Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De moeilijke oversteek. Wonen na verblijf in gevangenis, bijzondere jeugdzorg of psychiatrie

 40,10

Om allerlei redenen komen sommige mensen terecht in een residentiële voorziening of een ‘instelling’. Er zijn residentiële voorzieningen die voor mensen zorgen die daartoe zelf niet in staat zijn, zoals instellingen voor jongeren en psychiatrische inrichtingen, en voorzieningen die veeleer gericht zijn op de bescherming van de gemeenschap, zoals gevangenissen. De diversiteit aan residentiële voorzieningen is dus groot. De laatste decennia heeft zich bovendien een proces van vermaatschappelijking van de zorg doorgezet. Het model van een residentiële voorziening wordt daarbij meer en meer verlaten ten voordele van een zorgmodel dat het zelfstandig wonen centraal stelt.

De oversteek naar een zelfstandige woonsituatie loopt echter niet altijd van een leien dakje. Hoewel de meeste residentiële voorzieningen een duidelijk vooruitzicht bieden naar een leven buiten de muren, blijkt het zelfstandig wonen voor vele instellingverlaters geen evidentie.

De zoektocht naar een degelijke en betaalbare woning voor mensen die een instelling verlaten, staat centraal in dit boek. Hoe bereikbaar is de woningmarkt voor hen? Welke begeleidingspraktijken bestaan er om ze op een zelfstandige woonsituatie voor te bereiden? En welke institutionele belemmeringen zijn er? Door casestudies hebben de auteurs het zoek- en begeleidingsproces van drie groepen in beeld gebracht: jongeren die de bijzondere jeugdzorg verlaten, gedetineerden die in vrijheid gesteld worden en psychiatrische patiënten die uit een instelling ontslagen worden.



Pascal De Decker (socioloog, ruimtelijk planner en doctor in de Politieke en Sociale wetenschappen), Bruno Meeus (doctor in de Geografie), Isabelle Pannecoucke (sociologe en doctor in de Politieke en Sociale Wetenschappen) en Jana Verstraete (agoge en sociologe) zijn verbonden aan de onderzoekgroep HaUS – Housing and Urban Studies – van de Faculteit Architectuur, KU Leuven. Pascal De Decker en Isabelle Pannecoucke zijn tevens verbonden aan Universiteit Gent.

Quick View

De moeilijke oversteek. Wonen na verblijf in gevangenis, bijzondere jeugdzorg of psychiatrie

 40,10

Om allerlei redenen komen sommige mensen terecht in een residentiële voorziening of een ‘instelling’. Er zijn residentiële voorzieningen die voor mensen zorgen die daartoe zelf niet in staat zijn, zoals instellingen voor jongeren en psychiatrische inrichtingen, en voorzieningen die veeleer gericht zijn op de bescherming van de gemeenschap, zoals gevangenissen. De diversiteit aan residentiële voorzieningen is dus groot. De laatste decennia heeft zich bovendien een proces van vermaatschappelijking van de zorg doorgezet. Het model van een residentiële voorziening wordt daarbij meer en meer verlaten ten voordele van een zorgmodel dat het zelfstandig wonen centraal stelt.

De oversteek naar een zelfstandige woonsituatie loopt echter niet altijd van een leien dakje. Hoewel de meeste residentiële voorzieningen een duidelijk vooruitzicht bieden naar een leven buiten de muren, blijkt het zelfstandig wonen voor vele instellingverlaters geen evidentie.

De zoektocht naar een degelijke en betaalbare woning voor mensen die een instelling verlaten, staat centraal in dit boek. Hoe bereikbaar is de woningmarkt voor hen? Welke begeleidingspraktijken bestaan er om ze op een zelfstandige woonsituatie voor te bereiden? En welke institutionele belemmeringen zijn er? Door casestudies hebben de auteurs het zoek- en begeleidingsproces van drie groepen in beeld gebracht: jongeren die de bijzondere jeugdzorg verlaten, gedetineerden die in vrijheid gesteld worden en psychiatrische patiënten die uit een instelling ontslagen worden.



Pascal De Decker (socioloog, ruimtelijk planner en doctor in de Politieke en Sociale wetenschappen), Bruno Meeus (doctor in de Geografie), Isabelle Pannecoucke (sociologe en doctor in de Politieke en Sociale Wetenschappen) en Jana Verstraete (agoge en sociologe) zijn verbonden aan de onderzoekgroep HaUS – Housing and Urban Studies – van de Faculteit Architectuur, KU Leuven. Pascal De Decker en Isabelle Pannecoucke zijn tevens verbonden aan Universiteit Gent.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

‘On est là’. De eerste generatie Marokkaanse en Turkse migranten in Brussel (1964-1974)

 19,90

Ze zijn de pioniers van de Marokkaanse en Turkse immigratie in Brussel: mannen en vrouwen die in de jaren 60 en begin jaren 70 overgekomen zijn, nu eens helemaal alleen, ingaande op de vraag van België naar buitenlandse arbeidskrachten, dan weer om een familielid te vervoegen dat al vertrokken was. Ze hebben een nieuw universum ontdekt, een stad die niets te maken had met wat ze voordien gekend hadden en die eigenlijk ook niet meer lijkt op wat ze vandaag is.
Ter gelegenheid van 50 jaar Marokkaanse en Turkse migratie, heeft de Foyer het historisch onderzoeksbureau Geheugen Collectief gevraagd om deze periode opnieuw tot leven te brengen door de mensen te beluisteren die het toen allemaal van heel dichtbij meegemaakt hebben: een dertigtal Brusselaars van Turkse en Marokkaanse herkomst, en enkele andere getuigen die, vaak beroepshalve, met hen in nauw contact gestaan hebben.
Hun verhalen zijn ontroerend, amusant, ze wekken verwondering en vertedering, en altijd zijn ze eerlijk en leerzaam. De getuigen roepen de risico’s en wisselvalligheden op tijdens hun eerste reis, de aankomst in een voor hen totaal onbekende stad, de zoektocht naar een eerste job en behuizing, de sociale weefsels en ontmoetingsplaatsen die ontstonden en de soms dubbelzinnige relatie die groeide met het land van herkomst. Naast een relaas van de feiten, brengen ze ook hun gevoelens en emoties over.
Dit boek geeft het woord aan deze migranten van de eerste generatie, op een wijze die ook een historisch kader brengt. Maar het is ook en vooral een fascinerend verhaal.



Het onderzoek gebeurde in opdracht van en onder begeleiding van Regionaal Integratiecentrum Foyer Brussel naar aanleiding van 50 jaar Turkse en Marokkaanse migratie in België en 45 jaar Foyer in Brussel
De tekst werd geschreven door Jonas Raats, Ingrid Leonard en Hannelore Vandebroek, onderzoekers van Geheugen Collectief vzw.

Quick View

‘On est là’. De eerste generatie Marokkaanse en Turkse migranten in Brussel (1964-1974)

 19,90

Ze zijn de pioniers van de Marokkaanse en Turkse immigratie in Brussel: mannen en vrouwen die in de jaren 60 en begin jaren 70 overgekomen zijn, nu eens helemaal alleen, ingaande op de vraag van België naar buitenlandse arbeidskrachten, dan weer om een familielid te vervoegen dat al vertrokken was. Ze hebben een nieuw universum ontdekt, een stad die niets te maken had met wat ze voordien gekend hadden en die eigenlijk ook niet meer lijkt op wat ze vandaag is.
Ter gelegenheid van 50 jaar Marokkaanse en Turkse migratie, heeft de Foyer het historisch onderzoeksbureau Geheugen Collectief gevraagd om deze periode opnieuw tot leven te brengen door de mensen te beluisteren die het toen allemaal van heel dichtbij meegemaakt hebben: een dertigtal Brusselaars van Turkse en Marokkaanse herkomst, en enkele andere getuigen die, vaak beroepshalve, met hen in nauw contact gestaan hebben.
Hun verhalen zijn ontroerend, amusant, ze wekken verwondering en vertedering, en altijd zijn ze eerlijk en leerzaam. De getuigen roepen de risico’s en wisselvalligheden op tijdens hun eerste reis, de aankomst in een voor hen totaal onbekende stad, de zoektocht naar een eerste job en behuizing, de sociale weefsels en ontmoetingsplaatsen die ontstonden en de soms dubbelzinnige relatie die groeide met het land van herkomst. Naast een relaas van de feiten, brengen ze ook hun gevoelens en emoties over.
Dit boek geeft het woord aan deze migranten van de eerste generatie, op een wijze die ook een historisch kader brengt. Maar het is ook en vooral een fascinerend verhaal.



Het onderzoek gebeurde in opdracht van en onder begeleiding van Regionaal Integratiecentrum Foyer Brussel naar aanleiding van 50 jaar Turkse en Marokkaanse migratie in België en 45 jaar Foyer in Brussel
De tekst werd geschreven door Jonas Raats, Ingrid Leonard en Hannelore Vandebroek, onderzoekers van Geheugen Collectief vzw.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Et maintenant. Livre d’images

 33,80

Les soins palliatifs, la maladie et la mort sont des thèmes percutants et délicats. Qu’est-ce qui est possible aujourd’hui, comment faire dans le futur et comment apprécier le moment présent et le futur, même s’il reste peu de perspectives? Le livre d’images ‘Et maintenant?’ peut être utilisé auprès des enfants et des adultes pour expliquer des thèmes comme la maladie incurable, les soins palliatifs et la mort.
Le livre de travaux pratiques a été conçu comme un outil de travail à utiliser avec le livre d’images. Il peut permettre de dialoguer sur la maladie et le processus qu’elle entraîne. On peut ensuite utiliser le livre de travaux pratiques pour enregistrer (écrire, dessiner, coller des photos, etc.) – seul ou avec l’aide de quelqu’un– les sentiments, opinions, réflexions, questions, souhaits et remarques qui émergent en travaillant avec le livre d’images. Le livre de travaux pratiques est destiné aux personnes qui ont une maladie grave et incurable. Nous pensons aux enfants, aux adultes avec une déficience intellectuelle, aux personnes avec une maladie psychique, mais aussi aux personnes qui ont simplement envie de tenir un journal de bord, d’y dessiner et écrire. Le dernier livre d’une vie mérite qualité et beauté. C’est pour cette raison que nous avons opté pour un livre de travaux pratiques soigné: un livre solide de bonne qualité qui devient, après la mort, un livre de souvenirs pour les proches, agréable à feuilleter.
Le livre d’images et le livre de travaux pratiques sont accompagnés par le guide d’utilisation. Il contient des informations générales sur la maladie incurable, les soins palliatifs et le handicap mental ainsi que des propositions concrètes pour utiliser le livre d’images.



En collaboration avec Prof. Dr. Geert Van Hove, Le centre de formation Vonx (KONEKT) et les plates-formes de soins palliatifs de la Flandre-Orientale et l’arrondissement de Louvain.
Ce projet a pu être réalisé grâce au soutien du Fond de soutien Marguerite-Marie Delacroix.

Quick View

Et maintenant. Livre d’images

 33,80

Les soins palliatifs, la maladie et la mort sont des thèmes percutants et délicats. Qu’est-ce qui est possible aujourd’hui, comment faire dans le futur et comment apprécier le moment présent et le futur, même s’il reste peu de perspectives? Le livre d’images ‘Et maintenant?’ peut être utilisé auprès des enfants et des adultes pour expliquer des thèmes comme la maladie incurable, les soins palliatifs et la mort.
Le livre de travaux pratiques a été conçu comme un outil de travail à utiliser avec le livre d’images. Il peut permettre de dialoguer sur la maladie et le processus qu’elle entraîne. On peut ensuite utiliser le livre de travaux pratiques pour enregistrer (écrire, dessiner, coller des photos, etc.) – seul ou avec l’aide de quelqu’un– les sentiments, opinions, réflexions, questions, souhaits et remarques qui émergent en travaillant avec le livre d’images. Le livre de travaux pratiques est destiné aux personnes qui ont une maladie grave et incurable. Nous pensons aux enfants, aux adultes avec une déficience intellectuelle, aux personnes avec une maladie psychique, mais aussi aux personnes qui ont simplement envie de tenir un journal de bord, d’y dessiner et écrire. Le dernier livre d’une vie mérite qualité et beauté. C’est pour cette raison que nous avons opté pour un livre de travaux pratiques soigné: un livre solide de bonne qualité qui devient, après la mort, un livre de souvenirs pour les proches, agréable à feuilleter.
Le livre d’images et le livre de travaux pratiques sont accompagnés par le guide d’utilisation. Il contient des informations générales sur la maladie incurable, les soins palliatifs et le handicap mental ainsi que des propositions concrètes pour utiliser le livre d’images.



En collaboration avec Prof. Dr. Geert Van Hove, Le centre de formation Vonx (KONEKT) et les plates-formes de soins palliatifs de la Flandre-Orientale et l’arrondissement de Louvain.
Ce projet a pu être réalisé grâce au soutien du Fond de soutien Marguerite-Marie Delacroix.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Spiegelschrift. Werkboek

 8,30

Prijs vanaf 5 ex.: € 5,=

Elk jaar zetten duizenden leraren hun eerste stappen in onderwijs. Binnen de vijf jaar verlaten vele startende leraren definitief het onderwijs. Het betreft helaas vaak degelijke en gemotiveerde leraren die het om uiteenlopende redenen voor bekeken houden.

Het beroep van leraar wordt dan ook hoe langer hoe complexer. Een uitgebreid coachingtraject voor alle beginnende leraren is beslist noodzakelijk. Het Spiegelschrift is een meerwaarde voor dit traject. Het biedt reflectie-opdrachten aan als aanzet tot een echt gesprek tussen de mentor en de beginnende leraar. De oefeningen helpen stil te staan bij de taken en gevoelens van de leraar, het omgaan met collega’s en de schoolcultuur. Dit alles op maat van en met respect voor de behoeften van de beginnende leraar, de school en de mentor-coach.

De oefeningen zijn niet enkel gericht op het groeiproces van de beginnende leraar, maar bieden de kans om alles in ‘spiegelschrift’ te bekijken. Dit zet de mentor-coach en de school aan tot verbreding.

In een apart uitgegeven ‘Handleiding’ staat hoe met het Spiegelschrift kan worden gewerkt.



Lies Belmans is theologe en filosofe. Ze is godsdienstleraar aan het Sint-Dimpnacollege in Geel.
An Luyten is psychologe. Ze geeft opvoedkunde in het technisch en beroepsonderwijs en ze is mentor-coach voor beginnende leraren bij Ursulinen Mechelen.

Quick View

Spiegelschrift. Werkboek

 8,30

Prijs vanaf 5 ex.: € 5,=

Elk jaar zetten duizenden leraren hun eerste stappen in onderwijs. Binnen de vijf jaar verlaten vele startende leraren definitief het onderwijs. Het betreft helaas vaak degelijke en gemotiveerde leraren die het om uiteenlopende redenen voor bekeken houden.

Het beroep van leraar wordt dan ook hoe langer hoe complexer. Een uitgebreid coachingtraject voor alle beginnende leraren is beslist noodzakelijk. Het Spiegelschrift is een meerwaarde voor dit traject. Het biedt reflectie-opdrachten aan als aanzet tot een echt gesprek tussen de mentor en de beginnende leraar. De oefeningen helpen stil te staan bij de taken en gevoelens van de leraar, het omgaan met collega’s en de schoolcultuur. Dit alles op maat van en met respect voor de behoeften van de beginnende leraar, de school en de mentor-coach.

De oefeningen zijn niet enkel gericht op het groeiproces van de beginnende leraar, maar bieden de kans om alles in ‘spiegelschrift’ te bekijken. Dit zet de mentor-coach en de school aan tot verbreding.

In een apart uitgegeven ‘Handleiding’ staat hoe met het Spiegelschrift kan worden gewerkt.



Lies Belmans is theologe en filosofe. Ze is godsdienstleraar aan het Sint-Dimpnacollege in Geel.
An Luyten is psychologe. Ze geeft opvoedkunde in het technisch en beroepsonderwijs en ze is mentor-coach voor beginnende leraren bij Ursulinen Mechelen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Leerroutes Dyslexie. Module 3: Spelling leren met het hele brein

 22,70

Het aanleren van de spelling gebeurt vaak met veel talige instructie. Voor mensen met dyslexie is dit een moeilijke weg om informatie te verwerken. In deze Module – een spellingsmethode – worden muziek, beweging en visualisatie ingezet bij het leren. De basisregels voor de spelling – ook de werkwoordspelling – worden beeldend en via algoritmes in logische stappen aangeleerd. Het beeldend vermogen van de rechterhersenhelft wordt hiermee verbonden met de logica en de verbale vermogens van de linkerhersenhelft. Zo kunnen ook kinderen en (jong)volwassenen met dyslexie zich de spellingregels eigen maken en zo wordt spelling leuk.

Deze aanpak is al werkend met ernstig dyslectische kinderen ontstaan. Steeds weer bleek dat het op deze manier werken met de spelling ook een flinke ondersteuning is voor het lezen. Zo heeft de methode een grote toegevoegde waarde in de strijd tegen laaggeletterdheid.

Deze module kan naast alle andere spellingmethodes gebruikt worden en is geschikt voor alle niveaus van basisonderwijs tot hoger onderwijs, zeker ook voor studenten aan lerarenopleidingen.

Ook aan ouders die hun dyslectische kind willen ondersteunen, biedt de module heldere handvatten.



Irene Besnard-van Baaren gaf les in het basisonderwijs en vervolgens op een mytylschool, verbonden aan een Revalidatiecentrum. In 1970 begon zij een eigen praktijk in Delft in samenwerking met het toenmalige MOB. Ze trok naar Nigeria, waar ze het initiatief nam voor een kleuterschool, die uitgroeide tot een basisschool. In 1979 begon zij haar loopbaan bij een schoolbegeleidingsdienst in Rotterdam en daarnaast startte zij in 1984 met een collega een praktijk voor onderzoek en begeleiding van kinderen met dyslexie.

Quick View

Leerroutes Dyslexie. Module 3: Spelling leren met het hele brein

 22,70

Het aanleren van de spelling gebeurt vaak met veel talige instructie. Voor mensen met dyslexie is dit een moeilijke weg om informatie te verwerken. In deze Module – een spellingsmethode – worden muziek, beweging en visualisatie ingezet bij het leren. De basisregels voor de spelling – ook de werkwoordspelling – worden beeldend en via algoritmes in logische stappen aangeleerd. Het beeldend vermogen van de rechterhersenhelft wordt hiermee verbonden met de logica en de verbale vermogens van de linkerhersenhelft. Zo kunnen ook kinderen en (jong)volwassenen met dyslexie zich de spellingregels eigen maken en zo wordt spelling leuk.

Deze aanpak is al werkend met ernstig dyslectische kinderen ontstaan. Steeds weer bleek dat het op deze manier werken met de spelling ook een flinke ondersteuning is voor het lezen. Zo heeft de methode een grote toegevoegde waarde in de strijd tegen laaggeletterdheid.

Deze module kan naast alle andere spellingmethodes gebruikt worden en is geschikt voor alle niveaus van basisonderwijs tot hoger onderwijs, zeker ook voor studenten aan lerarenopleidingen.

Ook aan ouders die hun dyslectische kind willen ondersteunen, biedt de module heldere handvatten.



Irene Besnard-van Baaren gaf les in het basisonderwijs en vervolgens op een mytylschool, verbonden aan een Revalidatiecentrum. In 1970 begon zij een eigen praktijk in Delft in samenwerking met het toenmalige MOB. Ze trok naar Nigeria, waar ze het initiatief nam voor een kleuterschool, die uitgroeide tot een basisschool. In 1979 begon zij haar loopbaan bij een schoolbegeleidingsdienst in Rotterdam en daarnaast startte zij in 1984 met een collega een praktijk voor onderzoek en begeleiding van kinderen met dyslexie.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Leerroutes Dyslexie. Module 2: Dyslexie en studievaardigheid

 20,60

De module ‘Dyslexie en studievaardigheid’ is een praktisch vervolg op de module ‘Ontwikkel je eigen leerstijl’. Ze is vooral gericht op het aanleren en trainen van studievaardigheden die voor vele studenten met dyslexie effectief blijken te werken.
Specifiek voor deze module is dat je echt aan de slag gaat met uitvinden op welke manieren je het makkelijkst informatie kunt opnemen, opslaan in het geheugen en kunt toepassen.

De volgende onderwerpen komen hier aan bod: geheugentraining, mindmappen 1, snellezen 1, taalirritaties, blokkades deprogrammeren, dyslexie en werk, toolbox Taalvalkuilen, mindmappen en snellezen 2, conflictdiagram.

Uit de evaluaties van de studenten noteren we onder meer:

• Ik ben sneller gaan lezen! Maar vooral ook anders gaan lezen en leren.
• Lekker dat je dingen kan doen. Dan verveel ik me niet en kan ik beter mijn aandacht erbij houden.
• Goed om te weten dat je ook iets aan faalangst kunt doen!
• Handig van het conflictdiagram is dat je je goede en positieve kanten kunt laten zien. De rest komt dan vanzelf wel goed.
• De concentratie-oefeningen deden het voor mij heel goed. Faalangst ken ik nauwelijks.
• Ik heb een mindmap gebruikt in een les voor mijn leerlingen. Ze vonden het geweldig!

Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.



Nel Hofmeester studeerde Neerlandistiek, met specialisatie taalbeheersing, aan de Universiteit van Amsterdam. Ze werkte vele jaren aan de Hogeschool Rotterdam waar ze de Helpdesk Dyslexie opzette en een beleid ‘studeren met een functiebeperking’ ontwikkelde en implementeerde. Ze publiceerde ‘Studeren met dyslexie’ (2002) en was (mede-)auteur van verschillende publicaties op het gebied van studeren met dyslexie. Zij is directeur van Verborgen Schatten, gevestigd te Amsterdam.

Quick View

Leerroutes Dyslexie. Module 2: Dyslexie en studievaardigheid

 20,60

De module ‘Dyslexie en studievaardigheid’ is een praktisch vervolg op de module ‘Ontwikkel je eigen leerstijl’. Ze is vooral gericht op het aanleren en trainen van studievaardigheden die voor vele studenten met dyslexie effectief blijken te werken.
Specifiek voor deze module is dat je echt aan de slag gaat met uitvinden op welke manieren je het makkelijkst informatie kunt opnemen, opslaan in het geheugen en kunt toepassen.

De volgende onderwerpen komen hier aan bod: geheugentraining, mindmappen 1, snellezen 1, taalirritaties, blokkades deprogrammeren, dyslexie en werk, toolbox Taalvalkuilen, mindmappen en snellezen 2, conflictdiagram.

Uit de evaluaties van de studenten noteren we onder meer:

• Ik ben sneller gaan lezen! Maar vooral ook anders gaan lezen en leren.
• Lekker dat je dingen kan doen. Dan verveel ik me niet en kan ik beter mijn aandacht erbij houden.
• Goed om te weten dat je ook iets aan faalangst kunt doen!
• Handig van het conflictdiagram is dat je je goede en positieve kanten kunt laten zien. De rest komt dan vanzelf wel goed.
• De concentratie-oefeningen deden het voor mij heel goed. Faalangst ken ik nauwelijks.
• Ik heb een mindmap gebruikt in een les voor mijn leerlingen. Ze vonden het geweldig!

Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.



Nel Hofmeester studeerde Neerlandistiek, met specialisatie taalbeheersing, aan de Universiteit van Amsterdam. Ze werkte vele jaren aan de Hogeschool Rotterdam waar ze de Helpdesk Dyslexie opzette en een beleid ‘studeren met een functiebeperking’ ontwikkelde en implementeerde. Ze publiceerde ‘Studeren met dyslexie’ (2002) en was (mede-)auteur van verschillende publicaties op het gebied van studeren met dyslexie. Zij is directeur van Verborgen Schatten, gevestigd te Amsterdam.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Leerroutes Dyslexie. Module 1: Ontwikkel je eigen leerstijl

 25,70

Als je dyslexie hebt, weet je wat dyslexie voor jou betekent en wat je ouders en remedial teacher daarover hebben verteld. Dat mondiaal gezien wetenschappers zich bezighouden met dyslexie, dat er verschillende opvattingen over zijn en dat dyslexie niet voor iedereen hetzelfde betekent, is vaak niet bekend. Studenten met dyslexie komen hier vooral hun zwakke kanten tegen.

Deze module kijkt naar ieders sterke kanten, naar hulpmiddelen en naar de manier waarop de hersenen informatie verwerken. Gewapend met deze kennis en inzichten inventariseren we de problemen die je met lezen en schrijven tegenkomt en zoeken we uit hoe je die optimaal kunt aanpakken op een manier die bij jouw dyslexieproblemen en sterke kanten past.

Ook de volgende onderwerpen komen aan bod: regelingen ‘studeren met dyslexie’, hulpmiddelen, dyslexie en ‘lifestyle’, de kunst van het lezen, de kunst van het schrijven.

Uit de evaluaties van de studenten noteren we onder meer volgende sterke punten van deze module:

• Dat er goed en duidelijk wordt uitgelegd wat dyslexie is en wat de kenmerken zijn. Hoe je deze kan benutten en waarom sommige dingen moeizamer gaan dan bij anderen.
• Herkenning. Het leren kijken naar dyslexie en een positieve manier. • Dat je kunt praten over je dyslexieproblemen.Dat er een duidelijke en rustige lesvorm wordt gebruikt waarin er veel met de inbreng van studenten wordt gedaan.
• Dat we tips kregen over concentratie en dat we ook een keer de positieve punten van dyslexie kregen te horen.
• Dat ik toch nog veel dingen heb geleerd waarvan ik niet wist dat die ermee te maken hadden, terwijl ik dacht dat ik alles wel wist.

Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.



Nel Hofmeester studeerde Neerlandistiek, met specialisatie taalbeheersing, aan de Universiteit van Amsterdam. Ze werkte vele jaren aan de Hogeschool Rotterdam waar ze de Helpdesk Dyslexie opzette en een beleid ‘studeren met een functiebeperking’ ontwikkelde en implementeerde. Ze publiceerde ‘Studeren met dyslexie’ (2002) en was (mede-)auteur van verschillende publicaties op het gebied van studeren met dyslexie. Zij is directeur van Verborgen Schatten, gevestigd te Amsterdam.

Quick View

Leerroutes Dyslexie. Module 1: Ontwikkel je eigen leerstijl

 25,70

Als je dyslexie hebt, weet je wat dyslexie voor jou betekent en wat je ouders en remedial teacher daarover hebben verteld. Dat mondiaal gezien wetenschappers zich bezighouden met dyslexie, dat er verschillende opvattingen over zijn en dat dyslexie niet voor iedereen hetzelfde betekent, is vaak niet bekend. Studenten met dyslexie komen hier vooral hun zwakke kanten tegen.

Deze module kijkt naar ieders sterke kanten, naar hulpmiddelen en naar de manier waarop de hersenen informatie verwerken. Gewapend met deze kennis en inzichten inventariseren we de problemen die je met lezen en schrijven tegenkomt en zoeken we uit hoe je die optimaal kunt aanpakken op een manier die bij jouw dyslexieproblemen en sterke kanten past.

Ook de volgende onderwerpen komen aan bod: regelingen ‘studeren met dyslexie’, hulpmiddelen, dyslexie en ‘lifestyle’, de kunst van het lezen, de kunst van het schrijven.

Uit de evaluaties van de studenten noteren we onder meer volgende sterke punten van deze module:

• Dat er goed en duidelijk wordt uitgelegd wat dyslexie is en wat de kenmerken zijn. Hoe je deze kan benutten en waarom sommige dingen moeizamer gaan dan bij anderen.
• Herkenning. Het leren kijken naar dyslexie en een positieve manier. • Dat je kunt praten over je dyslexieproblemen.Dat er een duidelijke en rustige lesvorm wordt gebruikt waarin er veel met de inbreng van studenten wordt gedaan.
• Dat we tips kregen over concentratie en dat we ook een keer de positieve punten van dyslexie kregen te horen.
• Dat ik toch nog veel dingen heb geleerd waarvan ik niet wist dat die ermee te maken hadden, terwijl ik dacht dat ik alles wel wist.

Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.



Nel Hofmeester studeerde Neerlandistiek, met specialisatie taalbeheersing, aan de Universiteit van Amsterdam. Ze werkte vele jaren aan de Hogeschool Rotterdam waar ze de Helpdesk Dyslexie opzette en een beleid ‘studeren met een functiebeperking’ ontwikkelde en implementeerde. Ze publiceerde ‘Studeren met dyslexie’ (2002) en was (mede-)auteur van verschillende publicaties op het gebied van studeren met dyslexie. Zij is directeur van Verborgen Schatten, gevestigd te Amsterdam.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Et maintenant. Livre de travaux pratiques

 14,90

Les soins palliatifs, la maladie et la mort sont des thèmes percutants et délicats. Qu’est-ce qui est possible aujourd’hui, comment faire dans le futur et comment apprécier le moment présent et le futur, même s’il reste peu de perspectives? Le livre d’images ‘Et maintenant?’ peut être utilisé auprès des enfants et des adultes pour expliquer des thèmes comme la maladie incurable, les soins palliatifs et la mort.
Le livre de travaux pratiques a été conçu comme un outil de travail à utiliser avec le livre d’images. Il peut permettre de dialoguer sur la maladie et le processus qu’elle entraîne. On peut ensuite utiliser le livre de travaux pratiques pour enregistrer (écrire, dessiner, coller des photos, etc.) – seul ou avec l’aide de quelqu’un– les sentiments, opinions, réflexions, questions, souhaits et remarques qui émergent en travaillant avec le livre d’images. Le livre de travaux pratiques est destiné aux personnes qui ont une maladie grave et incurable. Nous pensons aux enfants, aux adultes avec une déficience intellectuelle, aux personnes avec une maladie psychique, mais aussi aux personnes qui ont simplement envie de tenir un journal de bord, d’y dessiner et écrire. Le dernier livre d’une vie mérite qualité et beauté. C’est pour cette raison que nous avons opté pour un livre de travaux pratiques soigné: un livre solide de bonne qualité qui devient, après la mort, un livre de souvenirs pour les proches, agréable à feuilleter.
Le livre d’images et le livre de travaux pratiques sont accompagnés par le guide d’utilisation. Il contient des informations générales sur la maladie incurable, les soins palliatifs et le handicap mental ainsi que des propositions concrètes pour utiliser le livre d’images.



En collaboration avec Prof. Dr. Geert Van Hove, Le centre de formation Vonx (KONEKT) et les plates-formes de soins palliatifs de la Flandre-Orientale et l’arrondissement de Louvain.
Ce projet a pu être réalisé grâce au soutien du Fond de soutien Marguerite-Marie Delacroix.

Quick View

Et maintenant. Livre de travaux pratiques

 14,90

Les soins palliatifs, la maladie et la mort sont des thèmes percutants et délicats. Qu’est-ce qui est possible aujourd’hui, comment faire dans le futur et comment apprécier le moment présent et le futur, même s’il reste peu de perspectives? Le livre d’images ‘Et maintenant?’ peut être utilisé auprès des enfants et des adultes pour expliquer des thèmes comme la maladie incurable, les soins palliatifs et la mort.
Le livre de travaux pratiques a été conçu comme un outil de travail à utiliser avec le livre d’images. Il peut permettre de dialoguer sur la maladie et le processus qu’elle entraîne. On peut ensuite utiliser le livre de travaux pratiques pour enregistrer (écrire, dessiner, coller des photos, etc.) – seul ou avec l’aide de quelqu’un– les sentiments, opinions, réflexions, questions, souhaits et remarques qui émergent en travaillant avec le livre d’images. Le livre de travaux pratiques est destiné aux personnes qui ont une maladie grave et incurable. Nous pensons aux enfants, aux adultes avec une déficience intellectuelle, aux personnes avec une maladie psychique, mais aussi aux personnes qui ont simplement envie de tenir un journal de bord, d’y dessiner et écrire. Le dernier livre d’une vie mérite qualité et beauté. C’est pour cette raison que nous avons opté pour un livre de travaux pratiques soigné: un livre solide de bonne qualité qui devient, après la mort, un livre de souvenirs pour les proches, agréable à feuilleter.
Le livre d’images et le livre de travaux pratiques sont accompagnés par le guide d’utilisation. Il contient des informations générales sur la maladie incurable, les soins palliatifs et le handicap mental ainsi que des propositions concrètes pour utiliser le livre d’images.



En collaboration avec Prof. Dr. Geert Van Hove, Le centre de formation Vonx (KONEKT) et les plates-formes de soins palliatifs de la Flandre-Orientale et l’arrondissement de Louvain.
Ce projet a pu être réalisé grâce au soutien du Fond de soutien Marguerite-Marie Delacroix.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Et maintenant. Guide d’utilisation

 27,60

Les soins palliatifs, la maladie et la mort sont des thèmes percutants et délicats. Qu’est-ce qui est possible aujourd’hui, comment faire dans le futur et comment apprécier le moment présent et le futur, même s’il reste peu de perspectives? Le livre d’images ‘Et maintenant?’ peut être utilisé auprès des enfants et des adultes pour expliquer des thèmes comme la maladie incurable, les soins palliatifs et la mort.
Le livre de travaux pratiques a été conçu comme un outil de travail à utiliser avec le livre d’images. Il peut permettre de dialoguer sur la maladie et le processus qu’elle entraîne. On peut ensuite utiliser le livre de travaux pratiques pour enregistrer (écrire, dessiner, coller des photos, etc.) – seul ou avec l’aide de quelqu’un– les sentiments, opinions, réflexions, questions, souhaits et remarques qui émergent en travaillant avec le livre d’images. Le livre de travaux pratiques est destiné aux personnes qui ont une maladie grave et incurable. Nous pensons aux enfants, aux adultes avec une déficience intellectuelle, aux personnes avec une maladie psychique, mais aussi aux personnes qui ont simplement envie de tenir un journal de bord, d’y dessiner et écrire. Le dernier livre d’une vie mérite qualité et beauté. C’est pour cette raison que nous avons opté pour un livre de travaux pratiques soigné: un livre solide de bonne qualité qui devient, après la mort, un livre de souvenirs pour les proches, agréable à feuilleter.
Le livre d’images et le livre de travaux pratiques sont accompagnés par le guide d’utilisation. Il contient des informations générales sur la maladie incurable, les soins palliatifs et le handicap mental ainsi que des propositions concrètes pour utiliser le livre d’images.



En collaboration avec Prof. Dr. Geert Van Hove, Le centre de formation Vonx (KONEKT) et les plates-formes de soins palliatifs de la Flandre-Orientale et l’arrondissement de Louvain.
Ce projet a pu être réalisé grâce au soutien du Fond de soutien Marguerite-Marie Delacroix.

Quick View

Et maintenant. Guide d’utilisation

 27,60

Les soins palliatifs, la maladie et la mort sont des thèmes percutants et délicats. Qu’est-ce qui est possible aujourd’hui, comment faire dans le futur et comment apprécier le moment présent et le futur, même s’il reste peu de perspectives? Le livre d’images ‘Et maintenant?’ peut être utilisé auprès des enfants et des adultes pour expliquer des thèmes comme la maladie incurable, les soins palliatifs et la mort.
Le livre de travaux pratiques a été conçu comme un outil de travail à utiliser avec le livre d’images. Il peut permettre de dialoguer sur la maladie et le processus qu’elle entraîne. On peut ensuite utiliser le livre de travaux pratiques pour enregistrer (écrire, dessiner, coller des photos, etc.) – seul ou avec l’aide de quelqu’un– les sentiments, opinions, réflexions, questions, souhaits et remarques qui émergent en travaillant avec le livre d’images. Le livre de travaux pratiques est destiné aux personnes qui ont une maladie grave et incurable. Nous pensons aux enfants, aux adultes avec une déficience intellectuelle, aux personnes avec une maladie psychique, mais aussi aux personnes qui ont simplement envie de tenir un journal de bord, d’y dessiner et écrire. Le dernier livre d’une vie mérite qualité et beauté. C’est pour cette raison que nous avons opté pour un livre de travaux pratiques soigné: un livre solide de bonne qualité qui devient, après la mort, un livre de souvenirs pour les proches, agréable à feuilleter.
Le livre d’images et le livre de travaux pratiques sont accompagnés par le guide d’utilisation. Il contient des informations générales sur la maladie incurable, les soins palliatifs et le handicap mental ainsi que des propositions concrètes pour utiliser le livre d’images.



En collaboration avec Prof. Dr. Geert Van Hove, Le centre de formation Vonx (KONEKT) et les plates-formes de soins palliatifs de la Flandre-Orientale et l’arrondissement de Louvain.
Ce projet a pu être réalisé grâce au soutien du Fond de soutien Marguerite-Marie Delacroix.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Oplossingsgerichte hulp- en dienstverlening. Cirkels van empowerment

 25,60

De termen ‘oplossingsgericht werken’ of ‘hulpverlenen’ kunnen verwarrend overkomen, alsof de professionals de oplossing voor het probleem van de cliënt in huis hebben. In tegendeel, de cliënten zijn zelf voor hun eigen ervaringen, problemen en perspectieven verantwoordelijk. Hulp- en dienstverleners zijn wel deskundig in het begeleiden van dit hulp- of dienstverleningsproces. Deze visie bepaalt steeds meer het maatschappelijk werk en de sociale dienstverlening, het welzijnswerk, de geestelijke gezondheidszorg, het onderwijs en het bedrijfsleven.

Oplossingsgerichte hulp- en dienstverlening is een overzichtelijke, praktische, vraaggerichte manier van werken, waarbij de relatie tussen cliënt en werker weer centraal staat. Het boek geeft ook de theoretische verdieping tot één methodisch geheel weer: Cirkels van empowerment.

Deze uitgave is bestemd voor uitvoerenden in de hulp- en dienstverlening, werkbegeleiders, praktijk- en teamleiders, studenten, docenten, en andere (aanstaande) professionals die belangstelling hebben voor een krachtgerichte visie en methode van werken.


Wim Joosen en Wilma van der Vaart zijn beiden staffunctionaris, trainer en coach bij Traverse, Organisatie voor maatschappelijk welzijn in Westelijk Noord-Brabant. Samen hebben zij het bureau Cirkels, praktijk voor oplossingsgericht werken, opgericht.

Quick View

Oplossingsgerichte hulp- en dienstverlening. Cirkels van empowerment

 25,60

De termen ‘oplossingsgericht werken’ of ‘hulpverlenen’ kunnen verwarrend overkomen, alsof de professionals de oplossing voor het probleem van de cliënt in huis hebben. In tegendeel, de cliënten zijn zelf voor hun eigen ervaringen, problemen en perspectieven verantwoordelijk. Hulp- en dienstverleners zijn wel deskundig in het begeleiden van dit hulp- of dienstverleningsproces. Deze visie bepaalt steeds meer het maatschappelijk werk en de sociale dienstverlening, het welzijnswerk, de geestelijke gezondheidszorg, het onderwijs en het bedrijfsleven.

Oplossingsgerichte hulp- en dienstverlening is een overzichtelijke, praktische, vraaggerichte manier van werken, waarbij de relatie tussen cliënt en werker weer centraal staat. Het boek geeft ook de theoretische verdieping tot één methodisch geheel weer: Cirkels van empowerment.

Deze uitgave is bestemd voor uitvoerenden in de hulp- en dienstverlening, werkbegeleiders, praktijk- en teamleiders, studenten, docenten, en andere (aanstaande) professionals die belangstelling hebben voor een krachtgerichte visie en methode van werken.


Wim Joosen en Wilma van der Vaart zijn beiden staffunctionaris, trainer en coach bij Traverse, Organisatie voor maatschappelijk welzijn in Westelijk Noord-Brabant. Samen hebben zij het bureau Cirkels, praktijk voor oplossingsgericht werken, opgericht.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Prenatale screening en diagnose van chromosomale afwijkingen

 20,50

De laatste decennia heeft de screening voor chromosomale afwijkingen, vooral trisomie 21, een grote evolutie gekend. In de jaren 80 werd nog systematisch een vruchtwaterpunctie aangeboden aan vrouwen vanaf 35-36 jaar. Daarna werd de ‘tripletest’ ontwikkeld, die werd opgevolgd door de meer sensitieve combinatietest, die bestaat uit nekplooimeting en biochemie. Inmiddels is ook de niet-invasieve prenatale test (NIPT) mogelijk.

Dit boek geeft een volledig overzicht van de mogelijke screeningstesten voor trisomie 21. Het gaat ook in op de implicaties van gestoorde biochemie en verdikte nekplooi voor het verdere zwangerschapsverloop. Tevens worden de invasieve testen uitgelegd met de mogelijke onderzoeken op het bekomen materiaal (karyotypering, FISH, MLPA, QF-PCR en microarray). Ook de counselingtechnieken en het slechtnieuwsgesprek komen uitgebreid aan bod.

Hierdoor biedt het boek een goed overzicht voor iedereen die nauw betrokken is bij prenatale diagnostiek – vroedvrouwen, echoscopisten, huisartsen, gynaecologen – en voor iedereen die zich vertrouwd wil maken met de prenatale screening en diagnose van chromosomale afwijkingen.



Quick View

Prenatale screening en diagnose van chromosomale afwijkingen

 20,50

De laatste decennia heeft de screening voor chromosomale afwijkingen, vooral trisomie 21, een grote evolutie gekend. In de jaren 80 werd nog systematisch een vruchtwaterpunctie aangeboden aan vrouwen vanaf 35-36 jaar. Daarna werd de ‘tripletest’ ontwikkeld, die werd opgevolgd door de meer sensitieve combinatietest, die bestaat uit nekplooimeting en biochemie. Inmiddels is ook de niet-invasieve prenatale test (NIPT) mogelijk.

Dit boek geeft een volledig overzicht van de mogelijke screeningstesten voor trisomie 21. Het gaat ook in op de implicaties van gestoorde biochemie en verdikte nekplooi voor het verdere zwangerschapsverloop. Tevens worden de invasieve testen uitgelegd met de mogelijke onderzoeken op het bekomen materiaal (karyotypering, FISH, MLPA, QF-PCR en microarray). Ook de counselingtechnieken en het slechtnieuwsgesprek komen uitgebreid aan bod.

Hierdoor biedt het boek een goed overzicht voor iedereen die nauw betrokken is bij prenatale diagnostiek – vroedvrouwen, echoscopisten, huisartsen, gynaecologen – en voor iedereen die zich vertrouwd wil maken met de prenatale screening en diagnose van chromosomale afwijkingen.



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Psychose en de kunsten (Reeks Psychoanalyse en Cultuur, nr. 5)

 24,60

Bij een psychose, zo stelde Freud, overweldigen de wensimpulsen van het Es het Ik, waardoor de betrekking tussen Ik en buitenwereld wordt verstoord. Maar met die door de waan vertroebelde scheiding van de buitenwereld kunnen creatieve krachten vrij komen. In deze nieuwe uitgave van Psychoanalyse en Cultuur wordt gereflecteerd op de wijze waarop kunstenaars grenzen aftasten waarmee psychotici worstelen, onder meer via een pleidooi voor artistieke eigenzinnigheid, geschreven door Charlotte Mutsaers.
Tevens zijn er artikelen gewijd aan de abrupt beëindigde carrière van de danser Vaslav Nijinski, de ideeën over theater van Antonin Artaud, radiohoorspelen van Samuel Beckett, fotografisch werk van David Nebreda alsmede een filmadaptatie van de autobiografie van Daniel Paul Schreber. Bovendien is er aandacht voor de werking van muziek in een gedetailleerd verslag van een casus uit de praktijk.



Met bijdragen van Jos De Backer, Abe Geldhof, Yasco Horsman, Sjef Houppermans, Jos de Kroon, Charlotte Mutsaers, Ludi Van Bouwel, Jan Van Camp, Stijn Vanheule, Peter Verstraten & Katrien Vuylsteke Vanfleteren.

Quick View

Psychose en de kunsten (Reeks Psychoanalyse en Cultuur, nr. 5)

 24,60

Bij een psychose, zo stelde Freud, overweldigen de wensimpulsen van het Es het Ik, waardoor de betrekking tussen Ik en buitenwereld wordt verstoord. Maar met die door de waan vertroebelde scheiding van de buitenwereld kunnen creatieve krachten vrij komen. In deze nieuwe uitgave van Psychoanalyse en Cultuur wordt gereflecteerd op de wijze waarop kunstenaars grenzen aftasten waarmee psychotici worstelen, onder meer via een pleidooi voor artistieke eigenzinnigheid, geschreven door Charlotte Mutsaers.
Tevens zijn er artikelen gewijd aan de abrupt beëindigde carrière van de danser Vaslav Nijinski, de ideeën over theater van Antonin Artaud, radiohoorspelen van Samuel Beckett, fotografisch werk van David Nebreda alsmede een filmadaptatie van de autobiografie van Daniel Paul Schreber. Bovendien is er aandacht voor de werking van muziek in een gedetailleerd verslag van een casus uit de praktijk.



Met bijdragen van Jos De Backer, Abe Geldhof, Yasco Horsman, Sjef Houppermans, Jos de Kroon, Charlotte Mutsaers, Ludi Van Bouwel, Jan Van Camp, Stijn Vanheule, Peter Verstraten & Katrien Vuylsteke Vanfleteren.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Het onzekere voor het zekere. Kwetsbaarheid als kracht in loopbaandialogen

 30,80

Meestal wordt als vanzelfsprekend aangenomen dat in goede loopbaangesprekken alles draait om cognitieve reflectie. In de gesprekken die in het onderwijs met leerlingen worden gevoerd, is van een dergelijke reflectie meestal geen sprake. Studenten en loopbaanbegeleiders zijn veelal gefocust op ‘reflectie doen’ en niet op ‘reflectief zijn’. Reflectief zijn is het vermogen om open te staan voor nieuwe inzichten en ervaringen. Dit betekent eerst en vooral stil staan bij concrete ervaringen die ons raken en ruimte maken voor de ideeën en intuïties die daaruit kunnen groeien. Studenten noch loopbaanbegeleiders hebben de ervaring dat ze reflectie stoelen op – in de woorden van Norman E. Amundson – “embeddedness in being”.

Paradoxaal genoeg zijn het vaak onzeker makende gebeurtenissen in het leven, zogenoemde grenservaringen, die ons kunnen verleiden tot openheid en receptiviteit. Grenservaringen maken ons kwetsbaar. Het is een natuurlijke reactie om deze kwetsbaarheid zowel voor onszelf als voor anderen te verbergen, maar het is ook een potentiële bron van kracht. Kwetsbaarheid wordt kracht wanneer men de moed heeft om niet meteen te vluchten voor de onzekerheid dan wel ze te overschreeuwen. Deze moed wordt ontwikkeld in een dialoog met begeleiders die de negatieve gevoelens durven te accepteren die onzekerheid veroorzaakt, en die nieuwe en creatieve manieren kunnen aanbieden om de kwetsbaarheid te laten uitgroeien tot een nieuw inzicht, tot inspiratie en tot daadkracht.

Om te zorgen dat reflectie niet slechts een activiteit is die met wilskracht moet worden uitgevoerd, is het belangrijk om ruimte en tijd te scheppen voor een meer contemplatieve vorm van reflectie. Daarvoor is openheid en receptiviteit nodig, zowel aan de kant van de leerling als aan de kant van de begeleider of coach. Er moet letterlijk en op een intentionele manier tijd en ruimte zijn voor angst en pijn en het ‘nog niet weten’.



Peter den Boer is lector keuzeprocessen en loopbaanleren bij ROC West-brabant en daarnaast directeur van het onderzoeksbureau Onderzoekend Leren (www.onderzoekend-leren. nl).
Wim van Beers is psycholoog en organisatieadviseur. Hij was directielid bij schouten en Nelissen en is nu als coach werkzaam binnen Compositionwork (www.compositionwork. com).
Arnoud Evers is als universitair docent verbonden aan het Welten Instituut van de Open Universiteit.
Mark Franklin is directeur van CareerCycles (www.careercycles.com), een organisatie voor loopbaanmanagement in Toronto.
Krina Huisman is junior onderzoeker bij saxion Hogeschool, waar ze werkt voor de lectoraten Ethics and Global Citizenship en Ethics and Living Technology.
Gaby Jacobs is als lector verbonden aan Fontys Hogescholen en als docent aan de Universiteit voor Humanistiek.
Joseph Kessels is als hoogleraar ‘Opleidingskundig leiderschap‘ verbonden aan het Welten Instituut van de Open Universiteit.
Andrea Klaeijsen is als universitair docent verbonden aan het Welten Instituut van de Open Universiteit.
Karel Kreijns is als universitair docent verbonden aan het Welten Instituut van de Open Universiteit.
Agnieszka Konopka is psycholoog. Zij is als coach werkzaam binnen Compositionwork (www.compositionwork.com). Daarnaast is zij verbonden aan het International Institute for the Dialogical self.
Marinka Kuijpers is als bijzonder hoogleraar ‘Leeromgeving en Leerloopbanen in het (v) mbo’ verbonden aan het Welten Instituut van de Open Universiteit. Zij is tevens directeur van ‘De Loopbaangroep’ (www.loopbaangroep.nl) en lector ‘Pedagogiek van de beroepsvorming’ aan de Haagse Hogeschool.
Reinekke Lengelle is als docent verbonden aan Athabasca University (Canada’s Open Universiteit). Daarnaast werkt ze als zelfstandig trainer/coach in Edmonton (www.blacktulippress. com) en is ze verbonden aan De Haagse Hogeschool.
Frans Meijers is lector Pedagogiek van de beroepsvorming aan De Haagse Hogeschool hij heeft daarnaast een onderzoeks- en adviesbureau (www.frans-meijers.nl).
Kariene Mittendorff is Associate lector studieloopbaanbegeleiding bij saxion Hogescholen in Deventer. Daarnaast heeft ze een advies- en onderzoeksbureau (www.mittendorffonderwijsadvies. nl).
Sjoerd-Jeroen Moenandar is als universitair docent verbonden aan de leerstoelgroep Algemene Literatuurwetenschap van de Faculteit der Letteren van de Rijksuniversiteit Groningen.
Michiel de Ronde is psycholoog en als docent, onderzoeker en leersupervisor verbonden aan de academie Mens & Organisatie van de Christelijke Hogeschool Ede. Hij is tevens hoofdredacteur van het Tijdschrift voor begeleidingskunde.
Barbara Sher is levens- en loopbaancoach (www.barbarasher.com). Zij geeft cursussen en workshops die de nadruk leggen op het belang van netwerken voor loopbaanontwikkeling.
Wiel Veugelers is hoogleraar Educatie aan de Universiteit voor Humanistiek; hij is tevens verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.
Kara Vloet is als docent-onderzoeker verbonden aan het Fontys Educatief Centrum (FEC) en de Pedagogische Technische Hogeschool (PTH) in Eindhoven.
Wim Wardekker was, voordat hij met pensioen ging, lector Pedagogische Kwaliteit van Onderwijs aan de Christelijke Hogeschool Windesheim in Zwolle en docent bij de vakgroep Onderwijspedagogiek en Theoretische Pedagogiek van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Gerard Wijers is directeur van het Instituut voor beroepskeuze- en Loopbaanpsychologie/ IbLP in Hilversum.

Quick View

Het onzekere voor het zekere. Kwetsbaarheid als kracht in loopbaandialogen

 30,80

Meestal wordt als vanzelfsprekend aangenomen dat in goede loopbaangesprekken alles draait om cognitieve reflectie. In de gesprekken die in het onderwijs met leerlingen worden gevoerd, is van een dergelijke reflectie meestal geen sprake. Studenten en loopbaanbegeleiders zijn veelal gefocust op ‘reflectie doen’ en niet op ‘reflectief zijn’. Reflectief zijn is het vermogen om open te staan voor nieuwe inzichten en ervaringen. Dit betekent eerst en vooral stil staan bij concrete ervaringen die ons raken en ruimte maken voor de ideeën en intuïties die daaruit kunnen groeien. Studenten noch loopbaanbegeleiders hebben de ervaring dat ze reflectie stoelen op – in de woorden van Norman E. Amundson – “embeddedness in being”.

Paradoxaal genoeg zijn het vaak onzeker makende gebeurtenissen in het leven, zogenoemde grenservaringen, die ons kunnen verleiden tot openheid en receptiviteit. Grenservaringen maken ons kwetsbaar. Het is een natuurlijke reactie om deze kwetsbaarheid zowel voor onszelf als voor anderen te verbergen, maar het is ook een potentiële bron van kracht. Kwetsbaarheid wordt kracht wanneer men de moed heeft om niet meteen te vluchten voor de onzekerheid dan wel ze te overschreeuwen. Deze moed wordt ontwikkeld in een dialoog met begeleiders die de negatieve gevoelens durven te accepteren die onzekerheid veroorzaakt, en die nieuwe en creatieve manieren kunnen aanbieden om de kwetsbaarheid te laten uitgroeien tot een nieuw inzicht, tot inspiratie en tot daadkracht.

Om te zorgen dat reflectie niet slechts een activiteit is die met wilskracht moet worden uitgevoerd, is het belangrijk om ruimte en tijd te scheppen voor een meer contemplatieve vorm van reflectie. Daarvoor is openheid en receptiviteit nodig, zowel aan de kant van de leerling als aan de kant van de begeleider of coach. Er moet letterlijk en op een intentionele manier tijd en ruimte zijn voor angst en pijn en het ‘nog niet weten’.



Peter den Boer is lector keuzeprocessen en loopbaanleren bij ROC West-brabant en daarnaast directeur van het onderzoeksbureau Onderzoekend Leren (www.onderzoekend-leren. nl).
Wim van Beers is psycholoog en organisatieadviseur. Hij was directielid bij schouten en Nelissen en is nu als coach werkzaam binnen Compositionwork (www.compositionwork. com).
Arnoud Evers is als universitair docent verbonden aan het Welten Instituut van de Open Universiteit.
Mark Franklin is directeur van CareerCycles (www.careercycles.com), een organisatie voor loopbaanmanagement in Toronto.
Krina Huisman is junior onderzoeker bij saxion Hogeschool, waar ze werkt voor de lectoraten Ethics and Global Citizenship en Ethics and Living Technology.
Gaby Jacobs is als lector verbonden aan Fontys Hogescholen en als docent aan de Universiteit voor Humanistiek.
Joseph Kessels is als hoogleraar ‘Opleidingskundig leiderschap‘ verbonden aan het Welten Instituut van de Open Universiteit.
Andrea Klaeijsen is als universitair docent verbonden aan het Welten Instituut van de Open Universiteit.
Karel Kreijns is als universitair docent verbonden aan het Welten Instituut van de Open Universiteit.
Agnieszka Konopka is psycholoog. Zij is als coach werkzaam binnen Compositionwork (www.compositionwork.com). Daarnaast is zij verbonden aan het International Institute for the Dialogical self.
Marinka Kuijpers is als bijzonder hoogleraar ‘Leeromgeving en Leerloopbanen in het (v) mbo’ verbonden aan het Welten Instituut van de Open Universiteit. Zij is tevens directeur van ‘De Loopbaangroep’ (www.loopbaangroep.nl) en lector ‘Pedagogiek van de beroepsvorming’ aan de Haagse Hogeschool.
Reinekke Lengelle is als docent verbonden aan Athabasca University (Canada’s Open Universiteit). Daarnaast werkt ze als zelfstandig trainer/coach in Edmonton (www.blacktulippress. com) en is ze verbonden aan De Haagse Hogeschool.
Frans Meijers is lector Pedagogiek van de beroepsvorming aan De Haagse Hogeschool hij heeft daarnaast een onderzoeks- en adviesbureau (www.frans-meijers.nl).
Kariene Mittendorff is Associate lector studieloopbaanbegeleiding bij saxion Hogescholen in Deventer. Daarnaast heeft ze een advies- en onderzoeksbureau (www.mittendorffonderwijsadvies. nl).
Sjoerd-Jeroen Moenandar is als universitair docent verbonden aan de leerstoelgroep Algemene Literatuurwetenschap van de Faculteit der Letteren van de Rijksuniversiteit Groningen.
Michiel de Ronde is psycholoog en als docent, onderzoeker en leersupervisor verbonden aan de academie Mens & Organisatie van de Christelijke Hogeschool Ede. Hij is tevens hoofdredacteur van het Tijdschrift voor begeleidingskunde.
Barbara Sher is levens- en loopbaancoach (www.barbarasher.com). Zij geeft cursussen en workshops die de nadruk leggen op het belang van netwerken voor loopbaanontwikkeling.
Wiel Veugelers is hoogleraar Educatie aan de Universiteit voor Humanistiek; hij is tevens verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.
Kara Vloet is als docent-onderzoeker verbonden aan het Fontys Educatief Centrum (FEC) en de Pedagogische Technische Hogeschool (PTH) in Eindhoven.
Wim Wardekker was, voordat hij met pensioen ging, lector Pedagogische Kwaliteit van Onderwijs aan de Christelijke Hogeschool Windesheim in Zwolle en docent bij de vakgroep Onderwijspedagogiek en Theoretische Pedagogiek van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Gerard Wijers is directeur van het Instituut voor beroepskeuze- en Loopbaanpsychologie/ IbLP in Hilversum.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Kunst van Vesalius (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 4)

 35,00

Dit cahier staat in het teken van de 500ste verjaardag van de geboorte van Andreas Vesalius (1514-1564).
Vesalius-experten en -adepten gaan in op zijn leven en werken, op zijn vernieuwende inzichten in de anatomie van het menselijk lichaam, zijn invloed door de eeuwen heen op het medisch denken tot op heden toe.
Bijzondere nadruk ligt op de iconografie in Vesalius’ Fabrica en Epitome, die als nieuw expressiemedium zowel artsen als kunstenaars heeft bekoord en heeft aangezet tot het kopiëren en navolgen van de schitterende renaissancetekeningen.
De hedendaagse hernieuwde interesse voor Vesalius’ teksten en afbeeldingen komt in dit cahier dan ook duidelijk uit de verf.


>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)


Robrecht Van Hee studeerde geneeskunde aan de Universiteit te Gent. Hierna bekwaamde hij zich tot chirurg in Breda en Nijmegen, waar hij promoveerde tot doctor in de geneeskunde. Als hoogleraar chirurgie en medische geschiedenis aan de Universiteit Antwerpen was hij vooral werkzaam in de transplantatie- en endocriene heelkunde. Daarnaast wijdde hij zich aan medisch-historisch onderzoek, in het bijzonder van de Lage Landen in de 16de eeuw. Hij presenteerde de figuur van Vesalius tijdens de verkiezing van ‘De Grootste Belg’ in 2004. Hij is auteur van meer dan 400 publicaties en redacteur van onder meer Geschiedenis der Geneeskunde, Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, Journal of Medical Biography en Studium.

Quick View

Kunst van Vesalius (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 4)

 35,00

Dit cahier staat in het teken van de 500ste verjaardag van de geboorte van Andreas Vesalius (1514-1564).
Vesalius-experten en -adepten gaan in op zijn leven en werken, op zijn vernieuwende inzichten in de anatomie van het menselijk lichaam, zijn invloed door de eeuwen heen op het medisch denken tot op heden toe.
Bijzondere nadruk ligt op de iconografie in Vesalius’ Fabrica en Epitome, die als nieuw expressiemedium zowel artsen als kunstenaars heeft bekoord en heeft aangezet tot het kopiëren en navolgen van de schitterende renaissancetekeningen.
De hedendaagse hernieuwde interesse voor Vesalius’ teksten en afbeeldingen komt in dit cahier dan ook duidelijk uit de verf.


>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)


Robrecht Van Hee studeerde geneeskunde aan de Universiteit te Gent. Hierna bekwaamde hij zich tot chirurg in Breda en Nijmegen, waar hij promoveerde tot doctor in de geneeskunde. Als hoogleraar chirurgie en medische geschiedenis aan de Universiteit Antwerpen was hij vooral werkzaam in de transplantatie- en endocriene heelkunde. Daarnaast wijdde hij zich aan medisch-historisch onderzoek, in het bijzonder van de Lage Landen in de 16de eeuw. Hij presenteerde de figuur van Vesalius tijdens de verkiezing van ‘De Grootste Belg’ in 2004. Hij is auteur van meer dan 400 publicaties en redacteur van onder meer Geschiedenis der Geneeskunde, Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, Journal of Medical Biography en Studium.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Wie is katholiek? Op zoek naar de katholieke identiteit

 18,70

Sommige intellectuelen zijn van oordeel dat het verhelderend en bevrijdend is te ontdekken dat de mens er alleen maar bij wint wanneer hij er de voorkeur aan geeft zonder identiteit, en vooral zonder religieuze identiteit, door het leven te gaan. Ze pleiten dan ook voor het aanbreken van een nieuw tijdperk, dat van de ‘postidentiteit’. Onderzoekers stellen echter vast dat de zoektocht naar elementen die in staat zijn te fungeren als bouwstenen voor een individuele en collectieve identiteit, nooit zo intensief is geweest als in onze dagen. Zij spreken van een echte obsessie met identiteit en van een identitaire koorts. Ook in christelijke milieus wordt met het probleem van de identiteit geworsteld. Op alle niveaus zijn christenen op zoek naar hun identiteit. Men beschrijft dat zoeken als ‘een vraag die het postmoderne christelijke bewustzijn obsedeert’, bestempelt het als ‘het belangrijkste probleem voor het rooms-katholicisme, en karakteriseert het als ‘de grote beproeving voor het christendom’.
De auteur gaat na waaruit de christelijke identiteit, meer in het bijzonder die van de roomskatholieke versie van het christendom, precies bestaat. Hij besluit met een oproep tot de roomskatholieke gelovigen van West-Europa om zich, op grond van wat hen wezenlijk tot ‘katholieken’ maakt, eendrachtig in te spannen om hun geloof opnieuw een gezicht te geven, in de verwarde wereld waarin zij leven. Dat lijkt onder meer een voorwaarde te zijn voor het slagen van de nieuwe evangelisatie van het oude continent.



Valeer Neckebrouck, doctor in de sociale antropologie en in de theologie, is emeritus hoogleraar aan de KU Leuven. Hij doceerde ook aan de Universiteit van Tilburg en was gastprofessor aan de Universidad Intercontinental van Mexico-stad. Hij deed jarenlang etnografisch onderzoek in Afrika en Latijns-Amerika en is de auteur van een dertigtal boeken, etnografische monografieën en theologische essays.

Quick View

Wie is katholiek? Op zoek naar de katholieke identiteit

 18,70

Sommige intellectuelen zijn van oordeel dat het verhelderend en bevrijdend is te ontdekken dat de mens er alleen maar bij wint wanneer hij er de voorkeur aan geeft zonder identiteit, en vooral zonder religieuze identiteit, door het leven te gaan. Ze pleiten dan ook voor het aanbreken van een nieuw tijdperk, dat van de ‘postidentiteit’. Onderzoekers stellen echter vast dat de zoektocht naar elementen die in staat zijn te fungeren als bouwstenen voor een individuele en collectieve identiteit, nooit zo intensief is geweest als in onze dagen. Zij spreken van een echte obsessie met identiteit en van een identitaire koorts. Ook in christelijke milieus wordt met het probleem van de identiteit geworsteld. Op alle niveaus zijn christenen op zoek naar hun identiteit. Men beschrijft dat zoeken als ‘een vraag die het postmoderne christelijke bewustzijn obsedeert’, bestempelt het als ‘het belangrijkste probleem voor het rooms-katholicisme, en karakteriseert het als ‘de grote beproeving voor het christendom’.
De auteur gaat na waaruit de christelijke identiteit, meer in het bijzonder die van de roomskatholieke versie van het christendom, precies bestaat. Hij besluit met een oproep tot de roomskatholieke gelovigen van West-Europa om zich, op grond van wat hen wezenlijk tot ‘katholieken’ maakt, eendrachtig in te spannen om hun geloof opnieuw een gezicht te geven, in de verwarde wereld waarin zij leven. Dat lijkt onder meer een voorwaarde te zijn voor het slagen van de nieuwe evangelisatie van het oude continent.



Valeer Neckebrouck, doctor in de sociale antropologie en in de theologie, is emeritus hoogleraar aan de KU Leuven. Hij doceerde ook aan de Universiteit van Tilburg en was gastprofessor aan de Universidad Intercontinental van Mexico-stad. Hij deed jarenlang etnografisch onderzoek in Afrika en Latijns-Amerika en is de auteur van een dertigtal boeken, etnografische monografieën en theologische essays.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Met vreugde in het leven staan (Fracarita-reeks, nr. 3)

 21,30

Kunnen we vandaag nog echte vreugde beleven als gelovigen, als dragers van een “Blijde Boodschap”? Straalt de Kerk, als drager van die boodschap, voldoende die vreugde uit? En welke remedie kan die boodschap ons bieden om ook bij de tegenslagen van het leven die diepe vreugde te bewaren en te koesteren?

Deze vragen wil de auteur in dit boek trachten te beantwoorden, en wel in drie bewegingen. Vooreerst zoekt hij de bron van de ware vreugde en komt bij God uit, God die liefde is. Maar Gods liefde vindt haar afstraling in de mens, en zo ook Gods vreugde, en terecht noemt hij de mens de vindplaats van Gods vreugde. Het is vanuit deze twee bewegingen dat de derde geboren wordt: de opgave om met vreugde het Evangelie als blijde boodschap te beleven.

Dit is geen boek waarin men tien knepen vindt om gelukkig te worden. Daar zijn andere werken voor. Maar wel een spirituele bezinning, als bij toeval samenvallend met de exhortatie van Paus Franciscus over de “Vreugde van het Evangelie”.



René Stockman is de generale overste van de Broeders van Liefde. Hij begon zijn loopbaan aan het Instituut Guislain in Gent, waar hij onder meer conservator is van het Museum Guislain. Hij promoveerde in de maatschappelijke gezondheidszorg aan de KU Leuven en is nu ook gastdocent aan diverse universiteiten. De Fracaritareeks is een initiatief van de Broeders van Liefde.

Quick View

Met vreugde in het leven staan (Fracarita-reeks, nr. 3)

 21,30

Kunnen we vandaag nog echte vreugde beleven als gelovigen, als dragers van een “Blijde Boodschap”? Straalt de Kerk, als drager van die boodschap, voldoende die vreugde uit? En welke remedie kan die boodschap ons bieden om ook bij de tegenslagen van het leven die diepe vreugde te bewaren en te koesteren?

Deze vragen wil de auteur in dit boek trachten te beantwoorden, en wel in drie bewegingen. Vooreerst zoekt hij de bron van de ware vreugde en komt bij God uit, God die liefde is. Maar Gods liefde vindt haar afstraling in de mens, en zo ook Gods vreugde, en terecht noemt hij de mens de vindplaats van Gods vreugde. Het is vanuit deze twee bewegingen dat de derde geboren wordt: de opgave om met vreugde het Evangelie als blijde boodschap te beleven.

Dit is geen boek waarin men tien knepen vindt om gelukkig te worden. Daar zijn andere werken voor. Maar wel een spirituele bezinning, als bij toeval samenvallend met de exhortatie van Paus Franciscus over de “Vreugde van het Evangelie”.



René Stockman is de generale overste van de Broeders van Liefde. Hij begon zijn loopbaan aan het Instituut Guislain in Gent, waar hij onder meer conservator is van het Museum Guislain. Hij promoveerde in de maatschappelijke gezondheidszorg aan de KU Leuven en is nu ook gastdocent aan diverse universiteiten. De Fracaritareeks is een initiatief van de Broeders van Liefde.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Filosofie van het verstaan. Een dialoog (Reeks Omtrent Filosofie nr 6)

 20,50

Hoe kunnen we ervoor zorgen dat iedereen zich thuis voelt in onze steden? Hoe gaan we om met verschillende culturele feesten en rituelen? Hoe benaderen we ons gemeenschappelijk verleden, dat voor verschillende culturele groepen een andere lading heeft? Of hoe gaan we om met de uiteenlopende opvattingen over homoseksualiteit of de verhouding man-vrouw?

Dit zijn enkele voorbeelden van vraagstukken waarbij de ‘kunst van het verstaan’ ingezet zou kunnen worden. Het is immers niet alleen belangrijk om inzicht te krijgen in ‘de ander’, maar ook in ons eigen denkpatroon. In steden met een grote culturele diversiteit kunnen dialogen tussen de verschillende bevolkingsgroepen de wederzijdse erkenning en ook het wederzijdse begrip aanzienlijk bevorderen. Het is een manier om elkaar te ‘verstaan’.

Heinz Kimmerle heeft zich de voorbije 25 jaar bekwaamd in ‘de kunst van het interculturele verstaan’. En juist daaraan lijkt behoefte te zijn in onze huidige maatschappij met diverse culturen terwijl er niet altijd evenveel begrip is voor elkaars cultuur. In dit boek onderzoeken de auteurs of dit filosofisch academische werk op het gebied van intercultureel verstaan, een basis kan bieden voor een praktisch dialoogmodel voor het omgaan met de uitdagingen in steden met een grote culturele diversiteit. Zo komen zij tot een model voor dialogen in de dagelijkse praktijk en onderzoeken hoe dit kan leiden tot een meer dialogische levenshouding, die ook op andere gebieden (politiek of economisch) ingezet kan worden. Zij gaan niet alleen in gesprek met elkaar, maar krijgen ook nieuwe inzichten over hun eigen manier van naar de wereld kijken.


Heinz Kimmerle is emeritus hoogleraar aan de Erasmus Universiteit Rotterdam waar hij een leerstoel had in ‘interculturele filosofie’. Hij heeft als gastprofessor lesgegeven op verschillende universiteiten in Kenia, Ghana en Zuid- Afrika. In 2003 ontving hij een eredoctoraat van de University of South Africa in Pretoria. Hij heeft gepubliceerd op de gebieden hermeneutiek, dialectiek, filosofie van de menswetenschappen, filosofie van de religie, differentiefilosofie en interculturele filosofie.
Renate Schepen is afgestudeerd in wijsbegeerte aan de VU in Amsterdam in de richting praktische en ethische filosofie. Zij heeft gestudeerd aan de University of Ghana in Legon en aan de Universidad de La República in Montevideo. Zij faciliteert dialogen in het bedrijfsleven, op scholen en in de stad. Daarnaast werkt ze als trainer voor de Vrijwilligersacademie in Amsterdam, waar ze o.a. trainingen geeft in de Socratische dialoog.

Reeks Omtrent Filosofie:

  1. De ethica van Spinoza
  2. Afrika en China in dialoog
  3. Kracht van wet. Het mystieke fundament van het gezag
  4. Een goddelijk humanisme. Sartres minachting voor de menselijke werkelijkheid
  5. Hegels godsdienstfilosofie en de monotheïstische religies. Een actuele confrontatie
  6. Filosofie van het verstaan. Een dialoog

Quick View

Filosofie van het verstaan. Een dialoog (Reeks Omtrent Filosofie nr 6)

 20,50

Hoe kunnen we ervoor zorgen dat iedereen zich thuis voelt in onze steden? Hoe gaan we om met verschillende culturele feesten en rituelen? Hoe benaderen we ons gemeenschappelijk verleden, dat voor verschillende culturele groepen een andere lading heeft? Of hoe gaan we om met de uiteenlopende opvattingen over homoseksualiteit of de verhouding man-vrouw?

Dit zijn enkele voorbeelden van vraagstukken waarbij de ‘kunst van het verstaan’ ingezet zou kunnen worden. Het is immers niet alleen belangrijk om inzicht te krijgen in ‘de ander’, maar ook in ons eigen denkpatroon. In steden met een grote culturele diversiteit kunnen dialogen tussen de verschillende bevolkingsgroepen de wederzijdse erkenning en ook het wederzijdse begrip aanzienlijk bevorderen. Het is een manier om elkaar te ‘verstaan’.

Heinz Kimmerle heeft zich de voorbije 25 jaar bekwaamd in ‘de kunst van het interculturele verstaan’. En juist daaraan lijkt behoefte te zijn in onze huidige maatschappij met diverse culturen terwijl er niet altijd evenveel begrip is voor elkaars cultuur. In dit boek onderzoeken de auteurs of dit filosofisch academische werk op het gebied van intercultureel verstaan, een basis kan bieden voor een praktisch dialoogmodel voor het omgaan met de uitdagingen in steden met een grote culturele diversiteit. Zo komen zij tot een model voor dialogen in de dagelijkse praktijk en onderzoeken hoe dit kan leiden tot een meer dialogische levenshouding, die ook op andere gebieden (politiek of economisch) ingezet kan worden. Zij gaan niet alleen in gesprek met elkaar, maar krijgen ook nieuwe inzichten over hun eigen manier van naar de wereld kijken.


Heinz Kimmerle is emeritus hoogleraar aan de Erasmus Universiteit Rotterdam waar hij een leerstoel had in ‘interculturele filosofie’. Hij heeft als gastprofessor lesgegeven op verschillende universiteiten in Kenia, Ghana en Zuid- Afrika. In 2003 ontving hij een eredoctoraat van de University of South Africa in Pretoria. Hij heeft gepubliceerd op de gebieden hermeneutiek, dialectiek, filosofie van de menswetenschappen, filosofie van de religie, differentiefilosofie en interculturele filosofie.
Renate Schepen is afgestudeerd in wijsbegeerte aan de VU in Amsterdam in de richting praktische en ethische filosofie. Zij heeft gestudeerd aan de University of Ghana in Legon en aan de Universidad de La República in Montevideo. Zij faciliteert dialogen in het bedrijfsleven, op scholen en in de stad. Daarnaast werkt ze als trainer voor de Vrijwilligersacademie in Amsterdam, waar ze o.a. trainingen geeft in de Socratische dialoog.

Reeks Omtrent Filosofie:

  1. De ethica van Spinoza
  2. Afrika en China in dialoog
  3. Kracht van wet. Het mystieke fundament van het gezag
  4. Een goddelijk humanisme. Sartres minachting voor de menselijke werkelijkheid
  5. Hegels godsdienstfilosofie en de monotheïstische religies. Een actuele confrontatie
  6. Filosofie van het verstaan. Een dialoog

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De medische renaissance van de twaalfde eeuw: zoektocht naar kennis en vernieuwing in de ziekenzorg (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 3)

 25,60

Dit themanummer uit de reeks Cahiers Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg is gewijd aan de belangrijke vernieuwing die zich in de twaalfde eeuw in West-Europa, met Vlaanderen als kerngebied, voltrok op het vlak van de geneeskundige kennis en de ziekenzorg. Dank zij Latijnse vertalingen van Arabische teksten kwam de oud-Griekse medische leer opnieuw aan het licht, wat voor het eerst sinds de oudheid een theoretisch kader bezorgde aan de Westerse medische gedachtegang. Naast de ziekenzorg in de handen van de clerus, begonnen leken zelf stadshospitalen te stichten en de zorg van de zieken op zich te nemen. Dit ging gepaard met een begin van medische specialisatie. Het boek belicht vanuit een medischhistorisch standpunt infectieziekten die in de twaalfde eeuw ophef maakten – lepra en scrofulose – en voedingsziekten – hongersnood en het Sint- Antoniusvuur. Treffende voorbeelden uit die tijd focussen op ziektepreventie en -behandeling.

Deze publicatie richt zich niet alleen tot (para)medisch of historisch geschoolden maar ook tot een ruimer publiek.


>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)


Johan R. Boelaert is internist-nefroloog (KU Leuven en Parijs). Hij werkte tot 2007 als clinicus in het Brugse Sint-Janshospitaal (AZ Sint-Jan). Hij bouwde er ook de afdeling infectieziekten uit en verrichtte onderzoek over infectieziekten bij patiënten aan dialyse en over HIV. Hij is actief in de Brugse medisch-historische werkgroep ‘Montanus’. Hij schreef onder meer Zes eeuwen infectie in Brugge, 1200-1800 (2011, Leuven). Zijn interesse in de middeleeuwse medische geschiedenis vormt de aanzet tot dit cahier over de twaalfde-eeuwse vooruitgang in de medische kennis en vernieuwing in de ziekenzorg.

Quick View

De medische renaissance van de twaalfde eeuw: zoektocht naar kennis en vernieuwing in de ziekenzorg (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 3)

 25,60

Dit themanummer uit de reeks Cahiers Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg is gewijd aan de belangrijke vernieuwing die zich in de twaalfde eeuw in West-Europa, met Vlaanderen als kerngebied, voltrok op het vlak van de geneeskundige kennis en de ziekenzorg. Dank zij Latijnse vertalingen van Arabische teksten kwam de oud-Griekse medische leer opnieuw aan het licht, wat voor het eerst sinds de oudheid een theoretisch kader bezorgde aan de Westerse medische gedachtegang. Naast de ziekenzorg in de handen van de clerus, begonnen leken zelf stadshospitalen te stichten en de zorg van de zieken op zich te nemen. Dit ging gepaard met een begin van medische specialisatie. Het boek belicht vanuit een medischhistorisch standpunt infectieziekten die in de twaalfde eeuw ophef maakten – lepra en scrofulose – en voedingsziekten – hongersnood en het Sint- Antoniusvuur. Treffende voorbeelden uit die tijd focussen op ziektepreventie en -behandeling.

Deze publicatie richt zich niet alleen tot (para)medisch of historisch geschoolden maar ook tot een ruimer publiek.


>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)


Johan R. Boelaert is internist-nefroloog (KU Leuven en Parijs). Hij werkte tot 2007 als clinicus in het Brugse Sint-Janshospitaal (AZ Sint-Jan). Hij bouwde er ook de afdeling infectieziekten uit en verrichtte onderzoek over infectieziekten bij patiënten aan dialyse en over HIV. Hij is actief in de Brugse medisch-historische werkgroep ‘Montanus’. Hij schreef onder meer Zes eeuwen infectie in Brugge, 1200-1800 (2011, Leuven). Zijn interesse in de middeleeuwse medische geschiedenis vormt de aanzet tot dit cahier over de twaalfde-eeuwse vooruitgang in de medische kennis en vernieuwing in de ziekenzorg.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Sam Superman … en hoe een stemming draaien kan

 23,70

Sam is een jongen zoals er vele jongens zijn, en ook meisjes. Soms denkt Sam dat hij alles kan. En durft hij ook alles. Hij zweeft dan in zijn hoofd en krijgt het hoog in zijn bol. Dat vinden anderen niet leuk. Maar soms voelt Sam zich helemaal niet lekker. Hij is die dag lusteloos, verdrietig, zelfs angstig. Dan kruipt hij liever weg in bed. Hij wil het liefst alleen zijn. Dat vinden anderen ook niet leuk.
Dit prentenboek helpt om ervaringen van almacht en onmacht bij kinderen en volwassenen bespreekbaar te maken. Deze gevoelens gaan soms voorbij, maar ze kunnen ook geregeld terugkeren of blijven overheersen. Ze ondermijnen dan het welbevinden van het kind of de volwassene.
Ouders, grote zus en broer, juffen en meesters, begeleiders, hulpverleners, … krijgen op een website toegelicht wanneer, waarom en hoe ze dit boek kunnen gebruiken. Ze vinden er ook suggesties en werkbladen. Ga hiervoor naar www.dl.garant-uitgevers.eu en geef de code in die op blz. 2 van dit boek staat.



Ayse Dogan (tekst) werkt als zelfstandig klinisch psycholoog en cliëntgerichtexperiëntieel psychotherapeut. Ze is als leertherapeut verbonden aan een Postgraduaat Opleiding Psychotherapie. Zij heeft ervaring met zowel jong als oud in verscheidene gezondheidsorganisaties.
Katrien Cuyvers (illustratie) werkt al geruime tijd als ergotherapeut binnen de psychiatrie. Ze maakt deel uit van een ambulant team dat psychiatrische thuisbegeleiding biedt.

Quick View

Sam Superman … en hoe een stemming draaien kan

 23,70

Sam is een jongen zoals er vele jongens zijn, en ook meisjes. Soms denkt Sam dat hij alles kan. En durft hij ook alles. Hij zweeft dan in zijn hoofd en krijgt het hoog in zijn bol. Dat vinden anderen niet leuk. Maar soms voelt Sam zich helemaal niet lekker. Hij is die dag lusteloos, verdrietig, zelfs angstig. Dan kruipt hij liever weg in bed. Hij wil het liefst alleen zijn. Dat vinden anderen ook niet leuk.
Dit prentenboek helpt om ervaringen van almacht en onmacht bij kinderen en volwassenen bespreekbaar te maken. Deze gevoelens gaan soms voorbij, maar ze kunnen ook geregeld terugkeren of blijven overheersen. Ze ondermijnen dan het welbevinden van het kind of de volwassene.
Ouders, grote zus en broer, juffen en meesters, begeleiders, hulpverleners, … krijgen op een website toegelicht wanneer, waarom en hoe ze dit boek kunnen gebruiken. Ze vinden er ook suggesties en werkbladen. Ga hiervoor naar www.dl.garant-uitgevers.eu en geef de code in die op blz. 2 van dit boek staat.



Ayse Dogan (tekst) werkt als zelfstandig klinisch psycholoog en cliëntgerichtexperiëntieel psychotherapeut. Ze is als leertherapeut verbonden aan een Postgraduaat Opleiding Psychotherapie. Zij heeft ervaring met zowel jong als oud in verscheidene gezondheidsorganisaties.
Katrien Cuyvers (illustratie) werkt al geruime tijd als ergotherapeut binnen de psychiatrie. Ze maakt deel uit van een ambulant team dat psychiatrische thuisbegeleiding biedt.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Mijn ouders gaan uit elkaar. Wat nu?

 17,40

Een scheiding is een alles doordringende situatie die grote gevolgen heeft voor het hele gezin. Voor het kind wordt alles anders en ontstaat een lange tijd van onzekerheid. Het is belangrijk dat hier voldoende tijd en aandacht aan wordt besteed, zodat het kind de scheiding van zijn ouders een plaats kan geven en de nieuwe situatie kan verwerken.

Dit praat- en werkboek voor kinderen tussen 4 en 10 jaar oud, van wie de ouders gaan scheiden of al uit elkaar zijn, is een hulpmiddel voor ouders en professionals bij individuele begeleiding. Het brengt ouders en hun kind bij elkaar om samen de scheiding te verwerken. De elf hoofdstukken zijn zowel gericht op de geschiedenis van het gezin als op de toekomst na de scheiding van de ouders. Het is de bedoeling dat het kind gaat ervaren dat wat het voelt bij de scheiding normaal is, en dat meer begrip voor de situatie, duidelijkheid en rust bij het kind ontstaat.

Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.



Lisette Besselink volgde de opleiding voor sociaal-pedagogisch werker en daarna de pedagogiekopleiding aan de Fontys Hogeschool in Tilburg. Zij werkt als zorgprofessional met kinderen en jongeren voor SDW en Careflex in heel Nederland.

Quick View

Mijn ouders gaan uit elkaar. Wat nu?

 17,40

Een scheiding is een alles doordringende situatie die grote gevolgen heeft voor het hele gezin. Voor het kind wordt alles anders en ontstaat een lange tijd van onzekerheid. Het is belangrijk dat hier voldoende tijd en aandacht aan wordt besteed, zodat het kind de scheiding van zijn ouders een plaats kan geven en de nieuwe situatie kan verwerken.

Dit praat- en werkboek voor kinderen tussen 4 en 10 jaar oud, van wie de ouders gaan scheiden of al uit elkaar zijn, is een hulpmiddel voor ouders en professionals bij individuele begeleiding. Het brengt ouders en hun kind bij elkaar om samen de scheiding te verwerken. De elf hoofdstukken zijn zowel gericht op de geschiedenis van het gezin als op de toekomst na de scheiding van de ouders. Het is de bedoeling dat het kind gaat ervaren dat wat het voelt bij de scheiding normaal is, en dat meer begrip voor de situatie, duidelijkheid en rust bij het kind ontstaat.

Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.



Lisette Besselink volgde de opleiding voor sociaal-pedagogisch werker en daarna de pedagogiekopleiding aan de Fontys Hogeschool in Tilburg. Zij werkt als zorgprofessional met kinderen en jongeren voor SDW en Careflex in heel Nederland.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Spiegelschrift. Handleiding voor de mentor-coach van de beginnende leraar

 14,40

Elk jaar zetten duizenden leraren hun eerste stappen in onderwijs. Binnen de vijf jaar verlaten vele startende leraren definitief het onderwijs. Het betreft helaas vaak degelijke en gemotiveerde leraren die het om uiteenlopende redenen voor bekeken houden.

Het beroep van leraar wordt dan ook hoe langer hoe complexer. Een uitgebreid coachingtraject voor alle beginnende leraren is beslist noodzakelijk. Het Spiegelschrift is een meerwaarde voor dit traject. Het biedt refl ectie-opdrachten aan als aanzet tot een echt gesprek tussen de mentor en de beginnende leraar. De oefeningen helpen stil te staan bij de taken en gevoelens van de leraar, het omgaan met collega’s en de schoolcultuur. Dit alles op maat van en met respect voor de behoeften van de beginnende leraar, de school en de mentor-coach.

De oefeningen zijn niet enkel gericht op het groeiproces van de beginnende leraar, maar bieden de kans om alles in ‘spiegelschrift’ te bekijken. Dit zet de mentor-coach en de school aan tot verbreding.

In de handleiding voor de mentor-coach staan concrete tips rond het uitbouwen van een coachingtraject. Daarnaast bevat ze achtergrondinformatie die de aangereikte oefeningen in het werboek kaderen binnen het theoretische discours. Elke oefening bevat ook extra materiaal om ze verder uit te diepen. Dit biedt de mentor-coach de kans om een coachingtraject op maat uit te stippelen.



Lies Belmans is theologe en filosofe. Ze is godsdienstleraar aan het Sint-Dimpnacollege in Geel. An Luyten is psychologe. Ze geeft opvoedkunde in het technisch en beroepsonderwijs en ze is mentor-coach voor beginnende leraren bij Ursulinen Mechelen.

Quick View

Spiegelschrift. Handleiding voor de mentor-coach van de beginnende leraar

 14,40

Elk jaar zetten duizenden leraren hun eerste stappen in onderwijs. Binnen de vijf jaar verlaten vele startende leraren definitief het onderwijs. Het betreft helaas vaak degelijke en gemotiveerde leraren die het om uiteenlopende redenen voor bekeken houden.

Het beroep van leraar wordt dan ook hoe langer hoe complexer. Een uitgebreid coachingtraject voor alle beginnende leraren is beslist noodzakelijk. Het Spiegelschrift is een meerwaarde voor dit traject. Het biedt refl ectie-opdrachten aan als aanzet tot een echt gesprek tussen de mentor en de beginnende leraar. De oefeningen helpen stil te staan bij de taken en gevoelens van de leraar, het omgaan met collega’s en de schoolcultuur. Dit alles op maat van en met respect voor de behoeften van de beginnende leraar, de school en de mentor-coach.

De oefeningen zijn niet enkel gericht op het groeiproces van de beginnende leraar, maar bieden de kans om alles in ‘spiegelschrift’ te bekijken. Dit zet de mentor-coach en de school aan tot verbreding.

In de handleiding voor de mentor-coach staan concrete tips rond het uitbouwen van een coachingtraject. Daarnaast bevat ze achtergrondinformatie die de aangereikte oefeningen in het werboek kaderen binnen het theoretische discours. Elke oefening bevat ook extra materiaal om ze verder uit te diepen. Dit biedt de mentor-coach de kans om een coachingtraject op maat uit te stippelen.



Lies Belmans is theologe en filosofe. Ze is godsdienstleraar aan het Sint-Dimpnacollege in Geel. An Luyten is psychologe. Ze geeft opvoedkunde in het technisch en beroepsonderwijs en ze is mentor-coach voor beginnende leraren bij Ursulinen Mechelen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Transmediaplanning. Strategieën en technieken

 31,90

Dit boek over de werking van reclame richt zich in eerste instantie op gevorderde studenten communicatiemanagement maar biedt tevens een exhaustief kader voor reflectie aan al wie van dichtbij of veraf geboeid is door reclame en haar werking.

Reclame wordt gesitueerd binnen het bredere kader van marketingcommunicatie en daarbij herleid tot waar het om gaat: namelijk één van de communicatieinstrumenten die ingezet kunnen worden om een marketingdoelstelling te bereiken. Vervolgens komen de theorie over en de praktijk van reclame aan de orde.



Anne-Marie Cotton studeerde Romaanse Filologie en Marketing aan de Universiteit Gent, waar ze ook de Lerarenopleiding volgde. Aan de Université de Lille I (IAE) behaalde ze een D.E.S.S. en Administration des Entreprises. Ze werkte als account in de reclame (Grey Belgium, Partner Saatchi&Saatchi / J. Walter Thompson en Mirror GGK) en is sinds 1992 lector aan de opleiding Communicatiemanagement van de Arteveldehogeschool in Gent. Ze coördineert een Europees Master programma in public relations (MARPE) en vervulde de mandaten van President, Secretaris-generaal en Director of Public Relations and Administration van Euprera, de European PR Education & Research Association.

Geen voorraad
Quick View

Transmediaplanning. Strategieën en technieken

 31,90

Dit boek over de werking van reclame richt zich in eerste instantie op gevorderde studenten communicatiemanagement maar biedt tevens een exhaustief kader voor reflectie aan al wie van dichtbij of veraf geboeid is door reclame en haar werking.

Reclame wordt gesitueerd binnen het bredere kader van marketingcommunicatie en daarbij herleid tot waar het om gaat: namelijk één van de communicatieinstrumenten die ingezet kunnen worden om een marketingdoelstelling te bereiken. Vervolgens komen de theorie over en de praktijk van reclame aan de orde.



Anne-Marie Cotton studeerde Romaanse Filologie en Marketing aan de Universiteit Gent, waar ze ook de Lerarenopleiding volgde. Aan de Université de Lille I (IAE) behaalde ze een D.E.S.S. en Administration des Entreprises. Ze werkte als account in de reclame (Grey Belgium, Partner Saatchi&Saatchi / J. Walter Thompson en Mirror GGK) en is sinds 1992 lector aan de opleiding Communicatiemanagement van de Arteveldehogeschool in Gent. Ze coördineert een Europees Master programma in public relations (MARPE) en vervulde de mandaten van President, Secretaris-generaal en Director of Public Relations and Administration van Euprera, de European PR Education & Research Association.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

GoogleMania 1 (ICT-lijn, nr. 18)

 46,20

Vrij letterlijk kun je “21st century skills” beschouwen als het samenhangende geheel van vaardigheden die nodig zijn om als persoon goed te kunnen functioneren in de 21e eeuw. De vaardigheden die in een kennissamenleving extra aandacht verdienen, zijn ‘samenwerking’, ‘kennisconstructie’, ‘ICT-gebruik’, ‘probleemoplossend denken en creativiteit’ en ‘planmatig werken’.

Voordat iemand vlot alle “21st century skills” kan toepassen, is het belangrijk om goed overweg te kunnen met de basisvaardigheden op en rond het internet en in de cloud. In dit boek worden de basisvaardigheden en de “21st century skills” aangeleerd via de Google Apps-toepassingen. Om de lezer-gebruiker aan te moedigen is het geheel in meteen bruikbare stappen opgebouwd, zodat hij al snel heel wat kan doen met de pc. Hij leert daarbij zowel binnen een app te werken als verscheidene apps te combineren om tot een creatief resultaat te komen.

Het boek is zowel voor onderwijs als voor zelfstudie bestemd.



Emmy Leleu is docent-coördinator aan de Afdeling Informatica van het CVO – Centrum voor Volwassenenonderwijs “Drie Hofsteden”, met vestigingen in Kortrijk, Menen en Tielt..

Quick View

GoogleMania 1 (ICT-lijn, nr. 18)

 46,20

Vrij letterlijk kun je “21st century skills” beschouwen als het samenhangende geheel van vaardigheden die nodig zijn om als persoon goed te kunnen functioneren in de 21e eeuw. De vaardigheden die in een kennissamenleving extra aandacht verdienen, zijn ‘samenwerking’, ‘kennisconstructie’, ‘ICT-gebruik’, ‘probleemoplossend denken en creativiteit’ en ‘planmatig werken’.

Voordat iemand vlot alle “21st century skills” kan toepassen, is het belangrijk om goed overweg te kunnen met de basisvaardigheden op en rond het internet en in de cloud. In dit boek worden de basisvaardigheden en de “21st century skills” aangeleerd via de Google Apps-toepassingen. Om de lezer-gebruiker aan te moedigen is het geheel in meteen bruikbare stappen opgebouwd, zodat hij al snel heel wat kan doen met de pc. Hij leert daarbij zowel binnen een app te werken als verscheidene apps te combineren om tot een creatief resultaat te komen.

Het boek is zowel voor onderwijs als voor zelfstudie bestemd.



Emmy Leleu is docent-coördinator aan de Afdeling Informatica van het CVO – Centrum voor Volwassenenonderwijs “Drie Hofsteden”, met vestigingen in Kortrijk, Menen en Tielt..

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Culturised Early Childhood Development. The Well-being and Healthy Development of Young Boys and Girls

 22,00

This book argues that the worldwide trend of turning children into ‘early learners’ at ever younger ages is detrimental to their well-being and healthy development. Instead, ECD – Early Childhood Education efforts should foremost be a ‘culturising’ endeavour.

Culturised ECD is here seen as an enjoyable and wholesome process that challenges and engages children. It fosters their curiosity and eagerness to be active and to explore, enables them to use their faculties, talents and skills, and contributes to their development as well-rounded persons since it helps them in valuing, searching for, finding, contributing to and creating beauty and meaning in life as well as appreciating the connectedness of things organic and inorganic. It also engenders children with hope and “the audacious attempt to galvanize and energize, to inspire and to invigorate world-weary people”. It is the totality of those activities that enables young boys and girls to participate in things that are meaningful, pleasing and good. It recognises that ECD is all-encompassing and should therefore be much more than providing children with ‘schooling’.

The following issues are addressed, culturised ECD and its:

  • effect on the well-being of children; this regardless of their future, inside or outside the school or employment market
  • impact on the longer-term development of children; do they become more resilient, experience fewer obstacles when enrolling in formal basic education and when adults, will they fare better, socially and economically?
  • relevance when faced with such ‘hot topics’ as violence, discrimination and social exclusion of children.
  • contribution to reducing poverty and inequality, or helping young boys and girls, both as children and later as adults, to cope with both.



The authors, Nico van Oudenhoven, originally a child psychologist, and Rona Jualla van Oudenhoven, an educational sociologist, are both connected to ICDI – International Child Development Initiatives, located in Amsterdam (The Netherlands).

Quick View

Culturised Early Childhood Development. The Well-being and Healthy Development of Young Boys and Girls

 22,00

This book argues that the worldwide trend of turning children into ‘early learners’ at ever younger ages is detrimental to their well-being and healthy development. Instead, ECD – Early Childhood Education efforts should foremost be a ‘culturising’ endeavour.

Culturised ECD is here seen as an enjoyable and wholesome process that challenges and engages children. It fosters their curiosity and eagerness to be active and to explore, enables them to use their faculties, talents and skills, and contributes to their development as well-rounded persons since it helps them in valuing, searching for, finding, contributing to and creating beauty and meaning in life as well as appreciating the connectedness of things organic and inorganic. It also engenders children with hope and “the audacious attempt to galvanize and energize, to inspire and to invigorate world-weary people”. It is the totality of those activities that enables young boys and girls to participate in things that are meaningful, pleasing and good. It recognises that ECD is all-encompassing and should therefore be much more than providing children with ‘schooling’.

The following issues are addressed, culturised ECD and its:

  • effect on the well-being of children; this regardless of their future, inside or outside the school or employment market
  • impact on the longer-term development of children; do they become more resilient, experience fewer obstacles when enrolling in formal basic education and when adults, will they fare better, socially and economically?
  • relevance when faced with such ‘hot topics’ as violence, discrimination and social exclusion of children.
  • contribution to reducing poverty and inequality, or helping young boys and girls, both as children and later as adults, to cope with both.



The authors, Nico van Oudenhoven, originally a child psychologist, and Rona Jualla van Oudenhoven, an educational sociologist, are both connected to ICDI – International Child Development Initiatives, located in Amsterdam (The Netherlands).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    1
    Uw winkelwagen
    Meesterlijk leidinggeven. Koppeling van theorie en praktijk
     16,00
    ×