Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Kinderen en jongeren met overgewicht – Protocollen – Versie Nederland – Handleiding voor begeleiders

 30,80
Dit boek is bedoeld voor artsen, psychologen, pedagogen, diëtisten, fysioherapeuten, leraren, sociaal verpleegkundigen, paramedici en andere begeleiders die jongeren en hun ouders willen helpen om controle te krijgen over hun eetgedrag en levensstijl om zo tot een betere beheersing van hun overgewichtprobleem te komen.

Dit boek omvat vier protocollen/draaiboeken (ook trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnen zijn:
• voor de ouders van kinderen met overgewicht;
• een training voor kinderen;
• voor adolescenten;
• een apart protocol waarin een aangepast bewegingsprogramma beschreven staat.

Om aan de slag te gaan, is er voor drie van deze vier protocollen een Werkboek beschikbaar:
Werkboek voor ouders
Werkboek voor adolescenten
Werkboek voor kinderen

Kinderen en jongeren met overgewicht/Protocollen - Versie Nederland is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring. Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaarde dat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.

Caroline Braet, doctor in de psychologie, klinisch psycholoog, gedragstherapeut en hoofddocent aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen. Naast onderwijsopdrachten op het domein van de ontwikkelingspsychopathologie doet zij in het bijzonder onderzoek over het ontstaan van kinderobesitas, de behandeling ervan en de gerelateerde problemen bij overgewicht bij kinderen. In dit verband is ze ook consulent op de polikliniek van de Pediatrie van het Universitair Ziekenhuis Gent en in het Medisch-Pediatrisch Centrum in De Haan. Ze schreef meer dan 100 artikelen en hoofdstukken in boeken over obesitas bij kinderen.

Lien Joossens, voedingsdeskundige-diëtiste, heeft een zelfstandige diëtistenpraktijk in Brugge. Na opleidingen Kindvriendelijke consultaties en Gedragstherapeutische vaardigheden voor de diëtist specialiseerde ze zich in de begeleiding van kinderen met overgewicht en jongeren met eetproblemen.

Ella Swets is freelance diëtist en gezondheidspsycholoog in Terneuzen.

Saskia Mels, klinisch psychologe, is wetenschappelijk medewerkster verbonden aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen, Vakgroep Ontwikkelings-, Persoonlijkheids- en Sociale Psychologie. Daarnaast werkt zij binnen het jeugdobesitasteam van het Universitair Ziekenhuis Gent en binnen het Universitair Psychologisch Centrum Kind en Adolescent.

Ellen Moens, klinische psychologe, is assistente aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen, Vakgroep Ontwikkelings-, Persoonlijkheids- en Sociale Psychologie. Daarnaast is zij verbonden aan het jeugdobesitasteam van het Universitair Ziekenhuis Gent en is ze werkzaam binnen het Universitair Psychologisch Centrum Kind en Adolescent.

Ann Tanghe is klinisch psychologe en erkend gedragstherapeute. Ze werkt in het Medisch Pediatrisch Centrum Zeepreventorium in De Haan, waar ze sinds 1994 kinderen en jongeren met extreem overgewicht residentieel begeleidt.

Quick View

Kinderen en jongeren met overgewicht – Protocollen – Versie Nederland – Handleiding voor begeleiders

 30,80
Dit boek is bedoeld voor artsen, psychologen, pedagogen, diëtisten, fysioherapeuten, leraren, sociaal verpleegkundigen, paramedici en andere begeleiders die jongeren en hun ouders willen helpen om controle te krijgen over hun eetgedrag en levensstijl om zo tot een betere beheersing van hun overgewichtprobleem te komen.

Dit boek omvat vier protocollen/draaiboeken (ook trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnen zijn:
• voor de ouders van kinderen met overgewicht;
• een training voor kinderen;
• voor adolescenten;
• een apart protocol waarin een aangepast bewegingsprogramma beschreven staat.

Om aan de slag te gaan, is er voor drie van deze vier protocollen een Werkboek beschikbaar:
Werkboek voor ouders
Werkboek voor adolescenten
Werkboek voor kinderen

Kinderen en jongeren met overgewicht/Protocollen - Versie Nederland is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring. Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaarde dat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.

Caroline Braet, doctor in de psychologie, klinisch psycholoog, gedragstherapeut en hoofddocent aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen. Naast onderwijsopdrachten op het domein van de ontwikkelingspsychopathologie doet zij in het bijzonder onderzoek over het ontstaan van kinderobesitas, de behandeling ervan en de gerelateerde problemen bij overgewicht bij kinderen. In dit verband is ze ook consulent op de polikliniek van de Pediatrie van het Universitair Ziekenhuis Gent en in het Medisch-Pediatrisch Centrum in De Haan. Ze schreef meer dan 100 artikelen en hoofdstukken in boeken over obesitas bij kinderen.

Lien Joossens, voedingsdeskundige-diëtiste, heeft een zelfstandige diëtistenpraktijk in Brugge. Na opleidingen Kindvriendelijke consultaties en Gedragstherapeutische vaardigheden voor de diëtist specialiseerde ze zich in de begeleiding van kinderen met overgewicht en jongeren met eetproblemen.

Ella Swets is freelance diëtist en gezondheidspsycholoog in Terneuzen.

Saskia Mels, klinisch psychologe, is wetenschappelijk medewerkster verbonden aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen, Vakgroep Ontwikkelings-, Persoonlijkheids- en Sociale Psychologie. Daarnaast werkt zij binnen het jeugdobesitasteam van het Universitair Ziekenhuis Gent en binnen het Universitair Psychologisch Centrum Kind en Adolescent.

Ellen Moens, klinische psychologe, is assistente aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen, Vakgroep Ontwikkelings-, Persoonlijkheids- en Sociale Psychologie. Daarnaast is zij verbonden aan het jeugdobesitasteam van het Universitair Ziekenhuis Gent en is ze werkzaam binnen het Universitair Psychologisch Centrum Kind en Adolescent.

Ann Tanghe is klinisch psychologe en erkend gedragstherapeute. Ze werkt in het Medisch Pediatrisch Centrum Zeepreventorium in De Haan, waar ze sinds 1994 kinderen en jongeren met extreem overgewicht residentieel begeleidt.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Inclusief onderwijs – Dilemma’s en uitdagingen

 20,50
Elke samenleving worstelt met de uitdaging hoe om te gaan met het gegeven dat mensen van elkaar verschillen. Deze worsteling is vanalle tijden en heeft soms tot dramatische uitkomsten geleid voor bepaaldegroepen mensen. Uitsluiting is er slechts één van. Uitsluitingwordt bijvoorbeeld zichtbaar in het onderwijs, op de arbeidsmarkt enin het gebruik van de openbare ruimte. Segregatie op jonge leeftijdleidt niet zelden tot levenslange uitsluiting. Jongeren met een beperkingof handicap bijvoorbeeld, lopen een groot risico nooit aan hetwerk te komen en levenslang afhankelijk te blijven van een uitkering.

Inclusief onderwijs, dilemma’s en uitdagingen beschrijft de worstelingvan het onderwijs met het omgaan met en het vormgevenvan diversiteit. Het laat zien hoe het huidige gesegregeerdesysteem is ontstaan en wat de gevolgen zijn voor kinderen, jongerenen hun ouders. Een samenleving die begint met uitsluiten, blijftuitsluiten, zo meent de auteur. Hij houdt een pleidooi voor eenandere manier van denken: inclusief onderwijs als een zich ontwikkelendeonderwijspraktijk waarin diversiteit niet wordt gezienals een probleem, maar als een uitdaging. Het boek legt de pijnpuntenbloot, plaatst vraagtekens en suggereert richtingaanwijzersdie moeten leiden tot een werkbare vorm van inclusief onderwijswaarin kinderen en jongeren worden voorbereid op een samenlevingdie vraagt om mensen die inclusief kunnen denken en handelen.
Quick View

Inclusief onderwijs – Dilemma’s en uitdagingen

 20,50
Elke samenleving worstelt met de uitdaging hoe om te gaan met het gegeven dat mensen van elkaar verschillen. Deze worsteling is vanalle tijden en heeft soms tot dramatische uitkomsten geleid voor bepaaldegroepen mensen. Uitsluiting is er slechts één van. Uitsluitingwordt bijvoorbeeld zichtbaar in het onderwijs, op de arbeidsmarkt enin het gebruik van de openbare ruimte. Segregatie op jonge leeftijdleidt niet zelden tot levenslange uitsluiting. Jongeren met een beperkingof handicap bijvoorbeeld, lopen een groot risico nooit aan hetwerk te komen en levenslang afhankelijk te blijven van een uitkering.

Inclusief onderwijs, dilemma’s en uitdagingen beschrijft de worstelingvan het onderwijs met het omgaan met en het vormgevenvan diversiteit. Het laat zien hoe het huidige gesegregeerdesysteem is ontstaan en wat de gevolgen zijn voor kinderen, jongerenen hun ouders. Een samenleving die begint met uitsluiten, blijftuitsluiten, zo meent de auteur. Hij houdt een pleidooi voor eenandere manier van denken: inclusief onderwijs als een zich ontwikkelendeonderwijspraktijk waarin diversiteit niet wordt gezienals een probleem, maar als een uitdaging. Het boek legt de pijnpuntenbloot, plaatst vraagtekens en suggereert richtingaanwijzersdie moeten leiden tot een werkbare vorm van inclusief onderwijswaarin kinderen en jongeren worden voorbereid op een samenlevingdie vraagt om mensen die inclusief kunnen denken en handelen.
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Life course model: a way to work with autism

 14,60

An autism spectrum disorder (ASD) opens permanent needs throughout the entire life course in areas of care but also in terms of education and employment. In a lifetime, there are several transition moments, such as the step to primary or secondary school, the choice of another discipline, the start of higher education or the first job. Transitions are often very complicated for people with ASD. Therefore, perspective thinking and early action are most important for the guidance of people with ASD.

The AVANTI-project has developed a life-course model from a proactive and holistic support vision. The model assumes that transitions should be adequately prepared because this can be very decisive for the success of a training or employment programme. This book is aimed at the professional who works with people with ASD, teachers, social workers, counsellors and job coaches.

This guide offers them the theoretical framework of the life-course model and a description of practical situations based on pilot projects in the Netherlands, Flanders and Portugal.

Kristien Smet earned a graduate degree in Social-Agogic Work, with a major in Social Work and a Master of Arts in Comparative European Social Studies. She works as a social worker for Indigo vzw and as a project assistant for GOB De Ploeg vzw.

Suzanne van Driel is a staff member at the Dr. Leo Kannerhuis. She works for the Research & Development Department.

This book is the result of a European cooperation in the context of the Lifelong Learning Programme between De Ploeg vzw, specialized in the training and guidance of employment-disabled people (BE) (supervisor), the Dr. Leo Kannerhuis (NL), the Flemish Union of the Catholic Special Needs Education (VVKBuO) (BE), APPACDM de Marinha Grande (PT) and the Strategic Project Organization Kempen (SPK vzw) (BE). This Leonardo Da Vinci project is realized thanks to the support of the European Commission.



Quick View

Life course model: a way to work with autism

 14,60

An autism spectrum disorder (ASD) opens permanent needs throughout the entire life course in areas of care but also in terms of education and employment. In a lifetime, there are several transition moments, such as the step to primary or secondary school, the choice of another discipline, the start of higher education or the first job. Transitions are often very complicated for people with ASD. Therefore, perspective thinking and early action are most important for the guidance of people with ASD.

The AVANTI-project has developed a life-course model from a proactive and holistic support vision. The model assumes that transitions should be adequately prepared because this can be very decisive for the success of a training or employment programme. This book is aimed at the professional who works with people with ASD, teachers, social workers, counsellors and job coaches.

This guide offers them the theoretical framework of the life-course model and a description of practical situations based on pilot projects in the Netherlands, Flanders and Portugal.

Kristien Smet earned a graduate degree in Social-Agogic Work, with a major in Social Work and a Master of Arts in Comparative European Social Studies. She works as a social worker for Indigo vzw and as a project assistant for GOB De Ploeg vzw.

Suzanne van Driel is a staff member at the Dr. Leo Kannerhuis. She works for the Research & Development Department.

This book is the result of a European cooperation in the context of the Lifelong Learning Programme between De Ploeg vzw, specialized in the training and guidance of employment-disabled people (BE) (supervisor), the Dr. Leo Kannerhuis (NL), the Flemish Union of the Catholic Special Needs Education (VVKBuO) (BE), APPACDM de Marinha Grande (PT) and the Strategic Project Organization Kempen (SPK vzw) (BE). This Leonardo Da Vinci project is realized thanks to the support of the European Commission.



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Inclusief onderwijs in de praktijk

 18,00
Het begrip inclusie heeft in onderwijskringen al heel wat stof doen opwaaien. Ditboek wil dit heikele onderwerp van de ideologische discussie tillen naar hetbeantwoorden van de hoe-vraag. Het is gebaseerd op het onderzoek Inclusief onderwijsin Vlaanderen over kritische processen voor ‘goede inclusiepraktijk’. Eerst wordteen definitie en een kader geschetst waarin inclusief onderwijs kan worden gesitueerd.Hierbij worden een aantal aandachtspunten meegegeven ten behoeve van docenten diedit materiaal in een opleiding willen gebruiken. Daarna volgen negen hoofdstukkenwaarin telkens een kritische factor wordt uitgewerkt en geïllustreerd vanuit een casusin het kleuter, lager, en secundair onderwijs.

Hieruit blijkt dat de doembeelden die over inclusie de ronde doen, echt geen werkelijkheidhoeven te zijn. Aan het einde van elk hoofdstuk zetten een aantal reflectievragenaan tot een analyse van het eigen kijken en handelen en tot het zoeken van mogelijkhedenbinnen concrete en unieke klassituaties.

Wie zich in de praktijk van inclusief onderwijs wil verdiepen, vindt in dit boek denodige informatie.
Quick View

Inclusief onderwijs in de praktijk

 18,00
Het begrip inclusie heeft in onderwijskringen al heel wat stof doen opwaaien. Ditboek wil dit heikele onderwerp van de ideologische discussie tillen naar hetbeantwoorden van de hoe-vraag. Het is gebaseerd op het onderzoek Inclusief onderwijsin Vlaanderen over kritische processen voor ‘goede inclusiepraktijk’. Eerst wordteen definitie en een kader geschetst waarin inclusief onderwijs kan worden gesitueerd.Hierbij worden een aantal aandachtspunten meegegeven ten behoeve van docenten diedit materiaal in een opleiding willen gebruiken. Daarna volgen negen hoofdstukkenwaarin telkens een kritische factor wordt uitgewerkt en geïllustreerd vanuit een casusin het kleuter, lager, en secundair onderwijs.

Hieruit blijkt dat de doembeelden die over inclusie de ronde doen, echt geen werkelijkheidhoeven te zijn. Aan het einde van elk hoofdstuk zetten een aantal reflectievragenaan tot een analyse van het eigen kijken en handelen en tot het zoeken van mogelijkhedenbinnen concrete en unieke klassituaties.

Wie zich in de praktijk van inclusief onderwijs wil verdiepen, vindt in dit boek denodige informatie.
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Parentificatie. Als het kind te snel ouder wordt (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 13)

 24,90

Parentificatie betekent dat het kind op oneigenlijke wijze verantwoordelijk wordt (gemaakt)voor het welbevinden van de ouders.

Als dusdanig is het vaak een belangrijke risicofactor voor hetontstaan van allerlei psychopathologie. Parentificatie heeft een impact op de gehechtheid en/of zal deverhouding tot de anderen bepalen zoal niet hypothekeren. Het kind kan inderdaad in min of meerderemate geroepen worden en/of zich geroepen voelen bepaalde oneigenlijke zorgen op zich te nemen. Hetwordt als het ware te snel ouder. Het mobiliseert daarbij de nodige krachten en talenten. Maar op latereleeftijd kan zich dit fenomeen op uiteenlopende wijze wreken.

Bedoeling van deze publicatie is dituiterst relevant en complex gegeven vanuit diverse optieken te belichten en ggz-werkers voor deze nueens verdoken, dan weer veronachtzaamde dynamiek te sensibiliseren.
Quick View

Parentificatie. Als het kind te snel ouder wordt (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 13)

 24,90

Parentificatie betekent dat het kind op oneigenlijke wijze verantwoordelijk wordt (gemaakt)voor het welbevinden van de ouders.

Als dusdanig is het vaak een belangrijke risicofactor voor hetontstaan van allerlei psychopathologie. Parentificatie heeft een impact op de gehechtheid en/of zal deverhouding tot de anderen bepalen zoal niet hypothekeren. Het kind kan inderdaad in min of meerderemate geroepen worden en/of zich geroepen voelen bepaalde oneigenlijke zorgen op zich te nemen. Hetwordt als het ware te snel ouder. Het mobiliseert daarbij de nodige krachten en talenten. Maar op latereleeftijd kan zich dit fenomeen op uiteenlopende wijze wreken.

Bedoeling van deze publicatie is dituiterst relevant en complex gegeven vanuit diverse optieken te belichten en ggz-werkers voor deze nueens verdoken, dan weer veronachtzaamde dynamiek te sensibiliseren.
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De groep in psychoanalyse (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 12)

 38,00
De psychoanalyse richt zich voor haar onderzoek van het onbewuste niet alleen naar het individu, maar ook naar groep, massa, maatschappij en cultuur. Op hun beurt staan al deze registers ook min of meer met elkaar op gespannen voet. Het is een van de zoveel disharmonieën die het menselijke kenmerken. Ook als behandelvorm is de psychoanalyse al lang geen (louter) individuele gelegenheid meer. Ze geeft immers acte de présence in groepen en (ziekenhuis)organisaties. Wat heeft de psychoanalyse er over groepsfenomenen te onthullen? Welke impact hebben groep en individu op elkaar? Wat zijn voor- en nadelen van het werken in/met groepen? Wat is er het statuut en de eigenaardigheid van psychoanalytische processen? Sowieso speelt groepspsychotherapie in (semi)residentiële psychoanalytische settings een hoofdrol. Uit diverse praktijkvoeringen en theoretische oriëntaties getuigen nationaal en internationaal gerenommeerde (groeps)psychotherapeuten over deze klinisch hoogst relevante materie.

Mark Kinet is hoofdgeneesheer van de Kliniek St.-Jozef, Centrum voor Psychiatrie en Psychotherapie te Pittem en voert zelfstandige psychoanalytische praktijk te Gent. Hij is voormalig voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie, participant van de Belgische School voor Psychoanalyse, bestuurslid van de Stichting Psychoanalyse en Cultuur, coördinator van de reeks ‘Psychoanalytisch Actueel’ en auteur van ‘Freud & Co in de Psychiatrie’ (2006) en ‘De Wetenschap van de Liefde en de Kunst van de Computeranalyse’ (2008).

Met bijdragen van Ad Boerwinkel, Frédéric Declercq, Gino Gevaert, Lieve Janssens, Guido Laforce, Jaak Le Roy, Claudio Neri, Wolf Spanoghe, Michel Thys, Frank Van den Bulke, Ronny Vandermeeren, Marie-Jeanne Vansina-Cobbaert, Guy Verbruggen en Mark Kinet.

Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.

Quick View

De groep in psychoanalyse (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 12)

 38,00
De psychoanalyse richt zich voor haar onderzoek van het onbewuste niet alleen naar het individu, maar ook naar groep, massa, maatschappij en cultuur. Op hun beurt staan al deze registers ook min of meer met elkaar op gespannen voet. Het is een van de zoveel disharmonieën die het menselijke kenmerken. Ook als behandelvorm is de psychoanalyse al lang geen (louter) individuele gelegenheid meer. Ze geeft immers acte de présence in groepen en (ziekenhuis)organisaties. Wat heeft de psychoanalyse er over groepsfenomenen te onthullen? Welke impact hebben groep en individu op elkaar? Wat zijn voor- en nadelen van het werken in/met groepen? Wat is er het statuut en de eigenaardigheid van psychoanalytische processen? Sowieso speelt groepspsychotherapie in (semi)residentiële psychoanalytische settings een hoofdrol. Uit diverse praktijkvoeringen en theoretische oriëntaties getuigen nationaal en internationaal gerenommeerde (groeps)psychotherapeuten over deze klinisch hoogst relevante materie.

Mark Kinet is hoofdgeneesheer van de Kliniek St.-Jozef, Centrum voor Psychiatrie en Psychotherapie te Pittem en voert zelfstandige psychoanalytische praktijk te Gent. Hij is voormalig voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie, participant van de Belgische School voor Psychoanalyse, bestuurslid van de Stichting Psychoanalyse en Cultuur, coördinator van de reeks ‘Psychoanalytisch Actueel’ en auteur van ‘Freud & Co in de Psychiatrie’ (2006) en ‘De Wetenschap van de Liefde en de Kunst van de Computeranalyse’ (2008).

Met bijdragen van Ad Boerwinkel, Frédéric Declercq, Gino Gevaert, Lieve Janssens, Guido Laforce, Jaak Le Roy, Claudio Neri, Wolf Spanoghe, Michel Thys, Frank Van den Bulke, Ronny Vandermeeren, Marie-Jeanne Vansina-Cobbaert, Guy Verbruggen en Mark Kinet.

Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Mediatietherapie in de residentiële zorg voor kinderen en jeugdigen – Protocollen

 14,60
Groepsleiding negeert te veel, straft te vaak en te snel en komt vaak met decliënt in een negatieve gedragsspiraal terecht, wordt vaak gemeend.
Gedragstherapeutische begeleiding in residentiële zorg is een belangwekkendterrein in de jeugdhulpverlening. Kinderen en jongeren kunnen hundirecte omgeving enorm ontregelen met hun emotionele problemen, maardan vooral met hun hieruit voortvloeiend gedrag. Zeker wanneer de problemenbij de kinderen zo ernstig zijn geëscaleerd dat een thuissituatie geen optiemeer is, blijkt een verblijf in een residentiële setting haast onvermijdelijk.Groepsleiding en verplegend personeel hebben daarom extra steun nodigbij hun dagelijkse begeleiding om een leefgroep met probleemkinderen adequaatte kunnen runnen. In geval van tehuiskinderen spreekt het dan ookvanzelf om de groepsleiding (of het verplegend personeel) in dit intensievehulpverleningsaanbod actief bij de behandeling te betrekken. De dagelijksebegeleiding en behandeling worden extra bemoeilijkt omdat er meer cliëntenwonen en er wisselende diensten zijn. De huidige praktijk biedt groepsleidingsoms te weinig concrete handvatten om met deze ernstige gedragsproblemenom te gaan.
Deze praktische gids met protocollen voor iedereen die werkt in de residentiëlezorg en dagelijks met probleemgedrag in aanraking komt, geeft een antwoordop vragen als: Welk gedrag belonen, wanneer is een straf adequaat,hoe werkt negeren precies en hoe ga ik om met de invloed van anderen, zowelgroepsleiding als medecliënten?
Quick View

Mediatietherapie in de residentiële zorg voor kinderen en jeugdigen – Protocollen

 14,60
Groepsleiding negeert te veel, straft te vaak en te snel en komt vaak met decliënt in een negatieve gedragsspiraal terecht, wordt vaak gemeend.
Gedragstherapeutische begeleiding in residentiële zorg is een belangwekkendterrein in de jeugdhulpverlening. Kinderen en jongeren kunnen hundirecte omgeving enorm ontregelen met hun emotionele problemen, maardan vooral met hun hieruit voortvloeiend gedrag. Zeker wanneer de problemenbij de kinderen zo ernstig zijn geëscaleerd dat een thuissituatie geen optiemeer is, blijkt een verblijf in een residentiële setting haast onvermijdelijk.Groepsleiding en verplegend personeel hebben daarom extra steun nodigbij hun dagelijkse begeleiding om een leefgroep met probleemkinderen adequaatte kunnen runnen. In geval van tehuiskinderen spreekt het dan ookvanzelf om de groepsleiding (of het verplegend personeel) in dit intensievehulpverleningsaanbod actief bij de behandeling te betrekken. De dagelijksebegeleiding en behandeling worden extra bemoeilijkt omdat er meer cliëntenwonen en er wisselende diensten zijn. De huidige praktijk biedt groepsleidingsoms te weinig concrete handvatten om met deze ernstige gedragsproblemenom te gaan.
Deze praktische gids met protocollen voor iedereen die werkt in de residentiëlezorg en dagelijks met probleemgedrag in aanraking komt, geeft een antwoordop vragen als: Welk gedrag belonen, wanneer is een straf adequaat,hoe werkt negeren precies en hoe ga ik om met de invloed van anderen, zowelgroepsleiding als medecliënten?
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Betekenisvol leren onderwijzen op de werkplekleeromgeving

 35,00
De kwaliteit van leraren is bepalend voor de kwaliteit van het onderwijs. Daarom is het van groot belang dat lerarenopleidingen samen met hun partnerscholen, de aanstaande leraren op een zo goed mogelijke manier voorbereiden op hun loopbaan. Dit boek biedt een inhoudelijke en praktische leidraad bij de conceptuele ondersteuning van ontwikkelingen gericht op het (leren) onderwijzen in de werkplekleeromgeving binnen het primair basisonderwijs. De auteurs pleiten uitdrukkelijk voor een adequate aansluiting tussen onderwijspraktijk en onderwijsonderzoek om de kwaliteit van die ontwikkelingen te borgen.
In een eerste deel wordt gekeken naar de bevindingen van dit onderzoek; in het tweede wordt nagegaan hoe die inhoudelijke resultaten concreet in de praktijk van de opleiding en het lesproces ingezet kunnen worden. Ten slotte reikt een kennisbank begrippen en instrumenten aan die opleiders en (toekomstige) leraren, maar ook het management kunnen helpen bij de verdere ontwikkeling van hun onderwijspraktijk.
Het onderzoek naar de onderwijsontwikkelingen is tot stand gekomen in samenspraak met docenten en onderzoekers van de lerarenopleiding en van verschillende universiteiten en met de teams van partnerscholen, waarbij zowel aanstaande leraren als studenten van universiteiten zijn betrokken.

dr. mr. Herman Popeijus is lector aan de pedagogische Hogeschool de Kempel in Helmond en senior onderzoeker en projectleider aan het Instituut voor Leraar en School van de Radboud Universiteit in Nijmegen.
dr. Jeannette Geldens is als associate lector verbonden aan Hogeschool de Kempel en aan de Federatie Interactum.

Quick View

Betekenisvol leren onderwijzen op de werkplekleeromgeving

 35,00
De kwaliteit van leraren is bepalend voor de kwaliteit van het onderwijs. Daarom is het van groot belang dat lerarenopleidingen samen met hun partnerscholen, de aanstaande leraren op een zo goed mogelijke manier voorbereiden op hun loopbaan. Dit boek biedt een inhoudelijke en praktische leidraad bij de conceptuele ondersteuning van ontwikkelingen gericht op het (leren) onderwijzen in de werkplekleeromgeving binnen het primair basisonderwijs. De auteurs pleiten uitdrukkelijk voor een adequate aansluiting tussen onderwijspraktijk en onderwijsonderzoek om de kwaliteit van die ontwikkelingen te borgen.
In een eerste deel wordt gekeken naar de bevindingen van dit onderzoek; in het tweede wordt nagegaan hoe die inhoudelijke resultaten concreet in de praktijk van de opleiding en het lesproces ingezet kunnen worden. Ten slotte reikt een kennisbank begrippen en instrumenten aan die opleiders en (toekomstige) leraren, maar ook het management kunnen helpen bij de verdere ontwikkeling van hun onderwijspraktijk.
Het onderzoek naar de onderwijsontwikkelingen is tot stand gekomen in samenspraak met docenten en onderzoekers van de lerarenopleiding en van verschillende universiteiten en met de teams van partnerscholen, waarbij zowel aanstaande leraren als studenten van universiteiten zijn betrokken.

dr. mr. Herman Popeijus is lector aan de pedagogische Hogeschool de Kempel in Helmond en senior onderzoeker en projectleider aan het Instituut voor Leraar en School van de Radboud Universiteit in Nijmegen.
dr. Jeannette Geldens is als associate lector verbonden aan Hogeschool de Kempel en aan de Federatie Interactum.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Naar een integratieve handelingsorthopedagogiek

 10,00
Hulpverleners hebben de neiging om vrij hardnekkig vast te houdenaan bepaalde theorieën, systemen, symbolen enz. Ze wijken daarniet zo gemakkelijk van af. Toch is deze rechtlijnigheid niet altijdeven wenselijk. Het gevaar van oogkleppen is immers niet denkbeeldig.De auteur laat zien hoe uit allerlei opvattingen en door alledenkkaders heen talrijke elementen met elkaar verbonden kunnenworden op zo’n wijze dat uiteindelijk een optimaal effectieve, integratievehandelingsorthopedagogiek ontstaat. Uiteraard heeft dezeconclusie gevolgen voor de orthopedagogische praktijk, met nameop het gebied van organisatorische voorwaarden, aangepaste handelingsplanning,specificiteit van de methoden en een geëigendewetenschappelijke methodologie. Al deze aspecten komen aanbod. Het boek is een leidraad voor iedereen die zijn orthopedagogischdenken en handelen in een ruimer kader wil plaatsen. Het iseen heruitgave van een basisdocument uit 1988, dat ruim 20 jaarlater nog even actueel is.
Quick View

Naar een integratieve handelingsorthopedagogiek

 10,00
Hulpverleners hebben de neiging om vrij hardnekkig vast te houdenaan bepaalde theorieën, systemen, symbolen enz. Ze wijken daarniet zo gemakkelijk van af. Toch is deze rechtlijnigheid niet altijdeven wenselijk. Het gevaar van oogkleppen is immers niet denkbeeldig.De auteur laat zien hoe uit allerlei opvattingen en door alledenkkaders heen talrijke elementen met elkaar verbonden kunnenworden op zo’n wijze dat uiteindelijk een optimaal effectieve, integratievehandelingsorthopedagogiek ontstaat. Uiteraard heeft dezeconclusie gevolgen voor de orthopedagogische praktijk, met nameop het gebied van organisatorische voorwaarden, aangepaste handelingsplanning,specificiteit van de methoden en een geëigendewetenschappelijke methodologie. Al deze aspecten komen aanbod. Het boek is een leidraad voor iedereen die zijn orthopedagogischdenken en handelen in een ruimer kader wil plaatsen. Het iseen heruitgave van een basisdocument uit 1988, dat ruim 20 jaarlater nog even actueel is.
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Levensloopmodel: Werken met autisme

 15,40
Een autismespectrumstoornis (ASS) opent blijvende behoeften doorheen de gehelelevensloop op gebied van zorg maar ook op het vlak van onderwijs en werk. Tijdenshet leven zijn er verschillende transitiemomenten zoals de stap naar het basisonderwijsof het middelbaar, het veranderen van studierichting, het aanvatten van hogere studiesof de intrede in de arbeidsmarkt. Transities verlopen voor mensen met ASS dikwijls erggecompliceerd. Perspectief-denken en vroegtijdig actie ondernemen zijn daarom vangroot belang in de begeleiding van personen met ASS.

Het Avanti-project ontwikkelde een levensloopmodel vanuit een proactieve en integraleondersteuningsvisie. Het model veronderstelt dat transities voldoende voorbereid moetenworden, omdat het al dan niet slagen van een onderwijs- of arbeidstraject hiervan afhangt.Dit boek richt zich tot de professional die werkt met personen met ASS, leerkrachten,hulpverleners, begeleiders en jobcoaches. Deze gids biedt hen het theoretische kader vanhet levensloopmodel en de vertaling ervan naar de praktijk aan de hand van enkele pilotsin Nederland, Vlaanderen en Portugal.
Quick View

Levensloopmodel: Werken met autisme

 15,40
Een autismespectrumstoornis (ASS) opent blijvende behoeften doorheen de gehelelevensloop op gebied van zorg maar ook op het vlak van onderwijs en werk. Tijdenshet leven zijn er verschillende transitiemomenten zoals de stap naar het basisonderwijsof het middelbaar, het veranderen van studierichting, het aanvatten van hogere studiesof de intrede in de arbeidsmarkt. Transities verlopen voor mensen met ASS dikwijls erggecompliceerd. Perspectief-denken en vroegtijdig actie ondernemen zijn daarom vangroot belang in de begeleiding van personen met ASS.

Het Avanti-project ontwikkelde een levensloopmodel vanuit een proactieve en integraleondersteuningsvisie. Het model veronderstelt dat transities voldoende voorbereid moetenworden, omdat het al dan niet slagen van een onderwijs- of arbeidstraject hiervan afhangt.Dit boek richt zich tot de professional die werkt met personen met ASS, leerkrachten,hulpverleners, begeleiders en jobcoaches. Deze gids biedt hen het theoretische kader vanhet levensloopmodel en de vertaling ervan naar de praktijk aan de hand van enkele pilotsin Nederland, Vlaanderen en Portugal.
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Van bouwvallig naar bijna nieuw. Innovatief renoveren

 30,90
Nu kopen? Nu verbouwen? Nu renoveren? Het blijft een prangende vraag voor iedereen die een eigen dak boven het hoofd wil. Het gaat om vele keuzes: stad of dorp, klein of groot, huis of appartement, oude molen of loft, met of zonder tuin, levendige of rustige buurt. Het kost behoorlijk wat geld, maar vastgoed is en blijft een goede bescherming tegen de geldontwaarding. Dit boek geeft brede informatie en vele wenken om alvast goed te starten met een renovatieproject: Hoe koop je een oud pand? Waar moet je aandacht aan besteden? Op welke bepalingen moet je letten vooraleer je tot een aankoop beslist? Denk hierbij niet alleen aan een oud huisje. Er zijn tal van interessante mogelijkheden en alternatieven waar niet iedereen aan denkt. Kijk naar het ongewone.
De meer dan 500 tips die de auteur geeft zijn eveneens van toepassing voor wie op zoek is naar een pand voor kantoren, een winkel, een opslagplaats of een industriële ruimte.

De boodschap is in elk geval dat het nu een goede tijd is om te handelen: De markt van oude woningen en oude industriepanden raakt stilaan uitgeput, de prijzen zijn redelijk en door werktekort in de nieuwbouw bieden veel aannemers goede prijzen voor renovatieopdrachten. Moet je alles zelf doen? Neen. Een veel betere manier om voor weinig geld goed te renoveren is de hele renovatie zelf te organiseren. Concentreer je op het belangrijkste: de markt grondig verkennen om voor een lage prijs te kopen, veel nadenken over eenvoudige ingrepen, daarbij kleine onvolmaaktheden aanvaardend door sommige plannen niet uit te voeren, door simpele oplossingen te bedenken, en misschien ook door niet-essentiële werken naar later te verschuiven.
Met deze rijk gevulde gids vol budgetvriendelijke ideeën, recht uit de praktijk, begin je in elk geval anders te denken over een eigentijdse loft, watertoren of de windmolen van morgen.
Dit boek bevat ook een cd-rom met handige werkdocumenten.

Arnold Lampaert was na een professionele loopbaan als intern auditor en later als projectleider in een aannemersbedrijf, zaakvoerder van de bvba De Nieuwe Ruimte in Gent en kon in die periode een ruime ervaring opdoen op vlak van inkoop van oude panden en renovatie naar eigentijdse betaalbare ‘lofthuizen’. Momenteel is hij kwaliteitspeter bij het Vlaams Centrum voor Kwaliteitszorg en lid-consulent bij de vzw Belgian Senior Consultants.

Quick View

Van bouwvallig naar bijna nieuw. Innovatief renoveren

 30,90
Nu kopen? Nu verbouwen? Nu renoveren? Het blijft een prangende vraag voor iedereen die een eigen dak boven het hoofd wil. Het gaat om vele keuzes: stad of dorp, klein of groot, huis of appartement, oude molen of loft, met of zonder tuin, levendige of rustige buurt. Het kost behoorlijk wat geld, maar vastgoed is en blijft een goede bescherming tegen de geldontwaarding. Dit boek geeft brede informatie en vele wenken om alvast goed te starten met een renovatieproject: Hoe koop je een oud pand? Waar moet je aandacht aan besteden? Op welke bepalingen moet je letten vooraleer je tot een aankoop beslist? Denk hierbij niet alleen aan een oud huisje. Er zijn tal van interessante mogelijkheden en alternatieven waar niet iedereen aan denkt. Kijk naar het ongewone.
De meer dan 500 tips die de auteur geeft zijn eveneens van toepassing voor wie op zoek is naar een pand voor kantoren, een winkel, een opslagplaats of een industriële ruimte.

De boodschap is in elk geval dat het nu een goede tijd is om te handelen: De markt van oude woningen en oude industriepanden raakt stilaan uitgeput, de prijzen zijn redelijk en door werktekort in de nieuwbouw bieden veel aannemers goede prijzen voor renovatieopdrachten. Moet je alles zelf doen? Neen. Een veel betere manier om voor weinig geld goed te renoveren is de hele renovatie zelf te organiseren. Concentreer je op het belangrijkste: de markt grondig verkennen om voor een lage prijs te kopen, veel nadenken over eenvoudige ingrepen, daarbij kleine onvolmaaktheden aanvaardend door sommige plannen niet uit te voeren, door simpele oplossingen te bedenken, en misschien ook door niet-essentiële werken naar later te verschuiven.
Met deze rijk gevulde gids vol budgetvriendelijke ideeën, recht uit de praktijk, begin je in elk geval anders te denken over een eigentijdse loft, watertoren of de windmolen van morgen.
Dit boek bevat ook een cd-rom met handige werkdocumenten.

Arnold Lampaert was na een professionele loopbaan als intern auditor en later als projectleider in een aannemersbedrijf, zaakvoerder van de bvba De Nieuwe Ruimte in Gent en kon in die periode een ruime ervaring opdoen op vlak van inkoop van oude panden en renovatie naar eigentijdse betaalbare ‘lofthuizen’. Momenteel is hij kwaliteitspeter bij het Vlaams Centrum voor Kwaliteitszorg en lid-consulent bij de vzw Belgian Senior Consultants.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Competenties van verpleegkundigen en verzorgenden in begeleiding van en zorg voor mensen met dementie

 8,90
Door de vergrijzing komen leeftijdsgerelateerde aandoeningen zoals dementiesteeds frequenter voor. Om kwalitatief hoogstaande begeleidingen zorg aan mensen met dementie te kunnen blijven aanbieden, is adequateopleiding en bijscholing noodzakelijk om een betere afstemmingtussen onderwijs en werkveld tot stand te brengen.

Welke competenties van verpleegkundigen en verzorgenden zijn wenselijkin de dagelijkse begeleiding en zorg voor mensen met dementie? Hetonderwijs kan en moet competentieprofielen ontwikkelen, het liefst inoverleg met het arbeidsveld, maar moet ze daadwerkelijk toetsen aan hetwerkveld, dat de norm bepaalt.

Dit boek biedt een concreet instrument waarmee zowel zorgvoorzieningenals onderwijsinstellingen aan de slag kunnen. Meteen draagt het instrumentbij tot een uniforme communicatie over de competenties die viaopleiding en navorming kunnen worden verworven. Uiteindelijk moet ditleiden tot een verhoging van de zorgkwaliteit.
Quick View

Competenties van verpleegkundigen en verzorgenden in begeleiding van en zorg voor mensen met dementie

 8,90
Door de vergrijzing komen leeftijdsgerelateerde aandoeningen zoals dementiesteeds frequenter voor. Om kwalitatief hoogstaande begeleidingen zorg aan mensen met dementie te kunnen blijven aanbieden, is adequateopleiding en bijscholing noodzakelijk om een betere afstemmingtussen onderwijs en werkveld tot stand te brengen.

Welke competenties van verpleegkundigen en verzorgenden zijn wenselijkin de dagelijkse begeleiding en zorg voor mensen met dementie? Hetonderwijs kan en moet competentieprofielen ontwikkelen, het liefst inoverleg met het arbeidsveld, maar moet ze daadwerkelijk toetsen aan hetwerkveld, dat de norm bepaalt.

Dit boek biedt een concreet instrument waarmee zowel zorgvoorzieningenals onderwijsinstellingen aan de slag kunnen. Meteen draagt het instrumentbij tot een uniforme communicatie over de competenties die viaopleiding en navorming kunnen worden verworven. Uiteindelijk moet ditleiden tot een verhoging van de zorgkwaliteit.
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Kleine filosofie van het vrijen

 30,80
Deze Kleine filosofie van het vrijen komt tegemoet aan de vraag naar eendiepzinnige benadering van seksualiteit. De auteur beroept zich op degeschriften van Plato, Augustinus, Kant, Hegel, Schopenhauer, Nietzsche,Bataille, Fromm, Sartre, Foucault, Levinas, Lacan, Derrida, Irigaray enNancy.

In deze filosofische benadering van de seksuele ervaring introduceertAnn Van Sevenant de term ‘buitenwaarts vrijen’. Daarnaast bespreekt zetraditionele onderwerpen als het ideaal van eenwording of de spiritueledimensie van seksuele liefde, maar ook hedendaagse thema’s als eenzameseks, ontrouw, het geveinsd orgasme en impotentie.

In dit boek vindt de lezer nieuwe invalshoeken voor de problematiekrond de man-vrouw verhouding, seksuele vrijheid, (huwelijks)trouw,menopauze, de mythe van eindeloos genot, de toenadering van degeslachten, seksuele onvrede, enz. Het boek sluit af met voorstellen toteen ‘cultuur van het vrijen’.
Quick View

Kleine filosofie van het vrijen

 30,80
Deze Kleine filosofie van het vrijen komt tegemoet aan de vraag naar eendiepzinnige benadering van seksualiteit. De auteur beroept zich op degeschriften van Plato, Augustinus, Kant, Hegel, Schopenhauer, Nietzsche,Bataille, Fromm, Sartre, Foucault, Levinas, Lacan, Derrida, Irigaray enNancy.

In deze filosofische benadering van de seksuele ervaring introduceertAnn Van Sevenant de term ‘buitenwaarts vrijen’. Daarnaast bespreekt zetraditionele onderwerpen als het ideaal van eenwording of de spiritueledimensie van seksuele liefde, maar ook hedendaagse thema’s als eenzameseks, ontrouw, het geveinsd orgasme en impotentie.

In dit boek vindt de lezer nieuwe invalshoeken voor de problematiekrond de man-vrouw verhouding, seksuele vrijheid, (huwelijks)trouw,menopauze, de mythe van eindeloos genot, de toenadering van degeslachten, seksuele onvrede, enz. Het boek sluit af met voorstellen toteen ‘cultuur van het vrijen’.
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

A pioneer of milieu therapy. The life and work of Maxwell Jones

 14,00
This book aims at describing the quintessential ideas of Maxwell Jones with regard to‘democratic’ therapeutic communities from a historical point of view. The interest in thistopic can be explained from an already long-standing research tradition at the Departmentof Orthopedagogics (Ghent University, Belgium) on milieu therapy.

The book can be considered complementary to another volume published by Garant: ‘DeNieuwe Therapeutische Gemeenschap’ [The New Therapeutic Community] (Broekaertet al.,1996), in which the concept-based therapeutic community for substance abusers isthoroughly elaborated.

This book is intended for students and professionals, from a broad variety of contextsand disciplines, who are interested in (social) psychiatry, (democratic) therapeutic communitiesand milieu therapy.
Quick View

A pioneer of milieu therapy. The life and work of Maxwell Jones

 14,00
This book aims at describing the quintessential ideas of Maxwell Jones with regard to‘democratic’ therapeutic communities from a historical point of view. The interest in thistopic can be explained from an already long-standing research tradition at the Departmentof Orthopedagogics (Ghent University, Belgium) on milieu therapy.

The book can be considered complementary to another volume published by Garant: ‘DeNieuwe Therapeutische Gemeenschap’ [The New Therapeutic Community] (Broekaertet al.,1996), in which the concept-based therapeutic community for substance abusers isthoroughly elaborated.

This book is intended for students and professionals, from a broad variety of contextsand disciplines, who are interested in (social) psychiatry, (democratic) therapeutic communitiesand milieu therapy.
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Kleinschalig genormaliseerd wonen voor mensen met dementie. Het antwoord op 101 vragen

 25,90
In de residentiële ouderenzorg groeit de aandachtvoor persoonsgerichte zorg en voor een aangenaamwoon- en leefklimaat. Kleinschalig genormaliseerdwonen als vernieuwend concept haakt in op dezeevoluties en blijkt gunstige effecten te hebben voormensen met dementie, hun familieleden en voormedewerkers. Dit boek verheldert in 101 vragen enantwoorden wat kleinschalig genormaliseerd woneninhoudt. De vragen en antwoorden kunnen afzonderlijkgelezen worden, maar het boek vormt ook eengeheel in tien thematische hoofdstukken: concept,doelgroep, architectuur, wonen en domotica, welzijnen zorg, dagverloop, familie, mantelzorg en vrijwilligers,personeel en arbeidsomstandigheden, wettelijkeen financiële vragen. Een afzonderlijk hoofdstukbespreekt methodieken om een transformatie op tezetten en te voltooien naar kleinschalig genormaliseerdwonen. Het slothoofdstuk situeert kleinschaliggenormaliseerd wonen in regionaal en internationaalperspectief en schetst toekomstige uitdagingen.
Deze uitgave is een inspiratiebron voor iedereen diemee wil bouwen aan een gediversifieerd woon- enzorglandschap voor ouderen.
Quick View

Kleinschalig genormaliseerd wonen voor mensen met dementie. Het antwoord op 101 vragen

 25,90
In de residentiële ouderenzorg groeit de aandachtvoor persoonsgerichte zorg en voor een aangenaamwoon- en leefklimaat. Kleinschalig genormaliseerdwonen als vernieuwend concept haakt in op dezeevoluties en blijkt gunstige effecten te hebben voormensen met dementie, hun familieleden en voormedewerkers. Dit boek verheldert in 101 vragen enantwoorden wat kleinschalig genormaliseerd woneninhoudt. De vragen en antwoorden kunnen afzonderlijkgelezen worden, maar het boek vormt ook eengeheel in tien thematische hoofdstukken: concept,doelgroep, architectuur, wonen en domotica, welzijnen zorg, dagverloop, familie, mantelzorg en vrijwilligers,personeel en arbeidsomstandigheden, wettelijkeen financiële vragen. Een afzonderlijk hoofdstukbespreekt methodieken om een transformatie op tezetten en te voltooien naar kleinschalig genormaliseerdwonen. Het slothoofdstuk situeert kleinschaliggenormaliseerd wonen in regionaal en internationaalperspectief en schetst toekomstige uitdagingen.
Deze uitgave is een inspiratiebron voor iedereen diemee wil bouwen aan een gediversifieerd woon- enzorglandschap voor ouderen.
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Onderwijsinnovatie: geen verzegelde lippen meer

 29,90

Deze uitgave is bedoeld voor bestuurders en leidinggevenden in het onderwijs. De auteurs – en de lezers – nemen de tijd voor een moment rust en houden even de adem in. Van de schaduw van de oude innovaties willen ze weg, omdat de prijs van ingevoerde innovaties voor menigeen te hoog was. Immers, een docent of leidinggevende is veel gecompliceerder dan allerlei schematische verklaringen willen en kunnen wijsmaken. Mensen in het onderwijs zie je niet als huizen, bomen en sterren. Professionals eisen vrijheid van meningsuiting als compensatie voor de vrijheid van denken die ze in het verleden node gemist hebben. Hun ervaringen moeten in woorden worden gevangen als een stap naar hun vrijheid.

De auteurs hebben moeite met al de regelneven in het onderwijs en het negatieve mensbeeld waarover zoveel bestuurders en leidinggevenden beschikken. Er ligt helaas soms veel zelfgenoegzaamheid in de overtuiging waarmee beleidsmakers en bestuurders nog steeds oordelen over innovaties uitspreken. Daarom zijn docenten meesters in het zwijgen geworden. Kent men elkaar nog genoeg? Beleidsmakers en bestuurders kleineren zich onnodig als ze geen tegenspraak dulden. Tegenspraak is echter de brandstof van het denken. En: de ander mag er zijn. Als dit niet meer kan in het onderwijs, leidt dit tot het psychisch doden van een mens.

Te veel mensen in het onderwijs worden “ongewild afhankelijk” van anderen. In welke mate mogen en kunnen anderen iemands vrijheid in de innovatie bepalen? Om deze en andere vragen te beantwoorden wordt kracht geput uit het Rijnlandmodel met aandacht voor de kernkwaliteiten van professionals. De ontwikkelde beschrijvingen, onderwijsportretten en loopbaancurven doen de lippen ontsluiten: geen verzegelde lippen meer.



Dolf van den Berg is hoogleraar aan TiasNimbas – Business School, Tilburg University in association with Eindhoven University of Technology. Hij is emeritus hoogleraar onderwijsinnovatie/verandermanagement aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. De medeauteurs zijn collegahoogleraren, leidinggevenden, onderwijsconsulenten en docenten.

Quick View

Onderwijsinnovatie: geen verzegelde lippen meer

 29,90

Deze uitgave is bedoeld voor bestuurders en leidinggevenden in het onderwijs. De auteurs – en de lezers – nemen de tijd voor een moment rust en houden even de adem in. Van de schaduw van de oude innovaties willen ze weg, omdat de prijs van ingevoerde innovaties voor menigeen te hoog was. Immers, een docent of leidinggevende is veel gecompliceerder dan allerlei schematische verklaringen willen en kunnen wijsmaken. Mensen in het onderwijs zie je niet als huizen, bomen en sterren. Professionals eisen vrijheid van meningsuiting als compensatie voor de vrijheid van denken die ze in het verleden node gemist hebben. Hun ervaringen moeten in woorden worden gevangen als een stap naar hun vrijheid.

De auteurs hebben moeite met al de regelneven in het onderwijs en het negatieve mensbeeld waarover zoveel bestuurders en leidinggevenden beschikken. Er ligt helaas soms veel zelfgenoegzaamheid in de overtuiging waarmee beleidsmakers en bestuurders nog steeds oordelen over innovaties uitspreken. Daarom zijn docenten meesters in het zwijgen geworden. Kent men elkaar nog genoeg? Beleidsmakers en bestuurders kleineren zich onnodig als ze geen tegenspraak dulden. Tegenspraak is echter de brandstof van het denken. En: de ander mag er zijn. Als dit niet meer kan in het onderwijs, leidt dit tot het psychisch doden van een mens.

Te veel mensen in het onderwijs worden “ongewild afhankelijk” van anderen. In welke mate mogen en kunnen anderen iemands vrijheid in de innovatie bepalen? Om deze en andere vragen te beantwoorden wordt kracht geput uit het Rijnlandmodel met aandacht voor de kernkwaliteiten van professionals. De ontwikkelde beschrijvingen, onderwijsportretten en loopbaancurven doen de lippen ontsluiten: geen verzegelde lippen meer.



Dolf van den Berg is hoogleraar aan TiasNimbas – Business School, Tilburg University in association with Eindhoven University of Technology. Hij is emeritus hoogleraar onderwijsinnovatie/verandermanagement aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. De medeauteurs zijn collegahoogleraren, leidinggevenden, onderwijsconsulenten en docenten.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Handelingsplanning in het basisonderwijs

 24,90
Kwaliteitsvol onderwijs bieden gaat niet vanzelf. Meer en meer stellenwe vast dat kinderen, leerlingengroepen, ouders, teamleden, scholen,gemeenschappen enorm verschillen. Deze verscheidenheid daagt uitom gericht te zoeken naar een gepast antwoord. Handelingsplanningwerkt hierbij ondersteunend. Het is een effectieve manier om hetonderwijsaanbod weloverwogen af te stemmen op de specifieke onderwijsbehoeftenvan kinderen.

De auteurs staan naast het systematische en cyclische proces stil bijde verschillende niveaus van handelingsplanning die elkaar voortdurendwederzijds beïnvloeden: het schoolwerkplan, het groepshandelingsplanen het individueel handelingsplan.

De betrokkenheid van leerkrachten, paramedici, psychologisch en pedagogischpersoneel, kinderen en ouders vormen de rode draad indit dynamisch proces. Handelingsplanning is immers meer dan sterielpapierwerk. Het is een manier van werken, ingebed in een ontwikkelings-en teamgericht klimaat.
Quick View

Handelingsplanning in het basisonderwijs

 24,90
Kwaliteitsvol onderwijs bieden gaat niet vanzelf. Meer en meer stellenwe vast dat kinderen, leerlingengroepen, ouders, teamleden, scholen,gemeenschappen enorm verschillen. Deze verscheidenheid daagt uitom gericht te zoeken naar een gepast antwoord. Handelingsplanningwerkt hierbij ondersteunend. Het is een effectieve manier om hetonderwijsaanbod weloverwogen af te stemmen op de specifieke onderwijsbehoeftenvan kinderen.

De auteurs staan naast het systematische en cyclische proces stil bijde verschillende niveaus van handelingsplanning die elkaar voortdurendwederzijds beïnvloeden: het schoolwerkplan, het groepshandelingsplanen het individueel handelingsplan.

De betrokkenheid van leerkrachten, paramedici, psychologisch en pedagogischpersoneel, kinderen en ouders vormen de rode draad indit dynamisch proces. Handelingsplanning is immers meer dan sterielpapierwerk. Het is een manier van werken, ingebed in een ontwikkelings-en teamgericht klimaat.
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Sporen naar verandering. Behandeling van seksueel delinquent gedrag

 35,00
De behandeling van seksuele delinquenten is een zware opgave en de recidive isvoor bepaalde subcategorieën van seksuele delinquenten nog steeds relatief hoog.Dit boek stelt een behandelingsplan voor dat gebaseerd is op een ‘meersporenmodel’:verschillende onderling met elkaar verbonden behandelingen worden toegepast.Want net deze meersporenaanpak vermindert de hervalkans aanzienlijk.

In een eerste deel worden de verschillende therapeutische sporen beschreven aande hand van voorbeelden uit de praktijk. Er is het spoor van de residentiële behandelingen dat van de ambulante behandeling, waarin ook aandacht is voor debehandeling van plegers met een verstandelijke beperking. Het uiteindelijke doelvan de behandeling is de pleger opnieuw in de maatschappij te plaatsen. In eentweede deel komen alle aspecten van dit proces aan bod, van het optimaliserenvan de veiligheid van de maatschappij tot het zoeken naar een zinvolle en positieveinvulling van de toekomst van een pleger. In een laatste deel wordt aandacht besteedaan de behandelaars van seksuele delinquenten. Het dagelijks omgaan metdeze doelgroep heeft immers ook een impact op de individuele hulpverlener en opeen team.

In een maatschappij waar de discussie rond plegers steeds weer hoog oplaait,schetst dit boek een meer genuanceerd en realistisch beeld van deze mensen enwat van een behandeling kan worden verwacht.
Quick View

Sporen naar verandering. Behandeling van seksueel delinquent gedrag

 35,00
De behandeling van seksuele delinquenten is een zware opgave en de recidive isvoor bepaalde subcategorieën van seksuele delinquenten nog steeds relatief hoog.Dit boek stelt een behandelingsplan voor dat gebaseerd is op een ‘meersporenmodel’:verschillende onderling met elkaar verbonden behandelingen worden toegepast.Want net deze meersporenaanpak vermindert de hervalkans aanzienlijk.

In een eerste deel worden de verschillende therapeutische sporen beschreven aande hand van voorbeelden uit de praktijk. Er is het spoor van de residentiële behandelingen dat van de ambulante behandeling, waarin ook aandacht is voor debehandeling van plegers met een verstandelijke beperking. Het uiteindelijke doelvan de behandeling is de pleger opnieuw in de maatschappij te plaatsen. In eentweede deel komen alle aspecten van dit proces aan bod, van het optimaliserenvan de veiligheid van de maatschappij tot het zoeken naar een zinvolle en positieveinvulling van de toekomst van een pleger. In een laatste deel wordt aandacht besteedaan de behandelaars van seksuele delinquenten. Het dagelijks omgaan metdeze doelgroep heeft immers ook een impact op de individuele hulpverlener en opeen team.

In een maatschappij waar de discussie rond plegers steeds weer hoog oplaait,schetst dit boek een meer genuanceerd en realistisch beeld van deze mensen enwat van een behandeling kan worden verwacht.
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Zwart op wit. De intrede van allochtonen op de arbeidsmarkt

 14,90
Allochtone jongeren vinden minder vaak én minder snel werk dan autochtonejongeren en dreigen daardoor meer in de langdurige werkloosheid terecht te komen.Ook de functies waarin allochtone schoolverlaters hun beroepsloopbaanstarten zijn kwalitatief minder gunstig dan deze van autochtonen. Ze hebben inhun eerste baan minder vaak een vast contract, hun werk is minder uitdagend,kent minder variatie en mogelijkheden om zich uit te leven, ze beschikken overminder autonomie en ze werken vaker in slechte arbeidsomstandigheden. Eenminder gunstige arbeidsmarktpositie beperkt niet alleen de levenskansen en desociale integratie van de huidige generaties allochtone jongeren, het hypothekeertook de kansen van hun kinderen.

Hoe komt het dat werkgevers de openstaande vacatures niet kunnen of willenopvullen met allochtone jongeren? Waarom vinden allochtonen minder vlot deweg naar een stabiele baan?

Dit boek brengt de arbeidsmarktintrede van allochtone jongeren in kaart engaat na in welke mate de beroepspositie beïnvloed wordt door toegeschreven(etnische en sociale achtergrond en geslacht) en verworven kenmerken (onderwijsniveauen onderwijsresultaat). Dit gebeurt door allochtone en autochtonejongeren systematisch met elkaar te vergelijken op basis van een grootschaligepeiling bij 9.000 Vlaamse jongeren die uitgevoerd werd door de interuniversitaireonderzoeksgroep SONAR – Studiegroep van ONderwijs naar ARbeidsmarkt.

Dit onderzoek sluit aan bij het eerder verschenen onderzoek Wit krijt schrijftbeter: Schoolloopbanen van allochtone jongeren in beeld. Daarin bleek de problematischeachterstand van allochtonen in het Vlaamse onderwijs. In dit boek wordtnagegaan in welke mate die onderwijsachterstand de directe oorzaak is voor deachterstand van allochtonen op de arbeidsmarkt. Of zijn er andere factoren diede kansen van allochtonen beïnvloeden?

Zie ook de andere delen in dit onderzoek naar de onderwijs- en arbeidsloopbanen van allochtonen in Vlaanderen:
  • Wit krijt schrijft beter

  • Gekleurd door het leven

  • Quick View

    Zwart op wit. De intrede van allochtonen op de arbeidsmarkt

     14,90
    Allochtone jongeren vinden minder vaak én minder snel werk dan autochtonejongeren en dreigen daardoor meer in de langdurige werkloosheid terecht te komen.Ook de functies waarin allochtone schoolverlaters hun beroepsloopbaanstarten zijn kwalitatief minder gunstig dan deze van autochtonen. Ze hebben inhun eerste baan minder vaak een vast contract, hun werk is minder uitdagend,kent minder variatie en mogelijkheden om zich uit te leven, ze beschikken overminder autonomie en ze werken vaker in slechte arbeidsomstandigheden. Eenminder gunstige arbeidsmarktpositie beperkt niet alleen de levenskansen en desociale integratie van de huidige generaties allochtone jongeren, het hypothekeertook de kansen van hun kinderen.

    Hoe komt het dat werkgevers de openstaande vacatures niet kunnen of willenopvullen met allochtone jongeren? Waarom vinden allochtonen minder vlot deweg naar een stabiele baan?

    Dit boek brengt de arbeidsmarktintrede van allochtone jongeren in kaart engaat na in welke mate de beroepspositie beïnvloed wordt door toegeschreven(etnische en sociale achtergrond en geslacht) en verworven kenmerken (onderwijsniveauen onderwijsresultaat). Dit gebeurt door allochtone en autochtonejongeren systematisch met elkaar te vergelijken op basis van een grootschaligepeiling bij 9.000 Vlaamse jongeren die uitgevoerd werd door de interuniversitaireonderzoeksgroep SONAR – Studiegroep van ONderwijs naar ARbeidsmarkt.

    Dit onderzoek sluit aan bij het eerder verschenen onderzoek Wit krijt schrijftbeter: Schoolloopbanen van allochtone jongeren in beeld. Daarin bleek de problematischeachterstand van allochtonen in het Vlaamse onderwijs. In dit boek wordtnagegaan in welke mate die onderwijsachterstand de directe oorzaak is voor deachterstand van allochtonen op de arbeidsmarkt. Of zijn er andere factoren diede kansen van allochtonen beïnvloeden?

    Zie ook de andere delen in dit onderzoek naar de onderwijs- en arbeidsloopbanen van allochtonen in Vlaanderen:
  • Wit krijt schrijft beter

  • Gekleurd door het leven

  • Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    De leerwerkplaats handelingsgericht werken om competent te blijven. Een balans in diagnostiek en begeleiding – LEOZ Deelproject 9

     13,40
    Is een leerwerkplaats diagnostiek en begeleiding voor deopleiders in speciale onderwijszorg een krachtige vorm vanprofessionalisering om de pedagogische en didactische rolbinnen de HBO-masteropleiding adequaat vorm te kunnengeven?’ Een aantal instellingen voor speciale onderwijszorgbrengen verslag uit van hoe het bij hen werkt.
    De context en positionering van de leerwerkplaats enhet handelingsgericht werken waren hierbij de belangrijksteuitgangspunten. Bij professionalisering middelseen leerwerkplaats diagnostiek en begeleiding werdenvier spanningsvelden onderscheiden: handelingsgerichtwerken en handelingsgerichte diagnostiek, praktijknabijen praktijkveraf, programma- en vraaggericht, opleidenen zakelijke dienstverlening. Ook de ontwikkelingen vanpassend onderwijs en inclusie vragen om een herbezinningvan de veranderende rol van de opleider. Zonderpraktijkleren is het onmogelijk om bij te dragen aan deonderwijsvraagstukken uit het veld en om bij te blijven inde nieuwe ontwikkelingen.

    Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ– Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatiefvan WOSO – Werkverband Opleidingen SpeciaalOnderwijs.
    Quick View

    De leerwerkplaats handelingsgericht werken om competent te blijven. Een balans in diagnostiek en begeleiding – LEOZ Deelproject 9

     13,40
    Is een leerwerkplaats diagnostiek en begeleiding voor deopleiders in speciale onderwijszorg een krachtige vorm vanprofessionalisering om de pedagogische en didactische rolbinnen de HBO-masteropleiding adequaat vorm te kunnengeven?’ Een aantal instellingen voor speciale onderwijszorgbrengen verslag uit van hoe het bij hen werkt.
    De context en positionering van de leerwerkplaats enhet handelingsgericht werken waren hierbij de belangrijksteuitgangspunten. Bij professionalisering middelseen leerwerkplaats diagnostiek en begeleiding werdenvier spanningsvelden onderscheiden: handelingsgerichtwerken en handelingsgerichte diagnostiek, praktijknabijen praktijkveraf, programma- en vraaggericht, opleidenen zakelijke dienstverlening. Ook de ontwikkelingen vanpassend onderwijs en inclusie vragen om een herbezinningvan de veranderende rol van de opleider. Zonderpraktijkleren is het onmogelijk om bij te dragen aan deonderwijsvraagstukken uit het veld en om bij te blijven inde nieuwe ontwikkelingen.

    Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ– Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatiefvan WOSO – Werkverband Opleidingen SpeciaalOnderwijs.
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Spelenderwijs wijzer worden. Spel, speelgoed en het opgroeiende kindSpelenderwijs wijzer worden. Spel, speelgoed en het opgroeiende kind
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Spelenderwijs wijzer worden. Spel, speelgoed en het opgroeiende kind

     17,40
    Spelen en leren, beide begrippen lijken in het leven tegenover elkaar te staan. Spelen is er om te ontspannen, leren betekent inspanning en arbeid. Dat hoeft echter niet zo te zijn. Niet enkel op de werkvloer lijkt het spelelement aan belang te winnen, het spel is voor kinderen één van de voornaamste manieren om zich te ontwikkelen en de wereld rondom te leren kennen. Dit boek pleit voor een herwaardering van en een vernieuwde aandacht voor de rol van het spelen bij de ontwikkeling van het kind. In het hedendaagse ontwikkelingspsychologische en pedagogische onderzoek wordt de factor ‘spel’ immers vaak buiten beschouwing gelaten, wegens ‘niet ernstig genoeg’.
    De auteur denkt daar anders over. Het spel vormt volgens hem één van de beste – zo niet de beste – vorm van leren voor het leven. Het zorgt voor een vlotte kennismaking met de wereld rondom, het stimuleert creativiteit en zelfredzaamheid, en het is bovendien een belangrijke motor van de sociale interactie; allerlei vaardigheden die in het latere leven van pas komen. Spelen is echter ook niet vrijblijvend. Het is iets dat door ouders, opvoeders en de schoolomgeving op de juiste wijze gestimuleerd dient te worden. Daarom worden hier ook duidelijke richtlijnen aangereikt, die iedereen in staat stellen om de heilzaamheid van het spelen voor de ontwikkeling van het kind te optimaliseren.

    Roel de Groot, orthopedagoog, was verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is voorzitter van de Nationale Speelraad en hoofdredacteur van Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk.

    Spelenderwijs wijzer worden. Spel, speelgoed en het opgroeiende kindSpelenderwijs wijzer worden. Spel, speelgoed en het opgroeiende kind
    Quick View

    Spelenderwijs wijzer worden. Spel, speelgoed en het opgroeiende kind

     17,40
    Spelen en leren, beide begrippen lijken in het leven tegenover elkaar te staan. Spelen is er om te ontspannen, leren betekent inspanning en arbeid. Dat hoeft echter niet zo te zijn. Niet enkel op de werkvloer lijkt het spelelement aan belang te winnen, het spel is voor kinderen één van de voornaamste manieren om zich te ontwikkelen en de wereld rondom te leren kennen. Dit boek pleit voor een herwaardering van en een vernieuwde aandacht voor de rol van het spelen bij de ontwikkeling van het kind. In het hedendaagse ontwikkelingspsychologische en pedagogische onderzoek wordt de factor ‘spel’ immers vaak buiten beschouwing gelaten, wegens ‘niet ernstig genoeg’.
    De auteur denkt daar anders over. Het spel vormt volgens hem één van de beste – zo niet de beste – vorm van leren voor het leven. Het zorgt voor een vlotte kennismaking met de wereld rondom, het stimuleert creativiteit en zelfredzaamheid, en het is bovendien een belangrijke motor van de sociale interactie; allerlei vaardigheden die in het latere leven van pas komen. Spelen is echter ook niet vrijblijvend. Het is iets dat door ouders, opvoeders en de schoolomgeving op de juiste wijze gestimuleerd dient te worden. Daarom worden hier ook duidelijke richtlijnen aangereikt, die iedereen in staat stellen om de heilzaamheid van het spelen voor de ontwikkeling van het kind te optimaliseren.

    Roel de Groot, orthopedagoog, was verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is voorzitter van de Nationale Speelraad en hoofdredacteur van Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Behoud van talent (Nivoz-Thema’s, deel 3)

     16,70
    Hoe bekwaam ben je om je te handhaven in een snel veranderendewereld? Hoe creëer je nieuwe producten en diensten die aantrekkelijkén duurzaam zijn? Hoe ontwikkel je je talenten tot een toegevoegdewaarde voor jezelf en de samenleving? Hoe gaat het onslukken het maximale uit onze kinderen te halen? Hoe voorkomenwe verlies van talent door schooluitval? En hoe scheppen wij alssamenleving een attitude voor life-long learning?

    Om deze en andere vragen draait het in Behoud van Talent. In ditboek, dat de weerslag is van het NIVOZ-programma Talent, Beleiden Economie, is het woord aan zes vooraanstaande sprekers, diezich bewegen op het snijvlak van onderwijs en samenleving.

    Onze kinderen, maar ook wijzelf in ons streven naar ‘een levenlang leren’, verdienen leraren en mentoren die ons stimulerenonze persoonlijke talenten te ontwikkelen. Juist door mensen nietover één kam te scheren en talent op te vatten als een breed begrip,schept onderwijs mogelijkheden voor groei, voor emancipatie,voor gelijkwaardigheid, voor een duurzame samenleving. Eenboek voor iedereen die van leren houdt.
    Quick View

    Behoud van talent (Nivoz-Thema’s, deel 3)

     16,70
    Hoe bekwaam ben je om je te handhaven in een snel veranderendewereld? Hoe creëer je nieuwe producten en diensten die aantrekkelijkén duurzaam zijn? Hoe ontwikkel je je talenten tot een toegevoegdewaarde voor jezelf en de samenleving? Hoe gaat het onslukken het maximale uit onze kinderen te halen? Hoe voorkomenwe verlies van talent door schooluitval? En hoe scheppen wij alssamenleving een attitude voor life-long learning?

    Om deze en andere vragen draait het in Behoud van Talent. In ditboek, dat de weerslag is van het NIVOZ-programma Talent, Beleiden Economie, is het woord aan zes vooraanstaande sprekers, diezich bewegen op het snijvlak van onderwijs en samenleving.

    Onze kinderen, maar ook wijzelf in ons streven naar ‘een levenlang leren’, verdienen leraren en mentoren die ons stimulerenonze persoonlijke talenten te ontwikkelen. Juist door mensen nietover één kam te scheren en talent op te vatten als een breed begrip,schept onderwijs mogelijkheden voor groei, voor emancipatie,voor gelijkwaardigheid, voor een duurzame samenleving. Eenboek voor iedereen die van leren houdt.
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Exploring quality assurance for interprofessional education in health and social care

     16,90
    This book wishes to contribute to the development ofInterprofessional Education (IPE) in health and social careprogrammes in higher education institutions where IPE is not yetdeployed, and in institutions where IPE is present but where it is notunderpinned by mechanisms of quality assurance (QA). It has beenproduced within a project of EIPEN, the European InterprofessionalEducation Network, with financial support from the EuropeanErasmus Lifelong Learning programme. The author depicts relevantpolicy issues and QA mechanisms, but also existing initiatives, toolsand resources. He points out possible pitfalls and informs the readerabout directions to be taken for effective quality assurance in IPE.
    Quick View

    Exploring quality assurance for interprofessional education in health and social care

     16,90
    This book wishes to contribute to the development ofInterprofessional Education (IPE) in health and social careprogrammes in higher education institutions where IPE is not yetdeployed, and in institutions where IPE is present but where it is notunderpinned by mechanisms of quality assurance (QA). It has beenproduced within a project of EIPEN, the European InterprofessionalEducation Network, with financial support from the EuropeanErasmus Lifelong Learning programme. The author depicts relevantpolicy issues and QA mechanisms, but also existing initiatives, toolsand resources. He points out possible pitfalls and informs the readerabout directions to be taken for effective quality assurance in IPE.
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    De gemotiveerde leerling (Nivoz-Serie, nr. 4)

     20,50
    “Leerlingen zijn niet gemotiveerd om te leren” is een veelgehoorde verzuchting. Maar watis dat – een gemotiveerde leerling? Welke kenmerken schrijven we toe aan motivatie? Watis nodig om je gemotiveerd te voelen? Stel je deze vragen aan leerlingen en leerkrachten,dan omschrijven zij motivatie dikwijls in termen van ‘lekker bezig zijn’, ‘ingespannen werken’of ‘iets doen om een bepaald doel te bereiken’.

    Een leraar vertelde ons: “Mijn leerlingen zijn vaak niet gemotiveerd. Ik krijg er geen vatop.” Is motivatie inderdaad zo’n black box? Allerminst, zoals blijkt uit dit vierde deel in deNIVOZ-reeks. In de afgelopen decennia is veel onderzoek verricht, dat ons helpt motivatieen demotivatie bij kinderen te verklaren. Maar ook de leerlingen zelf kunnen ons veelvertellen over wat het onderwijs hen moet bieden om motivatie vast te kunnen houdenen uit te bouwen. De gemotiveerde leerling verbindt wetenschappelijke beschouwingen metervaringen in de klas.

    Volg NIVOZ op een reis langs internationaal onderzoek, Nederlandse schoolvoorbeeldenen onderwijs op het witte doek. Dit is een boek over intrinsieke motivatie, over flow enover de natuurlijke behoefte van ieder mens om te leren.
    Quick View

    De gemotiveerde leerling (Nivoz-Serie, nr. 4)

     20,50
    “Leerlingen zijn niet gemotiveerd om te leren” is een veelgehoorde verzuchting. Maar watis dat – een gemotiveerde leerling? Welke kenmerken schrijven we toe aan motivatie? Watis nodig om je gemotiveerd te voelen? Stel je deze vragen aan leerlingen en leerkrachten,dan omschrijven zij motivatie dikwijls in termen van ‘lekker bezig zijn’, ‘ingespannen werken’of ‘iets doen om een bepaald doel te bereiken’.

    Een leraar vertelde ons: “Mijn leerlingen zijn vaak niet gemotiveerd. Ik krijg er geen vatop.” Is motivatie inderdaad zo’n black box? Allerminst, zoals blijkt uit dit vierde deel in deNIVOZ-reeks. In de afgelopen decennia is veel onderzoek verricht, dat ons helpt motivatieen demotivatie bij kinderen te verklaren. Maar ook de leerlingen zelf kunnen ons veelvertellen over wat het onderwijs hen moet bieden om motivatie vast te kunnen houdenen uit te bouwen. De gemotiveerde leerling verbindt wetenschappelijke beschouwingen metervaringen in de klas.

    Volg NIVOZ op een reis langs internationaal onderzoek, Nederlandse schoolvoorbeeldenen onderwijs op het witte doek. Dit is een boek over intrinsieke motivatie, over flow enover de natuurlijke behoefte van ieder mens om te leren.
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
      0
      Uw winkelwagen
      Uw winkelwagen is leegVerder winkelen
      ×