
Basisbeginselen BTW – 2de herziene uitgave aangepast aan het VAT-package (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 2)
€ 39,95
Deze uitgave geeft een overzicht van de basisbeginselen van de Belgische
btw-wetgeving. De tweede uitgave is volledig aangepast aan het VAT-package
van 2010, dat ingrijpende wijzigingen aanbracht aan het btw-wetboek. De beginselen
worden geïllustreerd met talrijke voorbeelden en overzichtstabellen.
Uiterst dankbaar voor de beroepsbeoefenaar is de behandeling van bepaalde thema’s die veelvuldig voorkomen in de praktijk. Deze thema’s werden ondergebracht in 20 topics. Hieronder worden onder meer behandeld: De verwerking van de winstmargeregeling, Bepaalde diensten verricht door instellingen die geen winstoogmerk hebben, Sport en btw, De organisatie van activiteiten ter verkrijging van financiële steun, De doorfacturering van kosten tussen verbonden ondernemingen, De doorfacturering van de “groothandel” aan de “kleinhandel”, De nieuwe bewaringstermijnen inzake btw, enz.
Het boek richt zich dan ook tot iedereen die op een praktische en beknopte wijze een inzicht wil krijgen in de werking van de btw. Door zijn praktische benadering vormt het boek de ideale leidraad voor de dagelijkse praktijk.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is docent btw aan de Hogeschool Gent en auteur van talrijke fiscale bijdragen in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is tevens (kern)redactielid van Fiscalnet, van het Tijdschrift voor Verkoop Vastgoed en van het Tijdschrift Huur.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen
Uiterst dankbaar voor de beroepsbeoefenaar is de behandeling van bepaalde thema’s die veelvuldig voorkomen in de praktijk. Deze thema’s werden ondergebracht in 20 topics. Hieronder worden onder meer behandeld: De verwerking van de winstmargeregeling, Bepaalde diensten verricht door instellingen die geen winstoogmerk hebben, Sport en btw, De organisatie van activiteiten ter verkrijging van financiële steun, De doorfacturering van kosten tussen verbonden ondernemingen, De doorfacturering van de “groothandel” aan de “kleinhandel”, De nieuwe bewaringstermijnen inzake btw, enz.
Het boek richt zich dan ook tot iedereen die op een praktische en beknopte wijze een inzicht wil krijgen in de werking van de btw. Door zijn praktische benadering vormt het boek de ideale leidraad voor de dagelijkse praktijk.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is docent btw aan de Hogeschool Gent en auteur van talrijke fiscale bijdragen in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is tevens (kern)redactielid van Fiscalnet, van het Tijdschrift voor Verkoop Vastgoed en van het Tijdschrift Huur.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen

Basisbeginselen BTW – 2de herziene uitgave aangepast aan het VAT-package (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 2)
€ 39,95
Deze uitgave geeft een overzicht van de basisbeginselen van de Belgische
btw-wetgeving. De tweede uitgave is volledig aangepast aan het VAT-package
van 2010, dat ingrijpende wijzigingen aanbracht aan het btw-wetboek. De beginselen
worden geïllustreerd met talrijke voorbeelden en overzichtstabellen.
Uiterst dankbaar voor de beroepsbeoefenaar is de behandeling van bepaalde thema’s die veelvuldig voorkomen in de praktijk. Deze thema’s werden ondergebracht in 20 topics. Hieronder worden onder meer behandeld: De verwerking van de winstmargeregeling, Bepaalde diensten verricht door instellingen die geen winstoogmerk hebben, Sport en btw, De organisatie van activiteiten ter verkrijging van financiële steun, De doorfacturering van kosten tussen verbonden ondernemingen, De doorfacturering van de “groothandel” aan de “kleinhandel”, De nieuwe bewaringstermijnen inzake btw, enz.
Het boek richt zich dan ook tot iedereen die op een praktische en beknopte wijze een inzicht wil krijgen in de werking van de btw. Door zijn praktische benadering vormt het boek de ideale leidraad voor de dagelijkse praktijk.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is docent btw aan de Hogeschool Gent en auteur van talrijke fiscale bijdragen in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is tevens (kern)redactielid van Fiscalnet, van het Tijdschrift voor Verkoop Vastgoed en van het Tijdschrift Huur.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen
Uiterst dankbaar voor de beroepsbeoefenaar is de behandeling van bepaalde thema’s die veelvuldig voorkomen in de praktijk. Deze thema’s werden ondergebracht in 20 topics. Hieronder worden onder meer behandeld: De verwerking van de winstmargeregeling, Bepaalde diensten verricht door instellingen die geen winstoogmerk hebben, Sport en btw, De organisatie van activiteiten ter verkrijging van financiële steun, De doorfacturering van kosten tussen verbonden ondernemingen, De doorfacturering van de “groothandel” aan de “kleinhandel”, De nieuwe bewaringstermijnen inzake btw, enz.
Het boek richt zich dan ook tot iedereen die op een praktische en beknopte wijze een inzicht wil krijgen in de werking van de btw. Door zijn praktische benadering vormt het boek de ideale leidraad voor de dagelijkse praktijk.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is docent btw aan de Hogeschool Gent en auteur van talrijke fiscale bijdragen in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is tevens (kern)redactielid van Fiscalnet, van het Tijdschrift voor Verkoop Vastgoed en van het Tijdschrift Huur.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen
Criminografische ontwikkelingen: van (victim)-survey tot penitentiaire statistiek (Reeks Panopticon Libri, nr. 3)
€ 32,00
Dit eerste criminografische verzamelwerk in de reeks Panoptiocn Libri, is er op gericht
de interesse voor criminografie en methodologie onder criminologen te vergroten. Het
rapporteert over criminografische en methodologische onderwerpen die zich afspelen
op diverse echelons van de strafrechtsbedeling. De volgorde van de bijdragen is ook op
die manier geschikt: statistische informatie kan gerangschikt worden volgens het niveau
van de strafrechtsbedeling waarop de informatie slaat. Surveys vangen hiaten uit officiële
registraties op en komen dus helemaal onderaan de ladder te staan, terwijl statistische
penitentiaire info de top van de strafrechtsketen voorstelt en dus bovenaan de ladder
komt te staan.
In deze uitgave wordt criminografisch materiaal gedegen voorgesteld, met een afweging van de sterke en zwakke kanten, zijn mogelijkheden en beperkingen. Bovendien biedt dit verzamelwerk een structurele vindplaats voor het “onvindbare” criminografische materiaal.
In deze uitgave wordt criminografisch materiaal gedegen voorgesteld, met een afweging van de sterke en zwakke kanten, zijn mogelijkheden en beperkingen. Bovendien biedt dit verzamelwerk een structurele vindplaats voor het “onvindbare” criminografische materiaal.
Criminografische ontwikkelingen: van (victim)-survey tot penitentiaire statistiek (Reeks Panopticon Libri, nr. 3)
€ 32,00
Dit eerste criminografische verzamelwerk in de reeks Panoptiocn Libri, is er op gericht
de interesse voor criminografie en methodologie onder criminologen te vergroten. Het
rapporteert over criminografische en methodologische onderwerpen die zich afspelen
op diverse echelons van de strafrechtsbedeling. De volgorde van de bijdragen is ook op
die manier geschikt: statistische informatie kan gerangschikt worden volgens het niveau
van de strafrechtsbedeling waarop de informatie slaat. Surveys vangen hiaten uit officiële
registraties op en komen dus helemaal onderaan de ladder te staan, terwijl statistische
penitentiaire info de top van de strafrechtsketen voorstelt en dus bovenaan de ladder
komt te staan.
In deze uitgave wordt criminografisch materiaal gedegen voorgesteld, met een afweging van de sterke en zwakke kanten, zijn mogelijkheden en beperkingen. Bovendien biedt dit verzamelwerk een structurele vindplaats voor het “onvindbare” criminografische materiaal.
In deze uitgave wordt criminografisch materiaal gedegen voorgesteld, met een afweging van de sterke en zwakke kanten, zijn mogelijkheden en beperkingen. Bovendien biedt dit verzamelwerk een structurele vindplaats voor het “onvindbare” criminografische materiaal.
Horizontale werking van grondrechten. Een kritiek (E.M. Meijers Reeks)
€ 79,90
Fundamentele rechten, ooit bedoeld als verweerrechten tegenover de
staat, worden heden steeds meer ingeschakeld in private geschillen.
De huurder die een schotelantenne wil installeren beroept zich
ten aanzien van de verhuurder op zijn recht op meningsuiting, de
orthodoxe Jood verzet zich tegen de installatie van een elektronische
toegangspoort tot het gedeelde appartementsdomein op basis van
zijn recht op religie en werknemers vechten een aanvaard nonconcurrentiebeding
aan op basis van de constitutioneel verankerde
beroepsvrijheid.
Hoewel steeds meer ingeburgerd, roept dit fenomeen vragen op. Vanwaar immers deze toevlucht tot fundamentele rechten? Is het privaatrecht tot dusver dan slechts een onvolmaakt instrument gebleken, onbekwaam een bevredigende oplossing te bieden wanneer werkelijk fundamentele belangen in het geding zijn, of spelen er andere elementen? En welke zijn deze dan? Vanwaar komt deze theorie van horizontale werking van grondrechten, wat behelst zij werkelijk en welke meerwaarde heeft zij ons te bieden?
Deze studie tracht voornoemde vragen te beantwoorden en schroomt daarbij niet het ethos waarmee fundamentele rechten per definitie bekleed zijn te doorbreken.
Dit is een boek in de Meijers-reeks. De reeks valt onder verantwoordelijkheid van de Graduate School of Legal Studies van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. De studie werd verricht in het kader van het facultaire onderzoeksprogramma Coherent Privaatrecht.
Hoewel steeds meer ingeburgerd, roept dit fenomeen vragen op. Vanwaar immers deze toevlucht tot fundamentele rechten? Is het privaatrecht tot dusver dan slechts een onvolmaakt instrument gebleken, onbekwaam een bevredigende oplossing te bieden wanneer werkelijk fundamentele belangen in het geding zijn, of spelen er andere elementen? En welke zijn deze dan? Vanwaar komt deze theorie van horizontale werking van grondrechten, wat behelst zij werkelijk en welke meerwaarde heeft zij ons te bieden?
Deze studie tracht voornoemde vragen te beantwoorden en schroomt daarbij niet het ethos waarmee fundamentele rechten per definitie bekleed zijn te doorbreken.
Dit is een boek in de Meijers-reeks. De reeks valt onder verantwoordelijkheid van de Graduate School of Legal Studies van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. De studie werd verricht in het kader van het facultaire onderzoeksprogramma Coherent Privaatrecht.
Horizontale werking van grondrechten. Een kritiek (E.M. Meijers Reeks)
€ 79,90
Fundamentele rechten, ooit bedoeld als verweerrechten tegenover de
staat, worden heden steeds meer ingeschakeld in private geschillen.
De huurder die een schotelantenne wil installeren beroept zich
ten aanzien van de verhuurder op zijn recht op meningsuiting, de
orthodoxe Jood verzet zich tegen de installatie van een elektronische
toegangspoort tot het gedeelde appartementsdomein op basis van
zijn recht op religie en werknemers vechten een aanvaard nonconcurrentiebeding
aan op basis van de constitutioneel verankerde
beroepsvrijheid.
Hoewel steeds meer ingeburgerd, roept dit fenomeen vragen op. Vanwaar immers deze toevlucht tot fundamentele rechten? Is het privaatrecht tot dusver dan slechts een onvolmaakt instrument gebleken, onbekwaam een bevredigende oplossing te bieden wanneer werkelijk fundamentele belangen in het geding zijn, of spelen er andere elementen? En welke zijn deze dan? Vanwaar komt deze theorie van horizontale werking van grondrechten, wat behelst zij werkelijk en welke meerwaarde heeft zij ons te bieden?
Deze studie tracht voornoemde vragen te beantwoorden en schroomt daarbij niet het ethos waarmee fundamentele rechten per definitie bekleed zijn te doorbreken.
Dit is een boek in de Meijers-reeks. De reeks valt onder verantwoordelijkheid van de Graduate School of Legal Studies van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. De studie werd verricht in het kader van het facultaire onderzoeksprogramma Coherent Privaatrecht.
Hoewel steeds meer ingeburgerd, roept dit fenomeen vragen op. Vanwaar immers deze toevlucht tot fundamentele rechten? Is het privaatrecht tot dusver dan slechts een onvolmaakt instrument gebleken, onbekwaam een bevredigende oplossing te bieden wanneer werkelijk fundamentele belangen in het geding zijn, of spelen er andere elementen? En welke zijn deze dan? Vanwaar komt deze theorie van horizontale werking van grondrechten, wat behelst zij werkelijk en welke meerwaarde heeft zij ons te bieden?
Deze studie tracht voornoemde vragen te beantwoorden en schroomt daarbij niet het ethos waarmee fundamentele rechten per definitie bekleed zijn te doorbreken.
Dit is een boek in de Meijers-reeks. De reeks valt onder verantwoordelijkheid van de Graduate School of Legal Studies van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. De studie werd verricht in het kader van het facultaire onderzoeksprogramma Coherent Privaatrecht.
Tussen Scylla en Charybdis. Op zoek naar koers en Waarde voor het juridisch onderwijs. (Reeks Oraties)
€ 9,50
De maatschappij juridiseert in hoog tempo en heeft grote behoefte aan juristen met een gedegen kennis van het Nederlands positief recht. Daarnaast dienen juristen bestand te zijn tegen grote maatschappelijke druk en te beschikken over hoge ethische en morele standaarden. Ook gezien de grote vertegenwoordiging van juristen in onder meer overheid en bestuur, mogen aan hun kennis en
waardenpatroon hoge eisen worden gesteld.
In groot contrast met deze maatschappelijke vraag, staat de steeds geringere aandacht in het juridisch onderwijs voor het geldende Nederlandse recht en voor na te streven hogere waarden. Door een krimpende eerste geldstroom en zeer beperkte mogelijkheden voor externe financiering, staan de kwaliteit van het onderwijs en daarmee van de juristen onder druk.
Van Oostrom belicht deze twee tegengestelde tendensen, pleit voor een nieuwe koers en een radicale herijking van de na te streven waarden in het juridisch onderwijs, dit alles met verwijzing naar klassieke schrijvers, politici en wetenschappers. Varen tussen maatschappelijk Scylla en wetenschappelijk Charybdis mag niet uitmonden in het ten onder gaan van de juridische opleiding.
Prof.dr.mr. Nora van Oostrom-Streep is hoogleraar in de faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie, departement Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht.
In groot contrast met deze maatschappelijke vraag, staat de steeds geringere aandacht in het juridisch onderwijs voor het geldende Nederlandse recht en voor na te streven hogere waarden. Door een krimpende eerste geldstroom en zeer beperkte mogelijkheden voor externe financiering, staan de kwaliteit van het onderwijs en daarmee van de juristen onder druk.
Van Oostrom belicht deze twee tegengestelde tendensen, pleit voor een nieuwe koers en een radicale herijking van de na te streven waarden in het juridisch onderwijs, dit alles met verwijzing naar klassieke schrijvers, politici en wetenschappers. Varen tussen maatschappelijk Scylla en wetenschappelijk Charybdis mag niet uitmonden in het ten onder gaan van de juridische opleiding.
Prof.dr.mr. Nora van Oostrom-Streep is hoogleraar in de faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie, departement Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht.
Tussen Scylla en Charybdis. Op zoek naar koers en Waarde voor het juridisch onderwijs. (Reeks Oraties)
€ 9,50
De maatschappij juridiseert in hoog tempo en heeft grote behoefte aan juristen met een gedegen kennis van het Nederlands positief recht. Daarnaast dienen juristen bestand te zijn tegen grote maatschappelijke druk en te beschikken over hoge ethische en morele standaarden. Ook gezien de grote vertegenwoordiging van juristen in onder meer overheid en bestuur, mogen aan hun kennis en
waardenpatroon hoge eisen worden gesteld.
In groot contrast met deze maatschappelijke vraag, staat de steeds geringere aandacht in het juridisch onderwijs voor het geldende Nederlandse recht en voor na te streven hogere waarden. Door een krimpende eerste geldstroom en zeer beperkte mogelijkheden voor externe financiering, staan de kwaliteit van het onderwijs en daarmee van de juristen onder druk.
Van Oostrom belicht deze twee tegengestelde tendensen, pleit voor een nieuwe koers en een radicale herijking van de na te streven waarden in het juridisch onderwijs, dit alles met verwijzing naar klassieke schrijvers, politici en wetenschappers. Varen tussen maatschappelijk Scylla en wetenschappelijk Charybdis mag niet uitmonden in het ten onder gaan van de juridische opleiding.
Prof.dr.mr. Nora van Oostrom-Streep is hoogleraar in de faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie, departement Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht.
In groot contrast met deze maatschappelijke vraag, staat de steeds geringere aandacht in het juridisch onderwijs voor het geldende Nederlandse recht en voor na te streven hogere waarden. Door een krimpende eerste geldstroom en zeer beperkte mogelijkheden voor externe financiering, staan de kwaliteit van het onderwijs en daarmee van de juristen onder druk.
Van Oostrom belicht deze twee tegengestelde tendensen, pleit voor een nieuwe koers en een radicale herijking van de na te streven waarden in het juridisch onderwijs, dit alles met verwijzing naar klassieke schrijvers, politici en wetenschappers. Varen tussen maatschappelijk Scylla en wetenschappelijk Charybdis mag niet uitmonden in het ten onder gaan van de juridische opleiding.
Prof.dr.mr. Nora van Oostrom-Streep is hoogleraar in de faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie, departement Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht.
Fervet Opus. Liber Amicorum Anton van Kalmthout
€ 59,00
On July 1, 2010 prof.dr. Anton van Kalmthout retired as a professor on the chair
for ‘Deprivation of Liberty in Criminal Law and Migration Law’ at Tilburg University.
The Department of Criminal Law felt the need to seize Anton’s emeritus status
as an opportunity to put its appreciation under words for Anton’s contribution
to legal science, in particular to the field of criminal law and migration law. This
volume contains 23 interesting contributions of authors who all have a personal
and professional relation with Anton van Kalmthout. The contributions represent
to a large extent the various important fields of Anton’s work.
Fervet Opus. Liber Amicorum Anton van Kalmthout
€ 59,00
On July 1, 2010 prof.dr. Anton van Kalmthout retired as a professor on the chair
for ‘Deprivation of Liberty in Criminal Law and Migration Law’ at Tilburg University.
The Department of Criminal Law felt the need to seize Anton’s emeritus status
as an opportunity to put its appreciation under words for Anton’s contribution
to legal science, in particular to the field of criminal law and migration law. This
volume contains 23 interesting contributions of authors who all have a personal
and professional relation with Anton van Kalmthout. The contributions represent
to a large extent the various important fields of Anton’s work.
Crimmigratie. Rede bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Criminologie aan de Universiteit Leiden op vrijdag 11 december 2009 (Reeks Oraties)
€ 15,00
De paradox is al vaker geconstateerd: in een tijdperk van grote mobiliteit, wordt
juist de bewegingsvrijheid van veel mensen drastisch beperkt. Daarbij gaat het
om groepen minder gewenste vreemdelingen of migranten. Ook Nederland zet
fors in op het tegengaan van ongewenste immigratie door middel van uitsluiting
en detentie. Steeds vaker wordt ook opgeroepen om illegaal verblijf strafbaar te
stellen. Tot op heden is illegaal verblijf geen misdrijf in Nederland, maar Italië
heeft onlangs die stap wel gezet.
In haar oratie gaat Joanne van der Leun in op dit proces van crimmigratie: de versmelting van strafrecht en immigratiebeleid op het terrein van illegale migratie. Ze geeft een analyse of deze ontwikkeling zich ook in Nederland voordoet en gaat, mede aan de hand van recent criminologisch onderzoek, tevens in op de (deels onbedoelde) consequenties daarvan.
Joanne van der Leun is hoogleraar Criminologie aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Dit boek bevat een uitgebreide versie van de rede die zij hield bij de aanvaarding van haar ambt.
In haar oratie gaat Joanne van der Leun in op dit proces van crimmigratie: de versmelting van strafrecht en immigratiebeleid op het terrein van illegale migratie. Ze geeft een analyse of deze ontwikkeling zich ook in Nederland voordoet en gaat, mede aan de hand van recent criminologisch onderzoek, tevens in op de (deels onbedoelde) consequenties daarvan.
Joanne van der Leun is hoogleraar Criminologie aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Dit boek bevat een uitgebreide versie van de rede die zij hield bij de aanvaarding van haar ambt.
Crimmigratie. Rede bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Criminologie aan de Universiteit Leiden op vrijdag 11 december 2009 (Reeks Oraties)
€ 15,00
De paradox is al vaker geconstateerd: in een tijdperk van grote mobiliteit, wordt
juist de bewegingsvrijheid van veel mensen drastisch beperkt. Daarbij gaat het
om groepen minder gewenste vreemdelingen of migranten. Ook Nederland zet
fors in op het tegengaan van ongewenste immigratie door middel van uitsluiting
en detentie. Steeds vaker wordt ook opgeroepen om illegaal verblijf strafbaar te
stellen. Tot op heden is illegaal verblijf geen misdrijf in Nederland, maar Italië
heeft onlangs die stap wel gezet.
In haar oratie gaat Joanne van der Leun in op dit proces van crimmigratie: de versmelting van strafrecht en immigratiebeleid op het terrein van illegale migratie. Ze geeft een analyse of deze ontwikkeling zich ook in Nederland voordoet en gaat, mede aan de hand van recent criminologisch onderzoek, tevens in op de (deels onbedoelde) consequenties daarvan.
Joanne van der Leun is hoogleraar Criminologie aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Dit boek bevat een uitgebreide versie van de rede die zij hield bij de aanvaarding van haar ambt.
In haar oratie gaat Joanne van der Leun in op dit proces van crimmigratie: de versmelting van strafrecht en immigratiebeleid op het terrein van illegale migratie. Ze geeft een analyse of deze ontwikkeling zich ook in Nederland voordoet en gaat, mede aan de hand van recent criminologisch onderzoek, tevens in op de (deels onbedoelde) consequenties daarvan.
Joanne van der Leun is hoogleraar Criminologie aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Dit boek bevat een uitgebreide versie van de rede die zij hield bij de aanvaarding van haar ambt.
Ondernemend waarderen: Waarderend ondernemen. De subjectiviteit van het begrip economische waarde (gebrocheerd)
€ 50,00
Het begrip economische waarde wordt weliswaar vaak gebruikt maar ook slecht begrepen. Niet alleen bestaat verwarring tussen de begrippen waarde en prijs ook het uit de fiscale wereld bekende begrip waarde in het economisch verkeer wordt vaak met het economisch waardebegrip verward.
In dit boek wordt stilgestaan bij de fundamentele achtergronden van het begrip economische waarde. Het startpunt wordt gevonden in de subjectivistische opvattingen van de grondlegger van de Oostenrijkse School. Daaruit blijkt dat voor het verklaren van prijzen die door echte marktpartijen op reële markten tot stand komen inzicht nodig is in de waarde die partijen aan verschillende goederen hechten. Economische fenomenen kunnen slechts worden begrepen vanuit het handelen van individuele marktpartijen.
Kapitaalgoederen spelen bij het tot stand komen van economische groei een doorslaggevende rol. Binnen de Oostenrijkse School wordt daarom veel aandacht geschonken aan het tot stand komen en waarderen van kapitaalgoederen. In dit onderzoek wordt het bekende kringloopmodel uit de economie zodanig uitgebreid dat daaruit het waarde creërend karakter van kapitaalgoederen blijkt.
In deze studie wordt de mainstream aanpak van het bepalen van de economische waarde geconfronteerd met de subjectivistische uitgangspunten van de Oostenrijkse School. De daaruit naar voren komende verschillen worden geanalyseerd. Daarnaast worden enkele suggesties gedaan om te komen tot een beter gebruik van het begrip economische waarde.
Dit is een boek in de Meijers-reeks. De reeks valt onder verantwoordelijkheid van het E.M. Meijers Instituut van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Jan Vis is als directeur verbonden aan Talanton Corporate Finance B.V. te Houten, tevens is hij als kerndocent Business Valuation en Value Based Management verbonden aan de opleiding Business Valuation van RSM Erasmus University te Rotterdam. Hij is voorzitter van het Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen en spreekt en publiceert regelmatig over waarderingsvraagstukken.
In dit boek wordt stilgestaan bij de fundamentele achtergronden van het begrip economische waarde. Het startpunt wordt gevonden in de subjectivistische opvattingen van de grondlegger van de Oostenrijkse School. Daaruit blijkt dat voor het verklaren van prijzen die door echte marktpartijen op reële markten tot stand komen inzicht nodig is in de waarde die partijen aan verschillende goederen hechten. Economische fenomenen kunnen slechts worden begrepen vanuit het handelen van individuele marktpartijen.
Kapitaalgoederen spelen bij het tot stand komen van economische groei een doorslaggevende rol. Binnen de Oostenrijkse School wordt daarom veel aandacht geschonken aan het tot stand komen en waarderen van kapitaalgoederen. In dit onderzoek wordt het bekende kringloopmodel uit de economie zodanig uitgebreid dat daaruit het waarde creërend karakter van kapitaalgoederen blijkt.
In deze studie wordt de mainstream aanpak van het bepalen van de economische waarde geconfronteerd met de subjectivistische uitgangspunten van de Oostenrijkse School. De daaruit naar voren komende verschillen worden geanalyseerd. Daarnaast worden enkele suggesties gedaan om te komen tot een beter gebruik van het begrip economische waarde.
Dit is een boek in de Meijers-reeks. De reeks valt onder verantwoordelijkheid van het E.M. Meijers Instituut van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Jan Vis is als directeur verbonden aan Talanton Corporate Finance B.V. te Houten, tevens is hij als kerndocent Business Valuation en Value Based Management verbonden aan de opleiding Business Valuation van RSM Erasmus University te Rotterdam. Hij is voorzitter van het Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen en spreekt en publiceert regelmatig over waarderingsvraagstukken.
Ondernemend waarderen: Waarderend ondernemen. De subjectiviteit van het begrip economische waarde (gebrocheerd)
€ 50,00
Het begrip economische waarde wordt weliswaar vaak gebruikt maar ook slecht begrepen. Niet alleen bestaat verwarring tussen de begrippen waarde en prijs ook het uit de fiscale wereld bekende begrip waarde in het economisch verkeer wordt vaak met het economisch waardebegrip verward.
In dit boek wordt stilgestaan bij de fundamentele achtergronden van het begrip economische waarde. Het startpunt wordt gevonden in de subjectivistische opvattingen van de grondlegger van de Oostenrijkse School. Daaruit blijkt dat voor het verklaren van prijzen die door echte marktpartijen op reële markten tot stand komen inzicht nodig is in de waarde die partijen aan verschillende goederen hechten. Economische fenomenen kunnen slechts worden begrepen vanuit het handelen van individuele marktpartijen.
Kapitaalgoederen spelen bij het tot stand komen van economische groei een doorslaggevende rol. Binnen de Oostenrijkse School wordt daarom veel aandacht geschonken aan het tot stand komen en waarderen van kapitaalgoederen. In dit onderzoek wordt het bekende kringloopmodel uit de economie zodanig uitgebreid dat daaruit het waarde creërend karakter van kapitaalgoederen blijkt.
In deze studie wordt de mainstream aanpak van het bepalen van de economische waarde geconfronteerd met de subjectivistische uitgangspunten van de Oostenrijkse School. De daaruit naar voren komende verschillen worden geanalyseerd. Daarnaast worden enkele suggesties gedaan om te komen tot een beter gebruik van het begrip economische waarde.
Dit is een boek in de Meijers-reeks. De reeks valt onder verantwoordelijkheid van het E.M. Meijers Instituut van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Jan Vis is als directeur verbonden aan Talanton Corporate Finance B.V. te Houten, tevens is hij als kerndocent Business Valuation en Value Based Management verbonden aan de opleiding Business Valuation van RSM Erasmus University te Rotterdam. Hij is voorzitter van het Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen en spreekt en publiceert regelmatig over waarderingsvraagstukken.
In dit boek wordt stilgestaan bij de fundamentele achtergronden van het begrip economische waarde. Het startpunt wordt gevonden in de subjectivistische opvattingen van de grondlegger van de Oostenrijkse School. Daaruit blijkt dat voor het verklaren van prijzen die door echte marktpartijen op reële markten tot stand komen inzicht nodig is in de waarde die partijen aan verschillende goederen hechten. Economische fenomenen kunnen slechts worden begrepen vanuit het handelen van individuele marktpartijen.
Kapitaalgoederen spelen bij het tot stand komen van economische groei een doorslaggevende rol. Binnen de Oostenrijkse School wordt daarom veel aandacht geschonken aan het tot stand komen en waarderen van kapitaalgoederen. In dit onderzoek wordt het bekende kringloopmodel uit de economie zodanig uitgebreid dat daaruit het waarde creërend karakter van kapitaalgoederen blijkt.
In deze studie wordt de mainstream aanpak van het bepalen van de economische waarde geconfronteerd met de subjectivistische uitgangspunten van de Oostenrijkse School. De daaruit naar voren komende verschillen worden geanalyseerd. Daarnaast worden enkele suggesties gedaan om te komen tot een beter gebruik van het begrip economische waarde.
Dit is een boek in de Meijers-reeks. De reeks valt onder verantwoordelijkheid van het E.M. Meijers Instituut van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Jan Vis is als directeur verbonden aan Talanton Corporate Finance B.V. te Houten, tevens is hij als kerndocent Business Valuation en Value Based Management verbonden aan de opleiding Business Valuation van RSM Erasmus University te Rotterdam. Hij is voorzitter van het Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen en spreekt en publiceert regelmatig over waarderingsvraagstukken.
Rechtsbescherming inzake overheidsopdrachten na de Wet van 23 december 2009. Commentaar – Rechtspraak – Teksten
€ 145,00
Voorliggend boek werd geschreven naar aanleiding van de inwerkingtreding van de wet van 23 december 2009 tot invoeging van een nieuw boek IIbis betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen in de Overheidsopdrachtenwet van 24 december 1993. Het heeft tot doel deze
belangrijke aanpassing van het Belgisch rechtsbeschermingsysteem inzake overheidsopdrachten
vanuit diverse invalshoeken te belichten en de nodige duiding aan te reiken. De nieuwe wijzigingen worden gekaderd binnen de voorschriften vervat in de Europese rechtsbeschermingsrichtlijnen en de gezaghebbende rechtspraak van het Hof van Justitie.
Het boek is opgedeeld in twee delen. In een eerste deel wordt een overzicht gegeven van de precontractuele rechtsbescherming inzake overheidsopdrachten naar Europees en Belgisch recht en vinden — na een beknopte rechtshistorische introductie — de wet van 23 december 2009 en het nieuwe Boek IIbis van de Overheidsopdrachtenwet hun behandeling.
Het tweede deel geeft een overzicht van de rechtspraak van het Hof van Justitie in de periode 1994-2010 gewezen op het gebied van de rechtsbescherming inzake overheidsopdrachten en door welke arresten het toepassingsgebied van de rechtsbeschermingsrichtlijnen 89/665/EEG en 92/13/EEG wordt verduidelijkt en een gezaghebbende interpretatie wordt gegeven van de onderscheiden artikelen van deze richtlijnen. Een analyse van deze rechtspraak, waarbij de onderscheiden opgenomen arresten worden geclassificeerd volgens de in deze arresten behandelde rechtspunten, heeft eveneens zijn plaats in dit tweede boekdeel.
De behoeften van de rechtspraktizijn staan bij deze uitgave voorop. Mede daarom is het boek voorzien van diverse bijlagen die bij de interpretatie van de onderscheiden artikelen en artikelonderdelen van het Boek IIbis hun belang kunnen hebben. Zo hebben o.a. in dit boek hun plaats gevonden: de Wet van 23 december 2009 (in de Nederlandstalige en Franstalige versie), de Memorie van Toelichting, het advies van de Raad van State (Afdeling Wetgeving), het Verslag van de Commissie voor de Financiën en de Begroting van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de consideransen van de wijzigende Richtlijn 2007/66/EG.
Een exhaustieve bibliografie en een uitgebreid trefwoordenregister sluiten het boek af.
Constant De Koninck wordt als auditeur b? het Rekenhof beroepsmatig dagel?ks geconfronteerd met het overheidsopdrachtenrecht in z?n meest diverse facetten. Hij is raadgevend lid van de Geschillencommissie Overheidsopdrachten Mobiliteit. Constant De Koninck is auteur van diverse boeken en artikelen over de theorie en de prakt?k van het overheidsopdrachtenrecht. Z?n kennis en ervaring maken hem een gewaardeerd spreker in binnen- en buitenland. H? is kernredacteur van het Vademecum Overheidsopdrachten en het Vade-mecum des marchés publics, hoofdeditor van het Jaarboek Overheidsopdrachten/Chronique des Marchés Publics en redactielid van het t?dschrift Chroniques de Droit Public/Publiekrechtel?ke Kronieken.
Peter Flamey is advocaat en staat aan het hoofd van een gespecialiseerd nichekantoor administratief recht te Antwerpen. H? heeft talloze publicaties op z?n naam op het vlak van administratief recht in het algemeen en standaardwerken aanbestedingsrecht, overheidsopdrachten en PPS in het b?zonder. H? is medestichter en kernredacteur van het gespecialiseerde t?dschrift Chroniques de Droit Public/Publiekrechtel?ke Kronieken, en redacteur van het T?dschrift voor Aannemingsrecht. Peter Flamey is tevens lid van de Vlaamse Vereniging voor Aanbestedingsrecht.
Joost Bosquet is als advocaat verbonden aan de balie te Antwerpen. H? studeerde in 2001 af aan de Katholieke Universiteit van Leuven als licentiaat in de rechten. In 2003 behaalde h? ook de graad van Gediplomeerde in de gespecialiseerde studies van het vennootschapsrecht aan de K.U.Brussel. H? vervoegde het kantoor Flamey Advocaten in 2003, komende van de balie te Leuven, en behandelt er hoofdzakel?k dossiers inzake overheidsopdrachten en PPS, ruimtel?ke ordening en stedenbouw, stedenbouwstrafrecht, onteigeningen en ruilverkavelingen..
Het boek is opgedeeld in twee delen. In een eerste deel wordt een overzicht gegeven van de precontractuele rechtsbescherming inzake overheidsopdrachten naar Europees en Belgisch recht en vinden — na een beknopte rechtshistorische introductie — de wet van 23 december 2009 en het nieuwe Boek IIbis van de Overheidsopdrachtenwet hun behandeling.
Het tweede deel geeft een overzicht van de rechtspraak van het Hof van Justitie in de periode 1994-2010 gewezen op het gebied van de rechtsbescherming inzake overheidsopdrachten en door welke arresten het toepassingsgebied van de rechtsbeschermingsrichtlijnen 89/665/EEG en 92/13/EEG wordt verduidelijkt en een gezaghebbende interpretatie wordt gegeven van de onderscheiden artikelen van deze richtlijnen. Een analyse van deze rechtspraak, waarbij de onderscheiden opgenomen arresten worden geclassificeerd volgens de in deze arresten behandelde rechtspunten, heeft eveneens zijn plaats in dit tweede boekdeel.
De behoeften van de rechtspraktizijn staan bij deze uitgave voorop. Mede daarom is het boek voorzien van diverse bijlagen die bij de interpretatie van de onderscheiden artikelen en artikelonderdelen van het Boek IIbis hun belang kunnen hebben. Zo hebben o.a. in dit boek hun plaats gevonden: de Wet van 23 december 2009 (in de Nederlandstalige en Franstalige versie), de Memorie van Toelichting, het advies van de Raad van State (Afdeling Wetgeving), het Verslag van de Commissie voor de Financiën en de Begroting van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de consideransen van de wijzigende Richtlijn 2007/66/EG.
Een exhaustieve bibliografie en een uitgebreid trefwoordenregister sluiten het boek af.
Constant De Koninck wordt als auditeur b? het Rekenhof beroepsmatig dagel?ks geconfronteerd met het overheidsopdrachtenrecht in z?n meest diverse facetten. Hij is raadgevend lid van de Geschillencommissie Overheidsopdrachten Mobiliteit. Constant De Koninck is auteur van diverse boeken en artikelen over de theorie en de prakt?k van het overheidsopdrachtenrecht. Z?n kennis en ervaring maken hem een gewaardeerd spreker in binnen- en buitenland. H? is kernredacteur van het Vademecum Overheidsopdrachten en het Vade-mecum des marchés publics, hoofdeditor van het Jaarboek Overheidsopdrachten/Chronique des Marchés Publics en redactielid van het t?dschrift Chroniques de Droit Public/Publiekrechtel?ke Kronieken.
Peter Flamey is advocaat en staat aan het hoofd van een gespecialiseerd nichekantoor administratief recht te Antwerpen. H? heeft talloze publicaties op z?n naam op het vlak van administratief recht in het algemeen en standaardwerken aanbestedingsrecht, overheidsopdrachten en PPS in het b?zonder. H? is medestichter en kernredacteur van het gespecialiseerde t?dschrift Chroniques de Droit Public/Publiekrechtel?ke Kronieken, en redacteur van het T?dschrift voor Aannemingsrecht. Peter Flamey is tevens lid van de Vlaamse Vereniging voor Aanbestedingsrecht.
Joost Bosquet is als advocaat verbonden aan de balie te Antwerpen. H? studeerde in 2001 af aan de Katholieke Universiteit van Leuven als licentiaat in de rechten. In 2003 behaalde h? ook de graad van Gediplomeerde in de gespecialiseerde studies van het vennootschapsrecht aan de K.U.Brussel. H? vervoegde het kantoor Flamey Advocaten in 2003, komende van de balie te Leuven, en behandelt er hoofdzakel?k dossiers inzake overheidsopdrachten en PPS, ruimtel?ke ordening en stedenbouw, stedenbouwstrafrecht, onteigeningen en ruilverkavelingen..
Rechtsbescherming inzake overheidsopdrachten na de Wet van 23 december 2009. Commentaar – Rechtspraak – Teksten
€ 145,00
Voorliggend boek werd geschreven naar aanleiding van de inwerkingtreding van de wet van 23 december 2009 tot invoeging van een nieuw boek IIbis betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen in de Overheidsopdrachtenwet van 24 december 1993. Het heeft tot doel deze
belangrijke aanpassing van het Belgisch rechtsbeschermingsysteem inzake overheidsopdrachten
vanuit diverse invalshoeken te belichten en de nodige duiding aan te reiken. De nieuwe wijzigingen worden gekaderd binnen de voorschriften vervat in de Europese rechtsbeschermingsrichtlijnen en de gezaghebbende rechtspraak van het Hof van Justitie.
Het boek is opgedeeld in twee delen. In een eerste deel wordt een overzicht gegeven van de precontractuele rechtsbescherming inzake overheidsopdrachten naar Europees en Belgisch recht en vinden — na een beknopte rechtshistorische introductie — de wet van 23 december 2009 en het nieuwe Boek IIbis van de Overheidsopdrachtenwet hun behandeling.
Het tweede deel geeft een overzicht van de rechtspraak van het Hof van Justitie in de periode 1994-2010 gewezen op het gebied van de rechtsbescherming inzake overheidsopdrachten en door welke arresten het toepassingsgebied van de rechtsbeschermingsrichtlijnen 89/665/EEG en 92/13/EEG wordt verduidelijkt en een gezaghebbende interpretatie wordt gegeven van de onderscheiden artikelen van deze richtlijnen. Een analyse van deze rechtspraak, waarbij de onderscheiden opgenomen arresten worden geclassificeerd volgens de in deze arresten behandelde rechtspunten, heeft eveneens zijn plaats in dit tweede boekdeel.
De behoeften van de rechtspraktizijn staan bij deze uitgave voorop. Mede daarom is het boek voorzien van diverse bijlagen die bij de interpretatie van de onderscheiden artikelen en artikelonderdelen van het Boek IIbis hun belang kunnen hebben. Zo hebben o.a. in dit boek hun plaats gevonden: de Wet van 23 december 2009 (in de Nederlandstalige en Franstalige versie), de Memorie van Toelichting, het advies van de Raad van State (Afdeling Wetgeving), het Verslag van de Commissie voor de Financiën en de Begroting van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de consideransen van de wijzigende Richtlijn 2007/66/EG.
Een exhaustieve bibliografie en een uitgebreid trefwoordenregister sluiten het boek af.
Constant De Koninck wordt als auditeur b? het Rekenhof beroepsmatig dagel?ks geconfronteerd met het overheidsopdrachtenrecht in z?n meest diverse facetten. Hij is raadgevend lid van de Geschillencommissie Overheidsopdrachten Mobiliteit. Constant De Koninck is auteur van diverse boeken en artikelen over de theorie en de prakt?k van het overheidsopdrachtenrecht. Z?n kennis en ervaring maken hem een gewaardeerd spreker in binnen- en buitenland. H? is kernredacteur van het Vademecum Overheidsopdrachten en het Vade-mecum des marchés publics, hoofdeditor van het Jaarboek Overheidsopdrachten/Chronique des Marchés Publics en redactielid van het t?dschrift Chroniques de Droit Public/Publiekrechtel?ke Kronieken.
Peter Flamey is advocaat en staat aan het hoofd van een gespecialiseerd nichekantoor administratief recht te Antwerpen. H? heeft talloze publicaties op z?n naam op het vlak van administratief recht in het algemeen en standaardwerken aanbestedingsrecht, overheidsopdrachten en PPS in het b?zonder. H? is medestichter en kernredacteur van het gespecialiseerde t?dschrift Chroniques de Droit Public/Publiekrechtel?ke Kronieken, en redacteur van het T?dschrift voor Aannemingsrecht. Peter Flamey is tevens lid van de Vlaamse Vereniging voor Aanbestedingsrecht.
Joost Bosquet is als advocaat verbonden aan de balie te Antwerpen. H? studeerde in 2001 af aan de Katholieke Universiteit van Leuven als licentiaat in de rechten. In 2003 behaalde h? ook de graad van Gediplomeerde in de gespecialiseerde studies van het vennootschapsrecht aan de K.U.Brussel. H? vervoegde het kantoor Flamey Advocaten in 2003, komende van de balie te Leuven, en behandelt er hoofdzakel?k dossiers inzake overheidsopdrachten en PPS, ruimtel?ke ordening en stedenbouw, stedenbouwstrafrecht, onteigeningen en ruilverkavelingen..
Het boek is opgedeeld in twee delen. In een eerste deel wordt een overzicht gegeven van de precontractuele rechtsbescherming inzake overheidsopdrachten naar Europees en Belgisch recht en vinden — na een beknopte rechtshistorische introductie — de wet van 23 december 2009 en het nieuwe Boek IIbis van de Overheidsopdrachtenwet hun behandeling.
Het tweede deel geeft een overzicht van de rechtspraak van het Hof van Justitie in de periode 1994-2010 gewezen op het gebied van de rechtsbescherming inzake overheidsopdrachten en door welke arresten het toepassingsgebied van de rechtsbeschermingsrichtlijnen 89/665/EEG en 92/13/EEG wordt verduidelijkt en een gezaghebbende interpretatie wordt gegeven van de onderscheiden artikelen van deze richtlijnen. Een analyse van deze rechtspraak, waarbij de onderscheiden opgenomen arresten worden geclassificeerd volgens de in deze arresten behandelde rechtspunten, heeft eveneens zijn plaats in dit tweede boekdeel.
De behoeften van de rechtspraktizijn staan bij deze uitgave voorop. Mede daarom is het boek voorzien van diverse bijlagen die bij de interpretatie van de onderscheiden artikelen en artikelonderdelen van het Boek IIbis hun belang kunnen hebben. Zo hebben o.a. in dit boek hun plaats gevonden: de Wet van 23 december 2009 (in de Nederlandstalige en Franstalige versie), de Memorie van Toelichting, het advies van de Raad van State (Afdeling Wetgeving), het Verslag van de Commissie voor de Financiën en de Begroting van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de consideransen van de wijzigende Richtlijn 2007/66/EG.
Een exhaustieve bibliografie en een uitgebreid trefwoordenregister sluiten het boek af.
Constant De Koninck wordt als auditeur b? het Rekenhof beroepsmatig dagel?ks geconfronteerd met het overheidsopdrachtenrecht in z?n meest diverse facetten. Hij is raadgevend lid van de Geschillencommissie Overheidsopdrachten Mobiliteit. Constant De Koninck is auteur van diverse boeken en artikelen over de theorie en de prakt?k van het overheidsopdrachtenrecht. Z?n kennis en ervaring maken hem een gewaardeerd spreker in binnen- en buitenland. H? is kernredacteur van het Vademecum Overheidsopdrachten en het Vade-mecum des marchés publics, hoofdeditor van het Jaarboek Overheidsopdrachten/Chronique des Marchés Publics en redactielid van het t?dschrift Chroniques de Droit Public/Publiekrechtel?ke Kronieken.
Peter Flamey is advocaat en staat aan het hoofd van een gespecialiseerd nichekantoor administratief recht te Antwerpen. H? heeft talloze publicaties op z?n naam op het vlak van administratief recht in het algemeen en standaardwerken aanbestedingsrecht, overheidsopdrachten en PPS in het b?zonder. H? is medestichter en kernredacteur van het gespecialiseerde t?dschrift Chroniques de Droit Public/Publiekrechtel?ke Kronieken, en redacteur van het T?dschrift voor Aannemingsrecht. Peter Flamey is tevens lid van de Vlaamse Vereniging voor Aanbestedingsrecht.
Joost Bosquet is als advocaat verbonden aan de balie te Antwerpen. H? studeerde in 2001 af aan de Katholieke Universiteit van Leuven als licentiaat in de rechten. In 2003 behaalde h? ook de graad van Gediplomeerde in de gespecialiseerde studies van het vennootschapsrecht aan de K.U.Brussel. H? vervoegde het kantoor Flamey Advocaten in 2003, komende van de balie te Leuven, en behandelt er hoofdzakel?k dossiers inzake overheidsopdrachten en PPS, ruimtel?ke ordening en stedenbouw, stedenbouwstrafrecht, onteigeningen en ruilverkavelingen..
The UNCITRAL Model Law on International Commercial Arbitration: 25 Years (AIA – Association for International Arbitration Series)
€ 49,50
This publication discusses the theoretical implications behind United Nations Conference on International Trade Law (UNCITRAL). The conference sought to measure the degree of unification which the Model Law has achieved and its contribution to the development of legal thinking on international arbitration. This book serves as review of the latest developments and perspectives on the UNCITRAL Model Law on International Commercial Arbitration in the past twenty-five years. The reader will gain insight on certain provisions and rules of the Model Law as well as recent reforms by various countries.
Different attempts at harmonization and national reform, from Canada and US to China and Europe, are explored by Gerald Ghikas, Yuliya Chernykh, Giovanna Kwong, and Ryan Reetz. Johan Billiet, president of AIA, addresses the reform of Belgian arbitration law. For a regional perspective, Alain Fénéon discusses the influence of the Model Law on the OHADA Arbitration Law. Carole Malinvaud, Gerold Zeiler, Dirk Pulkowski, Hamid Gharavi, and Migel Galvão Teles assess specific rules in the model law and the need for international approval. The result is a well-rounded, theoretical and empirical analysis of contemporary issues in international arbitration, trade, and jurisprudence.
Different attempts at harmonization and national reform, from Canada and US to China and Europe, are explored by Gerald Ghikas, Yuliya Chernykh, Giovanna Kwong, and Ryan Reetz. Johan Billiet, president of AIA, addresses the reform of Belgian arbitration law. For a regional perspective, Alain Fénéon discusses the influence of the Model Law on the OHADA Arbitration Law. Carole Malinvaud, Gerold Zeiler, Dirk Pulkowski, Hamid Gharavi, and Migel Galvão Teles assess specific rules in the model law and the need for international approval. The result is a well-rounded, theoretical and empirical analysis of contemporary issues in international arbitration, trade, and jurisprudence.
The UNCITRAL Model Law on International Commercial Arbitration: 25 Years (AIA – Association for International Arbitration Series)
€ 49,50
This publication discusses the theoretical implications behind United Nations Conference on International Trade Law (UNCITRAL). The conference sought to measure the degree of unification which the Model Law has achieved and its contribution to the development of legal thinking on international arbitration. This book serves as review of the latest developments and perspectives on the UNCITRAL Model Law on International Commercial Arbitration in the past twenty-five years. The reader will gain insight on certain provisions and rules of the Model Law as well as recent reforms by various countries.
Different attempts at harmonization and national reform, from Canada and US to China and Europe, are explored by Gerald Ghikas, Yuliya Chernykh, Giovanna Kwong, and Ryan Reetz. Johan Billiet, president of AIA, addresses the reform of Belgian arbitration law. For a regional perspective, Alain Fénéon discusses the influence of the Model Law on the OHADA Arbitration Law. Carole Malinvaud, Gerold Zeiler, Dirk Pulkowski, Hamid Gharavi, and Migel Galvão Teles assess specific rules in the model law and the need for international approval. The result is a well-rounded, theoretical and empirical analysis of contemporary issues in international arbitration, trade, and jurisprudence.
Different attempts at harmonization and national reform, from Canada and US to China and Europe, are explored by Gerald Ghikas, Yuliya Chernykh, Giovanna Kwong, and Ryan Reetz. Johan Billiet, president of AIA, addresses the reform of Belgian arbitration law. For a regional perspective, Alain Fénéon discusses the influence of the Model Law on the OHADA Arbitration Law. Carole Malinvaud, Gerold Zeiler, Dirk Pulkowski, Hamid Gharavi, and Migel Galvão Teles assess specific rules in the model law and the need for international approval. The result is a well-rounded, theoretical and empirical analysis of contemporary issues in international arbitration, trade, and jurisprudence.
Stalking in the Netherlands. Nature and prevalence of the problem and the effectiveness of anti-stalking measures (Reeks Intervict)
€ 49,50
Writing love letters, making phone calls, and sending gifts, these are all seemingly
innocuous or even romantic behaviours. This changes, however, when the love expressed
in the letters remains unrequited, when the phone calls amount to hundreds a night, or when
the gifts consist of bullets and funeral wreaths. When attempts to contact another person
happen with a certain duration, nature, and frequency, the behaviour can be qualified as
stalking and it can have a detrimental impact on the life of the person subjected to the
unwanted attention.
The phenomenon of stalking has not been the topic of much research and this goes all the more for stalking in the Netherlands. In this book, an account is given of the nature and prevalence of the problem, of the effectiveness and the (dis)advantages of resorting to the police, and of the pros and cons of two alternative anti-stalking measures: hiring the services of a private investigation and protection agency and obtaining a civil restraining order.
Suzan van der Aa (Tilburg, 1982) studied criminal law at Tilburg University. In September 2005, she started working as a Ph. D. candidate at the International Victimology Institute Tilburg (INTERVICT). In addition, she conducted several applied research projects for third parties, such as the Dutch Ministry of Justice and the European Commission. Recently, she has accepted a position as senior researcher (Universitair Docent) at INTERVICT. This book is her doctoral thesis.
The phenomenon of stalking has not been the topic of much research and this goes all the more for stalking in the Netherlands. In this book, an account is given of the nature and prevalence of the problem, of the effectiveness and the (dis)advantages of resorting to the police, and of the pros and cons of two alternative anti-stalking measures: hiring the services of a private investigation and protection agency and obtaining a civil restraining order.
Suzan van der Aa (Tilburg, 1982) studied criminal law at Tilburg University. In September 2005, she started working as a Ph. D. candidate at the International Victimology Institute Tilburg (INTERVICT). In addition, she conducted several applied research projects for third parties, such as the Dutch Ministry of Justice and the European Commission. Recently, she has accepted a position as senior researcher (Universitair Docent) at INTERVICT. This book is her doctoral thesis.
Stalking in the Netherlands. Nature and prevalence of the problem and the effectiveness of anti-stalking measures (Reeks Intervict)
€ 49,50
Writing love letters, making phone calls, and sending gifts, these are all seemingly
innocuous or even romantic behaviours. This changes, however, when the love expressed
in the letters remains unrequited, when the phone calls amount to hundreds a night, or when
the gifts consist of bullets and funeral wreaths. When attempts to contact another person
happen with a certain duration, nature, and frequency, the behaviour can be qualified as
stalking and it can have a detrimental impact on the life of the person subjected to the
unwanted attention.
The phenomenon of stalking has not been the topic of much research and this goes all the more for stalking in the Netherlands. In this book, an account is given of the nature and prevalence of the problem, of the effectiveness and the (dis)advantages of resorting to the police, and of the pros and cons of two alternative anti-stalking measures: hiring the services of a private investigation and protection agency and obtaining a civil restraining order.
Suzan van der Aa (Tilburg, 1982) studied criminal law at Tilburg University. In September 2005, she started working as a Ph. D. candidate at the International Victimology Institute Tilburg (INTERVICT). In addition, she conducted several applied research projects for third parties, such as the Dutch Ministry of Justice and the European Commission. Recently, she has accepted a position as senior researcher (Universitair Docent) at INTERVICT. This book is her doctoral thesis.
The phenomenon of stalking has not been the topic of much research and this goes all the more for stalking in the Netherlands. In this book, an account is given of the nature and prevalence of the problem, of the effectiveness and the (dis)advantages of resorting to the police, and of the pros and cons of two alternative anti-stalking measures: hiring the services of a private investigation and protection agency and obtaining a civil restraining order.
Suzan van der Aa (Tilburg, 1982) studied criminal law at Tilburg University. In September 2005, she started working as a Ph. D. candidate at the International Victimology Institute Tilburg (INTERVICT). In addition, she conducted several applied research projects for third parties, such as the Dutch Ministry of Justice and the European Commission. Recently, she has accepted a position as senior researcher (Universitair Docent) at INTERVICT. This book is her doctoral thesis.
Evaluatie van 10 jaar politiehervorming.(Reeks Panopticon Libri, i.s.m. CPS) (Reeks Panopticon Libri, nr. 4)
€ 39,50
De politiehervorming bestaat 10 jaar, en werd in een rapport dat door de federale politie
werd opgesteld, geëvalueerd. Deze evaluatie gaf aanleiding tot een reflectie over de
relatie tussen beleid, politie en wetenschap. Het beleid stelt zich de vraag of deze grootse
hervorming van de politie tot resultaten heeft geleid en effectief geweest is. De politie
bekijkt in hoeverre het mogelijk is tegemoet te komen aan de filosofie en de vereisten
inherent aan het hervormingsproces in relatie tot haar takenpakket. Academici vragen
zich af in hoeverre de veranderingsprocessen geïnspireerd werden door resultaten van
wetenschappelijk onderzoek. Het rapport gaf aanleiding tot kritieken, controverses en
inzichten. Deze publicatie bundelt verschillende aspecten van het debat over de dynamiek
tussen beleid, politie en wetenschap. Er wordt gereflecteerd over verleden en toekomst,
en dit vanuit een academische, politiële en politieke hoek. Ervaringen vanuit Nederland
vinden tevens een plaats.
Deze publicatie is een onmisbaar instrument voor de groep professionelen die met het politievraagstuk bezig zijn. Experten, politici, practici, academici, studenten en ook de burger vinden hierin handvatten die de uiteindelijke doelstelling van de politie concretiseren, namelijk bijdragen tot een meer democratische politie voor alle burgers in onze Belgische rechtsstaat.
Deze publicatie is een onmisbaar instrument voor de groep professionelen die met het politievraagstuk bezig zijn. Experten, politici, practici, academici, studenten en ook de burger vinden hierin handvatten die de uiteindelijke doelstelling van de politie concretiseren, namelijk bijdragen tot een meer democratische politie voor alle burgers in onze Belgische rechtsstaat.
Evaluatie van 10 jaar politiehervorming.(Reeks Panopticon Libri, i.s.m. CPS) (Reeks Panopticon Libri, nr. 4)
€ 39,50
De politiehervorming bestaat 10 jaar, en werd in een rapport dat door de federale politie
werd opgesteld, geëvalueerd. Deze evaluatie gaf aanleiding tot een reflectie over de
relatie tussen beleid, politie en wetenschap. Het beleid stelt zich de vraag of deze grootse
hervorming van de politie tot resultaten heeft geleid en effectief geweest is. De politie
bekijkt in hoeverre het mogelijk is tegemoet te komen aan de filosofie en de vereisten
inherent aan het hervormingsproces in relatie tot haar takenpakket. Academici vragen
zich af in hoeverre de veranderingsprocessen geïnspireerd werden door resultaten van
wetenschappelijk onderzoek. Het rapport gaf aanleiding tot kritieken, controverses en
inzichten. Deze publicatie bundelt verschillende aspecten van het debat over de dynamiek
tussen beleid, politie en wetenschap. Er wordt gereflecteerd over verleden en toekomst,
en dit vanuit een academische, politiële en politieke hoek. Ervaringen vanuit Nederland
vinden tevens een plaats.
Deze publicatie is een onmisbaar instrument voor de groep professionelen die met het politievraagstuk bezig zijn. Experten, politici, practici, academici, studenten en ook de burger vinden hierin handvatten die de uiteindelijke doelstelling van de politie concretiseren, namelijk bijdragen tot een meer democratische politie voor alle burgers in onze Belgische rechtsstaat.
Deze publicatie is een onmisbaar instrument voor de groep professionelen die met het politievraagstuk bezig zijn. Experten, politici, practici, academici, studenten en ook de burger vinden hierin handvatten die de uiteindelijke doelstelling van de politie concretiseren, namelijk bijdragen tot een meer democratische politie voor alle burgers in onze Belgische rechtsstaat.

De rol van de bedrijfsrevisor ten opzichte van de ondernemingsraad / Le rôle du réviseur d’entreprises à l’égard du Conseil d’entreprise (ICCI 2010-2)
€ 75,00
De verstrekking van Economische en Financiële Informatie (EFI) aan de Ondernemingsraad
(OR) is een belangrijk onderdeel van de Belgische economische democratie. In deze EFIverstrekking
aan de OR zijn welomschreven controlerende en verklarende rollen toebedeeld aan
de bedrijfsrevisor. Het opmaken van certificeringsverslagen en de deelname aan vergaderingen
vormen de kerntaken van deze rol.
De hier gerapporteerde studie tracht als juridisch-sociologische praktijktoets van deze ORrolvervulling van de Belgische bedrijfsrevisor de volgende onderzoeksvragen te behandelen: Hoe verloopt anno 2009 de volgens de Belgische wetgeving voorziene rol van het bedrijfsrevisoraat ten aanzien van de OR in het kader van de economisch-financiële informatieverstrekking aan dit sociale overlegorgaan? In welke mate en op welke wijze worden de bestaande (juridischnormatieve) kwaliteitsregels en -normen in dit verband in de praktijk omgezet?
La transmission d’Informations Economiques et Financières (IEF ) au Conseil d’entreprise (CE ) constitue une composante importante de la vie économique en Belgique. Dans ce contexte, des missions précises de contrôle et de certification ont été confiées au réviseur d’entreprises. La rédaction de rapports de certification et la participation aux réunions du CE constituent la substance de la mission du réviseur d’entreprises.
En vue d’évaluer, d’un point de vue juridique et sociologique, la manière dont le réviseur d’entreprises belge accomplit ses missions à l’égard du CE dans la pratique, la présente étude traite les questions suivantes: Comment s’est déroulée en 2009 la mission du réviseur d’entreprises à l’égard du CE prévue par la législation belge, dans le cadre de la transmission des IEF ? Dans quelle mesure et de quelle manière les règles (juridiques) et les normes existantes concernant le rôle du réviseur d’entreprises à l’égard du CE sont-elles appliquées dans la pratique ?
De hier gerapporteerde studie tracht als juridisch-sociologische praktijktoets van deze ORrolvervulling van de Belgische bedrijfsrevisor de volgende onderzoeksvragen te behandelen: Hoe verloopt anno 2009 de volgens de Belgische wetgeving voorziene rol van het bedrijfsrevisoraat ten aanzien van de OR in het kader van de economisch-financiële informatieverstrekking aan dit sociale overlegorgaan? In welke mate en op welke wijze worden de bestaande (juridischnormatieve) kwaliteitsregels en -normen in dit verband in de praktijk omgezet?
La transmission d’Informations Economiques et Financières (IEF ) au Conseil d’entreprise (CE ) constitue une composante importante de la vie économique en Belgique. Dans ce contexte, des missions précises de contrôle et de certification ont été confiées au réviseur d’entreprises. La rédaction de rapports de certification et la participation aux réunions du CE constituent la substance de la mission du réviseur d’entreprises.
En vue d’évaluer, d’un point de vue juridique et sociologique, la manière dont le réviseur d’entreprises belge accomplit ses missions à l’égard du CE dans la pratique, la présente étude traite les questions suivantes: Comment s’est déroulée en 2009 la mission du réviseur d’entreprises à l’égard du CE prévue par la législation belge, dans le cadre de la transmission des IEF ? Dans quelle mesure et de quelle manière les règles (juridiques) et les normes existantes concernant le rôle du réviseur d’entreprises à l’égard du CE sont-elles appliquées dans la pratique ?

De rol van de bedrijfsrevisor ten opzichte van de ondernemingsraad / Le rôle du réviseur d’entreprises à l’égard du Conseil d’entreprise (ICCI 2010-2)
€ 75,00
De verstrekking van Economische en Financiële Informatie (EFI) aan de Ondernemingsraad
(OR) is een belangrijk onderdeel van de Belgische economische democratie. In deze EFIverstrekking
aan de OR zijn welomschreven controlerende en verklarende rollen toebedeeld aan
de bedrijfsrevisor. Het opmaken van certificeringsverslagen en de deelname aan vergaderingen
vormen de kerntaken van deze rol.
De hier gerapporteerde studie tracht als juridisch-sociologische praktijktoets van deze ORrolvervulling van de Belgische bedrijfsrevisor de volgende onderzoeksvragen te behandelen: Hoe verloopt anno 2009 de volgens de Belgische wetgeving voorziene rol van het bedrijfsrevisoraat ten aanzien van de OR in het kader van de economisch-financiële informatieverstrekking aan dit sociale overlegorgaan? In welke mate en op welke wijze worden de bestaande (juridischnormatieve) kwaliteitsregels en -normen in dit verband in de praktijk omgezet?
La transmission d’Informations Economiques et Financières (IEF ) au Conseil d’entreprise (CE ) constitue une composante importante de la vie économique en Belgique. Dans ce contexte, des missions précises de contrôle et de certification ont été confiées au réviseur d’entreprises. La rédaction de rapports de certification et la participation aux réunions du CE constituent la substance de la mission du réviseur d’entreprises.
En vue d’évaluer, d’un point de vue juridique et sociologique, la manière dont le réviseur d’entreprises belge accomplit ses missions à l’égard du CE dans la pratique, la présente étude traite les questions suivantes: Comment s’est déroulée en 2009 la mission du réviseur d’entreprises à l’égard du CE prévue par la législation belge, dans le cadre de la transmission des IEF ? Dans quelle mesure et de quelle manière les règles (juridiques) et les normes existantes concernant le rôle du réviseur d’entreprises à l’égard du CE sont-elles appliquées dans la pratique ?
De hier gerapporteerde studie tracht als juridisch-sociologische praktijktoets van deze ORrolvervulling van de Belgische bedrijfsrevisor de volgende onderzoeksvragen te behandelen: Hoe verloopt anno 2009 de volgens de Belgische wetgeving voorziene rol van het bedrijfsrevisoraat ten aanzien van de OR in het kader van de economisch-financiële informatieverstrekking aan dit sociale overlegorgaan? In welke mate en op welke wijze worden de bestaande (juridischnormatieve) kwaliteitsregels en -normen in dit verband in de praktijk omgezet?
La transmission d’Informations Economiques et Financières (IEF ) au Conseil d’entreprise (CE ) constitue une composante importante de la vie économique en Belgique. Dans ce contexte, des missions précises de contrôle et de certification ont été confiées au réviseur d’entreprises. La rédaction de rapports de certification et la participation aux réunions du CE constituent la substance de la mission du réviseur d’entreprises.
En vue d’évaluer, d’un point de vue juridique et sociologique, la manière dont le réviseur d’entreprises belge accomplit ses missions à l’égard du CE dans la pratique, la présente étude traite les questions suivantes: Comment s’est déroulée en 2009 la mission du réviseur d’entreprises à l’égard du CE prévue par la législation belge, dans le cadre de la transmission des IEF ? Dans quelle mesure et de quelle manière les règles (juridiques) et les normes existantes concernant le rôle du réviseur d’entreprises à l’égard du CE sont-elles appliquées dans la pratique ?