Preventie morgen. Bouwstenen voor een goede praktijk.
Is preventie vandaag goed voor morgen? Dit boek reikt kritische analyses, tips enhandvatten aan om op een constructieve, effectieve en ethisch verantwoorde maniermet preventie aan de slag te gaan.
Wie rond preventie werkt, wordt geconfronteerd met nieuwe trends, uitdagendemogelijkheden en weerbarstige knelpunten. Over het muurtje kijken en expertisebijtanken kan dan helpen om de juiste beslissingen te nemen. In dit boek delenauteurs hun kennis en ervaring vanuit verscheidene sectoren. Er komen bijdragenaan bod vanuit de welzijnssector, de gezondheidszorg, de onderwijssector,de bijzondere jeugdzorg, de drugshulpverlening, het stedelijk lokaal beleid,opvoedingsondersteuning en de criminologie. Zowel praktijkwerkers, beleidsactorenen wetenschappers belichten en ontrafelen boeiende, levende thema’s over preventie.Van emancipatorische tot evidencebased preventie, van de probleemanalyse totde implementatie van preventie, van het risico op overdaad aan preventie tot dezoektocht naar proportionele preventie. Kortom, een rijk gevuld boek voor ieder dievan ver of dichtbij met preventie te maken krijgt.
Preventie morgen. Bouwstenen voor een goede praktijk.
Is preventie vandaag goed voor morgen? Dit boek reikt kritische analyses, tips enhandvatten aan om op een constructieve, effectieve en ethisch verantwoorde maniermet preventie aan de slag te gaan.
Wie rond preventie werkt, wordt geconfronteerd met nieuwe trends, uitdagendemogelijkheden en weerbarstige knelpunten. Over het muurtje kijken en expertisebijtanken kan dan helpen om de juiste beslissingen te nemen. In dit boek delenauteurs hun kennis en ervaring vanuit verscheidene sectoren. Er komen bijdragenaan bod vanuit de welzijnssector, de gezondheidszorg, de onderwijssector,de bijzondere jeugdzorg, de drugshulpverlening, het stedelijk lokaal beleid,opvoedingsondersteuning en de criminologie. Zowel praktijkwerkers, beleidsactorenen wetenschappers belichten en ontrafelen boeiende, levende thema’s over preventie.Van emancipatorische tot evidencebased preventie, van de probleemanalyse totde implementatie van preventie, van het risico op overdaad aan preventie tot dezoektocht naar proportionele preventie. Kortom, een rijk gevuld boek voor ieder dievan ver of dichtbij met preventie te maken krijgt.
Zwangerschap en obesitas. Handboek voor de zorgverlener
Obesitas komt steeds vaker voor. Dit betekent dat ook almaar meer zwangeren en moeders te kampen hebben met een té hoog gewicht. Dat geeft in de periode voor en tijdens de zwangerschap, de bevalling en de kraamperiode niet alleen meer problemen voor de moeder, maar heeft ook een negatieve invloed op het kind. In deze context spreekt men van een intergenerationeel probleem van obesitas. Preventie van deze chronische aandoening dient te beginnen in de periode vóór de geboorte.
Omdat er de laatste jaren heel wat wetenschappelijk onderzoek is verricht, specifiek bij reproductieve vrouwen met een té hoog gewicht, is het hoogtijd om deze inzichten te bundelen in een overzichtelijk, wetenschappelijk gefundeerd handboek voor de betrokken zorgverleners. Dit eerste Nederlandstalige boek over dit onderwerp bevat bijdragen van (para)medische experts, clinici en onderzoekers. Het bespreekt de zorg en de begeleiding van de zwaarlijvige (obese) vrouw in de reproductieve periode (18-45 jaar). Het is bestemd voor artsen, vroedvrouwen, verpleegkundigen, diëtisten, kinesitherapeuten, psychologen en alle andere begeleiders en hulpverleners die hierbij betrokken zijn.
Annick Bogaerts werkte als vroedvrouw op de materniteit en verloskamer van het Salvatorziekenhuis in Hasselt. Zij studeerde ook medisch-sociale wetenschappen aan de KU Leuven, waar ze promoveerde. Ze is onderzoeker binnen de expertisecel ‘Healthy Living’ van de Hogeschool UC Leuven-Limburg in Hasselt en doctor-assistent aan de KU Leuven en de Universiteit Antwerpen.
Ronald Devlieger, gynaecoloog, is afdelingshoofd feto-maternale geneeskunde bij het UZ Leuven. Hij werkt als clinicus en onderzoeker binnen UZ en KU Leuven en als consulent in het AZ Sint-Augustinus in Wilrijk.
Zwangerschap en obesitas. Handboek voor de zorgverlener
Obesitas komt steeds vaker voor. Dit betekent dat ook almaar meer zwangeren en moeders te kampen hebben met een té hoog gewicht. Dat geeft in de periode voor en tijdens de zwangerschap, de bevalling en de kraamperiode niet alleen meer problemen voor de moeder, maar heeft ook een negatieve invloed op het kind. In deze context spreekt men van een intergenerationeel probleem van obesitas. Preventie van deze chronische aandoening dient te beginnen in de periode vóór de geboorte.
Omdat er de laatste jaren heel wat wetenschappelijk onderzoek is verricht, specifiek bij reproductieve vrouwen met een té hoog gewicht, is het hoogtijd om deze inzichten te bundelen in een overzichtelijk, wetenschappelijk gefundeerd handboek voor de betrokken zorgverleners. Dit eerste Nederlandstalige boek over dit onderwerp bevat bijdragen van (para)medische experts, clinici en onderzoekers. Het bespreekt de zorg en de begeleiding van de zwaarlijvige (obese) vrouw in de reproductieve periode (18-45 jaar). Het is bestemd voor artsen, vroedvrouwen, verpleegkundigen, diëtisten, kinesitherapeuten, psychologen en alle andere begeleiders en hulpverleners die hierbij betrokken zijn.
Annick Bogaerts werkte als vroedvrouw op de materniteit en verloskamer van het Salvatorziekenhuis in Hasselt. Zij studeerde ook medisch-sociale wetenschappen aan de KU Leuven, waar ze promoveerde. Ze is onderzoeker binnen de expertisecel ‘Healthy Living’ van de Hogeschool UC Leuven-Limburg in Hasselt en doctor-assistent aan de KU Leuven en de Universiteit Antwerpen.
Ronald Devlieger, gynaecoloog, is afdelingshoofd feto-maternale geneeskunde bij het UZ Leuven. Hij werkt als clinicus en onderzoeker binnen UZ en KU Leuven en als consulent in het AZ Sint-Augustinus in Wilrijk.
Sam(en) tegen spoken op school. Leesboek over faalangst
Dit leesboek hoort bij Spoken op school: Faalangstpreventie. Het bevattal van situaties en ervaringen, observaties en interpretaties in verhaalvorm,gebaseerd op ware gebeurtenissen.Sam is een meisje met normale begaafdheid. Ze beschikt over alle mogelijkhedenen competenties om een efficiënte en succesvolle ontwikkeling op tebouwen. Toch functioneert ze op school niet optimaal, niet op cognitief, nietop sociaal-emotioneel en niet op motorisch vlak. Ze heeft het erg moeilijkmet opdrachten die meetellen voor punten. Ze stelt ongepast gedrag, maaktwerkjes niet en vermijdt bepaalde situaties. Ze klaagt over buik- of hoofdpijn.Ze is maar voor weinig dingen gemotiveerd. Achter dit gedrag schuilt haarfaalangst, waaraan met goed gevolg kan worden gesleuteld.
Sam(en) tegen spoken op school. Leesboek over faalangst
Dit leesboek hoort bij Spoken op school: Faalangstpreventie. Het bevattal van situaties en ervaringen, observaties en interpretaties in verhaalvorm,gebaseerd op ware gebeurtenissen.Sam is een meisje met normale begaafdheid. Ze beschikt over alle mogelijkhedenen competenties om een efficiënte en succesvolle ontwikkeling op tebouwen. Toch functioneert ze op school niet optimaal, niet op cognitief, nietop sociaal-emotioneel en niet op motorisch vlak. Ze heeft het erg moeilijkmet opdrachten die meetellen voor punten. Ze stelt ongepast gedrag, maaktwerkjes niet en vermijdt bepaalde situaties. Ze klaagt over buik- of hoofdpijn.Ze is maar voor weinig dingen gemotiveerd. Achter dit gedrag schuilt haarfaalangst, waaraan met goed gevolg kan worden gesleuteld.
Spoken op school: Faalangstpreventie
Heel wat kinderen, zowel in het basis- als in het secundair/voortgezet onderwijs,hebben faalangst. Die kan zo groot zijn dat naar school gaan een echte pijnigingwordt, met alle gevolgen van dien. Het is een complexe problematiek.
Leraren, begeleiders en ook ouders moeten eerst een goed inzicht hebben in demogelijke oorzaken, de gevolgen, de sterktes en de zwaktes bij de kinderen. Al tevaak wordt hieraan te vluchtig voorbijgegaan. Daarna moeten ze de methodiekenkennen en kunnen gebruiken om er wat aan te doen. Naast de theoretische toelichtinggaat veel aandacht naar het praktische deel met een ruim pakket aan activiteitenwaarmee de faalangst kan worden teruggedrongen. Als bijzonder hulpmiddel iser een apart leesboek voor de kinderen: Sam(en) tegen spoken op school. Leesboek over faalangst.
Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.
Spoken op school: Faalangstpreventie
Heel wat kinderen, zowel in het basis- als in het secundair/voortgezet onderwijs,hebben faalangst. Die kan zo groot zijn dat naar school gaan een echte pijnigingwordt, met alle gevolgen van dien. Het is een complexe problematiek.
Leraren, begeleiders en ook ouders moeten eerst een goed inzicht hebben in demogelijke oorzaken, de gevolgen, de sterktes en de zwaktes bij de kinderen. Al tevaak wordt hieraan te vluchtig voorbijgegaan. Daarna moeten ze de methodiekenkennen en kunnen gebruiken om er wat aan te doen. Naast de theoretische toelichtinggaat veel aandacht naar het praktische deel met een ruim pakket aan activiteitenwaarmee de faalangst kan worden teruggedrongen. Als bijzonder hulpmiddel iser een apart leesboek voor de kinderen: Sam(en) tegen spoken op school. Leesboek over faalangst.
Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.
Frans in de balans. Van peilingsonderzoek naar toetspraktijk
Wil je weten hoe het peilingsinstrument Frans voor de derde graad aso, kso entso werd ontwikkeld en hoe goed onze leerlingen de eindtermen Frans luisterenbeheersen? Geef jij Frans en wil je de kwaliteit van je lees- en luistertoetsen bewaken?Wil je nog beter weten wat je moet toetsen en hoe je dat kan doen?
Het eerste deel van dit boek geeft algemene informatie over het conceptvan het peilingsonderzoek in Vlaanderen en legt uit hoe het peilingsonderzoekde luistervaardigheid van leerlingen in de derde graad in kaart te brengen.Daarna wordt gekeken wat je als leraar uit de resultaten van dit peilingsonderzoekkunt leren.
Het tweede deel is een praktische gids voor leraren die hun toetsbekwaamheidwillen verhogen, de kwaliteit van hun toetsen willen bewaken en hun onderwijspraktijkmaximaal willen afstemmen op de eindtermen. De inzichtendie we als toetsontwikkelaars kregen worden naar een uitgewerkt stappenplan vertaald met concrete, haalbaretips.
Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.
Frans in de balans. Van peilingsonderzoek naar toetspraktijk
Wil je weten hoe het peilingsinstrument Frans voor de derde graad aso, kso entso werd ontwikkeld en hoe goed onze leerlingen de eindtermen Frans luisterenbeheersen? Geef jij Frans en wil je de kwaliteit van je lees- en luistertoetsen bewaken?Wil je nog beter weten wat je moet toetsen en hoe je dat kan doen?
Het eerste deel van dit boek geeft algemene informatie over het conceptvan het peilingsonderzoek in Vlaanderen en legt uit hoe het peilingsonderzoekde luistervaardigheid van leerlingen in de derde graad in kaart te brengen.Daarna wordt gekeken wat je als leraar uit de resultaten van dit peilingsonderzoekkunt leren.
Het tweede deel is een praktische gids voor leraren die hun toetsbekwaamheidwillen verhogen, de kwaliteit van hun toetsen willen bewaken en hun onderwijspraktijkmaximaal willen afstemmen op de eindtermen. De inzichtendie we als toetsontwikkelaars kregen worden naar een uitgewerkt stappenplan vertaald met concrete, haalbaretips.
Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.
Op hun eigen manier. Ergotherapeutische handleiding in kort bestek voor kinderen met autismespectrumstoornissen
Hoewel autisme een veel besproken onderwerp is, wetenvele mensen niet wat de stoornis precies inhoudt. Bovendienis er over het algemeen weinig aandacht voorde bijkomende problemen, zoals de motoriek, de zintuigen ende cognitieve aspecten, die een rol spelen bij autisme. Hierdoorstuiten kinderen met autisme op onbegrip. Niet alleenvoor het kind zelf, maar ook voor de ouders, is het moeilijk omtegen de menigte op te boksen.
Doelbewust is dit boek beknopt gehouden, want het is bedoeldvoor lezers voor wie autisme grotendeels of helemaalonbekend is. Eerst legt de auteur uit wat autisme is, daarnabehandelt zij drie ‘praktische’ gebieden waarop kinderen metautisme moeilijkheden ondervinden: zelfredzaamheid, productiviteiten ontspanning. Afhankelijk van de oorzaken voordie problemen worden, met vele voorbeelden, oplossingenbeschreven die bruikbaar zijn in de praktijk. Dit boek licht ooktoe hoe belangrijk het is dat kinderen met autisme de kanskrijgen zich te ontwikkelen op een manier die bij hen past.
Op hun eigen manier. Ergotherapeutische handleiding in kort bestek voor kinderen met autismespectrumstoornissen
Hoewel autisme een veel besproken onderwerp is, wetenvele mensen niet wat de stoornis precies inhoudt. Bovendienis er over het algemeen weinig aandacht voorde bijkomende problemen, zoals de motoriek, de zintuigen ende cognitieve aspecten, die een rol spelen bij autisme. Hierdoorstuiten kinderen met autisme op onbegrip. Niet alleenvoor het kind zelf, maar ook voor de ouders, is het moeilijk omtegen de menigte op te boksen.
Doelbewust is dit boek beknopt gehouden, want het is bedoeldvoor lezers voor wie autisme grotendeels of helemaalonbekend is. Eerst legt de auteur uit wat autisme is, daarnabehandelt zij drie ‘praktische’ gebieden waarop kinderen metautisme moeilijkheden ondervinden: zelfredzaamheid, productiviteiten ontspanning. Afhankelijk van de oorzaken voordie problemen worden, met vele voorbeelden, oplossingenbeschreven die bruikbaar zijn in de praktijk. Dit boek licht ooktoe hoe belangrijk het is dat kinderen met autisme de kanskrijgen zich te ontwikkelen op een manier die bij hen past.
Maria, de kortste weg naar Jezus (Fracarita-reeks, nr. 2)
Maria neemt in de heilsgeschiedenis een bijzondere plaats in.Ze is niet zomaar dat gewone meisje uit Nazareth dat zonderenige voorbereiding een stem hoorde van een engel die haar de boodschapkwam brengen dat ze de moeder van God zou worden. Inde christelijke traditie was Maria daartoe voorbereid door haar onbevlekteontvangenis. Geen gemakkelijk woord voor vandaag.
In dit boek gaat de auteur dieper in op de figuur van Maria om haarware wezen beter te leren kennen. Hij gaat daarvoor in de leer bijmensen die heel veel hebben nagedacht en geschreven over Maria, enook bij de concilieteksten die aan Maria werden gewijd, waarbij vooralde geschriften van Paus Johannes Paulus II richtinggevend zijn.
Gelovigen leren Maria op een heel bijzondere wijze kennen bij hetbidden van de rozenkrans, een heel oud gebruik. Wordt dit biddengeplaatst in het licht van de 20 mysteries die de rozenkrans letterlijkomkransen, dan lijkt het een tocht aan de hand van Maria’s dagboekdoor het leven van Jezus zelf. Dat wordt dan echt ‘door Maria naarJezus’.
Maria, de kortste weg naar Jezus (Fracarita-reeks, nr. 2)
Maria neemt in de heilsgeschiedenis een bijzondere plaats in.Ze is niet zomaar dat gewone meisje uit Nazareth dat zonderenige voorbereiding een stem hoorde van een engel die haar de boodschapkwam brengen dat ze de moeder van God zou worden. Inde christelijke traditie was Maria daartoe voorbereid door haar onbevlekteontvangenis. Geen gemakkelijk woord voor vandaag.
In dit boek gaat de auteur dieper in op de figuur van Maria om haarware wezen beter te leren kennen. Hij gaat daarvoor in de leer bijmensen die heel veel hebben nagedacht en geschreven over Maria, enook bij de concilieteksten die aan Maria werden gewijd, waarbij vooralde geschriften van Paus Johannes Paulus II richtinggevend zijn.
Gelovigen leren Maria op een heel bijzondere wijze kennen bij hetbidden van de rozenkrans, een heel oud gebruik. Wordt dit biddengeplaatst in het licht van de 20 mysteries die de rozenkrans letterlijkomkransen, dan lijkt het een tocht aan de hand van Maria’s dagboekdoor het leven van Jezus zelf. Dat wordt dan echt ‘door Maria naarJezus’.
Social Work in an International Perspective. History, views, diversity and human rights (Reeks: Sociale Wetenschappen – Kruispunten nr. 2)
In this work academics and practitioners from all five continents highlight the history of the social work profession and its underlying academic and social paradigms. The authors come from Australia, Austria, Brazil, Belgium, Canada, Ghana, Great Britain, India, New Zealand, South Africa and the United States. The structure of this work allows the reader to trace back the historical and political influences in the interpretation of social work in the authors’ countries. Special attention is given to the notions of human rights and social diversity. Are human rights universal and which impact does this universality have on the social work profession? How does categorical work relate to generalist practice and does this in its turn relate to the conception of diversity? The authors approach these main queries in an exemplary and balanced manner using both theoretical analysis and case studies.
The editors are the founding members of Mix!t, a forum for research, documentation
and education in living/together, University College Ghent.
Charlotte De Kock has a degree in African and cultural studies. She is active
in practice oriented research projects with a focus on intercultural society,
marital migration, integration policies, elderly migrants and intra-European
migration.
Christian Van Kerckhove is a scientist, philosopher and world traveller. He
is head of the Social Work Degree program at University College Ghent and
director of Mix!t. He teaches philosophy, social philosophy and ethics and is (co)
promoter of several research projects.
Eva Vens is a social worker and has a degree in comparative cultural sciences.
She teaches cultural anthropology at University College Ghent and is (co)
promotor of several research projects. With colleague Christian Van Kerckhove
she is responsible for the development of a diversity policy for the Faculty.
Social Work in an International Perspective. History, views, diversity and human rights (Reeks: Sociale Wetenschappen – Kruispunten nr. 2)
In this work academics and practitioners from all five continents highlight the history of the social work profession and its underlying academic and social paradigms. The authors come from Australia, Austria, Brazil, Belgium, Canada, Ghana, Great Britain, India, New Zealand, South Africa and the United States. The structure of this work allows the reader to trace back the historical and political influences in the interpretation of social work in the authors’ countries. Special attention is given to the notions of human rights and social diversity. Are human rights universal and which impact does this universality have on the social work profession? How does categorical work relate to generalist practice and does this in its turn relate to the conception of diversity? The authors approach these main queries in an exemplary and balanced manner using both theoretical analysis and case studies.
The editors are the founding members of Mix!t, a forum for research, documentation
and education in living/together, University College Ghent.
Charlotte De Kock has a degree in African and cultural studies. She is active
in practice oriented research projects with a focus on intercultural society,
marital migration, integration policies, elderly migrants and intra-European
migration.
Christian Van Kerckhove is a scientist, philosopher and world traveller. He
is head of the Social Work Degree program at University College Ghent and
director of Mix!t. He teaches philosophy, social philosophy and ethics and is (co)
promoter of several research projects.
Eva Vens is a social worker and has a degree in comparative cultural sciences.
She teaches cultural anthropology at University College Ghent and is (co)
promotor of several research projects. With colleague Christian Van Kerckhove
she is responsible for the development of a diversity policy for the Faculty.
Van verdringen tot vergeten. Een psychoanalytische herwerking van het geheugen (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 19)
Is vergeten een belangrijker ingrediënt om gelukkig te kunnen zijn dan herinneren? Hebben
baby’s een geheugen? Is de pubertijd een herbeleving van de kleutertijd? Kunnen we
de verdringing neurofysiologisch verklaren? Hoe wordt er vandaag in een psychoanalytische
psychotherapie gewerkt met herinneringen? Worden in een droom verdrongen
herinneringen verwerkt? Hoe zijn impliciete relatiepatronen in het geheugen opgeslagen?
Het werken met herinneringen in de psychoanalytische praktijk heeft, in de honderd jaar
sinds Freud zijn spraakmakende ideeën hierover ontwikkelde, grote veranderingen ondergaan.
Teksten van psychoanalytisch geschoolde auteurs uit verschillende domeinen,
neurofysiologie, psychologie, filosofie, psychiatrie en theologie, bieden inzicht in de
nieuwste ontwikkelingen in het psychoanalytisch denken over het geheugen.
Het spanningsveld tussen herinneren en vergeten fascineert sinds mensenheugenis. Dit
boek biedt de lezer een ontdekkingstocht die de verdringing als vertrekpunt heeft en dan,
via herinneren en herwerken in dit spanningsveld, de kracht van het vergeten als doel
stelt. Het psychoanalytisch kader is hierbij het kompas en de psychoanalytisch psychotherapeut
de gids. Casusmateriaal van therapeuten en analytici illustreert hoe deze kennis
toegepast wordt in de praktijk.
Lili Philippe is master in de wiskunde en in de klinische psychologie en psychoanalytisch
psychotherapeut. Zij is bestuurslid van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische
Psychotherapie en afgevaardigde voor de European Federation for Psychoanalytic
Psychotherapy.
Marc Hebbrecht is psychiater, psychoanalytisch psychotherapeut en psychoanalyticus.
Hij is opleidingspsychoanalyticus bij de Belgische Vereniging voor Psychoanalyse en lid
van de International Psychoanalytical Association.
Van verdringen tot vergeten. Een psychoanalytische herwerking van het geheugen (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 19)
Is vergeten een belangrijker ingrediënt om gelukkig te kunnen zijn dan herinneren? Hebben
baby’s een geheugen? Is de pubertijd een herbeleving van de kleutertijd? Kunnen we
de verdringing neurofysiologisch verklaren? Hoe wordt er vandaag in een psychoanalytische
psychotherapie gewerkt met herinneringen? Worden in een droom verdrongen
herinneringen verwerkt? Hoe zijn impliciete relatiepatronen in het geheugen opgeslagen?
Het werken met herinneringen in de psychoanalytische praktijk heeft, in de honderd jaar
sinds Freud zijn spraakmakende ideeën hierover ontwikkelde, grote veranderingen ondergaan.
Teksten van psychoanalytisch geschoolde auteurs uit verschillende domeinen,
neurofysiologie, psychologie, filosofie, psychiatrie en theologie, bieden inzicht in de
nieuwste ontwikkelingen in het psychoanalytisch denken over het geheugen.
Het spanningsveld tussen herinneren en vergeten fascineert sinds mensenheugenis. Dit
boek biedt de lezer een ontdekkingstocht die de verdringing als vertrekpunt heeft en dan,
via herinneren en herwerken in dit spanningsveld, de kracht van het vergeten als doel
stelt. Het psychoanalytisch kader is hierbij het kompas en de psychoanalytisch psychotherapeut
de gids. Casusmateriaal van therapeuten en analytici illustreert hoe deze kennis
toegepast wordt in de praktijk.
Lili Philippe is master in de wiskunde en in de klinische psychologie en psychoanalytisch
psychotherapeut. Zij is bestuurslid van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische
Psychotherapie en afgevaardigde voor de European Federation for Psychoanalytic
Psychotherapy.
Marc Hebbrecht is psychiater, psychoanalytisch psychotherapeut en psychoanalyticus.
Hij is opleidingspsychoanalyticus bij de Belgische Vereniging voor Psychoanalyse en lid
van de International Psychoanalytical Association.
Wie wil er nu niet zelfredzaam zijn?! De mythe van zelfredzaamheid
Zelfredzaamheid is een centraal begrip in de discussies van de laatste jaren rond welzijn en zorg.
De bredere context van die discussies is, dat Nederland een verandering doormaakt van een
verzorgingsstaat naar een participatiesamenleving,
en zelfredzaamheid wordt vaak gezien als een belangrijk element in die verandering.
Zelfredzaamheid ligt ook aan de basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning (wmo),
die deze verandering wettelijk verankert.
Hoe krijgt zelfredzaamheid betekenis in de praktijk
van het sociaal werk? Met welke andere
begrippen wordt het begrip verbonden? Wie wordt gezien als zelfredzaam en wie niet? Hoe wordt er
gesproken over mensen die zichzelf niet lijken te kunnen te redden?
Deze publicatie doet verslag
van een kritische discoursanalyse van het begrip zelfredzaamheid.
Onderzocht wordt hoe zelfredzaamheid wordt opgevat als iets dat vanzelf spreekt – wie wil er immers
niet zelfredzaam zijn? Ook wordt nagegaan hoe het concept het handelen en denken in de sociale sector
domineert, en wat de consequenties daarvan zijn.
Deze studie wil laten zien dat zelfredzaamheid niet
vanzelf spreekt en dat de betekenis ervan afhangt van hoe het begrip in de praktijk invulling
krijgt. Om zicht te krijgen op invullingen is onder meer gesproken met sociaal werkers in Rotterdam.
Op die manieren wordt inzicht gegeven in hoe begrippen doorwerken in de praktijk.
Daarnaast wil de studie een aanzet bieden tot een debat over de vraag wat de waarde van
zelfredzaamheid is. De centrale stelling is, dat zelfredzaamheid een mythe is.
Richard de Brabander (1964) studeerde filosofie en algemene literatuurwetenschap. In 2003 promoveerde hij aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is docent ethiek en filosofie aan Hogeschool Inholland in Rotterdam en sinds 2005 verbonden aan het lectoraat Dynamiek van de Stad.
Wie wil er nu niet zelfredzaam zijn?! De mythe van zelfredzaamheid
Zelfredzaamheid is een centraal begrip in de discussies van de laatste jaren rond welzijn en zorg.
De bredere context van die discussies is, dat Nederland een verandering doormaakt van een
verzorgingsstaat naar een participatiesamenleving,
en zelfredzaamheid wordt vaak gezien als een belangrijk element in die verandering.
Zelfredzaamheid ligt ook aan de basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning (wmo),
die deze verandering wettelijk verankert.
Hoe krijgt zelfredzaamheid betekenis in de praktijk
van het sociaal werk? Met welke andere
begrippen wordt het begrip verbonden? Wie wordt gezien als zelfredzaam en wie niet? Hoe wordt er
gesproken over mensen die zichzelf niet lijken te kunnen te redden?
Deze publicatie doet verslag
van een kritische discoursanalyse van het begrip zelfredzaamheid.
Onderzocht wordt hoe zelfredzaamheid wordt opgevat als iets dat vanzelf spreekt – wie wil er immers
niet zelfredzaam zijn? Ook wordt nagegaan hoe het concept het handelen en denken in de sociale sector
domineert, en wat de consequenties daarvan zijn.
Deze studie wil laten zien dat zelfredzaamheid niet
vanzelf spreekt en dat de betekenis ervan afhangt van hoe het begrip in de praktijk invulling
krijgt. Om zicht te krijgen op invullingen is onder meer gesproken met sociaal werkers in Rotterdam.
Op die manieren wordt inzicht gegeven in hoe begrippen doorwerken in de praktijk.
Daarnaast wil de studie een aanzet bieden tot een debat over de vraag wat de waarde van
zelfredzaamheid is. De centrale stelling is, dat zelfredzaamheid een mythe is.
Richard de Brabander (1964) studeerde filosofie en algemene literatuurwetenschap. In 2003 promoveerde hij aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is docent ethiek en filosofie aan Hogeschool Inholland in Rotterdam en sinds 2005 verbonden aan het lectoraat Dynamiek van de Stad.
Stijlvol vertalen / Traduire avec style. Nederlands – Français
Dit boek wil een praktisch werktuig zijn voor vertalingen Nederlands-Frans die beantwoorden aan het eigen karakter van beide talen. De voorbeeldzinnen kunnen uiteraard op diverse manieren worden vertaald, maar de auteur kiest voor de versies die het vlotst lopen in het Frans. Frans is geen Nederlands met Franse woorden. Elke taal heeft vanzelfsprekend haar eigenheid.
De auteur wijst op de verschillen tussen beide talen om de kwaliteit van de
vertaling te verbeteren. De veranderingen die een tekst ondergaat bij de
overgang van de ene taal naar de andere, zijn niet louter toevallig. Uiteindelijk
moet bij de gebruiker van het boek een reflex ontstaan, die als vanzelf
resulteert in een goede vertaling, haast automatisch.
Adrien Surewaard was dertig jaar lang werkzaam als vertaler in de verzekeringssector,
vooral in Brussel.
Stijlvol vertalen / Traduire avec style. Nederlands – Français
Dit boek wil een praktisch werktuig zijn voor vertalingen Nederlands-Frans die beantwoorden aan het eigen karakter van beide talen. De voorbeeldzinnen kunnen uiteraard op diverse manieren worden vertaald, maar de auteur kiest voor de versies die het vlotst lopen in het Frans. Frans is geen Nederlands met Franse woorden. Elke taal heeft vanzelfsprekend haar eigenheid.
De auteur wijst op de verschillen tussen beide talen om de kwaliteit van de
vertaling te verbeteren. De veranderingen die een tekst ondergaat bij de
overgang van de ene taal naar de andere, zijn niet louter toevallig. Uiteindelijk
moet bij de gebruiker van het boek een reflex ontstaan, die als vanzelf
resulteert in een goede vertaling, haast automatisch.
Adrien Surewaard was dertig jaar lang werkzaam als vertaler in de verzekeringssector,
vooral in Brussel.
Lessen uit LOEP: Lerarenopleiders Onderzoeken hun Eigen Praktijk
Beter leraren kunnen opleiden door het onderzoeken van je eigen praktijk als lerarenopleider,dat is de inzet van dit boek. Het is ook de inzet van LOEP: Lerarenopleiders Onderzoekenhun Eigen Praktijk. Met de LOEP-benadering introduceren we in het Nederlandse taalgebiedhet gedachtegoed van de “Self-Study of Teacher Education Practices”-beweging, die zich devoorbije twee decennia prominent ontwikkelde in het internationale onderzoek over delerarenopleiding. In de LOEP-benadering gaan lerarenopleiders op zoek naar onderbouwdeinzichten in hun eigen praktijk, met de bedoeling die praktijk te verbeteren. Door diekennis ook publiek te maken, dragen ze bouwstenen aan voor een gefundeerde didactiekvan de lerarenopleiding. Leraren opleiden is immers een vak apart, dat vraagt om aparteprofessionals.
Het boek gaat van start met de onderwijskundige uitgangspunten en principes van de LOEPbenadering.De systematische, theoretische introductie wordt meteen geconcretiseerd dooruitvoerige voorbeelden van LOEP-onderzoek, die te maken hebben met het begeleiden vanaspirant-leerkrachten in hun praktijkopleiding (stages, portfolio, reflectie). Ten slotte gaat hetboek in op de vraag hoe lerarenopleiders (methodologisch en theoretisch) ondersteundkunnen worden bij het realiseren van hun LOEP-projecten.
Lessen uit LOEP: Lerarenopleiders Onderzoeken hun Eigen Praktijk
Beter leraren kunnen opleiden door het onderzoeken van je eigen praktijk als lerarenopleider,dat is de inzet van dit boek. Het is ook de inzet van LOEP: Lerarenopleiders Onderzoekenhun Eigen Praktijk. Met de LOEP-benadering introduceren we in het Nederlandse taalgebiedhet gedachtegoed van de “Self-Study of Teacher Education Practices”-beweging, die zich devoorbije twee decennia prominent ontwikkelde in het internationale onderzoek over delerarenopleiding. In de LOEP-benadering gaan lerarenopleiders op zoek naar onderbouwdeinzichten in hun eigen praktijk, met de bedoeling die praktijk te verbeteren. Door diekennis ook publiek te maken, dragen ze bouwstenen aan voor een gefundeerde didactiekvan de lerarenopleiding. Leraren opleiden is immers een vak apart, dat vraagt om aparteprofessionals.
Het boek gaat van start met de onderwijskundige uitgangspunten en principes van de LOEPbenadering.De systematische, theoretische introductie wordt meteen geconcretiseerd dooruitvoerige voorbeelden van LOEP-onderzoek, die te maken hebben met het begeleiden vanaspirant-leerkrachten in hun praktijkopleiding (stages, portfolio, reflectie). Ten slotte gaat hetboek in op de vraag hoe lerarenopleiders (methodologisch en theoretisch) ondersteundkunnen worden bij het realiseren van hun LOEP-projecten.
Tonaal gereedschap voor klavierspelers
Het muziekonderwijs is volop in beweging. Artistieke tendensen enwetenschappelijke inzichten verbreden onze kijk op muzikaliteit. Heeft hettraditionele repertoire daarin nog een plaats? Natuurlijk. Oude inzichtenen vaardigheden gooi je niet zomaar overboord.
Recent musicologisch onderzoek werpt een ander licht op de manier waaropmusici van barok tot laat negentiende eeuw vaardig werden met muziek.Musica, Impulscentrum voor Muziek zag principiële overeenkomsten tussende oude partimento-praktijk en eigentijdse benaderingen in jazz en pop.Resultaat werd Tonaal Gereedschap/Tonal Tools, een inspiratieboek en app(Android + iOs) die het oude met het nieuwe verbindt. Negen ‘componenti’reiken sleutels aan voor een meer auditieve en creatief-inzichtelijke benaderingvan tonale muziek vanaf het begin.
Tonaal Gereedschap is toepasbaar op elk tonaal idioom en verbindt hetrepertoire van barok tot romantiek, jazz en pop met improvisatie en compositie.Verwacht geen strakke methodiek. Ieder kan TG op eigen tempoen vanuit eigen inzicht verweven met bestaande didactiek. Reken op eenbetere integratie van muzikaal inzicht en vaardigheid, een meer betrouwbaargeheugen en vlotter prima vista-spel. Tel daar bij een uitgebreide enparate muzikale fantasie, meer expressie en speelplezier.
TG opent nieuwe artistieke en (auto)didactische perspectieven, en kan debestaande professionele expertise gevoelig uitbreiden.
Met de reeks CONNECT richt Musica, Impulscentrum voor Muziek zich naarhet muziekonderwijs. Doel is het leggen van verbindingen tussen vroegeren nu, praktijk en theorie, creativiteit en vaardigheid, evenals het delen vanexpertise. Een artistieke benadering van muzikale ontwikkeling staat centraal.De reeks speelt in op actuele noden en biedt originele, consistente enwerkbare oplossingen.
Tonaal gereedschap voor klavierspelers
Het muziekonderwijs is volop in beweging. Artistieke tendensen enwetenschappelijke inzichten verbreden onze kijk op muzikaliteit. Heeft hettraditionele repertoire daarin nog een plaats? Natuurlijk. Oude inzichtenen vaardigheden gooi je niet zomaar overboord.
Recent musicologisch onderzoek werpt een ander licht op de manier waaropmusici van barok tot laat negentiende eeuw vaardig werden met muziek.Musica, Impulscentrum voor Muziek zag principiële overeenkomsten tussende oude partimento-praktijk en eigentijdse benaderingen in jazz en pop.Resultaat werd Tonaal Gereedschap/Tonal Tools, een inspiratieboek en app(Android + iOs) die het oude met het nieuwe verbindt. Negen ‘componenti’reiken sleutels aan voor een meer auditieve en creatief-inzichtelijke benaderingvan tonale muziek vanaf het begin.
Tonaal Gereedschap is toepasbaar op elk tonaal idioom en verbindt hetrepertoire van barok tot romantiek, jazz en pop met improvisatie en compositie.Verwacht geen strakke methodiek. Ieder kan TG op eigen tempoen vanuit eigen inzicht verweven met bestaande didactiek. Reken op eenbetere integratie van muzikaal inzicht en vaardigheid, een meer betrouwbaargeheugen en vlotter prima vista-spel. Tel daar bij een uitgebreide enparate muzikale fantasie, meer expressie en speelplezier.
TG opent nieuwe artistieke en (auto)didactische perspectieven, en kan debestaande professionele expertise gevoelig uitbreiden.
Met de reeks CONNECT richt Musica, Impulscentrum voor Muziek zich naarhet muziekonderwijs. Doel is het leggen van verbindingen tussen vroegeren nu, praktijk en theorie, creativiteit en vaardigheid, evenals het delen vanexpertise. Een artistieke benadering van muzikale ontwikkeling staat centraal.De reeks speelt in op actuele noden en biedt originele, consistente enwerkbare oplossingen.
Tonal tools for keyboard players
Music education is evolving rapidly. Artistic and scientific developments have broadened our view of musicality. Does the traditional repertoire on tonal music still have any relevance in this context? Of course it does!
Recent musicological research has shed new light on the way musicians from the baroque era to the nineteenth century acquired their skills. As a result, fascinating correlations between baroque partimento practice and the lead sheet approach common in jazz and pop music have emerged.
Tonal tools is an inspirational book and app (Android, iOs) that blends old and current approaches. Nine ''components'' serve as keys for a more aural, creative and tangible approach to tonal music form the very start. Tonal tools is applicable to any tonal idiom and spans the baroque, classical, romantic, jazz and pop repertoire by means of common improvisational and compositional principles.
Don''t expect a straightforward method; interweave Tonal Tools with your usual didactics according to your own pace and needs. Expect a better integration of muscial understanding and skill from your pupils, a more reliable memory and better sight-reading ability, not to mention a broadened muscial imagination, enhanced expressiveness and a joy for playing tonal music.
As a valuable extension to keyboard teachers'' existing professional expertise, Tonal Tools opens new artistic and (auto)didactic perspectives.
CONNECT, Musica''s educational series for music schools and conservatories, builds bridges between the past and present, practice and theory, creativity and skill. It translates proven but sometimes forgotten expertise into a contemporary approach. An artistic view of muscial development is central; the series deals with current artistic and educational needs and offers original, consistent and workable solutions.
If you want to order this title from abroad (outside of Belgium/The Netherlands) please send an email to info@maklu.be/info@maklu.nl with your address-details.More on this subject:https://www.youtube.com/watch?v=n0r9N-EljtUhttps://historyofmusictheory.wordpress.com/2017/03/14/some-reflections-about-thoroughbass-pedagogy-today/#_ednrefhttps://derekremes.com/wp-content/uploads/fenarolihandout.pdfhttps://improvingpianists.com/2020/11/24/chapter-3-a-case-for-partimento-pt-2-improvisation/https://www.researchcatalogue.net/view/529638/577786Tonal tools for keyboard players
Music education is evolving rapidly. Artistic and scientific developments have broadened our view of musicality. Does the traditional repertoire on tonal music still have any relevance in this context? Of course it does!
Recent musicological research has shed new light on the way musicians from the baroque era to the nineteenth century acquired their skills. As a result, fascinating correlations between baroque partimento practice and the lead sheet approach common in jazz and pop music have emerged.
Tonal tools is an inspirational book and app (Android, iOs) that blends old and current approaches. Nine ''components'' serve as keys for a more aural, creative and tangible approach to tonal music form the very start. Tonal tools is applicable to any tonal idiom and spans the baroque, classical, romantic, jazz and pop repertoire by means of common improvisational and compositional principles.
Don''t expect a straightforward method; interweave Tonal Tools with your usual didactics according to your own pace and needs. Expect a better integration of muscial understanding and skill from your pupils, a more reliable memory and better sight-reading ability, not to mention a broadened muscial imagination, enhanced expressiveness and a joy for playing tonal music.
As a valuable extension to keyboard teachers'' existing professional expertise, Tonal Tools opens new artistic and (auto)didactic perspectives.
CONNECT, Musica''s educational series for music schools and conservatories, builds bridges between the past and present, practice and theory, creativity and skill. It translates proven but sometimes forgotten expertise into a contemporary approach. An artistic view of muscial development is central; the series deals with current artistic and educational needs and offers original, consistent and workable solutions.
If you want to order this title from abroad (outside of Belgium/The Netherlands) please send an email to info@maklu.be/info@maklu.nl with your address-details.More on this subject:https://www.youtube.com/watch?v=n0r9N-EljtUhttps://historyofmusictheory.wordpress.com/2017/03/14/some-reflections-about-thoroughbass-pedagogy-today/#_ednrefhttps://derekremes.com/wp-content/uploads/fenarolihandout.pdfhttps://improvingpianists.com/2020/11/24/chapter-3-a-case-for-partimento-pt-2-improvisation/https://www.researchcatalogue.net/view/529638/577786Tanden poetsen. Hoe het moet
Tanden poetsen doen we dagelijks. Meestal zonder dat we erbij nadenken. Het hoort bij de dagelijkse lichaamsverzorging en verloopt als het ware automatisch. Op het eerste zicht lijkt tanden poetsen ook gemakkelijk, maar in werkelijkheid is het ingewikkelder dan je zou verwachten.
Vele mensen - kinderen en volwassenen - poetsen hun tanden niet zoals het hoort. Niet alleen uit haast, maar vooral omdat ze niet weten hoe het moet. Deze handige gids legt uit, onder meer met foto’s, hoe het dan wel moet. Tegelijk geeft de auteur aan waarom dat zo is en wat de gevolgen zijn bij niet goed poetsen. Die gevolgen kunnen ook veel groter zijn dan de meeste mensen denken, o.a. cardiovasculaire problemen, maagklachten, fitheidsongemakken enz.
Jan Van Loock is tandarts in Turnhout en werkt ook in een groepspraktijk in Tilburg.
Tanden poetsen. Hoe het moet
Tanden poetsen doen we dagelijks. Meestal zonder dat we erbij nadenken. Het hoort bij de dagelijkse lichaamsverzorging en verloopt als het ware automatisch. Op het eerste zicht lijkt tanden poetsen ook gemakkelijk, maar in werkelijkheid is het ingewikkelder dan je zou verwachten.
Vele mensen - kinderen en volwassenen - poetsen hun tanden niet zoals het hoort. Niet alleen uit haast, maar vooral omdat ze niet weten hoe het moet. Deze handige gids legt uit, onder meer met foto’s, hoe het dan wel moet. Tegelijk geeft de auteur aan waarom dat zo is en wat de gevolgen zijn bij niet goed poetsen. Die gevolgen kunnen ook veel groter zijn dan de meeste mensen denken, o.a. cardiovasculaire problemen, maagklachten, fitheidsongemakken enz.
Jan Van Loock is tandarts in Turnhout en werkt ook in een groepspraktijk in Tilburg.
Een wervelkind. Praktisch handboek voor ouders van kinderen met ADHD, een pittig temperament of tegendraads gedrag
Ouders van kinderen met ADHD of een extreem pittig temperamentworstelen dagelijks met veel problemen en vragen.Op een toegankelijke manier schetst dit boek wat ADHD is,hoe het ontstaat en hoe ermee om te gaan. Ook wanneer dediagnose niet is gesteld – in geval van druk gedrag, impulsiviteit,slechte concentratie en ernstig tegendraads gedrag –kan deze “gebruiksaanwijzing” op temperamentvolle kinderenworden toegepast. Dankzij dit inzicht kunnen ouders méthun kinderen adequater reageren op dagdagelijkse zaken, terugkerendeprobleemsituaties of te nemen hindernissen.
Primair wil dit boek ouders aanspreken, maar ook paramedici,maatschappelijk werkers, groepswerkers, systeemtherapeuten,... kunnen het in de begeleiding van kinderen enouders gebruiken.
Een wervelkind. Praktisch handboek voor ouders van kinderen met ADHD, een pittig temperament of tegendraads gedrag
Ouders van kinderen met ADHD of een extreem pittig temperamentworstelen dagelijks met veel problemen en vragen.Op een toegankelijke manier schetst dit boek wat ADHD is,hoe het ontstaat en hoe ermee om te gaan. Ook wanneer dediagnose niet is gesteld – in geval van druk gedrag, impulsiviteit,slechte concentratie en ernstig tegendraads gedrag –kan deze “gebruiksaanwijzing” op temperamentvolle kinderenworden toegepast. Dankzij dit inzicht kunnen ouders méthun kinderen adequater reageren op dagdagelijkse zaken, terugkerendeprobleemsituaties of te nemen hindernissen.
Primair wil dit boek ouders aanspreken, maar ook paramedici,maatschappelijk werkers, groepswerkers, systeemtherapeuten,... kunnen het in de begeleiding van kinderen enouders gebruiken.
Poumons d’acier, coeurs d’or. Musées et collections médicales et sociales en Belgique, aux Pays-Bas et au Luxembourg
Le cinquantième anniversaire de la loi belge sur les Hôpitaux (1963)s’est avéré une belle occasion de recenser le patrimoine médical etsocial au sein du Benelux dans une publication particulière.
L’histoire de ces diverses collections remonte bien au-delà des cinquantedernières années. Dans ce livre, quarante institutions se présentent àvous par le texte et par l’image. Toutes possèdent un musée – ou unecollection ouverte au public – concernant le patrimoine médical, pharmaceutiqueet social. Ces institutions couvrent pratiquement toutes lespériodes historiques et concernent les trois pays du Benelux. Grâce àdes récits passionnants et accessibles, illustrés par une iconographiechoisie et de qualité, ce livre vise à éveiller l’intérêt d’un large publicpour l’histoire spécifi que des collections présentées. De plus, ce livre seveut une invitation à visiter ces musées et collections, pour prolonger lalecture par une activité. Cette publication, pionnière pour nos régions,n’atteindra donc pleinement son objectif que si elle parvient à inciter lelecteur à sortir pour partir à la découverte du riche patrimoine médical,pharmaceutique et social conservé dans nos régions.
Poumons d’acier, coeurs d’or. Musées et collections médicales et sociales en Belgique, aux Pays-Bas et au Luxembourg
Le cinquantième anniversaire de la loi belge sur les Hôpitaux (1963)s’est avéré une belle occasion de recenser le patrimoine médical etsocial au sein du Benelux dans une publication particulière.
L’histoire de ces diverses collections remonte bien au-delà des cinquantedernières années. Dans ce livre, quarante institutions se présentent àvous par le texte et par l’image. Toutes possèdent un musée – ou unecollection ouverte au public – concernant le patrimoine médical, pharmaceutiqueet social. Ces institutions couvrent pratiquement toutes lespériodes historiques et concernent les trois pays du Benelux. Grâce àdes récits passionnants et accessibles, illustrés par une iconographiechoisie et de qualité, ce livre vise à éveiller l’intérêt d’un large publicpour l’histoire spécifi que des collections présentées. De plus, ce livre seveut une invitation à visiter ces musées et collections, pour prolonger lalecture par une activité. Cette publication, pionnière pour nos régions,n’atteindra donc pleinement son objectif que si elle parvient à inciter lelecteur à sortir pour partir à la découverte du riche patrimoine médical,pharmaceutique et social conservé dans nos régions.
Adieu à Dieu. Naar een religieus atheïsme
Prof.em.dr. Ulrich Libbrecht beschrijft hoe hij zich bevrijdde uit de dogmatiek en de symboliek van zijn katholieke opvoeding, zonder daarbij het wezenlijke van de religie over boord te gooien. Dit wezenlijke is voor hem de ervaring, niet de kennis, van het bestaansmysterie. De onkenbare grond van de werkelijkheid vindt hij terug in het Leegte-concept van het boeddhisme, maar ook in het energiebegrip van het taoïsme en de wetenschappen. Het ‘Deus sive Natura’ (God = Natuur) van Spinoza geldt hier voor het hele kosmische proces, dat gestuwd wordt door de Energie, c.q. ‘God’, het onpeilbaar Wonder waar alles deel van uitmaakt. De ontroering door dit wonder is de kern van de spiritualiteit. Dit Grote Geheim is het ‘heim’ waarin we leven.
Ulrich Libbrecht begon als leraar wiskunde in het secundair onderwijs. Na zijn studies sinologie en filosofie in Gent en Leiden doceerde hij Chinese klassieke studies, Chinese filosofie en comparatieve filosofie aan de KU Leuven. Hij ontwikkelde een model voor comparatieve filosofie waarin hij wereldbeelden uit Oost en West vergelijkt en integreert. Hij stichtte in Antwerpen en Utrecht een School voor comparatieve filosofie.
Adieu à Dieu. Naar een religieus atheïsme
Prof.em.dr. Ulrich Libbrecht beschrijft hoe hij zich bevrijdde uit de dogmatiek en de symboliek van zijn katholieke opvoeding, zonder daarbij het wezenlijke van de religie over boord te gooien. Dit wezenlijke is voor hem de ervaring, niet de kennis, van het bestaansmysterie. De onkenbare grond van de werkelijkheid vindt hij terug in het Leegte-concept van het boeddhisme, maar ook in het energiebegrip van het taoïsme en de wetenschappen. Het ‘Deus sive Natura’ (God = Natuur) van Spinoza geldt hier voor het hele kosmische proces, dat gestuwd wordt door de Energie, c.q. ‘God’, het onpeilbaar Wonder waar alles deel van uitmaakt. De ontroering door dit wonder is de kern van de spiritualiteit. Dit Grote Geheim is het ‘heim’ waarin we leven.
Ulrich Libbrecht begon als leraar wiskunde in het secundair onderwijs. Na zijn studies sinologie en filosofie in Gent en Leiden doceerde hij Chinese klassieke studies, Chinese filosofie en comparatieve filosofie aan de KU Leuven. Hij ontwikkelde een model voor comparatieve filosofie waarin hij wereldbeelden uit Oost en West vergelijkt en integreert. Hij stichtte in Antwerpen en Utrecht een School voor comparatieve filosofie.
Evaluatie van het evaluatiesysteem voor leerkrachten in het basisonderwijs en het deeltijds kunstonderwijs
Sinds 2009 worden scholen van het basisonderwijs geacht hun leerkrachten te evalueren.Dit maakt deel uit van een cyclus van functionerings- en evaluatiegesprekken, naaranalogie met wat in de bedrijfswereld (en sedert 2007 in het secundair onderwijs) gebruikelijkis. Voor het eerst is wetenschappelijk onderzoek beschikbaar over hoe dit in hetbasisonderwijs en in het deeltijds kunstonderwijs effectief gebeurt, en wat de bedoeldeen onbedoelde effecten zijn. Het onderzoek geeft aanleiding tot een aantal duidelijke aanbevelingenmet betrekking tot het evaluatiesysteem voor het onderwijzend personeel.
Eerder verscheen van dezelfde onderzoeksgroepen vergelijkbaar onderzoek voor het secundaironderwijs en de centra voor volwassenenonderwijs en leerlingenbegeleiding.
Evaluatie van het evaluatiesysteem voor leerkrachten in het basisonderwijs en het deeltijds kunstonderwijs
Sinds 2009 worden scholen van het basisonderwijs geacht hun leerkrachten te evalueren.Dit maakt deel uit van een cyclus van functionerings- en evaluatiegesprekken, naaranalogie met wat in de bedrijfswereld (en sedert 2007 in het secundair onderwijs) gebruikelijkis. Voor het eerst is wetenschappelijk onderzoek beschikbaar over hoe dit in hetbasisonderwijs en in het deeltijds kunstonderwijs effectief gebeurt, en wat de bedoeldeen onbedoelde effecten zijn. Het onderzoek geeft aanleiding tot een aantal duidelijke aanbevelingenmet betrekking tot het evaluatiesysteem voor het onderwijzend personeel.
Eerder verscheen van dezelfde onderzoeksgroepen vergelijkbaar onderzoek voor het secundaironderwijs en de centra voor volwassenenonderwijs en leerlingenbegeleiding.
Ervaren leraren. Diep leren en vitaal ontwikkelen, halverwege uw loopbaan. Een verslag van hoop en bezieling.
Leraren in het onderwijs vergrijzen. Verhoudingsgewijs neemt het aantalvergrijsde docenten steeds meer toe. Zij merken dat ervaring tweetegengestelde kanten heeft . Ervaren docenten werken steeds efficiëntermet leerlingen, en kunnen bergen van werk verzetten. Maar ervaring maakthet ook lastig om veranderingen aan te brengen in die praktijk. Het werk herhaaltzich en kan makkelijk een sleur worden. Komen ervaren docenten zelfnog aan leren en ontwikkelen toe? Hoe gaat het met hun motivatie? Deze vragenzijn essentieel voor het onderwijs, maar eigenlijk ook voor onze samenleving:die vergrijst immers mee.
Dit boek is een onderzoeksverslag. Ervaren docenten hebben van harte meegewerktaan diepe interviews. Bovendien heeft de auteur 12 trainingen geleid,met gemiddeld 12 docenten per groep. In deze trainingen is intensief aandachtbesteed aan de professionele levensloop van de docenten, hun leerervaringenen hun leerverlangen, en hun beroepstrots. Zij hebben hard gewerkt aan eenopen houding ten aanzien van de tweede fase van hun beroepspraktijken. Zijbesloten weer te gaan leren en ontwikkelen, na afloop van hun trainingen.Dat zat verborgen onder hun praktijk en kwam weer tevoorschijn. Dat is hetbuitengewoon goede nieuws in dit onderzoeksverslag.
Ervaren leraren. Diep leren en vitaal ontwikkelen, halverwege uw loopbaan. Een verslag van hoop en bezieling.
Leraren in het onderwijs vergrijzen. Verhoudingsgewijs neemt het aantalvergrijsde docenten steeds meer toe. Zij merken dat ervaring tweetegengestelde kanten heeft . Ervaren docenten werken steeds efficiëntermet leerlingen, en kunnen bergen van werk verzetten. Maar ervaring maakthet ook lastig om veranderingen aan te brengen in die praktijk. Het werk herhaaltzich en kan makkelijk een sleur worden. Komen ervaren docenten zelfnog aan leren en ontwikkelen toe? Hoe gaat het met hun motivatie? Deze vragenzijn essentieel voor het onderwijs, maar eigenlijk ook voor onze samenleving:die vergrijst immers mee.
Dit boek is een onderzoeksverslag. Ervaren docenten hebben van harte meegewerktaan diepe interviews. Bovendien heeft de auteur 12 trainingen geleid,met gemiddeld 12 docenten per groep. In deze trainingen is intensief aandachtbesteed aan de professionele levensloop van de docenten, hun leerervaringenen hun leerverlangen, en hun beroepstrots. Zij hebben hard gewerkt aan eenopen houding ten aanzien van de tweede fase van hun beroepspraktijken. Zijbesloten weer te gaan leren en ontwikkelen, na afloop van hun trainingen.Dat zat verborgen onder hun praktijk en kwam weer tevoorschijn. Dat is hetbuitengewoon goede nieuws in dit onderzoeksverslag.
Kleuren voor papa. Voor kinderen met een ouder die aan depressie lijdt.
De papa van een jong meisje lijdt aan een depressie. Het meisje ervaart verwarrende emoties en probeert te begrijpen wat er met haar papa aan de hand is. Een slechte sfeer in huis werkt in op een kind. Wat een kleurloze thuisomgeving of een depressieve ouder doet met de stemming van een kind, wordt in dit verhaal tekenend weergegeven, bijvoorbeeld wanneer papa aan tafel zit maar weer niet eet. Depressie treft vele mensen, ook mensen met kinderen. Al te vaak wordt er weinig met de kinderen over gesproken en blijven zij met al hun vragen in de kou staan. Praten over de problematiek van de ouder, het kind hierover op gepaste wijze informeren en begeleiden zijn belangrijk en wapenen het kind mede tegen eigen psychische problemen.
Op de downloadpagina van Garant
Kleuren voor papa. Voor kinderen met een ouder die aan depressie lijdt.
De papa van een jong meisje lijdt aan een depressie. Het meisje ervaart verwarrende emoties en probeert te begrijpen wat er met haar papa aan de hand is. Een slechte sfeer in huis werkt in op een kind. Wat een kleurloze thuisomgeving of een depressieve ouder doet met de stemming van een kind, wordt in dit verhaal tekenend weergegeven, bijvoorbeeld wanneer papa aan tafel zit maar weer niet eet. Depressie treft vele mensen, ook mensen met kinderen. Al te vaak wordt er weinig met de kinderen over gesproken en blijven zij met al hun vragen in de kou staan. Praten over de problematiek van de ouder, het kind hierover op gepaste wijze informeren en begeleiden zijn belangrijk en wapenen het kind mede tegen eigen psychische problemen.
Op de downloadpagina van Garant
Hotelmarketing. Algemene principes en het marketingbeleid in de hotelsector in de provincie Antwerpen
Dit boek legt op een heldere manier de basisprincipes van hotelmarketinguit, geïllustreerd met talrijke hotelvoorbeelden. Daarnaast worden de resultatenweergegeven van een projectmatig wetenschappelijk onderzoekvan 2011-2013, waarin hotelmanagers en marketeers uit de provincie Antwerpenbevraagd werden over hun marketingbeleid. Dit onderzoek kaderde binnen deopleiding Bachelor Hotelmanagement van de Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen.
De publicatie is een nuttig naslagwerk voor studenten en voor decisionmakers in de hotelsector.
Hotelmarketing. Algemene principes en het marketingbeleid in de hotelsector in de provincie Antwerpen
Dit boek legt op een heldere manier de basisprincipes van hotelmarketinguit, geïllustreerd met talrijke hotelvoorbeelden. Daarnaast worden de resultatenweergegeven van een projectmatig wetenschappelijk onderzoekvan 2011-2013, waarin hotelmanagers en marketeers uit de provincie Antwerpenbevraagd werden over hun marketingbeleid. Dit onderzoek kaderde binnen deopleiding Bachelor Hotelmanagement van de Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen.
De publicatie is een nuttig naslagwerk voor studenten en voor decisionmakers in de hotelsector.
KompASS voor studiesucces. Wegwijzer voor begeleiders en docenten van studenten met autisme (Fontys Reeks Educatief, nr. 14)
Studenten met een autismespectrumstoornis (ASS) melden zich steeds vaker aan voor eenstudie in het hoger onderwijs. Veel studierichtingen in het hoger beroepsonderwijs en opuniversiteiten zijn geschikt voor deze groep jonge mensen. Ambitieuze scholieren metvaak specifieke mogelijkheden, vaardigheden en kennis. In het hoger onderwijs kunnendeze kwaliteiten verder worden ontwikkeld en tot volle ontplooiing komen.Desondanks lopen studenten met ASS veel risico op studievertraging en studie-uitval.
Deze wegwijzer voor begeleiders en docenten van studenten met autisme is samengestelddoor studentendecanen en studiekeuzeadviseurs werkzaam bij Fontys Hogescholen. Zijhebben hun ervaring en aanpak met het werken met studenten met ASS bijeengebrachtin deze uitgave. Ook studenten zijn daarbij betrokken.
Dit boek in de Reeks Educatief bevat informatie die de behoefte aan extra aandachtvoor studenten met ASS onderbouwt. Aandacht die nodig is vanaf het moment dat destudent een studiekeuze wil maken. Maar daar blijft het niet bij. Tijdens de studie ligter ook een taak voor studieloopbaanbegeleiders en docenten om – binnen de wettelijkemogelijkheden – studenten met ASS te begeleiden naar een succesvolle afronding vande studie.
Dit KompASS voor studiesucces levert daarmee een bijdrage aan meer kennis overautisme in het algemeen en over studeren met ASS in het bijzonder. Een pleidooi voorstudenten met ASS die willen studeren in het hoger onderwijs.
KompASS voor studiesucces. Wegwijzer voor begeleiders en docenten van studenten met autisme (Fontys Reeks Educatief, nr. 14)
Studenten met een autismespectrumstoornis (ASS) melden zich steeds vaker aan voor eenstudie in het hoger onderwijs. Veel studierichtingen in het hoger beroepsonderwijs en opuniversiteiten zijn geschikt voor deze groep jonge mensen. Ambitieuze scholieren metvaak specifieke mogelijkheden, vaardigheden en kennis. In het hoger onderwijs kunnendeze kwaliteiten verder worden ontwikkeld en tot volle ontplooiing komen.Desondanks lopen studenten met ASS veel risico op studievertraging en studie-uitval.
Deze wegwijzer voor begeleiders en docenten van studenten met autisme is samengestelddoor studentendecanen en studiekeuzeadviseurs werkzaam bij Fontys Hogescholen. Zijhebben hun ervaring en aanpak met het werken met studenten met ASS bijeengebrachtin deze uitgave. Ook studenten zijn daarbij betrokken.
Dit boek in de Reeks Educatief bevat informatie die de behoefte aan extra aandachtvoor studenten met ASS onderbouwt. Aandacht die nodig is vanaf het moment dat destudent een studiekeuze wil maken. Maar daar blijft het niet bij. Tijdens de studie ligter ook een taak voor studieloopbaanbegeleiders en docenten om – binnen de wettelijkemogelijkheden – studenten met ASS te begeleiden naar een succesvolle afronding vande studie.
Dit KompASS voor studiesucces levert daarmee een bijdrage aan meer kennis overautisme in het algemeen en over studeren met ASS in het bijzonder. Een pleidooi voorstudenten met ASS die willen studeren in het hoger onderwijs.
The Drive to Global Citizenship. Motivating people, Mapping public support, Measuring effects of global education
Do we still believe in foreign aid and development education?As governments tend to cut down aid budgetsand the public appears to take a more and more scepticalstand, not just the old way of campaigning is under pressure,but also the idea of the North helping the South assuch. To materialize the hind-laying value of global solidarityin the present world, a radical re-thinking of the wornoutconcept of aid is required.
Set against this paradox, this book explores the new notionof global citizenship and the challenges it represents.Self-contained chapters feature coverage of a range ofissues: politics, opinion polls, education, the results agenda,private sustainability standards, framing messages forTV-broadcasting and the role of social media. As it is along road to global citizenship, this book keeps you companyfor a part of the way.
The Drive to Global Citizenship. Motivating people, Mapping public support, Measuring effects of global education
Do we still believe in foreign aid and development education?As governments tend to cut down aid budgetsand the public appears to take a more and more scepticalstand, not just the old way of campaigning is under pressure,but also the idea of the North helping the South assuch. To materialize the hind-laying value of global solidarityin the present world, a radical re-thinking of the wornoutconcept of aid is required.
Set against this paradox, this book explores the new notionof global citizenship and the challenges it represents.Self-contained chapters feature coverage of a range ofissues: politics, opinion polls, education, the results agenda,private sustainability standards, framing messages forTV-broadcasting and the role of social media. As it is along road to global citizenship, this book keeps you companyfor a part of the way.
