De Rustkevers
Het schild van Pollie is vuurrood. Waarom heeft zij geen REGENBOOGkleuren zoals de andere rustkevers? Ze verlaat de malse wei aan de voet van de regenboog op zoek naar de magische glitterpot. Zal ze ooit een echt REGENBOOGschild krijgen?
De Rustkevers
Het schild van Pollie is vuurrood. Waarom heeft zij geen REGENBOOGkleuren zoals de andere rustkevers? Ze verlaat de malse wei aan de voet van de regenboog op zoek naar de magische glitterpot. Zal ze ooit een echt REGENBOOGschild krijgen?
Filosofisch tegenspel. Traag denken in tijden van versnelling
We leven in een tijd van hyperkinetiek, snelle verplaatsing, flitskapitaal, directe maakbaarheid en hyperlink-denken. Snelheid geeft een kick, maar maakt ons ook ziek. We proberen tijdelijk aan de snelheid te ontsnappen via fysieke en digitale, individuele en collectieve capsules die ons beschermen tegen te veel prikkels. Om echter blijvend aan systeemsnelheid te ontkomen is er diepzinniger tegenspel nodig dat traagheid en ritmes wil denken als indirect verzet, vaste rituelen koestert, uitnodigt tot beschouwelijkheid en niet meewaait met emoties die zich aandienen maar zich stevig positioneert in het eigen lichaam met zijn affectiviteit en ons opnieuw wil verbinden met de aarde. Maar hoe pakken we dit aan?
Giovanni Rizzuto studeerde filosofie, theologie en Indische talen aan de Universiteit van Amsterdam. Naast zijn werk als beeldend kunstenaar doceerde hij filosofie en menswetenschappen aan verschillende hogescholen. Hij publiceerde meerdere boeken en schrijft regelmatig voor o.a. Hollands Maandblad, Streven en Filosofie-Tijdschrift. De draad van Ariadne, Wijsgerige essays over mythe en mythologie (2022), De wereld in een korrel zand, Inleiding in de filosofie van de mystiek (2023), Misterios Envueltos, MÃnima Poética (2024) en De reis van Gilgamesj, Over dood, bewustzijn en seksualiteit (2024) zijn zijn meest recente publicaties.
Filosofisch tegenspel. Traag denken in tijden van versnelling
We leven in een tijd van hyperkinetiek, snelle verplaatsing, flitskapitaal, directe maakbaarheid en hyperlink-denken. Snelheid geeft een kick, maar maakt ons ook ziek. We proberen tijdelijk aan de snelheid te ontsnappen via fysieke en digitale, individuele en collectieve capsules die ons beschermen tegen te veel prikkels. Om echter blijvend aan systeemsnelheid te ontkomen is er diepzinniger tegenspel nodig dat traagheid en ritmes wil denken als indirect verzet, vaste rituelen koestert, uitnodigt tot beschouwelijkheid en niet meewaait met emoties die zich aandienen maar zich stevig positioneert in het eigen lichaam met zijn affectiviteit en ons opnieuw wil verbinden met de aarde. Maar hoe pakken we dit aan?
Giovanni Rizzuto studeerde filosofie, theologie en Indische talen aan de Universiteit van Amsterdam. Naast zijn werk als beeldend kunstenaar doceerde hij filosofie en menswetenschappen aan verschillende hogescholen. Hij publiceerde meerdere boeken en schrijft regelmatig voor o.a. Hollands Maandblad, Streven en Filosofie-Tijdschrift. De draad van Ariadne, Wijsgerige essays over mythe en mythologie (2022), De wereld in een korrel zand, Inleiding in de filosofie van de mystiek (2023), Misterios Envueltos, MÃnima Poética (2024) en De reis van Gilgamesj, Over dood, bewustzijn en seksualiteit (2024) zijn zijn meest recente publicaties.
Ontveld denken. Verblijven in een unheimische wereld
Lange tijd wisten we ons thuis in een wereld die we meenden te hebben. Het bestaan in deze vertrouwde wereld vormde onze existentie, die we op een eigenlijke wijze op ons namen. Thans is de wereld echter niet meer wat hij was, en zijn we ook zelf niet meer wie we waren. ‘De wereld is weg’, zo dichtte Paul Celan, en deze afwezigheid van de wereld brengt ons van ons stuk. In de planetaire ‘techno-natuur’ die naar voren treedt, weten we ons getekend door een soort van zelf-gemis, dat samenhangt met een gemis aan woorden, dat zelf correleert met het wegtrekken van de wereld dat we vernemen in fenomenen als de globalisering en klimaatverwoesting, de versplintering en fictionalisering van wetenschap en technologie, en zelfs ‘het einde van de metafysica’.
Vandaag bestaat de ‘wereld’ die we met elkaar delen als een ‘techno-natuurlijke’ achtergrond waaraan we als simpelweg levende wezens direct zijn uitgeleverd, zonder onderdak en zonder horizon, en zelfs zonder denken. Niemand is echt thuis in deze globale omgeving, niemand kan haar de hunne noemen, en toch moeten we allemaal leren om voor deze niet-toe-te-eigenen planetaire sfeer zorg te dragen.
Dit vormt dan ook de inzet van dit boek. Het ontveld denken is een denken dat aanvaardt om verwond te raken door de verscheurende aspecten van onze ‘wereld’. Het is een denken dat zich verbeeldt als een rauwe gevoeligheid en scherpte die het ook inzet als strijdmiddel, en dit vanuit het besef dat het aan ons is om te beslissen aangaande de ‘wereld’ en het wegtrekken ervan. Dit boek bundelt 14 artikelen van Susanna Lindberg, in een keuze en vertaling van Bart Buseyne.
Vaak is de veronderstelling dat denken iets is wat mooi is of ons een fijn gevoel geeft. Susanna Lindberg maakt in deze bundel met elkaar samenhangende artikelen duidelijk dat denken ook pijn kan doen, en dat het misschien daarom wel zo moeilijk is om echt na te denken over de wereldwijde ecologische misère die ons nog steeds te weinig bij de strot grijpt. Wie de moed heeft om met haar mee te denken over de klimaatcatastrofe, over de ‘ontrafeling’ van onze wereld of over de ‘zachtheid’ van extinctie, wordt verwond door dit boek, maar zal ook verrijkt worden met tal van verrassende inzichten. Het boek bevat een fraai staaltje van wat Lindberg vermag en is ook nog eens voortreffelijk vertaald, ingeleid en geannoteerd door Bart Buseyne. - René ten Bos
Susanna Lindberg is hoogleraar in de Continentale wijsbegeerte aan de Universiteit Leiden. Nadat ze in eerder werk de ontwikkelingen en vertakkingen in het domein van de moderne Europese filosofie heeft verkend, neemt ze vandaag de globalisering, de techniek en de klimaatopwarming tot onderwerp, en dit vanuit een (post)fenomenologische invalshoek. Ze is de auteur van o.a. Le monde défait (2016), Techniques en philosophie (2020), From Technological Humanity to Bio-technical Existence (2023) en Planetary Thinking in the Era of Global Warming (2023). Bart Buseyne is filosoof van opleiding en verbonden aan KBR, de nationale bibliotheek van België.
Ontveld denken. Verblijven in een unheimische wereld
Lange tijd wisten we ons thuis in een wereld die we meenden te hebben. Het bestaan in deze vertrouwde wereld vormde onze existentie, die we op een eigenlijke wijze op ons namen. Thans is de wereld echter niet meer wat hij was, en zijn we ook zelf niet meer wie we waren. ‘De wereld is weg’, zo dichtte Paul Celan, en deze afwezigheid van de wereld brengt ons van ons stuk. In de planetaire ‘techno-natuur’ die naar voren treedt, weten we ons getekend door een soort van zelf-gemis, dat samenhangt met een gemis aan woorden, dat zelf correleert met het wegtrekken van de wereld dat we vernemen in fenomenen als de globalisering en klimaatverwoesting, de versplintering en fictionalisering van wetenschap en technologie, en zelfs ‘het einde van de metafysica’.
Vandaag bestaat de ‘wereld’ die we met elkaar delen als een ‘techno-natuurlijke’ achtergrond waaraan we als simpelweg levende wezens direct zijn uitgeleverd, zonder onderdak en zonder horizon, en zelfs zonder denken. Niemand is echt thuis in deze globale omgeving, niemand kan haar de hunne noemen, en toch moeten we allemaal leren om voor deze niet-toe-te-eigenen planetaire sfeer zorg te dragen.
Dit vormt dan ook de inzet van dit boek. Het ontveld denken is een denken dat aanvaardt om verwond te raken door de verscheurende aspecten van onze ‘wereld’. Het is een denken dat zich verbeeldt als een rauwe gevoeligheid en scherpte die het ook inzet als strijdmiddel, en dit vanuit het besef dat het aan ons is om te beslissen aangaande de ‘wereld’ en het wegtrekken ervan. Dit boek bundelt 14 artikelen van Susanna Lindberg, in een keuze en vertaling van Bart Buseyne.
Vaak is de veronderstelling dat denken iets is wat mooi is of ons een fijn gevoel geeft. Susanna Lindberg maakt in deze bundel met elkaar samenhangende artikelen duidelijk dat denken ook pijn kan doen, en dat het misschien daarom wel zo moeilijk is om echt na te denken over de wereldwijde ecologische misère die ons nog steeds te weinig bij de strot grijpt. Wie de moed heeft om met haar mee te denken over de klimaatcatastrofe, over de ‘ontrafeling’ van onze wereld of over de ‘zachtheid’ van extinctie, wordt verwond door dit boek, maar zal ook verrijkt worden met tal van verrassende inzichten. Het boek bevat een fraai staaltje van wat Lindberg vermag en is ook nog eens voortreffelijk vertaald, ingeleid en geannoteerd door Bart Buseyne. - René ten Bos
Susanna Lindberg is hoogleraar in de Continentale wijsbegeerte aan de Universiteit Leiden. Nadat ze in eerder werk de ontwikkelingen en vertakkingen in het domein van de moderne Europese filosofie heeft verkend, neemt ze vandaag de globalisering, de techniek en de klimaatopwarming tot onderwerp, en dit vanuit een (post)fenomenologische invalshoek. Ze is de auteur van o.a. Le monde défait (2016), Techniques en philosophie (2020), From Technological Humanity to Bio-technical Existence (2023) en Planetary Thinking in the Era of Global Warming (2023). Bart Buseyne is filosoof van opleiding en verbonden aan KBR, de nationale bibliotheek van België.
Het dierenrijk als bron van geneesmiddelen, (volks)geneeskunde en farmacie (Reeks Cahiers GGG Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg, nr. 20)
Door de eeuwen heen hebben apothekers een fascinatie gehad voor dieren. Dit was in de eerste plaats het geval in het productie-proces van geneesmiddelen. Vele likkepotten, zalven, pillen, oliën of lotions werden aangemaakt op basis van ingrediënten, verkregen uit dieren. Immers, aan dieren werden allerhande gunstige eigenschappen toegekend, die de gezondheid van de mens ten goede konden komen. Men kan het zo gauw niet bedenken, maar zowat alle dieren werden in aanmerking genomen om ziekten tegen te gaan. In dit boek passeren talloze diersoorten de revue, waarvan de eigenschappen op de één of andere manier heilzaam bleken te zijn voor de mens.
Maar ook als uithangbord of decoratie gebruikten apothekers, drogisten of kruideniers allerhande opgezette dieren of afbeeldingen om hun apotheek mee op te smukken. Zo droegen apotheken door de eeuwen heen ook de namen van exotische of lokale beesten, of werden apothekerspotten versierd met afbeeldingen van beren, olifanten, slangen of andere diersoorten.
Aangezien dieren genezing konden brengen, werden ze het favoriete hulpmiddel van de vele geneesheiligen, die door de mensheid eeuwen lang vereerd en aanbeden werden om hun gezondheid te beschermen of te herstellen. De auteur brengt een panoplie van heiligen ten tonele, die elk voor een bepaalde ziekte of aandoening genezing kon brengen in onze Lage Landen.
Kortom, in dit boek komt de onverbrekelijke band tussen de apotheker en de wonderlijke dierenwereld tot uiting, een band die ons telkens weer blijft verbazen en intrigeren.
Guy Gilias (1944) toonde reeds tijdens zijn apothekersstudies belangstelling voor de geschiedenis van zijn beroep. Tien jaar lang was hij voorzitter van de Kring voor de Geschiedenis van de Farmacie in de Benelux. Hij werd benoemd tot lid van de Académie Internationale d’Histoire de la Pharmacie en werd laureaat van de Prijs Frans Daels (afdeling Farmacie), uitgereikt door de Koninklijke Academie voor Geneeskunde van België. Hij gaf verscheidene lezingen over farmaceutisch historische onderwerpen, publiceerde artikelen in gespecialiseerde tijdschriften en schreef verschillende boeken met betrekking tot de geschiedenis van de farmacie.
Het dierenrijk als bron van geneesmiddelen, (volks)geneeskunde en farmacie (Reeks Cahiers GGG Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg, nr. 20)
Door de eeuwen heen hebben apothekers een fascinatie gehad voor dieren. Dit was in de eerste plaats het geval in het productie-proces van geneesmiddelen. Vele likkepotten, zalven, pillen, oliën of lotions werden aangemaakt op basis van ingrediënten, verkregen uit dieren. Immers, aan dieren werden allerhande gunstige eigenschappen toegekend, die de gezondheid van de mens ten goede konden komen. Men kan het zo gauw niet bedenken, maar zowat alle dieren werden in aanmerking genomen om ziekten tegen te gaan. In dit boek passeren talloze diersoorten de revue, waarvan de eigenschappen op de één of andere manier heilzaam bleken te zijn voor de mens.
Maar ook als uithangbord of decoratie gebruikten apothekers, drogisten of kruideniers allerhande opgezette dieren of afbeeldingen om hun apotheek mee op te smukken. Zo droegen apotheken door de eeuwen heen ook de namen van exotische of lokale beesten, of werden apothekerspotten versierd met afbeeldingen van beren, olifanten, slangen of andere diersoorten.
Aangezien dieren genezing konden brengen, werden ze het favoriete hulpmiddel van de vele geneesheiligen, die door de mensheid eeuwen lang vereerd en aanbeden werden om hun gezondheid te beschermen of te herstellen. De auteur brengt een panoplie van heiligen ten tonele, die elk voor een bepaalde ziekte of aandoening genezing kon brengen in onze Lage Landen.
Kortom, in dit boek komt de onverbrekelijke band tussen de apotheker en de wonderlijke dierenwereld tot uiting, een band die ons telkens weer blijft verbazen en intrigeren.
Guy Gilias (1944) toonde reeds tijdens zijn apothekersstudies belangstelling voor de geschiedenis van zijn beroep. Tien jaar lang was hij voorzitter van de Kring voor de Geschiedenis van de Farmacie in de Benelux. Hij werd benoemd tot lid van de Académie Internationale d’Histoire de la Pharmacie en werd laureaat van de Prijs Frans Daels (afdeling Farmacie), uitgereikt door de Koninklijke Academie voor Geneeskunde van België. Hij gaf verscheidene lezingen over farmaceutisch historische onderwerpen, publiceerde artikelen in gespecialiseerde tijdschriften en schreef verschillende boeken met betrekking tot de geschiedenis van de farmacie.
Vlaams-Duits Woordenboek / Flämisch-Deutsches Wörterbuch
In de bestaande vertaalwoordenboeken Nederlands-Duits worden Vlaamse woorden en uitdrukkingen stiefmoederlijk behandeld. Twee docenten van de opleiding vertaler-tolk van de KVH, Lessius, KULeuven campus Antwerpen hebben van het ‘Belgisch Nederlands’, dat door zes miljoen Vlamingen gesproken en geschreven wordt, 2.300 woorden en uitdrukkingen samengebracht die in de bestaande woordenboeken niet aan bod komen. Ze zien dit ‘Vlaams’ niet als een aparte taal, maar als de Belgische variant van het Nederlands, die het verdient beschreven en vertaald te worden. Dit woordenboek is een poging om deze springlevende taal ook voor Duitstaligen toegankelijk te maken. Het getuigt van de plastische en soms breugheliaanse taal die het Vlaams is en die velen zal aanspreken door haar vitaliteit en beeldrijkheid en klankrijkdom: ’t is weer koekenbak, bellekentrek, machoefel, goesting, poepeloerezat, ambetanterik, zwanzen. Het woordenboek bevat ook tientallen woorden uit de administratie, het onderwijs en het rechtssysteem die in andere woordenboeken schitteren door afwezigheid.
Emmanuel Waegemans doceerde Russische taal, literatuur en cultuurgeschiedenis aan de KVH, Lessius, KULeuven en is mede-auteur van het Vlaams-Russisch woordenboek.
Hans-Werner am Zehnhoff doceerde Duitse taal en cultuurgeschiedenis aan de KVH, Lessius, KULeuven campus Antwerpen en werkte mee aan verscheidene woordenboeken
Vlaams-Duits Woordenboek / Flämisch-Deutsches Wörterbuch
In de bestaande vertaalwoordenboeken Nederlands-Duits worden Vlaamse woorden en uitdrukkingen stiefmoederlijk behandeld. Twee docenten van de opleiding vertaler-tolk van de KVH, Lessius, KULeuven campus Antwerpen hebben van het ‘Belgisch Nederlands’, dat door zes miljoen Vlamingen gesproken en geschreven wordt, 2.300 woorden en uitdrukkingen samengebracht die in de bestaande woordenboeken niet aan bod komen. Ze zien dit ‘Vlaams’ niet als een aparte taal, maar als de Belgische variant van het Nederlands, die het verdient beschreven en vertaald te worden. Dit woordenboek is een poging om deze springlevende taal ook voor Duitstaligen toegankelijk te maken. Het getuigt van de plastische en soms breugheliaanse taal die het Vlaams is en die velen zal aanspreken door haar vitaliteit en beeldrijkheid en klankrijkdom: ’t is weer koekenbak, bellekentrek, machoefel, goesting, poepeloerezat, ambetanterik, zwanzen. Het woordenboek bevat ook tientallen woorden uit de administratie, het onderwijs en het rechtssysteem die in andere woordenboeken schitteren door afwezigheid.
Emmanuel Waegemans doceerde Russische taal, literatuur en cultuurgeschiedenis aan de KVH, Lessius, KULeuven en is mede-auteur van het Vlaams-Russisch woordenboek.
Hans-Werner am Zehnhoff doceerde Duitse taal en cultuurgeschiedenis aan de KVH, Lessius, KULeuven campus Antwerpen en werkte mee aan verscheidene woordenboeken
Amor Fati. Spelende wijsheid voor de kosmopolis
Met een wereld in brand en menselijkheid op het spel barst de huidige wereldordening uit haar voegen. Hoewel de techniek voor alles een oplossing lijkt te hebben, lijkt de jachtige mens, steeds op zoek naar meer kicks in een schreeuwerige emo-cultuur, een gebrek te maskeren: een behoefte aan verbondenheid in een verscheurde wereld die ons dwingt bij de diepere oorzaken achter de maatschappelijke symptomen van vervreemding, polarisering en betekenisverlies stil te staan. De behoefte aan visie en verbinding (tussen politiek en burgers, professionals en managers, tussen groepen en culturen – terwijl crises elkaar opvolgen in nagenoeg elk maatschappelijk domein) vormt een harde wake-up call dat wij allen, of we het willen of niet, wereldburger zijn geworden en eigenaar van wereldproblemen. Het roept ons op tot een collectieve levenskunst waarin ieder een eigen steentje kan bijdragen. Zou de wijsheid uit wij-culturen met principes van gemeenschapszin (zoals amor fati) en een grondhouding van overgave aan het leven heling kunnen brengen? Met wijsheden uit verschillende culturele tradities nodigt de auteur de lezer uit om mee op een ontdekkingsreis te gaan en wereldburgerschap te ontwikkelen uit premoderne, moderne en postmoderne tijden.
De Engelstalige interculturele reflecties van Greg Suffanti op zijn series van aquarellen geven aan de lezer – samen met het beeldend werk van andere kunstenaars rond de mythisch-filosofische thema’s van Amor Fati – een verrassende route van de verbeelding door het boek.
Heidi Muijen was aan diverse universiteiten en hogescholen verbonden. Ze geeft sinds 2004 begeleiding vanuit haar filosofische praktijk voor levenskunst en creatieve ontwikkeling ‘Thymia’, aan individuen en groepen. Als gastdocent betrokken bij de masteropleiding ‘Human and Organizational Behaviour/Begeleidingskunde’ aan de Hogeschool Rotterdam en de Hogeschool Arnhem Nijmegen ontwikkelde ze spel- en dialoogvormen rond levensvragen en -waarden. In 2016 richtte ze de Stichting Quest for Wisdom foundation (QfWf) op om bij te dragen aan een omkering van de groeiende angst voor ‘de vreemde ander’ en vanuit de inspiratie dat de rijkdom aan culturen het goede (samen)leven juist boeiender en rijker maakt. Met betrokken kringen rond de QfWf ontwikkelde ze kunstzinnig educatief materiaal, waaronder een intercultureel storytelling-programma Animal Wisdom en een aantal dialogische wereldspelen.
Amor Fati. Spelende wijsheid voor de kosmopolis
Met een wereld in brand en menselijkheid op het spel barst de huidige wereldordening uit haar voegen. Hoewel de techniek voor alles een oplossing lijkt te hebben, lijkt de jachtige mens, steeds op zoek naar meer kicks in een schreeuwerige emo-cultuur, een gebrek te maskeren: een behoefte aan verbondenheid in een verscheurde wereld die ons dwingt bij de diepere oorzaken achter de maatschappelijke symptomen van vervreemding, polarisering en betekenisverlies stil te staan. De behoefte aan visie en verbinding (tussen politiek en burgers, professionals en managers, tussen groepen en culturen – terwijl crises elkaar opvolgen in nagenoeg elk maatschappelijk domein) vormt een harde wake-up call dat wij allen, of we het willen of niet, wereldburger zijn geworden en eigenaar van wereldproblemen. Het roept ons op tot een collectieve levenskunst waarin ieder een eigen steentje kan bijdragen. Zou de wijsheid uit wij-culturen met principes van gemeenschapszin (zoals amor fati) en een grondhouding van overgave aan het leven heling kunnen brengen? Met wijsheden uit verschillende culturele tradities nodigt de auteur de lezer uit om mee op een ontdekkingsreis te gaan en wereldburgerschap te ontwikkelen uit premoderne, moderne en postmoderne tijden.
De Engelstalige interculturele reflecties van Greg Suffanti op zijn series van aquarellen geven aan de lezer – samen met het beeldend werk van andere kunstenaars rond de mythisch-filosofische thema’s van Amor Fati – een verrassende route van de verbeelding door het boek.
Heidi Muijen was aan diverse universiteiten en hogescholen verbonden. Ze geeft sinds 2004 begeleiding vanuit haar filosofische praktijk voor levenskunst en creatieve ontwikkeling ‘Thymia’, aan individuen en groepen. Als gastdocent betrokken bij de masteropleiding ‘Human and Organizational Behaviour/Begeleidingskunde’ aan de Hogeschool Rotterdam en de Hogeschool Arnhem Nijmegen ontwikkelde ze spel- en dialoogvormen rond levensvragen en -waarden. In 2016 richtte ze de Stichting Quest for Wisdom foundation (QfWf) op om bij te dragen aan een omkering van de groeiende angst voor ‘de vreemde ander’ en vanuit de inspiratie dat de rijkdom aan culturen het goede (samen)leven juist boeiender en rijker maakt. Met betrokken kringen rond de QfWf ontwikkelde ze kunstzinnig educatief materiaal, waaronder een intercultureel storytelling-programma Animal Wisdom en een aantal dialogische wereldspelen.
Mijn werkbalans. Tool voor loopbaancoaches, HRm’ers, leidinggevenden en medewerkers (Handleiding + Kaartjes + Spelbord)
Leidraad voor de begeleider Bij het leggen van de kaarten
– Wat doe je bij deze kaart? Kies je voor de groene of de rode?
– Kan je hier een voorbeeld van geven?
– Wat doet je twijfelen?
– Welke argumenten kan je hiervoor aanhalen?
Na het leggen van de kaarten
– Kleurt je globale beeld overwegend positief (groen) of negatief (rood)?
– Is dit herkenbaar voor jou?
– Hoe zwaar wegen de verschillende facetten bij je door? Hoe belangrijk zijn ze voor je?
– Wat loopt nog goed dat je wil behouden?
– Wat is er nu moeilijk? Wat wil je in de plaats? Hoe zie je dit concreet?
– Welke facetten of onderdelen kan je wel (of niet) beïnvloeden?
– Wat is een eerste kleine stap die je hierin kan zetten?
– Wie kan je hierbij helpen? Met wie kan je dit bespreken?
– Welke acties kan je hierin ondernemen?
– Hoe zou je je competenties en talenten meer kunnen inzetten?
– Welke conclusies maak je voor jezelf?
Mijn werkbalans. Tool voor loopbaancoaches, HRm’ers, leidinggevenden en medewerkers (Handleiding + Kaartjes + Spelbord)
Leidraad voor de begeleider Bij het leggen van de kaarten
– Wat doe je bij deze kaart? Kies je voor de groene of de rode?
– Kan je hier een voorbeeld van geven?
– Wat doet je twijfelen?
– Welke argumenten kan je hiervoor aanhalen?
Na het leggen van de kaarten
– Kleurt je globale beeld overwegend positief (groen) of negatief (rood)?
– Is dit herkenbaar voor jou?
– Hoe zwaar wegen de verschillende facetten bij je door? Hoe belangrijk zijn ze voor je?
– Wat loopt nog goed dat je wil behouden?
– Wat is er nu moeilijk? Wat wil je in de plaats? Hoe zie je dit concreet?
– Welke facetten of onderdelen kan je wel (of niet) beïnvloeden?
– Wat is een eerste kleine stap die je hierin kan zetten?
– Wie kan je hierbij helpen? Met wie kan je dit bespreken?
– Welke acties kan je hierin ondernemen?
– Hoe zou je je competenties en talenten meer kunnen inzetten?
– Welke conclusies maak je voor jezelf?
KLEIO jrg. 53, nr. 3 (juni 2024)
Een huisarts in dialoog – De patiënt als mens centraal
Aan de hand van 60 patiëntendossiers biedt huisarts Hugo Stuer de lezer een inkijk in zijn spreekkamer. Elke beschrijving begint met de openingszin van de patiënt. Deze blijkt meermaals een uitnodiging te zijn tot een diepgaander gesprek. Met kennis en ervaring biedt deze arts een luisterend oor en gaat hij in dialoog met zijn patiënten, zelfs als zij probleemvelden voorleggen die het medische overstijgen. Doorheen de reconstructies van die gesprekken stelt hij diagnoses gebaseerd op bekend wetenschappelijk onderzoek met recente aanvullingen. Hij schuwt daarbij na kritische lezing geen oplossingen die aangereikt worden door de natuurgeneeskunde. Zijn opleidingen in medische synthese en antropologie helpen bovendien om betekenissen naar boven te brengen waar de protocollaire geneeskunde vaak aan voorbijgaat. Ook van de jaren die hij investeerde in de theorieën van humor en in de taal van de traan vinden we weerklanken in de teksten.
De veelzijdige aanpak van deze omnipracticus leidt dan ook tot verrassende resultaten.
Hugo Stuer, huisarts, was assistent aan de Universiteit Antwerpen van 1972 tot 2002. Hij publiceerde in antropologie en medische ethiek ook over humor in de geneeskunde en de taal van de traan. Hij schrijft columns over ‘het natuurlijke lijf’, kankers, corona, ‘Napoleon als patiënt’ en over… schaken.
Een huisarts in dialoog – De patiënt als mens centraal
Aan de hand van 60 patiëntendossiers biedt huisarts Hugo Stuer de lezer een inkijk in zijn spreekkamer. Elke beschrijving begint met de openingszin van de patiënt. Deze blijkt meermaals een uitnodiging te zijn tot een diepgaander gesprek. Met kennis en ervaring biedt deze arts een luisterend oor en gaat hij in dialoog met zijn patiënten, zelfs als zij probleemvelden voorleggen die het medische overstijgen. Doorheen de reconstructies van die gesprekken stelt hij diagnoses gebaseerd op bekend wetenschappelijk onderzoek met recente aanvullingen. Hij schuwt daarbij na kritische lezing geen oplossingen die aangereikt worden door de natuurgeneeskunde. Zijn opleidingen in medische synthese en antropologie helpen bovendien om betekenissen naar boven te brengen waar de protocollaire geneeskunde vaak aan voorbijgaat. Ook van de jaren die hij investeerde in de theorieën van humor en in de taal van de traan vinden we weerklanken in de teksten.
De veelzijdige aanpak van deze omnipracticus leidt dan ook tot verrassende resultaten.
Hugo Stuer, huisarts, was assistent aan de Universiteit Antwerpen van 1972 tot 2002. Hij publiceerde in antropologie en medische ethiek ook over humor in de geneeskunde en de taal van de traan. Hij schrijft columns over ‘het natuurlijke lijf’, kankers, corona, ‘Napoleon als patiënt’ en over… schaken.
De verborgen god van het boeddhisme. Naar een christelijke theologie van het boeddhisme
Is boeddhisme een religie of een filosofie? Is er een ‘god’ in het boeddhisme? Of is het boeddhisme een pure levensfilosofie? Dit werk wil een bijdrage zijn in het juist begrijpen van het boeddhisme als religie én als filosofie.
Het vertrekpunt is de vraag als christelijke theoloog naar de ‘godservaring’ in het boeddhisme. De theologie van de religies probeert te begrijpen of en hoe ‘God’, zoals christenen hun ervaring van het goddelijke of de ultieme werkelijkheid noemen, aanwezig kan zijn in de gedachten, devoties en rituelen van andere religies. Christelijke theologie van het boeddhisme is dan een christelijke reflectie op het boeddhistische geloof in ‘god’ of ‘goden’.
De boeddhistische leer bevat (net als de christelijke leer) veel schijnbare tegenstrijdigheden. Deze accepteren en zoeken naar aanwijzingen om te begrijpen hoe ze zijn ontstaan en hoe ze verzoend kunnen worden, is niet alleen een intellectuele uitdaging, maar ook een religieuze plicht.
De verborgen god van het boeddhisme voelt als een detectiveverhaal dat de lezer meeneemt op een nauwgezet onderzoek naar de veelvoudige thema’s, concepten en personen van de verschillende boeddhistische geloofstradities om te bepalen of ze gerelateerd kunnen worden aan het christelijke begrip van wie God is. Het resultaat, dat zowel complex als eenvoudig is, zal lezers in staat stellen stappen te zetten om beide religies te verenigen in het ‘mysterie’ dat God of het Dharma is.
‘This book is courageous and necessary: courageous because it breaks a taboo of placing interreligious dialogue on a theological level; necessary because it brings to light a sincere comparative study of the relationship between faith and practice – which is common ground for all the great spiritual traditions. This is the more necessary in the case of Buddhism, which, in the West, is increasingly secularized and confined to the field of psychophysical well-being disciplines.’ Guglielmo Doryu Cappelli, Zen Anshin temple, Rome
Peter Baekelmans is priester-missionaris van Scheut (CICM) met een grote liefde voor oosterse religies. Hij heeft een licentiaat in Vergelijkende Religiewetenschappen (Lugano, Zwitserland), een baccalaureaat in Theologie (KULeuven), een licentiaat in Boeddhistische Studies (Koyasan, Japan) en een doctoraat (STD) in Theologie van Religies (Nagoya, Japan).
Hij was twintig jaar actief in de interreligieuze dialoog in Japan, waar hij onder leiding van grote leermeesters ook diepgaand Zen-meditatie beoefende en de opleiding tot Shingon Esoterisch-Boeddhistische priester volgde. Van 2016 tot 2021 was hij directeur van SEDOS in Rome, en sinds 2022 is hij medeverantwoordelijke voor de Nederlandstalige pastoraal in Brussel. Hij is gastprofessor aan de KULeuven en UCLouvain voor colleges over hindoeïsme, boeddhisme, oosterse religies en oosterse filosofie. Als Rooms-Katholieke priester-theoloog streeft hij ernaar om religies ook op theologisch niveau dichter bij elkaar te brengen.
De verborgen god van het boeddhisme. Naar een christelijke theologie van het boeddhisme
Is boeddhisme een religie of een filosofie? Is er een ‘god’ in het boeddhisme? Of is het boeddhisme een pure levensfilosofie? Dit werk wil een bijdrage zijn in het juist begrijpen van het boeddhisme als religie én als filosofie.
Het vertrekpunt is de vraag als christelijke theoloog naar de ‘godservaring’ in het boeddhisme. De theologie van de religies probeert te begrijpen of en hoe ‘God’, zoals christenen hun ervaring van het goddelijke of de ultieme werkelijkheid noemen, aanwezig kan zijn in de gedachten, devoties en rituelen van andere religies. Christelijke theologie van het boeddhisme is dan een christelijke reflectie op het boeddhistische geloof in ‘god’ of ‘goden’.
De boeddhistische leer bevat (net als de christelijke leer) veel schijnbare tegenstrijdigheden. Deze accepteren en zoeken naar aanwijzingen om te begrijpen hoe ze zijn ontstaan en hoe ze verzoend kunnen worden, is niet alleen een intellectuele uitdaging, maar ook een religieuze plicht.
De verborgen god van het boeddhisme voelt als een detectiveverhaal dat de lezer meeneemt op een nauwgezet onderzoek naar de veelvoudige thema’s, concepten en personen van de verschillende boeddhistische geloofstradities om te bepalen of ze gerelateerd kunnen worden aan het christelijke begrip van wie God is. Het resultaat, dat zowel complex als eenvoudig is, zal lezers in staat stellen stappen te zetten om beide religies te verenigen in het ‘mysterie’ dat God of het Dharma is.
‘This book is courageous and necessary: courageous because it breaks a taboo of placing interreligious dialogue on a theological level; necessary because it brings to light a sincere comparative study of the relationship between faith and practice – which is common ground for all the great spiritual traditions. This is the more necessary in the case of Buddhism, which, in the West, is increasingly secularized and confined to the field of psychophysical well-being disciplines.’ Guglielmo Doryu Cappelli, Zen Anshin temple, Rome
Peter Baekelmans is priester-missionaris van Scheut (CICM) met een grote liefde voor oosterse religies. Hij heeft een licentiaat in Vergelijkende Religiewetenschappen (Lugano, Zwitserland), een baccalaureaat in Theologie (KULeuven), een licentiaat in Boeddhistische Studies (Koyasan, Japan) en een doctoraat (STD) in Theologie van Religies (Nagoya, Japan).
Hij was twintig jaar actief in de interreligieuze dialoog in Japan, waar hij onder leiding van grote leermeesters ook diepgaand Zen-meditatie beoefende en de opleiding tot Shingon Esoterisch-Boeddhistische priester volgde. Van 2016 tot 2021 was hij directeur van SEDOS in Rome, en sinds 2022 is hij medeverantwoordelijke voor de Nederlandstalige pastoraal in Brussel. Hij is gastprofessor aan de KULeuven en UCLouvain voor colleges over hindoeïsme, boeddhisme, oosterse religies en oosterse filosofie. Als Rooms-Katholieke priester-theoloog streeft hij ernaar om religies ook op theologisch niveau dichter bij elkaar te brengen.
Bewegend leren musiceren – Een kinemuzikale benadering van het instrumentaal muziekonderwijs
In dit boek wordt de synergie tussen muziek en beweging omarmd en verkend als een medium voor muzikale expressie en welzijn. De achtergrondinformatie in dit boek gaf het denkkader waarbinnen de kinemuzikale benadering tot stand kwam en kan hen die zich willen verdiepen in de verrijkende wereld van muziek en beweging, verder op weg helpen doorheen theoriëen en onderzoek. De kinemuzikale activiteiten die werden aangereikt kunnen gezien worden als stappen in een ontdekkingsreis doorheen een ‘kinemuzikale wereld’, maar ook als een mogelijk pad naar diversiteit en inclusiviteit in het muziekonderwijs, met oog voor het welzijn van de leerlingen.
Dit boek biedt nieuwe perspectieven en inzichten, maar het ware avontuur begint pas echt door de kinemuzikale benadering toe te passen in de klas. Als inspiratieboek is het bovendien een uitnodiging om verder te gaan, te exploreren en te experimenteren met variaties en activiteiten die je zelf bedenkt, om zo professioneel te groeien vanuit een streven naar muzikale ontwikkeling, collectieve creativiteit en expressie, en welzijn. De achtergrondinformatie en de voorgestelde activiteiten zijn dus slechts een aanzet, een begin. Verken, kleur buiten de lijntjes, en maak je eigen creatieve ‘kinemuzikale’ pad!
Bewegend leren musiceren – Een kinemuzikale benadering van het instrumentaal muziekonderwijs
In dit boek wordt de synergie tussen muziek en beweging omarmd en verkend als een medium voor muzikale expressie en welzijn. De achtergrondinformatie in dit boek gaf het denkkader waarbinnen de kinemuzikale benadering tot stand kwam en kan hen die zich willen verdiepen in de verrijkende wereld van muziek en beweging, verder op weg helpen doorheen theoriëen en onderzoek. De kinemuzikale activiteiten die werden aangereikt kunnen gezien worden als stappen in een ontdekkingsreis doorheen een ‘kinemuzikale wereld’, maar ook als een mogelijk pad naar diversiteit en inclusiviteit in het muziekonderwijs, met oog voor het welzijn van de leerlingen.
Dit boek biedt nieuwe perspectieven en inzichten, maar het ware avontuur begint pas echt door de kinemuzikale benadering toe te passen in de klas. Als inspiratieboek is het bovendien een uitnodiging om verder te gaan, te exploreren en te experimenteren met variaties en activiteiten die je zelf bedenkt, om zo professioneel te groeien vanuit een streven naar muzikale ontwikkeling, collectieve creativiteit en expressie, en welzijn. De achtergrondinformatie en de voorgestelde activiteiten zijn dus slechts een aanzet, een begin. Verken, kleur buiten de lijntjes, en maak je eigen creatieve ‘kinemuzikale’ pad!
Emotionele ontwikkeling in verbinding. Mentaliserend coachen van begeleiders van kinderen en jongeren met complexe gedragsproblemen (Oranje boek)
Het eerdere boek ‘Emotionele ontwikkeling in verbinding. coachingsmethodiek voor begeleiders van cliënten met probleemgedrag’ en bijhorende MENTEMO-spel richtte zich tot begeleiders in relatie met een bijzonder uitdagende doelgroep, met name personen met een verstandelijke beperking en geestelijke gezondheidsproblemen. Na het verschijnen in 2017 bleek er ook vraag te zijn naar een gelijkaardig boek en spel specifiek voor begeleiders van kinderen en jongeren met complexe gedragsproblemen. Vanuit deze vraag verscheen in 2022 een tweede, aangepaste boek en MENTEMO-spel. Deze laatste versie van het boek werd tot dit nieuwe boek herwerkt. Kinderen en jongeren met complexe gedragsproblemen hebben immers nood aan verbinding en steun bij het reguleren van hun stress en emoties, het aangaan van veilige relaties en het emotioneel begrijpen van zichzelf en anderen. Deze steun bieden begeleiders binnen een ‘dragend mentaliserend netwerk’, in nauw contact met hun ouders. Begeleiders kunnen hierbij spanningen in de relatie(s) ervaren, waardoor ze ‘emotioneel besmet’ raken. Zo staat hun stress- en emotieregulatie onder druk en worden ze soms meegezogen in een actiereactiespiraal. Gevoelens van onmacht, vertwijfeling, angst, frustratie en kwaadheid kunnen soms geruisloos evolueren naar grote vermoeidheid, chronische stress en burn-out. Via mentaliserend coachen wordt aan begeleiders een veilige basis geboden om emotioneel beschikbaar te zijn en hoopvolle perspectieven te openen. Hierbij wordt veel aandacht geschonken aan de thema’s ‘buikgevoel’, ademruimte en zelfzorg. Begeleiders die goed voor zichzelf en elkaar zorgen hebben de nodige wijsheid en veerkracht om op een betrouwbare manier beschikbaar te zijn en te blijven. Bij deze nieuwe versie van het tweede boek kun je nog steeds het aangepaste MENTEMO-spel gebruiken. Dit reflectiespel loodst je door de verschillende dimensies van wederzijdse emotionele beschikbaarheid met aandacht voor het belang van stressregulatie en mentaliseren. Zo zijn er vragen over sensitieve responsiviteit, structuur bieden, ruimte laten en mildheid. Er zijn ook ‘Out of the box’ vragen gericht op de begeleider zelf; hierin worden parallellen onderzocht tussen de beleving van begeleiders en die van kinderen/jongeren en hun ouders. MENTEMO heeft als doel reflectie en dialoog over de eigen praktijk te bevorderen.
Erik De Belie & Jolien Verhasselt zijn orthopedagoog en psychotherapeut, verbonden aan de Hogeschool Gent, Faculteit Mens en Welzijn, vakgroep orthopedagogie. Erik was ook verbonden aan het M.F.C. De Hagewinde (Lokeren). Met bijdragen van: Filip Morisse, Leen De Neve, Soetkin Roskam, Sofie Van De Ginste, Sofie De Meyer en Mieke Blontrock.
Emotionele ontwikkeling in verbinding. Mentaliserend coachen van begeleiders van kinderen en jongeren met complexe gedragsproblemen (Oranje boek)
Het eerdere boek ‘Emotionele ontwikkeling in verbinding. coachingsmethodiek voor begeleiders van cliënten met probleemgedrag’ en bijhorende MENTEMO-spel richtte zich tot begeleiders in relatie met een bijzonder uitdagende doelgroep, met name personen met een verstandelijke beperking en geestelijke gezondheidsproblemen. Na het verschijnen in 2017 bleek er ook vraag te zijn naar een gelijkaardig boek en spel specifiek voor begeleiders van kinderen en jongeren met complexe gedragsproblemen. Vanuit deze vraag verscheen in 2022 een tweede, aangepaste boek en MENTEMO-spel. Deze laatste versie van het boek werd tot dit nieuwe boek herwerkt. Kinderen en jongeren met complexe gedragsproblemen hebben immers nood aan verbinding en steun bij het reguleren van hun stress en emoties, het aangaan van veilige relaties en het emotioneel begrijpen van zichzelf en anderen. Deze steun bieden begeleiders binnen een ‘dragend mentaliserend netwerk’, in nauw contact met hun ouders. Begeleiders kunnen hierbij spanningen in de relatie(s) ervaren, waardoor ze ‘emotioneel besmet’ raken. Zo staat hun stress- en emotieregulatie onder druk en worden ze soms meegezogen in een actiereactiespiraal. Gevoelens van onmacht, vertwijfeling, angst, frustratie en kwaadheid kunnen soms geruisloos evolueren naar grote vermoeidheid, chronische stress en burn-out. Via mentaliserend coachen wordt aan begeleiders een veilige basis geboden om emotioneel beschikbaar te zijn en hoopvolle perspectieven te openen. Hierbij wordt veel aandacht geschonken aan de thema’s ‘buikgevoel’, ademruimte en zelfzorg. Begeleiders die goed voor zichzelf en elkaar zorgen hebben de nodige wijsheid en veerkracht om op een betrouwbare manier beschikbaar te zijn en te blijven. Bij deze nieuwe versie van het tweede boek kun je nog steeds het aangepaste MENTEMO-spel gebruiken. Dit reflectiespel loodst je door de verschillende dimensies van wederzijdse emotionele beschikbaarheid met aandacht voor het belang van stressregulatie en mentaliseren. Zo zijn er vragen over sensitieve responsiviteit, structuur bieden, ruimte laten en mildheid. Er zijn ook ‘Out of the box’ vragen gericht op de begeleider zelf; hierin worden parallellen onderzocht tussen de beleving van begeleiders en die van kinderen/jongeren en hun ouders. MENTEMO heeft als doel reflectie en dialoog over de eigen praktijk te bevorderen.
Erik De Belie & Jolien Verhasselt zijn orthopedagoog en psychotherapeut, verbonden aan de Hogeschool Gent, Faculteit Mens en Welzijn, vakgroep orthopedagogie. Erik was ook verbonden aan het M.F.C. De Hagewinde (Lokeren). Met bijdragen van: Filip Morisse, Leen De Neve, Soetkin Roskam, Sofie Van De Ginste, Sofie De Meyer en Mieke Blontrock.
Van Kierkegaard tot Monty Python. Psychoanalyse en Humor (Reeks: Psychoanalyse en Cultuur Nr. 16)
‘Het woord alleen al, humor’, aldus de grinnikende figuur uit de cartoon van Gummbah op de voorkant van deze bundel. In contactadvertenties wordt maar al te vaak een partner met een (goed) ‘gevoel voor humor’ gezocht, alsof vanzelfsprekend is wat we onder humor verstaan. Doorgaans wordt bedoeld dat men iemand zoekt met wie te lachen valt, maar is humor niet ook, zoals de Duitse filosoof Arthur Schopenhauer beweerde, ‘achter scherts verscholen ernst’? Vertrekkend vanuit Sigmund Freuds studie De grap en zijn relatie tot het onbewuste uit 1905 verkent deze bundel de complexiteit van humor met aandacht voor een keur aan wijsgeren, cultuurhistorici en cabaretiers.
Annette van der Elst bespreekt het ironie-begrip van de filosoof Søren Kierkegaard, Léon Hanssen belicht het werk van Johan Huizinga, Marc De Kesel zet via Kant, Bataille en Freud het denken van Jacques Lacan uiteen, Giselinde Kuipers adresseert de retoriek van (rechtse) politici, Ivo Nieuwenhuis schetst een reeks humorschandalen in Nederland, Yasco Horsman analyseert het polymorf perverse van stripfiguren, Mette Gieskes ontleedt de theatrale performances van Moniek Toebosch, Wouter Hessels neemt met het nazisme spottende filmkomedies onder de loep. Sjef Houppermans maakt een onderscheid tussen Noord-Nederlandse en Zuid-Nederlandse humor én biedt een overzicht van allerlei soorten lachen bij Marcel Proust. Peter Verstraten overdenkt de ludiek ‘onlogische logica’ van Theo Maassen, Jiskefet en Gummbah, alsmede het absurdistische van Monty Python.
Van Kierkegaard tot Monty Python. Psychoanalyse en Humor (Reeks: Psychoanalyse en Cultuur Nr. 16)
‘Het woord alleen al, humor’, aldus de grinnikende figuur uit de cartoon van Gummbah op de voorkant van deze bundel. In contactadvertenties wordt maar al te vaak een partner met een (goed) ‘gevoel voor humor’ gezocht, alsof vanzelfsprekend is wat we onder humor verstaan. Doorgaans wordt bedoeld dat men iemand zoekt met wie te lachen valt, maar is humor niet ook, zoals de Duitse filosoof Arthur Schopenhauer beweerde, ‘achter scherts verscholen ernst’? Vertrekkend vanuit Sigmund Freuds studie De grap en zijn relatie tot het onbewuste uit 1905 verkent deze bundel de complexiteit van humor met aandacht voor een keur aan wijsgeren, cultuurhistorici en cabaretiers.
Annette van der Elst bespreekt het ironie-begrip van de filosoof Søren Kierkegaard, Léon Hanssen belicht het werk van Johan Huizinga, Marc De Kesel zet via Kant, Bataille en Freud het denken van Jacques Lacan uiteen, Giselinde Kuipers adresseert de retoriek van (rechtse) politici, Ivo Nieuwenhuis schetst een reeks humorschandalen in Nederland, Yasco Horsman analyseert het polymorf perverse van stripfiguren, Mette Gieskes ontleedt de theatrale performances van Moniek Toebosch, Wouter Hessels neemt met het nazisme spottende filmkomedies onder de loep. Sjef Houppermans maakt een onderscheid tussen Noord-Nederlandse en Zuid-Nederlandse humor én biedt een overzicht van allerlei soorten lachen bij Marcel Proust. Peter Verstraten overdenkt de ludiek ‘onlogische logica’ van Theo Maassen, Jiskefet en Gummbah, alsmede het absurdistische van Monty Python.
Straatnamen vertellen geschiedenis. Het verhaal van Deurne
Elke straat heeft een naam, maar wat gaat er achter die naam schuil? De zoektocht naar Deurnese straatnamen levert een heel stuk geschiedenis van Deurne op. Meer zelfs, ook Antwerpse en algemene geschiedenis duiken hier en daar op. We maken kennis met een aantal historische figuren, met architectuur, met kunstenaars en politici en met nog veel meer. Deurne telt ondertussen meer dan 82.000 inwoners, maar komt van heel ver. Vroeger waren landbouwers in de meerderheid, al hadden eeuwen geleden vele rijke Antwerpenaars voor Deurne gekozen om er een kasteel als buitenverblijf te kopen of te bouwen. Deurne is trouwens niet gespaard gebleven van opstanden, bezettingen en oorlogen, er zijn straten die daaraan herinneren. Kortom, straatnamen vertellen een boeiende geschiedenis.
René De Preter is economist en schreef al enkele werken over economische en maatschappelijke thema’s. Hij publiceerde ook in tijdschriften en verzamelwerken. Nu heeft hij zich aan lokale geschiedenis gewaagd, maar niet zonder voorkennis. Deurne is voor hem bekend terrein. Hij was immers bijna 30 jaar lid van de districtsraad en hij was er ook voorzitter van. Hij was en is nog lid en bestuurder van meerdere Deurnese verenigingen. Eén van die verenigingen is de lokale heemkundige kring Turninum Volksmuseum, een zeer interessante bron voor informatie over de geschiedenis van Deurne.
Straatnamen vertellen geschiedenis. Het verhaal van Deurne
Elke straat heeft een naam, maar wat gaat er achter die naam schuil? De zoektocht naar Deurnese straatnamen levert een heel stuk geschiedenis van Deurne op. Meer zelfs, ook Antwerpse en algemene geschiedenis duiken hier en daar op. We maken kennis met een aantal historische figuren, met architectuur, met kunstenaars en politici en met nog veel meer. Deurne telt ondertussen meer dan 82.000 inwoners, maar komt van heel ver. Vroeger waren landbouwers in de meerderheid, al hadden eeuwen geleden vele rijke Antwerpenaars voor Deurne gekozen om er een kasteel als buitenverblijf te kopen of te bouwen. Deurne is trouwens niet gespaard gebleven van opstanden, bezettingen en oorlogen, er zijn straten die daaraan herinneren. Kortom, straatnamen vertellen een boeiende geschiedenis.
René De Preter is economist en schreef al enkele werken over economische en maatschappelijke thema’s. Hij publiceerde ook in tijdschriften en verzamelwerken. Nu heeft hij zich aan lokale geschiedenis gewaagd, maar niet zonder voorkennis. Deurne is voor hem bekend terrein. Hij was immers bijna 30 jaar lid van de districtsraad en hij was er ook voorzitter van. Hij was en is nog lid en bestuurder van meerdere Deurnese verenigingen. Eén van die verenigingen is de lokale heemkundige kring Turninum Volksmuseum, een zeer interessante bron voor informatie over de geschiedenis van Deurne.
Evidence based voedingsleer. Eten en weten
De voedingswetenschap is zeer complex. Boodschappen die bedacht zijn door marketingafdelingen van grote bedrijven en commerciële vermageringsdiëten, zaaien verwarring bij de consument. De wetenschap wil er het fijne van weten. Wat is zeker waar en wat is zeker niet waar? Op welke vragen heeft de wetenschap tot dusver geen antwoord? Misschien is ze zich van bepaalde vragen nog niet eens bewust? De auteur wil zo veel mogelijk vragen beantwoorden, evidence based, zodat de antwoorden juist zijn. Daarmee maakt hij komaf met onverantwoorde beweringen van voedingsgoeroes, misplaatste acties van marketinglieden enz. Het boek is dan ook bestemd voor iedereen die betrouwbare informatie wil hebben.
Patrick Mullie studeerde voedings- en dieetleer aan de Regaschool in Leuven en epidemiologie aan de Universiteit Maastricht. Hij werd doctor in de biomedische wetenschappen aan de KU Leuven. Momenteel doceert hij aan de Vrije Universiteit Brussel en aan de Erasmushogeschool in Brussel. Daarnaast is hij onderzoeksdirecteur bij het Koningin Astrid Militair Hospitaal in Neder-over-Heembeek, expert bij de Hoge Gezondheidsraad van België en research director bij het International Prevention Research Institute in Lyon
Evidence based voedingsleer. Eten en weten
De voedingswetenschap is zeer complex. Boodschappen die bedacht zijn door marketingafdelingen van grote bedrijven en commerciële vermageringsdiëten, zaaien verwarring bij de consument. De wetenschap wil er het fijne van weten. Wat is zeker waar en wat is zeker niet waar? Op welke vragen heeft de wetenschap tot dusver geen antwoord? Misschien is ze zich van bepaalde vragen nog niet eens bewust? De auteur wil zo veel mogelijk vragen beantwoorden, evidence based, zodat de antwoorden juist zijn. Daarmee maakt hij komaf met onverantwoorde beweringen van voedingsgoeroes, misplaatste acties van marketinglieden enz. Het boek is dan ook bestemd voor iedereen die betrouwbare informatie wil hebben.
Patrick Mullie studeerde voedings- en dieetleer aan de Regaschool in Leuven en epidemiologie aan de Universiteit Maastricht. Hij werd doctor in de biomedische wetenschappen aan de KU Leuven. Momenteel doceert hij aan de Vrije Universiteit Brussel en aan de Erasmushogeschool in Brussel. Daarnaast is hij onderzoeksdirecteur bij het Koningin Astrid Militair Hospitaal in Neder-over-Heembeek, expert bij de Hoge Gezondheidsraad van België en research director bij het International Prevention Research Institute in Lyon
Het herstel van de geestelijke gezondheidszorg – Terug naar de zorg
De manier waarop zorg wordt georganiseerd, ‘het systeem’ en het management vertrekken altijd vanuit goede bedoelingen. Maar soms zorgen zij ook voor onnodig veel afleiding en trekken ze de aandacht – weliswaar onbewust – weg van datgene waar het werkelijk om draait: de zorg voor mensen. Zoiets heeft impact op zowel de hulpvragers, alsook op de mensen die in de zorg aan de slag zijn. Dankzij het gedachtengoed van onder meer Wouter Hart en talrijke praktijkvoorbeelden vinden we inzicht in deze dynamiek en gaan we op zoek naar hoe het anders kan.
Dit boek schetst een hoopgevend verhaal dat iedereen uitnodigt om de zorg voor mensen weer centraal te plaatsen. Het is een inspirerend hulpmiddel om de eigen werking beter te doorgronden. Tegelijkertijd reikt het bestuurders, managers, medewerkers, docenten en studenten een kompas aan, waardoor zij zelf verantwoordelijkheid kunnen opnemen en samen met anderen de kern van zorg centraal kunnen houden. Hoewel dit boek vertrekt vanuit de praktijk van de geestelijke gezondheidszorg is het een inspiratiebron voor iedereen die met zorg te maken heeft.
‘Het boek heeft me geraakt, ontroerd, geïnspireerd. Het raakt de juiste dingen aan, geeft heel inzichtelijk weer waar het verkeerd loopt, hoe het anders kan en WAAROM het anders moet. De voorbeelden zijn erg krachtig, omdat ze zo herkenbaar, eerlijk en overzichtelijk zijn. Maar ook de oefeningen zijn nuttig en helpen je om ze te gaan toepassen op jezelf en op je eigen situatie. Ik voel veel aansluiting en verwantschap. Tegelijk zijn ook bepaalde invalshoeken, ideeën en perspectieven voor mij nieuw en erg inspirerend. De toon van het boek is persoonlijk, motiverend, oriënterend, nergens moraliserend of (het andere uiterste) vaag. Het boek is een wonderlijk samen-denken van transformatie in zorg, organisatiemanagement, filosofie en zorgethiek.’
Linus Vanlaere, zorgethicus
Pieter Loncke is psychiatrisch verpleegkundige en beeldend creatief therapeut. Hij is gastdocent aan verschillende hogescholen, treedt op als spreker en geeft workshops. Hij is medeauteur van verschillende ‘Respectboeken’. Het is zijn passie om samen met andere mensen vanuit ‘de bedoeling van geestelijke gezondheidszorg’ te werken.
Eric Halsberghe is master Economische Wetenschappen. Hij was onderzoeker aan de Universiteit Gent en docent in het economisch en technisch hoger onderwijs. Daarna was hij medewerker van het Vlaams Verbond voor Katholieke Hogescholen, waar hij hogescholen begeleidde bij onder meer professionalisering, kwaliteitszorg en onderwijsontwikkeling. Bij de fusie van de hogescholen werd hij algemeen directeur van KATHO, nu VIVES. In de Associatie KU Leuven was hij bestuurder en voorzitter van de Associatieraad Onderwijs. Hij is nu bestuurder van RHIZO, een scholengroep in het secundair onderwijs. Voor de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie is hij betrokken bij kwaliteitsaudits in het hoger onderwijs. Hij is lid van een kwaliteitsoverleg van de Groep Zorg H. Familie.
Het herstel van de geestelijke gezondheidszorg – Terug naar de zorg
De manier waarop zorg wordt georganiseerd, ‘het systeem’ en het management vertrekken altijd vanuit goede bedoelingen. Maar soms zorgen zij ook voor onnodig veel afleiding en trekken ze de aandacht – weliswaar onbewust – weg van datgene waar het werkelijk om draait: de zorg voor mensen. Zoiets heeft impact op zowel de hulpvragers, alsook op de mensen die in de zorg aan de slag zijn. Dankzij het gedachtengoed van onder meer Wouter Hart en talrijke praktijkvoorbeelden vinden we inzicht in deze dynamiek en gaan we op zoek naar hoe het anders kan.
Dit boek schetst een hoopgevend verhaal dat iedereen uitnodigt om de zorg voor mensen weer centraal te plaatsen. Het is een inspirerend hulpmiddel om de eigen werking beter te doorgronden. Tegelijkertijd reikt het bestuurders, managers, medewerkers, docenten en studenten een kompas aan, waardoor zij zelf verantwoordelijkheid kunnen opnemen en samen met anderen de kern van zorg centraal kunnen houden. Hoewel dit boek vertrekt vanuit de praktijk van de geestelijke gezondheidszorg is het een inspiratiebron voor iedereen die met zorg te maken heeft.
‘Het boek heeft me geraakt, ontroerd, geïnspireerd. Het raakt de juiste dingen aan, geeft heel inzichtelijk weer waar het verkeerd loopt, hoe het anders kan en WAAROM het anders moet. De voorbeelden zijn erg krachtig, omdat ze zo herkenbaar, eerlijk en overzichtelijk zijn. Maar ook de oefeningen zijn nuttig en helpen je om ze te gaan toepassen op jezelf en op je eigen situatie. Ik voel veel aansluiting en verwantschap. Tegelijk zijn ook bepaalde invalshoeken, ideeën en perspectieven voor mij nieuw en erg inspirerend. De toon van het boek is persoonlijk, motiverend, oriënterend, nergens moraliserend of (het andere uiterste) vaag. Het boek is een wonderlijk samen-denken van transformatie in zorg, organisatiemanagement, filosofie en zorgethiek.’
Linus Vanlaere, zorgethicus
Pieter Loncke is psychiatrisch verpleegkundige en beeldend creatief therapeut. Hij is gastdocent aan verschillende hogescholen, treedt op als spreker en geeft workshops. Hij is medeauteur van verschillende ‘Respectboeken’. Het is zijn passie om samen met andere mensen vanuit ‘de bedoeling van geestelijke gezondheidszorg’ te werken.
Eric Halsberghe is master Economische Wetenschappen. Hij was onderzoeker aan de Universiteit Gent en docent in het economisch en technisch hoger onderwijs. Daarna was hij medewerker van het Vlaams Verbond voor Katholieke Hogescholen, waar hij hogescholen begeleidde bij onder meer professionalisering, kwaliteitszorg en onderwijsontwikkeling. Bij de fusie van de hogescholen werd hij algemeen directeur van KATHO, nu VIVES. In de Associatie KU Leuven was hij bestuurder en voorzitter van de Associatieraad Onderwijs. Hij is nu bestuurder van RHIZO, een scholengroep in het secundair onderwijs. Voor de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie is hij betrokken bij kwaliteitsaudits in het hoger onderwijs. Hij is lid van een kwaliteitsoverleg van de Groep Zorg H. Familie.
Remacle en Gilbert Fusch – Twee broers geneesheer-kanunniken uit Limbourg in de zestiende eeuw (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg, nr. 19)
Gilbert Fusch was in de streek van Luik in de zestiende eeuw vermaard als geneesheer dankzij zijn succesvolle praktijk. Door zijn publicatie over de bronnen van Spa verleende hij die een blijvende bekendheid. Zijn broer Remacle was toen vooral beroemd als veelzijdig auteur, met werken over syfilis, plantkunde en farmacologie. Hij is te weinig gekend als medegrondlegger van de studie van de geschiedenis van de geneeskunde, waarvoor hij, samen met zijn onmiddellijke voorgangers Otto Brunfels en Symforien Champier, als pionier mag worden beschouwd. Hier wordt het leven en het werk van deze boeiende figuren besproken, die als broers en zowel als geneesheer en als kanunnik zeer geacht werden in de regio van Luik.
Francis Van Glabbeek is hoogleraar aan de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij is orthopedisch chirurg en adjunct-diensthoofd van de afdeling orthopedie en traumatologie van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen. Aan de Faculteit Geneeskunde is hij verantwoordelijk voor de musculoskeletale anatomie en de geschiedenis van de geneeskunde.
Maurits Biesbrouck publiceerde, naast een Nederlandse vertaling van het eerste boek van Vesalius’ Fabrica 1543, een Vesalius-bibliografie en daarnaast ook een overzicht met bespreking van de edities van zijn werken en brieven, beide jaarlijks bijgewerkt in www.andreasvesalius.be.
Remacle en Gilbert Fusch – Twee broers geneesheer-kanunniken uit Limbourg in de zestiende eeuw (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg, nr. 19)
Gilbert Fusch was in de streek van Luik in de zestiende eeuw vermaard als geneesheer dankzij zijn succesvolle praktijk. Door zijn publicatie over de bronnen van Spa verleende hij die een blijvende bekendheid. Zijn broer Remacle was toen vooral beroemd als veelzijdig auteur, met werken over syfilis, plantkunde en farmacologie. Hij is te weinig gekend als medegrondlegger van de studie van de geschiedenis van de geneeskunde, waarvoor hij, samen met zijn onmiddellijke voorgangers Otto Brunfels en Symforien Champier, als pionier mag worden beschouwd. Hier wordt het leven en het werk van deze boeiende figuren besproken, die als broers en zowel als geneesheer en als kanunnik zeer geacht werden in de regio van Luik.
Francis Van Glabbeek is hoogleraar aan de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij is orthopedisch chirurg en adjunct-diensthoofd van de afdeling orthopedie en traumatologie van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen. Aan de Faculteit Geneeskunde is hij verantwoordelijk voor de musculoskeletale anatomie en de geschiedenis van de geneeskunde.
Maurits Biesbrouck publiceerde, naast een Nederlandse vertaling van het eerste boek van Vesalius’ Fabrica 1543, een Vesalius-bibliografie en daarnaast ook een overzicht met bespreking van de edities van zijn werken en brieven, beide jaarlijks bijgewerkt in www.andreasvesalius.be.
Professionele leergemeenschappen – Van theorie naar praktijk
Zowel vanuit de wetenschap als de onderwijspraktijk is sinds het einde van de jaren 90 veel aandacht voor Professionele Leergemeenschappen (PLG’s). Een PLG is een vorm van gezamenlijk leren op de werkplek, wat leidt tot verbetering van de onderwijspraktijk en het leren van leerlingen. In het Nederlandse onderwijs is een PLG inmiddels een bekend begrip. De grote belangstelling voor PLG’s heeft ook een nadeel. Als je je niet verdiept in de kenmerken van een PLG en alle samenwerkingsverbanden een PLG noemt, dan zullen de voordelen uitblijven. Inflatie van de term PLG ligt op de loer. De kans is dan groot dat alweer een ‘veelbelovende onderwijsvernieuwing’ niet bijdraagt aan het beloofde doel.
Dit boek beschrijft op basis van literatuur en onze onderzoeksopbrengsten wat een PLG is, hoe die zich binnen de complexe context van een school kan ontwikkelen en welke factoren daarop van invloed zijn. Dit leidt tot praktische handreikingen, hoe een PLG op een school kan worden ingevoerd, ontwikkeld en begeleid.
Kortom, een boek voor PLG-deelnemers, PLG-begeleiders en schoolleiders, met een stevige theoretische onderbouwing en een vertaalslag naar de onderwijspraktijk, die toepassing in de eigen school mogelijk maakt.
Professionele leergemeenschappen – Van theorie naar praktijk
Zowel vanuit de wetenschap als de onderwijspraktijk is sinds het einde van de jaren 90 veel aandacht voor Professionele Leergemeenschappen (PLG’s). Een PLG is een vorm van gezamenlijk leren op de werkplek, wat leidt tot verbetering van de onderwijspraktijk en het leren van leerlingen. In het Nederlandse onderwijs is een PLG inmiddels een bekend begrip. De grote belangstelling voor PLG’s heeft ook een nadeel. Als je je niet verdiept in de kenmerken van een PLG en alle samenwerkingsverbanden een PLG noemt, dan zullen de voordelen uitblijven. Inflatie van de term PLG ligt op de loer. De kans is dan groot dat alweer een ‘veelbelovende onderwijsvernieuwing’ niet bijdraagt aan het beloofde doel.
Dit boek beschrijft op basis van literatuur en onze onderzoeksopbrengsten wat een PLG is, hoe die zich binnen de complexe context van een school kan ontwikkelen en welke factoren daarop van invloed zijn. Dit leidt tot praktische handreikingen, hoe een PLG op een school kan worden ingevoerd, ontwikkeld en begeleid.
Kortom, een boek voor PLG-deelnemers, PLG-begeleiders en schoolleiders, met een stevige theoretische onderbouwing en een vertaalslag naar de onderwijspraktijk, die toepassing in de eigen school mogelijk maakt.
Sociologen over onderwijs – Inzichten, praktijken en kritieken
Dit boek biedt sociologische beschouwingen over het onderwijs. Een dertigtal gerenommeerde onderwijswetenschappers presenteert een breed scala aan inzichten en maakt duidelijk dat een sociologische kijk op onderwijs een vruchtbare en onmisbare aanvulling vormt op allerlei andere perspectieven.
Daarmee is het boek een aanrader voor iedereen die betrokken is bij onderwijs, van de student die wat verder gevorderd is , tot onderwijsprofessionals die zich willen verdiepen in de maatschappelijke betekenis van hun werk. Ook wie beroepshalve bezig is met de inrichting van onderwijs (directeur, bestuurder, beleidsbeïnvloeder, ambtenaar, politicus) doet er goed aan dit boek te lezen. De inzichten blijken opvallend goed bruikbaar in de analyse van de complexiteit waar het moderne onderwijsstelsel zich voor gesteld ziet. Zowel de situatie in Nederland als in Vlaanderen wordt daarbij in beeld gebracht.
Jannick Demanet is hoofddocent aan de Vakgroep Sociologie van de Universiteit Gent en lid van de onderzoeksgroep CuDOS - Cultural Diversity: Opportunities & Socialization. Zijn onderzoek spitst zich toe op sociale ongelijkheid doorheen schoolloopbanen, gelinkt met attitudes en gedrag, vanuit een focus op contextuele verschillen tussen onderwijssystemen en schoolcontexten.
Mieke Van Houtte is hoogleraar aan de Vakgroep Sociologie van de Universiteit Gent en hoofd van de onderzoeksgroep CuDOS – Cultural Diversity: Opportunities & Socialization. Haar onderzoek concentreert zich op schooleffecten en gelijke kansen. Ze is lid van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten.
Marc Vermeulen is hoogleraar onderwijssociologie aan Tilburg University. Binnen het onderwijs richt hij zich op toegepast onderzoek op het gebied van het onderwijsstelsel en de relatie met omliggende sociale en economische systemen, onder meer: lerarentekort, maatschappelijke opbrengsten van onderwijs en bestuurlijk inrichten.
Sociologen over onderwijs – Inzichten, praktijken en kritieken
Dit boek biedt sociologische beschouwingen over het onderwijs. Een dertigtal gerenommeerde onderwijswetenschappers presenteert een breed scala aan inzichten en maakt duidelijk dat een sociologische kijk op onderwijs een vruchtbare en onmisbare aanvulling vormt op allerlei andere perspectieven.
Daarmee is het boek een aanrader voor iedereen die betrokken is bij onderwijs, van de student die wat verder gevorderd is , tot onderwijsprofessionals die zich willen verdiepen in de maatschappelijke betekenis van hun werk. Ook wie beroepshalve bezig is met de inrichting van onderwijs (directeur, bestuurder, beleidsbeïnvloeder, ambtenaar, politicus) doet er goed aan dit boek te lezen. De inzichten blijken opvallend goed bruikbaar in de analyse van de complexiteit waar het moderne onderwijsstelsel zich voor gesteld ziet. Zowel de situatie in Nederland als in Vlaanderen wordt daarbij in beeld gebracht.
Jannick Demanet is hoofddocent aan de Vakgroep Sociologie van de Universiteit Gent en lid van de onderzoeksgroep CuDOS - Cultural Diversity: Opportunities & Socialization. Zijn onderzoek spitst zich toe op sociale ongelijkheid doorheen schoolloopbanen, gelinkt met attitudes en gedrag, vanuit een focus op contextuele verschillen tussen onderwijssystemen en schoolcontexten.
Mieke Van Houtte is hoogleraar aan de Vakgroep Sociologie van de Universiteit Gent en hoofd van de onderzoeksgroep CuDOS – Cultural Diversity: Opportunities & Socialization. Haar onderzoek concentreert zich op schooleffecten en gelijke kansen. Ze is lid van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten.
Marc Vermeulen is hoogleraar onderwijssociologie aan Tilburg University. Binnen het onderwijs richt hij zich op toegepast onderzoek op het gebied van het onderwijsstelsel en de relatie met omliggende sociale en economische systemen, onder meer: lerarentekort, maatschappelijke opbrengsten van onderwijs en bestuurlijk inrichten.