Filter
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

‘Voltooid leven’. Themanummer Filosofie & Praktijk – Jrg. 42 (2021) nr. 4.

 15,00
Inmiddels heeft de nieuwe regeringsploeg op het bordes gestaan. Een van de hete hangijzers die daarbij op de achtergrond aanwezig waren betreft het conceptwetsvoorstel 'voltooid leven', ingediend door Pia Dijkstra namens regeringspartij D66. In dit nummer van F&P is er aandacht voor dit thema, met als uitgangspunt de bijdrage “Een liberale, humanistische kritiek op een ‘voltooid leven’-wet” door Kevin Yuill. Op deze tekst van een lezing die Yuill eind vorig jaar hield, volgen korte commentaren van Maarten Verkerk, Ton Vink, Annemarieke van der Woude en Suzanne van den Eynden. Het geheel wordt kort ingeleid door Theo Boer. De teksten van de oorspronkelijk in het Engels gehouden voordrachten zijn naar het Nederlands vertaald, onder toevoeging van enkele voetnoten.

In zijn Minima Philosophica “De gevolgen van het escapisme voor het natuurbeleid” gaat Jozef Keulartz in op de zich steeds meer opdringende vraag naar de rechtvaardiging van de bijzondere positie die de mens zichzelf toekent ten opzicht van de wereld van dier én plant. Hoe groot mag dat verschil zijn? Hoe klein mag je het maken?

Een enigszins vergelijkbare thematiek wordt aangesneden in “Ik kan het niet alleen”, de bijdrage aan dit nummer van Jan Bransen. “Het hyper-individualistische mensbeeld dat we ons sinds de Verlichting hebben eigengemaakt staat op gespannen voet met het fundamentele besef dat ieder van ons een buitengewoon klein en kwetsbaar deel is van iets dat ontzaglijk veel groter is dan onszelf, zowel in materiële, sociale als existentiële zin.” En die positie heeft consequenties: “Onze vanzelfsprekende levenstaak– dat ieder van ons het eigen leven op eigen kracht tot een succes moet maken – lijkt niet te realiseren in een wereld die onder crises gebukt gaat: de vluchtelingencrisis, wooncrisis, energiecrisis, coronacrisis, schuldencrisis, volksvertegenwoordigingscrisis, ‘fake news’-crisis, klimaatcrisis.'' Ter geruststelling kan Bransen aan de titel van dit artikel: Ik kan het niet alleen toevoegen: ''Gelukkig hoef ik het ook niet alleen.''

Daarna blijft ook Michiel Korthals met zijn bijdrage “Het bijzondere van een deugdzaam mens” in dezelfde thematische omgeving. Korthals schreef zijn bijdrage in het kader van een essaywedstrijd die de Vereniging van Ethici in Nederland uitschreef bij gelegenheid van haar 50-jarig bestaan. De opdracht en uitdaging waarop Korthals met zijn prijswinnende essay reageerde, luidde: “schrijf een filosofische verhandeling voor of tegen de claim dat over deugdzame mensen niets boeiends te melden valt”. Zijn bijdrage bevat “een goed tegenvoorbeeld voor de luie uitspraak dat het leven van deugdzame mensen saai en langdradig is”. Immers: “Eén voorbeeld is voldoende om die nergens op gebaseerde universele uitspraak te falsifiëren.”

De rubriek Signalementen vormt zoals gebruikelijk de afsluiting van F&P.

Ton Vink



Geen voorraad
Quick View

‘Voltooid leven’. Themanummer Filosofie & Praktijk – Jrg. 42 (2021) nr. 4.

 15,00
Inmiddels heeft de nieuwe regeringsploeg op het bordes gestaan. Een van de hete hangijzers die daarbij op de achtergrond aanwezig waren betreft het conceptwetsvoorstel 'voltooid leven', ingediend door Pia Dijkstra namens regeringspartij D66. In dit nummer van F&P is er aandacht voor dit thema, met als uitgangspunt de bijdrage “Een liberale, humanistische kritiek op een ‘voltooid leven’-wet” door Kevin Yuill. Op deze tekst van een lezing die Yuill eind vorig jaar hield, volgen korte commentaren van Maarten Verkerk, Ton Vink, Annemarieke van der Woude en Suzanne van den Eynden. Het geheel wordt kort ingeleid door Theo Boer. De teksten van de oorspronkelijk in het Engels gehouden voordrachten zijn naar het Nederlands vertaald, onder toevoeging van enkele voetnoten.

In zijn Minima Philosophica “De gevolgen van het escapisme voor het natuurbeleid” gaat Jozef Keulartz in op de zich steeds meer opdringende vraag naar de rechtvaardiging van de bijzondere positie die de mens zichzelf toekent ten opzicht van de wereld van dier én plant. Hoe groot mag dat verschil zijn? Hoe klein mag je het maken?

Een enigszins vergelijkbare thematiek wordt aangesneden in “Ik kan het niet alleen”, de bijdrage aan dit nummer van Jan Bransen. “Het hyper-individualistische mensbeeld dat we ons sinds de Verlichting hebben eigengemaakt staat op gespannen voet met het fundamentele besef dat ieder van ons een buitengewoon klein en kwetsbaar deel is van iets dat ontzaglijk veel groter is dan onszelf, zowel in materiële, sociale als existentiële zin.” En die positie heeft consequenties: “Onze vanzelfsprekende levenstaak– dat ieder van ons het eigen leven op eigen kracht tot een succes moet maken – lijkt niet te realiseren in een wereld die onder crises gebukt gaat: de vluchtelingencrisis, wooncrisis, energiecrisis, coronacrisis, schuldencrisis, volksvertegenwoordigingscrisis, ‘fake news’-crisis, klimaatcrisis.'' Ter geruststelling kan Bransen aan de titel van dit artikel: Ik kan het niet alleen toevoegen: ''Gelukkig hoef ik het ook niet alleen.''

Daarna blijft ook Michiel Korthals met zijn bijdrage “Het bijzondere van een deugdzaam mens” in dezelfde thematische omgeving. Korthals schreef zijn bijdrage in het kader van een essaywedstrijd die de Vereniging van Ethici in Nederland uitschreef bij gelegenheid van haar 50-jarig bestaan. De opdracht en uitdaging waarop Korthals met zijn prijswinnende essay reageerde, luidde: “schrijf een filosofische verhandeling voor of tegen de claim dat over deugdzame mensen niets boeiends te melden valt”. Zijn bijdrage bevat “een goed tegenvoorbeeld voor de luie uitspraak dat het leven van deugdzame mensen saai en langdradig is”. Immers: “Eén voorbeeld is voldoende om die nergens op gebaseerde universele uitspraak te falsifiëren.”

De rubriek Signalementen vormt zoals gebruikelijk de afsluiting van F&P.

Ton Vink



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Bedrijfskunde – de essentie (4e gewijzigde ed.)

 70,00
Wie de ambitie heeft om te gaan ondernemen of dat al doet, moet van vele markten op zijn minst een behoorlijke basiskennis hebben. Deze uitgave brengt die kennis bij elkaar. Na een inleidend hoofdstuk over wat ondernemen wil zeggen, overloopt ze één na één alle essentiële elementen, zoals belangrijke economische begrippen, vennootschapsvormen met speciale aandacht voor de ‘handelszaak’, boekhouding, jaarrekening, kostprijscalculatie, investering, budgettering, financiële analyse,… Een apart hoofdstuk is besteed aan het opstarten van een eigen onderneming.
De auteur voegt vele voorbeelden en cases toe. Zo wordt de jaarrekening besproken aan de hand van reële gegevens van een bestaand bedrijf.

“Dit boek lijkt dik, maar leest als een trein...”
Robin Demeeter, ondernemer pur sang

“Als je het reilen en zeilen van een onderneming wil kennen, is dit boek echt de moeite”
Prof. dr. Ronald Buyl

“Poelaert verstaat de kunst om concrete zaken in verband met de onderneming aan te brengen. Geen overbodige ballast ... alleen de kern van bedrijfseconomie wordt toegelicht. Het hoofdstuk over boekhouden en kostprijscalculatie is een juweeltje van pedagogische aanpak. Eerst kort de theorie en dan onmiddellijk toegepast in realistische cases.”
Francis Cornelis, boekhouder

“Dit boek puilt uit van concrete en toepasbare bedrijfskundige concepten. De opbouw van het boek is zodanig dat de lezer stap voor stap inzicht krijgt in de operationele en fnanciële werking van de onderneming. Kostprijscalculatie wordt vaak gezien als een moeilijke opdracht. Met dit boek krijgt de lezer tools in handen die het berekenen van kostprijzen van producten plots eenvoudig maken...”
Karel van den Berghe, bedrijfsleider Globis

“Een must voor elke verantwoordelijke manager...”
Lode Degeyter, algemeen directeur van de Hogeschool West-Vlaanderen

“Dit schitterende boek kan ik elke beginnende ondernemer aanraden.”
Steve Stevens, ondernemer en manager Durf Ondernemen UGent

“Beschouw dit werk maar als een referentie in de beginselen van bedrijfseconomie. De verdienste is vooral dat het boek elke ondernemer en manager zal weten te prikkelen: van economische concepten tot vennootschapsvormen over kostprijscalculatie en fnanciële analyse van de onderneming. Alles wordt in een bevattelijke taal concreet en helder gebracht. Een aanrader...”
Kurt Cofyn, Chief Operating Ofcer Cargill

“Ondernemen is risico durven nemen. Ondernemen is durven buiten de lijntjes kleuren. Ondernemen vereist daarnaast ook grondige kennis van de economische context waarbinnen men opereert. Verder is men het aan zichzelf verplicht om een minimum aan fnanciële bagage te hebben. Dit vlot geschreven boek helpt je moeiteloos op weg...”
Pol Descamps, oud-directeur-beheerder eigenaar Barco Industries

“Bedrijfskunde is een breed studiegebied. Poelaert is erin geslaagd om de 5 kernaspecten ervan duidelijk en helder te belichten. De cases geven duidelijk inzicht in soms complexe vraagstukken...”
Dirk Laverge, docent economie aan de Hogeschool West-Vlaanderen

-- Heb jij de nodige ondernemersvaardigheden? Test het in dit boek.

Moet ik echt een bvba’tje opzetten of doe ik gewoon een eenmanszaak? Is een eenmanszaak belast via de personenbelasting of via de vennootschapsbelasting?

Hoe lees ik een balans? En een resultatenrekening?

Hoe wordt de winst in de onderneming uiteindelijk “bestemd”?

Afschrijven? Waarom doet men dat? Wat is het nut voor de vennootschap ervan? Waarom zijn afschrijvingskosten geen kaskosten en zijn kosten van huur dat wel?

Als ik als ondernemer iemand aanneem als bediende, wat is dan grosso modo de kost van die persoon voor de onderneming?

Ik maak in mijn onderneming winst kwartaal na kwartaal. Toch staat er op de bankrekening van de onderneming onvoldoende geld. Hoe komt dat toch?

Ik wil een onderneming starten en heb schrik van alle administratieve rompslomp. Waar kan ik terecht?

Hoe kan ik als ondernemer beter mijn boekhouder begrijpen, opvolgen en zelfs kritisch “teasen”?

Moet ik echt een boekhouding kunnen voeren om te ondernemen?

Ik wil investeren in een machine. Hoe bereken ik het rendement van mijn investering?

Hoe kan ik als ondernemer de kost van mijn producten/diensten/departementen berekenen?

Het zijn allemaal praktische vragen waarop je in dit boek een helder antwoord krijgt.



.Ludo Poelaert</b is professor bedrijfseconomie, bedrijfsmanagement en ondernemerschap aan de UGent, faculteit Toegepaste Wetenschappen.

Tevens staat hij met beide voeten in het bedrijfsleven en leidt hij een onderneming die zich toespitst op het coachen van managers en zelfstandigen. De ervaring hiervoor haalde hij uit zijn verleden als manager in diverse topondernemingen, zoals Apple Computer, Air Belgium, Adecco en Barry Callebaut.

Ludo deed ervaring op als verkoper, business unit manager, algemeen directeur, vicepresident en afgevaardigd bestuurder. Zo leerde hij het “management metier” door en door kennen.

In navolging van zijn eerste boek “Financieel beheer voor managers”, eveneens uitgegeven door Garant, schreef hij dit basiswerk Bedrijfskunde | De essentie.

Quick View

Bedrijfskunde – de essentie (4e gewijzigde ed.)

 70,00
Wie de ambitie heeft om te gaan ondernemen of dat al doet, moet van vele markten op zijn minst een behoorlijke basiskennis hebben. Deze uitgave brengt die kennis bij elkaar. Na een inleidend hoofdstuk over wat ondernemen wil zeggen, overloopt ze één na één alle essentiële elementen, zoals belangrijke economische begrippen, vennootschapsvormen met speciale aandacht voor de ‘handelszaak’, boekhouding, jaarrekening, kostprijscalculatie, investering, budgettering, financiële analyse,… Een apart hoofdstuk is besteed aan het opstarten van een eigen onderneming.
De auteur voegt vele voorbeelden en cases toe. Zo wordt de jaarrekening besproken aan de hand van reële gegevens van een bestaand bedrijf.

“Dit boek lijkt dik, maar leest als een trein...”
Robin Demeeter, ondernemer pur sang

“Als je het reilen en zeilen van een onderneming wil kennen, is dit boek echt de moeite”
Prof. dr. Ronald Buyl

“Poelaert verstaat de kunst om concrete zaken in verband met de onderneming aan te brengen. Geen overbodige ballast ... alleen de kern van bedrijfseconomie wordt toegelicht. Het hoofdstuk over boekhouden en kostprijscalculatie is een juweeltje van pedagogische aanpak. Eerst kort de theorie en dan onmiddellijk toegepast in realistische cases.”
Francis Cornelis, boekhouder

“Dit boek puilt uit van concrete en toepasbare bedrijfskundige concepten. De opbouw van het boek is zodanig dat de lezer stap voor stap inzicht krijgt in de operationele en fnanciële werking van de onderneming. Kostprijscalculatie wordt vaak gezien als een moeilijke opdracht. Met dit boek krijgt de lezer tools in handen die het berekenen van kostprijzen van producten plots eenvoudig maken...”
Karel van den Berghe, bedrijfsleider Globis

“Een must voor elke verantwoordelijke manager...”
Lode Degeyter, algemeen directeur van de Hogeschool West-Vlaanderen

“Dit schitterende boek kan ik elke beginnende ondernemer aanraden.”
Steve Stevens, ondernemer en manager Durf Ondernemen UGent

“Beschouw dit werk maar als een referentie in de beginselen van bedrijfseconomie. De verdienste is vooral dat het boek elke ondernemer en manager zal weten te prikkelen: van economische concepten tot vennootschapsvormen over kostprijscalculatie en fnanciële analyse van de onderneming. Alles wordt in een bevattelijke taal concreet en helder gebracht. Een aanrader...”
Kurt Cofyn, Chief Operating Ofcer Cargill

“Ondernemen is risico durven nemen. Ondernemen is durven buiten de lijntjes kleuren. Ondernemen vereist daarnaast ook grondige kennis van de economische context waarbinnen men opereert. Verder is men het aan zichzelf verplicht om een minimum aan fnanciële bagage te hebben. Dit vlot geschreven boek helpt je moeiteloos op weg...”
Pol Descamps, oud-directeur-beheerder eigenaar Barco Industries

“Bedrijfskunde is een breed studiegebied. Poelaert is erin geslaagd om de 5 kernaspecten ervan duidelijk en helder te belichten. De cases geven duidelijk inzicht in soms complexe vraagstukken...”
Dirk Laverge, docent economie aan de Hogeschool West-Vlaanderen

-- Heb jij de nodige ondernemersvaardigheden? Test het in dit boek.

Moet ik echt een bvba’tje opzetten of doe ik gewoon een eenmanszaak? Is een eenmanszaak belast via de personenbelasting of via de vennootschapsbelasting?

Hoe lees ik een balans? En een resultatenrekening?

Hoe wordt de winst in de onderneming uiteindelijk “bestemd”?

Afschrijven? Waarom doet men dat? Wat is het nut voor de vennootschap ervan? Waarom zijn afschrijvingskosten geen kaskosten en zijn kosten van huur dat wel?

Als ik als ondernemer iemand aanneem als bediende, wat is dan grosso modo de kost van die persoon voor de onderneming?

Ik maak in mijn onderneming winst kwartaal na kwartaal. Toch staat er op de bankrekening van de onderneming onvoldoende geld. Hoe komt dat toch?

Ik wil een onderneming starten en heb schrik van alle administratieve rompslomp. Waar kan ik terecht?

Hoe kan ik als ondernemer beter mijn boekhouder begrijpen, opvolgen en zelfs kritisch “teasen”?

Moet ik echt een boekhouding kunnen voeren om te ondernemen?

Ik wil investeren in een machine. Hoe bereken ik het rendement van mijn investering?

Hoe kan ik als ondernemer de kost van mijn producten/diensten/departementen berekenen?

Het zijn allemaal praktische vragen waarop je in dit boek een helder antwoord krijgt.



.Ludo Poelaert</b is professor bedrijfseconomie, bedrijfsmanagement en ondernemerschap aan de UGent, faculteit Toegepaste Wetenschappen.

Tevens staat hij met beide voeten in het bedrijfsleven en leidt hij een onderneming die zich toespitst op het coachen van managers en zelfstandigen. De ervaring hiervoor haalde hij uit zijn verleden als manager in diverse topondernemingen, zoals Apple Computer, Air Belgium, Adecco en Barry Callebaut.

Ludo deed ervaring op als verkoper, business unit manager, algemeen directeur, vicepresident en afgevaardigd bestuurder. Zo leerde hij het “management metier” door en door kennen.

In navolging van zijn eerste boek “Financieel beheer voor managers”, eveneens uitgegeven door Garant, schreef hij dit basiswerk Bedrijfskunde | De essentie.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Themanr Kleio jrg. 51 nr. 1/2. (jan.-apr.2022). Feestnummer bis. Vijftig jaar Kleio!

 10,00
Feestnummer bis

Kleio's gouden jubileum resulteerde vorige jaargang in een themanummer, dat hier een vervolg krijgt.

Met de rubriek 'In de spits' bieden we ook in dit nummer zicht op belangrijke recente tendensen in het brede domein van de klassieke studies: mentaliteitsgeschiedenis in een wereld van 'woke', huidige trends in de studie van de retoriek van de Romeinse late republiek, aandacht voor valentiegrammatica, typologie en computationele benaderingen in de Griekse taalkunde, hoe de papyroloog op de digitale trein is gestapt, evoluties in het onderzoek naar de interpretatiegeschiedenis van het Romeins recht aan middeleeuwse en vroegmoderne universiteiten, hoe geografische computertechnieken onze kennis over Romeinse wegenbouw verrijken, hoe de Neolatijnse studies ons o.a. verrassen met literaire creaties in genres als het epos en de science fiction, hoe receptiegeschiedenis vandaag de vinger legt op eeuwenlang gebruik van de klassieken ter promotie van een eurocentrisch wereldbeeld en tegelijk een nieuw, ruimer perspectief biedt.

De rubriek 'Onbekend, onbemind' promoot teksten die niet tot de typische schoolcanon behoren. Ook het artikel van Tom Ingelbrecht over de Narcissus van John Clapham sluit daarbij aan. In het luik 'Publieke stemmen' geven prominente deelnemers aan het cultureel-maatschappelijk debat mee hoe ze vandaag tegen de klassieken als discipline en als schoolvak aankijken. De klassieke talen en antieke culturen blijven duidelijk inspireren.

Koen Vandendriessche



Geen voorraad
Quick View

Themanr Kleio jrg. 51 nr. 1/2. (jan.-apr.2022). Feestnummer bis. Vijftig jaar Kleio!

 10,00
Feestnummer bis

Kleio's gouden jubileum resulteerde vorige jaargang in een themanummer, dat hier een vervolg krijgt.

Met de rubriek 'In de spits' bieden we ook in dit nummer zicht op belangrijke recente tendensen in het brede domein van de klassieke studies: mentaliteitsgeschiedenis in een wereld van 'woke', huidige trends in de studie van de retoriek van de Romeinse late republiek, aandacht voor valentiegrammatica, typologie en computationele benaderingen in de Griekse taalkunde, hoe de papyroloog op de digitale trein is gestapt, evoluties in het onderzoek naar de interpretatiegeschiedenis van het Romeins recht aan middeleeuwse en vroegmoderne universiteiten, hoe geografische computertechnieken onze kennis over Romeinse wegenbouw verrijken, hoe de Neolatijnse studies ons o.a. verrassen met literaire creaties in genres als het epos en de science fiction, hoe receptiegeschiedenis vandaag de vinger legt op eeuwenlang gebruik van de klassieken ter promotie van een eurocentrisch wereldbeeld en tegelijk een nieuw, ruimer perspectief biedt.

De rubriek 'Onbekend, onbemind' promoot teksten die niet tot de typische schoolcanon behoren. Ook het artikel van Tom Ingelbrecht over de Narcissus van John Clapham sluit daarbij aan. In het luik 'Publieke stemmen' geven prominente deelnemers aan het cultureel-maatschappelijk debat mee hoe ze vandaag tegen de klassieken als discipline en als schoolvak aankijken. De klassieke talen en antieke culturen blijven duidelijk inspireren.

Koen Vandendriessche



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

DJDJD. Een pilootstudie van een vragenlijst over denken, weten en waarheid

 18,50
DJDJD is de afkorting van de Dacht Je Dat Je Dacht-vragenlijst, waarbij men uitgedaagd wordt om te denken over denken. Mensen gaan er vaak vanuit dat ze goed denken en staan er niet bij stil dat ze denkfouten zouden maken. Velen beseffen zelfs niet dat je kan denken over denken!
DJDJD gaat niet zozeer over welke denkfouten je zelf maakt… als je dat al kan weten van jezelf. De lijst trekt met zijn 50 items vooral na hoe je denkt over denken. Met DJDJD kan je denkfouten leren erkennen en herkennen en leer je waarheid en vooral onwaarheid te vinden. Twijfelen mag! Er is zelfs een twijfelanalyse beschikbaar.
DJDJD verwijst natuurlijk naar het boek Dacht je dat je dacht? van Jos Peeters, maar het is niet noodzakelijk het bij de hand te nemen, al kan dat wel helpen. In DJDJD worden trouwens ook zaken aangesneden die niet in het boek staan.
Via een beperkte pilootstudie werd de lijst onderzocht zodat ieder ook zijn score kan vergelijken. DJDJD is voor ieder denkend mens geschikt! Het boek is er niet alleen voor diagnostisch aangelegde psychologen en filosofen maar is nuttig voor scholieren in het middelbaar onderwijs tot academici van allerlei slag en van krantenlezers en journalisten tot psychotherapeuten.
'DJDJD' en 'Dacht je dat je dacht' zijn ook als set te koop.

Jos Peeters, Leuven, is diagnostisch, therapeutisch en gerechtelijk psycholoog. Hij werkte jarenlang in het Jongerencentrum Cidar, een diagnostisch centrumin het jongerenwelzijn. Hij geraakte meer en meer gefascineerd door de wereld van denken, weten en waarheid. In 2016 verscheen van hem het boek Dacht je dat je dacht? (Garant).

Quick View

DJDJD. Een pilootstudie van een vragenlijst over denken, weten en waarheid

 18,50
DJDJD is de afkorting van de Dacht Je Dat Je Dacht-vragenlijst, waarbij men uitgedaagd wordt om te denken over denken. Mensen gaan er vaak vanuit dat ze goed denken en staan er niet bij stil dat ze denkfouten zouden maken. Velen beseffen zelfs niet dat je kan denken over denken!
DJDJD gaat niet zozeer over welke denkfouten je zelf maakt… als je dat al kan weten van jezelf. De lijst trekt met zijn 50 items vooral na hoe je denkt over denken. Met DJDJD kan je denkfouten leren erkennen en herkennen en leer je waarheid en vooral onwaarheid te vinden. Twijfelen mag! Er is zelfs een twijfelanalyse beschikbaar.
DJDJD verwijst natuurlijk naar het boek Dacht je dat je dacht? van Jos Peeters, maar het is niet noodzakelijk het bij de hand te nemen, al kan dat wel helpen. In DJDJD worden trouwens ook zaken aangesneden die niet in het boek staan.
Via een beperkte pilootstudie werd de lijst onderzocht zodat ieder ook zijn score kan vergelijken. DJDJD is voor ieder denkend mens geschikt! Het boek is er niet alleen voor diagnostisch aangelegde psychologen en filosofen maar is nuttig voor scholieren in het middelbaar onderwijs tot academici van allerlei slag en van krantenlezers en journalisten tot psychotherapeuten.
'DJDJD' en 'Dacht je dat je dacht' zijn ook als set te koop.

Jos Peeters, Leuven, is diagnostisch, therapeutisch en gerechtelijk psycholoog. Hij werkte jarenlang in het Jongerencentrum Cidar, een diagnostisch centrumin het jongerenwelzijn. Hij geraakte meer en meer gefascineerd door de wereld van denken, weten en waarheid. In 2016 verscheen van hem het boek Dacht je dat je dacht? (Garant).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Hoop in filosofisch perspectief – Filosofie & Praktijk jg 42 nr. 3 (2021)

 15,00
Dit derde nummer van F&P in de jaargang 42 is een themanummer, gewijd aan de betekenis van hoop en wordt gevuld door de bijdragen aan het symposium Hoop in filosofisch perspectief georganiseerd door de Vereniging van Ethici in Nederland (VvEN). Het symposium vond plaats op vrijdag 1 oktober 2021 in Utrecht, en aldaar presenteerden Roel Kuiper, Claudia Blöser, Willem Lemmens en Justine van Lawick hun lezingen over hoop.

De verschillende bijdragen aan het symposium worden ingeleid door Heleen Torringa, bestuurslid van de VvEN, in haar introductie “Thema Hoop, of: Waarom je van filosofie kunt houden” en een ander VvEN-bestuurslid, Eric Boot, verzorgt een uitgebreide invulling van de rubriek Minima Philosophica met “Een apologie voor het coronatoegangsbewijs”, tevens relevant voor andere coronamaatregelen.

Alvorens dit nummer van F&P wordt besloten door de gebruikelijke rubriek “Signalementen” is er nóg een bijdrage van een VvEN-bestuurslid, een boekbespreking “De benen van rabbi Hillel”, een bespreking van De getemde mens. Waar komt (volgens u) onze moraal vandaan?, onder redactie van Martin Harlaar. De bespreking is meer precies van de hand van een voormalig bestuurslid van de VvEN, tevens voormalig redactielid van F&P: Patrick Delaere. Op 2 november j.l. overleed Patrick na een kort en hevig ziekbed op 67-jarige leeftijd. De redactie zal zijn inbreng met zekerheid missen, maar wenst eerst en vooral de familie van Patrick veel sterkte toe met dit verlies dat een voortijdig eind aan veel plannen betekent. Graag verwijst de redactie naar het In Memoriam in dit nummer van F&P, gewijd aan deze Homo viator of “wegaflegger, levenswandelaar, passant”.



Geen voorraad
Quick View

Hoop in filosofisch perspectief – Filosofie & Praktijk jg 42 nr. 3 (2021)

 15,00
Dit derde nummer van F&P in de jaargang 42 is een themanummer, gewijd aan de betekenis van hoop en wordt gevuld door de bijdragen aan het symposium Hoop in filosofisch perspectief georganiseerd door de Vereniging van Ethici in Nederland (VvEN). Het symposium vond plaats op vrijdag 1 oktober 2021 in Utrecht, en aldaar presenteerden Roel Kuiper, Claudia Blöser, Willem Lemmens en Justine van Lawick hun lezingen over hoop.

De verschillende bijdragen aan het symposium worden ingeleid door Heleen Torringa, bestuurslid van de VvEN, in haar introductie “Thema Hoop, of: Waarom je van filosofie kunt houden” en een ander VvEN-bestuurslid, Eric Boot, verzorgt een uitgebreide invulling van de rubriek Minima Philosophica met “Een apologie voor het coronatoegangsbewijs”, tevens relevant voor andere coronamaatregelen.

Alvorens dit nummer van F&P wordt besloten door de gebruikelijke rubriek “Signalementen” is er nóg een bijdrage van een VvEN-bestuurslid, een boekbespreking “De benen van rabbi Hillel”, een bespreking van De getemde mens. Waar komt (volgens u) onze moraal vandaan?, onder redactie van Martin Harlaar. De bespreking is meer precies van de hand van een voormalig bestuurslid van de VvEN, tevens voormalig redactielid van F&P: Patrick Delaere. Op 2 november j.l. overleed Patrick na een kort en hevig ziekbed op 67-jarige leeftijd. De redactie zal zijn inbreng met zekerheid missen, maar wenst eerst en vooral de familie van Patrick veel sterkte toe met dit verlies dat een voortijdig eind aan veel plannen betekent. Graag verwijst de redactie naar het In Memoriam in dit nummer van F&P, gewijd aan deze Homo viator of “wegaflegger, levenswandelaar, passant”.



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De geneeskunde in de bloeitijd van de scholastiek, 1200-1347 (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 16)

 25,00
Dit cahier handelt over de medische geschiedenis in de bloeitijd van de scholastiek (1200-1347) en bestaat uit drie delen. Deel één focust op de universitaire scholastische leermethode voor de kandidaat-medicus. Deze methode wordt aan de hand van voorbeelden belicht (het oog, de vrouwelijke borst, de overdracht van ziekten). Na de dertiende-eeuwse encyclopedisten richten we ons naar de medicus Bernard van Gordon en de chirurg Hendrik van Mondeville, die beiden rond 1300 een belangrijk medisch boek nalieten. Deel twee behandelt de zorg voor de zieke mens en het dode lichaam. De volgende onderwerpen komen aan bod: de preventieve zorg, de diversiteit van de Vlaamse vrouwen betrokken in de ziekenzorg, de getuigenissen van twee patiënten, de hongersnood van 1315-1317 en ten slotte de verscheidene zorgmethodes voor het dode lichaam. Deel drie begeeft zich met de volgende topics naar de ‘franjes’ van de geneeskunde: een encyclopedist die de medici onbekwaam acht, verscheidene legenden die de spot drijven met belangrijke artsen uit de oudheid, uitspraken van het kerkelijk recht over de mannelijke impotentie en ten slotte de prille verschijning van het vrouwelijke decolleté.



Johan R. Boelaert was internist-nefroloog (KU Leuven en Parijs). Hij werkte als clinicus in het Brugse St-Janshospitaal (AZ St-Jan). Hij bouwde er ook een afdeling infectieziekten uit en verrichtte onderzoek over infectieziekten bij dialysepatiënten en over HIV. Hij is actief in de Brugse medisch-historische werkgroep ‘Montanus’. Hij schreef onder meer Zes eeuwen infectie in Brugge, 1200-1800 (2011, Leuven) en verzorgde vier cahiers uit deze reeks (nummers 3, 6, 12 en 14).

Quick View

De geneeskunde in de bloeitijd van de scholastiek, 1200-1347 (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 16)

 25,00
Dit cahier handelt over de medische geschiedenis in de bloeitijd van de scholastiek (1200-1347) en bestaat uit drie delen. Deel één focust op de universitaire scholastische leermethode voor de kandidaat-medicus. Deze methode wordt aan de hand van voorbeelden belicht (het oog, de vrouwelijke borst, de overdracht van ziekten). Na de dertiende-eeuwse encyclopedisten richten we ons naar de medicus Bernard van Gordon en de chirurg Hendrik van Mondeville, die beiden rond 1300 een belangrijk medisch boek nalieten. Deel twee behandelt de zorg voor de zieke mens en het dode lichaam. De volgende onderwerpen komen aan bod: de preventieve zorg, de diversiteit van de Vlaamse vrouwen betrokken in de ziekenzorg, de getuigenissen van twee patiënten, de hongersnood van 1315-1317 en ten slotte de verscheidene zorgmethodes voor het dode lichaam. Deel drie begeeft zich met de volgende topics naar de ‘franjes’ van de geneeskunde: een encyclopedist die de medici onbekwaam acht, verscheidene legenden die de spot drijven met belangrijke artsen uit de oudheid, uitspraken van het kerkelijk recht over de mannelijke impotentie en ten slotte de prille verschijning van het vrouwelijke decolleté.



Johan R. Boelaert was internist-nefroloog (KU Leuven en Parijs). Hij werkte als clinicus in het Brugse St-Janshospitaal (AZ St-Jan). Hij bouwde er ook een afdeling infectieziekten uit en verrichtte onderzoek over infectieziekten bij dialysepatiënten en over HIV. Hij is actief in de Brugse medisch-historische werkgroep ‘Montanus’. Hij schreef onder meer Zes eeuwen infectie in Brugge, 1200-1800 (2011, Leuven) en verzorgde vier cahiers uit deze reeks (nummers 3, 6, 12 en 14).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Aandachtige betrokkenheid als pedagogische grondhouding – Een onderzoek naar de pedagogische betekenis van aandachtige betrokkenheid in onderwijs

 32,50
Wat bedoelen we als we zeggen dat we aandachtig betrokken zijn bij een kind? En wat is de pedagogische betekenis van die ‘aandachtige betrokkenheid’? In dit boek reikt Lisette Bastiaansen antwoorden aan op vragen over aandacht en betrokkenheid in relatie tot de pedagogische dimensie van onderwijs.
Geïnspireerd door een theorie van presentie en door het werk van een aantal grote pedagogen formuleert ze allereerst een theorie van ‘aandachtige betrokkenheid’.
Daarbij laat ze zien dat ‘aandachtige betrokkenheid’ in de basis drie verschillende aandachtsbewegingen kent. Kern van het boek vormen vijftien in onderwijspraktijken opgetekende portretten van ‘aandachtige betrokkenheid’. In en langs deze portretten laat Lisette Bastiaansen zien hoe ‘aandachtige betrokkenheid’ zich in de praktijk van alledag manifesteert. Ook brengt ze in beeld wat het van leraren en leidinggevenden vraagt om aandachtig betrokken te kunnen zijn. Tot slot geeft ze aan wat ‘aandachtige betrokkenheid’ pedagogisch gezien kan brengen.
In haar betoog laat Bastiaansen zien dat ‘aandachtige betrokkenheid’ een zachte kracht betreft. Deze zachte kracht wordt gebouwd op een grondtoon van kleine, op het eerste gezicht haast onzichtbare kruimels van aandacht en betrokkenheid. Liefdevol ruimte makend, wakker aanwezig en tegelijkertijd afscheidend begrenzend, lukt het de aandachtig betrokken leraar om de leerling uit te nodigen en uit te dagen de eigen zelfstandigheid en vrijheid op te pakken. Kortom, ‘aandachtige betrokkenheid’ kan beschouwd worden als dé pedagogische grondhouding van leraren.


Lisette Bastiaansen doet al geruime tijd onderzoek naar ‘aandachtige betrokkenheid’. Naast haar onderzoekswerk begeleidt ze mensen en organisaties bij hun pedagogische opdracht en werkt ze als toezichthouder. Ook is ze als bestuurslid erbonden aan het Relation Centered Education Network, een wereldwijd netwerk van onderzoekers en beleidsmakers die de menselijke relatie binnen onderwijs willen verbeteren en versterken.

Quick View

Aandachtige betrokkenheid als pedagogische grondhouding – Een onderzoek naar de pedagogische betekenis van aandachtige betrokkenheid in onderwijs

 32,50
Wat bedoelen we als we zeggen dat we aandachtig betrokken zijn bij een kind? En wat is de pedagogische betekenis van die ‘aandachtige betrokkenheid’? In dit boek reikt Lisette Bastiaansen antwoorden aan op vragen over aandacht en betrokkenheid in relatie tot de pedagogische dimensie van onderwijs.
Geïnspireerd door een theorie van presentie en door het werk van een aantal grote pedagogen formuleert ze allereerst een theorie van ‘aandachtige betrokkenheid’.
Daarbij laat ze zien dat ‘aandachtige betrokkenheid’ in de basis drie verschillende aandachtsbewegingen kent. Kern van het boek vormen vijftien in onderwijspraktijken opgetekende portretten van ‘aandachtige betrokkenheid’. In en langs deze portretten laat Lisette Bastiaansen zien hoe ‘aandachtige betrokkenheid’ zich in de praktijk van alledag manifesteert. Ook brengt ze in beeld wat het van leraren en leidinggevenden vraagt om aandachtig betrokken te kunnen zijn. Tot slot geeft ze aan wat ‘aandachtige betrokkenheid’ pedagogisch gezien kan brengen.
In haar betoog laat Bastiaansen zien dat ‘aandachtige betrokkenheid’ een zachte kracht betreft. Deze zachte kracht wordt gebouwd op een grondtoon van kleine, op het eerste gezicht haast onzichtbare kruimels van aandacht en betrokkenheid. Liefdevol ruimte makend, wakker aanwezig en tegelijkertijd afscheidend begrenzend, lukt het de aandachtig betrokken leraar om de leerling uit te nodigen en uit te dagen de eigen zelfstandigheid en vrijheid op te pakken. Kortom, ‘aandachtige betrokkenheid’ kan beschouwd worden als dé pedagogische grondhouding van leraren.


Lisette Bastiaansen doet al geruime tijd onderzoek naar ‘aandachtige betrokkenheid’. Naast haar onderzoekswerk begeleidt ze mensen en organisaties bij hun pedagogische opdracht en werkt ze als toezichthouder. Ook is ze als bestuurslid erbonden aan het Relation Centered Education Network, een wereldwijd netwerk van onderzoekers en beleidsmakers die de menselijke relatie binnen onderwijs willen verbeteren en versterken.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Zonder zorgen ouder worden – Basisthema’s voor jong en oud

 19,50
Zonder zorgen ouder worden, dat willen we allemaal, maar toch blijkt dat niet evident te zijn. Van jongs af aan maken we ons over allerlei zaken zorgen en dit vaak omdat we niet voldoende op de hoogte zijn. Een goede kennis van en meer informatie over de belangrijke levensthema’s kan hierbij helpen en ons de rust brengen die we allemaal verdienen.
Uniek aan dit boek is dat het de verschillende basisthema’s bundelt en behandelt, zoals: familieconflicten vermijden en oplossen; de woonvorm als starter en op het verdere levenspad; levenslang leren; jouw keuzes voor je welbevinden, bij wilsonbekwaamheid, bij het levenseinde en erna; je financiële regie in eigen handen, enz.
Met heel wat weetjes en 190 tips voor jong en oud.


Claudia De Groot is juriste en human resources manager. In het verleden was ze belastingadviseur en had ze een bemiddelingspraktijk voor conflicten bij het ouder worden. Haar passie voor de thema’s van het zonder zorgen ouder worden deelt ze als auteur en als spreker bij lezingen. Zij is grote fan van het levenslang leren, minnelijke oplossingen bij familiale conflicten en van een mooi afscheid. Als alleenstaande ouder met kinderen van de Millennialen Z-generatie en met familie en vrienden in verschillende levensfasen beseft ze ten volle het belang van de basisthema’s voor jong en oud.

Quick View

Zonder zorgen ouder worden – Basisthema’s voor jong en oud

 19,50
Zonder zorgen ouder worden, dat willen we allemaal, maar toch blijkt dat niet evident te zijn. Van jongs af aan maken we ons over allerlei zaken zorgen en dit vaak omdat we niet voldoende op de hoogte zijn. Een goede kennis van en meer informatie over de belangrijke levensthema’s kan hierbij helpen en ons de rust brengen die we allemaal verdienen.
Uniek aan dit boek is dat het de verschillende basisthema’s bundelt en behandelt, zoals: familieconflicten vermijden en oplossen; de woonvorm als starter en op het verdere levenspad; levenslang leren; jouw keuzes voor je welbevinden, bij wilsonbekwaamheid, bij het levenseinde en erna; je financiële regie in eigen handen, enz.
Met heel wat weetjes en 190 tips voor jong en oud.


Claudia De Groot is juriste en human resources manager. In het verleden was ze belastingadviseur en had ze een bemiddelingspraktijk voor conflicten bij het ouder worden. Haar passie voor de thema’s van het zonder zorgen ouder worden deelt ze als auteur en als spreker bij lezingen. Zij is grote fan van het levenslang leren, minnelijke oplossingen bij familiale conflicten en van een mooi afscheid. Als alleenstaande ouder met kinderen van de Millennialen Z-generatie en met familie en vrienden in verschillende levensfasen beseft ze ten volle het belang van de basisthema’s voor jong en oud.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Implementatiegids voor innovaties in het onderwijs

 17,50
De innovatie is te veel werk voor de school, Leerkrachten zijn niet gemotiveerd om de innovatie te gebruiken, Binnen de school worden leerkrachten onvoldoende ondersteund bij de invoering van de vernieuwing, … Dit zijn ongetwijfeld enkele van de problemen waar je als schoolinterne of -externe professional betrokken bij de implementatie van schoolse innovaties mee vertrouwd bent. Hoewel er heel wat effectieve (preventieve of welzijnsbevorderende) schoolse innovaties bestaan, zijn professionals en onderzoekers het erover eens dat ze hun doelstellingen niet steeds bereiken. Dit is onder meer het gevolg van een ontoereikende implementatie.
In deze gids krijg je per fase van de implementatie (adoptie, invoering en borging) een overzicht van concrete adviezen en good practices uit de Vlaamse praktijk om als professional de implementatie van innovaties in de school te faciliteren. De gids is bedoeld voor elke (schoolinterne of -externe) trainer, coach, procesbegeleider, directeur, zorgcoördinator, leerkracht, … betrokken bij het implementatieproces.


Dr. Geertje Leflot is lector en praktijkonderzoeker bij de opleiding Toegepaste Psychologie aan Thomas More Hogeschool Antwerpen-Mechelen vzw. Haar onderwijs en onderzoek is gericht op de implementatie en effectiviteit van (preventieve) schoolse innovaties.

Quick View

Implementatiegids voor innovaties in het onderwijs

 17,50
De innovatie is te veel werk voor de school, Leerkrachten zijn niet gemotiveerd om de innovatie te gebruiken, Binnen de school worden leerkrachten onvoldoende ondersteund bij de invoering van de vernieuwing, … Dit zijn ongetwijfeld enkele van de problemen waar je als schoolinterne of -externe professional betrokken bij de implementatie van schoolse innovaties mee vertrouwd bent. Hoewel er heel wat effectieve (preventieve of welzijnsbevorderende) schoolse innovaties bestaan, zijn professionals en onderzoekers het erover eens dat ze hun doelstellingen niet steeds bereiken. Dit is onder meer het gevolg van een ontoereikende implementatie.
In deze gids krijg je per fase van de implementatie (adoptie, invoering en borging) een overzicht van concrete adviezen en good practices uit de Vlaamse praktijk om als professional de implementatie van innovaties in de school te faciliteren. De gids is bedoeld voor elke (schoolinterne of -externe) trainer, coach, procesbegeleider, directeur, zorgcoördinator, leerkracht, … betrokken bij het implementatieproces.


Dr. Geertje Leflot is lector en praktijkonderzoeker bij de opleiding Toegepaste Psychologie aan Thomas More Hogeschool Antwerpen-Mechelen vzw. Haar onderwijs en onderzoek is gericht op de implementatie en effectiviteit van (preventieve) schoolse innovaties.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Le système des drapeaux de Sensoa pour adultes – Permettre de discuter des comportements sexuels (transgressifs) des adultes

 29,95
Le système des drapeaux Sensoa est une méthode qui facilite les discussions au sujet des comportements sexuels, transgressifs ou non. La publication du système des drapeaux propose des situations illustrées de comportements sexuels (éventuellement transgressifs) et un système de couleurs de drapeaux pour évaluer chaque situation et son niveau de gravité. L’évaluation se fait à l’aide de six critères. L’évaluation de la gravité du comportement est une partie importante du processus: elle fournit des indications sur les réponses à donner et le suivi à mettre en place. Ce système permet à toutes les parties prenantes de comprendre les fondements des comportements sexuellement acceptables et sexuellement transgressifs.
Cette méthode est une version étayée et adaptée du système des drapeaux pour les professionnel-les travaillant avec des enfants et des jeunes (Frans & Franck, 2010, 2014). Dans la version pour adultes, l’accent est mis sur les professionnel·les qui s’occupent des adultes et veillent à créer un environnement favorable à leur santé sexuelle. Toutefois, plus encore qu’avec les enfants et les jeunes, les bénéficiaires impliqué·es dans les situations émettront eux·elles aussi leur propre jugement, orienteront consciemment leurs actions et les évalueront.
La méthode est destinée à être utilisée à titre professionnel à trois niveaux, à savoir :
- Au niveau des bénéficiaires : en tant qu’outil pédagogique pour discuter avec les bénéficiaires d’un comportement sexuel dans lequel ils·elles sont ou pourraient être impliqué·es ;
- Au niveau de l’équipe et des professionnel·les : la méthode peut être utilisée pour réfléchir à la manière d’évaluer certaines situations, à la façon de les traiter et aux compétences nécessaires pour le faire.
- Au niveau de l’organisation : on peut travailler de manière proactive ou réactive à une meilleure politique institutionnelle, sur la base d’une réflexion à propos des incidents, des manquements, des évolutions, etc.
Des situations fictives, des exercices et des outils sont disponibles sur www.vlaggensysteem.be.



Erika Frans (°1957) est socio-pédagogue et psychologue de la santé et travaille depuis trente ans pour Sensoa et CGSO Trefpunt en tant que formatrice, coordinatrice, chargée de projet et experte. Des thèmes tels que l’éducation sexuelle, le développement sexuel et les comportements sexuels transgressifs sont au coeur de ses activités en tant que professionnelle. En 2008, avec ses collègues, elle a développé le système des drapeaux Sensoa comme méthode pour discuter des comportements sexuels transgressifs. L’accueil très positif l’a incitée à poursuivre la mise en pratique de cette méthode pour les adultes.

Quick View

Le système des drapeaux de Sensoa pour adultes – Permettre de discuter des comportements sexuels (transgressifs) des adultes

 29,95
Le système des drapeaux Sensoa est une méthode qui facilite les discussions au sujet des comportements sexuels, transgressifs ou non. La publication du système des drapeaux propose des situations illustrées de comportements sexuels (éventuellement transgressifs) et un système de couleurs de drapeaux pour évaluer chaque situation et son niveau de gravité. L’évaluation se fait à l’aide de six critères. L’évaluation de la gravité du comportement est une partie importante du processus: elle fournit des indications sur les réponses à donner et le suivi à mettre en place. Ce système permet à toutes les parties prenantes de comprendre les fondements des comportements sexuellement acceptables et sexuellement transgressifs.
Cette méthode est une version étayée et adaptée du système des drapeaux pour les professionnel-les travaillant avec des enfants et des jeunes (Frans & Franck, 2010, 2014). Dans la version pour adultes, l’accent est mis sur les professionnel·les qui s’occupent des adultes et veillent à créer un environnement favorable à leur santé sexuelle. Toutefois, plus encore qu’avec les enfants et les jeunes, les bénéficiaires impliqué·es dans les situations émettront eux·elles aussi leur propre jugement, orienteront consciemment leurs actions et les évalueront.
La méthode est destinée à être utilisée à titre professionnel à trois niveaux, à savoir :
- Au niveau des bénéficiaires : en tant qu’outil pédagogique pour discuter avec les bénéficiaires d’un comportement sexuel dans lequel ils·elles sont ou pourraient être impliqué·es ;
- Au niveau de l’équipe et des professionnel·les : la méthode peut être utilisée pour réfléchir à la manière d’évaluer certaines situations, à la façon de les traiter et aux compétences nécessaires pour le faire.
- Au niveau de l’organisation : on peut travailler de manière proactive ou réactive à une meilleure politique institutionnelle, sur la base d’une réflexion à propos des incidents, des manquements, des évolutions, etc.
Des situations fictives, des exercices et des outils sont disponibles sur www.vlaggensysteem.be.



Erika Frans (°1957) est socio-pédagogue et psychologue de la santé et travaille depuis trente ans pour Sensoa et CGSO Trefpunt en tant que formatrice, coordinatrice, chargée de projet et experte. Des thèmes tels que l’éducation sexuelle, le développement sexuel et les comportements sexuels transgressifs sont au coeur de ses activités en tant que professionnelle. En 2008, avec ses collègues, elle a développé le système des drapeaux Sensoa comme méthode pour discuter des comportements sexuels transgressifs. L’accueil très positif l’a incitée à poursuivre la mise en pratique de cette méthode pour les adultes.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Cognitieve en fijnmotorische stimulatie bij jonge kinderen met autisme en een verstandelijke beperking – Aangepaste en constructieve begeleiding.

 47,50
Jonge kinderen met autisme en een verstandelijke beperking cognitief stimuleren is telkens opnieuw een hele uitdaging. Het leervermogen van deze kinderen wordt dubbel belast door enerzijds het feit dat de hersenen op een andere manier informatie verwerken en anderzijds door de verminderde capaciteit van de hersenwerking. Een individueel aangepaste en autispecifieke behandeling, waarbij structuur en visualisatie centraal staan, moeten het kind helpen zijn omgeving, taken en opdrachten beter te begrijpen. Maar hoe doe je dat? Dit boek is een leidraad om functionele vaardigheden op peuter- en kleuterniveau specifiek en hiërarchisch in kleine stappen aan te passen. Door ze in verschillende niveaus in te delen en ze zorgvuldig te groeperen, kan ook een kind dat geen taal begrijpt in zijn ontwikkeling gestimuleerd worden. Het werkconcept ‘De trap van begeleiding’ geeft diverse leerniveaus chronologisch weer en linkt ze onmiddellijk aan de meest geschikte manier van begeleiden om een positief leerklimaat te creëren. De hele werkwijze is geïllustreerd met praktijkvoorbeelden, tips en fotomateriaal. Het boek is in de eerste plaats bedoeld voor ergotherapeuten, leerkrachten en hulpverleners, maar ook ouders kunnen het gebruiken om hun kind thuis in zijn ontwikkeling te stimuleren.

Sigrid Huygen werkt als ergotherapeut in de Appelboom, een revalidatiecentrum voor jonge kinderen met een autismespectrumstoornis in Genk. Ze is er verantwoordelijk voor de cognitieve en fijnmotorische training van (laag)functionerende peuters en kleuters met autisme.

Quick View

Cognitieve en fijnmotorische stimulatie bij jonge kinderen met autisme en een verstandelijke beperking – Aangepaste en constructieve begeleiding.

 47,50
Jonge kinderen met autisme en een verstandelijke beperking cognitief stimuleren is telkens opnieuw een hele uitdaging. Het leervermogen van deze kinderen wordt dubbel belast door enerzijds het feit dat de hersenen op een andere manier informatie verwerken en anderzijds door de verminderde capaciteit van de hersenwerking. Een individueel aangepaste en autispecifieke behandeling, waarbij structuur en visualisatie centraal staan, moeten het kind helpen zijn omgeving, taken en opdrachten beter te begrijpen. Maar hoe doe je dat? Dit boek is een leidraad om functionele vaardigheden op peuter- en kleuterniveau specifiek en hiërarchisch in kleine stappen aan te passen. Door ze in verschillende niveaus in te delen en ze zorgvuldig te groeperen, kan ook een kind dat geen taal begrijpt in zijn ontwikkeling gestimuleerd worden. Het werkconcept ‘De trap van begeleiding’ geeft diverse leerniveaus chronologisch weer en linkt ze onmiddellijk aan de meest geschikte manier van begeleiden om een positief leerklimaat te creëren. De hele werkwijze is geïllustreerd met praktijkvoorbeelden, tips en fotomateriaal. Het boek is in de eerste plaats bedoeld voor ergotherapeuten, leerkrachten en hulpverleners, maar ook ouders kunnen het gebruiken om hun kind thuis in zijn ontwikkeling te stimuleren.

Sigrid Huygen werkt als ergotherapeut in de Appelboom, een revalidatiecentrum voor jonge kinderen met een autismespectrumstoornis in Genk. Ze is er verantwoordelijk voor de cognitieve en fijnmotorische training van (laag)functionerende peuters en kleuters met autisme.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Narcissus revisited. Van Shelley tot Fleabag (Reeks Psychoanalyse en Cultuur, nr. 14)

 24,90
Narcisme mag dan van alle tijden zijn, in onze laatmoderne mentaliteit is het springlevender dan ooit. Geen wonder dus dat het thema ook vandaag nog tot reflectie noopt. In Narcissus revisited: van Shelley tot Fleabag buigt een keur van essayisten zich over dit onderwerp, en wel door, elk vanuit een eigen specialisme, in te zoomen op een specifieke uiting ervan in domeinen als literatuur, film, televisieserie, filosofie en psychoanalytische praktijk. Telkens wordt nagegaan hoe ‘narcisme’ daar ofwel wordt gethematiseerd ofwel, ongethematiseerd, toch een rol van belang speelt.

Met bijdragen van Janneke van der Leest, Marc De Kesel, Peter Verstraten, Marc Hebbrecht, Frans Schalkwijk, Sjef Houppermans, Ptolemaeus Sirks, Jacob Henselmans en Ruud Welten.

Deze uitgave is het werk van de Vlaams-Nederlandse Stichting Psychoanalyse & Cultuur.



Sjef Houppermans is als gastonderzoeker verbonden aan Lucas. Hij combineert stilistische, filosofische en psychoanalytische vertrekpunten in zijn onderzoek. Hij publiceerde studies over onder anderen Proust, Beckett, Simon, Roussel en Robbe-Grillet.

Peter Verstraten is opleidingsvoorzitter Film- en Literatuurwetenschap in Leiden. Hij publiceerde o.m. Dutch Post-war Fiction Film through a Lens of Psychoanalysis (Amsterdam University Press, 2021), Humour and Irony in Dutch Post-war Fiction Film (Amsterdam University Press, 2016) en Film Narratology (University of Toronto Press, 2009).

Marc De Kesel, filosoof, is als bijzonder hoogleraar verbonden aan de Radboud Universiteit en het Titus Brandsma Instituut, beide in Nijmegen. Vanuit filosofisch perspectief doet hij aan onderzoek in domeinen als religie- en mystiektheorie, holocaustreceptie, lacaniaanse theorie en kunst- & cultuurkritiek. Recent verscheen van hem Het Münchhausenparadigma. Waarom Freud en Lacan ertoe doen (Nijmegen: Vantilt, 2019) en Ik God & mezelf. Mystiek als deconstructie (Amsterdam: Sjibbolet, 2021).

Quick View

Narcissus revisited. Van Shelley tot Fleabag (Reeks Psychoanalyse en Cultuur, nr. 14)

 24,90
Narcisme mag dan van alle tijden zijn, in onze laatmoderne mentaliteit is het springlevender dan ooit. Geen wonder dus dat het thema ook vandaag nog tot reflectie noopt. In Narcissus revisited: van Shelley tot Fleabag buigt een keur van essayisten zich over dit onderwerp, en wel door, elk vanuit een eigen specialisme, in te zoomen op een specifieke uiting ervan in domeinen als literatuur, film, televisieserie, filosofie en psychoanalytische praktijk. Telkens wordt nagegaan hoe ‘narcisme’ daar ofwel wordt gethematiseerd ofwel, ongethematiseerd, toch een rol van belang speelt.

Met bijdragen van Janneke van der Leest, Marc De Kesel, Peter Verstraten, Marc Hebbrecht, Frans Schalkwijk, Sjef Houppermans, Ptolemaeus Sirks, Jacob Henselmans en Ruud Welten.

Deze uitgave is het werk van de Vlaams-Nederlandse Stichting Psychoanalyse & Cultuur.



Sjef Houppermans is als gastonderzoeker verbonden aan Lucas. Hij combineert stilistische, filosofische en psychoanalytische vertrekpunten in zijn onderzoek. Hij publiceerde studies over onder anderen Proust, Beckett, Simon, Roussel en Robbe-Grillet.

Peter Verstraten is opleidingsvoorzitter Film- en Literatuurwetenschap in Leiden. Hij publiceerde o.m. Dutch Post-war Fiction Film through a Lens of Psychoanalysis (Amsterdam University Press, 2021), Humour and Irony in Dutch Post-war Fiction Film (Amsterdam University Press, 2016) en Film Narratology (University of Toronto Press, 2009).

Marc De Kesel, filosoof, is als bijzonder hoogleraar verbonden aan de Radboud Universiteit en het Titus Brandsma Instituut, beide in Nijmegen. Vanuit filosofisch perspectief doet hij aan onderzoek in domeinen als religie- en mystiektheorie, holocaustreceptie, lacaniaanse theorie en kunst- & cultuurkritiek. Recent verscheen van hem Het Münchhausenparadigma. Waarom Freud en Lacan ertoe doen (Nijmegen: Vantilt, 2019) en Ik God & mezelf. Mystiek als deconstructie (Amsterdam: Sjibbolet, 2021).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Nulgraad van de psyche. Het binnen en buiten van het subject. Een structuralistische benadering in de psychiatrie

 21,90
Dit boek wil een schets geven van een structuralistisch model van het subject dat meer recht doet aan de complexiteit die ermee samenhangt waarbij een fysicalistisch reductionisme wordt vermeden. Het leunt sterk op het Franse structuralisme waarin de taal een centrale structurerende functie heeft dat ook het subject raakt. De auteur laat zich hierbij leiden door Foucault, Lacan en Bergson die zich sterk onderscheiden van de Angelsaksische oriëntatie in zowel de filosofie als de psychiatrie waar een onversneden materialisme en biologisme wordt beleden. Het hier voorgestane structuralistisch model ziet de complexe verhoudingen van het Reële, het Imaginaire en het Symbolische onder ogen in relatie tot het subject juist ook in zijn marginaliteit van de psychose waarvan drie klinische voorbeelden worden gegeven. De syndromen van Cotard, Capgras en de negatieve hallucinatie laten zien hoe het negatieve binnen het subject zijn (uit)weg vindt in hun symptomatologie. Maar het negatieve heeft ook zijn plaats in de normale ontwikkeling van het subject wanneer hij in aanraking komt met het Symbolische en binnengaat in de taal. Op dat moment ontstaat er een kloof, een gat tussen woord en ding. Is deze leegte een gevolg of juist een oorzaak van dit symbolisatieproces? In ieder geval gaat symbolisatie gepaard met leegte, een leegte die bij de separatie van de Ander en de aliënatie binnen de persoon zelf ontstaat en het verlangen genereert deze leegte op te vullen. Met wat? Met woorden, die echter het proces van de splijting herhalen. Telkens opnieuw zal het subject zichzelf moeten uitvinden door te spreken.

Nulgraad van de psyche schetst een ‘creatio ex nihilo’ die ook gepaard gaat met een zeker genieten, dat anders is dan het bevredigen van behoeften. Dit model dat uitgaat van het nulpunt heeft consequenties voor een alternatieve antropologie en ook gevolgen voor de psychiatrie waar het spreken en luisteren (weer?) een centrale plaats inneemt.



Dr. Jos de Kroon, psychiater, psychotherapeut, psychoanalyticus (Reinier van Arkel, ’s Hertogenbosch) publiceert over het subject, psychiatrie en wetenschap, Freud en Lacan. Van hem verschenen onder andere: Taal en psychose(1993), De geschiedenis van de psychiatrie (1999), Over de ziel(2007), De stem van de Ander. Over (verbale) hallucinaties(2010), Hamlet versus Oedipus of toch een matrixiale oriëntatie? (2020).

Quick View

Nulgraad van de psyche. Het binnen en buiten van het subject. Een structuralistische benadering in de psychiatrie

 21,90
Dit boek wil een schets geven van een structuralistisch model van het subject dat meer recht doet aan de complexiteit die ermee samenhangt waarbij een fysicalistisch reductionisme wordt vermeden. Het leunt sterk op het Franse structuralisme waarin de taal een centrale structurerende functie heeft dat ook het subject raakt. De auteur laat zich hierbij leiden door Foucault, Lacan en Bergson die zich sterk onderscheiden van de Angelsaksische oriëntatie in zowel de filosofie als de psychiatrie waar een onversneden materialisme en biologisme wordt beleden. Het hier voorgestane structuralistisch model ziet de complexe verhoudingen van het Reële, het Imaginaire en het Symbolische onder ogen in relatie tot het subject juist ook in zijn marginaliteit van de psychose waarvan drie klinische voorbeelden worden gegeven. De syndromen van Cotard, Capgras en de negatieve hallucinatie laten zien hoe het negatieve binnen het subject zijn (uit)weg vindt in hun symptomatologie. Maar het negatieve heeft ook zijn plaats in de normale ontwikkeling van het subject wanneer hij in aanraking komt met het Symbolische en binnengaat in de taal. Op dat moment ontstaat er een kloof, een gat tussen woord en ding. Is deze leegte een gevolg of juist een oorzaak van dit symbolisatieproces? In ieder geval gaat symbolisatie gepaard met leegte, een leegte die bij de separatie van de Ander en de aliënatie binnen de persoon zelf ontstaat en het verlangen genereert deze leegte op te vullen. Met wat? Met woorden, die echter het proces van de splijting herhalen. Telkens opnieuw zal het subject zichzelf moeten uitvinden door te spreken.

Nulgraad van de psyche schetst een ‘creatio ex nihilo’ die ook gepaard gaat met een zeker genieten, dat anders is dan het bevredigen van behoeften. Dit model dat uitgaat van het nulpunt heeft consequenties voor een alternatieve antropologie en ook gevolgen voor de psychiatrie waar het spreken en luisteren (weer?) een centrale plaats inneemt.



Dr. Jos de Kroon, psychiater, psychotherapeut, psychoanalyticus (Reinier van Arkel, ’s Hertogenbosch) publiceert over het subject, psychiatrie en wetenschap, Freud en Lacan. Van hem verschenen onder andere: Taal en psychose(1993), De geschiedenis van de psychiatrie (1999), Over de ziel(2007), De stem van de Ander. Over (verbale) hallucinaties(2010), Hamlet versus Oedipus of toch een matrixiale oriëntatie? (2020).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Samen groeien. Natuurlijk opvoeden, ook in de kinderopvang.

 22,50
Wat is natuurlijk opvoeden en hoe kan je dit toepassen thuis, maar ook in een kinderopvang? En waarom zou je kiezen voor deze opvoedmethode?

Op deze en andere vragen geeft Inge Donckers in haar boek Samen groeien. Natuurlijk opvoeden, ook in de kinderopvang een antwoord. Opvoedkundige basisthema’s zoals hechting, huilen, slapen, voeden, dragen, belonen en straffen, buiten spelen komen aan bod, maar ook onderwerpen zoals vegetarische voeding, wasbare luiers, aromatherapie en ecologische schoonmaakmiddelen worden uitvoerig besproken.

De auteur biedt in het boek ook een handig stappenplan voor de opstart of verderzetting van een opvang volgens de natuurlijke opvoedmethode. Met handige tips en voorbeelden die je ook binnen je gezin kan toepassen.

Voor ouders, opvoeders en iedereen die te maken heeft met opvoeding.



Inge Donckers is opvoeder en mama van 3. Ze verdiepte zich in gezonde en vooral pure voeding en het effect daarvan op lichaam en geest. Door veel te lezen, informatie op te zoeken en vormingen te volgen, voelde ze aan dat de natuurlijke aanpak in het leven de enige juiste is. Zo trok ze stilaan die filosofie ook door in haar kinderdagverblijf Twinkel.

Quick View

Samen groeien. Natuurlijk opvoeden, ook in de kinderopvang.

 22,50
Wat is natuurlijk opvoeden en hoe kan je dit toepassen thuis, maar ook in een kinderopvang? En waarom zou je kiezen voor deze opvoedmethode?

Op deze en andere vragen geeft Inge Donckers in haar boek Samen groeien. Natuurlijk opvoeden, ook in de kinderopvang een antwoord. Opvoedkundige basisthema’s zoals hechting, huilen, slapen, voeden, dragen, belonen en straffen, buiten spelen komen aan bod, maar ook onderwerpen zoals vegetarische voeding, wasbare luiers, aromatherapie en ecologische schoonmaakmiddelen worden uitvoerig besproken.

De auteur biedt in het boek ook een handig stappenplan voor de opstart of verderzetting van een opvang volgens de natuurlijke opvoedmethode. Met handige tips en voorbeelden die je ook binnen je gezin kan toepassen.

Voor ouders, opvoeders en iedereen die te maken heeft met opvoeding.



Inge Donckers is opvoeder en mama van 3. Ze verdiepte zich in gezonde en vooral pure voeding en het effect daarvan op lichaam en geest. Door veel te lezen, informatie op te zoeken en vormingen te volgen, voelde ze aan dat de natuurlijke aanpak in het leven de enige juiste is. Zo trok ze stilaan die filosofie ook door in haar kinderdagverblijf Twinkel.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Over vrijheid – Themanr. Filosofie & Praktijk jg 42 nr. 2 (juni 2021)

 15,00
Naar aanleiding van Freedom. An unruly history (2020), in Nederlandse vertaling in 2021 verschenen als Vrijheid. Een woelige geschiedenis, van de hand van historica Annelien De Dijn, buigt Cees Maris zich in twee delen over het begrip vrijheid in “Vrijheid: positief / negatief”. Deel I, Liberale vrijheid, geschiedenis en logica, begint met de analyses van het concept van vrijheid van Berlin en Feinberg, gevolgd door de visie van Maris op de geschiedenis en de logica van de liberale vrijheid. In deel II, Democratische versus liberale vrijheid, confronteert hij die visie met De Dijns alternatieve historische narratief en haar ideaal van positieve democratische vrijheid. Deze academische ideeënstrijd mondt uit in de normatieve vraag: wat zijn de argumenten voor en tegen negatieve en positieve vrijheid, en hoe moet je die wegen? Als de stofwolken van deze strijd zijn opgetrokken blijkt: Welke normatieve politieke filosofie de betere is, blijft onderwerp van een open ideeënstrijd waarin het laatste woord nooit zal vallen, maar, aldus Maris,… voorlopig staat de liberale vrijheid op winst. Afwachten dus of de democratische vrijheid in een tweede ronde sterker uit de hoek kan komen. Dit alles met dank aan de academische vrijheid.

In zijn Minima Philosophica buigt Patrick Delaere zich over “De merkwaardige glans van de hoop”. Zijn vertrekpunt ligt bij filosoof Gabriel Marcel voor wie hopen alleen mogelijk is vanuit een wij: “Want een mens is niet alléén onderweg, maar altijd ook betrokken op anderen. We bouwen onszelf op middels ontmoetingen met anderen. We leven om zo te zeggen zelf in het duister en hebben anderen nodig die ons belichten zodat we onszelf, d.w.z. onze eigen figuur en onze eigen schaduw, kunnen zien.” Maar behouden we daarbij de vrijheid om te hopen wanneer de redenen daarvoor ontbreken?

Het lijkt een nieuwe trend te worden de staat voor de rechter te dagen. April 2021 was het de beurt voor de Coöperatie Laatste Wil (CLW), samen met een aantal individuele mede-eisers. Doel van de rechtsgang: afschaffing van art. 294 Sr dat hulp bij zelfdoding strafbaar stelt. Ton Vink gaat er nader en kritisch op in, in zijn bijdrage “Zelfdoding: recht op, behulpzaam zijn bij, aanzetten tot. Over artikel 294 Sr, de Coöperatie Laatste Wil, zelfbeschikking en verantwoordelijkheid.” Hij bekijkt, en weegt, in zijn bijdrage eerst een aantal van de argumenten die door de CLW in de dagvaarding naar voren worden gebracht. Hoewel de dagvaarding een interessant overzicht geeft van de huidige stand van zaken op dit vlak, overtuigen de aangevoerde argumenten niet. Daar komt bij dat de CLW door haar eigen optreden – van CLW-leden maar zeker ook van CLW-bestuursleden – de eigen rechtsgang zelf tot zinloosheid veroordeelt. Dat alles betekent niet, zo licht Vink vervolgens nog toe, dat daarom het verbod op hulp bij zelfdoding gehandhaafd moet blijven. Ook hier gaat het over vrijheid: de fundamentele vrijheid van het individu om zelf te bepalen ‘wanneer en op welke wijze zijn leven moet eindigen’. Over een voorstel tot afschaffing c.q. aanpassing van art. 294 Sr moet echter wel beter nagedacht worden.

Daarna volgen een drietal boekbesprekingen: Michiel Korthals bespreekt De symfonie van de natuur van Koo van der Wal. Kees Hellingman buigt zich over Wat terroristen geloven van Beatrice de Graaf. En Patrick Delaere zorgt voor een actueel retrospectief op The Making of an Elder Culture. Reflections on the Future of America’s Most Audacious Generation van Theodore Roszak.

De rubriek Signalementen vormt zoals gebruikelijk de afsluiting van F&P.



Geen voorraad
Quick View

Over vrijheid – Themanr. Filosofie & Praktijk jg 42 nr. 2 (juni 2021)

 15,00
Naar aanleiding van Freedom. An unruly history (2020), in Nederlandse vertaling in 2021 verschenen als Vrijheid. Een woelige geschiedenis, van de hand van historica Annelien De Dijn, buigt Cees Maris zich in twee delen over het begrip vrijheid in “Vrijheid: positief / negatief”. Deel I, Liberale vrijheid, geschiedenis en logica, begint met de analyses van het concept van vrijheid van Berlin en Feinberg, gevolgd door de visie van Maris op de geschiedenis en de logica van de liberale vrijheid. In deel II, Democratische versus liberale vrijheid, confronteert hij die visie met De Dijns alternatieve historische narratief en haar ideaal van positieve democratische vrijheid. Deze academische ideeënstrijd mondt uit in de normatieve vraag: wat zijn de argumenten voor en tegen negatieve en positieve vrijheid, en hoe moet je die wegen? Als de stofwolken van deze strijd zijn opgetrokken blijkt: Welke normatieve politieke filosofie de betere is, blijft onderwerp van een open ideeënstrijd waarin het laatste woord nooit zal vallen, maar, aldus Maris,… voorlopig staat de liberale vrijheid op winst. Afwachten dus of de democratische vrijheid in een tweede ronde sterker uit de hoek kan komen. Dit alles met dank aan de academische vrijheid.

In zijn Minima Philosophica buigt Patrick Delaere zich over “De merkwaardige glans van de hoop”. Zijn vertrekpunt ligt bij filosoof Gabriel Marcel voor wie hopen alleen mogelijk is vanuit een wij: “Want een mens is niet alléén onderweg, maar altijd ook betrokken op anderen. We bouwen onszelf op middels ontmoetingen met anderen. We leven om zo te zeggen zelf in het duister en hebben anderen nodig die ons belichten zodat we onszelf, d.w.z. onze eigen figuur en onze eigen schaduw, kunnen zien.” Maar behouden we daarbij de vrijheid om te hopen wanneer de redenen daarvoor ontbreken?

Het lijkt een nieuwe trend te worden de staat voor de rechter te dagen. April 2021 was het de beurt voor de Coöperatie Laatste Wil (CLW), samen met een aantal individuele mede-eisers. Doel van de rechtsgang: afschaffing van art. 294 Sr dat hulp bij zelfdoding strafbaar stelt. Ton Vink gaat er nader en kritisch op in, in zijn bijdrage “Zelfdoding: recht op, behulpzaam zijn bij, aanzetten tot. Over artikel 294 Sr, de Coöperatie Laatste Wil, zelfbeschikking en verantwoordelijkheid.” Hij bekijkt, en weegt, in zijn bijdrage eerst een aantal van de argumenten die door de CLW in de dagvaarding naar voren worden gebracht. Hoewel de dagvaarding een interessant overzicht geeft van de huidige stand van zaken op dit vlak, overtuigen de aangevoerde argumenten niet. Daar komt bij dat de CLW door haar eigen optreden – van CLW-leden maar zeker ook van CLW-bestuursleden – de eigen rechtsgang zelf tot zinloosheid veroordeelt. Dat alles betekent niet, zo licht Vink vervolgens nog toe, dat daarom het verbod op hulp bij zelfdoding gehandhaafd moet blijven. Ook hier gaat het over vrijheid: de fundamentele vrijheid van het individu om zelf te bepalen ‘wanneer en op welke wijze zijn leven moet eindigen’. Over een voorstel tot afschaffing c.q. aanpassing van art. 294 Sr moet echter wel beter nagedacht worden.

Daarna volgen een drietal boekbesprekingen: Michiel Korthals bespreekt De symfonie van de natuur van Koo van der Wal. Kees Hellingman buigt zich over Wat terroristen geloven van Beatrice de Graaf. En Patrick Delaere zorgt voor een actueel retrospectief op The Making of an Elder Culture. Reflections on the Future of America’s Most Audacious Generation van Theodore Roszak.

De rubriek Signalementen vormt zoals gebruikelijk de afsluiting van F&P.



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Lang leve de liefde. Over levenskunstfilosofie en liefdespoëzie.

 15,50
In Lang leve de liefde. Over levenskunstfilosofie en liefdespoëzie vormen 25 gedichten de opmaat tot een levenskunstfilosofie over de liefde. In deze bundel staan zeven - deels eerder gepubliceerde - essays. Ze gaan over: de ware liefde, de plaats van de liefde, de liefde tot het bovennatuurlijke, de vraag of je van jezelf kunt houden en de liefde voor het leven. In de essays worden gedichten geanalyseerd en becommentarieerd van Nederlandse en Vlaamse dichters, zoals Jan Hanlo, Rutger Kopland, Toon Tellegen, Hagar Peeters, Hugo Claus, Herman de Coninck en Bart Moeyaert.



Jan de Bas is dichter en cultuurhistoricus. Hij richtte in 2007 de Filosofiegroep Rotterdam op. Hij schreef Kan een bloemkool denken. Lessen in filosoferen (2016) en samen met Ed Verhage Denkinstrumenten voor leidinggevenden in het onderwijs. Onderwijsbegeerte in de praktijk (2021).

Quick View

Lang leve de liefde. Over levenskunstfilosofie en liefdespoëzie.

 15,50
In Lang leve de liefde. Over levenskunstfilosofie en liefdespoëzie vormen 25 gedichten de opmaat tot een levenskunstfilosofie over de liefde. In deze bundel staan zeven - deels eerder gepubliceerde - essays. Ze gaan over: de ware liefde, de plaats van de liefde, de liefde tot het bovennatuurlijke, de vraag of je van jezelf kunt houden en de liefde voor het leven. In de essays worden gedichten geanalyseerd en becommentarieerd van Nederlandse en Vlaamse dichters, zoals Jan Hanlo, Rutger Kopland, Toon Tellegen, Hagar Peeters, Hugo Claus, Herman de Coninck en Bart Moeyaert.



Jan de Bas is dichter en cultuurhistoricus. Hij richtte in 2007 de Filosofiegroep Rotterdam op. Hij schreef Kan een bloemkool denken. Lessen in filosoferen (2016) en samen met Ed Verhage Denkinstrumenten voor leidinggevenden in het onderwijs. Onderwijsbegeerte in de praktijk (2021).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Samenleven met de dood – Hoezo? (Reeks: Sociale Wetenschappen – Kruispunten nr. 9)

 20,00
Samenleven met de dood toont op basis van cijfermateriaal hoe divers onze samenleving wel is. Uit alle continenten migreerden en migreren mensen naar België. Op die reis nemen ze hun verleden mee samen met hun waarden, gebruiken en rituelen zoals hun afscheidsrituelen. Het boek laat zien welke deze zijn en hoe elke culturele traditie op een waardige manier afscheid wil nemen van een overleden geliefde. Niet waardig vaarwel kunnen zeggen raakt elk mens, van waar die ook komt, tot in het diepst van zijn hart.

Hiermee dringt zich de vraag op die tot nu toe vrij systematisch over het hoofd is gezien. Hoe kunnen we onze samenleving zo organiseren dat iedereen waardig afscheid kan nemen van een gestorven dierbare? Hierop geeft Samenleven met de dood een aanzet tot antwoord om zo het maatschappelijk debat te openen.



Els Heyvaert is leerkracht, beeldend kunstenaar en illustrator. Christian Van Kerckhove is filosoof met een bijzondere interesse voor de wijsgerige antropologie.
Beiden zijn wereldreizigers. Over hun wereldomzeiling met hun zeiljacht Agapètos schreven ze het boek Het geluk leeft aan boord. Het ongeluk zeilt mee (Lanasta, 2012). Over hun reizen over land publiceerden ze het boek Van de wereld. Filosofische reisimpressies van gebruiken, rituelen en sjamanisme (Garant, 2016).

Quick View

Samenleven met de dood – Hoezo? (Reeks: Sociale Wetenschappen – Kruispunten nr. 9)

 20,00
Samenleven met de dood toont op basis van cijfermateriaal hoe divers onze samenleving wel is. Uit alle continenten migreerden en migreren mensen naar België. Op die reis nemen ze hun verleden mee samen met hun waarden, gebruiken en rituelen zoals hun afscheidsrituelen. Het boek laat zien welke deze zijn en hoe elke culturele traditie op een waardige manier afscheid wil nemen van een overleden geliefde. Niet waardig vaarwel kunnen zeggen raakt elk mens, van waar die ook komt, tot in het diepst van zijn hart.

Hiermee dringt zich de vraag op die tot nu toe vrij systematisch over het hoofd is gezien. Hoe kunnen we onze samenleving zo organiseren dat iedereen waardig afscheid kan nemen van een gestorven dierbare? Hierop geeft Samenleven met de dood een aanzet tot antwoord om zo het maatschappelijk debat te openen.



Els Heyvaert is leerkracht, beeldend kunstenaar en illustrator. Christian Van Kerckhove is filosoof met een bijzondere interesse voor de wijsgerige antropologie.
Beiden zijn wereldreizigers. Over hun wereldomzeiling met hun zeiljacht Agapètos schreven ze het boek Het geluk leeft aan boord. Het ongeluk zeilt mee (Lanasta, 2012). Over hun reizen over land publiceerden ze het boek Van de wereld. Filosofische reisimpressies van gebruiken, rituelen en sjamanisme (Garant, 2016).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Death and belonging – Local variations on a universal theme (Reeks: Sociale Wetenschappen – Kruispunten nr. 10)

 20,00
Our times are characterized by increasing interactions, interdependence, and connections between people from different cultural, religious, linguistic, national, ethnic, … backgrounds, to the point where group identities start to lose the focal point of interest. Today, the concept of super-diversity describes society as in a permanent situation of transition where people need to adapt to a new social and cultural reality. Not all differences are, however, ‘equally different’ and minorities do not stand on an equal footing with one another or with regard to the realization of rights and the distribution of wealth. The challenge is still to make living together work in a just and dignified way amidst differences and conflicts.
It is at this point that the idea of this book took shape. What if, instead of tackling the issue of living together directly, we approach it by a detour? Death is, perhaps, the most drastic life event in a community. At the same time, however, it is surrounded by taboo and often the subject of denial, especially in Western countries. By recognizing the rites of mourning, and other associated death rituals, we acknowledge, at the same time, the value of life of human beings. Only in that way can we ever hope to truly live together. This book explores that idea.



Joris Van Poucke is a lecturer at HOGENT University of Applied Sciences and Arts, School of Social Welfare and a member of the research center EQUALITY//ResearchCollective. He teaches political philosophy, ethics, and cultural sciences. His research focus areas are (super)diversity, rites of passage and social cohesion.

Eva Vens is a lecturer at HOGENT University of Applied Sciences and Arts, School of Social Welfare and a member of the research center EQUALITY//ResearchCollective. She teaches cultural sciences and anthropology. Eva Vens has been involved in many studies on rites of passages, diversity and has a keen interest in ageing and associated social challenges.

Christian Van Kerckhove is a philosopher with a special interest in philosophical anthropology. His latest publication, together with his wife Els Heyvaert, is Samenleven met de dood. Hoezo? (Garant, 2021).

Quick View

Death and belonging – Local variations on a universal theme (Reeks: Sociale Wetenschappen – Kruispunten nr. 10)

 20,00
Our times are characterized by increasing interactions, interdependence, and connections between people from different cultural, religious, linguistic, national, ethnic, … backgrounds, to the point where group identities start to lose the focal point of interest. Today, the concept of super-diversity describes society as in a permanent situation of transition where people need to adapt to a new social and cultural reality. Not all differences are, however, ‘equally different’ and minorities do not stand on an equal footing with one another or with regard to the realization of rights and the distribution of wealth. The challenge is still to make living together work in a just and dignified way amidst differences and conflicts.
It is at this point that the idea of this book took shape. What if, instead of tackling the issue of living together directly, we approach it by a detour? Death is, perhaps, the most drastic life event in a community. At the same time, however, it is surrounded by taboo and often the subject of denial, especially in Western countries. By recognizing the rites of mourning, and other associated death rituals, we acknowledge, at the same time, the value of life of human beings. Only in that way can we ever hope to truly live together. This book explores that idea.



Joris Van Poucke is a lecturer at HOGENT University of Applied Sciences and Arts, School of Social Welfare and a member of the research center EQUALITY//ResearchCollective. He teaches political philosophy, ethics, and cultural sciences. His research focus areas are (super)diversity, rites of passage and social cohesion.

Eva Vens is a lecturer at HOGENT University of Applied Sciences and Arts, School of Social Welfare and a member of the research center EQUALITY//ResearchCollective. She teaches cultural sciences and anthropology. Eva Vens has been involved in many studies on rites of passages, diversity and has a keen interest in ageing and associated social challenges.

Christian Van Kerckhove is a philosopher with a special interest in philosophical anthropology. His latest publication, together with his wife Els Heyvaert, is Samenleven met de dood. Hoezo? (Garant, 2021).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Voeding als levenskracht – Welk stofwisselingstype ben jij?

 32,00
Een lichaam is een complex iets en elk lichaam is anders. Het is belangrijk te beseffen hoe jouw lichaam reageert en werkt. Als je weet en eet wat jouw lichaam nodig heeft, dan kan je voeding omzetten in levenskracht. Want voeding is zo veel meer dan calorieën, mineralen en vitamines. Het is energie, het zijn bouwstoffen die jou in een positieve of negatieve spiraal kunnen brengen en kleine aanpassingen in je voedingspatroon kunnen tot grootse resultaten leiden.

In dit boek vertelt de auteur hoe je kunt uitzoeken welk stofwisselingstype je bent en welke voeding jouw type nodig heeft. In tegenstelling tot wat heel wat beroemde (en beperkende) diëten (zoals het keto- of proteïnedieet) beweren, heeft elk lichaam eiwitten, koolhydraten en vetten nodig, al verschillen de verhoudingen per type. ‘Gezonde’ voeding is niet voor iedereen gezond en al zeker niet de vegetarische levensstijl. En te veel rauwkost of ‘raw food’ schaadt meer dan het baat.

En dan is er nog de overgang en de menopauze! Voor velen een rollercoaster die alles ondersteboven haalt, maar dat hoeft niet noodzakelijk zo te zijn. Door jouw voeding op jouw stofwisselingstype af te stemmen kan je hormonale veranderingen opvangen. En zo wordt deze periode niet het einde, maar net de boeiendste fase van jouw leven.

Alhoewel dit boek een hoofdstuk over de menopauze bevat, zijn alle andere hoofdstukken voor iedereen interessant: jonge vrouwen, mannen, kinderen en ouderen.
De auteur werkt ook twee volledige, lekkere en voedzame dagmenu’s per stofwisselingstype uit.



Sabine Martens is apotheker en stofwisselingscoach. Ze specialiseerde zich in de overgang en menopauze. Ze heeft een eigen praktijk in Brugge. Daarnaast geeft ze ook nog kooklessen en organiseert ze themadagen.

De website van de auteur.

Quick View

Voeding als levenskracht – Welk stofwisselingstype ben jij?

 32,00
Een lichaam is een complex iets en elk lichaam is anders. Het is belangrijk te beseffen hoe jouw lichaam reageert en werkt. Als je weet en eet wat jouw lichaam nodig heeft, dan kan je voeding omzetten in levenskracht. Want voeding is zo veel meer dan calorieën, mineralen en vitamines. Het is energie, het zijn bouwstoffen die jou in een positieve of negatieve spiraal kunnen brengen en kleine aanpassingen in je voedingspatroon kunnen tot grootse resultaten leiden.

In dit boek vertelt de auteur hoe je kunt uitzoeken welk stofwisselingstype je bent en welke voeding jouw type nodig heeft. In tegenstelling tot wat heel wat beroemde (en beperkende) diëten (zoals het keto- of proteïnedieet) beweren, heeft elk lichaam eiwitten, koolhydraten en vetten nodig, al verschillen de verhoudingen per type. ‘Gezonde’ voeding is niet voor iedereen gezond en al zeker niet de vegetarische levensstijl. En te veel rauwkost of ‘raw food’ schaadt meer dan het baat.

En dan is er nog de overgang en de menopauze! Voor velen een rollercoaster die alles ondersteboven haalt, maar dat hoeft niet noodzakelijk zo te zijn. Door jouw voeding op jouw stofwisselingstype af te stemmen kan je hormonale veranderingen opvangen. En zo wordt deze periode niet het einde, maar net de boeiendste fase van jouw leven.

Alhoewel dit boek een hoofdstuk over de menopauze bevat, zijn alle andere hoofdstukken voor iedereen interessant: jonge vrouwen, mannen, kinderen en ouderen.
De auteur werkt ook twee volledige, lekkere en voedzame dagmenu’s per stofwisselingstype uit.



Sabine Martens is apotheker en stofwisselingscoach. Ze specialiseerde zich in de overgang en menopauze. Ze heeft een eigen praktijk in Brugge. Daarnaast geeft ze ook nog kooklessen en organiseert ze themadagen.

De website van de auteur.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Digital Nature for Healthcare – Onderzoek naar het gebruik van beeldende kunst in de gezondheidszorg om stress bij kinderen te verminderen

 24,00
Voor kinderen kan de kloof tussen de ziekenhuissfeer en hun dagelijkse omgeving erg groot zijn. Kinderen die plots in het ziekenhuis worden opgenomen of er langdurig moeten verblijven komen in een onbekende, ongezellige 'buitenaardse' wereld terecht waarover zij geen controle hebben, waardoor zij zich zeer hulpeloos kunnen voelen. Ze ondervinden dan vaak ook heel wat stress en angst. Het is belangrijk voor de mentale gezondheid van het kind, maar ook voor het genezingsproces op zich, dat het kind zo weinig mogelijk stress ervaart. Om stress en de algemene negatieve gevoelens die gepaard gaan met de gezondheidszorg te verminderen, moet de levenskwaliteit van jonge patiënten verhoogd worden. Het leven moet zo normaal mogelijk kunnen doorgaan, zodat het kind zich niet uitgesloten voelt en de kans krijgt nieuwe positieve ervaringen te delen met vrienden tijdens/na de ziekenhuisopname. Het ziekenhuispersoneel doet zijn uiterste best om stress bij patiënten te reduceren, maar helaas hebben zij vaak noch de tijd noch de middelen voor een meer holistische aanpak. Hoewel het bewustzijn over dit onderwerp groeit, is het voor de meeste ziekenhuizen niet altijd mogelijk om de architectuur te renoveren of veranderen.
Er is m.a.w. behoefte aan een nieuwe benadering van de ziekenhuiservaring, vanuit een nieuw perspectief va nwelzijn. Ludicine Lechat ziet hier vele toekomstige mogelijkheden voor de nieuwemediakunst om positieve ervaringen binnen de ziekenhuisomgeving te bevorderen om kinderen de mogelijkheid te geven hun verhaal te vertellen en zo weer in hun eigen kracht te staan.



Ludivine Lechat (1979), grafisch kunstenares en illustrator, studeerde Grafisch Ontwerp (2003, Luca Brussel), gevolgd door het Transmedia Postgraduaat (2005, Luca Brussel). Ze heeft inmiddels jaren ervaring in haar vakgebied en promoveerde in 2020 met aar artistiek onderzoek Digital Nature for Healthcare tot doctor in de kunsten (Sint Lucas Antwerpen, Aria Universiteit Antwerpen). Gespecialiseerd in digitale tekeningen, geïnspireerd door de natuur, wordt haar werk voor verschillende doeleinden gebruikt, zoals in de grafische industrie (huisstijl, illustratie en publicaties), interieurdesign (patronen en tekenwerk) en multimediatoepassingen (apps en interactieve installaties).
Ludivines universum is volstrekt uniek, een verrassende mix van organische poëzie en 21ste-eeuwse technologie.

Geen voorraad
Quick View

Digital Nature for Healthcare – Onderzoek naar het gebruik van beeldende kunst in de gezondheidszorg om stress bij kinderen te verminderen

 24,00
Voor kinderen kan de kloof tussen de ziekenhuissfeer en hun dagelijkse omgeving erg groot zijn. Kinderen die plots in het ziekenhuis worden opgenomen of er langdurig moeten verblijven komen in een onbekende, ongezellige 'buitenaardse' wereld terecht waarover zij geen controle hebben, waardoor zij zich zeer hulpeloos kunnen voelen. Ze ondervinden dan vaak ook heel wat stress en angst. Het is belangrijk voor de mentale gezondheid van het kind, maar ook voor het genezingsproces op zich, dat het kind zo weinig mogelijk stress ervaart. Om stress en de algemene negatieve gevoelens die gepaard gaan met de gezondheidszorg te verminderen, moet de levenskwaliteit van jonge patiënten verhoogd worden. Het leven moet zo normaal mogelijk kunnen doorgaan, zodat het kind zich niet uitgesloten voelt en de kans krijgt nieuwe positieve ervaringen te delen met vrienden tijdens/na de ziekenhuisopname. Het ziekenhuispersoneel doet zijn uiterste best om stress bij patiënten te reduceren, maar helaas hebben zij vaak noch de tijd noch de middelen voor een meer holistische aanpak. Hoewel het bewustzijn over dit onderwerp groeit, is het voor de meeste ziekenhuizen niet altijd mogelijk om de architectuur te renoveren of veranderen.
Er is m.a.w. behoefte aan een nieuwe benadering van de ziekenhuiservaring, vanuit een nieuw perspectief va nwelzijn. Ludicine Lechat ziet hier vele toekomstige mogelijkheden voor de nieuwemediakunst om positieve ervaringen binnen de ziekenhuisomgeving te bevorderen om kinderen de mogelijkheid te geven hun verhaal te vertellen en zo weer in hun eigen kracht te staan.



Ludivine Lechat (1979), grafisch kunstenares en illustrator, studeerde Grafisch Ontwerp (2003, Luca Brussel), gevolgd door het Transmedia Postgraduaat (2005, Luca Brussel). Ze heeft inmiddels jaren ervaring in haar vakgebied en promoveerde in 2020 met aar artistiek onderzoek Digital Nature for Healthcare tot doctor in de kunsten (Sint Lucas Antwerpen, Aria Universiteit Antwerpen). Gespecialiseerd in digitale tekeningen, geïnspireerd door de natuur, wordt haar werk voor verschillende doeleinden gebruikt, zoals in de grafische industrie (huisstijl, illustratie en publicaties), interieurdesign (patronen en tekenwerk) en multimediatoepassingen (apps en interactieve installaties).
Ludivines universum is volstrekt uniek, een verrassende mix van organische poëzie en 21ste-eeuwse technologie.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Abortus – Van getuigenissen en reflecties tot steun (Reeks ‘Health Humanities’, nr. 1)

 41,50
Abortus polariseert de samenleving. In politieke discussies verdwijnt echter de aandacht voor de persoonlijke ervaring. In dit boek komen meer dan 30 getuigenissen aan bod, van zowel mannen als vrouwen met een abortuservaring. Zij vertellen eerlijk en openhartig over de moeilijke beslissing die zij namen en hoe ze erop terugkijken. Onderzoekers reflecteren niet-veroordelend op kernthema’s die in de getuigenissen terugkeren zoals spijt, verdriet, de nood aan erkenning en het belang van rituelen. In een laatste deel stellen Vlaamse en Nederlandse organisaties en therapeuten zichzelf voor aan allen die in een abortusproces zitten. Zowel voor als na een abortus is er ondersteuning voorhanden. Zoals ook dit boek wil illustreren: je bent niet alleen.
De combinatie van persoonlijke verhalen en refecties vanuit verschillende disciplines is typerend voor het onderzoeksdomein van de Health Humanities waaraan Garant een boekenreeks wijdt onder redactie van Katrien Schaubroeck, Kristien Hens en Leni Van Goidsenhoven. Dit boek is de eerste publicatie in de reeks Health Humanities.



Gertie Driessen is gepensioneerd seksuologe, gesprekstherapeute en ervaringsdeskundige. In 2016 schreef ze Abortus. Het taboe nog niet voorbij? waarop dit boek een vervolg is.

Quick View

Abortus – Van getuigenissen en reflecties tot steun (Reeks ‘Health Humanities’, nr. 1)

 41,50
Abortus polariseert de samenleving. In politieke discussies verdwijnt echter de aandacht voor de persoonlijke ervaring. In dit boek komen meer dan 30 getuigenissen aan bod, van zowel mannen als vrouwen met een abortuservaring. Zij vertellen eerlijk en openhartig over de moeilijke beslissing die zij namen en hoe ze erop terugkijken. Onderzoekers reflecteren niet-veroordelend op kernthema’s die in de getuigenissen terugkeren zoals spijt, verdriet, de nood aan erkenning en het belang van rituelen. In een laatste deel stellen Vlaamse en Nederlandse organisaties en therapeuten zichzelf voor aan allen die in een abortusproces zitten. Zowel voor als na een abortus is er ondersteuning voorhanden. Zoals ook dit boek wil illustreren: je bent niet alleen.
De combinatie van persoonlijke verhalen en refecties vanuit verschillende disciplines is typerend voor het onderzoeksdomein van de Health Humanities waaraan Garant een boekenreeks wijdt onder redactie van Katrien Schaubroeck, Kristien Hens en Leni Van Goidsenhoven. Dit boek is de eerste publicatie in de reeks Health Humanities.



Gertie Driessen is gepensioneerd seksuologe, gesprekstherapeute en ervaringsdeskundige. In 2016 schreef ze Abortus. Het taboe nog niet voorbij? waarop dit boek een vervolg is.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Rennen in de buitenbocht – Sociale stijgers uit het (gast)arbeidersmilieu aan het woord over studie, loopbaan en identiteit

 34,90
De juiste keuze voor de juiste opleiding na de lagere school is tegenwoordig een hot issue. Het lijkt een onuitroeibare wet dat het niet talent en intelligentie zijn die de toekomst van de kinderen bepalen, maar de opleiding van de ouders. Onderwijssociologen betogen al decennia dat kinderen uit de lagere sociale milieus niet dezelfde onderwijskansen hebben als kinderen uit de hogere milieus.

Er zijn altijd kinderen en jongeren uit het milieu van (gast)arbeiders die, al dan niet met de morele en concrete steun van bewogen en gemotiveerde leerkrachten, deze stoelendans ontspringen, de weg naar de universiteit inslaan om daarna het leven en de loopbaan te leiden van hoger opgeleide professionals. In dit boek – een herziene, geactualiseerde en uitgebreide uitgave van Doorzetters (2010) – vertellen drieëndertig Nederlandse en Vlaamse universitair afgestudeerden afkomstig uit de arbeidersklasse hun verhaal over hoe zij aan de universiteit terechtkwamen en hoe het hen verder verging in de samenleving. Dezelfde vragen zijn, tien jaar later, voorgelegd aan universitair afgestudeerden uit het milieu van arbeidsmigranten. Hun verhalen zijn opgenomen in een apart gedeelte van het boek.
Thema’s die aan de orde komen zijn het gezin waaruit de (gast)arbeiderskinderen afkomstig zijn, de eventuele voorgeschiedenis ervan, de ambities van hun ouders of het ontbreken ervan, hun studie, hun opvatting van professionaliteit. Ze vertellen over hun eenzaamheid, hun marginaliteit en het gevoel van: bij wie hoor ik eigenlijk? Het gaat echter vooral om hun doorzettingsvermogen, hun kracht om tegen de stroom in te roeien, zich aan te passen en te integreren en belangrijke maatschappelijke posities te verwerven. Opvallend verschil in de verhalen van beide groepen is de sterke ambitie van de zonen en dochters van de gastarbeiders.



Mick (Michaël) Matthys is de zoon van een arbeider en kwam via het Don Boscocollege ‘voor priester- en missionarisroepingen’ in Gent en aansluitend noviciaat en filosofieopleiding terecht aan de Katholieke Universiteit van Leuven. Hij studeerde daar sociale pedagogiek. Hij werkte enkele jaren voor de KAJ in Antwerpen en emigreerde in 1976 naar Nederland waar hij als universitair docent ging werken bij de vakgroep sociale pedagogiek. Hij doceerde socialisatietheorieën en deed onderzoek naar jeugd(sub)culturen. Ook werkte hij enige jaren aan de Hogeschool van Utrecht als docent sociale wetenschappen, jeugdhulpverlening en onderzoeksmethoden. In 2000 kwam hij terug in dienst van de Universiteit van Utrecht als programmadirecteur van de Master ‘Management en Communicatie’ aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en organisatiewetenschap en als universitair docent onderzoeksmethoden en wetenschapstheorie. Voor zijn proefschrift Doorzetters ondervroeg hij universitair afgestudeerden, afkomstig uit het arbeidersmilieu, over hun studie, leven en loopbaan. Dit proefschrift is vertaald in het Engels en door Routledge uitgegeven. Na zijn pensionering deed hij aan de Vrije Universiteit van Amsterdam onderzoek naar de levensloop en motivatie van eerstegeneratiestudenten en publiceerde hij meerdere artikelen over thema’s uit zijn proefschrift. In 2018 publiceerde hij Waarom Belgen gelijk hebben en Nederlanders gelijk krijgen.

Quick View

Rennen in de buitenbocht – Sociale stijgers uit het (gast)arbeidersmilieu aan het woord over studie, loopbaan en identiteit

 34,90
De juiste keuze voor de juiste opleiding na de lagere school is tegenwoordig een hot issue. Het lijkt een onuitroeibare wet dat het niet talent en intelligentie zijn die de toekomst van de kinderen bepalen, maar de opleiding van de ouders. Onderwijssociologen betogen al decennia dat kinderen uit de lagere sociale milieus niet dezelfde onderwijskansen hebben als kinderen uit de hogere milieus.

Er zijn altijd kinderen en jongeren uit het milieu van (gast)arbeiders die, al dan niet met de morele en concrete steun van bewogen en gemotiveerde leerkrachten, deze stoelendans ontspringen, de weg naar de universiteit inslaan om daarna het leven en de loopbaan te leiden van hoger opgeleide professionals. In dit boek – een herziene, geactualiseerde en uitgebreide uitgave van Doorzetters (2010) – vertellen drieëndertig Nederlandse en Vlaamse universitair afgestudeerden afkomstig uit de arbeidersklasse hun verhaal over hoe zij aan de universiteit terechtkwamen en hoe het hen verder verging in de samenleving. Dezelfde vragen zijn, tien jaar later, voorgelegd aan universitair afgestudeerden uit het milieu van arbeidsmigranten. Hun verhalen zijn opgenomen in een apart gedeelte van het boek.
Thema’s die aan de orde komen zijn het gezin waaruit de (gast)arbeiderskinderen afkomstig zijn, de eventuele voorgeschiedenis ervan, de ambities van hun ouders of het ontbreken ervan, hun studie, hun opvatting van professionaliteit. Ze vertellen over hun eenzaamheid, hun marginaliteit en het gevoel van: bij wie hoor ik eigenlijk? Het gaat echter vooral om hun doorzettingsvermogen, hun kracht om tegen de stroom in te roeien, zich aan te passen en te integreren en belangrijke maatschappelijke posities te verwerven. Opvallend verschil in de verhalen van beide groepen is de sterke ambitie van de zonen en dochters van de gastarbeiders.



Mick (Michaël) Matthys is de zoon van een arbeider en kwam via het Don Boscocollege ‘voor priester- en missionarisroepingen’ in Gent en aansluitend noviciaat en filosofieopleiding terecht aan de Katholieke Universiteit van Leuven. Hij studeerde daar sociale pedagogiek. Hij werkte enkele jaren voor de KAJ in Antwerpen en emigreerde in 1976 naar Nederland waar hij als universitair docent ging werken bij de vakgroep sociale pedagogiek. Hij doceerde socialisatietheorieën en deed onderzoek naar jeugd(sub)culturen. Ook werkte hij enige jaren aan de Hogeschool van Utrecht als docent sociale wetenschappen, jeugdhulpverlening en onderzoeksmethoden. In 2000 kwam hij terug in dienst van de Universiteit van Utrecht als programmadirecteur van de Master ‘Management en Communicatie’ aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en organisatiewetenschap en als universitair docent onderzoeksmethoden en wetenschapstheorie. Voor zijn proefschrift Doorzetters ondervroeg hij universitair afgestudeerden, afkomstig uit het arbeidersmilieu, over hun studie, leven en loopbaan. Dit proefschrift is vertaald in het Engels en door Routledge uitgegeven. Na zijn pensionering deed hij aan de Vrije Universiteit van Amsterdam onderzoek naar de levensloop en motivatie van eerstegeneratiestudenten en publiceerde hij meerdere artikelen over thema’s uit zijn proefschrift. In 2018 publiceerde hij Waarom Belgen gelijk hebben en Nederlanders gelijk krijgen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Caleidoscopia. Spelen met diversiteit – Set (boek+spel)

 45,20
Caleidoscopia, Spelen met diversiteit: Theorie, Praktijk en Ervaring, richt zich op professionals die in hun werk aandacht hebben voor diversiteit en inclusie en de invloed daarvan op hun eigen positie en op die van de mensen met wie ze werken en samenwerken. Zij kunnen het boek gebruiken als een hulpmiddel bij de Caleidoscopiakaarten, het diversiteitsspel dat het Netwerk Caleidoscopia ontwikkeld heeft (www.caleidoscopia.nl).

Het diversiteitsspel bestaat uit acht setjes van negen gekleurde kaarten, waarop acht dimensies van diversiteit plus een blanco kaart in negen talen benoemd zijn: Nederlands, Arabisch, Chinees, Duits, Engels, Frans, Hongaars, Spaans en Turks. Doel van dit spel is om de invloed van diversiteit zichtbaar en bespreekbaar te maken en spelenderwijs te leren omgaan met verschillen en overeenkomsten tussen mensen: in levensfase, genderidentiteit, etniciteit, levensvisie, socialisatie, talent en beperking, sociale klasse, opleiding en beroep, die samen de acht dimensies van diversiteit op de Caleidoscopiakaarten uitdrukken.

Deze tweede druk is door het Netwerk geschreven en geactualiseerd op grond van bijna twintig jaar ervaring met het diversiteitsspel Caleidoscopia. Het legt een verbinding tussen diversiteitstheorieën, het analysemodel ‘intersectioneel denken’ en ervaringen in het omgaan met diversiteit en inclusie. Inspiratiebronnen, methodische uitgangspunten en diversiteitskwaliteiten worden beschreven. Ook zijn vijftig werkvormen met de diversiteitskaarten opgenomen.

De Caleidoscopia-set op bol.com.

Het Netwerk Caleidoscopia bestaat uit zeven maatschappelijk bewogen vrouwen die werkzaam en actief zijn in onder andere het onderwijs, het welzijnswerk en de gezondheidszorg, in de vakbond, in de milieubeweging, de vredesbeweging, de vrouwen- en LHBTIQA+-beweging, in organisaties van mensen met een migratieachtergrond, ouderenorganisaties en bij lokale en landelijke overheden alsook het bedrijfsleven.

Quick View

Caleidoscopia. Spelen met diversiteit – Set (boek+spel)

 45,20
Caleidoscopia, Spelen met diversiteit: Theorie, Praktijk en Ervaring, richt zich op professionals die in hun werk aandacht hebben voor diversiteit en inclusie en de invloed daarvan op hun eigen positie en op die van de mensen met wie ze werken en samenwerken. Zij kunnen het boek gebruiken als een hulpmiddel bij de Caleidoscopiakaarten, het diversiteitsspel dat het Netwerk Caleidoscopia ontwikkeld heeft (www.caleidoscopia.nl).

Het diversiteitsspel bestaat uit acht setjes van negen gekleurde kaarten, waarop acht dimensies van diversiteit plus een blanco kaart in negen talen benoemd zijn: Nederlands, Arabisch, Chinees, Duits, Engels, Frans, Hongaars, Spaans en Turks. Doel van dit spel is om de invloed van diversiteit zichtbaar en bespreekbaar te maken en spelenderwijs te leren omgaan met verschillen en overeenkomsten tussen mensen: in levensfase, genderidentiteit, etniciteit, levensvisie, socialisatie, talent en beperking, sociale klasse, opleiding en beroep, die samen de acht dimensies van diversiteit op de Caleidoscopiakaarten uitdrukken.

Deze tweede druk is door het Netwerk geschreven en geactualiseerd op grond van bijna twintig jaar ervaring met het diversiteitsspel Caleidoscopia. Het legt een verbinding tussen diversiteitstheorieën, het analysemodel ‘intersectioneel denken’ en ervaringen in het omgaan met diversiteit en inclusie. Inspiratiebronnen, methodische uitgangspunten en diversiteitskwaliteiten worden beschreven. Ook zijn vijftig werkvormen met de diversiteitskaarten opgenomen.

De Caleidoscopia-set op bol.com.

Het Netwerk Caleidoscopia bestaat uit zeven maatschappelijk bewogen vrouwen die werkzaam en actief zijn in onder andere het onderwijs, het welzijnswerk en de gezondheidszorg, in de vakbond, in de milieubeweging, de vredesbeweging, de vrouwen- en LHBTIQA+-beweging, in organisaties van mensen met een migratieachtergrond, ouderenorganisaties en bij lokale en landelijke overheden alsook het bedrijfsleven.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Epidemieën, hun impact en hun bestrijding. – Een historisch overzicht met actualiteitswaarde (Cahiers GGG, Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg nr. 15)

 30,00
Nooit eerder heeft een pandemie een zo grote invloed gehad op de wereldbevolking als geheel als de COVID-19-pandemie, ook wel bekend als de coronapandemie. Sinds de uitbraak eind 2019 in China – vandaar het getal 19 – zijn reeds miljoenen mensen gestorven, maar het zijn vooral de maatregelen die de regeringen hebben genomen die ons dagelijks leven hebben beïnvloed: het verplicht dragen van mondkapjes, reis- en recreatieverboden en het nagenoeg onmogelijk maken van contact met andere mensen die niet bij ons thuis wonen. Nog altijd domineert de berichtgeving van deze ziekte het dagelijks nieuws.

Toch is dit niet de eerste pandemie die de wereld getroffen heeft, verre van dat. Sinds de ‘pest’ van Athene, 2500 jaar geleden – de eerste epidemie die schriftelijk is vastgelegd – is de wereld regelmatig opgeschrikt door weer nieuwe ziekten en epidemieën, meestal afkomstig van elders, die soms hele continenten konden treffen. Vaak werd daarbij een nog groter deel van de bevolking getroffen dan in onze huidige pandemie. Desastreus was de ‘Zwarte Dood’, de beruchte pestepidemie die Europa rond het midden van de veertiende eeuw trof; soms stierf het grootste deel van de bevolking in een gebied uit. De indianen werden veel meer getroffen door mazelen dan Spaanse zwaarden; de Europeanen op hun beurt – zij het op kleinere schaal – door syfilis. Ruim honderd jaar geleden veroorzaakte de Spaanse Griep (die overigens niet in Spanje is begonnen) meer slachtoffers dan de Eerste Wereldoorlog.

In dit boek komen deze epidemieën aan bod. Vanuit verschillende gezichtspunten worden ze besproken: de symptomen, de aanvankelijke machteloosheid, de maatregelen van de regeringen, het uiteindelijke succes van de geneeskunde en de nasleep.

We weten nu dat niet Apollo, Asklepios of God maar virussen verantwoordelijk zijn voor deze pandemie, maar het heeft eeuwen geduurd voordat we dit inzicht hadden. Tegenwoordig lijkt de COVID-19-pandemie op zijn retour: de cijfers dalen en maatregelen worden versoepeld, maar de belangrijkste reden is dat er steeds meer mensen gevaccineerd zijn. Vaccinatie is een uitvinding die dateert uit het eind van de achttiende eeuw en werd vanaf 1800 met succes overal toegepast. Ook nu.



Cornelis van Tilburg is classicus aan de Universiteit Leiden, waar hij werkzaam is als onderzoeker bij Griekse en Latijnse Talen en Culturen. Naast zijn onderzoek naar verkeerscirculatie en stadshygiëne in de Grieks-Romeinse wereld is hij eindredacteur van de cahierreeks Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg.

Vincent Van Roy is historicus. Hij specialiseerde zich tijdens zijn doctoraatsonderzoek in de medische geschiedenis, meer specifiek de circulatiemechanismen van medische kennis doorheen de vroegmoderne periode. Hij is redactiecoördinator van de cahierreeks Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg en actief medewerker in het Antwerpse Museum Lambotte.

Quick View

Epidemieën, hun impact en hun bestrijding. – Een historisch overzicht met actualiteitswaarde (Cahiers GGG, Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg nr. 15)

 30,00
Nooit eerder heeft een pandemie een zo grote invloed gehad op de wereldbevolking als geheel als de COVID-19-pandemie, ook wel bekend als de coronapandemie. Sinds de uitbraak eind 2019 in China – vandaar het getal 19 – zijn reeds miljoenen mensen gestorven, maar het zijn vooral de maatregelen die de regeringen hebben genomen die ons dagelijks leven hebben beïnvloed: het verplicht dragen van mondkapjes, reis- en recreatieverboden en het nagenoeg onmogelijk maken van contact met andere mensen die niet bij ons thuis wonen. Nog altijd domineert de berichtgeving van deze ziekte het dagelijks nieuws.

Toch is dit niet de eerste pandemie die de wereld getroffen heeft, verre van dat. Sinds de ‘pest’ van Athene, 2500 jaar geleden – de eerste epidemie die schriftelijk is vastgelegd – is de wereld regelmatig opgeschrikt door weer nieuwe ziekten en epidemieën, meestal afkomstig van elders, die soms hele continenten konden treffen. Vaak werd daarbij een nog groter deel van de bevolking getroffen dan in onze huidige pandemie. Desastreus was de ‘Zwarte Dood’, de beruchte pestepidemie die Europa rond het midden van de veertiende eeuw trof; soms stierf het grootste deel van de bevolking in een gebied uit. De indianen werden veel meer getroffen door mazelen dan Spaanse zwaarden; de Europeanen op hun beurt – zij het op kleinere schaal – door syfilis. Ruim honderd jaar geleden veroorzaakte de Spaanse Griep (die overigens niet in Spanje is begonnen) meer slachtoffers dan de Eerste Wereldoorlog.

In dit boek komen deze epidemieën aan bod. Vanuit verschillende gezichtspunten worden ze besproken: de symptomen, de aanvankelijke machteloosheid, de maatregelen van de regeringen, het uiteindelijke succes van de geneeskunde en de nasleep.

We weten nu dat niet Apollo, Asklepios of God maar virussen verantwoordelijk zijn voor deze pandemie, maar het heeft eeuwen geduurd voordat we dit inzicht hadden. Tegenwoordig lijkt de COVID-19-pandemie op zijn retour: de cijfers dalen en maatregelen worden versoepeld, maar de belangrijkste reden is dat er steeds meer mensen gevaccineerd zijn. Vaccinatie is een uitvinding die dateert uit het eind van de achttiende eeuw en werd vanaf 1800 met succes overal toegepast. Ook nu.



Cornelis van Tilburg is classicus aan de Universiteit Leiden, waar hij werkzaam is als onderzoeker bij Griekse en Latijnse Talen en Culturen. Naast zijn onderzoek naar verkeerscirculatie en stadshygiëne in de Grieks-Romeinse wereld is hij eindredacteur van de cahierreeks Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg.

Vincent Van Roy is historicus. Hij specialiseerde zich tijdens zijn doctoraatsonderzoek in de medische geschiedenis, meer specifiek de circulatiemechanismen van medische kennis doorheen de vroegmoderne periode. Hij is redactiecoördinator van de cahierreeks Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg en actief medewerker in het Antwerpse Museum Lambotte.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    17
    Uw winkelwagen
    Pricing Algorithms in EU competition law.
    Pricing Algorithms in EU competition law.
    Aantal: 3
    Prijs: 24,95
     74,85
    Samen tot aan de meet. Alternatieven voor zittenblijven
     21,00
    ×