Gezondheid is geen koopwaar
€ 19,90
In dit boek geeft Geert Messiaen een overzicht van de Belgische ziekteverzekering
in het algemeen en van de werking en de standpunten van de Liberale Mutualiteiten
in het bijzonder, samen met een persoonlijke visie op het gezondheidsbeleid in België
en Europa. De auteur houdt een oprecht pleidooi voor het onvolprezen Belgische systeem
van de gezondheidszorg. Dit boek richt zich tot iedereen die met de gezondheidszorg in
België is begaan.
In zijn vorige boek, Onvoltooide symfonie, rekende hij al in zijn ongezouten stijl af met een aantal plaatselijke, politieke toestanden in zijn geboortestad Roeselare en hamert hij op enkele sociale aandachtspunten.
Geert Messiaen is ook auteur van Uitdagingen voor de ziekenfondsen in de eenentwintigste eeuw (2012)
Geert Messiaen is secretaris-generaal van de Landsbond van Liberale Mutualiteiten.
Zie ook www.geert-messiaen.be.
In zijn vorige boek, Onvoltooide symfonie, rekende hij al in zijn ongezouten stijl af met een aantal plaatselijke, politieke toestanden in zijn geboortestad Roeselare en hamert hij op enkele sociale aandachtspunten.
Geert Messiaen is ook auteur van Uitdagingen voor de ziekenfondsen in de eenentwintigste eeuw (2012)
Geert Messiaen is secretaris-generaal van de Landsbond van Liberale Mutualiteiten.
Zie ook www.geert-messiaen.be.
Gezondheid is geen koopwaar
€ 19,90
In dit boek geeft Geert Messiaen een overzicht van de Belgische ziekteverzekering
in het algemeen en van de werking en de standpunten van de Liberale Mutualiteiten
in het bijzonder, samen met een persoonlijke visie op het gezondheidsbeleid in België
en Europa. De auteur houdt een oprecht pleidooi voor het onvolprezen Belgische systeem
van de gezondheidszorg. Dit boek richt zich tot iedereen die met de gezondheidszorg in
België is begaan.
In zijn vorige boek, Onvoltooide symfonie, rekende hij al in zijn ongezouten stijl af met een aantal plaatselijke, politieke toestanden in zijn geboortestad Roeselare en hamert hij op enkele sociale aandachtspunten.
Geert Messiaen is ook auteur van Uitdagingen voor de ziekenfondsen in de eenentwintigste eeuw (2012)
Geert Messiaen is secretaris-generaal van de Landsbond van Liberale Mutualiteiten.
Zie ook www.geert-messiaen.be.
In zijn vorige boek, Onvoltooide symfonie, rekende hij al in zijn ongezouten stijl af met een aantal plaatselijke, politieke toestanden in zijn geboortestad Roeselare en hamert hij op enkele sociale aandachtspunten.
Geert Messiaen is ook auteur van Uitdagingen voor de ziekenfondsen in de eenentwintigste eeuw (2012)
Geert Messiaen is secretaris-generaal van de Landsbond van Liberale Mutualiteiten.
Zie ook www.geert-messiaen.be.
Vechten met de engel. Herschrijven in de Nederlandstalige literatuur (Literatuur in veelvoud, nr. 22)
€ 29,90
Literaire werken staan zelden of nooit volledig op zichzelf. Ze enten zich op literaire tradities, op buitenlandse
of binnenlandse invloeden, vloeien bijna als vanzelf voort uit het oeuvre van een auteur of
maken gebruik van andere culturele codes om een nieuw literair product te realiseren.
In de Nederlandstalige literatuur is dat niet anders. Ook daarin circuleren immers allerlei soorten bronnen als basis voor romans, dichtbundels of andersoortig literair werk. Dat kan gaan van sage- of legendemateriaal, over beeldmateriaal, naar citaten uit het eigen oeuvre of het oeuvre van een andere auteur. Belangrijk daarbij is op te merken hoe dat bronmateriaal steevast ‘muteert’ bij het overbrengen van de ene literaire context naar de andere. Interteksten krijgen een eigen invulling of gaan een dialoog aan met de nieuwe omgeving waarin ze ondergebracht worden. Oraal materiaal wordt omgewerkt naar een schriftelijke context. Buitenlandse invloeden krijgen een lokale touch mee. En ook eigen werk kan een nieuw leven ingeblazen krijgen wanneer het wordt ingeschakeld in een nieuw boek. De auteurs raken op verschillende wijzen deze kwesties aan en geven een overzicht van de verschillende manieren waarop er wordt ‘herschreven’ in de Nederlandstalige literatuur
Ben Van Humbeeck, Valerie Rousseau en Cin Windey zijn verbonden aan de Onderzoekseenheid Nederlandse Literatuurstudie van de K.U.Leuven. De coauteurs zijn neerlandici van deze universiteit.
In de Nederlandstalige literatuur is dat niet anders. Ook daarin circuleren immers allerlei soorten bronnen als basis voor romans, dichtbundels of andersoortig literair werk. Dat kan gaan van sage- of legendemateriaal, over beeldmateriaal, naar citaten uit het eigen oeuvre of het oeuvre van een andere auteur. Belangrijk daarbij is op te merken hoe dat bronmateriaal steevast ‘muteert’ bij het overbrengen van de ene literaire context naar de andere. Interteksten krijgen een eigen invulling of gaan een dialoog aan met de nieuwe omgeving waarin ze ondergebracht worden. Oraal materiaal wordt omgewerkt naar een schriftelijke context. Buitenlandse invloeden krijgen een lokale touch mee. En ook eigen werk kan een nieuw leven ingeblazen krijgen wanneer het wordt ingeschakeld in een nieuw boek. De auteurs raken op verschillende wijzen deze kwesties aan en geven een overzicht van de verschillende manieren waarop er wordt ‘herschreven’ in de Nederlandstalige literatuur
Ben Van Humbeeck, Valerie Rousseau en Cin Windey zijn verbonden aan de Onderzoekseenheid Nederlandse Literatuurstudie van de K.U.Leuven. De coauteurs zijn neerlandici van deze universiteit.
Vechten met de engel. Herschrijven in de Nederlandstalige literatuur (Literatuur in veelvoud, nr. 22)
€ 29,90
Literaire werken staan zelden of nooit volledig op zichzelf. Ze enten zich op literaire tradities, op buitenlandse
of binnenlandse invloeden, vloeien bijna als vanzelf voort uit het oeuvre van een auteur of
maken gebruik van andere culturele codes om een nieuw literair product te realiseren.
In de Nederlandstalige literatuur is dat niet anders. Ook daarin circuleren immers allerlei soorten bronnen als basis voor romans, dichtbundels of andersoortig literair werk. Dat kan gaan van sage- of legendemateriaal, over beeldmateriaal, naar citaten uit het eigen oeuvre of het oeuvre van een andere auteur. Belangrijk daarbij is op te merken hoe dat bronmateriaal steevast ‘muteert’ bij het overbrengen van de ene literaire context naar de andere. Interteksten krijgen een eigen invulling of gaan een dialoog aan met de nieuwe omgeving waarin ze ondergebracht worden. Oraal materiaal wordt omgewerkt naar een schriftelijke context. Buitenlandse invloeden krijgen een lokale touch mee. En ook eigen werk kan een nieuw leven ingeblazen krijgen wanneer het wordt ingeschakeld in een nieuw boek. De auteurs raken op verschillende wijzen deze kwesties aan en geven een overzicht van de verschillende manieren waarop er wordt ‘herschreven’ in de Nederlandstalige literatuur
Ben Van Humbeeck, Valerie Rousseau en Cin Windey zijn verbonden aan de Onderzoekseenheid Nederlandse Literatuurstudie van de K.U.Leuven. De coauteurs zijn neerlandici van deze universiteit.
In de Nederlandstalige literatuur is dat niet anders. Ook daarin circuleren immers allerlei soorten bronnen als basis voor romans, dichtbundels of andersoortig literair werk. Dat kan gaan van sage- of legendemateriaal, over beeldmateriaal, naar citaten uit het eigen oeuvre of het oeuvre van een andere auteur. Belangrijk daarbij is op te merken hoe dat bronmateriaal steevast ‘muteert’ bij het overbrengen van de ene literaire context naar de andere. Interteksten krijgen een eigen invulling of gaan een dialoog aan met de nieuwe omgeving waarin ze ondergebracht worden. Oraal materiaal wordt omgewerkt naar een schriftelijke context. Buitenlandse invloeden krijgen een lokale touch mee. En ook eigen werk kan een nieuw leven ingeblazen krijgen wanneer het wordt ingeschakeld in een nieuw boek. De auteurs raken op verschillende wijzen deze kwesties aan en geven een overzicht van de verschillende manieren waarop er wordt ‘herschreven’ in de Nederlandstalige literatuur
Ben Van Humbeeck, Valerie Rousseau en Cin Windey zijn verbonden aan de Onderzoekseenheid Nederlandse Literatuurstudie van de K.U.Leuven. De coauteurs zijn neerlandici van deze universiteit.
God heeft een brede rug. De zoektocht van een religieus agnost
€ 24,90
Het is geen eenvoudige opgave om in deze verwarrende tijden een spirituele
thuishaven te vinden. Het traditionele ''kolenbrandersgeloof'' verdwijnt, maar
het rabiate atheïsme stoot ook tegen de borst... Het nieuwetijdsdenken lijkt
over zijn hoogtepunt heen. De georganiseerde kerken hebben de grootste
moeite om hun structuren overeind te houden. De humanistische verenigingen
moeten het stellen met een kleine kudde. De vrijmetselaars hebben zich
ommuurd met oninneembare wallen.
Waar haalt de postmoderne mens voortaan nog voedsel voor de ziel, en de kracht om nieuwe vormen van solidariteit uit te bouwen? Hoe zal hij/ zij gestalte geven aan de grote overgangsmomenten in het leven: geboorte, huwelijk, overlijden en nog zoveel andere ingrijpende gebeurtenissen die een bewust levend individu niet ongemerkt wil laten voorbijgaan?
Religieus agnosticisme kan een antwoord bieden. Het richt zich tot de zoekende mens die geen behoefte heeft aan absolute antwoorden, en die een vragend bestaan durft te leiden, met veel ruimte voor introspectie, intuïtie, reflectie, openhartige discussie, bezinning, meditatie en gerichtheid op het transcendente.
De auteur belicht zijn eigen zoektocht en houdt een pleidooi voor een vorm van spiritualiteit die intellectueel relevant is en sociaal progressief, vanuit de keuze voor ''open religie'', ''meervoudige religieuze verbondenheid'' en ''actief pluralisme''.
Religieus agnosticisme is uiteraard geen doctrine, maar veeleer een voorzichtige hypothese die steun en soelaas kan bieden voor wie zich aangezogen voelt door het eventuele geheim achter de zichtbare werkelijkheid.
Jan Verachtert studeerde Filosofie, Theologie en Romaanse filologie.
Waar haalt de postmoderne mens voortaan nog voedsel voor de ziel, en de kracht om nieuwe vormen van solidariteit uit te bouwen? Hoe zal hij/ zij gestalte geven aan de grote overgangsmomenten in het leven: geboorte, huwelijk, overlijden en nog zoveel andere ingrijpende gebeurtenissen die een bewust levend individu niet ongemerkt wil laten voorbijgaan?
Religieus agnosticisme kan een antwoord bieden. Het richt zich tot de zoekende mens die geen behoefte heeft aan absolute antwoorden, en die een vragend bestaan durft te leiden, met veel ruimte voor introspectie, intuïtie, reflectie, openhartige discussie, bezinning, meditatie en gerichtheid op het transcendente.
De auteur belicht zijn eigen zoektocht en houdt een pleidooi voor een vorm van spiritualiteit die intellectueel relevant is en sociaal progressief, vanuit de keuze voor ''open religie'', ''meervoudige religieuze verbondenheid'' en ''actief pluralisme''.
Religieus agnosticisme is uiteraard geen doctrine, maar veeleer een voorzichtige hypothese die steun en soelaas kan bieden voor wie zich aangezogen voelt door het eventuele geheim achter de zichtbare werkelijkheid.
Jan Verachtert studeerde Filosofie, Theologie en Romaanse filologie.
God heeft een brede rug. De zoektocht van een religieus agnost
€ 24,90
Het is geen eenvoudige opgave om in deze verwarrende tijden een spirituele
thuishaven te vinden. Het traditionele ''kolenbrandersgeloof'' verdwijnt, maar
het rabiate atheïsme stoot ook tegen de borst... Het nieuwetijdsdenken lijkt
over zijn hoogtepunt heen. De georganiseerde kerken hebben de grootste
moeite om hun structuren overeind te houden. De humanistische verenigingen
moeten het stellen met een kleine kudde. De vrijmetselaars hebben zich
ommuurd met oninneembare wallen.
Waar haalt de postmoderne mens voortaan nog voedsel voor de ziel, en de kracht om nieuwe vormen van solidariteit uit te bouwen? Hoe zal hij/ zij gestalte geven aan de grote overgangsmomenten in het leven: geboorte, huwelijk, overlijden en nog zoveel andere ingrijpende gebeurtenissen die een bewust levend individu niet ongemerkt wil laten voorbijgaan?
Religieus agnosticisme kan een antwoord bieden. Het richt zich tot de zoekende mens die geen behoefte heeft aan absolute antwoorden, en die een vragend bestaan durft te leiden, met veel ruimte voor introspectie, intuïtie, reflectie, openhartige discussie, bezinning, meditatie en gerichtheid op het transcendente.
De auteur belicht zijn eigen zoektocht en houdt een pleidooi voor een vorm van spiritualiteit die intellectueel relevant is en sociaal progressief, vanuit de keuze voor ''open religie'', ''meervoudige religieuze verbondenheid'' en ''actief pluralisme''.
Religieus agnosticisme is uiteraard geen doctrine, maar veeleer een voorzichtige hypothese die steun en soelaas kan bieden voor wie zich aangezogen voelt door het eventuele geheim achter de zichtbare werkelijkheid.
Jan Verachtert studeerde Filosofie, Theologie en Romaanse filologie.
Waar haalt de postmoderne mens voortaan nog voedsel voor de ziel, en de kracht om nieuwe vormen van solidariteit uit te bouwen? Hoe zal hij/ zij gestalte geven aan de grote overgangsmomenten in het leven: geboorte, huwelijk, overlijden en nog zoveel andere ingrijpende gebeurtenissen die een bewust levend individu niet ongemerkt wil laten voorbijgaan?
Religieus agnosticisme kan een antwoord bieden. Het richt zich tot de zoekende mens die geen behoefte heeft aan absolute antwoorden, en die een vragend bestaan durft te leiden, met veel ruimte voor introspectie, intuïtie, reflectie, openhartige discussie, bezinning, meditatie en gerichtheid op het transcendente.
De auteur belicht zijn eigen zoektocht en houdt een pleidooi voor een vorm van spiritualiteit die intellectueel relevant is en sociaal progressief, vanuit de keuze voor ''open religie'', ''meervoudige religieuze verbondenheid'' en ''actief pluralisme''.
Religieus agnosticisme is uiteraard geen doctrine, maar veeleer een voorzichtige hypothese die steun en soelaas kan bieden voor wie zich aangezogen voelt door het eventuele geheim achter de zichtbare werkelijkheid.
Jan Verachtert studeerde Filosofie, Theologie en Romaanse filologie.
Wie herkanst? Profiel, leerroutes en beweegredenen van de deelnemers aan het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap
€ 23,00
Meer dan ooit is een diploma of getuigschrift een noodzakelijk toegangsticket
tot de arbeidsmarkt en als dusdanig in grote mate bepalend voor
iemands latere sociale positie en levenskwaliteit. Diploma’s worden toegekend
na een langdurig proces van opleiding, kanalisering en selectie.
En hoewel we er van uitgaan dat dit sorteerproces georganiseerd wordt
op basis van meritocratische principes – talent, inzet en verdienste –
stellen onderzoekers steeds weer vast dat bepaalde groepen systematisch
buiten de prijzen vallen en zonder diploma (‘ongekwalificeerd’)
het onderwijs verlaten. De kansen zijn dus toch niet gelijk verdeeld in
het onderwijs.
Het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap bieden volwassenen die de middelbare school zonder diploma verlieten de mogelijkheid alsnog dat diploma te behalen. Het stijgende succes van beide instellingen illustreert niet alleen het toenemende belang van diploma’s, maar het wijst ook op een aantal blijvende gebreken van het traditionele, reguliere onderwijssysteem.
Wat is het profiel van deze herkansers? 1.183 deelnemers aan het Tweedekansonderwijs en 1.032 mensen die hun kans waagden via de Examencommissie werden ondervraagd: Wie zijn ze? Hoe verliep hun schoolloopbaan? Waarom stopten ze destijds met studeren? Waarom waagden ze een tweede kans? Waarom verkiezen ze het ene systeem boven het andere? Welke hinderpalen ondervonden ze bij hun studies? Wat verwachten ze na het behalen van hun diploma?
Het onderzoek leert dat het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie verschillende publieken bereiken. Een vergelijking met een groep jongvolwassenen die geen diploma haalden, maar nooit herkansten, wijst bovendien op een aantal specifieke kenmerken van de herkansers. Rijst de vraag of het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie erin slagen de ongelijkheid van kansen in het onderwijs (gedeeltelijk) recht te trekken? Of zijn de kansen op het herkansen ook ongelijk verdeeld?
Er werden ook diepgaande gesprekken gevoerd met 25 herkansers en niet-herkansers. Deze beklijvende verhalen belichten aspecten van het onderwijssysteem die zelden aan bod komen.
Ignace Glorieux, Ryfka Heyman, Maaike Taelman en Yolis Van Dorsselaer zijn verbonden aan de Onderzoeksgroep TOR van de Vakgroep Sociologie van de Vrije Universiteit Brussel. Marc Jegers is verbonden aan de Vakgroep Micro-economie van de profit en de non-profit sector van de Vrije Universiteit Brussel.
Het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap bieden volwassenen die de middelbare school zonder diploma verlieten de mogelijkheid alsnog dat diploma te behalen. Het stijgende succes van beide instellingen illustreert niet alleen het toenemende belang van diploma’s, maar het wijst ook op een aantal blijvende gebreken van het traditionele, reguliere onderwijssysteem.
Wat is het profiel van deze herkansers? 1.183 deelnemers aan het Tweedekansonderwijs en 1.032 mensen die hun kans waagden via de Examencommissie werden ondervraagd: Wie zijn ze? Hoe verliep hun schoolloopbaan? Waarom stopten ze destijds met studeren? Waarom waagden ze een tweede kans? Waarom verkiezen ze het ene systeem boven het andere? Welke hinderpalen ondervonden ze bij hun studies? Wat verwachten ze na het behalen van hun diploma?
Het onderzoek leert dat het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie verschillende publieken bereiken. Een vergelijking met een groep jongvolwassenen die geen diploma haalden, maar nooit herkansten, wijst bovendien op een aantal specifieke kenmerken van de herkansers. Rijst de vraag of het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie erin slagen de ongelijkheid van kansen in het onderwijs (gedeeltelijk) recht te trekken? Of zijn de kansen op het herkansen ook ongelijk verdeeld?
Er werden ook diepgaande gesprekken gevoerd met 25 herkansers en niet-herkansers. Deze beklijvende verhalen belichten aspecten van het onderwijssysteem die zelden aan bod komen.
Ignace Glorieux, Ryfka Heyman, Maaike Taelman en Yolis Van Dorsselaer zijn verbonden aan de Onderzoeksgroep TOR van de Vakgroep Sociologie van de Vrije Universiteit Brussel. Marc Jegers is verbonden aan de Vakgroep Micro-economie van de profit en de non-profit sector van de Vrije Universiteit Brussel.
Wie herkanst? Profiel, leerroutes en beweegredenen van de deelnemers aan het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap
€ 23,00
Meer dan ooit is een diploma of getuigschrift een noodzakelijk toegangsticket
tot de arbeidsmarkt en als dusdanig in grote mate bepalend voor
iemands latere sociale positie en levenskwaliteit. Diploma’s worden toegekend
na een langdurig proces van opleiding, kanalisering en selectie.
En hoewel we er van uitgaan dat dit sorteerproces georganiseerd wordt
op basis van meritocratische principes – talent, inzet en verdienste –
stellen onderzoekers steeds weer vast dat bepaalde groepen systematisch
buiten de prijzen vallen en zonder diploma (‘ongekwalificeerd’)
het onderwijs verlaten. De kansen zijn dus toch niet gelijk verdeeld in
het onderwijs.
Het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap bieden volwassenen die de middelbare school zonder diploma verlieten de mogelijkheid alsnog dat diploma te behalen. Het stijgende succes van beide instellingen illustreert niet alleen het toenemende belang van diploma’s, maar het wijst ook op een aantal blijvende gebreken van het traditionele, reguliere onderwijssysteem.
Wat is het profiel van deze herkansers? 1.183 deelnemers aan het Tweedekansonderwijs en 1.032 mensen die hun kans waagden via de Examencommissie werden ondervraagd: Wie zijn ze? Hoe verliep hun schoolloopbaan? Waarom stopten ze destijds met studeren? Waarom waagden ze een tweede kans? Waarom verkiezen ze het ene systeem boven het andere? Welke hinderpalen ondervonden ze bij hun studies? Wat verwachten ze na het behalen van hun diploma?
Het onderzoek leert dat het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie verschillende publieken bereiken. Een vergelijking met een groep jongvolwassenen die geen diploma haalden, maar nooit herkansten, wijst bovendien op een aantal specifieke kenmerken van de herkansers. Rijst de vraag of het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie erin slagen de ongelijkheid van kansen in het onderwijs (gedeeltelijk) recht te trekken? Of zijn de kansen op het herkansen ook ongelijk verdeeld?
Er werden ook diepgaande gesprekken gevoerd met 25 herkansers en niet-herkansers. Deze beklijvende verhalen belichten aspecten van het onderwijssysteem die zelden aan bod komen.
Ignace Glorieux, Ryfka Heyman, Maaike Taelman en Yolis Van Dorsselaer zijn verbonden aan de Onderzoeksgroep TOR van de Vakgroep Sociologie van de Vrije Universiteit Brussel. Marc Jegers is verbonden aan de Vakgroep Micro-economie van de profit en de non-profit sector van de Vrije Universiteit Brussel.
Het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap bieden volwassenen die de middelbare school zonder diploma verlieten de mogelijkheid alsnog dat diploma te behalen. Het stijgende succes van beide instellingen illustreert niet alleen het toenemende belang van diploma’s, maar het wijst ook op een aantal blijvende gebreken van het traditionele, reguliere onderwijssysteem.
Wat is het profiel van deze herkansers? 1.183 deelnemers aan het Tweedekansonderwijs en 1.032 mensen die hun kans waagden via de Examencommissie werden ondervraagd: Wie zijn ze? Hoe verliep hun schoolloopbaan? Waarom stopten ze destijds met studeren? Waarom waagden ze een tweede kans? Waarom verkiezen ze het ene systeem boven het andere? Welke hinderpalen ondervonden ze bij hun studies? Wat verwachten ze na het behalen van hun diploma?
Het onderzoek leert dat het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie verschillende publieken bereiken. Een vergelijking met een groep jongvolwassenen die geen diploma haalden, maar nooit herkansten, wijst bovendien op een aantal specifieke kenmerken van de herkansers. Rijst de vraag of het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie erin slagen de ongelijkheid van kansen in het onderwijs (gedeeltelijk) recht te trekken? Of zijn de kansen op het herkansen ook ongelijk verdeeld?
Er werden ook diepgaande gesprekken gevoerd met 25 herkansers en niet-herkansers. Deze beklijvende verhalen belichten aspecten van het onderwijssysteem die zelden aan bod komen.
Ignace Glorieux, Ryfka Heyman, Maaike Taelman en Yolis Van Dorsselaer zijn verbonden aan de Onderzoeksgroep TOR van de Vakgroep Sociologie van de Vrije Universiteit Brussel. Marc Jegers is verbonden aan de Vakgroep Micro-economie van de profit en de non-profit sector van de Vrije Universiteit Brussel.

Kinderwens en ouderschap bij mensen met een verstandelijke beperking. Aanzet tot maatschappelijke dialoog
€ 29,90
De kinderwens en het ouderschap bij mensen met een verstandelijke
beperking is een controversieel thema. Het laat
de betrokkenen en ‘de maatschappij’ niet onberoerd. Kinderen
van ouders met een verstandelijke beperking lopen een
grotere kans op allerhande problemen.
De laatste decennia is er nadrukkelijker een specifiek emancipatiebeleid voor mensen met een verstandelijke beperking. Ze zijn volwaardige burgers met recht op volwaardige maatschappelijke participatie en passende ondersteuning bij de vormgeving van hun burgerschap. Maar in de discussie over het burgerschapsideaal is precies het ouderschap van mensen met een verstandelijke beperking een grote verstoorder. Het levert vragen op als: Wat is goed ouderschap? Wanneer is ouderschap goed genoeg voor de samenleving? Wat hebben kinderen minimaal nodig? Wat is goede hulpverling of goede ondersteuning? Hoe verhouden rechten, belangen en waarden zich tot elkaar? Welke interventies zijn gerechtvaardigd, wanneer en door wie? En uiteraard: Welke plaats en welke stem krijgen de mensen met een verstandelijke beperking zelf in al deze afwegingen en overwegingen?
Marieke Baert, orthopedagoog, werkt in het Ortho-agogisch Centrum Broeder Ebergiste in Gent.
Jan Raymaekers, maatschappelijk werker en filosoof, is directeur van Dagcentrum De Wroeter in Kortessem.
De laatste decennia is er nadrukkelijker een specifiek emancipatiebeleid voor mensen met een verstandelijke beperking. Ze zijn volwaardige burgers met recht op volwaardige maatschappelijke participatie en passende ondersteuning bij de vormgeving van hun burgerschap. Maar in de discussie over het burgerschapsideaal is precies het ouderschap van mensen met een verstandelijke beperking een grote verstoorder. Het levert vragen op als: Wat is goed ouderschap? Wanneer is ouderschap goed genoeg voor de samenleving? Wat hebben kinderen minimaal nodig? Wat is goede hulpverling of goede ondersteuning? Hoe verhouden rechten, belangen en waarden zich tot elkaar? Welke interventies zijn gerechtvaardigd, wanneer en door wie? En uiteraard: Welke plaats en welke stem krijgen de mensen met een verstandelijke beperking zelf in al deze afwegingen en overwegingen?
Marieke Baert, orthopedagoog, werkt in het Ortho-agogisch Centrum Broeder Ebergiste in Gent.
Jan Raymaekers, maatschappelijk werker en filosoof, is directeur van Dagcentrum De Wroeter in Kortessem.

Kinderwens en ouderschap bij mensen met een verstandelijke beperking. Aanzet tot maatschappelijke dialoog
€ 29,90
De kinderwens en het ouderschap bij mensen met een verstandelijke
beperking is een controversieel thema. Het laat
de betrokkenen en ‘de maatschappij’ niet onberoerd. Kinderen
van ouders met een verstandelijke beperking lopen een
grotere kans op allerhande problemen.
De laatste decennia is er nadrukkelijker een specifiek emancipatiebeleid voor mensen met een verstandelijke beperking. Ze zijn volwaardige burgers met recht op volwaardige maatschappelijke participatie en passende ondersteuning bij de vormgeving van hun burgerschap. Maar in de discussie over het burgerschapsideaal is precies het ouderschap van mensen met een verstandelijke beperking een grote verstoorder. Het levert vragen op als: Wat is goed ouderschap? Wanneer is ouderschap goed genoeg voor de samenleving? Wat hebben kinderen minimaal nodig? Wat is goede hulpverling of goede ondersteuning? Hoe verhouden rechten, belangen en waarden zich tot elkaar? Welke interventies zijn gerechtvaardigd, wanneer en door wie? En uiteraard: Welke plaats en welke stem krijgen de mensen met een verstandelijke beperking zelf in al deze afwegingen en overwegingen?
Marieke Baert, orthopedagoog, werkt in het Ortho-agogisch Centrum Broeder Ebergiste in Gent.
Jan Raymaekers, maatschappelijk werker en filosoof, is directeur van Dagcentrum De Wroeter in Kortessem.
De laatste decennia is er nadrukkelijker een specifiek emancipatiebeleid voor mensen met een verstandelijke beperking. Ze zijn volwaardige burgers met recht op volwaardige maatschappelijke participatie en passende ondersteuning bij de vormgeving van hun burgerschap. Maar in de discussie over het burgerschapsideaal is precies het ouderschap van mensen met een verstandelijke beperking een grote verstoorder. Het levert vragen op als: Wat is goed ouderschap? Wanneer is ouderschap goed genoeg voor de samenleving? Wat hebben kinderen minimaal nodig? Wat is goede hulpverling of goede ondersteuning? Hoe verhouden rechten, belangen en waarden zich tot elkaar? Welke interventies zijn gerechtvaardigd, wanneer en door wie? En uiteraard: Welke plaats en welke stem krijgen de mensen met een verstandelijke beperking zelf in al deze afwegingen en overwegingen?
Marieke Baert, orthopedagoog, werkt in het Ortho-agogisch Centrum Broeder Ebergiste in Gent.
Jan Raymaekers, maatschappelijk werker en filosoof, is directeur van Dagcentrum De Wroeter in Kortessem.
Opleiden voor Passend Onderwijs. Advies m.b.t. het programma en niveau van opleiden voor Passend Onderwijs in de Bachelorfase van PABO en Lerarenopleiding VO – LEOZ Deelproject 7
€ 10,90
Hoe kan men ervoor zorgen dat de ruime expertise die
voorhanden is inzake zorg en Passend Onderwijs ook
daar terecht komt waar die terecht moet komen? Dit boek
geeft advies over hoe de leraar in opleiding daarvoor uitgerust
kan worden. Hiervoor werden de bestaande curricula
op een aantal hogescholen op het terrein van zorg
en Passend Onderwijs bekeken. Daarnaast werd er een
inventaris gemaakt van meningen en wensen van opleidingsdocenten,
managers, studenten en docenten werkzaam
in het onderwijsveld. Het resultaat is een handreiking
om Passend Onderwijs structureel in het curriculum van
PABO’s en Lerarenopleidingen VO/PTH op te nemen.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
Jacques Fanchamps is projectleider bij het Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg van de WOSOinstellingen.
Letty Schroën-Ario is hogeschooldocent, trainer en coach bij Windesheim OSO – Opleidingen Speciale Onderwijszorg.
Jan Thassing is verbonden aan de Faculteit Educatie van de Hogeschool Utrecht. Hij is ook werkzaam als docent, studieloopbaanbegeleider en ontwikkelaar bij het Seminarium voor Orthopedagogiek en het Instituut voor Gebaren, Taal & Dovenstudies.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
Jacques Fanchamps is projectleider bij het Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg van de WOSOinstellingen.
Letty Schroën-Ario is hogeschooldocent, trainer en coach bij Windesheim OSO – Opleidingen Speciale Onderwijszorg.
Jan Thassing is verbonden aan de Faculteit Educatie van de Hogeschool Utrecht. Hij is ook werkzaam als docent, studieloopbaanbegeleider en ontwikkelaar bij het Seminarium voor Orthopedagogiek en het Instituut voor Gebaren, Taal & Dovenstudies.
Opleiden voor Passend Onderwijs. Advies m.b.t. het programma en niveau van opleiden voor Passend Onderwijs in de Bachelorfase van PABO en Lerarenopleiding VO – LEOZ Deelproject 7
€ 10,90
Hoe kan men ervoor zorgen dat de ruime expertise die
voorhanden is inzake zorg en Passend Onderwijs ook
daar terecht komt waar die terecht moet komen? Dit boek
geeft advies over hoe de leraar in opleiding daarvoor uitgerust
kan worden. Hiervoor werden de bestaande curricula
op een aantal hogescholen op het terrein van zorg
en Passend Onderwijs bekeken. Daarnaast werd er een
inventaris gemaakt van meningen en wensen van opleidingsdocenten,
managers, studenten en docenten werkzaam
in het onderwijsveld. Het resultaat is een handreiking
om Passend Onderwijs structureel in het curriculum van
PABO’s en Lerarenopleidingen VO/PTH op te nemen.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
Jacques Fanchamps is projectleider bij het Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg van de WOSOinstellingen.
Letty Schroën-Ario is hogeschooldocent, trainer en coach bij Windesheim OSO – Opleidingen Speciale Onderwijszorg.
Jan Thassing is verbonden aan de Faculteit Educatie van de Hogeschool Utrecht. Hij is ook werkzaam als docent, studieloopbaanbegeleider en ontwikkelaar bij het Seminarium voor Orthopedagogiek en het Instituut voor Gebaren, Taal & Dovenstudies.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
Jacques Fanchamps is projectleider bij het Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg van de WOSOinstellingen.
Letty Schroën-Ario is hogeschooldocent, trainer en coach bij Windesheim OSO – Opleidingen Speciale Onderwijszorg.
Jan Thassing is verbonden aan de Faculteit Educatie van de Hogeschool Utrecht. Hij is ook werkzaam als docent, studieloopbaanbegeleider en ontwikkelaar bij het Seminarium voor Orthopedagogiek en het Instituut voor Gebaren, Taal & Dovenstudies.
Handboek kwaliteitstraject speciale onderwijszorg in verschillende schoolomgevingen – LEOZ Deelproject 5
€ 22,40
Hoe kunnen schoolbegeleiders adequaat toegerust worden
in het opzetten en uitvoeren van kwaliteitszorgtrajecten?
Het handboek geeft hierop een antwoord vanuit
praktijkervaringen in regulier en speciaal onderwijs, en
richt zich op de school en de schoolbegeleiders.
In het eerste deel worden de resultaten van de kwaliteitstrajecten zowel in perspectief van de school als van de schoolbegeleiders in kaart gebracht. Ook wordt de betekenis van de uitgevoerde kwaliteitstrajecten voor de taakstelling, rollen en competenties van een schoolbegeleider verhelderd. Het tweede deel legt een relatie tussen kwaliteitszorg, schoolontwikkeling en schoolbeleid als tripartiete eenheid en geeft alle kennisinformatie die een schoolbegeleider nodig heeft voor het effectief begeleiden van kwaliteitstrajecten. De hoofdstukken worden telkens afgewisseld met procesbeschrijvingen van de uitgevoerde kwaliteitstrajecten. Dit maakt het boek ook zeer bruikbaar voor scholen zelf.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
In het eerste deel worden de resultaten van de kwaliteitstrajecten zowel in perspectief van de school als van de schoolbegeleiders in kaart gebracht. Ook wordt de betekenis van de uitgevoerde kwaliteitstrajecten voor de taakstelling, rollen en competenties van een schoolbegeleider verhelderd. Het tweede deel legt een relatie tussen kwaliteitszorg, schoolontwikkeling en schoolbeleid als tripartiete eenheid en geeft alle kennisinformatie die een schoolbegeleider nodig heeft voor het effectief begeleiden van kwaliteitstrajecten. De hoofdstukken worden telkens afgewisseld met procesbeschrijvingen van de uitgevoerde kwaliteitstrajecten. Dit maakt het boek ook zeer bruikbaar voor scholen zelf.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
Handboek kwaliteitstraject speciale onderwijszorg in verschillende schoolomgevingen – LEOZ Deelproject 5
€ 22,40
Hoe kunnen schoolbegeleiders adequaat toegerust worden
in het opzetten en uitvoeren van kwaliteitszorgtrajecten?
Het handboek geeft hierop een antwoord vanuit
praktijkervaringen in regulier en speciaal onderwijs, en
richt zich op de school en de schoolbegeleiders.
In het eerste deel worden de resultaten van de kwaliteitstrajecten zowel in perspectief van de school als van de schoolbegeleiders in kaart gebracht. Ook wordt de betekenis van de uitgevoerde kwaliteitstrajecten voor de taakstelling, rollen en competenties van een schoolbegeleider verhelderd. Het tweede deel legt een relatie tussen kwaliteitszorg, schoolontwikkeling en schoolbeleid als tripartiete eenheid en geeft alle kennisinformatie die een schoolbegeleider nodig heeft voor het effectief begeleiden van kwaliteitstrajecten. De hoofdstukken worden telkens afgewisseld met procesbeschrijvingen van de uitgevoerde kwaliteitstrajecten. Dit maakt het boek ook zeer bruikbaar voor scholen zelf.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
In het eerste deel worden de resultaten van de kwaliteitstrajecten zowel in perspectief van de school als van de schoolbegeleiders in kaart gebracht. Ook wordt de betekenis van de uitgevoerde kwaliteitstrajecten voor de taakstelling, rollen en competenties van een schoolbegeleider verhelderd. Het tweede deel legt een relatie tussen kwaliteitszorg, schoolontwikkeling en schoolbeleid als tripartiete eenheid en geeft alle kennisinformatie die een schoolbegeleider nodig heeft voor het effectief begeleiden van kwaliteitstrajecten. De hoofdstukken worden telkens afgewisseld met procesbeschrijvingen van de uitgevoerde kwaliteitstrajecten. Dit maakt het boek ook zeer bruikbaar voor scholen zelf.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
Waarom zijn de bananen krom? De onderzoekende houding in bachelor- en masteropleidingen op de hogeschool – LEOZ Deelproject 6
€ 14,40
Onderzoek heeft een belangrijke positie gekregen in het
onderwijs op de hogeschool. Een basisvoorwaarde voor
goed praktijkonderzoek is het ontwikkelen van een onderzoekende
houding.
Dit boek geeft meer inzicht in de onderzoekende houding en bevat tips over het trainen van die houding. Ook worden er voorbeelden gegeven van opdrachten en aanwijzingen voor de organisatorische inbedding. Het boek is in de eerste plaats bedoeld voor docenten en onderwijsmanagers van educatieve opleidingen, maar is eveneens bruikbaar in andere sociaalculturele opleidingen.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
Frits Harinck, psycholoog, is verbonden aan de Hogeschool Windesheim, waar hij betrokken is bij het opzetten van een masteropleiding en het ontwikkelen van modules praktijkonderzoek.
Jos Kienhuis, orthopedagoog, is docent bij Fontys OSO – Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg.
Ton de Wit, orthopedagoog, doceert aan het Seminarium voor Orthopedagogiek, Hogeschool Utrecht.
Dit boek geeft meer inzicht in de onderzoekende houding en bevat tips over het trainen van die houding. Ook worden er voorbeelden gegeven van opdrachten en aanwijzingen voor de organisatorische inbedding. Het boek is in de eerste plaats bedoeld voor docenten en onderwijsmanagers van educatieve opleidingen, maar is eveneens bruikbaar in andere sociaalculturele opleidingen.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
Frits Harinck, psycholoog, is verbonden aan de Hogeschool Windesheim, waar hij betrokken is bij het opzetten van een masteropleiding en het ontwikkelen van modules praktijkonderzoek.
Jos Kienhuis, orthopedagoog, is docent bij Fontys OSO – Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg.
Ton de Wit, orthopedagoog, doceert aan het Seminarium voor Orthopedagogiek, Hogeschool Utrecht.
Waarom zijn de bananen krom? De onderzoekende houding in bachelor- en masteropleidingen op de hogeschool – LEOZ Deelproject 6
€ 14,40
Onderzoek heeft een belangrijke positie gekregen in het
onderwijs op de hogeschool. Een basisvoorwaarde voor
goed praktijkonderzoek is het ontwikkelen van een onderzoekende
houding.
Dit boek geeft meer inzicht in de onderzoekende houding en bevat tips over het trainen van die houding. Ook worden er voorbeelden gegeven van opdrachten en aanwijzingen voor de organisatorische inbedding. Het boek is in de eerste plaats bedoeld voor docenten en onderwijsmanagers van educatieve opleidingen, maar is eveneens bruikbaar in andere sociaalculturele opleidingen.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
Frits Harinck, psycholoog, is verbonden aan de Hogeschool Windesheim, waar hij betrokken is bij het opzetten van een masteropleiding en het ontwikkelen van modules praktijkonderzoek.
Jos Kienhuis, orthopedagoog, is docent bij Fontys OSO – Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg.
Ton de Wit, orthopedagoog, doceert aan het Seminarium voor Orthopedagogiek, Hogeschool Utrecht.
Dit boek geeft meer inzicht in de onderzoekende houding en bevat tips over het trainen van die houding. Ook worden er voorbeelden gegeven van opdrachten en aanwijzingen voor de organisatorische inbedding. Het boek is in de eerste plaats bedoeld voor docenten en onderwijsmanagers van educatieve opleidingen, maar is eveneens bruikbaar in andere sociaalculturele opleidingen.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
Frits Harinck, psycholoog, is verbonden aan de Hogeschool Windesheim, waar hij betrokken is bij het opzetten van een masteropleiding en het ontwikkelen van modules praktijkonderzoek.
Jos Kienhuis, orthopedagoog, is docent bij Fontys OSO – Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg.
Ton de Wit, orthopedagoog, doceert aan het Seminarium voor Orthopedagogiek, Hogeschool Utrecht.
Inclusief bekwaam. Generiek competentieprofiel inclusief onderwijs – LEOZ Deelproject 4
€ 14,00
Inclusief onderwijs wordt gekenmerkt door samenwerking
en participatie: met en door leerlingen, ouders, collega’s
en andere betrokkenen in en om de school. Hierin vervullen
de leraren/docenten die voor de groep staan een
sleutelrol. Zij fungeren als vertrouwenspersoon voor hun
leerlingen en zij geven diversiteitsleren vorm. Voor leerlingen met bijzondere ondersteuningsbehoeften
kunnen ze een beroep doen op een gespecialiseerde begeleider
en iemand die zorg draagt voor een goede afstemming
van activiteiten en voorzieningen.
Dit boek beschrijft de generieke kwaliteiten die in inclusief onderwijs van de leraar, de gespecialiseerde begeleider en de (zorg) coördinator worden gevraagd. Voor de uitwerking van het boek is op basis van literatuurstudie, raadpleging van mensen uit de praktijk en consultatie van deskundigen het basisprofiel van SBL aangevuld.
Op basis van Inclusief Bekwaam is een quick scan ontwikkeld, bedoeld als hulpmiddel bij het in kaart brengen van gewenste en aanwezige kwaliteiten, voor individuele leraren én voor het team als geheel. U vindt de quick scan op www.leoz.nl/inclusieprofiel.
Wim Claasen, klinisch psycholoog, werkt aan een promotieonderzoek over leraren en speciale onderwijszorg.
Erica de Bruïne, ontwikkelingspsychologe, is hoofddocente aan de School of Education van Windesheim OSO – Opleidingen Speciale Onderwijszorg in Zwolle.
Bert van Velthooven is er docent en onderwijsadviseur.
Hettie Siemons is docent, studieleider en teamleider bij de opleiding Speciaal Onderwijs aan het Seminarium voor Orthopedagogiek van de Hogeschool Utrecht.
Hans Schuman is eveneens verbonden aan het Seminarium voor Orthopedagogiek.
Dit boek beschrijft de generieke kwaliteiten die in inclusief onderwijs van de leraar, de gespecialiseerde begeleider en de (zorg) coördinator worden gevraagd. Voor de uitwerking van het boek is op basis van literatuurstudie, raadpleging van mensen uit de praktijk en consultatie van deskundigen het basisprofiel van SBL aangevuld.
Op basis van Inclusief Bekwaam is een quick scan ontwikkeld, bedoeld als hulpmiddel bij het in kaart brengen van gewenste en aanwezige kwaliteiten, voor individuele leraren én voor het team als geheel. U vindt de quick scan op www.leoz.nl/inclusieprofiel.
Wim Claasen, klinisch psycholoog, werkt aan een promotieonderzoek over leraren en speciale onderwijszorg.
Erica de Bruïne, ontwikkelingspsychologe, is hoofddocente aan de School of Education van Windesheim OSO – Opleidingen Speciale Onderwijszorg in Zwolle.
Bert van Velthooven is er docent en onderwijsadviseur.
Hettie Siemons is docent, studieleider en teamleider bij de opleiding Speciaal Onderwijs aan het Seminarium voor Orthopedagogiek van de Hogeschool Utrecht.
Hans Schuman is eveneens verbonden aan het Seminarium voor Orthopedagogiek.
Inclusief bekwaam. Generiek competentieprofiel inclusief onderwijs – LEOZ Deelproject 4
€ 14,00
Inclusief onderwijs wordt gekenmerkt door samenwerking
en participatie: met en door leerlingen, ouders, collega’s
en andere betrokkenen in en om de school. Hierin vervullen
de leraren/docenten die voor de groep staan een
sleutelrol. Zij fungeren als vertrouwenspersoon voor hun
leerlingen en zij geven diversiteitsleren vorm. Voor leerlingen met bijzondere ondersteuningsbehoeften
kunnen ze een beroep doen op een gespecialiseerde begeleider
en iemand die zorg draagt voor een goede afstemming
van activiteiten en voorzieningen.
Dit boek beschrijft de generieke kwaliteiten die in inclusief onderwijs van de leraar, de gespecialiseerde begeleider en de (zorg) coördinator worden gevraagd. Voor de uitwerking van het boek is op basis van literatuurstudie, raadpleging van mensen uit de praktijk en consultatie van deskundigen het basisprofiel van SBL aangevuld.
Op basis van Inclusief Bekwaam is een quick scan ontwikkeld, bedoeld als hulpmiddel bij het in kaart brengen van gewenste en aanwezige kwaliteiten, voor individuele leraren én voor het team als geheel. U vindt de quick scan op www.leoz.nl/inclusieprofiel.
Wim Claasen, klinisch psycholoog, werkt aan een promotieonderzoek over leraren en speciale onderwijszorg.
Erica de Bruïne, ontwikkelingspsychologe, is hoofddocente aan de School of Education van Windesheim OSO – Opleidingen Speciale Onderwijszorg in Zwolle.
Bert van Velthooven is er docent en onderwijsadviseur.
Hettie Siemons is docent, studieleider en teamleider bij de opleiding Speciaal Onderwijs aan het Seminarium voor Orthopedagogiek van de Hogeschool Utrecht.
Hans Schuman is eveneens verbonden aan het Seminarium voor Orthopedagogiek.
Dit boek beschrijft de generieke kwaliteiten die in inclusief onderwijs van de leraar, de gespecialiseerde begeleider en de (zorg) coördinator worden gevraagd. Voor de uitwerking van het boek is op basis van literatuurstudie, raadpleging van mensen uit de praktijk en consultatie van deskundigen het basisprofiel van SBL aangevuld.
Op basis van Inclusief Bekwaam is een quick scan ontwikkeld, bedoeld als hulpmiddel bij het in kaart brengen van gewenste en aanwezige kwaliteiten, voor individuele leraren én voor het team als geheel. U vindt de quick scan op www.leoz.nl/inclusieprofiel.
Wim Claasen, klinisch psycholoog, werkt aan een promotieonderzoek over leraren en speciale onderwijszorg.
Erica de Bruïne, ontwikkelingspsychologe, is hoofddocente aan de School of Education van Windesheim OSO – Opleidingen Speciale Onderwijszorg in Zwolle.
Bert van Velthooven is er docent en onderwijsadviseur.
Hettie Siemons is docent, studieleider en teamleider bij de opleiding Speciaal Onderwijs aan het Seminarium voor Orthopedagogiek van de Hogeschool Utrecht.
Hans Schuman is eveneens verbonden aan het Seminarium voor Orthopedagogiek.
Vademecum voor de invoering van regionale projecten Passend Onderwijs – LEOZ Deelproject 2
€ 11,60
Het Nederlandse onderwijssysteem staat weer voor een
nieuwe uitdaging: Passend Onderwijs in een regio realiseren.
Dat vergt extra inspanningen voor iedereen die
bij deze vorm van onderwijs betrokken is of gaat worden.
De verantwoordelijkheid voor een goede invoering ervan
berust, met name bij de schoolbesturen, in samenwerking
met de regio. Voor een goede invoering – en dus voor de besturen en de regio – zijn een aantal voorwaarden
van doorslaggevende betekenis: weten wat Passend
Onderwijs is of kan betekenen; visie hebben hoe dit voor
de eigen organisatie en regio eruit zou kunnen zien; praktische
invullingen daarvoor ontwikkelen en die zo goed
mogelijk in alle geledingen invoeren (implementatie). Dit
vademecum is bedoeld voor iedereen die het invoeringsproces
van Passend Onderwijs wil of kan ondersteunen
en voor consultants in de lerarenopleiding in het bijzonder.
Dat kan heel praktisch, omdat het Vademecum
gebaseerd is op drie proefprojecten Passend Onderwijs.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
Kees Dijkstra is opleider, acquisiteur en voorzitter van de curriculumcommissie bij Windesheim OSO –Opleidingen Speciale Onderwijszorg in Zwolle.
Bert van Velthooven is er docent en onderwijsadviseur.
Jacques Fanchamps is projectleider bij het Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg van de WOSO-instellingen.
Irma Miedema, psycholoog, verzorgt advies en begeleiding (projectleiding) bij vernieuwingen in onderwijsorganisaties zoals Passend Onderwijs.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
Kees Dijkstra is opleider, acquisiteur en voorzitter van de curriculumcommissie bij Windesheim OSO –Opleidingen Speciale Onderwijszorg in Zwolle.
Bert van Velthooven is er docent en onderwijsadviseur.
Jacques Fanchamps is projectleider bij het Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg van de WOSO-instellingen.
Irma Miedema, psycholoog, verzorgt advies en begeleiding (projectleiding) bij vernieuwingen in onderwijsorganisaties zoals Passend Onderwijs.
Vademecum voor de invoering van regionale projecten Passend Onderwijs – LEOZ Deelproject 2
€ 11,60
Het Nederlandse onderwijssysteem staat weer voor een
nieuwe uitdaging: Passend Onderwijs in een regio realiseren.
Dat vergt extra inspanningen voor iedereen die
bij deze vorm van onderwijs betrokken is of gaat worden.
De verantwoordelijkheid voor een goede invoering ervan
berust, met name bij de schoolbesturen, in samenwerking
met de regio. Voor een goede invoering – en dus voor de besturen en de regio – zijn een aantal voorwaarden
van doorslaggevende betekenis: weten wat Passend
Onderwijs is of kan betekenen; visie hebben hoe dit voor
de eigen organisatie en regio eruit zou kunnen zien; praktische
invullingen daarvoor ontwikkelen en die zo goed
mogelijk in alle geledingen invoeren (implementatie). Dit
vademecum is bedoeld voor iedereen die het invoeringsproces
van Passend Onderwijs wil of kan ondersteunen
en voor consultants in de lerarenopleiding in het bijzonder.
Dat kan heel praktisch, omdat het Vademecum
gebaseerd is op drie proefprojecten Passend Onderwijs.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
Kees Dijkstra is opleider, acquisiteur en voorzitter van de curriculumcommissie bij Windesheim OSO –Opleidingen Speciale Onderwijszorg in Zwolle.
Bert van Velthooven is er docent en onderwijsadviseur.
Jacques Fanchamps is projectleider bij het Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg van de WOSO-instellingen.
Irma Miedema, psycholoog, verzorgt advies en begeleiding (projectleiding) bij vernieuwingen in onderwijsorganisaties zoals Passend Onderwijs.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
Kees Dijkstra is opleider, acquisiteur en voorzitter van de curriculumcommissie bij Windesheim OSO –Opleidingen Speciale Onderwijszorg in Zwolle.
Bert van Velthooven is er docent en onderwijsadviseur.
Jacques Fanchamps is projectleider bij het Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg van de WOSO-instellingen.
Irma Miedema, psycholoog, verzorgt advies en begeleiding (projectleiding) bij vernieuwingen in onderwijsorganisaties zoals Passend Onderwijs.
Een hoopje vuil in de feestzaal. Facetten van het proza van Willem Elsschot (Academisch Literair, nr. 1)
€ 36,00
Willem Elsschot (1882-1960) behoort tot de klassieken van de Nederlandse
literatuur. Romans als Lijmen, Kaas en Het Dwaallicht
hebben de status van tijdloze meesterwerken verworven. Toch stond
Elsschot ook met beide voeten in het literaire leven van zijn tijd. Dit
boek laat zien hoe hij gangbare literatuuropvattingen, bekende genres
en eigentijdse thema’s overnam en naar zijn hand zette. Een aandachtige
herlezing van zijn romandebuut Villa des Roses, zijn enige
dorpsroman De Verlossing en de familieverhalen Tsjip en Pensioen
werpt een nieuw licht op zijn veelgeroemde stijl en zijn ironische
wereldbeeld. Een reconstructie van het kritische debat daarover
maakt duidelijk dat Elsschots werk tijdens de eerste decennia van de
twintigste eeuw de inzet was van levendige discussies onder traditionele
en vooruitstrevende critici. Het bekende beeld van Elsschot als
de Antwerpse burger en zakenman die zijn persoonlijke ervaringen
boekstaaft, wordt hier grondig bijgesteld. Willem Elsschot komt uit
deze studie naar voren als een schrijver met een doordachte visie op
literatuur, die in geestige en vernuftig opgezette verhalen vraagtekens
plaatst bij conventionele denkschema’s en waardepatronen.
Koen Rymenants is coördinator wetenschappelijk onderzoek en maatschappelijke dienstverlening bij de centrale administratie van de Artesis Hogeschool Antwerpen. Daarvoor was hij onderzoeker aan de subfaculteit Literatuurwetenschap van de KU Leuven, waar hij in 2004 promoveerde op een proefschrift over Willem Elsschot. Hij publiceert over moderne en hedendaagse literatuur in Nederland en Vlaanderen. Daarnaast is hij redacteur van het tijdschrift Spiegel der Letteren en bestuurslid van het Willem Elsschot Genootschap.
Koen Rymenants is coördinator wetenschappelijk onderzoek en maatschappelijke dienstverlening bij de centrale administratie van de Artesis Hogeschool Antwerpen. Daarvoor was hij onderzoeker aan de subfaculteit Literatuurwetenschap van de KU Leuven, waar hij in 2004 promoveerde op een proefschrift over Willem Elsschot. Hij publiceert over moderne en hedendaagse literatuur in Nederland en Vlaanderen. Daarnaast is hij redacteur van het tijdschrift Spiegel der Letteren en bestuurslid van het Willem Elsschot Genootschap.
Reeks Academisch Literair
- Een hoopje vuil in de feestzaal. Facetten van het proza van Willem Elsschot
K. Rymenants - Gedeelde kennis. Literatuur en wetenschap in Nederland van Darwin tot Einstein (1860-1920)
M. Kemperink - De retoriek van waanzin. Taalhandelingen, onbetrouwbaarheid, delirium en de waanzinnige ik-verteller
L. Bernaerts - Geestelijke lenigheid. De relatie tussen literatuur en natuurwetenschap in het werk van Frederik van Eeden en Felix Ortt, 1880-1930
L. Vermeer - Het discours van de kritiek
P. Verstraeten - Celan auseinandergeschrieben
C. De Strycker - Lezer, er zijn ook Belgen
F. Van Renssen - Overleven in verhalen: van ooggetuigen naar 'jonge wilden'. Joodse schrijvers over de Shoah
E. Ibsch
Een hoopje vuil in de feestzaal. Facetten van het proza van Willem Elsschot (Academisch Literair, nr. 1)
€ 36,00
Willem Elsschot (1882-1960) behoort tot de klassieken van de Nederlandse
literatuur. Romans als Lijmen, Kaas en Het Dwaallicht
hebben de status van tijdloze meesterwerken verworven. Toch stond
Elsschot ook met beide voeten in het literaire leven van zijn tijd. Dit
boek laat zien hoe hij gangbare literatuuropvattingen, bekende genres
en eigentijdse thema’s overnam en naar zijn hand zette. Een aandachtige
herlezing van zijn romandebuut Villa des Roses, zijn enige
dorpsroman De Verlossing en de familieverhalen Tsjip en Pensioen
werpt een nieuw licht op zijn veelgeroemde stijl en zijn ironische
wereldbeeld. Een reconstructie van het kritische debat daarover
maakt duidelijk dat Elsschots werk tijdens de eerste decennia van de
twintigste eeuw de inzet was van levendige discussies onder traditionele
en vooruitstrevende critici. Het bekende beeld van Elsschot als
de Antwerpse burger en zakenman die zijn persoonlijke ervaringen
boekstaaft, wordt hier grondig bijgesteld. Willem Elsschot komt uit
deze studie naar voren als een schrijver met een doordachte visie op
literatuur, die in geestige en vernuftig opgezette verhalen vraagtekens
plaatst bij conventionele denkschema’s en waardepatronen.
Koen Rymenants is coördinator wetenschappelijk onderzoek en maatschappelijke dienstverlening bij de centrale administratie van de Artesis Hogeschool Antwerpen. Daarvoor was hij onderzoeker aan de subfaculteit Literatuurwetenschap van de KU Leuven, waar hij in 2004 promoveerde op een proefschrift over Willem Elsschot. Hij publiceert over moderne en hedendaagse literatuur in Nederland en Vlaanderen. Daarnaast is hij redacteur van het tijdschrift Spiegel der Letteren en bestuurslid van het Willem Elsschot Genootschap.
Koen Rymenants is coördinator wetenschappelijk onderzoek en maatschappelijke dienstverlening bij de centrale administratie van de Artesis Hogeschool Antwerpen. Daarvoor was hij onderzoeker aan de subfaculteit Literatuurwetenschap van de KU Leuven, waar hij in 2004 promoveerde op een proefschrift over Willem Elsschot. Hij publiceert over moderne en hedendaagse literatuur in Nederland en Vlaanderen. Daarnaast is hij redacteur van het tijdschrift Spiegel der Letteren en bestuurslid van het Willem Elsschot Genootschap.
Reeks Academisch Literair
- Een hoopje vuil in de feestzaal. Facetten van het proza van Willem Elsschot
K. Rymenants - Gedeelde kennis. Literatuur en wetenschap in Nederland van Darwin tot Einstein (1860-1920)
M. Kemperink - De retoriek van waanzin. Taalhandelingen, onbetrouwbaarheid, delirium en de waanzinnige ik-verteller
L. Bernaerts - Geestelijke lenigheid. De relatie tussen literatuur en natuurwetenschap in het werk van Frederik van Eeden en Felix Ortt, 1880-1930
L. Vermeer - Het discours van de kritiek
P. Verstraeten - Celan auseinandergeschrieben
C. De Strycker - Lezer, er zijn ook Belgen
F. Van Renssen - Overleven in verhalen: van ooggetuigen naar 'jonge wilden'. Joodse schrijvers over de Shoah
E. Ibsch
Handboek Schoolontwikkelingstraject Integrale Leerlingenzorg – LEOZ Deelproject 1
€ 14,90
In dit handboek worden lerarenopleiders die als consultant/
adviseur willen gaan werken, voorzien van basiskennis
om dat voor een traject voor integrale leerlingenzorg
te doen. Naast deze basiskennis van integrale leerlingenzorg
wordt integrale leerlingenzorg ook in het perspectief
van een schoolontwikkelingstraject geplaatst en wordt
uitgelegd hoe je het gekozen traject in de praktijk uit kunt
voeren (implementatie) en welke algemene en specifieke
competenties je daarvoor nodig hebt.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
Jacques Fanchamps is projectleider bij het Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg van de WOSOinstellingen.
Robert Jansen is opleider en ontwikkelaar bij Windesheim OSO – Opleidingen Speciaal Onderwijs en begeleidt daar ook studenten in praktijkonderzoek.
Ton van der Linden heeft een eigen bureau voor onderwijs en tekstschrijven. Voordien was hij leraar en mentor in het (speciaal) onderwijs, directeur van een VO-school en vakdidacticus bij een lerarenopleiding.
Arjen van der Vinne is zelfstandig kinder- en jeugdpsycholoog en consultant voor het onderwijs.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
Jacques Fanchamps is projectleider bij het Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg van de WOSOinstellingen.
Robert Jansen is opleider en ontwikkelaar bij Windesheim OSO – Opleidingen Speciaal Onderwijs en begeleidt daar ook studenten in praktijkonderzoek.
Ton van der Linden heeft een eigen bureau voor onderwijs en tekstschrijven. Voordien was hij leraar en mentor in het (speciaal) onderwijs, directeur van een VO-school en vakdidacticus bij een lerarenopleiding.
Arjen van der Vinne is zelfstandig kinder- en jeugdpsycholoog en consultant voor het onderwijs.
Handboek Schoolontwikkelingstraject Integrale Leerlingenzorg – LEOZ Deelproject 1
€ 14,90
In dit handboek worden lerarenopleiders die als consultant/
adviseur willen gaan werken, voorzien van basiskennis
om dat voor een traject voor integrale leerlingenzorg
te doen. Naast deze basiskennis van integrale leerlingenzorg
wordt integrale leerlingenzorg ook in het perspectief
van een schoolontwikkelingstraject geplaatst en wordt
uitgelegd hoe je het gekozen traject in de praktijk uit kunt
voeren (implementatie) en welke algemene en specifieke
competenties je daarvoor nodig hebt.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
Jacques Fanchamps is projectleider bij het Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg van de WOSOinstellingen.
Robert Jansen is opleider en ontwikkelaar bij Windesheim OSO – Opleidingen Speciaal Onderwijs en begeleidt daar ook studenten in praktijkonderzoek.
Ton van der Linden heeft een eigen bureau voor onderwijs en tekstschrijven. Voordien was hij leraar en mentor in het (speciaal) onderwijs, directeur van een VO-school en vakdidacticus bij een lerarenopleiding.
Arjen van der Vinne is zelfstandig kinder- en jeugdpsycholoog en consultant voor het onderwijs.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
Jacques Fanchamps is projectleider bij het Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg van de WOSOinstellingen.
Robert Jansen is opleider en ontwikkelaar bij Windesheim OSO – Opleidingen Speciaal Onderwijs en begeleidt daar ook studenten in praktijkonderzoek.
Ton van der Linden heeft een eigen bureau voor onderwijs en tekstschrijven. Voordien was hij leraar en mentor in het (speciaal) onderwijs, directeur van een VO-school en vakdidacticus bij een lerarenopleiding.
Arjen van der Vinne is zelfstandig kinder- en jeugdpsycholoog en consultant voor het onderwijs.