De Verlichting belicht
Minister van Staat Karel Poma (°1920) is een vrijdenker in hart en nieren. Hij brengt met zijn boek De Verlichting belicht een nieuwe versie uit van zijn in 2009 gepubliceerde De Verlichting, pijler van onze beschaving. Voor dit tweede boek schreef hij een aantal bijkomende hoofdstukken en vulde de bestaande hoofdstukken aan met nieuwe gegevens en gedachten. Met De Verlichting belicht wil Karel Poma vooral aantonen dat de Verlichting grote invloed heeft gehad op onze Europese en westerse beschaving, en aan de basis ligt van de parlementaire democratie en onze grondwettelijke vrijheden.
Karel Poma studeerde scheikunde. Hij was de eerste milieuminister in België en de eerste vrijzinnige Vlaamse minister van cultuur.
De Verlichting belicht
Minister van Staat Karel Poma (°1920) is een vrijdenker in hart en nieren. Hij brengt met zijn boek De Verlichting belicht een nieuwe versie uit van zijn in 2009 gepubliceerde De Verlichting, pijler van onze beschaving. Voor dit tweede boek schreef hij een aantal bijkomende hoofdstukken en vulde de bestaande hoofdstukken aan met nieuwe gegevens en gedachten. Met De Verlichting belicht wil Karel Poma vooral aantonen dat de Verlichting grote invloed heeft gehad op onze Europese en westerse beschaving, en aan de basis ligt van de parlementaire democratie en onze grondwettelijke vrijheden.
Karel Poma studeerde scheikunde. Hij was de eerste milieuminister in België en de eerste vrijzinnige Vlaamse minister van cultuur.
Introductie tot de psychomotoriek
Psychomotoriek benadert de totale persoonlijkheid vanuit het bewegen en de lichamelijkheid.
Dit boek biedt vooral een zorgvuldig gedoseerde theoretische achtergrond bij de verschillende elementen die deel uitmaken van psychomotoriek. Tegelijk wordt een aantal instrumenten aangereikt om het praktische werkterrein van de psychomotoriek en van de psychomotorische therapie toe te lichten.
Eerst belicht de auteur de normale motorische ontwikkeling bij de mens. Dan komt de diagnostiek - zowel bij kinderen als bij volwassenen - aan bod. De daarop volgende delen handelen over de therapeutische doelstellingen en over de verschillende vormen van therapie en de technieken die de hulpverlener ter beschikking staan. Ook de relatie therapeut-cliënt krijgt hierbij aandacht.
Deze uitgave is een - progressief opgebouwd - studieboek voor diverse
opleidingen die een introductie tot de psychomotoriek op hun programma
hebben staan en voor alle hulpverleners die een inzicht willen hebben
in het wezen van de psychomotoriek en de psychomotorische therapie.
Johan Simons is academisch hoofddocent aan de KU Leuven.
Introductie tot de psychomotoriek
Psychomotoriek benadert de totale persoonlijkheid vanuit het bewegen en de lichamelijkheid.
Dit boek biedt vooral een zorgvuldig gedoseerde theoretische achtergrond bij de verschillende elementen die deel uitmaken van psychomotoriek. Tegelijk wordt een aantal instrumenten aangereikt om het praktische werkterrein van de psychomotoriek en van de psychomotorische therapie toe te lichten.
Eerst belicht de auteur de normale motorische ontwikkeling bij de mens. Dan komt de diagnostiek - zowel bij kinderen als bij volwassenen - aan bod. De daarop volgende delen handelen over de therapeutische doelstellingen en over de verschillende vormen van therapie en de technieken die de hulpverlener ter beschikking staan. Ook de relatie therapeut-cliënt krijgt hierbij aandacht.
Deze uitgave is een - progressief opgebouwd - studieboek voor diverse
opleidingen die een introductie tot de psychomotoriek op hun programma
hebben staan en voor alle hulpverleners die een inzicht willen hebben
in het wezen van de psychomotoriek en de psychomotorische therapie.
Johan Simons is academisch hoofddocent aan de KU Leuven.
Mozaïek en dynamiek van het lokaal gezinsbeleid in Vlaanderen. Successen, spanningsvelden en knelpunten
Samen met het decreet preventieve gezinsondersteuning zetten lokale besturen meer en meer in op een Huis van het Kind. Lokale besturen hebben een coördinerende en beleidsmatige rol op het gebied van kinderopvang en ook in andere domeinen van het gezinsbeleid krijgen ze taken toegewezen vanuit het Vlaams en federaal niveau. Het gezinsbeleid in Vlaanderen is deels een decentraal beleid: lokale besturen dragen een groot deel van de verantwoordelijkheid. De interne staatshervorming moet ervoor zorgen dat de planlasten voor lokale besturen dalen. Deze evoluties vroegen om een onderzoek naar de tendensen in het lokale gezinsbeleid. In deze publicatie worden de resultaten van dit onderzoek bij lokale actoren gebundeld.
Dit boek bouwt verder op de jaarlijkse screening van de domeinen en actoren van het gezinsbeleid, die het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen maakt. Het gezinsbeleid is een zaak van verschillende overheden en verschillende niveaus. We volgen het Vlaams, federaal, Europees en lokaal gezinsbeleid op. De verbinding tussen deze drie niveaus worden in een casestudy over de aanpak van de bestrijding van kinderarmoede toegelicht. Voor geïnteresseerden in het gezinsbeleid en voor professionelen in de welzijnssector geeft deze publicatie inzicht in de praktijk van het lokale gezinsbeleid en nodigt ze uit tot debat.
Dirk Luyten is doctor in de sociale wetenschappen en master in de stedenbouw
en ruimtelijke planning. Hij is lector Gezinsbeleid in de opleiding Bachelor in de
Gezinswetenschappen en begeleidt jaarlijks een groep studenten die ouders bevragen
over de gezinsvriendelijkheid van hun wijk.
Kathleen Emmery is master in de criminologie. Ze is coördinator van het kenniscentrum
Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen en volgt het gezinsbeleid in
Vlaanderen op.
Pieter Rondelez is master in de politieke wetenschappen en master of conflict
and development. Hij volgt het gezinsbeleid op Europees niveau op.
Mozaïek en dynamiek van het lokaal gezinsbeleid in Vlaanderen. Successen, spanningsvelden en knelpunten
Samen met het decreet preventieve gezinsondersteuning zetten lokale besturen meer en meer in op een Huis van het Kind. Lokale besturen hebben een coördinerende en beleidsmatige rol op het gebied van kinderopvang en ook in andere domeinen van het gezinsbeleid krijgen ze taken toegewezen vanuit het Vlaams en federaal niveau. Het gezinsbeleid in Vlaanderen is deels een decentraal beleid: lokale besturen dragen een groot deel van de verantwoordelijkheid. De interne staatshervorming moet ervoor zorgen dat de planlasten voor lokale besturen dalen. Deze evoluties vroegen om een onderzoek naar de tendensen in het lokale gezinsbeleid. In deze publicatie worden de resultaten van dit onderzoek bij lokale actoren gebundeld.
Dit boek bouwt verder op de jaarlijkse screening van de domeinen en actoren van het gezinsbeleid, die het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen maakt. Het gezinsbeleid is een zaak van verschillende overheden en verschillende niveaus. We volgen het Vlaams, federaal, Europees en lokaal gezinsbeleid op. De verbinding tussen deze drie niveaus worden in een casestudy over de aanpak van de bestrijding van kinderarmoede toegelicht. Voor geïnteresseerden in het gezinsbeleid en voor professionelen in de welzijnssector geeft deze publicatie inzicht in de praktijk van het lokale gezinsbeleid en nodigt ze uit tot debat.
Dirk Luyten is doctor in de sociale wetenschappen en master in de stedenbouw
en ruimtelijke planning. Hij is lector Gezinsbeleid in de opleiding Bachelor in de
Gezinswetenschappen en begeleidt jaarlijks een groep studenten die ouders bevragen
over de gezinsvriendelijkheid van hun wijk.
Kathleen Emmery is master in de criminologie. Ze is coördinator van het kenniscentrum
Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen en volgt het gezinsbeleid in
Vlaanderen op.
Pieter Rondelez is master in de politieke wetenschappen en master of conflict
and development. Hij volgt het gezinsbeleid op Europees niveau op.
Oplossingsgericht aan de slag met mensen met autisme – a.n.d.e.r.s.
Werken met mensen met autisme is niet evident, niet voor hen, en niet voor de begeleiders. Maar oplossingsgericht werken lukt wel. Oplossingsgerichte vragen zijn vooral toekomstgericht, en veronderstellen een zekere verbeelding om een antwoord te kunnen bedenken. Laat de verbeelding bij mensen met autisme nu net beperkt zijn. En toch…
Het oplossingsgerichte gedachtegoed en de oplossingsgerichte methodieken blijken ideaal te zijn voor het werken met deze mensen.
Aan de hand van het acroniem a.n.d.e.r.s. wordt duidelijk hoe de oplossingsgerichte
vragen en methoden aangepast kunnen worden aan
het anders denken van mensen met autisme.
Els Mattelin werkt al 15 jaar met mensen met autisme.
Ze volgde onder meer de opleiding ‘oplossingsgerichte
therapie’ in het Korzybski-instituut in Brugge. Ze richtte
vzw Dynamiek op, gespecialiseerd in diagnostiek, begeleiding
en vorming. Dynamiek, gevestigd in Izegem,
is ondertussen een begrip geworden bij de begeleiding
van mensen met autisme.
Hannelore Volckaert is orthopedagoge en heeft ervaring opgebouwd in bijzondere jeugdzorg en onderwijs. Ze was leerlingbegeleider en stuurde een consortium volwassenenonderwijs aan. Daarnaast is ze oplossingsgerichte therapeut, coach en trainer en werkt ze sinds een zestal jaar samen met Els Mattelin voor mensen met autisme.
Oplossingsgericht aan de slag met mensen met autisme – a.n.d.e.r.s.
Werken met mensen met autisme is niet evident, niet voor hen, en niet voor de begeleiders. Maar oplossingsgericht werken lukt wel. Oplossingsgerichte vragen zijn vooral toekomstgericht, en veronderstellen een zekere verbeelding om een antwoord te kunnen bedenken. Laat de verbeelding bij mensen met autisme nu net beperkt zijn. En toch…
Het oplossingsgerichte gedachtegoed en de oplossingsgerichte methodieken blijken ideaal te zijn voor het werken met deze mensen.
Aan de hand van het acroniem a.n.d.e.r.s. wordt duidelijk hoe de oplossingsgerichte
vragen en methoden aangepast kunnen worden aan
het anders denken van mensen met autisme.
Els Mattelin werkt al 15 jaar met mensen met autisme.
Ze volgde onder meer de opleiding ‘oplossingsgerichte
therapie’ in het Korzybski-instituut in Brugge. Ze richtte
vzw Dynamiek op, gespecialiseerd in diagnostiek, begeleiding
en vorming. Dynamiek, gevestigd in Izegem,
is ondertussen een begrip geworden bij de begeleiding
van mensen met autisme.
Hannelore Volckaert is orthopedagoge en heeft ervaring opgebouwd in bijzondere jeugdzorg en onderwijs. Ze was leerlingbegeleider en stuurde een consortium volwassenenonderwijs aan. Daarnaast is ze oplossingsgerichte therapeut, coach en trainer en werkt ze sinds een zestal jaar samen met Els Mattelin voor mensen met autisme.
Themata uit de psychomotorische therapie. Boek 22
Dit boek bevat bijdragen waarin theorieën, onderzoek en praktische
toepassingen worden voorgesteld en dit zowel bij kinderen en adolescenten
als bij volwassenen.
Het richt zich tot allen die via het bewegen de mens proberen te beïnvloeden,
namelijk psychomotorisch therapeuten, kinesitherapeuten,
danstherapeuten, ergotherapeuten, agogen,…. Ook therapeuten die
met specifieke doelgroepen werken, kunnen in dit boek aanknopingspunten
voor hun praktijk vinden.
Johan Simons is hoofddocent aan de KU Leuven, Faculteit Bewegingsen Revalidatiewetenschappen, Departement Revalidatiewetenschappen.
Themata uit de psychomotorische therapie. Boek 22
Dit boek bevat bijdragen waarin theorieën, onderzoek en praktische
toepassingen worden voorgesteld en dit zowel bij kinderen en adolescenten
als bij volwassenen.
Het richt zich tot allen die via het bewegen de mens proberen te beïnvloeden,
namelijk psychomotorisch therapeuten, kinesitherapeuten,
danstherapeuten, ergotherapeuten, agogen,…. Ook therapeuten die
met specifieke doelgroepen werken, kunnen in dit boek aanknopingspunten
voor hun praktijk vinden.
Johan Simons is hoofddocent aan de KU Leuven, Faculteit Bewegingsen Revalidatiewetenschappen, Departement Revalidatiewetenschappen.
Jezelf zijn. Over autonomie in het onderwijs
Jezelf zijn! Over autonomie in het onderwijs is geschreven vanuit een oprechte zorg voor het onderwijs. Het is de weerslag van een zoektocht naar de betekenis van individuele vrijheid en menselijke autonomie, toegespitst op het onderwijs. In de verhandeling staat het belang van de menselijke dimensie in het onderwijs voorop, een dimensie die door bestuurders en leidinggevenden vooral instrumenteel wordt benaderd, waardoor individuele vrijheid en menselijke autonomie juist worden beknot.
Door het boek heen loopt een uitgesproken visie op de professionele ontwikkelingstaak van leraren en leidinggevenden. Het leraarschap kan worden versterkt en het proces van leidinggeven kan worden geïntensiveerd door individuele vrijheid en menselijke autonomie als uitgangspunt te nemen. De auteur introduceert daartoe het menselijke tegenwoordigheidsveld als nieuw basisbegrip in de westerse psychologie. Het gaat om het vanuit een heelheid aanwezig zijn in het hier-en-nu, om een volledige ontwikkeling van je eigen kwaliteiten, waardoor je er als leraar of als leidinggevende voor kunt zorgen dat de ander in-de-wereld kan komen. Dat is waar het in dit boek om gaat: hoe laat je mensen worden wie ze kunnen zijn, met de vrijheid van het zelf, met de kracht voor een ander en met de hulp van de ander. Jezelf zijn door middel van een diepe, dialogische autonomie. Daarmee is het boek primair van belang voor leraren en schoolleiders, lerarenopleiders, nascholers, begeleiders en onderwijsbestuurders.
“De auteur legt op een heldere, betrokken en diepgaande manier
de vinger op de zere plek van het hedendaagse onderwijsbeleid
en biedt heel concrete handreikingen voor een uitweg. Wat
ik vooral waardeer is zijn begrip in factoren die motiveren en
factoren die demotiveren, en van de complexiteit van de intermenselijke
dynamiek die een rol speelt in organisaties zoals het
onderwijs. De auteur geeft concrete handreikingen voor hoe het
beter zou kunnen, zodat onderwijsprofessionals niet alleen beter
kunnen bijdragen aan de ontwikkeling en groei van zichzelf maar
ook, en allereerst, aan de ontwikkeling en groei van de kinderen
en jongeren die aan hun zorg zijn toevertrouwd.”
Gert Biesta,
hoogleraar universiteit van Luxemburg.
Dolf van den Berg is emeritus hoogleraar Onderwijskunde aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Zijn expertise ligt op het gebied van innovatie, leiderschap en professionaliteit. Hij doet onderzoek, begeleidt promovendi en ondersteunt diverse onderwijsinstanties
Jezelf zijn. Over autonomie in het onderwijs
Jezelf zijn! Over autonomie in het onderwijs is geschreven vanuit een oprechte zorg voor het onderwijs. Het is de weerslag van een zoektocht naar de betekenis van individuele vrijheid en menselijke autonomie, toegespitst op het onderwijs. In de verhandeling staat het belang van de menselijke dimensie in het onderwijs voorop, een dimensie die door bestuurders en leidinggevenden vooral instrumenteel wordt benaderd, waardoor individuele vrijheid en menselijke autonomie juist worden beknot.
Door het boek heen loopt een uitgesproken visie op de professionele ontwikkelingstaak van leraren en leidinggevenden. Het leraarschap kan worden versterkt en het proces van leidinggeven kan worden geïntensiveerd door individuele vrijheid en menselijke autonomie als uitgangspunt te nemen. De auteur introduceert daartoe het menselijke tegenwoordigheidsveld als nieuw basisbegrip in de westerse psychologie. Het gaat om het vanuit een heelheid aanwezig zijn in het hier-en-nu, om een volledige ontwikkeling van je eigen kwaliteiten, waardoor je er als leraar of als leidinggevende voor kunt zorgen dat de ander in-de-wereld kan komen. Dat is waar het in dit boek om gaat: hoe laat je mensen worden wie ze kunnen zijn, met de vrijheid van het zelf, met de kracht voor een ander en met de hulp van de ander. Jezelf zijn door middel van een diepe, dialogische autonomie. Daarmee is het boek primair van belang voor leraren en schoolleiders, lerarenopleiders, nascholers, begeleiders en onderwijsbestuurders.
“De auteur legt op een heldere, betrokken en diepgaande manier
de vinger op de zere plek van het hedendaagse onderwijsbeleid
en biedt heel concrete handreikingen voor een uitweg. Wat
ik vooral waardeer is zijn begrip in factoren die motiveren en
factoren die demotiveren, en van de complexiteit van de intermenselijke
dynamiek die een rol speelt in organisaties zoals het
onderwijs. De auteur geeft concrete handreikingen voor hoe het
beter zou kunnen, zodat onderwijsprofessionals niet alleen beter
kunnen bijdragen aan de ontwikkeling en groei van zichzelf maar
ook, en allereerst, aan de ontwikkeling en groei van de kinderen
en jongeren die aan hun zorg zijn toevertrouwd.”
Gert Biesta,
hoogleraar universiteit van Luxemburg.
Dolf van den Berg is emeritus hoogleraar Onderwijskunde aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Zijn expertise ligt op het gebied van innovatie, leiderschap en professionaliteit. Hij doet onderzoek, begeleidt promovendi en ondersteunt diverse onderwijsinstanties
Het artistieke ontwerpproces. Een filosofische verkenning
Dit boek over de aard en betekenis van artistieke creativiteit vertrekt vanuit een zo ruim mogelijk perspectief op processen van verandering en vernieuwing. Het scheppen van iets nieuws getuigt van een vitale levenskracht binnen een evolutionair denkmodel. Deze aanvankelijke identificatie van scheppingskracht met levensprocessen wordt vervolgens toegespitst op de ontwikkeling van het menselijke bewustzijn en de specifieke neuronale energie die daarbij in het geding is.
De klassiek filosofische onderscheiding tussen denkend bewustzijn (Subject) en leefomgeving (Object) staat hier ter discussie, evenals het onderscheid tussen lichaam en geest. De wederkerige verbinding en beïnvloeding tussen cognitieve kennis en kennis uit gevoels- of lichaamspraktijken is kenmerkend voor creatieve processen. De de producerende, creatieve inspanning komt tot uitdrukking als een meer omvattende en diepere kenniservaring dan de theoretische intelligentie. Het creatief producerende denken ontstaat vanuit een concrete context en werkt al zoekend en experimenterend toe naar een tastbaar eindresultaat. Scheppende creativiteit vormt de waarborg voor eenheid en samenhang in onze cultuurervaring en is een belangrijke vernieuwingsbron van levenskwaliteit.
Het boek is bedoeld voor studenten in het kunstonderwijs, kunstenaars, ontwerpers en geïnteresseerde leken en is geschreven om de maatschappelijke waarde van artistiek-creatieve processen en praktijken te verhelderen. Ter wille van de toegankelijkheid is vakjargon zo veel mogelijk vermeden en richt het boek zich in dagelijkse spreektaal tot de lezer.
Margriet Hovens volgde opleidingen aan de Stadsakademie in Maastricht en de Akademie voor Beeldende Kunsten Sint-Joost in Breda. Zij studeerde kunstgeschiedenis en filosofische esthetica aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Naast haar beeldend kunstenaarschap doceert zij ‘filosofie van de kunst’ aan de ArtEZ-Hogeschool voor de kunsten in Arnhem.
Het artistieke ontwerpproces. Een filosofische verkenning
Dit boek over de aard en betekenis van artistieke creativiteit vertrekt vanuit een zo ruim mogelijk perspectief op processen van verandering en vernieuwing. Het scheppen van iets nieuws getuigt van een vitale levenskracht binnen een evolutionair denkmodel. Deze aanvankelijke identificatie van scheppingskracht met levensprocessen wordt vervolgens toegespitst op de ontwikkeling van het menselijke bewustzijn en de specifieke neuronale energie die daarbij in het geding is.
De klassiek filosofische onderscheiding tussen denkend bewustzijn (Subject) en leefomgeving (Object) staat hier ter discussie, evenals het onderscheid tussen lichaam en geest. De wederkerige verbinding en beïnvloeding tussen cognitieve kennis en kennis uit gevoels- of lichaamspraktijken is kenmerkend voor creatieve processen. De de producerende, creatieve inspanning komt tot uitdrukking als een meer omvattende en diepere kenniservaring dan de theoretische intelligentie. Het creatief producerende denken ontstaat vanuit een concrete context en werkt al zoekend en experimenterend toe naar een tastbaar eindresultaat. Scheppende creativiteit vormt de waarborg voor eenheid en samenhang in onze cultuurervaring en is een belangrijke vernieuwingsbron van levenskwaliteit.
Het boek is bedoeld voor studenten in het kunstonderwijs, kunstenaars, ontwerpers en geïnteresseerde leken en is geschreven om de maatschappelijke waarde van artistiek-creatieve processen en praktijken te verhelderen. Ter wille van de toegankelijkheid is vakjargon zo veel mogelijk vermeden en richt het boek zich in dagelijkse spreektaal tot de lezer.
Margriet Hovens volgde opleidingen aan de Stadsakademie in Maastricht en de Akademie voor Beeldende Kunsten Sint-Joost in Breda. Zij studeerde kunstgeschiedenis en filosofische esthetica aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Naast haar beeldend kunstenaarschap doceert zij ‘filosofie van de kunst’ aan de ArtEZ-Hogeschool voor de kunsten in Arnhem.
Oefenen als professie. Handboek Procesmanagement oefenen voor crisisbeheersing en rampenbestrijding.
De recente Nederlandse geschiedenis kent een aantal grote crises en rampen, zoals overstromingen, de vuurwerkramp in Enschede, de cafébrand in Volendam, het neerstorten van een vliegtuig bij Amsterdam, de aanslag op de koninklijke familie in Apeldoorn en de facebookrellen in Haren. Deze calamiteiten doen zich niet dagelijks voor. Om voorbereid te zijn op de crisis die ooit komt, wordt in veiligheidsregio’s en bij crisispartners geoefend. De planning, ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van het oefenen en ook de terugkoppeling naar het beleid is een proces dat vraagt om goed management. De bedoeling is tenslotte dat elke oefening bijdraagt aan een zorgvuldig leerproces dat de betrokkenen voorbereidt op crisisbeheersing.
Dit boek (hier in tweede, geactualiseerde druk) is geschreven voor mensen die een rol spelen bij de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van multidisciplinaire oefeningen, en voor mensen die betrokken zijn bij beleidsvorming op dit gebied. Het is een handboek, wat betekent dat niet alleen informatie en uitleg wordt gegeven, maar ook praktische handvatten en voorbeelden. Het boek is opgebouwd aan de hand van de elf competenties van de procesmanager oefenen.
Deze publicatie is tot stand gekomen in een samenwerkingsverband tussen PLATO (Platform Opleiding, Onderwijs en Organisatie B.V., Universiteit Leiden), het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) en Twynstra Gudde – Adviseurs en Managers. In opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en onder projectleiderschap van Sjoerd Wartna van het IFV organiseert dit samenwerkingsverband sinds 2004 ontwikkeltrajecten voor procesmanagers oefenen (PMO). Het handboek vormt de weerslag van in de loop der jaren opgedane inzichten en ervaringen op het gebied van oefenen. Het is geschreven door trainers met een nauwe betrokkenheid bij het oefengebied, in wisselwerking met (veld)deskundigen die het oefenen ‘van binnenuit’ kennen. Het handboek en de ontwikkeltrajecten PMO zijn onderdelen uit een breder opgezet PMO-project dat door het IFV wordt uitgevoerd.
Anja Zonneveld, Jaap van Lakerveld en Marlous Dekker-Regelink zijn verbonden aan PLATO / Universiteit Leiden. Selma van der Haar en Joep Rozendal waren bij het schrijven van de eerste druk verbonden aan PLATO respectievelijk Twynstra Gudde – Adviseurs en Managers.
Oefenen als professie. Handboek Procesmanagement oefenen voor crisisbeheersing en rampenbestrijding.
De recente Nederlandse geschiedenis kent een aantal grote crises en rampen, zoals overstromingen, de vuurwerkramp in Enschede, de cafébrand in Volendam, het neerstorten van een vliegtuig bij Amsterdam, de aanslag op de koninklijke familie in Apeldoorn en de facebookrellen in Haren. Deze calamiteiten doen zich niet dagelijks voor. Om voorbereid te zijn op de crisis die ooit komt, wordt in veiligheidsregio’s en bij crisispartners geoefend. De planning, ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van het oefenen en ook de terugkoppeling naar het beleid is een proces dat vraagt om goed management. De bedoeling is tenslotte dat elke oefening bijdraagt aan een zorgvuldig leerproces dat de betrokkenen voorbereidt op crisisbeheersing.
Dit boek (hier in tweede, geactualiseerde druk) is geschreven voor mensen die een rol spelen bij de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van multidisciplinaire oefeningen, en voor mensen die betrokken zijn bij beleidsvorming op dit gebied. Het is een handboek, wat betekent dat niet alleen informatie en uitleg wordt gegeven, maar ook praktische handvatten en voorbeelden. Het boek is opgebouwd aan de hand van de elf competenties van de procesmanager oefenen.
Deze publicatie is tot stand gekomen in een samenwerkingsverband tussen PLATO (Platform Opleiding, Onderwijs en Organisatie B.V., Universiteit Leiden), het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) en Twynstra Gudde – Adviseurs en Managers. In opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en onder projectleiderschap van Sjoerd Wartna van het IFV organiseert dit samenwerkingsverband sinds 2004 ontwikkeltrajecten voor procesmanagers oefenen (PMO). Het handboek vormt de weerslag van in de loop der jaren opgedane inzichten en ervaringen op het gebied van oefenen. Het is geschreven door trainers met een nauwe betrokkenheid bij het oefengebied, in wisselwerking met (veld)deskundigen die het oefenen ‘van binnenuit’ kennen. Het handboek en de ontwikkeltrajecten PMO zijn onderdelen uit een breder opgezet PMO-project dat door het IFV wordt uitgevoerd.
Anja Zonneveld, Jaap van Lakerveld en Marlous Dekker-Regelink zijn verbonden aan PLATO / Universiteit Leiden. Selma van der Haar en Joep Rozendal waren bij het schrijven van de eerste druk verbonden aan PLATO respectievelijk Twynstra Gudde – Adviseurs en Managers.
Gedrag in evolutie en ontwikkeling – Schets van het menselijk gedrag in verandering door de evolutie van de mens en tijdens de individuele ontwikkeling
Het menselijk gedrag wordt hier bekeken vanuit een breed gezichtspunt
op invloedfactoren en processen van ontwikkeling en
leren. De auteur hanteert hierbij in sterke mate een evolutionaire
bril, waarbij niet alleen de functionaliteit van aangeboren gedrag
centraal staat, maar ook de interactie tussen aanleg en omgeving.
Deze aspecten zijn van toepassing op de menselijke levensloop,
maar vooral de vroege gedragsontwikkeling wordt onder de loep
genomen. Het boek focust op de belangrijkste thema’s, wars van
klassieke indelingen. De schrijfstijl moet lezers prikkelen om de inhoud
te bestuderen en inzicht te verwerven in de complexiteit van
leer- en ontwikkelingsprocessen bij de mens.
Deze publicatie is bestemd voor iedereen die actief is in de gebieden
gezondheidszorg, welzijn en onderwijs, of wie zich daarop
voorbereidt.
Andre Vyt is docent aan de Opleidingen Gezondheidszorg en de Lerarenopleiding van de Arteveldehogeschool Gent en aan de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Gent. Hij is jarenlang hoofdredacteur geweest van jet Jaarboek Ontwikkelingspsychologie, Orthopedagogiek en Kinderpsychiatrie. Sedert 2013 is hij voorzitter van EIPEN, het European Interprofessional Practice & Education Network for Health & Social Care. De auteur is tevens expert kwaliteitszorg en afstandsonderwijs.
Gedrag in evolutie en ontwikkeling – Schets van het menselijk gedrag in verandering door de evolutie van de mens en tijdens de individuele ontwikkeling
Het menselijk gedrag wordt hier bekeken vanuit een breed gezichtspunt
op invloedfactoren en processen van ontwikkeling en
leren. De auteur hanteert hierbij in sterke mate een evolutionaire
bril, waarbij niet alleen de functionaliteit van aangeboren gedrag
centraal staat, maar ook de interactie tussen aanleg en omgeving.
Deze aspecten zijn van toepassing op de menselijke levensloop,
maar vooral de vroege gedragsontwikkeling wordt onder de loep
genomen. Het boek focust op de belangrijkste thema’s, wars van
klassieke indelingen. De schrijfstijl moet lezers prikkelen om de inhoud
te bestuderen en inzicht te verwerven in de complexiteit van
leer- en ontwikkelingsprocessen bij de mens.
Deze publicatie is bestemd voor iedereen die actief is in de gebieden
gezondheidszorg, welzijn en onderwijs, of wie zich daarop
voorbereidt.
Andre Vyt is docent aan de Opleidingen Gezondheidszorg en de Lerarenopleiding van de Arteveldehogeschool Gent en aan de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Gent. Hij is jarenlang hoofdredacteur geweest van jet Jaarboek Ontwikkelingspsychologie, Orthopedagogiek en Kinderpsychiatrie. Sedert 2013 is hij voorzitter van EIPEN, het European Interprofessional Practice & Education Network for Health & Social Care. De auteur is tevens expert kwaliteitszorg en afstandsonderwijs.
Touwtje springen met oma
De oma van Sofie woont in een woonzorgcentrum en heeft dementie. Mensen met dementie vergeten veel dingen en doen soms een beetje gek. De oma van Sofie bijvoorbeeld vergeet dat ze al gegeten heeft en wordt dan heel boos. Of ze danst midden in de nacht vrolijk door haar kamer.
Sofie en haar mama bezoeken oma elke week. Soms gaat het niet goed met oma en begrijpt Sofie niet wat er gebeurt. Ook haar mama wordt er verdrietig van. Maar oma heeft ook goede momenten, dan gaan ze samen touwtje springen en doen ze allerlei leuke dingen. Oma kan de juiste woorden niet meer vinden, maar ze laat wel merken dat ze het fijn vindt om bezoek en liefdevolle aandacht te krijgen.
In een weblink bij het boek wordt dieper ingegaan op de vele uitdagingen die we tegenkomen in het omgaan met een persoon met dementie. Dementie is een problematiek die voor kinderen moeilijk te begrijpen is. Dit prentenboek wil een praktisch instrument zijn om kinderen op gepaste wijze te informeren en te begeleiden.
Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.
Amber ten Brink voltooide de opleiding vrije grafiek aan de Academie van Antwerpen. Daarnaast is ze zorgkundige van opleiding. Na jaren ervaring in de zorg bij bejaarden werkt ze nu als activiteitenbegeleider in het WZC Heilig Hart in Grimbergen.
Touwtje springen met oma
De oma van Sofie woont in een woonzorgcentrum en heeft dementie. Mensen met dementie vergeten veel dingen en doen soms een beetje gek. De oma van Sofie bijvoorbeeld vergeet dat ze al gegeten heeft en wordt dan heel boos. Of ze danst midden in de nacht vrolijk door haar kamer.
Sofie en haar mama bezoeken oma elke week. Soms gaat het niet goed met oma en begrijpt Sofie niet wat er gebeurt. Ook haar mama wordt er verdrietig van. Maar oma heeft ook goede momenten, dan gaan ze samen touwtje springen en doen ze allerlei leuke dingen. Oma kan de juiste woorden niet meer vinden, maar ze laat wel merken dat ze het fijn vindt om bezoek en liefdevolle aandacht te krijgen.
In een weblink bij het boek wordt dieper ingegaan op de vele uitdagingen die we tegenkomen in het omgaan met een persoon met dementie. Dementie is een problematiek die voor kinderen moeilijk te begrijpen is. Dit prentenboek wil een praktisch instrument zijn om kinderen op gepaste wijze te informeren en te begeleiden.
Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.
Amber ten Brink voltooide de opleiding vrije grafiek aan de Academie van Antwerpen. Daarnaast is ze zorgkundige van opleiding. Na jaren ervaring in de zorg bij bejaarden werkt ze nu als activiteitenbegeleider in het WZC Heilig Hart in Grimbergen.
Het mobielste land ter wereld. Een dialoog over duurzame mobiliteit
Hoewel België nog nooit zo mobiel is geweest, gaat er geen week voorbij zonder dat het verkeer ter sprake komt als bron van frustratie, vervuiling, onveiligheid en klimaatverandering. De opkomst van het ethische principe van duurzaamheid heeft het mobiliteitsdebat nog complexer gemaakt. Want hoe gaan bereikbaarheid, vlot verkeer en duurzaamheid eigenlijk samen? Tal van verwante kwesties, zoals economische marktwerking, ruimtelijke ordening, verkeersinfrastructuur en openbaar vervoer, maken het moeilijk om een heldere visie op duurzame mobiliteit te ontwikkelen.
Dit boek gaat met een frisse blik op zoek naar de mechanismen achter de mobiliteit en de opties voor een duurzamere toekomst. Geïnspireerd door Socrates doen de twee auteurs dit in dialoog met elkaar en met enkele intrigerende personages. In een aangepast decor behandelt elk hoofdstuk een aspect van het basisthema: niet alleen bereikbaarheid, de files en de vervoermiddelen komen aan bod, maar ook de ruimtelijke ordening, het logistieke systeem, verkeersveiligheid en vervoersarmoede.
Het boek richt zich tot iedereen die uit interesse, vrijwillig of professioneel, bezig is met mobiliteit, en bij uitbreiding met milieu en ruimtelijke ordening. De dialogen maken het thema licht verteerbaar, waardoor het werk geschikt is voor een breed publiek.
Een eerlijk, vlot leesbaar en erg verhelderend discours dat een onbevangen beschrijving geeft van het hedendaagse mobiliteitsdebat. [...] Een aanrader is het zeker.
Ruimte, jrg. 6, nr. 22, blz. 94
Thomas Vanoutrive is verbonden aan het Departement
Transport en Ruimtelijke Economie van de Universiteit Antwerpen.
Hij is geograaf en ruimtelijk planner en behaalde
een dubbeldoctoraat in de toegepaste economische wetenschappen
en de geografie.
Kobe Boussauw is postdoctoraal onderzoeker aan de Afdeling Mobiliteit en Ruimtelijke Planning en aan de Vakgroep Geografie van de Universiteit Gent, en is daar ook verbonden aan het Instituut voor Duurzame Mobiliteit. Hij is burgerlijk ingenieur-architect, ruimtelijk planner en doctor in de geografie.
Rocky Zutterman verzorgde de tekeningen en het omslagontwerp.
Het mobielste land ter wereld. Een dialoog over duurzame mobiliteit
Hoewel België nog nooit zo mobiel is geweest, gaat er geen week voorbij zonder dat het verkeer ter sprake komt als bron van frustratie, vervuiling, onveiligheid en klimaatverandering. De opkomst van het ethische principe van duurzaamheid heeft het mobiliteitsdebat nog complexer gemaakt. Want hoe gaan bereikbaarheid, vlot verkeer en duurzaamheid eigenlijk samen? Tal van verwante kwesties, zoals economische marktwerking, ruimtelijke ordening, verkeersinfrastructuur en openbaar vervoer, maken het moeilijk om een heldere visie op duurzame mobiliteit te ontwikkelen.
Dit boek gaat met een frisse blik op zoek naar de mechanismen achter de mobiliteit en de opties voor een duurzamere toekomst. Geïnspireerd door Socrates doen de twee auteurs dit in dialoog met elkaar en met enkele intrigerende personages. In een aangepast decor behandelt elk hoofdstuk een aspect van het basisthema: niet alleen bereikbaarheid, de files en de vervoermiddelen komen aan bod, maar ook de ruimtelijke ordening, het logistieke systeem, verkeersveiligheid en vervoersarmoede.
Het boek richt zich tot iedereen die uit interesse, vrijwillig of professioneel, bezig is met mobiliteit, en bij uitbreiding met milieu en ruimtelijke ordening. De dialogen maken het thema licht verteerbaar, waardoor het werk geschikt is voor een breed publiek.
Een eerlijk, vlot leesbaar en erg verhelderend discours dat een onbevangen beschrijving geeft van het hedendaagse mobiliteitsdebat. [...] Een aanrader is het zeker.
Ruimte, jrg. 6, nr. 22, blz. 94
Thomas Vanoutrive is verbonden aan het Departement
Transport en Ruimtelijke Economie van de Universiteit Antwerpen.
Hij is geograaf en ruimtelijk planner en behaalde
een dubbeldoctoraat in de toegepaste economische wetenschappen
en de geografie.
Kobe Boussauw is postdoctoraal onderzoeker aan de Afdeling Mobiliteit en Ruimtelijke Planning en aan de Vakgroep Geografie van de Universiteit Gent, en is daar ook verbonden aan het Instituut voor Duurzame Mobiliteit. Hij is burgerlijk ingenieur-architect, ruimtelijk planner en doctor in de geografie.
Rocky Zutterman verzorgde de tekeningen en het omslagontwerp.
Gek van kinderen. Online adviezen voor ouders
Ouders geven gemiddeld het cijfer 8,4 voor adviezen die
online worden verstrekt over hun opvoedingsvragen.
Vijftig ouders uit Nederland en Vlaanderen komen in dit
boek aan het woord. Zij maakten zich grote zorgen over
hun kind. Een hele waaier van opvoedings- en gedragsproblemen
passeert de revue.
Het jongste kind is één
jaar oud en het oudste negentien jaar. Het gaat om problemen
die typisch zijn voor deze tijd en om problemen
die van alle tijden zijn, zoals: ongehoorzaam of opstandig
gedrag, ruzie maken met broertjes of zusjes, agressief
gedrag, stelen, seksueel ongepast gedrag, brutaal
gedrag tegen de ouders, depressiviteit, problemen met
leeftijdgenoten, conflicten op school, hyperactief gedrag
of ADHD, autisme, zijn eigen gang gaan, liegen,
ongemotiveerd zijn voor school, zich ongelukkig voelen
en verslaafd aan gamen.
Het boek is bedoeld voor
ouders, gezinsbegeleiders, jeugdhulpverleners, maatschappelijk
werkers, leerkrachten, orthopedagogen en
beleidsmensen op het terrein van jeugd en gezin.
Juliaan Van Acker, emeritus hoogleraar orthopedagogiek aan de Radbouduniversiteit in Nijmegen, heeft vooral gewerkt met de meest problematische gezinnen,vaak met ouders die gek werden van hun kinderen. Hij houdt in Antwerpen een pedagogische praktijk.
Gek van kinderen. Online adviezen voor ouders
Ouders geven gemiddeld het cijfer 8,4 voor adviezen die
online worden verstrekt over hun opvoedingsvragen.
Vijftig ouders uit Nederland en Vlaanderen komen in dit
boek aan het woord. Zij maakten zich grote zorgen over
hun kind. Een hele waaier van opvoedings- en gedragsproblemen
passeert de revue.
Het jongste kind is één
jaar oud en het oudste negentien jaar. Het gaat om problemen
die typisch zijn voor deze tijd en om problemen
die van alle tijden zijn, zoals: ongehoorzaam of opstandig
gedrag, ruzie maken met broertjes of zusjes, agressief
gedrag, stelen, seksueel ongepast gedrag, brutaal
gedrag tegen de ouders, depressiviteit, problemen met
leeftijdgenoten, conflicten op school, hyperactief gedrag
of ADHD, autisme, zijn eigen gang gaan, liegen,
ongemotiveerd zijn voor school, zich ongelukkig voelen
en verslaafd aan gamen.
Het boek is bedoeld voor
ouders, gezinsbegeleiders, jeugdhulpverleners, maatschappelijk
werkers, leerkrachten, orthopedagogen en
beleidsmensen op het terrein van jeugd en gezin.
Juliaan Van Acker, emeritus hoogleraar orthopedagogiek aan de Radbouduniversiteit in Nijmegen, heeft vooral gewerkt met de meest problematische gezinnen,vaak met ouders die gek werden van hun kinderen. Hij houdt in Antwerpen een pedagogische praktijk.
Experiment en traditie II. Een keuze uit opstellen en voordrachten, ingeleid door Johan van Iseghem
Piet Thomas is, naast en vanuit zijn academische opdracht aan de KU Leuven en KU Leuven – Campus Kortrijk, een leven lang op tal van domeinen werkzaam geweest: als hoogleraar literatuur, als criticus van zowel proza als poëzie, als vertaler, als bloemlezer, als dichter en als inleider op het artistieke werk van anderen. De bijdragen die hij voor dit boek uit zijn vroeger werk selecteerde, hangen op de eerste plaats een tijdsbeeld op. Ze bieden de lezer echter ook de kans om kennis te maken met zowel de scherpe als de milde, altijd alerte Thomas. In vele debatten stelde hij zich allesbehalve neutraal op. Hij participeerde aan heersende disputen en bleef onvermoeibaar actief om bijvoorbeeld zijn poëziekritieken met afgetekende, persoonlijke inzichten te profileren.
In het deel over Nederlandstalig proza worden Louis Paul Boon,
Gerard Walschap en Stijn Streuvels opgevoerd. Thomas manifesteert,
naast ondubbelzinnige restricties, een uitgesproken esthetische
waardering voor Walschaps narratief talent, voor zijn meesterlijke
beschrijvingstechniek en voor zijn esthetisch scheppingsvermogen.
Streuvels ziet hij onder meer als een beoefenaar van de observatiekunst,
die visuele indrukken laat domineren en die met typeringsproza
een scherpe kijk op de werkelijkheid etaleert. In het
interview met Boon zal de lezer beslist genieten van de humoristische
no-nonsense uitvallen van de guitige schrijver en gniffelen
bij de wisselende kansen in het steekspel tussen de hoogleraar en
de creatieve kunstenaar. Het derde deel, met teksten over plastische
kunst, psychoanalyse en religie, werpt een licht op de achtergronden
waartegen het literaire, het kritische en het literair-wetenschappelijke
werk van Piet Thomas zich heeft voltrokken.
Piet Thomas is emeritus hoogleraar literatuurwetenschap en was
recensent voor diverse bladen. Hij leidt ook de rubriek Religie
en poëzie voor kerknet.be. Deze uitgave verschijnt bij zijn 85ste
verjaardag.
Johan van Iseghem doceert Nederlandse letterkunde aan de KU
Leuven – Campus Kortrijk.
Experiment en traditie II. Een keuze uit opstellen en voordrachten, ingeleid door Johan van Iseghem
Piet Thomas is, naast en vanuit zijn academische opdracht aan de KU Leuven en KU Leuven – Campus Kortrijk, een leven lang op tal van domeinen werkzaam geweest: als hoogleraar literatuur, als criticus van zowel proza als poëzie, als vertaler, als bloemlezer, als dichter en als inleider op het artistieke werk van anderen. De bijdragen die hij voor dit boek uit zijn vroeger werk selecteerde, hangen op de eerste plaats een tijdsbeeld op. Ze bieden de lezer echter ook de kans om kennis te maken met zowel de scherpe als de milde, altijd alerte Thomas. In vele debatten stelde hij zich allesbehalve neutraal op. Hij participeerde aan heersende disputen en bleef onvermoeibaar actief om bijvoorbeeld zijn poëziekritieken met afgetekende, persoonlijke inzichten te profileren.
In het deel over Nederlandstalig proza worden Louis Paul Boon,
Gerard Walschap en Stijn Streuvels opgevoerd. Thomas manifesteert,
naast ondubbelzinnige restricties, een uitgesproken esthetische
waardering voor Walschaps narratief talent, voor zijn meesterlijke
beschrijvingstechniek en voor zijn esthetisch scheppingsvermogen.
Streuvels ziet hij onder meer als een beoefenaar van de observatiekunst,
die visuele indrukken laat domineren en die met typeringsproza
een scherpe kijk op de werkelijkheid etaleert. In het
interview met Boon zal de lezer beslist genieten van de humoristische
no-nonsense uitvallen van de guitige schrijver en gniffelen
bij de wisselende kansen in het steekspel tussen de hoogleraar en
de creatieve kunstenaar. Het derde deel, met teksten over plastische
kunst, psychoanalyse en religie, werpt een licht op de achtergronden
waartegen het literaire, het kritische en het literair-wetenschappelijke
werk van Piet Thomas zich heeft voltrokken.
Piet Thomas is emeritus hoogleraar literatuurwetenschap en was
recensent voor diverse bladen. Hij leidt ook de rubriek Religie
en poëzie voor kerknet.be. Deze uitgave verschijnt bij zijn 85ste
verjaardag.
Johan van Iseghem doceert Nederlandse letterkunde aan de KU
Leuven – Campus Kortrijk.
De andere mogelijkheid. Beelden van kwaliteit voor mensen met een beperking
Wat is de kwaliteit van zorg en ondersteuning die door zorginstellingen
aan mensen met een verstandelijke beperking wordt geboden? En, hoe
komen we aan een antwoord op deze vraag? Het gangbare antwoord
luidt: door het meten van prestatie-indicatoren.
In dit boek bewandelt de auteur een andere weg: op locatie gaan kijken
en met mensen praten.
De uitkomst van dit kwaliteitsonderzoek bestaat uit observaties van
de dagelijkse zorgpraktijk die een beeld geven van hoe het leven van
mensen met een beperking eruitziet. Vandaar Beelden van Kwaliteit.
De auteur heeft een aantal van deze beelden verzameld en geeft er zijn
commentaar bij. Belangrijke vragen die aan bod komen, zijn: wat zegt de
tevredenheid van cliënten over de kwaliteit van de zorg? Wat is de relatie
tussen kwaliteit en veiligheid? Wat is de betekenis van werk voor mensen
met een beperking?
Uit zijn bespreking komt naar voren dat de kunst om goed naar cliënten
te kijken, laat zien hoe het anders en beter kan. Het boek maakt duidelijk
dat een vermogen om goed waar te nemen een andere mogelijkheid
zichtbaar maakt.
Hans Reinders is hoogleraar ethiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam, waar hij ook de Bernard Lievegoed leerstoel bekleedt.
De andere mogelijkheid. Beelden van kwaliteit voor mensen met een beperking
Wat is de kwaliteit van zorg en ondersteuning die door zorginstellingen
aan mensen met een verstandelijke beperking wordt geboden? En, hoe
komen we aan een antwoord op deze vraag? Het gangbare antwoord
luidt: door het meten van prestatie-indicatoren.
In dit boek bewandelt de auteur een andere weg: op locatie gaan kijken
en met mensen praten.
De uitkomst van dit kwaliteitsonderzoek bestaat uit observaties van
de dagelijkse zorgpraktijk die een beeld geven van hoe het leven van
mensen met een beperking eruitziet. Vandaar Beelden van Kwaliteit.
De auteur heeft een aantal van deze beelden verzameld en geeft er zijn
commentaar bij. Belangrijke vragen die aan bod komen, zijn: wat zegt de
tevredenheid van cliënten over de kwaliteit van de zorg? Wat is de relatie
tussen kwaliteit en veiligheid? Wat is de betekenis van werk voor mensen
met een beperking?
Uit zijn bespreking komt naar voren dat de kunst om goed naar cliënten
te kijken, laat zien hoe het anders en beter kan. Het boek maakt duidelijk
dat een vermogen om goed waar te nemen een andere mogelijkheid
zichtbaar maakt.
Hans Reinders is hoogleraar ethiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam, waar hij ook de Bernard Lievegoed leerstoel bekleedt.
De foute oorlog. Schuld en nederlaag in het Vlaamse proza over de Tweede Wereldoorlog (Academisch Literair, nr. 9)
De Tweede Wereldoorlog speelt een centrale rol in de collectieve herinnering. Heel wat opvattingen en vraagstellingen rond ideologie, ethiek en identiteit worden door de oorlogsherinnering gekleurd. Die herinnering neemt ook in literatuur een prominente plaats in. Zo bevat het Vlaamse fictionele proza alleen al zowat 300 boeken die expliciet met de Tweede Wereldoorlog aan de slag gaan.
De foute oorlog is de eerste omvattende studie van deze literaire oorlogssporen, met een speciale focus op vijf centrale thema’s: de gebeurtenissen rond mei 1940, het verzet, de collaboratie, de repressie en de jodenvervolging. Voor elk ervan biedt dit boek een overzicht van relevante romans en novelles, met analyse van thematische tendensen en inzicht in de kenmerken en ontwikkelingen van de literaire beeldvorming. De rode draad is de vaststelling dat de literaire oorlogsherinnering doordrongen is van een scherpe kritiek op het morele en politieke gedrag van de eigen gemeenschap tijdens en na de oorlog. Wordt de bezetter afgebeeld als een ongewenste maar herkenbare tegenstander, dan verschijnen leden van de eigen gemeenschap als onbetrouwbare en onberekenbare wezens. In plaats van een goede herinnering, gedragen door overwinning en bevrijding, ontstaat het beeld van een foute oorlog waarin nederlaag en schuld overheersen; een beeld dat in de Vlaamse collectieve herinnering vaak is weggedrukt, maar dat Vlaamse auteurs telkens opnieuw op het voorplan hebben gebracht.
Door zijn brede opzet, zijn aandacht voor belichte en onderbelichte thema’s, het bijeenbrengen van gecanoniseerde en vergeten auteurs, en door de toegankelijke synthese van kenmerken en ontwikkelingen in de Vlaamse literaire herinnering aan de Tweede Wereldoorlog, vormt het boek een essentiële aanvulling tot de studie van de naoorlogse Nederlandse literatuur.
Jan Lensen is als postdoctoraal onderzoeker van de Deutsche Forschungsgemeinschaft verbonden aan het Institut für Deutsche und Niederländische Philologie van de Freie Universität Berlin. Hij verricht comparatief onderzoek naar beeldvormingsprocessen van de Tweede Wereldoorlog in het hedendaagse Duitse, Nederlandse en Vlaamse proza.
De foute oorlog. Schuld en nederlaag in het Vlaamse proza over de Tweede Wereldoorlog (Academisch Literair, nr. 9)
De Tweede Wereldoorlog speelt een centrale rol in de collectieve herinnering. Heel wat opvattingen en vraagstellingen rond ideologie, ethiek en identiteit worden door de oorlogsherinnering gekleurd. Die herinnering neemt ook in literatuur een prominente plaats in. Zo bevat het Vlaamse fictionele proza alleen al zowat 300 boeken die expliciet met de Tweede Wereldoorlog aan de slag gaan.
De foute oorlog is de eerste omvattende studie van deze literaire oorlogssporen, met een speciale focus op vijf centrale thema’s: de gebeurtenissen rond mei 1940, het verzet, de collaboratie, de repressie en de jodenvervolging. Voor elk ervan biedt dit boek een overzicht van relevante romans en novelles, met analyse van thematische tendensen en inzicht in de kenmerken en ontwikkelingen van de literaire beeldvorming. De rode draad is de vaststelling dat de literaire oorlogsherinnering doordrongen is van een scherpe kritiek op het morele en politieke gedrag van de eigen gemeenschap tijdens en na de oorlog. Wordt de bezetter afgebeeld als een ongewenste maar herkenbare tegenstander, dan verschijnen leden van de eigen gemeenschap als onbetrouwbare en onberekenbare wezens. In plaats van een goede herinnering, gedragen door overwinning en bevrijding, ontstaat het beeld van een foute oorlog waarin nederlaag en schuld overheersen; een beeld dat in de Vlaamse collectieve herinnering vaak is weggedrukt, maar dat Vlaamse auteurs telkens opnieuw op het voorplan hebben gebracht.
Door zijn brede opzet, zijn aandacht voor belichte en onderbelichte thema’s, het bijeenbrengen van gecanoniseerde en vergeten auteurs, en door de toegankelijke synthese van kenmerken en ontwikkelingen in de Vlaamse literaire herinnering aan de Tweede Wereldoorlog, vormt het boek een essentiële aanvulling tot de studie van de naoorlogse Nederlandse literatuur.
Jan Lensen is als postdoctoraal onderzoeker van de Deutsche Forschungsgemeinschaft verbonden aan het Institut für Deutsche und Niederländische Philologie van de Freie Universität Berlin. Hij verricht comparatief onderzoek naar beeldvormingsprocessen van de Tweede Wereldoorlog in het hedendaagse Duitse, Nederlandse en Vlaamse proza.
Hegels godsdienstfilosofie en de monotheïstische religies. Een actuele confrontatie (Reeks Omtrent Filosofie nr 5)
Dit boek biedt een kritische inleiding in de godsdienstfilosofie, aan de hand van een confrontatie tussen enerzijds G.W.F. Hegels filosofie van de monotheïstische religies en anderzijds godsdienstwetenschappelijke inzichten in en vanuit de godsdiensten zelf. Het doel is te komen tot een wijsgerige verheldering van wat deze religies kenmerkt. Wat kan een filosofische benadering van de verschillende godsdiensten, zoals die van Hegel, bijdragen aan een beter begrip ervan? Hoe zou de godsdienstfilosofie een rol kunnen spelen in het actuele debat over religie, en de verhouding daarvan tot de grondslagen van recht en politiek?
De manier waarop we over God denken en dus hoe we geloven,
beïnvloedt onze moraal en ons recht, de wetten die we maken en
de wijze waarop we die toepassen. Hegel had veel op met het christendom.
In zijn ogen vormde het christelijk geloof ten opzichte van
andere, eerdere godsdiensten een vervolmaking en een voltooiing
van de religie. Filosofisch bezien is het christendom de religie van
vrijheid en van verzoening van God en de mens met elkaar. Alle
godsdiensten die voorafgingen aan het christendom, beschouwt hij
als beperkter en eenzijdiger: de ‘ware geest’ is daarin nog onvoldoende
ontwikkeld. Deze hoogst controversiële claim wordt in dit
boek aan een nader, kritisch onderzoek onderworpen.
Bart Labuschagne en Timo Slootweg doceren rechtsfilosofie aan
de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Rico Sneller doceert wijsgerige antropologie aan het Instituut voor
Wijsbegeerte van deze universiteit.
Reeks Omtrent Filosofie:
- De ethica van Spinoza
- Afrika en China in dialoog
- Kracht van wet. Het mystieke fundament van het gezag
- Een goddelijk humanisme. Sartres minachting voor de menselijke werkelijkheid
- Hegels godsdienstfilosofie en de monotheïstische religies. Een actuele confrontatie
- Filosofie van het verstaan. Een dialoog
Hegels godsdienstfilosofie en de monotheïstische religies. Een actuele confrontatie (Reeks Omtrent Filosofie nr 5)
Dit boek biedt een kritische inleiding in de godsdienstfilosofie, aan de hand van een confrontatie tussen enerzijds G.W.F. Hegels filosofie van de monotheïstische religies en anderzijds godsdienstwetenschappelijke inzichten in en vanuit de godsdiensten zelf. Het doel is te komen tot een wijsgerige verheldering van wat deze religies kenmerkt. Wat kan een filosofische benadering van de verschillende godsdiensten, zoals die van Hegel, bijdragen aan een beter begrip ervan? Hoe zou de godsdienstfilosofie een rol kunnen spelen in het actuele debat over religie, en de verhouding daarvan tot de grondslagen van recht en politiek?
De manier waarop we over God denken en dus hoe we geloven,
beïnvloedt onze moraal en ons recht, de wetten die we maken en
de wijze waarop we die toepassen. Hegel had veel op met het christendom.
In zijn ogen vormde het christelijk geloof ten opzichte van
andere, eerdere godsdiensten een vervolmaking en een voltooiing
van de religie. Filosofisch bezien is het christendom de religie van
vrijheid en van verzoening van God en de mens met elkaar. Alle
godsdiensten die voorafgingen aan het christendom, beschouwt hij
als beperkter en eenzijdiger: de ‘ware geest’ is daarin nog onvoldoende
ontwikkeld. Deze hoogst controversiële claim wordt in dit
boek aan een nader, kritisch onderzoek onderworpen.
Bart Labuschagne en Timo Slootweg doceren rechtsfilosofie aan
de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Rico Sneller doceert wijsgerige antropologie aan het Instituut voor
Wijsbegeerte van deze universiteit.
Reeks Omtrent Filosofie:
- De ethica van Spinoza
- Afrika en China in dialoog
- Kracht van wet. Het mystieke fundament van het gezag
- Een goddelijk humanisme. Sartres minachting voor de menselijke werkelijkheid
- Hegels godsdienstfilosofie en de monotheïstische religies. Een actuele confrontatie
- Filosofie van het verstaan. Een dialoog
Orthopedagogiek: State of the art (O&A-Reeks, nr. 7)
Hoe is het tegenwoordig met de orthopedagogiek gesteld? Wat is ‘the state
of the art’? Deze uitgave biedt een update omtrent de stand van zaken in
de diverse deelgebieden waar de orthopedagogiek zich mee bezig houdt. Daarbij
wordt steeds de opvoedingscontext als een noodzakelijke invalshoek gehanteerd.
De orthopedagogische praktijk is gefundeerd in wetenschappelijk onderzoek.
In de eerste plaats is dit boek bedoeld voor allen die werkzaam zijn in het orthoagogische
veld. Maar omdat het kind centraal staat in alle beschreven interventies,
via de opvoeders, al of niet aangevuld met professionals met specialistische kennis
en vaardigheden, is het boek van belang voor iedereen die met kinderen omgaat.
Deze publicatie markeert het 110-jarig bestaan van de Vereniging O&A – Vereniging
ter bevordering van Ortho-Agogische Activiteiten, die onder meer verantwoordelijk
was voor de uitgave van het Tijdschrift voor Orthopedagogiek, dat thans als
maandblad verschijnt onder de titel Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk.
Paul Goudena is emeritus hoogleraar pedagogiek aan de Universiteit Utrecht.
Zijn focus ligt op psychologische individuatie binnen een opvoedingscontext. Tot
voor kort was hij redactielid van OOP – Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk.
Roel de Groot doceerde orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij
was vele jaren hoofdredacteur van Tijdschrift voor Orthopedagogiek, thans OOP
– Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk. Hij is coredacteur van de O&A-Reeks
en directeur van het Psychologisch-Orthopedagogisch Adviesbureau, gevestigd in
Hattem.
Jan Janssens is emeritus hoogleraar aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.
Hij is ook voorzitter van de Vereniging O&A.
Orthopedagogiek: State of the art (O&A-Reeks, nr. 7)
Hoe is het tegenwoordig met de orthopedagogiek gesteld? Wat is ‘the state
of the art’? Deze uitgave biedt een update omtrent de stand van zaken in
de diverse deelgebieden waar de orthopedagogiek zich mee bezig houdt. Daarbij
wordt steeds de opvoedingscontext als een noodzakelijke invalshoek gehanteerd.
De orthopedagogische praktijk is gefundeerd in wetenschappelijk onderzoek.
In de eerste plaats is dit boek bedoeld voor allen die werkzaam zijn in het orthoagogische
veld. Maar omdat het kind centraal staat in alle beschreven interventies,
via de opvoeders, al of niet aangevuld met professionals met specialistische kennis
en vaardigheden, is het boek van belang voor iedereen die met kinderen omgaat.
Deze publicatie markeert het 110-jarig bestaan van de Vereniging O&A – Vereniging
ter bevordering van Ortho-Agogische Activiteiten, die onder meer verantwoordelijk
was voor de uitgave van het Tijdschrift voor Orthopedagogiek, dat thans als
maandblad verschijnt onder de titel Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk.
Paul Goudena is emeritus hoogleraar pedagogiek aan de Universiteit Utrecht.
Zijn focus ligt op psychologische individuatie binnen een opvoedingscontext. Tot
voor kort was hij redactielid van OOP – Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk.
Roel de Groot doceerde orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij
was vele jaren hoofdredacteur van Tijdschrift voor Orthopedagogiek, thans OOP
– Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk. Hij is coredacteur van de O&A-Reeks
en directeur van het Psychologisch-Orthopedagogisch Adviesbureau, gevestigd in
Hattem.
Jan Janssens is emeritus hoogleraar aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.
Hij is ook voorzitter van de Vereniging O&A.
Ouders en de relationele en seksuele vorming op school. It takes a village to raise a child (Cahiers Seksuele Psychologie & Seksuologie, nr. 8)
Tot waar reikt de taak van leerkrachten om te onderwijzen en vanaf waar of op
welke vlakken zijn ze ook opvoeders? En hoe zit dat bij de ouders: zij voeden op, maar
vanaf waar hebben ze ook een onderwijsfunctie? Ouders en leerkrachten hebben
met andere woorden verschillende, maar ook verwante verantwoordelijkheden bij de
vorming van kinderen.
Dit boek vraagt zich af hoe leerkrachten en ouders, in hun respectieve onderwijs- en
opvoedingsfunctie, zich samen kunnen inzetten bij de vorming van kinderen, meer
bepaald bij de relationele en seksuele vorming. Het gaat daarbij vooral om de vraag
hoe relationele en seksuele vorming herdacht kan worden op een manier dat ouders
in ruime mate kunnen participeren aan de vorming van hun kinderen op dat vlak in
de school.
Maatschappelijke veranderingen hebben er voor gezorgd dat opvoeden een gedeelde
verantwoordelijkheid is van burgers, instellingen en overheden. De uitdaging is het
Afrikaanse gezegde It takes a village to raise a child een modern kleedje te geven. In een
schoolcontext betekent dit onder andere dat ouderbetrokkenheid erg belangrijk is.
Op de basisschool ‘Ten Dorpe’ in Mortsel is het pakket voor relationele en seksuele
vorming herdacht en herzien met expliciete betrokkenheid van ouders. Deze uitgave
rapporteert over dit project.
Sofie Dieltjens is master in de familiale en seksuologische wetenschappen en bachelor in gezinswetenschappen. Zij is halftijds werkzaam als klinisch seksuoloog in een zelfstandige praktijk in Lier, halftijds op het Centrum voor Leerlingenbegeleiding GO!CLB in Lier en ze werkt mee in de groepspraktijk De Braam in Heist-op-den- Berg.
Patrick Meurs doceert aan het Departement Psychologie van de KU Leuven en aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen van HU Brussel.
Cahiers Seksuele Psychologie & Seksuologie
Ouders en de relationele en seksuele vorming op school. It takes a village to raise a child (Cahiers Seksuele Psychologie & Seksuologie, nr. 8)
Tot waar reikt de taak van leerkrachten om te onderwijzen en vanaf waar of op
welke vlakken zijn ze ook opvoeders? En hoe zit dat bij de ouders: zij voeden op, maar
vanaf waar hebben ze ook een onderwijsfunctie? Ouders en leerkrachten hebben
met andere woorden verschillende, maar ook verwante verantwoordelijkheden bij de
vorming van kinderen.
Dit boek vraagt zich af hoe leerkrachten en ouders, in hun respectieve onderwijs- en
opvoedingsfunctie, zich samen kunnen inzetten bij de vorming van kinderen, meer
bepaald bij de relationele en seksuele vorming. Het gaat daarbij vooral om de vraag
hoe relationele en seksuele vorming herdacht kan worden op een manier dat ouders
in ruime mate kunnen participeren aan de vorming van hun kinderen op dat vlak in
de school.
Maatschappelijke veranderingen hebben er voor gezorgd dat opvoeden een gedeelde
verantwoordelijkheid is van burgers, instellingen en overheden. De uitdaging is het
Afrikaanse gezegde It takes a village to raise a child een modern kleedje te geven. In een
schoolcontext betekent dit onder andere dat ouderbetrokkenheid erg belangrijk is.
Op de basisschool ‘Ten Dorpe’ in Mortsel is het pakket voor relationele en seksuele
vorming herdacht en herzien met expliciete betrokkenheid van ouders. Deze uitgave
rapporteert over dit project.
Sofie Dieltjens is master in de familiale en seksuologische wetenschappen en bachelor in gezinswetenschappen. Zij is halftijds werkzaam als klinisch seksuoloog in een zelfstandige praktijk in Lier, halftijds op het Centrum voor Leerlingenbegeleiding GO!CLB in Lier en ze werkt mee in de groepspraktijk De Braam in Heist-op-den- Berg.
Patrick Meurs doceert aan het Departement Psychologie van de KU Leuven en aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen van HU Brussel.
Cahiers Seksuele Psychologie & Seksuologie
Preventie morgen. Bouwstenen voor een goede praktijk.
Is preventie vandaag goed voor morgen? Dit boek reikt kritische analyses, tips en handvatten aan om op een constructieve, effectieve en ethisch verantwoorde manier met preventie aan de slag te gaan.
Wie rond preventie werkt, wordt geconfronteerd met nieuwe trends, uitdagende
mogelijkheden en weerbarstige knelpunten. Over het muurtje kijken en expertise
bijtanken kan dan helpen om de juiste beslissingen te nemen. In dit boek delen
auteurs hun kennis en ervaring vanuit verscheidene sectoren. Er komen bijdragen
aan bod vanuit de welzijnssector, de gezondheidszorg, de onderwijssector,
de bijzondere jeugdzorg, de drugshulpverlening, het stedelijk lokaal beleid,
opvoedingsondersteuning en de criminologie. Zowel praktijkwerkers, beleidsactoren
en wetenschappers belichten en ontrafelen boeiende, levende thema’s over preventie.
Van emancipatorische tot evidencebased preventie, van de probleemanalyse tot
de implementatie van preventie, van het risico op overdaad aan preventie tot de
zoektocht naar proportionele preventie. Kortom, een rijk gevuld boek voor ieder die
van ver of dichtbij met preventie te maken krijgt.
Dieter Burssens, maatschappelijk assistent en master in de criminologische
wetenschappen, is wetenschappelijk onderzoeker bij het Nationaal Instituut voor
Criminalistiek en Criminologie.
Peter Goris, doctor in de criminologische wetenschappen, is hoofdredacteur van het
tijdschrift ALERT voor sociaal werk en politiek.
Bie Melis, maatschappelijk assistent en master in de criminologische wetenschappen,
is lector en onderzoeker aan de Karel de Grote-Hogeschool, Departement Sociaal-
Agogisch Werk in Antwerpen.
Nicole Vettenburg, doctor in de criminologische wetenschappen, was als onderzoeker
verbonden aan de KU Leuven en als docente aan de UGent. Zij is eindredacteur van
het tijdschrift Welwijs, wisselwerking onderwijs en welzijnswerk.
Samen vormen zij het Team Preventie Ontwikkeling dat theorie en praktijk rond
preventie verder wil ontwikkelen.
Preventie morgen. Bouwstenen voor een goede praktijk.
Is preventie vandaag goed voor morgen? Dit boek reikt kritische analyses, tips en handvatten aan om op een constructieve, effectieve en ethisch verantwoorde manier met preventie aan de slag te gaan.
Wie rond preventie werkt, wordt geconfronteerd met nieuwe trends, uitdagende
mogelijkheden en weerbarstige knelpunten. Over het muurtje kijken en expertise
bijtanken kan dan helpen om de juiste beslissingen te nemen. In dit boek delen
auteurs hun kennis en ervaring vanuit verscheidene sectoren. Er komen bijdragen
aan bod vanuit de welzijnssector, de gezondheidszorg, de onderwijssector,
de bijzondere jeugdzorg, de drugshulpverlening, het stedelijk lokaal beleid,
opvoedingsondersteuning en de criminologie. Zowel praktijkwerkers, beleidsactoren
en wetenschappers belichten en ontrafelen boeiende, levende thema’s over preventie.
Van emancipatorische tot evidencebased preventie, van de probleemanalyse tot
de implementatie van preventie, van het risico op overdaad aan preventie tot de
zoektocht naar proportionele preventie. Kortom, een rijk gevuld boek voor ieder die
van ver of dichtbij met preventie te maken krijgt.
Dieter Burssens, maatschappelijk assistent en master in de criminologische
wetenschappen, is wetenschappelijk onderzoeker bij het Nationaal Instituut voor
Criminalistiek en Criminologie.
Peter Goris, doctor in de criminologische wetenschappen, is hoofdredacteur van het
tijdschrift ALERT voor sociaal werk en politiek.
Bie Melis, maatschappelijk assistent en master in de criminologische wetenschappen,
is lector en onderzoeker aan de Karel de Grote-Hogeschool, Departement Sociaal-
Agogisch Werk in Antwerpen.
Nicole Vettenburg, doctor in de criminologische wetenschappen, was als onderzoeker
verbonden aan de KU Leuven en als docente aan de UGent. Zij is eindredacteur van
het tijdschrift Welwijs, wisselwerking onderwijs en welzijnswerk.
Samen vormen zij het Team Preventie Ontwikkeling dat theorie en praktijk rond
preventie verder wil ontwikkelen.
Zwangerschap en obesitas. Handboek voor de zorgverlener
Obesitas komt steeds vaker voor. Dit betekent dat ook almaar meer zwangeren en moeders te kampen hebben met een té hoog gewicht. Dat geeft in de periode voor en tijdens de zwangerschap, de bevalling en de kraamperiode niet alleen meer problemen voor de moeder, maar heeft ook een negatieve invloed op het kind. In deze context spreekt men van een intergenerationeel probleem van obesitas. Preventie van deze chronische aandoening dient te beginnen in de periode vóór de geboorte.
Omdat er de laatste jaren heel wat wetenschappelijk onderzoek is verricht, specifiek bij reproductieve vrouwen met een té hoog gewicht, is het hoogtijd om deze inzichten te bundelen in een overzichtelijk, wetenschappelijk gefundeerd handboek voor de betrokken zorgverleners. Dit eerste Nederlandstalige boek over dit onderwerp bevat bijdragen van (para)medische experts, clinici en onderzoekers. Het bespreekt de zorg en de begeleiding van de zwaarlijvige (obese) vrouw in de reproductieve periode (18-45 jaar). Het is bestemd voor artsen, vroedvrouwen, verpleegkundigen, diëtisten, kinesitherapeuten, psychologen en alle andere begeleiders en hulpverleners die hierbij betrokken zijn.
Annick Bogaerts werkte als vroedvrouw op de materniteit en verloskamer van het Salvatorziekenhuis in Hasselt. Zij studeerde ook medisch-sociale wetenschappen aan de KU Leuven, waar ze promoveerde. Ze is onderzoeker binnen de expertisecel ‘Healthy Living’ van de Hogeschool UC Leuven-Limburg in Hasselt en doctor-assistent aan de KU Leuven en de Universiteit Antwerpen.
Ronald Devlieger, gynaecoloog, is afdelingshoofd feto-maternale geneeskunde bij het UZ Leuven. Hij werkt als clinicus en onderzoeker binnen UZ en KU Leuven en als consulent in het AZ Sint-Augustinus in Wilrijk.
Zwangerschap en obesitas. Handboek voor de zorgverlener
Obesitas komt steeds vaker voor. Dit betekent dat ook almaar meer zwangeren en moeders te kampen hebben met een té hoog gewicht. Dat geeft in de periode voor en tijdens de zwangerschap, de bevalling en de kraamperiode niet alleen meer problemen voor de moeder, maar heeft ook een negatieve invloed op het kind. In deze context spreekt men van een intergenerationeel probleem van obesitas. Preventie van deze chronische aandoening dient te beginnen in de periode vóór de geboorte.
Omdat er de laatste jaren heel wat wetenschappelijk onderzoek is verricht, specifiek bij reproductieve vrouwen met een té hoog gewicht, is het hoogtijd om deze inzichten te bundelen in een overzichtelijk, wetenschappelijk gefundeerd handboek voor de betrokken zorgverleners. Dit eerste Nederlandstalige boek over dit onderwerp bevat bijdragen van (para)medische experts, clinici en onderzoekers. Het bespreekt de zorg en de begeleiding van de zwaarlijvige (obese) vrouw in de reproductieve periode (18-45 jaar). Het is bestemd voor artsen, vroedvrouwen, verpleegkundigen, diëtisten, kinesitherapeuten, psychologen en alle andere begeleiders en hulpverleners die hierbij betrokken zijn.
Annick Bogaerts werkte als vroedvrouw op de materniteit en verloskamer van het Salvatorziekenhuis in Hasselt. Zij studeerde ook medisch-sociale wetenschappen aan de KU Leuven, waar ze promoveerde. Ze is onderzoeker binnen de expertisecel ‘Healthy Living’ van de Hogeschool UC Leuven-Limburg in Hasselt en doctor-assistent aan de KU Leuven en de Universiteit Antwerpen.
Ronald Devlieger, gynaecoloog, is afdelingshoofd feto-maternale geneeskunde bij het UZ Leuven. Hij werkt als clinicus en onderzoeker binnen UZ en KU Leuven en als consulent in het AZ Sint-Augustinus in Wilrijk.
Sam(en) tegen spoken op school. Leesboek over faalangst
Dit leesboek hoort bij Spoken op school: Faalangstpreventie. Het bevat tal van situaties en ervaringen, observaties en interpretaties in verhaalvorm, gebaseerd op ware gebeurtenissen. Sam is een meisje met normale begaafdheid. Ze beschikt over alle mogelijkheden en competenties om een efficiënte en succesvolle ontwikkeling op te bouwen. Toch functioneert ze op school niet optimaal, niet op cognitief, niet op sociaal-emotioneel en niet op motorisch vlak. Ze heeft het erg moeilijk met opdrachten die meetellen voor punten. Ze stelt ongepast gedrag, maakt werkjes niet en vermijdt bepaalde situaties. Ze klaagt over buik- of hoofdpijn. Ze is maar voor weinig dingen gemotiveerd. Achter dit gedrag schuilt haar faalangst, waaraan met goed gevolg kan worden gesleuteld.
Nathalie Cornillie is van oorsprong logopediste. Daarnaast volgde ze opleidingen tot zorgcoördinator en leerkracht buitengewoon/specifiek onderwijs. Momenteel is zij G.on-begeleidster (geïntegreerd onderwijs) bij het Medisch- Pedagogisch Instituut in Koksijde en voert ze een zelfstandige praktijk als logopediste in Oostende.
Sam(en) tegen spoken op school. Leesboek over faalangst
Dit leesboek hoort bij Spoken op school: Faalangstpreventie. Het bevat tal van situaties en ervaringen, observaties en interpretaties in verhaalvorm, gebaseerd op ware gebeurtenissen. Sam is een meisje met normale begaafdheid. Ze beschikt over alle mogelijkheden en competenties om een efficiënte en succesvolle ontwikkeling op te bouwen. Toch functioneert ze op school niet optimaal, niet op cognitief, niet op sociaal-emotioneel en niet op motorisch vlak. Ze heeft het erg moeilijk met opdrachten die meetellen voor punten. Ze stelt ongepast gedrag, maakt werkjes niet en vermijdt bepaalde situaties. Ze klaagt over buik- of hoofdpijn. Ze is maar voor weinig dingen gemotiveerd. Achter dit gedrag schuilt haar faalangst, waaraan met goed gevolg kan worden gesleuteld.
Nathalie Cornillie is van oorsprong logopediste. Daarnaast volgde ze opleidingen tot zorgcoördinator en leerkracht buitengewoon/specifiek onderwijs. Momenteel is zij G.on-begeleidster (geïntegreerd onderwijs) bij het Medisch- Pedagogisch Instituut in Koksijde en voert ze een zelfstandige praktijk als logopediste in Oostende.
Spoken op school: Faalangstpreventie
Heel wat kinderen, zowel in het basis- als in het secundair/voortgezet onderwijs, hebben faalangst. Die kan zo groot zijn dat naar school gaan een echte pijniging wordt, met alle gevolgen van dien. Het is een complexe problematiek.
Leraren, begeleiders en ook ouders moeten eerst een goed inzicht hebben in de mogelijke oorzaken, de gevolgen, de sterktes en de zwaktes bij de kinderen. Al te vaak wordt hieraan te vluchtig voorbijgegaan. Daarna moeten ze de methodieken kennen en kunnen gebruiken om er wat aan te doen. Naast de theoretische toelichting gaat veel aandacht naar het praktische deel met een ruim pakket aan activiteiten waarmee de faalangst kan worden teruggedrongen. Als bijzonder hulpmiddel is er een apart leesboek voor de kinderen: Sam(en) tegen spoken op school. Leesboek over faalangst.
Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.
Nathalie Cornillie is van oorsprong logopediste. Daarnaast volgde ze opleidingen
tot zorgcoördinator en leerkracht buitengewoon/specifiek onderwijs.
Momenteel is zij G.on-begeleidster (geïntegreerd onderwijs) bij het Medisch-
Pedagogisch Instituut in Koksijde en voert ze een zelfstandige praktijk
als logopediste in Oostende.
Kristel Geers volgde een lerarenopleiding en studeerde daarna klinische psychologie.
Zij is lector aan de Hogeschool Vives, Campus Tielt.
Spoken op school: Faalangstpreventie
Heel wat kinderen, zowel in het basis- als in het secundair/voortgezet onderwijs, hebben faalangst. Die kan zo groot zijn dat naar school gaan een echte pijniging wordt, met alle gevolgen van dien. Het is een complexe problematiek.
Leraren, begeleiders en ook ouders moeten eerst een goed inzicht hebben in de mogelijke oorzaken, de gevolgen, de sterktes en de zwaktes bij de kinderen. Al te vaak wordt hieraan te vluchtig voorbijgegaan. Daarna moeten ze de methodieken kennen en kunnen gebruiken om er wat aan te doen. Naast de theoretische toelichting gaat veel aandacht naar het praktische deel met een ruim pakket aan activiteiten waarmee de faalangst kan worden teruggedrongen. Als bijzonder hulpmiddel is er een apart leesboek voor de kinderen: Sam(en) tegen spoken op school. Leesboek over faalangst.
Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.
Nathalie Cornillie is van oorsprong logopediste. Daarnaast volgde ze opleidingen
tot zorgcoördinator en leerkracht buitengewoon/specifiek onderwijs.
Momenteel is zij G.on-begeleidster (geïntegreerd onderwijs) bij het Medisch-
Pedagogisch Instituut in Koksijde en voert ze een zelfstandige praktijk
als logopediste in Oostende.
Kristel Geers volgde een lerarenopleiding en studeerde daarna klinische psychologie.
Zij is lector aan de Hogeschool Vives, Campus Tielt.
Frans in de balans. Van peilingsonderzoek naar toetspraktijk
Wil je weten hoe het peilingsinstrument Frans voor de derde graad aso, kso en tso werd ontwikkeld en hoe goed onze leerlingen de eindtermen Frans luisteren beheersen? Geef jij Frans en wil je de kwaliteit van je lees- en luistertoetsen bewaken? Wil je nog beter weten wat je moet toetsen en hoe je dat kan doen?
Het eerste deel van dit boek geeft algemene informatie over het concept van het peilingsonderzoek in Vlaanderen en legt uit hoe het peilingsonderzoek de luistervaardigheid van leerlingen in de derde graad in kaart te brengen. Daarna wordt gekeken wat je als leraar uit de resultaten van dit peilingsonderzoek kunt leren.
Het tweede deel is een praktische gids voor leraren die hun toetsbekwaamheid willen verhogen, de kwaliteit van hun toetsen willen bewaken en hun onderwijspraktijk maximaal willen afstemmen op de eindtermen. De inzichten die we als toetsontwikkelaars kregen worden naar een uitgewerkt stappenplan vertaald met concrete, haalbare tips.
Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.
Bart Lamote is als leraar Frans verbonden aan de Specifieke Lerarenopleiding van de KU Leuven. Hij was toetsontwikkelaar voor de peilingsinstrumenten Frans voor de eerste graad A-stroom en de derde graad aso, kso en tso, en lid van de leerplancommissies Frans voor de tweede en de derde graad aso (VVKSO). Nu is hij inhoudelijk coördinator bij de Examencommissie voor het secundair onderwijs (AKOV).
Piet Desmet is gewoon hoogleraar Franse taalkunde en taaldidactiek aan de KU Leuven & KU Leuven Kulak. Ook is hij vakdidacticus Frans binnen de Specifieke Lerarenopleiding van de KU Leuven. Hij was bovendien copromotor van alle recente peilingsonderzoeken Frans en van het ESLC-onderzoek.
Rianne Janssen is hoofddocent aan de Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen van de KU Leuven. Vanuit haar expertise op het vlak van ‘educational measurement’ is ze promotor-coördinator van de Vlaamse onderwijspeilingen.
Frans in de balans. Van peilingsonderzoek naar toetspraktijk
Wil je weten hoe het peilingsinstrument Frans voor de derde graad aso, kso en tso werd ontwikkeld en hoe goed onze leerlingen de eindtermen Frans luisteren beheersen? Geef jij Frans en wil je de kwaliteit van je lees- en luistertoetsen bewaken? Wil je nog beter weten wat je moet toetsen en hoe je dat kan doen?
Het eerste deel van dit boek geeft algemene informatie over het concept van het peilingsonderzoek in Vlaanderen en legt uit hoe het peilingsonderzoek de luistervaardigheid van leerlingen in de derde graad in kaart te brengen. Daarna wordt gekeken wat je als leraar uit de resultaten van dit peilingsonderzoek kunt leren.
Het tweede deel is een praktische gids voor leraren die hun toetsbekwaamheid willen verhogen, de kwaliteit van hun toetsen willen bewaken en hun onderwijspraktijk maximaal willen afstemmen op de eindtermen. De inzichten die we als toetsontwikkelaars kregen worden naar een uitgewerkt stappenplan vertaald met concrete, haalbare tips.
Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.
Bart Lamote is als leraar Frans verbonden aan de Specifieke Lerarenopleiding van de KU Leuven. Hij was toetsontwikkelaar voor de peilingsinstrumenten Frans voor de eerste graad A-stroom en de derde graad aso, kso en tso, en lid van de leerplancommissies Frans voor de tweede en de derde graad aso (VVKSO). Nu is hij inhoudelijk coördinator bij de Examencommissie voor het secundair onderwijs (AKOV).
Piet Desmet is gewoon hoogleraar Franse taalkunde en taaldidactiek aan de KU Leuven & KU Leuven Kulak. Ook is hij vakdidacticus Frans binnen de Specifieke Lerarenopleiding van de KU Leuven. Hij was bovendien copromotor van alle recente peilingsonderzoeken Frans en van het ESLC-onderzoek.
Rianne Janssen is hoofddocent aan de Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen van de KU Leuven. Vanuit haar expertise op het vlak van ‘educational measurement’ is ze promotor-coördinator van de Vlaamse onderwijspeilingen.
Op hun eigen manier. Ergotherapeutische handleiding in kort bestek voor kinderen met autismespectrumstoornissen
Hoewel autisme een veel besproken onderwerp is, weten vele mensen niet wat de stoornis precies inhoudt. Bovendien is er over het algemeen weinig aandacht voor de bijkomende problemen, zoals de motoriek, de zintuigen en de cognitieve aspecten, die een rol spelen bij autisme. Hierdoor stuiten kinderen met autisme op onbegrip. Niet alleen voor het kind zelf, maar ook voor de ouders, is het moeilijk om tegen de menigte op te boksen.
Doelbewust is dit boek beknopt gehouden, want het is bedoeld
voor lezers voor wie autisme grotendeels of helemaal
onbekend is. Eerst legt de auteur uit wat autisme is, daarna
behandelt zij drie ‘praktische’ gebieden waarop kinderen met
autisme moeilijkheden ondervinden: zelfredzaamheid, productiviteit
en ontspanning. Afhankelijk van de oorzaken voor
die problemen worden, met vele voorbeelden, oplossingen
beschreven die bruikbaar zijn in de praktijk. Dit boek licht ook
toe hoe belangrijk het is dat kinderen met autisme de kans
krijgen zich te ontwikkelen op een manier die bij hen past.
Nisette Huisman – is ergotherapeut en arbeidsdeskundige en
woont in Alblasserdam. Geregeld publiceert zij in De Gezinsgids
over diverse thema’s binnen haar vakgebied.
Op hun eigen manier. Ergotherapeutische handleiding in kort bestek voor kinderen met autismespectrumstoornissen
Hoewel autisme een veel besproken onderwerp is, weten vele mensen niet wat de stoornis precies inhoudt. Bovendien is er over het algemeen weinig aandacht voor de bijkomende problemen, zoals de motoriek, de zintuigen en de cognitieve aspecten, die een rol spelen bij autisme. Hierdoor stuiten kinderen met autisme op onbegrip. Niet alleen voor het kind zelf, maar ook voor de ouders, is het moeilijk om tegen de menigte op te boksen.
Doelbewust is dit boek beknopt gehouden, want het is bedoeld
voor lezers voor wie autisme grotendeels of helemaal
onbekend is. Eerst legt de auteur uit wat autisme is, daarna
behandelt zij drie ‘praktische’ gebieden waarop kinderen met
autisme moeilijkheden ondervinden: zelfredzaamheid, productiviteit
en ontspanning. Afhankelijk van de oorzaken voor
die problemen worden, met vele voorbeelden, oplossingen
beschreven die bruikbaar zijn in de praktijk. Dit boek licht ook
toe hoe belangrijk het is dat kinderen met autisme de kans
krijgen zich te ontwikkelen op een manier die bij hen past.
Nisette Huisman – is ergotherapeut en arbeidsdeskundige en
woont in Alblasserdam. Geregeld publiceert zij in De Gezinsgids
over diverse thema’s binnen haar vakgebied.











