Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De Verlichting belicht

 36,90

Minister van Staat Karel Poma (°1920) is een vrijdenker in hart en nieren. Hij brengt met zijn boek De Verlichting belicht een nieuwe versie uit van zijn in 2009 gepubliceerde De Verlichting, pijler van onze beschaving. Voor dit tweede boek schreef hij een aantal bijkomende hoofdstukken en vulde de bestaande hoofdstukken aan met nieuwe gegevens en gedachten. Met De Verlichting belicht wil Karel Poma vooral aantonen dat de Verlichting grote invloed heeft gehad op onze Europese en westerse beschaving, en aan de basis ligt van de parlementaire democratie en onze grondwettelijke vrijheden.



Karel Poma studeerde scheikunde. Hij was de eerste milieuminister in België en de eerste vrijzinnige Vlaamse minister van cultuur.

Quick View

De Verlichting belicht

 36,90

Minister van Staat Karel Poma (°1920) is een vrijdenker in hart en nieren. Hij brengt met zijn boek De Verlichting belicht een nieuwe versie uit van zijn in 2009 gepubliceerde De Verlichting, pijler van onze beschaving. Voor dit tweede boek schreef hij een aantal bijkomende hoofdstukken en vulde de bestaande hoofdstukken aan met nieuwe gegevens en gedachten. Met De Verlichting belicht wil Karel Poma vooral aantonen dat de Verlichting grote invloed heeft gehad op onze Europese en westerse beschaving, en aan de basis ligt van de parlementaire democratie en onze grondwettelijke vrijheden.



Karel Poma studeerde scheikunde. Hij was de eerste milieuminister in België en de eerste vrijzinnige Vlaamse minister van cultuur.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Introductie tot de psychomotoriek

 29,90

Psychomotoriek benadert de totale persoonlijkheid vanuit het bewegen en de lichamelijkheid.

Dit boek biedt vooral een zorgvuldig gedoseerde theoretische achtergrond bij de verschillende elementen die deel uitmaken van psychomotoriek. Tegelijk wordt een aantal instrumenten aangereikt om het praktische werkterrein van de psychomotoriek en van de psychomotorische therapie toe te lichten.

Eerst belicht de auteur de normale motorische ontwikkeling bij de mens. Dan komt de diagnostiek - zowel bij kinderen als bij volwassenen - aan bod. De daarop volgende delen handelen over de therapeutische doelstellingen en over de verschillende vormen van therapie en de technieken die de hulpverlener ter beschikking staan. Ook de relatie therapeut-cliënt krijgt hierbij aandacht.

Deze uitgave is een - progressief opgebouwd - studieboek voor diverse opleidingen die een introductie tot de psychomotoriek op hun programma hebben staan en voor alle hulpverleners die een inzicht willen hebben in het wezen van de psychomotoriek en de psychomotorische therapie.

Johan Simons is academisch hoofddocent aan de KU Leuven.

Quick View

Introductie tot de psychomotoriek

 29,90

Psychomotoriek benadert de totale persoonlijkheid vanuit het bewegen en de lichamelijkheid.

Dit boek biedt vooral een zorgvuldig gedoseerde theoretische achtergrond bij de verschillende elementen die deel uitmaken van psychomotoriek. Tegelijk wordt een aantal instrumenten aangereikt om het praktische werkterrein van de psychomotoriek en van de psychomotorische therapie toe te lichten.

Eerst belicht de auteur de normale motorische ontwikkeling bij de mens. Dan komt de diagnostiek - zowel bij kinderen als bij volwassenen - aan bod. De daarop volgende delen handelen over de therapeutische doelstellingen en over de verschillende vormen van therapie en de technieken die de hulpverlener ter beschikking staan. Ook de relatie therapeut-cliënt krijgt hierbij aandacht.

Deze uitgave is een - progressief opgebouwd - studieboek voor diverse opleidingen die een introductie tot de psychomotoriek op hun programma hebben staan en voor alle hulpverleners die een inzicht willen hebben in het wezen van de psychomotoriek en de psychomotorische therapie.

Johan Simons is academisch hoofddocent aan de KU Leuven.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Mozaïek en dynamiek van het lokaal gezinsbeleid in Vlaanderen. Successen, spanningsvelden en knelpunten

 32,00

Samen met het decreet preventieve gezinsondersteuning zetten lokale besturen meer en meer in op een Huis van het Kind. Lokale besturen hebben een coördinerende en beleidsmatige rol op het gebied van kinderopvang en ook in andere domeinen van het gezinsbeleid krijgen ze taken toegewezen vanuit het Vlaams en federaal niveau. Het gezinsbeleid in Vlaanderen is deels een decentraal beleid: lokale besturen dragen een groot deel van de verantwoordelijkheid. De interne staatshervorming moet ervoor zorgen dat de planlasten voor lokale besturen dalen. Deze evoluties vroegen om een onderzoek naar de tendensen in het lokale gezinsbeleid. In deze publicatie worden de resultaten van dit onderzoek bij lokale actoren gebundeld.

Dit boek bouwt verder op de jaarlijkse screening van de domeinen en actoren van het gezinsbeleid, die het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen maakt. Het gezinsbeleid is een zaak van verschillende overheden en verschillende niveaus. We volgen het Vlaams, federaal, Europees en lokaal gezinsbeleid op. De verbinding tussen deze drie niveaus worden in een casestudy over de aanpak van de bestrijding van kinderarmoede toegelicht. Voor geïnteresseerden in het gezinsbeleid en voor professionelen in de welzijnssector geeft deze publicatie inzicht in de praktijk van het lokale gezinsbeleid en nodigt ze uit tot debat.



Dirk Luyten is doctor in de sociale wetenschappen en master in de stedenbouw en ruimtelijke planning. Hij is lector Gezinsbeleid in de opleiding Bachelor in de Gezinswetenschappen en begeleidt jaarlijks een groep studenten die ouders bevragen over de gezinsvriendelijkheid van hun wijk.
Kathleen Emmery is master in de criminologie. Ze is coördinator van het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen en volgt het gezinsbeleid in Vlaanderen op.
Pieter Rondelez is master in de politieke wetenschappen en master of conflict and development. Hij volgt het gezinsbeleid op Europees niveau op.

Quick View

Mozaïek en dynamiek van het lokaal gezinsbeleid in Vlaanderen. Successen, spanningsvelden en knelpunten

 32,00

Samen met het decreet preventieve gezinsondersteuning zetten lokale besturen meer en meer in op een Huis van het Kind. Lokale besturen hebben een coördinerende en beleidsmatige rol op het gebied van kinderopvang en ook in andere domeinen van het gezinsbeleid krijgen ze taken toegewezen vanuit het Vlaams en federaal niveau. Het gezinsbeleid in Vlaanderen is deels een decentraal beleid: lokale besturen dragen een groot deel van de verantwoordelijkheid. De interne staatshervorming moet ervoor zorgen dat de planlasten voor lokale besturen dalen. Deze evoluties vroegen om een onderzoek naar de tendensen in het lokale gezinsbeleid. In deze publicatie worden de resultaten van dit onderzoek bij lokale actoren gebundeld.

Dit boek bouwt verder op de jaarlijkse screening van de domeinen en actoren van het gezinsbeleid, die het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen maakt. Het gezinsbeleid is een zaak van verschillende overheden en verschillende niveaus. We volgen het Vlaams, federaal, Europees en lokaal gezinsbeleid op. De verbinding tussen deze drie niveaus worden in een casestudy over de aanpak van de bestrijding van kinderarmoede toegelicht. Voor geïnteresseerden in het gezinsbeleid en voor professionelen in de welzijnssector geeft deze publicatie inzicht in de praktijk van het lokale gezinsbeleid en nodigt ze uit tot debat.



Dirk Luyten is doctor in de sociale wetenschappen en master in de stedenbouw en ruimtelijke planning. Hij is lector Gezinsbeleid in de opleiding Bachelor in de Gezinswetenschappen en begeleidt jaarlijks een groep studenten die ouders bevragen over de gezinsvriendelijkheid van hun wijk.
Kathleen Emmery is master in de criminologie. Ze is coördinator van het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen en volgt het gezinsbeleid in Vlaanderen op.
Pieter Rondelez is master in de politieke wetenschappen en master of conflict and development. Hij volgt het gezinsbeleid op Europees niveau op.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Oplossingsgericht aan de slag met mensen met autisme – a.n.d.e.r.s.

 15,40

Werken met mensen met autisme is niet evident, niet voor hen, en niet voor de begeleiders. Maar oplossingsgericht werken lukt wel. Oplossingsgerichte vragen zijn vooral toekomstgericht, en veronderstellen een zekere verbeelding om een antwoord te kunnen bedenken. Laat de verbeelding bij mensen met autisme nu net beperkt zijn. En toch…

Het oplossingsgerichte gedachtegoed en de oplossingsgerichte methodieken blijken ideaal te zijn voor het werken met deze mensen.

Aan de hand van het acroniem a.n.d.e.r.s. wordt duidelijk hoe de oplossingsgerichte vragen en methoden aangepast kunnen worden aan het anders denken van mensen met autisme.

Els Mattelin werkt al 15 jaar met mensen met autisme. Ze volgde onder meer de opleiding ‘oplossingsgerichte therapie’ in het Korzybski-instituut in Brugge. Ze richtte vzw Dynamiek op, gespecialiseerd in diagnostiek, begeleiding en vorming. Dynamiek, gevestigd in Izegem, is ondertussen een begrip geworden bij de begeleiding van mensen met autisme.

Hannelore Volckaert is orthopedagoge en heeft ervaring opgebouwd in bijzondere jeugdzorg en onderwijs. Ze was leerlingbegeleider en stuurde een consortium volwassenenonderwijs aan. Daarnaast is ze oplossingsgerichte therapeut, coach en trainer en werkt ze sinds een zestal jaar samen met Els Mattelin voor mensen met autisme.

Quick View

Oplossingsgericht aan de slag met mensen met autisme – a.n.d.e.r.s.

 15,40

Werken met mensen met autisme is niet evident, niet voor hen, en niet voor de begeleiders. Maar oplossingsgericht werken lukt wel. Oplossingsgerichte vragen zijn vooral toekomstgericht, en veronderstellen een zekere verbeelding om een antwoord te kunnen bedenken. Laat de verbeelding bij mensen met autisme nu net beperkt zijn. En toch…

Het oplossingsgerichte gedachtegoed en de oplossingsgerichte methodieken blijken ideaal te zijn voor het werken met deze mensen.

Aan de hand van het acroniem a.n.d.e.r.s. wordt duidelijk hoe de oplossingsgerichte vragen en methoden aangepast kunnen worden aan het anders denken van mensen met autisme.

Els Mattelin werkt al 15 jaar met mensen met autisme. Ze volgde onder meer de opleiding ‘oplossingsgerichte therapie’ in het Korzybski-instituut in Brugge. Ze richtte vzw Dynamiek op, gespecialiseerd in diagnostiek, begeleiding en vorming. Dynamiek, gevestigd in Izegem, is ondertussen een begrip geworden bij de begeleiding van mensen met autisme.

Hannelore Volckaert is orthopedagoge en heeft ervaring opgebouwd in bijzondere jeugdzorg en onderwijs. Ze was leerlingbegeleider en stuurde een consortium volwassenenonderwijs aan. Daarnaast is ze oplossingsgerichte therapeut, coach en trainer en werkt ze sinds een zestal jaar samen met Els Mattelin voor mensen met autisme.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Themata uit de psychomotorische therapie. Boek 22Themata uit de psychomotorische therapie. Boek 22
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Themata uit de psychomotorische therapie. Boek 22

 23,30

Dit boek bevat bijdragen waarin theorieën, onderzoek en praktische toepassingen worden voorgesteld en dit zowel bij kinderen en adolescenten als bij volwassenen.
Het richt zich tot allen die via het bewegen de mens proberen te beïnvloeden, namelijk psychomotorisch therapeuten, kinesitherapeuten, danstherapeuten, ergotherapeuten, agogen,…. Ook therapeuten die met specifieke doelgroepen werken, kunnen in dit boek aanknopingspunten voor hun praktijk vinden.



Johan Simons is hoofddocent aan de KU Leuven, Faculteit Bewegingsen Revalidatiewetenschappen, Departement Revalidatiewetenschappen.

Themata uit de psychomotorische therapie. Boek 22Themata uit de psychomotorische therapie. Boek 22
Quick View

Themata uit de psychomotorische therapie. Boek 22

 23,30

Dit boek bevat bijdragen waarin theorieën, onderzoek en praktische toepassingen worden voorgesteld en dit zowel bij kinderen en adolescenten als bij volwassenen.
Het richt zich tot allen die via het bewegen de mens proberen te beïnvloeden, namelijk psychomotorisch therapeuten, kinesitherapeuten, danstherapeuten, ergotherapeuten, agogen,…. Ook therapeuten die met specifieke doelgroepen werken, kunnen in dit boek aanknopingspunten voor hun praktijk vinden.



Johan Simons is hoofddocent aan de KU Leuven, Faculteit Bewegingsen Revalidatiewetenschappen, Departement Revalidatiewetenschappen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Jezelf zijn. Over autonomie in het onderwijs

 29,90

Jezelf zijn! Over autonomie in het onderwijs is geschreven vanuit een oprechte zorg voor het onderwijs. Het is de weerslag van een zoektocht naar de betekenis van individuele vrijheid en menselijke autonomie, toegespitst op het onderwijs. In de verhandeling staat het belang van de menselijke dimensie in het onderwijs voorop, een dimensie die door bestuurders en leidinggevenden vooral instrumenteel wordt benaderd, waardoor individuele vrijheid en menselijke autonomie juist worden beknot.

Door het boek heen loopt een uitgesproken visie op de professionele ontwikkelingstaak van leraren en leidinggevenden. Het leraarschap kan worden versterkt en het proces van leidinggeven kan worden geïntensiveerd door individuele vrijheid en menselijke autonomie als uitgangspunt te nemen. De auteur introduceert daartoe het menselijke tegenwoordigheidsveld als nieuw basisbegrip in de westerse psychologie. Het gaat om het vanuit een heelheid aanwezig zijn in het hier-en-nu, om een volledige ontwikkeling van je eigen kwaliteiten, waardoor je er als leraar of als leidinggevende voor kunt zorgen dat de ander in-de-wereld kan komen. Dat is waar het in dit boek om gaat: hoe laat je mensen worden wie ze kunnen zijn, met de vrijheid van het zelf, met de kracht voor een ander en met de hulp van de ander. Jezelf zijn door middel van een diepe, dialogische autonomie. Daarmee is het boek primair van belang voor leraren en schoolleiders, lerarenopleiders, nascholers, begeleiders en onderwijsbestuurders.

“De auteur legt op een heldere, betrokken en diepgaande manier de vinger op de zere plek van het hedendaagse onderwijsbeleid en biedt heel concrete handreikingen voor een uitweg. Wat ik vooral waardeer is zijn begrip in factoren die motiveren en factoren die demotiveren, en van de complexiteit van de intermenselijke dynamiek die een rol speelt in organisaties zoals het onderwijs. De auteur geeft concrete handreikingen voor hoe het beter zou kunnen, zodat onderwijsprofessionals niet alleen beter kunnen bijdragen aan de ontwikkeling en groei van zichzelf maar ook, en allereerst, aan de ontwikkeling en groei van de kinderen en jongeren die aan hun zorg zijn toevertrouwd.”
Gert Biesta, hoogleraar universiteit van Luxemburg.



Dolf van den Berg is emeritus hoogleraar Onderwijskunde aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Zijn expertise ligt op het gebied van innovatie, leiderschap en professionaliteit. Hij doet onderzoek, begeleidt promovendi en ondersteunt diverse onderwijsinstanties

Quick View

Jezelf zijn. Over autonomie in het onderwijs

 29,90

Jezelf zijn! Over autonomie in het onderwijs is geschreven vanuit een oprechte zorg voor het onderwijs. Het is de weerslag van een zoektocht naar de betekenis van individuele vrijheid en menselijke autonomie, toegespitst op het onderwijs. In de verhandeling staat het belang van de menselijke dimensie in het onderwijs voorop, een dimensie die door bestuurders en leidinggevenden vooral instrumenteel wordt benaderd, waardoor individuele vrijheid en menselijke autonomie juist worden beknot.

Door het boek heen loopt een uitgesproken visie op de professionele ontwikkelingstaak van leraren en leidinggevenden. Het leraarschap kan worden versterkt en het proces van leidinggeven kan worden geïntensiveerd door individuele vrijheid en menselijke autonomie als uitgangspunt te nemen. De auteur introduceert daartoe het menselijke tegenwoordigheidsveld als nieuw basisbegrip in de westerse psychologie. Het gaat om het vanuit een heelheid aanwezig zijn in het hier-en-nu, om een volledige ontwikkeling van je eigen kwaliteiten, waardoor je er als leraar of als leidinggevende voor kunt zorgen dat de ander in-de-wereld kan komen. Dat is waar het in dit boek om gaat: hoe laat je mensen worden wie ze kunnen zijn, met de vrijheid van het zelf, met de kracht voor een ander en met de hulp van de ander. Jezelf zijn door middel van een diepe, dialogische autonomie. Daarmee is het boek primair van belang voor leraren en schoolleiders, lerarenopleiders, nascholers, begeleiders en onderwijsbestuurders.

“De auteur legt op een heldere, betrokken en diepgaande manier de vinger op de zere plek van het hedendaagse onderwijsbeleid en biedt heel concrete handreikingen voor een uitweg. Wat ik vooral waardeer is zijn begrip in factoren die motiveren en factoren die demotiveren, en van de complexiteit van de intermenselijke dynamiek die een rol speelt in organisaties zoals het onderwijs. De auteur geeft concrete handreikingen voor hoe het beter zou kunnen, zodat onderwijsprofessionals niet alleen beter kunnen bijdragen aan de ontwikkeling en groei van zichzelf maar ook, en allereerst, aan de ontwikkeling en groei van de kinderen en jongeren die aan hun zorg zijn toevertrouwd.”
Gert Biesta, hoogleraar universiteit van Luxemburg.



Dolf van den Berg is emeritus hoogleraar Onderwijskunde aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Zijn expertise ligt op het gebied van innovatie, leiderschap en professionaliteit. Hij doet onderzoek, begeleidt promovendi en ondersteunt diverse onderwijsinstanties

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Het artistieke ontwerpproces. Een filosofische verkenning

 32,90

Dit boek over de aard en betekenis van artistieke creativiteit vertrekt vanuit een zo ruim mogelijk perspectief op processen van verandering en vernieuwing. Het scheppen van iets nieuws getuigt van een vitale levenskracht binnen een evolutionair denkmodel. Deze aanvankelijke identificatie van scheppingskracht met levensprocessen wordt vervolgens toegespitst op de ontwikkeling van het menselijke bewustzijn en de specifieke neuronale energie die daarbij in het geding is.

De klassiek filosofische onderscheiding tussen denkend bewustzijn (Subject) en leefomgeving (Object) staat hier ter discussie, evenals het onderscheid tussen lichaam en geest. De wederkerige verbinding en beïnvloeding tussen cognitieve kennis en kennis uit gevoels- of lichaamspraktijken is kenmerkend voor creatieve processen. De de producerende, creatieve inspanning komt tot uitdrukking als een meer omvattende en diepere kenniservaring dan de theoretische intelligentie. Het creatief producerende denken ontstaat vanuit een concrete context en werkt al zoekend en experimenterend toe naar een tastbaar eindresultaat. Scheppende creativiteit vormt de waarborg voor eenheid en samenhang in onze cultuurervaring en is een belangrijke vernieuwingsbron van levenskwaliteit.

Het boek is bedoeld voor studenten in het kunstonderwijs, kunstenaars, ontwerpers en geïnteresseerde leken en is geschreven om de maatschappelijke waarde van artistiek-creatieve processen en praktijken te verhelderen. Ter wille van de toegankelijkheid is vakjargon zo veel mogelijk vermeden en richt het boek zich in dagelijkse spreektaal tot de lezer.



Margriet Hovens volgde opleidingen aan de Stadsakademie in Maastricht en de Akademie voor Beeldende Kunsten Sint-Joost in Breda. Zij studeerde kunstgeschiedenis en filosofische esthetica aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Naast haar beeldend kunstenaarschap doceert zij ‘filosofie van de kunst’ aan de ArtEZ-Hogeschool voor de kunsten in Arnhem.

Quick View

Het artistieke ontwerpproces. Een filosofische verkenning

 32,90

Dit boek over de aard en betekenis van artistieke creativiteit vertrekt vanuit een zo ruim mogelijk perspectief op processen van verandering en vernieuwing. Het scheppen van iets nieuws getuigt van een vitale levenskracht binnen een evolutionair denkmodel. Deze aanvankelijke identificatie van scheppingskracht met levensprocessen wordt vervolgens toegespitst op de ontwikkeling van het menselijke bewustzijn en de specifieke neuronale energie die daarbij in het geding is.

De klassiek filosofische onderscheiding tussen denkend bewustzijn (Subject) en leefomgeving (Object) staat hier ter discussie, evenals het onderscheid tussen lichaam en geest. De wederkerige verbinding en beïnvloeding tussen cognitieve kennis en kennis uit gevoels- of lichaamspraktijken is kenmerkend voor creatieve processen. De de producerende, creatieve inspanning komt tot uitdrukking als een meer omvattende en diepere kenniservaring dan de theoretische intelligentie. Het creatief producerende denken ontstaat vanuit een concrete context en werkt al zoekend en experimenterend toe naar een tastbaar eindresultaat. Scheppende creativiteit vormt de waarborg voor eenheid en samenhang in onze cultuurervaring en is een belangrijke vernieuwingsbron van levenskwaliteit.

Het boek is bedoeld voor studenten in het kunstonderwijs, kunstenaars, ontwerpers en geïnteresseerde leken en is geschreven om de maatschappelijke waarde van artistiek-creatieve processen en praktijken te verhelderen. Ter wille van de toegankelijkheid is vakjargon zo veel mogelijk vermeden en richt het boek zich in dagelijkse spreektaal tot de lezer.



Margriet Hovens volgde opleidingen aan de Stadsakademie in Maastricht en de Akademie voor Beeldende Kunsten Sint-Joost in Breda. Zij studeerde kunstgeschiedenis en filosofische esthetica aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Naast haar beeldend kunstenaarschap doceert zij ‘filosofie van de kunst’ aan de ArtEZ-Hogeschool voor de kunsten in Arnhem.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Oefenen als professie. Handboek Procesmanagement oefenen voor crisisbeheersing en rampenbestrijding.

 27,70

De recente Nederlandse geschiedenis kent een aantal grote crises en rampen, zoals overstromingen, de vuurwerkramp in Enschede, de cafébrand in Volendam, het neerstorten van een vliegtuig bij Amsterdam, de aanslag op de koninklijke familie in Apeldoorn en de facebookrellen in Haren. Deze calamiteiten doen zich niet dagelijks voor. Om voorbereid te zijn op de crisis die ooit komt, wordt in veiligheidsregio’s en bij crisispartners geoefend. De planning, ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van het oefenen en ook de terugkoppeling naar het beleid is een proces dat vraagt om goed management. De bedoeling is tenslotte dat elke oefening bijdraagt aan een zorgvuldig leerproces dat de betrokkenen voorbereidt op crisisbeheersing.

Dit boek (hier in tweede, geactualiseerde druk) is geschreven voor mensen die een rol spelen bij de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van multidisciplinaire oefeningen, en voor mensen die betrokken zijn bij beleidsvorming op dit gebied. Het is een handboek, wat betekent dat niet alleen informatie en uitleg wordt gegeven, maar ook praktische handvatten en voorbeelden. Het boek is opgebouwd aan de hand van de elf competenties van de procesmanager oefenen.

Deze publicatie is tot stand gekomen in een samenwerkingsverband tussen PLATO (Platform Opleiding, Onderwijs en Organisatie B.V., Universiteit Leiden), het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) en Twynstra Gudde – Adviseurs en Managers. In opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en onder projectleiderschap van Sjoerd Wartna van het IFV organiseert dit samenwerkingsverband sinds 2004 ontwikkeltrajecten voor procesmanagers oefenen (PMO). Het handboek vormt de weerslag van in de loop der jaren opgedane inzichten en ervaringen op het gebied van oefenen. Het is geschreven door trainers met een nauwe betrokkenheid bij het oefengebied, in wisselwerking met (veld)deskundigen die het oefenen ‘van binnenuit’ kennen. Het handboek en de ontwikkeltrajecten PMO zijn onderdelen uit een breder opgezet PMO-project dat door het IFV wordt uitgevoerd.



Anja Zonneveld, Jaap van Lakerveld en Marlous Dekker-Regelink zijn verbonden aan PLATO / Universiteit Leiden. Selma van der Haar en Joep Rozendal waren bij het schrijven van de eerste druk verbonden aan PLATO respectievelijk Twynstra Gudde – Adviseurs en Managers.

Quick View

Oefenen als professie. Handboek Procesmanagement oefenen voor crisisbeheersing en rampenbestrijding.

 27,70

De recente Nederlandse geschiedenis kent een aantal grote crises en rampen, zoals overstromingen, de vuurwerkramp in Enschede, de cafébrand in Volendam, het neerstorten van een vliegtuig bij Amsterdam, de aanslag op de koninklijke familie in Apeldoorn en de facebookrellen in Haren. Deze calamiteiten doen zich niet dagelijks voor. Om voorbereid te zijn op de crisis die ooit komt, wordt in veiligheidsregio’s en bij crisispartners geoefend. De planning, ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van het oefenen en ook de terugkoppeling naar het beleid is een proces dat vraagt om goed management. De bedoeling is tenslotte dat elke oefening bijdraagt aan een zorgvuldig leerproces dat de betrokkenen voorbereidt op crisisbeheersing.

Dit boek (hier in tweede, geactualiseerde druk) is geschreven voor mensen die een rol spelen bij de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van multidisciplinaire oefeningen, en voor mensen die betrokken zijn bij beleidsvorming op dit gebied. Het is een handboek, wat betekent dat niet alleen informatie en uitleg wordt gegeven, maar ook praktische handvatten en voorbeelden. Het boek is opgebouwd aan de hand van de elf competenties van de procesmanager oefenen.

Deze publicatie is tot stand gekomen in een samenwerkingsverband tussen PLATO (Platform Opleiding, Onderwijs en Organisatie B.V., Universiteit Leiden), het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) en Twynstra Gudde – Adviseurs en Managers. In opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en onder projectleiderschap van Sjoerd Wartna van het IFV organiseert dit samenwerkingsverband sinds 2004 ontwikkeltrajecten voor procesmanagers oefenen (PMO). Het handboek vormt de weerslag van in de loop der jaren opgedane inzichten en ervaringen op het gebied van oefenen. Het is geschreven door trainers met een nauwe betrokkenheid bij het oefengebied, in wisselwerking met (veld)deskundigen die het oefenen ‘van binnenuit’ kennen. Het handboek en de ontwikkeltrajecten PMO zijn onderdelen uit een breder opgezet PMO-project dat door het IFV wordt uitgevoerd.



Anja Zonneveld, Jaap van Lakerveld en Marlous Dekker-Regelink zijn verbonden aan PLATO / Universiteit Leiden. Selma van der Haar en Joep Rozendal waren bij het schrijven van de eerste druk verbonden aan PLATO respectievelijk Twynstra Gudde – Adviseurs en Managers.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Gedrag in evolutie en ontwikkeling – Schets van het menselijk gedrag in verandering door de evolutie van de mens en tijdens de individuele ontwikkeling

 17,00

Het menselijk gedrag wordt hier bekeken vanuit een breed gezichtspunt op invloedfactoren en processen van ontwikkeling en leren. De auteur hanteert hierbij in sterke mate een evolutionaire bril, waarbij niet alleen de functionaliteit van aangeboren gedrag centraal staat, maar ook de interactie tussen aanleg en omgeving. Deze aspecten zijn van toepassing op de menselijke levensloop, maar vooral de vroege gedragsontwikkeling wordt onder de loep genomen. Het boek focust op de belangrijkste thema’s, wars van klassieke indelingen. De schrijfstijl moet lezers prikkelen om de inhoud te bestuderen en inzicht te verwerven in de complexiteit van leer- en ontwikkelingsprocessen bij de mens.
Deze publicatie is bestemd voor iedereen die actief is in de gebieden gezondheidszorg, welzijn en onderwijs, of wie zich daarop voorbereidt.



Andre Vyt is docent aan de Opleidingen Gezondheidszorg en de Lerarenopleiding van de Arteveldehogeschool Gent en aan de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Gent. Hij is jarenlang hoofdredacteur geweest van jet Jaarboek Ontwikkelingspsychologie, Orthopedagogiek en Kinderpsychiatrie. Sedert 2013 is hij voorzitter van EIPEN, het European Interprofessional Practice & Education Network for Health & Social Care. De auteur is tevens expert kwaliteitszorg en afstandsonderwijs.

Quick View

Gedrag in evolutie en ontwikkeling – Schets van het menselijk gedrag in verandering door de evolutie van de mens en tijdens de individuele ontwikkeling

 17,00

Het menselijk gedrag wordt hier bekeken vanuit een breed gezichtspunt op invloedfactoren en processen van ontwikkeling en leren. De auteur hanteert hierbij in sterke mate een evolutionaire bril, waarbij niet alleen de functionaliteit van aangeboren gedrag centraal staat, maar ook de interactie tussen aanleg en omgeving. Deze aspecten zijn van toepassing op de menselijke levensloop, maar vooral de vroege gedragsontwikkeling wordt onder de loep genomen. Het boek focust op de belangrijkste thema’s, wars van klassieke indelingen. De schrijfstijl moet lezers prikkelen om de inhoud te bestuderen en inzicht te verwerven in de complexiteit van leer- en ontwikkelingsprocessen bij de mens.
Deze publicatie is bestemd voor iedereen die actief is in de gebieden gezondheidszorg, welzijn en onderwijs, of wie zich daarop voorbereidt.



Andre Vyt is docent aan de Opleidingen Gezondheidszorg en de Lerarenopleiding van de Arteveldehogeschool Gent en aan de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Gent. Hij is jarenlang hoofdredacteur geweest van jet Jaarboek Ontwikkelingspsychologie, Orthopedagogiek en Kinderpsychiatrie. Sedert 2013 is hij voorzitter van EIPEN, het European Interprofessional Practice & Education Network for Health & Social Care. De auteur is tevens expert kwaliteitszorg en afstandsonderwijs.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Touwtje springen met omaTouwtje springen met oma
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Touwtje springen met oma

 20,60

De oma van Sofie woont in een woonzorgcentrum en heeft dementie. Mensen met dementie vergeten veel dingen en doen soms een beetje gek. De oma van Sofie bijvoorbeeld vergeet dat ze al gegeten heeft en wordt dan heel boos. Of ze danst midden in de nacht vrolijk door haar kamer.

Sofie en haar mama bezoeken oma elke week. Soms gaat het niet goed met oma en begrijpt Sofie niet wat er gebeurt. Ook haar mama wordt er verdrietig van. Maar oma heeft ook goede momenten, dan gaan ze samen touwtje springen en doen ze allerlei leuke dingen. Oma kan de juiste woorden niet meer vinden, maar ze laat wel merken dat ze het fijn vindt om bezoek en liefdevolle aandacht te krijgen.

In een weblink bij het boek wordt dieper ingegaan op de vele uitdagingen die we tegenkomen in het omgaan met een persoon met dementie. Dementie is een problematiek die voor kinderen moeilijk te begrijpen is. Dit prentenboek wil een praktisch instrument zijn om kinderen op gepaste wijze te informeren en te begeleiden.

Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.



Amber ten Brink voltooide de opleiding vrije grafiek aan de Academie van Antwerpen. Daarnaast is ze zorgkundige van opleiding. Na jaren ervaring in de zorg bij bejaarden werkt ze nu als activiteitenbegeleider in het WZC Heilig Hart in Grimbergen.

Touwtje springen met omaTouwtje springen met oma
Quick View

Touwtje springen met oma

 20,60

De oma van Sofie woont in een woonzorgcentrum en heeft dementie. Mensen met dementie vergeten veel dingen en doen soms een beetje gek. De oma van Sofie bijvoorbeeld vergeet dat ze al gegeten heeft en wordt dan heel boos. Of ze danst midden in de nacht vrolijk door haar kamer.

Sofie en haar mama bezoeken oma elke week. Soms gaat het niet goed met oma en begrijpt Sofie niet wat er gebeurt. Ook haar mama wordt er verdrietig van. Maar oma heeft ook goede momenten, dan gaan ze samen touwtje springen en doen ze allerlei leuke dingen. Oma kan de juiste woorden niet meer vinden, maar ze laat wel merken dat ze het fijn vindt om bezoek en liefdevolle aandacht te krijgen.

In een weblink bij het boek wordt dieper ingegaan op de vele uitdagingen die we tegenkomen in het omgaan met een persoon met dementie. Dementie is een problematiek die voor kinderen moeilijk te begrijpen is. Dit prentenboek wil een praktisch instrument zijn om kinderen op gepaste wijze te informeren en te begeleiden.

Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.



Amber ten Brink voltooide de opleiding vrije grafiek aan de Academie van Antwerpen. Daarnaast is ze zorgkundige van opleiding. Na jaren ervaring in de zorg bij bejaarden werkt ze nu als activiteitenbegeleider in het WZC Heilig Hart in Grimbergen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Het mobielste land ter wereld. Een dialoog over duurzame mobiliteit

 25,60

Hoewel België nog nooit zo mobiel is geweest, gaat er geen week voorbij zonder dat het verkeer ter sprake komt als bron van frustratie, vervuiling, onveiligheid en klimaatverandering. De opkomst van het ethische principe van duurzaamheid heeft het mobiliteitsdebat nog complexer gemaakt. Want hoe gaan bereikbaarheid, vlot verkeer en duurzaamheid eigenlijk samen? Tal van verwante kwesties, zoals economische marktwerking, ruimtelijke ordening, verkeersinfrastructuur en openbaar vervoer, maken het moeilijk om een heldere visie op duurzame mobiliteit te ontwikkelen.

Dit boek gaat met een frisse blik op zoek naar de mechanismen achter de mobiliteit en de opties voor een duurzamere toekomst. Geïnspireerd door Socrates doen de twee auteurs dit in dialoog met elkaar en met enkele intrigerende personages. In een aangepast decor behandelt elk hoofdstuk een aspect van het basisthema: niet alleen bereikbaarheid, de files en de vervoermiddelen komen aan bod, maar ook de ruimtelijke ordening, het logistieke systeem, verkeersveiligheid en vervoersarmoede.

Het boek richt zich tot iedereen die uit interesse, vrijwillig of professioneel, bezig is met mobiliteit, en bij uitbreiding met milieu en ruimtelijke ordening. De dialogen maken het thema licht verteerbaar, waardoor het werk geschikt is voor een breed publiek.

Een eerlijk, vlot leesbaar en erg verhelderend discours dat een onbevangen beschrijving geeft van het hedendaagse mobiliteitsdebat. [...] Een aanrader is het zeker.
Ruimte, jrg. 6, nr. 22, blz. 94

Thomas Vanoutrive is verbonden aan het Departement Transport en Ruimtelijke Economie van de Universiteit Antwerpen. Hij is geograaf en ruimtelijk planner en behaalde een dubbeldoctoraat in de toegepaste economische wetenschappen en de geografie.

Kobe Boussauw is postdoctoraal onderzoeker aan de Afdeling Mobiliteit en Ruimtelijke Planning en aan de Vakgroep Geografie van de Universiteit Gent, en is daar ook verbonden aan het Instituut voor Duurzame Mobiliteit. Hij is burgerlijk ingenieur-architect, ruimtelijk planner en doctor in de geografie.

Rocky Zutterman verzorgde de tekeningen en het omslagontwerp.

Quick View

Het mobielste land ter wereld. Een dialoog over duurzame mobiliteit

 25,60

Hoewel België nog nooit zo mobiel is geweest, gaat er geen week voorbij zonder dat het verkeer ter sprake komt als bron van frustratie, vervuiling, onveiligheid en klimaatverandering. De opkomst van het ethische principe van duurzaamheid heeft het mobiliteitsdebat nog complexer gemaakt. Want hoe gaan bereikbaarheid, vlot verkeer en duurzaamheid eigenlijk samen? Tal van verwante kwesties, zoals economische marktwerking, ruimtelijke ordening, verkeersinfrastructuur en openbaar vervoer, maken het moeilijk om een heldere visie op duurzame mobiliteit te ontwikkelen.

Dit boek gaat met een frisse blik op zoek naar de mechanismen achter de mobiliteit en de opties voor een duurzamere toekomst. Geïnspireerd door Socrates doen de twee auteurs dit in dialoog met elkaar en met enkele intrigerende personages. In een aangepast decor behandelt elk hoofdstuk een aspect van het basisthema: niet alleen bereikbaarheid, de files en de vervoermiddelen komen aan bod, maar ook de ruimtelijke ordening, het logistieke systeem, verkeersveiligheid en vervoersarmoede.

Het boek richt zich tot iedereen die uit interesse, vrijwillig of professioneel, bezig is met mobiliteit, en bij uitbreiding met milieu en ruimtelijke ordening. De dialogen maken het thema licht verteerbaar, waardoor het werk geschikt is voor een breed publiek.

Een eerlijk, vlot leesbaar en erg verhelderend discours dat een onbevangen beschrijving geeft van het hedendaagse mobiliteitsdebat. [...] Een aanrader is het zeker.
Ruimte, jrg. 6, nr. 22, blz. 94

Thomas Vanoutrive is verbonden aan het Departement Transport en Ruimtelijke Economie van de Universiteit Antwerpen. Hij is geograaf en ruimtelijk planner en behaalde een dubbeldoctoraat in de toegepaste economische wetenschappen en de geografie.

Kobe Boussauw is postdoctoraal onderzoeker aan de Afdeling Mobiliteit en Ruimtelijke Planning en aan de Vakgroep Geografie van de Universiteit Gent, en is daar ook verbonden aan het Instituut voor Duurzame Mobiliteit. Hij is burgerlijk ingenieur-architect, ruimtelijk planner en doctor in de geografie.

Rocky Zutterman verzorgde de tekeningen en het omslagontwerp.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Gek van kinderen. Online adviezen voor ouders

 30,80

Ouders geven gemiddeld het cijfer 8,4 voor adviezen die online worden verstrekt over hun opvoedingsvragen. Vijftig ouders uit Nederland en Vlaanderen komen in dit boek aan het woord. Zij maakten zich grote zorgen over hun kind. Een hele waaier van opvoedings- en gedragsproblemen passeert de revue.
Het jongste kind is één jaar oud en het oudste negentien jaar. Het gaat om problemen die typisch zijn voor deze tijd en om problemen die van alle tijden zijn, zoals: ongehoorzaam of opstandig gedrag, ruzie maken met broertjes of zusjes, agressief gedrag, stelen, seksueel ongepast gedrag, brutaal gedrag tegen de ouders, depressiviteit, problemen met leeftijdgenoten, conflicten op school, hyperactief gedrag of ADHD, autisme, zijn eigen gang gaan, liegen, ongemotiveerd zijn voor school, zich ongelukkig voelen en verslaafd aan gamen.
Het boek is bedoeld voor ouders, gezinsbegeleiders, jeugdhulpverleners, maatschappelijk werkers, leerkrachten, orthopedagogen en beleidsmensen op het terrein van jeugd en gezin.



Juliaan Van Acker, emeritus hoogleraar orthopedagogiek aan de Radbouduniversiteit in Nijmegen, heeft vooral gewerkt met de meest problematische gezinnen,vaak met ouders die gek werden van hun kinderen. Hij houdt in Antwerpen een pedagogische praktijk.

Quick View

Gek van kinderen. Online adviezen voor ouders

 30,80

Ouders geven gemiddeld het cijfer 8,4 voor adviezen die online worden verstrekt over hun opvoedingsvragen. Vijftig ouders uit Nederland en Vlaanderen komen in dit boek aan het woord. Zij maakten zich grote zorgen over hun kind. Een hele waaier van opvoedings- en gedragsproblemen passeert de revue.
Het jongste kind is één jaar oud en het oudste negentien jaar. Het gaat om problemen die typisch zijn voor deze tijd en om problemen die van alle tijden zijn, zoals: ongehoorzaam of opstandig gedrag, ruzie maken met broertjes of zusjes, agressief gedrag, stelen, seksueel ongepast gedrag, brutaal gedrag tegen de ouders, depressiviteit, problemen met leeftijdgenoten, conflicten op school, hyperactief gedrag of ADHD, autisme, zijn eigen gang gaan, liegen, ongemotiveerd zijn voor school, zich ongelukkig voelen en verslaafd aan gamen.
Het boek is bedoeld voor ouders, gezinsbegeleiders, jeugdhulpverleners, maatschappelijk werkers, leerkrachten, orthopedagogen en beleidsmensen op het terrein van jeugd en gezin.



Juliaan Van Acker, emeritus hoogleraar orthopedagogiek aan de Radbouduniversiteit in Nijmegen, heeft vooral gewerkt met de meest problematische gezinnen,vaak met ouders die gek werden van hun kinderen. Hij houdt in Antwerpen een pedagogische praktijk.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Experiment en traditie II. Een keuze uit opstellen en voordrachten, ingeleid door Johan van Iseghem

 29,90

Piet Thomas is, naast en vanuit zijn academische opdracht aan de KU Leuven en KU Leuven – Campus Kortrijk, een leven lang op tal van domeinen werkzaam geweest: als hoogleraar literatuur, als criticus van zowel proza als poëzie, als vertaler, als bloemlezer, als dichter en als inleider op het artistieke werk van anderen. De bijdragen die hij voor dit boek uit zijn vroeger werk selecteerde, hangen op de eerste plaats een tijdsbeeld op. Ze bieden de lezer echter ook de kans om kennis te maken met zowel de scherpe als de milde, altijd alerte Thomas. In vele debatten stelde hij zich allesbehalve neutraal op. Hij participeerde aan heersende disputen en bleef onvermoeibaar actief om bijvoorbeeld zijn poëziekritieken met afgetekende, persoonlijke inzichten te profileren.

In het deel over Nederlandstalig proza worden Louis Paul Boon, Gerard Walschap en Stijn Streuvels opgevoerd. Thomas manifesteert, naast ondubbelzinnige restricties, een uitgesproken esthetische waardering voor Walschaps narratief talent, voor zijn meesterlijke beschrijvingstechniek en voor zijn esthetisch scheppingsvermogen. Streuvels ziet hij onder meer als een beoefenaar van de observatiekunst, die visuele indrukken laat domineren en die met typeringsproza een scherpe kijk op de werkelijkheid etaleert. In het interview met Boon zal de lezer beslist genieten van de humoristische no-nonsense uitvallen van de guitige schrijver en gniffelen bij de wisselende kansen in het steekspel tussen de hoogleraar en de creatieve kunstenaar. Het derde deel, met teksten over plastische kunst, psychoanalyse en religie, werpt een licht op de achtergronden waartegen het literaire, het kritische en het literair-wetenschappelijke werk van Piet Thomas zich heeft voltrokken.

Piet Thomas is emeritus hoogleraar literatuurwetenschap en was recensent voor diverse bladen. Hij leidt ook de rubriek Religie en poëzie voor kerknet.be. Deze uitgave verschijnt bij zijn 85ste verjaardag.

Johan van Iseghem doceert Nederlandse letterkunde aan de KU Leuven – Campus Kortrijk.

Quick View

Experiment en traditie II. Een keuze uit opstellen en voordrachten, ingeleid door Johan van Iseghem

 29,90

Piet Thomas is, naast en vanuit zijn academische opdracht aan de KU Leuven en KU Leuven – Campus Kortrijk, een leven lang op tal van domeinen werkzaam geweest: als hoogleraar literatuur, als criticus van zowel proza als poëzie, als vertaler, als bloemlezer, als dichter en als inleider op het artistieke werk van anderen. De bijdragen die hij voor dit boek uit zijn vroeger werk selecteerde, hangen op de eerste plaats een tijdsbeeld op. Ze bieden de lezer echter ook de kans om kennis te maken met zowel de scherpe als de milde, altijd alerte Thomas. In vele debatten stelde hij zich allesbehalve neutraal op. Hij participeerde aan heersende disputen en bleef onvermoeibaar actief om bijvoorbeeld zijn poëziekritieken met afgetekende, persoonlijke inzichten te profileren.

In het deel over Nederlandstalig proza worden Louis Paul Boon, Gerard Walschap en Stijn Streuvels opgevoerd. Thomas manifesteert, naast ondubbelzinnige restricties, een uitgesproken esthetische waardering voor Walschaps narratief talent, voor zijn meesterlijke beschrijvingstechniek en voor zijn esthetisch scheppingsvermogen. Streuvels ziet hij onder meer als een beoefenaar van de observatiekunst, die visuele indrukken laat domineren en die met typeringsproza een scherpe kijk op de werkelijkheid etaleert. In het interview met Boon zal de lezer beslist genieten van de humoristische no-nonsense uitvallen van de guitige schrijver en gniffelen bij de wisselende kansen in het steekspel tussen de hoogleraar en de creatieve kunstenaar. Het derde deel, met teksten over plastische kunst, psychoanalyse en religie, werpt een licht op de achtergronden waartegen het literaire, het kritische en het literair-wetenschappelijke werk van Piet Thomas zich heeft voltrokken.

Piet Thomas is emeritus hoogleraar literatuurwetenschap en was recensent voor diverse bladen. Hij leidt ook de rubriek Religie en poëzie voor kerknet.be. Deze uitgave verschijnt bij zijn 85ste verjaardag.

Johan van Iseghem doceert Nederlandse letterkunde aan de KU Leuven – Campus Kortrijk.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De andere mogelijkheid. Beelden van kwaliteit voor mensen met een beperking

 15,50

Wat is de kwaliteit van zorg en ondersteuning die door zorginstellingen aan mensen met een verstandelijke beperking wordt geboden? En, hoe komen we aan een antwoord op deze vraag? Het gangbare antwoord luidt: door het meten van prestatie-indicatoren.
In dit boek bewandelt de auteur een andere weg: op locatie gaan kijken en met mensen praten.
De uitkomst van dit kwaliteitsonderzoek bestaat uit observaties van de dagelijkse zorgpraktijk die een beeld geven van hoe het leven van mensen met een beperking eruitziet. Vandaar Beelden van Kwaliteit. De auteur heeft een aantal van deze beelden verzameld en geeft er zijn commentaar bij. Belangrijke vragen die aan bod komen, zijn: wat zegt de tevredenheid van cliënten over de kwaliteit van de zorg? Wat is de relatie tussen kwaliteit en veiligheid? Wat is de betekenis van werk voor mensen met een beperking?
Uit zijn bespreking komt naar voren dat de kunst om goed naar cliënten te kijken, laat zien hoe het anders en beter kan. Het boek maakt duidelijk dat een vermogen om goed waar te nemen een andere mogelijkheid zichtbaar maakt.



Hans Reinders is hoogleraar ethiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam, waar hij ook de Bernard Lievegoed leerstoel bekleedt.

Quick View

De andere mogelijkheid. Beelden van kwaliteit voor mensen met een beperking

 15,50

Wat is de kwaliteit van zorg en ondersteuning die door zorginstellingen aan mensen met een verstandelijke beperking wordt geboden? En, hoe komen we aan een antwoord op deze vraag? Het gangbare antwoord luidt: door het meten van prestatie-indicatoren.
In dit boek bewandelt de auteur een andere weg: op locatie gaan kijken en met mensen praten.
De uitkomst van dit kwaliteitsonderzoek bestaat uit observaties van de dagelijkse zorgpraktijk die een beeld geven van hoe het leven van mensen met een beperking eruitziet. Vandaar Beelden van Kwaliteit. De auteur heeft een aantal van deze beelden verzameld en geeft er zijn commentaar bij. Belangrijke vragen die aan bod komen, zijn: wat zegt de tevredenheid van cliënten over de kwaliteit van de zorg? Wat is de relatie tussen kwaliteit en veiligheid? Wat is de betekenis van werk voor mensen met een beperking?
Uit zijn bespreking komt naar voren dat de kunst om goed naar cliënten te kijken, laat zien hoe het anders en beter kan. Het boek maakt duidelijk dat een vermogen om goed waar te nemen een andere mogelijkheid zichtbaar maakt.



Hans Reinders is hoogleraar ethiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam, waar hij ook de Bernard Lievegoed leerstoel bekleedt.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De foute oorlog. Schuld en nederlaag in het Vlaamse proza over de Tweede Wereldoorlog (Academisch Literair, nr. 9)

 28,70

De Tweede Wereldoorlog speelt een centrale rol in de collectieve herinnering. Heel wat opvattingen en vraagstellingen rond ideologie, ethiek en identiteit worden door de oorlogsherinnering gekleurd. Die herinnering neemt ook in literatuur een prominente plaats in. Zo bevat het Vlaamse fictionele proza alleen al zowat 300 boeken die expliciet met de Tweede Wereldoorlog aan de slag gaan.

De foute oorlog is de eerste omvattende studie van deze literaire oorlogssporen, met een speciale focus op vijf centrale thema’s: de gebeurtenissen rond mei 1940, het verzet, de collaboratie, de repressie en de jodenvervolging. Voor elk ervan biedt dit boek een overzicht van relevante romans en novelles, met analyse van thematische tendensen en inzicht in de kenmerken en ontwikkelingen van de literaire beeldvorming. De rode draad is de vaststelling dat de literaire oorlogsherinnering doordrongen is van een scherpe kritiek op het morele en politieke gedrag van de eigen gemeenschap tijdens en na de oorlog. Wordt de bezetter afgebeeld als een ongewenste maar herkenbare tegenstander, dan verschijnen leden van de eigen gemeenschap als onbetrouwbare en onberekenbare wezens. In plaats van een goede herinnering, gedragen door overwinning en bevrijding, ontstaat het beeld van een foute oorlog waarin nederlaag en schuld overheersen; een beeld dat in de Vlaamse collectieve herinnering vaak is weggedrukt, maar dat Vlaamse auteurs telkens opnieuw op het voorplan hebben gebracht.

Door zijn brede opzet, zijn aandacht voor belichte en onderbelichte thema’s, het bijeenbrengen van gecanoniseerde en vergeten auteurs, en door de toegankelijke synthese van kenmerken en ontwikkelingen in de Vlaamse literaire herinnering aan de Tweede Wereldoorlog, vormt het boek een essentiële aanvulling tot de studie van de naoorlogse Nederlandse literatuur.



Jan Lensen is als postdoctoraal onderzoeker van de Deutsche Forschungsgemeinschaft verbonden aan het Institut für Deutsche und Niederländische Philologie van de Freie Universität Berlin. Hij verricht comparatief onderzoek naar beeldvormingsprocessen van de Tweede Wereldoorlog in het hedendaagse Duitse, Nederlandse en Vlaamse proza.

Quick View

De foute oorlog. Schuld en nederlaag in het Vlaamse proza over de Tweede Wereldoorlog (Academisch Literair, nr. 9)

 28,70

De Tweede Wereldoorlog speelt een centrale rol in de collectieve herinnering. Heel wat opvattingen en vraagstellingen rond ideologie, ethiek en identiteit worden door de oorlogsherinnering gekleurd. Die herinnering neemt ook in literatuur een prominente plaats in. Zo bevat het Vlaamse fictionele proza alleen al zowat 300 boeken die expliciet met de Tweede Wereldoorlog aan de slag gaan.

De foute oorlog is de eerste omvattende studie van deze literaire oorlogssporen, met een speciale focus op vijf centrale thema’s: de gebeurtenissen rond mei 1940, het verzet, de collaboratie, de repressie en de jodenvervolging. Voor elk ervan biedt dit boek een overzicht van relevante romans en novelles, met analyse van thematische tendensen en inzicht in de kenmerken en ontwikkelingen van de literaire beeldvorming. De rode draad is de vaststelling dat de literaire oorlogsherinnering doordrongen is van een scherpe kritiek op het morele en politieke gedrag van de eigen gemeenschap tijdens en na de oorlog. Wordt de bezetter afgebeeld als een ongewenste maar herkenbare tegenstander, dan verschijnen leden van de eigen gemeenschap als onbetrouwbare en onberekenbare wezens. In plaats van een goede herinnering, gedragen door overwinning en bevrijding, ontstaat het beeld van een foute oorlog waarin nederlaag en schuld overheersen; een beeld dat in de Vlaamse collectieve herinnering vaak is weggedrukt, maar dat Vlaamse auteurs telkens opnieuw op het voorplan hebben gebracht.

Door zijn brede opzet, zijn aandacht voor belichte en onderbelichte thema’s, het bijeenbrengen van gecanoniseerde en vergeten auteurs, en door de toegankelijke synthese van kenmerken en ontwikkelingen in de Vlaamse literaire herinnering aan de Tweede Wereldoorlog, vormt het boek een essentiële aanvulling tot de studie van de naoorlogse Nederlandse literatuur.



Jan Lensen is als postdoctoraal onderzoeker van de Deutsche Forschungsgemeinschaft verbonden aan het Institut für Deutsche und Niederländische Philologie van de Freie Universität Berlin. Hij verricht comparatief onderzoek naar beeldvormingsprocessen van de Tweede Wereldoorlog in het hedendaagse Duitse, Nederlandse en Vlaamse proza.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Hegels godsdienstfilosofie en de monotheïstische religies. Een actuele confrontatie (Reeks Omtrent Filosofie nr 5)Hegels godsdienstfilosofie en de monotheïstische religies. Een actuele confrontatie (Reeks Omtrent Filosofie nr 5)
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Hegels godsdienstfilosofie en de monotheïstische religies. Een actuele confrontatie (Reeks Omtrent Filosofie nr 5)

 32,90

Dit boek biedt een kritische inleiding in de godsdienstfilosofie, aan de hand van een confrontatie tussen enerzijds G.W.F. Hegels filosofie van de monotheïstische religies en anderzijds godsdienstwetenschappelijke inzichten in en vanuit de godsdiensten zelf. Het doel is te komen tot een wijsgerige verheldering van wat deze religies kenmerkt. Wat kan een filosofische benadering van de verschillende godsdiensten, zoals die van Hegel, bijdragen aan een beter begrip ervan? Hoe zou de godsdienstfilosofie een rol kunnen spelen in het actuele debat over religie, en de verhouding daarvan tot de grondslagen van recht en politiek?

De manier waarop we over God denken en dus hoe we geloven, beïnvloedt onze moraal en ons recht, de wetten die we maken en de wijze waarop we die toepassen. Hegel had veel op met het christendom. In zijn ogen vormde het christelijk geloof ten opzichte van andere, eerdere godsdiensten een vervolmaking en een voltooiing van de religie. Filosofisch bezien is het christendom de religie van vrijheid en van verzoening van God en de mens met elkaar. Alle godsdiensten die voorafgingen aan het christendom, beschouwt hij als beperkter en eenzijdiger: de ‘ware geest’ is daarin nog onvoldoende ontwikkeld. Deze hoogst controversiële claim wordt in dit boek aan een nader, kritisch onderzoek onderworpen.


Bart Labuschagne en Timo Slootweg doceren rechtsfilosofie aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Rico Sneller doceert wijsgerige antropologie aan het Instituut voor Wijsbegeerte van deze universiteit.

Reeks Omtrent Filosofie:

  1. De ethica van Spinoza
  2. Afrika en China in dialoog
  3. Kracht van wet. Het mystieke fundament van het gezag
  4. Een goddelijk humanisme. Sartres minachting voor de menselijke werkelijkheid
  5. Hegels godsdienstfilosofie en de monotheïstische religies. Een actuele confrontatie
  6. Filosofie van het verstaan. Een dialoog

Hegels godsdienstfilosofie en de monotheïstische religies. Een actuele confrontatie (Reeks Omtrent Filosofie nr 5)Hegels godsdienstfilosofie en de monotheïstische religies. Een actuele confrontatie (Reeks Omtrent Filosofie nr 5)
Quick View

Hegels godsdienstfilosofie en de monotheïstische religies. Een actuele confrontatie (Reeks Omtrent Filosofie nr 5)

 32,90

Dit boek biedt een kritische inleiding in de godsdienstfilosofie, aan de hand van een confrontatie tussen enerzijds G.W.F. Hegels filosofie van de monotheïstische religies en anderzijds godsdienstwetenschappelijke inzichten in en vanuit de godsdiensten zelf. Het doel is te komen tot een wijsgerige verheldering van wat deze religies kenmerkt. Wat kan een filosofische benadering van de verschillende godsdiensten, zoals die van Hegel, bijdragen aan een beter begrip ervan? Hoe zou de godsdienstfilosofie een rol kunnen spelen in het actuele debat over religie, en de verhouding daarvan tot de grondslagen van recht en politiek?

De manier waarop we over God denken en dus hoe we geloven, beïnvloedt onze moraal en ons recht, de wetten die we maken en de wijze waarop we die toepassen. Hegel had veel op met het christendom. In zijn ogen vormde het christelijk geloof ten opzichte van andere, eerdere godsdiensten een vervolmaking en een voltooiing van de religie. Filosofisch bezien is het christendom de religie van vrijheid en van verzoening van God en de mens met elkaar. Alle godsdiensten die voorafgingen aan het christendom, beschouwt hij als beperkter en eenzijdiger: de ‘ware geest’ is daarin nog onvoldoende ontwikkeld. Deze hoogst controversiële claim wordt in dit boek aan een nader, kritisch onderzoek onderworpen.


Bart Labuschagne en Timo Slootweg doceren rechtsfilosofie aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Rico Sneller doceert wijsgerige antropologie aan het Instituut voor Wijsbegeerte van deze universiteit.

Reeks Omtrent Filosofie:

  1. De ethica van Spinoza
  2. Afrika en China in dialoog
  3. Kracht van wet. Het mystieke fundament van het gezag
  4. Een goddelijk humanisme. Sartres minachting voor de menselijke werkelijkheid
  5. Hegels godsdienstfilosofie en de monotheïstische religies. Een actuele confrontatie
  6. Filosofie van het verstaan. Een dialoog

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Orthopedagogiek: State of the art (O&A-Reeks, nr. 7)

 30,80

Hoe is het tegenwoordig met de orthopedagogiek gesteld? Wat is ‘the state of the art’? Deze uitgave biedt een update omtrent de stand van zaken in de diverse deelgebieden waar de orthopedagogiek zich mee bezig houdt. Daarbij wordt steeds de opvoedingscontext als een noodzakelijke invalshoek gehanteerd. De orthopedagogische praktijk is gefundeerd in wetenschappelijk onderzoek. In de eerste plaats is dit boek bedoeld voor allen die werkzaam zijn in het orthoagogische veld. Maar omdat het kind centraal staat in alle beschreven interventies, via de opvoeders, al of niet aangevuld met professionals met specialistische kennis en vaardigheden, is het boek van belang voor iedereen die met kinderen omgaat.
Deze publicatie markeert het 110-jarig bestaan van de Vereniging O&A – Vereniging ter bevordering van Ortho-Agogische Activiteiten, die onder meer verantwoordelijk was voor de uitgave van het Tijdschrift voor Orthopedagogiek, dat thans als maandblad verschijnt onder de titel Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk.



Paul Goudena is emeritus hoogleraar pedagogiek aan de Universiteit Utrecht. Zijn focus ligt op psychologische individuatie binnen een opvoedingscontext. Tot voor kort was hij redactielid van OOP – Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk.
Roel de Groot doceerde orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij was vele jaren hoofdredacteur van Tijdschrift voor Orthopedagogiek, thans OOP – Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk. Hij is coredacteur van de O&A-Reeks en directeur van het Psychologisch-Orthopedagogisch Adviesbureau, gevestigd in Hattem.
Jan Janssens is emeritus hoogleraar aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Hij is ook voorzitter van de Vereniging O&A.

Quick View

Orthopedagogiek: State of the art (O&A-Reeks, nr. 7)

 30,80

Hoe is het tegenwoordig met de orthopedagogiek gesteld? Wat is ‘the state of the art’? Deze uitgave biedt een update omtrent de stand van zaken in de diverse deelgebieden waar de orthopedagogiek zich mee bezig houdt. Daarbij wordt steeds de opvoedingscontext als een noodzakelijke invalshoek gehanteerd. De orthopedagogische praktijk is gefundeerd in wetenschappelijk onderzoek. In de eerste plaats is dit boek bedoeld voor allen die werkzaam zijn in het orthoagogische veld. Maar omdat het kind centraal staat in alle beschreven interventies, via de opvoeders, al of niet aangevuld met professionals met specialistische kennis en vaardigheden, is het boek van belang voor iedereen die met kinderen omgaat.
Deze publicatie markeert het 110-jarig bestaan van de Vereniging O&A – Vereniging ter bevordering van Ortho-Agogische Activiteiten, die onder meer verantwoordelijk was voor de uitgave van het Tijdschrift voor Orthopedagogiek, dat thans als maandblad verschijnt onder de titel Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk.



Paul Goudena is emeritus hoogleraar pedagogiek aan de Universiteit Utrecht. Zijn focus ligt op psychologische individuatie binnen een opvoedingscontext. Tot voor kort was hij redactielid van OOP – Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk.
Roel de Groot doceerde orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij was vele jaren hoofdredacteur van Tijdschrift voor Orthopedagogiek, thans OOP – Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk. Hij is coredacteur van de O&A-Reeks en directeur van het Psychologisch-Orthopedagogisch Adviesbureau, gevestigd in Hattem.
Jan Janssens is emeritus hoogleraar aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Hij is ook voorzitter van de Vereniging O&A.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Ouders en de relationele en seksuele vorming op school. It takes a village to raise a child (Cahiers Seksuele Psychologie & Seksuologie, nr. 8)

 13,30

Tot waar reikt de taak van leerkrachten om te onderwijzen en vanaf waar of op welke vlakken zijn ze ook opvoeders? En hoe zit dat bij de ouders: zij voeden op, maar vanaf waar hebben ze ook een onderwijsfunctie? Ouders en leerkrachten hebben met andere woorden verschillende, maar ook verwante verantwoordelijkheden bij de vorming van kinderen.
Dit boek vraagt zich af hoe leerkrachten en ouders, in hun respectieve onderwijs- en opvoedingsfunctie, zich samen kunnen inzetten bij de vorming van kinderen, meer bepaald bij de relationele en seksuele vorming. Het gaat daarbij vooral om de vraag hoe relationele en seksuele vorming herdacht kan worden op een manier dat ouders in ruime mate kunnen participeren aan de vorming van hun kinderen op dat vlak in de school.
Maatschappelijke veranderingen hebben er voor gezorgd dat opvoeden een gedeelde verantwoordelijkheid is van burgers, instellingen en overheden. De uitdaging is het Afrikaanse gezegde It takes a village to raise a child een modern kleedje te geven. In een schoolcontext betekent dit onder andere dat ouderbetrokkenheid erg belangrijk is. Op de basisschool ‘Ten Dorpe’ in Mortsel is het pakket voor relationele en seksuele vorming herdacht en herzien met expliciete betrokkenheid van ouders. Deze uitgave rapporteert over dit project.



Sofie Dieltjens is master in de familiale en seksuologische wetenschappen en bachelor in gezinswetenschappen. Zij is halftijds werkzaam als klinisch seksuoloog in een zelfstandige praktijk in Lier, halftijds op het Centrum voor Leerlingenbegeleiding GO!CLB in Lier en ze werkt mee in de groepspraktijk De Braam in Heist-op-den- Berg.

Patrick Meurs doceert aan het Departement Psychologie van de KU Leuven en aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen van HU Brussel.


Cahiers Seksuele Psychologie & Seksuologie

  • Nr. 1. Verborgen onder mijn buik. Zorg- en hulpverlening aan zwangere vrouwen na vroeger seksueel geweld
  • Nr. 2. De oorverdovende stilte. Omtrent pedofilie: het gepolariseerde debat voorbij
  • Nr. 3. Seksuele ontwikkeling en de rol van broers en zussen
  • Nr. 4. Sexy haar en hoofddoek. Seksuele en niet-seksuele betekenissen
  • Nr. 5. Hulpverlening bij kindermishandeling. Over individuele weerbaarheid en maatschappelijke kwetsbaarheid
  • Nr. 6. Seksueel verlangen en knooppunten. Begeleiden van seksuele processen in de context van partnerrelatie
  • Nr. 7. Waarheid, durven... trauma. Seksueel grensoverschrijdend gedrag tussen kinderen en jongeren
  • Nr. 8. Ouders en de relationele en seksuele vorming op school. It takes a village to raise a child

  • Quick View

    Ouders en de relationele en seksuele vorming op school. It takes a village to raise a child (Cahiers Seksuele Psychologie & Seksuologie, nr. 8)

     13,30

    Tot waar reikt de taak van leerkrachten om te onderwijzen en vanaf waar of op welke vlakken zijn ze ook opvoeders? En hoe zit dat bij de ouders: zij voeden op, maar vanaf waar hebben ze ook een onderwijsfunctie? Ouders en leerkrachten hebben met andere woorden verschillende, maar ook verwante verantwoordelijkheden bij de vorming van kinderen.
    Dit boek vraagt zich af hoe leerkrachten en ouders, in hun respectieve onderwijs- en opvoedingsfunctie, zich samen kunnen inzetten bij de vorming van kinderen, meer bepaald bij de relationele en seksuele vorming. Het gaat daarbij vooral om de vraag hoe relationele en seksuele vorming herdacht kan worden op een manier dat ouders in ruime mate kunnen participeren aan de vorming van hun kinderen op dat vlak in de school.
    Maatschappelijke veranderingen hebben er voor gezorgd dat opvoeden een gedeelde verantwoordelijkheid is van burgers, instellingen en overheden. De uitdaging is het Afrikaanse gezegde It takes a village to raise a child een modern kleedje te geven. In een schoolcontext betekent dit onder andere dat ouderbetrokkenheid erg belangrijk is. Op de basisschool ‘Ten Dorpe’ in Mortsel is het pakket voor relationele en seksuele vorming herdacht en herzien met expliciete betrokkenheid van ouders. Deze uitgave rapporteert over dit project.



    Sofie Dieltjens is master in de familiale en seksuologische wetenschappen en bachelor in gezinswetenschappen. Zij is halftijds werkzaam als klinisch seksuoloog in een zelfstandige praktijk in Lier, halftijds op het Centrum voor Leerlingenbegeleiding GO!CLB in Lier en ze werkt mee in de groepspraktijk De Braam in Heist-op-den- Berg.

    Patrick Meurs doceert aan het Departement Psychologie van de KU Leuven en aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen van HU Brussel.


    Cahiers Seksuele Psychologie & Seksuologie

  • Nr. 1. Verborgen onder mijn buik. Zorg- en hulpverlening aan zwangere vrouwen na vroeger seksueel geweld
  • Nr. 2. De oorverdovende stilte. Omtrent pedofilie: het gepolariseerde debat voorbij
  • Nr. 3. Seksuele ontwikkeling en de rol van broers en zussen
  • Nr. 4. Sexy haar en hoofddoek. Seksuele en niet-seksuele betekenissen
  • Nr. 5. Hulpverlening bij kindermishandeling. Over individuele weerbaarheid en maatschappelijke kwetsbaarheid
  • Nr. 6. Seksueel verlangen en knooppunten. Begeleiden van seksuele processen in de context van partnerrelatie
  • Nr. 7. Waarheid, durven... trauma. Seksueel grensoverschrijdend gedrag tussen kinderen en jongeren
  • Nr. 8. Ouders en de relationele en seksuele vorming op school. It takes a village to raise a child

  • Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Preventie morgen. Bouwstenen voor een goede praktijk.

     21,60

    Is preventie vandaag goed voor morgen? Dit boek reikt kritische analyses, tips en handvatten aan om op een constructieve, effectieve en ethisch verantwoorde manier met preventie aan de slag te gaan.

    Wie rond preventie werkt, wordt geconfronteerd met nieuwe trends, uitdagende mogelijkheden en weerbarstige knelpunten. Over het muurtje kijken en expertise bijtanken kan dan helpen om de juiste beslissingen te nemen. In dit boek delen auteurs hun kennis en ervaring vanuit verscheidene sectoren. Er komen bijdragen aan bod vanuit de welzijnssector, de gezondheidszorg, de onderwijssector, de bijzondere jeugdzorg, de drugshulpverlening, het stedelijk lokaal beleid, opvoedingsondersteuning en de criminologie. Zowel praktijkwerkers, beleidsactoren en wetenschappers belichten en ontrafelen boeiende, levende thema’s over preventie. Van emancipatorische tot evidencebased preventie, van de probleemanalyse tot de implementatie van preventie, van het risico op overdaad aan preventie tot de zoektocht naar proportionele preventie. Kortom, een rijk gevuld boek voor ieder die van ver of dichtbij met preventie te maken krijgt.


    Dieter Burssens, maatschappelijk assistent en master in de criminologische wetenschappen, is wetenschappelijk onderzoeker bij het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie.
    Peter Goris, doctor in de criminologische wetenschappen, is hoofdredacteur van het tijdschrift ALERT voor sociaal werk en politiek.
    Bie Melis, maatschappelijk assistent en master in de criminologische wetenschappen, is lector en onderzoeker aan de Karel de Grote-Hogeschool, Departement Sociaal- Agogisch Werk in Antwerpen.
    Nicole Vettenburg, doctor in de criminologische wetenschappen, was als onderzoeker verbonden aan de KU Leuven en als docente aan de UGent. Zij is eindredacteur van het tijdschrift Welwijs, wisselwerking onderwijs en welzijnswerk.
    Samen vormen zij het Team Preventie Ontwikkeling dat theorie en praktijk rond preventie verder wil ontwikkelen.

    Quick View

    Preventie morgen. Bouwstenen voor een goede praktijk.

     21,60

    Is preventie vandaag goed voor morgen? Dit boek reikt kritische analyses, tips en handvatten aan om op een constructieve, effectieve en ethisch verantwoorde manier met preventie aan de slag te gaan.

    Wie rond preventie werkt, wordt geconfronteerd met nieuwe trends, uitdagende mogelijkheden en weerbarstige knelpunten. Over het muurtje kijken en expertise bijtanken kan dan helpen om de juiste beslissingen te nemen. In dit boek delen auteurs hun kennis en ervaring vanuit verscheidene sectoren. Er komen bijdragen aan bod vanuit de welzijnssector, de gezondheidszorg, de onderwijssector, de bijzondere jeugdzorg, de drugshulpverlening, het stedelijk lokaal beleid, opvoedingsondersteuning en de criminologie. Zowel praktijkwerkers, beleidsactoren en wetenschappers belichten en ontrafelen boeiende, levende thema’s over preventie. Van emancipatorische tot evidencebased preventie, van de probleemanalyse tot de implementatie van preventie, van het risico op overdaad aan preventie tot de zoektocht naar proportionele preventie. Kortom, een rijk gevuld boek voor ieder die van ver of dichtbij met preventie te maken krijgt.


    Dieter Burssens, maatschappelijk assistent en master in de criminologische wetenschappen, is wetenschappelijk onderzoeker bij het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie.
    Peter Goris, doctor in de criminologische wetenschappen, is hoofdredacteur van het tijdschrift ALERT voor sociaal werk en politiek.
    Bie Melis, maatschappelijk assistent en master in de criminologische wetenschappen, is lector en onderzoeker aan de Karel de Grote-Hogeschool, Departement Sociaal- Agogisch Werk in Antwerpen.
    Nicole Vettenburg, doctor in de criminologische wetenschappen, was als onderzoeker verbonden aan de KU Leuven en als docente aan de UGent. Zij is eindredacteur van het tijdschrift Welwijs, wisselwerking onderwijs en welzijnswerk.
    Samen vormen zij het Team Preventie Ontwikkeling dat theorie en praktijk rond preventie verder wil ontwikkelen.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Zwangerschap en obesitas. Handboek voor de zorgverlener

     40,10

    Obesitas komt steeds vaker voor. Dit betekent dat ook almaar meer zwangeren en moeders te kampen hebben met een té hoog gewicht. Dat geeft in de periode voor en tijdens de zwangerschap, de bevalling en de kraamperiode niet alleen meer problemen voor de moeder, maar heeft ook een negatieve invloed op het kind. In deze context spreekt men van een intergenerationeel probleem van obesitas. Preventie van deze chronische aandoening dient te beginnen in de periode vóór de geboorte.

    Omdat er de laatste jaren heel wat wetenschappelijk onderzoek is verricht, specifiek bij reproductieve vrouwen met een té hoog gewicht, is het hoogtijd om deze inzichten te bundelen in een overzichtelijk, wetenschappelijk gefundeerd handboek voor de betrokken zorgverleners. Dit eerste Nederlandstalige boek over dit onderwerp bevat bijdragen van (para)medische experts, clinici en onderzoekers. Het bespreekt de zorg en de begeleiding van de zwaarlijvige (obese) vrouw in de reproductieve periode (18-45 jaar). Het is bestemd voor artsen, vroedvrouwen, verpleegkundigen, diëtisten, kinesitherapeuten, psychologen en alle andere begeleiders en hulpverleners die hierbij betrokken zijn.



    Annick Bogaerts werkte als vroedvrouw op de materniteit en verloskamer van het Salvatorziekenhuis in Hasselt. Zij studeerde ook medisch-sociale wetenschappen aan de KU Leuven, waar ze promoveerde. Ze is onderzoeker binnen de expertisecel ‘Healthy Living’ van de Hogeschool UC Leuven-Limburg in Hasselt en doctor-assistent aan de KU Leuven en de Universiteit Antwerpen.

    Ronald Devlieger, gynaecoloog, is afdelingshoofd feto-maternale geneeskunde bij het UZ Leuven. Hij werkt als clinicus en onderzoeker binnen UZ en KU Leuven en als consulent in het AZ Sint-Augustinus in Wilrijk.

    Quick View

    Zwangerschap en obesitas. Handboek voor de zorgverlener

     40,10

    Obesitas komt steeds vaker voor. Dit betekent dat ook almaar meer zwangeren en moeders te kampen hebben met een té hoog gewicht. Dat geeft in de periode voor en tijdens de zwangerschap, de bevalling en de kraamperiode niet alleen meer problemen voor de moeder, maar heeft ook een negatieve invloed op het kind. In deze context spreekt men van een intergenerationeel probleem van obesitas. Preventie van deze chronische aandoening dient te beginnen in de periode vóór de geboorte.

    Omdat er de laatste jaren heel wat wetenschappelijk onderzoek is verricht, specifiek bij reproductieve vrouwen met een té hoog gewicht, is het hoogtijd om deze inzichten te bundelen in een overzichtelijk, wetenschappelijk gefundeerd handboek voor de betrokken zorgverleners. Dit eerste Nederlandstalige boek over dit onderwerp bevat bijdragen van (para)medische experts, clinici en onderzoekers. Het bespreekt de zorg en de begeleiding van de zwaarlijvige (obese) vrouw in de reproductieve periode (18-45 jaar). Het is bestemd voor artsen, vroedvrouwen, verpleegkundigen, diëtisten, kinesitherapeuten, psychologen en alle andere begeleiders en hulpverleners die hierbij betrokken zijn.



    Annick Bogaerts werkte als vroedvrouw op de materniteit en verloskamer van het Salvatorziekenhuis in Hasselt. Zij studeerde ook medisch-sociale wetenschappen aan de KU Leuven, waar ze promoveerde. Ze is onderzoeker binnen de expertisecel ‘Healthy Living’ van de Hogeschool UC Leuven-Limburg in Hasselt en doctor-assistent aan de KU Leuven en de Universiteit Antwerpen.

    Ronald Devlieger, gynaecoloog, is afdelingshoofd feto-maternale geneeskunde bij het UZ Leuven. Hij werkt als clinicus en onderzoeker binnen UZ en KU Leuven en als consulent in het AZ Sint-Augustinus in Wilrijk.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Sam(en) tegen spoken op school. Leesboek over faalangst

     11,40

    Dit leesboek hoort bij Spoken op school: Faalangstpreventie. Het bevat tal van situaties en ervaringen, observaties en interpretaties in verhaalvorm, gebaseerd op ware gebeurtenissen. Sam is een meisje met normale begaafdheid. Ze beschikt over alle mogelijkheden en competenties om een efficiënte en succesvolle ontwikkeling op te bouwen. Toch functioneert ze op school niet optimaal, niet op cognitief, niet op sociaal-emotioneel en niet op motorisch vlak. Ze heeft het erg moeilijk met opdrachten die meetellen voor punten. Ze stelt ongepast gedrag, maakt werkjes niet en vermijdt bepaalde situaties. Ze klaagt over buik- of hoofdpijn. Ze is maar voor weinig dingen gemotiveerd. Achter dit gedrag schuilt haar faalangst, waaraan met goed gevolg kan worden gesleuteld.



    Nathalie Cornillie is van oorsprong logopediste. Daarnaast volgde ze opleidingen tot zorgcoördinator en leerkracht buitengewoon/specifiek onderwijs. Momenteel is zij G.on-begeleidster (geïntegreerd onderwijs) bij het Medisch- Pedagogisch Instituut in Koksijde en voert ze een zelfstandige praktijk als logopediste in Oostende.

    Quick View

    Sam(en) tegen spoken op school. Leesboek over faalangst

     11,40

    Dit leesboek hoort bij Spoken op school: Faalangstpreventie. Het bevat tal van situaties en ervaringen, observaties en interpretaties in verhaalvorm, gebaseerd op ware gebeurtenissen. Sam is een meisje met normale begaafdheid. Ze beschikt over alle mogelijkheden en competenties om een efficiënte en succesvolle ontwikkeling op te bouwen. Toch functioneert ze op school niet optimaal, niet op cognitief, niet op sociaal-emotioneel en niet op motorisch vlak. Ze heeft het erg moeilijk met opdrachten die meetellen voor punten. Ze stelt ongepast gedrag, maakt werkjes niet en vermijdt bepaalde situaties. Ze klaagt over buik- of hoofdpijn. Ze is maar voor weinig dingen gemotiveerd. Achter dit gedrag schuilt haar faalangst, waaraan met goed gevolg kan worden gesleuteld.



    Nathalie Cornillie is van oorsprong logopediste. Daarnaast volgde ze opleidingen tot zorgcoördinator en leerkracht buitengewoon/specifiek onderwijs. Momenteel is zij G.on-begeleidster (geïntegreerd onderwijs) bij het Medisch- Pedagogisch Instituut in Koksijde en voert ze een zelfstandige praktijk als logopediste in Oostende.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Spoken op school: Faalangstpreventie

     24,90

    Heel wat kinderen, zowel in het basis- als in het secundair/voortgezet onderwijs, hebben faalangst. Die kan zo groot zijn dat naar school gaan een echte pijniging wordt, met alle gevolgen van dien. Het is een complexe problematiek.

    Leraren, begeleiders en ook ouders moeten eerst een goed inzicht hebben in de mogelijke oorzaken, de gevolgen, de sterktes en de zwaktes bij de kinderen. Al te vaak wordt hieraan te vluchtig voorbijgegaan. Daarna moeten ze de methodieken kennen en kunnen gebruiken om er wat aan te doen. Naast de theoretische toelichting gaat veel aandacht naar het praktische deel met een ruim pakket aan activiteiten waarmee de faalangst kan worden teruggedrongen. Als bijzonder hulpmiddel is er een apart leesboek voor de kinderen: Sam(en) tegen spoken op school. Leesboek over faalangst.

    Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.



    Nathalie Cornillie is van oorsprong logopediste. Daarnaast volgde ze opleidingen tot zorgcoördinator en leerkracht buitengewoon/specifiek onderwijs. Momenteel is zij G.on-begeleidster (geïntegreerd onderwijs) bij het Medisch- Pedagogisch Instituut in Koksijde en voert ze een zelfstandige praktijk als logopediste in Oostende.
    Kristel Geers volgde een lerarenopleiding en studeerde daarna klinische psychologie. Zij is lector aan de Hogeschool Vives, Campus Tielt.

    Quick View

    Spoken op school: Faalangstpreventie

     24,90

    Heel wat kinderen, zowel in het basis- als in het secundair/voortgezet onderwijs, hebben faalangst. Die kan zo groot zijn dat naar school gaan een echte pijniging wordt, met alle gevolgen van dien. Het is een complexe problematiek.

    Leraren, begeleiders en ook ouders moeten eerst een goed inzicht hebben in de mogelijke oorzaken, de gevolgen, de sterktes en de zwaktes bij de kinderen. Al te vaak wordt hieraan te vluchtig voorbijgegaan. Daarna moeten ze de methodieken kennen en kunnen gebruiken om er wat aan te doen. Naast de theoretische toelichting gaat veel aandacht naar het praktische deel met een ruim pakket aan activiteiten waarmee de faalangst kan worden teruggedrongen. Als bijzonder hulpmiddel is er een apart leesboek voor de kinderen: Sam(en) tegen spoken op school. Leesboek over faalangst.

    Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.



    Nathalie Cornillie is van oorsprong logopediste. Daarnaast volgde ze opleidingen tot zorgcoördinator en leerkracht buitengewoon/specifiek onderwijs. Momenteel is zij G.on-begeleidster (geïntegreerd onderwijs) bij het Medisch- Pedagogisch Instituut in Koksijde en voert ze een zelfstandige praktijk als logopediste in Oostende.
    Kristel Geers volgde een lerarenopleiding en studeerde daarna klinische psychologie. Zij is lector aan de Hogeschool Vives, Campus Tielt.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Frans in de balans. Van peilingsonderzoek naar toetspraktijk

     23,30

    Wil je weten hoe het peilingsinstrument Frans voor de derde graad aso, kso en tso werd ontwikkeld en hoe goed onze leerlingen de eindtermen Frans luisteren beheersen? Geef jij Frans en wil je de kwaliteit van je lees- en luistertoetsen bewaken? Wil je nog beter weten wat je moet toetsen en hoe je dat kan doen?

    Het eerste deel van dit boek geeft algemene informatie over het concept van het peilingsonderzoek in Vlaanderen en legt uit hoe het peilingsonderzoek de luistervaardigheid van leerlingen in de derde graad in kaart te brengen. Daarna wordt gekeken wat je als leraar uit de resultaten van dit peilingsonderzoek kunt leren.

    Het tweede deel is een praktische gids voor leraren die hun toetsbekwaamheid willen verhogen, de kwaliteit van hun toetsen willen bewaken en hun onderwijspraktijk maximaal willen afstemmen op de eindtermen. De inzichten die we als toetsontwikkelaars kregen worden naar een uitgewerkt stappenplan vertaald met concrete, haalbare tips.

    Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.



    Bart Lamote is als leraar Frans verbonden aan de Specifieke Lerarenopleiding van de KU Leuven. Hij was toetsontwikkelaar voor de peilingsinstrumenten Frans voor de eerste graad A-stroom en de derde graad aso, kso en tso, en lid van de leerplancommissies Frans voor de tweede en de derde graad aso (VVKSO). Nu is hij inhoudelijk coördinator bij de Examencommissie voor het secundair onderwijs (AKOV).

    Piet Desmet is gewoon hoogleraar Franse taalkunde en taaldidactiek aan de KU Leuven & KU Leuven Kulak. Ook is hij vakdidacticus Frans binnen de Specifieke Lerarenopleiding van de KU Leuven. Hij was bovendien copromotor van alle recente peilingsonderzoeken Frans en van het ESLC-onderzoek.

    Rianne Janssen is hoofddocent aan de Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen van de KU Leuven. Vanuit haar expertise op het vlak van ‘educational measurement’ is ze promotor-coördinator van de Vlaamse onderwijspeilingen.

    Quick View

    Frans in de balans. Van peilingsonderzoek naar toetspraktijk

     23,30

    Wil je weten hoe het peilingsinstrument Frans voor de derde graad aso, kso en tso werd ontwikkeld en hoe goed onze leerlingen de eindtermen Frans luisteren beheersen? Geef jij Frans en wil je de kwaliteit van je lees- en luistertoetsen bewaken? Wil je nog beter weten wat je moet toetsen en hoe je dat kan doen?

    Het eerste deel van dit boek geeft algemene informatie over het concept van het peilingsonderzoek in Vlaanderen en legt uit hoe het peilingsonderzoek de luistervaardigheid van leerlingen in de derde graad in kaart te brengen. Daarna wordt gekeken wat je als leraar uit de resultaten van dit peilingsonderzoek kunt leren.

    Het tweede deel is een praktische gids voor leraren die hun toetsbekwaamheid willen verhogen, de kwaliteit van hun toetsen willen bewaken en hun onderwijspraktijk maximaal willen afstemmen op de eindtermen. De inzichten die we als toetsontwikkelaars kregen worden naar een uitgewerkt stappenplan vertaald met concrete, haalbare tips.

    Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.



    Bart Lamote is als leraar Frans verbonden aan de Specifieke Lerarenopleiding van de KU Leuven. Hij was toetsontwikkelaar voor de peilingsinstrumenten Frans voor de eerste graad A-stroom en de derde graad aso, kso en tso, en lid van de leerplancommissies Frans voor de tweede en de derde graad aso (VVKSO). Nu is hij inhoudelijk coördinator bij de Examencommissie voor het secundair onderwijs (AKOV).

    Piet Desmet is gewoon hoogleraar Franse taalkunde en taaldidactiek aan de KU Leuven & KU Leuven Kulak. Ook is hij vakdidacticus Frans binnen de Specifieke Lerarenopleiding van de KU Leuven. Hij was bovendien copromotor van alle recente peilingsonderzoeken Frans en van het ESLC-onderzoek.

    Rianne Janssen is hoofddocent aan de Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen van de KU Leuven. Vanuit haar expertise op het vlak van ‘educational measurement’ is ze promotor-coördinator van de Vlaamse onderwijspeilingen.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Op hun eigen manier. Ergotherapeutische handleiding in kort bestek voor kinderen met autismespectrumstoornissen

     14,30

    Hoewel autisme een veel besproken onderwerp is, weten vele mensen niet wat de stoornis precies inhoudt. Bovendien is er over het algemeen weinig aandacht voor de bijkomende problemen, zoals de motoriek, de zintuigen en de cognitieve aspecten, die een rol spelen bij autisme. Hierdoor stuiten kinderen met autisme op onbegrip. Niet alleen voor het kind zelf, maar ook voor de ouders, is het moeilijk om tegen de menigte op te boksen.

    Doelbewust is dit boek beknopt gehouden, want het is bedoeld voor lezers voor wie autisme grotendeels of helemaal onbekend is. Eerst legt de auteur uit wat autisme is, daarna behandelt zij drie ‘praktische’ gebieden waarop kinderen met autisme moeilijkheden ondervinden: zelfredzaamheid, productiviteit en ontspanning. Afhankelijk van de oorzaken voor die problemen worden, met vele voorbeelden, oplossingen beschreven die bruikbaar zijn in de praktijk. Dit boek licht ook toe hoe belangrijk het is dat kinderen met autisme de kans krijgen zich te ontwikkelen op een manier die bij hen past.

    Nisette Huisman – is ergotherapeut en arbeidsdeskundige en woont in Alblasserdam. Geregeld publiceert zij in De Gezinsgids over diverse thema’s binnen haar vakgebied.

    Quick View

    Op hun eigen manier. Ergotherapeutische handleiding in kort bestek voor kinderen met autismespectrumstoornissen

     14,30

    Hoewel autisme een veel besproken onderwerp is, weten vele mensen niet wat de stoornis precies inhoudt. Bovendien is er over het algemeen weinig aandacht voor de bijkomende problemen, zoals de motoriek, de zintuigen en de cognitieve aspecten, die een rol spelen bij autisme. Hierdoor stuiten kinderen met autisme op onbegrip. Niet alleen voor het kind zelf, maar ook voor de ouders, is het moeilijk om tegen de menigte op te boksen.

    Doelbewust is dit boek beknopt gehouden, want het is bedoeld voor lezers voor wie autisme grotendeels of helemaal onbekend is. Eerst legt de auteur uit wat autisme is, daarna behandelt zij drie ‘praktische’ gebieden waarop kinderen met autisme moeilijkheden ondervinden: zelfredzaamheid, productiviteit en ontspanning. Afhankelijk van de oorzaken voor die problemen worden, met vele voorbeelden, oplossingen beschreven die bruikbaar zijn in de praktijk. Dit boek licht ook toe hoe belangrijk het is dat kinderen met autisme de kans krijgen zich te ontwikkelen op een manier die bij hen past.

    Nisette Huisman – is ergotherapeut en arbeidsdeskundige en woont in Alblasserdam. Geregeld publiceert zij in De Gezinsgids over diverse thema’s binnen haar vakgebied.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
      11
      Uw winkelwagen
      ×