Jodocus Lommius (1527? – 1572) and Anna van Egmond, countess of Buren (1533 – 1558)
Lommius was born in Buren (Gelderland), around 1527, and later gave himself the Latinized name Jodocus Lommius Buranus in his works. He studied medicine in Leuven (1549) and in 1554 he first became city doctor in Tournai. He knew Jean Fernel, professor of medicine in Paris. Together with Andreas Vesalius he stood at the deathbed of Anna van Buren, wife of William of Orange-Nassau, in Breda in November 1558. He published three works, of which his work on semiology Medicinalium observationum libri tres was by far the best known. At that time he was city doctor in Brussels. It is very likely that he later moved to Vienna as a court physician of Emperor Maximilian II, where he was responsible for the care of his children.
Towards the end of his life he had a function at the Court in Madrid, where he deceased in 1572. Lommius may be considered the founder of medical semiology and the first to devote a systematic study to it and develop it as a discipline. He warned against the abuse of traditional treatments such as bloodletting and purgations, as these are potentially dangerous and can lead to an avoidable death. Many consider him a representative and innovator of Hippocratic medicine.
Maurits Biesbrouck published a Dutch translation of book one of the 1543 Fabrica by Vesalius, as well as a Vesalius bibliography and a summary and discussion of the editions of his works and letters, both of which are updated every year at www.andreasvesalius.be.
Francis Van Glabbeek is a professor at the Faculty of Medicine at the University of Antwerp. He is an orthopedic surgeon and vice chair of the orthopedic and traumatology department of the University Hospital Antwerp. At the Faculty of Medicine he is responsible for the musculoskeletal anatomy and the history of medicine.
Dr. Theodoor Goddeeris, born in 1942 in Kortrijk (Belgium), was an internist geriatrician at the AZ Groeninge in Kortrijk. He has a lifelong interest in the history of the sixteenth century and published on medieval numismatics. E-post: tgoddeeris[at]hotmail.com
Jodocus Lommius (1527? – 1572) and Anna van Egmond, countess of Buren (1533 – 1558)
Lommius was born in Buren (Gelderland), around 1527, and later gave himself the Latinized name Jodocus Lommius Buranus in his works. He studied medicine in Leuven (1549) and in 1554 he first became city doctor in Tournai. He knew Jean Fernel, professor of medicine in Paris. Together with Andreas Vesalius he stood at the deathbed of Anna van Buren, wife of William of Orange-Nassau, in Breda in November 1558. He published three works, of which his work on semiology Medicinalium observationum libri tres was by far the best known. At that time he was city doctor in Brussels. It is very likely that he later moved to Vienna as a court physician of Emperor Maximilian II, where he was responsible for the care of his children.
Towards the end of his life he had a function at the Court in Madrid, where he deceased in 1572. Lommius may be considered the founder of medical semiology and the first to devote a systematic study to it and develop it as a discipline. He warned against the abuse of traditional treatments such as bloodletting and purgations, as these are potentially dangerous and can lead to an avoidable death. Many consider him a representative and innovator of Hippocratic medicine.
Maurits Biesbrouck published a Dutch translation of book one of the 1543 Fabrica by Vesalius, as well as a Vesalius bibliography and a summary and discussion of the editions of his works and letters, both of which are updated every year at www.andreasvesalius.be.
Francis Van Glabbeek is a professor at the Faculty of Medicine at the University of Antwerp. He is an orthopedic surgeon and vice chair of the orthopedic and traumatology department of the University Hospital Antwerp. At the Faculty of Medicine he is responsible for the musculoskeletal anatomy and the history of medicine.
Dr. Theodoor Goddeeris, born in 1942 in Kortrijk (Belgium), was an internist geriatrician at the AZ Groeninge in Kortrijk. He has a lifelong interest in the history of the sixteenth century and published on medieval numismatics. E-post: tgoddeeris[at]hotmail.com
Jodocus Lommius (1527?-1572) en Anna van Egmond, gravin van Buren (1533-1558) (Reeks: Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg nr. 22)
Lommius werd omstreeks 1527 in Buren (Gelderland) geboren en gaf zich later in zijn werken de gelatiniseerde naam Jodocus Lommius Buranus. Hij studeerde geneeskunde in Leuven (1549) en werd in 1554 eerst stadsarts in Doornik. Hij kende Jean Fernel, professor geneeskunde in Parijs. Hij stond samen met Andreas Vesalius in november 1558 in Breda aan het sterfbed van Anna van Buren, echtgenote van Willem van Oranje-Nassau. Hij publiceerde drie werken, waarvan zijn werk over semiologie de Medicinalium observationum libri tres veruit het bekendste was. Hij was toen stadsarts in Brussel. Zeer vermoedelijk trok hij nadien in functie van keizer Maximiliaan II naar Wenen, waar hij instond voor de zorg voor de kinderen van de keizer. Tegen het einde van zijn leven kwam hij in functie bij de Madrileense hofhouding en stierf daar in 1572. Lommius mag beschouwd worden als de grondlegger van de medische semiologie en de eerste die er een systematische studie aan wijdde en ze als discipline ontwikkelde. Hij waarschuwde tegen het misbruik van traditionele behandelingen zoals aderlatingen en purgaties die potentieel gevaarlijk waren en tot een vermijdbare dood konden leiden. Velen beschouwen hem als een vertegenwoordiger en vernieuwer van de hippocratische geneeskunde.
Maurits Biesbrouck publiceerde, naast een Nederlandse vertaling van het eerste boek van Vesalius’ Fabrica 1543, een Vesalius-bibliografie en daarnaast ook een overzicht met bespreking van de edities van zijn werken en brieven, beide jaarlijks bijgewerkt in www.andreasvesalius.be.
Francis Van Glabbeek is hoogleraar aan de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij is orthopedisch chirurg en adjunct-diensthoofd van de afdeling orthopedie en traumatologie van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen. Aan de Faculteit Geneeskunde is hij verantwoordelijk voor de musculoskeletale anatomie en de geschiedenis van de geneeskunde.
Dr. Theodoor Goddeeris, geboren in 1942 in Kortrijk, was internist-geriater in het AZ Groeninge te Kortrijk. Hij heeft een levenslange belangstelling voor de geschiedenis van de 16de eeuw en publiceerde over de middeleeuwse numismatiek.
Jodocus Lommius (1527?-1572) en Anna van Egmond, gravin van Buren (1533-1558) (Reeks: Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg nr. 22)
Lommius werd omstreeks 1527 in Buren (Gelderland) geboren en gaf zich later in zijn werken de gelatiniseerde naam Jodocus Lommius Buranus. Hij studeerde geneeskunde in Leuven (1549) en werd in 1554 eerst stadsarts in Doornik. Hij kende Jean Fernel, professor geneeskunde in Parijs. Hij stond samen met Andreas Vesalius in november 1558 in Breda aan het sterfbed van Anna van Buren, echtgenote van Willem van Oranje-Nassau. Hij publiceerde drie werken, waarvan zijn werk over semiologie de Medicinalium observationum libri tres veruit het bekendste was. Hij was toen stadsarts in Brussel. Zeer vermoedelijk trok hij nadien in functie van keizer Maximiliaan II naar Wenen, waar hij instond voor de zorg voor de kinderen van de keizer. Tegen het einde van zijn leven kwam hij in functie bij de Madrileense hofhouding en stierf daar in 1572. Lommius mag beschouwd worden als de grondlegger van de medische semiologie en de eerste die er een systematische studie aan wijdde en ze als discipline ontwikkelde. Hij waarschuwde tegen het misbruik van traditionele behandelingen zoals aderlatingen en purgaties die potentieel gevaarlijk waren en tot een vermijdbare dood konden leiden. Velen beschouwen hem als een vertegenwoordiger en vernieuwer van de hippocratische geneeskunde.
Maurits Biesbrouck publiceerde, naast een Nederlandse vertaling van het eerste boek van Vesalius’ Fabrica 1543, een Vesalius-bibliografie en daarnaast ook een overzicht met bespreking van de edities van zijn werken en brieven, beide jaarlijks bijgewerkt in www.andreasvesalius.be.
Francis Van Glabbeek is hoogleraar aan de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij is orthopedisch chirurg en adjunct-diensthoofd van de afdeling orthopedie en traumatologie van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen. Aan de Faculteit Geneeskunde is hij verantwoordelijk voor de musculoskeletale anatomie en de geschiedenis van de geneeskunde.
Dr. Theodoor Goddeeris, geboren in 1942 in Kortrijk, was internist-geriater in het AZ Groeninge te Kortrijk. Hij heeft een levenslange belangstelling voor de geschiedenis van de 16de eeuw en publiceerde over de middeleeuwse numismatiek.
Marry me chicken. Over kipgerechten – 4e uitgave
De liefde van de man gaat door de maag. Ondanks dat dit gezegde veelvuldig gebruikt wordt en vaak humoristisch ingezet wordt om te omschrijven hoe iemand van goed eten houdt, blijkt uit onderzoek dat het zeker op waarheid berust. Voor een groot deel van de bevolking is een culinaire voorkeur bepalend voor de partnerkeuze.
“Marry Me Chicken” moet hierbij de culinaire garantie zijn dat je partner je ten huwelijk vraagt. En ken je het als lekkerste kippengerecht verkozen Butter Chicken? Of blijf je chill en verkies je Coca-Cola chicken?
Dit kookboekje bevat echt gemakkelijke en kruidige kiprecepten, vaak gewoon ovenschotels, die superlekker zijn en erg snel klaargemaakt kunnen worden.
Omdat kikkerbillen dicht bij kip aanleunen zijn er ook een aantal recepten voor kikkerbillen toegevoegd. Hetzelfde kan gezegd worden van fazant, kalkoen, struisvogel en zelfs krokodil.
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig maar leerde de basisvaardigheden van het koken bij Spermalie in Brugge. Een gepassioneerde kok is een ambachtsman die de liefde voor het product omzet in heerlijke gerechten. Koken is een permanent leerproces en ons adagium is dan ook “quidquid discis tibi discis”.
Marry me chicken. Over kipgerechten – 4e uitgave
De liefde van de man gaat door de maag. Ondanks dat dit gezegde veelvuldig gebruikt wordt en vaak humoristisch ingezet wordt om te omschrijven hoe iemand van goed eten houdt, blijkt uit onderzoek dat het zeker op waarheid berust. Voor een groot deel van de bevolking is een culinaire voorkeur bepalend voor de partnerkeuze.
“Marry Me Chicken” moet hierbij de culinaire garantie zijn dat je partner je ten huwelijk vraagt. En ken je het als lekkerste kippengerecht verkozen Butter Chicken? Of blijf je chill en verkies je Coca-Cola chicken?
Dit kookboekje bevat echt gemakkelijke en kruidige kiprecepten, vaak gewoon ovenschotels, die superlekker zijn en erg snel klaargemaakt kunnen worden.
Omdat kikkerbillen dicht bij kip aanleunen zijn er ook een aantal recepten voor kikkerbillen toegevoegd. Hetzelfde kan gezegd worden van fazant, kalkoen, struisvogel en zelfs krokodil.
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig maar leerde de basisvaardigheden van het koken bij Spermalie in Brugge. Een gepassioneerde kok is een ambachtsman die de liefde voor het product omzet in heerlijke gerechten. Koken is een permanent leerproces en ons adagium is dan ook “quidquid discis tibi discis”.
Scampi. Over reuzengarnalen mét en zonder kop – 4e, herziene en uitgebreide uitgave
Wie houdt er niet van scampi diabolique of scampi in lookboter? Scampi zijn lekker, niet duur, en heel snel klaar. Er staan honderden recepten voor scampi of gamba’s op het internet. Dit boek bevat een selectie van deze recepten en legt het verschil uit tussen scampi, gamba’s, langoustines, langoesten en andere reuzengarnalen.
Probeer eens scampi geflambeerd met Ricard. Of waarom niet scampi met Elixir d’Anvers? Of Scampi met Marsala. Want het geheim zit hem in de lekkere saus…
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig maar leerde de basisvaardigheden van het koken bij Spermalie in Brugge. Een gepassioneerde kok is een ambachtsman die de liefde voor het product omzet in heerlijke gerechten. Koken is een permanent leerproces en ons adagium is dan ook “quidquid discis tibi discis”.
Scampi. Over reuzengarnalen mét en zonder kop – 4e, herziene en uitgebreide uitgave
Wie houdt er niet van scampi diabolique of scampi in lookboter? Scampi zijn lekker, niet duur, en heel snel klaar. Er staan honderden recepten voor scampi of gamba’s op het internet. Dit boek bevat een selectie van deze recepten en legt het verschil uit tussen scampi, gamba’s, langoustines, langoesten en andere reuzengarnalen.
Probeer eens scampi geflambeerd met Ricard. Of waarom niet scampi met Elixir d’Anvers? Of Scampi met Marsala. Want het geheim zit hem in de lekkere saus…
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig maar leerde de basisvaardigheden van het koken bij Spermalie in Brugge. Een gepassioneerde kok is een ambachtsman die de liefde voor het product omzet in heerlijke gerechten. Koken is een permanent leerproces en ons adagium is dan ook “quidquid discis tibi discis”.
De margeregeling toegelicht. Gebruikte goederen, tweedehandse vervoermiddelen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten – 5de, herziene uitgave
De margeregeling is een specifieke btw-regeling die kan toegepast worden door handelaars in gebruikte goederen, tweedehandse vervoermiddelen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten. Dit boek bevat een geactualiseerde versie van de toepasselijke regeling, vanuit zowel theoretisch als praktisch oogpunt. Het boek bevat ook de correcte verwerking van de margeregeling in de btw-aangifte, iets wat in de praktijk vaak misloopt. Er werden ook volledig uitgewerkte praktijkcasussen opgenomen waarin ook een aantal specifieke gevallen (onttrekking, …) aan bod komen.
Ten slotte komen ook een aantal specifieke topics inzake de margeregeling aan bod.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent en gastdocent aan de HOGENT en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
De margeregeling toegelicht. Gebruikte goederen, tweedehandse vervoermiddelen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten – 5de, herziene uitgave
De margeregeling is een specifieke btw-regeling die kan toegepast worden door handelaars in gebruikte goederen, tweedehandse vervoermiddelen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten. Dit boek bevat een geactualiseerde versie van de toepasselijke regeling, vanuit zowel theoretisch als praktisch oogpunt. Het boek bevat ook de correcte verwerking van de margeregeling in de btw-aangifte, iets wat in de praktijk vaak misloopt. Er werden ook volledig uitgewerkte praktijkcasussen opgenomen waarin ook een aantal specifieke gevallen (onttrekking, …) aan bod komen.
Ten slotte komen ook een aantal specifieke topics inzake de margeregeling aan bod.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent en gastdocent aan de HOGENT en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
The one straw revolution. De filosofie van natuurlijke landbouw
Masanobu Fukuoka (1913-2008, Iyo, Japan) was een veelbelovend microbioloog die in een lab voor plantenziekten van de douane in Yokohama werkte. Na een bijna fatale longontsteking en daaropvolgende depressie op 25-jarige leeftijd kreeg hij een diep besef van de volmaaktheid van de natuur en de vernietiging ervan door menselijk ingrijpen, en gooide hij zijn leven helemaal om. Hij diende zijn ontslag in, keerde terug naar zijn geboortestreek en werd landbouwer. Na jaren van afzondering publiceerde hij artikels over zijn landbouwpraktijk, sprak hij erover op de nationale televisie en verwierf hij nationale bekendheid in Japan. Hij trok ook de aandacht van jongeren van over de hele wereld die zijn boerderij bezochten en in ruil voor kost en inwoon op zijn rijstvelden en in zijn boomgaard werkten, terwijl ze van hem leerden. Het was de tijd van de hippies, de dreiging van een nucleaire oorlog, en van de terugkeer naar de natuur.
In 1975 schreef Masanobu Fukuoka de Japanse voorloper van The One-Straw Revolution: わら一本の革命。自然農法。(Wara ippon no kakumei. Shizen nouhou.). Enkele jaren later werd de Engelstalige bewerking van dit werk geredigeerd door een van zijn Amerikaanse leerlingen, Larry Korn.
Een halve eeuw later, in tijden van covid, landbouw- en voedselcrisissen, en verregaande ‘wetenschappelijke’ ingrepen in de natuur, klinkt Fukuoka’s kritiek op academische kennis en wetenschap, op het voedsel- en landbouwbeleid van overheden, en op geopolitiek brandend actueel.
In dit boek neemt Masanobu Fukuoka je mee langs zijn rijstvelden en citrusboomgaard, terwijl hij zijn holistische filosofie en natuurlijke landbouwpraktijken uit de doeken doet. Hij maakt duidelijk dat natuurlijk voedsel onlosmakelijk verbonden is met natuurlijke landbouw en met de mens die zijn natuurlijke intuïtie cultiveert en zo min mogelijk ingrijpt in de natuur. Landbouw is voor Fukuoka een bezielde praktijk die de eenheid tussen mens en natuur kan herstellen en kan zorgen voor overvloed.
Deze Nederlandse editie, van de hand van Sarah Van Camp, bevat de integrale vertaling van de Engelse tekst en van het laatste hoofdstuk van de Japanse versie, waarin Fukuoka zijn reis naar Californië in 1981 beschrijft.
Sarah Van Camp studeerde af als japanoloog in 1991 en behaalde een postgraduaat literair vertalen in 2018 aan de KU Leuven. Ze vertaalt uit het Japans en uit het Engels. Eerder verschenen bij Garant/Maklu boeken van haar over de Japanse taal.
The one straw revolution. De filosofie van natuurlijke landbouw
Masanobu Fukuoka (1913-2008, Iyo, Japan) was een veelbelovend microbioloog die in een lab voor plantenziekten van de douane in Yokohama werkte. Na een bijna fatale longontsteking en daaropvolgende depressie op 25-jarige leeftijd kreeg hij een diep besef van de volmaaktheid van de natuur en de vernietiging ervan door menselijk ingrijpen, en gooide hij zijn leven helemaal om. Hij diende zijn ontslag in, keerde terug naar zijn geboortestreek en werd landbouwer. Na jaren van afzondering publiceerde hij artikels over zijn landbouwpraktijk, sprak hij erover op de nationale televisie en verwierf hij nationale bekendheid in Japan. Hij trok ook de aandacht van jongeren van over de hele wereld die zijn boerderij bezochten en in ruil voor kost en inwoon op zijn rijstvelden en in zijn boomgaard werkten, terwijl ze van hem leerden. Het was de tijd van de hippies, de dreiging van een nucleaire oorlog, en van de terugkeer naar de natuur.
In 1975 schreef Masanobu Fukuoka de Japanse voorloper van The One-Straw Revolution: わら一本の革命。自然農法。(Wara ippon no kakumei. Shizen nouhou.). Enkele jaren later werd de Engelstalige bewerking van dit werk geredigeerd door een van zijn Amerikaanse leerlingen, Larry Korn.
Een halve eeuw later, in tijden van covid, landbouw- en voedselcrisissen, en verregaande ‘wetenschappelijke’ ingrepen in de natuur, klinkt Fukuoka’s kritiek op academische kennis en wetenschap, op het voedsel- en landbouwbeleid van overheden, en op geopolitiek brandend actueel.
In dit boek neemt Masanobu Fukuoka je mee langs zijn rijstvelden en citrusboomgaard, terwijl hij zijn holistische filosofie en natuurlijke landbouwpraktijken uit de doeken doet. Hij maakt duidelijk dat natuurlijk voedsel onlosmakelijk verbonden is met natuurlijke landbouw en met de mens die zijn natuurlijke intuïtie cultiveert en zo min mogelijk ingrijpt in de natuur. Landbouw is voor Fukuoka een bezielde praktijk die de eenheid tussen mens en natuur kan herstellen en kan zorgen voor overvloed.
Deze Nederlandse editie, van de hand van Sarah Van Camp, bevat de integrale vertaling van de Engelse tekst en van het laatste hoofdstuk van de Japanse versie, waarin Fukuoka zijn reis naar Californië in 1981 beschrijft.
Sarah Van Camp studeerde af als japanoloog in 1991 en behaalde een postgraduaat literair vertalen in 2018 aan de KU Leuven. Ze vertaalt uit het Japans en uit het Engels. Eerder verschenen bij Garant/Maklu boeken van haar over de Japanse taal.
Wetboek Strafrecht – Strafwetboek, Wetboek van Strafvordering, Bijzondere wetten 46e dr. (bijgewerkt tot 1 augustus 2025)
Deze 46ste uitgave van de pocket Strafrecht bundelt naast het Strafwetboek en het Wetboek van Strafvordering, ook een aantal uittreksels uit de Grondwet, het Gerechtelijk Wetboek en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Bovendien bevat dit zakwetboekje tevens, chronologisch geordend, de bijzondere wetten die een algemeen belang hebben voor het strafrecht of voor de strafvordering. Zowel studenten als rechtspractici (politieambtenaren, magistraten, advocaten, ...) beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Een uitgebreid herwerkt alfabetisch trefwoordenregister maakt het geheel bovendien erg gebruiksvriendelijk. Alle teksten zijn bijgewerkt tot 1 augustus 2025.
Gert Vermeulen is gewoon hoogleraar (internationaal en Europees) strafrecht aan de Universiteit Gent en directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) en van het Knowledge and Research Platform Privacy, Information Exchange, Law Enforcement and Surveillance (PIXLES). Hij voert internationaal relevant wetenschappelijk onderzoek op het brede terrein van het strafrechtelijk beleid.
Wetboek Strafrecht – Strafwetboek, Wetboek van Strafvordering, Bijzondere wetten 46e dr. (bijgewerkt tot 1 augustus 2025)
Deze 46ste uitgave van de pocket Strafrecht bundelt naast het Strafwetboek en het Wetboek van Strafvordering, ook een aantal uittreksels uit de Grondwet, het Gerechtelijk Wetboek en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Bovendien bevat dit zakwetboekje tevens, chronologisch geordend, de bijzondere wetten die een algemeen belang hebben voor het strafrecht of voor de strafvordering. Zowel studenten als rechtspractici (politieambtenaren, magistraten, advocaten, ...) beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Een uitgebreid herwerkt alfabetisch trefwoordenregister maakt het geheel bovendien erg gebruiksvriendelijk. Alle teksten zijn bijgewerkt tot 1 augustus 2025.
Gert Vermeulen is gewoon hoogleraar (internationaal en Europees) strafrecht aan de Universiteit Gent en directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) en van het Knowledge and Research Platform Privacy, Information Exchange, Law Enforcement and Surveillance (PIXLES). Hij voert internationaal relevant wetenschappelijk onderzoek op het brede terrein van het strafrechtelijk beleid.
Collecting Cyber Evidence During Ongoing Hybrid Warfare: OSINT and Civilian-led Documentation of Core International Crimes
Collecting Cyber Evidence During Ongoing Hybrid Warfare: OSINT and Civilian-led Documentation of Core International Crimes
De vergane lusthoven Oude en Nieuwe Donck, het kasteeldomein Boeckenberg en de Unitas Tuinwijk. Een historische reconstructie van de bewoning
In 2025 viert de Unitas Tuinwijk zijn honderdjarig bestaan. Deze wijk op het Eksterlaar te Deurne is omwille van haar architectuur beschermd als bouwkundig erfgoed. Ze werd in de jaren 1924-1932 gebouwd op de gronden van de Oude en de Nieuwe Donck, twee lusthoven die gelegen waren naast het kasteeldomein Boeckenberg.
Het bijbehorend park was in de jaren vóór de Eerste Wereldoorlog ternauwernood ontsnapt aan de verkavelingswoede van het toenmalige gemeentebestuur. Die wilde het huidige Boekenbergpark en de aanpalende gronden omvormen tot een luxueuze villawijk. Dan was ook de tuinwijk er op die plek nooit gekomen.
De auteur gaat in dit boek 400 jaar terug in de tijd, op zoek naar de opeenvolgende eigenaars van de Oude Donck, de Nieuwe Donck en Boeckenberg. Of was het destijds Bockenberg? Ook de andere lusthoven in de omgeving passeren de revue. Hij tracht de eigenaars/bewoners een gelaat te geven. Wie waren zij? Wat waren hun onderlinge familiebanden? Waar woonden ze? Hoe verdienden ze hun geld?
Welke andere eigendommen bezaten ze? Jarenlang speurwerk in diverse archieven leverde een boeiende inkijk in het leven van deze burgers, in hun entourage, hun weelderig bestaan, anekdotes en intriges. Hun levensverhaal lag besloten in meer dan duizend juridische akten die de auteur heeft weten te traceren.
Jan Michiels is natuurkundige van opleiding. Hij was betrokken bij de oprichting en werking van het Federaal Overheidsagentschap voor de Controle op de Nucleaire sector (FANC). Na zijn pensionering stortte hij zich op de bewoningsgeschiedenis van zijn huis, zijn straat, zijn wijk. Aanleiding was de wegvoering in september 1942 uit zijn woning van een Joodse dame naar Auschwitz, die de vrouw van de heer des huizes bleek te zijn. Daarna heeft een uit de hand gelopen hobby tot dit boek geleid.
De vergane lusthoven Oude en Nieuwe Donck, het kasteeldomein Boeckenberg en de Unitas Tuinwijk. Een historische reconstructie van de bewoning
In 2025 viert de Unitas Tuinwijk zijn honderdjarig bestaan. Deze wijk op het Eksterlaar te Deurne is omwille van haar architectuur beschermd als bouwkundig erfgoed. Ze werd in de jaren 1924-1932 gebouwd op de gronden van de Oude en de Nieuwe Donck, twee lusthoven die gelegen waren naast het kasteeldomein Boeckenberg.
Het bijbehorend park was in de jaren vóór de Eerste Wereldoorlog ternauwernood ontsnapt aan de verkavelingswoede van het toenmalige gemeentebestuur. Die wilde het huidige Boekenbergpark en de aanpalende gronden omvormen tot een luxueuze villawijk. Dan was ook de tuinwijk er op die plek nooit gekomen.
De auteur gaat in dit boek 400 jaar terug in de tijd, op zoek naar de opeenvolgende eigenaars van de Oude Donck, de Nieuwe Donck en Boeckenberg. Of was het destijds Bockenberg? Ook de andere lusthoven in de omgeving passeren de revue. Hij tracht de eigenaars/bewoners een gelaat te geven. Wie waren zij? Wat waren hun onderlinge familiebanden? Waar woonden ze? Hoe verdienden ze hun geld?
Welke andere eigendommen bezaten ze? Jarenlang speurwerk in diverse archieven leverde een boeiende inkijk in het leven van deze burgers, in hun entourage, hun weelderig bestaan, anekdotes en intriges. Hun levensverhaal lag besloten in meer dan duizend juridische akten die de auteur heeft weten te traceren.
Jan Michiels is natuurkundige van opleiding. Hij was betrokken bij de oprichting en werking van het Federaal Overheidsagentschap voor de Controle op de Nucleaire sector (FANC). Na zijn pensionering stortte hij zich op de bewoningsgeschiedenis van zijn huis, zijn straat, zijn wijk. Aanleiding was de wegvoering in september 1942 uit zijn woning van een Joodse dame naar Auschwitz, die de vrouw van de heer des huizes bleek te zijn. Daarna heeft een uit de hand gelopen hobby tot dit boek geleid.
Denk anders leef meer. Van (intense) emoties de motor van je levensenergie maken
Hoge emoties en een totaal gebrek aan gemoedsrust bezorgen iemand meer ongelukkige dan gelukkige dagen. Het verhindert heel wat mensen om te genieten. Vaak stellen mensen zich dan ook de vraag hoe ze zich goed kunnen voelen, hoe ze echt kunnen leven in plaats van louter te ‘overleven’.
Het antwoord vind je als je anders leert denken en met meer aandacht leert leven in het moment, als je niet lijdt onder je emoties, maar je ze als krachtige motor voor je levensenergie gebruikt.
Dit boek hoopt een gids te zijn die je begeleidt op je reis naar je hoogste doel, namelijk gemoedsrust en een rijker ‘echt’ leven. Het wil inzichten aanreiken en biedt een aantal oefeningen die je kan gebruiken op je leerpad naar een vollediger mens. Maar deze ontdekkingsreis ligt in jouw handen: ga jij de uitdaging aan?
'In het boek beschrijft Ruth hoe ze door een gebrek aan zelfvertrouwen in een denkbeeldige wereld belandt, afgesloten van de realiteit. Ze leert de situatie beheersen door onder andere goede gesprekken met therapeuten. Uiteindelijk komt ze sterker met veel nieuwe inzichten uit deze periode. Dit boek is een aanrader en leidraad voor wie zich in een vergelijkbare moeilijke of emotionele omstandigheid bevindt.' (Liam, medecopywriter)
'Dit boek gaat over leven met lef. Over het zien van je grootsheid én je kwetsbaarheid. Over hoe je met beide in verbinding kunt staan, zonder jezelf te verliezen. Het is een uitnodiging om jezelf en het leven te leren dragen, en vanuit die plek je eigen kunstwerk te creëren.' (Julie, illustrator)
Ruth Lachaert is biomedicus, teamcoach en geboren verbinder. De laatste jaren heeft ze zich toegelegd op praktische psychologie en samen-werken. Ze richtte Katara op, een organisatie die samenwerking en duurzaamheid in menselijke relaties in organisaties promoot en een pleidooi voert voor diversiteit. Met dit boek hoopt ze iets te geven, wat ze graag zelf vroeger had willen weten.
Denk anders leef meer. Van (intense) emoties de motor van je levensenergie maken
Hoge emoties en een totaal gebrek aan gemoedsrust bezorgen iemand meer ongelukkige dan gelukkige dagen. Het verhindert heel wat mensen om te genieten. Vaak stellen mensen zich dan ook de vraag hoe ze zich goed kunnen voelen, hoe ze echt kunnen leven in plaats van louter te ‘overleven’.
Het antwoord vind je als je anders leert denken en met meer aandacht leert leven in het moment, als je niet lijdt onder je emoties, maar je ze als krachtige motor voor je levensenergie gebruikt.
Dit boek hoopt een gids te zijn die je begeleidt op je reis naar je hoogste doel, namelijk gemoedsrust en een rijker ‘echt’ leven. Het wil inzichten aanreiken en biedt een aantal oefeningen die je kan gebruiken op je leerpad naar een vollediger mens. Maar deze ontdekkingsreis ligt in jouw handen: ga jij de uitdaging aan?
'In het boek beschrijft Ruth hoe ze door een gebrek aan zelfvertrouwen in een denkbeeldige wereld belandt, afgesloten van de realiteit. Ze leert de situatie beheersen door onder andere goede gesprekken met therapeuten. Uiteindelijk komt ze sterker met veel nieuwe inzichten uit deze periode. Dit boek is een aanrader en leidraad voor wie zich in een vergelijkbare moeilijke of emotionele omstandigheid bevindt.' (Liam, medecopywriter)
'Dit boek gaat over leven met lef. Over het zien van je grootsheid én je kwetsbaarheid. Over hoe je met beide in verbinding kunt staan, zonder jezelf te verliezen. Het is een uitnodiging om jezelf en het leven te leren dragen, en vanuit die plek je eigen kunstwerk te creëren.' (Julie, illustrator)
Ruth Lachaert is biomedicus, teamcoach en geboren verbinder. De laatste jaren heeft ze zich toegelegd op praktische psychologie en samen-werken. Ze richtte Katara op, een organisatie die samenwerking en duurzaamheid in menselijke relaties in organisaties promoot en een pleidooi voert voor diversiteit. Met dit boek hoopt ze iets te geven, wat ze graag zelf vroeger had willen weten.
Gezond koken met smaak
Tijd nemen voor gezelligheid is in de huidige maatschappij, waar het iedereen aan tijd ontbreekt, niet zo evident. Koken is dan een leuke hobby. Het start allemaal met de keuze van de ingrediënten en het vinden van leuke recepten.
In dit boek vindt de lezer gerechten die gezond zijn doordat veel groenten en kruiden gebruikt worden. Een lekkere keuken hoe niet altijd ongezond te zijn. Door ingrediënten te combineren en veel kruiden te gebruiken, ontstaat vaak een smaakvol gerecht.
Stop de tijd en maak het gezellig met smaakvolle gerechten!
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig maar leerde de basisvaardigheden van het koken bij Spermalie in Brugge. Een gepassioneerde kok is een ambachtsman die de liefde voor het product omzet in heerlijk gerechten. Koken is een permanent leerproces en ons adagium is dan ook “quidquid discis tibi discis”.
Gezond koken met smaak
Tijd nemen voor gezelligheid is in de huidige maatschappij, waar het iedereen aan tijd ontbreekt, niet zo evident. Koken is dan een leuke hobby. Het start allemaal met de keuze van de ingrediënten en het vinden van leuke recepten.
In dit boek vindt de lezer gerechten die gezond zijn doordat veel groenten en kruiden gebruikt worden. Een lekkere keuken hoe niet altijd ongezond te zijn. Door ingrediënten te combineren en veel kruiden te gebruiken, ontstaat vaak een smaakvol gerecht.
Stop de tijd en maak het gezellig met smaakvolle gerechten!
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig maar leerde de basisvaardigheden van het koken bij Spermalie in Brugge. Een gepassioneerde kok is een ambachtsman die de liefde voor het product omzet in heerlijk gerechten. Koken is een permanent leerproces en ons adagium is dan ook “quidquid discis tibi discis”.
Een pleidooi voor euthanasie zonder grenzen. 3e, herziene uitgave
In dit boek wordt de huidige Belgische euthanasiewetgeving uit de doeken gedaan, en wordt af en toe een blik geworpen over de grenzen heen, naar de situatie van onze noorderburen. De auteur formuleert enkele voorstellen tot verandering. Volgens de auteur moet het zelfbeschikkingsrecht van het individu centraal komen te staan. De houding die zou moeten worden aangenomen t.a.v. het zelfbeschikkingsrecht kan het best samengevat worden met de woorden van de Belgische filosoof Gilbert HOTTOIS: “Behandel anderen niet zoals u behandeld wilt worden, maar zoals zij behandeld willen worden”. Mensen die waardig willen sterven hebben lak aan pompeuze zinnen, zoals bijvoorbeeld “Het leven van ieder mens, ongeacht zijn gezondheidstoestand, handicap of lijden, behoudt zijn volledige waardigheid en moet worden gerespecteerd.” Zulk standpunt getuigt van een volledig disrespect voor de vrije keuze van ieder individu en het recht op een waardig afscheid. De auteur deelt de mening van de Nederlandse jurist Huib DRION die dertig jaar geleden reeds de stelling verdedigde dat mensen die klaar zijn met leven, bij de arts de nodige middelen moeten krijgen om zo hun leven op een eigen gekozen moment te beëindigen. Iemand die kiest voor euthanasie mag niet bevoogdend de les worden gespeld en er zouden hem ook geen voorwaarden meer mogen worden opgelegd. Iedereen is namelijk de bezitter van zijn eigen dood. De in dit boek voorgestelde wetswijzigingen moeten niet alleen beletten dat mensen nodeloos lijden tijdens hun laatste momenten op aarde; ze moeten ook helpen voorkomen dat mensen na een mislukte poging tot zelfmoord een droevige getuigenis uitmaken van het mislukt proberen; ze moeten helpen verhinderen dat hulpeloze mensen ertoe verplicht worden voor al hun behoeften een beroep te doen op verzorgers en moeten ten slotte preveniëren dat achterblijvers niet de kans krijgen om afscheid te nemen van hun dierbaren.
Patrick Herbots advocaat aan de balie van Antwerpen. Hij publiceerde eerder in juridische tijdschriften zoals R.W., AdvocatenPraktijk, T.Strafr., NjW, Postal Memorialis, Vigiles, Rev.Dr.Mil., Jura Falconis en De Juristenkrant evenals niet-juridische tijdschriften zoals Meet Music Magazine, Joods Actueel en China Vandaag. Van zijn hand verscheen eveneens de boeken Meer dan 100 dagen. Met terugblik 15 jaar later, Chinees & Siberisch sjamanisme. In vogelvlucht, Een pleidooi voor euthanasie zonder grenzen. Het ultieme zelfbeschikkingsrecht moet prevaleren en Forensische DNA-analyse in strafzaken.
Miet Driessen is advocaat aan de balies van Antwerpen en Leuven. Zij publiceerde eerder in juridische tijdschriften zoals NjW en De Juristenkrant en ze is medeauteur van het boek Forensische DNA-analyse in strafzaken. Ze heeft meer dan 35 jaar ervaring in de advocatuur.
Een pleidooi voor euthanasie zonder grenzen. 3e, herziene uitgave
In dit boek wordt de huidige Belgische euthanasiewetgeving uit de doeken gedaan, en wordt af en toe een blik geworpen over de grenzen heen, naar de situatie van onze noorderburen. De auteur formuleert enkele voorstellen tot verandering. Volgens de auteur moet het zelfbeschikkingsrecht van het individu centraal komen te staan. De houding die zou moeten worden aangenomen t.a.v. het zelfbeschikkingsrecht kan het best samengevat worden met de woorden van de Belgische filosoof Gilbert HOTTOIS: “Behandel anderen niet zoals u behandeld wilt worden, maar zoals zij behandeld willen worden”. Mensen die waardig willen sterven hebben lak aan pompeuze zinnen, zoals bijvoorbeeld “Het leven van ieder mens, ongeacht zijn gezondheidstoestand, handicap of lijden, behoudt zijn volledige waardigheid en moet worden gerespecteerd.” Zulk standpunt getuigt van een volledig disrespect voor de vrije keuze van ieder individu en het recht op een waardig afscheid. De auteur deelt de mening van de Nederlandse jurist Huib DRION die dertig jaar geleden reeds de stelling verdedigde dat mensen die klaar zijn met leven, bij de arts de nodige middelen moeten krijgen om zo hun leven op een eigen gekozen moment te beëindigen. Iemand die kiest voor euthanasie mag niet bevoogdend de les worden gespeld en er zouden hem ook geen voorwaarden meer mogen worden opgelegd. Iedereen is namelijk de bezitter van zijn eigen dood. De in dit boek voorgestelde wetswijzigingen moeten niet alleen beletten dat mensen nodeloos lijden tijdens hun laatste momenten op aarde; ze moeten ook helpen voorkomen dat mensen na een mislukte poging tot zelfmoord een droevige getuigenis uitmaken van het mislukt proberen; ze moeten helpen verhinderen dat hulpeloze mensen ertoe verplicht worden voor al hun behoeften een beroep te doen op verzorgers en moeten ten slotte preveniëren dat achterblijvers niet de kans krijgen om afscheid te nemen van hun dierbaren.
Patrick Herbots advocaat aan de balie van Antwerpen. Hij publiceerde eerder in juridische tijdschriften zoals R.W., AdvocatenPraktijk, T.Strafr., NjW, Postal Memorialis, Vigiles, Rev.Dr.Mil., Jura Falconis en De Juristenkrant evenals niet-juridische tijdschriften zoals Meet Music Magazine, Joods Actueel en China Vandaag. Van zijn hand verscheen eveneens de boeken Meer dan 100 dagen. Met terugblik 15 jaar later, Chinees & Siberisch sjamanisme. In vogelvlucht, Een pleidooi voor euthanasie zonder grenzen. Het ultieme zelfbeschikkingsrecht moet prevaleren en Forensische DNA-analyse in strafzaken.
Miet Driessen is advocaat aan de balies van Antwerpen en Leuven. Zij publiceerde eerder in juridische tijdschriften zoals NjW en De Juristenkrant en ze is medeauteur van het boek Forensische DNA-analyse in strafzaken. Ze heeft meer dan 35 jaar ervaring in de advocatuur.
Altijd vreemdeling ergens
Altijd vreemdeling ergens is een gesprek tussen een ‘jij, de vreemdeling’ en een ‘jij’ die zich niet zo voelt en argumenten zoekt om afstand te nemen van clichés, slogans en woorden die worden ingezet om tegenpolen te creëren. Het verhaal is een arabesk die heen-en-weer gaat tussen identiteit en verschil en de nadruk legt op de passages ertussen: het hybride, het anonieme, het (on)zichtbare, het authentieke en het allochtone en waar anders zijn een mislukking, een denkfout of een verkeerd argument is.
Elk hoofdstuk wordt ingeleid door een anoniem beeld, eenzaam achtergelaten zonder ergens bij te horen; daarop volgt een kritische, soms provocerende, soms gewoonweg een gewaagde visie om de concepten te hernemen die deze vreemde wezens – van migranten tot toeristen – onder woorden moeten brengen. Het gesprek wordt onderbroken en hervat door storytellings die de lezer meenemen naar steden als Ciudad Juárez, Istanbul, Nagoya of Almaty in onverwachte ontmoetingen met een ‘ander’ die toch niet zo anders is.
In een spel van onverwachte wendingen, stereotiepe herhalingen en nostalgische verlangens wordt het verhaal een meer intieme dialoog die het voorgeschreven parcours inruilt voor iets onvoltooids en afstemt op een in-between – noch van hier noch van daar – dat de voortdurende en conflictueuze wrijving tussen zijn en erbij horen verzoent. Of gewoonweg als een fragment op zoek naar andere horizonten die sporadische ervaringen onder woorden brengen om oude horizonten in te ruilen voor nieuwe bestemmingen. Het is een poging om het verschil op een andere manier te vertellen in een traject zonder grenzen.
Altijd vreemdeling ergens
Altijd vreemdeling ergens is een gesprek tussen een ‘jij, de vreemdeling’ en een ‘jij’ die zich niet zo voelt en argumenten zoekt om afstand te nemen van clichés, slogans en woorden die worden ingezet om tegenpolen te creëren. Het verhaal is een arabesk die heen-en-weer gaat tussen identiteit en verschil en de nadruk legt op de passages ertussen: het hybride, het anonieme, het (on)zichtbare, het authentieke en het allochtone en waar anders zijn een mislukking, een denkfout of een verkeerd argument is.
Elk hoofdstuk wordt ingeleid door een anoniem beeld, eenzaam achtergelaten zonder ergens bij te horen; daarop volgt een kritische, soms provocerende, soms gewoonweg een gewaagde visie om de concepten te hernemen die deze vreemde wezens – van migranten tot toeristen – onder woorden moeten brengen. Het gesprek wordt onderbroken en hervat door storytellings die de lezer meenemen naar steden als Ciudad Juárez, Istanbul, Nagoya of Almaty in onverwachte ontmoetingen met een ‘ander’ die toch niet zo anders is.
In een spel van onverwachte wendingen, stereotiepe herhalingen en nostalgische verlangens wordt het verhaal een meer intieme dialoog die het voorgeschreven parcours inruilt voor iets onvoltooids en afstemt op een in-between – noch van hier noch van daar – dat de voortdurende en conflictueuze wrijving tussen zijn en erbij horen verzoent. Of gewoonweg als een fragment op zoek naar andere horizonten die sporadische ervaringen onder woorden brengen om oude horizonten in te ruilen voor nieuwe bestemmingen. Het is een poging om het verschil op een andere manier te vertellen in een traject zonder grenzen.
Inleiding in de bedrijfskundige wiskunde
Dit werk is in de eerste plaats bedoeld voor gebruik in het vak wiskunde gegeven in de bedrijfskundige opleidingen. Het boek brengt een mathematische basiskennis bij die studenten nodig hebben om bepaalde bedrijfskundige vraagstukken te kunnen oplossen.
De begrijpelijke wijze waarop de behandelde materie wordt aangebracht, maakt het boek eveneens geschikt voor iedereen die interesse heeft in het toepassen van wiskundige modellen in de bedrijfskunde.
dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration en doceerde zowel op academisch als hogeschoolniveau. Hij gaf onder andere vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management en bedrijfseconomie. Zijn publicaties, thans vierenvijftig in totaal, situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
Inleiding in de bedrijfskundige wiskunde
Dit werk is in de eerste plaats bedoeld voor gebruik in het vak wiskunde gegeven in de bedrijfskundige opleidingen. Het boek brengt een mathematische basiskennis bij die studenten nodig hebben om bepaalde bedrijfskundige vraagstukken te kunnen oplossen.
De begrijpelijke wijze waarop de behandelde materie wordt aangebracht, maakt het boek eveneens geschikt voor iedereen die interesse heeft in het toepassen van wiskundige modellen in de bedrijfskunde.
dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration en doceerde zowel op academisch als hogeschoolniveau. Hij gaf onder andere vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management en bedrijfseconomie. Zijn publicaties, thans vierenvijftig in totaal, situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
Wouter heeft een heel leven in te halen. Ons leven voor en na Wouters ASS-diagnose op latere leeftijd
Toen we elkaar ontmoetten was Wouter 54 jaar oud. Pas op zijn 60e zou hij de diagnose ASS krijgen. Voordat hij de diagnose kreeg, vielen me bepaalde eigenaardigheden aan Wouter op. Toch had ik, als leerkracht in het speciaal onderwijs met kinderen met ASS in mijn klas, niet in de gaten dat hij ASS had. Wouter worstelde met heel wat onzekerheden, over waarom bepaalde gebeurtenissen in zijn leven niet goed waren gegaan. Zijn eigenaardigheden bemoeilijkten onze relatie soms zodanig dat hij hulp ging zoeken. Toen uiteindelijk de diagnose ASS viel, was er opluchting en viel de puzzel op zijn plaats.
Na zijn diagnose was het eerste wat hij tegen me zei: ‘Ik heb een heel leven in te halen.’ Een zin die me diep raakte. Zijn kijk op de wereld moest worden bijgesteld en in veel opzichten zelfs opnieuw worden geleerd. Hij was er heilig van overtuigd – en nu nog steeds – dat hij veel kan leren, veranderen en groeien. Aan de hand van een aantal voorbeelden en vragen aan Wouter ga ik dieper in op het begrip ASS en hoe ASS zich bij Wouter in het bijzonder manifesteert. Na zijn pensionering schreef Wouter zijn memoires. Wouters ‘dagboek’ biedt onthullende inzichten in zijn leven. Daarom werden ze ook in dit verhaal verweven.
Merle Peschel (pseudoniem), geboren in 1952 in Den Haag (Nederland), studeerde kunst en kunstgeschiedenis aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Maastricht, orthopedagogische visuele vormgeving aan de Hogeschool Maastricht en lerares speciaal onderwijs aan de Universiteit van Keulen.
Wouter heeft een heel leven in te halen. Ons leven voor en na Wouters ASS-diagnose op latere leeftijd
Toen we elkaar ontmoetten was Wouter 54 jaar oud. Pas op zijn 60e zou hij de diagnose ASS krijgen. Voordat hij de diagnose kreeg, vielen me bepaalde eigenaardigheden aan Wouter op. Toch had ik, als leerkracht in het speciaal onderwijs met kinderen met ASS in mijn klas, niet in de gaten dat hij ASS had. Wouter worstelde met heel wat onzekerheden, over waarom bepaalde gebeurtenissen in zijn leven niet goed waren gegaan. Zijn eigenaardigheden bemoeilijkten onze relatie soms zodanig dat hij hulp ging zoeken. Toen uiteindelijk de diagnose ASS viel, was er opluchting en viel de puzzel op zijn plaats.
Na zijn diagnose was het eerste wat hij tegen me zei: ‘Ik heb een heel leven in te halen.’ Een zin die me diep raakte. Zijn kijk op de wereld moest worden bijgesteld en in veel opzichten zelfs opnieuw worden geleerd. Hij was er heilig van overtuigd – en nu nog steeds – dat hij veel kan leren, veranderen en groeien. Aan de hand van een aantal voorbeelden en vragen aan Wouter ga ik dieper in op het begrip ASS en hoe ASS zich bij Wouter in het bijzonder manifesteert. Na zijn pensionering schreef Wouter zijn memoires. Wouters ‘dagboek’ biedt onthullende inzichten in zijn leven. Daarom werden ze ook in dit verhaal verweven.
Merle Peschel (pseudoniem), geboren in 1952 in Den Haag (Nederland), studeerde kunst en kunstgeschiedenis aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Maastricht, orthopedagogische visuele vormgeving aan de Hogeschool Maastricht en lerares speciaal onderwijs aan de Universiteit van Keulen.
Gezondheid en gezondheidszorg in de stad Antwerpen tijdens de Eerste Wereldoorlog (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg, nr. 21)
Bij de inval van de Duitse legers in België in augustus 1914 stonden in Antwerpen meerdere ziekenhuizen en een groot aantal veldhospitalen ter beschikking voor de opvang van gekwetste of zieke Belgische, geallieerde en nadien ook Duitse soldaten. Op 9 oktober 1914 capituleerde de vesting Antwerpen na zware beschietingen en bombardementen en installeerden de Duitse medische diensten zich in de stad. Het Militair Ziekenhuis werd tot Festungslazarett omgevormd en in de stad werden meerdere instellingen voor verzorging van de gekwetste en zieke Duitse soldaten opgericht. Samenwerking met de Antwerpse stedelijke en provinciale diensten was onvermijdelijk, maar werd zoveel als mogelijk vermeden.
Gedurende de vier jaar durende bezetting bedreigden vooral twee problemen de Antwerpse bevolking: hongersnood en een aantal infectieziekten. De hongersnood kon voor een deel opgevangen worden door de snelle tussenkomst van de lokale besturen en vooral van de internationale organisatie Nationaal Hulp en Voedingscomité (NHVC) die over het gehele land werkzaam was en ook in Antwerpen op verschillende niveaus werkte. In Antwerpen kwam deze organisatie vanaf 1916 ook tussen in de onkosten van de medische hulp bij sommige patiënten. In een later stadium subsidieerde het NHVC ook nog meerdere ziekenfondsen die het moeilijk hadden gekregen. Daardoor werd het betrokken bij een zwaar conflict tussen een van de grote ziekenfondsen en het verbond van Antwerpse artsen.
Gegevens over infectieziekten en gegevens zoals de sterfte in de Antwerpse bevolking tijdens de bezetting zijn bewaard gebleven en werden na de oorlog gepubliceerd: ze zijn een unieke bron gebleken en laten een statistisch onderzoek toe.
Tot slot wordt vermeld dat ook het met de bezetter collaborerende activisme tijdens de oorlog een, zij het beperkte, rol heeft gespeeld in de bescherming van de volksgezondheid in Antwerpen. Die hield op bij het beëindigen van de vijandigheden.
Prof. em. dr. Karel J. Van Acker, doctor in de genees-, heel- en verloskunde en geneesheer-specialist in de kindergeneeskunde, werkte als gewoon hoogleraar kindergeneeskunde aan de Universiteit Antwerpen. Hij was ook diensthoofd van de afdeling kindergeneeskunde aan het Universitair Ziekenhuis in Antwerpen.
Gezondheid en gezondheidszorg in de stad Antwerpen tijdens de Eerste Wereldoorlog (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg, nr. 21)
Bij de inval van de Duitse legers in België in augustus 1914 stonden in Antwerpen meerdere ziekenhuizen en een groot aantal veldhospitalen ter beschikking voor de opvang van gekwetste of zieke Belgische, geallieerde en nadien ook Duitse soldaten. Op 9 oktober 1914 capituleerde de vesting Antwerpen na zware beschietingen en bombardementen en installeerden de Duitse medische diensten zich in de stad. Het Militair Ziekenhuis werd tot Festungslazarett omgevormd en in de stad werden meerdere instellingen voor verzorging van de gekwetste en zieke Duitse soldaten opgericht. Samenwerking met de Antwerpse stedelijke en provinciale diensten was onvermijdelijk, maar werd zoveel als mogelijk vermeden.
Gedurende de vier jaar durende bezetting bedreigden vooral twee problemen de Antwerpse bevolking: hongersnood en een aantal infectieziekten. De hongersnood kon voor een deel opgevangen worden door de snelle tussenkomst van de lokale besturen en vooral van de internationale organisatie Nationaal Hulp en Voedingscomité (NHVC) die over het gehele land werkzaam was en ook in Antwerpen op verschillende niveaus werkte. In Antwerpen kwam deze organisatie vanaf 1916 ook tussen in de onkosten van de medische hulp bij sommige patiënten. In een later stadium subsidieerde het NHVC ook nog meerdere ziekenfondsen die het moeilijk hadden gekregen. Daardoor werd het betrokken bij een zwaar conflict tussen een van de grote ziekenfondsen en het verbond van Antwerpse artsen.
Gegevens over infectieziekten en gegevens zoals de sterfte in de Antwerpse bevolking tijdens de bezetting zijn bewaard gebleven en werden na de oorlog gepubliceerd: ze zijn een unieke bron gebleken en laten een statistisch onderzoek toe.
Tot slot wordt vermeld dat ook het met de bezetter collaborerende activisme tijdens de oorlog een, zij het beperkte, rol heeft gespeeld in de bescherming van de volksgezondheid in Antwerpen. Die hield op bij het beëindigen van de vijandigheden.
Prof. em. dr. Karel J. Van Acker, doctor in de genees-, heel- en verloskunde en geneesheer-specialist in de kindergeneeskunde, werkte als gewoon hoogleraar kindergeneeskunde aan de Universiteit Antwerpen. Hij was ook diensthoofd van de afdeling kindergeneeskunde aan het Universitair Ziekenhuis in Antwerpen.
Netwijdte. De sublieme verbeelding van het internet in de Nederlandse en Vlaamse roman (Reeks ‘Academisch Literair’, nr. 15)
In het leven van alledag is het internet zo alomtegenwoordig dat de grenzen tussen online en offline niet zo simpel meer te trekken zijn. Daarmee bepalen digitale media in grote mate op welke wijze wij kennis vergaren over onszelf en de wereld. Ook in de hedendaagse roman zijn die verschuivingen aanwijsbaar. Netwijdte biedt een literatuurwetenschappelijk overzicht van Nederlandse en Vlaamse romans uit de afgelopen drie decennia die de veranderende omgang met het internet aanschouwelijk maken. Schipperend tussen dystopische schrikbeelden en nieuwsgierig optimisme hebben talloze schrijvers, van Andreas Burnier tot Aafke Romeijn, in de digitale informatiestroom naar betekenis gezocht. Heeft het internet kennis zichtbaarder en toegankelijker gemaakt? Of hebben de datawolken en informatiefuiken ons mens- en wereldbeeld enkel vertroebeld?
Deze literaire verbeelding valt te begrijpen aan de hand van de esthetische traditie van het sublieme. De oneindige mogelijkheden en gevaren van onze wereldwijde informatie- en communicatienetwerken, zo laat dit boek zien, vragen om beelden en stijlregisters die huiver en aantrekking samenballen. In Netwijdte onderzoekt de auteur de uiteenlopende verteltechnieken waarmee de hedendaagse roman fenomenen zoals dataficering, virtuele werelden en black boxes in verhalen weet te gieten. Een brede selectie aan bekende en minder bekende romans komt aan bod. Daarnaast presenteert deze studie diepgravende analyses van het werk van Anjet Daanje, Maxim Februari, David Nolens, Peter Verhelst en Tonnus Oosterhoff.
Ruben Vanden Berghe doctoreerde in 2024 aan de Universiteit Gent op een proefschrift over de sublieme verbeelding van het internet in de Nederlandse en Vlaamse roman. Momenteel doceert hij literatuurwetenschap en Nederlandse letterkunde aan de Vrije Universiteit Brussel en is hij als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan Tilburg University. Hij publiceert over experimentele en moderne literatuur uit Nederland en Vlaanderen.
Netwijdte. De sublieme verbeelding van het internet in de Nederlandse en Vlaamse roman (Reeks ‘Academisch Literair’, nr. 15)
In het leven van alledag is het internet zo alomtegenwoordig dat de grenzen tussen online en offline niet zo simpel meer te trekken zijn. Daarmee bepalen digitale media in grote mate op welke wijze wij kennis vergaren over onszelf en de wereld. Ook in de hedendaagse roman zijn die verschuivingen aanwijsbaar. Netwijdte biedt een literatuurwetenschappelijk overzicht van Nederlandse en Vlaamse romans uit de afgelopen drie decennia die de veranderende omgang met het internet aanschouwelijk maken. Schipperend tussen dystopische schrikbeelden en nieuwsgierig optimisme hebben talloze schrijvers, van Andreas Burnier tot Aafke Romeijn, in de digitale informatiestroom naar betekenis gezocht. Heeft het internet kennis zichtbaarder en toegankelijker gemaakt? Of hebben de datawolken en informatiefuiken ons mens- en wereldbeeld enkel vertroebeld?
Deze literaire verbeelding valt te begrijpen aan de hand van de esthetische traditie van het sublieme. De oneindige mogelijkheden en gevaren van onze wereldwijde informatie- en communicatienetwerken, zo laat dit boek zien, vragen om beelden en stijlregisters die huiver en aantrekking samenballen. In Netwijdte onderzoekt de auteur de uiteenlopende verteltechnieken waarmee de hedendaagse roman fenomenen zoals dataficering, virtuele werelden en black boxes in verhalen weet te gieten. Een brede selectie aan bekende en minder bekende romans komt aan bod. Daarnaast presenteert deze studie diepgravende analyses van het werk van Anjet Daanje, Maxim Februari, David Nolens, Peter Verhelst en Tonnus Oosterhoff.
Ruben Vanden Berghe doctoreerde in 2024 aan de Universiteit Gent op een proefschrift over de sublieme verbeelding van het internet in de Nederlandse en Vlaamse roman. Momenteel doceert hij literatuurwetenschap en Nederlandse letterkunde aan de Vrije Universiteit Brussel en is hij als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan Tilburg University. Hij publiceert over experimentele en moderne literatuur uit Nederland en Vlaanderen.
Artificial intelligence and criminal justice (Concept paper for the 2020-2024 IAPL cycle and resolutions of the XXIst International Congress of Penal Law, Paris, 25 – RIDP libri 12
Recognizing the profound impact of AI on criminal justice, the IAPL devoted its 2020-2024 scientific cycle and its concluding XXIst Congress to examining the transformative effects of AI and the legal challenges it poses for both substantive and procedural criminal law. The topic was prepared through a concept paper and explored through four international colloquia, each culminating in the adoption of a set of resolutions addressing a distinct aspect of the criminal justice system. This issue wraps up the cycle, presenting the concept paper (in English) and the trilingual version of the four sets of resolutions.
Au vu de l’impact profond de l’IA sur la justice pénale, l’AIDP a consacré son cycle scientifique 2020-2024 et son XXIe Congrès à l’étude des effets transformateurs de l’IA et des défis juridiques qu’elle pose dans le cadre du droit pénal et de la procédure pénale. Le sujet a été abordé grâce à un document de réflexion initiale et exploré par la suite lors de quatre colloques internationaux, chacun aboutissant à l’adoption d’une série de résolutions portant sur un aspect distinct du système de justice pénale. Ce numéro conclut ce cycle scientifique par la publication du document de réflexion (en anglais) et la version trilingue des quatre séries de résolutions.
Dado el profundo impacto de la IA en la justicia penal, la AIDP dedicó su ciclo científico 2020-2024 y su XXIo Congreso a examinar los efectos transformadores de la IA y los retos jurídicos que plantea tanto para el derecho penal sustantivo como para el procesal. El tema se inició con un documento conceptual y se exploró a través de cuatro coloquios internacionales, cada uno de los cuales culminó con la adopción de un conjunto de resoluciones que abordaban un aspecto distinto del sistema de justicia penal. Este número cierra este ciclo, presentando el documento conceptual (en inglés) y la versión trilingüe de los cuatro conjuntos de resoluciones.
Katalin Ligeti is President of the AIDP/IAPL and Dean of the Faculty of Law, Economics and Finance and Professor of European and International Criminal Law at the University of Luxembourg.
John A.E. Vervaele is Honorary President of the AIDP/IAPL, Emeritus Professor at Utrecht University, The Netherlands, and Professor in European Criminal Law and Human Rights at the College of Europe, Bruges, Belgium
Gert Vermeulen is General Director Publications of the AIDP/IAPL, Editor-in-chief of the RIDP, and Senior Full Professor of European and international criminal law, sexual criminal law, and data protection law at Ghent University, Belgium.
Artificial intelligence and criminal justice (Concept paper for the 2020-2024 IAPL cycle and resolutions of the XXIst International Congress of Penal Law, Paris, 25 – RIDP libri 12
Recognizing the profound impact of AI on criminal justice, the IAPL devoted its 2020-2024 scientific cycle and its concluding XXIst Congress to examining the transformative effects of AI and the legal challenges it poses for both substantive and procedural criminal law. The topic was prepared through a concept paper and explored through four international colloquia, each culminating in the adoption of a set of resolutions addressing a distinct aspect of the criminal justice system. This issue wraps up the cycle, presenting the concept paper (in English) and the trilingual version of the four sets of resolutions.
Au vu de l’impact profond de l’IA sur la justice pénale, l’AIDP a consacré son cycle scientifique 2020-2024 et son XXIe Congrès à l’étude des effets transformateurs de l’IA et des défis juridiques qu’elle pose dans le cadre du droit pénal et de la procédure pénale. Le sujet a été abordé grâce à un document de réflexion initiale et exploré par la suite lors de quatre colloques internationaux, chacun aboutissant à l’adoption d’une série de résolutions portant sur un aspect distinct du système de justice pénale. Ce numéro conclut ce cycle scientifique par la publication du document de réflexion (en anglais) et la version trilingue des quatre séries de résolutions.
Dado el profundo impacto de la IA en la justicia penal, la AIDP dedicó su ciclo científico 2020-2024 y su XXIo Congreso a examinar los efectos transformadores de la IA y los retos jurídicos que plantea tanto para el derecho penal sustantivo como para el procesal. El tema se inició con un documento conceptual y se exploró a través de cuatro coloquios internacionales, cada uno de los cuales culminó con la adopción de un conjunto de resoluciones que abordaban un aspecto distinto del sistema de justicia penal. Este número cierra este ciclo, presentando el documento conceptual (en inglés) y la versión trilingüe de los cuatro conjuntos de resoluciones.
Katalin Ligeti is President of the AIDP/IAPL and Dean of the Faculty of Law, Economics and Finance and Professor of European and International Criminal Law at the University of Luxembourg.
John A.E. Vervaele is Honorary President of the AIDP/IAPL, Emeritus Professor at Utrecht University, The Netherlands, and Professor in European Criminal Law and Human Rights at the College of Europe, Bruges, Belgium
Gert Vermeulen is General Director Publications of the AIDP/IAPL, Editor-in-chief of the RIDP, and Senior Full Professor of European and international criminal law, sexual criminal law, and data protection law at Ghent University, Belgium.
Affectregulerende Vaktherapie – Basisboek – Vaktherapeutische behandeling voor kinderen van 4 tot 12 jaar
Affectregulerende Vaktherapie is een ervaringsgerichte behandelwijze van affectregulatieproblemen die ontstaan in de vroege jeugd. Dit basisboek laat de lezer kennismaken met alle facetten van de interventie en de onderliggende theorieën over vaktherapie, affectregulatie, mentaliseren bevorderen en gehechtheid. Voor vaktherapeuten die al affectregulerend zijn opgeleid, is het een waardevol naslagwerk.
De interventie beschrijft zowel de inzet van het vaktherapeutisch middel, als de mentaliseren-bevorderende therapeuthouding. Samen vormen zij de basis voor de interactieve regulatie, waarmee het gestagneerde affectregulatieproces opnieuwe in ontwikkeling komt
Waar enerzijds de theorie verduidelijkt wordt, biedt anderzijds de gefaseerde uitwerking van de interventietechnieken en aanpak in sessies een praktisch kader. Ook is een concrete benadering uitgewerkt voor het betrekken van de context rond de cliënt.
Casuïstiek van a lle vaktherapeutische disciplines (beeldend, dans, drama, muziek, pm(k)t en spel) illustreert de behandelwijze. Het boek kan een bijdrage zijn aan het vinden van een gezamenlijke taal in het behandelen van cliënten met affectregulatieproblematiek, en sluit aan bij de transdiagnostische visie op affectregulatie.
De auteurs zijn ervaren vaktherapeuten, werkzaam in ggz-instellingen of in een eigen zelfstandige praktijk. De interventie Affectregulerende Vaktherapie is het resultaat van jarenlange praktijkervaring; vaktherapeuten van alle disciplines hebben meegedacht en beschreven wat werkt in de behandeling van cliënten met affectregulatieproblemen.
Affectregulerende Vaktherapie – Basisboek – Vaktherapeutische behandeling voor kinderen van 4 tot 12 jaar
Affectregulerende Vaktherapie is een ervaringsgerichte behandelwijze van affectregulatieproblemen die ontstaan in de vroege jeugd. Dit basisboek laat de lezer kennismaken met alle facetten van de interventie en de onderliggende theorieën over vaktherapie, affectregulatie, mentaliseren bevorderen en gehechtheid. Voor vaktherapeuten die al affectregulerend zijn opgeleid, is het een waardevol naslagwerk.
De interventie beschrijft zowel de inzet van het vaktherapeutisch middel, als de mentaliseren-bevorderende therapeuthouding. Samen vormen zij de basis voor de interactieve regulatie, waarmee het gestagneerde affectregulatieproces opnieuwe in ontwikkeling komt
Waar enerzijds de theorie verduidelijkt wordt, biedt anderzijds de gefaseerde uitwerking van de interventietechnieken en aanpak in sessies een praktisch kader. Ook is een concrete benadering uitgewerkt voor het betrekken van de context rond de cliënt.
Casuïstiek van a lle vaktherapeutische disciplines (beeldend, dans, drama, muziek, pm(k)t en spel) illustreert de behandelwijze. Het boek kan een bijdrage zijn aan het vinden van een gezamenlijke taal in het behandelen van cliënten met affectregulatieproblematiek, en sluit aan bij de transdiagnostische visie op affectregulatie.
De auteurs zijn ervaren vaktherapeuten, werkzaam in ggz-instellingen of in een eigen zelfstandige praktijk. De interventie Affectregulerende Vaktherapie is het resultaat van jarenlange praktijkervaring; vaktherapeuten van alle disciplines hebben meegedacht en beschreven wat werkt in de behandeling van cliënten met affectregulatieproblemen.
