Dubbele moord op Martin Luther King, Jr. Een definitief en historiografisch eindrapport
Martin Luther King, Jr. neemt vandaag een voorname plaats in binnen de Amerikaanse historiografie. Zijn Nobelprijs voor de Vrede, tweehonderd eredoctoraten en de oprichting van het King Memorial bevestigen die positie. In 1964 en 1965 bezocht hij Nederland en ontving een ereprijs uit de handen van koningin Juliana. Toch kwam King vroegtijdig aan zijn einde. Op 4 april 1968 werd hij vermoord door een rabiaat racist. De wereld stond even stil. Aan dit boek werkte Europees Kingdeskundige Willy Schaeken ruim twaalf jaar. Na grondige analyse verbindt hij de moordaanslag met het historische moordklimaat en de moordomstandigheden. De rol van John Edgar Hoover, de Ku Klux Klan, rechtse groeperingen, de oorlog in Vietnam, het Amerikaanse racisme gaat hij niet uit de weg. Uiteindelijk verbindt de auteur Kings laatste levensjaren met zijn personalistische visie en biedt hij een antwoord op de vraag naar Kings levenselixir.
“Historian Willy Schaeken has added to his stature as a leading King expert with
this insightful account of the civil rights leader’s assassination. By placing King’s
tragic death in the context of twentieth-century American racial relations, he helps
readers understand why it happened.”
Prof. dr. Clayborne Carson
Centennial Professor of History, R. L. Founding Director The Martin Luther King, Jr., Research
and Education Institute (Stanford University), bekroond auteur in US en Europa
“Although a lone gunman - and no one else - murdered Martin Luther King, Jr.,
Willy Schaeken shows how J. Edgar Hoover’s FBI created a ‘climate of murder’
by demonizing King. Schaeken offers a fresh and interesting perspective on King’s
strength, leadership and influence.”
Prof. dr. Adaim Fairclough
Raymond and Beverly Sackler Professor of American History and Culture (Universiteit Leiden),
bekroond auteur in US en Europa
“Willy Schaeken has produced a fascinating study of the final years of Martin
Luther King’s life and the circumstances surrounding his assassination. Schaeken’s
book should be read by anyone who wishes to know the truth about how a lowly
second rate criminal fooled the American public into accepting outrageous and
false conspiracy theories.”
Mel Ayton
Historicus (Durham University, UK) en auteur van ‘A Racial Crime. James Earl Ray and the
Murder of Dr. Martin Luther King, Jr.’ en talrijke historische boeken
Willy Schaeken is historicus, leerkracht godsdienst en Europees Kingdeskundige. Hij schreef diverse boeken over de Civil Rights Movement en artikels over Kings personalistisch-pacifistische theologie. Naast contacten met Kings familie onderhoudt hij goede banden met The Martin Luther King, Jr. Research and Education Institute te Stanford University (San Francisco).
Dubbele moord op Martin Luther King, Jr. Een definitief en historiografisch eindrapport
Martin Luther King, Jr. neemt vandaag een voorname plaats in binnen de Amerikaanse historiografie. Zijn Nobelprijs voor de Vrede, tweehonderd eredoctoraten en de oprichting van het King Memorial bevestigen die positie. In 1964 en 1965 bezocht hij Nederland en ontving een ereprijs uit de handen van koningin Juliana. Toch kwam King vroegtijdig aan zijn einde. Op 4 april 1968 werd hij vermoord door een rabiaat racist. De wereld stond even stil. Aan dit boek werkte Europees Kingdeskundige Willy Schaeken ruim twaalf jaar. Na grondige analyse verbindt hij de moordaanslag met het historische moordklimaat en de moordomstandigheden. De rol van John Edgar Hoover, de Ku Klux Klan, rechtse groeperingen, de oorlog in Vietnam, het Amerikaanse racisme gaat hij niet uit de weg. Uiteindelijk verbindt de auteur Kings laatste levensjaren met zijn personalistische visie en biedt hij een antwoord op de vraag naar Kings levenselixir.
“Historian Willy Schaeken has added to his stature as a leading King expert with
this insightful account of the civil rights leader’s assassination. By placing King’s
tragic death in the context of twentieth-century American racial relations, he helps
readers understand why it happened.”
Prof. dr. Clayborne Carson
Centennial Professor of History, R. L. Founding Director The Martin Luther King, Jr., Research
and Education Institute (Stanford University), bekroond auteur in US en Europa
“Although a lone gunman - and no one else - murdered Martin Luther King, Jr.,
Willy Schaeken shows how J. Edgar Hoover’s FBI created a ‘climate of murder’
by demonizing King. Schaeken offers a fresh and interesting perspective on King’s
strength, leadership and influence.”
Prof. dr. Adaim Fairclough
Raymond and Beverly Sackler Professor of American History and Culture (Universiteit Leiden),
bekroond auteur in US en Europa
“Willy Schaeken has produced a fascinating study of the final years of Martin
Luther King’s life and the circumstances surrounding his assassination. Schaeken’s
book should be read by anyone who wishes to know the truth about how a lowly
second rate criminal fooled the American public into accepting outrageous and
false conspiracy theories.”
Mel Ayton
Historicus (Durham University, UK) en auteur van ‘A Racial Crime. James Earl Ray and the
Murder of Dr. Martin Luther King, Jr.’ en talrijke historische boeken
Willy Schaeken is historicus, leerkracht godsdienst en Europees Kingdeskundige. Hij schreef diverse boeken over de Civil Rights Movement en artikels over Kings personalistisch-pacifistische theologie. Naast contacten met Kings familie onderhoudt hij goede banden met The Martin Luther King, Jr. Research and Education Institute te Stanford University (San Francisco).
De culinaire ziel van Nederland. Aan tafel met boeren, burgers, kooplui en zeevaarders. (Reeks Keuken en Tafel: nr 3)
Steeds meer ‘Hollandse’ chef-koks verzamelen sterren, vorken en mutsen in prestigieuze restaurantgidsen. Een ‘inhaalbeweging’ beweren sommigen en misschien hebben ze voor een stukje gelijk. Maar misschien ook weer niet.
Verbazingwekkend is de opmars allerminst. Er bestaat van oudsher een rijke regionale keuken die erg verscheiden is. Nederland heeft een stevige agrarische traditie, naast een bewogen zeevaarthistorie, gekoppeld aan een uitgesproken commerciële spirit. Dit werkt in alle opzichten verrijkend.
Hoog tijd dus om diverse bekende en vooral minder bekende facetten van de Nederlandse keuken onder de schijnwerpers te plaatsen. Vele ‘oude’ recepten geven de toon aan, worden verfijnd of herontdekt. Hoge toppen worden immers pas bereikt vanuit een brede basis. Het boek is een boeiende tocht van toen tot nu, langs het hoe en waarom van de Nederlandse culinaire ziel.
De geschiedenis van voedsel in Nederland, beschreven in bloemrijk Vlaams Nederlands. (geciteerd uit de recensie op http://www.leeskost.nl)
Een andere bespreking op https://www.mergenmetz.nl/recensies/de-culinaire-ziel-van-nederland/
Eddie Niesten (° Maastricht) werkte bij een landbouwonderzoeksinstituut in Leuven, waar hij vooral de ontwikkeling van voeding door de eeuwen heen bestudeerde. Hij geeft tal van lezingen, workshops, opleidingen rond diverse thema’s in de sfeer van landbouw en voeding. Zopas startte hij met ‘Goesting?! - Centrum voor Eet en Drinkcultuur’ aan de grens met Nederland.
De culinaire ziel van Nederland. Aan tafel met boeren, burgers, kooplui en zeevaarders. (Reeks Keuken en Tafel: nr 3)
Steeds meer ‘Hollandse’ chef-koks verzamelen sterren, vorken en mutsen in prestigieuze restaurantgidsen. Een ‘inhaalbeweging’ beweren sommigen en misschien hebben ze voor een stukje gelijk. Maar misschien ook weer niet.
Verbazingwekkend is de opmars allerminst. Er bestaat van oudsher een rijke regionale keuken die erg verscheiden is. Nederland heeft een stevige agrarische traditie, naast een bewogen zeevaarthistorie, gekoppeld aan een uitgesproken commerciële spirit. Dit werkt in alle opzichten verrijkend.
Hoog tijd dus om diverse bekende en vooral minder bekende facetten van de Nederlandse keuken onder de schijnwerpers te plaatsen. Vele ‘oude’ recepten geven de toon aan, worden verfijnd of herontdekt. Hoge toppen worden immers pas bereikt vanuit een brede basis. Het boek is een boeiende tocht van toen tot nu, langs het hoe en waarom van de Nederlandse culinaire ziel.
De geschiedenis van voedsel in Nederland, beschreven in bloemrijk Vlaams Nederlands. (geciteerd uit de recensie op http://www.leeskost.nl)
Een andere bespreking op https://www.mergenmetz.nl/recensies/de-culinaire-ziel-van-nederland/
Eddie Niesten (° Maastricht) werkte bij een landbouwonderzoeksinstituut in Leuven, waar hij vooral de ontwikkeling van voeding door de eeuwen heen bestudeerde. Hij geeft tal van lezingen, workshops, opleidingen rond diverse thema’s in de sfeer van landbouw en voeding. Zopas startte hij met ‘Goesting?! - Centrum voor Eet en Drinkcultuur’ aan de grens met Nederland.
Ethisch leiderschap in de zorg. Verkenning vanuit de zorgethiek (Quadri Committed Research, nr. 4)
Dit boek gaat over een nieuw model van leiderschap. Het is een reflectie
over leiderschap met de zorgethiek als referentiekader. Het staat stil bij
de betekenis van het zijn van de leidinggevenden in de zorg. Ze worden
verbonden met de context, de zorgcultuur waarin ze werken.
Quadri Committed Research:
Ethisch leiderschap in de zorg. Verkenning vanuit de zorgethiek (Quadri Committed Research, nr. 4)
Dit boek gaat over een nieuw model van leiderschap. Het is een reflectie
over leiderschap met de zorgethiek als referentiekader. Het staat stil bij
de betekenis van het zijn van de leidinggevenden in de zorg. Ze worden
verbonden met de context, de zorgcultuur waarin ze werken.
Quadri Committed Research:
Etty Hillesum weer thuis in Middelburg (Etty Hillesum Studies, deel 7)
De titel van het zevende deel van de serie Etty Hillesum Studies verwijst naar de opening van het Etty Hillesum Onderzoekscentrum te Middelburg op 1 oktober 2015. Zo is de stad, waar Etty Hillesum op 15 januari 1914 werd geboren, een knooppunt geworden voor het internationale onderzoek naar haar persoon en nagelaten geschriften. De bundel wordt geopend met de toespraak die de Middelburgse burgemeester bij de opening van het centrum hield, gevolgd door een studie over Hillesums taalgebruik: welke stijlmiddelen wendde zij aan? Haar beperkte mogelijkheden om zich te handhaven in een tijd van vervolging en haar wens om kroniekschrijfster van het kamp Westerbork te worden zijn het onderwerp van twee studies, waarin haar confrontatie met het nationaalsocialisme centraal staat. In een volgende bijdrage wordt een vergelijking getrokken tussen Etty Hillesum en de auteur die haar het meeste heeft geïnspireerd: Rainer Maria Rilke, en in een tweede bijdrage de verschillen tussen haar en de Italiaanse schrijver Primo Levi, als het gaat om hun visie op de Sjoa. Twee artikelen handelen over aspecten van Hillesums geheel eigen vorm van religiositeit en de actualiteit daarvan voor het heden. Het biografische onderzoek naar Etty Hillesum, haar familie en haar omgeving levert steeds nieuwe resultaten op, zoals blijkt uit de bijdrage over Spiers verloofde Hertha Levi en die over de Hillesum stamboom. Ook het onderzoek naar het boek ‘Levenskunst’, waarin Etty Hillesum en Henny Tideman eens gevleugelde woorden hebben opgetekend, wordt voortgezet. Een boekbespreking besluit dit deel, waarin opnieuw zeer verschillende aspecten van het wereldwijde Etty Hillesum onderzoek aan de orde komen.
De serie Etty Hillesum Studies is een uitgave van het Etty Hillesum Onderzoekscentrum te Middelburg en staat onder redactie van Klaas A.D. Smelik, Marja Clement, Meins G.S. Coetsier, Janny van der Molen, Gerrit Van Oord en Jurjen Wiersma.
Etty Hillesum weer thuis in Middelburg (Etty Hillesum Studies, deel 7)
De titel van het zevende deel van de serie Etty Hillesum Studies verwijst naar de opening van het Etty Hillesum Onderzoekscentrum te Middelburg op 1 oktober 2015. Zo is de stad, waar Etty Hillesum op 15 januari 1914 werd geboren, een knooppunt geworden voor het internationale onderzoek naar haar persoon en nagelaten geschriften. De bundel wordt geopend met de toespraak die de Middelburgse burgemeester bij de opening van het centrum hield, gevolgd door een studie over Hillesums taalgebruik: welke stijlmiddelen wendde zij aan? Haar beperkte mogelijkheden om zich te handhaven in een tijd van vervolging en haar wens om kroniekschrijfster van het kamp Westerbork te worden zijn het onderwerp van twee studies, waarin haar confrontatie met het nationaalsocialisme centraal staat. In een volgende bijdrage wordt een vergelijking getrokken tussen Etty Hillesum en de auteur die haar het meeste heeft geïnspireerd: Rainer Maria Rilke, en in een tweede bijdrage de verschillen tussen haar en de Italiaanse schrijver Primo Levi, als het gaat om hun visie op de Sjoa. Twee artikelen handelen over aspecten van Hillesums geheel eigen vorm van religiositeit en de actualiteit daarvan voor het heden. Het biografische onderzoek naar Etty Hillesum, haar familie en haar omgeving levert steeds nieuwe resultaten op, zoals blijkt uit de bijdrage over Spiers verloofde Hertha Levi en die over de Hillesum stamboom. Ook het onderzoek naar het boek ‘Levenskunst’, waarin Etty Hillesum en Henny Tideman eens gevleugelde woorden hebben opgetekend, wordt voortgezet. Een boekbespreking besluit dit deel, waarin opnieuw zeer verschillende aspecten van het wereldwijde Etty Hillesum onderzoek aan de orde komen.
De serie Etty Hillesum Studies is een uitgave van het Etty Hillesum Onderzoekscentrum te Middelburg en staat onder redactie van Klaas A.D. Smelik, Marja Clement, Meins G.S. Coetsier, Janny van der Molen, Gerrit Van Oord en Jurjen Wiersma.
Conférence par Soi-même, la parole au citoyen (Cahiers Campus Gelbergen Nr. 4)
Conférence par Soi-même, la parole au citoyen est un fil rouge pour ceux et celles qui souhaitent comprendre et utiliser une Conférence par Soi-même pour les familles. Lors d’une conférence des personnes en collaboration avec leur famille dressent un plan pour l’avenir. Un coordinateur de Conférence par Soi-même indépendant les aide dans l’organisation de la conférence. La conviction que tout individu, famille ou mode de ‘vivre ensemble’ dispose d’un réseau se trouve à la base de Conférence par Soi-même. Lorsque des problèmes médicaux, psychiques ou relationnels surgissent, les gens ont tendance à s’isoler. Le point de départ d’une Conférence par Soi-même repose sur le demandeur d’aide ainsi que sur le réseau qui l’entoure, lui permettant de recevoir plus de soutien pour sa cause et pour les chances de réussite lors de l’exécution du plan.
Conférence par Soi-même est un modèle de prise de décision ayant
l’ambition de garantir certains droits civiques: le droit de citoyen de
devenir (de nouveau) le véritable propriétaire de sa demande d’aide ainsi
que de garder la mainmise sur les solutions envisagées. En reconnaissant
le citoyen dans une position de décideur, celui-ci n’est pas seulement
mis en action, une possibilité de collaboration entre dispositifs de soins
formels et informels est également dégagée.
La Conférence par Soi-même est tout sauf un panacée, néanmoins, en
se focalisant sur les forces des familles et du réseau social, plutôt que
sur les problèmes de ceux-ci, la position du demandeur d’aide change
considérablement. Transposer la responsabilité des soins au sein du
réseau social n’est envisageable que lorsque le client peut prendre une
autre position. Il évolue de la position de demandeur d’aide dépendant
en personne avec une capacité décisionnelle accrue.
Mirjam Beyers (1961) a étudié au Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen de Bruxelles (HIG). Depuis 1995 et jusqu’à 2012 elle a été membre du comité de direction et collaboratrice bénévole à la Vlaamse Vereniging voor Ouders van Couveusekinderen (VVOC). Depuis 2003 elle a été impliquée dans la fondation et le développement de Conférence par Soi-même en Belgique. Elle est co-responsable de la politique de l’asbl ainsi que de la formation et du coaching des coordinateurs de Conférence par Soi-même indépendants. Conférence par Soi-même travaille en partenariat avec Campus Gelbergen.
Conférence par Soi-même, la parole au citoyen (Cahiers Campus Gelbergen Nr. 4)
Conférence par Soi-même, la parole au citoyen est un fil rouge pour ceux et celles qui souhaitent comprendre et utiliser une Conférence par Soi-même pour les familles. Lors d’une conférence des personnes en collaboration avec leur famille dressent un plan pour l’avenir. Un coordinateur de Conférence par Soi-même indépendant les aide dans l’organisation de la conférence. La conviction que tout individu, famille ou mode de ‘vivre ensemble’ dispose d’un réseau se trouve à la base de Conférence par Soi-même. Lorsque des problèmes médicaux, psychiques ou relationnels surgissent, les gens ont tendance à s’isoler. Le point de départ d’une Conférence par Soi-même repose sur le demandeur d’aide ainsi que sur le réseau qui l’entoure, lui permettant de recevoir plus de soutien pour sa cause et pour les chances de réussite lors de l’exécution du plan.
Conférence par Soi-même est un modèle de prise de décision ayant
l’ambition de garantir certains droits civiques: le droit de citoyen de
devenir (de nouveau) le véritable propriétaire de sa demande d’aide ainsi
que de garder la mainmise sur les solutions envisagées. En reconnaissant
le citoyen dans une position de décideur, celui-ci n’est pas seulement
mis en action, une possibilité de collaboration entre dispositifs de soins
formels et informels est également dégagée.
La Conférence par Soi-même est tout sauf un panacée, néanmoins, en
se focalisant sur les forces des familles et du réseau social, plutôt que
sur les problèmes de ceux-ci, la position du demandeur d’aide change
considérablement. Transposer la responsabilité des soins au sein du
réseau social n’est envisageable que lorsque le client peut prendre une
autre position. Il évolue de la position de demandeur d’aide dépendant
en personne avec une capacité décisionnelle accrue.
Mirjam Beyers (1961) a étudié au Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen de Bruxelles (HIG). Depuis 1995 et jusqu’à 2012 elle a été membre du comité de direction et collaboratrice bénévole à la Vlaamse Vereniging voor Ouders van Couveusekinderen (VVOC). Depuis 2003 elle a été impliquée dans la fondation et le développement de Conférence par Soi-même en Belgique. Elle est co-responsable de la politique de l’asbl ainsi que de la formation et du coaching des coordinateurs de Conférence par Soi-même indépendants. Conférence par Soi-même travaille en partenariat avec Campus Gelbergen.
Groeiboek. Zorg- en volgsysteem voor kleuters. Analyse en handelen. Domeinboek Sociale, emotionele en morele ontwikkeling
Groeiboek is een hulpmiddel bij de uitbouw van een zorgbeleid in de kleuterschool. Het is ontwikkeld voor de kleuterleidster en het zorgteam om extra zorg te bieden aan de kleuters die dat nodig hebben. Het handelingsgericht samenwerken en het zorgcontinuüm is het kader van waaruit wordt gewerkt. Groeiboek situeert zich op het niveau van verhoogde zorg en uitbreiding van zorg. Het concretiseert deze niveaus, in aansluiting op de diagnostische protocollen.
De kleuterleidster signaleert haar bezorgdheid en maakt systematisch een analyse. Hiermee ontdekt ze de onderwijsbehoeften van de kleuter en komt ze tot doelgericht handelen. Verschillende hulpmiddelen, zoals een overzicht van mogelijke hypothesen, observatielijsten en ontwikkelingslijnen, helpen haar hierbij.
Groeiboek ondersteunt op deze manier de systematiek en de continuïteit van de extra zorg in de kleuterschool. Dat leidt tot een gedeelde zorg met de ouders, de kleuterleidster, het zorgteam en de leerlingbegeleider. Groeiboek bestaat uit vier delen: ‘Basisboek’, ‘Signaleren’, ‘Analyse en handelen’ en ‘Continuïteit van de gedeelde zorg’. Deel 3: ‘Analyse en handelen’ bestaat uit aparte domeinboeken die het denkkader concretiseren en suggesties doen naar interventies. Dit is het domeinboek ‘Sociale, emotionele en morele ontwikkeling’.
De auteur van Groeiboek/Sociale, emotionele en morele ontwikkeling, Mieke Wouters, is psycho-pedagogisch consulent in het vrij CLB Hasselt. Ze bedacht mee het concept voor Groeiboek en is mede-auteur van Basisboek, Signaleren en Analyse en Handelen. Ze werkte voor dit domeinboek samen met Reinilde Lambert, coördinator basisonderwijs van het vrij CLB regio Gent en eindredacteur /coördinator van de Groeiboek- reeks voor de Vrije CLB-Koepel.
Groeiboek. Zorg- en volgsysteem voor kleuters. Analyse en handelen. Domeinboek Sociale, emotionele en morele ontwikkeling
Groeiboek is een hulpmiddel bij de uitbouw van een zorgbeleid in de kleuterschool. Het is ontwikkeld voor de kleuterleidster en het zorgteam om extra zorg te bieden aan de kleuters die dat nodig hebben. Het handelingsgericht samenwerken en het zorgcontinuüm is het kader van waaruit wordt gewerkt. Groeiboek situeert zich op het niveau van verhoogde zorg en uitbreiding van zorg. Het concretiseert deze niveaus, in aansluiting op de diagnostische protocollen.
De kleuterleidster signaleert haar bezorgdheid en maakt systematisch een analyse. Hiermee ontdekt ze de onderwijsbehoeften van de kleuter en komt ze tot doelgericht handelen. Verschillende hulpmiddelen, zoals een overzicht van mogelijke hypothesen, observatielijsten en ontwikkelingslijnen, helpen haar hierbij.
Groeiboek ondersteunt op deze manier de systematiek en de continuïteit van de extra zorg in de kleuterschool. Dat leidt tot een gedeelde zorg met de ouders, de kleuterleidster, het zorgteam en de leerlingbegeleider. Groeiboek bestaat uit vier delen: ‘Basisboek’, ‘Signaleren’, ‘Analyse en handelen’ en ‘Continuïteit van de gedeelde zorg’. Deel 3: ‘Analyse en handelen’ bestaat uit aparte domeinboeken die het denkkader concretiseren en suggesties doen naar interventies. Dit is het domeinboek ‘Sociale, emotionele en morele ontwikkeling’.
De auteur van Groeiboek/Sociale, emotionele en morele ontwikkeling, Mieke Wouters, is psycho-pedagogisch consulent in het vrij CLB Hasselt. Ze bedacht mee het concept voor Groeiboek en is mede-auteur van Basisboek, Signaleren en Analyse en Handelen. Ze werkte voor dit domeinboek samen met Reinilde Lambert, coördinator basisonderwijs van het vrij CLB regio Gent en eindredacteur /coördinator van de Groeiboek- reeks voor de Vrije CLB-Koepel.
Uit de schaduw van de wet. Inleiding tot de esthetica van het recht
Voor de auteur is recht – net als de religie – een vorm van kunst. Dit boek traceert en verkent de kunstzinnige en scheppende aard van het recht. Het ware recht wordt opgevat als een zoeken naar gerechtigheid die als Schoonheid moet worden aangemerkt. Deze esthetische benadering neemt afstand van het wijsgerig idealisme en het realisme, traditionele denkrichtingen die een oneigenlijke en burgerlijke rechtschapenheid entameren. Maar ook de vigerende rationalistische rechtsopvattingen, zoals het legalisme en het rechtspositivisme, worden bekritiseerd. Door de gerechtigheid met de wet en de procedure te associëren, veronachtzamen zij eveneens de fundamentele esthetische dimensie van het recht.
Vanuit de ‘religieuze wending’ in de postmoderne filosofie wordt beargumenteerd dat de esthetisch-religieuze dimensie ook buiten het geloof, in de seculiere sfeer van rechtsfilosofie en rechtsgeleerdheid, dieper inzicht verschaft. Onder verwijzing naar onder meer Nietzsche, Kierkegaard, Berdyaev en Shestov, beargumenteert Timo Slootweg dat niet in de zuivere rede, maar in de dichtkunst, de mythe en de religie de meest geschikte aanknopingspunten te vinden zijn voor een werkelijkheidsgetrouwe filosofie en wetenschap. De waarheidsopvatting van de religieuze joods-christelijke traditie blijkt van essentieel belang voor de esthetica van moraal en recht. Voor recht en rechtsvinding belooft de existentiële esthetica bovendien van praktische betekenis te zijn.
Timo Slootweg is historicus en filosoof. Hij doceert rechtsfilosofie aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Uit de schaduw van de wet. Inleiding tot de esthetica van het recht
Voor de auteur is recht – net als de religie – een vorm van kunst. Dit boek traceert en verkent de kunstzinnige en scheppende aard van het recht. Het ware recht wordt opgevat als een zoeken naar gerechtigheid die als Schoonheid moet worden aangemerkt. Deze esthetische benadering neemt afstand van het wijsgerig idealisme en het realisme, traditionele denkrichtingen die een oneigenlijke en burgerlijke rechtschapenheid entameren. Maar ook de vigerende rationalistische rechtsopvattingen, zoals het legalisme en het rechtspositivisme, worden bekritiseerd. Door de gerechtigheid met de wet en de procedure te associëren, veronachtzamen zij eveneens de fundamentele esthetische dimensie van het recht.
Vanuit de ‘religieuze wending’ in de postmoderne filosofie wordt beargumenteerd dat de esthetisch-religieuze dimensie ook buiten het geloof, in de seculiere sfeer van rechtsfilosofie en rechtsgeleerdheid, dieper inzicht verschaft. Onder verwijzing naar onder meer Nietzsche, Kierkegaard, Berdyaev en Shestov, beargumenteert Timo Slootweg dat niet in de zuivere rede, maar in de dichtkunst, de mythe en de religie de meest geschikte aanknopingspunten te vinden zijn voor een werkelijkheidsgetrouwe filosofie en wetenschap. De waarheidsopvatting van de religieuze joods-christelijke traditie blijkt van essentieel belang voor de esthetica van moraal en recht. Voor recht en rechtsvinding belooft de existentiële esthetica bovendien van praktische betekenis te zijn.
Timo Slootweg is historicus en filosoof. Hij doceert rechtsfilosofie aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Leren met beelden
Beelden. In onze huidige maatschappij kun je er niet naast kijken. “Een beeld zegt meer dan duizend woorden”, zegt men weleens en deze stelling is vandaag meer dan ooit waar. Nog nooit werden kinderen geconfronteerd met zoveel verschillende schermen en media. Nog nooit hadden ze zelf zo vlot toegang tot fotocamera’s, via hun smartphones, tablets of compact camera’s. En kinderen en jongeren hebben dit zeer goed begrepen: ze maken en delen foto’s dat het een lieve lust is. Ze communiceren met emoticons en selfies. Beeldgebaseerde platforms als Instagram of YouTube, zijn nog nooit zo populair geweest. Kinderen zijn niet langer enkel consument maar ook producent van beelden. Beelden zijn een communicatiemiddel op zich geworden. Ze zijn een echte taal en het is de rol van onder andere het onderwijs om kinderen ook die taal (beter) te leren spreken.
Dit boek is een hulpmiddel om kinderen zelf goede beelden te leren maken. Beelden die precies datgene vertellen wat we willen dat ze vertellen. Om kinderen te leren kijken naar beelden en hoe ze juist te interpreteren. Om beelden niet gewoon te consumeren en voor ‘waar’ aan te nemen. Maar vooral om kinderen te leren hoe met beelden te communiceren. Als leerkracht hoef je geen amateurfotograaf te zijn om dit boek te gebruiken. De uitgewerkte methodieken zorgen ervoor dat kinderen stap voor stap een leerproces doorlopen om de nodige kennis en vaardigheden op te bouwen. Bovendien krijg je heel wat achtergrondinformatie én inspiratie om de methodieken in diverse vakken in te zetten om de lessen te verrijken. Want beeldtaal is een taal, net zoals woorden dat zijn. Een taal die per definitie vakoverschrijdend werkt. Door beelden te integreren in een vakoverschrijdende aanpak, zul je merken dat de leerwinst bij de leerlingen stijgt.
Evy Raes is fotograaf en gedreven door de nieuwe mogelijkheden van beelden in onze (technologische)
maatschappij. Ze maakte naam met de fotoreeks Kom Binnen! en ze toont leraren hoe kinderen
kunnen leren met beelden.
Nel Broothaerts is pedagoge en gespecialiseerd in het uitwerken van educatie-, informatie- en communicatiemateriaal
voor kinderen, jongeren, ouders en professionelen die met hen aan de slag gaan.
Leren met beelden
Beelden. In onze huidige maatschappij kun je er niet naast kijken. “Een beeld zegt meer dan duizend woorden”, zegt men weleens en deze stelling is vandaag meer dan ooit waar. Nog nooit werden kinderen geconfronteerd met zoveel verschillende schermen en media. Nog nooit hadden ze zelf zo vlot toegang tot fotocamera’s, via hun smartphones, tablets of compact camera’s. En kinderen en jongeren hebben dit zeer goed begrepen: ze maken en delen foto’s dat het een lieve lust is. Ze communiceren met emoticons en selfies. Beeldgebaseerde platforms als Instagram of YouTube, zijn nog nooit zo populair geweest. Kinderen zijn niet langer enkel consument maar ook producent van beelden. Beelden zijn een communicatiemiddel op zich geworden. Ze zijn een echte taal en het is de rol van onder andere het onderwijs om kinderen ook die taal (beter) te leren spreken.
Dit boek is een hulpmiddel om kinderen zelf goede beelden te leren maken. Beelden die precies datgene vertellen wat we willen dat ze vertellen. Om kinderen te leren kijken naar beelden en hoe ze juist te interpreteren. Om beelden niet gewoon te consumeren en voor ‘waar’ aan te nemen. Maar vooral om kinderen te leren hoe met beelden te communiceren. Als leerkracht hoef je geen amateurfotograaf te zijn om dit boek te gebruiken. De uitgewerkte methodieken zorgen ervoor dat kinderen stap voor stap een leerproces doorlopen om de nodige kennis en vaardigheden op te bouwen. Bovendien krijg je heel wat achtergrondinformatie én inspiratie om de methodieken in diverse vakken in te zetten om de lessen te verrijken. Want beeldtaal is een taal, net zoals woorden dat zijn. Een taal die per definitie vakoverschrijdend werkt. Door beelden te integreren in een vakoverschrijdende aanpak, zul je merken dat de leerwinst bij de leerlingen stijgt.
Evy Raes is fotograaf en gedreven door de nieuwe mogelijkheden van beelden in onze (technologische)
maatschappij. Ze maakte naam met de fotoreeks Kom Binnen! en ze toont leraren hoe kinderen
kunnen leren met beelden.
Nel Broothaerts is pedagoge en gespecialiseerd in het uitwerken van educatie-, informatie- en communicatiemateriaal
voor kinderen, jongeren, ouders en professionelen die met hen aan de slag gaan.
Opvoeden in verwarrende tijden. Op zoek naar visie
Waarom levert de opvoeding van kinderen in onze huidige samenleving zoveel
problemen op? Ettelijke reality tv-programma’s gaan over opvoedingsproblemen.
Kijkcijfers wijzen uit dat ze erg populair zijn. Kijkt men uit leedvermaak?
Of veeleer uit een soort opluchting dat het er in het eigen gezin nog niet zo
kwaad aan toe gaat? In de scholen lijkt het niet veel anders. Er werd zelden
zoveel geklaagd over het onderwijs als nu, zodat sommigen zich afvragen of
de school nog wel voor haar taken bekwaam is.
De oorzaak van deze malaise is fundamenteel. Het lijkt erop dat de moderne
westerse mens in de dynamiek van de twintigste eeuw niet alleen het zicht is
kwijtgeraakt op zijn eigen zingeving, maar in samenhang daarmee ook op een
goede invulling van de opvoeding van en het onderwijs aan de jongere generatie.
Dit boek geeft een visie op een aantal problemen en de achtergronden
ervan in opvoeding en onderwijs. Daarna gaat het na in hoeverre de door
de Verenigde Naties gelanceerde idee van een cultuur van vrede en geweldloosheid
een antwoord kan zijn op de crisis van de westerse cultuur en wat
daarvan de consequenties zijn voor opvoeding en onderwijs.
Lennart Vriens is namens de Stichting Leerstoelen Vredesopbouw bijzonder hoogleraar Vredespedagogiek aan de Universiteit Utrecht. Hij publiceerde veelvuldig over vredesopvoeding en over schoolpedagogische kwesties.
Opvoeden in verwarrende tijden. Op zoek naar visie
Waarom levert de opvoeding van kinderen in onze huidige samenleving zoveel
problemen op? Ettelijke reality tv-programma’s gaan over opvoedingsproblemen.
Kijkcijfers wijzen uit dat ze erg populair zijn. Kijkt men uit leedvermaak?
Of veeleer uit een soort opluchting dat het er in het eigen gezin nog niet zo
kwaad aan toe gaat? In de scholen lijkt het niet veel anders. Er werd zelden
zoveel geklaagd over het onderwijs als nu, zodat sommigen zich afvragen of
de school nog wel voor haar taken bekwaam is.
De oorzaak van deze malaise is fundamenteel. Het lijkt erop dat de moderne
westerse mens in de dynamiek van de twintigste eeuw niet alleen het zicht is
kwijtgeraakt op zijn eigen zingeving, maar in samenhang daarmee ook op een
goede invulling van de opvoeding van en het onderwijs aan de jongere generatie.
Dit boek geeft een visie op een aantal problemen en de achtergronden
ervan in opvoeding en onderwijs. Daarna gaat het na in hoeverre de door
de Verenigde Naties gelanceerde idee van een cultuur van vrede en geweldloosheid
een antwoord kan zijn op de crisis van de westerse cultuur en wat
daarvan de consequenties zijn voor opvoeding en onderwijs.
Lennart Vriens is namens de Stichting Leerstoelen Vredesopbouw bijzonder hoogleraar Vredespedagogiek aan de Universiteit Utrecht. Hij publiceerde veelvuldig over vredesopvoeding en over schoolpedagogische kwesties.
Bouwstenen voor onderzoek in onderwijs en opleiding
Professionals in onderwijs, zorg en welzijn stimuleren op doelgerichte wijze bij kinderen en volwassenen processen van leren, ontwikkeling en zelfredzaamheid. Goed onderzoek kan waardevolle inzichten opleveren in hoe dit verloopt en hoe effectief de gekozen middelen en aanpakken zijn. Hoe doe je zulk onderzoek, hoe leer je dat en waar moet je op letten, zodat de resultaten kloppen en bruikbaar zijn?
Dit boek bevat 50 teksten in volgorde van alle fasen van onderzoek. De teksten kunnen afzonderlijk worden gelezen en bieden uitleg en achtergronden bij een aantal soorten onderzoek en bruikbare methoden en technieken, aangevuld met voorbeelden en praktische suggesties. Bij elke onderzoeksfase worden kritische aanwijzingen gegeven voor het bewaken en verhogen van de kwaliteit en de opbrengst.
Het boek is bedoeld voor studenten, docenten, professionals en onderzoekers op HBO- en WO-niveau. Het biedt een grondige kennisbasis voor het opzetten, uitvoeren, rapporteren, begeleiden, beoordelen en benutten van onderzoek. Het is een neerslag van kennis over en ervaring met het opzetten, uitvoeren en verslag doen van onderzoek, en van rijke ervaringen bij het begeleiden van onderzoeken van studenten, professionals, onderzoekers en promovendi.
Karel Stokking studeerde pedagogiek, promoveerde op enkele grondslagen van sociaalwetenschappelijk onderzoek en werkte als leerkracht, onderzoeker en opleider. Hij is emeritus-hoogleraar aan de Universiteit Utrecht. Veel van zijn onderzoeken gingen over invoering, verloop en effecten van verbeteringen en innovaties in onderwijs, opleiding en educatie.
Bouwstenen voor onderzoek in onderwijs en opleiding
Professionals in onderwijs, zorg en welzijn stimuleren op doelgerichte wijze bij kinderen en volwassenen processen van leren, ontwikkeling en zelfredzaamheid. Goed onderzoek kan waardevolle inzichten opleveren in hoe dit verloopt en hoe effectief de gekozen middelen en aanpakken zijn. Hoe doe je zulk onderzoek, hoe leer je dat en waar moet je op letten, zodat de resultaten kloppen en bruikbaar zijn?
Dit boek bevat 50 teksten in volgorde van alle fasen van onderzoek. De teksten kunnen afzonderlijk worden gelezen en bieden uitleg en achtergronden bij een aantal soorten onderzoek en bruikbare methoden en technieken, aangevuld met voorbeelden en praktische suggesties. Bij elke onderzoeksfase worden kritische aanwijzingen gegeven voor het bewaken en verhogen van de kwaliteit en de opbrengst.
Het boek is bedoeld voor studenten, docenten, professionals en onderzoekers op HBO- en WO-niveau. Het biedt een grondige kennisbasis voor het opzetten, uitvoeren, rapporteren, begeleiden, beoordelen en benutten van onderzoek. Het is een neerslag van kennis over en ervaring met het opzetten, uitvoeren en verslag doen van onderzoek, en van rijke ervaringen bij het begeleiden van onderzoeken van studenten, professionals, onderzoekers en promovendi.
Karel Stokking studeerde pedagogiek, promoveerde op enkele grondslagen van sociaalwetenschappelijk onderzoek en werkte als leerkracht, onderzoeker en opleider. Hij is emeritus-hoogleraar aan de Universiteit Utrecht. Veel van zijn onderzoeken gingen over invoering, verloop en effecten van verbeteringen en innovaties in onderwijs, opleiding en educatie.
De zes hamerslagen van de westerse rationaliteit. Van speculatief denken tot baanbrekende wetenschap
Dit boek schetst het unieke parcours van de westerse rationaliteit. Waarom heeft het zich hier kunnen voordoen en waarom niet eerder of later in andere, soms verder ontwikkelde culturen? Hoe kon het gebeuren dat ruim zesentwintig eeuwen geleden in Griekenland, in een tijdspanne van nauwelijks honderd jaar en in een gemeenschap van slechts enkele duizenden zielen, zowel de dialectische filosofie, de formele logica als de deductieve wiskunde werden geboren? Bovendien gebeurde dit zonder ambitie op enig praktisch nut maar louter voor het intellectuele genoegen van het inzicht. Gedurende meer dan twee millennia zal dit esoterische gedachtegoed, met zijn dualistische opdeling van het bestaan in een minderwaardige zintuiglijke wereld en de verheven oorden van de geest, bewaard blijven in een aangepaste of geïntegreerde versie. Om dan, door allerlei omstandigheden plots bevrijd van het metafysische en dogmatische kader, door de combinatie van waarnemen en denken, van inductie en deductie, een vruchtbare wetenschappelijke methode te ontwikkelen, die in nauwelijks drie eeuwen de beschaving drastisch zou veranderen, om ten slotte uit te monden in de schokgolven van de industrialisatie en de informatica. Een fascinerende geschiedenis met kritische contingente momenten die ook een ander verloop had kunnen kennen. Dit verhaal gaat dus over de precaire samenhang van geschiedenis, filosofie en wetenschap en de impact ervan op onze huidige samenleving.
Indien het zo is dat kennis ingebed is in een maatschappij en indien het zo
is dat maatschappijen in hun ontwikkeling niet door ‘zuivere’ wetmatigheden
gedicteerd worden, dan is het duidelijk dat contingentie een sleutelbegrip
wordt: het is zo gegaan maar het had evengoed iets helemaal anders kunnen
zijn. “Wat zou er gebeurd zijn indien …?” is de kenmerkende vraag in dit verband.
(Uit het voorwoord van Jean Paul van Bendegem)
Rik Verhulst was leraar en docent wiskunde aan het H. Pius X Instituut en later lector wiskunde aan de lerarenopleiding van de Karel de Grote Hogeschool in Antwerpen. In zijn cursus integreerde hij geschiedenis van wiskunde, wetenschap en filosofisch denken. Zijn interesse voor de samenhang van deze domeinen komt in dit boek tot uiting. Hij is ook de auteur van ‘In de ban van wiskunde. Het cultuurverschijnsel mathematica in beschaving, kunst, natuur en leven’ (Garant, 2006; 2008).
De zes hamerslagen van de westerse rationaliteit. Van speculatief denken tot baanbrekende wetenschap
Dit boek schetst het unieke parcours van de westerse rationaliteit. Waarom heeft het zich hier kunnen voordoen en waarom niet eerder of later in andere, soms verder ontwikkelde culturen? Hoe kon het gebeuren dat ruim zesentwintig eeuwen geleden in Griekenland, in een tijdspanne van nauwelijks honderd jaar en in een gemeenschap van slechts enkele duizenden zielen, zowel de dialectische filosofie, de formele logica als de deductieve wiskunde werden geboren? Bovendien gebeurde dit zonder ambitie op enig praktisch nut maar louter voor het intellectuele genoegen van het inzicht. Gedurende meer dan twee millennia zal dit esoterische gedachtegoed, met zijn dualistische opdeling van het bestaan in een minderwaardige zintuiglijke wereld en de verheven oorden van de geest, bewaard blijven in een aangepaste of geïntegreerde versie. Om dan, door allerlei omstandigheden plots bevrijd van het metafysische en dogmatische kader, door de combinatie van waarnemen en denken, van inductie en deductie, een vruchtbare wetenschappelijke methode te ontwikkelen, die in nauwelijks drie eeuwen de beschaving drastisch zou veranderen, om ten slotte uit te monden in de schokgolven van de industrialisatie en de informatica. Een fascinerende geschiedenis met kritische contingente momenten die ook een ander verloop had kunnen kennen. Dit verhaal gaat dus over de precaire samenhang van geschiedenis, filosofie en wetenschap en de impact ervan op onze huidige samenleving.
Indien het zo is dat kennis ingebed is in een maatschappij en indien het zo
is dat maatschappijen in hun ontwikkeling niet door ‘zuivere’ wetmatigheden
gedicteerd worden, dan is het duidelijk dat contingentie een sleutelbegrip
wordt: het is zo gegaan maar het had evengoed iets helemaal anders kunnen
zijn. “Wat zou er gebeurd zijn indien …?” is de kenmerkende vraag in dit verband.
(Uit het voorwoord van Jean Paul van Bendegem)
Rik Verhulst was leraar en docent wiskunde aan het H. Pius X Instituut en later lector wiskunde aan de lerarenopleiding van de Karel de Grote Hogeschool in Antwerpen. In zijn cursus integreerde hij geschiedenis van wiskunde, wetenschap en filosofisch denken. Zijn interesse voor de samenhang van deze domeinen komt in dit boek tot uiting. Hij is ook de auteur van ‘In de ban van wiskunde. Het cultuurverschijnsel mathematica in beschaving, kunst, natuur en leven’ (Garant, 2006; 2008).
Geweld tegen vrouwen met een handicap – Deel 2
Er is nood aan globaal wetenschappelijk onderzoek rond geweld, specifiek tegen vrouwen met een handicap. Globaal slaat op de onderzoekspopulatie. Alle handicaps en alle woonvormen moeten erin zitten. Caroline Tack heeft dergelijk onderzoek ondernomen. Ze verdiepte bovendien eerder onderzoek van Persephone rond de ontoegankelijkheid van vluchthuizen.
Persephone gaat in op de stereotypen rond mannen en vrouwen met een handicap. Die stereotypen hebben verregaande gevolgen op het vlak van werk, gezin en geweld. Daarna rijst de vraag hoe het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de Rechten van Personen met een Handicap kan worden ingezet om deze stereotypen uit de wereld te krijgen.
Het boek is gegroeid uit de ervaringsdeskundigheid van vrouwen met een handicap. Het bevat een schat aan adviezen, niet alleen voor andere vrouwen met een handicap, ook voor de maatschappij, de overheid én voor onderzoekers. De bijlagen ‘Anders omgaan met agressie’ en ‘Hulp om de stilte te doorbreken’ zijn van belang voor iedereen.
Persephone vzw
Persephone vzw, vereniging van vrouwen met een handicap of een chronische
invaliderende ziekte, werkt sinds 1995 voor en door vrouwen met een handicap.
De vereniging kiest voor belangenbehartiging en sensibilisatie, zelfhulp
en informatieverspreiding. Deze doelstellingen worden nagestreefd voor onder
andere privacy en hulp, assertiviteit en zelfredzaamheid, geweld tegen vrouwen,
recht op seksualiteit, recht op moederschap en werkgelegenheid. Persephone
vzw is de eerste en nog steeds enige vereniging voor vrouwen met een handicap
in België. Ze draait sinds haar ontstaan honderd procent op ervaringsdeskundige
vrijwilligers.
Caroline Tack
Caroline Tack studeerde pedagogische wetenschappen, afstudeerrichting orthopedagogiek.
Haar masterproef ligt aan de basis van deze publicatie.
Geweld tegen vrouwen met een handicap – Deel 2
Er is nood aan globaal wetenschappelijk onderzoek rond geweld, specifiek tegen vrouwen met een handicap. Globaal slaat op de onderzoekspopulatie. Alle handicaps en alle woonvormen moeten erin zitten. Caroline Tack heeft dergelijk onderzoek ondernomen. Ze verdiepte bovendien eerder onderzoek van Persephone rond de ontoegankelijkheid van vluchthuizen.
Persephone gaat in op de stereotypen rond mannen en vrouwen met een handicap. Die stereotypen hebben verregaande gevolgen op het vlak van werk, gezin en geweld. Daarna rijst de vraag hoe het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de Rechten van Personen met een Handicap kan worden ingezet om deze stereotypen uit de wereld te krijgen.
Het boek is gegroeid uit de ervaringsdeskundigheid van vrouwen met een handicap. Het bevat een schat aan adviezen, niet alleen voor andere vrouwen met een handicap, ook voor de maatschappij, de overheid én voor onderzoekers. De bijlagen ‘Anders omgaan met agressie’ en ‘Hulp om de stilte te doorbreken’ zijn van belang voor iedereen.
Persephone vzw
Persephone vzw, vereniging van vrouwen met een handicap of een chronische
invaliderende ziekte, werkt sinds 1995 voor en door vrouwen met een handicap.
De vereniging kiest voor belangenbehartiging en sensibilisatie, zelfhulp
en informatieverspreiding. Deze doelstellingen worden nagestreefd voor onder
andere privacy en hulp, assertiviteit en zelfredzaamheid, geweld tegen vrouwen,
recht op seksualiteit, recht op moederschap en werkgelegenheid. Persephone
vzw is de eerste en nog steeds enige vereniging voor vrouwen met een handicap
in België. Ze draait sinds haar ontstaan honderd procent op ervaringsdeskundige
vrijwilligers.
Caroline Tack
Caroline Tack studeerde pedagogische wetenschappen, afstudeerrichting orthopedagogiek.
Haar masterproef ligt aan de basis van deze publicatie.
Als het lichaam spreekt (Reeks Psychoanalyse en Cultuur, nr. 6)
Psychoanalyse is, zoals bekend, een kwestie van woord en taal. Maar heeft het lichaam dan geen rechten? In de therapie is een lijf aan het woord. Woordeloos, dat wel, maar het schreeuwt evengoed onze onbewuste kronkels uit. Op het lichaam leest men de polsslag van het ‘reële’ dat, uniek en eigenzinnig, het gladde van onze verhalen doorkruist. Kunst zoekt vaak aansluiting bij die weerbarstige taal van het lichaam – een taal die ook bijvoorbeeld uit dansende, getatoeëerde, zwijgende of zelfs gedysincarneerde lichamen spreekt.
De redacteuren zijn allen bestuurslid van en redigeerden namens de Belgisch-Nederlandse Stichting Psychoanalyse en Cultuur www.stichtingpsychoanalyseencultuur.eu
Met bijdragen van Marc De Kesel, Jos de Kroon, Willem Elias, Abe Geldhof, Sjef Houppermans, Mark Kinet, Rudi Laermans, Alain Platel, Michel Thys, Trees Traversier, Stijn Vanheule, Peter Verstraten en Katrien Vuylsteke Vanfleteren.
Als het lichaam spreekt (Reeks Psychoanalyse en Cultuur, nr. 6)
Psychoanalyse is, zoals bekend, een kwestie van woord en taal. Maar heeft het lichaam dan geen rechten? In de therapie is een lijf aan het woord. Woordeloos, dat wel, maar het schreeuwt evengoed onze onbewuste kronkels uit. Op het lichaam leest men de polsslag van het ‘reële’ dat, uniek en eigenzinnig, het gladde van onze verhalen doorkruist. Kunst zoekt vaak aansluiting bij die weerbarstige taal van het lichaam – een taal die ook bijvoorbeeld uit dansende, getatoeëerde, zwijgende of zelfs gedysincarneerde lichamen spreekt.
De redacteuren zijn allen bestuurslid van en redigeerden namens de Belgisch-Nederlandse Stichting Psychoanalyse en Cultuur www.stichtingpsychoanalyseencultuur.eu
Met bijdragen van Marc De Kesel, Jos de Kroon, Willem Elias, Abe Geldhof, Sjef Houppermans, Mark Kinet, Rudi Laermans, Alain Platel, Michel Thys, Trees Traversier, Stijn Vanheule, Peter Verstraten en Katrien Vuylsteke Vanfleteren.
Een loopbaan van betekenis
Zelf betekenis geven aan de (levens)loopbaan is van toenemend belang in een geïndividualiseerde samenleving en op een ongewisse arbeidsmarkt. Niet de werkgever of de overheid maar het individu zelf wordt verantwoordelijk voor bestaanszekerheid en persoonlijke groei. Politici geven als vanzelfsprekend het onderwijs de opdracht om leerlingen en studenten voor te bereiden op (over)leven in een onzekere maatschappij. Het onderwijs hen leren hoe ze hun (levens)loopbaan kunnen vormgeven. Het is de vraag of – en zo ja, onder welke condities – het onderwijs hieraan kan voldoen.
Dit boek gaat over hoe betekenisvolle loopbanen kunnen worden vormgegeven. Het bevat de uitgewerkte lezingen en presentaties van sprekers op het congres ‘Een loopbaan van betekenis’, dat ter gelegenheid van het afscheid van Frans Meijers als lector aan De Haagse Hogeschool werd georganiseerd.
Diverse auteurs uit wetenschap en praktijk geven een geschakeerd beeld van een hedendaagse visie op loopbaanontwikkeling en -begeleiding. Verschillende perspectieven komen aan bod, zoals economische en beleidsmatige invalshoeken, maar ook creatieve benaderingen maken onderdeel uit van deze bundel. Meijers zelf blikt in een hoofdstuk terug op zijn bijdrage aan de ontwikkeling van en het onderzoek naar loopbaanoriëntatie en -begeleiding in Nederland. Ten slotte komen een aantal mensen aan het woord, die grote invloed hebben gehad op het werk van Frans Meijers, over gebeurtenissen en mensen die voor en in hun eigen loopbaan van betekenis zijn geweest.
Prof. dr. Marinka Kuijpers is bijzonder hoogleraar ‘Leeromgeving en Leerloopbanen in het (v)mbo’ aan de Open Universiteit en lector ‘Pedagogiek van de Beroepsvorming’ aan de Haagse Hogeschool. Zij heeft een onderneming ‘CarPe Carrière- Perspectief’ en is bestuurder/directeur van de ‘Loopbaangroep’.
Dr. Reinekke Lengelle is docent aan Athabasca University (Canada’s Open University) en aan de Haagse Hogeschool. Ze werkt als zelfstandig trainer in Edmonton.
Een loopbaan van betekenis
Zelf betekenis geven aan de (levens)loopbaan is van toenemend belang in een geïndividualiseerde samenleving en op een ongewisse arbeidsmarkt. Niet de werkgever of de overheid maar het individu zelf wordt verantwoordelijk voor bestaanszekerheid en persoonlijke groei. Politici geven als vanzelfsprekend het onderwijs de opdracht om leerlingen en studenten voor te bereiden op (over)leven in een onzekere maatschappij. Het onderwijs hen leren hoe ze hun (levens)loopbaan kunnen vormgeven. Het is de vraag of – en zo ja, onder welke condities – het onderwijs hieraan kan voldoen.
Dit boek gaat over hoe betekenisvolle loopbanen kunnen worden vormgegeven. Het bevat de uitgewerkte lezingen en presentaties van sprekers op het congres ‘Een loopbaan van betekenis’, dat ter gelegenheid van het afscheid van Frans Meijers als lector aan De Haagse Hogeschool werd georganiseerd.
Diverse auteurs uit wetenschap en praktijk geven een geschakeerd beeld van een hedendaagse visie op loopbaanontwikkeling en -begeleiding. Verschillende perspectieven komen aan bod, zoals economische en beleidsmatige invalshoeken, maar ook creatieve benaderingen maken onderdeel uit van deze bundel. Meijers zelf blikt in een hoofdstuk terug op zijn bijdrage aan de ontwikkeling van en het onderzoek naar loopbaanoriëntatie en -begeleiding in Nederland. Ten slotte komen een aantal mensen aan het woord, die grote invloed hebben gehad op het werk van Frans Meijers, over gebeurtenissen en mensen die voor en in hun eigen loopbaan van betekenis zijn geweest.
Prof. dr. Marinka Kuijpers is bijzonder hoogleraar ‘Leeromgeving en Leerloopbanen in het (v)mbo’ aan de Open Universiteit en lector ‘Pedagogiek van de Beroepsvorming’ aan de Haagse Hogeschool. Zij heeft een onderneming ‘CarPe Carrière- Perspectief’ en is bestuurder/directeur van de ‘Loopbaangroep’.
Dr. Reinekke Lengelle is docent aan Athabasca University (Canada’s Open University) en aan de Haagse Hogeschool. Ze werkt als zelfstandig trainer in Edmonton.
“Ik ben met u, tot het einde der tijden” Overwegingen bij het heilsmysterie (Fracarita-reeks, nr. 6)
Mensen die gelovig zijn, en hun geloof in gemeenschap
beleven en in praktijk brengen, zijn beduidend
‘gelukkiger’ dan zij die niet geloven, twijfelen of onverschillig
zijn. Gelovigen hebben immers een houvast,
ze zijn ingeschakeld in een gemeenschap, zij beschikken
over een zingevingskader om met lijden en dood om te
gaan. Wellicht de belangrijkste reden waarom overtuigde
christenen zich fundamenteel gelukkig voelen, ligt in
het besef dat zij zich ‘vergezeld’ weten in het leven door
Iemand, namelijk de Verrezen Heer. Zij weten zich gedragen
door Hem. Hij bemint hen en laat hen niet in de
steek. “Ik ben met u, tot het einde der tijden”.
Het heilsmysterie is een belangrijk onderwerp in de joodschristelijke
godsdienst. Het ware geluk waar de mens naar
verlangt en steeds naar op zoek gaat: wat houdt het in,
waar vinden we het, wat is het geheim ervan en welke rol
speelt God bij dit alles? Dit boek bundelt een reeks homilies
als inspiratiebron voor zoekende gelovigen, bezinningsgroepen
en mensen die zorg en onderwijs willen verstrekken
vanuit een liefdevolle, christelijk geïnspireerde
grondhouding.
Fernand Van Neste s.J. is emeritus hoogleraar van de faculteit Rechten van de Universiteit Antwerpen. Naast tal van publicaties over recht, publiceerde hij ook over thema’s in het grensgebied tussen recht, bio-ethiek en rechtsethiek.
“Ik ben met u, tot het einde der tijden” Overwegingen bij het heilsmysterie (Fracarita-reeks, nr. 6)
Mensen die gelovig zijn, en hun geloof in gemeenschap
beleven en in praktijk brengen, zijn beduidend
‘gelukkiger’ dan zij die niet geloven, twijfelen of onverschillig
zijn. Gelovigen hebben immers een houvast,
ze zijn ingeschakeld in een gemeenschap, zij beschikken
over een zingevingskader om met lijden en dood om te
gaan. Wellicht de belangrijkste reden waarom overtuigde
christenen zich fundamenteel gelukkig voelen, ligt in
het besef dat zij zich ‘vergezeld’ weten in het leven door
Iemand, namelijk de Verrezen Heer. Zij weten zich gedragen
door Hem. Hij bemint hen en laat hen niet in de
steek. “Ik ben met u, tot het einde der tijden”.
Het heilsmysterie is een belangrijk onderwerp in de joodschristelijke
godsdienst. Het ware geluk waar de mens naar
verlangt en steeds naar op zoek gaat: wat houdt het in,
waar vinden we het, wat is het geheim ervan en welke rol
speelt God bij dit alles? Dit boek bundelt een reeks homilies
als inspiratiebron voor zoekende gelovigen, bezinningsgroepen
en mensen die zorg en onderwijs willen verstrekken
vanuit een liefdevolle, christelijk geïnspireerde
grondhouding.
Fernand Van Neste s.J. is emeritus hoogleraar van de faculteit Rechten van de Universiteit Antwerpen. Naast tal van publicaties over recht, publiceerde hij ook over thema’s in het grensgebied tussen recht, bio-ethiek en rechtsethiek.
Heritage Counts
The idea of heritage as a “capital of irreplaceable cultural, social and economic value” was already present in the European Charter of the Architectural Heritage, adopted by the Council of Europe in 1975 (par.3). Today, this discourse is getting increasing attention on the research agenda. Some argue that, although heritage is always valued highly, the current interest in the impact of heritage is caused by the democratisation of heritage and the increased importance of heritage in today’s society. Others argue that a universal scarcity of funds for heritage management and conservation is the reason to give it its proper attention.
Therefore, the Raymond Lemaire International Centre for Conservation (University of Leuven) considered “Heritage Counts” a relevant and timely topic for its yearly international conference, the “thematic week”. This edition twins with the “Cultural Heritage Counts for Europe” project, funded by the EU Culture Programme. The opening day of the conference was co-organised by the lead partner of this project, EUROPA NOSTRA, and brought together European policymakers and international researchers involved in cultural heritage.
This volume specifically reports on the lectures and fruitful debates on heritage impact during the 2015 thematic week. It was observed that evolutions in discourse and policy hold a significant prospect, which also entail an increasing demand for shared insights and formation. In response, this publication reflects on heritage impact by providing research, case studies and reflections that can serve as baseline records, guidance - and hopefully inspiration. The findings are subdivided in three main chapters: “Framing the paradigm”, “Impact assessments: research, methods and practice” and “Linking management, conservation and sustainable development”.
Heritage Counts
The idea of heritage as a “capital of irreplaceable cultural, social and economic value” was already present in the European Charter of the Architectural Heritage, adopted by the Council of Europe in 1975 (par.3). Today, this discourse is getting increasing attention on the research agenda. Some argue that, although heritage is always valued highly, the current interest in the impact of heritage is caused by the democratisation of heritage and the increased importance of heritage in today’s society. Others argue that a universal scarcity of funds for heritage management and conservation is the reason to give it its proper attention.
Therefore, the Raymond Lemaire International Centre for Conservation (University of Leuven) considered “Heritage Counts” a relevant and timely topic for its yearly international conference, the “thematic week”. This edition twins with the “Cultural Heritage Counts for Europe” project, funded by the EU Culture Programme. The opening day of the conference was co-organised by the lead partner of this project, EUROPA NOSTRA, and brought together European policymakers and international researchers involved in cultural heritage.
This volume specifically reports on the lectures and fruitful debates on heritage impact during the 2015 thematic week. It was observed that evolutions in discourse and policy hold a significant prospect, which also entail an increasing demand for shared insights and formation. In response, this publication reflects on heritage impact by providing research, case studies and reflections that can serve as baseline records, guidance - and hopefully inspiration. The findings are subdivided in three main chapters: “Framing the paradigm”, “Impact assessments: research, methods and practice” and “Linking management, conservation and sustainable development”.
Zonder ‘goesting’ lukt het niet. Stress en bevlogenheid in het onderwijs (Korpus – Katernen Onderwijs: Research en Praktijk Uit Scholen, nr. 2)
Stress en een gebrek aan motivatie komt alsmaar vaker voor in het onderwijs. Zowel leerkrachten als leerlingen hebben ermee te maken. Scholen ondervinden dat dit diep ingrijpt op het welbevinden en de kwaliteit van het onderwijs. Nochtans is er weinig concreets terug te vinden als het gaat om het voeren van een actief schoolbeleid en -management ter zake. En dus gebeurt er de facto niet zoveel in de scholen.
Dit cahier wil enerzijds inzicht verschaffen in deze twee fenomenen en in hun onderlinge samenhang en anderzijds zeer concrete aanwijzingen geven om in een school hierrond een actief beleid en management te voeren. Met de ene voet in de academische kennis, met de andere voet in de alledaagse praktijk van het schoolmanagement.
Herman Siebens is doctor in de onderwijswetenschappen en master in business ethics en godsdienstwetenschappen. Hij is algemeen directeur van de Scholengroep 9 Ringscholen in Vlaams-Brabant.
De redactie van de KORPUS-Reeks bestaat uit prof. dr. Paul Mahieu, prof. dr. Peter Van Petegem en dr. Herman Siebens.
Zonder ‘goesting’ lukt het niet. Stress en bevlogenheid in het onderwijs (Korpus – Katernen Onderwijs: Research en Praktijk Uit Scholen, nr. 2)
Stress en een gebrek aan motivatie komt alsmaar vaker voor in het onderwijs. Zowel leerkrachten als leerlingen hebben ermee te maken. Scholen ondervinden dat dit diep ingrijpt op het welbevinden en de kwaliteit van het onderwijs. Nochtans is er weinig concreets terug te vinden als het gaat om het voeren van een actief schoolbeleid en -management ter zake. En dus gebeurt er de facto niet zoveel in de scholen.
Dit cahier wil enerzijds inzicht verschaffen in deze twee fenomenen en in hun onderlinge samenhang en anderzijds zeer concrete aanwijzingen geven om in een school hierrond een actief beleid en management te voeren. Met de ene voet in de academische kennis, met de andere voet in de alledaagse praktijk van het schoolmanagement.
Herman Siebens is doctor in de onderwijswetenschappen en master in business ethics en godsdienstwetenschappen. Hij is algemeen directeur van de Scholengroep 9 Ringscholen in Vlaams-Brabant.
De redactie van de KORPUS-Reeks bestaat uit prof. dr. Paul Mahieu, prof. dr. Peter Van Petegem en dr. Herman Siebens.
Beroepsprofiel van de leraar als black box. Analyse van de werking van onderwijsstandaarden
De vanzelfsprekendheid waarmee leraar-zijn en leraar-worden vandaag
gevat worden in competentieprofielen en beroepsstandaarden, is zeer
merkwaardig. In dit boek vertrekt de auteur van de vaststelling dat deze
ogenschijnlijk eenduidige dingen intussen zo vertrouwd zijn dat we ons
de (onderwijs)wereld niet meer zonder kunnen voorstellen. Op zoek naar
een verklaring voor de aantrekkingskracht die van onderwijsstandaarden
lijkt uit te gaan, treedt Carlijne Ceulemans in de voetsporen van het
Vlaamse beroepsprofiel en de basiscompetenties van de leraar. Ze brengt
in kaart wat er precies gebeurt wanneer deze een rol beginnen te spelen
en aan belang winnen. Ze laat zien hoe vragen die velen van ons bezighouden
– die naar de goede leraar, de goede lerarenopleiding en goed onderwijs
– en waarover gesproken en gediscussieerd kan worden, daarbij
verglijden naar een ‘gegeven’, waarover we niet veel meer kunnen zeggen
dan dat het er nu eenmaal is en we er dus wel rekening mee moeten houden.
Door de werking van het beroepsprofiel te reconstrueren en de mechanismen
die het stabiliteit verlenen bloot te leggen, biedt dit boek een aanzet
om onze geroutineerde manier van omgaan met onderwijsstandaarden te
herbekijken.
Carlijne Ceulemans is doctor in de Pedagogische Wetenschappen en de Onderwijskunde. Ze werkt in de Antwerp School of Education en maakt deel uit van de onderzoeksgroep EduBROn (Universiteit Antwerpen) en het Labo voor Educatie en Samenleving (KU Leuven).
Beroepsprofiel van de leraar als black box. Analyse van de werking van onderwijsstandaarden
De vanzelfsprekendheid waarmee leraar-zijn en leraar-worden vandaag
gevat worden in competentieprofielen en beroepsstandaarden, is zeer
merkwaardig. In dit boek vertrekt de auteur van de vaststelling dat deze
ogenschijnlijk eenduidige dingen intussen zo vertrouwd zijn dat we ons
de (onderwijs)wereld niet meer zonder kunnen voorstellen. Op zoek naar
een verklaring voor de aantrekkingskracht die van onderwijsstandaarden
lijkt uit te gaan, treedt Carlijne Ceulemans in de voetsporen van het
Vlaamse beroepsprofiel en de basiscompetenties van de leraar. Ze brengt
in kaart wat er precies gebeurt wanneer deze een rol beginnen te spelen
en aan belang winnen. Ze laat zien hoe vragen die velen van ons bezighouden
– die naar de goede leraar, de goede lerarenopleiding en goed onderwijs
– en waarover gesproken en gediscussieerd kan worden, daarbij
verglijden naar een ‘gegeven’, waarover we niet veel meer kunnen zeggen
dan dat het er nu eenmaal is en we er dus wel rekening mee moeten houden.
Door de werking van het beroepsprofiel te reconstrueren en de mechanismen
die het stabiliteit verlenen bloot te leggen, biedt dit boek een aanzet
om onze geroutineerde manier van omgaan met onderwijsstandaarden te
herbekijken.
Carlijne Ceulemans is doctor in de Pedagogische Wetenschappen en de Onderwijskunde. Ze werkt in de Antwerp School of Education en maakt deel uit van de onderzoeksgroep EduBROn (Universiteit Antwerpen) en het Labo voor Educatie en Samenleving (KU Leuven).
Ik leer een woord. Woordenschatspeel-, leer- en voorleesboek voor jonge kinderen
Woorden leren is leuk! Dat is de insteek van dit woordenschatspeel-, leeren voorleesboek. Van woorden kun je genieten. Je kunt naar de klanken in woorden luisteren. Je kunt woorden proeven op je tong. Je kunt ze vangen in een gedicht of een lied. Je kunt woorden uitspreken en combineren met andere woorden. Zo kun je van losse woorden hele zinnen maken en vervolgens verhalen. Met woorden kun je ook spelen. Je kunt ze verzamelen, combineren en in een doosje doen of op een lijstje zetten. Met woorden kun je lachen en grappen of raadsels maken. Je kunt van het woordleren een wedstrijd maken. En het mooie is, hoe meer woorden je leert, hoe gemakkelijker het wordt! Kortom, met dit boek wordt woordleren een feest. Dit woordenschatspeel-, leer- en voorleesboek biedt leerkrachten, logopedisten en ouders van jonge kinderen een bron van mogelijkheden om het woordleren op de kaart te zetten.
“Ik zou wensen dat men dit boek tot verplichte literatuur maakt voor elke kleuterleerkracht en elke leerkracht van het
eerste leerjaar (voor Nederland: groepen 1 tot en met 3) en de ouders begeleidt bij het gebruik ervan. Een van de
zinvolste boeken die ik de afgelopen tijd in verband met woordenschatonderwijs onder handen kreeg.”
Lieven Coppens in Nieuwsbrief Leren, maart 2016.
Marja Borgers promoveerde op een onderzoek naar de ontwikkeling van pragmatische taalvaardigheden bij Nederlandstalige kinderen. Ze werkt als taaladviseur en als docent logopedie op gebied van taalontwikkeling en taalontwikkelingsstoornissen.
Ik leer een woord. Woordenschatspeel-, leer- en voorleesboek voor jonge kinderen
Woorden leren is leuk! Dat is de insteek van dit woordenschatspeel-, leeren voorleesboek. Van woorden kun je genieten. Je kunt naar de klanken in woorden luisteren. Je kunt woorden proeven op je tong. Je kunt ze vangen in een gedicht of een lied. Je kunt woorden uitspreken en combineren met andere woorden. Zo kun je van losse woorden hele zinnen maken en vervolgens verhalen. Met woorden kun je ook spelen. Je kunt ze verzamelen, combineren en in een doosje doen of op een lijstje zetten. Met woorden kun je lachen en grappen of raadsels maken. Je kunt van het woordleren een wedstrijd maken. En het mooie is, hoe meer woorden je leert, hoe gemakkelijker het wordt! Kortom, met dit boek wordt woordleren een feest. Dit woordenschatspeel-, leer- en voorleesboek biedt leerkrachten, logopedisten en ouders van jonge kinderen een bron van mogelijkheden om het woordleren op de kaart te zetten.
“Ik zou wensen dat men dit boek tot verplichte literatuur maakt voor elke kleuterleerkracht en elke leerkracht van het
eerste leerjaar (voor Nederland: groepen 1 tot en met 3) en de ouders begeleidt bij het gebruik ervan. Een van de
zinvolste boeken die ik de afgelopen tijd in verband met woordenschatonderwijs onder handen kreeg.”
Lieven Coppens in Nieuwsbrief Leren, maart 2016.
Marja Borgers promoveerde op een onderzoek naar de ontwikkeling van pragmatische taalvaardigheden bij Nederlandstalige kinderen. Ze werkt als taaladviseur en als docent logopedie op gebied van taalontwikkeling en taalontwikkelingsstoornissen.
Naar een cultuur van de vrede in maatschappij en school
In iedere samenleving is het bewaren en versterken van een vredescultuur onmiskenbaar een uitzonderlijk hoog goed. Het bevorderen van een cultuur van de vrede is een actief proces en wordt, door de afwezigheid van het kwaad en/of geweld – wat dat ook mag betekenen? – een noodzakelijke mogelijkheidsvoorwaarde om de aandacht voor menswaardigheid gaande te houden en uit te diepen.
Dit boek wil een bijdrage leveren tot de irenologie als geesteswetenschap. Het eerste deel behandelt de problematiek van de mens- en de wereldbeelden van de samenleving: het heroïsche, Messiaanse, ascetische en harmonische mens- en wereldbeeld. Het tweede deel gaat in het bijzonder in op de dynamische ontwikkeling van het ‘ik’-organisme, door de verbondenheid met zichzelf, de andere(n), het andere (de natuur en de cultuur), het totale bestaan (of de ‘Andere’ in een godsdienstig perspectief). Vervolgens komen samenlevingsmodellen en omgangsvormen in de maatschappij aan bod, zoals het racistisch of apartheidsmodel, het assimilatiemodel, het model van de multiculturaliteit/het verzuilingsmodel en het model van de interculturaliteit, met het intercultureel onderwijs als de noodzakelijke uitdaging en opdracht voor elke leerkracht.
Het derde deel omvat een pleidooi voor een ‘vredes-actieve’ school.
Deze ‘geweldige’ school stelt in haar schoolvisie en schoolwerkplan de vredeseducatie centraal.
Enerzijds door het goede te bevorderen: de ethische gezindheid en de positieve energie van de
leerlingen. Anderzijds door de leerlingen zo veel mogelijk te behoeden voor en te verlossen
van het kwade: de negatieve energie die veelal gepaard gaat met allerlei vormen van geweld en
gewelddadigheid. Jongeren zullen er leren in ‘vrede’ te leven met zichzelf en de wereld.
Roger Boonen doceerde algemene didactiek, intercultureel onderwijs en vredeseducatie aan het Departement Lerarenopleiding van de Karel de Grote-Hogeschool in Antwerpen. Hij is erecoördinator VLO – Vernieuwd Lager Onderwijs, gewezen Pedagogisch Opdrachthouder van het bisdom Antwerpen en erehoofdredacteur van het pedagogische tijdschrift School- en klaspraktijk. Hij heeft diverse pedagogisch-didactische publicaties op zijn naam. Hij is initiatiefnemer en coördinator van de meerjarige Opleiding Vredeseducatie in samenwerking met het Vredescentrum van de Provincie en de Stad Antwerpen, de Universiteit Antwerpen en andere organisaties.
Naar een cultuur van de vrede in maatschappij en school
In iedere samenleving is het bewaren en versterken van een vredescultuur onmiskenbaar een uitzonderlijk hoog goed. Het bevorderen van een cultuur van de vrede is een actief proces en wordt, door de afwezigheid van het kwaad en/of geweld – wat dat ook mag betekenen? – een noodzakelijke mogelijkheidsvoorwaarde om de aandacht voor menswaardigheid gaande te houden en uit te diepen.
Dit boek wil een bijdrage leveren tot de irenologie als geesteswetenschap. Het eerste deel behandelt de problematiek van de mens- en de wereldbeelden van de samenleving: het heroïsche, Messiaanse, ascetische en harmonische mens- en wereldbeeld. Het tweede deel gaat in het bijzonder in op de dynamische ontwikkeling van het ‘ik’-organisme, door de verbondenheid met zichzelf, de andere(n), het andere (de natuur en de cultuur), het totale bestaan (of de ‘Andere’ in een godsdienstig perspectief). Vervolgens komen samenlevingsmodellen en omgangsvormen in de maatschappij aan bod, zoals het racistisch of apartheidsmodel, het assimilatiemodel, het model van de multiculturaliteit/het verzuilingsmodel en het model van de interculturaliteit, met het intercultureel onderwijs als de noodzakelijke uitdaging en opdracht voor elke leerkracht.
Het derde deel omvat een pleidooi voor een ‘vredes-actieve’ school.
Deze ‘geweldige’ school stelt in haar schoolvisie en schoolwerkplan de vredeseducatie centraal.
Enerzijds door het goede te bevorderen: de ethische gezindheid en de positieve energie van de
leerlingen. Anderzijds door de leerlingen zo veel mogelijk te behoeden voor en te verlossen
van het kwade: de negatieve energie die veelal gepaard gaat met allerlei vormen van geweld en
gewelddadigheid. Jongeren zullen er leren in ‘vrede’ te leven met zichzelf en de wereld.
Roger Boonen doceerde algemene didactiek, intercultureel onderwijs en vredeseducatie aan het Departement Lerarenopleiding van de Karel de Grote-Hogeschool in Antwerpen. Hij is erecoördinator VLO – Vernieuwd Lager Onderwijs, gewezen Pedagogisch Opdrachthouder van het bisdom Antwerpen en erehoofdredacteur van het pedagogische tijdschrift School- en klaspraktijk. Hij heeft diverse pedagogisch-didactische publicaties op zijn naam. Hij is initiatiefnemer en coördinator van de meerjarige Opleiding Vredeseducatie in samenwerking met het Vredescentrum van de Provincie en de Stad Antwerpen, de Universiteit Antwerpen en andere organisaties.
Omgaan met dementie (met interactieve cd-rom)
De vergrijzing van onze bevolking stelt ons voor nieuwe uitdagingen. Professionele medewerkers in de ouderenzorg worden steeds meer geconfronteerd met personen met dementie. De behoefte aan adequate en actuele vorming is groot. De Expertisecentra Dementie Vlaanderen willen met deze uitgave daaraan tegemoetkomen.
Omgaan met dementie tracht aan de hand van vaak voorkomende en herkenbare situaties een gids te zijn. Het boek zoekt naar een goede praktijkvorming vanuit het oogpunt van de persoon met dementie, diens familie en de hulpverlener. Centraal staat attitudevorming.
Thema’s als omgaan met moeilijk hanteerbaar gedrag of omgaan met familieleden van mensen met dementie worden uitvoerig besproken. Concrete situatieschetsen zetten aan tot discussie waarbij verworven kennis, vaardigheden en attitudes naar de noodzakelijke basiscompetenties leiden. De bijgevoegde cd-rom laat toe om deze opleiding zelfstandig of in groep te doorlopen. Dit maakt Omgaan met dementie tot een geïntegreerd vormingsinstrument voor iedereen die betrokken is in de zorg voor en de begeleiding van mensen met dementie en hun omgeving.
Jurn Verschraegen is directeur van de Expertisecentra Dementie Vlaanderen. Hij publiceert geregeld in zijn vakgebied.
Georges De Corte is emeritus hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen. Zijn onderwijs-en onderzoeksactiviteiten zijn vooral gericht op digitaal ondersteund leren bij volwassenen op de werkplek.
Bernadette Van den Heuvel is verbonden aan het kabinet van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Zij is auteur van diverse publicaties rond ouderenzorg.
Omgaan met dementie (met interactieve cd-rom)
De vergrijzing van onze bevolking stelt ons voor nieuwe uitdagingen. Professionele medewerkers in de ouderenzorg worden steeds meer geconfronteerd met personen met dementie. De behoefte aan adequate en actuele vorming is groot. De Expertisecentra Dementie Vlaanderen willen met deze uitgave daaraan tegemoetkomen.
Omgaan met dementie tracht aan de hand van vaak voorkomende en herkenbare situaties een gids te zijn. Het boek zoekt naar een goede praktijkvorming vanuit het oogpunt van de persoon met dementie, diens familie en de hulpverlener. Centraal staat attitudevorming.
Thema’s als omgaan met moeilijk hanteerbaar gedrag of omgaan met familieleden van mensen met dementie worden uitvoerig besproken. Concrete situatieschetsen zetten aan tot discussie waarbij verworven kennis, vaardigheden en attitudes naar de noodzakelijke basiscompetenties leiden. De bijgevoegde cd-rom laat toe om deze opleiding zelfstandig of in groep te doorlopen. Dit maakt Omgaan met dementie tot een geïntegreerd vormingsinstrument voor iedereen die betrokken is in de zorg voor en de begeleiding van mensen met dementie en hun omgeving.
Jurn Verschraegen is directeur van de Expertisecentra Dementie Vlaanderen. Hij publiceert geregeld in zijn vakgebied.
Georges De Corte is emeritus hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen. Zijn onderwijs-en onderzoeksactiviteiten zijn vooral gericht op digitaal ondersteund leren bij volwassenen op de werkplek.
Bernadette Van den Heuvel is verbonden aan het kabinet van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Zij is auteur van diverse publicaties rond ouderenzorg.
Werken met een arbeidshandicap. Gids voor werkgevers
Het tewerkstellen van een medewerker met een arbeidshandicap doet heel
wat vragen rijzen. Wat is de meerwaarde voor een organisatie? Wat kan een
werkgever doen? Wat valt er te verwachten van een werknemer met een
arbeidshandicap? Waar is ondersteuning te vinden?
Op deze en vele andere vragen geeft deze praktische gids een antwoord.
Hij maakt de werkgever wegwijs in het tewerkstellen van een werknemer
met een arbeidshandicap, van de vacature tot en met de uitvoering van de
job. Bovendien informeert het boek over subsidies voor werknemers met
een arbeidshandicap, speciale vervoersmogelijkheden enz. Ook worden
zes tewerkstellingsprincipes nauwkeurig uitgewerkt. Tot slot volgen een
overzicht van expertorganisaties die extra ondersteuning bieden en een
checklist voor het uitschrijven van een duidelijke vacature.
Het boek wil bijdragen tot een divers personeelsbestand, waarbij ook werknemers
met een arbeidshandicap kunnen aantonen dat ze een meerwaarde
zijn voor organisaties, instellingen, bedrijven.
Mensen met een (visuele) beperking kunnen rechtstreeks bij uitgeverij Garant een pdf van het boek bestellen mits aanvaarding van de gebruiksvoorwaarden en betaling van de reguliere verkoopprijs.
Contact: info@garant.be of +32 (0)3 231 29 00
Dorien Meulenijzer is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan de
onderzoeksgroep Research[x]Design van het departement Architectuur, Faculteit
Ingenieurswetenschappen van KU Leuven.
Ann Heylighen is als hoogleraar verbonden aan de onderzoeksgroep
Research[x]Design van het departement Architectuur, Faculteit Ingenieurswetenschappen
van KU Leuven.
Maddy Janssens is als gewoon hoogleraar verbonden aan de onderzoeksgroep
‘Personeel & Organisatie’, Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen
van KU Leuven.
Werken met een arbeidshandicap. Gids voor werkgevers
Het tewerkstellen van een medewerker met een arbeidshandicap doet heel
wat vragen rijzen. Wat is de meerwaarde voor een organisatie? Wat kan een
werkgever doen? Wat valt er te verwachten van een werknemer met een
arbeidshandicap? Waar is ondersteuning te vinden?
Op deze en vele andere vragen geeft deze praktische gids een antwoord.
Hij maakt de werkgever wegwijs in het tewerkstellen van een werknemer
met een arbeidshandicap, van de vacature tot en met de uitvoering van de
job. Bovendien informeert het boek over subsidies voor werknemers met
een arbeidshandicap, speciale vervoersmogelijkheden enz. Ook worden
zes tewerkstellingsprincipes nauwkeurig uitgewerkt. Tot slot volgen een
overzicht van expertorganisaties die extra ondersteuning bieden en een
checklist voor het uitschrijven van een duidelijke vacature.
Het boek wil bijdragen tot een divers personeelsbestand, waarbij ook werknemers
met een arbeidshandicap kunnen aantonen dat ze een meerwaarde
zijn voor organisaties, instellingen, bedrijven.
Mensen met een (visuele) beperking kunnen rechtstreeks bij uitgeverij Garant een pdf van het boek bestellen mits aanvaarding van de gebruiksvoorwaarden en betaling van de reguliere verkoopprijs.
Contact: info@garant.be of +32 (0)3 231 29 00
Dorien Meulenijzer is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan de
onderzoeksgroep Research[x]Design van het departement Architectuur, Faculteit
Ingenieurswetenschappen van KU Leuven.
Ann Heylighen is als hoogleraar verbonden aan de onderzoeksgroep
Research[x]Design van het departement Architectuur, Faculteit Ingenieurswetenschappen
van KU Leuven.
Maddy Janssens is als gewoon hoogleraar verbonden aan de onderzoeksgroep
‘Personeel & Organisatie’, Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen
van KU Leuven.
Al kantelt de aarde. Hoe als christen staande blijven in deze wereld (Fracarita-reeks, nr. 5)
Het begin van de 21ste eeuw wordt beschreven als een tijd van grote expansies, maar ook van onverwachte crisissen en algemeen een groeiende vrees voor terrorisme die het maatschappelijk gebeuren meer en meer bezwaart. Nog nooit in de geschiedenis zijn er zo veel mensen op de vlucht geweest. Het is dus een tijd in beweging, maar ook een tijd van angst voor de toekomst!
Ieder reageert op zijn of haar manier op dit tijdsgebeuren. Sommigen zullen zich hullen in onverschilligheid, anderen kruipen weg binnen de muren van een veilig onderkomen. Sommigen vragen zich af of de religie een specifiek antwoord te bieden heeft. Beschikt een christen over een bijzondere kracht om boven deze moeilijkheden uit te stijgen? Opent de Schrift en de navolging van Christus heel eigen wegen om de dikwijls terechte vrees en angst te overwinnen?
Broeder Stockman probeert op deze vragen een antwoord te geven, vanuit een heel persoonlijke reflectie. Hij tracht het antwoord te vinden in een levensechte spiritualiteit, een herontdekken van Gods aanwezigheid in de volle realiteit van het leven. En hij gaat heel ver wanneer hij zich laat confronteren met de ultieme vraag rond de dood, die voor velen de grote taboe van het leven is geworden. Zijn besluit is: als mens weet ik mijn oorsprong en eigenlijk ook mijn bestemming. Dat moet voldoende zijn om de angst te overmeesteren, ook al kantelt de aarde.
René Stockman is de generale overste van de Broeders van Liefde. Hij begon zijn loopbaan aan het Instituut Guislain in Gent, waar hij onder meer conservator is van het Museum Guislain. Hij promoveerde in de maatschappelijke gezondheidszorg aan de KU Leuven en is nu ook gastdocent aan diverse universiteiten. De Fracarita-reeks is een initiatief van de Broeders van Liefde.
Al kantelt de aarde. Hoe als christen staande blijven in deze wereld (Fracarita-reeks, nr. 5)
Het begin van de 21ste eeuw wordt beschreven als een tijd van grote expansies, maar ook van onverwachte crisissen en algemeen een groeiende vrees voor terrorisme die het maatschappelijk gebeuren meer en meer bezwaart. Nog nooit in de geschiedenis zijn er zo veel mensen op de vlucht geweest. Het is dus een tijd in beweging, maar ook een tijd van angst voor de toekomst!
Ieder reageert op zijn of haar manier op dit tijdsgebeuren. Sommigen zullen zich hullen in onverschilligheid, anderen kruipen weg binnen de muren van een veilig onderkomen. Sommigen vragen zich af of de religie een specifiek antwoord te bieden heeft. Beschikt een christen over een bijzondere kracht om boven deze moeilijkheden uit te stijgen? Opent de Schrift en de navolging van Christus heel eigen wegen om de dikwijls terechte vrees en angst te overwinnen?
Broeder Stockman probeert op deze vragen een antwoord te geven, vanuit een heel persoonlijke reflectie. Hij tracht het antwoord te vinden in een levensechte spiritualiteit, een herontdekken van Gods aanwezigheid in de volle realiteit van het leven. En hij gaat heel ver wanneer hij zich laat confronteren met de ultieme vraag rond de dood, die voor velen de grote taboe van het leven is geworden. Zijn besluit is: als mens weet ik mijn oorsprong en eigenlijk ook mijn bestemming. Dat moet voldoende zijn om de angst te overmeesteren, ook al kantelt de aarde.
René Stockman is de generale overste van de Broeders van Liefde. Hij begon zijn loopbaan aan het Instituut Guislain in Gent, waar hij onder meer conservator is van het Museum Guislain. Hij promoveerde in de maatschappelijke gezondheidszorg aan de KU Leuven en is nu ook gastdocent aan diverse universiteiten. De Fracarita-reeks is een initiatief van de Broeders van Liefde.
“Thank you for tomorrow”. Zinnig aansluiten bij de leefwereld van jongeren
Jongeren. Iedereen lijkt wel iets van, voor of met hen te willen. Aan de jeugd
van vandaag wordt dan ook langs alle kanten geduwd en getrokken.
Dit boek draait het perspectief om en legt het oor te luisteren bij de jongeren
zelf. Op basis van een uitgebreide literatuurstudie en groepsgesprekken,
biedt de auteur in een eerste deel inkijk in de leefwereld van adolescenten
tijdens hun hobbelige parcours naar de volwassenheid. Het tweede deel
omvat beproefde strategieën, tips & tricks en heel wat praktijkvoorbeelden
voor wie met jongeren aan de slag wil.
Deze publicatie is inspirerend voor al wie jongeren beter wil begrijpen,
bereiken en op een zinvolle manier wil betrekken… zonder duwen en trekken.
Het boek schetst een breed opgezet literatuuronderzoek, aangevuld met focusgroep-gesprekken met jongeren. Bedoeling is om niet alleen een helikopterperspectief, maar ook diepte-inzicht te krijgen in de psyche en de wereld van de jongere. En daarin is het boek geslaagd. (bron: Sociaal.Net, recensie door Christien Broeckmans op 22/05/2017)
Ann Clé is master in de Agogische Wetenschappen en deed haar eerste beroepservaringen op in het Brusselse socio-culturele werkveld. In haar verdere loopbaan bleef ze steeds met één been in onderzoek en beleid staan, en met het andere in de praktijk, waaronder die van het jeugdwerk en het jeugdwelzijnswerk. Dit boek schreef ze in opdracht van deMens.nu aan de Vrije Universiteit Brussel.
“Thank you for tomorrow”. Zinnig aansluiten bij de leefwereld van jongeren
Jongeren. Iedereen lijkt wel iets van, voor of met hen te willen. Aan de jeugd
van vandaag wordt dan ook langs alle kanten geduwd en getrokken.
Dit boek draait het perspectief om en legt het oor te luisteren bij de jongeren
zelf. Op basis van een uitgebreide literatuurstudie en groepsgesprekken,
biedt de auteur in een eerste deel inkijk in de leefwereld van adolescenten
tijdens hun hobbelige parcours naar de volwassenheid. Het tweede deel
omvat beproefde strategieën, tips & tricks en heel wat praktijkvoorbeelden
voor wie met jongeren aan de slag wil.
Deze publicatie is inspirerend voor al wie jongeren beter wil begrijpen,
bereiken en op een zinvolle manier wil betrekken… zonder duwen en trekken.
Het boek schetst een breed opgezet literatuuronderzoek, aangevuld met focusgroep-gesprekken met jongeren. Bedoeling is om niet alleen een helikopterperspectief, maar ook diepte-inzicht te krijgen in de psyche en de wereld van de jongere. En daarin is het boek geslaagd. (bron: Sociaal.Net, recensie door Christien Broeckmans op 22/05/2017)
Ann Clé is master in de Agogische Wetenschappen en deed haar eerste beroepservaringen op in het Brusselse socio-culturele werkveld. In haar verdere loopbaan bleef ze steeds met één been in onderzoek en beleid staan, en met het andere in de praktijk, waaronder die van het jeugdwerk en het jeugdwelzijnswerk. Dit boek schreef ze in opdracht van deMens.nu aan de Vrije Universiteit Brussel.