de acute zorg op te zetten. Die maakt het voor het verloskundige team mogelijk te oefenen in zowel vaak als niet-vaak voorkomende situaties. Het boek is uiterst praktijkgericht en bevat vragenlijsten om de kennis, prioriteiten en eigenheden van teamleden te testen. Vanuit die inzichten kan dan ingeschat worden hoe individueel-bepaalde zaken binnen het collectief op elkaar afgestemd kunnen worden. Als dusdanig is dit boek een aangewezen gids voor zowel mensen uit de gezondheidszorg als voor docenten die hen moeten voorbereiden op wat er zoal komt kijken bij de dagelijkse praktijk van de verloskunde. De hier voorgestelde trainingsmethodiek is overigens ook toepasbaar buiten de verloskunde.
Marion Heres, gynaecoloog, is verbonden aan het Sint-Lucas Andreas Ziekenhuis in Amsterdam. Zij is gespecialiseerd in acute verloskunde en maakt deel uit van het Medisch Stafbestuur.
Heleen Vermeulen is patiëntveiligheidsfunctionaris en hoofd van het Bureau Kwaliteit, Veiligheid & Projecten in hetzelfde ziekenhuis.
Perspectieven op samen leraren opleiden
€ 23,60
Het opleiden van leraren is al geruime tijd niet meer een exclusieve
aangelegenheid voor universiteiten en hogescholen. Instituten voor
lerarenopleidingen en opleidingsscholen zijn in de afgelopen jaren
intensief gaan samenwerken in de leerroutes van nieuwe leraren.
Scholen zijn daarbij in het afgelopen decennium steeds meer een
eigen rol gaan vervullen. Onderdeel van deze veranderingen is ook dat
schoolopleiders zijn toegetreden tot de beroepsgroep lerarenopleiders.
Het lidmaatschap van de VELON – Vereniging Lerarenopleiders
Nederland – en registratie in het beroepsregister bij de Stichting
Register Lerarenopleiders staan voor hen open.
Dit boek brengt de kennis en de huidige stand van zaken met betrekking tot het samen opleiden van leraren door instituten voor de lerarenopleidingen (hbo-instellingen en universiteiten) en scholen in beeld. De nadruk ligt op de opleidingsscholen en de schoolopleiders.
De empirische evidentie van de veronderstelde positieve effecten van het samen leraren opleiden moet nog worden aangetoond. De grote vraag is natuurlijk: Worden de leraren die worden opgeleid in opleidingsscholen ook betere leraren? En worden ze beter dan de huidige leraren, die hen bovendien ook nog moeten opleiden? Specialisten ter zake lichten vanuit verschillende perspectieven dit samen opleiden toe. Ook wordt ingegaan op ontwikkelingen rond de beroepsregistratie van schoolopleiders.
De VELON kent als onafhankelijke beroepsvereniging van lerarenopleiders verschillende verantwoordelijkheden. De vereniging draagt zorg voor de verdere ontwikkeling van het samen opleiden en ondersteunt de leden van de beroepsgroep (schoolopleiders en instituutsopleiders). Daarnaast levert de VELON bijdragen aan een effectieve samenwerking tussen opleidingsinstituten en opleidingsscholen. De vereniging zoekt naar empirisch onderbouwde antwoorden op de vraag naar de effecten van deze samenwerking. Deze bundel geeft daartoe alvast een aanzet.
Dit boek brengt de kennis en de huidige stand van zaken met betrekking tot het samen opleiden van leraren door instituten voor de lerarenopleidingen (hbo-instellingen en universiteiten) en scholen in beeld. De nadruk ligt op de opleidingsscholen en de schoolopleiders.
De empirische evidentie van de veronderstelde positieve effecten van het samen leraren opleiden moet nog worden aangetoond. De grote vraag is natuurlijk: Worden de leraren die worden opgeleid in opleidingsscholen ook betere leraren? En worden ze beter dan de huidige leraren, die hen bovendien ook nog moeten opleiden? Specialisten ter zake lichten vanuit verschillende perspectieven dit samen opleiden toe. Ook wordt ingegaan op ontwikkelingen rond de beroepsregistratie van schoolopleiders.
De VELON kent als onafhankelijke beroepsvereniging van lerarenopleiders verschillende verantwoordelijkheden. De vereniging draagt zorg voor de verdere ontwikkeling van het samen opleiden en ondersteunt de leden van de beroepsgroep (schoolopleiders en instituutsopleiders). Daarnaast levert de VELON bijdragen aan een effectieve samenwerking tussen opleidingsinstituten en opleidingsscholen. De vereniging zoekt naar empirisch onderbouwde antwoorden op de vraag naar de effecten van deze samenwerking. Deze bundel geeft daartoe alvast een aanzet.
Perspectieven op samen leraren opleiden
€ 23,60
Het opleiden van leraren is al geruime tijd niet meer een exclusieve
aangelegenheid voor universiteiten en hogescholen. Instituten voor
lerarenopleidingen en opleidingsscholen zijn in de afgelopen jaren
intensief gaan samenwerken in de leerroutes van nieuwe leraren.
Scholen zijn daarbij in het afgelopen decennium steeds meer een
eigen rol gaan vervullen. Onderdeel van deze veranderingen is ook dat
schoolopleiders zijn toegetreden tot de beroepsgroep lerarenopleiders.
Het lidmaatschap van de VELON – Vereniging Lerarenopleiders
Nederland – en registratie in het beroepsregister bij de Stichting
Register Lerarenopleiders staan voor hen open.
Dit boek brengt de kennis en de huidige stand van zaken met betrekking tot het samen opleiden van leraren door instituten voor de lerarenopleidingen (hbo-instellingen en universiteiten) en scholen in beeld. De nadruk ligt op de opleidingsscholen en de schoolopleiders.
De empirische evidentie van de veronderstelde positieve effecten van het samen leraren opleiden moet nog worden aangetoond. De grote vraag is natuurlijk: Worden de leraren die worden opgeleid in opleidingsscholen ook betere leraren? En worden ze beter dan de huidige leraren, die hen bovendien ook nog moeten opleiden? Specialisten ter zake lichten vanuit verschillende perspectieven dit samen opleiden toe. Ook wordt ingegaan op ontwikkelingen rond de beroepsregistratie van schoolopleiders.
De VELON kent als onafhankelijke beroepsvereniging van lerarenopleiders verschillende verantwoordelijkheden. De vereniging draagt zorg voor de verdere ontwikkeling van het samen opleiden en ondersteunt de leden van de beroepsgroep (schoolopleiders en instituutsopleiders). Daarnaast levert de VELON bijdragen aan een effectieve samenwerking tussen opleidingsinstituten en opleidingsscholen. De vereniging zoekt naar empirisch onderbouwde antwoorden op de vraag naar de effecten van deze samenwerking. Deze bundel geeft daartoe alvast een aanzet.
Dit boek brengt de kennis en de huidige stand van zaken met betrekking tot het samen opleiden van leraren door instituten voor de lerarenopleidingen (hbo-instellingen en universiteiten) en scholen in beeld. De nadruk ligt op de opleidingsscholen en de schoolopleiders.
De empirische evidentie van de veronderstelde positieve effecten van het samen leraren opleiden moet nog worden aangetoond. De grote vraag is natuurlijk: Worden de leraren die worden opgeleid in opleidingsscholen ook betere leraren? En worden ze beter dan de huidige leraren, die hen bovendien ook nog moeten opleiden? Specialisten ter zake lichten vanuit verschillende perspectieven dit samen opleiden toe. Ook wordt ingegaan op ontwikkelingen rond de beroepsregistratie van schoolopleiders.
De VELON kent als onafhankelijke beroepsvereniging van lerarenopleiders verschillende verantwoordelijkheden. De vereniging draagt zorg voor de verdere ontwikkeling van het samen opleiden en ondersteunt de leden van de beroepsgroep (schoolopleiders en instituutsopleiders). Daarnaast levert de VELON bijdragen aan een effectieve samenwerking tussen opleidingsinstituten en opleidingsscholen. De vereniging zoekt naar empirisch onderbouwde antwoorden op de vraag naar de effecten van deze samenwerking. Deze bundel geeft daartoe alvast een aanzet.
De kunst van het zorgen. Over verbinding in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking
€ 21,90
Vele ontwikkelingen in de zorgsector worden de laatste jaren beheerst
door het streven naar verbetering van kwaliteit. Het uitgangspunt van
overheid en zorgverzekeraars is dat kwaliteit ‘meetbaar’ moet zijn.
Door het vaststellen van uitkomstmaten, zogenaamde output-indicatoren,
wil men het resultaat van verbetertrajecten op wetenschappelijke
wijze kunnen vaststellen. Dit streven naar kwantificering heeft
een effect op wat onder kwaliteit wordt verstaan. Wat niet of nauwelijks
meetbaar is, valt alleen al daardoor buiten het begrip kwaliteit.
Meetbare eenheden zijn bijvoorbeeld het aantal meldingen van
incidenten en calamiteiten of van vrijheidsbeperkende maatregelen.
Minder meetbaar zijn bijvoorbeeld die aspecten van goede zorg die
betrekking hebben op de relatie tussen zorgverleners en cliënten.
Juist die aspecten worden in dit boek naar voren gehaald. Dat gebeurt door middel van een cultuurantropologische studie over het thema ‘verbinding’ in een dagelijkse zorgpraktijk. Het betreft een woonhuis voor mensen met een verstandelijke beperking. Het verlenen van goede zorg aan deze mensen is een kunst, de kunst van het zorgen, waarin het erom gaat mensen tot bloei te laten komen. Voor mensen met een beperking is het van belang om zich met de wereld om hen heen te kunnen verbinden. Dan komen mogelijkheden tot ontwikkeling die anders verborgen blijven. Dit lukt echter alleen wanneer zorgverleners erin slagen om eerst zelf een verbinding met deze mensen aan te gaan. Kwaliteit van zorg is kwaliteit van wat zich tussen mensen afspeelt, veel meer dan van veiligheidsprocedures en bedrijfsprocessen.
Karen Wuertz antropologe en extern onderzoekster bij de Bernard Lievegoed Leerstoel van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Hans Reinders is hoogleraar ethiek en houder van de Bernard Lievegoed leerstoel voor ethische aspecten van zorg- en hulpverlening vanuit de antroposofie, beide aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Juist die aspecten worden in dit boek naar voren gehaald. Dat gebeurt door middel van een cultuurantropologische studie over het thema ‘verbinding’ in een dagelijkse zorgpraktijk. Het betreft een woonhuis voor mensen met een verstandelijke beperking. Het verlenen van goede zorg aan deze mensen is een kunst, de kunst van het zorgen, waarin het erom gaat mensen tot bloei te laten komen. Voor mensen met een beperking is het van belang om zich met de wereld om hen heen te kunnen verbinden. Dan komen mogelijkheden tot ontwikkeling die anders verborgen blijven. Dit lukt echter alleen wanneer zorgverleners erin slagen om eerst zelf een verbinding met deze mensen aan te gaan. Kwaliteit van zorg is kwaliteit van wat zich tussen mensen afspeelt, veel meer dan van veiligheidsprocedures en bedrijfsprocessen.
Karen Wuertz antropologe en extern onderzoekster bij de Bernard Lievegoed Leerstoel van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Hans Reinders is hoogleraar ethiek en houder van de Bernard Lievegoed leerstoel voor ethische aspecten van zorg- en hulpverlening vanuit de antroposofie, beide aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
De kunst van het zorgen. Over verbinding in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking
€ 21,90
Vele ontwikkelingen in de zorgsector worden de laatste jaren beheerst
door het streven naar verbetering van kwaliteit. Het uitgangspunt van
overheid en zorgverzekeraars is dat kwaliteit ‘meetbaar’ moet zijn.
Door het vaststellen van uitkomstmaten, zogenaamde output-indicatoren,
wil men het resultaat van verbetertrajecten op wetenschappelijke
wijze kunnen vaststellen. Dit streven naar kwantificering heeft
een effect op wat onder kwaliteit wordt verstaan. Wat niet of nauwelijks
meetbaar is, valt alleen al daardoor buiten het begrip kwaliteit.
Meetbare eenheden zijn bijvoorbeeld het aantal meldingen van
incidenten en calamiteiten of van vrijheidsbeperkende maatregelen.
Minder meetbaar zijn bijvoorbeeld die aspecten van goede zorg die
betrekking hebben op de relatie tussen zorgverleners en cliënten.
Juist die aspecten worden in dit boek naar voren gehaald. Dat gebeurt door middel van een cultuurantropologische studie over het thema ‘verbinding’ in een dagelijkse zorgpraktijk. Het betreft een woonhuis voor mensen met een verstandelijke beperking. Het verlenen van goede zorg aan deze mensen is een kunst, de kunst van het zorgen, waarin het erom gaat mensen tot bloei te laten komen. Voor mensen met een beperking is het van belang om zich met de wereld om hen heen te kunnen verbinden. Dan komen mogelijkheden tot ontwikkeling die anders verborgen blijven. Dit lukt echter alleen wanneer zorgverleners erin slagen om eerst zelf een verbinding met deze mensen aan te gaan. Kwaliteit van zorg is kwaliteit van wat zich tussen mensen afspeelt, veel meer dan van veiligheidsprocedures en bedrijfsprocessen.
Karen Wuertz antropologe en extern onderzoekster bij de Bernard Lievegoed Leerstoel van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Hans Reinders is hoogleraar ethiek en houder van de Bernard Lievegoed leerstoel voor ethische aspecten van zorg- en hulpverlening vanuit de antroposofie, beide aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Juist die aspecten worden in dit boek naar voren gehaald. Dat gebeurt door middel van een cultuurantropologische studie over het thema ‘verbinding’ in een dagelijkse zorgpraktijk. Het betreft een woonhuis voor mensen met een verstandelijke beperking. Het verlenen van goede zorg aan deze mensen is een kunst, de kunst van het zorgen, waarin het erom gaat mensen tot bloei te laten komen. Voor mensen met een beperking is het van belang om zich met de wereld om hen heen te kunnen verbinden. Dan komen mogelijkheden tot ontwikkeling die anders verborgen blijven. Dit lukt echter alleen wanneer zorgverleners erin slagen om eerst zelf een verbinding met deze mensen aan te gaan. Kwaliteit van zorg is kwaliteit van wat zich tussen mensen afspeelt, veel meer dan van veiligheidsprocedures en bedrijfsprocessen.
Karen Wuertz antropologe en extern onderzoekster bij de Bernard Lievegoed Leerstoel van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Hans Reinders is hoogleraar ethiek en houder van de Bernard Lievegoed leerstoel voor ethische aspecten van zorg- en hulpverlening vanuit de antroposofie, beide aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.

Public Relations. Planning en werkvelden – 2de geactualiseerde en vermeerderde druk
€ 26,00
Er gaan talrijke betekenissen schuil onder de term Public Relations.
Meer zelfs: een heleboel verschillende termen worden gehanteerd
om het vakgebied van Public Relations aan te geven. Corporate
Communication, Communicatiemanagement, Public Affairs, …
Je vindt op internationaal vlak de opleiding Public Relations terug in het domein van de Sociale wetenschappen, Politieke wetenschappen, Bestuurskunde of -leer, Communicatiewetenschappen, …
Het merendeel van de praktijkbeoefenaars (zowel binnen de adviesbranche als binnen de bedrijfswereld) genoot geen PR-opleiding, hoewel we op dit vlak stilaan aan een inhaalbeweging bezig zijn.
Deze zaken geven onmiddellijk aan dat we het hier hebben over een discipline die qua invulling en perceptie niet altijd even duidelijk is.
De bedoeling van dit studieboek is dieper in te gaan op de strategische inzichten en werkvelden van Public Relations. Het is met andere woorden een verdieping van wat in een eerste jaar binnen een opleiding Bachelor in Communicatiemanagement gegeven werd of van een kennis die de lezer elders heeft opgedaan.
Els Van Betsbrugge studeerde geschiedenis en pers- en communicatiewetenschappen aan de Rijksuniversiteit in Gent. Eerder was ze werkzaam als marketingverantwoordelijke voor het informaticabedrijf MCC in Brussel en later voor E5-Mode. In 1991 begon ze als lesgever persleer, communicatie- en medialeer van HIBO (nu Bachelor Communicatiemanagement van de Arteveldehogeschool) te Gent. Al snel specialiseerde ze er zich als lector Public Relations en praktijkcoördinator. Ten slotte is de auteur lid van het BPRC (Belgisch Centrum voor Public Relations) en EUPRERA (European Public Relations Education and Research Association).
Je vindt op internationaal vlak de opleiding Public Relations terug in het domein van de Sociale wetenschappen, Politieke wetenschappen, Bestuurskunde of -leer, Communicatiewetenschappen, …
Het merendeel van de praktijkbeoefenaars (zowel binnen de adviesbranche als binnen de bedrijfswereld) genoot geen PR-opleiding, hoewel we op dit vlak stilaan aan een inhaalbeweging bezig zijn.
Deze zaken geven onmiddellijk aan dat we het hier hebben over een discipline die qua invulling en perceptie niet altijd even duidelijk is.
De bedoeling van dit studieboek is dieper in te gaan op de strategische inzichten en werkvelden van Public Relations. Het is met andere woorden een verdieping van wat in een eerste jaar binnen een opleiding Bachelor in Communicatiemanagement gegeven werd of van een kennis die de lezer elders heeft opgedaan.
Els Van Betsbrugge studeerde geschiedenis en pers- en communicatiewetenschappen aan de Rijksuniversiteit in Gent. Eerder was ze werkzaam als marketingverantwoordelijke voor het informaticabedrijf MCC in Brussel en later voor E5-Mode. In 1991 begon ze als lesgever persleer, communicatie- en medialeer van HIBO (nu Bachelor Communicatiemanagement van de Arteveldehogeschool) te Gent. Al snel specialiseerde ze er zich als lector Public Relations en praktijkcoördinator. Ten slotte is de auteur lid van het BPRC (Belgisch Centrum voor Public Relations) en EUPRERA (European Public Relations Education and Research Association).

Public Relations. Planning en werkvelden – 2de geactualiseerde en vermeerderde druk
€ 26,00
Er gaan talrijke betekenissen schuil onder de term Public Relations.
Meer zelfs: een heleboel verschillende termen worden gehanteerd
om het vakgebied van Public Relations aan te geven. Corporate
Communication, Communicatiemanagement, Public Affairs, …
Je vindt op internationaal vlak de opleiding Public Relations terug in het domein van de Sociale wetenschappen, Politieke wetenschappen, Bestuurskunde of -leer, Communicatiewetenschappen, …
Het merendeel van de praktijkbeoefenaars (zowel binnen de adviesbranche als binnen de bedrijfswereld) genoot geen PR-opleiding, hoewel we op dit vlak stilaan aan een inhaalbeweging bezig zijn.
Deze zaken geven onmiddellijk aan dat we het hier hebben over een discipline die qua invulling en perceptie niet altijd even duidelijk is.
De bedoeling van dit studieboek is dieper in te gaan op de strategische inzichten en werkvelden van Public Relations. Het is met andere woorden een verdieping van wat in een eerste jaar binnen een opleiding Bachelor in Communicatiemanagement gegeven werd of van een kennis die de lezer elders heeft opgedaan.
Els Van Betsbrugge studeerde geschiedenis en pers- en communicatiewetenschappen aan de Rijksuniversiteit in Gent. Eerder was ze werkzaam als marketingverantwoordelijke voor het informaticabedrijf MCC in Brussel en later voor E5-Mode. In 1991 begon ze als lesgever persleer, communicatie- en medialeer van HIBO (nu Bachelor Communicatiemanagement van de Arteveldehogeschool) te Gent. Al snel specialiseerde ze er zich als lector Public Relations en praktijkcoördinator. Ten slotte is de auteur lid van het BPRC (Belgisch Centrum voor Public Relations) en EUPRERA (European Public Relations Education and Research Association).
Je vindt op internationaal vlak de opleiding Public Relations terug in het domein van de Sociale wetenschappen, Politieke wetenschappen, Bestuurskunde of -leer, Communicatiewetenschappen, …
Het merendeel van de praktijkbeoefenaars (zowel binnen de adviesbranche als binnen de bedrijfswereld) genoot geen PR-opleiding, hoewel we op dit vlak stilaan aan een inhaalbeweging bezig zijn.
Deze zaken geven onmiddellijk aan dat we het hier hebben over een discipline die qua invulling en perceptie niet altijd even duidelijk is.
De bedoeling van dit studieboek is dieper in te gaan op de strategische inzichten en werkvelden van Public Relations. Het is met andere woorden een verdieping van wat in een eerste jaar binnen een opleiding Bachelor in Communicatiemanagement gegeven werd of van een kennis die de lezer elders heeft opgedaan.
Els Van Betsbrugge studeerde geschiedenis en pers- en communicatiewetenschappen aan de Rijksuniversiteit in Gent. Eerder was ze werkzaam als marketingverantwoordelijke voor het informaticabedrijf MCC in Brussel en later voor E5-Mode. In 1991 begon ze als lesgever persleer, communicatie- en medialeer van HIBO (nu Bachelor Communicatiemanagement van de Arteveldehogeschool) te Gent. Al snel specialiseerde ze er zich als lector Public Relations en praktijkcoördinator. Ten slotte is de auteur lid van het BPRC (Belgisch Centrum voor Public Relations) en EUPRERA (European Public Relations Education and Research Association).
Leven in de risicomaatschappij. Deel 3: Aanbevelingen voor doeltreffend risicoreguleringsmanagement
€ 21,00
Reguleringsmanagement omvat een geheel van maatregelen
die een betere wetgeving beogen, voornamelijk door de
introductie van principes van integrale kwaliteitszorg in het
wetgevingsbeleid. De consequente invoering daarvan verloopt
niet zonder moeilijkheden, wegens diverse hardnekkige
obstakels die structureel in het huidige wetgevingsproces
verankerd zitten. De auteur toont het nut van
reguleringsmanagement aan en formuleert aanbevelingen
om de bestaande obstakels te overstijgen en een optimale
implementatie van reguleringsmanagement mogelijk te
maken.
Bij het tot stand komen van wetgeving bij professionele, maatschappelijke en milieurisico’s, blijken een aantal nukkige knelpunten te blijven bestaan: het gebrek aan visie, aan samenwerking, aan ex-ante- en ex-post-impactanalyses en aan objectieve criteria die het beleid onderbouwen. Dit boek reikt mogelijke oplossingen aan vanuit good practices. Stap voor stap wordt een geheel van aandachtspunten uitgewerkt, die de vereisten van doeltreffend risicomanagement door de overheid, de fundamentele beginselen van de rechtsstaat en de principes van integrale kwaliteitszorg integreren onder de noemer ‘risicoreguleringsmanagement’.
Deze aanbevelingen zijn niet alleen voor beleidsmakers bestemd, ze kunnen ook privé-risicomanagers inspireren bij het uitstippelen van een risicobeleid en onderbouwde keuzes met betrekking tot risicobeheersingsmaatregelen binnen hun organisatie. Ze gaan mutatis mutandis ook op voor elk beleidsthema.
Kathleen van Heuverswyn, doctor in de rechten, is wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit Antwerpen. Voordien werkte zij als juridisch adviseur risicomanagement in private en publieke organisaties, zowel in nationale als Europese context.
Bij het tot stand komen van wetgeving bij professionele, maatschappelijke en milieurisico’s, blijken een aantal nukkige knelpunten te blijven bestaan: het gebrek aan visie, aan samenwerking, aan ex-ante- en ex-post-impactanalyses en aan objectieve criteria die het beleid onderbouwen. Dit boek reikt mogelijke oplossingen aan vanuit good practices. Stap voor stap wordt een geheel van aandachtspunten uitgewerkt, die de vereisten van doeltreffend risicomanagement door de overheid, de fundamentele beginselen van de rechtsstaat en de principes van integrale kwaliteitszorg integreren onder de noemer ‘risicoreguleringsmanagement’.
Deze aanbevelingen zijn niet alleen voor beleidsmakers bestemd, ze kunnen ook privé-risicomanagers inspireren bij het uitstippelen van een risicobeleid en onderbouwde keuzes met betrekking tot risicobeheersingsmaatregelen binnen hun organisatie. Ze gaan mutatis mutandis ook op voor elk beleidsthema.
Kathleen van Heuverswyn, doctor in de rechten, is wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit Antwerpen. Voordien werkte zij als juridisch adviseur risicomanagement in private en publieke organisaties, zowel in nationale als Europese context.
Leven in de risicomaatschappij. Deel 3: Aanbevelingen voor doeltreffend risicoreguleringsmanagement
€ 21,00
Reguleringsmanagement omvat een geheel van maatregelen
die een betere wetgeving beogen, voornamelijk door de
introductie van principes van integrale kwaliteitszorg in het
wetgevingsbeleid. De consequente invoering daarvan verloopt
niet zonder moeilijkheden, wegens diverse hardnekkige
obstakels die structureel in het huidige wetgevingsproces
verankerd zitten. De auteur toont het nut van
reguleringsmanagement aan en formuleert aanbevelingen
om de bestaande obstakels te overstijgen en een optimale
implementatie van reguleringsmanagement mogelijk te
maken.
Bij het tot stand komen van wetgeving bij professionele, maatschappelijke en milieurisico’s, blijken een aantal nukkige knelpunten te blijven bestaan: het gebrek aan visie, aan samenwerking, aan ex-ante- en ex-post-impactanalyses en aan objectieve criteria die het beleid onderbouwen. Dit boek reikt mogelijke oplossingen aan vanuit good practices. Stap voor stap wordt een geheel van aandachtspunten uitgewerkt, die de vereisten van doeltreffend risicomanagement door de overheid, de fundamentele beginselen van de rechtsstaat en de principes van integrale kwaliteitszorg integreren onder de noemer ‘risicoreguleringsmanagement’.
Deze aanbevelingen zijn niet alleen voor beleidsmakers bestemd, ze kunnen ook privé-risicomanagers inspireren bij het uitstippelen van een risicobeleid en onderbouwde keuzes met betrekking tot risicobeheersingsmaatregelen binnen hun organisatie. Ze gaan mutatis mutandis ook op voor elk beleidsthema.
Kathleen van Heuverswyn, doctor in de rechten, is wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit Antwerpen. Voordien werkte zij als juridisch adviseur risicomanagement in private en publieke organisaties, zowel in nationale als Europese context.
Bij het tot stand komen van wetgeving bij professionele, maatschappelijke en milieurisico’s, blijken een aantal nukkige knelpunten te blijven bestaan: het gebrek aan visie, aan samenwerking, aan ex-ante- en ex-post-impactanalyses en aan objectieve criteria die het beleid onderbouwen. Dit boek reikt mogelijke oplossingen aan vanuit good practices. Stap voor stap wordt een geheel van aandachtspunten uitgewerkt, die de vereisten van doeltreffend risicomanagement door de overheid, de fundamentele beginselen van de rechtsstaat en de principes van integrale kwaliteitszorg integreren onder de noemer ‘risicoreguleringsmanagement’.
Deze aanbevelingen zijn niet alleen voor beleidsmakers bestemd, ze kunnen ook privé-risicomanagers inspireren bij het uitstippelen van een risicobeleid en onderbouwde keuzes met betrekking tot risicobeheersingsmaatregelen binnen hun organisatie. Ze gaan mutatis mutandis ook op voor elk beleidsthema.
Kathleen van Heuverswyn, doctor in de rechten, is wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit Antwerpen. Voordien werkte zij als juridisch adviseur risicomanagement in private en publieke organisaties, zowel in nationale als Europese context.