Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Leven en dood op zee. De Duitse U-bootoorlogen – Inclusief het geheime ‘Handboek van de U-bootkapitein’

 31,00
Tijdens de jaren die beide wereldoorlogen voorafgingen, zorgden toenemende internationale spanningen telkens voor de opbouw van de strijdkrachten bij de westerse grootmachten. En over één zaak was men het daarbij tweemaal roerend eens: bij een eventueel gewapend conflict zouden onderzeeërs slechts een zeer beperkte bijrol kunnen spelen. Grote investeringen in dergelijke schepen waren dus absoluut niet noodzakelijk. Tijdens het interbellum werden de Amerikaanse submarine captains zelfs enkel voor verkenningsopdrachten opgeleid. Onderzeeërs werden niet eens als echte oorlogsschepen beschouwd. Al vrij snel na het uitbreken van de vijandelijkheden bleek dat echter zowel in 1914 als in 1940 een grove misvatting. Vooral de Duitse U-boten speelden in beide wereldoorlogen een sleutelrol.
Waarom? Hoe werd deze moordende strijd gevoerd? Welke tactieken wendde men aan en hoe evolueerden deze naarmate de oorlogen vorderden? Hoe bracht men schepen tot zinken? Welke types U-boten vertrokken op patrouille? Hoe zag de werving en de opleiding van de U-bootbemanningen eruit? Kon men nog ontsnappen uit een gezonken U-boot? Hoe werden dieptebommen ingezet? Wie was de jager en wie was de prooi? Hoe leefden de U-bootbemanningen en hoe kwamen ze om?



Luc Vanhixe werd gevormd aan de Koninklijke Militaire School in Brussel. Gedurende zijn hele loopbaan als officier was hij geboeid door militaire geschiedenis in het algemeen en de wereldoorlogen in het bijzonder. Zodra hij met pensioen was, heeft hij zich voltijds aan deze passie gewijd. Als auteur maakt hij er een erezaak van om de platgetreden paden te verlaten en historische feiten die lang vergeten zijn of niet in de klassieke geschiedschrijving opgenomen werden, opnieuw een plaats te geven.

Quick View

Leven en dood op zee. De Duitse U-bootoorlogen – Inclusief het geheime ‘Handboek van de U-bootkapitein’

 31,00
Tijdens de jaren die beide wereldoorlogen voorafgingen, zorgden toenemende internationale spanningen telkens voor de opbouw van de strijdkrachten bij de westerse grootmachten. En over één zaak was men het daarbij tweemaal roerend eens: bij een eventueel gewapend conflict zouden onderzeeërs slechts een zeer beperkte bijrol kunnen spelen. Grote investeringen in dergelijke schepen waren dus absoluut niet noodzakelijk. Tijdens het interbellum werden de Amerikaanse submarine captains zelfs enkel voor verkenningsopdrachten opgeleid. Onderzeeërs werden niet eens als echte oorlogsschepen beschouwd. Al vrij snel na het uitbreken van de vijandelijkheden bleek dat echter zowel in 1914 als in 1940 een grove misvatting. Vooral de Duitse U-boten speelden in beide wereldoorlogen een sleutelrol.
Waarom? Hoe werd deze moordende strijd gevoerd? Welke tactieken wendde men aan en hoe evolueerden deze naarmate de oorlogen vorderden? Hoe bracht men schepen tot zinken? Welke types U-boten vertrokken op patrouille? Hoe zag de werving en de opleiding van de U-bootbemanningen eruit? Kon men nog ontsnappen uit een gezonken U-boot? Hoe werden dieptebommen ingezet? Wie was de jager en wie was de prooi? Hoe leefden de U-bootbemanningen en hoe kwamen ze om?



Luc Vanhixe werd gevormd aan de Koninklijke Militaire School in Brussel. Gedurende zijn hele loopbaan als officier was hij geboeid door militaire geschiedenis in het algemeen en de wereldoorlogen in het bijzonder. Zodra hij met pensioen was, heeft hij zich voltijds aan deze passie gewijd. Als auteur maakt hij er een erezaak van om de platgetreden paden te verlaten en historische feiten die lang vergeten zijn of niet in de klassieke geschiedschrijving opgenomen werden, opnieuw een plaats te geven.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

School- en klaspraktijk (SKP) Jrg. 62 nr.1 (2021)

 10,75
In dit themanummer staat taal centraal. Taal als middel om dingen voor elkaar te krijgen. Taal als bindmiddel: uitdagende teksten lezen om samen dat ene bijzondere proefje uit te voeren, je eigen verhaal verzinnen of de taal leren van je meertalige vrienden.

In Goesting daagt Elisabeth Isabelle ons uit om op zoek te gaan naar onze eerste taal. Met drie meisjes van negen jaar zoekt ze naar hun innerlijke landschappen, hun wereld, hun verbeeldingskracht. Een ding is duidelijk: het borrelt er van de goesting!

Hoe motiveer je leerlingen om in het Frans een verhaal op te bouwen? In het artikel Hoezo, een verhaal? Interactief verhalen verzinnen tijdens de Franse les maken Karen Reekmans, Ellen Van den Berghe en Annelies Wangen je wegwijs in Teaching Proficiency through Reading and Storytelling (TPRS) en muzisch taalonderwijs.

Vreemde talen leren, daarmee kun je het best maar zo vroeg mogelijk beginnen, toch? Marieke Vanbuel, Hannelore Hooft en Goedele Vandommele gidsen ons in hun artikel Is vroeger écht beter? Een reviewstudie over wat werkt in vreemdetalenonderwijs in het basisonderwijs door het laatste wetenschappelijke onderzoek.

Hoe het komt dat zesjarigen Engelstalige woorden uitroepen, die vraag ligt aan de basis van het onderzoek van Eline Zenner en Laura Rosseel. In hun artikel Verenglishing, go! Ga jij de battle aan? doen ze hun onderzoeksresultaten uit de doeken. Exciting!

In BEELDig neemt Sarah Jácome-Alvarez de proef op de som: hoe ziet de klas eruit in de 21ste eeuw? En wat betekent onderwijs eigenlijk?

In het artikel Begrijpend lezen, hot in de media, nu nog in de taalmethodes doet Siel Vienne uit de doeken hoe sterk begrijpend leesonderwijs eruitziet volgens recente onderzoeken en in welke mate ingrediënten van effectief leesonderwijs terug te vinden zijn in taalmethodes.

Iris Vansteelandt en Hilde Van Keer delen in hun artikel Leraren die leesmotivatie promoten: continue professionalisering voor motiverend leesonderwijs hoe je het leesvuur bij kinderen kunt ontsteken én warm houden. Op naar een gouden leesticket voor alle leerlingen!

Themaverkenning bij jonge kinderen, hoe pak je dat aan? En hoe kun je zorgen voor een sterke taalontwikkeling? In Hoge betrokkenheid creëren bij jonge, kwetsbare kinderen geven Lien De Coninck, Hannelore De Greve, Jo Van de Weghe en Jan Van de Wiele concrete tips. Na dit artikel kun je meteen aan de slag met het sprokkelen van interessante insteken voor jouw klas.

De laatste tijd heeft het onderwijs heel wat veerkracht getoond. We sluiten dit nummer af met een Ofwa? van Lore Baeyens, Fien Degrande en Nele Decroos waarin ze de kracht van een Leuvens netwerk én het platform Begeleiders zonder grenzen toelichten. Wat hen drijft? Snel schakelen en samenwerken voor gelijke onderwijskansen voor alle kinderen.

Carolien Frijns, hoofdredacteur



Geen voorraad
Quick View

School- en klaspraktijk (SKP) Jrg. 62 nr.1 (2021)

 10,75
In dit themanummer staat taal centraal. Taal als middel om dingen voor elkaar te krijgen. Taal als bindmiddel: uitdagende teksten lezen om samen dat ene bijzondere proefje uit te voeren, je eigen verhaal verzinnen of de taal leren van je meertalige vrienden.

In Goesting daagt Elisabeth Isabelle ons uit om op zoek te gaan naar onze eerste taal. Met drie meisjes van negen jaar zoekt ze naar hun innerlijke landschappen, hun wereld, hun verbeeldingskracht. Een ding is duidelijk: het borrelt er van de goesting!

Hoe motiveer je leerlingen om in het Frans een verhaal op te bouwen? In het artikel Hoezo, een verhaal? Interactief verhalen verzinnen tijdens de Franse les maken Karen Reekmans, Ellen Van den Berghe en Annelies Wangen je wegwijs in Teaching Proficiency through Reading and Storytelling (TPRS) en muzisch taalonderwijs.

Vreemde talen leren, daarmee kun je het best maar zo vroeg mogelijk beginnen, toch? Marieke Vanbuel, Hannelore Hooft en Goedele Vandommele gidsen ons in hun artikel Is vroeger écht beter? Een reviewstudie over wat werkt in vreemdetalenonderwijs in het basisonderwijs door het laatste wetenschappelijke onderzoek.

Hoe het komt dat zesjarigen Engelstalige woorden uitroepen, die vraag ligt aan de basis van het onderzoek van Eline Zenner en Laura Rosseel. In hun artikel Verenglishing, go! Ga jij de battle aan? doen ze hun onderzoeksresultaten uit de doeken. Exciting!

In BEELDig neemt Sarah Jácome-Alvarez de proef op de som: hoe ziet de klas eruit in de 21ste eeuw? En wat betekent onderwijs eigenlijk?

In het artikel Begrijpend lezen, hot in de media, nu nog in de taalmethodes doet Siel Vienne uit de doeken hoe sterk begrijpend leesonderwijs eruitziet volgens recente onderzoeken en in welke mate ingrediënten van effectief leesonderwijs terug te vinden zijn in taalmethodes.

Iris Vansteelandt en Hilde Van Keer delen in hun artikel Leraren die leesmotivatie promoten: continue professionalisering voor motiverend leesonderwijs hoe je het leesvuur bij kinderen kunt ontsteken én warm houden. Op naar een gouden leesticket voor alle leerlingen!

Themaverkenning bij jonge kinderen, hoe pak je dat aan? En hoe kun je zorgen voor een sterke taalontwikkeling? In Hoge betrokkenheid creëren bij jonge, kwetsbare kinderen geven Lien De Coninck, Hannelore De Greve, Jo Van de Weghe en Jan Van de Wiele concrete tips. Na dit artikel kun je meteen aan de slag met het sprokkelen van interessante insteken voor jouw klas.

De laatste tijd heeft het onderwijs heel wat veerkracht getoond. We sluiten dit nummer af met een Ofwa? van Lore Baeyens, Fien Degrande en Nele Decroos waarin ze de kracht van een Leuvens netwerk én het platform Begeleiders zonder grenzen toelichten. Wat hen drijft? Snel schakelen en samenwerken voor gelijke onderwijskansen voor alle kinderen.

Carolien Frijns, hoofdredacteur



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Boksen met jongeren Een nieuwe kijk op pedagogisch en didactisch handelen Reeks: Psychofysiek werken met jongeren, nr. 2

 21,90
De laatste jaren merken we steeds meer interesse voor lichaamsgerichte methodieken in het werken met jongeren. Binnen verschillende sectoren zoals het onderwijs, jeugdwerk, sportverenigingsleven, straathoekwerk en hulpverlening gaan begeleiders aan de slag met diverse activiteiten en methodieken. In dit boek zoomen we in op het pedagogisch boksen. Het idee om boksen in te zetten als een therapeutische, gezondheidsgerichte of sociaalpedagogische interventie is niet nieuw, maar blijft een onderbenut en vaak ook onbekend terrein.

Om de lezer een concreet idee te geven over hoe een sportpedagogische methodiek eruit kan zien, beschrijven we een boksproject dat plaatsvond in een gesloten jeugdvoorziening. Het project beoogde de bevordering van het integratieperspectief van jongeren. We laten hierbij uitgebreid de jongeren en de begeleiders zelf aan het woord, en koppelen onze bevindingen aan internationale wetenschappelijke literatuur.

Het boek biedt ook een uitgewerkte sportspelmethodiek voor het pedagogisch boksen aan, waarmee de lezer zelf aan de slag kan gaan. Voor de meer ervaren bokstrainer kan dit hoofdstuk nieuwe inzichten bieden om de bestaande lessen te verrijken. Vanuit een beleids- en organisatorisch perspectief geven we bijkomend enkele concrete aandachtspunten voor het opzetten van bokspedagogische projecten.

We sluiten het boek af met een pleidooi om bokspedagogische projecten, en bij uitbreiding andere (vecht-)sporten, meer ingang te doen laten vinden binnen het onderwijs, het jeugdwerk en de jeugdhulp.

-- Dit is het tweede deel in de reeks Psychofysiek werken met jongeren. Eerder verscheen in deze reeks van dezelfde auteurs: Een nieuwe kijk op lichaamsgericht werken met jongeren (9789044136166). --

Renhard Haudenhuyse is als onderzoeker verbonden een de Vrije Universiteit Brussel, meer bepaald de onderzoeksgroepen Sport & Society en Voicing At-risk Youth. Zijn onderzoek focust op de maatschappelijke betekenis en waarde van sport met aandacht voor groepen en precaire en kwetsbare situaties. Mieke Matthyssen is verbonden een de vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent waar ze voor de Huoshen Stichting onderzoek doet naar psychofysiek werken met jongeren. Daarnaast werkt ze op de vakgroep Talen en Culturen van de Universiteit Gent rond gezondheids- en gelukstrategieên in China. Jan Naert is orthopedagoog en onderzoeker bij de vakgroep Orthopedagogiek aan de Universiteit Gent. Hij doet onderzoek naar continuïteit in de jeugdhulpverlening, met specifieke aandacht voor de stem van jongeneren in kwetsbare situaties. Daarnaast is hij als vrijwilliger actief in het jeugdwelzijnswerk en voorziet hij trainingen in onder meer coaching, crisishantering en leefwereldgericht werken.

Quick View

Boksen met jongeren Een nieuwe kijk op pedagogisch en didactisch handelen Reeks: Psychofysiek werken met jongeren, nr. 2

 21,90
De laatste jaren merken we steeds meer interesse voor lichaamsgerichte methodieken in het werken met jongeren. Binnen verschillende sectoren zoals het onderwijs, jeugdwerk, sportverenigingsleven, straathoekwerk en hulpverlening gaan begeleiders aan de slag met diverse activiteiten en methodieken. In dit boek zoomen we in op het pedagogisch boksen. Het idee om boksen in te zetten als een therapeutische, gezondheidsgerichte of sociaalpedagogische interventie is niet nieuw, maar blijft een onderbenut en vaak ook onbekend terrein.

Om de lezer een concreet idee te geven over hoe een sportpedagogische methodiek eruit kan zien, beschrijven we een boksproject dat plaatsvond in een gesloten jeugdvoorziening. Het project beoogde de bevordering van het integratieperspectief van jongeren. We laten hierbij uitgebreid de jongeren en de begeleiders zelf aan het woord, en koppelen onze bevindingen aan internationale wetenschappelijke literatuur.

Het boek biedt ook een uitgewerkte sportspelmethodiek voor het pedagogisch boksen aan, waarmee de lezer zelf aan de slag kan gaan. Voor de meer ervaren bokstrainer kan dit hoofdstuk nieuwe inzichten bieden om de bestaande lessen te verrijken. Vanuit een beleids- en organisatorisch perspectief geven we bijkomend enkele concrete aandachtspunten voor het opzetten van bokspedagogische projecten.

We sluiten het boek af met een pleidooi om bokspedagogische projecten, en bij uitbreiding andere (vecht-)sporten, meer ingang te doen laten vinden binnen het onderwijs, het jeugdwerk en de jeugdhulp.

-- Dit is het tweede deel in de reeks Psychofysiek werken met jongeren. Eerder verscheen in deze reeks van dezelfde auteurs: Een nieuwe kijk op lichaamsgericht werken met jongeren (9789044136166). --

Renhard Haudenhuyse is als onderzoeker verbonden een de Vrije Universiteit Brussel, meer bepaald de onderzoeksgroepen Sport & Society en Voicing At-risk Youth. Zijn onderzoek focust op de maatschappelijke betekenis en waarde van sport met aandacht voor groepen en precaire en kwetsbare situaties. Mieke Matthyssen is verbonden een de vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent waar ze voor de Huoshen Stichting onderzoek doet naar psychofysiek werken met jongeren. Daarnaast werkt ze op de vakgroep Talen en Culturen van de Universiteit Gent rond gezondheids- en gelukstrategieên in China. Jan Naert is orthopedagoog en onderzoeker bij de vakgroep Orthopedagogiek aan de Universiteit Gent. Hij doet onderzoek naar continuïteit in de jeugdhulpverlening, met specifieke aandacht voor de stem van jongeneren in kwetsbare situaties. Daarnaast is hij als vrijwilliger actief in het jeugdwelzijnswerk en voorziet hij trainingen in onder meer coaching, crisishantering en leefwereldgericht werken.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Waarom niet lezen? Themanr. Filosofie & Praktijk jg 41 nr. 4 (2020)

 15,00
Waarom niet lezen?” kun je uiteraard op meer dan één manier lezen. Het zou uitleg kunnen geven over de redenen om niet te lezen. En aanbevelen om daarvoor in de plaats alle praatshows op de televisie te bekijken. Het zou echter ook kunnen uitleggen waarom je niet zou lezen in plaats van alle praatshows op televisie te bekijken. Hoe dan ook, voorafgegaan door een toelichtend ‘woord vooraf’ van Leon Pijnenburg die voor de vertaling zorgde, volgt de bijdrage van Jürgen Habermas “Waarom niet lezen?”

Vervolgens breekt Patrick Delaere een lans voor het lezen van “een schrijver van buitencategorie proza, die meer literaire prijzen won dan welke andere auteur ook, en die samen met William Faulkner de ruggengraat vormde van de 20ste-eeuwse Amerikaanse literatuur, volgens collega-schrijver Philip Roth.” Daar komt nog als extra reden bij dat veel mensen onder de veertig de romancier en hoogleraar Saul Bellow – want om hem gaat het hier – vandaag de dag niet meer kennen. Zijn werk, aldus Delaere, lijkt nu al op het kerkhof van vergeten boeken te zijn beland. En dus spreekt hij in “Saul Bellows romaneske waarheid” de hoop uit dat literatuurminnaars het tij voor dit dreigende verlies snel zullen doen keren, waarbij hij tevens aannemelijk wil maken dat ook filosofen reden hebben zich dat mogelijke verlies aan te trekken.

In zijn bijdrage “Zwart en wit in het licht van de rede, over Kant en racisme” richt Herman van Erp zich op het betoog van de Nigeriaanse filosoof Emmanuel Eze, waarin deze stelt dat Kants begrip van rationaliteit, evenals dat van Habermas, racistisch is. Daarbij valt het zeker niet te ontkennen dat tot in het recente verleden antropologische theorieën het begrip rationaliteit vaak op racistische wijze hebben gebruikt, alsof niet-Westerse volkeren minder rationeel zouden zijn. Daarbij gaat Van Erp tevens in op de Kameroense filosoof Achille Mbembe en diens aansprekende cultuurfilosofische analyse van wat als ‘zwarte rede’ getypeerd kan worden. Het debat over racisme roept vandaag de dag heftige emoties op, juist vanwege het toenemende ‘identiteits-denken’ (zie daarvoor het voorafgaand themanummer van F&P). Standpunten en individuen botsen en je kunt je afvragen of het niet mogelijk is dat de deelnemers aan het debat “de botsing van hun kritiek met enige humor kunnen bezien en begrip voor elkaars standpunten kunnen opbrengen?”

Je zou kunnen zeggen dat dat laatste – humor en begrip – de uitkomst is, in elk geval ten dele, van de volgende bijdrage, “Twee voetnoten, over discriminatie en racisme bij David Hume” door Ton Vink. Vanwege een racistische voetnoot in een van de essays van David Hume besloot de universiteit van Edinburgh onlangs diens naam van een naar hem vernoemd universiteitsgebouw te schrappen. Het gebouw moest nu maar vernoemd worden naar de locatie ervan: 40 George Square. Helaas ontdekte een derdejaarsstudent dat de nieuwe naamgever, George Brown, een 18de-eeuwse soldaat was, wiens familie enkele van de grootste suikerplantages op Jamaica exploiteerde, met meer dan 1.000 slaven. Men is in gesprek met elkaar! Dat doet overigens niets af aan de vraag of Hume zich in het essay dat aanleiding tot deze commotie is, eigenlijk wel steeds aan zijn eigen kennistheoretische uitgangspunten heeft gehouden.

In zijn “Minima Philosophica: Optimisme of mooipraterij over natuur in het tijdperk van de mens?” onderzoekt Jozef Keulartz de vraag of, en zo ja tot op welke hoogte, het optimisme over de veronderstelde sterke vergroting van de biodiversiteit door de moderne mens gerechtvaardigd is. Worden we daar echt blij van?

Vervolgens bespreekt Kees Hellingman Hoe de evolutie onze kijk op de wereld verdiept geschreven door Mark van Vugt. Na informatie over een prijsvraag van de Vereniging van Ethici in Nederland besluit een korte rubriek Signalementen dit nummer van F&P.



Geen voorraad
Quick View

Waarom niet lezen? Themanr. Filosofie & Praktijk jg 41 nr. 4 (2020)

 15,00
Waarom niet lezen?” kun je uiteraard op meer dan één manier lezen. Het zou uitleg kunnen geven over de redenen om niet te lezen. En aanbevelen om daarvoor in de plaats alle praatshows op de televisie te bekijken. Het zou echter ook kunnen uitleggen waarom je niet zou lezen in plaats van alle praatshows op televisie te bekijken. Hoe dan ook, voorafgegaan door een toelichtend ‘woord vooraf’ van Leon Pijnenburg die voor de vertaling zorgde, volgt de bijdrage van Jürgen Habermas “Waarom niet lezen?”

Vervolgens breekt Patrick Delaere een lans voor het lezen van “een schrijver van buitencategorie proza, die meer literaire prijzen won dan welke andere auteur ook, en die samen met William Faulkner de ruggengraat vormde van de 20ste-eeuwse Amerikaanse literatuur, volgens collega-schrijver Philip Roth.” Daar komt nog als extra reden bij dat veel mensen onder de veertig de romancier en hoogleraar Saul Bellow – want om hem gaat het hier – vandaag de dag niet meer kennen. Zijn werk, aldus Delaere, lijkt nu al op het kerkhof van vergeten boeken te zijn beland. En dus spreekt hij in “Saul Bellows romaneske waarheid” de hoop uit dat literatuurminnaars het tij voor dit dreigende verlies snel zullen doen keren, waarbij hij tevens aannemelijk wil maken dat ook filosofen reden hebben zich dat mogelijke verlies aan te trekken.

In zijn bijdrage “Zwart en wit in het licht van de rede, over Kant en racisme” richt Herman van Erp zich op het betoog van de Nigeriaanse filosoof Emmanuel Eze, waarin deze stelt dat Kants begrip van rationaliteit, evenals dat van Habermas, racistisch is. Daarbij valt het zeker niet te ontkennen dat tot in het recente verleden antropologische theorieën het begrip rationaliteit vaak op racistische wijze hebben gebruikt, alsof niet-Westerse volkeren minder rationeel zouden zijn. Daarbij gaat Van Erp tevens in op de Kameroense filosoof Achille Mbembe en diens aansprekende cultuurfilosofische analyse van wat als ‘zwarte rede’ getypeerd kan worden. Het debat over racisme roept vandaag de dag heftige emoties op, juist vanwege het toenemende ‘identiteits-denken’ (zie daarvoor het voorafgaand themanummer van F&P). Standpunten en individuen botsen en je kunt je afvragen of het niet mogelijk is dat de deelnemers aan het debat “de botsing van hun kritiek met enige humor kunnen bezien en begrip voor elkaars standpunten kunnen opbrengen?”

Je zou kunnen zeggen dat dat laatste – humor en begrip – de uitkomst is, in elk geval ten dele, van de volgende bijdrage, “Twee voetnoten, over discriminatie en racisme bij David Hume” door Ton Vink. Vanwege een racistische voetnoot in een van de essays van David Hume besloot de universiteit van Edinburgh onlangs diens naam van een naar hem vernoemd universiteitsgebouw te schrappen. Het gebouw moest nu maar vernoemd worden naar de locatie ervan: 40 George Square. Helaas ontdekte een derdejaarsstudent dat de nieuwe naamgever, George Brown, een 18de-eeuwse soldaat was, wiens familie enkele van de grootste suikerplantages op Jamaica exploiteerde, met meer dan 1.000 slaven. Men is in gesprek met elkaar! Dat doet overigens niets af aan de vraag of Hume zich in het essay dat aanleiding tot deze commotie is, eigenlijk wel steeds aan zijn eigen kennistheoretische uitgangspunten heeft gehouden.

In zijn “Minima Philosophica: Optimisme of mooipraterij over natuur in het tijdperk van de mens?” onderzoekt Jozef Keulartz de vraag of, en zo ja tot op welke hoogte, het optimisme over de veronderstelde sterke vergroting van de biodiversiteit door de moderne mens gerechtvaardigd is. Worden we daar echt blij van?

Vervolgens bespreekt Kees Hellingman Hoe de evolutie onze kijk op de wereld verdiept geschreven door Mark van Vugt. Na informatie over een prijsvraag van de Vereniging van Ethici in Nederland besluit een korte rubriek Signalementen dit nummer van F&P.



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Sensoa Vlaggensysteem voor volwassenen (7e)- Bespreekbaar maken van seksueel (grensoverschrijdend) gedrag

 29,00
Het Sensoa Vlaggensysteem is een methodiek die het voor mensen makkelijker maakt om met elkaar in gesprek te gaan over seksueel grensoverschrijdend gedrag. Het Vlaggensysteem werkt met situatietekeningen, een systeem van kleuren van vlaggen bij de inschatting van een seksuele situatie en bij het beoordelen van de ernst van eventueel seksueel grensoverschrijdend gedrag. Het duiden van de ernst van het gedrag is een belangrijk onderdeel: het geeft houvast met behulp van zes objectieve criteria. Hierdoor ontstaat inzicht bij alle partijen in de principes van seksueel gewenst en seksueel grensoverschrijdend gedrag.

Het concept is een een onderbouwde en herziene versie van het Vlaggensysteem voor begeleiders die werken met kinderen en jongeren (Frans & Franck, 2010, 2014). In de versie voor volwassenen nemen we de professional die zorgt voor het welzijn van volwassenen als focus. Nog sterker dan bij kinderen en jongeren echter zal de betrokken volwassene zelf ook eigen inschattingen maken, eigen handelingen bewust sturen en afwegen.

De methodiek is bedoeld om als professional te gebruiken op 3 niveaus, namelijk:
• op niveau van de cliënt, als agogisch instrument voor het werken met cliënten, in het bespreekbaar maken van seksueel gedrag waarbij ze betrokken (kunnen) zijn;
• op niveau van het team en de professional kan men de methodiek gebruiken om te reflecteren op hoe men bepaalde situaties kan inschatten, hoe men ermee kan omgaan, en welke competenties daarvoor nodig zijn bij professionals;
• op niveau van de organisatie kan men proactief of reactief werken aan een beter beleid, aan de hand van reflectie op incidenten, tekorten, evoluties enzovoort.

Situatiekaarten, oefeningen en instrumenten zijn te vinden op www.vlaggensysteem.be.



Erika Frans (°1957) is sociaal agoog en gezondheidspsycholoog en werkt sinds een dertigtal jaar bij Sensoa en CGSO Trefpunt als opleider, coördinator, beleidsmedewerker en expert. Thema’s als seksuele vorming, seksuele ontwikkeling en seksueel grensoverschrijdend gedrag maken de kern uit van haar activiteiten als professional. In 2008 ontwikkelde ze samen met collega’s het Sensoa Vlaggensysteem als methodiek om seksueel grensoverschrijdend gedrag bespreekbaar te maken, en de vele positieve reacties inspireerden ons tot het verder in praktijk brengen van deze methodiek voor volwassenen.

Quick View

Sensoa Vlaggensysteem voor volwassenen (7e)- Bespreekbaar maken van seksueel (grensoverschrijdend) gedrag

 29,00
Het Sensoa Vlaggensysteem is een methodiek die het voor mensen makkelijker maakt om met elkaar in gesprek te gaan over seksueel grensoverschrijdend gedrag. Het Vlaggensysteem werkt met situatietekeningen, een systeem van kleuren van vlaggen bij de inschatting van een seksuele situatie en bij het beoordelen van de ernst van eventueel seksueel grensoverschrijdend gedrag. Het duiden van de ernst van het gedrag is een belangrijk onderdeel: het geeft houvast met behulp van zes objectieve criteria. Hierdoor ontstaat inzicht bij alle partijen in de principes van seksueel gewenst en seksueel grensoverschrijdend gedrag.

Het concept is een een onderbouwde en herziene versie van het Vlaggensysteem voor begeleiders die werken met kinderen en jongeren (Frans & Franck, 2010, 2014). In de versie voor volwassenen nemen we de professional die zorgt voor het welzijn van volwassenen als focus. Nog sterker dan bij kinderen en jongeren echter zal de betrokken volwassene zelf ook eigen inschattingen maken, eigen handelingen bewust sturen en afwegen.

De methodiek is bedoeld om als professional te gebruiken op 3 niveaus, namelijk:
• op niveau van de cliënt, als agogisch instrument voor het werken met cliënten, in het bespreekbaar maken van seksueel gedrag waarbij ze betrokken (kunnen) zijn;
• op niveau van het team en de professional kan men de methodiek gebruiken om te reflecteren op hoe men bepaalde situaties kan inschatten, hoe men ermee kan omgaan, en welke competenties daarvoor nodig zijn bij professionals;
• op niveau van de organisatie kan men proactief of reactief werken aan een beter beleid, aan de hand van reflectie op incidenten, tekorten, evoluties enzovoort.

Situatiekaarten, oefeningen en instrumenten zijn te vinden op www.vlaggensysteem.be.



Erika Frans (°1957) is sociaal agoog en gezondheidspsycholoog en werkt sinds een dertigtal jaar bij Sensoa en CGSO Trefpunt als opleider, coördinator, beleidsmedewerker en expert. Thema’s als seksuele vorming, seksuele ontwikkeling en seksueel grensoverschrijdend gedrag maken de kern uit van haar activiteiten als professional. In 2008 ontwikkelde ze samen met collega’s het Sensoa Vlaggensysteem als methodiek om seksueel grensoverschrijdend gedrag bespreekbaar te maken, en de vele positieve reacties inspireerden ons tot het verder in praktijk brengen van deze methodiek voor volwassenen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Onrust en samenleven in Europa Over rechtvaardigheid, duurzaamheid en participatie

 18,50
Het boek ‘Onrust en samenleven in Europa. Over rechtvaardigheid, duurzaamheid en participatie’ gaat in op de actuele onvrede in onze samenleving en de oorzaken daarvan. We onderscheiden 3 hoofdoorzaken: de onvrede over een maatschappij die niet als rechtvaardig gepercipieerd wordt, de zorg rond duurzaamheid en het gevoel onvoldoende te kunnen participeren in de samenleving (of een gebrek aan verbondenheid). Na een algemeen deel over de hedendaagse context (diversiteit en globalisering) en basisbegrippen voor een goede samenlevingsopbouw (mensenrechten, het algemeen belang) werkt de auteur achtereenvolgens de 3 hoofdthema’s uit. De nadruk ligt daarbij minder op analyse (daarvoor wordt eerder verwezen naar andere werken), maar vooral op principes, ideeën en concrete voorstellen om tot meer rechtvaardigheid, duurzaamheid en participatie te komen. De samenhang tussen deze 3 kernbegrippen wordt beklemtoond.

In het deel over rechtvaardigheid gaat de auteur in op gelijke kansen, minimale welvaart voor iedereen, de verdeling van inkomens en vermogen, werk en zekerheid (dit laatste zowel op sociaal, economisch als financieel vlak). Onder het thema duurzaamheid worden behandeld: een leefbaar milieu, de energieproblematiek, grondstoffen en afval, klimaatverandering, vrede en veiligheid. Ten slotte handelt het deel over participatie over het behoren tot gemeenschappen, een geïntegreerde maatschappij, een democratie voor de 21ste eeuw, de rechtstaat en sociaaleconomische betrokkenheid.

Het werk is geschreven voor de geïnteresseerde en geïnformeerde burger, zonder dat deze een specialist hoeft te zijn. Het wil de zaken tegelijk bevattelijk en met de nodige diepgang weergeven. Met allerhande ideeën en voorstellen wil het vooral aanzetten tot verder denken en handelen. De doelgroep is het groeiend aantal burgers dat begaan is met deze maatschappelijke thema’s en zich hierin verder wil verdiepen. Het voordeel van dit werk is dat het niet enkel ingaat op één bepaald aspect, maar door de behandeling van de drie hoofdthema’s een globale visie wil bieden, waarin de onderlinge samenhang van interactie van de deelterreinen recht wordt gedaan.



Werner Van laer is econoom en theoloog. Hij werkt voor het aartsbisdom Mechelen-Brussel, maar dit werk is geschreven in persoonlijke naam. Zijn masterthesis ‘L.J. Cardinal Suenens. Mémoires du le Concile Vatican II, édités et annotés’ werd in 2014 uitgebracht als boek bij uitgeverij Peeters in Leuven. In 2019 publiceerde hij ‘Een regenboog van vernieuwing. Pleidooi voor kerkhervorming’ bij uitgeverij Garant, Antwerpen-Apeldoorn.

Quick View

Onrust en samenleven in Europa Over rechtvaardigheid, duurzaamheid en participatie

 18,50
Het boek ‘Onrust en samenleven in Europa. Over rechtvaardigheid, duurzaamheid en participatie’ gaat in op de actuele onvrede in onze samenleving en de oorzaken daarvan. We onderscheiden 3 hoofdoorzaken: de onvrede over een maatschappij die niet als rechtvaardig gepercipieerd wordt, de zorg rond duurzaamheid en het gevoel onvoldoende te kunnen participeren in de samenleving (of een gebrek aan verbondenheid). Na een algemeen deel over de hedendaagse context (diversiteit en globalisering) en basisbegrippen voor een goede samenlevingsopbouw (mensenrechten, het algemeen belang) werkt de auteur achtereenvolgens de 3 hoofdthema’s uit. De nadruk ligt daarbij minder op analyse (daarvoor wordt eerder verwezen naar andere werken), maar vooral op principes, ideeën en concrete voorstellen om tot meer rechtvaardigheid, duurzaamheid en participatie te komen. De samenhang tussen deze 3 kernbegrippen wordt beklemtoond.

In het deel over rechtvaardigheid gaat de auteur in op gelijke kansen, minimale welvaart voor iedereen, de verdeling van inkomens en vermogen, werk en zekerheid (dit laatste zowel op sociaal, economisch als financieel vlak). Onder het thema duurzaamheid worden behandeld: een leefbaar milieu, de energieproblematiek, grondstoffen en afval, klimaatverandering, vrede en veiligheid. Ten slotte handelt het deel over participatie over het behoren tot gemeenschappen, een geïntegreerde maatschappij, een democratie voor de 21ste eeuw, de rechtstaat en sociaaleconomische betrokkenheid.

Het werk is geschreven voor de geïnteresseerde en geïnformeerde burger, zonder dat deze een specialist hoeft te zijn. Het wil de zaken tegelijk bevattelijk en met de nodige diepgang weergeven. Met allerhande ideeën en voorstellen wil het vooral aanzetten tot verder denken en handelen. De doelgroep is het groeiend aantal burgers dat begaan is met deze maatschappelijke thema’s en zich hierin verder wil verdiepen. Het voordeel van dit werk is dat het niet enkel ingaat op één bepaald aspect, maar door de behandeling van de drie hoofdthema’s een globale visie wil bieden, waarin de onderlinge samenhang van interactie van de deelterreinen recht wordt gedaan.



Werner Van laer is econoom en theoloog. Hij werkt voor het aartsbisdom Mechelen-Brussel, maar dit werk is geschreven in persoonlijke naam. Zijn masterthesis ‘L.J. Cardinal Suenens. Mémoires du le Concile Vatican II, édités et annotés’ werd in 2014 uitgebracht als boek bij uitgeverij Peeters in Leuven. In 2019 publiceerde hij ‘Een regenboog van vernieuwing. Pleidooi voor kerkhervorming’ bij uitgeverij Garant, Antwerpen-Apeldoorn.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Ontwarring en ordening van de draad (hc). Verbindend werken met cliënten met probleemgedrag

 42,00
In het werkveld van de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking zijn de ontwikkelingspsychologie en -pedagogie erg belangrijk om antwoorden te vinden op eenvoudige en complexe opvoedings- en begeleidingsvragen. ‘De draad’ is een indeling van de ontwikkeling in een aantal stappen, vrij vertaald in typen draden. Het is een metafoor voor hechting en voor de verbinding tussen mensen die groeit door de verschillende ontwikkelingsstappen heen. Anders dan in ontwikkelingspsychologie gaat het daarbij niet alleen om de ontwikkelingsfasen van de cliënt, maar om de verbondenheid met zijn zorgfiguren.

Dit is het derde boek over ‘de draad’. Het is een praktijkboek, geworteld in de twee eerste boeken. Van een metafoor werd ‘de draad’ een model en een methode om cliënten te bespreken en gepaste ingangen te zoeken. Het boek wil helpen om een interpretatie voor het gedrag van een cliënt te vinden die hem recht doet. Orthopedagogen, psychologen en begeleiders kunnen het gebruiken in hun handelingsplanning, bij de bespreking van cliënten, in het zoeken naar antwoorden bij moeilijk gedrag en in vastlopende situaties.

Dit boek biedt enerzijds ‘ontwarring’ als handleiding bij de methode ‘de draad’ om het verbindende verhaal van de cliënt en zijn begeleider, ouder of leerkracht te helpen schrijven. Het wil anderzijds ‘ordening’ aanreiken met concrete handvatten om anders met (probleem)gedrag van cliënten om te gaan.



Gerrit Vignero werkt als orthopedagoog in het MPC Terbank in Heverlee. Zijn doelgroep bestaat uit kinderen en jongeren met een matig tot ernstig verstandelijke handicap. Hij is geschoold in de methode Heijkoop en lid van de regiegroep SEN-SEO. Hij geeft vorming rond de draad, geeft les aan de opleiding orthopedagogie van het CVO Heverlee en hij begeleidt casusbesprekingen aan de hand van de methode ‘de draad’.

Quick View

Ontwarring en ordening van de draad (hc). Verbindend werken met cliënten met probleemgedrag

 42,00
In het werkveld van de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking zijn de ontwikkelingspsychologie en -pedagogie erg belangrijk om antwoorden te vinden op eenvoudige en complexe opvoedings- en begeleidingsvragen. ‘De draad’ is een indeling van de ontwikkeling in een aantal stappen, vrij vertaald in typen draden. Het is een metafoor voor hechting en voor de verbinding tussen mensen die groeit door de verschillende ontwikkelingsstappen heen. Anders dan in ontwikkelingspsychologie gaat het daarbij niet alleen om de ontwikkelingsfasen van de cliënt, maar om de verbondenheid met zijn zorgfiguren.

Dit is het derde boek over ‘de draad’. Het is een praktijkboek, geworteld in de twee eerste boeken. Van een metafoor werd ‘de draad’ een model en een methode om cliënten te bespreken en gepaste ingangen te zoeken. Het boek wil helpen om een interpretatie voor het gedrag van een cliënt te vinden die hem recht doet. Orthopedagogen, psychologen en begeleiders kunnen het gebruiken in hun handelingsplanning, bij de bespreking van cliënten, in het zoeken naar antwoorden bij moeilijk gedrag en in vastlopende situaties.

Dit boek biedt enerzijds ‘ontwarring’ als handleiding bij de methode ‘de draad’ om het verbindende verhaal van de cliënt en zijn begeleider, ouder of leerkracht te helpen schrijven. Het wil anderzijds ‘ordening’ aanreiken met concrete handvatten om anders met (probleem)gedrag van cliënten om te gaan.



Gerrit Vignero werkt als orthopedagoog in het MPC Terbank in Heverlee. Zijn doelgroep bestaat uit kinderen en jongeren met een matig tot ernstig verstandelijke handicap. Hij is geschoold in de methode Heijkoop en lid van de regiegroep SEN-SEO. Hij geeft vorming rond de draad, geeft les aan de opleiding orthopedagogie van het CVO Heverlee en hij begeleidt casusbesprekingen aan de hand van de methode ‘de draad’.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Natiestaat contra Republiek De ‘verloren schat’ van het republikeinse universalisme

 22,00
“Nationalisten beweren dat de liberale natiestaat de noodzakelijke voorwaarde is voor een moderne democratie. Maar is dat zo? Stefaan Marteel breekt een lans voor republicanisme gegrond in universele mensenrechten en postnationaal burgerschap op basis van gelaagde politieke participatie. Zijn pleidooi staat op de schouders van republikeinse denkers die het nationalistisch postulaat al eeuwen uitdagen. Het is een herontdekking en herwaardering van een uitdagend gedachtengoed en verplichte lectuur voor nationalisten en hun tegenstanders.”
Bruno De Wever, Universiteit Gent

In Natiestaat contra Republiek herontdekt Stefaan Marteel een belangrijk maar vergeten alternatief voor het nationalisme: het republikeinse universalisme. Klassieke republikeinen zetten zich af tegen het Hobbesiaanse idee van de soevereine, ondeelbare staat en pleitten in plaats daarvan voor een federatie van republieken – een model dat de inspiratie vormde voor de Verenigde Staten van Amerika. Nu het rechts-nationalisme aan een opmars bezig is in Europa en de VS is dit boek actueler dan ooit.”
Annelien de Dijn, Universiteit Utrecht

“Op het ogenblik dat we zowat overal in Europa te kampen hebben met krachten die ons tot een nationalistische terugplooi aanzetten, houdt Stefaan Marteel een pleidooi voor de rehabilitatie van het republikeinse universalisme. Deskundig, overtuigend en inspirerend.”
Vincent Scheltiens, Universiteit Antwerpen

Sinds enkele decennia voeren democratische nationalisten en liberale universalisten debatten over soevereiniteit, identiteit, en de vraag naar de (on)aangepastheid van het natiestaatmodel aan de geglobaliseerde economie en cultuur – een tegenstelling die echter vooralsnog weinig productief is gebleken. Dit essay wil het debat vooruithelpen door terug te koppelen naar de ontstaansperiode van de moderne democratie. Daarbij wordt de opkomst van de natiestaat herbekeken in een brede politieke en intellectuele context, en worden de ideologische drijfveren achter het introduceren van het nationalisme in het politiek discours blootgelegd.

Het centrale betoog luidt dat het duurzaam succes van het 19de-eeuwse natiestaatmodel, en van de politiek van het nationalisme, alleen begrepen kan worden als keerzijde van de teloorgang van het (neo)klassieke republicanisme – een denkstroming over vrijheid, soevereiniteit en burgerschap die haar oorsprong in de renaissance vond en aan de basis lag van de revolutionaire gebeurtenissen op het einde van de 18de eeuw. Het essay geeft zo een aanzet tot de herontdekking van dit gedachtegoed, en onderkent hierin de belofte van een hernieuwd politiek engagement voor transnationalisme en universalisme.



Stefaan Marteel (1977) studeerde geschiedenis aan de Universiteit Gent en behaalde in 2009 zijn doctoraat aan het Europees Universitair Instituut in Firenze. Hij gaf les aan de Radboud Universiteit Nijmegen en is de auteur van The Intellectual Origins of the Belgian Revolution: Political Thought and Disunity in the Kingdom of the Netherlands (Palgrave 2018). Natiestaat contra Republiek is zijn eerste publieksboek .

Quick View

Natiestaat contra Republiek De ‘verloren schat’ van het republikeinse universalisme

 22,00
“Nationalisten beweren dat de liberale natiestaat de noodzakelijke voorwaarde is voor een moderne democratie. Maar is dat zo? Stefaan Marteel breekt een lans voor republicanisme gegrond in universele mensenrechten en postnationaal burgerschap op basis van gelaagde politieke participatie. Zijn pleidooi staat op de schouders van republikeinse denkers die het nationalistisch postulaat al eeuwen uitdagen. Het is een herontdekking en herwaardering van een uitdagend gedachtengoed en verplichte lectuur voor nationalisten en hun tegenstanders.”
Bruno De Wever, Universiteit Gent

In Natiestaat contra Republiek herontdekt Stefaan Marteel een belangrijk maar vergeten alternatief voor het nationalisme: het republikeinse universalisme. Klassieke republikeinen zetten zich af tegen het Hobbesiaanse idee van de soevereine, ondeelbare staat en pleitten in plaats daarvan voor een federatie van republieken – een model dat de inspiratie vormde voor de Verenigde Staten van Amerika. Nu het rechts-nationalisme aan een opmars bezig is in Europa en de VS is dit boek actueler dan ooit.”
Annelien de Dijn, Universiteit Utrecht

“Op het ogenblik dat we zowat overal in Europa te kampen hebben met krachten die ons tot een nationalistische terugplooi aanzetten, houdt Stefaan Marteel een pleidooi voor de rehabilitatie van het republikeinse universalisme. Deskundig, overtuigend en inspirerend.”
Vincent Scheltiens, Universiteit Antwerpen

Sinds enkele decennia voeren democratische nationalisten en liberale universalisten debatten over soevereiniteit, identiteit, en de vraag naar de (on)aangepastheid van het natiestaatmodel aan de geglobaliseerde economie en cultuur – een tegenstelling die echter vooralsnog weinig productief is gebleken. Dit essay wil het debat vooruithelpen door terug te koppelen naar de ontstaansperiode van de moderne democratie. Daarbij wordt de opkomst van de natiestaat herbekeken in een brede politieke en intellectuele context, en worden de ideologische drijfveren achter het introduceren van het nationalisme in het politiek discours blootgelegd.

Het centrale betoog luidt dat het duurzaam succes van het 19de-eeuwse natiestaatmodel, en van de politiek van het nationalisme, alleen begrepen kan worden als keerzijde van de teloorgang van het (neo)klassieke republicanisme – een denkstroming over vrijheid, soevereiniteit en burgerschap die haar oorsprong in de renaissance vond en aan de basis lag van de revolutionaire gebeurtenissen op het einde van de 18de eeuw. Het essay geeft zo een aanzet tot de herontdekking van dit gedachtegoed, en onderkent hierin de belofte van een hernieuwd politiek engagement voor transnationalisme en universalisme.



Stefaan Marteel (1977) studeerde geschiedenis aan de Universiteit Gent en behaalde in 2009 zijn doctoraat aan het Europees Universitair Instituut in Firenze. Hij gaf les aan de Radboud Universiteit Nijmegen en is de auteur van The Intellectual Origins of the Belgian Revolution: Political Thought and Disunity in the Kingdom of the Netherlands (Palgrave 2018). Natiestaat contra Republiek is zijn eerste publieksboek .

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Denkinstrumenten voor leidinggevenden in het onderwijs. Onderwijsbegeerte in de praktijk

 24,50
Dit boek helpt je als leidinggevende in het onderwijs om op basis van vijf thema’s uit de filosofie denkinstrumenten in te zetten, waarmee je medewerkers kunt aansturen. Deze instrumenten ondersteunen je bovendien in het reflecteren op jouw werkwijze in het leidinggeven aan een team.

In Denkinstrumenten voor leidinggevenden in het onderwijs. Onderwijsbegeerte in de praktijk worden tweeëntwintig denkinstrumenten beschreven die helpen bij het leidinggeven op school. Voorbeelden zijn het werkoverleg (socratisch gesprek), de multitool (creatief denken), de passer (omtrekkende beweging) en het beeldgesprek (leiding geven op afstand). Alle instrumenten zijn ontleend aan de filosofie. Filosofen beschikken immers over een rijk denkrepertoire, waar leidinggevenden uitstekend gebruik van kunnen maken.

De gereedschappen zijn gerelateerd aan vijf thema’s: zijn, denken, doen (ethiek), taal en de mens. Deze wijsgerige thema’s sluiten aan bij onderwerpen waar leidinggevenden veel mee te maken hebben. De instrumenten zijn praktisch toepasbaar en kunnen worden benut bij onderwerpen als moreel leiderschap, het denken over vrijheid van handelen, het voeren van complexe gesprekken, de maakbaarheid van een team, diversiteit aan denkpatronen en zelfreflectie.

Dit boek beschrijft bovendien vijf typen denkers (leiders): de analytische denker, de creatieve denker, de humane denker, de wezensdenker en de holistische denker. Welk type denker past het meeste bij jou? En hoe kun je hier gebruik van maken? Dit boek biedt handreikingen aan jou als leider om te ontdekken welk type denkgereedschap het beste bij jou past. Welk instrument heeft jouw voorkeur in een specifieke situatie? De gereedschappen zijn gekoppeld aan (combinaties van) de typeringen.

In dit boek zijn interviews verwerkt die gehouden werden met tweeëntwintig prominente leiders in het onderwijs en van organisaties die functioneren in een educatieve setting. Er staan in dit boek tips van onder andere Hugo de Jonge, Henk Oosterling en Erik van ’t Zelfde; stuk voor stuk experts in het leidinggeven in het onderwijsveld. Hun good practices met bepaalde gereedschappen worden beschreven. Dat zorgt ervoor dat dit boek een praktisch karakter heeft; je kunt meteen met de teksten in de praktijk aan de slag.

Denkinstrumenten voor leidinggevenden in het onderwijs. Onderwijsbegeerte in de praktijk levert een bijdrage aan het professioneel reflecteren en handelen van leidinggevenden, van basisscholen tot universiteiten.

Om Stephan Covey aan te halen: dit boek kan ervoor zorgen dat je je zaag scherp houdt.



Jan de Bas (1964) is docent filosofie en oprichter en eigenaar van het cursusbureau Filosofiegroep Rotterdam. Hij publiceerde Kan een bloemkool denken? Lessen in filosoferen (2016). Ed Verhage (1971) werkt als zelfstandig interim-directeur in het basisonderwijs en als adviseur aan leidinggevenden en bestuurders. Hij is oprichter en eigenaar van Sqope, een bureau voor training en advies in het onderwijs.

Quick View

Denkinstrumenten voor leidinggevenden in het onderwijs. Onderwijsbegeerte in de praktijk

 24,50
Dit boek helpt je als leidinggevende in het onderwijs om op basis van vijf thema’s uit de filosofie denkinstrumenten in te zetten, waarmee je medewerkers kunt aansturen. Deze instrumenten ondersteunen je bovendien in het reflecteren op jouw werkwijze in het leidinggeven aan een team.

In Denkinstrumenten voor leidinggevenden in het onderwijs. Onderwijsbegeerte in de praktijk worden tweeëntwintig denkinstrumenten beschreven die helpen bij het leidinggeven op school. Voorbeelden zijn het werkoverleg (socratisch gesprek), de multitool (creatief denken), de passer (omtrekkende beweging) en het beeldgesprek (leiding geven op afstand). Alle instrumenten zijn ontleend aan de filosofie. Filosofen beschikken immers over een rijk denkrepertoire, waar leidinggevenden uitstekend gebruik van kunnen maken.

De gereedschappen zijn gerelateerd aan vijf thema’s: zijn, denken, doen (ethiek), taal en de mens. Deze wijsgerige thema’s sluiten aan bij onderwerpen waar leidinggevenden veel mee te maken hebben. De instrumenten zijn praktisch toepasbaar en kunnen worden benut bij onderwerpen als moreel leiderschap, het denken over vrijheid van handelen, het voeren van complexe gesprekken, de maakbaarheid van een team, diversiteit aan denkpatronen en zelfreflectie.

Dit boek beschrijft bovendien vijf typen denkers (leiders): de analytische denker, de creatieve denker, de humane denker, de wezensdenker en de holistische denker. Welk type denker past het meeste bij jou? En hoe kun je hier gebruik van maken? Dit boek biedt handreikingen aan jou als leider om te ontdekken welk type denkgereedschap het beste bij jou past. Welk instrument heeft jouw voorkeur in een specifieke situatie? De gereedschappen zijn gekoppeld aan (combinaties van) de typeringen.

In dit boek zijn interviews verwerkt die gehouden werden met tweeëntwintig prominente leiders in het onderwijs en van organisaties die functioneren in een educatieve setting. Er staan in dit boek tips van onder andere Hugo de Jonge, Henk Oosterling en Erik van ’t Zelfde; stuk voor stuk experts in het leidinggeven in het onderwijsveld. Hun good practices met bepaalde gereedschappen worden beschreven. Dat zorgt ervoor dat dit boek een praktisch karakter heeft; je kunt meteen met de teksten in de praktijk aan de slag.

Denkinstrumenten voor leidinggevenden in het onderwijs. Onderwijsbegeerte in de praktijk levert een bijdrage aan het professioneel reflecteren en handelen van leidinggevenden, van basisscholen tot universiteiten.

Om Stephan Covey aan te halen: dit boek kan ervoor zorgen dat je je zaag scherp houdt.



Jan de Bas (1964) is docent filosofie en oprichter en eigenaar van het cursusbureau Filosofiegroep Rotterdam. Hij publiceerde Kan een bloemkool denken? Lessen in filosoferen (2016). Ed Verhage (1971) werkt als zelfstandig interim-directeur in het basisonderwijs en als adviseur aan leidinggevenden en bestuurders. Hij is oprichter en eigenaar van Sqope, een bureau voor training en advies in het onderwijs.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De Ontwarde draad. Intervisiespel over de emotionele ontwikkeling – clipbox en spelbord

 75,00
Het model en de methode ‘de draad’ heeft als doel de sociaalemotionele ontwikkeling bespreekbaar te maken, in eenvoudige taal en heel visueel. Edda en Katrijn hebben het model en de methode verwerkt in een spelvorm, een extra mogelijkheid om met de draad aan de slag te gaan. Zicht krijgen op sociaal-emotionele ontwikkeling geeft immers kansen op een betere afstemming in opvoeding en begeleiding.

- Gerrit Vignero -

Van een wild idee naar ‘Ontwarde draad’

Het intervisiespel ‘Ontwarde draad’ is ontstaan vanuit de drive om de kennis rond sociaal-emotionele ontwikkeling en de methodiek van de draad van Gerrit Vignero te verspreiden. In de ondersteuning van kinderen, jongeren en volwassen cliënten merken we dat de aangereikte tools en handvatten steun bieden in de dagelijkse praktijk.

Het intervisiespel is bedoeld om een team te coachen om de draad te ontwarren en te ordenen. Op die manier komt men tot een verbindend verhaal over het kind of de volwassen cliënt.

Er wordt ingezoomd op de eerste drie draden: de begeleider trekt de draad, de hechte draad en de lus in de draad. Via het spel krijgt men zicht op het hechtingstraject en de verbinding tussen het kind of de volwassen cliënt met zijn zorgfiguren.



Het intervisiespel is ontwikkeld door Katrijn Van Acker en Edda Janssens met een stevige draad naar Gerrit Vignero.

KATRIJN VAN ACKER studeerde in 1999 af als licentiaat in de pedagogische wetenschappen aan Universiteit Gent. Professioneel is zij al jaren vertrouwd met kinderen en jongeren die het moeilijk hebben op vlak van gedrag en/of emoties. Vanuit hun emotionele ontwikkeling en de groei in verbinding met anderen schrijft ze draadverhalen in onderwijs. Regelmatig geeft ze vanuit haar expertise vormingen en gaat ze met schoolteams aan de slag wanneer moeilijk gedrag een knoopje in de draad wordt…

EDDA JANSSENS is bachelor in de orthopedagogie en creatief agoog. Ze heeft reeds meer dan 20 jaar ervaring met het thema sociaal-emotionele ontwikkeling bij volwassenen met een beperking in de residentiële en mobiele ondersteuning. Ze werkt op de diagnosedienst van vzw Tordale als deskundige in de draad van Gerrit Vignero en coacht ortho’s en begeleiders in de draad. Als freelancer richtte ze edda. TRIGGERT op en ondersteunt ze ouders tijdens Koffie met een Verhaal. Enkele jaren geleden bracht ze samen met een gezin het kinderboek Pette uit.

Wil je meer weten over dit intervisiespel of over de methodiek van de draad? Ben je op zoek naar een vorming op maat voor jouw organisatie? Neem contact met:

katrijnvanacker.draadverhalen@gmail.com
edda@eddatriggert.be
gerritvignero@gmail.com

Quick View

De Ontwarde draad. Intervisiespel over de emotionele ontwikkeling – clipbox en spelbord

 75,00
Het model en de methode ‘de draad’ heeft als doel de sociaalemotionele ontwikkeling bespreekbaar te maken, in eenvoudige taal en heel visueel. Edda en Katrijn hebben het model en de methode verwerkt in een spelvorm, een extra mogelijkheid om met de draad aan de slag te gaan. Zicht krijgen op sociaal-emotionele ontwikkeling geeft immers kansen op een betere afstemming in opvoeding en begeleiding.

- Gerrit Vignero -

Van een wild idee naar ‘Ontwarde draad’

Het intervisiespel ‘Ontwarde draad’ is ontstaan vanuit de drive om de kennis rond sociaal-emotionele ontwikkeling en de methodiek van de draad van Gerrit Vignero te verspreiden. In de ondersteuning van kinderen, jongeren en volwassen cliënten merken we dat de aangereikte tools en handvatten steun bieden in de dagelijkse praktijk.

Het intervisiespel is bedoeld om een team te coachen om de draad te ontwarren en te ordenen. Op die manier komt men tot een verbindend verhaal over het kind of de volwassen cliënt.

Er wordt ingezoomd op de eerste drie draden: de begeleider trekt de draad, de hechte draad en de lus in de draad. Via het spel krijgt men zicht op het hechtingstraject en de verbinding tussen het kind of de volwassen cliënt met zijn zorgfiguren.



Het intervisiespel is ontwikkeld door Katrijn Van Acker en Edda Janssens met een stevige draad naar Gerrit Vignero.

KATRIJN VAN ACKER studeerde in 1999 af als licentiaat in de pedagogische wetenschappen aan Universiteit Gent. Professioneel is zij al jaren vertrouwd met kinderen en jongeren die het moeilijk hebben op vlak van gedrag en/of emoties. Vanuit hun emotionele ontwikkeling en de groei in verbinding met anderen schrijft ze draadverhalen in onderwijs. Regelmatig geeft ze vanuit haar expertise vormingen en gaat ze met schoolteams aan de slag wanneer moeilijk gedrag een knoopje in de draad wordt…

EDDA JANSSENS is bachelor in de orthopedagogie en creatief agoog. Ze heeft reeds meer dan 20 jaar ervaring met het thema sociaal-emotionele ontwikkeling bij volwassenen met een beperking in de residentiële en mobiele ondersteuning. Ze werkt op de diagnosedienst van vzw Tordale als deskundige in de draad van Gerrit Vignero en coacht ortho’s en begeleiders in de draad. Als freelancer richtte ze edda. TRIGGERT op en ondersteunt ze ouders tijdens Koffie met een Verhaal. Enkele jaren geleden bracht ze samen met een gezin het kinderboek Pette uit.

Wil je meer weten over dit intervisiespel of over de methodiek van de draad? Ben je op zoek naar een vorming op maat voor jouw organisatie? Neem contact met:

katrijnvanacker.draadverhalen@gmail.com
edda@eddatriggert.be
gerritvignero@gmail.com

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Op weg naar stage en werk – Handboek Sociale en communicatieve vaardigheden op de werkvloer

 18,50
Op weg naar stage en werk is bedoeld voor jongeren met een stoornis in het autistisch spectrum en/of andere leer- en gedragsstoornissen die stage gaan lopen of een plek op de arbeidsmarkt zoeken.

In een twintigtal lessen worden sociale en communicatieve vaardigheden die nodig zijn op de werkvloer besproken en geoefend om zo de kansen op een succesvol verloop van een stage of toetreding tot de arbeidsmarkt te laten toenemen. De training kan individueel of groepsgewijs gevolgd worden.

In deze handleiding voor de begeleider staan per les de doelen, de benodigde materialen en aandachtspunten van de communicatie met de jongere uitgewerkt.

Bij dit handboek hoort een Werkboek, waarin elk van de lessen geoefend en besproken worden.



Drs. Anja Bouman is werkzaam als schoolpsycholoog in het Voortgezet Speciaal Onderwijs gericht op jongeren met specifieke onderwijs- en ondersteuningsbehoeften ten gevolge van gedragsproblemen en/of psychiatrische stoornissen.

Lian Schuijt is werkzaam als logopediste. Zij diagnosticeert en behandelt spraak-, taal- en communicatieproblemen, met name bij mensen met een Autisme Spectrum Stoornis.

Quick View

Op weg naar stage en werk – Handboek Sociale en communicatieve vaardigheden op de werkvloer

 18,50
Op weg naar stage en werk is bedoeld voor jongeren met een stoornis in het autistisch spectrum en/of andere leer- en gedragsstoornissen die stage gaan lopen of een plek op de arbeidsmarkt zoeken.

In een twintigtal lessen worden sociale en communicatieve vaardigheden die nodig zijn op de werkvloer besproken en geoefend om zo de kansen op een succesvol verloop van een stage of toetreding tot de arbeidsmarkt te laten toenemen. De training kan individueel of groepsgewijs gevolgd worden.

In deze handleiding voor de begeleider staan per les de doelen, de benodigde materialen en aandachtspunten van de communicatie met de jongere uitgewerkt.

Bij dit handboek hoort een Werkboek, waarin elk van de lessen geoefend en besproken worden.



Drs. Anja Bouman is werkzaam als schoolpsycholoog in het Voortgezet Speciaal Onderwijs gericht op jongeren met specifieke onderwijs- en ondersteuningsbehoeften ten gevolge van gedragsproblemen en/of psychiatrische stoornissen.

Lian Schuijt is werkzaam als logopediste. Zij diagnosticeert en behandelt spraak-, taal- en communicatieproblemen, met name bij mensen met een Autisme Spectrum Stoornis.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Op weg naar stage en werk – Werkboek Sociale en communicatieve vaardigheden op de werkvloer

 14,90
Op weg naar stage en werk is bedoeld voor jongeren die stage gaan lopen of een plek op de arbeidsmarkt zoeken.

In dit werkboek worden in een twintigtal lessen sociale en communicatieve vaardigheden die nodig zijn op de werkvloer besproken en geoefend. Hierdoor zullen de kansen op een succesvol verloop van een stage of toetreding tot de arbeidsmarkt toenemen.

Bij dit werkboek hoort een Handleiding, met per les de uitwerking van de doelen, de benodigde materialen en de aandachtspunten van de communicatie met de jongere.



Drs. Anja Bouman is werkzaam als schoolpsycholoog in het Voortgezet Speciaal Onderwijs gericht op jongeren met specifieke onderwijs- en ondersteuningsbehoeften ten gevolge van gedragsproblemen en/of psychiatrische stoornissen.

Lian Schuijt is werkzaam als logopediste. Zij diagnosticeert en behandelt spraak-, taal- en communicatieproblemen, met name bij mensen met een Autisme Spectrum Stoornis.

Quick View

Op weg naar stage en werk – Werkboek Sociale en communicatieve vaardigheden op de werkvloer

 14,90
Op weg naar stage en werk is bedoeld voor jongeren die stage gaan lopen of een plek op de arbeidsmarkt zoeken.

In dit werkboek worden in een twintigtal lessen sociale en communicatieve vaardigheden die nodig zijn op de werkvloer besproken en geoefend. Hierdoor zullen de kansen op een succesvol verloop van een stage of toetreding tot de arbeidsmarkt toenemen.

Bij dit werkboek hoort een Handleiding, met per les de uitwerking van de doelen, de benodigde materialen en de aandachtspunten van de communicatie met de jongere.



Drs. Anja Bouman is werkzaam als schoolpsycholoog in het Voortgezet Speciaal Onderwijs gericht op jongeren met specifieke onderwijs- en ondersteuningsbehoeften ten gevolge van gedragsproblemen en/of psychiatrische stoornissen.

Lian Schuijt is werkzaam als logopediste. Zij diagnosticeert en behandelt spraak-, taal- en communicatieproblemen, met name bij mensen met een Autisme Spectrum Stoornis.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Identiteit. Themanr. Filosofie & Praktijk- Jrg.41 (2020) Nr.3

 15,00
“Op donderdag 12 september 2019 kondigde het Amsterdam Museum aan dat het de term ‘Gouden Eeuw’ zou vervangen door de neutrale aanduiding ‘zeventiende eeuw’.” De gevolgen waren in het huidige tijdsgewricht vrij voorspelbaar: ‘links’ vond het een goed idee, ‘rechts’ was tegen en de wetenschapper zocht de nuance. Stond de Nederlandse identiteit hier op het spel? En is dit eigenlijk wel zo zwart-wit: “Net als over de Tweede Wereldoorlog, toen de Nederlanders niet allemaal ‘goed’ of ‘fout’ waren en tussen die twee uitersten allerlei schakeringen van gedrag bestonden, kun je over de Gouden Eeuw uiteenlopende verhalen vertellen. Het debat dat losbarstte naar aanleiding van het besluit van het Amsterdam Museum om de term ‘Gouden Eeuw’ te laten vallen, maakt nog eens heel duidelijk hoe diep die term in het Nederlands bewustzijn verankerd is.”

Het themagedeelte in dit F&P-nummer over identiteit opent met dit stuk over “Nederlands Gouden Eeuw en de nationale identiteit" door Maarten Prak. Bijdragen van Evelien Tonkens, Machiel Keestra, Yussef Al Tamimi en Patrick Delaere gaan verder in op verschillende aspecten van de publieke discussie over identiteit.



Geen voorraad
Quick View

Identiteit. Themanr. Filosofie & Praktijk- Jrg.41 (2020) Nr.3

 15,00
“Op donderdag 12 september 2019 kondigde het Amsterdam Museum aan dat het de term ‘Gouden Eeuw’ zou vervangen door de neutrale aanduiding ‘zeventiende eeuw’.” De gevolgen waren in het huidige tijdsgewricht vrij voorspelbaar: ‘links’ vond het een goed idee, ‘rechts’ was tegen en de wetenschapper zocht de nuance. Stond de Nederlandse identiteit hier op het spel? En is dit eigenlijk wel zo zwart-wit: “Net als over de Tweede Wereldoorlog, toen de Nederlanders niet allemaal ‘goed’ of ‘fout’ waren en tussen die twee uitersten allerlei schakeringen van gedrag bestonden, kun je over de Gouden Eeuw uiteenlopende verhalen vertellen. Het debat dat losbarstte naar aanleiding van het besluit van het Amsterdam Museum om de term ‘Gouden Eeuw’ te laten vallen, maakt nog eens heel duidelijk hoe diep die term in het Nederlands bewustzijn verankerd is.”

Het themagedeelte in dit F&P-nummer over identiteit opent met dit stuk over “Nederlands Gouden Eeuw en de nationale identiteit" door Maarten Prak. Bijdragen van Evelien Tonkens, Machiel Keestra, Yussef Al Tamimi en Patrick Delaere gaan verder in op verschillende aspecten van de publieke discussie over identiteit.



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Een rookprobleem? Wat nu?

 23,50
In dit boek heeft Erwin De Bisscop samengebracht wat hij tijdens zijn 30 jaar opgedane ervaring in werken met genotsmiddelengebruikers als nuttig en werkbaar heeft beschouwd.
Hij gaat ervan uit dat er voor ieder van ons unieke, doeltreffende oplossingen voor diens welbepaalde problemen aangereikt kunnen worden.
Een rookprobleem? Wat nu? beschrijft specifieke en handige technieken voor het begeleiden van tabakgebruikers. Alle begeleiders zoals verpleegkundigen, ergotherapeuten, bewegingstherapeuten, tabakologen, psychologen, psychotherapeuten en artsen treffen in dit boek volop efficiënte toepassingsmogelijkheden aan.

Dit boek helpt je op een heldere manier op weg om een cliënt met een tabakprobleem te begeleiden. Het toont zowel begeleiders als cliënten hoe een gezonde, bevredigende toekomst voor te stellen en dit, met vallen en opstaan, te bereiken door te stoppen met roken.



Erwin De Bisscop is een erkend oplossingsgericht cognitief systeemtherapeut met een jarenlange ervaring in het begeleiden van tabakgebruikers.
Hij werkt al meer dan 30 jaar in de P.A.A.Z. AZ Sint-Jan Brugge-Oostende AV en is directielid en erkend opleider-supervisor (oplossingsgerichte cognitieve systeemtherapie en coaching) aan het Korzybski-instituut in Brugge en Antwerpen.

Quick View

Een rookprobleem? Wat nu?

 23,50
In dit boek heeft Erwin De Bisscop samengebracht wat hij tijdens zijn 30 jaar opgedane ervaring in werken met genotsmiddelengebruikers als nuttig en werkbaar heeft beschouwd.
Hij gaat ervan uit dat er voor ieder van ons unieke, doeltreffende oplossingen voor diens welbepaalde problemen aangereikt kunnen worden.
Een rookprobleem? Wat nu? beschrijft specifieke en handige technieken voor het begeleiden van tabakgebruikers. Alle begeleiders zoals verpleegkundigen, ergotherapeuten, bewegingstherapeuten, tabakologen, psychologen, psychotherapeuten en artsen treffen in dit boek volop efficiënte toepassingsmogelijkheden aan.

Dit boek helpt je op een heldere manier op weg om een cliënt met een tabakprobleem te begeleiden. Het toont zowel begeleiders als cliënten hoe een gezonde, bevredigende toekomst voor te stellen en dit, met vallen en opstaan, te bereiken door te stoppen met roken.



Erwin De Bisscop is een erkend oplossingsgericht cognitief systeemtherapeut met een jarenlange ervaring in het begeleiden van tabakgebruikers.
Hij werkt al meer dan 30 jaar in de P.A.A.Z. AZ Sint-Jan Brugge-Oostende AV en is directielid en erkend opleider-supervisor (oplossingsgerichte cognitieve systeemtherapie en coaching) aan het Korzybski-instituut in Brugge en Antwerpen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Wanneer jouw wiegje een wolk wordt

 19,50
Het verlies van een kindje vraagt om een delicaat gesprek.

Dit invulboekje geeft zowel mama als papa de kans om hun gevoelens neer te schrijven en elkaars gevoelens te herkennen. Bovendien biedt het boekje extra informatie over ondersteunende organisaties, leestips en advies voor grote broer of zus. Er is ruimte om herinneringen van jullie sterrenkindje op te nemen, zodat dit boek een kostbare herinnering ondersteunt.

Laat 'Wanneer jouw wiegje een wolk wordt' jullie helpen om van jullie wolkje een mooie herinnering te maken.



Axana Bael is naast masterstudente aan de UGent een pas afgestudeerde vroedvrouw. Met deze passie ging ze aan de slag, en ontwierp ze dit boek vanuit haar onnoemelijke liefde voor kersverse ouders van een sterrenkindje. Ondanks het feit dat haar diploma nog niet lang aan de muur hangt, heeft ze al heel wat beginnende ervaring zowel in binnenland áls in buitenland! Haar droom is om in de toekomst aan de slag te gaan als vroedvrouw in de eerste lijn.

Quick View

Wanneer jouw wiegje een wolk wordt

 19,50
Het verlies van een kindje vraagt om een delicaat gesprek.

Dit invulboekje geeft zowel mama als papa de kans om hun gevoelens neer te schrijven en elkaars gevoelens te herkennen. Bovendien biedt het boekje extra informatie over ondersteunende organisaties, leestips en advies voor grote broer of zus. Er is ruimte om herinneringen van jullie sterrenkindje op te nemen, zodat dit boek een kostbare herinnering ondersteunt.

Laat 'Wanneer jouw wiegje een wolk wordt' jullie helpen om van jullie wolkje een mooie herinnering te maken.



Axana Bael is naast masterstudente aan de UGent een pas afgestudeerde vroedvrouw. Met deze passie ging ze aan de slag, en ontwierp ze dit boek vanuit haar onnoemelijke liefde voor kersverse ouders van een sterrenkindje. Ondanks het feit dat haar diploma nog niet lang aan de muur hangt, heeft ze al heel wat beginnende ervaring zowel in binnenland áls in buitenland! Haar droom is om in de toekomst aan de slag te gaan als vroedvrouw in de eerste lijn.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Caleidoscopia. Spelen met diversiteit – Spelkaarten + Toelichting (7e herziene druk)

 23,20
Het Caleidoscopiaspel bestaat uit acht setjes van negen gekleurde kaarten, waarop acht dimensies van diversiteit + een blanco kaart in negen talen benoemd zijn: Nederlands, Arabisch, Chinees, Duits, Engels, Frans, Hongaars, Spaans en Turks.

Het doel van dit kaartspel is om de invloed van diversiteit zichtbaar en bespreekbaar te maken en spelenderwijs te leren omgaan met verschillen en overeenkomsten tussen mensen. Hierbij kan gedacht worden aan verschillen en overeenkomsten in levensfase, gender en sekse, etniciteit, religie, (beroeps)socialisatie, talent en beperking, seksuele identiteit en sociale klasse, die samen de acht dimensies van diversiteit op de Caleidoscopiakaarten uitdrukken.

Dit spel is ontwikkeld op grond van bijna vijftien jaar ervaring. Het legt een verbinding tussen diversiteitstheorieën, het analysemodel 'kruispuntdenken' en ervaringen in het omgaan met diversiteit. Inspiratiebronnen, methodische uitgangspunten en diversiteitskwaliteiten worden beschreven. In het boek zijn tevens vijftig spelvormen met de diversiteitskaarten opgenomen. Het boek Caleidoscopia, Spelen met Diversiteit en het spel zelf zijn bedacht, ontwikkeld en geproduceerd door het Netwerk Caleidoscopia, dat bestaat uit vijf vrouwen. Zij zijn werkzaam en actief in het onderwijs, het welzijnswerk en de gezondheidszorg, in de vakbond, de vrouwen- en LHBT-beweging en in migranten- en ouderenorganisaties.

Het caleidoscopia-spel op bol.com.

Twie Tjoa , Enith Pereira, Margie Kessler, Christine van Duin en Ankephien van Tijen vormen samen het Netwerk Caleidoscopia, gevestigd in Amsterdam. Ze zijn werkzaam en actief onder meer in het onderwijs, het welzijnswerk en de gezondheidszorg, in de vakbond, de vrouwen- en LHBT-beweging en in migranten- en ouderenorganisaties.

Quick View

Caleidoscopia. Spelen met diversiteit – Spelkaarten + Toelichting (7e herziene druk)

 23,20
Het Caleidoscopiaspel bestaat uit acht setjes van negen gekleurde kaarten, waarop acht dimensies van diversiteit + een blanco kaart in negen talen benoemd zijn: Nederlands, Arabisch, Chinees, Duits, Engels, Frans, Hongaars, Spaans en Turks.

Het doel van dit kaartspel is om de invloed van diversiteit zichtbaar en bespreekbaar te maken en spelenderwijs te leren omgaan met verschillen en overeenkomsten tussen mensen. Hierbij kan gedacht worden aan verschillen en overeenkomsten in levensfase, gender en sekse, etniciteit, religie, (beroeps)socialisatie, talent en beperking, seksuele identiteit en sociale klasse, die samen de acht dimensies van diversiteit op de Caleidoscopiakaarten uitdrukken.

Dit spel is ontwikkeld op grond van bijna vijftien jaar ervaring. Het legt een verbinding tussen diversiteitstheorieën, het analysemodel 'kruispuntdenken' en ervaringen in het omgaan met diversiteit. Inspiratiebronnen, methodische uitgangspunten en diversiteitskwaliteiten worden beschreven. In het boek zijn tevens vijftig spelvormen met de diversiteitskaarten opgenomen. Het boek Caleidoscopia, Spelen met Diversiteit en het spel zelf zijn bedacht, ontwikkeld en geproduceerd door het Netwerk Caleidoscopia, dat bestaat uit vijf vrouwen. Zij zijn werkzaam en actief in het onderwijs, het welzijnswerk en de gezondheidszorg, in de vakbond, de vrouwen- en LHBT-beweging en in migranten- en ouderenorganisaties.

Het caleidoscopia-spel op bol.com.

Twie Tjoa , Enith Pereira, Margie Kessler, Christine van Duin en Ankephien van Tijen vormen samen het Netwerk Caleidoscopia, gevestigd in Amsterdam. Ze zijn werkzaam en actief onder meer in het onderwijs, het welzijnswerk en de gezondheidszorg, in de vakbond, de vrouwen- en LHBT-beweging en in migranten- en ouderenorganisaties.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De kracht, niet de klacht. Visies op jeugd, jeugdbeleid en jeugdwerk

 50,00
Als het over jeugd gaat, dan is iedereen ervaringsdeskundige. De eerste decennia van ons leven (ver)dragen we het predicaat “jong”; als kind, tiener en jongere. We groeien meestal lustig, soms onrustig. Dat een gelukkige jeugd stevige fundamenten legt voor een dito toekomst lijkt algemeen aanvaard… ook al kan het leven desondanks keihard toeslaan. De vaststelling dat steeds meer jonge mensen opgroeien op in precaire omstandigheden legt een zware claim op een voorspoedige samenleving.

De kracht… niet de klacht: zaniken over jonge mensen en de manier waarop overheden en media ermee omgaan, sluipt te gemakkelijk binnen. De werkelijkheid blijkt veel positiever. Generaties jonge mensen lukken er steeds opnieuw in om de boel draaiend te houden – ook al reproduceren ze veel euvels van hun opvoeders. Een argwanende grondhouding is per definitie contraproductief; ze pleegt roofbouw op de goede naam van jonge mensen, fnuikt hun enthousiasme en herleidt hen tot oneigenlijke kneusjes.

Niets beter dan het Vlaamse jeugdwerk om dit optimisme grondig te illustreren. Als een van de meest hoopvolle fenomenen in onze vaak hinkende Vlaamse samenleving, speelt het een hoofdrol in deze publicatie. Het jeugdwerk overleeft voorlopig con brio vele (acute) bedreigingen en tart met nutteloze speelsheid en speelse nuttigheid (cf. D. Wildemeersch) de soms beknepen ernst van grote mensen.

De lezer mag zich verwachten aan een breed perspectief, een ruim referentiekader met aandacht voor tal van dimensies en kenmerken van jonge mensen en hun omgevingen. Daarbij krijgen de verhouding tussen overheden en jeugd en vooral het jeugdwerk prioritaire aandacht.



Guy Redig studeerde orthopedagogiek en agogiek (VUB), promoveerde tot doctor in de sociale wetenschappen (KU Nijmegen). Hij werkt als docent en zelfstandig consulent, onderzoekt, begeleidt en publiceert over sociale, culturele & jeugd(werk)thema’s en overheidsbeleid.

Quick View

De kracht, niet de klacht. Visies op jeugd, jeugdbeleid en jeugdwerk

 50,00
Als het over jeugd gaat, dan is iedereen ervaringsdeskundige. De eerste decennia van ons leven (ver)dragen we het predicaat “jong”; als kind, tiener en jongere. We groeien meestal lustig, soms onrustig. Dat een gelukkige jeugd stevige fundamenten legt voor een dito toekomst lijkt algemeen aanvaard… ook al kan het leven desondanks keihard toeslaan. De vaststelling dat steeds meer jonge mensen opgroeien op in precaire omstandigheden legt een zware claim op een voorspoedige samenleving.

De kracht… niet de klacht: zaniken over jonge mensen en de manier waarop overheden en media ermee omgaan, sluipt te gemakkelijk binnen. De werkelijkheid blijkt veel positiever. Generaties jonge mensen lukken er steeds opnieuw in om de boel draaiend te houden – ook al reproduceren ze veel euvels van hun opvoeders. Een argwanende grondhouding is per definitie contraproductief; ze pleegt roofbouw op de goede naam van jonge mensen, fnuikt hun enthousiasme en herleidt hen tot oneigenlijke kneusjes.

Niets beter dan het Vlaamse jeugdwerk om dit optimisme grondig te illustreren. Als een van de meest hoopvolle fenomenen in onze vaak hinkende Vlaamse samenleving, speelt het een hoofdrol in deze publicatie. Het jeugdwerk overleeft voorlopig con brio vele (acute) bedreigingen en tart met nutteloze speelsheid en speelse nuttigheid (cf. D. Wildemeersch) de soms beknepen ernst van grote mensen.

De lezer mag zich verwachten aan een breed perspectief, een ruim referentiekader met aandacht voor tal van dimensies en kenmerken van jonge mensen en hun omgevingen. Daarbij krijgen de verhouding tussen overheden en jeugd en vooral het jeugdwerk prioritaire aandacht.



Guy Redig studeerde orthopedagogiek en agogiek (VUB), promoveerde tot doctor in de sociale wetenschappen (KU Nijmegen). Hij werkt als docent en zelfstandig consulent, onderzoekt, begeleidt en publiceert over sociale, culturele & jeugd(werk)thema’s en overheidsbeleid.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Integratie van medische hypnose in psychotherapie

 29,50
Hypnose kan toegepast worden in combinatie met de reguliere methoden. Omdat medische hypnose steeds meer wordt toegepast in de klinische praktijk sluit Integratie van medische hypnose in psychotherapie, casusbeschrijvingen van de cliënt in een klinische setting goed aan bij de huidige ontwikkelingen. Het boek prikkelt psychologen, artsen en verpleegkundigen in een medische setting tot bewustwording van de suggestie, die alleen al van deze omgeving kan uitgaan maar die zij ook zelf kunnen geven in gedrag en taalgebruik. In het boek krijgt de zorgprofessional handvatten en inspiratie om zelf aan de slag te gaan. Het hoofdaccent ligt op de beschrijving van casussen van medische hypnose in psychotherapie.



José Klaassen-Kersten is Europees gecertificeerd therapeut in psychotherapie, gedrags-, EMDR, en schematherapeut en supervisor. Zij heeft veel ervaring met de psychologische behandeling van oncologie, basis en gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg in een klinische setting, waar zij jaren werkzaam is geweest en daarnaast in haar privé praktijk. José is hypnosedeskundige in psychotherapie en medische setting. Zij heeft veel scholing verzorgd over de integratie van medische hypnose. Vanuit haar persoonlijke leven met enkele diepgaande life events heeft José een drive zich in te blijven zetten voor de cliënt en de medemens. Zij zoekt steeds naar mogelijkheden om zo dicht mogelijk bij de ander en diens innerlijk te komen om van daaruit een klacht of probleem hanteerbaar te maken.

Quick View

Integratie van medische hypnose in psychotherapie

 29,50
Hypnose kan toegepast worden in combinatie met de reguliere methoden. Omdat medische hypnose steeds meer wordt toegepast in de klinische praktijk sluit Integratie van medische hypnose in psychotherapie, casusbeschrijvingen van de cliënt in een klinische setting goed aan bij de huidige ontwikkelingen. Het boek prikkelt psychologen, artsen en verpleegkundigen in een medische setting tot bewustwording van de suggestie, die alleen al van deze omgeving kan uitgaan maar die zij ook zelf kunnen geven in gedrag en taalgebruik. In het boek krijgt de zorgprofessional handvatten en inspiratie om zelf aan de slag te gaan. Het hoofdaccent ligt op de beschrijving van casussen van medische hypnose in psychotherapie.



José Klaassen-Kersten is Europees gecertificeerd therapeut in psychotherapie, gedrags-, EMDR, en schematherapeut en supervisor. Zij heeft veel ervaring met de psychologische behandeling van oncologie, basis en gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg in een klinische setting, waar zij jaren werkzaam is geweest en daarnaast in haar privé praktijk. José is hypnosedeskundige in psychotherapie en medische setting. Zij heeft veel scholing verzorgd over de integratie van medische hypnose. Vanuit haar persoonlijke leven met enkele diepgaande life events heeft José een drive zich in te blijven zetten voor de cliënt en de medemens. Zij zoekt steeds naar mogelijkheden om zo dicht mogelijk bij de ander en diens innerlijk te komen om van daaruit een klacht of probleem hanteerbaar te maken.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Nihongo 2 – Japanse taal en cultuur voor beginners

 20,50
Nihongo betekent ‘de Japanse taal’ en is gericht op het ontwikkelen van taalvaardigheid in het Japans, vooral in functie van reizen naar Japan of werken met Japanners. In recente jaren is het toerisme vanuit België en Nederland naar Japan exponentieel gestegen. Een goed moment dus om Japans te leren.

Deze basiscursus Japans bestaat uit twee delen: Nihongo 1 en Nihongo 2. Elk deel bestaat uit tien hoofdstukken en is volledig in rōmaji (Japans getranscribeerd in ons alfabet) geschreven om het leerproces te versnellen. Dit is deel 2 van de cursus. Je kunt de cursus gebruiken als voorbereiding op lessen Japans of een reis naar Japan, al dan niet samen met Kana en Kanji: snelleermethodes om de drie Japanse schriften te leren, cursussen die ook bij Garant zijn uitgegeven.

Nihongo kan zowel voor zelfstudie als in klasverband gebruikt worden. In elk hoofdstuk wordt ook een rubriekje over de Japanse cultuur opgenomen. Via een QR-code of een weblink kun je audiofragmenten beluisteren bestaande uit dialogen, commando’s en vragen, die werden ingesproken door native speakers Japans.



Sarah Van Camp studeerde in 1991 af als japanoloog aan de KU Leuven en heeft de afgelopen 25 jaar in verschillende scholen en bedrijven lessen Japans gegeven aan beginners. Momenteel werkt ze als vertaler en taaldocent in Antwerpen. Voor deze cursus kreeg ze de steun van Goh Kawai, voormalig professor aan de Center for Language Learning van Hokkaido University en werkte ze nauw samen met professor Akiko Tashiro van datzelfde instituut, die samen met haar doctoraatsstudenten Yoshimi Hidaka en Rei Kataoka de cursus redigeerde en het audiomateriaal heeft opgenomen.

Quick View

Nihongo 2 – Japanse taal en cultuur voor beginners

 20,50
Nihongo betekent ‘de Japanse taal’ en is gericht op het ontwikkelen van taalvaardigheid in het Japans, vooral in functie van reizen naar Japan of werken met Japanners. In recente jaren is het toerisme vanuit België en Nederland naar Japan exponentieel gestegen. Een goed moment dus om Japans te leren.

Deze basiscursus Japans bestaat uit twee delen: Nihongo 1 en Nihongo 2. Elk deel bestaat uit tien hoofdstukken en is volledig in rōmaji (Japans getranscribeerd in ons alfabet) geschreven om het leerproces te versnellen. Dit is deel 2 van de cursus. Je kunt de cursus gebruiken als voorbereiding op lessen Japans of een reis naar Japan, al dan niet samen met Kana en Kanji: snelleermethodes om de drie Japanse schriften te leren, cursussen die ook bij Garant zijn uitgegeven.

Nihongo kan zowel voor zelfstudie als in klasverband gebruikt worden. In elk hoofdstuk wordt ook een rubriekje over de Japanse cultuur opgenomen. Via een QR-code of een weblink kun je audiofragmenten beluisteren bestaande uit dialogen, commando’s en vragen, die werden ingesproken door native speakers Japans.



Sarah Van Camp studeerde in 1991 af als japanoloog aan de KU Leuven en heeft de afgelopen 25 jaar in verschillende scholen en bedrijven lessen Japans gegeven aan beginners. Momenteel werkt ze als vertaler en taaldocent in Antwerpen. Voor deze cursus kreeg ze de steun van Goh Kawai, voormalig professor aan de Center for Language Learning van Hokkaido University en werkte ze nauw samen met professor Akiko Tashiro van datzelfde instituut, die samen met haar doctoraatsstudenten Yoshimi Hidaka en Rei Kataoka de cursus redigeerde en het audiomateriaal heeft opgenomen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Affectregulerende Vaktherapie – Basisboek Vaktherapeutische behandeling voor kinderen van 4 tot 12 jaar

 19,90
Affectregulerende Vaktherapie is een ervaringsgerichte behandelwijze van affectregulatieproblemen die ontstaan in de vroege jeugd. Dit basisboek laat de lezer kennismaken met alle facetten van de interventie en de onderliggende theorieën over vaktherapie, affectregulatie, mentaliseren bevorderen en gehechtheid. Voor vaktherapeuten die al affectregulerend zijn opgeleid, is het een waardevol naslagwerk.

De interventie beschrijft zowel de inzet van het vaktherapeutisch middel, als de mentaliseren-bevorderende therapeuthouding. Samen vormen zij de basis voor de interactieve regulatie, waarmee het gestagneerde affectregulatieproces opnieuw in ontwikkeling komt. Waar enerzijds de theorie verduidelijkt wordt, biedt anderzijds de gefaseerde uitwerking van de interventietechnieken en aanpak in sessies een praktisch kader. Ook is een concrete benadering uitgewerkt voor het betrekken van de context rond de cliënt.

Casuïstiek van alle vaktherapeutische disciplines (beeldend, dans, drama, muziek, pm(k)t en spel) illustreert de behandelwijze.

Het boek kan een bijdrage zijn aan het vinden van een gezamenlijke taal in het behandelen van cliënten met affectregulatieproblematiek, en sluit aan bij de transdiagnostische visie op affectregulatie.

De auteurs zijn ervaren vaktherapeuten, werkzaam in ggz-instellingen of in een eigen zelfstandige praktijk. De interventie Affectregulerende Vaktherapie is het resultaat van jarenlange praktijkervaring; vaktherapeuten van alle disciplines hebben meegedacht en beschreven wat werkt in de behandeling van cliënten met affectregulatieproblemen.

‘De in dit boek beschreven interventie biedt structuur en duidelijke stappen voor vaktherapeuten die werken met kinderen en jongeren met affectregulatieproblemen.’

Renate Geuzinge

Quick View

Affectregulerende Vaktherapie – Basisboek Vaktherapeutische behandeling voor kinderen van 4 tot 12 jaar

 19,90
Affectregulerende Vaktherapie is een ervaringsgerichte behandelwijze van affectregulatieproblemen die ontstaan in de vroege jeugd. Dit basisboek laat de lezer kennismaken met alle facetten van de interventie en de onderliggende theorieën over vaktherapie, affectregulatie, mentaliseren bevorderen en gehechtheid. Voor vaktherapeuten die al affectregulerend zijn opgeleid, is het een waardevol naslagwerk.

De interventie beschrijft zowel de inzet van het vaktherapeutisch middel, als de mentaliseren-bevorderende therapeuthouding. Samen vormen zij de basis voor de interactieve regulatie, waarmee het gestagneerde affectregulatieproces opnieuw in ontwikkeling komt. Waar enerzijds de theorie verduidelijkt wordt, biedt anderzijds de gefaseerde uitwerking van de interventietechnieken en aanpak in sessies een praktisch kader. Ook is een concrete benadering uitgewerkt voor het betrekken van de context rond de cliënt.

Casuïstiek van alle vaktherapeutische disciplines (beeldend, dans, drama, muziek, pm(k)t en spel) illustreert de behandelwijze.

Het boek kan een bijdrage zijn aan het vinden van een gezamenlijke taal in het behandelen van cliënten met affectregulatieproblematiek, en sluit aan bij de transdiagnostische visie op affectregulatie.

De auteurs zijn ervaren vaktherapeuten, werkzaam in ggz-instellingen of in een eigen zelfstandige praktijk. De interventie Affectregulerende Vaktherapie is het resultaat van jarenlange praktijkervaring; vaktherapeuten van alle disciplines hebben meegedacht en beschreven wat werkt in de behandeling van cliënten met affectregulatieproblemen.

‘De in dit boek beschreven interventie biedt structuur en duidelijke stappen voor vaktherapeuten die werken met kinderen en jongeren met affectregulatieproblemen.’

Renate Geuzinge

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Organisatiekunde

 31,80
Willen ze het beste in mensen naar boven halen, dan moeten organisaties kwaliteitsvol en op mensenmaat gestoeld zijn. Ze zijn namelijk belangrijk in het leven van iedereen. De kwaliteit van de organisatie bepaalt immers de voldoening en de motivatie die mensen in een organisatie beleven, en die voldoening nemen ze mee naar hun privéleven. Dat geldt zowel voor social profit- als voor profit-organisaties.

Kwaliteitsvolle organisaties zijn altijd organisaties op mensenmaat. Om dat te bereiken is veel nodig: een waardegedreven visie met inspirerende doelen, een waarderend leiderschap voor en met mensen, een dialoog tussen mens en organisatie, aandacht voor talenten en relaties. Sterke organisaties zijn centra van menselijke verbondenheid. Ze creëren ruimte waarin mensen in het realiseren van de doelen van de organisatie de eigen talenten ten volle kunnen ontplooien. Ze verbinden dus de aspiraties van mensen met de droom van de organisatie.

Vanuit een waarderende benadering verduidelijkt dit handboek de dimensies en processen die een organisatie voor mensen kwaliteitsvol maken. Het boek helpt studenten en professionals om een integraal inzicht te verwerven in dergelijke organisatie. Tegelijk biedt het een basis voor deskundig handelen in een organisatorische context.



Guido Cuyvers studeerde aan de KU Leuven criminologie, filosofie en familiale en seksuologische wetenschappen. Na een loopbaan in het hoger onderwijs als docent, onderzoeker en departementshoofd, engageert hij zich in het middenveld, bij het ouderenbeleid en in het onderzoek naar de positie van ouderen in de samenleving. Als auteur publiceert hij uitvoerig over allerlei maatschappelijke thema’s.

Quick View

Organisatiekunde

 31,80
Willen ze het beste in mensen naar boven halen, dan moeten organisaties kwaliteitsvol en op mensenmaat gestoeld zijn. Ze zijn namelijk belangrijk in het leven van iedereen. De kwaliteit van de organisatie bepaalt immers de voldoening en de motivatie die mensen in een organisatie beleven, en die voldoening nemen ze mee naar hun privéleven. Dat geldt zowel voor social profit- als voor profit-organisaties.

Kwaliteitsvolle organisaties zijn altijd organisaties op mensenmaat. Om dat te bereiken is veel nodig: een waardegedreven visie met inspirerende doelen, een waarderend leiderschap voor en met mensen, een dialoog tussen mens en organisatie, aandacht voor talenten en relaties. Sterke organisaties zijn centra van menselijke verbondenheid. Ze creëren ruimte waarin mensen in het realiseren van de doelen van de organisatie de eigen talenten ten volle kunnen ontplooien. Ze verbinden dus de aspiraties van mensen met de droom van de organisatie.

Vanuit een waarderende benadering verduidelijkt dit handboek de dimensies en processen die een organisatie voor mensen kwaliteitsvol maken. Het boek helpt studenten en professionals om een integraal inzicht te verwerven in dergelijke organisatie. Tegelijk biedt het een basis voor deskundig handelen in een organisatorische context.



Guido Cuyvers studeerde aan de KU Leuven criminologie, filosofie en familiale en seksuologische wetenschappen. Na een loopbaan in het hoger onderwijs als docent, onderzoeker en departementshoofd, engageert hij zich in het middenveld, bij het ouderenbeleid en in het onderzoek naar de positie van ouderen in de samenleving. Als auteur publiceert hij uitvoerig over allerlei maatschappelijke thema’s.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Ouderenbeleid. Ouderen en samenleving waarderend verbinden.

 25,50
De ouder wordende generaties hebben veel te bieden aan de samenleving. Meer nog, ze zijn een onmisbare schakel in het bouwen van een sterke gemeenschap, uiteraard altijd rekening houdend met hun veranderende mentale en fysieke competenties. Ze hebben immers vele competenties, een rijke ervaring en vaak ook de motivatie om nog dienstbaar te zijn voor anderen. Om te waarborgen en mogelijk te maken dat ouder wordende mensen hun rol en hun plaats in de samenleving blijven waarmaken, is een constructief ouderenbeleid nodig, en dat op vele niveaus. Een dergelijk beleid waardeert de kwaliteiten van ouderen en stimuleert hun actief burgerschap: ouder wordende mensen krijgen de ruimte om zich te engageren en een dynamische rol te spelen in de ontwikkeling en opvolging van beleid, eerder dan dat ze beleid alleen maar passief moeten ondergaan. Een constructief ouderenbeleid is overigens de basis voor een kwaliteitsvol samenleven van alle generaties en dus voor een sterke gemeenschap.

Dit boek wil een handreiking zijn aan diverse spelers in het ouderenbeleid. Vooreerst voor nieuwe beleidsmakers, bijvoorbeeld schepenen van ouderenzaken, die zich willen oriënteren op het brede domein van het ouderenbeleid om dan zelf op het eigen niveau een constructief ouderenbeleid mee mogelijk te maken. Het richt zich ook tot ambtenaren en professionals die bijvoorbeeld als seniorenconsulent of ouderencoach, hopelijk samen met de ouderen, het beleid concreet vorm willen geven. Het boek is zeker ook bedoeld voor ouder wordende mensen die actief burgerschap (willen) waarmaken en die zich daarvoor op lokaal of op een ander niveau engageren.

Guido Cuyvers studeerde aan de KU Leuven criminologie, filosofie en familiale en seksuologische wetenschappen. Na een loopbaan in het hoger onderwijs als docent, onderzoeker en departementshoofd, engageert hij zich in het middenveld, bij het ouderenbeleid en in het onderzoek naar de positie van ouderen in de samenleving. Als auteur publiceert hij uitvoerig over allerlei maatschappelijke thema’s.

Guido Cuyvers studeerde aan de KU Leuven criminologie, filosofie en familiale en seksuologische wetenschappen. Na een loopbaan in het hoger onderwijs als docent, onderzoeker en departementshoofd, engageert hij zich in het middenveld, bij het ouderenbeleid en in het onderzoek naar de positie van ouderen in de samenleving. Als auteur publiceert hij uitvoerig over allerlei maatschappelijke thema’s.

Quick View

Ouderenbeleid. Ouderen en samenleving waarderend verbinden.

 25,50
De ouder wordende generaties hebben veel te bieden aan de samenleving. Meer nog, ze zijn een onmisbare schakel in het bouwen van een sterke gemeenschap, uiteraard altijd rekening houdend met hun veranderende mentale en fysieke competenties. Ze hebben immers vele competenties, een rijke ervaring en vaak ook de motivatie om nog dienstbaar te zijn voor anderen. Om te waarborgen en mogelijk te maken dat ouder wordende mensen hun rol en hun plaats in de samenleving blijven waarmaken, is een constructief ouderenbeleid nodig, en dat op vele niveaus. Een dergelijk beleid waardeert de kwaliteiten van ouderen en stimuleert hun actief burgerschap: ouder wordende mensen krijgen de ruimte om zich te engageren en een dynamische rol te spelen in de ontwikkeling en opvolging van beleid, eerder dan dat ze beleid alleen maar passief moeten ondergaan. Een constructief ouderenbeleid is overigens de basis voor een kwaliteitsvol samenleven van alle generaties en dus voor een sterke gemeenschap.

Dit boek wil een handreiking zijn aan diverse spelers in het ouderenbeleid. Vooreerst voor nieuwe beleidsmakers, bijvoorbeeld schepenen van ouderenzaken, die zich willen oriënteren op het brede domein van het ouderenbeleid om dan zelf op het eigen niveau een constructief ouderenbeleid mee mogelijk te maken. Het richt zich ook tot ambtenaren en professionals die bijvoorbeeld als seniorenconsulent of ouderencoach, hopelijk samen met de ouderen, het beleid concreet vorm willen geven. Het boek is zeker ook bedoeld voor ouder wordende mensen die actief burgerschap (willen) waarmaken en die zich daarvoor op lokaal of op een ander niveau engageren.

Guido Cuyvers studeerde aan de KU Leuven criminologie, filosofie en familiale en seksuologische wetenschappen. Na een loopbaan in het hoger onderwijs als docent, onderzoeker en departementshoofd, engageert hij zich in het middenveld, bij het ouderenbeleid en in het onderzoek naar de positie van ouderen in de samenleving. Als auteur publiceert hij uitvoerig over allerlei maatschappelijke thema’s.

Guido Cuyvers studeerde aan de KU Leuven criminologie, filosofie en familiale en seksuologische wetenschappen. Na een loopbaan in het hoger onderwijs als docent, onderzoeker en departementshoofd, engageert hij zich in het middenveld, bij het ouderenbeleid en in het onderzoek naar de positie van ouderen in de samenleving. Als auteur publiceert hij uitvoerig over allerlei maatschappelijke thema’s.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    15
    Uw winkelwagen
    ×