Kinderen en jongeren met overgewicht – Protocollen – Versie Nederland – Werkboek voor kinderen
In de handleiding staan er vier draaiboeken (ook protocollen of trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnen zijn: een training voor de ouders van kinderen met overgewicht, een kindtraining, een training voor adolescenten en een apart protocol met bewegingsoefeningen. Bij de handleiding horen drie werkboeken. Dit is er één van.
Kinderen en jongeren met overgewicht is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring. Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaarde dat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.
Caroline Braet, doctor in de psychologie, klinisch psycholoog, gedragstherapeut en hoofddocent aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen. Naast onderwijsopdrachten op het domein van de ontwikkelingspsychopathologie doet zij in het bijzonder onderzoek over het ontstaan van kinderobesitas, de behandeling ervan en de gerelateerde problemen bij overgewicht bij kinderen. In dit verband is ze ook consulent op de polikliniek van de Pediatrie van het Universitair Ziekenhuis Gent en in het Medisch-Pediatrisch Centrum in De Haan. Ze schreef meer dan 100 artikelen en hoofdstukken in boeken over obesitas bij kinderen.
Saskia Mels, klinisch psychologe, is wetenschappelijk medewerkster verbonden aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen, Vakgroep Ontwikkelings-, Persoonlijkheids- en Sociale Psychologie. Daarnaast werkt zij binnen het jeugdobesitasteam van het Universitair Ziekenhuis Gent en binnen het Universitair Psychologisch Centrum Kind en Adolescent.
Lien Joossens, voedingsdeskundige-diëtiste, heeft een zelfstandige diëtistenpraktijk in Brugge. Na opleidingen Kindvriendelijke consultaties en Gedragstherapeutische vaardigheden voor de diëtist specialiseerde ze zich in de begeleiding van kinderen met overgewicht en jongeren met eetproblemen.
Ella Swets is freelance diëtist en gezondheidspsycholoog in Terneuzen.
Kinderen en jongeren met overgewicht – Protocollen – Versie Nederland – Werkboek voor kinderen
In de handleiding staan er vier draaiboeken (ook protocollen of trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnen zijn: een training voor de ouders van kinderen met overgewicht, een kindtraining, een training voor adolescenten en een apart protocol met bewegingsoefeningen. Bij de handleiding horen drie werkboeken. Dit is er één van.
Kinderen en jongeren met overgewicht is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring. Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaarde dat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.
Caroline Braet, doctor in de psychologie, klinisch psycholoog, gedragstherapeut en hoofddocent aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen. Naast onderwijsopdrachten op het domein van de ontwikkelingspsychopathologie doet zij in het bijzonder onderzoek over het ontstaan van kinderobesitas, de behandeling ervan en de gerelateerde problemen bij overgewicht bij kinderen. In dit verband is ze ook consulent op de polikliniek van de Pediatrie van het Universitair Ziekenhuis Gent en in het Medisch-Pediatrisch Centrum in De Haan. Ze schreef meer dan 100 artikelen en hoofdstukken in boeken over obesitas bij kinderen.
Saskia Mels, klinisch psychologe, is wetenschappelijk medewerkster verbonden aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen, Vakgroep Ontwikkelings-, Persoonlijkheids- en Sociale Psychologie. Daarnaast werkt zij binnen het jeugdobesitasteam van het Universitair Ziekenhuis Gent en binnen het Universitair Psychologisch Centrum Kind en Adolescent.
Lien Joossens, voedingsdeskundige-diëtiste, heeft een zelfstandige diëtistenpraktijk in Brugge. Na opleidingen Kindvriendelijke consultaties en Gedragstherapeutische vaardigheden voor de diëtist specialiseerde ze zich in de begeleiding van kinderen met overgewicht en jongeren met eetproblemen.
Ella Swets is freelance diëtist en gezondheidspsycholoog in Terneuzen.
Kinderen en jongeren met overgewicht – Protocollen – Versie Nederland – Werkboek voor ouders
In de handleiding staan er vier draaiboeken (ook protocollen of trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnen zijn: een training voor de ouders van kinderen met overgewicht, een kindtraining, een training voor adolescenten en een apart protocol met bewegingsoefeningen. Bij de handleiding horen drie werkboeken. Dit is er één van.
Kinderen en jongeren met overgewicht is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring. Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaarde dat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.
Caroline Braet, doctor in de psychologie, klinisch psycholoog, gedragstherapeut en hoofddocent aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen. Naast onderwijsopdrachten op het domein van de ontwikkelingspsychopathologie doet zij in het bijzonder onderzoek over het ontstaan van kinderobesitas, de behandeling ervan en de gerelateerde problemen bij overgewicht bij kinderen. In dit verband is ze ook consulent op de polikliniek van de Pediatrie van het Universitair Ziekenhuis Gent en in het Medisch-Pediatrisch Centrum in De Haan. Ze schreef meer dan 100 artikelen en hoofdstukken in boeken over obesitas bij kinderen.
Ellen Moens, klinische psychologe, is assistente aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen, Vakgroep Ontwikkelings-, Persoonlijkheids- en Sociale Psychologie. Daarnaast is zij verbonden aan het jeugdobesitasteam van het Universitair Ziekenhuis Gent en is ze werkzaam binnen het Universitair Psychologisch Centrum Kind en Adolescent.
Lien Joossens, voedingsdeskundige-diëtiste, heeft een zelfstandige diëtistenpraktijk in Brugge. Na opleidingen Kindvriendelijke consultaties en Gedragstherapeutische vaardigheden voor de diëtist specialiseerde ze zich in de begeleiding van kinderen met overgewicht en jongeren met eetproblemen.
Ella Swets is freelance diëtist en gezondheidspsycholoog in Terneuzen.
Ann Tanghe is klinisch psychologe en erkend gedragstherapeute. Ze werkt in het Medisch Pediatrisch Centrum Zeepreventorium in De Haan, waar ze sinds 1994 kinderen en jongeren met extreem overgewicht residentieel begeleidt.
Kinderen en jongeren met overgewicht – Protocollen – Versie Nederland – Werkboek voor ouders
In de handleiding staan er vier draaiboeken (ook protocollen of trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnen zijn: een training voor de ouders van kinderen met overgewicht, een kindtraining, een training voor adolescenten en een apart protocol met bewegingsoefeningen. Bij de handleiding horen drie werkboeken. Dit is er één van.
Kinderen en jongeren met overgewicht is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring. Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaarde dat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.
Caroline Braet, doctor in de psychologie, klinisch psycholoog, gedragstherapeut en hoofddocent aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen. Naast onderwijsopdrachten op het domein van de ontwikkelingspsychopathologie doet zij in het bijzonder onderzoek over het ontstaan van kinderobesitas, de behandeling ervan en de gerelateerde problemen bij overgewicht bij kinderen. In dit verband is ze ook consulent op de polikliniek van de Pediatrie van het Universitair Ziekenhuis Gent en in het Medisch-Pediatrisch Centrum in De Haan. Ze schreef meer dan 100 artikelen en hoofdstukken in boeken over obesitas bij kinderen.
Ellen Moens, klinische psychologe, is assistente aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen, Vakgroep Ontwikkelings-, Persoonlijkheids- en Sociale Psychologie. Daarnaast is zij verbonden aan het jeugdobesitasteam van het Universitair Ziekenhuis Gent en is ze werkzaam binnen het Universitair Psychologisch Centrum Kind en Adolescent.
Lien Joossens, voedingsdeskundige-diëtiste, heeft een zelfstandige diëtistenpraktijk in Brugge. Na opleidingen Kindvriendelijke consultaties en Gedragstherapeutische vaardigheden voor de diëtist specialiseerde ze zich in de begeleiding van kinderen met overgewicht en jongeren met eetproblemen.
Ella Swets is freelance diëtist en gezondheidspsycholoog in Terneuzen.
Ann Tanghe is klinisch psychologe en erkend gedragstherapeute. Ze werkt in het Medisch Pediatrisch Centrum Zeepreventorium in De Haan, waar ze sinds 1994 kinderen en jongeren met extreem overgewicht residentieel begeleidt.
Kinderen en jongeren met overgewicht – Protocollen – Versie Nederland – Handleiding voor begeleiders
Dit boek omvat vier protocollen/draaiboeken (ook trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnen zijn:
• voor de ouders van kinderen met overgewicht;
• een training voor kinderen;
• voor adolescenten;
• een apart protocol waarin een aangepast bewegingsprogramma beschreven staat.
Om aan de slag te gaan, is er voor drie van deze vier protocollen een Werkboek beschikbaar:
• Werkboek voor ouders
• Werkboek voor adolescenten
• Werkboek voor kinderen
Kinderen en jongeren met overgewicht/Protocollen - Versie Nederland is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring. Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaarde dat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.
Caroline Braet, doctor in de psychologie, klinisch psycholoog, gedragstherapeut en hoofddocent aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen. Naast onderwijsopdrachten op het domein van de ontwikkelingspsychopathologie doet zij in het bijzonder onderzoek over het ontstaan van kinderobesitas, de behandeling ervan en de gerelateerde problemen bij overgewicht bij kinderen. In dit verband is ze ook consulent op de polikliniek van de Pediatrie van het Universitair Ziekenhuis Gent en in het Medisch-Pediatrisch Centrum in De Haan. Ze schreef meer dan 100 artikelen en hoofdstukken in boeken over obesitas bij kinderen.
Lien Joossens, voedingsdeskundige-diëtiste, heeft een zelfstandige diëtistenpraktijk in Brugge. Na opleidingen Kindvriendelijke consultaties en Gedragstherapeutische vaardigheden voor de diëtist specialiseerde ze zich in de begeleiding van kinderen met overgewicht en jongeren met eetproblemen.
Ella Swets is freelance diëtist en gezondheidspsycholoog in Terneuzen.
Saskia Mels, klinisch psychologe, is wetenschappelijk medewerkster verbonden aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen, Vakgroep Ontwikkelings-, Persoonlijkheids- en Sociale Psychologie. Daarnaast werkt zij binnen het jeugdobesitasteam van het Universitair Ziekenhuis Gent en binnen het Universitair Psychologisch Centrum Kind en Adolescent.
Ellen Moens, klinische psychologe, is assistente aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen, Vakgroep Ontwikkelings-, Persoonlijkheids- en Sociale Psychologie. Daarnaast is zij verbonden aan het jeugdobesitasteam van het Universitair Ziekenhuis Gent en is ze werkzaam binnen het Universitair Psychologisch Centrum Kind en Adolescent.
Ann Tanghe is klinisch psychologe en erkend gedragstherapeute. Ze werkt in het Medisch Pediatrisch Centrum Zeepreventorium in De Haan, waar ze sinds 1994 kinderen en jongeren met extreem overgewicht residentieel begeleidt.
Kinderen en jongeren met overgewicht – Protocollen – Versie Nederland – Handleiding voor begeleiders
Dit boek omvat vier protocollen/draaiboeken (ook trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnen zijn:
• voor de ouders van kinderen met overgewicht;
• een training voor kinderen;
• voor adolescenten;
• een apart protocol waarin een aangepast bewegingsprogramma beschreven staat.
Om aan de slag te gaan, is er voor drie van deze vier protocollen een Werkboek beschikbaar:
• Werkboek voor ouders
• Werkboek voor adolescenten
• Werkboek voor kinderen
Kinderen en jongeren met overgewicht/Protocollen - Versie Nederland is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring. Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaarde dat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.
Caroline Braet, doctor in de psychologie, klinisch psycholoog, gedragstherapeut en hoofddocent aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen. Naast onderwijsopdrachten op het domein van de ontwikkelingspsychopathologie doet zij in het bijzonder onderzoek over het ontstaan van kinderobesitas, de behandeling ervan en de gerelateerde problemen bij overgewicht bij kinderen. In dit verband is ze ook consulent op de polikliniek van de Pediatrie van het Universitair Ziekenhuis Gent en in het Medisch-Pediatrisch Centrum in De Haan. Ze schreef meer dan 100 artikelen en hoofdstukken in boeken over obesitas bij kinderen.
Lien Joossens, voedingsdeskundige-diëtiste, heeft een zelfstandige diëtistenpraktijk in Brugge. Na opleidingen Kindvriendelijke consultaties en Gedragstherapeutische vaardigheden voor de diëtist specialiseerde ze zich in de begeleiding van kinderen met overgewicht en jongeren met eetproblemen.
Ella Swets is freelance diëtist en gezondheidspsycholoog in Terneuzen.
Saskia Mels, klinisch psychologe, is wetenschappelijk medewerkster verbonden aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen, Vakgroep Ontwikkelings-, Persoonlijkheids- en Sociale Psychologie. Daarnaast werkt zij binnen het jeugdobesitasteam van het Universitair Ziekenhuis Gent en binnen het Universitair Psychologisch Centrum Kind en Adolescent.
Ellen Moens, klinische psychologe, is assistente aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen, Vakgroep Ontwikkelings-, Persoonlijkheids- en Sociale Psychologie. Daarnaast is zij verbonden aan het jeugdobesitasteam van het Universitair Ziekenhuis Gent en is ze werkzaam binnen het Universitair Psychologisch Centrum Kind en Adolescent.
Ann Tanghe is klinisch psychologe en erkend gedragstherapeute. Ze werkt in het Medisch Pediatrisch Centrum Zeepreventorium in De Haan, waar ze sinds 1994 kinderen en jongeren met extreem overgewicht residentieel begeleidt.
Inclusief onderwijs – Dilemma’s en uitdagingen
Inclusief onderwijs, dilemma’s en uitdagingen beschrijft de worsteling van het onderwijs met het omgaan met en het vormgeven van diversiteit. Het laat zien hoe het huidige gesegregeerde systeem is ontstaan en wat de gevolgen zijn voor kinderen, jongeren en hun ouders. Een samenleving die begint met uitsluiten, blijft uitsluiten, zo meent de auteur. Hij houdt een pleidooi voor een andere manier van denken: inclusief onderwijs als een zich ontwikkelende onderwijspraktijk waarin diversiteit niet wordt gezien als een probleem, maar als een uitdaging. Het boek legt de pijnpunten bloot, plaatst vraagtekens en suggereert richtingaanwijzers die moeten leiden tot een werkbare vorm van inclusief onderwijs waarin kinderen en jongeren worden voorbereid op een samenleving die vraagt om mensen die inclusief kunnen denken en handelen.
Hans Schuman is lector aan Fontys Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg. Zijn onderzoeksterrein is ‘Interdisciplinair werken in de context van onderwijs en zorg’. Het lectoraat is een gezamenlijk initiatief van Fontys OSO, Heliomare Onderwijs en de WEC Raad.
Inclusief onderwijs – Dilemma’s en uitdagingen
Inclusief onderwijs, dilemma’s en uitdagingen beschrijft de worsteling van het onderwijs met het omgaan met en het vormgeven van diversiteit. Het laat zien hoe het huidige gesegregeerde systeem is ontstaan en wat de gevolgen zijn voor kinderen, jongeren en hun ouders. Een samenleving die begint met uitsluiten, blijft uitsluiten, zo meent de auteur. Hij houdt een pleidooi voor een andere manier van denken: inclusief onderwijs als een zich ontwikkelende onderwijspraktijk waarin diversiteit niet wordt gezien als een probleem, maar als een uitdaging. Het boek legt de pijnpunten bloot, plaatst vraagtekens en suggereert richtingaanwijzers die moeten leiden tot een werkbare vorm van inclusief onderwijs waarin kinderen en jongeren worden voorbereid op een samenleving die vraagt om mensen die inclusief kunnen denken en handelen.
Hans Schuman is lector aan Fontys Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg. Zijn onderzoeksterrein is ‘Interdisciplinair werken in de context van onderwijs en zorg’. Het lectoraat is een gezamenlijk initiatief van Fontys OSO, Heliomare Onderwijs en de WEC Raad.
Life course model: a way to work with autism
An autism spectrum disorder (ASD) opens permanent needs throughout the entire life course in areas of care but also in terms of education and employment. In a lifetime, there are several transition moments, such as the step to primary or secondary school, the choice of another discipline, the start of higher education or the first job. Transitions are often very complicated for people with ASD. Therefore, perspective thinking and early action are most important for the guidance of people with ASD.
The AVANTI-project has developed a life-course model from a proactive and holistic support vision. The model assumes that transitions should be adequately prepared because this can be very decisive for the success of a training or employment programme. This book is aimed at the professional who works with people with ASD, teachers, social workers, counsellors and job coaches.
This guide offers them the theoretical framework of the life-course model and a description of practical situations based on pilot projects in the Netherlands, Flanders and Portugal.
Kristien Smet earned a graduate degree in Social-Agogic Work, with a major in Social Work and a Master of Arts in Comparative European Social Studies. She works as a social worker for Indigo vzw and as a project assistant for GOB De Ploeg vzw.
Suzanne van Driel is a staff member at the Dr. Leo Kannerhuis. She works for the Research & Development Department.
This book is the result of a European cooperation in the context of the Lifelong Learning Programme between De Ploeg vzw, specialized in the training and guidance of employment-disabled people (BE) (supervisor), the Dr. Leo Kannerhuis (NL), the Flemish Union of the Catholic Special Needs Education (VVKBuO) (BE), APPACDM de Marinha Grande (PT) and the Strategic Project Organization Kempen (SPK vzw) (BE). This Leonardo Da Vinci project is realized thanks to the support of the European Commission.
Life course model: a way to work with autism
An autism spectrum disorder (ASD) opens permanent needs throughout the entire life course in areas of care but also in terms of education and employment. In a lifetime, there are several transition moments, such as the step to primary or secondary school, the choice of another discipline, the start of higher education or the first job. Transitions are often very complicated for people with ASD. Therefore, perspective thinking and early action are most important for the guidance of people with ASD.
The AVANTI-project has developed a life-course model from a proactive and holistic support vision. The model assumes that transitions should be adequately prepared because this can be very decisive for the success of a training or employment programme. This book is aimed at the professional who works with people with ASD, teachers, social workers, counsellors and job coaches.
This guide offers them the theoretical framework of the life-course model and a description of practical situations based on pilot projects in the Netherlands, Flanders and Portugal.
Kristien Smet earned a graduate degree in Social-Agogic Work, with a major in Social Work and a Master of Arts in Comparative European Social Studies. She works as a social worker for Indigo vzw and as a project assistant for GOB De Ploeg vzw.
Suzanne van Driel is a staff member at the Dr. Leo Kannerhuis. She works for the Research & Development Department.
This book is the result of a European cooperation in the context of the Lifelong Learning Programme between De Ploeg vzw, specialized in the training and guidance of employment-disabled people (BE) (supervisor), the Dr. Leo Kannerhuis (NL), the Flemish Union of the Catholic Special Needs Education (VVKBuO) (BE), APPACDM de Marinha Grande (PT) and the Strategic Project Organization Kempen (SPK vzw) (BE). This Leonardo Da Vinci project is realized thanks to the support of the European Commission.
Inclusief onderwijs in de praktijk
Hieruit blijkt dat de doembeelden die over inclusie de ronde doen, echt geen werkelijkheid hoeven te zijn. Aan het einde van elk hoofdstuk zetten een aantal reflectievragen aan tot een analyse van het eigen kijken en handelen en tot het zoeken van mogelijkheden binnen concrete en unieke klassituaties.
Wie zich in de praktijk van inclusief onderwijs wil verdiepen, vindt in dit boek de nodige informatie.
Kathleen Mortier en Elisabeth De Schauwer zijn assistent bij de Vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent. Inge Van de Putte is onderzoeker aan de Hogeschool Gent. Geert Van Hove doceert aan deze vakgroep en is er verantwoordelijk voor het vakgebied Participatie en Inclusieve Opvoeding.
Inclusief onderwijs in de praktijk
Hieruit blijkt dat de doembeelden die over inclusie de ronde doen, echt geen werkelijkheid hoeven te zijn. Aan het einde van elk hoofdstuk zetten een aantal reflectievragen aan tot een analyse van het eigen kijken en handelen en tot het zoeken van mogelijkheden binnen concrete en unieke klassituaties.
Wie zich in de praktijk van inclusief onderwijs wil verdiepen, vindt in dit boek de nodige informatie.
Kathleen Mortier en Elisabeth De Schauwer zijn assistent bij de Vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent. Inge Van de Putte is onderzoeker aan de Hogeschool Gent. Geert Van Hove doceert aan deze vakgroep en is er verantwoordelijk voor het vakgebied Participatie en Inclusieve Opvoeding.
Parentificatie. Als het kind te snel ouder wordt (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 13)
Parentificatie betekent dat het kind op oneigenlijke wijze verantwoordelijk wordt (gemaakt) voor het welbevinden van de ouders.
Als dusdanig is het vaak een belangrijke risicofactor voor het ontstaan van allerlei psychopathologie. Parentificatie heeft een impact op de gehechtheid en/of zal de verhouding tot de anderen bepalen zoal niet hypothekeren. Het kind kan inderdaad in min of meerdere mate geroepen worden en/of zich geroepen voelen bepaalde oneigenlijke zorgen op zich te nemen. Het wordt als het ware te snel ouder. Het mobiliseert daarbij de nodige krachten en talenten. Maar op latere leeftijd kan zich dit fenomeen op uiteenlopende wijze wreken.
Bedoeling van deze publicatie is dit uiterst relevant en complex gegeven vanuit diverse optieken te belichten en ggz-werkers voor deze nu eens verdoken, dan weer veronachtzaamde dynamiek te sensibiliseren.
Mark Kinet is hoofdgeneesheer van de Kliniek St Jozef, Centrum voor Psychiatrie en Psychotherapie, te Pittem. Hij is voormalig voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie, aangesloten bij de Belgische School voor Psychoanalyse en auteur van ‘Freud & Co in de Psychiatrie’ (2006) en ‘De Wetenschap van de Liefde en de Kunst van de Computeranalyse’ (2008)
Met bijdragen van Gino Ameye, Jan Cambien, Mieke Hoste, Nelleke Nicolai, Rita Stevens, Jean-François Le Goff, Michel Thys en Mark Kinet.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
Parentificatie. Als het kind te snel ouder wordt (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 13)
Parentificatie betekent dat het kind op oneigenlijke wijze verantwoordelijk wordt (gemaakt) voor het welbevinden van de ouders.
Als dusdanig is het vaak een belangrijke risicofactor voor het ontstaan van allerlei psychopathologie. Parentificatie heeft een impact op de gehechtheid en/of zal de verhouding tot de anderen bepalen zoal niet hypothekeren. Het kind kan inderdaad in min of meerdere mate geroepen worden en/of zich geroepen voelen bepaalde oneigenlijke zorgen op zich te nemen. Het wordt als het ware te snel ouder. Het mobiliseert daarbij de nodige krachten en talenten. Maar op latere leeftijd kan zich dit fenomeen op uiteenlopende wijze wreken.
Bedoeling van deze publicatie is dit uiterst relevant en complex gegeven vanuit diverse optieken te belichten en ggz-werkers voor deze nu eens verdoken, dan weer veronachtzaamde dynamiek te sensibiliseren.
Mark Kinet is hoofdgeneesheer van de Kliniek St Jozef, Centrum voor Psychiatrie en Psychotherapie, te Pittem. Hij is voormalig voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie, aangesloten bij de Belgische School voor Psychoanalyse en auteur van ‘Freud & Co in de Psychiatrie’ (2006) en ‘De Wetenschap van de Liefde en de Kunst van de Computeranalyse’ (2008)
Met bijdragen van Gino Ameye, Jan Cambien, Mieke Hoste, Nelleke Nicolai, Rita Stevens, Jean-François Le Goff, Michel Thys en Mark Kinet.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
De groep in psychoanalyse (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 12)
Mark Kinet is hoofdgeneesheer van de Kliniek St.-Jozef, Centrum voor Psychiatrie en Psychotherapie te Pittem en voert zelfstandige psychoanalytische praktijk te Gent. Hij is voormalig voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie, participant van de Belgische School voor Psychoanalyse, bestuurslid van de Stichting Psychoanalyse en Cultuur, coördinator van de reeks ‘Psychoanalytisch Actueel’ en auteur van ‘Freud & Co in de Psychiatrie’ (2006) en ‘De Wetenschap van de Liefde en de Kunst van de Computeranalyse’ (2008).
Met bijdragen van Ad Boerwinkel, Frédéric Declercq, Gino Gevaert, Lieve Janssens, Guido Laforce, Jaak Le Roy, Claudio Neri, Wolf Spanoghe, Michel Thys, Frank Van den Bulke, Ronny Vandermeeren, Marie-Jeanne Vansina-Cobbaert, Guy Verbruggen en Mark Kinet.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
De groep in psychoanalyse (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 12)
Mark Kinet is hoofdgeneesheer van de Kliniek St.-Jozef, Centrum voor Psychiatrie en Psychotherapie te Pittem en voert zelfstandige psychoanalytische praktijk te Gent. Hij is voormalig voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie, participant van de Belgische School voor Psychoanalyse, bestuurslid van de Stichting Psychoanalyse en Cultuur, coördinator van de reeks ‘Psychoanalytisch Actueel’ en auteur van ‘Freud & Co in de Psychiatrie’ (2006) en ‘De Wetenschap van de Liefde en de Kunst van de Computeranalyse’ (2008).
Met bijdragen van Ad Boerwinkel, Frédéric Declercq, Gino Gevaert, Lieve Janssens, Guido Laforce, Jaak Le Roy, Claudio Neri, Wolf Spanoghe, Michel Thys, Frank Van den Bulke, Ronny Vandermeeren, Marie-Jeanne Vansina-Cobbaert, Guy Verbruggen en Mark Kinet.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
Mediatietherapie in de residentiële zorg voor kinderen en jeugdigen – Protocollen
Gedragstherapeutische begeleiding in residentiële zorg is een belangwekkend terrein in de jeugdhulpverlening. Kinderen en jongeren kunnen hun directe omgeving enorm ontregelen met hun emotionele problemen, maar dan vooral met hun hieruit voortvloeiend gedrag. Zeker wanneer de problemen bij de kinderen zo ernstig zijn geëscaleerd dat een thuissituatie geen optie meer is, blijkt een verblijf in een residentiële setting haast onvermijdelijk. Groepsleiding en verplegend personeel hebben daarom extra steun nodig bij hun dagelijkse begeleiding om een leefgroep met probleemkinderen adequaat te kunnen runnen. In geval van tehuiskinderen spreekt het dan ook vanzelf om de groepsleiding (of het verplegend personeel) in dit intensieve hulpverleningsaanbod actief bij de behandeling te betrekken. De dagelijkse begeleiding en behandeling worden extra bemoeilijkt omdat er meer cliënten wonen en er wisselende diensten zijn. De huidige praktijk biedt groepsleiding soms te weinig concrete handvatten om met deze ernstige gedragsproblemen om te gaan.
Deze praktische gids met protocollen voor iedereen die werkt in de residentiële zorg en dagelijks met probleemgedrag in aanraking komt, geeft een antwoord op vragen als: Welk gedrag belonen, wanneer is een straf adequaat, hoe werkt negeren precies en hoe ga ik om met de invloed van anderen, zowel groepsleiding als medecliënten?
Katrien Raemdonck, orthopedagoog, is behandelingscoördinator bij Stichting Ipse de Bruggen met vestigingen in Zuid-Holland. Ze geeft ook training aan leerkrachten in het REC4-onderwijs en individuele therapie.
Mediatietherapie in de residentiële zorg voor kinderen en jeugdigen – Protocollen
Gedragstherapeutische begeleiding in residentiële zorg is een belangwekkend terrein in de jeugdhulpverlening. Kinderen en jongeren kunnen hun directe omgeving enorm ontregelen met hun emotionele problemen, maar dan vooral met hun hieruit voortvloeiend gedrag. Zeker wanneer de problemen bij de kinderen zo ernstig zijn geëscaleerd dat een thuissituatie geen optie meer is, blijkt een verblijf in een residentiële setting haast onvermijdelijk. Groepsleiding en verplegend personeel hebben daarom extra steun nodig bij hun dagelijkse begeleiding om een leefgroep met probleemkinderen adequaat te kunnen runnen. In geval van tehuiskinderen spreekt het dan ook vanzelf om de groepsleiding (of het verplegend personeel) in dit intensieve hulpverleningsaanbod actief bij de behandeling te betrekken. De dagelijkse begeleiding en behandeling worden extra bemoeilijkt omdat er meer cliënten wonen en er wisselende diensten zijn. De huidige praktijk biedt groepsleiding soms te weinig concrete handvatten om met deze ernstige gedragsproblemen om te gaan.
Deze praktische gids met protocollen voor iedereen die werkt in de residentiële zorg en dagelijks met probleemgedrag in aanraking komt, geeft een antwoord op vragen als: Welk gedrag belonen, wanneer is een straf adequaat, hoe werkt negeren precies en hoe ga ik om met de invloed van anderen, zowel groepsleiding als medecliënten?
Katrien Raemdonck, orthopedagoog, is behandelingscoördinator bij Stichting Ipse de Bruggen met vestigingen in Zuid-Holland. Ze geeft ook training aan leerkrachten in het REC4-onderwijs en individuele therapie.
Betekenisvol leren onderwijzen op de werkplekleeromgeving
In een eerste deel wordt gekeken naar de bevindingen van dit onderzoek; in het tweede wordt nagegaan hoe die inhoudelijke resultaten concreet in de praktijk van de opleiding en het lesproces ingezet kunnen worden. Ten slotte reikt een kennisbank begrippen en instrumenten aan die opleiders en (toekomstige) leraren, maar ook het management kunnen helpen bij de verdere ontwikkeling van hun onderwijspraktijk.
Het onderzoek naar de onderwijsontwikkelingen is tot stand gekomen in samenspraak met docenten en onderzoekers van de lerarenopleiding en van verschillende universiteiten en met de teams van partnerscholen, waarbij zowel aanstaande leraren als studenten van universiteiten zijn betrokken.
dr. mr. Herman Popeijus is lector aan de pedagogische Hogeschool de Kempel in Helmond en senior onderzoeker en projectleider aan het Instituut voor Leraar en School van de Radboud Universiteit in Nijmegen.
dr. Jeannette Geldens is als associate lector verbonden aan Hogeschool de Kempel en aan de Federatie Interactum.
Betekenisvol leren onderwijzen op de werkplekleeromgeving
In een eerste deel wordt gekeken naar de bevindingen van dit onderzoek; in het tweede wordt nagegaan hoe die inhoudelijke resultaten concreet in de praktijk van de opleiding en het lesproces ingezet kunnen worden. Ten slotte reikt een kennisbank begrippen en instrumenten aan die opleiders en (toekomstige) leraren, maar ook het management kunnen helpen bij de verdere ontwikkeling van hun onderwijspraktijk.
Het onderzoek naar de onderwijsontwikkelingen is tot stand gekomen in samenspraak met docenten en onderzoekers van de lerarenopleiding en van verschillende universiteiten en met de teams van partnerscholen, waarbij zowel aanstaande leraren als studenten van universiteiten zijn betrokken.
dr. mr. Herman Popeijus is lector aan de pedagogische Hogeschool de Kempel in Helmond en senior onderzoeker en projectleider aan het Instituut voor Leraar en School van de Radboud Universiteit in Nijmegen.
dr. Jeannette Geldens is als associate lector verbonden aan Hogeschool de Kempel en aan de Federatie Interactum.
Naar een integratieve handelingsorthopedagogiek
Eric Broekaert is voorzitter-hoogleraar van de Vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent.
Naar een integratieve handelingsorthopedagogiek
Eric Broekaert is voorzitter-hoogleraar van de Vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent.
Levensloopmodel: Werken met autisme
Het Avanti-project ontwikkelde een levensloopmodel vanuit een proactieve en integrale ondersteuningsvisie. Het model veronderstelt dat transities voldoende voorbereid moeten worden, omdat het al dan niet slagen van een onderwijs- of arbeidstraject hiervan afhangt. Dit boek richt zich tot de professional die werkt met personen met ASS, leerkrachten, hulpverleners, begeleiders en jobcoaches. Deze gids biedt hen het theoretische kader van het levensloopmodel en de vertaling ervan naar de praktijk aan de hand van enkele pilots in Nederland, Vlaanderen en Portugal.
Kristien Smet behaalde een graduaatsdiploma Sociaal Agogisch Werk optie Maatschappelijk Werk en een Master of Arts in Comparative European Social Studies. Ze werkt als maatschappelijk werker in Indigo vzw en is projectmedewerker bij GOB de Ploeg.
Suzanne van Driel is staffunctionaris in het Dr. Leo Kannerhuis. Ze werkt op de afdeling Research & Development.
Dit werk is het resultaat van een Europese samenwerking in het kader van het Levenslang leren-programma tussen de Dienst voor Gespecialiseerde Opleiding en Begeleiding De Ploeg vzw (BE) (promotor), het Dr. Leo Kannerhuis (NL), het Verbond Voor Katholiek Buitengewoon Onderwijs (BE), het APPACDM de Marinha Grande (PT) en de Strategische Projectenorganisatie Kempen (BE). Dit Leonardo Da Vinci-project werd mogelijk met de steun van de Europese Commissie.
Levensloopmodel: Werken met autisme
Het Avanti-project ontwikkelde een levensloopmodel vanuit een proactieve en integrale ondersteuningsvisie. Het model veronderstelt dat transities voldoende voorbereid moeten worden, omdat het al dan niet slagen van een onderwijs- of arbeidstraject hiervan afhangt. Dit boek richt zich tot de professional die werkt met personen met ASS, leerkrachten, hulpverleners, begeleiders en jobcoaches. Deze gids biedt hen het theoretische kader van het levensloopmodel en de vertaling ervan naar de praktijk aan de hand van enkele pilots in Nederland, Vlaanderen en Portugal.
Kristien Smet behaalde een graduaatsdiploma Sociaal Agogisch Werk optie Maatschappelijk Werk en een Master of Arts in Comparative European Social Studies. Ze werkt als maatschappelijk werker in Indigo vzw en is projectmedewerker bij GOB de Ploeg.
Suzanne van Driel is staffunctionaris in het Dr. Leo Kannerhuis. Ze werkt op de afdeling Research & Development.
Dit werk is het resultaat van een Europese samenwerking in het kader van het Levenslang leren-programma tussen de Dienst voor Gespecialiseerde Opleiding en Begeleiding De Ploeg vzw (BE) (promotor), het Dr. Leo Kannerhuis (NL), het Verbond Voor Katholiek Buitengewoon Onderwijs (BE), het APPACDM de Marinha Grande (PT) en de Strategische Projectenorganisatie Kempen (BE). Dit Leonardo Da Vinci-project werd mogelijk met de steun van de Europese Commissie.
Van bouwvallig naar bijna nieuw. Innovatief renoveren
De meer dan 500 tips die de auteur geeft zijn eveneens van toepassing voor wie op zoek is naar een pand voor kantoren, een winkel, een opslagplaats of een industriële ruimte.
De boodschap is in elk geval dat het nu een goede tijd is om te handelen: De markt van oude woningen en oude industriepanden raakt stilaan uitgeput, de prijzen zijn redelijk en door werktekort in de nieuwbouw bieden veel aannemers goede prijzen voor renovatieopdrachten. Moet je alles zelf doen? Neen. Een veel betere manier om voor weinig geld goed te renoveren is de hele renovatie zelf te organiseren. Concentreer je op het belangrijkste: de markt grondig verkennen om voor een lage prijs te kopen, veel nadenken over eenvoudige ingrepen, daarbij kleine onvolmaaktheden aanvaardend door sommige plannen niet uit te voeren, door simpele oplossingen te bedenken, en misschien ook door niet-essentiële werken naar later te verschuiven.
Met deze rijk gevulde gids vol budgetvriendelijke ideeën, recht uit de praktijk, begin je in elk geval anders te denken over een eigentijdse loft, watertoren of de windmolen van morgen.
Dit boek bevat ook een cd-rom met handige werkdocumenten.
Arnold Lampaert was na een professionele loopbaan als intern auditor en later als projectleider in een aannemersbedrijf, zaakvoerder van de bvba De Nieuwe Ruimte in Gent en kon in die periode een ruime ervaring opdoen op vlak van inkoop van oude panden en renovatie naar eigentijdse betaalbare ‘lofthuizen’. Momenteel is hij kwaliteitspeter bij het Vlaams Centrum voor Kwaliteitszorg en lid-consulent bij de vzw Belgian Senior Consultants.
Van bouwvallig naar bijna nieuw. Innovatief renoveren
De meer dan 500 tips die de auteur geeft zijn eveneens van toepassing voor wie op zoek is naar een pand voor kantoren, een winkel, een opslagplaats of een industriële ruimte.
De boodschap is in elk geval dat het nu een goede tijd is om te handelen: De markt van oude woningen en oude industriepanden raakt stilaan uitgeput, de prijzen zijn redelijk en door werktekort in de nieuwbouw bieden veel aannemers goede prijzen voor renovatieopdrachten. Moet je alles zelf doen? Neen. Een veel betere manier om voor weinig geld goed te renoveren is de hele renovatie zelf te organiseren. Concentreer je op het belangrijkste: de markt grondig verkennen om voor een lage prijs te kopen, veel nadenken over eenvoudige ingrepen, daarbij kleine onvolmaaktheden aanvaardend door sommige plannen niet uit te voeren, door simpele oplossingen te bedenken, en misschien ook door niet-essentiële werken naar later te verschuiven.
Met deze rijk gevulde gids vol budgetvriendelijke ideeën, recht uit de praktijk, begin je in elk geval anders te denken over een eigentijdse loft, watertoren of de windmolen van morgen.
Dit boek bevat ook een cd-rom met handige werkdocumenten.
Arnold Lampaert was na een professionele loopbaan als intern auditor en later als projectleider in een aannemersbedrijf, zaakvoerder van de bvba De Nieuwe Ruimte in Gent en kon in die periode een ruime ervaring opdoen op vlak van inkoop van oude panden en renovatie naar eigentijdse betaalbare ‘lofthuizen’. Momenteel is hij kwaliteitspeter bij het Vlaams Centrum voor Kwaliteitszorg en lid-consulent bij de vzw Belgian Senior Consultants.
Competenties van verpleegkundigen en verzorgenden in begeleiding van en zorg voor mensen met dementie
Welke competenties van verpleegkundigen en verzorgenden zijn wenselijk in de dagelijkse begeleiding en zorg voor mensen met dementie? Het onderwijs kan en moet competentieprofielen ontwikkelen, het liefst in overleg met het arbeidsveld, maar moet ze daadwerkelijk toetsen aan het werkveld, dat de norm bepaalt.
Dit boek biedt een concreet instrument waarmee zowel zorgvoorzieningen als onderwijsinstellingen aan de slag kunnen. Meteen draagt het instrument bij tot een uniforme communicatie over de competenties die via opleiding en navorming kunnen worden verworven. Uiteindelijk moet dit leiden tot een verhoging van de zorgkwaliteit.
Deze uitgave is een initiatief van Expertisecentrum Dementie Vlaanderen in Antwerpen, Tandem Expertisecentrum Dementie in Turnhout, Universiteit Gent en Katholieke Hogeschool Kempen in Geel.
Lieven De Maesschalck is coördinator van het VONK3 — Vlaams onderzoeks- en kenniscentrum voor de derde leeftijd van de Katholieke Hogeschool Kempen en hoofdlector bij het Departement Gezondheidszorg, vestigingsplaats Lier, van deze hogeschool.
Patrick Verhaest is wetenschappelijk medewerker bij het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen.
Competenties van verpleegkundigen en verzorgenden in begeleiding van en zorg voor mensen met dementie
Welke competenties van verpleegkundigen en verzorgenden zijn wenselijk in de dagelijkse begeleiding en zorg voor mensen met dementie? Het onderwijs kan en moet competentieprofielen ontwikkelen, het liefst in overleg met het arbeidsveld, maar moet ze daadwerkelijk toetsen aan het werkveld, dat de norm bepaalt.
Dit boek biedt een concreet instrument waarmee zowel zorgvoorzieningen als onderwijsinstellingen aan de slag kunnen. Meteen draagt het instrument bij tot een uniforme communicatie over de competenties die via opleiding en navorming kunnen worden verworven. Uiteindelijk moet dit leiden tot een verhoging van de zorgkwaliteit.
Deze uitgave is een initiatief van Expertisecentrum Dementie Vlaanderen in Antwerpen, Tandem Expertisecentrum Dementie in Turnhout, Universiteit Gent en Katholieke Hogeschool Kempen in Geel.
Lieven De Maesschalck is coördinator van het VONK3 — Vlaams onderzoeks- en kenniscentrum voor de derde leeftijd van de Katholieke Hogeschool Kempen en hoofdlector bij het Departement Gezondheidszorg, vestigingsplaats Lier, van deze hogeschool.
Patrick Verhaest is wetenschappelijk medewerker bij het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen.
Kleine filosofie van het vrijen
In deze filosofische benadering van de seksuele ervaring introduceert Ann Van Sevenant de term ‘buitenwaarts vrijen’. Daarnaast bespreekt ze traditionele onderwerpen als het ideaal van eenwording of de spirituele dimensie van seksuele liefde, maar ook hedendaagse thema’s als eenzame seks, ontrouw, het geveinsd orgasme en impotentie.
In dit boek vindt de lezer nieuwe invalshoeken voor de problematiek rond de man-vrouw verhouding, seksuele vrijheid, (huwelijks)trouw, menopauze, de mythe van eindeloos genot, de toenadering van de geslachten, seksuele onvrede, enz. Het boek sluit af met voorstellen tot een ‘cultuur van het vrijen’.
Ann Van Sevenant is voormalig docent Filosofie (Hogeschool Antwerpen) en auteur van een twaalftal boeken over hedendaagse filosofie.
Kleine filosofie van het vrijen
In deze filosofische benadering van de seksuele ervaring introduceert Ann Van Sevenant de term ‘buitenwaarts vrijen’. Daarnaast bespreekt ze traditionele onderwerpen als het ideaal van eenwording of de spirituele dimensie van seksuele liefde, maar ook hedendaagse thema’s als eenzame seks, ontrouw, het geveinsd orgasme en impotentie.
In dit boek vindt de lezer nieuwe invalshoeken voor de problematiek rond de man-vrouw verhouding, seksuele vrijheid, (huwelijks)trouw, menopauze, de mythe van eindeloos genot, de toenadering van de geslachten, seksuele onvrede, enz. Het boek sluit af met voorstellen tot een ‘cultuur van het vrijen’.
Ann Van Sevenant is voormalig docent Filosofie (Hogeschool Antwerpen) en auteur van een twaalftal boeken over hedendaagse filosofie.
A pioneer of milieu therapy. The life and work of Maxwell Jones
The book can be considered complementary to another volume published by Garant: ‘De Nieuwe Therapeutische Gemeenschap’ [The New Therapeutic Community] (Broekaert et al.,1996), in which the concept-based therapeutic community for substance abusers is thoroughly elaborated.
This book is intended for students and professionals, from a broad variety of contexts and disciplines, who are interested in (social) psychiatry, (democratic) therapeutic communities and milieu therapy.
Stijn Vandevelde, PhD holds a teaching and research position at the Department of Social Work and Welfare Studies of University College Ghent (Belgium). He is also affiliated to the Department of Orthopedagogics at Ghent University.
Eric Broekaert, PhD is a full professor at and chairman of the Department of Orthopedagogics at Ghent University (Belgium).
A pioneer of milieu therapy. The life and work of Maxwell Jones
The book can be considered complementary to another volume published by Garant: ‘De Nieuwe Therapeutische Gemeenschap’ [The New Therapeutic Community] (Broekaert et al.,1996), in which the concept-based therapeutic community for substance abusers is thoroughly elaborated.
This book is intended for students and professionals, from a broad variety of contexts and disciplines, who are interested in (social) psychiatry, (democratic) therapeutic communities and milieu therapy.
Stijn Vandevelde, PhD holds a teaching and research position at the Department of Social Work and Welfare Studies of University College Ghent (Belgium). He is also affiliated to the Department of Orthopedagogics at Ghent University.
Eric Broekaert, PhD is a full professor at and chairman of the Department of Orthopedagogics at Ghent University (Belgium).
Kleinschalig genormaliseerd wonen voor mensen met dementie. Het antwoord op 101 vragen
Deze uitgave is een inspiratiebron voor iedereen die mee wil bouwen aan een gediversifieerd woon- en zorglandschap voor ouderen.
Chantal Van Audenhove, psychologe, is directeur van Lucas, een centrum voor zorgonderzoek en consultancy van de K.U.Leuven en zij doceert aan deze universiteit.
Nele Spruytte, psychologe, is senior onderzoeker bij Lucas.
Anja Declercq, sociologe, is er projectleider. De andere auteurs zijn initiatiefnemers van projecten voor kleinschalig genormaliseerd wonen in Vlaanderen en werkten mee in het kader van het onderzoeksproject Stapstenen naar kleinschalig genormaliseerd wonen.
Kleinschalig genormaliseerd wonen voor mensen met dementie. Het antwoord op 101 vragen
Deze uitgave is een inspiratiebron voor iedereen die mee wil bouwen aan een gediversifieerd woon- en zorglandschap voor ouderen.
Chantal Van Audenhove, psychologe, is directeur van Lucas, een centrum voor zorgonderzoek en consultancy van de K.U.Leuven en zij doceert aan deze universiteit.
Nele Spruytte, psychologe, is senior onderzoeker bij Lucas.
Anja Declercq, sociologe, is er projectleider. De andere auteurs zijn initiatiefnemers van projecten voor kleinschalig genormaliseerd wonen in Vlaanderen en werkten mee in het kader van het onderzoeksproject Stapstenen naar kleinschalig genormaliseerd wonen.
Onderwijsinnovatie: geen verzegelde lippen meer
Deze uitgave is bedoeld voor bestuurders en leidinggevenden in het onderwijs. De auteurs – en de lezers – nemen de tijd voor een moment rust en houden even de adem in. Van de schaduw van de oude innovaties willen ze weg, omdat de prijs van ingevoerde innovaties voor menigeen te hoog was. Immers, een docent of leidinggevende is veel gecompliceerder dan allerlei schematische verklaringen willen en kunnen wijsmaken. Mensen in het onderwijs zie je niet als huizen, bomen en sterren. Professionals eisen vrijheid van meningsuiting als compensatie voor de vrijheid van denken die ze in het verleden node gemist hebben. Hun ervaringen moeten in woorden worden gevangen als een stap naar hun vrijheid.
De auteurs hebben moeite met al de regelneven in het onderwijs en het negatieve mensbeeld waarover zoveel bestuurders en leidinggevenden beschikken. Er ligt helaas soms veel zelfgenoegzaamheid in de overtuiging waarmee beleidsmakers en bestuurders nog steeds oordelen over innovaties uitspreken. Daarom zijn docenten meesters in het zwijgen geworden. Kent men elkaar nog genoeg? Beleidsmakers en bestuurders kleineren zich onnodig als ze geen tegenspraak dulden. Tegenspraak is echter de brandstof van het denken. En: de ander mag er zijn. Als dit niet meer kan in het onderwijs, leidt dit tot het psychisch doden van een mens.
Te veel mensen in het onderwijs worden “ongewild afhankelijk” van anderen. In welke mate mogen en kunnen anderen iemands vrijheid in de innovatie bepalen? Om deze en andere vragen te beantwoorden wordt kracht geput uit het Rijnlandmodel met aandacht voor de kernkwaliteiten van professionals. De ontwikkelde beschrijvingen, onderwijsportretten en loopbaancurven doen de lippen ontsluiten: geen verzegelde lippen meer.
Dolf van den Berg is hoogleraar aan TiasNimbas – Business School, Tilburg University in association with Eindhoven University of Technology. Hij is emeritus hoogleraar onderwijsinnovatie/verandermanagement aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. De medeauteurs zijn collegahoogleraren, leidinggevenden, onderwijsconsulenten en docenten.
Onderwijsinnovatie: geen verzegelde lippen meer
Deze uitgave is bedoeld voor bestuurders en leidinggevenden in het onderwijs. De auteurs – en de lezers – nemen de tijd voor een moment rust en houden even de adem in. Van de schaduw van de oude innovaties willen ze weg, omdat de prijs van ingevoerde innovaties voor menigeen te hoog was. Immers, een docent of leidinggevende is veel gecompliceerder dan allerlei schematische verklaringen willen en kunnen wijsmaken. Mensen in het onderwijs zie je niet als huizen, bomen en sterren. Professionals eisen vrijheid van meningsuiting als compensatie voor de vrijheid van denken die ze in het verleden node gemist hebben. Hun ervaringen moeten in woorden worden gevangen als een stap naar hun vrijheid.
De auteurs hebben moeite met al de regelneven in het onderwijs en het negatieve mensbeeld waarover zoveel bestuurders en leidinggevenden beschikken. Er ligt helaas soms veel zelfgenoegzaamheid in de overtuiging waarmee beleidsmakers en bestuurders nog steeds oordelen over innovaties uitspreken. Daarom zijn docenten meesters in het zwijgen geworden. Kent men elkaar nog genoeg? Beleidsmakers en bestuurders kleineren zich onnodig als ze geen tegenspraak dulden. Tegenspraak is echter de brandstof van het denken. En: de ander mag er zijn. Als dit niet meer kan in het onderwijs, leidt dit tot het psychisch doden van een mens.
Te veel mensen in het onderwijs worden “ongewild afhankelijk” van anderen. In welke mate mogen en kunnen anderen iemands vrijheid in de innovatie bepalen? Om deze en andere vragen te beantwoorden wordt kracht geput uit het Rijnlandmodel met aandacht voor de kernkwaliteiten van professionals. De ontwikkelde beschrijvingen, onderwijsportretten en loopbaancurven doen de lippen ontsluiten: geen verzegelde lippen meer.
Dolf van den Berg is hoogleraar aan TiasNimbas – Business School, Tilburg University in association with Eindhoven University of Technology. Hij is emeritus hoogleraar onderwijsinnovatie/verandermanagement aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. De medeauteurs zijn collegahoogleraren, leidinggevenden, onderwijsconsulenten en docenten.
Handelingsplanning in het basisonderwijs
De auteurs staan naast het systematische en cyclische proces stil bij de verschillende niveaus van handelingsplanning die elkaar voortdurend wederzijds beïnvloeden: het schoolwerkplan, het groepshandelingsplan en het individueel handelingsplan.
De betrokkenheid van leerkrachten, paramedici, psychologisch en pedagogisch personeel, kinderen en ouders vormen de rode draad in dit dynamisch proces. Handelingsplanning is immers meer dan steriel papierwerk. Het is een manier van werken, ingebed in een ontwikkelings- en teamgericht klimaat.
Marc Van Gils was actief in het Buitengewoon Basisonderwijs als leerkracht, directeur, pedagogisch adviseur. Hij is gastdocent in banabaopleidingen Buitengewoon Onderwijs, zorgverbreding en remediërend leren.
Jan Speltincx is al jaren actief binnen het Buitengewoon Basisonderwijs als leerkracht, interne begeleider, directeur en gastdocent banaba Buitengewoon Onderwijs.
Handelingsplanning in het basisonderwijs
De auteurs staan naast het systematische en cyclische proces stil bij de verschillende niveaus van handelingsplanning die elkaar voortdurend wederzijds beïnvloeden: het schoolwerkplan, het groepshandelingsplan en het individueel handelingsplan.
De betrokkenheid van leerkrachten, paramedici, psychologisch en pedagogisch personeel, kinderen en ouders vormen de rode draad in dit dynamisch proces. Handelingsplanning is immers meer dan steriel papierwerk. Het is een manier van werken, ingebed in een ontwikkelings- en teamgericht klimaat.
Marc Van Gils was actief in het Buitengewoon Basisonderwijs als leerkracht, directeur, pedagogisch adviseur. Hij is gastdocent in banabaopleidingen Buitengewoon Onderwijs, zorgverbreding en remediërend leren.
Jan Speltincx is al jaren actief binnen het Buitengewoon Basisonderwijs als leerkracht, interne begeleider, directeur en gastdocent banaba Buitengewoon Onderwijs.
Sporen naar verandering. Behandeling van seksueel delinquent gedrag
In een eerste deel worden de verschillende therapeutische sporen beschreven aan de hand van voorbeelden uit de praktijk. Er is het spoor van de residentiële behandeling en dat van de ambulante behandeling, waarin ook aandacht is voor de behandeling van plegers met een verstandelijke beperking. Het uiteindelijke doel van de behandeling is de pleger opnieuw in de maatschappij te plaatsen. In een tweede deel komen alle aspecten van dit proces aan bod, van het optimaliseren van de veiligheid van de maatschappij tot het zoeken naar een zinvolle en positieve invulling van de toekomst van een pleger. In een laatste deel wordt aandacht besteed aan de behandelaars van seksuele delinquenten. Het dagelijks omgaan met deze doelgroep heeft immers ook een impact op de individuele hulpverlener en op een team.
In een maatschappij waar de discussie rond plegers steeds weer hoog oplaait, schetst dit boek een meer genuanceerd en realistisch beeld van deze mensen en wat van een behandeling kan worden verwacht.
Johan Baeke en Nils Verbeeck zijn psychiater, Dirk Debbaut is criminoloog, Bert Decavel is verpleegkundige, Ellen Gunst is psycholoog-psychotherapeut. Zij zijn allen verbonden aan Fides, een gespecialiseerd behandelcentrum voor seksuele delinquenten van het Psychiatrisch Centrum Sint-Amandus en het CGG Prisma in Beernem.
Sporen naar verandering. Behandeling van seksueel delinquent gedrag
In een eerste deel worden de verschillende therapeutische sporen beschreven aan de hand van voorbeelden uit de praktijk. Er is het spoor van de residentiële behandeling en dat van de ambulante behandeling, waarin ook aandacht is voor de behandeling van plegers met een verstandelijke beperking. Het uiteindelijke doel van de behandeling is de pleger opnieuw in de maatschappij te plaatsen. In een tweede deel komen alle aspecten van dit proces aan bod, van het optimaliseren van de veiligheid van de maatschappij tot het zoeken naar een zinvolle en positieve invulling van de toekomst van een pleger. In een laatste deel wordt aandacht besteed aan de behandelaars van seksuele delinquenten. Het dagelijks omgaan met deze doelgroep heeft immers ook een impact op de individuele hulpverlener en op een team.
In een maatschappij waar de discussie rond plegers steeds weer hoog oplaait, schetst dit boek een meer genuanceerd en realistisch beeld van deze mensen en wat van een behandeling kan worden verwacht.
Johan Baeke en Nils Verbeeck zijn psychiater, Dirk Debbaut is criminoloog, Bert Decavel is verpleegkundige, Ellen Gunst is psycholoog-psychotherapeut. Zij zijn allen verbonden aan Fides, een gespecialiseerd behandelcentrum voor seksuele delinquenten van het Psychiatrisch Centrum Sint-Amandus en het CGG Prisma in Beernem.
Zwart op wit. De intrede van allochtonen op de arbeidsmarkt
Hoe komt het dat werkgevers de openstaande vacatures niet kunnen of willen opvullen met allochtone jongeren? Waarom vinden allochtonen minder vlot de weg naar een stabiele baan?
Dit boek brengt de arbeidsmarktintrede van allochtone jongeren in kaart en gaat na in welke mate de beroepspositie beïnvloed wordt door toegeschreven (etnische en sociale achtergrond en geslacht) en verworven kenmerken (onderwijsniveau en onderwijsresultaat). Dit gebeurt door allochtone en autochtone jongeren systematisch met elkaar te vergelijken op basis van een grootschalige peiling bij 9.000 Vlaamse jongeren die uitgevoerd werd door de interuniversitaire onderzoeksgroep SONAR – Studiegroep van ONderwijs naar ARbeidsmarkt.
Dit onderzoek sluit aan bij het eerder verschenen onderzoek Wit krijt schrijft beter: Schoolloopbanen van allochtone jongeren in beeld. Daarin bleek de problematische achterstand van allochtonen in het Vlaamse onderwijs. In dit boek wordt nagegaan in welke mate die onderwijsachterstand de directe oorzaak is voor de achterstand van allochtonen op de arbeidsmarkt. Of zijn er andere factoren die de kansen van allochtonen beïnvloeden?
Zie ook de andere delen in dit onderzoek naar de onderwijs- en arbeidsloopbanen van allochtonen in Vlaanderen:
De auteurs van dit boek zijn verbonden aan de onderzoeksgroep TOR van de Vrije Universiteit Brussel en lid van de interuniversitaire onderzoeksgroep SONAR die de overgang van school naar werk bestudeert. Ignace Glorieux is gewoon hoogleraar sociologie. Zijn voornaamste onderzoeksdomeinen zijn tijdsbesteding en tijdsordening, de transitie van school naar werk en cultuurparticipatie. Ilse Laurijssen bereidt een proefschrift voor over de verschillen in de vroege arbeidsloopbanen van mannen en vrouwen. Yolis Van Dorsselaer doet onderzoek naar de overgang van school naar werk.
Zwart op wit. De intrede van allochtonen op de arbeidsmarkt
Hoe komt het dat werkgevers de openstaande vacatures niet kunnen of willen opvullen met allochtone jongeren? Waarom vinden allochtonen minder vlot de weg naar een stabiele baan?
Dit boek brengt de arbeidsmarktintrede van allochtone jongeren in kaart en gaat na in welke mate de beroepspositie beïnvloed wordt door toegeschreven (etnische en sociale achtergrond en geslacht) en verworven kenmerken (onderwijsniveau en onderwijsresultaat). Dit gebeurt door allochtone en autochtone jongeren systematisch met elkaar te vergelijken op basis van een grootschalige peiling bij 9.000 Vlaamse jongeren die uitgevoerd werd door de interuniversitaire onderzoeksgroep SONAR – Studiegroep van ONderwijs naar ARbeidsmarkt.
Dit onderzoek sluit aan bij het eerder verschenen onderzoek Wit krijt schrijft beter: Schoolloopbanen van allochtone jongeren in beeld. Daarin bleek de problematische achterstand van allochtonen in het Vlaamse onderwijs. In dit boek wordt nagegaan in welke mate die onderwijsachterstand de directe oorzaak is voor de achterstand van allochtonen op de arbeidsmarkt. Of zijn er andere factoren die de kansen van allochtonen beïnvloeden?
Zie ook de andere delen in dit onderzoek naar de onderwijs- en arbeidsloopbanen van allochtonen in Vlaanderen:
De auteurs van dit boek zijn verbonden aan de onderzoeksgroep TOR van de Vrije Universiteit Brussel en lid van de interuniversitaire onderzoeksgroep SONAR die de overgang van school naar werk bestudeert. Ignace Glorieux is gewoon hoogleraar sociologie. Zijn voornaamste onderzoeksdomeinen zijn tijdsbesteding en tijdsordening, de transitie van school naar werk en cultuurparticipatie. Ilse Laurijssen bereidt een proefschrift voor over de verschillen in de vroege arbeidsloopbanen van mannen en vrouwen. Yolis Van Dorsselaer doet onderzoek naar de overgang van school naar werk.
De leerwerkplaats handelingsgericht werken om competent te blijven. Een balans in diagnostiek en begeleiding – LEOZ Deelproject 9
De context en positionering van de leerwerkplaats en het handelingsgericht werken waren hierbij de belangrijkste uitgangspunten. Bij professionalisering middels een leerwerkplaats diagnostiek en begeleiding werden vier spanningsvelden onderscheiden: handelingsgericht werken en handelingsgerichte diagnostiek, praktijknabij en praktijkveraf, programma- en vraaggericht, opleiden en zakelijke dienstverlening. Ook de ontwikkelingen van passend onderwijs en inclusie vragen om een herbezinning van de veranderende rol van de opleider. Zonder praktijkleren is het onmogelijk om bij te dragen aan de onderwijsvraagstukken uit het veld en om bij te blijven in de nieuwe ontwikkelingen.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
Gyan Akveld, begeleidingskundige, is programmamanager professionalisering van het Deltioncollege in Zwolle.
Ad Donkers, orthopedagoog, is hogeschooldocent aan Fontys OSO – Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg in Tilburg.
Bob Schoorel is docent, trainer en consultant bij Windesheim OSO – Opleidingen Speciale Onderwijszorg in Zwolle.
Thieu Dollevoet, agoog, is stafmedewerker bij Fontys OSO – Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg in Tilburg, en secretaris van WOSO.
De leerwerkplaats handelingsgericht werken om competent te blijven. Een balans in diagnostiek en begeleiding – LEOZ Deelproject 9
De context en positionering van de leerwerkplaats en het handelingsgericht werken waren hierbij de belangrijkste uitgangspunten. Bij professionalisering middels een leerwerkplaats diagnostiek en begeleiding werden vier spanningsvelden onderscheiden: handelingsgericht werken en handelingsgerichte diagnostiek, praktijknabij en praktijkveraf, programma- en vraaggericht, opleiden en zakelijke dienstverlening. Ook de ontwikkelingen van passend onderwijs en inclusie vragen om een herbezinning van de veranderende rol van de opleider. Zonder praktijkleren is het onmogelijk om bij te dragen aan de onderwijsvraagstukken uit het veld en om bij te blijven in de nieuwe ontwikkelingen.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
Gyan Akveld, begeleidingskundige, is programmamanager professionalisering van het Deltioncollege in Zwolle.
Ad Donkers, orthopedagoog, is hogeschooldocent aan Fontys OSO – Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg in Tilburg.
Bob Schoorel is docent, trainer en consultant bij Windesheim OSO – Opleidingen Speciale Onderwijszorg in Zwolle.
Thieu Dollevoet, agoog, is stafmedewerker bij Fontys OSO – Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg in Tilburg, en secretaris van WOSO.
Spelenderwijs wijzer worden. Spel, speelgoed en het opgroeiende kind
De auteur denkt daar anders over. Het spel vormt volgens hem één van de beste – zo niet de beste – vorm van leren voor het leven. Het zorgt voor een vlotte kennismaking met de wereld rondom, het stimuleert creativiteit en zelfredzaamheid, en het is bovendien een belangrijke motor van de sociale interactie; allerlei vaardigheden die in het latere leven van pas komen. Spelen is echter ook niet vrijblijvend. Het is iets dat door ouders, opvoeders en de schoolomgeving op de juiste wijze gestimuleerd dient te worden. Daarom worden hier ook duidelijke richtlijnen aangereikt, die iedereen in staat stellen om de heilzaamheid van het spelen voor de ontwikkeling van het kind te optimaliseren.
Roel de Groot, orthopedagoog, was verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is voorzitter van de Nationale Speelraad en hoofdredacteur van Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk.
Spelenderwijs wijzer worden. Spel, speelgoed en het opgroeiende kind
De auteur denkt daar anders over. Het spel vormt volgens hem één van de beste – zo niet de beste – vorm van leren voor het leven. Het zorgt voor een vlotte kennismaking met de wereld rondom, het stimuleert creativiteit en zelfredzaamheid, en het is bovendien een belangrijke motor van de sociale interactie; allerlei vaardigheden die in het latere leven van pas komen. Spelen is echter ook niet vrijblijvend. Het is iets dat door ouders, opvoeders en de schoolomgeving op de juiste wijze gestimuleerd dient te worden. Daarom worden hier ook duidelijke richtlijnen aangereikt, die iedereen in staat stellen om de heilzaamheid van het spelen voor de ontwikkeling van het kind te optimaliseren.
Roel de Groot, orthopedagoog, was verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is voorzitter van de Nationale Speelraad en hoofdredacteur van Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk.
Behoud van talent (Nivoz-Thema’s, deel 3)
Om deze en andere vragen draait het in Behoud van Talent. In dit boek, dat de weerslag is van het NIVOZ-programma Talent, Beleid en Economie, is het woord aan zes vooraanstaande sprekers, die zich bewegen op het snijvlak van onderwijs en samenleving.
Onze kinderen, maar ook wijzelf in ons streven naar ‘een leven lang leren’, verdienen leraren en mentoren die ons stimuleren onze persoonlijke talenten te ontwikkelen. Juist door mensen niet over één kam te scheren en talent op te vatten als een breed begrip, schept onderwijs mogelijkheden voor groei, voor emancipatie, voor gelijkwaardigheid, voor een duurzame samenleving. Een boek voor iedereen die van leren houdt.
Behoud van talent (Nivoz-Thema’s, deel 3)
Om deze en andere vragen draait het in Behoud van Talent. In dit boek, dat de weerslag is van het NIVOZ-programma Talent, Beleid en Economie, is het woord aan zes vooraanstaande sprekers, die zich bewegen op het snijvlak van onderwijs en samenleving.
Onze kinderen, maar ook wijzelf in ons streven naar ‘een leven lang leren’, verdienen leraren en mentoren die ons stimuleren onze persoonlijke talenten te ontwikkelen. Juist door mensen niet over één kam te scheren en talent op te vatten als een breed begrip, schept onderwijs mogelijkheden voor groei, voor emancipatie, voor gelijkwaardigheid, voor een duurzame samenleving. Een boek voor iedereen die van leren houdt.
