Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Broer of zus, de match van je leven. Fairness in siblingrelaties. (Reeks: Gezinnen, Relaties en Opvoeding, nr. 7)

 31,00
Broers en zussen, kortweg 'siblings', dat zijn relaties voor het leven. Soms zijn ze de bestevrienden, soms komt er afstand in hun relatie, toch blijven ze voor altijd met elkaarverbonden. Vreemd genoeg krijgt deze unieke gezinsrelatie maar weinig aandacht inbeleid, hulpverlening of onderzoek.
De siblingrelatie mag meer in beeld komen, vinden wij. Siblings inspireren elkaar, zorgenvoor elkaar en delen vaak zorgtaken. Fairness is daarbij het sleutelwoord. Zowel oudersals siblings streven naar een faire relatie en zoeken steeds weer naar een evenwicht datze als fair aanvoelen.
In dit boek tonen we hoe beleid en hulpverlening de siblingrelatie beter kunnen ondersteunen,zeker als het wat moeilijker gaat. Als siblings uit huis geplaatst worden,bijvoorbeeld, waarom kan dat niet vaker samen? Als je broer of zus aan suïcide denkt,wie zorgt er dan voor jou? Wat als je een erfelijke ziekte hebt en je alleen gered kan wordenmet de hulp van een sibling? En hoe zit dat precies met de ongelijke behandelingvan siblings door hun ouders, nog steeds een groot taboe. Is ongelijk altijd hetzelfdeals unfair?
Het zijn maar enkele voorbeelden van thema’s die siblings raken. Telkens vertrekken wevan het perspectief van broers en zussen zelf, verwikkeld in de match van hun leven.Kathleen Emmery en Gianni Loosveldt (red.) zijn verbonden aan het KenniscentrumGezinswetenschappen van de hogeschool Odisee. Naar aanleiding van de InternationaleDag van het Gezin brengt het kenniscentrum jaarlijks een publicatie uit.

Quick View

Broer of zus, de match van je leven. Fairness in siblingrelaties. (Reeks: Gezinnen, Relaties en Opvoeding, nr. 7)

 31,00
Broers en zussen, kortweg 'siblings', dat zijn relaties voor het leven. Soms zijn ze de bestevrienden, soms komt er afstand in hun relatie, toch blijven ze voor altijd met elkaarverbonden. Vreemd genoeg krijgt deze unieke gezinsrelatie maar weinig aandacht inbeleid, hulpverlening of onderzoek.
De siblingrelatie mag meer in beeld komen, vinden wij. Siblings inspireren elkaar, zorgenvoor elkaar en delen vaak zorgtaken. Fairness is daarbij het sleutelwoord. Zowel oudersals siblings streven naar een faire relatie en zoeken steeds weer naar een evenwicht datze als fair aanvoelen.
In dit boek tonen we hoe beleid en hulpverlening de siblingrelatie beter kunnen ondersteunen,zeker als het wat moeilijker gaat. Als siblings uit huis geplaatst worden,bijvoorbeeld, waarom kan dat niet vaker samen? Als je broer of zus aan suïcide denkt,wie zorgt er dan voor jou? Wat als je een erfelijke ziekte hebt en je alleen gered kan wordenmet de hulp van een sibling? En hoe zit dat precies met de ongelijke behandelingvan siblings door hun ouders, nog steeds een groot taboe. Is ongelijk altijd hetzelfdeals unfair?
Het zijn maar enkele voorbeelden van thema’s die siblings raken. Telkens vertrekken wevan het perspectief van broers en zussen zelf, verwikkeld in de match van hun leven.Kathleen Emmery en Gianni Loosveldt (red.) zijn verbonden aan het KenniscentrumGezinswetenschappen van de hogeschool Odisee. Naar aanleiding van de InternationaleDag van het Gezin brengt het kenniscentrum jaarlijks een publicatie uit.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Autisme en probleemgedrag. Naar een betere afstemming tussen kinderen met autisme en hun niet-autistische omgeving

 42,00
Wat heeft probleemgedrag met autisme te maken? Eigenlijk niets: autisme maakt kinderen niet agressief of gevaarlijk. Veel vaker zijn kinderen met autisme zelfs slachtoffer van agressie dan dader.

Geen kind met autisme kiest ervoor om probleemgedrag te stellen. Probleemgedrag is slechts de zichtbare buitenkant van de emotionele ontregeling die kinderen met autisme overvalt wanneer zintuiglijke prikkels, verwarrende informatie of beangstigende ervaringen hun verwerkingsmogelijkheden overstijgen. Sommige kinderen vallen dan anderen of zichzelf aan of vernielen huisraad. Anderen geraken in paniek, hyperventileren, ontwikkelen een depressie of lopen vast in dwangmatig gedrag.

Dit ontregelde gedrag weegt op gezinnen en verzwaart het werk van leerkrachten en begeleiders. In de eerste plaats bedreigt het echter de ontwikkeling en het welzijn van het kind zelf. Wie enkel dit probleemgedrag aanpakt, vergist zich echter van vijand. Probleemgedrag is vooral een signaal dat de leef- en leeromgeving onvoldoende afgestemd is op de noden en gevoeligheden van het kind met autisme. Vanuit een goed inzicht in hoe kinderen met autisme prikkels en informatie verwerken, kan elk van hun probleemgedragingen begrepen worden als een volstrekt logische reactie op een slecht afgestemde situatie. Kinderen met autisme hebben steeds goede redenen om probleemgedrag te stellen. Ons probleem is dat wij hun redenen niet altijd begrijpen. Daar wil dit boek iets aan doen.

Het eerste deel van dit boek wil het inzicht in probleemgedrag vergroten: wat is probleemgedrag, welke impact heeft dit op kind en omgeving, en welke factoren en mechanismen zorgen ervoor dat probleemgedrag ontstaat en blijft voortbestaan?

Het tweede deel reikt bruikbare handvatten aan om probleemgedrag van kinderen en jongeren met autisme op een systematische wijze in kaart te brengen en aan te pakken. De aanpak richt zich steeds op de hele gezins-, klas- of leefgroepdynamiek en niet enkel op wat het kind met autisme zegt of doet.

In het derde deel komen belangrijke basispatronen zoals angst, stress, dwang, verzet of agressie aan bod en wordt de onderliggende dynamiek toegelicht.

Quick View

Autisme en probleemgedrag. Naar een betere afstemming tussen kinderen met autisme en hun niet-autistische omgeving

 42,00
Wat heeft probleemgedrag met autisme te maken? Eigenlijk niets: autisme maakt kinderen niet agressief of gevaarlijk. Veel vaker zijn kinderen met autisme zelfs slachtoffer van agressie dan dader.

Geen kind met autisme kiest ervoor om probleemgedrag te stellen. Probleemgedrag is slechts de zichtbare buitenkant van de emotionele ontregeling die kinderen met autisme overvalt wanneer zintuiglijke prikkels, verwarrende informatie of beangstigende ervaringen hun verwerkingsmogelijkheden overstijgen. Sommige kinderen vallen dan anderen of zichzelf aan of vernielen huisraad. Anderen geraken in paniek, hyperventileren, ontwikkelen een depressie of lopen vast in dwangmatig gedrag.

Dit ontregelde gedrag weegt op gezinnen en verzwaart het werk van leerkrachten en begeleiders. In de eerste plaats bedreigt het echter de ontwikkeling en het welzijn van het kind zelf. Wie enkel dit probleemgedrag aanpakt, vergist zich echter van vijand. Probleemgedrag is vooral een signaal dat de leef- en leeromgeving onvoldoende afgestemd is op de noden en gevoeligheden van het kind met autisme. Vanuit een goed inzicht in hoe kinderen met autisme prikkels en informatie verwerken, kan elk van hun probleemgedragingen begrepen worden als een volstrekt logische reactie op een slecht afgestemde situatie. Kinderen met autisme hebben steeds goede redenen om probleemgedrag te stellen. Ons probleem is dat wij hun redenen niet altijd begrijpen. Daar wil dit boek iets aan doen.

Het eerste deel van dit boek wil het inzicht in probleemgedrag vergroten: wat is probleemgedrag, welke impact heeft dit op kind en omgeving, en welke factoren en mechanismen zorgen ervoor dat probleemgedrag ontstaat en blijft voortbestaan?

Het tweede deel reikt bruikbare handvatten aan om probleemgedrag van kinderen en jongeren met autisme op een systematische wijze in kaart te brengen en aan te pakken. De aanpak richt zich steeds op de hele gezins-, klas- of leefgroepdynamiek en niet enkel op wat het kind met autisme zegt of doet.

In het derde deel komen belangrijke basispatronen zoals angst, stress, dwang, verzet of agressie aan bod en wordt de onderliggende dynamiek toegelicht.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Lugubere ‘wiskunde’Over schedels, moorden en WOII

 15,00
Wiskunde schijnt voor velen op zichzelf al luguber, maar hier gaat het over verhalen waarin een verwijzing zit naar wiskunde en schedels, moorden of WOII. Het woord wiskunde staat in de titel tussen aanhalingstekens, niet alleen omdat de vermelde wiskunde voor diehardmathematici geen ‘echte’ wiskunde is, maar ook omdat ze in de besproken voorbeelden al eens fout wordt toegepast.

Elk van de hoofdstukken is, op aanpassingen en uitbreidingen na, gebaseerd op een artikel dat voorheen verscheen in het wetenschapsblad EOS. Ze zijn dus al uitgetest op hun toegankelijkheid voor het ruime publiek. Ze kunnen een inspiratiebron zijn voor hen die de wiskunde willen illustreren met maatschappelijke voorbeelden, met inbegrip van de meest lugubere.

Het voorwoord is van Raf Scheers, Algemeen Hoofdredacteur EOS Wetenschappen.

Quick View

Lugubere ‘wiskunde’Over schedels, moorden en WOII

 15,00
Wiskunde schijnt voor velen op zichzelf al luguber, maar hier gaat het over verhalen waarin een verwijzing zit naar wiskunde en schedels, moorden of WOII. Het woord wiskunde staat in de titel tussen aanhalingstekens, niet alleen omdat de vermelde wiskunde voor diehardmathematici geen ‘echte’ wiskunde is, maar ook omdat ze in de besproken voorbeelden al eens fout wordt toegepast.

Elk van de hoofdstukken is, op aanpassingen en uitbreidingen na, gebaseerd op een artikel dat voorheen verscheen in het wetenschapsblad EOS. Ze zijn dus al uitgetest op hun toegankelijkheid voor het ruime publiek. Ze kunnen een inspiratiebron zijn voor hen die de wiskunde willen illustreren met maatschappelijke voorbeelden, met inbegrip van de meest lugubere.

Het voorwoord is van Raf Scheers, Algemeen Hoofdredacteur EOS Wetenschappen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Ruimte & Maatschappij. Vlaams-Nederlands tijdschrift voor ruimtelijke vraagstukken – Jrg. 12 nr. 3

 19,00
Blikopener
Pleidooi voor een doordacht ruimtelijk woningrenovatiebeleid als onderdeel van de post-COVID economische relance 1
Michael Ryckewaert, & Lieve Vanderstraeten

Artikels
Verzet de wissel: de internationale trein als duurzame bijdrage aan de bereikbaarheid van stedelijke agglomeraties 6
Tim Zwanikken, Linde Jehee, Barth Donners & Frank Witlox

Hoe hoogwaardige gebiedsontwikkeling slaagt. Ervaringen in reconstructie van stationsomgevingen 28
Terry van Dijk

Verbeter de wereld, begin bij je mobiscore? Collectieve versus individuele verantwoordelijkheid in de ruimtelijke planning 41
Eva Van Eenoo

Essay
De veeleisende stad: over de moeizame relatie tussen gezinnen en stedelijk wonen 64
Lia Karsten

Eenzame vreemdelingen in een ontrafeld land. Het verlangen blijft 70
Ton Notten
Geen voorraad
Quick View

Ruimte & Maatschappij. Vlaams-Nederlands tijdschrift voor ruimtelijke vraagstukken – Jrg. 12 nr. 3

 19,00
Blikopener
Pleidooi voor een doordacht ruimtelijk woningrenovatiebeleid als onderdeel van de post-COVID economische relance 1
Michael Ryckewaert, & Lieve Vanderstraeten

Artikels
Verzet de wissel: de internationale trein als duurzame bijdrage aan de bereikbaarheid van stedelijke agglomeraties 6
Tim Zwanikken, Linde Jehee, Barth Donners & Frank Witlox

Hoe hoogwaardige gebiedsontwikkeling slaagt. Ervaringen in reconstructie van stationsomgevingen 28
Terry van Dijk

Verbeter de wereld, begin bij je mobiscore? Collectieve versus individuele verantwoordelijkheid in de ruimtelijke planning 41
Eva Van Eenoo

Essay
De veeleisende stad: over de moeizame relatie tussen gezinnen en stedelijk wonen 64
Lia Karsten

Eenzame vreemdelingen in een ontrafeld land. Het verlangen blijft 70
Ton Notten
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Lineair programmeren in de bedrijfskunde

 19,60
In dit boek wordt de wiskundige techniek van het lineair programmeren zo behandeld dat ook geïnteresseerden met een niet-wiskundige achtergrond er terecht kunnen.
Daardoor kan iedereen bedrijfskundige vraagstukken oplossen waarbij hulpmiddelen van een onderneming op de meest optimale manier moeten worden toegewezen. Voor meer complexe vraagstukken wordt gebruik gemaakt van Oplosser in Excel. Deze tool wordt uitgebreid toegelicht en toegepast.

Het boek bestaat uit vijf hoofdstukken: de eerste drie hoofdstukken bevatten die onderwerpen uit de algebra die vereist zijn om het lineair programmeren te kunnen begrijpen. Het lineair programmeren zelf komt aan bod in het vierde hoofdstuk. In het laatste hoofdstuk wordt de toepassing van het lineair programmeren met Excel op bedrijfkundige vraagstukken uitvoerig gedemonstreerd.
In de bijlagen zijn vraagstukken opgenomen om de opgedane kennis te toetsen.

Quick View

Lineair programmeren in de bedrijfskunde

 19,60
In dit boek wordt de wiskundige techniek van het lineair programmeren zo behandeld dat ook geïnteresseerden met een niet-wiskundige achtergrond er terecht kunnen.
Daardoor kan iedereen bedrijfskundige vraagstukken oplossen waarbij hulpmiddelen van een onderneming op de meest optimale manier moeten worden toegewezen. Voor meer complexe vraagstukken wordt gebruik gemaakt van Oplosser in Excel. Deze tool wordt uitgebreid toegelicht en toegepast.

Het boek bestaat uit vijf hoofdstukken: de eerste drie hoofdstukken bevatten die onderwerpen uit de algebra die vereist zijn om het lineair programmeren te kunnen begrijpen. Het lineair programmeren zelf komt aan bod in het vierde hoofdstuk. In het laatste hoofdstuk wordt de toepassing van het lineair programmeren met Excel op bedrijfkundige vraagstukken uitvoerig gedemonstreerd.
In de bijlagen zijn vraagstukken opgenomen om de opgedane kennis te toetsen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Behoud van EU vereist realiteitszin – Beschouwingen en analyses met suggesties voor onderwijs en debat

 22,90
Tijdens de coronacrisis kwam de vraag op waarom de Europese Unie (EU) niet actiever ingrijpt. In dit boek wordt dit uit de doeken gedaan. Jammerkreten over ‘te veel EU’ en ‘te weinig EU’ wisselen elkaar af sinds de start van de Europese eenwording. De auteurs nemen duidelijk stelling: de kracht van de EU wordt bepaald door de kracht van de samenstellende delen, dus van de 27 lidstaten, zelfstandig opererende natiestaten, met hun eigen geschiedenis, tradities, taal en cultuur. Tegen die achtergrond worden actuele ontwikkelingen binnen de EU bekritiseerd, met meteen daarop aansluitend een tegengeluid van een andere auteur om de lezer zelf zijn conclusies te laten trekken.
Daarvoor is het noodzakelijk op de hoogte te zijn van de activiteiten die de EU tot een succes maken. Het gaat hierbij vooral om de interne markt en om de euro. De schaduwkanten worden niet weggemoffeld, zoals het profijt dat de maffia heeft van de Europese landbouwsubsidies en de niet ingeloste belofte van welvaartsstijging voor iedereen.
Vervolgens wordt het Europees beleid omtrent klimaatverandering besproken, uitmondend in de Green Deal, nu een beetje op de achtergrond zo lijkt het, maar na de coronapandemie zeker niet meer. Aan de inspanningen van de EU om de lidstaten te ondersteunen bij het bestrijden van deze pandemie is een volgend hoofdstuk gewijd. Onder meer door vaccinontwikkeling in een hogere versnelling te brengen.
Dit boek is een bron van inspiratie voor iedereen met interesse in de relatie tussen de EU en de lidstaten. Voor primair, voortgezet en hoger onderwijs biedt het een uitgelezen kans tot verdieping te komen bij het vormgeven aan Europese en Internationale Oriëntatie (EIO). Het aansprekende, concreet uitgewerkte project waarmee dit boek afsluit, biedt daarvoor alle mogelijkheden. In de bijbehorende online bijlage staan concrete opdrachten en suggesties bij de hoofdstukken die regelmatig worden aangevuld, ideaal voor onderwijs en debatbijeenkomsten.

Quick View

Behoud van EU vereist realiteitszin – Beschouwingen en analyses met suggesties voor onderwijs en debat

 22,90
Tijdens de coronacrisis kwam de vraag op waarom de Europese Unie (EU) niet actiever ingrijpt. In dit boek wordt dit uit de doeken gedaan. Jammerkreten over ‘te veel EU’ en ‘te weinig EU’ wisselen elkaar af sinds de start van de Europese eenwording. De auteurs nemen duidelijk stelling: de kracht van de EU wordt bepaald door de kracht van de samenstellende delen, dus van de 27 lidstaten, zelfstandig opererende natiestaten, met hun eigen geschiedenis, tradities, taal en cultuur. Tegen die achtergrond worden actuele ontwikkelingen binnen de EU bekritiseerd, met meteen daarop aansluitend een tegengeluid van een andere auteur om de lezer zelf zijn conclusies te laten trekken.
Daarvoor is het noodzakelijk op de hoogte te zijn van de activiteiten die de EU tot een succes maken. Het gaat hierbij vooral om de interne markt en om de euro. De schaduwkanten worden niet weggemoffeld, zoals het profijt dat de maffia heeft van de Europese landbouwsubsidies en de niet ingeloste belofte van welvaartsstijging voor iedereen.
Vervolgens wordt het Europees beleid omtrent klimaatverandering besproken, uitmondend in de Green Deal, nu een beetje op de achtergrond zo lijkt het, maar na de coronapandemie zeker niet meer. Aan de inspanningen van de EU om de lidstaten te ondersteunen bij het bestrijden van deze pandemie is een volgend hoofdstuk gewijd. Onder meer door vaccinontwikkeling in een hogere versnelling te brengen.
Dit boek is een bron van inspiratie voor iedereen met interesse in de relatie tussen de EU en de lidstaten. Voor primair, voortgezet en hoger onderwijs biedt het een uitgelezen kans tot verdieping te komen bij het vormgeven aan Europese en Internationale Oriëntatie (EIO). Het aansprekende, concreet uitgewerkte project waarmee dit boek afsluit, biedt daarvoor alle mogelijkheden. In de bijbehorende online bijlage staan concrete opdrachten en suggesties bij de hoofdstukken die regelmatig worden aangevuld, ideaal voor onderwijs en debatbijeenkomsten.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Leven en dood op zee. De Duitse U-bootoorlogen – Inclusief het geheime ‘Handboek van de U-bootkapitein’

 31,00
Tijdens de jaren die beide wereldoorlogen voorafgingen, zorgden toenemende internationale spanningen telkens voor de opbouw van de strijdkrachten bij de westerse grootmachten.En over één zaak was men het daarbij tweemaal roerend eens: bij een eventueel gewapend conflict zouden onderzeeërs slechts een zeer beperkte bijrol kunnen spelen. Grote investeringen in dergelijke schepen waren dus absoluut niet noodzakelijk. Tijdens het interbellum werden de Amerikaanse submarine captains zelfs enkel voor verkenningsopdrachten opgeleid. Onderzeeërs werden niet eens als echte oorlogsschepen beschouwd. Al vrij snel na het uitbreken van de vijandelijkheden bleek dat echter zowel in 1914 als in 1940 een grove misvatting. Vooral de Duitse U-boten speelden in beide wereldoorlogen een sleutelrol.
Waarom? Hoe werd deze moordende strijd gevoerd? Welke tactieken wendde men aan en hoe evolueerden deze naarmate de oorlogen vorderden? Hoe bracht men schepen tot zinken? Welke types U-boten vertrokken op patrouille? Hoe zag de werving en de opleiding van de U-bootbemanningen eruit? Kon men nog ontsnappen uit een gezonken U-boot? Hoe werden dieptebommen ingezet? Wie was de jager en wie was de prooi? Hoe leefden de U-bootbemanningen en hoe kwamen ze om?

Quick View

Leven en dood op zee. De Duitse U-bootoorlogen – Inclusief het geheime ‘Handboek van de U-bootkapitein’

 31,00
Tijdens de jaren die beide wereldoorlogen voorafgingen, zorgden toenemende internationale spanningen telkens voor de opbouw van de strijdkrachten bij de westerse grootmachten.En over één zaak was men het daarbij tweemaal roerend eens: bij een eventueel gewapend conflict zouden onderzeeërs slechts een zeer beperkte bijrol kunnen spelen. Grote investeringen in dergelijke schepen waren dus absoluut niet noodzakelijk. Tijdens het interbellum werden de Amerikaanse submarine captains zelfs enkel voor verkenningsopdrachten opgeleid. Onderzeeërs werden niet eens als echte oorlogsschepen beschouwd. Al vrij snel na het uitbreken van de vijandelijkheden bleek dat echter zowel in 1914 als in 1940 een grove misvatting. Vooral de Duitse U-boten speelden in beide wereldoorlogen een sleutelrol.
Waarom? Hoe werd deze moordende strijd gevoerd? Welke tactieken wendde men aan en hoe evolueerden deze naarmate de oorlogen vorderden? Hoe bracht men schepen tot zinken? Welke types U-boten vertrokken op patrouille? Hoe zag de werving en de opleiding van de U-bootbemanningen eruit? Kon men nog ontsnappen uit een gezonken U-boot? Hoe werden dieptebommen ingezet? Wie was de jager en wie was de prooi? Hoe leefden de U-bootbemanningen en hoe kwamen ze om?

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

School- en klaspraktijk (SKP) Jrg. 62 nr.1 (2021)

door
 10,75
In dit themanummer staat taal centraal. Taal als middel om dingen voor elkaar te krijgen. Taal als bindmiddel: uitdagende teksten lezen om samen dat ene bijzondere proefje uit te voeren, je eigen verhaal verzinnen of de taal leren van je meertalige vrienden.

In Goesting daagt Elisabeth Isabelle ons uit om op zoek te gaan naar onze eerste taal. Met drie meisjes van negen jaar zoekt ze naar hun innerlijke landschappen, hun wereld, hun verbeeldingskracht. Een ding is duidelijk: het borrelt er van de goesting!

Hoe motiveer je leerlingen om in het Frans een verhaal op te bouwen? In het artikel Hoezo, een verhaal? Interactief verhalen verzinnen tijdens de Franse les maken Karen Reekmans, Ellen Van den Berghe en Annelies Wangen je wegwijs in Teaching Proficiency through Reading and Storytelling (TPRS) en muzisch taalonderwijs.

Vreemde talen leren, daarmee kun je het best maar zo vroeg mogelijk beginnen, toch? Marieke Vanbuel, Hannelore Hooft en Goedele Vandommele gidsen ons in hun artikel Is vroeger écht beter? Een reviewstudie over wat werkt in vreemdetalenonderwijs in het basisonderwijs door het laatste wetenschappelijke onderzoek.

Hoe het komt dat zesjarigen Engelstalige woorden uitroepen, die vraag ligt aan de basis van het onderzoek van Eline Zenner en Laura Rosseel. In hun artikel Verenglishing, go! Ga jij de battle aan? doen ze hun onderzoeksresultaten uit de doeken. Exciting!

In BEELDig neemt Sarah Jácome-Alvarez de proef op de som: hoe ziet de klas eruit in de 21ste eeuw? En wat betekent onderwijs eigenlijk?

In het artikel Begrijpend lezen, hot in de media, nu nog in de taalmethodes doet Siel Vienne uit de doeken hoe sterk begrijpend leesonderwijs eruitziet volgens recente onderzoeken en in welke mate ingrediënten van effectief leesonderwijs terug te vinden zijn in taalmethodes.

Iris Vansteelandt en Hilde Van Keer delen in hun artikel Leraren die leesmotivatie promoten: continue professionalisering voor motiverend leesonderwijshoe je het leesvuur bij kinderen kunt ontsteken én warm houden. Op naar een gouden leesticket voor alle leerlingen!

Themaverkenning bij jonge kinderen, hoe pak je dat aan? En hoe kun je zorgen voor een sterke taalontwikkeling? In Hoge betrokkenheid creëren bij jonge,kwetsbare kinderen geven Lien De Coninck, Hannelore De Greve, Jo Van de Weghe en Jan Van de Wiele concrete tips. Na dit artikel kun je meteen aan de slag met het sprokkelen van interessante insteken voor jouw klas.

De laatste tijd heeft het onderwijs heel wat veerkracht getoond. We sluiten dit nummer af met een Ofwa? van Lore Baeyens, Fien Degrande en Nele Decroos waarin ze de kracht van een Leuvens netwerk én het platform Begeleiders zonder grenzen toelichten. Wat hen drijft? Snel schakelen en samenwerken voor gelijke onderwijskansen voor alle kinderen.

Carolien Frijns, hoofdredacteur

Geen voorraad
Quick View

School- en klaspraktijk (SKP) Jrg. 62 nr.1 (2021)

door
 10,75
In dit themanummer staat taal centraal. Taal als middel om dingen voor elkaar te krijgen. Taal als bindmiddel: uitdagende teksten lezen om samen dat ene bijzondere proefje uit te voeren, je eigen verhaal verzinnen of de taal leren van je meertalige vrienden.

In Goesting daagt Elisabeth Isabelle ons uit om op zoek te gaan naar onze eerste taal. Met drie meisjes van negen jaar zoekt ze naar hun innerlijke landschappen, hun wereld, hun verbeeldingskracht. Een ding is duidelijk: het borrelt er van de goesting!

Hoe motiveer je leerlingen om in het Frans een verhaal op te bouwen? In het artikel Hoezo, een verhaal? Interactief verhalen verzinnen tijdens de Franse les maken Karen Reekmans, Ellen Van den Berghe en Annelies Wangen je wegwijs in Teaching Proficiency through Reading and Storytelling (TPRS) en muzisch taalonderwijs.

Vreemde talen leren, daarmee kun je het best maar zo vroeg mogelijk beginnen, toch? Marieke Vanbuel, Hannelore Hooft en Goedele Vandommele gidsen ons in hun artikel Is vroeger écht beter? Een reviewstudie over wat werkt in vreemdetalenonderwijs in het basisonderwijs door het laatste wetenschappelijke onderzoek.

Hoe het komt dat zesjarigen Engelstalige woorden uitroepen, die vraag ligt aan de basis van het onderzoek van Eline Zenner en Laura Rosseel. In hun artikel Verenglishing, go! Ga jij de battle aan? doen ze hun onderzoeksresultaten uit de doeken. Exciting!

In BEELDig neemt Sarah Jácome-Alvarez de proef op de som: hoe ziet de klas eruit in de 21ste eeuw? En wat betekent onderwijs eigenlijk?

In het artikel Begrijpend lezen, hot in de media, nu nog in de taalmethodes doet Siel Vienne uit de doeken hoe sterk begrijpend leesonderwijs eruitziet volgens recente onderzoeken en in welke mate ingrediënten van effectief leesonderwijs terug te vinden zijn in taalmethodes.

Iris Vansteelandt en Hilde Van Keer delen in hun artikel Leraren die leesmotivatie promoten: continue professionalisering voor motiverend leesonderwijshoe je het leesvuur bij kinderen kunt ontsteken én warm houden. Op naar een gouden leesticket voor alle leerlingen!

Themaverkenning bij jonge kinderen, hoe pak je dat aan? En hoe kun je zorgen voor een sterke taalontwikkeling? In Hoge betrokkenheid creëren bij jonge,kwetsbare kinderen geven Lien De Coninck, Hannelore De Greve, Jo Van de Weghe en Jan Van de Wiele concrete tips. Na dit artikel kun je meteen aan de slag met het sprokkelen van interessante insteken voor jouw klas.

De laatste tijd heeft het onderwijs heel wat veerkracht getoond. We sluiten dit nummer af met een Ofwa? van Lore Baeyens, Fien Degrande en Nele Decroos waarin ze de kracht van een Leuvens netwerk én het platform Begeleiders zonder grenzen toelichten. Wat hen drijft? Snel schakelen en samenwerken voor gelijke onderwijskansen voor alle kinderen.

Carolien Frijns, hoofdredacteur

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Lees verderBekijk winkelwagen

Tijdschrift Lexicon van Literaire Werken. Afl. 124

Uit het eerste artikel in LLW 124:

'Op lichtvoetige wijze verknoopt de roman kleine en grote geschiedenis om te laten zien hoezeer lot, toeval en noodlot op beide niveaus sturend zijn. De kleine geschiedenis is in dit geval die van Josip en Andrej. In hun eenvoudige bestaan vinden zij elkaar in hun zucht naar meer opwinding. Ondanks hun leeftijdsverschil raken ze bevriend.

De ontwikkelingen in hun verweven levens, tegen de achtergrond van het door desintegratie en burgeroorlog geteisterde Joegoslavië, suggereren dat kleine en grote geschiedenis altijd weer in elkaar schuiven. Dat beide hoofdpersonages elkaar chanteren, tekent de bizarre, verstarde maatschappelijke verhoudingen onder het communisme. Vanuit een ironisch perspectief schetst de roman het bankroet van de Joegoslavische eenheid en het politieke bestel.'

Geen voorraad
Quick View

Tijdschrift Lexicon van Literaire Werken. Afl. 124

Uit het eerste artikel in LLW 124:

'Op lichtvoetige wijze verknoopt de roman kleine en grote geschiedenis om te laten zien hoezeer lot, toeval en noodlot op beide niveaus sturend zijn. De kleine geschiedenis is in dit geval die van Josip en Andrej. In hun eenvoudige bestaan vinden zij elkaar in hun zucht naar meer opwinding. Ondanks hun leeftijdsverschil raken ze bevriend.

De ontwikkelingen in hun verweven levens, tegen de achtergrond van het door desintegratie en burgeroorlog geteisterde Joegoslavië, suggereren dat kleine en grote geschiedenis altijd weer in elkaar schuiven. Dat beide hoofdpersonages elkaar chanteren, tekent de bizarre, verstarde maatschappelijke verhoudingen onder het communisme. Vanuit een ironisch perspectief schetst de roman het bankroet van de Joegoslavische eenheid en het politieke bestel.'

Lees verderBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Boksen met jongerenEen nieuwe kijk op pedagogisch en didactisch handelenReeks: Psychofysiek werken met jongeren, nr. 2

 21,90
De laatste jaren merken we steeds meer interesse voor lichaamsgerichte methodieken in het werken met jongeren. Binnen verschillende sectoren zoals het onderwijs, jeugdwerk, sportverenigingsleven, straathoekwerk en hulpverlening gaan begeleiders aan de slag met diverse activiteiten en methodieken. In dit boek zoomen we in op het pedagogisch boksen. Het idee om boksen in te zetten als een therapeutische, gezondheidsgerichte of sociaalpedagogische interventie is niet nieuw, maar blijft een onderbenut en vaak ook onbekend terrein.

Om de lezer een concreet idee te geven over hoe een sportpedagogische methodiek eruit kan zien, beschrijven we een boksproject dat plaatsvond in een gesloten jeugdvoorziening. Het project beoogde de bevordering van het integratieperspectief van jongeren. We laten hierbij uitgebreid de jongeren en de begeleiders zelf aan het woord, en koppelen onze bevindingen aan internationale wetenschappelijke literatuur.

Het boek biedt ook een uitgewerkte sportspelmethodiek voor het pedagogisch boksen aan, waarmee de lezer zelf aan de slag kan gaan. Voor de meer ervaren bokstrainer kan dit hoofdstuk nieuwe inzichten bieden om de bestaande lessen te verrijken. Vanuit een beleids- en organisatorisch perspectief geven we bijkomend enkele concrete aandachtspunten voor het opzetten van bokspedagogische projecten.

We sluiten het boek af met een pleidooi om bokspedagogische projecten, en bij uitbreiding andere (vecht-)sporten, meer ingang te doen laten vinden binnen het onderwijs, het jeugdwerk en de jeugdhulp.

--Dit is het tweede deel in de reeks Psychofysiek werken met jongeren. Eerder verscheen in deze reeks van dezelfde auteurs: Een nieuwe kijk op lichaamsgericht werken met jongeren (9789044136166).--
Quick View

Boksen met jongerenEen nieuwe kijk op pedagogisch en didactisch handelenReeks: Psychofysiek werken met jongeren, nr. 2

 21,90
De laatste jaren merken we steeds meer interesse voor lichaamsgerichte methodieken in het werken met jongeren. Binnen verschillende sectoren zoals het onderwijs, jeugdwerk, sportverenigingsleven, straathoekwerk en hulpverlening gaan begeleiders aan de slag met diverse activiteiten en methodieken. In dit boek zoomen we in op het pedagogisch boksen. Het idee om boksen in te zetten als een therapeutische, gezondheidsgerichte of sociaalpedagogische interventie is niet nieuw, maar blijft een onderbenut en vaak ook onbekend terrein.

Om de lezer een concreet idee te geven over hoe een sportpedagogische methodiek eruit kan zien, beschrijven we een boksproject dat plaatsvond in een gesloten jeugdvoorziening. Het project beoogde de bevordering van het integratieperspectief van jongeren. We laten hierbij uitgebreid de jongeren en de begeleiders zelf aan het woord, en koppelen onze bevindingen aan internationale wetenschappelijke literatuur.

Het boek biedt ook een uitgewerkte sportspelmethodiek voor het pedagogisch boksen aan, waarmee de lezer zelf aan de slag kan gaan. Voor de meer ervaren bokstrainer kan dit hoofdstuk nieuwe inzichten bieden om de bestaande lessen te verrijken. Vanuit een beleids- en organisatorisch perspectief geven we bijkomend enkele concrete aandachtspunten voor het opzetten van bokspedagogische projecten.

We sluiten het boek af met een pleidooi om bokspedagogische projecten, en bij uitbreiding andere (vecht-)sporten, meer ingang te doen laten vinden binnen het onderwijs, het jeugdwerk en de jeugdhulp.

--Dit is het tweede deel in de reeks Psychofysiek werken met jongeren. Eerder verscheen in deze reeks van dezelfde auteurs: Een nieuwe kijk op lichaamsgericht werken met jongeren (9789044136166).--
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Waarom niet lezen? Themanr. Filosofie & Praktijk jg 41 nr. 4 (2020)

 15,00
Waarom niet lezen?” kun je uiteraard op meer dan één manier lezen. Het zou uitleg kunnen geven over de redenen om niet te lezen. En aanbevelen om daarvoor in de plaats alle praatshows op de televisie te bekijken. Het zou echter ook kunnen uitleggen waarom je niet zou lezen in plaats van alle praatshows op televisie te bekijken. Hoe dan ook, voorafgegaan door een toelichtend ‘woord vooraf’ van Leon Pijnenburg die voor de vertaling zorgde, volgt de bijdrage van Jürgen Habermas “Waarom niet lezen?”

Vervolgens breekt Patrick Delaere een lans voor het lezen van “een schrijver van buitencategorie proza, die meer literaire prijzen won dan welke andere auteur ook, en die samen met William Faulkner de ruggengraat vormde van de 20ste-eeuwse Amerikaanse literatuur, volgens collega-schrijver Philip Roth.” Daar komt nog als extra reden bij dat veel mensen onder de veertig de romancier en hoogleraar Saul Bellow – want om hem gaat het hier – vandaag de dag niet meer kennen. Zijn werk, aldus Delaere, lijkt nu al op het kerkhof van vergeten boeken te zijn beland. En dus spreekt hij in “Saul Bellows romaneske waarheid” de hoop uit dat literatuurminnaars het tij voor dit dreigende verlies snel zullen doen keren, waarbij hij tevens aannemelijk wil maken dat ook filosofen reden hebben zich dat mogelijke verlies aan te trekken.

In zijn bijdrage “Zwart en wit in het licht van de rede, over Kant en racisme” richt Herman van Erp zich op het betoog van de Nigeriaanse filosoof Emmanuel Eze, waarin deze stelt dat Kants begrip van rationaliteit, evenals dat van Habermas, racistisch is. Daarbij valt het zeker niet te ontkennen dat tot in het recente verleden antropologische theorieën het begrip rationaliteit vaak op racistische wijze hebben gebruikt, alsof niet-Westerse volkeren minder rationeel zouden zijn. Daarbij gaat Van Erp tevens in op de Kameroense filosoof Achille Mbembe en diens aansprekende cultuurfilosofische analyse van wat als ‘zwarte rede’ getypeerd kan worden. Het debat over racisme roept vandaag de dag heftige emoties op, juist vanwege het toenemende ‘identiteits-denken’ (zie daarvoor het voorafgaand themanummer van F&P). Standpunten en individuen botsen en je kunt je afvragen of het niet mogelijk is dat de deelnemers aan het debat “de botsing van hun kritiek met enige humor kunnen bezien en begrip voor elkaars standpunten kunnen opbrengen?”

Je zou kunnen zeggen dat dat laatste – humor en begrip – de uitkomst is, in elk geval ten dele, van de volgende bijdrage, “Twee voetnoten, over discriminatie en racisme bij David Hume” door Ton Vink. Vanwege een racistische voetnoot in een van de essays van David Hume besloot de universiteit van Edinburgh onlangs diens naam van een naar hem vernoemd universiteitsgebouw te schrappen. Het gebouw moest nu maar vernoemd worden naar de locatie ervan: 40 George Square. Helaas ontdekte een derdejaarsstudent dat de nieuwe naamgever, George Brown, een 18de-eeuwse soldaat was, wiens familie enkele van de grootste suikerplantages op Jamaica exploiteerde, met meer dan 1.000 slaven. Men is in gesprek met elkaar! Dat doet overigens niets af aan de vraag of Hume zich in het essay dat aanleiding tot deze commotie is, eigenlijk wel steeds aan zijn eigen kennistheoretische uitgangspunten heeft gehouden.

In zijn “Minima Philosophica: Optimisme of mooipraterij over natuur in het tijdperk van de mens?” onderzoekt Jozef Keulartz de vraag of, en zo ja tot op welke hoogte, het optimisme over de veronderstelde sterke vergroting van de biodiversiteit door de moderne mens gerechtvaardigd is. Worden we daar echt blij van?

Vervolgens bespreekt Kees Hellingman Hoe de evolutie onze kijk op de wereld verdiept geschreven door Mark van Vugt. Na informatie over een prijsvraag van de Vereniging van Ethici in Nederland besluit een korte rubriek Signalementen dit nummer van F&P.

Geen voorraad
Quick View

Waarom niet lezen? Themanr. Filosofie & Praktijk jg 41 nr. 4 (2020)

 15,00
Waarom niet lezen?” kun je uiteraard op meer dan één manier lezen. Het zou uitleg kunnen geven over de redenen om niet te lezen. En aanbevelen om daarvoor in de plaats alle praatshows op de televisie te bekijken. Het zou echter ook kunnen uitleggen waarom je niet zou lezen in plaats van alle praatshows op televisie te bekijken. Hoe dan ook, voorafgegaan door een toelichtend ‘woord vooraf’ van Leon Pijnenburg die voor de vertaling zorgde, volgt de bijdrage van Jürgen Habermas “Waarom niet lezen?”

Vervolgens breekt Patrick Delaere een lans voor het lezen van “een schrijver van buitencategorie proza, die meer literaire prijzen won dan welke andere auteur ook, en die samen met William Faulkner de ruggengraat vormde van de 20ste-eeuwse Amerikaanse literatuur, volgens collega-schrijver Philip Roth.” Daar komt nog als extra reden bij dat veel mensen onder de veertig de romancier en hoogleraar Saul Bellow – want om hem gaat het hier – vandaag de dag niet meer kennen. Zijn werk, aldus Delaere, lijkt nu al op het kerkhof van vergeten boeken te zijn beland. En dus spreekt hij in “Saul Bellows romaneske waarheid” de hoop uit dat literatuurminnaars het tij voor dit dreigende verlies snel zullen doen keren, waarbij hij tevens aannemelijk wil maken dat ook filosofen reden hebben zich dat mogelijke verlies aan te trekken.

In zijn bijdrage “Zwart en wit in het licht van de rede, over Kant en racisme” richt Herman van Erp zich op het betoog van de Nigeriaanse filosoof Emmanuel Eze, waarin deze stelt dat Kants begrip van rationaliteit, evenals dat van Habermas, racistisch is. Daarbij valt het zeker niet te ontkennen dat tot in het recente verleden antropologische theorieën het begrip rationaliteit vaak op racistische wijze hebben gebruikt, alsof niet-Westerse volkeren minder rationeel zouden zijn. Daarbij gaat Van Erp tevens in op de Kameroense filosoof Achille Mbembe en diens aansprekende cultuurfilosofische analyse van wat als ‘zwarte rede’ getypeerd kan worden. Het debat over racisme roept vandaag de dag heftige emoties op, juist vanwege het toenemende ‘identiteits-denken’ (zie daarvoor het voorafgaand themanummer van F&P). Standpunten en individuen botsen en je kunt je afvragen of het niet mogelijk is dat de deelnemers aan het debat “de botsing van hun kritiek met enige humor kunnen bezien en begrip voor elkaars standpunten kunnen opbrengen?”

Je zou kunnen zeggen dat dat laatste – humor en begrip – de uitkomst is, in elk geval ten dele, van de volgende bijdrage, “Twee voetnoten, over discriminatie en racisme bij David Hume” door Ton Vink. Vanwege een racistische voetnoot in een van de essays van David Hume besloot de universiteit van Edinburgh onlangs diens naam van een naar hem vernoemd universiteitsgebouw te schrappen. Het gebouw moest nu maar vernoemd worden naar de locatie ervan: 40 George Square. Helaas ontdekte een derdejaarsstudent dat de nieuwe naamgever, George Brown, een 18de-eeuwse soldaat was, wiens familie enkele van de grootste suikerplantages op Jamaica exploiteerde, met meer dan 1.000 slaven. Men is in gesprek met elkaar! Dat doet overigens niets af aan de vraag of Hume zich in het essay dat aanleiding tot deze commotie is, eigenlijk wel steeds aan zijn eigen kennistheoretische uitgangspunten heeft gehouden.

In zijn “Minima Philosophica: Optimisme of mooipraterij over natuur in het tijdperk van de mens?” onderzoekt Jozef Keulartz de vraag of, en zo ja tot op welke hoogte, het optimisme over de veronderstelde sterke vergroting van de biodiversiteit door de moderne mens gerechtvaardigd is. Worden we daar echt blij van?

Vervolgens bespreekt Kees Hellingman Hoe de evolutie onze kijk op de wereld verdiept geschreven door Mark van Vugt. Na informatie over een prijsvraag van de Vereniging van Ethici in Nederland besluit een korte rubriek Signalementen dit nummer van F&P.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Sensoa Vlaggensysteem voor volwassenen (7e)- Bespreekbaar maken van seksueel (grensoverschrijdend) gedrag

 29,00
Het Sensoa Vlaggensysteem is een methodiek die het voor mensen makkelijker maakt om met elkaar in gesprek te gaan over seksueel grensoverschrijdend gedrag. Het Vlaggensysteem werkt met situatietekeningen, een systeem van kleuren van vlaggen bij de inschatting van een seksuele situatie en bij het beoordelen van de ernst van eventueel seksueel grensoverschrijdend gedrag. Het duiden van de ernst van het gedrag is een belangrijk onderdeel: het geeft houvast met behulp van zes objectieve criteria. Hierdoor ontstaat inzicht bij alle partijen in de principes van seksueel gewenst en seksueel grensoverschrijdend gedrag.

Het concept is een een onderbouwde en herziene versie van het Vlaggensysteem voor begeleiders die werken met kinderen en jongeren (Frans & Franck, 2010, 2014). In de versie voor volwassenen nemen we de professional die zorgt voor het welzijn van volwassenen als focus. Nog sterker dan bij kinderen en jongeren echter zal de betrokken volwassene zelf ook eigen inschattingen maken, eigen handelingen bewust sturen en afwegen.

De methodiek is bedoeld om als professional te gebruiken op 3 niveaus, namelijk:
• op niveau van de cliënt, als agogisch instrument voor het werken met cliënten, in het bespreekbaar maken van seksueel gedrag waarbij ze betrokken (kunnen) zijn;
• op niveau van het team en de professional kan men de methodiek gebruiken om te reflecteren op hoe men bepaalde situaties kan inschatten, hoe men ermee kan omgaan, en welke competenties daarvoor nodig zijn bij professionals;
• op niveau van de organisatie kan men proactief of reactief werken aan een beter beleid, aan de hand van reflectie op incidenten, tekorten, evoluties enzovoort.

Situatiekaarten, oefeningen en instrumenten zijn te vinden op www.vlaggensysteem.be.

Quick View

Sensoa Vlaggensysteem voor volwassenen (7e)- Bespreekbaar maken van seksueel (grensoverschrijdend) gedrag

 29,00
Het Sensoa Vlaggensysteem is een methodiek die het voor mensen makkelijker maakt om met elkaar in gesprek te gaan over seksueel grensoverschrijdend gedrag. Het Vlaggensysteem werkt met situatietekeningen, een systeem van kleuren van vlaggen bij de inschatting van een seksuele situatie en bij het beoordelen van de ernst van eventueel seksueel grensoverschrijdend gedrag. Het duiden van de ernst van het gedrag is een belangrijk onderdeel: het geeft houvast met behulp van zes objectieve criteria. Hierdoor ontstaat inzicht bij alle partijen in de principes van seksueel gewenst en seksueel grensoverschrijdend gedrag.

Het concept is een een onderbouwde en herziene versie van het Vlaggensysteem voor begeleiders die werken met kinderen en jongeren (Frans & Franck, 2010, 2014). In de versie voor volwassenen nemen we de professional die zorgt voor het welzijn van volwassenen als focus. Nog sterker dan bij kinderen en jongeren echter zal de betrokken volwassene zelf ook eigen inschattingen maken, eigen handelingen bewust sturen en afwegen.

De methodiek is bedoeld om als professional te gebruiken op 3 niveaus, namelijk:
• op niveau van de cliënt, als agogisch instrument voor het werken met cliënten, in het bespreekbaar maken van seksueel gedrag waarbij ze betrokken (kunnen) zijn;
• op niveau van het team en de professional kan men de methodiek gebruiken om te reflecteren op hoe men bepaalde situaties kan inschatten, hoe men ermee kan omgaan, en welke competenties daarvoor nodig zijn bij professionals;
• op niveau van de organisatie kan men proactief of reactief werken aan een beter beleid, aan de hand van reflectie op incidenten, tekorten, evoluties enzovoort.

Situatiekaarten, oefeningen en instrumenten zijn te vinden op www.vlaggensysteem.be.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Onrust en samenleven in EuropaOver rechtvaardigheid, duurzaamheid en participatie

 18,50
Het boek ‘Onrust en samenleven in Europa. Over rechtvaardigheid, duurzaamheid en participatie’ gaat in op de actuele onvrede in onze samenleving en de oorzaken daarvan. We onderscheiden 3 hoofdoorzaken: de onvrede over een maatschappij die niet als rechtvaardig gepercipieerd wordt, de zorg rond duurzaamheid en het gevoel onvoldoende te kunnen participeren in de samenleving (of een gebrek aan verbondenheid). Na een algemeen deel over de hedendaagse context (diversiteit en globalisering) en basisbegrippen voor een goede samenlevingsopbouw (mensenrechten, het algemeen belang) werkt de auteur achtereenvolgens de 3 hoofdthema’s uit. De nadruk ligt daarbij minder op analyse (daarvoor wordt eerder verwezen naar andere werken), maar vooral op principes, ideeën en concrete voorstellen om tot meer rechtvaardigheid, duurzaamheid en participatie te komen. De samenhang tussen deze 3 kernbegrippen wordt beklemtoond.

In het deel over rechtvaardigheid gaat de auteur in op gelijke kansen, minimale welvaart voor iedereen, de verdeling van inkomens en vermogen, werk en zekerheid (dit laatste zowel op sociaal, economisch als financieel vlak). Onder het thema duurzaamheid worden behandeld: een leefbaar milieu, de energieproblematiek, grondstoffen en afval, klimaatverandering, vrede en veiligheid. Ten slotte handelt het deel over participatie over het behoren tot gemeenschappen, een geïntegreerde maatschappij, een democratie voor de 21ste eeuw, de rechtstaat en sociaaleconomische betrokkenheid.

Het werk is geschreven voor de geïnteresseerde en geïnformeerde burger, zonder dat deze een specialist hoeft te zijn. Het wil de zaken tegelijk bevattelijk en met de nodige diepgang weergeven. Met allerhande ideeën en voorstellen wil het vooral aanzetten tot verder denken en handelen. De doelgroep is het groeiend aantal burgers dat begaan is met deze maatschappelijke thema’s en zich hierin verder wil verdiepen. Het voordeel van dit werk is dat het niet enkel ingaat op één bepaald aspect, maar door de behandeling van de drie hoofdthema’s een globale visie wil bieden, waarin de onderlinge samenhang van interactie van de deelterreinen recht wordt gedaan.

Quick View

Onrust en samenleven in EuropaOver rechtvaardigheid, duurzaamheid en participatie

 18,50
Het boek ‘Onrust en samenleven in Europa. Over rechtvaardigheid, duurzaamheid en participatie’ gaat in op de actuele onvrede in onze samenleving en de oorzaken daarvan. We onderscheiden 3 hoofdoorzaken: de onvrede over een maatschappij die niet als rechtvaardig gepercipieerd wordt, de zorg rond duurzaamheid en het gevoel onvoldoende te kunnen participeren in de samenleving (of een gebrek aan verbondenheid). Na een algemeen deel over de hedendaagse context (diversiteit en globalisering) en basisbegrippen voor een goede samenlevingsopbouw (mensenrechten, het algemeen belang) werkt de auteur achtereenvolgens de 3 hoofdthema’s uit. De nadruk ligt daarbij minder op analyse (daarvoor wordt eerder verwezen naar andere werken), maar vooral op principes, ideeën en concrete voorstellen om tot meer rechtvaardigheid, duurzaamheid en participatie te komen. De samenhang tussen deze 3 kernbegrippen wordt beklemtoond.

In het deel over rechtvaardigheid gaat de auteur in op gelijke kansen, minimale welvaart voor iedereen, de verdeling van inkomens en vermogen, werk en zekerheid (dit laatste zowel op sociaal, economisch als financieel vlak). Onder het thema duurzaamheid worden behandeld: een leefbaar milieu, de energieproblematiek, grondstoffen en afval, klimaatverandering, vrede en veiligheid. Ten slotte handelt het deel over participatie over het behoren tot gemeenschappen, een geïntegreerde maatschappij, een democratie voor de 21ste eeuw, de rechtstaat en sociaaleconomische betrokkenheid.

Het werk is geschreven voor de geïnteresseerde en geïnformeerde burger, zonder dat deze een specialist hoeft te zijn. Het wil de zaken tegelijk bevattelijk en met de nodige diepgang weergeven. Met allerhande ideeën en voorstellen wil het vooral aanzetten tot verder denken en handelen. De doelgroep is het groeiend aantal burgers dat begaan is met deze maatschappelijke thema’s en zich hierin verder wil verdiepen. Het voordeel van dit werk is dat het niet enkel ingaat op één bepaald aspect, maar door de behandeling van de drie hoofdthema’s een globale visie wil bieden, waarin de onderlinge samenhang van interactie van de deelterreinen recht wordt gedaan.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Ontwarring en ordening van de draad (hc). Verbindend werken met cliënten met probleemgedrag

 42,00
In het werkveld van de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking zijn de ontwikkelingspsychologie en -pedagogie erg belangrijk om antwoorden te vinden op eenvoudige en complexe opvoedings- en begeleidingsvragen. ‘De draad’ is een indeling van de ontwikkeling in een aantal stappen, vrij vertaald in typen draden. Het is een metafoor voor hechting en voor de verbinding tussen mensen die groeit door de verschillende ontwikkelingsstappen heen. Anders dan in ontwikkelingspsychologie gaat het daarbij niet alleen om de ontwikkelingsfasen van de cliënt, maar om de verbondenheid met zijn zorgfiguren.

Dit is het derde boek over ‘de draad’. Het is een praktijkboek, geworteld in de twee eerste boeken. Van een metafoor werd ‘de draad’ een model en een methode om cliënten te bespreken en gepasteingangen te zoeken. Het boek wil helpen om een interpretatie voor het gedrag van een cliënt te vinden die hem recht doet. Orthopedagogen, psychologen en begeleiders kunnen het gebruikenin hun handelingsplanning, bij de bespreking van cliënten, in het zoeken naar antwoorden bij moeilijk gedrag en in vastlopende situaties.

Dit boek biedt enerzijds ‘ontwarring’ als handleiding bij de methode ‘de draad’ om het verbindende verhaal van de cliënt en zijn begeleider, ouder of leerkracht te helpen schrijven. Het wil anderzijds ‘ordening’ aanreiken met concrete handvatten om anders met (probleem)gedrag van cliënten om te gaan.

Quick View

Ontwarring en ordening van de draad (hc). Verbindend werken met cliënten met probleemgedrag

 42,00
In het werkveld van de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking zijn de ontwikkelingspsychologie en -pedagogie erg belangrijk om antwoorden te vinden op eenvoudige en complexe opvoedings- en begeleidingsvragen. ‘De draad’ is een indeling van de ontwikkeling in een aantal stappen, vrij vertaald in typen draden. Het is een metafoor voor hechting en voor de verbinding tussen mensen die groeit door de verschillende ontwikkelingsstappen heen. Anders dan in ontwikkelingspsychologie gaat het daarbij niet alleen om de ontwikkelingsfasen van de cliënt, maar om de verbondenheid met zijn zorgfiguren.

Dit is het derde boek over ‘de draad’. Het is een praktijkboek, geworteld in de twee eerste boeken. Van een metafoor werd ‘de draad’ een model en een methode om cliënten te bespreken en gepasteingangen te zoeken. Het boek wil helpen om een interpretatie voor het gedrag van een cliënt te vinden die hem recht doet. Orthopedagogen, psychologen en begeleiders kunnen het gebruikenin hun handelingsplanning, bij de bespreking van cliënten, in het zoeken naar antwoorden bij moeilijk gedrag en in vastlopende situaties.

Dit boek biedt enerzijds ‘ontwarring’ als handleiding bij de methode ‘de draad’ om het verbindende verhaal van de cliënt en zijn begeleider, ouder of leerkracht te helpen schrijven. Het wil anderzijds ‘ordening’ aanreiken met concrete handvatten om anders met (probleem)gedrag van cliënten om te gaan.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Natiestaat contra RepubliekDe ‘verloren schat’ van het republikeinse universalisme

 22,00
“Nationalisten beweren dat de liberale natiestaat de noodzakelijke voorwaarde is voor een moderne democratie. Maar is dat zo? Stefaan Marteel breekt een lans voor republicanisme gegrond in universele mensenrechten en postnationaal burgerschap op basis van gelaagde politieke participatie. Zijn pleidooi staat op de schouders van republikeinse denkers die het nationalistisch postulaat al eeuwen uitdagen. Het is een herontdekking en herwaardering van een uitdagend gedachtengoed en verplichte lectuur voor nationalisten en hun tegenstanders.”
Bruno De Wever, Universiteit Gent

In Natiestaat contra Republiek herontdekt Stefaan Marteel een belangrijk maar vergeten alternatief voor het nationalisme: het republikeinse universalisme. Klassieke republikeinen zetten zich af tegen het Hobbesiaanse idee van de soevereine, ondeelbare staat en pleitten in plaats daarvan voor een federatie van republieken – een model dat de inspiratie vormde voor de Verenigde Staten van Amerika. Nu het rechts-nationalisme aan een opmars bezig is in Europa en de VS is dit boek actueler dan ooit.”
Annelien de Dijn, Universiteit Utrecht

“Op het ogenblik dat we zowat overal in Europa te kampen hebben met krachten die ons tot een nationalistische terugplooi aanzetten, houdt Stefaan Marteel een pleidooi voor de rehabilitatie van het republikeinse universalisme. Deskundig, overtuigend en inspirerend.”
Vincent Scheltiens, Universiteit Antwerpen

Sinds enkele decennia voeren democratische nationalisten en liberale universalisten debatten over soevereiniteit, identiteit, en de vraag naar de (on)aangepastheid van het natiestaatmodel aan de geglobaliseerde economie en cultuur – een tegenstelling die echter vooralsnog weinig productief is gebleken. Dit essay wil het debat vooruithelpen door terug te koppelen naar de ontstaansperiode van de moderne democratie. Daarbij wordt de opkomst van de natiestaat herbekeken in een brede politieke en intellectuele context, en worden de ideologische drijfveren achter het introduceren van het nationalisme in het politiek discours blootgelegd.

Het centrale betoog luidt dat het duurzaam succes van het 19de-eeuwse natiestaatmodel, en van de politiek van het nationalisme, alleen begrepen kan worden als keerzijde van de teloorgang van het (neo)klassieke republicanisme – een denkstroming over vrijheid, soevereiniteit en burgerschap die haar oorsprong in de renaissance vond en aan de basis lag van de revolutionaire gebeurtenissen op het einde van de 18de eeuw. Het essay geeft zo een aanzet tot de herontdekking van dit gedachtegoed, en onderkent hierin de belofte van een hernieuwd politiek engagement voor transnationalisme en universalisme.

Quick View

Natiestaat contra RepubliekDe ‘verloren schat’ van het republikeinse universalisme

 22,00
“Nationalisten beweren dat de liberale natiestaat de noodzakelijke voorwaarde is voor een moderne democratie. Maar is dat zo? Stefaan Marteel breekt een lans voor republicanisme gegrond in universele mensenrechten en postnationaal burgerschap op basis van gelaagde politieke participatie. Zijn pleidooi staat op de schouders van republikeinse denkers die het nationalistisch postulaat al eeuwen uitdagen. Het is een herontdekking en herwaardering van een uitdagend gedachtengoed en verplichte lectuur voor nationalisten en hun tegenstanders.”
Bruno De Wever, Universiteit Gent

In Natiestaat contra Republiek herontdekt Stefaan Marteel een belangrijk maar vergeten alternatief voor het nationalisme: het republikeinse universalisme. Klassieke republikeinen zetten zich af tegen het Hobbesiaanse idee van de soevereine, ondeelbare staat en pleitten in plaats daarvan voor een federatie van republieken – een model dat de inspiratie vormde voor de Verenigde Staten van Amerika. Nu het rechts-nationalisme aan een opmars bezig is in Europa en de VS is dit boek actueler dan ooit.”
Annelien de Dijn, Universiteit Utrecht

“Op het ogenblik dat we zowat overal in Europa te kampen hebben met krachten die ons tot een nationalistische terugplooi aanzetten, houdt Stefaan Marteel een pleidooi voor de rehabilitatie van het republikeinse universalisme. Deskundig, overtuigend en inspirerend.”
Vincent Scheltiens, Universiteit Antwerpen

Sinds enkele decennia voeren democratische nationalisten en liberale universalisten debatten over soevereiniteit, identiteit, en de vraag naar de (on)aangepastheid van het natiestaatmodel aan de geglobaliseerde economie en cultuur – een tegenstelling die echter vooralsnog weinig productief is gebleken. Dit essay wil het debat vooruithelpen door terug te koppelen naar de ontstaansperiode van de moderne democratie. Daarbij wordt de opkomst van de natiestaat herbekeken in een brede politieke en intellectuele context, en worden de ideologische drijfveren achter het introduceren van het nationalisme in het politiek discours blootgelegd.

Het centrale betoog luidt dat het duurzaam succes van het 19de-eeuwse natiestaatmodel, en van de politiek van het nationalisme, alleen begrepen kan worden als keerzijde van de teloorgang van het (neo)klassieke republicanisme – een denkstroming over vrijheid, soevereiniteit en burgerschap die haar oorsprong in de renaissance vond en aan de basis lag van de revolutionaire gebeurtenissen op het einde van de 18de eeuw. Het essay geeft zo een aanzet tot de herontdekking van dit gedachtegoed, en onderkent hierin de belofte van een hernieuwd politiek engagement voor transnationalisme en universalisme.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Denkinstrumenten voor leidinggevenden in het onderwijs. Onderwijsbegeerte in de praktijk

 24,50
Dit boek helpt je als leidinggevende in het onderwijs om op basis van vijf thema’s uit de filosofie denkinstrumenten in te zetten, waarmee je medewerkers kunt aansturen. Deze instrumenten ondersteunen je bovendien in het reflecteren op jouw werkwijze in het leidinggeven aan een team.

In Denkinstrumenten voor leidinggevenden in het onderwijs. Onderwijsbegeerte in de praktijk worden tweeëntwintig denkinstrumenten beschreven die helpen bij het leidinggeven op school. Voorbeelden zijn het werkoverleg (socratisch gesprek), de multitool (creatief denken), de passer (omtrekkende beweging) en het beeldgesprek (leiding geven op afstand). Alle instrumenten zijn ontleend aan de filosofie. Filosofen beschikken immers over een rijk denkrepertoire, waar leidinggevenden uitstekend gebruik van kunnen maken.

De gereedschappen zijn gerelateerd aan vijf thema’s: zijn, denken, doen (ethiek), taal en de mens. Deze wijsgerige thema’s sluiten aan bij onderwerpen waar leidinggevenden veel mee te maken hebben. De instrumenten zijn praktisch toepasbaar en kunnen worden benut bij onderwerpen als moreel leiderschap, het denken over vrijheid van handelen, het voeren van complexe gesprekken, de maakbaarheid van een team, diversiteit aan denkpatronen en zelfreflectie.

Dit boek beschrijft bovendien vijf typen denkers (leiders): de analytische denker, de creatieve denker, de humane denker, de wezensdenker en de holistische denker. Welk type denker past het meeste bij jou? En hoe kun je hier gebruik van maken? Dit boek biedt handreikingen aan jou als leider om te ontdekken welk type denkgereedschap het beste bij jou past. Welk instrument heeft jouw voorkeur in een specifieke situatie? De gereedschappen zijn gekoppeld aan (combinaties van) de typeringen.

In dit boek zijn interviews verwerkt die gehouden werden met tweeëntwintig prominente leiders in het onderwijs en van organisaties die functioneren in een educatieve setting. Er staan in dit boek tips van onder andere Hugo de Jonge, Henk Oosterling en Erik van ’t Zelfde; stuk voor stuk experts in het leidinggeven in het onderwijsveld. Hun good practices met bepaalde gereedschappen worden beschreven. Dat zorgt ervoor dat dit boek een praktisch karakter heeft; je kunt meteen met de teksten in de praktijk aan de slag.

Denkinstrumenten voor leidinggevenden in het onderwijs. Onderwijsbegeerte in de praktijk levert een bijdrage aan het professioneel reflecteren en handelen van leidinggevenden, van basisscholen tot universiteiten.

Om Stephan Covey aan te halen: dit boek kan ervoor zorgen dat je je zaag scherp houdt.

Quick View

Denkinstrumenten voor leidinggevenden in het onderwijs. Onderwijsbegeerte in de praktijk

 24,50
Dit boek helpt je als leidinggevende in het onderwijs om op basis van vijf thema’s uit de filosofie denkinstrumenten in te zetten, waarmee je medewerkers kunt aansturen. Deze instrumenten ondersteunen je bovendien in het reflecteren op jouw werkwijze in het leidinggeven aan een team.

In Denkinstrumenten voor leidinggevenden in het onderwijs. Onderwijsbegeerte in de praktijk worden tweeëntwintig denkinstrumenten beschreven die helpen bij het leidinggeven op school. Voorbeelden zijn het werkoverleg (socratisch gesprek), de multitool (creatief denken), de passer (omtrekkende beweging) en het beeldgesprek (leiding geven op afstand). Alle instrumenten zijn ontleend aan de filosofie. Filosofen beschikken immers over een rijk denkrepertoire, waar leidinggevenden uitstekend gebruik van kunnen maken.

De gereedschappen zijn gerelateerd aan vijf thema’s: zijn, denken, doen (ethiek), taal en de mens. Deze wijsgerige thema’s sluiten aan bij onderwerpen waar leidinggevenden veel mee te maken hebben. De instrumenten zijn praktisch toepasbaar en kunnen worden benut bij onderwerpen als moreel leiderschap, het denken over vrijheid van handelen, het voeren van complexe gesprekken, de maakbaarheid van een team, diversiteit aan denkpatronen en zelfreflectie.

Dit boek beschrijft bovendien vijf typen denkers (leiders): de analytische denker, de creatieve denker, de humane denker, de wezensdenker en de holistische denker. Welk type denker past het meeste bij jou? En hoe kun je hier gebruik van maken? Dit boek biedt handreikingen aan jou als leider om te ontdekken welk type denkgereedschap het beste bij jou past. Welk instrument heeft jouw voorkeur in een specifieke situatie? De gereedschappen zijn gekoppeld aan (combinaties van) de typeringen.

In dit boek zijn interviews verwerkt die gehouden werden met tweeëntwintig prominente leiders in het onderwijs en van organisaties die functioneren in een educatieve setting. Er staan in dit boek tips van onder andere Hugo de Jonge, Henk Oosterling en Erik van ’t Zelfde; stuk voor stuk experts in het leidinggeven in het onderwijsveld. Hun good practices met bepaalde gereedschappen worden beschreven. Dat zorgt ervoor dat dit boek een praktisch karakter heeft; je kunt meteen met de teksten in de praktijk aan de slag.

Denkinstrumenten voor leidinggevenden in het onderwijs. Onderwijsbegeerte in de praktijk levert een bijdrage aan het professioneel reflecteren en handelen van leidinggevenden, van basisscholen tot universiteiten.

Om Stephan Covey aan te halen: dit boek kan ervoor zorgen dat je je zaag scherp houdt.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De Ontwarde draad. Intervisiespel over de emotionele ontwikkeling – clipbox en spelbord

 75,00
Het model en de methode ‘de draad’ heeft als doel de sociaalemotionele ontwikkeling bespreekbaar te maken, in eenvoudige taal en heel visueel. Edda en Katrijn hebben het model en de methode verwerkt in een spelvorm, een extra mogelijkheid om met de draad aan de slag te gaan. Zicht krijgen op sociaal-emotionele ontwikkeling geeft immers kansen op een betere afstemming in opvoeding en begeleiding.

- Gerrit Vignero -

Van een wild idee naar ‘Ontwarde draad’

Het intervisiespel ‘Ontwarde draad’ is ontstaan vanuit de drive om de kennis rond sociaal-emotionele ontwikkeling en de methodiek van de draad van Gerrit Vignero te verspreiden. In de ondersteuning vankinderen, jongeren en volwassen cliënten merken we dat de aangereikte tools en handvatten steun bieden in de dagelijkse praktijk.

Het intervisiespel is bedoeld om een team te coachen om de draad te ontwarren en te ordenen. Op die manier komt men tot een verbindend verhaal over het kind of de volwassen cliënt.

Er wordt ingezoomd op de eerste drie draden: de begeleider trekt de draad, de hechte draad en de lus in de draad. Via het spel krijgt men zicht op het hechtingstraject en de verbinding tussen het kind of de volwassen cliënt met zijn zorgfiguren.

Quick View

De Ontwarde draad. Intervisiespel over de emotionele ontwikkeling – clipbox en spelbord

 75,00
Het model en de methode ‘de draad’ heeft als doel de sociaalemotionele ontwikkeling bespreekbaar te maken, in eenvoudige taal en heel visueel. Edda en Katrijn hebben het model en de methode verwerkt in een spelvorm, een extra mogelijkheid om met de draad aan de slag te gaan. Zicht krijgen op sociaal-emotionele ontwikkeling geeft immers kansen op een betere afstemming in opvoeding en begeleiding.

- Gerrit Vignero -

Van een wild idee naar ‘Ontwarde draad’

Het intervisiespel ‘Ontwarde draad’ is ontstaan vanuit de drive om de kennis rond sociaal-emotionele ontwikkeling en de methodiek van de draad van Gerrit Vignero te verspreiden. In de ondersteuning vankinderen, jongeren en volwassen cliënten merken we dat de aangereikte tools en handvatten steun bieden in de dagelijkse praktijk.

Het intervisiespel is bedoeld om een team te coachen om de draad te ontwarren en te ordenen. Op die manier komt men tot een verbindend verhaal over het kind of de volwassen cliënt.

Er wordt ingezoomd op de eerste drie draden: de begeleider trekt de draad, de hechte draad en de lus in de draad. Via het spel krijgt men zicht op het hechtingstraject en de verbinding tussen het kind of de volwassen cliënt met zijn zorgfiguren.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Op weg naar stage en werk – Handboek Sociale en communicatieve vaardigheden op de werkvloer

 18,50
Op weg naar stage en werk is bedoeld voor jongeren met een stoornis in het autistisch spectrum en/of andere leer- en gedragsstoornissen die stage gaan lopen of een plek op de arbeidsmarkt zoeken.

In een twintigtal lessen worden sociale en communicatieve vaardigheden die nodig zijn op de werkvloer besproken en geoefend om zo de kansen op een succesvol verloop van een stage of toetreding tot de arbeidsmarkt te laten toenemen. De training kan individueel of groepsgewijs gevolgdworden.

In deze handleiding voor de begeleider staan per les de doelen, de benodigde materialen en aandachtspunten van de communicatie met de jongere uitgewerkt.

Bij dit handboek hoort een Werkboek, waarin elk van de lessen geoefend en besproken worden.

Quick View

Op weg naar stage en werk – Handboek Sociale en communicatieve vaardigheden op de werkvloer

 18,50
Op weg naar stage en werk is bedoeld voor jongeren met een stoornis in het autistisch spectrum en/of andere leer- en gedragsstoornissen die stage gaan lopen of een plek op de arbeidsmarkt zoeken.

In een twintigtal lessen worden sociale en communicatieve vaardigheden die nodig zijn op de werkvloer besproken en geoefend om zo de kansen op een succesvol verloop van een stage of toetreding tot de arbeidsmarkt te laten toenemen. De training kan individueel of groepsgewijs gevolgdworden.

In deze handleiding voor de begeleider staan per les de doelen, de benodigde materialen en aandachtspunten van de communicatie met de jongere uitgewerkt.

Bij dit handboek hoort een Werkboek, waarin elk van de lessen geoefend en besproken worden.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Op weg naar stage en werk – Werkboek Sociale en communicatieve vaardigheden op de werkvloer

 14,90
Op weg naar stage en werk is bedoeld voor jongeren die stage gaan lopen of een plek op de arbeidsmarkt zoeken.

In dit werkboek worden in een twintigtal lessen sociale en communicatieve vaardigheden die nodig zijn op de werkvloer besproken en geoefend. Hierdoor zullen de kansen op een succesvol verloop van een stage of toetreding tot de arbeidsmarkt toenemen.

Bij dit werkboek hoort een Handleiding, met per les de uitwerking van de doelen, de benodigde materialen en de aandachtspunten van de communicatie met de jongere.

Quick View

Op weg naar stage en werk – Werkboek Sociale en communicatieve vaardigheden op de werkvloer

 14,90
Op weg naar stage en werk is bedoeld voor jongeren die stage gaan lopen of een plek op de arbeidsmarkt zoeken.

In dit werkboek worden in een twintigtal lessen sociale en communicatieve vaardigheden die nodig zijn op de werkvloer besproken en geoefend. Hierdoor zullen de kansen op een succesvol verloop van een stage of toetreding tot de arbeidsmarkt toenemen.

Bij dit werkboek hoort een Handleiding, met per les de uitwerking van de doelen, de benodigde materialen en de aandachtspunten van de communicatie met de jongere.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Identiteit. Themanr. Filosofie & Praktijk- Jrg.41 (2020) Nr.3

 15,00
“Op donderdag 12 september 2019 kondigde het Amsterdam Museum aan dat het de term ‘Gouden Eeuw’ zou vervangen door de neutrale aanduiding ‘zeventiende eeuw’.” De gevolgen warenin het huidige tijdsgewricht vrij voorspelbaar: ‘links’ vond het een goed idee, ‘rechts’ was tegen en de wetenschapper zocht de nuance. Stond de Nederlandse identiteit hier op het spel? En is dit eigenlijk wel zo zwart-wit: “Net als over de Tweede Wereldoorlog, toen de Nederlanders niet allemaal ‘goed’ of ‘fout’ waren en tussen die twee uitersten allerlei schakeringen van gedrag bestonden, kun je over de Gouden Eeuw uiteenlopende verhalen vertellen. Het debat dat losbarstte naar aanleiding van het besluit van het Amsterdam Museum om de term ‘Gouden Eeuw’ te laten vallen, maakt nog eens heel duidelijk hoe diep die term in het Nederlands bewustzijn verankerd is.”

Het themagedeelte in dit F&P-nummer over identiteit opent met dit stuk over “Nederlands Gouden Eeuw en de nationale identiteit" door Maarten Prak. Bijdragen van Evelien Tonkens, Machiel Keestra, Yussef Al Tamimi en Patrick Delaere gaan verder in op verschillende aspecten van de publieke discussie over identiteit.

Geen voorraad
Quick View

Identiteit. Themanr. Filosofie & Praktijk- Jrg.41 (2020) Nr.3

 15,00
“Op donderdag 12 september 2019 kondigde het Amsterdam Museum aan dat het de term ‘Gouden Eeuw’ zou vervangen door de neutrale aanduiding ‘zeventiende eeuw’.” De gevolgen warenin het huidige tijdsgewricht vrij voorspelbaar: ‘links’ vond het een goed idee, ‘rechts’ was tegen en de wetenschapper zocht de nuance. Stond de Nederlandse identiteit hier op het spel? En is dit eigenlijk wel zo zwart-wit: “Net als over de Tweede Wereldoorlog, toen de Nederlanders niet allemaal ‘goed’ of ‘fout’ waren en tussen die twee uitersten allerlei schakeringen van gedrag bestonden, kun je over de Gouden Eeuw uiteenlopende verhalen vertellen. Het debat dat losbarstte naar aanleiding van het besluit van het Amsterdam Museum om de term ‘Gouden Eeuw’ te laten vallen, maakt nog eens heel duidelijk hoe diep die term in het Nederlands bewustzijn verankerd is.”

Het themagedeelte in dit F&P-nummer over identiteit opent met dit stuk over “Nederlands Gouden Eeuw en de nationale identiteit" door Maarten Prak. Bijdragen van Evelien Tonkens, Machiel Keestra, Yussef Al Tamimi en Patrick Delaere gaan verder in op verschillende aspecten van de publieke discussie over identiteit.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Een rookprobleem? Wat nu?

 23,50
In dit boek heeft Erwin De Bisscop samengebracht wat hij tijdens zijn 30 jaar opgedane ervaring in werken met genotsmiddelengebruikers als nuttig en werkbaar heeft beschouwd.
Hij gaat ervan uit dat er voor ieder van ons unieke, doeltreffende oplossingen voor diens welbepaalde problemen aangereikt kunnen worden.
Een rookprobleem? Wat nu? beschrijft specifieke en handige technieken voor het begeleiden van tabakgebruikers. Alle begeleiders zoals verpleegkundigen, ergotherapeuten, bewegingstherapeuten, tabakologen, psychologen, psychotherapeuten en artsen treffen in dit boek volop efficiënte toepassingsmogelijkheden aan.

Dit boek helpt je op een heldere manier op weg om een cliënt met een tabakprobleem te begeleiden. Het toont zowel begeleiders als cliënten hoe een gezonde, bevredigende toekomst voor te stellen en dit, met vallen en opstaan, te bereiken door te stoppen met roken.

Quick View

Een rookprobleem? Wat nu?

 23,50
In dit boek heeft Erwin De Bisscop samengebracht wat hij tijdens zijn 30 jaar opgedane ervaring in werken met genotsmiddelengebruikers als nuttig en werkbaar heeft beschouwd.
Hij gaat ervan uit dat er voor ieder van ons unieke, doeltreffende oplossingen voor diens welbepaalde problemen aangereikt kunnen worden.
Een rookprobleem? Wat nu? beschrijft specifieke en handige technieken voor het begeleiden van tabakgebruikers. Alle begeleiders zoals verpleegkundigen, ergotherapeuten, bewegingstherapeuten, tabakologen, psychologen, psychotherapeuten en artsen treffen in dit boek volop efficiënte toepassingsmogelijkheden aan.

Dit boek helpt je op een heldere manier op weg om een cliënt met een tabakprobleem te begeleiden. Het toont zowel begeleiders als cliënten hoe een gezonde, bevredigende toekomst voor te stellen en dit, met vallen en opstaan, te bereiken door te stoppen met roken.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Wanneer jouw wiegje een wolk wordt

 19,50
Het verlies van een kindje vraagt om een delicaat gesprek.

Dit invulboekje geeft zowel mama als papa de kans om hun gevoelens neer te schrijven en elkaars gevoelens te herkennen. Bovendien biedt het boekje extra informatie over ondersteunende organisaties, leestips en advies voor grote broer of zus. Er is ruimte om herinneringen van jullie sterrenkindje op te nemen, zodat dit boek een kostbare herinnering ondersteunt.

Laat 'Wanneer jouw wiegje een wolk wordt' jullie helpen om van jullie wolkje een mooie herinnering te maken.

Quick View

Wanneer jouw wiegje een wolk wordt

 19,50
Het verlies van een kindje vraagt om een delicaat gesprek.

Dit invulboekje geeft zowel mama als papa de kans om hun gevoelens neer te schrijven en elkaars gevoelens te herkennen. Bovendien biedt het boekje extra informatie over ondersteunende organisaties, leestips en advies voor grote broer of zus. Er is ruimte om herinneringen van jullie sterrenkindje op te nemen, zodat dit boek een kostbare herinnering ondersteunt.

Laat 'Wanneer jouw wiegje een wolk wordt' jullie helpen om van jullie wolkje een mooie herinnering te maken.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    0
    Uw winkelwagen
    Uw winkelwagen is leegVerder winkelen
    ×