Ouder worden op het Vlaamse platteland. Over wonen,zorg en ruimtelijk ordenen in dunbevolkte gebieden
Dit boek neemt twee casegebieden onder de loep: de rurale Westhoek en de meer verstedelijkte, maar nog steeds landelijke Kempen. Het zet een ruimtelijk model op poten en geeft beleidsaanbevelingen mee.
Pascal De Decker, Emma Volckaert en Elise Schillebeecks zijn verbonden aan de onderzoeksgroep P.PUL (Planning for People, Urbanity & Landscape), de opvolger van HaUS, van het Departement Architectuur van de KU Leuven. Brecht Vandekerckhove en Céline Wellens zijn vennoten bij Atelier Romain. Niels De Luyck is onderzoeker bij SumResearch.
Ouder worden op het Vlaamse platteland. Over wonen,zorg en ruimtelijk ordenen in dunbevolkte gebieden
Dit boek neemt twee casegebieden onder de loep: de rurale Westhoek en de meer verstedelijkte, maar nog steeds landelijke Kempen. Het zet een ruimtelijk model op poten en geeft beleidsaanbevelingen mee.
Pascal De Decker, Emma Volckaert en Elise Schillebeecks zijn verbonden aan de onderzoeksgroep P.PUL (Planning for People, Urbanity & Landscape), de opvolger van HaUS, van het Departement Architectuur van de KU Leuven. Brecht Vandekerckhove en Céline Wellens zijn vennoten bij Atelier Romain. Niels De Luyck is onderzoeker bij SumResearch.
Ook de aangespoelden blijven. Woon- en zorgperspectieven van pensioenmigranten aan de kust
Uit migratieanalyses voor de kuststreek van het Provinciaal Steunpunt Sociale Planning van de provincie West-Vlaanderen blijkt dat 80-plussers een afwijkend verhuispatroon laten optekenen. Ze lijken na verloop van tijd naar hun streek van herkomst terug te keren. Een reden voor het provinciebestuur om dit vraagstuk in detail te bekijken en na te gaan welke consequenties dit heeft voor het woon- en zorgbeleid in de kustgemeenten.
Drie onderzoeksvragen werden gesteld:
- Hoe zien de verhuisbewegingen aan de kust eruit, en in het bijzonder die van 80-plussers?
- Als ouderen verhuizen wat zijn dan hun verhuismotieven, hun motivatie voor locatiekeuze,
hun woonwensen, eventuele verhuisintenties en hun woon- en zorgverwachtingen?
- Welke repercussies heeft dit alles voor de woonmarkt en de zorgsector in de kustgemeenten?
Om deze vragen te beantwoorden werden statistische gegevens in detail bekeken en werd een enquête gehouden bij zowel gepensioneerden als mensen die in de woon- en zorgsector werken. De ‘aangespoelden’ is een begrip waarmee pensioenmigranten en tweedeverblijvers aan de kust naar zichzelf verwijzen. Het fungeert als geuzennaam en wordt zowel door ‘locals’ als pensioenmigranten in de mond genomen.
Brecht Vandekerckhove is sociaaleconomisch geograaf en stedenbouwkundige en is bestuurder van SumResearch. Hij coördineert inhoudelijk alle ruimtelijke en sociale beleidsstudies binnen dit onderzoeksteam./p>
Niels De Luyck is sociaaleconomisch geograaf en stedenbouwkundige en werkt als onderzoeksmedewerker bij het onderzoeksteam van SumResearch.
Emma Volckaert studeerde journalistiek (Artevelde Hogeschool) en politicologie (Universiteit Gent) en werkt als onderzoeksmedewerker bij de onderzoeksgroep HaUS (Housing and Urban Studies) van het Departement Architectuur van KU Leuven.
Nico De Witte (gerontoloog, dr. in de pedagogische wetenschappen, richting agogische wetenschappen) werkt als lector aan de Hogeschool Gent, Faculteit Mens en Welzijn, vakgroep verpleegkunde en als onderzoeker aan de Vrije Universiteit Brussel, Faculteit Psychologie en Educatiewetenschappen. Hij voerde dit onderzoek uit i.s.m. met het onderzoeksteam van de vakgroep verpleegkunde bestaande uit Lieve Hoeyberghs, Anja Huion, Leen Van Landschoot en Patricia Vanleerberghe.
Pascal De Decker (socioloog, ruimtelijk planner, dr. in de politieke en sociale wetenschappen) is als hoofddocent verbonden aan het Departement Architectuur van de KU Leuven waar hij de onderzoeksgroep HaUS leidt. Hij is ook verbonden aan de Universiteit Gent, Afdeling AMRP.
Ook de aangespoelden blijven. Woon- en zorgperspectieven van pensioenmigranten aan de kust
Uit migratieanalyses voor de kuststreek van het Provinciaal Steunpunt Sociale Planning van de provincie West-Vlaanderen blijkt dat 80-plussers een afwijkend verhuispatroon laten optekenen. Ze lijken na verloop van tijd naar hun streek van herkomst terug te keren. Een reden voor het provinciebestuur om dit vraagstuk in detail te bekijken en na te gaan welke consequenties dit heeft voor het woon- en zorgbeleid in de kustgemeenten.
Drie onderzoeksvragen werden gesteld:
- Hoe zien de verhuisbewegingen aan de kust eruit, en in het bijzonder die van 80-plussers?
- Als ouderen verhuizen wat zijn dan hun verhuismotieven, hun motivatie voor locatiekeuze,
hun woonwensen, eventuele verhuisintenties en hun woon- en zorgverwachtingen?
- Welke repercussies heeft dit alles voor de woonmarkt en de zorgsector in de kustgemeenten?
Om deze vragen te beantwoorden werden statistische gegevens in detail bekeken en werd een enquête gehouden bij zowel gepensioneerden als mensen die in de woon- en zorgsector werken. De ‘aangespoelden’ is een begrip waarmee pensioenmigranten en tweedeverblijvers aan de kust naar zichzelf verwijzen. Het fungeert als geuzennaam en wordt zowel door ‘locals’ als pensioenmigranten in de mond genomen.
Brecht Vandekerckhove is sociaaleconomisch geograaf en stedenbouwkundige en is bestuurder van SumResearch. Hij coördineert inhoudelijk alle ruimtelijke en sociale beleidsstudies binnen dit onderzoeksteam./p>
Niels De Luyck is sociaaleconomisch geograaf en stedenbouwkundige en werkt als onderzoeksmedewerker bij het onderzoeksteam van SumResearch.
Emma Volckaert studeerde journalistiek (Artevelde Hogeschool) en politicologie (Universiteit Gent) en werkt als onderzoeksmedewerker bij de onderzoeksgroep HaUS (Housing and Urban Studies) van het Departement Architectuur van KU Leuven.
Nico De Witte (gerontoloog, dr. in de pedagogische wetenschappen, richting agogische wetenschappen) werkt als lector aan de Hogeschool Gent, Faculteit Mens en Welzijn, vakgroep verpleegkunde en als onderzoeker aan de Vrije Universiteit Brussel, Faculteit Psychologie en Educatiewetenschappen. Hij voerde dit onderzoek uit i.s.m. met het onderzoeksteam van de vakgroep verpleegkunde bestaande uit Lieve Hoeyberghs, Anja Huion, Leen Van Landschoot en Patricia Vanleerberghe.
Pascal De Decker (socioloog, ruimtelijk planner, dr. in de politieke en sociale wetenschappen) is als hoofddocent verbonden aan het Departement Architectuur van de KU Leuven waar hij de onderzoeksgroep HaUS leidt. Hij is ook verbonden aan de Universiteit Gent, Afdeling AMRP.
Wonen in Vlaanderen anno 2013. De bevindingen uit het Grote Woononderzoek 2013 gebundeld
Tijdens het Grote Woononderzoek 2013 werden in
Vlaanderen 10.000 gezinnen uitgebreid geïnterviewd
over o.a. hun uitgaven voor wonen, de wijze van financiering,
woonwensen en woongeschiedenis. Bovendien
werden 5.000 woningen ook grondig gescreend volgens
een methodiek gebaseerd op de kwaliteitsnormen
van de Vlaamse overheid. Dit boek bundelt de voornaamste
resultaten van het Grote Woononderzoek en
plaatst deze binnen de ruimere context en historiek van
de woningmarkt.
Tot de meest opvallende resultaten hoort de vaststelling
dat naar schatting 1 miljoen Vlaamse woningen
tekortkomingen vertoont waardoor ze bij een conformiteitsonderzoek
wellicht niet zouden voldoen aan
de Vlaamse normen. Nieuw is ook dat na een decennialange
toename van het aandeel eigenaars onder
de Vlaamse bevolking dit aandeel nu afneemt. Verder
bevestigen de resultaten de gekende en toenemende
betaalbaarheidsproblemen op de private huurmarkt.
Dit boek is onmisbare lectuur voor wie zich een objectief
beeld wenst te vormen van de Vlaamse woningmarkt
anno 2013. Voor de overheid bieden de resultaten
van het onderzoek een hulp om het beleid beter te
richten op de voornaamste problemen.
Dit boek werd geschreven door auteurs van verschillende academische disciplines, die samenwerken binnen het Steunpunt Wonen.
Wonen in Vlaanderen anno 2013. De bevindingen uit het Grote Woononderzoek 2013 gebundeld
Tijdens het Grote Woononderzoek 2013 werden in
Vlaanderen 10.000 gezinnen uitgebreid geïnterviewd
over o.a. hun uitgaven voor wonen, de wijze van financiering,
woonwensen en woongeschiedenis. Bovendien
werden 5.000 woningen ook grondig gescreend volgens
een methodiek gebaseerd op de kwaliteitsnormen
van de Vlaamse overheid. Dit boek bundelt de voornaamste
resultaten van het Grote Woononderzoek en
plaatst deze binnen de ruimere context en historiek van
de woningmarkt.
Tot de meest opvallende resultaten hoort de vaststelling
dat naar schatting 1 miljoen Vlaamse woningen
tekortkomingen vertoont waardoor ze bij een conformiteitsonderzoek
wellicht niet zouden voldoen aan
de Vlaamse normen. Nieuw is ook dat na een decennialange
toename van het aandeel eigenaars onder
de Vlaamse bevolking dit aandeel nu afneemt. Verder
bevestigen de resultaten de gekende en toenemende
betaalbaarheidsproblemen op de private huurmarkt.
Dit boek is onmisbare lectuur voor wie zich een objectief
beeld wenst te vormen van de Vlaamse woningmarkt
anno 2013. Voor de overheid bieden de resultaten
van het onderzoek een hulp om het beleid beter te
richten op de voornaamste problemen.
Dit boek werd geschreven door auteurs van verschillende academische disciplines, die samenwerken binnen het Steunpunt Wonen.
De moeilijke oversteek. Wonen na verblijf in gevangenis, bijzondere jeugdzorg of psychiatrie
Om allerlei redenen komen sommige mensen terecht in een residentiële voorziening of een ‘instelling’. Er zijn residentiële voorzieningen die voor mensen zorgen die daartoe zelf niet in staat zijn, zoals instellingen voor jongeren en psychiatrische inrichtingen, en voorzieningen die veeleer gericht zijn op de bescherming van de gemeenschap, zoals gevangenissen. De diversiteit aan residentiële voorzieningen is dus groot. De laatste decennia heeft zich bovendien een proces van vermaatschappelijking van de zorg doorgezet. Het model van een residentiële voorziening wordt daarbij meer en meer verlaten ten voordele van een zorgmodel dat het zelfstandig wonen centraal stelt.
De oversteek naar een zelfstandige woonsituatie loopt echter niet altijd van een leien dakje. Hoewel de meeste residentiële voorzieningen een duidelijk vooruitzicht bieden naar een leven buiten de muren, blijkt het zelfstandig wonen voor vele instellingverlaters geen evidentie.
De zoektocht naar een degelijke en betaalbare woning voor mensen die een instelling verlaten, staat centraal in dit boek. Hoe bereikbaar is de woningmarkt voor hen? Welke begeleidingspraktijken bestaan er om ze op een zelfstandige woonsituatie voor te bereiden? En welke institutionele belemmeringen zijn er? Door casestudies hebben de auteurs het zoek- en begeleidingsproces van drie groepen in beeld gebracht: jongeren die de bijzondere jeugdzorg verlaten, gedetineerden die in vrijheid gesteld worden en psychiatrische patiënten die uit een instelling ontslagen worden.
Pascal De Decker (socioloog, ruimtelijk planner en doctor in de Politieke en Sociale wetenschappen), Bruno Meeus (doctor in de Geografie), Isabelle Pannecoucke (sociologe en doctor in de Politieke en Sociale Wetenschappen) en Jana Verstraete (agoge en sociologe) zijn verbonden aan de onderzoekgroep HaUS – Housing and Urban Studies – van de Faculteit Architectuur, KU Leuven. Pascal De Decker en Isabelle Pannecoucke zijn tevens verbonden aan Universiteit Gent.
De moeilijke oversteek. Wonen na verblijf in gevangenis, bijzondere jeugdzorg of psychiatrie
Om allerlei redenen komen sommige mensen terecht in een residentiële voorziening of een ‘instelling’. Er zijn residentiële voorzieningen die voor mensen zorgen die daartoe zelf niet in staat zijn, zoals instellingen voor jongeren en psychiatrische inrichtingen, en voorzieningen die veeleer gericht zijn op de bescherming van de gemeenschap, zoals gevangenissen. De diversiteit aan residentiële voorzieningen is dus groot. De laatste decennia heeft zich bovendien een proces van vermaatschappelijking van de zorg doorgezet. Het model van een residentiële voorziening wordt daarbij meer en meer verlaten ten voordele van een zorgmodel dat het zelfstandig wonen centraal stelt.
De oversteek naar een zelfstandige woonsituatie loopt echter niet altijd van een leien dakje. Hoewel de meeste residentiële voorzieningen een duidelijk vooruitzicht bieden naar een leven buiten de muren, blijkt het zelfstandig wonen voor vele instellingverlaters geen evidentie.
De zoektocht naar een degelijke en betaalbare woning voor mensen die een instelling verlaten, staat centraal in dit boek. Hoe bereikbaar is de woningmarkt voor hen? Welke begeleidingspraktijken bestaan er om ze op een zelfstandige woonsituatie voor te bereiden? En welke institutionele belemmeringen zijn er? Door casestudies hebben de auteurs het zoek- en begeleidingsproces van drie groepen in beeld gebracht: jongeren die de bijzondere jeugdzorg verlaten, gedetineerden die in vrijheid gesteld worden en psychiatrische patiënten die uit een instelling ontslagen worden.
Pascal De Decker (socioloog, ruimtelijk planner en doctor in de Politieke en Sociale wetenschappen), Bruno Meeus (doctor in de Geografie), Isabelle Pannecoucke (sociologe en doctor in de Politieke en Sociale Wetenschappen) en Jana Verstraete (agoge en sociologe) zijn verbonden aan de onderzoekgroep HaUS – Housing and Urban Studies – van de Faculteit Architectuur, KU Leuven. Pascal De Decker en Isabelle Pannecoucke zijn tevens verbonden aan Universiteit Gent.
De geest van suburbia
Het model van een alleenstaande eigendomswoning met een tuin, een oprit en een garage, heeft de voorbije decennia in België, maar ook in tal van andere westerse landen, het woonpad van miljoenen mensen beïnvloed. Het model bleek bijzonder succesvol. Het was haalbaar voor een groeiende groep en de alternatieven waren veel minder aantrekkelijk. De neerslag van al die individuele woonprojecten bracht een ruimte tot stand die aangeduid kan worden als ‘suburbia’.
Suburbia is echter meer dan een door suburbanisatie tot stand gekomen tussenruimte die stad en platteland met elkaar verbindt. Suburbia is een verbeelde en gecontesteerde werkelijkheid met politieke implicaties. Ook in Vlaanderen zijn de meningen over suburbia verdeeld. Het is het ideale wonen voor een eerste groep, een symbool van maatschappelijke vooruitgang voor een tweede, typisch Vlaams voor een derde, een woonhel en een teken van hersendodend conformisme voor een volgende.
Suburbia is dus geen neutrale ruimte. Het zit volgepropt met betekenissen, verwachtingen en teleurstellingen. Individuele gezinnen op zoek naar een woning laten zich leiden door een bepaalde steekproef daaruit. Planners en beleidsmakers door een andere. Maar terwijl het suburbane woonmodel de voorbije decennia steeds is blijven bestaan, tekent het zich momenteel af tegen een volledig andere maatschappelijke en ruimtelijke context dan op het moment waarop het voor de eerste maal brede lagen van de bevolking ‘betoverde’. De welvaartsstaat herstructureert. De stad is ondertussen opnieuw aantrekkelijker geworden.
Maar hoe komt het dat het ideaal van suburbaan wonen zo krachtig was? En hoe sterk zal dat ideaal nog doorwerken in de toekomst?
De individuele woonpaden die dit boek bekijkt, laten zien hoe woonpaden in de afgelopen
vijftig jaar tot stand kwamen. Welke afwegingen werden er gemaakt? Welke idealen waren
doorslaggevend? Ze geven inzicht in de mate waarin bepaalde woonidealen, praktijken en
vaste overtuigingen doorwerken in de tijd. Hoe worden die aangepast, gekneed en doorgegeven
van generatie op generatie? Een analyse van woonpaden vertelt tegelijk ook iets over de
toekomst. En over de maakbaarheid ervan.
Bruno Meeus (dr. geografie) is als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan de Faculteit Architectuur,
KU Leuven, campus LUCA Gent/Brussel.
Pascal De Decker (socioloog, ruimtelijk planner, dr. politieke en sociale wetenschappen) is als docent verbonden aan de Faculteit Architectuur, KU Leuven, campus LUCA Gent/Brussel en aan de Hogeschool Gent, Departement Ingenieurswetenschappen.
Bart Claessens (geograaf, ruimtelijk planner) was tijdens het onderzoek verbonden aan Hogeschool Gent, Departement Ingenieurswetenschappen. Hij is nu zaakvoerder van PMC - consultancy, management & investments.
De geest van suburbia
Het model van een alleenstaande eigendomswoning met een tuin, een oprit en een garage, heeft de voorbije decennia in België, maar ook in tal van andere westerse landen, het woonpad van miljoenen mensen beïnvloed. Het model bleek bijzonder succesvol. Het was haalbaar voor een groeiende groep en de alternatieven waren veel minder aantrekkelijk. De neerslag van al die individuele woonprojecten bracht een ruimte tot stand die aangeduid kan worden als ‘suburbia’.
Suburbia is echter meer dan een door suburbanisatie tot stand gekomen tussenruimte die stad en platteland met elkaar verbindt. Suburbia is een verbeelde en gecontesteerde werkelijkheid met politieke implicaties. Ook in Vlaanderen zijn de meningen over suburbia verdeeld. Het is het ideale wonen voor een eerste groep, een symbool van maatschappelijke vooruitgang voor een tweede, typisch Vlaams voor een derde, een woonhel en een teken van hersendodend conformisme voor een volgende.
Suburbia is dus geen neutrale ruimte. Het zit volgepropt met betekenissen, verwachtingen en teleurstellingen. Individuele gezinnen op zoek naar een woning laten zich leiden door een bepaalde steekproef daaruit. Planners en beleidsmakers door een andere. Maar terwijl het suburbane woonmodel de voorbije decennia steeds is blijven bestaan, tekent het zich momenteel af tegen een volledig andere maatschappelijke en ruimtelijke context dan op het moment waarop het voor de eerste maal brede lagen van de bevolking ‘betoverde’. De welvaartsstaat herstructureert. De stad is ondertussen opnieuw aantrekkelijker geworden.
Maar hoe komt het dat het ideaal van suburbaan wonen zo krachtig was? En hoe sterk zal dat ideaal nog doorwerken in de toekomst?
De individuele woonpaden die dit boek bekijkt, laten zien hoe woonpaden in de afgelopen
vijftig jaar tot stand kwamen. Welke afwegingen werden er gemaakt? Welke idealen waren
doorslaggevend? Ze geven inzicht in de mate waarin bepaalde woonidealen, praktijken en
vaste overtuigingen doorwerken in de tijd. Hoe worden die aangepast, gekneed en doorgegeven
van generatie op generatie? Een analyse van woonpaden vertelt tegelijk ook iets over de
toekomst. En over de maakbaarheid ervan.
Bruno Meeus (dr. geografie) is als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan de Faculteit Architectuur,
KU Leuven, campus LUCA Gent/Brussel.
Pascal De Decker (socioloog, ruimtelijk planner, dr. politieke en sociale wetenschappen) is als docent verbonden aan de Faculteit Architectuur, KU Leuven, campus LUCA Gent/Brussel en aan de Hogeschool Gent, Departement Ingenieurswetenschappen.
Bart Claessens (geograaf, ruimtelijk planner) was tijdens het onderzoek verbonden aan Hogeschool Gent, Departement Ingenieurswetenschappen. Hij is nu zaakvoerder van PMC - consultancy, management & investments.
Eigen woning: geldmachine of pensioensparen?
Geld in stenen steken of laten? Of er wat anders mee doen?
De afgelopen decennia zijn de woningprijzen in zowat alle westerse landen blijven stijgen tot in de VS, Spanje, Ierland en ook Nederland de euforie plots omslaat in een zware depressie. Hoewel ook doemdenken er welig tiert, blijft België vooralsnog hiervan gespaard. De waarde van de woningen neemt er nog steeds toe.
Dit boek presenteert het resultaat van diverse onderzoeken die het afgelopen decennium in opdracht van de Europese Commissie peilden naar zekerheden en onzekerheden die met het verwerven van een eigen woning gepaard gaan. Er werd onderzocht hoe gezinnen hun woning financieren, maar ook of ze bereid zijn om het in de woning opgehoopte vermogen aan te spreken voor consumptiedoeleinden, zoals reizen, of om bij voorbeeld de studies van kinderen te betalen.
En meer nog is nagegaan in welke mate
gezinnen dat vermogen willen gebruiken om hun inkomen na
pensionering bij te spijkeren. Naar alle verwachting is er nauwelijks
ruimte om de pensioenen welvaartsvast te houden. De zorgkosten
dreigen de pan uit te swingen en lijken voor de sociale zekerheid
onbetaalbaar te worden, zodat de eigen woning meer en
meer als een volwaardige pensioenpijler wordt beschouwd. Maar
zijn huishoudens geneigd om het vermogen dat in hun huis zit, te
gebruiken om hun latere zorgkosten te betalen? En wat betekent
dat voor de vererving van hun woning?
Pascal De Decker studeerde sociologie en ruimtelijke planning
aan de Universiteit Gent en promoveerde in de Sociale en Politieke
Wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Hij doceert
aan de Geassocieerde Faculteit Architectuur van de KU Leuven,
Campus Sint-Lucas in Gent. Hij is ook verbonden aan de Hogeschool
Gent, Faculteit Toegepaste Ingenieurswetenschappen.
Eigen woning: geldmachine of pensioensparen?
Geld in stenen steken of laten? Of er wat anders mee doen?
De afgelopen decennia zijn de woningprijzen in zowat alle westerse landen blijven stijgen tot in de VS, Spanje, Ierland en ook Nederland de euforie plots omslaat in een zware depressie. Hoewel ook doemdenken er welig tiert, blijft België vooralsnog hiervan gespaard. De waarde van de woningen neemt er nog steeds toe.
Dit boek presenteert het resultaat van diverse onderzoeken die het afgelopen decennium in opdracht van de Europese Commissie peilden naar zekerheden en onzekerheden die met het verwerven van een eigen woning gepaard gaan. Er werd onderzocht hoe gezinnen hun woning financieren, maar ook of ze bereid zijn om het in de woning opgehoopte vermogen aan te spreken voor consumptiedoeleinden, zoals reizen, of om bij voorbeeld de studies van kinderen te betalen.
En meer nog is nagegaan in welke mate
gezinnen dat vermogen willen gebruiken om hun inkomen na
pensionering bij te spijkeren. Naar alle verwachting is er nauwelijks
ruimte om de pensioenen welvaartsvast te houden. De zorgkosten
dreigen de pan uit te swingen en lijken voor de sociale zekerheid
onbetaalbaar te worden, zodat de eigen woning meer en
meer als een volwaardige pensioenpijler wordt beschouwd. Maar
zijn huishoudens geneigd om het vermogen dat in hun huis zit, te
gebruiken om hun latere zorgkosten te betalen? En wat betekent
dat voor de vererving van hun woning?
Pascal De Decker studeerde sociologie en ruimtelijke planning
aan de Universiteit Gent en promoveerde in de Sociale en Politieke
Wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Hij doceert
aan de Geassocieerde Faculteit Architectuur van de KU Leuven,
Campus Sint-Lucas in Gent. Hij is ook verbonden aan de Hogeschool
Gent, Faculteit Toegepaste Ingenieurswetenschappen.



Ruimte voor wonen. Trends en uitdagingen
Deze publicatie gaat in op uitdagingen inzake wonen waarmee Vlaanderen in de toekomst geconfronteerd zal worden. Ze is het resultaat van een grondig onderzoek en bevat een uitgebreide inventarisatie van relevante trends met een inschatting van wat die inhouden voor de komende ruimtevraag en ruimtebeslag. De tekst groepeert een aantal basiskaarten en -gegevens en is een brainstorm voor een verdere uitwisseling van ideeën op lange termijn. De auteurs focussen op de ruimtelijke spreiding, de vorm en het voorkomen van wonen en aan het wonen verwante voorzieningen als onderdeel van de nederzettingsstructuur. Ze brengen het dagelijkse wonen in beeld om de besproken trends een concreet gezicht te geven. Daarnaast komen een aantal woningbouwprojecten aan bod die in recente publicaties rond architectuur, stadsontwikkeling of wonen geroemd worden om hun ontwerpkwaliteiten, hun duurzaamheid of om de manier waarop ze innovatief inspelen op wijzigende trends in het wonen. Als best practices kunnen ze mee het debat over de toekomstige ruimte voor wonen voeden.
Pascal De Decker is socioloog en ruimtelijk planner, en als onderzoeksleider verbonden aan de Hogeschool Gent, Departement Toegepaste Ingenieurswetenschappen. Hij is als docent ook verbonden aan de Hogeschool WenK, Departement Sint-Lucas Gent/Brussel.
Michael Ryckewaert is architect en onderzoeker in het Steunpunt Ruimte & Wonen en het Departement Architectuur van de K.U.Leuven.
Brecht Vandekerckhove is geograaf en stedenbouwkundige. Hij is vennoot van SUM Research, waar hij verantwoordelijk is voor sociaal en ruimtelijk onderzoek.
Ann Pisman is onderzoekster aan de Universiteit Gent, Afdeling Mobiliteit en Ruimtelijke Planning en aan de Artesis Hogeschool in Antwerpen.
Frank Vastmans is wetenschappelijk medewerker bij het Departement Economie van de K.U.Leuven.
Marie Le Roy is geografe en verbonden aan SUM Research waar zij sociaal en ruimtelijk onderzoek verricht.
Alle auteurs zijn verbonden aan het Steunpunt Ruimte en Wonen.
Ruimte voor wonen. Trends en uitdagingen
Deze publicatie gaat in op uitdagingen inzake wonen waarmee Vlaanderen in de toekomst geconfronteerd zal worden. Ze is het resultaat van een grondig onderzoek en bevat een uitgebreide inventarisatie van relevante trends met een inschatting van wat die inhouden voor de komende ruimtevraag en ruimtebeslag. De tekst groepeert een aantal basiskaarten en -gegevens en is een brainstorm voor een verdere uitwisseling van ideeën op lange termijn. De auteurs focussen op de ruimtelijke spreiding, de vorm en het voorkomen van wonen en aan het wonen verwante voorzieningen als onderdeel van de nederzettingsstructuur. Ze brengen het dagelijkse wonen in beeld om de besproken trends een concreet gezicht te geven. Daarnaast komen een aantal woningbouwprojecten aan bod die in recente publicaties rond architectuur, stadsontwikkeling of wonen geroemd worden om hun ontwerpkwaliteiten, hun duurzaamheid of om de manier waarop ze innovatief inspelen op wijzigende trends in het wonen. Als best practices kunnen ze mee het debat over de toekomstige ruimte voor wonen voeden.
Pascal De Decker is socioloog en ruimtelijk planner, en als onderzoeksleider verbonden aan de Hogeschool Gent, Departement Toegepaste Ingenieurswetenschappen. Hij is als docent ook verbonden aan de Hogeschool WenK, Departement Sint-Lucas Gent/Brussel.
Michael Ryckewaert is architect en onderzoeker in het Steunpunt Ruimte & Wonen en het Departement Architectuur van de K.U.Leuven.
Brecht Vandekerckhove is geograaf en stedenbouwkundige. Hij is vennoot van SUM Research, waar hij verantwoordelijk is voor sociaal en ruimtelijk onderzoek.
Ann Pisman is onderzoekster aan de Universiteit Gent, Afdeling Mobiliteit en Ruimtelijke Planning en aan de Artesis Hogeschool in Antwerpen.
Frank Vastmans is wetenschappelijk medewerker bij het Departement Economie van de K.U.Leuven.
Marie Le Roy is geografe en verbonden aan SUM Research waar zij sociaal en ruimtelijk onderzoek verricht.
Alle auteurs zijn verbonden aan het Steunpunt Ruimte en Wonen.

