Vaardigheden voor mensen met een beperking nr. 2 – Werkboek Opruimen en organiseren
Deze werkboeken zijn ontworpen vanuit de visie dat de hulp aan en debegeleiding van deze mensen enkel effectief kan zijn als we met henop een goede en duidelijke manier communiceren. Aan de hand vaneen stapsgewijze opbouw en heldere patronen vormen ze praktischeleidraden die mensen met een beperking op weg helpen bij hetverwerven van deze vaardigheden.
Vaardigheden voor mensen met een beperking nr. 2 – Werkboek Opruimen en organiseren
Deze werkboeken zijn ontworpen vanuit de visie dat de hulp aan en debegeleiding van deze mensen enkel effectief kan zijn als we met henop een goede en duidelijke manier communiceren. Aan de hand vaneen stapsgewijze opbouw en heldere patronen vormen ze praktischeleidraden die mensen met een beperking op weg helpen bij hetverwerven van deze vaardigheden.
Vaardigheden voor mensen met een beperking nr. 1 – Handleiding voor de begeleider
Deze werkboeken zijn ontworpen vanuit de visie dat de hulp aan ende begeleiding van deze mensen enkel effectief kan zijn als we methen op een goede en duidelijke manier communiceren. Aan de handvan een stapsgewijze opbouw en heldere patronen vormen ze praktischeleidraden die mensen met een beperking op weg helpen bijhet verwerven van deze vaardigheden.
Bij dit handboek verschenen de volgende werkboeken:
- Vaardigheden voor mensen met een beperking nr. 2 - Werkboek Opruimen en organiseren
Els Mattelin - Vaardigheden voor mensen met een beperking nr. 3 - Werkboek Keuken organiseren
Els Mattelin - Vaardigheden voor mensen met een beperking nr. 4 - Werkboek Poetsen
Els Mattelin - Vaardigheden voor mensen met een beperking nr. 5 - Werkboek Wassen en strijken
Els Mattelin - Vaardigheden voor mensen met een beperking nr. 6 - Werkboek Omgaan met tijd
Els Mattelin - Vaardigheden voor mensen met een beperking nr. 7 - Werkboek Omgaan met geld
Els Mattelin - Vaardigheden voor mensen met een beperking nr. 8 - Werkboek Communicatie
Els Mattelin - Vaardigheden voor mensen met een beperking nr. 9 - Werkboek Sociale omgang
Els Mattelin
Vaardigheden voor mensen met een beperking nr. 1 – Handleiding voor de begeleider
Deze werkboeken zijn ontworpen vanuit de visie dat de hulp aan ende begeleiding van deze mensen enkel effectief kan zijn als we methen op een goede en duidelijke manier communiceren. Aan de handvan een stapsgewijze opbouw en heldere patronen vormen ze praktischeleidraden die mensen met een beperking op weg helpen bijhet verwerven van deze vaardigheden.
Bij dit handboek verschenen de volgende werkboeken:
- Vaardigheden voor mensen met een beperking nr. 2 - Werkboek Opruimen en organiseren
Els Mattelin - Vaardigheden voor mensen met een beperking nr. 3 - Werkboek Keuken organiseren
Els Mattelin - Vaardigheden voor mensen met een beperking nr. 4 - Werkboek Poetsen
Els Mattelin - Vaardigheden voor mensen met een beperking nr. 5 - Werkboek Wassen en strijken
Els Mattelin - Vaardigheden voor mensen met een beperking nr. 6 - Werkboek Omgaan met tijd
Els Mattelin - Vaardigheden voor mensen met een beperking nr. 7 - Werkboek Omgaan met geld
Els Mattelin - Vaardigheden voor mensen met een beperking nr. 8 - Werkboek Communicatie
Els Mattelin - Vaardigheden voor mensen met een beperking nr. 9 - Werkboek Sociale omgang
Els Mattelin
Neuro-anatomie en neurofysiologie (Neurowetenschappen in taal en spraak – Boek 1)
De driedelige reeks Neurowetenschappen in Taal en Spraak biedt een geïntegreerdoverzicht van neurolinguïstisch en neurofysiologisch onderzoek bij neurologischetaal- en spraakproblemen.
Dit eerste boek geeft een gedetailleerde beschrijving vande neuroanatomische structuren en neurofysiologische processen die aan spraak entaal ten grondslag liggen.
Het boek bestaat uit twee delen, waarvan het eerste deeluitvoerig de neuroanatomische structuren met klinische correlaten illustreert.
Eenbeknopt tweede deel maakt duidelijk dat spraak en taal geen statische structurenzijn, maar het resultaat zijn van een dynamische communicatie en cohererentie tussenneuronale groepen.
In een derde deel wordt de lezer ingewijd in een aantal neurofysiologischeonderzoeksmethodes die hem in staat stellen om de klinische inzichten inafasie en dysartrie in de volgende delen van deze reeks te begrijpen.
Boek 2 - Van neuron tot afasie
Neuro-anatomie en neurofysiologie (Neurowetenschappen in taal en spraak – Boek 1)
De driedelige reeks Neurowetenschappen in Taal en Spraak biedt een geïntegreerdoverzicht van neurolinguïstisch en neurofysiologisch onderzoek bij neurologischetaal- en spraakproblemen.
Dit eerste boek geeft een gedetailleerde beschrijving vande neuroanatomische structuren en neurofysiologische processen die aan spraak entaal ten grondslag liggen.
Het boek bestaat uit twee delen, waarvan het eerste deeluitvoerig de neuroanatomische structuren met klinische correlaten illustreert.
Eenbeknopt tweede deel maakt duidelijk dat spraak en taal geen statische structurenzijn, maar het resultaat zijn van een dynamische communicatie en cohererentie tussenneuronale groepen.
In een derde deel wordt de lezer ingewijd in een aantal neurofysiologischeonderzoeksmethodes die hem in staat stellen om de klinische inzichten inafasie en dysartrie in de volgende delen van deze reeks te begrijpen.
Boek 2 - Van neuron tot afasie
Inspirerende docenten. Inzichten en verhalen uit het hoger beroepsonderwijs
De auteur heeft voorbeelden van inspirerend docentschap in het hoger beroepsonderwijsopgediept en in tien verhalen vastgelegd. Het boek bevat eenuitwerking van vele thema’s die deel uitmaken van inspirerend docentschap,zoals: een vraagbehoefte bij studenten oproepen, hoge eisen stellen, leren vanfouten en een open leerklimaat creëren. Per thema wordt duidelijk hoe gedragen beweegredenen van verschillende docenten zich tot elkaar verhouden.De lezer krijgt inzicht in de manier waarop hun gedrag en attitude eenbijzondere betekenis krijgen voor studenten.
De kwaliteiten van inspirerende docenten in het hoger beroepsonderwijs komenzo aan het licht. Het boek biedt andere docenten de mogelijkheid opzichzelf te reflecteren en op hun manier van lesgeven en de beweegredenendaarvoor. Het kan tevens een bijdrage leveren aan het gesprek op hogescholenover de kwaliteit van het onderwijs en de professionele ruimte. De docententonen hoe ze gestimuleerd maar ook beperkt worden door factorenin hun omgeving. In het boek laten zij zien hoe zij hun ruimte benutten ominspirerend en geïnspireerd te zijn en blijven.
Het boek vormt de neerslag van onderzoek in het hoger beroepsonderwijsen is primair bedoeld voor docenten en opleidingsmanagers. Een vertaalslagnaar de praktijk van de hogere niveaus in het middelbaar beroepsonderwijs isevenwel goed mogelijk. Daarnaast zal het boek zijn weg vinden naar professionaliseringstrajectenvoor docenten.
Inspirerende docenten. Inzichten en verhalen uit het hoger beroepsonderwijs
De auteur heeft voorbeelden van inspirerend docentschap in het hoger beroepsonderwijsopgediept en in tien verhalen vastgelegd. Het boek bevat eenuitwerking van vele thema’s die deel uitmaken van inspirerend docentschap,zoals: een vraagbehoefte bij studenten oproepen, hoge eisen stellen, leren vanfouten en een open leerklimaat creëren. Per thema wordt duidelijk hoe gedragen beweegredenen van verschillende docenten zich tot elkaar verhouden.De lezer krijgt inzicht in de manier waarop hun gedrag en attitude eenbijzondere betekenis krijgen voor studenten.
De kwaliteiten van inspirerende docenten in het hoger beroepsonderwijs komenzo aan het licht. Het boek biedt andere docenten de mogelijkheid opzichzelf te reflecteren en op hun manier van lesgeven en de beweegredenendaarvoor. Het kan tevens een bijdrage leveren aan het gesprek op hogescholenover de kwaliteit van het onderwijs en de professionele ruimte. De docententonen hoe ze gestimuleerd maar ook beperkt worden door factorenin hun omgeving. In het boek laten zij zien hoe zij hun ruimte benutten ominspirerend en geïnspireerd te zijn en blijven.
Het boek vormt de neerslag van onderzoek in het hoger beroepsonderwijsen is primair bedoeld voor docenten en opleidingsmanagers. Een vertaalslagnaar de praktijk van de hogere niveaus in het middelbaar beroepsonderwijs isevenwel goed mogelijk. Daarnaast zal het boek zijn weg vinden naar professionaliseringstrajectenvoor docenten.
Hokus Pokus Toverdoos – Ideeënboek voor basiscommunicatie
Dit boek stelt een werkwijze voor om de basiscommunicatie bij kinderen met een complex meervoudige beperking te versterken. Ze is door de auteurs samengesteld, uitgebreid gebruikt en getoetst.
Deze publicatie is dan ook in de eerste plaats een praktijkboek met makkelijk te realiseren ideeën en met kant-en-klaar toepasbare activiteiten. De bijgevoegde dvd bevat voorbeeldfilmpjes waarop getoond wordt hoe therapiesessies in hun werk gaan.
Niet alleen logopedisten en andere deskundigen in voorzieningen voor kinderen met een ernstige tot diepe verstandelijke beperking, maar ook ouders, onthaalmoeders en begeleiders in crèches vinden er een schat aan ideeën in om spelenderwijs basiscommunicatie te stimuleren.
Hokus Pokus Toverdoos – Ideeënboek voor basiscommunicatie
Dit boek stelt een werkwijze voor om de basiscommunicatie bij kinderen met een complex meervoudige beperking te versterken. Ze is door de auteurs samengesteld, uitgebreid gebruikt en getoetst.
Deze publicatie is dan ook in de eerste plaats een praktijkboek met makkelijk te realiseren ideeën en met kant-en-klaar toepasbare activiteiten. De bijgevoegde dvd bevat voorbeeldfilmpjes waarop getoond wordt hoe therapiesessies in hun werk gaan.
Niet alleen logopedisten en andere deskundigen in voorzieningen voor kinderen met een ernstige tot diepe verstandelijke beperking, maar ook ouders, onthaalmoeders en begeleiders in crèches vinden er een schat aan ideeën in om spelenderwijs basiscommunicatie te stimuleren.
Ontplooiing door communicatie. Geschiedenis van het onderwijs aan doven en slechthorenden in Nederland (O&A-Reeks, nr. 2)
De laatste vijftig jaar is er echter een toenemende aandacht voor de gebarentaal, zelfs in die mate dat alle Nederlandse dovenscholen die inmiddels gebruiken. Die evolutie ging gepaard met een groeiend zelfbewustzijn van doven. Zij gingen de dovencultuur centraal stellen met eigen gewoonten en ook een eigen taal, de gebarentaal. Daarmee werd echter het eeuwenlange vraagstuk over het meest geschikte communicatiemiddel binnen het dovenonderwijs niet afgesloten. Recente technologische ontwikkelingen, zoals het cochleair implantaat, leiden tot hernieuwde discussies. De geschiedenis laat een slingerbeweging zien, die in hoge mate bepaald wordt door de visie op de dove mens en de mate van diens emancipatie.
Het boek beschrijft de geschiedenis van doven en hun onderwijs in Nederland. Deze geschiedenis loopt voor een groot deel gelijk met ontwikkelingen in de omringende landen. Daartoe behoort ook de groep slechthorenden, die een belangrijke rol heeft gespeeld in de emancipatie van mensen met een auditieve beperking.
Ontplooiing door communicatie. Geschiedenis van het onderwijs aan doven en slechthorenden in Nederland (O&A-Reeks, nr. 2)
De laatste vijftig jaar is er echter een toenemende aandacht voor de gebarentaal, zelfs in die mate dat alle Nederlandse dovenscholen die inmiddels gebruiken. Die evolutie ging gepaard met een groeiend zelfbewustzijn van doven. Zij gingen de dovencultuur centraal stellen met eigen gewoonten en ook een eigen taal, de gebarentaal. Daarmee werd echter het eeuwenlange vraagstuk over het meest geschikte communicatiemiddel binnen het dovenonderwijs niet afgesloten. Recente technologische ontwikkelingen, zoals het cochleair implantaat, leiden tot hernieuwde discussies. De geschiedenis laat een slingerbeweging zien, die in hoge mate bepaald wordt door de visie op de dove mens en de mate van diens emancipatie.
Het boek beschrijft de geschiedenis van doven en hun onderwijs in Nederland. Deze geschiedenis loopt voor een groot deel gelijk met ontwikkelingen in de omringende landen. Daartoe behoort ook de groep slechthorenden, die een belangrijke rol heeft gespeeld in de emancipatie van mensen met een auditieve beperking.
MovingMath
MovingMath is ontstaan uit de vaststelling dat heel wat kinderen,jongeren en zelfs volwassenen het vermogen om spontaan en creatiefoplossend te denken verliezen van zodra ze dit kaderen binnen “wiskunde”.De context wiskunde blokkeert bij mensen het denken door wiskunde-angst (math anxiety) en verdwenen zelfvertrouwen (self efficacy).MovingMath biedt hier via dans en beweging een uitweg voor. Het boekis in alle opzichten een doeboek. Het nodigt via uitdagende opdrachtenuit om te dansen en te bewegen. Pas nadien ontdekken de kinderen enjongeren met hoeveel gemak ze hiervoor wiskundige vaardigheden hebbengebruikt.
MovingMath kan toegepast worden in het basis- en secundair onderwijs,in lessen wiskunde, lichamelijke opvoeding, voor middagactiviteiten, inprojectdagen. Ook ouders, begeleiders en iedereen die ermee begaan iskinderen te laten aanvoelen dat ze zowel op gebied van wiskunde als opinzichtelijk vlak meer kunnen dan ze denken, vindt daar in het boek eenaanzet toe.
Het boek is praktisch opgebouwd. Het bevat dans ches met volledig uitgewerktelessen. Omdat de auteur ook sterk gelooft in de kracht van hetinspireren, is er een hoofdstuk dat stap voor stap uitlegt hoe filmpjes vanchoreografieën met gratis software gemonteerd en verspreid kunnen wordenvia videoplatforms zoals Youtube.
MovingMath
MovingMath is ontstaan uit de vaststelling dat heel wat kinderen,jongeren en zelfs volwassenen het vermogen om spontaan en creatiefoplossend te denken verliezen van zodra ze dit kaderen binnen “wiskunde”.De context wiskunde blokkeert bij mensen het denken door wiskunde-angst (math anxiety) en verdwenen zelfvertrouwen (self efficacy).MovingMath biedt hier via dans en beweging een uitweg voor. Het boekis in alle opzichten een doeboek. Het nodigt via uitdagende opdrachtenuit om te dansen en te bewegen. Pas nadien ontdekken de kinderen enjongeren met hoeveel gemak ze hiervoor wiskundige vaardigheden hebbengebruikt.
MovingMath kan toegepast worden in het basis- en secundair onderwijs,in lessen wiskunde, lichamelijke opvoeding, voor middagactiviteiten, inprojectdagen. Ook ouders, begeleiders en iedereen die ermee begaan iskinderen te laten aanvoelen dat ze zowel op gebied van wiskunde als opinzichtelijk vlak meer kunnen dan ze denken, vindt daar in het boek eenaanzet toe.
Het boek is praktisch opgebouwd. Het bevat dans ches met volledig uitgewerktelessen. Omdat de auteur ook sterk gelooft in de kracht van hetinspireren, is er een hoofdstuk dat stap voor stap uitlegt hoe filmpjes vanchoreografieën met gratis software gemonteerd en verspreid kunnen wordenvia videoplatforms zoals Youtube.
Autisme… En nu?
De uit onderzoek effectief gebleken aanpak wordt op een levendige en somshumoristische manier, in eenvoudige taal en met vele voorbeelden verduidelijkt.Naast het diepgaand beschrijven van de autistische problematiek wordt heteen en ander gerelativeerd, waarbij de auteur veelvuldig parallellen trekt naarzogenaamde “normale” mensen en zaken steeds beschrijft in relatie tot onzechaotische maatschappij.
Autisme… En nu?
De uit onderzoek effectief gebleken aanpak wordt op een levendige en somshumoristische manier, in eenvoudige taal en met vele voorbeelden verduidelijkt.Naast het diepgaand beschrijven van de autistische problematiek wordt heteen en ander gerelativeerd, waarbij de auteur veelvuldig parallellen trekt naarzogenaamde “normale” mensen en zaken steeds beschrijft in relatie tot onzechaotische maatschappij.
Jeugd- en gezinsbeleid – deel 2 – Uitgewerkte beleidsthema’s
In Jeugd- en gezinsbeleid vanuit pedagogisch perspectief wordt gezinsbeleid benaderd vanuit een (ortho)pedagogische invalshoek en vanuit de pedagogische opdracht van de samenleving. De auteurs pleiten ervoor om in beleidsafwegingen de totale persoon-in-wording van het kind en de jeugdige centraal te stellen.
In Deel 2: Uitgewerkte beleidsthema’s worden concrete beleidsthema’s op het snijvlak van jeugd-, gezins- en onderwijsbeleid verder uitgediept met behulp van onderzoeksresultaten, beleidsnota’s en praktijksituaties in de jeugdzorg. Het betreft de thema’s Jeugd- en gezinsbeleid, opvoeding, onderwijs en jeugdzorg.
Dit boek kadert in een drieluik. In Deel 1: Theorie en achtergronden worden een viertal beleidsbenaderingen behandeld vanuit een pedagogisch perspectief. Deel 3: Verwerkingsopdrachten is een boek met werk- en studieopdrachten met bijbehorende literatuursuggesties. Deze themaopdrachten zijn geschikt voor individuele verwerking en uitdieping, maar ook voor verwerking in beleidswerkgroepen of -workshop’s.
Deze publicaties maken jeugd- en gezinsbeleidsvraagstukken toegankelijk voor een breed publiek, en bieden handvatten voor professionals werkzaam bij gemeentelijke, provinciale en landelijke beleidsorganen. Ze zijn ook een onmisbaar handboek voor de professional in opleiding op universiteit en hogeschool.
Jan R.M. Gerris is hoogleraar Gezinspedagogiek aan de afdeling Orthopedagogiek: Gezin en Gedrag van de Radboud Universiteit in Nijmegen en was mede-oprichter en eerste president van de European Society on Family Relations (ESFR).
Jan Willem Veerman is bijzonder hoogleraar Speciale Kinder- en Jeugdzorg aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en directeur van Praktikon, een organisatie voor onderzoek en ontwikkeling in de jeugdzorg.
Dr. Agnes Tellings is universitair docent en onderzoeker aan de afdeling Orthopedagogiek: Leren & Ontwikkeling van de Radboud Universiteit Nijmegen, en aan het aldaar gevestigde onderzoeksinstituut Behavioural Science Institute (BSI).
Jeugd- en gezinsbeleid – deel 2 – Uitgewerkte beleidsthema’s
In Jeugd- en gezinsbeleid vanuit pedagogisch perspectief wordt gezinsbeleid benaderd vanuit een (ortho)pedagogische invalshoek en vanuit de pedagogische opdracht van de samenleving. De auteurs pleiten ervoor om in beleidsafwegingen de totale persoon-in-wording van het kind en de jeugdige centraal te stellen.
In Deel 2: Uitgewerkte beleidsthema’s worden concrete beleidsthema’s op het snijvlak van jeugd-, gezins- en onderwijsbeleid verder uitgediept met behulp van onderzoeksresultaten, beleidsnota’s en praktijksituaties in de jeugdzorg. Het betreft de thema’s Jeugd- en gezinsbeleid, opvoeding, onderwijs en jeugdzorg.
Dit boek kadert in een drieluik. In Deel 1: Theorie en achtergronden worden een viertal beleidsbenaderingen behandeld vanuit een pedagogisch perspectief. Deel 3: Verwerkingsopdrachten is een boek met werk- en studieopdrachten met bijbehorende literatuursuggesties. Deze themaopdrachten zijn geschikt voor individuele verwerking en uitdieping, maar ook voor verwerking in beleidswerkgroepen of -workshop’s.
Deze publicaties maken jeugd- en gezinsbeleidsvraagstukken toegankelijk voor een breed publiek, en bieden handvatten voor professionals werkzaam bij gemeentelijke, provinciale en landelijke beleidsorganen. Ze zijn ook een onmisbaar handboek voor de professional in opleiding op universiteit en hogeschool.
Jan R.M. Gerris is hoogleraar Gezinspedagogiek aan de afdeling Orthopedagogiek: Gezin en Gedrag van de Radboud Universiteit in Nijmegen en was mede-oprichter en eerste president van de European Society on Family Relations (ESFR).
Jan Willem Veerman is bijzonder hoogleraar Speciale Kinder- en Jeugdzorg aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en directeur van Praktikon, een organisatie voor onderzoek en ontwikkeling in de jeugdzorg.
Dr. Agnes Tellings is universitair docent en onderzoeker aan de afdeling Orthopedagogiek: Leren & Ontwikkeling van de Radboud Universiteit Nijmegen, en aan het aldaar gevestigde onderzoeksinstituut Behavioural Science Institute (BSI).
Jeugd- en gezinsbeleid – Deel 1 – Theorie en achtergronden
In Deel 1: Theorie en achtergronden worden een viertal beleidsbenaderingen behandeld vanuit een pedagogisch perspectief. Het gaat concreet om de repressieve benadering, de restauratieve benadering, de risicofactorenbenadering en de ontwikkelingspedagogische benadering, die telkens vanuit theorie en praktijk worden toegelicht. Er wordt ook gereflecteerd over een definitie van het gezin in zijn diversiteit. Een afbakening van het begrip gezin is noodzakelijk voor een systematisch en constructief jeugd- en gezinsbeleid.
Dit boek kadert in een drieluik. In Deel 2: Uitgewerkte beleidsthema’s worden concrete beleidsthema’s op het snijvlak van jeugd-, gezins- en onderwijsbeleid verder uitgediept met behulp van onderzoeksresultaten, beleidsnota’s en praktijksituaties in de jeugdzorg. Deel 3: Verwerkingsopdrachten is een boek met werk- en studieopdrachten met bijbehorende literatuursuggesties. Deze themaopdrachten zijn geschikt voor individuele verwerking en uitdieping, maar ook voor verwerking in beleidswerkgroepen of -workshops. Deze publicaties maken jeugd- en gezinsbeleidsvraagstukken toegankelijk voor een breed publiek, en bieden handvatten voor professionals werkzaam bij gemeentelijke, provinciale en landelijke beleidsorganen. Ze zijn ook een onmisbaar handboek voor de professional in opleiding op universiteit en hogeschool.
Jan R.M. Gerris is hoogleraar Gezinspedagogiek aan de afdeling Orthopedagogiek: Gezin en gedrag van de Radboud Universiteit in Nijmegen en was mede-oprichter en eerste president van de European Society on Family Relations (ESFR).
Jan Willem Veerman is bijzonder hoogleraar Speciale Kinder- en Jeugdzorg aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en directeur van Praktikon, een organisatie voor onderzoek en ontwikkeling in de jeugdzorg.
Dr. Agnes Tellings is universitair docent en onderzoeker aan de afdeling Orthopedagogiek: Leren & Ontwikkeling van de Radboud Universiteit Nijmegen, en aan het aldaar gevestigde onderzoeksinstituut Behavioural Science Institute (BSI).
Jeugd- en gezinsbeleid – Deel 1 – Theorie en achtergronden
In Deel 1: Theorie en achtergronden worden een viertal beleidsbenaderingen behandeld vanuit een pedagogisch perspectief. Het gaat concreet om de repressieve benadering, de restauratieve benadering, de risicofactorenbenadering en de ontwikkelingspedagogische benadering, die telkens vanuit theorie en praktijk worden toegelicht. Er wordt ook gereflecteerd over een definitie van het gezin in zijn diversiteit. Een afbakening van het begrip gezin is noodzakelijk voor een systematisch en constructief jeugd- en gezinsbeleid.
Dit boek kadert in een drieluik. In Deel 2: Uitgewerkte beleidsthema’s worden concrete beleidsthema’s op het snijvlak van jeugd-, gezins- en onderwijsbeleid verder uitgediept met behulp van onderzoeksresultaten, beleidsnota’s en praktijksituaties in de jeugdzorg. Deel 3: Verwerkingsopdrachten is een boek met werk- en studieopdrachten met bijbehorende literatuursuggesties. Deze themaopdrachten zijn geschikt voor individuele verwerking en uitdieping, maar ook voor verwerking in beleidswerkgroepen of -workshops. Deze publicaties maken jeugd- en gezinsbeleidsvraagstukken toegankelijk voor een breed publiek, en bieden handvatten voor professionals werkzaam bij gemeentelijke, provinciale en landelijke beleidsorganen. Ze zijn ook een onmisbaar handboek voor de professional in opleiding op universiteit en hogeschool.
Jan R.M. Gerris is hoogleraar Gezinspedagogiek aan de afdeling Orthopedagogiek: Gezin en gedrag van de Radboud Universiteit in Nijmegen en was mede-oprichter en eerste president van de European Society on Family Relations (ESFR).
Jan Willem Veerman is bijzonder hoogleraar Speciale Kinder- en Jeugdzorg aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en directeur van Praktikon, een organisatie voor onderzoek en ontwikkeling in de jeugdzorg.
Dr. Agnes Tellings is universitair docent en onderzoeker aan de afdeling Orthopedagogiek: Leren & Ontwikkeling van de Radboud Universiteit Nijmegen, en aan het aldaar gevestigde onderzoeksinstituut Behavioural Science Institute (BSI).
Ik wil ook. Leren in kinderdagcentra
Kinderen met een meervoud aan beperkingen ervaren belemmeringenom zichzelf en de eigen, meegebrachte mogelijkhedenzonder meer zichtbaar te maken voor hun omgeving.
Dit boek is een leidraad voor de begeleiding en ondersteuningvan deze kinderen in een kinderdagcentrum. Het leerprogrammawordt groepsgewijs aangeboden en voor ieder kind individueeluitgewerkt. Ondanks de diversiteit en de uiteenlopendevragen die deze kinderen stellen, is het uitgangspunt dat zijde wil hebben zich te ontwikkelen. Dat betekent dat zij zichmet hun lichaam willen verbinden, met de wereld en met demensen om hen heen en hierop invloed willen uitoefenen.
‘(...) het is geweldig dat het Astrid van Zon gelukt is dit therapeutischleerprogramma te ontwikkelen en vast te leggen. (...) vanwege de duidelijkeopzet en het goed uitgewerkte dagprogramma biedt het nietalleen houvast aan de praktijk, maar kan het ook van belang zijn voorwetenschappers en beleidsmakers.’
Prof.dr. Carla Vlaskamp
Ik wil ook. Leren in kinderdagcentra
Kinderen met een meervoud aan beperkingen ervaren belemmeringenom zichzelf en de eigen, meegebrachte mogelijkhedenzonder meer zichtbaar te maken voor hun omgeving.
Dit boek is een leidraad voor de begeleiding en ondersteuningvan deze kinderen in een kinderdagcentrum. Het leerprogrammawordt groepsgewijs aangeboden en voor ieder kind individueeluitgewerkt. Ondanks de diversiteit en de uiteenlopendevragen die deze kinderen stellen, is het uitgangspunt dat zijde wil hebben zich te ontwikkelen. Dat betekent dat zij zichmet hun lichaam willen verbinden, met de wereld en met demensen om hen heen en hierop invloed willen uitoefenen.
‘(...) het is geweldig dat het Astrid van Zon gelukt is dit therapeutischleerprogramma te ontwikkelen en vast te leggen. (...) vanwege de duidelijkeopzet en het goed uitgewerkte dagprogramma biedt het nietalleen houvast aan de praktijk, maar kan het ook van belang zijn voorwetenschappers en beleidsmakers.’
Prof.dr. Carla Vlaskamp
Omgaan met dyslexie. Sociale en emotionele aspecten
Vaak gaan deze publicaties over diagnostiek en behandelingstechnieken. Maarvoor de begeleiding van kinderen met dyslexie, hun ouders en leerkrachtenis, naast technische inzichten en vaardigheden, ook kennis nodig om met delevende realiteit van dyslexie invoelend te kunnen omgaan. Over wat we ‘omgangskennis’kunnen noemen, is nog maar weinig geschreven. Een belangrijkingrediënt van die omgangskennis zou moeten zijn dat cognitie en emotie bijelkaar horen.
Dit boek handelt precies over dit onderwerp, op een toegankelijke manier: denadruk ligt op de sociaal-emotionele kant van het probleem dyslexie. De auteursbestrijken daarbij de hele levensloop van het kind tot volwassene en alle gebieden:school, beroep, vrije tijd en interactie met gezinsleden en anderen.
Deze gewijzigde herdruk besteedt aandacht aan de meest recente inzichten omtrentdyslexie en de sociaal-emotionele aspecten ervan.
"een aanrader"
Logopedie, jrg. 26, nr. 5, blz. 63-64
Omgaan met dyslexie. Sociale en emotionele aspecten
Vaak gaan deze publicaties over diagnostiek en behandelingstechnieken. Maarvoor de begeleiding van kinderen met dyslexie, hun ouders en leerkrachtenis, naast technische inzichten en vaardigheden, ook kennis nodig om met delevende realiteit van dyslexie invoelend te kunnen omgaan. Over wat we ‘omgangskennis’kunnen noemen, is nog maar weinig geschreven. Een belangrijkingrediënt van die omgangskennis zou moeten zijn dat cognitie en emotie bijelkaar horen.
Dit boek handelt precies over dit onderwerp, op een toegankelijke manier: denadruk ligt op de sociaal-emotionele kant van het probleem dyslexie. De auteursbestrijken daarbij de hele levensloop van het kind tot volwassene en alle gebieden:school, beroep, vrije tijd en interactie met gezinsleden en anderen.
Deze gewijzigde herdruk besteedt aandacht aan de meest recente inzichten omtrentdyslexie en de sociaal-emotionele aspecten ervan.
"een aanrader"
Logopedie, jrg. 26, nr. 5, blz. 63-64
Behouden en veranderen. Leren en ontwikkelen van ervaren docenten
Behouden en veranderen. Leren en ontwikkelen van ervaren docenten
Digitale voortgangstoets. Van concept tot implementatie
De digitale voortgangstoets heeft als doel het functionele kennisaspect van een competentiete evalueren. Het beheersen van deze kennis wordt bevorderd door het herhaaldelijkafnemen van de toets, gecombineerd met een degelijke feedback. Een goed en uitgebreidkennisnetwerk is essentieel om andere metacognitieve assessments tot een goedeinde te brengen en de vooropgestelde competenties te bereiken. Het digitale karaktervan de toets sluit nauw aan bij de digitale leefwereld van de student en de snel evoluerendekennismaatschappij. Een digitale voortgangstoets is een grote stap in het ontwerpenvan innovatieve assessmentinstrumenten. De implementatie vraagt een paradigmashiftvan het onderwijs, zowel op management- als op studenten- en docentenniveau.
Dit boek beschrijft hoe een digitale voortgangstoets vanuit een basisconcept uitgewerkten geïmplementeerd kan worden in het onderwijs. Het biedt theoretische achtergrondenaan die verduidelijkt worden met praktijkvoorbeelden en resultaten uit de opleidingbachelor in de verpleegkunde. Het boek is bestemd voor docenten, lectoren, beleidsmakers,onderwijskundigen, opleidingsverantwoordelijken en medewerkers uit het werkveld.Vanwege het brede perspectief van waaruit de digitale voortgangstoets bekekenwordt, is het boek ook geschikt voor alle opleidingen in het hoger onderwijs of anderesectoren uit het werkveld.
Digitale voortgangstoets. Van concept tot implementatie
De digitale voortgangstoets heeft als doel het functionele kennisaspect van een competentiete evalueren. Het beheersen van deze kennis wordt bevorderd door het herhaaldelijkafnemen van de toets, gecombineerd met een degelijke feedback. Een goed en uitgebreidkennisnetwerk is essentieel om andere metacognitieve assessments tot een goedeinde te brengen en de vooropgestelde competenties te bereiken. Het digitale karaktervan de toets sluit nauw aan bij de digitale leefwereld van de student en de snel evoluerendekennismaatschappij. Een digitale voortgangstoets is een grote stap in het ontwerpenvan innovatieve assessmentinstrumenten. De implementatie vraagt een paradigmashiftvan het onderwijs, zowel op management- als op studenten- en docentenniveau.
Dit boek beschrijft hoe een digitale voortgangstoets vanuit een basisconcept uitgewerkten geïmplementeerd kan worden in het onderwijs. Het biedt theoretische achtergrondenaan die verduidelijkt worden met praktijkvoorbeelden en resultaten uit de opleidingbachelor in de verpleegkunde. Het boek is bestemd voor docenten, lectoren, beleidsmakers,onderwijskundigen, opleidingsverantwoordelijken en medewerkers uit het werkveld.Vanwege het brede perspectief van waaruit de digitale voortgangstoets bekekenwordt, is het boek ook geschikt voor alle opleidingen in het hoger onderwijs of anderesectoren uit het werkveld.
Tien keer beter! 2 Leraren verbeteren hun onderwijspraktijk door onderzoek (Reeks Praktijk in Onderzoek, nr. 5)
Wie dit allemaal weet, kan ook de stap zetten van ‘onbewust waarnemen’ naar ‘bewust interpreteren’. En daarmee staat de deur naar voortdurende onderwijsverbetering en –vernieuwing open.
Elke onderwijssituatie is uniek. Het heeft een eigen identiteit en functioneert relatief autonoom. Dit laatste vooral in interactie met de omgeving.
Onderwijsverbetering en onderwijsvernieuwing vragen om verbindingen met de wereld buiten de eigen setting, buiten de eigen school, de eigen klas, de eigen les. Daarmee blijven leraren niet alleen uitvoerders van wat anderen bedacht hebben, maar worden ook onderzoekers van hun eigen leren en het leren van kinderen. (Kok, 2008). Het is een voortdurende speurtocht naar kennis over wat werkt en niet werkt in het onderwijs.
Staatssecretaris Dijksma schrijft ook voor dit tweede boek Tien keer beter! het voorwoord. Zij onderkent daarmee de basis die nodig is om passend onderwijs vorm te geven: leraren die weten wat werkt, om ‘leerlingen optimaal uit de verf te laten komen’.
Dijksma: Het is dus allemaal een kwestie van kennis. Van zelfkennis, vakinhoudelijke kennis, didactische kennis en kennis over speciale onderwijsbehoeften. Maar goede leraren, ook masters SEN, drijven niet op kennis alleen. Zij varen ook op empathie en de drive om kinderen iets bij te brengen. Wie hun ouders ook zijn. Waar ze ook vandaan komen. En of ze nu lijden aan een stoornis of niet. Want talent zit overal, als je het maar wil zien.
Tien keer beter! 2 Leraren verbeteren hun onderwijspraktijk door onderzoek (Reeks Praktijk in Onderzoek, nr. 5)
Wie dit allemaal weet, kan ook de stap zetten van ‘onbewust waarnemen’ naar ‘bewust interpreteren’. En daarmee staat de deur naar voortdurende onderwijsverbetering en –vernieuwing open.
Elke onderwijssituatie is uniek. Het heeft een eigen identiteit en functioneert relatief autonoom. Dit laatste vooral in interactie met de omgeving.
Onderwijsverbetering en onderwijsvernieuwing vragen om verbindingen met de wereld buiten de eigen setting, buiten de eigen school, de eigen klas, de eigen les. Daarmee blijven leraren niet alleen uitvoerders van wat anderen bedacht hebben, maar worden ook onderzoekers van hun eigen leren en het leren van kinderen. (Kok, 2008). Het is een voortdurende speurtocht naar kennis over wat werkt en niet werkt in het onderwijs.
Staatssecretaris Dijksma schrijft ook voor dit tweede boek Tien keer beter! het voorwoord. Zij onderkent daarmee de basis die nodig is om passend onderwijs vorm te geven: leraren die weten wat werkt, om ‘leerlingen optimaal uit de verf te laten komen’.
Dijksma: Het is dus allemaal een kwestie van kennis. Van zelfkennis, vakinhoudelijke kennis, didactische kennis en kennis over speciale onderwijsbehoeften. Maar goede leraren, ook masters SEN, drijven niet op kennis alleen. Zij varen ook op empathie en de drive om kinderen iets bij te brengen. Wie hun ouders ook zijn. Waar ze ook vandaan komen. En of ze nu lijden aan een stoornis of niet. Want talent zit overal, als je het maar wil zien.
Transcendentie in immanentie. Goddelijke hoogtes en laagtes met Heidegger, Deleuze en Derrida
Goddelijke transcendentie wordt al lang niet meer gedacht als een ‘bovennatuur’,als een andere, betere wereld die tegenover dit aardse tranendal staat.Zulke voorstellingen behoren tot het zogenaamde ‘representatiedenken’, eendenken dat haar object probeert te vangen en te beheersen in voorstellingen. Ennet met God of het goddelijke lijkt dat niet zo goed te lukken: God transcendeertons immers ‘per definitie’. Hoe kunnen we het overstijgende karakter van Goddan denken? Aan de hand van het werk van drie hedendaagse filosofen – MartinHeidegger, Gilles Deleuze en Jacques Derrida – onderzoekt de auteur de mogelijkhedenom het ongrijpbare karakter van God, de niet-representeerbare kernvan elke religieuze traditie (waarnaar ook de mystiek verwijst), onder woordente brengen. Dat dit thema geen louter abstracte denkoefening is, bewijst de politiekeinzet die – naast de mystieke affiniteiten – bij zowel Heidegger als Deleuzeen Derrida op het spel staat.
Transcendentie in immanentie. Goddelijke hoogtes en laagtes met Heidegger, Deleuze en Derrida
Goddelijke transcendentie wordt al lang niet meer gedacht als een ‘bovennatuur’,als een andere, betere wereld die tegenover dit aardse tranendal staat.Zulke voorstellingen behoren tot het zogenaamde ‘representatiedenken’, eendenken dat haar object probeert te vangen en te beheersen in voorstellingen. Ennet met God of het goddelijke lijkt dat niet zo goed te lukken: God transcendeertons immers ‘per definitie’. Hoe kunnen we het overstijgende karakter van Goddan denken? Aan de hand van het werk van drie hedendaagse filosofen – MartinHeidegger, Gilles Deleuze en Jacques Derrida – onderzoekt de auteur de mogelijkhedenom het ongrijpbare karakter van God, de niet-representeerbare kernvan elke religieuze traditie (waarnaar ook de mystiek verwijst), onder woordente brengen. Dat dit thema geen louter abstracte denkoefening is, bewijst de politiekeinzet die – naast de mystieke affiniteiten – bij zowel Heidegger als Deleuzeen Derrida op het spel staat.
Leren vanuit je passie: het vervolg! (Fontys Reeks Educatief, nr.12)
Op een MET-school hebben leerlingen de mogelijkheid om vanuit hunpassie een persoonlijk leerproces te plannen en vorm te geven. Detalenten en mogelijkheden van leerlingen worden expliciet gemaakt enleerlingen worden gestimuleerd deze verder te ontwikkelen door deze tekoppelen aan reguliere vakken maar ook aan leerervaringen (stages enprojecten) in de echte wereld.
Ook op de praktijkschool Schijndel kijkt men niet zozeer naar deonderwijsbelemmeringen maar vooral naar de mogelijkheden van deleerlingen. De leerlingen worden gevormd tot jongeren die graag willenleren, hun eigen passie durven en weten te volgen en bereid zijn omdaartoe eigen wegen te ontdekken en te kiezen.
Vanaf september 2009 wordt in de gehele school gewerkt volgens het‘MET4ELDE’ gedachtegoed. De inspanningen zijn erop gericht meermaatwerk voor de leerling te realiseren en een betere doorstroom naarvervolgonderwijs of arbeidsmarkt te bewerkstelligen. Met als uiteindelijkdoel dat elke leerling een passende plaats op de arbeidsmarkt verwerften behoudt.
In dit boekje wordt de werkwijze van zowel leerlingen, ouders, team,directie en de begeleidingsinzet van het Opleidingscentrum SpecialeOnderwijszorg van Fontys Hogescholen beschreven.
Leren vanuit je passie: het vervolg! is bedoeld als inspiratiebronom onderwijs meer op de leerling af te stemmen en daarmee hetonderwijsaanbod voor te bereiden op passend onderwijs. De zorgvuldigeen doortastende aanpak op de praktijkschool in Schijndel bewijst datgoede begeleiding van zorgleerlingen een goede garantie is voor eenpassende leer- of arbeidsplek in de buurt!
Leren vanuit je passie: het vervolg! (Fontys Reeks Educatief, nr.12)
Op een MET-school hebben leerlingen de mogelijkheid om vanuit hunpassie een persoonlijk leerproces te plannen en vorm te geven. Detalenten en mogelijkheden van leerlingen worden expliciet gemaakt enleerlingen worden gestimuleerd deze verder te ontwikkelen door deze tekoppelen aan reguliere vakken maar ook aan leerervaringen (stages enprojecten) in de echte wereld.
Ook op de praktijkschool Schijndel kijkt men niet zozeer naar deonderwijsbelemmeringen maar vooral naar de mogelijkheden van deleerlingen. De leerlingen worden gevormd tot jongeren die graag willenleren, hun eigen passie durven en weten te volgen en bereid zijn omdaartoe eigen wegen te ontdekken en te kiezen.
Vanaf september 2009 wordt in de gehele school gewerkt volgens het‘MET4ELDE’ gedachtegoed. De inspanningen zijn erop gericht meermaatwerk voor de leerling te realiseren en een betere doorstroom naarvervolgonderwijs of arbeidsmarkt te bewerkstelligen. Met als uiteindelijkdoel dat elke leerling een passende plaats op de arbeidsmarkt verwerften behoudt.
In dit boekje wordt de werkwijze van zowel leerlingen, ouders, team,directie en de begeleidingsinzet van het Opleidingscentrum SpecialeOnderwijszorg van Fontys Hogescholen beschreven.
Leren vanuit je passie: het vervolg! is bedoeld als inspiratiebronom onderwijs meer op de leerling af te stemmen en daarmee hetonderwijsaanbod voor te bereiden op passend onderwijs. De zorgvuldigeen doortastende aanpak op de praktijkschool in Schijndel bewijst datgoede begeleiding van zorgleerlingen een goede garantie is voor eenpassende leer- of arbeidsplek in de buurt!
Nieuwe kleren voor de werkstad. Sociale geschiedenis en ruimtelijke planning in de Antwerpse stationsomgeving. Wandeling door Garant- en Maklu-buurt
De Antwerpse stationsbuurt vertelt, scherper dan ons lief is, hoe het echt met deze stad gaat. Wat bedoelen we eigenlijk als we zeggen dat de stationswijk ''beter'' wordt? Is die verbetering duurzaam, past zij bij de sociale en culturele eigenheid van deze wijk? Wat leren we uit de investeringen van vorige generaties, uit de actuele routines en inspanningen van burgers, boekhandelaars en arbeidsbemiddelaars? Stationsbuurten zijn als spiegels. Je kunt er de hele wereld zien, de schokgolven van verwaarlozing en dualisering maar net zo goed de investeringen en de doorgaans tragere jaarringen van stedelijke groei en sociale vernieuwing.
Door middel van meervoudige stadsanalyse komt de auteur tot een aantal ontwerp- en beleidsvoorstellen. "Nu de achterkant van het station wat meer voorkant wordt, komen de generaties die de werkstad hebben opgebouwd, extra onder druk te staan. Een verantwoordelijke overheid weet dan wat haar te doen staat. (...) Een stad wordt niet beter van kijkarchitectuur als het stedelijk en gemengd wonen zelf onderuit gaat." (p. 29)
Kijkt en wandelt u mee, door deze stationswijk, door haar geschiedenis, door de stedelijke cultuur. Dit is de wijk waarin de Uitgeverscombinatie Maklu |Garant | Het Spinhuis, op 19-20 september 2009 HetBoekenpodium. Centrum voor het non-fictionboek heeftopgericht.
Het essay verschijnt als afzonderlijk boekje naar aanleiding van de lancering van het tijdschrift Ruimte en Maatschappij - Vlaams Nederlands tijdschrift voor ruimtelijke vraagstukken.
Nieuwe kleren voor de werkstad. Sociale geschiedenis en ruimtelijke planning in de Antwerpse stationsomgeving. Wandeling door Garant- en Maklu-buurt
De Antwerpse stationsbuurt vertelt, scherper dan ons lief is, hoe het echt met deze stad gaat. Wat bedoelen we eigenlijk als we zeggen dat de stationswijk ''beter'' wordt? Is die verbetering duurzaam, past zij bij de sociale en culturele eigenheid van deze wijk? Wat leren we uit de investeringen van vorige generaties, uit de actuele routines en inspanningen van burgers, boekhandelaars en arbeidsbemiddelaars? Stationsbuurten zijn als spiegels. Je kunt er de hele wereld zien, de schokgolven van verwaarlozing en dualisering maar net zo goed de investeringen en de doorgaans tragere jaarringen van stedelijke groei en sociale vernieuwing.
Door middel van meervoudige stadsanalyse komt de auteur tot een aantal ontwerp- en beleidsvoorstellen. "Nu de achterkant van het station wat meer voorkant wordt, komen de generaties die de werkstad hebben opgebouwd, extra onder druk te staan. Een verantwoordelijke overheid weet dan wat haar te doen staat. (...) Een stad wordt niet beter van kijkarchitectuur als het stedelijk en gemengd wonen zelf onderuit gaat." (p. 29)
Kijkt en wandelt u mee, door deze stationswijk, door haar geschiedenis, door de stedelijke cultuur. Dit is de wijk waarin de Uitgeverscombinatie Maklu |Garant | Het Spinhuis, op 19-20 september 2009 HetBoekenpodium. Centrum voor het non-fictionboek heeftopgericht.
Het essay verschijnt als afzonderlijk boekje naar aanleiding van de lancering van het tijdschrift Ruimte en Maatschappij - Vlaams Nederlands tijdschrift voor ruimtelijke vraagstukken.
Globalisering, groei en ontwikkeling. Een andere kijk op internationale politieke economie
Dit boek laat deze en andere contradicties aan bod komen en biedt tegelijkeen aantal methodologische nieuwigheden. Zo heeft de auteur er bewustvoor gekozen om een ''niet-Eurocentrische'' sociaal-economischegeschiedenis van de 19de en de 20ste eeuw te schrijven. De traditionelehistoriografie viseert al te veel de ''Noord-Atlantische'' of zogenaamde''Westerse'' geschiedenis. Ook stereotypes als ''Het Westen'' en ''Het Oosten''doorbreekt dit boek. Concepten als moderniteit, traditionalisme enspiritualiteit hebben immers geen windrichting...
Globalisering, groei en ontwikkeling. Een andere kijk op internationale politieke economie
Dit boek laat deze en andere contradicties aan bod komen en biedt tegelijkeen aantal methodologische nieuwigheden. Zo heeft de auteur er bewustvoor gekozen om een ''niet-Eurocentrische'' sociaal-economischegeschiedenis van de 19de en de 20ste eeuw te schrijven. De traditionelehistoriografie viseert al te veel de ''Noord-Atlantische'' of zogenaamde''Westerse'' geschiedenis. Ook stereotypes als ''Het Westen'' en ''Het Oosten''doorbreekt dit boek. Concepten als moderniteit, traditionalisme enspiritualiteit hebben immers geen windrichting...
Inclusie – zeggenschap – support. Op weg naar een samenleving waarin iedereen welkom is
Aan de hand van de begrippen inclusie, zeggenschap en support laten de auteurs van dit boek zien, dat het daadwerkelijk invulling geven aan deze begrippen betekent dat we ver over de grenzen van de huidige zorg heen moeten kijken. En dat levert geheel nieuwe perspectieven op. Perspectieven op een gewoon leven, met gewone alledaagse dingen. Met daarbij de passende ondersteuning.
De persoon en zijn behoeften komen weer centraal te staan. Of het nu gaat om wonen in de samenleving, werken of het volgen van onderwijs. Het betekent ook de ontwikkeling van nieuwe dienstverleningsconcepten die in en met de samenleving tot stand komen. En de waarborging dat kwetsbare mensen en hun families de ondersteuning krijgen op alle terreinen waarop ze die nodig hebben. Het klinkt eenvoudig en dat is het eigenlijk ook. Maar zo eenvoudig is het in de praktijk niet. Oude structuren afbreken is een hardnekkig proces. En nog hardnekkiger is het om oud denken en handelen af te breken. En toch is het de weg die we moeten gaan, we zijn het aan mensen met een beperking verplicht. En aan andere mensen die om de één of andere reden gemarginaliseerd worden. Op weg naar een samenleving waarin iedereen welkom is.
Inclusie – zeggenschap – support. Op weg naar een samenleving waarin iedereen welkom is
Aan de hand van de begrippen inclusie, zeggenschap en support laten de auteurs van dit boek zien, dat het daadwerkelijk invulling geven aan deze begrippen betekent dat we ver over de grenzen van de huidige zorg heen moeten kijken. En dat levert geheel nieuwe perspectieven op. Perspectieven op een gewoon leven, met gewone alledaagse dingen. Met daarbij de passende ondersteuning.
De persoon en zijn behoeften komen weer centraal te staan. Of het nu gaat om wonen in de samenleving, werken of het volgen van onderwijs. Het betekent ook de ontwikkeling van nieuwe dienstverleningsconcepten die in en met de samenleving tot stand komen. En de waarborging dat kwetsbare mensen en hun families de ondersteuning krijgen op alle terreinen waarop ze die nodig hebben. Het klinkt eenvoudig en dat is het eigenlijk ook. Maar zo eenvoudig is het in de praktijk niet. Oude structuren afbreken is een hardnekkig proces. En nog hardnekkiger is het om oud denken en handelen af te breken. En toch is het de weg die we moeten gaan, we zijn het aan mensen met een beperking verplicht. En aan andere mensen die om de één of andere reden gemarginaliseerd worden. Op weg naar een samenleving waarin iedereen welkom is.
Filosofie in honderd woorden
Op die manier stuurt de auteur aan op het zelf ontdekken vannieuwe perspectieven. De pijnlijke reductie die de hier gedrukte teksttentoonspreidt, bevat een oproep aan het leespubliek en minstens ookeen wens: dát we schrijven. Misschien voegen we een onderwerp toeomdat het ontbreekt, of plaatsen we vraagtekens of uitroeptekens in dekantlijn. Misschien lezen we zonder sporen na te laten in het boek, maarwel in de wereld. Lezen is schrijven als we niet vergeten wat er staat. Enschrijven is lezen als we iets anders zien dan wat er staat.
Filosofie in honderd woorden
Op die manier stuurt de auteur aan op het zelf ontdekken vannieuwe perspectieven. De pijnlijke reductie die de hier gedrukte teksttentoonspreidt, bevat een oproep aan het leespubliek en minstens ookeen wens: dát we schrijven. Misschien voegen we een onderwerp toeomdat het ontbreekt, of plaatsen we vraagtekens of uitroeptekens in dekantlijn. Misschien lezen we zonder sporen na te laten in het boek, maarwel in de wereld. Lezen is schrijven als we niet vergeten wat er staat. Enschrijven is lezen als we iets anders zien dan wat er staat.
Kinderen en jongeren met overgewicht – Protocollen – Versie Nederland – Werkboek voor adolescenten
In de handleiding staan er vier draaiboeken (ook protocollen of trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnenzijn: een training voor de ouders van kinderen met overgewicht, een kindtraining, een training voor adolescenten eneen apart protocol met bewegingsoefeningen. Bij de handleiding horen drie werkboeken. Dit is er één van.
Kinderen en jongeren met overgewicht is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring.Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaardedat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.
Kinderen en jongeren met overgewicht – Protocollen – Versie Nederland – Werkboek voor adolescenten
In de handleiding staan er vier draaiboeken (ook protocollen of trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnenzijn: een training voor de ouders van kinderen met overgewicht, een kindtraining, een training voor adolescenten eneen apart protocol met bewegingsoefeningen. Bij de handleiding horen drie werkboeken. Dit is er één van.
Kinderen en jongeren met overgewicht is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring.Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaardedat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.
Kinderen en jongeren met overgewicht – Protocollen – Versie Nederland – Werkboek voor kinderen
In de handleiding staan er vier draaiboeken (ook protocollen of trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnen zijn: een training voor de ouders van kinderen met overgewicht, een kindtraining, een training voor adolescenten en een apart protocol met bewegingsoefeningen. Bij de handleiding horen drie werkboeken. Dit is er één van.
Kinderen en jongeren met overgewicht is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring. Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaarde dat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.
Caroline Braet, doctor in de psychologie, klinisch psycholoog, gedragstherapeut en hoofddocent aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen. Naast onderwijsopdrachten op het domein van de ontwikkelingspsychopathologie doet zij in het bijzonder onderzoek over het ontstaan van kinderobesitas, de behandeling ervan en de gerelateerde problemen bij overgewicht bij kinderen. In dit verband is ze ook consulent op de polikliniek van de Pediatrie van het Universitair Ziekenhuis Gent en in het Medisch-Pediatrisch Centrum in De Haan. Ze schreef meer dan 100 artikelen en hoofdstukken in boeken over obesitas bij kinderen.
Saskia Mels, klinisch psychologe, is wetenschappelijk medewerkster verbonden aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen, Vakgroep Ontwikkelings-, Persoonlijkheids- en Sociale Psychologie. Daarnaast werkt zij binnen het jeugdobesitasteam van het Universitair Ziekenhuis Gent en binnen het Universitair Psychologisch Centrum Kind en Adolescent.
Lien Joossens, voedingsdeskundige-diëtiste, heeft een zelfstandige diëtistenpraktijk in Brugge. Na opleidingen Kindvriendelijke consultaties en Gedragstherapeutische vaardigheden voor de diëtist specialiseerde ze zich in de begeleiding van kinderen met overgewicht en jongeren met eetproblemen.
Ella Swets is freelance diëtist en gezondheidspsycholoog in Terneuzen.
Kinderen en jongeren met overgewicht – Protocollen – Versie Nederland – Werkboek voor kinderen
In de handleiding staan er vier draaiboeken (ook protocollen of trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnen zijn: een training voor de ouders van kinderen met overgewicht, een kindtraining, een training voor adolescenten en een apart protocol met bewegingsoefeningen. Bij de handleiding horen drie werkboeken. Dit is er één van.
Kinderen en jongeren met overgewicht is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring. Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaarde dat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.
Caroline Braet, doctor in de psychologie, klinisch psycholoog, gedragstherapeut en hoofddocent aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen. Naast onderwijsopdrachten op het domein van de ontwikkelingspsychopathologie doet zij in het bijzonder onderzoek over het ontstaan van kinderobesitas, de behandeling ervan en de gerelateerde problemen bij overgewicht bij kinderen. In dit verband is ze ook consulent op de polikliniek van de Pediatrie van het Universitair Ziekenhuis Gent en in het Medisch-Pediatrisch Centrum in De Haan. Ze schreef meer dan 100 artikelen en hoofdstukken in boeken over obesitas bij kinderen.
Saskia Mels, klinisch psychologe, is wetenschappelijk medewerkster verbonden aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen, Vakgroep Ontwikkelings-, Persoonlijkheids- en Sociale Psychologie. Daarnaast werkt zij binnen het jeugdobesitasteam van het Universitair Ziekenhuis Gent en binnen het Universitair Psychologisch Centrum Kind en Adolescent.
Lien Joossens, voedingsdeskundige-diëtiste, heeft een zelfstandige diëtistenpraktijk in Brugge. Na opleidingen Kindvriendelijke consultaties en Gedragstherapeutische vaardigheden voor de diëtist specialiseerde ze zich in de begeleiding van kinderen met overgewicht en jongeren met eetproblemen.
Ella Swets is freelance diëtist en gezondheidspsycholoog in Terneuzen.
Kinderen en jongeren met overgewicht – Protocollen – Versie Nederland – Werkboek voor ouders
In de handleiding staan er vier draaiboeken (ook protocollen of trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnenzijn: een training voor de ouders van kinderen met overgewicht, een kindtraining, een training voor adolescenten eneen apart protocol met bewegingsoefeningen. Bij de handleiding horen drie werkboeken. Dit is er één van.
Kinderen en jongeren met overgewicht is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring.Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaardedat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.
Kinderen en jongeren met overgewicht – Protocollen – Versie Nederland – Werkboek voor ouders
In de handleiding staan er vier draaiboeken (ook protocollen of trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnenzijn: een training voor de ouders van kinderen met overgewicht, een kindtraining, een training voor adolescenten eneen apart protocol met bewegingsoefeningen. Bij de handleiding horen drie werkboeken. Dit is er één van.
Kinderen en jongeren met overgewicht is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring.Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaardedat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.