Blijf bij je verstand. Praktische gids voor een scherp, creatief en gelukkig brein op elke leeftijd
Eric Sleeckx heeft ruim veertig jaar ervaring in de wereld van onderzoek en innovatie. Hij schreef dit boek vanuit zijn eigen bezorgdheid om na zijn pensioen zijn geheugen en leervermogen te zien afnemen. Zijn levenslange passie voor het brein en zijn ervaring als wetenschapscommunicator resulteerde in deze toegankelijke en wetenschappelijk onderbouwde zelfhulpgids.
Blijf bij je verstand. Praktische gids voor een scherp, creatief en gelukkig brein op elke leeftijd
Eric Sleeckx heeft ruim veertig jaar ervaring in de wereld van onderzoek en innovatie. Hij schreef dit boek vanuit zijn eigen bezorgdheid om na zijn pensioen zijn geheugen en leervermogen te zien afnemen. Zijn levenslange passie voor het brein en zijn ervaring als wetenschapscommunicator resulteerde in deze toegankelijke en wetenschappelijk onderbouwde zelfhulpgids.
Kleur verkennen. Bewust worden van je bewustzijn
Rombout van den Nieuwenhof werkt als coach en begeleider van complexe veranderingsprocessen. Hij is psycholoog (Radboud Universiteit) en promoveerde op de rol van dialoog in complexe veranderingen (UvA). Zijn interesses gaan uit naar leiderschapsontwikkeling en diepgaand leren en meer recent de rol daarbij van lichaamsbewustzijn. Over Kleur verkennen verzorgt hij in company een serie workshops.
Kleur verkennen. Bewust worden van je bewustzijn
Rombout van den Nieuwenhof werkt als coach en begeleider van complexe veranderingsprocessen. Hij is psycholoog (Radboud Universiteit) en promoveerde op de rol van dialoog in complexe veranderingen (UvA). Zijn interesses gaan uit naar leiderschapsontwikkeling en diepgaand leren en meer recent de rol daarbij van lichaamsbewustzijn. Over Kleur verkennen verzorgt hij in company een serie workshops.


Jongdementie. Verhalen over liefde, verlies en veerkracht
Geconfronteerd worden met jongdementie brengt ingrijpende en blijvende veranderingen met zich mee. Het gaat niet alleen om het verlies van herinneringen, maar ook om dromen, toekomstbeelden en rollen die opeens verschuiven of verdwijnen. Manu Keirse, emeritus hoogleraar rouw en verlies, introduceerde het begrip levend verlies: het rouwen om verwachtingen die door ziekte en beperkingen zijn veranderd, en het omgaan met een rouwproces dat nooit ophoudt.
In dit boek gaat Ellis Middelhuis in gesprek met mensen die jongdementie van dichtbij meemaken. Partners, kinderen en familieleden vertellen openhartig over hoe hun levens drastisch veranderden door de ziekte van hun geliefde. Ook professionals delen hun ervaringen en inzichten. Hun verhalen laten zien hoe verdriet, boosheid en machteloosheid vaak hand in hand gaan met schuldgevoelens, maar ook hoe veerkracht, liefde en verbondenheid blijven bestaan. Jongdementie geeft woorden aan de rauwe en vaak onzichtbare kanten van levend verlies bij jongdementie. Het is een boek dat ruimte biedt voor herkenning, troost en begrip, en dat tegelijk een boodschap van hoop brengt: ondanks alles blijven verhalen, verbinding en betekenis bestaan. Ellis Middelhuis (1965) is coach in rouw en verlies en schrijver. Vanuit haar eigen ervaringen met verlies en haar jarenlange werk in de zorg en mantelzorgondersteuning richt zij zich op het thema levend verlies – het voortdurende rouwproces dat ontstaat door ziekte en beperkingen.
Met haar bedrijf Buro Ellis & Co () begeleidt zij mensen en organisaties rondom verlies,veerkracht en zingeving. Daarnaast is zij in Amsterdam werkzaam als coördinator van een expertisenetwerk dementie.
Na Mensen met lef. Verhalen over levend verlies en veerkracht (2024), geeft zij in Jongdementie. Verhalen over liefde, verlies en veerkracht opnieuw een stem aan mensen die leven met verlies.
Haar werk is een ode aan liefde, moed en verbondenheid te midden van verlies.
Jongdementie. Verhalen over liefde, verlies en veerkracht
Geconfronteerd worden met jongdementie brengt ingrijpende en blijvende veranderingen met zich mee. Het gaat niet alleen om het verlies van herinneringen, maar ook om dromen, toekomstbeelden en rollen die opeens verschuiven of verdwijnen. Manu Keirse, emeritus hoogleraar rouw en verlies, introduceerde het begrip levend verlies: het rouwen om verwachtingen die door ziekte en beperkingen zijn veranderd, en het omgaan met een rouwproces dat nooit ophoudt.
In dit boek gaat Ellis Middelhuis in gesprek met mensen die jongdementie van dichtbij meemaken. Partners, kinderen en familieleden vertellen openhartig over hoe hun levens drastisch veranderden door de ziekte van hun geliefde. Ook professionals delen hun ervaringen en inzichten. Hun verhalen laten zien hoe verdriet, boosheid en machteloosheid vaak hand in hand gaan met schuldgevoelens, maar ook hoe veerkracht, liefde en verbondenheid blijven bestaan. Jongdementie geeft woorden aan de rauwe en vaak onzichtbare kanten van levend verlies bij jongdementie. Het is een boek dat ruimte biedt voor herkenning, troost en begrip, en dat tegelijk een boodschap van hoop brengt: ondanks alles blijven verhalen, verbinding en betekenis bestaan. Ellis Middelhuis (1965) is coach in rouw en verlies en schrijver. Vanuit haar eigen ervaringen met verlies en haar jarenlange werk in de zorg en mantelzorgondersteuning richt zij zich op het thema levend verlies – het voortdurende rouwproces dat ontstaat door ziekte en beperkingen.
Met haar bedrijf Buro Ellis & Co () begeleidt zij mensen en organisaties rondom verlies,veerkracht en zingeving. Daarnaast is zij in Amsterdam werkzaam als coördinator van een expertisenetwerk dementie.
Na Mensen met lef. Verhalen over levend verlies en veerkracht (2024), geeft zij in Jongdementie. Verhalen over liefde, verlies en veerkracht opnieuw een stem aan mensen die leven met verlies.
Haar werk is een ode aan liefde, moed en verbondenheid te midden van verlies.
Oma Blob – Handleiding
Deze handleiding biedt de theoretische en praktische achtergrond bij het prentenboek Oma blob. Vanuit actuele inzichten uit traumawetenschap, hechtingstheorie en dissociatieonderzoek wordt duidelijk gemaakt hoe het verhaal van oma blob gelezen en ingezet kan worden in de begeleiding van kinderen, jongeren en volwassenen.
De handleiding vertaalt complexe wetenschappelijke kennis naar een toegankelijke en bruikbare vorm, met reflectieve vragen, gespreksuggesties en beeldmateriaal. Ze helpt begeleiders, leerkrachten, therapeuten en ouders om de thema’s trauma, hechting, dissociatieve reacties en herstel bespreekbaar te maken en kinderen een taal te geven voor hun innerlijke beleving.
Het boek doorbreekt het taboe rond trauma in hechtingsrelaties en laat zien hoe dissociatieve reacties vaak onzichtbaar blijven, juist omdat ze niet herkend of begrepen worden, terwijl ze betekenisvolle en beschermende antwoorden zijn op overweldigende ervaringen.
Tegelijkertijd wijst het op de hoopvolle kracht van Transcendentie: de aangeboren vermogens van verbinding, liefde, wil, leven en essentie, die heling en integratie mogelijk maken.
Oma blob - handleiding is een praktisch en inspirerend naslagwerk voor gebruik in therapie, op school, in klinieken en thuis. Het nodigt uit om woorden en beelden te vinden voor wat vaak onuitgesproken blijft, en zo de weg te openen naar verbinding en herstel.
Doris D’Hooghe is psychotraumatoloog/integratief kindertherapeut en EMDR Practitioner. Ze startte haar carrière als psychiatrisch verpleegkundige en heeft meer dan 45 jaar ervaring als psychotherapeut en kindertherapeut. Ze is oprichter van Trauma-centrum België () en werkt al 30 jaar in een private praktijk waar ze aan de slag gaat met complexe traumatisering bij zowel kinderen, adolescenten, volwassenen en ouderen.
Oma Blob – Handleiding
Deze handleiding biedt de theoretische en praktische achtergrond bij het prentenboek Oma blob. Vanuit actuele inzichten uit traumawetenschap, hechtingstheorie en dissociatieonderzoek wordt duidelijk gemaakt hoe het verhaal van oma blob gelezen en ingezet kan worden in de begeleiding van kinderen, jongeren en volwassenen.
De handleiding vertaalt complexe wetenschappelijke kennis naar een toegankelijke en bruikbare vorm, met reflectieve vragen, gespreksuggesties en beeldmateriaal. Ze helpt begeleiders, leerkrachten, therapeuten en ouders om de thema’s trauma, hechting, dissociatieve reacties en herstel bespreekbaar te maken en kinderen een taal te geven voor hun innerlijke beleving.
Het boek doorbreekt het taboe rond trauma in hechtingsrelaties en laat zien hoe dissociatieve reacties vaak onzichtbaar blijven, juist omdat ze niet herkend of begrepen worden, terwijl ze betekenisvolle en beschermende antwoorden zijn op overweldigende ervaringen.
Tegelijkertijd wijst het op de hoopvolle kracht van Transcendentie: de aangeboren vermogens van verbinding, liefde, wil, leven en essentie, die heling en integratie mogelijk maken.
Oma blob - handleiding is een praktisch en inspirerend naslagwerk voor gebruik in therapie, op school, in klinieken en thuis. Het nodigt uit om woorden en beelden te vinden voor wat vaak onuitgesproken blijft, en zo de weg te openen naar verbinding en herstel.
Doris D’Hooghe is psychotraumatoloog/integratief kindertherapeut en EMDR Practitioner. Ze startte haar carrière als psychiatrisch verpleegkundige en heeft meer dan 45 jaar ervaring als psychotherapeut en kindertherapeut. Ze is oprichter van Trauma-centrum België () en werkt al 30 jaar in een private praktijk waar ze aan de slag gaat met complexe traumatisering bij zowel kinderen, adolescenten, volwassenen en ouderen.
Oma Blob – prentenboek
Blobvisje Snoepje gaat op bezoek bij zijn oma om een tekening van haar te maken voor school. Maar Snoepje vraagt zich af waarom zijn oma er toch zo anders uitziet dan hij? Oma blob neemt Snoepje mee op een reis door haar verleden en vertelt een verhaal dat soms spannend en pijnlijk is, maar vooral hoopvol. Ze laat zien hoe moeilijke ervaringen je kunnen tekenen, maar ook hoe je kracht kunt vinden in wie je werkelijk bent.
Oma blob is een psycho-educatief verhaal voor kinderen én volwassenen. Het vertaalt actuele inzichten uit traumawetenschap, hechtingstheorie en dissociatieonderzoek op een warme en toegankelijke manier naar de leefwereld van lezers, en slaat zo een brug tussen emotionele beleving en educatief begrijpen. Het verhaal laat zien hoe dissociatieve reacties betekenisvolle en beschermende antwoorden kunnen zijn op overweldigende ervaringen, zoals vroegtijdige verlating of chronische onveiligheid.
De bijhorende handleiding, met theoretische achtergrond en de link met dit verhaal, is als apart boek uitgegeven bij Garant.
Frauke Heyde studeerde journalistiek en behaalde een Master in de filmstudies. Ze werkt als scenariste in de televisiewereld en heeft als auteur al verschillende boeken op haar naam staan.
Doris D’Hooghe is psychotraumatoloog/integratief kindertherapeut en EMDR Practitioner. Ze startte haar carrière als psychiatrisch verpleegkundige en heeft meer dan 45 jaar ervaring als psychotherapeut en kindertherapeut. Ze is oprichter van Traumacentrum België () en werkt al 30 jaar in een private praktijk waar ze aan de slag gaat met complexe traumatisering bij zowel kinderen, adolescenten, volwassenen en ouderen.
Chris Vosters illustreert kinderboeken en geeft les in het Deeltijds Kunstonderwijs.
Bij dit prentenboek hoort een handleiding: Doris D’Hooghe (2025), Oma blob. Handleiding, ISBN 978-90-441-4004-0, Antwerpen/Apeldoorn: Garant.
Oma Blob – prentenboek
Blobvisje Snoepje gaat op bezoek bij zijn oma om een tekening van haar te maken voor school. Maar Snoepje vraagt zich af waarom zijn oma er toch zo anders uitziet dan hij? Oma blob neemt Snoepje mee op een reis door haar verleden en vertelt een verhaal dat soms spannend en pijnlijk is, maar vooral hoopvol. Ze laat zien hoe moeilijke ervaringen je kunnen tekenen, maar ook hoe je kracht kunt vinden in wie je werkelijk bent.
Oma blob is een psycho-educatief verhaal voor kinderen én volwassenen. Het vertaalt actuele inzichten uit traumawetenschap, hechtingstheorie en dissociatieonderzoek op een warme en toegankelijke manier naar de leefwereld van lezers, en slaat zo een brug tussen emotionele beleving en educatief begrijpen. Het verhaal laat zien hoe dissociatieve reacties betekenisvolle en beschermende antwoorden kunnen zijn op overweldigende ervaringen, zoals vroegtijdige verlating of chronische onveiligheid.
De bijhorende handleiding, met theoretische achtergrond en de link met dit verhaal, is als apart boek uitgegeven bij Garant.
Frauke Heyde studeerde journalistiek en behaalde een Master in de filmstudies. Ze werkt als scenariste in de televisiewereld en heeft als auteur al verschillende boeken op haar naam staan.
Doris D’Hooghe is psychotraumatoloog/integratief kindertherapeut en EMDR Practitioner. Ze startte haar carrière als psychiatrisch verpleegkundige en heeft meer dan 45 jaar ervaring als psychotherapeut en kindertherapeut. Ze is oprichter van Traumacentrum België () en werkt al 30 jaar in een private praktijk waar ze aan de slag gaat met complexe traumatisering bij zowel kinderen, adolescenten, volwassenen en ouderen.
Chris Vosters illustreert kinderboeken en geeft les in het Deeltijds Kunstonderwijs.
Bij dit prentenboek hoort een handleiding: Doris D’Hooghe (2025), Oma blob. Handleiding, ISBN 978-90-441-4004-0, Antwerpen/Apeldoorn: Garant.
Kleine filosofie van de ruimte
In de filosofie, cultuur- en mediawetenschap bestaat er een hernieuwde belangstelling voor het concept ‘ruimte’, die spatial turn
wordt genoemd. Met name in de cultuurwetenschappen wint deze wending aan actualiteit. In twee radiovoordrachten (Le Corps utopique, Les Hétérotopies) en een lezing voor een genootschap van architecten (Des espaces autres) voorspelde Foucault deze wending al toen hij opmerkte dat de focus op tijd ingeruild zal worden door die op de ruimte. Met het verdwijnen van de ‘grote verhalen’, die naar de toekomst en vooruitgang verwezen, is ook de obsessie met de tijd op de achtergrond geraakt.
In dit boek worden verschillende dimensies van de geleefde ruimte besproken zoals die door de fenomenologie zijn gethematiseerd.
Deze dimensies staan niet los van elkaar, want er is maar één ruimte die vanuit verschillende perspectieven aangevlogen kan worden. Ook wordt er aandacht besteed aan Chinese en Japanse opvattingen over ruimte die beïnvloed zijn door religieuze en levensbeschouwelijke bewegingen zoals taoïsme, zenboeddhisme en shintoïsme.
Giovanni Rizzuto studeerde filosofie, theologie en Indische talen aan de Universiteit van Amsterdam. Naast zijn werk als beeldend kunstenaar doceerde hij filosofie en menswetenschappen aan verschillende hogescholen. Hij publiceerde meerdere boeken. De draad van Ariadne. Wijsgerige essays over mythe en mythologie (2022), De wereld in een korrel zand. Inleiding in de filosofie van de mystiek (2023), De reis van Gilgamesj. Over dood, bewustzijn en seksualiteit (2024) en Filosofisch tegenspel. Traag denken in tijden van versnelling (2025) zijn zijn meest recente publicaties.
Kleine filosofie van de ruimte
In de filosofie, cultuur- en mediawetenschap bestaat er een hernieuwde belangstelling voor het concept ‘ruimte’, die spatial turn
wordt genoemd. Met name in de cultuurwetenschappen wint deze wending aan actualiteit. In twee radiovoordrachten (Le Corps utopique, Les Hétérotopies) en een lezing voor een genootschap van architecten (Des espaces autres) voorspelde Foucault deze wending al toen hij opmerkte dat de focus op tijd ingeruild zal worden door die op de ruimte. Met het verdwijnen van de ‘grote verhalen’, die naar de toekomst en vooruitgang verwezen, is ook de obsessie met de tijd op de achtergrond geraakt.
In dit boek worden verschillende dimensies van de geleefde ruimte besproken zoals die door de fenomenologie zijn gethematiseerd.
Deze dimensies staan niet los van elkaar, want er is maar één ruimte die vanuit verschillende perspectieven aangevlogen kan worden. Ook wordt er aandacht besteed aan Chinese en Japanse opvattingen over ruimte die beïnvloed zijn door religieuze en levensbeschouwelijke bewegingen zoals taoïsme, zenboeddhisme en shintoïsme.
Giovanni Rizzuto studeerde filosofie, theologie en Indische talen aan de Universiteit van Amsterdam. Naast zijn werk als beeldend kunstenaar doceerde hij filosofie en menswetenschappen aan verschillende hogescholen. Hij publiceerde meerdere boeken. De draad van Ariadne. Wijsgerige essays over mythe en mythologie (2022), De wereld in een korrel zand. Inleiding in de filosofie van de mystiek (2023), De reis van Gilgamesj. Over dood, bewustzijn en seksualiteit (2024) en Filosofisch tegenspel. Traag denken in tijden van versnelling (2025) zijn zijn meest recente publicaties.
Eene zoete ontroering van medelyden. Sentimentalisme in Hendrik Consciences zedenromans (Reeks ‘Academisch Literair’, nr. 16)
Marlou de Bont is conservator moderne drukken in de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience. Ze promoveerde in 2022 aan de Universität Wien en de Universiteit Antwerpen op een proefschrift over sentimentalisme in Hendrik Consciences zedenromans. Voor dit proefschrift ontving ze in 2023 de vierjaarlijkse prijs van de KANTL voor Literatuurstudie.
Eene zoete ontroering van medelyden. Sentimentalisme in Hendrik Consciences zedenromans (Reeks ‘Academisch Literair’, nr. 16)
Marlou de Bont is conservator moderne drukken in de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience. Ze promoveerde in 2022 aan de Universität Wien en de Universiteit Antwerpen op een proefschrift over sentimentalisme in Hendrik Consciences zedenromans. Voor dit proefschrift ontving ze in 2023 de vierjaarlijkse prijs van de KANTL voor Literatuurstudie.
Ondersteunend opvoeden. Kompas in een complexe wereld
In een wereld die perfectie en verdeeldheid propageert, waar het algoritme prachtige technologie infecteert en de noodkreet naar vrede, menswaardigheid en zorg voor de planeet door zieke politieke leiders wordt genegeerd, raken ouders en kinderen gedesoriënteerd.
Welke ankerpunten heb je nog als bezorgde ouder? Hoe kan je jouw kind wegwijs maken in deze complexe wereld? Wat zijn de bouwstenen van je kind? En hoe kan je je kind helpen om daar constructief mee om te gaan? Maar ook, hoe kan je als ouder jezelf helpen om een goede ouder te zijn?
Dit boek wil op een bevattelijke manier teruggaan naar de essentie en de eenvoud: opvoeden benaderen als een reis met je kind waarbij je probeert te zorgen voor en te genieten van elkaar.
De auteur is hoopvol en gelooft rotsvast in de competenties van ouders en kinderen. Zelfvertrouwen is zowel voor kinderen als voor ouders een belangrijke hefboom. Het ‘opvoedkompas’ wijst de drie richtingen aan die er voor kinderen en ouders toe doen om met een gerust hart te kunnen zeggen: ‘We zijn goed bezig!’
Dit kompas wordt aangevuld met een inspiratielijst met tips die helpen om de gewenste richtingen aan te houden.
Tot slot neemt het boek je mee in de wondere wereld van hoe kinderen ‘ont-wikkelen’. Elke ontwikkelingsfase gaat gepaard met specifieke uitdagingen en kansen, zowel voor ouder als kind.
JOOST DEVOLDER werkte ruim 40 jaar als pleegzorgmedewerker binnen de Jeugdhulp. Het thema ‘opvoeding’ groeide uit tot een passie. In 2004 ontving hij voor zijn vernieuwend werk een award uit de handen van de toenmalige Prinses Mathilde. In 2005 verscheen zijn eerste boek Positief opvoeden (Garant) dat door verschillende organisaties werd gebruikt om ouders te inspireren. In 2011 volgde Opvoeding in evolutie (Garant).
Ondersteunend opvoeden. Kompas in een complexe wereld
In een wereld die perfectie en verdeeldheid propageert, waar het algoritme prachtige technologie infecteert en de noodkreet naar vrede, menswaardigheid en zorg voor de planeet door zieke politieke leiders wordt genegeerd, raken ouders en kinderen gedesoriënteerd.
Welke ankerpunten heb je nog als bezorgde ouder? Hoe kan je jouw kind wegwijs maken in deze complexe wereld? Wat zijn de bouwstenen van je kind? En hoe kan je je kind helpen om daar constructief mee om te gaan? Maar ook, hoe kan je als ouder jezelf helpen om een goede ouder te zijn?
Dit boek wil op een bevattelijke manier teruggaan naar de essentie en de eenvoud: opvoeden benaderen als een reis met je kind waarbij je probeert te zorgen voor en te genieten van elkaar.
De auteur is hoopvol en gelooft rotsvast in de competenties van ouders en kinderen. Zelfvertrouwen is zowel voor kinderen als voor ouders een belangrijke hefboom. Het ‘opvoedkompas’ wijst de drie richtingen aan die er voor kinderen en ouders toe doen om met een gerust hart te kunnen zeggen: ‘We zijn goed bezig!’
Dit kompas wordt aangevuld met een inspiratielijst met tips die helpen om de gewenste richtingen aan te houden.
Tot slot neemt het boek je mee in de wondere wereld van hoe kinderen ‘ont-wikkelen’. Elke ontwikkelingsfase gaat gepaard met specifieke uitdagingen en kansen, zowel voor ouder als kind.
JOOST DEVOLDER werkte ruim 40 jaar als pleegzorgmedewerker binnen de Jeugdhulp. Het thema ‘opvoeding’ groeide uit tot een passie. In 2004 ontving hij voor zijn vernieuwend werk een award uit de handen van de toenmalige Prinses Mathilde. In 2005 verscheen zijn eerste boek Positief opvoeden (Garant) dat door verschillende organisaties werd gebruikt om ouders te inspireren. In 2011 volgde Opvoeding in evolutie (Garant).
Als een tweede huid. Mode en psychoanalyse
Kledij spreekt – spreekt tot degene die het koopt, krijgt of aantrekt. Kledij drukt uit – drukt uit tot welke subcultuur je behoort, tot welke gender je wiltbehoren, of simpelweg hoe je je vandaag voelt. Kledij is als een taal, sprekend, uitdrukking gevend. Mode gaat nog een stapje verder. Ze speelt kledij uit op een commercieel niveau. De haute couture of designermode tilt de kledij naar een kunstzinnig niveau. Maar identiteit en ‘taal’ zijn ook daarbij altijd in het spel.
Mode kan als een geheimtaal tot ingewijden spreken, maar soms juist in grote letters van de borst af schreeuwen tot welk merk ze behoort of op een anderewijze de aandacht afdwingen. Kledij en mode in het bijzonder is een symbolisch systeem dat je kunt ‘lezen’, waarnaar je kunt ‘luisteren’. Het is juist daarom zo’n fascinerende bron voor de analyticus. Het omhult ons lichaam als een tweede huid, maar onthult – misschien ook wel – onze ziel.
Dirk Lauwaerts boek De geknipte stof. Schrijven over mode betekende stof tot denken voor vele auteurs in deze zeventiende publicatie uit de reeks Psychoanalyse en Cultuur.
Deze essaybundel, Als een tweede huid. Mode en Psychoanalyse is geïnspireerd door het symposium dat georganiseerd werd door de Belgisch-Nederlandse Stichting Psychoanalyse en Cultuur op 30 november 2024 in De Cinema in Antwerpen.
De bijdragen zijn van de hand van psychoanalytici, cultuurcritici en ontwerper en stijlicoon Baloji. De essays bevragen historische en actuele kledij- en modepraktijken in relatie tot het zielenleven van mensen, bewuste en onbewuste dragers van kledij en mode.
Als een tweede huid. Mode en psychoanalyse
Kledij spreekt – spreekt tot degene die het koopt, krijgt of aantrekt. Kledij drukt uit – drukt uit tot welke subcultuur je behoort, tot welke gender je wiltbehoren, of simpelweg hoe je je vandaag voelt. Kledij is als een taal, sprekend, uitdrukking gevend. Mode gaat nog een stapje verder. Ze speelt kledij uit op een commercieel niveau. De haute couture of designermode tilt de kledij naar een kunstzinnig niveau. Maar identiteit en ‘taal’ zijn ook daarbij altijd in het spel.
Mode kan als een geheimtaal tot ingewijden spreken, maar soms juist in grote letters van de borst af schreeuwen tot welk merk ze behoort of op een anderewijze de aandacht afdwingen. Kledij en mode in het bijzonder is een symbolisch systeem dat je kunt ‘lezen’, waarnaar je kunt ‘luisteren’. Het is juist daarom zo’n fascinerende bron voor de analyticus. Het omhult ons lichaam als een tweede huid, maar onthult – misschien ook wel – onze ziel.
Dirk Lauwaerts boek De geknipte stof. Schrijven over mode betekende stof tot denken voor vele auteurs in deze zeventiende publicatie uit de reeks Psychoanalyse en Cultuur.
Deze essaybundel, Als een tweede huid. Mode en Psychoanalyse is geïnspireerd door het symposium dat georganiseerd werd door de Belgisch-Nederlandse Stichting Psychoanalyse en Cultuur op 30 november 2024 in De Cinema in Antwerpen.
De bijdragen zijn van de hand van psychoanalytici, cultuurcritici en ontwerper en stijlicoon Baloji. De essays bevragen historische en actuele kledij- en modepraktijken in relatie tot het zielenleven van mensen, bewuste en onbewuste dragers van kledij en mode.
Wij zijn niet te (onder)schatten! Schrijfsels en tekeningen van vrouwen met een handicap of chronische ziekte
Wij zijn niet te (onder)schatten!
Is leven met een handicap of een chronische ziekte in de eerste plaats een tranendal?
Persephone vzw riep haar leden en enkele niet-leden op om die vraag te beantwoorden aan de hand van een stukje levensverhaal, een anekdote of een gedicht. Uit hun inzendingen groeide dit boek: een veelkleurige bundeling van creatieve talenten. Stuk voor stuk van vrouwen die bergen verzetten en daarbij inspireren. Hier en daar zetten ze ook beleidsmakers op het juiste spoor.
Het is noodzakelijk om onze worstelingen te delen, maar ook om onze handicap te vieren. Dit boek is een tegenstem in een samenleving die ons vaak niet erkent, ons onderwaardeert of verkeerd begrijpt. (Josefien Cornette) Persephone vzw is de eerste en nog steeds enige vereniging voor en door vrouwen met een handicap in Vlaanderen. De verenigde vrouwen versterken elkaar, sensibiliseren en behartigen gemeenschappelijke belangen, steeds vanuit een ervaringsdeskundigheid en met respect voor elke levensbeschouwing. Belangrijke thema’s zijn privacy en hulp, assertiviteit en zelfredzaamheid, geweld tegen vrouwen, recht op seksualiteit, recht op moederschap en recht op interessant werk. Persephone draait sinds haar ontstaan in 1995 honderd procent op ervaringsdeskundige vrijwilligers.
Wij zijn niet te (onder)schatten! Schrijfsels en tekeningen van vrouwen met een handicap of chronische ziekte
Wij zijn niet te (onder)schatten!
Is leven met een handicap of een chronische ziekte in de eerste plaats een tranendal?
Persephone vzw riep haar leden en enkele niet-leden op om die vraag te beantwoorden aan de hand van een stukje levensverhaal, een anekdote of een gedicht. Uit hun inzendingen groeide dit boek: een veelkleurige bundeling van creatieve talenten. Stuk voor stuk van vrouwen die bergen verzetten en daarbij inspireren. Hier en daar zetten ze ook beleidsmakers op het juiste spoor.
Het is noodzakelijk om onze worstelingen te delen, maar ook om onze handicap te vieren. Dit boek is een tegenstem in een samenleving die ons vaak niet erkent, ons onderwaardeert of verkeerd begrijpt. (Josefien Cornette) Persephone vzw is de eerste en nog steeds enige vereniging voor en door vrouwen met een handicap in Vlaanderen. De verenigde vrouwen versterken elkaar, sensibiliseren en behartigen gemeenschappelijke belangen, steeds vanuit een ervaringsdeskundigheid en met respect voor elke levensbeschouwing. Belangrijke thema’s zijn privacy en hulp, assertiviteit en zelfredzaamheid, geweld tegen vrouwen, recht op seksualiteit, recht op moederschap en recht op interessant werk. Persephone draait sinds haar ontstaan in 1995 honderd procent op ervaringsdeskundige vrijwilligers.
Jodocus Lommius (1527? – 1572) and Anna van Egmond, countess of Buren (1533 – 1558)
Lommius was born in Buren (Gelderland), around 1527, and later gave himself the Latinized name Jodocus Lommius Buranus in his works. He studied medicine in Leuven (1549) and in 1554 he first became city doctor in Tournai. He knew Jean Fernel, professor of medicine in Paris. Together with Andreas Vesalius he stood at the deathbed of Anna van Buren, wife of William of Orange-Nassau, in Breda in November 1558. He published three works, of which his work on semiology Medicinalium observationum libri tres was by far the best known. At that time he was city doctor in Brussels. It is very likely that he later moved to Vienna as a court physician of Emperor Maximilian II, where he was responsible for the care of his children.
Towards the end of his life he had a function at the Court in Madrid, where he deceased in 1572. Lommius may be considered the founder of medical semiology and the first to devote a systematic study to it and develop it as a discipline. He warned against the abuse of traditional treatments such as bloodletting and purgations, as these are potentially dangerous and can lead to an avoidable death. Many consider him a representative and innovator of Hippocratic medicine.
Maurits Biesbrouck published a Dutch translation of book one of the 1543 Fabrica by Vesalius, as well as a Vesalius bibliography and a summary and discussion of the editions of his works and letters, both of which are updated every year at www.andreasvesalius.be.
Francis Van Glabbeek is a professor at the Faculty of Medicine at the University of Antwerp. He is an orthopedic surgeon and vice chair of the orthopedic and traumatology department of the University Hospital Antwerp. At the Faculty of Medicine he is responsible for the musculoskeletal anatomy and the history of medicine.
Dr. Theodoor Goddeeris, born in 1942 in Kortrijk (Belgium), was an internist geriatrician at the AZ Groeninge in Kortrijk. He has a lifelong interest in the history of the sixteenth century and published on medieval numismatics. E-post: tgoddeeris[at]hotmail.com
Jodocus Lommius (1527? – 1572) and Anna van Egmond, countess of Buren (1533 – 1558)
Lommius was born in Buren (Gelderland), around 1527, and later gave himself the Latinized name Jodocus Lommius Buranus in his works. He studied medicine in Leuven (1549) and in 1554 he first became city doctor in Tournai. He knew Jean Fernel, professor of medicine in Paris. Together with Andreas Vesalius he stood at the deathbed of Anna van Buren, wife of William of Orange-Nassau, in Breda in November 1558. He published three works, of which his work on semiology Medicinalium observationum libri tres was by far the best known. At that time he was city doctor in Brussels. It is very likely that he later moved to Vienna as a court physician of Emperor Maximilian II, where he was responsible for the care of his children.
Towards the end of his life he had a function at the Court in Madrid, where he deceased in 1572. Lommius may be considered the founder of medical semiology and the first to devote a systematic study to it and develop it as a discipline. He warned against the abuse of traditional treatments such as bloodletting and purgations, as these are potentially dangerous and can lead to an avoidable death. Many consider him a representative and innovator of Hippocratic medicine.
Maurits Biesbrouck published a Dutch translation of book one of the 1543 Fabrica by Vesalius, as well as a Vesalius bibliography and a summary and discussion of the editions of his works and letters, both of which are updated every year at www.andreasvesalius.be.
Francis Van Glabbeek is a professor at the Faculty of Medicine at the University of Antwerp. He is an orthopedic surgeon and vice chair of the orthopedic and traumatology department of the University Hospital Antwerp. At the Faculty of Medicine he is responsible for the musculoskeletal anatomy and the history of medicine.
Dr. Theodoor Goddeeris, born in 1942 in Kortrijk (Belgium), was an internist geriatrician at the AZ Groeninge in Kortrijk. He has a lifelong interest in the history of the sixteenth century and published on medieval numismatics. E-post: tgoddeeris[at]hotmail.com
Jodocus Lommius (1527?-1572) en Anna van Egmond, gravin van Buren (1533-1558) (Reeks: Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg nr. 22)
Lommius werd omstreeks 1527 in Buren (Gelderland) geboren en gaf zich later in zijn werken de gelatiniseerde naam Jodocus Lommius Buranus. Hij studeerde geneeskunde in Leuven (1549) en werd in 1554 eerst stadsarts in Doornik. Hij kende Jean Fernel, professor geneeskunde in Parijs. Hij stond samen met Andreas Vesalius in november 1558 in Breda aan het sterfbed van Anna van Buren, echtgenote van Willem van Oranje-Nassau. Hij publiceerde drie werken, waarvan zijn werk over semiologie de Medicinalium observationum libri tres veruit het bekendste was. Hij was toen stadsarts in Brussel. Zeer vermoedelijk trok hij nadien in functie van keizer Maximiliaan II naar Wenen, waar hij instond voor de zorg voor de kinderen van de keizer. Tegen het einde van zijn leven kwam hij in functie bij de Madrileense hofhouding en stierf daar in 1572. Lommius mag beschouwd worden als de grondlegger van de medische semiologie en de eerste die er een systematische studie aan wijdde en ze als discipline ontwikkelde. Hij waarschuwde tegen het misbruik van traditionele behandelingen zoals aderlatingen en purgaties die potentieel gevaarlijk waren en tot een vermijdbare dood konden leiden. Velen beschouwen hem als een vertegenwoordiger en vernieuwer van de hippocratische geneeskunde.
Maurits Biesbrouck publiceerde, naast een Nederlandse vertaling van het eerste boek van Vesalius’ Fabrica 1543, een Vesalius-bibliografie en daarnaast ook een overzicht met bespreking van de edities van zijn werken en brieven, beide jaarlijks bijgewerkt in www.andreasvesalius.be.
Francis Van Glabbeek is hoogleraar aan de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij is orthopedisch chirurg en adjunct-diensthoofd van de afdeling orthopedie en traumatologie van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen. Aan de Faculteit Geneeskunde is hij verantwoordelijk voor de musculoskeletale anatomie en de geschiedenis van de geneeskunde.
Dr. Theodoor Goddeeris, geboren in 1942 in Kortrijk, was internist-geriater in het AZ Groeninge te Kortrijk. Hij heeft een levenslange belangstelling voor de geschiedenis van de 16de eeuw en publiceerde over de middeleeuwse numismatiek.
Jodocus Lommius (1527?-1572) en Anna van Egmond, gravin van Buren (1533-1558) (Reeks: Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg nr. 22)
Lommius werd omstreeks 1527 in Buren (Gelderland) geboren en gaf zich later in zijn werken de gelatiniseerde naam Jodocus Lommius Buranus. Hij studeerde geneeskunde in Leuven (1549) en werd in 1554 eerst stadsarts in Doornik. Hij kende Jean Fernel, professor geneeskunde in Parijs. Hij stond samen met Andreas Vesalius in november 1558 in Breda aan het sterfbed van Anna van Buren, echtgenote van Willem van Oranje-Nassau. Hij publiceerde drie werken, waarvan zijn werk over semiologie de Medicinalium observationum libri tres veruit het bekendste was. Hij was toen stadsarts in Brussel. Zeer vermoedelijk trok hij nadien in functie van keizer Maximiliaan II naar Wenen, waar hij instond voor de zorg voor de kinderen van de keizer. Tegen het einde van zijn leven kwam hij in functie bij de Madrileense hofhouding en stierf daar in 1572. Lommius mag beschouwd worden als de grondlegger van de medische semiologie en de eerste die er een systematische studie aan wijdde en ze als discipline ontwikkelde. Hij waarschuwde tegen het misbruik van traditionele behandelingen zoals aderlatingen en purgaties die potentieel gevaarlijk waren en tot een vermijdbare dood konden leiden. Velen beschouwen hem als een vertegenwoordiger en vernieuwer van de hippocratische geneeskunde.
Maurits Biesbrouck publiceerde, naast een Nederlandse vertaling van het eerste boek van Vesalius’ Fabrica 1543, een Vesalius-bibliografie en daarnaast ook een overzicht met bespreking van de edities van zijn werken en brieven, beide jaarlijks bijgewerkt in www.andreasvesalius.be.
Francis Van Glabbeek is hoogleraar aan de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij is orthopedisch chirurg en adjunct-diensthoofd van de afdeling orthopedie en traumatologie van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen. Aan de Faculteit Geneeskunde is hij verantwoordelijk voor de musculoskeletale anatomie en de geschiedenis van de geneeskunde.
Dr. Theodoor Goddeeris, geboren in 1942 in Kortrijk, was internist-geriater in het AZ Groeninge te Kortrijk. Hij heeft een levenslange belangstelling voor de geschiedenis van de 16de eeuw en publiceerde over de middeleeuwse numismatiek.
De vergane lusthoven Oude en Nieuwe Donck, het kasteeldomein Boeckenberg en de Unitas Tuinwijk. Een historische reconstructie van de bewoning
In 2025 viert de Unitas Tuinwijk zijn honderdjarig bestaan. Deze wijk op het Eksterlaar te Deurne is omwille van haar architectuur beschermd als bouwkundig erfgoed. Ze werd in de jaren 1924-1932 gebouwd op de gronden van de Oude en de Nieuwe Donck, twee lusthoven die gelegen waren naast het kasteeldomein Boeckenberg.
Het bijbehorend park was in de jaren vóór de Eerste Wereldoorlog ternauwernood ontsnapt aan de verkavelingswoede van het toenmalige gemeentebestuur. Die wilde het huidige Boekenbergpark en de aanpalende gronden omvormen tot een luxueuze villawijk. Dan was ook de tuinwijk er op die plek nooit gekomen.
De auteur gaat in dit boek 400 jaar terug in de tijd, op zoek naar de opeenvolgende eigenaars van de Oude Donck, de Nieuwe Donck en Boeckenberg. Of was het destijds Bockenberg? Ook de andere lusthoven in de omgeving passeren de revue. Hij tracht de eigenaars/bewoners een gelaat te geven. Wie waren zij? Wat waren hun onderlinge familiebanden? Waar woonden ze? Hoe verdienden ze hun geld?
Welke andere eigendommen bezaten ze? Jarenlang speurwerk in diverse archieven leverde een boeiende inkijk in het leven van deze burgers, in hun entourage, hun weelderig bestaan, anekdotes en intriges. Hun levensverhaal lag besloten in meer dan duizend juridische akten die de auteur heeft weten te traceren.
Jan Michiels is natuurkundige van opleiding. Hij was betrokken bij de oprichting en werking van het Federaal Overheidsagentschap voor de Controle op de Nucleaire sector (FANC). Na zijn pensionering stortte hij zich op de bewoningsgeschiedenis van zijn huis, zijn straat, zijn wijk. Aanleiding was de wegvoering in september 1942 uit zijn woning van een Joodse dame naar Auschwitz, die de vrouw van de heer des huizes bleek te zijn. Daarna heeft een uit de hand gelopen hobby tot dit boek geleid.
De vergane lusthoven Oude en Nieuwe Donck, het kasteeldomein Boeckenberg en de Unitas Tuinwijk. Een historische reconstructie van de bewoning
In 2025 viert de Unitas Tuinwijk zijn honderdjarig bestaan. Deze wijk op het Eksterlaar te Deurne is omwille van haar architectuur beschermd als bouwkundig erfgoed. Ze werd in de jaren 1924-1932 gebouwd op de gronden van de Oude en de Nieuwe Donck, twee lusthoven die gelegen waren naast het kasteeldomein Boeckenberg.
Het bijbehorend park was in de jaren vóór de Eerste Wereldoorlog ternauwernood ontsnapt aan de verkavelingswoede van het toenmalige gemeentebestuur. Die wilde het huidige Boekenbergpark en de aanpalende gronden omvormen tot een luxueuze villawijk. Dan was ook de tuinwijk er op die plek nooit gekomen.
De auteur gaat in dit boek 400 jaar terug in de tijd, op zoek naar de opeenvolgende eigenaars van de Oude Donck, de Nieuwe Donck en Boeckenberg. Of was het destijds Bockenberg? Ook de andere lusthoven in de omgeving passeren de revue. Hij tracht de eigenaars/bewoners een gelaat te geven. Wie waren zij? Wat waren hun onderlinge familiebanden? Waar woonden ze? Hoe verdienden ze hun geld?
Welke andere eigendommen bezaten ze? Jarenlang speurwerk in diverse archieven leverde een boeiende inkijk in het leven van deze burgers, in hun entourage, hun weelderig bestaan, anekdotes en intriges. Hun levensverhaal lag besloten in meer dan duizend juridische akten die de auteur heeft weten te traceren.
Jan Michiels is natuurkundige van opleiding. Hij was betrokken bij de oprichting en werking van het Federaal Overheidsagentschap voor de Controle op de Nucleaire sector (FANC). Na zijn pensionering stortte hij zich op de bewoningsgeschiedenis van zijn huis, zijn straat, zijn wijk. Aanleiding was de wegvoering in september 1942 uit zijn woning van een Joodse dame naar Auschwitz, die de vrouw van de heer des huizes bleek te zijn. Daarna heeft een uit de hand gelopen hobby tot dit boek geleid.
Inleiding in de bedrijfskundige wiskunde
Dit werk is in de eerste plaats bedoeld voor gebruik in het vak wiskunde gegeven in de bedrijfskundige opleidingen. Het boek brengt een mathematische basiskennis bij die studenten nodig hebben om bepaalde bedrijfskundige vraagstukken te kunnen oplossen.
De begrijpelijke wijze waarop de behandelde materie wordt aangebracht, maakt het boek eveneens geschikt voor iedereen die interesse heeft in het toepassen van wiskundige modellen in de bedrijfskunde.
dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration en doceerde zowel op academisch als hogeschoolniveau. Hij gaf onder andere vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management en bedrijfseconomie. Zijn publicaties, thans vierenvijftig in totaal, situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
Inleiding in de bedrijfskundige wiskunde
Dit werk is in de eerste plaats bedoeld voor gebruik in het vak wiskunde gegeven in de bedrijfskundige opleidingen. Het boek brengt een mathematische basiskennis bij die studenten nodig hebben om bepaalde bedrijfskundige vraagstukken te kunnen oplossen.
De begrijpelijke wijze waarop de behandelde materie wordt aangebracht, maakt het boek eveneens geschikt voor iedereen die interesse heeft in het toepassen van wiskundige modellen in de bedrijfskunde.
dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration en doceerde zowel op academisch als hogeschoolniveau. Hij gaf onder andere vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management en bedrijfseconomie. Zijn publicaties, thans vierenvijftig in totaal, situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
Gezondheid en gezondheidszorg in de stad Antwerpen tijdens de Eerste Wereldoorlog (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg, nr. 21)
Bij de inval van de Duitse legers in België in augustus 1914 stonden in Antwerpen meerdere ziekenhuizen en een groot aantal veldhospitalen ter beschikking voor de opvang van gekwetste of zieke Belgische, geallieerde en nadien ook Duitse soldaten. Op 9 oktober 1914 capituleerde de vesting Antwerpen na zware beschietingen en bombardementen en installeerden de Duitse medische diensten zich in de stad. Het Militair Ziekenhuis werd tot Festungslazarett omgevormd en in de stad werden meerdere instellingen voor verzorging van de gekwetste en zieke Duitse soldaten opgericht. Samenwerking met de Antwerpse stedelijke en provinciale diensten was onvermijdelijk, maar werd zoveel als mogelijk vermeden.
Gedurende de vier jaar durende bezetting bedreigden vooral twee problemen de Antwerpse bevolking: hongersnood en een aantal infectieziekten. De hongersnood kon voor een deel opgevangen worden door de snelle tussenkomst van de lokale besturen en vooral van de internationale organisatie Nationaal Hulp en Voedingscomité (NHVC) die over het gehele land werkzaam was en ook in Antwerpen op verschillende niveaus werkte. In Antwerpen kwam deze organisatie vanaf 1916 ook tussen in de onkosten van de medische hulp bij sommige patiënten. In een later stadium subsidieerde het NHVC ook nog meerdere ziekenfondsen die het moeilijk hadden gekregen. Daardoor werd het betrokken bij een zwaar conflict tussen een van de grote ziekenfondsen en het verbond van Antwerpse artsen.
Gegevens over infectieziekten en gegevens zoals de sterfte in de Antwerpse bevolking tijdens de bezetting zijn bewaard gebleven en werden na de oorlog gepubliceerd: ze zijn een unieke bron gebleken en laten een statistisch onderzoek toe.
Tot slot wordt vermeld dat ook het met de bezetter collaborerende activisme tijdens de oorlog een, zij het beperkte, rol heeft gespeeld in de bescherming van de volksgezondheid in Antwerpen. Die hield op bij het beëindigen van de vijandigheden.
Prof. em. dr. Karel J. Van Acker, doctor in de genees-, heel- en verloskunde en geneesheer-specialist in de kindergeneeskunde, werkte als gewoon hoogleraar kindergeneeskunde aan de Universiteit Antwerpen. Hij was ook diensthoofd van de afdeling kindergeneeskunde aan het Universitair Ziekenhuis in Antwerpen.
Gezondheid en gezondheidszorg in de stad Antwerpen tijdens de Eerste Wereldoorlog (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg, nr. 21)
Bij de inval van de Duitse legers in België in augustus 1914 stonden in Antwerpen meerdere ziekenhuizen en een groot aantal veldhospitalen ter beschikking voor de opvang van gekwetste of zieke Belgische, geallieerde en nadien ook Duitse soldaten. Op 9 oktober 1914 capituleerde de vesting Antwerpen na zware beschietingen en bombardementen en installeerden de Duitse medische diensten zich in de stad. Het Militair Ziekenhuis werd tot Festungslazarett omgevormd en in de stad werden meerdere instellingen voor verzorging van de gekwetste en zieke Duitse soldaten opgericht. Samenwerking met de Antwerpse stedelijke en provinciale diensten was onvermijdelijk, maar werd zoveel als mogelijk vermeden.
Gedurende de vier jaar durende bezetting bedreigden vooral twee problemen de Antwerpse bevolking: hongersnood en een aantal infectieziekten. De hongersnood kon voor een deel opgevangen worden door de snelle tussenkomst van de lokale besturen en vooral van de internationale organisatie Nationaal Hulp en Voedingscomité (NHVC) die over het gehele land werkzaam was en ook in Antwerpen op verschillende niveaus werkte. In Antwerpen kwam deze organisatie vanaf 1916 ook tussen in de onkosten van de medische hulp bij sommige patiënten. In een later stadium subsidieerde het NHVC ook nog meerdere ziekenfondsen die het moeilijk hadden gekregen. Daardoor werd het betrokken bij een zwaar conflict tussen een van de grote ziekenfondsen en het verbond van Antwerpse artsen.
Gegevens over infectieziekten en gegevens zoals de sterfte in de Antwerpse bevolking tijdens de bezetting zijn bewaard gebleven en werden na de oorlog gepubliceerd: ze zijn een unieke bron gebleken en laten een statistisch onderzoek toe.
Tot slot wordt vermeld dat ook het met de bezetter collaborerende activisme tijdens de oorlog een, zij het beperkte, rol heeft gespeeld in de bescherming van de volksgezondheid in Antwerpen. Die hield op bij het beëindigen van de vijandigheden.
Prof. em. dr. Karel J. Van Acker, doctor in de genees-, heel- en verloskunde en geneesheer-specialist in de kindergeneeskunde, werkte als gewoon hoogleraar kindergeneeskunde aan de Universiteit Antwerpen. Hij was ook diensthoofd van de afdeling kindergeneeskunde aan het Universitair Ziekenhuis in Antwerpen.
Netwijdte. De sublieme verbeelding van het internet in de Nederlandse en Vlaamse roman (Reeks ‘Academisch Literair’, nr. 15)
In het leven van alledag is het internet zo alomtegenwoordig dat de grenzen tussen online en offline niet zo simpel meer te trekken zijn. Daarmee bepalen digitale media in grote mate op welke wijze wij kennis vergaren over onszelf en de wereld. Ook in de hedendaagse roman zijn die verschuivingen aanwijsbaar. Netwijdte biedt een literatuurwetenschappelijk overzicht van Nederlandse en Vlaamse romans uit de afgelopen drie decennia die de veranderende omgang met het internet aanschouwelijk maken. Schipperend tussen dystopische schrikbeelden en nieuwsgierig optimisme hebben talloze schrijvers, van Andreas Burnier tot Aafke Romeijn, in de digitale informatiestroom naar betekenis gezocht. Heeft het internet kennis zichtbaarder en toegankelijker gemaakt? Of hebben de datawolken en informatiefuiken ons mens- en wereldbeeld enkel vertroebeld?
Deze literaire verbeelding valt te begrijpen aan de hand van de esthetische traditie van het sublieme. De oneindige mogelijkheden en gevaren van onze wereldwijde informatie- en communicatienetwerken, zo laat dit boek zien, vragen om beelden en stijlregisters die huiver en aantrekking samenballen. In Netwijdte onderzoekt de auteur de uiteenlopende verteltechnieken waarmee de hedendaagse roman fenomenen zoals dataficering, virtuele werelden en black boxes in verhalen weet te gieten. Een brede selectie aan bekende en minder bekende romans komt aan bod. Daarnaast presenteert deze studie diepgravende analyses van het werk van Anjet Daanje, Maxim Februari, David Nolens, Peter Verhelst en Tonnus Oosterhoff.
Ruben Vanden Berghe doctoreerde in 2024 aan de Universiteit Gent op een proefschrift over de sublieme verbeelding van het internet in de Nederlandse en Vlaamse roman. Momenteel doceert hij literatuurwetenschap en Nederlandse letterkunde aan de Vrije Universiteit Brussel en is hij als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan Tilburg University. Hij publiceert over experimentele en moderne literatuur uit Nederland en Vlaanderen.
Netwijdte. De sublieme verbeelding van het internet in de Nederlandse en Vlaamse roman (Reeks ‘Academisch Literair’, nr. 15)
In het leven van alledag is het internet zo alomtegenwoordig dat de grenzen tussen online en offline niet zo simpel meer te trekken zijn. Daarmee bepalen digitale media in grote mate op welke wijze wij kennis vergaren over onszelf en de wereld. Ook in de hedendaagse roman zijn die verschuivingen aanwijsbaar. Netwijdte biedt een literatuurwetenschappelijk overzicht van Nederlandse en Vlaamse romans uit de afgelopen drie decennia die de veranderende omgang met het internet aanschouwelijk maken. Schipperend tussen dystopische schrikbeelden en nieuwsgierig optimisme hebben talloze schrijvers, van Andreas Burnier tot Aafke Romeijn, in de digitale informatiestroom naar betekenis gezocht. Heeft het internet kennis zichtbaarder en toegankelijker gemaakt? Of hebben de datawolken en informatiefuiken ons mens- en wereldbeeld enkel vertroebeld?
Deze literaire verbeelding valt te begrijpen aan de hand van de esthetische traditie van het sublieme. De oneindige mogelijkheden en gevaren van onze wereldwijde informatie- en communicatienetwerken, zo laat dit boek zien, vragen om beelden en stijlregisters die huiver en aantrekking samenballen. In Netwijdte onderzoekt de auteur de uiteenlopende verteltechnieken waarmee de hedendaagse roman fenomenen zoals dataficering, virtuele werelden en black boxes in verhalen weet te gieten. Een brede selectie aan bekende en minder bekende romans komt aan bod. Daarnaast presenteert deze studie diepgravende analyses van het werk van Anjet Daanje, Maxim Februari, David Nolens, Peter Verhelst en Tonnus Oosterhoff.
Ruben Vanden Berghe doctoreerde in 2024 aan de Universiteit Gent op een proefschrift over de sublieme verbeelding van het internet in de Nederlandse en Vlaamse roman. Momenteel doceert hij literatuurwetenschap en Nederlandse letterkunde aan de Vrije Universiteit Brussel en is hij als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan Tilburg University. Hij publiceert over experimentele en moderne literatuur uit Nederland en Vlaanderen.
Affectregulerende Vaktherapie – Basisboek – Vaktherapeutische behandeling voor kinderen van 4 tot 12 jaar
Affectregulerende Vaktherapie is een ervaringsgerichte behandelwijze van affectregulatieproblemen die ontstaan in de vroege jeugd. Dit basisboek laat de lezer kennismaken met alle facetten van de interventie en de onderliggende theorieën over vaktherapie, affectregulatie, mentaliseren bevorderen en gehechtheid. Voor vaktherapeuten die al affectregulerend zijn opgeleid, is het een waardevol naslagwerk.
De interventie beschrijft zowel de inzet van het vaktherapeutisch middel, als de mentaliseren-bevorderende therapeuthouding. Samen vormen zij de basis voor de interactieve regulatie, waarmee het gestagneerde affectregulatieproces opnieuwe in ontwikkeling komt
Waar enerzijds de theorie verduidelijkt wordt, biedt anderzijds de gefaseerde uitwerking van de interventietechnieken en aanpak in sessies een praktisch kader. Ook is een concrete benadering uitgewerkt voor het betrekken van de context rond de cliënt.
Casuïstiek van a lle vaktherapeutische disciplines (beeldend, dans, drama, muziek, pm(k)t en spel) illustreert de behandelwijze. Het boek kan een bijdrage zijn aan het vinden van een gezamenlijke taal in het behandelen van cliënten met affectregulatieproblematiek, en sluit aan bij de transdiagnostische visie op affectregulatie.
De auteurs zijn ervaren vaktherapeuten, werkzaam in ggz-instellingen of in een eigen zelfstandige praktijk. De interventie Affectregulerende Vaktherapie is het resultaat van jarenlange praktijkervaring; vaktherapeuten van alle disciplines hebben meegedacht en beschreven wat werkt in de behandeling van cliënten met affectregulatieproblemen.
Affectregulerende Vaktherapie – Basisboek – Vaktherapeutische behandeling voor kinderen van 4 tot 12 jaar
Affectregulerende Vaktherapie is een ervaringsgerichte behandelwijze van affectregulatieproblemen die ontstaan in de vroege jeugd. Dit basisboek laat de lezer kennismaken met alle facetten van de interventie en de onderliggende theorieën over vaktherapie, affectregulatie, mentaliseren bevorderen en gehechtheid. Voor vaktherapeuten die al affectregulerend zijn opgeleid, is het een waardevol naslagwerk.
De interventie beschrijft zowel de inzet van het vaktherapeutisch middel, als de mentaliseren-bevorderende therapeuthouding. Samen vormen zij de basis voor de interactieve regulatie, waarmee het gestagneerde affectregulatieproces opnieuwe in ontwikkeling komt
Waar enerzijds de theorie verduidelijkt wordt, biedt anderzijds de gefaseerde uitwerking van de interventietechnieken en aanpak in sessies een praktisch kader. Ook is een concrete benadering uitgewerkt voor het betrekken van de context rond de cliënt.
Casuïstiek van a lle vaktherapeutische disciplines (beeldend, dans, drama, muziek, pm(k)t en spel) illustreert de behandelwijze. Het boek kan een bijdrage zijn aan het vinden van een gezamenlijke taal in het behandelen van cliënten met affectregulatieproblematiek, en sluit aan bij de transdiagnostische visie op affectregulatie.
De auteurs zijn ervaren vaktherapeuten, werkzaam in ggz-instellingen of in een eigen zelfstandige praktijk. De interventie Affectregulerende Vaktherapie is het resultaat van jarenlange praktijkervaring; vaktherapeuten van alle disciplines hebben meegedacht en beschreven wat werkt in de behandeling van cliënten met affectregulatieproblemen.
Lesgeven vanuit verbondenheid. Functies, pedagogiek en didactiek van het volwassenenonderwijs.
Over onderwijs wordt behoorlijk veel geschreven. Maar het valt op dat het hier bijna altijd gaat over het leerplichtonderwijs (basisonderwijs en middelbaar) en het hoger onderwijs. Het volwassenenonderwijs daarentegen komt nauwelijks aan bod. Nochtans blijkt uit onderzoek dat het volwassenenonderwijs een belangrijke rol vervult in het emanciperen en empoweren van mensen in hun (beroeps)leven, wat aansluit op de brede invulling van deze onderwijsvorm die deze uitgave bepleit.
Dit boek levert een significante bijdrage aan de theorievorming én de praktijk van het volwassenenonderwijs.
Dit boek is in eerste instantie geschreven voor álle actoren binnen het (brede) volwassenenonderwijs (voor de leerkrachten, maar zeker ook voor coördinatoren en directie). Het boek biedt echter ook inspiratie aan andere opleiders, niet in het minst deze binnen graduaatsopleidingen en opleidingen met een arbeidsfinaliteit. Ook voor organisaties uit de socio-culturele sector die zich richten op volwassenen, is dit boek van grote waarde. Ten slotte zal ook de lerarenopleiding zich kunnen laten inspireren door de theorie en de praktijk die wordt voorgesteld.
Peter Verluyten is docent binnen het volwassenenonderwijs. Hij schrijft regelmatig over onderwijs en tracht daarbij de brug te slaan tussen theorie en praktijk.
Lesgeven vanuit verbondenheid. Functies, pedagogiek en didactiek van het volwassenenonderwijs.
Over onderwijs wordt behoorlijk veel geschreven. Maar het valt op dat het hier bijna altijd gaat over het leerplichtonderwijs (basisonderwijs en middelbaar) en het hoger onderwijs. Het volwassenenonderwijs daarentegen komt nauwelijks aan bod. Nochtans blijkt uit onderzoek dat het volwassenenonderwijs een belangrijke rol vervult in het emanciperen en empoweren van mensen in hun (beroeps)leven, wat aansluit op de brede invulling van deze onderwijsvorm die deze uitgave bepleit.
Dit boek levert een significante bijdrage aan de theorievorming én de praktijk van het volwassenenonderwijs.
Dit boek is in eerste instantie geschreven voor álle actoren binnen het (brede) volwassenenonderwijs (voor de leerkrachten, maar zeker ook voor coördinatoren en directie). Het boek biedt echter ook inspiratie aan andere opleiders, niet in het minst deze binnen graduaatsopleidingen en opleidingen met een arbeidsfinaliteit. Ook voor organisaties uit de socio-culturele sector die zich richten op volwassenen, is dit boek van grote waarde. Ten slotte zal ook de lerarenopleiding zich kunnen laten inspireren door de theorie en de praktijk die wordt voorgesteld.
Peter Verluyten is docent binnen het volwassenenonderwijs. Hij schrijft regelmatig over onderwijs en tracht daarbij de brug te slaan tussen theorie en praktijk.
De datateam methode. Een concrete aanpak voor onderwijsverbetering
Kim Schildkamp is hoogleraar aan de Universiteit Twente. Ze is onder meer oprichter van het project Datateams. Cindy Poortman, Adam Handelzalts, Hanadie Leusink, Marije Abbink, Maaike Smit, Johanna Ebbeler & Mireille Hubers waren allen verbonden aan dit project, als onderzoeker en/of coach.
De datateam methode. Een concrete aanpak voor onderwijsverbetering
Kim Schildkamp is hoogleraar aan de Universiteit Twente. Ze is onder meer oprichter van het project Datateams. Cindy Poortman, Adam Handelzalts, Hanadie Leusink, Marije Abbink, Maaike Smit, Johanna Ebbeler & Mireille Hubers waren allen verbonden aan dit project, als onderzoeker en/of coach.
Morele mondigheid. Verbindend inzicht in ons rechtvaardigheidsgevoel
Het moreel buikgevoel van elke mens blijkt een mengpaneel te zijn dat we allen delen. Door onze ervaringen, opvoeding en karakter stellen we elk onze schuifregelaars op een iets andere manier af. Maar onze diepste overtuigingen over goed en fout zijn erg gelijklopend. Dus is het nuttig om ‘moreel mondig’ te worden: de reden waarom je iets goed of fout vindt helder krijgen, en kunnen verwoorden op een manier die anderen raakt in een snaar van hun rechtvaardigheidsgevoel, die ook één van hun diepste overtuigingen aanspreekt.
En moreel mondig betekent ook: jezelf uitdagen om zorgvuldig heel je mengpaneel aan te spreken, en niet te vaak reflexmatig enkel de hoogst afgestelde schuifregelaar te volgen.
Je kan leren om over elk delicaat onderwerp, een moreel dilemma, op een constructieve manier in dialoog te gaan, zonder defensieve of agressieve reacties uit te lokken. Zo’n constructief gesprek over gevoelige onderwerpen kunnen aangaan, is erg bevrijdend en vermindert morele stress.
Daarover gaat dit boek. Het bewust verwoorden van je moreel zorgvuldig uitgedaagde overweging over een delicaat onderwerp, en anderen er op een constructieve manier bij betrekken. Het boek is geen pleidooi om te negeren wat je hart je ingeeft bij een ethische kwestie, maar het zet je hoofd in om die spontane intuïtie uit te dagen en overtuigender te formuleren. Dit laagdrempelig boek biedt veel achtergrond, voorbeelden, praktische tips, uitgewerkte oefeningen en handige schema’s.
Koen De Vidts ondervond als ingenieur de noodzaak van morele mondigheid in 35 jaar veelzijdige bedrijfservaring. Hij geeft opleidingen, workshops en lezingen over ethische dilemma’s en morele mondigheid, hij voert cultuuronderzoeken gebaseerd op waarden, en begeleidt Moreel Beraad-sessies.
(www.zinnings.be)
Morele mondigheid. Verbindend inzicht in ons rechtvaardigheidsgevoel
Het moreel buikgevoel van elke mens blijkt een mengpaneel te zijn dat we allen delen. Door onze ervaringen, opvoeding en karakter stellen we elk onze schuifregelaars op een iets andere manier af. Maar onze diepste overtuigingen over goed en fout zijn erg gelijklopend. Dus is het nuttig om ‘moreel mondig’ te worden: de reden waarom je iets goed of fout vindt helder krijgen, en kunnen verwoorden op een manier die anderen raakt in een snaar van hun rechtvaardigheidsgevoel, die ook één van hun diepste overtuigingen aanspreekt.
En moreel mondig betekent ook: jezelf uitdagen om zorgvuldig heel je mengpaneel aan te spreken, en niet te vaak reflexmatig enkel de hoogst afgestelde schuifregelaar te volgen.
Je kan leren om over elk delicaat onderwerp, een moreel dilemma, op een constructieve manier in dialoog te gaan, zonder defensieve of agressieve reacties uit te lokken. Zo’n constructief gesprek over gevoelige onderwerpen kunnen aangaan, is erg bevrijdend en vermindert morele stress.
Daarover gaat dit boek. Het bewust verwoorden van je moreel zorgvuldig uitgedaagde overweging over een delicaat onderwerp, en anderen er op een constructieve manier bij betrekken. Het boek is geen pleidooi om te negeren wat je hart je ingeeft bij een ethische kwestie, maar het zet je hoofd in om die spontane intuïtie uit te dagen en overtuigender te formuleren. Dit laagdrempelig boek biedt veel achtergrond, voorbeelden, praktische tips, uitgewerkte oefeningen en handige schema’s.
Koen De Vidts ondervond als ingenieur de noodzaak van morele mondigheid in 35 jaar veelzijdige bedrijfservaring. Hij geeft opleidingen, workshops en lezingen over ethische dilemma’s en morele mondigheid, hij voert cultuuronderzoeken gebaseerd op waarden, en begeleidt Moreel Beraad-sessies.
(www.zinnings.be)
Deugden in de klaspraktijk. Werken aan een positief klasklimaat
Elke leerkracht wil een klas waarin respect, verbondenheid en positiviteit centraal staan. Maar hoe bereik je dat? Met dit inspiratiepakket krijg je een krachtig instrument in handen om via de proactieve cirkel en het Deugdenproject aan de slag te gaan. Proactief cirkelen verbindt: iedereen is gelijk en krijgt een gelijke stem. Leerlingen leren respectvol spreken en luisteren, ontdekken dat hun mening ertoe doet én dat andere meningen even waardevol zijn. Ze ervaren dat verschillen mogen bestaan – en dat dat helemaal oké is! Door deugden als eerlijkheid, enthousiasme, zorgzaamheid en verbondenheid een plaats te geven in je klas, bouw je stap voor stap aan een veilige en positieve leeromgeving. Een plek waar waardering en respect de basis vormen voor groei en samenwerking.
Lieve Huyghe is een gepassioneerde onderwijsprofessional met een hart voor inclusie en gedragsondersteuning. Haar liefde voor methodieken begon al in de scouts en groeide uit tot een brede expertise in Zinvol Tekenen, het Deugdenproject en kindercoaching. Met haar ervaring als leerkracht, leerondersteuner, kindercoach en vormingsgever helpt ze scholen om een warm en positief klasklimaat te creëren. Haar aanpak is praktisch, verbindend en inspirerend, waardoor leerkrachten én leerlingen de kans krijgen om te groeien.
Deugden in de klaspraktijk. Werken aan een positief klasklimaat
Elke leerkracht wil een klas waarin respect, verbondenheid en positiviteit centraal staan. Maar hoe bereik je dat? Met dit inspiratiepakket krijg je een krachtig instrument in handen om via de proactieve cirkel en het Deugdenproject aan de slag te gaan. Proactief cirkelen verbindt: iedereen is gelijk en krijgt een gelijke stem. Leerlingen leren respectvol spreken en luisteren, ontdekken dat hun mening ertoe doet én dat andere meningen even waardevol zijn. Ze ervaren dat verschillen mogen bestaan – en dat dat helemaal oké is! Door deugden als eerlijkheid, enthousiasme, zorgzaamheid en verbondenheid een plaats te geven in je klas, bouw je stap voor stap aan een veilige en positieve leeromgeving. Een plek waar waardering en respect de basis vormen voor groei en samenwerking.
Lieve Huyghe is een gepassioneerde onderwijsprofessional met een hart voor inclusie en gedragsondersteuning. Haar liefde voor methodieken begon al in de scouts en groeide uit tot een brede expertise in Zinvol Tekenen, het Deugdenproject en kindercoaching. Met haar ervaring als leerkracht, leerondersteuner, kindercoach en vormingsgever helpt ze scholen om een warm en positief klasklimaat te creëren. Haar aanpak is praktisch, verbindend en inspirerend, waardoor leerkrachten én leerlingen de kans krijgen om te groeien.
De Rustkevers
Het schild van Pollie is vuurrood. Waarom heeft zij geen REGENBOOGkleuren zoals de andere rustkevers? Ze verlaat de malse wei aan de voet van de regenboog op zoek naar de magische glitterpot. Zal ze ooit een echt REGENBOOGschild krijgen?
De Rustkevers
Het schild van Pollie is vuurrood. Waarom heeft zij geen REGENBOOGkleuren zoals de andere rustkevers? Ze verlaat de malse wei aan de voet van de regenboog op zoek naar de magische glitterpot. Zal ze ooit een echt REGENBOOGschild krijgen?
Filosofisch tegenspel. Traag denken in tijden van versnelling
We leven in een tijd van hyperkinetiek, snelle verplaatsing, flitskapitaal, directe maakbaarheid en hyperlink-denken. Snelheid geeft een kick, maar maakt ons ook ziek. We proberen tijdelijk aan de snelheid te ontsnappen via fysieke en digitale, individuele en collectieve capsules die ons beschermen tegen te veel prikkels. Om echter blijvend aan systeemsnelheid te ontkomen is er diepzinniger tegenspel nodig dat traagheid en ritmes wil denken als indirect verzet, vaste rituelen koestert, uitnodigt tot beschouwelijkheid en niet meewaait met emoties die zich aandienen maar zich stevig positioneert in het eigen lichaam met zijn affectiviteit en ons opnieuw wil verbinden met de aarde. Maar hoe pakken we dit aan?
Giovanni Rizzuto studeerde filosofie, theologie en Indische talen aan de Universiteit van Amsterdam. Naast zijn werk als beeldend kunstenaar doceerde hij filosofie en menswetenschappen aan verschillende hogescholen. Hij publiceerde meerdere boeken en schrijft regelmatig voor o.a. Hollands Maandblad, Streven en Filosofie-Tijdschrift. De draad van Ariadne, Wijsgerige essays over mythe en mythologie (2022), De wereld in een korrel zand, Inleiding in de filosofie van de mystiek (2023), Misterios Envueltos, Mínima Poética (2024) en De reis van Gilgamesj, Over dood, bewustzijn en seksualiteit (2024) zijn zijn meest recente publicaties.
Filosofisch tegenspel. Traag denken in tijden van versnelling
We leven in een tijd van hyperkinetiek, snelle verplaatsing, flitskapitaal, directe maakbaarheid en hyperlink-denken. Snelheid geeft een kick, maar maakt ons ook ziek. We proberen tijdelijk aan de snelheid te ontsnappen via fysieke en digitale, individuele en collectieve capsules die ons beschermen tegen te veel prikkels. Om echter blijvend aan systeemsnelheid te ontkomen is er diepzinniger tegenspel nodig dat traagheid en ritmes wil denken als indirect verzet, vaste rituelen koestert, uitnodigt tot beschouwelijkheid en niet meewaait met emoties die zich aandienen maar zich stevig positioneert in het eigen lichaam met zijn affectiviteit en ons opnieuw wil verbinden met de aarde. Maar hoe pakken we dit aan?
Giovanni Rizzuto studeerde filosofie, theologie en Indische talen aan de Universiteit van Amsterdam. Naast zijn werk als beeldend kunstenaar doceerde hij filosofie en menswetenschappen aan verschillende hogescholen. Hij publiceerde meerdere boeken en schrijft regelmatig voor o.a. Hollands Maandblad, Streven en Filosofie-Tijdschrift. De draad van Ariadne, Wijsgerige essays over mythe en mythologie (2022), De wereld in een korrel zand, Inleiding in de filosofie van de mystiek (2023), Misterios Envueltos, Mínima Poética (2024) en De reis van Gilgamesj, Over dood, bewustzijn en seksualiteit (2024) zijn zijn meest recente publicaties.
Ontveld denken. Verblijven in een unheimische wereld
Lange tijd wisten we ons thuis in een wereld die we meenden te hebben. Het bestaan in deze vertrouwde wereld vormde onze existentie, die we op een eigenlijke wijze op ons namen. Thans is de wereld echter niet meer wat hij was, en zijn we ook zelf niet meer wie we waren. ‘De wereld is weg’, zo dichtte Paul Celan, en deze afwezigheid van de wereld brengt ons van ons stuk. In de planetaire ‘techno-natuur’ die naar voren treedt, weten we ons getekend door een soort van zelf-gemis, dat samenhangt met een gemis aan woorden, dat zelf correleert met het wegtrekken van de wereld dat we vernemen in fenomenen als de globalisering en klimaatverwoesting, de versplintering en fictionalisering van wetenschap en technologie, en zelfs ‘het einde van de metafysica’.
Vandaag bestaat de ‘wereld’ die we met elkaar delen als een ‘techno-natuurlijke’ achtergrond waaraan we als simpelweg levende wezens direct zijn uitgeleverd, zonder onderdak en zonder horizon, en zelfs zonder denken. Niemand is echt thuis in deze globale omgeving, niemand kan haar de hunne noemen, en toch moeten we allemaal leren om voor deze niet-toe-te-eigenen planetaire sfeer zorg te dragen.
Dit vormt dan ook de inzet van dit boek. Het ontveld denken is een denken dat aanvaardt om verwond te raken door de verscheurende aspecten van onze ‘wereld’. Het is een denken dat zich verbeeldt als een rauwe gevoeligheid en scherpte die het ook inzet als strijdmiddel, en dit vanuit het besef dat het aan ons is om te beslissen aangaande de ‘wereld’ en het wegtrekken ervan. Dit boek bundelt 14 artikelen van Susanna Lindberg, in een keuze en vertaling van Bart Buseyne.
Vaak is de veronderstelling dat denken iets is wat mooi is of ons een fijn gevoel geeft. Susanna Lindberg maakt in deze bundel met elkaar samenhangende artikelen duidelijk dat denken ook pijn kan doen, en dat het misschien daarom wel zo moeilijk is om echt na te denken over de wereldwijde ecologische misère die ons nog steeds te weinig bij de strot grijpt. Wie de moed heeft om met haar mee te denken over de klimaatcatastrofe, over de ‘ontrafeling’ van onze wereld of over de ‘zachtheid’ van extinctie, wordt verwond door dit boek, maar zal ook verrijkt worden met tal van verrassende inzichten. Het boek bevat een fraai staaltje van wat Lindberg vermag en is ook nog eens voortreffelijk vertaald, ingeleid en geannoteerd door Bart Buseyne. - René ten Bos
Susanna Lindberg is hoogleraar in de Continentale wijsbegeerte aan de Universiteit Leiden. Nadat ze in eerder werk de ontwikkelingen en vertakkingen in het domein van de moderne Europese filosofie heeft verkend, neemt ze vandaag de globalisering, de techniek en de klimaatopwarming tot onderwerp, en dit vanuit een (post)fenomenologische invalshoek. Ze is de auteur van o.a. Le monde défait (2016), Techniques en philosophie (2020), From Technological Humanity to Bio-technical Existence (2023) en Planetary Thinking in the Era of Global Warming (2023). Bart Buseyne is filosoof van opleiding en verbonden aan KBR, de nationale bibliotheek van België.
Ontveld denken. Verblijven in een unheimische wereld
Lange tijd wisten we ons thuis in een wereld die we meenden te hebben. Het bestaan in deze vertrouwde wereld vormde onze existentie, die we op een eigenlijke wijze op ons namen. Thans is de wereld echter niet meer wat hij was, en zijn we ook zelf niet meer wie we waren. ‘De wereld is weg’, zo dichtte Paul Celan, en deze afwezigheid van de wereld brengt ons van ons stuk. In de planetaire ‘techno-natuur’ die naar voren treedt, weten we ons getekend door een soort van zelf-gemis, dat samenhangt met een gemis aan woorden, dat zelf correleert met het wegtrekken van de wereld dat we vernemen in fenomenen als de globalisering en klimaatverwoesting, de versplintering en fictionalisering van wetenschap en technologie, en zelfs ‘het einde van de metafysica’.
Vandaag bestaat de ‘wereld’ die we met elkaar delen als een ‘techno-natuurlijke’ achtergrond waaraan we als simpelweg levende wezens direct zijn uitgeleverd, zonder onderdak en zonder horizon, en zelfs zonder denken. Niemand is echt thuis in deze globale omgeving, niemand kan haar de hunne noemen, en toch moeten we allemaal leren om voor deze niet-toe-te-eigenen planetaire sfeer zorg te dragen.
Dit vormt dan ook de inzet van dit boek. Het ontveld denken is een denken dat aanvaardt om verwond te raken door de verscheurende aspecten van onze ‘wereld’. Het is een denken dat zich verbeeldt als een rauwe gevoeligheid en scherpte die het ook inzet als strijdmiddel, en dit vanuit het besef dat het aan ons is om te beslissen aangaande de ‘wereld’ en het wegtrekken ervan. Dit boek bundelt 14 artikelen van Susanna Lindberg, in een keuze en vertaling van Bart Buseyne.
Vaak is de veronderstelling dat denken iets is wat mooi is of ons een fijn gevoel geeft. Susanna Lindberg maakt in deze bundel met elkaar samenhangende artikelen duidelijk dat denken ook pijn kan doen, en dat het misschien daarom wel zo moeilijk is om echt na te denken over de wereldwijde ecologische misère die ons nog steeds te weinig bij de strot grijpt. Wie de moed heeft om met haar mee te denken over de klimaatcatastrofe, over de ‘ontrafeling’ van onze wereld of over de ‘zachtheid’ van extinctie, wordt verwond door dit boek, maar zal ook verrijkt worden met tal van verrassende inzichten. Het boek bevat een fraai staaltje van wat Lindberg vermag en is ook nog eens voortreffelijk vertaald, ingeleid en geannoteerd door Bart Buseyne. - René ten Bos
Susanna Lindberg is hoogleraar in de Continentale wijsbegeerte aan de Universiteit Leiden. Nadat ze in eerder werk de ontwikkelingen en vertakkingen in het domein van de moderne Europese filosofie heeft verkend, neemt ze vandaag de globalisering, de techniek en de klimaatopwarming tot onderwerp, en dit vanuit een (post)fenomenologische invalshoek. Ze is de auteur van o.a. Le monde défait (2016), Techniques en philosophie (2020), From Technological Humanity to Bio-technical Existence (2023) en Planetary Thinking in the Era of Global Warming (2023). Bart Buseyne is filosoof van opleiding en verbonden aan KBR, de nationale bibliotheek van België.
Het dierenrijk als bron van geneesmiddelen, (volks)geneeskunde en farmacie (Reeks Cahiers GGG Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg, nr. 20)
Door de eeuwen heen hebben apothekers een fascinatie gehad voor dieren. Dit was in de eerste plaats het geval in het productie-proces van geneesmiddelen. Vele likkepotten, zalven, pillen, oliën of lotions werden aangemaakt op basis van ingrediënten, verkregen uit dieren. Immers, aan dieren werden allerhande gunstige eigenschappen toegekend, die de gezondheid van de mens ten goede konden komen. Men kan het zo gauw niet bedenken, maar zowat alle dieren werden in aanmerking genomen om ziekten tegen te gaan. In dit boek passeren talloze diersoorten de revue, waarvan de eigenschappen op de één of andere manier heilzaam bleken te zijn voor de mens.
Maar ook als uithangbord of decoratie gebruikten apothekers, drogisten of kruideniers allerhande opgezette dieren of afbeeldingen om hun apotheek mee op te smukken. Zo droegen apotheken door de eeuwen heen ook de namen van exotische of lokale beesten, of werden apothekerspotten versierd met afbeeldingen van beren, olifanten, slangen of andere diersoorten.
Aangezien dieren genezing konden brengen, werden ze het favoriete hulpmiddel van de vele geneesheiligen, die door de mensheid eeuwen lang vereerd en aanbeden werden om hun gezondheid te beschermen of te herstellen. De auteur brengt een panoplie van heiligen ten tonele, die elk voor een bepaalde ziekte of aandoening genezing kon brengen in onze Lage Landen.
Kortom, in dit boek komt de onverbrekelijke band tussen de apotheker en de wonderlijke dierenwereld tot uiting, een band die ons telkens weer blijft verbazen en intrigeren.
Guy Gilias (1944) toonde reeds tijdens zijn apothekersstudies belangstelling voor de geschiedenis van zijn beroep. Tien jaar lang was hij voorzitter van de Kring voor de Geschiedenis van de Farmacie in de Benelux. Hij werd benoemd tot lid van de Académie Internationale d’Histoire de la Pharmacie en werd laureaat van de Prijs Frans Daels (afdeling Farmacie), uitgereikt door de Koninklijke Academie voor Geneeskunde van België. Hij gaf verscheidene lezingen over farmaceutisch historische onderwerpen, publiceerde artikelen in gespecialiseerde tijdschriften en schreef verschillende boeken met betrekking tot de geschiedenis van de farmacie.
Het dierenrijk als bron van geneesmiddelen, (volks)geneeskunde en farmacie (Reeks Cahiers GGG Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg, nr. 20)
Door de eeuwen heen hebben apothekers een fascinatie gehad voor dieren. Dit was in de eerste plaats het geval in het productie-proces van geneesmiddelen. Vele likkepotten, zalven, pillen, oliën of lotions werden aangemaakt op basis van ingrediënten, verkregen uit dieren. Immers, aan dieren werden allerhande gunstige eigenschappen toegekend, die de gezondheid van de mens ten goede konden komen. Men kan het zo gauw niet bedenken, maar zowat alle dieren werden in aanmerking genomen om ziekten tegen te gaan. In dit boek passeren talloze diersoorten de revue, waarvan de eigenschappen op de één of andere manier heilzaam bleken te zijn voor de mens.
Maar ook als uithangbord of decoratie gebruikten apothekers, drogisten of kruideniers allerhande opgezette dieren of afbeeldingen om hun apotheek mee op te smukken. Zo droegen apotheken door de eeuwen heen ook de namen van exotische of lokale beesten, of werden apothekerspotten versierd met afbeeldingen van beren, olifanten, slangen of andere diersoorten.
Aangezien dieren genezing konden brengen, werden ze het favoriete hulpmiddel van de vele geneesheiligen, die door de mensheid eeuwen lang vereerd en aanbeden werden om hun gezondheid te beschermen of te herstellen. De auteur brengt een panoplie van heiligen ten tonele, die elk voor een bepaalde ziekte of aandoening genezing kon brengen in onze Lage Landen.
Kortom, in dit boek komt de onverbrekelijke band tussen de apotheker en de wonderlijke dierenwereld tot uiting, een band die ons telkens weer blijft verbazen en intrigeren.
Guy Gilias (1944) toonde reeds tijdens zijn apothekersstudies belangstelling voor de geschiedenis van zijn beroep. Tien jaar lang was hij voorzitter van de Kring voor de Geschiedenis van de Farmacie in de Benelux. Hij werd benoemd tot lid van de Académie Internationale d’Histoire de la Pharmacie en werd laureaat van de Prijs Frans Daels (afdeling Farmacie), uitgereikt door de Koninklijke Academie voor Geneeskunde van België. Hij gaf verscheidene lezingen over farmaceutisch historische onderwerpen, publiceerde artikelen in gespecialiseerde tijdschriften en schreef verschillende boeken met betrekking tot de geschiedenis van de farmacie.
Amor Fati. Spelende wijsheid voor de kosmopolis
Met een wereld in brand en menselijkheid op het spel barst de huidige wereldordening uit haar voegen. Hoewel de techniek voor alles een oplossing lijkt te hebben, lijkt de jachtige mens, steeds op zoek naar meer kicks in een schreeuwerige emo-cultuur, een gebrek te maskeren: een behoefte aan verbondenheid in een verscheurde wereld die ons dwingt bij de diepere oorzaken achter de maatschappelijke symptomen van vervreemding, polarisering en betekenisverlies stil te staan. De behoefte aan visie en verbinding (tussen politiek en burgers, professionals en managers, tussen groepen en culturen – terwijl crises elkaar opvolgen in nagenoeg elk maatschappelijk domein) vormt een harde wake-up call dat wij allen, of we het willen of niet, wereldburger zijn geworden en eigenaar van wereldproblemen. Het roept ons op tot een collectieve levenskunst waarin ieder een eigen steentje kan bijdragen. Zou de wijsheid uit wij-culturen met principes van gemeenschapszin (zoals amor fati) en een grondhouding van overgave aan het leven heling kunnen brengen? Met wijsheden uit verschillende culturele tradities nodigt de auteur de lezer uit om mee op een ontdekkingsreis te gaan en wereldburgerschap te ontwikkelen uit premoderne, moderne en postmoderne tijden.
De Engelstalige interculturele reflecties van Greg Suffanti op zijn series van aquarellen geven aan de lezer – samen met het beeldend werk van andere kunstenaars rond de mythisch-filosofische thema’s van Amor Fati – een verrassende route van de verbeelding door het boek.
Heidi Muijen was aan diverse universiteiten en hogescholen verbonden. Ze geeft sinds 2004 begeleiding vanuit haar filosofische praktijk voor levenskunst en creatieve ontwikkeling ‘Thymia’, aan individuen en groepen. Als gastdocent betrokken bij de masteropleiding ‘Human and Organizational Behaviour/Begeleidingskunde’ aan de Hogeschool Rotterdam en de Hogeschool Arnhem Nijmegen ontwikkelde ze spel- en dialoogvormen rond levensvragen en -waarden. In 2016 richtte ze de Stichting Quest for Wisdom foundation (QfWf) op om bij te dragen aan een omkering van de groeiende angst voor ‘de vreemde ander’ en vanuit de inspiratie dat de rijkdom aan culturen het goede (samen)leven juist boeiender en rijker maakt. Met betrokken kringen rond de QfWf ontwikkelde ze kunstzinnig educatief materiaal, waaronder een intercultureel storytelling-programma Animal Wisdom en een aantal dialogische wereldspelen.
Amor Fati. Spelende wijsheid voor de kosmopolis
Met een wereld in brand en menselijkheid op het spel barst de huidige wereldordening uit haar voegen. Hoewel de techniek voor alles een oplossing lijkt te hebben, lijkt de jachtige mens, steeds op zoek naar meer kicks in een schreeuwerige emo-cultuur, een gebrek te maskeren: een behoefte aan verbondenheid in een verscheurde wereld die ons dwingt bij de diepere oorzaken achter de maatschappelijke symptomen van vervreemding, polarisering en betekenisverlies stil te staan. De behoefte aan visie en verbinding (tussen politiek en burgers, professionals en managers, tussen groepen en culturen – terwijl crises elkaar opvolgen in nagenoeg elk maatschappelijk domein) vormt een harde wake-up call dat wij allen, of we het willen of niet, wereldburger zijn geworden en eigenaar van wereldproblemen. Het roept ons op tot een collectieve levenskunst waarin ieder een eigen steentje kan bijdragen. Zou de wijsheid uit wij-culturen met principes van gemeenschapszin (zoals amor fati) en een grondhouding van overgave aan het leven heling kunnen brengen? Met wijsheden uit verschillende culturele tradities nodigt de auteur de lezer uit om mee op een ontdekkingsreis te gaan en wereldburgerschap te ontwikkelen uit premoderne, moderne en postmoderne tijden.
De Engelstalige interculturele reflecties van Greg Suffanti op zijn series van aquarellen geven aan de lezer – samen met het beeldend werk van andere kunstenaars rond de mythisch-filosofische thema’s van Amor Fati – een verrassende route van de verbeelding door het boek.
Heidi Muijen was aan diverse universiteiten en hogescholen verbonden. Ze geeft sinds 2004 begeleiding vanuit haar filosofische praktijk voor levenskunst en creatieve ontwikkeling ‘Thymia’, aan individuen en groepen. Als gastdocent betrokken bij de masteropleiding ‘Human and Organizational Behaviour/Begeleidingskunde’ aan de Hogeschool Rotterdam en de Hogeschool Arnhem Nijmegen ontwikkelde ze spel- en dialoogvormen rond levensvragen en -waarden. In 2016 richtte ze de Stichting Quest for Wisdom foundation (QfWf) op om bij te dragen aan een omkering van de groeiende angst voor ‘de vreemde ander’ en vanuit de inspiratie dat de rijkdom aan culturen het goede (samen)leven juist boeiender en rijker maakt. Met betrokken kringen rond de QfWf ontwikkelde ze kunstzinnig educatief materiaal, waaronder een intercultureel storytelling-programma Animal Wisdom en een aantal dialogische wereldspelen.
Mijn werkbalans. Tool voor loopbaancoaches, HRm’ers, leidinggevenden en medewerkers (Handleiding + Kaartjes + Spelbord)
Leidraad voor de begeleider Bij het leggen van de kaarten
– Wat doe je bij deze kaart? Kies je voor de groene of de rode?
– Kan je hier een voorbeeld van geven?
– Wat doet je twijfelen?
– Welke argumenten kan je hiervoor aanhalen?
Na het leggen van de kaarten
– Kleurt je globale beeld overwegend positief (groen) of negatief (rood)?
– Is dit herkenbaar voor jou?
– Hoe zwaar wegen de verschillende facetten bij je door? Hoe belangrijk zijn ze voor je?
– Wat loopt nog goed dat je wil behouden?
– Wat is er nu moeilijk? Wat wil je in de plaats? Hoe zie je dit concreet?
– Welke facetten of onderdelen kan je wel (of niet) beïnvloeden?
– Wat is een eerste kleine stap die je hierin kan zetten?
– Wie kan je hierbij helpen? Met wie kan je dit bespreken?
– Welke acties kan je hierin ondernemen?
– Hoe zou je je competenties en talenten meer kunnen inzetten?
– Welke conclusies maak je voor jezelf?
Mijn werkbalans. Tool voor loopbaancoaches, HRm’ers, leidinggevenden en medewerkers (Handleiding + Kaartjes + Spelbord)
Leidraad voor de begeleider Bij het leggen van de kaarten
– Wat doe je bij deze kaart? Kies je voor de groene of de rode?
– Kan je hier een voorbeeld van geven?
– Wat doet je twijfelen?
– Welke argumenten kan je hiervoor aanhalen?
Na het leggen van de kaarten
– Kleurt je globale beeld overwegend positief (groen) of negatief (rood)?
– Is dit herkenbaar voor jou?
– Hoe zwaar wegen de verschillende facetten bij je door? Hoe belangrijk zijn ze voor je?
– Wat loopt nog goed dat je wil behouden?
– Wat is er nu moeilijk? Wat wil je in de plaats? Hoe zie je dit concreet?
– Welke facetten of onderdelen kan je wel (of niet) beïnvloeden?
– Wat is een eerste kleine stap die je hierin kan zetten?
– Wie kan je hierbij helpen? Met wie kan je dit bespreken?
– Welke acties kan je hierin ondernemen?
– Hoe zou je je competenties en talenten meer kunnen inzetten?
– Welke conclusies maak je voor jezelf?
Een huisarts in dialoog – De patiënt als mens centraal
Aan de hand van 60 patiëntendossiers biedt huisarts Hugo Stuer de lezer een inkijk in zijn spreekkamer. Elke beschrijving begint met de openingszin van de patiënt. Deze blijkt meermaals een uitnodiging te zijn tot een diepgaander gesprek. Met kennis en ervaring biedt deze arts een luisterend oor en gaat hij in dialoog met zijn patiënten, zelfs als zij probleemvelden voorleggen die het medische overstijgen. Doorheen de reconstructies van die gesprekken stelt hij diagnoses gebaseerd op bekend wetenschappelijk onderzoek met recente aanvullingen. Hij schuwt daarbij na kritische lezing geen oplossingen die aangereikt worden door de natuurgeneeskunde. Zijn opleidingen in medische synthese en antropologie helpen bovendien om betekenissen naar boven te brengen waar de protocollaire geneeskunde vaak aan voorbijgaat. Ook van de jaren die hij investeerde in de theorieën van humor en in de taal van de traan vinden we weerklanken in de teksten.
De veelzijdige aanpak van deze omnipracticus leidt dan ook tot verrassende resultaten.
Hugo Stuer, huisarts, was assistent aan de Universiteit Antwerpen van 1972 tot 2002. Hij publiceerde in antropologie en medische ethiek ook over humor in de geneeskunde en de taal van de traan. Hij schrijft columns over ‘het natuurlijke lijf’, kankers, corona, ‘Napoleon als patiënt’ en over… schaken.
Een huisarts in dialoog – De patiënt als mens centraal
Aan de hand van 60 patiëntendossiers biedt huisarts Hugo Stuer de lezer een inkijk in zijn spreekkamer. Elke beschrijving begint met de openingszin van de patiënt. Deze blijkt meermaals een uitnodiging te zijn tot een diepgaander gesprek. Met kennis en ervaring biedt deze arts een luisterend oor en gaat hij in dialoog met zijn patiënten, zelfs als zij probleemvelden voorleggen die het medische overstijgen. Doorheen de reconstructies van die gesprekken stelt hij diagnoses gebaseerd op bekend wetenschappelijk onderzoek met recente aanvullingen. Hij schuwt daarbij na kritische lezing geen oplossingen die aangereikt worden door de natuurgeneeskunde. Zijn opleidingen in medische synthese en antropologie helpen bovendien om betekenissen naar boven te brengen waar de protocollaire geneeskunde vaak aan voorbijgaat. Ook van de jaren die hij investeerde in de theorieën van humor en in de taal van de traan vinden we weerklanken in de teksten.
De veelzijdige aanpak van deze omnipracticus leidt dan ook tot verrassende resultaten.
Hugo Stuer, huisarts, was assistent aan de Universiteit Antwerpen van 1972 tot 2002. Hij publiceerde in antropologie en medische ethiek ook over humor in de geneeskunde en de taal van de traan. Hij schrijft columns over ‘het natuurlijke lijf’, kankers, corona, ‘Napoleon als patiënt’ en over… schaken.
De verborgen god van het boeddhisme. Naar een christelijke theologie van het boeddhisme
Is boeddhisme een religie of een filosofie? Is er een ‘god’ in het boeddhisme? Of is het boeddhisme een pure levensfilosofie? Dit werk wil een bijdrage zijn in het juist begrijpen van het boeddhisme als religie én als filosofie.
Het vertrekpunt is de vraag als christelijke theoloog naar de ‘godservaring’ in het boeddhisme. De theologie van de religies probeert te begrijpen of en hoe ‘God’, zoals christenen hun ervaring van het goddelijke of de ultieme werkelijkheid noemen, aanwezig kan zijn in de gedachten, devoties en rituelen van andere religies. Christelijke theologie van het boeddhisme is dan een christelijke reflectie op het boeddhistische geloof in ‘god’ of ‘goden’.
De boeddhistische leer bevat (net als de christelijke leer) veel schijnbare tegenstrijdigheden. Deze accepteren en zoeken naar aanwijzingen om te begrijpen hoe ze zijn ontstaan en hoe ze verzoend kunnen worden, is niet alleen een intellectuele uitdaging, maar ook een religieuze plicht.
De verborgen god van het boeddhisme voelt als een detectiveverhaal dat de lezer meeneemt op een nauwgezet onderzoek naar de veelvoudige thema’s, concepten en personen van de verschillende boeddhistische geloofstradities om te bepalen of ze gerelateerd kunnen worden aan het christelijke begrip van wie God is. Het resultaat, dat zowel complex als eenvoudig is, zal lezers in staat stellen stappen te zetten om beide religies te verenigen in het ‘mysterie’ dat God of het Dharma is.
‘This book is courageous and necessary: courageous because it breaks a taboo of placing interreligious dialogue on a theological level; necessary because it brings to light a sincere comparative study of the relationship between faith and practice – which is common ground for all the great spiritual traditions. This is the more necessary in the case of Buddhism, which, in the West, is increasingly secularized and confined to the field of psychophysical well-being disciplines.’ Guglielmo Doryu Cappelli, Zen Anshin temple, Rome
Peter Baekelmans is priester-missionaris van Scheut (CICM) met een grote liefde voor oosterse religies. Hij heeft een licentiaat in Vergelijkende Religiewetenschappen (Lugano, Zwitserland), een baccalaureaat in Theologie (KULeuven), een licentiaat in Boeddhistische Studies (Koyasan, Japan) en een doctoraat (STD) in Theologie van Religies (Nagoya, Japan).
Hij was twintig jaar actief in de interreligieuze dialoog in Japan, waar hij onder leiding van grote leermeesters ook diepgaand Zen-meditatie beoefende en de opleiding tot Shingon Esoterisch-Boeddhistische priester volgde. Van 2016 tot 2021 was hij directeur van SEDOS in Rome, en sinds 2022 is hij medeverantwoordelijke voor de Nederlandstalige pastoraal in Brussel. Hij is gastprofessor aan de KULeuven en UCLouvain voor colleges over hindoeïsme, boeddhisme, oosterse religies en oosterse filosofie. Als Rooms-Katholieke priester-theoloog streeft hij ernaar om religies ook op theologisch niveau dichter bij elkaar te brengen.
De verborgen god van het boeddhisme. Naar een christelijke theologie van het boeddhisme
Is boeddhisme een religie of een filosofie? Is er een ‘god’ in het boeddhisme? Of is het boeddhisme een pure levensfilosofie? Dit werk wil een bijdrage zijn in het juist begrijpen van het boeddhisme als religie én als filosofie.
Het vertrekpunt is de vraag als christelijke theoloog naar de ‘godservaring’ in het boeddhisme. De theologie van de religies probeert te begrijpen of en hoe ‘God’, zoals christenen hun ervaring van het goddelijke of de ultieme werkelijkheid noemen, aanwezig kan zijn in de gedachten, devoties en rituelen van andere religies. Christelijke theologie van het boeddhisme is dan een christelijke reflectie op het boeddhistische geloof in ‘god’ of ‘goden’.
De boeddhistische leer bevat (net als de christelijke leer) veel schijnbare tegenstrijdigheden. Deze accepteren en zoeken naar aanwijzingen om te begrijpen hoe ze zijn ontstaan en hoe ze verzoend kunnen worden, is niet alleen een intellectuele uitdaging, maar ook een religieuze plicht.
De verborgen god van het boeddhisme voelt als een detectiveverhaal dat de lezer meeneemt op een nauwgezet onderzoek naar de veelvoudige thema’s, concepten en personen van de verschillende boeddhistische geloofstradities om te bepalen of ze gerelateerd kunnen worden aan het christelijke begrip van wie God is. Het resultaat, dat zowel complex als eenvoudig is, zal lezers in staat stellen stappen te zetten om beide religies te verenigen in het ‘mysterie’ dat God of het Dharma is.
‘This book is courageous and necessary: courageous because it breaks a taboo of placing interreligious dialogue on a theological level; necessary because it brings to light a sincere comparative study of the relationship between faith and practice – which is common ground for all the great spiritual traditions. This is the more necessary in the case of Buddhism, which, in the West, is increasingly secularized and confined to the field of psychophysical well-being disciplines.’ Guglielmo Doryu Cappelli, Zen Anshin temple, Rome
Peter Baekelmans is priester-missionaris van Scheut (CICM) met een grote liefde voor oosterse religies. Hij heeft een licentiaat in Vergelijkende Religiewetenschappen (Lugano, Zwitserland), een baccalaureaat in Theologie (KULeuven), een licentiaat in Boeddhistische Studies (Koyasan, Japan) en een doctoraat (STD) in Theologie van Religies (Nagoya, Japan).
Hij was twintig jaar actief in de interreligieuze dialoog in Japan, waar hij onder leiding van grote leermeesters ook diepgaand Zen-meditatie beoefende en de opleiding tot Shingon Esoterisch-Boeddhistische priester volgde. Van 2016 tot 2021 was hij directeur van SEDOS in Rome, en sinds 2022 is hij medeverantwoordelijke voor de Nederlandstalige pastoraal in Brussel. Hij is gastprofessor aan de KULeuven en UCLouvain voor colleges over hindoeïsme, boeddhisme, oosterse religies en oosterse filosofie. Als Rooms-Katholieke priester-theoloog streeft hij ernaar om religies ook op theologisch niveau dichter bij elkaar te brengen.
Bewegend leren musiceren – Een kinemuzikale benadering van het instrumentaal muziekonderwijs
In dit boek wordt de synergie tussen muziek en beweging omarmd en verkend als een medium voor muzikale expressie en welzijn. De achtergrondinformatie in dit boek gaf het denkkader waarbinnen de kinemuzikale benadering tot stand kwam en kan hen die zich willen verdiepen in de verrijkende wereld van muziek en beweging, verder op weg helpen doorheen theoriëen en onderzoek. De kinemuzikale activiteiten die werden aangereikt kunnen gezien worden als stappen in een ontdekkingsreis doorheen een ‘kinemuzikale wereld’, maar ook als een mogelijk pad naar diversiteit en inclusiviteit in het muziekonderwijs, met oog voor het welzijn van de leerlingen.
Dit boek biedt nieuwe perspectieven en inzichten, maar het ware avontuur begint pas echt door de kinemuzikale benadering toe te passen in de klas. Als inspiratieboek is het bovendien een uitnodiging om verder te gaan, te exploreren en te experimenteren met variaties en activiteiten die je zelf bedenkt, om zo professioneel te groeien vanuit een streven naar muzikale ontwikkeling, collectieve creativiteit en expressie, en welzijn. De achtergrondinformatie en de voorgestelde activiteiten zijn dus slechts een aanzet, een begin. Verken, kleur buiten de lijntjes, en maak je eigen creatieve ‘kinemuzikale’ pad!
Bewegend leren musiceren – Een kinemuzikale benadering van het instrumentaal muziekonderwijs
In dit boek wordt de synergie tussen muziek en beweging omarmd en verkend als een medium voor muzikale expressie en welzijn. De achtergrondinformatie in dit boek gaf het denkkader waarbinnen de kinemuzikale benadering tot stand kwam en kan hen die zich willen verdiepen in de verrijkende wereld van muziek en beweging, verder op weg helpen doorheen theoriëen en onderzoek. De kinemuzikale activiteiten die werden aangereikt kunnen gezien worden als stappen in een ontdekkingsreis doorheen een ‘kinemuzikale wereld’, maar ook als een mogelijk pad naar diversiteit en inclusiviteit in het muziekonderwijs, met oog voor het welzijn van de leerlingen.
Dit boek biedt nieuwe perspectieven en inzichten, maar het ware avontuur begint pas echt door de kinemuzikale benadering toe te passen in de klas. Als inspiratieboek is het bovendien een uitnodiging om verder te gaan, te exploreren en te experimenteren met variaties en activiteiten die je zelf bedenkt, om zo professioneel te groeien vanuit een streven naar muzikale ontwikkeling, collectieve creativiteit en expressie, en welzijn. De achtergrondinformatie en de voorgestelde activiteiten zijn dus slechts een aanzet, een begin. Verken, kleur buiten de lijntjes, en maak je eigen creatieve ‘kinemuzikale’ pad!
Van Kierkegaard tot Monty Python. Psychoanalyse en Humor (Reeks: Psychoanalyse en Cultuur Nr. 16)
‘Het woord alleen al, humor’, aldus de grinnikende figuur uit de cartoon van Gummbah op de voorkant van deze bundel. In contactadvertenties wordt maar al te vaak een partner met een (goed) ‘gevoel voor humor’ gezocht, alsof vanzelfsprekend is wat we onder humor verstaan. Doorgaans wordt bedoeld dat men iemand zoekt met wie te lachen valt, maar is humor niet ook, zoals de Duitse filosoof Arthur Schopenhauer beweerde, ‘achter scherts verscholen ernst’? Vertrekkend vanuit Sigmund Freuds studie De grap en zijn relatie tot het onbewuste uit 1905 verkent deze bundel de complexiteit van humor met aandacht voor een keur aan wijsgeren, cultuurhistorici en cabaretiers.
Annette van der Elst bespreekt het ironie-begrip van de filosoof Søren Kierkegaard, Léon Hanssen belicht het werk van Johan Huizinga, Marc De Kesel zet via Kant, Bataille en Freud het denken van Jacques Lacan uiteen, Giselinde Kuipers adresseert de retoriek van (rechtse) politici, Ivo Nieuwenhuis schetst een reeks humorschandalen in Nederland, Yasco Horsman analyseert het polymorf perverse van stripfiguren, Mette Gieskes ontleedt de theatrale performances van Moniek Toebosch, Wouter Hessels neemt met het nazisme spottende filmkomedies onder de loep. Sjef Houppermans maakt een onderscheid tussen Noord-Nederlandse en Zuid-Nederlandse humor én biedt een overzicht van allerlei soorten lachen bij Marcel Proust. Peter Verstraten overdenkt de ludiek ‘onlogische logica’ van Theo Maassen, Jiskefet en Gummbah, alsmede het absurdistische van Monty Python.
Van Kierkegaard tot Monty Python. Psychoanalyse en Humor (Reeks: Psychoanalyse en Cultuur Nr. 16)
‘Het woord alleen al, humor’, aldus de grinnikende figuur uit de cartoon van Gummbah op de voorkant van deze bundel. In contactadvertenties wordt maar al te vaak een partner met een (goed) ‘gevoel voor humor’ gezocht, alsof vanzelfsprekend is wat we onder humor verstaan. Doorgaans wordt bedoeld dat men iemand zoekt met wie te lachen valt, maar is humor niet ook, zoals de Duitse filosoof Arthur Schopenhauer beweerde, ‘achter scherts verscholen ernst’? Vertrekkend vanuit Sigmund Freuds studie De grap en zijn relatie tot het onbewuste uit 1905 verkent deze bundel de complexiteit van humor met aandacht voor een keur aan wijsgeren, cultuurhistorici en cabaretiers.
Annette van der Elst bespreekt het ironie-begrip van de filosoof Søren Kierkegaard, Léon Hanssen belicht het werk van Johan Huizinga, Marc De Kesel zet via Kant, Bataille en Freud het denken van Jacques Lacan uiteen, Giselinde Kuipers adresseert de retoriek van (rechtse) politici, Ivo Nieuwenhuis schetst een reeks humorschandalen in Nederland, Yasco Horsman analyseert het polymorf perverse van stripfiguren, Mette Gieskes ontleedt de theatrale performances van Moniek Toebosch, Wouter Hessels neemt met het nazisme spottende filmkomedies onder de loep. Sjef Houppermans maakt een onderscheid tussen Noord-Nederlandse en Zuid-Nederlandse humor én biedt een overzicht van allerlei soorten lachen bij Marcel Proust. Peter Verstraten overdenkt de ludiek ‘onlogische logica’ van Theo Maassen, Jiskefet en Gummbah, alsmede het absurdistische van Monty Python.
Straatnamen vertellen geschiedenis. Het verhaal van Deurne
Elke straat heeft een naam, maar wat gaat er achter die naam schuil? De zoektocht naar Deurnese straatnamen levert een heel stuk geschiedenis van Deurne op. Meer zelfs, ook Antwerpse en algemene geschiedenis duiken hier en daar op. We maken kennis met een aantal historische figuren, met architectuur, met kunstenaars en politici en met nog veel meer. Deurne telt ondertussen meer dan 82.000 inwoners, maar komt van heel ver. Vroeger waren landbouwers in de meerderheid, al hadden eeuwen geleden vele rijke Antwerpenaars voor Deurne gekozen om er een kasteel als buitenverblijf te kopen of te bouwen. Deurne is trouwens niet gespaard gebleven van opstanden, bezettingen en oorlogen, er zijn straten die daaraan herinneren. Kortom, straatnamen vertellen een boeiende geschiedenis.
René De Preter is economist en schreef al enkele werken over economische en maatschappelijke thema’s. Hij publiceerde ook in tijdschriften en verzamelwerken. Nu heeft hij zich aan lokale geschiedenis gewaagd, maar niet zonder voorkennis. Deurne is voor hem bekend terrein. Hij was immers bijna 30 jaar lid van de districtsraad en hij was er ook voorzitter van. Hij was en is nog lid en bestuurder van meerdere Deurnese verenigingen. Eén van die verenigingen is de lokale heemkundige kring Turninum Volksmuseum, een zeer interessante bron voor informatie over de geschiedenis van Deurne.
Straatnamen vertellen geschiedenis. Het verhaal van Deurne
Elke straat heeft een naam, maar wat gaat er achter die naam schuil? De zoektocht naar Deurnese straatnamen levert een heel stuk geschiedenis van Deurne op. Meer zelfs, ook Antwerpse en algemene geschiedenis duiken hier en daar op. We maken kennis met een aantal historische figuren, met architectuur, met kunstenaars en politici en met nog veel meer. Deurne telt ondertussen meer dan 82.000 inwoners, maar komt van heel ver. Vroeger waren landbouwers in de meerderheid, al hadden eeuwen geleden vele rijke Antwerpenaars voor Deurne gekozen om er een kasteel als buitenverblijf te kopen of te bouwen. Deurne is trouwens niet gespaard gebleven van opstanden, bezettingen en oorlogen, er zijn straten die daaraan herinneren. Kortom, straatnamen vertellen een boeiende geschiedenis.
René De Preter is economist en schreef al enkele werken over economische en maatschappelijke thema’s. Hij publiceerde ook in tijdschriften en verzamelwerken. Nu heeft hij zich aan lokale geschiedenis gewaagd, maar niet zonder voorkennis. Deurne is voor hem bekend terrein. Hij was immers bijna 30 jaar lid van de districtsraad en hij was er ook voorzitter van. Hij was en is nog lid en bestuurder van meerdere Deurnese verenigingen. Eén van die verenigingen is de lokale heemkundige kring Turninum Volksmuseum, een zeer interessante bron voor informatie over de geschiedenis van Deurne.
Evidence based voedingsleer. Eten en weten
De voedingswetenschap is zeer complex. Boodschappen die bedacht zijn door marketingafdelingen van grote bedrijven en commerciële vermageringsdiëten, zaaien verwarring bij de consument. De wetenschap wil er het fijne van weten. Wat is zeker waar en wat is zeker niet waar? Op welke vragen heeft de wetenschap tot dusver geen antwoord? Misschien is ze zich van bepaalde vragen nog niet eens bewust? De auteur wil zo veel mogelijk vragen beantwoorden, evidence based, zodat de antwoorden juist zijn. Daarmee maakt hij komaf met onverantwoorde beweringen van voedingsgoeroes, misplaatste acties van marketinglieden enz. Het boek is dan ook bestemd voor iedereen die betrouwbare informatie wil hebben.
Patrick Mullie studeerde voedings- en dieetleer aan de Regaschool in Leuven en epidemiologie aan de Universiteit Maastricht. Hij werd doctor in de biomedische wetenschappen aan de KU Leuven. Momenteel doceert hij aan de Vrije Universiteit Brussel en aan de Erasmushogeschool in Brussel. Daarnaast is hij onderzoeksdirecteur bij het Koningin Astrid Militair Hospitaal in Neder-over-Heembeek, expert bij de Hoge Gezondheidsraad van België en research director bij het International Prevention Research Institute in Lyon
Evidence based voedingsleer. Eten en weten
De voedingswetenschap is zeer complex. Boodschappen die bedacht zijn door marketingafdelingen van grote bedrijven en commerciële vermageringsdiëten, zaaien verwarring bij de consument. De wetenschap wil er het fijne van weten. Wat is zeker waar en wat is zeker niet waar? Op welke vragen heeft de wetenschap tot dusver geen antwoord? Misschien is ze zich van bepaalde vragen nog niet eens bewust? De auteur wil zo veel mogelijk vragen beantwoorden, evidence based, zodat de antwoorden juist zijn. Daarmee maakt hij komaf met onverantwoorde beweringen van voedingsgoeroes, misplaatste acties van marketinglieden enz. Het boek is dan ook bestemd voor iedereen die betrouwbare informatie wil hebben.
Patrick Mullie studeerde voedings- en dieetleer aan de Regaschool in Leuven en epidemiologie aan de Universiteit Maastricht. Hij werd doctor in de biomedische wetenschappen aan de KU Leuven. Momenteel doceert hij aan de Vrije Universiteit Brussel en aan de Erasmushogeschool in Brussel. Daarnaast is hij onderzoeksdirecteur bij het Koningin Astrid Militair Hospitaal in Neder-over-Heembeek, expert bij de Hoge Gezondheidsraad van België en research director bij het International Prevention Research Institute in Lyon
Het herstel van de geestelijke gezondheidszorg – Terug naar de zorg
De manier waarop zorg wordt georganiseerd, ‘het systeem’ en het management vertrekken altijd vanuit goede bedoelingen. Maar soms zorgen zij ook voor onnodig veel afleiding en trekken ze de aandacht – weliswaar onbewust – weg van datgene waar het werkelijk om draait: de zorg voor mensen. Zoiets heeft impact op zowel de hulpvragers, alsook op de mensen die in de zorg aan de slag zijn. Dankzij het gedachtengoed van onder meer Wouter Hart en talrijke praktijkvoorbeelden vinden we inzicht in deze dynamiek en gaan we op zoek naar hoe het anders kan.
Dit boek schetst een hoopgevend verhaal dat iedereen uitnodigt om de zorg voor mensen weer centraal te plaatsen. Het is een inspirerend hulpmiddel om de eigen werking beter te doorgronden. Tegelijkertijd reikt het bestuurders, managers, medewerkers, docenten en studenten een kompas aan, waardoor zij zelf verantwoordelijkheid kunnen opnemen en samen met anderen de kern van zorg centraal kunnen houden. Hoewel dit boek vertrekt vanuit de praktijk van de geestelijke gezondheidszorg is het een inspiratiebron voor iedereen die met zorg te maken heeft.
‘Het boek heeft me geraakt, ontroerd, geïnspireerd. Het raakt de juiste dingen aan, geeft heel inzichtelijk weer waar het verkeerd loopt, hoe het anders kan en WAAROM het anders moet. De voorbeelden zijn erg krachtig, omdat ze zo herkenbaar, eerlijk en overzichtelijk zijn. Maar ook de oefeningen zijn nuttig en helpen je om ze te gaan toepassen op jezelf en op je eigen situatie. Ik voel veel aansluiting en verwantschap. Tegelijk zijn ook bepaalde invalshoeken, ideeën en perspectieven voor mij nieuw en erg inspirerend. De toon van het boek is persoonlijk, motiverend, oriënterend, nergens moraliserend of (het andere uiterste) vaag. Het boek is een wonderlijk samen-denken van transformatie in zorg, organisatiemanagement, filosofie en zorgethiek.’
Linus Vanlaere, zorgethicus
Pieter Loncke is psychiatrisch verpleegkundige en beeldend creatief therapeut. Hij is gastdocent aan verschillende hogescholen, treedt op als spreker en geeft workshops. Hij is medeauteur van verschillende ‘Respectboeken’. Het is zijn passie om samen met andere mensen vanuit ‘de bedoeling van geestelijke gezondheidszorg’ te werken.
Eric Halsberghe is master Economische Wetenschappen. Hij was onderzoeker aan de Universiteit Gent en docent in het economisch en technisch hoger onderwijs. Daarna was hij medewerker van het Vlaams Verbond voor Katholieke Hogescholen, waar hij hogescholen begeleidde bij onder meer professionalisering, kwaliteitszorg en onderwijsontwikkeling. Bij de fusie van de hogescholen werd hij algemeen directeur van KATHO, nu VIVES. In de Associatie KU Leuven was hij bestuurder en voorzitter van de Associatieraad Onderwijs. Hij is nu bestuurder van RHIZO, een scholengroep in het secundair onderwijs. Voor de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie is hij betrokken bij kwaliteitsaudits in het hoger onderwijs. Hij is lid van een kwaliteitsoverleg van de Groep Zorg H. Familie.
Het herstel van de geestelijke gezondheidszorg – Terug naar de zorg
De manier waarop zorg wordt georganiseerd, ‘het systeem’ en het management vertrekken altijd vanuit goede bedoelingen. Maar soms zorgen zij ook voor onnodig veel afleiding en trekken ze de aandacht – weliswaar onbewust – weg van datgene waar het werkelijk om draait: de zorg voor mensen. Zoiets heeft impact op zowel de hulpvragers, alsook op de mensen die in de zorg aan de slag zijn. Dankzij het gedachtengoed van onder meer Wouter Hart en talrijke praktijkvoorbeelden vinden we inzicht in deze dynamiek en gaan we op zoek naar hoe het anders kan.
Dit boek schetst een hoopgevend verhaal dat iedereen uitnodigt om de zorg voor mensen weer centraal te plaatsen. Het is een inspirerend hulpmiddel om de eigen werking beter te doorgronden. Tegelijkertijd reikt het bestuurders, managers, medewerkers, docenten en studenten een kompas aan, waardoor zij zelf verantwoordelijkheid kunnen opnemen en samen met anderen de kern van zorg centraal kunnen houden. Hoewel dit boek vertrekt vanuit de praktijk van de geestelijke gezondheidszorg is het een inspiratiebron voor iedereen die met zorg te maken heeft.
‘Het boek heeft me geraakt, ontroerd, geïnspireerd. Het raakt de juiste dingen aan, geeft heel inzichtelijk weer waar het verkeerd loopt, hoe het anders kan en WAAROM het anders moet. De voorbeelden zijn erg krachtig, omdat ze zo herkenbaar, eerlijk en overzichtelijk zijn. Maar ook de oefeningen zijn nuttig en helpen je om ze te gaan toepassen op jezelf en op je eigen situatie. Ik voel veel aansluiting en verwantschap. Tegelijk zijn ook bepaalde invalshoeken, ideeën en perspectieven voor mij nieuw en erg inspirerend. De toon van het boek is persoonlijk, motiverend, oriënterend, nergens moraliserend of (het andere uiterste) vaag. Het boek is een wonderlijk samen-denken van transformatie in zorg, organisatiemanagement, filosofie en zorgethiek.’
Linus Vanlaere, zorgethicus
Pieter Loncke is psychiatrisch verpleegkundige en beeldend creatief therapeut. Hij is gastdocent aan verschillende hogescholen, treedt op als spreker en geeft workshops. Hij is medeauteur van verschillende ‘Respectboeken’. Het is zijn passie om samen met andere mensen vanuit ‘de bedoeling van geestelijke gezondheidszorg’ te werken.
Eric Halsberghe is master Economische Wetenschappen. Hij was onderzoeker aan de Universiteit Gent en docent in het economisch en technisch hoger onderwijs. Daarna was hij medewerker van het Vlaams Verbond voor Katholieke Hogescholen, waar hij hogescholen begeleidde bij onder meer professionalisering, kwaliteitszorg en onderwijsontwikkeling. Bij de fusie van de hogescholen werd hij algemeen directeur van KATHO, nu VIVES. In de Associatie KU Leuven was hij bestuurder en voorzitter van de Associatieraad Onderwijs. Hij is nu bestuurder van RHIZO, een scholengroep in het secundair onderwijs. Voor de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie is hij betrokken bij kwaliteitsaudits in het hoger onderwijs. Hij is lid van een kwaliteitsoverleg van de Groep Zorg H. Familie.
Remacle en Gilbert Fusch – Twee broers geneesheer-kanunniken uit Limbourg in de zestiende eeuw (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg, nr. 19)
Gilbert Fusch was in de streek van Luik in de zestiende eeuw vermaard als geneesheer dankzij zijn succesvolle praktijk. Door zijn publicatie over de bronnen van Spa verleende hij die een blijvende bekendheid. Zijn broer Remacle was toen vooral beroemd als veelzijdig auteur, met werken over syfilis, plantkunde en farmacologie. Hij is te weinig gekend als medegrondlegger van de studie van de geschiedenis van de geneeskunde, waarvoor hij, samen met zijn onmiddellijke voorgangers Otto Brunfels en Symforien Champier, als pionier mag worden beschouwd. Hier wordt het leven en het werk van deze boeiende figuren besproken, die als broers en zowel als geneesheer en als kanunnik zeer geacht werden in de regio van Luik.
Francis Van Glabbeek is hoogleraar aan de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij is orthopedisch chirurg en adjunct-diensthoofd van de afdeling orthopedie en traumatologie van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen. Aan de Faculteit Geneeskunde is hij verantwoordelijk voor de musculoskeletale anatomie en de geschiedenis van de geneeskunde.
Maurits Biesbrouck publiceerde, naast een Nederlandse vertaling van het eerste boek van Vesalius’ Fabrica 1543, een Vesalius-bibliografie en daarnaast ook een overzicht met bespreking van de edities van zijn werken en brieven, beide jaarlijks bijgewerkt in www.andreasvesalius.be.
Remacle en Gilbert Fusch – Twee broers geneesheer-kanunniken uit Limbourg in de zestiende eeuw (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg, nr. 19)
Gilbert Fusch was in de streek van Luik in de zestiende eeuw vermaard als geneesheer dankzij zijn succesvolle praktijk. Door zijn publicatie over de bronnen van Spa verleende hij die een blijvende bekendheid. Zijn broer Remacle was toen vooral beroemd als veelzijdig auteur, met werken over syfilis, plantkunde en farmacologie. Hij is te weinig gekend als medegrondlegger van de studie van de geschiedenis van de geneeskunde, waarvoor hij, samen met zijn onmiddellijke voorgangers Otto Brunfels en Symforien Champier, als pionier mag worden beschouwd. Hier wordt het leven en het werk van deze boeiende figuren besproken, die als broers en zowel als geneesheer en als kanunnik zeer geacht werden in de regio van Luik.
Francis Van Glabbeek is hoogleraar aan de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij is orthopedisch chirurg en adjunct-diensthoofd van de afdeling orthopedie en traumatologie van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen. Aan de Faculteit Geneeskunde is hij verantwoordelijk voor de musculoskeletale anatomie en de geschiedenis van de geneeskunde.
Maurits Biesbrouck publiceerde, naast een Nederlandse vertaling van het eerste boek van Vesalius’ Fabrica 1543, een Vesalius-bibliografie en daarnaast ook een overzicht met bespreking van de edities van zijn werken en brieven, beide jaarlijks bijgewerkt in www.andreasvesalius.be.
Professionele leergemeenschappen – Van theorie naar praktijk
Zowel vanuit de wetenschap als de onderwijspraktijk is sinds het einde van de jaren 90 veel aandacht voor Professionele Leergemeenschappen (PLG’s). Een PLG is een vorm van gezamenlijk leren op de werkplek, wat leidt tot verbetering van de onderwijspraktijk en het leren van leerlingen. In het Nederlandse onderwijs is een PLG inmiddels een bekend begrip. De grote belangstelling voor PLG’s heeft ook een nadeel. Als je je niet verdiept in de kenmerken van een PLG en alle samenwerkingsverbanden een PLG noemt, dan zullen de voordelen uitblijven. Inflatie van de term PLG ligt op de loer. De kans is dan groot dat alweer een ‘veelbelovende onderwijsvernieuwing’ niet bijdraagt aan het beloofde doel.
Dit boek beschrijft op basis van literatuur en onze onderzoeksopbrengsten wat een PLG is, hoe die zich binnen de complexe context van een school kan ontwikkelen en welke factoren daarop van invloed zijn. Dit leidt tot praktische handreikingen, hoe een PLG op een school kan worden ingevoerd, ontwikkeld en begeleid.
Kortom, een boek voor PLG-deelnemers, PLG-begeleiders en schoolleiders, met een stevige theoretische onderbouwing en een vertaalslag naar de onderwijspraktijk, die toepassing in de eigen school mogelijk maakt.
Professionele leergemeenschappen – Van theorie naar praktijk
Zowel vanuit de wetenschap als de onderwijspraktijk is sinds het einde van de jaren 90 veel aandacht voor Professionele Leergemeenschappen (PLG’s). Een PLG is een vorm van gezamenlijk leren op de werkplek, wat leidt tot verbetering van de onderwijspraktijk en het leren van leerlingen. In het Nederlandse onderwijs is een PLG inmiddels een bekend begrip. De grote belangstelling voor PLG’s heeft ook een nadeel. Als je je niet verdiept in de kenmerken van een PLG en alle samenwerkingsverbanden een PLG noemt, dan zullen de voordelen uitblijven. Inflatie van de term PLG ligt op de loer. De kans is dan groot dat alweer een ‘veelbelovende onderwijsvernieuwing’ niet bijdraagt aan het beloofde doel.
Dit boek beschrijft op basis van literatuur en onze onderzoeksopbrengsten wat een PLG is, hoe die zich binnen de complexe context van een school kan ontwikkelen en welke factoren daarop van invloed zijn. Dit leidt tot praktische handreikingen, hoe een PLG op een school kan worden ingevoerd, ontwikkeld en begeleid.
Kortom, een boek voor PLG-deelnemers, PLG-begeleiders en schoolleiders, met een stevige theoretische onderbouwing en een vertaalslag naar de onderwijspraktijk, die toepassing in de eigen school mogelijk maakt.
Sociologen over onderwijs – Inzichten, praktijken en kritieken
Dit boek biedt sociologische beschouwingen over het onderwijs. Een dertigtal gerenommeerde onderwijswetenschappers presenteert een breed scala aan inzichten en maakt duidelijk dat een sociologische kijk op onderwijs een vruchtbare en onmisbare aanvulling vormt op allerlei andere perspectieven.
Daarmee is het boek een aanrader voor iedereen die betrokken is bij onderwijs, van de student die wat verder gevorderd is , tot onderwijsprofessionals die zich willen verdiepen in de maatschappelijke betekenis van hun werk. Ook wie beroepshalve bezig is met de inrichting van onderwijs (directeur, bestuurder, beleidsbeïnvloeder, ambtenaar, politicus) doet er goed aan dit boek te lezen. De inzichten blijken opvallend goed bruikbaar in de analyse van de complexiteit waar het moderne onderwijsstelsel zich voor gesteld ziet. Zowel de situatie in Nederland als in Vlaanderen wordt daarbij in beeld gebracht.
Jannick Demanet is hoofddocent aan de Vakgroep Sociologie van de Universiteit Gent en lid van de onderzoeksgroep CuDOS - Cultural Diversity: Opportunities & Socialization. Zijn onderzoek spitst zich toe op sociale ongelijkheid doorheen schoolloopbanen, gelinkt met attitudes en gedrag, vanuit een focus op contextuele verschillen tussen onderwijssystemen en schoolcontexten.
Mieke Van Houtte is hoogleraar aan de Vakgroep Sociologie van de Universiteit Gent en hoofd van de onderzoeksgroep CuDOS – Cultural Diversity: Opportunities & Socialization. Haar onderzoek concentreert zich op schooleffecten en gelijke kansen. Ze is lid van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten.
Marc Vermeulen is hoogleraar onderwijssociologie aan Tilburg University. Binnen het onderwijs richt hij zich op toegepast onderzoek op het gebied van het onderwijsstelsel en de relatie met omliggende sociale en economische systemen, onder meer: lerarentekort, maatschappelijke opbrengsten van onderwijs en bestuurlijk inrichten.
Sociologen over onderwijs – Inzichten, praktijken en kritieken
Dit boek biedt sociologische beschouwingen over het onderwijs. Een dertigtal gerenommeerde onderwijswetenschappers presenteert een breed scala aan inzichten en maakt duidelijk dat een sociologische kijk op onderwijs een vruchtbare en onmisbare aanvulling vormt op allerlei andere perspectieven.
Daarmee is het boek een aanrader voor iedereen die betrokken is bij onderwijs, van de student die wat verder gevorderd is , tot onderwijsprofessionals die zich willen verdiepen in de maatschappelijke betekenis van hun werk. Ook wie beroepshalve bezig is met de inrichting van onderwijs (directeur, bestuurder, beleidsbeïnvloeder, ambtenaar, politicus) doet er goed aan dit boek te lezen. De inzichten blijken opvallend goed bruikbaar in de analyse van de complexiteit waar het moderne onderwijsstelsel zich voor gesteld ziet. Zowel de situatie in Nederland als in Vlaanderen wordt daarbij in beeld gebracht.
Jannick Demanet is hoofddocent aan de Vakgroep Sociologie van de Universiteit Gent en lid van de onderzoeksgroep CuDOS - Cultural Diversity: Opportunities & Socialization. Zijn onderzoek spitst zich toe op sociale ongelijkheid doorheen schoolloopbanen, gelinkt met attitudes en gedrag, vanuit een focus op contextuele verschillen tussen onderwijssystemen en schoolcontexten.
Mieke Van Houtte is hoogleraar aan de Vakgroep Sociologie van de Universiteit Gent en hoofd van de onderzoeksgroep CuDOS – Cultural Diversity: Opportunities & Socialization. Haar onderzoek concentreert zich op schooleffecten en gelijke kansen. Ze is lid van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten.
Marc Vermeulen is hoogleraar onderwijssociologie aan Tilburg University. Binnen het onderwijs richt hij zich op toegepast onderzoek op het gebied van het onderwijsstelsel en de relatie met omliggende sociale en economische systemen, onder meer: lerarentekort, maatschappelijke opbrengsten van onderwijs en bestuurlijk inrichten.
ECG – Uit of in het hoofd
Het ECG - elektrocardiogram - is een onmisbare schakel in de klinische praktijk die ook in de toekomst fascinerende ontwikkelingen zal kennen. Cardiologie kan niet zonder het ECG. In de polikliniek, de spoedopname, CCU - Coronary Care Unit - en de afdeling intensieve zorgen blijkt snel dat er geen alternatief voorhanden is.
Te vaak wordt de morfologie van ECG-afwijkingen uit het hoofd gememoriseerd. Kennis zonder begrijpen mist efficiëntie.
Dit boek stelt het ECG begrijpbaar voor op drie niveaus:
- omschrijving van het vectorieel verloop van de- en repolarisatie;
- wijzigingen in de actiepotentialen die aan de basis liggen van de veranderingen in de vectoren;
- veranderingen in de ionenkanalen die op hun beurt verantwoordelijk zijn voor de veranderingen in de actiepotentialen. Precies deze drietrapspresentatie maakt deze publicatie uniek in haar soort. Ze is niet alleen bestemd voor artsen, maar ook voor paramedici.
Wijlen Dr. Erik Andries, cardioloog, was oprichter en emeritus diensthoofd van het Cardiologisch Centrum van het Onze-Lieve-Vrouwziekenhuis in Aalst.
Wijlen Prof. Dr. Roland Stroobandt, cardioloog, was buitengewoon docent aan de KULeuven, academisch consulent aan de Universiteit Gent en cardioloog in het AZ Damiaan in Oostende.
Prof. Dr. Jan De Pooter, cardioloog, is als elektrofysioloog verbonden aan het UZ Gent.
Prof. Dr. Fons Verdonck doceerde fysiologie aan de Universiteit Leuven en de Universiteit Leuven Campus Kortrijk.
Prof. Ing. Fons Sinnaeve was docent meet- en regeltechniek en medische elektronica aan de KULeuven Campus Vives Oostende.
ECG – Uit of in het hoofd
Het ECG - elektrocardiogram - is een onmisbare schakel in de klinische praktijk die ook in de toekomst fascinerende ontwikkelingen zal kennen. Cardiologie kan niet zonder het ECG. In de polikliniek, de spoedopname, CCU - Coronary Care Unit - en de afdeling intensieve zorgen blijkt snel dat er geen alternatief voorhanden is.
Te vaak wordt de morfologie van ECG-afwijkingen uit het hoofd gememoriseerd. Kennis zonder begrijpen mist efficiëntie.
Dit boek stelt het ECG begrijpbaar voor op drie niveaus:
- omschrijving van het vectorieel verloop van de- en repolarisatie;
- wijzigingen in de actiepotentialen die aan de basis liggen van de veranderingen in de vectoren;
- veranderingen in de ionenkanalen die op hun beurt verantwoordelijk zijn voor de veranderingen in de actiepotentialen. Precies deze drietrapspresentatie maakt deze publicatie uniek in haar soort. Ze is niet alleen bestemd voor artsen, maar ook voor paramedici.
Wijlen Dr. Erik Andries, cardioloog, was oprichter en emeritus diensthoofd van het Cardiologisch Centrum van het Onze-Lieve-Vrouwziekenhuis in Aalst.
Wijlen Prof. Dr. Roland Stroobandt, cardioloog, was buitengewoon docent aan de KULeuven, academisch consulent aan de Universiteit Gent en cardioloog in het AZ Damiaan in Oostende.
Prof. Dr. Jan De Pooter, cardioloog, is als elektrofysioloog verbonden aan het UZ Gent.
Prof. Dr. Fons Verdonck doceerde fysiologie aan de Universiteit Leuven en de Universiteit Leuven Campus Kortrijk.
Prof. Ing. Fons Sinnaeve was docent meet- en regeltechniek en medische elektronica aan de KULeuven Campus Vives Oostende.
Getting to Grips with Grammar – A Shortcut to English Grammar
Is it possible to master the basics of English grammar and to learn how to build correct complex sentences without drowning in too much abstract theory?
The authors of this book believe it is. Getting to Grips with Grammar offers you the tools to do so.
The book provides insight into the building blocks of English grammar and into the various word categories. It explains complex matters such as the tenses and modality in a transparent way and it shows you how to make your syntax more sophisticated. It also contains exercises, answers, and concise explanations.
Its target audience is wide and varied, including professionals who need English in a business context, EFL students in secondary and tertiary education, students majoring in subjects other than English who are required to write papers or give presentations in English, and both teachers of English and native speakers simply seeking to revise their grammar.
Nadine Van den Eynden Morpeth is an assistant professor of English at KU Leuven. Her academic career spans nearly four decades and also includes working at the Université Catholique de Louvain and for the University of Limerick (external examiner). Grammar, writing, oral proficiency skills, and business communication are her main areas of expertise. Her work with university students and private clients has given her profound insight into their specific needs in terms of grammar.
Raf Erzeel is a linguist who has recently retired from KU Leuven. He taught English in higher education for nearly forty years, focusing, among other things, on pronunciation, oral proficiency, discourse analysis, translation, and the practical application of grammar. During his long career, he acquired considerable experience in teaching English as a foreign language, taking pleasure in and learning from the interaction with his students.
Getting to Grips with Grammar – A Shortcut to English Grammar
Is it possible to master the basics of English grammar and to learn how to build correct complex sentences without drowning in too much abstract theory?
The authors of this book believe it is. Getting to Grips with Grammar offers you the tools to do so.
The book provides insight into the building blocks of English grammar and into the various word categories. It explains complex matters such as the tenses and modality in a transparent way and it shows you how to make your syntax more sophisticated. It also contains exercises, answers, and concise explanations.
Its target audience is wide and varied, including professionals who need English in a business context, EFL students in secondary and tertiary education, students majoring in subjects other than English who are required to write papers or give presentations in English, and both teachers of English and native speakers simply seeking to revise their grammar.
Nadine Van den Eynden Morpeth is an assistant professor of English at KU Leuven. Her academic career spans nearly four decades and also includes working at the Université Catholique de Louvain and for the University of Limerick (external examiner). Grammar, writing, oral proficiency skills, and business communication are her main areas of expertise. Her work with university students and private clients has given her profound insight into their specific needs in terms of grammar.
Raf Erzeel is a linguist who has recently retired from KU Leuven. He taught English in higher education for nearly forty years, focusing, among other things, on pronunciation, oral proficiency, discourse analysis, translation, and the practical application of grammar. During his long career, he acquired considerable experience in teaching English as a foreign language, taking pleasure in and learning from the interaction with his students.
Breekbaar in beeld – Psychiatrie en film in 20 stereotypen
Heeft elke psychiatrische patiënt iets van Michael Myers uit Halloween in zich? Is elke psychiater een potentiële Hannibal Lecter? En lijkt elk psychiatrisch centrum op dat van One flew over the cuckoo’s nest? In dit boek wordt aan de hand van twintig klassieke stereotypes getracht een overzicht te geven van de wondere wereld van de filmpsychiatrie. Een wereld met z’n eigen wetten en gebruiken die soms ver verwijderd lijken van de realiteit.
Dirk Moons is een psychiater-psychotherapeut die werkt voor CGG VAGGA en met een zelfstandige praktijk in Aarschot. Hij heeft zich gedurende jaren verdiept in de wereld van de Geestelijke Gezondheidszorg zoals die typisch voorkomt in de populaire speelfilm. De vele voordrachten en workshops die hieromtrent werden georganiseerd hebben uiteindelijk geleid tot dit boek.
Breekbaar in beeld – Psychiatrie en film in 20 stereotypen
Heeft elke psychiatrische patiënt iets van Michael Myers uit Halloween in zich? Is elke psychiater een potentiële Hannibal Lecter? En lijkt elk psychiatrisch centrum op dat van One flew over the cuckoo’s nest? In dit boek wordt aan de hand van twintig klassieke stereotypes getracht een overzicht te geven van de wondere wereld van de filmpsychiatrie. Een wereld met z’n eigen wetten en gebruiken die soms ver verwijderd lijken van de realiteit.
Dirk Moons is een psychiater-psychotherapeut die werkt voor CGG VAGGA en met een zelfstandige praktijk in Aarschot. Hij heeft zich gedurende jaren verdiept in de wereld van de Geestelijke Gezondheidszorg zoals die typisch voorkomt in de populaire speelfilm. De vele voordrachten en workshops die hieromtrent werden georganiseerd hebben uiteindelijk geleid tot dit boek.
Geschiedenis van de geboorteregeling en familieplanning (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg, nr. 18)
Vandaag is er sprake van medicalisering en zelfs overmedicalisering van de geboortezorg; wat houdt dit juist in? En hoe ging het er in het verleden aan toe? Ging men in andere tijden naar het ziekenhuis voor dezelfde redenen als vandaag? Wat is eigenlijk de positie en het belang van ziekenhuizen bij zwangerschap en geboorte? Welke kennis en praktijken vinden we terug rond de geboorte van kinderen? Wat wist de vroedvrouw? En vanaf wanneer in de geschiedenis had de vrouw overlevingskansen bij een keizersnede? Welke technieken bestaan en bestonden er inzake anticonceptiemethoden, en vanaf wanneer begon men deze te gebruiken? En hoe zit het met de abortuscijfers in België en in de wereld? En wat met borstvoeding in het verleden? Deze en vele andere vragen worden beantwoord in dit cahier. Zeven verschillende auteurs buigen zich hier over interessante vragen aangaande de geschiedenis van de geboorteregeling en gezinsplanning.
Annemie Leemans is kunstcriticus en professor Beeldende kunst aan de Universiteit van Antwerpen. Tijdens haar doctoraat in vroegmoderne praktische kennis bestudeerde ze medische receptboeken. Eén van de centrale kunstenaars in haar werk is Leonardo da Vinci, wiens anatomische tekeningen wereldbekend zijn. Ze is redactiecoördinator van de cahierreeks Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg.
Cornelis van Tilburg is classicus aan de Universiteit Leiden, waar hij werkzaam is als onderzoeker bij Griekse en Latijnse Talen en Culturen. Naast zijn onderzoek naar verkeerscirculatie en stadshygiëne in de Grieks-Romeinse wereld is hij eindredacteur van de cahierreeks Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg.
Geschiedenis van de geboorteregeling en familieplanning (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg, nr. 18)
Vandaag is er sprake van medicalisering en zelfs overmedicalisering van de geboortezorg; wat houdt dit juist in? En hoe ging het er in het verleden aan toe? Ging men in andere tijden naar het ziekenhuis voor dezelfde redenen als vandaag? Wat is eigenlijk de positie en het belang van ziekenhuizen bij zwangerschap en geboorte? Welke kennis en praktijken vinden we terug rond de geboorte van kinderen? Wat wist de vroedvrouw? En vanaf wanneer in de geschiedenis had de vrouw overlevingskansen bij een keizersnede? Welke technieken bestaan en bestonden er inzake anticonceptiemethoden, en vanaf wanneer begon men deze te gebruiken? En hoe zit het met de abortuscijfers in België en in de wereld? En wat met borstvoeding in het verleden? Deze en vele andere vragen worden beantwoord in dit cahier. Zeven verschillende auteurs buigen zich hier over interessante vragen aangaande de geschiedenis van de geboorteregeling en gezinsplanning.
Annemie Leemans is kunstcriticus en professor Beeldende kunst aan de Universiteit van Antwerpen. Tijdens haar doctoraat in vroegmoderne praktische kennis bestudeerde ze medische receptboeken. Eén van de centrale kunstenaars in haar werk is Leonardo da Vinci, wiens anatomische tekeningen wereldbekend zijn. Ze is redactiecoördinator van de cahierreeks Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg.
Cornelis van Tilburg is classicus aan de Universiteit Leiden, waar hij werkzaam is als onderzoeker bij Griekse en Latijnse Talen en Culturen. Naast zijn onderzoek naar verkeerscirculatie en stadshygiëne in de Grieks-Romeinse wereld is hij eindredacteur van de cahierreeks Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg.
Enability – Enabling Inclusive Quality of Life in Young People with Multiple Disabilities and Complex and Intense Support Needs: Concepts & Good Practices
In 2013 we created a European project “Enablin+” to develop an innovative interprofessional in-service training programme, to improve inclusion and quality of life for children with the most complex disabilities, who are in need of intensive and continuous support.
The name ENABLIN + has three aspects. “Enabling” is the opposite of disability; it means to enable the person to function; the IN stands for “inclusion”; and the “+” stands for “multiple disabilities” or “extraordinary multiple needs”, in learning, communicating, mobility, often also in eating and other aspects of self-care or behavioural challenges..
This book contains the most important results of the project. A first part is about research on needs assessment and quality of life. A second part gives an overview of continuous support systems in the partners’ countries. Then a new interprofessional training programme is outlined. A fourth part describes various projects of “good practice” and results of pilot projects in inclusive education, enhancing activity and participation in various life areas, communication and integrated support.
This book is aimed at those who are responsible for training the various professionals working in the field of children and youngsters with complex and intensive support needs – educators, auxiliaries, teachers, therapists, doctors, etc., as well as volunteers and parents.
Jo Lebeer is a medical doctor and emeritus professor in Disability Studies at the University of Antwerp (Belgium). Adelinda Candeias is professor of Psychology at the School of Health and Human Development at the University of Évora (Portugal). Eniko Batiz is Head of the Department and Reka Orban is a lecturer in Special Education at the Department of Applied Psychology of the Babes Bolyai University in Cluj-Napoca (Romania). Marina Rodocanachi is a medical doctor specialized in Neurology and Rehabilitation Medicine at the Don Gnocchi Foundation in Milan (Italy)
Enability – Enabling Inclusive Quality of Life in Young People with Multiple Disabilities and Complex and Intense Support Needs: Concepts & Good Practices
In 2013 we created a European project “Enablin+” to develop an innovative interprofessional in-service training programme, to improve inclusion and quality of life for children with the most complex disabilities, who are in need of intensive and continuous support.
The name ENABLIN + has three aspects. “Enabling” is the opposite of disability; it means to enable the person to function; the IN stands for “inclusion”; and the “+” stands for “multiple disabilities” or “extraordinary multiple needs”, in learning, communicating, mobility, often also in eating and other aspects of self-care or behavioural challenges..
This book contains the most important results of the project. A first part is about research on needs assessment and quality of life. A second part gives an overview of continuous support systems in the partners’ countries. Then a new interprofessional training programme is outlined. A fourth part describes various projects of “good practice” and results of pilot projects in inclusive education, enhancing activity and participation in various life areas, communication and integrated support.
This book is aimed at those who are responsible for training the various professionals working in the field of children and youngsters with complex and intensive support needs – educators, auxiliaries, teachers, therapists, doctors, etc., as well as volunteers and parents.
Jo Lebeer is a medical doctor and emeritus professor in Disability Studies at the University of Antwerp (Belgium). Adelinda Candeias is professor of Psychology at the School of Health and Human Development at the University of Évora (Portugal). Eniko Batiz is Head of the Department and Reka Orban is a lecturer in Special Education at the Department of Applied Psychology of the Babes Bolyai University in Cluj-Napoca (Romania). Marina Rodocanachi is a medical doctor specialized in Neurology and Rehabilitation Medicine at the Don Gnocchi Foundation in Milan (Italy)
Autisme anders bekijken – omdat geen kind hetzelfde is
Er zijn net zo veel vormen van autisme als kleuren in het spectrum. Wat bij het ene kind ontspannend werkt, zorgt voor stress bij een ander kind. Autisme anders bekijken vraagt om verder te kijken dan een diagnose en het gedrag dat in eerste instantie te zien is.
Elk kind is uniek en vraagt om een eigen benadering. Aan de hand van acht thema’s, die ook voorkomen op het Autismepaspoort®, beschrijft autismespecialist Suzanne Rouwhorst hoe je oorzaken van gedrag kunt herkennen en hoe je daar vervolgens mee kunt omgaan. Het (h)erkennen van die specifieke behoeften, maar ook van de kwaliteiten van een kind met autisme, zorgt voor meer begrip en de mogelijkheid om aangepast en preventief te handelen. Niet reageren op wat zich ‘aan de buitenkant’ afspeelt, maar juist op wat er werkelijk speelt ‘onder de ijsberg’. Wie als ouder, leerkracht of hulpverlener kan inspelen op die oorzaken van gedrag, maakt het leren en leven van kinderen met autisme een stuk aangenamer. Door de voorbeelden uit de praktijk geeft dit boek de lezer veel herkenning.
Suzanne Rouwhorst (1974) heeft 25 jaar ervaring als leerkracht en autismespecialist in zowel regulier als speciaal onderwijs. In 2014 rondde zij haar Master SEN cum laude af met haar onderzoek ‘Autisme, een andere wereld’. Met dit onderzoek won zij de Fontys ‘Denk Groter prijs’ en de ‘HanneMiekeprijs’ van de Nederlandse Vereniging voor Autisme (NVA). Autisme Anders Bekijken is een weergave van haar onderzoek, waarbij zij haar ervaringen als autismespecialist op een school voor Voortgezet Speciaal Onderwijs gebruikt om de theorie tot leven te brengen. Suzanne ontwikkelde het Autismepaspoort en de Jouw Autisme Methodiek. Vanuit haar bureau Spectrumvisie verzorgt zij trainingen over autisme aan scholen en instellingen.
Autisme anders bekijken – omdat geen kind hetzelfde is
Er zijn net zo veel vormen van autisme als kleuren in het spectrum. Wat bij het ene kind ontspannend werkt, zorgt voor stress bij een ander kind. Autisme anders bekijken vraagt om verder te kijken dan een diagnose en het gedrag dat in eerste instantie te zien is.
Elk kind is uniek en vraagt om een eigen benadering. Aan de hand van acht thema’s, die ook voorkomen op het Autismepaspoort®, beschrijft autismespecialist Suzanne Rouwhorst hoe je oorzaken van gedrag kunt herkennen en hoe je daar vervolgens mee kunt omgaan. Het (h)erkennen van die specifieke behoeften, maar ook van de kwaliteiten van een kind met autisme, zorgt voor meer begrip en de mogelijkheid om aangepast en preventief te handelen. Niet reageren op wat zich ‘aan de buitenkant’ afspeelt, maar juist op wat er werkelijk speelt ‘onder de ijsberg’. Wie als ouder, leerkracht of hulpverlener kan inspelen op die oorzaken van gedrag, maakt het leren en leven van kinderen met autisme een stuk aangenamer. Door de voorbeelden uit de praktijk geeft dit boek de lezer veel herkenning.
Suzanne Rouwhorst (1974) heeft 25 jaar ervaring als leerkracht en autismespecialist in zowel regulier als speciaal onderwijs. In 2014 rondde zij haar Master SEN cum laude af met haar onderzoek ‘Autisme, een andere wereld’. Met dit onderzoek won zij de Fontys ‘Denk Groter prijs’ en de ‘HanneMiekeprijs’ van de Nederlandse Vereniging voor Autisme (NVA). Autisme Anders Bekijken is een weergave van haar onderzoek, waarbij zij haar ervaringen als autismespecialist op een school voor Voortgezet Speciaal Onderwijs gebruikt om de theorie tot leven te brengen. Suzanne ontwikkelde het Autismepaspoort en de Jouw Autisme Methodiek. Vanuit haar bureau Spectrumvisie verzorgt zij trainingen over autisme aan scholen en instellingen.
Goede Europeanen na zestig jaar Europa in de school? – Actuele ontwikkelingen, historische achtergronden, gesneuvelde taboes, persoonlijke herinneringen, commentaren en Europees
Goede Europeanen na zestig jaar Europa in de school besteedt aandacht aan de actuele ontwikkelingen zoals de Russische invasie in Oekraïne, het sneuvelen van taboes in Europa als gevolg van deze oorlog en de machtsverhouding tussen de EU en China. Maar ook het Europees idealisme van vele leraren om in de school aandacht te besteden aan de fascinerende politieke ontwikkelingen wordt op een interessante wijze toegelicht. De EU-geschiedenis krijgt kleur via een aantal portretten van belangrijke Europeanen, naar wie straten zijn genoemd in de Europese wijk van het Noord-Hollandse Bergen. Omdat Europa meer is dan een politiek-economisch bouwwerk eindigt dit boek met twee artikelen over de Europese klassieke muziek en de Europese schilderkunst, beide al eeuwenlang een bron van schoonheid en troost.
Dit boek is enerzijds bedoeld voor een algemeen publiek dat geïnteresseerd is in de Europese en internationale ontwikkelingen en anderzijds voor leraren uit het primair en secundair onderwijs, het middelbaar beroepsonderwijs en de lerarenopleidingen die deze thema’s tijdens hun lessen samen met de leerlingen en studenten vorm willen geven.
Goede Europeanen na zestig jaar Europa in de school? – Actuele ontwikkelingen, historische achtergronden, gesneuvelde taboes, persoonlijke herinneringen, commentaren en Europees
Goede Europeanen na zestig jaar Europa in de school besteedt aandacht aan de actuele ontwikkelingen zoals de Russische invasie in Oekraïne, het sneuvelen van taboes in Europa als gevolg van deze oorlog en de machtsverhouding tussen de EU en China. Maar ook het Europees idealisme van vele leraren om in de school aandacht te besteden aan de fascinerende politieke ontwikkelingen wordt op een interessante wijze toegelicht. De EU-geschiedenis krijgt kleur via een aantal portretten van belangrijke Europeanen, naar wie straten zijn genoemd in de Europese wijk van het Noord-Hollandse Bergen. Omdat Europa meer is dan een politiek-economisch bouwwerk eindigt dit boek met twee artikelen over de Europese klassieke muziek en de Europese schilderkunst, beide al eeuwenlang een bron van schoonheid en troost.
Dit boek is enerzijds bedoeld voor een algemeen publiek dat geïnteresseerd is in de Europese en internationale ontwikkelingen en anderzijds voor leraren uit het primair en secundair onderwijs, het middelbaar beroepsonderwijs en de lerarenopleidingen die deze thema’s tijdens hun lessen samen met de leerlingen en studenten vorm willen geven.
Essential Texts in Social and Cultural Anthropology – Vol. 2 Posthuman Anthropology
In this second volume of essential texts, we leave postmodern/postcolonial theory for new theoretical perspectives. Postmodern theory had the ambition to leave the modern behind but stopped short with an epistemological crisis. Postmodern theory however introduced innovative perspectives in theory that should be retained, such as positionality in research, deterritorialization, the ethnography of imagination, and the rhizomatic.
Posthuman theory builds on a different set of theories, that developed inside and outside of anthropology, most importantly science and technology studies, and philosophical strands including transmodern and transhuman orientations. The term ‘posthuman’ may be misleading as it does not involve the end of the human, but rather the end of the modern human, and the incorporation of the human in a larger perspective and context, making room for nonhuman beings such as animals and technology.
While the introduction of disability was limited in volume 1, it takes on a greater amplitude in this volume. People with disabilities’ experiences are familiar with the way the modern Vitruvian men is bypassed and in engaging with technology and with animals and other nonhuman beings. Rethinking (and re-doing) disability appears to be productive at both a discursive and narrative level, and provides an openings to relating with environments, by pushing for inclusion (in which not only other humans, but also other living and non-living things taking up significant time and space, and thus decenter modern humans). This leads to an ontological turn and a new humanization, somewhere between hope and staying with the trouble, with much attention for the materiality of the body and its prosthetics in future worlds. In four parts, the reader moves from tensions between disability, posthuman, and anthropology. A pragmatic theoretical approach is developed in part 3 with a focus on theory and new materialism, living, moving, and making, and resumes in part 4 with an attention to posthuman words in ‘care’, ‘(re)wilding’, ‘neurodiversity’ and ‘repair’.
Patrick J. Devlieger is a sociocultural anthropologist who was trained at KU Leuven and the University of Illinois. He worked extensively within the anthropology of disability and for the last decade in the history of leprosy sites and settlements. He has researched and taught in participatory fieldwork labs in Belgium, DR Congo, Canada, China, South Africa and New Zealand.
Essential Texts in Social and Cultural Anthropology – Vol. 2 Posthuman Anthropology
In this second volume of essential texts, we leave postmodern/postcolonial theory for new theoretical perspectives. Postmodern theory had the ambition to leave the modern behind but stopped short with an epistemological crisis. Postmodern theory however introduced innovative perspectives in theory that should be retained, such as positionality in research, deterritorialization, the ethnography of imagination, and the rhizomatic.
Posthuman theory builds on a different set of theories, that developed inside and outside of anthropology, most importantly science and technology studies, and philosophical strands including transmodern and transhuman orientations. The term ‘posthuman’ may be misleading as it does not involve the end of the human, but rather the end of the modern human, and the incorporation of the human in a larger perspective and context, making room for nonhuman beings such as animals and technology.
While the introduction of disability was limited in volume 1, it takes on a greater amplitude in this volume. People with disabilities’ experiences are familiar with the way the modern Vitruvian men is bypassed and in engaging with technology and with animals and other nonhuman beings. Rethinking (and re-doing) disability appears to be productive at both a discursive and narrative level, and provides an openings to relating with environments, by pushing for inclusion (in which not only other humans, but also other living and non-living things taking up significant time and space, and thus decenter modern humans). This leads to an ontological turn and a new humanization, somewhere between hope and staying with the trouble, with much attention for the materiality of the body and its prosthetics in future worlds. In four parts, the reader moves from tensions between disability, posthuman, and anthropology. A pragmatic theoretical approach is developed in part 3 with a focus on theory and new materialism, living, moving, and making, and resumes in part 4 with an attention to posthuman words in ‘care’, ‘(re)wilding’, ‘neurodiversity’ and ‘repair’.
Patrick J. Devlieger is a sociocultural anthropologist who was trained at KU Leuven and the University of Illinois. He worked extensively within the anthropology of disability and for the last decade in the history of leprosy sites and settlements. He has researched and taught in participatory fieldwork labs in Belgium, DR Congo, Canada, China, South Africa and New Zealand.
Ik loop vast als coach! Wat nu?
n dit boek heeft Erwin De Bisscop samengebracht wat hij tijdens zijn 40 jaar opgedane ervaring in het werken als leidinggevende/coach als nuttig en werkbaar heeft beschouwd. Hij gaat ervan uit dat er voor ieder van ons unieke, doeltreffende oplossingen te vinden zijn om welbepaalde problemen de baas te worden en zo gemakkelijker ieders gewenste doelstellingen te kunnen bereiken.
In Ik loop vast als coach! Wat nu? beschrijft hij specifieke en handige technieken voor het begeleiden van coachees. Alle begeleiders en coachen treffen in dit boek volop efficiënte toepassingsmogelijkheden aan.
Dit boek helpt je op een heldere manier op weg om als coach een coachee te begeleiden. Het toont zowel de coach als de coachee hoe een gezonde bevredigende toekomst voor te stellen en met vallen en opstaan dit te bereiken.
Erwin De Bisscop is een erkend oplossingsgericht cognitief-systemisch psychotherapeut en coach met een jarenlange ervaring in het begeleiden van coachees. Hij is directielid en erkend opleider-supervisor (oplossingsgerichte cognitieve systeempsychotherapie en coaching) aan het Korzybski instituut vzw in Brugge en Antwerpen.
Ik loop vast als coach! Wat nu?
n dit boek heeft Erwin De Bisscop samengebracht wat hij tijdens zijn 40 jaar opgedane ervaring in het werken als leidinggevende/coach als nuttig en werkbaar heeft beschouwd. Hij gaat ervan uit dat er voor ieder van ons unieke, doeltreffende oplossingen te vinden zijn om welbepaalde problemen de baas te worden en zo gemakkelijker ieders gewenste doelstellingen te kunnen bereiken.
In Ik loop vast als coach! Wat nu? beschrijft hij specifieke en handige technieken voor het begeleiden van coachees. Alle begeleiders en coachen treffen in dit boek volop efficiënte toepassingsmogelijkheden aan.
Dit boek helpt je op een heldere manier op weg om als coach een coachee te begeleiden. Het toont zowel de coach als de coachee hoe een gezonde bevredigende toekomst voor te stellen en met vallen en opstaan dit te bereiken.
Erwin De Bisscop is een erkend oplossingsgericht cognitief-systemisch psychotherapeut en coach met een jarenlange ervaring in het begeleiden van coachees. Hij is directielid en erkend opleider-supervisor (oplossingsgerichte cognitieve systeempsychotherapie en coaching) aan het Korzybski instituut vzw in Brugge en Antwerpen.
Geworteld in verbinding – Een ecologische theologie voor de toekomst
Geworteld in verbinding – Een ecologische theologie voor de toekomst
Essential Texts in Social and Cultural Anthropology – Vol. 1 Between Structure and No-thing
In this first volume of essential texts, on the history of anthropological theory, the rise and fall of the notion of structure is certainly one of the most important to note. In this book, this development is traced and held against an understanding of ethnographic practice. The book intently starts with a contemporary ethnographic example that serves as a backdrop for testing theoretical notions.
The movement through theory is one that oscillates between structure and no-thing (and perhaps back to some notion of structure), thus giving testimony of the remarkable survival skills of anthropology as an academic discipline and its readiness for new social and cultural transformations in contemporary contexts, and the possibility for embracing complexity (in multiple intersectional realities and in the imaginary. The selected texts have the purpose of being exemplary – in their use of anthropological theory – with the intent of facilitating a process of what is useful in scholarship and informative of ethnographic practice. The texts can explicate and challenge phenomena of social and cultural life and result in productive theory formation.
The book introduces readers to classic and more current anthropological theory roughly until the 2000 years, and before terrorism, pandemic and wars turned our attention elsewhere. Each chapter contains annotations to direct the student to important concepts and theories. In providing both the original text and clarifying annotations, readers can confidently develop in a variety of theoretical orientations.
Patrick J. Devlieger is an anthropologist who was trained at KU Leuven and the University of Illinois. He worked extensively within the anthropology of disability and for the last decade also in the history of leprosy sites and settlements. He has researched and taught in participatory fieldwork labs in Belgium, DR Congo, Canada, China, South Africa and New Zealand.
Essential Texts in Social and Cultural Anthropology – Vol. 1 Between Structure and No-thing
In this first volume of essential texts, on the history of anthropological theory, the rise and fall of the notion of structure is certainly one of the most important to note. In this book, this development is traced and held against an understanding of ethnographic practice. The book intently starts with a contemporary ethnographic example that serves as a backdrop for testing theoretical notions.
The movement through theory is one that oscillates between structure and no-thing (and perhaps back to some notion of structure), thus giving testimony of the remarkable survival skills of anthropology as an academic discipline and its readiness for new social and cultural transformations in contemporary contexts, and the possibility for embracing complexity (in multiple intersectional realities and in the imaginary. The selected texts have the purpose of being exemplary – in their use of anthropological theory – with the intent of facilitating a process of what is useful in scholarship and informative of ethnographic practice. The texts can explicate and challenge phenomena of social and cultural life and result in productive theory formation.
The book introduces readers to classic and more current anthropological theory roughly until the 2000 years, and before terrorism, pandemic and wars turned our attention elsewhere. Each chapter contains annotations to direct the student to important concepts and theories. In providing both the original text and clarifying annotations, readers can confidently develop in a variety of theoretical orientations.
Patrick J. Devlieger is an anthropologist who was trained at KU Leuven and the University of Illinois. He worked extensively within the anthropology of disability and for the last decade also in the history of leprosy sites and settlements. He has researched and taught in participatory fieldwork labs in Belgium, DR Congo, Canada, China, South Africa and New Zealand.
Mensen met lef – Verhalen over verlies en veerkracht
Mensen met lef – Verhalen over verlies en veerkracht
Ayyuha t-talib…! – Handboek voor het Modern Standaard Arabisch (Vijfde, Herziene druk: 2024)
Ayyuha t-talib…! – Handboek voor het Modern Standaard Arabisch (Vijfde, Herziene druk: 2024)
Verboden kennis – De andere kant van de westerse cultuur
De westerse cultuur ontsproot aan een veelheid van bronnen in de oudheid. Het Griekse denken en de Joodse verbeelding gaven het levenslicht aan de monotheïstische tradities. Van bij de aanvang maakte men beslissende keuzes. Een strak dogmatisch keurslijf bepaalde de ontwikkeling van de westerse cultuur. Dissidente stemmen werd het zwijgen opgelegd en hun teksten werden verboden. In dit boek schetst de auteur aan de hand van de verboden kennis de andere kant van de westerse cultuur.
De tekst biedt een combinatie van informatief onderricht en een oefening in het denken van diversiteit. De enige ‘juiste’ weg, die de religieuze orthodoxe tradities uitstippelden, staat sinds de moderniteit onder druk. Maar voorin de 21e eeuw stelt men tevens de leefbaarheid van een louter wetenschappelijk materialisme in vraag. Misschien hadden ketterse onverlaten en on-eigentijdse denkers, die de andere kant van de westerse cultuur representeren, dan toch een punt?
In deze tekst overloopt de auteur de diverse stromingen en bewegingen die ondergronds belangrijke impulsen gaven aan de vorming van de westerse cultuur. Aan bod komen gnostici, katharen, hermetische filosofen, alchimisten, rozenkruisers en vele anderen. De verboden kennis zet aan om de waarheid in verschillende gestalten te denken en ons niet door een polariserend ‘groot verhaal’ te laten vangen.
Johan Temmerman is als religiewetenschapper verbonden aan de Faculteit voor Theologie en Religiestudies in Brussel. Hij is gespecialiseerd in godsdienstfilosofie, de verhouding tussen religie en wetenschap en alternatieve westerse stromingen.
Verboden kennis – De andere kant van de westerse cultuur
De westerse cultuur ontsproot aan een veelheid van bronnen in de oudheid. Het Griekse denken en de Joodse verbeelding gaven het levenslicht aan de monotheïstische tradities. Van bij de aanvang maakte men beslissende keuzes. Een strak dogmatisch keurslijf bepaalde de ontwikkeling van de westerse cultuur. Dissidente stemmen werd het zwijgen opgelegd en hun teksten werden verboden. In dit boek schetst de auteur aan de hand van de verboden kennis de andere kant van de westerse cultuur.
De tekst biedt een combinatie van informatief onderricht en een oefening in het denken van diversiteit. De enige ‘juiste’ weg, die de religieuze orthodoxe tradities uitstippelden, staat sinds de moderniteit onder druk. Maar voorin de 21e eeuw stelt men tevens de leefbaarheid van een louter wetenschappelijk materialisme in vraag. Misschien hadden ketterse onverlaten en on-eigentijdse denkers, die de andere kant van de westerse cultuur representeren, dan toch een punt?
In deze tekst overloopt de auteur de diverse stromingen en bewegingen die ondergronds belangrijke impulsen gaven aan de vorming van de westerse cultuur. Aan bod komen gnostici, katharen, hermetische filosofen, alchimisten, rozenkruisers en vele anderen. De verboden kennis zet aan om de waarheid in verschillende gestalten te denken en ons niet door een polariserend ‘groot verhaal’ te laten vangen.
Johan Temmerman is als religiewetenschapper verbonden aan de Faculteit voor Theologie en Religiestudies in Brussel. Hij is gespecialiseerd in godsdienstfilosofie, de verhouding tussen religie en wetenschap en alternatieve westerse stromingen.
Woordenboek Filosofie – Geheel herziene en aangevulde uitgave
Voor de discipline of het vak filosofie op elk onderwijsniveau bestaat de behoefte aan een bruikbaar en geactualiseerd woordenboek. In niet mindere mate geldt dit ook voor de ruimere kring van het meestal erudiete – niet-filosofische geschoolde – lezerspubliek. In dit gemis wordt met dit Woordenboek Filosofie voorzien.
Het woordenboek kenmerkt zich door de presentatie van uitsluitend filosofische termen en begrippen. Biografieën van filosofen zijn bewust niet opgenomen, wel worden stromingen, richtingen of scholen behandeld, die verwant zijn aan het denken van bepaalde filosofen, zoals platonisme, aristotelisme, stoïcisme, thomisme, spinozisme, kantianisme, hegelianisme, nietzscheanisme, lacanisme, enz. Ook stromingen met een filosofische achtergrond komen uitgebreid aan bod, zoals anarchisme, liberalisme en marxisme.
In deze herziene editie zijn ook nieuwe wijsgerige termen opgenomen, die voortkomen uit recente filosofische ontwikkelingen op sociaal-economisch, politiek, technisch-technologisch, moreel-ethisch en natuurfilosofisch gebied. Een prominente plaats werd voorbehouden voor de discipline ‘genderstudies’, die de voorbije twintig jaar een belangrijke ontwikkeling heeft doorgemaakt. Daarnaast mag in een hedendaags woordenboek filosofie de niet-westerse filosofie in al haar vormen, niet ontbreken. De belangrijkste stromingen worden besproken, alsook de essentiële basisgedachten van de betreffende filosofieën.
Een omvangrijke groep Nederlandse en Vlaamse filosofen was be trokken bij de samenstelling van dit naslagwerk. Het totale aantal medewerkers bedraagt meer dan honderd.
Woordenboek Filosofie – Geheel herziene en aangevulde uitgave
Voor de discipline of het vak filosofie op elk onderwijsniveau bestaat de behoefte aan een bruikbaar en geactualiseerd woordenboek. In niet mindere mate geldt dit ook voor de ruimere kring van het meestal erudiete – niet-filosofische geschoolde – lezerspubliek. In dit gemis wordt met dit Woordenboek Filosofie voorzien.
Het woordenboek kenmerkt zich door de presentatie van uitsluitend filosofische termen en begrippen. Biografieën van filosofen zijn bewust niet opgenomen, wel worden stromingen, richtingen of scholen behandeld, die verwant zijn aan het denken van bepaalde filosofen, zoals platonisme, aristotelisme, stoïcisme, thomisme, spinozisme, kantianisme, hegelianisme, nietzscheanisme, lacanisme, enz. Ook stromingen met een filosofische achtergrond komen uitgebreid aan bod, zoals anarchisme, liberalisme en marxisme.
In deze herziene editie zijn ook nieuwe wijsgerige termen opgenomen, die voortkomen uit recente filosofische ontwikkelingen op sociaal-economisch, politiek, technisch-technologisch, moreel-ethisch en natuurfilosofisch gebied. Een prominente plaats werd voorbehouden voor de discipline ‘genderstudies’, die de voorbije twintig jaar een belangrijke ontwikkeling heeft doorgemaakt. Daarnaast mag in een hedendaags woordenboek filosofie de niet-westerse filosofie in al haar vormen, niet ontbreken. De belangrijkste stromingen worden besproken, alsook de essentiële basisgedachten van de betreffende filosofieën.
Een omvangrijke groep Nederlandse en Vlaamse filosofen was be trokken bij de samenstelling van dit naslagwerk. Het totale aantal medewerkers bedraagt meer dan honderd.
Van huisje tot hashtag, van ossenkop tot apenstaart – Een geschiedenis van het alfabet (Kleio-reeks nr. 3)
Het alfabet lijkt een vanzelfsprekendheid, en we gebruiken het dagelijks. Daardoor staan we er nauwelijks bij stil dat het een van de meest baanbrekende uitvindingen ooit is. We komen steeds meer te weten over de oorsprong en ontwikkeling van het ons zo vertrouwde rijtje van zesentwintig letters. Het verhaal van ons alfabet begint bijna vierduizend jaar geleden, bij mijnwerkers in uitgestrekte steengroeves in de Egyptische Sinaïwoestijn. Het voert ons langs zeevarende Feniciërs en hun Griekse buren, Romeinse legers en kooplieden, middeleeuwse monniken en humanistische drukkers.
Wat is het alfabet precies en waar komt het vandaan? Waarom begint het met a en eindigt het op z? Welke letters zijn onderweg verloren gegaan, en wat is onze geheime zevenentwintigste letter? Sinds wanneer schrijven we van links naar rechts? En hoe verschilt het alfabet van andere schriftsystemen, zoals het brailleschrift, de Noordse runen en het Indische Devanagari? Je komt er in dit boek veel meer over te weten.
Martijn Jaspers is predoctoraal onderzoeker bij het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek en de KU Leuven. Zijn interesse gaat voornamelijk uit naar de rol van vertalingen in de tekstoverlevering van de Bijbel in de oudheid. Hij studeerde Latijn, Grieks, Hebreeuws en theologie in Leuven, Rijsel en Jeruzalem.
Toon Van Hal is hoogleraar aan de Letterenfaculteit van de KU Leuven. In onderzoek en onderwijs legt hij zich vooral toe op de Griekse taalkunde en de geschiedenis van het talige denken. Hij studeerde geschiedenis en diverse oude talen in Antwerpen, Leuven, Louvain-la-Neuve en Oslo.
Van huisje tot hashtag, van ossenkop tot apenstaart – Een geschiedenis van het alfabet (Kleio-reeks nr. 3)
Het alfabet lijkt een vanzelfsprekendheid, en we gebruiken het dagelijks. Daardoor staan we er nauwelijks bij stil dat het een van de meest baanbrekende uitvindingen ooit is. We komen steeds meer te weten over de oorsprong en ontwikkeling van het ons zo vertrouwde rijtje van zesentwintig letters. Het verhaal van ons alfabet begint bijna vierduizend jaar geleden, bij mijnwerkers in uitgestrekte steengroeves in de Egyptische Sinaïwoestijn. Het voert ons langs zeevarende Feniciërs en hun Griekse buren, Romeinse legers en kooplieden, middeleeuwse monniken en humanistische drukkers.
Wat is het alfabet precies en waar komt het vandaan? Waarom begint het met a en eindigt het op z? Welke letters zijn onderweg verloren gegaan, en wat is onze geheime zevenentwintigste letter? Sinds wanneer schrijven we van links naar rechts? En hoe verschilt het alfabet van andere schriftsystemen, zoals het brailleschrift, de Noordse runen en het Indische Devanagari? Je komt er in dit boek veel meer over te weten.
Martijn Jaspers is predoctoraal onderzoeker bij het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek en de KU Leuven. Zijn interesse gaat voornamelijk uit naar de rol van vertalingen in de tekstoverlevering van de Bijbel in de oudheid. Hij studeerde Latijn, Grieks, Hebreeuws en theologie in Leuven, Rijsel en Jeruzalem.
Toon Van Hal is hoogleraar aan de Letterenfaculteit van de KU Leuven. In onderzoek en onderwijs legt hij zich vooral toe op de Griekse taalkunde en de geschiedenis van het talige denken. Hij studeerde geschiedenis en diverse oude talen in Antwerpen, Leuven, Louvain-la-Neuve en Oslo.
Verbonden in eenzaamheid – Een levensdans langs diepmenselijke ervaringen en emoties
Eenzaamheid is een complex en gelaagd onderwerp, dat vele gezichten heeft en zowel bij jong als bij oud bestaat. Eenzaamheid krijgt overal veel aandacht en toch blijft het een taboeonderwerp. Mensen gooien immers hun gevoelens niet zomaar op de straatstenen. Maar hoe je het ook draait of keert, iedereen voelt zich wel eens eenzaam en erover spreken mag!
Naast de wetenschappelijke benadering bevat het boek ook zeer uiteenlopende, beklijvende verhalen over eenzaamheid. De auteur interviewde enkele personen die het aandurfden om erover te spreken: Zijn ze eenzaam? Hoe beleven zij eenzaamheid? Deze getuigenissen vormen samen een dans langs diepmenselijke ervaringen en emoties. En in het verbonden zijn zit net de helende kracht.
“Wat een diepmenselijk en waardevol boek heeft Els Messelis hier geschreven. Het is zo belangrijk dat zij de aandacht vestigt op deze problematiek. Uit onderzoek blijkt dat eenzaamheid een grote negatieve impact heeft en dat veel mensen sterven ten gevolge van eenzaamheid. Het is ontroerend te lezen hoe Els met ouderen in gesprek gaat, hun verhalen omarmt en van daaruit inzichten verschaft en tools aanreikt aan al wie met ouderen omgaat – doen we dat niet allemaal? En daarom geldt niet alleen voor hulpverleners maar voor iedereen: lees dit boek!“ (Hilde Van Mieghem)
Els Messelis is gerontoloog, maatschappelijk werker en (co-)auteur van meerdere boeken rond ouder worden. Ze is als docent verbonden aan de hogeschool Odisee in Brussel. Daarnaast is ze zaakvoerder van Lachesis, een onderzoeks- en begeleidingskantoor van en voor 50-plussers met zetel in Gent. Haar expertisedomeinen zijn: intimiteit, seksuele gezondheid, huidhonger en eenzaamheid op latere leeftijd; (seksueel) grensoverschrijdend gedrag in de ouderenzorg; voorbereiding op pensioen en creatief aan de slag met levensverhalen.
Verbonden in eenzaamheid – Een levensdans langs diepmenselijke ervaringen en emoties
Eenzaamheid is een complex en gelaagd onderwerp, dat vele gezichten heeft en zowel bij jong als bij oud bestaat. Eenzaamheid krijgt overal veel aandacht en toch blijft het een taboeonderwerp. Mensen gooien immers hun gevoelens niet zomaar op de straatstenen. Maar hoe je het ook draait of keert, iedereen voelt zich wel eens eenzaam en erover spreken mag!
Naast de wetenschappelijke benadering bevat het boek ook zeer uiteenlopende, beklijvende verhalen over eenzaamheid. De auteur interviewde enkele personen die het aandurfden om erover te spreken: Zijn ze eenzaam? Hoe beleven zij eenzaamheid? Deze getuigenissen vormen samen een dans langs diepmenselijke ervaringen en emoties. En in het verbonden zijn zit net de helende kracht.
“Wat een diepmenselijk en waardevol boek heeft Els Messelis hier geschreven. Het is zo belangrijk dat zij de aandacht vestigt op deze problematiek. Uit onderzoek blijkt dat eenzaamheid een grote negatieve impact heeft en dat veel mensen sterven ten gevolge van eenzaamheid. Het is ontroerend te lezen hoe Els met ouderen in gesprek gaat, hun verhalen omarmt en van daaruit inzichten verschaft en tools aanreikt aan al wie met ouderen omgaat – doen we dat niet allemaal? En daarom geldt niet alleen voor hulpverleners maar voor iedereen: lees dit boek!“ (Hilde Van Mieghem)
Els Messelis is gerontoloog, maatschappelijk werker en (co-)auteur van meerdere boeken rond ouder worden. Ze is als docent verbonden aan de hogeschool Odisee in Brussel. Daarnaast is ze zaakvoerder van Lachesis, een onderzoeks- en begeleidingskantoor van en voor 50-plussers met zetel in Gent. Haar expertisedomeinen zijn: intimiteit, seksuele gezondheid, huidhonger en eenzaamheid op latere leeftijd; (seksueel) grensoverschrijdend gedrag in de ouderenzorg; voorbereiding op pensioen en creatief aan de slag met levensverhalen.
Bitterzoet – Samenleven (en breken) met een narcistische partner/ouder
Bitterzoet – Samenleven (en breken) met een narcistische partner/ouder
Pedagogische tact – Op het goede moment het juiste doen, óók in de ogen van de leerling
Jelmer Evers is voormalig docent bij UniC in Utrecht, auteur en onderwijsontwikkelaar. Thans is hij vice-voorzitter bij de Algemene Onderwijsbond. Annonay Andersson (1987) is kinder- en jeugdpsycholoog en thans werkzaam als psycholoog bij de Tobiasschool in Zeist en als hoofdredacteur van het NIVOZ-platform hetkind. Esther de Boer (1971) is sociaal geograaf, ECHA specialist en adviseur bij KPC-groep. Ze concentreert zich op de begeleiding van (hoog)begaafde kinderen. Geert Bors (1973) werkt als hoofdredacteur van Mensenkinderen, het blad van de Jenaplan-vereniging. Hij was tussen 2008 en 2020 redacteur voor NIVOZ en deed eerder onderwijservaring op in het vo, als junior-docent op het University College in Londen. Beate Letschert (1949) is gepromoveerd psycholoog en pedagoog. Ze werkte jarenlang als lerarenopleider aan de Universiteit van Hamburg. Nu is ze Individualpsychologische Berater en Supervisor. Rianne van der Raadt (1986) is pedagoog, met als specialisatie maatschappelijke opvoedingsstukken en was rond 2012-2014 als onderzoekster betrokken bij NIVOZ. Luc Stevens (1941) is emeritus hoogleraar Orthopedagogiek aan de Universiteit Utrecht en founding father van stichting NIVOZ. Hij is bekend door zijn werk rond adaptief onder-wijs en leraar-leerling interactie. Kris Verbeeck (1965) werkt als senior-onderwijsadviseur bij M&O-Groep in Den Bosch en publiceert over innovatieve praktijken in het onderwijs.
Pedagogische tact – Op het goede moment het juiste doen, óók in de ogen van de leerling
Jelmer Evers is voormalig docent bij UniC in Utrecht, auteur en onderwijsontwikkelaar. Thans is hij vice-voorzitter bij de Algemene Onderwijsbond. Annonay Andersson (1987) is kinder- en jeugdpsycholoog en thans werkzaam als psycholoog bij de Tobiasschool in Zeist en als hoofdredacteur van het NIVOZ-platform hetkind. Esther de Boer (1971) is sociaal geograaf, ECHA specialist en adviseur bij KPC-groep. Ze concentreert zich op de begeleiding van (hoog)begaafde kinderen. Geert Bors (1973) werkt als hoofdredacteur van Mensenkinderen, het blad van de Jenaplan-vereniging. Hij was tussen 2008 en 2020 redacteur voor NIVOZ en deed eerder onderwijservaring op in het vo, als junior-docent op het University College in Londen. Beate Letschert (1949) is gepromoveerd psycholoog en pedagoog. Ze werkte jarenlang als lerarenopleider aan de Universiteit van Hamburg. Nu is ze Individualpsychologische Berater en Supervisor. Rianne van der Raadt (1986) is pedagoog, met als specialisatie maatschappelijke opvoedingsstukken en was rond 2012-2014 als onderzoekster betrokken bij NIVOZ. Luc Stevens (1941) is emeritus hoogleraar Orthopedagogiek aan de Universiteit Utrecht en founding father van stichting NIVOZ. Hij is bekend door zijn werk rond adaptief onder-wijs en leraar-leerling interactie. Kris Verbeeck (1965) werkt als senior-onderwijsadviseur bij M&O-Groep in Den Bosch en publiceert over innovatieve praktijken in het onderwijs.
Gezond zwanger worden – Handboek preconceptiezorg
Prof. dr. Eric A.P. Steegers – gynaecoloog, afdelingshoofd en hoogleraar Verloskunde en Gynaecologie in het Erasmus MC in Rotterdam. Hij heeft meerdere lokale en landelijke initiatieven genomen om de verloskundige zorg te verbeteren. Bijvoorbeeld met preconceptiespreekuren en met aandacht voor zwangere vrouwen en gezinnen in armoedesituaties. Dr. Annemarie Mulders – gynaecoloog-perinatoloog in het Erasmus MC in Rotterdam. In de dagelijkse praktijk werkt ze aan de bevordering van gezondheid van aanstaande ouders en het (ongeboren) kind, via inventarisatie, counseling en optimalisatie van preconceptionele risicofactoren tijdens preconceptiespreekuren. Ze is ook betrokken bij de landelijke implementatie van preconceptiezorg. Prof. dr. Yves Jacquemyn – gynaecoloog in het Universitair Ziekenhuis Antwerpen en hoogleraar Obstetrie-Gynaecologie aan de Universiteit Antwerpen. Het overbruggen van culturele en sociale barrières die een goede gezondheidszorg voor met name zwangere vrouwen in de weg staan is de rode draad in zijn werk, zowel in Europa als in Afrika. Drs. Anjo Geluk-Bleumink – publicist, verpleegkundige en socioloog. Ze is (mede-)auteur van onder meer Het Tweelingenboek en Vroeg Geboren.
Gezond zwanger worden – Handboek preconceptiezorg
Prof. dr. Eric A.P. Steegers – gynaecoloog, afdelingshoofd en hoogleraar Verloskunde en Gynaecologie in het Erasmus MC in Rotterdam. Hij heeft meerdere lokale en landelijke initiatieven genomen om de verloskundige zorg te verbeteren. Bijvoorbeeld met preconceptiespreekuren en met aandacht voor zwangere vrouwen en gezinnen in armoedesituaties. Dr. Annemarie Mulders – gynaecoloog-perinatoloog in het Erasmus MC in Rotterdam. In de dagelijkse praktijk werkt ze aan de bevordering van gezondheid van aanstaande ouders en het (ongeboren) kind, via inventarisatie, counseling en optimalisatie van preconceptionele risicofactoren tijdens preconceptiespreekuren. Ze is ook betrokken bij de landelijke implementatie van preconceptiezorg. Prof. dr. Yves Jacquemyn – gynaecoloog in het Universitair Ziekenhuis Antwerpen en hoogleraar Obstetrie-Gynaecologie aan de Universiteit Antwerpen. Het overbruggen van culturele en sociale barrières die een goede gezondheidszorg voor met name zwangere vrouwen in de weg staan is de rode draad in zijn werk, zowel in Europa als in Afrika. Drs. Anjo Geluk-Bleumink – publicist, verpleegkundige en socioloog. Ze is (mede-)auteur van onder meer Het Tweelingenboek en Vroeg Geboren.
Ik ben een vreemdeling geweest – Evangelische gemeenten en migratie
Het geeft in korte hoofdstukken een overzicht van de wetgeving, het ethische en sociologische debat en ook de theologische discussie binnen de protestantse en evangelische kerken. Met de titel wordt verwezen naar een hoofdstuk uit het Mattheüsevangelie dat laat zien hoe wezenlijk het is op dit punt de christelijke levensvisie niet op te geven.
Gottlieb Blokland is voorganger van de protestants-evangelische Bethelkerk in Schaarbeek en voorzitter van de vzw Open Deur. Daarnaast is hij werkzaam als inspecteur-adviseur voor het protestants-evangelisch godsdienstonderwijs. Hij studeerde aan de Universitaire Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid (nu Faculteit voor Protestantse Theologie en Religiestudies) in Brussel en promoveerde aan de Evangelische Theologische Faculteit in Leuven.
Ik ben een vreemdeling geweest – Evangelische gemeenten en migratie
Het geeft in korte hoofdstukken een overzicht van de wetgeving, het ethische en sociologische debat en ook de theologische discussie binnen de protestantse en evangelische kerken. Met de titel wordt verwezen naar een hoofdstuk uit het Mattheüsevangelie dat laat zien hoe wezenlijk het is op dit punt de christelijke levensvisie niet op te geven.
Gottlieb Blokland is voorganger van de protestants-evangelische Bethelkerk in Schaarbeek en voorzitter van de vzw Open Deur. Daarnaast is hij werkzaam als inspecteur-adviseur voor het protestants-evangelisch godsdienstonderwijs. Hij studeerde aan de Universitaire Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid (nu Faculteit voor Protestantse Theologie en Religiestudies) in Brussel en promoveerde aan de Evangelische Theologische Faculteit in Leuven.
Het huis onder de regenboog – Regenboog-verhalen met duiding en tips
Het huis onder de regenboog verhaalt over 43 uiteenlopende situaties die op de een of andere manier allemaal te maken hebben met (gender) identiteit/seksualiteit. Over de eerste seksuele gevoelens, de vreugde en verwarring. Over het zich anders voelen, de ontkenning en eenzaamheid. Over vruchtbaarheid en transgender-zijn, de verwarring en schaamte. Over uitgaan, het plezier en de gevaren. Over de gevolgen voor thuis, school en werk. Over religie, de schuldgevoelens en vergeving. Over eindelijk jezelf kunnen zijn, de trots en de Gay Pride.
Vrijwel alle aspecten van identiteit onder het brede spectrum van de regenboog komen aan bod. Een peuter die helemaal als zichzelf haar vierde verjaardag mag vieren, een puber waarvan de vader homoseksueel blijkt te zijn, de eerste binder, pesten en alleen in een verzorgingshuis; het is zomaar een greep uit de 43 verhalen.
Bijzonder is voorts dat ieder verhaal in regenboogkleuren geïllustreerd is en bovendien voorzien is van uitleg/tips. Ook geeft dit boek een overzicht op (medisch) transgendergebied. Hierbij zijn ook keuzewijzers opgenomen t.a.v. bijvoorbeeld hormonen. Het huis onder de regenboog eindigt met een beknopt Vademecum op LHBTIQ+-gebied: van uitgaan tot zorg, van logopedie tot kleding.
Dit bijzondere boek is voor iedereen bestemd die op de een of andere wijze te maken heeft met vragen op het brede gebied van (gender)identiteit/seksualiteit. Het boek is tevens te gebruiken als coachingsinstrument tijdens begeleidingsgesprekken, thuis, op school en in praktijken.
Diënne Flohr-Kamphuis, queercoach en beeldend kunstenares, richtte samen met haar man Eric de stichting ‘Het huis onder de regenboog’ in Helmond op. De stichting wil de inclusiviteit in de samenleving bevorderen en wil een thuis zijn voor iedereen die daar behoefte aan heeft. Hier zetelt ook Diënnes eigen onderwijsbureau ‘De slimme juf’, en schildert en schrijft ze in een groot atelier. Ze studeerde aan onder andere de Gerrit Rietveld Academie, VLVU (economie) en Fontys-OSO (leraar speciaal onderwijs en master SEN).
Het huis onder de regenboog – Regenboog-verhalen met duiding en tips
Het huis onder de regenboog verhaalt over 43 uiteenlopende situaties die op de een of andere manier allemaal te maken hebben met (gender) identiteit/seksualiteit. Over de eerste seksuele gevoelens, de vreugde en verwarring. Over het zich anders voelen, de ontkenning en eenzaamheid. Over vruchtbaarheid en transgender-zijn, de verwarring en schaamte. Over uitgaan, het plezier en de gevaren. Over de gevolgen voor thuis, school en werk. Over religie, de schuldgevoelens en vergeving. Over eindelijk jezelf kunnen zijn, de trots en de Gay Pride.
Vrijwel alle aspecten van identiteit onder het brede spectrum van de regenboog komen aan bod. Een peuter die helemaal als zichzelf haar vierde verjaardag mag vieren, een puber waarvan de vader homoseksueel blijkt te zijn, de eerste binder, pesten en alleen in een verzorgingshuis; het is zomaar een greep uit de 43 verhalen.
Bijzonder is voorts dat ieder verhaal in regenboogkleuren geïllustreerd is en bovendien voorzien is van uitleg/tips. Ook geeft dit boek een overzicht op (medisch) transgendergebied. Hierbij zijn ook keuzewijzers opgenomen t.a.v. bijvoorbeeld hormonen. Het huis onder de regenboog eindigt met een beknopt Vademecum op LHBTIQ+-gebied: van uitgaan tot zorg, van logopedie tot kleding.
Dit bijzondere boek is voor iedereen bestemd die op de een of andere wijze te maken heeft met vragen op het brede gebied van (gender)identiteit/seksualiteit. Het boek is tevens te gebruiken als coachingsinstrument tijdens begeleidingsgesprekken, thuis, op school en in praktijken.
Diënne Flohr-Kamphuis, queercoach en beeldend kunstenares, richtte samen met haar man Eric de stichting ‘Het huis onder de regenboog’ in Helmond op. De stichting wil de inclusiviteit in de samenleving bevorderen en wil een thuis zijn voor iedereen die daar behoefte aan heeft. Hier zetelt ook Diënnes eigen onderwijsbureau ‘De slimme juf’, en schildert en schrijft ze in een groot atelier. Ze studeerde aan onder andere de Gerrit Rietveld Academie, VLVU (economie) en Fontys-OSO (leraar speciaal onderwijs en master SEN).
Ziek van verlangen – Mystiek & psychoanalyse (Reeks: Psychoanalyse en Cultuur Nr. 15)
Ziek van verlangen: een bundel met essays van Marc De Kesel, Jan Cambien, Jos de Kroon, Veerle Fraeters, Lieven De Maeyer, Herman Westerink, Erwin Mortier, Bart Vieveen, Janneke van der Leest, Sjef Houppermans, Peter Verstraten en Sander Vloebergs.
Ziek van verlangen – Mystiek & psychoanalyse (Reeks: Psychoanalyse en Cultuur Nr. 15)
Ziek van verlangen: een bundel met essays van Marc De Kesel, Jan Cambien, Jos de Kroon, Veerle Fraeters, Lieven De Maeyer, Herman Westerink, Erwin Mortier, Bart Vieveen, Janneke van der Leest, Sjef Houppermans, Peter Verstraten en Sander Vloebergs.
Taaleigenaardigheden – Onze taal – leuk en leerzaam
> Je zit voor de tv en achter de computer. Waarom niet andersom?
> Kan een stoplicht ook groen zijn?
> Is niet slecht hetzelfde als goed?
> Waarom wel dames en heren, maar niet meisjes en jongens?
> Is er iets mis met Hier zet men koffie en over?
> Lees parterretrap eens van achter naar voor!
> In het Wilhelmus komt een opvallende stijlfiguur voor.
> Eigenlijk zijn stopwoorden zeg maar nogal irritant, toch?
> Van heel wat woorden kun je andere woorden maken.
Over nog veel meer taalaardigheden, stijlfouten en stijlfiguren gaat dit boek, met heel wat voorbeelden en citaten van vroeger en nu.
Onze Taal over het boek: ‘Het is een leuke verzameling eigenaardigheden, met prima uitleg en veel aansprekende voorbeelden, en het leest lekker door.’
Peter van der Horst, zelfstandig taal- en tekstadviseur, heeft vele artikelen, cursussen en boeken geschreven, waaronder Redactiewijzer (Sdu), Stijlwijzer (Sdu), Nieuwe leestekenwijzer (Garant) en Duidelijke taal (Garant).
Taaleigenaardigheden – Onze taal – leuk en leerzaam
> Je zit voor de tv en achter de computer. Waarom niet andersom?
> Kan een stoplicht ook groen zijn?
> Is niet slecht hetzelfde als goed?
> Waarom wel dames en heren, maar niet meisjes en jongens?
> Is er iets mis met Hier zet men koffie en over?
> Lees parterretrap eens van achter naar voor!
> In het Wilhelmus komt een opvallende stijlfiguur voor.
> Eigenlijk zijn stopwoorden zeg maar nogal irritant, toch?
> Van heel wat woorden kun je andere woorden maken.
Over nog veel meer taalaardigheden, stijlfouten en stijlfiguren gaat dit boek, met heel wat voorbeelden en citaten van vroeger en nu.
Onze Taal over het boek: ‘Het is een leuke verzameling eigenaardigheden, met prima uitleg en veel aansprekende voorbeelden, en het leest lekker door.’
Peter van der Horst, zelfstandig taal- en tekstadviseur, heeft vele artikelen, cursussen en boeken geschreven, waaronder Redactiewijzer (Sdu), Stijlwijzer (Sdu), Nieuwe leestekenwijzer (Garant) en Duidelijke taal (Garant).
Energie- en klimaatbeleid ontluisterd – Democratische omwenteling tegen neoliberale doorbraak
Dit boek geeft antwoorden vanuit een energiepolitiek-economisch gezichtspunt. Het is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, literatuur en ervaringen, maar is toch toegankelijk geschreven voor al wie zich afvraagt waar de wereld staat en naartoe kan/moet gaan.
Het boek ontleedt en ontluistert het bestaande energie- en klimaatbeleid. Nieuwe, ongehoorde en ongeschreven visies komen aan bod. Ze verbreken de officieel vertelde illusies en leiden naar nodige omwentelingen. Het boek beschrijft en toetst de haalbaarheid van de omwentelingen. Terwijl het vandaag nog dominante neoliberalisme mensen inprent dat er geen alternatief bestaat, is de fysieke realiteit dat enkel alternatieve oplossingen nog mogelijk zijn. De nieuwe oplossingen zijn bovendien beschikbaar en betaalbaar.
Aviel Verbruggen is emeritus professor aan de Universiteit Antwerpen, gespecialiseerd in energie- en milieueconomie, energietechnologie en -beleid. Hij was een pionier in het energie- en klimaatdebat sinds de jaren 1970. Op de strategisch essentiële keuzes, zoals over atoomkern-energie, hernieuwbare energie en energiebehoud en -efficiëntie, was hij vooruit op zijn tijd. Hij was projectleider van de Vlaamse milieurapporten (1993-1998) en verantwoordelijk voor het ontwerp, de structuur, de inhoud en de publicatie van de eerste rapporten (Garant). Hij was Lid van het IPCC (1998-2014), met een uitzonderlijk actieve bijdrage aan het Speciaal Rapport ‘Renewable Energy Sources and Climate Change Mitigation’ (2011).
De website van de auteur
Energie- en klimaatbeleid ontluisterd – Democratische omwenteling tegen neoliberale doorbraak
Dit boek geeft antwoorden vanuit een energiepolitiek-economisch gezichtspunt. Het is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, literatuur en ervaringen, maar is toch toegankelijk geschreven voor al wie zich afvraagt waar de wereld staat en naartoe kan/moet gaan.
Het boek ontleedt en ontluistert het bestaande energie- en klimaatbeleid. Nieuwe, ongehoorde en ongeschreven visies komen aan bod. Ze verbreken de officieel vertelde illusies en leiden naar nodige omwentelingen. Het boek beschrijft en toetst de haalbaarheid van de omwentelingen. Terwijl het vandaag nog dominante neoliberalisme mensen inprent dat er geen alternatief bestaat, is de fysieke realiteit dat enkel alternatieve oplossingen nog mogelijk zijn. De nieuwe oplossingen zijn bovendien beschikbaar en betaalbaar.
Aviel Verbruggen is emeritus professor aan de Universiteit Antwerpen, gespecialiseerd in energie- en milieueconomie, energietechnologie en -beleid. Hij was een pionier in het energie- en klimaatdebat sinds de jaren 1970. Op de strategisch essentiële keuzes, zoals over atoomkern-energie, hernieuwbare energie en energiebehoud en -efficiëntie, was hij vooruit op zijn tijd. Hij was projectleider van de Vlaamse milieurapporten (1993-1998) en verantwoordelijk voor het ontwerp, de structuur, de inhoud en de publicatie van de eerste rapporten (Garant). Hij was Lid van het IPCC (1998-2014), met een uitzonderlijk actieve bijdrage aan het Speciaal Rapport ‘Renewable Energy Sources and Climate Change Mitigation’ (2011).
De website van de auteur
Uitdagende peuters en kleuters uitdagen – on)gewenst gedrag bij een ontwikkelingsvoorsprong
Uitgangspunt van het boek Uitdagende peuters en kleuters uitdagen is om kennis en inzicht te geven in het gedrag en de behoeften van pientere peuters en kleuters. Daarnaast biedt het praktische handvatten voor een passende begeleiding van deze kinderen in de groep.
In het boek wordt uitgelegd wat een ontwikkelingsvoorsprong is en hoe deze te herkennen. Er wordt beschreven hoe en waarom de ontwikkeling bij uitdagende peuters en kleuters anders verloopt dan bij andere kinderen. Hierbij wordt er een koppeling gelegd tussen diverse theorieën en de praktijk.
Voorkomen is beter dan genezen. De auteurs geven een leidraad om preventief te kunnen handelen door een uitgebreide intake, een uitdagende omgeving en het stellen van doelen.
Voor pientere peuters en kleuters met hardnekkig en ongewenst gedrag biedt het boek een praktische aanpak met ‘De Pientere Blik’. Uiteenlopende gedragingen komen aan bod. Dit alles wordt verduidelijkt aan de hand van praktische voorbeelden. Uitdagende peuters en kleuters uitdagen is een boek dat aansluit bij de praktijk en bedoeld is voor alle professionals die voor peuters en kleuters werken en voor ouders van pientere kinderen.
Marijne Sammels en Willeke Rol hebben beiden vele jaren ervaring in het begeleiden van pientere peuters en kleuters en het opleiden van professionals die met deze kinderen werken. Met dit boek willen ze hun kennis en ervaring delen met het werkveld, zodat het jonge kind met een ontwikkelingsvoorsprong nog beter (h)erkend en begeleid kan worden.
Uitdagende peuters en kleuters uitdagen – on)gewenst gedrag bij een ontwikkelingsvoorsprong
Uitgangspunt van het boek Uitdagende peuters en kleuters uitdagen is om kennis en inzicht te geven in het gedrag en de behoeften van pientere peuters en kleuters. Daarnaast biedt het praktische handvatten voor een passende begeleiding van deze kinderen in de groep.
In het boek wordt uitgelegd wat een ontwikkelingsvoorsprong is en hoe deze te herkennen. Er wordt beschreven hoe en waarom de ontwikkeling bij uitdagende peuters en kleuters anders verloopt dan bij andere kinderen. Hierbij wordt er een koppeling gelegd tussen diverse theorieën en de praktijk.
Voorkomen is beter dan genezen. De auteurs geven een leidraad om preventief te kunnen handelen door een uitgebreide intake, een uitdagende omgeving en het stellen van doelen.
Voor pientere peuters en kleuters met hardnekkig en ongewenst gedrag biedt het boek een praktische aanpak met ‘De Pientere Blik’. Uiteenlopende gedragingen komen aan bod. Dit alles wordt verduidelijkt aan de hand van praktische voorbeelden. Uitdagende peuters en kleuters uitdagen is een boek dat aansluit bij de praktijk en bedoeld is voor alle professionals die voor peuters en kleuters werken en voor ouders van pientere kinderen.
Marijne Sammels en Willeke Rol hebben beiden vele jaren ervaring in het begeleiden van pientere peuters en kleuters en het opleiden van professionals die met deze kinderen werken. Met dit boek willen ze hun kennis en ervaring delen met het werkveld, zodat het jonge kind met een ontwikkelingsvoorsprong nog beter (h)erkend en begeleid kan worden.
De taal van leiders – Hoe toppolitici communiceren
Daniel Mizere is een taal- en communicatiespecialist. Hij werkt als communicatiestrateeg en adviseert bedrijven, politici en ngo’s. Daarvoor was hij militair tolk bij het ministerie van Defensie, waarvoor hij ook meermaals werd ingezet in binnen- en buitenland. Daniel is nog steeds actief als reserveofficier (Kapitein) op het gebied van Communicatie & Engagement. Hij studeerde toegepaste taalkunde (Engels, Frans en Nederlands) aan de Katholieke Universiteit Leuven en behaalde een master in de journalistiek aan de Vrije Universiteit Brussel.
De taal van leiders – Hoe toppolitici communiceren
Daniel Mizere is een taal- en communicatiespecialist. Hij werkt als communicatiestrateeg en adviseert bedrijven, politici en ngo’s. Daarvoor was hij militair tolk bij het ministerie van Defensie, waarvoor hij ook meermaals werd ingezet in binnen- en buitenland. Daniel is nog steeds actief als reserveofficier (Kapitein) op het gebied van Communicatie & Engagement. Hij studeerde toegepaste taalkunde (Engels, Frans en Nederlands) aan de Katholieke Universiteit Leuven en behaalde een master in de journalistiek aan de Vrije Universiteit Brussel.
School- en Klaspraktijk (SKP) Jrg. 63 nr. 3 (’22-’23)
In de jaren 90 werd al een eerste keer officieel geëxperimenteerd met aanvangsbegeleiding van jonge leerkrachten. De job van mentor werd in het leven geroepen en er werden allerhande initiatieven genomen. Slechts 3 jaar werden voor deze opdracht onderwijsfondsen vrijgemaakt. Toch blijft sindsdien de overtuiging leven dat die aanvangsbegeleiding nodig is voor de persoonlijke ontwikkeling van de leerkracht. In ‘Begeleiding en beoordeling van startende leraren, een onmogelijke combinatie?’ gaat een team van 4 onderwijsonderzoekers van onderzoeksgroep Beleid en leiderschap in onderwijs (BELLON) van de Universiteit Gent in op de kenmerken, de problemen, de valkuilen, maar vooral ook de goede praktijkvoorbeelden van de aanvangsbegeleiding.
Teamteaching wordt steeds meer toegepast binnen het basisonderwijs. Dat heeft enerzijds te maken met organisatorische factoren, maar ook met de overtuiging dat deze vorm van lesgeven voordelen biedt in vergelijking met soloteaching. Een team experts voerde onderzoek uit om na te gaan of leraren die aan teamteaching doen effectiever lesgeefgedrag rapporteren. In ‘Geef je effectiever les met teamteaching? Het perspectief van Vlaamse leraren lager onderwijs’ wordt eerst duidelijk gemaakt wat onder teamteaching wordt verstaan en welke de kenmerken zijn van effectief lesgeefgedrag. De resultaten van het onderzoek en de besluiten en aanbevelingen zijn zeker de aandacht waard van elke school.
Beeldig brengt ons even terug in de sfeer van het artikel Zumi’s van Barbara Cool dat verscheen in het vorige nummer. Waarop wachten om ermee te beginnen?
Zelfregulerend leren wordt onmiddellijk in verband gebracht met executieve functies en is op dit ogenblik hype binnen het onderwijs. Vormingen, artikels, boeken, … je kunt er als leerkracht niet omheen. In ‘Inzetten op zelfregulerend leren in de klas: inzichten en overtuigingen maken het verschil’ belicht Daphné Van Looy een aspect dat nog maar weinig aandacht kreeg. Haar artikel biedt je een overzicht van de resultaten uit een onderzoek naar de invloed van leerkrachtkenmerken in het ondersteunen van het zelfregulerend leren van leerlingen. Of hoe ook in dit thema de leerkracht het verschil maakt.
In ‘Photovoice. Een krachtig middel om samen met kinderen onderzoek te doen’ is zelfsturing het thema dat werd uitgewerkt. Een team van 4 lerarenopleiders en praktijkonderzoekers binnen de UCLL gebruikte de onderzoeksmethodiek ‘photovoice’ om met leerlingen en leerkrachten van een aantal scholen dat thema te onderzoeken. De leerlingen ontleden hun eigen zelfsturing en komen zo tot een synthese van wat zelfsturing kan zijn.
In de media staat de kwaliteit van het onderwijs in het middelpunt van de belangstelling. Het reken- en leesonderwijs krijgen het hard te verduren. Nationale en internationale tests zorgen ervoor dat de achteruitgang zichtbaar wordt en iedereen die van ver of van dichtbij betrokken is bij onderwijs heeft een mening over de oplossingen. Er zijn daarbij vragen te stellen: Is het inderdaad allemaal kommer en kwel? Staat in de ganse discussie het kind en zijn ontwikkeling nog steeds centraal? Wat is de verhouding tussen relatie enerzijds en methodieken anderzijds? Een moment om eens na te denken over waarover het werkelijk gaat. In ‘Geen prestaties zonder relaties’ geeft Roger Boonen een aanzet. Naar aanleiding van de recente Pirls-onderzoeksresultaten voegde hij er nog een addendum aan toe.
School- en Klaspraktijk (SKP) Jrg. 63 nr. 3 (’22-’23)
In de jaren 90 werd al een eerste keer officieel geëxperimenteerd met aanvangsbegeleiding van jonge leerkrachten. De job van mentor werd in het leven geroepen en er werden allerhande initiatieven genomen. Slechts 3 jaar werden voor deze opdracht onderwijsfondsen vrijgemaakt. Toch blijft sindsdien de overtuiging leven dat die aanvangsbegeleiding nodig is voor de persoonlijke ontwikkeling van de leerkracht. In ‘Begeleiding en beoordeling van startende leraren, een onmogelijke combinatie?’ gaat een team van 4 onderwijsonderzoekers van onderzoeksgroep Beleid en leiderschap in onderwijs (BELLON) van de Universiteit Gent in op de kenmerken, de problemen, de valkuilen, maar vooral ook de goede praktijkvoorbeelden van de aanvangsbegeleiding.
Teamteaching wordt steeds meer toegepast binnen het basisonderwijs. Dat heeft enerzijds te maken met organisatorische factoren, maar ook met de overtuiging dat deze vorm van lesgeven voordelen biedt in vergelijking met soloteaching. Een team experts voerde onderzoek uit om na te gaan of leraren die aan teamteaching doen effectiever lesgeefgedrag rapporteren. In ‘Geef je effectiever les met teamteaching? Het perspectief van Vlaamse leraren lager onderwijs’ wordt eerst duidelijk gemaakt wat onder teamteaching wordt verstaan en welke de kenmerken zijn van effectief lesgeefgedrag. De resultaten van het onderzoek en de besluiten en aanbevelingen zijn zeker de aandacht waard van elke school.
Beeldig brengt ons even terug in de sfeer van het artikel Zumi’s van Barbara Cool dat verscheen in het vorige nummer. Waarop wachten om ermee te beginnen?
Zelfregulerend leren wordt onmiddellijk in verband gebracht met executieve functies en is op dit ogenblik hype binnen het onderwijs. Vormingen, artikels, boeken, … je kunt er als leerkracht niet omheen. In ‘Inzetten op zelfregulerend leren in de klas: inzichten en overtuigingen maken het verschil’ belicht Daphné Van Looy een aspect dat nog maar weinig aandacht kreeg. Haar artikel biedt je een overzicht van de resultaten uit een onderzoek naar de invloed van leerkrachtkenmerken in het ondersteunen van het zelfregulerend leren van leerlingen. Of hoe ook in dit thema de leerkracht het verschil maakt.
In ‘Photovoice. Een krachtig middel om samen met kinderen onderzoek te doen’ is zelfsturing het thema dat werd uitgewerkt. Een team van 4 lerarenopleiders en praktijkonderzoekers binnen de UCLL gebruikte de onderzoeksmethodiek ‘photovoice’ om met leerlingen en leerkrachten van een aantal scholen dat thema te onderzoeken. De leerlingen ontleden hun eigen zelfsturing en komen zo tot een synthese van wat zelfsturing kan zijn.
In de media staat de kwaliteit van het onderwijs in het middelpunt van de belangstelling. Het reken- en leesonderwijs krijgen het hard te verduren. Nationale en internationale tests zorgen ervoor dat de achteruitgang zichtbaar wordt en iedereen die van ver of van dichtbij betrokken is bij onderwijs heeft een mening over de oplossingen. Er zijn daarbij vragen te stellen: Is het inderdaad allemaal kommer en kwel? Staat in de ganse discussie het kind en zijn ontwikkeling nog steeds centraal? Wat is de verhouding tussen relatie enerzijds en methodieken anderzijds? Een moment om eens na te denken over waarover het werkelijk gaat. In ‘Geen prestaties zonder relaties’ geeft Roger Boonen een aanzet. Naar aanleiding van de recente Pirls-onderzoeksresultaten voegde hij er nog een addendum aan toe.
KLEIO jrg. 52, nr. 3 (Juni 2023)
Steven Berrens
108 Van rouwklacht naar liefdeslied: liefde, dood en verlangen in de derde elegie van Tibullus
Mieke de Vos
121 Een hard gelag? Umberto Eco als gids tot de vroegchristelijke humor
Roald Dijkstra 134 Recensies
140 Notitie
143 Website-materiaal
144 Over de auteurs van de artikels
KLEIO jrg. 52, nr. 3 (Juni 2023)
Steven Berrens
108 Van rouwklacht naar liefdeslied: liefde, dood en verlangen in de derde elegie van Tibullus
Mieke de Vos
121 Een hard gelag? Umberto Eco als gids tot de vroegchristelijke humor
Roald Dijkstra 134 Recensies
140 Notitie
143 Website-materiaal
144 Over de auteurs van de artikels
Holistisch opvoeden – Open voor de mogelijkheden van jezelf en je kind
De auteur biedt in dit boek een holistische methode met oefenkaarten aan om jezelf (en dus ook je kind) in balans te brengen. Ervaar wat dit boek voor jou en je omgeving kan betekenen.
Toen Natasja Schipper – na haar studie (Forensische) Orthopedagogiek aan de Universiteit van Amsterdam – in de jeugdzorg terechtkwam, besefte ze dat ze het contact met haar eigen kracht – haar zachte, krachtige energie, haar voelen en haar innerlijke rust – verbroken had. Na de energetische opleiding ‘Intuïtieve Ontwikkeling bij Mens & Intuïtie’ vond ze haar balans terug. Ze kreeg haar daadkracht en enthousiasme terug. Vanuit die kracht inspireert ze nu ouders hetzelfde te doen.
Holistisch opvoeden – Open voor de mogelijkheden van jezelf en je kind
De auteur biedt in dit boek een holistische methode met oefenkaarten aan om jezelf (en dus ook je kind) in balans te brengen. Ervaar wat dit boek voor jou en je omgeving kan betekenen.
Toen Natasja Schipper – na haar studie (Forensische) Orthopedagogiek aan de Universiteit van Amsterdam – in de jeugdzorg terechtkwam, besefte ze dat ze het contact met haar eigen kracht – haar zachte, krachtige energie, haar voelen en haar innerlijke rust – verbroken had. Na de energetische opleiding ‘Intuïtieve Ontwikkeling bij Mens & Intuïtie’ vond ze haar balans terug. Ze kreeg haar daadkracht en enthousiasme terug. Vanuit die kracht inspireert ze nu ouders hetzelfde te doen.
Geen pANiek. Snel op weg met anderstalige nieuwkomers (3e gewijzigde druk)
Lieve Lenaerts, teamtrekker diversiteit van DoorElkaar Hivset Campus, een expertisecentrum van interculturaliteit en anderstaligheid. Ze was daarvoor ruim tien jaar lang verbonden aan de okan-afdeling Hivset, als coördinator en als leerkracht en geeft momenteel vele vormingen extern en intern inzake diversiteit en meertaligheid. Yasmine Wauthier studeerde af als leerkracht lager onderwijs en psycholoog in de sociale en ontwikkelingspsychologie. Ze werkte als documentalist bij docAtlas in Turnhout en Antwerpen, didactisch ondersteuner bij de AP Hogeschool Antwerpen en als beleidsmedewerker bij de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO). Nu werkt ze bij de AP Hogeschool Antwerpen binnen onderwijskwaliteit en als educatief onderzoeker.
Geen pANiek. Snel op weg met anderstalige nieuwkomers (3e gewijzigde druk)
Lieve Lenaerts, teamtrekker diversiteit van DoorElkaar Hivset Campus, een expertisecentrum van interculturaliteit en anderstaligheid. Ze was daarvoor ruim tien jaar lang verbonden aan de okan-afdeling Hivset, als coördinator en als leerkracht en geeft momenteel vele vormingen extern en intern inzake diversiteit en meertaligheid. Yasmine Wauthier studeerde af als leerkracht lager onderwijs en psycholoog in de sociale en ontwikkelingspsychologie. Ze werkte als documentalist bij docAtlas in Turnhout en Antwerpen, didactisch ondersteuner bij de AP Hogeschool Antwerpen en als beleidsmedewerker bij de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO). Nu werkt ze bij de AP Hogeschool Antwerpen binnen onderwijskwaliteit en als educatief onderzoeker.
Als je nest niet veilig is – Intrafamiliaal geweld door de ogen van het kind
Gelukkig kreeg grote Ann haar leven uiteindelijk goed op de rails; ze studeerde rechten, werd juriste en kon haar kinderen wel een veilig nest geven. Toch laat haar verleden haar nooit meer los.
In dit boek geeft grote Ann, de auteur, aan de hand van herinneringen weer in welke context ze opgroeide en moest overleven. Sommige buitenstaanders wisten wat er in het gezin gebeurde, maar besloten de andere kant op de kijken. Door dit boek te schrijven wil ze de ogen openen van slachtoffers, plegers, hulpverleners, justitie, maar ook van vrienden, familieleden of buren van deze kinderen. Door sneller, efficiënter en bewuster in te grijpen, kan bij veel van deze kinderen de vicieuze cirkel doorbroken worden, zodat ook zij recht op leven krijgen in plaats van de plicht op overleven.
Kijk niet meer weg, voor de kinderen.
Ann Audenaert is juriste van opleiding, heeft jaren les gegeven in het secundair onderwijs en werkt als begeleider inspraakorganen van het hoger onderwijs. Van kleins af aan wilde ze een boek schrijven over intrafamiliaal geweld en zo iets betekenen voor de slachtoffers ervan. Ze is al vele jaren vrijwilliger bij de Beweging tegen geweld – vzw Zijn, en zet daar haar ervaringen in om mensen en professionelen te sensibiliseren.
Als je nest niet veilig is – Intrafamiliaal geweld door de ogen van het kind
Gelukkig kreeg grote Ann haar leven uiteindelijk goed op de rails; ze studeerde rechten, werd juriste en kon haar kinderen wel een veilig nest geven. Toch laat haar verleden haar nooit meer los.
In dit boek geeft grote Ann, de auteur, aan de hand van herinneringen weer in welke context ze opgroeide en moest overleven. Sommige buitenstaanders wisten wat er in het gezin gebeurde, maar besloten de andere kant op de kijken. Door dit boek te schrijven wil ze de ogen openen van slachtoffers, plegers, hulpverleners, justitie, maar ook van vrienden, familieleden of buren van deze kinderen. Door sneller, efficiënter en bewuster in te grijpen, kan bij veel van deze kinderen de vicieuze cirkel doorbroken worden, zodat ook zij recht op leven krijgen in plaats van de plicht op overleven.
Kijk niet meer weg, voor de kinderen.
Ann Audenaert is juriste van opleiding, heeft jaren les gegeven in het secundair onderwijs en werkt als begeleider inspraakorganen van het hoger onderwijs. Van kleins af aan wilde ze een boek schrijven over intrafamiliaal geweld en zo iets betekenen voor de slachtoffers ervan. Ze is al vele jaren vrijwilliger bij de Beweging tegen geweld – vzw Zijn, en zet daar haar ervaringen in om mensen en professionelen te sensibiliseren.
Aut of the box – Creatieve toolbox voor & door mensen met & zonder autisme (10 kaarten)
Met een creatieve opdracht bezig zijn kan rust brengen in je drukke (innerlijke) wereld, bijvoorbeeld als je overprikkeld bent of dreigt te geraken. Bij onderprikkeling kan het juist een laagdrempelige stimulans zijn om invulling te geven aan je tijd.
Deze creatieve toolbox bestaat uit een handleiding en kaartenset met creatieve opdrachten en nodigt uit tot zelfexpressie, zelfreflectie en psycho-educatie. De kaarten zijn in eerste instantie ontwikkeld voor mensen met autisme, maar kunnen iedereen inspireren om creatief bezig te zijn. Het kan veel voldoening geven om iets zelf te maken en dat stimuleert mentaal welbevinden.
De opdrachten kunnen individueel of in groepsverband, met of zonder begeleiding uitgevoerd worden. De opdrachten zijn ook zelfstandig uit te voeren – met eenvoudige materialen – en autismevriendelijk omschreven.
Naast onderzoeker is Martine Mussies ervaringsdeskundige op het gebied van autisme. Zij publiceert regelmatig in woord en beeld over autisme (onder meer in de boeken Lifehacks voor meiden met autisme en Lifehacks voor vrouwen met autisme). Daarnaast ontwikkelt ze steeds nieuwe creatieve & muzikale projecten.
Als beeldend kunstenaar heeft Jolijn de Wolf zich gespecialiseerd in het verbeelden van emoties en innerlijke processen. Daarnaast volgde zij de opleiding tot autisme-expert bij Autisme Centraal. Momenteel is zij werkzaam als levensloopbegeleider van mensen met autisme (onder andere via Stichting Vanuit Autisme Bekeken). Tijdens haar werk als autismedeskundige merkte zij dat er zowel bij de doelgroep als de begeleiding een grote behoefte is aan praktisch gereedschap dat op creatieve wijze bijdraagt aan zelfontwikkeling.
Aut of the box – Creatieve toolbox voor & door mensen met & zonder autisme (10 kaarten)
Met een creatieve opdracht bezig zijn kan rust brengen in je drukke (innerlijke) wereld, bijvoorbeeld als je overprikkeld bent of dreigt te geraken. Bij onderprikkeling kan het juist een laagdrempelige stimulans zijn om invulling te geven aan je tijd.
Deze creatieve toolbox bestaat uit een handleiding en kaartenset met creatieve opdrachten en nodigt uit tot zelfexpressie, zelfreflectie en psycho-educatie. De kaarten zijn in eerste instantie ontwikkeld voor mensen met autisme, maar kunnen iedereen inspireren om creatief bezig te zijn. Het kan veel voldoening geven om iets zelf te maken en dat stimuleert mentaal welbevinden.
De opdrachten kunnen individueel of in groepsverband, met of zonder begeleiding uitgevoerd worden. De opdrachten zijn ook zelfstandig uit te voeren – met eenvoudige materialen – en autismevriendelijk omschreven.
Naast onderzoeker is Martine Mussies ervaringsdeskundige op het gebied van autisme. Zij publiceert regelmatig in woord en beeld over autisme (onder meer in de boeken Lifehacks voor meiden met autisme en Lifehacks voor vrouwen met autisme). Daarnaast ontwikkelt ze steeds nieuwe creatieve & muzikale projecten.
Als beeldend kunstenaar heeft Jolijn de Wolf zich gespecialiseerd in het verbeelden van emoties en innerlijke processen. Daarnaast volgde zij de opleiding tot autisme-expert bij Autisme Centraal. Momenteel is zij werkzaam als levensloopbegeleider van mensen met autisme (onder andere via Stichting Vanuit Autisme Bekeken). Tijdens haar werk als autismedeskundige merkte zij dat er zowel bij de doelgroep als de begeleiding een grote behoefte is aan praktisch gereedschap dat op creatieve wijze bijdraagt aan zelfontwikkeling.
School- en Klaspraktijk (SKP) Jrg. 63 nr. 2 (’22-’23)
Onderwijzen is een complex gebeuren waarbij de leerkracht in het hier en nu veel ballonnen tegelijk in de lucht moet houden. Er zijn dus vele redenen om als leerkracht te willen blijven leren. Levenslang leren is geen boutade, maar een noodzaak. Een belangrijk ‘hulpmiddel’ om dat levenslang leren vorm te geven, zijn de collega’s om je heen. In Beter samen leren laat Eric Verbiest ons nadenken over hoe we dit binnen eigen leergemeenschappen vorm kunnen geven en wat de mogelijke valkuilen zijn. Leren van ieders ervaring als boeiende boodschap. Even verpozen bij een praktijkverslag. In Acht sjarels... Een kleuterjuf vertelt nemen Els Van Waes en Jilka Van Tienen ons mee in een positief verhaal over de aanpak van kleuters die de sfeer te vaak verstoren.Een OFWA die prikkelt.
Peer mediation, een methodiek waarbij leerlingen leren om zelf conflicten in hun omgeving te herkennen, te definiëren, bespreekbaar te maken en aan te pakken, leidde in verschillende basisscholen tot meer welbevinden onder de leerlingen en minder onderling pesten. Deze techniek heeft zowel een plaats in preventie als in de curatieve aanpak van moeilijk te begrijpen gedrag. In Peer Mediation in de basisschool laat Rudi Boelen ons kennis maken met wat de belangrijkste aspecten zijn van deze methodiek.
Heb jij ook de ervaring dat het in je klas steeds belangrijker wordt om aandacht te schenken aan het emotioneel welbevinden om succesvolle leerprocessen met je leerlingen realiseren? Geloof je ook in de kracht van alternatieve methodes om in je klas te werken aan emoties? Dan is het artikel Zumi’s zeker iets voor jou. Barbara Cool neemt ons mee in het muzikale verhaal dat ze schreef met en voor kinderen om emoties bespreekbaar te maken en te beleven.
Het is niet eenvoudig om kinderen bewust te maken van het belang van executieve functies. Kristel De Bruyne vertelt ons in De kracht van denkdieren hoe ze hier samen met haar collega’s mee aan de slag gaat vanuit een milieuverhaal: elk dier vertegenwoordigt een executieve functie en is nodig bij het oplossen van het probleem!
Kinderen moeten gelukkig zijn op school. Deze titel lijkt een evidente uitspraak waartegen geen bezwaar kan worden aangetekend. Achter die vanzelfsprekendheid zitten echter vele kenmerken en voorwaarden die de nodige aandacht moeten krijgen opdat kinderen echt gelukkig kunnen worden op school. Roger Boonen neemt ons mee in zijn boeiende gedachtegang over dit thema.
Studio Sesam ijvert voor meer diversiteit in de Vlaamse kinderboekenwereld. Onlangs bracht deze pionier 7 prentenboeken uit met nieuwe talentvolle schrijvers en illustratoren met een diverse achtergrond.
Om te eindigen willen we je graag goesting laten krijgen in een methode om kinderen te leren omgaan met situaties waarmee ze het moeilijk hebben en dit zonder dat ze daarvoor in therapie moeten gaan. In Het ACTieve avontuur vertelt Loes Rolefes-Wesselink hoe deze methode in haar werk gaat.
School- en Klaspraktijk (SKP) Jrg. 63 nr. 2 (’22-’23)
Onderwijzen is een complex gebeuren waarbij de leerkracht in het hier en nu veel ballonnen tegelijk in de lucht moet houden. Er zijn dus vele redenen om als leerkracht te willen blijven leren. Levenslang leren is geen boutade, maar een noodzaak. Een belangrijk ‘hulpmiddel’ om dat levenslang leren vorm te geven, zijn de collega’s om je heen. In Beter samen leren laat Eric Verbiest ons nadenken over hoe we dit binnen eigen leergemeenschappen vorm kunnen geven en wat de mogelijke valkuilen zijn. Leren van ieders ervaring als boeiende boodschap. Even verpozen bij een praktijkverslag. In Acht sjarels... Een kleuterjuf vertelt nemen Els Van Waes en Jilka Van Tienen ons mee in een positief verhaal over de aanpak van kleuters die de sfeer te vaak verstoren.Een OFWA die prikkelt.
Peer mediation, een methodiek waarbij leerlingen leren om zelf conflicten in hun omgeving te herkennen, te definiëren, bespreekbaar te maken en aan te pakken, leidde in verschillende basisscholen tot meer welbevinden onder de leerlingen en minder onderling pesten. Deze techniek heeft zowel een plaats in preventie als in de curatieve aanpak van moeilijk te begrijpen gedrag. In Peer Mediation in de basisschool laat Rudi Boelen ons kennis maken met wat de belangrijkste aspecten zijn van deze methodiek.
Heb jij ook de ervaring dat het in je klas steeds belangrijker wordt om aandacht te schenken aan het emotioneel welbevinden om succesvolle leerprocessen met je leerlingen realiseren? Geloof je ook in de kracht van alternatieve methodes om in je klas te werken aan emoties? Dan is het artikel Zumi’s zeker iets voor jou. Barbara Cool neemt ons mee in het muzikale verhaal dat ze schreef met en voor kinderen om emoties bespreekbaar te maken en te beleven.
Het is niet eenvoudig om kinderen bewust te maken van het belang van executieve functies. Kristel De Bruyne vertelt ons in De kracht van denkdieren hoe ze hier samen met haar collega’s mee aan de slag gaat vanuit een milieuverhaal: elk dier vertegenwoordigt een executieve functie en is nodig bij het oplossen van het probleem!
Kinderen moeten gelukkig zijn op school. Deze titel lijkt een evidente uitspraak waartegen geen bezwaar kan worden aangetekend. Achter die vanzelfsprekendheid zitten echter vele kenmerken en voorwaarden die de nodige aandacht moeten krijgen opdat kinderen echt gelukkig kunnen worden op school. Roger Boonen neemt ons mee in zijn boeiende gedachtegang over dit thema.
Studio Sesam ijvert voor meer diversiteit in de Vlaamse kinderboekenwereld. Onlangs bracht deze pionier 7 prentenboeken uit met nieuwe talentvolle schrijvers en illustratoren met een diverse achtergrond.
Om te eindigen willen we je graag goesting laten krijgen in een methode om kinderen te leren omgaan met situaties waarmee ze het moeilijk hebben en dit zonder dat ze daarvoor in therapie moeten gaan. In Het ACTieve avontuur vertelt Loes Rolefes-Wesselink hoe deze methode in haar werk gaat.
KLEIO jrg. 52, nr. 2 (april 2023)
Cicero, symbool bij uitstek van westerse beschaving, zou vandaag in Den Haag ongetwijfeld veroordeeld worden voor misdaden tegen de menselijkheid. Ronduit ontluisterend is in dit opzicht het korte artikel van Toon Van Houdt over Romeinse oorlogsbrutaliteit, dat eerder al gepubliceerd werd op de rijke site Hic et Nunc. Het is een sterke bijdrage over een facet van de Romeinse cultuur dat lang onderbelicht bleef: Attila, 'de gesel Gods', geldt als spreekwoordelijke geweldenaar, maar de Romeinen moesten niet onderdoen of waren misschien nog wreder. De exploten van Cicero als generaal blijken onthutsend revelerend voor de Romeinse praktijk: als die zelfverklaarde moralist daar zijn hand al niet voor omdraaide, dan zegt dat veel over de gangbare praktijken. Als aanvullend materiaal bij het artikel vindt u op de Kleio-site ook de Latijnse teksten en vertalingen ervan, met oog op didactisch gebruik. Die teksten zijn zorgvuldig wegge- poetst uit bloemlezingen van Cicero's brieven en aan het oog van leerlingen onttrokken. Hoog tijd dat dit aan bod komt in onze lessen Latijn....
Al te vaak wordt Cicero nog als onvolprezen model opgevoerd. Dat hij het goed kon zeggen, blijft gelden. Maar al in 2004 stelde Maja Pellikaan-Engel in haar publicatie Het recept van Calypso. Klassieke teksten in een hedendaags filosofisch perspectief terechte vragen bij Cicero – verheerlijker van de genocidaire Scipiones – als symbool van beschaving. Ze wijst er onder andere op dat Cicero met zijn rede De re agragia op uiterst reactionaire wijze de akkerwet van Tiberius Gracchus kelderde – een wet die nochtans slechts een hernieuwing was van een bestaande wet tegen het grootgrondbezit en die alleen de schrijnendste misbruiken van de elite wou inperken. Sociale rechtvaardigheid was niet aan Cicero besteed, geobsedeerd als hij was door het toegangsticket tot de Romeinse nobilitas. Zijn Pro Milone staat bol van de desinformatie, maar fungeert in onze westerse cultuur als model voor de gerechtelijke rede. Zijn Catilinarische redevoeringen zijn populisme ten top, maar staan tot op heden model voor de politieke rede. Onhult dat niet veel over de waarden die we in onze westerse cultuur menen te verdedigen en menen door te geven tot op vandaag? Moet Cicero dan 'gecanceld' worden? Integendeel: lees hem, bespreek hem, doorprik zijn zelfingenomen moralisme, zet vragen bij de gangbare beeldvorming. Levert zo een onderzoek geen uitgelezen kans om te tonen hoe graai- en eerzucht verpakt kunnen worden in mooi klinkende betogen? Is dit geen prachtige gelegenheid om te attenderen op de rattenvangers van Hamelen van vandaag?
In zijn artikel over verdwaalde en verdwenen kinderen richt Christian Laes – altijd goed voor verrassende invalshoeken – o.a. onze aandacht op hoe de antieke teksten vaak geen antwoord geven op wat we willen weten en net wel een antwoord bieden op vragen die we niet stellen. Met alerte blik doet Christian Laes ons naar teksten uit de oudheid kijken met andere ogen, voorbij de horizon van onze verwachtingen en vanzelfsprekendheden. Het levert verrijkende kennis op.
En manga, Japanse strips die in Europa almaar aan populariteit winnen, associëren we niet onmiddellijk met de klassieke oudheid. Bert Gevaert maakt duidelijk dat alvast de Romeinse oudheid er in enkele mangareeksen prominent de dienst uitmaakt. U hebt meteen nieuwe invalshoeken voor uw lessen: Romeinse cultuur door Japanse ogen. Het biedt mogelijkheden tot inclusiever oudheidonderwijs, de nieuwe didactische hot topic waar David Rijser en Inger Kuin in vorige nummers van Kleio al aandacht voor vroegen en waar VLOT dit jaar in maart een interessante nascholing over organiseerde.
Wat er verder te melden valt: Tom Ingelbrecht ambieert op zijn website ongepubliceerd vertaalmateriaal een tweede leven te geven en tegelijkertijd vooruit te kijken naar 'nieuwe' teksten. Hou het in de gaten.
Koen Vandendriessche
Over de auterus van de artikels
Bert Gevaert is doctor in de Taal- en Letterkunde Latijn en Grieks, leerkracht klassieke talen in het Sint-Lodewijkscollege en stadsgids in Brugge. In zijn onderzoek en lezingen focust hij zich op 'disability studies', krijgskunst, Romeinse, middeleeuwse en napoleontische geschiedenis. Van zijn hand verschenen Te wapen (Davidsfonds/WPG, 2016), Het grote verhaal van kleine mensen (Davidsfonds, 2017), Bloedstollend Brugge (Saga Uitgaven, 2017), Roma Intima: liefde, lijf en lust (Sterck & De Vreese, 2020) en tal van wetenschappelijke artikels. Hij is ook lesgever voor Davidsfonds Academie (Te Wapen, Wat een zotten die Romeinen, Mongolië) en reisbegeleider voor de Davidsfonds Cultuurreizen naar Mongolië.
Christian Laes is gewoon hoogleraar (Professor of Ancient History) aan de University of Manchester (UK), en is tevens verbonden aan de Universiteit Antwerpen. Als sociocultureel historicus van de oudheid bestudeert hij de menselijke levensloop (kinderen, jeugd, huwelijk) in vele facetten (o.a. handicaps).
Toon Van Houdt doceert Latijn, cultuur- en receptiegeschiedenis van de Grieks-Romeinse oudheid en vakdidactiek oude talen aan de KU Leuven. Zijn boek Mietjes, monsters en barbaren. Hoe we de klassieke oudheid gebruiken om onszelf te begrijpen (Polis, 2015) werd bekroond met de Homerusprijs van het NKV.
KLEIO jrg. 52, nr. 2 (april 2023)
Cicero, symbool bij uitstek van westerse beschaving, zou vandaag in Den Haag ongetwijfeld veroordeeld worden voor misdaden tegen de menselijkheid. Ronduit ontluisterend is in dit opzicht het korte artikel van Toon Van Houdt over Romeinse oorlogsbrutaliteit, dat eerder al gepubliceerd werd op de rijke site Hic et Nunc. Het is een sterke bijdrage over een facet van de Romeinse cultuur dat lang onderbelicht bleef: Attila, 'de gesel Gods', geldt als spreekwoordelijke geweldenaar, maar de Romeinen moesten niet onderdoen of waren misschien nog wreder. De exploten van Cicero als generaal blijken onthutsend revelerend voor de Romeinse praktijk: als die zelfverklaarde moralist daar zijn hand al niet voor omdraaide, dan zegt dat veel over de gangbare praktijken. Als aanvullend materiaal bij het artikel vindt u op de Kleio-site ook de Latijnse teksten en vertalingen ervan, met oog op didactisch gebruik. Die teksten zijn zorgvuldig wegge- poetst uit bloemlezingen van Cicero's brieven en aan het oog van leerlingen onttrokken. Hoog tijd dat dit aan bod komt in onze lessen Latijn....
Al te vaak wordt Cicero nog als onvolprezen model opgevoerd. Dat hij het goed kon zeggen, blijft gelden. Maar al in 2004 stelde Maja Pellikaan-Engel in haar publicatie Het recept van Calypso. Klassieke teksten in een hedendaags filosofisch perspectief terechte vragen bij Cicero – verheerlijker van de genocidaire Scipiones – als symbool van beschaving. Ze wijst er onder andere op dat Cicero met zijn rede De re agragia op uiterst reactionaire wijze de akkerwet van Tiberius Gracchus kelderde – een wet die nochtans slechts een hernieuwing was van een bestaande wet tegen het grootgrondbezit en die alleen de schrijnendste misbruiken van de elite wou inperken. Sociale rechtvaardigheid was niet aan Cicero besteed, geobsedeerd als hij was door het toegangsticket tot de Romeinse nobilitas. Zijn Pro Milone staat bol van de desinformatie, maar fungeert in onze westerse cultuur als model voor de gerechtelijke rede. Zijn Catilinarische redevoeringen zijn populisme ten top, maar staan tot op heden model voor de politieke rede. Onhult dat niet veel over de waarden die we in onze westerse cultuur menen te verdedigen en menen door te geven tot op vandaag? Moet Cicero dan 'gecanceld' worden? Integendeel: lees hem, bespreek hem, doorprik zijn zelfingenomen moralisme, zet vragen bij de gangbare beeldvorming. Levert zo een onderzoek geen uitgelezen kans om te tonen hoe graai- en eerzucht verpakt kunnen worden in mooi klinkende betogen? Is dit geen prachtige gelegenheid om te attenderen op de rattenvangers van Hamelen van vandaag?
In zijn artikel over verdwaalde en verdwenen kinderen richt Christian Laes – altijd goed voor verrassende invalshoeken – o.a. onze aandacht op hoe de antieke teksten vaak geen antwoord geven op wat we willen weten en net wel een antwoord bieden op vragen die we niet stellen. Met alerte blik doet Christian Laes ons naar teksten uit de oudheid kijken met andere ogen, voorbij de horizon van onze verwachtingen en vanzelfsprekendheden. Het levert verrijkende kennis op.
En manga, Japanse strips die in Europa almaar aan populariteit winnen, associëren we niet onmiddellijk met de klassieke oudheid. Bert Gevaert maakt duidelijk dat alvast de Romeinse oudheid er in enkele mangareeksen prominent de dienst uitmaakt. U hebt meteen nieuwe invalshoeken voor uw lessen: Romeinse cultuur door Japanse ogen. Het biedt mogelijkheden tot inclusiever oudheidonderwijs, de nieuwe didactische hot topic waar David Rijser en Inger Kuin in vorige nummers van Kleio al aandacht voor vroegen en waar VLOT dit jaar in maart een interessante nascholing over organiseerde.
Wat er verder te melden valt: Tom Ingelbrecht ambieert op zijn website ongepubliceerd vertaalmateriaal een tweede leven te geven en tegelijkertijd vooruit te kijken naar 'nieuwe' teksten. Hou het in de gaten.
Koen Vandendriessche
Over de auterus van de artikels
Bert Gevaert is doctor in de Taal- en Letterkunde Latijn en Grieks, leerkracht klassieke talen in het Sint-Lodewijkscollege en stadsgids in Brugge. In zijn onderzoek en lezingen focust hij zich op 'disability studies', krijgskunst, Romeinse, middeleeuwse en napoleontische geschiedenis. Van zijn hand verschenen Te wapen (Davidsfonds/WPG, 2016), Het grote verhaal van kleine mensen (Davidsfonds, 2017), Bloedstollend Brugge (Saga Uitgaven, 2017), Roma Intima: liefde, lijf en lust (Sterck & De Vreese, 2020) en tal van wetenschappelijke artikels. Hij is ook lesgever voor Davidsfonds Academie (Te Wapen, Wat een zotten die Romeinen, Mongolië) en reisbegeleider voor de Davidsfonds Cultuurreizen naar Mongolië.
Christian Laes is gewoon hoogleraar (Professor of Ancient History) aan de University of Manchester (UK), en is tevens verbonden aan de Universiteit Antwerpen. Als sociocultureel historicus van de oudheid bestudeert hij de menselijke levensloop (kinderen, jeugd, huwelijk) in vele facetten (o.a. handicaps).
Toon Van Houdt doceert Latijn, cultuur- en receptiegeschiedenis van de Grieks-Romeinse oudheid en vakdidactiek oude talen aan de KU Leuven. Zijn boek Mietjes, monsters en barbaren. Hoe we de klassieke oudheid gebruiken om onszelf te begrijpen (Polis, 2015) werd bekroond met de Homerusprijs van het NKV.
Ook wij – vijftien portretten over inclusie
Kiezen voor inclusief onderwijs, werk of vrije tijd: het blijft helaas aanvoelen als pionierswerk. We leren er te weinig uit. We moeten vooral luisteren naar de kleine momenten waarop inclusie wel of niet zijn weg vindt. Inclusie zit niet in grote theorieën maar in eenvoudige woorden: ‘het is goed’, ‘kom maar af ’, ‘doe maar mee’. Alles draait om het universele gevoel van ergens bij horen en mogen zijn wie je bent.
#ookwij is een krachtige samenwerking. Brent, Sofie en Lucas namen dit project in handen en verzamelden samen met UGent vijftien getuigenissen van jongvolwassenen met een beperking. Leen De Coensel, orthopedagoog en verhalensprokkelaar, gaf hun stem vleugels. Een team supporters trok dit project mee over de eindstreep. Het werd een roadtrip vol inspiratie, verbinding en vriendschap.
Ook wij is geen speeddate, het is een oproep, een inkijk, een tipje van de sluier. Er schuilt nog zoveel meer achter elke zin. Het is op zijn minst een pleidooi, zelfs een pamflet. Zoals het kan of moet. Noodzakelijk en urgent.
— Beno Schraepen & William Boeva
Brent Basyn proefde van de opleiding sociaal-cultureel werk. Als ambassadeur voor verschillende verenigingen zet hij de rechten van personen met een beperking mee op de kaart.
Sofie De Schryver studeerde moraalwetenschappen aan de UGent. Klimaat, duurzaamheid en ecologie staan hoog op haar agenda.
Lucas Van Hijfte is student sociaal-cultureel werk. Als ervaringsdeskundige breekt hij een lans voor toegankelijkheid en gaat hij taboes niet uit de weg.
Ook wij – vijftien portretten over inclusie
Kiezen voor inclusief onderwijs, werk of vrije tijd: het blijft helaas aanvoelen als pionierswerk. We leren er te weinig uit. We moeten vooral luisteren naar de kleine momenten waarop inclusie wel of niet zijn weg vindt. Inclusie zit niet in grote theorieën maar in eenvoudige woorden: ‘het is goed’, ‘kom maar af ’, ‘doe maar mee’. Alles draait om het universele gevoel van ergens bij horen en mogen zijn wie je bent.
#ookwij is een krachtige samenwerking. Brent, Sofie en Lucas namen dit project in handen en verzamelden samen met UGent vijftien getuigenissen van jongvolwassenen met een beperking. Leen De Coensel, orthopedagoog en verhalensprokkelaar, gaf hun stem vleugels. Een team supporters trok dit project mee over de eindstreep. Het werd een roadtrip vol inspiratie, verbinding en vriendschap.
Ook wij is geen speeddate, het is een oproep, een inkijk, een tipje van de sluier. Er schuilt nog zoveel meer achter elke zin. Het is op zijn minst een pleidooi, zelfs een pamflet. Zoals het kan of moet. Noodzakelijk en urgent.
— Beno Schraepen & William Boeva
Brent Basyn proefde van de opleiding sociaal-cultureel werk. Als ambassadeur voor verschillende verenigingen zet hij de rechten van personen met een beperking mee op de kaart.
Sofie De Schryver studeerde moraalwetenschappen aan de UGent. Klimaat, duurzaamheid en ecologie staan hoog op haar agenda.
Lucas Van Hijfte is student sociaal-cultureel werk. Als ervaringsdeskundige breekt hij een lans voor toegankelijkheid en gaat hij taboes niet uit de weg.
Affectregulerende Vaktherapie – Praktijkboek beeldend
Dit boek is hierop een praktische aanvulling voor beeldend therapeuten (in opleiding), die werken volgens de interventie Affectregulerende Vaktherapie. In het eerste deel van dit Praktijkboek is de theorie te lezen. Geen uitgebreide onderbouwing van de interventie, maar dat wat je nodig hebt om in de praktijk met ArVT aan de slag te gaan. In het tweede deel staan alle werkvormen met verschillende materialen en technieken, ingedeeld per fase. Dit boek is een uitgangspunt om nauwkeuriger te leren omgaan met de inzet van het vaktherapeutisch middel beeldend in de ArVT-fasering. Gaandeweg ga je begrijpen hoe de verschillende ingrediënten van de interventie onderling samenhangen en kun je dit uitbreiden naar de werkvormen die je zelf graag aanbiedt.
De auteurs leggen met dit praktijkboek een belangrijke verbinding tussen theorie en praktijk. De rijke mogelijkheden van beeldend-therapeutische interventies worden in de context van de ArVT helder omschreven, waarbij de bewuste inzet van de interventietechnieken per fase voorop staat. Hierdoor vormt dit boek een inspirerend vervolg op de basistraining voor de toepassing van deze behandeling in de praktijk.
Carolin Burkard, MA Beeldend therapeut, werkzaam met kinderen, jongeren, volwassenen en ouderen met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking.
Dit is een echt receptenboek voor de beeldende praktijk. Hier worden de toepassingen van de verschillende ArVT-interventietechnieken helder beschreven, wat het ArVT-gedachtegoed concreter maakt. En net als bij een kookboek is het van belang om de hoeveelheden van de ingrediënten, hittebron, de eigen smaak en die van de ‘eters’ met aandacht te hanteren en hierop af te stemmen, om tot een goed beeldend behandelresultaat te komen.
Dr. Celine Schweizer, beeldend therapeut, supervisor en docent onderzoeker bij NHL Stenden hogeschool opleiding Vaktherapie in Leeuwarden en Master Vaktherapie bij Han hogeschool in Nijmegen.
Met recht een praktijkboek! Dit boek heeft een prettige schrijfstijl waarin de voorbeelden uit de beeldende praktijk worden onderbouwd vanuit de heldere theorie van de Affectregulerende Vaktherapie. Het rijke aantal werkvormen wordt toegelicht per fase. Informatief, handzaam en aanvullend voor vaktherapeuten (in opleiding) die al enige kennis van en ervaring met Affectregulerende Vaktherapie hebben.
Else Hovius, MEd beeldend en muziektherapeut, praktijk- en afstudeercoördinator, curriculumcommissie, docent Vaktherapie bij NHLStenden Hogeschool opleiding Vaktherapie in Leeuwarden.
Affectregulerende Vaktherapie – Praktijkboek beeldend
Dit boek is hierop een praktische aanvulling voor beeldend therapeuten (in opleiding), die werken volgens de interventie Affectregulerende Vaktherapie. In het eerste deel van dit Praktijkboek is de theorie te lezen. Geen uitgebreide onderbouwing van de interventie, maar dat wat je nodig hebt om in de praktijk met ArVT aan de slag te gaan. In het tweede deel staan alle werkvormen met verschillende materialen en technieken, ingedeeld per fase. Dit boek is een uitgangspunt om nauwkeuriger te leren omgaan met de inzet van het vaktherapeutisch middel beeldend in de ArVT-fasering. Gaandeweg ga je begrijpen hoe de verschillende ingrediënten van de interventie onderling samenhangen en kun je dit uitbreiden naar de werkvormen die je zelf graag aanbiedt.
De auteurs leggen met dit praktijkboek een belangrijke verbinding tussen theorie en praktijk. De rijke mogelijkheden van beeldend-therapeutische interventies worden in de context van de ArVT helder omschreven, waarbij de bewuste inzet van de interventietechnieken per fase voorop staat. Hierdoor vormt dit boek een inspirerend vervolg op de basistraining voor de toepassing van deze behandeling in de praktijk.
Carolin Burkard, MA Beeldend therapeut, werkzaam met kinderen, jongeren, volwassenen en ouderen met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking.
Dit is een echt receptenboek voor de beeldende praktijk. Hier worden de toepassingen van de verschillende ArVT-interventietechnieken helder beschreven, wat het ArVT-gedachtegoed concreter maakt. En net als bij een kookboek is het van belang om de hoeveelheden van de ingrediënten, hittebron, de eigen smaak en die van de ‘eters’ met aandacht te hanteren en hierop af te stemmen, om tot een goed beeldend behandelresultaat te komen.
Dr. Celine Schweizer, beeldend therapeut, supervisor en docent onderzoeker bij NHL Stenden hogeschool opleiding Vaktherapie in Leeuwarden en Master Vaktherapie bij Han hogeschool in Nijmegen.
Met recht een praktijkboek! Dit boek heeft een prettige schrijfstijl waarin de voorbeelden uit de beeldende praktijk worden onderbouwd vanuit de heldere theorie van de Affectregulerende Vaktherapie. Het rijke aantal werkvormen wordt toegelicht per fase. Informatief, handzaam en aanvullend voor vaktherapeuten (in opleiding) die al enige kennis van en ervaring met Affectregulerende Vaktherapie hebben.
Else Hovius, MEd beeldend en muziektherapeut, praktijk- en afstudeercoördinator, curriculumcommissie, docent Vaktherapie bij NHLStenden Hogeschool opleiding Vaktherapie in Leeuwarden.
School- en klaspraktijk (SKP) Jrg. 63 nr.1 (’22-’23)
Dat voortdurende professionalisering van leerkrachten en teams een must is om de onderwijskwaliteit van een school te verbeteren en te waarborgen, is een open deur intrappen. Die vanzelfsprekendheid is echter geen evidentie om ze in de praktijk te brengen.
Door het aanbieden van ‘PRO+, een instrument voor onderwijsprofessionalisering’ helpt Johan Halsberghe scholen op weg om hiermee aan de slag te gaan. Steeds meer scholen worden geconfronteerd met een instroom van anderstalige leerlingen. De onderwijstaal is hen onbekend, terwijl het voor hun leertraject belangrijk is dat ze zo snel mogelijk kunnen meedoen met de andere leerlingen in de klas. In ’Een nieuwkomer in je klas? Pas je onderwijs aan’ geeft Hilde Imberechts ons ideeën uit het ANNA-project en het ANNA leest – project. ANNA staat voor Anderstalige Nieuwkomers leren Nederlands in Alle vakken.
Een kind verveelt zich in de klas, meent dat het alles wat er geleerd wordt al kan, vindt de opdrachten saai. In het artikel ‘Hoe een Pientere Blik tot meer schoolplezier kan leiden’ beschrijven Marijne Sammels en Willeke Rol in een heldere casus hoe de pientere blik-methodiek hierbij een gids kan zijn voor de leerkracht.
Een sok als speelkameraadje, trooster in nood, of met een andere functie? BEELDig geeft een mooi voorbeeld van de kracht van de zelfgemaakte sokpop. Laat de fantasie maar stromen...
Wie bewust is van de verwachtingen van de maatschappij ten aanzien van het onderwijs, komt steeds vaker het woord creativiteit tegen. In het artikel ‘Kunnen en moeten we de ontwikkeling van creativiteit gestalte geven in het onderwijs?’ laat Luc De Schryver de lezer nadenken over wat creativiteit is, wat het belang ervan is in de ontwikkeling van kinderen en geeft hij praktische tips om er binnen onderwijs aan te beginnen.
De speelplaats is voor veel scholen een onderwerp dat regelmatig besproken wordt, meestal omdat het er niet steeds loopt zoals gewenst. De problemen aanpakken kan het best door het als een totaalproject te bekijken. Veel werk? Wie het artikel ‘Speelplaats in het groen’ van Veerle Bollen, Yves Eeckman en Hubert Crals leest, begrijpt waarom wij het onder de rubriek GOESTING hebben geplaatst.
De relatie tussen de leerkracht en de leerling is van fundamenteel belang voor beide partijen. Hoe we als leerkracht inzetten in die relatie en wat het belang daarbij is van aandacht en betrokkenheid werd de zoektocht van Dr. Lisette Bastiaansen. Ze ontwikkelde het begrip ‘aandachtige betrokkenheid’ als de pedagogische grondhouding van onderwijs en stelt dit voor in het artikel ‘Aandachtige betrokkenheid als pedagogische grondhouding’.
(Jonge) kinderen actief betrekken in wat inhoudelijk aan bod kan komen en hen daarbij ook een aandeel geven in de controle en verantwoordelijkheid over wat in de klas en op school gebeurt, lijkt een mooie doelstelling. Maar hoe begin je eraan? In ‘Meer agency in je klas: hoor de stem van kinderen en doe er iets mee!’ geven Hilde Stroobants en Anne Slaets inzicht in wat dit betekent en hoe we ermee aan de slag kunnen gaan.
School- en klaspraktijk (SKP) Jrg. 63 nr.1 (’22-’23)
Dat voortdurende professionalisering van leerkrachten en teams een must is om de onderwijskwaliteit van een school te verbeteren en te waarborgen, is een open deur intrappen. Die vanzelfsprekendheid is echter geen evidentie om ze in de praktijk te brengen.
Door het aanbieden van ‘PRO+, een instrument voor onderwijsprofessionalisering’ helpt Johan Halsberghe scholen op weg om hiermee aan de slag te gaan. Steeds meer scholen worden geconfronteerd met een instroom van anderstalige leerlingen. De onderwijstaal is hen onbekend, terwijl het voor hun leertraject belangrijk is dat ze zo snel mogelijk kunnen meedoen met de andere leerlingen in de klas. In ’Een nieuwkomer in je klas? Pas je onderwijs aan’ geeft Hilde Imberechts ons ideeën uit het ANNA-project en het ANNA leest – project. ANNA staat voor Anderstalige Nieuwkomers leren Nederlands in Alle vakken.
Een kind verveelt zich in de klas, meent dat het alles wat er geleerd wordt al kan, vindt de opdrachten saai. In het artikel ‘Hoe een Pientere Blik tot meer schoolplezier kan leiden’ beschrijven Marijne Sammels en Willeke Rol in een heldere casus hoe de pientere blik-methodiek hierbij een gids kan zijn voor de leerkracht.
Een sok als speelkameraadje, trooster in nood, of met een andere functie? BEELDig geeft een mooi voorbeeld van de kracht van de zelfgemaakte sokpop. Laat de fantasie maar stromen...
Wie bewust is van de verwachtingen van de maatschappij ten aanzien van het onderwijs, komt steeds vaker het woord creativiteit tegen. In het artikel ‘Kunnen en moeten we de ontwikkeling van creativiteit gestalte geven in het onderwijs?’ laat Luc De Schryver de lezer nadenken over wat creativiteit is, wat het belang ervan is in de ontwikkeling van kinderen en geeft hij praktische tips om er binnen onderwijs aan te beginnen.
De speelplaats is voor veel scholen een onderwerp dat regelmatig besproken wordt, meestal omdat het er niet steeds loopt zoals gewenst. De problemen aanpakken kan het best door het als een totaalproject te bekijken. Veel werk? Wie het artikel ‘Speelplaats in het groen’ van Veerle Bollen, Yves Eeckman en Hubert Crals leest, begrijpt waarom wij het onder de rubriek GOESTING hebben geplaatst.
De relatie tussen de leerkracht en de leerling is van fundamenteel belang voor beide partijen. Hoe we als leerkracht inzetten in die relatie en wat het belang daarbij is van aandacht en betrokkenheid werd de zoektocht van Dr. Lisette Bastiaansen. Ze ontwikkelde het begrip ‘aandachtige betrokkenheid’ als de pedagogische grondhouding van onderwijs en stelt dit voor in het artikel ‘Aandachtige betrokkenheid als pedagogische grondhouding’.
(Jonge) kinderen actief betrekken in wat inhoudelijk aan bod kan komen en hen daarbij ook een aandeel geven in de controle en verantwoordelijkheid over wat in de klas en op school gebeurt, lijkt een mooie doelstelling. Maar hoe begin je eraan? In ‘Meer agency in je klas: hoor de stem van kinderen en doe er iets mee!’ geven Hilde Stroobants en Anne Slaets inzicht in wat dit betekent en hoe we ermee aan de slag kunnen gaan.
Cholesterol, de verkeerde vijand?
Een groep wetenschappers, artsen en cardiologen maakt zich hierover zorgen. Waarom moeten gezonde mensen dagelijks een statinepil nemen? Is het bewezen dat cholesterol onze aders dichtslibt? Krijgen we een te hoge cholesterol van verzadigde vetten? Waarom krijgen ook mensen met een lage cholesterolwaarde een hartinfarct? Waarom stopt bijna de helft van de mensen die een statine krijgt voorgeschreven na een jaar met de medicatie? Waarom halen zo weinig mensen de aanbevolen streefwaarde voor hun ‘cholesterol’? Waarom waarschuwen wetenschappers voor mogelijke neurologische en motorische bijwerkingen van statines?
In dit boek gaat journalist Ben Vanheukelom op zoek naar antwoorden. Hij praat met statinegebruikers, oud-gebruikers, experts, voor- en tegenstanders van de cholesterolhypothese en probeert een klare lijn te zien in het kluwen van duizenden wetenschappelijke artikels over cholesterol.
Ben Vanheukelom heeft reportages gemaakt voor duidingsprogramma’s op Radio 1 over milieu, klimaat en gezondheid. Hij heeft ook voor de VRT Nieuwsdienst gewerkt. Op 3 mei 2023 presenteerde de auteur zijn boek aan het publiek.
Cholesterol, de verkeerde vijand?
Een groep wetenschappers, artsen en cardiologen maakt zich hierover zorgen. Waarom moeten gezonde mensen dagelijks een statinepil nemen? Is het bewezen dat cholesterol onze aders dichtslibt? Krijgen we een te hoge cholesterol van verzadigde vetten? Waarom krijgen ook mensen met een lage cholesterolwaarde een hartinfarct? Waarom stopt bijna de helft van de mensen die een statine krijgt voorgeschreven na een jaar met de medicatie? Waarom halen zo weinig mensen de aanbevolen streefwaarde voor hun ‘cholesterol’? Waarom waarschuwen wetenschappers voor mogelijke neurologische en motorische bijwerkingen van statines?
In dit boek gaat journalist Ben Vanheukelom op zoek naar antwoorden. Hij praat met statinegebruikers, oud-gebruikers, experts, voor- en tegenstanders van de cholesterolhypothese en probeert een klare lijn te zien in het kluwen van duizenden wetenschappelijke artikels over cholesterol.
Ben Vanheukelom heeft reportages gemaakt voor duidingsprogramma’s op Radio 1 over milieu, klimaat en gezondheid. Hij heeft ook voor de VRT Nieuwsdienst gewerkt. Op 3 mei 2023 presenteerde de auteur zijn boek aan het publiek.
Mon bilan professionel (guide pour le coach, cartes et tableau de travail). Un outil pour coachs de carrière, GRH, responsables et collaborateurs.
– Que faites-vous avec cette carte? Choisissez-vous le vert ou le rouge?
– Pouvez-vous en donner un exemple?
– Qu’est-ce qui vous fait hésiter?
– Quels arguments pouvez-vous donner à ce sujet?
Après avoir posé les cartes
– La couleur de votre image globale est-elle principalement positive (vert) ou négative (rouge)? Est-ce que vous reconnaissez ceci?
– Quel est le poids des différentes aspects pour vous? Quelle importance ont-ils pour vous?
– Qu’est-ce qui va encore bien et que vous voulez conserver?
– Qu’est-ce qui est difficile en ce moment? Que voulez-vous à la place? Comment voyez-vous cela concrètement?
– Quels aspects ou parties pouvez-vous influencer ou non?
– Quel est le premier petit pas que vous pouvez faire dans ce sens?
– Qui peut vous aider? Avec qui pouvez-vous en parler?
– Quelles actions pouvez-vous entreprendre à cet égard?
– Comment pourriez-vous utiliser encore plus vos compétences et vos talents?
– Quelles conclusions tirez-vous pour vous-même?
Mon bilan professionel (guide pour le coach, cartes et tableau de travail). Un outil pour coachs de carrière, GRH, responsables et collaborateurs.
– Que faites-vous avec cette carte? Choisissez-vous le vert ou le rouge?
– Pouvez-vous en donner un exemple?
– Qu’est-ce qui vous fait hésiter?
– Quels arguments pouvez-vous donner à ce sujet?
Après avoir posé les cartes
– La couleur de votre image globale est-elle principalement positive (vert) ou négative (rouge)? Est-ce que vous reconnaissez ceci?
– Quel est le poids des différentes aspects pour vous? Quelle importance ont-ils pour vous?
– Qu’est-ce qui va encore bien et que vous voulez conserver?
– Qu’est-ce qui est difficile en ce moment? Que voulez-vous à la place? Comment voyez-vous cela concrètement?
– Quels aspects ou parties pouvez-vous influencer ou non?
– Quel est le premier petit pas que vous pouvez faire dans ce sens?
– Qui peut vous aider? Avec qui pouvez-vous en parler?
– Quelles actions pouvez-vous entreprendre à cet égard?
– Comment pourriez-vous utiliser encore plus vos compétences et vos talents?
– Quelles conclusions tirez-vous pour vous-même?
Pedagogiek van het onderweg zijn. Een verzameling essays over het pedagogisch milieu, het dialogisch proces en het onderwijs als tussenruimte
In het onderwijs, zo stelt Hermans, gaat het niet zozeer om informatieoverdracht maar om aandachtige betrokkenheid. Aandacht is een uitleidende beweging, dat wil zeggen, in het doen, in het handelen ontvouwt de aandacht zich. Leren is in feite niets meer dan het aandachtig zijn op wat zich voordoet in het pedagogische moment.
Pedagogiek van het onderweg zijn is een boek dat handen en voeten aan het onderwijs geeft door het lichaam zelf als belangrijkste zingever naar voren te schuiven. In acht denkstappen – voorbij leeropbrengsten, de prestatiesamenleving, de gedeelde leefsfeer, vloeibare en oppervlakkige kennis, creativiteit, ambacht, aandachtige betrokkenheid en zingeving – voert Hermans de lezer weg van het opbrengstgerichte denken en stelt daar het procesgerichte denken voor in de plaats.
Pedagogiek van het onderweg zijn richt zich voornamelijk op studenten, docenten, beleidsmakers en eenieder die zich wil laten inspireren door een boek dat het onderwijs binnenstebuiten keert.
Carolien Hermans studeerde orthopedagogiek aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en volgde een master Choreografie in Amsterdam. Recentelijk promoveerde ze aan de Academy for Creative and Performing Arts (ACPA, Universiteit van Leiden) op een artistiek onderzoek naar dansimprovisatie en het creatief spel van kinderen. Ze geeft les aan het Conservatorium van Amsterdam en de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Carolien Hermans schrijft kinderboeken, essays en publiceert regelmatig in wetenschappelijke tijdschriften.
Tonke Koppelaar is een illustrator en animator uit Utrecht. Met een kinderlijke kijk op de wereld vertelt en verbeeldt ze ongeziene verhalen. Ze voltooide de opleiding Bachelor of Design Illustration aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Zie meer op: TonkeKoppelaar.nl
Pedagogiek van het onderweg zijn. Een verzameling essays over het pedagogisch milieu, het dialogisch proces en het onderwijs als tussenruimte
In het onderwijs, zo stelt Hermans, gaat het niet zozeer om informatieoverdracht maar om aandachtige betrokkenheid. Aandacht is een uitleidende beweging, dat wil zeggen, in het doen, in het handelen ontvouwt de aandacht zich. Leren is in feite niets meer dan het aandachtig zijn op wat zich voordoet in het pedagogische moment.
Pedagogiek van het onderweg zijn is een boek dat handen en voeten aan het onderwijs geeft door het lichaam zelf als belangrijkste zingever naar voren te schuiven. In acht denkstappen – voorbij leeropbrengsten, de prestatiesamenleving, de gedeelde leefsfeer, vloeibare en oppervlakkige kennis, creativiteit, ambacht, aandachtige betrokkenheid en zingeving – voert Hermans de lezer weg van het opbrengstgerichte denken en stelt daar het procesgerichte denken voor in de plaats.
Pedagogiek van het onderweg zijn richt zich voornamelijk op studenten, docenten, beleidsmakers en eenieder die zich wil laten inspireren door een boek dat het onderwijs binnenstebuiten keert.
Carolien Hermans studeerde orthopedagogiek aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en volgde een master Choreografie in Amsterdam. Recentelijk promoveerde ze aan de Academy for Creative and Performing Arts (ACPA, Universiteit van Leiden) op een artistiek onderzoek naar dansimprovisatie en het creatief spel van kinderen. Ze geeft les aan het Conservatorium van Amsterdam en de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Carolien Hermans schrijft kinderboeken, essays en publiceert regelmatig in wetenschappelijke tijdschriften.
Tonke Koppelaar is een illustrator en animator uit Utrecht. Met een kinderlijke kijk op de wereld vertelt en verbeeldt ze ongeziene verhalen. Ze voltooide de opleiding Bachelor of Design Illustration aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Zie meer op: TonkeKoppelaar.nl
Hemel en aarde in de ‘wiskunde’
‘Is er meer tussen hemel en aarde, zoals Hamlet vermoedde, dat door de mens niet te grijpen valt? In dit boek is het dubbel antwoord ja, er is meer, maar neen, het valt wel te vatten want het is de wiskunde die het allemaal bij elkaar weet te houden. Een mooier eerbetoon is niet denkbaar.’
— Em. Prof. Dr. Jean Paul Van Bendegem, VUB
Dirk Huylebrouck gaf gedurende twaalf jaar les in Congo en Burundi, onderbroken door opdrachten in Portugal en aan Maryland University Europe. Daarna doceerde hij aan de Faculteit Architectuur van de KU Leuven. Hij redigeerde de column ‘The Mathematical Tourist’ (1997-2017) en schreef een wekelijkse rubriek voor Het Laatste Nieuws (2017-2020). Dit is zijn negende boek, de opvolger van Lugubere ‘Wiskunde’ (Garant, 2021).
Hemel en aarde in de ‘wiskunde’
‘Is er meer tussen hemel en aarde, zoals Hamlet vermoedde, dat door de mens niet te grijpen valt? In dit boek is het dubbel antwoord ja, er is meer, maar neen, het valt wel te vatten want het is de wiskunde die het allemaal bij elkaar weet te houden. Een mooier eerbetoon is niet denkbaar.’
— Em. Prof. Dr. Jean Paul Van Bendegem, VUB
Dirk Huylebrouck gaf gedurende twaalf jaar les in Congo en Burundi, onderbroken door opdrachten in Portugal en aan Maryland University Europe. Daarna doceerde hij aan de Faculteit Architectuur van de KU Leuven. Hij redigeerde de column ‘The Mathematical Tourist’ (1997-2017) en schreef een wekelijkse rubriek voor Het Laatste Nieuws (2017-2020). Dit is zijn negende boek, de opvolger van Lugubere ‘Wiskunde’ (Garant, 2021).
Diversiteit in een cultureel-religieuze context. Een hermeneutisch onderzoek naar christelijke pluraliteit
Pieter R. Boersema is hoogleraar godsdienstwetenschappen en missiologie. Zijn wetenschappelijke en praktische interesse kruist steeds de onderwerpen van samenleving, cultuur en religie. Hij studeerde aan de ‘Rijks Hogere School voor Tropische Landbouw’, Deventer (1976); de University of Reading, School of Education, England (1985); de Vrije Universiteit Amsterdam, Culturele Antropologie van Religie (1996) en promoveerde op de Katholieke Universiteit Leuven in de Sociale en Culturele Antropologie (2004). Van 1976-1998 leefde en werkte hij als ontwikkelingsdeskundige in Azië, Afrika, Latijns-Amerika en Europa. Vanaf 1998 tot heden is hij verbonden aan de Evangelische Theologische Faculteit in Leuven.
Diversiteit in een cultureel-religieuze context. Een hermeneutisch onderzoek naar christelijke pluraliteit
Pieter R. Boersema is hoogleraar godsdienstwetenschappen en missiologie. Zijn wetenschappelijke en praktische interesse kruist steeds de onderwerpen van samenleving, cultuur en religie. Hij studeerde aan de ‘Rijks Hogere School voor Tropische Landbouw’, Deventer (1976); de University of Reading, School of Education, England (1985); de Vrije Universiteit Amsterdam, Culturele Antropologie van Religie (1996) en promoveerde op de Katholieke Universiteit Leuven in de Sociale en Culturele Antropologie (2004). Van 1976-1998 leefde en werkte hij als ontwikkelingsdeskundige in Azië, Afrika, Latijns-Amerika en Europa. Vanaf 1998 tot heden is hij verbonden aan de Evangelische Theologische Faculteit in Leuven.
Een open relatie, niet voor watjes, Over (on)veiligheid in de liefde
De vrijheid om nieuwe liefdes te ontdekken kent tenslotte ook een onveilige kant. Jaloezie, onzekerheid en ruzie, is waar de meeste open relaties mee te maken krijgen. In dit boek worden deze emoties niet als de oorzaak van problemen beschouwd maar als een natuurlijk gegeven en vertrekpunt voor de groei naar een veilige verbondenheid tussen partners.
De belangrijkste vaardigheid die partners moeten aanleren is niet loslaten maar hechten. Veilige hechting binnen de primaire relatie is de sleutel naar een vrije en comfortabele secundaire relatie. De vele praktijkvoorbeelden geven inzicht in de verschillende fasen, rollen en valkuilen binnen de open relatie en hoe je daarmee omgaat. Al ligt de focus op open relaties, ook bij monogame relaties kunnen gevoelens als jaloezie of onzekerheid de kop op steken, zoals bij een te leuke collega, buur of ex-partner. Dit boek bekijkt alles vanuit een zeer specifiek perspectief, maar de emotie raakt aan de basis van alle vormen van menselijke intimiteit.
Een open relatie, niet voor watjes is het eerste boek over open relaties en Emotionally Focused Therapy en is een onmisbare gids voor stellen en relatietherapeuten.
Rhea Darens is sinds 1987 samen met haar partner en sinds 2011 hebben ze een open relatie. Samen hebben ze drie kinderen. Ze is een EFTrelatietherapeut voor stellen in monogame en non-monogame relaties.
openrelatie.nu
Een open relatie, niet voor watjes, Over (on)veiligheid in de liefde
De vrijheid om nieuwe liefdes te ontdekken kent tenslotte ook een onveilige kant. Jaloezie, onzekerheid en ruzie, is waar de meeste open relaties mee te maken krijgen. In dit boek worden deze emoties niet als de oorzaak van problemen beschouwd maar als een natuurlijk gegeven en vertrekpunt voor de groei naar een veilige verbondenheid tussen partners.
De belangrijkste vaardigheid die partners moeten aanleren is niet loslaten maar hechten. Veilige hechting binnen de primaire relatie is de sleutel naar een vrije en comfortabele secundaire relatie. De vele praktijkvoorbeelden geven inzicht in de verschillende fasen, rollen en valkuilen binnen de open relatie en hoe je daarmee omgaat. Al ligt de focus op open relaties, ook bij monogame relaties kunnen gevoelens als jaloezie of onzekerheid de kop op steken, zoals bij een te leuke collega, buur of ex-partner. Dit boek bekijkt alles vanuit een zeer specifiek perspectief, maar de emotie raakt aan de basis van alle vormen van menselijke intimiteit.
Een open relatie, niet voor watjes is het eerste boek over open relaties en Emotionally Focused Therapy en is een onmisbare gids voor stellen en relatietherapeuten.
Rhea Darens is sinds 1987 samen met haar partner en sinds 2011 hebben ze een open relatie. Samen hebben ze drie kinderen. Ze is een EFTrelatietherapeut voor stellen in monogame en non-monogame relaties.
openrelatie.nu
Eén vrouw, vele gezichten
Els Heyvaert (1960) is leerkracht, beeldend kunstenaar en illustrator. Els was reeds op haar 17de lid van de feministische beweging Dolle Mina Gent.
Christian Van Kerckhove (1957) is filosoof met een bijzondere interesse voor de wijsgerige antropologie.
Beiden zijn wereldreizigers.
Over hun wereldomzeiling met hun zeiljacht Agapètos schreven ze Het geluk leeft aan boord. Het ongeluk zeilt mee. (Lanasta, 2012). Over hun reizen over land publiceerden ze het boek Van de wereld. Filosofische reisimpressies van gebruiken, rituelen en sjamanisme. (Garant, 2016). In 2021 verscheen hun boek Samenleven met de dood. Hoezo? (Garant).
Eén vrouw, vele gezichten
Els Heyvaert (1960) is leerkracht, beeldend kunstenaar en illustrator. Els was reeds op haar 17de lid van de feministische beweging Dolle Mina Gent.
Christian Van Kerckhove (1957) is filosoof met een bijzondere interesse voor de wijsgerige antropologie.
Beiden zijn wereldreizigers.
Over hun wereldomzeiling met hun zeiljacht Agapètos schreven ze Het geluk leeft aan boord. Het ongeluk zeilt mee. (Lanasta, 2012). Over hun reizen over land publiceerden ze het boek Van de wereld. Filosofische reisimpressies van gebruiken, rituelen en sjamanisme. (Garant, 2016). In 2021 verscheen hun boek Samenleven met de dood. Hoezo? (Garant).
Wupke. De wereld op zijn kop
Hilde Vergult heeft een diploma als Bachelor in de verpleegkunde. Ze is referentieverpleegkunde KOPP en familiewerking, en werkt al meer dan 20 jaar als psychiatrisch verpleegkundige op acute diensten. Ze ontwierp Wupke als knuffel om de band tussen het kind en het familielid te versterken/behouden, wanneer het familielid in opname is. Hilde is nu werkzaam op een afdeling voor volwassen bij wie ambulante hulp in de thuiscontext ontoereikend is. Karen Van Nuffel coacht jongeren met diverse ‘rugzakjes’ binnen onderwijs. Ze gebruikt haar achtergrond als sociaal agoge om een ingrijpend verhaal te ondersteunen met bevattelijke beelden voor de allerkleinsten.
Wupke. De wereld op zijn kop
Hilde Vergult heeft een diploma als Bachelor in de verpleegkunde. Ze is referentieverpleegkunde KOPP en familiewerking, en werkt al meer dan 20 jaar als psychiatrisch verpleegkundige op acute diensten. Ze ontwierp Wupke als knuffel om de band tussen het kind en het familielid te versterken/behouden, wanneer het familielid in opname is. Hilde is nu werkzaam op een afdeling voor volwassen bij wie ambulante hulp in de thuiscontext ontoereikend is. Karen Van Nuffel coacht jongeren met diverse ‘rugzakjes’ binnen onderwijs. Ze gebruikt haar achtergrond als sociaal agoge om een ingrijpend verhaal te ondersteunen met bevattelijke beelden voor de allerkleinsten.
Wetenschap: wat, hoe en waarom? Systematische inleiding tot de wetenschapsfilosofie
Erik Weber is gewoon hoogleraar aan de Universiteit Gent, waar hij wetenschapsfilosofie en metafysica doceert en onderzoek verricht in deze domeinen.
Bert Leuridan is hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen. Hij doceert onder meer wetenschapsfilosofie en logica. Zijn onderzoek is voornamelijk geconcentreerd op wetenschapsfilosofie.
Merel Lefevere is onderwijsbegeleider kennisleer en wetenschapsfilosofie aan de Universiteit Gent. Zij verzorgt er de werkcolleges bij de vakken wetenschapsfilosofie.
Wetenschap: wat, hoe en waarom? Systematische inleiding tot de wetenschapsfilosofie
Erik Weber is gewoon hoogleraar aan de Universiteit Gent, waar hij wetenschapsfilosofie en metafysica doceert en onderzoek verricht in deze domeinen.
Bert Leuridan is hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen. Hij doceert onder meer wetenschapsfilosofie en logica. Zijn onderzoek is voornamelijk geconcentreerd op wetenschapsfilosofie.
Merel Lefevere is onderwijsbegeleider kennisleer en wetenschapsfilosofie aan de Universiteit Gent. Zij verzorgt er de werkcolleges bij de vakken wetenschapsfilosofie.
Kinderen van de zorg. Zes eeuwen stedelijke jeugdzorg in Antwerpen
Dit boek brengt een vergeten en deels verdrongen sociale geschiedenis opnieuw tot leven: de opvang van vondelingen, verlatelingen, wezen en andere kinderen in precaire situaties. In Antwerpen was dat eeuwenlang een stedelijke aangelegenheid. De evolutie van de stad bepaalde mee de opvang in instellingen en uitbestedingen bij kostgezinnen op het platteland.
Opvattingen van vroegere elites over de opvang versteenden eerst in grote godshuizen als het Vondelingenhuis, het Maagdenhuis en het Knechtjeshuis. Later verschenen Gestichten voor verlaten kinderen, grootschalige weeshuizen en tehuizen voor zwakke kinderen. Meer recent gingen de instellingen aansluiten bij het normale leven en kwam het ondersteunen van de gezinscontext centraal te staan.
Zes eeuwen stedelijke jeugdzorg is meer dan regels, cijfers en centen. Het is tegelijk een verhaal van sociale ongelijkheid en bittere armoede en van barmhartigheid en idealisme. Het staat vol van persoonlijke geschiedenissen.
Het relaas leert dat de opvang van kinderen in precaire situaties van alle tijden is en elke samenleving steeds opnieuw voor uitdagingen stelt.
Naast vele illustraties bevat het boek veertien monologen. Deze monologen zijn literaire fictie geplaatst in een historisch kader. Erik Vlaminck en Ellen Van Pelt slepen de lezer mee in de wereld van vondelingen, arme wezen, kwekelingen en opvoeders.
Dirk Luyten is doctor in de sociale wetenschappen en master in de stedenbouw. Hij was enkele jaren verbonden aan de KULeuven en later aan Gezinswetenschappen (Odisee Hogeschool). In de sociale sector nam hij diverse bestuurs- en directiefuncties op. Hij publiceert rond sociale thema’s.
Erik Zwysen was in Antwerpen maatschappelijk werker en projectcoördinator in de dienst voor pleegzorg De Mutsaard, directeur bij de thuisbegeleidingsdienst Joba en bij de voorziening voor Bijzondere Jeugdbijstand De Hand. Momenteel werkt hij aan een geschiedenis van de pleegzorg in Vlaanderen.
Sietske Van den Wyngaert is doctor in de geschiedenis, gespecialiseerd in jeugdzorg in het vroegmoderne Antwerpen. In haar proefschrift onderzocht ze de leer- en werktrajecten die kansarme jongeren aflegden ter voorbereiding van het betreden van de arbeidsmarkt. Momenteel is ze verbonden aan het Felixarchief in Antwerpen.
Erik Vlaminck is roman- en theaterauteur. In een vorig leven was hij projectcoördinator in de psychiatrie en in de thuislozenzorg. Omdat hij het niet laten kan, schrijft hij ook de column Brieven van Dikke Freddy.
Ellen Van Pelt debuteerde in 2015 met de roman Drift. In 2020 publiceerde ze Deze wereld is geen ergernis waard, een biografie over schrijver Roger Van de Velde. Ze werkte voorheen als psychologe in bijzondere jeugdzorg.
Kinderen van de zorg. Zes eeuwen stedelijke jeugdzorg in Antwerpen
Dit boek brengt een vergeten en deels verdrongen sociale geschiedenis opnieuw tot leven: de opvang van vondelingen, verlatelingen, wezen en andere kinderen in precaire situaties. In Antwerpen was dat eeuwenlang een stedelijke aangelegenheid. De evolutie van de stad bepaalde mee de opvang in instellingen en uitbestedingen bij kostgezinnen op het platteland.
Opvattingen van vroegere elites over de opvang versteenden eerst in grote godshuizen als het Vondelingenhuis, het Maagdenhuis en het Knechtjeshuis. Later verschenen Gestichten voor verlaten kinderen, grootschalige weeshuizen en tehuizen voor zwakke kinderen. Meer recent gingen de instellingen aansluiten bij het normale leven en kwam het ondersteunen van de gezinscontext centraal te staan.
Zes eeuwen stedelijke jeugdzorg is meer dan regels, cijfers en centen. Het is tegelijk een verhaal van sociale ongelijkheid en bittere armoede en van barmhartigheid en idealisme. Het staat vol van persoonlijke geschiedenissen.
Het relaas leert dat de opvang van kinderen in precaire situaties van alle tijden is en elke samenleving steeds opnieuw voor uitdagingen stelt.
Naast vele illustraties bevat het boek veertien monologen. Deze monologen zijn literaire fictie geplaatst in een historisch kader. Erik Vlaminck en Ellen Van Pelt slepen de lezer mee in de wereld van vondelingen, arme wezen, kwekelingen en opvoeders.
Dirk Luyten is doctor in de sociale wetenschappen en master in de stedenbouw. Hij was enkele jaren verbonden aan de KULeuven en later aan Gezinswetenschappen (Odisee Hogeschool). In de sociale sector nam hij diverse bestuurs- en directiefuncties op. Hij publiceert rond sociale thema’s.
Erik Zwysen was in Antwerpen maatschappelijk werker en projectcoördinator in de dienst voor pleegzorg De Mutsaard, directeur bij de thuisbegeleidingsdienst Joba en bij de voorziening voor Bijzondere Jeugdbijstand De Hand. Momenteel werkt hij aan een geschiedenis van de pleegzorg in Vlaanderen.
Sietske Van den Wyngaert is doctor in de geschiedenis, gespecialiseerd in jeugdzorg in het vroegmoderne Antwerpen. In haar proefschrift onderzocht ze de leer- en werktrajecten die kansarme jongeren aflegden ter voorbereiding van het betreden van de arbeidsmarkt. Momenteel is ze verbonden aan het Felixarchief in Antwerpen.
Erik Vlaminck is roman- en theaterauteur. In een vorig leven was hij projectcoördinator in de psychiatrie en in de thuislozenzorg. Omdat hij het niet laten kan, schrijft hij ook de column Brieven van Dikke Freddy.
Ellen Van Pelt debuteerde in 2015 met de roman Drift. In 2020 publiceerde ze Deze wereld is geen ergernis waard, een biografie over schrijver Roger Van de Velde. Ze werkte voorheen als psychologe in bijzondere jeugdzorg.
Tussen idealen en dwalingen – Verhalen over onderwijs
Copier schrijft toegankelijk. Het boek leest als een trein en zoekt waar nodig de diepte. Het zet aan tot denken en is onmisbare literatuur voor iedereen die het onderwijs een warm hart toedraagt.
Johan Copier was lange tijd docent in het voortgezet onderwijs, adviseur in het wetenschappelijk onderwijs en directeur in het hoger beroepsonderwijs en het voortgezet onderwijs. Nu is hij onderwijsanalist: hij leest, denkt en schrijft over onderwijs.
Tussen idealen en dwalingen – Verhalen over onderwijs
Copier schrijft toegankelijk. Het boek leest als een trein en zoekt waar nodig de diepte. Het zet aan tot denken en is onmisbare literatuur voor iedereen die het onderwijs een warm hart toedraagt.
Johan Copier was lange tijd docent in het voortgezet onderwijs, adviseur in het wetenschappelijk onderwijs en directeur in het hoger beroepsonderwijs en het voortgezet onderwijs. Nu is hij onderwijsanalist: hij leest, denkt en schrijft over onderwijs.
De LeertASS – Een methode voor leren leren met autisme
De leertASS -methode is als een ‘tas’ vol leerpakketjes om efficiënter te ‘leren leren’ in balans met ‘leren leven’. Het is een proces om – samen en op maat – met de jongere beweging te krijgen in wat vastzit en een evenwicht te vinden in uitdagingen en mogelijkheden. De omgeving en het netwerk van de jongere zijn hierbij van essentieel belang. Enkel dan krijgen deze jongeren dezelfde kansen als hun medeleerlingen.
Deze methode is in de eerste plaats geschreven voor normaal- tot hoogbegaafde jongeren met autisme vanaf 12 jaar, maar kan ook andere jongeren een gestructureerde methode voor ‘leren leren’ bieden.
Kathleen Put is licentiate wiskunde en heeft 20 jaar les gegeven in het secundair onderwijs. Zij behaalde eveneens een bachelordiploma Autismespectrumstoornissen en is sinds 5 jaar aan de slag als auticoach bij Autinoom. Kathleen is ook mama van zonen met ASS. Met haar ervaring vanuit deze drie domeinen ontwikkelde Kathleen de methode van de leertASS.
Cindy Vanderplas is leerkracht secundair onderwijs en gaf er 22 jaar les. Ze is bachelor in de Autismespectrumstoornissen. Ze geeft les aan de banaba ASS in de AP Hogeschool, en werkt daarnaast als onderwijs- en leerkrachtondersteuner voor het ondersteuningsnetwerk Antwerpen Plus. Ze werkte het stuk rond neurologie van de leertAS uit en ondersteunde het verdere uitschrijven van de methode.
De LeertASS – Een methode voor leren leren met autisme
De leertASS -methode is als een ‘tas’ vol leerpakketjes om efficiënter te ‘leren leren’ in balans met ‘leren leven’. Het is een proces om – samen en op maat – met de jongere beweging te krijgen in wat vastzit en een evenwicht te vinden in uitdagingen en mogelijkheden. De omgeving en het netwerk van de jongere zijn hierbij van essentieel belang. Enkel dan krijgen deze jongeren dezelfde kansen als hun medeleerlingen.
Deze methode is in de eerste plaats geschreven voor normaal- tot hoogbegaafde jongeren met autisme vanaf 12 jaar, maar kan ook andere jongeren een gestructureerde methode voor ‘leren leren’ bieden.
Kathleen Put is licentiate wiskunde en heeft 20 jaar les gegeven in het secundair onderwijs. Zij behaalde eveneens een bachelordiploma Autismespectrumstoornissen en is sinds 5 jaar aan de slag als auticoach bij Autinoom. Kathleen is ook mama van zonen met ASS. Met haar ervaring vanuit deze drie domeinen ontwikkelde Kathleen de methode van de leertASS.
Cindy Vanderplas is leerkracht secundair onderwijs en gaf er 22 jaar les. Ze is bachelor in de Autismespectrumstoornissen. Ze geeft les aan de banaba ASS in de AP Hogeschool, en werkt daarnaast als onderwijs- en leerkrachtondersteuner voor het ondersteuningsnetwerk Antwerpen Plus. Ze werkte het stuk rond neurologie van de leertAS uit en ondersteunde het verdere uitschrijven van de methode.
Filosofie & Praktijk – Jrg. 43 (2022), nr. 3/4 Thema: African Philosophy
The introduction to the actual topic of this special issue of Philosophy & Practice, will subsequently be provided in “Introductory: African philosophy and interculturality”. Apart from the theme editors – Birgit Boogaard, Michael Eze and Cees Maris – contributors to the issue are, in alphabetical order: Yonas B. Abebe, Joseph C. A. Agbakoba, Anthony Chinaemerem Ajah, Henk Haenen, Wilfred Lajul, Stephen Nkansah Morgan, Pius Mosima, Louise F. Müller, Beatrice Okyere-Manu, Angela Roothaan, Vitalis Chukwuemeka Ugwu, Meera Venkatachalam. Some brief information about the authors is collected at the end of the issue in “About the authors”.
Rest mij wat deze ‘special’ betreft nog erop te wijzen dat dit een dubbelnummer betreft, de nrs. 3 en 4 van deze 43e jaargang van F&P én dat een groot deel van de bijdragen niet in het Nederlands maar in het Engels worden aangeboden. Voor F&P tot op heden ongebruikelijk, maar in dit geval alleszins redelijk. Voor het overige verwijs ik graag naar de inleiding door de themaredactie.
Filosofie & Praktijk – Jrg. 43 (2022), nr. 3/4 Thema: African Philosophy
The introduction to the actual topic of this special issue of Philosophy & Practice, will subsequently be provided in “Introductory: African philosophy and interculturality”. Apart from the theme editors – Birgit Boogaard, Michael Eze and Cees Maris – contributors to the issue are, in alphabetical order: Yonas B. Abebe, Joseph C. A. Agbakoba, Anthony Chinaemerem Ajah, Henk Haenen, Wilfred Lajul, Stephen Nkansah Morgan, Pius Mosima, Louise F. Müller, Beatrice Okyere-Manu, Angela Roothaan, Vitalis Chukwuemeka Ugwu, Meera Venkatachalam. Some brief information about the authors is collected at the end of the issue in “About the authors”.
Rest mij wat deze ‘special’ betreft nog erop te wijzen dat dit een dubbelnummer betreft, de nrs. 3 en 4 van deze 43e jaargang van F&P én dat een groot deel van de bijdragen niet in het Nederlands maar in het Engels worden aangeboden. Voor F&P tot op heden ongebruikelijk, maar in dit geval alleszins redelijk. Voor het overige verwijs ik graag naar de inleiding door de themaredactie.
Naoma en de Tie-Dye Club. Een verhaal over Validation
Naoma lijkt wel een beetje op Naomi Feil, die een methode ontwikkelde om respectvol met personen met dementie om te gaan. Deze ‘Validation’-methode geraakte sindsdien over de hele wereld verspreid en was de inspiratie voor dit boek. Bij dit prentenboek hoort een digitale handleiding met meer informatie over Naomi Feil, Validation en hoe je dit boek samen met kinderen kunt lezen.
Amber ten Brink heeft een diploma Vrije Grafiek van de Academie van Antwerpen. Daarnaast heeft ze getuigschriften van de opleiding voor zorgkundige +, Referentiepersoon Dementie en gecertificeerd Validation-werker. Op dit moment werkt ze als activiteitenbegeleider in het Woon- en Zorgcentrum Heilig Hart te Grimbergen.
Ze schreef eerder Kom, we gaan een haai melken! (Garant, 2020), Angèle heeft u nodig! Een educatief bordspel over omgaan met personen met dementie (Creare Depuydt en partners, 2018) en het prentenboek Touwtje springen met Oma (Garant, 2014).
Naoma en de Tie-Dye Club. Een verhaal over Validation
Naoma lijkt wel een beetje op Naomi Feil, die een methode ontwikkelde om respectvol met personen met dementie om te gaan. Deze ‘Validation’-methode geraakte sindsdien over de hele wereld verspreid en was de inspiratie voor dit boek. Bij dit prentenboek hoort een digitale handleiding met meer informatie over Naomi Feil, Validation en hoe je dit boek samen met kinderen kunt lezen.
Amber ten Brink heeft een diploma Vrije Grafiek van de Academie van Antwerpen. Daarnaast heeft ze getuigschriften van de opleiding voor zorgkundige +, Referentiepersoon Dementie en gecertificeerd Validation-werker. Op dit moment werkt ze als activiteitenbegeleider in het Woon- en Zorgcentrum Heilig Hart te Grimbergen.
Ze schreef eerder Kom, we gaan een haai melken! (Garant, 2020), Angèle heeft u nodig! Een educatief bordspel over omgaan met personen met dementie (Creare Depuydt en partners, 2018) en het prentenboek Touwtje springen met Oma (Garant, 2014).
Myologie vóór Vesalius – Giovanni Battista Canani en zijn Musculorum Humani Corporis Picturata Dissectio (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 17)
Er bestaan momenteel maar enkele originele exemplaren en dit zeer zeldzaam werk is enkel te bewonderen in de meest prestigieuze bibliotheken: in Europa vooral in Italië (Bologna, Ferrara, Padua, Pavia, Milaan) en in Dresden, Glasgow, Krakow, Londen, Oxford, Uppsala en Wenen. De enige twee origine - le exemplaren in de V.S. bevinden zich in de Yale University Library en in de Rubenstein Library van de Duke University, waarvan een facsimile is bijgevoegd.
Studie van dit historisch belangrijke en ook mooie werk is daarom een absolute aanrader.
Francis van Glabbeek is professor aan de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij is orthopedisch chirurg en adjunct-diensthoofd van de afdeling orthopedie en traumatologie van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen, met het bovenste lidmaat als specialisatie. Aan de faculteit geneeskunde is hij verantwoordelijk voor de musculoskeletale anatomie en de geschiedenis van de geneeskunde.
Maurits Biesbrouck publiceerde naast een Nederlandse vertaling van het eerste boek van de Fabrica 1543 van Vesalius een Vesalius-bibliografe en een overzicht met bespreking van de edities van zijn werken, beide jaarlijks bijgewerkt in Vesalius.be.
Jacqueline Vons is professor emeritus klassieke talen aan de Université François Rabelais (Tours) en lid van de Académie des sciences, belles-lettres et arts de Touraine. Samen met Prof. Stephane Velut, professor anatomie aan dezelfde universiteit, publiceerde zij in 2008 de eerste Franse vertaling van Vesalius’Epitome en werkt momenteel voor de Bibliothèque interuniversitaire de Santé - Pôle médecine, Université de Paris, aan de Franse vertaling van de Fabrica 1543 van Vesalius.
Myologie vóór Vesalius – Giovanni Battista Canani en zijn Musculorum Humani Corporis Picturata Dissectio (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 17)
Er bestaan momenteel maar enkele originele exemplaren en dit zeer zeldzaam werk is enkel te bewonderen in de meest prestigieuze bibliotheken: in Europa vooral in Italië (Bologna, Ferrara, Padua, Pavia, Milaan) en in Dresden, Glasgow, Krakow, Londen, Oxford, Uppsala en Wenen. De enige twee origine - le exemplaren in de V.S. bevinden zich in de Yale University Library en in de Rubenstein Library van de Duke University, waarvan een facsimile is bijgevoegd.
Studie van dit historisch belangrijke en ook mooie werk is daarom een absolute aanrader.
Francis van Glabbeek is professor aan de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij is orthopedisch chirurg en adjunct-diensthoofd van de afdeling orthopedie en traumatologie van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen, met het bovenste lidmaat als specialisatie. Aan de faculteit geneeskunde is hij verantwoordelijk voor de musculoskeletale anatomie en de geschiedenis van de geneeskunde.
Maurits Biesbrouck publiceerde naast een Nederlandse vertaling van het eerste boek van de Fabrica 1543 van Vesalius een Vesalius-bibliografe en een overzicht met bespreking van de edities van zijn werken, beide jaarlijks bijgewerkt in Vesalius.be.
Jacqueline Vons is professor emeritus klassieke talen aan de Université François Rabelais (Tours) en lid van de Académie des sciences, belles-lettres et arts de Touraine. Samen met Prof. Stephane Velut, professor anatomie aan dezelfde universiteit, publiceerde zij in 2008 de eerste Franse vertaling van Vesalius’Epitome en werkt momenteel voor de Bibliothèque interuniversitaire de Santé - Pôle médecine, Université de Paris, aan de Franse vertaling van de Fabrica 1543 van Vesalius.
Myology before Vesalius – Giovanni Battista Canani (1515 – 1579 n.s.) and his Musculorum Humani Corporis Picturata Dissectio
Only a few original copies of this very rare work are nowin existence, and it can only be seen in a small number of the most prestigious libraries: in Europe mostly in Italy (Bologna, Ferrara, Padua, Pavia, Milan) but also in Dresden, Glasgow, Krakow, London, Oxford, Uppsala and Vienna. The only two original copies in the United States are in the Yale University Library and the Rubenstein Library of Duke University, the latter here published in facsimile.
The study of this beautiful and historically significant work is strongly recommended.
Pre-order this book now for 39 euro + shipping
| Delivery Location |
| Belgium / The Netherlands €44,00 EUR EU (outside Belgium /Netherlands) €49,00 EUR World (outside EU) €58,00 EUR |
Francis van Glabbeek is Professor at the Faculty of Medicine and Health Sciences at the University of Antwerp. He is an orthopaedic surgeon and Assistant Head of the Orthopaedics and Trauma Department of Antwerp University Hospital, specialising in the upper limb. Within the faculty of medicine, he is responsible for musculoskeletal anatomy and the history of medicine.
Maurits Biesbrouck published a Dutch translation of the first volume of the 1543 Fabrica by Vesalius, as well as a Vesalius bibliography and a summary and discussion of the editions of his works, both of which are updated every year at www.andreasvesalius.be.
Jacqueline Vons Professor Emeritus of classical languages at Université François Rabelais in Tours and a member of the Académie des sciences, belles-lettres et arts de Touraine. Together with Prof. Stephane Velut, Professor of anatomy at the same university, she published the first French translation of Vesalius’s Epitome and is currently working for the Interuniversity Library of Medicine (BIUM) in Paris on the French translation of Vesalius’s 1543 Fabrica.
Myology before Vesalius – Giovanni Battista Canani (1515 – 1579 n.s.) and his Musculorum Humani Corporis Picturata Dissectio
Only a few original copies of this very rare work are nowin existence, and it can only be seen in a small number of the most prestigious libraries: in Europe mostly in Italy (Bologna, Ferrara, Padua, Pavia, Milan) but also in Dresden, Glasgow, Krakow, London, Oxford, Uppsala and Vienna. The only two original copies in the United States are in the Yale University Library and the Rubenstein Library of Duke University, the latter here published in facsimile.
The study of this beautiful and historically significant work is strongly recommended.
Pre-order this book now for 39 euro + shipping
| Delivery Location |
| Belgium / The Netherlands €44,00 EUR EU (outside Belgium /Netherlands) €49,00 EUR World (outside EU) €58,00 EUR |
Francis van Glabbeek is Professor at the Faculty of Medicine and Health Sciences at the University of Antwerp. He is an orthopaedic surgeon and Assistant Head of the Orthopaedics and Trauma Department of Antwerp University Hospital, specialising in the upper limb. Within the faculty of medicine, he is responsible for musculoskeletal anatomy and the history of medicine.
Maurits Biesbrouck published a Dutch translation of the first volume of the 1543 Fabrica by Vesalius, as well as a Vesalius bibliography and a summary and discussion of the editions of his works, both of which are updated every year at www.andreasvesalius.be.
Jacqueline Vons Professor Emeritus of classical languages at Université François Rabelais in Tours and a member of the Académie des sciences, belles-lettres et arts de Touraine. Together with Prof. Stephane Velut, Professor of anatomy at the same university, she published the first French translation of Vesalius’s Epitome and is currently working for the Interuniversity Library of Medicine (BIUM) in Paris on the French translation of Vesalius’s 1543 Fabrica.
Professionele leergemeenschappen – Een inleiding (6e gewijzigde druk)
Deze publicatie biedt een inleiding op de school als professionele leergemeenschap. Kenmerken en effecten van professionele leergemeenschappen worden beschreven. Uitgebreid wordt ingegaan op de vraag hoe een school zich ontwikkelt tot een professionele leergemeenschap, op de interventies die daarbij effectief zijn en op de rol van de schoolleider. In bijlagen vindt de lezer een aantal praktische instrumenten, zoals vragenlijsten en kijkwijzers, die behulpzaam kunnen zijn bij het ontwikkelen van een school tot een professionele leergemeenschap.
Bij de zesde druk van dit boek is een nieuw hoofdstuk toegevoegd waarin teruggeblikt wordt op drie decennia professionele leergemeenschappen.
Prof. em. dr. E. Verbiest is zelfstandig gevestigd onderwijsadviseur. Hij was lector voor Schoolontwikkeling en Schoolmanagement aan Fontys Hogescholen en gastprofessor Onderwijsinnovatie aan de Universiteit Antwerpen. Eerder was hij projectleider van Magistrum, opleidingen voor schoolleiders. Hij publiceert op het terrein van schoolontwikkeling en het opleiden van schoolleiders.
Professionele leergemeenschappen – Een inleiding (6e gewijzigde druk)
Deze publicatie biedt een inleiding op de school als professionele leergemeenschap. Kenmerken en effecten van professionele leergemeenschappen worden beschreven. Uitgebreid wordt ingegaan op de vraag hoe een school zich ontwikkelt tot een professionele leergemeenschap, op de interventies die daarbij effectief zijn en op de rol van de schoolleider. In bijlagen vindt de lezer een aantal praktische instrumenten, zoals vragenlijsten en kijkwijzers, die behulpzaam kunnen zijn bij het ontwikkelen van een school tot een professionele leergemeenschap.
Bij de zesde druk van dit boek is een nieuw hoofdstuk toegevoegd waarin teruggeblikt wordt op drie decennia professionele leergemeenschappen.
Prof. em. dr. E. Verbiest is zelfstandig gevestigd onderwijsadviseur. Hij was lector voor Schoolontwikkeling en Schoolmanagement aan Fontys Hogescholen en gastprofessor Onderwijsinnovatie aan de Universiteit Antwerpen. Eerder was hij projectleider van Magistrum, opleidingen voor schoolleiders. Hij publiceert op het terrein van schoolontwikkeling en het opleiden van schoolleiders.
Autisme anders bekijken – Omdat geen kind hetzelfde is
Elk kind is uniek en vraagt om een eigen benadering. Aan de hand van acht thema’s, die ook voorkomen op het Autismepaspoort®, beschrijft autismespecialist Suzanne Agterberg-Rouwhorst hoe je oorzaken van gedrag kunt herkennen en hoe je daar vervolgens mee kunt omgaan. Het (h)erkennen van die specifeke behoeften, maar ook van de kwaliteiten van een kind met autisme, zorgt voor meer begrip en de mogelijkheid om aangepast en preventief te handelen. Niet reageren op wat zich ‘aan de buitenkant’ afspeelt, maar juist op wat er werkelijk speelt ‘onder de ijsberg’. Wie als ouder, leerkracht of hulpverlener kan inspelen op die oorzaken van gedrag, maakt het leren en leven van kinderen met autisme een stuk aangenamer. Door de voorbeelden uit de praktijk geeft dit boek de lezer veel herkenning.
Suzanne Agterberg-Rouwhorst (1974) heeft 25 jaar ervaring als leerkracht en autismespecialist in zowel regulier als speciaal onderwijs. In 2014 rondde zij haar Master SEN cum laude af met haar onderzoek ‘Autisme, een andere wereld’. Met dit onderzoek won zij de Fontys ‘Denk Groter prijs’ en de ‘HanneMiekeprijs’ van de Nederlandse Vereniging voor Autisme (NVA). Autisme Anders Bekijken is een weergave van haar onderzoek, waarbij zij haar ervaringen als autismespecialist op een school voor Voortgezet Speciaal Onderwijs gebruikt om de theorie tot leven te brengen. Suzanne ontwikkelde het Autismepaspoort en de Jouw Autisme Methodiek. Vanuit haar bureau Spectrumvisie verzorgt zij trainingen over autisme aan scholen en instellingen.
Autisme anders bekijken – Omdat geen kind hetzelfde is
Elk kind is uniek en vraagt om een eigen benadering. Aan de hand van acht thema’s, die ook voorkomen op het Autismepaspoort®, beschrijft autismespecialist Suzanne Agterberg-Rouwhorst hoe je oorzaken van gedrag kunt herkennen en hoe je daar vervolgens mee kunt omgaan. Het (h)erkennen van die specifeke behoeften, maar ook van de kwaliteiten van een kind met autisme, zorgt voor meer begrip en de mogelijkheid om aangepast en preventief te handelen. Niet reageren op wat zich ‘aan de buitenkant’ afspeelt, maar juist op wat er werkelijk speelt ‘onder de ijsberg’. Wie als ouder, leerkracht of hulpverlener kan inspelen op die oorzaken van gedrag, maakt het leren en leven van kinderen met autisme een stuk aangenamer. Door de voorbeelden uit de praktijk geeft dit boek de lezer veel herkenning.
Suzanne Agterberg-Rouwhorst (1974) heeft 25 jaar ervaring als leerkracht en autismespecialist in zowel regulier als speciaal onderwijs. In 2014 rondde zij haar Master SEN cum laude af met haar onderzoek ‘Autisme, een andere wereld’. Met dit onderzoek won zij de Fontys ‘Denk Groter prijs’ en de ‘HanneMiekeprijs’ van de Nederlandse Vereniging voor Autisme (NVA). Autisme Anders Bekijken is een weergave van haar onderzoek, waarbij zij haar ervaringen als autismespecialist op een school voor Voortgezet Speciaal Onderwijs gebruikt om de theorie tot leven te brengen. Suzanne ontwikkelde het Autismepaspoort en de Jouw Autisme Methodiek. Vanuit haar bureau Spectrumvisie verzorgt zij trainingen over autisme aan scholen en instellingen.
Marketingplan. De kunst van het in- en uitzoomen. Stapsgewijs model met checklists, tools en tips
In dit boek worden een kader en een aantal tools/tips aangereikt die de product-, brand- of marketingmanager toelaten om het marketingplan beter te structureren en aan te sturen. Deze werkwijze is bruikbaar op diverse planningsniveaus (merk-, business unit of ondernemingsniveau) en in verschillende markten (business-to-consumer, business-to-business, internationaal enz.).
De kunst bij het ontwikkelen van een consistent en dynamisch marketingplan bestaat erin om op bepaalde componenten in te zoomen met het juiste detailniveau, maar tegelijkertijd ook het ruimere plaatje te blijven zien (uitzoomen op het groter geheel van verschillende met elkaar verweven componenten). Ook heeft het boek oog voor het maken van groeibewegingen, waarbij moet worden nagegaan in welke mate men connecteert/disconnecteert met het heden en verleden als bedrijf/merk.
In deze nieuwe, herziene uitgave is er nog meer oog voor de nieuwe trends in de marketingwereld, o.a. de toenemende ‘digitalisering’ en de ‘agility’ om ook om te gaan met omgevingsveranderingen zoals bv. een pandemie als Covid-19. Ook werd het luik tactiek (over de marketingmix) grondig uitgebreid met heel wat theoretische aanvullingen.
Marc Logman is doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen. Hij doceert marketing en business modeling aan verschillende universiteiten (onder meer de KU Leuven en de Universiteit Hasselt). Hij publiceerde vele internationale artikels. In 2008 won hij een Internationale Award van SAVE International voor beste paper van het jaar rond value engineering (waardeanalyse) en in 2018 won hij de Garant-studieboekprijs met de vorige versie van dit boek.
Marketingplan. De kunst van het in- en uitzoomen. Stapsgewijs model met checklists, tools en tips
In dit boek worden een kader en een aantal tools/tips aangereikt die de product-, brand- of marketingmanager toelaten om het marketingplan beter te structureren en aan te sturen. Deze werkwijze is bruikbaar op diverse planningsniveaus (merk-, business unit of ondernemingsniveau) en in verschillende markten (business-to-consumer, business-to-business, internationaal enz.).
De kunst bij het ontwikkelen van een consistent en dynamisch marketingplan bestaat erin om op bepaalde componenten in te zoomen met het juiste detailniveau, maar tegelijkertijd ook het ruimere plaatje te blijven zien (uitzoomen op het groter geheel van verschillende met elkaar verweven componenten). Ook heeft het boek oog voor het maken van groeibewegingen, waarbij moet worden nagegaan in welke mate men connecteert/disconnecteert met het heden en verleden als bedrijf/merk.
In deze nieuwe, herziene uitgave is er nog meer oog voor de nieuwe trends in de marketingwereld, o.a. de toenemende ‘digitalisering’ en de ‘agility’ om ook om te gaan met omgevingsveranderingen zoals bv. een pandemie als Covid-19. Ook werd het luik tactiek (over de marketingmix) grondig uitgebreid met heel wat theoretische aanvullingen.
Marc Logman is doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen. Hij doceert marketing en business modeling aan verschillende universiteiten (onder meer de KU Leuven en de Universiteit Hasselt). Hij publiceerde vele internationale artikels. In 2008 won hij een Internationale Award van SAVE International voor beste paper van het jaar rond value engineering (waardeanalyse) en in 2018 won hij de Garant-studieboekprijs met de vorige versie van dit boek.
Burgerschapseducatie. Tolerantie, morele vaardigheden en kritisch denken
Dit is niet eenvoudig voor de school, in een samenleving met harde tegenstellingen, complotdenkers, nepnieuws, en sociale media vol hate speech, seksisme en bedreigingen.
Gericht op docenten/leraren, pedagogen en studenten voor die beroepen worden de belangrijkste filosofsche discussies, theorievorming en empirisch onderzoek rond deze drie begrippen besproken, en enkele voor veel docenten/leraren lastige problemen. Namelijk, hoe voorkom je indoctrinatie? Hoe behandel je gevoelige onderwerpen? Hoe maak je leerlingen echt weerbaar? Het boek bevat een groot aantal didactische suggesties.
Agnes Tellings werkte 15 jaar bij Wijsgerige & Historische Pedagogiek en 15 jaar bij Pedagogische Wetenschappen & Onderwijskunde aan de Radboud Universiteit, waar zij sinds haar pensionering in 2020 gastonderzoeker is. Zij heeft dus expertise in filosofisch én empirisch onderzoek. In 2021 was zij co-redacteur van een themanummer over tolerantie in opvoeding en onderwijs van het wetenschappelijk tijdschrift Pedagogiek.
Burgerschapseducatie. Tolerantie, morele vaardigheden en kritisch denken
Dit is niet eenvoudig voor de school, in een samenleving met harde tegenstellingen, complotdenkers, nepnieuws, en sociale media vol hate speech, seksisme en bedreigingen.
Gericht op docenten/leraren, pedagogen en studenten voor die beroepen worden de belangrijkste filosofsche discussies, theorievorming en empirisch onderzoek rond deze drie begrippen besproken, en enkele voor veel docenten/leraren lastige problemen. Namelijk, hoe voorkom je indoctrinatie? Hoe behandel je gevoelige onderwerpen? Hoe maak je leerlingen echt weerbaar? Het boek bevat een groot aantal didactische suggesties.
Agnes Tellings werkte 15 jaar bij Wijsgerige & Historische Pedagogiek en 15 jaar bij Pedagogische Wetenschappen & Onderwijskunde aan de Radboud Universiteit, waar zij sinds haar pensionering in 2020 gastonderzoeker is. Zij heeft dus expertise in filosofisch én empirisch onderzoek. In 2021 was zij co-redacteur van een themanummer over tolerantie in opvoeding en onderwijs van het wetenschappelijk tijdschrift Pedagogiek.
Het Stuivenbergziekenhuis (1879-2022). Een erfgoedicoon in Antwerpen
In ‘het Stuivenberg’ werd in 1902 ook de eerste Beroepsschool voor Ziekenverpleging in België opgericht. Zij zou later uitgroeien tot het prestigieuze Hoger Instituut voor Verpleegkunde (HIV).
In de meer dan 140-jarige geschiedenis van het Stuivenberg zin honderdduizenden patiënten behandeld, geopereerd, of verzorgd geworden door opeenvolgende teams van artsen en verpleegkundigen, alsmede dienst- en administratieve personeelsleden. Zij zorgden voor een geneeskundige zorg, die alsmaar performanter werd door de vele ontdekkingen, uitvindingen en technologische ontwikkelingen, die zich in die periode hebben voorgedaan. Ziekten als tuberculose, kinderverlamming, beroerten, nierziekten en vele andere, doch evenzeer operaties aan buikorganen, bloedvaten of beenderen worden uitgebreid besproken.
Niet het minst worden geneesheren als Albin Lambote, Fritz Sano en Ludo van Bogaert gehuldigd; zij waren wereldwijd voortrekkers in de orthopedie, de psychiatrie en de neurologie. Doch evenzeer hebben tientallen, ja honderden artsen en verpleegkundigen meegeholpen aan de faam die het Stuivenberg genoot bij de Antwerpse bevolking. Van hen, en van de door hen verstrekte medische zorgen in vrijwel alle domeinen van de zorg, wordt in dit boek verslag uitgebracht.
Met het aanstaande vertrek van de patiënten van het acute ziekenhuis Stuivenberg naar de site van het Cadix-hospitaal, wordt aan al deze ‘stuivenbergers’ dit boek in dierbare herinnering opgedragen.
Het Stuivenbergziekenhuis (1879-2022). Een erfgoedicoon in Antwerpen
In ‘het Stuivenberg’ werd in 1902 ook de eerste Beroepsschool voor Ziekenverpleging in België opgericht. Zij zou later uitgroeien tot het prestigieuze Hoger Instituut voor Verpleegkunde (HIV).
In de meer dan 140-jarige geschiedenis van het Stuivenberg zin honderdduizenden patiënten behandeld, geopereerd, of verzorgd geworden door opeenvolgende teams van artsen en verpleegkundigen, alsmede dienst- en administratieve personeelsleden. Zij zorgden voor een geneeskundige zorg, die alsmaar performanter werd door de vele ontdekkingen, uitvindingen en technologische ontwikkelingen, die zich in die periode hebben voorgedaan. Ziekten als tuberculose, kinderverlamming, beroerten, nierziekten en vele andere, doch evenzeer operaties aan buikorganen, bloedvaten of beenderen worden uitgebreid besproken.
Niet het minst worden geneesheren als Albin Lambote, Fritz Sano en Ludo van Bogaert gehuldigd; zij waren wereldwijd voortrekkers in de orthopedie, de psychiatrie en de neurologie. Doch evenzeer hebben tientallen, ja honderden artsen en verpleegkundigen meegeholpen aan de faam die het Stuivenberg genoot bij de Antwerpse bevolking. Van hen, en van de door hen verstrekte medische zorgen in vrijwel alle domeinen van de zorg, wordt in dit boek verslag uitgebracht.
Met het aanstaande vertrek van de patiënten van het acute ziekenhuis Stuivenberg naar de site van het Cadix-hospitaal, wordt aan al deze ‘stuivenbergers’ dit boek in dierbare herinnering opgedragen.
Slavernij/Oekraïne. Themanummer Filosofie & Praktijk- – Jrg. 43 nr. 2 (2022)
Slavernij/Oekraïne. Themanummer Filosofie & Praktijk- – Jrg. 43 nr. 2 (2022)
Jongeren en online seksueel grensoverschrijdend gedrag. Wegwijs in het digitale tijdperk
Deze gids gaat in op de verschillende seksuele activiteiten die op en via het internet en nieuwe media plaatsvinden. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen gezond seksueel gedrag en seksueel grensoverschrijdend gedrag in het digitale landschap. Zowel het wettelijk als hulpverleningskader worden besproken. Problematisch gedrag inzake extreme pornografie, upskirting, seksueelmisbruikbeelden van minderjarigen en peer-to-peer online grooming zijn enkele voorbeelden die in dit boek uitvoerig worden besproken. Thema’s zoals Dark Web, jeugddelinquentierecht, seksuele ontwikkeling, preventieve hulpverlening, mediaopvoeding, monitoring en deontologie komen eveneens aan bod.
Jongeren en online seksueel grensoverschrijdend gedrag: Wegwijs in het digitale tijdperk is een praktische handleiding voor psychologen, seksuologen, criminologen, kinder- en jeugdpsychiaters, juristen en studenten die werken met jongeren die online seksueel grensoverschrijdend hebben gepleegd, of zich in de risicogroep bevinden. Allerlei tools voor de diagnostiek, preventie en therapie worden in dit boek aangereikt. Daarbovenop wordt ook een praktische toepassing aan de hand van verschillende casussen besproken.
Zohra Lkasbi is klinisch kinderpsycholoog, criminoloog en gedragstherapeut. Zij is werkzaam in ZNA Universitair Kinder- en Jeugdpsychiatrie Antwerpen (UKJA), binnen de zorgeenheid externaliserende stoornissen - adolescenten. Zij is gespecialiseerd in de diagnostiek en behandeling van jeugdige zedendelinquenten en adolescenten met een psychiatrische problematiek in combinatie met normoverschrijdend gedrag. Daarnaast heeft ze de laatste jaren expertise opgebouwd over jongeren die online seksueel grensoverschrijdend gedrag hebben gepleegd.
Jongeren en online seksueel grensoverschrijdend gedrag. Wegwijs in het digitale tijdperk
Deze gids gaat in op de verschillende seksuele activiteiten die op en via het internet en nieuwe media plaatsvinden. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen gezond seksueel gedrag en seksueel grensoverschrijdend gedrag in het digitale landschap. Zowel het wettelijk als hulpverleningskader worden besproken. Problematisch gedrag inzake extreme pornografie, upskirting, seksueelmisbruikbeelden van minderjarigen en peer-to-peer online grooming zijn enkele voorbeelden die in dit boek uitvoerig worden besproken. Thema’s zoals Dark Web, jeugddelinquentierecht, seksuele ontwikkeling, preventieve hulpverlening, mediaopvoeding, monitoring en deontologie komen eveneens aan bod.
Jongeren en online seksueel grensoverschrijdend gedrag: Wegwijs in het digitale tijdperk is een praktische handleiding voor psychologen, seksuologen, criminologen, kinder- en jeugdpsychiaters, juristen en studenten die werken met jongeren die online seksueel grensoverschrijdend hebben gepleegd, of zich in de risicogroep bevinden. Allerlei tools voor de diagnostiek, preventie en therapie worden in dit boek aangereikt. Daarbovenop wordt ook een praktische toepassing aan de hand van verschillende casussen besproken.
Zohra Lkasbi is klinisch kinderpsycholoog, criminoloog en gedragstherapeut. Zij is werkzaam in ZNA Universitair Kinder- en Jeugdpsychiatrie Antwerpen (UKJA), binnen de zorgeenheid externaliserende stoornissen - adolescenten. Zij is gespecialiseerd in de diagnostiek en behandeling van jeugdige zedendelinquenten en adolescenten met een psychiatrische problematiek in combinatie met normoverschrijdend gedrag. Daarnaast heeft ze de laatste jaren expertise opgebouwd over jongeren die online seksueel grensoverschrijdend gedrag hebben gepleegd.
Inleiding gezondheidspromotie voor verpleeg- en vroedkunde
Verpleegkundigen en vroedvrouwen hebben een opdracht in het versterken van de gezondheidsvaardigheden en het gezonde gedrag van hun zorgvragers. Dit handboek biedt kaders om hun competenties voor deze opdracht verder te ontwikkelen, dit zowel in hun werk met individuele zorgvragers als met doelgroepen.
In deze publicatie wordt aandacht gegeven aan de link met communicatie en relationele vaardigheden en wordt veel verwezen naar relevante bronnen en organisaties.
Christine Ceulemans is socioloog. Zij begeleidt studenten Verpleegkunde en Vroedkunde aan de Karel de Grote Hogeschool tijdens hun opleiding tot gezondheidspromotor en maatschappelijk-sensitieve zorgverlener. Daarnaast werkt ze als zorgcoach binnen deze hogeschool.
Inleiding gezondheidspromotie voor verpleeg- en vroedkunde
Verpleegkundigen en vroedvrouwen hebben een opdracht in het versterken van de gezondheidsvaardigheden en het gezonde gedrag van hun zorgvragers. Dit handboek biedt kaders om hun competenties voor deze opdracht verder te ontwikkelen, dit zowel in hun werk met individuele zorgvragers als met doelgroepen.
In deze publicatie wordt aandacht gegeven aan de link met communicatie en relationele vaardigheden en wordt veel verwezen naar relevante bronnen en organisaties.
Christine Ceulemans is socioloog. Zij begeleidt studenten Verpleegkunde en Vroedkunde aan de Karel de Grote Hogeschool tijdens hun opleiding tot gezondheidspromotor en maatschappelijk-sensitieve zorgverlener. Daarnaast werkt ze als zorgcoach binnen deze hogeschool.
Het hemd met de onmogelijke knopen – Praktische gids op jouw weg met de ziekte van Parkinson
Het vernemen van de diagnose van de ziekte van Parkinson gaat veelal gepaard met een zoektocht naar informatie en de hoop op innovatieve behandelingen die de ziekte kunnen afremmen, stopzetten of genezen. Het world wide web voorziet jou van informatie, soms correct en diepgaand, maar vaak ook minder betrouwbaar of onjuist. Dit boek wil tegemoetkomen aan de chaos aan online-informatie door op een gestructureerde manier wetenschappelijk betrouwbare kennis aan te bieden. De ziekte van Parkinson is een bijzondere ziekte, waarbij ook het leren omgaan met de symptomen een hele uitdaging is. Naast een bron van informatie wil dit boek een praktische gids zijn op jouw weg met de ziekte van Parkinson. Dit is een boek voor personen met de ziekte van Parkinson, hun partner, kinderen en hun bredere omgeving.
Miet De Letter is als onderzoeker en hoofddocent verbonden aan de faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de UGent. Ze is voorzitter van de opleiding Logopedische en Audiologische Wetenschappen en van de Interdisciplinaire Postgraduaatopleiding Neurorevalidatie van de UGent. Met een team van experten staat ze aan het roer van Parkinson Zorgwijzer Vlaanderen. Haar klinische en wetenschappelijke expertise grijpt ze aan om studenten en cursisten op te leiden tot gespecialiseerde zorgverstrekkers voor personen met de ziekte van Parkinson.
Tom Steeland is als zelfstandige logopedist gespecialiseerd in parkinsonzorg. Met een team van logopedisten heeft hij een jarenlange ervaring opgebouwd in de thuisbegeleiding van personen met de ziekte van Parkinson en hun omgeving. Hij streeft naar een parkinsonzorg in interdisciplinair samenwerkingsverband, waarbij de persoon achter de patiënt met de ziekte van Parkinson centraal staat.
Patrick Santens is neuroloog in het UZ Gent en gewoon hoogleraar neurologie aan de UGent. Zijn hoofdspecialisatie situeert zich in het vakgebied van de bewegingsstoornissen, in het bijzonder de ziekte van Parkinson en aanverwante stoornissen.
Het hemd met de onmogelijke knopen – Praktische gids op jouw weg met de ziekte van Parkinson
Het vernemen van de diagnose van de ziekte van Parkinson gaat veelal gepaard met een zoektocht naar informatie en de hoop op innovatieve behandelingen die de ziekte kunnen afremmen, stopzetten of genezen. Het world wide web voorziet jou van informatie, soms correct en diepgaand, maar vaak ook minder betrouwbaar of onjuist. Dit boek wil tegemoetkomen aan de chaos aan online-informatie door op een gestructureerde manier wetenschappelijk betrouwbare kennis aan te bieden. De ziekte van Parkinson is een bijzondere ziekte, waarbij ook het leren omgaan met de symptomen een hele uitdaging is. Naast een bron van informatie wil dit boek een praktische gids zijn op jouw weg met de ziekte van Parkinson. Dit is een boek voor personen met de ziekte van Parkinson, hun partner, kinderen en hun bredere omgeving.
Miet De Letter is als onderzoeker en hoofddocent verbonden aan de faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de UGent. Ze is voorzitter van de opleiding Logopedische en Audiologische Wetenschappen en van de Interdisciplinaire Postgraduaatopleiding Neurorevalidatie van de UGent. Met een team van experten staat ze aan het roer van Parkinson Zorgwijzer Vlaanderen. Haar klinische en wetenschappelijke expertise grijpt ze aan om studenten en cursisten op te leiden tot gespecialiseerde zorgverstrekkers voor personen met de ziekte van Parkinson.
Tom Steeland is als zelfstandige logopedist gespecialiseerd in parkinsonzorg. Met een team van logopedisten heeft hij een jarenlange ervaring opgebouwd in de thuisbegeleiding van personen met de ziekte van Parkinson en hun omgeving. Hij streeft naar een parkinsonzorg in interdisciplinair samenwerkingsverband, waarbij de persoon achter de patiënt met de ziekte van Parkinson centraal staat.
Patrick Santens is neuroloog in het UZ Gent en gewoon hoogleraar neurologie aan de UGent. Zijn hoofdspecialisatie situeert zich in het vakgebied van de bewegingsstoornissen, in het bijzonder de ziekte van Parkinson en aanverwante stoornissen.
Logica en filosofie van de taal – Voor al wie bezig is met taal en tekst
Dit boek biedt een brede inleiding in de analyse van denken en taal. Het is bedoeld voor al wie bezig is met taal en tekst, in het dagelijks leven, op school en op de werkvloer. Het vereist geen voorkennis. De uiteenzetting is opgebouwd uit twee delen. In het eerste deel staat het denken centraal. De twee belangrijkste vragen daaromtrent zijn: de vraag van de informele logica naar de relevantie van een argument, en de vraag van de formele logica naar de juistheid van een conclusie. In het tweede deel ligt de nadruk op taal en haar verhouding tot betekenis, het denken en de werkelijkheid. De stof wordt toegelicht aan de hand van voorbeelden afkomstig uit een grote verscheidenheid aan domeinen, politiek, literair en wetenschappelijk, die tonen hoe belangrijk een juiste kijk op denken en taal is om in de wereld onze weg te vinden. Om de zelfwerkzaamheid van de lezer te stimuleren, zijn aan het eind van ieder hoofdstuk opgaven opgenomen.
De titel van het boek wijst er meteen op dat het onderwerp ‘logica en filosofie van de taal’ niet alleen is weggelegd voor specialisten (al dan niet in ivoren torens). En al lijkt het op het eerste gezicht bedoeld voor een academisch niveau, het is ook ‘geschikt als leidraad bij cursussen laatste jaar middelbaar onderwijs ter voorbereiding op het hoger onderwijs en voor al wie bezig is met taal en tekst’ (Jan Cumps, Voor u gelezen, Impuls voor onderwijsbegeleiding, 47(4), p.199).
Van 2009 tot 2019 was Martine Lejeune (PhD filosofie) gastprofessor filosofie aan de Universiteit Gent. Zij studeerde filosofie aan de Universiteit Gent en promoveerde aan de Universiteit Antwerpen op een proefschrift over speculatieve logica. Sinds 2022 is zij voltijds schrijfster. Zij schrijft fictie en non-fictie.
Logica en filosofie van de taal – Voor al wie bezig is met taal en tekst
Dit boek biedt een brede inleiding in de analyse van denken en taal. Het is bedoeld voor al wie bezig is met taal en tekst, in het dagelijks leven, op school en op de werkvloer. Het vereist geen voorkennis. De uiteenzetting is opgebouwd uit twee delen. In het eerste deel staat het denken centraal. De twee belangrijkste vragen daaromtrent zijn: de vraag van de informele logica naar de relevantie van een argument, en de vraag van de formele logica naar de juistheid van een conclusie. In het tweede deel ligt de nadruk op taal en haar verhouding tot betekenis, het denken en de werkelijkheid. De stof wordt toegelicht aan de hand van voorbeelden afkomstig uit een grote verscheidenheid aan domeinen, politiek, literair en wetenschappelijk, die tonen hoe belangrijk een juiste kijk op denken en taal is om in de wereld onze weg te vinden. Om de zelfwerkzaamheid van de lezer te stimuleren, zijn aan het eind van ieder hoofdstuk opgaven opgenomen.
De titel van het boek wijst er meteen op dat het onderwerp ‘logica en filosofie van de taal’ niet alleen is weggelegd voor specialisten (al dan niet in ivoren torens). En al lijkt het op het eerste gezicht bedoeld voor een academisch niveau, het is ook ‘geschikt als leidraad bij cursussen laatste jaar middelbaar onderwijs ter voorbereiding op het hoger onderwijs en voor al wie bezig is met taal en tekst’ (Jan Cumps, Voor u gelezen, Impuls voor onderwijsbegeleiding, 47(4), p.199).
Van 2009 tot 2019 was Martine Lejeune (PhD filosofie) gastprofessor filosofie aan de Universiteit Gent. Zij studeerde filosofie aan de Universiteit Gent en promoveerde aan de Universiteit Antwerpen op een proefschrift over speculatieve logica. Sinds 2022 is zij voltijds schrijfster. Zij schrijft fictie en non-fictie.
Filosoferen in sociaal werk. De kracht van het niet-weten in de agogische praktijk.
Filosoferen is een spel. Het is spelen met de heersende principes, de gangbare opinies en de gedeelde waarden van een samenleving. Het is graven naar de onderliggende vooronderstellingen die hen schragen en hen testen op hun houdbaarheid, maar het is geen vrijblijvend spel. Diepgewortelde ideeën ter discussie stellen kan ontwrichtend zijn. Filosofie brengt zowel het denken als mensen, de samenleving dus, in beweging. Dit maakt de filosofie tot een krachtige bondgenoot voor alle beroepen die sociaal onrecht aan de kaak stellen en streven naar een meer rechtvaardige samenleving.
Daniël Janssens, Aleidis Devillé en Jonathan Lambaerts zijn allen verbonden aan de Opleiding Sociaal werk van Hogeschool Thomas More, Campus Geel. Wim Wouters is raadgever sociaal werk, armoede en diversiteit op het kabinet van Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn.
Filosoferen in sociaal werk. De kracht van het niet-weten in de agogische praktijk.
Filosoferen is een spel. Het is spelen met de heersende principes, de gangbare opinies en de gedeelde waarden van een samenleving. Het is graven naar de onderliggende vooronderstellingen die hen schragen en hen testen op hun houdbaarheid, maar het is geen vrijblijvend spel. Diepgewortelde ideeën ter discussie stellen kan ontwrichtend zijn. Filosofie brengt zowel het denken als mensen, de samenleving dus, in beweging. Dit maakt de filosofie tot een krachtige bondgenoot voor alle beroepen die sociaal onrecht aan de kaak stellen en streven naar een meer rechtvaardige samenleving.
Daniël Janssens, Aleidis Devillé en Jonathan Lambaerts zijn allen verbonden aan de Opleiding Sociaal werk van Hogeschool Thomas More, Campus Geel. Wim Wouters is raadgever sociaal werk, armoede en diversiteit op het kabinet van Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn.
Ken je innerlijke goden en godinnen
Soms zijn bepaalde goden of godinnen wat ondergeschoven geraakt of nemen ze een grotere plaats in dan ons lief is. De auteur toont hoe we bestaansrecht kunnen geven aan alle aspecten van onze persoon en biedt praktische handvaten om eventueel een ander, beter evenwicht in onszelf te vinden. Hierdoor winnen we zowel aan kracht (zelfkennis, persoonlijke groei) als aan mildheid.
Jan Van der Vurst werkt als consulent en opleider in het domein van menselijk gedrag. Hij voert opdrachten uit voor bedrijven in de vijf continenten. Van der Vurst publiceerde enkele boeken over invloed, over moed en over stakeholder management. Hij leidt het training- en adviesbureau Jeran.
Ken je innerlijke goden en godinnen
Soms zijn bepaalde goden of godinnen wat ondergeschoven geraakt of nemen ze een grotere plaats in dan ons lief is. De auteur toont hoe we bestaansrecht kunnen geven aan alle aspecten van onze persoon en biedt praktische handvaten om eventueel een ander, beter evenwicht in onszelf te vinden. Hierdoor winnen we zowel aan kracht (zelfkennis, persoonlijke groei) als aan mildheid.
Jan Van der Vurst werkt als consulent en opleider in het domein van menselijk gedrag. Hij voert opdrachten uit voor bedrijven in de vijf continenten. Van der Vurst publiceerde enkele boeken over invloed, over moed en over stakeholder management. Hij leidt het training- en adviesbureau Jeran.
Démence chez les personnes âgées issues de l’immigration
S’inscrivant dans une démarche scientifique, cet ouvrage s’appuie sur les témoignages de personnes âgées d’origines marocaine, turque et italienne, de leurs aidants proches et de soignants professionnels pour décrire la prise en charge de l’alzheimer chez ces seniors, leurs besoins et les stratégies de soins mises en œuvre par les aidants proches et les intervenants professionnels pour y répondre. Il aborde en outre les services et les soins qui seront nécessaires à l’avenir pour assurer une meilleure prise en charge de la maladie chez ces aînés.
La personne âgée était au cœur de l’étude menée, et cela transparaît également dans le message que cet ouvrage cherche à faire passer. Après un bref aperçu de l’histoire de l’immigration en Belgique et une esquisse des besoins des seniors issus de cette immigration, les auteures donnent à voir la manière dont les personnes âgées et leurs aidants proches vivent l’alzheimer. Elles se penchent ensuite sur le déroulement du processus diagnostique lié à l’alzheimer ainsi que sur les soins et l’assistance apportés aux personnes âgées qui en souffrent. Cette partie de l’ouvrage s’attache à décrire les soins informels apportés par les aidants proches, ainsi que les influences qui s’exercent sur les soins professionnels et la perception dont ils font l’objet, tant en Belgique qu’à l’étranger. Enfin, l’ouvrage présente plusieurs exemples de projets inspirants menés dans d’autres pays et formule des recommandations en vue d’une prise en charge mieux adaptée des personnes âgées issues de l’immigration.
Cet ouvrage se veut une source d’inspiration pour les aidants proches, les soignants professionnels et les décideurs politiques, et entend les aider à relever le défi, trop peu mis en lumière, qui consiste à proposer des soins adaptés aux seniors issus de l’immigration atteints de démence. Il peut contribuer à amorcer le dialogue sur cette problématique et propose des pistes pour améliorer et moderniser la pratique en la matière.
Dr. Saloua Berdai Chaouni a une doctorat en agogique pour adults et est diplômée en sciences biomédicales et gérontologue. Elle est chercheuse rattachée à l’Erasmushogeschool Brussel, à la Vrije Universiteit Brussel et à la Karel de Grote Hogeschool, où elle enseigne également. Ses recherches se situent à la croisée du vieillissement, de la diversité et des soins.
Ann Claeys est infirmière et gérontologue. Elle est chercheuse rattachée à l’Erasmushogeschool Brussel, où elle est également chargée de cours, et à la Vrije Universiteit Brussel. Elle mène des recherches sur les soins sensibles à la culture et sur les compétences culturelles chez les professionnels des soins.
Démence chez les personnes âgées issues de l’immigration
S’inscrivant dans une démarche scientifique, cet ouvrage s’appuie sur les témoignages de personnes âgées d’origines marocaine, turque et italienne, de leurs aidants proches et de soignants professionnels pour décrire la prise en charge de l’alzheimer chez ces seniors, leurs besoins et les stratégies de soins mises en œuvre par les aidants proches et les intervenants professionnels pour y répondre. Il aborde en outre les services et les soins qui seront nécessaires à l’avenir pour assurer une meilleure prise en charge de la maladie chez ces aînés.
La personne âgée était au cœur de l’étude menée, et cela transparaît également dans le message que cet ouvrage cherche à faire passer. Après un bref aperçu de l’histoire de l’immigration en Belgique et une esquisse des besoins des seniors issus de cette immigration, les auteures donnent à voir la manière dont les personnes âgées et leurs aidants proches vivent l’alzheimer. Elles se penchent ensuite sur le déroulement du processus diagnostique lié à l’alzheimer ainsi que sur les soins et l’assistance apportés aux personnes âgées qui en souffrent. Cette partie de l’ouvrage s’attache à décrire les soins informels apportés par les aidants proches, ainsi que les influences qui s’exercent sur les soins professionnels et la perception dont ils font l’objet, tant en Belgique qu’à l’étranger. Enfin, l’ouvrage présente plusieurs exemples de projets inspirants menés dans d’autres pays et formule des recommandations en vue d’une prise en charge mieux adaptée des personnes âgées issues de l’immigration.
Cet ouvrage se veut une source d’inspiration pour les aidants proches, les soignants professionnels et les décideurs politiques, et entend les aider à relever le défi, trop peu mis en lumière, qui consiste à proposer des soins adaptés aux seniors issus de l’immigration atteints de démence. Il peut contribuer à amorcer le dialogue sur cette problématique et propose des pistes pour améliorer et moderniser la pratique en la matière.
Dr. Saloua Berdai Chaouni a une doctorat en agogique pour adults et est diplômée en sciences biomédicales et gérontologue. Elle est chercheuse rattachée à l’Erasmushogeschool Brussel, à la Vrije Universiteit Brussel et à la Karel de Grote Hogeschool, où elle enseigne également. Ses recherches se situent à la croisée du vieillissement, de la diversité et des soins.
Ann Claeys est infirmière et gérontologue. Elle est chercheuse rattachée à l’Erasmushogeschool Brussel, où elle est également chargée de cours, et à la Vrije Universiteit Brussel. Elle mène des recherches sur les soins sensibles à la culture et sur les compétences culturelles chez les professionnels des soins.
Levensbeeld en kanker. Een existentiële, spirituele visie
Hoe kunnen we een omgang vinden met wat ons overkomt naar lichaam en ziel, naar wat deze ziekte met ons doet of ons zegt? In de vakliteratuur is het psychologisch jargon dominant, terwijl 'het andere spreken', vanuit de existentiële, spirituele gezichtshoek, op de achtergrond blijft. Dit boek wil tegemoetkomen aan deze leemte.
Elf personen, met uiteenlopende levensbeschouwingen, komen aan het woord over hun omgang met deze ziekte in hun leven. Het begrip aanvaarding, in samenhang met aanverwante begrippen als ziel, zin en levensverhaal, wordt uitgewerkt als sleutelbegrip in deze opgave.
Francesco Kortekaas ontrafelt de samenhang tussen de verstoring van het concrete leven, de vragen naar het bestaan en de impact op de levensbeschouwing. Als denkkader voor de gesprekken over de existentiële en spirituele opgave bij kankerpatiënten kiest hij voor het schetsen van het levensbeeld, de weergave van de persoonlijke levensvisie en het unieke levensverhaal.
Francesco Kortekaas studeerde theologie aan de Rijksuniversiteit van Leiden en aan de Hogeschool voor Theologie en Pastoraat in Heerlen. Hij werkte ruim zestien jaar als RK pastoraal werker in het Psychiatrisch Centrum St.-Willibrord in Heiloo en was daarna tweeëntwintig jaar werkzaam als geestelijk verzorger in het Antoni van Leeuwenhoek in Amsterdam, een ziekenhuis en onderzoeksinstituut gespecialiseerd in oncologie. De gesprekken met patiënten, met uiteenlopende levensbeschouwingen, zijn inspiratie geweest tot dit schrijven.
Levensbeeld en kanker. Een existentiële, spirituele visie
Hoe kunnen we een omgang vinden met wat ons overkomt naar lichaam en ziel, naar wat deze ziekte met ons doet of ons zegt? In de vakliteratuur is het psychologisch jargon dominant, terwijl 'het andere spreken', vanuit de existentiële, spirituele gezichtshoek, op de achtergrond blijft. Dit boek wil tegemoetkomen aan deze leemte.
Elf personen, met uiteenlopende levensbeschouwingen, komen aan het woord over hun omgang met deze ziekte in hun leven. Het begrip aanvaarding, in samenhang met aanverwante begrippen als ziel, zin en levensverhaal, wordt uitgewerkt als sleutelbegrip in deze opgave.
Francesco Kortekaas ontrafelt de samenhang tussen de verstoring van het concrete leven, de vragen naar het bestaan en de impact op de levensbeschouwing. Als denkkader voor de gesprekken over de existentiële en spirituele opgave bij kankerpatiënten kiest hij voor het schetsen van het levensbeeld, de weergave van de persoonlijke levensvisie en het unieke levensverhaal.
Francesco Kortekaas studeerde theologie aan de Rijksuniversiteit van Leiden en aan de Hogeschool voor Theologie en Pastoraat in Heerlen. Hij werkte ruim zestien jaar als RK pastoraal werker in het Psychiatrisch Centrum St.-Willibrord in Heiloo en was daarna tweeëntwintig jaar werkzaam als geestelijk verzorger in het Antoni van Leeuwenhoek in Amsterdam, een ziekenhuis en onderzoeksinstituut gespecialiseerd in oncologie. De gesprekken met patiënten, met uiteenlopende levensbeschouwingen, zijn inspiratie geweest tot dit schrijven.
De verpleegkundige als organisator van zorg
Enerzijds handelt de verpleegkundige autonoom en is er binnen de beroepsgroep de drang naar verdere profilering. Anderzijds blijft er de verbondenheid met andere beroepen binnen de gezondheidszorg, zoals artsen en andere hulpverleners. Dit boek sluit aan bij het professionaliseringsproces van het verpleegkundig beroep, waarbij de patiënt de centrale figuur is. Voortdurend dringt zich de vraag op: wat is verpleegkunde, wat is het niet, en: wat is dan de specifieke focus van verpleegkunde?
Dit boek is een leidraad bij de beantwoording van deze vragen. Hierbij worden concepten, methoden en modellen uit de verplegingswetenschap gebruikt. Het doel is theoretische begrippen te vertalen naar de dagelijkse praktijkvoering van de verpleegkunde.
Deze nieuwe uitgave besteedt tijd aan de manier hoe het evidence-based werken in België is uitgebouwd. Er wordt getoond hoe een verpleegkundige in België toegang krijgt tot het best beschikbare bewijs om dit naast de voorkeur van de patiënt te kunnen leggen en zo met zijn expertise aan verpleegkundige diagnostiek te doen in de klinische context.
Ze is bedoeld voor de opleiding tot bachelor in de verpleegkunde en vormt meteen ook een goede voorbereiding op de opleiding tot academische master in de verpleegkunde en de vroedkunde. Ze is tevens een naslagwerk zowel voor verpleegkundigen in postgraduaat en BanaBa-opleidingen als voor gezondheidswerkers met belangstelling voor verpleegkundige wetenschappen. De verpleegkundige-in-dienst vindt hier een actuele visie op het werk.
Bart Geurden, verpleegkundige en doctor in de medische wetenschappen, was als docent verbonden aan de Karel de Grote Hogeschool en de Universiteit Antwerpen, in de opleidingen tot bachelor en master in de Verpleeg- en Vroedkunde. Momenteel is hij als post-doctoraal onderzoeker verbonden aan de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Antwerpen en aan het Nutritieteam van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen. Als senior researcher voert hij onderzoek in het kader van voeding en malnutritie in de gezondheidszorg en leidt hij het ‘Center for Research and Innovation in Gastrology & Primary Food Care’.
Wijlen Lieve Van Hemel was werkzaam als lector verpleegkunde en pedagogisch coördinator aan het Sint-Vincentius-instituut voor Verpleegkunde in Antwerpen. Na de fusie van hogescholen was zij hoofd Opleiding Verpleegkunde van respectievelijk deKarel de Grote Hogeschool in Antwerpen en de Katholieke Hogeschool in Mechelen. Zij was geruime tijd lid van de Wetenschappelijke Vereniging Voor Verpleegkundigen en Vroedvrouwen.
Marleen Corremans is afgestudeerd als logopedist en behaalde een master in de verpleegkunde en vroedkunde en de beroepstitel oncologie. In 2015 ruilde ze het ziekenhuis voor een carrière bij KdG waar ze lector werd van de verpleegkundige interventies in de oncologie. Momenteel werkt Marleen aan een doctoraat in medische wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. In 2020 werd ze directeur van de ‘Belgian Interuniversity Collaboration for Evidence-based Practice’ (BICEP: a JBI Affiliated group), een centrum dat aan het Joanna Briggs Instituut verbonden is.
De verpleegkundige als organisator van zorg
Enerzijds handelt de verpleegkundige autonoom en is er binnen de beroepsgroep de drang naar verdere profilering. Anderzijds blijft er de verbondenheid met andere beroepen binnen de gezondheidszorg, zoals artsen en andere hulpverleners. Dit boek sluit aan bij het professionaliseringsproces van het verpleegkundig beroep, waarbij de patiënt de centrale figuur is. Voortdurend dringt zich de vraag op: wat is verpleegkunde, wat is het niet, en: wat is dan de specifieke focus van verpleegkunde?
Dit boek is een leidraad bij de beantwoording van deze vragen. Hierbij worden concepten, methoden en modellen uit de verplegingswetenschap gebruikt. Het doel is theoretische begrippen te vertalen naar de dagelijkse praktijkvoering van de verpleegkunde.
Deze nieuwe uitgave besteedt tijd aan de manier hoe het evidence-based werken in België is uitgebouwd. Er wordt getoond hoe een verpleegkundige in België toegang krijgt tot het best beschikbare bewijs om dit naast de voorkeur van de patiënt te kunnen leggen en zo met zijn expertise aan verpleegkundige diagnostiek te doen in de klinische context.
Ze is bedoeld voor de opleiding tot bachelor in de verpleegkunde en vormt meteen ook een goede voorbereiding op de opleiding tot academische master in de verpleegkunde en de vroedkunde. Ze is tevens een naslagwerk zowel voor verpleegkundigen in postgraduaat en BanaBa-opleidingen als voor gezondheidswerkers met belangstelling voor verpleegkundige wetenschappen. De verpleegkundige-in-dienst vindt hier een actuele visie op het werk.
Bart Geurden, verpleegkundige en doctor in de medische wetenschappen, was als docent verbonden aan de Karel de Grote Hogeschool en de Universiteit Antwerpen, in de opleidingen tot bachelor en master in de Verpleeg- en Vroedkunde. Momenteel is hij als post-doctoraal onderzoeker verbonden aan de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Antwerpen en aan het Nutritieteam van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen. Als senior researcher voert hij onderzoek in het kader van voeding en malnutritie in de gezondheidszorg en leidt hij het ‘Center for Research and Innovation in Gastrology & Primary Food Care’.
Wijlen Lieve Van Hemel was werkzaam als lector verpleegkunde en pedagogisch coördinator aan het Sint-Vincentius-instituut voor Verpleegkunde in Antwerpen. Na de fusie van hogescholen was zij hoofd Opleiding Verpleegkunde van respectievelijk deKarel de Grote Hogeschool in Antwerpen en de Katholieke Hogeschool in Mechelen. Zij was geruime tijd lid van de Wetenschappelijke Vereniging Voor Verpleegkundigen en Vroedvrouwen.
Marleen Corremans is afgestudeerd als logopedist en behaalde een master in de verpleegkunde en vroedkunde en de beroepstitel oncologie. In 2015 ruilde ze het ziekenhuis voor een carrière bij KdG waar ze lector werd van de verpleegkundige interventies in de oncologie. Momenteel werkt Marleen aan een doctoraat in medische wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. In 2020 werd ze directeur van de ‘Belgian Interuniversity Collaboration for Evidence-based Practice’ (BICEP: a JBI Affiliated group), een centrum dat aan het Joanna Briggs Instituut verbonden is.
Zo lukt het. 10 praktijktips voor goed basisonderwijs voor kinderen in kansarmoede (en alle anderen)
Het lijkt wel dat ons onderwijs geen algemeen antwoord vindt op de vraag wat deze kinderen nodig hebben. Nochtans wordt er in de scholen met een groot aantal kinderen in kansarmoede erg hard gewerkt en staan leerkrachten onder enorme druk. Er worden ook nieuwe methodes uitgeprobeerd, maar die brengen niet de verwachte positieve resultaten. Wat werkt er dan wel?
Het boek Zo lukt het is het resultaat van een lange zoektocht naar wat wel werkt voor de grote groep kinderen, ook voor hen die opgroeien in kansarmoede. Het boek geeft 10 praktijktips om het onderwijs voor kinderen in kansarmoede kwalitatief en uitdagend te maken, zodat ook hun ontwikkelingsmogelijkheden zo goed mogelijk benut worden. Deze tips blijken ook op het leren van de andere kinderen een positieve invloed te hebben.
Albert Janssens werkte als onderwijzer in het gewone basisonderwijs, in het B.L.O. (type 3), in het Bu.S.O. (O.V.3) en als praktijklector in de lerarenopleiding (K.H.Leuven). Hij werd sinds 1992 trainer in verschillende denkontwikkelingsprogramma’s (Feuerstein, Haywood, Greenberg, Klein) en in een taalontwikkelingsprogramma (The Hanen Center). In 1993 richtte hij zijn eigen vormingscentrum Ce.S.M.O.O. op en sindsdien geeft hij in binnen – en buitenland vorming en coaching. Hij verzorgt pedagogische studiedagen in het basisonderwijs en is gastlector aan verschillende hogescholen. Sinds 2006 verzorgt hij ook vormingen in de kinderopvang. Hij schreef verschillende boeken en artikels. De laatste jaren richt zijn werk zich vooral op hoe ontwikkelend onderwijs kinderen in kansarmoede kan helpen in hun leerproces.
Zo lukt het. 10 praktijktips voor goed basisonderwijs voor kinderen in kansarmoede (en alle anderen)
Het lijkt wel dat ons onderwijs geen algemeen antwoord vindt op de vraag wat deze kinderen nodig hebben. Nochtans wordt er in de scholen met een groot aantal kinderen in kansarmoede erg hard gewerkt en staan leerkrachten onder enorme druk. Er worden ook nieuwe methodes uitgeprobeerd, maar die brengen niet de verwachte positieve resultaten. Wat werkt er dan wel?
Het boek Zo lukt het is het resultaat van een lange zoektocht naar wat wel werkt voor de grote groep kinderen, ook voor hen die opgroeien in kansarmoede. Het boek geeft 10 praktijktips om het onderwijs voor kinderen in kansarmoede kwalitatief en uitdagend te maken, zodat ook hun ontwikkelingsmogelijkheden zo goed mogelijk benut worden. Deze tips blijken ook op het leren van de andere kinderen een positieve invloed te hebben.
Albert Janssens werkte als onderwijzer in het gewone basisonderwijs, in het B.L.O. (type 3), in het Bu.S.O. (O.V.3) en als praktijklector in de lerarenopleiding (K.H.Leuven). Hij werd sinds 1992 trainer in verschillende denkontwikkelingsprogramma’s (Feuerstein, Haywood, Greenberg, Klein) en in een taalontwikkelingsprogramma (The Hanen Center). In 1993 richtte hij zijn eigen vormingscentrum Ce.S.M.O.O. op en sindsdien geeft hij in binnen – en buitenland vorming en coaching. Hij verzorgt pedagogische studiedagen in het basisonderwijs en is gastlector aan verschillende hogescholen. Sinds 2006 verzorgt hij ook vormingen in de kinderopvang. Hij schreef verschillende boeken en artikels. De laatste jaren richt zijn werk zich vooral op hoe ontwikkelend onderwijs kinderen in kansarmoede kan helpen in hun leerproces.
De opgroeidriehoek
Dit boek is bedoeld voor alle grote mensen die te maken hebben met kinderen, professioneel of privé. Het is niet alleen een pleidooi om de wereld meer door de ogen van kinderen te bezien, maar geeft ook handvatten om vanuit systemisch perspectief de wereld van kinderen een klein beetje beter te maken.
Aan de hand van voorbeelden uit de praktijk, wordt geprobeerd te laten zien dat de enige echte richtlijn binnen rechtspraak en jeugdzorg, het perspectief van het kind kan zijn. Voor mensen in de jeugdzorg, de rechtspraak, de hulpverlening en het onderwijs, kan dit boek wat fundament bieden tegen de eigen onmacht. Voor alle andere grote mensen kan dit boek helpen bij het verkrijgen van de moed die soms nodig is om de hand uit te strekken naar een kind dat het moeilijk heeft.
Het boek De opgroeidriehoek wijkt af van de abstracte wijze waarop deskundigen en beleidsmakers vaak spreken met en over kinderen. Het gaat over het dagelijks leven van een kind en geeft de boodschap dat iedereen in de gelegenheid is om verantwoordelijkheid te nemen.
Het boek geeft hoop dat ook professionals durven kijken naar wat er wel kan, waarbij zo ver mogelijk wordt weggebleven van veroordeling.
Anneke van Teijlingen is van oorsprong verpleegkundige en heeft zich later ontwikkeld als MfN-registermediator binnen de rechtbank. Momenteel werkt zij voornamelijk als Bijzondere Curator, zowel in nationale als internationale casuïstiek. Zij probeert in haar werk haar systeemtherapeutische opleiding te combineren met haar overtuiging dat een kind nooit mag verworden tot een dossier.
De opgroeidriehoek
Dit boek is bedoeld voor alle grote mensen die te maken hebben met kinderen, professioneel of privé. Het is niet alleen een pleidooi om de wereld meer door de ogen van kinderen te bezien, maar geeft ook handvatten om vanuit systemisch perspectief de wereld van kinderen een klein beetje beter te maken.
Aan de hand van voorbeelden uit de praktijk, wordt geprobeerd te laten zien dat de enige echte richtlijn binnen rechtspraak en jeugdzorg, het perspectief van het kind kan zijn. Voor mensen in de jeugdzorg, de rechtspraak, de hulpverlening en het onderwijs, kan dit boek wat fundament bieden tegen de eigen onmacht. Voor alle andere grote mensen kan dit boek helpen bij het verkrijgen van de moed die soms nodig is om de hand uit te strekken naar een kind dat het moeilijk heeft.
Het boek De opgroeidriehoek wijkt af van de abstracte wijze waarop deskundigen en beleidsmakers vaak spreken met en over kinderen. Het gaat over het dagelijks leven van een kind en geeft de boodschap dat iedereen in de gelegenheid is om verantwoordelijkheid te nemen.
Het boek geeft hoop dat ook professionals durven kijken naar wat er wel kan, waarbij zo ver mogelijk wordt weggebleven van veroordeling.
Anneke van Teijlingen is van oorsprong verpleegkundige en heeft zich later ontwikkeld als MfN-registermediator binnen de rechtbank. Momenteel werkt zij voornamelijk als Bijzondere Curator, zowel in nationale als internationale casuïstiek. Zij probeert in haar werk haar systeemtherapeutische opleiding te combineren met haar overtuiging dat een kind nooit mag verworden tot een dossier.
Rondom Cornelis Verhoeven – Ruimte voor vertraging in filosofie en onderwijspraktijk
De centrale thema’s in zijn werk zijn verwondering en dankbaarheid, ontvankelijkheid en geduld, rust en stilte. Deze bieden een tegenwicht tegen oprukkende verschijnselen als het activisme, de rusteloosheid en de nadruk op snelle resultaten in het onderwijs. Cornelis Verhoeven neemt afstand van de maakbaarheidsideologie en pleit voor het niet-planbare en niet-berekenbare dat de kern van onderwijs uitmaakt: een leraar en leerlingen die zich samen buigen over de zaken uit de wereld.
Joop Berding presenteert in dit boek de onderwijsfilosofie van Cornelis Verhoeven. Bovendien gaat hij in gesprekken met onderwijsmensen na wat deze visie voor het onderwijs en de leraren van vandaag te betekenen heeft.
Een verrassend actuele en stimulerende bijdrage aan het doorgaande gesprek over wat onderwijs is en kan zijn.
Kijk hier voor twee korte recensies in het vakblad Van12tot18
Een uitgebreide recensie van het boek op Nieuwwij.nl
Een interview met de auteur in Trouw
Een recensie van het boek in Pedagogiek
Joop Berding in Tjipcast
Joop Berding is pedagoog en opvoedingsfilosoof. Hij werkte vele jaren in en rond het onderwijs, onder andere als onderwijzer, beleidsmedewerker, praktijkonderzoeker, hogeschooldocent en auteur. Eerder publiceerde hij boeken en artikelen over denkers als Korczak, Dewey en Arendt en over thema’s als geduld en spel.
De website van de auteur
Rondom Cornelis Verhoeven – Ruimte voor vertraging in filosofie en onderwijspraktijk
De centrale thema’s in zijn werk zijn verwondering en dankbaarheid, ontvankelijkheid en geduld, rust en stilte. Deze bieden een tegenwicht tegen oprukkende verschijnselen als het activisme, de rusteloosheid en de nadruk op snelle resultaten in het onderwijs. Cornelis Verhoeven neemt afstand van de maakbaarheidsideologie en pleit voor het niet-planbare en niet-berekenbare dat de kern van onderwijs uitmaakt: een leraar en leerlingen die zich samen buigen over de zaken uit de wereld.
Joop Berding presenteert in dit boek de onderwijsfilosofie van Cornelis Verhoeven. Bovendien gaat hij in gesprekken met onderwijsmensen na wat deze visie voor het onderwijs en de leraren van vandaag te betekenen heeft.
Een verrassend actuele en stimulerende bijdrage aan het doorgaande gesprek over wat onderwijs is en kan zijn.
Kijk hier voor twee korte recensies in het vakblad Van12tot18
Een uitgebreide recensie van het boek op Nieuwwij.nl
Een interview met de auteur in Trouw
Een recensie van het boek in Pedagogiek
Joop Berding in Tjipcast
Joop Berding is pedagoog en opvoedingsfilosoof. Hij werkte vele jaren in en rond het onderwijs, onder andere als onderwijzer, beleidsmedewerker, praktijkonderzoeker, hogeschooldocent en auteur. Eerder publiceerde hij boeken en artikelen over denkers als Korczak, Dewey en Arendt en over thema’s als geduld en spel.
De website van de auteur
Vóórdat je zwanger wordt – Wat vrouwen en mannen moeten weten
Met adviezen van: Prof. dr. Yves Jacquemyn (hoofd van de afdeling Gynaecologie van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen) en dr. Attie Go, prof. dr. Joop Laven, prof. dr. Regine Steegers-Theunissen (van het Erasmus MC in Rotterdam).
Prof. dr. Eric Steegers is gynaecoloog en hoogleraar Verloskunde en Gynaecologie in het Erasmus MC in Rotterdam. Hij heeft meerdere initiatieven genomen om de verloskundige zorg te verbeteren, bijvoorbeeld met preconceptiespreekuren en met aandacht voor de zwangere vrouwen en gezinnen in armoedesituaties.
Drs. Anjo Geluk-Bleumink is publicist en socioloog. Ze is (mede-)auteur van onder meer Het Tweelingenboek en Vroeg geboren.
Samen schreven ze ook Gezond zwanger worden, het handboek over preconceptiezorg.
Vóórdat je zwanger wordt – Wat vrouwen en mannen moeten weten
Met adviezen van: Prof. dr. Yves Jacquemyn (hoofd van de afdeling Gynaecologie van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen) en dr. Attie Go, prof. dr. Joop Laven, prof. dr. Regine Steegers-Theunissen (van het Erasmus MC in Rotterdam).
Prof. dr. Eric Steegers is gynaecoloog en hoogleraar Verloskunde en Gynaecologie in het Erasmus MC in Rotterdam. Hij heeft meerdere initiatieven genomen om de verloskundige zorg te verbeteren, bijvoorbeeld met preconceptiespreekuren en met aandacht voor de zwangere vrouwen en gezinnen in armoedesituaties.
Drs. Anjo Geluk-Bleumink is publicist en socioloog. Ze is (mede-)auteur van onder meer Het Tweelingenboek en Vroeg geboren.
Samen schreven ze ook Gezond zwanger worden, het handboek over preconceptiezorg.
(h)OREN(dol)?! Alle antwoorden op je vragen over tinnitus
15 à 20% van de volwassenen heeft tinnitus. Er bestaat echter nog steeds geen kant-en-klare, snelle oplossing voor deze klacht die voor iedereen werkzaam is. Maar het is wel zeker dat tinnitus géén constante last hoeft te zijn en/of te blijven. Er bestaat voor elke patiënt absoluut een oplossing om zijn/haar last te verminderen. Dit boek draagt bij tot belangrijke inzichten, wat op zichzelf reeds therapeutisch kan werken. Het vervangt geen gespecialiseerde of geïndividualiseerde tinnitusbegeleiding, maar vormt zeker een extra houvast en ondersteuning in dergelijk traject. Dit werk beoogt dus vooral om een ondersteunend platform te zijn, waarbij de vele vragen die de lezer heeft omtrent tinnitus duidelijk en eerlijk beantwoord zullen worden.
Het is een naslagwerk met verklaringen van o.a. het ontstaan van tinnitus en het geeft toelichting rond de vele termen, onderzoeken en behandelingen die in het kader van dit thema bestaan. Dit boek is daarmee, in de eerste plaats, gericht aan mensen die zelf met tinnitus kampen en die op zoek zijn naar correcte informatie. Tevens kan het een handige ondersteuning zijn voor hulpverleners (zoals huisartsen, Neus-Keel-Oorartsen, audiologen, psychologen of kinesisten) die in contact komen met tinnituspatiënten en hen correcte adviezen wensen te verschafen. Het werk is gebaseerd op de meest recente wetenschappelijke inzichten, gebracht in een begrijpelijke taal.
Professor dr. Annick Gilles studeerde Audiologische Wetenschappen aan de Universiteit Gent. Ze vond het verbijsterend hoeveel mensen last van tinnitus ondervinden en hoe sommigen hier echt onder kunnen lijden. In 2011 startte ze een doctoraatsonderzoek aan de Universiteit Antwerpen naar de effecten van lawaaischade en naar het optreden van tinnitus bij jongeren na luide muziekblootstelling. Ze behaalde in 2014 de doctoraatstitel in de Medische Wetenschappen en bleef zich gepassioneerd verder specialiseren in tinnitus. Sinds 2018 is ze professor aan de Universiteit Antwerpen en de Hogeschool Gent waar ze actief is in de modules rond gehoor in de geneeskundige en audiologische opleidingen. Ze is hoofd van de audiologische afdeling op de dienst Neus-Keel-Oor en Hoofd-Halsheelkunde van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen (UZA) en ze is de oprichter en bezieler van TINTRA (Tinnitus Treatment & Research Center Antwerpen), een internationaal vooraanstaand expertise- en onderzoekscentrum omtrent tinnitus. Samen met een gespecialiseerd, multidisciplinair team staat ze met TINTRA in voor de diagnose, begeleiding en behandeling van jaarlijks om en bij de 2500 tinnituspatiënten.
(h)OREN(dol)?! Alle antwoorden op je vragen over tinnitus
15 à 20% van de volwassenen heeft tinnitus. Er bestaat echter nog steeds geen kant-en-klare, snelle oplossing voor deze klacht die voor iedereen werkzaam is. Maar het is wel zeker dat tinnitus géén constante last hoeft te zijn en/of te blijven. Er bestaat voor elke patiënt absoluut een oplossing om zijn/haar last te verminderen. Dit boek draagt bij tot belangrijke inzichten, wat op zichzelf reeds therapeutisch kan werken. Het vervangt geen gespecialiseerde of geïndividualiseerde tinnitusbegeleiding, maar vormt zeker een extra houvast en ondersteuning in dergelijk traject. Dit werk beoogt dus vooral om een ondersteunend platform te zijn, waarbij de vele vragen die de lezer heeft omtrent tinnitus duidelijk en eerlijk beantwoord zullen worden.
Het is een naslagwerk met verklaringen van o.a. het ontstaan van tinnitus en het geeft toelichting rond de vele termen, onderzoeken en behandelingen die in het kader van dit thema bestaan. Dit boek is daarmee, in de eerste plaats, gericht aan mensen die zelf met tinnitus kampen en die op zoek zijn naar correcte informatie. Tevens kan het een handige ondersteuning zijn voor hulpverleners (zoals huisartsen, Neus-Keel-Oorartsen, audiologen, psychologen of kinesisten) die in contact komen met tinnituspatiënten en hen correcte adviezen wensen te verschafen. Het werk is gebaseerd op de meest recente wetenschappelijke inzichten, gebracht in een begrijpelijke taal.
Professor dr. Annick Gilles studeerde Audiologische Wetenschappen aan de Universiteit Gent. Ze vond het verbijsterend hoeveel mensen last van tinnitus ondervinden en hoe sommigen hier echt onder kunnen lijden. In 2011 startte ze een doctoraatsonderzoek aan de Universiteit Antwerpen naar de effecten van lawaaischade en naar het optreden van tinnitus bij jongeren na luide muziekblootstelling. Ze behaalde in 2014 de doctoraatstitel in de Medische Wetenschappen en bleef zich gepassioneerd verder specialiseren in tinnitus. Sinds 2018 is ze professor aan de Universiteit Antwerpen en de Hogeschool Gent waar ze actief is in de modules rond gehoor in de geneeskundige en audiologische opleidingen. Ze is hoofd van de audiologische afdeling op de dienst Neus-Keel-Oor en Hoofd-Halsheelkunde van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen (UZA) en ze is de oprichter en bezieler van TINTRA (Tinnitus Treatment & Research Center Antwerpen), een internationaal vooraanstaand expertise- en onderzoekscentrum omtrent tinnitus. Samen met een gespecialiseerd, multidisciplinair team staat ze met TINTRA in voor de diagnose, begeleiding en behandeling van jaarlijks om en bij de 2500 tinnituspatiënten.
Hoogbegaafde kinderen opvoeden. Praktische gids voor de sociaal-emotionele begeleiding van hoogbegaafde kinderen en jongeren
Op zulke momenten hebben deze kinderen iemand nodig die hen begrijpt en vooral iemand die om hen geeft. Het spreekt voor zich dat ouders, maar ook leerkrachten, in deze jaren een cruciale rol spelen. Het is precies in deze vroege jaren dat bepaalde gedragspatronen zich inslijpen tot blijvende gewoontes. Daarom is het zo belangrijk dat volwassenen vroeg starten met een specifieke begeleiding voor deze kinderen en dit het liefst vòòr de leeftijd van 4 à 5 jaar.
Dit boek wil de lezer wegwijs maken in deze bijzondere behoeften aan begeleiding. Het bevat honderden tips over wat best wel te doen en wat liever niet te doen bij het begeleiden van hoogbegaafde kinderen en jongeren.
Begrip en steun van volwassenen geeft niet enkel richting aan de ontwikkeling van het kind, maar reikt vooral modellen van sterkte aan, waarop het kind nadien kan terugvallen.
Carl D’hondt, orthopedagoog, is erevoorzitter van BEKINA (Begaafde Kinderen en Adolescenten).
Hilde Van Rossen, psychologe, was coördinator van de opleiding Bachelor in de Toegepaste Psychologie aan de VIVES Hogeschool West-Vlaanderen.
Hoogbegaafde kinderen opvoeden. Praktische gids voor de sociaal-emotionele begeleiding van hoogbegaafde kinderen en jongeren
Op zulke momenten hebben deze kinderen iemand nodig die hen begrijpt en vooral iemand die om hen geeft. Het spreekt voor zich dat ouders, maar ook leerkrachten, in deze jaren een cruciale rol spelen. Het is precies in deze vroege jaren dat bepaalde gedragspatronen zich inslijpen tot blijvende gewoontes. Daarom is het zo belangrijk dat volwassenen vroeg starten met een specifieke begeleiding voor deze kinderen en dit het liefst vòòr de leeftijd van 4 à 5 jaar.
Dit boek wil de lezer wegwijs maken in deze bijzondere behoeften aan begeleiding. Het bevat honderden tips over wat best wel te doen en wat liever niet te doen bij het begeleiden van hoogbegaafde kinderen en jongeren.
Begrip en steun van volwassenen geeft niet enkel richting aan de ontwikkeling van het kind, maar reikt vooral modellen van sterkte aan, waarop het kind nadien kan terugvallen.
Carl D’hondt, orthopedagoog, is erevoorzitter van BEKINA (Begaafde Kinderen en Adolescenten).
Hilde Van Rossen, psychologe, was coördinator van de opleiding Bachelor in de Toegepaste Psychologie aan de VIVES Hogeschool West-Vlaanderen.
Vademecum. Duurzaam ontwerpen van groene ruimten (2eEd)
Voor beginners, zoals studenten landschapsarchitectuur, architectuur, stedenbouw en groenmanagement is dit vademecum een eerste inwijding in de boeiende wereld van het ontwerpen van groene ruimten. Voor gevorderden biedt het een overzicht van de veelheid aan inzichten en praktische kennis die op dit ogenblik over dit thema voorhanden zijn. Aan ontwerpers biedt het bijkomende expertise over groene ruimten, hoe die te ontwerpen en te beheren en het instrumentarium om ze te ontwikkelen en te handhaven. Voor groenbeheerders, ecologen en andere projectpartners geeft het inzicht in ontwerpen als hefboom voor de ontwikkeling van groene ruimten en hoe dit samenhangt met inrichting en beheer. Ten slotte biedt het vademecum voor opdrachtgevers en projectleiders inspiratie om groene ruimten te ontwerpen voor allerhande ruimtelijke projecten.
Vademecum. Duurzaam ontwerpen van groene ruimten (2eEd)
Voor beginners, zoals studenten landschapsarchitectuur, architectuur, stedenbouw en groenmanagement is dit vademecum een eerste inwijding in de boeiende wereld van het ontwerpen van groene ruimten. Voor gevorderden biedt het een overzicht van de veelheid aan inzichten en praktische kennis die op dit ogenblik over dit thema voorhanden zijn. Aan ontwerpers biedt het bijkomende expertise over groene ruimten, hoe die te ontwerpen en te beheren en het instrumentarium om ze te ontwikkelen en te handhaven. Voor groenbeheerders, ecologen en andere projectpartners geeft het inzicht in ontwerpen als hefboom voor de ontwikkeling van groene ruimten en hoe dit samenhangt met inrichting en beheer. Ten slotte biedt het vademecum voor opdrachtgevers en projectleiders inspiratie om groene ruimten te ontwerpen voor allerhande ruimtelijke projecten.
Als hechten moeilijk is. De rode draad uit het verleden
De auteur beschrijft stap voor stap een professionele en dialooggerichte methodiek voor het begeleiden van jongeren met hechtingsproblemen en -stoornissen én hun ouders en opvoeders in hun eigen thuissituatie, pleeggezin of gezinshuis.
Hij benadrukt:
• psycho-educatie over hechtingsproblemen;
• het in kaart brengen van de gezonde en de minder florissante ontwikkeling van het kind;
• het in kaart brengen van de krachten en de zwakten van het kind en van het gezinssysteem en
• het maken en het uitvoeren van een begeleidingsplan, in dialoog met de ouders en de jeugdige.
Veel van deze ouders hebben in hun eigen jeugd een moeilijke relatie met hun ouders gekend. Uitvoerig beschrijft de auteur het vakkundig begeleiden van deze ouders, zodat zij meer adequaat sensitief en responsief gaan opvoeden en de geschiedenis zich niet meer herhaalt. Grote delen van het boek zijn zo geschreven dat ze aan de ouders kunnen meegegeven worden. Dit helpt de ambulante werker in het geven van de ingewikkelde psycho-educatie over veilige hechting, onveilige hechting en het opvoeden vanuit onveilige hechtingsherinneringen van de ouder zelf.
GIEL VAESSEN werkte als verpleegkundige, groepswerker, sociaal vaardigheidstherapeut, gezinstherapeut, behandel- en zorgcoördinator en teamleider in de jeugdzorg en onderwijs. Daarnaast schreef hij diverse praktijkgerichte boeken en geeft hij sinds 2002 cursussen aan ouderverenigingen, leraren en hulpverleners in de jeugdzorg. Zie Kink in de kabel.
Als hechten moeilijk is. De rode draad uit het verleden
De auteur beschrijft stap voor stap een professionele en dialooggerichte methodiek voor het begeleiden van jongeren met hechtingsproblemen en -stoornissen én hun ouders en opvoeders in hun eigen thuissituatie, pleeggezin of gezinshuis.
Hij benadrukt:
• psycho-educatie over hechtingsproblemen;
• het in kaart brengen van de gezonde en de minder florissante ontwikkeling van het kind;
• het in kaart brengen van de krachten en de zwakten van het kind en van het gezinssysteem en
• het maken en het uitvoeren van een begeleidingsplan, in dialoog met de ouders en de jeugdige.
Veel van deze ouders hebben in hun eigen jeugd een moeilijke relatie met hun ouders gekend. Uitvoerig beschrijft de auteur het vakkundig begeleiden van deze ouders, zodat zij meer adequaat sensitief en responsief gaan opvoeden en de geschiedenis zich niet meer herhaalt. Grote delen van het boek zijn zo geschreven dat ze aan de ouders kunnen meegegeven worden. Dit helpt de ambulante werker in het geven van de ingewikkelde psycho-educatie over veilige hechting, onveilige hechting en het opvoeden vanuit onveilige hechtingsherinneringen van de ouder zelf.
GIEL VAESSEN werkte als verpleegkundige, groepswerker, sociaal vaardigheidstherapeut, gezinstherapeut, behandel- en zorgcoördinator en teamleider in de jeugdzorg en onderwijs. Daarnaast schreef hij diverse praktijkgerichte boeken en geeft hij sinds 2002 cursussen aan ouderverenigingen, leraren en hulpverleners in de jeugdzorg. Zie Kink in de kabel.
‘Structuurverandering/Habermas’. Filosofie & Praktijk jg jrg. 43 nr. 1 (2022)
Dit eerste nummer van jaargang 43 van Filosofie & Praktijk wordt geopend door Jürgen Habermas met zijn bijdrage “Gedachten en hypothesen over een nieuwe structurele verandering van de politieke publieke sfeer”. Deze publicatie, voor Filosofie & Praktijk vertaald door Leon Pijnenburg, verscheen onlangs in een speciaal themanummer van het tijdschrift Leviathan, waarin verschillende auteurs hun licht lieten schijnen op de nieuwe structurele veranderingen van de politieke openbaarheid. Daarmee is de ‘klassieker’ van Jürgen Habermas, Strukturwandel der Öffentlichkeit, (Neuwied 1962; Nederlandse vertaling: De structuurverandering van het publieke domein. Amsterdam: Uitgeverij Boom, 2015) opnieuw uitgangspunt voor discussie. In dit F&P-nummer niet de volledige discussie, maar wel de uitgebreide bijdrage van Habermas naar aanleiding van het boek waarvan hij laat weten dat het in termen van verkoop “hoewel het mijn eerste was, tot op heden mijn meest succesvolle gebleven” is, maar waarvan hij een veel belangrijker gevolg constateert, namelijk “binnen de sociale wetenschappen kreeg het politieke concept van de ‘publieke sfeer’ zo wel een plaats in een bredere sociaal-structurele context.” En dat geldt ook nog vandaag de dag.
De volgende bijdrage aan dit nummer, “Op het spoor van natuurbeleving en cultuuroverdenking aan de hand van Ton Lemaire. Een overzicht” door Petran Kockelkoren, bevat de tekst van zijn rede ter gelegenheid van de uitreiking van de Kasteel Groeneveld Prijs in oktober 2021. Deze prijs wordt toegekend aan “een persoon of organisatie die zich uitzonderlijk heeft ingespannen voor de bewustwording van natuur en landschap voor huidige en toekomstige generaties”. En die persoon was Ton Lemaire. Na zijn bekende Filosofie van het Landschap publiceerde Uitgeverij Ambo nog een twintigtal boeken van Ton Lemaire, waarin telkens de verhouding van cultuur en natuur centraal staat. Petran Kockelkoren kijkt terug: “Al tijdens mijn studietijd aan de Faculteit Filosofie in Groningen in de jaren zeventig heb ik de vormende invloed ondervonden van zijn baanbrekende boeken. Deze hebben mij – en vele generatiegenoten met mij – op het spoor gezet van natuurbeleving en cultuuroverdenking.
Daarna presenteert Dick Willems met zijn bijdrage “Zorg, technologie, ethiek: het goede blijven leren” een bewerking van zijn afscheidsrede als hoogleraar Medische Ethiek aan de Universiteit van Amsterdam, gehouden op 24 september 2021. Hij beschrijf in zijn bewerkte rede wat de medische ethiek naar zijn idee in de afgelopen achttien jaar geleerd heeft. En daarbij neemt hij “geleerd” in de inderdaad dubbele betekenis van onderwezen en opgestoken. Hij bespreek achtereenvolgens de terreinen ‘ondersteuning’, ‘onderzoek’, en ‘onderwijs’, om aan het slot te concluderen: “We moeten ethiek blijven leren maar we moeten ook weer leren om idealen te bedenken, om te dromen.”
In zijn “Minima Philosophica” gaat Ton Vink nader in op de gang van zaken rond het door de Coöperatie Laatste Wil gepropageerde natrium-azide als middel om tot zelfdoding over te gaan. Hoe zit het met de handel in dit middel en hoe gaan mensen eigenlijk dood als ze dit ‘Middel X’ gebruiken? We zijn inmiddels een aantal arrestaties, aangiftes en doden verder en de vraag wordt dan ook gesteld: moet er niet eens wat gebeuren? Het is mooi om een recht te claimen, maar gaat dat niet gepaard met de plicht om op verantwoorde wijze van zo’n recht gebruik te maken? In zijn bijdrage “Sterven en laten sterven” reageert Kees Hellingman vanuit humanistische hoek op de bijdragen aan het thema ‘voltooid leven’ in het laatste nummer van jaargang 42 van F&P. Hij geeft zijn beargumenteerde mening over euthanasie en hulp daarbij, en zet dat af tegen de argumentatie in de bijdragen van verschillende auteurs in het genoemde nummer van Filosofie & Praktijk: “Bovendien meen ik dat te vaak (altijd?) een element ontbreekt in de discussies over dit onderwerp: suïcide in de praktijk. Misschien komt dat omdat het wat makkelijker praten is over de zin van het leven, de beschermwaardigheid, of zelfs de heiligheid ervan, zonder het gitzwarte beeld van de suïcide in het achterhoofd. Daarom wil ik ook daarop ingaan.”
De rubriek Signalementen vormt zoals gebruikelijk de afsluiting van F&P
‘Structuurverandering/Habermas’. Filosofie & Praktijk jg jrg. 43 nr. 1 (2022)
Dit eerste nummer van jaargang 43 van Filosofie & Praktijk wordt geopend door Jürgen Habermas met zijn bijdrage “Gedachten en hypothesen over een nieuwe structurele verandering van de politieke publieke sfeer”. Deze publicatie, voor Filosofie & Praktijk vertaald door Leon Pijnenburg, verscheen onlangs in een speciaal themanummer van het tijdschrift Leviathan, waarin verschillende auteurs hun licht lieten schijnen op de nieuwe structurele veranderingen van de politieke openbaarheid. Daarmee is de ‘klassieker’ van Jürgen Habermas, Strukturwandel der Öffentlichkeit, (Neuwied 1962; Nederlandse vertaling: De structuurverandering van het publieke domein. Amsterdam: Uitgeverij Boom, 2015) opnieuw uitgangspunt voor discussie. In dit F&P-nummer niet de volledige discussie, maar wel de uitgebreide bijdrage van Habermas naar aanleiding van het boek waarvan hij laat weten dat het in termen van verkoop “hoewel het mijn eerste was, tot op heden mijn meest succesvolle gebleven” is, maar waarvan hij een veel belangrijker gevolg constateert, namelijk “binnen de sociale wetenschappen kreeg het politieke concept van de ‘publieke sfeer’ zo wel een plaats in een bredere sociaal-structurele context.” En dat geldt ook nog vandaag de dag.
De volgende bijdrage aan dit nummer, “Op het spoor van natuurbeleving en cultuuroverdenking aan de hand van Ton Lemaire. Een overzicht” door Petran Kockelkoren, bevat de tekst van zijn rede ter gelegenheid van de uitreiking van de Kasteel Groeneveld Prijs in oktober 2021. Deze prijs wordt toegekend aan “een persoon of organisatie die zich uitzonderlijk heeft ingespannen voor de bewustwording van natuur en landschap voor huidige en toekomstige generaties”. En die persoon was Ton Lemaire. Na zijn bekende Filosofie van het Landschap publiceerde Uitgeverij Ambo nog een twintigtal boeken van Ton Lemaire, waarin telkens de verhouding van cultuur en natuur centraal staat. Petran Kockelkoren kijkt terug: “Al tijdens mijn studietijd aan de Faculteit Filosofie in Groningen in de jaren zeventig heb ik de vormende invloed ondervonden van zijn baanbrekende boeken. Deze hebben mij – en vele generatiegenoten met mij – op het spoor gezet van natuurbeleving en cultuuroverdenking.
Daarna presenteert Dick Willems met zijn bijdrage “Zorg, technologie, ethiek: het goede blijven leren” een bewerking van zijn afscheidsrede als hoogleraar Medische Ethiek aan de Universiteit van Amsterdam, gehouden op 24 september 2021. Hij beschrijf in zijn bewerkte rede wat de medische ethiek naar zijn idee in de afgelopen achttien jaar geleerd heeft. En daarbij neemt hij “geleerd” in de inderdaad dubbele betekenis van onderwezen en opgestoken. Hij bespreek achtereenvolgens de terreinen ‘ondersteuning’, ‘onderzoek’, en ‘onderwijs’, om aan het slot te concluderen: “We moeten ethiek blijven leren maar we moeten ook weer leren om idealen te bedenken, om te dromen.”
In zijn “Minima Philosophica” gaat Ton Vink nader in op de gang van zaken rond het door de Coöperatie Laatste Wil gepropageerde natrium-azide als middel om tot zelfdoding over te gaan. Hoe zit het met de handel in dit middel en hoe gaan mensen eigenlijk dood als ze dit ‘Middel X’ gebruiken? We zijn inmiddels een aantal arrestaties, aangiftes en doden verder en de vraag wordt dan ook gesteld: moet er niet eens wat gebeuren? Het is mooi om een recht te claimen, maar gaat dat niet gepaard met de plicht om op verantwoorde wijze van zo’n recht gebruik te maken? In zijn bijdrage “Sterven en laten sterven” reageert Kees Hellingman vanuit humanistische hoek op de bijdragen aan het thema ‘voltooid leven’ in het laatste nummer van jaargang 42 van F&P. Hij geeft zijn beargumenteerde mening over euthanasie en hulp daarbij, en zet dat af tegen de argumentatie in de bijdragen van verschillende auteurs in het genoemde nummer van Filosofie & Praktijk: “Bovendien meen ik dat te vaak (altijd?) een element ontbreekt in de discussies over dit onderwerp: suïcide in de praktijk. Misschien komt dat omdat het wat makkelijker praten is over de zin van het leven, de beschermwaardigheid, of zelfs de heiligheid ervan, zonder het gitzwarte beeld van de suïcide in het achterhoofd. Daarom wil ik ook daarop ingaan.”
De rubriek Signalementen vormt zoals gebruikelijk de afsluiting van F&P
Folk (Music) Education. Naar een didactiek van de Folk
In dit boek gaan we op zoek ‘naar een didactiek van de folk’. We merken immers dat folk meer en meer aandacht krijgt in het onderwijs en dit roept vragen op over de eigenheid van het leren en onderwijzen van folkmuziek. Deze publicatie sluit daarmee aan bij de internationale interesse in popular music pedagogies, en wil een bijdrage leveren aan de concretisering van een authentieke vakdidactiek voor de folkmuziek. In het boek komen diverse ervaringsdeskundigen aan het woord, elk met hun eigen invalshoeken en perspectieven.
'Eindelijk! Eindelijk heeft de leraar, beginnende muzikant en geïnteresseerde lezer die zich op folk dan wel volksmuziek wil storten een uitgebreide bron van informatie. Moge dit boek ervoor zorgen dat vele jongeren de smaak te pakken krijgen. Dat moet lukken en dan blijven verleden, heden en toekomst één groot geheel.'
— Dree Peremans (producer en auteur van o.a. Naar de bronnen van de Folk)
Folk (Music) Education. Naar een didactiek van de Folk
In dit boek gaan we op zoek ‘naar een didactiek van de folk’. We merken immers dat folk meer en meer aandacht krijgt in het onderwijs en dit roept vragen op over de eigenheid van het leren en onderwijzen van folkmuziek. Deze publicatie sluit daarmee aan bij de internationale interesse in popular music pedagogies, en wil een bijdrage leveren aan de concretisering van een authentieke vakdidactiek voor de folkmuziek. In het boek komen diverse ervaringsdeskundigen aan het woord, elk met hun eigen invalshoeken en perspectieven.
'Eindelijk! Eindelijk heeft de leraar, beginnende muzikant en geïnteresseerde lezer die zich op folk dan wel volksmuziek wil storten een uitgebreide bron van informatie. Moge dit boek ervoor zorgen dat vele jongeren de smaak te pakken krijgen. Dat moet lukken en dan blijven verleden, heden en toekomst één groot geheel.'
— Dree Peremans (producer en auteur van o.a. Naar de bronnen van de Folk)
Gezinnen na migratie. Hulpverlening en gezinsbeleid in een superdiverse samenleving (Gezinnen, Relaties en Opvoeding nr. 8)
De oorlog in Oekraïne en de nieuwe vluchtelingencrisis zet op korte termijn de vraag naar opvang hoog op de agenda. Maar wat morgen? Aan welke begeleiding hebben vluchtelingengezinnen nood? En ruimer, hoe gaan we om met de groeiende diversiteit?
Die superdiversiteit weerspiegelt zich nog onvoldoende in het gezinsbeleid. Een zogenaamde universele aanpak houdt onvoldoende rekening met de diversiteit van gezinnen of gezinsleden. Beleidsmakers doen zo niet altijd recht aan de specifieke noden van gezinnen. Het migratie- en asielbeleid zet het recht op een gezinsleven voor migranten en erkende vluchtelingen onder druk. Hulpverleners zijn zoekende hoe ze divers-sensitief kunnen werken op maat van gezinnen.
In dit boek brengen we wetenschappers en praktijkmensen samen die werken met en over gezinnen met een migratieachtergrond, met bijzondere aandacht voor vluchtelingengezinnen. Samen onderzoeken we hoe hulpverlening en gezinsbeleid beter kunnen inspelen op de groeiende superdiversiteit van gezinnen in België, zodat alle gezinnen hun recht op een volwaardig gezinsleven kunnen waarmaken.
Dirk Geldof, Kaat Van Acker, Gianni Loosveldt en Kathleen Emmery (reds.) zijn onderzoekers verbonden aan de Odisee Hogeschool. Naar aanleiding van de Internationale Dag van het Gezin brengt het Kenniscentrum Gezinswetenschappen jaarlijks een publicatie uit.
Met bijdragen van Pascal Debruyne, Hilde De Smedt, Kathleen Emmery, Katja Fournier, Dirk Geldof, Mieke Groeninck, Kim Lecoyer, Gianni Loosveldt, Geert Matthys, Samira Oizaz, Mieke Schrooten, Birsen Taspinar, Miet Timmers, Kaat Van Acker, Roos-Marie van den Bogaard, Simonne Vandewaerde, Roxanne Vanhaeren en Claire Wiewauters.
Gezinnen na migratie. Hulpverlening en gezinsbeleid in een superdiverse samenleving (Gezinnen, Relaties en Opvoeding nr. 8)
De oorlog in Oekraïne en de nieuwe vluchtelingencrisis zet op korte termijn de vraag naar opvang hoog op de agenda. Maar wat morgen? Aan welke begeleiding hebben vluchtelingengezinnen nood? En ruimer, hoe gaan we om met de groeiende diversiteit?
Die superdiversiteit weerspiegelt zich nog onvoldoende in het gezinsbeleid. Een zogenaamde universele aanpak houdt onvoldoende rekening met de diversiteit van gezinnen of gezinsleden. Beleidsmakers doen zo niet altijd recht aan de specifieke noden van gezinnen. Het migratie- en asielbeleid zet het recht op een gezinsleven voor migranten en erkende vluchtelingen onder druk. Hulpverleners zijn zoekende hoe ze divers-sensitief kunnen werken op maat van gezinnen.
In dit boek brengen we wetenschappers en praktijkmensen samen die werken met en over gezinnen met een migratieachtergrond, met bijzondere aandacht voor vluchtelingengezinnen. Samen onderzoeken we hoe hulpverlening en gezinsbeleid beter kunnen inspelen op de groeiende superdiversiteit van gezinnen in België, zodat alle gezinnen hun recht op een volwaardig gezinsleven kunnen waarmaken.
Dirk Geldof, Kaat Van Acker, Gianni Loosveldt en Kathleen Emmery (reds.) zijn onderzoekers verbonden aan de Odisee Hogeschool. Naar aanleiding van de Internationale Dag van het Gezin brengt het Kenniscentrum Gezinswetenschappen jaarlijks een publicatie uit.
Met bijdragen van Pascal Debruyne, Hilde De Smedt, Kathleen Emmery, Katja Fournier, Dirk Geldof, Mieke Groeninck, Kim Lecoyer, Gianni Loosveldt, Geert Matthys, Samira Oizaz, Mieke Schrooten, Birsen Taspinar, Miet Timmers, Kaat Van Acker, Roos-Marie van den Bogaard, Simonne Vandewaerde, Roxanne Vanhaeren en Claire Wiewauters.
Het mysterie van het leren – De rol van myeline, ignition, deep practice en mastercoaching
Op deze en andere vragen gaat auteur Ben Daeter in zijn boek Het mysterie van het leren diepgaand in. Al snel wordt duidelijk dat vier kernbegrippen steeds van essentieel belang zijn, nl. (de)myelinisatie, ignition, deep practice en mastercoaching. Al deze onderwerpen zijn nader verdiept en verbreed door vele wereldwijde nieuwe inzichten en praktisch onderzoek.
Dit werk is een vervolg op en verdere uitdieping van de publicatie van de beroemde Amerikaanse wetenschapper en auteur Daniel Coyle: The Talent Code. Greatness isn’t born, it’s grown.
Het is bedoeld voor ouders, leerkrachten en coaches, kortom voor iedereen die bij de opvoeding en de leerprocessen van kinderen en jongeren betrokken is.
‘I’m grateful to Ben Daeter for his work, and excited to have to see its impact on a new generation of talent builders in the Netherlands and beyond.’ (Dan Coyle)
Ben Daeter is jarenlang werkzaam geweest in vele sectoren van het onderwijs. Daarna is hij zich grondig gaan verdiepen in onderwerpen als hoogbegaafdheid, epigenetica, opvattingen over leren, de meest recente opvattingen over de werking van de hersenen en aangeleerde hulpeloosheid. Hij schreef over deze onderwerpen tientallen boeken en artikelen. Hij verzorgde ook enige biografieën en treedt op als recensent voor Biblion. Jarenlang hield hij zich bezig met het mysterie van het leren met als resultaat deze publicatie.
Het mysterie van het leren – De rol van myeline, ignition, deep practice en mastercoaching
Op deze en andere vragen gaat auteur Ben Daeter in zijn boek Het mysterie van het leren diepgaand in. Al snel wordt duidelijk dat vier kernbegrippen steeds van essentieel belang zijn, nl. (de)myelinisatie, ignition, deep practice en mastercoaching. Al deze onderwerpen zijn nader verdiept en verbreed door vele wereldwijde nieuwe inzichten en praktisch onderzoek.
Dit werk is een vervolg op en verdere uitdieping van de publicatie van de beroemde Amerikaanse wetenschapper en auteur Daniel Coyle: The Talent Code. Greatness isn’t born, it’s grown.
Het is bedoeld voor ouders, leerkrachten en coaches, kortom voor iedereen die bij de opvoeding en de leerprocessen van kinderen en jongeren betrokken is.
‘I’m grateful to Ben Daeter for his work, and excited to have to see its impact on a new generation of talent builders in the Netherlands and beyond.’ (Dan Coyle)
Ben Daeter is jarenlang werkzaam geweest in vele sectoren van het onderwijs. Daarna is hij zich grondig gaan verdiepen in onderwerpen als hoogbegaafdheid, epigenetica, opvattingen over leren, de meest recente opvattingen over de werking van de hersenen en aangeleerde hulpeloosheid. Hij schreef over deze onderwerpen tientallen boeken en artikelen. Hij verzorgde ook enige biografieën en treedt op als recensent voor Biblion. Jarenlang hield hij zich bezig met het mysterie van het leren met als resultaat deze publicatie.
Praten met kinderen – Handboek voor de begeleider
Het boek Praten met kinderen is gericht op ouders met kinderen vanaf ongeveer 10 jaar en geeft aan hoe ouders en kinderen samen kunnen overleggen over problemen, conflicten en meningsverschillen om een oplossing te vinden waar uiteindelijk iedereen tevreden mee is. Als ouders en kinderen samen overleggen, is het belangrijk om te voorkomen dat het gesprek uit de hand loopt, dat de emoties hoog oplopen of dat de discussie eindeloos duurt. Het boek geeft ouders een aantal tips en richtlijnen waarmee zij ervoor kunnen zorgen dat gesprekken met hun kinderen in een goede sfeer verlopen en dat er oplossingen voor problemen gevonden worden.
Nicole van As doceert bij Pedagogische Wetenschappen aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Jan Janssens is er emeritus hoogleraar Opvoedings- en gezinsondersteuning.
Praten met kinderen – Handboek voor de begeleider
Het boek Praten met kinderen is gericht op ouders met kinderen vanaf ongeveer 10 jaar en geeft aan hoe ouders en kinderen samen kunnen overleggen over problemen, conflicten en meningsverschillen om een oplossing te vinden waar uiteindelijk iedereen tevreden mee is. Als ouders en kinderen samen overleggen, is het belangrijk om te voorkomen dat het gesprek uit de hand loopt, dat de emoties hoog oplopen of dat de discussie eindeloos duurt. Het boek geeft ouders een aantal tips en richtlijnen waarmee zij ervoor kunnen zorgen dat gesprekken met hun kinderen in een goede sfeer verlopen en dat er oplossingen voor problemen gevonden worden.
Nicole van As doceert bij Pedagogische Wetenschappen aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Jan Janssens is er emeritus hoogleraar Opvoedings- en gezinsondersteuning.
Praten met kinderen – Een boek voor ouders en andere opvoeders
In dit boek gaan Nicole van As en Jan Janssens in op de manier waarop ouders en kind met dit soort problemen kunnen omgaan. Er wordt veel aandacht geschonken aan de communicatie tussen ouders en kind. De manier waarop ouders en kind met elkaar praten over problemen die zich voordoen, bepaalt voor een belangrijk deel of er een oplossing kan worden gevonden. Vaak lopen de emoties hoog op, als ouders en kind over problemen praten. Ze maken elkaar steeds hardere verwijten en zijn het voortdurend oneens met elkaar. Op die manier lukt het meestal niet om de problemen op te lossen.
Dit boek doet ouders een stappenplan aan de hand om problemen op zo’n manier te bespreken dat het wél lukt om er een oplossing voor te vinden waarmee iedereen tevreden is.
Nicole van As doceert bij Pedagogische Wetenschappen aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Jan Janssens is er emeritus hoogleraar Opvoedings- en gezinsondersteuning.
Praten met kinderen – Een boek voor ouders en andere opvoeders
In dit boek gaan Nicole van As en Jan Janssens in op de manier waarop ouders en kind met dit soort problemen kunnen omgaan. Er wordt veel aandacht geschonken aan de communicatie tussen ouders en kind. De manier waarop ouders en kind met elkaar praten over problemen die zich voordoen, bepaalt voor een belangrijk deel of er een oplossing kan worden gevonden. Vaak lopen de emoties hoog op, als ouders en kind over problemen praten. Ze maken elkaar steeds hardere verwijten en zijn het voortdurend oneens met elkaar. Op die manier lukt het meestal niet om de problemen op te lossen.
Dit boek doet ouders een stappenplan aan de hand om problemen op zo’n manier te bespreken dat het wél lukt om er een oplossing voor te vinden waarmee iedereen tevreden is.
Nicole van As doceert bij Pedagogische Wetenschappen aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Jan Janssens is er emeritus hoogleraar Opvoedings- en gezinsondersteuning.
De kracht van de denkdieren (Prentenboek + Handleiding) – Executieve functies in woord en in beeld
De kracht van de denkdieren is een spannend verhaal geschreven voor lagereschool/basisschool-kinderen om hen kennis te laten maken met hun eigen executieve functies. Elk dier staat als metafoor voor een bepaalde executieve functie, die we allen nodig hebben om effectief en zelfstandig te kunnen leren, denken en handelen.Op speelse wijze worden de executieve functies uitgelegd en afgebeeld. De mooie prenten maken het geheel af om de kinderen maximaal mee te slepen in de wereld van de denkdieren (en hun executief functioneren). Dit kan zowel op individueel niveau (thuis of in therapie) als in groepsverband (in de zorg(klas) of tijdens groepstherapie).
Bij dit prentenboek hoort een praktische handleiding om ouders, leerkrachten, therapeuten en opvoeders wegwijs te maken in de wereld van de executieve functies. Elk dier (en dus elke EF) wordt hierin concreet toegelicht met tips en aandacht voor het specifiek trainen van executieve functies bij kinderen en jongeren. Neem de handleiding zeker ter hand alvorens je dit verhaal voorleest.
Lise Bauweleers(logopediste), Kristel De Bruyne en Karlien De Troeyer (ergoptherapeuten) zijn alle drie tewerkgesteld in het Centrum voor Ambulante Revalidatie Sint-Lievenspoort in Gent. Met al heel wat jaren ervaring op de teller hebben zij een unieke, kindgerichte en concrete aanpak ontwikkeld voor kinderen met zwakkere executieve functies. Deze aanpak passen zij toe in individuele en groepstherapieën, alsook geven zij hun expertise door via interne en externe vormingen.
De kracht van de denkdieren (Prentenboek + Handleiding) – Executieve functies in woord en in beeld
De kracht van de denkdieren is een spannend verhaal geschreven voor lagereschool/basisschool-kinderen om hen kennis te laten maken met hun eigen executieve functies. Elk dier staat als metafoor voor een bepaalde executieve functie, die we allen nodig hebben om effectief en zelfstandig te kunnen leren, denken en handelen.Op speelse wijze worden de executieve functies uitgelegd en afgebeeld. De mooie prenten maken het geheel af om de kinderen maximaal mee te slepen in de wereld van de denkdieren (en hun executief functioneren). Dit kan zowel op individueel niveau (thuis of in therapie) als in groepsverband (in de zorg(klas) of tijdens groepstherapie).
Bij dit prentenboek hoort een praktische handleiding om ouders, leerkrachten, therapeuten en opvoeders wegwijs te maken in de wereld van de executieve functies. Elk dier (en dus elke EF) wordt hierin concreet toegelicht met tips en aandacht voor het specifiek trainen van executieve functies bij kinderen en jongeren. Neem de handleiding zeker ter hand alvorens je dit verhaal voorleest.
Lise Bauweleers(logopediste), Kristel De Bruyne en Karlien De Troeyer (ergoptherapeuten) zijn alle drie tewerkgesteld in het Centrum voor Ambulante Revalidatie Sint-Lievenspoort in Gent. Met al heel wat jaren ervaring op de teller hebben zij een unieke, kindgerichte en concrete aanpak ontwikkeld voor kinderen met zwakkere executieve functies. Deze aanpak passen zij toe in individuele en groepstherapieën, alsook geven zij hun expertise door via interne en externe vormingen.
Beloftevolle muziek/The promise of music. Hoop en verwachtingen in hoger muziekonderwijs/Hopes and expectations in higher music education
Jonge muzikanten die vandaag professionele muziekstudies aanvatten, hebben een missie. Hun keuze voor een arbeidsintensieve studie die weinig garanties biedt op een stabiele baan, vergt moed en geloof. Geloof in het eigen kunnen, maar ook in het potentieel van muziek voor de wereld van morgen.
Deze publicatie stelt de vraag hoe muziek vandaag beloftevol kan zijn, en hoe conservatoria kunnen helpen die belofte te vervullen.
Met bijdragen van studenten, docenten en onderzoekers verbonden aan het Koninklijk Conservatorium Den Haag.
--------------------------------------------------------------------------------------------------
This book contains both the English- as well as the dutch-language version of the publication.
In the present day young musicians who start their professional musical studies have a mission. Their choice for a labour-intensive education that offers few guarantees at obtaining a steady job requires a lot of courage and faith. Both faith in their own potential, as well as in that of music for the world of tomorrow.
This publication asks how music today can be promising, and also how conservatories can help to fulfil that promise.
Students, teachers and researchers affiliated to the Royal Conservatoire The Hague have contributed to this book.
Paul Craenen is onderzoeker, componist en een veelgevraagd expert op het snijvlak van kunstpraktijk, onderwijs en onderzoek. Sinds 2018 leidt hij het lectoraat Music, Education & Society aan het Koninklijk Conservatorium Den Haag. Hij is tevens gastdocent aan de Universiteit Leiden.
Beloftevolle muziek/The promise of music. Hoop en verwachtingen in hoger muziekonderwijs/Hopes and expectations in higher music education
Jonge muzikanten die vandaag professionele muziekstudies aanvatten, hebben een missie. Hun keuze voor een arbeidsintensieve studie die weinig garanties biedt op een stabiele baan, vergt moed en geloof. Geloof in het eigen kunnen, maar ook in het potentieel van muziek voor de wereld van morgen.
Deze publicatie stelt de vraag hoe muziek vandaag beloftevol kan zijn, en hoe conservatoria kunnen helpen die belofte te vervullen.
Met bijdragen van studenten, docenten en onderzoekers verbonden aan het Koninklijk Conservatorium Den Haag.
--------------------------------------------------------------------------------------------------
This book contains both the English- as well as the dutch-language version of the publication.
In the present day young musicians who start their professional musical studies have a mission. Their choice for a labour-intensive education that offers few guarantees at obtaining a steady job requires a lot of courage and faith. Both faith in their own potential, as well as in that of music for the world of tomorrow.
This publication asks how music today can be promising, and also how conservatories can help to fulfil that promise.
Students, teachers and researchers affiliated to the Royal Conservatoire The Hague have contributed to this book.
Paul Craenen is onderzoeker, componist en een veelgevraagd expert op het snijvlak van kunstpraktijk, onderwijs en onderzoek. Sinds 2018 leidt hij het lectoraat Music, Education & Society aan het Koninklijk Conservatorium Den Haag. Hij is tevens gastdocent aan de Universiteit Leiden.
Publiek gaan! Politiserend handelen in het sociaal werk
Publiek gaan! Politiserend handelen in het sociaal werk
Het ACTieve avontuur
Het ACTieve avontuur is een verhaal op rijm. Om voor te lezen en om zelf te lezen. Het verhaal is gebaseerd op de ACT4Kids-methode van Monique Samsen. Bij het boek hoort een digitale handleiding, die gedownload kan worden, om methodisch mee aan de slag te gaan.
Illustratrice Mai-Lin Droste-Stein (1979), woonachtig in Borne en moeder van twee kinderen, heeft jarenlang als gedragswetenschapper gewerkt in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Deze kennis en ervaring neemt ze mee als illustrator. In Het ACTieve Avontuur heeft ze gekozen voor illustraties die de verbeeldingskracht stimuleren en ruimte houden voor eigen interpretatie.
Schrijfster Loes Rolefes-Wesselink (1987), woonachtig in Oldenzaal en moeder van twee kinderen, is werkzaam als GZ-Psycholoog. Ze werkt in de GGZ met kinderen en jongeren en heeft kennis en ervaring in omgang met kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong en hoogbegaafdheid. Loes werd tijdens haar opleiding tot gecertificeerd ACT4Kids-therapeut geïnspireerd tot het schrijven van Het ACTieve Avontuur.
De unieke samenwerking tussen Mai-Lin en Loes, waarbij de kennis en ervaring op elk ontwikkelingsniveau samenkomt, zorgt voor dit prachtige resultaat.
Het ACTieve avontuur
Het ACTieve avontuur is een verhaal op rijm. Om voor te lezen en om zelf te lezen. Het verhaal is gebaseerd op de ACT4Kids-methode van Monique Samsen. Bij het boek hoort een digitale handleiding, die gedownload kan worden, om methodisch mee aan de slag te gaan.
Illustratrice Mai-Lin Droste-Stein (1979), woonachtig in Borne en moeder van twee kinderen, heeft jarenlang als gedragswetenschapper gewerkt in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Deze kennis en ervaring neemt ze mee als illustrator. In Het ACTieve Avontuur heeft ze gekozen voor illustraties die de verbeeldingskracht stimuleren en ruimte houden voor eigen interpretatie.
Schrijfster Loes Rolefes-Wesselink (1987), woonachtig in Oldenzaal en moeder van twee kinderen, is werkzaam als GZ-Psycholoog. Ze werkt in de GGZ met kinderen en jongeren en heeft kennis en ervaring in omgang met kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong en hoogbegaafdheid. Loes werd tijdens haar opleiding tot gecertificeerd ACT4Kids-therapeut geïnspireerd tot het schrijven van Het ACTieve Avontuur.
De unieke samenwerking tussen Mai-Lin en Loes, waarbij de kennis en ervaring op elk ontwikkelingsniveau samenkomt, zorgt voor dit prachtige resultaat.
Mentemo-spel+boek. (vGR)Een reflectiespel voor teams rond emotionele beschikbaarheid (Clipbox/spelbord&-kaarten+boek:Emotionele ontwikkeling in verbinding/G/K&J)
Kinderen en jongeren met complexe gedragsproblemen hebben immers nood aan verbinding en steun bij het reguleren van hun stress en emoties, het aangaan van veilige relaties en het emotioneel begrijpen van zichzelf en anderen. Deze steun bieden begeleiders binnen een ‘dragend netwerk’, in nauw contact met hun ouders. Begeleiders kunnen hierbij spanningen in de relatie(s) ervaren, waardoor ze ‘emotioneel besmet’ raken. Zo staat hun stress- en emotieregulatie onder druk en worden ze soms meegezogen in een actie-reactie-spiraal. Gevoelens van onmacht, vertwijfeling, angst, frustratie en kwaadheid kunnen soms geruisloos evolueren naar grote vermoeidheid, chronische stress en burn-out. Via mentaliserend coachen wordt aan begeleiders een veilige basis geboden om emotioneel beschikbaar te zijn en hoopvolle perspectieven te openen. Hierbij wordt veel aandacht geschonken aan de thema’s ‘buikgevoel’, ademruimte en zelfzorg. Begeleiders die goed voor zichzelf en elkaar zorgen hebben de nodige wijsheid en veerkracht om op een betrouwbare manier aanwezig te zijn en te blijven.
MENTEMO is een spel dat je door de vier begeleidersdimensies van wederzijdse emotionele beschikbaarheid loodst, met aandacht voor het belang van stressregulatie en mentaliseren. Zo zijn vragen aan de orde over sensitieve responsiviteit, structuur bieden, ruimte laten en mildheid. Er zijn ook ‘Out of the box’ vragen gericht op de begeleider zelf; hierin worden parallellen onderzocht tussen de beleving van begeleiders en die van kinderen/jongeren en hun ouders. MENTEMO heeft als doel reflectie en dialoog over de eigen praktijk te bevorderen.
Deze doos bevat het boek Emotionele ontwikkeling in verbinding. Mentaliserend coachen van begeleiders van kinderen en jongeren met complexe gedragsproblemen, een MENTEMO-spelbord, kaartjes met vragen en handige figuren en schema’s ter ondersteuning. Kortom, alles wat je nodig hebt om met je team deze coachingsmethodiek toe te passen.
Erik De Belie & Jolien Verhasselt zijn orthopedagoog en psychotherapeut, verbonden aan de Hogeschool Gent, Faculteit Mens en Welzijn, vakgroep orthopedagogie. Erik is ook verbonden aan het M.F.C. De Hagewinde (Lokeren). Met bijdragen van: Filip Morisse, Leen De Neve, Soetkin Roskam, Sofie Van De Ginste & Sofie De Meyer
Mentemo-spel+boek. (vGR)Een reflectiespel voor teams rond emotionele beschikbaarheid (Clipbox/spelbord&-kaarten+boek:Emotionele ontwikkeling in verbinding/G/K&J)
Kinderen en jongeren met complexe gedragsproblemen hebben immers nood aan verbinding en steun bij het reguleren van hun stress en emoties, het aangaan van veilige relaties en het emotioneel begrijpen van zichzelf en anderen. Deze steun bieden begeleiders binnen een ‘dragend netwerk’, in nauw contact met hun ouders. Begeleiders kunnen hierbij spanningen in de relatie(s) ervaren, waardoor ze ‘emotioneel besmet’ raken. Zo staat hun stress- en emotieregulatie onder druk en worden ze soms meegezogen in een actie-reactie-spiraal. Gevoelens van onmacht, vertwijfeling, angst, frustratie en kwaadheid kunnen soms geruisloos evolueren naar grote vermoeidheid, chronische stress en burn-out. Via mentaliserend coachen wordt aan begeleiders een veilige basis geboden om emotioneel beschikbaar te zijn en hoopvolle perspectieven te openen. Hierbij wordt veel aandacht geschonken aan de thema’s ‘buikgevoel’, ademruimte en zelfzorg. Begeleiders die goed voor zichzelf en elkaar zorgen hebben de nodige wijsheid en veerkracht om op een betrouwbare manier aanwezig te zijn en te blijven.
MENTEMO is een spel dat je door de vier begeleidersdimensies van wederzijdse emotionele beschikbaarheid loodst, met aandacht voor het belang van stressregulatie en mentaliseren. Zo zijn vragen aan de orde over sensitieve responsiviteit, structuur bieden, ruimte laten en mildheid. Er zijn ook ‘Out of the box’ vragen gericht op de begeleider zelf; hierin worden parallellen onderzocht tussen de beleving van begeleiders en die van kinderen/jongeren en hun ouders. MENTEMO heeft als doel reflectie en dialoog over de eigen praktijk te bevorderen.
Deze doos bevat het boek Emotionele ontwikkeling in verbinding. Mentaliserend coachen van begeleiders van kinderen en jongeren met complexe gedragsproblemen, een MENTEMO-spelbord, kaartjes met vragen en handige figuren en schema’s ter ondersteuning. Kortom, alles wat je nodig hebt om met je team deze coachingsmethodiek toe te passen.
Erik De Belie & Jolien Verhasselt zijn orthopedagoog en psychotherapeut, verbonden aan de Hogeschool Gent, Faculteit Mens en Welzijn, vakgroep orthopedagogie. Erik is ook verbonden aan het M.F.C. De Hagewinde (Lokeren). Met bijdragen van: Filip Morisse, Leen De Neve, Soetkin Roskam, Sofie Van De Ginste & Sofie De Meyer
Emotionele ontwikkeling in verbinding. Mentaliserend coachen van begeleiders van kinderen en jongeren met gedragsproblemen(G/K&J)
Kinderen en jongeren met complexe gedragsproblemen hebben immers nood aan verbinding en steun bij het reguleren van hun stress en emoties, het aangaan van veilige relaties en het emotioneel begrijpen van zichzelf en anderen. Deze steun bieden begeleiders binnen een ‘dragend netwerk’, in nauw contact met hun ouders. Begeleiders kunnen hierbij spanningen in de relatie(s) ervaren, waardoor ze ‘emotioneel besmet’ raken. Zo staat hun stress- en emotieregulatie onder druk en worden ze soms meegezogen in een actie-reactiespiraal. Gevoelens van onmacht, vertwijfeling, angst, frustratie en kwaadheid kunnen soms geruisloos evolueren naar grote vermoeidheid, chronische stress en burn-out. Via mentaliserend coachen wordt aan begeleiders een veilige basis geboden om emotioneel beschikbaar te zijn en hoopvolle perspectieven te openen. Hierbij wordt veel aandacht geschonken aan de thema’s ‘buikgevoel’, ademruimte en zelfzorg. Begeleiders die goed voor zichzelf en elkaar zorgen hebben de nodige wijsheid en veerkracht om op een betrouwbare manier aanwezig te zijn en te blijven.
Bij dit nieuwe boek hoort ook een aangepast MENTEMO-spel, dat je door de vier begeleidersdimensies van wederzijdse emotionele beschikbaarheid loodst, met aandacht voor het belang van stressregulatie en mentaliseren. Zo zijn vragen aan de orde over sensitieve responsiviteit, structuur bieden, ruimte laten en mildheid. Er zijn ook ‘Out of the box’ vragen gericht op de begeleider zelf; hierin worden parallellen onderzocht tussen de beleving van begeleiders en die van kinderen/jongeren en hun ouders. MENTEMO heeft als doel reflectie en dialoog over de eigen praktijk te bevorderen.
Erik De Belie & Jolien Verhasselt zijn orthopedagoog en psychotherapeut, verbonden aan de Hogeschool Gent, Faculteit Mens en Welzijn, vakgroep orthopedagogie. Erik is ook verbonden aan het M.F.C. De Hagewinde (Lokeren). Met bijdragen van: Filip Morisse, Leen De Neve, Soetkin Roskam, Sofie Van De Ginste & Sofie De Meyer.
Emotionele ontwikkeling in verbinding. Mentaliserend coachen van begeleiders van kinderen en jongeren met gedragsproblemen(G/K&J)
Kinderen en jongeren met complexe gedragsproblemen hebben immers nood aan verbinding en steun bij het reguleren van hun stress en emoties, het aangaan van veilige relaties en het emotioneel begrijpen van zichzelf en anderen. Deze steun bieden begeleiders binnen een ‘dragend netwerk’, in nauw contact met hun ouders. Begeleiders kunnen hierbij spanningen in de relatie(s) ervaren, waardoor ze ‘emotioneel besmet’ raken. Zo staat hun stress- en emotieregulatie onder druk en worden ze soms meegezogen in een actie-reactiespiraal. Gevoelens van onmacht, vertwijfeling, angst, frustratie en kwaadheid kunnen soms geruisloos evolueren naar grote vermoeidheid, chronische stress en burn-out. Via mentaliserend coachen wordt aan begeleiders een veilige basis geboden om emotioneel beschikbaar te zijn en hoopvolle perspectieven te openen. Hierbij wordt veel aandacht geschonken aan de thema’s ‘buikgevoel’, ademruimte en zelfzorg. Begeleiders die goed voor zichzelf en elkaar zorgen hebben de nodige wijsheid en veerkracht om op een betrouwbare manier aanwezig te zijn en te blijven.
Bij dit nieuwe boek hoort ook een aangepast MENTEMO-spel, dat je door de vier begeleidersdimensies van wederzijdse emotionele beschikbaarheid loodst, met aandacht voor het belang van stressregulatie en mentaliseren. Zo zijn vragen aan de orde over sensitieve responsiviteit, structuur bieden, ruimte laten en mildheid. Er zijn ook ‘Out of the box’ vragen gericht op de begeleider zelf; hierin worden parallellen onderzocht tussen de beleving van begeleiders en die van kinderen/jongeren en hun ouders. MENTEMO heeft als doel reflectie en dialoog over de eigen praktijk te bevorderen.
Erik De Belie & Jolien Verhasselt zijn orthopedagoog en psychotherapeut, verbonden aan de Hogeschool Gent, Faculteit Mens en Welzijn, vakgroep orthopedagogie. Erik is ook verbonden aan het M.F.C. De Hagewinde (Lokeren). Met bijdragen van: Filip Morisse, Leen De Neve, Soetkin Roskam, Sofie Van De Ginste & Sofie De Meyer.
KleuterKracht. Een praktijkboek voor meer stem, keuze en eigenaarschap bij peuters en kleuters
Elke werkvorm is uitgeschreven als een stappenplan met een uitgesproken rol voor de kinderen om ideeën en inhoud aan te brengen, terwijl de structuur in de handen van de leerkracht ligt. Op die manier houd je als (aankomende) leerkracht het overzicht, terwijl er toch erg veel ruimte is voor de interesses en inbreng van de kinderen.
Inzetten op agency biedt heel wat ontwikkelingskansen bij jonge kinderen. Het heeft een positieve invloed op hun motivatie, zelfwaarde, probleemoplossende vaardigheden en nog veel meer. Het helpt hen op weg om op te komen voor wat ze belangrijk vinden, voor zichzelf, maar ook voor anderen, nu en ook later. Tegelijk biedt het jou als leerkracht ook kansen om de kinderen in je klas nog beter te leren kennen, om zo te kunnen inspelen en verder bouwen op wat bij hen leeft.
In KleuterKracht vind je naast de agency-werkvormen ook een theoretische en didactische verantwoording die je in staat stelt om onderbouwde keuzes te maken in welke werkvormen je inzet en hoe je die aanpast naar je eigen context.
Elke werkvorm werd door peuter- en kleuteronderwijzers in de praktijk getest. Hun bevindingen en opmerkingen geven je een concreet en realistisch beeld van wat je mag verwachten wanneer je aan de slag gaat met dit boek.
KleuterKracht is het resultaat van onderzoek in het expertisecentrum Education & Development van UCLL Research & Expertise.
Anne Slaets is lector pedagogische wetenschappen, praktijkbegeleider en onderzoeker in de Hogeschool UCLL Bachelor Kleuteronderwijzer. Ze doet onderzoek naar specifieke thema’s rond het jonge kind zoals opvoedingsrelatie en agency.
Hilde Stroobants is onderzoeker, lector pedagogische wetenschappen, praktijkbegeleider en nascholingsdocent aan de Hogeschool UCLL. Haar focus in onderzoek ligt bij leer- en denkprocessen en bij het jonge kind. Ze geeft les in de Bachelor Kleuteronderwijzer.
KleuterKracht. Een praktijkboek voor meer stem, keuze en eigenaarschap bij peuters en kleuters
Elke werkvorm is uitgeschreven als een stappenplan met een uitgesproken rol voor de kinderen om ideeën en inhoud aan te brengen, terwijl de structuur in de handen van de leerkracht ligt. Op die manier houd je als (aankomende) leerkracht het overzicht, terwijl er toch erg veel ruimte is voor de interesses en inbreng van de kinderen.
Inzetten op agency biedt heel wat ontwikkelingskansen bij jonge kinderen. Het heeft een positieve invloed op hun motivatie, zelfwaarde, probleemoplossende vaardigheden en nog veel meer. Het helpt hen op weg om op te komen voor wat ze belangrijk vinden, voor zichzelf, maar ook voor anderen, nu en ook later. Tegelijk biedt het jou als leerkracht ook kansen om de kinderen in je klas nog beter te leren kennen, om zo te kunnen inspelen en verder bouwen op wat bij hen leeft.
In KleuterKracht vind je naast de agency-werkvormen ook een theoretische en didactische verantwoording die je in staat stelt om onderbouwde keuzes te maken in welke werkvormen je inzet en hoe je die aanpast naar je eigen context.
Elke werkvorm werd door peuter- en kleuteronderwijzers in de praktijk getest. Hun bevindingen en opmerkingen geven je een concreet en realistisch beeld van wat je mag verwachten wanneer je aan de slag gaat met dit boek.
KleuterKracht is het resultaat van onderzoek in het expertisecentrum Education & Development van UCLL Research & Expertise.
Anne Slaets is lector pedagogische wetenschappen, praktijkbegeleider en onderzoeker in de Hogeschool UCLL Bachelor Kleuteronderwijzer. Ze doet onderzoek naar specifieke thema’s rond het jonge kind zoals opvoedingsrelatie en agency.
Hilde Stroobants is onderzoeker, lector pedagogische wetenschappen, praktijkbegeleider en nascholingsdocent aan de Hogeschool UCLL. Haar focus in onderzoek ligt bij leer- en denkprocessen en bij het jonge kind. Ze geeft les in de Bachelor Kleuteronderwijzer.
Daan. Een nieuw leven voor een sok met een gaatje
Wil je graag een vriendje om geheimen mee te delen of… om samen boeken te lezen?
Wil jij zelf een sokpop knutselen?
Dan is dit boek voor jou!
Monique Marius heeft in haar lange loopbaan als onderwijzeres mogen ervaren hoe verzot kinderen zijn op hun zelfgemaakte sokpop. De sokpop is een veilige uitlaatklep voor hun emoties: de pop kan blij of verdrietig zijn. Kinderen die moeilijk of geen contact met je leggen, verwoorden zonder schroom hun gevoelens via de pop. De pop is ook hun partner om leerstof te verwerken: bij het lezen (bv. toneellezen) krijgt de pop meestal de moeilijkste of langste tekst. Kinderen oefenen dubbel, want ze lezen hun eigen deel en ook dat van de pop. En als ouders geen tijd hebben om thuis mee te oefenen, dan helpt de sokpop. En natuurlijk is de sokpop ook gewoon een leuk vriendje om alles mee te delen en om leuke avonturen mee te beleven!
Fantasie prikkelen, emoties verwerken, lezen stimuleren… de sokpop is MAGIE!
Als muzisch leerkracht beeld heeft Monique Marius een eenvoudige manier bedacht om samen met de kinderen een eigen sokpop te maken. Dit prentenboek bevat ook een duidelijk, geïllustreerd stappenplan om je eigen sokpop te maken.
Monique Marius was 42 jaar leerkracht (waarvan 11 jaar muzische vorming-beeld) in het buitengewoon lager onderwijs IVIO Salvator in Oostakker-Gent.
Daan. Een nieuw leven voor een sok met een gaatje
Wil je graag een vriendje om geheimen mee te delen of… om samen boeken te lezen?
Wil jij zelf een sokpop knutselen?
Dan is dit boek voor jou!
Monique Marius heeft in haar lange loopbaan als onderwijzeres mogen ervaren hoe verzot kinderen zijn op hun zelfgemaakte sokpop. De sokpop is een veilige uitlaatklep voor hun emoties: de pop kan blij of verdrietig zijn. Kinderen die moeilijk of geen contact met je leggen, verwoorden zonder schroom hun gevoelens via de pop. De pop is ook hun partner om leerstof te verwerken: bij het lezen (bv. toneellezen) krijgt de pop meestal de moeilijkste of langste tekst. Kinderen oefenen dubbel, want ze lezen hun eigen deel en ook dat van de pop. En als ouders geen tijd hebben om thuis mee te oefenen, dan helpt de sokpop. En natuurlijk is de sokpop ook gewoon een leuk vriendje om alles mee te delen en om leuke avonturen mee te beleven!
Fantasie prikkelen, emoties verwerken, lezen stimuleren… de sokpop is MAGIE!
Als muzisch leerkracht beeld heeft Monique Marius een eenvoudige manier bedacht om samen met de kinderen een eigen sokpop te maken. Dit prentenboek bevat ook een duidelijk, geïllustreerd stappenplan om je eigen sokpop te maken.
Monique Marius was 42 jaar leerkracht (waarvan 11 jaar muzische vorming-beeld) in het buitengewoon lager onderwijs IVIO Salvator in Oostakker-Gent.
‘Voltooid leven’. Themanummer Filosofie & Praktijk – Jrg. 42 (2021) nr. 4.
In zijn Minima Philosophica “De gevolgen van het escapisme voor het natuurbeleid” gaat Jozef Keulartz in op de zich steeds meer opdringende vraag naar de rechtvaardiging van de bijzondere positie die de mens zichzelf toekent ten opzicht van de wereld van dier én plant. Hoe groot mag dat verschil zijn? Hoe klein mag je het maken?
Een enigszins vergelijkbare thematiek wordt aangesneden in “Ik kan het niet alleen”, de bijdrage aan dit nummer van Jan Bransen. “Het hyper-individualistische mensbeeld dat we ons sinds de Verlichting hebben eigengemaakt staat op gespannen voet met het fundamentele besef dat ieder van ons een buitengewoon klein en kwetsbaar deel is van iets dat ontzaglijk veel groter is dan onszelf, zowel in materiële, sociale als existentiële zin.” En die positie heeft consequenties: “Onze vanzelfsprekende levenstaak– dat ieder van ons het eigen leven op eigen kracht tot een succes moet maken – lijkt niet te realiseren in een wereld die onder crises gebukt gaat: de vluchtelingencrisis, wooncrisis, energiecrisis, coronacrisis, schuldencrisis, volksvertegenwoordigingscrisis, ‘fake news’-crisis, klimaatcrisis.'' Ter geruststelling kan Bransen aan de titel van dit artikel: Ik kan het niet alleen toevoegen: ''Gelukkig hoef ik het ook niet alleen.''
Daarna blijft ook Michiel Korthals met zijn bijdrage “Het bijzondere van een deugdzaam mens” in dezelfde thematische omgeving. Korthals schreef zijn bijdrage in het kader van een essaywedstrijd die de Vereniging van Ethici in Nederland uitschreef bij gelegenheid van haar 50-jarig bestaan. De opdracht en uitdaging waarop Korthals met zijn prijswinnende essay reageerde, luidde: “schrijf een filosofische verhandeling voor of tegen de claim dat over deugdzame mensen niets boeiends te melden valt”. Zijn bijdrage bevat “een goed tegenvoorbeeld voor de luie uitspraak dat het leven van deugdzame mensen saai en langdradig is”. Immers: “Eén voorbeeld is voldoende om die nergens op gebaseerde universele uitspraak te falsifiëren.”
De rubriek Signalementen vormt zoals gebruikelijk de afsluiting van F&P.
Ton Vink
‘Voltooid leven’. Themanummer Filosofie & Praktijk – Jrg. 42 (2021) nr. 4.
In zijn Minima Philosophica “De gevolgen van het escapisme voor het natuurbeleid” gaat Jozef Keulartz in op de zich steeds meer opdringende vraag naar de rechtvaardiging van de bijzondere positie die de mens zichzelf toekent ten opzicht van de wereld van dier én plant. Hoe groot mag dat verschil zijn? Hoe klein mag je het maken?
Een enigszins vergelijkbare thematiek wordt aangesneden in “Ik kan het niet alleen”, de bijdrage aan dit nummer van Jan Bransen. “Het hyper-individualistische mensbeeld dat we ons sinds de Verlichting hebben eigengemaakt staat op gespannen voet met het fundamentele besef dat ieder van ons een buitengewoon klein en kwetsbaar deel is van iets dat ontzaglijk veel groter is dan onszelf, zowel in materiële, sociale als existentiële zin.” En die positie heeft consequenties: “Onze vanzelfsprekende levenstaak– dat ieder van ons het eigen leven op eigen kracht tot een succes moet maken – lijkt niet te realiseren in een wereld die onder crises gebukt gaat: de vluchtelingencrisis, wooncrisis, energiecrisis, coronacrisis, schuldencrisis, volksvertegenwoordigingscrisis, ‘fake news’-crisis, klimaatcrisis.'' Ter geruststelling kan Bransen aan de titel van dit artikel: Ik kan het niet alleen toevoegen: ''Gelukkig hoef ik het ook niet alleen.''
Daarna blijft ook Michiel Korthals met zijn bijdrage “Het bijzondere van een deugdzaam mens” in dezelfde thematische omgeving. Korthals schreef zijn bijdrage in het kader van een essaywedstrijd die de Vereniging van Ethici in Nederland uitschreef bij gelegenheid van haar 50-jarig bestaan. De opdracht en uitdaging waarop Korthals met zijn prijswinnende essay reageerde, luidde: “schrijf een filosofische verhandeling voor of tegen de claim dat over deugdzame mensen niets boeiends te melden valt”. Zijn bijdrage bevat “een goed tegenvoorbeeld voor de luie uitspraak dat het leven van deugdzame mensen saai en langdradig is”. Immers: “Eén voorbeeld is voldoende om die nergens op gebaseerde universele uitspraak te falsifiëren.”
De rubriek Signalementen vormt zoals gebruikelijk de afsluiting van F&P.
Ton Vink
Bedrijfskunde – de essentie (4e gewijzigde ed.)
De auteur voegt vele voorbeelden en cases toe. Zo wordt de jaarrekening besproken aan de hand van reële gegevens van een bestaand bedrijf.
“Dit boek lijkt dik, maar leest als een trein...”
Robin Demeeter, ondernemer pur sang
“Als je het reilen en zeilen van een onderneming wil kennen, is dit boek echt de moeite”
Prof. dr. Ronald Buyl
“Poelaert verstaat de kunst om concrete zaken in verband met de onderneming aan te brengen. Geen overbodige ballast ... alleen de kern van bedrijfseconomie wordt toegelicht. Het hoofdstuk over boekhouden en kostprijscalculatie is een juweeltje van pedagogische aanpak. Eerst kort de theorie en dan onmiddellijk toegepast in realistische cases.”
Francis Cornelis, boekhouder
“Dit boek puilt uit van concrete en toepasbare bedrijfskundige concepten. De opbouw van het boek is zodanig dat de lezer stap voor stap inzicht krijgt in de operationele en fnanciële werking van de onderneming. Kostprijscalculatie wordt vaak gezien als een moeilijke opdracht. Met dit boek krijgt de lezer tools in handen die het berekenen van kostprijzen van producten plots eenvoudig maken...”
Karel van den Berghe, bedrijfsleider Globis
“Een must voor elke verantwoordelijke manager...”
Lode Degeyter, algemeen directeur van de Hogeschool West-Vlaanderen
“Dit schitterende boek kan ik elke beginnende ondernemer aanraden.”
Steve Stevens, ondernemer en manager Durf Ondernemen UGent
“Beschouw dit werk maar als een referentie in de beginselen van bedrijfseconomie. De verdienste is vooral dat het boek elke ondernemer en manager zal weten te prikkelen: van economische concepten tot vennootschapsvormen over kostprijscalculatie en fnanciële analyse van de onderneming. Alles wordt in een bevattelijke taal concreet en helder gebracht. Een aanrader...”
Kurt Cofyn, Chief Operating Ofcer Cargill
“Ondernemen is risico durven nemen. Ondernemen is durven buiten de lijntjes kleuren. Ondernemen vereist daarnaast ook grondige kennis van de economische context waarbinnen men opereert. Verder is men het aan zichzelf verplicht om een minimum aan fnanciële bagage te hebben. Dit vlot geschreven boek helpt je moeiteloos op weg...”
Pol Descamps, oud-directeur-beheerder eigenaar Barco Industries
“Bedrijfskunde is een breed studiegebied. Poelaert is erin geslaagd om de 5 kernaspecten ervan duidelijk en helder te belichten. De cases geven duidelijk inzicht in soms complexe vraagstukken...”
Dirk Laverge, docent economie aan de Hogeschool West-Vlaanderen
-- Heb jij de nodige ondernemersvaardigheden? Test het in dit boek.
Moet ik echt een bvba’tje opzetten of doe ik gewoon een eenmanszaak? Is een eenmanszaak belast via de personenbelasting of via de vennootschapsbelasting?
Hoe lees ik een balans? En een resultatenrekening?
Hoe wordt de winst in de onderneming uiteindelijk “bestemd”?
Afschrijven? Waarom doet men dat? Wat is het nut voor de vennootschap ervan? Waarom zijn afschrijvingskosten geen kaskosten en zijn kosten van huur dat wel?
Als ik als ondernemer iemand aanneem als bediende, wat is dan grosso modo de kost van die persoon voor de onderneming?
Ik maak in mijn onderneming winst kwartaal na kwartaal. Toch staat er op de bankrekening van de onderneming onvoldoende geld. Hoe komt dat toch?
Ik wil een onderneming starten en heb schrik van alle administratieve rompslomp. Waar kan ik terecht?
Hoe kan ik als ondernemer beter mijn boekhouder begrijpen, opvolgen en zelfs kritisch “teasen”?
Moet ik echt een boekhouding kunnen voeren om te ondernemen?
Ik wil investeren in een machine. Hoe bereken ik het rendement van mijn investering?
Hoe kan ik als ondernemer de kost van mijn producten/diensten/departementen berekenen?
Het zijn allemaal praktische vragen waarop je in dit boek een helder antwoord krijgt.
.Ludo Poelaert</b is professor bedrijfseconomie, bedrijfsmanagement en ondernemerschap aan de UGent, faculteit Toegepaste Wetenschappen.
Tevens staat hij met beide voeten in het bedrijfsleven en leidt hij een onderneming die zich toespitst op het coachen van managers en zelfstandigen. De ervaring hiervoor haalde hij uit zijn verleden als manager in diverse topondernemingen, zoals Apple Computer, Air Belgium, Adecco en Barry Callebaut.
Ludo deed ervaring op als verkoper, business unit manager, algemeen directeur, vicepresident en afgevaardigd bestuurder. Zo leerde hij het “management metier” door en door kennen.
In navolging van zijn eerste boek “Financieel beheer voor managers”, eveneens uitgegeven door Garant, schreef hij dit basiswerk Bedrijfskunde | De essentie.
Bedrijfskunde – de essentie (4e gewijzigde ed.)
De auteur voegt vele voorbeelden en cases toe. Zo wordt de jaarrekening besproken aan de hand van reële gegevens van een bestaand bedrijf.
“Dit boek lijkt dik, maar leest als een trein...”
Robin Demeeter, ondernemer pur sang
“Als je het reilen en zeilen van een onderneming wil kennen, is dit boek echt de moeite”
Prof. dr. Ronald Buyl
“Poelaert verstaat de kunst om concrete zaken in verband met de onderneming aan te brengen. Geen overbodige ballast ... alleen de kern van bedrijfseconomie wordt toegelicht. Het hoofdstuk over boekhouden en kostprijscalculatie is een juweeltje van pedagogische aanpak. Eerst kort de theorie en dan onmiddellijk toegepast in realistische cases.”
Francis Cornelis, boekhouder
“Dit boek puilt uit van concrete en toepasbare bedrijfskundige concepten. De opbouw van het boek is zodanig dat de lezer stap voor stap inzicht krijgt in de operationele en fnanciële werking van de onderneming. Kostprijscalculatie wordt vaak gezien als een moeilijke opdracht. Met dit boek krijgt de lezer tools in handen die het berekenen van kostprijzen van producten plots eenvoudig maken...”
Karel van den Berghe, bedrijfsleider Globis
“Een must voor elke verantwoordelijke manager...”
Lode Degeyter, algemeen directeur van de Hogeschool West-Vlaanderen
“Dit schitterende boek kan ik elke beginnende ondernemer aanraden.”
Steve Stevens, ondernemer en manager Durf Ondernemen UGent
“Beschouw dit werk maar als een referentie in de beginselen van bedrijfseconomie. De verdienste is vooral dat het boek elke ondernemer en manager zal weten te prikkelen: van economische concepten tot vennootschapsvormen over kostprijscalculatie en fnanciële analyse van de onderneming. Alles wordt in een bevattelijke taal concreet en helder gebracht. Een aanrader...”
Kurt Cofyn, Chief Operating Ofcer Cargill
“Ondernemen is risico durven nemen. Ondernemen is durven buiten de lijntjes kleuren. Ondernemen vereist daarnaast ook grondige kennis van de economische context waarbinnen men opereert. Verder is men het aan zichzelf verplicht om een minimum aan fnanciële bagage te hebben. Dit vlot geschreven boek helpt je moeiteloos op weg...”
Pol Descamps, oud-directeur-beheerder eigenaar Barco Industries
“Bedrijfskunde is een breed studiegebied. Poelaert is erin geslaagd om de 5 kernaspecten ervan duidelijk en helder te belichten. De cases geven duidelijk inzicht in soms complexe vraagstukken...”
Dirk Laverge, docent economie aan de Hogeschool West-Vlaanderen
-- Heb jij de nodige ondernemersvaardigheden? Test het in dit boek.
Moet ik echt een bvba’tje opzetten of doe ik gewoon een eenmanszaak? Is een eenmanszaak belast via de personenbelasting of via de vennootschapsbelasting?
Hoe lees ik een balans? En een resultatenrekening?
Hoe wordt de winst in de onderneming uiteindelijk “bestemd”?
Afschrijven? Waarom doet men dat? Wat is het nut voor de vennootschap ervan? Waarom zijn afschrijvingskosten geen kaskosten en zijn kosten van huur dat wel?
Als ik als ondernemer iemand aanneem als bediende, wat is dan grosso modo de kost van die persoon voor de onderneming?
Ik maak in mijn onderneming winst kwartaal na kwartaal. Toch staat er op de bankrekening van de onderneming onvoldoende geld. Hoe komt dat toch?
Ik wil een onderneming starten en heb schrik van alle administratieve rompslomp. Waar kan ik terecht?
Hoe kan ik als ondernemer beter mijn boekhouder begrijpen, opvolgen en zelfs kritisch “teasen”?
Moet ik echt een boekhouding kunnen voeren om te ondernemen?
Ik wil investeren in een machine. Hoe bereken ik het rendement van mijn investering?
Hoe kan ik als ondernemer de kost van mijn producten/diensten/departementen berekenen?
Het zijn allemaal praktische vragen waarop je in dit boek een helder antwoord krijgt.
.Ludo Poelaert</b is professor bedrijfseconomie, bedrijfsmanagement en ondernemerschap aan de UGent, faculteit Toegepaste Wetenschappen.
Tevens staat hij met beide voeten in het bedrijfsleven en leidt hij een onderneming die zich toespitst op het coachen van managers en zelfstandigen. De ervaring hiervoor haalde hij uit zijn verleden als manager in diverse topondernemingen, zoals Apple Computer, Air Belgium, Adecco en Barry Callebaut.
Ludo deed ervaring op als verkoper, business unit manager, algemeen directeur, vicepresident en afgevaardigd bestuurder. Zo leerde hij het “management metier” door en door kennen.
In navolging van zijn eerste boek “Financieel beheer voor managers”, eveneens uitgegeven door Garant, schreef hij dit basiswerk Bedrijfskunde | De essentie.
Themanr Kleio jrg. 51 nr. 1/2. (jan.-apr.2022). Feestnummer bis. Vijftig jaar Kleio!
Kleio's gouden jubileum resulteerde vorige jaargang in een themanummer, dat hier een vervolg krijgt.
Met de rubriek 'In de spits' bieden we ook in dit nummer zicht op belangrijke recente tendensen in het brede domein van de klassieke studies: mentaliteitsgeschiedenis in een wereld van 'woke', huidige trends in de studie van de retoriek van de Romeinse late republiek, aandacht voor valentiegrammatica, typologie en computationele benaderingen in de Griekse taalkunde, hoe de papyroloog op de digitale trein is gestapt, evoluties in het onderzoek naar de interpretatiegeschiedenis van het Romeins recht aan middeleeuwse en vroegmoderne universiteiten, hoe geografische computertechnieken onze kennis over Romeinse wegenbouw verrijken, hoe de Neolatijnse studies ons o.a. verrassen met literaire creaties in genres als het epos en de science fiction, hoe receptiegeschiedenis vandaag de vinger legt op eeuwenlang gebruik van de klassieken ter promotie van een eurocentrisch wereldbeeld en tegelijk een nieuw, ruimer perspectief biedt.
De rubriek 'Onbekend, onbemind' promoot teksten die niet tot de typische schoolcanon behoren. Ook het artikel van Tom Ingelbrecht over de Narcissus van John Clapham sluit daarbij aan. In het luik 'Publieke stemmen' geven prominente deelnemers aan het cultureel-maatschappelijk debat mee hoe ze vandaag tegen de klassieken als discipline en als schoolvak aankijken. De klassieke talen en antieke culturen blijven duidelijk inspireren.
Koen Vandendriessche
Themanr Kleio jrg. 51 nr. 1/2. (jan.-apr.2022). Feestnummer bis. Vijftig jaar Kleio!
Kleio's gouden jubileum resulteerde vorige jaargang in een themanummer, dat hier een vervolg krijgt.
Met de rubriek 'In de spits' bieden we ook in dit nummer zicht op belangrijke recente tendensen in het brede domein van de klassieke studies: mentaliteitsgeschiedenis in een wereld van 'woke', huidige trends in de studie van de retoriek van de Romeinse late republiek, aandacht voor valentiegrammatica, typologie en computationele benaderingen in de Griekse taalkunde, hoe de papyroloog op de digitale trein is gestapt, evoluties in het onderzoek naar de interpretatiegeschiedenis van het Romeins recht aan middeleeuwse en vroegmoderne universiteiten, hoe geografische computertechnieken onze kennis over Romeinse wegenbouw verrijken, hoe de Neolatijnse studies ons o.a. verrassen met literaire creaties in genres als het epos en de science fiction, hoe receptiegeschiedenis vandaag de vinger legt op eeuwenlang gebruik van de klassieken ter promotie van een eurocentrisch wereldbeeld en tegelijk een nieuw, ruimer perspectief biedt.
De rubriek 'Onbekend, onbemind' promoot teksten die niet tot de typische schoolcanon behoren. Ook het artikel van Tom Ingelbrecht over de Narcissus van John Clapham sluit daarbij aan. In het luik 'Publieke stemmen' geven prominente deelnemers aan het cultureel-maatschappelijk debat mee hoe ze vandaag tegen de klassieken als discipline en als schoolvak aankijken. De klassieke talen en antieke culturen blijven duidelijk inspireren.
Koen Vandendriessche
DJDJD. Een pilootstudie van een vragenlijst over denken, weten en waarheid
DJDJD gaat niet zozeer over welke denkfouten je zelf maakt… als je dat al kan weten van jezelf. De lijst trekt met zijn 50 items vooral na hoe je denkt over denken. Met DJDJD kan je denkfouten leren erkennen en herkennen en leer je waarheid en vooral onwaarheid te vinden. Twijfelen mag! Er is zelfs een twijfelanalyse beschikbaar.
DJDJD verwijst natuurlijk naar het boek Dacht je dat je dacht? van Jos Peeters, maar het is niet noodzakelijk het bij de hand te nemen, al kan dat wel helpen. In DJDJD worden trouwens ook zaken aangesneden die niet in het boek staan.
Via een beperkte pilootstudie werd de lijst onderzocht zodat ieder ook zijn score kan vergelijken. DJDJD is voor ieder denkend mens geschikt! Het boek is er niet alleen voor diagnostisch aangelegde psychologen en filosofen maar is nuttig voor scholieren in het middelbaar onderwijs tot academici van allerlei slag en van krantenlezers en journalisten tot psychotherapeuten.
'DJDJD' en 'Dacht je dat je dacht' zijn ook als set te koop.
Jos Peeters, Leuven, is diagnostisch, therapeutisch en gerechtelijk psycholoog. Hij werkte jarenlang in het Jongerencentrum Cidar, een diagnostisch centrumin het jongerenwelzijn. Hij geraakte meer en meer gefascineerd door de wereld van denken, weten en waarheid. In 2016 verscheen van hem het boek Dacht je dat je dacht? (Garant).
DJDJD. Een pilootstudie van een vragenlijst over denken, weten en waarheid
DJDJD gaat niet zozeer over welke denkfouten je zelf maakt… als je dat al kan weten van jezelf. De lijst trekt met zijn 50 items vooral na hoe je denkt over denken. Met DJDJD kan je denkfouten leren erkennen en herkennen en leer je waarheid en vooral onwaarheid te vinden. Twijfelen mag! Er is zelfs een twijfelanalyse beschikbaar.
DJDJD verwijst natuurlijk naar het boek Dacht je dat je dacht? van Jos Peeters, maar het is niet noodzakelijk het bij de hand te nemen, al kan dat wel helpen. In DJDJD worden trouwens ook zaken aangesneden die niet in het boek staan.
Via een beperkte pilootstudie werd de lijst onderzocht zodat ieder ook zijn score kan vergelijken. DJDJD is voor ieder denkend mens geschikt! Het boek is er niet alleen voor diagnostisch aangelegde psychologen en filosofen maar is nuttig voor scholieren in het middelbaar onderwijs tot academici van allerlei slag en van krantenlezers en journalisten tot psychotherapeuten.
'DJDJD' en 'Dacht je dat je dacht' zijn ook als set te koop.
Jos Peeters, Leuven, is diagnostisch, therapeutisch en gerechtelijk psycholoog. Hij werkte jarenlang in het Jongerencentrum Cidar, een diagnostisch centrumin het jongerenwelzijn. Hij geraakte meer en meer gefascineerd door de wereld van denken, weten en waarheid. In 2016 verscheen van hem het boek Dacht je dat je dacht? (Garant).
Hoop in filosofisch perspectief – Filosofie & Praktijk jg 42 nr. 3 (2021)
De verschillende bijdragen aan het symposium worden ingeleid door Heleen Torringa, bestuurslid van de VvEN, in haar introductie “Thema Hoop, of: Waarom je van filosofie kunt houden” en een ander VvEN-bestuurslid, Eric Boot, verzorgt een uitgebreide invulling van de rubriek Minima Philosophica met “Een apologie voor het coronatoegangsbewijs”, tevens relevant voor andere coronamaatregelen.
Alvorens dit nummer van F&P wordt besloten door de gebruikelijke rubriek “Signalementen” is er nóg een bijdrage van een VvEN-bestuurslid, een boekbespreking “De benen van rabbi Hillel”, een bespreking van De getemde mens. Waar komt (volgens u) onze moraal vandaan?, onder redactie van Martin Harlaar. De bespreking is meer precies van de hand van een voormalig bestuurslid van de VvEN, tevens voormalig redactielid van F&P: Patrick Delaere. Op 2 november j.l. overleed Patrick na een kort en hevig ziekbed op 67-jarige leeftijd. De redactie zal zijn inbreng met zekerheid missen, maar wenst eerst en vooral de familie van Patrick veel sterkte toe met dit verlies dat een voortijdig eind aan veel plannen betekent. Graag verwijst de redactie naar het In Memoriam in dit nummer van F&P, gewijd aan deze Homo viator of “wegaflegger, levenswandelaar, passant”.
Hoop in filosofisch perspectief – Filosofie & Praktijk jg 42 nr. 3 (2021)
De verschillende bijdragen aan het symposium worden ingeleid door Heleen Torringa, bestuurslid van de VvEN, in haar introductie “Thema Hoop, of: Waarom je van filosofie kunt houden” en een ander VvEN-bestuurslid, Eric Boot, verzorgt een uitgebreide invulling van de rubriek Minima Philosophica met “Een apologie voor het coronatoegangsbewijs”, tevens relevant voor andere coronamaatregelen.
Alvorens dit nummer van F&P wordt besloten door de gebruikelijke rubriek “Signalementen” is er nóg een bijdrage van een VvEN-bestuurslid, een boekbespreking “De benen van rabbi Hillel”, een bespreking van De getemde mens. Waar komt (volgens u) onze moraal vandaan?, onder redactie van Martin Harlaar. De bespreking is meer precies van de hand van een voormalig bestuurslid van de VvEN, tevens voormalig redactielid van F&P: Patrick Delaere. Op 2 november j.l. overleed Patrick na een kort en hevig ziekbed op 67-jarige leeftijd. De redactie zal zijn inbreng met zekerheid missen, maar wenst eerst en vooral de familie van Patrick veel sterkte toe met dit verlies dat een voortijdig eind aan veel plannen betekent. Graag verwijst de redactie naar het In Memoriam in dit nummer van F&P, gewijd aan deze Homo viator of “wegaflegger, levenswandelaar, passant”.
De geneeskunde in de bloeitijd van de scholastiek, 1200-1347 (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 16)
Johan R. Boelaert was internist-nefroloog (KU Leuven en Parijs). Hij werkte als clinicus in het Brugse St-Janshospitaal (AZ St-Jan). Hij bouwde er ook een afdeling infectieziekten uit en verrichtte onderzoek over infectieziekten bij dialysepatiënten en over HIV. Hij is actief in de Brugse medisch-historische werkgroep ‘Montanus’. Hij schreef onder meer Zes eeuwen infectie in Brugge, 1200-1800 (2011, Leuven) en verzorgde vier cahiers uit deze reeks (nummers 3, 6, 12 en 14).
De geneeskunde in de bloeitijd van de scholastiek, 1200-1347 (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 16)
Johan R. Boelaert was internist-nefroloog (KU Leuven en Parijs). Hij werkte als clinicus in het Brugse St-Janshospitaal (AZ St-Jan). Hij bouwde er ook een afdeling infectieziekten uit en verrichtte onderzoek over infectieziekten bij dialysepatiënten en over HIV. Hij is actief in de Brugse medisch-historische werkgroep ‘Montanus’. Hij schreef onder meer Zes eeuwen infectie in Brugge, 1200-1800 (2011, Leuven) en verzorgde vier cahiers uit deze reeks (nummers 3, 6, 12 en 14).
Aandachtige betrokkenheid als pedagogische grondhouding – Een onderzoek naar de pedagogische betekenis van aandachtige betrokkenheid in onderwijs
Geïnspireerd door een theorie van presentie en door het werk van een aantal grote pedagogen formuleert ze allereerst een theorie van ‘aandachtige betrokkenheid’.
Daarbij laat ze zien dat ‘aandachtige betrokkenheid’ in de basis drie verschillende aandachtsbewegingen kent. Kern van het boek vormen vijftien in onderwijspraktijken opgetekende portretten van ‘aandachtige betrokkenheid’. In en langs deze portretten laat Lisette Bastiaansen zien hoe ‘aandachtige betrokkenheid’ zich in de praktijk van alledag manifesteert. Ook brengt ze in beeld wat het van leraren en leidinggevenden vraagt om aandachtig betrokken te kunnen zijn. Tot slot geeft ze aan wat ‘aandachtige betrokkenheid’ pedagogisch gezien kan brengen.
In haar betoog laat Bastiaansen zien dat ‘aandachtige betrokkenheid’ een zachte kracht betreft. Deze zachte kracht wordt gebouwd op een grondtoon van kleine, op het eerste gezicht haast onzichtbare kruimels van aandacht en betrokkenheid. Liefdevol ruimte makend, wakker aanwezig en tegelijkertijd afscheidend begrenzend, lukt het de aandachtig betrokken leraar om de leerling uit te nodigen en uit te dagen de eigen zelfstandigheid en vrijheid op te pakken. Kortom, ‘aandachtige betrokkenheid’ kan beschouwd worden als dé pedagogische grondhouding van leraren.
Lisette Bastiaansen doet al geruime tijd onderzoek naar ‘aandachtige betrokkenheid’. Naast haar onderzoekswerk begeleidt ze mensen en organisaties bij hun pedagogische opdracht en werkt ze als toezichthouder. Ook is ze als bestuurslid erbonden aan het Relation Centered Education Network, een wereldwijd netwerk van onderzoekers en beleidsmakers die de menselijke relatie binnen onderwijs willen verbeteren en versterken.
Aandachtige betrokkenheid als pedagogische grondhouding – Een onderzoek naar de pedagogische betekenis van aandachtige betrokkenheid in onderwijs
Geïnspireerd door een theorie van presentie en door het werk van een aantal grote pedagogen formuleert ze allereerst een theorie van ‘aandachtige betrokkenheid’.
Daarbij laat ze zien dat ‘aandachtige betrokkenheid’ in de basis drie verschillende aandachtsbewegingen kent. Kern van het boek vormen vijftien in onderwijspraktijken opgetekende portretten van ‘aandachtige betrokkenheid’. In en langs deze portretten laat Lisette Bastiaansen zien hoe ‘aandachtige betrokkenheid’ zich in de praktijk van alledag manifesteert. Ook brengt ze in beeld wat het van leraren en leidinggevenden vraagt om aandachtig betrokken te kunnen zijn. Tot slot geeft ze aan wat ‘aandachtige betrokkenheid’ pedagogisch gezien kan brengen.
In haar betoog laat Bastiaansen zien dat ‘aandachtige betrokkenheid’ een zachte kracht betreft. Deze zachte kracht wordt gebouwd op een grondtoon van kleine, op het eerste gezicht haast onzichtbare kruimels van aandacht en betrokkenheid. Liefdevol ruimte makend, wakker aanwezig en tegelijkertijd afscheidend begrenzend, lukt het de aandachtig betrokken leraar om de leerling uit te nodigen en uit te dagen de eigen zelfstandigheid en vrijheid op te pakken. Kortom, ‘aandachtige betrokkenheid’ kan beschouwd worden als dé pedagogische grondhouding van leraren.
Lisette Bastiaansen doet al geruime tijd onderzoek naar ‘aandachtige betrokkenheid’. Naast haar onderzoekswerk begeleidt ze mensen en organisaties bij hun pedagogische opdracht en werkt ze als toezichthouder. Ook is ze als bestuurslid erbonden aan het Relation Centered Education Network, een wereldwijd netwerk van onderzoekers en beleidsmakers die de menselijke relatie binnen onderwijs willen verbeteren en versterken.
Zonder zorgen ouder worden – Basisthema’s voor jong en oud
Uniek aan dit boek is dat het de verschillende basisthema’s bundelt en behandelt, zoals: familieconflicten vermijden en oplossen; de woonvorm als starter en op het verdere levenspad; levenslang leren; jouw keuzes voor je welbevinden, bij wilsonbekwaamheid, bij het levenseinde en erna; je financiële regie in eigen handen, enz.
Met heel wat weetjes en 190 tips voor jong en oud.
Claudia De Groot is juriste en human resources manager. In het verleden was ze belastingadviseur en had ze een bemiddelingspraktijk voor conflicten bij het ouder worden. Haar passie voor de thema’s van het zonder zorgen ouder worden deelt ze als auteur en als spreker bij lezingen. Zij is grote fan van het levenslang leren, minnelijke oplossingen bij familiale conflicten en van een mooi afscheid. Als alleenstaande ouder met kinderen van de Millennialen Z-generatie en met familie en vrienden in verschillende levensfasen beseft ze ten volle het belang van de basisthema’s voor jong en oud.
Zonder zorgen ouder worden – Basisthema’s voor jong en oud
Uniek aan dit boek is dat het de verschillende basisthema’s bundelt en behandelt, zoals: familieconflicten vermijden en oplossen; de woonvorm als starter en op het verdere levenspad; levenslang leren; jouw keuzes voor je welbevinden, bij wilsonbekwaamheid, bij het levenseinde en erna; je financiële regie in eigen handen, enz.
Met heel wat weetjes en 190 tips voor jong en oud.
Claudia De Groot is juriste en human resources manager. In het verleden was ze belastingadviseur en had ze een bemiddelingspraktijk voor conflicten bij het ouder worden. Haar passie voor de thema’s van het zonder zorgen ouder worden deelt ze als auteur en als spreker bij lezingen. Zij is grote fan van het levenslang leren, minnelijke oplossingen bij familiale conflicten en van een mooi afscheid. Als alleenstaande ouder met kinderen van de Millennialen Z-generatie en met familie en vrienden in verschillende levensfasen beseft ze ten volle het belang van de basisthema’s voor jong en oud.
Implementatiegids voor innovaties in het onderwijs
In deze gids krijg je per fase van de implementatie (adoptie, invoering en borging) een overzicht van concrete adviezen en good practices uit de Vlaamse praktijk om als professional de implementatie van innovaties in de school te faciliteren. De gids is bedoeld voor elke (schoolinterne of -externe) trainer, coach, procesbegeleider, directeur, zorgcoördinator, leerkracht, … betrokken bij het implementatieproces.
Dr. Geertje Leflot is lector en praktijkonderzoeker bij de opleiding Toegepaste Psychologie aan Thomas More Hogeschool Antwerpen-Mechelen vzw. Haar onderwijs en onderzoek is gericht op de implementatie en effectiviteit van (preventieve) schoolse innovaties.
Implementatiegids voor innovaties in het onderwijs
In deze gids krijg je per fase van de implementatie (adoptie, invoering en borging) een overzicht van concrete adviezen en good practices uit de Vlaamse praktijk om als professional de implementatie van innovaties in de school te faciliteren. De gids is bedoeld voor elke (schoolinterne of -externe) trainer, coach, procesbegeleider, directeur, zorgcoördinator, leerkracht, … betrokken bij het implementatieproces.
Dr. Geertje Leflot is lector en praktijkonderzoeker bij de opleiding Toegepaste Psychologie aan Thomas More Hogeschool Antwerpen-Mechelen vzw. Haar onderwijs en onderzoek is gericht op de implementatie en effectiviteit van (preventieve) schoolse innovaties.
Le système des drapeaux de Sensoa pour adultes – Permettre de discuter des comportements sexuels (transgressifs) des adultes
Cette méthode est une version étayée et adaptée du système des drapeaux pour les professionnel-les travaillant avec des enfants et des jeunes (Frans & Franck, 2010, 2014). Dans la version pour adultes, l’accent est mis sur les professionnel·les qui s’occupent des adultes et veillent à créer un environnement favorable à leur santé sexuelle. Toutefois, plus encore qu’avec les enfants et les jeunes, les bénéficiaires impliqué·es dans les situations émettront eux·elles aussi leur propre jugement, orienteront consciemment leurs actions et les évalueront.
La méthode est destinée à être utilisée à titre professionnel à trois niveaux, à savoir :
- Au niveau des bénéficiaires : en tant qu’outil pédagogique pour discuter avec les bénéficiaires d’un comportement sexuel dans lequel ils·elles sont ou pourraient être impliqué·es ;
- Au niveau de l’équipe et des professionnel·les : la méthode peut être utilisée pour réfléchir à la manière d’évaluer certaines situations, à la façon de les traiter et aux compétences nécessaires pour le faire.
- Au niveau de l’organisation : on peut travailler de manière proactive ou réactive à une meilleure politique institutionnelle, sur la base d’une réflexion à propos des incidents, des manquements, des évolutions, etc.
Des situations fictives, des exercices et des outils sont disponibles sur www.vlaggensysteem.be.
Erika Frans (°1957) est socio-pédagogue et psychologue de la santé et travaille depuis trente ans pour Sensoa et CGSO Trefpunt en tant que formatrice, coordinatrice, chargée de projet et experte. Des thèmes tels que l’éducation sexuelle, le développement sexuel et les comportements sexuels transgressifs sont au coeur de ses activités en tant que professionnelle. En 2008, avec ses collègues, elle a développé le système des drapeaux Sensoa comme méthode pour discuter des comportements sexuels transgressifs. L’accueil très positif l’a incitée à poursuivre la mise en pratique de cette méthode pour les adultes.
Le système des drapeaux de Sensoa pour adultes – Permettre de discuter des comportements sexuels (transgressifs) des adultes
Cette méthode est une version étayée et adaptée du système des drapeaux pour les professionnel-les travaillant avec des enfants et des jeunes (Frans & Franck, 2010, 2014). Dans la version pour adultes, l’accent est mis sur les professionnel·les qui s’occupent des adultes et veillent à créer un environnement favorable à leur santé sexuelle. Toutefois, plus encore qu’avec les enfants et les jeunes, les bénéficiaires impliqué·es dans les situations émettront eux·elles aussi leur propre jugement, orienteront consciemment leurs actions et les évalueront.
La méthode est destinée à être utilisée à titre professionnel à trois niveaux, à savoir :
- Au niveau des bénéficiaires : en tant qu’outil pédagogique pour discuter avec les bénéficiaires d’un comportement sexuel dans lequel ils·elles sont ou pourraient être impliqué·es ;
- Au niveau de l’équipe et des professionnel·les : la méthode peut être utilisée pour réfléchir à la manière d’évaluer certaines situations, à la façon de les traiter et aux compétences nécessaires pour le faire.
- Au niveau de l’organisation : on peut travailler de manière proactive ou réactive à une meilleure politique institutionnelle, sur la base d’une réflexion à propos des incidents, des manquements, des évolutions, etc.
Des situations fictives, des exercices et des outils sont disponibles sur www.vlaggensysteem.be.
Erika Frans (°1957) est socio-pédagogue et psychologue de la santé et travaille depuis trente ans pour Sensoa et CGSO Trefpunt en tant que formatrice, coordinatrice, chargée de projet et experte. Des thèmes tels que l’éducation sexuelle, le développement sexuel et les comportements sexuels transgressifs sont au coeur de ses activités en tant que professionnelle. En 2008, avec ses collègues, elle a développé le système des drapeaux Sensoa comme méthode pour discuter des comportements sexuels transgressifs. L’accueil très positif l’a incitée à poursuivre la mise en pratique de cette méthode pour les adultes.
Cognitieve en fijnmotorische stimulatie bij jonge kinderen met autisme en een verstandelijke beperking – Aangepaste en constructieve begeleiding.
Sigrid Huygen werkt als ergotherapeut in de Appelboom, een revalidatiecentrum voor jonge kinderen met een autismespectrumstoornis in Genk. Ze is er verantwoordelijk voor de cognitieve en fijnmotorische training van (laag)functionerende peuters en kleuters met autisme.
Cognitieve en fijnmotorische stimulatie bij jonge kinderen met autisme en een verstandelijke beperking – Aangepaste en constructieve begeleiding.
Sigrid Huygen werkt als ergotherapeut in de Appelboom, een revalidatiecentrum voor jonge kinderen met een autismespectrumstoornis in Genk. Ze is er verantwoordelijk voor de cognitieve en fijnmotorische training van (laag)functionerende peuters en kleuters met autisme.
Narcissus revisited. Van Shelley tot Fleabag (Reeks Psychoanalyse en Cultuur, nr. 14)
Met bijdragen van Janneke van der Leest, Marc De Kesel, Peter Verstraten, Marc Hebbrecht, Frans Schalkwijk, Sjef Houppermans, Ptolemaeus Sirks, Jacob Henselmans en Ruud Welten.
Deze uitgave is het werk van de Vlaams-Nederlandse Stichting Psychoanalyse & Cultuur.
Sjef Houppermans is als gastonderzoeker verbonden aan Lucas. Hij combineert stilistische, filosofische en psychoanalytische vertrekpunten in zijn onderzoek. Hij publiceerde studies over onder anderen Proust, Beckett, Simon, Roussel en Robbe-Grillet.
Peter Verstraten is opleidingsvoorzitter Film- en Literatuurwetenschap in Leiden. Hij publiceerde o.m. Dutch Post-war Fiction Film through a Lens of Psychoanalysis (Amsterdam University Press, 2021), Humour and Irony in Dutch Post-war Fiction Film (Amsterdam University Press, 2016) en Film Narratology (University of Toronto Press, 2009).
Marc De Kesel, filosoof, is als bijzonder hoogleraar verbonden aan de Radboud Universiteit en het Titus Brandsma Instituut, beide in Nijmegen. Vanuit filosofisch perspectief doet hij aan onderzoek in domeinen als religie- en mystiektheorie, holocaustreceptie, lacaniaanse theorie en kunst- & cultuurkritiek. Recent verscheen van hem Het Münchhausenparadigma. Waarom Freud en Lacan ertoe doen (Nijmegen: Vantilt, 2019) en Ik God & mezelf. Mystiek als deconstructie (Amsterdam: Sjibbolet, 2021).
Narcissus revisited. Van Shelley tot Fleabag (Reeks Psychoanalyse en Cultuur, nr. 14)
Met bijdragen van Janneke van der Leest, Marc De Kesel, Peter Verstraten, Marc Hebbrecht, Frans Schalkwijk, Sjef Houppermans, Ptolemaeus Sirks, Jacob Henselmans en Ruud Welten.
Deze uitgave is het werk van de Vlaams-Nederlandse Stichting Psychoanalyse & Cultuur.
Sjef Houppermans is als gastonderzoeker verbonden aan Lucas. Hij combineert stilistische, filosofische en psychoanalytische vertrekpunten in zijn onderzoek. Hij publiceerde studies over onder anderen Proust, Beckett, Simon, Roussel en Robbe-Grillet.
Peter Verstraten is opleidingsvoorzitter Film- en Literatuurwetenschap in Leiden. Hij publiceerde o.m. Dutch Post-war Fiction Film through a Lens of Psychoanalysis (Amsterdam University Press, 2021), Humour and Irony in Dutch Post-war Fiction Film (Amsterdam University Press, 2016) en Film Narratology (University of Toronto Press, 2009).
Marc De Kesel, filosoof, is als bijzonder hoogleraar verbonden aan de Radboud Universiteit en het Titus Brandsma Instituut, beide in Nijmegen. Vanuit filosofisch perspectief doet hij aan onderzoek in domeinen als religie- en mystiektheorie, holocaustreceptie, lacaniaanse theorie en kunst- & cultuurkritiek. Recent verscheen van hem Het Münchhausenparadigma. Waarom Freud en Lacan ertoe doen (Nijmegen: Vantilt, 2019) en Ik God & mezelf. Mystiek als deconstructie (Amsterdam: Sjibbolet, 2021).
Nulgraad van de psyche. Het binnen en buiten van het subject. Een structuralistische benadering in de psychiatrie
Nulgraad van de psyche schetst een ‘creatio ex nihilo’ die ook gepaard gaat met een zeker genieten, dat anders is dan het bevredigen van behoeften. Dit model dat uitgaat van het nulpunt heeft consequenties voor een alternatieve antropologie en ook gevolgen voor de psychiatrie waar het spreken en luisteren (weer?) een centrale plaats inneemt.
Dr. Jos de Kroon, psychiater, psychotherapeut, psychoanalyticus (Reinier van Arkel, ’s Hertogenbosch) publiceert over het subject, psychiatrie en wetenschap, Freud en Lacan. Van hem verschenen onder andere: Taal en psychose(1993), De geschiedenis van de psychiatrie (1999), Over de ziel(2007), De stem van de Ander. Over (verbale) hallucinaties(2010), Hamlet versus Oedipus of toch een matrixiale oriëntatie? (2020).
Nulgraad van de psyche. Het binnen en buiten van het subject. Een structuralistische benadering in de psychiatrie
Nulgraad van de psyche schetst een ‘creatio ex nihilo’ die ook gepaard gaat met een zeker genieten, dat anders is dan het bevredigen van behoeften. Dit model dat uitgaat van het nulpunt heeft consequenties voor een alternatieve antropologie en ook gevolgen voor de psychiatrie waar het spreken en luisteren (weer?) een centrale plaats inneemt.
Dr. Jos de Kroon, psychiater, psychotherapeut, psychoanalyticus (Reinier van Arkel, ’s Hertogenbosch) publiceert over het subject, psychiatrie en wetenschap, Freud en Lacan. Van hem verschenen onder andere: Taal en psychose(1993), De geschiedenis van de psychiatrie (1999), Over de ziel(2007), De stem van de Ander. Over (verbale) hallucinaties(2010), Hamlet versus Oedipus of toch een matrixiale oriëntatie? (2020).
Samen groeien. Natuurlijk opvoeden, ook in de kinderopvang.
Op deze en andere vragen geeft Inge Donckers in haar boek Samen groeien. Natuurlijk opvoeden, ook in de kinderopvang een antwoord. Opvoedkundige basisthema’s zoals hechting, huilen, slapen, voeden, dragen, belonen en straffen, buiten spelen komen aan bod, maar ook onderwerpen zoals vegetarische voeding, wasbare luiers, aromatherapie en ecologische schoonmaakmiddelen worden uitvoerig besproken.
De auteur biedt in het boek ook een handig stappenplan voor de opstart of verderzetting van een opvang volgens de natuurlijke opvoedmethode. Met handige tips en voorbeelden die je ook binnen je gezin kan toepassen.
Voor ouders, opvoeders en iedereen die te maken heeft met opvoeding.
Inge Donckers is opvoeder en mama van 3. Ze verdiepte zich in gezonde en vooral pure voeding en het effect daarvan op lichaam en geest. Door veel te lezen, informatie op te zoeken en vormingen te volgen, voelde ze aan dat de natuurlijke aanpak in het leven de enige juiste is. Zo trok ze stilaan die filosofie ook door in haar kinderdagverblijf Twinkel.
Samen groeien. Natuurlijk opvoeden, ook in de kinderopvang.
Op deze en andere vragen geeft Inge Donckers in haar boek Samen groeien. Natuurlijk opvoeden, ook in de kinderopvang een antwoord. Opvoedkundige basisthema’s zoals hechting, huilen, slapen, voeden, dragen, belonen en straffen, buiten spelen komen aan bod, maar ook onderwerpen zoals vegetarische voeding, wasbare luiers, aromatherapie en ecologische schoonmaakmiddelen worden uitvoerig besproken.
De auteur biedt in het boek ook een handig stappenplan voor de opstart of verderzetting van een opvang volgens de natuurlijke opvoedmethode. Met handige tips en voorbeelden die je ook binnen je gezin kan toepassen.
Voor ouders, opvoeders en iedereen die te maken heeft met opvoeding.
Inge Donckers is opvoeder en mama van 3. Ze verdiepte zich in gezonde en vooral pure voeding en het effect daarvan op lichaam en geest. Door veel te lezen, informatie op te zoeken en vormingen te volgen, voelde ze aan dat de natuurlijke aanpak in het leven de enige juiste is. Zo trok ze stilaan die filosofie ook door in haar kinderdagverblijf Twinkel.
Over vrijheid – Themanr. Filosofie & Praktijk jg 42 nr. 2 (juni 2021)
In zijn Minima Philosophica buigt Patrick Delaere zich over “De merkwaardige glans van de hoop”. Zijn vertrekpunt ligt bij filosoof Gabriel Marcel voor wie hopen alleen mogelijk is vanuit een wij: “Want een mens is niet alléén onderweg, maar altijd ook betrokken op anderen. We bouwen onszelf op middels ontmoetingen met anderen. We leven om zo te zeggen zelf in het duister en hebben anderen nodig die ons belichten zodat we onszelf, d.w.z. onze eigen figuur en onze eigen schaduw, kunnen zien.” Maar behouden we daarbij de vrijheid om te hopen wanneer de redenen daarvoor ontbreken?
Het lijkt een nieuwe trend te worden de staat voor de rechter te dagen. April 2021 was het de beurt voor de Coöperatie Laatste Wil (CLW), samen met een aantal individuele mede-eisers. Doel van de rechtsgang: afschaffing van art. 294 Sr dat hulp bij zelfdoding strafbaar stelt. Ton Vink gaat er nader en kritisch op in, in zijn bijdrage “Zelfdoding: recht op, behulpzaam zijn bij, aanzetten tot. Over artikel 294 Sr, de Coöperatie Laatste Wil, zelfbeschikking en verantwoordelijkheid.” Hij bekijkt, en weegt, in zijn bijdrage eerst een aantal van de argumenten die door de CLW in de dagvaarding naar voren worden gebracht. Hoewel de dagvaarding een interessant overzicht geeft van de huidige stand van zaken op dit vlak, overtuigen de aangevoerde argumenten niet. Daar komt bij dat de CLW door haar eigen optreden – van CLW-leden maar zeker ook van CLW-bestuursleden – de eigen rechtsgang zelf tot zinloosheid veroordeelt. Dat alles betekent niet, zo licht Vink vervolgens nog toe, dat daarom het verbod op hulp bij zelfdoding gehandhaafd moet blijven. Ook hier gaat het over vrijheid: de fundamentele vrijheid van het individu om zelf te bepalen ‘wanneer en op welke wijze zijn leven moet eindigen’. Over een voorstel tot afschaffing c.q. aanpassing van art. 294 Sr moet echter wel beter nagedacht worden.
Daarna volgen een drietal boekbesprekingen: Michiel Korthals bespreekt De symfonie van de natuur van Koo van der Wal. Kees Hellingman buigt zich over Wat terroristen geloven van Beatrice de Graaf. En Patrick Delaere zorgt voor een actueel retrospectief op The Making of an Elder Culture. Reflections on the Future of America’s Most Audacious Generation van Theodore Roszak.
De rubriek Signalementen vormt zoals gebruikelijk de afsluiting van F&P.
Over vrijheid – Themanr. Filosofie & Praktijk jg 42 nr. 2 (juni 2021)
In zijn Minima Philosophica buigt Patrick Delaere zich over “De merkwaardige glans van de hoop”. Zijn vertrekpunt ligt bij filosoof Gabriel Marcel voor wie hopen alleen mogelijk is vanuit een wij: “Want een mens is niet alléén onderweg, maar altijd ook betrokken op anderen. We bouwen onszelf op middels ontmoetingen met anderen. We leven om zo te zeggen zelf in het duister en hebben anderen nodig die ons belichten zodat we onszelf, d.w.z. onze eigen figuur en onze eigen schaduw, kunnen zien.” Maar behouden we daarbij de vrijheid om te hopen wanneer de redenen daarvoor ontbreken?
Het lijkt een nieuwe trend te worden de staat voor de rechter te dagen. April 2021 was het de beurt voor de Coöperatie Laatste Wil (CLW), samen met een aantal individuele mede-eisers. Doel van de rechtsgang: afschaffing van art. 294 Sr dat hulp bij zelfdoding strafbaar stelt. Ton Vink gaat er nader en kritisch op in, in zijn bijdrage “Zelfdoding: recht op, behulpzaam zijn bij, aanzetten tot. Over artikel 294 Sr, de Coöperatie Laatste Wil, zelfbeschikking en verantwoordelijkheid.” Hij bekijkt, en weegt, in zijn bijdrage eerst een aantal van de argumenten die door de CLW in de dagvaarding naar voren worden gebracht. Hoewel de dagvaarding een interessant overzicht geeft van de huidige stand van zaken op dit vlak, overtuigen de aangevoerde argumenten niet. Daar komt bij dat de CLW door haar eigen optreden – van CLW-leden maar zeker ook van CLW-bestuursleden – de eigen rechtsgang zelf tot zinloosheid veroordeelt. Dat alles betekent niet, zo licht Vink vervolgens nog toe, dat daarom het verbod op hulp bij zelfdoding gehandhaafd moet blijven. Ook hier gaat het over vrijheid: de fundamentele vrijheid van het individu om zelf te bepalen ‘wanneer en op welke wijze zijn leven moet eindigen’. Over een voorstel tot afschaffing c.q. aanpassing van art. 294 Sr moet echter wel beter nagedacht worden.
Daarna volgen een drietal boekbesprekingen: Michiel Korthals bespreekt De symfonie van de natuur van Koo van der Wal. Kees Hellingman buigt zich over Wat terroristen geloven van Beatrice de Graaf. En Patrick Delaere zorgt voor een actueel retrospectief op The Making of an Elder Culture. Reflections on the Future of America’s Most Audacious Generation van Theodore Roszak.
De rubriek Signalementen vormt zoals gebruikelijk de afsluiting van F&P.
Lang leve de liefde. Over levenskunstfilosofie en liefdespoëzie.
Jan de Bas is dichter en cultuurhistoricus. Hij richtte in 2007 de Filosofiegroep Rotterdam op. Hij schreef Kan een bloemkool denken. Lessen in filosoferen (2016) en samen met Ed Verhage Denkinstrumenten voor leidinggevenden in het onderwijs. Onderwijsbegeerte in de praktijk (2021).
Lang leve de liefde. Over levenskunstfilosofie en liefdespoëzie.
Jan de Bas is dichter en cultuurhistoricus. Hij richtte in 2007 de Filosofiegroep Rotterdam op. Hij schreef Kan een bloemkool denken. Lessen in filosoferen (2016) en samen met Ed Verhage Denkinstrumenten voor leidinggevenden in het onderwijs. Onderwijsbegeerte in de praktijk (2021).
Samenleven met de dood – Hoezo? (Reeks: Sociale Wetenschappen – Kruispunten nr. 9)
Hiermee dringt zich de vraag op die tot nu toe vrij systematisch over het hoofd is gezien. Hoe kunnen we onze samenleving zo organiseren dat iedereen waardig afscheid kan nemen van een gestorven dierbare? Hierop geeft Samenleven met de dood een aanzet tot antwoord om zo het maatschappelijk debat te openen.
Els Heyvaert is leerkracht, beeldend kunstenaar en illustrator. Christian Van Kerckhove is filosoof met een bijzondere interesse voor de wijsgerige antropologie.
Beiden zijn wereldreizigers. Over hun wereldomzeiling met hun zeiljacht Agapètos schreven ze het boek Het geluk leeft aan boord. Het ongeluk zeilt mee (Lanasta, 2012). Over hun reizen over land publiceerden ze het boek Van de wereld. Filosofische reisimpressies van gebruiken, rituelen en sjamanisme (Garant, 2016).
Samenleven met de dood – Hoezo? (Reeks: Sociale Wetenschappen – Kruispunten nr. 9)
Hiermee dringt zich de vraag op die tot nu toe vrij systematisch over het hoofd is gezien. Hoe kunnen we onze samenleving zo organiseren dat iedereen waardig afscheid kan nemen van een gestorven dierbare? Hierop geeft Samenleven met de dood een aanzet tot antwoord om zo het maatschappelijk debat te openen.
Els Heyvaert is leerkracht, beeldend kunstenaar en illustrator. Christian Van Kerckhove is filosoof met een bijzondere interesse voor de wijsgerige antropologie.
Beiden zijn wereldreizigers. Over hun wereldomzeiling met hun zeiljacht Agapètos schreven ze het boek Het geluk leeft aan boord. Het ongeluk zeilt mee (Lanasta, 2012). Over hun reizen over land publiceerden ze het boek Van de wereld. Filosofische reisimpressies van gebruiken, rituelen en sjamanisme (Garant, 2016).
Death and belonging – Local variations on a universal theme (Reeks: Sociale Wetenschappen – Kruispunten nr. 10)
It is at this point that the idea of this book took shape. What if, instead of tackling the issue of living together directly, we approach it by a detour? Death is, perhaps, the most drastic life event in a community. At the same time, however, it is surrounded by taboo and often the subject of denial, especially in Western countries. By recognizing the rites of mourning, and other associated death rituals, we acknowledge, at the same time, the value of life of human beings. Only in that way can we ever hope to truly live together. This book explores that idea.
Joris Van Poucke is a lecturer at HOGENT University of Applied Sciences and Arts, School of Social Welfare and a member of the research center EQUALITY//ResearchCollective. He teaches political philosophy, ethics, and cultural sciences. His research focus areas are (super)diversity, rites of passage and social cohesion.
Eva Vens is a lecturer at HOGENT University of Applied Sciences and Arts, School of Social Welfare and a member of the research center EQUALITY//ResearchCollective. She teaches cultural sciences and anthropology. Eva Vens has been involved in many studies on rites of passages, diversity and has a keen interest in ageing and associated social challenges.
Christian Van Kerckhove is a philosopher with a special interest in philosophical anthropology. His latest publication, together with his wife Els Heyvaert, is Samenleven met de dood. Hoezo? (Garant, 2021).
Death and belonging – Local variations on a universal theme (Reeks: Sociale Wetenschappen – Kruispunten nr. 10)
It is at this point that the idea of this book took shape. What if, instead of tackling the issue of living together directly, we approach it by a detour? Death is, perhaps, the most drastic life event in a community. At the same time, however, it is surrounded by taboo and often the subject of denial, especially in Western countries. By recognizing the rites of mourning, and other associated death rituals, we acknowledge, at the same time, the value of life of human beings. Only in that way can we ever hope to truly live together. This book explores that idea.
Joris Van Poucke is a lecturer at HOGENT University of Applied Sciences and Arts, School of Social Welfare and a member of the research center EQUALITY//ResearchCollective. He teaches political philosophy, ethics, and cultural sciences. His research focus areas are (super)diversity, rites of passage and social cohesion.
Eva Vens is a lecturer at HOGENT University of Applied Sciences and Arts, School of Social Welfare and a member of the research center EQUALITY//ResearchCollective. She teaches cultural sciences and anthropology. Eva Vens has been involved in many studies on rites of passages, diversity and has a keen interest in ageing and associated social challenges.
Christian Van Kerckhove is a philosopher with a special interest in philosophical anthropology. His latest publication, together with his wife Els Heyvaert, is Samenleven met de dood. Hoezo? (Garant, 2021).
Voeding als levenskracht – Welk stofwisselingstype ben jij?
In dit boek vertelt de auteur hoe je kunt uitzoeken welk stofwisselingstype je bent en welke voeding jouw type nodig heeft. In tegenstelling tot wat heel wat beroemde (en beperkende) diëten (zoals het keto- of proteïnedieet) beweren, heeft elk lichaam eiwitten, koolhydraten en vetten nodig, al verschillen de verhoudingen per type. ‘Gezonde’ voeding is niet voor iedereen gezond en al zeker niet de vegetarische levensstijl. En te veel rauwkost of ‘raw food’ schaadt meer dan het baat.
En dan is er nog de overgang en de menopauze! Voor velen een rollercoaster die alles ondersteboven haalt, maar dat hoeft niet noodzakelijk zo te zijn. Door jouw voeding op jouw stofwisselingstype af te stemmen kan je hormonale veranderingen opvangen. En zo wordt deze periode niet het einde, maar net de boeiendste fase van jouw leven.
Alhoewel dit boek een hoofdstuk over de menopauze bevat, zijn alle andere hoofdstukken voor iedereen interessant: jonge vrouwen, mannen, kinderen en ouderen.
De auteur werkt ook twee volledige, lekkere en voedzame dagmenu’s per stofwisselingstype uit.
Sabine Martens is apotheker en stofwisselingscoach. Ze specialiseerde zich in de overgang en menopauze. Ze heeft een eigen praktijk in Brugge. Daarnaast geeft ze ook nog kooklessen en organiseert ze themadagen.
De website van de auteur.
Voeding als levenskracht – Welk stofwisselingstype ben jij?
In dit boek vertelt de auteur hoe je kunt uitzoeken welk stofwisselingstype je bent en welke voeding jouw type nodig heeft. In tegenstelling tot wat heel wat beroemde (en beperkende) diëten (zoals het keto- of proteïnedieet) beweren, heeft elk lichaam eiwitten, koolhydraten en vetten nodig, al verschillen de verhoudingen per type. ‘Gezonde’ voeding is niet voor iedereen gezond en al zeker niet de vegetarische levensstijl. En te veel rauwkost of ‘raw food’ schaadt meer dan het baat.
En dan is er nog de overgang en de menopauze! Voor velen een rollercoaster die alles ondersteboven haalt, maar dat hoeft niet noodzakelijk zo te zijn. Door jouw voeding op jouw stofwisselingstype af te stemmen kan je hormonale veranderingen opvangen. En zo wordt deze periode niet het einde, maar net de boeiendste fase van jouw leven.
Alhoewel dit boek een hoofdstuk over de menopauze bevat, zijn alle andere hoofdstukken voor iedereen interessant: jonge vrouwen, mannen, kinderen en ouderen.
De auteur werkt ook twee volledige, lekkere en voedzame dagmenu’s per stofwisselingstype uit.
Sabine Martens is apotheker en stofwisselingscoach. Ze specialiseerde zich in de overgang en menopauze. Ze heeft een eigen praktijk in Brugge. Daarnaast geeft ze ook nog kooklessen en organiseert ze themadagen.
De website van de auteur.
Digital Nature for Healthcare – Onderzoek naar het gebruik van beeldende kunst in de gezondheidszorg om stress bij kinderen te verminderen
Er is m.a.w. behoefte aan een nieuwe benadering van de ziekenhuiservaring, vanuit een nieuw perspectief va nwelzijn. Ludicine Lechat ziet hier vele toekomstige mogelijkheden voor de nieuwemediakunst om positieve ervaringen binnen de ziekenhuisomgeving te bevorderen om kinderen de mogelijkheid te geven hun verhaal te vertellen en zo weer in hun eigen kracht te staan.
Ludivine Lechat (1979), grafisch kunstenares en illustrator, studeerde Grafisch Ontwerp (2003, Luca Brussel), gevolgd door het Transmedia Postgraduaat (2005, Luca Brussel). Ze heeft inmiddels jaren ervaring in haar vakgebied en promoveerde in 2020 met aar artistiek onderzoek Digital Nature for Healthcare tot doctor in de kunsten (Sint Lucas Antwerpen, Aria Universiteit Antwerpen). Gespecialiseerd in digitale tekeningen, geïnspireerd door de natuur, wordt haar werk voor verschillende doeleinden gebruikt, zoals in de grafische industrie (huisstijl, illustratie en publicaties), interieurdesign (patronen en tekenwerk) en multimediatoepassingen (apps en interactieve installaties).
Ludivines universum is volstrekt uniek, een verrassende mix van organische poëzie en 21ste-eeuwse technologie.
Digital Nature for Healthcare – Onderzoek naar het gebruik van beeldende kunst in de gezondheidszorg om stress bij kinderen te verminderen
Er is m.a.w. behoefte aan een nieuwe benadering van de ziekenhuiservaring, vanuit een nieuw perspectief va nwelzijn. Ludicine Lechat ziet hier vele toekomstige mogelijkheden voor de nieuwemediakunst om positieve ervaringen binnen de ziekenhuisomgeving te bevorderen om kinderen de mogelijkheid te geven hun verhaal te vertellen en zo weer in hun eigen kracht te staan.
Ludivine Lechat (1979), grafisch kunstenares en illustrator, studeerde Grafisch Ontwerp (2003, Luca Brussel), gevolgd door het Transmedia Postgraduaat (2005, Luca Brussel). Ze heeft inmiddels jaren ervaring in haar vakgebied en promoveerde in 2020 met aar artistiek onderzoek Digital Nature for Healthcare tot doctor in de kunsten (Sint Lucas Antwerpen, Aria Universiteit Antwerpen). Gespecialiseerd in digitale tekeningen, geïnspireerd door de natuur, wordt haar werk voor verschillende doeleinden gebruikt, zoals in de grafische industrie (huisstijl, illustratie en publicaties), interieurdesign (patronen en tekenwerk) en multimediatoepassingen (apps en interactieve installaties).
Ludivines universum is volstrekt uniek, een verrassende mix van organische poëzie en 21ste-eeuwse technologie.
Abortus – Van getuigenissen en reflecties tot steun (Reeks ‘Health Humanities’, nr. 1)
De combinatie van persoonlijke verhalen en refecties vanuit verschillende disciplines is typerend voor het onderzoeksdomein van de Health Humanities waaraan Garant een boekenreeks wijdt onder redactie van Katrien Schaubroeck, Kristien Hens en Leni Van Goidsenhoven. Dit boek is de eerste publicatie in de reeks Health Humanities.
Gertie Driessen is gepensioneerd seksuologe, gesprekstherapeute en ervaringsdeskundige. In 2016 schreef ze Abortus. Het taboe nog niet voorbij? waarop dit boek een vervolg is.
Abortus – Van getuigenissen en reflecties tot steun (Reeks ‘Health Humanities’, nr. 1)
De combinatie van persoonlijke verhalen en refecties vanuit verschillende disciplines is typerend voor het onderzoeksdomein van de Health Humanities waaraan Garant een boekenreeks wijdt onder redactie van Katrien Schaubroeck, Kristien Hens en Leni Van Goidsenhoven. Dit boek is de eerste publicatie in de reeks Health Humanities.
Gertie Driessen is gepensioneerd seksuologe, gesprekstherapeute en ervaringsdeskundige. In 2016 schreef ze Abortus. Het taboe nog niet voorbij? waarop dit boek een vervolg is.
Rennen in de buitenbocht – Sociale stijgers uit het (gast)arbeidersmilieu aan het woord over studie, loopbaan en identiteit
Er zijn altijd kinderen en jongeren uit het milieu van (gast)arbeiders die, al dan niet met de morele en concrete steun van bewogen en gemotiveerde leerkrachten, deze stoelendans ontspringen, de weg naar de universiteit inslaan om daarna het leven en de loopbaan te leiden van hoger opgeleide professionals. In dit boek – een herziene, geactualiseerde en uitgebreide uitgave van Doorzetters (2010) – vertellen drieëndertig Nederlandse en Vlaamse universitair afgestudeerden afkomstig uit de arbeidersklasse hun verhaal over hoe zij aan de universiteit terechtkwamen en hoe het hen verder verging in de samenleving. Dezelfde vragen zijn, tien jaar later, voorgelegd aan universitair afgestudeerden uit het milieu van arbeidsmigranten. Hun verhalen zijn opgenomen in een apart gedeelte van het boek.
Thema’s die aan de orde komen zijn het gezin waaruit de (gast)arbeiderskinderen afkomstig zijn, de eventuele voorgeschiedenis ervan, de ambities van hun ouders of het ontbreken ervan, hun studie, hun opvatting van professionaliteit. Ze vertellen over hun eenzaamheid, hun marginaliteit en het gevoel van: bij wie hoor ik eigenlijk? Het gaat echter vooral om hun doorzettingsvermogen, hun kracht om tegen de stroom in te roeien, zich aan te passen en te integreren en belangrijke maatschappelijke posities te verwerven. Opvallend verschil in de verhalen van beide groepen is de sterke ambitie van de zonen en dochters van de gastarbeiders.
Mick (Michaël) Matthys is de zoon van een arbeider en kwam via het Don Boscocollege ‘voor priester- en missionarisroepingen’ in Gent en aansluitend noviciaat en filosofieopleiding terecht aan de Katholieke Universiteit van Leuven. Hij studeerde daar sociale pedagogiek. Hij werkte enkele jaren voor de KAJ in Antwerpen en emigreerde in 1976 naar Nederland waar hij als universitair docent ging werken bij de vakgroep sociale pedagogiek. Hij doceerde socialisatietheorieën en deed onderzoek naar jeugd(sub)culturen. Ook werkte hij enige jaren aan de Hogeschool van Utrecht als docent sociale wetenschappen, jeugdhulpverlening en onderzoeksmethoden. In 2000 kwam hij terug in dienst van de Universiteit van Utrecht als programmadirecteur van de Master ‘Management en Communicatie’ aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en organisatiewetenschap en als universitair docent onderzoeksmethoden en wetenschapstheorie. Voor zijn proefschrift Doorzetters ondervroeg hij universitair afgestudeerden, afkomstig uit het arbeidersmilieu, over hun studie, leven en loopbaan. Dit proefschrift is vertaald in het Engels en door Routledge uitgegeven. Na zijn pensionering deed hij aan de Vrije Universiteit van Amsterdam onderzoek naar de levensloop en motivatie van eerstegeneratiestudenten en publiceerde hij meerdere artikelen over thema’s uit zijn proefschrift. In 2018 publiceerde hij Waarom Belgen gelijk hebben en Nederlanders gelijk krijgen.
Rennen in de buitenbocht – Sociale stijgers uit het (gast)arbeidersmilieu aan het woord over studie, loopbaan en identiteit
Er zijn altijd kinderen en jongeren uit het milieu van (gast)arbeiders die, al dan niet met de morele en concrete steun van bewogen en gemotiveerde leerkrachten, deze stoelendans ontspringen, de weg naar de universiteit inslaan om daarna het leven en de loopbaan te leiden van hoger opgeleide professionals. In dit boek – een herziene, geactualiseerde en uitgebreide uitgave van Doorzetters (2010) – vertellen drieëndertig Nederlandse en Vlaamse universitair afgestudeerden afkomstig uit de arbeidersklasse hun verhaal over hoe zij aan de universiteit terechtkwamen en hoe het hen verder verging in de samenleving. Dezelfde vragen zijn, tien jaar later, voorgelegd aan universitair afgestudeerden uit het milieu van arbeidsmigranten. Hun verhalen zijn opgenomen in een apart gedeelte van het boek.
Thema’s die aan de orde komen zijn het gezin waaruit de (gast)arbeiderskinderen afkomstig zijn, de eventuele voorgeschiedenis ervan, de ambities van hun ouders of het ontbreken ervan, hun studie, hun opvatting van professionaliteit. Ze vertellen over hun eenzaamheid, hun marginaliteit en het gevoel van: bij wie hoor ik eigenlijk? Het gaat echter vooral om hun doorzettingsvermogen, hun kracht om tegen de stroom in te roeien, zich aan te passen en te integreren en belangrijke maatschappelijke posities te verwerven. Opvallend verschil in de verhalen van beide groepen is de sterke ambitie van de zonen en dochters van de gastarbeiders.
Mick (Michaël) Matthys is de zoon van een arbeider en kwam via het Don Boscocollege ‘voor priester- en missionarisroepingen’ in Gent en aansluitend noviciaat en filosofieopleiding terecht aan de Katholieke Universiteit van Leuven. Hij studeerde daar sociale pedagogiek. Hij werkte enkele jaren voor de KAJ in Antwerpen en emigreerde in 1976 naar Nederland waar hij als universitair docent ging werken bij de vakgroep sociale pedagogiek. Hij doceerde socialisatietheorieën en deed onderzoek naar jeugd(sub)culturen. Ook werkte hij enige jaren aan de Hogeschool van Utrecht als docent sociale wetenschappen, jeugdhulpverlening en onderzoeksmethoden. In 2000 kwam hij terug in dienst van de Universiteit van Utrecht als programmadirecteur van de Master ‘Management en Communicatie’ aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en organisatiewetenschap en als universitair docent onderzoeksmethoden en wetenschapstheorie. Voor zijn proefschrift Doorzetters ondervroeg hij universitair afgestudeerden, afkomstig uit het arbeidersmilieu, over hun studie, leven en loopbaan. Dit proefschrift is vertaald in het Engels en door Routledge uitgegeven. Na zijn pensionering deed hij aan de Vrije Universiteit van Amsterdam onderzoek naar de levensloop en motivatie van eerstegeneratiestudenten en publiceerde hij meerdere artikelen over thema’s uit zijn proefschrift. In 2018 publiceerde hij Waarom Belgen gelijk hebben en Nederlanders gelijk krijgen.
Caleidoscopia. Spelen met diversiteit – Set (boek+spel)
Het diversiteitsspel bestaat uit acht setjes van negen gekleurde kaarten, waarop acht dimensies van diversiteit plus een blanco kaart in negen talen benoemd zijn: Nederlands, Arabisch, Chinees, Duits, Engels, Frans, Hongaars, Spaans en Turks. Doel van dit spel is om de invloed van diversiteit zichtbaar en bespreekbaar te maken en spelenderwijs te leren omgaan met verschillen en overeenkomsten tussen mensen: in levensfase, genderidentiteit, etniciteit, levensvisie, socialisatie, talent en beperking, sociale klasse, opleiding en beroep, die samen de acht dimensies van diversiteit op de Caleidoscopiakaarten uitdrukken.
Deze tweede druk is door het Netwerk geschreven en geactualiseerd op grond van bijna twintig jaar ervaring met het diversiteitsspel Caleidoscopia. Het legt een verbinding tussen diversiteitstheorieën, het analysemodel ‘intersectioneel denken’ en ervaringen in het omgaan met diversiteit en inclusie. Inspiratiebronnen, methodische uitgangspunten en diversiteitskwaliteiten worden beschreven. Ook zijn vijftig werkvormen met de diversiteitskaarten opgenomen.
De Caleidoscopia-set op bol.com.
Het Netwerk Caleidoscopia bestaat uit zeven maatschappelijk bewogen vrouwen die werkzaam en actief zijn in onder andere het onderwijs, het welzijnswerk en de gezondheidszorg, in de vakbond, in de milieubeweging, de vredesbeweging, de vrouwen- en LHBTIQA+-beweging, in organisaties van mensen met een migratieachtergrond, ouderenorganisaties en bij lokale en landelijke overheden alsook het bedrijfsleven.
Caleidoscopia. Spelen met diversiteit – Set (boek+spel)
Het diversiteitsspel bestaat uit acht setjes van negen gekleurde kaarten, waarop acht dimensies van diversiteit plus een blanco kaart in negen talen benoemd zijn: Nederlands, Arabisch, Chinees, Duits, Engels, Frans, Hongaars, Spaans en Turks. Doel van dit spel is om de invloed van diversiteit zichtbaar en bespreekbaar te maken en spelenderwijs te leren omgaan met verschillen en overeenkomsten tussen mensen: in levensfase, genderidentiteit, etniciteit, levensvisie, socialisatie, talent en beperking, sociale klasse, opleiding en beroep, die samen de acht dimensies van diversiteit op de Caleidoscopiakaarten uitdrukken.
Deze tweede druk is door het Netwerk geschreven en geactualiseerd op grond van bijna twintig jaar ervaring met het diversiteitsspel Caleidoscopia. Het legt een verbinding tussen diversiteitstheorieën, het analysemodel ‘intersectioneel denken’ en ervaringen in het omgaan met diversiteit en inclusie. Inspiratiebronnen, methodische uitgangspunten en diversiteitskwaliteiten worden beschreven. Ook zijn vijftig werkvormen met de diversiteitskaarten opgenomen.
De Caleidoscopia-set op bol.com.
Het Netwerk Caleidoscopia bestaat uit zeven maatschappelijk bewogen vrouwen die werkzaam en actief zijn in onder andere het onderwijs, het welzijnswerk en de gezondheidszorg, in de vakbond, in de milieubeweging, de vredesbeweging, de vrouwen- en LHBTIQA+-beweging, in organisaties van mensen met een migratieachtergrond, ouderenorganisaties en bij lokale en landelijke overheden alsook het bedrijfsleven.
Epidemieën, hun impact en hun bestrijding. – Een historisch overzicht met actualiteitswaarde (Cahiers GGG, Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg nr. 15)
Toch is dit niet de eerste pandemie die de wereld getroffen heeft, verre van dat. Sinds de ‘pest’ van Athene, 2500 jaar geleden – de eerste epidemie die schriftelijk is vastgelegd – is de wereld regelmatig opgeschrikt door weer nieuwe ziekten en epidemieën, meestal afkomstig van elders, die soms hele continenten konden treffen. Vaak werd daarbij een nog groter deel van de bevolking getroffen dan in onze huidige pandemie. Desastreus was de ‘Zwarte Dood’, de beruchte pestepidemie die Europa rond het midden van de veertiende eeuw trof; soms stierf het grootste deel van de bevolking in een gebied uit. De indianen werden veel meer getroffen door mazelen dan Spaanse zwaarden; de Europeanen op hun beurt – zij het op kleinere schaal – door syfilis. Ruim honderd jaar geleden veroorzaakte de Spaanse Griep (die overigens niet in Spanje is begonnen) meer slachtoffers dan de Eerste Wereldoorlog.
In dit boek komen deze epidemieën aan bod. Vanuit verschillende gezichtspunten worden ze besproken: de symptomen, de aanvankelijke machteloosheid, de maatregelen van de regeringen, het uiteindelijke succes van de geneeskunde en de nasleep.
We weten nu dat niet Apollo, Asklepios of God maar virussen verantwoordelijk zijn voor deze pandemie, maar het heeft eeuwen geduurd voordat we dit inzicht hadden. Tegenwoordig lijkt de COVID-19-pandemie op zijn retour: de cijfers dalen en maatregelen worden versoepeld, maar de belangrijkste reden is dat er steeds meer mensen gevaccineerd zijn. Vaccinatie is een uitvinding die dateert uit het eind van de achttiende eeuw en werd vanaf 1800 met succes overal toegepast. Ook nu.
Cornelis van Tilburg is classicus aan de Universiteit Leiden, waar hij werkzaam is als onderzoeker bij Griekse en Latijnse Talen en Culturen. Naast zijn onderzoek naar verkeerscirculatie en stadshygiëne in de Grieks-Romeinse wereld is hij eindredacteur van de cahierreeks Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg.
Vincent Van Roy is historicus. Hij specialiseerde zich tijdens zijn doctoraatsonderzoek in de medische geschiedenis, meer specifiek de circulatiemechanismen van medische kennis doorheen de vroegmoderne periode. Hij is redactiecoördinator van de cahierreeks Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg en actief medewerker in het Antwerpse Museum Lambotte.
Epidemieën, hun impact en hun bestrijding. – Een historisch overzicht met actualiteitswaarde (Cahiers GGG, Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg nr. 15)
Toch is dit niet de eerste pandemie die de wereld getroffen heeft, verre van dat. Sinds de ‘pest’ van Athene, 2500 jaar geleden – de eerste epidemie die schriftelijk is vastgelegd – is de wereld regelmatig opgeschrikt door weer nieuwe ziekten en epidemieën, meestal afkomstig van elders, die soms hele continenten konden treffen. Vaak werd daarbij een nog groter deel van de bevolking getroffen dan in onze huidige pandemie. Desastreus was de ‘Zwarte Dood’, de beruchte pestepidemie die Europa rond het midden van de veertiende eeuw trof; soms stierf het grootste deel van de bevolking in een gebied uit. De indianen werden veel meer getroffen door mazelen dan Spaanse zwaarden; de Europeanen op hun beurt – zij het op kleinere schaal – door syfilis. Ruim honderd jaar geleden veroorzaakte de Spaanse Griep (die overigens niet in Spanje is begonnen) meer slachtoffers dan de Eerste Wereldoorlog.
In dit boek komen deze epidemieën aan bod. Vanuit verschillende gezichtspunten worden ze besproken: de symptomen, de aanvankelijke machteloosheid, de maatregelen van de regeringen, het uiteindelijke succes van de geneeskunde en de nasleep.
We weten nu dat niet Apollo, Asklepios of God maar virussen verantwoordelijk zijn voor deze pandemie, maar het heeft eeuwen geduurd voordat we dit inzicht hadden. Tegenwoordig lijkt de COVID-19-pandemie op zijn retour: de cijfers dalen en maatregelen worden versoepeld, maar de belangrijkste reden is dat er steeds meer mensen gevaccineerd zijn. Vaccinatie is een uitvinding die dateert uit het eind van de achttiende eeuw en werd vanaf 1800 met succes overal toegepast. Ook nu.
Cornelis van Tilburg is classicus aan de Universiteit Leiden, waar hij werkzaam is als onderzoeker bij Griekse en Latijnse Talen en Culturen. Naast zijn onderzoek naar verkeerscirculatie en stadshygiëne in de Grieks-Romeinse wereld is hij eindredacteur van de cahierreeks Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg.
Vincent Van Roy is historicus. Hij specialiseerde zich tijdens zijn doctoraatsonderzoek in de medische geschiedenis, meer specifiek de circulatiemechanismen van medische kennis doorheen de vroegmoderne periode. Hij is redactiecoördinator van de cahierreeks Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg en actief medewerker in het Antwerpse Museum Lambotte.
Dementie bij ouderen met een migratieachtergrond
Dit boek is wetenschappelijk onderbouwd en beschrijft op basis van de ervaringen van ouderen met Marokkaanse, Turkse en Italiaanse roots, hun mantelzorgers en professionele zorgverleners welke dementiegerelateerde zorg en noden deze ouderen hebben en de gehanteerde zorgaanpak door de mantelzorger en professionele zorgverlener om aan deze noden tegemoet te komen. Daarnaast wordt ook ingegaan op welke bijkomende zorg- en dienstverlening in de toekomst nodig is voor een betere dementiezorg voor deze ouderen met dementie.
In het onderzoek stond de oudere centraal, en deze boodschap wordt doorgetrokken in dit boek. Na een blik op de migratiegeschiedenis en een schets van de noden en behoeften van ouderen met een migratieachtergrond, wordt gekeken naar de beleving van dementie door de ogen van de ouderen en hun mantelzorgers. Vervolgens wordt de diagnosestelling van dementie en de zorg- en hulpverlening voor de ouderen met dementie onder de loep genomen. Hierin wordt beschreven hoe de mantelzorg verloopt en hoe de professionele zorg wordt ingekleurd en ervaren, zowel in België als in het geval van transnationale zorg. Ten slotte worden een aantal internationale inspirerende voorbeelden uit de dementiezorg voor ouderen met een migratieachtergrond voorgesteld en worden aanbevelingen geformuleerd voor een aangepaste dementiezorg voor deze ouderen.
Dit boek wil mantelzorgers, professionele zorgverleners en beleidsmakers inspireren bij de onderbelichte uitdaging om op zoek te gaan naar de gepaste zorg voor dementerende ouderen met een migratieachtergrond. Dit boek kan een eerste aanzet zijn om het thema bespreekbaar te maken en is een inspiratie naar goede en vernieuwende praktijken.
Saloua Berdai Chaouni is biomedisch wetenschapper en gerontologe. Ze is verbonden als onderzoeker aan Erasmushogeschool Brussel, Vrije Universiteit Brussel en Karel de Grote Hogeschool, waar ze ook doceert. Haar onderzoek situeert zich op het snijpunt van vergrijzing, diversiteit en zorg. Ze behaalde haar doctoraat in de Agogische Wetenschappen aan de VUB
Ann Claeys is verpleegkundige en gerontologe. Ze is verbonden als onderzoeker aan Erasmushogeschool Brussel en Vrije Universiteit Brussel en is docent aan de Erasmushogeschool Brussel. Ze doet onderzoek naar cultuursensitieve zorg en culturele competenties bij zorgprofessionals.
Dementie bij ouderen met een migratieachtergrond
Dit boek is wetenschappelijk onderbouwd en beschrijft op basis van de ervaringen van ouderen met Marokkaanse, Turkse en Italiaanse roots, hun mantelzorgers en professionele zorgverleners welke dementiegerelateerde zorg en noden deze ouderen hebben en de gehanteerde zorgaanpak door de mantelzorger en professionele zorgverlener om aan deze noden tegemoet te komen. Daarnaast wordt ook ingegaan op welke bijkomende zorg- en dienstverlening in de toekomst nodig is voor een betere dementiezorg voor deze ouderen met dementie.
In het onderzoek stond de oudere centraal, en deze boodschap wordt doorgetrokken in dit boek. Na een blik op de migratiegeschiedenis en een schets van de noden en behoeften van ouderen met een migratieachtergrond, wordt gekeken naar de beleving van dementie door de ogen van de ouderen en hun mantelzorgers. Vervolgens wordt de diagnosestelling van dementie en de zorg- en hulpverlening voor de ouderen met dementie onder de loep genomen. Hierin wordt beschreven hoe de mantelzorg verloopt en hoe de professionele zorg wordt ingekleurd en ervaren, zowel in België als in het geval van transnationale zorg. Ten slotte worden een aantal internationale inspirerende voorbeelden uit de dementiezorg voor ouderen met een migratieachtergrond voorgesteld en worden aanbevelingen geformuleerd voor een aangepaste dementiezorg voor deze ouderen.
Dit boek wil mantelzorgers, professionele zorgverleners en beleidsmakers inspireren bij de onderbelichte uitdaging om op zoek te gaan naar de gepaste zorg voor dementerende ouderen met een migratieachtergrond. Dit boek kan een eerste aanzet zijn om het thema bespreekbaar te maken en is een inspiratie naar goede en vernieuwende praktijken.
Saloua Berdai Chaouni is biomedisch wetenschapper en gerontologe. Ze is verbonden als onderzoeker aan Erasmushogeschool Brussel, Vrije Universiteit Brussel en Karel de Grote Hogeschool, waar ze ook doceert. Haar onderzoek situeert zich op het snijpunt van vergrijzing, diversiteit en zorg. Ze behaalde haar doctoraat in de Agogische Wetenschappen aan de VUB
Ann Claeys is verpleegkundige en gerontologe. Ze is verbonden als onderzoeker aan Erasmushogeschool Brussel en Vrije Universiteit Brussel en is docent aan de Erasmushogeschool Brussel. Ze doet onderzoek naar cultuursensitieve zorg en culturele competenties bij zorgprofessionals.
Caleidoscopia: Spelen met diversiteit . Theorie, praktijk en ervaring – Handboek (2e geactualiseerde druk)
Het diversiteitsspel bestaat uit acht setjes van negen gekleurde kaarten, waarop acht dimensies van diversiteit plus een blanco kaart in negen talen benoemd zijn: Nederlands, Arabisch, Chinees, Duits, Engels, Frans, Hongaars, Spaans en Turks. Doel van dit spel is om de invloed van diversiteit zichtbaar en bespreekbaar te maken en spelenderwijs te leren omgaan met verschillen en overeenkomsten tussen mensen: in levensfase, genderidentiteit, etniciteit, levensvisie, socialisatie, talent en beperking, sociale klasse, opleiding en beroep, die samen de acht dimensies van diversiteit op de Caleidoscopiakaarten uitdrukken.
Deze tweede druk is door het Netwerk geschreven en geactualiseerd op grond van bijna twintig jaar ervaring met het diversiteitsspel Caleidoscopia. Het legt een verbinding tussen diversiteitstheorieën, het analysemodel ‘intersectioneel denken’ en ervaringen in het omgaan met diversiteit en inclusie. Inspiratiebronnen, methodische uitgangspunten en diversiteitskwaliteiten worden beschreven. Ook zijn vijftig werkvormen met de diversiteitskaarten opgenomen.
Het Caleidoscopia Theorieboek op bol.com.
Het Netwerk Caleidoscopia bestaat uit zeven maatschappelijk bewogen vrouwen die werkzaam en actief zijn in onder andere het onderwijs, het welzijnswerk en de gezondheidszorg, in de vakbond, in de milieubeweging, de vredesbeweging, de vrouwen- en LHBTIQA+-beweging, in organisaties van mensen met een migratieachtergrond, ouderenorganisaties en bij lokale en landelijke overheden alsook het bedrijfsleven.
Caleidoscopia: Spelen met diversiteit . Theorie, praktijk en ervaring – Handboek (2e geactualiseerde druk)
Het diversiteitsspel bestaat uit acht setjes van negen gekleurde kaarten, waarop acht dimensies van diversiteit plus een blanco kaart in negen talen benoemd zijn: Nederlands, Arabisch, Chinees, Duits, Engels, Frans, Hongaars, Spaans en Turks. Doel van dit spel is om de invloed van diversiteit zichtbaar en bespreekbaar te maken en spelenderwijs te leren omgaan met verschillen en overeenkomsten tussen mensen: in levensfase, genderidentiteit, etniciteit, levensvisie, socialisatie, talent en beperking, sociale klasse, opleiding en beroep, die samen de acht dimensies van diversiteit op de Caleidoscopiakaarten uitdrukken.
Deze tweede druk is door het Netwerk geschreven en geactualiseerd op grond van bijna twintig jaar ervaring met het diversiteitsspel Caleidoscopia. Het legt een verbinding tussen diversiteitstheorieën, het analysemodel ‘intersectioneel denken’ en ervaringen in het omgaan met diversiteit en inclusie. Inspiratiebronnen, methodische uitgangspunten en diversiteitskwaliteiten worden beschreven. Ook zijn vijftig werkvormen met de diversiteitskaarten opgenomen.
Het Caleidoscopia Theorieboek op bol.com.
Het Netwerk Caleidoscopia bestaat uit zeven maatschappelijk bewogen vrouwen die werkzaam en actief zijn in onder andere het onderwijs, het welzijnswerk en de gezondheidszorg, in de vakbond, in de milieubeweging, de vredesbeweging, de vrouwen- en LHBTIQA+-beweging, in organisaties van mensen met een migratieachtergrond, ouderenorganisaties en bij lokale en landelijke overheden alsook het bedrijfsleven.
Balanced Management – Vier fundamenten voor een wetenschappelijke benadering van management en ondernemen
Fysica, biologie, chemie, geneeskunde, geschiedenis, antropologie en andere kennisdomeinen, ze hebben de laatste eeuwen allemaal een enorme evolutie gekend door de toepassing van een wetenschappelijke modus operandi.
Waarom zou dat niet kunnen voor ondernemen en management? Onderhavig boek legt uit hoe grote en kleine ondernemingen, maar ook ziekenhuizen, scholen en andere organisaties op meer wetenschappelijke wijze hun organisatie kunnen beheren en beheersen en hun ambities waarmaken. De brug tussen wetenschappelijke theorie en de dagelijkse praktijk wordt BALANCED MANAGEMENT gedoopt.
Dit BALANCED MANAGEMENT biedt een kader om bij de dagelijkse professionele uitdagingen en problemen een beroep te doen op hetgeen de wetenschap ons te bieden heeft.
Onderhavig boek schetst bondig de geschiedenis van de economische wetenschap en kadert vanuit dit perspectief de problemen die management en ondernemen lijken te weerhouden om wetenschappelijke methodes toe te passen. Maar het boek ontplooit vooral een methodiek om in de voetsporen te kunnen treden van het succes van andere wetenschappen.
Management en ondernemen gaat over het realiseren van doelen in complexe omstandigheden. Wetenschappelijke inzichten bieden daarvoor een flinke houvast.
Wie een stapje opzij wil zetten om voorbij de waan van de dag zich doelgericht te bezinnen over zijn professionele activiteiten als ondernemer en manager, vindt parels in overvloed in dit boek.
Prof. dr. Marc Buelens Professor Emeritus Vlerick Business School
Jac Cuypers leidt KOBUS, een onderneming die sinds jaar en dag advies verstrekt aan ondernemingen en organisaties. Bovendien heeft Jac als crisismanager een brede waaier van opdrachten uitgevoerd als CEO, CFO en CIO in grote en kleine ondernemingen, profit en non-profit. Dit professionele pad bood hem de mogelijkheid theoretische kennis te toetsen aan de werkelijkheid en de toepasbaarheid in het dagelijkse leven te verfijnen.
Balanced Management – Vier fundamenten voor een wetenschappelijke benadering van management en ondernemen
Fysica, biologie, chemie, geneeskunde, geschiedenis, antropologie en andere kennisdomeinen, ze hebben de laatste eeuwen allemaal een enorme evolutie gekend door de toepassing van een wetenschappelijke modus operandi.
Waarom zou dat niet kunnen voor ondernemen en management? Onderhavig boek legt uit hoe grote en kleine ondernemingen, maar ook ziekenhuizen, scholen en andere organisaties op meer wetenschappelijke wijze hun organisatie kunnen beheren en beheersen en hun ambities waarmaken. De brug tussen wetenschappelijke theorie en de dagelijkse praktijk wordt BALANCED MANAGEMENT gedoopt.
Dit BALANCED MANAGEMENT biedt een kader om bij de dagelijkse professionele uitdagingen en problemen een beroep te doen op hetgeen de wetenschap ons te bieden heeft.
Onderhavig boek schetst bondig de geschiedenis van de economische wetenschap en kadert vanuit dit perspectief de problemen die management en ondernemen lijken te weerhouden om wetenschappelijke methodes toe te passen. Maar het boek ontplooit vooral een methodiek om in de voetsporen te kunnen treden van het succes van andere wetenschappen.
Management en ondernemen gaat over het realiseren van doelen in complexe omstandigheden. Wetenschappelijke inzichten bieden daarvoor een flinke houvast.
Wie een stapje opzij wil zetten om voorbij de waan van de dag zich doelgericht te bezinnen over zijn professionele activiteiten als ondernemer en manager, vindt parels in overvloed in dit boek.
Prof. dr. Marc Buelens Professor Emeritus Vlerick Business School
Jac Cuypers leidt KOBUS, een onderneming die sinds jaar en dag advies verstrekt aan ondernemingen en organisaties. Bovendien heeft Jac als crisismanager een brede waaier van opdrachten uitgevoerd als CEO, CFO en CIO in grote en kleine ondernemingen, profit en non-profit. Dit professionele pad bood hem de mogelijkheid theoretische kennis te toetsen aan de werkelijkheid en de toepasbaarheid in het dagelijkse leven te verfijnen.
Hoop als kunst van verantwoord leiderschap
Patrick Nullens geeft als ethicus een genuanceerd beeld van het fenomeen hoop. Vervolgens verbindt hij hoop aan zingeving, wijsheid en ethisch leiderschap. Zowel hoop als leiderschap worden vaak gedreven door de ongemakkelijke ervaring dat de dingen niet zijn zoals ze moeten zijn. Hoop is de kunst van mogelijkheden die gaat schitteren te midden van een crisis. Dit is precies wat we vandaag zo hard nodig hebben. We staan voor enorme uitdagingen en dit vereist moedig leiderschap, op grote en kleine schaal. Dit boek bespreekt hoop als krachtig instrument voor transities en beleidsvorming.
Patrick Nullens geeft geen eenvoudige antwoorden, maar wel een inspirerende gereedschapskist waar iedere leidinggevende zelf mee aan de slag kan gaan.
‘In bange momenten betekent verantwoord leiderschap het samen vinden van hoop. Het schept nieuwe visie, vertrouwen en verbinding binnen de organisatie. Door hoop kunnen mensen tot grootse prestaties komen. Dit boek is daartoe een inspiratiebron die ik u van harte aanbeveel.’
— Leen Paape, hoogleraar Corporate Governance Nyenrode Business University en ervaren bestuurder.
‘Moedig leiderschap. Dat is wat we nodig hebben in deze tijd. Mensen die voorop lopen en anderen inspireren hetzelfde te doen. Met Aandacht voor Echt. Wat er werkelijk toe doet, voor jezelf, je medemens en moeder aarde. De wijze inzichten van Patrick geven je een route; lees dit boek!’
— Maria van der Heijden, directeur-bestuurder MVO-Nederland
‘Een inspirerend boek waarin de kracht van hoop u zal verwonderen. Het biedt perspectief om vanuit een kwetsbaar verlangen de grote uitdagingen van deze tijd samen op te lossen.’
— Wilfred van Werven, directeur en mede-eigenaar Van Werven Infra & Recycling
Patrick Nullens is hoogleraar leiderschapsethiek en menswaardige samenleving aan de Universiteit voor Humanistiek, Utrecht en doceert ethiek aan bestuurders en toezichthouders. Hij maakte deel uit van een team dat onderzoek deed naar de effecten van hoop in de Nederlandse samenleving.
Hoop als kunst van verantwoord leiderschap
Patrick Nullens geeft als ethicus een genuanceerd beeld van het fenomeen hoop. Vervolgens verbindt hij hoop aan zingeving, wijsheid en ethisch leiderschap. Zowel hoop als leiderschap worden vaak gedreven door de ongemakkelijke ervaring dat de dingen niet zijn zoals ze moeten zijn. Hoop is de kunst van mogelijkheden die gaat schitteren te midden van een crisis. Dit is precies wat we vandaag zo hard nodig hebben. We staan voor enorme uitdagingen en dit vereist moedig leiderschap, op grote en kleine schaal. Dit boek bespreekt hoop als krachtig instrument voor transities en beleidsvorming.
Patrick Nullens geeft geen eenvoudige antwoorden, maar wel een inspirerende gereedschapskist waar iedere leidinggevende zelf mee aan de slag kan gaan.
‘In bange momenten betekent verantwoord leiderschap het samen vinden van hoop. Het schept nieuwe visie, vertrouwen en verbinding binnen de organisatie. Door hoop kunnen mensen tot grootse prestaties komen. Dit boek is daartoe een inspiratiebron die ik u van harte aanbeveel.’
— Leen Paape, hoogleraar Corporate Governance Nyenrode Business University en ervaren bestuurder.
‘Moedig leiderschap. Dat is wat we nodig hebben in deze tijd. Mensen die voorop lopen en anderen inspireren hetzelfde te doen. Met Aandacht voor Echt. Wat er werkelijk toe doet, voor jezelf, je medemens en moeder aarde. De wijze inzichten van Patrick geven je een route; lees dit boek!’
— Maria van der Heijden, directeur-bestuurder MVO-Nederland
‘Een inspirerend boek waarin de kracht van hoop u zal verwonderen. Het biedt perspectief om vanuit een kwetsbaar verlangen de grote uitdagingen van deze tijd samen op te lossen.’
— Wilfred van Werven, directeur en mede-eigenaar Van Werven Infra & Recycling
Patrick Nullens is hoogleraar leiderschapsethiek en menswaardige samenleving aan de Universiteit voor Humanistiek, Utrecht en doceert ethiek aan bestuurders en toezichthouders. Hij maakte deel uit van een team dat onderzoek deed naar de effecten van hoop in de Nederlandse samenleving.
Aanpakkaarten voor kinderen met aandachts- en werkhoudingsproblemen
Deze aanpakkaarten zijn een hulpmiddel voor het aanbrengen van structuur, gericht op diverse deelgebieden en onafhankelijk van een methode.
Ze vormen een verzameling van werkstrategieën voor de vakgebieden rekenen, lezen en begrijpend lezen, spelling, taal en projecten. Inmiddels zijn de aanpakkaarten verder ontwikkeld en herzien. Er zijn kaarten onderverdeeld in Brein Quest, gericht op informatieverwerking, de werking van het cognitieve brein en waarnemen met je brein; Mind Quest, gericht op het emotionele brein, sociaal-emotionele ontwikkeling, gedragsontwikkeling, sociale interactie; gericht op de Slimme Kleuter en op de bovenbouw van de basisschool als ‘Brug naar het Voortgezet Onderwijs’ (VO). De leerkracht, maar ook een begeleider of behandelaar, kan hieruit een voor elk kind afzonderlijk helder stappenplan afleiden en opstellen.
Ze kunnen worden gebruikt bij begaafde kinderen, kinderen met leerproblemen en/of leerstoornissen zoals ASS, AD(H)D, gedragsproblemen, informatieverwerkingsproblemen, beelddenkers en kinderen met dyslexie.
Winny Bosch-Sthijns, orthopedagoog, is stichter-directeur van IE Quest, een praktijk en onderzoeksbureau voor orthopedagogiek en psychologie in Maastricht en Heerlen. Daarvoor was zij leerkracht in het basisonderwijs.
Aanpakkaarten voor kinderen met aandachts- en werkhoudingsproblemen
Deze aanpakkaarten zijn een hulpmiddel voor het aanbrengen van structuur, gericht op diverse deelgebieden en onafhankelijk van een methode.
Ze vormen een verzameling van werkstrategieën voor de vakgebieden rekenen, lezen en begrijpend lezen, spelling, taal en projecten. Inmiddels zijn de aanpakkaarten verder ontwikkeld en herzien. Er zijn kaarten onderverdeeld in Brein Quest, gericht op informatieverwerking, de werking van het cognitieve brein en waarnemen met je brein; Mind Quest, gericht op het emotionele brein, sociaal-emotionele ontwikkeling, gedragsontwikkeling, sociale interactie; gericht op de Slimme Kleuter en op de bovenbouw van de basisschool als ‘Brug naar het Voortgezet Onderwijs’ (VO). De leerkracht, maar ook een begeleider of behandelaar, kan hieruit een voor elk kind afzonderlijk helder stappenplan afleiden en opstellen.
Ze kunnen worden gebruikt bij begaafde kinderen, kinderen met leerproblemen en/of leerstoornissen zoals ASS, AD(H)D, gedragsproblemen, informatieverwerkingsproblemen, beelddenkers en kinderen met dyslexie.
Winny Bosch-Sthijns, orthopedagoog, is stichter-directeur van IE Quest, een praktijk en onderzoeksbureau voor orthopedagogiek en psychologie in Maastricht en Heerlen. Daarvoor was zij leerkracht in het basisonderwijs.
Toegepaste verbeelding – Intuïtieve versus (doel)bewuste creativiteit
— Frederik Van Herterijck, Creative and Transformational Leader,
SWIFT and the Financial Services industry
‘Leiders praktisch inzetbare inzichten en tools aanreiken omtrent samenstelling van teams en hen in een creatief klimaat laten innoveren. Dat is wat dit boek zo aantrekkelijk en bruikbaar maakt. Daarnaast leest het ook nog als een trein en biedt het vele inzichten om een organisatie gewoon beter te doen functioneren.’
— Jos Corstjens, Director R&D, OutSide Plant,
Commscope Connectivity Solutions
‘Luc is al meer dan 25 jaar bezig met serieuze creativiteit. Met dit boek biedt hij een venster en brengt hij een overzicht en praktisch inzicht op de volledige toolset. Een gereedschapsset die de potentie heeft om elk serieus creatief probleem waar de mensheid mee geconfronteerd wordt versneld aan te pakken en op te lossen.’
— Piet Vandenbroucke, Vice President IBP and Supply Chain,
Curium Pharma
Het toepassen en concreet maken van onze verbeelding blijkt in toenemende mate belangrijk. We zijn allen creatief en hebben allemaal reeds onze intuïtie gebruikt om bepaalde uitdagingen creatief op te lossen. Maar in welke mate konden we dit denkproces herhalen?
Waarom zou je doelbewust jouw verbeelding en creatieve en probleemoplossingsvaardigheden ontwikkelen? Hoe kunnen studenten en managers complexe problemen aanpakken? Hoe stimuleer je innovatie? Hoe implementeer je nieuwe oplossingen? Is creativiteit de sleutel tot succes? Bij het beantwoorden van deze vragen biedt deze toegankelijke tekst een introductie tot de essentiële vaardigheden en inzichten van het creatief oplossen van problemen en het creëren van de juiste omgevingsfactoren om creatief gedrag mogelijk te maken.
Dit boek ontleedt creativiteit en innovatie en bespreekt tevens de multifunctionele benadering van creativiteit. Het stelt strategieën en instrumenten voor om verantwoordelijken binnen organisaties en binnen het onderwijs te helpen groeien tot creatieve leiders die leiderschapskwaliteiten en creatief gedrag in anderen stimuleren.
Luc De Schryver heeft een Master of Science in creativiteit en innovatie van de University College in Buffalo, New York, USA en een Master Toegepaste Economische Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij is als lector verbonden aan UCLL (University College Leuven-Limburg). Hij is tevens zaakvoerder van o2c2 en senior associate bij CPSB, Buffalo, New York, USA.
De auteur is sinds 1990 actief binnen nationale en internationale bedrijven en organisaties. De focus ligt hierbij voornamelijk op het stimuleren van creativiteit (individueel, team- en organisatieniveau) en het begeleiden van innovatie-inspanningen binnen organisaties. Hij heeft samengewerkt met klanten zoals Exxon (USA), Sperian (France), Universiteit van Nyenrode (Nederland), University of West-England (UK), Proximus, VVSG, Mercedes-Benz, Uitgeverij De Boeck, Federale Politie, Janssen Pharmaceutica en de European Insurance and Occupational Pensions Authority (EIOPA).
Als gecertifieerd VIEW- en SOQ-trainer leidt hij anderen op in het productief gebruik van deze psychometrische instrumenten.
Toegepaste verbeelding – Intuïtieve versus (doel)bewuste creativiteit
— Frederik Van Herterijck, Creative and Transformational Leader,
SWIFT and the Financial Services industry
‘Leiders praktisch inzetbare inzichten en tools aanreiken omtrent samenstelling van teams en hen in een creatief klimaat laten innoveren. Dat is wat dit boek zo aantrekkelijk en bruikbaar maakt. Daarnaast leest het ook nog als een trein en biedt het vele inzichten om een organisatie gewoon beter te doen functioneren.’
— Jos Corstjens, Director R&D, OutSide Plant,
Commscope Connectivity Solutions
‘Luc is al meer dan 25 jaar bezig met serieuze creativiteit. Met dit boek biedt hij een venster en brengt hij een overzicht en praktisch inzicht op de volledige toolset. Een gereedschapsset die de potentie heeft om elk serieus creatief probleem waar de mensheid mee geconfronteerd wordt versneld aan te pakken en op te lossen.’
— Piet Vandenbroucke, Vice President IBP and Supply Chain,
Curium Pharma
Het toepassen en concreet maken van onze verbeelding blijkt in toenemende mate belangrijk. We zijn allen creatief en hebben allemaal reeds onze intuïtie gebruikt om bepaalde uitdagingen creatief op te lossen. Maar in welke mate konden we dit denkproces herhalen?
Waarom zou je doelbewust jouw verbeelding en creatieve en probleemoplossingsvaardigheden ontwikkelen? Hoe kunnen studenten en managers complexe problemen aanpakken? Hoe stimuleer je innovatie? Hoe implementeer je nieuwe oplossingen? Is creativiteit de sleutel tot succes? Bij het beantwoorden van deze vragen biedt deze toegankelijke tekst een introductie tot de essentiële vaardigheden en inzichten van het creatief oplossen van problemen en het creëren van de juiste omgevingsfactoren om creatief gedrag mogelijk te maken.
Dit boek ontleedt creativiteit en innovatie en bespreekt tevens de multifunctionele benadering van creativiteit. Het stelt strategieën en instrumenten voor om verantwoordelijken binnen organisaties en binnen het onderwijs te helpen groeien tot creatieve leiders die leiderschapskwaliteiten en creatief gedrag in anderen stimuleren.
Luc De Schryver heeft een Master of Science in creativiteit en innovatie van de University College in Buffalo, New York, USA en een Master Toegepaste Economische Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij is als lector verbonden aan UCLL (University College Leuven-Limburg). Hij is tevens zaakvoerder van o2c2 en senior associate bij CPSB, Buffalo, New York, USA.
De auteur is sinds 1990 actief binnen nationale en internationale bedrijven en organisaties. De focus ligt hierbij voornamelijk op het stimuleren van creativiteit (individueel, team- en organisatieniveau) en het begeleiden van innovatie-inspanningen binnen organisaties. Hij heeft samengewerkt met klanten zoals Exxon (USA), Sperian (France), Universiteit van Nyenrode (Nederland), University of West-England (UK), Proximus, VVSG, Mercedes-Benz, Uitgeverij De Boeck, Federale Politie, Janssen Pharmaceutica en de European Insurance and Occupational Pensions Authority (EIOPA).
Als gecertifieerd VIEW- en SOQ-trainer leidt hij anderen op in het productief gebruik van deze psychometrische instrumenten.
Ik zie je! Verbindend opvoeden in 10 stappen.
Wat kindercoach Uschi Lichter betreft niet. In Ik zie je! geeft ze een pleidooi voor verbindend opvoeden. Met oog voor de signalen die een kind je geeft. Vanuit je buikgevoel, de nodige zelfreflectie én mildheid voor jezelf. Want als volwassenen zijn we in onze opvoedingsstijl sterk beïnvloed door onze eigen ervaringen en persoonlijkheid.
Ik zie je! Verbindend opvoeden in 10 stappen is een boek voor elke opvoeder – van ouder tot leerkracht en sportcoach – die verder wil kijken dan het gedrag van een kind. Die elk kind het gevoel wil geven dat het gezien wordt.
Uschi Lichter deed jarenlang ervaring op als kindercoach, talentontwikkelaar en traumatherapeut. De rode draad? Haar geloof in de enorme kracht van verbinding. Sinds 2015 is ze kindercoach in haar eigen praktijk Het Spinnewip. En niet te vergeten in de context van dit boek: Uschi is ook ervaringsdeskundige, als mama van twee tieners, Floran en Frauke. Haar partner David Vandecan nam de illustraties in het boek voor zijn rekening.
Ik zie je! Verbindend opvoeden in 10 stappen.
Wat kindercoach Uschi Lichter betreft niet. In Ik zie je! geeft ze een pleidooi voor verbindend opvoeden. Met oog voor de signalen die een kind je geeft. Vanuit je buikgevoel, de nodige zelfreflectie én mildheid voor jezelf. Want als volwassenen zijn we in onze opvoedingsstijl sterk beïnvloed door onze eigen ervaringen en persoonlijkheid.
Ik zie je! Verbindend opvoeden in 10 stappen is een boek voor elke opvoeder – van ouder tot leerkracht en sportcoach – die verder wil kijken dan het gedrag van een kind. Die elk kind het gevoel wil geven dat het gezien wordt.
Uschi Lichter deed jarenlang ervaring op als kindercoach, talentontwikkelaar en traumatherapeut. De rode draad? Haar geloof in de enorme kracht van verbinding. Sinds 2015 is ze kindercoach in haar eigen praktijk Het Spinnewip. En niet te vergeten in de context van dit boek: Uschi is ook ervaringsdeskundige, als mama van twee tieners, Floran en Frauke. Haar partner David Vandecan nam de illustraties in het boek voor zijn rekening.
Een vlekkeloos hondenleven (2e). Wetenschappelijke benadering van hondengedrag en welzijn
Vele hondeneigenaars houden nog te vaak vast aan verouderde visies over hondengedrag, -training en -opvoeding. Ze weten niet dat honden emoties hebben en hoe ze juist moeten communiceren met hun hond. Als we op een respectvolle en veilige manier met honden willen samenleven en/of werken, is het nodig om verouderde theorieën, zoals het gebruik van aversieve technieken en het dominantie-roedelconcept, achter ons te laten.
Dit boek biedt een inzicht in de emoties en de wereld van onze honden. Het bespreekt onder meer de volgende onderwerpen: de evolutie en domesticatie van onze hond, de (on)zin van het dominantiemodel, welzijn, stress en emoties, zintuiglijke waarneming bij de hond, sociaal gedrag en communicatie en de behoeften van honden. De informatie in dit boek is gebaseerd op recente wetenschappelijke inzichten en geldt voor de gemiddelde, emotioneel stabiele hond.
Enkel door je hond te begrijpen en rekening te houden met zijn behoeften, is het mogelijk om er gepast en veilig mee om te gaan. Zo krijg je een goede relatie en een gelukkige hond!
Een boek voor elke hondeneigenaar en -professional.

ILSE REDIERS is dierenarts en gedragsdeskundige. Ze kreeg de Scientia Cordequeprijs voor haar eindwerk over het effect van castratie op het gedrag van honden en katten en volgde een postgraduaat toegepast diergedrag. Ze is bestuurslid van VDWE (Vlaamse gedragsdierenartsen), lid van ESVCE (Europese gedragsdierenartsen) en lid van VDG (Vereniging voor Diergedragsprofessionals). Ze volgde ook meer dan 200 wetenschappelijke bijscholingen, congressen en workshops over diergedrag en -welzijn.
In haar praktijk BEHIVET behandelt ze honden en katten met gedragsproblemen en organiseert ze puppyklasjes. Daarnaast is ze leerkracht Diervakken en geeft ze diverse lezingen en opleidingen omtrent diergedrag, welzijn, gezondheid en ziekten bij hond en kat.
Voor meer informatie over BehiVet en interessante artikels over gedrag en welzijn: behivet.be.
Ter herinnering aan Zina (†), die me bijna 15 jaar heel veel liefde en vriendschap heeft geschonken en die altijd mijn prinsesje zal blijven.
Een vlekkeloos hondenleven (2e). Wetenschappelijke benadering van hondengedrag en welzijn
Vele hondeneigenaars houden nog te vaak vast aan verouderde visies over hondengedrag, -training en -opvoeding. Ze weten niet dat honden emoties hebben en hoe ze juist moeten communiceren met hun hond. Als we op een respectvolle en veilige manier met honden willen samenleven en/of werken, is het nodig om verouderde theorieën, zoals het gebruik van aversieve technieken en het dominantie-roedelconcept, achter ons te laten.
Dit boek biedt een inzicht in de emoties en de wereld van onze honden. Het bespreekt onder meer de volgende onderwerpen: de evolutie en domesticatie van onze hond, de (on)zin van het dominantiemodel, welzijn, stress en emoties, zintuiglijke waarneming bij de hond, sociaal gedrag en communicatie en de behoeften van honden. De informatie in dit boek is gebaseerd op recente wetenschappelijke inzichten en geldt voor de gemiddelde, emotioneel stabiele hond.
Enkel door je hond te begrijpen en rekening te houden met zijn behoeften, is het mogelijk om er gepast en veilig mee om te gaan. Zo krijg je een goede relatie en een gelukkige hond!
Een boek voor elke hondeneigenaar en -professional.

ILSE REDIERS is dierenarts en gedragsdeskundige. Ze kreeg de Scientia Cordequeprijs voor haar eindwerk over het effect van castratie op het gedrag van honden en katten en volgde een postgraduaat toegepast diergedrag. Ze is bestuurslid van VDWE (Vlaamse gedragsdierenartsen), lid van ESVCE (Europese gedragsdierenartsen) en lid van VDG (Vereniging voor Diergedragsprofessionals). Ze volgde ook meer dan 200 wetenschappelijke bijscholingen, congressen en workshops over diergedrag en -welzijn.
In haar praktijk BEHIVET behandelt ze honden en katten met gedragsproblemen en organiseert ze puppyklasjes. Daarnaast is ze leerkracht Diervakken en geeft ze diverse lezingen en opleidingen omtrent diergedrag, welzijn, gezondheid en ziekten bij hond en kat.
Voor meer informatie over BehiVet en interessante artikels over gedrag en welzijn: behivet.be.
Ter herinnering aan Zina (†), die me bijna 15 jaar heel veel liefde en vriendschap heeft geschonken en die altijd mijn prinsesje zal blijven.
Leren, een betekenisvol bouwproces
Leren staat tegenwoordig in het teken van een leven lang leren. Wat betekent een leven lang leren voor de eindtermen van het middelbaar en hoger onderwijs? Inhoudelijke kennis en specifieke vaardigheden hebben in de praktijk vaak een beperkte houdbaarheidsdatum. Leren gaat niet alleen over het oplossen van concrete problemen, de ontwikkeling van de hard skills. Leren gaat ook over de ontwikkeling van een breed probleemoplossend vermogen, de soft skills. Welke competenties heeft een leerling nodig om ook na zijn schoolloopbaan te blijven leren? Wat is de bijdrage die onderwijsprofessionals kunnen leveren aan de ontwikkeling van dit vermogen?
Leren wordt in dit boek beschouwd als een betekenisvol bouwproces waar de leerling de eigenaar van is en de eindverantwoordelijkheid voor draagt. Het onderwijs heeft de taak leerlingen en studenten te begeleiden bij het steeds beter nemen van de regie over dit leerproces. Het boek geeft een heldere uiteenzetting over de inhoud van het concept regie, welke competenties ermee gemoeid zijn en hoe deze verder ontwikkeld kunnen worden. De competenties zijn nodig om de opgedane kennis en vaardigheden echt eigen te maken, door te ontwikkelen en adequaat in te zetten nu en in de toekomst.
André Baars is afgestudeerd in de onderwijspsychologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen (RU), waar hij sinds 1997 ook werkzaam is als onderwijspsycholoog. Hij begeleidt studenten in hun studievoortgang, adviseert studieadviseurs en docenten en ondersteunt opleidingen bij de ontwikkeling van begeleiding voor hun studenten. Naast zijn werkzaamheden aan de RU geeft hij lezingen, workshops en cursussen aan leerlingen, ouders, docenten en andere professionals in het middelbaar en hoger onderwijs. André Baars is coördinator van de professionaliseringscursussen voor de Landelijke Vereniging van Studieadviseurs (LVSA). Voor meer informatie zie andrebaars.com.
Leren, een betekenisvol bouwproces
Leren staat tegenwoordig in het teken van een leven lang leren. Wat betekent een leven lang leren voor de eindtermen van het middelbaar en hoger onderwijs? Inhoudelijke kennis en specifieke vaardigheden hebben in de praktijk vaak een beperkte houdbaarheidsdatum. Leren gaat niet alleen over het oplossen van concrete problemen, de ontwikkeling van de hard skills. Leren gaat ook over de ontwikkeling van een breed probleemoplossend vermogen, de soft skills. Welke competenties heeft een leerling nodig om ook na zijn schoolloopbaan te blijven leren? Wat is de bijdrage die onderwijsprofessionals kunnen leveren aan de ontwikkeling van dit vermogen?
Leren wordt in dit boek beschouwd als een betekenisvol bouwproces waar de leerling de eigenaar van is en de eindverantwoordelijkheid voor draagt. Het onderwijs heeft de taak leerlingen en studenten te begeleiden bij het steeds beter nemen van de regie over dit leerproces. Het boek geeft een heldere uiteenzetting over de inhoud van het concept regie, welke competenties ermee gemoeid zijn en hoe deze verder ontwikkeld kunnen worden. De competenties zijn nodig om de opgedane kennis en vaardigheden echt eigen te maken, door te ontwikkelen en adequaat in te zetten nu en in de toekomst.
André Baars is afgestudeerd in de onderwijspsychologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen (RU), waar hij sinds 1997 ook werkzaam is als onderwijspsycholoog. Hij begeleidt studenten in hun studievoortgang, adviseert studieadviseurs en docenten en ondersteunt opleidingen bij de ontwikkeling van begeleiding voor hun studenten. Naast zijn werkzaamheden aan de RU geeft hij lezingen, workshops en cursussen aan leerlingen, ouders, docenten en andere professionals in het middelbaar en hoger onderwijs. André Baars is coördinator van de professionaliseringscursussen voor de Landelijke Vereniging van Studieadviseurs (LVSA). Voor meer informatie zie andrebaars.com.
Levenskracht, zelfzorg en persoonlijk meesterschap. 10 strategieën om je levenskwaliteit duurzaam te verbeteren
De kwaliteit van je leven duurzaam verbeteren kan door goed voor je hele zelf te zorgen. Dit boek laat 10 elkaar aanvullende strategieën aan bod komen die de lichamelijke, mentale, relationele en spirituele dimensie van jezelf aanspreken. Vanuit die strategieën wordt er een waaier van 100 kleine, haalbare acties voorgesteld, waaruit je kan kiezen en die elk een groot verschil kunnen maken.
Hoe ga je daarmee aan de slag? Hoe kom je in actie? Dat kan maar door leiding te geven aan jezelf. Dit persoonlijk meesterschap vraagt om toewijding, mildheid en inzicht. Net zoals zelfzorg is ook persoonlijk meesterschap een directe bron van levenskracht. Het is die levenskracht die ons ertoe aanzet om telkens weer in te zetten op de kwaliteit van ons leven.
Sven De Weerdt is als doctor in de psychologie gepassioneerd door bewustwording en bewustzijn. Hij is docent aan de UHasselt, faciliteert leiderschapsontwikkeling aan het UZ Leuven, is zelfstandig begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen in de sfeer van zelfzorg, persoonlijk leiderschap en samenwerking. Hij is ook meditatieleraar en auteur van de boeken Cocreatief leiderschap ( samen m et Y ves L arock, G arant), Dansen met de wereld (ASP), Ontdek jezelf (Witsand) en De Dans (BoekBoek).
br/> Voor meer info: Dansen met de Wereld
Levenskracht, zelfzorg en persoonlijk meesterschap. 10 strategieën om je levenskwaliteit duurzaam te verbeteren
De kwaliteit van je leven duurzaam verbeteren kan door goed voor je hele zelf te zorgen. Dit boek laat 10 elkaar aanvullende strategieën aan bod komen die de lichamelijke, mentale, relationele en spirituele dimensie van jezelf aanspreken. Vanuit die strategieën wordt er een waaier van 100 kleine, haalbare acties voorgesteld, waaruit je kan kiezen en die elk een groot verschil kunnen maken.
Hoe ga je daarmee aan de slag? Hoe kom je in actie? Dat kan maar door leiding te geven aan jezelf. Dit persoonlijk meesterschap vraagt om toewijding, mildheid en inzicht. Net zoals zelfzorg is ook persoonlijk meesterschap een directe bron van levenskracht. Het is die levenskracht die ons ertoe aanzet om telkens weer in te zetten op de kwaliteit van ons leven.
Sven De Weerdt is als doctor in de psychologie gepassioneerd door bewustwording en bewustzijn. Hij is docent aan de UHasselt, faciliteert leiderschapsontwikkeling aan het UZ Leuven, is zelfstandig begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen in de sfeer van zelfzorg, persoonlijk leiderschap en samenwerking. Hij is ook meditatieleraar en auteur van de boeken Cocreatief leiderschap ( samen m et Y ves L arock, G arant), Dansen met de wereld (ASP), Ontdek jezelf (Witsand) en De Dans (BoekBoek).
br/> Voor meer info: Dansen met de Wereld
Oscar en het avontuur in de speelgoedkist
Dit is een therapeutisch verhaal en tevens een werkboek voor kinderen met Post Traumatisch Stress Stoornis (PTSS). De bijhorende handleiding voor een theoretische achtergrond en meer uitleg over de oefeningen in het verhaal is beschikbaar via een downloadcode op de website van Garant.
Een recensie in vakblad Vroeg
https://www.vakbladvroeg.nl/avontuurlijke-verhaallijn-welkome-ondersteuning-voor-kinderen-met-ptss/
Doris D’Hooghe is psychotraumatoloog/integratief kindertherapeut en EMDR Practitioner. Ze startte haar carrière als psychiatrisch verpleegkundige en heeft meer dan 35 jaar ervaring als psychotherapeut en kindertherapeut. Ze is oprichter van Traumacentrum België (www.traumacentrum.be) en werkt al 30 jaar in een private praktijk waar ze aan de slag gaat met complexe traumatisering bij zowel kinderen, adolescenten, volwassenen en ouderen.
Frauke Heyde studeerde journalistiek en behaalde een Master in de Filmstudies. Ze is scenariste en schrijfster.
Chris Vosters illustreert kinderboeken en geeft les in het Deeltijds Kunstonderwijs.
Oscar en het avontuur in de speelgoedkist
Dit is een therapeutisch verhaal en tevens een werkboek voor kinderen met Post Traumatisch Stress Stoornis (PTSS). De bijhorende handleiding voor een theoretische achtergrond en meer uitleg over de oefeningen in het verhaal is beschikbaar via een downloadcode op de website van Garant.
Een recensie in vakblad Vroeg
https://www.vakbladvroeg.nl/avontuurlijke-verhaallijn-welkome-ondersteuning-voor-kinderen-met-ptss/
Doris D’Hooghe is psychotraumatoloog/integratief kindertherapeut en EMDR Practitioner. Ze startte haar carrière als psychiatrisch verpleegkundige en heeft meer dan 35 jaar ervaring als psychotherapeut en kindertherapeut. Ze is oprichter van Traumacentrum België (www.traumacentrum.be) en werkt al 30 jaar in een private praktijk waar ze aan de slag gaat met complexe traumatisering bij zowel kinderen, adolescenten, volwassenen en ouderen.
Frauke Heyde studeerde journalistiek en behaalde een Master in de Filmstudies. Ze is scenariste en schrijfster.
Chris Vosters illustreert kinderboeken en geeft les in het Deeltijds Kunstonderwijs.
Themanr Kleio jrg. 50 nr. 3/4 ( juni-okt 2021) In de spits – Onbekend onbemind – Publieke stemmen
Als tweede onderdeel voorzien we een rubriek 'onbekend, onbemind'. Al geruime tijd worden er in de schoolvakken Latijn en Grieks teksten gelezen die niet tot de typische schoolcanon behoren. Toch is er nog veel dat onbekend en dus onbemind blijft. Het kan gaan om een klassieke dan wel postklassieke tekst, een literaire dan wel een docu-mentaire tekst die docenten en vooral ook hun leerlingen kan aanspreken. De auteur presenteert, vertaalt en situeert de tekst (literair-)historisch en geeft aan waarom hij/zij de tekst van zijn/haar keuze aan docenten en leerlingen wil aanbevelen.
Een derde luik vormt de rubriek 'publieke stemmen'. Hoe kijken prominente deelne-mers aan het cultureel-maatschappelijk debat vandaag tegen de klassieken – als discipline en als schoolvak – aan? Waarin kunnen volgens hen in deze vroege eenentwintigste eeuw nog de zin en waarde van een 'klassieke' of 'gymnasiale' opvoeding zijn gelegen? Op welke manier zou het oudetalenonderwijs zich moeten transformeren om vandaag nog relevant te zijn – in de maatschappij, op school? Of moeten we ons als classici neerleggen bij het feit dat Latijn en Grieks traag maar zeker tot een academisch specialisme voor de happy few, tot een nieuw Sanskriet verschrompelen?
Door de overvloed aan bijdragen komt er volgend jaar overigens een vervolgdubbel-nummer, met nog eens bijdragen van vijftien auteurs die we hier niet konden plaatsen. Ons feest is dus nog niet ten eind.
Toon Van Houdt
Themanr Kleio jrg. 50 nr. 3/4 ( juni-okt 2021) In de spits – Onbekend onbemind – Publieke stemmen
Als tweede onderdeel voorzien we een rubriek 'onbekend, onbemind'. Al geruime tijd worden er in de schoolvakken Latijn en Grieks teksten gelezen die niet tot de typische schoolcanon behoren. Toch is er nog veel dat onbekend en dus onbemind blijft. Het kan gaan om een klassieke dan wel postklassieke tekst, een literaire dan wel een docu-mentaire tekst die docenten en vooral ook hun leerlingen kan aanspreken. De auteur presenteert, vertaalt en situeert de tekst (literair-)historisch en geeft aan waarom hij/zij de tekst van zijn/haar keuze aan docenten en leerlingen wil aanbevelen.
Een derde luik vormt de rubriek 'publieke stemmen'. Hoe kijken prominente deelne-mers aan het cultureel-maatschappelijk debat vandaag tegen de klassieken – als discipline en als schoolvak – aan? Waarin kunnen volgens hen in deze vroege eenentwintigste eeuw nog de zin en waarde van een 'klassieke' of 'gymnasiale' opvoeding zijn gelegen? Op welke manier zou het oudetalenonderwijs zich moeten transformeren om vandaag nog relevant te zijn – in de maatschappij, op school? Of moeten we ons als classici neerleggen bij het feit dat Latijn en Grieks traag maar zeker tot een academisch specialisme voor de happy few, tot een nieuw Sanskriet verschrompelen?
Door de overvloed aan bijdragen komt er volgend jaar overigens een vervolgdubbel-nummer, met nog eens bijdragen van vijftien auteurs die we hier niet konden plaatsen. Ons feest is dus nog niet ten eind.
Toon Van Houdt
Tom test-R – Handleiding
De test meet de drie stadia waarlangs ToM zich ontwikkelt: (1) voorlopers van ToM (doen-alsof, emotieherkenning en het onderkennen van verschil tussen fysisch en mentaal); (2) eerste manifestaties van ToM (first order belief en false belief) en (3) hoogste niveau van ToM (second order belief).
Met behulp van een gestructureerd interview, dat bestaat uit 14 items, wordt informatie verzameld over de mate waarin kinderen van 4 tot en met 12 jaar beschikken over sociaal begrip, sociaal inzicht en sociale sensitiviteit. De afname van dit interview duurt gemiddeld twintig minuten.
Het instrument is met name bedoeld voor de doelgroep kinderen met autismespectrumstoornissen.
Pim Steerneman, doctor in de psychologie, was tot voor kort voorzitter van de Raad van Bestuur van Rubicon Jeugdzorg in Horn. Nu is hij voorzitter van de Raad van Bestuur van Sevagram in Heerlen.
Cor Meesters, doctor in de psychologie, is verbonden aan het Departement Medische, klinische en experimentele psychologie van de Universiteit Maastricht.
Tom test-R – Handleiding
De test meet de drie stadia waarlangs ToM zich ontwikkelt: (1) voorlopers van ToM (doen-alsof, emotieherkenning en het onderkennen van verschil tussen fysisch en mentaal); (2) eerste manifestaties van ToM (first order belief en false belief) en (3) hoogste niveau van ToM (second order belief).
Met behulp van een gestructureerd interview, dat bestaat uit 14 items, wordt informatie verzameld over de mate waarin kinderen van 4 tot en met 12 jaar beschikken over sociaal begrip, sociaal inzicht en sociale sensitiviteit. De afname van dit interview duurt gemiddeld twintig minuten.
Het instrument is met name bedoeld voor de doelgroep kinderen met autismespectrumstoornissen.
Pim Steerneman, doctor in de psychologie, was tot voor kort voorzitter van de Raad van Bestuur van Rubicon Jeugdzorg in Horn. Nu is hij voorzitter van de Raad van Bestuur van Sevagram in Heerlen.
Cor Meesters, doctor in de psychologie, is verbonden aan het Departement Medische, klinische en experimentele psychologie van de Universiteit Maastricht.
Tom test-R-Set: Handleiding (met downloadcode + Werkboek(testplaten) (in opbergkoffer)
De test meet de drie stadia waarlangs ToM zich ontwikkelt: (1) voorlopers van ToM (doen-alsof, emotieherkenning en het onderkennen van verschil tussen fysisch en mentaal); (2) eerste manifestaties van ToM (first order belief en false belief) en (3) hoogste niveau van ToM (second order belief).
Met behulp van een gestructureerd interview, dat bestaat uit 14 items, wordt informatie verzameld over de mate waarin kinderen van 4 tot en met 12 jaar beschikken over sociaal begrip, sociaal inzicht en sociale sensitiviteit. De afname van dit interview duurt gemiddeld twintig minuten.
Het instrument is met name bedoeld voor de doelgroep kinderen met autismespectrumstoornissen.
Pim Steerneman, doctor in de psychologie, was tot voor kort voorzitter van de Raad van Bestuur van Rubicon Jeugdzorg in Horn. Nu is hij voorzitter van de Raad van Bestuur van Sevagram in Heerlen.
Cor Meesters, doctor in de psychologie, is verbonden aan het Departement Medische, klinische en experimentele psychologie van de Universiteit Maastricht.
Tom test-R-Set: Handleiding (met downloadcode + Werkboek(testplaten) (in opbergkoffer)
De test meet de drie stadia waarlangs ToM zich ontwikkelt: (1) voorlopers van ToM (doen-alsof, emotieherkenning en het onderkennen van verschil tussen fysisch en mentaal); (2) eerste manifestaties van ToM (first order belief en false belief) en (3) hoogste niveau van ToM (second order belief).
Met behulp van een gestructureerd interview, dat bestaat uit 14 items, wordt informatie verzameld over de mate waarin kinderen van 4 tot en met 12 jaar beschikken over sociaal begrip, sociaal inzicht en sociale sensitiviteit. De afname van dit interview duurt gemiddeld twintig minuten.
Het instrument is met name bedoeld voor de doelgroep kinderen met autismespectrumstoornissen.
Pim Steerneman, doctor in de psychologie, was tot voor kort voorzitter van de Raad van Bestuur van Rubicon Jeugdzorg in Horn. Nu is hij voorzitter van de Raad van Bestuur van Sevagram in Heerlen.
Cor Meesters, doctor in de psychologie, is verbonden aan het Departement Medische, klinische en experimentele psychologie van de Universiteit Maastricht.
Tegen het verzinnen. Documentair proza in de Nederlandstalige literatuur van de lange jaren zestig (Reeks Academisch Literair, nr. 14)
Lieselot De Taeye doctoreerde in 2018 aan de VUB op een proefschrift over documentaire non-fictieliteratuur in de lange jaren zestig. Na een jaar aan UC Berkeley gewerkt te hebben, is ze nu verbonden aan de UGent, waar ze een driejarig postdoctoraal onderzoeksproject uitvoert over het bovennatuurlijke in literatuur over Congo.
Tegen het verzinnen. Documentair proza in de Nederlandstalige literatuur van de lange jaren zestig (Reeks Academisch Literair, nr. 14)
Lieselot De Taeye doctoreerde in 2018 aan de VUB op een proefschrift over documentaire non-fictieliteratuur in de lange jaren zestig. Na een jaar aan UC Berkeley gewerkt te hebben, is ze nu verbonden aan de UGent, waar ze een driejarig postdoctoraal onderzoeksproject uitvoert over het bovennatuurlijke in literatuur over Congo.
Niet iedereen is hetzelfde. Een andere kijk op fysiotherapie en kinesitherapie aan patiënten met AD(H)D en ASS
Dit boek gaat in op de verschillende trajectmogelijkheden die de behandeling van deze groep patiënten enorm zou kunnen verbeteren, zodat de behandeling wordt volgehouden en de lichamelijke klachten verdwijnen.
Wietske de Jong is fysiotherapeute en heeft ADHD. Met alle positieve kenmerken van ADHD motiveert ze haar cliënten om het beste uit zichzelf te halen.
Ans Ettema-Essler begeleidt in haar praktijk volwassenen met ADD, ADHD en ASS. Haar werk als coach heeft haar geleerd om in de begeleiding te letten op de kleine dingen die van groot belang kunnen zijn. Hierover heeft ze een aantal boeken geschreven.
Niet iedereen is hetzelfde. Een andere kijk op fysiotherapie en kinesitherapie aan patiënten met AD(H)D en ASS
Dit boek gaat in op de verschillende trajectmogelijkheden die de behandeling van deze groep patiënten enorm zou kunnen verbeteren, zodat de behandeling wordt volgehouden en de lichamelijke klachten verdwijnen.
Wietske de Jong is fysiotherapeute en heeft ADHD. Met alle positieve kenmerken van ADHD motiveert ze haar cliënten om het beste uit zichzelf te halen.
Ans Ettema-Essler begeleidt in haar praktijk volwassenen met ADD, ADHD en ASS. Haar werk als coach heeft haar geleerd om in de begeleiding te letten op de kleine dingen die van groot belang kunnen zijn. Hierover heeft ze een aantal boeken geschreven.
Leven op de dag – Een mozaïek van de belevingswereld van mensen met dementie
Dr. John Ekkerink studeerde psycho-gerontologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Als GZ-psycholoog was hij ruim 35 jaar werkzaam bij de Waalboog in Nijmegen, waar verpleeghuis Joachim en Anna deel van uitmaakt. In 1994 promoveerde hij op een studie naar het beloop van dementie bij ouderen in het verpleeghuis. De verhalen van mensen over hun leven met dementie inspireerden hem tot het schrijven van dit boek, om mensen met dementie een stem te geven.
Leven op de dag – Een mozaïek van de belevingswereld van mensen met dementie
Dr. John Ekkerink studeerde psycho-gerontologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Als GZ-psycholoog was hij ruim 35 jaar werkzaam bij de Waalboog in Nijmegen, waar verpleeghuis Joachim en Anna deel van uitmaakt. In 1994 promoveerde hij op een studie naar het beloop van dementie bij ouderen in het verpleeghuis. De verhalen van mensen over hun leven met dementie inspireerden hem tot het schrijven van dit boek, om mensen met dementie een stem te geven.
‘Ethische kwesties’. Themanr. Filosofie & Praktijk Jrg.42 nr.1 (2021)
Ineke Malsch zorgt voor de tweede bijdrage: “Breng narratieve ethiek naar de burger. Techno-ethische sciencefiction verhalen als smaakmaker voor dialoog over keuzes in innovatiebeleid”. In haar artikel worden narratief-ethische toekomstverkenningen van mogelijke ethische gevolgen van technologieontwikkeling geplaatst in de bredere ontwikkeling van beleidsondersteunende toekomstverkenningen. Vervolgens wordt een concreet voorbeeld besproken, waarin een techno-ethisch toekomstverhaal de basis vormt van een rollenspel. Dit spel helpt burgers hun mening te vormen over mogelijke consequenties van technologieontwikkeling en zo de eerste barrière voor burgerparticipatie aan besluitvorming over technologie te slechten: het prikkelen van de nieuwsgierigheid. In het nawoord worden suggesties gedaan voor vervolgstappen om die burgers toegang te geven tot de tafels waar besluitvorming plaatsvindt.
In april 2020 deed de Hoge Raad uitspraak in een cassatieverzoek-in-het-belang-van-de-wet naar aanleiding van de eerste tuchtrechterlijke-plus-strafrechterlijke vervolging in Nederland van een arts vanwege het honoreren van een verzoek om euthanasie. In zijn bijdrage “Aangeklaagd voor euthanasie, maar wie was daar eigenlijk verantwoordelijk voor?” bespreekt Ton Vink het verhaal van deze gebeurtenis zoals dat door de arts in kwestie in boekvorm is gegoten. Er is voldoende aanleiding voor vragen: Wie is hier verantwoordelijk en waarvoor precies? Wordt een ‘goede dood’ eigenlijk interessant gevonden, of is ‘dood’ ook wel voldoende? Is de schriftelijke wilsverklaring niet eigenlijk een valkuil? Wat wordt er verstaan onder ‘zelfbeschikking’? En wat levert deze soms toch wel dramatische casus nu uiteindelijk op? Zijn met de uitspraak van de Hoge Raad werkelijk alle vragen beantwoord, of toch niet?
In hun Minima Philosophica “Corona en het goede leven” gaan Cees Maris & Frans Jacobs kritisch in op de argumenten van arts-filosoof Marli Huijer in de NRC van 15 januari dat de lockdown in het kader van Covid-19 disproportioneel is. Hun conclusie: haar argumenten zijn niet goed doordacht.
Kant is een van de favorieten van Donald Loose, zoals ook blijkt uit zijn nieuwe boek Over vriendschap. De praktische filosofie van Kant (Nijmegen: Uitgeverij Vantilt, 2019, 302 pp.). In zijn bijdrage “Amicus Kant, over morele vriendschap” gaat Patrick Delaere er nader op in: Lezingen over filosofische kwesties vanuit kantiaans perspectief monden na een sprankelend eerste deel over de claim of the day dikwijls uit in een hoorcollege over Kants integrale kritische filosofie. Allengs wordt het betoog dan abstracter en krijgt het sermoenachtige trekken. Donald Looses boek vormt hierop geen uitzondering. Kant over vriendschap is zijn onderwerp. Maar vriendschap is het sluitstuk van Kants deugdenleer, en wordt als ingang gebruikt voor een gedegen bespreking van Kants hele praktische filosofie.
In zijn bijdrage “Over Jürgen Habermas, of: Kan een kritische maatschappijtheorie zonder religie?” gaat Pieter Pekelharing de confrontatie aan met Jürgen Habermas en zijn opus magnum getiteld Auch eine Geschichte der Philosophie (Berlin: Suhrkamp, 2019, 1752 pp.). Het werk bestaat uit twee delen: Deel 1, Die okzendentale Konstellation von Glauben und Wissen; Deel 2: Vernünftige Freiheit. Spuren des Diskurses über Glauben und Wissen. Pekelharing concentreert zich daarbij op één aspect van Habermas’ werk: zijn aandacht voor religie. Want hoewel dit boek op het eerste gezicht veel weg heeft van een conventionele geschiedenis van de filosofie – de bekende hoofdfiguren uit de filosofie komen uitvoerig aan bod; de splitsing tussen empirisme en Duits idealisme, tussen Hume en Kant, wordt ampel besproken; sociale, politieke en economische factoren spelen stuk voor stuk een rol – is de hoofdrol in dit werk toch weggelegd voor religie. Maar, in welke vorm of gedaante?
Clemens Driessen gaat in zijn bijdrage “Hekken en bomen, hoe te denken over natuur in Nederland” in op de vraag “Waarom moeten we natuur beschermen?” Hij doet dat mede aan de hand van twee recente publicaties van ervaren krachten in de Nederlandse milieuethiek, Martin Drenthen en zijn Hek, de ethiek vande grens tussen boerenland en natuurgebied. (Gorredijk: Noordhoek, 2020) en Jozef Keulartz en diens Boom-mensen. Over nut en nadeel van de humanisering van de natuur. (Gorredijk: Noordhoek, 2020.). Twee boeken, die vanuit verschillende invalshoeken voor een groot publiek de ins en outs van ethische overwegingen rond het Nederlandse natuurbeheer uiteenzetten. Uiteindelijk gaat het erom, aldus Driessen, een cultuur te ontwikkelen die onze gehechtheid aan landschappen en dieren weet te vertalen in radicale actie.
Floris van den Berg gaat in “Tis but a scratch. Het gevaar van de middenpositie” vervolgens in op het boek Globalisering: ramp of redding? Een speurtocht naar de oorzaken van milieuproblemen en ongelijkheid (Soest: Boekscout, 2020, 196 pp.) door Ton van Rietbergen. Het is belangrijk om de verschillende dimensies of betekenissen van globalisering te onderscheiden. Ten eerste de vraag wat globalisering inhoudt: hoe, wanneer en waar is deze ontstaan? Ten tweede hoe globalisering beoordeeld moet worden. Is het goed of slecht, hoe bepaal je dat en voor wie? Ten derde, als we weten of globalisering (of aspecten daarvan) goed of slecht is, hoe moeten we dan verder? Wie moet dan wat doen? En is er wel een middenpositie mogelijk?
Tot slot besluit de rubriek Signalementen dit nummer van F&P.
‘Ethische kwesties’. Themanr. Filosofie & Praktijk Jrg.42 nr.1 (2021)
Ineke Malsch zorgt voor de tweede bijdrage: “Breng narratieve ethiek naar de burger. Techno-ethische sciencefiction verhalen als smaakmaker voor dialoog over keuzes in innovatiebeleid”. In haar artikel worden narratief-ethische toekomstverkenningen van mogelijke ethische gevolgen van technologieontwikkeling geplaatst in de bredere ontwikkeling van beleidsondersteunende toekomstverkenningen. Vervolgens wordt een concreet voorbeeld besproken, waarin een techno-ethisch toekomstverhaal de basis vormt van een rollenspel. Dit spel helpt burgers hun mening te vormen over mogelijke consequenties van technologieontwikkeling en zo de eerste barrière voor burgerparticipatie aan besluitvorming over technologie te slechten: het prikkelen van de nieuwsgierigheid. In het nawoord worden suggesties gedaan voor vervolgstappen om die burgers toegang te geven tot de tafels waar besluitvorming plaatsvindt.
In april 2020 deed de Hoge Raad uitspraak in een cassatieverzoek-in-het-belang-van-de-wet naar aanleiding van de eerste tuchtrechterlijke-plus-strafrechterlijke vervolging in Nederland van een arts vanwege het honoreren van een verzoek om euthanasie. In zijn bijdrage “Aangeklaagd voor euthanasie, maar wie was daar eigenlijk verantwoordelijk voor?” bespreekt Ton Vink het verhaal van deze gebeurtenis zoals dat door de arts in kwestie in boekvorm is gegoten. Er is voldoende aanleiding voor vragen: Wie is hier verantwoordelijk en waarvoor precies? Wordt een ‘goede dood’ eigenlijk interessant gevonden, of is ‘dood’ ook wel voldoende? Is de schriftelijke wilsverklaring niet eigenlijk een valkuil? Wat wordt er verstaan onder ‘zelfbeschikking’? En wat levert deze soms toch wel dramatische casus nu uiteindelijk op? Zijn met de uitspraak van de Hoge Raad werkelijk alle vragen beantwoord, of toch niet?
In hun Minima Philosophica “Corona en het goede leven” gaan Cees Maris & Frans Jacobs kritisch in op de argumenten van arts-filosoof Marli Huijer in de NRC van 15 januari dat de lockdown in het kader van Covid-19 disproportioneel is. Hun conclusie: haar argumenten zijn niet goed doordacht.
Kant is een van de favorieten van Donald Loose, zoals ook blijkt uit zijn nieuwe boek Over vriendschap. De praktische filosofie van Kant (Nijmegen: Uitgeverij Vantilt, 2019, 302 pp.). In zijn bijdrage “Amicus Kant, over morele vriendschap” gaat Patrick Delaere er nader op in: Lezingen over filosofische kwesties vanuit kantiaans perspectief monden na een sprankelend eerste deel over de claim of the day dikwijls uit in een hoorcollege over Kants integrale kritische filosofie. Allengs wordt het betoog dan abstracter en krijgt het sermoenachtige trekken. Donald Looses boek vormt hierop geen uitzondering. Kant over vriendschap is zijn onderwerp. Maar vriendschap is het sluitstuk van Kants deugdenleer, en wordt als ingang gebruikt voor een gedegen bespreking van Kants hele praktische filosofie.
In zijn bijdrage “Over Jürgen Habermas, of: Kan een kritische maatschappijtheorie zonder religie?” gaat Pieter Pekelharing de confrontatie aan met Jürgen Habermas en zijn opus magnum getiteld Auch eine Geschichte der Philosophie (Berlin: Suhrkamp, 2019, 1752 pp.). Het werk bestaat uit twee delen: Deel 1, Die okzendentale Konstellation von Glauben und Wissen; Deel 2: Vernünftige Freiheit. Spuren des Diskurses über Glauben und Wissen. Pekelharing concentreert zich daarbij op één aspect van Habermas’ werk: zijn aandacht voor religie. Want hoewel dit boek op het eerste gezicht veel weg heeft van een conventionele geschiedenis van de filosofie – de bekende hoofdfiguren uit de filosofie komen uitvoerig aan bod; de splitsing tussen empirisme en Duits idealisme, tussen Hume en Kant, wordt ampel besproken; sociale, politieke en economische factoren spelen stuk voor stuk een rol – is de hoofdrol in dit werk toch weggelegd voor religie. Maar, in welke vorm of gedaante?
Clemens Driessen gaat in zijn bijdrage “Hekken en bomen, hoe te denken over natuur in Nederland” in op de vraag “Waarom moeten we natuur beschermen?” Hij doet dat mede aan de hand van twee recente publicaties van ervaren krachten in de Nederlandse milieuethiek, Martin Drenthen en zijn Hek, de ethiek vande grens tussen boerenland en natuurgebied. (Gorredijk: Noordhoek, 2020) en Jozef Keulartz en diens Boom-mensen. Over nut en nadeel van de humanisering van de natuur. (Gorredijk: Noordhoek, 2020.). Twee boeken, die vanuit verschillende invalshoeken voor een groot publiek de ins en outs van ethische overwegingen rond het Nederlandse natuurbeheer uiteenzetten. Uiteindelijk gaat het erom, aldus Driessen, een cultuur te ontwikkelen die onze gehechtheid aan landschappen en dieren weet te vertalen in radicale actie.
Floris van den Berg gaat in “Tis but a scratch. Het gevaar van de middenpositie” vervolgens in op het boek Globalisering: ramp of redding? Een speurtocht naar de oorzaken van milieuproblemen en ongelijkheid (Soest: Boekscout, 2020, 196 pp.) door Ton van Rietbergen. Het is belangrijk om de verschillende dimensies of betekenissen van globalisering te onderscheiden. Ten eerste de vraag wat globalisering inhoudt: hoe, wanneer en waar is deze ontstaan? Ten tweede hoe globalisering beoordeeld moet worden. Is het goed of slecht, hoe bepaal je dat en voor wie? Ten derde, als we weten of globalisering (of aspecten daarvan) goed of slecht is, hoe moeten we dan verder? Wie moet dan wat doen? En is er wel een middenpositie mogelijk?
Tot slot besluit de rubriek Signalementen dit nummer van F&P.
Hoogsensitiviteit ombuigen.12 stappen naar veerkrachtige fijngevoeligheid
In het boek begeleiden tekeningen de tekst, want uit de praktijk blijkt dat mensen door tekeningen meer inzicht krijgen in hun problematiek. De auteur gebruikt ze dan ook als uitgangspunt voor de begeleiding van mensen die haar hulp vragen.
Via een aantal uitgeschreven oefeningen kun je onmiddellijk zelf aan de slag.
Hilde Custers is licentiate Kinesitherapie en revalidatiewetenschappen. Ze bezit een aggregaatsdiploma voor het hoger secundair onderwijs en het hoger technisch onderwijs.
Ruim 35 jaar werkt ze als zelfstandig kinesitherapeut (fysiotherapeut) in haar groepspraktijk in Koersel-Beringen. Altijd gaat haar interesse uit naar de mens achter de lichamelijke klacht. Ze specialiseerde zich in de behandeling van baby’s en kinderen met motorische en psychomotorische problemen. Ze begeleidt jongeren en volwassenen met pijn- en spanningsklachten. Mede door hun enthousiasme is dit boek tot stand gekomen.
Als ervaringsdeskundige geeft ze ook lezingen en trainingen over het omgaan met hoogsensitiviteit.
Hoogsensitiviteit ombuigen.12 stappen naar veerkrachtige fijngevoeligheid
In het boek begeleiden tekeningen de tekst, want uit de praktijk blijkt dat mensen door tekeningen meer inzicht krijgen in hun problematiek. De auteur gebruikt ze dan ook als uitgangspunt voor de begeleiding van mensen die haar hulp vragen.
Via een aantal uitgeschreven oefeningen kun je onmiddellijk zelf aan de slag.
Hilde Custers is licentiate Kinesitherapie en revalidatiewetenschappen. Ze bezit een aggregaatsdiploma voor het hoger secundair onderwijs en het hoger technisch onderwijs.
Ruim 35 jaar werkt ze als zelfstandig kinesitherapeut (fysiotherapeut) in haar groepspraktijk in Koersel-Beringen. Altijd gaat haar interesse uit naar de mens achter de lichamelijke klacht. Ze specialiseerde zich in de behandeling van baby’s en kinderen met motorische en psychomotorische problemen. Ze begeleidt jongeren en volwassenen met pijn- en spanningsklachten. Mede door hun enthousiasme is dit boek tot stand gekomen.
Als ervaringsdeskundige geeft ze ook lezingen en trainingen over het omgaan met hoogsensitiviteit.
Broer of zus, de match van je leven. Fairness in siblingrelaties. (Reeks: Gezinnen, Relaties en Opvoeding, nr. 7)
De siblingrelatie mag meer in beeld komen, vinden wij. Siblings inspireren elkaar, zorgen voor elkaar en delen vaak zorgtaken. Fairness is daarbij het sleutelwoord. Zowel ouders als siblings streven naar een faire relatie en zoeken steeds weer naar een evenwicht dat ze als fair aanvoelen.
In dit boek tonen we hoe beleid en hulpverlening de siblingrelatie beter kunnen ondersteunen, zeker als het wat moeilijker gaat. Als siblings uit huis geplaatst worden, bijvoorbeeld, waarom kan dat niet vaker samen? Als je broer of zus aan suïcide denkt, wie zorgt er dan voor jou? Wat als je een erfelijke ziekte hebt en je alleen gered kan worden met de hulp van een sibling? En hoe zit dat precies met de ongelijke behandeling van siblings door hun ouders, nog steeds een groot taboe. Is ongelijk altijd hetzelfde als unfair?
Het zijn maar enkele voorbeelden van thema’s die siblings raken. Telkens vertrekken we van het perspectief van broers en zussen zelf, verwikkeld in de match van hun leven. Kathleen Emmery en Gianni Loosveldt (red.) zijn verbonden aan het Kenniscentrum Gezinswetenschappen van de hogeschool Odisee. Naar aanleiding van de Internationale Dag van het Gezin brengt het kenniscentrum jaarlijks een publicatie uit.
Met bijdragen van Elisabeth Adriaens, Zeynep Zümer Batur, Eef Cornelissen, Pascal Debruyne, David De Coninck, Kathleen Emmery, Bo Fagardo, Katja Fournier, Dirk Geldof, Bart Henssen, Yu-Chin Her, Johan Lambrecht, Gianni Loosveldt, Koen Matthijs, Patrick Meurs, Dimitri Mortelmans, Tinneke Moyson, Philippe Noens, Alexandre Reynders, Adelheid Rigo, Johan Stuy, Inge Tency, Salvatore Tomaselli, Kaat Van Acker, Hans Van Crombrugge, Benedikte Van den Bruel, Sjaak van der Geest, Simonne Vandewaerde, Karla Van Leeuwen, Joris Van Puyenbroeck, Sofie Van Rumst, Jorik Vergauwen en Claire Wiewauters.
Broer of zus, de match van je leven. Fairness in siblingrelaties. (Reeks: Gezinnen, Relaties en Opvoeding, nr. 7)
De siblingrelatie mag meer in beeld komen, vinden wij. Siblings inspireren elkaar, zorgen voor elkaar en delen vaak zorgtaken. Fairness is daarbij het sleutelwoord. Zowel ouders als siblings streven naar een faire relatie en zoeken steeds weer naar een evenwicht dat ze als fair aanvoelen.
In dit boek tonen we hoe beleid en hulpverlening de siblingrelatie beter kunnen ondersteunen, zeker als het wat moeilijker gaat. Als siblings uit huis geplaatst worden, bijvoorbeeld, waarom kan dat niet vaker samen? Als je broer of zus aan suïcide denkt, wie zorgt er dan voor jou? Wat als je een erfelijke ziekte hebt en je alleen gered kan worden met de hulp van een sibling? En hoe zit dat precies met de ongelijke behandeling van siblings door hun ouders, nog steeds een groot taboe. Is ongelijk altijd hetzelfde als unfair?
Het zijn maar enkele voorbeelden van thema’s die siblings raken. Telkens vertrekken we van het perspectief van broers en zussen zelf, verwikkeld in de match van hun leven. Kathleen Emmery en Gianni Loosveldt (red.) zijn verbonden aan het Kenniscentrum Gezinswetenschappen van de hogeschool Odisee. Naar aanleiding van de Internationale Dag van het Gezin brengt het kenniscentrum jaarlijks een publicatie uit.
Met bijdragen van Elisabeth Adriaens, Zeynep Zümer Batur, Eef Cornelissen, Pascal Debruyne, David De Coninck, Kathleen Emmery, Bo Fagardo, Katja Fournier, Dirk Geldof, Bart Henssen, Yu-Chin Her, Johan Lambrecht, Gianni Loosveldt, Koen Matthijs, Patrick Meurs, Dimitri Mortelmans, Tinneke Moyson, Philippe Noens, Alexandre Reynders, Adelheid Rigo, Johan Stuy, Inge Tency, Salvatore Tomaselli, Kaat Van Acker, Hans Van Crombrugge, Benedikte Van den Bruel, Sjaak van der Geest, Simonne Vandewaerde, Karla Van Leeuwen, Joris Van Puyenbroeck, Sofie Van Rumst, Jorik Vergauwen en Claire Wiewauters.
Autisme en probleemgedrag. Naar een betere afstemming tussen kinderen met autisme en hun niet-autistische omgeving
Geen kind met autisme kiest ervoor om probleemgedrag te stellen. Probleemgedrag is slechts de zichtbare buitenkant van de emotionele ontregeling die kinderen met autisme overvalt wanneer zintuiglijke prikkels, verwarrende informatie of beangstigende ervaringen hun verwerkingsmogelijkheden overstijgen. Sommige kinderen vallen dan anderen of zichzelf aan of vernielen huisraad. Anderen geraken in paniek, hyperventileren, ontwikkelen een depressie of lopen vast in dwangmatig gedrag.
Dit ontregelde gedrag weegt op gezinnen en verzwaart het werk van leerkrachten en begeleiders. In de eerste plaats bedreigt het echter de ontwikkeling en het welzijn van het kind zelf. Wie enkel dit probleemgedrag aanpakt, vergist zich echter van vijand. Probleemgedrag is vooral een signaal dat de leef- en leeromgeving onvoldoende afgestemd is op de noden en gevoeligheden van het kind met autisme. Vanuit een goed inzicht in hoe kinderen met autisme prikkels en informatie verwerken, kan elk van hun probleemgedragingen begrepen worden als een volstrekt logische reactie op een slecht afgestemde situatie. Kinderen met autisme hebben steeds goede redenen om probleemgedrag te stellen. Ons probleem is dat wij hun redenen niet altijd begrijpen. Daar wil dit boek iets aan doen.
Het eerste deel van dit boek wil het inzicht in probleemgedrag vergroten: wat is probleemgedrag, welke impact heeft dit op kind en omgeving, en welke factoren en mechanismen zorgen ervoor dat probleemgedrag ontstaat en blijft voortbestaan?
Het tweede deel reikt bruikbare handvatten aan om probleemgedrag van kinderen en jongeren met autisme op een systematische wijze in kaart te brengen en aan te pakken. De aanpak richt zich steeds op de hele gezins-, klas- of leefgroepdynamiek en niet enkel op wat het kind met autisme zegt of doet.
In het derde deel komen belangrijke basispatronen zoals angst, stress, dwang, verzet of agressie aan bod en wordt de onderliggende dynamiek toegelicht.
Wilfried Peeters is psycholoog en werkt bijna 30 jaar in de autismehulpverlening, waarvan het grootste deel in het expertisecentrum autisme van het UZ Leuven. Door de jaren heen gaf hij talloze vormingen aan hulpverleners en merkte hij de nood aan een helder en praktisch bruikbaar handboek om probleemgedrag aan te pakken bij kinderen en jongeren met autisme. Hij publiceerde hierover verscheidene artikels in wetenschappelijke tijdschriften. Momenteel werkt hij voor een mobiel kinderpsychiatrisch team van het UPC KU Leuven (yuneco combi) en is hij als lector verbonden aan de bachelor-na-bacheloropleiding autisme van de AP-hogeschool in Antwerpen.
Autisme en probleemgedrag. Naar een betere afstemming tussen kinderen met autisme en hun niet-autistische omgeving
Geen kind met autisme kiest ervoor om probleemgedrag te stellen. Probleemgedrag is slechts de zichtbare buitenkant van de emotionele ontregeling die kinderen met autisme overvalt wanneer zintuiglijke prikkels, verwarrende informatie of beangstigende ervaringen hun verwerkingsmogelijkheden overstijgen. Sommige kinderen vallen dan anderen of zichzelf aan of vernielen huisraad. Anderen geraken in paniek, hyperventileren, ontwikkelen een depressie of lopen vast in dwangmatig gedrag.
Dit ontregelde gedrag weegt op gezinnen en verzwaart het werk van leerkrachten en begeleiders. In de eerste plaats bedreigt het echter de ontwikkeling en het welzijn van het kind zelf. Wie enkel dit probleemgedrag aanpakt, vergist zich echter van vijand. Probleemgedrag is vooral een signaal dat de leef- en leeromgeving onvoldoende afgestemd is op de noden en gevoeligheden van het kind met autisme. Vanuit een goed inzicht in hoe kinderen met autisme prikkels en informatie verwerken, kan elk van hun probleemgedragingen begrepen worden als een volstrekt logische reactie op een slecht afgestemde situatie. Kinderen met autisme hebben steeds goede redenen om probleemgedrag te stellen. Ons probleem is dat wij hun redenen niet altijd begrijpen. Daar wil dit boek iets aan doen.
Het eerste deel van dit boek wil het inzicht in probleemgedrag vergroten: wat is probleemgedrag, welke impact heeft dit op kind en omgeving, en welke factoren en mechanismen zorgen ervoor dat probleemgedrag ontstaat en blijft voortbestaan?
Het tweede deel reikt bruikbare handvatten aan om probleemgedrag van kinderen en jongeren met autisme op een systematische wijze in kaart te brengen en aan te pakken. De aanpak richt zich steeds op de hele gezins-, klas- of leefgroepdynamiek en niet enkel op wat het kind met autisme zegt of doet.
In het derde deel komen belangrijke basispatronen zoals angst, stress, dwang, verzet of agressie aan bod en wordt de onderliggende dynamiek toegelicht.
Wilfried Peeters is psycholoog en werkt bijna 30 jaar in de autismehulpverlening, waarvan het grootste deel in het expertisecentrum autisme van het UZ Leuven. Door de jaren heen gaf hij talloze vormingen aan hulpverleners en merkte hij de nood aan een helder en praktisch bruikbaar handboek om probleemgedrag aan te pakken bij kinderen en jongeren met autisme. Hij publiceerde hierover verscheidene artikels in wetenschappelijke tijdschriften. Momenteel werkt hij voor een mobiel kinderpsychiatrisch team van het UPC KU Leuven (yuneco combi) en is hij als lector verbonden aan de bachelor-na-bacheloropleiding autisme van de AP-hogeschool in Antwerpen.
Lugubere ‘wiskunde’ Over schedels, moorden en WOII
Elk van de hoofdstukken is, op aanpassingen en uitbreidingen na, gebaseerd op een artikel dat voorheen verscheen in het wetenschapsblad EOS. Ze zijn dus al uitgetest op hun toegankelijkheid voor het ruime publiek. Ze kunnen een inspiratiebron zijn voor hen die de wiskunde willen illustreren met maatschappelijke voorbeelden, met inbegrip van de meest lugubere.
Het voorwoord is van Raf Scheers, Algemeen Hoofdredacteur EOS Wetenschappen.
Dirk Huylebrouck gaf les in Congo, Burundi, Portugal, aan de University of Maryland Global Campus en aan de Faculteit Architectuur van de KU Leuven. Hij schreef al zes boeken: Afrika+ Wiskunde; De Codes van da Vinci, Bach, pi en Co; België + wiskunde; Wiskunst; De Columns van Professor Pi; en, met Emma Grootveld en Rinus Roelofs, de eerste Nederlandse vertaling van de Divina Proportione van Luca Pacioli en Leonardo da Vinci.
Lugubere ‘wiskunde’ Over schedels, moorden en WOII
Elk van de hoofdstukken is, op aanpassingen en uitbreidingen na, gebaseerd op een artikel dat voorheen verscheen in het wetenschapsblad EOS. Ze zijn dus al uitgetest op hun toegankelijkheid voor het ruime publiek. Ze kunnen een inspiratiebron zijn voor hen die de wiskunde willen illustreren met maatschappelijke voorbeelden, met inbegrip van de meest lugubere.
Het voorwoord is van Raf Scheers, Algemeen Hoofdredacteur EOS Wetenschappen.
Dirk Huylebrouck gaf les in Congo, Burundi, Portugal, aan de University of Maryland Global Campus en aan de Faculteit Architectuur van de KU Leuven. Hij schreef al zes boeken: Afrika+ Wiskunde; De Codes van da Vinci, Bach, pi en Co; België + wiskunde; Wiskunst; De Columns van Professor Pi; en, met Emma Grootveld en Rinus Roelofs, de eerste Nederlandse vertaling van de Divina Proportione van Luca Pacioli en Leonardo da Vinci.
Ruimte & Maatschappij. Vlaams-Nederlands tijdschrift voor ruimtelijke vraagstukken – Jrg. 12 nr. 3
Pleidooi voor een doordacht ruimtelijk woningrenovatiebeleid als onderdeel van de post-COVID economische relance 1
Michael Ryckewaert, & Lieve Vanderstraeten
Artikels
Verzet de wissel: de internationale trein als duurzame bijdrage aan de bereikbaarheid van stedelijke agglomeraties 6
Tim Zwanikken, Linde Jehee, Barth Donners & Frank Witlox
Hoe hoogwaardige gebiedsontwikkeling slaagt. Ervaringen in reconstructie van stationsomgevingen 28
Terry van Dijk
Verbeter de wereld, begin bij je mobiscore? Collectieve versus individuele verantwoordelijkheid in de ruimtelijke planning 41
Eva Van Eenoo
Essay
De veeleisende stad: over de moeizame relatie tussen gezinnen en stedelijk wonen 64
Lia Karsten
Eenzame vreemdelingen in een ontrafeld land. Het verlangen blijft 70
Ton Notten
Ruimte & Maatschappij. Vlaams-Nederlands tijdschrift voor ruimtelijke vraagstukken – Jrg. 12 nr. 3
Pleidooi voor een doordacht ruimtelijk woningrenovatiebeleid als onderdeel van de post-COVID economische relance 1
Michael Ryckewaert, & Lieve Vanderstraeten
Artikels
Verzet de wissel: de internationale trein als duurzame bijdrage aan de bereikbaarheid van stedelijke agglomeraties 6
Tim Zwanikken, Linde Jehee, Barth Donners & Frank Witlox
Hoe hoogwaardige gebiedsontwikkeling slaagt. Ervaringen in reconstructie van stationsomgevingen 28
Terry van Dijk
Verbeter de wereld, begin bij je mobiscore? Collectieve versus individuele verantwoordelijkheid in de ruimtelijke planning 41
Eva Van Eenoo
Essay
De veeleisende stad: over de moeizame relatie tussen gezinnen en stedelijk wonen 64
Lia Karsten
Eenzame vreemdelingen in een ontrafeld land. Het verlangen blijft 70
Ton Notten
Lineair programmeren in de bedrijfskunde
Daardoor kan iedereen bedrijfskundige vraagstukken oplossen waarbij hulpmiddelen van een onderneming op de meest optimale manier moeten worden toegewezen. Voor meer complexe vraagstukken wordt gebruik gemaakt van Oplosser in Excel. Deze tool wordt uitgebreid toegelicht en toegepast.
Het boek bestaat uit vijf hoofdstukken: de eerste drie hoofdstukken bevatten die onderwerpen uit de algebra die vereist zijn om het lineair programmeren te kunnen begrijpen. Het lineair programmeren zelf komt aan bod in het vierde hoofdstuk. In het laatste hoofdstuk wordt de toepassing van het lineair programmeren met Excel op bedrijfkundige vraagstukken uitvoerig gedemonstreerd.
In de bijlagen zijn vraagstukken opgenomen om de opgedane kennis te toetsen.
Jacques Van Der Elst is doctor in business administration (Newport-Ca,State approved university, 1994), master in financieel management van ondernemingen, master in accountancy, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise en gegradueerde in de boekhouding.
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote ondernemingen en was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.
Jacques Van Der Elst doceerde zowel op academisch als hogeschoolniveau en gaf vakken zoals statistiek, financiële wiskunde , financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
De auteur was ook lid van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten (IAB). Meer dan 20 jaar is hij bij het IAB jurylid geweest van de eindexamencommissies.
Zijn vele publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
Lineair programmeren in de bedrijfskunde
Daardoor kan iedereen bedrijfskundige vraagstukken oplossen waarbij hulpmiddelen van een onderneming op de meest optimale manier moeten worden toegewezen. Voor meer complexe vraagstukken wordt gebruik gemaakt van Oplosser in Excel. Deze tool wordt uitgebreid toegelicht en toegepast.
Het boek bestaat uit vijf hoofdstukken: de eerste drie hoofdstukken bevatten die onderwerpen uit de algebra die vereist zijn om het lineair programmeren te kunnen begrijpen. Het lineair programmeren zelf komt aan bod in het vierde hoofdstuk. In het laatste hoofdstuk wordt de toepassing van het lineair programmeren met Excel op bedrijfkundige vraagstukken uitvoerig gedemonstreerd.
In de bijlagen zijn vraagstukken opgenomen om de opgedane kennis te toetsen.
Jacques Van Der Elst is doctor in business administration (Newport-Ca,State approved university, 1994), master in financieel management van ondernemingen, master in accountancy, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise en gegradueerde in de boekhouding.
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote ondernemingen en was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.
Jacques Van Der Elst doceerde zowel op academisch als hogeschoolniveau en gaf vakken zoals statistiek, financiële wiskunde , financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
De auteur was ook lid van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten (IAB). Meer dan 20 jaar is hij bij het IAB jurylid geweest van de eindexamencommissies.
Zijn vele publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
Behoud van EU vereist realiteitszin – Beschouwingen en analyses met suggesties voor onderwijs en debat
Daarvoor is het noodzakelijk op de hoogte te zijn van de activiteiten die de EU tot een succes maken. Het gaat hierbij vooral om de interne markt en om de euro. De schaduwkanten worden niet weggemoffeld, zoals het profijt dat de maffia heeft van de Europese landbouwsubsidies en de niet ingeloste belofte van welvaartsstijging voor iedereen.
Vervolgens wordt het Europees beleid omtrent klimaatverandering besproken, uitmondend in de Green Deal, nu een beetje op de achtergrond zo lijkt het, maar na de coronapandemie zeker niet meer. Aan de inspanningen van de EU om de lidstaten te ondersteunen bij het bestrijden van deze pandemie is een volgend hoofdstuk gewijd. Onder meer door vaccinontwikkeling in een hogere versnelling te brengen.
Dit boek is een bron van inspiratie voor iedereen met interesse in de relatie tussen de EU en de lidstaten. Voor primair, voortgezet en hoger onderwijs biedt het een uitgelezen kans tot verdieping te komen bij het vormgeven aan Europese en Internationale Oriëntatie (EIO). Het aansprekende, concreet uitgewerkte project waarmee dit boek afsluit, biedt daarvoor alle mogelijkheden. In de bijbehorende online bijlage staan concrete opdrachten en suggesties bij de hoofdstukken die regelmatig worden aangevuld, ideaal voor onderwijs en debatbijeenkomsten.
Behoud van EU vereist realiteitszin – Beschouwingen en analyses met suggesties voor onderwijs en debat
Daarvoor is het noodzakelijk op de hoogte te zijn van de activiteiten die de EU tot een succes maken. Het gaat hierbij vooral om de interne markt en om de euro. De schaduwkanten worden niet weggemoffeld, zoals het profijt dat de maffia heeft van de Europese landbouwsubsidies en de niet ingeloste belofte van welvaartsstijging voor iedereen.
Vervolgens wordt het Europees beleid omtrent klimaatverandering besproken, uitmondend in de Green Deal, nu een beetje op de achtergrond zo lijkt het, maar na de coronapandemie zeker niet meer. Aan de inspanningen van de EU om de lidstaten te ondersteunen bij het bestrijden van deze pandemie is een volgend hoofdstuk gewijd. Onder meer door vaccinontwikkeling in een hogere versnelling te brengen.
Dit boek is een bron van inspiratie voor iedereen met interesse in de relatie tussen de EU en de lidstaten. Voor primair, voortgezet en hoger onderwijs biedt het een uitgelezen kans tot verdieping te komen bij het vormgeven aan Europese en Internationale Oriëntatie (EIO). Het aansprekende, concreet uitgewerkte project waarmee dit boek afsluit, biedt daarvoor alle mogelijkheden. In de bijbehorende online bijlage staan concrete opdrachten en suggesties bij de hoofdstukken die regelmatig worden aangevuld, ideaal voor onderwijs en debatbijeenkomsten.
Leven en dood op zee. De Duitse U-bootoorlogen – Inclusief het geheime ‘Handboek van de U-bootkapitein’
Waarom? Hoe werd deze moordende strijd gevoerd? Welke tactieken wendde men aan en hoe evolueerden deze naarmate de oorlogen vorderden? Hoe bracht men schepen tot zinken? Welke types U-boten vertrokken op patrouille? Hoe zag de werving en de opleiding van de U-bootbemanningen eruit? Kon men nog ontsnappen uit een gezonken U-boot? Hoe werden dieptebommen ingezet? Wie was de jager en wie was de prooi? Hoe leefden de U-bootbemanningen en hoe kwamen ze om?
Luc Vanhixe werd gevormd aan de Koninklijke Militaire School in Brussel. Gedurende zijn hele loopbaan als officier was hij geboeid door militaire geschiedenis in het algemeen en de wereldoorlogen in het bijzonder. Zodra hij met pensioen was, heeft hij zich voltijds aan deze passie gewijd. Als auteur maakt hij er een erezaak van om de platgetreden paden te verlaten en historische feiten die lang vergeten zijn of niet in de klassieke geschiedschrijving opgenomen werden, opnieuw een plaats te geven.
Leven en dood op zee. De Duitse U-bootoorlogen – Inclusief het geheime ‘Handboek van de U-bootkapitein’
Waarom? Hoe werd deze moordende strijd gevoerd? Welke tactieken wendde men aan en hoe evolueerden deze naarmate de oorlogen vorderden? Hoe bracht men schepen tot zinken? Welke types U-boten vertrokken op patrouille? Hoe zag de werving en de opleiding van de U-bootbemanningen eruit? Kon men nog ontsnappen uit een gezonken U-boot? Hoe werden dieptebommen ingezet? Wie was de jager en wie was de prooi? Hoe leefden de U-bootbemanningen en hoe kwamen ze om?
Luc Vanhixe werd gevormd aan de Koninklijke Militaire School in Brussel. Gedurende zijn hele loopbaan als officier was hij geboeid door militaire geschiedenis in het algemeen en de wereldoorlogen in het bijzonder. Zodra hij met pensioen was, heeft hij zich voltijds aan deze passie gewijd. Als auteur maakt hij er een erezaak van om de platgetreden paden te verlaten en historische feiten die lang vergeten zijn of niet in de klassieke geschiedschrijving opgenomen werden, opnieuw een plaats te geven.
School- en klaspraktijk (SKP) Jrg. 62 nr.1 (2021)
In Goesting daagt Elisabeth Isabelle ons uit om op zoek te gaan naar onze eerste taal. Met drie meisjes van negen jaar zoekt ze naar hun innerlijke landschappen, hun wereld, hun verbeeldingskracht. Een ding is duidelijk: het borrelt er van de goesting!
Hoe motiveer je leerlingen om in het Frans een verhaal op te bouwen? In het artikel Hoezo, een verhaal? Interactief verhalen verzinnen tijdens de Franse les maken Karen Reekmans, Ellen Van den Berghe en Annelies Wangen je wegwijs in Teaching Proficiency through Reading and Storytelling (TPRS) en muzisch taalonderwijs.
Vreemde talen leren, daarmee kun je het best maar zo vroeg mogelijk beginnen, toch? Marieke Vanbuel, Hannelore Hooft en Goedele Vandommele gidsen ons in hun artikel Is vroeger écht beter? Een reviewstudie over wat werkt in vreemdetalenonderwijs in het basisonderwijs door het laatste wetenschappelijke onderzoek.
Hoe het komt dat zesjarigen Engelstalige woorden uitroepen, die vraag ligt aan de basis van het onderzoek van Eline Zenner en Laura Rosseel. In hun artikel Verenglishing, go! Ga jij de battle aan? doen ze hun onderzoeksresultaten uit de doeken. Exciting!
In BEELDig neemt Sarah Jácome-Alvarez de proef op de som: hoe ziet de klas eruit in de 21ste eeuw? En wat betekent onderwijs eigenlijk?
In het artikel Begrijpend lezen, hot in de media, nu nog in de taalmethodes doet Siel Vienne uit de doeken hoe sterk begrijpend leesonderwijs eruitziet volgens recente onderzoeken en in welke mate ingrediënten van effectief leesonderwijs terug te vinden zijn in taalmethodes.
Iris Vansteelandt en Hilde Van Keer delen in hun artikel Leraren die leesmotivatie promoten: continue professionalisering voor motiverend leesonderwijs hoe je het leesvuur bij kinderen kunt ontsteken én warm houden. Op naar een gouden leesticket voor alle leerlingen!
Themaverkenning bij jonge kinderen, hoe pak je dat aan? En hoe kun je zorgen voor een sterke taalontwikkeling? In Hoge betrokkenheid creëren bij jonge, kwetsbare kinderen geven Lien De Coninck, Hannelore De Greve, Jo Van de Weghe en Jan Van de Wiele concrete tips. Na dit artikel kun je meteen aan de slag met het sprokkelen van interessante insteken voor jouw klas.
De laatste tijd heeft het onderwijs heel wat veerkracht getoond. We sluiten dit nummer af met een Ofwa? van Lore Baeyens, Fien Degrande en Nele Decroos waarin ze de kracht van een Leuvens netwerk én het platform Begeleiders zonder grenzen toelichten. Wat hen drijft? Snel schakelen en samenwerken voor gelijke onderwijskansen voor alle kinderen.
Carolien Frijns, hoofdredacteur
School- en klaspraktijk (SKP) Jrg. 62 nr.1 (2021)
In Goesting daagt Elisabeth Isabelle ons uit om op zoek te gaan naar onze eerste taal. Met drie meisjes van negen jaar zoekt ze naar hun innerlijke landschappen, hun wereld, hun verbeeldingskracht. Een ding is duidelijk: het borrelt er van de goesting!
Hoe motiveer je leerlingen om in het Frans een verhaal op te bouwen? In het artikel Hoezo, een verhaal? Interactief verhalen verzinnen tijdens de Franse les maken Karen Reekmans, Ellen Van den Berghe en Annelies Wangen je wegwijs in Teaching Proficiency through Reading and Storytelling (TPRS) en muzisch taalonderwijs.
Vreemde talen leren, daarmee kun je het best maar zo vroeg mogelijk beginnen, toch? Marieke Vanbuel, Hannelore Hooft en Goedele Vandommele gidsen ons in hun artikel Is vroeger écht beter? Een reviewstudie over wat werkt in vreemdetalenonderwijs in het basisonderwijs door het laatste wetenschappelijke onderzoek.
Hoe het komt dat zesjarigen Engelstalige woorden uitroepen, die vraag ligt aan de basis van het onderzoek van Eline Zenner en Laura Rosseel. In hun artikel Verenglishing, go! Ga jij de battle aan? doen ze hun onderzoeksresultaten uit de doeken. Exciting!
In BEELDig neemt Sarah Jácome-Alvarez de proef op de som: hoe ziet de klas eruit in de 21ste eeuw? En wat betekent onderwijs eigenlijk?
In het artikel Begrijpend lezen, hot in de media, nu nog in de taalmethodes doet Siel Vienne uit de doeken hoe sterk begrijpend leesonderwijs eruitziet volgens recente onderzoeken en in welke mate ingrediënten van effectief leesonderwijs terug te vinden zijn in taalmethodes.
Iris Vansteelandt en Hilde Van Keer delen in hun artikel Leraren die leesmotivatie promoten: continue professionalisering voor motiverend leesonderwijs hoe je het leesvuur bij kinderen kunt ontsteken én warm houden. Op naar een gouden leesticket voor alle leerlingen!
Themaverkenning bij jonge kinderen, hoe pak je dat aan? En hoe kun je zorgen voor een sterke taalontwikkeling? In Hoge betrokkenheid creëren bij jonge, kwetsbare kinderen geven Lien De Coninck, Hannelore De Greve, Jo Van de Weghe en Jan Van de Wiele concrete tips. Na dit artikel kun je meteen aan de slag met het sprokkelen van interessante insteken voor jouw klas.
De laatste tijd heeft het onderwijs heel wat veerkracht getoond. We sluiten dit nummer af met een Ofwa? van Lore Baeyens, Fien Degrande en Nele Decroos waarin ze de kracht van een Leuvens netwerk én het platform Begeleiders zonder grenzen toelichten. Wat hen drijft? Snel schakelen en samenwerken voor gelijke onderwijskansen voor alle kinderen.
Carolien Frijns, hoofdredacteur
Tijdschrift Lexicon van Literaire Werken. Afl. 124
'Op lichtvoetige wijze verknoopt de roman kleine en grote geschiedenis om te laten zien hoezeer lot, toeval en noodlot op beide niveaus sturend zijn. De kleine geschiedenis is in dit geval die van Josip en Andrej. In hun eenvoudige bestaan vinden zij elkaar in hun zucht naar meer opwinding. Ondanks hun leeftijdsverschil raken ze bevriend.
De ontwikkelingen in hun verweven levens, tegen de achtergrond van het door desintegratie en burgeroorlog geteisterde Joegoslavië, suggereren dat kleine en grote geschiedenis altijd weer in elkaar schuiven. Dat beide hoofdpersonages elkaar chanteren, tekent de bizarre, verstarde maatschappelijke verhoudingen onder het communisme. Vanuit een ironisch perspectief schetst de roman het bankroet van de Joegoslavische eenheid en het politieke bestel.'
Tijdschrift Lexicon van Literaire Werken. Afl. 124
'Op lichtvoetige wijze verknoopt de roman kleine en grote geschiedenis om te laten zien hoezeer lot, toeval en noodlot op beide niveaus sturend zijn. De kleine geschiedenis is in dit geval die van Josip en Andrej. In hun eenvoudige bestaan vinden zij elkaar in hun zucht naar meer opwinding. Ondanks hun leeftijdsverschil raken ze bevriend.
De ontwikkelingen in hun verweven levens, tegen de achtergrond van het door desintegratie en burgeroorlog geteisterde Joegoslavië, suggereren dat kleine en grote geschiedenis altijd weer in elkaar schuiven. Dat beide hoofdpersonages elkaar chanteren, tekent de bizarre, verstarde maatschappelijke verhoudingen onder het communisme. Vanuit een ironisch perspectief schetst de roman het bankroet van de Joegoslavische eenheid en het politieke bestel.'
Boksen met jongeren Een nieuwe kijk op pedagogisch en didactisch handelen Reeks: Psychofysiek werken met jongeren, nr. 2
Om de lezer een concreet idee te geven over hoe een sportpedagogische methodiek eruit kan zien, beschrijven we een boksproject dat plaatsvond in een gesloten jeugdvoorziening. Het project beoogde de bevordering van het integratieperspectief van jongeren. We laten hierbij uitgebreid de jongeren en de begeleiders zelf aan het woord, en koppelen onze bevindingen aan internationale wetenschappelijke literatuur.
Het boek biedt ook een uitgewerkte sportspelmethodiek voor het pedagogisch boksen aan, waarmee de lezer zelf aan de slag kan gaan. Voor de meer ervaren bokstrainer kan dit hoofdstuk nieuwe inzichten bieden om de bestaande lessen te verrijken. Vanuit een beleids- en organisatorisch perspectief geven we bijkomend enkele concrete aandachtspunten voor het opzetten van bokspedagogische projecten.
We sluiten het boek af met een pleidooi om bokspedagogische projecten, en bij uitbreiding andere (vecht-)sporten, meer ingang te doen laten vinden binnen het onderwijs, het jeugdwerk en de jeugdhulp.
-- Dit is het tweede deel in de reeks Psychofysiek werken met jongeren. Eerder verscheen in deze reeks van dezelfde auteurs: Een nieuwe kijk op lichaamsgericht werken met jongeren (9789044136166). --
Renhard Haudenhuyse is als onderzoeker verbonden een de Vrije Universiteit Brussel, meer bepaald de onderzoeksgroepen Sport & Society en Voicing At-risk Youth. Zijn onderzoek focust op de maatschappelijke betekenis en waarde van sport met aandacht voor groepen en precaire en kwetsbare situaties. Mieke Matthyssen is verbonden een de vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent waar ze voor de Huoshen Stichting onderzoek doet naar psychofysiek werken met jongeren. Daarnaast werkt ze op de vakgroep Talen en Culturen van de Universiteit Gent rond gezondheids- en gelukstrategieên in China. Jan Naert is orthopedagoog en onderzoeker bij de vakgroep Orthopedagogiek aan de Universiteit Gent. Hij doet onderzoek naar continuïteit in de jeugdhulpverlening, met specifieke aandacht voor de stem van jongeneren in kwetsbare situaties. Daarnaast is hij als vrijwilliger actief in het jeugdwelzijnswerk en voorziet hij trainingen in onder meer coaching, crisishantering en leefwereldgericht werken.
Boksen met jongeren Een nieuwe kijk op pedagogisch en didactisch handelen Reeks: Psychofysiek werken met jongeren, nr. 2
Om de lezer een concreet idee te geven over hoe een sportpedagogische methodiek eruit kan zien, beschrijven we een boksproject dat plaatsvond in een gesloten jeugdvoorziening. Het project beoogde de bevordering van het integratieperspectief van jongeren. We laten hierbij uitgebreid de jongeren en de begeleiders zelf aan het woord, en koppelen onze bevindingen aan internationale wetenschappelijke literatuur.
Het boek biedt ook een uitgewerkte sportspelmethodiek voor het pedagogisch boksen aan, waarmee de lezer zelf aan de slag kan gaan. Voor de meer ervaren bokstrainer kan dit hoofdstuk nieuwe inzichten bieden om de bestaande lessen te verrijken. Vanuit een beleids- en organisatorisch perspectief geven we bijkomend enkele concrete aandachtspunten voor het opzetten van bokspedagogische projecten.
We sluiten het boek af met een pleidooi om bokspedagogische projecten, en bij uitbreiding andere (vecht-)sporten, meer ingang te doen laten vinden binnen het onderwijs, het jeugdwerk en de jeugdhulp.
-- Dit is het tweede deel in de reeks Psychofysiek werken met jongeren. Eerder verscheen in deze reeks van dezelfde auteurs: Een nieuwe kijk op lichaamsgericht werken met jongeren (9789044136166). --
Renhard Haudenhuyse is als onderzoeker verbonden een de Vrije Universiteit Brussel, meer bepaald de onderzoeksgroepen Sport & Society en Voicing At-risk Youth. Zijn onderzoek focust op de maatschappelijke betekenis en waarde van sport met aandacht voor groepen en precaire en kwetsbare situaties. Mieke Matthyssen is verbonden een de vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent waar ze voor de Huoshen Stichting onderzoek doet naar psychofysiek werken met jongeren. Daarnaast werkt ze op de vakgroep Talen en Culturen van de Universiteit Gent rond gezondheids- en gelukstrategieên in China. Jan Naert is orthopedagoog en onderzoeker bij de vakgroep Orthopedagogiek aan de Universiteit Gent. Hij doet onderzoek naar continuïteit in de jeugdhulpverlening, met specifieke aandacht voor de stem van jongeneren in kwetsbare situaties. Daarnaast is hij als vrijwilliger actief in het jeugdwelzijnswerk en voorziet hij trainingen in onder meer coaching, crisishantering en leefwereldgericht werken.
Waarom niet lezen? Themanr. Filosofie & Praktijk jg 41 nr. 4 (2020)
Vervolgens breekt Patrick Delaere een lans voor het lezen van “een schrijver van buitencategorie proza, die meer literaire prijzen won dan welke andere auteur ook, en die samen met William Faulkner de ruggengraat vormde van de 20ste-eeuwse Amerikaanse literatuur, volgens collega-schrijver Philip Roth.” Daar komt nog als extra reden bij dat veel mensen onder de veertig de romancier en hoogleraar Saul Bellow – want om hem gaat het hier – vandaag de dag niet meer kennen. Zijn werk, aldus Delaere, lijkt nu al op het kerkhof van vergeten boeken te zijn beland. En dus spreekt hij in “Saul Bellows romaneske waarheid” de hoop uit dat literatuurminnaars het tij voor dit dreigende verlies snel zullen doen keren, waarbij hij tevens aannemelijk wil maken dat ook filosofen reden hebben zich dat mogelijke verlies aan te trekken.
In zijn bijdrage “Zwart en wit in het licht van de rede, over Kant en racisme” richt Herman van Erp zich op het betoog van de Nigeriaanse filosoof Emmanuel Eze, waarin deze stelt dat Kants begrip van rationaliteit, evenals dat van Habermas, racistisch is. Daarbij valt het zeker niet te ontkennen dat tot in het recente verleden antropologische theorieën het begrip rationaliteit vaak op racistische wijze hebben gebruikt, alsof niet-Westerse volkeren minder rationeel zouden zijn. Daarbij gaat Van Erp tevens in op de Kameroense filosoof Achille Mbembe en diens aansprekende cultuurfilosofische analyse van wat als ‘zwarte rede’ getypeerd kan worden. Het debat over racisme roept vandaag de dag heftige emoties op, juist vanwege het toenemende ‘identiteits-denken’ (zie daarvoor het voorafgaand themanummer van F&P). Standpunten en individuen botsen en je kunt je afvragen of het niet mogelijk is dat de deelnemers aan het debat “de botsing van hun kritiek met enige humor kunnen bezien en begrip voor elkaars standpunten kunnen opbrengen?”
Je zou kunnen zeggen dat dat laatste – humor en begrip – de uitkomst is, in elk geval ten dele, van de volgende bijdrage, “Twee voetnoten, over discriminatie en racisme bij David Hume” door Ton Vink. Vanwege een racistische voetnoot in een van de essays van David Hume besloot de universiteit van Edinburgh onlangs diens naam van een naar hem vernoemd universiteitsgebouw te schrappen. Het gebouw moest nu maar vernoemd worden naar de locatie ervan: 40 George Square. Helaas ontdekte een derdejaarsstudent dat de nieuwe naamgever, George Brown, een 18de-eeuwse soldaat was, wiens familie enkele van de grootste suikerplantages op Jamaica exploiteerde, met meer dan 1.000 slaven. Men is in gesprek met elkaar! Dat doet overigens niets af aan de vraag of Hume zich in het essay dat aanleiding tot deze commotie is, eigenlijk wel steeds aan zijn eigen kennistheoretische uitgangspunten heeft gehouden.
In zijn “Minima Philosophica: Optimisme of mooipraterij over natuur in het tijdperk van de mens?” onderzoekt Jozef Keulartz de vraag of, en zo ja tot op welke hoogte, het optimisme over de veronderstelde sterke vergroting van de biodiversiteit door de moderne mens gerechtvaardigd is. Worden we daar echt blij van?
Vervolgens bespreekt Kees Hellingman Hoe de evolutie onze kijk op de wereld verdiept geschreven door Mark van Vugt. Na informatie over een prijsvraag van de Vereniging van Ethici in Nederland besluit een korte rubriek Signalementen dit nummer van F&P.
Waarom niet lezen? Themanr. Filosofie & Praktijk jg 41 nr. 4 (2020)
Vervolgens breekt Patrick Delaere een lans voor het lezen van “een schrijver van buitencategorie proza, die meer literaire prijzen won dan welke andere auteur ook, en die samen met William Faulkner de ruggengraat vormde van de 20ste-eeuwse Amerikaanse literatuur, volgens collega-schrijver Philip Roth.” Daar komt nog als extra reden bij dat veel mensen onder de veertig de romancier en hoogleraar Saul Bellow – want om hem gaat het hier – vandaag de dag niet meer kennen. Zijn werk, aldus Delaere, lijkt nu al op het kerkhof van vergeten boeken te zijn beland. En dus spreekt hij in “Saul Bellows romaneske waarheid” de hoop uit dat literatuurminnaars het tij voor dit dreigende verlies snel zullen doen keren, waarbij hij tevens aannemelijk wil maken dat ook filosofen reden hebben zich dat mogelijke verlies aan te trekken.
In zijn bijdrage “Zwart en wit in het licht van de rede, over Kant en racisme” richt Herman van Erp zich op het betoog van de Nigeriaanse filosoof Emmanuel Eze, waarin deze stelt dat Kants begrip van rationaliteit, evenals dat van Habermas, racistisch is. Daarbij valt het zeker niet te ontkennen dat tot in het recente verleden antropologische theorieën het begrip rationaliteit vaak op racistische wijze hebben gebruikt, alsof niet-Westerse volkeren minder rationeel zouden zijn. Daarbij gaat Van Erp tevens in op de Kameroense filosoof Achille Mbembe en diens aansprekende cultuurfilosofische analyse van wat als ‘zwarte rede’ getypeerd kan worden. Het debat over racisme roept vandaag de dag heftige emoties op, juist vanwege het toenemende ‘identiteits-denken’ (zie daarvoor het voorafgaand themanummer van F&P). Standpunten en individuen botsen en je kunt je afvragen of het niet mogelijk is dat de deelnemers aan het debat “de botsing van hun kritiek met enige humor kunnen bezien en begrip voor elkaars standpunten kunnen opbrengen?”
Je zou kunnen zeggen dat dat laatste – humor en begrip – de uitkomst is, in elk geval ten dele, van de volgende bijdrage, “Twee voetnoten, over discriminatie en racisme bij David Hume” door Ton Vink. Vanwege een racistische voetnoot in een van de essays van David Hume besloot de universiteit van Edinburgh onlangs diens naam van een naar hem vernoemd universiteitsgebouw te schrappen. Het gebouw moest nu maar vernoemd worden naar de locatie ervan: 40 George Square. Helaas ontdekte een derdejaarsstudent dat de nieuwe naamgever, George Brown, een 18de-eeuwse soldaat was, wiens familie enkele van de grootste suikerplantages op Jamaica exploiteerde, met meer dan 1.000 slaven. Men is in gesprek met elkaar! Dat doet overigens niets af aan de vraag of Hume zich in het essay dat aanleiding tot deze commotie is, eigenlijk wel steeds aan zijn eigen kennistheoretische uitgangspunten heeft gehouden.
In zijn “Minima Philosophica: Optimisme of mooipraterij over natuur in het tijdperk van de mens?” onderzoekt Jozef Keulartz de vraag of, en zo ja tot op welke hoogte, het optimisme over de veronderstelde sterke vergroting van de biodiversiteit door de moderne mens gerechtvaardigd is. Worden we daar echt blij van?
Vervolgens bespreekt Kees Hellingman Hoe de evolutie onze kijk op de wereld verdiept geschreven door Mark van Vugt. Na informatie over een prijsvraag van de Vereniging van Ethici in Nederland besluit een korte rubriek Signalementen dit nummer van F&P.
Sensoa Vlaggensysteem voor volwassenen (7e)- Bespreekbaar maken van seksueel (grensoverschrijdend) gedrag
Het concept is een een onderbouwde en herziene versie van het Vlaggensysteem voor begeleiders die werken met kinderen en jongeren (Frans & Franck, 2010, 2014). In de versie voor volwassenen nemen we de professional die zorgt voor het welzijn van volwassenen als focus. Nog sterker dan bij kinderen en jongeren echter zal de betrokken volwassene zelf ook eigen inschattingen maken, eigen handelingen bewust sturen en afwegen.
De methodiek is bedoeld om als professional te gebruiken op 3 niveaus, namelijk:
• op niveau van de cliënt, als agogisch instrument voor het werken met cliënten, in het bespreekbaar maken van seksueel gedrag waarbij ze betrokken (kunnen) zijn;
• op niveau van het team en de professional kan men de methodiek gebruiken om te reflecteren op hoe men bepaalde situaties kan inschatten, hoe men ermee kan omgaan, en welke competenties daarvoor nodig zijn bij professionals;
• op niveau van de organisatie kan men proactief of reactief werken aan een beter beleid, aan de hand van reflectie op incidenten, tekorten, evoluties enzovoort.
Situatiekaarten, oefeningen en instrumenten zijn te vinden op www.vlaggensysteem.be.
Erika Frans (°1957) is sociaal agoog en gezondheidspsycholoog en werkt sinds een dertigtal jaar bij Sensoa en CGSO Trefpunt als opleider, coördinator, beleidsmedewerker en expert. Thema’s als seksuele vorming, seksuele ontwikkeling en seksueel grensoverschrijdend gedrag maken de kern uit van haar activiteiten als professional. In 2008 ontwikkelde ze samen met collega’s het Sensoa Vlaggensysteem als methodiek om seksueel grensoverschrijdend gedrag bespreekbaar te maken, en de vele positieve reacties inspireerden ons tot het verder in praktijk brengen van deze methodiek voor volwassenen.
Sensoa Vlaggensysteem voor volwassenen (7e)- Bespreekbaar maken van seksueel (grensoverschrijdend) gedrag
Het concept is een een onderbouwde en herziene versie van het Vlaggensysteem voor begeleiders die werken met kinderen en jongeren (Frans & Franck, 2010, 2014). In de versie voor volwassenen nemen we de professional die zorgt voor het welzijn van volwassenen als focus. Nog sterker dan bij kinderen en jongeren echter zal de betrokken volwassene zelf ook eigen inschattingen maken, eigen handelingen bewust sturen en afwegen.
De methodiek is bedoeld om als professional te gebruiken op 3 niveaus, namelijk:
• op niveau van de cliënt, als agogisch instrument voor het werken met cliënten, in het bespreekbaar maken van seksueel gedrag waarbij ze betrokken (kunnen) zijn;
• op niveau van het team en de professional kan men de methodiek gebruiken om te reflecteren op hoe men bepaalde situaties kan inschatten, hoe men ermee kan omgaan, en welke competenties daarvoor nodig zijn bij professionals;
• op niveau van de organisatie kan men proactief of reactief werken aan een beter beleid, aan de hand van reflectie op incidenten, tekorten, evoluties enzovoort.
Situatiekaarten, oefeningen en instrumenten zijn te vinden op www.vlaggensysteem.be.
Erika Frans (°1957) is sociaal agoog en gezondheidspsycholoog en werkt sinds een dertigtal jaar bij Sensoa en CGSO Trefpunt als opleider, coördinator, beleidsmedewerker en expert. Thema’s als seksuele vorming, seksuele ontwikkeling en seksueel grensoverschrijdend gedrag maken de kern uit van haar activiteiten als professional. In 2008 ontwikkelde ze samen met collega’s het Sensoa Vlaggensysteem als methodiek om seksueel grensoverschrijdend gedrag bespreekbaar te maken, en de vele positieve reacties inspireerden ons tot het verder in praktijk brengen van deze methodiek voor volwassenen.
Onrust en samenleven in Europa Over rechtvaardigheid, duurzaamheid en participatie
In het deel over rechtvaardigheid gaat de auteur in op gelijke kansen, minimale welvaart voor iedereen, de verdeling van inkomens en vermogen, werk en zekerheid (dit laatste zowel op sociaal, economisch als financieel vlak). Onder het thema duurzaamheid worden behandeld: een leefbaar milieu, de energieproblematiek, grondstoffen en afval, klimaatverandering, vrede en veiligheid. Ten slotte handelt het deel over participatie over het behoren tot gemeenschappen, een geïntegreerde maatschappij, een democratie voor de 21ste eeuw, de rechtstaat en sociaaleconomische betrokkenheid.
Het werk is geschreven voor de geïnteresseerde en geïnformeerde burger, zonder dat deze een specialist hoeft te zijn. Het wil de zaken tegelijk bevattelijk en met de nodige diepgang weergeven. Met allerhande ideeën en voorstellen wil het vooral aanzetten tot verder denken en handelen. De doelgroep is het groeiend aantal burgers dat begaan is met deze maatschappelijke thema’s en zich hierin verder wil verdiepen. Het voordeel van dit werk is dat het niet enkel ingaat op één bepaald aspect, maar door de behandeling van de drie hoofdthema’s een globale visie wil bieden, waarin de onderlinge samenhang van interactie van de deelterreinen recht wordt gedaan.
Werner Van laer is econoom en theoloog. Hij werkt voor het aartsbisdom Mechelen-Brussel, maar dit werk is geschreven in persoonlijke naam. Zijn masterthesis ‘L.J. Cardinal Suenens. Mémoires du le Concile Vatican II, édités et annotés’ werd in 2014 uitgebracht als boek bij uitgeverij Peeters in Leuven. In 2019 publiceerde hij ‘Een regenboog van vernieuwing. Pleidooi voor kerkhervorming’ bij uitgeverij Garant, Antwerpen-Apeldoorn.
Onrust en samenleven in Europa Over rechtvaardigheid, duurzaamheid en participatie
In het deel over rechtvaardigheid gaat de auteur in op gelijke kansen, minimale welvaart voor iedereen, de verdeling van inkomens en vermogen, werk en zekerheid (dit laatste zowel op sociaal, economisch als financieel vlak). Onder het thema duurzaamheid worden behandeld: een leefbaar milieu, de energieproblematiek, grondstoffen en afval, klimaatverandering, vrede en veiligheid. Ten slotte handelt het deel over participatie over het behoren tot gemeenschappen, een geïntegreerde maatschappij, een democratie voor de 21ste eeuw, de rechtstaat en sociaaleconomische betrokkenheid.
Het werk is geschreven voor de geïnteresseerde en geïnformeerde burger, zonder dat deze een specialist hoeft te zijn. Het wil de zaken tegelijk bevattelijk en met de nodige diepgang weergeven. Met allerhande ideeën en voorstellen wil het vooral aanzetten tot verder denken en handelen. De doelgroep is het groeiend aantal burgers dat begaan is met deze maatschappelijke thema’s en zich hierin verder wil verdiepen. Het voordeel van dit werk is dat het niet enkel ingaat op één bepaald aspect, maar door de behandeling van de drie hoofdthema’s een globale visie wil bieden, waarin de onderlinge samenhang van interactie van de deelterreinen recht wordt gedaan.
Werner Van laer is econoom en theoloog. Hij werkt voor het aartsbisdom Mechelen-Brussel, maar dit werk is geschreven in persoonlijke naam. Zijn masterthesis ‘L.J. Cardinal Suenens. Mémoires du le Concile Vatican II, édités et annotés’ werd in 2014 uitgebracht als boek bij uitgeverij Peeters in Leuven. In 2019 publiceerde hij ‘Een regenboog van vernieuwing. Pleidooi voor kerkhervorming’ bij uitgeverij Garant, Antwerpen-Apeldoorn.
Ontwarring en ordening van de draad (hc). Verbindend werken met cliënten met probleemgedrag
Dit is het derde boek over ‘de draad’. Het is een praktijkboek, geworteld in de twee eerste boeken. Van een metafoor werd ‘de draad’ een model en een methode om cliënten te bespreken en gepaste ingangen te zoeken. Het boek wil helpen om een interpretatie voor het gedrag van een cliënt te vinden die hem recht doet. Orthopedagogen, psychologen en begeleiders kunnen het gebruiken in hun handelingsplanning, bij de bespreking van cliënten, in het zoeken naar antwoorden bij moeilijk gedrag en in vastlopende situaties.
Dit boek biedt enerzijds ‘ontwarring’ als handleiding bij de methode ‘de draad’ om het verbindende verhaal van de cliënt en zijn begeleider, ouder of leerkracht te helpen schrijven. Het wil anderzijds ‘ordening’ aanreiken met concrete handvatten om anders met (probleem)gedrag van cliënten om te gaan.
Gerrit Vignero werkt als orthopedagoog in het MPC Terbank in Heverlee. Zijn doelgroep bestaat uit kinderen en jongeren met een matig tot ernstig verstandelijke handicap. Hij is geschoold in de methode Heijkoop en lid van de regiegroep SEN-SEO. Hij geeft vorming rond de draad, geeft les aan de opleiding orthopedagogie van het CVO Heverlee en hij begeleidt casusbesprekingen aan de hand van de methode ‘de draad’.
Ontwarring en ordening van de draad (hc). Verbindend werken met cliënten met probleemgedrag
Dit is het derde boek over ‘de draad’. Het is een praktijkboek, geworteld in de twee eerste boeken. Van een metafoor werd ‘de draad’ een model en een methode om cliënten te bespreken en gepaste ingangen te zoeken. Het boek wil helpen om een interpretatie voor het gedrag van een cliënt te vinden die hem recht doet. Orthopedagogen, psychologen en begeleiders kunnen het gebruiken in hun handelingsplanning, bij de bespreking van cliënten, in het zoeken naar antwoorden bij moeilijk gedrag en in vastlopende situaties.
Dit boek biedt enerzijds ‘ontwarring’ als handleiding bij de methode ‘de draad’ om het verbindende verhaal van de cliënt en zijn begeleider, ouder of leerkracht te helpen schrijven. Het wil anderzijds ‘ordening’ aanreiken met concrete handvatten om anders met (probleem)gedrag van cliënten om te gaan.
Gerrit Vignero werkt als orthopedagoog in het MPC Terbank in Heverlee. Zijn doelgroep bestaat uit kinderen en jongeren met een matig tot ernstig verstandelijke handicap. Hij is geschoold in de methode Heijkoop en lid van de regiegroep SEN-SEO. Hij geeft vorming rond de draad, geeft les aan de opleiding orthopedagogie van het CVO Heverlee en hij begeleidt casusbesprekingen aan de hand van de methode ‘de draad’.
Natiestaat contra Republiek De ‘verloren schat’ van het republikeinse universalisme
Bruno De Wever, Universiteit Gent
“In Natiestaat contra Republiek herontdekt Stefaan Marteel een belangrijk maar vergeten alternatief voor het nationalisme: het republikeinse universalisme. Klassieke republikeinen zetten zich af tegen het Hobbesiaanse idee van de soevereine, ondeelbare staat en pleitten in plaats daarvan voor een federatie van republieken – een model dat de inspiratie vormde voor de Verenigde Staten van Amerika. Nu het rechts-nationalisme aan een opmars bezig is in Europa en de VS is dit boek actueler dan ooit.”
Annelien de Dijn, Universiteit Utrecht
“Op het ogenblik dat we zowat overal in Europa te kampen hebben met krachten die ons tot een nationalistische terugplooi aanzetten, houdt Stefaan Marteel een pleidooi voor de rehabilitatie van het republikeinse universalisme. Deskundig, overtuigend en inspirerend.”
Vincent Scheltiens, Universiteit Antwerpen
Sinds enkele decennia voeren democratische nationalisten en liberale universalisten debatten over soevereiniteit, identiteit, en de vraag naar de (on)aangepastheid van het natiestaatmodel aan de geglobaliseerde economie en cultuur – een tegenstelling die echter vooralsnog weinig productief is gebleken. Dit essay wil het debat vooruithelpen door terug te koppelen naar de ontstaansperiode van de moderne democratie. Daarbij wordt de opkomst van de natiestaat herbekeken in een brede politieke en intellectuele context, en worden de ideologische drijfveren achter het introduceren van het nationalisme in het politiek discours blootgelegd.
Het centrale betoog luidt dat het duurzaam succes van het 19de-eeuwse natiestaatmodel, en van de politiek van het nationalisme, alleen begrepen kan worden als keerzijde van de teloorgang van het (neo)klassieke republicanisme – een denkstroming over vrijheid, soevereiniteit en burgerschap die haar oorsprong in de renaissance vond en aan de basis lag van de revolutionaire gebeurtenissen op het einde van de 18de eeuw. Het essay geeft zo een aanzet tot de herontdekking van dit gedachtegoed, en onderkent hierin de belofte van een hernieuwd politiek engagement voor transnationalisme en universalisme.
Stefaan Marteel (1977) studeerde geschiedenis aan de Universiteit Gent en behaalde in 2009 zijn doctoraat aan het Europees Universitair Instituut in Firenze. Hij gaf les aan de Radboud Universiteit Nijmegen en is de auteur van The Intellectual Origins of the Belgian Revolution: Political Thought and Disunity in the Kingdom of the Netherlands (Palgrave 2018). Natiestaat contra Republiek is zijn eerste publieksboek .
Natiestaat contra Republiek De ‘verloren schat’ van het republikeinse universalisme
Bruno De Wever, Universiteit Gent
“In Natiestaat contra Republiek herontdekt Stefaan Marteel een belangrijk maar vergeten alternatief voor het nationalisme: het republikeinse universalisme. Klassieke republikeinen zetten zich af tegen het Hobbesiaanse idee van de soevereine, ondeelbare staat en pleitten in plaats daarvan voor een federatie van republieken – een model dat de inspiratie vormde voor de Verenigde Staten van Amerika. Nu het rechts-nationalisme aan een opmars bezig is in Europa en de VS is dit boek actueler dan ooit.”
Annelien de Dijn, Universiteit Utrecht
“Op het ogenblik dat we zowat overal in Europa te kampen hebben met krachten die ons tot een nationalistische terugplooi aanzetten, houdt Stefaan Marteel een pleidooi voor de rehabilitatie van het republikeinse universalisme. Deskundig, overtuigend en inspirerend.”
Vincent Scheltiens, Universiteit Antwerpen
Sinds enkele decennia voeren democratische nationalisten en liberale universalisten debatten over soevereiniteit, identiteit, en de vraag naar de (on)aangepastheid van het natiestaatmodel aan de geglobaliseerde economie en cultuur – een tegenstelling die echter vooralsnog weinig productief is gebleken. Dit essay wil het debat vooruithelpen door terug te koppelen naar de ontstaansperiode van de moderne democratie. Daarbij wordt de opkomst van de natiestaat herbekeken in een brede politieke en intellectuele context, en worden de ideologische drijfveren achter het introduceren van het nationalisme in het politiek discours blootgelegd.
Het centrale betoog luidt dat het duurzaam succes van het 19de-eeuwse natiestaatmodel, en van de politiek van het nationalisme, alleen begrepen kan worden als keerzijde van de teloorgang van het (neo)klassieke republicanisme – een denkstroming over vrijheid, soevereiniteit en burgerschap die haar oorsprong in de renaissance vond en aan de basis lag van de revolutionaire gebeurtenissen op het einde van de 18de eeuw. Het essay geeft zo een aanzet tot de herontdekking van dit gedachtegoed, en onderkent hierin de belofte van een hernieuwd politiek engagement voor transnationalisme en universalisme.
Stefaan Marteel (1977) studeerde geschiedenis aan de Universiteit Gent en behaalde in 2009 zijn doctoraat aan het Europees Universitair Instituut in Firenze. Hij gaf les aan de Radboud Universiteit Nijmegen en is de auteur van The Intellectual Origins of the Belgian Revolution: Political Thought and Disunity in the Kingdom of the Netherlands (Palgrave 2018). Natiestaat contra Republiek is zijn eerste publieksboek .
Denkinstrumenten voor leidinggevenden in het onderwijs. Onderwijsbegeerte in de praktijk
In Denkinstrumenten voor leidinggevenden in het onderwijs. Onderwijsbegeerte in de praktijk worden tweeëntwintig denkinstrumenten beschreven die helpen bij het leidinggeven op school. Voorbeelden zijn het werkoverleg (socratisch gesprek), de multitool (creatief denken), de passer (omtrekkende beweging) en het beeldgesprek (leiding geven op afstand). Alle instrumenten zijn ontleend aan de filosofie. Filosofen beschikken immers over een rijk denkrepertoire, waar leidinggevenden uitstekend gebruik van kunnen maken.
De gereedschappen zijn gerelateerd aan vijf thema’s: zijn, denken, doen (ethiek), taal en de mens. Deze wijsgerige thema’s sluiten aan bij onderwerpen waar leidinggevenden veel mee te maken hebben. De instrumenten zijn praktisch toepasbaar en kunnen worden benut bij onderwerpen als moreel leiderschap, het denken over vrijheid van handelen, het voeren van complexe gesprekken, de maakbaarheid van een team, diversiteit aan denkpatronen en zelfreflectie.
Dit boek beschrijft bovendien vijf typen denkers (leiders): de analytische denker, de creatieve denker, de humane denker, de wezensdenker en de holistische denker. Welk type denker past het meeste bij jou? En hoe kun je hier gebruik van maken? Dit boek biedt handreikingen aan jou als leider om te ontdekken welk type denkgereedschap het beste bij jou past. Welk instrument heeft jouw voorkeur in een specifieke situatie? De gereedschappen zijn gekoppeld aan (combinaties van) de typeringen.
In dit boek zijn interviews verwerkt die gehouden werden met tweeëntwintig prominente leiders in het onderwijs en van organisaties die functioneren in een educatieve setting. Er staan in dit boek tips van onder andere Hugo de Jonge, Henk Oosterling en Erik van ’t Zelfde; stuk voor stuk experts in het leidinggeven in het onderwijsveld. Hun good practices met bepaalde gereedschappen worden beschreven. Dat zorgt ervoor dat dit boek een praktisch karakter heeft; je kunt meteen met de teksten in de praktijk aan de slag.
Denkinstrumenten voor leidinggevenden in het onderwijs. Onderwijsbegeerte in de praktijk levert een bijdrage aan het professioneel reflecteren en handelen van leidinggevenden, van basisscholen tot universiteiten.
Om Stephan Covey aan te halen: dit boek kan ervoor zorgen dat je je zaag scherp houdt.
Jan de Bas (1964) is docent filosofie en oprichter en eigenaar van het cursusbureau Filosofiegroep Rotterdam. Hij publiceerde Kan een bloemkool denken? Lessen in filosoferen (2016). Ed Verhage (1971) werkt als zelfstandig interim-directeur in het basisonderwijs en als adviseur aan leidinggevenden en bestuurders. Hij is oprichter en eigenaar van Sqope, een bureau voor training en advies in het onderwijs.
Denkinstrumenten voor leidinggevenden in het onderwijs. Onderwijsbegeerte in de praktijk
In Denkinstrumenten voor leidinggevenden in het onderwijs. Onderwijsbegeerte in de praktijk worden tweeëntwintig denkinstrumenten beschreven die helpen bij het leidinggeven op school. Voorbeelden zijn het werkoverleg (socratisch gesprek), de multitool (creatief denken), de passer (omtrekkende beweging) en het beeldgesprek (leiding geven op afstand). Alle instrumenten zijn ontleend aan de filosofie. Filosofen beschikken immers over een rijk denkrepertoire, waar leidinggevenden uitstekend gebruik van kunnen maken.
De gereedschappen zijn gerelateerd aan vijf thema’s: zijn, denken, doen (ethiek), taal en de mens. Deze wijsgerige thema’s sluiten aan bij onderwerpen waar leidinggevenden veel mee te maken hebben. De instrumenten zijn praktisch toepasbaar en kunnen worden benut bij onderwerpen als moreel leiderschap, het denken over vrijheid van handelen, het voeren van complexe gesprekken, de maakbaarheid van een team, diversiteit aan denkpatronen en zelfreflectie.
Dit boek beschrijft bovendien vijf typen denkers (leiders): de analytische denker, de creatieve denker, de humane denker, de wezensdenker en de holistische denker. Welk type denker past het meeste bij jou? En hoe kun je hier gebruik van maken? Dit boek biedt handreikingen aan jou als leider om te ontdekken welk type denkgereedschap het beste bij jou past. Welk instrument heeft jouw voorkeur in een specifieke situatie? De gereedschappen zijn gekoppeld aan (combinaties van) de typeringen.
In dit boek zijn interviews verwerkt die gehouden werden met tweeëntwintig prominente leiders in het onderwijs en van organisaties die functioneren in een educatieve setting. Er staan in dit boek tips van onder andere Hugo de Jonge, Henk Oosterling en Erik van ’t Zelfde; stuk voor stuk experts in het leidinggeven in het onderwijsveld. Hun good practices met bepaalde gereedschappen worden beschreven. Dat zorgt ervoor dat dit boek een praktisch karakter heeft; je kunt meteen met de teksten in de praktijk aan de slag.
Denkinstrumenten voor leidinggevenden in het onderwijs. Onderwijsbegeerte in de praktijk levert een bijdrage aan het professioneel reflecteren en handelen van leidinggevenden, van basisscholen tot universiteiten.
Om Stephan Covey aan te halen: dit boek kan ervoor zorgen dat je je zaag scherp houdt.
Jan de Bas (1964) is docent filosofie en oprichter en eigenaar van het cursusbureau Filosofiegroep Rotterdam. Hij publiceerde Kan een bloemkool denken? Lessen in filosoferen (2016). Ed Verhage (1971) werkt als zelfstandig interim-directeur in het basisonderwijs en als adviseur aan leidinggevenden en bestuurders. Hij is oprichter en eigenaar van Sqope, een bureau voor training en advies in het onderwijs.
De Ontwarde draad. Intervisiespel over de emotionele ontwikkeling – clipbox en spelbord
- Gerrit Vignero -
Van een wild idee naar ‘Ontwarde draad’
Het intervisiespel ‘Ontwarde draad’ is ontstaan vanuit de drive om de kennis rond sociaal-emotionele ontwikkeling en de methodiek van de draad van Gerrit Vignero te verspreiden. In de ondersteuning van kinderen, jongeren en volwassen cliënten merken we dat de aangereikte tools en handvatten steun bieden in de dagelijkse praktijk.
Het intervisiespel is bedoeld om een team te coachen om de draad te ontwarren en te ordenen. Op die manier komt men tot een verbindend verhaal over het kind of de volwassen cliënt.
Er wordt ingezoomd op de eerste drie draden: de begeleider trekt de draad, de hechte draad en de lus in de draad. Via het spel krijgt men zicht op het hechtingstraject en de verbinding tussen het kind of de volwassen cliënt met zijn zorgfiguren.
Het intervisiespel is ontwikkeld door Katrijn Van Acker en Edda Janssens met een stevige draad naar Gerrit Vignero.
KATRIJN VAN ACKER studeerde in 1999 af als licentiaat in de pedagogische wetenschappen aan Universiteit Gent. Professioneel is zij al jaren vertrouwd met kinderen en jongeren die het moeilijk hebben op vlak van gedrag en/of emoties. Vanuit hun emotionele ontwikkeling en de groei in verbinding met anderen schrijft ze draadverhalen in onderwijs. Regelmatig geeft ze vanuit haar expertise vormingen en gaat ze met schoolteams aan de slag wanneer moeilijk gedrag een knoopje in de draad wordt…
EDDA JANSSENS is bachelor in de orthopedagogie en creatief agoog. Ze heeft reeds meer dan 20 jaar ervaring met het thema sociaal-emotionele ontwikkeling bij volwassenen met een beperking in de residentiële en mobiele ondersteuning. Ze werkt op de diagnosedienst van vzw Tordale als deskundige in de draad van Gerrit Vignero en coacht ortho’s en begeleiders in de draad. Als freelancer richtte ze edda. TRIGGERT op en ondersteunt ze ouders tijdens Koffie met een Verhaal. Enkele jaren geleden bracht ze samen met een gezin het kinderboek Pette uit.
Wil je meer weten over dit intervisiespel of over de methodiek van de draad? Ben je op zoek naar een vorming op maat voor jouw organisatie? Neem contact met:
katrijnvanacker.draadverhalen@gmail.com
edda@eddatriggert.be
gerritvignero@gmail.com
De Ontwarde draad. Intervisiespel over de emotionele ontwikkeling – clipbox en spelbord
- Gerrit Vignero -
Van een wild idee naar ‘Ontwarde draad’
Het intervisiespel ‘Ontwarde draad’ is ontstaan vanuit de drive om de kennis rond sociaal-emotionele ontwikkeling en de methodiek van de draad van Gerrit Vignero te verspreiden. In de ondersteuning van kinderen, jongeren en volwassen cliënten merken we dat de aangereikte tools en handvatten steun bieden in de dagelijkse praktijk.
Het intervisiespel is bedoeld om een team te coachen om de draad te ontwarren en te ordenen. Op die manier komt men tot een verbindend verhaal over het kind of de volwassen cliënt.
Er wordt ingezoomd op de eerste drie draden: de begeleider trekt de draad, de hechte draad en de lus in de draad. Via het spel krijgt men zicht op het hechtingstraject en de verbinding tussen het kind of de volwassen cliënt met zijn zorgfiguren.
Het intervisiespel is ontwikkeld door Katrijn Van Acker en Edda Janssens met een stevige draad naar Gerrit Vignero.
KATRIJN VAN ACKER studeerde in 1999 af als licentiaat in de pedagogische wetenschappen aan Universiteit Gent. Professioneel is zij al jaren vertrouwd met kinderen en jongeren die het moeilijk hebben op vlak van gedrag en/of emoties. Vanuit hun emotionele ontwikkeling en de groei in verbinding met anderen schrijft ze draadverhalen in onderwijs. Regelmatig geeft ze vanuit haar expertise vormingen en gaat ze met schoolteams aan de slag wanneer moeilijk gedrag een knoopje in de draad wordt…
EDDA JANSSENS is bachelor in de orthopedagogie en creatief agoog. Ze heeft reeds meer dan 20 jaar ervaring met het thema sociaal-emotionele ontwikkeling bij volwassenen met een beperking in de residentiële en mobiele ondersteuning. Ze werkt op de diagnosedienst van vzw Tordale als deskundige in de draad van Gerrit Vignero en coacht ortho’s en begeleiders in de draad. Als freelancer richtte ze edda. TRIGGERT op en ondersteunt ze ouders tijdens Koffie met een Verhaal. Enkele jaren geleden bracht ze samen met een gezin het kinderboek Pette uit.
Wil je meer weten over dit intervisiespel of over de methodiek van de draad? Ben je op zoek naar een vorming op maat voor jouw organisatie? Neem contact met:
katrijnvanacker.draadverhalen@gmail.com
edda@eddatriggert.be
gerritvignero@gmail.com
Op weg naar stage en werk – Handboek Sociale en communicatieve vaardigheden op de werkvloer
In een twintigtal lessen worden sociale en communicatieve vaardigheden die nodig zijn op de werkvloer besproken en geoefend om zo de kansen op een succesvol verloop van een stage of toetreding tot de arbeidsmarkt te laten toenemen. De training kan individueel of groepsgewijs gevolgd worden.
In deze handleiding voor de begeleider staan per les de doelen, de benodigde materialen en aandachtspunten van de communicatie met de jongere uitgewerkt.
Bij dit handboek hoort een Werkboek, waarin elk van de lessen geoefend en besproken worden.
Drs. Anja Bouman is werkzaam als schoolpsycholoog in het Voortgezet Speciaal Onderwijs gericht op jongeren met specifieke onderwijs- en ondersteuningsbehoeften ten gevolge van gedragsproblemen en/of psychiatrische stoornissen.
Lian Schuijt is werkzaam als logopediste. Zij diagnosticeert en behandelt spraak-, taal- en communicatieproblemen, met name bij mensen met een Autisme Spectrum Stoornis.
Op weg naar stage en werk – Handboek Sociale en communicatieve vaardigheden op de werkvloer
In een twintigtal lessen worden sociale en communicatieve vaardigheden die nodig zijn op de werkvloer besproken en geoefend om zo de kansen op een succesvol verloop van een stage of toetreding tot de arbeidsmarkt te laten toenemen. De training kan individueel of groepsgewijs gevolgd worden.
In deze handleiding voor de begeleider staan per les de doelen, de benodigde materialen en aandachtspunten van de communicatie met de jongere uitgewerkt.
Bij dit handboek hoort een Werkboek, waarin elk van de lessen geoefend en besproken worden.
Drs. Anja Bouman is werkzaam als schoolpsycholoog in het Voortgezet Speciaal Onderwijs gericht op jongeren met specifieke onderwijs- en ondersteuningsbehoeften ten gevolge van gedragsproblemen en/of psychiatrische stoornissen.
Lian Schuijt is werkzaam als logopediste. Zij diagnosticeert en behandelt spraak-, taal- en communicatieproblemen, met name bij mensen met een Autisme Spectrum Stoornis.
Op weg naar stage en werk – Werkboek Sociale en communicatieve vaardigheden op de werkvloer
In dit werkboek worden in een twintigtal lessen sociale en communicatieve vaardigheden die nodig zijn op de werkvloer besproken en geoefend. Hierdoor zullen de kansen op een succesvol verloop van een stage of toetreding tot de arbeidsmarkt toenemen.
Bij dit werkboek hoort een Handleiding, met per les de uitwerking van de doelen, de benodigde materialen en de aandachtspunten van de communicatie met de jongere.
Drs. Anja Bouman is werkzaam als schoolpsycholoog in het Voortgezet Speciaal Onderwijs gericht op jongeren met specifieke onderwijs- en ondersteuningsbehoeften ten gevolge van gedragsproblemen en/of psychiatrische stoornissen.
Lian Schuijt is werkzaam als logopediste. Zij diagnosticeert en behandelt spraak-, taal- en communicatieproblemen, met name bij mensen met een Autisme Spectrum Stoornis.
Op weg naar stage en werk – Werkboek Sociale en communicatieve vaardigheden op de werkvloer
In dit werkboek worden in een twintigtal lessen sociale en communicatieve vaardigheden die nodig zijn op de werkvloer besproken en geoefend. Hierdoor zullen de kansen op een succesvol verloop van een stage of toetreding tot de arbeidsmarkt toenemen.
Bij dit werkboek hoort een Handleiding, met per les de uitwerking van de doelen, de benodigde materialen en de aandachtspunten van de communicatie met de jongere.
Drs. Anja Bouman is werkzaam als schoolpsycholoog in het Voortgezet Speciaal Onderwijs gericht op jongeren met specifieke onderwijs- en ondersteuningsbehoeften ten gevolge van gedragsproblemen en/of psychiatrische stoornissen.
Lian Schuijt is werkzaam als logopediste. Zij diagnosticeert en behandelt spraak-, taal- en communicatieproblemen, met name bij mensen met een Autisme Spectrum Stoornis.
Identiteit. Themanr. Filosofie & Praktijk- Jrg.41 (2020) Nr.3
Het themagedeelte in dit F&P-nummer over identiteit opent met dit stuk over “Nederlands Gouden Eeuw en de nationale identiteit" door Maarten Prak. Bijdragen van Evelien Tonkens, Machiel Keestra, Yussef Al Tamimi en Patrick Delaere gaan verder in op verschillende aspecten van de publieke discussie over identiteit.
Identiteit. Themanr. Filosofie & Praktijk- Jrg.41 (2020) Nr.3
Het themagedeelte in dit F&P-nummer over identiteit opent met dit stuk over “Nederlands Gouden Eeuw en de nationale identiteit" door Maarten Prak. Bijdragen van Evelien Tonkens, Machiel Keestra, Yussef Al Tamimi en Patrick Delaere gaan verder in op verschillende aspecten van de publieke discussie over identiteit.
Een rookprobleem? Wat nu?
Hij gaat ervan uit dat er voor ieder van ons unieke, doeltreffende oplossingen voor diens welbepaalde problemen aangereikt kunnen worden.
Een rookprobleem? Wat nu? beschrijft specifieke en handige technieken voor het begeleiden van tabakgebruikers. Alle begeleiders zoals verpleegkundigen, ergotherapeuten, bewegingstherapeuten, tabakologen, psychologen, psychotherapeuten en artsen treffen in dit boek volop efficiënte toepassingsmogelijkheden aan.
Dit boek helpt je op een heldere manier op weg om een cliënt met een tabakprobleem te begeleiden. Het toont zowel begeleiders als cliënten hoe een gezonde, bevredigende toekomst voor te stellen en dit, met vallen en opstaan, te bereiken door te stoppen met roken.
Erwin De Bisscop is een erkend oplossingsgericht cognitief systeemtherapeut met een jarenlange ervaring in het begeleiden van tabakgebruikers.
Hij werkt al meer dan 30 jaar in de P.A.A.Z. AZ Sint-Jan Brugge-Oostende AV en is directielid en erkend opleider-supervisor (oplossingsgerichte cognitieve systeemtherapie en coaching) aan het Korzybski-instituut in Brugge en Antwerpen.
Een rookprobleem? Wat nu?
Hij gaat ervan uit dat er voor ieder van ons unieke, doeltreffende oplossingen voor diens welbepaalde problemen aangereikt kunnen worden.
Een rookprobleem? Wat nu? beschrijft specifieke en handige technieken voor het begeleiden van tabakgebruikers. Alle begeleiders zoals verpleegkundigen, ergotherapeuten, bewegingstherapeuten, tabakologen, psychologen, psychotherapeuten en artsen treffen in dit boek volop efficiënte toepassingsmogelijkheden aan.
Dit boek helpt je op een heldere manier op weg om een cliënt met een tabakprobleem te begeleiden. Het toont zowel begeleiders als cliënten hoe een gezonde, bevredigende toekomst voor te stellen en dit, met vallen en opstaan, te bereiken door te stoppen met roken.
Erwin De Bisscop is een erkend oplossingsgericht cognitief systeemtherapeut met een jarenlange ervaring in het begeleiden van tabakgebruikers.
Hij werkt al meer dan 30 jaar in de P.A.A.Z. AZ Sint-Jan Brugge-Oostende AV en is directielid en erkend opleider-supervisor (oplossingsgerichte cognitieve systeemtherapie en coaching) aan het Korzybski-instituut in Brugge en Antwerpen.
Wanneer jouw wiegje een wolk wordt
Dit invulboekje geeft zowel mama als papa de kans om hun gevoelens neer te schrijven en elkaars gevoelens te herkennen. Bovendien biedt het boekje extra informatie over ondersteunende organisaties, leestips en advies voor grote broer of zus. Er is ruimte om herinneringen van jullie sterrenkindje op te nemen, zodat dit boek een kostbare herinnering ondersteunt.
Laat 'Wanneer jouw wiegje een wolk wordt' jullie helpen om van jullie wolkje een mooie herinnering te maken.
Axana Bael is naast masterstudente aan de UGent een pas afgestudeerde vroedvrouw. Met deze passie ging ze aan de slag, en ontwierp ze dit boek vanuit haar onnoemelijke liefde voor kersverse ouders van een sterrenkindje. Ondanks het feit dat haar diploma nog niet lang aan de muur hangt, heeft ze al heel wat beginnende ervaring zowel in binnenland áls in buitenland! Haar droom is om in de toekomst aan de slag te gaan als vroedvrouw in de eerste lijn.
Wanneer jouw wiegje een wolk wordt
Dit invulboekje geeft zowel mama als papa de kans om hun gevoelens neer te schrijven en elkaars gevoelens te herkennen. Bovendien biedt het boekje extra informatie over ondersteunende organisaties, leestips en advies voor grote broer of zus. Er is ruimte om herinneringen van jullie sterrenkindje op te nemen, zodat dit boek een kostbare herinnering ondersteunt.
Laat 'Wanneer jouw wiegje een wolk wordt' jullie helpen om van jullie wolkje een mooie herinnering te maken.
Axana Bael is naast masterstudente aan de UGent een pas afgestudeerde vroedvrouw. Met deze passie ging ze aan de slag, en ontwierp ze dit boek vanuit haar onnoemelijke liefde voor kersverse ouders van een sterrenkindje. Ondanks het feit dat haar diploma nog niet lang aan de muur hangt, heeft ze al heel wat beginnende ervaring zowel in binnenland áls in buitenland! Haar droom is om in de toekomst aan de slag te gaan als vroedvrouw in de eerste lijn.
Caleidoscopia. Spelen met diversiteit – Spelkaarten + Toelichting (7e herziene druk)
Het doel van dit kaartspel is om de invloed van diversiteit zichtbaar en bespreekbaar te maken en spelenderwijs te leren omgaan met verschillen en overeenkomsten tussen mensen. Hierbij kan gedacht worden aan verschillen en overeenkomsten in levensfase, gender en sekse, etniciteit, religie, (beroeps)socialisatie, talent en beperking, seksuele identiteit en sociale klasse, die samen de acht dimensies van diversiteit op de Caleidoscopiakaarten uitdrukken.
Dit spel is ontwikkeld op grond van bijna vijftien jaar ervaring. Het legt een verbinding tussen diversiteitstheorieën, het analysemodel 'kruispuntdenken' en ervaringen in het omgaan met diversiteit. Inspiratiebronnen, methodische uitgangspunten en diversiteitskwaliteiten worden beschreven. In het boek zijn tevens vijftig spelvormen met de diversiteitskaarten opgenomen. Het boek Caleidoscopia, Spelen met Diversiteit en het spel zelf zijn bedacht, ontwikkeld en geproduceerd door het Netwerk Caleidoscopia, dat bestaat uit vijf vrouwen. Zij zijn werkzaam en actief in het onderwijs, het welzijnswerk en de gezondheidszorg, in de vakbond, de vrouwen- en LHBT-beweging en in migranten- en ouderenorganisaties.
Het caleidoscopia-spel op bol.com.
Twie Tjoa , Enith Pereira, Margie Kessler, Christine van Duin en Ankephien van Tijen vormen samen het Netwerk Caleidoscopia, gevestigd in Amsterdam. Ze zijn werkzaam en actief onder meer in het onderwijs, het welzijnswerk en de gezondheidszorg, in de vakbond, de vrouwen- en LHBT-beweging en in migranten- en ouderenorganisaties.
Caleidoscopia. Spelen met diversiteit – Spelkaarten + Toelichting (7e herziene druk)
Het doel van dit kaartspel is om de invloed van diversiteit zichtbaar en bespreekbaar te maken en spelenderwijs te leren omgaan met verschillen en overeenkomsten tussen mensen. Hierbij kan gedacht worden aan verschillen en overeenkomsten in levensfase, gender en sekse, etniciteit, religie, (beroeps)socialisatie, talent en beperking, seksuele identiteit en sociale klasse, die samen de acht dimensies van diversiteit op de Caleidoscopiakaarten uitdrukken.
Dit spel is ontwikkeld op grond van bijna vijftien jaar ervaring. Het legt een verbinding tussen diversiteitstheorieën, het analysemodel 'kruispuntdenken' en ervaringen in het omgaan met diversiteit. Inspiratiebronnen, methodische uitgangspunten en diversiteitskwaliteiten worden beschreven. In het boek zijn tevens vijftig spelvormen met de diversiteitskaarten opgenomen. Het boek Caleidoscopia, Spelen met Diversiteit en het spel zelf zijn bedacht, ontwikkeld en geproduceerd door het Netwerk Caleidoscopia, dat bestaat uit vijf vrouwen. Zij zijn werkzaam en actief in het onderwijs, het welzijnswerk en de gezondheidszorg, in de vakbond, de vrouwen- en LHBT-beweging en in migranten- en ouderenorganisaties.
Het caleidoscopia-spel op bol.com.
Twie Tjoa , Enith Pereira, Margie Kessler, Christine van Duin en Ankephien van Tijen vormen samen het Netwerk Caleidoscopia, gevestigd in Amsterdam. Ze zijn werkzaam en actief onder meer in het onderwijs, het welzijnswerk en de gezondheidszorg, in de vakbond, de vrouwen- en LHBT-beweging en in migranten- en ouderenorganisaties.
De kracht, niet de klacht. Visies op jeugd, jeugdbeleid en jeugdwerk
De kracht… niet de klacht: zaniken over jonge mensen en de manier waarop overheden en media ermee omgaan, sluipt te gemakkelijk binnen. De werkelijkheid blijkt veel positiever. Generaties jonge mensen lukken er steeds opnieuw in om de boel draaiend te houden – ook al reproduceren ze veel euvels van hun opvoeders. Een argwanende grondhouding is per definitie contraproductief; ze pleegt roofbouw op de goede naam van jonge mensen, fnuikt hun enthousiasme en herleidt hen tot oneigenlijke kneusjes.
Niets beter dan het Vlaamse jeugdwerk om dit optimisme grondig te illustreren. Als een van de meest hoopvolle fenomenen in onze vaak hinkende Vlaamse samenleving, speelt het een hoofdrol in deze publicatie. Het jeugdwerk overleeft voorlopig con brio vele (acute) bedreigingen en tart met nutteloze speelsheid en speelse nuttigheid (cf. D. Wildemeersch) de soms beknepen ernst van grote mensen.
De lezer mag zich verwachten aan een breed perspectief, een ruim referentiekader met aandacht voor tal van dimensies en kenmerken van jonge mensen en hun omgevingen. Daarbij krijgen de verhouding tussen overheden en jeugd en vooral het jeugdwerk prioritaire aandacht.
Guy Redig studeerde orthopedagogiek en agogiek (VUB), promoveerde tot doctor in de sociale wetenschappen (KU Nijmegen). Hij werkt als docent en zelfstandig consulent, onderzoekt, begeleidt en publiceert over sociale, culturele & jeugd(werk)thema’s en overheidsbeleid.
De kracht, niet de klacht. Visies op jeugd, jeugdbeleid en jeugdwerk
De kracht… niet de klacht: zaniken over jonge mensen en de manier waarop overheden en media ermee omgaan, sluipt te gemakkelijk binnen. De werkelijkheid blijkt veel positiever. Generaties jonge mensen lukken er steeds opnieuw in om de boel draaiend te houden – ook al reproduceren ze veel euvels van hun opvoeders. Een argwanende grondhouding is per definitie contraproductief; ze pleegt roofbouw op de goede naam van jonge mensen, fnuikt hun enthousiasme en herleidt hen tot oneigenlijke kneusjes.
Niets beter dan het Vlaamse jeugdwerk om dit optimisme grondig te illustreren. Als een van de meest hoopvolle fenomenen in onze vaak hinkende Vlaamse samenleving, speelt het een hoofdrol in deze publicatie. Het jeugdwerk overleeft voorlopig con brio vele (acute) bedreigingen en tart met nutteloze speelsheid en speelse nuttigheid (cf. D. Wildemeersch) de soms beknepen ernst van grote mensen.
De lezer mag zich verwachten aan een breed perspectief, een ruim referentiekader met aandacht voor tal van dimensies en kenmerken van jonge mensen en hun omgevingen. Daarbij krijgen de verhouding tussen overheden en jeugd en vooral het jeugdwerk prioritaire aandacht.
Guy Redig studeerde orthopedagogiek en agogiek (VUB), promoveerde tot doctor in de sociale wetenschappen (KU Nijmegen). Hij werkt als docent en zelfstandig consulent, onderzoekt, begeleidt en publiceert over sociale, culturele & jeugd(werk)thema’s en overheidsbeleid.
Integratie van medische hypnose in psychotherapie
José Klaassen-Kersten is Europees gecertificeerd therapeut in psychotherapie, gedrags-, EMDR, en schematherapeut en supervisor. Zij heeft veel ervaring met de psychologische behandeling van oncologie, basis en gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg in een klinische setting, waar zij jaren werkzaam is geweest en daarnaast in haar privé praktijk. José is hypnosedeskundige in psychotherapie en medische setting. Zij heeft veel scholing verzorgd over de integratie van medische hypnose. Vanuit haar persoonlijke leven met enkele diepgaande life events heeft José een drive zich in te blijven zetten voor de cliënt en de medemens. Zij zoekt steeds naar mogelijkheden om zo dicht mogelijk bij de ander en diens innerlijk te komen om van daaruit een klacht of probleem hanteerbaar te maken.
Integratie van medische hypnose in psychotherapie
José Klaassen-Kersten is Europees gecertificeerd therapeut in psychotherapie, gedrags-, EMDR, en schematherapeut en supervisor. Zij heeft veel ervaring met de psychologische behandeling van oncologie, basis en gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg in een klinische setting, waar zij jaren werkzaam is geweest en daarnaast in haar privé praktijk. José is hypnosedeskundige in psychotherapie en medische setting. Zij heeft veel scholing verzorgd over de integratie van medische hypnose. Vanuit haar persoonlijke leven met enkele diepgaande life events heeft José een drive zich in te blijven zetten voor de cliënt en de medemens. Zij zoekt steeds naar mogelijkheden om zo dicht mogelijk bij de ander en diens innerlijk te komen om van daaruit een klacht of probleem hanteerbaar te maken.
Nihongo 2 – Japanse taal en cultuur voor beginners
Deze basiscursus Japans bestaat uit twee delen: Nihongo 1 en Nihongo 2. Elk deel bestaat uit tien hoofdstukken en is volledig in rōmaji (Japans getranscribeerd in ons alfabet) geschreven om het leerproces te versnellen. Dit is deel 2 van de cursus. Je kunt de cursus gebruiken als voorbereiding op lessen Japans of een reis naar Japan, al dan niet samen met Kana en Kanji: snelleermethodes om de drie Japanse schriften te leren, cursussen die ook bij Garant zijn uitgegeven.
Nihongo kan zowel voor zelfstudie als in klasverband gebruikt worden. In elk hoofdstuk wordt ook een rubriekje over de Japanse cultuur opgenomen. Via een QR-code of een weblink kun je audiofragmenten beluisteren bestaande uit dialogen, commando’s en vragen, die werden ingesproken door native speakers Japans.
Sarah Van Camp studeerde in 1991 af als japanoloog aan de KU Leuven en heeft de afgelopen 25 jaar in verschillende scholen en bedrijven lessen Japans gegeven aan beginners. Momenteel werkt ze als vertaler en taaldocent in Antwerpen. Voor deze cursus kreeg ze de steun van Goh Kawai, voormalig professor aan de Center for Language Learning van Hokkaido University en werkte ze nauw samen met professor Akiko Tashiro van datzelfde instituut, die samen met haar doctoraatsstudenten Yoshimi Hidaka en Rei Kataoka de cursus redigeerde en het audiomateriaal heeft opgenomen.
Nihongo 2 – Japanse taal en cultuur voor beginners
Deze basiscursus Japans bestaat uit twee delen: Nihongo 1 en Nihongo 2. Elk deel bestaat uit tien hoofdstukken en is volledig in rōmaji (Japans getranscribeerd in ons alfabet) geschreven om het leerproces te versnellen. Dit is deel 2 van de cursus. Je kunt de cursus gebruiken als voorbereiding op lessen Japans of een reis naar Japan, al dan niet samen met Kana en Kanji: snelleermethodes om de drie Japanse schriften te leren, cursussen die ook bij Garant zijn uitgegeven.
Nihongo kan zowel voor zelfstudie als in klasverband gebruikt worden. In elk hoofdstuk wordt ook een rubriekje over de Japanse cultuur opgenomen. Via een QR-code of een weblink kun je audiofragmenten beluisteren bestaande uit dialogen, commando’s en vragen, die werden ingesproken door native speakers Japans.
Sarah Van Camp studeerde in 1991 af als japanoloog aan de KU Leuven en heeft de afgelopen 25 jaar in verschillende scholen en bedrijven lessen Japans gegeven aan beginners. Momenteel werkt ze als vertaler en taaldocent in Antwerpen. Voor deze cursus kreeg ze de steun van Goh Kawai, voormalig professor aan de Center for Language Learning van Hokkaido University en werkte ze nauw samen met professor Akiko Tashiro van datzelfde instituut, die samen met haar doctoraatsstudenten Yoshimi Hidaka en Rei Kataoka de cursus redigeerde en het audiomateriaal heeft opgenomen.
Affectregulerende Vaktherapie – Basisboek Vaktherapeutische behandeling voor kinderen van 4 tot 12 jaar
De interventie beschrijft zowel de inzet van het vaktherapeutisch middel, als de mentaliseren-bevorderende therapeuthouding. Samen vormen zij de basis voor de interactieve regulatie, waarmee het gestagneerde affectregulatieproces opnieuw in ontwikkeling komt. Waar enerzijds de theorie verduidelijkt wordt, biedt anderzijds de gefaseerde uitwerking van de interventietechnieken en aanpak in sessies een praktisch kader. Ook is een concrete benadering uitgewerkt voor het betrekken van de context rond de cliënt.
Casuïstiek van alle vaktherapeutische disciplines (beeldend, dans, drama, muziek, pm(k)t en spel) illustreert de behandelwijze.
Het boek kan een bijdrage zijn aan het vinden van een gezamenlijke taal in het behandelen van cliënten met affectregulatieproblematiek, en sluit aan bij de transdiagnostische visie op affectregulatie.
De auteurs zijn ervaren vaktherapeuten, werkzaam in ggz-instellingen of in een eigen zelfstandige praktijk. De interventie Affectregulerende Vaktherapie is het resultaat van jarenlange praktijkervaring; vaktherapeuten van alle disciplines hebben meegedacht en beschreven wat werkt in de behandeling van cliënten met affectregulatieproblemen.
‘De in dit boek beschreven interventie biedt structuur en duidelijke stappen voor vaktherapeuten die werken met kinderen en jongeren met affectregulatieproblemen.’
Renate Geuzinge
Affectregulerende Vaktherapie – Basisboek Vaktherapeutische behandeling voor kinderen van 4 tot 12 jaar
De interventie beschrijft zowel de inzet van het vaktherapeutisch middel, als de mentaliseren-bevorderende therapeuthouding. Samen vormen zij de basis voor de interactieve regulatie, waarmee het gestagneerde affectregulatieproces opnieuw in ontwikkeling komt. Waar enerzijds de theorie verduidelijkt wordt, biedt anderzijds de gefaseerde uitwerking van de interventietechnieken en aanpak in sessies een praktisch kader. Ook is een concrete benadering uitgewerkt voor het betrekken van de context rond de cliënt.
Casuïstiek van alle vaktherapeutische disciplines (beeldend, dans, drama, muziek, pm(k)t en spel) illustreert de behandelwijze.
Het boek kan een bijdrage zijn aan het vinden van een gezamenlijke taal in het behandelen van cliënten met affectregulatieproblematiek, en sluit aan bij de transdiagnostische visie op affectregulatie.
De auteurs zijn ervaren vaktherapeuten, werkzaam in ggz-instellingen of in een eigen zelfstandige praktijk. De interventie Affectregulerende Vaktherapie is het resultaat van jarenlange praktijkervaring; vaktherapeuten van alle disciplines hebben meegedacht en beschreven wat werkt in de behandeling van cliënten met affectregulatieproblemen.
‘De in dit boek beschreven interventie biedt structuur en duidelijke stappen voor vaktherapeuten die werken met kinderen en jongeren met affectregulatieproblemen.’
Renate Geuzinge
Organisatiekunde
Kwaliteitsvolle organisaties zijn altijd organisaties op mensenmaat. Om dat te bereiken is veel nodig: een waardegedreven visie met inspirerende doelen, een waarderend leiderschap voor en met mensen, een dialoog tussen mens en organisatie, aandacht voor talenten en relaties. Sterke organisaties zijn centra van menselijke verbondenheid. Ze creëren ruimte waarin mensen in het realiseren van de doelen van de organisatie de eigen talenten ten volle kunnen ontplooien. Ze verbinden dus de aspiraties van mensen met de droom van de organisatie.
Vanuit een waarderende benadering verduidelijkt dit handboek de dimensies en processen die een organisatie voor mensen kwaliteitsvol maken. Het boek helpt studenten en professionals om een integraal inzicht te verwerven in dergelijke organisatie. Tegelijk biedt het een basis voor deskundig handelen in een organisatorische context.
Guido Cuyvers studeerde aan de KU Leuven criminologie, filosofie en familiale en seksuologische wetenschappen. Na een loopbaan in het hoger onderwijs als docent, onderzoeker en departementshoofd, engageert hij zich in het middenveld, bij het ouderenbeleid en in het onderzoek naar de positie van ouderen in de samenleving. Als auteur publiceert hij uitvoerig over allerlei maatschappelijke thema’s.
Organisatiekunde
Kwaliteitsvolle organisaties zijn altijd organisaties op mensenmaat. Om dat te bereiken is veel nodig: een waardegedreven visie met inspirerende doelen, een waarderend leiderschap voor en met mensen, een dialoog tussen mens en organisatie, aandacht voor talenten en relaties. Sterke organisaties zijn centra van menselijke verbondenheid. Ze creëren ruimte waarin mensen in het realiseren van de doelen van de organisatie de eigen talenten ten volle kunnen ontplooien. Ze verbinden dus de aspiraties van mensen met de droom van de organisatie.
Vanuit een waarderende benadering verduidelijkt dit handboek de dimensies en processen die een organisatie voor mensen kwaliteitsvol maken. Het boek helpt studenten en professionals om een integraal inzicht te verwerven in dergelijke organisatie. Tegelijk biedt het een basis voor deskundig handelen in een organisatorische context.
Guido Cuyvers studeerde aan de KU Leuven criminologie, filosofie en familiale en seksuologische wetenschappen. Na een loopbaan in het hoger onderwijs als docent, onderzoeker en departementshoofd, engageert hij zich in het middenveld, bij het ouderenbeleid en in het onderzoek naar de positie van ouderen in de samenleving. Als auteur publiceert hij uitvoerig over allerlei maatschappelijke thema’s.
Ouderenbeleid. Ouderen en samenleving waarderend verbinden.
Dit boek wil een handreiking zijn aan diverse spelers in het ouderenbeleid. Vooreerst voor nieuwe beleidsmakers, bijvoorbeeld schepenen van ouderenzaken, die zich willen oriënteren op het brede domein van het ouderenbeleid om dan zelf op het eigen niveau een constructief ouderenbeleid mee mogelijk te maken. Het richt zich ook tot ambtenaren en professionals die bijvoorbeeld als seniorenconsulent of ouderencoach, hopelijk samen met de ouderen, het beleid concreet vorm willen geven. Het boek is zeker ook bedoeld voor ouder wordende mensen die actief burgerschap (willen) waarmaken en die zich daarvoor op lokaal of op een ander niveau engageren.
Guido Cuyvers studeerde aan de KU Leuven criminologie, filosofie en familiale en seksuologische wetenschappen. Na een loopbaan in het hoger onderwijs als docent, onderzoeker en departementshoofd, engageert hij zich in het middenveld, bij het ouderenbeleid en in het onderzoek naar de positie van ouderen in de samenleving. Als auteur publiceert hij uitvoerig over allerlei maatschappelijke thema’s.
Guido Cuyvers studeerde aan de KU Leuven criminologie, filosofie en familiale en seksuologische wetenschappen. Na een loopbaan in het hoger onderwijs als docent, onderzoeker en departementshoofd, engageert hij zich in het middenveld, bij het ouderenbeleid en in het onderzoek naar de positie van ouderen in de samenleving. Als auteur publiceert hij uitvoerig over allerlei maatschappelijke thema’s.
Ouderenbeleid. Ouderen en samenleving waarderend verbinden.
Dit boek wil een handreiking zijn aan diverse spelers in het ouderenbeleid. Vooreerst voor nieuwe beleidsmakers, bijvoorbeeld schepenen van ouderenzaken, die zich willen oriënteren op het brede domein van het ouderenbeleid om dan zelf op het eigen niveau een constructief ouderenbeleid mee mogelijk te maken. Het richt zich ook tot ambtenaren en professionals die bijvoorbeeld als seniorenconsulent of ouderencoach, hopelijk samen met de ouderen, het beleid concreet vorm willen geven. Het boek is zeker ook bedoeld voor ouder wordende mensen die actief burgerschap (willen) waarmaken en die zich daarvoor op lokaal of op een ander niveau engageren.
Guido Cuyvers studeerde aan de KU Leuven criminologie, filosofie en familiale en seksuologische wetenschappen. Na een loopbaan in het hoger onderwijs als docent, onderzoeker en departementshoofd, engageert hij zich in het middenveld, bij het ouderenbeleid en in het onderzoek naar de positie van ouderen in de samenleving. Als auteur publiceert hij uitvoerig over allerlei maatschappelijke thema’s.
Guido Cuyvers studeerde aan de KU Leuven criminologie, filosofie en familiale en seksuologische wetenschappen. Na een loopbaan in het hoger onderwijs als docent, onderzoeker en departementshoofd, engageert hij zich in het middenveld, bij het ouderenbeleid en in het onderzoek naar de positie van ouderen in de samenleving. Als auteur publiceert hij uitvoerig over allerlei maatschappelijke thema’s.
In the shadow of Vesalius
Also authentic letters, written by Vesalius to his friends Benedetto Varchi and Ottavio Landi, are presented and translated for the first time, and are thoroughly discussed, shedding new light on crucial periods of Vesalius’ life, such as his leave from academic Padua, exchanged for imperial service to Charles V, or his contribution to the treatment of Philips II’s son, crown prince Carlos in Spain. Anatomical novelties, discovered by Vesalius’ friends and contemporaries, are equally broadly exposed, like Canani’s input in human arm musculature or Valverde’s ‘corrections’ of Vesalius’ ‘Epitome’. Valverde’s publication became one of the greatest ‘bestsellers’ treating anatomy during the 16th and 17th century, thereby spreading the ‘Vesalian Revolution’ all over Europe. But also the relationship between Vesalius and his Paduan room mate John Kay or Caius is scrutinised, as are a number of family descendants of Vesalius.
It is newly acknowledged in this book that Vesalius influenced artists in anatomical models and drawings, as well as his influence on veterinary medicine. In short, this book offers an inspiring new account of Vesalius’ extraordinary long-term influence on anatomy, science and art in general.
In the shadow of Vesalius
Also authentic letters, written by Vesalius to his friends Benedetto Varchi and Ottavio Landi, are presented and translated for the first time, and are thoroughly discussed, shedding new light on crucial periods of Vesalius’ life, such as his leave from academic Padua, exchanged for imperial service to Charles V, or his contribution to the treatment of Philips II’s son, crown prince Carlos in Spain. Anatomical novelties, discovered by Vesalius’ friends and contemporaries, are equally broadly exposed, like Canani’s input in human arm musculature or Valverde’s ‘corrections’ of Vesalius’ ‘Epitome’. Valverde’s publication became one of the greatest ‘bestsellers’ treating anatomy during the 16th and 17th century, thereby spreading the ‘Vesalian Revolution’ all over Europe. But also the relationship between Vesalius and his Paduan room mate John Kay or Caius is scrutinised, as are a number of family descendants of Vesalius.
It is newly acknowledged in this book that Vesalius influenced artists in anatomical models and drawings, as well as his influence on veterinary medicine. In short, this book offers an inspiring new account of Vesalius’ extraordinary long-term influence on anatomy, science and art in general.
Autisme in veelvoud
Leni van Goidsenhoven is verbonden aan de Universiteit van Antwerpen (Wijsbegeerte) en de KU Leuven (Culturele Studies). Momenteel focust ze op het belang van ervaringsverhalen van mensen met een beperking binnen wetenschappelijk onderzoek. Ze is ook auteur van de catalogus Middle Gate Geel ’13 Curator Jan Hoet (2013).
Autisme in veelvoud
Leni van Goidsenhoven is verbonden aan de Universiteit van Antwerpen (Wijsbegeerte) en de KU Leuven (Culturele Studies). Momenteel focust ze op het belang van ervaringsverhalen van mensen met een beperking binnen wetenschappelijk onderzoek. Ze is ook auteur van de catalogus Middle Gate Geel ’13 Curator Jan Hoet (2013).
Wardje Wijsneus, slim en intens
Het boek begint met wat achtergrondinformatie en nuttige tips, daarna leren we Wardje Wijsneus kennen. Het verhaal neemt ons mee met Wardje naar school waar hij te maken krijgt met een aantal sociaal-emotionele uitdagingen. ‘Tante Tania’ biedt daarbij duiding en tips om samen met kinderen naar oplossingen te zoeken voor Wardje’s uitdagingen. Zo leren ze bijvoorbeeld met stress om te gaan en successen te vieren.
Dit voorleesboek op kindermaat is een aanrader voor (groot)ouders, opvoeders en leerkrachten van jonge, hoogbegaafde kinderen. Het interactief verhaal biedt een kader om samen met hoogbegaafde kinderen te verkennen hoe de ervaringen van Wardje zich verhouden tot hun eigen ervaringen op school.
Wardje Wijsneus, slim en intens
Het boek begint met wat achtergrondinformatie en nuttige tips, daarna leren we Wardje Wijsneus kennen. Het verhaal neemt ons mee met Wardje naar school waar hij te maken krijgt met een aantal sociaal-emotionele uitdagingen. ‘Tante Tania’ biedt daarbij duiding en tips om samen met kinderen naar oplossingen te zoeken voor Wardje’s uitdagingen. Zo leren ze bijvoorbeeld met stress om te gaan en successen te vieren.
Dit voorleesboek op kindermaat is een aanrader voor (groot)ouders, opvoeders en leerkrachten van jonge, hoogbegaafde kinderen. Het interactief verhaal biedt een kader om samen met hoogbegaafde kinderen te verkennen hoe de ervaringen van Wardje zich verhouden tot hun eigen ervaringen op school.
BABO – Geweld in het gezin bespreekbaar maken met jonge kinderen (UCLL)
Babo is een methodiek om met jonge kinderen (3-8 jaar) in gesprek te gaan over het gezin, kinderen weerbaarder te maken (preventie) en geweld in het gezin bespreekbaar te maken (interventie). Babo geeft je de mogelijkheid om ook de allerkleinsten aan het woord te laten, individueel, in groep of samen met het gezin.
De methodiek van Babo is ontwikkeld voor alle professionals die beroepsmatig met jonge kinderen in aanraking komen (leerkrachten, hulp- en zorgverleners). Centraal in de methodiek staat de figuur ‘Babo’. Hij nodigt jonge kinderen uit om stil te staan bij het leven in een gezin en geweld in het gezin bespreekbaar te maken. Aan de hand van tekeningen, doe-opdrachten, een handpop en verhalen met Babo in de hoofdrol, vertellen jonge kinderen over de afspraken en gewoonten in hun gezin, over fjne en moeilijke gezinssituaties en over hun ervaren emoties. Babo oefent met jonge kinderen in het kunnen aangeven van grenzen en opkomen voor zichzelf in het gezin. Bovendien reikt Babo je concrete tools aan om zorgwekkende gezinssituaties en intrafamiliaal geweld vroegtijdig te detecteren en te bespreken met kinderen en ouders. Met de aangereikte werkvormen kan je een aanbod op maat uitwerken en integreren in de dagelijkse werking met jonge kinderen.
Dorien Wuyts is ontwikkelingspsychologe (PhD) en traumatherapeute (EMDR) voor kinderen en hun gezin en lector binnen de opleiding Sociale Readaptatiewetenschappen.
Anneleen Roelandts is orthopedagoge met expertise in moeilijk hanteerbaar gedrag bij jonge kinderen en lector binnen de opleiding Banaba Buitengewoon Onderwijs.
Dorien Wuyts en Anneleen Roelandts zijn beide expert intrafamiliaal geweld binnen de onderzoeksgroep Resilient People UCLL en leiden professionals op in het praten en werken met jonge kinderen en hun gezin rond intrafamiliaal geweld.
Met een voorwoord van Anja Van Looveren, kinderpsychologe Vertrouwenscentrum Kindermishandeling Antwerpen.
BABO – Geweld in het gezin bespreekbaar maken met jonge kinderen (UCLL)
Babo is een methodiek om met jonge kinderen (3-8 jaar) in gesprek te gaan over het gezin, kinderen weerbaarder te maken (preventie) en geweld in het gezin bespreekbaar te maken (interventie). Babo geeft je de mogelijkheid om ook de allerkleinsten aan het woord te laten, individueel, in groep of samen met het gezin.
De methodiek van Babo is ontwikkeld voor alle professionals die beroepsmatig met jonge kinderen in aanraking komen (leerkrachten, hulp- en zorgverleners). Centraal in de methodiek staat de figuur ‘Babo’. Hij nodigt jonge kinderen uit om stil te staan bij het leven in een gezin en geweld in het gezin bespreekbaar te maken. Aan de hand van tekeningen, doe-opdrachten, een handpop en verhalen met Babo in de hoofdrol, vertellen jonge kinderen over de afspraken en gewoonten in hun gezin, over fjne en moeilijke gezinssituaties en over hun ervaren emoties. Babo oefent met jonge kinderen in het kunnen aangeven van grenzen en opkomen voor zichzelf in het gezin. Bovendien reikt Babo je concrete tools aan om zorgwekkende gezinssituaties en intrafamiliaal geweld vroegtijdig te detecteren en te bespreken met kinderen en ouders. Met de aangereikte werkvormen kan je een aanbod op maat uitwerken en integreren in de dagelijkse werking met jonge kinderen.
Dorien Wuyts is ontwikkelingspsychologe (PhD) en traumatherapeute (EMDR) voor kinderen en hun gezin en lector binnen de opleiding Sociale Readaptatiewetenschappen.
Anneleen Roelandts is orthopedagoge met expertise in moeilijk hanteerbaar gedrag bij jonge kinderen en lector binnen de opleiding Banaba Buitengewoon Onderwijs.
Dorien Wuyts en Anneleen Roelandts zijn beide expert intrafamiliaal geweld binnen de onderzoeksgroep Resilient People UCLL en leiden professionals op in het praten en werken met jonge kinderen en hun gezin rond intrafamiliaal geweld.
Met een voorwoord van Anja Van Looveren, kinderpsychologe Vertrouwenscentrum Kindermishandeling Antwerpen.
Nieuwe leestekenwijzer Compact
De Nieuwe leestekenwijzer Compact is de compacte versie van de Nieuwe leestekenwijzer, maar nog steeds compleet. Het is het eerste boek dat zo uitgebreid ingaat op alles wat met leestekens en andere tekens te maken heeft.
Dit praktijkboek is bedoeld voor iedereen die zich met teksten bezighoudt: redacteuren, tekstschrijvers, journalisten, vertalers, grafisch ontwerpers enz. Het zal ook bij diverse opleidingen zijn nut kunnen bewijzen.
Peter van der Horst, docent Nederlands en zelfstandig tekstadviseur, heeft vele cursussen, artikelen en boeken geschreven, waaronder Stijlwijzer, Redactiewijzer, De Taalgids, Begrijpelijk schrijven voor iedereen, Nieuwe leestekenwijzer en Duidelijke taal.
Nieuwe leestekenwijzer Compact
De Nieuwe leestekenwijzer Compact is de compacte versie van de Nieuwe leestekenwijzer, maar nog steeds compleet. Het is het eerste boek dat zo uitgebreid ingaat op alles wat met leestekens en andere tekens te maken heeft.
Dit praktijkboek is bedoeld voor iedereen die zich met teksten bezighoudt: redacteuren, tekstschrijvers, journalisten, vertalers, grafisch ontwerpers enz. Het zal ook bij diverse opleidingen zijn nut kunnen bewijzen.
Peter van der Horst, docent Nederlands en zelfstandig tekstadviseur, heeft vele cursussen, artikelen en boeken geschreven, waaronder Stijlwijzer, Redactiewijzer, De Taalgids, Begrijpelijk schrijven voor iedereen, Nieuwe leestekenwijzer en Duidelijke taal.
Oplossingsgericht werken bij neurologische en chronische aandoeningen en hun mantelzorgers. Handboek en kaartenset.
Over het handboek:
Dit is een handboek over oplossingsgerichte psychotherapie volgens het Brugs model in zijn specifieke toepassing bij cliënten met chronische aandoeningen en bij de ondersteuning van mantelzorgers. De focus wordt gelegd op oplossingen waarbij de cliënten zelf de doelstellingen bepalen.
De zoektocht naar een perspectief voor patiënten met chronische aandoeningen en hun mantelzorgers was de aanzet om een specifieke therapeutische methodiek uit te werken. Centraal hierbij staan de oplossingsgerichte opdrachten. Ze werden zorgvuldig geselecteerd en verfijnd op basis van de behaalde resultaten. De opdrachten worden ondersteund door bijpassende opdrachtkaarten die specifiek werden uitgewerkt om als pasklare referentie te functioneren. De kaarten werden in een handig formaat gegoten, zodat de cliënt ze altijd bij zich kan hebben.
Deze methode is bedoeld voor zowel therapeuten als cliënten die ermee aan de slag willen gaan.
Caroline Volckaert is oplossingsgericht psychotherapeut en werkt al 15 jaar met mensen met een chronische aandoening.
Oplossingsgericht werken bij neurologische en chronische aandoeningen en hun mantelzorgers. Handboek en kaartenset.
Over het handboek:
Dit is een handboek over oplossingsgerichte psychotherapie volgens het Brugs model in zijn specifieke toepassing bij cliënten met chronische aandoeningen en bij de ondersteuning van mantelzorgers. De focus wordt gelegd op oplossingen waarbij de cliënten zelf de doelstellingen bepalen.
De zoektocht naar een perspectief voor patiënten met chronische aandoeningen en hun mantelzorgers was de aanzet om een specifieke therapeutische methodiek uit te werken. Centraal hierbij staan de oplossingsgerichte opdrachten. Ze werden zorgvuldig geselecteerd en verfijnd op basis van de behaalde resultaten. De opdrachten worden ondersteund door bijpassende opdrachtkaarten die specifiek werden uitgewerkt om als pasklare referentie te functioneren. De kaarten werden in een handig formaat gegoten, zodat de cliënt ze altijd bij zich kan hebben.
Deze methode is bedoeld voor zowel therapeuten als cliënten die ermee aan de slag willen gaan.
Caroline Volckaert is oplossingsgericht psychotherapeut en werkt al 15 jaar met mensen met een chronische aandoening.
Le système des drapeaux de Sensoa
« Le système des drapeaux nous aide à évaluer une situation lorsque nous la discutons en équipe et décidons ensemble quel comportement autoriser. »
« Le système des drapeaux nous aide à créer des processus d’apprentissage pour les jeunes et à examiner nos discours en tant qu’éducatrices et éducateurs et en tant qu’organisation. »
« En tant qu’équipe, grâce au système des drapeaux, nous prêtons davantage attention aux comportements non-problématiques et à la manière de soutenir les jeunes dans leur développement sexuel. »
Le système des drapeaux est destiné aux éducatrices, éducateurs et aux professionnel ·le·s qui travaillent avec des enfants de 0 à 18 ans ; par exemple dans les soins, l’éducation, le travail social, le sport, etc. Il est utilisé pour discuter entre collègues, avec la direction d’une organisation, les parents, et d’autres personnes qui s’occupent des enfants et des jeunes de comportements sexuels (problématiques) qui les concernent. On peut aussi l’utiliser directement avec les enfants et les jeunes, pour discuter des comportements sexuels qui sont autorisés et de ceux qui sont problématiques, et pourquoi.
Le système des drapeaux utilise six critères pour déterminer quel comportement sexuel est problématique ou non. À partir de ces six critères et d’une liste normative (tableau du développement sexuel de l’enfant), on attribue une couleur au comportement. Il existe quatre drapeaux allant du comportement pas du tout problématique à celui qui l’est totalement. Une réponse pédagogique correspond à chacun des drapeaux.
Des dessins et cas concrets aident les éducatrices et éducateurs ainsi que toute personne utilisant l’outil à évaluer et discuter d’un comportement sexuel (problématique) entre enfants et jeunes ou les concernant.
Le système des drapeaux de Sensoa
« Le système des drapeaux nous aide à évaluer une situation lorsque nous la discutons en équipe et décidons ensemble quel comportement autoriser. »
« Le système des drapeaux nous aide à créer des processus d’apprentissage pour les jeunes et à examiner nos discours en tant qu’éducatrices et éducateurs et en tant qu’organisation. »
« En tant qu’équipe, grâce au système des drapeaux, nous prêtons davantage attention aux comportements non-problématiques et à la manière de soutenir les jeunes dans leur développement sexuel. »
Le système des drapeaux est destiné aux éducatrices, éducateurs et aux professionnel ·le·s qui travaillent avec des enfants de 0 à 18 ans ; par exemple dans les soins, l’éducation, le travail social, le sport, etc. Il est utilisé pour discuter entre collègues, avec la direction d’une organisation, les parents, et d’autres personnes qui s’occupent des enfants et des jeunes de comportements sexuels (problématiques) qui les concernent. On peut aussi l’utiliser directement avec les enfants et les jeunes, pour discuter des comportements sexuels qui sont autorisés et de ceux qui sont problématiques, et pourquoi.
Le système des drapeaux utilise six critères pour déterminer quel comportement sexuel est problématique ou non. À partir de ces six critères et d’une liste normative (tableau du développement sexuel de l’enfant), on attribue une couleur au comportement. Il existe quatre drapeaux allant du comportement pas du tout problématique à celui qui l’est totalement. Une réponse pédagogique correspond à chacun des drapeaux.
Des dessins et cas concrets aident les éducatrices et éducateurs ainsi que toute personne utilisant l’outil à évaluer et discuter d’un comportement sexuel (problématique) entre enfants et jeunes ou les concernant.
Het Woord in beeld en taal – De contextualisatie van het christelijk geloof
Over contextualisatie is veel geschreven, maar zelden wordt het zo grondig en systematisch uitgewerkt en geïllustreerd als in dit boek. Wie het ter hand neemt, moet er even voor gaan zitten, maar dan krijg je ook wat: een grondig overzicht waarin theorieën en praktijkvoorbeelden uit allerlei disciplines aan elkaar zijn verbonden tot een veelkleurig en inspirerend geheel. Echt een handboek.
– Stefan Paas, hoogleraar missiologie en interculturele theologie, Vrije Universiteit Amsterdam; hoogleraar missiologie, Theologische Universiteit Kampen.
.
Vanuit een cultureel-antropologische én missiologische benadering maakt de auteur van dit boek een diepgaande contextuele analyse van Bijbelse teksten en afbeeldingen van grote schilders, van Jan van Eyck tot Anselm Kiefer. Hij weet dit materiaal in een cultureel diverse en steeds veranderende context een frisse betekenis te geven. Deze culturele analyse opent de mogelijkheid van een gelijkwaardige dialoog met ruimte voor diversiteit en gezamenlijke spiritualiteit, niet alleen tussen christenen onderling, maar ook tussen christenen en gelovigen van andere religies. Een rijk boek met een lovenswaardige ambitie..
.
– Aat Brand, cultureel antropoloog met speciale aandacht voor religie.
.
Pieter Boersema is hoogleraar godsdienstwetenschappen en missiologie aan de Evangelische Theologische Faculteit te Leuven.
Het Woord in beeld en taal – De contextualisatie van het christelijk geloof
Over contextualisatie is veel geschreven, maar zelden wordt het zo grondig en systematisch uitgewerkt en geïllustreerd als in dit boek. Wie het ter hand neemt, moet er even voor gaan zitten, maar dan krijg je ook wat: een grondig overzicht waarin theorieën en praktijkvoorbeelden uit allerlei disciplines aan elkaar zijn verbonden tot een veelkleurig en inspirerend geheel. Echt een handboek.
– Stefan Paas, hoogleraar missiologie en interculturele theologie, Vrije Universiteit Amsterdam; hoogleraar missiologie, Theologische Universiteit Kampen.
.
Vanuit een cultureel-antropologische én missiologische benadering maakt de auteur van dit boek een diepgaande contextuele analyse van Bijbelse teksten en afbeeldingen van grote schilders, van Jan van Eyck tot Anselm Kiefer. Hij weet dit materiaal in een cultureel diverse en steeds veranderende context een frisse betekenis te geven. Deze culturele analyse opent de mogelijkheid van een gelijkwaardige dialoog met ruimte voor diversiteit en gezamenlijke spiritualiteit, niet alleen tussen christenen onderling, maar ook tussen christenen en gelovigen van andere religies. Een rijk boek met een lovenswaardige ambitie..
.
– Aat Brand, cultureel antropoloog met speciale aandacht voor religie.
.
Pieter Boersema is hoogleraar godsdienstwetenschappen en missiologie aan de Evangelische Theologische Faculteit te Leuven.
Opdrachtenkaarten – Oplossingsgericht werken bij neurologische en chronische aandoeningen en hun mantelzorgers
Caroline Volckaert is oplossingsgericht psychotherapeut en werkt al 15 jaar met mensen met een chronische aandoening.
Opdrachtenkaarten – Oplossingsgericht werken bij neurologische en chronische aandoeningen en hun mantelzorgers
Caroline Volckaert is oplossingsgericht psychotherapeut en werkt al 15 jaar met mensen met een chronische aandoening.
Oplossingsgericht werken bij neurologische en chronische aandoeningen en hun mantelzorgers
De zoektocht naar een perspectief voor patiënten met chronische aandoeningen en hun mantelzorgers was de aanzet om een specifieke therapeutische methodiek uit te werken. Centraal hierbij staan de oplossingsgerichte opdrachten. Ze werden zorgvuldig geselecteerd en verfijnd op basis van de behaalde resultaten. De opdrachten worden ondersteund door bijpassende opdrachtkaarten die specifiek werden uitgewerkt om als pasklare referentie te functioneren. De kaarten werden in een handig formaat gegoten, zodat de cliënt ze altijd bij zich kan hebben.
Het boek is bedoeld zowel voor therapeuten als cliënten die ermee aan de slag willen gaan. De opdrachtkaarten zijn als set apart verkrijgbaar.
Caroline Volckaert is oplossingsgericht psychotherapeut en werkt al 15 jaar met mensen met een chronische aandoening.
Oplossingsgericht werken bij neurologische en chronische aandoeningen en hun mantelzorgers
De zoektocht naar een perspectief voor patiënten met chronische aandoeningen en hun mantelzorgers was de aanzet om een specifieke therapeutische methodiek uit te werken. Centraal hierbij staan de oplossingsgerichte opdrachten. Ze werden zorgvuldig geselecteerd en verfijnd op basis van de behaalde resultaten. De opdrachten worden ondersteund door bijpassende opdrachtkaarten die specifiek werden uitgewerkt om als pasklare referentie te functioneren. De kaarten werden in een handig formaat gegoten, zodat de cliënt ze altijd bij zich kan hebben.
Het boek is bedoeld zowel voor therapeuten als cliënten die ermee aan de slag willen gaan. De opdrachtkaarten zijn als set apart verkrijgbaar.
Caroline Volckaert is oplossingsgericht psychotherapeut en werkt al 15 jaar met mensen met een chronische aandoening.
Antwerpen, Romeinse stad?
Met bijdragen van Jan M.F. Van Reeth, Guido Cuyt, Alfred Michiels en Toon van Hal.
Jan M.F. Van Reeth is classicus en oriëntalist. Hij is onder meer voorzitter van het Nederlands Klassiek Verbond en doceert over godsdienstgeschiedenis van het Nabije Oosten. Hij publiceerde bij Garant het boek Kalam over Arabische theologie.
Antwerpen, Romeinse stad?
Met bijdragen van Jan M.F. Van Reeth, Guido Cuyt, Alfred Michiels en Toon van Hal.
Jan M.F. Van Reeth is classicus en oriëntalist. Hij is onder meer voorzitter van het Nederlands Klassiek Verbond en doceert over godsdienstgeschiedenis van het Nabije Oosten. Hij publiceerde bij Garant het boek Kalam over Arabische theologie.
ToM training. Leren denken over denken en leren begrijpen van emoties
In 2009 is de opvolger van de ToM test -de ToM test –R- verschenen en dit betekende een aanscherping van de mogelijkheid om op een gedifferentieerde wijze Theory Of Mind (ToM) te meten. De ToM test-R maakt een sterkte-zwakteanalyse van het ToM-profiel en dit vormt de basis voor het programma van de ToM-training Leren denken over denken en leren begrijpen van emoties.
De ToM-training is te gebruiken bij kinderen en jeugdigen met sociaal immatuur gedrag en uitvallen of vertragingen in sociale cognities en ToM, in het bijzonder de doelgroep autismespectrumstoornissen (ASS).
Het boek biedt een complete training met bijlagen, direct bruikbaar voor hulpverleners en leerkrachten (in opleiding).
Dr. Pim Steerneman is als bestuursvoorzitter verbonden aan Sevagram Zuid Limburg.
ToM training. Leren denken over denken en leren begrijpen van emoties
In 2009 is de opvolger van de ToM test -de ToM test –R- verschenen en dit betekende een aanscherping van de mogelijkheid om op een gedifferentieerde wijze Theory Of Mind (ToM) te meten. De ToM test-R maakt een sterkte-zwakteanalyse van het ToM-profiel en dit vormt de basis voor het programma van de ToM-training Leren denken over denken en leren begrijpen van emoties.
De ToM-training is te gebruiken bij kinderen en jeugdigen met sociaal immatuur gedrag en uitvallen of vertragingen in sociale cognities en ToM, in het bijzonder de doelgroep autismespectrumstoornissen (ASS).
Het boek biedt een complete training met bijlagen, direct bruikbaar voor hulpverleners en leerkrachten (in opleiding).
Dr. Pim Steerneman is als bestuursvoorzitter verbonden aan Sevagram Zuid Limburg.
Kom, we gaan een haai melken. Een verhaal over wat we kunnen leren van familieleden met dementie
Op een dag heeft Ward een heel moeilijke opdracht voor school en niemand kan hem helpen.
Of toch wel? Samen gaan ze op pad in Oma’s wereld en ontdekken ze dat Oma nog veel meer weet dan Ward had kunnen denken.
Dit is een boek over positief omgaan met personen met dementie, over hoe de persoon te aanvaarden zoals hij of zij nu is en opnieuw dingen te ontdekken die je kunt doen om samen zinvolle, liefhebbende en verrijkende momenten te beleven.
Neem ook een kijkje op de weblink om hierover meer te ontdekken.
Amber ten Brink heeft een diploma Vrije Grafiek van de Academie van Antwerpen. Daarnaast heeft ze getuigschriften van de opleiding voor zorgkundige, Referentiepersoon Dementie en gecertificeerd Validationwerker. Op dit moment werkt ze als activiteitenbegeleider in het Woon en Zorgcentrum Heilig Hart in Grimbergen. Ze schreef eerder Angèle heeft u nodig!, een educatief bordspel over omgaan met personen met dementie (Creare Depuydt en partners, 2018) en het prentenboek Touwtje springen met Oma (Garant, 2014).
Kom, we gaan een haai melken. Een verhaal over wat we kunnen leren van familieleden met dementie
Op een dag heeft Ward een heel moeilijke opdracht voor school en niemand kan hem helpen.
Of toch wel? Samen gaan ze op pad in Oma’s wereld en ontdekken ze dat Oma nog veel meer weet dan Ward had kunnen denken.
Dit is een boek over positief omgaan met personen met dementie, over hoe de persoon te aanvaarden zoals hij of zij nu is en opnieuw dingen te ontdekken die je kunt doen om samen zinvolle, liefhebbende en verrijkende momenten te beleven.
Neem ook een kijkje op de weblink om hierover meer te ontdekken.
Amber ten Brink heeft een diploma Vrije Grafiek van de Academie van Antwerpen. Daarnaast heeft ze getuigschriften van de opleiding voor zorgkundige, Referentiepersoon Dementie en gecertificeerd Validationwerker. Op dit moment werkt ze als activiteitenbegeleider in het Woon en Zorgcentrum Heilig Hart in Grimbergen. Ze schreef eerder Angèle heeft u nodig!, een educatief bordspel over omgaan met personen met dementie (Creare Depuydt en partners, 2018) en het prentenboek Touwtje springen met Oma (Garant, 2014).
Comm~unity. From a place to live to a shared neighbourhood
Comm~unity. From a place to live to a shared neighbourhood
De tijd hangt uit zijn naad. Hamlet en de psychoanalyse (Reeks Psychoanalyse en Cultuur, nr. 13)
Met bijdragen van Jan Frans van Dijkhuizen, Annelies van Hees, Yasco Horsman, Sjef Houppermans, Marc De Kesel, Jos de Kroon, Peter Verstraten, Bart Vieveen.
Peter Verstraten is voorzitter van de opleiding Film- en Literatuur wetenschap aan de Universiteit Leiden. Zijn meest recente studie is Humour and Irony in Dutch Post-war Fiction Film. Sjef Houppermans is voorzitter van de Stichting Psychoanalyse en Cultuur; hij is als onderzoeker verbonden aan de Universiteit Leiden.
De tijd hangt uit zijn naad. Hamlet en de psychoanalyse (Reeks Psychoanalyse en Cultuur, nr. 13)
Met bijdragen van Jan Frans van Dijkhuizen, Annelies van Hees, Yasco Horsman, Sjef Houppermans, Marc De Kesel, Jos de Kroon, Peter Verstraten, Bart Vieveen.
Peter Verstraten is voorzitter van de opleiding Film- en Literatuur wetenschap aan de Universiteit Leiden. Zijn meest recente studie is Humour and Irony in Dutch Post-war Fiction Film. Sjef Houppermans is voorzitter van de Stichting Psychoanalyse en Cultuur; hij is als onderzoeker verbonden aan de Universiteit Leiden.
Over ernst. Themanr. Filosofie & Praktijk 41/2 (juni 2020)
Inhoud:
Vanwaar die ernst? - Patrick Delaere
Een kleine burgerschapsdiagnostiek- François Levrau
Het Perspectief-onderzoek inzake ‘voltooid leven’ - Ton Vink
Minima Philosophica: Een eigentijds gesprek Tim van Heuven en Lieve de Vreede
Over ernst. Themanr. Filosofie & Praktijk 41/2 (juni 2020)
Inhoud:
Vanwaar die ernst? - Patrick Delaere
Een kleine burgerschapsdiagnostiek- François Levrau
Het Perspectief-onderzoek inzake ‘voltooid leven’ - Ton Vink
Minima Philosophica: Een eigentijds gesprek Tim van Heuven en Lieve de Vreede
Ontregeling en vermoeden. Ironie en de moderne Nederlandse roman (Academisch literair, nr 13)
In een wereld waarin iedere absolute zekerheid ontbreekt, lijkt de zoektocht naar houvast op het springen van de ene ijsschots naar de andere. De reactie op deze menselijke situatie kan spreken uit de notie ironie die ondermijnt wat als zekerheid gepresenteerd wordt en juist daardoor nieuwe perspectieven mogelijk maakt.
Deze eigenschap van de ironie kan optimaal ingezet worden in de literatuur, die op zichzelf al relativering inhoudt vanwege haar eigenschap andere werelden te verbeelden. Iedere roman presenteert immers een eigen wereld die de reële wereld in een ander licht plaatst.
Interpreteren van al die diverse werelden in woorden is allereerst gericht op de tekst en zijn context. Daarbij past het de lezer zijn onvermijdelijke subjectiviteit onder ogen te zien en zich bij het leesproces niet te laten afleiden door zijn eigen oordelen en vooroordelen.
Vanuit deze invalshoek worden, na een uiteenzetting van het gehanteerde ironiebegrip en van de benutte theorie, drie cruciale romans uit de Nederlandse literatuur geïnterpreteerd. In Max Havelaar van Multatuli wordt de ironie gebruikt om bepaalde personages en situaties te ondergraven. Bint van Bordewijk confronteert via de ironie de lezer met het probleem of uit de tekst al dan niet de wenselijkheid van strenge tucht spreekt. Mystiek lichaam van Kellendonk brengt de ironie met haar kritische relativering in het hart van de thematiek. Bij dit alles geldt dat de ironie als zodanig weliswaar relativeert, maar niet bagatelliseert.
Kees de Graaf heeft Nederlandse taal en letterkunde gestudeerd aan de RU Leiden en is in 2018 gepromoveerd aan de KU Leuven met de studie Ontregeling en vermoeden, Ironie en de moderne Nederlandse roman, waarop dit boek gebaseerd is. Behalve artikelen over ironie heeft hij ook geschreven over Vestdijk, Debussy, Musil en Rorty.
Ontregeling en vermoeden. Ironie en de moderne Nederlandse roman (Academisch literair, nr 13)
In een wereld waarin iedere absolute zekerheid ontbreekt, lijkt de zoektocht naar houvast op het springen van de ene ijsschots naar de andere. De reactie op deze menselijke situatie kan spreken uit de notie ironie die ondermijnt wat als zekerheid gepresenteerd wordt en juist daardoor nieuwe perspectieven mogelijk maakt.
Deze eigenschap van de ironie kan optimaal ingezet worden in de literatuur, die op zichzelf al relativering inhoudt vanwege haar eigenschap andere werelden te verbeelden. Iedere roman presenteert immers een eigen wereld die de reële wereld in een ander licht plaatst.
Interpreteren van al die diverse werelden in woorden is allereerst gericht op de tekst en zijn context. Daarbij past het de lezer zijn onvermijdelijke subjectiviteit onder ogen te zien en zich bij het leesproces niet te laten afleiden door zijn eigen oordelen en vooroordelen.
Vanuit deze invalshoek worden, na een uiteenzetting van het gehanteerde ironiebegrip en van de benutte theorie, drie cruciale romans uit de Nederlandse literatuur geïnterpreteerd. In Max Havelaar van Multatuli wordt de ironie gebruikt om bepaalde personages en situaties te ondergraven. Bint van Bordewijk confronteert via de ironie de lezer met het probleem of uit de tekst al dan niet de wenselijkheid van strenge tucht spreekt. Mystiek lichaam van Kellendonk brengt de ironie met haar kritische relativering in het hart van de thematiek. Bij dit alles geldt dat de ironie als zodanig weliswaar relativeert, maar niet bagatelliseert.
Kees de Graaf heeft Nederlandse taal en letterkunde gestudeerd aan de RU Leiden en is in 2018 gepromoveerd aan de KU Leuven met de studie Ontregeling en vermoeden, Ironie en de moderne Nederlandse roman, waarop dit boek gebaseerd is. Behalve artikelen over ironie heeft hij ook geschreven over Vestdijk, Debussy, Musil en Rorty.
Rekeningrijden. Een goed idee?
Dit boek legt uit waar het idee van rekeningrijden vandaan komt, wie het promoot en hoe het op de beleidsagenda kwam. Een kritische analyse toont aan dat zowel voor- als tegenstanders zinvolle en minder zinvolle argumenten gebruiken. Door een brede waaier aan standpunten en wetenschappelijke kennisvelden aan bod te laten komen, biedt het boek een welkome aanvulling op de bestaande literatuur over dit onderwerp.
Thomas Vanoutrive is verbonden aan de Onderzoeksgroep voor Stadsontwikkeling en het Urban Studies Institute aan de Universiteit Antwerpen, waar hij verschillende vakken doceert in de opleiding Stedenbouw en Ruimtelijke Planning. Hij behaalde een dubbeldoctoraat in de Toegepaste Economische Wetenschappen en de Geografie, en in zijn onderzoek analyseert hij ruimtelijk en transportbeleid. Naast artikels in internationale vaktijdschriften, publiceert hij ook voor een ruimer publiek. Zo schreef hij eerder samen met prof. Kobe Boussauw het boek 'Het mobielste land ter wereld'.
Rekeningrijden. Een goed idee?
Dit boek legt uit waar het idee van rekeningrijden vandaan komt, wie het promoot en hoe het op de beleidsagenda kwam. Een kritische analyse toont aan dat zowel voor- als tegenstanders zinvolle en minder zinvolle argumenten gebruiken. Door een brede waaier aan standpunten en wetenschappelijke kennisvelden aan bod te laten komen, biedt het boek een welkome aanvulling op de bestaande literatuur over dit onderwerp.
Thomas Vanoutrive is verbonden aan de Onderzoeksgroep voor Stadsontwikkeling en het Urban Studies Institute aan de Universiteit Antwerpen, waar hij verschillende vakken doceert in de opleiding Stedenbouw en Ruimtelijke Planning. Hij behaalde een dubbeldoctoraat in de Toegepaste Economische Wetenschappen en de Geografie, en in zijn onderzoek analyseert hij ruimtelijk en transportbeleid. Naast artikels in internationale vaktijdschriften, publiceert hij ook voor een ruimer publiek. Zo schreef hij eerder samen met prof. Kobe Boussauw het boek 'Het mobielste land ter wereld'.
Blindness and Occupation in a Chinese city
The focus of the book is people with visual impairments’ occupations in the urban landscape of Kunming. Occupation is meant to be multidimensional, including what people do and how they embody the urban space, leading into its creative use with its social, economic, political, and spiritual implications.
The book concentrates on the most obvious occupation of blind massage in Kunming, but also fortune teller are distinct occupations of blind people. Thus, the book opens to local knowledge in urban settings in contemporary China.
Blindness and Occupation in a Chinese city
The focus of the book is people with visual impairments’ occupations in the urban landscape of Kunming. Occupation is meant to be multidimensional, including what people do and how they embody the urban space, leading into its creative use with its social, economic, political, and spiritual implications.
The book concentrates on the most obvious occupation of blind massage in Kunming, but also fortune teller are distinct occupations of blind people. Thus, the book opens to local knowledge in urban settings in contemporary China.
Outsiderliteratuur. “Waanzinnige” auteurs in het Nederlands- en Frantalige discours na 1960. (Academisch literair, nr. 12)
In Outsiderliteratuur biedt Arnout De Cleene een analyse van de manier waarop recensenten, wetenschappers, bloemlezers en auteurs over outsiderliteratuur spreken in de tweede helft van de twintigste en aan het begin van de eenentwintigste eeuw. Dat gebeurt vanuit een discoursanalytisch perspectief. Daarvoor wordt het werk van de Franse filosoof Michel Foucault kritisch bekeken en nadien ingezet om verschillende casussen uit het Nederlands- en Franstalige gebied te onderzoeken. Bloemlezingen van gestoorde teksten of écrits bruts, literatuur geschreven door gedoemde dichters of fous littéraires, en auteurs als Jan Arends, J.M.H. Berckmans, Sophie Podolski en Simon Vinkenoog komen aan bod. Op die manier belicht deze studie de plaats die de waanzinnige auteur inneemt in het literaire spreken en krijgt de lezer een antwoord op de vraag hoe waanzin en literatuur ten opzichte van elkaar functioneren.
Arnout De Cleene studeerde cultuur- en literatuurwetenschappen. Hij cureert tentoonstellingen en publiceert over een brede waaier aan literaire, artistieke en culturele onderwerpen.
Outsiderliteratuur. “Waanzinnige” auteurs in het Nederlands- en Frantalige discours na 1960. (Academisch literair, nr. 12)
In Outsiderliteratuur biedt Arnout De Cleene een analyse van de manier waarop recensenten, wetenschappers, bloemlezers en auteurs over outsiderliteratuur spreken in de tweede helft van de twintigste en aan het begin van de eenentwintigste eeuw. Dat gebeurt vanuit een discoursanalytisch perspectief. Daarvoor wordt het werk van de Franse filosoof Michel Foucault kritisch bekeken en nadien ingezet om verschillende casussen uit het Nederlands- en Franstalige gebied te onderzoeken. Bloemlezingen van gestoorde teksten of écrits bruts, literatuur geschreven door gedoemde dichters of fous littéraires, en auteurs als Jan Arends, J.M.H. Berckmans, Sophie Podolski en Simon Vinkenoog komen aan bod. Op die manier belicht deze studie de plaats die de waanzinnige auteur inneemt in het literaire spreken en krijgt de lezer een antwoord op de vraag hoe waanzin en literatuur ten opzichte van elkaar functioneren.
Arnout De Cleene studeerde cultuur- en literatuurwetenschappen. Hij cureert tentoonstellingen en publiceert over een brede waaier aan literaire, artistieke en culturele onderwerpen.
Leerzame krimpregio’s. Ruimte & Maatschappij – Jg.11, nr.3 (april 2020)
Ziedaar meteen de uitdagingen aan het hoger en middelbaar beroepsonderwijs. Sinds bijna twintig jaar hebben die instellingen tevens onderzoeks- en innovatiegerichte functies. Uiteraard ook de regionale opleidingencentra en hogescholen. Die werken veelal nauw samen met educatieve, zorg- en andere instellingen in en om kleine steden en dorpen.
Negen auteurs bieden in dit themanummer Leerzame krimpregio’s behalve historische en sociaal-ecologische perspectieven ook concrete voorbeelden van praktijkgericht onderzoek. Werk in uitvoering dus bij krachtige leerkringen, met digitale technologie, bij kansen zien en die benutten, onder andere met en voor laaggeletterden, en bij steun aan zelforganisatie op het platteland.
Leerzame krimpregio’s. Ruimte & Maatschappij – Jg.11, nr.3 (april 2020)
Ziedaar meteen de uitdagingen aan het hoger en middelbaar beroepsonderwijs. Sinds bijna twintig jaar hebben die instellingen tevens onderzoeks- en innovatiegerichte functies. Uiteraard ook de regionale opleidingencentra en hogescholen. Die werken veelal nauw samen met educatieve, zorg- en andere instellingen in en om kleine steden en dorpen.
Negen auteurs bieden in dit themanummer Leerzame krimpregio’s behalve historische en sociaal-ecologische perspectieven ook concrete voorbeelden van praktijkgericht onderzoek. Werk in uitvoering dus bij krachtige leerkringen, met digitale technologie, bij kansen zien en die benutten, onder andere met en voor laaggeletterden, en bij steun aan zelforganisatie op het platteland.
In quarantaine. Zelfregulatie bij psychische gevolgen van COVID-19
Ann Bergmans is als oplossingsgericht, cognitief systeemtherapeut verbonden aan groepspraktijk De Bouwsteen in Lommel. Ze volgde een opleiding aan het Korzybski instituut te Antwerpen en Brugge. Zij behaalde ook een certificaat tot hartcoherentie coach en EMDR-therapeut. Zij is ook auteur van het boek Oplossingsgericht bouwen aan relaties (Garant, 2019).
In quarantaine. Zelfregulatie bij psychische gevolgen van COVID-19
Ann Bergmans is als oplossingsgericht, cognitief systeemtherapeut verbonden aan groepspraktijk De Bouwsteen in Lommel. Ze volgde een opleiding aan het Korzybski instituut te Antwerpen en Brugge. Zij behaalde ook een certificaat tot hartcoherentie coach en EMDR-therapeut. Zij is ook auteur van het boek Oplossingsgericht bouwen aan relaties (Garant, 2019).
Het misantropisme van het rechtsdenken.
Lode Frederix, doctor in de wijsbegeerte, studeerde bij Rudolf Boehm en Willy Coolsaet aan de Universiteit van Gent. Zijn filosofische belangstelling gaat uit naar het probleem van de betekenis van het objectivisme voor de westerse samenleving. Eerder publiceerde hij Te weinig democratie? (Kritiek, 1987), Wereld. Over objectivisme, subjectivisme en naïviteit (Garant, 2005), en Het objectivistische vooroordeel. Meyersons en Husserls visie op de oorsprong van de moderne wetenschap (Garant, 2008).
Het misantropisme van het rechtsdenken.
Lode Frederix, doctor in de wijsbegeerte, studeerde bij Rudolf Boehm en Willy Coolsaet aan de Universiteit van Gent. Zijn filosofische belangstelling gaat uit naar het probleem van de betekenis van het objectivisme voor de westerse samenleving. Eerder publiceerde hij Te weinig democratie? (Kritiek, 1987), Wereld. Over objectivisme, subjectivisme en naïviteit (Garant, 2005), en Het objectivistische vooroordeel. Meyersons en Husserls visie op de oorsprong van de moderne wetenschap (Garant, 2008).
Adolf Hitlers nationaalsocialisme. Van ideologie tot massamoord
In aanloop naar en tijdens de Tweede Wereldoorlog zou dit geheel van volksnationalistische en racistische opvattingen een bepalende rol spelen. En hoewel heel wat gebeurtenissen uit de grote wereldbrand tot het collectief geheugen behoren, is de kennis van het nationaalsocialisme in de eenentwintigste eeuw grotendeels vervaagd. Het nazisme omvatte immers nog veel meer dan de volkerenmoord op de Joden of het voeren van oorlog om meer Lebensraum voor het Duitse volk te veroveren. Binnen deze wereldbeschouwing had Adolf Hitler een duidelijke mening over alle aspecten van en problemen in de samenleving. Vele van deze pijnpunten zijn ook nu nog brandend actueel. De oplossingen die de nazi’s formuleerden tijdens het interbellum steken geregeld opnieuw de kop op. En wie de geschiedenis niet kent, is gedoemd om ze te herhalen.
Bovendien levert de studie van het nationaalsocialisme een onverwachte bonus op. Het wordt immers duidelijk hoe een land, dat na de Grote Oorlog op sterven na dood was, in enkele jaren tijd opnieuw tot een militaire supermacht kon opgebouwd worden. En dat verhaal is allesbehalve populair bij een aantal overwinnaars van de Tweede Wereldoorlog.
Luc Vanhixe werd gevormd aan de Koninklijke Militaire School in Brussel. Gedurende zijn hele loopbaan als officier was hij geboeid door militaire geschiedenis in het algemeen en de Tweede Wereldoorlog in het bijzonder. Zodra hij met pensioen was heeft hij zich voltijds aan deze passie gewijd. Als auteur maakt hij er een erezaak van om de platgetreden paden te verlaten en historische feiten die lang vergeten zijn of niet in de klassieke geschiedschrijving opgenomen werden, opnieuw een plaats te geven.
Adolf Hitlers nationaalsocialisme. Van ideologie tot massamoord
In aanloop naar en tijdens de Tweede Wereldoorlog zou dit geheel van volksnationalistische en racistische opvattingen een bepalende rol spelen. En hoewel heel wat gebeurtenissen uit de grote wereldbrand tot het collectief geheugen behoren, is de kennis van het nationaalsocialisme in de eenentwintigste eeuw grotendeels vervaagd. Het nazisme omvatte immers nog veel meer dan de volkerenmoord op de Joden of het voeren van oorlog om meer Lebensraum voor het Duitse volk te veroveren. Binnen deze wereldbeschouwing had Adolf Hitler een duidelijke mening over alle aspecten van en problemen in de samenleving. Vele van deze pijnpunten zijn ook nu nog brandend actueel. De oplossingen die de nazi’s formuleerden tijdens het interbellum steken geregeld opnieuw de kop op. En wie de geschiedenis niet kent, is gedoemd om ze te herhalen.
Bovendien levert de studie van het nationaalsocialisme een onverwachte bonus op. Het wordt immers duidelijk hoe een land, dat na de Grote Oorlog op sterven na dood was, in enkele jaren tijd opnieuw tot een militaire supermacht kon opgebouwd worden. En dat verhaal is allesbehalve populair bij een aantal overwinnaars van de Tweede Wereldoorlog.
Luc Vanhixe werd gevormd aan de Koninklijke Militaire School in Brussel. Gedurende zijn hele loopbaan als officier was hij geboeid door militaire geschiedenis in het algemeen en de Tweede Wereldoorlog in het bijzonder. Zodra hij met pensioen was heeft hij zich voltijds aan deze passie gewijd. Als auteur maakt hij er een erezaak van om de platgetreden paden te verlaten en historische feiten die lang vergeten zijn of niet in de klassieke geschiedschrijving opgenomen werden, opnieuw een plaats te geven.
Ontwikkelen doe je samen – Weekkalender M.I.S.C.
Albert Janssens is onderwijzer en sinds 25 jaar vormingswerker in kinderdagverblijven en basisscholen. Hij is verantwoordelijke voor de implementatie van het M.I.S.C.-concept in België en auteur van verschillende boeken over opvoeding.
Ontwikkelen doe je samen – Weekkalender M.I.S.C.
Albert Janssens is onderwijzer en sinds 25 jaar vormingswerker in kinderdagverblijven en basisscholen. Hij is verantwoordelijke voor de implementatie van het M.I.S.C.-concept in België en auteur van verschillende boeken over opvoeding.
Blijven staan ondanks de storm – Toolbox. Handleiding voor hulpverleners.
In deze box voor hulpverleners zitten tools om met deze ouders en gezinnen te werken vanuit het gedachtegoed dat eerder beschreven werd in het boek ‘Blijven staan ondanks de storm. Handvatten voor ouders in een hoogconflictscheiding’ (Garant, 2018). De box bevat heldere gesprekskaarten en een handleiding hoe en wanneer de kaarten te gebruiken. In klare taal biedt de auteur handvatten aan hulpverleners om met ouders en jongeren in gesprek te gaan. De gesprekskaarten kunnen gebruikt worden ter ondersteuning voor psycho-educatie of als concrete handvatten en oefeningen. Ook bevat de box een aantal inspiratiekaarten met bekende en/of passende uitspraken.
De box is er voor elke hulpverlener die stevig wil blijven staan wanneer de storm waar ouders in een hoogconflictscheiding middenin zitten, de praktijk komt binnenwaaien.
Deze box bevat:
- handleiding
- 25 psycho-educatieve gesprekskaarten
- 16 inspiratiekaarten
- online oefeningen
Vanessa Maesis oprichtster van Alianza, een project van CGG PassAnt vzw, waar ze de voorbije 12 jaar actief was. Ze is klinisch psycholoog en systeemtherapeut. Vandaag werkt ze in een privépraktijk en geeft vormingen en opleidingen rond het thema ‘Conflictueus ouderschap na scheiding’. Samen met Christel Cornelis schreef ze het boek Blijven staan ondanks de storm. Handvatten voor ouders in een hoogconflictscheiding (Garant, 2018). Ze heeft ruim 15 jaar ervaring in het therapeutisch werken met ouders en kinderen in scheiding.
Blijven staan ondanks de storm – Toolbox. Handleiding voor hulpverleners.
In deze box voor hulpverleners zitten tools om met deze ouders en gezinnen te werken vanuit het gedachtegoed dat eerder beschreven werd in het boek ‘Blijven staan ondanks de storm. Handvatten voor ouders in een hoogconflictscheiding’ (Garant, 2018). De box bevat heldere gesprekskaarten en een handleiding hoe en wanneer de kaarten te gebruiken. In klare taal biedt de auteur handvatten aan hulpverleners om met ouders en jongeren in gesprek te gaan. De gesprekskaarten kunnen gebruikt worden ter ondersteuning voor psycho-educatie of als concrete handvatten en oefeningen. Ook bevat de box een aantal inspiratiekaarten met bekende en/of passende uitspraken.
De box is er voor elke hulpverlener die stevig wil blijven staan wanneer de storm waar ouders in een hoogconflictscheiding middenin zitten, de praktijk komt binnenwaaien.
Deze box bevat:
- handleiding
- 25 psycho-educatieve gesprekskaarten
- 16 inspiratiekaarten
- online oefeningen
Vanessa Maesis oprichtster van Alianza, een project van CGG PassAnt vzw, waar ze de voorbije 12 jaar actief was. Ze is klinisch psycholoog en systeemtherapeut. Vandaag werkt ze in een privépraktijk en geeft vormingen en opleidingen rond het thema ‘Conflictueus ouderschap na scheiding’. Samen met Christel Cornelis schreef ze het boek Blijven staan ondanks de storm. Handvatten voor ouders in een hoogconflictscheiding (Garant, 2018). Ze heeft ruim 15 jaar ervaring in het therapeutisch werken met ouders en kinderen in scheiding.
In verband met gezinnen (Reeks: Gezinnen, Relaties en Opvoeding, nr. 6)
Kathleen Emmery, Joris Van Puyenbroeck & Gianni Loosveldt (red.) zijn verbonden aan het Kenniscentrum Gezinswetenschappen van de Odisee hogeschool. Naar aanleiding van de Internationale Dag van het Gezin brengt het kenniscentrum jaarlijks een publicatie uit. Met bijdragen van Elisabeth Adriaens, Pascal Debruyne, Joris Dewispelaere, Kathleen Emmery, Dirk Geldof, Mieke Groeninck, Imane Kostet, Gianni Loosveldt, Dirk Luyten, Patrick Meurs, Evelyn Morreel, Tanja Nuelant, Kristien Nys, Alexandre Reynders, Adelheid Rigo, Johan Stuy, Miet Timmers, Kaat Van Acker, Hans Van Crombrugge, Karla Van Leeuwen, Joris Van Puyenbroeck, Inge Verhaegen, Lut Verstappen & Claire Wiewauters.
In verband met gezinnen (Reeks: Gezinnen, Relaties en Opvoeding, nr. 6)
Kathleen Emmery, Joris Van Puyenbroeck & Gianni Loosveldt (red.) zijn verbonden aan het Kenniscentrum Gezinswetenschappen van de Odisee hogeschool. Naar aanleiding van de Internationale Dag van het Gezin brengt het kenniscentrum jaarlijks een publicatie uit. Met bijdragen van Elisabeth Adriaens, Pascal Debruyne, Joris Dewispelaere, Kathleen Emmery, Dirk Geldof, Mieke Groeninck, Imane Kostet, Gianni Loosveldt, Dirk Luyten, Patrick Meurs, Evelyn Morreel, Tanja Nuelant, Kristien Nys, Alexandre Reynders, Adelheid Rigo, Johan Stuy, Miet Timmers, Kaat Van Acker, Hans Van Crombrugge, Karla Van Leeuwen, Joris Van Puyenbroeck, Inge Verhaegen, Lut Verstappen & Claire Wiewauters.
Een slaapprobleem, wat nu?
Erwin De Bisscop is een erkend oplossingsgericht cognitief systeemtherapeut. Hij werkt al meer dan 30 jaar in de P.A.A.Z. AZ Sint-Jan Brugge-Oostende AV en is directielid en erkend opleider (oplossingsgerichte cognitieve systeemtherapie en coaching) aan het Korzybski-instituut in Brugge.
Een slaapprobleem, wat nu?
Erwin De Bisscop is een erkend oplossingsgericht cognitief systeemtherapeut. Hij werkt al meer dan 30 jaar in de P.A.A.Z. AZ Sint-Jan Brugge-Oostende AV en is directielid en erkend opleider (oplossingsgerichte cognitieve systeemtherapie en coaching) aan het Korzybski-instituut in Brugge.
Van plek naar gedeelde Wij~K. Stadsontwikkeling in dialoog met haar diverse bewoners
Van plek naar gedeelde Wij~K. Stadsontwikkeling in dialoog met haar diverse bewoners
Een gelukkig brein door gezonde buikhersenen. De impact van voeding, ontspanning en beweging op ons geluk en welbevinden
Ingrid Joos genoot een opleiding in complementaire gezondheidszorg aan de Europese Academie in Gent. Na een moeilijke periode besloot ze als ervaringsdeskundige Intermezzo op te richten (www.intermezzo-consult.be), een praktijk die je helpt om je brein en darmen gezond te houden door voeding, ontspanning en beweging.
Een gelukkig brein door gezonde buikhersenen. De impact van voeding, ontspanning en beweging op ons geluk en welbevinden
Ingrid Joos genoot een opleiding in complementaire gezondheidszorg aan de Europese Academie in Gent. Na een moeilijke periode besloot ze als ervaringsdeskundige Intermezzo op te richten (www.intermezzo-consult.be), een praktijk die je helpt om je brein en darmen gezond te houden door voeding, ontspanning en beweging.
Journalistiek en Ethiek. Themanummer Filosofie & praktijk 41/1 (jan 2020)
Het thema wordt na deze inleidende pagina verder toegelicht en ingeleid door Jan Vorstenbosch (“Journalisten en ethici. Een nieuwe toekomst voor een moeizame relatie?”), waarna bijdragen volgen van Leonie Breebaart (“De digitale revolutie en de journalistieke ethiek: klem of kans voor de krant?”), Marcel Becker (“Journalistieke ethiek in het digitale tijdperk. Herijking nodig?”), Marcel Broersma (“Grensoverschrijdend gedrag in een digitaal speelveld. Over de legitimiteit van journalistiek”) en Sjoerd de Jong (“Objectief is iets anders dan neutraal”); allen deelnemers aan de bewuste ‘toekomstverkenning’.
Cees Maris (“Selfie: Mijn seks is stuk”) en Ton Vink (“Minima Philosophica: Journalistiek en ethiek, de bescherming van/tegen journalisten”) vullen het thema aan vanuit de F&P-redactie.
Patrick Delaere verzorgt een reviewartikel naar aanleiding van Beate Rösslers Autonomie. Een essay over het vervulde leven en Joachim Nieuwland zorgt voor een bespreking van Dieren in ons midden. Samenleven met dieren in het tijdperk van de mens van Jozef Keulartz. Een korte rubriek Signalementen besluit dit nummer van F&P.
Journalistiek en Ethiek. Themanummer Filosofie & praktijk 41/1 (jan 2020)
Het thema wordt na deze inleidende pagina verder toegelicht en ingeleid door Jan Vorstenbosch (“Journalisten en ethici. Een nieuwe toekomst voor een moeizame relatie?”), waarna bijdragen volgen van Leonie Breebaart (“De digitale revolutie en de journalistieke ethiek: klem of kans voor de krant?”), Marcel Becker (“Journalistieke ethiek in het digitale tijdperk. Herijking nodig?”), Marcel Broersma (“Grensoverschrijdend gedrag in een digitaal speelveld. Over de legitimiteit van journalistiek”) en Sjoerd de Jong (“Objectief is iets anders dan neutraal”); allen deelnemers aan de bewuste ‘toekomstverkenning’.
Cees Maris (“Selfie: Mijn seks is stuk”) en Ton Vink (“Minima Philosophica: Journalistiek en ethiek, de bescherming van/tegen journalisten”) vullen het thema aan vanuit de F&P-redactie.
Patrick Delaere verzorgt een reviewartikel naar aanleiding van Beate Rösslers Autonomie. Een essay over het vervulde leven en Joachim Nieuwland zorgt voor een bespreking van Dieren in ons midden. Samenleven met dieren in het tijdperk van de mens van Jozef Keulartz. Een korte rubriek Signalementen besluit dit nummer van F&P.
Weerloos en zonder waarde. Moderne slavernij in al haar vormen.
Waarover gaat het als we termen als slavernij, mensenhandel en mensensmokkel in de mond nemen en wie is daarbij betrokken? Slavernij bestaat in zeer diverse vormen, zowel met kinderen als volwassenen, waarvan dwangarbeid en seksuele uitbuiting de omvangrijkste zijn. Een uitvoerige beschrijving van alle dimensies van moderne slavernij biedt inzicht in een tamelijk onbekende wereld. We nemen ook de oorzaken onder de loep en schetsen de gevolgen van en voor de samenleving. Er gebeurt al heel wat om moderne slavernij aan te pakken. Daarom is een overzicht van wat er nodig is en wat er nog moet en kan gebeuren verhelderend om een hoopvol perspectief aan te reiken, niet enkel voor beleidsmakers maar ook voor de burger als consument.
Guido Cuyvers studeerde aan de KU Leuven criminologie, familiale en seksuologische wetenschappen en filosofie. Na een loopbaan in het hoger onderwijs als docent, onderzoeker en departementshoofd, engageert hij zich in het middenveld, bij het ouderenbeleid en het onderzoek naar de positie van ouderen in de samenleving. Als auteur publiceert hij uitvoerig over allerlei maatschappelijke thema’s.
Weerloos en zonder waarde. Moderne slavernij in al haar vormen.
Waarover gaat het als we termen als slavernij, mensenhandel en mensensmokkel in de mond nemen en wie is daarbij betrokken? Slavernij bestaat in zeer diverse vormen, zowel met kinderen als volwassenen, waarvan dwangarbeid en seksuele uitbuiting de omvangrijkste zijn. Een uitvoerige beschrijving van alle dimensies van moderne slavernij biedt inzicht in een tamelijk onbekende wereld. We nemen ook de oorzaken onder de loep en schetsen de gevolgen van en voor de samenleving. Er gebeurt al heel wat om moderne slavernij aan te pakken. Daarom is een overzicht van wat er nodig is en wat er nog moet en kan gebeuren verhelderend om een hoopvol perspectief aan te reiken, niet enkel voor beleidsmakers maar ook voor de burger als consument.
Guido Cuyvers studeerde aan de KU Leuven criminologie, familiale en seksuologische wetenschappen en filosofie. Na een loopbaan in het hoger onderwijs als docent, onderzoeker en departementshoofd, engageert hij zich in het middenveld, bij het ouderenbeleid en het onderzoek naar de positie van ouderen in de samenleving. Als auteur publiceert hij uitvoerig over allerlei maatschappelijke thema’s.
De hechte draad tussen ouder en kind – Beter begrijpen van (probleem)gedrag van een kind thuis, op school en daarbuiten
Dit boek richt zich naar: ouders, grootouders, kinderverzorgsters, medewerkers van kind en gezin, artsen, kleuterleidsters, leerkrachten, naschoolse begeleiders, leiders in de jeugdbeweging, docenten, opvoeders en begeleiders, studenten in orthopedagogie en andere sociale richtingen.
Gerrit Vignero werkt sinds 1986 als orthopedagoog in het MPC terbank. Hij ontwikkelt en geeft vorming over het model ‘de draad’.
De hechte draad tussen ouder en kind – Beter begrijpen van (probleem)gedrag van een kind thuis, op school en daarbuiten
Dit boek richt zich naar: ouders, grootouders, kinderverzorgsters, medewerkers van kind en gezin, artsen, kleuterleidsters, leerkrachten, naschoolse begeleiders, leiders in de jeugdbeweging, docenten, opvoeders en begeleiders, studenten in orthopedagogie en andere sociale richtingen.
Gerrit Vignero werkt sinds 1986 als orthopedagoog in het MPC terbank. Hij ontwikkelt en geeft vorming over het model ‘de draad’.
Duidelijke taal – De hoofdzaken van begrijpelijk schrijven. Leer- en oefenboek
Deze en nog veel meer onderwerpen komen in dit boek aan bod. Het gaat om de hoofdzaken, met veel voorbeelden en oefeningen met een voorstel tot verbetering.
Duidelijke taal is een handig boek voor iedereen die zich met teksten bezighoudt: redacteuren, journalisten, ambtenaren, vertalers, secretaressen, grafische ontwerpers enz.
Peter van der Horst, docent Nederlands en zelfstandig tekstadviseur, heeft vele cursussen, artikelen en boeken geschreven, waaronder Redactiewijzer, De Taalgids, Begrijpelijk schrijven voor iedereen en Nieuwe Leestekenwijzer.
Duidelijke taal – De hoofdzaken van begrijpelijk schrijven. Leer- en oefenboek
Deze en nog veel meer onderwerpen komen in dit boek aan bod. Het gaat om de hoofdzaken, met veel voorbeelden en oefeningen met een voorstel tot verbetering.
Duidelijke taal is een handig boek voor iedereen die zich met teksten bezighoudt: redacteuren, journalisten, ambtenaren, vertalers, secretaressen, grafische ontwerpers enz.
Peter van der Horst, docent Nederlands en zelfstandig tekstadviseur, heeft vele cursussen, artikelen en boeken geschreven, waaronder Redactiewijzer, De Taalgids, Begrijpelijk schrijven voor iedereen en Nieuwe Leestekenwijzer.
Methodisch werken in de gezondheidszorg. 9de gewijzigde druk
Dit laatste hoofdstuk is meteen de titel van het handboek. ‘Methodisch werken in de gezondheidszorg’ is namelijk één van de belangrijke beroepsgerichte competenties die elke gezondheidszorgbeoefenaar moet bezitten om kwaliteitsvolle en veilige zorg te verlenen, al dan niet in interdisciplinair teamverband. De auteurs vertrekken vanuit een holistische mensvisie, waarbij voortdurend rekening wordt gehouden met de context van de zorgvrager. Methodisch werken is doelgericht en kenmerkt zich door een bewust gekozen systematische en procesmatige aanpak in functie van de concrete zorgsituatie. De zorgverlener gaat hierbij planmatig en cyclisch te werk, en doorloopt dus de verschillende fasen van het procesmodel. Dit dynamische model wordt uitgebreid toegelicht aan de hand van casussen en illustraties van een fictieve familie.
Dit handboek is een basiswerk dat vooral bestemd is voor studenten uit de talrijke opleidingen in de gezondheidszorg. Het is ook een interessant naslagwerk voor gezondheidszorgbeoefenaars die studenten opleiden en zelf actief zorg verlenen. Tijdens het maken van dit boek hebben de auteurs ervaren hoe noodzakelijk en leerrijk het is om met een interdisciplinaire bril naar de gezondheidszorg te kijken. Ze hopen als interdisciplinair team een rolmodel te zijn en met dit boek een bijdrage te leveren aan de kwaliteitsvolle samenwerking in de gezondheidszorg van de toekomst!
Methodisch werken in de gezondheidszorg. 9de gewijzigde druk
Dit laatste hoofdstuk is meteen de titel van het handboek. ‘Methodisch werken in de gezondheidszorg’ is namelijk één van de belangrijke beroepsgerichte competenties die elke gezondheidszorgbeoefenaar moet bezitten om kwaliteitsvolle en veilige zorg te verlenen, al dan niet in interdisciplinair teamverband. De auteurs vertrekken vanuit een holistische mensvisie, waarbij voortdurend rekening wordt gehouden met de context van de zorgvrager. Methodisch werken is doelgericht en kenmerkt zich door een bewust gekozen systematische en procesmatige aanpak in functie van de concrete zorgsituatie. De zorgverlener gaat hierbij planmatig en cyclisch te werk, en doorloopt dus de verschillende fasen van het procesmodel. Dit dynamische model wordt uitgebreid toegelicht aan de hand van casussen en illustraties van een fictieve familie.
Dit handboek is een basiswerk dat vooral bestemd is voor studenten uit de talrijke opleidingen in de gezondheidszorg. Het is ook een interessant naslagwerk voor gezondheidszorgbeoefenaars die studenten opleiden en zelf actief zorg verlenen. Tijdens het maken van dit boek hebben de auteurs ervaren hoe noodzakelijk en leerrijk het is om met een interdisciplinaire bril naar de gezondheidszorg te kijken. Ze hopen als interdisciplinair team een rolmodel te zijn en met dit boek een bijdrage te leveren aan de kwaliteitsvolle samenwerking in de gezondheidszorg van de toekomst!
BDSM in de/jouw praktijk. Kennis en handelingsalternatieven voor behandelaren
“Sebastianus zet met dit werk inmiddels zijn vierde naslagwerk over BDSM neer. Hij kan dan ook gezien worden als één van de voornaamste schrijvers over het onderwerp binnen ons taalgebied. Ook deze keer weet hij als geen ander op vlot leesbare en toegankelijke wijze BDSM toe te lichten. Het boek biedt een scala aan informatie voor elke lezer, in de eerste plaats voor de behandelaar, maar ook voor de BDSM-novice die het domein wil verkennen. Een aanrader en onmisbaar handboek op je boekenplank als je je cliënt in al zijn facetten wil leren kennen en begeleiden.” Manuel Morrens & Nele De Neef.
BDSM in de/jouw praktijk. Kennis en handelingsalternatieven voor behandelaren
“Sebastianus zet met dit werk inmiddels zijn vierde naslagwerk over BDSM neer. Hij kan dan ook gezien worden als één van de voornaamste schrijvers over het onderwerp binnen ons taalgebied. Ook deze keer weet hij als geen ander op vlot leesbare en toegankelijke wijze BDSM toe te lichten. Het boek biedt een scala aan informatie voor elke lezer, in de eerste plaats voor de behandelaar, maar ook voor de BDSM-novice die het domein wil verkennen. Een aanrader en onmisbaar handboek op je boekenplank als je je cliënt in al zijn facetten wil leren kennen en begeleiden.” Manuel Morrens & Nele De Neef.
Euthanasie of humaan sterven in Nederland. Themanummer Filosofie & Praktijk 40/4 (Dec 2019)
Maar dat laat onverlet dat er in het onderzoek kwesties aan bod komen waarover de auteurs van dit themanummer van F&P meer uitgebreid hun licht laten schijnen.
Euthanasie of humaan sterven in Nederland. Themanummer Filosofie & Praktijk 40/4 (Dec 2019)
Maar dat laat onverlet dat er in het onderzoek kwesties aan bod komen waarover de auteurs van dit themanummer van F&P meer uitgebreid hun licht laten schijnen.
De columns van Professor Pi
Dirk Huylebrouck werkte aan verscheidene universiteiten in Congo tot President Mobutu de Belgische buitenlandse hulp bevroor. Daarna ging hij naar Portugal en naar de Europese afdeling van de universiteit van Maryland, tot zijn Amerikaanse studenten naar Irak vertrokken. Hij keerde terug naar Afrika, naar Burundi, maar de genocides in de regio kortten zijn verblijf in. In 1996 begon hij les te geven aan de Faculteit Architectuur van de KU Leuven in België. Hij schreef vier boeken: ‘Afrika + Wiskunde’, ‘De codes van da Vinci, Bach, Pi en Co’, ‘België + wiskunde’ en ‘Wiskunst’. Hij verzorgde de rubrieken ‘The Mathematical Tourist’ in ‘The Mathematical Intelligencer’, van 1997 tot 2017, en ‘Professor Pi’ in ‘Het Laatste Nieuws’, van april 2017 tot augustus 2019. Zijn laatste wapenfeit is de eerste Nederlandse vertaling van de ‘Goddelijke Verhouding’ van Luca Pacioli en Leonardo da Vinci.
Daarnaast is hij de aanstichter van de aanleg van het Pi-pad in het Jean Bourgain park in Oostende. Op π-dag (pi-dag), zaterdag 14 maart 2020, zal het Pi-pad officieel geopend worden.
De columns van Professor Pi
Dirk Huylebrouck werkte aan verscheidene universiteiten in Congo tot President Mobutu de Belgische buitenlandse hulp bevroor. Daarna ging hij naar Portugal en naar de Europese afdeling van de universiteit van Maryland, tot zijn Amerikaanse studenten naar Irak vertrokken. Hij keerde terug naar Afrika, naar Burundi, maar de genocides in de regio kortten zijn verblijf in. In 1996 begon hij les te geven aan de Faculteit Architectuur van de KU Leuven in België. Hij schreef vier boeken: ‘Afrika + Wiskunde’, ‘De codes van da Vinci, Bach, Pi en Co’, ‘België + wiskunde’ en ‘Wiskunst’. Hij verzorgde de rubrieken ‘The Mathematical Tourist’ in ‘The Mathematical Intelligencer’, van 1997 tot 2017, en ‘Professor Pi’ in ‘Het Laatste Nieuws’, van april 2017 tot augustus 2019. Zijn laatste wapenfeit is de eerste Nederlandse vertaling van de ‘Goddelijke Verhouding’ van Luca Pacioli en Leonardo da Vinci.
Daarnaast is hij de aanstichter van de aanleg van het Pi-pad in het Jean Bourgain park in Oostende. Op π-dag (pi-dag), zaterdag 14 maart 2020, zal het Pi-pad officieel geopend worden.
Survival Kit for Teachers. Solution-Focused Practice at School
Myriam Le Fevere de Ten Hove is a child- and youth psychiatrist and staffmember of the Korzybski-institute in Bruges (Belgium). Nadine Callens is social worker at the schoolguidance center in Oostende (Belgium). Tine Geysen is psychologist at the schoolguidance center in Menen (Belgium). Wouter Maene is a teacher at a school for problemchildren, ‘Oase’, in Gent (Belgium).
Survival Kit for Teachers. Solution-Focused Practice at School
Myriam Le Fevere de Ten Hove is a child- and youth psychiatrist and staffmember of the Korzybski-institute in Bruges (Belgium). Nadine Callens is social worker at the schoolguidance center in Oostende (Belgium). Tine Geysen is psychologist at the schoolguidance center in Menen (Belgium). Wouter Maene is a teacher at a school for problemchildren, ‘Oase’, in Gent (Belgium).
Terugvalpreventie 2.0. Duurzaam afronden in de jeugdzorg en GGZ met het Video Voortgangsplan
Het Video Voortgangsplan heeft het doel de vooruitgang van het hulptraject te bestendigen, geleerde vaardigheden en informatie te doen onthouden en - indien er sprake is van een terugval - handvatten te bieden voor herstel. Er is extra aandacht voor de oplossingsgerichte houding die van de zorgprofessional wordt gevraagd in de laatste fase van het hulptraject en een theoretische constructie voor de opbouw van het multimediapakket. Het boek bevat een handleiding om het multimediapakket zelf te maken en omschrijft uitkomsten van een enquête naar de ervaringen van cliënten en zorgprofessionals die met het Video Voortgangsplan hebben gewerkt.
Jelmer Kors is pedagoog en systeemtherapeut. Hij is werkzaam bij Arkin, Centrum voor Relationele Therapie (CvRT) in Amsterdam. Zie ook www.videovoortgangsplan.nl
Terugvalpreventie 2.0. Duurzaam afronden in de jeugdzorg en GGZ met het Video Voortgangsplan
Het Video Voortgangsplan heeft het doel de vooruitgang van het hulptraject te bestendigen, geleerde vaardigheden en informatie te doen onthouden en - indien er sprake is van een terugval - handvatten te bieden voor herstel. Er is extra aandacht voor de oplossingsgerichte houding die van de zorgprofessional wordt gevraagd in de laatste fase van het hulptraject en een theoretische constructie voor de opbouw van het multimediapakket. Het boek bevat een handleiding om het multimediapakket zelf te maken en omschrijft uitkomsten van een enquête naar de ervaringen van cliënten en zorgprofessionals die met het Video Voortgangsplan hebben gewerkt.
Jelmer Kors is pedagoog en systeemtherapeut. Hij is werkzaam bij Arkin, Centrum voor Relationele Therapie (CvRT) in Amsterdam. Zie ook www.videovoortgangsplan.nl
Autisme. De superkracht van Oscar en zijn vrienden. Werkboek
Er zijn verschillende soorten autisme en je merkt het bij iedereen op een andere manier. Daarom stelt Oscar jou zijn vrienden voor, die ook autisme hebben. Zij vertellen jou hun verhaal. Zo leer je hoe je kinderen met autisme kunt helpen, maar vooral ook hoe kinderen met autisme jou kunnen helpen, want zij hebben superkrachten!
Dit werkboek is bedoeld voor kinderen van 9 tot 12 jaar.
Het extra werkmateriaal kun je downloaden, printen, knippen en zo vaak gebruiken als je maar wilt.
Anneleen Luyck is alumna van de opleiding Ergotherapie aan de Hogeschool PXL, Hasselt. Nadien volgde ze een bijkomende masteropleiding Educational Needs aan de Fontys Hogeschool, Nederland. Ze werkt als ergotherapeute en als vrijwilligster samen met kinderen die de diagnose autisme kregen.
Autisme. De superkracht van Oscar en zijn vrienden. Werkboek
Er zijn verschillende soorten autisme en je merkt het bij iedereen op een andere manier. Daarom stelt Oscar jou zijn vrienden voor, die ook autisme hebben. Zij vertellen jou hun verhaal. Zo leer je hoe je kinderen met autisme kunt helpen, maar vooral ook hoe kinderen met autisme jou kunnen helpen, want zij hebben superkrachten!
Dit werkboek is bedoeld voor kinderen van 9 tot 12 jaar.
Het extra werkmateriaal kun je downloaden, printen, knippen en zo vaak gebruiken als je maar wilt.
Anneleen Luyck is alumna van de opleiding Ergotherapie aan de Hogeschool PXL, Hasselt. Nadien volgde ze een bijkomende masteropleiding Educational Needs aan de Fontys Hogeschool, Nederland. Ze werkt als ergotherapeute en als vrijwilligster samen met kinderen die de diagnose autisme kregen.
Psychotherapie voor jongeren. Een praktische gids
Jongeren worstelen met zichzelf en hun omgeving, stellen alles ter discussie en hebben overal hun bedenkingen bij. Steeds vaker zien we dat de zoektocht naar hun eigen identiteit, wie ze zijn en waar ze naartoe willen, niet vanzelf gaat. Ze komen er niet alleen en hebben hulp nodig, van vrienden, van volwassenen in hun omgeving en soms van professionals. Dit boek is een praktische gids voor jongeren om een weg te vinden in de wirwar van de professionele hulpverlening.
Ann-Sofie De Mey is oplossingsgericht psychotherapeut, opgeleid aan het Korzybski-instituut in Brugge. Ze werkt als psychotherapeut in het buitengewoon secundair onderwijs, type 2, en als eerstelijnspsycholoog in het samenwerkingsverband 1gezin1plan. Daarnaast houdt ze ook praktijk bij Cadans in Izegem.
Psychotherapie voor jongeren. Een praktische gids
Jongeren worstelen met zichzelf en hun omgeving, stellen alles ter discussie en hebben overal hun bedenkingen bij. Steeds vaker zien we dat de zoektocht naar hun eigen identiteit, wie ze zijn en waar ze naartoe willen, niet vanzelf gaat. Ze komen er niet alleen en hebben hulp nodig, van vrienden, van volwassenen in hun omgeving en soms van professionals. Dit boek is een praktische gids voor jongeren om een weg te vinden in de wirwar van de professionele hulpverlening.
Ann-Sofie De Mey is oplossingsgericht psychotherapeut, opgeleid aan het Korzybski-instituut in Brugge. Ze werkt als psychotherapeut in het buitengewoon secundair onderwijs, type 2, en als eerstelijnspsycholoog in het samenwerkingsverband 1gezin1plan. Daarnaast houdt ze ook praktijk bij Cadans in Izegem.
Tussen de lakens. Seksuele ethiek in dynamisch en kwalitatief perspectief
Dit boek plaatst wegwijzers vanuit het christelijk personalisme. Dit model brengt op een verrassende manier concrete relationele en seksuele thema’s in kaart en geeft er zinperspectief aan. Deze open en uitdagende benadering nodigt de lezer uit om zichzelf kritisch en geëngageerd te situeren op het veld van partnerrelaties en seksualiteit en er anderen in te begeleiden.
Ilse Cornu is theologe en doceert al meer dan twee decennia ethiek van partnerrelaties en seksualiteit aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee - Schaarbeek) en aan het Hoger Instituut voor Godsdienstwetenschappen van het bisdom Antwerpen. Ze is coördinator en vormingswerker bij vzw ZinVinding en eindredacteur bij MagaZijn (www.magazijn.community), het e-zine rond zijns- en zinvragen.
Tussen de lakens. Seksuele ethiek in dynamisch en kwalitatief perspectief
Dit boek plaatst wegwijzers vanuit het christelijk personalisme. Dit model brengt op een verrassende manier concrete relationele en seksuele thema’s in kaart en geeft er zinperspectief aan. Deze open en uitdagende benadering nodigt de lezer uit om zichzelf kritisch en geëngageerd te situeren op het veld van partnerrelaties en seksualiteit en er anderen in te begeleiden.
Ilse Cornu is theologe en doceert al meer dan twee decennia ethiek van partnerrelaties en seksualiteit aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee - Schaarbeek) en aan het Hoger Instituut voor Godsdienstwetenschappen van het bisdom Antwerpen. Ze is coördinator en vormingswerker bij vzw ZinVinding en eindredacteur bij MagaZijn (www.magazijn.community), het e-zine rond zijns- en zinvragen.
De geneeskunde aan het Bourgondische hof. (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 14)
Johan R. Boelaert was internist-nefroloog (KU Leuven en Parijs). Hij werkte als clinicus in het Brugse St-Janshopitaal (AZ St-Jan). Hij bouwde er ook de afdeling infectieziekten uit en verrichtte onderzoek over infectieziekten bij dialysepatiënten en over HIV. Hij is actief in de Brugse medisch-historische werkgroep ‘Montanus’. Hij schreef onder meer Zes eeuwen infectie in Brugge, 1200-1800 (2011, Leuven) en verzorgde drie cahiers uit deze reeks (nummers 3, 6 en 12).
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
Ivo De Leeuw is emeritus professor Geneeskunde aan de Universiteit van Antwerpen, was decaan aan de faculteit Geneeskunde (1987-1989), voorzitter van de Raad Interne Geneeskunde (1987-1995), diensthoofd van de Afdeling Endocrinologie-Metabole Ziekten-Voeding (1987-2001). Als leider van het laboratorium Endocrinologie deed hij wetenschappelijk werk over de botpathologie en het magnesium metabolisme bij diabetespatiënten. Zijn wetenschappelijk werk werd bekroond met een Fellowship van de Royal College of Physicians (Edinburgh), the Fuller-Sherman Award (Philadelphia), the Singh Oration (Indore, India) en een doctoraat honoris causa van het Purkinje Instituut in Tsjechië. Hij was voorzitter en erevoorzitter van de Belgische Vereniging voor Suikerzieken (BVS), ondervoorzitter van de Belgische vereniging voor Endocrinologie, secretaris van het Europees congres van de EASD (1999), voorzitter van het jaarlijks congres van ESPEN, ondervoorzitter en erelid van de Diabetes and Nutrition Study Group van de EASD (2004). Hij is lid van de redactie van de ‘Cahiers Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg’ (GGG) en schreef artikels in nummers 2, 5 en 8.
De geneeskunde aan het Bourgondische hof. (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 14)
Johan R. Boelaert was internist-nefroloog (KU Leuven en Parijs). Hij werkte als clinicus in het Brugse St-Janshopitaal (AZ St-Jan). Hij bouwde er ook de afdeling infectieziekten uit en verrichtte onderzoek over infectieziekten bij dialysepatiënten en over HIV. Hij is actief in de Brugse medisch-historische werkgroep ‘Montanus’. Hij schreef onder meer Zes eeuwen infectie in Brugge, 1200-1800 (2011, Leuven) en verzorgde drie cahiers uit deze reeks (nummers 3, 6 en 12).
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
Ivo De Leeuw is emeritus professor Geneeskunde aan de Universiteit van Antwerpen, was decaan aan de faculteit Geneeskunde (1987-1989), voorzitter van de Raad Interne Geneeskunde (1987-1995), diensthoofd van de Afdeling Endocrinologie-Metabole Ziekten-Voeding (1987-2001). Als leider van het laboratorium Endocrinologie deed hij wetenschappelijk werk over de botpathologie en het magnesium metabolisme bij diabetespatiënten. Zijn wetenschappelijk werk werd bekroond met een Fellowship van de Royal College of Physicians (Edinburgh), the Fuller-Sherman Award (Philadelphia), the Singh Oration (Indore, India) en een doctoraat honoris causa van het Purkinje Instituut in Tsjechië. Hij was voorzitter en erevoorzitter van de Belgische Vereniging voor Suikerzieken (BVS), ondervoorzitter van de Belgische vereniging voor Endocrinologie, secretaris van het Europees congres van de EASD (1999), voorzitter van het jaarlijks congres van ESPEN, ondervoorzitter en erelid van de Diabetes and Nutrition Study Group van de EASD (2004). Hij is lid van de redactie van de ‘Cahiers Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg’ (GGG) en schreef artikels in nummers 2, 5 en 8.
Doeltreffend klasbeheer. Effectief omgaan met de klasgroep – 10ste herziene uitgave
Het boek richt zich ook tot de meer ambitieuze leraar die de knepen van het vak allang kent, maar de beperkingen van het gangbare klassysteem wil overstijgen. Vanuit twee sterk verschillende invalshoeken worden middelen aangereikt om te werken aan een positief klasklimaat. Hierbij staat niet alleen het management in voor de gepaste leeromgeving, er wordt ook geïnvesteerd voor meer besef van verantwoordelijkheid en betrokkenheid bij de leerlingen.
Gilbert Redant studeerde pedagogiek en psychologie aan de Universiteit Gent. Voor hij als pedagoog werkte in de opleiding van leerkrachten, was hij onderzoeker aan deze universiteit. Ook in die functie was hij bij de lerarenopleiding betrokken; hij publiceerde onder meer over de Visie van toekomstige onderwijzers op hun opleiding en beroep.
Doeltreffend klasbeheer. Effectief omgaan met de klasgroep – 10ste herziene uitgave
Het boek richt zich ook tot de meer ambitieuze leraar die de knepen van het vak allang kent, maar de beperkingen van het gangbare klassysteem wil overstijgen. Vanuit twee sterk verschillende invalshoeken worden middelen aangereikt om te werken aan een positief klasklimaat. Hierbij staat niet alleen het management in voor de gepaste leeromgeving, er wordt ook geïnvesteerd voor meer besef van verantwoordelijkheid en betrokkenheid bij de leerlingen.
Gilbert Redant studeerde pedagogiek en psychologie aan de Universiteit Gent. Voor hij als pedagoog werkte in de opleiding van leerkrachten, was hij onderzoeker aan deze universiteit. Ook in die functie was hij bij de lerarenopleiding betrokken; hij publiceerde onder meer over de Visie van toekomstige onderwijzers op hun opleiding en beroep.
Hogere krachten. Over het heilige, het sublieme en de liefde.
Het is gebruikelijk om de belangrijkste inspiratiebronnen voor de westerse cultuur te zoeken in de klassieke religies van Griekenland en Israel. De auteur draagt echter argumenten aan voor de visie dat ook de sublieme religie die aan de klassieke periode voorafging, vele belangrijke inzichten over het menselijke bestaan en de wereld onder woorden bracht. Eén daarvan is het belang van de menselijke ambivalentie ten aanzien van de (amorele) hogere krachten.
Bert van der Schaaf studeerde theologie aan de VU, en filosofie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij werkte als docent filosofie aan de Hogeschool van Amsterdam, en als medewerker Studium Generale bij CREA. In eigen beheer publiceerde hij in 2012 een studie over de culturele geschiedenis van de kunsten, getiteld: Van betoveren tot shockeren.
Hogere krachten. Over het heilige, het sublieme en de liefde.
Het is gebruikelijk om de belangrijkste inspiratiebronnen voor de westerse cultuur te zoeken in de klassieke religies van Griekenland en Israel. De auteur draagt echter argumenten aan voor de visie dat ook de sublieme religie die aan de klassieke periode voorafging, vele belangrijke inzichten over het menselijke bestaan en de wereld onder woorden bracht. Eén daarvan is het belang van de menselijke ambivalentie ten aanzien van de (amorele) hogere krachten.
Bert van der Schaaf studeerde theologie aan de VU, en filosofie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij werkte als docent filosofie aan de Hogeschool van Amsterdam, en als medewerker Studium Generale bij CREA. In eigen beheer publiceerde hij in 2012 een studie over de culturele geschiedenis van de kunsten, getiteld: Van betoveren tot shockeren.
Theory of Mind – gevoelens, gedachten en intenties. ToM-training voor kinderen met een auditieve beperking
Deze ToM-training is een lespakket voor kinderen met een auditieve beperking in de leeftijdscategorie van de groepen 6, 7 en 8 in het basisonderwijs. Professionals vinden in dit boek een overzichtelijk programma met praktische en enthousiasmerende activiteiten. Deze sluiten goed aan bij de belevingswereld van ouder en kind. De training bevat een kinderprogramma met parallel hieraan een ouderprogramma. Dit maakt een transfer naar de dagelijkse situatie mogelijk en biedt kansen voor gerichte oefening en ondersteuning door ouders.
De training stimuleert belangrijke vaardigheden en is daarom geschikt om zowel preventief in te zetten als ter ondersteuning van kinderen die in het dagelijks leven problemen ondervinden in de aansluiting bij hun sociale leefwereld. De ToM-training maakt kinderen met een auditieve beperking vaardiger in het inschatten van gevoelens, gedachten en intenties van zichzelf en anderen. Hierdoor leren ze beter af te stemmen op het gedrag van anderen en kunnen ze sociale situaties beter inschatten.
De ToM-training voor kinderen met een auditieve beperking ‘Theory of Mind – gevoelens, gedachten en intenties’ vult een hiaat in het huidige begeleidingsaanbod en kan door het specifieke karakter ervan, bijdragen aan het vergroten van het sociaal welbevinden van dove en slechthorende kinderen.
Anke van der Meijde is als GZ-psycholoog werkzaam bij Pento Audiologisch Centrum en Vroegbehandeling.
Evelie Wesselink is als logopedist – gezinsbegeleider werkzaam bij Pento Vroegbehandeling.
Om de deelnemers optimaal te laten profiteren van deze training, bevelen de auteurs aan om de gelijknamige train-de-trainer cursus te volgen. Voor informatie zie www.pento.nl
Theory of Mind – gevoelens, gedachten en intenties. ToM-training voor kinderen met een auditieve beperking
Deze ToM-training is een lespakket voor kinderen met een auditieve beperking in de leeftijdscategorie van de groepen 6, 7 en 8 in het basisonderwijs. Professionals vinden in dit boek een overzichtelijk programma met praktische en enthousiasmerende activiteiten. Deze sluiten goed aan bij de belevingswereld van ouder en kind. De training bevat een kinderprogramma met parallel hieraan een ouderprogramma. Dit maakt een transfer naar de dagelijkse situatie mogelijk en biedt kansen voor gerichte oefening en ondersteuning door ouders.
De training stimuleert belangrijke vaardigheden en is daarom geschikt om zowel preventief in te zetten als ter ondersteuning van kinderen die in het dagelijks leven problemen ondervinden in de aansluiting bij hun sociale leefwereld. De ToM-training maakt kinderen met een auditieve beperking vaardiger in het inschatten van gevoelens, gedachten en intenties van zichzelf en anderen. Hierdoor leren ze beter af te stemmen op het gedrag van anderen en kunnen ze sociale situaties beter inschatten.
De ToM-training voor kinderen met een auditieve beperking ‘Theory of Mind – gevoelens, gedachten en intenties’ vult een hiaat in het huidige begeleidingsaanbod en kan door het specifieke karakter ervan, bijdragen aan het vergroten van het sociaal welbevinden van dove en slechthorende kinderen.
Anke van der Meijde is als GZ-psycholoog werkzaam bij Pento Audiologisch Centrum en Vroegbehandeling.
Evelie Wesselink is als logopedist – gezinsbegeleider werkzaam bij Pento Vroegbehandeling.
Om de deelnemers optimaal te laten profiteren van deze training, bevelen de auteurs aan om de gelijknamige train-de-trainer cursus te volgen. Voor informatie zie www.pento.nl
De eerste professoren van de Gentse faculteit (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 13)
Het tijdvak waarin deze vier hoogleraren hun onderwijs verstrekten was bijzonder: de lessen werden in het Latijn gegeven, in die tijd de universitaire lingua franca, die niet alleen studenten van andere contreien diende aan te trekken, doch ook de ‘taal van de geleerden’ was, die door de nieuwe rector dan ook als uiterst belangrijk werd aanzien. Daarnaast werd deze periode gekenmerkt door grote wijzigingen in het medisch denken, dat van een filosofisch-rationeel patroon met romantisch-vitalistische trekjes progressief overging in een experimenteel denkkader. Hoe de eerste Gentse professoren daarmee omgingen komt in dit boek tot uiting. Daarenboven leefden deze vier medische roergangers in een tijd van politieke onrust en omwentelingen. Hun biografieën worden dan ook gekaderd in de overgang van het Ancien Régime naar de Nieuwste Tijd.
Bijzonder aan dit Cahier zijn de Nederlandse vertalingen van een reeks Latijnse teksten, die enerzijds door deze hoogleraren, anderzijds door één van de eerste studenten, te weten Jozef-Lieven Boddaert, werden geschreven. Het boek wordt daardoor niet alleen een boeiend verhaal van onze medische voorouders, doch ook een tot op heden onuitgegeven bron van informatie over het geneeskundig denken van de vroege negentiende eeuw.
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
De auteurs behoren allen tot de medische alumni van de Gentse universiteit en hebben reeds verscheidene publicaties op medisch-historisch gebied verwezenlijkt.
De eerste professoren van de Gentse faculteit (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 13)
Het tijdvak waarin deze vier hoogleraren hun onderwijs verstrekten was bijzonder: de lessen werden in het Latijn gegeven, in die tijd de universitaire lingua franca, die niet alleen studenten van andere contreien diende aan te trekken, doch ook de ‘taal van de geleerden’ was, die door de nieuwe rector dan ook als uiterst belangrijk werd aanzien. Daarnaast werd deze periode gekenmerkt door grote wijzigingen in het medisch denken, dat van een filosofisch-rationeel patroon met romantisch-vitalistische trekjes progressief overging in een experimenteel denkkader. Hoe de eerste Gentse professoren daarmee omgingen komt in dit boek tot uiting. Daarenboven leefden deze vier medische roergangers in een tijd van politieke onrust en omwentelingen. Hun biografieën worden dan ook gekaderd in de overgang van het Ancien Régime naar de Nieuwste Tijd.
Bijzonder aan dit Cahier zijn de Nederlandse vertalingen van een reeks Latijnse teksten, die enerzijds door deze hoogleraren, anderzijds door één van de eerste studenten, te weten Jozef-Lieven Boddaert, werden geschreven. Het boek wordt daardoor niet alleen een boeiend verhaal van onze medische voorouders, doch ook een tot op heden onuitgegeven bron van informatie over het geneeskundig denken van de vroege negentiende eeuw.
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
De auteurs behoren allen tot de medische alumni van de Gentse universiteit en hebben reeds verscheidene publicaties op medisch-historisch gebied verwezenlijkt.
Een hek voor de buren. Succesvol grenzen stellen
Dit boek vindt zijn oorsprong in de opleiding ‘Assertiviteit en sociale vaardigheden’ van SYNTRA Limburg. Cursisten presenteren er aan het einde op een creatieve manier hun leerpunten. Enkele deelnemers schreven samen een verhaal over het stellen van grenzen, over hun eigen worstelingen en hoe ze daar bewust mee omgingen.
Het was al lang een droom van Tine Meus om verhalen te schrijven, en deze eindproef legde de basis voor dit boek. Ze beschrijft situaties over grenzen aftasten, grenzen overschrijden, grenzen benoemen en grenzen respecteren. Karen Van den Broeck voegt aan elk hoofdstuk tips en inzichten toe, om zelf succesvol grenzen te leren stellen.
Een hek voor de buren is geschreven voor iedereen die wil opkomen voor zichzelf en zijn eigen grenzen en die van anderen wil respecteren.
Een hek voor de buren. Succesvol grenzen stellen
Dit boek vindt zijn oorsprong in de opleiding ‘Assertiviteit en sociale vaardigheden’ van SYNTRA Limburg. Cursisten presenteren er aan het einde op een creatieve manier hun leerpunten. Enkele deelnemers schreven samen een verhaal over het stellen van grenzen, over hun eigen worstelingen en hoe ze daar bewust mee omgingen.
Het was al lang een droom van Tine Meus om verhalen te schrijven, en deze eindproef legde de basis voor dit boek. Ze beschrijft situaties over grenzen aftasten, grenzen overschrijden, grenzen benoemen en grenzen respecteren. Karen Van den Broeck voegt aan elk hoofdstuk tips en inzichten toe, om zelf succesvol grenzen te leren stellen.
Een hek voor de buren is geschreven voor iedereen die wil opkomen voor zichzelf en zijn eigen grenzen en die van anderen wil respecteren.
Het autistische denken. Toolbox
Het doel van deze toolbox is tweeledig:
- Het in kaart brengen van het denkpatroon van een kind wanneer er een vermoeden is van autisme, bijv. bij hoogbegaafdheid.
De toolbox geeft je de mogelijkheid om een eerste screening naar autistisch denken uit te voeren. Aan de hand van 9 testen krijg je inzicht in het denkpatroon van het kind. Elke test wordt uitgebreid besproken en behandelt een verschillend onderdeel van het autis-tische denken: Centrale Coherentie, Executieve Functies en Theory of Mind.
Een checklist zorgt bij een vermoeden van autisme voor het overzichtelijk in kaart brengen van het denken door therapeuten, leer-krachten en CLB-medewerkers.
- Vanuit de testen wordt er teruggekoppeld naar de dagelijkse klassi-tuatie. Dankzij tal van voorbeelden en oplossingen is deze toolbox een handig instrument om in de klaspraktijk te gebruiken.
Deze link met het werkveld maakt het mogelijk om verder te kijken naar het aanpakken van de moeilijkheden in de klas. De vele praktische voorbeelden geven de lezer wellicht veel herkenning.
Adi Van den Brande begon als leerkracht binnen de autiwerking. Sinds 2014 begeleidt ze ouders van hoogbegaafde kinderen en kinderen met autisme bij Het Lampje in Heverlee (www.hetlampje.be). Ze heeft zich gespecialiseerd in het werken met de omgeving rond kinderen met de dubbeldiagnose: hoogbegaafdheid en autisme. Hiervoor geeft ze lezingen en cursussen aan ouders, scholen en hulpverleners. Naast de begeleiding van de omgeving, brengt ze het denk-patroon van kinderen met (een vermoeden van) autisme in kaart. Dit paspoort geeft de mogelijkheid om begeleiding op maat van het kind te voorzien.
Het autistische denken. Toolbox
Het doel van deze toolbox is tweeledig:
- Het in kaart brengen van het denkpatroon van een kind wanneer er een vermoeden is van autisme, bijv. bij hoogbegaafdheid.
De toolbox geeft je de mogelijkheid om een eerste screening naar autistisch denken uit te voeren. Aan de hand van 9 testen krijg je inzicht in het denkpatroon van het kind. Elke test wordt uitgebreid besproken en behandelt een verschillend onderdeel van het autis-tische denken: Centrale Coherentie, Executieve Functies en Theory of Mind.
Een checklist zorgt bij een vermoeden van autisme voor het overzichtelijk in kaart brengen van het denken door therapeuten, leer-krachten en CLB-medewerkers.
- Vanuit de testen wordt er teruggekoppeld naar de dagelijkse klassi-tuatie. Dankzij tal van voorbeelden en oplossingen is deze toolbox een handig instrument om in de klaspraktijk te gebruiken.
Deze link met het werkveld maakt het mogelijk om verder te kijken naar het aanpakken van de moeilijkheden in de klas. De vele praktische voorbeelden geven de lezer wellicht veel herkenning.
Adi Van den Brande begon als leerkracht binnen de autiwerking. Sinds 2014 begeleidt ze ouders van hoogbegaafde kinderen en kinderen met autisme bij Het Lampje in Heverlee (www.hetlampje.be). Ze heeft zich gespecialiseerd in het werken met de omgeving rond kinderen met de dubbeldiagnose: hoogbegaafdheid en autisme. Hiervoor geeft ze lezingen en cursussen aan ouders, scholen en hulpverleners. Naast de begeleiding van de omgeving, brengt ze het denk-patroon van kinderen met (een vermoeden van) autisme in kaart. Dit paspoort geeft de mogelijkheid om begeleiding op maat van het kind te voorzien.
Slim onderpresteren aanpakken – WB/Basisschooleditie Werkboek
Slim onderpresteren aanpakken kan vanaf nu ook in de basisschool. Onderpresteren begint vaak al erg vroeg. Leerlingen gaan uitdagingen uit de weg en/of ze gedragen zich heel faalangstig. De auteurs hebben voor deze basisschooleditie een pakket ontwikkeld met oefeningen die de leerkracht of begeleider binnen en buiten de school kan inzetten.
De Superhelden, Anna Angstige, Ulrike Uitsteller, Erik Eigenzinnige, Peter Perfectionist en Olivia Oogappel nemen leerkracht/begeleider en leerling mee in hun leefwereld. Ze vertellen over de moeite die ze hebben bij het leren én ze reiken heel wat tips aan. De Superhelden nodigen de leerling uit om zijn eigen verhaal te maken. Stap voor stap groeit de leerling in het slimmer aanpakken.
Dit lespakket geeft de leerkracht/begeleider ruimte om eigen keuzes te maken in de oefeningen. Je kunt ermee werken in kleine groepjes (tot 8 deelnemers) en individueel. Het boek geeft ook de juiste omkadering en achtergrondinformatie en biedt zo handvatten om direct met de werkvormen aan de slag te gaan. Auteurs en ontwikkelaars drs. Ophélie Desmet en psychotherapeut Tania Gevaert zijn niet aan hun proefstuk toe. Eerder brachten zij ‘Slim onderpresteren aanpakken’ uit voor 14+ en hun begeleiders. In deze basisschooleditie werd gekozen voor een lespakket op maat van leerling en leerkracht. Ze werkten daarvoor samen met illustrator Seamoose.
Eerste indrukken van lezers:
“Die Superhelden! Ze nemen je écht mee.”
“Op maat van de leerkracht, kant-en-klaar.”
“Een mooi vervolg op de 14+ versie, aangepast aan de doelgroep.”
Ophélie Desmet is doctoraatskandidaat en onderzoeksassistent aan Purdue University (VS). Ze focust in haar onderzoek op onderpresteren en interventies om onderpresteren aan te pakken. Ophélie studeerde eerder aan KULeuven (master Opleidings- en onderwijskunde) en liep een jaar stage aan het Centrum voor Begaafdheidsonderzoek (Radboud Universiteit, Nijmegen).
Ophélie won al twee competitieve nationale prijzen in Amerika met haar onderzoek. Ze wordt gefinancierd door Purdue University (Dean’s Doctoral) en heeft een onderzoeksbeurs van de American Psychological Foundation. Sinds kort kwam daar nog een 5-jarige funding bij van de Amerikaanse Federale Overheid. Ze zet haar onderzoek hiermee verder.
Tania Gevaert studeerde aan Howest, KULeuven en Radboud Universiteit. Ze is psychotherapeut (Korzybski Instituut en AIHP), auteur en trainer. Tania heeft zich gespecialiseerd in hoogbegaafdheid en onderpresteren, ze is zaakvoerder van Samen Slimmer Groeien.
Samen stichtten ze de vzw Steunpunt Onderpresteren en schreven ze twee boeken over dit thema:
- Slim onderpresteren aanpakken (Gevaert & Desmet, 2014; uitg. Garant)
- Slim onderpresteren aanpakken - Basisschooleditie (Desmet & Gevaert, 2019; uitg. Garant)
Beide boeken helpen leerkrachten/begeleiders en hun leerling op weg naar beter presteren.
Slim onderpresteren aanpakken – WB/Basisschooleditie Werkboek
Slim onderpresteren aanpakken kan vanaf nu ook in de basisschool. Onderpresteren begint vaak al erg vroeg. Leerlingen gaan uitdagingen uit de weg en/of ze gedragen zich heel faalangstig. De auteurs hebben voor deze basisschooleditie een pakket ontwikkeld met oefeningen die de leerkracht of begeleider binnen en buiten de school kan inzetten.
De Superhelden, Anna Angstige, Ulrike Uitsteller, Erik Eigenzinnige, Peter Perfectionist en Olivia Oogappel nemen leerkracht/begeleider en leerling mee in hun leefwereld. Ze vertellen over de moeite die ze hebben bij het leren én ze reiken heel wat tips aan. De Superhelden nodigen de leerling uit om zijn eigen verhaal te maken. Stap voor stap groeit de leerling in het slimmer aanpakken.
Dit lespakket geeft de leerkracht/begeleider ruimte om eigen keuzes te maken in de oefeningen. Je kunt ermee werken in kleine groepjes (tot 8 deelnemers) en individueel. Het boek geeft ook de juiste omkadering en achtergrondinformatie en biedt zo handvatten om direct met de werkvormen aan de slag te gaan. Auteurs en ontwikkelaars drs. Ophélie Desmet en psychotherapeut Tania Gevaert zijn niet aan hun proefstuk toe. Eerder brachten zij ‘Slim onderpresteren aanpakken’ uit voor 14+ en hun begeleiders. In deze basisschooleditie werd gekozen voor een lespakket op maat van leerling en leerkracht. Ze werkten daarvoor samen met illustrator Seamoose.
Eerste indrukken van lezers:
“Die Superhelden! Ze nemen je écht mee.”
“Op maat van de leerkracht, kant-en-klaar.”
“Een mooi vervolg op de 14+ versie, aangepast aan de doelgroep.”
Ophélie Desmet is doctoraatskandidaat en onderzoeksassistent aan Purdue University (VS). Ze focust in haar onderzoek op onderpresteren en interventies om onderpresteren aan te pakken. Ophélie studeerde eerder aan KULeuven (master Opleidings- en onderwijskunde) en liep een jaar stage aan het Centrum voor Begaafdheidsonderzoek (Radboud Universiteit, Nijmegen).
Ophélie won al twee competitieve nationale prijzen in Amerika met haar onderzoek. Ze wordt gefinancierd door Purdue University (Dean’s Doctoral) en heeft een onderzoeksbeurs van de American Psychological Foundation. Sinds kort kwam daar nog een 5-jarige funding bij van de Amerikaanse Federale Overheid. Ze zet haar onderzoek hiermee verder.
Tania Gevaert studeerde aan Howest, KULeuven en Radboud Universiteit. Ze is psychotherapeut (Korzybski Instituut en AIHP), auteur en trainer. Tania heeft zich gespecialiseerd in hoogbegaafdheid en onderpresteren, ze is zaakvoerder van Samen Slimmer Groeien.
Samen stichtten ze de vzw Steunpunt Onderpresteren en schreven ze twee boeken over dit thema:
- Slim onderpresteren aanpakken (Gevaert & Desmet, 2014; uitg. Garant)
- Slim onderpresteren aanpakken - Basisschooleditie (Desmet & Gevaert, 2019; uitg. Garant)
Beide boeken helpen leerkrachten/begeleiders en hun leerling op weg naar beter presteren.
Slim onderpresteren aanpakken – Basisschooleditie. Begeleidersboek
Slim onderpresteren aanpakken kan vanaf nu ook in de basisschool. Onderpresteren begint vaak al erg vroeg. Leerlingen gaan uitdagingen uit de weg en/of ze gedragen zich heel faalangstig. De auteurs hebben voor deze basisschooleditie een pakket ontwikkeld met oefeningen die de leerkracht of begeleider binnen en buiten de school kan inzetten.
De Superhelden, Anna Angstige, Ulrike Uitsteller, Erik Eigenzinnige, Peter Perfectionist en Olivia Oogappel nemen leerkracht/begeleider en leerling mee in hun leefwereld. Ze vertellen over de moeite die ze hebben bij het leren én ze reiken heel wat tips aan. De Superhelden nodigen de leerling uit om zijn eigen verhaal te maken. Stap voor stap groeit de leerling in het slimmer aanpakken.
Dit lespakket geeft de leerkracht/begeleider ruimte om eigen keuzes te maken in de oefeningen. Je kunt ermee werken in kleine groepjes (tot 8 deelnemers) en individueel. Het boek geeft ook de juiste omkadering en achtergrondinformatie en biedt zo handvatten om direct met de werkvormen aan de slag te gaan.
Auteurs en ontwikkelaars drs. Ophélie Desmet en psychotherapeut Tania Gevaert zijn niet aan hun proefstuk toe. Eerder brachten zij ‘Slim onderpresteren aanpakken’ uit voor 14+ en hun begeleiders. In deze basisschooleditie werd gekozen voor een lespakket op maat van leerling en leerkracht. Ze werkten daarvoor samen met illustrator Seamoose.
Eerste indrukken van lezers:
“Die Superhelden! Ze nemen je écht mee.”
“Op maat van de leerkracht, kant-en-klaar.”
“Een mooi vervolg op de 14+ versie, aangepast aan de doelgroep.”
Samen stichtten ze de vzw Steunpunt Onderpresteren en schreven ze twee boeken over dit thema:
- Slim onderpresteren aanpakken (Gevaert & Desmet, 2014; uitg. Garant)
- Slim onderpresteren aanpakken - Basisschooleditie (Desmet & Gevaert, 2019;uitg. Garant)
Beide boeken helpen leerkrachten/begeleiders en hun leerling op weg naar beter presteren.
Slim onderpresteren aanpakken – Basisschooleditie. Begeleidersboek
Slim onderpresteren aanpakken kan vanaf nu ook in de basisschool. Onderpresteren begint vaak al erg vroeg. Leerlingen gaan uitdagingen uit de weg en/of ze gedragen zich heel faalangstig. De auteurs hebben voor deze basisschooleditie een pakket ontwikkeld met oefeningen die de leerkracht of begeleider binnen en buiten de school kan inzetten.
De Superhelden, Anna Angstige, Ulrike Uitsteller, Erik Eigenzinnige, Peter Perfectionist en Olivia Oogappel nemen leerkracht/begeleider en leerling mee in hun leefwereld. Ze vertellen over de moeite die ze hebben bij het leren én ze reiken heel wat tips aan. De Superhelden nodigen de leerling uit om zijn eigen verhaal te maken. Stap voor stap groeit de leerling in het slimmer aanpakken.
Dit lespakket geeft de leerkracht/begeleider ruimte om eigen keuzes te maken in de oefeningen. Je kunt ermee werken in kleine groepjes (tot 8 deelnemers) en individueel. Het boek geeft ook de juiste omkadering en achtergrondinformatie en biedt zo handvatten om direct met de werkvormen aan de slag te gaan.
Auteurs en ontwikkelaars drs. Ophélie Desmet en psychotherapeut Tania Gevaert zijn niet aan hun proefstuk toe. Eerder brachten zij ‘Slim onderpresteren aanpakken’ uit voor 14+ en hun begeleiders. In deze basisschooleditie werd gekozen voor een lespakket op maat van leerling en leerkracht. Ze werkten daarvoor samen met illustrator Seamoose.
Eerste indrukken van lezers:
“Die Superhelden! Ze nemen je écht mee.”
“Op maat van de leerkracht, kant-en-klaar.”
“Een mooi vervolg op de 14+ versie, aangepast aan de doelgroep.”
Samen stichtten ze de vzw Steunpunt Onderpresteren en schreven ze twee boeken over dit thema:
- Slim onderpresteren aanpakken (Gevaert & Desmet, 2014; uitg. Garant)
- Slim onderpresteren aanpakken - Basisschooleditie (Desmet & Gevaert, 2019;uitg. Garant)
Beide boeken helpen leerkrachten/begeleiders en hun leerling op weg naar beter presteren.
Verbindende Besluitvorming werkt
Verbindende Besluitvorming werkt. Dat zie ik in onze teams in België, maar ook in Shanghai, Bangladesh, Ethiopië en India. Bij Erve group is verbinding het sleutelwoord als we door communicatie lastige issues willen vertalen naar oplossingen. De eenvoud van het concept inspireerde me van bij het begin. Het werkt op het werk maar ook in de privésfeer. — Martijn van der Erve (CEO Erve)
Onze samenleving heeft er alle belang bij dat technologische specialisten vlot met iedereen communiceren om de wereld van de toekomst te creëren. Verbindende Besluitvorming beschrijft een eenvoudig en krachtig concept om problemen en uitdagingen te vertalen naar oplossingen. In onze organisatie hebben dit aan den lijve ondervonden. Inzetten op dialoog om de collectieve intelligentie van experten te vertalen naar nieuwe meerwaarde voor de toekomst, is de uitdaging voor onszelf en de bedrijven die we ondersteunen. — Marc Lambotte (CEO Agoria)
Samen overleggen en eruit geraken. Dat gaat enkel als mensen bereid zijn tot dialoog. Door echt in verbinding te gaan met elkaar en te zoeken naar oplossingen die passen in een waardengedreven organisatie blijven we meerwaarde creëren. Verbindende Besluitvorming is hiervoor een schitterende tool. Het is eenvoudig en zorgt ervoor dat elke stem gehoord wordt. — Jef Colruyt (CEO Colruytgroup)
Blijven groeien met een divers team met uiteenlopende competenties & expertise en daarbij op maat van de klant oplossingen aanbieden. Het is een hele uitdaging! Dit lukt ons door in team te blijven zoeken naar oplossingen. Al verscheidene jaren worden al onze medewerkers hierin getraind. wVerbindende communicatie en besluitvorming helpt ons om op een positieve manier in overleg te gaan en telkens nieuwe oplossingen te bedenken en te implementeren. — Ann Dhondt (CEO Spiromatic)
Verbindende Besluitvorming is een manier van oplossingen bedenken met een hart voor mensen. In onze tandartspraktijken zorgt het voor inspiratie om elke thema, elk probleem op een menselijke, oplossingsgerichte manier te bespreken. — Annemie Tolleneer (HR Benedenti)
Erwin Tielemans is oprichter-coördinator van Human Matters, Centrum voor training en vorming, met zetel in Schelle.
Verbindende Besluitvorming werkt
Verbindende Besluitvorming werkt. Dat zie ik in onze teams in België, maar ook in Shanghai, Bangladesh, Ethiopië en India. Bij Erve group is verbinding het sleutelwoord als we door communicatie lastige issues willen vertalen naar oplossingen. De eenvoud van het concept inspireerde me van bij het begin. Het werkt op het werk maar ook in de privésfeer. — Martijn van der Erve (CEO Erve)
Onze samenleving heeft er alle belang bij dat technologische specialisten vlot met iedereen communiceren om de wereld van de toekomst te creëren. Verbindende Besluitvorming beschrijft een eenvoudig en krachtig concept om problemen en uitdagingen te vertalen naar oplossingen. In onze organisatie hebben dit aan den lijve ondervonden. Inzetten op dialoog om de collectieve intelligentie van experten te vertalen naar nieuwe meerwaarde voor de toekomst, is de uitdaging voor onszelf en de bedrijven die we ondersteunen. — Marc Lambotte (CEO Agoria)
Samen overleggen en eruit geraken. Dat gaat enkel als mensen bereid zijn tot dialoog. Door echt in verbinding te gaan met elkaar en te zoeken naar oplossingen die passen in een waardengedreven organisatie blijven we meerwaarde creëren. Verbindende Besluitvorming is hiervoor een schitterende tool. Het is eenvoudig en zorgt ervoor dat elke stem gehoord wordt. — Jef Colruyt (CEO Colruytgroup)
Blijven groeien met een divers team met uiteenlopende competenties & expertise en daarbij op maat van de klant oplossingen aanbieden. Het is een hele uitdaging! Dit lukt ons door in team te blijven zoeken naar oplossingen. Al verscheidene jaren worden al onze medewerkers hierin getraind. wVerbindende communicatie en besluitvorming helpt ons om op een positieve manier in overleg te gaan en telkens nieuwe oplossingen te bedenken en te implementeren. — Ann Dhondt (CEO Spiromatic)
Verbindende Besluitvorming is een manier van oplossingen bedenken met een hart voor mensen. In onze tandartspraktijken zorgt het voor inspiratie om elke thema, elk probleem op een menselijke, oplossingsgerichte manier te bespreken. — Annemie Tolleneer (HR Benedenti)
Erwin Tielemans is oprichter-coördinator van Human Matters, Centrum voor training en vorming, met zetel in Schelle.
Wonen op drift. (Reeks Psychoanalyse en Cultuur, nr. 11)
Hoe kan de externe ruimte de interne ruimte ten goede komen en meer vorm geven aan het affectieve, erotische leven? Of ook: hoe kan architectuur het spreken in de psychoanalytische ruimte meer vorm geven? Psychoanalyse en architectuur: een ‘liaison’ die nodig opnieuw onder de aandacht moet?
Met bijdragen van Marc De Kesel, Kris Pint, Paul Robbrecht, Nadia Sels, Trees Traversier en Trui Missinne.
Trees Traversier is psychoanalytica van de Belgische School voor Psychoanalyse en bestuurslid van de Stichting Psychoanalyse en Cultuur. Marc De Kesel is verbonden aan het Titus Brandsma Instituut, Radboud Universiteit, Nijmegen en is bestuurslid van de Stichting Psychoanalyse en Cultuur. Sjef Houppermans is emeritus hoofddocent Franse literatuur aan de Universiteit Leiden en voorzitter van de Stichting Psychoanalyse en Cultuur.
Wonen op drift. (Reeks Psychoanalyse en Cultuur, nr. 11)
Hoe kan de externe ruimte de interne ruimte ten goede komen en meer vorm geven aan het affectieve, erotische leven? Of ook: hoe kan architectuur het spreken in de psychoanalytische ruimte meer vorm geven? Psychoanalyse en architectuur: een ‘liaison’ die nodig opnieuw onder de aandacht moet?
Met bijdragen van Marc De Kesel, Kris Pint, Paul Robbrecht, Nadia Sels, Trees Traversier en Trui Missinne.
Trees Traversier is psychoanalytica van de Belgische School voor Psychoanalyse en bestuurslid van de Stichting Psychoanalyse en Cultuur. Marc De Kesel is verbonden aan het Titus Brandsma Instituut, Radboud Universiteit, Nijmegen en is bestuurslid van de Stichting Psychoanalyse en Cultuur. Sjef Houppermans is emeritus hoofddocent Franse literatuur aan de Universiteit Leiden en voorzitter van de Stichting Psychoanalyse en Cultuur.
Geloof en wetenschap.
De voornaamste ontwikkelingen en strekkingen komen aan bod, alsook inzichten uit de natuurlijke theologie en de cognitieve wetenschappen. Zowel vooraanstaande wetenschappers als filosofen die het maatschappelijke belang van de dialoog met religie ter harte nemen, komen aan het woord en geven hun visie op religie.
Dit boek is een must voor iedereen die interesse heeft in religieconflicten binnen de hedendaagse multiculturele en geseculariseerde samenleving. De auteur wil de dijken breken die geloof en wetenschap strak van elkaar scheiden en die elke dialoog tot een dovemansgesprek herleiden.
Johan Temmerman is hoogleraar religiestudies aan de Faculteit voor Theologie en Religiestudie (FPTR) te Brussel, waar hij tevens decaan is. Zijn specialisatie ligt op het vlak van de godsdienstfilosofie en het evolutionair-antropologisch perspectief op religie.
Geloof en wetenschap.
De voornaamste ontwikkelingen en strekkingen komen aan bod, alsook inzichten uit de natuurlijke theologie en de cognitieve wetenschappen. Zowel vooraanstaande wetenschappers als filosofen die het maatschappelijke belang van de dialoog met religie ter harte nemen, komen aan het woord en geven hun visie op religie.
Dit boek is een must voor iedereen die interesse heeft in religieconflicten binnen de hedendaagse multiculturele en geseculariseerde samenleving. De auteur wil de dijken breken die geloof en wetenschap strak van elkaar scheiden en die elke dialoog tot een dovemansgesprek herleiden.
Johan Temmerman is hoogleraar religiestudies aan de Faculteit voor Theologie en Religiestudie (FPTR) te Brussel, waar hij tevens decaan is. Zijn specialisatie ligt op het vlak van de godsdienstfilosofie en het evolutionair-antropologisch perspectief op religie.
Want in ons wordt het denken ziek. Pleidooi voor therapeutisch coachen.
Piet Bulteel studeerde wijsbegeerte en familiale en seksuologische wetenschappen. Hij was actief in verschillende denkgroepen omtrent mens en maatschappij en publiceerde eerder omtrent coachingstrajecten voor mensen met een mentale en medische problematiek. Momenteel werkt hij als gastprofessor aan Hogent.
Want in ons wordt het denken ziek. Pleidooi voor therapeutisch coachen.
Piet Bulteel studeerde wijsbegeerte en familiale en seksuologische wetenschappen. Hij was actief in verschillende denkgroepen omtrent mens en maatschappij en publiceerde eerder omtrent coachingstrajecten voor mensen met een mentale en medische problematiek. Momenteel werkt hij als gastprofessor aan Hogent.
De Wetstrijd. Patiëntenrechten – Euthanasie in België en Nederland – Deontologie / ethiek
Hoe belangrijk ethiek en deontologie ook mogen zijn toch accepteren steeds minder patiën- ten/cliënten dat zij moeten ondergaan wat anderen voor hen beslissen. Om dat te verhelpen kwam de patiëntenrechtenwet tot stand, die aan een kritische evaluatie en herziening toe is. Vooral het zelfbeschikkingsrecht inzake levensbeëindiging en de praktijk van de euthanasie- wet zorgen de laatste jaren voor een tweespalt. Euthanatofielen en euthanatofoben nemen zowel in België als in Nederland het voortouw en gaan elk op hun manier de wet lezen en de praktijk bepalen. Moet de praktijk de wetgeving volgen of de wetgever de praktijk? Of is er een behoefte aan een ruimere kijk op afscheid nemen en het begraven van de medicalisering van de dood?
Ivo Uyttendaele vestigde zich als zenuwarts in Mechelen en hospitaliseerde in het Imeldazie- kenhuis in Bonheiden en het Psychiatrisch Ziekenhuis in Duffel, waar hij tien jaar hoofdarts was. Daarna werkte hij deeltijds in Nederland tot hij er definitief ging wonen. Hij investeerde al zijn vrije tijd in medische deontologie en was onder meer jarenlang Neder- landstalige ondervoorzitter en woordvoerder van de Nationale Raad van de Orde. Na zijn laatste mandaat schreef hij Arteria Vertebralis (Kramat 2010), een gelaagde mis- daadroman die het medisch recht en de geneeskunde op de korrel neemt. Zijn oude liefde voor medische deontologie keerde daarna terug.
De Wetstrijd. Patiëntenrechten – Euthanasie in België en Nederland – Deontologie / ethiek
Hoe belangrijk ethiek en deontologie ook mogen zijn toch accepteren steeds minder patiën- ten/cliënten dat zij moeten ondergaan wat anderen voor hen beslissen. Om dat te verhelpen kwam de patiëntenrechtenwet tot stand, die aan een kritische evaluatie en herziening toe is. Vooral het zelfbeschikkingsrecht inzake levensbeëindiging en de praktijk van de euthanasie- wet zorgen de laatste jaren voor een tweespalt. Euthanatofielen en euthanatofoben nemen zowel in België als in Nederland het voortouw en gaan elk op hun manier de wet lezen en de praktijk bepalen. Moet de praktijk de wetgeving volgen of de wetgever de praktijk? Of is er een behoefte aan een ruimere kijk op afscheid nemen en het begraven van de medicalisering van de dood?
Ivo Uyttendaele vestigde zich als zenuwarts in Mechelen en hospitaliseerde in het Imeldazie- kenhuis in Bonheiden en het Psychiatrisch Ziekenhuis in Duffel, waar hij tien jaar hoofdarts was. Daarna werkte hij deeltijds in Nederland tot hij er definitief ging wonen. Hij investeerde al zijn vrije tijd in medische deontologie en was onder meer jarenlang Neder- landstalige ondervoorzitter en woordvoerder van de Nationale Raad van de Orde. Na zijn laatste mandaat schreef hij Arteria Vertebralis (Kramat 2010), een gelaagde mis- daadroman die het medisch recht en de geneeskunde op de korrel neemt. Zijn oude liefde voor medische deontologie keerde daarna terug.
Brief Therapy
Brief Therapy
Filosofische vaardigheden II. Oefenpraktijk
Filosofische vaardigheden II. Oefenpraktijk is een volledig herziene en uitgebreide versie van het boek Filosofische vaardigheden. Praktijkboek (Garant, 2018). De grootste verandering ten opzichte van het eerste boek is dat het geschreven is vanuit een zich steeds verder ontwikkelende filosofische gemeenschap. Belangrijke boodschap van dit studieboek is het leerproces van leerling-gezel-meester. De inspirerende praktijkverhalen en praktische oefeningen dagen de aspirant-filosoof uit. Stap in de voetsporen van filosofen als de Griekse Socrates, de Chinese Confucius en de Afrikaanse Orunmila en geef vorm aan je eigen pad naar filosofisch meesterschap.
De auteurs Saskia van der Werff en Seline Palm hebben hun ervaring als docent en filosoof vertaald naar dit studieboek. Het is een praktische en toegankelijke handleiding voor studenten filosofie en voor eenieder die het filosofische ambacht in de vingers wil krijgen. De auteurs stellen de filosofische praktijk centraal en illustreren dit alles met verhelderende voorbeelden. Ze zijn beiden als freelance docent verbonden aan verschillende opleidingsinstituten, zoals de Hogeschool voor Toegepaste Filosofie in Utrecht en The School of Life in Amsterdam. Daarnaast zijn ze actief in de filosofische beroepspraktijk.
Filosofische vaardigheden II. Oefenpraktijk
Filosofische vaardigheden II. Oefenpraktijk is een volledig herziene en uitgebreide versie van het boek Filosofische vaardigheden. Praktijkboek (Garant, 2018). De grootste verandering ten opzichte van het eerste boek is dat het geschreven is vanuit een zich steeds verder ontwikkelende filosofische gemeenschap. Belangrijke boodschap van dit studieboek is het leerproces van leerling-gezel-meester. De inspirerende praktijkverhalen en praktische oefeningen dagen de aspirant-filosoof uit. Stap in de voetsporen van filosofen als de Griekse Socrates, de Chinese Confucius en de Afrikaanse Orunmila en geef vorm aan je eigen pad naar filosofisch meesterschap.
De auteurs Saskia van der Werff en Seline Palm hebben hun ervaring als docent en filosoof vertaald naar dit studieboek. Het is een praktische en toegankelijke handleiding voor studenten filosofie en voor eenieder die het filosofische ambacht in de vingers wil krijgen. De auteurs stellen de filosofische praktijk centraal en illustreren dit alles met verhelderende voorbeelden. Ze zijn beiden als freelance docent verbonden aan verschillende opleidingsinstituten, zoals de Hogeschool voor Toegepaste Filosofie in Utrecht en The School of Life in Amsterdam. Daarnaast zijn ze actief in de filosofische beroepspraktijk.
Haveneconomie- en logistiek
In dit boek wordt een wetenschappelijke benadering van de problematiek gecombineerd met praktische en beleidsmatige aspecten. Naast het definiëren van de zeehaven als economische entiteit en het schetsen van de actuele logistieke ontwikkelingen ter zake, beschrijft het boek de vraag naar – en het aanbod aan – havendiensten. De structuur van de havenorganisatie en de concurrentiekracht ervan worden eveneens belicht. Tenslotte verschaft het boek ook inzichten in trafiekprognoses en het gebruik van diverse analyse-instrumenten om havens en logistieke diensten te bestuderen. Steeds worden de theoretische concepten aangevuld met praktijkvoorbeelden uit de Antwerpse haven of andere havens in de Hamburg-Le Havre range.
Het boek richt zich tot beleidsvoerders en personen betrokken bij het formuleren en implementeren van havenbeleid. Ook vormt het een nuttige basis voor een strategische reflectie vanwege de haven- en logistieke manager. Het is eveneens hanteerbaar als handboek voor studenten op master- en postacademisch niveau, in het kader van colleges over haveneconomie, vervoerbeleid, transporteconomie en logistiek management. Doorheen het boek wordt een beleidsmatige benadering van de havenproblematiek gehanteerd. Dit is bijzonder relevant aangezien de lezer het meest gebaat is met een transparante, objectieve beschrijving van analytische instrumenten, beleidsconcepten en fenomenen uit de praktijk.
Chris Coeck is mobiliteitsexpert bij het Havenbedrijf Antwerpen en coördineert in die functie bijvoorbeeld de mobiliteitsinitiatieven in het kader van de havenuitbreiding. Hij doceert ook aan de Karel De Grote Hogeschool en aan de KU Leuven in Antwerpen.
Jean-Pierre Merckx is beleidsadviseur bij de Mobiliteitsraad van Vlaanderen. Zijn expertise in havenbeleid vloeit voort uit zijn functie als secretaris van de Vlaamse Havencommissie, die hij vervulde tot aan de integratie van de Vlaamse Havencommissie in de Mobiliteitsraad in maart 2019.
Alain Verbeke is hoogleraar aan de Management School Solvay van de Vrije Universiteit Brussel (VUB), en fungeert als beleids- en strategieadviseur bij de implementatie van grootschalige haven- en logistieke projecten. Hij is tevens verbonden aan de Henley Business School van de University of Reading, en is houder van een research leerstoel aan de University of Calgary.
Haveneconomie- en logistiek
In dit boek wordt een wetenschappelijke benadering van de problematiek gecombineerd met praktische en beleidsmatige aspecten. Naast het definiëren van de zeehaven als economische entiteit en het schetsen van de actuele logistieke ontwikkelingen ter zake, beschrijft het boek de vraag naar – en het aanbod aan – havendiensten. De structuur van de havenorganisatie en de concurrentiekracht ervan worden eveneens belicht. Tenslotte verschaft het boek ook inzichten in trafiekprognoses en het gebruik van diverse analyse-instrumenten om havens en logistieke diensten te bestuderen. Steeds worden de theoretische concepten aangevuld met praktijkvoorbeelden uit de Antwerpse haven of andere havens in de Hamburg-Le Havre range.
Het boek richt zich tot beleidsvoerders en personen betrokken bij het formuleren en implementeren van havenbeleid. Ook vormt het een nuttige basis voor een strategische reflectie vanwege de haven- en logistieke manager. Het is eveneens hanteerbaar als handboek voor studenten op master- en postacademisch niveau, in het kader van colleges over haveneconomie, vervoerbeleid, transporteconomie en logistiek management. Doorheen het boek wordt een beleidsmatige benadering van de havenproblematiek gehanteerd. Dit is bijzonder relevant aangezien de lezer het meest gebaat is met een transparante, objectieve beschrijving van analytische instrumenten, beleidsconcepten en fenomenen uit de praktijk.
Chris Coeck is mobiliteitsexpert bij het Havenbedrijf Antwerpen en coördineert in die functie bijvoorbeeld de mobiliteitsinitiatieven in het kader van de havenuitbreiding. Hij doceert ook aan de Karel De Grote Hogeschool en aan de KU Leuven in Antwerpen.
Jean-Pierre Merckx is beleidsadviseur bij de Mobiliteitsraad van Vlaanderen. Zijn expertise in havenbeleid vloeit voort uit zijn functie als secretaris van de Vlaamse Havencommissie, die hij vervulde tot aan de integratie van de Vlaamse Havencommissie in de Mobiliteitsraad in maart 2019.
Alain Verbeke is hoogleraar aan de Management School Solvay van de Vrije Universiteit Brussel (VUB), en fungeert als beleids- en strategieadviseur bij de implementatie van grootschalige haven- en logistieke projecten. Hij is tevens verbonden aan de Henley Business School van de University of Reading, en is houder van een research leerstoel aan de University of Calgary.
De ontvoogding van de tragische held. Hamlet, Katadreuffe, en Van Egters verkennen de grenzen van het bedreigde Vader-land. (Reeks Psychoanalyse en Cultuur, nr. 12)
De hamletconstellatie is een supplementair model naast het oedipuscomplex, dat noodzakelijk is om een subjectpositie van het twintigste en eenentwingste-eeuwse subject te duiden. Met het oedipuscomplex was het mogelijk de neurotische constructie van het patriarchale meesterdiscours te duiden. Dat meesterdiscours was gebaseerd op een top-downstructuur in de betekenisconstructie, waarbij de externe grond van het gezag een hiërarchische positie innam ten opzichte van het subject. De basis van een horizontale autoriteit is een gemeenschappelijk aanvaarden van een grond, de wetten waarop het gezag gebaseerd is. Het is een overtuiging die gebaseerd is op een sinthomatisch denkmodel dat geen oedipale of heteronormatieve grondwaarden meer erkent en dat deel is gaan uitmaken van onze identiteit, net zoals autoriteit gebaseerd op een patriarchale piramide dat vroeger deed.
Bart Vieveen studeerde van 1977-1983 aan de Universiteit Leiden en werkte van 1999-2006 bij het Ro-theater. Sinds 2006 is hij rector/bestuurder bij het Stedelijk Gymnasium in Leiden. Op 29 mei 2019 promoveerde hij in de geesteswetenschappen aan de Universiteit Leiden
De ontvoogding van de tragische held. Hamlet, Katadreuffe, en Van Egters verkennen de grenzen van het bedreigde Vader-land. (Reeks Psychoanalyse en Cultuur, nr. 12)
De hamletconstellatie is een supplementair model naast het oedipuscomplex, dat noodzakelijk is om een subjectpositie van het twintigste en eenentwingste-eeuwse subject te duiden. Met het oedipuscomplex was het mogelijk de neurotische constructie van het patriarchale meesterdiscours te duiden. Dat meesterdiscours was gebaseerd op een top-downstructuur in de betekenisconstructie, waarbij de externe grond van het gezag een hiërarchische positie innam ten opzichte van het subject. De basis van een horizontale autoriteit is een gemeenschappelijk aanvaarden van een grond, de wetten waarop het gezag gebaseerd is. Het is een overtuiging die gebaseerd is op een sinthomatisch denkmodel dat geen oedipale of heteronormatieve grondwaarden meer erkent en dat deel is gaan uitmaken van onze identiteit, net zoals autoriteit gebaseerd op een patriarchale piramide dat vroeger deed.
Bart Vieveen studeerde van 1977-1983 aan de Universiteit Leiden en werkte van 1999-2006 bij het Ro-theater. Sinds 2006 is hij rector/bestuurder bij het Stedelijk Gymnasium in Leiden. Op 29 mei 2019 promoveerde hij in de geesteswetenschappen aan de Universiteit Leiden
An Alcohol Problem? What now?
Nurses, occupational therapists, movement therapists, psychologists, psychotherapists and doctors will find in this book various efficient possibilities that can be applied to both moderate and excessive alcohol abuse. It underlines how both counsellors and clients can put a healthy and satisfying future first and how clients can achieve their goals through trial and error by reducing or stopping drinking.
Erwin De Bisscop is a licensed solution-oriented cognitive systemic therapist with years of experience in guiding alcohol users. He has been working in the P.A.A.Z. AZ Sint-Jan Brugge-Ostend in Belgium for more than 30 years. There he is co-founder of the POC (outpatient rehabilitation centre) where he is therapeutic coordinator. In addition, he is a member of the board of directors and a licensed trainer (solution-oriented cognitive systemic therapy and coaching) at the Korzybski Institute in Bruges.
An Alcohol Problem? What now?
Nurses, occupational therapists, movement therapists, psychologists, psychotherapists and doctors will find in this book various efficient possibilities that can be applied to both moderate and excessive alcohol abuse. It underlines how both counsellors and clients can put a healthy and satisfying future first and how clients can achieve their goals through trial and error by reducing or stopping drinking.
Erwin De Bisscop is a licensed solution-oriented cognitive systemic therapist with years of experience in guiding alcohol users. He has been working in the P.A.A.Z. AZ Sint-Jan Brugge-Ostend in Belgium for more than 30 years. There he is co-founder of the POC (outpatient rehabilitation centre) where he is therapeutic coordinator. In addition, he is a member of the board of directors and a licensed trainer (solution-oriented cognitive systemic therapy and coaching) at the Korzybski Institute in Bruges.
Naar eigen beeld en gelijkenis. Ras, religie, volk in nazi-Duitsland en het inquisitoriale Spanje.
Ras, religie, volk zijn de sleutelbegrippen van de analyse. Wat gebeurt er wanneer een volk, zoals Narcissus, verliefd is op zijn eigenbeeld? Wat gebeurt er wanneer het beleid erop gericht is de hele natie te kneden naar het beeld en gelijkenis van het eigen volk?
De mechanismen die het boek analyseert, zijn tijdloos en herkenbaar in hedendaagse situaties van politiek geweld.
Christiane Stallaert is hispaniste en antropologe. Zij is hoogleraar Spaanse en Latijns-Amerikaanse Studies en Interculturele Communicatie aan de Universiteit Antwerpen. Haar onderzoek is gericht op processen van etniciteit, nationalisme en interculturaliteit. Een eerdere versie van dit boek verscheen in het Spaans met als titel Ni una gota de sangre impura. La España inquisitorial y la Alemania nazi cara a cara (2006).
Naar eigen beeld en gelijkenis. Ras, religie, volk in nazi-Duitsland en het inquisitoriale Spanje.
Ras, religie, volk zijn de sleutelbegrippen van de analyse. Wat gebeurt er wanneer een volk, zoals Narcissus, verliefd is op zijn eigenbeeld? Wat gebeurt er wanneer het beleid erop gericht is de hele natie te kneden naar het beeld en gelijkenis van het eigen volk?
De mechanismen die het boek analyseert, zijn tijdloos en herkenbaar in hedendaagse situaties van politiek geweld.
Christiane Stallaert is hispaniste en antropologe. Zij is hoogleraar Spaanse en Latijns-Amerikaanse Studies en Interculturele Communicatie aan de Universiteit Antwerpen. Haar onderzoek is gericht op processen van etniciteit, nationalisme en interculturaliteit. Een eerdere versie van dit boek verscheen in het Spaans met als titel Ni una gota de sangre impura. La España inquisitorial y la Alemania nazi cara a cara (2006).
Executieve vaardigheden van kinderen met autismespectrumstoornissen. Trainingsboek (SEN-publicaties, nr. 6)
Aan de hand van screening worden de executieve vaardigheden en de tekorten in die vaardigheden in kaart gebracht. Daarna kunnen de executieve vaardigheden worden verbeterd aan de hand van individuele training en spelletjes, psycho-educatie en training in het dagelijks leven. Er is speciale aandacht voor de transfer, iets wat bij kinderen met ASS moeilijk is.
De training kan worden gebruikt binnen residentiële en ambulante settings, zoals revalidatiecentra, mobiele of thuisbegeleiding, begeleiding binnen het onderwijs... Ze is bedoeld voor kinderen met ASS die (rand)normaalbegaafd zijn. Ze is geschikt voor een leeftijd van 6 tot en met 12 jaar.
Mieke Cuyle, psychologe, is trajectbegeleidster IHP – Individueel Handelingsplan bij kinderen en jongeren met autismespectrumstoornis in begeleidingscentra Het Anker en Spermalie in Brugge. Het idee voor deze werkmap is ontstaan uit de doctoraatsstudie ‘Understanding Autism spectrum Disorders from an Executive Functioning Point of View’ van Sylvie Verté (Universiteit Gent). Het trainingsprogramma is ontwikkeld in het kader van een onderzoeksproject van het voormalige Steunpunt Expertisenetwerken (nu SAM, steunpunt Mens en Samenleving).
SAM, steunpunt Mens en Samenleving versterkt sociale professionals, hun organisaties en het beleid, onder meer inzake de ondersteuning van mensen met een handicap. SAM stimuleert de samenwerking tussen sectoren, organiseert en ondersteunt (lerende) netwerken voor sociale professionals, en zet samen met het werkveld projecten en leeractiviteiten op. Meer informatie over SAM op www.samvzw.be.
Executieve vaardigheden van kinderen met autismespectrumstoornissen. Trainingsboek (SEN-publicaties, nr. 6)
Aan de hand van screening worden de executieve vaardigheden en de tekorten in die vaardigheden in kaart gebracht. Daarna kunnen de executieve vaardigheden worden verbeterd aan de hand van individuele training en spelletjes, psycho-educatie en training in het dagelijks leven. Er is speciale aandacht voor de transfer, iets wat bij kinderen met ASS moeilijk is.
De training kan worden gebruikt binnen residentiële en ambulante settings, zoals revalidatiecentra, mobiele of thuisbegeleiding, begeleiding binnen het onderwijs... Ze is bedoeld voor kinderen met ASS die (rand)normaalbegaafd zijn. Ze is geschikt voor een leeftijd van 6 tot en met 12 jaar.
Mieke Cuyle, psychologe, is trajectbegeleidster IHP – Individueel Handelingsplan bij kinderen en jongeren met autismespectrumstoornis in begeleidingscentra Het Anker en Spermalie in Brugge. Het idee voor deze werkmap is ontstaan uit de doctoraatsstudie ‘Understanding Autism spectrum Disorders from an Executive Functioning Point of View’ van Sylvie Verté (Universiteit Gent). Het trainingsprogramma is ontwikkeld in het kader van een onderzoeksproject van het voormalige Steunpunt Expertisenetwerken (nu SAM, steunpunt Mens en Samenleving).
SAM, steunpunt Mens en Samenleving versterkt sociale professionals, hun organisaties en het beleid, onder meer inzake de ondersteuning van mensen met een handicap. SAM stimuleert de samenwerking tussen sectoren, organiseert en ondersteunt (lerende) netwerken voor sociale professionals, en zet samen met het werkveld projecten en leeractiviteiten op. Meer informatie over SAM op www.samvzw.be.
Ik ben niet dom. Voor kinderen met dyslexie
Dit prentenboek helpt om aan kinderen uit te leggen wat dyslexie is en de gevolgen ervan bespreekbaar te maken. Want de moeilijkheden die met dyslexie gepaard gaan, kunnen het welbevinden van het kind ernstig ondermijnen. Aan de hand van dit verhaal leren kinderen samen met ouders, grote zus of broer, leerkrachten, hulpverleners, ... dyslexie een plaats te geven in hun leven. Bij dit (voor)leesboek hoort ook een korte handleiding voor de begeleider, die via een unieke code online te downloaden is.
Eva Bronckaers heeft zelf dyslexie en werkt als zelfstandig kinesitherapeute dagelijks met kinderen.
Ik ben niet dom. Voor kinderen met dyslexie
Dit prentenboek helpt om aan kinderen uit te leggen wat dyslexie is en de gevolgen ervan bespreekbaar te maken. Want de moeilijkheden die met dyslexie gepaard gaan, kunnen het welbevinden van het kind ernstig ondermijnen. Aan de hand van dit verhaal leren kinderen samen met ouders, grote zus of broer, leerkrachten, hulpverleners, ... dyslexie een plaats te geven in hun leven. Bij dit (voor)leesboek hoort ook een korte handleiding voor de begeleider, die via een unieke code online te downloaden is.
Eva Bronckaers heeft zelf dyslexie en werkt als zelfstandig kinesitherapeute dagelijks met kinderen.
Afscheid voor kids. Creatief doe- en begeleidingsboek bij afscheid en verlies
Dit praktisch begeleidingsinstrument is bedoeld voor ouders, familie, een voogd, leerkracht, hulpverlener of therapeut voor de begeleiding van één of meer kinderen vanaf 4 jaar. Alle sjablonen die in dit boek opgenomen zijn, kunnen ook gedownload worden op dl.garant-uitgevers.eu.
Kathleen Mylle is beeldend kunstenaar en leerkracht beeldende vorming in het kunstonderwijs.
Lore Vonck, coördinator Werkgroep Verder, is sociaal agoge en rouwtherapeute. Ze leidt Werkgroep Verder, een expertisecentrum in rouwverwerking dat specifi ek instaat voor de zorg en opvang van nabestaanden na zelfdoding. Werkgroep Verder heeft als kernmissie te sensibiliseren, de thema’s ‘rouw’ en ‘zelfdoding’ bespreekbaar te maken in onze samenleving en rouwmethodieken en hulpmiddelen te ontwikkelen.
Afscheid voor kids. Creatief doe- en begeleidingsboek bij afscheid en verlies
Dit praktisch begeleidingsinstrument is bedoeld voor ouders, familie, een voogd, leerkracht, hulpverlener of therapeut voor de begeleiding van één of meer kinderen vanaf 4 jaar. Alle sjablonen die in dit boek opgenomen zijn, kunnen ook gedownload worden op dl.garant-uitgevers.eu.
Kathleen Mylle is beeldend kunstenaar en leerkracht beeldende vorming in het kunstonderwijs.
Lore Vonck, coördinator Werkgroep Verder, is sociaal agoge en rouwtherapeute. Ze leidt Werkgroep Verder, een expertisecentrum in rouwverwerking dat specifi ek instaat voor de zorg en opvang van nabestaanden na zelfdoding. Werkgroep Verder heeft als kernmissie te sensibiliseren, de thema’s ‘rouw’ en ‘zelfdoding’ bespreekbaar te maken in onze samenleving en rouwmethodieken en hulpmiddelen te ontwikkelen.
Gewoonweg lekker. Gezonde dagmenu’s volgens leeftijd, geslacht en werkpatroon
In dit boekje zitten maar liefst 56 zorgvuldig uitgedachte recepten die je helpen om een gezonde balans te vinden op vlak van voeding.
Een evenwichtige en gevarieerde etensstijl is een must voor mensen die gezond willen leven.
Gewoonweg Lekker is geschreven voor iedereen die wil weten hoe ze het lekkere aan het gezonde kunnen koppelen.
Dit boekje telt vier hoofdstukken: ontbijt, lunch, diner en snacks.
Elk hoofdstuk telt 14 lekkere gerechten die steeds op een makkelijke wijze te bereiden zijn.
Smakelijk eten iedereen!
Dit boek werd samengesteld door diëtiste Julie Verbruggen en bevat dagmenu’s volgens werkpatroon, leeftijd en geslacht!
Gewoonweg lekker. Gezonde dagmenu’s volgens leeftijd, geslacht en werkpatroon
In dit boekje zitten maar liefst 56 zorgvuldig uitgedachte recepten die je helpen om een gezonde balans te vinden op vlak van voeding.
Een evenwichtige en gevarieerde etensstijl is een must voor mensen die gezond willen leven.
Gewoonweg Lekker is geschreven voor iedereen die wil weten hoe ze het lekkere aan het gezonde kunnen koppelen.
Dit boekje telt vier hoofdstukken: ontbijt, lunch, diner en snacks.
Elk hoofdstuk telt 14 lekkere gerechten die steeds op een makkelijke wijze te bereiden zijn.
Smakelijk eten iedereen!
Dit boek werd samengesteld door diëtiste Julie Verbruggen en bevat dagmenu’s volgens werkpatroon, leeftijd en geslacht!
Nihongo 1 – Japanse taal en cultuur voor beginners
Boekpresentatie op 11-09-2019
Sarah Van Camp studeerde in 1991 af als japanoloog aan de KU Leuven en heeft de afgelopen 25 jaar in verschillende scholen en bedrijven lessen Japans gegeven aan beginners. Momenteel werkt ze als vertaler en taaldocent in Antwerpen. Voor deze cursus kreeg ze de steun van Goh Kawai, professor aan de Center for Language Learning van Hokkaido University, en werkte ze nauw samen met professor Akiko Tashiro van datzelfde instituut, die samen met haar doctoraatsstudenten Yoshimi Hidaka en Rei Kataoka de cursus redigeerden en het audiomateriaal heeft opgenomen.
Nihongo 1 – Japanse taal en cultuur voor beginners
Boekpresentatie op 11-09-2019
Sarah Van Camp studeerde in 1991 af als japanoloog aan de KU Leuven en heeft de afgelopen 25 jaar in verschillende scholen en bedrijven lessen Japans gegeven aan beginners. Momenteel werkt ze als vertaler en taaldocent in Antwerpen. Voor deze cursus kreeg ze de steun van Goh Kawai, professor aan de Center for Language Learning van Hokkaido University, en werkte ze nauw samen met professor Akiko Tashiro van datzelfde instituut, die samen met haar doctoraatsstudenten Yoshimi Hidaka en Rei Kataoka de cursus redigeerden en het audiomateriaal heeft opgenomen.
Begeleiding startende leraren.
Dit boek beschrijft verschillende manieren waarop (onderdelen van) inductieprogramma’s kunnen worden vormgegeven en ingebed in de schoolorganisatie. De praktijkvoorbeelden komen uit een Nederlands project, dat geïnitieerd werd door het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschappen. Het nationale project bestond uit negen regionale projecten, waarin medewerkers van universitaire lerarenopleidingen en lerarenopleidingen uit instellingen voor hoger beroepsonderwijs in samenwerking met scholen uit hun regio intensief werkten aan de verbetering van inductieprogramma’s. De verschillende bijdragen bevatten concrete voorbeelden, aangevuld met theoretische en empirische inzichten, waarmee de auteurs de praktijk hopen te inspireren: Human Resource Management tools, professionaliseringstrajecten voor (vak)coaches en begeleiders, borging van inductiemaatregelen, interventies gericht op de startende leraren zelf, zoals professionele identiteitsworkshops, videoclubbegeleiding en vakdidactische Lesson Study. Dit boek illustreert zowel het inductieprogramma als het flankerend onderzoek en maakt het toegankelijk voor iedereen die betrokken is bij en/of geïnteresseerd is in het begeleiden van startende leraren. Elk hoofdstuk is geschreven door de onderzoekers die in de betreffende regio actief waren.
Met bijdragen van Rian Aarts, Jaap Buitink, Fer Coenders, Jurriën Dengerink, Judith Gulikers, Michelle Helms-Lorenz, Quinta Kools Els Lugthart, Jacobiene Meirink, Janine Mommers, Paul Rösenmuller, Piety Runhaar, Gonny Schellings, Rita Schildwacht, Geke Schuurman, Anja Swennen, Anna van der Want, Nellie Verhoef, Marjolein Wallenaar en Renate Wesselink.
Begeleiding startende leraren.
Dit boek beschrijft verschillende manieren waarop (onderdelen van) inductieprogramma’s kunnen worden vormgegeven en ingebed in de schoolorganisatie. De praktijkvoorbeelden komen uit een Nederlands project, dat geïnitieerd werd door het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschappen. Het nationale project bestond uit negen regionale projecten, waarin medewerkers van universitaire lerarenopleidingen en lerarenopleidingen uit instellingen voor hoger beroepsonderwijs in samenwerking met scholen uit hun regio intensief werkten aan de verbetering van inductieprogramma’s. De verschillende bijdragen bevatten concrete voorbeelden, aangevuld met theoretische en empirische inzichten, waarmee de auteurs de praktijk hopen te inspireren: Human Resource Management tools, professionaliseringstrajecten voor (vak)coaches en begeleiders, borging van inductiemaatregelen, interventies gericht op de startende leraren zelf, zoals professionele identiteitsworkshops, videoclubbegeleiding en vakdidactische Lesson Study. Dit boek illustreert zowel het inductieprogramma als het flankerend onderzoek en maakt het toegankelijk voor iedereen die betrokken is bij en/of geïnteresseerd is in het begeleiden van startende leraren. Elk hoofdstuk is geschreven door de onderzoekers die in de betreffende regio actief waren.
Met bijdragen van Rian Aarts, Jaap Buitink, Fer Coenders, Jurriën Dengerink, Judith Gulikers, Michelle Helms-Lorenz, Quinta Kools Els Lugthart, Jacobiene Meirink, Janine Mommers, Paul Rösenmuller, Piety Runhaar, Gonny Schellings, Rita Schildwacht, Geke Schuurman, Anja Swennen, Anna van der Want, Nellie Verhoef, Marjolein Wallenaar en Renate Wesselink.
Een regenboog van vernieuwing. Pleidooi voor kerkhervorming
Het boek biedt zowel beschrijving, waardeoordeel als concrete voorstellen, geïllustreerd met historische informatie. Op een aantal domeinen worden de gebaande paden verlaten om creatieve vernieuwingen te schetsen om tot een hedendaags geloofsverstaan te komen. Zo worden op het vlak van de kerkstructuren onder meer de instelling van verkozen, permanente synodes op alle niveaus voorgesteld evenals de afschaffing van het seminariesysteem, de beperking van benoemingen in de tijd, de verruiming en deklerikalisering van het ambt, het voordragen van kandidaat-priesters door de lokale geloofsgemeenschappen, decentralisatie en subsidiariteit, een hervorming van het pausambt en de Romeinse curie. Inzake moraaltheologie wordt gepleit voor de volledige gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen, hetero- en homoseksuelen, de erkenning van diverse relatievormen, een andere benadering van het huwelijk, een hedendaagse houding in verband met anticonceptiva en in-vitrofertilisatie en een meer genuanceerde opvatting over abortus en euthanasie. Ten slotte wordt een lans gebroken voor het daadwerkelijk herstel van de eenheid onder de diverse christelijke Kerken.
Werner Van laer studeerde economie en theologie, met specialisatie kerkgeschiedenis. Sinds een zestal jaren is hij ook professioneel verbonden aan de Katholieke Kerk, als econoom. Zo wist hij zijn wetenschappelijke theologische achtergrond te combineren met concrete en praktische terreinkennis.
Een regenboog van vernieuwing. Pleidooi voor kerkhervorming
Het boek biedt zowel beschrijving, waardeoordeel als concrete voorstellen, geïllustreerd met historische informatie. Op een aantal domeinen worden de gebaande paden verlaten om creatieve vernieuwingen te schetsen om tot een hedendaags geloofsverstaan te komen. Zo worden op het vlak van de kerkstructuren onder meer de instelling van verkozen, permanente synodes op alle niveaus voorgesteld evenals de afschaffing van het seminariesysteem, de beperking van benoemingen in de tijd, de verruiming en deklerikalisering van het ambt, het voordragen van kandidaat-priesters door de lokale geloofsgemeenschappen, decentralisatie en subsidiariteit, een hervorming van het pausambt en de Romeinse curie. Inzake moraaltheologie wordt gepleit voor de volledige gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen, hetero- en homoseksuelen, de erkenning van diverse relatievormen, een andere benadering van het huwelijk, een hedendaagse houding in verband met anticonceptiva en in-vitrofertilisatie en een meer genuanceerde opvatting over abortus en euthanasie. Ten slotte wordt een lans gebroken voor het daadwerkelijk herstel van de eenheid onder de diverse christelijke Kerken.
Werner Van laer studeerde economie en theologie, met specialisatie kerkgeschiedenis. Sinds een zestal jaren is hij ook professioneel verbonden aan de Katholieke Kerk, als econoom. Zo wist hij zijn wetenschappelijke theologische achtergrond te combineren met concrete en praktische terreinkennis.
Overwin je faalangst. Zelfhulpboek.
Dit boek kan ook door leerkrachten, zorgcoaches, hulpverleners of ouders worden ingezet tijdens de begeleiding van leerlingen met faalangst. Laat het een inspiratiebron zijn om jongeren een zetje te geven in de goede richting en hun faalangst aan te pakken!
Janne Hermans heeft de opleidingen Orthopedagogie en Specifieke Lerarenopleiding volbracht. Momenteel volgt ze de aanvullende opleiding Master Educational Needs aan Fontys OSO in Nederland en voert ze onderzoek uit naar faalangst op haar stageschool Campus Hast te Hasselt. De combinatie van haar eigen faalangstervaringen in het onderwijs en die van haar leerlingen in begeleiding, hebben de aanzet gegeven voor dit zelfhulpboek.
Overwin je faalangst. Zelfhulpboek.
Dit boek kan ook door leerkrachten, zorgcoaches, hulpverleners of ouders worden ingezet tijdens de begeleiding van leerlingen met faalangst. Laat het een inspiratiebron zijn om jongeren een zetje te geven in de goede richting en hun faalangst aan te pakken!
Janne Hermans heeft de opleidingen Orthopedagogie en Specifieke Lerarenopleiding volbracht. Momenteel volgt ze de aanvullende opleiding Master Educational Needs aan Fontys OSO in Nederland en voert ze onderzoek uit naar faalangst op haar stageschool Campus Hast te Hasselt. De combinatie van haar eigen faalangstervaringen in het onderwijs en die van haar leerlingen in begeleiding, hebben de aanzet gegeven voor dit zelfhulpboek.
Flexibel dieet en krachttraining.
Zowel de ervaren krachtsporter als de geïnteresseerde lezer kan uit dit boek halen hoe een wetenschappelijk doordacht trainingsprogramma er moet uitzien, en hoe je precies van start gaat met deze flexibele manier van eten en leven. Er wordt ook dieper ingegaan op supplementen, hormonen en het belang van de slaap.
Dr. Steven Devos beoefent reeds meer dan 28 jaar krachtsport. De combinatie met zijn werk als dermatoloog, met nadruk op de schoonheid van het menselijk lichaam, leidde tot zijn zoektocht naar dé ideale manier om een gezond en esthetisch lichaam te ontwikkelen.
Via zijn YouTube-kanaal, met de toepasselijke naam The Lifting Dermatologist, onderhoudt Steven Devos de interactie met zijn lezers, fitnessfanaten, collega-dokters en krachtsporters overal ter wereld. Het loont zeker de moeite om ook daar een kijkje te gaan nemen voor nog meer tips en tricks, en je kan er bovendien ook vragen stellen.
Flexibel dieet en krachttraining.
Zowel de ervaren krachtsporter als de geïnteresseerde lezer kan uit dit boek halen hoe een wetenschappelijk doordacht trainingsprogramma er moet uitzien, en hoe je precies van start gaat met deze flexibele manier van eten en leven. Er wordt ook dieper ingegaan op supplementen, hormonen en het belang van de slaap.
Dr. Steven Devos beoefent reeds meer dan 28 jaar krachtsport. De combinatie met zijn werk als dermatoloog, met nadruk op de schoonheid van het menselijk lichaam, leidde tot zijn zoektocht naar dé ideale manier om een gezond en esthetisch lichaam te ontwikkelen.
Via zijn YouTube-kanaal, met de toepasselijke naam The Lifting Dermatologist, onderhoudt Steven Devos de interactie met zijn lezers, fitnessfanaten, collega-dokters en krachtsporters overal ter wereld. Het loont zeker de moeite om ook daar een kijkje te gaan nemen voor nog meer tips en tricks, en je kan er bovendien ook vragen stellen.
Leren een spel, studeren een sport.
Een mantra dat nu misschien zelfs actueler is dan ooit. Op de vraag: “Hoe doe je dat”, volgde doorgaans een onoverzichtelijk gevarieerd advies. Goedbedoeld, helaas niet steeds praktisch bruikbaar. Vandaag kunnen we gelukkig veel beter!
Met 40 jaar academische expertise in leren en geheugen, helemaal toegespitst op onze schoolgaande jeugd, met neuropsychologie in de achtergrond, werd een eenvoudige, efficiënte methode ontwikkeld. En omdat eenvoud de ware aard der dingen is, willen we je graag deze sleutel tot succes meegeven.
Geen filosofie of wishful thinking, geen tijdrovend verhaal. Wel concreet, bijna tastbaar, en uitgetest tot in universitaire cursussen toe. In de achtergrond draait de wetenschappelijk onderbouwde ERT of Expanded Rehearsal Technique, maar ditmaal verfijnd als een Zwitsers horloge.
Kostbaar.
Met het aanleren van deze methode start je best op jonge leeftijd: vijfde, zesde leerjaar, eerste graad secundair onderwijs. Net zoals bij het voetbal heb je een trainer of coach. Leerkrachten en ouders bezitten deze capaciteiten. Leren wordt hiermee tot een sport. Niet zonder inspanning, maar wel met resultaat. Heerlijk dat Je dit kan, met een diploma als trofee.
Een joint venture!
Enerzijds: Ludo Cuyvers als docent en therapeut.
40 jaar begeleidt hij kinderen met dyslexie, dysorthografie, dyscalculie en leerstoornissen. In talrijke graduaatsopleidingen, postgraduaatsopleidingen, boeken, lezingen, en publicaties geeft hij collega’s en leerkrachten honderden handvaten om hun hulp te optimaliseren.
In het boek Leren een spel, studeren een sport komt het vuurwerk tot een apotheose. Met een juiste methode train je je geheugen. Je wordt sterker, net als bij fitness. Je gaat gemakkelijker leren, het kost minder inspanning en toch is de opbrengst vele malen groter!
Anderzijds: Fier om te dienen en te helpen, daar waar nodig.
Fifty-One International, onze Belgische serviceclub, met als doel: ‘Het steunen van sociale projecten doorheen Vriendschap, Achting en Verdraagzaamheid’.
Sedert 1966 reikt Fifty-One International een helpende hand aan minderbedeelden en hulpbehoevenden. In 2016 profileren ze zich officieel als verdedigers van de Rechten van het Kind in de meest ruime zin van het woord en doen ze er alles aan om aan deze fragiele en heel kwetsbare groep houvast te bieden en hulp te verlenen.
District 102 van Fifty-One zal het studieproject Leren, een spel, studeren, een sport in 500 Vlaamse scholen brengen, en tot een speerpunt van concrete dienstbaarheid maken.
Leren een spel, studeren een sport.
Een mantra dat nu misschien zelfs actueler is dan ooit. Op de vraag: “Hoe doe je dat”, volgde doorgaans een onoverzichtelijk gevarieerd advies. Goedbedoeld, helaas niet steeds praktisch bruikbaar. Vandaag kunnen we gelukkig veel beter!
Met 40 jaar academische expertise in leren en geheugen, helemaal toegespitst op onze schoolgaande jeugd, met neuropsychologie in de achtergrond, werd een eenvoudige, efficiënte methode ontwikkeld. En omdat eenvoud de ware aard der dingen is, willen we je graag deze sleutel tot succes meegeven.
Geen filosofie of wishful thinking, geen tijdrovend verhaal. Wel concreet, bijna tastbaar, en uitgetest tot in universitaire cursussen toe. In de achtergrond draait de wetenschappelijk onderbouwde ERT of Expanded Rehearsal Technique, maar ditmaal verfijnd als een Zwitsers horloge.
Kostbaar.
Met het aanleren van deze methode start je best op jonge leeftijd: vijfde, zesde leerjaar, eerste graad secundair onderwijs. Net zoals bij het voetbal heb je een trainer of coach. Leerkrachten en ouders bezitten deze capaciteiten. Leren wordt hiermee tot een sport. Niet zonder inspanning, maar wel met resultaat. Heerlijk dat Je dit kan, met een diploma als trofee.
Een joint venture!
Enerzijds: Ludo Cuyvers als docent en therapeut.
40 jaar begeleidt hij kinderen met dyslexie, dysorthografie, dyscalculie en leerstoornissen. In talrijke graduaatsopleidingen, postgraduaatsopleidingen, boeken, lezingen, en publicaties geeft hij collega’s en leerkrachten honderden handvaten om hun hulp te optimaliseren.
In het boek Leren een spel, studeren een sport komt het vuurwerk tot een apotheose. Met een juiste methode train je je geheugen. Je wordt sterker, net als bij fitness. Je gaat gemakkelijker leren, het kost minder inspanning en toch is de opbrengst vele malen groter!
Anderzijds: Fier om te dienen en te helpen, daar waar nodig.
Fifty-One International, onze Belgische serviceclub, met als doel: ‘Het steunen van sociale projecten doorheen Vriendschap, Achting en Verdraagzaamheid’.
Sedert 1966 reikt Fifty-One International een helpende hand aan minderbedeelden en hulpbehoevenden. In 2016 profileren ze zich officieel als verdedigers van de Rechten van het Kind in de meest ruime zin van het woord en doen ze er alles aan om aan deze fragiele en heel kwetsbare groep houvast te bieden en hulp te verlenen.
District 102 van Fifty-One zal het studieproject Leren, een spel, studeren, een sport in 500 Vlaamse scholen brengen, en tot een speerpunt van concrete dienstbaarheid maken.
Petrus in Rome.Een historische gids tot de oudste Petrustradities. (Kleio-reeks, nr. 2)
In het antieke Rome werden ook allerlei verhalen gesitueerd waarin de apostel Petrus een belangrijke rol speelde. Zijn kruisdood in Rome werd al in de tweede eeuw alom voor waar aangenomen en vormt nog steeds een van de fundamenten voor Romes religieuze aantrekkingskracht en kerkelijke positie. Maar een verhaal over Petrus’ dood in Rome suggereerde veel meer: de apostel had ook in Rome gewoond, gepredikt, wonderen verricht en gevangen gezeten! Al snel ontstond een web van verhalen omtrent Petrus’ verblijf in de stad. Naarmate de tijd vorderde, functioneerden de petrinische locaties steeds vaker als anker voor sociale, culturele en politieke vernieuwingen in Rome en daarbuiten.
Dr. Roald Dijkstra is als classicus verbonden aan de Radboud Universiteit, waar hij in 2014 promoveerde op onderzoek naar de rol van de apostelen in vroegchristelijke poëzie en beeldende kunst. Naast de apostel Petrus is ook de rol van humor in de vroegchristelijke periode onderwerp van zijn onderzoek.
Dr. Dorine van Espelo was als mediëvist verbonden aan de Radboud Universiteit. Daarvoor promoveerde zij in 2014 aan de Universiteit Utrecht op de diplomatieke contacten tussen het Karolingische en pauselijke hof, met specifieke aandacht voor de representatie van de pausen in briefwisselingen en de collectie van pauselijke biografieën (het Liber Pontificalis). Tegenwoordig is zij werkzaam bij de provincie Gelderland.
De auteurs werkten van 2014-2017 samen in een project over het vroege pausdom in Rome in het kader van het zwaartekrachtprogramma Anchoring Innovation.
Petrus in Rome.Een historische gids tot de oudste Petrustradities. (Kleio-reeks, nr. 2)
In het antieke Rome werden ook allerlei verhalen gesitueerd waarin de apostel Petrus een belangrijke rol speelde. Zijn kruisdood in Rome werd al in de tweede eeuw alom voor waar aangenomen en vormt nog steeds een van de fundamenten voor Romes religieuze aantrekkingskracht en kerkelijke positie. Maar een verhaal over Petrus’ dood in Rome suggereerde veel meer: de apostel had ook in Rome gewoond, gepredikt, wonderen verricht en gevangen gezeten! Al snel ontstond een web van verhalen omtrent Petrus’ verblijf in de stad. Naarmate de tijd vorderde, functioneerden de petrinische locaties steeds vaker als anker voor sociale, culturele en politieke vernieuwingen in Rome en daarbuiten.
Dr. Roald Dijkstra is als classicus verbonden aan de Radboud Universiteit, waar hij in 2014 promoveerde op onderzoek naar de rol van de apostelen in vroegchristelijke poëzie en beeldende kunst. Naast de apostel Petrus is ook de rol van humor in de vroegchristelijke periode onderwerp van zijn onderzoek.
Dr. Dorine van Espelo was als mediëvist verbonden aan de Radboud Universiteit. Daarvoor promoveerde zij in 2014 aan de Universiteit Utrecht op de diplomatieke contacten tussen het Karolingische en pauselijke hof, met specifieke aandacht voor de representatie van de pausen in briefwisselingen en de collectie van pauselijke biografieën (het Liber Pontificalis). Tegenwoordig is zij werkzaam bij de provincie Gelderland.
De auteurs werkten van 2014-2017 samen in een project over het vroege pausdom in Rome in het kader van het zwaartekrachtprogramma Anchoring Innovation.
Veerkracht in beweging. Dynamieken van vluchtelingengezinnen versterken (Reeks: Gezinnen, Relaties en Opvoeding, nr. 5)
In dit boek gaan we op zoek naar wat een divers-sensitieve invulling van veerkrachtig handelen kan zijn, met oog voor de persoonlijke, relationele en contextuele dynamieken in en rond het gezin. Dit laat ons toe om veerkracht te erkennen, ook in situaties waar we dit voordien niet zagen, en deze te ondersteunen op een manier die betekenisvol wordt over culturen heen. Via diepte-interviews vertellen ouders en kinderen van asielzoekende en vluchtelingengezinnen van Afghaanse, Syrische en Iraakse origine, zelf hun verhaal. We krijgen inzicht in hun kwetsbaarheid. We zien welke veerkrachtige acties echt doorwegen in het leven van gezinnen op de vlucht.
Ook hulpverleners uit opvangcentra, het welzijnswerk of het onderwijs, komen aan het woord. Vanuit de ontmoeting tussen deze verschillende perspectieven schetst dit boek hoe professionals en vrijwilligers de dynamieken en krachten van gezinnen kunnen (h)erkennen, valideren en versterken. Een basiswerk voor al wie met vluchtelingen werkt, van praktijk tot beleid.
De auteurs zijn onderzoekers en lectoren van Odisee Hogeschool.
Veerkracht in beweging. Dynamieken van vluchtelingengezinnen versterken (Reeks: Gezinnen, Relaties en Opvoeding, nr. 5)
In dit boek gaan we op zoek naar wat een divers-sensitieve invulling van veerkrachtig handelen kan zijn, met oog voor de persoonlijke, relationele en contextuele dynamieken in en rond het gezin. Dit laat ons toe om veerkracht te erkennen, ook in situaties waar we dit voordien niet zagen, en deze te ondersteunen op een manier die betekenisvol wordt over culturen heen. Via diepte-interviews vertellen ouders en kinderen van asielzoekende en vluchtelingengezinnen van Afghaanse, Syrische en Iraakse origine, zelf hun verhaal. We krijgen inzicht in hun kwetsbaarheid. We zien welke veerkrachtige acties echt doorwegen in het leven van gezinnen op de vlucht.
Ook hulpverleners uit opvangcentra, het welzijnswerk of het onderwijs, komen aan het woord. Vanuit de ontmoeting tussen deze verschillende perspectieven schetst dit boek hoe professionals en vrijwilligers de dynamieken en krachten van gezinnen kunnen (h)erkennen, valideren en versterken. Een basiswerk voor al wie met vluchtelingen werkt, van praktijk tot beleid.
De auteurs zijn onderzoekers en lectoren van Odisee Hogeschool.
Hebben ze zin? Levensbeschouwelijke vakken in het onderwijs (Reeks: Sociale wetenschappen – Kruispunten nr. 8)
Ook ouders en jongeren liggen er wakker van. Zij dienen immers een levensbeschouwelijke keuze te maken. Jongeren geven het belang aan van vakken die hun levensbeschouwelijke zoektocht ondersteunen, net in een geseculariseerde maatschappij. Over de levensbeschouwelijke vakken in het onderwijs wordt echter meestal zwart-wit gediscussieerd. Dit boek pakt het anders aan. Het wil vanuit de levensbeschouwingen zelf een antwoord bieden op de plaats en de betekenis van deze vakken in het onderwijs. Het geeft een blik op de historiek van levensbeschouwing in Vlaanderen, de verschillende doelen die levensbeschouwelijke vakken willen bereiken en het toont reacties van zowel academici als ouders. Zo kan men met kennis van zaken een onderbouwde keuze maken.
Met bijdragen van Ahmed Azzouz, Claudia Claes, Gustaaf Cornelis, Papatya Dalkiran, Rik Pinxten, Roger Standaert, Lieve Van Daele, Hein van Renterghem en Maurice van Stiphout.
Christian Van Kerckhove is coördinator van het expertisecentrum Mix!t en voorzitter van de opleiding sociaal werk, HoGent. Katrien De Maegd is lector en voorzitter van de lerarenopleidingen kleuter en lager onderwijs, HoGent. Frank Stappaerts is inspecteur-adviseur coördinator niet-confessionele zedenleer. Papatya Dalkiran is als lector niet-confessionele zedenleer en onderwijsdidacticus verbonden aan de lerarenopleidingen van HoGent en UGent. Joris Van Poucke is als lector en onderzoeker verbonden aan HoGent, expertisecentrum Mix!t.
Hebben ze zin? Levensbeschouwelijke vakken in het onderwijs (Reeks: Sociale wetenschappen – Kruispunten nr. 8)
Ook ouders en jongeren liggen er wakker van. Zij dienen immers een levensbeschouwelijke keuze te maken. Jongeren geven het belang aan van vakken die hun levensbeschouwelijke zoektocht ondersteunen, net in een geseculariseerde maatschappij. Over de levensbeschouwelijke vakken in het onderwijs wordt echter meestal zwart-wit gediscussieerd. Dit boek pakt het anders aan. Het wil vanuit de levensbeschouwingen zelf een antwoord bieden op de plaats en de betekenis van deze vakken in het onderwijs. Het geeft een blik op de historiek van levensbeschouwing in Vlaanderen, de verschillende doelen die levensbeschouwelijke vakken willen bereiken en het toont reacties van zowel academici als ouders. Zo kan men met kennis van zaken een onderbouwde keuze maken.
Met bijdragen van Ahmed Azzouz, Claudia Claes, Gustaaf Cornelis, Papatya Dalkiran, Rik Pinxten, Roger Standaert, Lieve Van Daele, Hein van Renterghem en Maurice van Stiphout.
Christian Van Kerckhove is coördinator van het expertisecentrum Mix!t en voorzitter van de opleiding sociaal werk, HoGent. Katrien De Maegd is lector en voorzitter van de lerarenopleidingen kleuter en lager onderwijs, HoGent. Frank Stappaerts is inspecteur-adviseur coördinator niet-confessionele zedenleer. Papatya Dalkiran is als lector niet-confessionele zedenleer en onderwijsdidacticus verbonden aan de lerarenopleidingen van HoGent en UGent. Joris Van Poucke is als lector en onderzoeker verbonden aan HoGent, expertisecentrum Mix!t.
Phonopraxis. Principes, interventies en technieken voor stemtherapie (Omtrent logopedie nr. 8)
Phonopraxis wil de stemtherapeut vooral concrete informatie aanreiken over de bestaande interventiemogelijkheden die kunnen bijdragen tot een gemotiveerde keuze. In eerste instantie worden de therapeutische principes uitgewerkt die algemeen geldig zijn, waarna indirecte en directe therapeutische interventies besproken worden. Meer specifiek worden verschillende stemtechnieken in detail uitgewerkt in alfabetische volgorde volgens een identiek sjabloon waarin respectievelijk de beschrijving, de indicaties, het verloop en/of instructie, de duur en de frequentie, de rationale, de doelstelling, de mogelijke valkuilen, de ervaringen, de eventuele evidentie en de bronnen vermeld worden. In een bijlage worden nog een aantal concrete werkinstrumenten aangeboden.
Fons Mertens is logopedist en voormalig hoofd van de Dienst Logopedie KMSL in Turnhout. Hij is betrokken bij talrijke onderzoeken en publicaties op het vlak van stem en heeft een jarenlange ervaring inzake stemtherapie.
Marc De Bodt is logopedist en doctor in de medische wetenschappen. Hij is hoofd van het Universitair Revalidatiecentrum van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen, hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en gastprofessor aan de UGent (Logopedische en Audiologische Wetenschappen).
Louis Heylen is logopedist en doctor in de medische wetenschappen. Hij is voormalig directeur van de Centra voor Ambulante Revalidatie van Turnhout, Zuiderkempen en Mechelen en het revalidatiecentrum voor Niet-Aangeboren Hersenletsels in Turnhout. Verder is hij postdoctoraal onderzoeker aan de Universiteit Antwerpen en emeritus gastprofessor aan de Universiteit Gent (Logopedische en Audiologische Wetenschappen).
Phonopraxis. Principes, interventies en technieken voor stemtherapie (Omtrent logopedie nr. 8)
Phonopraxis wil de stemtherapeut vooral concrete informatie aanreiken over de bestaande interventiemogelijkheden die kunnen bijdragen tot een gemotiveerde keuze. In eerste instantie worden de therapeutische principes uitgewerkt die algemeen geldig zijn, waarna indirecte en directe therapeutische interventies besproken worden. Meer specifiek worden verschillende stemtechnieken in detail uitgewerkt in alfabetische volgorde volgens een identiek sjabloon waarin respectievelijk de beschrijving, de indicaties, het verloop en/of instructie, de duur en de frequentie, de rationale, de doelstelling, de mogelijke valkuilen, de ervaringen, de eventuele evidentie en de bronnen vermeld worden. In een bijlage worden nog een aantal concrete werkinstrumenten aangeboden.
Fons Mertens is logopedist en voormalig hoofd van de Dienst Logopedie KMSL in Turnhout. Hij is betrokken bij talrijke onderzoeken en publicaties op het vlak van stem en heeft een jarenlange ervaring inzake stemtherapie.
Marc De Bodt is logopedist en doctor in de medische wetenschappen. Hij is hoofd van het Universitair Revalidatiecentrum van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen, hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en gastprofessor aan de UGent (Logopedische en Audiologische Wetenschappen).
Louis Heylen is logopedist en doctor in de medische wetenschappen. Hij is voormalig directeur van de Centra voor Ambulante Revalidatie van Turnhout, Zuiderkempen en Mechelen en het revalidatiecentrum voor Niet-Aangeboren Hersenletsels in Turnhout. Verder is hij postdoctoraal onderzoeker aan de Universiteit Antwerpen en emeritus gastprofessor aan de Universiteit Gent (Logopedische en Audiologische Wetenschappen).
Fasciatherapie: Sensomotorische rugschool
De sensomotorische rugschool, een innoverende vorm van bewegingseducatie binnen de kinesitherapie, richt zich in de eerste plaats naar het ‘bewust’ beleven van een gecoördineerde beweging, aangepast aan je innerlijke toestand en externe omstandigheden. Bewustwording van de beweging helpt immers om je bewegingskwaliteit te verbeteren alsook om je soms inadequate pijnbeleving of bewegingsangst te neutraliseren en om te vormen naar een pijnvrij en vertrouwensvol bewegen.
Paul Sercu’s passie om mensen met rugklachten op weg te helpen heeft hem via kinesitherapie, osteopathie, fasciatherapie en somato-psychopedagogie gebracht tot expert in een multifactoriële aanpak van lichamelijke klachten. In deze benadering staat de persoon die lijdt centraal eerder dan de aandoening. Hij is gastdocent aan PXL Hasselt waar hij de somato-psychopadagogie onderwijst in een postgraduate cyclus. Hij is stichter en hoofddocent van het ‘Fascia College’, waar hij verantwoordelijk is voor de inhoud en wetenschappelijke ontwikkeling van deze benadering. Als assistent aan de Centre d’Etude et de Recherche Appliquée en Psychopédagogie perceptive ondersteunt hij wetenschappelijk onderzoek. Hij is actief lid in de Biotensegrity Interest Group, stichtend lid van de Axxon Belgian Clinical interest group fasciale kinesitherapie en lid van de fascia research society.
Viviane Wolfs is kinesitherapeute en fasciatherapeute. Haar interesse richt zich vooral naar de fenomenologische biomechanica en de bewegingsperceptie in het algemeen. Via fundamenteel wetenschappelijke lectuur en experience based verdiept ze zich verder in de materie. Viviane werkt in haar eigen praktijk waar mensen terecht kunnen met acute en chronische . Ze is ook actief in de de rugkliniek van het Jessa Ziekenhuis, Campus Salvator in Hasselt.
Fasciatherapie: Sensomotorische rugschool
De sensomotorische rugschool, een innoverende vorm van bewegingseducatie binnen de kinesitherapie, richt zich in de eerste plaats naar het ‘bewust’ beleven van een gecoördineerde beweging, aangepast aan je innerlijke toestand en externe omstandigheden. Bewustwording van de beweging helpt immers om je bewegingskwaliteit te verbeteren alsook om je soms inadequate pijnbeleving of bewegingsangst te neutraliseren en om te vormen naar een pijnvrij en vertrouwensvol bewegen.
Paul Sercu’s passie om mensen met rugklachten op weg te helpen heeft hem via kinesitherapie, osteopathie, fasciatherapie en somato-psychopedagogie gebracht tot expert in een multifactoriële aanpak van lichamelijke klachten. In deze benadering staat de persoon die lijdt centraal eerder dan de aandoening. Hij is gastdocent aan PXL Hasselt waar hij de somato-psychopadagogie onderwijst in een postgraduate cyclus. Hij is stichter en hoofddocent van het ‘Fascia College’, waar hij verantwoordelijk is voor de inhoud en wetenschappelijke ontwikkeling van deze benadering. Als assistent aan de Centre d’Etude et de Recherche Appliquée en Psychopédagogie perceptive ondersteunt hij wetenschappelijk onderzoek. Hij is actief lid in de Biotensegrity Interest Group, stichtend lid van de Axxon Belgian Clinical interest group fasciale kinesitherapie en lid van de fascia research society.
Viviane Wolfs is kinesitherapeute en fasciatherapeute. Haar interesse richt zich vooral naar de fenomenologische biomechanica en de bewegingsperceptie in het algemeen. Via fundamenteel wetenschappelijke lectuur en experience based verdiept ze zich verder in de materie. Viviane werkt in haar eigen praktijk waar mensen terecht kunnen met acute en chronische . Ze is ook actief in de de rugkliniek van het Jessa Ziekenhuis, Campus Salvator in Hasselt.
Kind en recht in filosofie, levensbeschouwing en verhalen
Sleutelwoorden in deze zoektocht vormen de begrippen ouderlijke verantwoordelijkheid en autonomie van het kind. Beide begrippen zijn ijkpunten in het IVRK, maar komen ook als kernbegrippen voor in zowel de filosofische als de levensbeschouwelijke bijdragen. De filosofe Hannah Arendt is daar het meest uitgesproken in. Onder verwijzing naar haar werk wordt gesproken over ‘het immense belang van verantwoordelijkheid ten opzichte van kinderen’. Maar ook in de levensbeschouwelijke bijdragen is die verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van de jonge mens, en menswording in het algemeen, een steeds terugkerend thema, zij het al naar gelang de levensbeschouwelijke richting in wisselende gradaties. Dat geldt ook voor de gemeenschappelijke ontwikkeling die zich aftekent: een verschuiving van rechten van ouders naar die van het kind en wel in het bijzonder naar zijn recht op autonomie. Veelzeggend in dit verband is dat in vele bijdragen het grote belang van onderwijs en educatie wordt onderstreept: ‘Immers het leerproces stelt een individu in staat om zich tot een zelfstandig denkende persoon te ontwikkelen’. Ook in de opgenomen literatuur en verhalen komt het belang van opvoeding en onderwijs naar voren. Juist deze verhalen hebben de zeggingskracht om ‘een schok van inzicht te geven’ in de betekenis van kinderrechten.
“Het Kinderrechtenverdrag bestaat 30 jaar. Dat is een uitstekende gelegenheid tot reflectie over de rol en de betekenis van kinderrechten in actuele maatschappelijke kwesties zoals levensbeschouwing, zingeving en identiteit. Dit boek nodigt ons daartoe uit. Het biedt kennis, inzichten en perspectieven die niet alleen relevant, maar ook noodzakelijk zijn om de komende jaren kinderrechten tot blijvende bron en ijkpunt van zowel beleid als praktijk te maken.” Bruno Vanobbergen, Vlaamse kinderrechtencommissaris
Kind en recht in filosofie, levensbeschouwing en verhalen
Sleutelwoorden in deze zoektocht vormen de begrippen ouderlijke verantwoordelijkheid en autonomie van het kind. Beide begrippen zijn ijkpunten in het IVRK, maar komen ook als kernbegrippen voor in zowel de filosofische als de levensbeschouwelijke bijdragen. De filosofe Hannah Arendt is daar het meest uitgesproken in. Onder verwijzing naar haar werk wordt gesproken over ‘het immense belang van verantwoordelijkheid ten opzichte van kinderen’. Maar ook in de levensbeschouwelijke bijdragen is die verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van de jonge mens, en menswording in het algemeen, een steeds terugkerend thema, zij het al naar gelang de levensbeschouwelijke richting in wisselende gradaties. Dat geldt ook voor de gemeenschappelijke ontwikkeling die zich aftekent: een verschuiving van rechten van ouders naar die van het kind en wel in het bijzonder naar zijn recht op autonomie. Veelzeggend in dit verband is dat in vele bijdragen het grote belang van onderwijs en educatie wordt onderstreept: ‘Immers het leerproces stelt een individu in staat om zich tot een zelfstandig denkende persoon te ontwikkelen’. Ook in de opgenomen literatuur en verhalen komt het belang van opvoeding en onderwijs naar voren. Juist deze verhalen hebben de zeggingskracht om ‘een schok van inzicht te geven’ in de betekenis van kinderrechten.
“Het Kinderrechtenverdrag bestaat 30 jaar. Dat is een uitstekende gelegenheid tot reflectie over de rol en de betekenis van kinderrechten in actuele maatschappelijke kwesties zoals levensbeschouwing, zingeving en identiteit. Dit boek nodigt ons daartoe uit. Het biedt kennis, inzichten en perspectieven die niet alleen relevant, maar ook noodzakelijk zijn om de komende jaren kinderrechten tot blijvende bron en ijkpunt van zowel beleid als praktijk te maken.” Bruno Vanobbergen, Vlaamse kinderrechtencommissaris
Autisme in het gezin. Het gezin als hefboom voor verandering
Het eerste deel van dit boek biedt een systematisch overzicht van de impact die autisme heeft op het hele gezin en op de opvoedingstaak van ouders. Wat doet een kind met autisme met het gezin waarin het opgroeit? Een aantal herkenbare problemen en dynamieken in gezinnen met een kind met autisme komt aan bod. In het tweede deel worden er concrete methodieken en een stappenplan aangereikt om ouders te begeleiden die dreigen vast te lopen in de opvoeding van hun kind met autisme. Door het hele boek heen wordt het gezin consequent niet als deel van het probleem maar als deel van de oplossing beschouwd.
Wilfried Peeters is psycholoog en werkt al meer dan 25 jaar in de autismehulpverlening, waarvan het grootste deel in het expertisecentrum autisme van het UZ Leuven. Door de jaren heen gaf hij talloze vormingen aan hulpverleners en merkte hij de behoefte aan een leidraad bij het begeleiden van gezinnen met een kind met autisme. Hij publiceerde hierover verscheidene artikels in wetenschappelijke tijdschriften. Momenteel werkt hij voor een mobiel kinderpsychiatrisch team van het UPC KU Leuven (yuneco combi) en is hij als lector verbonden aan de bachelor-na-bacheloropleiding autisme van de AP-hogeschool in Antwerpen.
Autisme in het gezin. Het gezin als hefboom voor verandering
Het eerste deel van dit boek biedt een systematisch overzicht van de impact die autisme heeft op het hele gezin en op de opvoedingstaak van ouders. Wat doet een kind met autisme met het gezin waarin het opgroeit? Een aantal herkenbare problemen en dynamieken in gezinnen met een kind met autisme komt aan bod. In het tweede deel worden er concrete methodieken en een stappenplan aangereikt om ouders te begeleiden die dreigen vast te lopen in de opvoeding van hun kind met autisme. Door het hele boek heen wordt het gezin consequent niet als deel van het probleem maar als deel van de oplossing beschouwd.
Wilfried Peeters is psycholoog en werkt al meer dan 25 jaar in de autismehulpverlening, waarvan het grootste deel in het expertisecentrum autisme van het UZ Leuven. Door de jaren heen gaf hij talloze vormingen aan hulpverleners en merkte hij de behoefte aan een leidraad bij het begeleiden van gezinnen met een kind met autisme. Hij publiceerde hierover verscheidene artikels in wetenschappelijke tijdschriften. Momenteel werkt hij voor een mobiel kinderpsychiatrisch team van het UPC KU Leuven (yuneco combi) en is hij als lector verbonden aan de bachelor-na-bacheloropleiding autisme van de AP-hogeschool in Antwerpen.
Nieuwe leestekenwijzer. Handboek voor het gebruik van leestekens en andere tekens
Dit praktijkboek is bedoeld voor iedereen die zich met teksten bezighoudt: redacteuren, tekstschrijvers, journalisten, vertalers, grafisch ontwerpers enz. Het zal ook bij diverse opleidingen zijn nut kunnen bewijzen.
Peter van der Horst, docent Nederlands en zelfstandig tekstadviseur, heeft vele artikelen, cursussen en boeken geschreven, waaronder Stijlwijzer, Redactiewijzer, De Taalgids en Begrijpelijk schrijven voor iedereen.
Nieuwe leestekenwijzer. Handboek voor het gebruik van leestekens en andere tekens
Dit praktijkboek is bedoeld voor iedereen die zich met teksten bezighoudt: redacteuren, tekstschrijvers, journalisten, vertalers, grafisch ontwerpers enz. Het zal ook bij diverse opleidingen zijn nut kunnen bewijzen.
Peter van der Horst, docent Nederlands en zelfstandig tekstadviseur, heeft vele artikelen, cursussen en boeken geschreven, waaronder Stijlwijzer, Redactiewijzer, De Taalgids en Begrijpelijk schrijven voor iedereen.
Zingeving bij herstel. Helende perspectieven in dialoog
De ondertitel, Helende perspectieven in dialoog, is niet toevallig gekozen. De auteur gaat namelijk in elk hoofdstuk met een gesprekspartner in dialoog. Hij koos hierbij voor mensen met diverse functies, disciplines en praktijkcontexten. Zijn gesprekspartners komen uit de domeinen welzijn en preventie, gezondheidszorg, geestelijke gezondheidszorg en forensische zorg. Bovendien is ook een levensbeschouwelijke diversiteit aan de orde. Het gaat om zowel professionals als ervaringsdeskundigen. Het schrijven van het boek leidde tot een inspirerende ervaring van ‘community’ rond zinbeleving en herstel.
Dit zijn de namen van de gesprekspartners: Ulrike Dausel, Yvonne Denier, Marc Eneman, Anne-Mie Jonckheere, Griet Leysen, Lieve Lodewyckx, Liesbet van Bos en Walter Van Gorp. Hans Verbiest schreef het Voorwoord.
Walter Krikilion, theoloog en cliëntgericht-experiëntieel psychotherapeut, is werkzaam als stafmedewerker patiëntenzorg in het Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum van Geel en in een therapiepraktijk (Turnhout). Zijn aandachtsgebieden betreffen: zingeving, levensbeschouwing, ethiek en cliëntenparticipatie. Hij publiceerde o.a. Geestelijke gezondheidszorg in het licht van zingeving en spiritualiteit (Garant). Hij is actief bij de zorgkoepel Zorgnet-Icuro als voorzitter van de Commissie Ethiek - Vorming en Intervisie en bij het Nederlandse kenniscentrum KSGV als coördinator voor Vlaanderen.
Zingeving bij herstel. Helende perspectieven in dialoog
De ondertitel, Helende perspectieven in dialoog, is niet toevallig gekozen. De auteur gaat namelijk in elk hoofdstuk met een gesprekspartner in dialoog. Hij koos hierbij voor mensen met diverse functies, disciplines en praktijkcontexten. Zijn gesprekspartners komen uit de domeinen welzijn en preventie, gezondheidszorg, geestelijke gezondheidszorg en forensische zorg. Bovendien is ook een levensbeschouwelijke diversiteit aan de orde. Het gaat om zowel professionals als ervaringsdeskundigen. Het schrijven van het boek leidde tot een inspirerende ervaring van ‘community’ rond zinbeleving en herstel.
Dit zijn de namen van de gesprekspartners: Ulrike Dausel, Yvonne Denier, Marc Eneman, Anne-Mie Jonckheere, Griet Leysen, Lieve Lodewyckx, Liesbet van Bos en Walter Van Gorp. Hans Verbiest schreef het Voorwoord.
Walter Krikilion, theoloog en cliëntgericht-experiëntieel psychotherapeut, is werkzaam als stafmedewerker patiëntenzorg in het Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum van Geel en in een therapiepraktijk (Turnhout). Zijn aandachtsgebieden betreffen: zingeving, levensbeschouwing, ethiek en cliëntenparticipatie. Hij publiceerde o.a. Geestelijke gezondheidszorg in het licht van zingeving en spiritualiteit (Garant). Hij is actief bij de zorgkoepel Zorgnet-Icuro als voorzitter van de Commissie Ethiek - Vorming en Intervisie en bij het Nederlandse kenniscentrum KSGV als coördinator voor Vlaanderen.
Jaarboek KMSKA 2017-2018
The structure of this publication
is different from previous years. This time we are not
presenting diverse scientific articles by researchers, but one single
topic linking up with the previous publications by Dr Paul
Vandenbroeck entitled A suspect paradise. Studies on the left panel
and detail symbolism of Hieronymus Bosch’s so-called Garden of Earthly
Delights.
This contribution is divided into two parts: “The Garden of Eden,
the ‘Work of Nature’ and marriage” and “Meaningful motifs on
the centre panel”. The first part focusses on the paradise wedding,
with the exotic and sinister and the animals and monstra in
the Garden of Eden, the symbolism of the paradise fountain and
the representation of the owl is unravelled. In the second part
attention is paid to the crescent of the moon, the sphere, plants,
animals, acrobats and flying people and the layered structure in
the representation. Vandenbroeck poses the question whether here
on the centre panel a paradise or a sinful situation is depicted. He
provides arguments for the at least partially negative significance
value of the symbolism, which renders it impossible to depict a
fully positive reality such as Paradise. His study results find their
way into this highly enthralling read.
Dr Paul Vandenbroeck has been fascinated by the oeuvre and symbolism of Hieronymus Bosch. Research around this painter and his art has remained a constant factor in Vandenbroeck’s career. Since 1980 he has been working at the KMSKA as scientific staff member and curator, and for a long time as editor of the Annual. Moreover, from 2003 he has been part-time senior lecturer at the Social Sciences Faculty of KU Leuven and in his academic career too the study of Bosch occupies a prominent place.
Jaarboek KMSKA 2017-2018
The structure of this publication
is different from previous years. This time we are not
presenting diverse scientific articles by researchers, but one single
topic linking up with the previous publications by Dr Paul
Vandenbroeck entitled A suspect paradise. Studies on the left panel
and detail symbolism of Hieronymus Bosch’s so-called Garden of Earthly
Delights.
This contribution is divided into two parts: “The Garden of Eden,
the ‘Work of Nature’ and marriage” and “Meaningful motifs on
the centre panel”. The first part focusses on the paradise wedding,
with the exotic and sinister and the animals and monstra in
the Garden of Eden, the symbolism of the paradise fountain and
the representation of the owl is unravelled. In the second part
attention is paid to the crescent of the moon, the sphere, plants,
animals, acrobats and flying people and the layered structure in
the representation. Vandenbroeck poses the question whether here
on the centre panel a paradise or a sinful situation is depicted. He
provides arguments for the at least partially negative significance
value of the symbolism, which renders it impossible to depict a
fully positive reality such as Paradise. His study results find their
way into this highly enthralling read.
Dr Paul Vandenbroeck has been fascinated by the oeuvre and symbolism of Hieronymus Bosch. Research around this painter and his art has remained a constant factor in Vandenbroeck’s career. Since 1980 he has been working at the KMSKA as scientific staff member and curator, and for a long time as editor of the Annual. Moreover, from 2003 he has been part-time senior lecturer at the Social Sciences Faculty of KU Leuven and in his academic career too the study of Bosch occupies a prominent place.
De tandwielmethodiek. Aan de slag met de Roma …
De tandwielmethodiek is voortgevloeid uit jarenlange praktijkervaring, eigen
studie, analyse en opgebouwde expertise en know how op het vlak van
armoede en sociale uitsluiting. De methodiek richt zich op specifieke
kwetsbaarheden en de maatschappelijke positie van de etnische
Romaminderheid. In elk boekdeel worden aan de lezer inzichten verschaft
in de moeilijkheden die Roma dagelijks ervaren en die vaak onbekend blijven
voor de omgeving.
De analyses die in boekdeel twee aan bod komen, nemen de lezer mee doorheen
de leefwereld van binnenuit en verschaffen zo het inzicht in de gekwetste
identiteit van Roma. Daardoor wordt de sluier van de vaak onzichtbare
leefwereld van Roma gelicht. Het boek blijft vervolgens niet stilstaan en doet
een poging om met de unieke methodiek, Het tandwiel, enige handvatten te
verschaffen aan iedereen die de Romagemeenschap wil begrijpen en helpen. De
methodiek vertrekt vanuit een herstel- en krachtgerichte visie, met ruimte voor
de verhalende mens en zijn ervaring. “De mens is immers niet het probleem,
maar het probleem is het probleem.” Onder dit krachtige motto en gewapend
met een narratieve en contextuele mensvisie hoopt dit boek de lezer een inkijk te
geven in een wereld waarvan men anders enkel de armoedige veruitwendiging
ziet.
Janette Danyiova is van Roma-afkomst en heeft vijftien jaar ervaring als expert in armoede en sociale uitsluiting binnen verschillende sectoren van de hulpverlening. Tijdens haar loopbaan heeft ze praktische ervaring en expertise opgedaan in Bijzondere Jeugdzorg, POD Maatschappelijke Integratie, Justitie, Geestelijke Gezondheidszorg en Onderwijs. Haar theoretische bagage heeft ze via de studies Gezinswetenschappen en Psychologie aan de Open Universiteit, waar ze nog steeds les loopt.
De tandwielmethodiek. Aan de slag met de Roma …
De tandwielmethodiek is voortgevloeid uit jarenlange praktijkervaring, eigen
studie, analyse en opgebouwde expertise en know how op het vlak van
armoede en sociale uitsluiting. De methodiek richt zich op specifieke
kwetsbaarheden en de maatschappelijke positie van de etnische
Romaminderheid. In elk boekdeel worden aan de lezer inzichten verschaft
in de moeilijkheden die Roma dagelijks ervaren en die vaak onbekend blijven
voor de omgeving.
De analyses die in boekdeel twee aan bod komen, nemen de lezer mee doorheen
de leefwereld van binnenuit en verschaffen zo het inzicht in de gekwetste
identiteit van Roma. Daardoor wordt de sluier van de vaak onzichtbare
leefwereld van Roma gelicht. Het boek blijft vervolgens niet stilstaan en doet
een poging om met de unieke methodiek, Het tandwiel, enige handvatten te
verschaffen aan iedereen die de Romagemeenschap wil begrijpen en helpen. De
methodiek vertrekt vanuit een herstel- en krachtgerichte visie, met ruimte voor
de verhalende mens en zijn ervaring. “De mens is immers niet het probleem,
maar het probleem is het probleem.” Onder dit krachtige motto en gewapend
met een narratieve en contextuele mensvisie hoopt dit boek de lezer een inkijk te
geven in een wereld waarvan men anders enkel de armoedige veruitwendiging
ziet.
Janette Danyiova is van Roma-afkomst en heeft vijftien jaar ervaring als expert in armoede en sociale uitsluiting binnen verschillende sectoren van de hulpverlening. Tijdens haar loopbaan heeft ze praktische ervaring en expertise opgedaan in Bijzondere Jeugdzorg, POD Maatschappelijke Integratie, Justitie, Geestelijke Gezondheidszorg en Onderwijs. Haar theoretische bagage heeft ze via de studies Gezinswetenschappen en Psychologie aan de Open Universiteit, waar ze nog steeds les loopt.
Buiten de lijnen – Box: Handleiding & Kaartenset (2e editie)
Hoe beoordeel je seksueel gedrag van kinderen en jongeren? Maken we verschillende overwegingen indien de jongen een lage intelligentie heeft? Of wanneer hij al eerder een slachtoffer van misbruik werd? Of wanneer hij zelf eerder misbruik pleegde? Is hij van origine Turks of Nederlands, kijken we dan anders naar zijn gedrag? Gaan we jongens anders beoordelen dan meisjes?
‘Buiten de lijnen’ biedt een antwoord op vragen van professionals die werken met kwetsbare kinderen en jongeren. Het geeft handvatten om te reageren op seksueel (grensoverschrijdend) gedrag in situaties die wegens het kind of de context complex zijn. Het is een verdere verdieping en aanvulling van het handboek ‘Vlaggensysteem. Reageren op seksueel (grensoverschrijdend) gedrag van kinderen en jongeren’ (Frans & Franck, Garant, 2010 en 2014).
‘Verdieping’ verwijst vooral naar de meer kwetsbaar geachte kinderen en jongeren, met name jongeren met een beperking of jongeren die seksueel trauma hebben meegemaakt, naar de ontwikkelingsaspecten ‘gender’ (sekse, seksuele oriëntatie en seksuele identiteit) en ‘cultuur’ en de mate waarin ze een invloed hebben op de seksuele ontwikkeling of op de verwachtingen en attitudes van professionals.
Daarnaast zijn aanvullingen bij het basisboek ‘Vlaggensysteem’ opgenomen. Het pedagogisch luik is verder uitgewerkt en is een belangrijk onderdeel. Er zijn aanknopingspunten voor aangepaste relationele en seksuele vorming en begeleiding met de focus op het ontwikkelen van weerbaarheid. Per ontwikkelingsaspect en leeftijdcategorie zijn nieuwe situaties uitgewerkt, voorzien van een tekening en een uitleg op steekkaarten. Er is aandacht voor het beleidaspect bij het gebruik van het Sensoa Vlaggensysteem. Ook naar wetenschappelijke onderbouwing is een verscherping gemaakt: de interventie wordt meer gelinkt naar literatuur over ontwikkeling, over seksueel grensoverschrijdend gedrag en misbruik. Ten slotte is ook de Normatieve lijst aangevuld met specifieke voorbeelden vanuit de aspecten beperking, trauma, cultuur en gender, aangevuld met referenties voor de wetenschappelijke verantwoording.
Deze box bevat:
- Handleiding Buiten de lijnen
- 32 steekkaarten met situaties
- 4 aanvullende werkkaarten met
- afbeelding stuurwiel in kleur R/V de criteria
- overzicht van de vlaggen R/V
- reactiewijzen R/V de stappen in het protocol
- checklist criteria R/V (observatiepunten en richtvragen)
Buiten de lijnen – Box: Handleiding & Kaartenset (2e editie)
Hoe beoordeel je seksueel gedrag van kinderen en jongeren? Maken we verschillende overwegingen indien de jongen een lage intelligentie heeft? Of wanneer hij al eerder een slachtoffer van misbruik werd? Of wanneer hij zelf eerder misbruik pleegde? Is hij van origine Turks of Nederlands, kijken we dan anders naar zijn gedrag? Gaan we jongens anders beoordelen dan meisjes?
‘Buiten de lijnen’ biedt een antwoord op vragen van professionals die werken met kwetsbare kinderen en jongeren. Het geeft handvatten om te reageren op seksueel (grensoverschrijdend) gedrag in situaties die wegens het kind of de context complex zijn. Het is een verdere verdieping en aanvulling van het handboek ‘Vlaggensysteem. Reageren op seksueel (grensoverschrijdend) gedrag van kinderen en jongeren’ (Frans & Franck, Garant, 2010 en 2014).
‘Verdieping’ verwijst vooral naar de meer kwetsbaar geachte kinderen en jongeren, met name jongeren met een beperking of jongeren die seksueel trauma hebben meegemaakt, naar de ontwikkelingsaspecten ‘gender’ (sekse, seksuele oriëntatie en seksuele identiteit) en ‘cultuur’ en de mate waarin ze een invloed hebben op de seksuele ontwikkeling of op de verwachtingen en attitudes van professionals.
Daarnaast zijn aanvullingen bij het basisboek ‘Vlaggensysteem’ opgenomen. Het pedagogisch luik is verder uitgewerkt en is een belangrijk onderdeel. Er zijn aanknopingspunten voor aangepaste relationele en seksuele vorming en begeleiding met de focus op het ontwikkelen van weerbaarheid. Per ontwikkelingsaspect en leeftijdcategorie zijn nieuwe situaties uitgewerkt, voorzien van een tekening en een uitleg op steekkaarten. Er is aandacht voor het beleidaspect bij het gebruik van het Sensoa Vlaggensysteem. Ook naar wetenschappelijke onderbouwing is een verscherping gemaakt: de interventie wordt meer gelinkt naar literatuur over ontwikkeling, over seksueel grensoverschrijdend gedrag en misbruik. Ten slotte is ook de Normatieve lijst aangevuld met specifieke voorbeelden vanuit de aspecten beperking, trauma, cultuur en gender, aangevuld met referenties voor de wetenschappelijke verantwoording.
Deze box bevat:
- Handleiding Buiten de lijnen
- 32 steekkaarten met situaties
- 4 aanvullende werkkaarten met
- afbeelding stuurwiel in kleur R/V de criteria
- overzicht van de vlaggen R/V
- reactiewijzen R/V de stappen in het protocol
- checklist criteria R/V (observatiepunten en richtvragen)
Oplossingsgericht bouwen aan relaties. Zoeken naar uitzonderingen
Allerlei samenlevingsvormen worden doorgelicht, onderzocht op voor en nadelen. Adviezen over hoe het wel of niet moet. En vaak vinden we wel ‘iets’ dat bruikbaar lijkt, want de toepassing geeft niet steeds het beoogde resultaat.
In dit boek beschrijft Ann Bergmans een formule die werkt. Haar recept?
Zoek naar ‘uitzonderingen’, momenten dat het beter gaat in je relatie, en je komt naadloos bij de ‘handleiding’ van je cliënten. Die is voor iedereen uniek…vandaar het vaak magere effect van goedbedoelde adviezen, want het past niet helemaal bij jouw unieke situatie.
Het gebruiken van die ‘handleiding’, het gouden pad naar dingen die werken, wordt in dit boek in zijn vele aspecten beschreven.
(Dr. M. Le Fevere de Ten Hove - Korzybski-instituut)
Oplossingsgericht bouwen aan relaties. Zoeken naar uitzonderingen
Allerlei samenlevingsvormen worden doorgelicht, onderzocht op voor en nadelen. Adviezen over hoe het wel of niet moet. En vaak vinden we wel ‘iets’ dat bruikbaar lijkt, want de toepassing geeft niet steeds het beoogde resultaat.
In dit boek beschrijft Ann Bergmans een formule die werkt. Haar recept?
Zoek naar ‘uitzonderingen’, momenten dat het beter gaat in je relatie, en je komt naadloos bij de ‘handleiding’ van je cliënten. Die is voor iedereen uniek…vandaar het vaak magere effect van goedbedoelde adviezen, want het past niet helemaal bij jouw unieke situatie.
Het gebruiken van die ‘handleiding’, het gouden pad naar dingen die werken, wordt in dit boek in zijn vele aspecten beschreven.
(Dr. M. Le Fevere de Ten Hove - Korzybski-instituut)
Ontwikkelingsdysfasie
Verder is OD zo complex wegens de ingewikkelde wisselwerking tussen aangeboren taalvermogen en taalaanbod. Een correcte diagnose stellen, is niet eenvoudig en vraagt tijd. Bij de behandeling van OD speelt de hele omgeving een rol. Dit boek richt zich zowel tot logopedisten en andere therapeuten, als tot ouders, artsen, leerkrachten, schooldirecties en leerlingbegeleiders. Om stapsgewijs een gefundeerde diagnose te leren stellen, gebruiken logopedisten en studenten logopedie dit boek best in combinatie met het gratis te verkrijgen Protocol Diagnostiek Ontwikkelings- dysfasie (PDOD).
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Inge Zink is gewoon hoogleraar aan de faculteit Geneeskunde van de KU Leuven. Haar onderzoeks- en onderwijsdomeinen zijn taalontwikkeling en taalontwikkelingsstoornissen. Ze staat ook in voor de diagnostiek van kinderen met spraak- en taalontwikkelingsstoornissen in het MUCLA – Multidisciplinair Universitair Centrum voor Logopedie en Audiologie van het UZ Leuven.
Mieke Breuls studeerde Onderwijskunde en Logopedische en Audiologische Wetenschappen aan de KU Leuven. Ze is eveneens werkzaam in het MUCLA. Haar taak omvat zowel de diagnostiek als de therapie van kinderen met spraak- en taalontwikkelingsstoornissen.
Ontwikkelingsdysfasie
Verder is OD zo complex wegens de ingewikkelde wisselwerking tussen aangeboren taalvermogen en taalaanbod. Een correcte diagnose stellen, is niet eenvoudig en vraagt tijd. Bij de behandeling van OD speelt de hele omgeving een rol. Dit boek richt zich zowel tot logopedisten en andere therapeuten, als tot ouders, artsen, leerkrachten, schooldirecties en leerlingbegeleiders. Om stapsgewijs een gefundeerde diagnose te leren stellen, gebruiken logopedisten en studenten logopedie dit boek best in combinatie met het gratis te verkrijgen Protocol Diagnostiek Ontwikkelings- dysfasie (PDOD).
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Inge Zink is gewoon hoogleraar aan de faculteit Geneeskunde van de KU Leuven. Haar onderzoeks- en onderwijsdomeinen zijn taalontwikkeling en taalontwikkelingsstoornissen. Ze staat ook in voor de diagnostiek van kinderen met spraak- en taalontwikkelingsstoornissen in het MUCLA – Multidisciplinair Universitair Centrum voor Logopedie en Audiologie van het UZ Leuven.
Mieke Breuls studeerde Onderwijskunde en Logopedische en Audiologische Wetenschappen aan de KU Leuven. Ze is eveneens werkzaam in het MUCLA. Haar taak omvat zowel de diagnostiek als de therapie van kinderen met spraak- en taalontwikkelingsstoornissen.
JoTa werkt. De zoektocht van kwetsbare jongvolwassenen op de arbeidsmarkt
Dit boek is een initiatief van vzw aPart, VDAB, OCMW Oudenaarde, Provincie Oost-Vlaanderen en Belgapack nv.
JoTa werkt. De zoektocht van kwetsbare jongvolwassenen op de arbeidsmarkt
Dit boek is een initiatief van vzw aPart, VDAB, OCMW Oudenaarde, Provincie Oost-Vlaanderen en Belgapack nv.
Woorden breken. Het democratisch tekort (Reeks Psychoanalyse en cultuur, nr. 10)
De in dit boek verzamelde analyses en beschrijvingen moeten worden beschouwd als aanzetten om zicht te krijgen op de weifelende symboliek van de moderne democratie. Zij zijn de haakjes uit de titel van het essay van Marc De Kesel; de denkfiguren die als raster van ‘de macht van het volk over zichzelf’ moeten fungeren.
Met bijdragen van René Boomkens, Christien Brinkgreve, René Foqué, Martine Groen, Marc De Kesel, Paul Kuijpers, Antoine Mooij en Paul Verhaeghe.
Woorden breken. Het democratisch tekort (Reeks Psychoanalyse en cultuur, nr. 10)
De in dit boek verzamelde analyses en beschrijvingen moeten worden beschouwd als aanzetten om zicht te krijgen op de weifelende symboliek van de moderne democratie. Zij zijn de haakjes uit de titel van het essay van Marc De Kesel; de denkfiguren die als raster van ‘de macht van het volk over zichzelf’ moeten fungeren.
Met bijdragen van René Boomkens, Christien Brinkgreve, René Foqué, Martine Groen, Marc De Kesel, Paul Kuijpers, Antoine Mooij en Paul Verhaeghe.
Ontwikkelen doe je samen. Werkboek voor begeleiders van baby’s en peuters
Voor iedereen die werkt met jonge kinderen is de opdracht hen te helpen in hun ontwikkeling. Het kind ontwikkelt in relatie met andere kinderen en met zijn begeleiders. Dit werkboek behandelt de verschillende aspecten van de relatie die een goede ontwikkeling ondersteunen. Vanuit die verschillende aspecten ‘verbinding maken, stimuleren, emotionele en taalontwikkeling en het belang van spel’ leert de lezer kijken naar wat hij nu al inzet in relatie met het kind en naar wat beter kan. Korte, theoretische inhouden worden onmiddellijk gevolgd door oefeningen die individueel of in groep kunnen worden gedaan. Het werkboek is een krachtig hulpmiddel om ermee als team aan de slag te gaan en samen na te denken over het werken met kinderen, alsook om de kwaliteit van het professionele handelen van het team te verhogen. Voor opleidingen ‘begeleider in de kinderopvang’, voor ‘huizen van het kind’ en voor opleidingen voor leidinggevenden is dit werkboek ook zeer geschikt.
Bij dit werkboek verscheen ook een kalender met 52 weektips die kunnen dienen als reflectiemateriaal voor de opvoeder: Ontwikkelen doe je samen - Weekkalender M.I.S.C.
Albert Janssens is onderwijzer en sinds 25 jaar vormingswerker in kinderdagverblijven en basisscholen. Hij is verantwoordelijke voor de implementatie van het MISC-concept in België en auteur van verschillende boeken over opvoeding.
Ontwikkelen doe je samen. Werkboek voor begeleiders van baby’s en peuters
Voor iedereen die werkt met jonge kinderen is de opdracht hen te helpen in hun ontwikkeling. Het kind ontwikkelt in relatie met andere kinderen en met zijn begeleiders. Dit werkboek behandelt de verschillende aspecten van de relatie die een goede ontwikkeling ondersteunen. Vanuit die verschillende aspecten ‘verbinding maken, stimuleren, emotionele en taalontwikkeling en het belang van spel’ leert de lezer kijken naar wat hij nu al inzet in relatie met het kind en naar wat beter kan. Korte, theoretische inhouden worden onmiddellijk gevolgd door oefeningen die individueel of in groep kunnen worden gedaan. Het werkboek is een krachtig hulpmiddel om ermee als team aan de slag te gaan en samen na te denken over het werken met kinderen, alsook om de kwaliteit van het professionele handelen van het team te verhogen. Voor opleidingen ‘begeleider in de kinderopvang’, voor ‘huizen van het kind’ en voor opleidingen voor leidinggevenden is dit werkboek ook zeer geschikt.
Bij dit werkboek verscheen ook een kalender met 52 weektips die kunnen dienen als reflectiemateriaal voor de opvoeder: Ontwikkelen doe je samen - Weekkalender M.I.S.C.
Albert Janssens is onderwijzer en sinds 25 jaar vormingswerker in kinderdagverblijven en basisscholen. Hij is verantwoordelijke voor de implementatie van het MISC-concept in België en auteur van verschillende boeken over opvoeding.
De interpersoonlijke relatie vanuit Peplau’s perspectief. Inspiratie voor de GGZ-verpleegkunde
De interpersoonlijke relatie vanuit Peplau’s perspectief. Inspiratie voor de GGZ-verpleegkunde
Grensverleggers. Over kwesties die ons verdelen
Met voorwoord van Jan Masschelein.
Danny Wildemeersch is emeritus gewoon hoogleraar pedagogiek van de KU Leuven. Hij onderzocht vele jaren uiteenlopende praktijken van vorming in relatie tot maatschappelijke uitdagingen. Hij onderwees vele generaties pedagogen en sociale wetenschappers in Vlaanderen en Nederland en inspireert tot op heden vernieuwende educatieve praktijken in binnen- en buitenland.
Wildemeersch wandelt op zijn eigengereide pad, waardoor het boek leest als een kritische reflectie op de praxis die hij zelf – met anderen – uitbouwde.
Pascal Debruyne, Vluchtelingenwerk Vlaanderen, Uit de Marge
Danny Wildemeersch is een intellectuele duizendpoot die zijn lezers op onnavolgbare wijze gidst doorheen een divers landschap van sociaal-culturele praktijken. Iedereen die wil bijdragen aan een goed samen leven zal veel inspiratie vinden in dit boek.
Joke Vandenabeele, Laboratorium Educatie en Samenleving, KU Leuven
Met dit boeiende en belangrijke boek geeft Danny Wildemeersch een aanzet tot leren over publieke kwesties die er toe doen, zoals armoede, ecologische uitdagingen, migratie, democratie en de toekomst van onze steden. De veelzijdigheid van de auteur staat garant voor een zeldzame combinatie van kritische wetenschap en praktische wijsheid.
Marcel Spierts, auteur van ‘De stille krachten van de verzorgingsstaat’
Grensverleggers. Over kwesties die ons verdelen
Met voorwoord van Jan Masschelein.
Danny Wildemeersch is emeritus gewoon hoogleraar pedagogiek van de KU Leuven. Hij onderzocht vele jaren uiteenlopende praktijken van vorming in relatie tot maatschappelijke uitdagingen. Hij onderwees vele generaties pedagogen en sociale wetenschappers in Vlaanderen en Nederland en inspireert tot op heden vernieuwende educatieve praktijken in binnen- en buitenland.
Wildemeersch wandelt op zijn eigengereide pad, waardoor het boek leest als een kritische reflectie op de praxis die hij zelf – met anderen – uitbouwde.
Pascal Debruyne, Vluchtelingenwerk Vlaanderen, Uit de Marge
Danny Wildemeersch is een intellectuele duizendpoot die zijn lezers op onnavolgbare wijze gidst doorheen een divers landschap van sociaal-culturele praktijken. Iedereen die wil bijdragen aan een goed samen leven zal veel inspiratie vinden in dit boek.
Joke Vandenabeele, Laboratorium Educatie en Samenleving, KU Leuven
Met dit boeiende en belangrijke boek geeft Danny Wildemeersch een aanzet tot leren over publieke kwesties die er toe doen, zoals armoede, ecologische uitdagingen, migratie, democratie en de toekomst van onze steden. De veelzijdigheid van de auteur staat garant voor een zeldzame combinatie van kritische wetenschap en praktische wijsheid.
Marcel Spierts, auteur van ‘De stille krachten van de verzorgingsstaat’
Families in transitie, transitie in families
De auteurs van dit boek zijn lid van het interuniversitair consortium ‘Families in Transitie, Transitie in Families’, waarin vier universiteiten (UA, UGent, VUB en KU Leuven) samenwerken aan nieuwe inzichten over relatieontbinding in Vlaanderen en de gevolgen ervan op verschillende domeinen van het maatschappelijk leven.
Families in transitie, transitie in families
De auteurs van dit boek zijn lid van het interuniversitair consortium ‘Families in Transitie, Transitie in Families’, waarin vier universiteiten (UA, UGent, VUB en KU Leuven) samenwerken aan nieuwe inzichten over relatieontbinding in Vlaanderen en de gevolgen ervan op verschillende domeinen van het maatschappelijk leven.
Uitspraakkwartet
Annick Vanderheyden is docent en zelfstandig taaltrainer Neder- lands met specialisatie NT2, Nederlands voor anderstaligen.
Uitspraakkwartet
Annick Vanderheyden is docent en zelfstandig taaltrainer Neder- lands met specialisatie NT2, Nederlands voor anderstaligen.
Het grote NT-2 Verbumspel – Oefen al spelend de vier werkwoordtijden
Het spel bevat 2 ganzenborden, 1 slangenbord, praatplaten en correctiesleutels. Het presens-ganzenbord dient om de basis van de Nederlandse taal vast te zetten, in te oefenen en creatief te gebruiken. Spelenderwijs correct zinnen leren maken dankzij tekeningen. Het perfectum-ganzenbord helpt de cursisten aan de hand van leuke tekeningen praten over gisteren of het voorbije weekend. Met het imperatief-slangenbord leren cursisten de imperatief te gebruiken door eenvoudige handelingen en posities vanuit de medische wereld te verwoorden. Aan de hand van de praatplaten kan de cursist vertellen over zijn eigen leven. De tekeningen dienen als ondersteuning bij de spreekoefening.
Annick Vanderheyden is docent en zelfstandig taaltrainer Neder- lands met specialisatie NT2, Nederlands voor anderstaligen.
Het grote NT-2 Verbumspel – Oefen al spelend de vier werkwoordtijden
Het spel bevat 2 ganzenborden, 1 slangenbord, praatplaten en correctiesleutels. Het presens-ganzenbord dient om de basis van de Nederlandse taal vast te zetten, in te oefenen en creatief te gebruiken. Spelenderwijs correct zinnen leren maken dankzij tekeningen. Het perfectum-ganzenbord helpt de cursisten aan de hand van leuke tekeningen praten over gisteren of het voorbije weekend. Met het imperatief-slangenbord leren cursisten de imperatief te gebruiken door eenvoudige handelingen en posities vanuit de medische wereld te verwoorden. Aan de hand van de praatplaten kan de cursist vertellen over zijn eigen leven. De tekeningen dienen als ondersteuning bij de spreekoefening.
Annick Vanderheyden is docent en zelfstandig taaltrainer Neder- lands met specialisatie NT2, Nederlands voor anderstaligen.
Terra socialis. Een nieuwe copernicaanse omwenteling
Terra socialis. Een nieuwe copernicaanse omwenteling
Medicinale cannabis. Meer dan een medische kwestie
Het boek beschouwt het medicinaal cannabisgebruik eveneens uit medischethisch perspectief en kijkt naar welke plaats medicinale cannabis in de volksgezondheid kan innemen. Een elftal patiënten getuigen hoe medicinale cannabis, nadat de reguliere medicijnen tekortschoten, hun gezondheidstoestand verbeterde.
Het boek wordt ingeleid door voorwoorden van arts en professor in de huisartsgeneeskunde (RUG) Dirk Avonts, tevens hoofdredacteur van Domus Medica en van arts, ethicus en professor (ULB en UBergen) Dominique Lossignol. Hij werkt als gespecialiseerd pijnarts en hoofd van het ethisch comité aan het Brussels Bordet kankerinstituut.
Patrick Dewals is bachelor in de psychiatrische verpleegkunde, master in de politieke wetenschappen en master in de politieke filosofie. Hij verdiepte zich de afgelopen jaren in de verschillende luiken van de kwestie medicinale cannabis en schrijft er al enkele jaren bij DeWereldMorgen artikels over.
Medicinale cannabis. Meer dan een medische kwestie
Het boek beschouwt het medicinaal cannabisgebruik eveneens uit medischethisch perspectief en kijkt naar welke plaats medicinale cannabis in de volksgezondheid kan innemen. Een elftal patiënten getuigen hoe medicinale cannabis, nadat de reguliere medicijnen tekortschoten, hun gezondheidstoestand verbeterde.
Het boek wordt ingeleid door voorwoorden van arts en professor in de huisartsgeneeskunde (RUG) Dirk Avonts, tevens hoofdredacteur van Domus Medica en van arts, ethicus en professor (ULB en UBergen) Dominique Lossignol. Hij werkt als gespecialiseerd pijnarts en hoofd van het ethisch comité aan het Brussels Bordet kankerinstituut.
Patrick Dewals is bachelor in de psychiatrische verpleegkunde, master in de politieke wetenschappen en master in de politieke filosofie. Hij verdiepte zich de afgelopen jaren in de verschillende luiken van de kwestie medicinale cannabis en schrijft er al enkele jaren bij DeWereldMorgen artikels over.
Een relatieprobleem. Wat nu?
Erwin De Bisscop is een erkend oplossingsgericht cognitief systeemtherapeut met een jarenlange ervaring in het begeleiden van alcoholgebruikers. Hij werkt l meer dan dertig jaar in de PAAZ van het AZ Sint-Jan Brugge-Oostende AV. Hij is daar onder andere medeoprichter van het POC (poliklinisch ontwenningscentrum) waar hij therapeutisch coördinator is. Bovendien is hij directielid en erkend opleider (oplossingsgerichte cognitieve systeemtherapie en coaching) aan het Korzybski-instituut in Brugge.
Een relatieprobleem. Wat nu?
Erwin De Bisscop is een erkend oplossingsgericht cognitief systeemtherapeut met een jarenlange ervaring in het begeleiden van alcoholgebruikers. Hij werkt l meer dan dertig jaar in de PAAZ van het AZ Sint-Jan Brugge-Oostende AV. Hij is daar onder andere medeoprichter van het POC (poliklinisch ontwenningscentrum) waar hij therapeutisch coördinator is. Bovendien is hij directielid en erkend opleider (oplossingsgerichte cognitieve systeemtherapie en coaching) aan het Korzybski-instituut in Brugge.
Nieuw Boek voor vaders. Alles wat je moet weten over de zwangerschap, de geboorte en de eerste drie levensjaren van je kind
prof. Marleen Temmerman
Claudine Crommar is psychoanalytisch therapeute en ging zich bijscholen in Parijs om met ouders en baby’s te werken en dit vanaf de zwangerschap. Haar werkwijze, waarbij naar de oorzaken van gedrag wordt gezocht eerder dan naar de directe aanpassing ervan, werd onder meer door Serge Lebovici onderwezen.
Ze geeft ook reeds meerdere jaren vormingen in heel Vlaanderen aan professionelen uit de sector van kinderopvang en aan onthaalouders. Het is vanuit deze ervaring en om tegemoet te komen aan vele vragen over het theoretisch kader van haar praktijk dat dit boek tot stand kwam.
Ze verzorgt ook het babyluik in de Permanente vorming psychoanalytische psychotherapie met kinderen en jongeren vanuit freudiaans-lacaniaans perspectief aan de Universiteit Gent.
Nieuw Boek voor vaders. Alles wat je moet weten over de zwangerschap, de geboorte en de eerste drie levensjaren van je kind
prof. Marleen Temmerman
Claudine Crommar is psychoanalytisch therapeute en ging zich bijscholen in Parijs om met ouders en baby’s te werken en dit vanaf de zwangerschap. Haar werkwijze, waarbij naar de oorzaken van gedrag wordt gezocht eerder dan naar de directe aanpassing ervan, werd onder meer door Serge Lebovici onderwezen.
Ze geeft ook reeds meerdere jaren vormingen in heel Vlaanderen aan professionelen uit de sector van kinderopvang en aan onthaalouders. Het is vanuit deze ervaring en om tegemoet te komen aan vele vragen over het theoretisch kader van haar praktijk dat dit boek tot stand kwam.
Ze verzorgt ook het babyluik in de Permanente vorming psychoanalytische psychotherapie met kinderen en jongeren vanuit freudiaans-lacaniaans perspectief aan de Universiteit Gent.
Nicotineverslaving. Een oplossingsgerichte aanpak
Nicotineverslaving. Een oplossingsgerichte aanpak
Wat zegt de zaak? (Reeks: Sociale wetenschappen – Kruispunten nr. 7)
Verscheidene auteurs in dit boek constateren dat de markt meer en meer de grenzen en de oriëntatie van levensperspectieven, waarden en wensen begint te bepalen. Zo wordt de mens vandaag een meer geïndividualiseerd, maar ook een meer gesegmenteerd wezen, een ‘stukjesmens’: de markt zal bepaalde behoeften en dromen aanbieden en – voor de vermogende – ook meteen invullen. Daarbij vallen uiteraard bepaalde groepen (armen, ouderen, maar ook groepen jongeren en migranten) in segmenten met minder mogelijkheden: de ongelijkheid groeit immers. Tegelijk vallen bepaalde vragen en waarden – zoals een integrerend totaalbeeld over het goede leven, duurzame of levensomspannende waarden – als vanzelf buitenboord, want de markt heeft daarvoor geen aanbod. De auteurs vragen zich af of dit een probleem is, hoe verschillende generaties daarop reageren en wat eventueel als voorzichtig alternatief te bespeuren valt.
Met bijdragen van Meyrem Almaci, Mathias Balcaen, Luc Beltein, Koen Broucke, Ronald Commers, Jacques de Visscher, Jan Dumolyn, Hind Fraihi, Walter Lotens, Francine Mestrum, Rik Pinxten, Ine Pisters, Sylvia Traey, Nathalie Vallet.
Rik Pinxten studeerde moraalwetenschap en filosofie aan de Universiteit Gent, met o.a. Jaap Kruithof als professor. Hij was gewoon hoogleraar antropologie en studie van religies aan de UGent, en schreef een twintigtal boeken en talrijke artikels over cultuur, moraal en politiek.
Sylvia Traey is concertpianiste. Zij had veel contact en boeiende gesprekken met Jaap Kruithof. Getroffen door de bevinding hoezeer Kruithofs gedachten actueel zijn en blijven, nam zij het initiatief om dit boek aan te zetten.
Wat zegt de zaak? (Reeks: Sociale wetenschappen – Kruispunten nr. 7)
Verscheidene auteurs in dit boek constateren dat de markt meer en meer de grenzen en de oriëntatie van levensperspectieven, waarden en wensen begint te bepalen. Zo wordt de mens vandaag een meer geïndividualiseerd, maar ook een meer gesegmenteerd wezen, een ‘stukjesmens’: de markt zal bepaalde behoeften en dromen aanbieden en – voor de vermogende – ook meteen invullen. Daarbij vallen uiteraard bepaalde groepen (armen, ouderen, maar ook groepen jongeren en migranten) in segmenten met minder mogelijkheden: de ongelijkheid groeit immers. Tegelijk vallen bepaalde vragen en waarden – zoals een integrerend totaalbeeld over het goede leven, duurzame of levensomspannende waarden – als vanzelf buitenboord, want de markt heeft daarvoor geen aanbod. De auteurs vragen zich af of dit een probleem is, hoe verschillende generaties daarop reageren en wat eventueel als voorzichtig alternatief te bespeuren valt.
Met bijdragen van Meyrem Almaci, Mathias Balcaen, Luc Beltein, Koen Broucke, Ronald Commers, Jacques de Visscher, Jan Dumolyn, Hind Fraihi, Walter Lotens, Francine Mestrum, Rik Pinxten, Ine Pisters, Sylvia Traey, Nathalie Vallet.
Rik Pinxten studeerde moraalwetenschap en filosofie aan de Universiteit Gent, met o.a. Jaap Kruithof als professor. Hij was gewoon hoogleraar antropologie en studie van religies aan de UGent, en schreef een twintigtal boeken en talrijke artikels over cultuur, moraal en politiek.
Sylvia Traey is concertpianiste. Zij had veel contact en boeiende gesprekken met Jaap Kruithof. Getroffen door de bevinding hoezeer Kruithofs gedachten actueel zijn en blijven, nam zij het initiatief om dit boek aan te zetten.
(On)menselijk
Sociologisch en psychologisch onderzoek van de afgelopen zestig jaar vertelt echter een heel ander verhaal. Twee onderzoeken springen eruit en zijn uiteindelijk belangrijke mijlpalen gebleken: het beroemde gehoorzaamheidsexperiment van Stanley Milgram, ook bekend als het stroomschokexperiment, en het al niet minder beruchte Stanford Prison Experiment. Beide onderzoeken komen in dit boek uitgebreid aan bod met daarbij de vraag of het mogelijk is om conclusies te trekken.
Wat in ieder geval duidelijk wordt, is dat mensen zeer beïnvloedbaar zijn. Doodgewone sociale processen hebben een grote invloed op ons gedrag. En vaak hebben wij niet het vermogen om daartegen in te gaan. Daarbij speelt ook de omgeving een grote rol: de juiste, of beter de verkeerde, omstandigheden kunnen van ieder mens een monster maken...
Marc Brookhuis heeft als tekstschrijver, columnist en recensent gewerkt voor diverse kranten en tijdschriften. Van zijn hand verschenen meerdere non-fictie boeken, vooral op het terrein van de oosterse filosofie, waaronder titels als Mindfulness, aandacht voor nu en Zen en de kunst van kwaliteit. Momenteel werkt hij als zen-leraar en mental coach.
(On)menselijk
Sociologisch en psychologisch onderzoek van de afgelopen zestig jaar vertelt echter een heel ander verhaal. Twee onderzoeken springen eruit en zijn uiteindelijk belangrijke mijlpalen gebleken: het beroemde gehoorzaamheidsexperiment van Stanley Milgram, ook bekend als het stroomschokexperiment, en het al niet minder beruchte Stanford Prison Experiment. Beide onderzoeken komen in dit boek uitgebreid aan bod met daarbij de vraag of het mogelijk is om conclusies te trekken.
Wat in ieder geval duidelijk wordt, is dat mensen zeer beïnvloedbaar zijn. Doodgewone sociale processen hebben een grote invloed op ons gedrag. En vaak hebben wij niet het vermogen om daartegen in te gaan. Daarbij speelt ook de omgeving een grote rol: de juiste, of beter de verkeerde, omstandigheden kunnen van ieder mens een monster maken...
Marc Brookhuis heeft als tekstschrijver, columnist en recensent gewerkt voor diverse kranten en tijdschriften. Van zijn hand verschenen meerdere non-fictie boeken, vooral op het terrein van de oosterse filosofie, waaronder titels als Mindfulness, aandacht voor nu en Zen en de kunst van kwaliteit. Momenteel werkt hij als zen-leraar en mental coach.
Lesgeven over duurzame ontwikkeling. Didactische handreiking
In dit boek staan drie denkvaardigheden centraal, die passend zijn bij onderwijs over duurzame ontwikkeling: systeemdenken, multiperspectiefdenken en toekomstgericht denken. Het zijn drie vaardigheden die zowel voor leerlingen, studenten als leraren relevant zijn. De auteurs van het boek hebben de denkvaardigheden handen en voeten gegeven. Iedere denkvaardigheid wordt in een afzonderlijk hoofdstuk nader toegelicht. Per hoofdstuk wordt eerst op de denkvaardigheid vanuit een theoretisch perspectief ingegaan. Vervolgens wordt de betreffende denkvaardigheid toegepast op een interessante casus: de bloementeelt in Kenia. Deze casus is een exemplarisch voorbeeld van een complex vraagstuk, waarbij het handelen van mensen in Europa, van invloed is op het leven van mensen elders in de wereld. Om die verwevenheid, de verschillende meningen daarover en mogelijke oplossingen en toekomstbeelden te kunnen snappen, zijn de drie denkvaardigheden essentieel.
Er is in dit boek uiteraard ook veel aandacht voor de onderwijspraktijk. Bij iedere denkvaardigheid worden vijf voorbeelden van werkvormen beschreven, die je kunt toepassen in je lespraktijk. Het laatste hoofdstuk gaat uiteindelijk over de vraag hoe je onderwijs over duurzame ontwikkeling kunt ontwerpen.
Deze publicatie is in de eerste plaats bedoeld voor studenten van educatieve opleidingen in het hoger onderwijs, maar ook voor leraren en ontwikkelaars van leermiddelen.
Lesgeven over duurzame ontwikkeling. Didactische handreiking
In dit boek staan drie denkvaardigheden centraal, die passend zijn bij onderwijs over duurzame ontwikkeling: systeemdenken, multiperspectiefdenken en toekomstgericht denken. Het zijn drie vaardigheden die zowel voor leerlingen, studenten als leraren relevant zijn. De auteurs van het boek hebben de denkvaardigheden handen en voeten gegeven. Iedere denkvaardigheid wordt in een afzonderlijk hoofdstuk nader toegelicht. Per hoofdstuk wordt eerst op de denkvaardigheid vanuit een theoretisch perspectief ingegaan. Vervolgens wordt de betreffende denkvaardigheid toegepast op een interessante casus: de bloementeelt in Kenia. Deze casus is een exemplarisch voorbeeld van een complex vraagstuk, waarbij het handelen van mensen in Europa, van invloed is op het leven van mensen elders in de wereld. Om die verwevenheid, de verschillende meningen daarover en mogelijke oplossingen en toekomstbeelden te kunnen snappen, zijn de drie denkvaardigheden essentieel.
Er is in dit boek uiteraard ook veel aandacht voor de onderwijspraktijk. Bij iedere denkvaardigheid worden vijf voorbeelden van werkvormen beschreven, die je kunt toepassen in je lespraktijk. Het laatste hoofdstuk gaat uiteindelijk over de vraag hoe je onderwijs over duurzame ontwikkeling kunt ontwerpen.
Deze publicatie is in de eerste plaats bedoeld voor studenten van educatieve opleidingen in het hoger onderwijs, maar ook voor leraren en ontwikkelaars van leermiddelen.
Culturele normen en religieuze waarden. Een sociaal-culturele analyse van en onderzoeksmodel voor cultuurverschillen
Pieter R. Boersema is hoogleraar godsdienstwetenschappen en missiologie. Zijn wetenschappelijke en praktische interesse kruist steeds de onderwerpen van samenleving, cultuur en religie. Hij studeerde aan de ‘Rijks Hogere School voor Tropische Landbouw’, Deventer (1976); de University of Reading, School of Education, England (1985); de Vrije Universiteit Amsterdam, Culturele Antropologie van Religie (1996) en promoveerde op de Katholieke Universiteit Leuven in de Sociale en Culturele Antropologie (2004). Van 1976-1998 leefde en werkte hij als ontwikkelingsdeskundige in Azië, Afrika, Latijns-Amerika en Europa. Vanaf 1998 tot heden is hij verbonden aan de Evangelische Theologische Faculteit in Leuven.
Culturele normen en religieuze waarden. Een sociaal-culturele analyse van en onderzoeksmodel voor cultuurverschillen
Pieter R. Boersema is hoogleraar godsdienstwetenschappen en missiologie. Zijn wetenschappelijke en praktische interesse kruist steeds de onderwerpen van samenleving, cultuur en religie. Hij studeerde aan de ‘Rijks Hogere School voor Tropische Landbouw’, Deventer (1976); de University of Reading, School of Education, England (1985); de Vrije Universiteit Amsterdam, Culturele Antropologie van Religie (1996) en promoveerde op de Katholieke Universiteit Leuven in de Sociale en Culturele Antropologie (2004). Van 1976-1998 leefde en werkte hij als ontwikkelingsdeskundige in Azië, Afrika, Latijns-Amerika en Europa. Vanaf 1998 tot heden is hij verbonden aan de Evangelische Theologische Faculteit in Leuven.
Wat heet dan gelukkig zijn? Geluk, welvaart en welzijn van de Belgen
Het blijft niet enkel bij theorie. Een grootschalige en representatieve enquête bij meer dan 3000 volwassenen uit ruim 2000 Belgische gezinnen liet toe de verschillende aspecten van het individuele welzijn van de Belgen in kaart te brengen. Origineel is dat ruim aandacht besteed wordt aan de ongelijke verdeling van deze verschillende welzijnsaspecten binnen gezinnen. Uit de enquête blijkt dat sommige Belgen vaker lijden aan opgestapelde achterstand in meerdere welzijns dimensies. Het boek beschrijft vervolgens welke mensen er in de samenleving het slechtst aan toe zijn volgens de nieuwe methode. Zij verdienen volgens de auteurs de grootste aandacht van de beleidsmakers. En dat zijn niet noodzakelijk enkel diegenen met een laag inkomen, of diegenen die zich ongelukkig voelen.
Bart Capéau, Laurens Cherchye, Koen Decancq, André Decoster, Bram De Rock, François Maniquet, Annemie Nys, Guillaume Périlleux, Eve Ramaekers, Zoé Rongé, Annemie Nys Erik Schokkaert en Frederic Vermeulen vormen een consortium van onderzoekers die werken aan de KU Leuven, de Université catholique de Louvain, de Université libre de Bruxelles en de Universiteit Antwerpen. Het onderzoek waarop dit boek gebaseerd is, werd gefinancierd door de Programmatorische Overheidsdienst Wetenschapsbeleid (BELSPO).
Bij dit boek hoort ook een website die meer informatie bevat over het achterliggende wetenschappelijke project en de verzamelde data:
https://sites.google.com/view/meqin.
Wat heet dan gelukkig zijn? Geluk, welvaart en welzijn van de Belgen
Het blijft niet enkel bij theorie. Een grootschalige en representatieve enquête bij meer dan 3000 volwassenen uit ruim 2000 Belgische gezinnen liet toe de verschillende aspecten van het individuele welzijn van de Belgen in kaart te brengen. Origineel is dat ruim aandacht besteed wordt aan de ongelijke verdeling van deze verschillende welzijnsaspecten binnen gezinnen. Uit de enquête blijkt dat sommige Belgen vaker lijden aan opgestapelde achterstand in meerdere welzijns dimensies. Het boek beschrijft vervolgens welke mensen er in de samenleving het slechtst aan toe zijn volgens de nieuwe methode. Zij verdienen volgens de auteurs de grootste aandacht van de beleidsmakers. En dat zijn niet noodzakelijk enkel diegenen met een laag inkomen, of diegenen die zich ongelukkig voelen.
Bart Capéau, Laurens Cherchye, Koen Decancq, André Decoster, Bram De Rock, François Maniquet, Annemie Nys, Guillaume Périlleux, Eve Ramaekers, Zoé Rongé, Annemie Nys Erik Schokkaert en Frederic Vermeulen vormen een consortium van onderzoekers die werken aan de KU Leuven, de Université catholique de Louvain, de Université libre de Bruxelles en de Universiteit Antwerpen. Het onderzoek waarop dit boek gebaseerd is, werd gefinancierd door de Programmatorische Overheidsdienst Wetenschapsbeleid (BELSPO).
Bij dit boek hoort ook een website die meer informatie bevat over het achterliggende wetenschappelijke project en de verzamelde data:
https://sites.google.com/view/meqin.
Wildlife. Evolutie, ecologie, gevangenschap en gedrag
Wildlife. Evolutie, ecologie, gevangenschap en gedrag
Tijdgenoten uit de leefwereld van Andreas Vesalius (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 11)
Vele Europese wetenschappers hebben sedertdien verder onderzoek verricht met betrekking tot het leven en werk van onze befaamde landgenoot, die terecht als Vader der Anatomie wordt geduid.
Deze interesse leidde tot vele nieuwe initiatieven, waaronder dit nieuwe Vesaliusboek. Het leeuwendeel is van de hand van de befaamde Vlaamse Vesalius-kenners Maurits Biesbrouck, Omer Steeno en Theo Goddeeris, samen door Theo Dirix bestempeld als ‘Cerberus’ van Vesalius. Werkten naast dit viertal ook mee aan deze bundel: Robrecht Van Hee, Francis Van Glabbeek en Jacqueline Vons, die allen internationaal zeer gewaardeerd worden. Zij zijn er samen in geslaagd om hier wederom, net als in 2014, een fraaie bundeling van onuitgegeven en boeiend nieuw materiaal over Vesalius bij mekaar te brengen. De bijdragen beschrijven het medische denken van Vesalius en zijn tijdgenoten. De artikelen werden chronologisch samengesteld, zodat de leefwereld van Andries van Wesel vanaf zijn opleiding tot aan zijn dood ten volle tot uitdrukking kon worden gebracht.
Robrecht Van Hee studeerde geneeskunde aan de Universiteit van Gent. Hierna bekwaamde hij zich tot chirurg in Breda en Nijmegen, waar hij promoveerde tot doctor in de Geneeskunde. Als hoogleraar Chirurgie en Medische geschiedenis aan de Universiteit van Antwerpen, was hij vooral werkzaam in de Transplantatie- en Endocriene heelkunde. Daarnaast wijdde hij zich aan medisch-historisch onderzoek, in het bijzonder van de Lage Landen in de 16de eeuw. Hij is auteur van meer dan 400 publicaties en redacteur van meerdere tijdschriften.
Dr. Maurits Biesbrouck, geboren in 1946 te Roeselare, was als geneesheer diensthoofd klinischebiologie in het Stedelijk Ziekenhuis van die stad en adjunct-hoofdgeneesheer-directeur van de Dienst voor het Bloed. Hij heeft een levenslange belangstelling voor Vesalius en publiceerde recent een Nederlandse vertaling van het eerste boek van de Fabrica 1543 en een jaarlijks bijgewerkte Vesaliusbibliografie.
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
Robrecht Van Hee studeerde geneeskunde aan de Universiteit van Gent. Hierna bekwaamde hij zich tot chirurg in Breda en Nijmegen, waar hij promoveerde tot doctor in de Geneeskunde. Als hoogleraar Chirurgie en Medische geschiedenis aan de Universiteit van Antwerpen, was hij vooral werkzaam in de Transplantatie- en Endocriene heelkunde. Daarnaast wijdde hij zich aan medisch-historisch onderzoek, in het bijzonder van de Lage Landen in de 16de eeuw. Hij is auteur van meer dan 400 publicaties en redacteur van meerdere tijdschriften.
Dr. Maurits Biesbrouck, geboren in 1946 te Roeselare, was als geneesheer diensthoofd klinischebiologie in het Stedelijk Ziekenhuis van die stad en adjunct-hoofdgeneesheer-directeur van de Dienst voor het Bloed. Hij heeft een levenslange belangstelling voor Vesalius en publiceerde recent een Nederlandse vertaling van het eerste boek van de Fabrica 1543 en een jaarlijks bijgewerkte Vesaliusbibliografie.
Tijdgenoten uit de leefwereld van Andreas Vesalius (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 11)
Vele Europese wetenschappers hebben sedertdien verder onderzoek verricht met betrekking tot het leven en werk van onze befaamde landgenoot, die terecht als Vader der Anatomie wordt geduid.
Deze interesse leidde tot vele nieuwe initiatieven, waaronder dit nieuwe Vesaliusboek. Het leeuwendeel is van de hand van de befaamde Vlaamse Vesalius-kenners Maurits Biesbrouck, Omer Steeno en Theo Goddeeris, samen door Theo Dirix bestempeld als ‘Cerberus’ van Vesalius. Werkten naast dit viertal ook mee aan deze bundel: Robrecht Van Hee, Francis Van Glabbeek en Jacqueline Vons, die allen internationaal zeer gewaardeerd worden. Zij zijn er samen in geslaagd om hier wederom, net als in 2014, een fraaie bundeling van onuitgegeven en boeiend nieuw materiaal over Vesalius bij mekaar te brengen. De bijdragen beschrijven het medische denken van Vesalius en zijn tijdgenoten. De artikelen werden chronologisch samengesteld, zodat de leefwereld van Andries van Wesel vanaf zijn opleiding tot aan zijn dood ten volle tot uitdrukking kon worden gebracht.
Robrecht Van Hee studeerde geneeskunde aan de Universiteit van Gent. Hierna bekwaamde hij zich tot chirurg in Breda en Nijmegen, waar hij promoveerde tot doctor in de Geneeskunde. Als hoogleraar Chirurgie en Medische geschiedenis aan de Universiteit van Antwerpen, was hij vooral werkzaam in de Transplantatie- en Endocriene heelkunde. Daarnaast wijdde hij zich aan medisch-historisch onderzoek, in het bijzonder van de Lage Landen in de 16de eeuw. Hij is auteur van meer dan 400 publicaties en redacteur van meerdere tijdschriften.
Dr. Maurits Biesbrouck, geboren in 1946 te Roeselare, was als geneesheer diensthoofd klinischebiologie in het Stedelijk Ziekenhuis van die stad en adjunct-hoofdgeneesheer-directeur van de Dienst voor het Bloed. Hij heeft een levenslange belangstelling voor Vesalius en publiceerde recent een Nederlandse vertaling van het eerste boek van de Fabrica 1543 en een jaarlijks bijgewerkte Vesaliusbibliografie.
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
Robrecht Van Hee studeerde geneeskunde aan de Universiteit van Gent. Hierna bekwaamde hij zich tot chirurg in Breda en Nijmegen, waar hij promoveerde tot doctor in de Geneeskunde. Als hoogleraar Chirurgie en Medische geschiedenis aan de Universiteit van Antwerpen, was hij vooral werkzaam in de Transplantatie- en Endocriene heelkunde. Daarnaast wijdde hij zich aan medisch-historisch onderzoek, in het bijzonder van de Lage Landen in de 16de eeuw. Hij is auteur van meer dan 400 publicaties en redacteur van meerdere tijdschriften.
Dr. Maurits Biesbrouck, geboren in 1946 te Roeselare, was als geneesheer diensthoofd klinischebiologie in het Stedelijk Ziekenhuis van die stad en adjunct-hoofdgeneesheer-directeur van de Dienst voor het Bloed. Hij heeft een levenslange belangstelling voor Vesalius en publiceerde recent een Nederlandse vertaling van het eerste boek van de Fabrica 1543 en een jaarlijks bijgewerkte Vesaliusbibliografie.
Erreurs (super) courantes.commises en français par (tous) les néerlandophones
Erreurs (super) courantes is geen lijst van fouten met hun verbetering,
maar een alternatief voor vergissingen die je dreigt te maken vanuit
het Nederlands.
• Omgangsvormen die je nooit in het Frans hebt geleerd. En waarvoor
geen letterlijke vertaling bestaat. Een Franssprekende zal het niet
altijd zeggen zoals je het – misschien correct! – zou vertalen.
• Actuele uitdrukkingen die je nu nodig hebt.
• Uitspraak, wendingen, woorden die je ooit verkeerd hebt begrepen
en in je geheugen geprent.
De opbouw vertrekt niet van de Franse norm, maar van de taalervaring
van het Nederlands. Het boek bestaat dan ook uit woorden en
uitdrukkingen, waartegen de meerderheid van de Nederlandstaligen
fouten maken. Daartegenover wordt een correct alternatief geboden
uit de gewone Franse taal. Alleen die Nederlandse wendingen worden
opgenomen die, blijkens de lange onderwijservaring van de auteurs
en zeer vele collega’s, vergissingen in het Frans induceren. Zowel in
de keuze van de items als van de gesuggereerde leermethode zijn de
ervaring en het realisme nooit ver weg: het is een handboek voor het
dagelijks onderhoud van je Franse taaltuin.
Dankzij de opsplitsing in twee niveaus is onze totaal herwerkte
‘compagnon de route’ zowel bedoeld voor leerlingen uit het secundair
onderwijs als voor hogeschool- of universiteitsstudenten en zij die
reeds in het bedrijfsleven actief zijn.
Philippe CORNU, Hélène GROTHEN, Johan LAMOTE en Patrick CORNU hebben als docenten Frans een ruime didactische ervaring, zowel in het hoger onderwijs als met taalcursussen op maat voor grote en kleine bedrijven.
Erreurs (super) courantes.commises en français par (tous) les néerlandophones
Erreurs (super) courantes is geen lijst van fouten met hun verbetering,
maar een alternatief voor vergissingen die je dreigt te maken vanuit
het Nederlands.
• Omgangsvormen die je nooit in het Frans hebt geleerd. En waarvoor
geen letterlijke vertaling bestaat. Een Franssprekende zal het niet
altijd zeggen zoals je het – misschien correct! – zou vertalen.
• Actuele uitdrukkingen die je nu nodig hebt.
• Uitspraak, wendingen, woorden die je ooit verkeerd hebt begrepen
en in je geheugen geprent.
De opbouw vertrekt niet van de Franse norm, maar van de taalervaring
van het Nederlands. Het boek bestaat dan ook uit woorden en
uitdrukkingen, waartegen de meerderheid van de Nederlandstaligen
fouten maken. Daartegenover wordt een correct alternatief geboden
uit de gewone Franse taal. Alleen die Nederlandse wendingen worden
opgenomen die, blijkens de lange onderwijservaring van de auteurs
en zeer vele collega’s, vergissingen in het Frans induceren. Zowel in
de keuze van de items als van de gesuggereerde leermethode zijn de
ervaring en het realisme nooit ver weg: het is een handboek voor het
dagelijks onderhoud van je Franse taaltuin.
Dankzij de opsplitsing in twee niveaus is onze totaal herwerkte
‘compagnon de route’ zowel bedoeld voor leerlingen uit het secundair
onderwijs als voor hogeschool- of universiteitsstudenten en zij die
reeds in het bedrijfsleven actief zijn.
Philippe CORNU, Hélène GROTHEN, Johan LAMOTE en Patrick CORNU hebben als docenten Frans een ruime didactische ervaring, zowel in het hoger onderwijs als met taalcursussen op maat voor grote en kleine bedrijven.
Het kleine Europa. Landkaart van een estheticus
Het kleine Europa. Landkaart van een estheticus
Succesvol begeleiden van hoogbegaafde kinderen en jongeren
In dit boek voor gevorderden in de thematiek hoogbegaafdheid geven
de auteurs bijzondere aanwijzingen voor het succesvol opvoeden en
onderwijzen van hoogbegaafde kinderen en jongeren. Zij doorprikken
heel wat misverstanden rond hoogbegaafdheid en proberen door
te dringen tot de kern van de zaak. Zij ontdekten daarbij dat hoogbegaafdheid
veelal te maken heeft met het vinden van een goede balans
tussen twee tegenstrijdige kenmerken. Deze balansproblemen raken
niet alleen de hoogbegaafde persoon zelf, maar komen ook terug in het
onderwijs en de opvoeding van deze kinderen.
Dit boek verschaft de lezer de theoretische achtergronden die noodzakelijk
zijn om hoogbegaafde kinderen of leerlingen succesvol te begeleiden.
Bovendien worden honderden praktische tips gegeven die onmiddellijk
toepasbaar zijn in de praktijk.
De auteurs hebben meer dan 30 jaar ervaring in de begeleiding van
hoogbegaafde kinderen en jongeren, hun ouders, leerkrachten en begeleiders.
Zij pleiten voor opvoeding tot zelfdiscipline en het creëren van
open communicatie met deze kinderen. Geheugeneconomie op school
krijgt een extra accent. Ook de uitgebreide bijlagen rond uitstelgedrag,
zelfvertrouwen, perfectionisme, vlijt, zelfspraak en beloning verschaffen
een bijzonder inzicht in deze kernthema’s van hoogbegaafdheid.
Carl D’hondt, orthopedagoog, is erevoorzitter van BEKINA vzw – Begaafde
Kinderen en Adolescenten.
Hilde Van Rossen, master in de psychologie, was opleidingscoördinator
aan de Hogeschool VIVES, voorheen Katho.
Succesvol begeleiden van hoogbegaafde kinderen en jongeren
In dit boek voor gevorderden in de thematiek hoogbegaafdheid geven
de auteurs bijzondere aanwijzingen voor het succesvol opvoeden en
onderwijzen van hoogbegaafde kinderen en jongeren. Zij doorprikken
heel wat misverstanden rond hoogbegaafdheid en proberen door
te dringen tot de kern van de zaak. Zij ontdekten daarbij dat hoogbegaafdheid
veelal te maken heeft met het vinden van een goede balans
tussen twee tegenstrijdige kenmerken. Deze balansproblemen raken
niet alleen de hoogbegaafde persoon zelf, maar komen ook terug in het
onderwijs en de opvoeding van deze kinderen.
Dit boek verschaft de lezer de theoretische achtergronden die noodzakelijk
zijn om hoogbegaafde kinderen of leerlingen succesvol te begeleiden.
Bovendien worden honderden praktische tips gegeven die onmiddellijk
toepasbaar zijn in de praktijk.
De auteurs hebben meer dan 30 jaar ervaring in de begeleiding van
hoogbegaafde kinderen en jongeren, hun ouders, leerkrachten en begeleiders.
Zij pleiten voor opvoeding tot zelfdiscipline en het creëren van
open communicatie met deze kinderen. Geheugeneconomie op school
krijgt een extra accent. Ook de uitgebreide bijlagen rond uitstelgedrag,
zelfvertrouwen, perfectionisme, vlijt, zelfspraak en beloning verschaffen
een bijzonder inzicht in deze kernthema’s van hoogbegaafdheid.
Carl D’hondt, orthopedagoog, is erevoorzitter van BEKINA vzw – Begaafde
Kinderen en Adolescenten.
Hilde Van Rossen, master in de psychologie, was opleidingscoördinator
aan de Hogeschool VIVES, voorheen Katho.
Inspiratie tot innovatie in jeugdhuizen, jongerencentra, jeugdcentra en jeugdclubs
Dit boek bespreekt in het eerste hoofdstuk de doelstellingen, effecten en functies van (open)-jeugdwerk, die door onderzoek in het buitenland werden vastgesteld. Deze informatie blijkt jeugdhuiswerkers te kunnen inspireren bij het (her)formuleren van doelstellingen en het programmeren van activiteiten in hun jeugdhuis. Jeugdconsulenten, gemeentelijke jeugdambtenaren, schepenen voor de jeugd en beleidscritici vragen zich soms af welke jeugdhuisinitiatieven in aanmerking moeten komen voor subsidiering, en welke verbeteringen in het jeugdhuiswerk moeten worden gestimuleerd e.d. Dit boek reikt materiaal aan voor een gesprek met jeugdhuiswerkers én jongeren over hoe de vrijetijdsbeleving en de ontwikkeling van jongeren kan worden bevorderd door jeugdhuiswerk
In een tweede hoofdstuk wordt besproken, hoe een activiteitenprogramma ontmoetingen met leeftijdgenoten, deelname aan vrijetijdsactiviteiten mogelijk kan maken, jongeren kan uitdagen en stimuleren om zich verder te ontwikkelen en initiatief te nemen en plezier te beleven. In jeugdhuizen werken talrijke vrijwilligers en beroepskrachten. Participatie van die medewerkers in het beleid van hun organisatie blijkt in de realiteit niet altijd zo eenvoudig te realiseren. In het laatste hoofdstuk bespreekt het boek twee methodes om een participatief beleidsvormingsproces te ondersteunen
Inspiratie tot innovatie in jeugdhuizen, jongerencentra, jeugdcentra en jeugdclubs
Dit boek bespreekt in het eerste hoofdstuk de doelstellingen, effecten en functies van (open)-jeugdwerk, die door onderzoek in het buitenland werden vastgesteld. Deze informatie blijkt jeugdhuiswerkers te kunnen inspireren bij het (her)formuleren van doelstellingen en het programmeren van activiteiten in hun jeugdhuis. Jeugdconsulenten, gemeentelijke jeugdambtenaren, schepenen voor de jeugd en beleidscritici vragen zich soms af welke jeugdhuisinitiatieven in aanmerking moeten komen voor subsidiering, en welke verbeteringen in het jeugdhuiswerk moeten worden gestimuleerd e.d. Dit boek reikt materiaal aan voor een gesprek met jeugdhuiswerkers én jongeren over hoe de vrijetijdsbeleving en de ontwikkeling van jongeren kan worden bevorderd door jeugdhuiswerk
In een tweede hoofdstuk wordt besproken, hoe een activiteitenprogramma ontmoetingen met leeftijdgenoten, deelname aan vrijetijdsactiviteiten mogelijk kan maken, jongeren kan uitdagen en stimuleren om zich verder te ontwikkelen en initiatief te nemen en plezier te beleven. In jeugdhuizen werken talrijke vrijwilligers en beroepskrachten. Participatie van die medewerkers in het beleid van hun organisatie blijkt in de realiteit niet altijd zo eenvoudig te realiseren. In het laatste hoofdstuk bespreekt het boek twee methodes om een participatief beleidsvormingsproces te ondersteunen
International Journal of Child and Family Welfare (IJCFW) 2018 – Vol.18 1/2. Continuities and discontinuities in family foster care
International Journal of Child and Family Welfare (IJCFW) 2018 – Vol.18 1/2. Continuities and discontinuities in family foster care
Die droom heb ik nog steeds. Schoolloopbanen en levensverhalen van jongeren in een diverse samenleving.
De in dit boek beschreven studie is om diverse redenen zeldzaam, belangrijk en leerzaam.
Uit de literatuur kennen we het genre van de ‘Bildungsroman’. Dit boek laat zich
lezen als de wetenschappelijke variant daarvan.
Prof. dr. H.J.M. (Bert) van Oers, Hoogleraar Cultuurhistorische Onderwijspedagogiek,
Vrije Universiteit, Amsterdam.
Vele jongeren zijn opgevoed met het idee dat ze ‘alles kunnen worden’. Maar
wat is er van hun idealen terechtgekomen als eind-twintigers? Hebben deze
‘millennials’ hun droom gerealiseerd? En maakt het een verschil of je Yasmina
of Marjolein heet?
De auteurs volgen deze jongeren met toetsen en interviews van hun 10e tot hun
29e jaar, misschien wel de meest ingrijpende jaren in een mensenleven. Hun
openhartige verhalen bieden een inkijk in de leefwereld van de jongeren van
nu. Deze studie is zeldzaam, niet alleen gelet op de looptijd, maar ook omdat
we achter de façade van de sociale media kijken. We zien sommigen schijnbaar
moeiteloos doorstromen, terwijl anderen struikelen in de hordeloop van onderwijs
en samenleving. Sommige jongeren kijken met spijt en boosheid terug, nu
de consequenties van hun ‘keuzen’ steeds duidelijker worden. Anderen vertellen
vol trots over hun baan of dat ze vader of moeder zijn geworden. Er is hoop
maar ook kwetsbaarheid. Wat bepaalt succes of falen in de levensloop? En is
een ‘succesvolle’ levensloop ook ‘betekenisvol’? Dit boek is geschreven voor
iedereen die betrokken is bij onderwijs, onderzoek en begeleiding van jongeren.
Jan Terwel is emeritus hoogleraar Onderwijspedagogiek aan de Vrije Universiteit
Amsterdam. Hij doet onderzoek naar curriculum & instructie, schoolkeuze,
schoolloopbaan & levensloop.
Danielle van de Koot-Dees studeerde onderwijspedagogiek en levensbeschouwelijke
vorming aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Ze promoveerde aan de
Protestantse Theologische Universiteit (PThU) en werkt als docent-onderzoeker
bij de Christelijke Hogeschool Ede (CHE).
Rosa Rodrigues studeerde onderwijspedagogiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Ze is docent onderwijskunde/pedagogiek aan de pabo Hogeschool
Rotterdam en doet onderzoek naar de overgang basisschool-voortgezet onderwijs.
Haar expertise ligt vooral bij de grote stadsproblematiek.
Die droom heb ik nog steeds. Schoolloopbanen en levensverhalen van jongeren in een diverse samenleving.
De in dit boek beschreven studie is om diverse redenen zeldzaam, belangrijk en leerzaam.
Uit de literatuur kennen we het genre van de ‘Bildungsroman’. Dit boek laat zich
lezen als de wetenschappelijke variant daarvan.
Prof. dr. H.J.M. (Bert) van Oers, Hoogleraar Cultuurhistorische Onderwijspedagogiek,
Vrije Universiteit, Amsterdam.
Vele jongeren zijn opgevoed met het idee dat ze ‘alles kunnen worden’. Maar
wat is er van hun idealen terechtgekomen als eind-twintigers? Hebben deze
‘millennials’ hun droom gerealiseerd? En maakt het een verschil of je Yasmina
of Marjolein heet?
De auteurs volgen deze jongeren met toetsen en interviews van hun 10e tot hun
29e jaar, misschien wel de meest ingrijpende jaren in een mensenleven. Hun
openhartige verhalen bieden een inkijk in de leefwereld van de jongeren van
nu. Deze studie is zeldzaam, niet alleen gelet op de looptijd, maar ook omdat
we achter de façade van de sociale media kijken. We zien sommigen schijnbaar
moeiteloos doorstromen, terwijl anderen struikelen in de hordeloop van onderwijs
en samenleving. Sommige jongeren kijken met spijt en boosheid terug, nu
de consequenties van hun ‘keuzen’ steeds duidelijker worden. Anderen vertellen
vol trots over hun baan of dat ze vader of moeder zijn geworden. Er is hoop
maar ook kwetsbaarheid. Wat bepaalt succes of falen in de levensloop? En is
een ‘succesvolle’ levensloop ook ‘betekenisvol’? Dit boek is geschreven voor
iedereen die betrokken is bij onderwijs, onderzoek en begeleiding van jongeren.
Jan Terwel is emeritus hoogleraar Onderwijspedagogiek aan de Vrije Universiteit
Amsterdam. Hij doet onderzoek naar curriculum & instructie, schoolkeuze,
schoolloopbaan & levensloop.
Danielle van de Koot-Dees studeerde onderwijspedagogiek en levensbeschouwelijke
vorming aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Ze promoveerde aan de
Protestantse Theologische Universiteit (PThU) en werkt als docent-onderzoeker
bij de Christelijke Hogeschool Ede (CHE).
Rosa Rodrigues studeerde onderwijspedagogiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Ze is docent onderwijskunde/pedagogiek aan de pabo Hogeschool
Rotterdam en doet onderzoek naar de overgang basisschool-voortgezet onderwijs.
Haar expertise ligt vooral bij de grote stadsproblematiek.
Mantle of the expert.Handleiding voor beginners. Drama als leermiddel in het lager onderwijs
Mantle of the expert.Handleiding voor beginners. Drama als leermiddel in het lager onderwijs
De fonograaf en de grammofoon in de Nederlandstalige literatuur. (1877-1935). Een media-archeologisch onderzoek (Academisch Literair, nr. 11)
Tom Willaert behaalde een doctoraat in de literatuur aan de KU Leuven, waar hij momenteel actief is in het domein van digital humanities en data-analyse.
De fonograaf en de grammofoon in de Nederlandstalige literatuur. (1877-1935). Een media-archeologisch onderzoek (Academisch Literair, nr. 11)
Tom Willaert behaalde een doctoraat in de literatuur aan de KU Leuven, waar hij momenteel actief is in het domein van digital humanities en data-analyse.
Inclusief vergaderen. Meer dan een cliëntvergadering
De auteurs laten zien hoe inclusief vergaderen een proces is en wat dit in de praktijk betekent. In dit boek vind je heel wat suggesties en mogelijkheden om je eigen vergaderingen op te starten of te verfijnen. Het is geschreven vanuit en geïllustreerd met praktijkervaringen uit verschillende doelgroepen. De hulpmiddelen en tips zijn voornamelijk van toepassing op vergaderen met personen met een verstandelijke beperking, hoewel ze kunnen toegepast worden bij alle doelgroepen waar communicatie en denkprocessen niet voor de hand liggen. Het boek helpt je ook vergaderingen te ondersteunen bij laagtaalvaardigen, anderstaligen, senioren, kleuters en jongeren met of zonder beperking.
Bij dit boek krijgt u heel wat gevisualiseerd materiaal dat u kunt aanpassen op maat van uw cliënt.
Chris De Rijdt, bachelor in de orthopedagogiek, is praktijklector aan de Hogeschool Gent, Faculteit Mens en Welzijn. Ze werkte voordien als begeleidster/groepschef bij mensen met een verstandelijke beperking en bij kinderen met gedragsproblemen.
Bart Serrien biedt met Sclera vzw ondersteuning in communicatieve en verstandelijke toegankelijkheid, onder andere door het ontwerpen van de Sclera pictogrammen. Hij werkte als begeleider en verslaggever bij personen met een verstandelijke beperking en later als teamcoach en teamlead. Hierbij speelde vergaderen met de teamleden en het management een belangrijke rol. Bart is auteur van de brochure 'Praktijk in beeld - tijd en planning' en medeauteur van het boek 'Oplossingsgericht werken met personen met een verstandelijke beperking’.
.Inclusief vergaderen. Meer dan een cliëntvergadering
De auteurs laten zien hoe inclusief vergaderen een proces is en wat dit in de praktijk betekent. In dit boek vind je heel wat suggesties en mogelijkheden om je eigen vergaderingen op te starten of te verfijnen. Het is geschreven vanuit en geïllustreerd met praktijkervaringen uit verschillende doelgroepen. De hulpmiddelen en tips zijn voornamelijk van toepassing op vergaderen met personen met een verstandelijke beperking, hoewel ze kunnen toegepast worden bij alle doelgroepen waar communicatie en denkprocessen niet voor de hand liggen. Het boek helpt je ook vergaderingen te ondersteunen bij laagtaalvaardigen, anderstaligen, senioren, kleuters en jongeren met of zonder beperking.
Bij dit boek krijgt u heel wat gevisualiseerd materiaal dat u kunt aanpassen op maat van uw cliënt.
Chris De Rijdt, bachelor in de orthopedagogiek, is praktijklector aan de Hogeschool Gent, Faculteit Mens en Welzijn. Ze werkte voordien als begeleidster/groepschef bij mensen met een verstandelijke beperking en bij kinderen met gedragsproblemen.
Bart Serrien biedt met Sclera vzw ondersteuning in communicatieve en verstandelijke toegankelijkheid, onder andere door het ontwerpen van de Sclera pictogrammen. Hij werkte als begeleider en verslaggever bij personen met een verstandelijke beperking en later als teamcoach en teamlead. Hierbij speelde vergaderen met de teamleden en het management een belangrijke rol. Bart is auteur van de brochure 'Praktijk in beeld - tijd en planning' en medeauteur van het boek 'Oplossingsgericht werken met personen met een verstandelijke beperking’.
.Oog om oog – Psychoanalyse en tv-series (Reeks Psychoanalyse en cultuur, nr. 9)
‹Oog om Oog› probeert in te zoomen op creatieve processen en lezersreacties in een keur aan tv-series. Welke stem kan de psychoanalyse daarbij hebben en wat kan de psychoanalyticus leren van tv-series? Aan bod komen onder meer series als Twin Peaks, The Wire, Breaking Bad, House of Cards, Dexter, Les Revenants, Fargo, House of Cards en Game of Thrones.
Peter Verstraten is voorzitter van de opleiding Film- en Literatuur wetenschap aan de Universiteit Leiden. Zijn meest recente studie is Humour and Irony in Dutch Post-war Fiction Film.
Sjef Houppermans is voorzitter van de Stichting Psychoanalyse en Cultuur; hij is als onderzoeker verbonden aan de Universiteit Leiden.
Met bijdragen van Jos de Kroon, Yasco Horsman, Sjef Houppermans, Janna Houwen, Solange Leibovici, Miriam Rasch, Daan Rutten, Peter Verstraten.
Oog om oog – Psychoanalyse en tv-series (Reeks Psychoanalyse en cultuur, nr. 9)
‹Oog om Oog› probeert in te zoomen op creatieve processen en lezersreacties in een keur aan tv-series. Welke stem kan de psychoanalyse daarbij hebben en wat kan de psychoanalyticus leren van tv-series? Aan bod komen onder meer series als Twin Peaks, The Wire, Breaking Bad, House of Cards, Dexter, Les Revenants, Fargo, House of Cards en Game of Thrones.
Peter Verstraten is voorzitter van de opleiding Film- en Literatuur wetenschap aan de Universiteit Leiden. Zijn meest recente studie is Humour and Irony in Dutch Post-war Fiction Film.
Sjef Houppermans is voorzitter van de Stichting Psychoanalyse en Cultuur; hij is als onderzoeker verbonden aan de Universiteit Leiden.
Met bijdragen van Jos de Kroon, Yasco Horsman, Sjef Houppermans, Janna Houwen, Solange Leibovici, Miriam Rasch, Daan Rutten, Peter Verstraten.
Ouder worden op het Vlaamse platteland. Over wonen,zorg en ruimtelijk ordenen in dunbevolkte gebieden
Dit boek neemt twee casegebieden onder de loep: de rurale Westhoek en de meer verstedelijkte, maar nog steeds landelijke Kempen. Het zet een ruimtelijk model op poten en geeft beleidsaanbevelingen mee.
Pascal De Decker, Emma Volckaert en Elise Schillebeecks zijn verbonden aan de onderzoeksgroep P.PUL (Planning for People, Urbanity & Landscape), de opvolger van HaUS, van het Departement Architectuur van de KU Leuven. Brecht Vandekerckhove en Céline Wellens zijn vennoten bij Atelier Romain. Niels De Luyck is onderzoeker bij SumResearch.
Ouder worden op het Vlaamse platteland. Over wonen,zorg en ruimtelijk ordenen in dunbevolkte gebieden
Dit boek neemt twee casegebieden onder de loep: de rurale Westhoek en de meer verstedelijkte, maar nog steeds landelijke Kempen. Het zet een ruimtelijk model op poten en geeft beleidsaanbevelingen mee.
Pascal De Decker, Emma Volckaert en Elise Schillebeecks zijn verbonden aan de onderzoeksgroep P.PUL (Planning for People, Urbanity & Landscape), de opvolger van HaUS, van het Departement Architectuur van de KU Leuven. Brecht Vandekerckhove en Céline Wellens zijn vennoten bij Atelier Romain. Niels De Luyck is onderzoeker bij SumResearch.
Partners in tijden van ouderschap. Ouders en relaties in gezinnen vandaag. (Reeks: Gezinnen,relaties en opvoeding, nr.4)
Kathleen Emmery en Dirk Luyten zijn verbonden aan het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee Hogeschool). Naar aanleiding van de Internationale Dag van het Gezin brengt het kenniscentrum jaarlijks een pu- blicatie uit samen met verschillende partners uit de academische wereld, beleid en het werkveld. Met bijdragen van Elisabeth Adriaens, Veerle Audenaert, Kim Bastaits, Martine Corijn, Joris Dewispelaere, Liesbet De Lepeleire, Geraldine Dupont, Kathleen Emmery, Carolien Gravesteijn, An Keppens, Esther Kluwer, Dirk Luyten, Inge Pasteels, Ludo Serrien, Sofie Vanassche, Diederik Vancoppenolle, Ine Van Elskens, Hanna Van Parys, Claire Wiewauters, Elia Wyverkens.
Partners in tijden van ouderschap. Ouders en relaties in gezinnen vandaag. (Reeks: Gezinnen,relaties en opvoeding, nr.4)
Kathleen Emmery en Dirk Luyten zijn verbonden aan het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee Hogeschool). Naar aanleiding van de Internationale Dag van het Gezin brengt het kenniscentrum jaarlijks een pu- blicatie uit samen met verschillende partners uit de academische wereld, beleid en het werkveld. Met bijdragen van Elisabeth Adriaens, Veerle Audenaert, Kim Bastaits, Martine Corijn, Joris Dewispelaere, Liesbet De Lepeleire, Geraldine Dupont, Kathleen Emmery, Carolien Gravesteijn, An Keppens, Esther Kluwer, Dirk Luyten, Inge Pasteels, Ludo Serrien, Sofie Vanassche, Diederik Vancoppenolle, Ine Van Elskens, Hanna Van Parys, Claire Wiewauters, Elia Wyverkens.
Marathontraining
Wat komt er allemaal kijken bij het opstellen van een trainingschema voor een marathon? Hoe krijg je een loper optimaal voorbereid aan de start? En hoe laat je hem gezond aankomen na 42.195 meter en een goede prestatie?
Dit boek is het resultaat van een studie van opleidingen, publicaties en presentaties van de voorbije 40 jaar, aangevuld met de eigen ervaring van de auteur. Hij liep 22 marathons in 10 jaar en gaf 20 jaar training aan marathonlopers.
Dit boek laat zien hoe enkele toppers het gedaan hebben maar ook hoe de hardwerkende vrijetijdsloper zich kan voorbereiden. Het biedt onder meer uitgewerkte schema’s en gaat dieper in op thema’s als krachttraining, beter worden door te rusten, intervaltraining, aantal kilometers per week enz. Het boek is in de eerste plaats bedoeld voor atletiektrainers die marathonlopers begeleiden van alle niveaus, zodat de lopers meer plezier kunnen beleven aan hun prestatie, met minder kans op blessures en teleurstellingen. Daarnaast kan het boek ook gebruikt worden door lopers die ervoor kiezen om zelfstandig te trainen zonder hulp van een atletiektrainer.
Roger Embrechts, zelf gewezen marathonloper, is nu een enthousiaste en empathische trainer van marathonlopers. Hij verzamelde en analyseerde de voorbije veertig jaar trainingsmethodes van andere coaches en bekende atleten uit binnen- en buitenland.
Marathontraining
Wat komt er allemaal kijken bij het opstellen van een trainingschema voor een marathon? Hoe krijg je een loper optimaal voorbereid aan de start? En hoe laat je hem gezond aankomen na 42.195 meter en een goede prestatie?
Dit boek is het resultaat van een studie van opleidingen, publicaties en presentaties van de voorbije 40 jaar, aangevuld met de eigen ervaring van de auteur. Hij liep 22 marathons in 10 jaar en gaf 20 jaar training aan marathonlopers.
Dit boek laat zien hoe enkele toppers het gedaan hebben maar ook hoe de hardwerkende vrijetijdsloper zich kan voorbereiden. Het biedt onder meer uitgewerkte schema’s en gaat dieper in op thema’s als krachttraining, beter worden door te rusten, intervaltraining, aantal kilometers per week enz. Het boek is in de eerste plaats bedoeld voor atletiektrainers die marathonlopers begeleiden van alle niveaus, zodat de lopers meer plezier kunnen beleven aan hun prestatie, met minder kans op blessures en teleurstellingen. Daarnaast kan het boek ook gebruikt worden door lopers die ervoor kiezen om zelfstandig te trainen zonder hulp van een atletiektrainer.
Roger Embrechts, zelf gewezen marathonloper, is nu een enthousiaste en empathische trainer van marathonlopers. Hij verzamelde en analyseerde de voorbije veertig jaar trainingsmethodes van andere coaches en bekende atleten uit binnen- en buitenland.
Vol-DOENing. Sleutels voor een leven boordevol voldoening
Dit vraagstuk heeft geleid tot het oprichten van hun bedrijf InsideUp, dat als missie heeft het beste van elkeen naar boven te brengen, niet occasioneel, maar structureel, elke dag, in elke context. De meest effectieve tools en inzichten van hun zoektocht hebben ze gebundeld in dit werkboek. Ze hebben bewust gekozen voor een doe-boek dat de lezer aanspoort om met de opgedane kennis en inzichten ook effectief iets te doen. Kennis is namelijk maar krachtig als je er ook echt mee aan de slag gaat. Dit doe-boek biedt je tal van sleutels om in de complexe wereld van vandaag je leven in eigen handen te nemen, je persoonlijk leiderschap te ontsluiten en je zelfvertrouwen te versterken.
Sanae El Guennouni is bio-ingenieur en kwam via consultancy-opdrachten in de financiële sector terecht. Ze heeft meer dan 20 jaar zowel nationaal als internationaal gewerkt en groepen geleid in operationele, beleidsmatige en commerciële contexten. In 2016 richtte ze het bedrijf InsideUp op waar ze haar hands-on ervaring deelt met anderen door workshops, trainingen en coaching.
Karin Gillis, bachelor in het financiën- en verzekeringswezen, kwam na haar studies vrijwel onmiddellijk in de financiële sector terecht. Ze heeft 15 jaar ervaring in verschillende posities zowel nationaal als internationaal in beleidsondersteunende, inhoudelijke en leidinggevende functies. Als medezaakvoerder van InsideUp begeleidt ze anderen in hun groei. Daarnaast is ze ook vennoot in een verzekeringsen bankkantoor.
Vol-DOENing. Sleutels voor een leven boordevol voldoening
Dit vraagstuk heeft geleid tot het oprichten van hun bedrijf InsideUp, dat als missie heeft het beste van elkeen naar boven te brengen, niet occasioneel, maar structureel, elke dag, in elke context. De meest effectieve tools en inzichten van hun zoektocht hebben ze gebundeld in dit werkboek. Ze hebben bewust gekozen voor een doe-boek dat de lezer aanspoort om met de opgedane kennis en inzichten ook effectief iets te doen. Kennis is namelijk maar krachtig als je er ook echt mee aan de slag gaat. Dit doe-boek biedt je tal van sleutels om in de complexe wereld van vandaag je leven in eigen handen te nemen, je persoonlijk leiderschap te ontsluiten en je zelfvertrouwen te versterken.
Sanae El Guennouni is bio-ingenieur en kwam via consultancy-opdrachten in de financiële sector terecht. Ze heeft meer dan 20 jaar zowel nationaal als internationaal gewerkt en groepen geleid in operationele, beleidsmatige en commerciële contexten. In 2016 richtte ze het bedrijf InsideUp op waar ze haar hands-on ervaring deelt met anderen door workshops, trainingen en coaching.
Karin Gillis, bachelor in het financiën- en verzekeringswezen, kwam na haar studies vrijwel onmiddellijk in de financiële sector terecht. Ze heeft 15 jaar ervaring in verschillende posities zowel nationaal als internationaal in beleidsondersteunende, inhoudelijke en leidinggevende functies. Als medezaakvoerder van InsideUp begeleidt ze anderen in hun groei. Daarnaast is ze ook vennoot in een verzekeringsen bankkantoor.
Diversity Dialogue.An Exercise in Inclusion
This Diversity Reader represents a dialogue on equity and inclusion and the struggle for the promotion of social justice in different contexts. It is an enthusiastic plea for the ownership of social responsibility on an individual, institutional and societal level with the recognition that many of us actors in the field are bound duty-bearers.
Dr. Jualla van Oudenhoven, editor of this book, is a sociologist
attached to ICDI – International Child Development Initiatives
– in Leiden, The Netherlands, and is currently involved in social
justice advocacy within a North American and international
context. She is the Diversity and Inclusion Consultant at Durham
College, Ontario, Canada and continues to contribute to the debate,
policy and practice regarding interventions benefitting vulnerable
persons.
List of contributors: Megan Katherine Ali, John Edward Charles
Cooper, Natasha Dias, Jeff Haskins, Barbara Howe, Preeti Nayak,
Anna Augusto Rodrigues, Jessica Stoiku, Rona Jualla van Oudenhoven.
Diversity Dialogue.An Exercise in Inclusion
This Diversity Reader represents a dialogue on equity and inclusion and the struggle for the promotion of social justice in different contexts. It is an enthusiastic plea for the ownership of social responsibility on an individual, institutional and societal level with the recognition that many of us actors in the field are bound duty-bearers.
Dr. Jualla van Oudenhoven, editor of this book, is a sociologist
attached to ICDI – International Child Development Initiatives
– in Leiden, The Netherlands, and is currently involved in social
justice advocacy within a North American and international
context. She is the Diversity and Inclusion Consultant at Durham
College, Ontario, Canada and continues to contribute to the debate,
policy and practice regarding interventions benefitting vulnerable
persons.
List of contributors: Megan Katherine Ali, John Edward Charles
Cooper, Natasha Dias, Jeff Haskins, Barbara Howe, Preeti Nayak,
Anna Augusto Rodrigues, Jessica Stoiku, Rona Jualla van Oudenhoven.
Een alcoholprobleem? Wat nu?
Het gebruik van alcohol is nauwelijks weg te denken uit onze samenleving,
het is als het ware ingebed in onze levensstijl. Overmatig alcoholgebruik
is dan ook één van de grotere problemen in de gezondheidszorg.
In dit boek heeft de auteur samengebracht wat hij in zijn
meer dan dertig jaar ervaring in het werken met alcoholmisbruikers
als nuttig en werkbaar heeft ervaren. Hij gaat ervan uit dat ondanks
het alcoholmisbruik cliënten de innerlijke kracht hebben om unieke,
doeltreffende oplossingen te creëren voor hun problemen.
Het boek beschrijft specifieke en handige technieken voor het begeleiden
van alcoholmisbruikers. Verpleegkundigen, ergotherapeuten, bewegingstherapeuten,
psychologen, psychotherapeuten en artsen vinden
in dit boek diverse efficiënte mogelijkheden die zowel toepasbaar
zijn bij matig als excessief alcoholmisbruik. Het onderstreept hoe zowel
begeleiders als cliënten een gezonde bevredigende toekomst voorop
kunnen stellen en hoe cliënten dit met vallen en opstaan kunnen bereiken
door te minderen of te stoppen met drinken.
Erwin De Bisscop is een erkend oplossingsgericht cognitief systeemtherapeut met een jarenlange ervaring in het begeleiden van alcoholgebruikers. Hij werkt al meer dan dertig jaar in de PAAZ van het AZ Sint-Jan Brugge-Oostende AV. Hij is daar onder andere medeoprichter van het POC (poliklinisch ontwenningscentrum) waar hij therapeutisch coördinator is. Bovendien is hij directielid en erkend opleider (oplossingsgerichte cognitieve systeemtherapie en coaching) aan het Korzybski- instituut in Brugge.
Een alcoholprobleem? Wat nu?
Het gebruik van alcohol is nauwelijks weg te denken uit onze samenleving,
het is als het ware ingebed in onze levensstijl. Overmatig alcoholgebruik
is dan ook één van de grotere problemen in de gezondheidszorg.
In dit boek heeft de auteur samengebracht wat hij in zijn
meer dan dertig jaar ervaring in het werken met alcoholmisbruikers
als nuttig en werkbaar heeft ervaren. Hij gaat ervan uit dat ondanks
het alcoholmisbruik cliënten de innerlijke kracht hebben om unieke,
doeltreffende oplossingen te creëren voor hun problemen.
Het boek beschrijft specifieke en handige technieken voor het begeleiden
van alcoholmisbruikers. Verpleegkundigen, ergotherapeuten, bewegingstherapeuten,
psychologen, psychotherapeuten en artsen vinden
in dit boek diverse efficiënte mogelijkheden die zowel toepasbaar
zijn bij matig als excessief alcoholmisbruik. Het onderstreept hoe zowel
begeleiders als cliënten een gezonde bevredigende toekomst voorop
kunnen stellen en hoe cliënten dit met vallen en opstaan kunnen bereiken
door te minderen of te stoppen met drinken.
Erwin De Bisscop is een erkend oplossingsgericht cognitief systeemtherapeut met een jarenlange ervaring in het begeleiden van alcoholgebruikers. Hij werkt al meer dan dertig jaar in de PAAZ van het AZ Sint-Jan Brugge-Oostende AV. Hij is daar onder andere medeoprichter van het POC (poliklinisch ontwenningscentrum) waar hij therapeutisch coördinator is. Bovendien is hij directielid en erkend opleider (oplossingsgerichte cognitieve systeemtherapie en coaching) aan het Korzybski- instituut in Brugge.
Handchirurgie.Deel 2: Niet-traumatische pathologie
De kennis over handchirurgie is de voorbije 20 jaar dermate geëvolueerd
dat het boek ‘Handchirurgie’ (eerste druk, 2000) om een up-date
vroeg. ‘Handchirurgie. Deel 1: trauma’ (2013) geeft een overzicht van
mogelijke traumatologie van de hand, terwijl dit tweede deel de niet-traumatische
aandoeningen bespreekt. Het boek geeft een overzicht
van de meeste courante aandoeningen maar bespreekt ook minder
alledaagse pathologieën.
Dit ‘hand’-boek is geen technisch doe-boek dat louter voor gespecialiseerde
handchirurgen geschreven werd, maar wel voor een ruimer
publiek van artsen, andere chirurgen, studenten en zorgverleners die
geregeld geconfronteerd worden met deze pathologie. De verschillende
auteurs hebben een gelijkaardige opleiding genoten en werken
nog altijd samen, wat de uniformiteit in de benadering van het onderwerp
eenvoudiger maakt.
Prof. dr. Luc De Smet , orthopedisch chirurg/handchirurg, is werkzaam
in het Universitair ziekenhuis Leuven sedert 1990 en verantwoordelijk
voor het zorgprogramma Hand-, pols- en microchirurgie. Hij is hoofddocent
aan de KU Leuven, met bijzondere interesse in congenitale afwijkingen,
traumatologie en reconstructieve chirurgie.
Prof. dr. Ilse Degreef , orthopedisch chirurg/handchirurg, is werkzaam
in het Universitair ziekenhuis Leuven. Zij is eveneens hoofddocent aan
de KU Leuven en Europees gediplomeerd in de handchirurgie. Haar bijzondere
interesses zijn de ziekte van Dupuytren en elleboogchirurgie.
Dr. Maarten Van Nuffel, orthopedisch chirurg/handchirurg, is werkzaam
in het Universitair ziekenhuis Leuven. Hij is Europees gediplomeerd
in de handchirurgie. Hij heeft bijzondere interesse in pediatrische
handproblematiek, arthroscopie en ziekte van Dupuytren.
Dr. Sebastian Peters, orthopedisch chirurg, is werkzaam in het H. Hartziekenhuis in Leuven en Europees gediplomeerd handchirurg. Handchirurgie
Handchirurgie.Deel 2: Niet-traumatische pathologie
De kennis over handchirurgie is de voorbije 20 jaar dermate geëvolueerd
dat het boek ‘Handchirurgie’ (eerste druk, 2000) om een up-date
vroeg. ‘Handchirurgie. Deel 1: trauma’ (2013) geeft een overzicht van
mogelijke traumatologie van de hand, terwijl dit tweede deel de niet-traumatische
aandoeningen bespreekt. Het boek geeft een overzicht
van de meeste courante aandoeningen maar bespreekt ook minder
alledaagse pathologieën.
Dit ‘hand’-boek is geen technisch doe-boek dat louter voor gespecialiseerde
handchirurgen geschreven werd, maar wel voor een ruimer
publiek van artsen, andere chirurgen, studenten en zorgverleners die
geregeld geconfronteerd worden met deze pathologie. De verschillende
auteurs hebben een gelijkaardige opleiding genoten en werken
nog altijd samen, wat de uniformiteit in de benadering van het onderwerp
eenvoudiger maakt.
Prof. dr. Luc De Smet , orthopedisch chirurg/handchirurg, is werkzaam
in het Universitair ziekenhuis Leuven sedert 1990 en verantwoordelijk
voor het zorgprogramma Hand-, pols- en microchirurgie. Hij is hoofddocent
aan de KU Leuven, met bijzondere interesse in congenitale afwijkingen,
traumatologie en reconstructieve chirurgie.
Prof. dr. Ilse Degreef , orthopedisch chirurg/handchirurg, is werkzaam
in het Universitair ziekenhuis Leuven. Zij is eveneens hoofddocent aan
de KU Leuven en Europees gediplomeerd in de handchirurgie. Haar bijzondere
interesses zijn de ziekte van Dupuytren en elleboogchirurgie.
Dr. Maarten Van Nuffel, orthopedisch chirurg/handchirurg, is werkzaam
in het Universitair ziekenhuis Leuven. Hij is Europees gediplomeerd
in de handchirurgie. Hij heeft bijzondere interesse in pediatrische
handproblematiek, arthroscopie en ziekte van Dupuytren.
Dr. Sebastian Peters, orthopedisch chirurg, is werkzaam in het H. Hartziekenhuis in Leuven en Europees gediplomeerd handchirurg. Handchirurgie
Publieksliteratuur uit Vlaanderen tijdens het interbellum.Een pedagogisch project. (Academisch Literair, nr. 10)
Vier populaire figuren uit het interbellum spelen in dit boek de hoofdrol: de vertellers Warden Oom en Ernest Claes, die de verteltraditie van de folklore nieuw leven inbliezen en hun romans en verhalen zagen als bronnen van kennis en wijsheid; de dichteres Alice Nahon, die poëzie voor dagelijks gebruik schreef en het publiek in haar gedichten emotionele levenslessen bijbracht; en de socialistische criticus Raymond Herreman, die met zijn rubriek ‘De Boek-uil’ in de krant Vooruit een publiek van arbeiders en bedienden vertrouwd wilde maken met de kunst van het goede lezen. Het zijn namen die ooit het publieke gezicht van de literatuur uitmaakten, en die vandaag nog altijd tot de verbeelding spreken, maar die voorheen amper het onderwerp waren van literair-historisch onderzoek.
Bram Lambrecht studeerde taal- en letterkunde aan de KU Leuven. Met zijn masterproef over de epische poëzie van Karel van de Woestijne won hij de eerste Scriptieprijs van het Poëziecentrum. In februari 2017 verdedigde hij zijn proefschrift over het pedagogische project van de publieksliteratuur in Vlaanderen tijdens het interbellum. Als postdoctoraal onderzoeker van het FWO-Vlaanderen voert hij momenteel een project uit over rouwpoëzie. Bram publiceerde al verschillende artikelen over de literaire cultuur van het interbellum en over hedendaagse Nederlandstalige poëzie.
Publieksliteratuur uit Vlaanderen tijdens het interbellum.Een pedagogisch project. (Academisch Literair, nr. 10)
Vier populaire figuren uit het interbellum spelen in dit boek de hoofdrol: de vertellers Warden Oom en Ernest Claes, die de verteltraditie van de folklore nieuw leven inbliezen en hun romans en verhalen zagen als bronnen van kennis en wijsheid; de dichteres Alice Nahon, die poëzie voor dagelijks gebruik schreef en het publiek in haar gedichten emotionele levenslessen bijbracht; en de socialistische criticus Raymond Herreman, die met zijn rubriek ‘De Boek-uil’ in de krant Vooruit een publiek van arbeiders en bedienden vertrouwd wilde maken met de kunst van het goede lezen. Het zijn namen die ooit het publieke gezicht van de literatuur uitmaakten, en die vandaag nog altijd tot de verbeelding spreken, maar die voorheen amper het onderwerp waren van literair-historisch onderzoek.
Bram Lambrecht studeerde taal- en letterkunde aan de KU Leuven. Met zijn masterproef over de epische poëzie van Karel van de Woestijne won hij de eerste Scriptieprijs van het Poëziecentrum. In februari 2017 verdedigde hij zijn proefschrift over het pedagogische project van de publieksliteratuur in Vlaanderen tijdens het interbellum. Als postdoctoraal onderzoeker van het FWO-Vlaanderen voert hij momenteel een project uit over rouwpoëzie. Bram publiceerde al verschillende artikelen over de literaire cultuur van het interbellum en over hedendaagse Nederlandstalige poëzie.
Genderidentiteit en seksuele diversiteit in de ouderenzorg Toolkit (handleiding + situatiekaarten). Clipbox
In 2014 stelde Els Messelis de ‘
Sekskoffer’ voor, die ze ontwikkelde om de
bespreekbaarheid rond seksualiteit en intimiteit op latere leeftijd in de ouderenzorg
op organisatie-, personeels- en persoonsniveau te verhogen. Eind 2016
stelde ze een hernieuwde versie van deze koffer voor in het Vlaams Parlement
tijdens het Congres van Sensoa, de ‘Sekskoffer voor gevorderden’. Uit het
wetenschappelijk onderzoek d.m.v. de Sexuality Assessment Tool, dat ze in het
najaar van 2017 voerde in verscheidene Vlaamse Woonzorgcentra, is onder
meer gebleken dat het niet evident is om een professioneel seks- en intimiteitsbeleid
in de ouderenzorg te ontwikkelen. Vele thema’s blijven onaangeraakt en/
of onderbelicht, zo ook het thema ‘genderidentiteit en seksuele diversiteit op
latere leeftijd’.
Deze toolkit is bedoeld voor iedereen die betrokken is bij de ouderenzorg, dus
niet alleen voor woonzorgcentra, maar ook dagverzorgingscentra, serviceflats,
thuiszorg enz. Met deze toolkit wil de auteur de ouderenorganisaties, de hulpen
zorgverleners en de oudere volwassenen een positieve boost geven om,
aan de hand van gedegen frameworks, tips, stellingen, scenario’s en prachtige
illustraties, de bespreekbaarheid rond genderidentiteit en seksuele diversiteit
op latere leeftijd te verhogen en taboes te doorprikken.
Els Messelis is maatschappelijk werker, gerontoloog en auteur. Werken met en voor senioren is haar passie. Ze is (mede)auteur van diverse boeken en artikels rond ouder worden. Ze is (mede)inspirator van de opleiding tot intimiteitscoach in de ouderenzorg. Ze geeft al 32 jaar vorming en opleiding, onder meer over seks en intimiteit op latere leeftijd.
Genderidentiteit en seksuele diversiteit in de ouderenzorg Toolkit (handleiding + situatiekaarten). Clipbox
In 2014 stelde Els Messelis de ‘
Sekskoffer’ voor, die ze ontwikkelde om de
bespreekbaarheid rond seksualiteit en intimiteit op latere leeftijd in de ouderenzorg
op organisatie-, personeels- en persoonsniveau te verhogen. Eind 2016
stelde ze een hernieuwde versie van deze koffer voor in het Vlaams Parlement
tijdens het Congres van Sensoa, de ‘Sekskoffer voor gevorderden’. Uit het
wetenschappelijk onderzoek d.m.v. de Sexuality Assessment Tool, dat ze in het
najaar van 2017 voerde in verscheidene Vlaamse Woonzorgcentra, is onder
meer gebleken dat het niet evident is om een professioneel seks- en intimiteitsbeleid
in de ouderenzorg te ontwikkelen. Vele thema’s blijven onaangeraakt en/
of onderbelicht, zo ook het thema ‘genderidentiteit en seksuele diversiteit op
latere leeftijd’.
Deze toolkit is bedoeld voor iedereen die betrokken is bij de ouderenzorg, dus
niet alleen voor woonzorgcentra, maar ook dagverzorgingscentra, serviceflats,
thuiszorg enz. Met deze toolkit wil de auteur de ouderenorganisaties, de hulpen
zorgverleners en de oudere volwassenen een positieve boost geven om,
aan de hand van gedegen frameworks, tips, stellingen, scenario’s en prachtige
illustraties, de bespreekbaarheid rond genderidentiteit en seksuele diversiteit
op latere leeftijd te verhogen en taboes te doorprikken.
Els Messelis is maatschappelijk werker, gerontoloog en auteur. Werken met en voor senioren is haar passie. Ze is (mede)auteur van diverse boeken en artikels rond ouder worden. Ze is (mede)inspirator van de opleiding tot intimiteitscoach in de ouderenzorg. Ze geeft al 32 jaar vorming en opleiding, onder meer over seks en intimiteit op latere leeftijd.
Niet zomaar een boek – Een oplossingsgerichte reis
Een dagboek heeft iets geheimzinnigs.
Het belooft inkijk te geven in de
diepste roerselen, de geheimste
gedachten, de grote en kleine
belevenissen die een verschil maken.
Het wordt een geschiedenis, een
biografie die jou beschrijft, en je
daardoor ook bepaalt. Een blauwdruk
van een door jou gecreëerde identiteit.
Want woorden beschrijven niet de
realiteit.
Woorden scheppen de realiteit.
Ze belichten geselecteerde aspecten
van dat erg complexe geheel… en
hetgeen waarop je focust, wordt
versterkt. Dat hebben we van
Heisenberg geleerd.
In de hersenen vormen zich sporen,
leert recent wetenschappelijk
onderzoek.
Probleemsporen ontstaan bij het
focussen op problemen, zodat we
riskeren te denken dat we enkel
probleem zijn, slachtoffer van ons
leven. Oplossingssporen worden
gevormd bij het focussen op sterktes,
resources, oplossingen en geven een
beter gevoel. Ze helpen ontdekken
dat we keuzes kunnen maken, dat we
greep hebben op ons leven.
De toekomst is maakbaar door de
manier waarop we haar beschrijven.
In ‘Niet zomaar een boek’ gidst
de auteur in die onderneming.
De vragen helpen om een
eigen, unieke ‘handleiding’ te
ontdekken, te behouden wat
realistisch naar een gewenste
toekomst leidt, te verruimen wat
ons belemmert. Ze verleggen de
focus van probleemversterkend
naar oplossingversterkend, van
falen naar successen, van jezelf
als ‘lijdend’ voorwerp naar jezelf
als ‘onderwerp’ van je leven, een
ingrijpende ontdekkingstocht.
Voor wie iets extra’s wenst,
worden helpende technieken
aangereikt.
‘Life is not the way it is supposed
to be. It is the way it is. The way
you cope with it is what makes
the difference.’
(Virginia Satir)
‘Deze reis maakt het verschil.
Men weze gewaarschuwd.
Dit boek kan je leven ingrijpend
veranderen.’
(Dr. Myriam Le Fevere de Ten Hove)
Valérie Frigne is een oplossingsgerichte psychotherapeut en creatieve duizendpoot. Ze wil met dit boek eenieder op een laagdrempelige manier laten kennismaken met het oplossingsgerichte gedachtegoed. Het boek kan je individueel doornemen als een soort ‘self-helper’. Het is ook uitermate geschikt om als koppel of met een vriend of familielid te gebruiken, ook in een groepje. Ze hoopt dat dit boek velen kan inspireren in een zoektocht naar eigen nieuwe ideeën en creatieve oplossingen.
Niet zomaar een boek – Een oplossingsgerichte reis
Een dagboek heeft iets geheimzinnigs.
Het belooft inkijk te geven in de
diepste roerselen, de geheimste
gedachten, de grote en kleine
belevenissen die een verschil maken.
Het wordt een geschiedenis, een
biografie die jou beschrijft, en je
daardoor ook bepaalt. Een blauwdruk
van een door jou gecreëerde identiteit.
Want woorden beschrijven niet de
realiteit.
Woorden scheppen de realiteit.
Ze belichten geselecteerde aspecten
van dat erg complexe geheel… en
hetgeen waarop je focust, wordt
versterkt. Dat hebben we van
Heisenberg geleerd.
In de hersenen vormen zich sporen,
leert recent wetenschappelijk
onderzoek.
Probleemsporen ontstaan bij het
focussen op problemen, zodat we
riskeren te denken dat we enkel
probleem zijn, slachtoffer van ons
leven. Oplossingssporen worden
gevormd bij het focussen op sterktes,
resources, oplossingen en geven een
beter gevoel. Ze helpen ontdekken
dat we keuzes kunnen maken, dat we
greep hebben op ons leven.
De toekomst is maakbaar door de
manier waarop we haar beschrijven.
In ‘Niet zomaar een boek’ gidst
de auteur in die onderneming.
De vragen helpen om een
eigen, unieke ‘handleiding’ te
ontdekken, te behouden wat
realistisch naar een gewenste
toekomst leidt, te verruimen wat
ons belemmert. Ze verleggen de
focus van probleemversterkend
naar oplossingversterkend, van
falen naar successen, van jezelf
als ‘lijdend’ voorwerp naar jezelf
als ‘onderwerp’ van je leven, een
ingrijpende ontdekkingstocht.
Voor wie iets extra’s wenst,
worden helpende technieken
aangereikt.
‘Life is not the way it is supposed
to be. It is the way it is. The way
you cope with it is what makes
the difference.’
(Virginia Satir)
‘Deze reis maakt het verschil.
Men weze gewaarschuwd.
Dit boek kan je leven ingrijpend
veranderen.’
(Dr. Myriam Le Fevere de Ten Hove)
Valérie Frigne is een oplossingsgerichte psychotherapeut en creatieve duizendpoot. Ze wil met dit boek eenieder op een laagdrempelige manier laten kennismaken met het oplossingsgerichte gedachtegoed. Het boek kan je individueel doornemen als een soort ‘self-helper’. Het is ook uitermate geschikt om als koppel of met een vriend of familielid te gebruiken, ook in een groepje. Ze hoopt dat dit boek velen kan inspireren in een zoektocht naar eigen nieuwe ideeën en creatieve oplossingen.
Jaarboek KMSKA 2015-2016
Het jaarboek van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen is één van de langstlopende en belangrijkste kunsthistorische tijdschriften. In deze uitgave krijgen wetenschappelijke bijdragen van de onderzoekers van het museum en auteurs uit binnen- en buitenland hun plaats. Diverse thema’s en kunstenaars, zoals de Antwerpse kunstenaarsfamilie Coignet en Jan Van Beers, komen in deze rijk geïllustreerde uitgave aan bod.
Paul Vandenbroeck voerde de eindredactie. Hij is medewerker collectieonderzoek bij het KMSKA en doceert aan de Faculteit Sociale Wetenschappen van de KU Leuven.
Jaarboek KMSKA 2015-2016
Het jaarboek van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen is één van de langstlopende en belangrijkste kunsthistorische tijdschriften. In deze uitgave krijgen wetenschappelijke bijdragen van de onderzoekers van het museum en auteurs uit binnen- en buitenland hun plaats. Diverse thema’s en kunstenaars, zoals de Antwerpse kunstenaarsfamilie Coignet en Jan Van Beers, komen in deze rijk geïllustreerde uitgave aan bod.
Paul Vandenbroeck voerde de eindredactie. Hij is medewerker collectieonderzoek bij het KMSKA en doceert aan de Faculteit Sociale Wetenschappen van de KU Leuven.
Start to teach. Inspiratiegids over aanvangsbegeleiding in het onderwijs
Starters in het onderwijs worden keer op keer als een probleem voorgesteld in de media.
Ze vallen bij bosjes uit en hun contracten deugen niet. Maar een bredere kijk op hun
positie ontbreekt. Wat kunnen de onderwijscollega’s, mentoren, directieleden, pedagogisch
begeleiders, lerarenopleiders en beleidsmakers doen om hen te helpen? En omgekeerd:
hoe kunnen starters hun collega’s helpen?
Deze inspiratiegids heeft een dubbele rol: enerzijds het thema vanuit een breder
perspectief bekijken, anderzijds realistische en ambitieuze praktijkvoorbeelden van
aanvangsbegeleiding van zowel pennen uit het werkveld als de academische wereld
voorstellen. Met andere woorden, de inspiratiegids zoomt in op belangrijke factoren
die bepalend zijn voor het slagen van de eerste jaren in de onderwijspraktijk, zoals de
zin om de job te doen, het belang van samenwerking, levenslang leren met elkaar en
(gedeeld) leiderschap. Daarnaast hebben deze voorbeelden één gemeenschappelijk
doel: vanuit een brede, vernieuwende kijk en op onderbouwde wijze de startende
leraar welkom heten in het onderwijslandschap. Er worden prikkelende initiatieven
over taal- en landsgrenzen heen gepresenteerd waarmee beleidsverantwoordelijken,
lerarenopleiders, pedagogisch begeleiders, (coördinerend) directeurs, mentoren en
leraren hun voordeel zullen doen.
Het boek biedt een inspiratiebron voor iedereen die de starter op een voetstuk wil
plaatsen en daarbij oog heeft voor passie en talenten.
Sanne De Vos is bachelor kleuteronderwijzeres en master in de pedagogische wetenschappen.
Zij is werkzaam in de Lerarenopleidingen Kleuter- en Lager Onderwijs van
Hogeschool Odisee, Campus Aalst. Daarnaast heeft ze de afgelopen jaren zowel kwalitatief
als kwantitatief onderzoek naar starters in het basis- en secundair onderwijs
uitgevoerd.
Johan De Wilde werkt als lerarenopleider. Behalve het kleuteronderwijs waar hij dagelijks
mee bezig is en over blogt op www.kleutergewijs.be, heeft hij een grote interesse
voor de professionalisering van lerarenopleiders. Hij werkte voorheen in diverse vormingscontexten.
Hij was in binnen- en buitenland actief in formeel onderwijs en in
non-formele educatie bij nationale en internationale ngo’s, onderwijsinstellingen en
UNESCO.
Simon Beausaert is associate professor Werkplekleren aan Universiteit Maastricht. Hij
doet onderzoek naar antecedenten en effecten van formeel en informeel leren alsook
van assessmentpraktijken. Ook is hij programmacoördinator van de Management of
Learning Master, die zich focust op het ondersteunen van leren en ontwikkelen op de
werkplek. Hij is employability coördinator, medeverantwoordelijk voor docentenprofessionalisering
in de faculteit en fungeert vaak als consultant voor scholen en organisaties.
Start to teach. Inspiratiegids over aanvangsbegeleiding in het onderwijs
Starters in het onderwijs worden keer op keer als een probleem voorgesteld in de media.
Ze vallen bij bosjes uit en hun contracten deugen niet. Maar een bredere kijk op hun
positie ontbreekt. Wat kunnen de onderwijscollega’s, mentoren, directieleden, pedagogisch
begeleiders, lerarenopleiders en beleidsmakers doen om hen te helpen? En omgekeerd:
hoe kunnen starters hun collega’s helpen?
Deze inspiratiegids heeft een dubbele rol: enerzijds het thema vanuit een breder
perspectief bekijken, anderzijds realistische en ambitieuze praktijkvoorbeelden van
aanvangsbegeleiding van zowel pennen uit het werkveld als de academische wereld
voorstellen. Met andere woorden, de inspiratiegids zoomt in op belangrijke factoren
die bepalend zijn voor het slagen van de eerste jaren in de onderwijspraktijk, zoals de
zin om de job te doen, het belang van samenwerking, levenslang leren met elkaar en
(gedeeld) leiderschap. Daarnaast hebben deze voorbeelden één gemeenschappelijk
doel: vanuit een brede, vernieuwende kijk en op onderbouwde wijze de startende
leraar welkom heten in het onderwijslandschap. Er worden prikkelende initiatieven
over taal- en landsgrenzen heen gepresenteerd waarmee beleidsverantwoordelijken,
lerarenopleiders, pedagogisch begeleiders, (coördinerend) directeurs, mentoren en
leraren hun voordeel zullen doen.
Het boek biedt een inspiratiebron voor iedereen die de starter op een voetstuk wil
plaatsen en daarbij oog heeft voor passie en talenten.
Sanne De Vos is bachelor kleuteronderwijzeres en master in de pedagogische wetenschappen.
Zij is werkzaam in de Lerarenopleidingen Kleuter- en Lager Onderwijs van
Hogeschool Odisee, Campus Aalst. Daarnaast heeft ze de afgelopen jaren zowel kwalitatief
als kwantitatief onderzoek naar starters in het basis- en secundair onderwijs
uitgevoerd.
Johan De Wilde werkt als lerarenopleider. Behalve het kleuteronderwijs waar hij dagelijks
mee bezig is en over blogt op www.kleutergewijs.be, heeft hij een grote interesse
voor de professionalisering van lerarenopleiders. Hij werkte voorheen in diverse vormingscontexten.
Hij was in binnen- en buitenland actief in formeel onderwijs en in
non-formele educatie bij nationale en internationale ngo’s, onderwijsinstellingen en
UNESCO.
Simon Beausaert is associate professor Werkplekleren aan Universiteit Maastricht. Hij
doet onderzoek naar antecedenten en effecten van formeel en informeel leren alsook
van assessmentpraktijken. Ook is hij programmacoördinator van de Management of
Learning Master, die zich focust op het ondersteunen van leren en ontwikkelen op de
werkplek. Hij is employability coördinator, medeverantwoordelijk voor docentenprofessionalisering
in de faculteit en fungeert vaak als consultant voor scholen en organisaties.
Burn-out ontmaskerd.De dieperliggende oorzaken van een burn-out
Check ook haar website www.coachingbijburnout.be
Ann Meesschaert (1960, Oostende) is sociaal verpleegkundige, ze heeft ervaring in arbeidsgeneeskunde en werkte 18 jaar als productspecialist in de vertegenwoordiging van medisch materiaal.
Burn-out ontmaskerd.De dieperliggende oorzaken van een burn-out
Check ook haar website www.coachingbijburnout.be
Ann Meesschaert (1960, Oostende) is sociaal verpleegkundige, ze heeft ervaring in arbeidsgeneeskunde en werkte 18 jaar als productspecialist in de vertegenwoordiging van medisch materiaal.
Wat moet? En wat is nodig? Over de filosofie van Rudolf Boehm (Reeks: Sociale Wetenschappen – Kruispunten nr. 6)
Rudolf Boehm heeft een omvangrijk oeuvre gepubliceerd, het resultaat van vele jaren onderzoek. Het betreft enerzijds werken die heel concreet stelling nemen tegen het klassieke filosofische denken, anderzijds bouwstenen voor een nieuwe grondslag van de fenomenologie. Het is een tragische denkwijze. Dit kan verwondering wekken. Immers, gewoonlijk geldt dat in onze moderne, sentimentele cultuur de zin voor tragiek verloren is gegaan. De filosofie van Boehm, geïnspireerd door een lectuur van Schillers Wallenstein, wijst op het tegendeel. Ze omschrijft de moderniteit als een cultuur die zichzelf verscheurt in een ideaal dat haar ondergang bezegelt. Het gaat weliswaar om een zelfverschuldigde verlorenheid. Dit boek toont hoe deze filosofie een inspiratiebron kan zijn voor vandaag.
Boehm is in het Nederlands taalgebied vooral bekend vanwege zijn publieke
stellingnames tegen de omkering van doel en middelen in de economie en politiek
en als voorvechter van een zorg voor onze eindige kwetsbare omgeving
(Aan het einde van een tijdperk, (1984) en Dwaalsporen, (2000)). De laatste jaren
kwamen een zestal boeken deze politieke standpunten filosofisch onderbouwen:
Tragiek (2001, 2009), Topica (2002, 2012), Politiek (2002), Ekonomie en metafysiek
(2004), De dialektiek en het einde van de ontwikkeling (2005), Schets
van een Politiek (2006).
Met bijdragen van Ludo Abicht, Giorgio Agamben, Rudolf Bernet, Willy
Coolsaet, Jacques De Visscher, Lode Frederix, Iso Kern, Sonja Lavaert, Bernard
Stiegler, Henk Vandaele, Christian Van Kerckhove, Luc Vanneste, Judith
Wambacq en Paul Willemarck.
Wat moet? En wat is nodig? Over de filosofie van Rudolf Boehm (Reeks: Sociale Wetenschappen – Kruispunten nr. 6)
Rudolf Boehm heeft een omvangrijk oeuvre gepubliceerd, het resultaat van vele jaren onderzoek. Het betreft enerzijds werken die heel concreet stelling nemen tegen het klassieke filosofische denken, anderzijds bouwstenen voor een nieuwe grondslag van de fenomenologie. Het is een tragische denkwijze. Dit kan verwondering wekken. Immers, gewoonlijk geldt dat in onze moderne, sentimentele cultuur de zin voor tragiek verloren is gegaan. De filosofie van Boehm, geïnspireerd door een lectuur van Schillers Wallenstein, wijst op het tegendeel. Ze omschrijft de moderniteit als een cultuur die zichzelf verscheurt in een ideaal dat haar ondergang bezegelt. Het gaat weliswaar om een zelfverschuldigde verlorenheid. Dit boek toont hoe deze filosofie een inspiratiebron kan zijn voor vandaag.
Boehm is in het Nederlands taalgebied vooral bekend vanwege zijn publieke
stellingnames tegen de omkering van doel en middelen in de economie en politiek
en als voorvechter van een zorg voor onze eindige kwetsbare omgeving
(Aan het einde van een tijdperk, (1984) en Dwaalsporen, (2000)). De laatste jaren
kwamen een zestal boeken deze politieke standpunten filosofisch onderbouwen:
Tragiek (2001, 2009), Topica (2002, 2012), Politiek (2002), Ekonomie en metafysiek
(2004), De dialektiek en het einde van de ontwikkeling (2005), Schets
van een Politiek (2006).
Met bijdragen van Ludo Abicht, Giorgio Agamben, Rudolf Bernet, Willy
Coolsaet, Jacques De Visscher, Lode Frederix, Iso Kern, Sonja Lavaert, Bernard
Stiegler, Henk Vandaele, Christian Van Kerckhove, Luc Vanneste, Judith
Wambacq en Paul Willemarck.
Korte therapie. Handleiding bij het Brugse model voor psychotherapie met een toepassing op kinderen en jongeren
In dit boek wordt het ‘Brugse model’ van korte therapie voorgesteld. Dit model is ontstaan aan het Korzybski Instituut in Brugge, met Luc Isebaert, Marie-Christine Cabié, Louis Cauffman en Myriam Le Fevere de Ten Hove. Het werd door de Amerikaanse deelnemers op het ‘Therapeutic Conversation 3’-congres in Denver (Colorado – USA) omgedoopt tot ‘The Bruges Model’. Hierin is ‘kort’ geen doel op zich, maar het vanzelfsprekende gevolg van de respectvolle benadering van de cliënt, waarbij hij opnieuw de mogelijkheid ontdekt om zelf te kiezen in zijn doen en denken, om zijn leven zelf terug in handen te nemen, en zo te ontsnappen aan het keurslijf van de symptomen.
Vanuit de overtuiging dat de patiënt de meeste knowhow in huis heeft – maar vaak niet het besef of de strategie om deze te gebruiken – geven wij, als therapeut, onszelf niet de opdracht hem te vergezellen tot het probleem volledig is opgelost, maar stoppen we wanneer de patiënt voldoende op de goede weg is gezet. Deze coöperatieve werkwijze tussen cliënt en therapeut vermijdt ook het creëren van weerstand.
De leidraad voor het gebruiken van dit model van korte therapie wordt dan specifiek toegepast op kinderen en jongeren. Kinderen zijn voortdurend in evolutie: dit impliceert wisselende mogelijkheden en beperkingen. Pubers en adolescenten zijn niet happig op psychotherapie, zeker niet wanneer de ouders vragende partij zijn. Het boek toont aan hoe er kan mee omgegaan worden.
Korte therapie. Handleiding bij het Brugse model voor psychotherapie met een toepassing op kinderen en jongeren
In dit boek wordt het ‘Brugse model’ van korte therapie voorgesteld. Dit model is ontstaan aan het Korzybski Instituut in Brugge, met Luc Isebaert, Marie-Christine Cabié, Louis Cauffman en Myriam Le Fevere de Ten Hove. Het werd door de Amerikaanse deelnemers op het ‘Therapeutic Conversation 3’-congres in Denver (Colorado – USA) omgedoopt tot ‘The Bruges Model’. Hierin is ‘kort’ geen doel op zich, maar het vanzelfsprekende gevolg van de respectvolle benadering van de cliënt, waarbij hij opnieuw de mogelijkheid ontdekt om zelf te kiezen in zijn doen en denken, om zijn leven zelf terug in handen te nemen, en zo te ontsnappen aan het keurslijf van de symptomen.
Vanuit de overtuiging dat de patiënt de meeste knowhow in huis heeft – maar vaak niet het besef of de strategie om deze te gebruiken – geven wij, als therapeut, onszelf niet de opdracht hem te vergezellen tot het probleem volledig is opgelost, maar stoppen we wanneer de patiënt voldoende op de goede weg is gezet. Deze coöperatieve werkwijze tussen cliënt en therapeut vermijdt ook het creëren van weerstand.
De leidraad voor het gebruiken van dit model van korte therapie wordt dan specifiek toegepast op kinderen en jongeren. Kinderen zijn voortdurend in evolutie: dit impliceert wisselende mogelijkheden en beperkingen. Pubers en adolescenten zijn niet happig op psychotherapie, zeker niet wanneer de ouders vragende partij zijn. Het boek toont aan hoe er kan mee omgegaan worden.
Sensoa Flag System.Reacting to sexually (un)acceptable behaviour of children and young people
The Sensoa Flag System© is an evidence-based tool for identifying acceptable and
unacceptable sexual behaviour of children and young people.
“The Flag System helps to asses a situation when discussing it in team and to decide together
what behaviour to allow.”
“The Flag System helps us to create learning opportunities for the young people we attend
to and to examine our own discourse as educators and as an organization.”
“As a team the Flag System has made us pay more attention to which behaviour is acceptable
and how to support our young people in their sexual development.”
Sensoa Flag System is meant for child care workers and professionals working with
children and young people ages 0 – 18 years. It is used by professionals in different
settings (care, education, social work, sports and other fields) to discuss sexual (un)
acceptable behaviour amongst and toward children and young people with co-workers,
management, parents and other care-takers. It can also be used to have the conversation
with children and young people directly about which behaviour is okay and
which behaviour is not and why this is the case.
The Flag System uses six criteria for determining which sexual behaviour is (un)acceptable.
Based on these six criteria and using the Developmental Chart the behaviour
is assigned a flag. There are four flags ranging from behaviour that is okay to very seriously
unacceptable behaviour. An educational response is linked to each of the flags.
Drawings and case history help (professional) educators to assess and discuss (unacceptable)
sexual behaviour amongst and with respect to children and young people.
Sensoa Flag System.Reacting to sexually (un)acceptable behaviour of children and young people
The Sensoa Flag System© is an evidence-based tool for identifying acceptable and
unacceptable sexual behaviour of children and young people.
“The Flag System helps to asses a situation when discussing it in team and to decide together
what behaviour to allow.”
“The Flag System helps us to create learning opportunities for the young people we attend
to and to examine our own discourse as educators and as an organization.”
“As a team the Flag System has made us pay more attention to which behaviour is acceptable
and how to support our young people in their sexual development.”
Sensoa Flag System is meant for child care workers and professionals working with
children and young people ages 0 – 18 years. It is used by professionals in different
settings (care, education, social work, sports and other fields) to discuss sexual (un)
acceptable behaviour amongst and toward children and young people with co-workers,
management, parents and other care-takers. It can also be used to have the conversation
with children and young people directly about which behaviour is okay and
which behaviour is not and why this is the case.
The Flag System uses six criteria for determining which sexual behaviour is (un)acceptable.
Based on these six criteria and using the Developmental Chart the behaviour
is assigned a flag. There are four flags ranging from behaviour that is okay to very seriously
unacceptable behaviour. An educational response is linked to each of the flags.
Drawings and case history help (professional) educators to assess and discuss (unacceptable)
sexual behaviour amongst and with respect to children and young people.
Het bruggesprek. Een opstap naar vormend onderwijs
Onderwijs maakt toekomst en heeft daarom de taak om leerlingen voor te bereiden op een
samenleving die totaal onvoorspelbaar is en voortdurend verandert. Hoe doen leerkrachten
dat?
Bruggesprekken kunnen een aanzet zijn om kinderen te leren naar zichzelf te kijken, om
een beter zelfbeeld te ontwikkelen. Van daaruit kunnen ze stappen zetten naar anderen.
De wereld stopt niet aan de eigen gemeente. Kinderen worden later burgers die hun verantwoordelijkheid
opnemen en hun deel bijdragen om een betere wereld tot stand te brengen.
Bruggesprekken willen dat aanleren door het verbinden van gevoel, verstand en handelen,
vroeger en nu, ik en anderen.
In het bruggesprek is de leerkracht naast deskundige ook mens. Soms vertelt de leerkracht
uit eigen ervaringen, soms geeft hij een persoonlijke kijk of beleving. De leerkracht staat
model als mens. Dit is onderwijs met een visie. Een delicate, maar wezenlijke opdracht.
De vele voorbeelden in dit boek leren leerkrachten het bruggesprek stap voor stap in de
klas toe te passen en hun onderwijs diepgaander en spannender te maken.
Dit boek is bedoeld voor leerkrachten uit het basisonderwijs, maar kan zeker ook gebruikt
worden in het secundair onderwijs.
Wilfried Luyten studeerde in Mechelen voor onderwijzer en volgde daarna pedagogiek in Leuven. Jarenlang leidde hij leerkrachten op voor het basisonderwijs. Nadien bouwde hij het Hoger Instituut voor Opvoedkunde Nieuwland uit, een driejarige opleiding die meesterschap nastreeft voor leerkrachten. Na zijn carrière als docent werkte hij als vrijwilliger in basisscholen in St.-Jans-Molenbeek en Mechelen.
Het bruggesprek. Een opstap naar vormend onderwijs
Onderwijs maakt toekomst en heeft daarom de taak om leerlingen voor te bereiden op een
samenleving die totaal onvoorspelbaar is en voortdurend verandert. Hoe doen leerkrachten
dat?
Bruggesprekken kunnen een aanzet zijn om kinderen te leren naar zichzelf te kijken, om
een beter zelfbeeld te ontwikkelen. Van daaruit kunnen ze stappen zetten naar anderen.
De wereld stopt niet aan de eigen gemeente. Kinderen worden later burgers die hun verantwoordelijkheid
opnemen en hun deel bijdragen om een betere wereld tot stand te brengen.
Bruggesprekken willen dat aanleren door het verbinden van gevoel, verstand en handelen,
vroeger en nu, ik en anderen.
In het bruggesprek is de leerkracht naast deskundige ook mens. Soms vertelt de leerkracht
uit eigen ervaringen, soms geeft hij een persoonlijke kijk of beleving. De leerkracht staat
model als mens. Dit is onderwijs met een visie. Een delicate, maar wezenlijke opdracht.
De vele voorbeelden in dit boek leren leerkrachten het bruggesprek stap voor stap in de
klas toe te passen en hun onderwijs diepgaander en spannender te maken.
Dit boek is bedoeld voor leerkrachten uit het basisonderwijs, maar kan zeker ook gebruikt
worden in het secundair onderwijs.
Wilfried Luyten studeerde in Mechelen voor onderwijzer en volgde daarna pedagogiek in Leuven. Jarenlang leidde hij leerkrachten op voor het basisonderwijs. Nadien bouwde hij het Hoger Instituut voor Opvoedkunde Nieuwland uit, een driejarige opleiding die meesterschap nastreeft voor leerkrachten. Na zijn carrière als docent werkte hij als vrijwilliger in basisscholen in St.-Jans-Molenbeek en Mechelen.
Zonder schulden op de schoolbank.Omgaan met onbetaalde schoolrekening.Een inspiratiegids
Suzy is vorige zomer gescheiden. De drie kinderen, Sofie (13), Lena (10) en
Bas (7) wonen bij hun mama en gaan sporadisch op bezoek bij hun papa,
die vaak in het buitenland is voor zijn werk. Suzy kocht haar man uit en
betaalt nu de lening voor hun woning alleen af. Helaas blijkt al gauw dat
haar inkomen niet volstaat voor de afbetaling én het onderhoud van deze
woning. De rekeningen beginnen zich op te stapelen en er is geen geld
meer voor kledij, uitstapjes of andere leuke dingen. Wanneer Suzy ook de
schoolrekening niet meer kan betalen, is ze zo beschaamd dat ze haar kinderen
alleen naar school stuurt en niet meer naar het oudercontact gaat.
De toenemende armoede heeft een voelbare impact op het onderwijs.
Steeds meer scholen worden geconfronteerd met kinderen die met een
lege maag naar school komen, maar ook met kinderen van zogenaamde
‘nieuwe armen’, die het ooit goed hadden en door ziekte, scheiding
of het verlies van werk plots in armoede zijn beland. Vaak blijven de
schoolrekeningen van deze kinderen onbetaald.
Dit boek biedt heel wat inspiratie en handvatten om een oplossing te
vinden voor scholen, leerlingen en hun ouder(s). Het benadert het
probleem van onbetaalde schoolrekeningen in zijn totaliteit en vanuit
een duidelijke visie. Het biedt inzicht in de redenen waarom ouders de
schoolrekening niet betalen. Je vindt in dit boek ook praktijkvoorbeelden
en werkinstrumenten waar je meteen mee aan de slag kan.
SOS - vzw SOS Schulden Op School gaat uit van het feit dat armoede
een complex gegeven is waarbij verschillende levensdomeinen getroffen
worden, ook onderwijs. Kosten op school kunnen dan ook een
drempel zijn en uitsluiting in de hand werken. Schulden op School
pleit in dit boek voor een menswaardige aanpak van onbetaalde schoolrekeningen.
Zonder schulden op de schoolbank.Omgaan met onbetaalde schoolrekening.Een inspiratiegids
Suzy is vorige zomer gescheiden. De drie kinderen, Sofie (13), Lena (10) en
Bas (7) wonen bij hun mama en gaan sporadisch op bezoek bij hun papa,
die vaak in het buitenland is voor zijn werk. Suzy kocht haar man uit en
betaalt nu de lening voor hun woning alleen af. Helaas blijkt al gauw dat
haar inkomen niet volstaat voor de afbetaling én het onderhoud van deze
woning. De rekeningen beginnen zich op te stapelen en er is geen geld
meer voor kledij, uitstapjes of andere leuke dingen. Wanneer Suzy ook de
schoolrekening niet meer kan betalen, is ze zo beschaamd dat ze haar kinderen
alleen naar school stuurt en niet meer naar het oudercontact gaat.
De toenemende armoede heeft een voelbare impact op het onderwijs.
Steeds meer scholen worden geconfronteerd met kinderen die met een
lege maag naar school komen, maar ook met kinderen van zogenaamde
‘nieuwe armen’, die het ooit goed hadden en door ziekte, scheiding
of het verlies van werk plots in armoede zijn beland. Vaak blijven de
schoolrekeningen van deze kinderen onbetaald.
Dit boek biedt heel wat inspiratie en handvatten om een oplossing te
vinden voor scholen, leerlingen en hun ouder(s). Het benadert het
probleem van onbetaalde schoolrekeningen in zijn totaliteit en vanuit
een duidelijke visie. Het biedt inzicht in de redenen waarom ouders de
schoolrekening niet betalen. Je vindt in dit boek ook praktijkvoorbeelden
en werkinstrumenten waar je meteen mee aan de slag kan.
SOS - vzw SOS Schulden Op School gaat uit van het feit dat armoede
een complex gegeven is waarbij verschillende levensdomeinen getroffen
worden, ook onderwijs. Kosten op school kunnen dan ook een
drempel zijn en uitsluiting in de hand werken. Schulden op School
pleit in dit boek voor een menswaardige aanpak van onbetaalde schoolrekeningen.
De Oorlogsorde der Geneesheren 1941-1944.Beslechting van een broederstrijd.(Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 9)
Na de inval van de Duitse legers in mei 1940 legde het militair
bestuur aan de Belgische artsen een reorganisatie van
hun beroepsverenigingen op met vorming van één enkele organisatie.
De bestaande twee grote verenigingen gingen hierop in
maar al spoedig kwamen de communautaire geschillen die hen tijdens
het interbellum hadden verdeeld, aan de oppervlakte. Dit leidde tot een felle
tweestrijd en de oprichting van de Oorlogsorde, waaraan vooral flamingantische
artsen meewerkten. Ze werden wel gesteund door een aantal Waalse
artsen. De Oorlogsorde werd van nabij gecontroleerd door het Duitse militaire
bestuur en door het Belgische ministerie dat geleid werd door een
secretaris-generaal. Na haar oprichting poogde de Oorlogsorde de geneeskunde
en de volksgezondheid onder haar controle te brengen en te reorganiseren.
Ze kwam daarbij niet alleen in conflict met een belangrijk deel
van de Belgische artsen maar werd ook betrokken bij maatregelen die van
de bezetter uitgingen. Dit is haar leiders na de bezetting zwaar aangerekend
geweest. Het einde van de oorlog bracht niet alleen het verdwijnen van de
Oorlogsorde mee maar luidde tevens een nieuw tijdperk in de aanpak van de
volksgezondheid in België in.
Dit boek beschrijft het verloop van de gebeurtenissen. Gevoelige en controversiële
thema’s, zoals de soms betwistbare houding van de tegenstanders
van de Oorlogsorde, de mogelijke collaboratie met de bezetter, de radicale
houding van sommige bestuurders of de verhouding met de joodse artsen,
worden geenszins uit de weg gegaan. De auteur is er zich ten volle van
bewust hoe, meer dan 70 jaar na de feiten, deze aspecten nog bijzonder
gevoelig liggen.
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
Prof. em. dr. Karel J. Van Acker, doctor in de genees-, heel- en verloskunde en geneesheer-specialist in de kindergeneeskunde, werkte als gewoon hoogleraar kindergeneeskunde aan de Universiteit Antwerpen. Hij was ook diensthoofd van de afdeling kindergeneeskunde aan het Universitair Ziekenhuis in Antwerpen.
De Oorlogsorde der Geneesheren 1941-1944.Beslechting van een broederstrijd.(Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 9)
Na de inval van de Duitse legers in mei 1940 legde het militair
bestuur aan de Belgische artsen een reorganisatie van
hun beroepsverenigingen op met vorming van één enkele organisatie.
De bestaande twee grote verenigingen gingen hierop in
maar al spoedig kwamen de communautaire geschillen die hen tijdens
het interbellum hadden verdeeld, aan de oppervlakte. Dit leidde tot een felle
tweestrijd en de oprichting van de Oorlogsorde, waaraan vooral flamingantische
artsen meewerkten. Ze werden wel gesteund door een aantal Waalse
artsen. De Oorlogsorde werd van nabij gecontroleerd door het Duitse militaire
bestuur en door het Belgische ministerie dat geleid werd door een
secretaris-generaal. Na haar oprichting poogde de Oorlogsorde de geneeskunde
en de volksgezondheid onder haar controle te brengen en te reorganiseren.
Ze kwam daarbij niet alleen in conflict met een belangrijk deel
van de Belgische artsen maar werd ook betrokken bij maatregelen die van
de bezetter uitgingen. Dit is haar leiders na de bezetting zwaar aangerekend
geweest. Het einde van de oorlog bracht niet alleen het verdwijnen van de
Oorlogsorde mee maar luidde tevens een nieuw tijdperk in de aanpak van de
volksgezondheid in België in.
Dit boek beschrijft het verloop van de gebeurtenissen. Gevoelige en controversiële
thema’s, zoals de soms betwistbare houding van de tegenstanders
van de Oorlogsorde, de mogelijke collaboratie met de bezetter, de radicale
houding van sommige bestuurders of de verhouding met de joodse artsen,
worden geenszins uit de weg gegaan. De auteur is er zich ten volle van
bewust hoe, meer dan 70 jaar na de feiten, deze aspecten nog bijzonder
gevoelig liggen.
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
Prof. em. dr. Karel J. Van Acker, doctor in de genees-, heel- en verloskunde en geneesheer-specialist in de kindergeneeskunde, werkte als gewoon hoogleraar kindergeneeskunde aan de Universiteit Antwerpen. Hij was ook diensthoofd van de afdeling kindergeneeskunde aan het Universitair Ziekenhuis in Antwerpen.
Macht en slavernij. En verzet,bevrijding en vrijheid (Cahiers Campus Gelbergen Nr.7)
De meest uitgesproken vorm van negatief, vaak gewelddadige dwang
en bevel, is slavernij. Meestal als minderwaardig voorgestelde mensen
worden hier volledig onderworpen aan de absolute en willekeurige
despotie van een heer. Deze verslavingsmacht kan echter ook positief
uitpakken en leiden tot een merkwaardige verstrengeling van
onderworpenheid, overgave en zich vrij werken. Juist bij slavernij zijn
verzet en bevrijding het meest ondubbelzinnig aan het werk als ‘tegen
de macht in werkende handelingen’.
In de wereld van nu is slavernij verboden en zijn alle mensen tot
vrij geboren, gelijke en gelijkwaardige leden van de mensenfamilie
‘verklaard’. Betekent dit dat macht en slavernij verdwenen zijn? Of
tenminste, dat zij veranderd zijn in een vrij en ongedwongen omgaan,
samenleven en samenwerken met elkaar? Of is er geen spat veranderd?
Machiel Karskens is emeritus hoogleraar in de sociale en politieke wijsbegeerte aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Zijn publicaties gaan over vreemdelingen, de civil society, macht en waarheidspreken bij Michel Foucault.
Macht en slavernij. En verzet,bevrijding en vrijheid (Cahiers Campus Gelbergen Nr.7)
De meest uitgesproken vorm van negatief, vaak gewelddadige dwang
en bevel, is slavernij. Meestal als minderwaardig voorgestelde mensen
worden hier volledig onderworpen aan de absolute en willekeurige
despotie van een heer. Deze verslavingsmacht kan echter ook positief
uitpakken en leiden tot een merkwaardige verstrengeling van
onderworpenheid, overgave en zich vrij werken. Juist bij slavernij zijn
verzet en bevrijding het meest ondubbelzinnig aan het werk als ‘tegen
de macht in werkende handelingen’.
In de wereld van nu is slavernij verboden en zijn alle mensen tot
vrij geboren, gelijke en gelijkwaardige leden van de mensenfamilie
‘verklaard’. Betekent dit dat macht en slavernij verdwenen zijn? Of
tenminste, dat zij veranderd zijn in een vrij en ongedwongen omgaan,
samenleven en samenwerken met elkaar? Of is er geen spat veranderd?
Machiel Karskens is emeritus hoogleraar in de sociale en politieke wijsbegeerte aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Zijn publicaties gaan over vreemdelingen, de civil society, macht en waarheidspreken bij Michel Foucault.
Sociaal Werk. De studie en het beroep
Het sociaal werk is een dynamische, ondernemende sector. Dat is ook nodig in een
samenleving die snel verandert, waar sociale problemen een weerbarstig karakter
hebben en nieuwe uitdagingen voortdurend opduiken. Tegelijk staat het sociaal werk
onder druk. Vermarkting, vermaatschappelijking, globalisering, individualisering enz. zijn
evoluties die vragen naar een stevige positionering van het sociaal werk. Het streven
naar een rechtvaardige samenleving, naar duurzame oplossingen voor sociale kwesties
en het zoeken naar krachtige vormen van empowerment en emancipatie blijven ook in
deze turbulente context de ambities van sociaal werkers. Al deze vragen en uitdagingen
dagen de opleiding sociaal werk voortdurend uit om te zoeken naar sterk onderwijs om
de toekomstige sociaal werker optimaal aan de startlijn van de beroepsuitoefening te
krijgen.
In dit boek verhelderen lectoren en opleidingsverantwoordelijken hoe die opleiding een
bijdrage levert tot de positionering, profilering en professionalisering van het sociaal
werk en de sociaal werker.
Peter Wouters is sociaal werker en master in het sociaal werk en sociaal beleid. Tot 2017
was hij praktijklector en opleidingshoofd sociaal werk aan de Sociale School Heverlee
van de UC Leuven-Limburg. Sinds 2017 is hij algemeen voorzitter van beweging.net.
Gunter Gehre is sociaal pedagoog en doctor in de pedagogische wetenschappen. Hij
is lector en teamleider sociaal werk aan dezelfde opleiding en docent aan het CVO –
Centrum Voor Volwassenenonderwijs op dezelfde campus.
Sociaal Werk. De studie en het beroep
Het sociaal werk is een dynamische, ondernemende sector. Dat is ook nodig in een
samenleving die snel verandert, waar sociale problemen een weerbarstig karakter
hebben en nieuwe uitdagingen voortdurend opduiken. Tegelijk staat het sociaal werk
onder druk. Vermarkting, vermaatschappelijking, globalisering, individualisering enz. zijn
evoluties die vragen naar een stevige positionering van het sociaal werk. Het streven
naar een rechtvaardige samenleving, naar duurzame oplossingen voor sociale kwesties
en het zoeken naar krachtige vormen van empowerment en emancipatie blijven ook in
deze turbulente context de ambities van sociaal werkers. Al deze vragen en uitdagingen
dagen de opleiding sociaal werk voortdurend uit om te zoeken naar sterk onderwijs om
de toekomstige sociaal werker optimaal aan de startlijn van de beroepsuitoefening te
krijgen.
In dit boek verhelderen lectoren en opleidingsverantwoordelijken hoe die opleiding een
bijdrage levert tot de positionering, profilering en professionalisering van het sociaal
werk en de sociaal werker.
Peter Wouters is sociaal werker en master in het sociaal werk en sociaal beleid. Tot 2017
was hij praktijklector en opleidingshoofd sociaal werk aan de Sociale School Heverlee
van de UC Leuven-Limburg. Sinds 2017 is hij algemeen voorzitter van beweging.net.
Gunter Gehre is sociaal pedagoog en doctor in de pedagogische wetenschappen. Hij
is lector en teamleider sociaal werk aan dezelfde opleiding en docent aan het CVO –
Centrum Voor Volwassenenonderwijs op dezelfde campus.
Borstvoeding natuurlijk eenvoudig
Dit boek is de vertaling van de Amerikaanse bestseller Breastfeeding made simple. Het is een bruikbare aanvulling op de boeken over borstvoeding die al op de Nederlandstalige markt aanwezig zijn. Het gaat uit van de basisbehoeften van een baby, waarbij borstvoeding de meest natuurlijke voeding is. Het boek is opgebouwd rond zeven principes, de natuurwetten van borstvoeding genoemd. Ben je zelf zwanger, kersverse mama of papa? Inzicht in deze natuurwetten helpt je om een gezonde en onbezorgde start te nemen. Ben je zorgverlener? De heldere beschrijving van de fysiologie van borstvoeding en de adviezen bij voorkomen en verhelpen van problemen, helpen je om ouders beter te begeleiden bij hun keuze. Borstvoeding lijkt soms een hele uitdaging. Dit boek helpt borstvoeding eenvoudiger maken. Borstvoeding, natuurlijk eenvoudig! Een must op het nachtkastje van elke moeder en zorgverlener.
“Dit boek is een essentiële partner voor de moeder en de zorgverlener. Het zal vele moeders helpen om borstvoeding eenvoudiger te maken waardoor zij op natuurlijke wijze langer borstvoeding zullen kunnen geven.” (Em. prof. dr. Hugo Devlieger, kinderarts)
De Bakermat, Expertisecentrum Kraamzorg en Praktijk voor vroedkunde heeft in Vlaanderen 25 jaar expertise in kraamzorg en begeleiding bij borstvoeding. Op vraag van Kind en Gezin heeft De Bakermat dit basisboek over borstvoeding vertaald en bewerkt naar de Vlaams-Nederlandse situatie. Een multidisciplinair team met een vroedvrouwlactatiekundige IBCLC, een pedagoog, een gezinssocioloog, een LLL-leidster, een kinderarts, een gynaecoloog en een huisarts namen deze opdracht gedreven ter harte.
Borstvoeding natuurlijk eenvoudig
Dit boek is de vertaling van de Amerikaanse bestseller Breastfeeding made simple. Het is een bruikbare aanvulling op de boeken over borstvoeding die al op de Nederlandstalige markt aanwezig zijn. Het gaat uit van de basisbehoeften van een baby, waarbij borstvoeding de meest natuurlijke voeding is. Het boek is opgebouwd rond zeven principes, de natuurwetten van borstvoeding genoemd. Ben je zelf zwanger, kersverse mama of papa? Inzicht in deze natuurwetten helpt je om een gezonde en onbezorgde start te nemen. Ben je zorgverlener? De heldere beschrijving van de fysiologie van borstvoeding en de adviezen bij voorkomen en verhelpen van problemen, helpen je om ouders beter te begeleiden bij hun keuze. Borstvoeding lijkt soms een hele uitdaging. Dit boek helpt borstvoeding eenvoudiger maken. Borstvoeding, natuurlijk eenvoudig! Een must op het nachtkastje van elke moeder en zorgverlener.
“Dit boek is een essentiële partner voor de moeder en de zorgverlener. Het zal vele moeders helpen om borstvoeding eenvoudiger te maken waardoor zij op natuurlijke wijze langer borstvoeding zullen kunnen geven.” (Em. prof. dr. Hugo Devlieger, kinderarts)
De Bakermat, Expertisecentrum Kraamzorg en Praktijk voor vroedkunde heeft in Vlaanderen 25 jaar expertise in kraamzorg en begeleiding bij borstvoeding. Op vraag van Kind en Gezin heeft De Bakermat dit basisboek over borstvoeding vertaald en bewerkt naar de Vlaams-Nederlandse situatie. Een multidisciplinair team met een vroedvrouwlactatiekundige IBCLC, een pedagoog, een gezinssocioloog, een LLL-leidster, een kinderarts, een gynaecoloog en een huisarts namen deze opdracht gedreven ter harte.
Positieve identiteitsontwikkeling met moslimjongeren. Een tool- en handboek voor eerstelijnswerkers
Eerstelijnswerkers die vandaag willen werken aan positieve identiteitsontwikkeling
met moslimjongeren staan onder een sterke maatschappelijke druk. Het publieke
debat is immers in de ban van thema’s als ‘terreur’, ‘religieus extremisme’, ‘radicalisme’.
Thema’s waarbij voortdurend en vanzelfsprekend een link wordt gelegd met
moslims. De complexiteit van de actuele realiteit, de onduidelijkheid rond begrippen
als terreur en radicalisering en de angst die hierdoor in de hand wordt gewerkt,
creëren bij heel wat leerkrachten, schooldirecties, jeugdwerkers en hulpverleners
een handelingsverlegenheid. Of erger: een handelingsdwang. Een repressieve veiligheidslogica
dreigt in het eerstelijnswerk stilaan de ‘normale’ pedagogische logica
te verdringen. Een antiradicaliseringsindustrie speelt daar gretig op in met praktische
checklists, quick fixes, hapklare ‘tools’ en handige methodiekjes. Met korte
bijscholingsprogramma’s waarin experts pasklare antwoorden bieden op dringende
praktijkcases hopen we te leren hoe we radicaliserende jongeren vroegtijdig kunnen
detecteren en weerwerk bieden. ‘Preventie van radicalisering’ is de bril geworden
waardoor we naar ons dagelijkse werk met jongeren kijken. Maar werken we
op die manier geen selffulfilling prophecy in de hand? In welke mate creëren we
precies het probleem dat we eigenlijk trachten in te dijken?
Dit tool- en handboek is een poging om in het huidige radicaliseringsdiscours
even een stapje achteruit te zetten en terug te keren naar de vraag: Wat is onze
pedagogische opdracht als eerstelijnswerkers? Hoe verhouden we ons tot de actuele
context en met welke visie gaan we daarin aan de slag? Hoe krijgen we de
glazen in onze professionele bril weer helder? Wat is onze reële handelingsruimte
en hoe kunnen we die ten volle gebruiken? Hoe krijgen we opnieuw vertrouwen
in de deskundigheid waarover we beschikken om een diepgaande, constructieve
rol te spelen in de positieve identiteitsontwikkeling van (moslim)jongeren?
Dit boek toont hoe visie, handelingssleutels en concrete methodische tools intrinsiek
met elkaar verbonden zijn. In het omgaan met (levensbeschouwelijke)
diversiteit pleiten de auteurs ervoor om consequent te durven kiezen voor een
transformatielogica en een emancipatorische aanpak.
Dit handboek is een publicatie van vzw Motief, een door de Vlaamse overheid erkende
vormingsinstelling gespecialiseerd in ‘levensbeschouwing en samenleving’.
Het boek kwam tot stand bij het ontwikkelen en begeleiden van vormingsprogramma’s
voor professionals omtrent ‘omgaan met levensbeschouwelijke diversiteit’
en ‘positieve identiteitsontwikkeling met moslimjongeren’.
Positieve identiteitsontwikkeling met moslimjongeren. Een tool- en handboek voor eerstelijnswerkers
Eerstelijnswerkers die vandaag willen werken aan positieve identiteitsontwikkeling
met moslimjongeren staan onder een sterke maatschappelijke druk. Het publieke
debat is immers in de ban van thema’s als ‘terreur’, ‘religieus extremisme’, ‘radicalisme’.
Thema’s waarbij voortdurend en vanzelfsprekend een link wordt gelegd met
moslims. De complexiteit van de actuele realiteit, de onduidelijkheid rond begrippen
als terreur en radicalisering en de angst die hierdoor in de hand wordt gewerkt,
creëren bij heel wat leerkrachten, schooldirecties, jeugdwerkers en hulpverleners
een handelingsverlegenheid. Of erger: een handelingsdwang. Een repressieve veiligheidslogica
dreigt in het eerstelijnswerk stilaan de ‘normale’ pedagogische logica
te verdringen. Een antiradicaliseringsindustrie speelt daar gretig op in met praktische
checklists, quick fixes, hapklare ‘tools’ en handige methodiekjes. Met korte
bijscholingsprogramma’s waarin experts pasklare antwoorden bieden op dringende
praktijkcases hopen we te leren hoe we radicaliserende jongeren vroegtijdig kunnen
detecteren en weerwerk bieden. ‘Preventie van radicalisering’ is de bril geworden
waardoor we naar ons dagelijkse werk met jongeren kijken. Maar werken we
op die manier geen selffulfilling prophecy in de hand? In welke mate creëren we
precies het probleem dat we eigenlijk trachten in te dijken?
Dit tool- en handboek is een poging om in het huidige radicaliseringsdiscours
even een stapje achteruit te zetten en terug te keren naar de vraag: Wat is onze
pedagogische opdracht als eerstelijnswerkers? Hoe verhouden we ons tot de actuele
context en met welke visie gaan we daarin aan de slag? Hoe krijgen we de
glazen in onze professionele bril weer helder? Wat is onze reële handelingsruimte
en hoe kunnen we die ten volle gebruiken? Hoe krijgen we opnieuw vertrouwen
in de deskundigheid waarover we beschikken om een diepgaande, constructieve
rol te spelen in de positieve identiteitsontwikkeling van (moslim)jongeren?
Dit boek toont hoe visie, handelingssleutels en concrete methodische tools intrinsiek
met elkaar verbonden zijn. In het omgaan met (levensbeschouwelijke)
diversiteit pleiten de auteurs ervoor om consequent te durven kiezen voor een
transformatielogica en een emancipatorische aanpak.
Dit handboek is een publicatie van vzw Motief, een door de Vlaamse overheid erkende
vormingsinstelling gespecialiseerd in ‘levensbeschouwing en samenleving’.
Het boek kwam tot stand bij het ontwikkelen en begeleiden van vormingsprogramma’s
voor professionals omtrent ‘omgaan met levensbeschouwelijke diversiteit’
en ‘positieve identiteitsontwikkeling met moslimjongeren’.
Medische terminologie in praktijk.
Dit boek vult een leemte voor opleidingen in de
medische sector. Hierbij komt men onlosmakelijk
in contact met het medisch vakjargon. Dit boek
maakt de geïnteresseerden hierin wegwijs.
Eerst geeft het algemene richtlijnen over de
schrijfwijze van de medische termen zoals de
volgorde van de woorddelen, trema of liggend
streepje, afkortingen en meervoud.
Ook de uitspraak wordt even toegelicht.
Vervolgens past de auteur de termen toe op de
ligging van de organen en de weefsels ten opzichte
van elkaar, evenals op de lichaamsbewegingen.
Hierna doet ze de woorddelen zelf (prefix, suffix
en stam) uitvoerig uit de doeken.
Tot slot diept dit boek de termen uit die het vaakst
voorkomen bij een algemeen klinisch onderzoek.
En om de opgedane kennis onmiddellijk toe
te kunnen passen is de theorie doorspekt met
oefeningen.
Dr. Lydia Moors is arts en specialist in de arbeidsgeneeskunde. Ze geeft les in het volwassenenonderwijs in Tienen, Leuven, Aarschot en Diest.
Medische terminologie in praktijk.
Dit boek vult een leemte voor opleidingen in de
medische sector. Hierbij komt men onlosmakelijk
in contact met het medisch vakjargon. Dit boek
maakt de geïnteresseerden hierin wegwijs.
Eerst geeft het algemene richtlijnen over de
schrijfwijze van de medische termen zoals de
volgorde van de woorddelen, trema of liggend
streepje, afkortingen en meervoud.
Ook de uitspraak wordt even toegelicht.
Vervolgens past de auteur de termen toe op de
ligging van de organen en de weefsels ten opzichte
van elkaar, evenals op de lichaamsbewegingen.
Hierna doet ze de woorddelen zelf (prefix, suffix
en stam) uitvoerig uit de doeken.
Tot slot diept dit boek de termen uit die het vaakst
voorkomen bij een algemeen klinisch onderzoek.
En om de opgedane kennis onmiddellijk toe
te kunnen passen is de theorie doorspekt met
oefeningen.
Dr. Lydia Moors is arts en specialist in de arbeidsgeneeskunde. Ze geeft les in het volwassenenonderwijs in Tienen, Leuven, Aarschot en Diest.
Is dan alles relatief?
Het probleem van het relativisme is op de meest dringende wijze aan de
orde in tijden van overgang en verandering. Geen wonder dat het één
van de opvallendste kenmerken is van de zogeheten postmoderne tijd
waarin snelle en diepgaande veranderingen en transformaties schering
en inslag zijn. Een groeiend aantal tijdgenoten vindt het evident dat er
niet één waarheid is, maar meerdere waarheden, afhankelijk van tijd,
plaats en cultuur. De doorsnee relativist vraagt zich zelden af waarop
zijn stellingname in feite berust. Nog minder is hij op de hoogte van
het feit dat een aantal kritische bemerkingen kan worden gemaakt bij
de relativistische overtuigingen en argumentaties.
De bedoeling van dit boek is de lezer aan te sporen zich nader te bezinnen
over de keuze die hij heeft gemaakt en kennis te nemen van de
kritische vragen die daarbij kunnen worden gesteld. Het relativisme is
immers alles behalve een eenduidige entiteit. Het is een buitengewoon
complex fenomeen. In de hedendaagse cultuur neemt het verschillende
vormen aan in de sociologie, de geschiedenis, de filosofie, de antropologie,
het dagelijkse leven. Is het relativisme de definitieve, boven alle
twijfel verheven waarheid waartegen geen enkele kritiek is opgewassen
of zijn er goede redenen om dat te betwijfelen?
“Opnieuw een buitengewoon rijk boek van prof. em. dr. Valeer Neckebrouck,
rijk aan informatie en aan insider inzicht over de nauwe band
tussen het heersende hedendaagse relativisme en de ontwikkelingsgang
van de culturele antropologie. Het prijzenswaardige doel, door de auteur
gesteld in het voorwoord, is aan te tonen – ook voor een breed publiek –
dat het cultuurrelativisme niet evident is, hoewel het vandaag zo wordt
gesteld en opgevat, zowel binnen als buiten de academische wereld. Een
helder boek, een plezier ook om te lezen.” - Prof. em. dr. Herman De Dijn
Valeer Neckebrouck, doctor in de sociale en culturele antropologie en doctor in de theologie, is emeritus hoogleraar aan de KU Leuven. Hij doceerde aan de Universiteit van Tilburg en was gastprofessor aan de Universidad Intercontinental van Mexico-stad. Hij deed jarenlang etnografisch onderzoek in verschillende landen van Afrika en Latijns- Amerika. Hij is auteur van een dertigtal boeken, etnografische monografieën en theologische essays.
Is dan alles relatief?
Het probleem van het relativisme is op de meest dringende wijze aan de
orde in tijden van overgang en verandering. Geen wonder dat het één
van de opvallendste kenmerken is van de zogeheten postmoderne tijd
waarin snelle en diepgaande veranderingen en transformaties schering
en inslag zijn. Een groeiend aantal tijdgenoten vindt het evident dat er
niet één waarheid is, maar meerdere waarheden, afhankelijk van tijd,
plaats en cultuur. De doorsnee relativist vraagt zich zelden af waarop
zijn stellingname in feite berust. Nog minder is hij op de hoogte van
het feit dat een aantal kritische bemerkingen kan worden gemaakt bij
de relativistische overtuigingen en argumentaties.
De bedoeling van dit boek is de lezer aan te sporen zich nader te bezinnen
over de keuze die hij heeft gemaakt en kennis te nemen van de
kritische vragen die daarbij kunnen worden gesteld. Het relativisme is
immers alles behalve een eenduidige entiteit. Het is een buitengewoon
complex fenomeen. In de hedendaagse cultuur neemt het verschillende
vormen aan in de sociologie, de geschiedenis, de filosofie, de antropologie,
het dagelijkse leven. Is het relativisme de definitieve, boven alle
twijfel verheven waarheid waartegen geen enkele kritiek is opgewassen
of zijn er goede redenen om dat te betwijfelen?
“Opnieuw een buitengewoon rijk boek van prof. em. dr. Valeer Neckebrouck,
rijk aan informatie en aan insider inzicht over de nauwe band
tussen het heersende hedendaagse relativisme en de ontwikkelingsgang
van de culturele antropologie. Het prijzenswaardige doel, door de auteur
gesteld in het voorwoord, is aan te tonen – ook voor een breed publiek –
dat het cultuurrelativisme niet evident is, hoewel het vandaag zo wordt
gesteld en opgevat, zowel binnen als buiten de academische wereld. Een
helder boek, een plezier ook om te lezen.” - Prof. em. dr. Herman De Dijn
Valeer Neckebrouck, doctor in de sociale en culturele antropologie en doctor in de theologie, is emeritus hoogleraar aan de KU Leuven. Hij doceerde aan de Universiteit van Tilburg en was gastprofessor aan de Universidad Intercontinental van Mexico-stad. Hij deed jarenlang etnografisch onderzoek in verschillende landen van Afrika en Latijns- Amerika. Hij is auteur van een dertigtal boeken, etnografische monografieën en theologische essays.
Etty Hillesum en het pad naar zelfverwerkelijking. Reeks: Etty Hillesum Studies nr. 9
Eén van de fascinerende aspecten van de nagelaten geschriften van Etty
Hillesum is de manier waarop zij zich in een uiterst hachelijke situatie
en in een verbazend hoog tempo innerlijk heeft kunnen ontwikkelen
tot een persoonlijkheid die zich vanuit een diepgaande zelfreflectie op
andere mensen betrokken weet.
Een manier om het pad naar zelfverwerkelijking, dat Etty Hillesum in
de periode 1941-1943 is gegaan, in kaart te brengen is te letten op de persoonlijke
voornaamwoorden die zij in haar dagboeken gebruikt. Gaandeweg
verplaatste zij zich vanuit het ‘ik’ in een ‘jij’ en een ‘men’ – om
ten slotte op te gaan in een ‘wij’. Een andere aanpak is om haar ideeën
te vergelijken met die van de Joodse psychiater Viktor Frankl. Beiden
bewogen zich in het spanningsveld tussen vrijheid en gevangenschap
en wilden in de meest extreme omstandigheden hun menselijkheid niet
opgeven.
De eerlijke zelfreflectie van Etty Hillesum staat in schril contrast met de
manier waarop nazi’s als kampcommandant Albert Konrad Gemmeker
en de ‘kroonjurist van het Derde Rijk’ Carl Schmitt hun persoonlijke verantwoordelijkheid
probeerden te ontlopen door zich voor te doen als een
speelbal van het lot. Niettemin had de Bulgaars-Franse filosoof Tzvetan
Todorov naast bewondering ook kritiek op Etty Hillesum, omdat zij –
volgens hem – niet in verzet kwam. De vraag is in hoeverre deze kritiek
gegrond is of dat Etty Hillesum een eigen manier had om verzet te
plegen. In dit opzicht kan de vergelijking met de Bijbelse Esther zinvol
zijn. Beide vrouwen kiezen voor hun volk, wanneer dit met uitroeiing
wordt bedreigd.
De serie Etty Hillesum Studies is een uitgave van het Etty Hillesum
Onderzoekscentrum te Middelburg en staat onder redactie van Klaas
A.D. Smelik, Julie Benschop, Lotte Bergen, Marja Clement, Meins G.S.
Coetsier, Gerrit Van Oord en Jurjen Wiersma.
Etty Hillesum en het pad naar zelfverwerkelijking. Reeks: Etty Hillesum Studies nr. 9
Eén van de fascinerende aspecten van de nagelaten geschriften van Etty
Hillesum is de manier waarop zij zich in een uiterst hachelijke situatie
en in een verbazend hoog tempo innerlijk heeft kunnen ontwikkelen
tot een persoonlijkheid die zich vanuit een diepgaande zelfreflectie op
andere mensen betrokken weet.
Een manier om het pad naar zelfverwerkelijking, dat Etty Hillesum in
de periode 1941-1943 is gegaan, in kaart te brengen is te letten op de persoonlijke
voornaamwoorden die zij in haar dagboeken gebruikt. Gaandeweg
verplaatste zij zich vanuit het ‘ik’ in een ‘jij’ en een ‘men’ – om
ten slotte op te gaan in een ‘wij’. Een andere aanpak is om haar ideeën
te vergelijken met die van de Joodse psychiater Viktor Frankl. Beiden
bewogen zich in het spanningsveld tussen vrijheid en gevangenschap
en wilden in de meest extreme omstandigheden hun menselijkheid niet
opgeven.
De eerlijke zelfreflectie van Etty Hillesum staat in schril contrast met de
manier waarop nazi’s als kampcommandant Albert Konrad Gemmeker
en de ‘kroonjurist van het Derde Rijk’ Carl Schmitt hun persoonlijke verantwoordelijkheid
probeerden te ontlopen door zich voor te doen als een
speelbal van het lot. Niettemin had de Bulgaars-Franse filosoof Tzvetan
Todorov naast bewondering ook kritiek op Etty Hillesum, omdat zij –
volgens hem – niet in verzet kwam. De vraag is in hoeverre deze kritiek
gegrond is of dat Etty Hillesum een eigen manier had om verzet te
plegen. In dit opzicht kan de vergelijking met de Bijbelse Esther zinvol
zijn. Beide vrouwen kiezen voor hun volk, wanneer dit met uitroeiing
wordt bedreigd.
De serie Etty Hillesum Studies is een uitgave van het Etty Hillesum
Onderzoekscentrum te Middelburg en staat onder redactie van Klaas
A.D. Smelik, Julie Benschop, Lotte Bergen, Marja Clement, Meins G.S.
Coetsier, Gerrit Van Oord en Jurjen Wiersma.
Ondersteunend communiceren: werken met visualisaties
Heel wat opvoeders, begeleiders en ouders
zijn dagelijks bezig met methoden en hulpmiddelen
om met visualisaties de communicatie te
ondersteunen met mensen met wie dit niet zo
vlot loopt.
Deze uitgave is een praktische handleiding
voor wie aan de slag wil gaan met visualisaties
bij mensen met of zonder beperking. Ze
is bedoeld voor begeleiders en ouders die op
zoek zijn naar een aantal bestaande systemen
die ze kunnen gebruiken of op basis waarvan
ze, met een gezonde dosis creativiteit, eigen
visualisaties op maat kunnen ontwikkelen.
Met de code in het boek kunt u op http://dl.garant-uitgevers.eu/ aanvullend materiaal downloaden
Chris De Rijdt, bachelor in orthopedagogiek,
is praktijklector aan de Hogeschool Gent.
Voordien was ze begeleidster in de bijzondere
jeugdbijstand en begeleidster/coördinator bij
volwassenen met een verstandelijke beperking
en kinderen met gedragsproblemen. Ze specialiseerde
zich in het werken met visualisaties.
Ondersteunend communiceren: werken met visualisaties
Heel wat opvoeders, begeleiders en ouders
zijn dagelijks bezig met methoden en hulpmiddelen
om met visualisaties de communicatie te
ondersteunen met mensen met wie dit niet zo
vlot loopt.
Deze uitgave is een praktische handleiding
voor wie aan de slag wil gaan met visualisaties
bij mensen met of zonder beperking. Ze
is bedoeld voor begeleiders en ouders die op
zoek zijn naar een aantal bestaande systemen
die ze kunnen gebruiken of op basis waarvan
ze, met een gezonde dosis creativiteit, eigen
visualisaties op maat kunnen ontwikkelen.
Met de code in het boek kunt u op http://dl.garant-uitgevers.eu/ aanvullend materiaal downloaden
Chris De Rijdt, bachelor in orthopedagogiek,
is praktijklector aan de Hogeschool Gent.
Voordien was ze begeleidster in de bijzondere
jeugdbijstand en begeleidster/coördinator bij
volwassenen met een verstandelijke beperking
en kinderen met gedragsproblemen. Ze specialiseerde
zich in het werken met visualisaties.
Jeugdzorg met een plus. Wat we wel en nog niet weten over de meest intensieve vorm van jeugdhulp
Deze publicatie gaat over tien jaar JeugdzorgPlus: 2008-2017. Over
jongeren met zeer complexe gedragsproblemen die zich aan hulp
onttrekken of daaraan onttrokken worden. En over de manier waarop
zij het beste geholpen kunnen worden. De jongeren om wie het gaat,
zijn vaak geen ‘lieverdjes’; ze worstelen met veel negatieve invloeden
uit hun omgeving. Daarom kunnen vrijheidsbeperkende maatregelen
nodig zijn als onderdeel van de behandeling, maar alleen als er gevaar
is en er geen alternatieven zijn.
JeugdzorgPlus staat niet op zichzelf. Effectieve zorg gaat namelijk niet
alleen over residentiële behandeling, maar ook over de periode daarvoor
en daarna. Besluiten over deze jongeren en over JeugdzorgPlus
mogen niet lichtzinnig worden genomen. Hulp aan hen is topsport.
Kennis over deze jongeren is daarom belangrijk voor iedereen die
met hen te maken heeft: van jeugd-/wijkteams, jeugdbeschermers en
pedagogisch medewerkers tot studenten, gemeentelijk beslissers en
kinderrechters.
Vanuit persoonlijke betrokkenheid en ervaring met deze jongeren is
de oproep van de auteurs: deel kennis met elkaar en maak er samen
meer van.
De auteurs zijn allen betrokken bij JeugdzorgPlus.
Jeugdzorg met een plus. Wat we wel en nog niet weten over de meest intensieve vorm van jeugdhulp
Deze publicatie gaat over tien jaar JeugdzorgPlus: 2008-2017. Over
jongeren met zeer complexe gedragsproblemen die zich aan hulp
onttrekken of daaraan onttrokken worden. En over de manier waarop
zij het beste geholpen kunnen worden. De jongeren om wie het gaat,
zijn vaak geen ‘lieverdjes’; ze worstelen met veel negatieve invloeden
uit hun omgeving. Daarom kunnen vrijheidsbeperkende maatregelen
nodig zijn als onderdeel van de behandeling, maar alleen als er gevaar
is en er geen alternatieven zijn.
JeugdzorgPlus staat niet op zichzelf. Effectieve zorg gaat namelijk niet
alleen over residentiële behandeling, maar ook over de periode daarvoor
en daarna. Besluiten over deze jongeren en over JeugdzorgPlus
mogen niet lichtzinnig worden genomen. Hulp aan hen is topsport.
Kennis over deze jongeren is daarom belangrijk voor iedereen die
met hen te maken heeft: van jeugd-/wijkteams, jeugdbeschermers en
pedagogisch medewerkers tot studenten, gemeentelijk beslissers en
kinderrechters.
Vanuit persoonlijke betrokkenheid en ervaring met deze jongeren is
de oproep van de auteurs: deel kennis met elkaar en maak er samen
meer van.
De auteurs zijn allen betrokken bij JeugdzorgPlus.
De mythe van rationalisering. Over creativiteit en ambiguïteit in het sociaal werk
Het sociaal werk wordt steeds vaker geconfronteerd met de vraag naar
rationalisering en vooral naar overrationalisering. Dit uit zich in een
amalgaan aan procedures, protocollen, richtlijnen, methodes en regels die
proberen om het sociaal werk voor te structureren. In dit boek lichten de
auteurs toe hoe deze tendens is ontstaan, welke gevolgen deze heeft en hoe
sociaal werkers ermee kunnen omgaan in hun dagelijkse praktijk. Op basis
hiervan pleiten de auteurs dan ook voor een ontgrenzende benadering van
sociaal werk.
Het boek combineert theoretische concepten zoals discretionaire ruimte,
verantwoording, transparantie en ambiguïteit met praktijkvoorbeelden
die spruiten uit wetenschappelijk onderzoek. Op die manier wordt de
overrationalisering van het sociaal werk tastbaar gemaakt voor zowel
onderzoekers, beleidsmakers, sociaal werkers als voor studenten.
Jochen Devlieghere is als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan de Vakgroep Sociaal Werk en Sociale Pedagogiek van de Universiteit Gent. Rudi Roose doceert er Sociaal werk.
De mythe van rationalisering. Over creativiteit en ambiguïteit in het sociaal werk
Het sociaal werk wordt steeds vaker geconfronteerd met de vraag naar
rationalisering en vooral naar overrationalisering. Dit uit zich in een
amalgaan aan procedures, protocollen, richtlijnen, methodes en regels die
proberen om het sociaal werk voor te structureren. In dit boek lichten de
auteurs toe hoe deze tendens is ontstaan, welke gevolgen deze heeft en hoe
sociaal werkers ermee kunnen omgaan in hun dagelijkse praktijk. Op basis
hiervan pleiten de auteurs dan ook voor een ontgrenzende benadering van
sociaal werk.
Het boek combineert theoretische concepten zoals discretionaire ruimte,
verantwoording, transparantie en ambiguïteit met praktijkvoorbeelden
die spruiten uit wetenschappelijk onderzoek. Op die manier wordt de
overrationalisering van het sociaal werk tastbaar gemaakt voor zowel
onderzoekers, beleidsmakers, sociaal werkers als voor studenten.
Jochen Devlieghere is als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan de Vakgroep Sociaal Werk en Sociale Pedagogiek van de Universiteit Gent. Rudi Roose doceert er Sociaal werk.
Altijd onderweg. Verschillende perspectieven op de betekenis van het verlangen (Reeks: Sociale Wetenschappen – Kruispunten nr. 5)
Als we de foto’s en berichten die we posten op sociale media mogen geloven,
dan hebben we een uitermate ontspannend en boeiend leven, waarin we zonder
zorgen onze verlangens kunnen najagen én bevredigd zien. Het beeld dat
we de wereld laten zien, staat echter in schril contrast met de toenemende gevallen
van burn-out, depressies, stress, etc. We komen tijd en energie te kort,
omdat we aan van alles en nog wat tijd en energie willen of moeten spenderen.
We verlangen veel maar zijn onbevredigbaar.
Dit boek kwam tot stand vanuit de bezorgdheid dat het verlangen van de westerse
mens de speelbal is geworden van een aantal krachten die niet zo eenvoudig
te identificeren zijn. Mensen leven en werken in een schijnbare vrijheid
– men lijkt zijn eigen verlangen zonder problemen te kunnen nastreven – terwijl
dit verlangen in werkelijkheid misschien al lang beteugeld is.
Altijd onderweg biedt meer inzicht in dit verlangen. Welke functie vervult het
verlangen? Is er een verschil met een (economische) behoefte? Wanneer verglijdt
een verlangen naar een obsessie? Kunnen we spreken van een cultureel
verlangen? Wat betekent het verlangen in de context van de hulpverlening?
Schuilt er in de kunst ook een verlangen?
Met bijdragen van Liesbet De Kock, Rogier De Langhe, Frederik De Preester,
Peter Mertens, Rik Pinxten, Barbara Raes, Jean Paul Van Bendegem, Jo Van Den
Berghe, Christian Van Kerckhove en Peter Walleghem.
Christian Van Kerckhove is coördinator van het expertisecentrum Mix!t,
forum voor studie, documentatie en vorming rond samen/leven, Faculteit
Mens en Welzijn van de Hogeschool Gent. Hij doceert filosofie en sociale filosofie
en ethiek aan deze faculteit en is (co)promotor van diverse onderzoeksprojecten.
Hij is tevens voorzitter van de Opleidingscommissie Sociaal Werk
aan diezelfde faculteit.
Joris Van Poucke, filosoof, is als onderzoeker en lector verbonden aan de
Hogeschool Gent en het expertisecentrum Mix!t, Faculteit Mensen en Welzijn.
Hij is ook lid van het Centrum voor Geschiedenis van de Filosofie en Continentale
Filosofie (HICO) aan de UGent.
Eva Vens is maatschappelijk assistent en master in de vergelijkende cultuurwetenschappen.
Ze is verbonden aan de Opleiding Sociaal Werk, Faculteit Mens
en Welzijn van de Hogeschool Gent. Ze is lid van de coördinatieraad van Mix!t.
Ze doceert culturele antropologie en is (co)promotor van diverse onderzoeksprojecten.
Altijd onderweg. Verschillende perspectieven op de betekenis van het verlangen (Reeks: Sociale Wetenschappen – Kruispunten nr. 5)
Als we de foto’s en berichten die we posten op sociale media mogen geloven,
dan hebben we een uitermate ontspannend en boeiend leven, waarin we zonder
zorgen onze verlangens kunnen najagen én bevredigd zien. Het beeld dat
we de wereld laten zien, staat echter in schril contrast met de toenemende gevallen
van burn-out, depressies, stress, etc. We komen tijd en energie te kort,
omdat we aan van alles en nog wat tijd en energie willen of moeten spenderen.
We verlangen veel maar zijn onbevredigbaar.
Dit boek kwam tot stand vanuit de bezorgdheid dat het verlangen van de westerse
mens de speelbal is geworden van een aantal krachten die niet zo eenvoudig
te identificeren zijn. Mensen leven en werken in een schijnbare vrijheid
– men lijkt zijn eigen verlangen zonder problemen te kunnen nastreven – terwijl
dit verlangen in werkelijkheid misschien al lang beteugeld is.
Altijd onderweg biedt meer inzicht in dit verlangen. Welke functie vervult het
verlangen? Is er een verschil met een (economische) behoefte? Wanneer verglijdt
een verlangen naar een obsessie? Kunnen we spreken van een cultureel
verlangen? Wat betekent het verlangen in de context van de hulpverlening?
Schuilt er in de kunst ook een verlangen?
Met bijdragen van Liesbet De Kock, Rogier De Langhe, Frederik De Preester,
Peter Mertens, Rik Pinxten, Barbara Raes, Jean Paul Van Bendegem, Jo Van Den
Berghe, Christian Van Kerckhove en Peter Walleghem.
Christian Van Kerckhove is coördinator van het expertisecentrum Mix!t,
forum voor studie, documentatie en vorming rond samen/leven, Faculteit
Mens en Welzijn van de Hogeschool Gent. Hij doceert filosofie en sociale filosofie
en ethiek aan deze faculteit en is (co)promotor van diverse onderzoeksprojecten.
Hij is tevens voorzitter van de Opleidingscommissie Sociaal Werk
aan diezelfde faculteit.
Joris Van Poucke, filosoof, is als onderzoeker en lector verbonden aan de
Hogeschool Gent en het expertisecentrum Mix!t, Faculteit Mensen en Welzijn.
Hij is ook lid van het Centrum voor Geschiedenis van de Filosofie en Continentale
Filosofie (HICO) aan de UGent.
Eva Vens is maatschappelijk assistent en master in de vergelijkende cultuurwetenschappen.
Ze is verbonden aan de Opleiding Sociaal Werk, Faculteit Mens
en Welzijn van de Hogeschool Gent. Ze is lid van de coördinatieraad van Mix!t.
Ze doceert culturele antropologie en is (co)promotor van diverse onderzoeksprojecten.
Interprofessioneel en interdisciplinair samenwerken in gezondheid en welzijn. (4de herziene druk)
Dit boek behandelt de verschillende aspecten die belangrijk zijn bij het samenwerken over beroepsgrenzen heen, waarbij de deskundigheden van verschillende gezondheidswerkers gecombineerd worden voor een betere gezondheidszorg. Na een bespreking van de specifieke competenties en bevoegdheden van hulp- en zorgverleners beschrijft de auteur de interdisciplinaire competenties die nodig zijn en de instrumenten die ingezet kunnen worden om de bepaling, planning en opvolging van interventies meer gecoördineerd en in onderlinge afstemming te laten gebeuren. Ten slotte brengt hij methoden en instrumenten aan om de kwaliteit van interdisciplinair samenwerken te meten.
Andre Vyt is docent aan de Arteveldehogeschool, gastdocent aan de Universiteit Gent en directeur van het PROSE Netwerk voor kwaliteitszorg (www.prose.be). Hij is pionier in het interdisciplinair onderwijs en medestichter van het European Interprofessional Practice & Education Network (www.eipen.eu). Samen met meer dan 25 medewerkers heeft hij een interdisciplinair onderwijstraject uitgebouwd dat al in verscheidene onderwijsinstellingen geheel of gedeeltelijk is geïmplementeerd.
Interprofessioneel en interdisciplinair samenwerken in gezondheid en welzijn. (4de herziene druk)
Dit boek behandelt de verschillende aspecten die belangrijk zijn bij het samenwerken over beroepsgrenzen heen, waarbij de deskundigheden van verschillende gezondheidswerkers gecombineerd worden voor een betere gezondheidszorg. Na een bespreking van de specifieke competenties en bevoegdheden van hulp- en zorgverleners beschrijft de auteur de interdisciplinaire competenties die nodig zijn en de instrumenten die ingezet kunnen worden om de bepaling, planning en opvolging van interventies meer gecoördineerd en in onderlinge afstemming te laten gebeuren. Ten slotte brengt hij methoden en instrumenten aan om de kwaliteit van interdisciplinair samenwerken te meten.
Andre Vyt is docent aan de Arteveldehogeschool, gastdocent aan de Universiteit Gent en directeur van het PROSE Netwerk voor kwaliteitszorg (www.prose.be). Hij is pionier in het interdisciplinair onderwijs en medestichter van het European Interprofessional Practice & Education Network (www.eipen.eu). Samen met meer dan 25 medewerkers heeft hij een interdisciplinair onderwijstraject uitgebouwd dat al in verscheidene onderwijsinstellingen geheel of gedeeltelijk is geïmplementeerd.
Van buurtwerk 2.0 naar buurtwerk 3.0. Krijtlijnen tussen verleden,heden en toekomst
Anno 2017 bestaat het Brugse buurtwerk net geen dertig jaar.
Dit boek is het resultaat van een inspirerend visietraject waarin werd
teruggeblikt op de historische wortels van het buurtwerk, kritisch
werd gereflecteerd over hedendaagse uitdagingen en complexiteiten,
en stevige toekomstscenario’s werden verbeeld.
De bijdragen werden geschreven door een divers collectief van auteurs,
die ook betrokken waren in het visietraject.
Van buurtwerk 2.0 naar buurtwerk 3.0. Krijtlijnen tussen verleden,heden en toekomst
Anno 2017 bestaat het Brugse buurtwerk net geen dertig jaar.
Dit boek is het resultaat van een inspirerend visietraject waarin werd
teruggeblikt op de historische wortels van het buurtwerk, kritisch
werd gereflecteerd over hedendaagse uitdagingen en complexiteiten,
en stevige toekomstscenario’s werden verbeeld.
De bijdragen werden geschreven door een divers collectief van auteurs,
die ook betrokken waren in het visietraject.
Cijferen in de hotelsector. Bedrijfsecnomische modellen
De hotelsector is een internationale sector met een sterke interesse
voor bedrijfseconomie. Hotelmanagers stellen kostenanalyses
op, hebben inzicht in kostprijsberekeningen en doen vandaag
aan revenue management.
Dit boek besteedt aandacht aan de kostenstructuur van een hotelonderneming
en gaat in op de verschillende kostprijsmethodes die hanteerbaar
zijn in de hotelsector. Full costing en Activity Based Costing
worden geïllustreerd met praktische hotelvoorbeelden. Ook wordt
er een overzicht gegeven van de belangrijkste tendensen op het
vlak van revenue management en worden de principes van breakevenanalyse
in de hotelsector grondig uitgelegd.
Christian Holthof is Licentiaat in de Toegepaste Economische Wetenschappen, Master in Toerisme en Master of Business Administration (GGS). Hij nam verscheidene keren deel aan het Professional Development Program van de Cornell University (School of Hotel Administration, Ithaca, USA). Thans doceert hij economische wetenschappen aan de opleiding hotelmanagement van de Artesis Plantijn Hogeschool in Antwerpen.
Cijferen in de hotelsector. Bedrijfsecnomische modellen
De hotelsector is een internationale sector met een sterke interesse
voor bedrijfseconomie. Hotelmanagers stellen kostenanalyses
op, hebben inzicht in kostprijsberekeningen en doen vandaag
aan revenue management.
Dit boek besteedt aandacht aan de kostenstructuur van een hotelonderneming
en gaat in op de verschillende kostprijsmethodes die hanteerbaar
zijn in de hotelsector. Full costing en Activity Based Costing
worden geïllustreerd met praktische hotelvoorbeelden. Ook wordt
er een overzicht gegeven van de belangrijkste tendensen op het
vlak van revenue management en worden de principes van breakevenanalyse
in de hotelsector grondig uitgelegd.
Christian Holthof is Licentiaat in de Toegepaste Economische Wetenschappen, Master in Toerisme en Master of Business Administration (GGS). Hij nam verscheidene keren deel aan het Professional Development Program van de Cornell University (School of Hotel Administration, Ithaca, USA). Thans doceert hij economische wetenschappen aan de opleiding hotelmanagement van de Artesis Plantijn Hogeschool in Antwerpen.
Politiek en economisch beleid. Ontwikkelingen in de Verenigde Staten en in Europese landen.
In de westerse economieën hebben zich structurele transformaties voorgedaan.
Ook hebben de strijd om de sociale voorzieningen, het toenemend beslag
van de vergrijzing op de overheidsbestedingen, zware overheidsschulden, verzwakte
vakbonden, veranderende politieke krachtsverhoudingen,… de aard en
efficiëntie van het economisch beleid gewijzigd. In dit boek beantwoorden de
auteurs hoe, afgezien van structurele wijzigingen en schokken, vooral sinds
het einde van de “golden sixties” ook interne politieke en economische ontwikkelingen
van invloed waren op het economisch beleid.
Politieke en economische krachtsverhoudingen, politieke waarden en normen,
en democratische instellingen met “checks and balances” die zich in
voorafgaande decennia hebben gevormd, bepalen de krachtlijnen waarbinnen
de politieke en economische besluitvorming tot stand komt. Vele nationale
verschillen maken landenstudies onontbeerlijk voor een degelijk inzicht in
het veranderende economisch beleid.
Dit boek heeft tot doel aan de hand van de economische en politieke geschiedenis
van de Verenigde Staten en enkele Europese landen te analyseren hoe
de uitdagingen van de opeenvolgende crisissen werden aangepakt. De veelheid
aan factoren en hun interacties worden voor de bestudeerde landen systematisch
uit de doeken gedaan. Het boek richt zich tot een ruim publiek, maar
evenzeer tot economen, sociologen en politieke wetenschappers die de wisselingen
in het economisch beleid in de westerse landen willen begrijpen.
Ludo Cuyvers is emeritus hoogleraar aan de Faculteit Toegepaste Economische
Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen, directeur van het Centre for
ASEAN Studies bij deze universiteit en buitengewoon hoogleraar aan de North-
West University, Potchefstroom Campus, Zuid-Afrika.
Gaston Vandewalle is ere-hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen (Rijksuniversitair
Centrum Antwerpen), ere-docent “Geschiedenis van het economisch
denken” aan de Faculteit Bedrijfskunde en Economie van de Universiteit Gent
en ere-voorzitter van het College van Sensoren van de Nationale Bank van
België.
Politiek en economisch beleid. Ontwikkelingen in de Verenigde Staten en in Europese landen.
In de westerse economieën hebben zich structurele transformaties voorgedaan.
Ook hebben de strijd om de sociale voorzieningen, het toenemend beslag
van de vergrijzing op de overheidsbestedingen, zware overheidsschulden, verzwakte
vakbonden, veranderende politieke krachtsverhoudingen,… de aard en
efficiëntie van het economisch beleid gewijzigd. In dit boek beantwoorden de
auteurs hoe, afgezien van structurele wijzigingen en schokken, vooral sinds
het einde van de “golden sixties” ook interne politieke en economische ontwikkelingen
van invloed waren op het economisch beleid.
Politieke en economische krachtsverhoudingen, politieke waarden en normen,
en democratische instellingen met “checks and balances” die zich in
voorafgaande decennia hebben gevormd, bepalen de krachtlijnen waarbinnen
de politieke en economische besluitvorming tot stand komt. Vele nationale
verschillen maken landenstudies onontbeerlijk voor een degelijk inzicht in
het veranderende economisch beleid.
Dit boek heeft tot doel aan de hand van de economische en politieke geschiedenis
van de Verenigde Staten en enkele Europese landen te analyseren hoe
de uitdagingen van de opeenvolgende crisissen werden aangepakt. De veelheid
aan factoren en hun interacties worden voor de bestudeerde landen systematisch
uit de doeken gedaan. Het boek richt zich tot een ruim publiek, maar
evenzeer tot economen, sociologen en politieke wetenschappers die de wisselingen
in het economisch beleid in de westerse landen willen begrijpen.
Ludo Cuyvers is emeritus hoogleraar aan de Faculteit Toegepaste Economische
Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen, directeur van het Centre for
ASEAN Studies bij deze universiteit en buitengewoon hoogleraar aan de North-
West University, Potchefstroom Campus, Zuid-Afrika.
Gaston Vandewalle is ere-hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen (Rijksuniversitair
Centrum Antwerpen), ere-docent “Geschiedenis van het economisch
denken” aan de Faculteit Bedrijfskunde en Economie van de Universiteit Gent
en ere-voorzitter van het College van Sensoren van de Nationale Bank van
België.
Activerende werkvormen voor bètadocenten. Praktische voorbeelden
Activerende werkvormen verrijken en versterken je les. De leerlingen werken samen, met een heldere focus en met veel plezier. Jij als docent observeert, begeleidt en geniet. Maar, het voorbereiden van werkvormen kan veel tijd kosten. En vind maar eens een goede werkvorm, eentje die je bij natuurkunde, scheikunde, wiskunde of informatica kunt gebruiken. De 27 werkvormen in dit boek vergen allemaal tussen de 5 en 30 minuten voorbereiding. Je kunt de opgaven uit het lesmateriaal gebruiken om de werkvormen inhoud te geven. De aanpak en voorbeelden in dit boek helpen bètadocenten op de middelbare school hun leerlingen te activeren en te motiveren. Ook docenten van andere vakken, evenals basisschoolleraren, vinden er inspiratie. De concrete aanwijzingen maken de activerende werkvormen tot een gegarandeerd succes.
Martin Bruggink is vakdidacticus informatica aan de lerarenopleiding van de
TU Delft en coördinator van het Bètasteunpunt Zuid-Holland.
www.activerende-werkvormen.nl
Activerende werkvormen voor bètadocenten. Praktische voorbeelden
Activerende werkvormen verrijken en versterken je les. De leerlingen werken samen, met een heldere focus en met veel plezier. Jij als docent observeert, begeleidt en geniet. Maar, het voorbereiden van werkvormen kan veel tijd kosten. En vind maar eens een goede werkvorm, eentje die je bij natuurkunde, scheikunde, wiskunde of informatica kunt gebruiken. De 27 werkvormen in dit boek vergen allemaal tussen de 5 en 30 minuten voorbereiding. Je kunt de opgaven uit het lesmateriaal gebruiken om de werkvormen inhoud te geven. De aanpak en voorbeelden in dit boek helpen bètadocenten op de middelbare school hun leerlingen te activeren en te motiveren. Ook docenten van andere vakken, evenals basisschoolleraren, vinden er inspiratie. De concrete aanwijzingen maken de activerende werkvormen tot een gegarandeerd succes.
Martin Bruggink is vakdidacticus informatica aan de lerarenopleiding van de
TU Delft en coördinator van het Bètasteunpunt Zuid-Holland.
www.activerende-werkvormen.nl
Voorbij de diagnose. Ervaringen van volwassenen met autisme. (Cahiers Campus Gelbergen Nr. 6 )
De reden waarom mensen ergens in hun geschiedenis in de problemen
zijn gekomen ligt in een disfunctioneren. Dit zegt evenveel over een
maatschappij of omgeving waarin we leven. Is er wel genoeg ruimte
en tijd voor het anders ervaren van en omgaan met gebeurtenissen
en omstandigheden? Achter een ogenschijnlijk onvermogen en
disfunctioneren schuilt vaak een zeer hoge kwaliteit van ervaren,
beleven en denken.
De hoofdstukken in dit boek volgen de stadia waar mensen in terecht
kunnen komen als er iets met ze aan de hand is, iets wat later een
autismespectrumstoornis blijkt te heten. Het begint eigenlijk met
opmerken en ontdekken, hetzij bij henzelf, hetzij via uitwisseling met
anderen, dat ze anders zijn dan anderen en bij de confrontatie met
allerlei moeilijkheden en onmogelijkheden, bij het zoeken van hulp en
het ondergaan van een diagnose. Na die diagnose volgt vaak een proces
met een mengeling van ervaringen: blij met een verklaring voor het
‘anders-zijn’, tot het besef komt dat die diagnose je een ander pad doet
inslaan in je leven, met allerlei daarbij horende beperkingen en reacties
uit de omgeving.
Moet de omschreven diagnose zomaar helemaal worden geaccepteerd?
Kan een mens wel over zichzelf denken? Is er een soort waarheid over
wat hij wel en niet aankan? Wat biedt de toekomst na de diagnose?
Kristien Hens, ethicus, is docent-onderzoeker aan de Faculteit Filosofie
van de Universiteit Antwerpen. Eerder werkte zij aan de Universiteit
Maastricht en de KU Leuven. Haar studiegebied zijn ethische kwesties
binnen onder meerde epigenetica en neurodiversiteit (met name
autisme).
Raymond Langenberg, andragoloog, is verbonden aan Campus
Gelbergen en Diversity. Hij is coach-consultant, gespecialiseerd in
onder meer communicatie, leiderschap, persoonlijke en loopbaanontwikkeling
en organisatiemanagement.
Voorbij de diagnose. Ervaringen van volwassenen met autisme. (Cahiers Campus Gelbergen Nr. 6 )
De reden waarom mensen ergens in hun geschiedenis in de problemen
zijn gekomen ligt in een disfunctioneren. Dit zegt evenveel over een
maatschappij of omgeving waarin we leven. Is er wel genoeg ruimte
en tijd voor het anders ervaren van en omgaan met gebeurtenissen
en omstandigheden? Achter een ogenschijnlijk onvermogen en
disfunctioneren schuilt vaak een zeer hoge kwaliteit van ervaren,
beleven en denken.
De hoofdstukken in dit boek volgen de stadia waar mensen in terecht
kunnen komen als er iets met ze aan de hand is, iets wat later een
autismespectrumstoornis blijkt te heten. Het begint eigenlijk met
opmerken en ontdekken, hetzij bij henzelf, hetzij via uitwisseling met
anderen, dat ze anders zijn dan anderen en bij de confrontatie met
allerlei moeilijkheden en onmogelijkheden, bij het zoeken van hulp en
het ondergaan van een diagnose. Na die diagnose volgt vaak een proces
met een mengeling van ervaringen: blij met een verklaring voor het
‘anders-zijn’, tot het besef komt dat die diagnose je een ander pad doet
inslaan in je leven, met allerlei daarbij horende beperkingen en reacties
uit de omgeving.
Moet de omschreven diagnose zomaar helemaal worden geaccepteerd?
Kan een mens wel over zichzelf denken? Is er een soort waarheid over
wat hij wel en niet aankan? Wat biedt de toekomst na de diagnose?
Kristien Hens, ethicus, is docent-onderzoeker aan de Faculteit Filosofie
van de Universiteit Antwerpen. Eerder werkte zij aan de Universiteit
Maastricht en de KU Leuven. Haar studiegebied zijn ethische kwesties
binnen onder meerde epigenetica en neurodiversiteit (met name
autisme).
Raymond Langenberg, andragoloog, is verbonden aan Campus
Gelbergen en Diversity. Hij is coach-consultant, gespecialiseerd in
onder meer communicatie, leiderschap, persoonlijke en loopbaanontwikkeling
en organisatiemanagement.
Weer eensgezind in een nieuw samengesteld gezin
Een nieuw samengesteld gezin is druk, fijn, stresserend, moeilijk, hartverwarmend, vol liefde en soms vol ergernis. Alle goede bedoelingen ten spijt slaagt maar één derde van de nieuwe gezinnen erin om een stabiel gezin te vormen. De specifieke dynamiek van een nieuw samengesteld gezin is namelijk heel anders dan die in het oorspronkelijke kerngezin. Onder meer de rol die je opneemt als stiefouder en als ouder, hoe je de opvoeding van eigen kinderen en stiefkinderen op een goede manier aanpakt, hoe je omgaat met de afwezige ouder, hoe je vlot communiceert, wat je doet bij conflicten, … het zijn thema’s die alle aandacht vragen en waar je het best al bij stilstaat voordat je met je nieuwe gezin van start gaat. Maar ook voor wie al een tijd een nieuw samengesteld gezin vormt, bevat het boek nuttige informatie om het dagelijks leven van alle gezinsleden te optimaliseren. De auteur steunt haar standpunten op de systeemtheorie, de zelfdeterminatietheorie, wetenschappelijk onderzoek en haar eigen ervaringen als gezinsbegeleider. Aanvullend op het boek biedt zij een online tool aan op www.eensgezind.be, waar nieuw samengestelde gezinnen hun eigen gezinsplan kunnen opmaken.
Nele De Keyser, bemiddelaar en systemisch counselor, coördineert Orato, een praktijk voor familiale bemiddeling, relatie- en gezinsbegeleiding, waarbij zij gespecialiseerd is in ondersteuning van nieuw samengestelde gezinnen.
Weer eensgezind in een nieuw samengesteld gezin
Een nieuw samengesteld gezin is druk, fijn, stresserend, moeilijk, hartverwarmend, vol liefde en soms vol ergernis. Alle goede bedoelingen ten spijt slaagt maar één derde van de nieuwe gezinnen erin om een stabiel gezin te vormen. De specifieke dynamiek van een nieuw samengesteld gezin is namelijk heel anders dan die in het oorspronkelijke kerngezin. Onder meer de rol die je opneemt als stiefouder en als ouder, hoe je de opvoeding van eigen kinderen en stiefkinderen op een goede manier aanpakt, hoe je omgaat met de afwezige ouder, hoe je vlot communiceert, wat je doet bij conflicten, … het zijn thema’s die alle aandacht vragen en waar je het best al bij stilstaat voordat je met je nieuwe gezin van start gaat. Maar ook voor wie al een tijd een nieuw samengesteld gezin vormt, bevat het boek nuttige informatie om het dagelijks leven van alle gezinsleden te optimaliseren. De auteur steunt haar standpunten op de systeemtheorie, de zelfdeterminatietheorie, wetenschappelijk onderzoek en haar eigen ervaringen als gezinsbegeleider. Aanvullend op het boek biedt zij een online tool aan op www.eensgezind.be, waar nieuw samengestelde gezinnen hun eigen gezinsplan kunnen opmaken.
Nele De Keyser, bemiddelaar en systemisch counselor, coördineert Orato, een praktijk voor familiale bemiddeling, relatie- en gezinsbegeleiding, waarbij zij gespecialiseerd is in ondersteuning van nieuw samengestelde gezinnen.
Ticket to ride. Praktijkonderzoek in muziekeducatie
Wanneer je een muziekleraar vraagt of hij zichzelf als ‘onderzoeker’
ziet, is het antwoord wellicht negatief. Het begrip ‘onderzoek’ wordt
doorgaans geassocieerd met wetenschap en met de academische
wereld, niet met de onderwijspraktijk. Bovendien hebben leraren
het al druk genoeg.
De laatste jaren is er steeds meer belangstelling voor de ‘leraar als
onderzoeker’. Het gaat dan onder meer over het toepassen van resultaten
van (wetenschappelijk) onderzoek, het reflecteren en ter
discussie stellen van het eigen functioneren, het zicht krijgen op en
bevragen van de eigen beroepsopvattingen, maar ook het uitvoeren
van eigen praktijkonderzoek.
Het uitgangspunt van dit boek is dat praktijkonderzoek niet vrijblijvend
is, maar aan de kern van een (volwaardig) professioneel leraarschap
raakt. Het reflecteren over de onderwijspraktijk en het
opzetten van eigen onderzoek zou vanzelfsprekend moeten zijn
voor een ‘volbloed’ muziekleraar. Het boek is een ‘ticket to ride’, een
‘kaartje’ voor een verkennende rit in het boeiende domein van praktijkonderzoek
in muziekeducatie, maar het kan ook een ‘gids’ zijn die
de lezer onder de arm kan houden bij het uitvoeren van eigen onderzoek.
Het wil een open en uitnodigende inspiratiegids of handreiking
zijn voor de leraar (in opleiding).
Adri de Vugt studeerde Schoolmuziek, Pedagogiek en Onderwijskunde.
Hij werkt aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag als
docent onderwijs- en muziekpedagogiek.
Tine Castelein studeerde Muziekpedagogie. Ze is doctoraatsassistent
aan LUCA School of Arts campus Lemmens in Leuven en leraar
in het deeltijds kunstonderwijs.
Thomas De Baets studeerde Muziekpedagogie. Hij is doctor in de
Kunsten en doceert aan LUCA School of Arts campus Lemmens in
Leuven, waar hij verantwoordelijk is voor de educatieve muziekopleidingen.
Ticket to ride. Praktijkonderzoek in muziekeducatie
Wanneer je een muziekleraar vraagt of hij zichzelf als ‘onderzoeker’
ziet, is het antwoord wellicht negatief. Het begrip ‘onderzoek’ wordt
doorgaans geassocieerd met wetenschap en met de academische
wereld, niet met de onderwijspraktijk. Bovendien hebben leraren
het al druk genoeg.
De laatste jaren is er steeds meer belangstelling voor de ‘leraar als
onderzoeker’. Het gaat dan onder meer over het toepassen van resultaten
van (wetenschappelijk) onderzoek, het reflecteren en ter
discussie stellen van het eigen functioneren, het zicht krijgen op en
bevragen van de eigen beroepsopvattingen, maar ook het uitvoeren
van eigen praktijkonderzoek.
Het uitgangspunt van dit boek is dat praktijkonderzoek niet vrijblijvend
is, maar aan de kern van een (volwaardig) professioneel leraarschap
raakt. Het reflecteren over de onderwijspraktijk en het
opzetten van eigen onderzoek zou vanzelfsprekend moeten zijn
voor een ‘volbloed’ muziekleraar. Het boek is een ‘ticket to ride’, een
‘kaartje’ voor een verkennende rit in het boeiende domein van praktijkonderzoek
in muziekeducatie, maar het kan ook een ‘gids’ zijn die
de lezer onder de arm kan houden bij het uitvoeren van eigen onderzoek.
Het wil een open en uitnodigende inspiratiegids of handreiking
zijn voor de leraar (in opleiding).
Adri de Vugt studeerde Schoolmuziek, Pedagogiek en Onderwijskunde.
Hij werkt aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag als
docent onderwijs- en muziekpedagogiek.
Tine Castelein studeerde Muziekpedagogie. Ze is doctoraatsassistent
aan LUCA School of Arts campus Lemmens in Leuven en leraar
in het deeltijds kunstonderwijs.
Thomas De Baets studeerde Muziekpedagogie. Hij is doctor in de
Kunsten en doceert aan LUCA School of Arts campus Lemmens in
Leuven, waar hij verantwoordelijk is voor de educatieve muziekopleidingen.
HistoriANT 5-2017. Jaarboek voor Antwerpse geschiedenis
Veel is er de laatste jaren te doen rond de heraanleg van de leien
en de vernieuwing van het Koninklijk Museum voor Schone
Kunsten van Antwerpen. In dit kader wordt in een eerste artikel
aandacht geschonken aan de opgravingen van belangrijke
onderdelen van de zestiende-eeuwse citadel, die gedurende
eeuwen het stadsbeeld van het zuiden van de stad domineerde.
In een tweede bijdrage wordt een vergeten bron voor de geschiedenis
van Antwerpen voor de schijnwerpers geworpen:
een manuscript dat nooit eerder gepubliceerd iconografisch
materiaal bevat.
Een mooi overzicht van de spectaculaire ontwikkeling van de
Antwerpse pers gedurende de negentiende eeuw wordt in een
volgende bijdrage beschreven.
In een vierde artikel wordt uitvoerig toegelicht dat Antwerpen
naar het einde van de negentiende eeuw de belangrijkste haven
was in Europa wat de invoer van graan en de handel ervan
betreft.
Een laatste bijdrage in het jaarboek beschrijft nauwkeurig hoe
de Antwerp Waterworks Cy Ltd, een Engelse maatschappij die als
eerste voor de waterbevoorrading van de stad Antwerpen en de
haven zorgde, tijdens de moeilijke jaren van de Eerste Wereldoorlog
haar taak opnam.
Kronieken over de werking van het Genootschap voor Antwerpse
Geschiedenis, van de Antwerpse erfgoedbibliotheken,
het onroerend erfgoed van de stad Antwerpen en de talrijke
Antwerpse musea ronden het jaarboek af.
HistoriANT 5-2017. Jaarboek voor Antwerpse geschiedenis
Veel is er de laatste jaren te doen rond de heraanleg van de leien
en de vernieuwing van het Koninklijk Museum voor Schone
Kunsten van Antwerpen. In dit kader wordt in een eerste artikel
aandacht geschonken aan de opgravingen van belangrijke
onderdelen van de zestiende-eeuwse citadel, die gedurende
eeuwen het stadsbeeld van het zuiden van de stad domineerde.
In een tweede bijdrage wordt een vergeten bron voor de geschiedenis
van Antwerpen voor de schijnwerpers geworpen:
een manuscript dat nooit eerder gepubliceerd iconografisch
materiaal bevat.
Een mooi overzicht van de spectaculaire ontwikkeling van de
Antwerpse pers gedurende de negentiende eeuw wordt in een
volgende bijdrage beschreven.
In een vierde artikel wordt uitvoerig toegelicht dat Antwerpen
naar het einde van de negentiende eeuw de belangrijkste haven
was in Europa wat de invoer van graan en de handel ervan
betreft.
Een laatste bijdrage in het jaarboek beschrijft nauwkeurig hoe
de Antwerp Waterworks Cy Ltd, een Engelse maatschappij die als
eerste voor de waterbevoorrading van de stad Antwerpen en de
haven zorgde, tijdens de moeilijke jaren van de Eerste Wereldoorlog
haar taak opnam.
Kronieken over de werking van het Genootschap voor Antwerpse
Geschiedenis, van de Antwerpse erfgoedbibliotheken,
het onroerend erfgoed van de stad Antwerpen en de talrijke
Antwerpse musea ronden het jaarboek af.
De integratief-holistische orthopedagogiek van Professor Eric Broekaert
Dit boek is opgedragen aan en belicht het levenswerk van prof. dr. Eric
Broekaert (1951-2016), die gedurende zijn hele loopbaan verbonden is
geweest aan de Vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent.
Het is geen ‘klasssiek’ liber amicorum geworden, maar een boek waarin
een aantal belangrijke (in het Nederlands vertaalde) peer-reviewed artikelen
van de hand van prof. Broekaert werden verzameld. Deze teksten
geven een goed beeld van de achtergronden en evoluties in het denken
van prof. Broekaert met betrekking tot de theoretische orthopedagogiek
en meer specifiek met betrekking tot zijn integratief-holistische
benadering van de handelingsorthopedagogiek. Daarnaast leiden een
aantal hoofdstukken, geschreven door medewerkers van de Vakgroep
Orthopedagogiek en jarenlange collega’s van prof. Broekaert, het boek
in en uit.
Het boek is relevant voor iedereen die in orthopedagogische theorievorming
én ondersteuning is geïnteresseerd. Volgens de integratiefholistische
benadering van prof. Broekaert zijn deze twee elementen
(theorie en praktijk) immers delen van hetzelfde geheel.
De integratief-holistische orthopedagogiek van Professor Eric Broekaert
Dit boek is opgedragen aan en belicht het levenswerk van prof. dr. Eric
Broekaert (1951-2016), die gedurende zijn hele loopbaan verbonden is
geweest aan de Vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent.
Het is geen ‘klasssiek’ liber amicorum geworden, maar een boek waarin
een aantal belangrijke (in het Nederlands vertaalde) peer-reviewed artikelen
van de hand van prof. Broekaert werden verzameld. Deze teksten
geven een goed beeld van de achtergronden en evoluties in het denken
van prof. Broekaert met betrekking tot de theoretische orthopedagogiek
en meer specifiek met betrekking tot zijn integratief-holistische
benadering van de handelingsorthopedagogiek. Daarnaast leiden een
aantal hoofdstukken, geschreven door medewerkers van de Vakgroep
Orthopedagogiek en jarenlange collega’s van prof. Broekaert, het boek
in en uit.
Het boek is relevant voor iedereen die in orthopedagogische theorievorming
én ondersteuning is geïnteresseerd. Volgens de integratiefholistische
benadering van prof. Broekaert zijn deze twee elementen
(theorie en praktijk) immers delen van hetzelfde geheel.
Wat als werken toch niet leuk was? Paradox van de positieve psychologie in HR
De positieve psychologie heeft zich in HR vertaald in een aantal trends zoals
talentontwikkeling, participatie, zelfsturende teams, het nieuwe werken en
werkbaar werk. Begrippen en theorieën waarbij werknemers het gevoel krijgen
dat werken altijd leuk moet zijn, dat het perfect kan aansluiten bij hun passie
en hobby, dat ze alleen nog zullen doen wat ze graag doen, zelf zullen bepalen
waar en wanneer ze het zullen doen en dat het in perfecte harmonie kan met
hun privéleven.
De realiteit is echter anders. En dan dreigt er gevaar. Als het enige wat we kennen
welbehagen is, dan wordt het bijzonder moeilijk om een onbehaaglijke
situatie te verdragen zoals we die onvermijdelijk zullen tegenkomen. Hiermee
komen we tot een dreigende paradox in de wereld van HR.
Het boek is aanvankelijk geen goednieuwsshow en een tegengewicht voor alle
recente HR-boeken en -theorieën die vooral gebaseerd zijn op de positieve
psychologie. Dit betekent niet dat we pessimistisch of conservatief moeten
worden. Twee begrippen die zich wellicht zullen opdringen bij het lezen van
dit boek en die vaak worden verward met realisme. Met dit boek wil de auteur
de boodschap brengen dat we meer realisme aan de dag moeten leggen wanneer
het gaat om het motiveren en ondersteunen van medewerkers, en dat we
voldoende kritisch moeten blijven ten opzichte van de stortvloed aan hypes.
Nicolas Desmet is coördinator van en HR-consultant bij EPO2 vzw. Hij versterkt sociale ondernemingen op het vlak van HR door middel van training, advies en ondersteuning. Zijn ervaring in HR start in de reguliere economie en gaat via de sociale economie naar de socialprofitsector, zowel in de rol van HR-verantwoordelijke in een organisatie als in de rol van HR-consultant.
Wat als werken toch niet leuk was? Paradox van de positieve psychologie in HR
De positieve psychologie heeft zich in HR vertaald in een aantal trends zoals
talentontwikkeling, participatie, zelfsturende teams, het nieuwe werken en
werkbaar werk. Begrippen en theorieën waarbij werknemers het gevoel krijgen
dat werken altijd leuk moet zijn, dat het perfect kan aansluiten bij hun passie
en hobby, dat ze alleen nog zullen doen wat ze graag doen, zelf zullen bepalen
waar en wanneer ze het zullen doen en dat het in perfecte harmonie kan met
hun privéleven.
De realiteit is echter anders. En dan dreigt er gevaar. Als het enige wat we kennen
welbehagen is, dan wordt het bijzonder moeilijk om een onbehaaglijke
situatie te verdragen zoals we die onvermijdelijk zullen tegenkomen. Hiermee
komen we tot een dreigende paradox in de wereld van HR.
Het boek is aanvankelijk geen goednieuwsshow en een tegengewicht voor alle
recente HR-boeken en -theorieën die vooral gebaseerd zijn op de positieve
psychologie. Dit betekent niet dat we pessimistisch of conservatief moeten
worden. Twee begrippen die zich wellicht zullen opdringen bij het lezen van
dit boek en die vaak worden verward met realisme. Met dit boek wil de auteur
de boodschap brengen dat we meer realisme aan de dag moeten leggen wanneer
het gaat om het motiveren en ondersteunen van medewerkers, en dat we
voldoende kritisch moeten blijven ten opzichte van de stortvloed aan hypes.
Nicolas Desmet is coördinator van en HR-consultant bij EPO2 vzw. Hij versterkt sociale ondernemingen op het vlak van HR door middel van training, advies en ondersteuning. Zijn ervaring in HR start in de reguliere economie en gaat via de sociale economie naar de socialprofitsector, zowel in de rol van HR-verantwoordelijke in een organisatie als in de rol van HR-consultant.
Kies voor hoop. Hoe spiritualiteit de economie kan veranderen.
Hoop is het hart van de economie. Droomt niet elke rechtgeaarde ondernemer
van een economie in dienst van een gelukkiger samenleving?
Maar hoe komt het dan dat business as usual deze geest van hoop
zo weinig uitstraalt? Waarom die kloof tussen economische rationaliteit
en het verlangen naar zin en toekomst?
Op deze vragen zoekt dit boek een antwoord en een oplossing. Het wil
de spirituele kracht van hoop en zingeving op het spoor komen op de
plaats zelf waar ze schijnbaar ontbreekt: in de wetten van de economie.
Dat ondernemen diepe spirituele wortels heeft, is een fascinerende ontdekking.
Luk Bouckaert is emeritus hoogleraar ethiek aan de KU Leuven. Van vorming is hij filosoof en economist. Met enkele collega’s startte hij in 1987 het interdisciplinaire Centrum voor Economie en Ethiek in Leuven. In 2000 stichtte hij het interlevensbeschouwelijke SPES-forum dat zich lokaal en internationaal inzet voor spirituele herbronning in economie en samenleving. Zijn vele publicaties situeren zich vooral op het terrein van bedrijfsethiek en spiritualiteit.
Kies voor hoop. Hoe spiritualiteit de economie kan veranderen.
Hoop is het hart van de economie. Droomt niet elke rechtgeaarde ondernemer
van een economie in dienst van een gelukkiger samenleving?
Maar hoe komt het dan dat business as usual deze geest van hoop
zo weinig uitstraalt? Waarom die kloof tussen economische rationaliteit
en het verlangen naar zin en toekomst?
Op deze vragen zoekt dit boek een antwoord en een oplossing. Het wil
de spirituele kracht van hoop en zingeving op het spoor komen op de
plaats zelf waar ze schijnbaar ontbreekt: in de wetten van de economie.
Dat ondernemen diepe spirituele wortels heeft, is een fascinerende ontdekking.
Luk Bouckaert is emeritus hoogleraar ethiek aan de KU Leuven. Van vorming is hij filosoof en economist. Met enkele collega’s startte hij in 1987 het interdisciplinaire Centrum voor Economie en Ethiek in Leuven. In 2000 stichtte hij het interlevensbeschouwelijke SPES-forum dat zich lokaal en internationaal inzet voor spirituele herbronning in economie en samenleving. Zijn vele publicaties situeren zich vooral op het terrein van bedrijfsethiek en spiritualiteit.
Orthopedagogische werkvelden in beweging. Recente evoluties en veranderingen in Vlaanderen (KOP-Serie,nr 33)
De structuren van de orthopedagogische zorg en ondersteuning voor kinderen
en jongeren in kwetsbare leefsituaties in Vlaanderen zijn ingrijpend
veranderd. Niet alleen hertekende de Integrale Jeugdhulp de toegang tot
en organisatie van het hulpverleningslandschap voor minderjarigen, ook
de afzonderlijke sectoren ondergingen een aantal grondige wijzigingen. De
sector Jongerenwelzijn, die tussenkomt in situaties van verontrusting, evolueerde
naar een meer vraaggerichte en modulair georganiseerde jeugdhulp.
Het M-decreet zorgde voor een ommekeer in het onderwijs aan kinderen en
jongeren met specifieke leerbehoeften, waardoor redelijke aanpassingen en
inclusie voortaan de norm zijn. De begeleiding en ondersteuning van personen
met een beperking vertrekt sinds kort vanuit de inschaling van zorgen
ondersteuningsbehoeften en persoonsvolgende financiering. Binnen de
geestelijke gezondheidszorg werden de Vlaamse bevoegdheden aanzienlijk
uitgebreid en staan de-institutionalisering en vermaatschappelijking van de
zorg centraal. De erkenning van het statuut van ‘klinisch orthopedagoog’ als
gezondheidsberoep opent tenslotte heel wat perspectieven voor (toekomstige)
orthopedagogen en een meer kwaliteitsvolle geestelijke gezondheidszorg.
Deze en andere evoluties binnen het orthopedagogische werkveld worden
in dit boek belicht, aan de hand van een overzicht van de historiek, huidige
zorgorganisatie en op til zijnde veranderingen in vier sectoren: jongerenwelzijn,
onderwijs voor leerlingen met specifieke leerbehoeften, zorg en
ondersteuning voor personen met een beperking en de geestelijke gezondheidszorg.
Hierbij worden de belangrijkste gemeenschappelijke tendensen
en sectoroverschrijdende evoluties beschreven, zoals de Integrale Jeugdhulp
en erkenning van de ‘klinisch orthopedagoog’, die het uitzicht van het orthopedagogisch
werkveld in de toekomst zullen bepalen.
Wouter Vanderplasschen is hoofddocent Orthopedagogiek aan de Universiteit Gent (UGent). Stijn Vandevelde en Sarah De Pauw zijn als docent verbonden aan dezelfde vakgroep, waar Lore Van Damme als postdoctoraal onderzoeker werkt. Claudia Claes is gastprofessor bij de vakgroep Orthopedagogiek van de UGent en decaan van de Faculteit Mens en Welzijn van de Hogeschool Gent (HoGent).
Orthopedagogische werkvelden in beweging. Recente evoluties en veranderingen in Vlaanderen (KOP-Serie,nr 33)
De structuren van de orthopedagogische zorg en ondersteuning voor kinderen
en jongeren in kwetsbare leefsituaties in Vlaanderen zijn ingrijpend
veranderd. Niet alleen hertekende de Integrale Jeugdhulp de toegang tot
en organisatie van het hulpverleningslandschap voor minderjarigen, ook
de afzonderlijke sectoren ondergingen een aantal grondige wijzigingen. De
sector Jongerenwelzijn, die tussenkomt in situaties van verontrusting, evolueerde
naar een meer vraaggerichte en modulair georganiseerde jeugdhulp.
Het M-decreet zorgde voor een ommekeer in het onderwijs aan kinderen en
jongeren met specifieke leerbehoeften, waardoor redelijke aanpassingen en
inclusie voortaan de norm zijn. De begeleiding en ondersteuning van personen
met een beperking vertrekt sinds kort vanuit de inschaling van zorgen
ondersteuningsbehoeften en persoonsvolgende financiering. Binnen de
geestelijke gezondheidszorg werden de Vlaamse bevoegdheden aanzienlijk
uitgebreid en staan de-institutionalisering en vermaatschappelijking van de
zorg centraal. De erkenning van het statuut van ‘klinisch orthopedagoog’ als
gezondheidsberoep opent tenslotte heel wat perspectieven voor (toekomstige)
orthopedagogen en een meer kwaliteitsvolle geestelijke gezondheidszorg.
Deze en andere evoluties binnen het orthopedagogische werkveld worden
in dit boek belicht, aan de hand van een overzicht van de historiek, huidige
zorgorganisatie en op til zijnde veranderingen in vier sectoren: jongerenwelzijn,
onderwijs voor leerlingen met specifieke leerbehoeften, zorg en
ondersteuning voor personen met een beperking en de geestelijke gezondheidszorg.
Hierbij worden de belangrijkste gemeenschappelijke tendensen
en sectoroverschrijdende evoluties beschreven, zoals de Integrale Jeugdhulp
en erkenning van de ‘klinisch orthopedagoog’, die het uitzicht van het orthopedagogisch
werkveld in de toekomst zullen bepalen.
Wouter Vanderplasschen is hoofddocent Orthopedagogiek aan de Universiteit Gent (UGent). Stijn Vandevelde en Sarah De Pauw zijn als docent verbonden aan dezelfde vakgroep, waar Lore Van Damme als postdoctoraal onderzoeker werkt. Claudia Claes is gastprofessor bij de vakgroep Orthopedagogiek van de UGent en decaan van de Faculteit Mens en Welzijn van de Hogeschool Gent (HoGent).
Het verhaal van Thomas. Lees-en werkboek voor echtscheidingskinderen,ouders en begeleiders
Als ouders uit elkaar gaan, is dat voor kinderen een ingrijpend gebeuren
dat ze moeten verwerken. Allerlei gedachten en gevoelens steken
de kop op. Ook een loyaliteitsconflict kan optreden. Ieder kind zal de
echtscheiding van zijn ouders op zijn eigen manier verwerken.
Thomas, een jongen van 11 jaar, vertelt in zijn Dagboek hoe hij omgaat
met de scheiding van zijn ouders. Hij schrijft over de ruzies van zijn
ouders, de echtscheiding zelf en het nieuw samengesteld gezin van zijn
moeder.
Dit boek is bedoeld voor ouders, begeleiders, leraars en andere opvoeders,
maar ook voor de kinderen zelf. Het is zowel een leesboek als een
werkboek. Volwassenen kunnen het samen met de kinderen lezen. De
vragen in het boek zijn een leidraad om met kinderen over de echtscheiding
van hun ouders te praten.
Echtscheidingskinderen zullen ongetwijfeld heel wat van hun eigen
ervaringen herkennen in het verhaal van Thomas. Zo leren zij om hun
gedachten en gevoelens onder woorden te brengen. Dat helpt hen om
de scheiding van hun ouders te verwerken. Ouders, leraars en andere
begeleiders leren de belevingswereld van echtscheidingskinderen kennen
en begrijpen. Dat helpt hen om de kinderen beter te begeleiden.
Ludo Driesen is klinisch kinder- en jeugdpsycholoog en gedragstherapeut. Hij werkte ruim 38 jaar in het Centrum Geestelijke Gezondheidszorg / litp Campus Noord-Limburg in Overpelt. Hij publiceerde eerder bij Garant diverse boeken omtrent psychologische problemen bij kinderen en adolescenten.
Het verhaal van Thomas. Lees-en werkboek voor echtscheidingskinderen,ouders en begeleiders
Als ouders uit elkaar gaan, is dat voor kinderen een ingrijpend gebeuren
dat ze moeten verwerken. Allerlei gedachten en gevoelens steken
de kop op. Ook een loyaliteitsconflict kan optreden. Ieder kind zal de
echtscheiding van zijn ouders op zijn eigen manier verwerken.
Thomas, een jongen van 11 jaar, vertelt in zijn Dagboek hoe hij omgaat
met de scheiding van zijn ouders. Hij schrijft over de ruzies van zijn
ouders, de echtscheiding zelf en het nieuw samengesteld gezin van zijn
moeder.
Dit boek is bedoeld voor ouders, begeleiders, leraars en andere opvoeders,
maar ook voor de kinderen zelf. Het is zowel een leesboek als een
werkboek. Volwassenen kunnen het samen met de kinderen lezen. De
vragen in het boek zijn een leidraad om met kinderen over de echtscheiding
van hun ouders te praten.
Echtscheidingskinderen zullen ongetwijfeld heel wat van hun eigen
ervaringen herkennen in het verhaal van Thomas. Zo leren zij om hun
gedachten en gevoelens onder woorden te brengen. Dat helpt hen om
de scheiding van hun ouders te verwerken. Ouders, leraars en andere
begeleiders leren de belevingswereld van echtscheidingskinderen kennen
en begrijpen. Dat helpt hen om de kinderen beter te begeleiden.
Ludo Driesen is klinisch kinder- en jeugdpsycholoog en gedragstherapeut. Hij werkte ruim 38 jaar in het Centrum Geestelijke Gezondheidszorg / litp Campus Noord-Limburg in Overpelt. Hij publiceerde eerder bij Garant diverse boeken omtrent psychologische problemen bij kinderen en adolescenten.
Logicaboek. Praktijk en theorie van het redeneren.Achtste, gewijzigde druk
Dat iedereen in staat zou zijn correct te redeneren is een mythe. Zelfs gestudeerden
kunnen dikwijls niet precies zeggen waar eenvoudig klinkende Nederlandse zinnen op
neerkomen. In onze cultuur bestaat overigens een sterke tendens om meer te beweren
dan aan te tonen.
Dit is een boek voor al wie belang stelt in de logica. Het vereist geen voorkennis. Het
is bruikbaar als praktische en ook als theoretische inleiding. Het behandelt niet alleen
de klassieke logica maar geeft ook een kijk op de veelheid van alternatieven. Met betrekking
tot praktisch redeneren wordt een eenvoudig systeem uitgewerkt, waarvan
de (relevante) implicatie bruikbaar is om Nederlandse zinnen te verwerken. De auteur
gaat moeilijke punten niet uit de weg en kiest onbevangen stelling. Logica wordt hier
niet behandeld als een afgewerkt en dus dood geheel van technieken, maar als een
dynamische discipline die volop in ontwikkeling is.
De pedagogische ervaring van de auteur komt vooral op twee punten tot uiting. Ten
eerste wordt niet alleen getoond wat een correcte redenering is, maar wordt de lezer
stap voor stap geleerd hoe ze op te bouwen. In dit opzicht is het boek uniek. Ten tweede
worden de moeilijkste punten uit de metatheorie van hun abstractheid ontdaan door
soms plastische vergelijkingen.
Voor de lezer die `persoonlijke’ begeleiding wil, zijn bijgaande programma’s beschikbaar
via het internet.
De online oefeningen zijn volledig open en te vinden op:
logicaboek.ugent.be
Wie wil dat de resultaten worden bijgehouden, moet wel even registreren.
Diderik Batens heeft lesgegeven aan de University of Pittsburgh, het Limburgs Universitair Centrum en de Vrije Universiteit Brussel. Hij was gewoon hoogleraar en directeur van het Centrum voor Logica en Wetenschapsfilosofie aan de Universiteit Gent. Sinds zijn emeritaat is hij actief als onderzoeker en voordrachtgever.
Logicaboek. Praktijk en theorie van het redeneren.Achtste, gewijzigde druk
Dat iedereen in staat zou zijn correct te redeneren is een mythe. Zelfs gestudeerden
kunnen dikwijls niet precies zeggen waar eenvoudig klinkende Nederlandse zinnen op
neerkomen. In onze cultuur bestaat overigens een sterke tendens om meer te beweren
dan aan te tonen.
Dit is een boek voor al wie belang stelt in de logica. Het vereist geen voorkennis. Het
is bruikbaar als praktische en ook als theoretische inleiding. Het behandelt niet alleen
de klassieke logica maar geeft ook een kijk op de veelheid van alternatieven. Met betrekking
tot praktisch redeneren wordt een eenvoudig systeem uitgewerkt, waarvan
de (relevante) implicatie bruikbaar is om Nederlandse zinnen te verwerken. De auteur
gaat moeilijke punten niet uit de weg en kiest onbevangen stelling. Logica wordt hier
niet behandeld als een afgewerkt en dus dood geheel van technieken, maar als een
dynamische discipline die volop in ontwikkeling is.
De pedagogische ervaring van de auteur komt vooral op twee punten tot uiting. Ten
eerste wordt niet alleen getoond wat een correcte redenering is, maar wordt de lezer
stap voor stap geleerd hoe ze op te bouwen. In dit opzicht is het boek uniek. Ten tweede
worden de moeilijkste punten uit de metatheorie van hun abstractheid ontdaan door
soms plastische vergelijkingen.
Voor de lezer die `persoonlijke’ begeleiding wil, zijn bijgaande programma’s beschikbaar
via het internet.
De online oefeningen zijn volledig open en te vinden op:
logicaboek.ugent.be
Wie wil dat de resultaten worden bijgehouden, moet wel even registreren.
Diderik Batens heeft lesgegeven aan de University of Pittsburgh, het Limburgs Universitair Centrum en de Vrije Universiteit Brussel. Hij was gewoon hoogleraar en directeur van het Centrum voor Logica en Wetenschapsfilosofie aan de Universiteit Gent. Sinds zijn emeritaat is hij actief als onderzoeker en voordrachtgever.
Spirituele en grootstedelijke zachte trance
Zachte grootstedelijke religieuze trance. Op precieze plaatsen en
momenten, vaak tijdens de weekends, gaan mensen in Brussel op
zoek naar een vorm van zachte religieuze trance, of noem het zelfoverstijging,
geestesverruiming.
Het gaat onder meer om islamitische broederschapsbijeenkomsten
buiten de moskeeën. Het gaat ook om christelijk pentecostaalse en
evangelicaalse erediensten bij Roemeense Roma, Rwandees-Burundese
voormalige vluchtelingen, Braziliaanse migranten, Brusselse
Iraniërs. Het gaat ten slotte eveneens om enkele boeddhistische bijeenkomsten.
Alleen al bij deze publicatie zijn in totaal vele honderden mensen
betrokken, volwassenen, met de meest uiteenlopende achtergronden
en heel verschillende profielen. Wat hier ter sprake komt, is geen
marginaal fenomeen. Het lijkt er veeleer op dat grootstedelijkheid en
multiculturalisme, door een nostalgisch verlangen heen, een hunkering
naar persoonlijke groei en een authentieke zoektocht naar spiritualiteit,
tot dit soort bijeenkomsten leiden. De auteurs beschrijven
die gemeenschappen en hun bijeenkomsten. Ze zoeken er een verklaring
voor en illustreren hun verhalen met foto’s.
Deze publicatie kadert binnen een projectsubsidie van de Erfgoedcel
van de Vlaamse Gemeenschapscommissie in Brussel.
Johan Leman, antropoloog, is emeritus hoogleraar aan de KU Leuven en voorzitter van Foyer vzw – Multi-etnisch werk in Brussel. Ann Trappers, antropoloog, is stafmedewerker bij Foyer vzw. Foyer vzw, zie www.foyer.be .
Spirituele en grootstedelijke zachte trance
Zachte grootstedelijke religieuze trance. Op precieze plaatsen en
momenten, vaak tijdens de weekends, gaan mensen in Brussel op
zoek naar een vorm van zachte religieuze trance, of noem het zelfoverstijging,
geestesverruiming.
Het gaat onder meer om islamitische broederschapsbijeenkomsten
buiten de moskeeën. Het gaat ook om christelijk pentecostaalse en
evangelicaalse erediensten bij Roemeense Roma, Rwandees-Burundese
voormalige vluchtelingen, Braziliaanse migranten, Brusselse
Iraniërs. Het gaat ten slotte eveneens om enkele boeddhistische bijeenkomsten.
Alleen al bij deze publicatie zijn in totaal vele honderden mensen
betrokken, volwassenen, met de meest uiteenlopende achtergronden
en heel verschillende profielen. Wat hier ter sprake komt, is geen
marginaal fenomeen. Het lijkt er veeleer op dat grootstedelijkheid en
multiculturalisme, door een nostalgisch verlangen heen, een hunkering
naar persoonlijke groei en een authentieke zoektocht naar spiritualiteit,
tot dit soort bijeenkomsten leiden. De auteurs beschrijven
die gemeenschappen en hun bijeenkomsten. Ze zoeken er een verklaring
voor en illustreren hun verhalen met foto’s.
Deze publicatie kadert binnen een projectsubsidie van de Erfgoedcel
van de Vlaamse Gemeenschapscommissie in Brussel.
Johan Leman, antropoloog, is emeritus hoogleraar aan de KU Leuven en voorzitter van Foyer vzw – Multi-etnisch werk in Brussel. Ann Trappers, antropoloog, is stafmedewerker bij Foyer vzw. Foyer vzw, zie www.foyer.be .
Autisme of taalontwikkelingsstoornis?
Er zit een kind… Het luistert niet, is niet geconcentreerd. Hoe komt het
dat het niet oplet? Autisme of taalontwikkelingsstoornis? Dit boek vertelt
63 verhalen van herkenning. Over thuis en vrije tijd, en over school
en werk. Over kinderen van 3 tot 23 jaar. Alle verhalen worden ondersteund
door een illustratie en gaan vergezeld van een duidelijke uitleg
met praktische tips. Wie meer wil weten over het hoe en waarom, komt
met dit boek aan zijn trekken.
Dit boek is bestemd voor iedereen die op de een of andere manier te
maken heeft met autisme en/of een taalontwikkelingsstoornis. Bovendien
kan het boek als psycho-educatie gebruikt worden.
Bovendien is het uitstekend te gebruiken als leerboek bij handelingsgericht werken voor studie of werk. De 63 verhalen zijn dan te zien als zijnde 63 casussen met separaat tips en een verklaringsmodel.
Diënne Kamphuis, ambulant begeleider in het onderwijs, is specialist op het gebied van autisme en taalproblematieken. Ze is afgestudeerd aan onder andere de Gerrit Rietveld Academie (beeldend kunstenaar), VLVU (leraar economie) en Fontys-OSO (leraar speciaal onderwijs en master SEN).
Autisme of taalontwikkelingsstoornis?
Er zit een kind… Het luistert niet, is niet geconcentreerd. Hoe komt het
dat het niet oplet? Autisme of taalontwikkelingsstoornis? Dit boek vertelt
63 verhalen van herkenning. Over thuis en vrije tijd, en over school
en werk. Over kinderen van 3 tot 23 jaar. Alle verhalen worden ondersteund
door een illustratie en gaan vergezeld van een duidelijke uitleg
met praktische tips. Wie meer wil weten over het hoe en waarom, komt
met dit boek aan zijn trekken.
Dit boek is bestemd voor iedereen die op de een of andere manier te
maken heeft met autisme en/of een taalontwikkelingsstoornis. Bovendien
kan het boek als psycho-educatie gebruikt worden.
Bovendien is het uitstekend te gebruiken als leerboek bij handelingsgericht werken voor studie of werk. De 63 verhalen zijn dan te zien als zijnde 63 casussen met separaat tips en een verklaringsmodel.
Diënne Kamphuis, ambulant begeleider in het onderwijs, is specialist op het gebied van autisme en taalproblematieken. Ze is afgestudeerd aan onder andere de Gerrit Rietveld Academie (beeldend kunstenaar), VLVU (leraar economie) en Fontys-OSO (leraar speciaal onderwijs en master SEN).
Taalbeleid op school. Handboek Praktijk
Scholen dienen oog te hebben voor veranderingen in de samenleving en moeten
in staat zijn deze te vertalen naar hun onderwijs. Dit boek ondersteunt
scholen bij het aangaan van deze uitdaging en gaat in op de vraag hoe ze dit
in hun taalonderwijs kunnen vormgeven. Vele voorbeelden illustreren hoe
scholen en docenten een brug kunnen slaan tussen theorie en praktijk.
In de eerste hoofdstukken worden de achtergronden van taalbeleid belicht.
Vervolgens worden handvatten aangereikt waarmee schoolteams,
taalwerkgroepen, schoolbegeleiders en taalcoördinatoren direct aan de
slag kunnen op de eigen school. Er wordt aandacht besteed aan het schrijven
van een taalbeleidsplan en het uitwerken van verbetertrajecten. Uitgangspunt
is dat duurzame verbeteringen alleen tot stand kunnen komen
als het hele team zich betrokken voelt bij het veranderproces. Daarnaast
wordt er ingegaan op de mogelijkheden die het taalonderwijs biedt om
leerlingen te ondersteunen bij het ontwikkelen van de vaardigheden voor
de 21ste eeuw.
Dit boek is de uitkomst van een denkproces over taalonderwijs en een zoektocht
naar handvatten om kwaliteitsverhoging in de praktijk vorm te geven.
Paula Eversdijk heeft een brede ervaring binnen het onderwijs. Ze ontwerpt en verzorgt nascholingscursussen op het gebied van taal en zorgverbreding en begeleidt schoolteams bij het uitvoeren van verbetertrajecten. Daarbij maakt ze gebruik van de ervaring die ze heeft opgedaan als docent in het primair onderwijs.
Taalbeleid op school. Handboek Praktijk
Scholen dienen oog te hebben voor veranderingen in de samenleving en moeten
in staat zijn deze te vertalen naar hun onderwijs. Dit boek ondersteunt
scholen bij het aangaan van deze uitdaging en gaat in op de vraag hoe ze dit
in hun taalonderwijs kunnen vormgeven. Vele voorbeelden illustreren hoe
scholen en docenten een brug kunnen slaan tussen theorie en praktijk.
In de eerste hoofdstukken worden de achtergronden van taalbeleid belicht.
Vervolgens worden handvatten aangereikt waarmee schoolteams,
taalwerkgroepen, schoolbegeleiders en taalcoördinatoren direct aan de
slag kunnen op de eigen school. Er wordt aandacht besteed aan het schrijven
van een taalbeleidsplan en het uitwerken van verbetertrajecten. Uitgangspunt
is dat duurzame verbeteringen alleen tot stand kunnen komen
als het hele team zich betrokken voelt bij het veranderproces. Daarnaast
wordt er ingegaan op de mogelijkheden die het taalonderwijs biedt om
leerlingen te ondersteunen bij het ontwikkelen van de vaardigheden voor
de 21ste eeuw.
Dit boek is de uitkomst van een denkproces over taalonderwijs en een zoektocht
naar handvatten om kwaliteitsverhoging in de praktijk vorm te geven.
Paula Eversdijk heeft een brede ervaring binnen het onderwijs. Ze ontwerpt en verzorgt nascholingscursussen op het gebied van taal en zorgverbreding en begeleidt schoolteams bij het uitvoeren van verbetertrajecten. Daarbij maakt ze gebruik van de ervaring die ze heeft opgedaan als docent in het primair onderwijs.
Wat bij gewrichtsklachten? Artrose,reuma,fibromyalgie,…
Bewegen is belangrijk voor de algemene conditie, de bloeddruk, tegen diabetes
en overgewicht ook voor de gewrichten. Artrose, reuma, fibromyalgie en
osteoporose maar ook peesletsels zijn aandoeningen die voornamelijk in
en rond de gewrichten voorkomen. Wat te doen bij gewrichtspijn: rusten of
bewegen? Het antwoord is duidelijk: beweeg zoveel als mogelijk, binnen de
eigen grenzen. Na burn-out veroorzaken gewrichtsklachten, nek- en rugpijn de
meeste arbeidsongeschiktheid. Bewegen heeft een preventief effect.
Dit boek, met heel veel tips en oefeningen, is een handleiding hoe men moet
leren omgaan met die klachten.
Philippe Van der Wee is kine/fysiotherapeut en tevens manuele therapeut en acupuncturist. Reeds lang houdt hij lezingen met als onderwerp “Gewrichtsklachten, doe er wat aan”. Hij heeft een praktijk in Kontich en Antwerpen.
Wat bij gewrichtsklachten? Artrose,reuma,fibromyalgie,…
Bewegen is belangrijk voor de algemene conditie, de bloeddruk, tegen diabetes
en overgewicht ook voor de gewrichten. Artrose, reuma, fibromyalgie en
osteoporose maar ook peesletsels zijn aandoeningen die voornamelijk in
en rond de gewrichten voorkomen. Wat te doen bij gewrichtspijn: rusten of
bewegen? Het antwoord is duidelijk: beweeg zoveel als mogelijk, binnen de
eigen grenzen. Na burn-out veroorzaken gewrichtsklachten, nek- en rugpijn de
meeste arbeidsongeschiktheid. Bewegen heeft een preventief effect.
Dit boek, met heel veel tips en oefeningen, is een handleiding hoe men moet
leren omgaan met die klachten.
Philippe Van der Wee is kine/fysiotherapeut en tevens manuele therapeut en acupuncturist. Reeds lang houdt hij lezingen met als onderwerp “Gewrichtsklachten, doe er wat aan”. Hij heeft een praktijk in Kontich en Antwerpen.
Doelmatig handelen door pedagogen en psychologen – Discussies op het snijvlak van filosofie,wetenschap en professionele praktijk
Pedagogen en psychologen krijgen te maken met allerlei normatieve discussies.
Zo worden ze geacht om ‘evidence-based’ te werken en behoren ze te
waken voor overdiagnosticering (volgens sommigen bestaat er niet zoiets als
dyslexie en wordt ADHD vaak onterecht gediagnosticeerd). Ook krijgen ze
met steeds meer partijen te maken. Ze moeten niet alleen hun positie bepalen
tegenover de cliënt en eventueel de ouders, maar vaak ook tegenover oma die
oppast, de voetbalcoach die de jongere drie keer per week ziet, of de leidster
op het kinderdagverblijf. We leven immers in een ‘participatiesamenleving’.
Dit boek geeft de professional inzicht in deze en soortgelijke discussies en
helpt bij de standpuntbepaling. Het is bedoeld voor hbo- en wo-opleidingen
en voor reeds afgestudeerde pedagogen en psychologen. Het behandelt op
een toegankelijke manier diagnosedruk en doelmatig handelen; autonomie,
paternalisme en meerzijdige partijdigheid; evidence-based werken; en terugkerende
discussies in beleid en ethiek. In het eerste hoofdstuk worden vier
niveaus van professioneel denken en handelen besproken, die in de andere
hoofdstukken geregeld terugkeren. Dit alles wordt met veel aan de werkelijkheid
ontleende voorbeelden toegelicht, die verwerkt zijn in tekstblokken en
met vermelding van de bijbehorende internetlinks.
Dit boek helpt bij de vorming van een doelmatig handelende professional.
Agnes Tellings is onderzoeker-docent aan het Behavioural Science Institute en aan de afdeling Pedagogische Wetenschappen & Onderwijskunde van de Radboud Universiteit in Nijmegen. Zij geeft colleges in de masteropleiding over de onderwerpen in dit boek, en publiceert daarnaast zowel over filosofischethische onderwerpen als over empirisch onderzoek naar woordenschatontwikkeling bij kinderen.
Doelmatig handelen door pedagogen en psychologen – Discussies op het snijvlak van filosofie,wetenschap en professionele praktijk
Pedagogen en psychologen krijgen te maken met allerlei normatieve discussies.
Zo worden ze geacht om ‘evidence-based’ te werken en behoren ze te
waken voor overdiagnosticering (volgens sommigen bestaat er niet zoiets als
dyslexie en wordt ADHD vaak onterecht gediagnosticeerd). Ook krijgen ze
met steeds meer partijen te maken. Ze moeten niet alleen hun positie bepalen
tegenover de cliënt en eventueel de ouders, maar vaak ook tegenover oma die
oppast, de voetbalcoach die de jongere drie keer per week ziet, of de leidster
op het kinderdagverblijf. We leven immers in een ‘participatiesamenleving’.
Dit boek geeft de professional inzicht in deze en soortgelijke discussies en
helpt bij de standpuntbepaling. Het is bedoeld voor hbo- en wo-opleidingen
en voor reeds afgestudeerde pedagogen en psychologen. Het behandelt op
een toegankelijke manier diagnosedruk en doelmatig handelen; autonomie,
paternalisme en meerzijdige partijdigheid; evidence-based werken; en terugkerende
discussies in beleid en ethiek. In het eerste hoofdstuk worden vier
niveaus van professioneel denken en handelen besproken, die in de andere
hoofdstukken geregeld terugkeren. Dit alles wordt met veel aan de werkelijkheid
ontleende voorbeelden toegelicht, die verwerkt zijn in tekstblokken en
met vermelding van de bijbehorende internetlinks.
Dit boek helpt bij de vorming van een doelmatig handelende professional.
Agnes Tellings is onderzoeker-docent aan het Behavioural Science Institute en aan de afdeling Pedagogische Wetenschappen & Onderwijskunde van de Radboud Universiteit in Nijmegen. Zij geeft colleges in de masteropleiding over de onderwerpen in dit boek, en publiceert daarnaast zowel over filosofischethische onderwerpen als over empirisch onderzoek naar woordenschatontwikkeling bij kinderen.
Vertaalde verbeelding. Muzische inspiratie voor taalstimulering in de meertalige klas
Dit boek is een inspiratiebron om taal aan te leren met muzische werkvormen. Door in te zetten op de raakvlakken tussen taal, actief leren, beeld, muziek en drama zijn activerende werkvormen ontwikkeld waarin interactie en samenwerking tussen leerlingen centraal staan. Voor elk van deze domeinen is er een handleiding voorzien. De muzische workshops zijn gecreëerd binnen het onderzoeksproject taalCULTuur in een unieke samenwerking tussen de departementen Education, MAD School of Arts en Music van de Hogeschool PXL in Hasselt.
De auteurs zijn lector-onderzoeker aan de Hogeschool PXL in Hasselt.
Karen Reekmans geeft vakdidactiek vroeg vreemdetalenonderwijs
en meertaligheid aan de lerarenopleiding PXL-Education lager
en kleuteronderwijs. Verder begeleidt ze studenten die stage lopen
in het immersieonderwijs Nederlands in Luik en is ze verbonden
aan PXL-Research voor praktijkgericht onderzoek over schooltaal
Nederlands als tweede taal in meertalige klassen.
Catherine Roden geeft vakdidactiek wetenschappen en techniek
aan de lerarenopleiding PXL-Education lager onderwijs. Verder is
ze LEGO® Education Academy Certified Trainer.
Kris Nauwelaerts geeft illustratieve vormgeving aan de PXL-MAD
School of Arts. Hij behaalde in 2015 een doctoraat in de beeldende
kunsten met het proefschrift “Ik zie, ik zie wat jij niet ziet. Onderzoek
naar de relatie tussen prentenboeken en de ontwikkeling van
beeldende geletterdheid bij kinderen” en is illustrator van kinderboeken.
Verder is hij verbonden aan PXL-Research voor praktijkgericht
onderzoek over visuele kunsten.
Vertaalde verbeelding. Muzische inspiratie voor taalstimulering in de meertalige klas
Dit boek is een inspiratiebron om taal aan te leren met muzische werkvormen. Door in te zetten op de raakvlakken tussen taal, actief leren, beeld, muziek en drama zijn activerende werkvormen ontwikkeld waarin interactie en samenwerking tussen leerlingen centraal staan. Voor elk van deze domeinen is er een handleiding voorzien. De muzische workshops zijn gecreëerd binnen het onderzoeksproject taalCULTuur in een unieke samenwerking tussen de departementen Education, MAD School of Arts en Music van de Hogeschool PXL in Hasselt.
De auteurs zijn lector-onderzoeker aan de Hogeschool PXL in Hasselt.
Karen Reekmans geeft vakdidactiek vroeg vreemdetalenonderwijs
en meertaligheid aan de lerarenopleiding PXL-Education lager
en kleuteronderwijs. Verder begeleidt ze studenten die stage lopen
in het immersieonderwijs Nederlands in Luik en is ze verbonden
aan PXL-Research voor praktijkgericht onderzoek over schooltaal
Nederlands als tweede taal in meertalige klassen.
Catherine Roden geeft vakdidactiek wetenschappen en techniek
aan de lerarenopleiding PXL-Education lager onderwijs. Verder is
ze LEGO® Education Academy Certified Trainer.
Kris Nauwelaerts geeft illustratieve vormgeving aan de PXL-MAD
School of Arts. Hij behaalde in 2015 een doctoraat in de beeldende
kunsten met het proefschrift “Ik zie, ik zie wat jij niet ziet. Onderzoek
naar de relatie tussen prentenboeken en de ontwikkeling van
beeldende geletterdheid bij kinderen” en is illustrator van kinderboeken.
Verder is hij verbonden aan PXL-Research voor praktijkgericht
onderzoek over visuele kunsten.
Mijn hand in Uw hand: wie zal ons leiden? Fracarita-reeks.Nr 10
Spiritualiteit is in. Managers volgen spiritualiteitssessies
om zo beter gewapend te zijn tegen de stress die het
werk meebrengt. Er is niets tegen een uurtje yoga of een
mindfulness-sessie, maar ware spiritualiteit is van een andere
orde. Spiritualiteit wordt niet beoefend om er voordeel
uit te trekken, maar om als mens te groeien.
In dit boek staat de auteur stil bij wie een mens echt kan
zijn en hoe een mens de weg naar God kan vinden. Hij kijkt
naar leermeesters uit het Oude Testament en naar de wijze
waarop God in hun leven aanwezig was. De leermeester bij
uitstek is Jezus Christus, die zichzelf noemde: “Ik ben de
Weg, de Waarheid en het Leven” (Joh. 14, 6).
Iedere Godsontmoeting zal uitmonden in een vernieuwd op
weg gaan om in de wereld God aanwezig te brengen, om van
zijn liefde te getuigen, om zijn liefde te stralen, om zijn
boodschap uit te dragen. En dat steeds met mijn hand in
Zijn hand.
De auteur denkt na over hoe een spiritueel leven heel vruchtbaar
kan worden in de wereld. Spiritualiteit is immers geen
wegtrekken uit de wereld, maar zal steeds de mens opnieuw
op weg zetten om in de wereld iets van Gods droom te realiseren.
<p<Br. dr. René Stockman, generale overste van de Broeders van Liefde, is doctor in de maatschappelijke gezondheidszorg.
Mijn hand in Uw hand: wie zal ons leiden? Fracarita-reeks.Nr 10
Spiritualiteit is in. Managers volgen spiritualiteitssessies
om zo beter gewapend te zijn tegen de stress die het
werk meebrengt. Er is niets tegen een uurtje yoga of een
mindfulness-sessie, maar ware spiritualiteit is van een andere
orde. Spiritualiteit wordt niet beoefend om er voordeel
uit te trekken, maar om als mens te groeien.
In dit boek staat de auteur stil bij wie een mens echt kan
zijn en hoe een mens de weg naar God kan vinden. Hij kijkt
naar leermeesters uit het Oude Testament en naar de wijze
waarop God in hun leven aanwezig was. De leermeester bij
uitstek is Jezus Christus, die zichzelf noemde: “Ik ben de
Weg, de Waarheid en het Leven” (Joh. 14, 6).
Iedere Godsontmoeting zal uitmonden in een vernieuwd op
weg gaan om in de wereld God aanwezig te brengen, om van
zijn liefde te getuigen, om zijn liefde te stralen, om zijn
boodschap uit te dragen. En dat steeds met mijn hand in
Zijn hand.
De auteur denkt na over hoe een spiritueel leven heel vruchtbaar
kan worden in de wereld. Spiritualiteit is immers geen
wegtrekken uit de wereld, maar zal steeds de mens opnieuw
op weg zetten om in de wereld iets van Gods droom te realiseren.
<p<Br. dr. René Stockman, generale overste van de Broeders van Liefde, is doctor in de maatschappelijke gezondheidszorg.
Dwingende vrijheid. (Reeks: Psychoanalyse en Cultuur, nr 8)
Er wordt weleens gezegd dat we in een dwingende tijd leven, waar autoriteit zoek is. Na de dood van God en het einde van de Grote Verhalen zijn we meer dan ooit tot vrijheid veroordeeld. We kunnen ons dan bijvoorbeeld overgeleverd voelen aan allerlei tot consumptieartikel gereduceerde objecten die ons een vermeend genot zouden moeten verschaffen. Van de weeromstuit ontstaat hier en daar een roep naar meer law and order. Niet helemaal onterecht wordt er dan van uitgegaan dat alleen de/meer wet ons vrijheid kan geven. Sommigen permitteren zich zelfs de vrijheid om harder dan ooit de wet te stellen: of het nu de wet van het Proletariaat of van het Volk is (zoals communisme en fascisme dat een paar decennia geleden deden), of die van de Sharia (zoals het islamfundamentalisme dat vandaag maar al te driest denkt te moeten doen). Freud en zijn psychoanalyse zijn ondertussen in de prullenmand van de intellectuele goegemeente beland. Toch bevat zijn theorie heel wat elementen die klaarheid brengen in deze schijnbare paradox: waarom vrijheid dwingend kan zijn; waarom vrijheid, zeker waar ze zich van elke norm en wet bevrijd weet, deze vaak met nog hardere hand installeert. Tegen de heersende tijdsgeest in biedt deze bundel een forum aan stemmen die de eigengereide band tussen vrijheid en wet/dwang proberen te denken.
Mark Kinet en Trees Traversier zijn bestuursleden en Sjef Houppermans is voorzitter van de Belgisch-Nederlandse Stichting Psychoanalyse en Cultuur. www.stichtingpsychoanalyseencultuur.eu
Met bijdragen van Marc De Kesel, Sjef Houppermans, Mark Kinet, Yves Petry, Daan Rutten, David Schrans, Jo Smet, Katrien Steenhoudt, Trees Traversier en Frank Vande Veire.
Dwingende vrijheid. (Reeks: Psychoanalyse en Cultuur, nr 8)
Er wordt weleens gezegd dat we in een dwingende tijd leven, waar autoriteit zoek is. Na de dood van God en het einde van de Grote Verhalen zijn we meer dan ooit tot vrijheid veroordeeld. We kunnen ons dan bijvoorbeeld overgeleverd voelen aan allerlei tot consumptieartikel gereduceerde objecten die ons een vermeend genot zouden moeten verschaffen. Van de weeromstuit ontstaat hier en daar een roep naar meer law and order. Niet helemaal onterecht wordt er dan van uitgegaan dat alleen de/meer wet ons vrijheid kan geven. Sommigen permitteren zich zelfs de vrijheid om harder dan ooit de wet te stellen: of het nu de wet van het Proletariaat of van het Volk is (zoals communisme en fascisme dat een paar decennia geleden deden), of die van de Sharia (zoals het islamfundamentalisme dat vandaag maar al te driest denkt te moeten doen). Freud en zijn psychoanalyse zijn ondertussen in de prullenmand van de intellectuele goegemeente beland. Toch bevat zijn theorie heel wat elementen die klaarheid brengen in deze schijnbare paradox: waarom vrijheid dwingend kan zijn; waarom vrijheid, zeker waar ze zich van elke norm en wet bevrijd weet, deze vaak met nog hardere hand installeert. Tegen de heersende tijdsgeest in biedt deze bundel een forum aan stemmen die de eigengereide band tussen vrijheid en wet/dwang proberen te denken.
Mark Kinet en Trees Traversier zijn bestuursleden en Sjef Houppermans is voorzitter van de Belgisch-Nederlandse Stichting Psychoanalyse en Cultuur. www.stichtingpsychoanalyseencultuur.eu
Met bijdragen van Marc De Kesel, Sjef Houppermans, Mark Kinet, Yves Petry, Daan Rutten, David Schrans, Jo Smet, Katrien Steenhoudt, Trees Traversier en Frank Vande Veire.
Ierse meditaties. Naar een nieuw pantheïsme
In de zomer van 2000 maakte filosoof Ulrich Libbrecht een rondreis door Ierland.
Hij bezocht plaatsen die in de middeleeuwen brandpunten waren van intense spiritualiteit
en hoge cultuur. Die plaatsen waren boeiend, maar Skellig Michael trof
hem in het hart. Op dit rotsige uitsteeksel in de Atlantische Oceaan kreeg hij het
gevoel eindelijk thuis te komen. De wereldreiziger had zijn innerlijk landschap
gevonden. Deze Ierse meditaties zijn het verslag van zijn pelgrimstocht door het
groene eiland en naar de kern van zijn eigen wezen.
In het tweede deel ontwikkelt hij een nieuwe pantheïstische wereldvisie aan de
hand van Ierse denkers. Hij laat zich inspireren door grote middeleeuwers als Pelagius
en Eriugena. Dichter bij ons staan de verlichtingsfilosoof John Toland en de
wetenschapper John Tyndall.
Ierse meditaties neemt ons mee naar de verste uithoek van Europa en brengt ons
dichter bij onszelf.
Prof. em. dr. Ulrich Libbrecht (1928-2017) doceerde Chinese klassieke studies, Chinese filosofie en comparatieve filosofie aan de KU Leuven. Hij ontwikkelde een model voor comparatieve filosofie waarin hij wereldbeelden uit Oost en West vergelijkt en integreert. Hij schreef hierover tal van boeken en stichtte in Antwerpen en Utrecht een School voor Comparatieve Filosofie. Hij overleed kort na de voltooiing van dit boek.
Ierse meditaties. Naar een nieuw pantheïsme
In de zomer van 2000 maakte filosoof Ulrich Libbrecht een rondreis door Ierland.
Hij bezocht plaatsen die in de middeleeuwen brandpunten waren van intense spiritualiteit
en hoge cultuur. Die plaatsen waren boeiend, maar Skellig Michael trof
hem in het hart. Op dit rotsige uitsteeksel in de Atlantische Oceaan kreeg hij het
gevoel eindelijk thuis te komen. De wereldreiziger had zijn innerlijk landschap
gevonden. Deze Ierse meditaties zijn het verslag van zijn pelgrimstocht door het
groene eiland en naar de kern van zijn eigen wezen.
In het tweede deel ontwikkelt hij een nieuwe pantheïstische wereldvisie aan de
hand van Ierse denkers. Hij laat zich inspireren door grote middeleeuwers als Pelagius
en Eriugena. Dichter bij ons staan de verlichtingsfilosoof John Toland en de
wetenschapper John Tyndall.
Ierse meditaties neemt ons mee naar de verste uithoek van Europa en brengt ons
dichter bij onszelf.
Prof. em. dr. Ulrich Libbrecht (1928-2017) doceerde Chinese klassieke studies, Chinese filosofie en comparatieve filosofie aan de KU Leuven. Hij ontwikkelde een model voor comparatieve filosofie waarin hij wereldbeelden uit Oost en West vergelijkt en integreert. Hij schreef hierover tal van boeken en stichtte in Antwerpen en Utrecht een School voor Comparatieve Filosofie. Hij overleed kort na de voltooiing van dit boek.
Geloof alleen! Protestanten in België: een verhaal van 500 jaar
In 2017 zal het 500 jaar geleden zijn dat de protestantse kerkhervorming
begon. Deze reformatie veranderde het aanzien van
het christendom in veel Europese landen volledig. Maar weinigen
weten dat het huidige België van meet af aan nauw bij deze
godsdienstige omwenteling betrokken was. In het buitenland beroemde
namen als Guido de Brès, Jacob de Keirsmaeker en Petrus
Dathenus zijn hier nauwelijks bekend. Dit boek beschrijft in grote
lijnen de geschiedenis van het protestantisme en de protestantse
kerken in België. Het schetst de samenhang tussen verschillende
gebeurtenissen en ontwikkelingen in België, maar waar relevant
ook daarbuiten, van het begin in de zestiende eeuw tot in onze
tijd. Ook het gedachtegoed van de protestantse kerken komt aan
bod, zowel op theologisch als kerkelijk-praktisch en persoonlijk
gebied. Hierbij zijn steeds zoveel mogelijk vertegenwoordigers
van protestantse kerken uit België zelf aan het woord gelaten.
De titel verwijst naar een bekende slagzin van de reformatie:
naast het Sola scriptura, alleen door de Schrift, en het Sola gratia,
alleen door genade, is er het Sola fide, alleen door geloof. Samen
vormen ze de basisovertuiging van protestanten in al hun
verscheidenheid: God kennen wij alleen door de Schrift, niet door
menselijke traditie of filosofie, met God verbonden zijn is alleen
mogelijk door de genade die Hij ons in Christus geschonken heeft,
niet door enige vorm van menselijke verdienste, en deze genade
ontvangen wij alleen door geloof, door het vertrouwen in Christus
alleen. Het boek wil bijdragen tot meer begrip voor de waarde
die dit vertrouwen heeft in het leven van velen. Bovendien biedt
het een waardevolle oriëntatie voor iedereen die kennis wil maken
met het protestantisme in België.
Gottlieb Blokland is voorzitter van het Instituut voor Bijbelse Vorming in Leuven, inspecteur-adviseur protestants-evangelische godsdienst bij het Vlaams Ministerie van Onderwijs en voorganger in de protestants-evangelische Bethelkerk in Schaarbeek.
Geloof alleen! Protestanten in België: een verhaal van 500 jaar
In 2017 zal het 500 jaar geleden zijn dat de protestantse kerkhervorming
begon. Deze reformatie veranderde het aanzien van
het christendom in veel Europese landen volledig. Maar weinigen
weten dat het huidige België van meet af aan nauw bij deze
godsdienstige omwenteling betrokken was. In het buitenland beroemde
namen als Guido de Brès, Jacob de Keirsmaeker en Petrus
Dathenus zijn hier nauwelijks bekend. Dit boek beschrijft in grote
lijnen de geschiedenis van het protestantisme en de protestantse
kerken in België. Het schetst de samenhang tussen verschillende
gebeurtenissen en ontwikkelingen in België, maar waar relevant
ook daarbuiten, van het begin in de zestiende eeuw tot in onze
tijd. Ook het gedachtegoed van de protestantse kerken komt aan
bod, zowel op theologisch als kerkelijk-praktisch en persoonlijk
gebied. Hierbij zijn steeds zoveel mogelijk vertegenwoordigers
van protestantse kerken uit België zelf aan het woord gelaten.
De titel verwijst naar een bekende slagzin van de reformatie:
naast het Sola scriptura, alleen door de Schrift, en het Sola gratia,
alleen door genade, is er het Sola fide, alleen door geloof. Samen
vormen ze de basisovertuiging van protestanten in al hun
verscheidenheid: God kennen wij alleen door de Schrift, niet door
menselijke traditie of filosofie, met God verbonden zijn is alleen
mogelijk door de genade die Hij ons in Christus geschonken heeft,
niet door enige vorm van menselijke verdienste, en deze genade
ontvangen wij alleen door geloof, door het vertrouwen in Christus
alleen. Het boek wil bijdragen tot meer begrip voor de waarde
die dit vertrouwen heeft in het leven van velen. Bovendien biedt
het een waardevolle oriëntatie voor iedereen die kennis wil maken
met het protestantisme in België.
Gottlieb Blokland is voorzitter van het Instituut voor Bijbelse Vorming in Leuven, inspecteur-adviseur protestants-evangelische godsdienst bij het Vlaams Ministerie van Onderwijs en voorganger in de protestants-evangelische Bethelkerk in Schaarbeek.
Zelfreflectie in het hoger onderwijs
In de 21ste eeuw moeten beroepsbeoefenaars in staat zijn om hun hele leven lang
na te denken over zichzelf en kritisch en zelfsturend te zijn in hun eigen leerproces.
Door te reflecteren op het eigen leren tijdens de opleiding zouden studenten
tevens meer gemotiveerd worden voor hun eigen leerproces en persoonlijke
ontwikkeling. En door te reflecteren op de eigen persoonlijkheid en kwaliteiten
zouden studenten hun eigen motieven en ambities beter begrijpen en daardoor
betere studiekeuzes maken met minder studie-uitval als gevolg. In de praktijk
worden deze doelen echter (nog) niet behaald. Uit verschillende onderzoeken
blijkt dat studenten een hekel hebben aan reflecteren. Onderwijsactiviteiten
die geassocieerd worden met reflecteren, worden door de meeste studenten
(en docenten) niet serieus genomen, maar ervaren als een verplicht nummer.
Er lijkt sprake van ‘reflectiemoeheid’ en van tegenvallende opbrengsten. Veel
docenten worstelen met de vraag wanneer er sprake is van kwalitatief goede
reflectie en wat de kwaliteit van reflectie bepaalt. Wanneer kan men zeggen
dat een student beter heeft gereflecteerd dan een ander? Studenten, op hun
beurt, weten niet goed wat reflecteren precies inhoudt, terwijl hun docenten er
als vanzelfsprekend vanuit gaan dat ze al kunnen reflecteren of het wel zullen
leren door het gewoon (zelfstandig) te doen.
In dit boek behandelen de auteurs, allen docenten en/of onderzoekers,
de weerbarstige problematiek van (zelf)reflectie in het onderwijs. Er zijn
theoretische hoofdstukken rond de vraag ‘Wat is reflectie?’, hoofdstukken
waarin
verslag wordt gedaan van onderzoek naar reflectie en hoofdstukken
waarin creatieve alternatieven worden aangedragen voor de gangbare
reflectiepraktijken. Ten slotte zijn er hoofdstukken waarin wordt gereflecteerd
over reflectie. Kunnen docenten het? Is reflectie gevaarlijk? En zijn de nog
onvolgroeide hersenen van studenten in staat tot reflectie?
Frans Meijers was lector Pedagogiek van de Beroepsvorming aan de Haagse
Hogeschool. Hij is directeur van Meijers Onderzoek & Advies, symposium coeditor
van de British Journal of Guidance and Counselling en voorzitter van de
Dialogical Self Academy. Hij is gespecialiseerd in onderzoek, ontwikkeling en
training op het gebied van loopbaanleren en identiteitsontwikkeling.
Kariene Mittendorff is associate lector Studieloopbaanbegeleiding bij
hogeschool Saxion. Ze is gepromoveerd op de kwaliteit van loopbaanbegeleiding
en in het bijzonder loopbaangesprekken. Ze is projectleider van verschillende
onderzoeken op het gebied van studieloopbaanbegeleiding, studiesucces, de
studiekeuzecheck en de kwaliteit van reflectie.
Zelfreflectie in het hoger onderwijs
In de 21ste eeuw moeten beroepsbeoefenaars in staat zijn om hun hele leven lang
na te denken over zichzelf en kritisch en zelfsturend te zijn in hun eigen leerproces.
Door te reflecteren op het eigen leren tijdens de opleiding zouden studenten
tevens meer gemotiveerd worden voor hun eigen leerproces en persoonlijke
ontwikkeling. En door te reflecteren op de eigen persoonlijkheid en kwaliteiten
zouden studenten hun eigen motieven en ambities beter begrijpen en daardoor
betere studiekeuzes maken met minder studie-uitval als gevolg. In de praktijk
worden deze doelen echter (nog) niet behaald. Uit verschillende onderzoeken
blijkt dat studenten een hekel hebben aan reflecteren. Onderwijsactiviteiten
die geassocieerd worden met reflecteren, worden door de meeste studenten
(en docenten) niet serieus genomen, maar ervaren als een verplicht nummer.
Er lijkt sprake van ‘reflectiemoeheid’ en van tegenvallende opbrengsten. Veel
docenten worstelen met de vraag wanneer er sprake is van kwalitatief goede
reflectie en wat de kwaliteit van reflectie bepaalt. Wanneer kan men zeggen
dat een student beter heeft gereflecteerd dan een ander? Studenten, op hun
beurt, weten niet goed wat reflecteren precies inhoudt, terwijl hun docenten er
als vanzelfsprekend vanuit gaan dat ze al kunnen reflecteren of het wel zullen
leren door het gewoon (zelfstandig) te doen.
In dit boek behandelen de auteurs, allen docenten en/of onderzoekers,
de weerbarstige problematiek van (zelf)reflectie in het onderwijs. Er zijn
theoretische hoofdstukken rond de vraag ‘Wat is reflectie?’, hoofdstukken
waarin
verslag wordt gedaan van onderzoek naar reflectie en hoofdstukken
waarin creatieve alternatieven worden aangedragen voor de gangbare
reflectiepraktijken. Ten slotte zijn er hoofdstukken waarin wordt gereflecteerd
over reflectie. Kunnen docenten het? Is reflectie gevaarlijk? En zijn de nog
onvolgroeide hersenen van studenten in staat tot reflectie?
Frans Meijers was lector Pedagogiek van de Beroepsvorming aan de Haagse
Hogeschool. Hij is directeur van Meijers Onderzoek & Advies, symposium coeditor
van de British Journal of Guidance and Counselling en voorzitter van de
Dialogical Self Academy. Hij is gespecialiseerd in onderzoek, ontwikkeling en
training op het gebied van loopbaanleren en identiteitsontwikkeling.
Kariene Mittendorff is associate lector Studieloopbaanbegeleiding bij
hogeschool Saxion. Ze is gepromoveerd op de kwaliteit van loopbaanbegeleiding
en in het bijzonder loopbaangesprekken. Ze is projectleider van verschillende
onderzoeken op het gebied van studieloopbaanbegeleiding, studiesucces, de
studiekeuzecheck en de kwaliteit van reflectie.
Het epos van diabetes type 1 in Belgie. (Cahiers GGG-Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr.8)
Dit boek vertelt de hele geschiedenis van de diabetis type 1. In 2017 bestaan de twee Belgische Diabetesverenigingen 75 jaar. Zij ontstonden in het midden van de tweede wereldoorlog. Enkele artsen en ouders van kinderen met type 1 diabetes wilden de aanvoer van de levensnoodzakelijke insuline en voldoende voeding garanderen. Na de oorlog verplaatste de activiteit zich naar het optimaal behandelen van diabetes als de beste preventie voor complicaties en het oplossen van medico-sociale problemen. Nu steunen zij alle initiatieven om potentiële diabetici op te sporen en de ziekte te voorkomen. Voor erkende patiënten wordt het gebruik van de mini artificiële pancreas aangeraden en de transplantatie van nieuwe ßcellen gestimuleerd.
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
Pierre Lefèbvre, Raoul Rottiers en Ivo De Leeuw zijn emeriti hoogleraren endocrinologie-diabetologie die vanaf de jaren 60 de hele evolutie van de aanpak van diabetes actief hebben meegemaakt, de internationale verworvenheden in eigen land hebben verspreid en de eigen research in binnen- en buitenland hebben vertaald naar toepasbare realiteit. Alle drie zijn zij erevoorzitter van hun respectieve diabetesverenigingen.
Het epos van diabetes type 1 in Belgie. (Cahiers GGG-Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr.8)
Dit boek vertelt de hele geschiedenis van de diabetis type 1. In 2017 bestaan de twee Belgische Diabetesverenigingen 75 jaar. Zij ontstonden in het midden van de tweede wereldoorlog. Enkele artsen en ouders van kinderen met type 1 diabetes wilden de aanvoer van de levensnoodzakelijke insuline en voldoende voeding garanderen. Na de oorlog verplaatste de activiteit zich naar het optimaal behandelen van diabetes als de beste preventie voor complicaties en het oplossen van medico-sociale problemen. Nu steunen zij alle initiatieven om potentiële diabetici op te sporen en de ziekte te voorkomen. Voor erkende patiënten wordt het gebruik van de mini artificiële pancreas aangeraden en de transplantatie van nieuwe ßcellen gestimuleerd.
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
Pierre Lefèbvre, Raoul Rottiers en Ivo De Leeuw zijn emeriti hoogleraren endocrinologie-diabetologie die vanaf de jaren 60 de hele evolutie van de aanpak van diabetes actief hebben meegemaakt, de internationale verworvenheden in eigen land hebben verspreid en de eigen research in binnen- en buitenland hebben vertaald naar toepasbare realiteit. Alle drie zijn zij erevoorzitter van hun respectieve diabetesverenigingen.
Verbindende communicatie werkt (derde, licht gewijzigde druk 2017)
Verbindende Communicatie geeft inspiratie aan organisaties die mensen in hun kracht willen zetten. Gemotiveerde medewerkers die zich gerespecteerd weten, werken beter samen, creëren meer kwaliteit en zijn een garantie voor de toekomst.
“Verbindende Communicatie is een vaste waarde bij Colruyt Group. Meer dan 3000
collega’s volgden reeds de training in onze open programma’s of met hun team.
De resultaten zijn vooral te merken in de efficiëntie van meetings, de kracht van de
besluitvorming en de arbeidsvreugde. Efficiënte communicatie vertaalt zich in het
steeds maar beter realiseren van onze missie en de tevredenheid van onze klanten.”
Jef Colruyt, CEO Colruytgroup
“Verbindende Communicatie werkt! We halen betere resultaten doordat medewerkers
het beste van zichzelf willen geven. Dit zorgt voor arbeidsvreugde en kwaliteit.
In onze business is het duo ‘kwaliteit en snelheid’ van essentieel belang. Door de
verbindende besluitvorming komen we tot heldere, duidelijke afspraken ook met
onze collega’s uit het Verre Oosten, Afrika en India. Verbindende Communicatie is
een must voor de organisatie van de toekomst!”
Martijn van der Erve, CEO Van der Erve
“Verbindende Communicatie (VC) is een kr(p)rachtig concept om mensen te brengen
naar de essentie van communicatie. Het inspireert om zonder oordelen meer
impact te hebben en meer bereidheid te creëren bij anderen. Het maakt mensen
gevoeliger voor de wereld van gevoelens, behoeften en waarden. En het maakt hen
minder gevoelig voor oordelen, verplichtingen en druk van buitenaf. Als VC goed
toegepast wordt in een organisatie vaart iedereen er wel bij: de medewerkers, de
klanten en de organisatie. Schitterend en eenvoudig en te leren door iedereen die
gelooft dat verbinding en harmonie meer voordelen oplevert.”
Herbert Detter, Learning & Development Manager Inter IKEA Systems
Verbindende communicatie werkt (derde, licht gewijzigde druk 2017)
Verbindende Communicatie geeft inspiratie aan organisaties die mensen in hun kracht willen zetten. Gemotiveerde medewerkers die zich gerespecteerd weten, werken beter samen, creëren meer kwaliteit en zijn een garantie voor de toekomst.
“Verbindende Communicatie is een vaste waarde bij Colruyt Group. Meer dan 3000
collega’s volgden reeds de training in onze open programma’s of met hun team.
De resultaten zijn vooral te merken in de efficiëntie van meetings, de kracht van de
besluitvorming en de arbeidsvreugde. Efficiënte communicatie vertaalt zich in het
steeds maar beter realiseren van onze missie en de tevredenheid van onze klanten.”
Jef Colruyt, CEO Colruytgroup
“Verbindende Communicatie werkt! We halen betere resultaten doordat medewerkers
het beste van zichzelf willen geven. Dit zorgt voor arbeidsvreugde en kwaliteit.
In onze business is het duo ‘kwaliteit en snelheid’ van essentieel belang. Door de
verbindende besluitvorming komen we tot heldere, duidelijke afspraken ook met
onze collega’s uit het Verre Oosten, Afrika en India. Verbindende Communicatie is
een must voor de organisatie van de toekomst!”
Martijn van der Erve, CEO Van der Erve
“Verbindende Communicatie (VC) is een kr(p)rachtig concept om mensen te brengen
naar de essentie van communicatie. Het inspireert om zonder oordelen meer
impact te hebben en meer bereidheid te creëren bij anderen. Het maakt mensen
gevoeliger voor de wereld van gevoelens, behoeften en waarden. En het maakt hen
minder gevoelig voor oordelen, verplichtingen en druk van buitenaf. Als VC goed
toegepast wordt in een organisatie vaart iedereen er wel bij: de medewerkers, de
klanten en de organisatie. Schitterend en eenvoudig en te leren door iedereen die
gelooft dat verbinding en harmonie meer voordelen oplevert.”
Herbert Detter, Learning & Development Manager Inter IKEA Systems
Tot 7 jaar. Ontwikkeling en opvoeding van jonge kinderen
Ouders, opvoeders, leerkrachten, begeleiders, scholen, jeugdwerkers,…
moeten de ontwikkeling van jonge kinderen zo goed
mogelijk opvolgen en ondersteunen. Tal van studies hebben aangetoond
dat vooral ook de betrokkenheid van ouders een grote
impact heeft.
Daarom legt dit boek uit wat ouders, en anderen, allemaal kunnen
doen om de ontwikkeling van hun jonge kinderen – tot 7
jaar – te stimuleren en hun opvoeding in goede banen te leiden.
Daarbij komen niet alleen de cognitief-verstandelijke vaardigheden
aan bod, maar onder meer ook de sociaal-emotionele ontwikkeling,
het muzisch-creatieve, het motorische, een open blik
op de wereld, zintuiglijke waarneming van de werkelijkheid, het
exploreren van de natuur, het reflecteren. Kortom, alle aspecten
waarmee het kind ook volop te maken krijgt in het basisonderwijs.
Walter Andries is ere-inspecteur bij het Basisonderwijs in Vlaanderen.
Tot 7 jaar. Ontwikkeling en opvoeding van jonge kinderen
Ouders, opvoeders, leerkrachten, begeleiders, scholen, jeugdwerkers,…
moeten de ontwikkeling van jonge kinderen zo goed
mogelijk opvolgen en ondersteunen. Tal van studies hebben aangetoond
dat vooral ook de betrokkenheid van ouders een grote
impact heeft.
Daarom legt dit boek uit wat ouders, en anderen, allemaal kunnen
doen om de ontwikkeling van hun jonge kinderen – tot 7
jaar – te stimuleren en hun opvoeding in goede banen te leiden.
Daarbij komen niet alleen de cognitief-verstandelijke vaardigheden
aan bod, maar onder meer ook de sociaal-emotionele ontwikkeling,
het muzisch-creatieve, het motorische, een open blik
op de wereld, zintuiglijke waarneming van de werkelijkheid, het
exploreren van de natuur, het reflecteren. Kortom, alle aspecten
waarmee het kind ook volop te maken krijgt in het basisonderwijs.
Walter Andries is ere-inspecteur bij het Basisonderwijs in Vlaanderen.
Rembert Dodoens. Een zestiende-eeuwse kruidenwetenschapper, zijn tijd- en vakgenoten en zijn betekenis. (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 7)
Rembert Dodoens (Mechelen, 1517/18 – Leiden, 1585) is erg belangrijk
figuur in de wetenschapsgeschiedenis van de Nederlanden. Hij wordt vooral
geassocieerd met de botanica en zijn legendarische ‘Cruijdeboeck’. Hieraan
besteedt deze publicatie de nodige aandacht, maar ze wil ook verder kijken.
Zo staat ze ook stil bij de inbreng van Dodoens op het medische domein. Vele
van de door hem beschreven kruiden werden immers geïmplementeerd in
de medische wetenschap en sommige beschreven exotische en endemische
kruiden en plantenextracten worden vandaag nog altijd gebruikt. Er is
meteen ook een duidelijke link naar de farmaceutische wetenschappen.
Reeds in de zestiende eeuw werden de inzichten van Dodoens toegepast
bij de vervaardiging van verscheidene doelgerichte en baanbrekende
geneesmiddelen.
Dit innovatieve boek werpt een heldere blik op de ontelbare verwezenlijkingen
van deze wereldbefaamde Mechelse wetenschapper. De wetenschappelijke
erfenis van Dodoens kan nauwelijks overschat worden.
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
Rembert Dodoens. Een zestiende-eeuwse kruidenwetenschapper, zijn tijd- en vakgenoten en zijn betekenis. (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 7)
Rembert Dodoens (Mechelen, 1517/18 – Leiden, 1585) is erg belangrijk
figuur in de wetenschapsgeschiedenis van de Nederlanden. Hij wordt vooral
geassocieerd met de botanica en zijn legendarische ‘Cruijdeboeck’. Hieraan
besteedt deze publicatie de nodige aandacht, maar ze wil ook verder kijken.
Zo staat ze ook stil bij de inbreng van Dodoens op het medische domein. Vele
van de door hem beschreven kruiden werden immers geïmplementeerd in
de medische wetenschap en sommige beschreven exotische en endemische
kruiden en plantenextracten worden vandaag nog altijd gebruikt. Er is
meteen ook een duidelijke link naar de farmaceutische wetenschappen.
Reeds in de zestiende eeuw werden de inzichten van Dodoens toegepast
bij de vervaardiging van verscheidene doelgerichte en baanbrekende
geneesmiddelen.
Dit innovatieve boek werpt een heldere blik op de ontelbare verwezenlijkingen
van deze wereldbefaamde Mechelse wetenschapper. De wetenschappelijke
erfenis van Dodoens kan nauwelijks overschat worden.
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
Een leraar als geen ander Ontwikkeling van professionele identiteit van leraren door verhalen
Professionele identiteit is een belangrijk begrip voor leraren. Dit boek helpt
de (aanstaande) leraar in zijn zoektocht naar zijn professionele identiteit. Hij
start met zijn eigen belangwekkende ervaringen in de klas, leert daar op
samenhangende wijze over te vertellen en vervolgens over die ervaringen
na te denken, er commentaar op te leveren en tenslotte verslag uit te
brengen van zijn zoektocht. Vertellen, ontwerpen, plannen en structureren
blijken essentiële denkactiviteiten in de ontwikkeling van de professionele
identiteit. Die identiteit manifesteert zich in de verhalen en heet daarom
narratieve professionele identiteit. Het boek bevat een groot aantal voorbeelden
en citaten uit reële verhalen en verslagen van (aanstaande) leraren.
In eerste instantie is het boek bestemd voor studenten van pabo’s, maar
het kan ook van dienst zijn bij andere lerarenopleidingen, nascholingscursussen
of masteropleidingen, in Nederland en in Vlaanderen.
Leraren kunnen nooit ophouden met na te denken over hun professionele
identiteit, de identiteit die ze delen met heel veel andere leraren. Tegelijkertijd
is iedere leraar uniek. Zijn persoonlijke identiteit kleurt zijn professionele
identiteit. Iedere leraar is een leraar als elke andere, maar elke leraar is
ook een leraar als geen ander!
De auteurs zijn werkzaam aan of anderszins betrokken bij Katholieke Pabo Zwolle en hebben ruime ervaring als lerarenopleider.
Een leraar als geen ander Ontwikkeling van professionele identiteit van leraren door verhalen
Professionele identiteit is een belangrijk begrip voor leraren. Dit boek helpt
de (aanstaande) leraar in zijn zoektocht naar zijn professionele identiteit. Hij
start met zijn eigen belangwekkende ervaringen in de klas, leert daar op
samenhangende wijze over te vertellen en vervolgens over die ervaringen
na te denken, er commentaar op te leveren en tenslotte verslag uit te
brengen van zijn zoektocht. Vertellen, ontwerpen, plannen en structureren
blijken essentiële denkactiviteiten in de ontwikkeling van de professionele
identiteit. Die identiteit manifesteert zich in de verhalen en heet daarom
narratieve professionele identiteit. Het boek bevat een groot aantal voorbeelden
en citaten uit reële verhalen en verslagen van (aanstaande) leraren.
In eerste instantie is het boek bestemd voor studenten van pabo’s, maar
het kan ook van dienst zijn bij andere lerarenopleidingen, nascholingscursussen
of masteropleidingen, in Nederland en in Vlaanderen.
Leraren kunnen nooit ophouden met na te denken over hun professionele
identiteit, de identiteit die ze delen met heel veel andere leraren. Tegelijkertijd
is iedere leraar uniek. Zijn persoonlijke identiteit kleurt zijn professionele
identiteit. Iedere leraar is een leraar als elke andere, maar elke leraar is
ook een leraar als geen ander!
De auteurs zijn werkzaam aan of anderszins betrokken bij Katholieke Pabo Zwolle en hebben ruime ervaring als lerarenopleider.
Stadschap Brussel. Kritische bespiegelingen over het stedelijke landschap.
Het stadschap is een belangrijk archiefstuk. De kronkels en vormen
van straten en pleinen zijn getuigen en dikwijls even zo vele littekens
van de geschiedenis van de stad. Gebouwen zijn getuigen van
hun tijd, ook al is hun functie in de loop der tijden veranderd, ook al
zijn zij inmiddels vele keren verbouwd en is de leesbaarheid van hun
verhaal soms vervaagd.
Het boek buigt zich over de archeologie van de toekomst of de
recente metamorfosen van de stad, nieuwe architectuur, nieuwe
gezichten, merkwaardige ingrepen, zowel positieve als van een kritische
noot te voorziene ‘ongelukjes’. Het gaat vooral over tastbare
realisaties, met tussendoor ook al eens een (kwaad) woord over
plannen en speculaties. Deze publicatie vormt een rijk geïllustreerde
bijdrage met commentaren en bespiegelingen bij het veranderende
stadschap, het stedelijke landschap, zoals het zich vandaag
aan onze blik voordoet. Meteen laat ze zien hoe Brussel ook anders
had gekund of nog kan.
Marcel Rijdams, architect-stedenbouwkundige, is stadsactivist en geëngageerd burger in Brussel.
Stadschap Brussel. Kritische bespiegelingen over het stedelijke landschap.
Het stadschap is een belangrijk archiefstuk. De kronkels en vormen
van straten en pleinen zijn getuigen en dikwijls even zo vele littekens
van de geschiedenis van de stad. Gebouwen zijn getuigen van
hun tijd, ook al is hun functie in de loop der tijden veranderd, ook al
zijn zij inmiddels vele keren verbouwd en is de leesbaarheid van hun
verhaal soms vervaagd.
Het boek buigt zich over de archeologie van de toekomst of de
recente metamorfosen van de stad, nieuwe architectuur, nieuwe
gezichten, merkwaardige ingrepen, zowel positieve als van een kritische
noot te voorziene ‘ongelukjes’. Het gaat vooral over tastbare
realisaties, met tussendoor ook al eens een (kwaad) woord over
plannen en speculaties. Deze publicatie vormt een rijk geïllustreerde
bijdrage met commentaren en bespiegelingen bij het veranderende
stadschap, het stedelijke landschap, zoals het zich vandaag
aan onze blik voordoet. Meteen laat ze zien hoe Brussel ook anders
had gekund of nog kan.
Marcel Rijdams, architect-stedenbouwkundige, is stadsactivist en geëngageerd burger in Brussel.
Oplossingsgerichte aanpak van obesitas. Ervaringen van tieners en hun ouders
Overgewicht neemt in Europa in hoog tempo toe. Gewaarschuwd wordt voor Amerikaanse
toestanden: obesitas als volksziekte nummer 1. Niet alleen onder volwassenen, maar ook
onder jeugd is het probleem groeiend. De gevolgen van overgewicht zijn ernstig voor hun
gezondheid, voor hun sociale en psychische functioneren, nu en in de toekomst.
Hoe obesitas op een succesvolle manier aan te pakken? Gezonde voeding thuis, op school
en in de sportkantine, actief bewegen in de buurt en op school, ouders van informatie en
tips voorzien, stimuleren van een gezonde en actieve leefstijl. En dan liefst op een positieve
manier, want een opgeheven vinger en moraliserende toon - vertellen hoe het ‘moet’ - werken
averechts.
Dit boek beschrijft op een toegankelijke manier hoe een multidisciplinair team van een Amsterdamse
kinderpolikliniek een Zweedse behandelmethode vertaalde naar de Nederlandse
situatie. Kern van de behandeling bestaat uit motiveren en coachen van kinderen en hun
ouders om hun leefstijl stapsgewijs, in eigen tempo, passend bij hun leefsituatie te veranderen.
Geen dwingende gedragsvoorschriften, maar positief stimuleren van het gezin om
haalbare doelen te stellen en hen daarin ondersteunen.
Daarnaast komt in het boek een sociaal en cultureel diverse groep tieners en ouders aan
het woord. Hoe ervaren ze de begeleiding? Lukt het om de adviezen en tips toe te passen,
hun leefstijl te veranderen? Wat helpt en stimuleert om vol te houden? De beschreven ervaringen
kunnen een brede groep behandelaars - diëtisten, artsen, gezinscoaches, verpleegkundigen,
sportbegeleiders - informeren en inspireren om niet alleen oog te hebben voor
de medische en lichamelijke kant. Er is veel meer nodig dan wegen, meten en dieetlijstjes
opstellen. Van belang is aan te sluiten bij de gezinssituatie en leefomgeving van tieners en
ouders, te kijken en te luisteren naar wat zij nodig hebben, en begeleiding op maat aan te
bieden. Niet elke tiener is immers hetzelfde.
Pauline Naber is als lector Leefwerelden van Jeugd verbonden aan Hogeschool Inholland, Emran Riffi Acharki is werkzaam als docent bij Hogeschool van Amsterdam.
Oplossingsgerichte aanpak van obesitas. Ervaringen van tieners en hun ouders
Overgewicht neemt in Europa in hoog tempo toe. Gewaarschuwd wordt voor Amerikaanse
toestanden: obesitas als volksziekte nummer 1. Niet alleen onder volwassenen, maar ook
onder jeugd is het probleem groeiend. De gevolgen van overgewicht zijn ernstig voor hun
gezondheid, voor hun sociale en psychische functioneren, nu en in de toekomst.
Hoe obesitas op een succesvolle manier aan te pakken? Gezonde voeding thuis, op school
en in de sportkantine, actief bewegen in de buurt en op school, ouders van informatie en
tips voorzien, stimuleren van een gezonde en actieve leefstijl. En dan liefst op een positieve
manier, want een opgeheven vinger en moraliserende toon - vertellen hoe het ‘moet’ - werken
averechts.
Dit boek beschrijft op een toegankelijke manier hoe een multidisciplinair team van een Amsterdamse
kinderpolikliniek een Zweedse behandelmethode vertaalde naar de Nederlandse
situatie. Kern van de behandeling bestaat uit motiveren en coachen van kinderen en hun
ouders om hun leefstijl stapsgewijs, in eigen tempo, passend bij hun leefsituatie te veranderen.
Geen dwingende gedragsvoorschriften, maar positief stimuleren van het gezin om
haalbare doelen te stellen en hen daarin ondersteunen.
Daarnaast komt in het boek een sociaal en cultureel diverse groep tieners en ouders aan
het woord. Hoe ervaren ze de begeleiding? Lukt het om de adviezen en tips toe te passen,
hun leefstijl te veranderen? Wat helpt en stimuleert om vol te houden? De beschreven ervaringen
kunnen een brede groep behandelaars - diëtisten, artsen, gezinscoaches, verpleegkundigen,
sportbegeleiders - informeren en inspireren om niet alleen oog te hebben voor
de medische en lichamelijke kant. Er is veel meer nodig dan wegen, meten en dieetlijstjes
opstellen. Van belang is aan te sluiten bij de gezinssituatie en leefomgeving van tieners en
ouders, te kijken en te luisteren naar wat zij nodig hebben, en begeleiding op maat aan te
bieden. Niet elke tiener is immers hetzelfde.
Pauline Naber is als lector Leefwerelden van Jeugd verbonden aan Hogeschool Inholland, Emran Riffi Acharki is werkzaam als docent bij Hogeschool van Amsterdam.
Middelburg en de Mediene. Joods leven in Zeeland door de eeuwen heen.
De geschiedenis van de Joden in Middelburg en de rest van Zeeland is een fascinerend onderwerp, waarin actuele thema’s als godsdienstvrijheid, tolerantie, integratie en discriminatie een belangrijke rol spelen. Middelburg is trots op zijn vrijheidsgezindheid en inderdaad, toen Portugese Joden zich aan het begin van de zeventiende eeuw in Middelburg vestigden, konden zij in de Zeeuwse hoofdstad veilig terugkeren naar de godsdienst die zij onder de druk van de Spaanse Inquisitie hadden moeten opgeven. Ondanks de oppositie van de Middelburgse kerkenraad werd aan de godsdienstvrijheid voor Joden niet getornd, ook al werden zij in andere opzichten gediscrimineerd. Toen de Joden gelijkberechtigd werden aan het einde van de achttiende eeuw, begon hun integratie in de Nederlandse maatschappij. In dit boek wordt in detail getoond hoe succesvol die was tot het fatale jaar 1942, toen de Zeeuwse Joden werden gedeporteerd naar Amsterdam op weg naar de vernietiging. Dit leek het einde te betekenen van het Joodse leven in Zeeland, maar het is anders gegaan, zoals in dit boek wordt uiteengezet. De synagoge van Middelburg, die tijdens de oorlog in een puinhoop was veranderd, werd in volle glorie hersteld, terwijl ook de Joodse gemeente van Zeeland is herleefd. Als teken hiervan weerklinkt in de fraaie Middelburgse synagoge elke sjabbat en elke feestdag weer de stem van de voorzanger. De boeiende geschiedenis van de Joden in Zeeland wordt in dit rijk geïllustreerde boek levendig beschreven door een keur van deskundigen, waardoor een veelzijdig beeld ontstaat van de plaats die deze bevolkingsgroep binnen Zeeland heeft ingenomen en nog steeds inneemt door de eeuwen heen.
KLAAS A.D. SMELIK doceerde Hebreeuws, Hebreeuwse Bijbel, Jodendom, Oude Geschiedenis en Oudoosterse religies in Amsterdam, Utrecht, Den Haag, Brussel, Leuven en Gent. Sinds 2006 is hij directeur van het Etty Hillesum Onderzoekscentrum in Middelburg. Hij heeft een veertigtal boeken op zijn naam staan.
ARJAN VAN DIXHOORN is sinds 2013 namens het Familiefonds Hurgronje bijzonder hoogleraar in de Geschiedenis van Zeeland in de Wereld aan het University College Roosevelt (Universiteit Utrecht) in Middelburg. Van 2005 tot en met 2014 was hij postdoctoraal onderzoeker aan de universiteiten van Antwerpen en Gent.
Middelburg en de Mediene. Joods leven in Zeeland door de eeuwen heen.
De geschiedenis van de Joden in Middelburg en de rest van Zeeland is een fascinerend onderwerp, waarin actuele thema’s als godsdienstvrijheid, tolerantie, integratie en discriminatie een belangrijke rol spelen. Middelburg is trots op zijn vrijheidsgezindheid en inderdaad, toen Portugese Joden zich aan het begin van de zeventiende eeuw in Middelburg vestigden, konden zij in de Zeeuwse hoofdstad veilig terugkeren naar de godsdienst die zij onder de druk van de Spaanse Inquisitie hadden moeten opgeven. Ondanks de oppositie van de Middelburgse kerkenraad werd aan de godsdienstvrijheid voor Joden niet getornd, ook al werden zij in andere opzichten gediscrimineerd. Toen de Joden gelijkberechtigd werden aan het einde van de achttiende eeuw, begon hun integratie in de Nederlandse maatschappij. In dit boek wordt in detail getoond hoe succesvol die was tot het fatale jaar 1942, toen de Zeeuwse Joden werden gedeporteerd naar Amsterdam op weg naar de vernietiging. Dit leek het einde te betekenen van het Joodse leven in Zeeland, maar het is anders gegaan, zoals in dit boek wordt uiteengezet. De synagoge van Middelburg, die tijdens de oorlog in een puinhoop was veranderd, werd in volle glorie hersteld, terwijl ook de Joodse gemeente van Zeeland is herleefd. Als teken hiervan weerklinkt in de fraaie Middelburgse synagoge elke sjabbat en elke feestdag weer de stem van de voorzanger. De boeiende geschiedenis van de Joden in Zeeland wordt in dit rijk geïllustreerde boek levendig beschreven door een keur van deskundigen, waardoor een veelzijdig beeld ontstaat van de plaats die deze bevolkingsgroep binnen Zeeland heeft ingenomen en nog steeds inneemt door de eeuwen heen.
KLAAS A.D. SMELIK doceerde Hebreeuws, Hebreeuwse Bijbel, Jodendom, Oude Geschiedenis en Oudoosterse religies in Amsterdam, Utrecht, Den Haag, Brussel, Leuven en Gent. Sinds 2006 is hij directeur van het Etty Hillesum Onderzoekscentrum in Middelburg. Hij heeft een veertigtal boeken op zijn naam staan.
ARJAN VAN DIXHOORN is sinds 2013 namens het Familiefonds Hurgronje bijzonder hoogleraar in de Geschiedenis van Zeeland in de Wereld aan het University College Roosevelt (Universiteit Utrecht) in Middelburg. Van 2005 tot en met 2014 was hij postdoctoraal onderzoeker aan de universiteiten van Antwerpen en Gent.
Praktijkboek Non-profit crowdfunding
Dit is het eerste Nederlandstalige boek dat de crowdfunders in België voor de non-profit erg transparant in kaart brengt. Het doet een opsomming van alle crowdfunders die ooit zijn opgestart of wilden opstarten, inclusief wie stopten. Het zet alle succesfactoren rond crowdfunding netjes op een rij en geeft een individuele, vaak kritische analyse van alle relevante crowdfunders voor de non-profitsector, met een quotatie van hun resultaten en technische kenmerken.
De auteur geeft een blik achter de schermen, toont verbanden en relaties aan tussen verschillende initiatieven in de crowdfundingwereld, bespreekt desbetreffende websites en biedt een duidelijke werkmethode aan voor crowdfunding voor non-profit.
Dirk A.J. Coeckelbergh is een van de bekendste auteurs rond non-profit, sociale economie, ethiek en financiën. Hij studeerde rechtsgeleerdheid, politieke en sociale wetenschappen, innovatieve sociale marketing en cultuurmanagement. Hij werkte als bankier-verzekeraar. Momenteel is hij consultant, freelance docent, bestuurder en adviseur van vennootschappen en verenigingen.
Praktijkboek Non-profit crowdfunding
Dit is het eerste Nederlandstalige boek dat de crowdfunders in België voor de non-profit erg transparant in kaart brengt. Het doet een opsomming van alle crowdfunders die ooit zijn opgestart of wilden opstarten, inclusief wie stopten. Het zet alle succesfactoren rond crowdfunding netjes op een rij en geeft een individuele, vaak kritische analyse van alle relevante crowdfunders voor de non-profitsector, met een quotatie van hun resultaten en technische kenmerken.
De auteur geeft een blik achter de schermen, toont verbanden en relaties aan tussen verschillende initiatieven in de crowdfundingwereld, bespreekt desbetreffende websites en biedt een duidelijke werkmethode aan voor crowdfunding voor non-profit.
Dirk A.J. Coeckelbergh is een van de bekendste auteurs rond non-profit, sociale economie, ethiek en financiën. Hij studeerde rechtsgeleerdheid, politieke en sociale wetenschappen, innovatieve sociale marketing en cultuurmanagement. Hij werkte als bankier-verzekeraar. Momenteel is hij consultant, freelance docent, bestuurder en adviseur van vennootschappen en verenigingen.
Het gezin in Vlaanderen 2.0. Over het eigene van gezinnen en gezinsbeleid. (Reeks: Gezinnen, Relaties en Opvoeding, nr. 3)
Het gezin in Vlaanderen 2.0 onderzoekt hoe gezinnen de laatste vijftig jaar evolueerden, en wat dit betekent voor het gezinsbeleid in Vlaanderen. Wat is een gezin? Vijftig jaar geleden was die vraag vrij eenvoudig te beantwoorden. Ondertussen maakte onze maatschappij een enorme evolutie door. Mannen en vrouwen volgen niet meer de voorgeschreven paden en ook gezinnen zijn diverser dan ooit. Nieuw samengestelde gezinnen, eenoudergezinnen, feitelijke gezinnen, gezinnen met een migratieachtergrond, … het concept ‘gezin’ is volop in beweging. Hoe kan het gezinsbeleid inspelen op die voortdurende evolutie? Is er nood aan een nieuwe definitie van gezin?
Het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen van de Odisee Hogeschool legde de vragen voor aan academici, hulpverleners en middenveldorganisaties. Het resultaat is een veelkleurig portret vol uitdagingen. En kansen, want in al hun diversiteit zijn gezinnen in deze rusteloze tijden meer dan ooit haarden van verbondenheid. Verschillende auteurs pleiten ervoor om gezinsvriendelijke maatregelen los te koppelen van een bepaalde gezinsvorm. Misschien zijn mensen- en kinderrechten een beter uitgangspunt voor de bescherming van alle gezinnen van vandaag?
Dirk Luyten is doctor in de sociale wetenschappen en master in de stedenbouw en ruimtelijke planning. Hij is lector gezinsbeleid aan de opleiding gezinswetenschappen en onderzoeker bij het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee).
Hans Van Crombrugge is doctor in de pedagogische wetenschappen, hoofdlector aan de opleiding gezinswetenschappen (Odisee) en verbonden aan het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee).
Kathleen Emmery is master in de criminologie en coördinator van het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee) en doet onderzoek naar gezinsbeleid in Vlaanderen.
Het gezin in Vlaanderen 2.0. Over het eigene van gezinnen en gezinsbeleid. (Reeks: Gezinnen, Relaties en Opvoeding, nr. 3)
Het gezin in Vlaanderen 2.0 onderzoekt hoe gezinnen de laatste vijftig jaar evolueerden, en wat dit betekent voor het gezinsbeleid in Vlaanderen. Wat is een gezin? Vijftig jaar geleden was die vraag vrij eenvoudig te beantwoorden. Ondertussen maakte onze maatschappij een enorme evolutie door. Mannen en vrouwen volgen niet meer de voorgeschreven paden en ook gezinnen zijn diverser dan ooit. Nieuw samengestelde gezinnen, eenoudergezinnen, feitelijke gezinnen, gezinnen met een migratieachtergrond, … het concept ‘gezin’ is volop in beweging. Hoe kan het gezinsbeleid inspelen op die voortdurende evolutie? Is er nood aan een nieuwe definitie van gezin?
Het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen van de Odisee Hogeschool legde de vragen voor aan academici, hulpverleners en middenveldorganisaties. Het resultaat is een veelkleurig portret vol uitdagingen. En kansen, want in al hun diversiteit zijn gezinnen in deze rusteloze tijden meer dan ooit haarden van verbondenheid. Verschillende auteurs pleiten ervoor om gezinsvriendelijke maatregelen los te koppelen van een bepaalde gezinsvorm. Misschien zijn mensen- en kinderrechten een beter uitgangspunt voor de bescherming van alle gezinnen van vandaag?
Dirk Luyten is doctor in de sociale wetenschappen en master in de stedenbouw en ruimtelijke planning. Hij is lector gezinsbeleid aan de opleiding gezinswetenschappen en onderzoeker bij het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee).
Hans Van Crombrugge is doctor in de pedagogische wetenschappen, hoofdlector aan de opleiding gezinswetenschappen (Odisee) en verbonden aan het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee).
Kathleen Emmery is master in de criminologie en coördinator van het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee) en doet onderzoek naar gezinsbeleid in Vlaanderen.
De bewuste Bourgondiër. Van ongezond naar gezond voedingspatroon.
Voeding staat onder vuur. Iedereen weet wel wat gezonde voeding is, maar we passen het op grote schaal niet toe. We blijken massaal een westers voedingspatroon toe te passen, dat in verband staat met de ontwikkeling van een aantal chronische ziekten. Hoe is het zo ver kunnen komen? Het boek gaat terug naar het begin van de twintigste eeuw en bekijkt de toepassing van voeding tot in het heden. Op deze wijze wordt duidelijk hoe het huidige westerse voedingspatroon is ontstaan. Het gevolg is een jungle van voeding, kennis en dogma’s waar we vandaag mee te maken hebben. Tevens wordt de complexiteit van de voedingswetenschappen toegelicht evenals de relatie van het westerse voedingspatroon met tal van chronische ziekten. In detail gaat de auteur in op het genoemde westerse voedingspatroon en op de verschillen met het gezonde voedingspatroon dat vaak beschermend werkt. Om de transitie naar een dergelijk gezond voedingspatroon succesvol te maken is de rol van de consument erg belangrijk. Enkel met een mentaliteitswijziging zal dit mogelijk zijn. Om het gezonde voedingspatroon gemakkelijk toepasbaar te maken wordt ‘de bewuste Bourgondiër’ in het leven geroepen. Want voeding is vooral genieten, maar bewust. Deze indringende publicatie is niet alleen bestemd voor professionals, maar evenzeer voor consumenten en patiënten en voor ouders en grootouders die een verschil willen maken voor hun eigen gezondheid, maar ook die van hun kinderen en kleinkinderen. Kortom, voor iedereen die de dagelijks noodzakelijke voeding als een te respecteren levenszaak beschouwt en een gezond voedingspatroon wil aanleren.
Erica Rutten studeerde voeding- en dieetleer aan de KU Leuven en werd vervolgens doctor in de voedingswetenschappen aan de Universiteit Maastricht. Ze schreef en werkte mee aan tal van internationale onderzoeken en wetenschappelijke artikelen. Met het concept ‘De stem van de Bewuste Bourgondiër’ wil ze haar kennis delen met particulieren, bedrijven, organisaties en professionals. Daarnaast heeft ze een netwerk van Bewuste Partners die haar concept ondersteunen. Ze is lid van de Nederlandse Academie voor Voedingswetenschappen en van de Belgian Nutrition Society.
De bewuste Bourgondiër. Van ongezond naar gezond voedingspatroon.
Voeding staat onder vuur. Iedereen weet wel wat gezonde voeding is, maar we passen het op grote schaal niet toe. We blijken massaal een westers voedingspatroon toe te passen, dat in verband staat met de ontwikkeling van een aantal chronische ziekten. Hoe is het zo ver kunnen komen? Het boek gaat terug naar het begin van de twintigste eeuw en bekijkt de toepassing van voeding tot in het heden. Op deze wijze wordt duidelijk hoe het huidige westerse voedingspatroon is ontstaan. Het gevolg is een jungle van voeding, kennis en dogma’s waar we vandaag mee te maken hebben. Tevens wordt de complexiteit van de voedingswetenschappen toegelicht evenals de relatie van het westerse voedingspatroon met tal van chronische ziekten. In detail gaat de auteur in op het genoemde westerse voedingspatroon en op de verschillen met het gezonde voedingspatroon dat vaak beschermend werkt. Om de transitie naar een dergelijk gezond voedingspatroon succesvol te maken is de rol van de consument erg belangrijk. Enkel met een mentaliteitswijziging zal dit mogelijk zijn. Om het gezonde voedingspatroon gemakkelijk toepasbaar te maken wordt ‘de bewuste Bourgondiër’ in het leven geroepen. Want voeding is vooral genieten, maar bewust. Deze indringende publicatie is niet alleen bestemd voor professionals, maar evenzeer voor consumenten en patiënten en voor ouders en grootouders die een verschil willen maken voor hun eigen gezondheid, maar ook die van hun kinderen en kleinkinderen. Kortom, voor iedereen die de dagelijks noodzakelijke voeding als een te respecteren levenszaak beschouwt en een gezond voedingspatroon wil aanleren.
Erica Rutten studeerde voeding- en dieetleer aan de KU Leuven en werd vervolgens doctor in de voedingswetenschappen aan de Universiteit Maastricht. Ze schreef en werkte mee aan tal van internationale onderzoeken en wetenschappelijke artikelen. Met het concept ‘De stem van de Bewuste Bourgondiër’ wil ze haar kennis delen met particulieren, bedrijven, organisaties en professionals. Daarnaast heeft ze een netwerk van Bewuste Partners die haar concept ondersteunen. Ze is lid van de Nederlandse Academie voor Voedingswetenschappen en van de Belgian Nutrition Society.
Introductie tot epidemiologie en biostatistiek
Een basiskennis van epidemiologie en biostatistiek is essentieel om de omvangrijke literatuur goed te begrijpen en om op wetenschappelijk correcte wijze te handelen en te behandelen. Voor medici en paramedici zijn ze essentiële instrumenten om optimaal te kunnen fungeren. En dit zeker in onze steeds harder hollende informatiemaatschappij.
Om het boek, dat duidelijke antwoorden geeft op essentiële vragen, voor elke belangstellende vlot toegankelijk te maken, besteedt de auteur ook uitdrukkelijke aandacht aan een didactische presentatie. In elk hoofdstuk komt dezelfde structuur terug, met gemeten rubrieken: korte introductie tot het hoofdstuk, blokken met interessante weetjes, toetsvragen, blokken met bijzondere informatie, samenvattingen … Daarnaast zijn op vele plaatsen voorbeelden opgenomen.
Patrick Mullie studeerde voeding- en dieetleer aan de Regaschool in Leuven en epidemiologie aan de Universiteit Maastricht. Hij promoveerde tot doctor in de biomedische wetenschappen aan de KU Leuven. Hij doceert systematische literatuuranalyse aan de Vrije Universiteit Brussel en is lector voedingleer, epidemiologie en wetenschappelijke onderzoeksvaardigheden aan de Erasmushogeschool in Brussel. Ook is hij onderzoeksdirecteur bij de Afdeling Epidemiologie en Biostatistiek van Defensie en research director aan het International Research Institute in Lyon. Daarnaast is hij als expert verbonden aan de Hoge Gezondheidsraad van België en aan de American Society of Nutrition.
Introductie tot epidemiologie en biostatistiek
Een basiskennis van epidemiologie en biostatistiek is essentieel om de omvangrijke literatuur goed te begrijpen en om op wetenschappelijk correcte wijze te handelen en te behandelen. Voor medici en paramedici zijn ze essentiële instrumenten om optimaal te kunnen fungeren. En dit zeker in onze steeds harder hollende informatiemaatschappij.
Om het boek, dat duidelijke antwoorden geeft op essentiële vragen, voor elke belangstellende vlot toegankelijk te maken, besteedt de auteur ook uitdrukkelijke aandacht aan een didactische presentatie. In elk hoofdstuk komt dezelfde structuur terug, met gemeten rubrieken: korte introductie tot het hoofdstuk, blokken met interessante weetjes, toetsvragen, blokken met bijzondere informatie, samenvattingen … Daarnaast zijn op vele plaatsen voorbeelden opgenomen.
Patrick Mullie studeerde voeding- en dieetleer aan de Regaschool in Leuven en epidemiologie aan de Universiteit Maastricht. Hij promoveerde tot doctor in de biomedische wetenschappen aan de KU Leuven. Hij doceert systematische literatuuranalyse aan de Vrije Universiteit Brussel en is lector voedingleer, epidemiologie en wetenschappelijke onderzoeksvaardigheden aan de Erasmushogeschool in Brussel. Ook is hij onderzoeksdirecteur bij de Afdeling Epidemiologie en Biostatistiek van Defensie en research director aan het International Research Institute in Lyon. Daarnaast is hij als expert verbonden aan de Hoge Gezondheidsraad van België en aan de American Society of Nutrition.
Kinderen met een licht verstandelijke beperking in het passend onderwijs. Visie op ondersteuning in de klas.
Om zich op een positieve manier te kunnen ontwikkelen hebben kinderen met een licht verstandelijke beperking in het passend onderwijs gepaste begeleiding en zorg nodig. Daarvoor is het van groot belang dat schoolbesturen, leerkrachten en interne begeleiders een visie ter ondersteuning formuleren en toepassen. Dit boek biedt concrete handvatten om met de ontwikkeling van zo’n visie aan de slag te gaan. Hierbij gaat ruime aandacht naar de relatie tussen onderzoek en praktijk. De ondersteuning van deze kinderen en hun ouders stoelt op drie pijlers: de vroegsignalering van onderwijsleerproblemen, de waarborging van de positieve effecten van inclusief onderwijs en het mogelijk maken van sociale integratie in de klas en daarbuiten. Jeugdhulp en passend onderwijs moeten worden verbonden, waarbij rekening wordt gehouden met verschillen tussen kinderen, veel waarde wordt gehecht aan de participatie van ouders en vertrouwen wordt gegeven aan de deskundigheid van de leerkracht.
Mariëtte Huizinga is universitair hoofddocent bij de sectie Onderwijswetenschappen
aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Haar
onderzoeksdomein betreft de variabiliteit in de ontwikkeling van
doelgericht en sociaal adaptief gedrag van kinderen.
Dorien Graas is lector Jeugd in het Domein Gezondheid en Welzijn
van de Hogeschool Windesheim. Haar belangrijkste onderzoeksdomein
betreft de samenwerking onderwijs en jeugdhulp. Ze promoveerde
op het thema geschiedenis en ontwikkelingen in het
speciaal onderwijs.
Anika Bexkens is GZ-psycholoog in opleiding tot Specialist bij
GGZ-Delfland, afdeling Jeugd. Zij is universitair docent aan de
Universiteit Leiden, Ontwikkelings- en Onderwijspsychologie.
Haar onderzoeksdomein betreft de ontwikkeling van sociaaladaptieve
vaardigheden bij kinderen en adolescenten met een
licht verstandelijke beperking en gedragsproblematiek.
Kinderen met een licht verstandelijke beperking in het passend onderwijs. Visie op ondersteuning in de klas.
Om zich op een positieve manier te kunnen ontwikkelen hebben kinderen met een licht verstandelijke beperking in het passend onderwijs gepaste begeleiding en zorg nodig. Daarvoor is het van groot belang dat schoolbesturen, leerkrachten en interne begeleiders een visie ter ondersteuning formuleren en toepassen. Dit boek biedt concrete handvatten om met de ontwikkeling van zo’n visie aan de slag te gaan. Hierbij gaat ruime aandacht naar de relatie tussen onderzoek en praktijk. De ondersteuning van deze kinderen en hun ouders stoelt op drie pijlers: de vroegsignalering van onderwijsleerproblemen, de waarborging van de positieve effecten van inclusief onderwijs en het mogelijk maken van sociale integratie in de klas en daarbuiten. Jeugdhulp en passend onderwijs moeten worden verbonden, waarbij rekening wordt gehouden met verschillen tussen kinderen, veel waarde wordt gehecht aan de participatie van ouders en vertrouwen wordt gegeven aan de deskundigheid van de leerkracht.
Mariëtte Huizinga is universitair hoofddocent bij de sectie Onderwijswetenschappen
aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Haar
onderzoeksdomein betreft de variabiliteit in de ontwikkeling van
doelgericht en sociaal adaptief gedrag van kinderen.
Dorien Graas is lector Jeugd in het Domein Gezondheid en Welzijn
van de Hogeschool Windesheim. Haar belangrijkste onderzoeksdomein
betreft de samenwerking onderwijs en jeugdhulp. Ze promoveerde
op het thema geschiedenis en ontwikkelingen in het
speciaal onderwijs.
Anika Bexkens is GZ-psycholoog in opleiding tot Specialist bij
GGZ-Delfland, afdeling Jeugd. Zij is universitair docent aan de
Universiteit Leiden, Ontwikkelings- en Onderwijspsychologie.
Haar onderzoeksdomein betreft de ontwikkeling van sociaaladaptieve
vaardigheden bij kinderen en adolescenten met een
licht verstandelijke beperking en gedragsproblematiek.
Sociale media en online travel agents in de hotelsector
In dit boek wordt de werking van sociale media en OTA’s – online travel agents uiteengezet en geïllustreerd met voorbeelden uit de hotelsector. Daarnaast worden de resultaten weergegeven van het projectmatig wetenschappelijk onderzoek HoVla, waarbij de focus lag op online reputatiemanagement en de impact van sociale media en OTA’s op de hotelprestaties in de vijf Vlaamse Kunststeden.
Dit onderzoek kaderde binnen de opleiding bachelor hotelmanagement van de Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen. De publicatie is een nuttige handleiding voor hotelhouders, marketingmedewerkers, promotoren, studenten en geïnteresseerde hotelgebruikers.
Christian Holthof is licentiaat toegepaste economische wetenschappen,
master in toerisme en Master of Business Administration (GGS). Hij
nam meerdere malen deel aan het Professional Development Program
van de Cornell University (School of Hotel Administration, Ithaca, USA).
Hij doceert economische wetenschappen aan de opleiding bachelor hotelmanagement
van de Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen.
Sophie van Tilburg is master in de communicatiewetenschappen. Zij is
als onderzoekster verbonden aan de opleiding bachelor hotelmanagement
van de Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen.
Sociale media en online travel agents in de hotelsector
In dit boek wordt de werking van sociale media en OTA’s – online travel agents uiteengezet en geïllustreerd met voorbeelden uit de hotelsector. Daarnaast worden de resultaten weergegeven van het projectmatig wetenschappelijk onderzoek HoVla, waarbij de focus lag op online reputatiemanagement en de impact van sociale media en OTA’s op de hotelprestaties in de vijf Vlaamse Kunststeden.
Dit onderzoek kaderde binnen de opleiding bachelor hotelmanagement van de Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen. De publicatie is een nuttige handleiding voor hotelhouders, marketingmedewerkers, promotoren, studenten en geïnteresseerde hotelgebruikers.
Christian Holthof is licentiaat toegepaste economische wetenschappen,
master in toerisme en Master of Business Administration (GGS). Hij
nam meerdere malen deel aan het Professional Development Program
van de Cornell University (School of Hotel Administration, Ithaca, USA).
Hij doceert economische wetenschappen aan de opleiding bachelor hotelmanagement
van de Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen.
Sophie van Tilburg is master in de communicatiewetenschappen. Zij is
als onderzoekster verbonden aan de opleiding bachelor hotelmanagement
van de Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen.
Verbondenheid in de hulpverlening
De huidige maatschappelijke context die gekenmerkt wordt door tendensen zoals versnelling, digitalisering en besparingen, zet de relatie tussen cliënt en hulpverlener onder druk. Cliënten en hulpverleners krijgen steeds minder tijd om een duurzame samenwerkingsrelatie, die verankerd is in verbondenheid, uit te bouwen.
Toch vormt juist de samenwerkingsrelatie het meest wezenlijke in de ondersteuning van mensen in maatschappelijk kwetsbare leefsituaties. Elke hulpverlener is hiervan overtuigd en zoekt naar een manier waarop hij de relatie met de cliënt binnen deze context kan vormgeven.
In deze publicatie geven docenten en studenten op een bevlogen manier hun ervaringen en praktijkinzichten over verbondenheid weer en de manier waarop ze versterkt kan worden. Theoretische raamwerken en praktijkervaringen worden met elkaar gelieerd, wat resulteert in een palet van verschillende visies en persoonlijke praktijkervaringen. Dit inspireert hulpverleners in spe, maar ook wie al jarenlang actief in het werkveld staat.
Chris De Rijdt, Mark Heremans, Yvan Houtteman, Karel Schoonjans, Iris Storme, Els Thibau, Inge Van Erum, Vera Van Hove en Peter Walleghem zijn allen verbonden aan de Faculteit Mens en Welzijn van de Hogeschool Gent.
Verbondenheid in de hulpverlening
De huidige maatschappelijke context die gekenmerkt wordt door tendensen zoals versnelling, digitalisering en besparingen, zet de relatie tussen cliënt en hulpverlener onder druk. Cliënten en hulpverleners krijgen steeds minder tijd om een duurzame samenwerkingsrelatie, die verankerd is in verbondenheid, uit te bouwen.
Toch vormt juist de samenwerkingsrelatie het meest wezenlijke in de ondersteuning van mensen in maatschappelijk kwetsbare leefsituaties. Elke hulpverlener is hiervan overtuigd en zoekt naar een manier waarop hij de relatie met de cliënt binnen deze context kan vormgeven.
In deze publicatie geven docenten en studenten op een bevlogen manier hun ervaringen en praktijkinzichten over verbondenheid weer en de manier waarop ze versterkt kan worden. Theoretische raamwerken en praktijkervaringen worden met elkaar gelieerd, wat resulteert in een palet van verschillende visies en persoonlijke praktijkervaringen. Dit inspireert hulpverleners in spe, maar ook wie al jarenlang actief in het werkveld staat.
Chris De Rijdt, Mark Heremans, Yvan Houtteman, Karel Schoonjans, Iris Storme, Els Thibau, Inge Van Erum, Vera Van Hove en Peter Walleghem zijn allen verbonden aan de Faculteit Mens en Welzijn van de Hogeschool Gent.
Euthanasie bij psychisch lijden. Het hellend vlak dat overslaat? (Fracarita-reeks, nr. 9)
Vier auteurs buigen zich over de vraag hoe het verder moet met de euthanasie bij psychisch lijden. Ze doen het uit medische, filosofische en gelovige hoek en proberen vanuit deze invalshoeken de vraag te beantwoorden wat mensen met psychisch lijden brengt om de euthanasievraag te stellen. Dat het om een complex gegeven gaat, is duidelijk. Dat het dikwijls om een pijnlijke, uitzichtloze situatie gaat, is eveneens een feit. Maar is het toepassen van euthanasie het ultieme antwoord op de noodkreet die deze mensen uiten? Of zijn er alternatieven waarbij men wel degelijk de vraag ernstig neemt zonder het leven weg te nemen? Want euthanasie blijft toch steeds het meest radicale en onomkeerbare wat men kan doen bij een mens: zijn leven zelf afnemen.
Het essay kwam er vanuit een bekommernis bij de auteurs, die zien dat er steeds meer en vlugger gegrepen wordt naar euthanasie als antwoord, waarbij ze zich de vraag stelden of een handeling, die voorheen een strafbare act was maar nu onder bepaalde voorwaarden werd gelegaliseerd, verder zal evolueren als een van de mogelijke behandelingen bij psychisch lijden. Ook hier luidt de vraag in welke mate de absolute zelfbeschikking en de absolute vrijheid het aan het winnen zijn op de absolute beschermwaardigheid van de mens, van ieder mens, ook van de mens die psychisch zwaar lijdt. We zitten hier duidelijk op een hellend vlak, en blijkbaar is dat nu aan het overslaan.
Br. dr. René Stockman, momenteel generale overste van de
Broeders van Liefde, is doctor in de maatschappelijke gezondheidszorg.
Dr. Marc Calmeyn, psychiater en psychoanalyticus, werkt
in het Psychiatrisch Ziekenhuis Onze-Lieve-Vrouw in Sint-
Michiels Brugge en heeft een privépraktijk in Loppem, genaamd
‘Lelieveld’.
Dr. Marc Eneman is psychiater en bovendien geneesheerdirecteur
van het Universitair Psychiatrisch Centrum Sint-
Kamillus in Bierbeek.
Prof. dr. Herman De Dijn is filosoof en emeritus hoogleraar
aan het Hoger Instituut van Wijsbegeerte. Voorheen
was hij vicerector van de Katholieke Universiteit Leuven.
Euthanasie bij psychisch lijden. Het hellend vlak dat overslaat? (Fracarita-reeks, nr. 9)
Vier auteurs buigen zich over de vraag hoe het verder moet met de euthanasie bij psychisch lijden. Ze doen het uit medische, filosofische en gelovige hoek en proberen vanuit deze invalshoeken de vraag te beantwoorden wat mensen met psychisch lijden brengt om de euthanasievraag te stellen. Dat het om een complex gegeven gaat, is duidelijk. Dat het dikwijls om een pijnlijke, uitzichtloze situatie gaat, is eveneens een feit. Maar is het toepassen van euthanasie het ultieme antwoord op de noodkreet die deze mensen uiten? Of zijn er alternatieven waarbij men wel degelijk de vraag ernstig neemt zonder het leven weg te nemen? Want euthanasie blijft toch steeds het meest radicale en onomkeerbare wat men kan doen bij een mens: zijn leven zelf afnemen.
Het essay kwam er vanuit een bekommernis bij de auteurs, die zien dat er steeds meer en vlugger gegrepen wordt naar euthanasie als antwoord, waarbij ze zich de vraag stelden of een handeling, die voorheen een strafbare act was maar nu onder bepaalde voorwaarden werd gelegaliseerd, verder zal evolueren als een van de mogelijke behandelingen bij psychisch lijden. Ook hier luidt de vraag in welke mate de absolute zelfbeschikking en de absolute vrijheid het aan het winnen zijn op de absolute beschermwaardigheid van de mens, van ieder mens, ook van de mens die psychisch zwaar lijdt. We zitten hier duidelijk op een hellend vlak, en blijkbaar is dat nu aan het overslaan.
Br. dr. René Stockman, momenteel generale overste van de
Broeders van Liefde, is doctor in de maatschappelijke gezondheidszorg.
Dr. Marc Calmeyn, psychiater en psychoanalyticus, werkt
in het Psychiatrisch Ziekenhuis Onze-Lieve-Vrouw in Sint-
Michiels Brugge en heeft een privépraktijk in Loppem, genaamd
‘Lelieveld’.
Dr. Marc Eneman is psychiater en bovendien geneesheerdirecteur
van het Universitair Psychiatrisch Centrum Sint-
Kamillus in Bierbeek.
Prof. dr. Herman De Dijn is filosoof en emeritus hoogleraar
aan het Hoger Instituut van Wijsbegeerte. Voorheen
was hij vicerector van de Katholieke Universiteit Leuven.
Investeren in een leerzorgcentrum. Tien goede redenen.
Vanuit een ernstige bekommernis omtrent de nadelige gevolgen van de kloof tussen theorie en praktijk, tussen onderwijs en werkveld, en op basis van good practices, is het leerzorgcentrum ontwikkeld als geïntegreerd concept voor zorginnovatie en onderwijsinnovatie. Met een doorgedreven samenwerking tussen docenten en studenten enerzijds en zorgverleners en managers van zorgvoorzieningen anderzijds, wordt een omgeving gecreëerd waar duurzaam leren voor studenten en zorgverleners mogelijk wordt.
De implementatie van een leerzorgcentrum heeft zijn kostprijs. Zowel voor de zorgvoorziening als voor de opleiding betekent dit dat geïnvesteerd wordt in extra inzet van personeel. Zo is de lector verpleegkunde parttime verbonden aan de zorgeenheid als leerzorgspecialist; dit is een personeelsinzet boven de reguliere bezetting. Deze extra investering is te verantwoorden gezien de winst die op de diverse terreinen wordt gemaakt: zowel voor de stage van de student als voor de kwaliteit van zorg op de zorgeenheid. Ook op vlak van recruitment voor de zorgvoorziening en voor de clinical credibility van de betrokken lectoren valt er winst te boeken. Een belangrijke hefboom voor verdere implementatie is het kunnen aantonen van de return on investment. Deze ROI wordt beschreven in dit boek.
Frieda Corstjens is bachelor in de verpleegkunde met een aanvullende masteropleiding
in de verpleegkunde. Zij is lector verpleegkunde aan de hogeschool
UC Leuven-Limburg en coördinator van de leerzorgcentra.
Jo Gommers, bachelor ziekenhuis- en psychiatrisch verpleegkundige, met een
aanvullende master in de medisch-sociale wetenschappen, is algemeen directeur
van Groep LITP – Limburgs Initiatief voor Therapie en integrale Personenzorg,
een netwerk van ambulante diensten in de geestelijke gezondheidszorg. Hij is
tevens lector en projectmedewerker aan de hogeschool UC Leuven-Limburg.
Jolien Oomsels is bachelor in de verpleegkunde met een aanvullende masteropleiding
in de verpleegkunde. Zij is verpleegkundige op de Afdeling Pneumologie
van het Ziekenhuis Oost-Limburg in Genk.
Investeren in een leerzorgcentrum. Tien goede redenen.
Vanuit een ernstige bekommernis omtrent de nadelige gevolgen van de kloof tussen theorie en praktijk, tussen onderwijs en werkveld, en op basis van good practices, is het leerzorgcentrum ontwikkeld als geïntegreerd concept voor zorginnovatie en onderwijsinnovatie. Met een doorgedreven samenwerking tussen docenten en studenten enerzijds en zorgverleners en managers van zorgvoorzieningen anderzijds, wordt een omgeving gecreëerd waar duurzaam leren voor studenten en zorgverleners mogelijk wordt.
De implementatie van een leerzorgcentrum heeft zijn kostprijs. Zowel voor de zorgvoorziening als voor de opleiding betekent dit dat geïnvesteerd wordt in extra inzet van personeel. Zo is de lector verpleegkunde parttime verbonden aan de zorgeenheid als leerzorgspecialist; dit is een personeelsinzet boven de reguliere bezetting. Deze extra investering is te verantwoorden gezien de winst die op de diverse terreinen wordt gemaakt: zowel voor de stage van de student als voor de kwaliteit van zorg op de zorgeenheid. Ook op vlak van recruitment voor de zorgvoorziening en voor de clinical credibility van de betrokken lectoren valt er winst te boeken. Een belangrijke hefboom voor verdere implementatie is het kunnen aantonen van de return on investment. Deze ROI wordt beschreven in dit boek.
Frieda Corstjens is bachelor in de verpleegkunde met een aanvullende masteropleiding
in de verpleegkunde. Zij is lector verpleegkunde aan de hogeschool
UC Leuven-Limburg en coördinator van de leerzorgcentra.
Jo Gommers, bachelor ziekenhuis- en psychiatrisch verpleegkundige, met een
aanvullende master in de medisch-sociale wetenschappen, is algemeen directeur
van Groep LITP – Limburgs Initiatief voor Therapie en integrale Personenzorg,
een netwerk van ambulante diensten in de geestelijke gezondheidszorg. Hij is
tevens lector en projectmedewerker aan de hogeschool UC Leuven-Limburg.
Jolien Oomsels is bachelor in de verpleegkunde met een aanvullende masteropleiding
in de verpleegkunde. Zij is verpleegkundige op de Afdeling Pneumologie
van het Ziekenhuis Oost-Limburg in Genk.
Verbondenheid. Inspiratie voor begeleiders van personen met een beperking
Verbondenheid en het verlangen ernaar is van alle tijden en voor alle mensen. Het is inherent aan mensen, het gaat om een dagelijkse manier van in het leven staan. Verbondenheid maakt het meest wezenlijke deel uit van de opdracht van hulpverleners in hun samenwerking met mensen in kwetsbare leefsituaties. Zij zijn vaak de draad met zichzelf en hun omgeving verloren. Ook begeleiders zijn soms de draad kwijt. Maar het fundament van een samenwerkingsrelatie is juist die verbondenheid. Soms lijkt ze als streef- én als doe-waarde ondergesneeuwd door tal van factoren van economische, ethische of maatschappelijke aard. De auteurs gaan uit van een model waarin verbondenheid zich situeert op zes dimensies. Hierbij krijgen vragen als ‘Hoe kunnen we de verbondenheid tussen de cliënt en de wereld bevorderen?’, ‘Hoe kunnen de begeleider en het team hun eigen verbondenheid versterken?’ en ‘Hoe kan het management verbondenheid weer op de kaart zetten?’ concrete antwoorden. Het gaat niet langer om een filosofisch discours, maar vooral om handelen. De vele praktijkvoorbeelden prikkelen en zetten aan om met overtuiging te werken aan verbondenheid.
Vera Van Hove was gedurende tien jaar werkzaam in de sector voor personen
met een verstandelijke beperking. Nu is ze als docent Orthopedagogiek
verbonden aan de faculteit Mens en Welzijn van HoGent. Ze publiceert en
doceert over thema’s zoals emancipatorisch werken, kwaliteit van bestaan
en kwaliteit van de relatie met de cliënt.
Ronny Dierendonck was gedurende vijf jaar werkzaam als hoofdopvoeder in
een voorziening voor kinderen met een verstandelijke beperking en zes jaar
als directeur van een kleinschalige woonvoorziening voor volwassenen met
een verstandelijke beperking. Nu is hij reeds enkele decennia bestuurder van
het WIV – Werkcentrum voor Internationaal Vormingswerk in Gent. Hij verzorgt
interactieve studiedagen, workshops en cursussen voor mensen met
een ondersteuningsvraag, hun ouders, professionelen en vrijwilligers.
Verbondenheid. Inspiratie voor begeleiders van personen met een beperking
Verbondenheid en het verlangen ernaar is van alle tijden en voor alle mensen. Het is inherent aan mensen, het gaat om een dagelijkse manier van in het leven staan. Verbondenheid maakt het meest wezenlijke deel uit van de opdracht van hulpverleners in hun samenwerking met mensen in kwetsbare leefsituaties. Zij zijn vaak de draad met zichzelf en hun omgeving verloren. Ook begeleiders zijn soms de draad kwijt. Maar het fundament van een samenwerkingsrelatie is juist die verbondenheid. Soms lijkt ze als streef- én als doe-waarde ondergesneeuwd door tal van factoren van economische, ethische of maatschappelijke aard. De auteurs gaan uit van een model waarin verbondenheid zich situeert op zes dimensies. Hierbij krijgen vragen als ‘Hoe kunnen we de verbondenheid tussen de cliënt en de wereld bevorderen?’, ‘Hoe kunnen de begeleider en het team hun eigen verbondenheid versterken?’ en ‘Hoe kan het management verbondenheid weer op de kaart zetten?’ concrete antwoorden. Het gaat niet langer om een filosofisch discours, maar vooral om handelen. De vele praktijkvoorbeelden prikkelen en zetten aan om met overtuiging te werken aan verbondenheid.
Vera Van Hove was gedurende tien jaar werkzaam in de sector voor personen
met een verstandelijke beperking. Nu is ze als docent Orthopedagogiek
verbonden aan de faculteit Mens en Welzijn van HoGent. Ze publiceert en
doceert over thema’s zoals emancipatorisch werken, kwaliteit van bestaan
en kwaliteit van de relatie met de cliënt.
Ronny Dierendonck was gedurende vijf jaar werkzaam als hoofdopvoeder in
een voorziening voor kinderen met een verstandelijke beperking en zes jaar
als directeur van een kleinschalige woonvoorziening voor volwassenen met
een verstandelijke beperking. Nu is hij reeds enkele decennia bestuurder van
het WIV – Werkcentrum voor Internationaal Vormingswerk in Gent. Hij verzorgt
interactieve studiedagen, workshops en cursussen voor mensen met
een ondersteuningsvraag, hun ouders, professionelen en vrijwilligers.
Tien van NegenTien. Vlaamse poëzie uit de negentiende eeuw. (Reeks Literatuur in veelvoud, nr 24)
De Vlaamse poëzie van de negentiende eeuw is vrijwel onbekend en dus onbemind. Er bestaan niet eens een half dozijn overzichten in de loop van bijna 200 jaar. Deze bloemlezing biedt een staalkaart van diverse stromingen. Wie de experimentele dichters zag als langharig tuig, ziet geredelijk de negentiende-eeuwers als vreemdsoortige langbaardigen. Aan dit romantisch beeld moeten nog de onvermijdelijke drinkgelagen, optochten, stoeten en zelfs triomfbogen toegevoegd worden. De werkelijkheid vertoont echter nog andere facetten en sommige teksten geven dat duidelijk aan.
Theodoor van Rijswijck schreef talrijke liedjes, gedichten als schotschriften of pamfletten. Hij stierf jong, krankzinnig en berooid als een arme liereman. Het tegendeel is de adellijke Jan K.H. Nolet de Brauwere van Steeland. Geboren Rotterdammer, kwam hij in Vlaanderen terecht. Hij werd een tegenstander van Gezelle. Even ironisch, maar barokker, exuberanter en vrolijker is het werk van Frans de Cort. De relatie van Gentil Antheunis met Maria, Consciences enige dochter, leed schipbreuk. Dit en andere tegenslagen verhinderden hem niet om verder te dichten. Johan de Laet is bekend gebleven door zijn ijveren voor de eerste taalwetten. Zijn dichtwerk behoort tot de betere uitingen van de Vlaamse romantiek. Karel Lodewijk Ledeganck liet gevoelige en sfeervolle verzen na. De hopeloos verliefde Victor dela Montagne is lyrisch het zuiverste talent van de bent. De beminnelijke Geeraard Jan Dodd schrijft ironische verzen. Hij is een dubbeltalent en heeft lang geaarzeld tussen schilderen of dichten. Baldadiger zijn Julius De Geyter en Julius Vuylsteke. De eerste is scherp antiklerikaal. Hij is de dichter van onder meer het Geuzenlied. Vuylsteke is een unicum met de tijdens zijn studententijd geschreven gedichten in heinsiaanse zin. Hij verwoordt op ironisch romantische toon zijn ongelukkige liefde(s). Met De Geyter blijft hij de scherpste criticus van de toenmalige Zeitgeist.
Dirk Christiaens studeerde wijsbegeerte & letteren – geschiedenis aan de Vrije Universiteit Brussel. Hij doceerde Nederlandse en Europese Letterkunde aan het Koninklijk Conservatorium in Brussel en hij was hoofdproducer bij de Dienst Kunstzaken van de VRT – Vlaamse Radio en Televisie.
Tien van NegenTien. Vlaamse poëzie uit de negentiende eeuw. (Reeks Literatuur in veelvoud, nr 24)
De Vlaamse poëzie van de negentiende eeuw is vrijwel onbekend en dus onbemind. Er bestaan niet eens een half dozijn overzichten in de loop van bijna 200 jaar. Deze bloemlezing biedt een staalkaart van diverse stromingen. Wie de experimentele dichters zag als langharig tuig, ziet geredelijk de negentiende-eeuwers als vreemdsoortige langbaardigen. Aan dit romantisch beeld moeten nog de onvermijdelijke drinkgelagen, optochten, stoeten en zelfs triomfbogen toegevoegd worden. De werkelijkheid vertoont echter nog andere facetten en sommige teksten geven dat duidelijk aan.
Theodoor van Rijswijck schreef talrijke liedjes, gedichten als schotschriften of pamfletten. Hij stierf jong, krankzinnig en berooid als een arme liereman. Het tegendeel is de adellijke Jan K.H. Nolet de Brauwere van Steeland. Geboren Rotterdammer, kwam hij in Vlaanderen terecht. Hij werd een tegenstander van Gezelle. Even ironisch, maar barokker, exuberanter en vrolijker is het werk van Frans de Cort. De relatie van Gentil Antheunis met Maria, Consciences enige dochter, leed schipbreuk. Dit en andere tegenslagen verhinderden hem niet om verder te dichten. Johan de Laet is bekend gebleven door zijn ijveren voor de eerste taalwetten. Zijn dichtwerk behoort tot de betere uitingen van de Vlaamse romantiek. Karel Lodewijk Ledeganck liet gevoelige en sfeervolle verzen na. De hopeloos verliefde Victor dela Montagne is lyrisch het zuiverste talent van de bent. De beminnelijke Geeraard Jan Dodd schrijft ironische verzen. Hij is een dubbeltalent en heeft lang geaarzeld tussen schilderen of dichten. Baldadiger zijn Julius De Geyter en Julius Vuylsteke. De eerste is scherp antiklerikaal. Hij is de dichter van onder meer het Geuzenlied. Vuylsteke is een unicum met de tijdens zijn studententijd geschreven gedichten in heinsiaanse zin. Hij verwoordt op ironisch romantische toon zijn ongelukkige liefde(s). Met De Geyter blijft hij de scherpste criticus van de toenmalige Zeitgeist.
Dirk Christiaens studeerde wijsbegeerte & letteren – geschiedenis aan de Vrije Universiteit Brussel. Hij doceerde Nederlandse en Europese Letterkunde aan het Koninklijk Conservatorium in Brussel en hij was hoofdproducer bij de Dienst Kunstzaken van de VRT – Vlaamse Radio en Televisie.
Het onbewuste consult. Handreiking voor de huisarts en andere hulp uit de eerste lijn (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 25)
Een goede band of de gepaste golflengte tussen arts en patiënt leveren aantoonbaar gezondheidseffecten
op. Maar wat als de ontmoeting moeilijk loopt? Wat als de patiënt ondanks
een goed contact het voorschrift niet volgt of negatieve gevoelens aanhouden adviezen, pogingen
tot opbeuring of medicijnen ten spijt? Dan kan het misschien helpen zich af te vragen
of de verstandhouding wordt verstoord door zogenaamde overdracht vanuit de patiënt.
Bij
overdracht heeft de patiënt een vertekend beeld van de hulpverlener ten gevolge van gevoelens
of gevoeligheden uit het verleden die buiten ons bewustzijn hun stempel drukken. Het
kan om iets eenvoudigs gaan zoals een arts of andere hulpverlener die ervaren wordt als een
bezorgde moeder, of complexer wanneer wordt overgedragen dat alle moederlijke vrouwen
gevaarlijk zijn en de patiënt zich niet meer openstelt. Dergelijke ‘overdracht’ is altijd onbewust;
we weten het niet maar voelen het zo aan en handelen ernaar. Als de patiënt vanuit
deze overdracht in relatie treedt, wordt onbewust druk op de arts of andere hulpverlener uitgeoefend
om zich conform deze overdracht te gedragen.
Naast een gezondheidsvraag speelt
in het consult met andere woorden een onbewuste, belemmerende dynamiek. De auteurs,
vrijwel allemaal werkzaam als psychoanalyticus, laten aan de hand van herkenbare praktijkvoorbeelden
zien hoe die onbewuste dynamiek werkt. Bijvoorbeeld als iets niet helemaal
pluis lijkt, bij niet-objectiveerbare lichamelijke klachten of in het omgaan met de dood.
Overdracht maar ook (tegen)overdracht vanuit de hulpverlener komen uitgebreid aan bod.
Ook wordt de stand van zaken rond wetenschappelijk onderzoek inzake effectiviteit van
psychoanalytische behandelingen besproken. In de laatste drie hoofdstukken worden handvatten
aangereikt om de onbewuste dynamiek in de praktijk te herkennen en te hanteren.
Met bijdragen van Ad Bolhuis, Quin van Dam, Petra Elders, Cileke Exler, Sylvia Janson, Kees Kooiman, Famke Kwee, Frans Schalkwijk en Marie-José Vertriest.
Het onbewuste consult. Handreiking voor de huisarts en andere hulp uit de eerste lijn (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 25)
Een goede band of de gepaste golflengte tussen arts en patiënt leveren aantoonbaar gezondheidseffecten
op. Maar wat als de ontmoeting moeilijk loopt? Wat als de patiënt ondanks
een goed contact het voorschrift niet volgt of negatieve gevoelens aanhouden adviezen, pogingen
tot opbeuring of medicijnen ten spijt? Dan kan het misschien helpen zich af te vragen
of de verstandhouding wordt verstoord door zogenaamde overdracht vanuit de patiënt.
Bij
overdracht heeft de patiënt een vertekend beeld van de hulpverlener ten gevolge van gevoelens
of gevoeligheden uit het verleden die buiten ons bewustzijn hun stempel drukken. Het
kan om iets eenvoudigs gaan zoals een arts of andere hulpverlener die ervaren wordt als een
bezorgde moeder, of complexer wanneer wordt overgedragen dat alle moederlijke vrouwen
gevaarlijk zijn en de patiënt zich niet meer openstelt. Dergelijke ‘overdracht’ is altijd onbewust;
we weten het niet maar voelen het zo aan en handelen ernaar. Als de patiënt vanuit
deze overdracht in relatie treedt, wordt onbewust druk op de arts of andere hulpverlener uitgeoefend
om zich conform deze overdracht te gedragen.
Naast een gezondheidsvraag speelt
in het consult met andere woorden een onbewuste, belemmerende dynamiek. De auteurs,
vrijwel allemaal werkzaam als psychoanalyticus, laten aan de hand van herkenbare praktijkvoorbeelden
zien hoe die onbewuste dynamiek werkt. Bijvoorbeeld als iets niet helemaal
pluis lijkt, bij niet-objectiveerbare lichamelijke klachten of in het omgaan met de dood.
Overdracht maar ook (tegen)overdracht vanuit de hulpverlener komen uitgebreid aan bod.
Ook wordt de stand van zaken rond wetenschappelijk onderzoek inzake effectiviteit van
psychoanalytische behandelingen besproken. In de laatste drie hoofdstukken worden handvatten
aangereikt om de onbewuste dynamiek in de praktijk te herkennen en te hanteren.
Met bijdragen van Ad Bolhuis, Quin van Dam, Petra Elders, Cileke Exler, Sylvia Janson, Kees Kooiman, Famke Kwee, Frans Schalkwijk en Marie-José Vertriest.
Dromen duiden. Een nieuwe benadering (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 24)
Is de droom een wetenschappelijk, een therapeutisch, of een esthetisch gegeven? Zijn dromen duidbaar? Wat is de betekenis van een droom? Bestaat er één vastliggende betekenis? Houdt de freudiaanse droomduiding nog stand? Of bestaan er andere manieren om met dromen te werken? Heeft het zin om dromen te bespreken in een groep? Kan een dromengroep nuttig zijn? Zijn nachtmerries pathologisch of gewoon fantasie? Welke plaats hebben dromen in literatuur en film? Waarom zijn mensen geïnteresseerd in dromen? Hoe werken psychoanalytici met dromen?
Er is veel veranderd in het denken over en werken met dromen. De droom is een volwaardige psychische act, drager van betekenis en duidbaar. De droom is een subjectieve aangelegenheid. Er bestaat meer dan één betekenis van een droom. En er zijn vele toegangswegen om de betekenis van een droom te ontsluieren. Meer dan vroeger is het te beschouwen als een belangrijke verworvenheid dat iemand droomt, zijn droom durft te bespreken en toelaat dat een ander (een analyticus, een therapeut, een lid van een dromengroep) meedenkt of zijn droom verder droomt. Soms komt het tot een gezamenlijk spelen, wat dan leidt tot een co-constructie van betekenis en diepe emotionele inzichten. Ook voor psychotherapeuten en psychoanalytici kan het uitwisselen en bespreken van dromen een bijzondere bijdrage leveren aan het eigen werk. Met behulp van vele droomvoorbeelden wordt dit geïllustreerd.
Marc Hebbrecht, psychiater, psychotherapeut en psychoanalyticus, is
opleidingspsychoanalyticus
bij de Belgische Vereniging voor Psychoanalyse en full member van de
International
Psychoanalytical Association. Hij is betrokken bij opleidingen in
psychoanalyse,
psychoanalytische psychotherapie en integratieve psychotherapie.
Minke de
Jong, andragoge,
psychoanalytica en psychoanalytisch psychotherapeut in ruste.
Annelies van
Hees
was hoofddocent Scandinavische Letterkunde in Amsterdam.
Rolien van Mechelen,
klinisch
psycholoog en psychoanalytica, is opleider en supervisor bij de Nederlandse
Psychoanalytische
Vereniging en full member van de International Psychoanalytical Association.
Dromen duiden. Een nieuwe benadering (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 24)
Is de droom een wetenschappelijk, een therapeutisch, of een esthetisch gegeven? Zijn dromen duidbaar? Wat is de betekenis van een droom? Bestaat er één vastliggende betekenis? Houdt de freudiaanse droomduiding nog stand? Of bestaan er andere manieren om met dromen te werken? Heeft het zin om dromen te bespreken in een groep? Kan een dromengroep nuttig zijn? Zijn nachtmerries pathologisch of gewoon fantasie? Welke plaats hebben dromen in literatuur en film? Waarom zijn mensen geïnteresseerd in dromen? Hoe werken psychoanalytici met dromen?
Er is veel veranderd in het denken over en werken met dromen. De droom is een volwaardige psychische act, drager van betekenis en duidbaar. De droom is een subjectieve aangelegenheid. Er bestaat meer dan één betekenis van een droom. En er zijn vele toegangswegen om de betekenis van een droom te ontsluieren. Meer dan vroeger is het te beschouwen als een belangrijke verworvenheid dat iemand droomt, zijn droom durft te bespreken en toelaat dat een ander (een analyticus, een therapeut, een lid van een dromengroep) meedenkt of zijn droom verder droomt. Soms komt het tot een gezamenlijk spelen, wat dan leidt tot een co-constructie van betekenis en diepe emotionele inzichten. Ook voor psychotherapeuten en psychoanalytici kan het uitwisselen en bespreken van dromen een bijzondere bijdrage leveren aan het eigen werk. Met behulp van vele droomvoorbeelden wordt dit geïllustreerd.
Marc Hebbrecht, psychiater, psychotherapeut en psychoanalyticus, is
opleidingspsychoanalyticus
bij de Belgische Vereniging voor Psychoanalyse en full member van de
International
Psychoanalytical Association. Hij is betrokken bij opleidingen in
psychoanalyse,
psychoanalytische psychotherapie en integratieve psychotherapie.
Minke de
Jong, andragoge,
psychoanalytica en psychoanalytisch psychotherapeut in ruste.
Annelies van
Hees
was hoofddocent Scandinavische Letterkunde in Amsterdam.
Rolien van Mechelen,
klinisch
psycholoog en psychoanalytica, is opleider en supervisor bij de Nederlandse
Psychoanalytische
Vereniging en full member van de International Psychoanalytical Association.
Een vergadering voorzitten. De kunstgrepen
Vergaderen maakt integraal deel uit van onze overlegcultuur. Toch ergeren we ons vaak aan vergaderingen, omdat ze te lang duren, alle kanten opgaan, niet tot de essentie komen, zonder duidelijke conclusies eindigen,… De oorzaak is meestal het feit dat ze niet goed worden geleid. Als de voorzitter weet hoe je een vergadering goed moet voorzitten, verdwijnt de ergernis als sneeuw voor de zon. Bovendien krijg je ook minder vergaderingen, want een goede voorzitter vergadert enkel als dat nodig is.
Deze leidraad doorloopt alle stappen van de vergadering. Telkens wordt aangegeven welke knepen van het vak de voorzitter het best onder de knie krijgt om een uitstekend voorzitter te worden en daardoor vele vergaderaars het leven aangenamer te maken. Een vergadering voorzitten is veel meer dan gewoon van voren zitten. Tegelijk is het ook geen rocket science. Een goed voorzitter is goud waard, met dit boek bereikt hij het hoogste schavot.
Vincent Mertens studeerde taal- en letterkunde, communicatiewetenschappen
en rechtsgeleerdheid aan de
KU Leuven en de Vrije Universiteit Brussel. University
College Leuven Limburg is zijn werkplek. Al 35 jaar zit
hij vergaderingen voor in de welzijnswereld, het verenigingsleven,
het onderwijs, de politiek, …
Hij is, zoals dat
heet, gepokt en gemazeld in de discipline van het voorzitten.
Een vergadering voorzitten. De kunstgrepen
Vergaderen maakt integraal deel uit van onze overlegcultuur. Toch ergeren we ons vaak aan vergaderingen, omdat ze te lang duren, alle kanten opgaan, niet tot de essentie komen, zonder duidelijke conclusies eindigen,… De oorzaak is meestal het feit dat ze niet goed worden geleid. Als de voorzitter weet hoe je een vergadering goed moet voorzitten, verdwijnt de ergernis als sneeuw voor de zon. Bovendien krijg je ook minder vergaderingen, want een goede voorzitter vergadert enkel als dat nodig is.
Deze leidraad doorloopt alle stappen van de vergadering. Telkens wordt aangegeven welke knepen van het vak de voorzitter het best onder de knie krijgt om een uitstekend voorzitter te worden en daardoor vele vergaderaars het leven aangenamer te maken. Een vergadering voorzitten is veel meer dan gewoon van voren zitten. Tegelijk is het ook geen rocket science. Een goed voorzitter is goud waard, met dit boek bereikt hij het hoogste schavot.
Vincent Mertens studeerde taal- en letterkunde, communicatiewetenschappen
en rechtsgeleerdheid aan de
KU Leuven en de Vrije Universiteit Brussel. University
College Leuven Limburg is zijn werkplek. Al 35 jaar zit
hij vergaderingen voor in de welzijnswereld, het verenigingsleven,
het onderwijs, de politiek, …
Hij is, zoals dat
heet, gepokt en gemazeld in de discipline van het voorzitten.
Slimmer denken. Toolbox vol handige denkpatronen
Dit boek is een toolbox, een gereedschapskist met denkpatronen waarmee je slimmer kunt denken. Het neemt je mee op een verrassende ontdekkingsreis door je eigen denken. Door de aangeboden denkpatronen te gebruiken, leer je veelzijdiger, meer flexibel en creatiever denken.
Je verwerft inzicht in je eigen denkprocessen en in de patronen waarin je vastloopt. Het komt erop aan het eigen denken bewust te sturen en patroondoorbrekende wegen te vinden en aan te wenden om out-off-the-box te denken. Dat laat toe om meteen een grote sprong voorwaarts te zetten.
Creativiteit is niet zo moeilijk als het lijkt, voor wie openstaat voor verruimende inzichten en nieuwe ontwikkelingen. Zien en weten hoe anderen denken heeft vele wederzijdse pluspunten en leidt tot nieuwe invalshoeken. Zeker in teamverband inspireert en prikkelt dit om op zoek te gaan naar onverwachte bronnen van creativiteit en innovatie.
Talrijke voorbeelden maken dit alles concreter en tastbaarder.
Eric Halsberghe is master Economische Wetenschappen. Hij was
onderzoeker aan de Universiteit Gent en docent in het economisch en
technisch hoger onderwijs. Daarna was hij medewerker van het Vlaams
Verbond van Katholieke Hogescholen, waar hij hogescholen begeleidde
bij onder meer professionalisering, curriculumontwikkeling, kwaliteitszorg
en onderwijsinnovatie. Bij de fusie van hogescholen werd hij algemeen
directeur van de Katholieke Hogeschool Zuid-West-Vlaanderen.
Hij was ook
bestuurder bij de Vlaamse Hogescholenraad en de Vlaamse Universiteiten
en Hogescholen Raad. In de Associatie KU Leuven was hij bestuurdersecretaris
en voorzitter van de Associatieraad Onderwijs.
Hij is nu bestuurder
bij een scholengroep secundair onderwijs en voor de Nederlands-Vlaamse
Accreditatieorganisatie is hij betrokken bij toetsen nieuwe opleidingen en
instellingsaudits in het hoger onderwijs.
Slimmer denken. Toolbox vol handige denkpatronen
Dit boek is een toolbox, een gereedschapskist met denkpatronen waarmee je slimmer kunt denken. Het neemt je mee op een verrassende ontdekkingsreis door je eigen denken. Door de aangeboden denkpatronen te gebruiken, leer je veelzijdiger, meer flexibel en creatiever denken.
Je verwerft inzicht in je eigen denkprocessen en in de patronen waarin je vastloopt. Het komt erop aan het eigen denken bewust te sturen en patroondoorbrekende wegen te vinden en aan te wenden om out-off-the-box te denken. Dat laat toe om meteen een grote sprong voorwaarts te zetten.
Creativiteit is niet zo moeilijk als het lijkt, voor wie openstaat voor verruimende inzichten en nieuwe ontwikkelingen. Zien en weten hoe anderen denken heeft vele wederzijdse pluspunten en leidt tot nieuwe invalshoeken. Zeker in teamverband inspireert en prikkelt dit om op zoek te gaan naar onverwachte bronnen van creativiteit en innovatie.
Talrijke voorbeelden maken dit alles concreter en tastbaarder.
Eric Halsberghe is master Economische Wetenschappen. Hij was
onderzoeker aan de Universiteit Gent en docent in het economisch en
technisch hoger onderwijs. Daarna was hij medewerker van het Vlaams
Verbond van Katholieke Hogescholen, waar hij hogescholen begeleidde
bij onder meer professionalisering, curriculumontwikkeling, kwaliteitszorg
en onderwijsinnovatie. Bij de fusie van hogescholen werd hij algemeen
directeur van de Katholieke Hogeschool Zuid-West-Vlaanderen.
Hij was ook
bestuurder bij de Vlaamse Hogescholenraad en de Vlaamse Universiteiten
en Hogescholen Raad. In de Associatie KU Leuven was hij bestuurdersecretaris
en voorzitter van de Associatieraad Onderwijs.
Hij is nu bestuurder
bij een scholengroep secundair onderwijs en voor de Nederlands-Vlaamse
Accreditatieorganisatie is hij betrokken bij toetsen nieuwe opleidingen en
instellingsaudits in het hoger onderwijs.
Lessen voor zorgverleners. Verteld door heldinnen als Assepoester, Sneeuwwitje en anderen.
Niemand minder dan Einstein zag de intuïtie als heilige gave, waarvan het rationeel denken de dienaar was. Dit terwijl in de samenleving de rollen zo vaak worden omgekeerd en het feitelijke, rationele altijd van rechts komt. Daarmee blijft het bijzondere buiten zicht, ook van het kwetsbare en aangedane leven. Vele vragen bij mentaal kwetsbare mensen zijn vanuit de logica moeilijk of onvoldoende te beantwoorden.
Gelukkig kunnen we ook gebruikmaken van eeuwenoude wijsheden, soms zelfs van voor de jaartelling. Oude verhalen, sprookjes en mythen doen een beroep op onze verbeelding en helpen zo bij lastige vragen die een begeleider in de zorg tegenkomt.
Wie dit boek heeft gelezen, kan niet meer onverschillig naar een sprookje luisteren. De lezer wordt gespitst op diepere betekenissen ervan, en erin vervlochten levenslessen. Ook zal het contact en begeleiden van mensen met dementie of een psychische aandoening voortaan met een magisch randje omgeven zijn.
Weer een juweeltje van Ronald met een speelse vorm (geciteerd uit de recensie in ''Gezond en zeker, 14(2), 23)
Ronald Geelen is psycholoog en gedragstherapeut. Hij werkt bij Thebe in Breda en voor het Centrum voor Consultatie en Expertise in Utrecht. Dementie, psychiatrische problemen en zorginnovatie bij ouderen hebben daarbij vooral zijn aandacht. Hij schreef diverse artikelen in vakbladen en boeken op het gebied van zorg, dementie en communicatie.
Lessen voor zorgverleners. Verteld door heldinnen als Assepoester, Sneeuwwitje en anderen.
Niemand minder dan Einstein zag de intuïtie als heilige gave, waarvan het rationeel denken de dienaar was. Dit terwijl in de samenleving de rollen zo vaak worden omgekeerd en het feitelijke, rationele altijd van rechts komt. Daarmee blijft het bijzondere buiten zicht, ook van het kwetsbare en aangedane leven. Vele vragen bij mentaal kwetsbare mensen zijn vanuit de logica moeilijk of onvoldoende te beantwoorden.
Gelukkig kunnen we ook gebruikmaken van eeuwenoude wijsheden, soms zelfs van voor de jaartelling. Oude verhalen, sprookjes en mythen doen een beroep op onze verbeelding en helpen zo bij lastige vragen die een begeleider in de zorg tegenkomt.
Wie dit boek heeft gelezen, kan niet meer onverschillig naar een sprookje luisteren. De lezer wordt gespitst op diepere betekenissen ervan, en erin vervlochten levenslessen. Ook zal het contact en begeleiden van mensen met dementie of een psychische aandoening voortaan met een magisch randje omgeven zijn.
Weer een juweeltje van Ronald met een speelse vorm (geciteerd uit de recensie in ''Gezond en zeker, 14(2), 23)
Ronald Geelen is psycholoog en gedragstherapeut. Hij werkt bij Thebe in Breda en voor het Centrum voor Consultatie en Expertise in Utrecht. Dementie, psychiatrische problemen en zorginnovatie bij ouderen hebben daarbij vooral zijn aandacht. Hij schreef diverse artikelen in vakbladen en boeken op het gebied van zorg, dementie en communicatie.
Verzwaarde opvoeding en ontwikkeling verlichten
Het aantal kinderen en jongeren in Nederland dat, al dan niet samen met hun ouders, een beroep doet op een vorm van jeugdhulp, is groot. Het gaat om tien tot twintig procent van de minderjarigen. Een zowel wetenschappelijk als maatschappelijk cruciale kwestie is of deze jeugdhulp ook werkt: Slaagt de ingezette hulp erin (zwaar)belaste opvoedingssituaties te verlichten en de positieve ontwikkeling van kwetsbare kinderen te bevorderen? En waarom: Wat speelt zich af in de ‘black box’ van de hulpverlening dat een verklaring biedt voor meer of mindere werkzaamheid?
Deze vragen vormen het hart van het onderzoeksprogramma dat binnen de Afdeling Orthopedagogiek van de Rijksuniversiteit Groningen onder leiding van de auteur werd en wordt uitgevoerd door de researchgroep Jeugdzorg. Bij zijn afscheid als hoogleraar Orthopedagogiek kijkt Erik Knorth terug op wat er vanuit zijn team in twaalf jaar tijd aan nieuwe inzichten kon worden toegevoegd aan de kennis over de zorg voor jeugd. In deze uitgave doet hij daarvan verslag.
Erik J. Knorth is emeritus hoogleraar orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij heeft vele nationale en internationale publicaties op zijn naam. Hij is hoofdredacteur van het International Journal of Child and Family Welfare.
Verzwaarde opvoeding en ontwikkeling verlichten
Het aantal kinderen en jongeren in Nederland dat, al dan niet samen met hun ouders, een beroep doet op een vorm van jeugdhulp, is groot. Het gaat om tien tot twintig procent van de minderjarigen. Een zowel wetenschappelijk als maatschappelijk cruciale kwestie is of deze jeugdhulp ook werkt: Slaagt de ingezette hulp erin (zwaar)belaste opvoedingssituaties te verlichten en de positieve ontwikkeling van kwetsbare kinderen te bevorderen? En waarom: Wat speelt zich af in de ‘black box’ van de hulpverlening dat een verklaring biedt voor meer of mindere werkzaamheid?
Deze vragen vormen het hart van het onderzoeksprogramma dat binnen de Afdeling Orthopedagogiek van de Rijksuniversiteit Groningen onder leiding van de auteur werd en wordt uitgevoerd door de researchgroep Jeugdzorg. Bij zijn afscheid als hoogleraar Orthopedagogiek kijkt Erik Knorth terug op wat er vanuit zijn team in twaalf jaar tijd aan nieuwe inzichten kon worden toegevoegd aan de kennis over de zorg voor jeugd. In deze uitgave doet hij daarvan verslag.
Erik J. Knorth is emeritus hoogleraar orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij heeft vele nationale en internationale publicaties op zijn naam. Hij is hoofdredacteur van het International Journal of Child and Family Welfare.
Migraties en interculturele toekomst. Essay.
In dit essay bespreekt de auteur waarom Europa tot in 2050-2060 een in-migratiecontinent zal zijn. Van dan af zal de werelddemografie stagneren. Bij normale groeibewegingen zal Europa binnen 40 jaar 700 miljoen inwoners tellen, onder wie ruim 8% 80-plussers, Afrika 2 miljard 800 miljoen inwoners en Azië 5 miljard 200 miljoen. In de tussenliggende decennia zullen de migraties een mengeling zijn van asiel-, globaliserings-, (laaggeschoolde) verstedelijkings- en ontwikkelingsmigraties die vooral uit Afrika en het Nabije Oosten verstandig gekanaliseerd zullen moeten worden, zodat win-winsituaties worden gerealiseerd.
Voor de integratie zullen overheden moeten uitgaan van inclusie en maatwerk. Onderwijs, veiligheidsbeleid – ook via sociale cohesie – en promotie van ondernemerschap zullen essentieel zijn om te slagen. Het essay sluit af met concrete aanbevelingen voor toekomstig beleid.
Johan Leman, antropoloog, is emeritus hoogleraar aan de KU Leuven. Hij is voorzitter van Foyer – Multi-etnisch werk in Sint-Jans- Molenbeek. Hij was kabinetschef van de Koninklijk Commissaris voor het migrantenbeleid en de eerste directeur van het landelijke Centrum voor Gelijkekansenbeleid en Racismebestrijding, gevestigd in Brussel.
Migraties en interculturele toekomst. Essay.
In dit essay bespreekt de auteur waarom Europa tot in 2050-2060 een in-migratiecontinent zal zijn. Van dan af zal de werelddemografie stagneren. Bij normale groeibewegingen zal Europa binnen 40 jaar 700 miljoen inwoners tellen, onder wie ruim 8% 80-plussers, Afrika 2 miljard 800 miljoen inwoners en Azië 5 miljard 200 miljoen. In de tussenliggende decennia zullen de migraties een mengeling zijn van asiel-, globaliserings-, (laaggeschoolde) verstedelijkings- en ontwikkelingsmigraties die vooral uit Afrika en het Nabije Oosten verstandig gekanaliseerd zullen moeten worden, zodat win-winsituaties worden gerealiseerd.
Voor de integratie zullen overheden moeten uitgaan van inclusie en maatwerk. Onderwijs, veiligheidsbeleid – ook via sociale cohesie – en promotie van ondernemerschap zullen essentieel zijn om te slagen. Het essay sluit af met concrete aanbevelingen voor toekomstig beleid.
Johan Leman, antropoloog, is emeritus hoogleraar aan de KU Leuven. Hij is voorzitter van Foyer – Multi-etnisch werk in Sint-Jans- Molenbeek. Hij was kabinetschef van de Koninklijk Commissaris voor het migrantenbeleid en de eerste directeur van het landelijke Centrum voor Gelijkekansenbeleid en Racismebestrijding, gevestigd in Brussel.
Van de Verlichting tot religieus terrorisme. Een psycho-educatieve visie.
Stan Maes studeerde psychologie en pedagogiek aan de Universiteit Gent, waar hij ook zijn doctorstitel behaalde. Hij is emeritus hoogleraar gezondheidspsychologie aan de Universiteit Leiden, waar hij ook decaan was van de Faculteit Sociale en Gedragswetenschappen. Naast zijn wetenschappelijke expertise op het terrein van gezondheidsbevordering en psychologische aspecten van chronische ziekten, ontwikkelde hij op basis van zijn internationale ervaring ook een bijzondere belangstelling voor interculturele communicatie en crossculturele gedragsaspecten.
Voor het jaar 2016 was Stan Maes benoemd op de wisselleerstoel Willy Calewaert, gevestigd door de vzw ‘De Mens Nu’ aan de Vrije Universiteit Brussel. De colleges die hij verzorgde, vormden de basis voor dit boek. Hij gaat daarbij uit van vragen als: Wat hebben we geleerd van de belangrijkste verlichte denkers? Wat zijn de belangrijkste gevolgen van de Verlichting voor onze westerse samenleving en wat is de kritiek op de Verlichting?
Hij bespreekt ook de verdere ontwikkeling van het westers mensbeeld op basis van de persoonlijkheids- en de sociale psychologie en komt zo tot fundamentele menselijke doelen en sociale motieven die de basis vormen van onze samenleving. Hij benadrukt daarbij ook de invloed van cultuur op waarden en normen en toont aan dat een bepaalde culturele achtergrond kan leiden tot vooroordelen, discriminatie en antisociaal gedrag ten opzichte van mensen met een andere overtuiging of cultuur. Op basis hiervan worden huidige uitdagingen voor verlichtingsideeën vanuit een psycho-educatieve visie besproken, zoals het moderne nationalisme, migratie en culturele integratie, terrorisme en confrontatie met de islam. Tot slot wordt de vraag beantwoord of mensen die leven in een land dat verlichtingsprincipes respecteert, ook gelukkiger zijn.
Van de Verlichting tot religieus terrorisme. Een psycho-educatieve visie.
Stan Maes studeerde psychologie en pedagogiek aan de Universiteit Gent, waar hij ook zijn doctorstitel behaalde. Hij is emeritus hoogleraar gezondheidspsychologie aan de Universiteit Leiden, waar hij ook decaan was van de Faculteit Sociale en Gedragswetenschappen. Naast zijn wetenschappelijke expertise op het terrein van gezondheidsbevordering en psychologische aspecten van chronische ziekten, ontwikkelde hij op basis van zijn internationale ervaring ook een bijzondere belangstelling voor interculturele communicatie en crossculturele gedragsaspecten.
Voor het jaar 2016 was Stan Maes benoemd op de wisselleerstoel Willy Calewaert, gevestigd door de vzw ‘De Mens Nu’ aan de Vrije Universiteit Brussel. De colleges die hij verzorgde, vormden de basis voor dit boek. Hij gaat daarbij uit van vragen als: Wat hebben we geleerd van de belangrijkste verlichte denkers? Wat zijn de belangrijkste gevolgen van de Verlichting voor onze westerse samenleving en wat is de kritiek op de Verlichting?
Hij bespreekt ook de verdere ontwikkeling van het westers mensbeeld op basis van de persoonlijkheids- en de sociale psychologie en komt zo tot fundamentele menselijke doelen en sociale motieven die de basis vormen van onze samenleving. Hij benadrukt daarbij ook de invloed van cultuur op waarden en normen en toont aan dat een bepaalde culturele achtergrond kan leiden tot vooroordelen, discriminatie en antisociaal gedrag ten opzichte van mensen met een andere overtuiging of cultuur. Op basis hiervan worden huidige uitdagingen voor verlichtingsideeën vanuit een psycho-educatieve visie besproken, zoals het moderne nationalisme, migratie en culturele integratie, terrorisme en confrontatie met de islam. Tot slot wordt de vraag beantwoord of mensen die leven in een land dat verlichtingsprincipes respecteert, ook gelukkiger zijn.
Nieuw leven. Over verlangen, vervulling, verlies en goede zorg.Catharina-reeks, nr. 7)
Na 19 jaar wordt Koen Jordens opnieuw vader. Mieke Geyskens is de gynaecoloog die tijdens haar opleiding tot medisch specialist de geboorte van zijn eerste kind begeleidde. Nu zal zij opnieuw de bevalling ‘doen’. Tijdens de zwangerschap raken ze met elkaar in gesprek over levenservaring, werkbeleving en betekenisgeving. Hoe beleeft een dokter die zelf ook moeder is, verwachting en nieuw leven? Hoe gaat ze om met de broosheid van het leven, met kwetsbaarheid en verlies? Wat betekent voor haar de relatie arts-patiënt, die soms oppervlakkig en functioneel is, maar die ook heel indringend en intens kan zijn? Wat maakt haar werk bijzonder, wat daagt haar uit? Welke mensen blijven haar bij? En wordt ze, net als de aanstaande moeder en vader, ook zo geroerd door het beeld van die eerste echo?
Koen Jordens tekende het verhaal van Mieke Geyskens op. Het gaat over nieuw leven, over verlangen, vervulling, verlies én goede zorg. Zorgverleners en ervaringsdeskundigen reageren vervolgens op haar verhaal. Zodoende is dit boek niet alleen het aansprekende verhaal van een dokter, het gaat evenzeer over kwaliteit van zorg en over de rol van de zorgverlener.
Mieke Geyskens, gynaecoloog, is diensthoofd Gynaecologie en Verloskunde in het
AZ Herentals.
Koen Jordens is geestelijk verzorger en specialistmanager Geestelijke verzorging &
Ethiek in het Catharina Ziekenhuis Eindhoven.
Nieuw leven. Over verlangen, vervulling, verlies en goede zorg.Catharina-reeks, nr. 7)
Na 19 jaar wordt Koen Jordens opnieuw vader. Mieke Geyskens is de gynaecoloog die tijdens haar opleiding tot medisch specialist de geboorte van zijn eerste kind begeleidde. Nu zal zij opnieuw de bevalling ‘doen’. Tijdens de zwangerschap raken ze met elkaar in gesprek over levenservaring, werkbeleving en betekenisgeving. Hoe beleeft een dokter die zelf ook moeder is, verwachting en nieuw leven? Hoe gaat ze om met de broosheid van het leven, met kwetsbaarheid en verlies? Wat betekent voor haar de relatie arts-patiënt, die soms oppervlakkig en functioneel is, maar die ook heel indringend en intens kan zijn? Wat maakt haar werk bijzonder, wat daagt haar uit? Welke mensen blijven haar bij? En wordt ze, net als de aanstaande moeder en vader, ook zo geroerd door het beeld van die eerste echo?
Koen Jordens tekende het verhaal van Mieke Geyskens op. Het gaat over nieuw leven, over verlangen, vervulling, verlies én goede zorg. Zorgverleners en ervaringsdeskundigen reageren vervolgens op haar verhaal. Zodoende is dit boek niet alleen het aansprekende verhaal van een dokter, het gaat evenzeer over kwaliteit van zorg en over de rol van de zorgverlener.
Mieke Geyskens, gynaecoloog, is diensthoofd Gynaecologie en Verloskunde in het
AZ Herentals.
Koen Jordens is geestelijk verzorger en specialistmanager Geestelijke verzorging &
Ethiek in het Catharina Ziekenhuis Eindhoven.
Kind in gevaar: reden tot uithuisplaatsing? De vereniging Tot Steun als zorgverlener in een veranderende wereld van de kinderbescherming en jeugdzorg 1886-1998
De kinderbescherming begon officieel in 1905. Kinderen die daarin belandden, kwamen doorgaans terecht in een ‘gesticht’ of pleeggezin. Uithuisplaatsing was tot ver in de twintigste eeuw heel gewoon. De laatste twintig jaar komen daarover de verhalen los. Vele ervan zijn gekleurd door mishandeling en misbruik. Hoe heeft dat kunnen gebeuren? Dit is een vraag naar het functioneren van de kinderbescherming in de praktijk. Wat gebeurde er met een kind als dit was aangemeld? Hoe zorgvuldig ging men daarbij te werk? Hoe was de controle op pleeggezinnen en tehuizen? Konden kinderen met hun klachten ergens terecht en klaagden ze wel?
Dergelijke vragen zijn te beantwoorden door onderzoek van voogdijverenigingen. Die waren immers verantwoordelijk voor de zorg nadat een rechter uitspraak had gedaan. Een van die verenigingen was Tot Steun voor Verwaarloosden en Gevallenen, opgericht in 1886. Uniek archiefmateriaal, zoals pupillendossiers en verslagen van vergaderingen over pupillen, geven een inkijk in de wijze waarop beslissingen over kinderen werden genomen en hoe met hun vragen en problemen werd omgegaan.
Marjoke Rietveld-van Wingerden is historisch pedagoog. Haar onderzoek betreft in grote lijnen de geschiedenis van het speciaal onderwijs en de speciale zorg. Zo schreef ze over de geschiedenis van dyslexie in het Nederlandse onderwijs (2016) en in samenwerking met andere onderzoekers over het onderwijs aan kinderen met een auditieve beperking (2010) en over het Paedologisch Instituut van Waterink te Amsterdam (2006).
Kind in gevaar: reden tot uithuisplaatsing? De vereniging Tot Steun als zorgverlener in een veranderende wereld van de kinderbescherming en jeugdzorg 1886-1998
De kinderbescherming begon officieel in 1905. Kinderen die daarin belandden, kwamen doorgaans terecht in een ‘gesticht’ of pleeggezin. Uithuisplaatsing was tot ver in de twintigste eeuw heel gewoon. De laatste twintig jaar komen daarover de verhalen los. Vele ervan zijn gekleurd door mishandeling en misbruik. Hoe heeft dat kunnen gebeuren? Dit is een vraag naar het functioneren van de kinderbescherming in de praktijk. Wat gebeurde er met een kind als dit was aangemeld? Hoe zorgvuldig ging men daarbij te werk? Hoe was de controle op pleeggezinnen en tehuizen? Konden kinderen met hun klachten ergens terecht en klaagden ze wel?
Dergelijke vragen zijn te beantwoorden door onderzoek van voogdijverenigingen. Die waren immers verantwoordelijk voor de zorg nadat een rechter uitspraak had gedaan. Een van die verenigingen was Tot Steun voor Verwaarloosden en Gevallenen, opgericht in 1886. Uniek archiefmateriaal, zoals pupillendossiers en verslagen van vergaderingen over pupillen, geven een inkijk in de wijze waarop beslissingen over kinderen werden genomen en hoe met hun vragen en problemen werd omgegaan.
Marjoke Rietveld-van Wingerden is historisch pedagoog. Haar onderzoek betreft in grote lijnen de geschiedenis van het speciaal onderwijs en de speciale zorg. Zo schreef ze over de geschiedenis van dyslexie in het Nederlandse onderwijs (2016) en in samenwerking met andere onderzoekers over het onderwijs aan kinderen met een auditieve beperking (2010) en over het Paedologisch Instituut van Waterink te Amsterdam (2006).
Een haalbare weg naar succesvolle samenwerking.
Als managementhypes niet meer werken en managementmodellen te ingewikkeld zijn om te begrijpen, als teamtrainingen niet het gewenste resultaat opleveren en teambuildingactiviteiten falen, als de energie in een team langs ramen en deuren naar buiten stroomt en de huis-, tuin- en keukencommunicatie niet meer volstaat om te kunnen horen hoe lastig het allemaal is, dan is het tijd om de wereld op zijn kop te zetten.
Dat is precies wat de auteur doet. In dit boek presenteert ze de inzichten en de kaders om een haalbare weg te vinden naar een succesvolle en aangename samenwerking. Het boek is een praktijkverhaal van een leidinggevende die het beeld van de harmonische samenwerking als bereikbaar doel verlaat en werkt met visies, relaties en situaties die permanent uit balans blijken te zijn. Ze focust op wat er tussen mensen gebeurt als ze elkaar ontmoeten en moeten gaan samenwerken. Het boek is bedoeld voor iedereen die een inspanning levert om in teamverband taakgericht te werken. Leidinggevenden zullen hun vakbekwaamheid verhogen en de vitaliteit, de performantie en het welbevinden van hun teamleden aansterken.
Greet Van Zeir heeft een jarenlange ervaring als leidinggevende en teamcoach. Ze is gecertificeerd in algemeen management en leiderschaps- en teamontwikkeling vanuit een systeem- en communicatietheoretisch perspectief. Ze is alumnus van het International Professional Development Programme ‘Leading meaningful change’. Als zaakvoerder van I-SHIFT, gevestigd in Brugge, is ze gespecialiseerd in het begeleiden van moeilijk lopende samenwerkingsprocessen in teams en organisaties.
Een haalbare weg naar succesvolle samenwerking.
Als managementhypes niet meer werken en managementmodellen te ingewikkeld zijn om te begrijpen, als teamtrainingen niet het gewenste resultaat opleveren en teambuildingactiviteiten falen, als de energie in een team langs ramen en deuren naar buiten stroomt en de huis-, tuin- en keukencommunicatie niet meer volstaat om te kunnen horen hoe lastig het allemaal is, dan is het tijd om de wereld op zijn kop te zetten.
Dat is precies wat de auteur doet. In dit boek presenteert ze de inzichten en de kaders om een haalbare weg te vinden naar een succesvolle en aangename samenwerking. Het boek is een praktijkverhaal van een leidinggevende die het beeld van de harmonische samenwerking als bereikbaar doel verlaat en werkt met visies, relaties en situaties die permanent uit balans blijken te zijn. Ze focust op wat er tussen mensen gebeurt als ze elkaar ontmoeten en moeten gaan samenwerken. Het boek is bedoeld voor iedereen die een inspanning levert om in teamverband taakgericht te werken. Leidinggevenden zullen hun vakbekwaamheid verhogen en de vitaliteit, de performantie en het welbevinden van hun teamleden aansterken.
Greet Van Zeir heeft een jarenlange ervaring als leidinggevende en teamcoach. Ze is gecertificeerd in algemeen management en leiderschaps- en teamontwikkeling vanuit een systeem- en communicatietheoretisch perspectief. Ze is alumnus van het International Professional Development Programme ‘Leading meaningful change’. Als zaakvoerder van I-SHIFT, gevestigd in Brugge, is ze gespecialiseerd in het begeleiden van moeilijk lopende samenwerkingsprocessen in teams en organisaties.
Spel van replicatoren. Evolutietheorie als aansporing tot bescheidenheid.
Dit boek is bedoeld voor lezers die niet hoeven te worden overtuigd van de juistheid van de evolutietheorie. Darwin had ongetwijfeld gelijk. Maar hebben we het darwinisme ook grondig doordacht als iets wat echt bij ons hoort? De auteur nodigt uit om naar antwoorden te zoeken op de vraag: ‘Wat betekent de evolutietheorie nu eigenlijk voor wat ik van mijzelf en van anderen mag verwachten?’
De titel Spel van replicatoren verwijst naar de genen en memen die ons gedrag en onze mogelijkheden voor een belangrijk deel determineren. Genen erf je van je ouders; ze bestemmen ons tot passanten die biologische eigenschappen doorgeven in een evolutionair proces dat al 3,8 miljard jaar aan de gang is. Memen zijn ideeën die zich grotendeels onbewust in ons brein nestelen via leerprocessen en imitatie; ze bestemmen ons tot doorgevers van culturele kenmerken in een evolutionair proces dat slechts enkele miljoenen jaren geleden een aanvang nam.
Een consequent darwinistische interpretatie van deze processen zou kunnen leiden tot matiging van ambitieuze pretenties voor de menselijke soort. We zijn minder vrij dan we onszelf graag wijsmaken.
Sikko Argelo is Delfts ingenieur toegepaste wiskunde. Na een loopbaan in de informatica besloot hij tot een switch naar de filosofie. Hij voltooide een academisch programma filosofie aan de Open Universiteit in Eindhoven en participeert sindsdien in wijsgerige lees- en praatgroepen. Daarbij heeft hij zich vooral verdiept in het evolutionaire naturalisme.
Spel van replicatoren. Evolutietheorie als aansporing tot bescheidenheid.
Dit boek is bedoeld voor lezers die niet hoeven te worden overtuigd van de juistheid van de evolutietheorie. Darwin had ongetwijfeld gelijk. Maar hebben we het darwinisme ook grondig doordacht als iets wat echt bij ons hoort? De auteur nodigt uit om naar antwoorden te zoeken op de vraag: ‘Wat betekent de evolutietheorie nu eigenlijk voor wat ik van mijzelf en van anderen mag verwachten?’
De titel Spel van replicatoren verwijst naar de genen en memen die ons gedrag en onze mogelijkheden voor een belangrijk deel determineren. Genen erf je van je ouders; ze bestemmen ons tot passanten die biologische eigenschappen doorgeven in een evolutionair proces dat al 3,8 miljard jaar aan de gang is. Memen zijn ideeën die zich grotendeels onbewust in ons brein nestelen via leerprocessen en imitatie; ze bestemmen ons tot doorgevers van culturele kenmerken in een evolutionair proces dat slechts enkele miljoenen jaren geleden een aanvang nam.
Een consequent darwinistische interpretatie van deze processen zou kunnen leiden tot matiging van ambitieuze pretenties voor de menselijke soort. We zijn minder vrij dan we onszelf graag wijsmaken.
Sikko Argelo is Delfts ingenieur toegepaste wiskunde. Na een loopbaan in de informatica besloot hij tot een switch naar de filosofie. Hij voltooide een academisch programma filosofie aan de Open Universiteit in Eindhoven en participeert sindsdien in wijsgerige lees- en praatgroepen. Daarbij heeft hij zich vooral verdiept in het evolutionaire naturalisme.
Vijftig jaar jeugdhulp in Jongerencentrum Cidar. Halve eeuw op zoek naar een eigen(zinnige) pedagogie.
Vijftig jaar jeugdhulp in Jongerencentrum Cidar biedt de gelegenheid om de ontwikkeling en wijziging van het pedagogisch regime in een jeugdhulpvoorziening te onderzoeken. Dergelijk onderzoek is een weinig betreden terrein in de pedagogiek. Toch ligt hier een schat aan onderzoeksmateriaal om de ontwikkeling van pedagogisch handelen te begrijpen en te duiden. De zoektocht naar een eigen(zinnige) pedagogie wordt in verband gebracht met de jeugdhulpregimes van de Wet op de Jeugdbescherming (1965), van de decreten inzake de Bijzondere Jeugdbijstand (1985/1990) en van de Integrale Jeugdhulp (2013).
Sociaal-pedagogisch onderzoek is niet neutraal: vijftig jaar jeugdhulp in Jongerencentrum Cidar mondt uit in een pleidooi om de jeugdhulp op te vatten als communicatieve opbouw van jeugdhulp en niet als toepassing van hulpverleningsvoorschriften. Betekenis geven aan sociale grondrechten wordt dan een rode draad in de dagelijkse praktijk van de jeugdhulp.
Karel De Vos is sinds 1986 directeur van Jongerencentrum Cidar, jeugdhulpvoorziening in Vlaams-Brabant, die een Onthaal-, Oriëntatie- en Observatiecentrum, en een dienst voor intensieve contextbegeleiding (De Vuurvogel) herbergt. Daarnaast richt het centrum Naadloze en Flexibele trajecten in voor jongeren met moeilijkheden op school (Koïnoor). In 2015 promoveerde Karel De Vos tot Doctor in de Pedagogische Wetenschappen aan de Universiteit Gent. Hij is gedurende zijn beroepsloopbaan gefascineerd geraakt door de spanning tussen dominante pedagogie en feitelijk handelen in de jeugdzorg.
Vijftig jaar jeugdhulp in Jongerencentrum Cidar. Halve eeuw op zoek naar een eigen(zinnige) pedagogie.
Vijftig jaar jeugdhulp in Jongerencentrum Cidar biedt de gelegenheid om de ontwikkeling en wijziging van het pedagogisch regime in een jeugdhulpvoorziening te onderzoeken. Dergelijk onderzoek is een weinig betreden terrein in de pedagogiek. Toch ligt hier een schat aan onderzoeksmateriaal om de ontwikkeling van pedagogisch handelen te begrijpen en te duiden. De zoektocht naar een eigen(zinnige) pedagogie wordt in verband gebracht met de jeugdhulpregimes van de Wet op de Jeugdbescherming (1965), van de decreten inzake de Bijzondere Jeugdbijstand (1985/1990) en van de Integrale Jeugdhulp (2013).
Sociaal-pedagogisch onderzoek is niet neutraal: vijftig jaar jeugdhulp in Jongerencentrum Cidar mondt uit in een pleidooi om de jeugdhulp op te vatten als communicatieve opbouw van jeugdhulp en niet als toepassing van hulpverleningsvoorschriften. Betekenis geven aan sociale grondrechten wordt dan een rode draad in de dagelijkse praktijk van de jeugdhulp.
Karel De Vos is sinds 1986 directeur van Jongerencentrum Cidar, jeugdhulpvoorziening in Vlaams-Brabant, die een Onthaal-, Oriëntatie- en Observatiecentrum, en een dienst voor intensieve contextbegeleiding (De Vuurvogel) herbergt. Daarnaast richt het centrum Naadloze en Flexibele trajecten in voor jongeren met moeilijkheden op school (Koïnoor). In 2015 promoveerde Karel De Vos tot Doctor in de Pedagogische Wetenschappen aan de Universiteit Gent. Hij is gedurende zijn beroepsloopbaan gefascineerd geraakt door de spanning tussen dominante pedagogie en feitelijk handelen in de jeugdzorg.
Onderzocht en ondervonden. Over de wetten van de passies / Met voorwoord van Arnon Grunberg
Filosofie is rationeel op zoek gaan naar de waarheid: van het zijn, het weten, de geest, het goede, het rechtvaardige, het schone enzovoort. Al redenerend, nu eens in redetwist, dan in dialoog met anderen, ontwikkelt de filosofie hierover een oorspronkelijk denken.
Psychoanalyse probeert van haar kant mensen in voeling te brengen met de eigen waarheid. Ze streeft naar waarachtigheid door te onderzoeken en te ondervinden wat zich in de levende ontmoeting afspeelt. Het hare is niet het domein van de waarheid, maar van waarheden.
In dit boek wordt geanalyseerd en gefilosofeerd over drift, seks, trauma, passie, geweld, creativiteit, oorlog en kunst. Bij wijze van schrijven, wordt er bewogen tussen de kunst van de rede en de wetten van de passies.
Arnon Grunberg in zijn voorwoord: ‘Ik wens Kinet veel lezers toe’.
Mark Kinet is psychiater, psychotherapeut en psychoanalyticus. Hij is auteur van Freud & co in de psychiatrie. Klinisch psychotherapeutisch perspectief (2006), De wetenschap van de liefde en de kunst van de computeranalyse (2008), Psychopathologie van het hedendaags leven (2013) en Psychologie van de kunst. Een abecedarium (2013).
Onderzocht en ondervonden. Over de wetten van de passies / Met voorwoord van Arnon Grunberg
Filosofie is rationeel op zoek gaan naar de waarheid: van het zijn, het weten, de geest, het goede, het rechtvaardige, het schone enzovoort. Al redenerend, nu eens in redetwist, dan in dialoog met anderen, ontwikkelt de filosofie hierover een oorspronkelijk denken.
Psychoanalyse probeert van haar kant mensen in voeling te brengen met de eigen waarheid. Ze streeft naar waarachtigheid door te onderzoeken en te ondervinden wat zich in de levende ontmoeting afspeelt. Het hare is niet het domein van de waarheid, maar van waarheden.
In dit boek wordt geanalyseerd en gefilosofeerd over drift, seks, trauma, passie, geweld, creativiteit, oorlog en kunst. Bij wijze van schrijven, wordt er bewogen tussen de kunst van de rede en de wetten van de passies.
Arnon Grunberg in zijn voorwoord: ‘Ik wens Kinet veel lezers toe’.
Mark Kinet is psychiater, psychotherapeut en psychoanalyticus. Hij is auteur van Freud & co in de psychiatrie. Klinisch psychotherapeutisch perspectief (2006), De wetenschap van de liefde en de kunst van de computeranalyse (2008), Psychopathologie van het hedendaags leven (2013) en Psychologie van de kunst. Een abecedarium (2013).
Tussen repressie en provocatie. Geschiedenis van de homo- en lesbische emancipatie in Eindhoven 1948-1990.
Tussen 1948 en 1990 liggen bijna veertig jaar. Een periode waarin in Eindhoven zich grotendeels het proces van emancipatie van homoseksuele mannen en lesbische vrouwen voltrok. Van repressie in de jaren veertig en vijftig, waarin de Eindhovense Zedenpolitie homoseksualiteit actief ‘bestreed’, via een periode van voorzichtige zelforganisatie in de jaren zestig en zeventig naar een periode van openlijke homoseksualiteit en provocatie in de jaren tachtig naar de erkenning van de homoseksuele en lesbische burgers door de gemeentelijke overheid in 1990, toen de gemeenteraad een integraal emancipatiebeleid voor homoseksuele mannen en lesbische vrouwen vaststelde.
Dit boek gaat over dit proces, waarin veel Eindhovense mannen en vrouwen actief hebben deelgenomen en zo hun eigen emancipatie mede hebben mogelijk gemaakt. Het is vooral een verhaal van mensen, die uitdrukking wilden kunnen geven aan hun eigen seksualiteit. Zij gingen daarvoor over grenzen, in zichzelf en van de samenleving als geheel, soms met kleine stapjes en soms in sneltreinvaart. Uiteindelijk heeft dit tot een mentaliteitsverandering ten opzichte van seksualiteit, sekse en sekserollen in de samenleving als geheel geleid, die met onder meer in 2001 de openstelling van het burgerlijk huwelijk voor mensen van gelijk geslacht.
Aan dit boek is ook een documentaire verbonden met onder andere filmmateriaal uit de late jaren zeventig en de vroege jaren tachtig.
Luc Brants is cultureel antropoloog en glazenier. Hij publiceerde eerder over onder meer het ontstaan van de ambulante zorg voor mensen met een beperking in de samenleving. Hij werkte met nieuwkomers in Nederland en rondom de relatie tussen homoseksualiteit en de multiculturele samenleving.
Het COC Eindhoven en regio is sinds 1962 de oudste zelforganisatie in Eindhoven rondom vraagstukken van seksualiteit, sekse- en genderrollen.
Tussen repressie en provocatie. Geschiedenis van de homo- en lesbische emancipatie in Eindhoven 1948-1990.
Tussen 1948 en 1990 liggen bijna veertig jaar. Een periode waarin in Eindhoven zich grotendeels het proces van emancipatie van homoseksuele mannen en lesbische vrouwen voltrok. Van repressie in de jaren veertig en vijftig, waarin de Eindhovense Zedenpolitie homoseksualiteit actief ‘bestreed’, via een periode van voorzichtige zelforganisatie in de jaren zestig en zeventig naar een periode van openlijke homoseksualiteit en provocatie in de jaren tachtig naar de erkenning van de homoseksuele en lesbische burgers door de gemeentelijke overheid in 1990, toen de gemeenteraad een integraal emancipatiebeleid voor homoseksuele mannen en lesbische vrouwen vaststelde.
Dit boek gaat over dit proces, waarin veel Eindhovense mannen en vrouwen actief hebben deelgenomen en zo hun eigen emancipatie mede hebben mogelijk gemaakt. Het is vooral een verhaal van mensen, die uitdrukking wilden kunnen geven aan hun eigen seksualiteit. Zij gingen daarvoor over grenzen, in zichzelf en van de samenleving als geheel, soms met kleine stapjes en soms in sneltreinvaart. Uiteindelijk heeft dit tot een mentaliteitsverandering ten opzichte van seksualiteit, sekse en sekserollen in de samenleving als geheel geleid, die met onder meer in 2001 de openstelling van het burgerlijk huwelijk voor mensen van gelijk geslacht.
Aan dit boek is ook een documentaire verbonden met onder andere filmmateriaal uit de late jaren zeventig en de vroege jaren tachtig.
Luc Brants is cultureel antropoloog en glazenier. Hij publiceerde eerder over onder meer het ontstaan van de ambulante zorg voor mensen met een beperking in de samenleving. Hij werkte met nieuwkomers in Nederland en rondom de relatie tussen homoseksualiteit en de multiculturele samenleving.
Het COC Eindhoven en regio is sinds 1962 de oudste zelforganisatie in Eindhoven rondom vraagstukken van seksualiteit, sekse- en genderrollen.
Institutionalisering van een pedagogische paradox. Sociaal-pedagogische benadering van de geschiedenis van de jeugdzorg vanaf de Belgische onafhankelijkheid tot aan het decreet Integrale Jeugdhulp van 12 juli 2013.
De jeugdhulp in Vlaanderen vandaag wordt opgebouwd op fundamenten die ontworpen werden in de 19e eeuw, in de context van de nieuwe Belgische natiestaat. In de loop van de 19e eeuw ontstaat de overtuiging dat sociale problemen verholpen en vermeden kunnen worden, door tussen beide te komen in de opvoeding van kinderen. Die opvatting bouwt verder op de pedagogische paradox in de klassieke opvatting over de functie van opvoeding: opvoeding in de privésfeer dient de publieke functie van het gepaste burgerschapsideaal te realiseren. De geschiedenis van de jeugdzorg laat zich lezen als de institutionalisering van deze pedagogische paradox, terwijl tegelijk het bereik van de jeugdzorg exponentieel uitbreidt. In die uitbreiding van de jeugdzorg is een sociale logica aan het werk, waarin de confrontatie aangegaan wordt tussen opvoedingssituaties “achter de voordeur” met maatschappelijke, openbaar vertolkte verwachtingen jegens de opvoeding van kinderen. Die confrontatie wordt aangegaan via de tussenkomst van personen die daartoe gemandateerd werden. Ook de professionalisering van de jeugdzorg neemt door de geschiedenis heen exponentieel toe.
Dit sociaal-pedagogisch perspectief leidt tot een kritische behandeling van het regime onder de Wet op de Kinderbescherming (1912), de Wet op de Jeugdbescherming (1965), de Decreten inzake de Bijzondere Jeugdbijstand (1985/1990), het Decreet inzake de Integrale Jeugdhulp (2013). De verwevenheid van pedagogische paradox en sociale logica wordt in elk stelsel verder verfijnd.
De jeugdhulp heeft in die verwevenheid gestalte gegeven aan sociaal beleid, in de context van de zich ontwikkelende democratische welvaartsstaat. Merkwaardig is het dan ook dat het ingrijpen in de opvoeding, vooral vanuit de ongeargumenteerde noodzaak tot ingrijpen werd ingezet.
Hierin schemert tegelijk de zorg om de samenleving te beschermen door, en tegelijk de zorg aan kinderen een recht op goede opvoeding toe te verlenen. Door de verwijzing naar sociale grondrechten in de integrale Jeugdhulp vandaag, staat de jeugdhulp voor de opgave op een communicatieve manier vorm te geven aan haar tussenkomsten, door vatbaar te blijven voor de vraag waarom?
Karel De Vos is sinds 1986 directeur van Jongerencentrum Cidar, jeugdhulpvoorziening in Vlaams-Brabant, die een Onthaal-, Oriëntatie- en Observatiecentrum, en een dienst voor intensieve contextbegeleiding (De Vuurvogel) herbergt. Daarnaast richt het centrum Naadloze en Flexibele trajecten in voor jongeren met moeilijkheden op school (Koïnoor). In 2015 promoveerde Karel De Vos tot Doctor in de Pedagogische Wetenschappen aan de Universiteit Gent. Hij is gedurende zijn beroepsloopbaan gefascineerd geraakt door de spanning tussen dominante pedagogie en feitelijk handelen in de jeugdzorg.
Institutionalisering van een pedagogische paradox. Sociaal-pedagogische benadering van de geschiedenis van de jeugdzorg vanaf de Belgische onafhankelijkheid tot aan het decreet Integrale Jeugdhulp van 12 juli 2013.
De jeugdhulp in Vlaanderen vandaag wordt opgebouwd op fundamenten die ontworpen werden in de 19e eeuw, in de context van de nieuwe Belgische natiestaat. In de loop van de 19e eeuw ontstaat de overtuiging dat sociale problemen verholpen en vermeden kunnen worden, door tussen beide te komen in de opvoeding van kinderen. Die opvatting bouwt verder op de pedagogische paradox in de klassieke opvatting over de functie van opvoeding: opvoeding in de privésfeer dient de publieke functie van het gepaste burgerschapsideaal te realiseren. De geschiedenis van de jeugdzorg laat zich lezen als de institutionalisering van deze pedagogische paradox, terwijl tegelijk het bereik van de jeugdzorg exponentieel uitbreidt. In die uitbreiding van de jeugdzorg is een sociale logica aan het werk, waarin de confrontatie aangegaan wordt tussen opvoedingssituaties “achter de voordeur” met maatschappelijke, openbaar vertolkte verwachtingen jegens de opvoeding van kinderen. Die confrontatie wordt aangegaan via de tussenkomst van personen die daartoe gemandateerd werden. Ook de professionalisering van de jeugdzorg neemt door de geschiedenis heen exponentieel toe.
Dit sociaal-pedagogisch perspectief leidt tot een kritische behandeling van het regime onder de Wet op de Kinderbescherming (1912), de Wet op de Jeugdbescherming (1965), de Decreten inzake de Bijzondere Jeugdbijstand (1985/1990), het Decreet inzake de Integrale Jeugdhulp (2013). De verwevenheid van pedagogische paradox en sociale logica wordt in elk stelsel verder verfijnd.
De jeugdhulp heeft in die verwevenheid gestalte gegeven aan sociaal beleid, in de context van de zich ontwikkelende democratische welvaartsstaat. Merkwaardig is het dan ook dat het ingrijpen in de opvoeding, vooral vanuit de ongeargumenteerde noodzaak tot ingrijpen werd ingezet.
Hierin schemert tegelijk de zorg om de samenleving te beschermen door, en tegelijk de zorg aan kinderen een recht op goede opvoeding toe te verlenen. Door de verwijzing naar sociale grondrechten in de integrale Jeugdhulp vandaag, staat de jeugdhulp voor de opgave op een communicatieve manier vorm te geven aan haar tussenkomsten, door vatbaar te blijven voor de vraag waarom?
Karel De Vos is sinds 1986 directeur van Jongerencentrum Cidar, jeugdhulpvoorziening in Vlaams-Brabant, die een Onthaal-, Oriëntatie- en Observatiecentrum, en een dienst voor intensieve contextbegeleiding (De Vuurvogel) herbergt. Daarnaast richt het centrum Naadloze en Flexibele trajecten in voor jongeren met moeilijkheden op school (Koïnoor). In 2015 promoveerde Karel De Vos tot Doctor in de Pedagogische Wetenschappen aan de Universiteit Gent. Hij is gedurende zijn beroepsloopbaan gefascineerd geraakt door de spanning tussen dominante pedagogie en feitelijk handelen in de jeugdzorg.
Geloven in Jezus Christus: waarom niet? Een zinvol leven met toekomst! (Fracarita-reeks, nr. 8)
Het toenemende geweld, de labiele financiële, economische en politieke toestand en de recente immigratiestromen in onze westerse samenleving leiden bij vele tijdgenoten tot vertwijfeling en angst voor de toekomst. In plaats van een leven vanuit angst, wanhoop en valse zekerheden nodigt Christus ook vandaag elke mens uit om samen met Hem de weg van geloof, liefde en hoop te bewandelen. Een leven op basis van deze drie goddelijke deugden is een zinvol en gelukkig leven met toekomst. Daarvoor staat Jezus Christus zelf garant.
Dit boek wil de lezer Jezus Christus beter leren kennen en het geloof in Hem laten groeien om steeds meer volgens de Geest van Jezus Christus te kunnen leven. Met het oog op een vruchtbare dialoog tussen alle mensen van goede wil reiken de teksten aspecten van een christelijke spiritualiteit aan, die mensen kunnen verbinden veeleer dan hen te scheiden.
Het boek is gebaseerd op twee essays van Fernand Van Neste s.J: ‘Over hoop. Hoe ver reikt de hoop die het evangelie ons brengt?’ (Kerk en Wereld, 2009) en ‘Geloven in Jezus Christus, hoe kom je ertoe? Wat heb je eraan’ (Halewijn, 2011). Redacteur Marc Keuleneer heeft uit deze publicaties de essentiële grondgedachten tot een nieuw geheel verwerkt.
Fernand Van Neste s.J. is emeritus hoogleraar aan de Faculteit
Rechten van de Universiteit Antwerpen. Hij is auteur
van juridische publicaties en van tal van artikels over
thema’s in het grensgebied tussen recht, bio-ethiek en medische
ethiek. Tot 2012 was hij ook lid van de Controle- en
Evaluatiecommissie Euthanasie.
Marc Keuleneer studeerde rechten en kerkelijk recht aan de
Universiteit Antwerpen en de KU Leuven. Hij was docent
recht en godsdienst aan de Thomas More Hogeschool in
Antwerpen en wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit
Antwerpen. Sinds 2005 is hij algemeen directeur
van Vormingscentrum Guislain - Broeders van Liefde in
Gent.
Geloven in Jezus Christus: waarom niet? Een zinvol leven met toekomst! (Fracarita-reeks, nr. 8)
Het toenemende geweld, de labiele financiële, economische en politieke toestand en de recente immigratiestromen in onze westerse samenleving leiden bij vele tijdgenoten tot vertwijfeling en angst voor de toekomst. In plaats van een leven vanuit angst, wanhoop en valse zekerheden nodigt Christus ook vandaag elke mens uit om samen met Hem de weg van geloof, liefde en hoop te bewandelen. Een leven op basis van deze drie goddelijke deugden is een zinvol en gelukkig leven met toekomst. Daarvoor staat Jezus Christus zelf garant.
Dit boek wil de lezer Jezus Christus beter leren kennen en het geloof in Hem laten groeien om steeds meer volgens de Geest van Jezus Christus te kunnen leven. Met het oog op een vruchtbare dialoog tussen alle mensen van goede wil reiken de teksten aspecten van een christelijke spiritualiteit aan, die mensen kunnen verbinden veeleer dan hen te scheiden.
Het boek is gebaseerd op twee essays van Fernand Van Neste s.J: ‘Over hoop. Hoe ver reikt de hoop die het evangelie ons brengt?’ (Kerk en Wereld, 2009) en ‘Geloven in Jezus Christus, hoe kom je ertoe? Wat heb je eraan’ (Halewijn, 2011). Redacteur Marc Keuleneer heeft uit deze publicaties de essentiële grondgedachten tot een nieuw geheel verwerkt.
Fernand Van Neste s.J. is emeritus hoogleraar aan de Faculteit
Rechten van de Universiteit Antwerpen. Hij is auteur
van juridische publicaties en van tal van artikels over
thema’s in het grensgebied tussen recht, bio-ethiek en medische
ethiek. Tot 2012 was hij ook lid van de Controle- en
Evaluatiecommissie Euthanasie.
Marc Keuleneer studeerde rechten en kerkelijk recht aan de
Universiteit Antwerpen en de KU Leuven. Hij was docent
recht en godsdienst aan de Thomas More Hogeschool in
Antwerpen en wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit
Antwerpen. Sinds 2005 is hij algemeen directeur
van Vormingscentrum Guislain - Broeders van Liefde in
Gent.
Jaarboek KMSKA 2013-2014
At various points over the course of the 20th century, the Belgian State and its various ministries and provinces consciously chose to subsidise not only the fine arts but also the applied and decorative arts, and in particular the art of weaving tapestry. On the one hand, orders were placed for World Exhibitions and for Belgian embassies, and on the other competitions were held for tapestries to be hung in important locations such as the United Nations and NATO headquarters, and the exhibitions that were organized by the various ministries over the years. They provided an overview of the ways in which this branch of the arts was changing as well as representative work by the best tapestry designers. The exhibitions organized by the provincial authorities give quite a different image. There were the highly conventional exhibitions of Brabantine tapestries to promote the craftsmanship of the province and there were the more innovative textile exhibitions.
Taken as a whole, the commissions, competitions and exhibitions give a good overview of what was happening in Belgium in the field of tapestry over the period 1945-1980. They also make it clear what image was being projected abroad: that of a country with rich traditions, master craftsmanship in weaving, and in the 1970s some affiliation to the latest developments in European textile art.
Jaarboek KMSKA 2013-2014
At various points over the course of the 20th century, the Belgian State and its various ministries and provinces consciously chose to subsidise not only the fine arts but also the applied and decorative arts, and in particular the art of weaving tapestry. On the one hand, orders were placed for World Exhibitions and for Belgian embassies, and on the other competitions were held for tapestries to be hung in important locations such as the United Nations and NATO headquarters, and the exhibitions that were organized by the various ministries over the years. They provided an overview of the ways in which this branch of the arts was changing as well as representative work by the best tapestry designers. The exhibitions organized by the provincial authorities give quite a different image. There were the highly conventional exhibitions of Brabantine tapestries to promote the craftsmanship of the province and there were the more innovative textile exhibitions.
Taken as a whole, the commissions, competitions and exhibitions give a good overview of what was happening in Belgium in the field of tapestry over the period 1945-1980. They also make it clear what image was being projected abroad: that of a country with rich traditions, master craftsmanship in weaving, and in the 1970s some affiliation to the latest developments in European textile art.
Culture. A Philosophical Perspective
This book attempts to grant a clear insight into the problem of culture. Thinking about culture, we are faced with the inevitable, and apparently insuperable, problem of how to study culture in the absence of a consensual definition of this notion. For several reasons, the anthropologists Claude Lévi-Strauss and Clifford Geertz provide an ideal starting point for tackling this issue. Firstly, both graduated in philosophy before turning to anthropology. Secondly, the linguisticmodel- based approach they initiated is founded on the general belief that language is a feature which all men have in common. And thirdly, when taken together, the conclusions reached by Lévi-Strauss and Geertz, which contradict one another, yield a clear view on the conceptual complexity of culture.
Martine Lejeune has a PhD in Philosophy. She is currently a visiting professor at the Faculty of Arts and Philosophy of the University of Ghent, where she teaches a course about interculturality.
Culture. A Philosophical Perspective
This book attempts to grant a clear insight into the problem of culture. Thinking about culture, we are faced with the inevitable, and apparently insuperable, problem of how to study culture in the absence of a consensual definition of this notion. For several reasons, the anthropologists Claude Lévi-Strauss and Clifford Geertz provide an ideal starting point for tackling this issue. Firstly, both graduated in philosophy before turning to anthropology. Secondly, the linguisticmodel- based approach they initiated is founded on the general belief that language is a feature which all men have in common. And thirdly, when taken together, the conclusions reached by Lévi-Strauss and Geertz, which contradict one another, yield a clear view on the conceptual complexity of culture.
Martine Lejeune has a PhD in Philosophy. She is currently a visiting professor at the Faculty of Arts and Philosophy of the University of Ghent, where she teaches a course about interculturality.
Mentemo-spel+boek. (vBL)Een reflectiespel voor teams rond emotionele beschikbaarheid (Clipbox/spelbord&-kaarten+boek: Emotionele ontwikkeling in verbinding/BVol)
Het boek Emotionele ontwikkeling in verbinding handelt over begeleiders in relatie met een bijzonder uitdagende doelgroep, met name personen met een verstandelijke beperking en geestelijke gezondheidsproblemen. Binnen deze complexe ondersteuningscontext ervaren zowel de begeleider als de cliënt een dagelijkse druk op de relatie. Gevoelens van onmacht, vertwijfeling, angst, frustratie en kwaadheid kunnen soms geruisloos evolueren naar grote vermoeidheid, stress en burn-out.
Hoe kunnen begeleiders adequaat ondersteund worden in hun relatie met deze doelgroep en wat hebben ze daarvoor nodig? Om hierop antwoorden te bieden, sloegen onderzoekers van Hogeschool Gent een jaar hun tenten op bij een team voor volwassenen met een verstandelijke beperking en geestelijke gezondheidsproblemen. Het resultaat is een ondersteuningsmethodiek voor begeleiders en het middenkader, gebaseerd op het model van emotionele ontwikkeling (Došen e.a.) in verbinding met de principes van emotionele beschikbaarheid en mentaliseren (De Belie e.a.). Emotionele ontwikkeling, emotionele afstemming en emotionele beschikbaarheid worden hierbij met elkaar verbonden in een onlosmakelijke triade. MENTEMO is een spel dat je door de vier begeleiderdimensies van wederzijdse emotionele beschikbaarheid loodst, met aandacht voor het belang van stressregulatie en mentaliseren. Zo zijn vragen aan de orde over sensitieve responsiviteit, structuur bieden, ruimte laten en mildheid. Er zijn ook vragen gericht op de begeleider; hierin worden parallellen onderzocht tussen de beleving van de begeleiders en die van cliënten/ouders. MENTEMO heeft als doel reflectie en dialoog over de eigen praktijk te ondersteunen.
Deze doos bevat het boek Emotionele ontwikkeling in verbinding, een MENTEMO- spelbord, kaartjes met vragen en handige schema’s ter ondersteuning. Kortom, alles wat je nodig hebt om met je team deze ondersteuningsmethodiek toe te passen.
Filip Morisse, Erik De Belie, Mieke Blontrock, Jolien Verhasselt en Claudia Claes zijn allen orthopedagogen en verbonden aan Hogeschool Gent, Faculteit Mens en Welzijn, vakgroep orthopedagogie en E-QUAL (expertisecentrum Quality of Life). Met bijdragen van Anton Došen, Arno Willems, Chris van Dam en Johan De Groef.
Mentemo-spel+boek. (vBL)Een reflectiespel voor teams rond emotionele beschikbaarheid (Clipbox/spelbord&-kaarten+boek: Emotionele ontwikkeling in verbinding/BVol)
Het boek Emotionele ontwikkeling in verbinding handelt over begeleiders in relatie met een bijzonder uitdagende doelgroep, met name personen met een verstandelijke beperking en geestelijke gezondheidsproblemen. Binnen deze complexe ondersteuningscontext ervaren zowel de begeleider als de cliënt een dagelijkse druk op de relatie. Gevoelens van onmacht, vertwijfeling, angst, frustratie en kwaadheid kunnen soms geruisloos evolueren naar grote vermoeidheid, stress en burn-out.
Hoe kunnen begeleiders adequaat ondersteund worden in hun relatie met deze doelgroep en wat hebben ze daarvoor nodig? Om hierop antwoorden te bieden, sloegen onderzoekers van Hogeschool Gent een jaar hun tenten op bij een team voor volwassenen met een verstandelijke beperking en geestelijke gezondheidsproblemen. Het resultaat is een ondersteuningsmethodiek voor begeleiders en het middenkader, gebaseerd op het model van emotionele ontwikkeling (Došen e.a.) in verbinding met de principes van emotionele beschikbaarheid en mentaliseren (De Belie e.a.). Emotionele ontwikkeling, emotionele afstemming en emotionele beschikbaarheid worden hierbij met elkaar verbonden in een onlosmakelijke triade. MENTEMO is een spel dat je door de vier begeleiderdimensies van wederzijdse emotionele beschikbaarheid loodst, met aandacht voor het belang van stressregulatie en mentaliseren. Zo zijn vragen aan de orde over sensitieve responsiviteit, structuur bieden, ruimte laten en mildheid. Er zijn ook vragen gericht op de begeleider; hierin worden parallellen onderzocht tussen de beleving van de begeleiders en die van cliënten/ouders. MENTEMO heeft als doel reflectie en dialoog over de eigen praktijk te ondersteunen.
Deze doos bevat het boek Emotionele ontwikkeling in verbinding, een MENTEMO- spelbord, kaartjes met vragen en handige schema’s ter ondersteuning. Kortom, alles wat je nodig hebt om met je team deze ondersteuningsmethodiek toe te passen.
Filip Morisse, Erik De Belie, Mieke Blontrock, Jolien Verhasselt en Claudia Claes zijn allen orthopedagogen en verbonden aan Hogeschool Gent, Faculteit Mens en Welzijn, vakgroep orthopedagogie en E-QUAL (expertisecentrum Quality of Life). Met bijdragen van Anton Došen, Arno Willems, Chris van Dam en Johan De Groef.
Emotionele ontwikkeling in verbinding. Coachingsmethodiek voor begeleiders van cliënten met probleemgedrag(B/Vol)
Het boek Emotionele ontwikkeling in verbinding handelt over begeleiders in relatie met een bijzonder uitdagende doelgroep, met name personen met een verstandelijke beperking en geestelijke gezondheidsproblemen. Binnen deze complexe ondersteuningscontext ervaren zowel de begeleider als de cliënt een dagelijkse druk op de relatie. Gevoelens van onmacht, vertwijfeling, angst, frustratie en kwaadheid kunnen soms geruisloos evolueren naar grote vermoeidheid, stress en burn-out.
Hoe kunnen begeleiders adequaat ondersteund worden in hun relatie met deze doelgroep en wat hebben ze daarvoor nodig? Om hierop antwoorden te bieden, sloegen onderzoekers van Hogeschool Gent een jaar hun tenten op bij een team voor volwassenen met een verstandelijke beperking en geestelijke gezondheidsproblemen. Het resultaat is een ondersteuningsmethodiek voor begeleiders en het middenkader, gebaseerd op het model van emotionele ontwikkeling (Došen e.a.) in verbinding met de principes van emotionele beschikbaarheid en mentaliseren (De Belie e.a.). Emotionele ontwikkeling, emotionele afstemming en emotionele beschikbaarheid worden hierbij met elkaar verbonden in een onlosmakelijke triade. MENTEMO is een spel dat je door de vier begeleiderdimensies van wederzijdse emotionele beschikbaarheid loodst, met aandacht voor het belang van stressregulatie en mentaliseren. Zo zijn vragen aan de orde over sensitieve responsiviteit, structuur bieden, ruimte laten en mildheid. Er zijn ook vragen gericht op de begeleider; hierin worden parallellen onderzocht tussen de beleving van de begeleiders en die van cliënten/ouders. MENTEMO heeft als doel reflectie en dialoog over de eigen praktijk te ondersteunen.
Filip Morisse, Erik De Belie, Mieke Blontrock, Jolien Verhasselt en Claudia Claes zijn allen orthopedagogen en verbonden aan Hogeschool Gent, Faculteit Mens en Welzijn, vakgroep orthopedagogie en E-QUAL (expertisecentrum Quality of Life). Met bijdragen van Anton Došen, Arno Willems, Chris van Dam en Johan De Groef.
Emotionele ontwikkeling in verbinding. Coachingsmethodiek voor begeleiders van cliënten met probleemgedrag(B/Vol)
Het boek Emotionele ontwikkeling in verbinding handelt over begeleiders in relatie met een bijzonder uitdagende doelgroep, met name personen met een verstandelijke beperking en geestelijke gezondheidsproblemen. Binnen deze complexe ondersteuningscontext ervaren zowel de begeleider als de cliënt een dagelijkse druk op de relatie. Gevoelens van onmacht, vertwijfeling, angst, frustratie en kwaadheid kunnen soms geruisloos evolueren naar grote vermoeidheid, stress en burn-out.
Hoe kunnen begeleiders adequaat ondersteund worden in hun relatie met deze doelgroep en wat hebben ze daarvoor nodig? Om hierop antwoorden te bieden, sloegen onderzoekers van Hogeschool Gent een jaar hun tenten op bij een team voor volwassenen met een verstandelijke beperking en geestelijke gezondheidsproblemen. Het resultaat is een ondersteuningsmethodiek voor begeleiders en het middenkader, gebaseerd op het model van emotionele ontwikkeling (Došen e.a.) in verbinding met de principes van emotionele beschikbaarheid en mentaliseren (De Belie e.a.). Emotionele ontwikkeling, emotionele afstemming en emotionele beschikbaarheid worden hierbij met elkaar verbonden in een onlosmakelijke triade. MENTEMO is een spel dat je door de vier begeleiderdimensies van wederzijdse emotionele beschikbaarheid loodst, met aandacht voor het belang van stressregulatie en mentaliseren. Zo zijn vragen aan de orde over sensitieve responsiviteit, structuur bieden, ruimte laten en mildheid. Er zijn ook vragen gericht op de begeleider; hierin worden parallellen onderzocht tussen de beleving van de begeleiders en die van cliënten/ouders. MENTEMO heeft als doel reflectie en dialoog over de eigen praktijk te ondersteunen.
Filip Morisse, Erik De Belie, Mieke Blontrock, Jolien Verhasselt en Claudia Claes zijn allen orthopedagogen en verbonden aan Hogeschool Gent, Faculteit Mens en Welzijn, vakgroep orthopedagogie en E-QUAL (expertisecentrum Quality of Life). Met bijdragen van Anton Došen, Arno Willems, Chris van Dam en Johan De Groef.
Changing Social Norms to Universalize Girls’ Education in East Africa. Lessons from a Pilot Project.
The educational experience reproduces gender ideologies and social norms, which interact with schooling for girls in very particular ways and are implicated in their persistent gendered exclusion and marginalization. The authors in this volume focus on this link by taking a social norms approach to profile the processes, strategies of and research on community-led interventions. The chapters are paced around a pilot project that critically adapted a successful model in India to develop context-appropriate integrated approaches to universalizing secondary education for girls in purposively selected rural and urban poor contexts in Kenya and Uganda.
The analyses provide reflexive documentation of the successes and challenges of project implementation activities that have successfully contested girls’ exclusion and marginalization in education. This requires a sustained focus on the link between social and educational institutions and policies and working in an integrated manner with a range of policy actors including young people and targeted communities to bring about significant and sustainable change.
AUMA OKWANY, International Institute of Social Studies of Erasmus University Rotterdam
REKHA WAZIR, International Child Development Initiatives, Leiden
Changing Social Norms to Universalize Girls’ Education in East Africa. Lessons from a Pilot Project.
The educational experience reproduces gender ideologies and social norms, which interact with schooling for girls in very particular ways and are implicated in their persistent gendered exclusion and marginalization. The authors in this volume focus on this link by taking a social norms approach to profile the processes, strategies of and research on community-led interventions. The chapters are paced around a pilot project that critically adapted a successful model in India to develop context-appropriate integrated approaches to universalizing secondary education for girls in purposively selected rural and urban poor contexts in Kenya and Uganda.
The analyses provide reflexive documentation of the successes and challenges of project implementation activities that have successfully contested girls’ exclusion and marginalization in education. This requires a sustained focus on the link between social and educational institutions and policies and working in an integrated manner with a range of policy actors including young people and targeted communities to bring about significant and sustainable change.
AUMA OKWANY, International Institute of Social Studies of Erasmus University Rotterdam
REKHA WAZIR, International Child Development Initiatives, Leiden
Kids-Gids. Samen met kinderen en tieners de stad van morgen plannen.
De planning van kindvriendelijke stedelijke ruimtes vormt vandaag een uitdagende interdisciplinaire opgave voor iedereen die ruimtelijk, pedagogisch of sociaal mee aan de toekomstige stad werkt. De betrokkenheid van kinderen en tieners in deze processen wordt meer dan ooit gezien als een voorwaarde om tot een leefbare en duurzame stedelijke omgeving te komen. Deze betrokkenheid beperkt zich niet tot de rol van informant en/of participant in een planningsproces, maar vraagt een openheid en opgave om kinderen en tieners als medeonderzoekers en -planners van de stad van morgen te erkennen.
Deze KIDS-GIDS combineert sociale, pedagogische en ruimtelijke inzichten en reikt een set bruikbare tools aan die bijdragen tot een steviger burgerschapspositie van kinderen en jongeren in (kindvriendelijke) stedelijke plannings- en veranderingsprocessen. Deze tools werden ontwikkeld en uitgetest in de context van vier verschillende soorten stedelijke planningsprocessen: stadsvernieuwing, stadseducatie, stadsontwikkeling en stedelijke transitie. Ze helpen de positie van kinderen en tieners in de verschillende fasen van een planningsproces te versterken: kijken en onderzoeken, uitwisselen en ordenen, verbeelden en experimenteren, toetsen en selecteren, en tussenkomen en presenteren.
Het uitgangspunt voor Sp_tie Onderzoekseenheid Landschapsarchitectuur is dat de grote diversiteit aan landschappen en de ermee gepaard gaande multifunctionaliteit van Vlaanderen bij uitstek een boeiend laboratorium maakt voor onderzoek en praktijk in landschapsontwerp. Landschapsontwerp reikt handvaten aan om te komen tot gebiedsspecifieke en duurzame oplossingen voor nieuwe ontwikkelingen in de samenleving. Kennis en inzicht in het landschap en de gevolgen van transformaties ervan, het inzetten van landschap als medium voor integratie en ontwerpend onderzoek als beeldend communicatiemiddel spelen hierbij een fundamentele rol.
Het team Verstedelijking en Gemeenschapsvorming van de vakgroep Sociaal Werk bestudeert verstedelijkingsvraagstukken vanuit de samenhang tussen de perspectieven van bewoners en gebruikers, sociaal werkpraktijken en beleidsmakers in en rond de stad. Meer specifiek werken we via onderzoek, dienstverlening en onderwijs rond bewonersparticipatie, burgerschap van kinderen en jongeren, omgevingsanalyse, buurtgericht werken, sociaalculturele praktijken in de stad, stedenbeleid, stadsvernieuwing, en participatief actieonderzoek.
Kids-Gids. Samen met kinderen en tieners de stad van morgen plannen.
De planning van kindvriendelijke stedelijke ruimtes vormt vandaag een uitdagende interdisciplinaire opgave voor iedereen die ruimtelijk, pedagogisch of sociaal mee aan de toekomstige stad werkt. De betrokkenheid van kinderen en tieners in deze processen wordt meer dan ooit gezien als een voorwaarde om tot een leefbare en duurzame stedelijke omgeving te komen. Deze betrokkenheid beperkt zich niet tot de rol van informant en/of participant in een planningsproces, maar vraagt een openheid en opgave om kinderen en tieners als medeonderzoekers en -planners van de stad van morgen te erkennen.
Deze KIDS-GIDS combineert sociale, pedagogische en ruimtelijke inzichten en reikt een set bruikbare tools aan die bijdragen tot een steviger burgerschapspositie van kinderen en jongeren in (kindvriendelijke) stedelijke plannings- en veranderingsprocessen. Deze tools werden ontwikkeld en uitgetest in de context van vier verschillende soorten stedelijke planningsprocessen: stadsvernieuwing, stadseducatie, stadsontwikkeling en stedelijke transitie. Ze helpen de positie van kinderen en tieners in de verschillende fasen van een planningsproces te versterken: kijken en onderzoeken, uitwisselen en ordenen, verbeelden en experimenteren, toetsen en selecteren, en tussenkomen en presenteren.
Het uitgangspunt voor Sp_tie Onderzoekseenheid Landschapsarchitectuur is dat de grote diversiteit aan landschappen en de ermee gepaard gaande multifunctionaliteit van Vlaanderen bij uitstek een boeiend laboratorium maakt voor onderzoek en praktijk in landschapsontwerp. Landschapsontwerp reikt handvaten aan om te komen tot gebiedsspecifieke en duurzame oplossingen voor nieuwe ontwikkelingen in de samenleving. Kennis en inzicht in het landschap en de gevolgen van transformaties ervan, het inzetten van landschap als medium voor integratie en ontwerpend onderzoek als beeldend communicatiemiddel spelen hierbij een fundamentele rol.
Het team Verstedelijking en Gemeenschapsvorming van de vakgroep Sociaal Werk bestudeert verstedelijkingsvraagstukken vanuit de samenhang tussen de perspectieven van bewoners en gebruikers, sociaal werkpraktijken en beleidsmakers in en rond de stad. Meer specifiek werken we via onderzoek, dienstverlening en onderwijs rond bewonersparticipatie, burgerschap van kinderen en jongeren, omgevingsanalyse, buurtgericht werken, sociaalculturele praktijken in de stad, stedenbeleid, stadsvernieuwing, en participatief actieonderzoek.
Cultuurverschillen. Een begin van inzicht.
Veel mensen hebben te maken met andere culturen dan hun eigen cultuur. En heel vaak gaat dat ook mis. Door ontbrekende kennis van cultuurverschillen en hoe daarmee om te gaan.
Dit boek brengt de belangrijkste vragen en vooral antwoorden bij elkaar. Dat gebeurt op een luchtige manier, begrijpbaar voor iedereen. Een grote hoeveelheid voorbeelden helpt hierbij. De voorbeelden zijn gebaseerd op reële ervaringen van de auteur. De vele illustraties zorgen voor een speelse sfeer en dragen bij aan de toegankelijkheid van dit boek.
Hans de Waard is gefascineerd door culturen en cultuurverschillen.
Dit boek schreef hij mede ter ondersteuning van de medewerkers van
de grote stromen immigranten die nu onze landen binnenkomen.
Daan King heeft zich als turcoloog en onderwijskundige vele jaren
ingezet voor het onderwijs Turks in Nederland. Hij is verantwoordelijk
voor de illustraties.
Cultuurverschillen. Een begin van inzicht.
Veel mensen hebben te maken met andere culturen dan hun eigen cultuur. En heel vaak gaat dat ook mis. Door ontbrekende kennis van cultuurverschillen en hoe daarmee om te gaan.
Dit boek brengt de belangrijkste vragen en vooral antwoorden bij elkaar. Dat gebeurt op een luchtige manier, begrijpbaar voor iedereen. Een grote hoeveelheid voorbeelden helpt hierbij. De voorbeelden zijn gebaseerd op reële ervaringen van de auteur. De vele illustraties zorgen voor een speelse sfeer en dragen bij aan de toegankelijkheid van dit boek.
Hans de Waard is gefascineerd door culturen en cultuurverschillen.
Dit boek schreef hij mede ter ondersteuning van de medewerkers van
de grote stromen immigranten die nu onze landen binnenkomen.
Daan King heeft zich als turcoloog en onderwijskundige vele jaren
ingezet voor het onderwijs Turks in Nederland. Hij is verantwoordelijk
voor de illustraties.
Zuiver en ontroerend beweegloos. Prerafaëlitische sporen in de Belgische kunst en literatuur.
Met Zuiver en ontroerend beweegloos. Prerafaëlitische sporen in de Belgische kunst en literatuur gaat de auteur op zoek naar restanten van de beroemde Engelse kunststroming uit het midden en de tweede helft van de negentiende eeuw in de Belgische kunst (schilderkunst) en literatuur van het fin de siècle. Cruciaal daarin zijn van prerafaëlitische zijde figuren als Dante Gabriel Rossetti, Ford Madox Brown en John Ruskin. Maar er waren een aantal continentale katalysatoren nodig die het prerafaëlitisme kenden en filterden in functie van een cultuurhistorische transfer naar onze contreien. Figuren als Pol de Mont, Jozef Muls, de gebroeders Khnopff, Charles van Lerberghe of Maurice Maeterlinck zijn daarbij van groot belang. Op die manier vertoont zich een specifiek beeld van onze kunst en literatuur van de laatste decennia van de negentiende en het eerste decennium van de twintigste eeuw, geschreven vanuit een nauwkeurig samengestelde prerafaëlitische typologie. Daaruit resulteert dan weer een specifiek paradigma met laatromantische en symbolistische trekken. Het is overigens voor het grootste deel via het symbolisme dat prerafaëlitische impulsen in onze kunsten konden gedijen. De implementering ervan levert echter, enkele uitzonderingen en aangename verrassingen niet te na gesproken, niet meteen het artistieke gehalte van de Engelse voorbeelden en prototypes.
Stefan van den Bossche is als literatuurhistoricus en cultuurwetenschapper (specialisatie beeldende kunst) verbonden aan de KU Leuven en de UC Leuven-Limburg. In 2005 promoveerde hij tot doctor in de letteren aan de VU Amsterdam. Hij publiceerde onder meer Een kortstondige kolonie. Santo Tomas de Guatemala (1843-1854). Een literaire documentaire (1997), De adem van Mistral. Een reis door de geschreven Provence (1999), De wereld is zoo schoon waarvan wij droomen. Jan van Nijlen 1884-1965 (2005), Op zoek naar gestalten. Artistieke verkenningen in literair-historisch perspectief (2006) en Grondlaag & pigment. Kunst, cultuur en samenleving (2012). Zijn onderzoek spitst zich toe op de kunst en literatuur van het fin de siècle en het interbellum, en op de vergelijkende studie van beeldende kunst en literatuur.
Zuiver en ontroerend beweegloos. Prerafaëlitische sporen in de Belgische kunst en literatuur.
Met Zuiver en ontroerend beweegloos. Prerafaëlitische sporen in de Belgische kunst en literatuur gaat de auteur op zoek naar restanten van de beroemde Engelse kunststroming uit het midden en de tweede helft van de negentiende eeuw in de Belgische kunst (schilderkunst) en literatuur van het fin de siècle. Cruciaal daarin zijn van prerafaëlitische zijde figuren als Dante Gabriel Rossetti, Ford Madox Brown en John Ruskin. Maar er waren een aantal continentale katalysatoren nodig die het prerafaëlitisme kenden en filterden in functie van een cultuurhistorische transfer naar onze contreien. Figuren als Pol de Mont, Jozef Muls, de gebroeders Khnopff, Charles van Lerberghe of Maurice Maeterlinck zijn daarbij van groot belang. Op die manier vertoont zich een specifiek beeld van onze kunst en literatuur van de laatste decennia van de negentiende en het eerste decennium van de twintigste eeuw, geschreven vanuit een nauwkeurig samengestelde prerafaëlitische typologie. Daaruit resulteert dan weer een specifiek paradigma met laatromantische en symbolistische trekken. Het is overigens voor het grootste deel via het symbolisme dat prerafaëlitische impulsen in onze kunsten konden gedijen. De implementering ervan levert echter, enkele uitzonderingen en aangename verrassingen niet te na gesproken, niet meteen het artistieke gehalte van de Engelse voorbeelden en prototypes.
Stefan van den Bossche is als literatuurhistoricus en cultuurwetenschapper (specialisatie beeldende kunst) verbonden aan de KU Leuven en de UC Leuven-Limburg. In 2005 promoveerde hij tot doctor in de letteren aan de VU Amsterdam. Hij publiceerde onder meer Een kortstondige kolonie. Santo Tomas de Guatemala (1843-1854). Een literaire documentaire (1997), De adem van Mistral. Een reis door de geschreven Provence (1999), De wereld is zoo schoon waarvan wij droomen. Jan van Nijlen 1884-1965 (2005), Op zoek naar gestalten. Artistieke verkenningen in literair-historisch perspectief (2006) en Grondlaag & pigment. Kunst, cultuur en samenleving (2012). Zijn onderzoek spitst zich toe op de kunst en literatuur van het fin de siècle en het interbellum, en op de vergelijkende studie van beeldende kunst en literatuur.
Lachland. Puzzels, raadsels en spelletjes voor wie van Nederlands houdt.
Hou je van taalspelletjes? Dan is dit boek iets voor jou!
- op een leuke manier spelen met taal
- veel puzzels, raadsels, spelletjes en moppen
- voor tieners en volwassenen
- voor beginnende en gevorderde taalleerders
- met cartoons van Kamagurka, Latif Ait en Jonas Geirnaert
- oplossingen achter in het boek
Helga Van Loo studeerde Germaanse talen aan de KU Leuven en volgde
daarna een bijkomende opleiding NT2-didactiek aan de Universiteit
Antwerpen. Ze werkt als docente Nederlands als tweede taal aan het
Instituut voor Levende Talen van de KU Leuven en is docente NT2-didactiek
aan de Universiteit Antwerpen. Buiten de klas ontwikkelde ze nieuw NT2- en
NVT-lesmateriaal; Zij verzorgt ook bijscholingen
en workshops in binnen- en buitenland.
Peter Schoenaerts studeerde Taal- en Letterkunde (Nederlands en Engels)
aan de KU Leuven, en volgde een drama-opleiding aan de American
Academy of Dramatic Arts in New York. Peter werkte mee aan verscheidene
Nederlandse taalmethodes en publicaties. Hij werkte o.a. zeven jaar voor de Nederlandse
Taalunie als taalexpert NVT. Sinds 2001 maakt hij geregeld theaterproducties
voor anderstaligen. Momenteel is hij dagelijks leider van ‘Theater van A tot Z’
en eindredacteur bij het weekblad Humo.
Met illustraties door: Latif Ait, Kamagurka en Jonas Geirnaert
Lachland. Puzzels, raadsels en spelletjes voor wie van Nederlands houdt.
Hou je van taalspelletjes? Dan is dit boek iets voor jou!
- op een leuke manier spelen met taal
- veel puzzels, raadsels, spelletjes en moppen
- voor tieners en volwassenen
- voor beginnende en gevorderde taalleerders
- met cartoons van Kamagurka, Latif Ait en Jonas Geirnaert
- oplossingen achter in het boek
Helga Van Loo studeerde Germaanse talen aan de KU Leuven en volgde
daarna een bijkomende opleiding NT2-didactiek aan de Universiteit
Antwerpen. Ze werkt als docente Nederlands als tweede taal aan het
Instituut voor Levende Talen van de KU Leuven en is docente NT2-didactiek
aan de Universiteit Antwerpen. Buiten de klas ontwikkelde ze nieuw NT2- en
NVT-lesmateriaal; Zij verzorgt ook bijscholingen
en workshops in binnen- en buitenland.
Peter Schoenaerts studeerde Taal- en Letterkunde (Nederlands en Engels)
aan de KU Leuven, en volgde een drama-opleiding aan de American
Academy of Dramatic Arts in New York. Peter werkte mee aan verscheidene
Nederlandse taalmethodes en publicaties. Hij werkte o.a. zeven jaar voor de Nederlandse
Taalunie als taalexpert NVT. Sinds 2001 maakt hij geregeld theaterproducties
voor anderstaligen. Momenteel is hij dagelijks leider van ‘Theater van A tot Z’
en eindredacteur bij het weekblad Humo.
Met illustraties door: Latif Ait, Kamagurka en Jonas Geirnaert
Milieu en milieubehoud. Economische benadering
Dit studieboek biedt een heldere inleiding tot de economische benadering van milieuvragen en de aansluitende beleidsaanpak. Hoewel inleidend, behandelen de auteurs de belangrijkste aspecten, met vernieuwende bijdragen zoals: verduidelijking van de inhoud van duurzame ontwikkeling, weergave van de kosten-batenafweging met afzonderlijke aandacht voor de publieke en de privésferen en verklaring van de EU-emissiehandel.
De econoom ontdekt in het eerste hoofdstuk een ruimere visie door toetsing van de economische benadering aan inzichten uit andere disciplines. Het tweede hoofdstuk maakt de niet-econoom vertrouwd met de basisconcepten van economisch denken. Het derde hoofdstuk beschrijft de methoden om niet-geprijsde factoren alsnog een monetaire waarde toe te kennen. Het vierde hoofdstuk legt uit hoe economisch redeneren kan bijdragen tot milieubehoud in de praktijk. De afweging van kosten tegen baten van milieubehoud omcirkelt na te streven doelstellingen voor de gemeenschap. Het conflict tussen privé- en publiek belang maakt de zichtbare hand van het beleid nodig om de neuzen van de talrijke vervuilers in de richting van milieubehoud te zetten en te houden.
De keuze van het geschikte beleidsinstrument komt uitgebreid aan bod in hoofdstuk vijf, met een overzichtelijke lijst van criteria en een diepgaande studie van de economische instrumenten bij uitstek: heffingen en verhandelbare emissievergunningen. Het laatste instrument is een hybride en om spraakverwarring te voorkomen, geldt het EU-emissiehandelsschema als referentie voor de studie. Het handboek sluit af met kernbegrippen van besluitvorming en een bespreking van de kosten-batenanalyse. Lesgevers die het boek als handboek benutten, kunnen bij de auteurs de powerpoint- bestanden aanvragen ter ondersteuning.
Aviel Verbruggen (www.avielverbruggen.be) is hoogleraar emeritus aan de Universiteit
Antwerpen. Hij doceerde milieu- en energie-economie, was de eerste
voorzitter van de MiNaRaad Vlaanderen (1991-95), concipieerde en redigeerde
de milieu- en natuurrapporten Vlaanderen (1993-98) en was lid van het klimaatpanel
IPCC (1998-2014).
Steven Van Passel is hoofddocent aan de Universiteit Antwerpen. Hij doceert
milieu- en energie-economie aan de Universiteiten van Antwerpen en Hasselt.
Zijn onderzoek richt zich op de interactie tussen economie, technologie en het
milieu. Hij is auteur van talrijke wetenschappelijke publicaties en participeert in
verscheidene nationale en internationale onderzoeksprojecten.
Milieu en milieubehoud. Economische benadering
Dit studieboek biedt een heldere inleiding tot de economische benadering van milieuvragen en de aansluitende beleidsaanpak. Hoewel inleidend, behandelen de auteurs de belangrijkste aspecten, met vernieuwende bijdragen zoals: verduidelijking van de inhoud van duurzame ontwikkeling, weergave van de kosten-batenafweging met afzonderlijke aandacht voor de publieke en de privésferen en verklaring van de EU-emissiehandel.
De econoom ontdekt in het eerste hoofdstuk een ruimere visie door toetsing van de economische benadering aan inzichten uit andere disciplines. Het tweede hoofdstuk maakt de niet-econoom vertrouwd met de basisconcepten van economisch denken. Het derde hoofdstuk beschrijft de methoden om niet-geprijsde factoren alsnog een monetaire waarde toe te kennen. Het vierde hoofdstuk legt uit hoe economisch redeneren kan bijdragen tot milieubehoud in de praktijk. De afweging van kosten tegen baten van milieubehoud omcirkelt na te streven doelstellingen voor de gemeenschap. Het conflict tussen privé- en publiek belang maakt de zichtbare hand van het beleid nodig om de neuzen van de talrijke vervuilers in de richting van milieubehoud te zetten en te houden.
De keuze van het geschikte beleidsinstrument komt uitgebreid aan bod in hoofdstuk vijf, met een overzichtelijke lijst van criteria en een diepgaande studie van de economische instrumenten bij uitstek: heffingen en verhandelbare emissievergunningen. Het laatste instrument is een hybride en om spraakverwarring te voorkomen, geldt het EU-emissiehandelsschema als referentie voor de studie. Het handboek sluit af met kernbegrippen van besluitvorming en een bespreking van de kosten-batenanalyse. Lesgevers die het boek als handboek benutten, kunnen bij de auteurs de powerpoint- bestanden aanvragen ter ondersteuning.
Aviel Verbruggen (www.avielverbruggen.be) is hoogleraar emeritus aan de Universiteit
Antwerpen. Hij doceerde milieu- en energie-economie, was de eerste
voorzitter van de MiNaRaad Vlaanderen (1991-95), concipieerde en redigeerde
de milieu- en natuurrapporten Vlaanderen (1993-98) en was lid van het klimaatpanel
IPCC (1998-2014).
Steven Van Passel is hoofddocent aan de Universiteit Antwerpen. Hij doceert
milieu- en energie-economie aan de Universiteiten van Antwerpen en Hasselt.
Zijn onderzoek richt zich op de interactie tussen economie, technologie en het
milieu. Hij is auteur van talrijke wetenschappelijke publicaties en participeert in
verscheidene nationale en internationale onderzoeksprojecten.
Etty Hillesum in weerwil van het Joodse vraagstuk (Etty Hillesum Studies, deel 8)
Het Joodse vraagstuk interesseerde Etty Hillesum niet bijzonder, totdat de Duitse bezetting hierin verandering bracht. Haar vader, dr. Louis Hillesum, werd op 29 november 1940 als rector van het Deventer gymnasium afgezet wegens zijn Joodse afkomst. Bij wijze van afscheid werd een foto van de schoolgemeenschap gemaakt met Hillesum in het midden. Met de gevolgen van de Duitse bezetting werd Etty Hillesum echter al eerder dat jaar geconfronteerd, toen zij te horen kreeg dat haar hoogleraar Bonger zelfmoord had gepleegd. Haar verbijstering was groot, want een uur eerder had zij nog samen met hem gesproken over de toekomst van Europa.
Als Etty Hillesum op 15 juli 1942 haar oproep krijgt, laat zij zich overhalen om bij de Joodse Raad te gaan werken. Tegen haar zin, omdat zij negatief oordeelde over de Joodse Raad en over elke poging om zich aan het ‘Massenschicksal’ van het Joodse volk te onttrekken. Daarom is het interessant om haar visie te vergelijken met die van haar vriendin Leonie Snatager, die wel voor onderduiken heeft gekozen. Ook de vergelijking tussen de oorlogsdagboeken van Hélène Berr en Etty Hillesum levert interessante overeenkomsten en verschillen op. Beiden wilden niet dat hun leven door de omstandigheden zou worden bepaald. In het geval van Etty Hillesum gold dit ook toen zij afscheid moest nemen van haar grote leidsman, vriend en minnaar Julius Spier. Zij liet zich door zijn dood niet van het pad afbrengen dat zij met zijn hulp was ingeslagen. Hierbij is de invloed van Meister Eckehardt merkbaar. Zo slaagde Etty Hillesum erin alles los te laten wat haar hinderde in haar queeste.
De serie Etty Hillesum Studies is een uitgave van het Etty Hillesum Onderzoekscentrum in Middelburg en staat onder redactie van Klaas A.D. Smelik, Marja Clement, Meins G.S. Coetsier, Janny van der Molen, Gerrit Van Oord en Jurjen Wiersma.
Etty Hillesum in weerwil van het Joodse vraagstuk (Etty Hillesum Studies, deel 8)
Het Joodse vraagstuk interesseerde Etty Hillesum niet bijzonder, totdat de Duitse bezetting hierin verandering bracht. Haar vader, dr. Louis Hillesum, werd op 29 november 1940 als rector van het Deventer gymnasium afgezet wegens zijn Joodse afkomst. Bij wijze van afscheid werd een foto van de schoolgemeenschap gemaakt met Hillesum in het midden. Met de gevolgen van de Duitse bezetting werd Etty Hillesum echter al eerder dat jaar geconfronteerd, toen zij te horen kreeg dat haar hoogleraar Bonger zelfmoord had gepleegd. Haar verbijstering was groot, want een uur eerder had zij nog samen met hem gesproken over de toekomst van Europa.
Als Etty Hillesum op 15 juli 1942 haar oproep krijgt, laat zij zich overhalen om bij de Joodse Raad te gaan werken. Tegen haar zin, omdat zij negatief oordeelde over de Joodse Raad en over elke poging om zich aan het ‘Massenschicksal’ van het Joodse volk te onttrekken. Daarom is het interessant om haar visie te vergelijken met die van haar vriendin Leonie Snatager, die wel voor onderduiken heeft gekozen. Ook de vergelijking tussen de oorlogsdagboeken van Hélène Berr en Etty Hillesum levert interessante overeenkomsten en verschillen op. Beiden wilden niet dat hun leven door de omstandigheden zou worden bepaald. In het geval van Etty Hillesum gold dit ook toen zij afscheid moest nemen van haar grote leidsman, vriend en minnaar Julius Spier. Zij liet zich door zijn dood niet van het pad afbrengen dat zij met zijn hulp was ingeslagen. Hierbij is de invloed van Meister Eckehardt merkbaar. Zo slaagde Etty Hillesum erin alles los te laten wat haar hinderde in haar queeste.
De serie Etty Hillesum Studies is een uitgave van het Etty Hillesum Onderzoekscentrum in Middelburg en staat onder redactie van Klaas A.D. Smelik, Marja Clement, Meins G.S. Coetsier, Janny van der Molen, Gerrit Van Oord en Jurjen Wiersma.
Psychoanalytische praktijk tussen onbewuste en wetenschap (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 23)
Een van de constanten in de reeks Psychoanalytisch Actueel is dat ze op de psychoanalytische praktijk is gericht. Nu eens komt een specifieke problematiek aan bod, dan weer een welbepaalde therapeutische setting of modus. Dit boek neemt de merites van psychoanalytische praktijkvoering meer in het algemeen onder de loep. Dit gebeurt tegen de achtergrond van enerzijds het onbewuste als onderzoeksobject bij uitstek van die praktijk, en van anderzijds de vraag naar de wetenschappelijke status van diezelfde praktijk. Voor velen staan onbewuste en wetenschap echter op gespannen voet. Kan de oriëntatie op het onbewuste wetenschappelijk wel ernstig genomen worden? Leent het onbewuste zich überhaupt tot wetenschappelijk onderzoek? Wat moeten we dan onder ‘wetenschap’ verstaan en zijn de tegenwoordig overheersende wetenschappelijke criteria voor elk onderzoeksgebied evenzeer geldig? Hoe stuurt en stoort dit debat het reilen en zeilen van de praktijk? Op welke wijze kan de analytische praktijk omgekeerd het debat mee bepalen en er meer zeggenschap in verwerven? Verdient de psychoanalytische benadering het niet gehonoreerd te worden in haar geheel eigen ‘wetenschappelijkheid’?
Binnen het drieluik van dit boek komt de praktijk centraal te staan in het spanningsveld tussen onbewuste en wetenschap. Het is immers slechts in en vanuit deze praktijk dat het debat beslecht of minstens gevoed kan worden.
Met bijdragen van Ariane Bazan, Mattias Desmet, Christine Franckx, Wouter Gomperts, Dominiek Hoens, Sylvia Janson, Mark Kinet, Michel Thys en Myriam Van Gael.
Mark Kinet is psychiater en psychotherapeut. Hij is hoofdredacteur van de reeks Psychoanalytisch
Actueel.
Michel Thys is doctor in de filosofie, psycholoog en psychoanalyticus. Hij is voormalig
hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Psychoanalyse en tevens redactielid van de reeks.
Psychoanalytische praktijk tussen onbewuste en wetenschap (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 23)
Een van de constanten in de reeks Psychoanalytisch Actueel is dat ze op de psychoanalytische praktijk is gericht. Nu eens komt een specifieke problematiek aan bod, dan weer een welbepaalde therapeutische setting of modus. Dit boek neemt de merites van psychoanalytische praktijkvoering meer in het algemeen onder de loep. Dit gebeurt tegen de achtergrond van enerzijds het onbewuste als onderzoeksobject bij uitstek van die praktijk, en van anderzijds de vraag naar de wetenschappelijke status van diezelfde praktijk. Voor velen staan onbewuste en wetenschap echter op gespannen voet. Kan de oriëntatie op het onbewuste wetenschappelijk wel ernstig genomen worden? Leent het onbewuste zich überhaupt tot wetenschappelijk onderzoek? Wat moeten we dan onder ‘wetenschap’ verstaan en zijn de tegenwoordig overheersende wetenschappelijke criteria voor elk onderzoeksgebied evenzeer geldig? Hoe stuurt en stoort dit debat het reilen en zeilen van de praktijk? Op welke wijze kan de analytische praktijk omgekeerd het debat mee bepalen en er meer zeggenschap in verwerven? Verdient de psychoanalytische benadering het niet gehonoreerd te worden in haar geheel eigen ‘wetenschappelijkheid’?
Binnen het drieluik van dit boek komt de praktijk centraal te staan in het spanningsveld tussen onbewuste en wetenschap. Het is immers slechts in en vanuit deze praktijk dat het debat beslecht of minstens gevoed kan worden.
Met bijdragen van Ariane Bazan, Mattias Desmet, Christine Franckx, Wouter Gomperts, Dominiek Hoens, Sylvia Janson, Mark Kinet, Michel Thys en Myriam Van Gael.
Mark Kinet is psychiater en psychotherapeut. Hij is hoofdredacteur van de reeks Psychoanalytisch
Actueel.
Michel Thys is doctor in de filosofie, psycholoog en psychoanalyticus. Hij is voormalig
hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Psychoanalyse en tevens redactielid van de reeks.
De poriën van de economie. Een essay over de verhouding tussen economie en politiek (Cahiers Campus Gelbergen Nr. 5)
De problemen waarmee Europa sinds de economische crisis van 2007 worstelt, roepen meer dan ooit vragen op naar de verhouding tussen economie en politiek. Het Westen is er altijd op uit geweest deze twee categorieën strikt van elkaar te scheiden. Economie en politiek zijn steeds opgevat als tegengesteld: noodzaak versus vrijheid, privaat belang versus algemeen belang, maatschappij versus staat, markt versus politiek, globalisering versus soevereiniteit. Het ging erom de prioriteit van de politiek veilig te stellen en aan te geven dat zij zich niet laat herleiden tot de economie.
In de huidige crises is de staat zich gaan inlaten met het beheer van de markten en hij doet dit onder dwang van die markten zelf. Dit betekent niet dat de economie de politiek opgeslokt heeft, zoals beweerd wordt door het neoliberalisme, integendeel. Economie en politiek staan niet meer tegenover elkaar, maar zijn wederzijds afhankelijk, zonder dat hun verschil is opgeheven. Hun verhouding is breekbaar. Maar noch de economie noch de politiek is in staat om concreet gestalte te geven aan de samenleving. De samenhang van de samenleving is niet louter economisch te begrijpen, zoals het neoliberalisme stelt, noch louter politiek, zoals de traditionele politieke filosofie poneert. De poreuze verbinding tussen economie en politiek stelt juist in staat om nieuwe vormen van samenleven uit te vinden.
Gido (Egidius) Berns is emeritus hoogleraar sociale wijsbegeerte aan de Universiteit van Tilburg. Zijn publicaties betreffen de filosofie en de geschiedenis van het economische denken, alsmede de hedendaagse continentale filosofie.
De poriën van de economie. Een essay over de verhouding tussen economie en politiek (Cahiers Campus Gelbergen Nr. 5)
De problemen waarmee Europa sinds de economische crisis van 2007 worstelt, roepen meer dan ooit vragen op naar de verhouding tussen economie en politiek. Het Westen is er altijd op uit geweest deze twee categorieën strikt van elkaar te scheiden. Economie en politiek zijn steeds opgevat als tegengesteld: noodzaak versus vrijheid, privaat belang versus algemeen belang, maatschappij versus staat, markt versus politiek, globalisering versus soevereiniteit. Het ging erom de prioriteit van de politiek veilig te stellen en aan te geven dat zij zich niet laat herleiden tot de economie.
In de huidige crises is de staat zich gaan inlaten met het beheer van de markten en hij doet dit onder dwang van die markten zelf. Dit betekent niet dat de economie de politiek opgeslokt heeft, zoals beweerd wordt door het neoliberalisme, integendeel. Economie en politiek staan niet meer tegenover elkaar, maar zijn wederzijds afhankelijk, zonder dat hun verschil is opgeheven. Hun verhouding is breekbaar. Maar noch de economie noch de politiek is in staat om concreet gestalte te geven aan de samenleving. De samenhang van de samenleving is niet louter economisch te begrijpen, zoals het neoliberalisme stelt, noch louter politiek, zoals de traditionele politieke filosofie poneert. De poreuze verbinding tussen economie en politiek stelt juist in staat om nieuwe vormen van samenleven uit te vinden.
Gido (Egidius) Berns is emeritus hoogleraar sociale wijsbegeerte aan de Universiteit van Tilburg. Zijn publicaties betreffen de filosofie en de geschiedenis van het economische denken, alsmede de hedendaagse continentale filosofie.
Wiskunst
De geometrische fout van het Atomium? Een omgekeerde 400 meter? Een Fibonacci-beeld in (De) Panne? Deze onderwerpen komen misschien bekend voor, maar in dit boek staan de échte verhalen uit eerste hand en ‘unplugged’. De wiskunde verruimt er zich van zuiver wiskundige onderwerpen, over een hoofd dat verdween in de Antwerpse Carnotstraat of de wiskundige grens van de waarheid, tot meer kunstzinnige toepassingen, van wiskundige poëzie over Stromae tot de verboden vrucht van het Lam Gods.
Dirk Huylebrouck doctoreerde aan de Universiteit Gent. Hij doceerde in Congo, Portugal en ook aan Maryland University Europe en daarna in Burundi. Nu is hij docent aan de Faculteit Architectuur van de KULeuven, campussen Sint-Lucas Gent en Brussel. Hij is editor bij ‘The Mathematical Intelligencer’ en schrijft ook voor populaire media, zoals voor het wetenschapsblad Eos. Zijn obsessie, pi, voert hij mee op zijn auto.
Wiskunst
De geometrische fout van het Atomium? Een omgekeerde 400 meter? Een Fibonacci-beeld in (De) Panne? Deze onderwerpen komen misschien bekend voor, maar in dit boek staan de échte verhalen uit eerste hand en ‘unplugged’. De wiskunde verruimt er zich van zuiver wiskundige onderwerpen, over een hoofd dat verdween in de Antwerpse Carnotstraat of de wiskundige grens van de waarheid, tot meer kunstzinnige toepassingen, van wiskundige poëzie over Stromae tot de verboden vrucht van het Lam Gods.
Dirk Huylebrouck doctoreerde aan de Universiteit Gent. Hij doceerde in Congo, Portugal en ook aan Maryland University Europe en daarna in Burundi. Nu is hij docent aan de Faculteit Architectuur van de KULeuven, campussen Sint-Lucas Gent en Brussel. Hij is editor bij ‘The Mathematical Intelligencer’ en schrijft ook voor populaire media, zoals voor het wetenschapsblad Eos. Zijn obsessie, pi, voert hij mee op zijn auto.
De sociale interventiestaat – De fabel van de neoliberale participatiesamenleving ontrafeld
De participatiesamenleving belooft de burger meer macht en zeggenschap. Maar het tegendeel is het geval. In plaats van meer greep op de samenleving, neemt de onmacht van de burger toe. De politieke partijen worden geleid door een politieke elite met een neoliberale agenda. Bovendien zijn de verschillen in politieke opvattingen tussen de politieke hoofdstromen genivelleerd. Het gevolg van de politieke keuzes die gemaakt worden, is een toenemende armoede en maatschappelijke ongelijkheid. De kern van de participatiesamenleving is dat bedrijven vrijwel niet worden gecontroleerd, maar dat de controle op de burger alleen maar toe neemt. De controle is daarbij geïntensiveerd voor burgers die afhankelijk zijn van een sociale uitkering. Het gaat hier om sociale beheersing en niet primair om de geldstroom. De logica van de participatiesamenleving leidt ertoe dat politieke besluiten de beheersing van de burger voortdurend verder vergroten. Vertrouwt de politieke elite haar eigen burgers niet?
Anno L. van der Borg studeerde
in 1981 af in sociologie aan de Universiteit van Amsterdam (UVA)
met als specialisaties politicologie en bestuurskunde. Naast en
na de studie vervulde hij diverse functies binnen het sociaaldomein
als beleidsadviseur en adjunct directeur. In 1987 treedt
hij in dienst van de Hogeschool Rotterdam als onderwijscoördinator
van de voortgezette opleiding Management Organisatie
en Beleid.
In 1995 worden alle post-HBO activiteiten van de Hogeschool Rotterdam gebundeld in één bedrijf;
Transfergroep Rotterdam. Vanaf de oprichting in 1996 tot 2010 is Van der Borg algemeen directeur
van deze Post-HBO organisatie. Daarnaast is hij lector Levenlang Leren & Sociale Kwaliteit.
Momenteel is hij beleidsadviseur en onderzoeker bij het Instituut voor Sociale Opleidingen aan
de Hogeschool Rotterdam.
De sociale interventiestaat – De fabel van de neoliberale participatiesamenleving ontrafeld
De participatiesamenleving belooft de burger meer macht en zeggenschap. Maar het tegendeel is het geval. In plaats van meer greep op de samenleving, neemt de onmacht van de burger toe. De politieke partijen worden geleid door een politieke elite met een neoliberale agenda. Bovendien zijn de verschillen in politieke opvattingen tussen de politieke hoofdstromen genivelleerd. Het gevolg van de politieke keuzes die gemaakt worden, is een toenemende armoede en maatschappelijke ongelijkheid. De kern van de participatiesamenleving is dat bedrijven vrijwel niet worden gecontroleerd, maar dat de controle op de burger alleen maar toe neemt. De controle is daarbij geïntensiveerd voor burgers die afhankelijk zijn van een sociale uitkering. Het gaat hier om sociale beheersing en niet primair om de geldstroom. De logica van de participatiesamenleving leidt ertoe dat politieke besluiten de beheersing van de burger voortdurend verder vergroten. Vertrouwt de politieke elite haar eigen burgers niet?
Anno L. van der Borg studeerde
in 1981 af in sociologie aan de Universiteit van Amsterdam (UVA)
met als specialisaties politicologie en bestuurskunde. Naast en
na de studie vervulde hij diverse functies binnen het sociaaldomein
als beleidsadviseur en adjunct directeur. In 1987 treedt
hij in dienst van de Hogeschool Rotterdam als onderwijscoördinator
van de voortgezette opleiding Management Organisatie
en Beleid.
In 1995 worden alle post-HBO activiteiten van de Hogeschool Rotterdam gebundeld in één bedrijf;
Transfergroep Rotterdam. Vanaf de oprichting in 1996 tot 2010 is Van der Borg algemeen directeur
van deze Post-HBO organisatie. Daarnaast is hij lector Levenlang Leren & Sociale Kwaliteit.
Momenteel is hij beleidsadviseur en onderzoeker bij het Instituut voor Sociale Opleidingen aan
de Hogeschool Rotterdam.
Liber amicorum Willem Elias
Dit boek gaat gepaard met het afscheid van Willem Elias aan de Vrije Universiteit Brussel. Het laat de lezer binnenkijken in zijn leefwereld door de ogen van zijn vrienden: collega-professoren, alumni, politici, zakenlui en vele anderen met wie hij vaak rijkelijk tafelt en dialogeert. Net zoals een kunstwerk beter te begrijpen is door het te benaderen vanuit verschillende invalshoeken, schetst dit boek een accuraat totaalbeeld van een man van vele facetten.
Als professor inspireerde hij zijn studenten, als dwarskijker opende hij de ogen van kunstliefhebbers, als bevlogen spreker vermaakte hij zijn publiek op vernissages, als decaan liet hij een frisse wind waaien met zijn eigen managementstijl, als vrijdenker doorbrak hij talrijke taboes, als minnaar plezierde hij vele vrouwen, als vriend kent hij zijn gelijke niet. Als slechte slaper schreef hij een indrukwekkend oeuvre bijeen.
In het Woord Vooraf schetst Willem Elias zelf zijn eigen pedagogisch traject. Er vallen vele lessen uit te leren. Bovenal blijft hij een educator.
Gert De Coorde (1977) studeerde Sociaal-Culturele Agogiek aan de
Vrije Universiteit Brussel en volgde de beroepsopleiding tot kok aan het
CVO COOVI in Anderlecht. Hij is nu praktijkassistent Vrijetijdsagogiek
aan de VUB en sommelier in restaurant De tafel van 2 in Ninove. De
meester-leerling verhouding wisselde even toen hij een poging ondernam
om zijn professor, Willem Elias, te leren koken. Ze werden Bourgondische
boezemvrienden.
Sven Vanderstichelen (1974) studeerde Sociaal-Culturele Agogiek aan
de Vrije Universiteit Brussel en is sinds 2000 onafhankelijk tentoonstellingsmaker.
Hij is adviseur van de aankoopcommissie van het Museum
van Elsene en voorzitter van de cultuuradviesraad van deze gemeente.
Ook is hij lid van de International Association of Art Critics en deeltijds
vrijwillig wetenschappelijk medewerker aan de Vrije universiteit Brussel.
Liber amicorum Willem Elias
Dit boek gaat gepaard met het afscheid van Willem Elias aan de Vrije Universiteit Brussel. Het laat de lezer binnenkijken in zijn leefwereld door de ogen van zijn vrienden: collega-professoren, alumni, politici, zakenlui en vele anderen met wie hij vaak rijkelijk tafelt en dialogeert. Net zoals een kunstwerk beter te begrijpen is door het te benaderen vanuit verschillende invalshoeken, schetst dit boek een accuraat totaalbeeld van een man van vele facetten.
Als professor inspireerde hij zijn studenten, als dwarskijker opende hij de ogen van kunstliefhebbers, als bevlogen spreker vermaakte hij zijn publiek op vernissages, als decaan liet hij een frisse wind waaien met zijn eigen managementstijl, als vrijdenker doorbrak hij talrijke taboes, als minnaar plezierde hij vele vrouwen, als vriend kent hij zijn gelijke niet. Als slechte slaper schreef hij een indrukwekkend oeuvre bijeen.
In het Woord Vooraf schetst Willem Elias zelf zijn eigen pedagogisch traject. Er vallen vele lessen uit te leren. Bovenal blijft hij een educator.
Gert De Coorde (1977) studeerde Sociaal-Culturele Agogiek aan de
Vrije Universiteit Brussel en volgde de beroepsopleiding tot kok aan het
CVO COOVI in Anderlecht. Hij is nu praktijkassistent Vrijetijdsagogiek
aan de VUB en sommelier in restaurant De tafel van 2 in Ninove. De
meester-leerling verhouding wisselde even toen hij een poging ondernam
om zijn professor, Willem Elias, te leren koken. Ze werden Bourgondische
boezemvrienden.
Sven Vanderstichelen (1974) studeerde Sociaal-Culturele Agogiek aan
de Vrije Universiteit Brussel en is sinds 2000 onafhankelijk tentoonstellingsmaker.
Hij is adviseur van de aankoopcommissie van het Museum
van Elsene en voorzitter van de cultuuradviesraad van deze gemeente.
Ook is hij lid van de International Association of Art Critics en deeltijds
vrijwillig wetenschappelijk medewerker aan de Vrije universiteit Brussel.
Psychologie voor de vroedvrouw. Een instap
Vroedvrouwen werken in nauw contact met andere mensen. Ze moeten dan ook een goed inzicht hebben in de psychologie van mensen. Dit boek biedt daartoe een instap.
Vroedkundige zorg promoot en beschermt actief het welzijn en de gezondheid van moeder en kind. Ze empowert vrouwen om verantwoordelijkheid op te nemen voor hun eigen gezondheid en de gezondheid van hun gezin. Deze vroedkundige zorg vindt plaats in samenspraak met anderen en is persoonlijk en continu, gebaseerd op wederzijds respect.
Ilse Ackermans, psycholoog, is lector-onderzoeker aan het University College Leuven-Limburg.
Psychologie voor de vroedvrouw. Een instap
Vroedvrouwen werken in nauw contact met andere mensen. Ze moeten dan ook een goed inzicht hebben in de psychologie van mensen. Dit boek biedt daartoe een instap.
Vroedkundige zorg promoot en beschermt actief het welzijn en de gezondheid van moeder en kind. Ze empowert vrouwen om verantwoordelijkheid op te nemen voor hun eigen gezondheid en de gezondheid van hun gezin. Deze vroedkundige zorg vindt plaats in samenspraak met anderen en is persoonlijk en continu, gebaseerd op wederzijds respect.
Ilse Ackermans, psycholoog, is lector-onderzoeker aan het University College Leuven-Limburg.
Op weg in vertrouwen (Fracarita-reeks, nr. 7)
Op weg in vertrouwen.
We leven in een boeiende wereld,
een snel veranderende wereld, een wereld die vele positieve
kanten kent en vele mogelijkheden biedt, maar natuurlijk
ook zijn negatieve zijde heeft. Het is in deze wereld dat
we mogen leven; voor sommigen zal het overleven zijn, voor
anderen, en hopelijk voor velen, echt het leven uitbouwen.
Zoals een huis moet ook een leven op goede fundamenten
worden gebouwd. Want het kan wel eens stormen in ons leven,
we krijgen zware slagen te verduren die luisteren naar
de namen: lijden, mislukking, ontgoocheling. En dan is het
belangrijk dat de fundamenten stevig zijn: geen los zand dat
we iedere dag wel ergens proberen te vinden, maar degelijke
rotsblokken die het huis van ons leven de nodige stevigheid
kunnen geven. Als gelovigen moeten we ons de vraag durven
stellen waar God is in ons leven, of Hij het echte fundament
is van ons leven. We staan hier voor een keuze: ofwel blijft
God een theoretisch concept waar we zo nu en dan eens over
nadenken, ofwel wordt Hij een levende aanwezigheid in ons
leven en wordt Hij diegene die met ons op weg gaat, die er
voor ons is in goede en kwade dagen.
Geloven we dat God
aan de oorsprong staat van ons leven, en er ook de eindbestemming
van is? Wanneer we in dit geloof mogen groeien,
dan krijgt ons leven een totaal nieuw perspectief. Wanneer we
onze oorsprong kennen en onze bestemming, hoeven we echt
niet meer te vrezen.
Br. René Stockman, momenteel generale overste van de Broeders van Liefde, probeert in dit essay ons mee te voeren naar grondvragen rond het leven en plaatst deze in een gelovig perspectief. Hij gaat de grote vragen rond lijden en dood niet uit de weg, maar zoekt naar diepzinnige antwoorden. Vertrouwen en hoop vormen de grondtonen van dit boek.
Op weg in vertrouwen (Fracarita-reeks, nr. 7)
Op weg in vertrouwen.
We leven in een boeiende wereld,
een snel veranderende wereld, een wereld die vele positieve
kanten kent en vele mogelijkheden biedt, maar natuurlijk
ook zijn negatieve zijde heeft. Het is in deze wereld dat
we mogen leven; voor sommigen zal het overleven zijn, voor
anderen, en hopelijk voor velen, echt het leven uitbouwen.
Zoals een huis moet ook een leven op goede fundamenten
worden gebouwd. Want het kan wel eens stormen in ons leven,
we krijgen zware slagen te verduren die luisteren naar
de namen: lijden, mislukking, ontgoocheling. En dan is het
belangrijk dat de fundamenten stevig zijn: geen los zand dat
we iedere dag wel ergens proberen te vinden, maar degelijke
rotsblokken die het huis van ons leven de nodige stevigheid
kunnen geven. Als gelovigen moeten we ons de vraag durven
stellen waar God is in ons leven, of Hij het echte fundament
is van ons leven. We staan hier voor een keuze: ofwel blijft
God een theoretisch concept waar we zo nu en dan eens over
nadenken, ofwel wordt Hij een levende aanwezigheid in ons
leven en wordt Hij diegene die met ons op weg gaat, die er
voor ons is in goede en kwade dagen.
Geloven we dat God
aan de oorsprong staat van ons leven, en er ook de eindbestemming
van is? Wanneer we in dit geloof mogen groeien,
dan krijgt ons leven een totaal nieuw perspectief. Wanneer we
onze oorsprong kennen en onze bestemming, hoeven we echt
niet meer te vrezen.
Br. René Stockman, momenteel generale overste van de Broeders van Liefde, probeert in dit essay ons mee te voeren naar grondvragen rond het leven en plaatst deze in een gelovig perspectief. Hij gaat de grote vragen rond lijden en dood niet uit de weg, maar zoekt naar diepzinnige antwoorden. Vertrouwen en hoop vormen de grondtonen van dit boek.
Didactique du français sur objectifs spécifiques. Nouvelles recherches, nouveaux modèles
Didactique du FOS: nouvelles recherches, nouveaux modèles
Ce recueil s''adresse aussi bien aux chercheurs qu''aux enseignants de l''enseignement supérieur, voire aux formateurs en entreprise. Il souhaite éclairer, d''une part, les transformations méthodologiques actuelles dans la recherche sur l''enseignement / apprentissage du français sur objectifs spécifiques (FOS). Il vise à présenter, d''autre part, des pratiques didactiques exemplaires du FOS fondées sur la recherche appliquée ainsi que sur des données probantes.
Si le FOS englobe toutes les émanations du français "spécialisé" ou "de spécialité" et qu''il s''applique à tous les secteurs socioprofessionnels, les contributions de cet ouvrage concernent majoritairement les grands classiques: le français économique et des affaires, le français juridique et le français du tourisme. S''y ajoute le français de la médiation civile, un créneau particulièrement pertinent dans la société contemporaine de plus en plus judiciarisée.
Aboutissement d''un long processus d''examen à double insu des pairs, cet ouvrage se veut de haute qualité scientifique. Il veut également inciter la communauté scientifique francophone à poursuivre les recherches dans le domaine du FOS en abordant d''autres aspects didactiques et en élaborant d''autres modèles novateurs.
Les directrices de recherche
Pre ém. Dominique Markey a une longue expérience scientifique et didactique dans le domaine du FOS (sciences économiques, politiques et sociales; droit; sciences bio-médicales). Attachée à l' Université de Leuven campus de Bruxelles, à l'Université d'Anvers et à l'Université linguistique de Nijni Novgorod (Russie), elle s'est distinguée aussi comme consultante en communication d'entreprise. Elle connaît particulièrement bien les besoins de formation et d'apprentissage des publics scolaires, universitaires et professionnels.
Dre Saskia Kindt a fait sa thèse sur l'économie discursive dans les langues romanes à l'Université d'Anvers en 2003. Depuis lors, elle s'y est spécialisée dans l'étude et l'enseignement du FOS dans différents domaines: sciences politiques et sociales, sciences économiques et sciences de la communication. Elle travaille actuellement comme assistante enseignante et de recherche au département de linguistique de l'Université de Gand.
Didactique du français sur objectifs spécifiques. Nouvelles recherches, nouveaux modèles
Didactique du FOS: nouvelles recherches, nouveaux modèles
Ce recueil s''adresse aussi bien aux chercheurs qu''aux enseignants de l''enseignement supérieur, voire aux formateurs en entreprise. Il souhaite éclairer, d''une part, les transformations méthodologiques actuelles dans la recherche sur l''enseignement / apprentissage du français sur objectifs spécifiques (FOS). Il vise à présenter, d''autre part, des pratiques didactiques exemplaires du FOS fondées sur la recherche appliquée ainsi que sur des données probantes.
Si le FOS englobe toutes les émanations du français "spécialisé" ou "de spécialité" et qu''il s''applique à tous les secteurs socioprofessionnels, les contributions de cet ouvrage concernent majoritairement les grands classiques: le français économique et des affaires, le français juridique et le français du tourisme. S''y ajoute le français de la médiation civile, un créneau particulièrement pertinent dans la société contemporaine de plus en plus judiciarisée.
Aboutissement d''un long processus d''examen à double insu des pairs, cet ouvrage se veut de haute qualité scientifique. Il veut également inciter la communauté scientifique francophone à poursuivre les recherches dans le domaine du FOS en abordant d''autres aspects didactiques et en élaborant d''autres modèles novateurs.
Les directrices de recherche
Pre ém. Dominique Markey a une longue expérience scientifique et didactique dans le domaine du FOS (sciences économiques, politiques et sociales; droit; sciences bio-médicales). Attachée à l' Université de Leuven campus de Bruxelles, à l'Université d'Anvers et à l'Université linguistique de Nijni Novgorod (Russie), elle s'est distinguée aussi comme consultante en communication d'entreprise. Elle connaît particulièrement bien les besoins de formation et d'apprentissage des publics scolaires, universitaires et professionnels.
Dre Saskia Kindt a fait sa thèse sur l'économie discursive dans les langues romanes à l'Université d'Anvers en 2003. Depuis lors, elle s'y est spécialisée dans l'étude et l'enseignement du FOS dans différents domaines: sciences politiques et sociales, sciences économiques et sciences de la communication. Elle travaille actuellement comme assistante enseignante et de recherche au département de linguistique de l'Université de Gand.
Hoe kinderen woorden leren
Geschreven teksten kunnen begrijpen, is essentieel voor kinderen om goede resultaten te behalen op school. Talloze studies hebben aangetoond dat een goede woordenschat de belangrijkste voorspeller is voor het begrijpen van teksten. Dit boek bespreekt de nieuwste visies op hoe kinderen woorden leren en hoe zij hun woordenschat kunnen verbreden en verdiepen. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen woorden van verschillende moeilijkheidsgraad en worden ook verschillende vormen van toetsing besproken. Het boek sluit af met een aantal uitgewerkte lesvoorbeelden en een lijst met nagenoeg 1700 woorden die voor leerlingen in het basisonderwijs belangrijk zijn.
Deze publicatie is bedoeld voor leerkrachten, intern begeleiders, zorgleerkrachten, lerarenopleiders, (ortho)pedagogen, onderwijskundigen, taalkundigen, logopedisten en andere professionals die betrokken zijn bij het onderwijs, of die voor een van die functies in opleiding zijn.
Agnes Tellings is onderzoeker-docent aan het Behavioural Science Institute van de Radboud Universiteit in Nijmegen. Haar onderzoek richt zich vooral op de ontwikkeling van woordenschat bij basisschoolleerlingen in het regulier en speciaal onderwijs.
Karien Coppens, sociaal wetenschapper, deed onderzoek bij dove en slechthorende leerlingen, in vergelijking met leerlingen zonder een gehoorbeperking. Momenteel werkt zij als onderwijsonderzoeker bij de Universiteit Maastricht.
Hoe kinderen woorden leren
Geschreven teksten kunnen begrijpen, is essentieel voor kinderen om goede resultaten te behalen op school. Talloze studies hebben aangetoond dat een goede woordenschat de belangrijkste voorspeller is voor het begrijpen van teksten. Dit boek bespreekt de nieuwste visies op hoe kinderen woorden leren en hoe zij hun woordenschat kunnen verbreden en verdiepen. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen woorden van verschillende moeilijkheidsgraad en worden ook verschillende vormen van toetsing besproken. Het boek sluit af met een aantal uitgewerkte lesvoorbeelden en een lijst met nagenoeg 1700 woorden die voor leerlingen in het basisonderwijs belangrijk zijn.
Deze publicatie is bedoeld voor leerkrachten, intern begeleiders, zorgleerkrachten, lerarenopleiders, (ortho)pedagogen, onderwijskundigen, taalkundigen, logopedisten en andere professionals die betrokken zijn bij het onderwijs, of die voor een van die functies in opleiding zijn.
Agnes Tellings is onderzoeker-docent aan het Behavioural Science Institute van de Radboud Universiteit in Nijmegen. Haar onderzoek richt zich vooral op de ontwikkeling van woordenschat bij basisschoolleerlingen in het regulier en speciaal onderwijs.
Karien Coppens, sociaal wetenschapper, deed onderzoek bij dove en slechthorende leerlingen, in vergelijking met leerlingen zonder een gehoorbeperking. Momenteel werkt zij als onderwijsonderzoeker bij de Universiteit Maastricht.
International Journal of Child and Family Welfare (IJCFW) 2016 – Jrg 17 – Nr 1/2
Investigating interactions: The dynamics of relationships between clients and professionals in child welfare
The effectiveness of interventions has become an important object of scientific study in child welfare and often a prerequisite for funding of child welfare programmes.
Many studies on the effectiveness of interventions aimed at supporting families at risk and behavioural change of youth have suggested that features of the relationship between professional and client, and the characteristics of the professional, are decisive for the interventions effectiveness. There are, however, few studies of what is important in terms of relational skills, personal characteristics or communication strategies. In this special issue, we focus on the dynamics of relationships between child welfare workers and clients (i.e. young people and/or their parents) by using direct observation and close analysis of naturally occurring processes.
The contributions to this special issue have a bottom up and a top down approach in analysing relationships. The first part uses a bottom up approach and reports on conversations between youth and family treatment parents in treatment homes. Using a top down approach, the second part specifically focuses on Motivational Interviewing skills of care professionals in their interactions with youth. The third part covers the interactions between parents and professionals in the context of child protection using a bottom up approach.
The (guest) editors: Annemiek T. Harder, Christopher J. Hall & Carolus H.C.J. van Nijnatten
The authors: Annemiek T. Harder, Christopher J. Hall, Carolus H.C.J. van Nijnatten, Ellen Schep, Tom Koole, Martine Noordegraaf, Charlotte E. Whittaker, Donald Forrester, Michael Killian, Rebecca K. Jones, Annika Eenshuistra, Neeltje L. van Zonneveld, Tessa Verhallen, Stef Slembrouck, Steve Kirkwood, Juliet Koprowska & Erik J. Knorth
International Journal of Child and Family Welfare (IJCFW) 2016 – Jrg 17 – Nr 1/2
Investigating interactions: The dynamics of relationships between clients and professionals in child welfare
The effectiveness of interventions has become an important object of scientific study in child welfare and often a prerequisite for funding of child welfare programmes.
Many studies on the effectiveness of interventions aimed at supporting families at risk and behavioural change of youth have suggested that features of the relationship between professional and client, and the characteristics of the professional, are decisive for the interventions effectiveness. There are, however, few studies of what is important in terms of relational skills, personal characteristics or communication strategies. In this special issue, we focus on the dynamics of relationships between child welfare workers and clients (i.e. young people and/or their parents) by using direct observation and close analysis of naturally occurring processes.
The contributions to this special issue have a bottom up and a top down approach in analysing relationships. The first part uses a bottom up approach and reports on conversations between youth and family treatment parents in treatment homes. Using a top down approach, the second part specifically focuses on Motivational Interviewing skills of care professionals in their interactions with youth. The third part covers the interactions between parents and professionals in the context of child protection using a bottom up approach.
The (guest) editors: Annemiek T. Harder, Christopher J. Hall & Carolus H.C.J. van Nijnatten
The authors: Annemiek T. Harder, Christopher J. Hall, Carolus H.C.J. van Nijnatten, Ellen Schep, Tom Koole, Martine Noordegraaf, Charlotte E. Whittaker, Donald Forrester, Michael Killian, Rebecca K. Jones, Annika Eenshuistra, Neeltje L. van Zonneveld, Tessa Verhallen, Stef Slembrouck, Steve Kirkwood, Juliet Koprowska & Erik J. Knorth
Bemoeien met gezinnen. Inleiding tot het gezinsbeleid in Vlaanderen. (Reeks: Gezinnen, Relaties en Opvoeding, nr. 2)
Bemoeien met gezinnen is een inleiding tot het gezinsbeleid in Vlaanderen. Dit boek behandelt het gezinsbeleid zoals overheden dat vandaag voeren. Maar het is meer dan een loutere beschrijving van beleidsmaatregelen. Het geeft een perspectief mee van hoe naar beleid kijken, hoe beleid en beleidsprogramma’s analyseren en hoe aan beleid participeren. Daarnaast bestudeert het de belangrijkste thema’s uit het gezinsbeleid.
Het boek is ontstaan uit de colleges in de bacheloropleiding Gezinswetenschappen van de Odisee Hogeschool in Schaarbeek, maar ieder die begaan is met het gezinsbeleid kan er informatie en inspiratie uit putten.
Dirk Luyten is doctor in de sociale wetenschappen en master in de stedenbouw en ruimtelijke planning. Hij is lector gezinsbeleid aan de opleiding Gezinswetenschappen van de Odisee Hogeschool in Brussel en onderzoeker bij het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen. Hij is eveneens zelfstandig beleidsadviseur woonbeleid (studio beleid).
Bemoeien met gezinnen. Inleiding tot het gezinsbeleid in Vlaanderen. (Reeks: Gezinnen, Relaties en Opvoeding, nr. 2)
Bemoeien met gezinnen is een inleiding tot het gezinsbeleid in Vlaanderen. Dit boek behandelt het gezinsbeleid zoals overheden dat vandaag voeren. Maar het is meer dan een loutere beschrijving van beleidsmaatregelen. Het geeft een perspectief mee van hoe naar beleid kijken, hoe beleid en beleidsprogramma’s analyseren en hoe aan beleid participeren. Daarnaast bestudeert het de belangrijkste thema’s uit het gezinsbeleid.
Het boek is ontstaan uit de colleges in de bacheloropleiding Gezinswetenschappen van de Odisee Hogeschool in Schaarbeek, maar ieder die begaan is met het gezinsbeleid kan er informatie en inspiratie uit putten.
Dirk Luyten is doctor in de sociale wetenschappen en master in de stedenbouw en ruimtelijke planning. Hij is lector gezinsbeleid aan de opleiding Gezinswetenschappen van de Odisee Hogeschool in Brussel en onderzoeker bij het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen. Hij is eveneens zelfstandig beleidsadviseur woonbeleid (studio beleid).
Gezondheidszorg, een snelweg met kruispunten
We kunnen niet zonder gezondheidszorg en solidariteit.
Daarom zijn ziekenfondsen nodig.
Dat is mijn filosofie.
Het sociale liberalisme, eigen aan de Liberale Mutualiteiten,
speelt nog altijd een belangrijke rol in onze maatschappij.
Als dit voor sommigen paternalistisch klinkt, is dit hun zaak,
niet mijn benadering.
Geert Messiaen, jurist, is secretaris-generaal van de Landsbond van Liberale Mutualiteiten, met hoofdzetel in Brussel.
Gezondheidszorg, een snelweg met kruispunten
We kunnen niet zonder gezondheidszorg en solidariteit.
Daarom zijn ziekenfondsen nodig.
Dat is mijn filosofie.
Het sociale liberalisme, eigen aan de Liberale Mutualiteiten,
speelt nog altijd een belangrijke rol in onze maatschappij.
Als dit voor sommigen paternalistisch klinkt, is dit hun zaak,
niet mijn benadering.
Geert Messiaen, jurist, is secretaris-generaal van de Landsbond van Liberale Mutualiteiten, met hoofdzetel in Brussel.
Oedipus heerst!? (Reeks Psychoanalyse en Cultuur, nr. 7)
Toen Freud zijn oedipuscomplex op Sophocles’ klassieke tragedie entte, was de portee dat in iedere jongen een Oedipus schuilt (‘je suis Oedipe’). Maar een alomtegenwoordige figuur hoeft niet enkel op bevestiging te rekenen; hij roept ook weerstand op en kan tot vehikel worden gemaakt voor herbezinning. Wat is de status van Oedipus anno nu? Heerst hij nog steeds – als een koning dan wel als een ‘maladie (d’amour)’? In deze bundel zijn de bijdragen bijeengebracht van de studiedag op 31 oktober 2015, aangevuld met enkele speciaal voor de gelegenheid geschreven artikelen. De figuur van Oedipus is het uitgangspunt in beschouwingen over onder meer de klassieke tragedie; de problematiek van de dwangneurose; de moeder in het werk van kinderloze mannelijke auteurs; het denken van Deleuze en Guattari; het toneelwerk van Mulisch en Claus; de debuutroman van Alain Robbe-Grillet; het oeuvre van Willem Frederik Hermans.
Peter Verstraten is voorzitter van de opleiding Film- en Literatuurwetenschap
aan de Universiteit Leiden. Hij is bestuurslid van de Stichting Psychoanalyse
en Cultuur en levert geregeld bijdragen aan de bundels van de
stichting. Tevens is hij betrokken bij de filmploeg van de NVPA. Zijn meest
recente studie is Humour and Irony in Dutch Post-war Fiction.
Sjef Houppermans is verbonden aan de opleiding Frans van de Universiteit
Leiden. Hij publiceert over Franse literatuur onder meer vanuit een
psychoanalytisch vertrekpunt. Hij is voorzitter van de Stichting Psychoanalyse
en Cultuur en redacteur van het Tijdschrift voor Psychoanalyse.
Met bijdragen van Rick Dolphijn, Henk Hillenaar, Sjef Houppermans, Nelleke Noordervliet, Daan Rutten, Ben Schomakers, Philippe Van Haute, Paul Verhaeghe & Peter Verstraten.
Oedipus heerst!? (Reeks Psychoanalyse en Cultuur, nr. 7)
Toen Freud zijn oedipuscomplex op Sophocles’ klassieke tragedie entte, was de portee dat in iedere jongen een Oedipus schuilt (‘je suis Oedipe’). Maar een alomtegenwoordige figuur hoeft niet enkel op bevestiging te rekenen; hij roept ook weerstand op en kan tot vehikel worden gemaakt voor herbezinning. Wat is de status van Oedipus anno nu? Heerst hij nog steeds – als een koning dan wel als een ‘maladie (d’amour)’? In deze bundel zijn de bijdragen bijeengebracht van de studiedag op 31 oktober 2015, aangevuld met enkele speciaal voor de gelegenheid geschreven artikelen. De figuur van Oedipus is het uitgangspunt in beschouwingen over onder meer de klassieke tragedie; de problematiek van de dwangneurose; de moeder in het werk van kinderloze mannelijke auteurs; het denken van Deleuze en Guattari; het toneelwerk van Mulisch en Claus; de debuutroman van Alain Robbe-Grillet; het oeuvre van Willem Frederik Hermans.
Peter Verstraten is voorzitter van de opleiding Film- en Literatuurwetenschap
aan de Universiteit Leiden. Hij is bestuurslid van de Stichting Psychoanalyse
en Cultuur en levert geregeld bijdragen aan de bundels van de
stichting. Tevens is hij betrokken bij de filmploeg van de NVPA. Zijn meest
recente studie is Humour and Irony in Dutch Post-war Fiction.
Sjef Houppermans is verbonden aan de opleiding Frans van de Universiteit
Leiden. Hij publiceert over Franse literatuur onder meer vanuit een
psychoanalytisch vertrekpunt. Hij is voorzitter van de Stichting Psychoanalyse
en Cultuur en redacteur van het Tijdschrift voor Psychoanalyse.
Met bijdragen van Rick Dolphijn, Henk Hillenaar, Sjef Houppermans, Nelleke Noordervliet, Daan Rutten, Ben Schomakers, Philippe Van Haute, Paul Verhaeghe & Peter Verstraten.
Met andere ogen naar onderwijs en opvoeding kijken
Dankzij de enorme vooruitgang in de hersenwetenschappen begrijpen we steeds beter hoe onze hersenen functioneren en ons gedrag beïnvloeden. Het terrein van de neurowetenschappen en -filosofie bevindt zich doorgaans echter buiten het gezichtsveld van onderwijsbestuurders, -begeleiders, leidinggevenden en leraren. Voor zover men er al kennis van neemt, zal men doorgaans slecht uit de voeten kunnen met de uitkomsten ervan.
Wat zijn de consequenties van de recente inzichten uit deze wetenschappen voor opvoeding en onderwijs? De auteur beschrijft ze in dit essay. Recente, fundamentele studies over pedagogiek en onderwijs reppen met geen woord over neurowetenschappelijke inzichten, terwijl die wel van belang kunnen zijn. Vaker de grenzen van je eigen discipline overstijgen, om met andere ogen naar onderwijs en opvoeding te kijken, verdient aanbeveling, aldus de auteur.
Dolf van den Berg is emeritus hoogleraar Onderwijskunde aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Zijn expertise ligt op het gebied van innovatie, leiderschap en professionaliteit. Hij doet onderzoek, begeleidt promovendi en ondersteunt diverse onderwijsinstanties.
Met andere ogen naar onderwijs en opvoeding kijken
Dankzij de enorme vooruitgang in de hersenwetenschappen begrijpen we steeds beter hoe onze hersenen functioneren en ons gedrag beïnvloeden. Het terrein van de neurowetenschappen en -filosofie bevindt zich doorgaans echter buiten het gezichtsveld van onderwijsbestuurders, -begeleiders, leidinggevenden en leraren. Voor zover men er al kennis van neemt, zal men doorgaans slecht uit de voeten kunnen met de uitkomsten ervan.
Wat zijn de consequenties van de recente inzichten uit deze wetenschappen voor opvoeding en onderwijs? De auteur beschrijft ze in dit essay. Recente, fundamentele studies over pedagogiek en onderwijs reppen met geen woord over neurowetenschappelijke inzichten, terwijl die wel van belang kunnen zijn. Vaker de grenzen van je eigen discipline overstijgen, om met andere ogen naar onderwijs en opvoeding te kijken, verdient aanbeveling, aldus de auteur.
Dolf van den Berg is emeritus hoogleraar Onderwijskunde aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Zijn expertise ligt op het gebied van innovatie, leiderschap en professionaliteit. Hij doet onderzoek, begeleidt promovendi en ondersteunt diverse onderwijsinstanties.
Wetenschapsethisch manifest. Blauwdruk van een vernieuwde universiteit.
Geregeld klaagt er een stem over mistoestanden aan de universiteiten. Jonge vorsers zouden kampen met mentale problemen. Academici zouden onder al te grote werkdruk staan. De media rapporteren over opleidingen die uitdoven, over een fraudegeval of over een conflict tussen onderzoekers. De universitaire overheden erkennen dat er weleens een probleem de kop opsteekt, maar minimaliseren zo snel en efficiënt mogelijk de omvang daarvan. Heimelijk wordt er geprutst waar het knelt, in de hoop dat het allemaal niet zo’n vaart zal lopen. Het ongenoegen stijgt daarentegen: studenten, assistenten en hoogleraren verenigen zich, houden symposia en zoeken naar oplossingen.
Dit boek is niet alleen getuige van al wat er misloopt in de universitaire wereld, het biedt ook een oplossing aan een compleet scheefgegroeide situatie. Gedreven door de marktlogica van de maatschappij waarin de universiteit ingebed ligt, concentreren de academici zich thans vooral op publicaties. De kwaliteit van het onderwijs, van het onderzoek en van het academische leven lijdt hieronder. Maar de complexiteit van de academische wereld vraagt om een bijzondere aanpak. De auteur beschrijft een holistische benadering om de academici weer te laten excelleren in onderwijs, onderzoek en dienstverlening.
“Universiteiten staan steeds vaker in het brandpunt van de belangstelling. Studenten
verwachten een goede toekomst met een universitair diploma, de samenleving oplossingen
voor de grote hedendaagse problemen, bedrijven nieuwe innovaties en winstgevende toepassingen.
Dat legt een grote druk op de universiteiten, die daar op verschillende wijzen
mee omgaan. De discussies over de toekomst van de universiteit laaien dus op. En dat is
goed, omdat universiteiten ook de traditionele waarden van onafhankelijkheid, objectiviteit
en waarheidsvinding moeten koesteren. De spanning tussen die waarden en de hedendaagse
verwachtingen is groot, zoals Gustaaf Cornelis in zijn boek beschrijft.”
Dr. Karl Dittrich, Voorzitter VSNU - Vereniging van Universiteiten (Nederland)
Gustaaf C. Cornelis doceert wetenschapsfilosofie aan de Vrije Universiteit Brussel en Universiteit Antwerpen. Hij studeerde wijsbegeerte aan de Vrije Universiteit Brussel, Universiteit Gent en de Atheense Polytechnische Universiteit. Hij is auteur van diverse wetenschapsfilosofische artikels en boeken, waaronder Francis Bacon ‘twittert’: de nieuwe academie.
Wetenschapsethisch manifest. Blauwdruk van een vernieuwde universiteit.
Geregeld klaagt er een stem over mistoestanden aan de universiteiten. Jonge vorsers zouden kampen met mentale problemen. Academici zouden onder al te grote werkdruk staan. De media rapporteren over opleidingen die uitdoven, over een fraudegeval of over een conflict tussen onderzoekers. De universitaire overheden erkennen dat er weleens een probleem de kop opsteekt, maar minimaliseren zo snel en efficiënt mogelijk de omvang daarvan. Heimelijk wordt er geprutst waar het knelt, in de hoop dat het allemaal niet zo’n vaart zal lopen. Het ongenoegen stijgt daarentegen: studenten, assistenten en hoogleraren verenigen zich, houden symposia en zoeken naar oplossingen.
Dit boek is niet alleen getuige van al wat er misloopt in de universitaire wereld, het biedt ook een oplossing aan een compleet scheefgegroeide situatie. Gedreven door de marktlogica van de maatschappij waarin de universiteit ingebed ligt, concentreren de academici zich thans vooral op publicaties. De kwaliteit van het onderwijs, van het onderzoek en van het academische leven lijdt hieronder. Maar de complexiteit van de academische wereld vraagt om een bijzondere aanpak. De auteur beschrijft een holistische benadering om de academici weer te laten excelleren in onderwijs, onderzoek en dienstverlening.
“Universiteiten staan steeds vaker in het brandpunt van de belangstelling. Studenten
verwachten een goede toekomst met een universitair diploma, de samenleving oplossingen
voor de grote hedendaagse problemen, bedrijven nieuwe innovaties en winstgevende toepassingen.
Dat legt een grote druk op de universiteiten, die daar op verschillende wijzen
mee omgaan. De discussies over de toekomst van de universiteit laaien dus op. En dat is
goed, omdat universiteiten ook de traditionele waarden van onafhankelijkheid, objectiviteit
en waarheidsvinding moeten koesteren. De spanning tussen die waarden en de hedendaagse
verwachtingen is groot, zoals Gustaaf Cornelis in zijn boek beschrijft.”
Dr. Karl Dittrich, Voorzitter VSNU - Vereniging van Universiteiten (Nederland)
Gustaaf C. Cornelis doceert wetenschapsfilosofie aan de Vrije Universiteit Brussel en Universiteit Antwerpen. Hij studeerde wijsbegeerte aan de Vrije Universiteit Brussel, Universiteit Gent en de Atheense Polytechnische Universiteit. Hij is auteur van diverse wetenschapsfilosofische artikels en boeken, waaronder Francis Bacon ‘twittert’: de nieuwe academie.
Huiswerk Bikkels. Handboek voor middelbare scholieren.
Huiswerk Bikkels is een onmisbaar handboek voor beginnende
middelbare scholieren. Met praktische tips, stappenplannen
en best-bewaarde-huiswerk-geheimen, kunnen
leerlingen vanaf het allereerste begin gestructureerd en efficiënt hun
huiswerk aanpakken.
Het boek bestaat uit drie delen:
- motivatie
- plannen en organiseren
- studievaardigheden.
Huiswerk Bikkels is een aanvulling op de eerdere uitgave Brugklas Bikkels; een boek dat zich richt op het zelfverzekerd en relaxed leren omgaan met alle veranderingen in het middelbaar onderwijs. Samen bieden de twee boeken een grondige basis, zowel op leerinhoudelijk als op sociaal-emotioneel gebied.
Inke Brugman is orthopedagoog en oprichter van Spectrum Brabant
en Bikkeltrainingen.nl. Zij is auteur van onder meer Bikkels in de dop,
Brugklas Bikkels en andere titels uit de Bikkel-reeks.
Renate van Leeuwen is leerkracht en innovatiemanager bij Spectrum
Brabant. Zij is de drijvende kracht achter de ontwikkeling van diverse
Bikkeltrainingen en co-auteur van onder meer Bikkeltjes met lef.
Lenneke Bazen werkt al jaren bij Spectrum Brabant als groepscoördinator
en studiecoach. Zij is gespecialiseerd in het begeleiden van
leerlingen met autisme en ADHD.
De tekeningen zijn van Roger van der Weide. Hij is afgestudeerd aan
De Eindhovense School (tegenwoordig Sint-Lucas) en de Unit Academie
en werkt nu als animator.
Huiswerk Bikkels. Handboek voor middelbare scholieren.
Huiswerk Bikkels is een onmisbaar handboek voor beginnende
middelbare scholieren. Met praktische tips, stappenplannen
en best-bewaarde-huiswerk-geheimen, kunnen
leerlingen vanaf het allereerste begin gestructureerd en efficiënt hun
huiswerk aanpakken.
Het boek bestaat uit drie delen:
- motivatie
- plannen en organiseren
- studievaardigheden.
Huiswerk Bikkels is een aanvulling op de eerdere uitgave Brugklas Bikkels; een boek dat zich richt op het zelfverzekerd en relaxed leren omgaan met alle veranderingen in het middelbaar onderwijs. Samen bieden de twee boeken een grondige basis, zowel op leerinhoudelijk als op sociaal-emotioneel gebied.
Inke Brugman is orthopedagoog en oprichter van Spectrum Brabant
en Bikkeltrainingen.nl. Zij is auteur van onder meer Bikkels in de dop,
Brugklas Bikkels en andere titels uit de Bikkel-reeks.
Renate van Leeuwen is leerkracht en innovatiemanager bij Spectrum
Brabant. Zij is de drijvende kracht achter de ontwikkeling van diverse
Bikkeltrainingen en co-auteur van onder meer Bikkeltjes met lef.
Lenneke Bazen werkt al jaren bij Spectrum Brabant als groepscoördinator
en studiecoach. Zij is gespecialiseerd in het begeleiden van
leerlingen met autisme en ADHD.
De tekeningen zijn van Roger van der Weide. Hij is afgestudeerd aan
De Eindhovense School (tegenwoordig Sint-Lucas) en de Unit Academie
en werkt nu als animator.
Toegewijde dokters. Waarom de niet-medische competenties geen bijzaak zijn. (Catharina-reeks, nr. 6)
Geneeskunde is een steeds specialistischer vak geworden. Logisch dus dat in de artsenopleiding veel tijd en energie gestoken wordt in de medisch inhoudelijke en technische kant. Tegelijkertijd vraagt de praktische uitoefening van het artsenberoep in een ziekenhuis, zorginstelling of huisartsenpraktijk een breed pallet aan andere vaardigheden. Een gesprek voeren met patiënt en familie om tot een behandelingsbesluit te komen is meer dan alleen medische kennis aanreiken. Niet alles wat kan leidt tot een goede uitkomst. Vanuit politiek en samenleving worden kostenbewustzijn en efficiency gevraagd. De media volgen het handelen van artsen op de voet - niet alleen de succesverhalen. Wetenschappelijk gezien blijven er grote uitdagingen die inzet vragen, en daarnaast mag de existentiële kant van ziek- zijn, leven en dood geen onbekend terrein blijven voor de medicus practicus. De arts van nu en morgen moet van vele markten thuis zijn.
Aan de opleiders de taak een goed evenwicht te vinden tussen deze uiteenlopende eisen van breedte en specialistische diepte. Door de wetenschappelijk- technologische profilering van de geneeskunde raakten deze zogenaamde niet-medische competenties lang overschaduwd. De laatste jaren groeit echter de overtuiging dat bij goede medische zorg ook de persoon van de dokter in het geding is, en dat de cultivering van deze competenties daarvoor doorslaggevend kan zijn.
De bijdragen aan deze bundel zijn geschreven vanuit deze overtuiging. Het zijn beschouwingen door (ervarings)deskundigen vanuit eigen praktijk of wetenschappelijk onderzoek. Door de inzichten en ervaringen die zij daarin hebben opgedaan te delen, beogen ze deze ontwikkeling in de artsenopleiding mee te stimuleren.
Frank Smeenk (longarts), Harm Rutten (chirurg-oncoloog) en Eric van de Laar (klinisch
ethicus) werken in het Catharina Ziekenhuis Eindhoven en vormen de redactie
van deze publicatie.
Het boek bevat bijdragen van: Drs. Geert van der Aa,
Dr. Piet Batenburg,
Drs. Hennie van Bavel,
Dr. Harmen Bijwaard,
Dr. Lukas Dekker,
Dr. Nicolette Hijweege,
Prof. Mr. Joep H. Hubben,
Dr. Eric van de Laar,
C.M.H (Kim) Naus,
Lokien (Xavier) van Nunen Msc,
Dr. Jan Peil,
Prof. Dr. J.Z.T. Pieper,
Prof. dr. Ans van der Ploeg,
Dr. Daniela Schulz,
Dr. Wim Smeets,
Dr. Thijs Tromp,
Prof. dr. Harm Rutten,
Prof. dr. Frank Smeenk,
Dr. Bart van Straten,
Dennis van Veghel Msc en
Nicky Westerhof Msc.
Dit boek is het zesde deel in de Catharina-reeks (Levensbeschouwing en ethiek in de gezondheidszorg):
Toegewijde dokters. Waarom de niet-medische competenties geen bijzaak zijn. (Catharina-reeks, nr. 6)
Geneeskunde is een steeds specialistischer vak geworden. Logisch dus dat in de artsenopleiding veel tijd en energie gestoken wordt in de medisch inhoudelijke en technische kant. Tegelijkertijd vraagt de praktische uitoefening van het artsenberoep in een ziekenhuis, zorginstelling of huisartsenpraktijk een breed pallet aan andere vaardigheden. Een gesprek voeren met patiënt en familie om tot een behandelingsbesluit te komen is meer dan alleen medische kennis aanreiken. Niet alles wat kan leidt tot een goede uitkomst. Vanuit politiek en samenleving worden kostenbewustzijn en efficiency gevraagd. De media volgen het handelen van artsen op de voet - niet alleen de succesverhalen. Wetenschappelijk gezien blijven er grote uitdagingen die inzet vragen, en daarnaast mag de existentiële kant van ziek- zijn, leven en dood geen onbekend terrein blijven voor de medicus practicus. De arts van nu en morgen moet van vele markten thuis zijn.
Aan de opleiders de taak een goed evenwicht te vinden tussen deze uiteenlopende eisen van breedte en specialistische diepte. Door de wetenschappelijk- technologische profilering van de geneeskunde raakten deze zogenaamde niet-medische competenties lang overschaduwd. De laatste jaren groeit echter de overtuiging dat bij goede medische zorg ook de persoon van de dokter in het geding is, en dat de cultivering van deze competenties daarvoor doorslaggevend kan zijn.
De bijdragen aan deze bundel zijn geschreven vanuit deze overtuiging. Het zijn beschouwingen door (ervarings)deskundigen vanuit eigen praktijk of wetenschappelijk onderzoek. Door de inzichten en ervaringen die zij daarin hebben opgedaan te delen, beogen ze deze ontwikkeling in de artsenopleiding mee te stimuleren.
Frank Smeenk (longarts), Harm Rutten (chirurg-oncoloog) en Eric van de Laar (klinisch
ethicus) werken in het Catharina Ziekenhuis Eindhoven en vormen de redactie
van deze publicatie.
Het boek bevat bijdragen van: Drs. Geert van der Aa,
Dr. Piet Batenburg,
Drs. Hennie van Bavel,
Dr. Harmen Bijwaard,
Dr. Lukas Dekker,
Dr. Nicolette Hijweege,
Prof. Mr. Joep H. Hubben,
Dr. Eric van de Laar,
C.M.H (Kim) Naus,
Lokien (Xavier) van Nunen Msc,
Dr. Jan Peil,
Prof. Dr. J.Z.T. Pieper,
Prof. dr. Ans van der Ploeg,
Dr. Daniela Schulz,
Dr. Wim Smeets,
Dr. Thijs Tromp,
Prof. dr. Harm Rutten,
Prof. dr. Frank Smeenk,
Dr. Bart van Straten,
Dennis van Veghel Msc en
Nicky Westerhof Msc.
Dit boek is het zesde deel in de Catharina-reeks (Levensbeschouwing en ethiek in de gezondheidszorg):
Word voor beginners (ICT-lijn, nr. 19)
Wie wil kennismaken met Word, vindt hier een zorgvuldig beschreven route. Het
boek is zowel
bedoeld voor onderwijs als voor zelfstudie.
Bij elk onderwerp zijn er heel wat doe-activiteiten. De verschillende aspecten
van Word
worden telkens onmiddellijk getoetst via praktijkoefeningen en per hoofdstuk
samengevat.
Op het einde van het boek bezit de lezer een grondige kennis van de
basisbegrippen van
Word en is hij in staat om zelf professionele documenten aan te maken.
Een oefening wordt ieder hoofdstuk verder uitgebouwd. Op een bijhorende website
staan naast de oefeningen ook de opgeloste voorbeelden.
Het boek sluit af met een aantal portfolio-opdrachten, werkstukken waarbij je
vanaf
een leeg document een professioneel geheel samenstelt.
Emmy Leleu is verbonden aan het CVO - Centrum voor volwassenenonderwijs in Kortrijk. Naast ict-coördinator is ze een Google certified trainer, social media consultant en webmaster.
Word voor beginners (ICT-lijn, nr. 19)
Wie wil kennismaken met Word, vindt hier een zorgvuldig beschreven route. Het
boek is zowel
bedoeld voor onderwijs als voor zelfstudie.
Bij elk onderwerp zijn er heel wat doe-activiteiten. De verschillende aspecten
van Word
worden telkens onmiddellijk getoetst via praktijkoefeningen en per hoofdstuk
samengevat.
Op het einde van het boek bezit de lezer een grondige kennis van de
basisbegrippen van
Word en is hij in staat om zelf professionele documenten aan te maken.
Een oefening wordt ieder hoofdstuk verder uitgebouwd. Op een bijhorende website
staan naast de oefeningen ook de opgeloste voorbeelden.
Het boek sluit af met een aantal portfolio-opdrachten, werkstukken waarbij je
vanaf
een leeg document een professioneel geheel samenstelt.
Emmy Leleu is verbonden aan het CVO - Centrum voor volwassenenonderwijs in Kortrijk. Naast ict-coördinator is ze een Google certified trainer, social media consultant en webmaster.
De medische renaissance anders bekeken (1400-1600) (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 5)
De ‘renaissance’ is een grote culturele beweging die ontstond in Italië in de veertiende en vijftiende eeuw. Zeker de aankomende zestiende eeuw gold als de ultieme eeuw van de ‘wedergeboorte’. Terwijl de term veelal met betrekking tot het artistieke milieu wordt gehanteerd, spreekt men in de evolutie van het denken en de geesteswetenschappen ook vaak van het parallelle ‘humanisme’. Het collectieve denken verschoof meer naar de kracht van het individu, het paradigma van het ‘godsbeeld’ zou plaatsmaken voor het ‘mensbeeld’, dat een universeel karakter moest uitstralen. De hierbij geformuleerde denkbeelden worden in dit cahier enigszins bijgesteld om de lezer zo tot nieuwe inzichten te bewegen.
De medische renaissance anders bekeken (1400-1600) kenmerkt zich door een steeds wederkerend spanningsveld tussen continuïteit en een soort van discontinuïteitsdenken. Als het ware een tweeopdeling. Enerzijds prescriptieve kennis, die vaak letterlijk werd overgeleverd en niet-zelden klakkeloos werd overgenomen. Anderzijds de propositionele kennis, die voortborduurde op nieuwe ideeën en kennis, niet-zelden ontleend uit empirie en een eerste aanzet tot wetenschappelijk experiment. Beide tendensen konden naast elkaar bestaan, maar raakten vaak in elkaar vervlochten. Deze these lijkt aannemelijker te zijn dan een strikte dichotomie op het spanningsveld te blijven verdedigen.
Aan de hand van de hier geformuleerde, onderbouwde hypothesen kan de lezer zijn eigen conclusies trekken. Afhankelijk van zijn achtergrond en intentie kunnen ze nogal uiteenlopend zijn. Dit lijkt ons echter veeleer een troef dan een ‘handicap’, temeer omdat op die manier het debat in de cultuur- en medische geschiedenis levendig blijft.
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
Dit boek bevat bijdragen van:
Dr. Maurits Biesbrouck,
Prof. em. dr. Ivo De Leeuw,
Prof. dr. Inge Fourneau,
Guy Gilias,
Dr. Theodoor Goddeeris,
Dr. Hans L. Houtzager,
Prof. em. dr. Omer Steeno,
Prof. em. dr. Raphael M.E. Suy,
Dr. Cornelis van Tilburg,
Aagje Van Cauwelaert en
Dr. Vincent Van Roy
De redactie was in handen van:
Prof. dr. Ivo De Leeuw, emeritus aan de universiteit Antwerpen, bekleedde verscheidene
wetenschappelijke functies op het gebied van de geneeskunde in onder
andere België, de VS en Groot-Brittannië. Hij is topgespecialiseerd in de medische
geschiedenis van grote Italiaanse families uit de renaissance. Hij publiceerde verschillende
artikelen en boeken.
Dr. Cornelis van Tilburg, classicus, is verbonden
aan de Universiteit Leiden. Hij publiceerde onder meer over verkeer en stadshygiëne
in het Romeinse Rijk en is eindredacteur van de cahierreeks Geschiedenis van
de Geneeskunde en Gezondheidszorg.
Dr. Vincent Van Roy, historicus, specialiseert
zich in allerlei medisch-historische onderwerpen, geschiedenis van lichaam
en geest en hospitaalgeschiedenis. In die hoedanigheid fungeert hij ook als secretaris
van de vereniging Hospitium en is hij redactiecoördinator van de cahierreeks
Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg.
De medische renaissance anders bekeken (1400-1600) (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 5)
De ‘renaissance’ is een grote culturele beweging die ontstond in Italië in de veertiende en vijftiende eeuw. Zeker de aankomende zestiende eeuw gold als de ultieme eeuw van de ‘wedergeboorte’. Terwijl de term veelal met betrekking tot het artistieke milieu wordt gehanteerd, spreekt men in de evolutie van het denken en de geesteswetenschappen ook vaak van het parallelle ‘humanisme’. Het collectieve denken verschoof meer naar de kracht van het individu, het paradigma van het ‘godsbeeld’ zou plaatsmaken voor het ‘mensbeeld’, dat een universeel karakter moest uitstralen. De hierbij geformuleerde denkbeelden worden in dit cahier enigszins bijgesteld om de lezer zo tot nieuwe inzichten te bewegen.
De medische renaissance anders bekeken (1400-1600) kenmerkt zich door een steeds wederkerend spanningsveld tussen continuïteit en een soort van discontinuïteitsdenken. Als het ware een tweeopdeling. Enerzijds prescriptieve kennis, die vaak letterlijk werd overgeleverd en niet-zelden klakkeloos werd overgenomen. Anderzijds de propositionele kennis, die voortborduurde op nieuwe ideeën en kennis, niet-zelden ontleend uit empirie en een eerste aanzet tot wetenschappelijk experiment. Beide tendensen konden naast elkaar bestaan, maar raakten vaak in elkaar vervlochten. Deze these lijkt aannemelijker te zijn dan een strikte dichotomie op het spanningsveld te blijven verdedigen.
Aan de hand van de hier geformuleerde, onderbouwde hypothesen kan de lezer zijn eigen conclusies trekken. Afhankelijk van zijn achtergrond en intentie kunnen ze nogal uiteenlopend zijn. Dit lijkt ons echter veeleer een troef dan een ‘handicap’, temeer omdat op die manier het debat in de cultuur- en medische geschiedenis levendig blijft.
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
Dit boek bevat bijdragen van:
Dr. Maurits Biesbrouck,
Prof. em. dr. Ivo De Leeuw,
Prof. dr. Inge Fourneau,
Guy Gilias,
Dr. Theodoor Goddeeris,
Dr. Hans L. Houtzager,
Prof. em. dr. Omer Steeno,
Prof. em. dr. Raphael M.E. Suy,
Dr. Cornelis van Tilburg,
Aagje Van Cauwelaert en
Dr. Vincent Van Roy
De redactie was in handen van:
Prof. dr. Ivo De Leeuw, emeritus aan de universiteit Antwerpen, bekleedde verscheidene
wetenschappelijke functies op het gebied van de geneeskunde in onder
andere België, de VS en Groot-Brittannië. Hij is topgespecialiseerd in de medische
geschiedenis van grote Italiaanse families uit de renaissance. Hij publiceerde verschillende
artikelen en boeken.
Dr. Cornelis van Tilburg, classicus, is verbonden
aan de Universiteit Leiden. Hij publiceerde onder meer over verkeer en stadshygiëne
in het Romeinse Rijk en is eindredacteur van de cahierreeks Geschiedenis van
de Geneeskunde en Gezondheidszorg.
Dr. Vincent Van Roy, historicus, specialiseert
zich in allerlei medisch-historische onderwerpen, geschiedenis van lichaam
en geest en hospitaalgeschiedenis. In die hoedanigheid fungeert hij ook als secretaris
van de vereniging Hospitium en is hij redactiecoördinator van de cahierreeks
Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg.
Maximaal Megataal
Maximaal Megataal: Een boek vol tips voor meer taal, meer denken en meer onderwijstijd in de tweede en derde kleuterklas. De lang verwachte opvolger van Minimaal Maxitaal: Een boek vol talige tips bij routines in de onthaalklas en de eerste kleuterklas.
Kleuters met een sterk ontwikkelde taal- en denkvaardigheid kennen meer schoolsucces dan minder vaardige klasgenootjes. Om alle kleuters van de tweede en derde kleuterklas (groepen 1 en 2) maximale ontplooiingskansen te schenken op het vlak van taal- en denkvaardigheid, voorziet Maximaal Megataal in een ‘handig’ kader: de taal-denkhand.
‘Dankzij het handje geef ik veel meer autonome denkkansen aan mijn vierjarigen. Dat past perfect bij hun leeftijd: ze willen graag zelfstandig worden en ze zijn zo nieuwsgierig naar de wereld om zich heen.’ Juf Liesbet
Naast de taal-denkhand biedt Maximaal Megataal ook inspiratie om negen routines en activiteiten die dagelijks of vaak terugkeren, zoals het onthaal, het keuzemoment en het fruitmoment krachtiger bij de ontwikkelingsbehoeften van de vier- en vijfjarigen te laten aansluiten. De keuze voor deze negen momenten is gebaseerd op recent onderzoek in Vlaanderen en Brussel.
‘Ik heb mijn onthaal helemaal omgegooid. Ik ben meer bezig met de essentie: het onthalen van de kleuters en hun ouders en ik pas natuurlijk de taal-denkhand toe. Ik sta nu nog dichter bij mijn kleuters en we kunnen veel sneller aan het werk.’ Juf Jamillah
Maximaal Megataal
Maximaal Megataal: Een boek vol tips voor meer taal, meer denken en meer onderwijstijd in de tweede en derde kleuterklas. De lang verwachte opvolger van Minimaal Maxitaal: Een boek vol talige tips bij routines in de onthaalklas en de eerste kleuterklas.
Kleuters met een sterk ontwikkelde taal- en denkvaardigheid kennen meer schoolsucces dan minder vaardige klasgenootjes. Om alle kleuters van de tweede en derde kleuterklas (groepen 1 en 2) maximale ontplooiingskansen te schenken op het vlak van taal- en denkvaardigheid, voorziet Maximaal Megataal in een ‘handig’ kader: de taal-denkhand.
‘Dankzij het handje geef ik veel meer autonome denkkansen aan mijn vierjarigen. Dat past perfect bij hun leeftijd: ze willen graag zelfstandig worden en ze zijn zo nieuwsgierig naar de wereld om zich heen.’ Juf Liesbet
Naast de taal-denkhand biedt Maximaal Megataal ook inspiratie om negen routines en activiteiten die dagelijks of vaak terugkeren, zoals het onthaal, het keuzemoment en het fruitmoment krachtiger bij de ontwikkelingsbehoeften van de vier- en vijfjarigen te laten aansluiten. De keuze voor deze negen momenten is gebaseerd op recent onderzoek in Vlaanderen en Brussel.
‘Ik heb mijn onthaal helemaal omgegooid. Ik ben meer bezig met de essentie: het onthalen van de kleuters en hun ouders en ik pas natuurlijk de taal-denkhand toe. Ik sta nu nog dichter bij mijn kleuters en we kunnen veel sneller aan het werk.’ Juf Jamillah
Het volgrecht van de kunstenaar
Auteurs van werken van grafische of beeldende kunst hebben recht op een vergoeding wanneer hun werken (schilderijen, beeldhouwwerken, etsen, …) worden doorverkocht met tussenkomst van een professionele kunsthandelaar, zoals een galerij of veilinghuis. Deze vergoeding wordt aangeduid als het volgrecht. De wettelijke regeling inzake het volgrecht is recent grondig gewijzigd.
In dit boek wordt de vernieuwde regeling inzake het volgrecht grondig besproken. Aan bod komt de vraag welke werken en welke transacties onder de regeling inzake het volgrecht vallen, wat het tarief is, wie het volgrecht verschuldigd is en wie er recht op heeft. Ook wordt uitgebreid toegelicht waar, wanneer, hoe en door wie aangiftes van doorverkopen dienen te gebeuren. Tot slot wordt aangegeven hoe kunstenaars op de hoogte kunnen komen van de doorverkopen van hun werken, op welke wijze zij hun volgrecht kunnen opeisen en tot wanneer.
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Hendrik Vanhees is hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en hoofddocent aan de Universiteit Gent, en is gespecialiseerd in het recht van de intellectuele eigendom (o.a. auteurs-, merken-, modellen- en octrooirecht).
Het volgrecht van de kunstenaar
Auteurs van werken van grafische of beeldende kunst hebben recht op een vergoeding wanneer hun werken (schilderijen, beeldhouwwerken, etsen, …) worden doorverkocht met tussenkomst van een professionele kunsthandelaar, zoals een galerij of veilinghuis. Deze vergoeding wordt aangeduid als het volgrecht. De wettelijke regeling inzake het volgrecht is recent grondig gewijzigd.
In dit boek wordt de vernieuwde regeling inzake het volgrecht grondig besproken. Aan bod komt de vraag welke werken en welke transacties onder de regeling inzake het volgrecht vallen, wat het tarief is, wie het volgrecht verschuldigd is en wie er recht op heeft. Ook wordt uitgebreid toegelicht waar, wanneer, hoe en door wie aangiftes van doorverkopen dienen te gebeuren. Tot slot wordt aangegeven hoe kunstenaars op de hoogte kunnen komen van de doorverkopen van hun werken, op welke wijze zij hun volgrecht kunnen opeisen en tot wanneer.
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Hendrik Vanhees is hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en hoofddocent aan de Universiteit Gent, en is gespecialiseerd in het recht van de intellectuele eigendom (o.a. auteurs-, merken-, modellen- en octrooirecht).
Recepten voor een gezonde receptie
Heerlijk toch, recepties?
Of ze ook zo ‘gezond’ zijn?
Dat kan perfect en ook nog lekker.
Dit boek brengt recepten bij elkaar om een lijnvriendelijke receptie te organiseren. En dit zonder extra moeite. Met hapjes waarbij je geen of wel een keuken nodig hebt. Tegelijk geven duidelijke overzichten aan wat en hoeveel je nodig hebt naar gelang van de feesttijd en het aantal gasten. Meteen een handige boodschappenlijst. Recepties zijn voortaan altijd gezond.
Recepten voor een gezonde receptie
Heerlijk toch, recepties?
Of ze ook zo ‘gezond’ zijn?
Dat kan perfect en ook nog lekker.
Dit boek brengt recepten bij elkaar om een lijnvriendelijke receptie te organiseren. En dit zonder extra moeite. Met hapjes waarbij je geen of wel een keuken nodig hebt. Tegelijk geven duidelijke overzichten aan wat en hoeveel je nodig hebt naar gelang van de feesttijd en het aantal gasten. Meteen een handige boodschappenlijst. Recepties zijn voortaan altijd gezond.
Zoals het klokje thuis tikt. Samenhuizen van volwassen kinderen met hun ouders. (Reeks: Gezinnen, Relaties en Opvoeding, nr. 1)
Samenhuizen met volwassen kinderen: voor veel gezinnen is dit – al dan niet tijdelijk – een realiteit. Sommige kinderen blijven in Hotel Mama wonen, anderen komen als boemerangkinderen tijdelijk inwonen na een scheiding. Mensen van middelbare leeftijd kiezen er soms voor om te gaan samenwonen met hun bejaarde ouders of hun volwassen kinderen die een beperking hebben, om voor hen te zorgen.
Onderzoekers van het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee) maakten samen met partners een analyse van verschillende vormen van ‘samenhuizen’ van ouders met volwassen kinderen. De auteurs gaan in op de uitdagingen en doen concrete aanbevelingen om dit te ondersteunen en te optimaliseren. Sommige vormen van samenhuizen met volwassen kinderen en ouders zijn vandaag al wijdverspreid. Andere kunnen in de toekomst misschien een antwoord bieden op vragen die een vergrijzende en zorgzame samenleving ons stelt. Dit boek is een inspiratiebron
voor iedereen die professioneel, beleidsmatig of persoonlijk te maken heeft met samenhuizen van volwassen kinderen en hun ouders.
Dirk Luyten is doctor in de sociale wetenschappen en master in de stedenbouw en
ruimtelijke planning, is lector gezinsbeleid aan de opleiding gezinswetenschappen
(Odisee) en onderzoeker bij het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen
(Odisee). Hij is zelfstandig beleidsadviseur woonbeleid (Studio Beleid).
Kathleen Emmery is master in de criminologie en coördinator van het kenniscentrum
Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee). Ze doceert recht aan de opleiding
gezinswetenschappen (Odisee) en doet onderzoek naar gezinsbeleid in Vlaanderen.
Eline Mechels is master in de sociologie en stafmedewerker aan het kenniscentrum
Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee).
Zoals het klokje thuis tikt. Samenhuizen van volwassen kinderen met hun ouders. (Reeks: Gezinnen, Relaties en Opvoeding, nr. 1)
Samenhuizen met volwassen kinderen: voor veel gezinnen is dit – al dan niet tijdelijk – een realiteit. Sommige kinderen blijven in Hotel Mama wonen, anderen komen als boemerangkinderen tijdelijk inwonen na een scheiding. Mensen van middelbare leeftijd kiezen er soms voor om te gaan samenwonen met hun bejaarde ouders of hun volwassen kinderen die een beperking hebben, om voor hen te zorgen.
Onderzoekers van het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee) maakten samen met partners een analyse van verschillende vormen van ‘samenhuizen’ van ouders met volwassen kinderen. De auteurs gaan in op de uitdagingen en doen concrete aanbevelingen om dit te ondersteunen en te optimaliseren. Sommige vormen van samenhuizen met volwassen kinderen en ouders zijn vandaag al wijdverspreid. Andere kunnen in de toekomst misschien een antwoord bieden op vragen die een vergrijzende en zorgzame samenleving ons stelt. Dit boek is een inspiratiebron
voor iedereen die professioneel, beleidsmatig of persoonlijk te maken heeft met samenhuizen van volwassen kinderen en hun ouders.
Dirk Luyten is doctor in de sociale wetenschappen en master in de stedenbouw en
ruimtelijke planning, is lector gezinsbeleid aan de opleiding gezinswetenschappen
(Odisee) en onderzoeker bij het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen
(Odisee). Hij is zelfstandig beleidsadviseur woonbeleid (Studio Beleid).
Kathleen Emmery is master in de criminologie en coördinator van het kenniscentrum
Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee). Ze doceert recht aan de opleiding
gezinswetenschappen (Odisee) en doet onderzoek naar gezinsbeleid in Vlaanderen.
Eline Mechels is master in de sociologie en stafmedewerker aan het kenniscentrum
Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee).
Renfrew Taalschalen Nederlandse Aanpassing (RTNA) – Set: Handleiding en scoreformulieren + Taalkaarten (in opbergkoffer)(2e druk)
In de logopedische en klinisch linguïstische praktijk heeft men behoefte aan een volledige testbatterij voor het onderzoek van alle taalaspecten. In het Nederlands taalgebied zijn reeds enkele waardevolle tests voorhanden om problemen op vlak van semantiek, morfologie en syntaxis te onderkennen. Het aanbod om pragmatische vaardigheden en meer specifiek de narratieve vaardigheid te evalueren, is eerder beperkt. Nochtans is het essentieel pragmatiek nauwkeurig te onderzoeken vanwege de relatie met de alledaagse communicatie en in het kader van differentiële diagnostiek tussen bepaalde vormen van ontwikkelingsstoornissen (Russell, 2007).
Naast het tekort aan genormeerde instrumenten voor narratieve vaardigheden, merken we dat er nog geen test beschikbaar is die de woordvinding analyseert. Woordvinding verwijst naar de snelheid waarmee een woord kan worden opgeroepen uit het lexicon. De woordenschattests die momenteel gehanteerd worden in de klinische praktijk, laten niet toe uitspraken te doen over woordvinding daar er geen tijdslimiet wordt vastgelegd. Tot slot is er nog geen test die kinderen spontaan zinnen laat uiten en waarbij men rekening dient te houden met de voorkennis van de luisteraar. De Renfrew Taalschalen Nederlandse Aanpassing lijken deze leemtes te kunnen opvullen.
Kino Jansonius, klinisch psycholinguïst en logopedist,
wetenschappelijk medewerker ACLC (Amsterdam Centre for
Language and Communication), Algemene Taalwetenschappen,
Faculteit Geesteswetenschappen, Universiteit van Amsterdam.
Mieke Ketelaars, orthopedagoog, universitair docent
Orthopedagogiek,
Faculteit Sociale Wetenschappen,
Rijksuniversiteit Leiden.
Marja Borgers, linguïst, zelfstandig werkend adviseur
voor taalonderwijs en taalstoornissen, www.taalweb.nl.
Ellen Van Den Heuvel, master Logopedische en Audiologische
Wetenschappen, doctorandus KU Leuven, Departement
Neurowetenschappen, ExpORL.
Hilde Roeyers, opleidingshoofd Logopedie-Audiologie,
Katholieke Hogeschool VIVES, campus Brugge.
Eric Manders, deeltijds docent KU Leuven (Logopedische en
Audiologische Wetenschappen) en Thomas More Antwerpen
(Departement Logopedie en Audiologie).
Inge Zink, deeltijds hoogleraar KU Leuven (programmadirecteur
Logopedische en Audiologische Wetenschappen) en logopedist UZ
Leuven (taaldiagnostiek MUCLA).
Renfrew Taalschalen Nederlandse Aanpassing (RTNA) – Set: Handleiding en scoreformulieren + Taalkaarten (in opbergkoffer)(2e druk)
In de logopedische en klinisch linguïstische praktijk heeft men behoefte aan een volledige testbatterij voor het onderzoek van alle taalaspecten. In het Nederlands taalgebied zijn reeds enkele waardevolle tests voorhanden om problemen op vlak van semantiek, morfologie en syntaxis te onderkennen. Het aanbod om pragmatische vaardigheden en meer specifiek de narratieve vaardigheid te evalueren, is eerder beperkt. Nochtans is het essentieel pragmatiek nauwkeurig te onderzoeken vanwege de relatie met de alledaagse communicatie en in het kader van differentiële diagnostiek tussen bepaalde vormen van ontwikkelingsstoornissen (Russell, 2007).
Naast het tekort aan genormeerde instrumenten voor narratieve vaardigheden, merken we dat er nog geen test beschikbaar is die de woordvinding analyseert. Woordvinding verwijst naar de snelheid waarmee een woord kan worden opgeroepen uit het lexicon. De woordenschattests die momenteel gehanteerd worden in de klinische praktijk, laten niet toe uitspraken te doen over woordvinding daar er geen tijdslimiet wordt vastgelegd. Tot slot is er nog geen test die kinderen spontaan zinnen laat uiten en waarbij men rekening dient te houden met de voorkennis van de luisteraar. De Renfrew Taalschalen Nederlandse Aanpassing lijken deze leemtes te kunnen opvullen.
Kino Jansonius, klinisch psycholinguïst en logopedist,
wetenschappelijk medewerker ACLC (Amsterdam Centre for
Language and Communication), Algemene Taalwetenschappen,
Faculteit Geesteswetenschappen, Universiteit van Amsterdam.
Mieke Ketelaars, orthopedagoog, universitair docent
Orthopedagogiek,
Faculteit Sociale Wetenschappen,
Rijksuniversiteit Leiden.
Marja Borgers, linguïst, zelfstandig werkend adviseur
voor taalonderwijs en taalstoornissen, www.taalweb.nl.
Ellen Van Den Heuvel, master Logopedische en Audiologische
Wetenschappen, doctorandus KU Leuven, Departement
Neurowetenschappen, ExpORL.
Hilde Roeyers, opleidingshoofd Logopedie-Audiologie,
Katholieke Hogeschool VIVES, campus Brugge.
Eric Manders, deeltijds docent KU Leuven (Logopedische en
Audiologische Wetenschappen) en Thomas More Antwerpen
(Departement Logopedie en Audiologie).
Inge Zink, deeltijds hoogleraar KU Leuven (programmadirecteur
Logopedische en Audiologische Wetenschappen) en logopedist UZ
Leuven (taaldiagnostiek MUCLA).
Een kei in evalueren. Werkboek evalueren in de gezondheidsbevordering
Evalueren is géén passief gebeuren, het doel is om je project of samenwerking een nieuwe impuls te geven. Actie dus. Dit handboek zet je op een toegankelijke manier op weg.
Evaluatieproces van A tot Z
Het boek doet het evaluatieproces van A tot Z uit de doeken en biedt een
kader dat helpt
om het overzicht te houden op alle beslissingen die een evaluatie vereist.
Het is bedoeld
voor iedereen die zijn inspanningen op het vlak van gezondheidsbevordering
naar waarde
wil schatten. Of dat nu een project, actie, product, samenwerking,
interventie of dienstverlening
is.
Toegankelijk
Een kwaliteitsvolle evaluatie start met een gefundeerde voorbereiding.
Hiervoor worden
tools zoals de evaluatiematrix en het RE-AIM-model aangereikt. Je komt ook
te weten hoe
je meetinstrumenten opstelt. De uitvoering van de evaluatie bevat uitleg
over de verzameling,
analyse en interpretatie van de gegevens. Maar ook het resultaat van de
evaluatie
wordt niet vergeten. Hoe gaan we hier nu mee voort? Alle onderdelen van de
theorie komen
op een toegankelijke manier aan bod met concrete voorbeelden.
Dit is een boek om meer en beter te evalueren.
Saidja Steenhuyzen is stafmedewerker wetenschappelijke ondersteuning bij VIGeZ -
Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie en Ziektepreventie, met zetel in Brussel.
Veerle Stevens was stafmedewerker bij VIGeZ. Zij is nu adjunct-directeur bij CGG Passant
vzw.
Een kei in evalueren. Werkboek evalueren in de gezondheidsbevordering
Evalueren is géén passief gebeuren, het doel is om je project of samenwerking een nieuwe impuls te geven. Actie dus. Dit handboek zet je op een toegankelijke manier op weg.
Evaluatieproces van A tot Z
Het boek doet het evaluatieproces van A tot Z uit de doeken en biedt een
kader dat helpt
om het overzicht te houden op alle beslissingen die een evaluatie vereist.
Het is bedoeld
voor iedereen die zijn inspanningen op het vlak van gezondheidsbevordering
naar waarde
wil schatten. Of dat nu een project, actie, product, samenwerking,
interventie of dienstverlening
is.
Toegankelijk
Een kwaliteitsvolle evaluatie start met een gefundeerde voorbereiding.
Hiervoor worden
tools zoals de evaluatiematrix en het RE-AIM-model aangereikt. Je komt ook
te weten hoe
je meetinstrumenten opstelt. De uitvoering van de evaluatie bevat uitleg
over de verzameling,
analyse en interpretatie van de gegevens. Maar ook het resultaat van de
evaluatie
wordt niet vergeten. Hoe gaan we hier nu mee voort? Alle onderdelen van de
theorie komen
op een toegankelijke manier aan bod met concrete voorbeelden.
Dit is een boek om meer en beter te evalueren.
Saidja Steenhuyzen is stafmedewerker wetenschappelijke ondersteuning bij VIGeZ -
Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie en Ziektepreventie, met zetel in Brussel.
Veerle Stevens was stafmedewerker bij VIGeZ. Zij is nu adjunct-directeur bij CGG Passant
vzw.
Lesson Study: een praktische gids voor het onderwijs
Lesson Study is een effectieve benadering voor onderwijsprofessionalisering die in Nederland snel aan populariteit wint. Het is een werkwijze waarbij docenten in teamverband een cyclus doorlopen om het leren van leerlingen te verbeteren. De cyclus bestaat uit de volgende stappen:
- Oriënteren en doelen stellen.
- Ontwerpen van de onderzoeksles met een didactiek om alle leerlingen te bereiken.
- Geven van de eerste onderzoeksles.
- Nabespreken van de eerste onderzoeksles.
- Herzien en nogmaals geven van de onderzoeksles.
- Reflecteren en delen van resultaten.
Siebrich de Vries is lerarenopleider, onderzoeker en projectleider op het gebied
van Lesson Study bij de lerarenopleiding van de Rijksuniversiteit Groningen.
Nellie Verhoef is universitair hoofddocent, lerarenopleider en onderzoeker op
het gebied van de effecten van Lesson Study op de didactiek van de wiskunde bij
de Universiteit Twente.
Sui Lin Goei is lector bij de Hogeschool Windesheim en programmaleider
Lesson Study bij het Universitair Centrum Gedrag en Bewegen van de Vrije Universiteit
Amsterdam.
Lesson Study: een praktische gids voor het onderwijs
Lesson Study is een effectieve benadering voor onderwijsprofessionalisering die in Nederland snel aan populariteit wint. Het is een werkwijze waarbij docenten in teamverband een cyclus doorlopen om het leren van leerlingen te verbeteren. De cyclus bestaat uit de volgende stappen:
- Oriënteren en doelen stellen.
- Ontwerpen van de onderzoeksles met een didactiek om alle leerlingen te bereiken.
- Geven van de eerste onderzoeksles.
- Nabespreken van de eerste onderzoeksles.
- Herzien en nogmaals geven van de onderzoeksles.
- Reflecteren en delen van resultaten.
Siebrich de Vries is lerarenopleider, onderzoeker en projectleider op het gebied
van Lesson Study bij de lerarenopleiding van de Rijksuniversiteit Groningen.
Nellie Verhoef is universitair hoofddocent, lerarenopleider en onderzoeker op
het gebied van de effecten van Lesson Study op de didactiek van de wiskunde bij
de Universiteit Twente.
Sui Lin Goei is lector bij de Hogeschool Windesheim en programmaleider
Lesson Study bij het Universitair Centrum Gedrag en Bewegen van de Vrije Universiteit
Amsterdam.
Trauma binnenstebuiten (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 22)
Het psychotrauma lijkt in de maatschappij en in de geestelijke gezondheidszorg aan een
opmars bezig. Het goede nieuws is dat het meer bespreekbaar is geworden. Het slechte
nieuws is dat het impact en de gevolgen ervan niet altijd juist worden ingeschat.
In
dit boek gaat het niet zozeer om wat natuurrampen of oorlogsgeweld aanrichten maar
om verborgen en onzichtbare breuken of kwetsuren die ons door medemensen of zelfs
vertrouwensfiguren worden aangedaan. De psychoanalyse heeft ook over deze kwestie
geen eenvoudige opvatting. Het gaat om een complexe materie met gevolgen voor
vertrouwen, gehechtheid, ontwikkeling, psychosociaal en -seksueel leven enzovoort.
Binnen- en buitenwereld, fantasie en realiteit, dader en slachtoffer blijken daarbij in
elkaar over te lopen.
Deze bundel bevat naar goede gewoonte bijdragen uit diverse
theoretische en klinische hoeken. Voor het eerst worden ze ook aangevuld met het
getuigenverslag
van een ervaringsdeskundige. Leren we vaak niet het meest door goed
naar onze patiënten te luisteren?
Met bijdragen van Ariane Bazan, Frédéric Declercq, Marijn Depraetere, Nele Fiers, Mieke Hoste, Mark Kinet, Nelleke J. Nicolai en Myriam Van Gael.
Mark Kinet is psychiater-psychotherapeut in de Kliniek St.-Jozef, Centrum voor Psychiatrie en Psychotherapie, te Pittem en voert zelfstandige psychoanalytische praktijk te St.-Martens Latem. Hij is hoofdredacteur van de reeks Psychoanalytisch Actueel en bestuurslid van de Stichting Psychoanalyse en Cultuur.
Trauma binnenstebuiten (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 22)
Het psychotrauma lijkt in de maatschappij en in de geestelijke gezondheidszorg aan een
opmars bezig. Het goede nieuws is dat het meer bespreekbaar is geworden. Het slechte
nieuws is dat het impact en de gevolgen ervan niet altijd juist worden ingeschat.
In
dit boek gaat het niet zozeer om wat natuurrampen of oorlogsgeweld aanrichten maar
om verborgen en onzichtbare breuken of kwetsuren die ons door medemensen of zelfs
vertrouwensfiguren worden aangedaan. De psychoanalyse heeft ook over deze kwestie
geen eenvoudige opvatting. Het gaat om een complexe materie met gevolgen voor
vertrouwen, gehechtheid, ontwikkeling, psychosociaal en -seksueel leven enzovoort.
Binnen- en buitenwereld, fantasie en realiteit, dader en slachtoffer blijken daarbij in
elkaar over te lopen.
Deze bundel bevat naar goede gewoonte bijdragen uit diverse
theoretische en klinische hoeken. Voor het eerst worden ze ook aangevuld met het
getuigenverslag
van een ervaringsdeskundige. Leren we vaak niet het meest door goed
naar onze patiënten te luisteren?
Met bijdragen van Ariane Bazan, Frédéric Declercq, Marijn Depraetere, Nele Fiers, Mieke Hoste, Mark Kinet, Nelleke J. Nicolai en Myriam Van Gael.
Mark Kinet is psychiater-psychotherapeut in de Kliniek St.-Jozef, Centrum voor Psychiatrie en Psychotherapie, te Pittem en voert zelfstandige psychoanalytische praktijk te St.-Martens Latem. Hij is hoofdredacteur van de reeks Psychoanalytisch Actueel en bestuurslid van de Stichting Psychoanalyse en Cultuur.
Verstandelijke beperking en psychoanalyse (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 21)
Psychoanalyse en verstandelijke beperking vormen een allesbehalve vanzelfsprekend koppel. Ze lijken mekaar zelfs uit te sluiten. Aan die wederzijdse uitsluiting liggen heel wat verschillende theoretische en praktische factoren ten grondslag met ondermeer de van oudsher ambivalente verhouding van pedagogiek en psychoanalyse, het centraal staan van cognitieve processen en leertheoretische concepten in de pedagogiek, de verstandelijke handicap als een organisch gegeven dat niet voor behandeling – zeker niet voor een psychoanalytische behandeling – vatbaar is enz. En toch … in tijden van inclusie blijkt overduidelijk dat een psychoanalytische benadering van verstandelijke handicap wel eens inclusief avant la lettre kan zijn. Die benadering maakt immers concreet werk van haar inclusief adagio: “Niets menselijks is mij vreemd, hoe vreemd die mens ook moge lijken”.
Dit boek zet aan om zelf werk te maken van je verlangen om mensen met een verstandelijke beperking te ondersteunen als volwaardig subject van verlangen, hoe gewoon of ongewoon dat ook gestalte mag krijgen ... al is het luisteren naar fluisteren.
Met bijdragen van Albert Ciccone, Johan De Groef, Karel De Vuyst, Joost Demuynck,
Jeroen Donckers, Eline Coolens, Tomas Geyskens, Simone Korff-Sausse, Steve
Oosterlinck, Régine Scelles, Stijn Vanheule, Marieke Van Isterdael, Evi Verbeke, Paul
Verhaeghe, Rudi Vermote.
Johan De Groef pedagoog en psychoanalyticus, is voormalig algemeen directeur van
Zonnelied.
Rudi Vermote is psychiater en psychoanalyticus en hoogleraar aan de KULeuven).
Verstandelijke beperking en psychoanalyse (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 21)
Psychoanalyse en verstandelijke beperking vormen een allesbehalve vanzelfsprekend koppel. Ze lijken mekaar zelfs uit te sluiten. Aan die wederzijdse uitsluiting liggen heel wat verschillende theoretische en praktische factoren ten grondslag met ondermeer de van oudsher ambivalente verhouding van pedagogiek en psychoanalyse, het centraal staan van cognitieve processen en leertheoretische concepten in de pedagogiek, de verstandelijke handicap als een organisch gegeven dat niet voor behandeling – zeker niet voor een psychoanalytische behandeling – vatbaar is enz. En toch … in tijden van inclusie blijkt overduidelijk dat een psychoanalytische benadering van verstandelijke handicap wel eens inclusief avant la lettre kan zijn. Die benadering maakt immers concreet werk van haar inclusief adagio: “Niets menselijks is mij vreemd, hoe vreemd die mens ook moge lijken”.
Dit boek zet aan om zelf werk te maken van je verlangen om mensen met een verstandelijke beperking te ondersteunen als volwaardig subject van verlangen, hoe gewoon of ongewoon dat ook gestalte mag krijgen ... al is het luisteren naar fluisteren.
Met bijdragen van Albert Ciccone, Johan De Groef, Karel De Vuyst, Joost Demuynck,
Jeroen Donckers, Eline Coolens, Tomas Geyskens, Simone Korff-Sausse, Steve
Oosterlinck, Régine Scelles, Stijn Vanheule, Marieke Van Isterdael, Evi Verbeke, Paul
Verhaeghe, Rudi Vermote.
Johan De Groef pedagoog en psychoanalyticus, is voormalig algemeen directeur van
Zonnelied.
Rudi Vermote is psychiater en psychoanalyticus en hoogleraar aan de KULeuven).
Mijn kind mishandelt me. Oudermishandeling
Kinderen die hun ouders mishandelen is een fenomeen dat meer voorkomt dan men zou denken. Veel literatuur en onderzoek bestaat er nog niet over. Dit hoeft niet te verwonderen. Het is een onderwerp dat we niet graag onder ogen zien, gewoon omdat het niet hoort dat kinderen hun ouders op een of andere manier terroriseren en zeker niet dat ze slaan.
De auteur beschrijft deze situaties op een zeer bevattelijke en concrete wijze. Alle aspecten komen aan bod. De rode draad in het boek is Christof, een vader van 45 jaar, die door zijn zoon Dieter, 17 jaar, zowel fysiek, psychologisch, verbaal als financieel wordt mishandeld. Het boek is bestemd voor iedereen die te maken heeft met deze problematiek of er meer over wil weten.
Met voorwoorden van prof. dr. Wim Van den Broeck en prof. em. dr. Ingrid Ponjaert-Kristoffersen, beiden Universiteit Brussel, en prof. dr. Annemie Desoete, Universiteit Gent.
KARL BAERT is master in de pedagogische wetenschappen en in het onderwijsmanagement. Hij is (mede)auteur van diverse uitgaven over leer-, ontwikkelings- en gedragsstoornissen bij kinderen en jongeren.
Mijn kind mishandelt me. Oudermishandeling
Kinderen die hun ouders mishandelen is een fenomeen dat meer voorkomt dan men zou denken. Veel literatuur en onderzoek bestaat er nog niet over. Dit hoeft niet te verwonderen. Het is een onderwerp dat we niet graag onder ogen zien, gewoon omdat het niet hoort dat kinderen hun ouders op een of andere manier terroriseren en zeker niet dat ze slaan.
De auteur beschrijft deze situaties op een zeer bevattelijke en concrete wijze. Alle aspecten komen aan bod. De rode draad in het boek is Christof, een vader van 45 jaar, die door zijn zoon Dieter, 17 jaar, zowel fysiek, psychologisch, verbaal als financieel wordt mishandeld. Het boek is bestemd voor iedereen die te maken heeft met deze problematiek of er meer over wil weten.
Met voorwoorden van prof. dr. Wim Van den Broeck en prof. em. dr. Ingrid Ponjaert-Kristoffersen, beiden Universiteit Brussel, en prof. dr. Annemie Desoete, Universiteit Gent.
KARL BAERT is master in de pedagogische wetenschappen en in het onderwijsmanagement. Hij is (mede)auteur van diverse uitgaven over leer-, ontwikkelings- en gedragsstoornissen bij kinderen en jongeren.
De literaire apologie, een alternatieve verdediging van het christendom
Na een lange stilte voelen christenen zich vanaf de negentiende eeuw, met name de laatste decennia, geroepen om zich weer te verdedigen tegen aanvallen op hun religie. Dat heeft enerzijds te maken met de opkomst van diverse wetenschappelijke bevindingen, anderzijds met een interne crisis, zoals recente uitkomsten van diverse rapporten laten zien. Terwijl traditionele apologeten kritiek op het christendom door ‘tegenspraak’ probeerden te weerleggen, kan men ook een literaire lijn vaststellen, waarin het religieuze individu zich veeleer op een poëtische wijze ‘uitspreekt’. In deze literaire apologie zoekt men niet zozeer de dialoog, maar presenteert men een autonome stem die zich op een eigenzinnige wijze over het fenomeen ‘religie’ buigt.
"In het boek De literaire apologie, een alternatieve verdediging van het christendom benadert Hans van Stralen het fenomeen ‘apologie’ vanuit een verrassende invalshoek: de literatuur. Van Stralen – literatuurwetenschapper en theoloog – maakt een onderscheid tussen de traditionele apologieën van veelal vroegchristelijke denkers en de meer literaire teneur die hij ontwaart in latere verweerschriften."
Lees meer (Nederlands Dagblad, p.19, 28/10/2016)
Hans van Stralen studeerde theologie, filosofie, Nederlands en algemene literatuurwetenschap in Nijmegen, Amsterdam en Utrecht. Hij is als literatuurwetenschapper verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam en de Universiteit Utrecht.
De literaire apologie, een alternatieve verdediging van het christendom
Na een lange stilte voelen christenen zich vanaf de negentiende eeuw, met name de laatste decennia, geroepen om zich weer te verdedigen tegen aanvallen op hun religie. Dat heeft enerzijds te maken met de opkomst van diverse wetenschappelijke bevindingen, anderzijds met een interne crisis, zoals recente uitkomsten van diverse rapporten laten zien. Terwijl traditionele apologeten kritiek op het christendom door ‘tegenspraak’ probeerden te weerleggen, kan men ook een literaire lijn vaststellen, waarin het religieuze individu zich veeleer op een poëtische wijze ‘uitspreekt’. In deze literaire apologie zoekt men niet zozeer de dialoog, maar presenteert men een autonome stem die zich op een eigenzinnige wijze over het fenomeen ‘religie’ buigt.
"In het boek De literaire apologie, een alternatieve verdediging van het christendom benadert Hans van Stralen het fenomeen ‘apologie’ vanuit een verrassende invalshoek: de literatuur. Van Stralen – literatuurwetenschapper en theoloog – maakt een onderscheid tussen de traditionele apologieën van veelal vroegchristelijke denkers en de meer literaire teneur die hij ontwaart in latere verweerschriften."
Lees meer (Nederlands Dagblad, p.19, 28/10/2016)
Hans van Stralen studeerde theologie, filosofie, Nederlands en algemene literatuurwetenschap in Nijmegen, Amsterdam en Utrecht. Hij is als literatuurwetenschapper verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam en de Universiteit Utrecht.
De Polders mee-maken. Bouwstenen voor beeldkwaliteit in de polders tussen Nieuwpoort en Diksmuide
’De Polders mee-maken’ houdt een pleidooi voor ruimte als een subjectieve en emotionele plek zoals mensen die zien en beleven. Het boek biedt een gids om aan de hand van bouwstenen, recepten en ingrediënten samen te werken aan de verbetering van de beeldkwaliteit van het landschap. Een grondige analyse van de polders op basis van acht bouwstenen voor beeldkwaliteit, geeft inzichten in hoe en waarom het landschap is gegroeid tot hoe het er nu uitziet. Vervolgens reikt het boek met eenvoudige schetsen en illustratieve beelden recepten aan om mee te werken aan een mooier polderlandschap.
Sylvie Van Damme is Doctor in de Stedenbouw en de Ruimtelijke Planning en gespecialiseerd in landschapsontwerp. Ze is ver-bonden aan de School of Arts van Hogeschool Gent.
Pieter Foré is MSc. Landschapsarchitectuur en Planning. Hij is verbonden aan de School of Arts van Hogeschool Gent en daar-naast werkzaam als zelfstandig landschapsarchitect.
De Polders mee-maken. Bouwstenen voor beeldkwaliteit in de polders tussen Nieuwpoort en Diksmuide
’De Polders mee-maken’ houdt een pleidooi voor ruimte als een subjectieve en emotionele plek zoals mensen die zien en beleven. Het boek biedt een gids om aan de hand van bouwstenen, recepten en ingrediënten samen te werken aan de verbetering van de beeldkwaliteit van het landschap. Een grondige analyse van de polders op basis van acht bouwstenen voor beeldkwaliteit, geeft inzichten in hoe en waarom het landschap is gegroeid tot hoe het er nu uitziet. Vervolgens reikt het boek met eenvoudige schetsen en illustratieve beelden recepten aan om mee te werken aan een mooier polderlandschap.
Sylvie Van Damme is Doctor in de Stedenbouw en de Ruimtelijke Planning en gespecialiseerd in landschapsontwerp. Ze is ver-bonden aan de School of Arts van Hogeschool Gent.
Pieter Foré is MSc. Landschapsarchitectuur en Planning. Hij is verbonden aan de School of Arts van Hogeschool Gent en daar-naast werkzaam als zelfstandig landschapsarchitect.
Filosofie zonder grenzen
We reizen de aarde rond met het vliegtuig en virtueel via het internet, maar doen we dit ook in ons denken? Trekt filosofie en filosofieonderwijs zich niet al te vaak terug binnen de veilige grenzen van ons westers wereldbeeld? Wordt het niet tijd dat wij de anderen leren begrijpen of dat we ons door hen laten inspireren?
Dit boek geeft een kijk op de rijkdom van de levensbeschouwelijke diversiteit die zich mondiaal ontwikkeld heeft. Het bundelt de basisideeën van belangrijke niet-westerse filosofische tradities die zich ontwikkeld hebben in China, India, Afrika, bij de indianen, in de islam en in het Jodendom. Via een heldere analyse van de basisuitgangspunten wordt de lezer ingeleid in de verschillende interpretaties van leven en werkelijkheid.
Het model voor comparatieve filosofie van Ulrich Libbrecht vormt de basis van waaruit onder meer de verhoudingen tot de natuur, tot het mysterie en tot de wetenschap onderzocht worden. De droom die erdoorheen schemert, is een wereldfilosofie die alle waardevolle elementen integreert, die leidt tot nieuwe perspectieven op zingeving, tot oprechte interesse en verzoening en uiteindelijk tot een ''nieuwe mens''.
Ulrich Libbrecht (1928) was hoogleraar sinologie, Chinese filosofie en
comparative philosophy aan de KU Leuven. Hij is de stichter van de
School voor Comparatieve Filosofie Antwerpen.
Heinz Kimmerle (1930-2016) was hoogleraar filosofie en interculturele
Filosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Els Janssens (1968) (red.) is als docente verbonden aan LUCA School of
Arts (Associatie KU Leuven) en aan de School voor Comparatieve Filosofie
Antwerpen.
Filosofie zonder grenzen
We reizen de aarde rond met het vliegtuig en virtueel via het internet, maar doen we dit ook in ons denken? Trekt filosofie en filosofieonderwijs zich niet al te vaak terug binnen de veilige grenzen van ons westers wereldbeeld? Wordt het niet tijd dat wij de anderen leren begrijpen of dat we ons door hen laten inspireren?
Dit boek geeft een kijk op de rijkdom van de levensbeschouwelijke diversiteit die zich mondiaal ontwikkeld heeft. Het bundelt de basisideeën van belangrijke niet-westerse filosofische tradities die zich ontwikkeld hebben in China, India, Afrika, bij de indianen, in de islam en in het Jodendom. Via een heldere analyse van de basisuitgangspunten wordt de lezer ingeleid in de verschillende interpretaties van leven en werkelijkheid.
Het model voor comparatieve filosofie van Ulrich Libbrecht vormt de basis van waaruit onder meer de verhoudingen tot de natuur, tot het mysterie en tot de wetenschap onderzocht worden. De droom die erdoorheen schemert, is een wereldfilosofie die alle waardevolle elementen integreert, die leidt tot nieuwe perspectieven op zingeving, tot oprechte interesse en verzoening en uiteindelijk tot een ''nieuwe mens''.
Ulrich Libbrecht (1928) was hoogleraar sinologie, Chinese filosofie en
comparative philosophy aan de KU Leuven. Hij is de stichter van de
School voor Comparatieve Filosofie Antwerpen.
Heinz Kimmerle (1930-2016) was hoogleraar filosofie en interculturele
Filosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Els Janssens (1968) (red.) is als docente verbonden aan LUCA School of
Arts (Associatie KU Leuven) en aan de School voor Comparatieve Filosofie
Antwerpen.
Kaat wil niet meer op bezoek. Het ouderverstotingssyndroom
Als een kind na de echtscheiding geen contact meer wil met een van zijn ouders… Het PAS -
Parental Alienation Syndrome of Ouderverstotingssyndroom is een begrip dat ingeburgerd is bij
onder meer hulpverleners en juristen die zich met echtscheiding bezighouden. Niettemin wordt
het begrip ook bekritiseerd. Het ouderverstotingssyndroom is niet alleen moeilijk te
definiëren,
het is nog veel moeilijker vast te stellen en te behandelen. Het komt voor bij heel wat
vechtscheidingen
en mag beschouwd worden als een van de ergste loyaliteitsconflicten en zelfs als een vorm
van kindermishandeling.
Hoe kan het ouderverstotingssyndroom worden vastgesteld? Zijn er juridische of psychologische
oplossingen? En omdat de ouders, de ex-partners, veruit het grootste aandeel hebben in het
ouderverstotingssyndroom, rijst de vraag of we niet beter spreken van het ex-
partnerverstotingssyndroom
… Dit boek is geschreven voor hulpverleners, juristen, ouders en allen die te
maken hebben met echtscheiding, vechtscheiding en ouderverstoting, en ook voor de grootste
slachtoffers, de kinderen.
Ludo Driesen, klinisch kinder- en jeugdpsycholoog en gedragstherapeut, is verbonden aan het Centrum Geestelijke Gezondheidszorg Limburgs Instituut voor Therapie en Integrale Personenzorg, Campus Noord-Limburg in Overpelt. Hij heeft diverse boeken over geestelijke gezondheidszorg en opvoeding op zijn naam.
Kaat wil niet meer op bezoek. Het ouderverstotingssyndroom
Als een kind na de echtscheiding geen contact meer wil met een van zijn ouders… Het PAS -
Parental Alienation Syndrome of Ouderverstotingssyndroom is een begrip dat ingeburgerd is bij
onder meer hulpverleners en juristen die zich met echtscheiding bezighouden. Niettemin wordt
het begrip ook bekritiseerd. Het ouderverstotingssyndroom is niet alleen moeilijk te
definiëren,
het is nog veel moeilijker vast te stellen en te behandelen. Het komt voor bij heel wat
vechtscheidingen
en mag beschouwd worden als een van de ergste loyaliteitsconflicten en zelfs als een vorm
van kindermishandeling.
Hoe kan het ouderverstotingssyndroom worden vastgesteld? Zijn er juridische of psychologische
oplossingen? En omdat de ouders, de ex-partners, veruit het grootste aandeel hebben in het
ouderverstotingssyndroom, rijst de vraag of we niet beter spreken van het ex-
partnerverstotingssyndroom
… Dit boek is geschreven voor hulpverleners, juristen, ouders en allen die te
maken hebben met echtscheiding, vechtscheiding en ouderverstoting, en ook voor de grootste
slachtoffers, de kinderen.
Ludo Driesen, klinisch kinder- en jeugdpsycholoog en gedragstherapeut, is verbonden aan het Centrum Geestelijke Gezondheidszorg Limburgs Instituut voor Therapie en Integrale Personenzorg, Campus Noord-Limburg in Overpelt. Hij heeft diverse boeken over geestelijke gezondheidszorg en opvoeding op zijn naam.
Tussen authenticiteit en hypocrisie. De ambiguïteit van rituelen
De moderne mens is niet erg tuk op rituelen. Heel wat tijdgenoten kijken er sceptisch, argwanend, geërgerd of met misprijzen tegenaan. Men heeft de hedendaagse westerse samenleving kunnen beschrijven als ‘virtueel gederitualiseerd’. Zelfs in de katholieke Kerk, het rituele reservoir bij uitstek van de westerse wereld, zijn rituelen zwaar in diskrediet geraakt. Rituelen worden geacht altijd een bijklank te hebben van gekunsteldheid, valsheid, onoprechtheid, hypocrisie.
In dit boek wordt de relatie tussen ritueel en hypocrisie, wellicht voor het eerst, aan een diepgaande antropologische analyse onderworpen. Ze brengt een aantal verrassende conclusies aan het licht, die een fundamentele herdenking van de betekenis en functie van traditionele rituelen mogelijk maakt en meteen hun permanente actualiteit in het licht stelt.
Valeer Neckebrouck, doctor in de sociale en culturele antropologie en doctor in de theologie, is emeritus hoogleraar aan de KU Leuven. Hij doceerde ook aan de Universiteit van Tilburg en was gastprofessor aan de Universidad Intercontinental van Mexico-stad. Hij deed jarenlang etnografisch onderzoek in verschillende landen van Afrika en Latijns-Amerika. Hij is auteur van een dertigtal boeken, etnografische monografieën en theologische essays.
Tussen authenticiteit en hypocrisie. De ambiguïteit van rituelen
De moderne mens is niet erg tuk op rituelen. Heel wat tijdgenoten kijken er sceptisch, argwanend, geërgerd of met misprijzen tegenaan. Men heeft de hedendaagse westerse samenleving kunnen beschrijven als ‘virtueel gederitualiseerd’. Zelfs in de katholieke Kerk, het rituele reservoir bij uitstek van de westerse wereld, zijn rituelen zwaar in diskrediet geraakt. Rituelen worden geacht altijd een bijklank te hebben van gekunsteldheid, valsheid, onoprechtheid, hypocrisie.
In dit boek wordt de relatie tussen ritueel en hypocrisie, wellicht voor het eerst, aan een diepgaande antropologische analyse onderworpen. Ze brengt een aantal verrassende conclusies aan het licht, die een fundamentele herdenking van de betekenis en functie van traditionele rituelen mogelijk maakt en meteen hun permanente actualiteit in het licht stelt.
Valeer Neckebrouck, doctor in de sociale en culturele antropologie en doctor in de theologie, is emeritus hoogleraar aan de KU Leuven. Hij doceerde ook aan de Universiteit van Tilburg en was gastprofessor aan de Universidad Intercontinental van Mexico-stad. Hij deed jarenlang etnografisch onderzoek in verschillende landen van Afrika en Latijns-Amerika. Hij is auteur van een dertigtal boeken, etnografische monografieën en theologische essays.
Dacht je dat je dacht?
Mensen denken de hele tijd. We kunnen niet stoppen met denken. We vinden trouwens dat we goed denken … maar helaas is dit vaak niet zo. Meer nog, ons denken is helemaal niet te vertrouwen. Niet zelden maken we denkfouten of ‘biases’, systematische intuïtieve vooringenomenheden waar we ons meestal niet van bewust zijn. Vaak is dat niet zo erg en werkt het automatisch snel denken best goed, maar soms maken we cruciale denkfouten die onze oordelen en besluiten ondermijnen. Soms zien we het helemaal fout en vergallen we er zelfs ons leven mee … zonder het te weten.
Dit boek geeft een overzicht van denkfouten en leert ons ze te herkennen, bij anderen en bij onszelf, hoewel dat wat moeilijker ligt. Het nodigt uit om niet alles zomaar te geloven, om meer te twijfelen en … traag te denken. Zo leer je stil te staan bij misleiding en zelfmisleiding. Je leert hoe we de wereld zien en hoe we alles onder controle denken te hebben. Zo niet, dan kunnen we dat allemaal perfect verklaren … vooral met veel achterafkennis. Of er wat aan te doen is, is nog maar de vraag. Maar kennisleer en filosofie zullen je helpen te leren leven met twijfel, met toeval en met hopeloze denkfouten. Want dacht je echt dat je kon denken over je leven?
Jos Peeters, is diagnostisch, therapeutisch en gerechtelijk psycholoog. Hij is verbonden aan Cidar.
Dacht je dat je dacht?
Mensen denken de hele tijd. We kunnen niet stoppen met denken. We vinden trouwens dat we goed denken … maar helaas is dit vaak niet zo. Meer nog, ons denken is helemaal niet te vertrouwen. Niet zelden maken we denkfouten of ‘biases’, systematische intuïtieve vooringenomenheden waar we ons meestal niet van bewust zijn. Vaak is dat niet zo erg en werkt het automatisch snel denken best goed, maar soms maken we cruciale denkfouten die onze oordelen en besluiten ondermijnen. Soms zien we het helemaal fout en vergallen we er zelfs ons leven mee … zonder het te weten.
Dit boek geeft een overzicht van denkfouten en leert ons ze te herkennen, bij anderen en bij onszelf, hoewel dat wat moeilijker ligt. Het nodigt uit om niet alles zomaar te geloven, om meer te twijfelen en … traag te denken. Zo leer je stil te staan bij misleiding en zelfmisleiding. Je leert hoe we de wereld zien en hoe we alles onder controle denken te hebben. Zo niet, dan kunnen we dat allemaal perfect verklaren … vooral met veel achterafkennis. Of er wat aan te doen is, is nog maar de vraag. Maar kennisleer en filosofie zullen je helpen te leren leven met twijfel, met toeval en met hopeloze denkfouten. Want dacht je echt dat je kon denken over je leven?
Jos Peeters, is diagnostisch, therapeutisch en gerechtelijk psycholoog. Hij is verbonden aan Cidar.
Ouderen met karakter (Reeks Senioren in de maatschappij, nr. 3)
In dit derde boek in de reeks Senioren in de maatschappij, staat de samenhang van persoonlijkheid en ouder worden centraal. Het boek geeft informatie over de vorming van de persoonlijkheid in de jeugd en de persoonlijkheidsontwikkeling tijdens de levensloop. In zes hoofdstukken wordt toegewerkt naar de interactie tussen het karakter en veroudering. Speciale aandacht bestaat er voor problemen bij het ouder worden die samenhangen met persoonlijkheidsproblematiek.
De auteurs beschrijven praktijksituaties en recente wetenschappelijke inzichten op dit intrigerende terrein van de psychologie en psychiatrie. Het boek is bestemd voor een breed publiek van geïnteresseerden, maar in het bijzonder voor mensen die werkzaam zijn in de welzijns- en gezondheidszorg voor ouderen.
Drs. G.J.J.A (Noud) Engelen studeerde psychogerontologie
aan de Radboud Universiteit in
Nijmegen. Hij werkte vele jaren als klinisch
ouderenpsycholoog in de ambulante geestelijke
gezondheidszorg en verrichtte wetenschappelijk
onderzoek op het terrein van persoonlijkheidsstoornissen
bij ouderen. Sinds 2001 is hij directeur
van Mondriaan Ouderen in Heerlen-Maastricht.
Prof. dr. S.P.J (Bas) van Alphen is als gezondheidszorgpsycholoog
en programmaleider werkzaam
bij Mondriaan Ouderen in Heerlen-Maastricht.
In 2006 promoveerde hij op diagnostische
aspecten van persoonlijkheidsstoornissen bij
ouderen aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.
Sinds 2012 is hij als bijzonder hoogleraar
klinische ouderenpsychologie verbonden aan de
Vrije Universiteit Brussel.
Ouderen met karakter (Reeks Senioren in de maatschappij, nr. 3)
In dit derde boek in de reeks Senioren in de maatschappij, staat de samenhang van persoonlijkheid en ouder worden centraal. Het boek geeft informatie over de vorming van de persoonlijkheid in de jeugd en de persoonlijkheidsontwikkeling tijdens de levensloop. In zes hoofdstukken wordt toegewerkt naar de interactie tussen het karakter en veroudering. Speciale aandacht bestaat er voor problemen bij het ouder worden die samenhangen met persoonlijkheidsproblematiek.
De auteurs beschrijven praktijksituaties en recente wetenschappelijke inzichten op dit intrigerende terrein van de psychologie en psychiatrie. Het boek is bestemd voor een breed publiek van geïnteresseerden, maar in het bijzonder voor mensen die werkzaam zijn in de welzijns- en gezondheidszorg voor ouderen.
Drs. G.J.J.A (Noud) Engelen studeerde psychogerontologie
aan de Radboud Universiteit in
Nijmegen. Hij werkte vele jaren als klinisch
ouderenpsycholoog in de ambulante geestelijke
gezondheidszorg en verrichtte wetenschappelijk
onderzoek op het terrein van persoonlijkheidsstoornissen
bij ouderen. Sinds 2001 is hij directeur
van Mondriaan Ouderen in Heerlen-Maastricht.
Prof. dr. S.P.J (Bas) van Alphen is als gezondheidszorgpsycholoog
en programmaleider werkzaam
bij Mondriaan Ouderen in Heerlen-Maastricht.
In 2006 promoveerde hij op diagnostische
aspecten van persoonlijkheidsstoornissen bij
ouderen aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.
Sinds 2012 is hij als bijzonder hoogleraar
klinische ouderenpsychologie verbonden aan de
Vrije Universiteit Brussel.
United colors of beton. Stedelijke ruimte als ethische vraagstelling
Tussen de Vlaamse steden bevinden zich nog wel rurale gebieden, maar die worden almaar kleiner. De problematiek van de stedelijke ruimte vinden we niet langer enkel in steden, maar ook in de kernen van grotere dorpen. Architecten en urbanisten inspireren zich aan wat elders in de wereld door vedetten en grote bureaus in hun branche wordt gerealiseerd. Stadsmarketing is een vast gegeven geworden, maar ook dat leidt vaak tot kopieergedrag van andere steden. Recent raken ook heel wat ‘gewone burgers’ actief betrokken bij allerlei stedenbouwkundige projecten, van protestacties tot juridische discussies die soms jarenlang aanslepen.
Dit boek reikt ethische handvatten aan die helpen te bepalen of de overheid (vanuit haar politieke overwegingen), de experts (vanuit hun specialistische kennis en met hun rapporten die vaak vol niet te controleren data staan) of de betrokken burgers (vanuit hun eigen ervaringskennis) in een concreet dossier het gelijk aan hun kant hebben. Ze kunnen helpen voorliggende projecten en voorstellen te evalueren en bij te sturen. In die zin kunnen alle betrokkenen inspiratie opdoen. Daartoe kijkt de auteur van buiten de discipline naar het fenomeen ‘stedelijke ruimte’. En dit vanuit zijn eigen specialisme: de ethische reflectie. Op zoek naar een antwoord op de vraag wat en hoe de inrichting van onze stedelijke ruimte (ethisch) verantwoord maakt.
Herman Siebens, doctor in de onderwijswetenschappen, advanced master in business ethics en master godsdienstwetenschappen. Hij heeft verscheidene publicaties over beroeps- en bedrijfsethiek op zijn naam. Hij gidste rondleidingen in Brussel, Antwerpen, Brugge, Gent en Parijs. Hij is medestichter en actief lid van ALB – Architectuur-Liefhebbers Boom.
United colors of beton. Stedelijke ruimte als ethische vraagstelling
Tussen de Vlaamse steden bevinden zich nog wel rurale gebieden, maar die worden almaar kleiner. De problematiek van de stedelijke ruimte vinden we niet langer enkel in steden, maar ook in de kernen van grotere dorpen. Architecten en urbanisten inspireren zich aan wat elders in de wereld door vedetten en grote bureaus in hun branche wordt gerealiseerd. Stadsmarketing is een vast gegeven geworden, maar ook dat leidt vaak tot kopieergedrag van andere steden. Recent raken ook heel wat ‘gewone burgers’ actief betrokken bij allerlei stedenbouwkundige projecten, van protestacties tot juridische discussies die soms jarenlang aanslepen.
Dit boek reikt ethische handvatten aan die helpen te bepalen of de overheid (vanuit haar politieke overwegingen), de experts (vanuit hun specialistische kennis en met hun rapporten die vaak vol niet te controleren data staan) of de betrokken burgers (vanuit hun eigen ervaringskennis) in een concreet dossier het gelijk aan hun kant hebben. Ze kunnen helpen voorliggende projecten en voorstellen te evalueren en bij te sturen. In die zin kunnen alle betrokkenen inspiratie opdoen. Daartoe kijkt de auteur van buiten de discipline naar het fenomeen ‘stedelijke ruimte’. En dit vanuit zijn eigen specialisme: de ethische reflectie. Op zoek naar een antwoord op de vraag wat en hoe de inrichting van onze stedelijke ruimte (ethisch) verantwoord maakt.
Herman Siebens, doctor in de onderwijswetenschappen, advanced master in business ethics en master godsdienstwetenschappen. Hij heeft verscheidene publicaties over beroeps- en bedrijfsethiek op zijn naam. Hij gidste rondleidingen in Brussel, Antwerpen, Brugge, Gent en Parijs. Hij is medestichter en actief lid van ALB – Architectuur-Liefhebbers Boom.
Bevrijdingstheologie actueel
Verzet tegen uitbuiting, onderdrukking en kolonialisme begon in Zuid-Amerika. Theologen sloten zich erbij aan en schetsten omtrekken van een theologie van bevrijding. Bevrijdingstheologie blijft van cruciaal belang maar haar rol is zo ingrijpend veranderd dat je van een paradigmashift kunt spreken. Andere teams, in het begin aangevoerd door Dorothee Sölle, staan in het veld, wereldwijd. Dikwijls gaan vrouwen voorop. Zij bekommeren zich om het (over)leven van mens en milieu. Ecofeministische spiritualiteit voert bij hen de boventoon en garandeert nieuw elan. L’chaim, op het leven, op toekomstig zijn, is het motto.
Dit boek wil de gelederen van de bevrijdingstheologie een hart onder de riem steken door andere verhalen te vertellen, een andere chokma (wijsheid) te verspreiden en andere gesprekspartners aan het woord te laten, zoals Isaiah Berlin, Joachim Gauck, Nelson Mandela en Amartya Sen. Onbevangen confrontatie met de wereld is het machtsmiddel van bevrijdingstheologie. Haar macht komt niet uit de loop van een geweer, maar van de rondetafel waar zij aanschuift om te dialogiseren, dwars te liggen, vooruit te kijken en te werken aan de transformatie van verkeerde, meestal neokapitalische verhoudingen. Wie zich in deze zin engageert, is vervuld van toekomstverwachting.
Jurjen Wiersma is emeritus hoogleraar aan de Protestantse Faculteit in Brussel, waar hij ethiek, hermeneutiek en filosofie doceerde. Hij is betrokken bij het Nederlandstalige en het Internationale Bonhoeffer Werkgezelschap. Verder werkt hij mee aan de Etty Hillesum Studies, een project van het EHOC – het Etty Hillesum Onderzoeks Centrum in Middelburg.
Bevrijdingstheologie actueel
Verzet tegen uitbuiting, onderdrukking en kolonialisme begon in Zuid-Amerika. Theologen sloten zich erbij aan en schetsten omtrekken van een theologie van bevrijding. Bevrijdingstheologie blijft van cruciaal belang maar haar rol is zo ingrijpend veranderd dat je van een paradigmashift kunt spreken. Andere teams, in het begin aangevoerd door Dorothee Sölle, staan in het veld, wereldwijd. Dikwijls gaan vrouwen voorop. Zij bekommeren zich om het (over)leven van mens en milieu. Ecofeministische spiritualiteit voert bij hen de boventoon en garandeert nieuw elan. L’chaim, op het leven, op toekomstig zijn, is het motto.
Dit boek wil de gelederen van de bevrijdingstheologie een hart onder de riem steken door andere verhalen te vertellen, een andere chokma (wijsheid) te verspreiden en andere gesprekspartners aan het woord te laten, zoals Isaiah Berlin, Joachim Gauck, Nelson Mandela en Amartya Sen. Onbevangen confrontatie met de wereld is het machtsmiddel van bevrijdingstheologie. Haar macht komt niet uit de loop van een geweer, maar van de rondetafel waar zij aanschuift om te dialogiseren, dwars te liggen, vooruit te kijken en te werken aan de transformatie van verkeerde, meestal neokapitalische verhoudingen. Wie zich in deze zin engageert, is vervuld van toekomstverwachting.
Jurjen Wiersma is emeritus hoogleraar aan de Protestantse Faculteit in Brussel, waar hij ethiek, hermeneutiek en filosofie doceerde. Hij is betrokken bij het Nederlandstalige en het Internationale Bonhoeffer Werkgezelschap. Verder werkt hij mee aan de Etty Hillesum Studies, een project van het EHOC – het Etty Hillesum Onderzoeks Centrum in Middelburg.
Kolom Kortom. Kolomscholen en Afkortingen- en websitegids voor onderwijs en jeugdzorg Amsterdam en omstreken
Vliegen de afkortingen je bij besprekingen ook wel eens om de oren? Moet je je vaak door documenten met vreemde lettercombinaties worstelen? Kortom, vraag jij je wel eens af hoe je kunt overleven in die afkortingensoep?
Met deze gids zit je snel op het goede spoor. De afkortingen die aan bod komen, zijn vooral afkomstig uit het primair, voortgezet en speciaal onderwijs met bijzondere aandacht voor de regio Amsterdam. Naast gangbare afkortingen wordt stilgestaan bij alle Kolomscholen en bevat het boek een lijst met interessante websites over kinderen, onderwijs en jeugdzorg.
Deze uitgave is een initiatief van Kolom, Stichting voor Speciaal Onderwijs met vestigingen in Amsterdam en Haarlem.
Kolom Kortom. Kolomscholen en Afkortingen- en websitegids voor onderwijs en jeugdzorg Amsterdam en omstreken
Vliegen de afkortingen je bij besprekingen ook wel eens om de oren? Moet je je vaak door documenten met vreemde lettercombinaties worstelen? Kortom, vraag jij je wel eens af hoe je kunt overleven in die afkortingensoep?
Met deze gids zit je snel op het goede spoor. De afkortingen die aan bod komen, zijn vooral afkomstig uit het primair, voortgezet en speciaal onderwijs met bijzondere aandacht voor de regio Amsterdam. Naast gangbare afkortingen wordt stilgestaan bij alle Kolomscholen en bevat het boek een lijst met interessante websites over kinderen, onderwijs en jeugdzorg.
Deze uitgave is een initiatief van Kolom, Stichting voor Speciaal Onderwijs met vestigingen in Amsterdam en Haarlem.
International Journal of Child and Family Welfare (IJCFW) 2015 – Jrg 16 – Nr 1/2
Supporting children when providing services to families experiencing multiple problems: Perspectives and evidence.
Recently, there has been growing interest amongst researchers, practitioners and policy-makers in approaches to understanding and ways of helping parents, children and the communities in which they live to respond to families experiencing multiple problems (FEMPs). There is a strong need for information - both descriptive in terms of the services actually offered directly to children as well as their ability to benefit from the services provided to the whole family, and also evaluative, with a focus on outcomes. Motivated by the need for practice-oriented knowledge this special issue was prepared.
The contributions have been divided into two parts; the first part focusing on perspectives on helping these families with special attention to the position and the interests of children; the second part covering empirical research on intervention programmes for FEMPs that support them in coping with daily struggles and challenges, and helping them to prevent unnecessary out-of-home placement of a child.
The (guest) editors: Jana Knot-Dickscheit, June Thoburn, Erik J. Knorth.
The authors: Erik J. Knorth, Jana Knot-Dickscheit, June Thoburn, Tim Tausendfreund, Brigid M. Daniel, Inge Busschers, Leonieke Boendermaker, Marian Brandon, Penny Sorensen, Sue Bailey, Sara Connolly, Sofia Rodrigues, Madalena Alarcão, Liliana Sousa, Anat Zeira, Cinzia Canali, Tiziano Vecchiato, Harm Damen, Jan W. Veerman
International Journal of Child and Family Welfare (IJCFW) 2015 – Jrg 16 – Nr 1/2
Supporting children when providing services to families experiencing multiple problems: Perspectives and evidence.
Recently, there has been growing interest amongst researchers, practitioners and policy-makers in approaches to understanding and ways of helping parents, children and the communities in which they live to respond to families experiencing multiple problems (FEMPs). There is a strong need for information - both descriptive in terms of the services actually offered directly to children as well as their ability to benefit from the services provided to the whole family, and also evaluative, with a focus on outcomes. Motivated by the need for practice-oriented knowledge this special issue was prepared.
The contributions have been divided into two parts; the first part focusing on perspectives on helping these families with special attention to the position and the interests of children; the second part covering empirical research on intervention programmes for FEMPs that support them in coping with daily struggles and challenges, and helping them to prevent unnecessary out-of-home placement of a child.
The (guest) editors: Jana Knot-Dickscheit, June Thoburn, Erik J. Knorth.
The authors: Erik J. Knorth, Jana Knot-Dickscheit, June Thoburn, Tim Tausendfreund, Brigid M. Daniel, Inge Busschers, Leonieke Boendermaker, Marian Brandon, Penny Sorensen, Sue Bailey, Sara Connolly, Sofia Rodrigues, Madalena Alarcão, Liliana Sousa, Anat Zeira, Cinzia Canali, Tiziano Vecchiato, Harm Damen, Jan W. Veerman
Buitenschoolse hulp en zorg op school: succes verzekerd!?
De indruk bestaat dat het gebruik van buitenschoolse hulp de voorbije jaren is gestegen.
Dat de buitenschoolse hulp zo’n groot ‘succes’ kent, lijkt moeilijk te rijmen
met de inspanningen om het zorgaanbod op school te versterken. In opdracht van
de Vlaamse overheid werd een grootschalig onderzoek opgezet met als doel de bestaande
praktijken inzake buitenschoolse hulp in kaart te brengen. Niet alleen bestudeerden
de onderzoekers de omvang en aard van de buitenschoolse hulp, ook
de rol en motieven van centrale actoren – zoals ouders, zorgverantwoordelijken en
CLB-medewerkers – in het besluitvormingsproces werden onder de loep genomen,
evenals de communicatie en afstemming tussen de buitenschoolse hulp en de zorg
op school. Ten slotte zochten de onderzoekers naar factoren die de verschillen in
het gebruik van buitenschoolse hulp kunnen verklaren. Ze gingen het effect na van
kenmerken van zorg op school en andere schoolkenmerken en onderzochten ook
het effect van kind-, SES- en migratiegerelateerde kenmerken op het gebruik van
buitenschoolse hulp.
De reflecties aangaande de bevindingen uit deze studie kaderen de auteurs binnen
drie centrale invalshoeken: (1) het model van geïntegreerde zorg op school en het
idee van het zorg- of ondersteuningscontinuüm, (2) de beweging naar medicalisering
van de hulpverlening en (3) het maatschappelijk perspectief van het in standhouden
en vergroten van sociale ongelijkheid van onderwijskansen.
Karine Verschueren is als gewoon hoogleraar verbonden aan de onderzoekseenheid
Schoolpsychologie en Ontwikkelingspsychologie van Kind en Adolescent van de KU
Leuven.
Elke Struyf is als hoogleraar onderwijskunde verbonden aan de Antwerp School
of Education en het departement Opleidings- en Onderwijswetenschappen van de
Universiteit Antwerpen.
Eleonora Vervoort behaalde in 2013 een doctoraat in de psychologie en werkte als
postdoctoraal onderzoeker aan de KU Leuven en de Universiteit Antwerpen.
Kathleen Bodvin is werkzaam als wetenschappelijk medewerker aan de onderzoeksgroep
Edubron van de Universiteit Antwerpen.
Lucia De Haene is als docente verbonden aan de onderzoekseenheid Educatie,
Cultuur en Samenleving van de KU Leuven.
Buitenschoolse hulp en zorg op school: succes verzekerd!?
De indruk bestaat dat het gebruik van buitenschoolse hulp de voorbije jaren is gestegen.
Dat de buitenschoolse hulp zo’n groot ‘succes’ kent, lijkt moeilijk te rijmen
met de inspanningen om het zorgaanbod op school te versterken. In opdracht van
de Vlaamse overheid werd een grootschalig onderzoek opgezet met als doel de bestaande
praktijken inzake buitenschoolse hulp in kaart te brengen. Niet alleen bestudeerden
de onderzoekers de omvang en aard van de buitenschoolse hulp, ook
de rol en motieven van centrale actoren – zoals ouders, zorgverantwoordelijken en
CLB-medewerkers – in het besluitvormingsproces werden onder de loep genomen,
evenals de communicatie en afstemming tussen de buitenschoolse hulp en de zorg
op school. Ten slotte zochten de onderzoekers naar factoren die de verschillen in
het gebruik van buitenschoolse hulp kunnen verklaren. Ze gingen het effect na van
kenmerken van zorg op school en andere schoolkenmerken en onderzochten ook
het effect van kind-, SES- en migratiegerelateerde kenmerken op het gebruik van
buitenschoolse hulp.
De reflecties aangaande de bevindingen uit deze studie kaderen de auteurs binnen
drie centrale invalshoeken: (1) het model van geïntegreerde zorg op school en het
idee van het zorg- of ondersteuningscontinuüm, (2) de beweging naar medicalisering
van de hulpverlening en (3) het maatschappelijk perspectief van het in standhouden
en vergroten van sociale ongelijkheid van onderwijskansen.
Karine Verschueren is als gewoon hoogleraar verbonden aan de onderzoekseenheid
Schoolpsychologie en Ontwikkelingspsychologie van Kind en Adolescent van de KU
Leuven.
Elke Struyf is als hoogleraar onderwijskunde verbonden aan de Antwerp School
of Education en het departement Opleidings- en Onderwijswetenschappen van de
Universiteit Antwerpen.
Eleonora Vervoort behaalde in 2013 een doctoraat in de psychologie en werkte als
postdoctoraal onderzoeker aan de KU Leuven en de Universiteit Antwerpen.
Kathleen Bodvin is werkzaam als wetenschappelijk medewerker aan de onderzoeksgroep
Edubron van de Universiteit Antwerpen.
Lucia De Haene is als docente verbonden aan de onderzoekseenheid Educatie,
Cultuur en Samenleving van de KU Leuven.
Alles is water. 2000 jaar Europese riviervaart
‘Les rivières sont des chemins qui marchent et qui portent où l’on veut aller’, schreef de Franse filosoof en wiskundige Pascal. Zijn Britse tijdgenoot, ‘the water poet’ John Taylor beschreef ze als the ‘cherishing veines of the body of every Countrey, Kingdome, and Nation’. Het zijn slechts enkele citaten die het aanzienlijk belang weergeven dat internationale rivieren en het gebruik ervan voor transportdoeleinden in de politieke en economische geschiedenis van Europa hebben gespeeld en tot op de dag van heden nog steeds spelen.
Dit boek analyseert deze geschiedenis over een periode van ruim 2000 jaar, van de tijd van de Romeinen tot op heden. Het beschrijft de eeuwenlange strijd tussen steden en staten om de heerschappij over de rivieren, met de meer dan 200 jaar durende sluiting van de Schelde als triest culminatiepunt en de ommekeer met het Scheldedecreet in 1792, in het zog van de Franse Revolutie, met afkondiging van vrije scheepvaart voor alle ingezetenen van oeverstaten. Het sindsdien in de internationale orde erkend beginsel van de belangengemeenschap van oeverstaten, heeft niet belet dat de strijd om het vrij gebruik van rivieren ononderbroken is verder gegaan. Sinds vijftig jaar zijn ook de Europese Instellingen zich in deze strijd gaan mengen en hebben zij er een nieuwe dimensie aan gegeven.
Marc De Decker studeerde rechten en maritieme wetenschappen. Sinds ruim dertig jaar is hij als advocaat en voorzitter van de Federatie van de Belgisch Binnenvaart nauw betrokken met de ontwikkelingen in de scheepvaart. Tevens is hij docent aan de UGent, waar hij de cursus European International River Law doceert. Hij schreef verschillende boeken en bijdragen over de riviervaart en ontving voor zijn boek over Europees Internationaal Rivierenrecht in 2015 de prijs van de Stichting François Génicot. Het huidige werk is het resultaat van vele jaren opzoekingswerk.
Alles is water. 2000 jaar Europese riviervaart
‘Les rivières sont des chemins qui marchent et qui portent où l’on veut aller’, schreef de Franse filosoof en wiskundige Pascal. Zijn Britse tijdgenoot, ‘the water poet’ John Taylor beschreef ze als the ‘cherishing veines of the body of every Countrey, Kingdome, and Nation’. Het zijn slechts enkele citaten die het aanzienlijk belang weergeven dat internationale rivieren en het gebruik ervan voor transportdoeleinden in de politieke en economische geschiedenis van Europa hebben gespeeld en tot op de dag van heden nog steeds spelen.
Dit boek analyseert deze geschiedenis over een periode van ruim 2000 jaar, van de tijd van de Romeinen tot op heden. Het beschrijft de eeuwenlange strijd tussen steden en staten om de heerschappij over de rivieren, met de meer dan 200 jaar durende sluiting van de Schelde als triest culminatiepunt en de ommekeer met het Scheldedecreet in 1792, in het zog van de Franse Revolutie, met afkondiging van vrije scheepvaart voor alle ingezetenen van oeverstaten. Het sindsdien in de internationale orde erkend beginsel van de belangengemeenschap van oeverstaten, heeft niet belet dat de strijd om het vrij gebruik van rivieren ononderbroken is verder gegaan. Sinds vijftig jaar zijn ook de Europese Instellingen zich in deze strijd gaan mengen en hebben zij er een nieuwe dimensie aan gegeven.
Marc De Decker studeerde rechten en maritieme wetenschappen. Sinds ruim dertig jaar is hij als advocaat en voorzitter van de Federatie van de Belgisch Binnenvaart nauw betrokken met de ontwikkelingen in de scheepvaart. Tevens is hij docent aan de UGent, waar hij de cursus European International River Law doceert. Hij schreef verschillende boeken en bijdragen over de riviervaart en ontving voor zijn boek over Europees Internationaal Rivierenrecht in 2015 de prijs van de Stichting François Génicot. Het huidige werk is het resultaat van vele jaren opzoekingswerk.
Jongereninformatie- en -advieswerk.
Jongeren hebben op hun weg naar volwassenheid informatiebehoeften en problemen die duidelijk verschillen van die van volwassenen. Deze specifieke behoefte wordt beïnvloed door de psychische en lichamelijke ontwikkeling van jongeren. De noodzakelijke informatie houdt verband met hun dagelijkse levenssituaties, om zich te oriënteren in hun leefwereld of keuzes te maken of om problemen op te lossen. In talrijke sectoren, die op grond van hun functie direct contact hebben met jongeren, zoals jeugdwerk, jeugdhulpverlening, bibliotheken, onderwijs enz. bestaat reeds lang aandacht voor deze informatie- en hulpvragen van kinderen en jongeren. Maar dit is vaak op een impliciete wijze.
In dit eerste handboek in het Nederlandse taalgebied worden alle aspecten van het jongereninformatie- en -advieswerk behandeld. Het focust op de doelgroep, de motiveringen, de diagnostiek en de hulpverleningsprincipes en -methodes van deze werkvorm in Nederland en Vlaanderen. De auteurs behandelen de ontwikkelingen en diverse visies op dit gebied, systematisch, geïntegreerd en allesomvattend. Het boek besteedt niet alleen aandacht aan de actuele praktijk, maar ook aan de evolutie van de jongereninformatie en adviesfunctie en aan mogelijke toekomstige ontwikkelingen. Het is bestemd voor iedereen die, als professional of vrijwilliger, betrokken is bij jongereninformatie en -advies.
Willy Faché is emeritus hoogleraar sociale pedagogiek aan de Universiteit Gent. Hij richtte diverse jeugdinformatie- en adviescentra op, lokaal en nationaal. Hij was ook adviserend lid van de WHO – Working Group on Youth Advisory en adviseur bij het Committee of Experts on Youth Information in Europe bij de Raad van Europa.
Jongereninformatie- en -advieswerk.
Jongeren hebben op hun weg naar volwassenheid informatiebehoeften en problemen die duidelijk verschillen van die van volwassenen. Deze specifieke behoefte wordt beïnvloed door de psychische en lichamelijke ontwikkeling van jongeren. De noodzakelijke informatie houdt verband met hun dagelijkse levenssituaties, om zich te oriënteren in hun leefwereld of keuzes te maken of om problemen op te lossen. In talrijke sectoren, die op grond van hun functie direct contact hebben met jongeren, zoals jeugdwerk, jeugdhulpverlening, bibliotheken, onderwijs enz. bestaat reeds lang aandacht voor deze informatie- en hulpvragen van kinderen en jongeren. Maar dit is vaak op een impliciete wijze.
In dit eerste handboek in het Nederlandse taalgebied worden alle aspecten van het jongereninformatie- en -advieswerk behandeld. Het focust op de doelgroep, de motiveringen, de diagnostiek en de hulpverleningsprincipes en -methodes van deze werkvorm in Nederland en Vlaanderen. De auteurs behandelen de ontwikkelingen en diverse visies op dit gebied, systematisch, geïntegreerd en allesomvattend. Het boek besteedt niet alleen aandacht aan de actuele praktijk, maar ook aan de evolutie van de jongereninformatie en adviesfunctie en aan mogelijke toekomstige ontwikkelingen. Het is bestemd voor iedereen die, als professional of vrijwilliger, betrokken is bij jongereninformatie en -advies.
Willy Faché is emeritus hoogleraar sociale pedagogiek aan de Universiteit Gent. Hij richtte diverse jeugdinformatie- en adviescentra op, lokaal en nationaal. Hij was ook adviserend lid van de WHO – Working Group on Youth Advisory en adviseur bij het Committee of Experts on Youth Information in Europe bij de Raad van Europa.
Praktische audiologie en audiometrie – 4de herziene uitgave
Van oudsher wordt de mens geboeid door het fenomeen ‘horen’ en in het bijzonder
het slecht of helemaal niet kunnen horen. De term audiologie refereert
dan ook aan die tak van de medische wetenschappen die zich bezig houdt met
de studie van het auditief stelsel in de breedst mogelijke zin. Een belangrijk aspect
van de audiologie is het evalueren en het kwantificeren van het gehoor: de audiometrie.
Omdat de moderne geneeskunde voorziet in een adequate behandeling voor
elk soort gehoorverlies, tot en met de totale doofheid, kan het belang van het correct
kwantificeren van dit gehoorverlies niet genoeg benadrukt worden.
Dit boek bespreekt systematisch en overzichtelijk de meest courante audiometrische
tests, van eenvoudige gehoordrempelbepalingen tot meer geavanceerde onderzoeken,
zoals: elektrocochleografie, geëvokeerde hersenstampotentialen (BERA),
oto-akoestische emissies en steady state auditief geëvokeerde responsen (A.S.S.R.).
Het schenkt ook aandacht aan screeningstechnieken, dit in het kader van de vroegtijdige
opsporing van gehoorstoornissen bij pasgeborenen en jonge kinderen. Er is
ook een hoofdstuk gewijd aan de evaluatie van oorsuizingen of tinnitus, een zeer
actuele topic.
Deze publicatie richt zich tot iedereen die begaan is met het gehoor en de evaluatie
ervan: artsen, logopedisten, audiologen, N.K.O.-verpleegkundigen en andere paramedische
beroepen.
Glen Forton volgde de opleiding geneeskunde en vervolgens de opleiding tot neus-,
keel- en oorarts aan de Universiteit Antwerpen, waar hij ook promoveerde. Hij is
revalidatie-arts. Momenteel is hij verbonden aan de dienst NKO van het fusieziekenhuis
AZ Delta in Roeselare, waar hij diensthoofd is en zich met de otologie en de
neuro-otologie bezig houdt. Daarnaast is hij consulent aan het Revalidatiecentrum
voor Taal- & Ontwikkelingsproblemen in Roeselare en het Centrum voor Ambulante
Revalidatie “Stappie” in Oostende. Hij is ook gastlector aan de Universiteit Antwerpen.
Bob Depuydt is logopedist en audioloog. Momenteel is hij zelfstandig gehoorprothesist
in Roeselare.
Peter Carton is hoofdaudioloog in de dienst NKO van het AZ Delta in Roeselare. Hij
is ook stagemeester voor de opleiding audiologie.
Paul Van de Heyning is diensthoofd NKO van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen
en gewoon hoogleraar NKO aan de Universiteit Antwerpen. Hij is auteur van talloze
publicaties in de internationale vakliteratuur en geniet internationale faam in zijn
domein.
Praktische audiologie en audiometrie – 4de herziene uitgave
Van oudsher wordt de mens geboeid door het fenomeen ‘horen’ en in het bijzonder
het slecht of helemaal niet kunnen horen. De term audiologie refereert
dan ook aan die tak van de medische wetenschappen die zich bezig houdt met
de studie van het auditief stelsel in de breedst mogelijke zin. Een belangrijk aspect
van de audiologie is het evalueren en het kwantificeren van het gehoor: de audiometrie.
Omdat de moderne geneeskunde voorziet in een adequate behandeling voor
elk soort gehoorverlies, tot en met de totale doofheid, kan het belang van het correct
kwantificeren van dit gehoorverlies niet genoeg benadrukt worden.
Dit boek bespreekt systematisch en overzichtelijk de meest courante audiometrische
tests, van eenvoudige gehoordrempelbepalingen tot meer geavanceerde onderzoeken,
zoals: elektrocochleografie, geëvokeerde hersenstampotentialen (BERA),
oto-akoestische emissies en steady state auditief geëvokeerde responsen (A.S.S.R.).
Het schenkt ook aandacht aan screeningstechnieken, dit in het kader van de vroegtijdige
opsporing van gehoorstoornissen bij pasgeborenen en jonge kinderen. Er is
ook een hoofdstuk gewijd aan de evaluatie van oorsuizingen of tinnitus, een zeer
actuele topic.
Deze publicatie richt zich tot iedereen die begaan is met het gehoor en de evaluatie
ervan: artsen, logopedisten, audiologen, N.K.O.-verpleegkundigen en andere paramedische
beroepen.
Glen Forton volgde de opleiding geneeskunde en vervolgens de opleiding tot neus-,
keel- en oorarts aan de Universiteit Antwerpen, waar hij ook promoveerde. Hij is
revalidatie-arts. Momenteel is hij verbonden aan de dienst NKO van het fusieziekenhuis
AZ Delta in Roeselare, waar hij diensthoofd is en zich met de otologie en de
neuro-otologie bezig houdt. Daarnaast is hij consulent aan het Revalidatiecentrum
voor Taal- & Ontwikkelingsproblemen in Roeselare en het Centrum voor Ambulante
Revalidatie “Stappie” in Oostende. Hij is ook gastlector aan de Universiteit Antwerpen.
Bob Depuydt is logopedist en audioloog. Momenteel is hij zelfstandig gehoorprothesist
in Roeselare.
Peter Carton is hoofdaudioloog in de dienst NKO van het AZ Delta in Roeselare. Hij
is ook stagemeester voor de opleiding audiologie.
Paul Van de Heyning is diensthoofd NKO van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen
en gewoon hoogleraar NKO aan de Universiteit Antwerpen. Hij is auteur van talloze
publicaties in de internationale vakliteratuur en geniet internationale faam in zijn
domein.
Ont-moeten. Ondersteuning van mensen in maatschappelijk kwetsbare leefsituaties
Hulpverleners komen steeds meer onder druk te staan. De intensieve informatiedoorstroming, de hoge verwachtingen om de problemen snel en zo efficiënt mogelijk op te lossen, het toenemend administratief werk en de hoge caseload (meer cliënten op korte tijd begeleiden) zijn een dagelijks gegeven. Er mag geen tijd ‘verspild’ worden. Nochtans is het net die zogenaamde verspilde tijd waarin hulpverleners tijd kunnen maken voor een gesprek of een spel met hun cliënt. Dit zijn momenten waarin niets moet en echte ont-moeting plaatsvindt. Op dergelijke micromomenten worden bouwstenen gelegd voor een warme, duurzame en wederkerige relatie in tijden van lief en leed. Deze samenwerkingsrelatie vormt immers het fundament om met de cliënt, die zich bevindt in een maatschappelijk kwetsbare levenssituatie, samen te zoeken hoe zijn levenskwaliteit kan toenemen.
In dit boeiend praktijkboek worden hulpverleners, management, cliënten en hun netwerk uitgenodigd om stil te staan bij deze samenwerkingsrelatie gekleurd door warmte, betrokkenheid en authenticiteit. De publicatie is gelardeerd met herkenbare praktijkvoorbeelden, handige tips en suggesties. Het is een boek waarin ongetwijfeld menig hulpverlener en cliënt zich zal herkennen. Het biedt bovendien concrete handvatten voor de praktijk, in het bijzonder voor hulpverleners in spe. Op een bevlogen wijze slaagt de auteur erin om hulpverleners uit te nodigen tot reflectie over het meest wezenlijke aspect van hun opdracht. Al wie dit leest, heeft zin om weer verder te gaan!
Vera Van Hove is docent Orthopedagogiek aan de Faculteit Mens en Welzijn van Hogeschool Gent. Ze was werkzaam in de sector voor personen met een verstandelijke beperking. Ze geeft geregeld praktijkgerichte voordrachten aan professionals en ouders.
Ont-moeten. Ondersteuning van mensen in maatschappelijk kwetsbare leefsituaties
Hulpverleners komen steeds meer onder druk te staan. De intensieve informatiedoorstroming, de hoge verwachtingen om de problemen snel en zo efficiënt mogelijk op te lossen, het toenemend administratief werk en de hoge caseload (meer cliënten op korte tijd begeleiden) zijn een dagelijks gegeven. Er mag geen tijd ‘verspild’ worden. Nochtans is het net die zogenaamde verspilde tijd waarin hulpverleners tijd kunnen maken voor een gesprek of een spel met hun cliënt. Dit zijn momenten waarin niets moet en echte ont-moeting plaatsvindt. Op dergelijke micromomenten worden bouwstenen gelegd voor een warme, duurzame en wederkerige relatie in tijden van lief en leed. Deze samenwerkingsrelatie vormt immers het fundament om met de cliënt, die zich bevindt in een maatschappelijk kwetsbare levenssituatie, samen te zoeken hoe zijn levenskwaliteit kan toenemen.
In dit boeiend praktijkboek worden hulpverleners, management, cliënten en hun netwerk uitgenodigd om stil te staan bij deze samenwerkingsrelatie gekleurd door warmte, betrokkenheid en authenticiteit. De publicatie is gelardeerd met herkenbare praktijkvoorbeelden, handige tips en suggesties. Het is een boek waarin ongetwijfeld menig hulpverlener en cliënt zich zal herkennen. Het biedt bovendien concrete handvatten voor de praktijk, in het bijzonder voor hulpverleners in spe. Op een bevlogen wijze slaagt de auteur erin om hulpverleners uit te nodigen tot reflectie over het meest wezenlijke aspect van hun opdracht. Al wie dit leest, heeft zin om weer verder te gaan!
Vera Van Hove is docent Orthopedagogiek aan de Faculteit Mens en Welzijn van Hogeschool Gent. Ze was werkzaam in de sector voor personen met een verstandelijke beperking. Ze geeft geregeld praktijkgerichte voordrachten aan professionals en ouders.
De nieuwe Grieken en Romeinen. Verrassende confrontaties met de klassieke oudheid (Kleio-reeks, nr. 1)
De klassieke oudheid leeft – al was het maar in de vorm van oneliners en oppervlakkige
vergelijkingen. Maar leeft de oudheid echt? Heeft zij nog iets wezenlijks te vertellen? Of
is ze een onherroepelijk vreemde plek geworden, een alibi zelfs? Is de oudheid misschien
wel interessant, maar al bij al weinig relevant?
Dit spitse boek begint waar de kreten en slogans eindigen, bij de nuancering. Het is nu
geschreven – dat kan nu eenmaal niet anders – en confronteert de lezer met Grieken en
Romeinen en hun ideeën en emoties. Verrassend? Herkenbaar? Verrassend herkenbaar?
Is de oudheid eindelijk dood of is ze alweer herboren? Beleven we het einde van een
cultuur of een nieuwe renaissance? Dit boek geeft een antwoord.
Patrick De Rynck studeerde klassieke talen. Hij werkt als freelancer in onder meer de
cultuur- en erfgoedsector, schreef en vertaalde een aantal boeken en recenseert publicaties
over de oudheid in de kranten De Standaard en De Morgen.
Toon Van Houdt is als classicus en cultuurhistoricus verbonden aan de KU Leuven, waar
hij onder meer receptiegeschiedenis van de Grieks-Romeinse oudheid doceert. Hij publiceert
geregeld voor een breed publiek in de tijdschriften Kleio en Streven.
De nieuwe Grieken en Romeinen. Verrassende confrontaties met de klassieke oudheid (Kleio-reeks, nr. 1)
De klassieke oudheid leeft – al was het maar in de vorm van oneliners en oppervlakkige
vergelijkingen. Maar leeft de oudheid echt? Heeft zij nog iets wezenlijks te vertellen? Of
is ze een onherroepelijk vreemde plek geworden, een alibi zelfs? Is de oudheid misschien
wel interessant, maar al bij al weinig relevant?
Dit spitse boek begint waar de kreten en slogans eindigen, bij de nuancering. Het is nu
geschreven – dat kan nu eenmaal niet anders – en confronteert de lezer met Grieken en
Romeinen en hun ideeën en emoties. Verrassend? Herkenbaar? Verrassend herkenbaar?
Is de oudheid eindelijk dood of is ze alweer herboren? Beleven we het einde van een
cultuur of een nieuwe renaissance? Dit boek geeft een antwoord.
Patrick De Rynck studeerde klassieke talen. Hij werkt als freelancer in onder meer de
cultuur- en erfgoedsector, schreef en vertaalde een aantal boeken en recenseert publicaties
over de oudheid in de kranten De Standaard en De Morgen.
Toon Van Houdt is als classicus en cultuurhistoricus verbonden aan de KU Leuven, waar
hij onder meer receptiegeschiedenis van de Grieks-Romeinse oudheid doceert. Hij publiceert
geregeld voor een breed publiek in de tijdschriften Kleio en Streven.
Goed Bezig Check-up. Blijf aan het stuur van je werkleven staan.
De Goed Bezig Check-up is eigenlijk een eenvoudig concept: net zoals met de jaarlijkse tandarts en autocontroles, waarom niet ook de tijd nemen om jaarlijks zijn werkleven te checken? Wat doe ik? Waarom doe ik dat? Welke keuze maak ik? Hoe blijf ik tevreden? De reflectieoefeningen worden begeleid aan de hand van 3 stappen en met behulp van 8 wegwijzers. Eerst wordt een inventaris opgemaakt van de voorbije periode. Goed bezig? In de tweede stap wordt stilgestaan bij hoe we het (ook wel) zouden willen, waar we meer rekening willen mee houden en waarom. Dat gieten we in een belofte aan onszelf. Tenslotte be-leven we in de derde stap wat we ons hebben voorgenomen. Anderen betrekken bij ons succes en on track blijven zijn dan nog meer aan de orde. Als bonus werden de wegwijzers herwerkt voor leidinggevenden zodat ze hun medewerkers kunnen inspireren en ondersteunen in hun jaarlijkse Goed Bezig Check-up.
Dit boek is bedoeld voor mensen die vooruit willen in hun werk-leven. Die niet als “slachtoffer” hun volgende stap willen laten afhangen van anderen maar weten dat zij de belangrijkste actor zijn in hun eigen verhaal. Die bereid zijn wat vroeger voor hen werkte maar nu niet meer zo succesvol is, te vervangen door nieuwe ideeën en hun “gouden kooi” durven te challengen. Die op die manier hun bijdrage willen leveren aan en voor een groter geheel.
"Veronika ken ik al jaren als een topcoach. Ze heeft nu ook een uitstekend boek geschreven. De Goed Bezig Check-up biedt een inspirerende en praktische handleiding voor eenieder die bewust(er) wil stilstaan bij zijn/haar leven."
Meredith Van Overloop, managing partner van Triangis.
"Ben ik wel goed bezig ? Om eerlijk te zijn: het is een vraag die ik me zelden expliciet stel. Zolang je graag doet wat je doet, en het gevoel hebt dat je op geregelde tijdstippen nog verrast wordt door je werk in het bijzonder en het leven in het algemeen, stel de vraag zich minder acuut.
Rondom mij zie ik helaas teveel mensen die zich niet meer in fase voelen met hun werk aan de ene kant, en met een evenwichtig leven aan de andere kant.
Ze hebben of ambities die ze niet kunnen of durven realiseren, of ze vinden de energie niet meer om wat hen verwacht wordt te doen, en er nog plezier aan te beleven ook.
Veronika Wuyts reikt vragen en opstapjes aan omdat evenwicht terug te vinden. Bij momenten confronterend, bij momenten logisch klinkend.
De finale boodschap is: neem je leven zélf in handen, voor een ander het voor jou doet.
Ik maak altijd graag de vergelijking met iemand die in water of sneeuw aan het schuiven is.
Wie zich dan schrap zet, riskeert iets te breken, wie soepel meegaat, komt misschien op onvermoede plekken.
Een inspirerende gids zoals dit boek, helpt bij die zoektocht."
Jan Hautekiet.
"Het boek “Goed Bezig Check-up” van Veronika Wuyts inspireert tot een jaarlijkse check up van je leven en loopbaan. Het boek biedt aansprekende tools voor onderzoek en actieplan voor een vervullende loopbaan. Het nodigt je uit om eerlijk naar jezelf te kijken, om concrete stappen te zetten om je levens- en loopbaandromen te realiseren en om hierin focus te houden. De check-up kan je zien als een mini retraite en een investering in je eigen levens- en werkgeluk. Ik ben ervan overtuigd dat deze check up bijdraagt aan duurzame bevlogenheid en inzetbaarheid. Het is vlot geschreven, toegankelijk en heeft een frisse en overzichtelijke vormgeving. Anders dan veel andere loopbaanboeken, beschouwt het boek de mens nadrukkelijk in zijn context: dat is een waardevolle toevoeging."
Annita Rogier, Stress en burn-out coach, loopbaancoach, trainer.
Na haar studies Politieke en Sociale Wetenschappen koos Veronika Wuyts om leren en ontwikkelen van mensen als focus te nemen van haar werkleven. Eerst als interne medewerker en sinds 2008 als zelfstandig professional coach, begeleidt ze coachees in het bewust worden van hun mogelijkheden en het beleven van de keuzes die daardoor ontstaan. Naast docente aan de EHSAL Management School, coacht ze in bedrijven als Telenet, Azelis, Grant Thornton, Tata Steel, Nestlé e.a.
Goed Bezig Check-up. Blijf aan het stuur van je werkleven staan.
De Goed Bezig Check-up is eigenlijk een eenvoudig concept: net zoals met de jaarlijkse tandarts en autocontroles, waarom niet ook de tijd nemen om jaarlijks zijn werkleven te checken? Wat doe ik? Waarom doe ik dat? Welke keuze maak ik? Hoe blijf ik tevreden? De reflectieoefeningen worden begeleid aan de hand van 3 stappen en met behulp van 8 wegwijzers. Eerst wordt een inventaris opgemaakt van de voorbije periode. Goed bezig? In de tweede stap wordt stilgestaan bij hoe we het (ook wel) zouden willen, waar we meer rekening willen mee houden en waarom. Dat gieten we in een belofte aan onszelf. Tenslotte be-leven we in de derde stap wat we ons hebben voorgenomen. Anderen betrekken bij ons succes en on track blijven zijn dan nog meer aan de orde. Als bonus werden de wegwijzers herwerkt voor leidinggevenden zodat ze hun medewerkers kunnen inspireren en ondersteunen in hun jaarlijkse Goed Bezig Check-up.
Dit boek is bedoeld voor mensen die vooruit willen in hun werk-leven. Die niet als “slachtoffer” hun volgende stap willen laten afhangen van anderen maar weten dat zij de belangrijkste actor zijn in hun eigen verhaal. Die bereid zijn wat vroeger voor hen werkte maar nu niet meer zo succesvol is, te vervangen door nieuwe ideeën en hun “gouden kooi” durven te challengen. Die op die manier hun bijdrage willen leveren aan en voor een groter geheel.
"Veronika ken ik al jaren als een topcoach. Ze heeft nu ook een uitstekend boek geschreven. De Goed Bezig Check-up biedt een inspirerende en praktische handleiding voor eenieder die bewust(er) wil stilstaan bij zijn/haar leven."
Meredith Van Overloop, managing partner van Triangis.
"Ben ik wel goed bezig ? Om eerlijk te zijn: het is een vraag die ik me zelden expliciet stel. Zolang je graag doet wat je doet, en het gevoel hebt dat je op geregelde tijdstippen nog verrast wordt door je werk in het bijzonder en het leven in het algemeen, stel de vraag zich minder acuut.
Rondom mij zie ik helaas teveel mensen die zich niet meer in fase voelen met hun werk aan de ene kant, en met een evenwichtig leven aan de andere kant.
Ze hebben of ambities die ze niet kunnen of durven realiseren, of ze vinden de energie niet meer om wat hen verwacht wordt te doen, en er nog plezier aan te beleven ook.
Veronika Wuyts reikt vragen en opstapjes aan omdat evenwicht terug te vinden. Bij momenten confronterend, bij momenten logisch klinkend.
De finale boodschap is: neem je leven zélf in handen, voor een ander het voor jou doet.
Ik maak altijd graag de vergelijking met iemand die in water of sneeuw aan het schuiven is.
Wie zich dan schrap zet, riskeert iets te breken, wie soepel meegaat, komt misschien op onvermoede plekken.
Een inspirerende gids zoals dit boek, helpt bij die zoektocht."
Jan Hautekiet.
"Het boek “Goed Bezig Check-up” van Veronika Wuyts inspireert tot een jaarlijkse check up van je leven en loopbaan. Het boek biedt aansprekende tools voor onderzoek en actieplan voor een vervullende loopbaan. Het nodigt je uit om eerlijk naar jezelf te kijken, om concrete stappen te zetten om je levens- en loopbaandromen te realiseren en om hierin focus te houden. De check-up kan je zien als een mini retraite en een investering in je eigen levens- en werkgeluk. Ik ben ervan overtuigd dat deze check up bijdraagt aan duurzame bevlogenheid en inzetbaarheid. Het is vlot geschreven, toegankelijk en heeft een frisse en overzichtelijke vormgeving. Anders dan veel andere loopbaanboeken, beschouwt het boek de mens nadrukkelijk in zijn context: dat is een waardevolle toevoeging."
Annita Rogier, Stress en burn-out coach, loopbaancoach, trainer.
Na haar studies Politieke en Sociale Wetenschappen koos Veronika Wuyts om leren en ontwikkelen van mensen als focus te nemen van haar werkleven. Eerst als interne medewerker en sinds 2008 als zelfstandig professional coach, begeleidt ze coachees in het bewust worden van hun mogelijkheden en het beleven van de keuzes die daardoor ontstaan. Naast docente aan de EHSAL Management School, coacht ze in bedrijven als Telenet, Azelis, Grant Thornton, Tata Steel, Nestlé e.a.
El nuevo modelo diagnóstico para el márketing
El nuevo modelo diagnóstico para el márketing
Keuzewijzer tussen thuiszorg en residentiële zorg
Keuzewijzer tussen thuiszorg en residentiële zorg
Gezinspedagogiek – Deel 1: Actuele thema’s in onderzoek en praktijk
Lieve V ANDEMEULEBROECKE is hoogleraar en hoofd van het Centrum voor Gezinspedagogiek van de KU Leuven. Hans VAN CROMBRUGGE doceert pedagogiek aan het Centrum voor Gezinswetenschappen in Brussel. Jan GERRIS is hoogleraar en hoofd van de Afdeling Gezinspedagogiek van de KU Nijmegen.
Gezinspedagogiek – Deel 1: Actuele thema’s in onderzoek en praktijk
Lieve V ANDEMEULEBROECKE is hoogleraar en hoofd van het Centrum voor Gezinspedagogiek van de KU Leuven. Hans VAN CROMBRUGGE doceert pedagogiek aan het Centrum voor Gezinswetenschappen in Brussel. Jan GERRIS is hoogleraar en hoofd van de Afdeling Gezinspedagogiek van de KU Nijmegen.
Taalbeschouwing op de basisschool – Reisgids met een leerlijn en 40 uitgewerkte lessen met tekstmaterialen
Taalbeschouwing is meer en anders dan de klassieke zins- en
woordontleding. Lesgevers hoeven echter niet afgeschrikt te worden
door dit relatief nieuwe begrip. Leerlingen moeten leren om vanuit
heel veel benaderingswijzen op eigen manieren naar taal te kijken.
Daarover gaat Taalbeschouwing op de basisschool.
De auteurs benaderen het fenomeen taalbeschouwing op twee manieren.
In het Basisboek overschouwen ze het veld en brengen ze de lezer vanuit
een aantal achtergronden en overwegingen tot bij de praktijk.
Dit boek, de Reisgids, vertrekt vanuit de praktijk. Het bevat een werkplan dat
de school kan gebruiken voor het opzetten en uitwerken van het onderdeel
taalbeschouwing, en een heleboel lessuggesties, telkens voorzien van uitdagend
en voor kinderen boeiend taalmateriaal.
Ides Callebaut doceert taal en taaldidactiek aan de Lerarenopleiding van de Katholieke Hogeschool Brugge Oostende, Marc Stevens aan de Lerarenopleiding van de Katholieke Hogeschool Brussel.
Taalbeschouwing op de basisschool – Reisgids met een leerlijn en 40 uitgewerkte lessen met tekstmaterialen
Taalbeschouwing is meer en anders dan de klassieke zins- en
woordontleding. Lesgevers hoeven echter niet afgeschrikt te worden
door dit relatief nieuwe begrip. Leerlingen moeten leren om vanuit
heel veel benaderingswijzen op eigen manieren naar taal te kijken.
Daarover gaat Taalbeschouwing op de basisschool.
De auteurs benaderen het fenomeen taalbeschouwing op twee manieren.
In het Basisboek overschouwen ze het veld en brengen ze de lezer vanuit
een aantal achtergronden en overwegingen tot bij de praktijk.
Dit boek, de Reisgids, vertrekt vanuit de praktijk. Het bevat een werkplan dat
de school kan gebruiken voor het opzetten en uitwerken van het onderdeel
taalbeschouwing, en een heleboel lessuggesties, telkens voorzien van uitdagend
en voor kinderen boeiend taalmateriaal.
Ides Callebaut doceert taal en taaldidactiek aan de Lerarenopleiding van de Katholieke Hogeschool Brugge Oostende, Marc Stevens aan de Lerarenopleiding van de Katholieke Hogeschool Brussel.
Leren zwemmen. Didactiek van het zwemonderwijs
Werner VAN ASSCHE doceert aan het Departement Lerarenopleiding van de Katholieke Hogeschool Leuven.
Leren zwemmen. Didactiek van het zwemonderwijs
Werner VAN ASSCHE doceert aan het Departement Lerarenopleiding van de Katholieke Hogeschool Leuven.
Verwantschap en verschil. Over de plaats van het gezin en de betekenis van het ouderschap in de moderne pedagogiek
Hans VAN CROMBRUGGE doceert aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen in Brussel.
Verwantschap en verschil. Over de plaats van het gezin en de betekenis van het ouderschap in de moderne pedagogiek
Hans VAN CROMBRUGGE doceert aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen in Brussel.
Taalbeschouwing op de basisschool. Basisboek
Ook in het onderwijs gaat men er meer en meer van uit dat het er in het werkelijke leven vooral op aankomt concrete situaties te kunnen aanpakken en beheersen.
In taalonderwijs gaat het er dan om dat je situaties leert beheersen door de manier waarop je je taal gebruikt. Taalgebruik wordt dus de kern van taalonderwijs en dus ook van taalbeschouwing.
De bedoeling is dat leerlingen hun eigen taalgebruik verbeteren door te kijken hoe zij en anderen taal gebruiken en door daarover na te denken. Of over hoe ze zich veel ellende kunnen besparen.
Wij vinden het ook ongelooflijk boeiend te zien en een beetje te begrijpen hoe wij taal gebruiken en hoe ons taalsysteem in elkaar zit. Taalbeschouwing is dan een vorm van wereldoriëntatie. Niet over konijnen of paardebloemen of de kledij in de middeleeuwen, maar over onszelf. Nadenken over taalbeschouwingsonderwijs kan niet zonder ook over taal zelf na te denken. Daarover kan de lezer in dit boek dus ook heel wat vinden.
Ides Callebaut en Sofie De Jonckheere doceren taal en taaldidactiek aan de lerarenopleiding van de Katholieke Hogeschool Brugge Oostende. Marc Stevens is verbonden aan de lerarenopleiding van de Katholieke Hogeschool Brussel.
Taalbeschouwing op de basisschool. Basisboek
Ook in het onderwijs gaat men er meer en meer van uit dat het er in het werkelijke leven vooral op aankomt concrete situaties te kunnen aanpakken en beheersen.
In taalonderwijs gaat het er dan om dat je situaties leert beheersen door de manier waarop je je taal gebruikt. Taalgebruik wordt dus de kern van taalonderwijs en dus ook van taalbeschouwing.
De bedoeling is dat leerlingen hun eigen taalgebruik verbeteren door te kijken hoe zij en anderen taal gebruiken en door daarover na te denken. Of over hoe ze zich veel ellende kunnen besparen.
Wij vinden het ook ongelooflijk boeiend te zien en een beetje te begrijpen hoe wij taal gebruiken en hoe ons taalsysteem in elkaar zit. Taalbeschouwing is dan een vorm van wereldoriëntatie. Niet over konijnen of paardebloemen of de kledij in de middeleeuwen, maar over onszelf. Nadenken over taalbeschouwingsonderwijs kan niet zonder ook over taal zelf na te denken. Daarover kan de lezer in dit boek dus ook heel wat vinden.
Ides Callebaut en Sofie De Jonckheere doceren taal en taaldidactiek aan de lerarenopleiding van de Katholieke Hogeschool Brugge Oostende. Marc Stevens is verbonden aan de lerarenopleiding van de Katholieke Hogeschool Brussel.
7 lessen in emotionele intelligentie. Met 26 oefeningen
Emotionele intelligentie komt steeds meer in de belangstelling. Om te slagen in het leven is er immers meer nodig dan de klassieke intelligentie, gemeten door de IQ-test. Jammer genoeg brengt de literatuur weinig oplossingen aan om de eigen emotionele intelligentie bewust uit te werken. Door hun jarenlange ervaring met opleidingen helpen de auteurs van dit boek de lezer om zijn emotionele intelligentie aan te scherpen, zowel in het privé-leven als in professionele context.
Dit boek reikt modellen aan uit de neurolinguïstiek om de relaties met anderen succesvol te laten verlopen, een beter evenwicht hierin te bereiken en meer plezier te beleven in het leven. De lezer vindt in dit boek hoe hij zijn leven beter in eigen handen kan nemen, hoe zijn emoties hem hierbij kunnen helpen en hoe hij met meer mensenkennis succesvoller door het leven kan gaan.
Het boek bevat een reeks praktische oefeningen en een werkplan om zich deze emotionele intelligentie op 14 dagen eigen te maken. Tevens biedt het uitgebreide referenties naar aanverwante literatuur, zowel in boeken als op het Internet.
Patrick E. Merlevede is handelsingenieur, richting beleidsinformatica (Faculteit Economische en Toegepaste Economische Wetenschappen) en master of science in artificial intelligence (Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetennschappen) KU Leuven. Hij specialiseerde zich verder in de neurolinguïstiek aan de NLP University in Santa Cruz, een onderdeel van de University of California. Momenteel staat hij aan het hoofd van ‘Acknowledge’, zijn eigen consulting bedrijf.
Rudy C. Vandamme is psycholoog, filosoof en antropoloog. Hij volgde allerhande opleidingen in neuro-linguistiek en is erkend door de Internationale Associatie als NLP-trainer.
7 lessen in emotionele intelligentie. Met 26 oefeningen
Emotionele intelligentie komt steeds meer in de belangstelling. Om te slagen in het leven is er immers meer nodig dan de klassieke intelligentie, gemeten door de IQ-test. Jammer genoeg brengt de literatuur weinig oplossingen aan om de eigen emotionele intelligentie bewust uit te werken. Door hun jarenlange ervaring met opleidingen helpen de auteurs van dit boek de lezer om zijn emotionele intelligentie aan te scherpen, zowel in het privé-leven als in professionele context.
Dit boek reikt modellen aan uit de neurolinguïstiek om de relaties met anderen succesvol te laten verlopen, een beter evenwicht hierin te bereiken en meer plezier te beleven in het leven. De lezer vindt in dit boek hoe hij zijn leven beter in eigen handen kan nemen, hoe zijn emoties hem hierbij kunnen helpen en hoe hij met meer mensenkennis succesvoller door het leven kan gaan.
Het boek bevat een reeks praktische oefeningen en een werkplan om zich deze emotionele intelligentie op 14 dagen eigen te maken. Tevens biedt het uitgebreide referenties naar aanverwante literatuur, zowel in boeken als op het Internet.
Patrick E. Merlevede is handelsingenieur, richting beleidsinformatica (Faculteit Economische en Toegepaste Economische Wetenschappen) en master of science in artificial intelligence (Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetennschappen) KU Leuven. Hij specialiseerde zich verder in de neurolinguïstiek aan de NLP University in Santa Cruz, een onderdeel van de University of California. Momenteel staat hij aan het hoofd van ‘Acknowledge’, zijn eigen consulting bedrijf.
Rudy C. Vandamme is psycholoog, filosoof en antropoloog. Hij volgde allerhande opleidingen in neuro-linguistiek en is erkend door de Internationale Associatie als NLP-trainer.
Financieel beheer voor managers
Ludo POELAERT is senior management consultant bij Team Consult Belgium en gastlector aan de Erasmushogeschool. in Brussel.
Financieel beheer voor managers
Ludo POELAERT is senior management consultant bij Team Consult Belgium en gastlector aan de Erasmushogeschool. in Brussel.
Werkmap studiemethoden
Gilbert VAN AELST is verbonden aan de Lerarenopleiding, Afdeling Criminologie van de KU Leuven en hij doceert aan de Katholieke Hogeschool Leuven.
Werkmap studiemethoden
Gilbert VAN AELST is verbonden aan de Lerarenopleiding, Afdeling Criminologie van de KU Leuven en hij doceert aan de Katholieke Hogeschool Leuven.
Advanced writing in English. A Guide for Dutch Authors
Het boek bestaat uit vier delen. Het eerste deel behandelt het schrijven van het essay in zijn vele varianten ; het tweede deel het schrijven van een wetenschappelijk rapport ; het derde deel het schrijven van brieven aan redacties van tijdschriften, aan vakgenoten e.d. Naast structureel / inhoudelijke aspecten komen hierbij ook allerlei steeds terugkerende fouten (‘common errors’) aan de orde. Het vierde deel behandelt vanuit een contrastieve benadering die onderdelen van de Engelse Grammatica die problemen opleveren voor Nederlandstaligen.
Het boek is gebaseerd op de jarenlange ervaring die de auteurs hebben opgedaan bij het geven van cursussen schrijfvaardigheid aan studenten en medewerkers van verschillende universiteiten en instituten, en bij het redigeren en corrigeren van artikelen, dissertaties en boeken. Het is, mede door de vele oefeningen en taalnotities, ook zeer geschikt voor zelfstudie.
Taal: Engels
Marianne Sanders, Andrée Tingloo en Hans Verhulst zijn medewerkers aan het Talencentrum van de Universiteit in Tilburg.
Advanced writing in English. A Guide for Dutch Authors
Het boek bestaat uit vier delen. Het eerste deel behandelt het schrijven van het essay in zijn vele varianten ; het tweede deel het schrijven van een wetenschappelijk rapport ; het derde deel het schrijven van brieven aan redacties van tijdschriften, aan vakgenoten e.d. Naast structureel / inhoudelijke aspecten komen hierbij ook allerlei steeds terugkerende fouten (‘common errors’) aan de orde. Het vierde deel behandelt vanuit een contrastieve benadering die onderdelen van de Engelse Grammatica die problemen opleveren voor Nederlandstaligen.
Het boek is gebaseerd op de jarenlange ervaring die de auteurs hebben opgedaan bij het geven van cursussen schrijfvaardigheid aan studenten en medewerkers van verschillende universiteiten en instituten, en bij het redigeren en corrigeren van artikelen, dissertaties en boeken. Het is, mede door de vele oefeningen en taalnotities, ook zeer geschikt voor zelfstudie.
Taal: Engels
Marianne Sanders, Andrée Tingloo en Hans Verhulst zijn medewerkers aan het Talencentrum van de Universiteit in Tilburg.
Een bundel intense duisternis. Psychoanalytische opstellen rond W.R. Bion
lef DEHING is psychiater in Brussel en leeranalyticus vafi de Belgische School voor Iungiaanse Psychoanalyse.
Een bundel intense duisternis. Psychoanalytische opstellen rond W.R. Bion
lef DEHING is psychiater in Brussel en leeranalyticus vafi de Belgische School voor Iungiaanse Psychoanalyse.
Tussen autonomie en geborgenheid. Dementerende ouderen en hun omgeving
Chantal VAN AUDENHOVE en Frans LAMMERTYN zijn resp. onderzoeksleider en directeur van LUCAS, KU Leuven. Ward ROMMEL, Anja DECLERCQ en Jan DE CLERCQ zijn er onderzoeker.
Tussen autonomie en geborgenheid. Dementerende ouderen en hun omgeving
Chantal VAN AUDENHOVE en Frans LAMMERTYN zijn resp. onderzoeksleider en directeur van LUCAS, KU Leuven. Ward ROMMEL, Anja DECLERCQ en Jan DE CLERCQ zijn er onderzoeker.
SMOG – Spreken Met Ondersteuning van Gebaren. Het handboek
Dit handboek legt uit hoe SMOG werd ontwikkeld, waarom het werkt en hoe het in individuele en groepsbegeleiding kan worden ingepast.
Dr. Filip Loncke is orthopedagoog-neurolinguïst.Martine Nijsis logopediste en Louis Smetis eredirecteur van een secundaire school voor buitengewoon onderwijs.
SMOG – Spreken Met Ondersteuning van Gebaren. Het handboek
Dit handboek legt uit hoe SMOG werd ontwikkeld, waarom het werkt en hoe het in individuele en groepsbegeleiding kan worden ingepast.
Dr. Filip Loncke is orthopedagoog-neurolinguïst.Martine Nijsis logopediste en Louis Smetis eredirecteur van een secundaire school voor buitengewoon onderwijs.
Aangrijpende belevenissen van kinderen. Angst, pesten, dood, scheiden, misbruik
Pim STEERNEMAN is als orthopedagoog/psychodiagnosticus verbonden aan de RIAGG-Jeugdzorg in Heerlen. Hij publiceerde eerder bij Garant onder meer Leren denken over denken en Ieren begrijpen van emoties.
