Lesgeven vanuit verbondenheid. Functies, pedagogiek en didactiek van het volwassenenonderwijs.
Over onderwijs wordt behoorlijk veel geschreven. Maar het valt op dat het hier bijna altijd gaat over het leerplichtonderwijs (basisonderwijs en middelbaar) en het hoger onderwijs. Het volwassenenonderwijs daarentegen komt nauwelijks aan bod. Nochtans blijkt uit onderzoek dat het volwassenenonderwijs een belangrijke rol vervult in het emanciperen en empoweren van mensen in hun (beroeps)leven, wat aansluit op de brede invulling van deze onderwijsvorm die deze uitgave bepleit.
Dit boek levert een significante bijdrage aan de theorievorming én de praktijk van het volwassenenonderwijs.
Dit boek is in eerste instantie geschreven voor álle actoren binnen het (brede) volwassenenonderwijs (voor de leerkrachten, maar zeker ook voor coördinatoren en directie). Het boek biedt echter ook inspiratie aan andere opleiders, niet in het minst deze binnen graduaatsopleidingen en opleidingen met een arbeidsfinaliteit. Ook voor organisaties uit de socio-culturele sector die zich richten op volwassenen, is dit boek van grote waarde. Ten slotte zal ook de lerarenopleiding zich kunnen laten inspireren door de theorie en de praktijk die wordt voorgesteld.
Peter Verluyten is docent binnen het volwassenenonderwijs. Hij schrijft regelmatig over onderwijs en tracht daarbij de brug te slaan tussen theorie en praktijk.
Lesgeven vanuit verbondenheid. Functies, pedagogiek en didactiek van het volwassenenonderwijs.
Over onderwijs wordt behoorlijk veel geschreven. Maar het valt op dat het hier bijna altijd gaat over het leerplichtonderwijs (basisonderwijs en middelbaar) en het hoger onderwijs. Het volwassenenonderwijs daarentegen komt nauwelijks aan bod. Nochtans blijkt uit onderzoek dat het volwassenenonderwijs een belangrijke rol vervult in het emanciperen en empoweren van mensen in hun (beroeps)leven, wat aansluit op de brede invulling van deze onderwijsvorm die deze uitgave bepleit.
Dit boek levert een significante bijdrage aan de theorievorming én de praktijk van het volwassenenonderwijs.
Dit boek is in eerste instantie geschreven voor álle actoren binnen het (brede) volwassenenonderwijs (voor de leerkrachten, maar zeker ook voor coördinatoren en directie). Het boek biedt echter ook inspiratie aan andere opleiders, niet in het minst deze binnen graduaatsopleidingen en opleidingen met een arbeidsfinaliteit. Ook voor organisaties uit de socio-culturele sector die zich richten op volwassenen, is dit boek van grote waarde. Ten slotte zal ook de lerarenopleiding zich kunnen laten inspireren door de theorie en de praktijk die wordt voorgesteld.
Peter Verluyten is docent binnen het volwassenenonderwijs. Hij schrijft regelmatig over onderwijs en tracht daarbij de brug te slaan tussen theorie en praktijk.
Resolutions of the Congresses of the Association Internationale de Droit Pénal (1926 | 2024) (Bookseries RIDP libri 9 )
José Luis de la Cuesta is Honorary President of the AIDP and Professor of Criminal Law at the University of the Basque Country (UPV/EHU). Isidoro Blanco Cordero is a member of the Committee of Reviewers of the RIDP and professor at the University of Alicante (Spain). Miren Odriozola Gurrutxaga is a member of the Scientific Committee of the AIDP, Lecturer in Criminal Law at the University of the Basque Country (UPV/ EHU) and member of the Basque Institute of Criminology.
Resolutions of the Congresses of the Association Internationale de Droit Pénal (1926 | 2024) (Bookseries RIDP libri 9 )
José Luis de la Cuesta is Honorary President of the AIDP and Professor of Criminal Law at the University of the Basque Country (UPV/EHU). Isidoro Blanco Cordero is a member of the Committee of Reviewers of the RIDP and professor at the University of Alicante (Spain). Miren Odriozola Gurrutxaga is a member of the Scientific Committee of the AIDP, Lecturer in Criminal Law at the University of the Basque Country (UPV/ EHU) and member of the Basque Institute of Criminology.
Forensische DNA-analyse in strafzaken
De wet van 7 maart 2024, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 14 maart 2024, heeft de DNA-wetgeving grondig hervormd. In dit kader werden diverse bepalingen van het Wetboek van Strafvordering, de DNA-wet van 22 maart 1999 en de wet op het politieambt van 5 augustus 1992 gewijzigd. Door deze wetswijzigingen wordt de regelgeving inzake DNA-onderzoek verder verfijnd en afgestemd op de actuele wetenschappelijke en juridische ontwikkelingen.
Dit boek biedt een overzicht van de DNA-wetgeving, waarbij de recente wetswijzigingen werden geïntegreerd. Deze aanpassingen zijn verwerkt in de volgende hoofdstukken: 7 (DNA-profielen), 8 (Klassieke vergelijking van DNA-profielen), 9 (De familiale zoeking), 10 (Grootschalig verwantschapsonderzoek), 11 (DNA-fenotypering), 12 (DNA-databanken), 13 (Bewaarperiode van DNA-stalen), 14 (Internationale uitwisseling van DNA-profielen) en 17 (Seksueel strafrecht).
Patrick Herbots is advocaat aan de balie van Antwerpen. Hij publiceerde eerder in juridische tijdschriften zoals R.W., AdvocatenPraktijk, T.Strafr., NjW, Postal Memorialis, Vigiles, Rev.Dr.Mil., Jura Falconis en De Juristenkrant evenals in niet-juridische tijdschriften zoals Meet Music Magazine, Joods Actueel en China Vandaag. Van zijn hand verscheen eveneens de boeken Meer dan 100 dagen. Met terugblik 15 jaar later, Chinees & Siberisch sjamanisme. In vogelvlucht en Een pleidooi voor euthanasie zonder grenzen. Het ultieme zelfbeschikkingsrecht moet prevaleren.
Miet Driessen is advocaat aan de balies van Antwerpen en Leuven. Zij publiceerde eerder in juridische tijdschriften zoals NjW en De Juristenkrant. Ze heeft meer dan 35 jaar ervaring in de advocatuur.
Forensische DNA-analyse in strafzaken
De wet van 7 maart 2024, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 14 maart 2024, heeft de DNA-wetgeving grondig hervormd. In dit kader werden diverse bepalingen van het Wetboek van Strafvordering, de DNA-wet van 22 maart 1999 en de wet op het politieambt van 5 augustus 1992 gewijzigd. Door deze wetswijzigingen wordt de regelgeving inzake DNA-onderzoek verder verfijnd en afgestemd op de actuele wetenschappelijke en juridische ontwikkelingen.
Dit boek biedt een overzicht van de DNA-wetgeving, waarbij de recente wetswijzigingen werden geïntegreerd. Deze aanpassingen zijn verwerkt in de volgende hoofdstukken: 7 (DNA-profielen), 8 (Klassieke vergelijking van DNA-profielen), 9 (De familiale zoeking), 10 (Grootschalig verwantschapsonderzoek), 11 (DNA-fenotypering), 12 (DNA-databanken), 13 (Bewaarperiode van DNA-stalen), 14 (Internationale uitwisseling van DNA-profielen) en 17 (Seksueel strafrecht).
Patrick Herbots is advocaat aan de balie van Antwerpen. Hij publiceerde eerder in juridische tijdschriften zoals R.W., AdvocatenPraktijk, T.Strafr., NjW, Postal Memorialis, Vigiles, Rev.Dr.Mil., Jura Falconis en De Juristenkrant evenals in niet-juridische tijdschriften zoals Meet Music Magazine, Joods Actueel en China Vandaag. Van zijn hand verscheen eveneens de boeken Meer dan 100 dagen. Met terugblik 15 jaar later, Chinees & Siberisch sjamanisme. In vogelvlucht en Een pleidooi voor euthanasie zonder grenzen. Het ultieme zelfbeschikkingsrecht moet prevaleren.
Miet Driessen is advocaat aan de balies van Antwerpen en Leuven. Zij publiceerde eerder in juridische tijdschriften zoals NjW en De Juristenkrant. Ze heeft meer dan 35 jaar ervaring in de advocatuur.
Morele mondigheid. Verbindend inzicht in ons rechtvaardigheidsgevoel
Het moreel buikgevoel van elke mens blijkt een mengpaneel te zijn dat we allen delen. Door onze ervaringen, opvoeding en karakter stellen we elk onze schuifregelaars op een iets andere manier af. Maar onze diepste overtuigingen over goed en fout zijn erg gelijklopend. Dus is het nuttig om ‘moreel mondig’ te worden: de reden waarom je iets goed of fout vindt helder krijgen, en kunnen verwoorden op een manier die anderen raakt in een snaar van hun rechtvaardigheidsgevoel, die ook één van hun diepste overtuigingen aanspreekt.
En moreel mondig betekent ook: jezelf uitdagen om zorgvuldig heel je mengpaneel aan te spreken, en niet te vaak reflexmatig enkel de hoogst afgestelde schuifregelaar te volgen.
Je kan leren om over elk delicaat onderwerp, een moreel dilemma, op een constructieve manier in dialoog te gaan, zonder defensieve of agressieve reacties uit te lokken. Zo’n constructief gesprek over gevoelige onderwerpen kunnen aangaan, is erg bevrijdend en vermindert morele stress.
Daarover gaat dit boek. Het bewust verwoorden van je moreel zorgvuldig uitgedaagde overweging over een delicaat onderwerp, en anderen er op een constructieve manier bij betrekken. Het boek is geen pleidooi om te negeren wat je hart je ingeeft bij een ethische kwestie, maar het zet je hoofd in om die spontane intuïtie uit te dagen en overtuigender te formuleren. Dit laagdrempelig boek biedt veel achtergrond, voorbeelden, praktische tips, uitgewerkte oefeningen en handige schema’s.
Koen De Vidts ondervond als ingenieur de noodzaak van morele mondigheid in 35 jaar veelzijdige bedrijfservaring. Hij geeft opleidingen, workshops en lezingen over ethische dilemma’s en morele mondigheid, hij voert cultuuronderzoeken gebaseerd op waarden, en begeleidt Moreel Beraad-sessies.
(www.zinnings.be)
Morele mondigheid. Verbindend inzicht in ons rechtvaardigheidsgevoel
Het moreel buikgevoel van elke mens blijkt een mengpaneel te zijn dat we allen delen. Door onze ervaringen, opvoeding en karakter stellen we elk onze schuifregelaars op een iets andere manier af. Maar onze diepste overtuigingen over goed en fout zijn erg gelijklopend. Dus is het nuttig om ‘moreel mondig’ te worden: de reden waarom je iets goed of fout vindt helder krijgen, en kunnen verwoorden op een manier die anderen raakt in een snaar van hun rechtvaardigheidsgevoel, die ook één van hun diepste overtuigingen aanspreekt.
En moreel mondig betekent ook: jezelf uitdagen om zorgvuldig heel je mengpaneel aan te spreken, en niet te vaak reflexmatig enkel de hoogst afgestelde schuifregelaar te volgen.
Je kan leren om over elk delicaat onderwerp, een moreel dilemma, op een constructieve manier in dialoog te gaan, zonder defensieve of agressieve reacties uit te lokken. Zo’n constructief gesprek over gevoelige onderwerpen kunnen aangaan, is erg bevrijdend en vermindert morele stress.
Daarover gaat dit boek. Het bewust verwoorden van je moreel zorgvuldig uitgedaagde overweging over een delicaat onderwerp, en anderen er op een constructieve manier bij betrekken. Het boek is geen pleidooi om te negeren wat je hart je ingeeft bij een ethische kwestie, maar het zet je hoofd in om die spontane intuïtie uit te dagen en overtuigender te formuleren. Dit laagdrempelig boek biedt veel achtergrond, voorbeelden, praktische tips, uitgewerkte oefeningen en handige schema’s.
Koen De Vidts ondervond als ingenieur de noodzaak van morele mondigheid in 35 jaar veelzijdige bedrijfservaring. Hij geeft opleidingen, workshops en lezingen over ethische dilemma’s en morele mondigheid, hij voert cultuuronderzoeken gebaseerd op waarden, en begeleidt Moreel Beraad-sessies.
(www.zinnings.be)
Naar een pedagogiek van de beweeglijkheid
In Naar een pedagogiek van de beweeglijkheid nodigt Carolien Hermans ons uit om het onderwijs te heroverwegen door beweging, het ongeordende en de zintuiglijke ervaringen van het lichaam als uitgangspunt te nemen. Ze ziet onderwijs niet als een statisch proces van kennisoverdracht, maar als een dynamische beweging naar buiten, een uitnodiging om de wereld tegemoet te treden. Hermans pleit in dit boek voor een andere benadering van onderwijs: onderwijs dat het ongeregelde, het speelse, het magische en het lichamelijke omarmt.
Met de inzichten van denkers als Tim Ingold, Michel Serres en Jan Masschelein onderzoekt Hermans hoe onderwijs niet slechts een overdracht van kennis is, maar een gezamenlijke zoektocht, een ontmoetingsplek waar ideeën, lichamen en ervaringen elkaar voortdurend doorkruisen. Het is een plek van verbondenheid met de wereld om ons heen. Ze neemt ons mee op een verkenning van beweging: van dans tot luchtgetrappel, van vergeten gebaren zoals huppelen tot de mond niet enkel als vervoermiddel voor woorden, maar als een sensitief orgaan dat in voortdurende verbinding staat met de wereld. Ook lachen en fluisteren worden door Hermans gezien als vormen van belichaamd verzet in het onderwijs.
Dit boek is een pleidooi voor onderwijs in beweging: een onderwijs dat niet naar binnen is gekeerd, dat niet vasthoudt aan een uitsluitend mensgericht of ontwikkelingsgericht perspectief, maar dat ruimte biedt voor het onverwachte, het ongeordende en het wereldse. Het is een uitnodiging om op zwerftocht te gaan: te dolen langs kronkelende paden, waar verdwalen onontbeerlijk is en het vinden van oriëntatiepunten niet het doel maar het onderwijs zelf wordt.
Carolien Hermans studeerde aan de Radboud Universiteit Nijmegen en behaalde een master in Choreografie aan de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. Ze promoveerde aan de Academy for Creative and Performing Arts (ACPA) van de Universiteit Leiden, waar ze onderzoek deed naar dansimprovisatie en het creatieve spel van kinderen. Naast haar werk als schrijver van kinderboeken en essays, publiceert ze regelmatig in wetenschappelijke tijdschriften. Als associate lector Muzikale Leerculturen is ze verbonden aan het Conservatorium van Amsterdam, waar ze ook lesgeeft. In 2022 verscheen haar boek Pedagogiek van het onderweg zijn, uitgegeven door Garant.
Naar een pedagogiek van de beweeglijkheid
In Naar een pedagogiek van de beweeglijkheid nodigt Carolien Hermans ons uit om het onderwijs te heroverwegen door beweging, het ongeordende en de zintuiglijke ervaringen van het lichaam als uitgangspunt te nemen. Ze ziet onderwijs niet als een statisch proces van kennisoverdracht, maar als een dynamische beweging naar buiten, een uitnodiging om de wereld tegemoet te treden. Hermans pleit in dit boek voor een andere benadering van onderwijs: onderwijs dat het ongeregelde, het speelse, het magische en het lichamelijke omarmt.
Met de inzichten van denkers als Tim Ingold, Michel Serres en Jan Masschelein onderzoekt Hermans hoe onderwijs niet slechts een overdracht van kennis is, maar een gezamenlijke zoektocht, een ontmoetingsplek waar ideeën, lichamen en ervaringen elkaar voortdurend doorkruisen. Het is een plek van verbondenheid met de wereld om ons heen. Ze neemt ons mee op een verkenning van beweging: van dans tot luchtgetrappel, van vergeten gebaren zoals huppelen tot de mond niet enkel als vervoermiddel voor woorden, maar als een sensitief orgaan dat in voortdurende verbinding staat met de wereld. Ook lachen en fluisteren worden door Hermans gezien als vormen van belichaamd verzet in het onderwijs.
Dit boek is een pleidooi voor onderwijs in beweging: een onderwijs dat niet naar binnen is gekeerd, dat niet vasthoudt aan een uitsluitend mensgericht of ontwikkelingsgericht perspectief, maar dat ruimte biedt voor het onverwachte, het ongeordende en het wereldse. Het is een uitnodiging om op zwerftocht te gaan: te dolen langs kronkelende paden, waar verdwalen onontbeerlijk is en het vinden van oriëntatiepunten niet het doel maar het onderwijs zelf wordt.
Carolien Hermans studeerde aan de Radboud Universiteit Nijmegen en behaalde een master in Choreografie aan de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. Ze promoveerde aan de Academy for Creative and Performing Arts (ACPA) van de Universiteit Leiden, waar ze onderzoek deed naar dansimprovisatie en het creatieve spel van kinderen. Naast haar werk als schrijver van kinderboeken en essays, publiceert ze regelmatig in wetenschappelijke tijdschriften. Als associate lector Muzikale Leerculturen is ze verbonden aan het Conservatorium van Amsterdam, waar ze ook lesgeeft. In 2022 verscheen haar boek Pedagogiek van het onderweg zijn, uitgegeven door Garant.
Deugden in de klaspraktijk. Werken aan een positief klasklimaat
Elke leerkracht wil een klas waarin respect, verbondenheid en positiviteit centraal staan. Maar hoe bereik je dat? Met dit inspiratiepakket krijg je een krachtig instrument in handen om via de proactieve cirkel en het Deugdenproject aan de slag te gaan. Proactief cirkelen verbindt: iedereen is gelijk en krijgt een gelijke stem. Leerlingen leren respectvol spreken en luisteren, ontdekken dat hun mening ertoe doet én dat andere meningen even waardevol zijn. Ze ervaren dat verschillen mogen bestaan – en dat dat helemaal oké is! Door deugden als eerlijkheid, enthousiasme, zorgzaamheid en verbondenheid een plaats te geven in je klas, bouw je stap voor stap aan een veilige en positieve leeromgeving. Een plek waar waardering en respect de basis vormen voor groei en samenwerking.
Lieve Huyghe is een gepassioneerde onderwijsprofessional met een hart voor inclusie en gedragsondersteuning. Haar liefde voor methodieken begon al in de scouts en groeide uit tot een brede expertise in Zinvol Tekenen, het Deugdenproject en kindercoaching. Met haar ervaring als leerkracht, leerondersteuner, kindercoach en vormingsgever helpt ze scholen om een warm en positief klasklimaat te creëren. Haar aanpak is praktisch, verbindend en inspirerend, waardoor leerkrachten én leerlingen de kans krijgen om te groeien.
Deugden in de klaspraktijk. Werken aan een positief klasklimaat
Elke leerkracht wil een klas waarin respect, verbondenheid en positiviteit centraal staan. Maar hoe bereik je dat? Met dit inspiratiepakket krijg je een krachtig instrument in handen om via de proactieve cirkel en het Deugdenproject aan de slag te gaan. Proactief cirkelen verbindt: iedereen is gelijk en krijgt een gelijke stem. Leerlingen leren respectvol spreken en luisteren, ontdekken dat hun mening ertoe doet én dat andere meningen even waardevol zijn. Ze ervaren dat verschillen mogen bestaan – en dat dat helemaal oké is! Door deugden als eerlijkheid, enthousiasme, zorgzaamheid en verbondenheid een plaats te geven in je klas, bouw je stap voor stap aan een veilige en positieve leeromgeving. Een plek waar waardering en respect de basis vormen voor groei en samenwerking.
Lieve Huyghe is een gepassioneerde onderwijsprofessional met een hart voor inclusie en gedragsondersteuning. Haar liefde voor methodieken begon al in de scouts en groeide uit tot een brede expertise in Zinvol Tekenen, het Deugdenproject en kindercoaching. Met haar ervaring als leerkracht, leerondersteuner, kindercoach en vormingsgever helpt ze scholen om een warm en positief klasklimaat te creëren. Haar aanpak is praktisch, verbindend en inspirerend, waardoor leerkrachten én leerlingen de kans krijgen om te groeien.
Civiel bewijsrecht voor de rechtspraktijk – 6e, herziene uitgave
Dit boek is opgezet door mr. H.W.B. thoe Schwartzenberg naar aanleiding van een in de praktijk gesignaleerde behoefte aan een behandeling van de belangrijkste bewijsrechtelijke vragen. Wij hebben haar praktijkgerichte benadering voortgezet: in hoeverre dient een advocaat te anticiperen op de bewijsrechtelijke positie van zijn cliënt en hoe gaat een rechter te werk bij het vaststellen van de relevante feiten en bij het verdelen van de bewijslast? Omdat de feitenrechter de meeste bewijsrechtelijke vragen beantwoordt, zijn regelmatig voorbeelden van lagere rechtspraak opgenomen.
Bijzondere aandacht gaat uit naar de stelplicht, de gemotiveerde betwisting, de regels van bewijslastverdeling waaronder bewijsverlichtingsmogelijkheden, de vereisten voor een bewijsaanbod en de bewijswaardering door de rechter. Ook de informatieplichten, bewijs door geschriften en het (voorlopige) getuigenverhoor, deskundigenbericht, de descente en het inzagerecht worden behandeld, evenals het bewijsbeslag en het proces-verbaal van constatering. Tot slot komt het bewijsrecht in een aantal bijzondere procedures aan bod, alsmede grensoverschrijdende bewijsverkrijging en internationaal bewijsrecht. Deze geheel herziene 6e uitgave gaat uit van de stand van zaken na de invoering van de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht per 1 januari 2025.
De auteurs zijn of waren allen werkzaam bij Houthoff. Thijs van Aerde is advocaat bij NautaDutilh. Philip Fruytier is advocaat bij BarentsKrans. Jan Willem de Groot is advocaat bij Houthoff. Elselique Hoogervorst is professional support lawyer bij Houthoff. Denise Walta-Jansen is advocaat bij Houthoff. Bart van der Wiel is advocaat bij Houthoff. Marek Zilinsky is adviser bij Houthoff.
Civiel bewijsrecht voor de rechtspraktijk – 6e, herziene uitgave
Dit boek is opgezet door mr. H.W.B. thoe Schwartzenberg naar aanleiding van een in de praktijk gesignaleerde behoefte aan een behandeling van de belangrijkste bewijsrechtelijke vragen. Wij hebben haar praktijkgerichte benadering voortgezet: in hoeverre dient een advocaat te anticiperen op de bewijsrechtelijke positie van zijn cliënt en hoe gaat een rechter te werk bij het vaststellen van de relevante feiten en bij het verdelen van de bewijslast? Omdat de feitenrechter de meeste bewijsrechtelijke vragen beantwoordt, zijn regelmatig voorbeelden van lagere rechtspraak opgenomen.
Bijzondere aandacht gaat uit naar de stelplicht, de gemotiveerde betwisting, de regels van bewijslastverdeling waaronder bewijsverlichtingsmogelijkheden, de vereisten voor een bewijsaanbod en de bewijswaardering door de rechter. Ook de informatieplichten, bewijs door geschriften en het (voorlopige) getuigenverhoor, deskundigenbericht, de descente en het inzagerecht worden behandeld, evenals het bewijsbeslag en het proces-verbaal van constatering. Tot slot komt het bewijsrecht in een aantal bijzondere procedures aan bod, alsmede grensoverschrijdende bewijsverkrijging en internationaal bewijsrecht. Deze geheel herziene 6e uitgave gaat uit van de stand van zaken na de invoering van de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht per 1 januari 2025.
De auteurs zijn of waren allen werkzaam bij Houthoff. Thijs van Aerde is advocaat bij NautaDutilh. Philip Fruytier is advocaat bij BarentsKrans. Jan Willem de Groot is advocaat bij Houthoff. Elselique Hoogervorst is professional support lawyer bij Houthoff. Denise Walta-Jansen is advocaat bij Houthoff. Bart van der Wiel is advocaat bij Houthoff. Marek Zilinsky is adviser bij Houthoff.
De Rustkevers
Het schild van Pollie is vuurrood. Waarom heeft zij geen REGENBOOGkleuren zoals de andere rustkevers? Ze verlaat de malse wei aan de voet van de regenboog op zoek naar de magische glitterpot. Zal ze ooit een echt REGENBOOGschild krijgen?
De Rustkevers
Het schild van Pollie is vuurrood. Waarom heeft zij geen REGENBOOGkleuren zoals de andere rustkevers? Ze verlaat de malse wei aan de voet van de regenboog op zoek naar de magische glitterpot. Zal ze ooit een echt REGENBOOGschild krijgen?
Op grootmoeders wijze
Grootmoeders keuken zorgt bij velen voor een nostalgisch en zelfs feestelijk gevoel. Vroeger was het toch zo lekker. Of het nu door het rijkelijke gebruik van boter was of niet, grootmoeders gerechten waren altijd beter. Recepten worden soms generaties op generaties doorgegeven. Wie heeft geen herinneringen aan de wafels of pannenkoeken uit zijn kindertijd? Of aan de gezelligheid bij klassiekers als konijn met pruimen? Grootvader was misschien duivenmelker en maakte wel eens een duifje klaar in de pan met boter. Of hij was de kok van dienst als er bier bij het gerecht mocht. Mijn grootvader maakte pap, tomatensoep en appeltaart. De rest liet hij aan grootmoeder over. Het waren andere tijden… Dit boekje bevat een aantal klassiekers die erg lekker zijn. Het is een eenvoudige en eerlijke keuken die het verdient om in ere gehouden te worden.
Deel deze recepten en geniet ervan!
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig maar schreef zich intussen in bij een koksschool, meer bepaald bij Spermalie in Brugge. Hij leerde er de basistechnieken en leert nog elke dag bij door geduldig kookboeken en recepten te bestuderen. Zijn motto is dan ook “quidquid discis tibi discis”. Kokscholen maken culinair erfgoed toegankelijk.
Koken is een eeuwenoud ambacht dat mensen samen brengt.
Op grootmoeders wijze
Grootmoeders keuken zorgt bij velen voor een nostalgisch en zelfs feestelijk gevoel. Vroeger was het toch zo lekker. Of het nu door het rijkelijke gebruik van boter was of niet, grootmoeders gerechten waren altijd beter. Recepten worden soms generaties op generaties doorgegeven. Wie heeft geen herinneringen aan de wafels of pannenkoeken uit zijn kindertijd? Of aan de gezelligheid bij klassiekers als konijn met pruimen? Grootvader was misschien duivenmelker en maakte wel eens een duifje klaar in de pan met boter. Of hij was de kok van dienst als er bier bij het gerecht mocht. Mijn grootvader maakte pap, tomatensoep en appeltaart. De rest liet hij aan grootmoeder over. Het waren andere tijden… Dit boekje bevat een aantal klassiekers die erg lekker zijn. Het is een eenvoudige en eerlijke keuken die het verdient om in ere gehouden te worden.
Deel deze recepten en geniet ervan!
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig maar schreef zich intussen in bij een koksschool, meer bepaald bij Spermalie in Brugge. Hij leerde er de basistechnieken en leert nog elke dag bij door geduldig kookboeken en recepten te bestuderen. Zijn motto is dan ook “quidquid discis tibi discis”. Kokscholen maken culinair erfgoed toegankelijk.
Koken is een eeuwenoud ambacht dat mensen samen brengt.
Voetbalveiligheid door middel van biometrische toegangscontrole (Reeks IRCP nr. 59)
Het actieplan ‘Samen voor Veilig Voetbal’ van de Algemene Directie Veiligheids- en Preventiebeleid van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken (BeSafe) zet in op strengere maatregelen om stadionverboden te handhaven. Recent werd daarom de Voetbalwet van 1998 aangepast: stewards, veiligheidsverantwoordelijken en bewakingsagenten kregen een cruciale verantwoordelijkheid voor het identificeren en weigeren van personen met een verbod. Voetbalclubs signaleren echter aanzienlijke technische en organisatorische uitdagingen bij de uitvoering van de nieuwe regeling.
Biometrische verificatie, bijvoorbeeld via aderpatroon- of vingerafdrukherkenning, kunnen de vereiste toegangscontrole sneller en nauwkeuriger maken. De invoering hiervan stuit vandaag op juridische en ethische moeilijkheden, in het bijzonder vanuit gegevensbeschermingsperspectief. Het huidig wettelijk kader voorziet niet in een machtiging voor voetbalclubs om biometrische gegevens te verwerken, waardoor dat alleen kan voor bezoekers die daar uitdrukkelijk in hebben toegestemd.
Dit onderzoek identificeert, na nauw overleg met BeSafe, Pro League en een aantal voetbalclubs, de juridische, ethische en praktische belemmeringen en mogelijkheden met betrekking tot het gebruik van biometrische toegangscontrole onder de huidige voetbal- en gegevensbeschermingswetgeving. De auteurs schuiven concrete aanbevelingen naar voor om een wettelijke basis te creëren die voetbalclubs verplicht of toelaat om biometrische toegangscontrole in het kader van voetbalveiligheid te organiseren.
Gert Vermeulen is gewoon hoogleraar Europees en internationaal strafrecht en gegevensbeschermingsrecht, directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), en promotor-woordvoerder van het IOF-valorisatieplatform i4S (Smart Solutions for Secure Societies), Universiteit Gent.
Julie Van Pée is doctoraatsonderzoeker en academisch assistent aan het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) en bij i4S (Smart Solutions for Secure Societies), Universiteit Gent.
Arne Dormaels is business developer bij i4S (Smart Solutions for Secure Societies), Universiteit Gent.
Voetbalveiligheid door middel van biometrische toegangscontrole (Reeks IRCP nr. 59)
Het actieplan ‘Samen voor Veilig Voetbal’ van de Algemene Directie Veiligheids- en Preventiebeleid van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken (BeSafe) zet in op strengere maatregelen om stadionverboden te handhaven. Recent werd daarom de Voetbalwet van 1998 aangepast: stewards, veiligheidsverantwoordelijken en bewakingsagenten kregen een cruciale verantwoordelijkheid voor het identificeren en weigeren van personen met een verbod. Voetbalclubs signaleren echter aanzienlijke technische en organisatorische uitdagingen bij de uitvoering van de nieuwe regeling.
Biometrische verificatie, bijvoorbeeld via aderpatroon- of vingerafdrukherkenning, kunnen de vereiste toegangscontrole sneller en nauwkeuriger maken. De invoering hiervan stuit vandaag op juridische en ethische moeilijkheden, in het bijzonder vanuit gegevensbeschermingsperspectief. Het huidig wettelijk kader voorziet niet in een machtiging voor voetbalclubs om biometrische gegevens te verwerken, waardoor dat alleen kan voor bezoekers die daar uitdrukkelijk in hebben toegestemd.
Dit onderzoek identificeert, na nauw overleg met BeSafe, Pro League en een aantal voetbalclubs, de juridische, ethische en praktische belemmeringen en mogelijkheden met betrekking tot het gebruik van biometrische toegangscontrole onder de huidige voetbal- en gegevensbeschermingswetgeving. De auteurs schuiven concrete aanbevelingen naar voor om een wettelijke basis te creëren die voetbalclubs verplicht of toelaat om biometrische toegangscontrole in het kader van voetbalveiligheid te organiseren.
Gert Vermeulen is gewoon hoogleraar Europees en internationaal strafrecht en gegevensbeschermingsrecht, directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), en promotor-woordvoerder van het IOF-valorisatieplatform i4S (Smart Solutions for Secure Societies), Universiteit Gent.
Julie Van Pée is doctoraatsonderzoeker en academisch assistent aan het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) en bij i4S (Smart Solutions for Secure Societies), Universiteit Gent.
Arne Dormaels is business developer bij i4S (Smart Solutions for Secure Societies), Universiteit Gent.
Btw-eetjes deel 28
Dit boek vormt intussen al het achtentwintigste in de reeks succesrijke handboeken Btw-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit achtentwintigste deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek. Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant of advocaat in zijn of haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt. Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt. Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert is econoom (UGent) en actuaris (VUB). Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Btw-eetjes deel 28
Dit boek vormt intussen al het achtentwintigste in de reeks succesrijke handboeken Btw-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit achtentwintigste deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek. Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant of advocaat in zijn of haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt. Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt. Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert is econoom (UGent) en actuaris (VUB). Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Doorrekening en doorfacturering van kosten
Dit boek bespreekt de factureringsregels inzake doorrekening of doorfacturering van kosten. Hierbij worden de “spelregels” uitgelegd op basis van de rechtspraak van het Hof van Justitie.
In de regel volgen verschillende prestaties die gefactureerd worden elk hun eigen btw-regels. Kunstmatig splitsen van handelingen is niet toegestaan. Anderzijds kunnen handelingen zo met elkaar economisch verbonden zijn dat er sprake is van een hoofdprestatie en nevenprestatie(s). Ten slotte kan men met complexe prestaties te maken hebben waar er geen hoofdhandeling kan onderscheiden worden. Aan de hand van veel voorkomende gevallen uit de praktijk worden de regels inzake de doorrekening en doorfacturering toegepast.
Stefan Ruysschaert is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool. Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering
Doorrekening en doorfacturering van kosten
Dit boek bespreekt de factureringsregels inzake doorrekening of doorfacturering van kosten. Hierbij worden de “spelregels” uitgelegd op basis van de rechtspraak van het Hof van Justitie.
In de regel volgen verschillende prestaties die gefactureerd worden elk hun eigen btw-regels. Kunstmatig splitsen van handelingen is niet toegestaan. Anderzijds kunnen handelingen zo met elkaar economisch verbonden zijn dat er sprake is van een hoofdprestatie en nevenprestatie(s). Ten slotte kan men met complexe prestaties te maken hebben waar er geen hoofdhandeling kan onderscheiden worden. Aan de hand van veel voorkomende gevallen uit de praktijk worden de regels inzake de doorrekening en doorfacturering toegepast.
Stefan Ruysschaert is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool. Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering
Vastgoed en btw. Bouwen en verbouwen in vraag en antwoord
Dit boekje bevat een aantal topics uit de vastgoedsector inzake bouwen en verbouwen in België. Het gaat om praktijkgerichte vragen waarop een duidelijk antwoord wordt geformuleerd.
Het gaat onder andere om de criteria om een verbouwing te onderscheiden van nieuwbouw. Wanneer is 6 % van toepassing, wanneer 21 %? Hoe berekent men de oppervlaktenorm bij uitbreidingswerken? Wanneer kan een verbouwd gebouw verkocht worden met btw, wanneer moet er verkocht worden met registratierechten? Het gaat om topics die relevant zijn voor al wie actief is in de vastgoedsector als bouwpromotor, accountant, fiscaal advocaat of notaris.
Stefan Ruysschaert is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Vastgoed en btw. Bouwen en verbouwen in vraag en antwoord
Dit boekje bevat een aantal topics uit de vastgoedsector inzake bouwen en verbouwen in België. Het gaat om praktijkgerichte vragen waarop een duidelijk antwoord wordt geformuleerd.
Het gaat onder andere om de criteria om een verbouwing te onderscheiden van nieuwbouw. Wanneer is 6 % van toepassing, wanneer 21 %? Hoe berekent men de oppervlaktenorm bij uitbreidingswerken? Wanneer kan een verbouwd gebouw verkocht worden met btw, wanneer moet er verkocht worden met registratierechten? Het gaat om topics die relevant zijn voor al wie actief is in de vastgoedsector als bouwpromotor, accountant, fiscaal advocaat of notaris.
Stefan Ruysschaert is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Filosofisch tegenspel. Traag denken in tijden van versnelling
We leven in een tijd van hyperkinetiek, snelle verplaatsing, flitskapitaal, directe maakbaarheid en hyperlink-denken. Snelheid geeft een kick, maar maakt ons ook ziek. We proberen tijdelijk aan de snelheid te ontsnappen via fysieke en digitale, individuele en collectieve capsules die ons beschermen tegen te veel prikkels. Om echter blijvend aan systeemsnelheid te ontkomen is er diepzinniger tegenspel nodig dat traagheid en ritmes wil denken als indirect verzet, vaste rituelen koestert, uitnodigt tot beschouwelijkheid en niet meewaait met emoties die zich aandienen maar zich stevig positioneert in het eigen lichaam met zijn affectiviteit en ons opnieuw wil verbinden met de aarde. Maar hoe pakken we dit aan?
Giovanni Rizzuto studeerde filosofie, theologie en Indische talen aan de Universiteit van Amsterdam. Naast zijn werk als beeldend kunstenaar doceerde hij filosofie en menswetenschappen aan verschillende hogescholen. Hij publiceerde meerdere boeken en schrijft regelmatig voor o.a. Hollands Maandblad, Streven en Filosofie-Tijdschrift. De draad van Ariadne, Wijsgerige essays over mythe en mythologie (2022), De wereld in een korrel zand, Inleiding in de filosofie van de mystiek (2023), Misterios Envueltos, Mínima Poética (2024) en De reis van Gilgamesj, Over dood, bewustzijn en seksualiteit (2024) zijn zijn meest recente publicaties.
Filosofisch tegenspel. Traag denken in tijden van versnelling
We leven in een tijd van hyperkinetiek, snelle verplaatsing, flitskapitaal, directe maakbaarheid en hyperlink-denken. Snelheid geeft een kick, maar maakt ons ook ziek. We proberen tijdelijk aan de snelheid te ontsnappen via fysieke en digitale, individuele en collectieve capsules die ons beschermen tegen te veel prikkels. Om echter blijvend aan systeemsnelheid te ontkomen is er diepzinniger tegenspel nodig dat traagheid en ritmes wil denken als indirect verzet, vaste rituelen koestert, uitnodigt tot beschouwelijkheid en niet meewaait met emoties die zich aandienen maar zich stevig positioneert in het eigen lichaam met zijn affectiviteit en ons opnieuw wil verbinden met de aarde. Maar hoe pakken we dit aan?
Giovanni Rizzuto studeerde filosofie, theologie en Indische talen aan de Universiteit van Amsterdam. Naast zijn werk als beeldend kunstenaar doceerde hij filosofie en menswetenschappen aan verschillende hogescholen. Hij publiceerde meerdere boeken en schrijft regelmatig voor o.a. Hollands Maandblad, Streven en Filosofie-Tijdschrift. De draad van Ariadne, Wijsgerige essays over mythe en mythologie (2022), De wereld in een korrel zand, Inleiding in de filosofie van de mystiek (2023), Misterios Envueltos, Mínima Poética (2024) en De reis van Gilgamesj, Over dood, bewustzijn en seksualiteit (2024) zijn zijn meest recente publicaties.
Wetboek overheidsopdrachten, editie 2025
Twee wetten en twee uitvoeringsbesluiten maken de essentie uit van het Belgische overheidsopdrachtenrecht:
• de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten;
• de wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie
en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies;
• het koninklijk besluit van 18 april 2017 plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren;
• het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten.
Met voorliggende Maklu-wetboekpocket worden deze wetten en koninklijke besluiten, in een gecoördineerde versie, voor een vlotte consultatie ter beschikking gesteld van al diegenen die dagdagelijks, in welke functie ook, bij het overheidsopdrachtengebeuren betrokken zijn.
De teksten zijn bijgehouden tot en met het Belgisch Staatsblad van 3 januari 2025.
Wetboek overheidsopdrachten, editie 2025
Twee wetten en twee uitvoeringsbesluiten maken de essentie uit van het Belgische overheidsopdrachtenrecht:
• de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten;
• de wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie
en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies;
• het koninklijk besluit van 18 april 2017 plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren;
• het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten.
Met voorliggende Maklu-wetboekpocket worden deze wetten en koninklijke besluiten, in een gecoördineerde versie, voor een vlotte consultatie ter beschikking gesteld van al diegenen die dagdagelijks, in welke functie ook, bij het overheidsopdrachtengebeuren betrokken zijn.
De teksten zijn bijgehouden tot en met het Belgisch Staatsblad van 3 januari 2025.
Military Justice: Contemporary, Historical and Comparative Perspectives | RIDP libri 8
Military justice is an essential aspect of a nation’s defence system, rooted in a rich historical context that is intertwined with wider legal, political and social developments. Its importance has increased in the 21st century due to the changing nature of war, the need to protect civilians, the need to deal with misconduct by soldiers and to protect victims. It is essential to understand the historical development of military justice in order to grasp its complex legal and ethical dimensions, and avoid past mistakes.
Military justice serves to address misconduct within the armed forces, and to ensure discipline and compliance with ethical and international standards. Ongoing training in military law is mandatory to prevent illegal actions and foster a culture of respect for legal standards. One of the main objectives of military justice is also to protect civilians during armed conflicts. International humanitarian law, including the Geneva Conventions, requires the protection of non-combatants, and military justice systems help to ensure compliance with these laws. Investigating and prosecuting violations, particularly those that endanger civilians, helps to ensure accountability and maintain the legitimacy of military operations.
In the same way, advances in military technology, such as the use of drones and artificial intelligence, pose new challenges for military justice. Legal frameworks must evolve to take account of legal and ethical implications of these technologies. Additionally, warfare has significantly transformed in recent years, with cyber warfare, private military companies and counter-insurgency operations. Finally, contemporary military operations often involve coalitions of multiple countries, requiring harmonized approaches to military justice to ensure consistency across different legal systems.
The International Military Justice Forum (IMJF) provides a platform for global discussions on military justice, bringing together academics, practitioners, and military personnel. It fosters comparative analysis of international military justice systems and explores their historical and current evolution.
This volume brings together major contributions to the 2nd International Military Justice Forum, which convened on 8 and 9 November 2023 in Stellenbosch, South Africa
Gwenaël Guyon is Associate Professor in Legal History and Comparative Law at Saint-Cyr Coëtquidan Military Academy, seconded from the University Paris Cité, and President of the International Military Justice Forum.
Evert Kleynhans is Associate Professor in Military History at the Faculty of Military Science of Stellenbosch University, and Honorary Researcher at the Centre for War and Diplomacy at Lancaster University.
Michelle Nel is Associate Professor in Military Law at the Faculty of Military Science of Stellenbosch University, and a part-time researcher at the Security Institute for Governance and Leadership in Africa (SIGLA).
Sonja Els is Senior Lecturer in Mercantile Law and Military Law, and Chair of the School for Human Resource Development at the Faculty of Military Science of Stellenbosch University.
Military Justice: Contemporary, Historical and Comparative Perspectives | RIDP libri 8
Military justice is an essential aspect of a nation’s defence system, rooted in a rich historical context that is intertwined with wider legal, political and social developments. Its importance has increased in the 21st century due to the changing nature of war, the need to protect civilians, the need to deal with misconduct by soldiers and to protect victims. It is essential to understand the historical development of military justice in order to grasp its complex legal and ethical dimensions, and avoid past mistakes.
Military justice serves to address misconduct within the armed forces, and to ensure discipline and compliance with ethical and international standards. Ongoing training in military law is mandatory to prevent illegal actions and foster a culture of respect for legal standards. One of the main objectives of military justice is also to protect civilians during armed conflicts. International humanitarian law, including the Geneva Conventions, requires the protection of non-combatants, and military justice systems help to ensure compliance with these laws. Investigating and prosecuting violations, particularly those that endanger civilians, helps to ensure accountability and maintain the legitimacy of military operations.
In the same way, advances in military technology, such as the use of drones and artificial intelligence, pose new challenges for military justice. Legal frameworks must evolve to take account of legal and ethical implications of these technologies. Additionally, warfare has significantly transformed in recent years, with cyber warfare, private military companies and counter-insurgency operations. Finally, contemporary military operations often involve coalitions of multiple countries, requiring harmonized approaches to military justice to ensure consistency across different legal systems.
The International Military Justice Forum (IMJF) provides a platform for global discussions on military justice, bringing together academics, practitioners, and military personnel. It fosters comparative analysis of international military justice systems and explores their historical and current evolution.
This volume brings together major contributions to the 2nd International Military Justice Forum, which convened on 8 and 9 November 2023 in Stellenbosch, South Africa
Gwenaël Guyon is Associate Professor in Legal History and Comparative Law at Saint-Cyr Coëtquidan Military Academy, seconded from the University Paris Cité, and President of the International Military Justice Forum.
Evert Kleynhans is Associate Professor in Military History at the Faculty of Military Science of Stellenbosch University, and Honorary Researcher at the Centre for War and Diplomacy at Lancaster University.
Michelle Nel is Associate Professor in Military Law at the Faculty of Military Science of Stellenbosch University, and a part-time researcher at the Security Institute for Governance and Leadership in Africa (SIGLA).
Sonja Els is Senior Lecturer in Mercantile Law and Military Law, and Chair of the School for Human Resource Development at the Faculty of Military Science of Stellenbosch University.
Ontveld denken. Verblijven in een unheimische wereld
Lange tijd wisten we ons thuis in een wereld die we meenden te hebben. Het bestaan in deze vertrouwde wereld vormde onze existentie, die we op een eigenlijke wijze op ons namen. Thans is de wereld echter niet meer wat hij was, en zijn we ook zelf niet meer wie we waren. ‘De wereld is weg’, zo dichtte Paul Celan, en deze afwezigheid van de wereld brengt ons van ons stuk. In de planetaire ‘techno-natuur’ die naar voren treedt, weten we ons getekend door een soort van zelf-gemis, dat samenhangt met een gemis aan woorden, dat zelf correleert met het wegtrekken van de wereld dat we vernemen in fenomenen als de globalisering en klimaatverwoesting, de versplintering en fictionalisering van wetenschap en technologie, en zelfs ‘het einde van de metafysica’.
Vandaag bestaat de ‘wereld’ die we met elkaar delen als een ‘techno-natuurlijke’ achtergrond waaraan we als simpelweg levende wezens direct zijn uitgeleverd, zonder onderdak en zonder horizon, en zelfs zonder denken. Niemand is echt thuis in deze globale omgeving, niemand kan haar de hunne noemen, en toch moeten we allemaal leren om voor deze niet-toe-te-eigenen planetaire sfeer zorg te dragen.
Dit vormt dan ook de inzet van dit boek. Het ontveld denken is een denken dat aanvaardt om verwond te raken door de verscheurende aspecten van onze ‘wereld’. Het is een denken dat zich verbeeldt als een rauwe gevoeligheid en scherpte die het ook inzet als strijdmiddel, en dit vanuit het besef dat het aan ons is om te beslissen aangaande de ‘wereld’ en het wegtrekken ervan. Dit boek bundelt 14 artikelen van Susanna Lindberg, in een keuze en vertaling van Bart Buseyne.
Vaak is de veronderstelling dat denken iets is wat mooi is of ons een fijn gevoel geeft. Susanna Lindberg maakt in deze bundel met elkaar samenhangende artikelen duidelijk dat denken ook pijn kan doen, en dat het misschien daarom wel zo moeilijk is om echt na te denken over de wereldwijde ecologische misère die ons nog steeds te weinig bij de strot grijpt. Wie de moed heeft om met haar mee te denken over de klimaatcatastrofe, over de ‘ontrafeling’ van onze wereld of over de ‘zachtheid’ van extinctie, wordt verwond door dit boek, maar zal ook verrijkt worden met tal van verrassende inzichten. Het boek bevat een fraai staaltje van wat Lindberg vermag en is ook nog eens voortreffelijk vertaald, ingeleid en geannoteerd door Bart Buseyne. - René ten Bos
Susanna Lindberg is hoogleraar in de Continentale wijsbegeerte aan de Universiteit Leiden. Nadat ze in eerder werk de ontwikkelingen en vertakkingen in het domein van de moderne Europese filosofie heeft verkend, neemt ze vandaag de globalisering, de techniek en de klimaatopwarming tot onderwerp, en dit vanuit een (post)fenomenologische invalshoek. Ze is de auteur van o.a. Le monde défait (2016), Techniques en philosophie (2020), From Technological Humanity to Bio-technical Existence (2023) en Planetary Thinking in the Era of Global Warming (2023). Bart Buseyne is filosoof van opleiding en verbonden aan KBR, de nationale bibliotheek van België.
Ontveld denken. Verblijven in een unheimische wereld
Lange tijd wisten we ons thuis in een wereld die we meenden te hebben. Het bestaan in deze vertrouwde wereld vormde onze existentie, die we op een eigenlijke wijze op ons namen. Thans is de wereld echter niet meer wat hij was, en zijn we ook zelf niet meer wie we waren. ‘De wereld is weg’, zo dichtte Paul Celan, en deze afwezigheid van de wereld brengt ons van ons stuk. In de planetaire ‘techno-natuur’ die naar voren treedt, weten we ons getekend door een soort van zelf-gemis, dat samenhangt met een gemis aan woorden, dat zelf correleert met het wegtrekken van de wereld dat we vernemen in fenomenen als de globalisering en klimaatverwoesting, de versplintering en fictionalisering van wetenschap en technologie, en zelfs ‘het einde van de metafysica’.
Vandaag bestaat de ‘wereld’ die we met elkaar delen als een ‘techno-natuurlijke’ achtergrond waaraan we als simpelweg levende wezens direct zijn uitgeleverd, zonder onderdak en zonder horizon, en zelfs zonder denken. Niemand is echt thuis in deze globale omgeving, niemand kan haar de hunne noemen, en toch moeten we allemaal leren om voor deze niet-toe-te-eigenen planetaire sfeer zorg te dragen.
Dit vormt dan ook de inzet van dit boek. Het ontveld denken is een denken dat aanvaardt om verwond te raken door de verscheurende aspecten van onze ‘wereld’. Het is een denken dat zich verbeeldt als een rauwe gevoeligheid en scherpte die het ook inzet als strijdmiddel, en dit vanuit het besef dat het aan ons is om te beslissen aangaande de ‘wereld’ en het wegtrekken ervan. Dit boek bundelt 14 artikelen van Susanna Lindberg, in een keuze en vertaling van Bart Buseyne.
Vaak is de veronderstelling dat denken iets is wat mooi is of ons een fijn gevoel geeft. Susanna Lindberg maakt in deze bundel met elkaar samenhangende artikelen duidelijk dat denken ook pijn kan doen, en dat het misschien daarom wel zo moeilijk is om echt na te denken over de wereldwijde ecologische misère die ons nog steeds te weinig bij de strot grijpt. Wie de moed heeft om met haar mee te denken over de klimaatcatastrofe, over de ‘ontrafeling’ van onze wereld of over de ‘zachtheid’ van extinctie, wordt verwond door dit boek, maar zal ook verrijkt worden met tal van verrassende inzichten. Het boek bevat een fraai staaltje van wat Lindberg vermag en is ook nog eens voortreffelijk vertaald, ingeleid en geannoteerd door Bart Buseyne. - René ten Bos
Susanna Lindberg is hoogleraar in de Continentale wijsbegeerte aan de Universiteit Leiden. Nadat ze in eerder werk de ontwikkelingen en vertakkingen in het domein van de moderne Europese filosofie heeft verkend, neemt ze vandaag de globalisering, de techniek en de klimaatopwarming tot onderwerp, en dit vanuit een (post)fenomenologische invalshoek. Ze is de auteur van o.a. Le monde défait (2016), Techniques en philosophie (2020), From Technological Humanity to Bio-technical Existence (2023) en Planetary Thinking in the Era of Global Warming (2023). Bart Buseyne is filosoof van opleiding en verbonden aan KBR, de nationale bibliotheek van België.
Het dierenrijk als bron van geneesmiddelen, (volks)geneeskunde en farmacie (Reeks Cahiers GGG Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg, nr. 20)
Door de eeuwen heen hebben apothekers een fascinatie gehad voor dieren. Dit was in de eerste plaats het geval in het productie-proces van geneesmiddelen. Vele likkepotten, zalven, pillen, oliën of lotions werden aangemaakt op basis van ingrediënten, verkregen uit dieren. Immers, aan dieren werden allerhande gunstige eigenschappen toegekend, die de gezondheid van de mens ten goede konden komen. Men kan het zo gauw niet bedenken, maar zowat alle dieren werden in aanmerking genomen om ziekten tegen te gaan. In dit boek passeren talloze diersoorten de revue, waarvan de eigenschappen op de één of andere manier heilzaam bleken te zijn voor de mens.
Maar ook als uithangbord of decoratie gebruikten apothekers, drogisten of kruideniers allerhande opgezette dieren of afbeeldingen om hun apotheek mee op te smukken. Zo droegen apotheken door de eeuwen heen ook de namen van exotische of lokale beesten, of werden apothekerspotten versierd met afbeeldingen van beren, olifanten, slangen of andere diersoorten.
Aangezien dieren genezing konden brengen, werden ze het favoriete hulpmiddel van de vele geneesheiligen, die door de mensheid eeuwen lang vereerd en aanbeden werden om hun gezondheid te beschermen of te herstellen. De auteur brengt een panoplie van heiligen ten tonele, die elk voor een bepaalde ziekte of aandoening genezing kon brengen in onze Lage Landen.
Kortom, in dit boek komt de onverbrekelijke band tussen de apotheker en de wonderlijke dierenwereld tot uiting, een band die ons telkens weer blijft verbazen en intrigeren.
Guy Gilias (1944) toonde reeds tijdens zijn apothekersstudies belangstelling voor de geschiedenis van zijn beroep. Tien jaar lang was hij voorzitter van de Kring voor de Geschiedenis van de Farmacie in de Benelux. Hij werd benoemd tot lid van de Académie Internationale d’Histoire de la Pharmacie en werd laureaat van de Prijs Frans Daels (afdeling Farmacie), uitgereikt door de Koninklijke Academie voor Geneeskunde van België. Hij gaf verscheidene lezingen over farmaceutisch historische onderwerpen, publiceerde artikelen in gespecialiseerde tijdschriften en schreef verschillende boeken met betrekking tot de geschiedenis van de farmacie.
Het dierenrijk als bron van geneesmiddelen, (volks)geneeskunde en farmacie (Reeks Cahiers GGG Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg, nr. 20)
Door de eeuwen heen hebben apothekers een fascinatie gehad voor dieren. Dit was in de eerste plaats het geval in het productie-proces van geneesmiddelen. Vele likkepotten, zalven, pillen, oliën of lotions werden aangemaakt op basis van ingrediënten, verkregen uit dieren. Immers, aan dieren werden allerhande gunstige eigenschappen toegekend, die de gezondheid van de mens ten goede konden komen. Men kan het zo gauw niet bedenken, maar zowat alle dieren werden in aanmerking genomen om ziekten tegen te gaan. In dit boek passeren talloze diersoorten de revue, waarvan de eigenschappen op de één of andere manier heilzaam bleken te zijn voor de mens.
Maar ook als uithangbord of decoratie gebruikten apothekers, drogisten of kruideniers allerhande opgezette dieren of afbeeldingen om hun apotheek mee op te smukken. Zo droegen apotheken door de eeuwen heen ook de namen van exotische of lokale beesten, of werden apothekerspotten versierd met afbeeldingen van beren, olifanten, slangen of andere diersoorten.
Aangezien dieren genezing konden brengen, werden ze het favoriete hulpmiddel van de vele geneesheiligen, die door de mensheid eeuwen lang vereerd en aanbeden werden om hun gezondheid te beschermen of te herstellen. De auteur brengt een panoplie van heiligen ten tonele, die elk voor een bepaalde ziekte of aandoening genezing kon brengen in onze Lage Landen.
Kortom, in dit boek komt de onverbrekelijke band tussen de apotheker en de wonderlijke dierenwereld tot uiting, een band die ons telkens weer blijft verbazen en intrigeren.
Guy Gilias (1944) toonde reeds tijdens zijn apothekersstudies belangstelling voor de geschiedenis van zijn beroep. Tien jaar lang was hij voorzitter van de Kring voor de Geschiedenis van de Farmacie in de Benelux. Hij werd benoemd tot lid van de Académie Internationale d’Histoire de la Pharmacie en werd laureaat van de Prijs Frans Daels (afdeling Farmacie), uitgereikt door de Koninklijke Academie voor Geneeskunde van België. Hij gaf verscheidene lezingen over farmaceutisch historische onderwerpen, publiceerde artikelen in gespecialiseerde tijdschriften en schreef verschillende boeken met betrekking tot de geschiedenis van de farmacie.