Boos als een draak. Kinderen en partnergeweld
€ 13,90
Kinderen zijn vaak stille getuigen van partnergeweld: ze spelen voort, zetten de televisie aan, blijven stil in hun kamer. Sommige kinderen komen actief tussenbeide: ze proberen af te leiden, af te schermen, te kalmeren, te bemiddelen…
Welke strategie kinderen ook gebruiken om met het geweld in hun gezin om te gaan, ze lijden onder angst, verdriet, verwarring, schuldgevoelens en machteloosheid. Dit boek is een praktische handleiding voor hulpverleners en andere betrokkenen om kinderen van 5 à 10 jaar die getuigen zijn van geweld tussen hun ouders te helpen. De eerste vraag is hoe deze kinderen te bereiken zijn. Vanuit verschillende aanmeldingsscenario''s moeten ouders en kinderen anders gemotiveerd worden om op een hulpverleningsaanbod in te gaan.
Dan rijst de vraag hoe concreet met deze kinderen moet worden gewerkt. Het sprookje ''Boos als een draak'' is een hulpmiddel. Vanuit het verhaal en oefeningen komen de verschillende aspecten van geweld en de beleving van kinderen aan bod: fenomenologie van het geweld, geheimhouding, ambivalente houding tegenover de pleger, verwarring oorzaak en gevolg, angst, zorg, schuldgevoel…
Hilde Genetello is klinisch en ontwikkelingspsycholoog. Zij is verbonden aan het CAW — Centrum voor Algemeen Welzijnswerk Zuid-Oost-Vlaanderen binnen een project partnergeweld. Daarnaast heeft zij een eigen praktijk voor individuele begeleiding, relatie- en gezinsbegeleiding in Zwevegem.
Welke strategie kinderen ook gebruiken om met het geweld in hun gezin om te gaan, ze lijden onder angst, verdriet, verwarring, schuldgevoelens en machteloosheid. Dit boek is een praktische handleiding voor hulpverleners en andere betrokkenen om kinderen van 5 à 10 jaar die getuigen zijn van geweld tussen hun ouders te helpen. De eerste vraag is hoe deze kinderen te bereiken zijn. Vanuit verschillende aanmeldingsscenario''s moeten ouders en kinderen anders gemotiveerd worden om op een hulpverleningsaanbod in te gaan.
Dan rijst de vraag hoe concreet met deze kinderen moet worden gewerkt. Het sprookje ''Boos als een draak'' is een hulpmiddel. Vanuit het verhaal en oefeningen komen de verschillende aspecten van geweld en de beleving van kinderen aan bod: fenomenologie van het geweld, geheimhouding, ambivalente houding tegenover de pleger, verwarring oorzaak en gevolg, angst, zorg, schuldgevoel…
Hilde Genetello is klinisch en ontwikkelingspsycholoog. Zij is verbonden aan het CAW — Centrum voor Algemeen Welzijnswerk Zuid-Oost-Vlaanderen binnen een project partnergeweld. Daarnaast heeft zij een eigen praktijk voor individuele begeleiding, relatie- en gezinsbegeleiding in Zwevegem.
Boos als een draak. Kinderen en partnergeweld
€ 13,90
Kinderen zijn vaak stille getuigen van partnergeweld: ze spelen voort, zetten de televisie aan, blijven stil in hun kamer. Sommige kinderen komen actief tussenbeide: ze proberen af te leiden, af te schermen, te kalmeren, te bemiddelen…
Welke strategie kinderen ook gebruiken om met het geweld in hun gezin om te gaan, ze lijden onder angst, verdriet, verwarring, schuldgevoelens en machteloosheid. Dit boek is een praktische handleiding voor hulpverleners en andere betrokkenen om kinderen van 5 à 10 jaar die getuigen zijn van geweld tussen hun ouders te helpen. De eerste vraag is hoe deze kinderen te bereiken zijn. Vanuit verschillende aanmeldingsscenario''s moeten ouders en kinderen anders gemotiveerd worden om op een hulpverleningsaanbod in te gaan.
Dan rijst de vraag hoe concreet met deze kinderen moet worden gewerkt. Het sprookje ''Boos als een draak'' is een hulpmiddel. Vanuit het verhaal en oefeningen komen de verschillende aspecten van geweld en de beleving van kinderen aan bod: fenomenologie van het geweld, geheimhouding, ambivalente houding tegenover de pleger, verwarring oorzaak en gevolg, angst, zorg, schuldgevoel…
Hilde Genetello is klinisch en ontwikkelingspsycholoog. Zij is verbonden aan het CAW — Centrum voor Algemeen Welzijnswerk Zuid-Oost-Vlaanderen binnen een project partnergeweld. Daarnaast heeft zij een eigen praktijk voor individuele begeleiding, relatie- en gezinsbegeleiding in Zwevegem.
Welke strategie kinderen ook gebruiken om met het geweld in hun gezin om te gaan, ze lijden onder angst, verdriet, verwarring, schuldgevoelens en machteloosheid. Dit boek is een praktische handleiding voor hulpverleners en andere betrokkenen om kinderen van 5 à 10 jaar die getuigen zijn van geweld tussen hun ouders te helpen. De eerste vraag is hoe deze kinderen te bereiken zijn. Vanuit verschillende aanmeldingsscenario''s moeten ouders en kinderen anders gemotiveerd worden om op een hulpverleningsaanbod in te gaan.
Dan rijst de vraag hoe concreet met deze kinderen moet worden gewerkt. Het sprookje ''Boos als een draak'' is een hulpmiddel. Vanuit het verhaal en oefeningen komen de verschillende aspecten van geweld en de beleving van kinderen aan bod: fenomenologie van het geweld, geheimhouding, ambivalente houding tegenover de pleger, verwarring oorzaak en gevolg, angst, zorg, schuldgevoel…
Hilde Genetello is klinisch en ontwikkelingspsycholoog. Zij is verbonden aan het CAW — Centrum voor Algemeen Welzijnswerk Zuid-Oost-Vlaanderen binnen een project partnergeweld. Daarnaast heeft zij een eigen praktijk voor individuele begeleiding, relatie- en gezinsbegeleiding in Zwevegem.
Een school met goede afspraken
€ 15,50
In het onderwijs durft men de lat hoog te leggen. Dat geldt ook voor
het ontwikkelen van basisvaardigheden die het goede leven kunnen
bevorderen. De school is een centrum waar leerlingen, leerkrachten,
ouders, begeleiders en alle andere betrokkenen zich optimaal kunnen
ontwikkelen, in alle openheid. Het gevoel van zinvolle aanwezigheid is
hierbij essentieel.
De hamvraag is: Hoe kun je een school met een positief leef- en leerklimaat realiseren? Met concrete voorbeelden komen eerst de school- en de groepsregels aan bod. Daarna volgen werkvormen die helpen om een positief groepsklimaat te creëren. Er is pro-actief ook een draaiboek voor grensoverschrijdend gedrag. Juist bij grensoverschrijdend gedrag verdienen ouders speciale aandacht. Ook een anti-pestactieplan kan niet ontbreken.
Hoewel dit boek geschreven is voor de basisscholen, kan het heel verdienstelijk zijn voor de Basisvorming van het Voortgezet Onderwijs en voor de Middenscholen.
Georges Billen studeerde morele en religieuze wetenschappen en gezinswetenschappen. Hij is identiteitsbegeleider basisonderwijs bij DKSR Breda en adviseur bij Onderwijsbureau AKROS in Bergen-op-Zoom.
De hamvraag is: Hoe kun je een school met een positief leef- en leerklimaat realiseren? Met concrete voorbeelden komen eerst de school- en de groepsregels aan bod. Daarna volgen werkvormen die helpen om een positief groepsklimaat te creëren. Er is pro-actief ook een draaiboek voor grensoverschrijdend gedrag. Juist bij grensoverschrijdend gedrag verdienen ouders speciale aandacht. Ook een anti-pestactieplan kan niet ontbreken.
Hoewel dit boek geschreven is voor de basisscholen, kan het heel verdienstelijk zijn voor de Basisvorming van het Voortgezet Onderwijs en voor de Middenscholen.
Georges Billen studeerde morele en religieuze wetenschappen en gezinswetenschappen. Hij is identiteitsbegeleider basisonderwijs bij DKSR Breda en adviseur bij Onderwijsbureau AKROS in Bergen-op-Zoom.
Een school met goede afspraken
€ 15,50
In het onderwijs durft men de lat hoog te leggen. Dat geldt ook voor
het ontwikkelen van basisvaardigheden die het goede leven kunnen
bevorderen. De school is een centrum waar leerlingen, leerkrachten,
ouders, begeleiders en alle andere betrokkenen zich optimaal kunnen
ontwikkelen, in alle openheid. Het gevoel van zinvolle aanwezigheid is
hierbij essentieel.
De hamvraag is: Hoe kun je een school met een positief leef- en leerklimaat realiseren? Met concrete voorbeelden komen eerst de school- en de groepsregels aan bod. Daarna volgen werkvormen die helpen om een positief groepsklimaat te creëren. Er is pro-actief ook een draaiboek voor grensoverschrijdend gedrag. Juist bij grensoverschrijdend gedrag verdienen ouders speciale aandacht. Ook een anti-pestactieplan kan niet ontbreken.
Hoewel dit boek geschreven is voor de basisscholen, kan het heel verdienstelijk zijn voor de Basisvorming van het Voortgezet Onderwijs en voor de Middenscholen.
Georges Billen studeerde morele en religieuze wetenschappen en gezinswetenschappen. Hij is identiteitsbegeleider basisonderwijs bij DKSR Breda en adviseur bij Onderwijsbureau AKROS in Bergen-op-Zoom.
De hamvraag is: Hoe kun je een school met een positief leef- en leerklimaat realiseren? Met concrete voorbeelden komen eerst de school- en de groepsregels aan bod. Daarna volgen werkvormen die helpen om een positief groepsklimaat te creëren. Er is pro-actief ook een draaiboek voor grensoverschrijdend gedrag. Juist bij grensoverschrijdend gedrag verdienen ouders speciale aandacht. Ook een anti-pestactieplan kan niet ontbreken.
Hoewel dit boek geschreven is voor de basisscholen, kan het heel verdienstelijk zijn voor de Basisvorming van het Voortgezet Onderwijs en voor de Middenscholen.
Georges Billen studeerde morele en religieuze wetenschappen en gezinswetenschappen. Hij is identiteitsbegeleider basisonderwijs bij DKSR Breda en adviseur bij Onderwijsbureau AKROS in Bergen-op-Zoom.
Arduin. Van zorg naar ondersteuning. Kiezen voor kwaliteit leidt tot ontmanteling van de instituutszorg (Arduin-serie, nr. 7)
€ 34,90
Tien jaar geleden werd Arduin een zelfstandige organisatie. Voor de voormalige inrichtingen “Vijvervreugd”, het kinderdagcentrum “Akka” en het dagverblijf voor ouderen “De Windroos” werd een nieuwe visie op wonen ontwikkeld. De emancipatie en zelfbepaling van de mens met een verstandelijke beperking werden nadrukkelijk als belangrijkste uitgangspunt genomen om te komen tot een verbetering van de kwaliteit van bestaan.
Deze uitgave schetst de evolutie van Arduin: van de problematische beginsituatie, over de vraag wat de taak moet zijn van de orthopedagogiek, naar de vraagstelling van het onderzoek en de keuze voor actie-onderzoek. De essentieelste dimensies van de kwaliteit van bestaan worden in deze evolutie geformuleerd als: inclusie, zelfbepaling en persoonlijke ontwikkeling. Dit impliceert een omslag in het denken over mensen met een verstandelijke beperking. De nadruk wordt nu gelegd op de vraag welke soort ondersteuning een individu nodig heeft om een beter leven te kunnen leiden.
De conclusie dat de beste aangepaste zorgen leiden naar de ontmanteling van de instelling zette een proces in van fundamentele veranderingen. Arduin wordt gepresenteerd als een voorbeeld van hoe een grote organisatie de omslag maakte van kwaliteit van zorg naar kwaliteit van bestaan.
Jos van Loon is orthopedagoog en manager inhoudelijke ondersteuning bij Stichting Arduin in Goes. Hij promoveerde aan de Universiteit Gent met onderhavig proefschrift.
Deze uitgave schetst de evolutie van Arduin: van de problematische beginsituatie, over de vraag wat de taak moet zijn van de orthopedagogiek, naar de vraagstelling van het onderzoek en de keuze voor actie-onderzoek. De essentieelste dimensies van de kwaliteit van bestaan worden in deze evolutie geformuleerd als: inclusie, zelfbepaling en persoonlijke ontwikkeling. Dit impliceert een omslag in het denken over mensen met een verstandelijke beperking. De nadruk wordt nu gelegd op de vraag welke soort ondersteuning een individu nodig heeft om een beter leven te kunnen leiden.
De conclusie dat de beste aangepaste zorgen leiden naar de ontmanteling van de instelling zette een proces in van fundamentele veranderingen. Arduin wordt gepresenteerd als een voorbeeld van hoe een grote organisatie de omslag maakte van kwaliteit van zorg naar kwaliteit van bestaan.
Jos van Loon is orthopedagoog en manager inhoudelijke ondersteuning bij Stichting Arduin in Goes. Hij promoveerde aan de Universiteit Gent met onderhavig proefschrift.
Arduin. Van zorg naar ondersteuning. Kiezen voor kwaliteit leidt tot ontmanteling van de instituutszorg (Arduin-serie, nr. 7)
€ 34,90
Tien jaar geleden werd Arduin een zelfstandige organisatie. Voor de voormalige inrichtingen “Vijvervreugd”, het kinderdagcentrum “Akka” en het dagverblijf voor ouderen “De Windroos” werd een nieuwe visie op wonen ontwikkeld. De emancipatie en zelfbepaling van de mens met een verstandelijke beperking werden nadrukkelijk als belangrijkste uitgangspunt genomen om te komen tot een verbetering van de kwaliteit van bestaan.
Deze uitgave schetst de evolutie van Arduin: van de problematische beginsituatie, over de vraag wat de taak moet zijn van de orthopedagogiek, naar de vraagstelling van het onderzoek en de keuze voor actie-onderzoek. De essentieelste dimensies van de kwaliteit van bestaan worden in deze evolutie geformuleerd als: inclusie, zelfbepaling en persoonlijke ontwikkeling. Dit impliceert een omslag in het denken over mensen met een verstandelijke beperking. De nadruk wordt nu gelegd op de vraag welke soort ondersteuning een individu nodig heeft om een beter leven te kunnen leiden.
De conclusie dat de beste aangepaste zorgen leiden naar de ontmanteling van de instelling zette een proces in van fundamentele veranderingen. Arduin wordt gepresenteerd als een voorbeeld van hoe een grote organisatie de omslag maakte van kwaliteit van zorg naar kwaliteit van bestaan.
Jos van Loon is orthopedagoog en manager inhoudelijke ondersteuning bij Stichting Arduin in Goes. Hij promoveerde aan de Universiteit Gent met onderhavig proefschrift.
Deze uitgave schetst de evolutie van Arduin: van de problematische beginsituatie, over de vraag wat de taak moet zijn van de orthopedagogiek, naar de vraagstelling van het onderzoek en de keuze voor actie-onderzoek. De essentieelste dimensies van de kwaliteit van bestaan worden in deze evolutie geformuleerd als: inclusie, zelfbepaling en persoonlijke ontwikkeling. Dit impliceert een omslag in het denken over mensen met een verstandelijke beperking. De nadruk wordt nu gelegd op de vraag welke soort ondersteuning een individu nodig heeft om een beter leven te kunnen leiden.
De conclusie dat de beste aangepaste zorgen leiden naar de ontmanteling van de instelling zette een proces in van fundamentele veranderingen. Arduin wordt gepresenteerd als een voorbeeld van hoe een grote organisatie de omslag maakte van kwaliteit van zorg naar kwaliteit van bestaan.
Jos van Loon is orthopedagoog en manager inhoudelijke ondersteuning bij Stichting Arduin in Goes. Hij promoveerde aan de Universiteit Gent met onderhavig proefschrift.
In gesprek met Human Social Functioning. Methodische gespreksvoering in begeleidingssituaties (Reeks Fontys Educatief, nr. 3)
€ 19,50
Dit boek wil communicatieve vaardigheden in gesprekken op een andere manier belichten. En wel als een methode die Human Social Functioning (HSF) heet. Bij deze methode gaat het niet alleen over gespreksvoering sec, maar ook over begeleiding, hulpverlening en coaching vanuit een visie op de mens als zingever van zijn handelen en zijn bestaan.
Trees Das en Kees Wagenaar zijn beiden ervaren HSF trainers. Ze verzorgen samen al jarenlang trainingen voor beroepskrachten zoals mentoren, loopbaancoaches, personeelswerkers, counselors en coaches, maatschappelijk werkenden en artsen. Naast het verzorgen van trainingen werken zij ook met uiteenlopende cliënten en cliëntengroepen van alle leeftijdscategorieën. Daarvoor is HSF een effectieve, maar ook duidelijke en transparante begeleidingsmethodiek. Beide auteurs zijn bestuursleden van het Centrum voor HSF (o.a. voor certificering en registratie). Ze zijn ook lid van het internationale HSF netwerk.
Ze hebben de methode aangepast aan de Nederlandse begeleidingscultuur en een wetenschappelijke verantwoording gegeven. Met deze uitgave is de vijfde herziening van de HSF-vragenlijst uitgevoerd.
Trees Das (orthopedagoog en GZ psycholoog) heeft een bureau voor training en begeleiding De Praktijk en is tevens docent aan het Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg van Fontys Hogescholen.
Kees Wagenaar (consultant) is een van de initiators van de HSF-methodiek in Nederland en België. Hij heeft samen met Trees Das de methodiek verder ontwikkeld en uitgewerkt.
Trees Das en Kees Wagenaar zijn beiden ervaren HSF trainers. Ze verzorgen samen al jarenlang trainingen voor beroepskrachten zoals mentoren, loopbaancoaches, personeelswerkers, counselors en coaches, maatschappelijk werkenden en artsen. Naast het verzorgen van trainingen werken zij ook met uiteenlopende cliënten en cliëntengroepen van alle leeftijdscategorieën. Daarvoor is HSF een effectieve, maar ook duidelijke en transparante begeleidingsmethodiek. Beide auteurs zijn bestuursleden van het Centrum voor HSF (o.a. voor certificering en registratie). Ze zijn ook lid van het internationale HSF netwerk.
Ze hebben de methode aangepast aan de Nederlandse begeleidingscultuur en een wetenschappelijke verantwoording gegeven. Met deze uitgave is de vijfde herziening van de HSF-vragenlijst uitgevoerd.
Trees Das (orthopedagoog en GZ psycholoog) heeft een bureau voor training en begeleiding De Praktijk en is tevens docent aan het Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg van Fontys Hogescholen.
Kees Wagenaar (consultant) is een van de initiators van de HSF-methodiek in Nederland en België. Hij heeft samen met Trees Das de methodiek verder ontwikkeld en uitgewerkt.
In gesprek met Human Social Functioning. Methodische gespreksvoering in begeleidingssituaties (Reeks Fontys Educatief, nr. 3)
€ 19,50
Dit boek wil communicatieve vaardigheden in gesprekken op een andere manier belichten. En wel als een methode die Human Social Functioning (HSF) heet. Bij deze methode gaat het niet alleen over gespreksvoering sec, maar ook over begeleiding, hulpverlening en coaching vanuit een visie op de mens als zingever van zijn handelen en zijn bestaan.
Trees Das en Kees Wagenaar zijn beiden ervaren HSF trainers. Ze verzorgen samen al jarenlang trainingen voor beroepskrachten zoals mentoren, loopbaancoaches, personeelswerkers, counselors en coaches, maatschappelijk werkenden en artsen. Naast het verzorgen van trainingen werken zij ook met uiteenlopende cliënten en cliëntengroepen van alle leeftijdscategorieën. Daarvoor is HSF een effectieve, maar ook duidelijke en transparante begeleidingsmethodiek. Beide auteurs zijn bestuursleden van het Centrum voor HSF (o.a. voor certificering en registratie). Ze zijn ook lid van het internationale HSF netwerk.
Ze hebben de methode aangepast aan de Nederlandse begeleidingscultuur en een wetenschappelijke verantwoording gegeven. Met deze uitgave is de vijfde herziening van de HSF-vragenlijst uitgevoerd.
Trees Das (orthopedagoog en GZ psycholoog) heeft een bureau voor training en begeleiding De Praktijk en is tevens docent aan het Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg van Fontys Hogescholen.
Kees Wagenaar (consultant) is een van de initiators van de HSF-methodiek in Nederland en België. Hij heeft samen met Trees Das de methodiek verder ontwikkeld en uitgewerkt.
Trees Das en Kees Wagenaar zijn beiden ervaren HSF trainers. Ze verzorgen samen al jarenlang trainingen voor beroepskrachten zoals mentoren, loopbaancoaches, personeelswerkers, counselors en coaches, maatschappelijk werkenden en artsen. Naast het verzorgen van trainingen werken zij ook met uiteenlopende cliënten en cliëntengroepen van alle leeftijdscategorieën. Daarvoor is HSF een effectieve, maar ook duidelijke en transparante begeleidingsmethodiek. Beide auteurs zijn bestuursleden van het Centrum voor HSF (o.a. voor certificering en registratie). Ze zijn ook lid van het internationale HSF netwerk.
Ze hebben de methode aangepast aan de Nederlandse begeleidingscultuur en een wetenschappelijke verantwoording gegeven. Met deze uitgave is de vijfde herziening van de HSF-vragenlijst uitgevoerd.
Trees Das (orthopedagoog en GZ psycholoog) heeft een bureau voor training en begeleiding De Praktijk en is tevens docent aan het Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg van Fontys Hogescholen.
Kees Wagenaar (consultant) is een van de initiators van de HSF-methodiek in Nederland en België. Hij heeft samen met Trees Das de methodiek verder ontwikkeld en uitgewerkt.

Denken en bewegen. Tweede licht gewijzigde druk
€ 32,00
In een school waar de auteur vroeger lesgaf, merkte eens een leerling op: "Oh, ik begrijp het, God heeft prachtwerk geleverd door ons te maken zoals we zijn, maar vergat ons het handboek te geven." Hier heeft u nu eindelijk dit ontbrekende handboek. Geschreven in een alledaagse taal, verschaft het ons de feiten over de nauwe band tussen gedachten,
emoties en spiergedrag, en toont het ons in detail welke principes aan de basis liggen van goed functioneren.
Deze feiten, die Elizabeth Langford heel eenvoudig en duidelijk uitlegt, zijn reeds vele jaren gekend en zijn vanzelfsprekend voor de echte experten op dit gebied. Omdat ze echter in de technische taal van gespecialiseerde tijdschriften geschreven zijn en gepubliceerd worden over vele volumes referentiewerken, waren ze niet beschikbaar voor een groot publiek. Denken en Bewegen verricht een onmisbare dienst door al dit materiaal toegankelijk te maken.
Stap voor stap wordt de lezer uitgenodigd binnen te treden in de praktische realiteit van deze informatie, en om het nut ervan zelf te ervaren. Dit boek zal onmisbaar worden voor iedereen die zijn lichaam als werkinstrument nodig heeft - atleet, musicus, danser, tandarts of timmerman - en die op zoek is naar betere prestaties of gewoonweg naar minder spanning; voor degenen die herstellen van ziekte of te kampen hebben met een handicap; voor de vele mensen die lijden aan dit steeds toenemend probleem: rugpijn; en in feite voor iedereen die heel graag het gevoel van welzijn wil herontdekken.
clear, lively and well expressed (STAT News)
a technical but readable explanation of how the body functions in movement (The Bulletin)
a thoughtful, thorough exploration of the subject (ISSTIP Journal)
leert het ons om fysieke problemen te voorkomen (VlGoureus)
praktische hulp om zijn hele lichaam optimaal te laten functioneren (De Artsenkrant)
Elizabeth Langford is geboren te Londen en studeerde aan het Royal College of Music en het Constructive Teaching Centre in Londen. Als professioneel violiste en een pionier in het gebruik van de Alexandertechniek in muziekopvoeding, was zij de eerste van haar generatie die de toestemming kreeg om leerkrachten in de Alexandertechniek op te leiden. Zij is oud-voorzitster van de Society of Teachers of the Alexander Technique, en traint nu Alexanderleerkrachten in België.
Deze feiten, die Elizabeth Langford heel eenvoudig en duidelijk uitlegt, zijn reeds vele jaren gekend en zijn vanzelfsprekend voor de echte experten op dit gebied. Omdat ze echter in de technische taal van gespecialiseerde tijdschriften geschreven zijn en gepubliceerd worden over vele volumes referentiewerken, waren ze niet beschikbaar voor een groot publiek. Denken en Bewegen verricht een onmisbare dienst door al dit materiaal toegankelijk te maken.
Stap voor stap wordt de lezer uitgenodigd binnen te treden in de praktische realiteit van deze informatie, en om het nut ervan zelf te ervaren. Dit boek zal onmisbaar worden voor iedereen die zijn lichaam als werkinstrument nodig heeft - atleet, musicus, danser, tandarts of timmerman - en die op zoek is naar betere prestaties of gewoonweg naar minder spanning; voor degenen die herstellen van ziekte of te kampen hebben met een handicap; voor de vele mensen die lijden aan dit steeds toenemend probleem: rugpijn; en in feite voor iedereen die heel graag het gevoel van welzijn wil herontdekken.
clear, lively and well expressed (STAT News)
a technical but readable explanation of how the body functions in movement (The Bulletin)
a thoughtful, thorough exploration of the subject (ISSTIP Journal)
leert het ons om fysieke problemen te voorkomen (VlGoureus)
praktische hulp om zijn hele lichaam optimaal te laten functioneren (De Artsenkrant)
Elizabeth Langford is geboren te Londen en studeerde aan het Royal College of Music en het Constructive Teaching Centre in Londen. Als professioneel violiste en een pionier in het gebruik van de Alexandertechniek in muziekopvoeding, was zij de eerste van haar generatie die de toestemming kreeg om leerkrachten in de Alexandertechniek op te leiden. Zij is oud-voorzitster van de Society of Teachers of the Alexander Technique, en traint nu Alexanderleerkrachten in België.

Denken en bewegen. Tweede licht gewijzigde druk
€ 32,00
In een school waar de auteur vroeger lesgaf, merkte eens een leerling op: "Oh, ik begrijp het, God heeft prachtwerk geleverd door ons te maken zoals we zijn, maar vergat ons het handboek te geven." Hier heeft u nu eindelijk dit ontbrekende handboek. Geschreven in een alledaagse taal, verschaft het ons de feiten over de nauwe band tussen gedachten,
emoties en spiergedrag, en toont het ons in detail welke principes aan de basis liggen van goed functioneren.
Deze feiten, die Elizabeth Langford heel eenvoudig en duidelijk uitlegt, zijn reeds vele jaren gekend en zijn vanzelfsprekend voor de echte experten op dit gebied. Omdat ze echter in de technische taal van gespecialiseerde tijdschriften geschreven zijn en gepubliceerd worden over vele volumes referentiewerken, waren ze niet beschikbaar voor een groot publiek. Denken en Bewegen verricht een onmisbare dienst door al dit materiaal toegankelijk te maken.
Stap voor stap wordt de lezer uitgenodigd binnen te treden in de praktische realiteit van deze informatie, en om het nut ervan zelf te ervaren. Dit boek zal onmisbaar worden voor iedereen die zijn lichaam als werkinstrument nodig heeft - atleet, musicus, danser, tandarts of timmerman - en die op zoek is naar betere prestaties of gewoonweg naar minder spanning; voor degenen die herstellen van ziekte of te kampen hebben met een handicap; voor de vele mensen die lijden aan dit steeds toenemend probleem: rugpijn; en in feite voor iedereen die heel graag het gevoel van welzijn wil herontdekken.
clear, lively and well expressed (STAT News)
a technical but readable explanation of how the body functions in movement (The Bulletin)
a thoughtful, thorough exploration of the subject (ISSTIP Journal)
leert het ons om fysieke problemen te voorkomen (VlGoureus)
praktische hulp om zijn hele lichaam optimaal te laten functioneren (De Artsenkrant)
Elizabeth Langford is geboren te Londen en studeerde aan het Royal College of Music en het Constructive Teaching Centre in Londen. Als professioneel violiste en een pionier in het gebruik van de Alexandertechniek in muziekopvoeding, was zij de eerste van haar generatie die de toestemming kreeg om leerkrachten in de Alexandertechniek op te leiden. Zij is oud-voorzitster van de Society of Teachers of the Alexander Technique, en traint nu Alexanderleerkrachten in België.
Deze feiten, die Elizabeth Langford heel eenvoudig en duidelijk uitlegt, zijn reeds vele jaren gekend en zijn vanzelfsprekend voor de echte experten op dit gebied. Omdat ze echter in de technische taal van gespecialiseerde tijdschriften geschreven zijn en gepubliceerd worden over vele volumes referentiewerken, waren ze niet beschikbaar voor een groot publiek. Denken en Bewegen verricht een onmisbare dienst door al dit materiaal toegankelijk te maken.
Stap voor stap wordt de lezer uitgenodigd binnen te treden in de praktische realiteit van deze informatie, en om het nut ervan zelf te ervaren. Dit boek zal onmisbaar worden voor iedereen die zijn lichaam als werkinstrument nodig heeft - atleet, musicus, danser, tandarts of timmerman - en die op zoek is naar betere prestaties of gewoonweg naar minder spanning; voor degenen die herstellen van ziekte of te kampen hebben met een handicap; voor de vele mensen die lijden aan dit steeds toenemend probleem: rugpijn; en in feite voor iedereen die heel graag het gevoel van welzijn wil herontdekken.
clear, lively and well expressed (STAT News)
a technical but readable explanation of how the body functions in movement (The Bulletin)
a thoughtful, thorough exploration of the subject (ISSTIP Journal)
leert het ons om fysieke problemen te voorkomen (VlGoureus)
praktische hulp om zijn hele lichaam optimaal te laten functioneren (De Artsenkrant)
Elizabeth Langford is geboren te Londen en studeerde aan het Royal College of Music en het Constructive Teaching Centre in Londen. Als professioneel violiste en een pionier in het gebruik van de Alexandertechniek in muziekopvoeding, was zij de eerste van haar generatie die de toestemming kreeg om leerkrachten in de Alexandertechniek op te leiden. Zij is oud-voorzitster van de Society of Teachers of the Alexander Technique, en traint nu Alexanderleerkrachten in België.
Albert Coppé
€ 34,90
Professor Albert Coppé heeft duidelijke sporen nagelaten in de Belgische en Europese geschiedenis. Dit huldeboek geeft bijzonder interessante achtergrondinformatie over 50 jaar naoorlogse economische en politieke geschiedenis van Europa.
Medeoprichter van de CVP/PSC in 1946 wordt Albert Coppé in Brussel verkozen tot volksvertegenwoordiger. Hij is present wanneer in 1948 een Europese avant-garde in Den Haag de grondslagen legt van een federaal Europa. Hij is minister in drie Belgische regeringen. In 1952 wordt hij, onder voorzitter Jean Monnet, vice-voorzitter van de Hoge Autoriteit van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. Hij blijft meer dan 20 jaar lid van de Hoge Autoriteit en van de Commissie van de Europese Economische Gemeenschap. Als voorvechter van een politiek verenigd Europa met supranationale instellingen strijdt hij tegen de verlammende unanimiteitsregel in de Europese besluitvorming en voor de meertaligheid binnen de Europese instellingen.
Na zijn vertrek uit de Europese Commissie wordt hij lid van de raad van toezicht van n.v. Philips en daarna voorzitter van de raad van bestuur van de Generale Bank, nu Fortis Bank. Meer dan 40 jaar was hij hoogleraar economie en statistiek aan de K.U.Leuven, waar een collega hem typeerde als iemand die “de wiskunde vereerde en de geschiedenis aanbad”. Hij was actief in vele verenigingen. In het debat over de staatshervorming in België zag hij de oplossing in het unionistisch federalisme. Hij heeft talrijke publicaties op zijn naam.
Het Comité Hommage Albert Coppé bestaat uit Leo Tindemans, Daniel Cardon de Lichtbuer, Jean-Claude Eeckhout, Henrik H. Kröner, Roger Peeters, Jacques-René Rabier, Edmund P. Wellenstein, Maurits Wijnants, Brigitte Coppé, Philippe Coppé.
Medeoprichter van de CVP/PSC in 1946 wordt Albert Coppé in Brussel verkozen tot volksvertegenwoordiger. Hij is present wanneer in 1948 een Europese avant-garde in Den Haag de grondslagen legt van een federaal Europa. Hij is minister in drie Belgische regeringen. In 1952 wordt hij, onder voorzitter Jean Monnet, vice-voorzitter van de Hoge Autoriteit van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. Hij blijft meer dan 20 jaar lid van de Hoge Autoriteit en van de Commissie van de Europese Economische Gemeenschap. Als voorvechter van een politiek verenigd Europa met supranationale instellingen strijdt hij tegen de verlammende unanimiteitsregel in de Europese besluitvorming en voor de meertaligheid binnen de Europese instellingen.
Na zijn vertrek uit de Europese Commissie wordt hij lid van de raad van toezicht van n.v. Philips en daarna voorzitter van de raad van bestuur van de Generale Bank, nu Fortis Bank. Meer dan 40 jaar was hij hoogleraar economie en statistiek aan de K.U.Leuven, waar een collega hem typeerde als iemand die “de wiskunde vereerde en de geschiedenis aanbad”. Hij was actief in vele verenigingen. In het debat over de staatshervorming in België zag hij de oplossing in het unionistisch federalisme. Hij heeft talrijke publicaties op zijn naam.
Het Comité Hommage Albert Coppé bestaat uit Leo Tindemans, Daniel Cardon de Lichtbuer, Jean-Claude Eeckhout, Henrik H. Kröner, Roger Peeters, Jacques-René Rabier, Edmund P. Wellenstein, Maurits Wijnants, Brigitte Coppé, Philippe Coppé.
Albert Coppé
€ 34,90
Professor Albert Coppé heeft duidelijke sporen nagelaten in de Belgische en Europese geschiedenis. Dit huldeboek geeft bijzonder interessante achtergrondinformatie over 50 jaar naoorlogse economische en politieke geschiedenis van Europa.
Medeoprichter van de CVP/PSC in 1946 wordt Albert Coppé in Brussel verkozen tot volksvertegenwoordiger. Hij is present wanneer in 1948 een Europese avant-garde in Den Haag de grondslagen legt van een federaal Europa. Hij is minister in drie Belgische regeringen. In 1952 wordt hij, onder voorzitter Jean Monnet, vice-voorzitter van de Hoge Autoriteit van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. Hij blijft meer dan 20 jaar lid van de Hoge Autoriteit en van de Commissie van de Europese Economische Gemeenschap. Als voorvechter van een politiek verenigd Europa met supranationale instellingen strijdt hij tegen de verlammende unanimiteitsregel in de Europese besluitvorming en voor de meertaligheid binnen de Europese instellingen.
Na zijn vertrek uit de Europese Commissie wordt hij lid van de raad van toezicht van n.v. Philips en daarna voorzitter van de raad van bestuur van de Generale Bank, nu Fortis Bank. Meer dan 40 jaar was hij hoogleraar economie en statistiek aan de K.U.Leuven, waar een collega hem typeerde als iemand die “de wiskunde vereerde en de geschiedenis aanbad”. Hij was actief in vele verenigingen. In het debat over de staatshervorming in België zag hij de oplossing in het unionistisch federalisme. Hij heeft talrijke publicaties op zijn naam.
Het Comité Hommage Albert Coppé bestaat uit Leo Tindemans, Daniel Cardon de Lichtbuer, Jean-Claude Eeckhout, Henrik H. Kröner, Roger Peeters, Jacques-René Rabier, Edmund P. Wellenstein, Maurits Wijnants, Brigitte Coppé, Philippe Coppé.
Medeoprichter van de CVP/PSC in 1946 wordt Albert Coppé in Brussel verkozen tot volksvertegenwoordiger. Hij is present wanneer in 1948 een Europese avant-garde in Den Haag de grondslagen legt van een federaal Europa. Hij is minister in drie Belgische regeringen. In 1952 wordt hij, onder voorzitter Jean Monnet, vice-voorzitter van de Hoge Autoriteit van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. Hij blijft meer dan 20 jaar lid van de Hoge Autoriteit en van de Commissie van de Europese Economische Gemeenschap. Als voorvechter van een politiek verenigd Europa met supranationale instellingen strijdt hij tegen de verlammende unanimiteitsregel in de Europese besluitvorming en voor de meertaligheid binnen de Europese instellingen.
Na zijn vertrek uit de Europese Commissie wordt hij lid van de raad van toezicht van n.v. Philips en daarna voorzitter van de raad van bestuur van de Generale Bank, nu Fortis Bank. Meer dan 40 jaar was hij hoogleraar economie en statistiek aan de K.U.Leuven, waar een collega hem typeerde als iemand die “de wiskunde vereerde en de geschiedenis aanbad”. Hij was actief in vele verenigingen. In het debat over de staatshervorming in België zag hij de oplossing in het unionistisch federalisme. Hij heeft talrijke publicaties op zijn naam.
Het Comité Hommage Albert Coppé bestaat uit Leo Tindemans, Daniel Cardon de Lichtbuer, Jean-Claude Eeckhout, Henrik H. Kröner, Roger Peeters, Jacques-René Rabier, Edmund P. Wellenstein, Maurits Wijnants, Brigitte Coppé, Philippe Coppé.
Goederen- en personenvervoer. Vooruitzichten en breekpunten
€ 44,90
Verkeer, vervoer en mobiliteit zijn alledaagse begrippen geworden. Allen hebben we er meestal dagelijks mee te maken. We hebben het nodig om ons te verplaatsen van en naar de universiteit of het werk, naar de winkel of de bioscoop. Eveneens hebben de ondernemingen behoefte aan het transporteren van hun goederen. Tussen tien en twintig procent van de economische inspanningen en tijdbesteding van een land heeft op een of andere manier met vervoer te maken.
We worden echter ook regelmatig geconfronteerd met de problemen van het verkeer zoals files, luchtvervuiling, ongevallen en dergelijke meer. Er zijn dus grote uitdagingen in de verkeers- en vervoerssector om deze negatieve externe effecten te kunnen beheersen.
Hiervoor is het nodig de interacties tussen de verschillende aspecten van het verkeer goed te kennen. Een multidisciplinaire aanpak is hierbij noodzakelijk. Vaak wordt de verkeersproblematiek eenzijdig benaderd. Nieuwe wegen of hogere brandstofprijzen zullen de problemen niet oplossen. Een integrale aanpak, waar zowel civiele, aandrijftechnische als wetgevende, psychologische en socio-economische aspecten in vervat zitten, is een absolute vereiste.
Het eerste deel van het boek spitst zich toe op het personenvervoer vanuit een verkeerskundig standpunt. In het tweede deel komt het goederentransport en logistiek management aan bod.
Door het boek worden aspecten die naar voren zijn gekomen tijdens de leerstoel Willy Calewaert (academiejaar 2003-2004) alsook de onderzoeksresultaten van beide auteurs verweven.
Dit boek omvat zowel het personenvervoer als het goederenvervoer en geeft aan welke de nieuwe tendensen in deze domeinen zijn.
Prof. dr. ir. Joeri Van Mierlo doceert Verkeerskunde en Milieuvriendelijke voertuigen aan de Vrije Universiteit Brussel. Zijn onderzoeksspecialisatie bij de vakgroep Elektrotechniek en Energietechniek in de faculteit Ingenieurwetenschappen ligt in het domein van batterij, hybride en brandstofcelelektrischevoertuigen. Hij ontwikkeldezowelsimulatiemodellen voor voertuigaandrijvingen als voor verkeers- en emissieberekeningen. Hij was en is betrokken bij tal van nationale en internationale onderzoeksprojecten, zowel beleidsondersteunende projecten met betrekking tot duurzame mobiliteit als technologische ontwikkeling van componenten voor innovatieve voertuigaandrijvingen.
Prof. dr. Cathy Macharis is verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel, Faculteit Economische, Sociale en Politieke wetenschappen, Managementschool Solvay. Zij doceert Transport en Logistiek management, Duurzame mobiliteit en Operationeel management. Zij maakt gebruik van geavanceerde technieken in operationeel onderzoek om oplossingen te verschaffen voor de praktische logistieke problemen waarmee zowel managers als beleidsverantwoordelijken worden geconfronteerd. Zij was en is betrokken bij talrijke nationale en Europese onderzoeksprojecten over locatie-analyse, intermodaaltransport, het bevorderen van verkeersveiligheid via telematicatoepassingen, enz.
We worden echter ook regelmatig geconfronteerd met de problemen van het verkeer zoals files, luchtvervuiling, ongevallen en dergelijke meer. Er zijn dus grote uitdagingen in de verkeers- en vervoerssector om deze negatieve externe effecten te kunnen beheersen.
Hiervoor is het nodig de interacties tussen de verschillende aspecten van het verkeer goed te kennen. Een multidisciplinaire aanpak is hierbij noodzakelijk. Vaak wordt de verkeersproblematiek eenzijdig benaderd. Nieuwe wegen of hogere brandstofprijzen zullen de problemen niet oplossen. Een integrale aanpak, waar zowel civiele, aandrijftechnische als wetgevende, psychologische en socio-economische aspecten in vervat zitten, is een absolute vereiste.
Het eerste deel van het boek spitst zich toe op het personenvervoer vanuit een verkeerskundig standpunt. In het tweede deel komt het goederentransport en logistiek management aan bod.
Door het boek worden aspecten die naar voren zijn gekomen tijdens de leerstoel Willy Calewaert (academiejaar 2003-2004) alsook de onderzoeksresultaten van beide auteurs verweven.
Dit boek omvat zowel het personenvervoer als het goederenvervoer en geeft aan welke de nieuwe tendensen in deze domeinen zijn.
Prof. dr. ir. Joeri Van Mierlo doceert Verkeerskunde en Milieuvriendelijke voertuigen aan de Vrije Universiteit Brussel. Zijn onderzoeksspecialisatie bij de vakgroep Elektrotechniek en Energietechniek in de faculteit Ingenieurwetenschappen ligt in het domein van batterij, hybride en brandstofcelelektrischevoertuigen. Hij ontwikkeldezowelsimulatiemodellen voor voertuigaandrijvingen als voor verkeers- en emissieberekeningen. Hij was en is betrokken bij tal van nationale en internationale onderzoeksprojecten, zowel beleidsondersteunende projecten met betrekking tot duurzame mobiliteit als technologische ontwikkeling van componenten voor innovatieve voertuigaandrijvingen.
Prof. dr. Cathy Macharis is verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel, Faculteit Economische, Sociale en Politieke wetenschappen, Managementschool Solvay. Zij doceert Transport en Logistiek management, Duurzame mobiliteit en Operationeel management. Zij maakt gebruik van geavanceerde technieken in operationeel onderzoek om oplossingen te verschaffen voor de praktische logistieke problemen waarmee zowel managers als beleidsverantwoordelijken worden geconfronteerd. Zij was en is betrokken bij talrijke nationale en Europese onderzoeksprojecten over locatie-analyse, intermodaaltransport, het bevorderen van verkeersveiligheid via telematicatoepassingen, enz.
Goederen- en personenvervoer. Vooruitzichten en breekpunten
€ 44,90
Verkeer, vervoer en mobiliteit zijn alledaagse begrippen geworden. Allen hebben we er meestal dagelijks mee te maken. We hebben het nodig om ons te verplaatsen van en naar de universiteit of het werk, naar de winkel of de bioscoop. Eveneens hebben de ondernemingen behoefte aan het transporteren van hun goederen. Tussen tien en twintig procent van de economische inspanningen en tijdbesteding van een land heeft op een of andere manier met vervoer te maken.
We worden echter ook regelmatig geconfronteerd met de problemen van het verkeer zoals files, luchtvervuiling, ongevallen en dergelijke meer. Er zijn dus grote uitdagingen in de verkeers- en vervoerssector om deze negatieve externe effecten te kunnen beheersen.
Hiervoor is het nodig de interacties tussen de verschillende aspecten van het verkeer goed te kennen. Een multidisciplinaire aanpak is hierbij noodzakelijk. Vaak wordt de verkeersproblematiek eenzijdig benaderd. Nieuwe wegen of hogere brandstofprijzen zullen de problemen niet oplossen. Een integrale aanpak, waar zowel civiele, aandrijftechnische als wetgevende, psychologische en socio-economische aspecten in vervat zitten, is een absolute vereiste.
Het eerste deel van het boek spitst zich toe op het personenvervoer vanuit een verkeerskundig standpunt. In het tweede deel komt het goederentransport en logistiek management aan bod.
Door het boek worden aspecten die naar voren zijn gekomen tijdens de leerstoel Willy Calewaert (academiejaar 2003-2004) alsook de onderzoeksresultaten van beide auteurs verweven.
Dit boek omvat zowel het personenvervoer als het goederenvervoer en geeft aan welke de nieuwe tendensen in deze domeinen zijn.
Prof. dr. ir. Joeri Van Mierlo doceert Verkeerskunde en Milieuvriendelijke voertuigen aan de Vrije Universiteit Brussel. Zijn onderzoeksspecialisatie bij de vakgroep Elektrotechniek en Energietechniek in de faculteit Ingenieurwetenschappen ligt in het domein van batterij, hybride en brandstofcelelektrischevoertuigen. Hij ontwikkeldezowelsimulatiemodellen voor voertuigaandrijvingen als voor verkeers- en emissieberekeningen. Hij was en is betrokken bij tal van nationale en internationale onderzoeksprojecten, zowel beleidsondersteunende projecten met betrekking tot duurzame mobiliteit als technologische ontwikkeling van componenten voor innovatieve voertuigaandrijvingen.
Prof. dr. Cathy Macharis is verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel, Faculteit Economische, Sociale en Politieke wetenschappen, Managementschool Solvay. Zij doceert Transport en Logistiek management, Duurzame mobiliteit en Operationeel management. Zij maakt gebruik van geavanceerde technieken in operationeel onderzoek om oplossingen te verschaffen voor de praktische logistieke problemen waarmee zowel managers als beleidsverantwoordelijken worden geconfronteerd. Zij was en is betrokken bij talrijke nationale en Europese onderzoeksprojecten over locatie-analyse, intermodaaltransport, het bevorderen van verkeersveiligheid via telematicatoepassingen, enz.
We worden echter ook regelmatig geconfronteerd met de problemen van het verkeer zoals files, luchtvervuiling, ongevallen en dergelijke meer. Er zijn dus grote uitdagingen in de verkeers- en vervoerssector om deze negatieve externe effecten te kunnen beheersen.
Hiervoor is het nodig de interacties tussen de verschillende aspecten van het verkeer goed te kennen. Een multidisciplinaire aanpak is hierbij noodzakelijk. Vaak wordt de verkeersproblematiek eenzijdig benaderd. Nieuwe wegen of hogere brandstofprijzen zullen de problemen niet oplossen. Een integrale aanpak, waar zowel civiele, aandrijftechnische als wetgevende, psychologische en socio-economische aspecten in vervat zitten, is een absolute vereiste.
Het eerste deel van het boek spitst zich toe op het personenvervoer vanuit een verkeerskundig standpunt. In het tweede deel komt het goederentransport en logistiek management aan bod.
Door het boek worden aspecten die naar voren zijn gekomen tijdens de leerstoel Willy Calewaert (academiejaar 2003-2004) alsook de onderzoeksresultaten van beide auteurs verweven.
Dit boek omvat zowel het personenvervoer als het goederenvervoer en geeft aan welke de nieuwe tendensen in deze domeinen zijn.
Prof. dr. ir. Joeri Van Mierlo doceert Verkeerskunde en Milieuvriendelijke voertuigen aan de Vrije Universiteit Brussel. Zijn onderzoeksspecialisatie bij de vakgroep Elektrotechniek en Energietechniek in de faculteit Ingenieurwetenschappen ligt in het domein van batterij, hybride en brandstofcelelektrischevoertuigen. Hij ontwikkeldezowelsimulatiemodellen voor voertuigaandrijvingen als voor verkeers- en emissieberekeningen. Hij was en is betrokken bij tal van nationale en internationale onderzoeksprojecten, zowel beleidsondersteunende projecten met betrekking tot duurzame mobiliteit als technologische ontwikkeling van componenten voor innovatieve voertuigaandrijvingen.
Prof. dr. Cathy Macharis is verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel, Faculteit Economische, Sociale en Politieke wetenschappen, Managementschool Solvay. Zij doceert Transport en Logistiek management, Duurzame mobiliteit en Operationeel management. Zij maakt gebruik van geavanceerde technieken in operationeel onderzoek om oplossingen te verschaffen voor de praktische logistieke problemen waarmee zowel managers als beleidsverantwoordelijken worden geconfronteerd. Zij was en is betrokken bij talrijke nationale en Europese onderzoeksprojecten over locatie-analyse, intermodaaltransport, het bevorderen van verkeersveiligheid via telematicatoepassingen, enz.
Geen voorraad

Soigneren. Over zorg en solidariteit (Deluxe-Cahiers, nr. 1)
€ 19,00
where to buy low dose naltrexone
buy low dose naltrexone online yeronimo.comHet boek bevat ook liedjesteksten, die de bewoners van De Vijvers wekelijks samen zingen. De teksten zijn voor de senioren een verwijzing naar de hardheid van hun levens en de heimwee naar mooie dagen en verloren liefdes. Het boek neemt treffende foto''s op die in de loop van het project werden gemaakt.
Soigneren is een uniek document over de dialoog tussen verschil-lende generaties. Het toont de waarde van de sociaal-artistieke praktijk voor ouderen en de verzorgende sector.
VICTORIA DELUXE is een sociaal-artistiek huis in de Gentse volkswijk Ham. Met sociaal-artistieke projecten in onder meer Gent, Evergem en Dendermonde wil Victoria Deluxe het stedelijke weefsel nieuw leven inblazen. De motor van deze praktijk is een creatieve en artistieke input, met als doel een meer recht-vaardige en open samenleving. Elk werkproces wordt opgezet met maatschappelijk kwetsbare of vergeten stadsbewoners. Met haar Cahier Deluxe zet Victoria Deluxe de sociaal-artistieke praktijk in woord en beeld. Zo kan een boeiende werkvorm bruikbaar worden voor de hele samenleving.
Geen voorraad

Soigneren. Over zorg en solidariteit (Deluxe-Cahiers, nr. 1)
€ 19,00
where to buy low dose naltrexone
buy low dose naltrexone online yeronimo.comHet boek bevat ook liedjesteksten, die de bewoners van De Vijvers wekelijks samen zingen. De teksten zijn voor de senioren een verwijzing naar de hardheid van hun levens en de heimwee naar mooie dagen en verloren liefdes. Het boek neemt treffende foto''s op die in de loop van het project werden gemaakt.
Soigneren is een uniek document over de dialoog tussen verschil-lende generaties. Het toont de waarde van de sociaal-artistieke praktijk voor ouderen en de verzorgende sector.
VICTORIA DELUXE is een sociaal-artistiek huis in de Gentse volkswijk Ham. Met sociaal-artistieke projecten in onder meer Gent, Evergem en Dendermonde wil Victoria Deluxe het stedelijke weefsel nieuw leven inblazen. De motor van deze praktijk is een creatieve en artistieke input, met als doel een meer recht-vaardige en open samenleving. Elk werkproces wordt opgezet met maatschappelijk kwetsbare of vergeten stadsbewoners. Met haar Cahier Deluxe zet Victoria Deluxe de sociaal-artistieke praktijk in woord en beeld. Zo kan een boeiende werkvorm bruikbaar worden voor de hele samenleving.
Mooie heksen en lelijke feeën. Verrassende en gedurfde maatschappijkritische wendingen aan klassieke sprookjes
€ 29,00
De maatschappijkritische en pedagogische betekenis die de klassieke
sprookjes van Grimm en Andersen vroeger voor kinderen én volwassenen
hadden, is in onze huidige samenleving achterhaald. De nu vertelde
sprookjes zijn door de geromantiseerde bewerkingen zeemzoet en ontdaan
van hun oorspronkelijk parodiërende of waarschuwende karakter.
Met sprookjes kan echter anders worden omgegaan. Het is immers zinvoller om kinderen via het sprookje van Hans en Grietje bewust te laten worden van het gevaar meegelokt te worden door meedogenloze pedofielen dan voor de onbestaande heks. In de klassieke sprookjes worden slechte karakters bijna altijd door onaantrekkelijke lichaamstrekken geaccentueerd: de ‘lelijke’ heks en de ‘boze’ stiefmoeder, terwijl de ‘goede’ fee, de prinses of de prins op het witte paard wondermooi én moreel goed zijn. Daarmee krijgen kinderen de verkeerde boodschap dat alleen uiterlijk mooi goed is en lelijk ethisch slecht. Sommige klassieke sprookjes zijn in hun oorspronkelijke betekenis vandaag pedagogisch gevaarlijk. In het oorspronkelijke sprookje Bontepels wordt de koning verliefd op zijn dochter en huwt haar op het einde van het verhaal: een vergoelijking van incest? Traditionele sprookjes bevestigen de klassieke man-vrouwrolpatronen; holebirelaties en racisme komen er niet in voor, maar zijn wel van deze tijd.
In dit boek krijgen klassieke sprookjes verrassende wendingen, zodat ze hun oorspronkelijke, pedagogisch voorlichtende en maatschappijkritische functie terugkrijgen. Verder vindt de lezer achtergrondinformatie over het werken met sprookjes in opvoeding, onderwijs en hulpverlening. Er wordt een eigen methodiek, STORIES, voorgesteld om sociale vaardigheden en attitudes bij kinderen met behulp van sprookjes te ontwikkelen.
Gerard Gielen, pedagoog-seksuoloog, doceert aan de Katholieke Hogeschool Limburg, Departement Sociaal-Agogisch Werk in Hasselt en aan de Lerarenopleiding van het Hoger Instituut der Kempen in Geel. Hij is redactielid van het welzijnsmagazine Sociaal. Eerder verscheen van hem bij Garant-Uitgevers: Onaantrekkelijk? Beeldvorming over het belang van fysieke aantrekkelijkheid.
Met sprookjes kan echter anders worden omgegaan. Het is immers zinvoller om kinderen via het sprookje van Hans en Grietje bewust te laten worden van het gevaar meegelokt te worden door meedogenloze pedofielen dan voor de onbestaande heks. In de klassieke sprookjes worden slechte karakters bijna altijd door onaantrekkelijke lichaamstrekken geaccentueerd: de ‘lelijke’ heks en de ‘boze’ stiefmoeder, terwijl de ‘goede’ fee, de prinses of de prins op het witte paard wondermooi én moreel goed zijn. Daarmee krijgen kinderen de verkeerde boodschap dat alleen uiterlijk mooi goed is en lelijk ethisch slecht. Sommige klassieke sprookjes zijn in hun oorspronkelijke betekenis vandaag pedagogisch gevaarlijk. In het oorspronkelijke sprookje Bontepels wordt de koning verliefd op zijn dochter en huwt haar op het einde van het verhaal: een vergoelijking van incest? Traditionele sprookjes bevestigen de klassieke man-vrouwrolpatronen; holebirelaties en racisme komen er niet in voor, maar zijn wel van deze tijd.
In dit boek krijgen klassieke sprookjes verrassende wendingen, zodat ze hun oorspronkelijke, pedagogisch voorlichtende en maatschappijkritische functie terugkrijgen. Verder vindt de lezer achtergrondinformatie over het werken met sprookjes in opvoeding, onderwijs en hulpverlening. Er wordt een eigen methodiek, STORIES, voorgesteld om sociale vaardigheden en attitudes bij kinderen met behulp van sprookjes te ontwikkelen.
Gerard Gielen, pedagoog-seksuoloog, doceert aan de Katholieke Hogeschool Limburg, Departement Sociaal-Agogisch Werk in Hasselt en aan de Lerarenopleiding van het Hoger Instituut der Kempen in Geel. Hij is redactielid van het welzijnsmagazine Sociaal. Eerder verscheen van hem bij Garant-Uitgevers: Onaantrekkelijk? Beeldvorming over het belang van fysieke aantrekkelijkheid.
Mooie heksen en lelijke feeën. Verrassende en gedurfde maatschappijkritische wendingen aan klassieke sprookjes
€ 29,00
De maatschappijkritische en pedagogische betekenis die de klassieke
sprookjes van Grimm en Andersen vroeger voor kinderen én volwassenen
hadden, is in onze huidige samenleving achterhaald. De nu vertelde
sprookjes zijn door de geromantiseerde bewerkingen zeemzoet en ontdaan
van hun oorspronkelijk parodiërende of waarschuwende karakter.
Met sprookjes kan echter anders worden omgegaan. Het is immers zinvoller om kinderen via het sprookje van Hans en Grietje bewust te laten worden van het gevaar meegelokt te worden door meedogenloze pedofielen dan voor de onbestaande heks. In de klassieke sprookjes worden slechte karakters bijna altijd door onaantrekkelijke lichaamstrekken geaccentueerd: de ‘lelijke’ heks en de ‘boze’ stiefmoeder, terwijl de ‘goede’ fee, de prinses of de prins op het witte paard wondermooi én moreel goed zijn. Daarmee krijgen kinderen de verkeerde boodschap dat alleen uiterlijk mooi goed is en lelijk ethisch slecht. Sommige klassieke sprookjes zijn in hun oorspronkelijke betekenis vandaag pedagogisch gevaarlijk. In het oorspronkelijke sprookje Bontepels wordt de koning verliefd op zijn dochter en huwt haar op het einde van het verhaal: een vergoelijking van incest? Traditionele sprookjes bevestigen de klassieke man-vrouwrolpatronen; holebirelaties en racisme komen er niet in voor, maar zijn wel van deze tijd.
In dit boek krijgen klassieke sprookjes verrassende wendingen, zodat ze hun oorspronkelijke, pedagogisch voorlichtende en maatschappijkritische functie terugkrijgen. Verder vindt de lezer achtergrondinformatie over het werken met sprookjes in opvoeding, onderwijs en hulpverlening. Er wordt een eigen methodiek, STORIES, voorgesteld om sociale vaardigheden en attitudes bij kinderen met behulp van sprookjes te ontwikkelen.
Gerard Gielen, pedagoog-seksuoloog, doceert aan de Katholieke Hogeschool Limburg, Departement Sociaal-Agogisch Werk in Hasselt en aan de Lerarenopleiding van het Hoger Instituut der Kempen in Geel. Hij is redactielid van het welzijnsmagazine Sociaal. Eerder verscheen van hem bij Garant-Uitgevers: Onaantrekkelijk? Beeldvorming over het belang van fysieke aantrekkelijkheid.
Met sprookjes kan echter anders worden omgegaan. Het is immers zinvoller om kinderen via het sprookje van Hans en Grietje bewust te laten worden van het gevaar meegelokt te worden door meedogenloze pedofielen dan voor de onbestaande heks. In de klassieke sprookjes worden slechte karakters bijna altijd door onaantrekkelijke lichaamstrekken geaccentueerd: de ‘lelijke’ heks en de ‘boze’ stiefmoeder, terwijl de ‘goede’ fee, de prinses of de prins op het witte paard wondermooi én moreel goed zijn. Daarmee krijgen kinderen de verkeerde boodschap dat alleen uiterlijk mooi goed is en lelijk ethisch slecht. Sommige klassieke sprookjes zijn in hun oorspronkelijke betekenis vandaag pedagogisch gevaarlijk. In het oorspronkelijke sprookje Bontepels wordt de koning verliefd op zijn dochter en huwt haar op het einde van het verhaal: een vergoelijking van incest? Traditionele sprookjes bevestigen de klassieke man-vrouwrolpatronen; holebirelaties en racisme komen er niet in voor, maar zijn wel van deze tijd.
In dit boek krijgen klassieke sprookjes verrassende wendingen, zodat ze hun oorspronkelijke, pedagogisch voorlichtende en maatschappijkritische functie terugkrijgen. Verder vindt de lezer achtergrondinformatie over het werken met sprookjes in opvoeding, onderwijs en hulpverlening. Er wordt een eigen methodiek, STORIES, voorgesteld om sociale vaardigheden en attitudes bij kinderen met behulp van sprookjes te ontwikkelen.
Gerard Gielen, pedagoog-seksuoloog, doceert aan de Katholieke Hogeschool Limburg, Departement Sociaal-Agogisch Werk in Hasselt en aan de Lerarenopleiding van het Hoger Instituut der Kempen in Geel. Hij is redactielid van het welzijnsmagazine Sociaal. Eerder verscheen van hem bij Garant-Uitgevers: Onaantrekkelijk? Beeldvorming over het belang van fysieke aantrekkelijkheid.
Onderwijs en ongelijkheid: grenzen aan de maakbaarheid?
€ 31,00
In de afgelopen dertig jaar is prof. dr. G.W. Meijnen actief geweest in onderzoek en advisering op het terrein van de sociale ongelijkheid en het onderwijs. Bij de aanvang van zijn emeritaat als hoogleraar onderwijskunde aan de Universiteit van Amsterdam is deze bundel aangeboden waarin bijdragen staan van mensen die werkzaam zijn op het terrein van wetenschap, beleid en advies.
De bijdragen bieden vanuit zeer uiteenlopende perspectieven zowel de resultaten van recent onderzoek alsook reflectie op onderzoek en beleid.
Onderwerpen die in dit boek worden behandeld zijn, onder meer, schoolsegregatie en de positie van migranten in hoogontwikkelde landen, onderwijsongelijkheid in Midden- en Oost-Europa, recent onderzoek naar ongelijke onderwijskansen, meritocratie en politieke elitevorming, een pleidooi voor lokaal onderwijsbeleid, de opvoedende universiteit, probleemleerlingen in het onderwijs, succesvolle allochtone leerlingen, sekseverschillen in het onderwijs, en integratie en religieuze scholen.
De bijdragen bieden vanuit zeer uiteenlopende perspectieven zowel de resultaten van recent onderzoek alsook reflectie op onderzoek en beleid.
Onderwerpen die in dit boek worden behandeld zijn, onder meer, schoolsegregatie en de positie van migranten in hoogontwikkelde landen, onderwijsongelijkheid in Midden- en Oost-Europa, recent onderzoek naar ongelijke onderwijskansen, meritocratie en politieke elitevorming, een pleidooi voor lokaal onderwijsbeleid, de opvoedende universiteit, probleemleerlingen in het onderwijs, succesvolle allochtone leerlingen, sekseverschillen in het onderwijs, en integratie en religieuze scholen.
Onderwijs en ongelijkheid: grenzen aan de maakbaarheid?
€ 31,00
In de afgelopen dertig jaar is prof. dr. G.W. Meijnen actief geweest in onderzoek en advisering op het terrein van de sociale ongelijkheid en het onderwijs. Bij de aanvang van zijn emeritaat als hoogleraar onderwijskunde aan de Universiteit van Amsterdam is deze bundel aangeboden waarin bijdragen staan van mensen die werkzaam zijn op het terrein van wetenschap, beleid en advies.
De bijdragen bieden vanuit zeer uiteenlopende perspectieven zowel de resultaten van recent onderzoek alsook reflectie op onderzoek en beleid.
Onderwerpen die in dit boek worden behandeld zijn, onder meer, schoolsegregatie en de positie van migranten in hoogontwikkelde landen, onderwijsongelijkheid in Midden- en Oost-Europa, recent onderzoek naar ongelijke onderwijskansen, meritocratie en politieke elitevorming, een pleidooi voor lokaal onderwijsbeleid, de opvoedende universiteit, probleemleerlingen in het onderwijs, succesvolle allochtone leerlingen, sekseverschillen in het onderwijs, en integratie en religieuze scholen.
De bijdragen bieden vanuit zeer uiteenlopende perspectieven zowel de resultaten van recent onderzoek alsook reflectie op onderzoek en beleid.
Onderwerpen die in dit boek worden behandeld zijn, onder meer, schoolsegregatie en de positie van migranten in hoogontwikkelde landen, onderwijsongelijkheid in Midden- en Oost-Europa, recent onderzoek naar ongelijke onderwijskansen, meritocratie en politieke elitevorming, een pleidooi voor lokaal onderwijsbeleid, de opvoedende universiteit, probleemleerlingen in het onderwijs, succesvolle allochtone leerlingen, sekseverschillen in het onderwijs, en integratie en religieuze scholen.

Van start met Open en Afstandsonderwijs
€ 19,00
Europees onderzoek toont aan dat het volwassenenonderwijs geconfronteerd wordt met de behoefte maar ook met de moeilijkheid om open- en afstandsonderwijs (OAO) in te voeren binnen de context van levenslang leren. Traditioneel lesgeven in de klas blijkt niet voldoende als men rekening wil houden met nieuwe factoren zoals de geografische verspreiding van de doelgroep, de nood aan just-in-time leren en de moeilijkheid om werk, familie en leren te combineren. OAO is een deel van het antwoord op deze uitdagingen. OAO invoeren is niet eenvoudig. Administratieve, wettelijke, technische, pedagogische en didactische aspecten moeten aangepakt worden.
IAM L3 staat voor Introducing Appropriate Methodologies for Life Long Learning en focust op de introductie van Open en Afstandsonderwijs (OAO) in het volwassenenonderwijs. Dit Grundtvig 1- project liep van oktober 2002 tot oktober 2005 en werd gesubsidieerd door het Socrates programma van de Europese Unie. IAM L3 biedt verstrekkers van volwassenen-onderwijs niet alleen inzicht in de diverse aspecten van OAO via dit boek Van start met OAO, maar geeft ook een overzicht van opleidingen en nascholingen, een database met goede voorbeelden uit de praktijk én een aantal OAO-oplossingen en hulpmiddelen.
Het boek Van start met OAO is een inleiding tot basisconcepten en aangepaste methodologieën voor OAO.
IAM L3 staat voor Introducing Appropriate Methodologies for Life Long Learning en focust op de introductie van Open en Afstandsonderwijs (OAO) in het volwassenenonderwijs. Dit Grundtvig 1- project liep van oktober 2002 tot oktober 2005 en werd gesubsidieerd door het Socrates programma van de Europese Unie. IAM L3 biedt verstrekkers van volwassenen-onderwijs niet alleen inzicht in de diverse aspecten van OAO via dit boek Van start met OAO, maar geeft ook een overzicht van opleidingen en nascholingen, een database met goede voorbeelden uit de praktijk én een aantal OAO-oplossingen en hulpmiddelen.
Het boek Van start met OAO is een inleiding tot basisconcepten en aangepaste methodologieën voor OAO.

Van start met Open en Afstandsonderwijs
€ 19,00
Europees onderzoek toont aan dat het volwassenenonderwijs geconfronteerd wordt met de behoefte maar ook met de moeilijkheid om open- en afstandsonderwijs (OAO) in te voeren binnen de context van levenslang leren. Traditioneel lesgeven in de klas blijkt niet voldoende als men rekening wil houden met nieuwe factoren zoals de geografische verspreiding van de doelgroep, de nood aan just-in-time leren en de moeilijkheid om werk, familie en leren te combineren. OAO is een deel van het antwoord op deze uitdagingen. OAO invoeren is niet eenvoudig. Administratieve, wettelijke, technische, pedagogische en didactische aspecten moeten aangepakt worden.
IAM L3 staat voor Introducing Appropriate Methodologies for Life Long Learning en focust op de introductie van Open en Afstandsonderwijs (OAO) in het volwassenenonderwijs. Dit Grundtvig 1- project liep van oktober 2002 tot oktober 2005 en werd gesubsidieerd door het Socrates programma van de Europese Unie. IAM L3 biedt verstrekkers van volwassenen-onderwijs niet alleen inzicht in de diverse aspecten van OAO via dit boek Van start met OAO, maar geeft ook een overzicht van opleidingen en nascholingen, een database met goede voorbeelden uit de praktijk én een aantal OAO-oplossingen en hulpmiddelen.
Het boek Van start met OAO is een inleiding tot basisconcepten en aangepaste methodologieën voor OAO.
IAM L3 staat voor Introducing Appropriate Methodologies for Life Long Learning en focust op de introductie van Open en Afstandsonderwijs (OAO) in het volwassenenonderwijs. Dit Grundtvig 1- project liep van oktober 2002 tot oktober 2005 en werd gesubsidieerd door het Socrates programma van de Europese Unie. IAM L3 biedt verstrekkers van volwassenen-onderwijs niet alleen inzicht in de diverse aspecten van OAO via dit boek Van start met OAO, maar geeft ook een overzicht van opleidingen en nascholingen, een database met goede voorbeelden uit de praktijk én een aantal OAO-oplossingen en hulpmiddelen.
Het boek Van start met OAO is een inleiding tot basisconcepten en aangepaste methodologieën voor OAO.

Getting started with open and distance learning
€ 19,00
Research throughout Europe indicates that adult education providers face the need but also the difficulty of introducing Open and Distance Learning (ODL) in the context of Life Long Learning.
Traditional classroom teaching proves insufficient to deal with factors such as the geographic dispersal of the target groups, the need for just-in-time learning and the difficulties of juggling work, family and learning. ODL is part of the answer.
I AM L3 - short for Introducing Appropriate Methodologies for Life Long Learning - focuses on introducing Open and Distance Learning (ODL) in Adult Education. This Grundtvig 1-project ran between October 2002 and October 2005 with a grant from the Socrates programme of the European Commission. I AM L3 offers adult education providers this book with essential insights in the different aspects of ODL as well as seminars, in-service training, and a database with examples of good practice and ODL solutions and resources.
The book Getting Started in ODL introduces essential concepts and appropriate methodologies on ODL.
Traditional classroom teaching proves insufficient to deal with factors such as the geographic dispersal of the target groups, the need for just-in-time learning and the difficulties of juggling work, family and learning. ODL is part of the answer.
I AM L3 - short for Introducing Appropriate Methodologies for Life Long Learning - focuses on introducing Open and Distance Learning (ODL) in Adult Education. This Grundtvig 1-project ran between October 2002 and October 2005 with a grant from the Socrates programme of the European Commission. I AM L3 offers adult education providers this book with essential insights in the different aspects of ODL as well as seminars, in-service training, and a database with examples of good practice and ODL solutions and resources.
The book Getting Started in ODL introduces essential concepts and appropriate methodologies on ODL.

Getting started with open and distance learning
€ 19,00
Research throughout Europe indicates that adult education providers face the need but also the difficulty of introducing Open and Distance Learning (ODL) in the context of Life Long Learning.
Traditional classroom teaching proves insufficient to deal with factors such as the geographic dispersal of the target groups, the need for just-in-time learning and the difficulties of juggling work, family and learning. ODL is part of the answer.
I AM L3 - short for Introducing Appropriate Methodologies for Life Long Learning - focuses on introducing Open and Distance Learning (ODL) in Adult Education. This Grundtvig 1-project ran between October 2002 and October 2005 with a grant from the Socrates programme of the European Commission. I AM L3 offers adult education providers this book with essential insights in the different aspects of ODL as well as seminars, in-service training, and a database with examples of good practice and ODL solutions and resources.
The book Getting Started in ODL introduces essential concepts and appropriate methodologies on ODL.
Traditional classroom teaching proves insufficient to deal with factors such as the geographic dispersal of the target groups, the need for just-in-time learning and the difficulties of juggling work, family and learning. ODL is part of the answer.
I AM L3 - short for Introducing Appropriate Methodologies for Life Long Learning - focuses on introducing Open and Distance Learning (ODL) in Adult Education. This Grundtvig 1-project ran between October 2002 and October 2005 with a grant from the Socrates programme of the European Commission. I AM L3 offers adult education providers this book with essential insights in the different aspects of ODL as well as seminars, in-service training, and a database with examples of good practice and ODL solutions and resources.
The book Getting Started in ODL introduces essential concepts and appropriate methodologies on ODL.