ECG – Uit of in het hoofd
Het ECG - elektrocardiogram - is een onmisbare schakel in de klinische praktijk die ook in de toekomst fascinerende ontwikkelingen zal kennen. Cardiologie kan niet zonder het ECG. In de polikliniek, de spoedopname, CCU - Coronary Care Unit - en de afdeling intensieve zorgen blijkt snel dat er geen alternatief voorhanden is.
Te vaak wordt de morfologie van ECG-afwijkingen uit het hoofd gememoriseerd. Kennis zonder begrijpen mist efficiëntie.
Dit boek stelt het ECG begrijpbaar voor op drie niveaus:
- omschrijving van het vectorieel verloop van de- en repolarisatie;
- wijzigingen in de actiepotentialen die aan de basis liggen van de veranderingen in de vectoren;
- veranderingen in de ionenkanalen die op hun beurt verantwoordelijk zijn voor de veranderingen in de actiepotentialen. Precies deze drietrapspresentatie maakt deze publicatie uniek in haar soort. Ze is niet alleen bestemd voor artsen, maar ook voor paramedici.
Wijlen Dr. Erik Andries, cardioloog, was oprichter en emeritus diensthoofd van het Cardiologisch Centrum van het Onze-Lieve-Vrouwziekenhuis in Aalst.
Wijlen Prof. Dr. Roland Stroobandt, cardioloog, was buitengewoon docent aan de KULeuven, academisch consulent aan de Universiteit Gent en cardioloog in het AZ Damiaan in Oostende.
Prof. Dr. Jan De Pooter, cardioloog, is als elektrofysioloog verbonden aan het UZ Gent.
Prof. Dr. Fons Verdonck doceerde fysiologie aan de Universiteit Leuven en de Universiteit Leuven Campus Kortrijk.
Prof. Ing. Fons Sinnaeve was docent meet- en regeltechniek en medische elektronica aan de KULeuven Campus Vives Oostende.
ECG – Uit of in het hoofd
Het ECG - elektrocardiogram - is een onmisbare schakel in de klinische praktijk die ook in de toekomst fascinerende ontwikkelingen zal kennen. Cardiologie kan niet zonder het ECG. In de polikliniek, de spoedopname, CCU - Coronary Care Unit - en de afdeling intensieve zorgen blijkt snel dat er geen alternatief voorhanden is.
Te vaak wordt de morfologie van ECG-afwijkingen uit het hoofd gememoriseerd. Kennis zonder begrijpen mist efficiëntie.
Dit boek stelt het ECG begrijpbaar voor op drie niveaus:
- omschrijving van het vectorieel verloop van de- en repolarisatie;
- wijzigingen in de actiepotentialen die aan de basis liggen van de veranderingen in de vectoren;
- veranderingen in de ionenkanalen die op hun beurt verantwoordelijk zijn voor de veranderingen in de actiepotentialen. Precies deze drietrapspresentatie maakt deze publicatie uniek in haar soort. Ze is niet alleen bestemd voor artsen, maar ook voor paramedici.
Wijlen Dr. Erik Andries, cardioloog, was oprichter en emeritus diensthoofd van het Cardiologisch Centrum van het Onze-Lieve-Vrouwziekenhuis in Aalst.
Wijlen Prof. Dr. Roland Stroobandt, cardioloog, was buitengewoon docent aan de KULeuven, academisch consulent aan de Universiteit Gent en cardioloog in het AZ Damiaan in Oostende.
Prof. Dr. Jan De Pooter, cardioloog, is als elektrofysioloog verbonden aan het UZ Gent.
Prof. Dr. Fons Verdonck doceerde fysiologie aan de Universiteit Leuven en de Universiteit Leuven Campus Kortrijk.
Prof. Ing. Fons Sinnaeve was docent meet- en regeltechniek en medische elektronica aan de KULeuven Campus Vives Oostende.
Getting to Grips with Grammar – A Shortcut to English Grammar
Is it possible to master the basics of English grammar and to learn how to build correct complex sentences without drowning in too much abstract theory?
The authors of this book believe it is. Getting to Grips with Grammar offers you the tools to do so.
The book provides insight into the building blocks of English grammar and into the various word categories. It explains complex matters such as the tenses and modality in a transparent way and it shows you how to make your syntax more sophisticated. It also contains exercises, answers, and concise explanations.
Its target audience is wide and varied, including professionals who need English in a business context, EFL students in secondary and tertiary education, students majoring in subjects other than English who are required to write papers or give presentations in English, and both teachers of English and native speakers simply seeking to revise their grammar.
Nadine Van den Eynden Morpeth is an assistant professor of English at KU Leuven. Her academic career spans nearly four decades and also includes working at the Université Catholique de Louvain and for the University of Limerick (external examiner). Grammar, writing, oral proficiency skills, and business communication are her main areas of expertise. Her work with university students and private clients has given her profound insight into their specific needs in terms of grammar.
Raf Erzeel is a linguist who has recently retired from KU Leuven. He taught English in higher education for nearly forty years, focusing, among other things, on pronunciation, oral proficiency, discourse analysis, translation, and the practical application of grammar. During his long career, he acquired considerable experience in teaching English as a foreign language, taking pleasure in and learning from the interaction with his students.
Getting to Grips with Grammar – A Shortcut to English Grammar
Is it possible to master the basics of English grammar and to learn how to build correct complex sentences without drowning in too much abstract theory?
The authors of this book believe it is. Getting to Grips with Grammar offers you the tools to do so.
The book provides insight into the building blocks of English grammar and into the various word categories. It explains complex matters such as the tenses and modality in a transparent way and it shows you how to make your syntax more sophisticated. It also contains exercises, answers, and concise explanations.
Its target audience is wide and varied, including professionals who need English in a business context, EFL students in secondary and tertiary education, students majoring in subjects other than English who are required to write papers or give presentations in English, and both teachers of English and native speakers simply seeking to revise their grammar.
Nadine Van den Eynden Morpeth is an assistant professor of English at KU Leuven. Her academic career spans nearly four decades and also includes working at the Université Catholique de Louvain and for the University of Limerick (external examiner). Grammar, writing, oral proficiency skills, and business communication are her main areas of expertise. Her work with university students and private clients has given her profound insight into their specific needs in terms of grammar.
Raf Erzeel is a linguist who has recently retired from KU Leuven. He taught English in higher education for nearly forty years, focusing, among other things, on pronunciation, oral proficiency, discourse analysis, translation, and the practical application of grammar. During his long career, he acquired considerable experience in teaching English as a foreign language, taking pleasure in and learning from the interaction with his students.
Breekbaar in beeld – Psychiatrie en film in 20 stereotypen
Heeft elke psychiatrische patiënt iets van Michael Myers uit Halloween in zich? Is elke psychiater een potentiële Hannibal Lecter? En lijkt elk psychiatrisch centrum op dat van One flew over the cuckoo’s nest? In dit boek wordt aan de hand van twintig klassieke stereotypes getracht een overzicht te geven van de wondere wereld van de filmpsychiatrie. Een wereld met z’n eigen wetten en gebruiken die soms ver verwijderd lijken van de realiteit.
Dirk Moons is een psychiater-psychotherapeut die werkt voor CGG VAGGA en met een zelfstandige praktijk in Aarschot. Hij heeft zich gedurende jaren verdiept in de wereld van de Geestelijke Gezondheidszorg zoals die typisch voorkomt in de populaire speelfilm. De vele voordrachten en workshops die hieromtrent werden georganiseerd hebben uiteindelijk geleid tot dit boek.
Breekbaar in beeld – Psychiatrie en film in 20 stereotypen
Heeft elke psychiatrische patiënt iets van Michael Myers uit Halloween in zich? Is elke psychiater een potentiële Hannibal Lecter? En lijkt elk psychiatrisch centrum op dat van One flew over the cuckoo’s nest? In dit boek wordt aan de hand van twintig klassieke stereotypes getracht een overzicht te geven van de wondere wereld van de filmpsychiatrie. Een wereld met z’n eigen wetten en gebruiken die soms ver verwijderd lijken van de realiteit.
Dirk Moons is een psychiater-psychotherapeut die werkt voor CGG VAGGA en met een zelfstandige praktijk in Aarschot. Hij heeft zich gedurende jaren verdiept in de wereld van de Geestelijke Gezondheidszorg zoals die typisch voorkomt in de populaire speelfilm. De vele voordrachten en workshops die hieromtrent werden georganiseerd hebben uiteindelijk geleid tot dit boek.
Geschiedenis van de geboorteregeling en familieplanning (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg, nr. 18)
Vandaag is er sprake van medicalisering en zelfs overmedicalisering van de geboortezorg; wat houdt dit juist in? En hoe ging het er in het verleden aan toe? Ging men in andere tijden naar het ziekenhuis voor dezelfde redenen als vandaag? Wat is eigenlijk de positie en het belang van ziekenhuizen bij zwangerschap en geboorte? Welke kennis en praktijken vinden we terug rond de geboorte van kinderen? Wat wist de vroedvrouw? En vanaf wanneer in de geschiedenis had de vrouw overlevingskansen bij een keizersnede? Welke technieken bestaan en bestonden er inzake anticonceptiemethoden, en vanaf wanneer begon men deze te gebruiken? En hoe zit het met de abortuscijfers in België en in de wereld? En wat met borstvoeding in het verleden? Deze en vele andere vragen worden beantwoord in dit cahier. Zeven verschillende auteurs buigen zich hier over interessante vragen aangaande de geschiedenis van de geboorteregeling en gezinsplanning.
Annemie Leemans is kunstcriticus en professor Beeldende kunst aan de Universiteit van Antwerpen. Tijdens haar doctoraat in vroegmoderne praktische kennis bestudeerde ze medische receptboeken. Eén van de centrale kunstenaars in haar werk is Leonardo da Vinci, wiens anatomische tekeningen wereldbekend zijn. Ze is redactiecoördinator van de cahierreeks Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg.
Cornelis van Tilburg is classicus aan de Universiteit Leiden, waar hij werkzaam is als onderzoeker bij Griekse en Latijnse Talen en Culturen. Naast zijn onderzoek naar verkeerscirculatie en stadshygiëne in de Grieks-Romeinse wereld is hij eindredacteur van de cahierreeks Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg.
Geschiedenis van de geboorteregeling en familieplanning (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg, nr. 18)
Vandaag is er sprake van medicalisering en zelfs overmedicalisering van de geboortezorg; wat houdt dit juist in? En hoe ging het er in het verleden aan toe? Ging men in andere tijden naar het ziekenhuis voor dezelfde redenen als vandaag? Wat is eigenlijk de positie en het belang van ziekenhuizen bij zwangerschap en geboorte? Welke kennis en praktijken vinden we terug rond de geboorte van kinderen? Wat wist de vroedvrouw? En vanaf wanneer in de geschiedenis had de vrouw overlevingskansen bij een keizersnede? Welke technieken bestaan en bestonden er inzake anticonceptiemethoden, en vanaf wanneer begon men deze te gebruiken? En hoe zit het met de abortuscijfers in België en in de wereld? En wat met borstvoeding in het verleden? Deze en vele andere vragen worden beantwoord in dit cahier. Zeven verschillende auteurs buigen zich hier over interessante vragen aangaande de geschiedenis van de geboorteregeling en gezinsplanning.
Annemie Leemans is kunstcriticus en professor Beeldende kunst aan de Universiteit van Antwerpen. Tijdens haar doctoraat in vroegmoderne praktische kennis bestudeerde ze medische receptboeken. Eén van de centrale kunstenaars in haar werk is Leonardo da Vinci, wiens anatomische tekeningen wereldbekend zijn. Ze is redactiecoördinator van de cahierreeks Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg.
Cornelis van Tilburg is classicus aan de Universiteit Leiden, waar hij werkzaam is als onderzoeker bij Griekse en Latijnse Talen en Culturen. Naast zijn onderzoek naar verkeerscirculatie en stadshygiëne in de Grieks-Romeinse wereld is hij eindredacteur van de cahierreeks Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg.
Enability – Enabling Inclusive Quality of Life in Young People with Multiple Disabilities and Complex and Intense Support Needs: Concepts & Good Practices
In 2013 we created a European project “Enablin+” to develop an innovative interprofessional in-service training programme, to improve inclusion and quality of life for children with the most complex disabilities, who are in need of intensive and continuous support.
The name ENABLIN + has three aspects. “Enabling” is the opposite of disability; it means to enable the person to function; the IN stands for “inclusion”; and the “+” stands for “multiple disabilities” or “extraordinary multiple needs”, in learning, communicating, mobility, often also in eating and other aspects of self-care or behavioural challenges..
This book contains the most important results of the project. A first part is about research on needs assessment and quality of life. A second part gives an overview of continuous support systems in the partners’ countries. Then a new interprofessional training programme is outlined. A fourth part describes various projects of “good practice” and results of pilot projects in inclusive education, enhancing activity and participation in various life areas, communication and integrated support.
This book is aimed at those who are responsible for training the various professionals working in the field of children and youngsters with complex and intensive support needs – educators, auxiliaries, teachers, therapists, doctors, etc., as well as volunteers and parents.
Jo Lebeer is a medical doctor and emeritus professor in Disability Studies at the University of Antwerp (Belgium). Adelinda Candeias is professor of Psychology at the School of Health and Human Development at the University of Évora (Portugal). Eniko Batiz is Head of the Department and Reka Orban is a lecturer in Special Education at the Department of Applied Psychology of the Babes Bolyai University in Cluj-Napoca (Romania). Marina Rodocanachi is a medical doctor specialized in Neurology and Rehabilitation Medicine at the Don Gnocchi Foundation in Milan (Italy)
Enability – Enabling Inclusive Quality of Life in Young People with Multiple Disabilities and Complex and Intense Support Needs: Concepts & Good Practices
In 2013 we created a European project “Enablin+” to develop an innovative interprofessional in-service training programme, to improve inclusion and quality of life for children with the most complex disabilities, who are in need of intensive and continuous support.
The name ENABLIN + has three aspects. “Enabling” is the opposite of disability; it means to enable the person to function; the IN stands for “inclusion”; and the “+” stands for “multiple disabilities” or “extraordinary multiple needs”, in learning, communicating, mobility, often also in eating and other aspects of self-care or behavioural challenges..
This book contains the most important results of the project. A first part is about research on needs assessment and quality of life. A second part gives an overview of continuous support systems in the partners’ countries. Then a new interprofessional training programme is outlined. A fourth part describes various projects of “good practice” and results of pilot projects in inclusive education, enhancing activity and participation in various life areas, communication and integrated support.
This book is aimed at those who are responsible for training the various professionals working in the field of children and youngsters with complex and intensive support needs – educators, auxiliaries, teachers, therapists, doctors, etc., as well as volunteers and parents.
Jo Lebeer is a medical doctor and emeritus professor in Disability Studies at the University of Antwerp (Belgium). Adelinda Candeias is professor of Psychology at the School of Health and Human Development at the University of Évora (Portugal). Eniko Batiz is Head of the Department and Reka Orban is a lecturer in Special Education at the Department of Applied Psychology of the Babes Bolyai University in Cluj-Napoca (Romania). Marina Rodocanachi is a medical doctor specialized in Neurology and Rehabilitation Medicine at the Don Gnocchi Foundation in Milan (Italy)
Autisme anders bekijken – omdat geen kind hetzelfde is
Er zijn net zo veel vormen van autisme als kleuren in het spectrum. Wat bij het ene kind ontspannend werkt, zorgt voor stress bij een ander kind. Autisme anders bekijken vraagt om verder te kijken dan een diagnose en het gedrag dat in eerste instantie te zien is.
Elk kind is uniek en vraagt om een eigen benadering. Aan de hand van acht thema’s, die ook voorkomen op het Autismepaspoort®, beschrijft autismespecialist Suzanne Rouwhorst hoe je oorzaken van gedrag kunt herkennen en hoe je daar vervolgens mee kunt omgaan. Het (h)erkennen van die specifieke behoeften, maar ook van de kwaliteiten van een kind met autisme, zorgt voor meer begrip en de mogelijkheid om aangepast en preventief te handelen. Niet reageren op wat zich ‘aan de buitenkant’ afspeelt, maar juist op wat er werkelijk speelt ‘onder de ijsberg’. Wie als ouder, leerkracht of hulpverlener kan inspelen op die oorzaken van gedrag, maakt het leren en leven van kinderen met autisme een stuk aangenamer. Door de voorbeelden uit de praktijk geeft dit boek de lezer veel herkenning.
Suzanne Rouwhorst (1974) heeft 25 jaar ervaring als leerkracht en autismespecialist in zowel regulier als speciaal onderwijs. In 2014 rondde zij haar Master SEN cum laude af met haar onderzoek ‘Autisme, een andere wereld’. Met dit onderzoek won zij de Fontys ‘Denk Groter prijs’ en de ‘HanneMiekeprijs’ van de Nederlandse Vereniging voor Autisme (NVA). Autisme Anders Bekijken is een weergave van haar onderzoek, waarbij zij haar ervaringen als autismespecialist op een school voor Voortgezet Speciaal Onderwijs gebruikt om de theorie tot leven te brengen. Suzanne ontwikkelde het Autismepaspoort en de Jouw Autisme Methodiek. Vanuit haar bureau Spectrumvisie verzorgt zij trainingen over autisme aan scholen en instellingen.
Autisme anders bekijken – omdat geen kind hetzelfde is
Er zijn net zo veel vormen van autisme als kleuren in het spectrum. Wat bij het ene kind ontspannend werkt, zorgt voor stress bij een ander kind. Autisme anders bekijken vraagt om verder te kijken dan een diagnose en het gedrag dat in eerste instantie te zien is.
Elk kind is uniek en vraagt om een eigen benadering. Aan de hand van acht thema’s, die ook voorkomen op het Autismepaspoort®, beschrijft autismespecialist Suzanne Rouwhorst hoe je oorzaken van gedrag kunt herkennen en hoe je daar vervolgens mee kunt omgaan. Het (h)erkennen van die specifieke behoeften, maar ook van de kwaliteiten van een kind met autisme, zorgt voor meer begrip en de mogelijkheid om aangepast en preventief te handelen. Niet reageren op wat zich ‘aan de buitenkant’ afspeelt, maar juist op wat er werkelijk speelt ‘onder de ijsberg’. Wie als ouder, leerkracht of hulpverlener kan inspelen op die oorzaken van gedrag, maakt het leren en leven van kinderen met autisme een stuk aangenamer. Door de voorbeelden uit de praktijk geeft dit boek de lezer veel herkenning.
Suzanne Rouwhorst (1974) heeft 25 jaar ervaring als leerkracht en autismespecialist in zowel regulier als speciaal onderwijs. In 2014 rondde zij haar Master SEN cum laude af met haar onderzoek ‘Autisme, een andere wereld’. Met dit onderzoek won zij de Fontys ‘Denk Groter prijs’ en de ‘HanneMiekeprijs’ van de Nederlandse Vereniging voor Autisme (NVA). Autisme Anders Bekijken is een weergave van haar onderzoek, waarbij zij haar ervaringen als autismespecialist op een school voor Voortgezet Speciaal Onderwijs gebruikt om de theorie tot leven te brengen. Suzanne ontwikkelde het Autismepaspoort en de Jouw Autisme Methodiek. Vanuit haar bureau Spectrumvisie verzorgt zij trainingen over autisme aan scholen en instellingen.
Goede Europeanen na zestig jaar Europa in de school? – Actuele ontwikkelingen, historische achtergronden, gesneuvelde taboes, persoonlijke herinneringen, commentaren en Europees
Goede Europeanen na zestig jaar Europa in de school besteedt aandacht aan de actuele ontwikkelingen zoals de Russische invasie in Oekraïne, het sneuvelen van taboes in Europa als gevolg van deze oorlog en de machtsverhouding tussen de EU en China. Maar ook het Europees idealisme van vele leraren om in de school aandacht te besteden aan de fascinerende politieke ontwikkelingen wordt op een interessante wijze toegelicht. De EU-geschiedenis krijgt kleur via een aantal portretten van belangrijke Europeanen, naar wie straten zijn genoemd in de Europese wijk van het Noord-Hollandse Bergen. Omdat Europa meer is dan een politiek-economisch bouwwerk eindigt dit boek met twee artikelen over de Europese klassieke muziek en de Europese schilderkunst, beide al eeuwenlang een bron van schoonheid en troost.
Dit boek is enerzijds bedoeld voor een algemeen publiek dat geïnteresseerd is in de Europese en internationale ontwikkelingen en anderzijds voor leraren uit het primair en secundair onderwijs, het middelbaar beroepsonderwijs en de lerarenopleidingen die deze thema’s tijdens hun lessen samen met de leerlingen en studenten vorm willen geven.
Goede Europeanen na zestig jaar Europa in de school? – Actuele ontwikkelingen, historische achtergronden, gesneuvelde taboes, persoonlijke herinneringen, commentaren en Europees
Goede Europeanen na zestig jaar Europa in de school besteedt aandacht aan de actuele ontwikkelingen zoals de Russische invasie in Oekraïne, het sneuvelen van taboes in Europa als gevolg van deze oorlog en de machtsverhouding tussen de EU en China. Maar ook het Europees idealisme van vele leraren om in de school aandacht te besteden aan de fascinerende politieke ontwikkelingen wordt op een interessante wijze toegelicht. De EU-geschiedenis krijgt kleur via een aantal portretten van belangrijke Europeanen, naar wie straten zijn genoemd in de Europese wijk van het Noord-Hollandse Bergen. Omdat Europa meer is dan een politiek-economisch bouwwerk eindigt dit boek met twee artikelen over de Europese klassieke muziek en de Europese schilderkunst, beide al eeuwenlang een bron van schoonheid en troost.
Dit boek is enerzijds bedoeld voor een algemeen publiek dat geïnteresseerd is in de Europese en internationale ontwikkelingen en anderzijds voor leraren uit het primair en secundair onderwijs, het middelbaar beroepsonderwijs en de lerarenopleidingen die deze thema’s tijdens hun lessen samen met de leerlingen en studenten vorm willen geven.
Essential Texts in Social and Cultural Anthropology – Vol. 2 Posthuman Anthropology
In this second volume of essential texts, we leave postmodern/postcolonial theory for new theoretical perspectives. Postmodern theory had the ambition to leave the modern behind but stopped short with an epistemological crisis. Postmodern theory however introduced innovative perspectives in theory that should be retained, such as positionality in research, deterritorialization, the ethnography of imagination, and the rhizomatic.
Posthuman theory builds on a different set of theories, that developed inside and outside of anthropology, most importantly science and technology studies, and philosophical strands including transmodern and transhuman orientations. The term ‘posthuman’ may be misleading as it does not involve the end of the human, but rather the end of the modern human, and the incorporation of the human in a larger perspective and context, making room for nonhuman beings such as animals and technology.
While the introduction of disability was limited in volume 1, it takes on a greater amplitude in this volume. People with disabilities’ experiences are familiar with the way the modern Vitruvian men is bypassed and in engaging with technology and with animals and other nonhuman beings. Rethinking (and re-doing) disability appears to be productive at both a discursive and narrative level, and provides an openings to relating with environments, by pushing for inclusion (in which not only other humans, but also other living and non-living things taking up significant time and space, and thus decenter modern humans). This leads to an ontological turn and a new humanization, somewhere between hope and staying with the trouble, with much attention for the materiality of the body and its prosthetics in future worlds. In four parts, the reader moves from tensions between disability, posthuman, and anthropology. A pragmatic theoretical approach is developed in part 3 with a focus on theory and new materialism, living, moving, and making, and resumes in part 4 with an attention to posthuman words in ‘care’, ‘(re)wilding’, ‘neurodiversity’ and ‘repair’.
Patrick J. Devlieger is a sociocultural anthropologist who was trained at KU Leuven and the University of Illinois. He worked extensively within the anthropology of disability and for the last decade in the history of leprosy sites and settlements. He has researched and taught in participatory fieldwork labs in Belgium, DR Congo, Canada, China, South Africa and New Zealand.
Essential Texts in Social and Cultural Anthropology – Vol. 2 Posthuman Anthropology
In this second volume of essential texts, we leave postmodern/postcolonial theory for new theoretical perspectives. Postmodern theory had the ambition to leave the modern behind but stopped short with an epistemological crisis. Postmodern theory however introduced innovative perspectives in theory that should be retained, such as positionality in research, deterritorialization, the ethnography of imagination, and the rhizomatic.
Posthuman theory builds on a different set of theories, that developed inside and outside of anthropology, most importantly science and technology studies, and philosophical strands including transmodern and transhuman orientations. The term ‘posthuman’ may be misleading as it does not involve the end of the human, but rather the end of the modern human, and the incorporation of the human in a larger perspective and context, making room for nonhuman beings such as animals and technology.
While the introduction of disability was limited in volume 1, it takes on a greater amplitude in this volume. People with disabilities’ experiences are familiar with the way the modern Vitruvian men is bypassed and in engaging with technology and with animals and other nonhuman beings. Rethinking (and re-doing) disability appears to be productive at both a discursive and narrative level, and provides an openings to relating with environments, by pushing for inclusion (in which not only other humans, but also other living and non-living things taking up significant time and space, and thus decenter modern humans). This leads to an ontological turn and a new humanization, somewhere between hope and staying with the trouble, with much attention for the materiality of the body and its prosthetics in future worlds. In four parts, the reader moves from tensions between disability, posthuman, and anthropology. A pragmatic theoretical approach is developed in part 3 with a focus on theory and new materialism, living, moving, and making, and resumes in part 4 with an attention to posthuman words in ‘care’, ‘(re)wilding’, ‘neurodiversity’ and ‘repair’.
Patrick J. Devlieger is a sociocultural anthropologist who was trained at KU Leuven and the University of Illinois. He worked extensively within the anthropology of disability and for the last decade in the history of leprosy sites and settlements. He has researched and taught in participatory fieldwork labs in Belgium, DR Congo, Canada, China, South Africa and New Zealand.
Ik loop vast als coach! Wat nu?
n dit boek heeft Erwin De Bisscop samengebracht wat hij tijdens zijn 40 jaar opgedane ervaring in het werken als leidinggevende/coach als nuttig en werkbaar heeft beschouwd. Hij gaat ervan uit dat er voor ieder van ons unieke, doeltreffende oplossingen te vinden zijn om welbepaalde problemen de baas te worden en zo gemakkelijker ieders gewenste doelstellingen te kunnen bereiken.
In Ik loop vast als coach! Wat nu? beschrijft hij specifieke en handige technieken voor het begeleiden van coachees. Alle begeleiders en coachen treffen in dit boek volop efficiënte toepassingsmogelijkheden aan.
Dit boek helpt je op een heldere manier op weg om als coach een coachee te begeleiden. Het toont zowel de coach als de coachee hoe een gezonde bevredigende toekomst voor te stellen en met vallen en opstaan dit te bereiken.
Erwin De Bisscop is een erkend oplossingsgericht cognitief-systemisch psychotherapeut en coach met een jarenlange ervaring in het begeleiden van coachees. Hij is directielid en erkend opleider-supervisor (oplossingsgerichte cognitieve systeempsychotherapie en coaching) aan het Korzybski instituut vzw in Brugge en Antwerpen.
Ik loop vast als coach! Wat nu?
n dit boek heeft Erwin De Bisscop samengebracht wat hij tijdens zijn 40 jaar opgedane ervaring in het werken als leidinggevende/coach als nuttig en werkbaar heeft beschouwd. Hij gaat ervan uit dat er voor ieder van ons unieke, doeltreffende oplossingen te vinden zijn om welbepaalde problemen de baas te worden en zo gemakkelijker ieders gewenste doelstellingen te kunnen bereiken.
In Ik loop vast als coach! Wat nu? beschrijft hij specifieke en handige technieken voor het begeleiden van coachees. Alle begeleiders en coachen treffen in dit boek volop efficiënte toepassingsmogelijkheden aan.
Dit boek helpt je op een heldere manier op weg om als coach een coachee te begeleiden. Het toont zowel de coach als de coachee hoe een gezonde bevredigende toekomst voor te stellen en met vallen en opstaan dit te bereiken.
Erwin De Bisscop is een erkend oplossingsgericht cognitief-systemisch psychotherapeut en coach met een jarenlange ervaring in het begeleiden van coachees. Hij is directielid en erkend opleider-supervisor (oplossingsgerichte cognitieve systeempsychotherapie en coaching) aan het Korzybski instituut vzw in Brugge en Antwerpen.
Geworteld in verbinding – Een ecologische theologie voor de toekomst
Geworteld in verbinding – Een ecologische theologie voor de toekomst
Essential Texts in Social and Cultural Anthropology – Vol. 1 Between Structure and No-thing
In this first volume of essential texts, on the history of anthropological theory, the rise and fall of the notion of structure is certainly one of the most important to note. In this book, this development is traced and held against an understanding of ethnographic practice. The book intently starts with a contemporary ethnographic example that serves as a backdrop for testing theoretical notions.
The movement through theory is one that oscillates between structure and no-thing (and perhaps back to some notion of structure), thus giving testimony of the remarkable survival skills of anthropology as an academic discipline and its readiness for new social and cultural transformations in contemporary contexts, and the possibility for embracing complexity (in multiple intersectional realities and in the imaginary. The selected texts have the purpose of being exemplary – in their use of anthropological theory – with the intent of facilitating a process of what is useful in scholarship and informative of ethnographic practice. The texts can explicate and challenge phenomena of social and cultural life and result in productive theory formation.
The book introduces readers to classic and more current anthropological theory roughly until the 2000 years, and before terrorism, pandemic and wars turned our attention elsewhere. Each chapter contains annotations to direct the student to important concepts and theories. In providing both the original text and clarifying annotations, readers can confidently develop in a variety of theoretical orientations.
Patrick J. Devlieger is an anthropologist who was trained at KU Leuven and the University of Illinois. He worked extensively within the anthropology of disability and for the last decade also in the history of leprosy sites and settlements. He has researched and taught in participatory fieldwork labs in Belgium, DR Congo, Canada, China, South Africa and New Zealand.
Essential Texts in Social and Cultural Anthropology – Vol. 1 Between Structure and No-thing
In this first volume of essential texts, on the history of anthropological theory, the rise and fall of the notion of structure is certainly one of the most important to note. In this book, this development is traced and held against an understanding of ethnographic practice. The book intently starts with a contemporary ethnographic example that serves as a backdrop for testing theoretical notions.
The movement through theory is one that oscillates between structure and no-thing (and perhaps back to some notion of structure), thus giving testimony of the remarkable survival skills of anthropology as an academic discipline and its readiness for new social and cultural transformations in contemporary contexts, and the possibility for embracing complexity (in multiple intersectional realities and in the imaginary. The selected texts have the purpose of being exemplary – in their use of anthropological theory – with the intent of facilitating a process of what is useful in scholarship and informative of ethnographic practice. The texts can explicate and challenge phenomena of social and cultural life and result in productive theory formation.
The book introduces readers to classic and more current anthropological theory roughly until the 2000 years, and before terrorism, pandemic and wars turned our attention elsewhere. Each chapter contains annotations to direct the student to important concepts and theories. In providing both the original text and clarifying annotations, readers can confidently develop in a variety of theoretical orientations.
Patrick J. Devlieger is an anthropologist who was trained at KU Leuven and the University of Illinois. He worked extensively within the anthropology of disability and for the last decade also in the history of leprosy sites and settlements. He has researched and taught in participatory fieldwork labs in Belgium, DR Congo, Canada, China, South Africa and New Zealand.
Mensen met lef – Verhalen over verlies en veerkracht
Mensen met lef – Verhalen over verlies en veerkracht
Ayyuha t-talib…! – Handboek voor het Modern Standaard Arabisch (Vijfde, Herziene druk: 2024)
Ayyuha t-talib…! – Handboek voor het Modern Standaard Arabisch (Vijfde, Herziene druk: 2024)
Verboden kennis – De andere kant van de westerse cultuur
De westerse cultuur ontsproot aan een veelheid van bronnen in de oudheid. Het Griekse denken en de Joodse verbeelding gaven het levenslicht aan de monotheïstische tradities. Van bij de aanvang maakte men beslissende keuzes. Een strak dogmatisch keurslijf bepaalde de ontwikkeling van de westerse cultuur. Dissidente stemmen werd het zwijgen opgelegd en hun teksten werden verboden. In dit boek schetst de auteur aan de hand van de verboden kennis de andere kant van de westerse cultuur.
De tekst biedt een combinatie van informatief onderricht en een oefening in het denken van diversiteit. De enige ‘juiste’ weg, die de religieuze orthodoxe tradities uitstippelden, staat sinds de moderniteit onder druk. Maar voorin de 21e eeuw stelt men tevens de leefbaarheid van een louter wetenschappelijk materialisme in vraag. Misschien hadden ketterse onverlaten en on-eigentijdse denkers, die de andere kant van de westerse cultuur representeren, dan toch een punt?
In deze tekst overloopt de auteur de diverse stromingen en bewegingen die ondergronds belangrijke impulsen gaven aan de vorming van de westerse cultuur. Aan bod komen gnostici, katharen, hermetische filosofen, alchimisten, rozenkruisers en vele anderen. De verboden kennis zet aan om de waarheid in verschillende gestalten te denken en ons niet door een polariserend ‘groot verhaal’ te laten vangen.
Johan Temmerman is als religiewetenschapper verbonden aan de Faculteit voor Theologie en Religiestudies in Brussel. Hij is gespecialiseerd in godsdienstfilosofie, de verhouding tussen religie en wetenschap en alternatieve westerse stromingen.
Verboden kennis – De andere kant van de westerse cultuur
De westerse cultuur ontsproot aan een veelheid van bronnen in de oudheid. Het Griekse denken en de Joodse verbeelding gaven het levenslicht aan de monotheïstische tradities. Van bij de aanvang maakte men beslissende keuzes. Een strak dogmatisch keurslijf bepaalde de ontwikkeling van de westerse cultuur. Dissidente stemmen werd het zwijgen opgelegd en hun teksten werden verboden. In dit boek schetst de auteur aan de hand van de verboden kennis de andere kant van de westerse cultuur.
De tekst biedt een combinatie van informatief onderricht en een oefening in het denken van diversiteit. De enige ‘juiste’ weg, die de religieuze orthodoxe tradities uitstippelden, staat sinds de moderniteit onder druk. Maar voorin de 21e eeuw stelt men tevens de leefbaarheid van een louter wetenschappelijk materialisme in vraag. Misschien hadden ketterse onverlaten en on-eigentijdse denkers, die de andere kant van de westerse cultuur representeren, dan toch een punt?
In deze tekst overloopt de auteur de diverse stromingen en bewegingen die ondergronds belangrijke impulsen gaven aan de vorming van de westerse cultuur. Aan bod komen gnostici, katharen, hermetische filosofen, alchimisten, rozenkruisers en vele anderen. De verboden kennis zet aan om de waarheid in verschillende gestalten te denken en ons niet door een polariserend ‘groot verhaal’ te laten vangen.
Johan Temmerman is als religiewetenschapper verbonden aan de Faculteit voor Theologie en Religiestudies in Brussel. Hij is gespecialiseerd in godsdienstfilosofie, de verhouding tussen religie en wetenschap en alternatieve westerse stromingen.
Woordenboek Filosofie – Geheel herziene en aangevulde uitgave
Voor de discipline of het vak filosofie op elk onderwijsniveau bestaat de behoefte aan een bruikbaar en geactualiseerd woordenboek. In niet mindere mate geldt dit ook voor de ruimere kring van het meestal erudiete – niet-filosofische geschoolde – lezerspubliek. In dit gemis wordt met dit Woordenboek Filosofie voorzien.
Het woordenboek kenmerkt zich door de presentatie van uitsluitend filosofische termen en begrippen. Biografieën van filosofen zijn bewust niet opgenomen, wel worden stromingen, richtingen of scholen behandeld, die verwant zijn aan het denken van bepaalde filosofen, zoals platonisme, aristotelisme, stoïcisme, thomisme, spinozisme, kantianisme, hegelianisme, nietzscheanisme, lacanisme, enz. Ook stromingen met een filosofische achtergrond komen uitgebreid aan bod, zoals anarchisme, liberalisme en marxisme.
In deze herziene editie zijn ook nieuwe wijsgerige termen opgenomen, die voortkomen uit recente filosofische ontwikkelingen op sociaal-economisch, politiek, technisch-technologisch, moreel-ethisch en natuurfilosofisch gebied. Een prominente plaats werd voorbehouden voor de discipline ‘genderstudies’, die de voorbije twintig jaar een belangrijke ontwikkeling heeft doorgemaakt. Daarnaast mag in een hedendaags woordenboek filosofie de niet-westerse filosofie in al haar vormen, niet ontbreken. De belangrijkste stromingen worden besproken, alsook de essentiële basisgedachten van de betreffende filosofieën.
Een omvangrijke groep Nederlandse en Vlaamse filosofen was be trokken bij de samenstelling van dit naslagwerk. Het totale aantal medewerkers bedraagt meer dan honderd.
Woordenboek Filosofie – Geheel herziene en aangevulde uitgave
Voor de discipline of het vak filosofie op elk onderwijsniveau bestaat de behoefte aan een bruikbaar en geactualiseerd woordenboek. In niet mindere mate geldt dit ook voor de ruimere kring van het meestal erudiete – niet-filosofische geschoolde – lezerspubliek. In dit gemis wordt met dit Woordenboek Filosofie voorzien.
Het woordenboek kenmerkt zich door de presentatie van uitsluitend filosofische termen en begrippen. Biografieën van filosofen zijn bewust niet opgenomen, wel worden stromingen, richtingen of scholen behandeld, die verwant zijn aan het denken van bepaalde filosofen, zoals platonisme, aristotelisme, stoïcisme, thomisme, spinozisme, kantianisme, hegelianisme, nietzscheanisme, lacanisme, enz. Ook stromingen met een filosofische achtergrond komen uitgebreid aan bod, zoals anarchisme, liberalisme en marxisme.
In deze herziene editie zijn ook nieuwe wijsgerige termen opgenomen, die voortkomen uit recente filosofische ontwikkelingen op sociaal-economisch, politiek, technisch-technologisch, moreel-ethisch en natuurfilosofisch gebied. Een prominente plaats werd voorbehouden voor de discipline ‘genderstudies’, die de voorbije twintig jaar een belangrijke ontwikkeling heeft doorgemaakt. Daarnaast mag in een hedendaags woordenboek filosofie de niet-westerse filosofie in al haar vormen, niet ontbreken. De belangrijkste stromingen worden besproken, alsook de essentiële basisgedachten van de betreffende filosofieën.
Een omvangrijke groep Nederlandse en Vlaamse filosofen was be trokken bij de samenstelling van dit naslagwerk. Het totale aantal medewerkers bedraagt meer dan honderd.
Van huisje tot hashtag, van ossenkop tot apenstaart – Een geschiedenis van het alfabet (Kleio-reeks nr. 3)
Het alfabet lijkt een vanzelfsprekendheid, en we gebruiken het dagelijks. Daardoor staan we er nauwelijks bij stil dat het een van de meest baanbrekende uitvindingen ooit is. We komen steeds meer te weten over de oorsprong en ontwikkeling van het ons zo vertrouwde rijtje van zesentwintig letters. Het verhaal van ons alfabet begint bijna vierduizend jaar geleden, bij mijnwerkers in uitgestrekte steengroeves in de Egyptische Sinaïwoestijn. Het voert ons langs zeevarende Feniciërs en hun Griekse buren, Romeinse legers en kooplieden, middeleeuwse monniken en humanistische drukkers.
Wat is het alfabet precies en waar komt het vandaan? Waarom begint het met a en eindigt het op z? Welke letters zijn onderweg verloren gegaan, en wat is onze geheime zevenentwintigste letter? Sinds wanneer schrijven we van links naar rechts? En hoe verschilt het alfabet van andere schriftsystemen, zoals het brailleschrift, de Noordse runen en het Indische Devanagari? Je komt er in dit boek veel meer over te weten.
Martijn Jaspers is predoctoraal onderzoeker bij het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek en de KU Leuven. Zijn interesse gaat voornamelijk uit naar de rol van vertalingen in de tekstoverlevering van de Bijbel in de oudheid. Hij studeerde Latijn, Grieks, Hebreeuws en theologie in Leuven, Rijsel en Jeruzalem.
Toon Van Hal is hoogleraar aan de Letterenfaculteit van de KU Leuven. In onderzoek en onderwijs legt hij zich vooral toe op de Griekse taalkunde en de geschiedenis van het talige denken. Hij studeerde geschiedenis en diverse oude talen in Antwerpen, Leuven, Louvain-la-Neuve en Oslo.
Van huisje tot hashtag, van ossenkop tot apenstaart – Een geschiedenis van het alfabet (Kleio-reeks nr. 3)
Het alfabet lijkt een vanzelfsprekendheid, en we gebruiken het dagelijks. Daardoor staan we er nauwelijks bij stil dat het een van de meest baanbrekende uitvindingen ooit is. We komen steeds meer te weten over de oorsprong en ontwikkeling van het ons zo vertrouwde rijtje van zesentwintig letters. Het verhaal van ons alfabet begint bijna vierduizend jaar geleden, bij mijnwerkers in uitgestrekte steengroeves in de Egyptische Sinaïwoestijn. Het voert ons langs zeevarende Feniciërs en hun Griekse buren, Romeinse legers en kooplieden, middeleeuwse monniken en humanistische drukkers.
Wat is het alfabet precies en waar komt het vandaan? Waarom begint het met a en eindigt het op z? Welke letters zijn onderweg verloren gegaan, en wat is onze geheime zevenentwintigste letter? Sinds wanneer schrijven we van links naar rechts? En hoe verschilt het alfabet van andere schriftsystemen, zoals het brailleschrift, de Noordse runen en het Indische Devanagari? Je komt er in dit boek veel meer over te weten.
Martijn Jaspers is predoctoraal onderzoeker bij het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek en de KU Leuven. Zijn interesse gaat voornamelijk uit naar de rol van vertalingen in de tekstoverlevering van de Bijbel in de oudheid. Hij studeerde Latijn, Grieks, Hebreeuws en theologie in Leuven, Rijsel en Jeruzalem.
Toon Van Hal is hoogleraar aan de Letterenfaculteit van de KU Leuven. In onderzoek en onderwijs legt hij zich vooral toe op de Griekse taalkunde en de geschiedenis van het talige denken. Hij studeerde geschiedenis en diverse oude talen in Antwerpen, Leuven, Louvain-la-Neuve en Oslo.
Verbonden in eenzaamheid – Een levensdans langs diepmenselijke ervaringen en emoties
Eenzaamheid is een complex en gelaagd onderwerp, dat vele gezichten heeft en zowel bij jong als bij oud bestaat. Eenzaamheid krijgt overal veel aandacht en toch blijft het een taboeonderwerp. Mensen gooien immers hun gevoelens niet zomaar op de straatstenen. Maar hoe je het ook draait of keert, iedereen voelt zich wel eens eenzaam en erover spreken mag!
Naast de wetenschappelijke benadering bevat het boek ook zeer uiteenlopende, beklijvende verhalen over eenzaamheid. De auteur interviewde enkele personen die het aandurfden om erover te spreken: Zijn ze eenzaam? Hoe beleven zij eenzaamheid? Deze getuigenissen vormen samen een dans langs diepmenselijke ervaringen en emoties. En in het verbonden zijn zit net de helende kracht.
“Wat een diepmenselijk en waardevol boek heeft Els Messelis hier geschreven. Het is zo belangrijk dat zij de aandacht vestigt op deze problematiek. Uit onderzoek blijkt dat eenzaamheid een grote negatieve impact heeft en dat veel mensen sterven ten gevolge van eenzaamheid. Het is ontroerend te lezen hoe Els met ouderen in gesprek gaat, hun verhalen omarmt en van daaruit inzichten verschaft en tools aanreikt aan al wie met ouderen omgaat – doen we dat niet allemaal? En daarom geldt niet alleen voor hulpverleners maar voor iedereen: lees dit boek!“ (Hilde Van Mieghem)
Els Messelis is gerontoloog, maatschappelijk werker en (co-)auteur van meerdere boeken rond ouder worden. Ze is als docent verbonden aan de hogeschool Odisee in Brussel. Daarnaast is ze zaakvoerder van Lachesis, een onderzoeks- en begeleidingskantoor van en voor 50-plussers met zetel in Gent. Haar expertisedomeinen zijn: intimiteit, seksuele gezondheid, huidhonger en eenzaamheid op latere leeftijd; (seksueel) grensoverschrijdend gedrag in de ouderenzorg; voorbereiding op pensioen en creatief aan de slag met levensverhalen.
Verbonden in eenzaamheid – Een levensdans langs diepmenselijke ervaringen en emoties
Eenzaamheid is een complex en gelaagd onderwerp, dat vele gezichten heeft en zowel bij jong als bij oud bestaat. Eenzaamheid krijgt overal veel aandacht en toch blijft het een taboeonderwerp. Mensen gooien immers hun gevoelens niet zomaar op de straatstenen. Maar hoe je het ook draait of keert, iedereen voelt zich wel eens eenzaam en erover spreken mag!
Naast de wetenschappelijke benadering bevat het boek ook zeer uiteenlopende, beklijvende verhalen over eenzaamheid. De auteur interviewde enkele personen die het aandurfden om erover te spreken: Zijn ze eenzaam? Hoe beleven zij eenzaamheid? Deze getuigenissen vormen samen een dans langs diepmenselijke ervaringen en emoties. En in het verbonden zijn zit net de helende kracht.
“Wat een diepmenselijk en waardevol boek heeft Els Messelis hier geschreven. Het is zo belangrijk dat zij de aandacht vestigt op deze problematiek. Uit onderzoek blijkt dat eenzaamheid een grote negatieve impact heeft en dat veel mensen sterven ten gevolge van eenzaamheid. Het is ontroerend te lezen hoe Els met ouderen in gesprek gaat, hun verhalen omarmt en van daaruit inzichten verschaft en tools aanreikt aan al wie met ouderen omgaat – doen we dat niet allemaal? En daarom geldt niet alleen voor hulpverleners maar voor iedereen: lees dit boek!“ (Hilde Van Mieghem)
Els Messelis is gerontoloog, maatschappelijk werker en (co-)auteur van meerdere boeken rond ouder worden. Ze is als docent verbonden aan de hogeschool Odisee in Brussel. Daarnaast is ze zaakvoerder van Lachesis, een onderzoeks- en begeleidingskantoor van en voor 50-plussers met zetel in Gent. Haar expertisedomeinen zijn: intimiteit, seksuele gezondheid, huidhonger en eenzaamheid op latere leeftijd; (seksueel) grensoverschrijdend gedrag in de ouderenzorg; voorbereiding op pensioen en creatief aan de slag met levensverhalen.