Filter
Opleiding als sociale scheidslijn. Een nieuw perspectief op een oude kloof.Opleiding als sociale scheidslijn. Een nieuw perspectief op een oude kloof.
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Opleiding als sociale scheidslijn. Een nieuw perspectief op een oude kloof.

 25,60

Over opleiding als sociale scheidslijn is al veel gezegd en geschreven. Maar een gedegen analyse waarin systematisch is onderzocht of de kloof tussen hogeren lageropgeleiden werkelijk is toegenomen in de Nederlandse samenleving, ontbrak nog.

De auteurs laten zien dat er een aanzienlijke kloof is tussen hoger- en lageropgeleiden op het vlak van de arbeidsmarkt, attitudes, politieke participatie en gezondheid. Ook wat betreft vrijwilligerswerk, de huwelijksmarkt en het vermijden van sociale daling is opleidingsniveau een belangrijke factor. Maar in tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd, neemt het belang van opleiding voor maatschappelijke kansen niet toe. Opleiding is dus niet als de nieuwe sociale scheidslijn te bestempelen. Ze was dat al en is het nog steeds. Het is bovendien niet waarschijnlijk dat de opleidingskloof alsnog sterk aan belang zal winnen.

Daarmee biedt dit boek voor wetenschappers, beleidsmakers en anderen die zich met het onderwijs bezighouden, een nieuw perspectief op een oude kloof.



Opleiding als sociale scheidslijn. Een nieuw perspectief op een oude kloof.Opleiding als sociale scheidslijn. Een nieuw perspectief op een oude kloof.
Quick View

Opleiding als sociale scheidslijn. Een nieuw perspectief op een oude kloof.

 25,60

Over opleiding als sociale scheidslijn is al veel gezegd en geschreven. Maar een gedegen analyse waarin systematisch is onderzocht of de kloof tussen hogeren lageropgeleiden werkelijk is toegenomen in de Nederlandse samenleving, ontbrak nog.

De auteurs laten zien dat er een aanzienlijke kloof is tussen hoger- en lageropgeleiden op het vlak van de arbeidsmarkt, attitudes, politieke participatie en gezondheid. Ook wat betreft vrijwilligerswerk, de huwelijksmarkt en het vermijden van sociale daling is opleidingsniveau een belangrijke factor. Maar in tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd, neemt het belang van opleiding voor maatschappelijke kansen niet toe. Opleiding is dus niet als de nieuwe sociale scheidslijn te bestempelen. Ze was dat al en is het nog steeds. Het is bovendien niet waarschijnlijk dat de opleidingskloof alsnog sterk aan belang zal winnen.

Daarmee biedt dit boek voor wetenschappers, beleidsmakers en anderen die zich met het onderwijs bezighouden, een nieuw perspectief op een oude kloof.



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Effectonderzoek in de gedragswetenschappen. Een introductie

 36,00

Voor het bestaan van effecten van hulpverlenings-, ondersteunings- en onderwijsprogramma’s gericht op volwassenen, kinderen, ouders en gezinnen, is empirische ondersteuning noodzakelijk. Dit boek levert een bijdrage aan de wetenschappelijke discussie over goed effectonderzoek in de gedragswetenschappen.
Het bevat een algemene beschouwing over de empirische methodologie, definities van centrale begrippen en een beschrijving van ideaaltypische kenmerken van effectstudies. Omdat het ideale (experimentele) design slechts zelden realiseerbaar is, krijgen vervolgens de praktische belemmeringen en valkuilen ruime aandacht. Voorts wordt gezocht naar oplossingen die een compromis vormen tussen de methodologische eisen en praktische beperkingen. Afsluitend is er een discussie.
Tot de doelgroep behoren universitaire studenten in de eerste fase van hun studie en docenten in de gedragswetenschappen, hbo-studenten in de laatste fase van hun studie en eenieder die in de onderzoeks- en hulpverleningspraktijk te maken krijgt met effectonderzoek. Het boek scherpt het oordeel aan en biedt, met behulp van samenvattingen, definities, voorbeelden en checklists, tal van handvatten voor onderzoeksopzet, -uitvoering en -discussie.



Daphne van Loon was als onderzoeker onder meer gelieerd aan de afdeling Orthopedagogiek van de Rijksuniversiteit Groningen. Nu werkt zij als zelfstandige in het onderwijs op het gebied van sociaalwetenschappelijk en praktijkgericht onderzoek.

Bieuwe van der Meulen was bijzonder hoogleraar aan de afdeling Orthopedagogiek van de Rijksuniversiteit Groningen, met als leeropdracht de opvoeding van het chronisch zieke kind.

Alexander Minnaert is hoogleraar orthopedagogiek en klinische onderwijskunde aan de afdeling Orthopedagogiek van de Rijksuniversiteit Groningen.

Quick View

Effectonderzoek in de gedragswetenschappen. Een introductie

 36,00

Voor het bestaan van effecten van hulpverlenings-, ondersteunings- en onderwijsprogramma’s gericht op volwassenen, kinderen, ouders en gezinnen, is empirische ondersteuning noodzakelijk. Dit boek levert een bijdrage aan de wetenschappelijke discussie over goed effectonderzoek in de gedragswetenschappen.
Het bevat een algemene beschouwing over de empirische methodologie, definities van centrale begrippen en een beschrijving van ideaaltypische kenmerken van effectstudies. Omdat het ideale (experimentele) design slechts zelden realiseerbaar is, krijgen vervolgens de praktische belemmeringen en valkuilen ruime aandacht. Voorts wordt gezocht naar oplossingen die een compromis vormen tussen de methodologische eisen en praktische beperkingen. Afsluitend is er een discussie.
Tot de doelgroep behoren universitaire studenten in de eerste fase van hun studie en docenten in de gedragswetenschappen, hbo-studenten in de laatste fase van hun studie en eenieder die in de onderzoeks- en hulpverleningspraktijk te maken krijgt met effectonderzoek. Het boek scherpt het oordeel aan en biedt, met behulp van samenvattingen, definities, voorbeelden en checklists, tal van handvatten voor onderzoeksopzet, -uitvoering en -discussie.



Daphne van Loon was als onderzoeker onder meer gelieerd aan de afdeling Orthopedagogiek van de Rijksuniversiteit Groningen. Nu werkt zij als zelfstandige in het onderwijs op het gebied van sociaalwetenschappelijk en praktijkgericht onderzoek.

Bieuwe van der Meulen was bijzonder hoogleraar aan de afdeling Orthopedagogiek van de Rijksuniversiteit Groningen, met als leeropdracht de opvoeding van het chronisch zieke kind.

Alexander Minnaert is hoogleraar orthopedagogiek en klinische onderwijskunde aan de afdeling Orthopedagogiek van de Rijksuniversiteit Groningen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

ToM-basistraining. Werkboek

 29,90

Wat leuk dat je meedoet met de ToM-basistraining!

Tijdens de training ga je natuurlijk eerst kennismaken met je trainers en je groepsgenoten. Misschien ken je ze al wel. Maar ken je ze ook goed? Weet je wat ze denken of voelen?

Tijdens de training ga je leren:

  • om met elkaar samen te werken,
  • om naar elkaar te luisteren,
  • wat emoties zijn en hoe je die kunt herkennen bij jezelf, maar vooral ook bij anderen.
  • beter te begrijpen dat andere mensen ook denken, voelen of iets willen en dat dit lang niet altijd hetzelfde is als wat jij denkt, voelt of wilt.

Het is belangrijk dat je met plezier naar de training gaat. Daarom zul je veel leren door middel van spelletjes en leuke oefeningen. Soms krijg je ook werk mee naar huis. Geen moeilijk huiswerk, maar het zal je helpen om de dingen die je bij de training hoort en leert beter te onthouden.

Vraag maar aan je familie, groepsleiding, juf of meester of ze je een beetje kunnen helpen. Dan weten zij ook meteen wat jij bij de training allemaal leert.



Mirjam van Campen-Hoekstra is al jaren werkzaam in het ZMLK-onderwijs. Zij heeft veel ervaring in het werken met leerlingen met een verstandelijke beperking, vaak in combinatie met een stoornis in het autistisch spectrum. Zij heeft op grond van haar jarenlange praktijkervaringen de methode van dr. P. Steerneman bewerkt tot een handzaam instrument.

Quick View

ToM-basistraining. Werkboek

 29,90

Wat leuk dat je meedoet met de ToM-basistraining!

Tijdens de training ga je natuurlijk eerst kennismaken met je trainers en je groepsgenoten. Misschien ken je ze al wel. Maar ken je ze ook goed? Weet je wat ze denken of voelen?

Tijdens de training ga je leren:

  • om met elkaar samen te werken,
  • om naar elkaar te luisteren,
  • wat emoties zijn en hoe je die kunt herkennen bij jezelf, maar vooral ook bij anderen.
  • beter te begrijpen dat andere mensen ook denken, voelen of iets willen en dat dit lang niet altijd hetzelfde is als wat jij denkt, voelt of wilt.

Het is belangrijk dat je met plezier naar de training gaat. Daarom zul je veel leren door middel van spelletjes en leuke oefeningen. Soms krijg je ook werk mee naar huis. Geen moeilijk huiswerk, maar het zal je helpen om de dingen die je bij de training hoort en leert beter te onthouden.

Vraag maar aan je familie, groepsleiding, juf of meester of ze je een beetje kunnen helpen. Dan weten zij ook meteen wat jij bij de training allemaal leert.



Mirjam van Campen-Hoekstra is al jaren werkzaam in het ZMLK-onderwijs. Zij heeft veel ervaring in het werken met leerlingen met een verstandelijke beperking, vaak in combinatie met een stoornis in het autistisch spectrum. Zij heeft op grond van haar jarenlange praktijkervaringen de methode van dr. P. Steerneman bewerkt tot een handzaam instrument.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Woonnood in Vlaanderen. Feiten / mythen / voorstellen

 55,60

De Vlaamse Wooncode stipuleert dat het woonbeleid bijzondere aandacht moet schenken aan de meest behoeftige gezinnen en alleenstaanden. Dit boek toont aan dat het recht op wonen lang niet voor iedereen in Vlaanderen gerealiseerd is en zeker niet voor de meest kwetsbaren. De toestand is er de voorbije tien jaar ook niet op verbeterd. Integendeel. De situatie is ernstig. In België/Vlaanderen is de beleidsmix inzake wonen altijd al gedomineerd door marktwerking en eigendomspromotie. Dit heeft ertoe geleid dat almaar meer huishoudens eigenaar werden van een steeds grotere en betere woning en dit tot hun grote tevredenheid.

Dit boek laat een ander beeld zien. Na een lange periode van gestage vooruitgang is de trend gekeerd. Voor het eerst is het aandeel eigenaars gedaald. Om en bij één miljoen woningen behoeft een flinke opknapbeurt en meer mensen dan tien jaar geleden kunnen na het betalen van hun woonkosten geen fatsoenlijk leven meer leiden. De problemen uiten zich onder meer via lange wachtlijsten voor woonalternatieven. Ook is de zoektocht naar een woning voor een grote groep mensen geen sinecure. Mensen die de gevangenis, een psychiatrische inrichting of een instelling van de bijzondere jeugdzorg verlaten, wacht vaak een weinig vruchtbare helletocht.

Dat het realiseren van een stabiele woonsituatie geen evidentie is maar een langzaam proces waarbij verschillende persoonlijke en omgevingsfactoren van belang zijn, komt expliciet aan het licht bij dak- en thuisloosheid. Bovendien is discriminatie terug van nooit weggeweest. Om een verdere achteruitgang te vermijden én de woonnood te lenigen, moeten de fundamenten van het beleid veranderen. Daarom presenteert dit boek niet alleen analyses maar ook krijtlijnen voor een doortastend woonbeleid dat aangepast is aan de sociale, economische en ecologische uitdagingen van de 21e eeuw.



De samenstellers, Pascal De Decker, Bruno Meeus, Isabelle Pannecoucke, Elise Schillebeeckx, Jana Verstraete en Emma Volckaert, zijn allen verbonden aan de onderzoeksgroep HaUS – Housing and Urban Studies, van de Faculteit Architectuur, KU Leuven.

Hebben meegewerkt: Nele Aernouts, Ympkje Albeda, Erik Buyst, Filip Canfyn, Pieter Cools, Sven Damen, Pascal Debruyne, Anika Depraetere, Caroline Dewilde, Peter Dierinck, Koen Hermans, Kristof Heylen, Bernard Hubeau, Phillippe Janssens, Marie Le Roy, Maarten Loopmans, Eva Meys, Marjan Moris, Stijn Oosterlynck, Filip Rogiers, Michael Ryckewaert, Kaat Segers, Ann-Sofie Smetcoren, Freek Spinnewijn, Stijn Tormans, Katrien Tratsaert, Joke Vandenabeele, Nina Van Acker, Pol Van Damme, Katleen Van den Broeck, Barbara Van Dyck, Marieke Van Hyfte, Sabrine Vanslembrouck, Lieve Vanderstraeten, David Van Vooren, Frank Vastmans, Els Vervloesem en Elias Vlerick.

Quick View

Woonnood in Vlaanderen. Feiten / mythen / voorstellen

 55,60

De Vlaamse Wooncode stipuleert dat het woonbeleid bijzondere aandacht moet schenken aan de meest behoeftige gezinnen en alleenstaanden. Dit boek toont aan dat het recht op wonen lang niet voor iedereen in Vlaanderen gerealiseerd is en zeker niet voor de meest kwetsbaren. De toestand is er de voorbije tien jaar ook niet op verbeterd. Integendeel. De situatie is ernstig. In België/Vlaanderen is de beleidsmix inzake wonen altijd al gedomineerd door marktwerking en eigendomspromotie. Dit heeft ertoe geleid dat almaar meer huishoudens eigenaar werden van een steeds grotere en betere woning en dit tot hun grote tevredenheid.

Dit boek laat een ander beeld zien. Na een lange periode van gestage vooruitgang is de trend gekeerd. Voor het eerst is het aandeel eigenaars gedaald. Om en bij één miljoen woningen behoeft een flinke opknapbeurt en meer mensen dan tien jaar geleden kunnen na het betalen van hun woonkosten geen fatsoenlijk leven meer leiden. De problemen uiten zich onder meer via lange wachtlijsten voor woonalternatieven. Ook is de zoektocht naar een woning voor een grote groep mensen geen sinecure. Mensen die de gevangenis, een psychiatrische inrichting of een instelling van de bijzondere jeugdzorg verlaten, wacht vaak een weinig vruchtbare helletocht.

Dat het realiseren van een stabiele woonsituatie geen evidentie is maar een langzaam proces waarbij verschillende persoonlijke en omgevingsfactoren van belang zijn, komt expliciet aan het licht bij dak- en thuisloosheid. Bovendien is discriminatie terug van nooit weggeweest. Om een verdere achteruitgang te vermijden én de woonnood te lenigen, moeten de fundamenten van het beleid veranderen. Daarom presenteert dit boek niet alleen analyses maar ook krijtlijnen voor een doortastend woonbeleid dat aangepast is aan de sociale, economische en ecologische uitdagingen van de 21e eeuw.



De samenstellers, Pascal De Decker, Bruno Meeus, Isabelle Pannecoucke, Elise Schillebeeckx, Jana Verstraete en Emma Volckaert, zijn allen verbonden aan de onderzoeksgroep HaUS – Housing and Urban Studies, van de Faculteit Architectuur, KU Leuven.

Hebben meegewerkt: Nele Aernouts, Ympkje Albeda, Erik Buyst, Filip Canfyn, Pieter Cools, Sven Damen, Pascal Debruyne, Anika Depraetere, Caroline Dewilde, Peter Dierinck, Koen Hermans, Kristof Heylen, Bernard Hubeau, Phillippe Janssens, Marie Le Roy, Maarten Loopmans, Eva Meys, Marjan Moris, Stijn Oosterlynck, Filip Rogiers, Michael Ryckewaert, Kaat Segers, Ann-Sofie Smetcoren, Freek Spinnewijn, Stijn Tormans, Katrien Tratsaert, Joke Vandenabeele, Nina Van Acker, Pol Van Damme, Katleen Van den Broeck, Barbara Van Dyck, Marieke Van Hyfte, Sabrine Vanslembrouck, Lieve Vanderstraeten, David Van Vooren, Frank Vastmans, Els Vervloesem en Elias Vlerick.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Wetgeving, ethiek en deontologie voor logopedisten en audiologen (Omtrent Logopedie, nr. 4)

 39,10

Dit boek is een grondig herwerkte versie van Gezondheidswetgeving en sociale zekerheid voor logopedisten (Garant, 2008) en focust niet alleen op logopedisten maar ook op audiologen, andere geïnteresseerde gezondheidszorgberoepen, het onderwijsveld, verzekerings- en gezondheidszorginstellingen.

Het accent ligt daarom niet enkel op gezondheidswetgeving maar ook op wetgeving in diverse sectoren waarin logopedisten en audiologen actief zijn. Bovendien krijgen ethiek en deontologie met casuïstiek een belangrijke plaats in deze publicatie. Door de overvloed aan informatie is het een aangewezen naslagwerk voor artsen, gezondheidswerkers, onderwijsmensen en verantwoordelijken in verzekerings- en gezondheidsinstellingen die de zorg voor logopedie en audiologie delen.

De auteurs opteerden ook om deze publicatie overvloedig te voorzien van website- en contactadressen waar de geïnteresseerde beroepsuitoefenaar geactualiseerde informatie kan vinden. Op deze manier wordt Wetgeving, ethiek en deontologie voor logopedisten en audiologen een naslagwerk dat toegang biedt tot de allerlaatste ontwikkelingen binnen de logopedie en audiologie.



Louis Heylen is logopedist en doctor in de medische wetenschappen. Hij is voormalig diensthoofd en adviseur van de Dienst Logopedie KMSL te Turnhout en directeur van de Centra voor Ambulante Revalidatie van Turnhout, de Zuiderkempen en Mechelen, en van het revalidatiecentrum voor Niet-Aangeboren Hersenletsels te Turnhout. Hij is verbonden aan de Universiteit Antwerpen als postdocoraal onderzoeker en tot het academiejaar 2014-2015 aan de Universiteit Gent als gastprofessor. Hij is auteur van vele publicaties over stem, stotteren, taal, afasie en wetgeving. Hij was bestuurslid en voorzitter van de Belgische Beroepsvereniging voor Logopedisten (1973-1980) en voorzitter en gedelegeerd bestuurder van de Vlaamse Vereniging voor Logopedisten (1980-2013). Daarnaast is hij al vele jaren co-organisator van de postacademische vorming Stemstoornissen. Momenteel is hij bestuurder in verschillende zorg-, onderwijs- en culturele instellingen en organisaties.
Toon Blux is logopedist en tewerkgesteld in het Imeldaziekenhuis in Bonheiden. Hij publiceerde rond afasie, stem en wetgeving. Hij was een gewaardeerd spreker op VVL-congressen, studiedagen, symposia en intensieve cursussen. Van 1980 tot 1994 was hij bestuurslid van de beroepsvereniging.
Marc De Bodt is logopedist en doctor in de medische wetenschappen. Hij is hoofd van het Universitair Revalidatiecentrum voor Communicatiestoornissen aan het UZ Antwerpen en hoofddocent aan de Universiteit Antwerpen. Daarnaast is hij gastprofessor aan de opleiding Logopedische en Audiologische Wetenschappen van de Universiteit Gent, onder meer voor het vak Stemstoornissen en co-organisator van de postacademische vorming Stemstoornissen. Hij is voormalig hoofdredacteur en momenteel redacteur van het tijdschrift Logopedie. Van 1992 tot 2006 was hij bestuurslid van de Vlaamse Vereniging voor Logopedisten.

Quick View

Wetgeving, ethiek en deontologie voor logopedisten en audiologen (Omtrent Logopedie, nr. 4)

 39,10

Dit boek is een grondig herwerkte versie van Gezondheidswetgeving en sociale zekerheid voor logopedisten (Garant, 2008) en focust niet alleen op logopedisten maar ook op audiologen, andere geïnteresseerde gezondheidszorgberoepen, het onderwijsveld, verzekerings- en gezondheidszorginstellingen.

Het accent ligt daarom niet enkel op gezondheidswetgeving maar ook op wetgeving in diverse sectoren waarin logopedisten en audiologen actief zijn. Bovendien krijgen ethiek en deontologie met casuïstiek een belangrijke plaats in deze publicatie. Door de overvloed aan informatie is het een aangewezen naslagwerk voor artsen, gezondheidswerkers, onderwijsmensen en verantwoordelijken in verzekerings- en gezondheidsinstellingen die de zorg voor logopedie en audiologie delen.

De auteurs opteerden ook om deze publicatie overvloedig te voorzien van website- en contactadressen waar de geïnteresseerde beroepsuitoefenaar geactualiseerde informatie kan vinden. Op deze manier wordt Wetgeving, ethiek en deontologie voor logopedisten en audiologen een naslagwerk dat toegang biedt tot de allerlaatste ontwikkelingen binnen de logopedie en audiologie.



Louis Heylen is logopedist en doctor in de medische wetenschappen. Hij is voormalig diensthoofd en adviseur van de Dienst Logopedie KMSL te Turnhout en directeur van de Centra voor Ambulante Revalidatie van Turnhout, de Zuiderkempen en Mechelen, en van het revalidatiecentrum voor Niet-Aangeboren Hersenletsels te Turnhout. Hij is verbonden aan de Universiteit Antwerpen als postdocoraal onderzoeker en tot het academiejaar 2014-2015 aan de Universiteit Gent als gastprofessor. Hij is auteur van vele publicaties over stem, stotteren, taal, afasie en wetgeving. Hij was bestuurslid en voorzitter van de Belgische Beroepsvereniging voor Logopedisten (1973-1980) en voorzitter en gedelegeerd bestuurder van de Vlaamse Vereniging voor Logopedisten (1980-2013). Daarnaast is hij al vele jaren co-organisator van de postacademische vorming Stemstoornissen. Momenteel is hij bestuurder in verschillende zorg-, onderwijs- en culturele instellingen en organisaties.
Toon Blux is logopedist en tewerkgesteld in het Imeldaziekenhuis in Bonheiden. Hij publiceerde rond afasie, stem en wetgeving. Hij was een gewaardeerd spreker op VVL-congressen, studiedagen, symposia en intensieve cursussen. Van 1980 tot 1994 was hij bestuurslid van de beroepsvereniging.
Marc De Bodt is logopedist en doctor in de medische wetenschappen. Hij is hoofd van het Universitair Revalidatiecentrum voor Communicatiestoornissen aan het UZ Antwerpen en hoofddocent aan de Universiteit Antwerpen. Daarnaast is hij gastprofessor aan de opleiding Logopedische en Audiologische Wetenschappen van de Universiteit Gent, onder meer voor het vak Stemstoornissen en co-organisator van de postacademische vorming Stemstoornissen. Hij is voormalig hoofdredacteur en momenteel redacteur van het tijdschrift Logopedie. Van 1992 tot 2006 was hij bestuurslid van de Vlaamse Vereniging voor Logopedisten.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Studieadvies. Succesvol herkansen in het hoger onderwijs

 9,40

Dit is geen klassiek boek over studiemethode, -planning of -techniek. Het is een boek als een riem onder het hart voor studenten die niet meteen slaagden in het hoger onderwijs, daar misschien een opdoffer van kregen en weer recht willen komen, om zo de draad weer op te pikken en wel te slagen. De adviezen zijn verwoord in korte hoofdstukjes, overzichtelijk en to the point. Soms zijn de studieadviezen verrassend, altijd zijn ze doordesemd van gezond verstand. De auteur schreef het boek op grond van zijn jarenlange ervaring. Die ervaring heeft hem geleerd dat deze adviezen werken. Niet meteen slagen in het hoger onderwijs is niet het einde, het kan het begin zijn van een succesvolle herkansing. Daarover handelen de studieadviezen in dit boek.



Vincent Mertens (1957) studeerde taal- en letterkunde, communicatiewetenschappen en rechten. Hij is ook gediplomeerd bakker. Op dit ogenblik is hij studieadviseur aan de University College Leuven-Limburg (Groep Gezondheid en Welzijn). Bij Garant publiceerde hij voorheen Spreken voor Publiek, Gewoon goed schrijven en De juiste m/v. Sollicitanten selecteren.

Quick View

Studieadvies. Succesvol herkansen in het hoger onderwijs

 9,40

Dit is geen klassiek boek over studiemethode, -planning of -techniek. Het is een boek als een riem onder het hart voor studenten die niet meteen slaagden in het hoger onderwijs, daar misschien een opdoffer van kregen en weer recht willen komen, om zo de draad weer op te pikken en wel te slagen. De adviezen zijn verwoord in korte hoofdstukjes, overzichtelijk en to the point. Soms zijn de studieadviezen verrassend, altijd zijn ze doordesemd van gezond verstand. De auteur schreef het boek op grond van zijn jarenlange ervaring. Die ervaring heeft hem geleerd dat deze adviezen werken. Niet meteen slagen in het hoger onderwijs is niet het einde, het kan het begin zijn van een succesvolle herkansing. Daarover handelen de studieadviezen in dit boek.



Vincent Mertens (1957) studeerde taal- en letterkunde, communicatiewetenschappen en rechten. Hij is ook gediplomeerd bakker. Op dit ogenblik is hij studieadviseur aan de University College Leuven-Limburg (Groep Gezondheid en Welzijn). Bij Garant publiceerde hij voorheen Spreken voor Publiek, Gewoon goed schrijven en De juiste m/v. Sollicitanten selecteren.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Religie als sociale constructie. Een menswetenschappelijke rondleiding

 38,00

‘De religie’ geeft aanleiding tot vele, vaak heftige debatten in academische en minder academische kringen. Bij nader toezien gaan die debatten meestal over de sociale constructie die de religieuze beleving bevordert of verzwakt en niet over de kern van de religie, de religieuze beleving. Ze gaan over de omstandigheden die de participatie aan de religieuze gemeenschap en cultuur ondersteunen of hinderen, die haar geloofwaardigheid ondermijnen of bevestigen. Dit werk wil een aantal van die debatten verhelderen met behulp van een sociologische zienswijze en de beschikbare empirische gegevens.

Daarmee is alvast één thema aangestipt dat herhaaldelijk zal weerkeren: het onderscheid tussen de theologische (en de filosofische) zienswijze en de sociologische (en de menswetenschappelijke). De stelling van de auteur luidt dat in debatten over religie de theologisch/filosofische zienswijze, zij het vaak in haar gevulgariseerde vorm, te veel aan bod komt en de sociologische te weinig. Dit geldt, paradoxaal genoeg, zowel voor de vrienden als voor de vijanden van de religie. Dat is begrijpelijk omdat levensbeschouwelijke debatten nu eenmaal ‘heet’ zijn en meer aantrekkingskracht hebben dan menswetenschappelijke debatten die veeleer ‘koel’ zijn.



Guido Dierickx is emeritus-hoogleraar sociologie. Hij studeerde filosofie en theologie en doctoreerde daarna in de sociale wetenschappen aan de KU Leuven. Hij specialiseerde zich in de politicologie aan de universiteiten van North Carolina en Michigan. Aan de Universiteit Antwerpen doceerde hij politicologie en sociologie, en ook het vak godsdienstsociologie, waarop hij zich de laatste jaren in het bijzonder toelegde.

Quick View

Religie als sociale constructie. Een menswetenschappelijke rondleiding

 38,00

‘De religie’ geeft aanleiding tot vele, vaak heftige debatten in academische en minder academische kringen. Bij nader toezien gaan die debatten meestal over de sociale constructie die de religieuze beleving bevordert of verzwakt en niet over de kern van de religie, de religieuze beleving. Ze gaan over de omstandigheden die de participatie aan de religieuze gemeenschap en cultuur ondersteunen of hinderen, die haar geloofwaardigheid ondermijnen of bevestigen. Dit werk wil een aantal van die debatten verhelderen met behulp van een sociologische zienswijze en de beschikbare empirische gegevens.

Daarmee is alvast één thema aangestipt dat herhaaldelijk zal weerkeren: het onderscheid tussen de theologische (en de filosofische) zienswijze en de sociologische (en de menswetenschappelijke). De stelling van de auteur luidt dat in debatten over religie de theologisch/filosofische zienswijze, zij het vaak in haar gevulgariseerde vorm, te veel aan bod komt en de sociologische te weinig. Dit geldt, paradoxaal genoeg, zowel voor de vrienden als voor de vijanden van de religie. Dat is begrijpelijk omdat levensbeschouwelijke debatten nu eenmaal ‘heet’ zijn en meer aantrekkingskracht hebben dan menswetenschappelijke debatten die veeleer ‘koel’ zijn.



Guido Dierickx is emeritus-hoogleraar sociologie. Hij studeerde filosofie en theologie en doctoreerde daarna in de sociale wetenschappen aan de KU Leuven. Hij specialiseerde zich in de politicologie aan de universiteiten van North Carolina en Michigan. Aan de Universiteit Antwerpen doceerde hij politicologie en sociologie, en ook het vak godsdienstsociologie, waarop hij zich de laatste jaren in het bijzonder toelegde.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Van woordblindheid tot dyslexie. De geschiedenis van leesproblemen in het Nederlandse onderwijs (O&A-Reeks, nr. 9)

 40,10

Dyslexie of woordblindheid is al vanaf het einde van de negentiende eeuw bekend. Toch duurde het meer dan tachtig jaar voor het onderwijs er iets mee ging doen. Dit boek onderzoekt waarom het zo lang heeft moeten duren. Dyslectische kinderen die voor 1990 de lagere school bezochten, kwamen vaak niet ver. Hogere opleidingen waren voor hen meestal onbereikbaar en wie wel zo ver kwam, moest beschikken over een forse dosis doorzettingsvermogen en een behoorlijke intelligentie.

Dat er zoveel onbekendheid was over dyslexie of woordblindheid betekende niet dat het onderwijs niets deed. Lezen vormde er sinds 1945 een speerpunt. De LOM-school ontstond waar vele kinderen met ernstige leesproblemen zich thuis en geholpen voelden. Remedial teachers kwamen de scholen binnen. Nadat de wetenschap het onderzoek naar dyslexie ter hand nam en wetenschappers, belangenverenigingen en overheid gingen samenwerken, ontstond vanaf 2000 beleid om dyslectische kinderen op te sporen en te behandelen.



Marjoke Rietveld-van Wingerden is als docent en onderzoeker verbonden aan de Faculteit voor Gedragswetenschappen van de Vrije Universiteit. Haar onderzoek betreft in grote lijnen de geschiedenis van het speciale onderwijs en de speciale zorg. Zo schreef ze in samenwerking met andere onderzoekers over het onderwijs aan kinderen met een auditieve beperking (2010) en over het Paedologisch Instituut van Waterink te Amsterdam (2006).

Quick View

Van woordblindheid tot dyslexie. De geschiedenis van leesproblemen in het Nederlandse onderwijs (O&A-Reeks, nr. 9)

 40,10

Dyslexie of woordblindheid is al vanaf het einde van de negentiende eeuw bekend. Toch duurde het meer dan tachtig jaar voor het onderwijs er iets mee ging doen. Dit boek onderzoekt waarom het zo lang heeft moeten duren. Dyslectische kinderen die voor 1990 de lagere school bezochten, kwamen vaak niet ver. Hogere opleidingen waren voor hen meestal onbereikbaar en wie wel zo ver kwam, moest beschikken over een forse dosis doorzettingsvermogen en een behoorlijke intelligentie.

Dat er zoveel onbekendheid was over dyslexie of woordblindheid betekende niet dat het onderwijs niets deed. Lezen vormde er sinds 1945 een speerpunt. De LOM-school ontstond waar vele kinderen met ernstige leesproblemen zich thuis en geholpen voelden. Remedial teachers kwamen de scholen binnen. Nadat de wetenschap het onderzoek naar dyslexie ter hand nam en wetenschappers, belangenverenigingen en overheid gingen samenwerken, ontstond vanaf 2000 beleid om dyslectische kinderen op te sporen en te behandelen.



Marjoke Rietveld-van Wingerden is als docent en onderzoeker verbonden aan de Faculteit voor Gedragswetenschappen van de Vrije Universiteit. Haar onderzoek betreft in grote lijnen de geschiedenis van het speciale onderwijs en de speciale zorg. Zo schreef ze in samenwerking met andere onderzoekers over het onderwijs aan kinderen met een auditieve beperking (2010) en over het Paedologisch Instituut van Waterink te Amsterdam (2006).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Cocreatief leiderschap. Mierenspel

 16,50

Cocreatie is bij uitstek de benadering wanneer jouw organisatie – bedrijf, instelling, vereniging, buurtwerking – geconfronteerd wordt met complexe uitdagingen en onbekende uitwegen. Dit boek is bestemd voor al wie als leidinggevende of begeleider, zonder pasklare antwoorden en oplossingen, het onvoorspelbare pad van cocreatief leiderschap wil bewandelen. We stellen bondig vijftien ondersteunende praktijken voor die dienen als spiegel en baken.

Dit ‘handig’ zak-boekje geeft een eigentijdse en verfrissende herformulering van de leven gevende krachten van samenwerking over grenzen en verschillen heen. Precies die verschillen en uitdagingen worden de bouwstenen van ieder interactief ontwerp dat we samen kunnen creëren als een cocreatie, het sleutelwoord dat de auteurs als anker voor samenwerken willen uitwerpen. In cocreatie ontvouwt zich immers onze sociale realiteit, die we voortdurend samen ‘mee’-maken. In vijftien vuistregels met opdrachten schetsen de auteurs een concrete micro-aanpak om hier-en-nu met elkaar aan de slag te gaan.

René Bouwen, emeritus gewoon hoogleraar Organisatiepsychologie en Groepsdynamica, KULeuven.

Een inspirerend boek dat uitnodigt om samen betekenisvolle dingen te maken en lastige vraagstukken aan te pakken. De auteurs schrijven vanuit een nieuwsgierige en onderzoekende houding en hechten veel waarde aan respectvolle interacties. Vanuit een perspectief van emancipatie en zelfsturing ziet leiderschap af van het gebruik van macht. Het uitoefenen van onzelfzuchtige invloed bevordert een betrokkenheid op duurzame ontwikkeling. Graag zou ik bekwaam willen zijn in de hier beschreven praktijken.

Joseph W.M. Kessels, hoogleraar Human Resources Development, Universiteit Twente.

Respect voor verschil en acceptatie van inter-afhankelijkheid bieden voor leiders de ingrediënten om tot constructieve cocreatie te komen. Het boek nodigt uit om deze uitdaging op te pakken. Het biedt praktisch handvatten om nieuwe mogelijkheden te verkennen en te realiseren. Verschil wordt brandstof voor cocreatie.

André Wierdsma, hoogleraar Organiseren en Co-creëren, Nyenrode Business Universiteit en hoogleraar Management and Organization’, China Europe International Business School (Shanghai).

Deze publicatie is een waarde(n)vol geschenk voor eenieder die op een of andere manier verantwoordelijkheid draagt en democratisch leiderschap ernstig neemt. De vijftien handvatten, die de auteurs in een uiterst leesbare stijl aanreiken, zouden ‘top of mind’ moeten worden voor iedere leidinggevende, iedere manager, iedere politicus en iedere begeleid(st)er van teams of van eender welke andere groep.

Herman Lauwers, ere Vlaams Volksvertegenwoordiger



Quick View

Cocreatief leiderschap. Mierenspel

 16,50

Cocreatie is bij uitstek de benadering wanneer jouw organisatie – bedrijf, instelling, vereniging, buurtwerking – geconfronteerd wordt met complexe uitdagingen en onbekende uitwegen. Dit boek is bestemd voor al wie als leidinggevende of begeleider, zonder pasklare antwoorden en oplossingen, het onvoorspelbare pad van cocreatief leiderschap wil bewandelen. We stellen bondig vijftien ondersteunende praktijken voor die dienen als spiegel en baken.

Dit ‘handig’ zak-boekje geeft een eigentijdse en verfrissende herformulering van de leven gevende krachten van samenwerking over grenzen en verschillen heen. Precies die verschillen en uitdagingen worden de bouwstenen van ieder interactief ontwerp dat we samen kunnen creëren als een cocreatie, het sleutelwoord dat de auteurs als anker voor samenwerken willen uitwerpen. In cocreatie ontvouwt zich immers onze sociale realiteit, die we voortdurend samen ‘mee’-maken. In vijftien vuistregels met opdrachten schetsen de auteurs een concrete micro-aanpak om hier-en-nu met elkaar aan de slag te gaan.

René Bouwen, emeritus gewoon hoogleraar Organisatiepsychologie en Groepsdynamica, KULeuven.

Een inspirerend boek dat uitnodigt om samen betekenisvolle dingen te maken en lastige vraagstukken aan te pakken. De auteurs schrijven vanuit een nieuwsgierige en onderzoekende houding en hechten veel waarde aan respectvolle interacties. Vanuit een perspectief van emancipatie en zelfsturing ziet leiderschap af van het gebruik van macht. Het uitoefenen van onzelfzuchtige invloed bevordert een betrokkenheid op duurzame ontwikkeling. Graag zou ik bekwaam willen zijn in de hier beschreven praktijken.

Joseph W.M. Kessels, hoogleraar Human Resources Development, Universiteit Twente.

Respect voor verschil en acceptatie van inter-afhankelijkheid bieden voor leiders de ingrediënten om tot constructieve cocreatie te komen. Het boek nodigt uit om deze uitdaging op te pakken. Het biedt praktisch handvatten om nieuwe mogelijkheden te verkennen en te realiseren. Verschil wordt brandstof voor cocreatie.

André Wierdsma, hoogleraar Organiseren en Co-creëren, Nyenrode Business Universiteit en hoogleraar Management and Organization’, China Europe International Business School (Shanghai).

Deze publicatie is een waarde(n)vol geschenk voor eenieder die op een of andere manier verantwoordelijkheid draagt en democratisch leiderschap ernstig neemt. De vijftien handvatten, die de auteurs in een uiterst leesbare stijl aanreiken, zouden ‘top of mind’ moeten worden voor iedere leidinggevende, iedere manager, iedere politicus en iedere begeleid(st)er van teams of van eender welke andere groep.

Herman Lauwers, ere Vlaams Volksvertegenwoordiger



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De onvrije markt

 25,60

Op slechts enkele decennia tijd heeft het economisch neoliberalisme zich wereldwijd indringend doen gelden. Onder invloed van dit gedachtegoed is de verhouding tussen de financiële wereld en de reële economie inmiddels al geruime tijd geheel ontwricht. Klassiek welvarende landen ervaren steeds meer moeite om hun financiën gezond te krijgen en zien daardoor hun welvaartspeil in het gedrang komen. Voor tal van fundamentele sociaaleconomische en andere problemen, worden geen oplossingen gevonden, of zelfs amper nog serieus gezocht.

In ‘De onvrije markt’ brengt Koen Byttebier op heldere wijze de economische denkpatronen en de juridische mechanismen in kaart aan de hand waarvan het economisch neoliberalisme in de praktijk is geïmplementeerd en wijst hij tevens op de verregaande invloed die hiervan is uitgegaan op de sociaaleconomische ordening. Daarnaast belicht hij een aantal denkpistes die aan de negatieve gevolgen zouden kunnen remediëren.



Prof. Dr. Koen Byttebier is advocaat en gewoon hoogleraar aan de Vrije Universiteit Brussel, waar hij handelsrecht, insolventierecht, fusies en overnames en monetair en financieel recht doceert. De neoliberale afbouw van de welvaartstaat heeft wat hem betreft zijn limieten bereikt. Bovenal wil de auteur de neoliberale mythe ontkrachten dat het welvaart staatsmodel te duur zou zijn. Hij toont aan dat juist de neoliberale verdelings mechanismen en hun extreme wereldwijde implementatie de welvaartstaat in gevaar hebben gebracht.

Quick View

De onvrije markt

 25,60

Op slechts enkele decennia tijd heeft het economisch neoliberalisme zich wereldwijd indringend doen gelden. Onder invloed van dit gedachtegoed is de verhouding tussen de financiële wereld en de reële economie inmiddels al geruime tijd geheel ontwricht. Klassiek welvarende landen ervaren steeds meer moeite om hun financiën gezond te krijgen en zien daardoor hun welvaartspeil in het gedrang komen. Voor tal van fundamentele sociaaleconomische en andere problemen, worden geen oplossingen gevonden, of zelfs amper nog serieus gezocht.

In ‘De onvrije markt’ brengt Koen Byttebier op heldere wijze de economische denkpatronen en de juridische mechanismen in kaart aan de hand waarvan het economisch neoliberalisme in de praktijk is geïmplementeerd en wijst hij tevens op de verregaande invloed die hiervan is uitgegaan op de sociaaleconomische ordening. Daarnaast belicht hij een aantal denkpistes die aan de negatieve gevolgen zouden kunnen remediëren.



Prof. Dr. Koen Byttebier is advocaat en gewoon hoogleraar aan de Vrije Universiteit Brussel, waar hij handelsrecht, insolventierecht, fusies en overnames en monetair en financieel recht doceert. De neoliberale afbouw van de welvaartstaat heeft wat hem betreft zijn limieten bereikt. Bovenal wil de auteur de neoliberale mythe ontkrachten dat het welvaart staatsmodel te duur zou zijn. Hij toont aan dat juist de neoliberale verdelings mechanismen en hun extreme wereldwijde implementatie de welvaartstaat in gevaar hebben gebracht.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Een algemene orthopedagogiek (O&A-Reeks, nr. 8)

 56,50

Opvoeding kan vanwege diverse redenen moeizaam verlopen. Verschillende soorten hulpverleners kunnen dan op allerlei manieren hulpverlenen. Het is daarbij van groot belang dat opvoeders, jeugdigen, hulpverleners helder met elkaar kunnen communiceren. Dit boek wil daaraan een bijdrage leveren. De auteur geeft een antwoord op de vragen wat stagnerende opvoeding is, welke typen opvoedingsstagnatie te onderscheiden zijn, wat hulpverlenen is en welke soorten hulpverleners er zijn. Omdat er meerdere antwoorden mogelijk zijn, heeft dit boek de titel: Een algemene orthopedagogiek.

Het boek is onder meer bestemd voor studenten in het hoger en postacademisch onderwijs die zich voorbereiden op één van de beroepen als opvoedingshulpverlener. Tevens is het van belang voor studenten in een opleiding tot docent in het basis- of voortgezet onderwijs, omdat zij in hun werk niet alleen doorsnee leerlingen ontmoeten maar ook leerlingen met een specifieke opvoedvraag. Daarnaast is het een waardevolle bron voor professionele hulpverleners die zich willen bezinnen op het kenmerkende van opvoedingshulpverlening.

De auteur licht fijnmazige analyses van en kritische reflecties op opvoedingshulpverlening toe met vele praktijkvoorbeelden. Hij daagt de lezer uit om grondig na te denken zonder het contact met de werkelijkheid te verliezen. Met deze publicatie bewijst hij niet alleen orthopedagogen (in opleiding) een grote dienst, maar ook degenen aan wie zij opvoedingshulp (gaan) bieden.
Doret de Ruyter (hoogleraar Theoretische Pedagogiek en Opleidingsdirecteur Pedagogische Wetenschappen Vrije Universiteit Amsterdam).



Prof. dr. Piet de Ruyter was de eerste hoogleraar Orthopedagogiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij hield zich onder meer bezig met de professionalisering van het werk van de groepsleider in de residentiële hulpverlening en met de ontwikkeling van de praktisch pedagogische gezinshulpverlening.

Quick View

Een algemene orthopedagogiek (O&A-Reeks, nr. 8)

 56,50

Opvoeding kan vanwege diverse redenen moeizaam verlopen. Verschillende soorten hulpverleners kunnen dan op allerlei manieren hulpverlenen. Het is daarbij van groot belang dat opvoeders, jeugdigen, hulpverleners helder met elkaar kunnen communiceren. Dit boek wil daaraan een bijdrage leveren. De auteur geeft een antwoord op de vragen wat stagnerende opvoeding is, welke typen opvoedingsstagnatie te onderscheiden zijn, wat hulpverlenen is en welke soorten hulpverleners er zijn. Omdat er meerdere antwoorden mogelijk zijn, heeft dit boek de titel: Een algemene orthopedagogiek.

Het boek is onder meer bestemd voor studenten in het hoger en postacademisch onderwijs die zich voorbereiden op één van de beroepen als opvoedingshulpverlener. Tevens is het van belang voor studenten in een opleiding tot docent in het basis- of voortgezet onderwijs, omdat zij in hun werk niet alleen doorsnee leerlingen ontmoeten maar ook leerlingen met een specifieke opvoedvraag. Daarnaast is het een waardevolle bron voor professionele hulpverleners die zich willen bezinnen op het kenmerkende van opvoedingshulpverlening.

De auteur licht fijnmazige analyses van en kritische reflecties op opvoedingshulpverlening toe met vele praktijkvoorbeelden. Hij daagt de lezer uit om grondig na te denken zonder het contact met de werkelijkheid te verliezen. Met deze publicatie bewijst hij niet alleen orthopedagogen (in opleiding) een grote dienst, maar ook degenen aan wie zij opvoedingshulp (gaan) bieden.
Doret de Ruyter (hoogleraar Theoretische Pedagogiek en Opleidingsdirecteur Pedagogische Wetenschappen Vrije Universiteit Amsterdam).



Prof. dr. Piet de Ruyter was de eerste hoogleraar Orthopedagogiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij hield zich onder meer bezig met de professionalisering van het werk van de groepsleider in de residentiële hulpverlening en met de ontwikkeling van de praktisch pedagogische gezinshulpverlening.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Tegenpolen. Filosoferen tussen uiterstenTegenpolen. Filosoferen tussen uitersten
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Tegenpolen. Filosoferen tussen uitersten

 15,40

Filosofisch denken is bij uitstek conceptueel denken. Het gaat om begrippen en hoe je die gebruikt. Dit boek wil de filoso- fie verhelderen aan de hand van filosofische begrippen in de vorm van tegenpolen. Begrippen die op de ene of de andere manier met elkaar contrasteren. Elk van de begrippenparen karakteriseert een aspect van de werkelijkheid, en met elkaar spannen ze een ruimte op waarin er kan worden nagedacht over hoe de wereld in elkaar steekt en welke rol mensen daarin spelen.



Pim Lemmens studeerde filosofie aan de universiteit van Utrecht. Hij geeft filosofische cursussen en workshops.

Tegenpolen. Filosoferen tussen uiterstenTegenpolen. Filosoferen tussen uitersten
Quick View

Tegenpolen. Filosoferen tussen uitersten

 15,40

Filosofisch denken is bij uitstek conceptueel denken. Het gaat om begrippen en hoe je die gebruikt. Dit boek wil de filoso- fie verhelderen aan de hand van filosofische begrippen in de vorm van tegenpolen. Begrippen die op de ene of de andere manier met elkaar contrasteren. Elk van de begrippenparen karakteriseert een aspect van de werkelijkheid, en met elkaar spannen ze een ruimte op waarin er kan worden nagedacht over hoe de wereld in elkaar steekt en welke rol mensen daarin spelen.



Pim Lemmens studeerde filosofie aan de universiteit van Utrecht. Hij geeft filosofische cursussen en workshops.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Interculturele filosofie. Een studieboek

 20,60

Interculturele filosofie is een relatief nieuw werkterrein op het gebied van de filosofie. De actualiteit en de noodzaak ervan is evident in een tijd waarin in de economie en politiek, wetenschap en technologie, kunst en toerisme wereldwijd uitwisselingen plaatsvinden. Om te beginnen wordt een kritische blik geworpen op het eurocentrisme van de westerse filosofie sinds de Verlichting. De gevolgen van deze houding ten opzichte van andere culturen zijn nog steeds aanwezig en moeten met duidelijke argumenten worden bestreden. Hierbij is de samenwerking met de thematisering van het denken in andere culturen, zowel in de culturele antropologie als in de comparatieve filosofie, van grote waarde. Dit boek presenteert concrete voorbeelden van dialogen tussen Europees-westerse en niet-westerse filosofieën.



Heinz Kimmerle is emeritus hoogleraar filosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij heeft als gasthoogleraar aan verschillende universiteiten in Sub-Saharisch Afrika gewerkt.

Quick View

Interculturele filosofie. Een studieboek

 20,60

Interculturele filosofie is een relatief nieuw werkterrein op het gebied van de filosofie. De actualiteit en de noodzaak ervan is evident in een tijd waarin in de economie en politiek, wetenschap en technologie, kunst en toerisme wereldwijd uitwisselingen plaatsvinden. Om te beginnen wordt een kritische blik geworpen op het eurocentrisme van de westerse filosofie sinds de Verlichting. De gevolgen van deze houding ten opzichte van andere culturen zijn nog steeds aanwezig en moeten met duidelijke argumenten worden bestreden. Hierbij is de samenwerking met de thematisering van het denken in andere culturen, zowel in de culturele antropologie als in de comparatieve filosofie, van grote waarde. Dit boek presenteert concrete voorbeelden van dialogen tussen Europees-westerse en niet-westerse filosofieën.



Heinz Kimmerle is emeritus hoogleraar filosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij heeft als gasthoogleraar aan verschillende universiteiten in Sub-Saharisch Afrika gewerkt.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De 7 competenties van de duurzame professional

 22,10

Duurzaamheid en MVO – maatschappelijk verantwoord ondernemen staan volop in de belangstelling. Vaak gaat het om duurzaam gedrag voor individuen, maar dan altijd in de rol van burger of van consument. Maar de schakel daartussen ontbreekt: de individuele professional. Want het gedrag van ieder bedrijf en van elke organisatie wordt uiteindelijk bepaald door het gedrag van de bestuurders, de managers en de medewerkers.

Het boek is gebaseerd op een managementmethode: RESFIA+D. De zeven letters verwijzen naar de competenties waarover een duurzame professional beschikt. De methode wordt toegepast door bedrijven voor hun strategisch management en HRM, door professionals voor hun loopbaanplanning, en door universiteiten en hogescholen voor hun onderwijsontwikkeling.

Verhalen uit de praktijk illustreren hoe echte mensen, midden in de praktijk van hun werk, die competenties tot uiting brengen. Samen met de theorie vormen ze een inspiratiebron voor duurzaam ondernemen in de praktijk. Ze laten zien dat iedere professional, hoog of laag in wat voor bedrijf of organisatie ook, kan bijdragen aan duurzame ontwikkeling.

Deze publicatie is bedoeld voor algemene managers en HRM-managers in bedrijven, overheids- en zorginstellingen, scholen en universiteiten, politieke partijen, verenigingen, stichtingen en maatschappelijke organisaties. Maar ook voor coaches van professionals en voor die professionals zelf en voor consultants op het gebied van duurzaamheid en MVO.
Tot slot is het boek prima geschikt als lesmateriaal voor leerlingen en studenten in het volwassenenonderwijs, hogescholen en universiteiten en hun docenten en onderwijsontwikkelaars.



Dr. Niko Roorda is een internationale pionier op het gebied van duurzame ontwikkeling en hoger onderwijs. Hij werkte hij als manager en docent aan de ontwikkeling van een HBO-opleiding Duurzame Technologie. Later ontwierp hij diverse opleidingen Duurzaam Ondernemen.
Na zijn studie theoretische natuurkunde en filosofie en een managementopleiding promoveerde hij in de sociale wetenschappen, met een proefschrift over duurzame ontwikkeling en organisatieverandering.
Al vele jaren adviseert en begeleidt hij bedrijven en onderwijsinstellingen bij de ontwikkeling van hun duurzaamheidsstrategie en beleid. Hij verzorgt cursussen en trainingen voor personeel en coacht individuele professionals. Hij publiceerde diverse boeken en artikelen over duurzaamheid en MVO en hij ontving de VROM-prijs voor Innovatie en Duurzame Ontwikkeling.

Quick View

De 7 competenties van de duurzame professional

 22,10

Duurzaamheid en MVO – maatschappelijk verantwoord ondernemen staan volop in de belangstelling. Vaak gaat het om duurzaam gedrag voor individuen, maar dan altijd in de rol van burger of van consument. Maar de schakel daartussen ontbreekt: de individuele professional. Want het gedrag van ieder bedrijf en van elke organisatie wordt uiteindelijk bepaald door het gedrag van de bestuurders, de managers en de medewerkers.

Het boek is gebaseerd op een managementmethode: RESFIA+D. De zeven letters verwijzen naar de competenties waarover een duurzame professional beschikt. De methode wordt toegepast door bedrijven voor hun strategisch management en HRM, door professionals voor hun loopbaanplanning, en door universiteiten en hogescholen voor hun onderwijsontwikkeling.

Verhalen uit de praktijk illustreren hoe echte mensen, midden in de praktijk van hun werk, die competenties tot uiting brengen. Samen met de theorie vormen ze een inspiratiebron voor duurzaam ondernemen in de praktijk. Ze laten zien dat iedere professional, hoog of laag in wat voor bedrijf of organisatie ook, kan bijdragen aan duurzame ontwikkeling.

Deze publicatie is bedoeld voor algemene managers en HRM-managers in bedrijven, overheids- en zorginstellingen, scholen en universiteiten, politieke partijen, verenigingen, stichtingen en maatschappelijke organisaties. Maar ook voor coaches van professionals en voor die professionals zelf en voor consultants op het gebied van duurzaamheid en MVO.
Tot slot is het boek prima geschikt als lesmateriaal voor leerlingen en studenten in het volwassenenonderwijs, hogescholen en universiteiten en hun docenten en onderwijsontwikkelaars.



Dr. Niko Roorda is een internationale pionier op het gebied van duurzame ontwikkeling en hoger onderwijs. Hij werkte hij als manager en docent aan de ontwikkeling van een HBO-opleiding Duurzame Technologie. Later ontwierp hij diverse opleidingen Duurzaam Ondernemen.
Na zijn studie theoretische natuurkunde en filosofie en een managementopleiding promoveerde hij in de sociale wetenschappen, met een proefschrift over duurzame ontwikkeling en organisatieverandering.
Al vele jaren adviseert en begeleidt hij bedrijven en onderwijsinstellingen bij de ontwikkeling van hun duurzaamheidsstrategie en beleid. Hij verzorgt cursussen en trainingen voor personeel en coacht individuele professionals. Hij publiceerde diverse boeken en artikelen over duurzaamheid en MVO en hij ontving de VROM-prijs voor Innovatie en Duurzame Ontwikkeling.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Staar verder. Naar een kosmopolitisch begrijpen van de relatie tussen blindheid, kunst en maatschappij

 21,60

Personen met een handicap worden vaak benaderd vanuit het verschil dat een handicap met zich mee kan brengen. Dit boek presenteert een andere manier van omgaan met handicap: de kosmopolitische benadering. Nieuw hieraan is dat niet het verschil of de focus op individuele behoeften voorop staat, maar de relatie tussen personen met en zonder handicap. In dit boek weerklinkt het verhaal van een onderzoek met blinde, slechtziende en ziende personen die onderling over die “kosmopolitische relatie” nadenken en samen kunst beleven om te ontdekken wat deze relatie zou kunnen betekenen. Hun ervaringen bieden tal van concrete suggesties voor musea, die op toegankelijkheid en ontmoeting tussen mensen willen inzetten.
Beleidsmedewerkers, mensen uit het onderwijs, het culturele en museale veld of de zorgsector, kortom iedereen die zich in de thema’s toegankelijkheid, inclusie en omgaan met diversiteit wil verdiepen, kan in het theoretisch kader en de praktische inzichten in dit boek inspiratie vinden en er zelf mee aan de slag gaan.

Als kosmopolitisch kunstenaar ben ik ervan overtuigd dat dit het image is: twee kippen, van totaal verschillende identiteiten, die naar mekaar kijken... Om zo een image in een museum te hangen, van boven tot onder, een museum waar iedereen totaal verschillend is en waar men ook nog naar elkaar durft te luisteren ...
Het verhaal in dit boek is alvast een aanzet tot dit image.

Koen Vanmechelen



Joyce Leysen is professionele bachelor basisonderwijs en master in de educatieve studies en in de sociale en culturele pedagogiek. Ze was vele jaren actief als onderwijzeres en zorgleerkracht aan de Sint-Lambertusschool in Heverlee. Momenteel werkt ze bij de Onderzoeksgroep Educatie, Cultuur en Samenleving van de KU Leuven.

Quick View

Staar verder. Naar een kosmopolitisch begrijpen van de relatie tussen blindheid, kunst en maatschappij

 21,60

Personen met een handicap worden vaak benaderd vanuit het verschil dat een handicap met zich mee kan brengen. Dit boek presenteert een andere manier van omgaan met handicap: de kosmopolitische benadering. Nieuw hieraan is dat niet het verschil of de focus op individuele behoeften voorop staat, maar de relatie tussen personen met en zonder handicap. In dit boek weerklinkt het verhaal van een onderzoek met blinde, slechtziende en ziende personen die onderling over die “kosmopolitische relatie” nadenken en samen kunst beleven om te ontdekken wat deze relatie zou kunnen betekenen. Hun ervaringen bieden tal van concrete suggesties voor musea, die op toegankelijkheid en ontmoeting tussen mensen willen inzetten.
Beleidsmedewerkers, mensen uit het onderwijs, het culturele en museale veld of de zorgsector, kortom iedereen die zich in de thema’s toegankelijkheid, inclusie en omgaan met diversiteit wil verdiepen, kan in het theoretisch kader en de praktische inzichten in dit boek inspiratie vinden en er zelf mee aan de slag gaan.

Als kosmopolitisch kunstenaar ben ik ervan overtuigd dat dit het image is: twee kippen, van totaal verschillende identiteiten, die naar mekaar kijken... Om zo een image in een museum te hangen, van boven tot onder, een museum waar iedereen totaal verschillend is en waar men ook nog naar elkaar durft te luisteren ...
Het verhaal in dit boek is alvast een aanzet tot dit image.

Koen Vanmechelen



Joyce Leysen is professionele bachelor basisonderwijs en master in de educatieve studies en in de sociale en culturele pedagogiek. Ze was vele jaren actief als onderwijzeres en zorgleerkracht aan de Sint-Lambertusschool in Heverlee. Momenteel werkt ze bij de Onderzoeksgroep Educatie, Cultuur en Samenleving van de KU Leuven.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Leraars in de hoek? (Korpus – Katernen Onderwijs: Research en Praktijk Uit Scholen, nr. 1)Leraars in de hoek? (Korpus – Katernen Onderwijs: Research en Praktijk Uit Scholen, nr. 1)
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Leraars in de hoek? (Korpus – Katernen Onderwijs: Research en Praktijk Uit Scholen, nr. 1)

 12,30

De leraarskamer is de ontmoetingsplek voor leerkrachten. Hier wordt gepraat, gewerkt en gepauzeerd. Een leraarskamer heeft tot doel de leerkrachten aan te sporen om contacten te leggen en professionele relaties op te bouwen. Maar wat als er verschillende leraarskamers zijn? Of niet elke leraar hier gebruik van maakt? Is het dan nog mogelijk om een hecht leerkrachtenteam te hebben binnen een school?

Deze publicatie onderzoekt of er een samenhang is tussen de (in)formele leraarskamer en de schoolsubculturen. Om de verschillen te bepalen tussen de officiële en de informele leraarskamers, vormt de schoolcultuur het ‘meetinstrument’. De schoolcultuur bestaat uit drie domeinen, namelijk hoe de leerkrachten de directie zien, welke doelen nagestreefd worden door het team en de samenwerking tussen de leerkrachten onderling. De auteur trok naar een technische school om er de relatie tussen de schoolcultuur en de leraarskamer te bevragen.

De schoolorganisatie (lesroosters, inrichting schoolgebouw, …) dicteert wie elkaar (niet) ziet en waar deze ontmoetingen plaatsvinden. Maar dit zou een te eenzijdig beeld schetsen van het gebruik van de leraarskamer en de relatie tot de schoolcultuur.

Wanneer de school beschikt over een digitaal communicatie- en informatieplatform ontstaat er een virtuele leraarskamer die het gebrek aan face-to-face contact met collega’s (gedeeltelijk) compenseert en communicatie en samenwerking mogelijk maakt. Daarnaast kan de school investeren in momenten waarop leerkrachten elkaar treffen, los van de verplichte personeelsvergaderingen, opendeurdagen en pedagogische studiedagen. Een school moet ruimte creëren voor de organisatie van vrijblijvende sociale momenten waarbij leerkrachten elkaar in een ontspannen sfeer kunnen leren kennen.



Katrijn De Waele geeft al elf jaar les. Ze behaalde in 2004 haar bachelor leraar secundair onderwijs Nederlands, Engels en geschiedenis aan de Arteveldehogeschool in Gent. Vanuit haar ervaring en passie voor didactiek raakte zij gefacineerd door de beïnvloedende factoren op het functioneren van leraars en de leeromgeving van leerlingen. Zo voltooide ze haar master in de “Opleidings- en Onderwijswetenschappen” aan de UA in 2014. “Leraars in de hoek” is de titel van haar masterproef waarbij ze een brug maakt tussen de verschillende (in)formele leraarskamers en de schoolcultuur.

Paul Mahieu is hoogleraar onderwijswetenschappen aan de Universiteit Antwerpen.

Leraars in de hoek? (Korpus – Katernen Onderwijs: Research en Praktijk Uit Scholen, nr. 1)Leraars in de hoek? (Korpus – Katernen Onderwijs: Research en Praktijk Uit Scholen, nr. 1)
Quick View

Leraars in de hoek? (Korpus – Katernen Onderwijs: Research en Praktijk Uit Scholen, nr. 1)

 12,30

De leraarskamer is de ontmoetingsplek voor leerkrachten. Hier wordt gepraat, gewerkt en gepauzeerd. Een leraarskamer heeft tot doel de leerkrachten aan te sporen om contacten te leggen en professionele relaties op te bouwen. Maar wat als er verschillende leraarskamers zijn? Of niet elke leraar hier gebruik van maakt? Is het dan nog mogelijk om een hecht leerkrachtenteam te hebben binnen een school?

Deze publicatie onderzoekt of er een samenhang is tussen de (in)formele leraarskamer en de schoolsubculturen. Om de verschillen te bepalen tussen de officiële en de informele leraarskamers, vormt de schoolcultuur het ‘meetinstrument’. De schoolcultuur bestaat uit drie domeinen, namelijk hoe de leerkrachten de directie zien, welke doelen nagestreefd worden door het team en de samenwerking tussen de leerkrachten onderling. De auteur trok naar een technische school om er de relatie tussen de schoolcultuur en de leraarskamer te bevragen.

De schoolorganisatie (lesroosters, inrichting schoolgebouw, …) dicteert wie elkaar (niet) ziet en waar deze ontmoetingen plaatsvinden. Maar dit zou een te eenzijdig beeld schetsen van het gebruik van de leraarskamer en de relatie tot de schoolcultuur.

Wanneer de school beschikt over een digitaal communicatie- en informatieplatform ontstaat er een virtuele leraarskamer die het gebrek aan face-to-face contact met collega’s (gedeeltelijk) compenseert en communicatie en samenwerking mogelijk maakt. Daarnaast kan de school investeren in momenten waarop leerkrachten elkaar treffen, los van de verplichte personeelsvergaderingen, opendeurdagen en pedagogische studiedagen. Een school moet ruimte creëren voor de organisatie van vrijblijvende sociale momenten waarbij leerkrachten elkaar in een ontspannen sfeer kunnen leren kennen.



Katrijn De Waele geeft al elf jaar les. Ze behaalde in 2004 haar bachelor leraar secundair onderwijs Nederlands, Engels en geschiedenis aan de Arteveldehogeschool in Gent. Vanuit haar ervaring en passie voor didactiek raakte zij gefacineerd door de beïnvloedende factoren op het functioneren van leraars en de leeromgeving van leerlingen. Zo voltooide ze haar master in de “Opleidings- en Onderwijswetenschappen” aan de UA in 2014. “Leraars in de hoek” is de titel van haar masterproef waarbij ze een brug maakt tussen de verschillende (in)formele leraarskamers en de schoolcultuur.

Paul Mahieu is hoogleraar onderwijswetenschappen aan de Universiteit Antwerpen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

A doctor’s order. The Dutch Case of Evidence-Based Medicine (1970-2015)

 51,40

In the early 1990s, a new concept was coined: ‘evidence-based medicine’ (EBM). After a remarkably short time, EBM was virtually all-pervasive in medicine and healthcare throughout the world. Even outside the domain of healthcare, the new concept became fashionable, for example in the shape of (pleas for) ‘evidence-based management’ and ‘evidence-based policy’. In short, ‘evidence-based’ developed into one of the mantras of the current era.

This book uses history as a tool to gain insight into the highly influential, but also elusive and multifaceted phenomenon of EBM. As such, A Doctor’s Order is a ‘must read’ for patients, professionals, managers and policy makers in healthcare as well as for anyone who is interested in understanding the present socio-political order.



Timo (T.C.) Bolt is a Dutch historian of science and medicine. He finished his PhD on the history of EBM at UMC Utrecht in 2015 and is now assistant professor of medical history at Erasmus MC in Rotterdam.

Quick View

A doctor’s order. The Dutch Case of Evidence-Based Medicine (1970-2015)

 51,40

In the early 1990s, a new concept was coined: ‘evidence-based medicine’ (EBM). After a remarkably short time, EBM was virtually all-pervasive in medicine and healthcare throughout the world. Even outside the domain of healthcare, the new concept became fashionable, for example in the shape of (pleas for) ‘evidence-based management’ and ‘evidence-based policy’. In short, ‘evidence-based’ developed into one of the mantras of the current era.

This book uses history as a tool to gain insight into the highly influential, but also elusive and multifaceted phenomenon of EBM. As such, A Doctor’s Order is a ‘must read’ for patients, professionals, managers and policy makers in healthcare as well as for anyone who is interested in understanding the present socio-political order.



Timo (T.C.) Bolt is a Dutch historian of science and medicine. He finished his PhD on the history of EBM at UMC Utrecht in 2015 and is now assistant professor of medical history at Erasmus MC in Rotterdam.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Professionele identiteitsontwikkeling van leraren als dialogisch proces Een narratieve studie in een masteropleiding in speciale onderwijszorg en loopbaanbegeleiding van leerlingenProfessionele identiteitsontwikkeling van leraren als dialogisch proces Een narratieve studie in een masteropleiding in speciale onderwijszorg en loopbaanbegeleiding van leerlingen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Professionele identiteitsontwikkeling van leraren als dialogisch proces Een narratieve studie in een masteropleiding in speciale onderwijszorg en loopbaanbegeleiding van leerlingen

 35,90

Hoe ontwikkelen ervaren leraren hun professionele identiteit? In deze studie in een opleidingspraktijk voor speciale onderwijszorg staan twee vragen centraal. Wat is de professionele identi- teit van ervaren leraren en in welke componenten kan deze uiteengelegd worden? Op welke wijze ontwikkelen ervaren leraren hun professionele identiteit als verhaal en waarin manifesteert zich dat?

Identiteit wordt opgevat als een verhaal-in-wording en een compositie met diverse ik-posities. Leraren reflecteerden op betekenisvolle ervaringen uit hun onderwijspraktijk, opleiding en levensloopbaan. De analyse geeft zicht op hun motivatie, taakopvatting en zelfbeeld en ontvouwt drie dominante thema’s in hun verhalen: ''Tussen zorg en ontwikkeling’ in begeleiding van leerlingen, ‘Tussen erkenning en autonomie’ in hun beroepspraktijk en ‘Tussen levensthema en maatschappelijke positionering’ in hun loopbaan. Het onderzoek laat zien hoe leraren hun professionele identiteit als meerstemmig zelfverhaal ontwikkelen in dialoog met zichzelf en met hun beroepscontext.



Kara Vloet is werkzaam als docent/onderzoeker in het hbo. Opgeleid als persoonlijkheids- en onderwijspsycholoog heeft zij veel ervaring in professionalisering en onderzoek rond onderwijsvraagstukken, diversiteit en loopbaanbegeleiding. Dit boek biedt zicht op een narratieve dialogische methode voor professionele ontwikkeling die breed inzetbaar is in diverse settings.

Professionele identiteitsontwikkeling van leraren als dialogisch proces Een narratieve studie in een masteropleiding in speciale onderwijszorg en loopbaanbegeleiding van leerlingenProfessionele identiteitsontwikkeling van leraren als dialogisch proces Een narratieve studie in een masteropleiding in speciale onderwijszorg en loopbaanbegeleiding van leerlingen
Quick View

Professionele identiteitsontwikkeling van leraren als dialogisch proces Een narratieve studie in een masteropleiding in speciale onderwijszorg en loopbaanbegeleiding van leerlingen

 35,90

Hoe ontwikkelen ervaren leraren hun professionele identiteit? In deze studie in een opleidingspraktijk voor speciale onderwijszorg staan twee vragen centraal. Wat is de professionele identi- teit van ervaren leraren en in welke componenten kan deze uiteengelegd worden? Op welke wijze ontwikkelen ervaren leraren hun professionele identiteit als verhaal en waarin manifesteert zich dat?

Identiteit wordt opgevat als een verhaal-in-wording en een compositie met diverse ik-posities. Leraren reflecteerden op betekenisvolle ervaringen uit hun onderwijspraktijk, opleiding en levensloopbaan. De analyse geeft zicht op hun motivatie, taakopvatting en zelfbeeld en ontvouwt drie dominante thema’s in hun verhalen: ''Tussen zorg en ontwikkeling’ in begeleiding van leerlingen, ‘Tussen erkenning en autonomie’ in hun beroepspraktijk en ‘Tussen levensthema en maatschappelijke positionering’ in hun loopbaan. Het onderzoek laat zien hoe leraren hun professionele identiteit als meerstemmig zelfverhaal ontwikkelen in dialoog met zichzelf en met hun beroepscontext.



Kara Vloet is werkzaam als docent/onderzoeker in het hbo. Opgeleid als persoonlijkheids- en onderwijspsycholoog heeft zij veel ervaring in professionalisering en onderzoek rond onderwijsvraagstukken, diversiteit en loopbaanbegeleiding. Dit boek biedt zicht op een narratieve dialogische methode voor professionele ontwikkeling die breed inzetbaar is in diverse settings.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Ook de aangespoelden blijven. Woon- en zorgperspectieven van pensioenmigranten aan de kustOok de aangespoelden blijven. Woon- en zorgperspectieven van pensioenmigranten aan de kust
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Ook de aangespoelden blijven. Woon- en zorgperspectieven van pensioenmigranten aan de kust

 25,70

Uit migratieanalyses voor de kuststreek van het Provinciaal Steunpunt Sociale Planning van de provincie West-Vlaanderen blijkt dat 80-plussers een afwijkend verhuispatroon laten optekenen. Ze lijken na verloop van tijd naar hun streek van herkomst terug te keren. Een reden voor het provinciebestuur om dit vraagstuk in detail te bekijken en na te gaan welke consequenties dit heeft voor het woon- en zorgbeleid in de kustgemeenten.

Drie onderzoeksvragen werden gesteld:
- Hoe zien de verhuisbewegingen aan de kust eruit, en in het bijzonder die van 80-plussers?
- Als ouderen verhuizen wat zijn dan hun verhuismotieven, hun motivatie voor locatiekeuze, hun woonwensen, eventuele verhuisintenties en hun woon- en zorgverwachtingen?
- Welke repercussies heeft dit alles voor de woonmarkt en de zorgsector in de kustgemeenten?

Om deze vragen te beantwoorden werden statistische gegevens in detail bekeken en werd een enquête gehouden bij zowel gepensioneerden als mensen die in de woon- en zorgsector werken. De ‘aangespoelden’ is een begrip waarmee pensioenmigranten en tweedeverblijvers aan de kust naar zichzelf verwijzen. Het fungeert als geuzennaam en wordt zowel door ‘locals’ als pensioenmigranten in de mond genomen.



Brecht Vandekerckhove is sociaaleconomisch geograaf en stedenbouwkundige en is bestuurder van SumResearch. Hij coördineert inhoudelijk alle ruimtelijke en sociale beleidsstudies binnen dit onderzoeksteam./p>

Niels De Luyck is sociaaleconomisch geograaf en stedenbouwkundige en werkt als onderzoeksmedewerker bij het onderzoeksteam van SumResearch.

Emma Volckaert studeerde journalistiek (Artevelde Hogeschool) en politicologie (Universiteit Gent) en werkt als onderzoeksmedewerker bij de onderzoeksgroep HaUS (Housing and Urban Studies) van het Departement Architectuur van KU Leuven.

Nico De Witte (gerontoloog, dr. in de pedagogische wetenschappen, richting agogische wetenschappen) werkt als lector aan de Hogeschool Gent, Faculteit Mens en Welzijn, vakgroep verpleegkunde en als onderzoeker aan de Vrije Universiteit Brussel, Faculteit Psychologie en Educatiewetenschappen. Hij voerde dit onderzoek uit i.s.m. met het onderzoeksteam van de vakgroep verpleegkunde bestaande uit Lieve Hoeyberghs, Anja Huion, Leen Van Landschoot en Patricia Vanleerberghe.

Pascal De Decker (socioloog, ruimtelijk planner, dr. in de politieke en sociale wetenschappen) is als hoofddocent verbonden aan het Departement Architectuur van de KU Leuven waar hij de onderzoeksgroep HaUS leidt. Hij is ook verbonden aan de Universiteit Gent, Afdeling AMRP.

Ook de aangespoelden blijven. Woon- en zorgperspectieven van pensioenmigranten aan de kustOok de aangespoelden blijven. Woon- en zorgperspectieven van pensioenmigranten aan de kust
Quick View

Ook de aangespoelden blijven. Woon- en zorgperspectieven van pensioenmigranten aan de kust

 25,70

Uit migratieanalyses voor de kuststreek van het Provinciaal Steunpunt Sociale Planning van de provincie West-Vlaanderen blijkt dat 80-plussers een afwijkend verhuispatroon laten optekenen. Ze lijken na verloop van tijd naar hun streek van herkomst terug te keren. Een reden voor het provinciebestuur om dit vraagstuk in detail te bekijken en na te gaan welke consequenties dit heeft voor het woon- en zorgbeleid in de kustgemeenten.

Drie onderzoeksvragen werden gesteld:
- Hoe zien de verhuisbewegingen aan de kust eruit, en in het bijzonder die van 80-plussers?
- Als ouderen verhuizen wat zijn dan hun verhuismotieven, hun motivatie voor locatiekeuze, hun woonwensen, eventuele verhuisintenties en hun woon- en zorgverwachtingen?
- Welke repercussies heeft dit alles voor de woonmarkt en de zorgsector in de kustgemeenten?

Om deze vragen te beantwoorden werden statistische gegevens in detail bekeken en werd een enquête gehouden bij zowel gepensioneerden als mensen die in de woon- en zorgsector werken. De ‘aangespoelden’ is een begrip waarmee pensioenmigranten en tweedeverblijvers aan de kust naar zichzelf verwijzen. Het fungeert als geuzennaam en wordt zowel door ‘locals’ als pensioenmigranten in de mond genomen.



Brecht Vandekerckhove is sociaaleconomisch geograaf en stedenbouwkundige en is bestuurder van SumResearch. Hij coördineert inhoudelijk alle ruimtelijke en sociale beleidsstudies binnen dit onderzoeksteam./p>

Niels De Luyck is sociaaleconomisch geograaf en stedenbouwkundige en werkt als onderzoeksmedewerker bij het onderzoeksteam van SumResearch.

Emma Volckaert studeerde journalistiek (Artevelde Hogeschool) en politicologie (Universiteit Gent) en werkt als onderzoeksmedewerker bij de onderzoeksgroep HaUS (Housing and Urban Studies) van het Departement Architectuur van KU Leuven.

Nico De Witte (gerontoloog, dr. in de pedagogische wetenschappen, richting agogische wetenschappen) werkt als lector aan de Hogeschool Gent, Faculteit Mens en Welzijn, vakgroep verpleegkunde en als onderzoeker aan de Vrije Universiteit Brussel, Faculteit Psychologie en Educatiewetenschappen. Hij voerde dit onderzoek uit i.s.m. met het onderzoeksteam van de vakgroep verpleegkunde bestaande uit Lieve Hoeyberghs, Anja Huion, Leen Van Landschoot en Patricia Vanleerberghe.

Pascal De Decker (socioloog, ruimtelijk planner, dr. in de politieke en sociale wetenschappen) is als hoofddocent verbonden aan het Departement Architectuur van de KU Leuven waar hij de onderzoeksgroep HaUS leidt. Hij is ook verbonden aan de Universiteit Gent, Afdeling AMRP.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Seven manieren van minnen. Gewikt en gewogen. Beatrijs van Nazareth, Helvicus Theutonicus, Meister Eckhart

 19,60

Het bekende Middelnederlandse traktaat Seven manieren van heiliger minne wordt toegeschreven aan Beatrijs van Nazareth. Deze aanname wordt gebaseerd op een gelijkaardige tekst in haar Latijnse biografie, de Vita Beatricis, van de hand van een onbekende auteur. Maar hoe overtuigend is de religieus-historische rugdekking voor deze aanname? Waar heeft de onbekende auteur zijn teksten ontleend? In dit boek stellen we ons drie essentiële vragen en gaan we op zoek naar de antwoorden. Welke teksten uit dezelfde historische periode kunnen in verband gebracht worden met de ‘Seven manieren’? Als leidraad gebruiken we het opvallende voorkomen van de ziel in de ‘Seven manieren’ en de wijze van opgang naar God op zeven ‘manieren’. Het antwoord op deze vraag leidt ons eerst naar een tekst van de dominicaan Helvicus Theutonicus.

Als we vervolgens de ‘Seven manieren’ inhoudelijk toetsen op haar mystagogische karakteristieken, herkennen we dan concepten die in dezelfde historische periode opgang maakten? De centrale bron van inspiratie blijkt dan een andere dominicaan te zijn, de mysticus en prediker meester Eckhart.

Welke betekenis mag men ten slotte toekennen aan de Vita Beatricis? Is de auteur een ‘translator’ van daadwerkelijke feiten, zoals hij zichzelf aanprijst, of veeleer een ‘transformator’ en ‘imitator’ van ficties? We onderzoeken in detail de historische, hagiografische en mystagogische aspecten van de Latijnse biografie van Beatrijs van Nazareth.

De gezamenlijke resultaten van dit onderzoek leiden tot de onvermijdelijke conclusie dat de ‘Seven manieren’ niet van de hand van de cisterciënzerin Beatrijs van Nazareth (ca. 1210-1268) kan zijn.



Rudi Malfliet is professor emeritus Natuurkunde aan de Universiteit Groningen en historicus. Hij is auteur van historische studies zoals Van den vos Reynaerde en Hadewijch.

Geen voorraad
Quick View

Seven manieren van minnen. Gewikt en gewogen. Beatrijs van Nazareth, Helvicus Theutonicus, Meister Eckhart

 19,60

Het bekende Middelnederlandse traktaat Seven manieren van heiliger minne wordt toegeschreven aan Beatrijs van Nazareth. Deze aanname wordt gebaseerd op een gelijkaardige tekst in haar Latijnse biografie, de Vita Beatricis, van de hand van een onbekende auteur. Maar hoe overtuigend is de religieus-historische rugdekking voor deze aanname? Waar heeft de onbekende auteur zijn teksten ontleend? In dit boek stellen we ons drie essentiële vragen en gaan we op zoek naar de antwoorden. Welke teksten uit dezelfde historische periode kunnen in verband gebracht worden met de ‘Seven manieren’? Als leidraad gebruiken we het opvallende voorkomen van de ziel in de ‘Seven manieren’ en de wijze van opgang naar God op zeven ‘manieren’. Het antwoord op deze vraag leidt ons eerst naar een tekst van de dominicaan Helvicus Theutonicus.

Als we vervolgens de ‘Seven manieren’ inhoudelijk toetsen op haar mystagogische karakteristieken, herkennen we dan concepten die in dezelfde historische periode opgang maakten? De centrale bron van inspiratie blijkt dan een andere dominicaan te zijn, de mysticus en prediker meester Eckhart.

Welke betekenis mag men ten slotte toekennen aan de Vita Beatricis? Is de auteur een ‘translator’ van daadwerkelijke feiten, zoals hij zichzelf aanprijst, of veeleer een ‘transformator’ en ‘imitator’ van ficties? We onderzoeken in detail de historische, hagiografische en mystagogische aspecten van de Latijnse biografie van Beatrijs van Nazareth.

De gezamenlijke resultaten van dit onderzoek leiden tot de onvermijdelijke conclusie dat de ‘Seven manieren’ niet van de hand van de cisterciënzerin Beatrijs van Nazareth (ca. 1210-1268) kan zijn.



Rudi Malfliet is professor emeritus Natuurkunde aan de Universiteit Groningen en historicus. Hij is auteur van historische studies zoals Van den vos Reynaerde en Hadewijch.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Kwaliteit van toetsing onder de loep. Handvatten om de kwaliteit van toetsing in het hoger onderwijs te analyseren, verbeteren en borgen

 27,70

Kwaliteit van toetsing is een actueel en relevant onderwerp in het hoger onderwijs. De eisen die aan deze kwaliteit worden gesteld zijn terecht hoog: toetsing moet immers leiden tot zorgvuldige beslissingen over studenten. Het is echter een complexe taak voor opleidingen om deze toetskwaliteit te garanderen. Dit betekent dat de kwaliteit van de gebruikte toetsen, het toetsprogramma, het toetsbeleid, de toetsorganisatie en de toetsdeskundigheid van betrokkenen bij toetsing op orde moet zijn. Het boek heeft tot doel opleidingen in het hoger onderwijs handvatten te bieden om te werken aan de kwaliteit van toetsing. Om dit te bereiken wordt in dit boek op een onderbouwde en praktische wijze invulling gegeven aan het begrip toetskwaliteit. In dit boek wordt aangegeven wat hieronder wordt verstaan en hoe een opleiding dit kan vormgeven. Tegelijk wordt de methodiek De Toetsing Getoetst gepresenteerd. Met deze methodiek kunnen opleidingen met een systematisch stappenplan aan de slag met het analyseren en verbeteren van de kwaliteit van de toetsing binnen de eigen opleiding.



Dominique Sluijsmans is lector Professioneel Beoordelen bij Zuyd Hogeschool.
Desirée Joosten-ten Brinke is lector Kwaliteit van toetsen en beoordelen bij Fontys Lerarenopleiding Tilburg (FLOT) en hoofddocent bij de Open Universiteit.
Tamara van Schilt-Mol is associate lector Toetsen en Beoordelen bij het kenniscentrum Kwaliteit van Leren van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen.

Geen voorraad
Quick View

Kwaliteit van toetsing onder de loep. Handvatten om de kwaliteit van toetsing in het hoger onderwijs te analyseren, verbeteren en borgen

 27,70

Kwaliteit van toetsing is een actueel en relevant onderwerp in het hoger onderwijs. De eisen die aan deze kwaliteit worden gesteld zijn terecht hoog: toetsing moet immers leiden tot zorgvuldige beslissingen over studenten. Het is echter een complexe taak voor opleidingen om deze toetskwaliteit te garanderen. Dit betekent dat de kwaliteit van de gebruikte toetsen, het toetsprogramma, het toetsbeleid, de toetsorganisatie en de toetsdeskundigheid van betrokkenen bij toetsing op orde moet zijn. Het boek heeft tot doel opleidingen in het hoger onderwijs handvatten te bieden om te werken aan de kwaliteit van toetsing. Om dit te bereiken wordt in dit boek op een onderbouwde en praktische wijze invulling gegeven aan het begrip toetskwaliteit. In dit boek wordt aangegeven wat hieronder wordt verstaan en hoe een opleiding dit kan vormgeven. Tegelijk wordt de methodiek De Toetsing Getoetst gepresenteerd. Met deze methodiek kunnen opleidingen met een systematisch stappenplan aan de slag met het analyseren en verbeteren van de kwaliteit van de toetsing binnen de eigen opleiding.



Dominique Sluijsmans is lector Professioneel Beoordelen bij Zuyd Hogeschool.
Desirée Joosten-ten Brinke is lector Kwaliteit van toetsen en beoordelen bij Fontys Lerarenopleiding Tilburg (FLOT) en hoofddocent bij de Open Universiteit.
Tamara van Schilt-Mol is associate lector Toetsen en Beoordelen bij het kenniscentrum Kwaliteit van Leren van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De weg is wijzer dan de wegwijzer

 28,70

Toen Ulrich Libbrecht vanaf de jaren 1970 Vlaanderen en Nederland inspireerde met ‘oosterse wijsheid voor de westerse mens’ was dit pionierswerk. Ondertussen heeft de globalisering zich verder voltrokken, is boeddhisme en meditatie geen exotisme meer en is China dichterbij gekomen.

Hoe kijkt de filosoof nu tegen deze ontwikkelingen aan? Dit boek is ontstaan uit gesprekken waarin Libbrecht op een meesterlijke wijze oosterse en westerse inzichten integreert tot een nieuw antwoord op actuele vragen en universele thema’s. Hierin benadrukt hij de waarde van natuur, wetenschap en religieus bewustzijn in de betekenis van re-ligare: herverbinden. In dit boek zet hij geen theorie uiteen, maar neemt de lezer mee op de boeiende weg van het denken, doortrokken van ontroering en een rijke levenservaring.



Prof.em.dr. Ulrich Libbrecht doceerde Chinese klassieke studies, Chinese filosofie en comparatieve filosofie aan de KU Leuven. Hij ontwikkelde een model voor comparatieve filosofie waarin hij wereldbeelden uit Oost en West vergelijkt en integreert. Hij schreef hierover tal van boeken en stichtte in Antwerpen en Utrecht een School voor comparatieve filosofie.

Quick View

De weg is wijzer dan de wegwijzer

 28,70

Toen Ulrich Libbrecht vanaf de jaren 1970 Vlaanderen en Nederland inspireerde met ‘oosterse wijsheid voor de westerse mens’ was dit pionierswerk. Ondertussen heeft de globalisering zich verder voltrokken, is boeddhisme en meditatie geen exotisme meer en is China dichterbij gekomen.

Hoe kijkt de filosoof nu tegen deze ontwikkelingen aan? Dit boek is ontstaan uit gesprekken waarin Libbrecht op een meesterlijke wijze oosterse en westerse inzichten integreert tot een nieuw antwoord op actuele vragen en universele thema’s. Hierin benadrukt hij de waarde van natuur, wetenschap en religieus bewustzijn in de betekenis van re-ligare: herverbinden. In dit boek zet hij geen theorie uiteen, maar neemt de lezer mee op de boeiende weg van het denken, doortrokken van ontroering en een rijke levenservaring.



Prof.em.dr. Ulrich Libbrecht doceerde Chinese klassieke studies, Chinese filosofie en comparatieve filosofie aan de KU Leuven. Hij ontwikkelde een model voor comparatieve filosofie waarin hij wereldbeelden uit Oost en West vergelijkt en integreert. Hij schreef hierover tal van boeken en stichtte in Antwerpen en Utrecht een School voor comparatieve filosofie.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Bestsellers in Nederland. 1900-2015 (Reeks Colleges Literatuur, nr. 2)

 24,60

Welke boeken hebben in de twintigste en eenentwintigste eeuw de Nederlandse literaire markt bepaald?

Bestsellers zijn de boeken die ‘iedereen’ op een bepaald moment wil lezen. De typische bestseller ligt in grote stapels bij de boekhandel, wordt vandaag massaal gekocht en gelezen, is even het gesprek van de dag en maakt dan weer plaats voor nieuwe modeboeken. De houdbaarheid is beperkt; de bestseller werkt alleen in zijn onmiddellijke raamwerk van plaats en tijd. Toch is de betekenis van succesboeken niet gering. Ze vormen een unieke bron van historische, sociale en culturele kennis en bieden tegelijkertijd een bijzonder inzicht in de ontwikkeling, groei en werking van de literaire markt. De beide invalshoeken staan in dit boek centraal.



Erica van Boven is hoofddocent moderne Nederlandse letterkunde aan de Rijksuniversiteit Groningen en hoogleraar letterkunde aan de Open Universiteit.

Quick View

Bestsellers in Nederland. 1900-2015 (Reeks Colleges Literatuur, nr. 2)

 24,60

Welke boeken hebben in de twintigste en eenentwintigste eeuw de Nederlandse literaire markt bepaald?

Bestsellers zijn de boeken die ‘iedereen’ op een bepaald moment wil lezen. De typische bestseller ligt in grote stapels bij de boekhandel, wordt vandaag massaal gekocht en gelezen, is even het gesprek van de dag en maakt dan weer plaats voor nieuwe modeboeken. De houdbaarheid is beperkt; de bestseller werkt alleen in zijn onmiddellijke raamwerk van plaats en tijd. Toch is de betekenis van succesboeken niet gering. Ze vormen een unieke bron van historische, sociale en culturele kennis en bieden tegelijkertijd een bijzonder inzicht in de ontwikkeling, groei en werking van de literaire markt. De beide invalshoeken staan in dit boek centraal.



Erica van Boven is hoofddocent moderne Nederlandse letterkunde aan de Rijksuniversiteit Groningen en hoogleraar letterkunde aan de Open Universiteit.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Antisemitisme. Actualiteit van een historische ontwikkeling

 35,90

Na 1945 leek de integratie van de Joden in de Europese samenleving succesvol afgerond. Helaas is de laatste jaren in deze ontwikkeling een keer gekomen: Joden worden opnieuw slachtoffer van antisemitisch geweld. Het heropleven van het antisemitisme in Europa is een onverwachte ontwikkeling, een terugkeer naar een duister verleden. Een verband met het antizionisme wordt snel gelegd, maar is dit terecht?

Sommige auteurs gaan uit van een eeuwig antisemitisme, dat tegemoet zou komen aan een aangeboren menselijke behoefte: de Jood als zondebok. Het antisemitisme zou een exponent van het verschijnsel rassenhaat zijn en als zodanig niet meer dan een variatie op een algemeen menselijk patroon.

De auteur van dit boek is het hiermee niet eens. Naar zijn mening is het productiever om het antisemitisme als historisch verschijnsel te benaderen, hoe irrationeel en inconsistent het ook is. Productiever ook om niet alles op één hoop te gooien, maar een onderscheid te maken tussen de verschillende vormen van Jodenhaat en hun politieke, religieuze en maatschappelijke functie. Jodenhaat doet zich nooit toevallig voor …



KLAAS A.D. SMELIK doceert sinds 2005 Hebreeuws en Jodendom aan de Universiteit Gent; daarvoor was hij werkzaam aan de universiteiten van Amsterdam, Utrecht, Brussel en Leuven. Hij heeft een veertigtal boeken op zijn naam staan en wordt alom geprezen om zijn heldere en aangename schrijfstijl.

Geen voorraad
Quick View

Antisemitisme. Actualiteit van een historische ontwikkeling

 35,90

Na 1945 leek de integratie van de Joden in de Europese samenleving succesvol afgerond. Helaas is de laatste jaren in deze ontwikkeling een keer gekomen: Joden worden opnieuw slachtoffer van antisemitisch geweld. Het heropleven van het antisemitisme in Europa is een onverwachte ontwikkeling, een terugkeer naar een duister verleden. Een verband met het antizionisme wordt snel gelegd, maar is dit terecht?

Sommige auteurs gaan uit van een eeuwig antisemitisme, dat tegemoet zou komen aan een aangeboren menselijke behoefte: de Jood als zondebok. Het antisemitisme zou een exponent van het verschijnsel rassenhaat zijn en als zodanig niet meer dan een variatie op een algemeen menselijk patroon.

De auteur van dit boek is het hiermee niet eens. Naar zijn mening is het productiever om het antisemitisme als historisch verschijnsel te benaderen, hoe irrationeel en inconsistent het ook is. Productiever ook om niet alles op één hoop te gooien, maar een onderscheid te maken tussen de verschillende vormen van Jodenhaat en hun politieke, religieuze en maatschappelijke functie. Jodenhaat doet zich nooit toevallig voor …



KLAAS A.D. SMELIK doceert sinds 2005 Hebreeuws en Jodendom aan de Universiteit Gent; daarvoor was hij werkzaam aan de universiteiten van Amsterdam, Utrecht, Brussel en Leuven. Hij heeft een veertigtal boeken op zijn naam staan en wordt alom geprezen om zijn heldere en aangename schrijfstijl.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    0
    Uw winkelwagen
    Uw winkelwagen is leegVerder winkelen
    ×