Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Gezond eten, langer leven. Het mediterrane model

 20,60

Er wordt veel geschreven over voeding, het ene al meer of minder waar dan het andere. Daarom moet orde op zaken worden gesteld. Praten en schrijven over voeding is inderdaad niet gemakkelijk. Velen houden van sensatie, zeker als dat financieel interessant is, terwijl de wetenschap dat juist niet doet. Maar voeding is geen exate wetenschap en iedereen heeft zowat zijn eigen wijsheid. Ik eet, dus ik weet. Voedingsdriehoeken, schrijven, zandlopers volgen elkaar op als voedingsmodellen en ze beweren allemaal goed en gezond te zijn. Maar wat is gezonde voeding? En welke wetenschappelijke zekerheden hebben we nog? Is bijvoorbeeld melk heilig of giftig?

Met dit boek stelt Patrick Mullie een eet- en leefmodel op dat beantwoordt aan de basiseisen die een model moet hebben: langer en langer gezond leven. Hij geeft ook een onderbouwd antwoord op veel voorkomende vragen over voeding. Het boek is verplichte lectuur voor iedereen die zich afvraagt of gezonde voeding in onze huidige maatschappij nog mogelijk is. Kortom, voor iedereen die inziet dat kennis en wetenschap essentieel zijn om gezond te eten, drinken en leven.



Patrick Mullie studeerde voeding- en dieetleer aan de Regaschool in Leuven en epidemiologie aan de Universiteit Maastricht. Hij werd doctor in de biomedische wetenschappen aan de KU Leuven. Momenteel doceert hij aan de Vrije Universiteit Brussel en aan de Eramushogeschool in Brussel. Daarnaast is hij onderzoeksdirecteur bij het Koningin Astrid Militair Hospitaal in Neder-over-Heembeek, expert bij de Hoge Gezondheidsraad van België en research director bij het International Prevention Research Institute in Lyon.

Quick View

Gezond eten, langer leven. Het mediterrane model

 20,60

Er wordt veel geschreven over voeding, het ene al meer of minder waar dan het andere. Daarom moet orde op zaken worden gesteld. Praten en schrijven over voeding is inderdaad niet gemakkelijk. Velen houden van sensatie, zeker als dat financieel interessant is, terwijl de wetenschap dat juist niet doet. Maar voeding is geen exate wetenschap en iedereen heeft zowat zijn eigen wijsheid. Ik eet, dus ik weet. Voedingsdriehoeken, schrijven, zandlopers volgen elkaar op als voedingsmodellen en ze beweren allemaal goed en gezond te zijn. Maar wat is gezonde voeding? En welke wetenschappelijke zekerheden hebben we nog? Is bijvoorbeeld melk heilig of giftig?

Met dit boek stelt Patrick Mullie een eet- en leefmodel op dat beantwoordt aan de basiseisen die een model moet hebben: langer en langer gezond leven. Hij geeft ook een onderbouwd antwoord op veel voorkomende vragen over voeding. Het boek is verplichte lectuur voor iedereen die zich afvraagt of gezonde voeding in onze huidige maatschappij nog mogelijk is. Kortom, voor iedereen die inziet dat kennis en wetenschap essentieel zijn om gezond te eten, drinken en leven.



Patrick Mullie studeerde voeding- en dieetleer aan de Regaschool in Leuven en epidemiologie aan de Universiteit Maastricht. Hij werd doctor in de biomedische wetenschappen aan de KU Leuven. Momenteel doceert hij aan de Vrije Universiteit Brussel en aan de Eramushogeschool in Brussel. Daarnaast is hij onderzoeksdirecteur bij het Koningin Astrid Militair Hospitaal in Neder-over-Heembeek, expert bij de Hoge Gezondheidsraad van België en research director bij het International Prevention Research Institute in Lyon.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Duurzaamheid en kunst. Lessen voor de basisschool (De Veerman Bibliotheek, nr. 8)

 25,60

Duurzaamheid en kunst kunnen elkaar inspireren. Kinderen kunnen kunstenaars inspireren en kunstenaars ons onderwijs. Deze elementen vormden het vertrekpunt van ARTECO. Met negen basisscholen uit Vlaanderen, negen basisscholen uit het Zuiden en negen kunstenaars uit het Zuiden werd er twee jaar lang gewerkt en gedacht over deze inspirerende thema’s.

Deze publicatie vertelt u hoe leerkrachten lessen kunnen maken over kunst en duurzaamheid. Er komen lessen aan bod waarmee u de cultuur, de leefwijze, een kunstwerk of een kunstenaar uit gelijk welk land uit het Zuiden kunt analyseren, lessen over duurzame ontwikkeling en lessen over communicatie met een school uit het Zuiden. Ten slotte vindt u negentien lessen die door de leerkrachten zijn gemaakt.

De Veerman bibliotheek nr. 8
De Veerman bibliotheek is een reeks over kunst, educatie en participatie.



Karel Moons kent de kunsteducatie als zijn binnenzak en werkt al jaren samen met het onderwijs. Hij bracht Djapo en de Veerman samen voor dit meer dan boeiende project.

Quick View

Duurzaamheid en kunst. Lessen voor de basisschool (De Veerman Bibliotheek, nr. 8)

 25,60

Duurzaamheid en kunst kunnen elkaar inspireren. Kinderen kunnen kunstenaars inspireren en kunstenaars ons onderwijs. Deze elementen vormden het vertrekpunt van ARTECO. Met negen basisscholen uit Vlaanderen, negen basisscholen uit het Zuiden en negen kunstenaars uit het Zuiden werd er twee jaar lang gewerkt en gedacht over deze inspirerende thema’s.

Deze publicatie vertelt u hoe leerkrachten lessen kunnen maken over kunst en duurzaamheid. Er komen lessen aan bod waarmee u de cultuur, de leefwijze, een kunstwerk of een kunstenaar uit gelijk welk land uit het Zuiden kunt analyseren, lessen over duurzame ontwikkeling en lessen over communicatie met een school uit het Zuiden. Ten slotte vindt u negentien lessen die door de leerkrachten zijn gemaakt.

De Veerman bibliotheek nr. 8
De Veerman bibliotheek is een reeks over kunst, educatie en participatie.



Karel Moons kent de kunsteducatie als zijn binnenzak en werkt al jaren samen met het onderwijs. Hij bracht Djapo en de Veerman samen voor dit meer dan boeiende project.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De sleutel past niet meer op elke deur. Dynamische gezinnen en flexibel wonen

 23,60

Gezinnen zijn vandaag dynamisch, flexibel en divers, en dus stellen ze nieuwe eisen op het vlak van wonen. Jongvolwassenen nestelen zich in Hotel Mama. Boemerangkinderen keren na een scheiding terug naar het ouderlijke huis. Heel wat kinderen maar ook volwassenen in een LAT-relatie zijn woonnomaden die pendelen tussen twee huizen. Nieuw samengestelde gezinnen zijn de ene week met twee en de volgende met zes. De woonmarkt evolueert minder snel, de nieuwe gezinnen wonen vaak in traditionele woningen. Nieuwe trends zoals cohousing en kangoeroewonen zijn creatieve oplossingen die nog maar voor een minderheid haalbaar of aantrekkelijk zijn. Ook het woonbeleid hinkt achterop. Vele regels blijken het samenwonen of samenhuizen meer te bemoeilijken dan te bevorderen. De sleutel past niet meer op elke deur.
De auteurs geven analyses, visies en suggesties voor een actueler woon- en gezinsbeleid. Want het is tijd om ook in te spelen op de woonbehoeften van hedendaagse gezinnen, niet alleen op die van het traditionele gezin van de vorige eeuw.



Dirk Luyten is doctor in de sociale wetenschappen en master in de stedenbouw en ruimtelijke planning. Hij is lector gezinsbeleid aan de opleiding Gezinswetenschappen van Odisee en onderzoeker bij het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen. Hij is zelfstandig beleidsadviseur woonbeleid (Studio Beleid).
Kathleen Emmery is master in de criminologie en coördinator van het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee). Ze doet onderzoek naar gezinsbeleid in Vlaanderen.
Inge Pasteels is senior onderzoeker bij het Centrum voor Longitudinaal en Levensloop Onderzoek van Universiteit Antwerpen en docent demografie in de opleiding Gezinswetenschappen van Odisee. Zij coördineert Scheiding in Vlaanderen en Families in Transitie, Transitie in Families, twee grootschalige interuniversitaire projecten.
Dirk Geldof is doctor in de politieke en sociale wetenschappen en bachelor in de wijsbegeerte. Hij doceert sociologie aan de opleiding Gezinswetenschappen van Odisee en is onderzoeker bij het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen. Hij doceert eveneens aan de opleiding Sociaal Werk van de Karel de Grote Hogeschool en de opleiding Architectuur en Interieurarchitectuur van de Universiteit Antwerpen.

Quick View

De sleutel past niet meer op elke deur. Dynamische gezinnen en flexibel wonen

 23,60

Gezinnen zijn vandaag dynamisch, flexibel en divers, en dus stellen ze nieuwe eisen op het vlak van wonen. Jongvolwassenen nestelen zich in Hotel Mama. Boemerangkinderen keren na een scheiding terug naar het ouderlijke huis. Heel wat kinderen maar ook volwassenen in een LAT-relatie zijn woonnomaden die pendelen tussen twee huizen. Nieuw samengestelde gezinnen zijn de ene week met twee en de volgende met zes. De woonmarkt evolueert minder snel, de nieuwe gezinnen wonen vaak in traditionele woningen. Nieuwe trends zoals cohousing en kangoeroewonen zijn creatieve oplossingen die nog maar voor een minderheid haalbaar of aantrekkelijk zijn. Ook het woonbeleid hinkt achterop. Vele regels blijken het samenwonen of samenhuizen meer te bemoeilijken dan te bevorderen. De sleutel past niet meer op elke deur.
De auteurs geven analyses, visies en suggesties voor een actueler woon- en gezinsbeleid. Want het is tijd om ook in te spelen op de woonbehoeften van hedendaagse gezinnen, niet alleen op die van het traditionele gezin van de vorige eeuw.



Dirk Luyten is doctor in de sociale wetenschappen en master in de stedenbouw en ruimtelijke planning. Hij is lector gezinsbeleid aan de opleiding Gezinswetenschappen van Odisee en onderzoeker bij het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen. Hij is zelfstandig beleidsadviseur woonbeleid (Studio Beleid).
Kathleen Emmery is master in de criminologie en coördinator van het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee). Ze doet onderzoek naar gezinsbeleid in Vlaanderen.
Inge Pasteels is senior onderzoeker bij het Centrum voor Longitudinaal en Levensloop Onderzoek van Universiteit Antwerpen en docent demografie in de opleiding Gezinswetenschappen van Odisee. Zij coördineert Scheiding in Vlaanderen en Families in Transitie, Transitie in Families, twee grootschalige interuniversitaire projecten.
Dirk Geldof is doctor in de politieke en sociale wetenschappen en bachelor in de wijsbegeerte. Hij doceert sociologie aan de opleiding Gezinswetenschappen van Odisee en is onderzoeker bij het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen. Hij doceert eveneens aan de opleiding Sociaal Werk van de Karel de Grote Hogeschool en de opleiding Architectuur en Interieurarchitectuur van de Universiteit Antwerpen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Psychoanalyse als seksuologie? Libido van gesel tot gezel (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 20)

 32,80

Een van de moeilijkheden van de psychoanalyse is en blijft haar focus op de kinderlijke, polymorf perverse seksualiteit. Samen met de levensgeschiedenis en haar min of meer traumatische ervaringen drukt deze seksualiteit op ons bestaan haar stempel. Drift, libido, lust, genieten of jouissance spelen echter niet alleen in ons liefdesleven een sleutelrol. We zijn ook maar niet alleen dieren met alle gelijkenissen en verschillen. Voor de mens heeft het seksuele onvermijdelijk iets traumatisch. Het bestookt en ontwricht ons van binnen uit. We worden er bovendien op vaak enigmatische wijze mee geconfronteerd. Zeker is de psychoanalyse niet in het minst een seksuologie. Het verwijt van panseksualisme aan Freuds adres is terecht. Seks is dan welteverstaan niet alles, maar seks is wel in alles. De zogenaamde seksuele revolutie heeft ons bij nader toezien amper uit onze seksuele ketenen bevrijd. Onze libido is nu eens een zegen, dan weer een gesel. Het belang van seksualiteit dreigt tegenwoordig ook binnen de psychoanalyse te worden verdrongen. Het is dus de hoogste tijd voor hedendaagse stemmen, een prima thema dus voor reeds het 20ste boek in de reeks Psychoanalytisch Actueel.

Met bijdragen van Mark Kinet, Koen Baeten, Paul Moyaert, Ariane Bazan, Susann Heenen-Wolff, Patrick Meurs, Lut De Rijdt, Stephanie Koziej, Jens De Vleminck, Bart Duron, Jantien Seeuws, Manora Van Craen en Piet Nijs.



Mark Kinet is psychiater in CPP Kliniek St.-Jozef Pittem, hoofdredacteur van de reeks Psychoanalytisch Actueel, bestuurslid Stichting Psychoanalyse en Cultuur. Hij voert psychoanalytische praktijk te Sint-Martens-Latem, www.markkinet.be
Koen Baeten is doctor in de wijsbegeerte & moraalwetenschappen, master familiale & seksuologische wetenschappen, master godsdienstwetenschappen en psychoanalyticus (BSP). Hij is verbonden aan het Kenniscentrum HIG te Schaarbeek en werkt in praktijk Anthe te Kontich.

Quick View

Psychoanalyse als seksuologie? Libido van gesel tot gezel (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 20)

 32,80

Een van de moeilijkheden van de psychoanalyse is en blijft haar focus op de kinderlijke, polymorf perverse seksualiteit. Samen met de levensgeschiedenis en haar min of meer traumatische ervaringen drukt deze seksualiteit op ons bestaan haar stempel. Drift, libido, lust, genieten of jouissance spelen echter niet alleen in ons liefdesleven een sleutelrol. We zijn ook maar niet alleen dieren met alle gelijkenissen en verschillen. Voor de mens heeft het seksuele onvermijdelijk iets traumatisch. Het bestookt en ontwricht ons van binnen uit. We worden er bovendien op vaak enigmatische wijze mee geconfronteerd. Zeker is de psychoanalyse niet in het minst een seksuologie. Het verwijt van panseksualisme aan Freuds adres is terecht. Seks is dan welteverstaan niet alles, maar seks is wel in alles. De zogenaamde seksuele revolutie heeft ons bij nader toezien amper uit onze seksuele ketenen bevrijd. Onze libido is nu eens een zegen, dan weer een gesel. Het belang van seksualiteit dreigt tegenwoordig ook binnen de psychoanalyse te worden verdrongen. Het is dus de hoogste tijd voor hedendaagse stemmen, een prima thema dus voor reeds het 20ste boek in de reeks Psychoanalytisch Actueel.

Met bijdragen van Mark Kinet, Koen Baeten, Paul Moyaert, Ariane Bazan, Susann Heenen-Wolff, Patrick Meurs, Lut De Rijdt, Stephanie Koziej, Jens De Vleminck, Bart Duron, Jantien Seeuws, Manora Van Craen en Piet Nijs.



Mark Kinet is psychiater in CPP Kliniek St.-Jozef Pittem, hoofdredacteur van de reeks Psychoanalytisch Actueel, bestuurslid Stichting Psychoanalyse en Cultuur. Hij voert psychoanalytische praktijk te Sint-Martens-Latem, www.markkinet.be
Koen Baeten is doctor in de wijsbegeerte & moraalwetenschappen, master familiale & seksuologische wetenschappen, master godsdienstwetenschappen en psychoanalyticus (BSP). Hij is verbonden aan het Kenniscentrum HIG te Schaarbeek en werkt in praktijk Anthe te Kontich.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Stages in het hoger onderwijs. Opstap naar loopbaancompetenties

 15,50

Dit boek wil studenten in het hoger onderwijs helpen zich voor te bereiden op de arbeidsmarkt.
De professionele drang om studenten in het hoger onderwijs te helpen zich voor te bereiden op de arbeidsmarkt en zich te oriënteren in het beroepenveld, vertaalde zich van 2009 tot 2014 in een doctoraal onderzoek. Dit boek is de brede, praktische toepassing van de resultaten van het onderzoek: het CompetentieOntwikkelend stageModel (COM) dat de vertaalslag faciliteert van domeinspecifieke leerresultaten naar generieke loopbaancompetenties.
Het boek richt zich tot stagebegeleiders, opleidingsverantwoordelijken en kwaliteitsbewakers van hogescholen en universiteiten. Het wil een antwoord bieden op de vragen omtrent competentieontwikkeling en kwalitatieve uitstroom van studenten en ook een zinvolle en praktische invulling geven aan het concept stage binnen hoger onderwijs.



Katty Elias behaalde een master in de communicatiewetenschappen en het diploma van leraar, beide aan de Vrije Universiteit Brussel. Na eerdere beroepservaringen als manager, fieldcoach, leerkracht, trainer, nascholer en voorzitter van een kleine pedagogische begeleidingsdienst, begeleidt ze sinds een tiental jaren aan de Vrije Universiteit Brussel masterstudenten Communicatiewetenschappen en masters in de Communicatiewetenschappen in de academische lerarenopleiding, die stage lopen in bedrijven, organisaties en instellingen, of in het secundair, hoger en volwassenenonderwijs. Thans is zij directeur van het Koninklijk Atheneum Tervuren, GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap.

Quick View

Stages in het hoger onderwijs. Opstap naar loopbaancompetenties

 15,50

Dit boek wil studenten in het hoger onderwijs helpen zich voor te bereiden op de arbeidsmarkt.
De professionele drang om studenten in het hoger onderwijs te helpen zich voor te bereiden op de arbeidsmarkt en zich te oriënteren in het beroepenveld, vertaalde zich van 2009 tot 2014 in een doctoraal onderzoek. Dit boek is de brede, praktische toepassing van de resultaten van het onderzoek: het CompetentieOntwikkelend stageModel (COM) dat de vertaalslag faciliteert van domeinspecifieke leerresultaten naar generieke loopbaancompetenties.
Het boek richt zich tot stagebegeleiders, opleidingsverantwoordelijken en kwaliteitsbewakers van hogescholen en universiteiten. Het wil een antwoord bieden op de vragen omtrent competentieontwikkeling en kwalitatieve uitstroom van studenten en ook een zinvolle en praktische invulling geven aan het concept stage binnen hoger onderwijs.



Katty Elias behaalde een master in de communicatiewetenschappen en het diploma van leraar, beide aan de Vrije Universiteit Brussel. Na eerdere beroepservaringen als manager, fieldcoach, leerkracht, trainer, nascholer en voorzitter van een kleine pedagogische begeleidingsdienst, begeleidt ze sinds een tiental jaren aan de Vrije Universiteit Brussel masterstudenten Communicatiewetenschappen en masters in de Communicatiewetenschappen in de academische lerarenopleiding, die stage lopen in bedrijven, organisaties en instellingen, of in het secundair, hoger en volwassenenonderwijs. Thans is zij directeur van het Koninklijk Atheneum Tervuren, GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Methodological challenges in research on student learning (Methodology and Statistics Series, nr. 1)

 23,60

Research on student learning has undergone many changes in the last decade. In particular, the research methodology has advanced in many different ways on the level of complexity of data collection and rigor of data analyses. In the quantitative research perspective, many off-line and online measures and statistical analysis techniques have been further meticulously developed. In the qualitative research perspective, a broader range of data collection tools are applied. Also the use of mixed method data analysis is increasing. Although in some research strands on student learning, the mono method approach of quantitative research is still ‘the golden rule’, in other research strands we notify more methodological creativity in mixing research paradigms and designs which can be very fruitful advancements for further knowledge development. In this book we focus on the domain of research on learning patterns in which these methodological shifts are in rapid evolution. A variety of international research cases illustrating current practices of empirical research, is presented showing how different methods of research on student learning can be applied and be useful for future research. Benefits an boundaries of the research methods are critically discussed and future perspectives are proposed.



Vincent Donche is associate professor of research methods in education at the Faculty of Social Sciences of the University of Antwerp, Belgium and member of the research group EduBROn. His current research interests include cognitive, regulative and affective aspects of student learning, professional learning, academic integration and educational measurement.

Sven De Maeyer is associate professor at the Faculty of Social Sciences of the University of Antwerp, Belgium. His research focuses on methodological and statistical issues in educational research such as: (1) Research on Performance Assessment and Adaptive Comparative Judgment; (2) Research on Instrument and Test development; (3) Self-evaluation instruments for schools; (4) Longitudinal research / Multilevel and mixed effects models / Structural equation models; (5) Combination of applied linguistics and educational research.

David Gijbels is associate professor of learning and instruction at the Faculty of Social Sciences of the University of Antwerp, Belgium. His research focuses on learning and assessment in higher education and on the workplace.

Huub van den Bergh is a professor at the Utrecht Institute of Linguistics of the University of Utrecht, The Netherlands. He has been involved in many studies on reading, writing and teaching, ranging from small scale think-aloud studies to large scale assessments, and from highly controlled experiments to quasi-experimental and field studies.

Quick View

Methodological challenges in research on student learning (Methodology and Statistics Series, nr. 1)

 23,60

Research on student learning has undergone many changes in the last decade. In particular, the research methodology has advanced in many different ways on the level of complexity of data collection and rigor of data analyses. In the quantitative research perspective, many off-line and online measures and statistical analysis techniques have been further meticulously developed. In the qualitative research perspective, a broader range of data collection tools are applied. Also the use of mixed method data analysis is increasing. Although in some research strands on student learning, the mono method approach of quantitative research is still ‘the golden rule’, in other research strands we notify more methodological creativity in mixing research paradigms and designs which can be very fruitful advancements for further knowledge development. In this book we focus on the domain of research on learning patterns in which these methodological shifts are in rapid evolution. A variety of international research cases illustrating current practices of empirical research, is presented showing how different methods of research on student learning can be applied and be useful for future research. Benefits an boundaries of the research methods are critically discussed and future perspectives are proposed.



Vincent Donche is associate professor of research methods in education at the Faculty of Social Sciences of the University of Antwerp, Belgium and member of the research group EduBROn. His current research interests include cognitive, regulative and affective aspects of student learning, professional learning, academic integration and educational measurement.

Sven De Maeyer is associate professor at the Faculty of Social Sciences of the University of Antwerp, Belgium. His research focuses on methodological and statistical issues in educational research such as: (1) Research on Performance Assessment and Adaptive Comparative Judgment; (2) Research on Instrument and Test development; (3) Self-evaluation instruments for schools; (4) Longitudinal research / Multilevel and mixed effects models / Structural equation models; (5) Combination of applied linguistics and educational research.

David Gijbels is associate professor of learning and instruction at the Faculty of Social Sciences of the University of Antwerp, Belgium. His research focuses on learning and assessment in higher education and on the workplace.

Huub van den Bergh is a professor at the Utrecht Institute of Linguistics of the University of Utrecht, The Netherlands. He has been involved in many studies on reading, writing and teaching, ranging from small scale think-aloud studies to large scale assessments, and from highly controlled experiments to quasi-experimental and field studies.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Groeiboek. Zorg- en volgsysteem voor kleuters. Analyse en handelen. Domeinboek Positieve ingesteldheid

 31,90

Groeiboek is een hulpmiddel bij de uitbouw van een zorgbeleid in de kleuterschool. Het is ontwikkeld voor de kleuterleidster en het zorgteam om extra zorg te bieden aan de kleuters die dat nodig hebben. Het handelingsgericht samenwerken en het zorgcontinuüm is het kader van waaruit wordt gewerkt. Groeiboek situeert zich op het niveau van verhoogde zorg en uitbreiding van zorg. Het concretiseert deze niveaus, in aansluiting op de diagnostische protocollen.

De kleuterleidster signaleert haar bezorgdheid en maakt systematisch een analyse. Hiermee ontdekt ze de onderwijsbehoeften van de kleuter en komt ze tot doelgericht handelen. Verschillende hulpmiddelen, zoals een overzicht van mogelijke hypothesen, observatielijsten en ontwikkelingslijnen, helpen haar hierbij.

Groeiboek ondersteunt op deze manier de systematiek en de continuïteit van de extra zorg doorheen de kleuterschool. Dat leidt tot een gedeelde zorg met de ouders, de kleuterleidster, het zorgteam en de leerlingbegeleider.

Groeiboek bestaat uit vier delen: ‘Basisboek’, ‘Signaleren’ en ‘Analyse en handelen’. Deel 3: ‘Analyse en handelen’ bestaat uit aparte domeinboeken die het denkkader concretiseren en suggesties doen naar interventies. Dit is het domeinboek ‘Positieve ingesteldheid’.

Groeiboek bestaat uit de delen: Basisboek, Signaleren, Analyse en handelen.
Zie ook:
Groeiboek. Basisboek
Groeiboek. Signaleren
Groeiboek. Analyse en handelen. Situering en werkwijze
Groeiboek. Analyse en handelen. Ontwikkeling van de zelfsturing
Groeiboek. Analyse en handelen. Denkontwikkeling
Groeiboek. Analyse en handelen. Taalontwikkeling
Groeiboek. Analyse en handelen. Motorische ontwikkeling
Groeiboek. Analyse en handelen. Zintuiglijke ontwikkeling & lichamelijke factoren
[Groeiboek. Analyse en handelen. Positieve ingesteldheid]
Groeiboek. Analyse en handelen. Sociale, emotionele en morele ontwikkeling


De auteur van Groeiboek/Positieve ingesteldheid, Mieke Wouters is psycho-pedagogisch consulent in het vrij CLB regio Hasselt. Ze bedacht mee het concept voor Groeiboek en is mede-auteur van Basisboek, Signaleren en Analyse en Handelen. Ze werkte voor dit domeinboek samen met Reinilde Lambert, Coördinator Basisonderwijs van het Vrij Centrum voor Leerlingbegeleiding regio Gent en eindredacteur/coördinator van de Groeiboek-reeks voor de Vrije CLB-Koepel..

Quick View

Groeiboek. Zorg- en volgsysteem voor kleuters. Analyse en handelen. Domeinboek Positieve ingesteldheid

 31,90

Groeiboek is een hulpmiddel bij de uitbouw van een zorgbeleid in de kleuterschool. Het is ontwikkeld voor de kleuterleidster en het zorgteam om extra zorg te bieden aan de kleuters die dat nodig hebben. Het handelingsgericht samenwerken en het zorgcontinuüm is het kader van waaruit wordt gewerkt. Groeiboek situeert zich op het niveau van verhoogde zorg en uitbreiding van zorg. Het concretiseert deze niveaus, in aansluiting op de diagnostische protocollen.

De kleuterleidster signaleert haar bezorgdheid en maakt systematisch een analyse. Hiermee ontdekt ze de onderwijsbehoeften van de kleuter en komt ze tot doelgericht handelen. Verschillende hulpmiddelen, zoals een overzicht van mogelijke hypothesen, observatielijsten en ontwikkelingslijnen, helpen haar hierbij.

Groeiboek ondersteunt op deze manier de systematiek en de continuïteit van de extra zorg doorheen de kleuterschool. Dat leidt tot een gedeelde zorg met de ouders, de kleuterleidster, het zorgteam en de leerlingbegeleider.

Groeiboek bestaat uit vier delen: ‘Basisboek’, ‘Signaleren’ en ‘Analyse en handelen’. Deel 3: ‘Analyse en handelen’ bestaat uit aparte domeinboeken die het denkkader concretiseren en suggesties doen naar interventies. Dit is het domeinboek ‘Positieve ingesteldheid’.

Groeiboek bestaat uit de delen: Basisboek, Signaleren, Analyse en handelen.
Zie ook:
Groeiboek. Basisboek
Groeiboek. Signaleren
Groeiboek. Analyse en handelen. Situering en werkwijze
Groeiboek. Analyse en handelen. Ontwikkeling van de zelfsturing
Groeiboek. Analyse en handelen. Denkontwikkeling
Groeiboek. Analyse en handelen. Taalontwikkeling
Groeiboek. Analyse en handelen. Motorische ontwikkeling
Groeiboek. Analyse en handelen. Zintuiglijke ontwikkeling & lichamelijke factoren
[Groeiboek. Analyse en handelen. Positieve ingesteldheid]
Groeiboek. Analyse en handelen. Sociale, emotionele en morele ontwikkeling


De auteur van Groeiboek/Positieve ingesteldheid, Mieke Wouters is psycho-pedagogisch consulent in het vrij CLB regio Hasselt. Ze bedacht mee het concept voor Groeiboek en is mede-auteur van Basisboek, Signaleren en Analyse en Handelen. Ze werkte voor dit domeinboek samen met Reinilde Lambert, Coördinator Basisonderwijs van het Vrij Centrum voor Leerlingbegeleiding regio Gent en eindredacteur/coördinator van de Groeiboek-reeks voor de Vrije CLB-Koepel..

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Herstel van de pedagogische dimensie in de ontwikkeling van mens en wereld

 29,90

Met goed onderwijs zijn grote belangen gediend. Niet verwonderlijk dus dat politici, bestuurders en belangenbehartigers het onderwijs willen beheersen en veranderen. Zij richten zich daarbij met name op leraren, die daardoor steeds minder ruimte ervaren om een wezenlijke bijdrage te kunnen leveren aan de essentie van onderwijs: het voortdurende scheppings- en wordingsproces van ieder kind en de wereld. De pedagogische relatie tussen leraar en leerling komt zo steeds meer onder druk te staan.

Het gebrek aan professionele ruimte en het gevoel in de pedagogische relatie tekort te schieten, begint steeds meer mensen in het onderwijs te beknellen. Zij zijn de bestuurlijke drukte en de stapeling van beleid beu en willen terug naar de kern: waartoe dient het onderwijs?Om over die vraag een ‘goed gesprek’ te kunnen voeren, is een gemeenschappelijke vocabulaire noodzakelijk. In dit boek ontwikkelt en onderbouwt Dolf van den Berg die gemeenschappelijke taal, waarbij hij onder meer teruggrijpt op pedagogische thema’s en begrippen die in de afgelopen vijftig jaar ‘onder de mat’ zijn geveegd, zoals de pedagogische vrijheid, de waardigheid van elke mens, de pedagogische relatie, het wederkerig proces van geven en ontvangen, het geloof in de kracht van mensen, de hoop op de toekomst en de liefde in de vorm van voor elkaar beschikbaar zijn: het ‘jij-dat-mij-ter-harte-gaat’.

Aan allen die groots willen dromen en denken!



Quick View

Herstel van de pedagogische dimensie in de ontwikkeling van mens en wereld

 29,90

Met goed onderwijs zijn grote belangen gediend. Niet verwonderlijk dus dat politici, bestuurders en belangenbehartigers het onderwijs willen beheersen en veranderen. Zij richten zich daarbij met name op leraren, die daardoor steeds minder ruimte ervaren om een wezenlijke bijdrage te kunnen leveren aan de essentie van onderwijs: het voortdurende scheppings- en wordingsproces van ieder kind en de wereld. De pedagogische relatie tussen leraar en leerling komt zo steeds meer onder druk te staan.

Het gebrek aan professionele ruimte en het gevoel in de pedagogische relatie tekort te schieten, begint steeds meer mensen in het onderwijs te beknellen. Zij zijn de bestuurlijke drukte en de stapeling van beleid beu en willen terug naar de kern: waartoe dient het onderwijs?Om over die vraag een ‘goed gesprek’ te kunnen voeren, is een gemeenschappelijke vocabulaire noodzakelijk. In dit boek ontwikkelt en onderbouwt Dolf van den Berg die gemeenschappelijke taal, waarbij hij onder meer teruggrijpt op pedagogische thema’s en begrippen die in de afgelopen vijftig jaar ‘onder de mat’ zijn geveegd, zoals de pedagogische vrijheid, de waardigheid van elke mens, de pedagogische relatie, het wederkerig proces van geven en ontvangen, het geloof in de kracht van mensen, de hoop op de toekomst en de liefde in de vorm van voor elkaar beschikbaar zijn: het ‘jij-dat-mij-ter-harte-gaat’.

Aan allen die groots willen dromen en denken!



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Neurocognitive Profiling of Children with Specific or Comorbid Reading Disabilities

 46,20

This study concerns the question whether different reading-related neurocognitive profiles can be observed for reading proficiency based groups of children, who attend the upper levels of Dutch primary education. Besides distinguishing between normal-to-good reading children and children with Reading Disabilities (RD), subgroups are discerned for two frequently reported comorbidities of RD, i.e., Attention Deficit Hyperactivity Disorder (ADHD) and Specific Language Impairment (SLI).

The research of this PhD thesis is organized into two empirical sections on different branches of reading-related neurocognitive research, which are elaborated in five studies. The first section focuses on the cognitive processes of phonemic awareness and rapid automatized naming, and the first study specifically addresses the question as to how the severity of RD affects the relative importance of these processes. Additionally, it is investigated how this works out for above-average and excellent readers. Involving the same processes, the second and third study focus on the issue of comorbidity with SLI and ADHD. The second section contains the fourth and fifth study which investigate the relatively novel link between word reading and two aspects of visual attention, i.e., selective attention and orienting of attention.

In the general discussion the employed working model of reading is supplied with empirically based estimates of the neurocognitive effect sizes. A main conclusion of the present study is that the addition of visual attention measurements to a phonological reading model provides an enhanced understanding of the cognitive basis of word reading, and offers interesting new perspectives on differential-diagnostic procedures and treatment planning.



Quick View

Neurocognitive Profiling of Children with Specific or Comorbid Reading Disabilities

 46,20

This study concerns the question whether different reading-related neurocognitive profiles can be observed for reading proficiency based groups of children, who attend the upper levels of Dutch primary education. Besides distinguishing between normal-to-good reading children and children with Reading Disabilities (RD), subgroups are discerned for two frequently reported comorbidities of RD, i.e., Attention Deficit Hyperactivity Disorder (ADHD) and Specific Language Impairment (SLI).

The research of this PhD thesis is organized into two empirical sections on different branches of reading-related neurocognitive research, which are elaborated in five studies. The first section focuses on the cognitive processes of phonemic awareness and rapid automatized naming, and the first study specifically addresses the question as to how the severity of RD affects the relative importance of these processes. Additionally, it is investigated how this works out for above-average and excellent readers. Involving the same processes, the second and third study focus on the issue of comorbidity with SLI and ADHD. The second section contains the fourth and fifth study which investigate the relatively novel link between word reading and two aspects of visual attention, i.e., selective attention and orienting of attention.

In the general discussion the employed working model of reading is supplied with empirically based estimates of the neurocognitive effect sizes. A main conclusion of the present study is that the addition of visual attention measurements to a phonological reading model provides an enhanced understanding of the cognitive basis of word reading, and offers interesting new perspectives on differential-diagnostic procedures and treatment planning.



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Evidence-based voedingsleer. Eten en weten

 41,10

De voedingswetenschap is zeer complex. Boodschappen die bedacht zijn door marketingafdelingen van grote bedrijven en commerciële vermageringsdiëten, zaaien verwarring bij de consument.
De wetenschap wil er het fijne van weten. Wat is zeker waar en wat is zeker niet waar? Op welke vragen heeft de wetenschap tot dusver geen antwoord? Misschien is ze zich van bepaalde vragen nog niet eens bewust? De auteur wil zo veel mogelijk vragen beantwoorden, evidence based, zodat de antwoorden juist zijn. Daarmee maakt hij komaf met onverantwoorde beweringen van voedingsgoeroes, misplaatste acties van marketinglieden enz. Het boek is dan ook bestemd voor iedereen die betrouwbare informatie wil hebben.



Patrick Mullie studeerde voedings- en dieetleer aan de Regaschool in Leuven en epidemiologie aan de Universiteit Maastricht. Hij werd doctor in de biomedische wetenschappen aan de KU Leuven. Momenteel doceert hij aan de Vrije Universiteit Brussel en aan de Erasmushogeschool in Brussel. Daarnaast is hij onderzoeksdirecteur bij het Koningin Astrid Militair Hospitaal in Neder-over-Heembeek, expert bij de Hoge Gezondheidsraad van België en research director bij het International Prevention Research Institute in Lyon.

Quick View

Evidence-based voedingsleer. Eten en weten

 41,10

De voedingswetenschap is zeer complex. Boodschappen die bedacht zijn door marketingafdelingen van grote bedrijven en commerciële vermageringsdiëten, zaaien verwarring bij de consument.
De wetenschap wil er het fijne van weten. Wat is zeker waar en wat is zeker niet waar? Op welke vragen heeft de wetenschap tot dusver geen antwoord? Misschien is ze zich van bepaalde vragen nog niet eens bewust? De auteur wil zo veel mogelijk vragen beantwoorden, evidence based, zodat de antwoorden juist zijn. Daarmee maakt hij komaf met onverantwoorde beweringen van voedingsgoeroes, misplaatste acties van marketinglieden enz. Het boek is dan ook bestemd voor iedereen die betrouwbare informatie wil hebben.



Patrick Mullie studeerde voedings- en dieetleer aan de Regaschool in Leuven en epidemiologie aan de Universiteit Maastricht. Hij werd doctor in de biomedische wetenschappen aan de KU Leuven. Momenteel doceert hij aan de Vrije Universiteit Brussel en aan de Erasmushogeschool in Brussel. Daarnaast is hij onderzoeksdirecteur bij het Koningin Astrid Militair Hospitaal in Neder-over-Heembeek, expert bij de Hoge Gezondheidsraad van België en research director bij het International Prevention Research Institute in Lyon.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Wonen in Vlaanderen anno 2013. De bevindingen uit het Grote Woononderzoek 2013 gebundeld

 30,80

Tijdens het Grote Woononderzoek 2013 werden in Vlaanderen 10.000 gezinnen uitgebreid geïnterviewd over o.a. hun uitgaven voor wonen, de wijze van financiering, woonwensen en woongeschiedenis. Bovendien werden 5.000 woningen ook grondig gescreend volgens een methodiek gebaseerd op de kwaliteitsnormen van de Vlaamse overheid. Dit boek bundelt de voornaamste resultaten van het Grote Woononderzoek en plaatst deze binnen de ruimere context en historiek van de woningmarkt.
Tot de meest opvallende resultaten hoort de vaststelling dat naar schatting 1 miljoen Vlaamse woningen tekortkomingen vertoont waardoor ze bij een conformiteitsonderzoek wellicht niet zouden voldoen aan de Vlaamse normen. Nieuw is ook dat na een decennialange toename van het aandeel eigenaars onder de Vlaamse bevolking dit aandeel nu afneemt. Verder bevestigen de resultaten de gekende en toenemende betaalbaarheidsproblemen op de private huurmarkt. Dit boek is onmisbare lectuur voor wie zich een objectief beeld wenst te vormen van de Vlaamse woningmarkt anno 2013. Voor de overheid bieden de resultaten van het onderzoek een hulp om het beleid beter te richten op de voornaamste problemen.



Dit boek werd geschreven door auteurs van verschillende academische disciplines, die samenwerken binnen het Steunpunt Wonen.

Quick View

Wonen in Vlaanderen anno 2013. De bevindingen uit het Grote Woononderzoek 2013 gebundeld

 30,80

Tijdens het Grote Woononderzoek 2013 werden in Vlaanderen 10.000 gezinnen uitgebreid geïnterviewd over o.a. hun uitgaven voor wonen, de wijze van financiering, woonwensen en woongeschiedenis. Bovendien werden 5.000 woningen ook grondig gescreend volgens een methodiek gebaseerd op de kwaliteitsnormen van de Vlaamse overheid. Dit boek bundelt de voornaamste resultaten van het Grote Woononderzoek en plaatst deze binnen de ruimere context en historiek van de woningmarkt.
Tot de meest opvallende resultaten hoort de vaststelling dat naar schatting 1 miljoen Vlaamse woningen tekortkomingen vertoont waardoor ze bij een conformiteitsonderzoek wellicht niet zouden voldoen aan de Vlaamse normen. Nieuw is ook dat na een decennialange toename van het aandeel eigenaars onder de Vlaamse bevolking dit aandeel nu afneemt. Verder bevestigen de resultaten de gekende en toenemende betaalbaarheidsproblemen op de private huurmarkt. Dit boek is onmisbare lectuur voor wie zich een objectief beeld wenst te vormen van de Vlaamse woningmarkt anno 2013. Voor de overheid bieden de resultaten van het onderzoek een hulp om het beleid beter te richten op de voornaamste problemen.



Dit boek werd geschreven door auteurs van verschillende academische disciplines, die samenwerken binnen het Steunpunt Wonen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Op uw gezondheid

 20,50

“We kunnen niet zonder gezondheidszorg en solidariteit”, zegt Geert Messiaen. Daarvoor zijn ook ziekenfondsen nodig, zowel in België als in Europa. Gezondheidszorg moet bovendien toegankelijk zijn en blijven, voor iedereen. Dit boek geeft een heldere kijk op waar we vandaag staan, wat we moeten bewaken en wat de toekomst brengt.



Geert Messiaen is secretaris-generaal van de Landsbond van Liberale Mutualiteiten.

Quick View

Op uw gezondheid

 20,50

“We kunnen niet zonder gezondheidszorg en solidariteit”, zegt Geert Messiaen. Daarvoor zijn ook ziekenfondsen nodig, zowel in België als in Europa. Gezondheidszorg moet bovendien toegankelijk zijn en blijven, voor iedereen. Dit boek geeft een heldere kijk op waar we vandaag staan, wat we moeten bewaken en wat de toekomst brengt.



Geert Messiaen is secretaris-generaal van de Landsbond van Liberale Mutualiteiten.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Schets voor een zelfanalyse

 18,40

Postuum verscheen in 2004 ‘Esquisse pour une auto-analyse’ van de Franse filosoof en socioloog Pierre Bourdieu. In dit boek past hij zijn theoretisch gezichtspunt van de reflexieve objectivering consequent toe op zijn eigen persoon en op de invloeden van zijn sociale omgeving, die hem hebben gemaakt tot wat hij is: een breed georiënteerde, veelzijdige socioloog. Hij vertelt over zijn onvrede met de traditionele Franse academische filosofie, zijn kritiek op dominante figuren als Sartre, en zijn overstap naar de destijds nauwelijks erkende sociologie. Heel ongebruikelijk voor zijn manier van schrijven is de inkijk die hij geeft op zijn persoonlijk leven, zijn herkomst uit een eenvoudig milieu in de Béarn, het leven op een streng jongensinternaat in Pau, zijn indrukwekkende ervaringen als militair en onderzoeker in de Algerijnse bevrijdingsoorlog en de als weldadig ervaren ontplooiing van een briljante student in het intellectuele milieu van Parijs in de jaren vijftig.



Pierre Bourdieu (1930-2002) was oorspronkelijk filosoof en is bekend geworden als een van de meest invloedrijke Franse sociologen van de afgelopen eeuw. Hij was hoogleraar aan het Collège de France in Parijs, directeur van een onderzoeksinstituut en hoofdredacteur van het door hem opgerichte tijdschrift Actes de la recherche en sciences sociales. Zijn werkterrein is ongekend breed, van etnologische studies tot thema’s als onderwijs, economie, literatuur, kunst en media. De laatste jaren trad hij ook buiten de wetenschap op en mengde zich publiekelijk in belangrijke problemen van beleid en politiek.

Quick View

Schets voor een zelfanalyse

 18,40

Postuum verscheen in 2004 ‘Esquisse pour une auto-analyse’ van de Franse filosoof en socioloog Pierre Bourdieu. In dit boek past hij zijn theoretisch gezichtspunt van de reflexieve objectivering consequent toe op zijn eigen persoon en op de invloeden van zijn sociale omgeving, die hem hebben gemaakt tot wat hij is: een breed georiënteerde, veelzijdige socioloog. Hij vertelt over zijn onvrede met de traditionele Franse academische filosofie, zijn kritiek op dominante figuren als Sartre, en zijn overstap naar de destijds nauwelijks erkende sociologie. Heel ongebruikelijk voor zijn manier van schrijven is de inkijk die hij geeft op zijn persoonlijk leven, zijn herkomst uit een eenvoudig milieu in de Béarn, het leven op een streng jongensinternaat in Pau, zijn indrukwekkende ervaringen als militair en onderzoeker in de Algerijnse bevrijdingsoorlog en de als weldadig ervaren ontplooiing van een briljante student in het intellectuele milieu van Parijs in de jaren vijftig.



Pierre Bourdieu (1930-2002) was oorspronkelijk filosoof en is bekend geworden als een van de meest invloedrijke Franse sociologen van de afgelopen eeuw. Hij was hoogleraar aan het Collège de France in Parijs, directeur van een onderzoeksinstituut en hoofdredacteur van het door hem opgerichte tijdschrift Actes de la recherche en sciences sociales. Zijn werkterrein is ongekend breed, van etnologische studies tot thema’s als onderwijs, economie, literatuur, kunst en media. De laatste jaren trad hij ook buiten de wetenschap op en mengde zich publiekelijk in belangrijke problemen van beleid en politiek.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Asiel en detentie, waar een hulpverlener zijn grenzen bereikt. Psychosociale ondersteuning van asielzoekers in een gesloten setting

 36,40
Het gesloten asielcentrum is een complexe setting waar migratie, asiel, detentie en terugkeer elkaar ontmoeten. Een context achter gesloten deuren met een actuele thematiek.
Zowel interculturele hulpverlening als psychodiagnostiek bij migranten en vluchtelingen zijn vaak weerkerende onderwerpen. Wat houdt het in om iemand cultuursensitief psychisch te begeleiden? Hoe dienen we bepaalde gedragingen te begrijpen? Welk ziektebeeld zien we? Welke tests kunnen we afnemen? Hoe interpreteren we de testresultaten?
Er rijzen heel wat moeilijkheden bij multiculturele hulpverlening, vooral met de psychosociale begeleiding in een asielcentrum met het oog op terugkeer. Onder meer aan de hand van ervaringen en casussen worden handvatten aangereikt voor interculturele hulpverlening, de psychische begeleiding van vluchtelingen, de complexe verwevenheid van de asielprocedure, met allerlei persoonsgebonden factoren, en interculturele psychodiagnostiek.

Melina Lopez studeerde klinische psychologie voor volwassenen, met een bijkomende specialisatie in de klinische psychodiagnostiek, aan de KU Leuven. Ze werkt in het gesloten asielcentrum Transitcentrum Caricole in Steenokkerzeel, waar ze inmiddels adjunct-directeur is.

Quick View

Asiel en detentie, waar een hulpverlener zijn grenzen bereikt. Psychosociale ondersteuning van asielzoekers in een gesloten setting

 36,40
Het gesloten asielcentrum is een complexe setting waar migratie, asiel, detentie en terugkeer elkaar ontmoeten. Een context achter gesloten deuren met een actuele thematiek.
Zowel interculturele hulpverlening als psychodiagnostiek bij migranten en vluchtelingen zijn vaak weerkerende onderwerpen. Wat houdt het in om iemand cultuursensitief psychisch te begeleiden? Hoe dienen we bepaalde gedragingen te begrijpen? Welk ziektebeeld zien we? Welke tests kunnen we afnemen? Hoe interpreteren we de testresultaten?
Er rijzen heel wat moeilijkheden bij multiculturele hulpverlening, vooral met de psychosociale begeleiding in een asielcentrum met het oog op terugkeer. Onder meer aan de hand van ervaringen en casussen worden handvatten aangereikt voor interculturele hulpverlening, de psychische begeleiding van vluchtelingen, de complexe verwevenheid van de asielprocedure, met allerlei persoonsgebonden factoren, en interculturele psychodiagnostiek.

Melina Lopez studeerde klinische psychologie voor volwassenen, met een bijkomende specialisatie in de klinische psychodiagnostiek, aan de KU Leuven. Ze werkt in het gesloten asielcentrum Transitcentrum Caricole in Steenokkerzeel, waar ze inmiddels adjunct-directeur is.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Communiceren op uw gezondheid. De stem van wetenschappers in het gezondheidsdebat

 22,60

Bij de recente uitbraak van ebola ontstond paniek. Toch eist de schijnbaar onschuldige seizoensgriep jaarlijks meer slachtoffers. Waarom laten dan niet alle patiënten uit risicogroepen zich vaccineren? Welke lessen kunnen we daaruit leren? En welke rol moeten wetenschappers spelen in het vermijden en aanpakken van deze ziektes?

Wetenschappers moeten beter communiceren op een open en transparante manier, beter samenwerken met beleidsmakers en zorgverleners en de bevolking juist informeren. Maar hoe moet dat dan?

De auteurs illustreren met voorbeelden en anekdotes hun vaststellingen en aanbevelingen, gebaseerd op hun jarenlange ervaring in het griepveld. Ze gaan in op kansen en valkuilen in de relatie met de pers, op het verantwoorden van onderzoek en de samenwerking met de farmaceutische industrie, op de risico’s op desinformatie, enzovoort.

Het boek is aldus een oproep naar wetenschappers, beleidsmakers, industrie en zorgverleners om hun verantwoordelijkheid op te nemen voor een duurzaam gezondheidsbeleid.

Met een voorwoord door Marc Van Ranst en Roel Coutinho.



PROF. DR. A.D.M.E. (AB) OSTERHAUS is hoogleraar virologie en virus discovery aan de Universiteit Utrecht en directeur van het nieuw opgerichte Center for Infection Medicine and Zoonoses Research in Hannover. Voordien was hij hoofd van het departement viroscience van het Erasmus MC in Rotterdam.

CHRIS VANLANGENDONCK is marketeer en communicatiewetenschapper. Ze staat aan het hoofd van Semiotics, een bureau dat wetenschappers, wetenschappelijke organisaties en academische instellingen begeleidt bij hun communicatie.

Ab Osterhaus is voorzitter van de European Scientific Working group on Influenza (ESWI), Chris Vanlangendonck is er verantwoordelijk voor de positionering en communicatie.

Quick View

Communiceren op uw gezondheid. De stem van wetenschappers in het gezondheidsdebat

 22,60

Bij de recente uitbraak van ebola ontstond paniek. Toch eist de schijnbaar onschuldige seizoensgriep jaarlijks meer slachtoffers. Waarom laten dan niet alle patiënten uit risicogroepen zich vaccineren? Welke lessen kunnen we daaruit leren? En welke rol moeten wetenschappers spelen in het vermijden en aanpakken van deze ziektes?

Wetenschappers moeten beter communiceren op een open en transparante manier, beter samenwerken met beleidsmakers en zorgverleners en de bevolking juist informeren. Maar hoe moet dat dan?

De auteurs illustreren met voorbeelden en anekdotes hun vaststellingen en aanbevelingen, gebaseerd op hun jarenlange ervaring in het griepveld. Ze gaan in op kansen en valkuilen in de relatie met de pers, op het verantwoorden van onderzoek en de samenwerking met de farmaceutische industrie, op de risico’s op desinformatie, enzovoort.

Het boek is aldus een oproep naar wetenschappers, beleidsmakers, industrie en zorgverleners om hun verantwoordelijkheid op te nemen voor een duurzaam gezondheidsbeleid.

Met een voorwoord door Marc Van Ranst en Roel Coutinho.



PROF. DR. A.D.M.E. (AB) OSTERHAUS is hoogleraar virologie en virus discovery aan de Universiteit Utrecht en directeur van het nieuw opgerichte Center for Infection Medicine and Zoonoses Research in Hannover. Voordien was hij hoofd van het departement viroscience van het Erasmus MC in Rotterdam.

CHRIS VANLANGENDONCK is marketeer en communicatiewetenschapper. Ze staat aan het hoofd van Semiotics, een bureau dat wetenschappers, wetenschappelijke organisaties en academische instellingen begeleidt bij hun communicatie.

Ab Osterhaus is voorzitter van de European Scientific Working group on Influenza (ESWI), Chris Vanlangendonck is er verantwoordelijk voor de positionering en communicatie.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Onveilige burger en bange politiek? Van 9/11 tot Edward Snowden en verder

 25,60

Als de aanslagen van 11 september 2001 ergens toe geleid hebben, is het een angstpsychose. Niet zozeer een angstpsychose onder burgers, waar politici zo graag naar verwijzen, maar een onder politici zelf. Na elke aanslag doet zich een veiligheidskramp voor, die leidt tot een reeks nieuwe maatregelen bovenop de al bestaande. Telkens opnieuw wordt gesteld dat nieuwe initiatieven nodig zijn omdat de oude niet voldoen. Maar de oude maatregelen worden zelden heroverwogen en geëvalueerd op hun efficiëntie, laat staan op hun proportionaliteits- of ethisch gehalte.
In dit boek wordt de balans opgemaakt van het veiligheidsbeleid in Amerika en Europa sinds 9/11. Die evaluatie gebeurt in confrontatie met de burger- en mensenrechten. De vraag wordt gesteld of de inbreuken op die rechten onontkoombaar zijn en of ze eigenlijk in verhouding zijn tot het kwaad dat ze willen voorkomen. Centraal staat dus de spanning tussen de veiligheid en de rechten van de burger en de vraag in hoeverre ze werkelijk rivalen zijn.
Dit is een boek dat niet alleen de realiteit in kaart brengt en evalueert, maar ook inzichten biedt in de weerkerende, vaak eenzijdige en kortzichtige keuzes die gemaakt worden in tijden van terreur, en de verborgen logica die hierachter schuilt.



WIM SMIT is doctor in de theologische ethiek, gespecialiseerd in terrorisme, veiligheidsbeleid en mensenrechten. Een thematiek waarover hij ook blogt.

Quick View

Onveilige burger en bange politiek? Van 9/11 tot Edward Snowden en verder

 25,60

Als de aanslagen van 11 september 2001 ergens toe geleid hebben, is het een angstpsychose. Niet zozeer een angstpsychose onder burgers, waar politici zo graag naar verwijzen, maar een onder politici zelf. Na elke aanslag doet zich een veiligheidskramp voor, die leidt tot een reeks nieuwe maatregelen bovenop de al bestaande. Telkens opnieuw wordt gesteld dat nieuwe initiatieven nodig zijn omdat de oude niet voldoen. Maar de oude maatregelen worden zelden heroverwogen en geëvalueerd op hun efficiëntie, laat staan op hun proportionaliteits- of ethisch gehalte.
In dit boek wordt de balans opgemaakt van het veiligheidsbeleid in Amerika en Europa sinds 9/11. Die evaluatie gebeurt in confrontatie met de burger- en mensenrechten. De vraag wordt gesteld of de inbreuken op die rechten onontkoombaar zijn en of ze eigenlijk in verhouding zijn tot het kwaad dat ze willen voorkomen. Centraal staat dus de spanning tussen de veiligheid en de rechten van de burger en de vraag in hoeverre ze werkelijk rivalen zijn.
Dit is een boek dat niet alleen de realiteit in kaart brengt en evalueert, maar ook inzichten biedt in de weerkerende, vaak eenzijdige en kortzichtige keuzes die gemaakt worden in tijden van terreur, en de verborgen logica die hierachter schuilt.



WIM SMIT is doctor in de theologische ethiek, gespecialiseerd in terrorisme, veiligheidsbeleid en mensenrechten. Een thematiek waarover hij ook blogt.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Meertaligheid onder de loep

 29,80

Het belang van meertaligheid in onze hedendaagse maatschappij kan niet genoeg benadrukt worden. Toenemende globalisering, migratie en technologische vernieuwingen maken van meertaligheid eerder de norm dan de uitzondering. Dit creëert nieuwe uitdagingen, zowel op onderzoeks- als op beleidsvlak. Want wanneer is iemand meertalig? Wat is de invloed van de omgeving? Wat doet meertaligheid met de hersenen? Wat als een meertalige plots een taalstoornis heeft? Welke cognitieve en affectieve factoren spelen een rol? Wat bevordert of belemmert de implementatie van meertalig onderwijs? Welke rol speelt meertaligheid bij de constructie van maatschappelijke en individuele identiteiten? Hoe beïnvloedt meertaligheid mediaprocessen en berichtgeving?
Dit boek biedt een overzicht van de recentste inzichten over meertaligheid. Verscheidene auteurs komen aan het woord vanuit hun expertisedomein. Ze voeren onderzoek in de Belgische meertalige context, gekaderd in een Europees perspectief.



Quick View

Meertaligheid onder de loep

 29,80

Het belang van meertaligheid in onze hedendaagse maatschappij kan niet genoeg benadrukt worden. Toenemende globalisering, migratie en technologische vernieuwingen maken van meertaligheid eerder de norm dan de uitzondering. Dit creëert nieuwe uitdagingen, zowel op onderzoeks- als op beleidsvlak. Want wanneer is iemand meertalig? Wat is de invloed van de omgeving? Wat doet meertaligheid met de hersenen? Wat als een meertalige plots een taalstoornis heeft? Welke cognitieve en affectieve factoren spelen een rol? Wat bevordert of belemmert de implementatie van meertalig onderwijs? Welke rol speelt meertaligheid bij de constructie van maatschappelijke en individuele identiteiten? Hoe beïnvloedt meertaligheid mediaprocessen en berichtgeving?
Dit boek biedt een overzicht van de recentste inzichten over meertaligheid. Verscheidene auteurs komen aan het woord vanuit hun expertisedomein. Ze voeren onderzoek in de Belgische meertalige context, gekaderd in een Europees perspectief.



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Leraren, wat boeit jullie? Theoretisch en empirisch onderzoek naar roeping binnen het professioneel zelfverstaan – Handelseditie

 36,00

Het beroep van de leraar staat ter discussie. Hierbij spelen fundamentele vragen een rol.
- Kan het leraarschap beschreven en beoordeeld worden op grond van competentielijsten?
- Wordt het beroep van leraar in de nabije toekomst overbodig door educatieve computerprogramma’s?
- Hebben leraren zelf iets in te brengen in de vormgeving van hun beroep?

Zowel theoretisch als empirisch toont dit onderzoek aan dat een strikt zakelijkinstrumentele benadering onvoldoende recht doet aan de eigenheid van het leraarschap. De auteur pleit in dit kader voor een rehabilitatie van het woord roeping.

Zo blijkt uit een enquête dat veel leraren positieve associaties hebben bij roeping: zij associëren dit begrip met een zich aangesproken weten door jonge mensen. In het verlengde hiervan voelen leraren zich gedreven om bij te dragen aan de vorming van hun leerlingen. Een andere opvallende uitkomst is dat veel leraren spirituele associaties hebben bij hun leraarschap.
Ook uit de gehouden diepte-interviews blijkt dat er sprake is van roeping. Zo blijkt de inspiratiebron voor de inzet voor leerlingen in de eigen persoonlijke en professionele levensgeschiedenis te liggen. Deze beleving van het leraarschap draagt bij aan de persoonlijk-professionele ontwikkeling en kan als roeping gekenschetst worden. De analyses leiden tot een model van de professionaliteit, waarbinnen betekenisgeving en menswaardigheid centraal staan.

Zowel theoretisch als qua onderzoek biedt deze studie interessante ingangen voor iedere professional die een menswaardige professionaliteit nastreeft binnen sectoren zoals de gezondheidszorg, hulpverlening, overheid, onderwijs en politie.



Bill Banning is theoloog en werkzaam als docent en identiteitsbegeleider. Daarnaast publiceert hij op gebied van onderwijs en levensbeschouwing. Het essay Onderwijsdier in hart en nieren. Een persoonlijke visie op groei, professionaliteit en pedagogisch vermogen (2007) diende als persoonlijke voorstudie voor dit proefschrift.

Quick View

Leraren, wat boeit jullie? Theoretisch en empirisch onderzoek naar roeping binnen het professioneel zelfverstaan – Handelseditie

 36,00

Het beroep van de leraar staat ter discussie. Hierbij spelen fundamentele vragen een rol.
- Kan het leraarschap beschreven en beoordeeld worden op grond van competentielijsten?
- Wordt het beroep van leraar in de nabije toekomst overbodig door educatieve computerprogramma’s?
- Hebben leraren zelf iets in te brengen in de vormgeving van hun beroep?

Zowel theoretisch als empirisch toont dit onderzoek aan dat een strikt zakelijkinstrumentele benadering onvoldoende recht doet aan de eigenheid van het leraarschap. De auteur pleit in dit kader voor een rehabilitatie van het woord roeping.

Zo blijkt uit een enquête dat veel leraren positieve associaties hebben bij roeping: zij associëren dit begrip met een zich aangesproken weten door jonge mensen. In het verlengde hiervan voelen leraren zich gedreven om bij te dragen aan de vorming van hun leerlingen. Een andere opvallende uitkomst is dat veel leraren spirituele associaties hebben bij hun leraarschap.
Ook uit de gehouden diepte-interviews blijkt dat er sprake is van roeping. Zo blijkt de inspiratiebron voor de inzet voor leerlingen in de eigen persoonlijke en professionele levensgeschiedenis te liggen. Deze beleving van het leraarschap draagt bij aan de persoonlijk-professionele ontwikkeling en kan als roeping gekenschetst worden. De analyses leiden tot een model van de professionaliteit, waarbinnen betekenisgeving en menswaardigheid centraal staan.

Zowel theoretisch als qua onderzoek biedt deze studie interessante ingangen voor iedere professional die een menswaardige professionaliteit nastreeft binnen sectoren zoals de gezondheidszorg, hulpverlening, overheid, onderwijs en politie.



Bill Banning is theoloog en werkzaam als docent en identiteitsbegeleider. Daarnaast publiceert hij op gebied van onderwijs en levensbeschouwing. Het essay Onderwijsdier in hart en nieren. Een persoonlijke visie op groei, professionaliteit en pedagogisch vermogen (2007) diende als persoonlijke voorstudie voor dit proefschrift.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Community involvement in heritage (Reflections on Cultural Heritage Theories and Practices (A series by the Raymond Lemaire International Centre for Conservation, KUL – Deel 1)Community involvement in heritage (Reflections on Cultural Heritage Theories and Practices (A series by the Raymond Lemaire International Centre for Conservation, KUL – Deel 1)
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Community involvement in heritage (Reflections on Cultural Heritage Theories and Practices (A series by the Raymond Lemaire International Centre for Conservation, KUL – Deel 1)

 33,90

The value of heritage for society is increasingly underscored. This goes hand in hand with a growing interest for local communities’ involvement in heritage management plans. Although this shift in discourse is acknowledged, its practical implementation seems often too ambitious and not easy to apply. Therefore, the Raymond Lemaire International Centre for Conservation (RLICC, University of Leuven) considered “community participation in valuing and managing heritage” a relevant and timely topic for its annual international conference, the “Thematic Week”.

This volume reports on the lectures and fruitful debates dedicated to this theme during the 2014 Thematic Week, which took place January 22nd-24th. The conference entailed an integral and holistic approach towards community participation. Focusing traditionally on the conservation of the historic urban environment and immovable heritage, the RLICC took the opportunity to involve both the intangible and movable heritage fields which have a more apparent relation with community participation in managing heritage.

The contributions by different international authors, including theoretical reflections, policy / discourse analyses and practical case studies, show that a balanced approach is needed. They evidence that more research is required on the success and on failure factors associated with community participation in heritage preservation and management projects. It appears that taking full advantage of public participation requires considering heritage as an economic, social and intellectual resource for local communities. These added benefits can enhance the value a community attributes to heritage and encourages them to maintain it.

This publication was developed in context of the UNESCO Chair on Preventive Conservation, Monitoring and Maintenance of Monuments and Sites (PRECOM3OS), established at the RLICC in collaboration with Monumentenwacht Vlaanderen and the Faculty of Architecture of the University of Cuenca in Ecuador and financially supported by the Janssen Fund for Preventive Conservation.



Community involvement in heritage (Reflections on Cultural Heritage Theories and Practices (A series by the Raymond Lemaire International Centre for Conservation, KUL – Deel 1)Community involvement in heritage (Reflections on Cultural Heritage Theories and Practices (A series by the Raymond Lemaire International Centre for Conservation, KUL – Deel 1)
Quick View

Community involvement in heritage (Reflections on Cultural Heritage Theories and Practices (A series by the Raymond Lemaire International Centre for Conservation, KUL – Deel 1)

 33,90

The value of heritage for society is increasingly underscored. This goes hand in hand with a growing interest for local communities’ involvement in heritage management plans. Although this shift in discourse is acknowledged, its practical implementation seems often too ambitious and not easy to apply. Therefore, the Raymond Lemaire International Centre for Conservation (RLICC, University of Leuven) considered “community participation in valuing and managing heritage” a relevant and timely topic for its annual international conference, the “Thematic Week”.

This volume reports on the lectures and fruitful debates dedicated to this theme during the 2014 Thematic Week, which took place January 22nd-24th. The conference entailed an integral and holistic approach towards community participation. Focusing traditionally on the conservation of the historic urban environment and immovable heritage, the RLICC took the opportunity to involve both the intangible and movable heritage fields which have a more apparent relation with community participation in managing heritage.

The contributions by different international authors, including theoretical reflections, policy / discourse analyses and practical case studies, show that a balanced approach is needed. They evidence that more research is required on the success and on failure factors associated with community participation in heritage preservation and management projects. It appears that taking full advantage of public participation requires considering heritage as an economic, social and intellectual resource for local communities. These added benefits can enhance the value a community attributes to heritage and encourages them to maintain it.

This publication was developed in context of the UNESCO Chair on Preventive Conservation, Monitoring and Maintenance of Monuments and Sites (PRECOM3OS), established at the RLICC in collaboration with Monumentenwacht Vlaanderen and the Faculty of Architecture of the University of Cuenca in Ecuador and financially supported by the Janssen Fund for Preventive Conservation.



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

ADAPTI. Vragenlijst naar adaptieve vaardigheden voor jongvolwassenen met een autismespectrumstoornis 16-25 jaar

 32,40

Jongvolwassenen met een autismespectrumstoornis (ASS) staan voor een grote uitdaging. Ze worden voor keuzes gesteld, komen vaak in een nieuwe omgeving terecht en er wordt een grotere mate van zelfstandigheid verwacht. Individuele begeleiding helpt hen om zich hierop voor te bereiden. Een eerste stap daarbij is nagaan aan welke vaardigheden gewerkt kan worden.

Daarom werd de ADAPTI ontwikkeld, een zelfrapporteringsinstrument dat de adaptieve vaardigheden van jongvolwassenen met ASS in kaart brengt. De uitkomst is een uniek profiel op vlak van sociale interacties, inlevingsvermogen, communicatie, flexibiliteit, planning en organisatie, computervaardigheden, omgaan met interesses en zelfredzaamheid. Het profiel biedt aanknopingspunten voor een gerichte begeleiding.

De vragenlijst is ontwikkeld voor schoolgaande of studerende jongvolwassenen met ASS van 16 tot en met 25 jaar, met (boven)gemiddelde cognitieve mogelijkheden. Het invullen neemt slechts 15 minuten in beslag.

Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.

Dr. Inge Schietecatte, psycholoog, werkte binnen Code Thomas More aan een onderzoeksproject over autismespectrumstoornissen (ASS) in de jongvolwassenheid. Door klinische ervaring en eerder onderzoek bouwde ze expertise op over ASS. Ze werkt nu als beleidsmedewerker bij KOCA vzw.

Prof. dr. Ilse Noens, orthopedagoog, is hoofddocent aan en diensthoofd van de onderzoekseenheid Gezins- en Orthopedagogiek van KU Leuven. Ze heeft talloze wetenschappelijke publicaties op haar naam staan over onder andere ASS bij kinderen en volwassenen.

Caroline Bolckmans, psycholoog, werkt als projectmedewerker binnen Code Thomas More. Daar staat zij voornamelijk in voor de diagnostiek en begeleiding bij ontwikkelingsstoornissen.

Prof. dr. Wim Tops, psycholoog en neurolinguïst, is universitair docent aan de Rijksuniversiteit Groningen (Nederland) bij de onderzoeksgroep Neurolinguïstiek. Hij werkte binnen Code Thomas More aan een onderzoeksproject over ASS in de jongvolwassenheid.

Prof. dr. Dieter Baeyens, psycholoog, is als hoofddocent verbonden aan de onderzoekseenheid Gezins- en Orthopedagogiek van KU Leuven. In zijn onderzoeksactiviteiten staan ADHD en ASS in de jongvolwassenheid centraal. Hij was voorheen actief als onderzoekscoördinator van Code Thomas More.

Quick View

ADAPTI. Vragenlijst naar adaptieve vaardigheden voor jongvolwassenen met een autismespectrumstoornis 16-25 jaar

 32,40

Jongvolwassenen met een autismespectrumstoornis (ASS) staan voor een grote uitdaging. Ze worden voor keuzes gesteld, komen vaak in een nieuwe omgeving terecht en er wordt een grotere mate van zelfstandigheid verwacht. Individuele begeleiding helpt hen om zich hierop voor te bereiden. Een eerste stap daarbij is nagaan aan welke vaardigheden gewerkt kan worden.

Daarom werd de ADAPTI ontwikkeld, een zelfrapporteringsinstrument dat de adaptieve vaardigheden van jongvolwassenen met ASS in kaart brengt. De uitkomst is een uniek profiel op vlak van sociale interacties, inlevingsvermogen, communicatie, flexibiliteit, planning en organisatie, computervaardigheden, omgaan met interesses en zelfredzaamheid. Het profiel biedt aanknopingspunten voor een gerichte begeleiding.

De vragenlijst is ontwikkeld voor schoolgaande of studerende jongvolwassenen met ASS van 16 tot en met 25 jaar, met (boven)gemiddelde cognitieve mogelijkheden. Het invullen neemt slechts 15 minuten in beslag.

Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.

Dr. Inge Schietecatte, psycholoog, werkte binnen Code Thomas More aan een onderzoeksproject over autismespectrumstoornissen (ASS) in de jongvolwassenheid. Door klinische ervaring en eerder onderzoek bouwde ze expertise op over ASS. Ze werkt nu als beleidsmedewerker bij KOCA vzw.

Prof. dr. Ilse Noens, orthopedagoog, is hoofddocent aan en diensthoofd van de onderzoekseenheid Gezins- en Orthopedagogiek van KU Leuven. Ze heeft talloze wetenschappelijke publicaties op haar naam staan over onder andere ASS bij kinderen en volwassenen.

Caroline Bolckmans, psycholoog, werkt als projectmedewerker binnen Code Thomas More. Daar staat zij voornamelijk in voor de diagnostiek en begeleiding bij ontwikkelingsstoornissen.

Prof. dr. Wim Tops, psycholoog en neurolinguïst, is universitair docent aan de Rijksuniversiteit Groningen (Nederland) bij de onderzoeksgroep Neurolinguïstiek. Hij werkte binnen Code Thomas More aan een onderzoeksproject over ASS in de jongvolwassenheid.

Prof. dr. Dieter Baeyens, psycholoog, is als hoofddocent verbonden aan de onderzoekseenheid Gezins- en Orthopedagogiek van KU Leuven. In zijn onderzoeksactiviteiten staan ADHD en ASS in de jongvolwassenheid centraal. Hij was voorheen actief als onderzoekscoördinator van Code Thomas More.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

A practical approach to harmony of jazz and related forms of music for piano

 35,00

Harmony of jazz and related forms of music – music that originated from the fusion of European and African musical cultures on the American continent – is a very complex subject.

Significant for these forms of music is the culture of improvisation and interpretation. A melodic theme, created by the composer with a limited harmonic structure and annotated with only a few chord symbols, has to be re-created into a complete musical product by the performing musician or arranger (in this book both joined in the pianist), based on his own interpretation, and – very important – without affecting the specific character of style nor straining the ideas of the composer. This requires knowledge and insight, and a huge dose of creativity and musicality as well.

This method is designed to make a complex but very interesting subject accessible in a very practical way. It is aimed at those who, on account of study, profession or pure interest, want to improve their knowledge and skills of harmony and chords in jazz and related forms of music.

The author has opted for a methodical, constructive, and from the perspective of performance very practical approach. Only when needed for a better understanding, some theoretical support is included. The many examples in the book are a source of information. The exercises guarantee a solid training, but will also invite the performer to make fascinating and inspiring discoveries, thus challenging his creativity and further development.



Robert E. van der Linden is a composer, arranger, pianist and teacher. Crossing the dividing lines between classical and non-classical music is an important element in his work as a composer. Through his pioneering work in the 1970s, he instigated the development of musical departments of jazz, pop and world music at the conservatoires in The Netherlands. He was a professor of piano and composition at the Rotterdam conservatoire for more than twenty years, and wrote several educational books for piano (www.robvdlindenmusic.com).

Quick View

A practical approach to harmony of jazz and related forms of music for piano

 35,00

Harmony of jazz and related forms of music – music that originated from the fusion of European and African musical cultures on the American continent – is a very complex subject.

Significant for these forms of music is the culture of improvisation and interpretation. A melodic theme, created by the composer with a limited harmonic structure and annotated with only a few chord symbols, has to be re-created into a complete musical product by the performing musician or arranger (in this book both joined in the pianist), based on his own interpretation, and – very important – without affecting the specific character of style nor straining the ideas of the composer. This requires knowledge and insight, and a huge dose of creativity and musicality as well.

This method is designed to make a complex but very interesting subject accessible in a very practical way. It is aimed at those who, on account of study, profession or pure interest, want to improve their knowledge and skills of harmony and chords in jazz and related forms of music.

The author has opted for a methodical, constructive, and from the perspective of performance very practical approach. Only when needed for a better understanding, some theoretical support is included. The many examples in the book are a source of information. The exercises guarantee a solid training, but will also invite the performer to make fascinating and inspiring discoveries, thus challenging his creativity and further development.



Robert E. van der Linden is a composer, arranger, pianist and teacher. Crossing the dividing lines between classical and non-classical music is an important element in his work as a composer. Through his pioneering work in the 1970s, he instigated the development of musical departments of jazz, pop and world music at the conservatoires in The Netherlands. He was a professor of piano and composition at the Rotterdam conservatoire for more than twenty years, and wrote several educational books for piano (www.robvdlindenmusic.com).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Groeiboek. Zorg- en volgsysteem voor kleuters. Analyse en handelen. Domeinboek Zintuiglijke ontwikkeling & lichamelijke factoren

 41,10

Groeiboek is een hulpmiddel bij de uitbouw van een zorgbeleid in de kleuterschool. Het is ontwikkeld voor de kleuterleidster en het zorgteam om extra zorg te bieden aan de kleuters die dat nodig hebben. Het handelingsgericht samenwerken en het zorgcontinuüm is het kader van waaruit wordt gewerkt. Groeiboek situeert zich op het niveau van verhoogde zorg en uitbreiding van zorg. Het concretiseert deze niveaus, in aansluiting op de diagnostische protocollen.

De kleuterleidster signaleert haar bezorgdheid en maakt systematisch een analyse. Hiermee ontdekt ze de onderwijsbehoeften van de kleuter en komt ze tot doelgericht handelen. Verschillende hulpmiddelen, zoals een overzicht van mogelijke hypothesen, observatielijsten en ontwikkelingslijnen, helpen haar hierbij.

Groeiboek ondersteunt op deze manier de systematiek en de continuïteit van de extra zorg doorheen de kleuterschool. Dat leidt tot een gedeelde zorg met de ouders, de kleuterleidster, het zorgteam en de leerlingbegeleider.

Groeiboek bestaat uit vier delen: ‘Basisboek’, ‘Signaleren’, ‘Analyse en handelen’ en ‘Continuïteit van de gedeelde zorg’. Deel 3: ‘Analyse en handelen’ bestaat uit aparte domeinboeken die het denkkader concretiseren en suggesties doen naar interventies. Dit is het domeinboek ‘Zintuiglijke ontwikkeling en lichamelijke factoren’.

Groeiboek bestaat uit de delen: Basisboek, Signaleren, Analyse en handelen.
Zie ook:
Groeiboek. Basisboek
Groeiboek. Signaleren
Groeiboek. Analyse en handelen. Situering en werkwijze
Groeiboek. Analyse en handelen. Ontwikkeling van de zelfsturing
Groeiboek. Analyse en handelen. Denkontwikkeling
Groeiboek. Analyse en handelen. Taalontwikkeling
Groeiboek. Analyse en handelen. Motorische ontwikkeling
[Groeiboek. Analyse en handelen. Zintuiglijke ontwikkeling & lichamelijke factoren]


De auteur van Groeiboek/Zintuiglijke ontwikkeling en lichamelijke factoren, Chantal Devos, is CLB-arts in het Vrij Centrum voor Leerlingbegeleiding regio Gent. Ze werkte voor dit domeinboek samen met Reinilde Lambert, Coördinator Basisonderwijs van het Vrij Centrum voor Leerlingbegeleiding regio Gent en eindredacteur/coördinator van de Groeiboek-reeks.

Quick View

Groeiboek. Zorg- en volgsysteem voor kleuters. Analyse en handelen. Domeinboek Zintuiglijke ontwikkeling & lichamelijke factoren

 41,10

Groeiboek is een hulpmiddel bij de uitbouw van een zorgbeleid in de kleuterschool. Het is ontwikkeld voor de kleuterleidster en het zorgteam om extra zorg te bieden aan de kleuters die dat nodig hebben. Het handelingsgericht samenwerken en het zorgcontinuüm is het kader van waaruit wordt gewerkt. Groeiboek situeert zich op het niveau van verhoogde zorg en uitbreiding van zorg. Het concretiseert deze niveaus, in aansluiting op de diagnostische protocollen.

De kleuterleidster signaleert haar bezorgdheid en maakt systematisch een analyse. Hiermee ontdekt ze de onderwijsbehoeften van de kleuter en komt ze tot doelgericht handelen. Verschillende hulpmiddelen, zoals een overzicht van mogelijke hypothesen, observatielijsten en ontwikkelingslijnen, helpen haar hierbij.

Groeiboek ondersteunt op deze manier de systematiek en de continuïteit van de extra zorg doorheen de kleuterschool. Dat leidt tot een gedeelde zorg met de ouders, de kleuterleidster, het zorgteam en de leerlingbegeleider.

Groeiboek bestaat uit vier delen: ‘Basisboek’, ‘Signaleren’, ‘Analyse en handelen’ en ‘Continuïteit van de gedeelde zorg’. Deel 3: ‘Analyse en handelen’ bestaat uit aparte domeinboeken die het denkkader concretiseren en suggesties doen naar interventies. Dit is het domeinboek ‘Zintuiglijke ontwikkeling en lichamelijke factoren’.

Groeiboek bestaat uit de delen: Basisboek, Signaleren, Analyse en handelen.
Zie ook:
Groeiboek. Basisboek
Groeiboek. Signaleren
Groeiboek. Analyse en handelen. Situering en werkwijze
Groeiboek. Analyse en handelen. Ontwikkeling van de zelfsturing
Groeiboek. Analyse en handelen. Denkontwikkeling
Groeiboek. Analyse en handelen. Taalontwikkeling
Groeiboek. Analyse en handelen. Motorische ontwikkeling
[Groeiboek. Analyse en handelen. Zintuiglijke ontwikkeling & lichamelijke factoren]


De auteur van Groeiboek/Zintuiglijke ontwikkeling en lichamelijke factoren, Chantal Devos, is CLB-arts in het Vrij Centrum voor Leerlingbegeleiding regio Gent. Ze werkte voor dit domeinboek samen met Reinilde Lambert, Coördinator Basisonderwijs van het Vrij Centrum voor Leerlingbegeleiding regio Gent en eindredacteur/coördinator van de Groeiboek-reeks.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Psychologie van de stad

 41,10

De relatie tussen de gebouwde stad en stadscultuur wordt door denkers, zoals sociaal wetenschappers, en door de makers-ontwerpers van een stad, op uiteenlopende manieren verklaard en benaderd. Ondanks de professionele versnippering gebruiken beide disciplines ook vergelijkbare begrippen, die verwijzen naar mentale processen en suggereren dat de stad ‘een denkbeeld’ is. De psychologie van de stad laat, vanuit het perspectief van een stadswandeling, zien op welke manier het denkbeeld van de stad zich in ons hoofd nestelt. Hoe ‘werkt’ onze perceptie van de stad? Op welke manier slaan we ervaringen op in het geheugen? En welke betekenissen kennen we toe aan een stad? De gedragstechnologie van het brein leert dat onbewuste herinneringen vaak het beeld bepalen dat we van straten of buurten hebben. Het onbewuste zorgt er vaak voor dat menselijke keuzes niet gebaseerd zijn op rationeel, gecalculeerde inzichten. Het mag dus niet verbazen dat het ‘denkbeeld van de stad’ niet louter door ervaringen tijdens een stadswandeling tot stand komt, maar dat ook film, televisie, stripverhalen en andere visuele media hierbij een belangrijke rol spelen.
Dit boek gaat dieper in op de mentale processen die het denkbeeld van een stad bepalen. Het is een prikbord voor iedereen die onderzoek wil doen naar de stad en stedelijke cultuur. Uit recent psychologisch onderzoek blijkt dat de rol van het ‘onbewuste’ een prominentere plaats heeft in het menselijk functioneren dan voorheen werd gedacht. Dit onderzoek is ook gebaseerd op het principe van het ‘wilde denken’, waarbij het uitputtend observeren en systematisch inventariseren van betrekkingen en verbindingen in wijken en buurten met een fotocamera gebeurt.



Dr. Marina Meeuwisse werkt als docent en onderzoeker bij het Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie (EMI) van Hogeschool Rotterdam. Zij is gepromoveerd in de sociale agogiek aan de Vrije Universiteit Brussel. Daarvoor studeerde zij experimentele psychologie en mediapedagogiek aan de Universiteit Leiden. Zij is eveneens fotograaf.

Quick View

Psychologie van de stad

 41,10

De relatie tussen de gebouwde stad en stadscultuur wordt door denkers, zoals sociaal wetenschappers, en door de makers-ontwerpers van een stad, op uiteenlopende manieren verklaard en benaderd. Ondanks de professionele versnippering gebruiken beide disciplines ook vergelijkbare begrippen, die verwijzen naar mentale processen en suggereren dat de stad ‘een denkbeeld’ is. De psychologie van de stad laat, vanuit het perspectief van een stadswandeling, zien op welke manier het denkbeeld van de stad zich in ons hoofd nestelt. Hoe ‘werkt’ onze perceptie van de stad? Op welke manier slaan we ervaringen op in het geheugen? En welke betekenissen kennen we toe aan een stad? De gedragstechnologie van het brein leert dat onbewuste herinneringen vaak het beeld bepalen dat we van straten of buurten hebben. Het onbewuste zorgt er vaak voor dat menselijke keuzes niet gebaseerd zijn op rationeel, gecalculeerde inzichten. Het mag dus niet verbazen dat het ‘denkbeeld van de stad’ niet louter door ervaringen tijdens een stadswandeling tot stand komt, maar dat ook film, televisie, stripverhalen en andere visuele media hierbij een belangrijke rol spelen.
Dit boek gaat dieper in op de mentale processen die het denkbeeld van een stad bepalen. Het is een prikbord voor iedereen die onderzoek wil doen naar de stad en stedelijke cultuur. Uit recent psychologisch onderzoek blijkt dat de rol van het ‘onbewuste’ een prominentere plaats heeft in het menselijk functioneren dan voorheen werd gedacht. Dit onderzoek is ook gebaseerd op het principe van het ‘wilde denken’, waarbij het uitputtend observeren en systematisch inventariseren van betrekkingen en verbindingen in wijken en buurten met een fotocamera gebeurt.



Dr. Marina Meeuwisse werkt als docent en onderzoeker bij het Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie (EMI) van Hogeschool Rotterdam. Zij is gepromoveerd in de sociale agogiek aan de Vrije Universiteit Brussel. Daarvoor studeerde zij experimentele psychologie en mediapedagogiek aan de Universiteit Leiden. Zij is eveneens fotograaf.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De bricoleur en de dummies. Een boek voor jonge denkers en dromers

 16,40

Niet iedere jongvolwassene heeft een grootvader die vanuit een rijke levenservaring en belezenheid kan ingaan op de grote vragen over het leven en de wereld waarin wij leven. In dit boek neemt prof. dr. Ulrich Libbrecht enthousiast deze taak op zich. Hij zet met veel humor en inlevingsvermogen zijn wereldbeeld uiteen voor jonge mensen, meestal nog filosofische dummies. Als een bricoleur sprokkelde hij de interessantste ideeën samen om er een voor onze tijd bruikbaar wereldbeeld mee op te bouwen. Hiervoor liet hij zich inspireren door de moderne wetenschap, de oosterse en de westerse filosofie. Het resultaat is een frisse kijk op de wereld die hij verbindt met dat wat hem tijdens zijn 86-jarige leven aangegrepen heeft. Dit is een boek voor jongeren, dat in klasverband kan gelezen worden, maar ook voor iedereen die zich op filosofisch vlak een dummie voelt.



Ulrich Libbrecht begon als leraar wiskunde in het secundair onderwijs. Na zijn studies sinologie en filosofie in Gent en Leiden doceerde hij Chinese klassieke studies, Chinese filosofie en comparatieve filosofie aan de KU Leuven. Hij ontwikkelde een model voor comparatieve filosofie waarin hij wereldbeelden uit Oost en West vergelijkt en integreert. Hij stichtte in Antwerpen de School voor Comparatieve Filosofie.

Quick View

De bricoleur en de dummies. Een boek voor jonge denkers en dromers

 16,40

Niet iedere jongvolwassene heeft een grootvader die vanuit een rijke levenservaring en belezenheid kan ingaan op de grote vragen over het leven en de wereld waarin wij leven. In dit boek neemt prof. dr. Ulrich Libbrecht enthousiast deze taak op zich. Hij zet met veel humor en inlevingsvermogen zijn wereldbeeld uiteen voor jonge mensen, meestal nog filosofische dummies. Als een bricoleur sprokkelde hij de interessantste ideeën samen om er een voor onze tijd bruikbaar wereldbeeld mee op te bouwen. Hiervoor liet hij zich inspireren door de moderne wetenschap, de oosterse en de westerse filosofie. Het resultaat is een frisse kijk op de wereld die hij verbindt met dat wat hem tijdens zijn 86-jarige leven aangegrepen heeft. Dit is een boek voor jongeren, dat in klasverband kan gelezen worden, maar ook voor iedereen die zich op filosofisch vlak een dummie voelt.



Ulrich Libbrecht begon als leraar wiskunde in het secundair onderwijs. Na zijn studies sinologie en filosofie in Gent en Leiden doceerde hij Chinese klassieke studies, Chinese filosofie en comparatieve filosofie aan de KU Leuven. Hij ontwikkelde een model voor comparatieve filosofie waarin hij wereldbeelden uit Oost en West vergelijkt en integreert. Hij stichtte in Antwerpen de School voor Comparatieve Filosofie.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    11
    Uw winkelwagen
    ×