Verslaving en persoonlijkheidsstoornissen
Verslaving en persoonlijkheidsstoornissen zijn twee problemen die op zich al voor heel wat moeilijkheden zorgen. Geregeld komen ze samen voor. Zij vormen dan een combinatie waarop niet enkel hulpverleners in de verslavingszorg hun tanden stuk bijten. Deze mensen vinden we op andere momenten van hun leven ook terug in tal van vormen van hulpverlening: geestelijke gezondheidszorg, algemene welzijnszorg, justitiële hulpverlening … Soms is er geen georganiseerde hulp en wegen ze zwaar op hun omgeving.
Dit boek doorbreekt het therapeutisch pessimisme dat vaak te horen valt. Zonder naïef te zijn wil het bijdragen aan meer begrip, meer hoop en realistische verwachtingen in het denken over en behandelen van deze moeilijke problematiek. Bijzondere aandacht krijgen de antisociale en de borderline persoonlijkheidsstoornis. Hoe manifesteert deze combinatie zich in het dagelijkse leven? Erg belangrijk is de herkenbaarheid, in de hoop dat die ook erkenning biedt van de grote last, niet alleen voor de betrokkenen zelf, maar ook voor hun omgeving en voor hulpverleners. Maar herkenning en erkenning betekenen niet berusting of gelatenheid. Tegelijk worden vanuit de kennis over verslaving en aan de hand van denkschema’s uit werkzame therapieën over persoonlijkheidsstoornissen handvatten aangereikt voor het omgaan met deze mensen en hun problemen.
Peter De Bruyn is klinisch psycholoog en gedragstherapeut. Hij heeft een jarenlange ervaring in de drugshulpverlening, achtereenvolgens in ADIC – Antwerps Drug Interventie Centrum – en De Spiegel, begeleidingscentra van drugverslaafden. Binnen het opleidingsaanbod van de VAD, de Vlaamse koepelvereniging van organisaties op het terrein van alcohol en andere drugs, verzorgt hij vormingen rond verslavingsgedrag, groepswerk binnen (semi-)residentiële behandeling en de dubbeldiagnose verslaving-persoonlijheidsstoornissen.
Verslaving en persoonlijkheidsstoornissen
Verslaving en persoonlijkheidsstoornissen zijn twee problemen die op zich al voor heel wat moeilijkheden zorgen. Geregeld komen ze samen voor. Zij vormen dan een combinatie waarop niet enkel hulpverleners in de verslavingszorg hun tanden stuk bijten. Deze mensen vinden we op andere momenten van hun leven ook terug in tal van vormen van hulpverlening: geestelijke gezondheidszorg, algemene welzijnszorg, justitiële hulpverlening … Soms is er geen georganiseerde hulp en wegen ze zwaar op hun omgeving.
Dit boek doorbreekt het therapeutisch pessimisme dat vaak te horen valt. Zonder naïef te zijn wil het bijdragen aan meer begrip, meer hoop en realistische verwachtingen in het denken over en behandelen van deze moeilijke problematiek. Bijzondere aandacht krijgen de antisociale en de borderline persoonlijkheidsstoornis. Hoe manifesteert deze combinatie zich in het dagelijkse leven? Erg belangrijk is de herkenbaarheid, in de hoop dat die ook erkenning biedt van de grote last, niet alleen voor de betrokkenen zelf, maar ook voor hun omgeving en voor hulpverleners. Maar herkenning en erkenning betekenen niet berusting of gelatenheid. Tegelijk worden vanuit de kennis over verslaving en aan de hand van denkschema’s uit werkzame therapieën over persoonlijkheidsstoornissen handvatten aangereikt voor het omgaan met deze mensen en hun problemen.
Peter De Bruyn is klinisch psycholoog en gedragstherapeut. Hij heeft een jarenlange ervaring in de drugshulpverlening, achtereenvolgens in ADIC – Antwerps Drug Interventie Centrum – en De Spiegel, begeleidingscentra van drugverslaafden. Binnen het opleidingsaanbod van de VAD, de Vlaamse koepelvereniging van organisaties op het terrein van alcohol en andere drugs, verzorgt hij vormingen rond verslavingsgedrag, groepswerk binnen (semi-)residentiële behandeling en de dubbeldiagnose verslaving-persoonlijheidsstoornissen.
Profeten zwijgen niet. Omtrent José Comblin en bevrijdingstheologie
Een periode loopt ten einde. Zich verschuilen in overtuigingen van het
verleden die niet langer functioneren, kan niet langer. Wat de toekomst
brengt, is niet duidelijk. Het huidige rooms-katholieke kerksysteem
verkeert in een diepe crisis. Het christendom staat voor nieuwe uitdagingen.
In die context is een figuur als José Comblin, Belg van geboorte, uiterst
welkom. Deze pionier van de bevrijdingstheologie heeft ontzettend
veel betekend voor het kerkleven in Latijns-Amerika. In zijn geschriften
graaft hij door de lagen van de (kerk)geschiedenis heen naar de evangelische
kern. Hij kijkt naar de toekomst en schetst er inspirerende
lijnen voor. Deze publicatie laat zijn profetische stem op verschillende
wijzen weerklinken. Met zijn eigen woorden en via getuigenissen van
mensen die hem hebben meegemaakt. Zo kan dit boek voor jong en
oud een bron zijn om vanuit evangelische inspiratie aan maatschappijen
kerkverandering te werken.
Carlo Corten: Ex-Fidei-Donum-priester van het bisdom Antwerpen. 13
jaar werkzaam in Brazilië. Daarna monitor bij beschutte werkplaats MIN
(Antwerpen). Gepensioneerd sinds 2010.
Greet Schaumans: Oud-verantwoordelijke projecten Brazilië bij Broederlijk
Delen.
Jan Soetewey: Voormalig vrijgestelde van Christenen voor het Socialisme
(CvS). Actief in de Werkgroep Bevrijdingstheologie en het Bijbelcollectief
van CvS.
Luis (Ludo) Vandaele: Als priester 19 jaar werkzaam geweest in de volkswijken
van Campina Grande, dichtbij Serra Redonda, waar hij enkele keren
José Comblin ontmoette. Terug in België werkte hij eerst bij Broederlijk
Delen op de projectendienst voor Brazilië en later als sociale werker
in de multiculturele sector.
Didier Vanderslycke: Maatschappelijk werker, priester van het Bisdom
Antwerpen en lid van de Beweging voor Missionair Engagement. Nationaal
secretaris van KMS (Kerkwerk Multicultureel Samenleven) en
pastor in lokale kerkgemeenschappen (H. Drievuldigheid in Berchem
en Franciscus Xaverius in Borgerhout). Betrokken bij organisaties rond
immigratie en integratie. Voorzitter van OR.C.A. Organisatie voor Clandestiene
Arbeidsmigranten.
Luc Vankrunkelsven: Norbertijn van Averbode en landbouwspecialist.
Oprichter van ‘Wervel’ (Werkgroep voor Rechtvaardige en Verantwoorde
Landbouw). Van 2003 tot 2008 woonde hij afwisselend in Brazilië en
België. Ook nu nog vertoeft hij geregeld in Brazilië. Hij schreef veel artikels
en opiniestukken en een tiental boeken.
Profeten zwijgen niet. Omtrent José Comblin en bevrijdingstheologie
Een periode loopt ten einde. Zich verschuilen in overtuigingen van het
verleden die niet langer functioneren, kan niet langer. Wat de toekomst
brengt, is niet duidelijk. Het huidige rooms-katholieke kerksysteem
verkeert in een diepe crisis. Het christendom staat voor nieuwe uitdagingen.
In die context is een figuur als José Comblin, Belg van geboorte, uiterst
welkom. Deze pionier van de bevrijdingstheologie heeft ontzettend
veel betekend voor het kerkleven in Latijns-Amerika. In zijn geschriften
graaft hij door de lagen van de (kerk)geschiedenis heen naar de evangelische
kern. Hij kijkt naar de toekomst en schetst er inspirerende
lijnen voor. Deze publicatie laat zijn profetische stem op verschillende
wijzen weerklinken. Met zijn eigen woorden en via getuigenissen van
mensen die hem hebben meegemaakt. Zo kan dit boek voor jong en
oud een bron zijn om vanuit evangelische inspiratie aan maatschappijen
kerkverandering te werken.
Carlo Corten: Ex-Fidei-Donum-priester van het bisdom Antwerpen. 13
jaar werkzaam in Brazilië. Daarna monitor bij beschutte werkplaats MIN
(Antwerpen). Gepensioneerd sinds 2010.
Greet Schaumans: Oud-verantwoordelijke projecten Brazilië bij Broederlijk
Delen.
Jan Soetewey: Voormalig vrijgestelde van Christenen voor het Socialisme
(CvS). Actief in de Werkgroep Bevrijdingstheologie en het Bijbelcollectief
van CvS.
Luis (Ludo) Vandaele: Als priester 19 jaar werkzaam geweest in de volkswijken
van Campina Grande, dichtbij Serra Redonda, waar hij enkele keren
José Comblin ontmoette. Terug in België werkte hij eerst bij Broederlijk
Delen op de projectendienst voor Brazilië en later als sociale werker
in de multiculturele sector.
Didier Vanderslycke: Maatschappelijk werker, priester van het Bisdom
Antwerpen en lid van de Beweging voor Missionair Engagement. Nationaal
secretaris van KMS (Kerkwerk Multicultureel Samenleven) en
pastor in lokale kerkgemeenschappen (H. Drievuldigheid in Berchem
en Franciscus Xaverius in Borgerhout). Betrokken bij organisaties rond
immigratie en integratie. Voorzitter van OR.C.A. Organisatie voor Clandestiene
Arbeidsmigranten.
Luc Vankrunkelsven: Norbertijn van Averbode en landbouwspecialist.
Oprichter van ‘Wervel’ (Werkgroep voor Rechtvaardige en Verantwoorde
Landbouw). Van 2003 tot 2008 woonde hij afwisselend in Brazilië en
België. Ook nu nog vertoeft hij geregeld in Brazilië. Hij schreef veel artikels
en opiniestukken en een tiental boeken.
[On]gewenste immigratie? Gezinshereniging in België tot 1980
Dit boek beschrijft het ontstaan van het Belgisch beleid inzake gezinshereniging en de evolutie ervan tot 1980.
Gezinshereniging betekent dat een buitenlander die in België verblijft, zich laat vervoegen door zijn gezin. Meestal wordt die hereniging voorgesteld als een praktijk van na de arbeidsimmigratiestop van 1974. Het is inderdaad in de jaren 1970 dat migratie om familiale redenen de belangrijkste vorm van immigratie in België wordt, maar het fenomeen bestaat al sinds het einde van de jaren 1920. Ook voor de jaren 1970 beïnvloedde gezinshereniging het migratiebeleid en kon ze zelfs voor problemen zorgen, zoals blijkt uit dit boek.
Deze publicatie is de eerste historische monografie over gezinshereniging in België.
Ze besteedt bijzondere aandacht aan de totstandkoming van het beleid, aan
de actoren en factoren die daarop een invloed hadden en aan de problematisering
van de gezinshereniging. Bovendien worden de historische ontwikkelingen
geplaatst tegenover het hedendaagse kader.
Dit werk werd bekroond met de Prijs 2013 van GCIS – Fethullah Gülen Chair for
Intercultural Studies.
[On]gewenste immigratie? Gezinshereniging in België tot 1980
Dit boek beschrijft het ontstaan van het Belgisch beleid inzake gezinshereniging en de evolutie ervan tot 1980.
Gezinshereniging betekent dat een buitenlander die in België verblijft, zich laat vervoegen door zijn gezin. Meestal wordt die hereniging voorgesteld als een praktijk van na de arbeidsimmigratiestop van 1974. Het is inderdaad in de jaren 1970 dat migratie om familiale redenen de belangrijkste vorm van immigratie in België wordt, maar het fenomeen bestaat al sinds het einde van de jaren 1920. Ook voor de jaren 1970 beïnvloedde gezinshereniging het migratiebeleid en kon ze zelfs voor problemen zorgen, zoals blijkt uit dit boek.
Deze publicatie is de eerste historische monografie over gezinshereniging in België.
Ze besteedt bijzondere aandacht aan de totstandkoming van het beleid, aan
de actoren en factoren die daarop een invloed hadden en aan de problematisering
van de gezinshereniging. Bovendien worden de historische ontwikkelingen
geplaatst tegenover het hedendaagse kader.
Dit werk werd bekroond met de Prijs 2013 van GCIS – Fethullah Gülen Chair for
Intercultural Studies.
Internet als methodiek in de jeugdzorg. Een extra taal
Wie met jongeren werkt, heeft uiteraard hun digitale revolutie opgemerkt. Dagelijks online zijn is een must geworden in de huidige jongerencultuur. Ook in de hulpverlening voeren de jongeren de druk op om meer online te zijn, vragen ze om meer en betere computers en vertonen ze allerhande gedrag op de verschillende social networksites. De hulpverlening weet soms niet goed hoe hiermee om te gaan, laat staan dat er bij hulpverleners nog meer vragen bestaan over het inzetten van het internet als instrument binnen de hulpverlening.
Deze uitgave reikt handvatten aan om social media ook te gebruiken om jongeren te begeleiden. Stap voor stap wordt uitgelegd hoe hulpverleners binnen de eigen organisatie op een veilige manier op het digitale spoor kunnen geraken en hoe ze effectief de social media kunnen gebruiken om met jongeren te werken. Een aantal kant-en-klare methoden worden uitgelegd en geïllustreerd om aan de slag te gaan met jongeren in de hulpverlening. Deze methoden zijn ontwikkeld en uitgeprobeerd in verschillende organisaties binnen de jeugdzorg.
Hoofdstuk 1-3: Jo Van Hecke & Davy Nijs
Hoofdstuk 4: Jo Van Hecke & Jan Dekelver
Hoofdstuk 5: Jo Van Hecke
Jo Van Hecke, gezinsbegeleider, is verbonden aan Tonuso, een organisatie die focust op communicatie en veerkracht bij jongeren, gevestigd in Brussel.
Davy Nijs, orthopedagoog, is docent-onderzoeker aan de KHLim – Katholieke Hogeschool Limburg in Hasselt.
Jo Van Hecke en Davy Nijs zijn ook de initiatiefnemers van e-hulp Vlaanderen.
Jan Dekelver is onderzoekscoördinator Mens en Maatschappij aan de KHK – Katholieke Hogeschool Kempen in Geel en onderzoeker aan de KU Leuven, Departement Elektrotechniek – ESAT.
Internet als methodiek in de jeugdzorg. Een extra taal
Wie met jongeren werkt, heeft uiteraard hun digitale revolutie opgemerkt. Dagelijks online zijn is een must geworden in de huidige jongerencultuur. Ook in de hulpverlening voeren de jongeren de druk op om meer online te zijn, vragen ze om meer en betere computers en vertonen ze allerhande gedrag op de verschillende social networksites. De hulpverlening weet soms niet goed hoe hiermee om te gaan, laat staan dat er bij hulpverleners nog meer vragen bestaan over het inzetten van het internet als instrument binnen de hulpverlening.
Deze uitgave reikt handvatten aan om social media ook te gebruiken om jongeren te begeleiden. Stap voor stap wordt uitgelegd hoe hulpverleners binnen de eigen organisatie op een veilige manier op het digitale spoor kunnen geraken en hoe ze effectief de social media kunnen gebruiken om met jongeren te werken. Een aantal kant-en-klare methoden worden uitgelegd en geïllustreerd om aan de slag te gaan met jongeren in de hulpverlening. Deze methoden zijn ontwikkeld en uitgeprobeerd in verschillende organisaties binnen de jeugdzorg.
Hoofdstuk 1-3: Jo Van Hecke & Davy Nijs
Hoofdstuk 4: Jo Van Hecke & Jan Dekelver
Hoofdstuk 5: Jo Van Hecke
Jo Van Hecke, gezinsbegeleider, is verbonden aan Tonuso, een organisatie die focust op communicatie en veerkracht bij jongeren, gevestigd in Brussel.
Davy Nijs, orthopedagoog, is docent-onderzoeker aan de KHLim – Katholieke Hogeschool Limburg in Hasselt.
Jo Van Hecke en Davy Nijs zijn ook de initiatiefnemers van e-hulp Vlaanderen.
Jan Dekelver is onderzoekscoördinator Mens en Maatschappij aan de KHK – Katholieke Hogeschool Kempen in Geel en onderzoeker aan de KU Leuven, Departement Elektrotechniek – ESAT.
Sociaal ondernemerschap in de participatiesamenleving. Van de brave naar de eigenwijze burger
De ontwikkelingen rond sociaal ondernemerschap zijn de laatste jaren heel snel gegaan. Volgens Bornstein en Davis (2010) zijn we inmiddels toe aan sociaal ondernemerschap 3.0. Aanvankelijk ging de aandacht vooral uit naar sociaal ondernemers als vernieuwende denkers en doeners met een grote maatschappelijke impact (1.0). Vervolgens werd de focus verlegd van de oprichters naar het excellent organiseren van sociaal ondernemerschap (2.0). Bij het huidige social entrepeneurship 3.0 gaat het om burgers die zijn toegerust om als changemakers te denken en handelen. Zij werken krachtig samen met anderen om maatschappelijke veranderingen te realiseren.
De manieren waarop ondernemende burgers werken aan maatschappelijke kwesties en maatschappelijke verandering, worden in dit essayistische boek vanuit uiteenlopende invalshoeken belicht. Theorie en praktijk van sociaal ondernemerschap worden in samenhang geanalyseerd. De praktijk is in Rotterdam onderzocht, de thuisbasis van het lectoraat Dynamiek van de Stad dat het onderzoek deed. Uit het onderzoek blijkt dat actieve Rotterdammers in alledaagse praktijken op eigen initiatief en risico de stad beter willen maken. Sommigen zijn daarbij – soms tegen wil en dank – ‘sociaal ondernemer’ geworden.
Deze publicatie doet verslag van een actie- en
literatuuronderzoek naar sociaal ondernemerschap
3.0. Het biedt aanknopingspunten voor een publiek
debat over de rol van sociaal ondernemerschap in
de participatiesamenleving. De bundel is bedoeld
voor professionals in beleid en beroepspraktijk, voor
studenten op hogescholen en universiteiten, en voor
burgers die geïnteresseerd zijn in ondernemerschap
voor de publieke zaak.
Erik Sterk studeerde bestuurskunde aan de Erasmus
Universiteit Rotterdam en is verbonden aan
het lectoraat Dynamiek van de Stad.
Maurice Specht
studeerde filosofie aan de Universiteit van
Amsterdam en is gepromoveerd op een studie
naar burgerparticipatie in drie Europese steden.
Guido Walraven
studeerde geschiedenis en internationale
betrekkingen aan de Rijksuniversiteit
Groningen en is lector Dynamiek van de Stad.
Meer informatie over het lectoraat:
www.inholland.nl/dynamiekvandestad
Sociaal ondernemerschap in de participatiesamenleving. Van de brave naar de eigenwijze burger
De ontwikkelingen rond sociaal ondernemerschap zijn de laatste jaren heel snel gegaan. Volgens Bornstein en Davis (2010) zijn we inmiddels toe aan sociaal ondernemerschap 3.0. Aanvankelijk ging de aandacht vooral uit naar sociaal ondernemers als vernieuwende denkers en doeners met een grote maatschappelijke impact (1.0). Vervolgens werd de focus verlegd van de oprichters naar het excellent organiseren van sociaal ondernemerschap (2.0). Bij het huidige social entrepeneurship 3.0 gaat het om burgers die zijn toegerust om als changemakers te denken en handelen. Zij werken krachtig samen met anderen om maatschappelijke veranderingen te realiseren.
De manieren waarop ondernemende burgers werken aan maatschappelijke kwesties en maatschappelijke verandering, worden in dit essayistische boek vanuit uiteenlopende invalshoeken belicht. Theorie en praktijk van sociaal ondernemerschap worden in samenhang geanalyseerd. De praktijk is in Rotterdam onderzocht, de thuisbasis van het lectoraat Dynamiek van de Stad dat het onderzoek deed. Uit het onderzoek blijkt dat actieve Rotterdammers in alledaagse praktijken op eigen initiatief en risico de stad beter willen maken. Sommigen zijn daarbij – soms tegen wil en dank – ‘sociaal ondernemer’ geworden.
Deze publicatie doet verslag van een actie- en
literatuuronderzoek naar sociaal ondernemerschap
3.0. Het biedt aanknopingspunten voor een publiek
debat over de rol van sociaal ondernemerschap in
de participatiesamenleving. De bundel is bedoeld
voor professionals in beleid en beroepspraktijk, voor
studenten op hogescholen en universiteiten, en voor
burgers die geïnteresseerd zijn in ondernemerschap
voor de publieke zaak.
Erik Sterk studeerde bestuurskunde aan de Erasmus
Universiteit Rotterdam en is verbonden aan
het lectoraat Dynamiek van de Stad.
Maurice Specht
studeerde filosofie aan de Universiteit van
Amsterdam en is gepromoveerd op een studie
naar burgerparticipatie in drie Europese steden.
Guido Walraven
studeerde geschiedenis en internationale
betrekkingen aan de Rijksuniversiteit
Groningen en is lector Dynamiek van de Stad.
Meer informatie over het lectoraat:
www.inholland.nl/dynamiekvandestad
Een goddelijk humanisme. Sartres minachting voor de menselijke werkelijkheid (Reeks Omtrent Filosofie nr 4)
De Franse existentialist Jean-Paul Sartre heeft altijd een problematische verhouding tot het humanisme gehad. In zijn roman ‘Walging’ walgt hoofdpersoon Antoine Roquentin van het humanisme van de autodidact. Jaren later verklaart Sartre dat het existentialisme een humanisme is. Geen christelijk humanisme, zoals bij de filosofen Karl Jaspers en Gabriel Marcel bijvoorbeeld, maar een goddeloos humanisme. De vraag is of het humanisme van Sartre wel echt goddeloos is? Om hierop een antwoord te vinden, leest en herleest de auteur het hoofdwerk van Sartre: ‘Het zijn en het niet’, samen met enkele van zijn andere (literaire) werken.
Dit boek is geen zuiver filosofische analyse van een meesterwerk,
maar is geschreven vanuit een maatschappelijk engagement. Als
Sartre de ‘condition humaine’ ontkent, zo stelt de auteur, geeft hij
elke mogelijkheid tot samen leven op. Voor Sartre is de ander de
hel. Christian Van Kerckhove gaat uiterst verfijnd en rustig te werk.
Zijn analyse is vlijmscherp, snijdt tot op het bot maar getuigt tegelijk
van een liefde voor de meesterfilosoof en zijn existentialisme.
Christian Van Kerckhove is wetenschapper, filosoof en wereldreiziger.
Hij doceert ‘filosofie’ en ‘sociale filosofie en ethiek’ aan de
opleiding Sociaal Werk, Faculteit Mens en Welzijn, Hogeschool
Gent. Tevens is hij voorzitter van de opleidingscommissie Sociaal
Werk en coördinator van ‘Mix!t. Forum voor studie, documentatie
en vorming rond samen-leven’.
Reeks Omtrent Filosofie:
- De ethica van Spinoza
- Afrika en China in dialoog
- Kracht van wet. Het mystieke fundament van het gezag
- Een goddelijk humanisme. Sartres minachting voor de menselijke werkelijkheid
- Hegels godsdienstfilosofie en de monotheïstische religies. Een actuele confrontatie
- Filosofie van het verstaan. Een dialoog
Een goddelijk humanisme. Sartres minachting voor de menselijke werkelijkheid (Reeks Omtrent Filosofie nr 4)
De Franse existentialist Jean-Paul Sartre heeft altijd een problematische verhouding tot het humanisme gehad. In zijn roman ‘Walging’ walgt hoofdpersoon Antoine Roquentin van het humanisme van de autodidact. Jaren later verklaart Sartre dat het existentialisme een humanisme is. Geen christelijk humanisme, zoals bij de filosofen Karl Jaspers en Gabriel Marcel bijvoorbeeld, maar een goddeloos humanisme. De vraag is of het humanisme van Sartre wel echt goddeloos is? Om hierop een antwoord te vinden, leest en herleest de auteur het hoofdwerk van Sartre: ‘Het zijn en het niet’, samen met enkele van zijn andere (literaire) werken.
Dit boek is geen zuiver filosofische analyse van een meesterwerk,
maar is geschreven vanuit een maatschappelijk engagement. Als
Sartre de ‘condition humaine’ ontkent, zo stelt de auteur, geeft hij
elke mogelijkheid tot samen leven op. Voor Sartre is de ander de
hel. Christian Van Kerckhove gaat uiterst verfijnd en rustig te werk.
Zijn analyse is vlijmscherp, snijdt tot op het bot maar getuigt tegelijk
van een liefde voor de meesterfilosoof en zijn existentialisme.
Christian Van Kerckhove is wetenschapper, filosoof en wereldreiziger.
Hij doceert ‘filosofie’ en ‘sociale filosofie en ethiek’ aan de
opleiding Sociaal Werk, Faculteit Mens en Welzijn, Hogeschool
Gent. Tevens is hij voorzitter van de opleidingscommissie Sociaal
Werk en coördinator van ‘Mix!t. Forum voor studie, documentatie
en vorming rond samen-leven’.
Reeks Omtrent Filosofie:
- De ethica van Spinoza
- Afrika en China in dialoog
- Kracht van wet. Het mystieke fundament van het gezag
- Een goddelijk humanisme. Sartres minachting voor de menselijke werkelijkheid
- Hegels godsdienstfilosofie en de monotheïstische religies. Een actuele confrontatie
- Filosofie van het verstaan. Een dialoog
Grenzen aan verandering. Wel (of niet) moeten, kunnen, willen, mogen veranderen
Verandering is van een accidenteel en tijdelijk fenomeen verworden tot een permanent en structureel gegeven. Verandering is voor organisaties zelfs existentieel geworden. Toch blijft verandering voor velen een duister en angstaanjagend fenomeen. Ook managers weten vaak niet wat het fenomeen juist inhoudt en hoe zij er het best mee omgaan opdat het constructief zou zijn.
De auteur gaat na hoe om het even welke organisatie kan omgaan met, zowel gewilde als opgelegde, verandering, ook in een situatie van ingrijpende verandering, zoals bij crisis. Een belangrijke vraag is of er geen grenzen zijn aan verandering en wat verantwoord ondernemen, of bedrijfsethiek, leert over de aanpak en technische middelen bij verandering. Het gaat om een ethische reflectie, die leert dat verandering gekaderd moet worden in een visie van respect voor alle betrokkenen. Het boek loodst de lezer door een spiegelpaleis vol reflecties over wat we menen verantwoord en onverantwoord te zijn bij veranderingen in organisaties. Het einde van de tocht is meer inzicht en meer zelfvertrouwen om verandering met de nodige omzichtigheid en wijsheid tegemoet te treden, zodat ze oplevert wat ervan wordt verhoopt.
Herman Siebens, doctor in de onderwijskunde, is directeur van het Koninklijk Technisch Atheneum in Wemmel. Hij is ook voorzitter van het netwerk van Vlaamse hotelscholen en ondervoorzitter van het Europese netwerk. Daarnaast is hij ook ondervoorzitter van SOK – Schooloverstijgend Kwaliteitsnetwerk. Hij heeft ettelijke publicaties over beroeps- en bedrijfsethiek op zijn naam. De auteur heeft heel wat ervaring met verandermanagement in secundair onderwijs en in social-profitorganisaties.
Grenzen aan verandering. Wel (of niet) moeten, kunnen, willen, mogen veranderen
Verandering is van een accidenteel en tijdelijk fenomeen verworden tot een permanent en structureel gegeven. Verandering is voor organisaties zelfs existentieel geworden. Toch blijft verandering voor velen een duister en angstaanjagend fenomeen. Ook managers weten vaak niet wat het fenomeen juist inhoudt en hoe zij er het best mee omgaan opdat het constructief zou zijn.
De auteur gaat na hoe om het even welke organisatie kan omgaan met, zowel gewilde als opgelegde, verandering, ook in een situatie van ingrijpende verandering, zoals bij crisis. Een belangrijke vraag is of er geen grenzen zijn aan verandering en wat verantwoord ondernemen, of bedrijfsethiek, leert over de aanpak en technische middelen bij verandering. Het gaat om een ethische reflectie, die leert dat verandering gekaderd moet worden in een visie van respect voor alle betrokkenen. Het boek loodst de lezer door een spiegelpaleis vol reflecties over wat we menen verantwoord en onverantwoord te zijn bij veranderingen in organisaties. Het einde van de tocht is meer inzicht en meer zelfvertrouwen om verandering met de nodige omzichtigheid en wijsheid tegemoet te treden, zodat ze oplevert wat ervan wordt verhoopt.
Herman Siebens, doctor in de onderwijskunde, is directeur van het Koninklijk Technisch Atheneum in Wemmel. Hij is ook voorzitter van het netwerk van Vlaamse hotelscholen en ondervoorzitter van het Europese netwerk. Daarnaast is hij ook ondervoorzitter van SOK – Schooloverstijgend Kwaliteitsnetwerk. Hij heeft ettelijke publicaties over beroeps- en bedrijfsethiek op zijn naam. De auteur heeft heel wat ervaring met verandermanagement in secundair onderwijs en in social-profitorganisaties.
Ouder worden in een veranderende samenleving (Reeks: Sociale Wetenschappen – Kruispunten nr. 1)
Vanuit verschillende invalshoeken schetsen de auteurs een kader van wat ouder worden vandaag betekent. Theoretische benaderingen worden gecombineerd met verhalen uit de praktijk. Telkens gaat het om een kritische benadering van de context waarin zij de gevolgen van ouder worden in een diverse samenleving ervaren. Onder meer de behoefte aan een aangepaste kijk op arbeid, gezondheidzorg en implicaties van interculturaliteit op de zorgsector komen aan bod. De bijdragen komen van academici, van mensen die werken in de praktijk van die diversiteit en uit de vakbondswereld. Verder geeft het boek zowel een kijk op interculturele zorg vanuit het Oost-Vlaams Diversiteitscentrum OdiCE als op het concept van Kwaliteit van Leven. Ook fragmenten uit het levensverhaal van een acteur komen aan bod. Daardoor geeft het boek een breed beeld op de betekenis van ouderdom in de samenleving vanuit politiek, cultureel, sociaal en persoonlijk perspectief.
Charlotte De Kock, Eva Vens, Yasmina Beljoudi en Christian Van Kerckhove zijn verbonden aan de Hogeschool Gent. Deze uitgave is de eerste in de reeks Sociale Wetenschappen Kruispunten, een initiatief van Mix!t, Forum voor studie, documentatie en vorming rond samen/leven van de faculteit Mens en Welzijn, Hogeschool Gent.
Ouder worden in een veranderende samenleving (Reeks: Sociale Wetenschappen – Kruispunten nr. 1)
Vanuit verschillende invalshoeken schetsen de auteurs een kader van wat ouder worden vandaag betekent. Theoretische benaderingen worden gecombineerd met verhalen uit de praktijk. Telkens gaat het om een kritische benadering van de context waarin zij de gevolgen van ouder worden in een diverse samenleving ervaren. Onder meer de behoefte aan een aangepaste kijk op arbeid, gezondheidzorg en implicaties van interculturaliteit op de zorgsector komen aan bod. De bijdragen komen van academici, van mensen die werken in de praktijk van die diversiteit en uit de vakbondswereld. Verder geeft het boek zowel een kijk op interculturele zorg vanuit het Oost-Vlaams Diversiteitscentrum OdiCE als op het concept van Kwaliteit van Leven. Ook fragmenten uit het levensverhaal van een acteur komen aan bod. Daardoor geeft het boek een breed beeld op de betekenis van ouderdom in de samenleving vanuit politiek, cultureel, sociaal en persoonlijk perspectief.
Charlotte De Kock, Eva Vens, Yasmina Beljoudi en Christian Van Kerckhove zijn verbonden aan de Hogeschool Gent. Deze uitgave is de eerste in de reeks Sociale Wetenschappen Kruispunten, een initiatief van Mix!t, Forum voor studie, documentatie en vorming rond samen/leven van de faculteit Mens en Welzijn, Hogeschool Gent.
Mensgericht sociaal ondernemen
In hun opdrachtverklaring omschrijven christelijke zorg- en welzijnsorganisaties hun missie, visie en waarden. In het specifieke zorg- en ondersteuningsaanbod kunnen cliënten die identiteit concreet ervaren en waarderen. Met behulp van MVO – Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen – zoeken de auteurs in dit boek naar nieuwe vormen om in de huidige context beleidsmatig en professioneel een mensgerichte invulling te geven aan de organisatie-identiteit.
- Hoe kan de identiteit worden vervat in strategische keuzes?
- Hoe kunnen sociale ondernemingen beleidsmatig een antwoord bieden op actuele maatschappelijke behoeften?
- Hoe treden medewerkers het best in relatie met hun cliënten? Hoe kan daaruit de aandacht blijken voor diegenen die maatschappelijk worden gemarginaliseerd?
- Aan welke leiderschapsstijl wordt de voorkeur gegeven? Waardoor wordt die geïnspireerd?
- Wat verstaan we onder meetbaarheid?
- Op welke manier kan het mensgerichte karakter van de organisatie worden getoetst?
- Welke rol kan zorgethiek spelen in de besluitvorming?
- Hoe kan die in sociale ondernemingen een referentiekader vormen voor de dagelijkse praktijk?
Met bijdragen van:
Donal Dorr (Kiltegan), Bart Hansen (Emmaüs), Thijs Smeyers (Caritas Vlaanderen), Thijs Tromp (Reliëf), Bernadette Van den Heuvel (Zorgnet Vlaanderen).
Dominiek Lootens, filosoof en doctor in de theologie, is vormingsverantwoordelijke bij Caritas Antwerpen, Dienst Navorming voor Gezondheids- en Welzijnsvoorzieningen, en als stafmedewerker bij CCV regio Caritas.
Mensgericht sociaal ondernemen
In hun opdrachtverklaring omschrijven christelijke zorg- en welzijnsorganisaties hun missie, visie en waarden. In het specifieke zorg- en ondersteuningsaanbod kunnen cliënten die identiteit concreet ervaren en waarderen. Met behulp van MVO – Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen – zoeken de auteurs in dit boek naar nieuwe vormen om in de huidige context beleidsmatig en professioneel een mensgerichte invulling te geven aan de organisatie-identiteit.
- Hoe kan de identiteit worden vervat in strategische keuzes?
- Hoe kunnen sociale ondernemingen beleidsmatig een antwoord bieden op actuele maatschappelijke behoeften?
- Hoe treden medewerkers het best in relatie met hun cliënten? Hoe kan daaruit de aandacht blijken voor diegenen die maatschappelijk worden gemarginaliseerd?
- Aan welke leiderschapsstijl wordt de voorkeur gegeven? Waardoor wordt die geïnspireerd?
- Wat verstaan we onder meetbaarheid?
- Op welke manier kan het mensgerichte karakter van de organisatie worden getoetst?
- Welke rol kan zorgethiek spelen in de besluitvorming?
- Hoe kan die in sociale ondernemingen een referentiekader vormen voor de dagelijkse praktijk?
Met bijdragen van:
Donal Dorr (Kiltegan), Bart Hansen (Emmaüs), Thijs Smeyers (Caritas Vlaanderen), Thijs Tromp (Reliëf), Bernadette Van den Heuvel (Zorgnet Vlaanderen).
Dominiek Lootens, filosoof en doctor in de theologie, is vormingsverantwoordelijke bij Caritas Antwerpen, Dienst Navorming voor Gezondheids- en Welzijnsvoorzieningen, en als stafmedewerker bij CCV regio Caritas.
Vis voor elke lijn
We eten te weinig vis. Vlees vervangen door vis verlaagt de slechte cholesterol, vette vis verhoogt de goede cholesterol. Vette vis is zowat de enige natuurlijke bron van de omega 3-vetzuren EPA en DHA. Een tekort aan essentiele vetzuren kan kinderen retardaties doen oplopen ten opzichte van hun genetische mogelijkheden, zoals een mindere ontwikkeling van de hersenen en het netvlies. Vermoedelijk dragen visvetzuren bij tot het verminderen van welvaartsziekten als hart- en vaatstoornissen, diabetes type 2, overgewicht en bepaalde kankers. En vis levert noodzakelijke stoffen als jodium, vitamine B3, vitamine B12, selenium, zink, …
Dit boek brengt visrecepten bij elkaar die gemakkelijk te
bereiden zijn en met een minimum aan vet. Gezond dus.
En je hoeft geen keukenprins(es) te zijn om een heerlijke
vismaaltijd op tafel te toveren.
Chris Kerfs is zelfstandig diëtiste in Turnhout. Zij beheert ook de informatieve website www.dietisteonline.com. Zij publiceerde diverse boeken over gezond eten.
Vis voor elke lijn
We eten te weinig vis. Vlees vervangen door vis verlaagt de slechte cholesterol, vette vis verhoogt de goede cholesterol. Vette vis is zowat de enige natuurlijke bron van de omega 3-vetzuren EPA en DHA. Een tekort aan essentiele vetzuren kan kinderen retardaties doen oplopen ten opzichte van hun genetische mogelijkheden, zoals een mindere ontwikkeling van de hersenen en het netvlies. Vermoedelijk dragen visvetzuren bij tot het verminderen van welvaartsziekten als hart- en vaatstoornissen, diabetes type 2, overgewicht en bepaalde kankers. En vis levert noodzakelijke stoffen als jodium, vitamine B3, vitamine B12, selenium, zink, …
Dit boek brengt visrecepten bij elkaar die gemakkelijk te
bereiden zijn en met een minimum aan vet. Gezond dus.
En je hoeft geen keukenprins(es) te zijn om een heerlijke
vismaaltijd op tafel te toveren.
Chris Kerfs is zelfstandig diëtiste in Turnhout. Zij beheert ook de informatieve website www.dietisteonline.com. Zij publiceerde diverse boeken over gezond eten.
Gezonde soepen
In haar praktijk krijgt de auteur vele vragen naar recepten voor gemakkelijk en snel te bereiden soepen die tegelijk ‘gezond’ zijn. Ze kiest in dit boek voor groentesoepen, omdat ze een belangrijke aanvoer zijn van goede voedingstoffen en weinig calorieën bevatten. Elke groentesoort bevat meer of minder van deze of gene vitaminen en mineralen, zodat wie geregeld soep eet niet vlug tekorten heeft. Bovendien is soep een erg dankbaar product voor wie wil vermageren. Soep eten voor een andere maaltijd geeft meteen een goede vulling. Dat doet je minder eten van de rest. Ook kun je ongestraft een kop soepen nuttigen tussen de maaltijden, wanneer je maar wil. Uiteindelijk zitten er alleen groenten in en wat bouillon. Op voorwaarde natuurlijk dat je geen bindmiddel gebruikt en er geen vlees in doet. Alle recepten in dit boek maken uitsluitend gebruik van verse of diepvriesgroenten, bevatten weinig calorieën en zorgen voor een gezond evenwicht in een heel deel voedingsstoffen. En deze soepen zijn zeer gemakkelijk te bereiden.
Chris Kerfs is zelfstandig diëtiste in Turnhout. Zij beheert ook de informatieve website www.dietisteonline.com. Zij publiceerde diverse boeken over gezond eten.
Gezonde soepen
In haar praktijk krijgt de auteur vele vragen naar recepten voor gemakkelijk en snel te bereiden soepen die tegelijk ‘gezond’ zijn. Ze kiest in dit boek voor groentesoepen, omdat ze een belangrijke aanvoer zijn van goede voedingstoffen en weinig calorieën bevatten. Elke groentesoort bevat meer of minder van deze of gene vitaminen en mineralen, zodat wie geregeld soep eet niet vlug tekorten heeft. Bovendien is soep een erg dankbaar product voor wie wil vermageren. Soep eten voor een andere maaltijd geeft meteen een goede vulling. Dat doet je minder eten van de rest. Ook kun je ongestraft een kop soepen nuttigen tussen de maaltijden, wanneer je maar wil. Uiteindelijk zitten er alleen groenten in en wat bouillon. Op voorwaarde natuurlijk dat je geen bindmiddel gebruikt en er geen vlees in doet. Alle recepten in dit boek maken uitsluitend gebruik van verse of diepvriesgroenten, bevatten weinig calorieën en zorgen voor een gezond evenwicht in een heel deel voedingsstoffen. En deze soepen zijn zeer gemakkelijk te bereiden.
Chris Kerfs is zelfstandig diëtiste in Turnhout. Zij beheert ook de informatieve website www.dietisteonline.com. Zij publiceerde diverse boeken over gezond eten.
Dysfagie. Handboek voor de klinische praktijk (Reeks Omtrent logopedie, nr. 7)
Dysfagie is een stoornis die zowel levenskwaliteit als levensverwachting aanzienlijk
kan beïnvloeden. De zorg voor mensen met dysfagie kende de laatste decennia
een enorme kwantitatieve en kwalitatieve groei. Logopedisten, verpleegkundigen
en andere paramedici worden steeds beter opgeleid en de patiënt met dysfagie krijgt steeds
meer therapie op maat van zijn specifieke problemen.
Dit handboek biedt alles wat de hulpverlener nodig heeft voor adequate dysfagiezorg: relevante
wetenschappelijke achtergrond, klinische instrumenten voor observatie en onderzoek,
therapiemodellen en concrete zorgplanning voor zowel verworven dysfagie als ontwikkelingsdysfagie.
Dit is het resultaat van een intensieve samenwerking tussen collega’s
met uiteenlopende expertise. Het is gebaseerd op recente wetenschappelijke bevindingen
en de eigen klinische expertise van de auteurs.
Op een bijhorende website zijn diverse invulformulieren beschikbaar: signaallijst, anamnese,
verpleegkundige screening, diagnostisch onderzoek, fees-protocol, Dysfagie Handicap
Index, adviezen, sondevoeding, tongkracht, motorische training, adviezen voor omgeving,
voedingsanamnese, klinische evaluatie, …
Bij dit boek hoort hoort een downloadbaar bestand.
Marc De Bodt is logopedist en doctor in de medische wetenschappen. Hij is hoofd van het
Universitair Revalidatiecentrum van het UZ Antwerpen, hoofddocent aan de UA en gastprofessor
aan UGent (Logopedische & Audiologische Wetenschappen).
Cindy Guns is logopedist en audioloog. Zij is verbonden aan het Universitair Revalidatiecentrum
voor Communicatiestoornissen van het UZ Antwerpen. Zij heeft een bijzondere
expertise op het domein van dysfagie en is auteur van talrijke publicaties.
Marleen D’hondt is logopedist, Bobath-therapeut en sr. teacher erkend door de EBTA. Zij is
tevens docent aan de Arteveldehogeschool, lid van de multidisciplinaire slikpolikliniek voor
kinderen (UZ- Gent) en auteur van verschillende publicaties op het domein van slikken.
Jan Vanderwegen is NKO- en revalidatiearts met bijzondere interesse in stem- en slikproblemen.
Hij is actief betrokken bij de Dysphagia Research Society en de Belgian Society for
Swallowing Disorders. Hij consulteert in het UMC Sint-Pieter (Brussel) en doceert Anatomie
en Fysiologie aan de Thomas More hogeschool (Antwerpen).
Gwen Van Nuffelen werkt als logopedist in het Universitair Revalidatiecentrum van het UZ
Antwerpen. Ze is doctor in de medische wetenschappen en als gastprofessor verbonden
aan de Universiteit Antwerpen.
Omtrent Logopedie:
Dysfagie. Handboek voor de klinische praktijk (Reeks Omtrent logopedie, nr. 7)
Dysfagie is een stoornis die zowel levenskwaliteit als levensverwachting aanzienlijk
kan beïnvloeden. De zorg voor mensen met dysfagie kende de laatste decennia
een enorme kwantitatieve en kwalitatieve groei. Logopedisten, verpleegkundigen
en andere paramedici worden steeds beter opgeleid en de patiënt met dysfagie krijgt steeds
meer therapie op maat van zijn specifieke problemen.
Dit handboek biedt alles wat de hulpverlener nodig heeft voor adequate dysfagiezorg: relevante
wetenschappelijke achtergrond, klinische instrumenten voor observatie en onderzoek,
therapiemodellen en concrete zorgplanning voor zowel verworven dysfagie als ontwikkelingsdysfagie.
Dit is het resultaat van een intensieve samenwerking tussen collega’s
met uiteenlopende expertise. Het is gebaseerd op recente wetenschappelijke bevindingen
en de eigen klinische expertise van de auteurs.
Op een bijhorende website zijn diverse invulformulieren beschikbaar: signaallijst, anamnese,
verpleegkundige screening, diagnostisch onderzoek, fees-protocol, Dysfagie Handicap
Index, adviezen, sondevoeding, tongkracht, motorische training, adviezen voor omgeving,
voedingsanamnese, klinische evaluatie, …
Bij dit boek hoort hoort een downloadbaar bestand.
Marc De Bodt is logopedist en doctor in de medische wetenschappen. Hij is hoofd van het
Universitair Revalidatiecentrum van het UZ Antwerpen, hoofddocent aan de UA en gastprofessor
aan UGent (Logopedische & Audiologische Wetenschappen).
Cindy Guns is logopedist en audioloog. Zij is verbonden aan het Universitair Revalidatiecentrum
voor Communicatiestoornissen van het UZ Antwerpen. Zij heeft een bijzondere
expertise op het domein van dysfagie en is auteur van talrijke publicaties.
Marleen D’hondt is logopedist, Bobath-therapeut en sr. teacher erkend door de EBTA. Zij is
tevens docent aan de Arteveldehogeschool, lid van de multidisciplinaire slikpolikliniek voor
kinderen (UZ- Gent) en auteur van verschillende publicaties op het domein van slikken.
Jan Vanderwegen is NKO- en revalidatiearts met bijzondere interesse in stem- en slikproblemen.
Hij is actief betrokken bij de Dysphagia Research Society en de Belgian Society for
Swallowing Disorders. Hij consulteert in het UMC Sint-Pieter (Brussel) en doceert Anatomie
en Fysiologie aan de Thomas More hogeschool (Antwerpen).
Gwen Van Nuffelen werkt als logopedist in het Universitair Revalidatiecentrum van het UZ
Antwerpen. Ze is doctor in de medische wetenschappen en als gastprofessor verbonden
aan de Universiteit Antwerpen.
Omtrent Logopedie:
Leraar wie ben je? (NIVOZ-Serie, nr. 1)
Van leraren wordt veel verwacht. Enerzijds zorgen voor onderwijs, anderzijds staan ze in voor de algemene opvoeding tot jongvolwassen burgers en heeft hun eigen persoonlijkheid een grote impact op leerlingen. Wie zijn leraren?
Wie zouden ze moeten zijn?
Een team van Nederlandse en Belgische specialisten brengt deze problematiek in beeld, na discussies met een zeer gevarieerde groep leraren, begeleiders en schoolleiders. Verschillende aspecten komen aan bod. Wat betekent het leraar te ‘zijn’: Is er wel een onderscheid tussen persoon en professie? Vanuit welke kennisbasis handelen leraren? Blijkbaar gaat het hier niet om wetenschappelijke of algemeen geldige kennis, maar zou men veeleer van kennis als bekwaamheid moeten spreken. Deze kennis kan men alleen tijdens het handelen zelf verwerven.
Typisch voor deze kennis, of liever bekwaamheid, zijn existentiële en morele leerprocessen.
Kennis in de zin van bekwaamheid is persoonsgebonden en daardoor uniek.
Luc Stevens is emeritus-hoogleraar aan de Universiteit Utrecht en directeur van het NIVOZ – Nederlands Instituut voor Onderwijs en Opvoedingszaken in Driebergen.
Leraar wie ben je? (NIVOZ-Serie, nr. 1)
Van leraren wordt veel verwacht. Enerzijds zorgen voor onderwijs, anderzijds staan ze in voor de algemene opvoeding tot jongvolwassen burgers en heeft hun eigen persoonlijkheid een grote impact op leerlingen. Wie zijn leraren?
Wie zouden ze moeten zijn?
Een team van Nederlandse en Belgische specialisten brengt deze problematiek in beeld, na discussies met een zeer gevarieerde groep leraren, begeleiders en schoolleiders. Verschillende aspecten komen aan bod. Wat betekent het leraar te ‘zijn’: Is er wel een onderscheid tussen persoon en professie? Vanuit welke kennisbasis handelen leraren? Blijkbaar gaat het hier niet om wetenschappelijke of algemeen geldige kennis, maar zou men veeleer van kennis als bekwaamheid moeten spreken. Deze kennis kan men alleen tijdens het handelen zelf verwerven.
Typisch voor deze kennis, of liever bekwaamheid, zijn existentiële en morele leerprocessen.
Kennis in de zin van bekwaamheid is persoonsgebonden en daardoor uniek.
Luc Stevens is emeritus-hoogleraar aan de Universiteit Utrecht en directeur van het NIVOZ – Nederlands Instituut voor Onderwijs en Opvoedingszaken in Driebergen.
Teamleiderschap als ambacht. Gids voor het samenwerken met de verschillen
Hoe als leidinggevende het potentieel van je team optimaal benutten? Hoe de verschillen bestaansrecht geven en wat te doen als het verschil tot spanningen leidt? Deze gids biedt de leidinggevende diverse kaders en perspectieven om naar het eigen team te kijken als een groep-in-ontwikkeling, als een cocreatief en levend systeem, als een ijsberg en een strijdtoneel. Vooral de onderstroom in groepen staat centraal: hoe betekenis geven aan de dynamieken die mensen van het werk houden? Hoe woorden geven aan processen die ongrijpbaar lijken? Hoe het emotionele leven van de groep beter begrijpen? Kennis over groepsdynamieken en beschermingsmechanismen helpt leidinggevenden om hier constructief mee te werken.
In zijn rol als teamcoach is de leider zijn eigen ‘instrument’. Dit betekent dat de ontwikkeling, basishouding en persoonlijke kwaliteiten van de leidinggevende cruciaal zijn. Een team kan zich niet verder ontwikkelen dan het ontwikkelingsniveau van de leidinggevende zelf. Teamleiderschap is dan ook een ambacht, dat bestaat uit een grondige kennis van de stiel, een rugzak vol methodieken en interventies en tot slot uit persoonlijk meesterschap of de capaciteit om geïnformeerde intuïtie te benutten.
Silvia Prins heeft een werk van grote klasse gemaakt. (...) De grondtoon is gevormd door een gedegen weergave van theorieën die met grote regelmaat van voorbeelden worden voorzien. Dat leidt tot een dynamisch verhaal.
Tijdschrift voor Coaching mei 2014
Silvia Prins is klinisch en organisatiepsycholoog. Ze werkt als teamcoach, groepsbemiddelaar, trainer. Ze is zaakvoerder van Circles for Connection, gevestigd in Leuven, en docent Groepsdynamica aan de Katholieke Hogeschool Leuven.
Teamleiderschap als ambacht. Gids voor het samenwerken met de verschillen
Hoe als leidinggevende het potentieel van je team optimaal benutten? Hoe de verschillen bestaansrecht geven en wat te doen als het verschil tot spanningen leidt? Deze gids biedt de leidinggevende diverse kaders en perspectieven om naar het eigen team te kijken als een groep-in-ontwikkeling, als een cocreatief en levend systeem, als een ijsberg en een strijdtoneel. Vooral de onderstroom in groepen staat centraal: hoe betekenis geven aan de dynamieken die mensen van het werk houden? Hoe woorden geven aan processen die ongrijpbaar lijken? Hoe het emotionele leven van de groep beter begrijpen? Kennis over groepsdynamieken en beschermingsmechanismen helpt leidinggevenden om hier constructief mee te werken.
In zijn rol als teamcoach is de leider zijn eigen ‘instrument’. Dit betekent dat de ontwikkeling, basishouding en persoonlijke kwaliteiten van de leidinggevende cruciaal zijn. Een team kan zich niet verder ontwikkelen dan het ontwikkelingsniveau van de leidinggevende zelf. Teamleiderschap is dan ook een ambacht, dat bestaat uit een grondige kennis van de stiel, een rugzak vol methodieken en interventies en tot slot uit persoonlijk meesterschap of de capaciteit om geïnformeerde intuïtie te benutten.
Silvia Prins heeft een werk van grote klasse gemaakt. (...) De grondtoon is gevormd door een gedegen weergave van theorieën die met grote regelmaat van voorbeelden worden voorzien. Dat leidt tot een dynamisch verhaal.
Tijdschrift voor Coaching mei 2014
Silvia Prins is klinisch en organisatiepsycholoog. Ze werkt als teamcoach, groepsbemiddelaar, trainer. Ze is zaakvoerder van Circles for Connection, gevestigd in Leuven, en docent Groepsdynamica aan de Katholieke Hogeschool Leuven.
Vlinders in de buik. Over kalverliefde
Kalverliefde is een normale zaak, maar het is ook een serieuze zaak. Die eerste vlinders in de buik zijn een opwindende ervaring. Toch is het niet allemaal rozengeur en maneschijn. Verliefdheid kan stresserend zijn. En dan is er nog liefdesverdriet … En wat als je verliefd wordt op iemand van hetzelfde geslacht? Wat als je ouders je liefje niet zien zitten? Of als je verliefd bent op een ster aan het showbizzfirmament? Of als je gevoelens misbruikt worden door een loverboy? En wat met datingsites?
Dit boek is bestemd voor jongeren, ouders en voor alle anderen die, al dan niet professioneel,
te maken hebben met jongeren.
Ludo Driesen, psycholoog en gedragstherapeut, is verbonden aan het CGG/litp –
Centrum Geestelijke Gezondheidszorg / Limburgs Instituut voor Therapie en Integrale
Personenzorg, Campus Noord-Limburg in Overpelt. (www.ludodriesen.be)
Vlinders in de buik. Over kalverliefde
Kalverliefde is een normale zaak, maar het is ook een serieuze zaak. Die eerste vlinders in de buik zijn een opwindende ervaring. Toch is het niet allemaal rozengeur en maneschijn. Verliefdheid kan stresserend zijn. En dan is er nog liefdesverdriet … En wat als je verliefd wordt op iemand van hetzelfde geslacht? Wat als je ouders je liefje niet zien zitten? Of als je verliefd bent op een ster aan het showbizzfirmament? Of als je gevoelens misbruikt worden door een loverboy? En wat met datingsites?
Dit boek is bestemd voor jongeren, ouders en voor alle anderen die, al dan niet professioneel,
te maken hebben met jongeren.
Ludo Driesen, psycholoog en gedragstherapeut, is verbonden aan het CGG/litp –
Centrum Geestelijke Gezondheidszorg / Limburgs Instituut voor Therapie en Integrale
Personenzorg, Campus Noord-Limburg in Overpelt. (www.ludodriesen.be)
Emosan – Emoties, creativiteit en innovatie
Waarom wordt in bedrijven en organisaties bewust rationeel denken nog vaak beschouwd als superieur, terwijl emoties gezien worden als inferieur, als iets “soft” dat vermeden of onderdrukt moet worden? Wat is de echte invloed die emoties hebben op de vele belangrijke beslissingen die we dagelijks nemen? Waarom is er in de bedrijfswereld zo weinig plaats voor onbewust denken? Hoe ontstaat creatief denken? Welke invloed hebben positieve emoties en goed gevoel op ons probleemoplossend vermogen? Waarom is goed gevoel onontbeerlijk voor creativiteit en innovatie?
Emosan bevat het woord “emotie”, terwijl “san” in het Japans staat voor respect. Dit boek belicht, vanuit respect voor recent wetenschappelijk onderzoek rond de werking van de hersenen, het wezenlijk belang dat emoties hebben voor effectieve beslissingnames en de manier waarop emoties de kwaliteit van onze beslissingen kunnen verbeteren. Vanuit diverse onderzoeken geeft het aan dat positieve emoties en goed gevoel van groot belang zijn voor creativiteit en innovatie. Stresspreventie vormt daarbij de grootste uitdaging voor elk bedrijf of organisatie in de eenentwintigste eeuw. De auteur pleit voor nieuwe denkpistes voor bedrijfsstrategieën, waarbij emoties en goed gevoel de prioriteit krijgen die nodig is om van creativiteit en innovatie te komen tot Emosan Creovation.
Christian Henrard is burgerlijk (civiel) ingenieur en MBA van de KU Leuven. Hij werkte bij Unilever en BP Nutrition en is nu al meer dan 25 jaar zelfstandig management consultant, gevestigd in Antwerpen. Eerder verschenen van hem: Emosan. Emotie en neurocommunicatie en Emosan. Emoties in verkoop en management.
Emosan – Emoties, creativiteit en innovatie
Waarom wordt in bedrijven en organisaties bewust rationeel denken nog vaak beschouwd als superieur, terwijl emoties gezien worden als inferieur, als iets “soft” dat vermeden of onderdrukt moet worden? Wat is de echte invloed die emoties hebben op de vele belangrijke beslissingen die we dagelijks nemen? Waarom is er in de bedrijfswereld zo weinig plaats voor onbewust denken? Hoe ontstaat creatief denken? Welke invloed hebben positieve emoties en goed gevoel op ons probleemoplossend vermogen? Waarom is goed gevoel onontbeerlijk voor creativiteit en innovatie?
Emosan bevat het woord “emotie”, terwijl “san” in het Japans staat voor respect. Dit boek belicht, vanuit respect voor recent wetenschappelijk onderzoek rond de werking van de hersenen, het wezenlijk belang dat emoties hebben voor effectieve beslissingnames en de manier waarop emoties de kwaliteit van onze beslissingen kunnen verbeteren. Vanuit diverse onderzoeken geeft het aan dat positieve emoties en goed gevoel van groot belang zijn voor creativiteit en innovatie. Stresspreventie vormt daarbij de grootste uitdaging voor elk bedrijf of organisatie in de eenentwintigste eeuw. De auteur pleit voor nieuwe denkpistes voor bedrijfsstrategieën, waarbij emoties en goed gevoel de prioriteit krijgen die nodig is om van creativiteit en innovatie te komen tot Emosan Creovation.
Christian Henrard is burgerlijk (civiel) ingenieur en MBA van de KU Leuven. Hij werkte bij Unilever en BP Nutrition en is nu al meer dan 25 jaar zelfstandig management consultant, gevestigd in Antwerpen. Eerder verschenen van hem: Emosan. Emotie en neurocommunicatie en Emosan. Emoties in verkoop en management.
Emosan – Emoties in verkoop en management
Luistert uw gesprekspartner soms niet? Waarom is echt luisteren zo moeilijk? Waarom verlopen commerciële relaties met sommige klanten heel vlot en met andere moeizaam en stroef? Waarom geven sommige medewerkers u het gevoel dat de communicatie soepel en harmonieus verloopt, terwijl met andere collega’s het gevoel leeft tegen een muur te praten of er niet door te geraken? In Emosan. Emoties in verkoop en management wordt vanuit praktijksituaties toegelicht hoe wetenschappelijk onderzoek kan bijdragen tot een verhoging van de effectiviteit van onze professionele communicatie, zowel met externe klanten als met collega’s en medewerkers. Hierbij wordt concreet gemaakt hoe dit alles kan worden aangewend voor het optimaliseren van relaties, vooral als die gedomineerd worden door negatieve emoties zoals twijfel, onzekerheid, territoriumbescherming, afstandelijkheid of angst. Maar ook communicatiemomenten tussen manager en medewerkers, en tussen collega’s onderling, kunnen worden verbeterd.
Omdat medewerkers, verkopers en managers vaak zelf onder druk staan, is het effectief managen van de eigen emoties in vele gevallen een belangrijke troef. Vanuit onderzoek wordt toegelicht waarom bepaalde emotieregulatietechnieken niet werken en op lange termijn zelfs schadelijk kunnen zijn voor onze gezondheid. Op basis van recent neurologisch onderzoek wordt ingegaan op emotieregulatiestrategieën die hun effectiviteit bewezen hebben en ook kunnen gedelegeerd worden naar het onbewuste en een nieuw automatisme kunnen worden van zelfmanagement.
Emosan bevat het woord ‘emotie’, terwijl ‘san’ in het Japans ‘respect’ betekent. De rode draad is respect voor recente researchbevindingen rond de werking van de hersenen en het belang van emoties en gevoel in interpersoonlijke relaties en intermenselijke communicatie. De auteur is een managementconsultant die kan putten uit meer dan 35 jaar ervaring binnen diverse bedrijven en sectoren. Het boek is geschreven vanuit de filosofie ‘What’s in it for me?’. Wat kan ik als manager, als bedrijf concreet doen met recente researchbevindingen?
Christian Henrard is burgerlijk (civiel) ingenieur en MBA van de KU Leuven. Hij werkte bij Unilever en BP Nutrition en is al meer dan 25 jaar zelfstandig managementconsultant, gevestigd in Antwerpen. Hij is de auteur van Emosan. Emotie en neurocommunicatie.
Emosan – Emoties in verkoop en management
Luistert uw gesprekspartner soms niet? Waarom is echt luisteren zo moeilijk? Waarom verlopen commerciële relaties met sommige klanten heel vlot en met andere moeizaam en stroef? Waarom geven sommige medewerkers u het gevoel dat de communicatie soepel en harmonieus verloopt, terwijl met andere collega’s het gevoel leeft tegen een muur te praten of er niet door te geraken? In Emosan. Emoties in verkoop en management wordt vanuit praktijksituaties toegelicht hoe wetenschappelijk onderzoek kan bijdragen tot een verhoging van de effectiviteit van onze professionele communicatie, zowel met externe klanten als met collega’s en medewerkers. Hierbij wordt concreet gemaakt hoe dit alles kan worden aangewend voor het optimaliseren van relaties, vooral als die gedomineerd worden door negatieve emoties zoals twijfel, onzekerheid, territoriumbescherming, afstandelijkheid of angst. Maar ook communicatiemomenten tussen manager en medewerkers, en tussen collega’s onderling, kunnen worden verbeterd.
Omdat medewerkers, verkopers en managers vaak zelf onder druk staan, is het effectief managen van de eigen emoties in vele gevallen een belangrijke troef. Vanuit onderzoek wordt toegelicht waarom bepaalde emotieregulatietechnieken niet werken en op lange termijn zelfs schadelijk kunnen zijn voor onze gezondheid. Op basis van recent neurologisch onderzoek wordt ingegaan op emotieregulatiestrategieën die hun effectiviteit bewezen hebben en ook kunnen gedelegeerd worden naar het onbewuste en een nieuw automatisme kunnen worden van zelfmanagement.
Emosan bevat het woord ‘emotie’, terwijl ‘san’ in het Japans ‘respect’ betekent. De rode draad is respect voor recente researchbevindingen rond de werking van de hersenen en het belang van emoties en gevoel in interpersoonlijke relaties en intermenselijke communicatie. De auteur is een managementconsultant die kan putten uit meer dan 35 jaar ervaring binnen diverse bedrijven en sectoren. Het boek is geschreven vanuit de filosofie ‘What’s in it for me?’. Wat kan ik als manager, als bedrijf concreet doen met recente researchbevindingen?
Christian Henrard is burgerlijk (civiel) ingenieur en MBA van de KU Leuven. Hij werkte bij Unilever en BP Nutrition en is al meer dan 25 jaar zelfstandig managementconsultant, gevestigd in Antwerpen. Hij is de auteur van Emosan. Emotie en neurocommunicatie.
Klaar voor hoger onderwijs of arbeidsmarkt? Longitudinaal onderzoek bij laatstejaarsleerlingen secundair onderwijs
De overgang van het secundair onderwijs naar het hoger onderwijs is voor vele jongeren niet vanzelfsprekend. Slechts 40% van de studenten slaagt volledig voor het eerste jaar hoger onderwijs. En na 1 jaar heeft ongeveer 1/10 schoolverlaters nog geen job.
Deze studie beschrijft voor het eerst deze overgang en volgt een groep van meer dan 3000 leerlingen uit 32 secundaire scholen gedurende twee jaar. Het onderzoek beschrijft het proces van studie- of arbeidskeuze. Bij de groep die verder studeert, komen de veranderingen in leerstrategieën (hoe leren leerlingen gewoonlijk) en in motivatie aan bod. Tevens wordt nagegaan hoe de aansluiting tussen het secundair en het hoger onderwijs wordt ervaren. Uiteraard wordt ook het studiesucces bestudeerd. Bij de groep die overstapt naar de arbeidsmarkt, krijgt onder meer de match tussen de gevolgde opleiding en de job ruime aandacht, net als aspecten van werkplekleren en van jobmotivatie.
Tine Van Daal, Liesje Coertjens, Eva Delvaux, Vincent Donche & Peter Van Petegem zijn allen verbonden aan de onderzoeksgroep Edubron van het Instituut voor Onderwijs- en Informatiewetenschappen van de Universiteit Antwerpen.
Klaar voor hoger onderwijs of arbeidsmarkt? Longitudinaal onderzoek bij laatstejaarsleerlingen secundair onderwijs
De overgang van het secundair onderwijs naar het hoger onderwijs is voor vele jongeren niet vanzelfsprekend. Slechts 40% van de studenten slaagt volledig voor het eerste jaar hoger onderwijs. En na 1 jaar heeft ongeveer 1/10 schoolverlaters nog geen job.
Deze studie beschrijft voor het eerst deze overgang en volgt een groep van meer dan 3000 leerlingen uit 32 secundaire scholen gedurende twee jaar. Het onderzoek beschrijft het proces van studie- of arbeidskeuze. Bij de groep die verder studeert, komen de veranderingen in leerstrategieën (hoe leren leerlingen gewoonlijk) en in motivatie aan bod. Tevens wordt nagegaan hoe de aansluiting tussen het secundair en het hoger onderwijs wordt ervaren. Uiteraard wordt ook het studiesucces bestudeerd. Bij de groep die overstapt naar de arbeidsmarkt, krijgt onder meer de match tussen de gevolgde opleiding en de job ruime aandacht, net als aspecten van werkplekleren en van jobmotivatie.
Tine Van Daal, Liesje Coertjens, Eva Delvaux, Vincent Donche & Peter Van Petegem zijn allen verbonden aan de onderzoeksgroep Edubron van het Instituut voor Onderwijs- en Informatiewetenschappen van de Universiteit Antwerpen.
Economische politiek. Principes en ervaringen (vijfde, geactualiseerde druk: 2013)
De economische politiek staat onafgebroken in de publieke belangstelling. De mogelijkheden en beperkingen van het overheidsbeleid kunnen het leven van de burgers drastisch beïnvloeden, getuige daarvan de recente financieel-economische crisis.
Wat zijn de principes van het spel? Dit boek beschrijft de doeleinden, de instrumenten en hun samenhang en de mogelijke politieke invloeden die een rol spelen in het overheidsbeleid. Dan wordt de focus gericht op het macro-economische stabilisatiebeleid en het aanbodeconomisch beleid.
Aan de belangrijkste hefbomen zijn we aparte hoofdstukken gewijd, in het bijzonder het monetair beleid, het budgettair beleid en het arbeidsmarktbeleid.
In het hele boek gaat heel wat aandacht naar de economische prestaties en concrete beleidservaringen van de ontwikkelde landen in de voorbije decennia. Wegens haar uitzonderlijke karakter en de grote impact komt de jongste financieel-economische crisis in diverse hoofdstukken aan bod. In het laatste hoofdstuk staat een overzicht van de crisis.
Dit boek richt zich zowel tot een ruim publiek van belangstellenden als tot
studenten.
Prof. dr. André Van Poeck is gewoon hoogleraar aan de
Universiteit Antwerpen.
Dr. Johan Van Gompel is senior
economist bij KBC Groep en docent
aan de Hogeschool Universiteit
Brussel.
Economische politiek. Principes en ervaringen (vijfde, geactualiseerde druk: 2013)
De economische politiek staat onafgebroken in de publieke belangstelling. De mogelijkheden en beperkingen van het overheidsbeleid kunnen het leven van de burgers drastisch beïnvloeden, getuige daarvan de recente financieel-economische crisis.
Wat zijn de principes van het spel? Dit boek beschrijft de doeleinden, de instrumenten en hun samenhang en de mogelijke politieke invloeden die een rol spelen in het overheidsbeleid. Dan wordt de focus gericht op het macro-economische stabilisatiebeleid en het aanbodeconomisch beleid.
Aan de belangrijkste hefbomen zijn we aparte hoofdstukken gewijd, in het bijzonder het monetair beleid, het budgettair beleid en het arbeidsmarktbeleid.
In het hele boek gaat heel wat aandacht naar de economische prestaties en concrete beleidservaringen van de ontwikkelde landen in de voorbije decennia. Wegens haar uitzonderlijke karakter en de grote impact komt de jongste financieel-economische crisis in diverse hoofdstukken aan bod. In het laatste hoofdstuk staat een overzicht van de crisis.
Dit boek richt zich zowel tot een ruim publiek van belangstellenden als tot
studenten.
Prof. dr. André Van Poeck is gewoon hoogleraar aan de
Universiteit Antwerpen.
Dr. Johan Van Gompel is senior
economist bij KBC Groep en docent
aan de Hogeschool Universiteit
Brussel.
Ankura. Basiswoordenlijst Oudgrieks
Dit overzicht van meer dan tweeduizend frequent gebruikte woorden in Oudgriekse teksten is bedoeld voor studenten hoger onderwijs en docenten middelbaar onderwijs, alsook voor iedereen die oude kennis wil opfrissen.
De verwerving van een beredeneerde basiswoordenschat staat garant voor een duurzamere leeservaring en dringt de afhankelijkheid van het woordenboek bij het lezen van Oudgriekse teksten aanzienlijk terug.
De lijst is samengesteld op basis van een breed corpus van klassieke auteurs, waarin niet alleen de redenaars, filosofen en geschiedschrijvers, maar ook de dramaturgen en de epische dichters vertegenwoordigd zijn.
Het instuderen
van woorden kan heel wat meer zijn dan een noodzakelijk kwaad. De uitgebreide
etymologische informatie reikt niet alleen ezelsbruggetjes aan, maar
zorgt tevens voor een blik op de Indo-Europese voorgeschiedenis en het
Nieuwgriekse voortleven. Een afsluitend gedeelte ‘Oudgriekse woordbouw’
laat ten slotte zien met welke strategieën de basiswoordenschat effciënt kan
worden verrijkt.
Toon Van Hal is docent Oudgriekse taalkunde aan de Faculteit Letteren van
de KU Leuven. In zijn onderzoek beweegt hij zich op het snijvlak van de klassieke
en oosterse talen, de linguïstiek en de geschiedenis. De meeste van zijn
publicaties spitsen zich toe op de (voor)geschiedenis van de vergelijkende
taalkunde.
Ankura. Basiswoordenlijst Oudgrieks
Dit overzicht van meer dan tweeduizend frequent gebruikte woorden in Oudgriekse teksten is bedoeld voor studenten hoger onderwijs en docenten middelbaar onderwijs, alsook voor iedereen die oude kennis wil opfrissen.
De verwerving van een beredeneerde basiswoordenschat staat garant voor een duurzamere leeservaring en dringt de afhankelijkheid van het woordenboek bij het lezen van Oudgriekse teksten aanzienlijk terug.
De lijst is samengesteld op basis van een breed corpus van klassieke auteurs, waarin niet alleen de redenaars, filosofen en geschiedschrijvers, maar ook de dramaturgen en de epische dichters vertegenwoordigd zijn.
Het instuderen
van woorden kan heel wat meer zijn dan een noodzakelijk kwaad. De uitgebreide
etymologische informatie reikt niet alleen ezelsbruggetjes aan, maar
zorgt tevens voor een blik op de Indo-Europese voorgeschiedenis en het
Nieuwgriekse voortleven. Een afsluitend gedeelte ‘Oudgriekse woordbouw’
laat ten slotte zien met welke strategieën de basiswoordenschat effciënt kan
worden verrijkt.
Toon Van Hal is docent Oudgriekse taalkunde aan de Faculteit Letteren van
de KU Leuven. In zijn onderzoek beweegt hij zich op het snijvlak van de klassieke
en oosterse talen, de linguïstiek en de geschiedenis. De meeste van zijn
publicaties spitsen zich toe op de (voor)geschiedenis van de vergelijkende
taalkunde.
Albert De Haene (1910-1961) en Hubert Ronse (1928-2010). Honderd jaar Psychiatrisch Ziekenhuis Onze-Lieve-Vrouw Brugge (1910-2010) met voorgeschiedenis vanaf de twaalfde eeuw
Het Psychiatrisch Ziekenhuis Onze-Lieve-Vrouw in Brugge bestaat ruim 100 jaar. Naar aanleiding van de viering van het 100-jarig bestaan in 2010, ging de auteur op zoek naar de voorgeschiedenis van de opvang van ‘geesteskranken’ in Brugge.
De lezer wordt meegenomen tot in de twaalfde eeuw. Daarna volgt de geschiedenis van 100 jaar Psychiatrisch Ziekenhuis Onze-Lieve-Vrouw Brugge (1910-2010) en de kennismaking met twee eminente hoofdgeneesheren van deze instelling: Albert De Haene (1910-1961) en Hubert Ronse (1928-2010).
Hun biografie wordt verweven met de geschiedenis van de instelling. Ook de professionele activiteiten van de twee psychiaters buiten het ziekenhuis komen aan bod.
Drie biografieën dus in één, met aandacht voor de historische context van de drie
levensverhalen.
Joris Casselman is psychiater, psycholoog, seksuoloog en criminoloog. Hij doceerde
aan de faculteiten Geneeskunde en Rechtsgeleerdheid van de KU Leuven
en verwierf een bijzondere deskundigheid in verband met alcohol- en andere
drugproblemen en de gerechtelijke geestelijke gezondheidszorg. Hij voert onderzoek
uit naar de geschiedenis van de psychiatrie met speciale interesse voor
biografieën.
Albert De Haene (1910-1961) en Hubert Ronse (1928-2010). Honderd jaar Psychiatrisch Ziekenhuis Onze-Lieve-Vrouw Brugge (1910-2010) met voorgeschiedenis vanaf de twaalfde eeuw
Het Psychiatrisch Ziekenhuis Onze-Lieve-Vrouw in Brugge bestaat ruim 100 jaar. Naar aanleiding van de viering van het 100-jarig bestaan in 2010, ging de auteur op zoek naar de voorgeschiedenis van de opvang van ‘geesteskranken’ in Brugge.
De lezer wordt meegenomen tot in de twaalfde eeuw. Daarna volgt de geschiedenis van 100 jaar Psychiatrisch Ziekenhuis Onze-Lieve-Vrouw Brugge (1910-2010) en de kennismaking met twee eminente hoofdgeneesheren van deze instelling: Albert De Haene (1910-1961) en Hubert Ronse (1928-2010).
Hun biografie wordt verweven met de geschiedenis van de instelling. Ook de professionele activiteiten van de twee psychiaters buiten het ziekenhuis komen aan bod.
Drie biografieën dus in één, met aandacht voor de historische context van de drie
levensverhalen.
Joris Casselman is psychiater, psycholoog, seksuoloog en criminoloog. Hij doceerde
aan de faculteiten Geneeskunde en Rechtsgeleerdheid van de KU Leuven
en verwierf een bijzondere deskundigheid in verband met alcohol- en andere
drugproblemen en de gerechtelijke geestelijke gezondheidszorg. Hij voert onderzoek
uit naar de geschiedenis van de psychiatrie met speciale interesse voor
biografieën.
Samen tot aan de meet – Inspiratieboek 2
Heel wat leerkrachten en directies zijn er van overtuigd dat zittenblijven een doeltreffende maatregel is om leerachterstand aan te pakken. Onderzoek naar de effecten van zittenblijven bevestigt deze overtuiging echter niet. Zittenblijvers blijken onder meer een sterk verhoogd risico te hebben om het onderwijs zonder diploma te verlaten.
Samen tot aan de meet wil daarom de praktijk van zittenblijven ter discussie stellen en gaat met scholen een traject aan om zittenblijven te vervangen door alternatieven die het individuele leerproces versnellen en verrijken.
Dit is het derde boek in de reeks van Samen tot aan de meet.
In ‘Samen
tot aan de meet – Alternatieven voor zittenblijven’ is onderzoek naar zittenblijven
samengevat en worden de krijtlijnen van Samen tot aan de meet
uitgezet.
Daarnaast is er het eerste ‘Inspiratieboek’. Met ondersteunende fiches, instrumenten en inspirerende praktijkverhalen reikt dit boek praktische handvatten aan om in de eigen school concreet aan de slag te kunnen.
Dit tweede ‘Inspiratieboek’ bouwt verder op de twee andere boeken,
met nieuwe praktijkverhalen en extra methodieken.
Deze publicatie focust
vooral op samen tot aan de meet in het secundair onderwijs, maar blijft
relevant voor alle directies, leerkrachten en andere voortrekkers die zittenblijven
problematisch vinden en het onderwijs mee willen vernieuwen,
om te streven naar maximale leerkansen voor alle leerlingen.
Eva Franck werkt aan de Afdeling Algemeen Onderwijsbeleid van de Stad
Antwerpen. Ook wijlen Johan Huybrechts was aan deze afdeling verbonden.
Samen tot aan de meet – Inspiratieboek 2
Heel wat leerkrachten en directies zijn er van overtuigd dat zittenblijven een doeltreffende maatregel is om leerachterstand aan te pakken. Onderzoek naar de effecten van zittenblijven bevestigt deze overtuiging echter niet. Zittenblijvers blijken onder meer een sterk verhoogd risico te hebben om het onderwijs zonder diploma te verlaten.
Samen tot aan de meet wil daarom de praktijk van zittenblijven ter discussie stellen en gaat met scholen een traject aan om zittenblijven te vervangen door alternatieven die het individuele leerproces versnellen en verrijken.
Dit is het derde boek in de reeks van Samen tot aan de meet.
In ‘Samen
tot aan de meet – Alternatieven voor zittenblijven’ is onderzoek naar zittenblijven
samengevat en worden de krijtlijnen van Samen tot aan de meet
uitgezet.
Daarnaast is er het eerste ‘Inspiratieboek’. Met ondersteunende fiches, instrumenten en inspirerende praktijkverhalen reikt dit boek praktische handvatten aan om in de eigen school concreet aan de slag te kunnen.
Dit tweede ‘Inspiratieboek’ bouwt verder op de twee andere boeken,
met nieuwe praktijkverhalen en extra methodieken.
Deze publicatie focust
vooral op samen tot aan de meet in het secundair onderwijs, maar blijft
relevant voor alle directies, leerkrachten en andere voortrekkers die zittenblijven
problematisch vinden en het onderwijs mee willen vernieuwen,
om te streven naar maximale leerkansen voor alle leerlingen.
Eva Franck werkt aan de Afdeling Algemeen Onderwijsbeleid van de Stad
Antwerpen. Ook wijlen Johan Huybrechts was aan deze afdeling verbonden.
Sociaal-economisch dharma. Geschiedenis van het economisch denken in India en China
De auteur wil het enorme belang van Zuid- en Oost-Aziatische culturen in het ontstaan van het moderne sociaal-economische denken onderstrepen. In een geglobaliseerde wereld waar India en China een steeds belangrijkere plaats gaan innemen, is het van essentieel belang om succesvol interculturele communicatie op gang te brengen en te zoeken naar internationaal erkende ethische regels. Een methode om dit te bereiken is het vergelijken van religieuze en filosofische bronnen van het sociaal-economische denken. De Vylder geeft aan dat het Oost- en Zuid-Aziatische denken kan bijdragen tot het kritisch interpreteren van de huidige sociaal-economische crisis, maar stelt tegelijk de uniekheid van zowel het Oosten en het Westen in vraag om op die basis universele sociaal-economische waarden te identificeren.
Dr. Gerrit De Vylder (1963) doceert Economische Geschiedenis en International Political Economy aan de Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen van de Katholieke Universiteit Leuven (campus te Antwerpen). Zijn onderzoek spitst zich toe op de relatie tussen economie enerzijds, en ethiek, godsdienst, literatuur en oriëntalistiek anderzijds. Reeds meer dan dertig jaar interageert hij met zowel de ontwikkelings-, de bedrijfs-, als de academische wereld in India en andere Aziatische landen. Momenteel geeft hij vooral gastcolleges en lezingen tijdens internationale symposia en aan verschillende academische instellingen verspreid over heel Azië.
Sociaal-economisch dharma. Geschiedenis van het economisch denken in India en China
De auteur wil het enorme belang van Zuid- en Oost-Aziatische culturen in het ontstaan van het moderne sociaal-economische denken onderstrepen. In een geglobaliseerde wereld waar India en China een steeds belangrijkere plaats gaan innemen, is het van essentieel belang om succesvol interculturele communicatie op gang te brengen en te zoeken naar internationaal erkende ethische regels. Een methode om dit te bereiken is het vergelijken van religieuze en filosofische bronnen van het sociaal-economische denken. De Vylder geeft aan dat het Oost- en Zuid-Aziatische denken kan bijdragen tot het kritisch interpreteren van de huidige sociaal-economische crisis, maar stelt tegelijk de uniekheid van zowel het Oosten en het Westen in vraag om op die basis universele sociaal-economische waarden te identificeren.
Dr. Gerrit De Vylder (1963) doceert Economische Geschiedenis en International Political Economy aan de Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen van de Katholieke Universiteit Leuven (campus te Antwerpen). Zijn onderzoek spitst zich toe op de relatie tussen economie enerzijds, en ethiek, godsdienst, literatuur en oriëntalistiek anderzijds. Reeds meer dan dertig jaar interageert hij met zowel de ontwikkelings-, de bedrijfs-, als de academische wereld in India en andere Aziatische landen. Momenteel geeft hij vooral gastcolleges en lezingen tijdens internationale symposia en aan verschillende academische instellingen verspreid over heel Azië.
Macro-economie
Economische groei, werkgelegenheid en werkloosheid, begrotingstekort en overheidsschuld, inflatie, rentevoeten, waarde van de munt, concurrentiekracht, inkomenskloof tussen rijke en arme landen. Macro-economische ontwikkelingen staan onafgebroken in de publieke belangstelling. Ze behoren tot het nieuws van elke dag. Dit boek richt zich zowel tot studenten als tot een breed publiek van geïnteresseerden. Het biedt een inzicht in de evolutie van alle belangrijke macro-economische variabelen en in hun onderlinge samenhang.
Deze derde en sterk herziene editie brengt niet alleen een coherent theoretisch denkkader, er is ook uitgebreide aandacht voor de confrontatie van de theorie met de praktijk. Aan de hand van voorbeelden uit de reële wereld en dertig uitgewerkte toepassingen neemt het boek de lezer mee door de belangrijkste macro-economische ontwikkelingen en discussies van de laatste tien tot vijftien jaar: de wereldwijde financiële en economische crisis die in 2008 uitbrak, de economische onevenwichten in de eurozone, de publieke schuldencrisis, het gevoerde monetair en budgettair beleid en de effecten daarvan, de discussies over werkgelegenheid en economische groei enz. Via de opbouw en toepassing van een samenhangend macro-economisch denkkader wil dit boek bijdragen tot een beter begrip van economische ontwikkelingen uit het verleden, en tot de correcte inschatting van de mogelijke gevolgen van toekomstige gebeurtenissen.
Prof. dr. Freddy Heylen doceert aan de Faculteit Economie en Bedrijfskunde van de Universiteit Gent. Zijn wetenschappelijk onderzoek betreft onder meer de invloed van het begrotingsbeleid op de werkgelegenheid en de economische groei.
Macro-economie
Economische groei, werkgelegenheid en werkloosheid, begrotingstekort en overheidsschuld, inflatie, rentevoeten, waarde van de munt, concurrentiekracht, inkomenskloof tussen rijke en arme landen. Macro-economische ontwikkelingen staan onafgebroken in de publieke belangstelling. Ze behoren tot het nieuws van elke dag. Dit boek richt zich zowel tot studenten als tot een breed publiek van geïnteresseerden. Het biedt een inzicht in de evolutie van alle belangrijke macro-economische variabelen en in hun onderlinge samenhang.
Deze derde en sterk herziene editie brengt niet alleen een coherent theoretisch denkkader, er is ook uitgebreide aandacht voor de confrontatie van de theorie met de praktijk. Aan de hand van voorbeelden uit de reële wereld en dertig uitgewerkte toepassingen neemt het boek de lezer mee door de belangrijkste macro-economische ontwikkelingen en discussies van de laatste tien tot vijftien jaar: de wereldwijde financiële en economische crisis die in 2008 uitbrak, de economische onevenwichten in de eurozone, de publieke schuldencrisis, het gevoerde monetair en budgettair beleid en de effecten daarvan, de discussies over werkgelegenheid en economische groei enz. Via de opbouw en toepassing van een samenhangend macro-economisch denkkader wil dit boek bijdragen tot een beter begrip van economische ontwikkelingen uit het verleden, en tot de correcte inschatting van de mogelijke gevolgen van toekomstige gebeurtenissen.
Prof. dr. Freddy Heylen doceert aan de Faculteit Economie en Bedrijfskunde van de Universiteit Gent. Zijn wetenschappelijk onderzoek betreft onder meer de invloed van het begrotingsbeleid op de werkgelegenheid en de economische groei.









