Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Creatief proza. Ideeënboek

 18,90
Onderwijs en creativiteit rijmen niet. Je hoort het wel meer: het onderwijs onderdrukt de creatieve energie. Het basisonderwijs laat nog ruimte voor de creatieve ontplooiing van kinderen. Maar ook daar sijpelen rechtlijnigheid en conformisme geleidelijk binnen. Kinderen leren er binnen de lijntjes te kleuren.
Eenmaal hogerop krijgen die lijntjes de strakke contouren van clichés en vaste schema’s. Convergent denken neemt de plaats in van creatief denken.

En toch. Bijna algemeen erkennen we creativiteit als een belangrijk persoonlijkheids kenmerk. Alleen ontbreekt het ons vaak aan creatieve branie om daar daadwerkelijk iets aan te doen. Het vraagt nu eenmaal ondernemingslust en zin voor avontuur om gebaande wegen te verlaten en het terrein te betreden waar intuïtie, expressie, exploratie en inspiratie thuishoren.

Wie is er bang van creativiteit? Dit boek maakt alvast de weg vrij. Het nodigt taaldocenten uit om te volgen: om creatieve schrijfopdrachten een vooraanstaande plaats te geven in hun lessen en op deze manier de creatieve mogelijkheden van jongeren te verruimen. Creatief schrijven om beter te schrijven, dat vooral, en om te groeien, dat ook. Te groeien in creativiteit.

Creatief proza is in de eerste plaats bedoeld voor voortgezet/secundair onderwijs, maar is ook uitermate geschikt voor schrijfdocenten en cursisten, studenten in de lerarenopleiding en leraren in de hoogste jaren van het basisonderwijs.

Jos Van Thienen is doctor in de taal- en letterkunde. Zijn ervaring als docent in het secundair onderwijs vormt de creatieve onderstroom van dit boek.

Quick View

Creatief proza. Ideeënboek

 18,90
Onderwijs en creativiteit rijmen niet. Je hoort het wel meer: het onderwijs onderdrukt de creatieve energie. Het basisonderwijs laat nog ruimte voor de creatieve ontplooiing van kinderen. Maar ook daar sijpelen rechtlijnigheid en conformisme geleidelijk binnen. Kinderen leren er binnen de lijntjes te kleuren.
Eenmaal hogerop krijgen die lijntjes de strakke contouren van clichés en vaste schema’s. Convergent denken neemt de plaats in van creatief denken.

En toch. Bijna algemeen erkennen we creativiteit als een belangrijk persoonlijkheids kenmerk. Alleen ontbreekt het ons vaak aan creatieve branie om daar daadwerkelijk iets aan te doen. Het vraagt nu eenmaal ondernemingslust en zin voor avontuur om gebaande wegen te verlaten en het terrein te betreden waar intuïtie, expressie, exploratie en inspiratie thuishoren.

Wie is er bang van creativiteit? Dit boek maakt alvast de weg vrij. Het nodigt taaldocenten uit om te volgen: om creatieve schrijfopdrachten een vooraanstaande plaats te geven in hun lessen en op deze manier de creatieve mogelijkheden van jongeren te verruimen. Creatief schrijven om beter te schrijven, dat vooral, en om te groeien, dat ook. Te groeien in creativiteit.

Creatief proza is in de eerste plaats bedoeld voor voortgezet/secundair onderwijs, maar is ook uitermate geschikt voor schrijfdocenten en cursisten, studenten in de lerarenopleiding en leraren in de hoogste jaren van het basisonderwijs.

Jos Van Thienen is doctor in de taal- en letterkunde. Zijn ervaring als docent in het secundair onderwijs vormt de creatieve onderstroom van dit boek.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Competentie-ontwikkelend onderwijs. Een verkenning

door
 21,00
In debatten over de vernieuwingen in onderwijs zijn competentiegericht onderwijs en competentie-ontwikkelend onderwijs vaak en graag gebruikte begrippen. In het beroepsgericht secundair onderwijs, het deeltijds onderwijs, het volwassenenonderwijs en het hoger onderwijs lopen al projecten en programma’s om te werken met competenties.

Maar over de precieze inhoud van deze begrippen bestaat in de Vlaamse onderwijswereld geen duidelijkheid. Daarom organiseerde de Vlor hierover een probleemverkenning.

Raadsleden, praktijkdeskundigen en academici zochten, elk vanuit hun specifieke kennis en invalshoek, naar antwoorden op vragen als:
- Wat betekent het begrip competentie nu precies?
- En wat is competentie-ontwikkelend onderwijs?
- Welke meerwaarde heeft competentie-ontwikkelend onderwijs en wat zijn de valkuilen?
- Is competentie-ontwikkelend onderwijs meer aangewezen in bepaalde onderwijsniveaus of -sectoren dan in andere?
- Welke systeemvoorwaarden zijn onmisbaar om competentie-ontwikkelend onderwijs te kunnen organiseren?

Deze publicatie bundelt de bijdragen van de verschillende deskundigen en sluit af met een synthesetekst.

Deze uitgave is een initiatief van de Vlaamse onderwijsraad – Algemene Raad.

Quick View

Competentie-ontwikkelend onderwijs. Een verkenning

door
 21,00
In debatten over de vernieuwingen in onderwijs zijn competentiegericht onderwijs en competentie-ontwikkelend onderwijs vaak en graag gebruikte begrippen. In het beroepsgericht secundair onderwijs, het deeltijds onderwijs, het volwassenenonderwijs en het hoger onderwijs lopen al projecten en programma’s om te werken met competenties.

Maar over de precieze inhoud van deze begrippen bestaat in de Vlaamse onderwijswereld geen duidelijkheid. Daarom organiseerde de Vlor hierover een probleemverkenning.

Raadsleden, praktijkdeskundigen en academici zochten, elk vanuit hun specifieke kennis en invalshoek, naar antwoorden op vragen als:
- Wat betekent het begrip competentie nu precies?
- En wat is competentie-ontwikkelend onderwijs?
- Welke meerwaarde heeft competentie-ontwikkelend onderwijs en wat zijn de valkuilen?
- Is competentie-ontwikkelend onderwijs meer aangewezen in bepaalde onderwijsniveaus of -sectoren dan in andere?
- Welke systeemvoorwaarden zijn onmisbaar om competentie-ontwikkelend onderwijs te kunnen organiseren?

Deze publicatie bundelt de bijdragen van de verschillende deskundigen en sluit af met een synthesetekst.

Deze uitgave is een initiatief van de Vlaamse onderwijsraad – Algemene Raad.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Bologna in European research-intensive universities. Implications for bachelor and master programs

 19,00
The Bologna-declaration changes fundamentally higher educationin Europe. It introduces a clear distinction between bachelor andmaster programs and invites research-intensive universities for afundamental refl ection on the relationship between research andeducational activities.
Some of the prominent questions are: how canstudents’ learning experiences within a research-intensive contextbe characterised, what effects can be expected from and what is theactual impact of learning in an environment that in general focuses onresearch rather than on education and student learning, and how canresearch be integrated in education in view of optimizing learning.

Considering the literature on the one hand and building upon thein-depth refl ections of faculty-members in European researchintensiveuniversities, the authors Jan Elen and An Verburgh makea number of educational proposals, pertaining to goals, orientationand curriculum structure of bachelors and masters programs aswell as to the instructional activities and possible quality assuranceprocesses in research-intensive universities.
The proposals areformulated in view of encouraging ongoing discussion and debate onthe nexus between education and research. They aim at increasing theattractiveness and effectiveness of educational activities by stressingthe need for a thorough, systematic and diversifi ed integration ofresearch in educational activities.
Placeholder Image
Quick View

Bologna in European research-intensive universities. Implications for bachelor and master programs

 19,00
The Bologna-declaration changes fundamentally higher educationin Europe. It introduces a clear distinction between bachelor andmaster programs and invites research-intensive universities for afundamental refl ection on the relationship between research andeducational activities.
Some of the prominent questions are: how canstudents’ learning experiences within a research-intensive contextbe characterised, what effects can be expected from and what is theactual impact of learning in an environment that in general focuses onresearch rather than on education and student learning, and how canresearch be integrated in education in view of optimizing learning.

Considering the literature on the one hand and building upon thein-depth refl ections of faculty-members in European researchintensiveuniversities, the authors Jan Elen and An Verburgh makea number of educational proposals, pertaining to goals, orientationand curriculum structure of bachelors and masters programs aswell as to the instructional activities and possible quality assuranceprocesses in research-intensive universities.
The proposals areformulated in view of encouraging ongoing discussion and debate onthe nexus between education and research. They aim at increasing theattractiveness and effectiveness of educational activities by stressingthe need for a thorough, systematic and diversifi ed integration ofresearch in educational activities.
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
De lerende stad. Het laboratorium RotterdamDe lerende stad. Het laboratorium Rotterdam
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De lerende stad. Het laboratorium Rotterdam

 21,20
Rotterdam mag zich in een bijzondere belangsteling verheugen. De Maasstad heeft niet alleen taaie problemen, ze formuleert meteen ook de bijbehorende uitdagingen en toont een dadendrang, die bestuurders van andere steden soms de wenkbrauwen doet fronsen-en hen niet zelden inspireert. Globale en landelijke ontwikkelingen komen in Rotterdam samen. De stad kent een ''scheve bevolkingssamenstelling'', zeggen de deskundigen, en ze vergrijst én ze verjongt. Rotterdam moet zijn kennisniveau drastisch verhogen, de economie vraagt om versterking en vernieuwing. En gemeten op de achttien indicatoren van achterstanden en problemen komen zeven van de beoogde prachtwijken van het land in Rotterdam terecht.

De auteurs zijn: Angelina Adam, Paul de Beer, Godfried Engbersen, Radboud Engbersen, Johan Geraets, Jan van Gerwen, Jo Hermanns, Ton de Klerk, Marianne Kloosterman, Jantine Kriens, Theo Magito, Ton Notten (redactie), Geertien Pols, Truida de Raaf, Frans Spierings en Toby Witte.

De lerende stad. Het laboratorium RotterdamDe lerende stad. Het laboratorium Rotterdam
Quick View

De lerende stad. Het laboratorium Rotterdam

 21,20
Rotterdam mag zich in een bijzondere belangsteling verheugen. De Maasstad heeft niet alleen taaie problemen, ze formuleert meteen ook de bijbehorende uitdagingen en toont een dadendrang, die bestuurders van andere steden soms de wenkbrauwen doet fronsen-en hen niet zelden inspireert. Globale en landelijke ontwikkelingen komen in Rotterdam samen. De stad kent een ''scheve bevolkingssamenstelling'', zeggen de deskundigen, en ze vergrijst én ze verjongt. Rotterdam moet zijn kennisniveau drastisch verhogen, de economie vraagt om versterking en vernieuwing. En gemeten op de achttien indicatoren van achterstanden en problemen komen zeven van de beoogde prachtwijken van het land in Rotterdam terecht.

De auteurs zijn: Angelina Adam, Paul de Beer, Godfried Engbersen, Radboud Engbersen, Johan Geraets, Jan van Gerwen, Jo Hermanns, Ton de Klerk, Marianne Kloosterman, Jantine Kriens, Theo Magito, Ton Notten (redactie), Geertien Pols, Truida de Raaf, Frans Spierings en Toby Witte.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

ZL- Literair-historisch tijdschrift. Jrg.7 (2007-2008) – nr. 1: Themanummer Bert Bakker

 19,90
Deze omvangrijke aflevering is volledig gewijd aan de uitgever Bert Bakker (1912-1969). Bakker wordt met Geert Lubberhuizen van De Bezige Bij en Geert van Oorschot gezien als een van de belangrijke vernieuwers van het naoorlogse boekenvak die een blijvende invloed hebben uitgeoefend op het uitgeversvak.

Bakker nam vlak voor de Tweede Wereldoorlog de christelijke Haagse uitgeverij D.A. Daamen onder zijn hoede. De anarchie van de bezetting en Bakkers betrokkenheid bij het illegale blad Vrij Nederland, de clandestiene uitgeverij Mansarde Pers en zijn gevangenschap van enkele maanden zorgden voor een wending in Bakkers leven, waardoor hij na 1945 het enge christelijke milieu van zijn jeugd vaarwel zei en zijn uitgeverij uitbouwde tot een belangrijk literair fonds. Met zijn Ooievaar-pockets was hij in 1954 bovendien een van de eersten die van de kracht van deze moderne verschijningsvorm de vruchten plukte. De hoge oplagen van die boekjes zorgden ervoor dat veel beginnende lezers via de Ooievaars met literatuur in aanraking kwamen.

In een van de bijdragen in deze aflevering van Zacht Lawijd wordt Bakker door een tijdgenoot gekenschetst als ''Een varken dat van Bach hield''. Die aanduiding is natuurlijk vanwege het pakkende karakter wat uitvergroot, maar een feit is dat iedereen die Bakker heeft gekend die vreemde combinatie van sociale platvloersheid en compromisloos enthousiasme voor literatuur opmerkte. Voor auteurs wiens werk hij waardeerde, ging Bakker door roeien en ruiten.

Bert Bakker en zijn fonds worden in deze speciale aflevering in maar liefst veertien bijdragen belicht: zijn plaats binnen het uitgeversveld, zijn positie binnen het Haagse kunstleven, zijn eigen literaire werk, zijn verhouding tot auteurs als Lucebert, Paul Rodenko, Paul Snoek, Hans Warren, Neeltje Maria Min en H. Voordewind, zijn clandestiene Mansarde Pers, zijn tijdschrift Maatstaf, zijn Ooievaar-pockets, en uiterst amusante interviews met tijdgenoten en vroegere personeelsleden. Ook wordt integraal een door C.A.B. Bantzinger tijdens Bakkers gevangenschap in de Tweede Wereldoorlog getekend album opgenomen.

Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View

ZL- Literair-historisch tijdschrift. Jrg.7 (2007-2008) – nr. 1: Themanummer Bert Bakker

 19,90
Deze omvangrijke aflevering is volledig gewijd aan de uitgever Bert Bakker (1912-1969). Bakker wordt met Geert Lubberhuizen van De Bezige Bij en Geert van Oorschot gezien als een van de belangrijke vernieuwers van het naoorlogse boekenvak die een blijvende invloed hebben uitgeoefend op het uitgeversvak.

Bakker nam vlak voor de Tweede Wereldoorlog de christelijke Haagse uitgeverij D.A. Daamen onder zijn hoede. De anarchie van de bezetting en Bakkers betrokkenheid bij het illegale blad Vrij Nederland, de clandestiene uitgeverij Mansarde Pers en zijn gevangenschap van enkele maanden zorgden voor een wending in Bakkers leven, waardoor hij na 1945 het enge christelijke milieu van zijn jeugd vaarwel zei en zijn uitgeverij uitbouwde tot een belangrijk literair fonds. Met zijn Ooievaar-pockets was hij in 1954 bovendien een van de eersten die van de kracht van deze moderne verschijningsvorm de vruchten plukte. De hoge oplagen van die boekjes zorgden ervoor dat veel beginnende lezers via de Ooievaars met literatuur in aanraking kwamen.

In een van de bijdragen in deze aflevering van Zacht Lawijd wordt Bakker door een tijdgenoot gekenschetst als ''Een varken dat van Bach hield''. Die aanduiding is natuurlijk vanwege het pakkende karakter wat uitvergroot, maar een feit is dat iedereen die Bakker heeft gekend die vreemde combinatie van sociale platvloersheid en compromisloos enthousiasme voor literatuur opmerkte. Voor auteurs wiens werk hij waardeerde, ging Bakker door roeien en ruiten.

Bert Bakker en zijn fonds worden in deze speciale aflevering in maar liefst veertien bijdragen belicht: zijn plaats binnen het uitgeversveld, zijn positie binnen het Haagse kunstleven, zijn eigen literaire werk, zijn verhouding tot auteurs als Lucebert, Paul Rodenko, Paul Snoek, Hans Warren, Neeltje Maria Min en H. Voordewind, zijn clandestiene Mansarde Pers, zijn tijdschrift Maatstaf, zijn Ooievaar-pockets, en uiterst amusante interviews met tijdgenoten en vroegere personeelsleden. Ook wordt integraal een door C.A.B. Bantzinger tijdens Bakkers gevangenschap in de Tweede Wereldoorlog getekend album opgenomen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Lief en leed 3. Seks en relaties anders bekeken

door
 20,00
De derde editie van Lief en Leed brengt een speciale bijdrage over de echte of vermeende strijd tussen ‘natuur’ en ‘cultuur’ in het wetenschappelijke onderzoek naar ons seksueel gedrag. Gender, transseksualiteit, de rol van de hersenen, aseksualiteit, homoseksualiteit zijn thema’s waarover telkens debat ontstaat tussen biologische en omgevingsgerichte verklaringen. Rudi Bleys breekt in een verhelderende inleiding een lans voor een interdisciplinaire en onbevooroordeelde kijk.

Eén van de artikels brengt het opmerkelijke liefdesleven van vijftigplussers in Vlaanderen in kaart. Daaruit blijkt onder meer dat seks bij die groep nog steeds vanzelfsprekend is. Maar het geeft ook aan dat hoe ouder men is, hoe minder men actief op zoek gaat naar informatie. Sensoa, Lachesis (Expertise Bureau Latere Leeftijd en Gender) en het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen waren benieuwd naar het seksleven en seksualiteitsbeleving van vijftigplussers. Aan de hand van een webenquête en een bevraging op de 50Plus Beurs in Antwerpen brachten ze het seksleven van de babyboomers in kaart. De resultaten waren verrassend en stellen ons in staat om aanbevelingen te formuleren voor de welzijns- en gezondheidssector.

Naast het wetenschappelijk luik is er ook ruimte voor de maatschappelijke rol van pornografie door de eeuwen heen, seks in Japan, en homoseksualiteit in Polen voor en na de verkiezingen. Verder bijdragen van Jean-Jacques Amy over Margaret Sanger, de moeder van de anticonceptiepil, Jean Paul Van Bendegem over de onvermoede relatie tussen wiskunde en seks en Els Leye over vrouwenbesnijdenis in Europa.

Placeholder Image
Quick View

Lief en leed 3. Seks en relaties anders bekeken

door
 20,00
De derde editie van Lief en Leed brengt een speciale bijdrage over de echte of vermeende strijd tussen ‘natuur’ en ‘cultuur’ in het wetenschappelijke onderzoek naar ons seksueel gedrag. Gender, transseksualiteit, de rol van de hersenen, aseksualiteit, homoseksualiteit zijn thema’s waarover telkens debat ontstaat tussen biologische en omgevingsgerichte verklaringen. Rudi Bleys breekt in een verhelderende inleiding een lans voor een interdisciplinaire en onbevooroordeelde kijk.

Eén van de artikels brengt het opmerkelijke liefdesleven van vijftigplussers in Vlaanderen in kaart. Daaruit blijkt onder meer dat seks bij die groep nog steeds vanzelfsprekend is. Maar het geeft ook aan dat hoe ouder men is, hoe minder men actief op zoek gaat naar informatie. Sensoa, Lachesis (Expertise Bureau Latere Leeftijd en Gender) en het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen waren benieuwd naar het seksleven en seksualiteitsbeleving van vijftigplussers. Aan de hand van een webenquête en een bevraging op de 50Plus Beurs in Antwerpen brachten ze het seksleven van de babyboomers in kaart. De resultaten waren verrassend en stellen ons in staat om aanbevelingen te formuleren voor de welzijns- en gezondheidssector.

Naast het wetenschappelijk luik is er ook ruimte voor de maatschappelijke rol van pornografie door de eeuwen heen, seks in Japan, en homoseksualiteit in Polen voor en na de verkiezingen. Verder bijdragen van Jean-Jacques Amy over Margaret Sanger, de moeder van de anticonceptiepil, Jean Paul Van Bendegem over de onvermoede relatie tussen wiskunde en seks en Els Leye over vrouwenbesnijdenis in Europa.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

The clinical symptomatology and comorbidity of attention-deficit/hyperactive disorder in a healthy school population

 21,00
ADHD is een grote bron van bezorgdheid maar ook vanbegripsverwarring en discussie bij zowel ouders, leerkrachten,begeleiders als artsen. Iedereen lijkt er wel eenmening over te hebben. Reden te meer om ADHD kritischtegen het licht te houden.

De auteur voerde een onderzoek uit bij een grote groepkinderen in het basisonderwijs. Eerst geeft ze een overzichtvan de symptomen, diagnostiek en de behandelingvan ADHD volgens de recente literatuur. In de volgende hoofdstukken komen enkele grote onderzoeksvragen aanbod: Welke symptomen van ADHD komen bij welke kinderenvoor en wanneer? Hoe valide is het diagnostischalgoritme van de DSM-IV? Hoe vaak komt ADHD voor opdeze jonge leeftijd? Kan ADHD afzonderlijk worden gediagnosticeerden wat is de rol van comorbide stoornissen?Tot slot onderzoekt de auteur hoe kinderen met ADHDworden behandeld en formuleert zij enkele aandachtspuntenvoor de toekomst.

ADHD blijkt immers vaak ondergediagosticeerd te worden.En er wordt te weinig doorverwezen naar gespecialiseerdegeestelijke gezondheidszorg.
Placeholder Image
Quick View

The clinical symptomatology and comorbidity of attention-deficit/hyperactive disorder in a healthy school population

 21,00
ADHD is een grote bron van bezorgdheid maar ook vanbegripsverwarring en discussie bij zowel ouders, leerkrachten,begeleiders als artsen. Iedereen lijkt er wel eenmening over te hebben. Reden te meer om ADHD kritischtegen het licht te houden.

De auteur voerde een onderzoek uit bij een grote groepkinderen in het basisonderwijs. Eerst geeft ze een overzichtvan de symptomen, diagnostiek en de behandelingvan ADHD volgens de recente literatuur. In de volgende hoofdstukken komen enkele grote onderzoeksvragen aanbod: Welke symptomen van ADHD komen bij welke kinderenvoor en wanneer? Hoe valide is het diagnostischalgoritme van de DSM-IV? Hoe vaak komt ADHD voor opdeze jonge leeftijd? Kan ADHD afzonderlijk worden gediagnosticeerden wat is de rol van comorbide stoornissen?Tot slot onderzoekt de auteur hoe kinderen met ADHDworden behandeld en formuleert zij enkele aandachtspuntenvoor de toekomst.

ADHD blijkt immers vaak ondergediagosticeerd te worden.En er wordt te weinig doorverwezen naar gespecialiseerdegeestelijke gezondheidszorg.
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Ziekenhuishygiëne. Beknopte praktijkgids

 19,90
Al te vaak lopen patiënten een infectie op in het ziekenhuis. Het probleem is inderdaad groot. Bovendien berichten de media hierover geregeld ongenuanceerd en zelfs onjuist. Terwijl de zorgsector zichzelf almaar strengere normen oplegt.
Dit boek biedt een antwoord op vele problemen. Het is ontstaan uit zijn jarenlange praktijkervaring in ziekenhuisinfectiebeheersing en de talrijke vragen van gezondheidsinspectie, patiënten en hun familie, gezondheidswerkers, ziekenhuizen,… Een tiental specialisten hebben de tekst becommentarieerd.
Het eerste deel is toelichting bij belangrijke begrippen, van Ao-waarde tot zwangere vrouwen. Daarna volgt een overzicht van voorzorgsmaatregelen bij infecties. Een derde deel somt de klinische syndromen of symptomen op waarbij best voorzorgsmaatregelen worden genomen tot de diagnose is gesteld.
Het boek is bedoeld voor medici en paramedici die te maken hebben met de zorg voor hygiëne in ziekenhuizen, woon- en zorgcentra, bij de thuiszorg, in de eerstelijnsgezondheid,…

Guido Demaiter studeerde Ziekenhuisverpleegkunde aan de KATHO in Kortrijk en Medisch-sociale wetenschappen en ziekenhuisbeleid, optie beleid en opleiding van de verpleegkunde, aan de KU Leuven. Daarnaast volgde hij de academische initiële lerarenopleiding. Hij is ziekenhuishygiënist in het Kortrijkse fusieziekenhuis AZ Groeninge.

Quick View

Ziekenhuishygiëne. Beknopte praktijkgids

 19,90
Al te vaak lopen patiënten een infectie op in het ziekenhuis. Het probleem is inderdaad groot. Bovendien berichten de media hierover geregeld ongenuanceerd en zelfs onjuist. Terwijl de zorgsector zichzelf almaar strengere normen oplegt.
Dit boek biedt een antwoord op vele problemen. Het is ontstaan uit zijn jarenlange praktijkervaring in ziekenhuisinfectiebeheersing en de talrijke vragen van gezondheidsinspectie, patiënten en hun familie, gezondheidswerkers, ziekenhuizen,… Een tiental specialisten hebben de tekst becommentarieerd.
Het eerste deel is toelichting bij belangrijke begrippen, van Ao-waarde tot zwangere vrouwen. Daarna volgt een overzicht van voorzorgsmaatregelen bij infecties. Een derde deel somt de klinische syndromen of symptomen op waarbij best voorzorgsmaatregelen worden genomen tot de diagnose is gesteld.
Het boek is bedoeld voor medici en paramedici die te maken hebben met de zorg voor hygiëne in ziekenhuizen, woon- en zorgcentra, bij de thuiszorg, in de eerstelijnsgezondheid,…

Guido Demaiter studeerde Ziekenhuisverpleegkunde aan de KATHO in Kortrijk en Medisch-sociale wetenschappen en ziekenhuisbeleid, optie beleid en opleiding van de verpleegkunde, aan de KU Leuven. Daarnaast volgde hij de academische initiële lerarenopleiding. Hij is ziekenhuishygiënist in het Kortrijkse fusieziekenhuis AZ Groeninge.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De zorgcoördinator. Een onmisbare schakel in de leerlingenzorg in het VO en MBO (Reeks Fontys Educatief, nr. 7)

 11,90
In dit boek staat de zorgcoördinator in het VO en MBO centraal. Deze professional is binnen de schoolorganisatie geen geïsoleerde persoon die achter de schermen de ‘zorg’ voor de leerling/student in goede banen leidt.
De hoofdstukken belichten verschillende aspecten waar een zorgcoördinator in de praktijk van alledag mee te maken krijgt.
Het geeft voorbeelden van die praktijk, maar belicht ook beleidsmatige kanten die daar nauw aan verbonden zijn. Het denken en het handelen zoals dat door diverse auteurs wordt beschreven, kan zeker een bijdrage leveren aan de versterking van de zorg en het zorgbeleid op de scholen. Het boek is dan ook bedoeld voor zorgcoördinatoren, schoolmanagers, schoolbesturen, opleidingsdocenten en lerarenopleiders.

Quick View

De zorgcoördinator. Een onmisbare schakel in de leerlingenzorg in het VO en MBO (Reeks Fontys Educatief, nr. 7)

 11,90
In dit boek staat de zorgcoördinator in het VO en MBO centraal. Deze professional is binnen de schoolorganisatie geen geïsoleerde persoon die achter de schermen de ‘zorg’ voor de leerling/student in goede banen leidt.
De hoofdstukken belichten verschillende aspecten waar een zorgcoördinator in de praktijk van alledag mee te maken krijgt.
Het geeft voorbeelden van die praktijk, maar belicht ook beleidsmatige kanten die daar nauw aan verbonden zijn. Het denken en het handelen zoals dat door diverse auteurs wordt beschreven, kan zeker een bijdrage leveren aan de versterking van de zorg en het zorgbeleid op de scholen. Het boek is dan ook bedoeld voor zorgcoördinatoren, schoolmanagers, schoolbesturen, opleidingsdocenten en lerarenopleiders.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Lezen, schrijven, spellen en ICT. Studievaardigheden verbeteren

 29,00
Oudere leerlingen met dyslexie of andere lees- en leerproblemen kunnen hun studievaardigheden vaak zelfstandig verbeteren met behulp van het goede oefenmateriaal. Dit (zelf) studieboek behandelt in acht hoofdstukken de basisvaardigheden van lezen, schrijven en spellen. Eerst leert de leerling meer over zijn persoonlijke leerstijl en studievaardigheden.

Er wordt veel aandacht besteed aan de mogelijkheden van de tekstverwerker, andere ICT- hulpmiddelen en internet. Jongeren zijn hier doorgaans al mee vertrouwd. In dit boek leren ze deze hulpmiddelen ook systematisch inzetten bij lezen en schrijven. Maar ook het handschrift verbeteren krijgt aandacht. Vanuit het zelf schrijven van teksten komt het samenvatten van gelezen teksten aande orde. Werkwoordspelling en ontleden worden behandeld als hulpmiddelen bij schrijven en lezen. Waar mogelijk wordt de koppeling naar de vreemde talen gemaakt. Ten slotte wordt het belang van extra tijd voor dyslectische leerlingen onderstreept.

Dit boek kan in zijn geheel doorgewerkt worden maar ook per hoofdstuk naar behoefte. Alles kan meteen ingeoefend worden met instap- en evaluatietoetsen, kopieerbladen, overzichten en werkschema’s die ook als afdrukbare documenten op een cd staan. Het is bruikbaar voor zelfstudie door leerlingen (met dyslexie) in de bovenbouw van het voortgezet/secundair onderwijs, in het hoger en universitair onderwijs. Maar het is ook geschikt als leidraad voor iedereen die leerlingen met deze problemen wil helpen. Verder vinden (Pabo-)studenten die de taaltoets moeten halen er een presentatie van de werkwoordspelling in samenhang met woord- en zinsontleding.
Placeholder Image
Quick View

Lezen, schrijven, spellen en ICT. Studievaardigheden verbeteren

 29,00
Oudere leerlingen met dyslexie of andere lees- en leerproblemen kunnen hun studievaardigheden vaak zelfstandig verbeteren met behulp van het goede oefenmateriaal. Dit (zelf) studieboek behandelt in acht hoofdstukken de basisvaardigheden van lezen, schrijven en spellen. Eerst leert de leerling meer over zijn persoonlijke leerstijl en studievaardigheden.

Er wordt veel aandacht besteed aan de mogelijkheden van de tekstverwerker, andere ICT- hulpmiddelen en internet. Jongeren zijn hier doorgaans al mee vertrouwd. In dit boek leren ze deze hulpmiddelen ook systematisch inzetten bij lezen en schrijven. Maar ook het handschrift verbeteren krijgt aandacht. Vanuit het zelf schrijven van teksten komt het samenvatten van gelezen teksten aande orde. Werkwoordspelling en ontleden worden behandeld als hulpmiddelen bij schrijven en lezen. Waar mogelijk wordt de koppeling naar de vreemde talen gemaakt. Ten slotte wordt het belang van extra tijd voor dyslectische leerlingen onderstreept.

Dit boek kan in zijn geheel doorgewerkt worden maar ook per hoofdstuk naar behoefte. Alles kan meteen ingeoefend worden met instap- en evaluatietoetsen, kopieerbladen, overzichten en werkschema’s die ook als afdrukbare documenten op een cd staan. Het is bruikbaar voor zelfstudie door leerlingen (met dyslexie) in de bovenbouw van het voortgezet/secundair onderwijs, in het hoger en universitair onderwijs. Maar het is ook geschikt als leidraad voor iedereen die leerlingen met deze problemen wil helpen. Verder vinden (Pabo-)studenten die de taaltoets moeten halen er een presentatie van de werkwoordspelling in samenhang met woord- en zinsontleding.
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Wenselijke preventie stap voor stap

 14,40
Met preventie kan je niks mis doen. Want – zo hoor je vaak – voorkomen is beter dan genezen. En toch kan preventie ook de mist in gaan. Preventie kan onnodige verplichtingen opleggen of vrijheden afnemen. Preventie kan een negatieve impact hebben op onze leefkwaliteit. Preventie mag dus geen nattevingerwerk worden, maar moet gewikt en gewogen worden. Dat doen de auteurs in dit boek door uit te tekenen welke preventie wenselijk is.

Ze kiezen voor preventie die problemen zo vroeg mogelijk bij de wortel aanpakt en de keuzemogelijkheden van mensen eerder vergroot dan inperkt. Wenselijke preventie combineert persoonsgerichte met structuurgerichte acties en betrekt ook de doelgroep zelf actief, democratisch en participatief in elke fase van het proces.

Dit boek legt uit hoe je die wenselijke preventie stap voor stap realiseert. Een stappenplan voor preventieprojecten op alle mogelijke gebieden: van gezondheid tot het voorkomen van ongevallen, van spijbelpreventie tot vandalismebestrijding, van drugpreventie tot het voorkomen van pesten op school.

Peter Goris is doctor in de criminologische wetenschappen. Hij is als stafmedewerker preventie verbonden aan het Pluralistisch Overleg Welzijnswerk, een intersectoraal steunpunt voor zorg en sociale politiek. Hij is tevens eindredacteur van het tijdschrift Alert.

Dieter Burssens is maatschappelijk assistent en licentiaat in de criminologische wetenschappen. Hij is stafmedewerker op het Steunpunt Algemeen Welzijnswerk en is als onderzoeker verbonden aan het Leuvens Instituut voor Criminologie van de Katholieke Universiteit Leuven, waar hij werkt op het Jeugdonderzoeksplatform (JOP).

Bie Melis is maatschappelijk assistente en licentiate in de criminologische wetenschappen. Zij werkt als docente aan de Karel de Grote Hogeschool, Departement Sociaal-Agogisch Werk. Zij voert daar onderwijs- en onderzoeksopdrachten uit in het kader van preventie.

Nicole Vettenburg is doctor in de criminologische wetenschappen. Zij is als docente verbonden aan de Vakgroep Sociale Agogiek van de Universiteit Gent, waar zij onder meer het vak ‘sociaal werk en algemene preventie’ geeft. Samen vormen zij het Team Preventie Ontwikkeling dat theorie en praktijk rond preventie verder wil ontwikkelen.

Quick View

Wenselijke preventie stap voor stap

 14,40
Met preventie kan je niks mis doen. Want – zo hoor je vaak – voorkomen is beter dan genezen. En toch kan preventie ook de mist in gaan. Preventie kan onnodige verplichtingen opleggen of vrijheden afnemen. Preventie kan een negatieve impact hebben op onze leefkwaliteit. Preventie mag dus geen nattevingerwerk worden, maar moet gewikt en gewogen worden. Dat doen de auteurs in dit boek door uit te tekenen welke preventie wenselijk is.

Ze kiezen voor preventie die problemen zo vroeg mogelijk bij de wortel aanpakt en de keuzemogelijkheden van mensen eerder vergroot dan inperkt. Wenselijke preventie combineert persoonsgerichte met structuurgerichte acties en betrekt ook de doelgroep zelf actief, democratisch en participatief in elke fase van het proces.

Dit boek legt uit hoe je die wenselijke preventie stap voor stap realiseert. Een stappenplan voor preventieprojecten op alle mogelijke gebieden: van gezondheid tot het voorkomen van ongevallen, van spijbelpreventie tot vandalismebestrijding, van drugpreventie tot het voorkomen van pesten op school.

Peter Goris is doctor in de criminologische wetenschappen. Hij is als stafmedewerker preventie verbonden aan het Pluralistisch Overleg Welzijnswerk, een intersectoraal steunpunt voor zorg en sociale politiek. Hij is tevens eindredacteur van het tijdschrift Alert.

Dieter Burssens is maatschappelijk assistent en licentiaat in de criminologische wetenschappen. Hij is stafmedewerker op het Steunpunt Algemeen Welzijnswerk en is als onderzoeker verbonden aan het Leuvens Instituut voor Criminologie van de Katholieke Universiteit Leuven, waar hij werkt op het Jeugdonderzoeksplatform (JOP).

Bie Melis is maatschappelijk assistente en licentiate in de criminologische wetenschappen. Zij werkt als docente aan de Karel de Grote Hogeschool, Departement Sociaal-Agogisch Werk. Zij voert daar onderwijs- en onderzoeksopdrachten uit in het kader van preventie.

Nicole Vettenburg is doctor in de criminologische wetenschappen. Zij is als docente verbonden aan de Vakgroep Sociale Agogiek van de Universiteit Gent, waar zij onder meer het vak ‘sociaal werk en algemene preventie’ geeft. Samen vormen zij het Team Preventie Ontwikkeling dat theorie en praktijk rond preventie verder wil ontwikkelen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Kunstvakwerk. Handleiding voor een optimale samenwerking tussen een museum en een vaktechnische schoollopleiding (De Veerman Bibliotheek, nr. 3)

 19,00
Wat de kunstenaars in het Middelheimmuseum en de studenten van een vaktechnische school in Antwerpen met elkaar gemeen hebben, is techniek. Technische onderlegdheid in materiaalkennis en hoe ermee om te gaan.
Wat hen verschillend maakt, is hun specifieke kijk op het materiaal: in de beeldende kunst staat het verhaal en de betekenis centraal, in een vaktechnische opleiding is dit de functionele realisatie. Daarenboven eist een kunstenaar de vrijheid op om grenzen te verleggen, terwijl een vakman er op staat dat zijn product in alle technische opzichten ‘klopt’.

Deze beide zienswijzen met elkaar verzoenen, was de uitdaging die het Middelheimmuseum, de kunsteducatieve organisatie De Veerman en het Stedelijk Polytechnisch Instituut Antwerpen (SPIA) aangingen onder de noemer ‘Bij-buurten op het Kiel’ , een project dat zich in de eerste plaats focust op het aantrekken van nieuwe doelgroepen in het museum.

Kunstvakwerk is de neerslag van deze verzoening, met de uitdrukkelijke bedoeling bakens uit te zetten voor andere musea met ‘moeilijk te bereiken doelgroepen’ en voor scholen die de geijkte paden even willen verlaten.
Het boek is dan ook opgevat als een handleiding die scholen, educatieve organisaties en diensten publiekswerking de nodige handvatten wil aanreiken om dit instrument zelf uit te proberen en in te zetten in de dagelijkse praktijk.
Een handleiding, met inbegrip van de do’s en don’t’s en vooral: met enkele schitterende voorbeelden tot wat voor moois dit instrument in staat is.

“De Veerman-bIbliotheek” is een reeks publicaties over kunsteducatie in diverse contexten en achtergronden. De kunsteducatieve organisatie “De Veerman “wil hiermee haar werk, onderzoek en expertise met anderen delen.
U vindt meer informatie op www.veerman.be

Annemie Morbee (°1960) formuleert graag in duidelijke bewoordingen wat anderen te vertellen hebben.
Na een journalistieke carrière van 15 jaar runt ze haar eigen schrijversbureau en (her)schrijft artikels, persberichten, brochures, websites, speeches, boeken ...
Voor de realisatie van Kunstvakwerk heeft ze tijdens de loop van het project haar ogen de kost gegeven, haar oor te luisteren gelegd in de wandelgangen en dit alles aangevuld met persoonlijke gesprekken met de deelnemers.

Placeholder Image
Quick View

Kunstvakwerk. Handleiding voor een optimale samenwerking tussen een museum en een vaktechnische schoollopleiding (De Veerman Bibliotheek, nr. 3)

 19,00
Wat de kunstenaars in het Middelheimmuseum en de studenten van een vaktechnische school in Antwerpen met elkaar gemeen hebben, is techniek. Technische onderlegdheid in materiaalkennis en hoe ermee om te gaan.
Wat hen verschillend maakt, is hun specifieke kijk op het materiaal: in de beeldende kunst staat het verhaal en de betekenis centraal, in een vaktechnische opleiding is dit de functionele realisatie. Daarenboven eist een kunstenaar de vrijheid op om grenzen te verleggen, terwijl een vakman er op staat dat zijn product in alle technische opzichten ‘klopt’.

Deze beide zienswijzen met elkaar verzoenen, was de uitdaging die het Middelheimmuseum, de kunsteducatieve organisatie De Veerman en het Stedelijk Polytechnisch Instituut Antwerpen (SPIA) aangingen onder de noemer ‘Bij-buurten op het Kiel’ , een project dat zich in de eerste plaats focust op het aantrekken van nieuwe doelgroepen in het museum.

Kunstvakwerk is de neerslag van deze verzoening, met de uitdrukkelijke bedoeling bakens uit te zetten voor andere musea met ‘moeilijk te bereiken doelgroepen’ en voor scholen die de geijkte paden even willen verlaten.
Het boek is dan ook opgevat als een handleiding die scholen, educatieve organisaties en diensten publiekswerking de nodige handvatten wil aanreiken om dit instrument zelf uit te proberen en in te zetten in de dagelijkse praktijk.
Een handleiding, met inbegrip van de do’s en don’t’s en vooral: met enkele schitterende voorbeelden tot wat voor moois dit instrument in staat is.

“De Veerman-bIbliotheek” is een reeks publicaties over kunsteducatie in diverse contexten en achtergronden. De kunsteducatieve organisatie “De Veerman “wil hiermee haar werk, onderzoek en expertise met anderen delen.
U vindt meer informatie op www.veerman.be

Annemie Morbee (°1960) formuleert graag in duidelijke bewoordingen wat anderen te vertellen hebben.
Na een journalistieke carrière van 15 jaar runt ze haar eigen schrijversbureau en (her)schrijft artikels, persberichten, brochures, websites, speeches, boeken ...
Voor de realisatie van Kunstvakwerk heeft ze tijdens de loop van het project haar ogen de kost gegeven, haar oor te luisteren gelegd in de wandelgangen en dit alles aangevuld met persoonlijke gesprekken met de deelnemers.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Omdat het werkt… Werkzame bestanddelen van een maatschappelijk re-integratieproject (Reeks Fontys Actief, nr. 1)

 13,90
Maatschappelijke re-integratie betekent het bevorderen van deelname aan het maatschappelijke verkeer.
Het maatschappelijke re-integratieproject Helmond Actief is vooral gericht op arbeidsparticipatie en blijkt een hoge graad van effectiviteit te bereiken.
Bij Helmond Actief weet men van de moeilijkst bemiddelbare groep twee op de drie mensen binnen dertien maanden duurzaam uit de uitkering te krijgen. Dit gebeurt door middel van geïntegreerde dienstverlening, een constructieve benadering van werkgevers, hoogwaardige handhaving en sociale activering.
De werkers van Helmond Actief staan bij wijze van spreken in een kring om de cliënt heen, waardoor taakroulatie, taakafstemming en samenwerking een stuk eenvoudiger zijn.
De (lange termijn-)behoeften van de cliënt zijn doorslaggevend. De organisatie stelt zich daarbij ''volgend'' op: de werker volgt de cliënt - hinderlijk, indien nodig -, de manager volgt de werker, in de hoop dat de subsidiegever zich ook laat sturen door de praktijkervaringen op de werkvloer. Men noemt dat in Helmond ''exemplarische beleidsvorming''. Dat werkt.

Geert van der Laan is bijzonder hoogleraar bij de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht en deeltijdlector aan de Fontys Hogescholen te Eindhoven (Fontys Actief). René Kersten is projectleider van Helmond Actief.

Quick View

Omdat het werkt… Werkzame bestanddelen van een maatschappelijk re-integratieproject (Reeks Fontys Actief, nr. 1)

 13,90
Maatschappelijke re-integratie betekent het bevorderen van deelname aan het maatschappelijke verkeer.
Het maatschappelijke re-integratieproject Helmond Actief is vooral gericht op arbeidsparticipatie en blijkt een hoge graad van effectiviteit te bereiken.
Bij Helmond Actief weet men van de moeilijkst bemiddelbare groep twee op de drie mensen binnen dertien maanden duurzaam uit de uitkering te krijgen. Dit gebeurt door middel van geïntegreerde dienstverlening, een constructieve benadering van werkgevers, hoogwaardige handhaving en sociale activering.
De werkers van Helmond Actief staan bij wijze van spreken in een kring om de cliënt heen, waardoor taakroulatie, taakafstemming en samenwerking een stuk eenvoudiger zijn.
De (lange termijn-)behoeften van de cliënt zijn doorslaggevend. De organisatie stelt zich daarbij ''volgend'' op: de werker volgt de cliënt - hinderlijk, indien nodig -, de manager volgt de werker, in de hoop dat de subsidiegever zich ook laat sturen door de praktijkervaringen op de werkvloer. Men noemt dat in Helmond ''exemplarische beleidsvorming''. Dat werkt.

Geert van der Laan is bijzonder hoogleraar bij de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht en deeltijdlector aan de Fontys Hogescholen te Eindhoven (Fontys Actief). René Kersten is projectleider van Helmond Actief.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Gezinnen uitgedaagd. Thema’s uit de gezinssociologie

 15,00
Hedendaagse gezinnen balanceren tussen zorg voor kinderen, buitenshuis werken, het huishouden en vrije tijd. Hoge verwachtingen in partnerrelaties en wijzigingen in de levensloop brengen extra stress en onduidelijkheid mee. De toenemende vergrijzing doet ook haar invloed gelden. Gezinnen krijgen te maken met ouders die (heel) oud worden en die op zeker ogenblik hulp behoeven.

Stabiliteit betekent niet meer “tot de dood ons scheidt“. Toch wonen de meeste mensen nog altijd het grootste deel van hun leven in een gezin. Alleen durven de vorm en samenstelling daarvan steeds meer variëren.

Hoe kunnen gezinnen in dit eigentijdse kader borg staan voor het doorgeven van humaan, sociaal en economisch-financieel kapitaal? Hoe beheren zij de combinatie arbeid en gezin? Welke impact heeft de vergrijzing op het gezinsleven? En hoe kan het gezinsbeleid van de toekomst een antwoord geven op deze uitdagingen?

Stefan Bogaerts (1964) is professor forensische psychologie aan de Universiteit van Tilburg en professor gerechtelijke geestelijke gezondheidszorg en penologische en forensische hulpverlening aan de KU Leuven. Hij is verbonden aan het WODC van het Ministerie van Justitie in Nederland. Hij doceert sinds 2000 gezinssociologie en socialisatie aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen te Brussel. Het gezin benadert hij ondermeer als bron van rijkdom maar ook als oorsprong van psychopathologisering.

Placeholder Image
Quick View

Gezinnen uitgedaagd. Thema’s uit de gezinssociologie

 15,00
Hedendaagse gezinnen balanceren tussen zorg voor kinderen, buitenshuis werken, het huishouden en vrije tijd. Hoge verwachtingen in partnerrelaties en wijzigingen in de levensloop brengen extra stress en onduidelijkheid mee. De toenemende vergrijzing doet ook haar invloed gelden. Gezinnen krijgen te maken met ouders die (heel) oud worden en die op zeker ogenblik hulp behoeven.

Stabiliteit betekent niet meer “tot de dood ons scheidt“. Toch wonen de meeste mensen nog altijd het grootste deel van hun leven in een gezin. Alleen durven de vorm en samenstelling daarvan steeds meer variëren.

Hoe kunnen gezinnen in dit eigentijdse kader borg staan voor het doorgeven van humaan, sociaal en economisch-financieel kapitaal? Hoe beheren zij de combinatie arbeid en gezin? Welke impact heeft de vergrijzing op het gezinsleven? En hoe kan het gezinsbeleid van de toekomst een antwoord geven op deze uitdagingen?

Stefan Bogaerts (1964) is professor forensische psychologie aan de Universiteit van Tilburg en professor gerechtelijke geestelijke gezondheidszorg en penologische en forensische hulpverlening aan de KU Leuven. Hij is verbonden aan het WODC van het Ministerie van Justitie in Nederland. Hij doceert sinds 2000 gezinssociologie en socialisatie aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen te Brussel. Het gezin benadert hij ondermeer als bron van rijkdom maar ook als oorsprong van psychopathologisering.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Gezinnen en gezinspedagogiek. Geboeid door verscheidenheid

 19,90
Een goede gezins- en opvoedingssituatie voor kinderen is een zorg van velen. Net als ouders en professionele hulpverleners, dragen gezinspedagogische wetenschappers hier op een eigen wijze aan bij. Volgens prof. em. dr. Lieve Vandemeulebroecke van het Centrum voor Gezinspedagogiek aan de K.U.Leuven, aan wie dit boek wordt opgedragen, kunnen ze dit doen op diverse manieren: door theoretische reflectie op de opvoedingsrelatie en de voorwaarden om deze relatie te realiseren (conceptueel onderzoek), door het bestuderen van opvoedingsprocessen in diverse gezinscontexten en het ontdekken van antecedenten en gevolgen van deze processen (empirisch onderzoek), en door het ontwikkelen, implementeren en evalueren van interventies van gezins- en opvoedingsondersteuning (handelingsgericht onderzoek).

Gezinnen en gezinspedagogiek. Geboeid door verscheidenheid biedt een overzicht van gezinspedagogisch onderzoek, uitgevoerd onder leiding van Lieve Vandemeulebroecke en van een praktijk van opvoedingsondersteuning die mede op haar wetenschappelijke werk geïnspireerd is. De bijdragen bieden een genuanceerd en veelzijdig beeld van de rijke realiteit van de opvoeding in gezinnen vandaag.

Hilde Colpin en Hans Van Crombrugge promoveerden bij Lieve Vandemeulebroecke tot doctor in de pedagogische wetenschappen. Hilde Colpin is nu hoofddocent aan het Centrum voor Schoolpsychologie van de K.U.Leuven en Hans Van Crombrugge doceert aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen in Brussel.

Quick View

Gezinnen en gezinspedagogiek. Geboeid door verscheidenheid

 19,90
Een goede gezins- en opvoedingssituatie voor kinderen is een zorg van velen. Net als ouders en professionele hulpverleners, dragen gezinspedagogische wetenschappers hier op een eigen wijze aan bij. Volgens prof. em. dr. Lieve Vandemeulebroecke van het Centrum voor Gezinspedagogiek aan de K.U.Leuven, aan wie dit boek wordt opgedragen, kunnen ze dit doen op diverse manieren: door theoretische reflectie op de opvoedingsrelatie en de voorwaarden om deze relatie te realiseren (conceptueel onderzoek), door het bestuderen van opvoedingsprocessen in diverse gezinscontexten en het ontdekken van antecedenten en gevolgen van deze processen (empirisch onderzoek), en door het ontwikkelen, implementeren en evalueren van interventies van gezins- en opvoedingsondersteuning (handelingsgericht onderzoek).

Gezinnen en gezinspedagogiek. Geboeid door verscheidenheid biedt een overzicht van gezinspedagogisch onderzoek, uitgevoerd onder leiding van Lieve Vandemeulebroecke en van een praktijk van opvoedingsondersteuning die mede op haar wetenschappelijke werk geïnspireerd is. De bijdragen bieden een genuanceerd en veelzijdig beeld van de rijke realiteit van de opvoeding in gezinnen vandaag.

Hilde Colpin en Hans Van Crombrugge promoveerden bij Lieve Vandemeulebroecke tot doctor in de pedagogische wetenschappen. Hilde Colpin is nu hoofddocent aan het Centrum voor Schoolpsychologie van de K.U.Leuven en Hans Van Crombrugge doceert aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen in Brussel.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Praktijkonderzoek op een hogeschool. Ontwikkelingen in een opleiding speciale onderwijszorg/master SEN (Windesheim OSO-boeken, nr. 7)Praktijkonderzoek op een hogeschool. Ontwikkelingen in een opleiding speciale onderwijszorg/master SEN (Windesheim OSO-boeken, nr. 7)
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Praktijkonderzoek op een hogeschool. Ontwikkelingen in een opleiding speciale onderwijszorg/master SEN (Windesheim OSO-boeken, nr. 7)

 21,00
Sinds enkele jaren heeft het bachelor/master stelsel zijn intrede gedaan in het Nederlands hoger onderwijs. Voor de universiteiten zijn de gevolgen beperkt geweest. Veel doctoraal opleidingen lieten zich makkelijk ombouwen tot een masteropleiding.

Voor de hogescholen zijn de gevolgen verstrekkender, met name wat betreft het opzetten van masteropleidingen. De van oudsher door hen verzorgde postinitiele opleidingen sluiten zeker niet naadloos aan op de kwalificaties van een master. Met name de eis dat ook ''onderzoeken'' deel dient uit te maken van het curriculum van een masteropleiding, stelt de hogescholen voor problemen. Enerzijds is hun onderzoeksexpertise beperkt, zij hebben op dit punt geen traditie. Anderzijds is nog erg onduidelijk wat het onderzoek op een hogeschool zal gaan inhouden.

De hogescholen moeten derhalve op zoek naar een passende invulling van hun onderzoekscomponent. Een ding is zeker: het zal in ierder geval niet gaan om een kloon van het universitaire onderzoek. Termen als ''toegepast onderzoek'' en ''praktijkgericht onderzoek'' doen de ronde.

Frits Harinck studeerde psychologie in Leiden en promoveerde op een onderzoek naar processen in speltherapie. Hij werkte jarenlang aan de universiteit, waar hij onderzoek verrichtte op het gebied van onderwijs- en opvoedingsproblemen. Momenteel werkt hij op de Hogeschool Windesheim, waar hij betrokken is bij het opzetten van de masteropleiding SEN en het ontwikkelen van modules praktijkonderzoek.

Praktijkonderzoek op een hogeschool. Ontwikkelingen in een opleiding speciale onderwijszorg/master SEN (Windesheim OSO-boeken, nr. 7)Praktijkonderzoek op een hogeschool. Ontwikkelingen in een opleiding speciale onderwijszorg/master SEN (Windesheim OSO-boeken, nr. 7)
Quick View

Praktijkonderzoek op een hogeschool. Ontwikkelingen in een opleiding speciale onderwijszorg/master SEN (Windesheim OSO-boeken, nr. 7)

 21,00
Sinds enkele jaren heeft het bachelor/master stelsel zijn intrede gedaan in het Nederlands hoger onderwijs. Voor de universiteiten zijn de gevolgen beperkt geweest. Veel doctoraal opleidingen lieten zich makkelijk ombouwen tot een masteropleiding.

Voor de hogescholen zijn de gevolgen verstrekkender, met name wat betreft het opzetten van masteropleidingen. De van oudsher door hen verzorgde postinitiele opleidingen sluiten zeker niet naadloos aan op de kwalificaties van een master. Met name de eis dat ook ''onderzoeken'' deel dient uit te maken van het curriculum van een masteropleiding, stelt de hogescholen voor problemen. Enerzijds is hun onderzoeksexpertise beperkt, zij hebben op dit punt geen traditie. Anderzijds is nog erg onduidelijk wat het onderzoek op een hogeschool zal gaan inhouden.

De hogescholen moeten derhalve op zoek naar een passende invulling van hun onderzoekscomponent. Een ding is zeker: het zal in ierder geval niet gaan om een kloon van het universitaire onderzoek. Termen als ''toegepast onderzoek'' en ''praktijkgericht onderzoek'' doen de ronde.

Frits Harinck studeerde psychologie in Leiden en promoveerde op een onderzoek naar processen in speltherapie. Hij werkte jarenlang aan de universiteit, waar hij onderzoek verrichtte op het gebied van onderwijs- en opvoedingsproblemen. Momenteel werkt hij op de Hogeschool Windesheim, waar hij betrokken is bij het opzetten van de masteropleiding SEN en het ontwikkelen van modules praktijkonderzoek.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Galenos van Pergamon over de passies en vergissingen van de ziel. Nederlandse vertaling van drie ethische traktaten van Galenos met annotaties en een introductorische commentaar

 25,50
In dit boek wordt een geannoteerde en becommentarieerde Nederlandse vertaling gepresenteerd van drie iets minder bekende traktaten van Galênós van Pérgamon (129-216 n. Chr.): "De propriorum animi cuiuslibet affectuum dignotione et curatione", "De animi cuiuslibet peccatorum dignotione et curatione" en "Quod animi mores corporis temperamenta sequantur", die één voor één een vrij goed zicht bieden op zijn nog steeds fascinerende opvattingen inzake de diverse "roerselen van de ziel".

In de introductorische commentaar wordt geïllustreerd, hoe deze vermaarde Griekse arts, filosoof en encyclopedist - vertrekkend vanuit de complexe dynamiek van de menselijke passies, en vanuit de materialistische opvatting die hij hieromtrent huldigt (de passies worden zijns inziens in sterke mate bepaald door de humorale mengtoestanden in het lichaam) - de bouwstenen aanreikt van een "psychische hygiëne", die in heel wat opzichten een radicaal karakter vertoont. Galênós'' visie op dit vlak houdt niet alleen rekening met een correctie van de "ziekten en vergissingen van de ziel", maar insgelijks met de aangeboren, respectievelijk verworven beperkingen van de menselijke natuur. Zijn reflecties desbetreffend vinden nauwelijks een equivalent in de Grieks-Romeinse Oudheid. Ze geven onder andere aanleiding tot het stellen van de vraag, of de "geneeskunde van het lichaam" niet tegelijk een "geneeskunde van de ziel" is, en dus ook van de menselijke gedragingen in hun individuele én sociale verschijningsvormen. Galênós doet ons stilstaan bij de vraag, of de geneeskunde hier zelfs niet de voorrang heeft op de pedagogie en de filosofie. Hij stelt tegelijk de vraag aan de orde, of zíj niet de basis kan verschaffen voor het bereiken van een geestelijk houvast en van de innerlijke rust, die ten aanzien van het zich eigen maken van "de kunst van het goede leven" een zo belangrijke rol spelen.

Jan Godderis is gewoon hoogleraar aan de Faculteit der Geneeskunde van de K.U.Leuven. Hij doceert er psychiatrie, geschiedenis van de geneeskunde en cultuurgeschiedenis van de seksualiteit. Hij heeft diverse monumentale publicaties op zijn naam.

Placeholder Image
Quick View

Galenos van Pergamon over de passies en vergissingen van de ziel. Nederlandse vertaling van drie ethische traktaten van Galenos met annotaties en een introductorische commentaar

 25,50
In dit boek wordt een geannoteerde en becommentarieerde Nederlandse vertaling gepresenteerd van drie iets minder bekende traktaten van Galênós van Pérgamon (129-216 n. Chr.): "De propriorum animi cuiuslibet affectuum dignotione et curatione", "De animi cuiuslibet peccatorum dignotione et curatione" en "Quod animi mores corporis temperamenta sequantur", die één voor één een vrij goed zicht bieden op zijn nog steeds fascinerende opvattingen inzake de diverse "roerselen van de ziel".

In de introductorische commentaar wordt geïllustreerd, hoe deze vermaarde Griekse arts, filosoof en encyclopedist - vertrekkend vanuit de complexe dynamiek van de menselijke passies, en vanuit de materialistische opvatting die hij hieromtrent huldigt (de passies worden zijns inziens in sterke mate bepaald door de humorale mengtoestanden in het lichaam) - de bouwstenen aanreikt van een "psychische hygiëne", die in heel wat opzichten een radicaal karakter vertoont. Galênós'' visie op dit vlak houdt niet alleen rekening met een correctie van de "ziekten en vergissingen van de ziel", maar insgelijks met de aangeboren, respectievelijk verworven beperkingen van de menselijke natuur. Zijn reflecties desbetreffend vinden nauwelijks een equivalent in de Grieks-Romeinse Oudheid. Ze geven onder andere aanleiding tot het stellen van de vraag, of de "geneeskunde van het lichaam" niet tegelijk een "geneeskunde van de ziel" is, en dus ook van de menselijke gedragingen in hun individuele én sociale verschijningsvormen. Galênós doet ons stilstaan bij de vraag, of de geneeskunde hier zelfs niet de voorrang heeft op de pedagogie en de filosofie. Hij stelt tegelijk de vraag aan de orde, of zíj niet de basis kan verschaffen voor het bereiken van een geestelijk houvast en van de innerlijke rust, die ten aanzien van het zich eigen maken van "de kunst van het goede leven" een zo belangrijke rol spelen.

Jan Godderis is gewoon hoogleraar aan de Faculteit der Geneeskunde van de K.U.Leuven. Hij doceert er psychiatrie, geschiedenis van de geneeskunde en cultuurgeschiedenis van de seksualiteit. Hij heeft diverse monumentale publicaties op zijn naam.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Brussels, Belgium and the knowledge economy

 24,90
This particular book deals with Brussels and its place in the emerging knowledge economy from exactly that perspective. The authors have analyzed how people feel and think about this city, and from such a subjective material have constructed a more or less objective picture.

Their work is the outcome of two studies commissioned by the government of Brussels Capital-Region. The first one was carried out by Irina Zinovieva and dealt with the working life of the city’s highly qualified professionals. The latter combined the efforts of both Irina Zinovieva and Roland Pepermans.
The Capital-Region government has established a tradition to offer grants for research on socially important topics not only to Belgians but also to foreigners.
In this way it encourages independent points of view on the capital’s problems that are free of political correctness, self-censorship and, at least the usual biases an insider would have. The benefits of such an approach were instantly understood and highly appreciated by both authors’ many interviewees, especially those living in Belgium.
Remarkably, in the questions of an interviewing foreigner they saw their own regional government’s genuine interest in their own opinion, and felt flattered and delighted.

The interviews for this study have been taken in the English language, which helped put aside the complexities of all local political, social, and linguistic identifications. Senior business managers, distinguished academics, and high-ranking government officials gave their frank opinions in good faith, understanding how helpful an open discussion would be for their society.

The authors’ exposition is intended to be something like a series of mirrors, in which Brussels can be seen, and see itself, from a variety of perspectives. At the same time the authors wanted to remain well grounded, and to this end they give the floor to a large number of different people, and cite them extensively.

Irina Zinovieva is associate professor of differential psychology, organizational behavior, and human resources management at Sofia University St. Kliment Ohridsky, and senior researcher at the Vrije Universiteit Brussel (VUB – Free University of Brussels). She has worked in a number of European universities and research centers such as Oxford University, The Netherlands Institute for Advanced Studies in the Social Sciences and Humanities (NIAS), Tilburg University, and The University of Paris V René Descartes. Prof. Zinovieva was principal investigator and researcher in many international projects involving seventeen European countries, four Asian countries, and the USA. She has done research and consultancy work for the European Commission, the Council of Europe, the Brussels Regional Government, Unisys Corporation, Saville & Holdsworth Ltd etc. She authored three books and more than 50 scientific articles and book chapters.

Roland Pepermans is full profesoor and dean of the faculty of psychology and educational sciences at the Vrije Universiteit Brussel (VUB - Free University of Brussels). He is also responsible for the courses in work and organizational psychology and human resources management at that university. He did research at academic institutions in the United Kingdom and Germany. He joined the university again some years ago, after having worked for 8 years in international private organizations (bank and petrochemical companies). Prof. Pepermans, besides his interests in economic psychology, has advised to private, public and non-profit organizations about employee surveys, quality management, stress management, absenteeism, high potential policies, and is nowadays actively involved in research projects about motivation, rewards, talent management and entrepreneurship. He has authored and co-authored a wide variety of international research articles and four books.

Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View

Brussels, Belgium and the knowledge economy

 24,90
This particular book deals with Brussels and its place in the emerging knowledge economy from exactly that perspective. The authors have analyzed how people feel and think about this city, and from such a subjective material have constructed a more or less objective picture.

Their work is the outcome of two studies commissioned by the government of Brussels Capital-Region. The first one was carried out by Irina Zinovieva and dealt with the working life of the city’s highly qualified professionals. The latter combined the efforts of both Irina Zinovieva and Roland Pepermans.
The Capital-Region government has established a tradition to offer grants for research on socially important topics not only to Belgians but also to foreigners.
In this way it encourages independent points of view on the capital’s problems that are free of political correctness, self-censorship and, at least the usual biases an insider would have. The benefits of such an approach were instantly understood and highly appreciated by both authors’ many interviewees, especially those living in Belgium.
Remarkably, in the questions of an interviewing foreigner they saw their own regional government’s genuine interest in their own opinion, and felt flattered and delighted.

The interviews for this study have been taken in the English language, which helped put aside the complexities of all local political, social, and linguistic identifications. Senior business managers, distinguished academics, and high-ranking government officials gave their frank opinions in good faith, understanding how helpful an open discussion would be for their society.

The authors’ exposition is intended to be something like a series of mirrors, in which Brussels can be seen, and see itself, from a variety of perspectives. At the same time the authors wanted to remain well grounded, and to this end they give the floor to a large number of different people, and cite them extensively.

Irina Zinovieva is associate professor of differential psychology, organizational behavior, and human resources management at Sofia University St. Kliment Ohridsky, and senior researcher at the Vrije Universiteit Brussel (VUB – Free University of Brussels). She has worked in a number of European universities and research centers such as Oxford University, The Netherlands Institute for Advanced Studies in the Social Sciences and Humanities (NIAS), Tilburg University, and The University of Paris V René Descartes. Prof. Zinovieva was principal investigator and researcher in many international projects involving seventeen European countries, four Asian countries, and the USA. She has done research and consultancy work for the European Commission, the Council of Europe, the Brussels Regional Government, Unisys Corporation, Saville & Holdsworth Ltd etc. She authored three books and more than 50 scientific articles and book chapters.

Roland Pepermans is full profesoor and dean of the faculty of psychology and educational sciences at the Vrije Universiteit Brussel (VUB - Free University of Brussels). He is also responsible for the courses in work and organizational psychology and human resources management at that university. He did research at academic institutions in the United Kingdom and Germany. He joined the university again some years ago, after having worked for 8 years in international private organizations (bank and petrochemical companies). Prof. Pepermans, besides his interests in economic psychology, has advised to private, public and non-profit organizations about employee surveys, quality management, stress management, absenteeism, high potential policies, and is nowadays actively involved in research projects about motivation, rewards, talent management and entrepreneurship. He has authored and co-authored a wide variety of international research articles and four books.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Kom binnen. Therapeutische ontmoetingen met mensen met een verstandelijke handicap. Praktijkboek voor hulpverleners en therapeuten (SEN-Publicaties, nr. 2)

 17,40
SEN – Steunpunt Expertisenetwerken stelt samen met het Kom Binnen-team een praktijkboek voor met als hoofdthema het verloop van de therapie met mensen met een verstandelijke beperking. Deze therapeutische ontmoetingen worden geschetst van aanmelding tot afronding. Vanuit concrete verhalen wordt belicht hoe therapeut en cliënt kennis maken, met elkaar in gesprek raken en methodisch naar oplossingen werken.

Deze verhalen overstijgen echter ook de individuele situatie van de betrokkenen. Ze laten zien wat mensen ‘onderweg’ zoal kunnen meemaken, en hoe men elkaar zo goed mogelijk kan helpen.

Dit boek bundelt de ervaringen van vijf jaar werken binnen het Kom Binnen-project.

Mark Vandeweerdt (redactie) werkt als orthopedagoog voor vzw CGG PassAnt in Leuven.
Els Travers (projectcoördinator) werkt als psychologe en gedragstherapeute voor vzw CGG Vlaams-Brabant Oost in Tienen, Diest en Aarschot.
An Bauwens werkt als psychologe en gezinstherapeute voor vzw CGG Ahasverus in Halle.


SEN-Publicaties

Quick View

Kom binnen. Therapeutische ontmoetingen met mensen met een verstandelijke handicap. Praktijkboek voor hulpverleners en therapeuten (SEN-Publicaties, nr. 2)

 17,40
SEN – Steunpunt Expertisenetwerken stelt samen met het Kom Binnen-team een praktijkboek voor met als hoofdthema het verloop van de therapie met mensen met een verstandelijke beperking. Deze therapeutische ontmoetingen worden geschetst van aanmelding tot afronding. Vanuit concrete verhalen wordt belicht hoe therapeut en cliënt kennis maken, met elkaar in gesprek raken en methodisch naar oplossingen werken.

Deze verhalen overstijgen echter ook de individuele situatie van de betrokkenen. Ze laten zien wat mensen ‘onderweg’ zoal kunnen meemaken, en hoe men elkaar zo goed mogelijk kan helpen.

Dit boek bundelt de ervaringen van vijf jaar werken binnen het Kom Binnen-project.

Mark Vandeweerdt (redactie) werkt als orthopedagoog voor vzw CGG PassAnt in Leuven.
Els Travers (projectcoördinator) werkt als psychologe en gedragstherapeute voor vzw CGG Vlaams-Brabant Oost in Tienen, Diest en Aarschot.
An Bauwens werkt als psychologe en gezinstherapeute voor vzw CGG Ahasverus in Halle.


SEN-Publicaties

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Ethisch en duurzaam beleggen in België. Historiek, stand van zaken en kritische visie

 129,00
De transactie van geld wordt meestal vereenzelvigd met zakelijkheid, berekening, rationaliteiten optimale winststreving. Zaken die niet aan die criteria beantwoorden, krijgenbinnen deze wereld weinig of geen aandacht.

Hoewel, heel wat financiële instellingen bieden hun klanten de kans om ethisch te beleggen,waarbij de investeringskeuze ook gestuurd wordt door de effecten op de maatschappijen de leefomgeving. Maar dit ethisch beleggen wordt nog te weinig in de praktijktoegepast. Mensen die gebiologeerd zijn door cijfers, economische prestaties en modellen,zijn dat zelden door ethiek en spirituele concepten.

Ethisch beleggen ligt op het kruispunt van twee belangrijke wegen: het financiële systeemen het geweten van de mens. De auteur gaat na wat dit ethisch beleggen inhoudt, welkeprincipes en mechanismen erachter schuilgaan en hoe het een alternatief biedt om heelwat wereldproblemen aan te pakken. Daarbij komen onder meer deze vragen aan bod:Wat is ethisch beleggen?

Waar situeert ethisch beleggen zich binnen ethisch handelen? Wat is het belang, de omvang,de betekenis van ethisch beleggen? Wat is het rendement van ethisch beleggen?Hoe verhouden rendement en ethiek zich? Hoe herkent men kwaliteit van research rondethisch beleggen? Hoe kan ik kritisch blijven staan tegenover ethisch beleggen? Aan dehand van welke criteria kan ik ethisch beleggen? Hoe maak ik het onderscheid tussen deverschillende producten? Waar vind ik verdere informatie? Bij wie kan ik terecht voor wat?Als er al tien geboden bestaan voor de ethische belegger, welke zouden die dan zijn? Watbetekenen de basisbegrippen rond beleggen en sparen in deze context? Wat zijn de bestekarakteristieken van de Belgische markt van ethisch beleggen? Wat zijn de belangrijksteevoluties voor de komende jaren inzake ethisch beleggen in België?

Het boek is tegelijk een oproep aan de bank- en verzekeringswereld om hun invloed enmacht positief te gebruiken en duidelijk de kaart te trekken van maatschappij- en mensbewustebeleggingsstrategieën.
Placeholder Image
Quick View

Ethisch en duurzaam beleggen in België. Historiek, stand van zaken en kritische visie

 129,00
De transactie van geld wordt meestal vereenzelvigd met zakelijkheid, berekening, rationaliteiten optimale winststreving. Zaken die niet aan die criteria beantwoorden, krijgenbinnen deze wereld weinig of geen aandacht.

Hoewel, heel wat financiële instellingen bieden hun klanten de kans om ethisch te beleggen,waarbij de investeringskeuze ook gestuurd wordt door de effecten op de maatschappijen de leefomgeving. Maar dit ethisch beleggen wordt nog te weinig in de praktijktoegepast. Mensen die gebiologeerd zijn door cijfers, economische prestaties en modellen,zijn dat zelden door ethiek en spirituele concepten.

Ethisch beleggen ligt op het kruispunt van twee belangrijke wegen: het financiële systeemen het geweten van de mens. De auteur gaat na wat dit ethisch beleggen inhoudt, welkeprincipes en mechanismen erachter schuilgaan en hoe het een alternatief biedt om heelwat wereldproblemen aan te pakken. Daarbij komen onder meer deze vragen aan bod:Wat is ethisch beleggen?

Waar situeert ethisch beleggen zich binnen ethisch handelen? Wat is het belang, de omvang,de betekenis van ethisch beleggen? Wat is het rendement van ethisch beleggen?Hoe verhouden rendement en ethiek zich? Hoe herkent men kwaliteit van research rondethisch beleggen? Hoe kan ik kritisch blijven staan tegenover ethisch beleggen? Aan dehand van welke criteria kan ik ethisch beleggen? Hoe maak ik het onderscheid tussen deverschillende producten? Waar vind ik verdere informatie? Bij wie kan ik terecht voor wat?Als er al tien geboden bestaan voor de ethische belegger, welke zouden die dan zijn? Watbetekenen de basisbegrippen rond beleggen en sparen in deze context? Wat zijn de bestekarakteristieken van de Belgische markt van ethisch beleggen? Wat zijn de belangrijksteevoluties voor de komende jaren inzake ethisch beleggen in België?

Het boek is tegelijk een oproep aan de bank- en verzekeringswereld om hun invloed enmacht positief te gebruiken en duidelijk de kaart te trekken van maatschappij- en mensbewustebeleggingsstrategieën.
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Leerzorg in het onderwijs

 20,00
Onlangs heeft de Vlaamse regering, na tien jaar discussie, een politiek akkoord bereikt over hoe de zorg voor leerlingen met een beperking moet worden hervormd. De wetgeving over het buitengewoon onderwijs in Vlaanderen is immers al dertig jaar oud. Dit boek is een grondige syntheseoefening. Het brengt de huidige populatie van buitengewoon onderwijs-, GON- en ION-leerlingen in beeld en geeft inzicht in het hoe en waarom van de hervorming. Deze komt niet zomaar uit de lucht komt vallen, maar bouwt voort op bestaande praktijken en is ingebed in een internationaal kader.

Het onderwijs voor kinderen met specifieke leer- en zorgbehoeften kampt momenteel met verschillende problemen. Meer dan vroeger willen ouders dat hun kinderen met een beperking les volgen in een gewone school. Soms heeft het doorverwijzen van leerlingen naar het buitengewoon onderwijs, vooral te maken met de ondersteuning die de oorspronkelijke school kan of wil bieden, of met de mogelijkheden van het buitengewoon onderwijs in de buurt. Ook het onderwijstype waarin een kind belandt heeft gevolgen. Sommige types worden maar in een beperkt aantal scholen aangeboden, waardoor kinderen lang op de bus moeten of op internaat gaan.

De Verenigde Naties hebben intussen een wereldwijde conventie voorbereid om de deelname van personen met een handicap in alle domeinen van de samenleving mogelijk te maken. Het breder openstellen van het gewoon onderwijs voor leerlingen met een handicap, is hiervan een belangrijk onderdeel, en een agendapunt van de Vlaamse regering. Dit boek legt uit hoe dit kan worden gerealiseerd. De voorgestelde hervorming creëert samenhang tussen bestaande en nieuwe maatregelen van zorg. Het laat de scholen voor buitengewoon onderwijs toe ‘hun poorten iets breder open te stellen’, zonder dat hierdoor méér leerlingen binnenkomen. Ook de scholen voor gewoon onderwijs kunnen hun poorten iets breder kunnen openstellen, zodat méér leerlingen die nu aangewezen zijn op buitengewoon onderwijs toch de nodige zorg krijgen om in het gewoon onderwijs te blijven. Naast die verbreding laat het leerzorgkader ook meer verfijning toe door de intensiteit van de zorg preciezer af te stemmen op de behoeften. Hierbij wordt vertrokken van de actuele definitie op beperkingen als een probleem van afstemming tussen het individu en zijn omgeving.

Wim Van Rompu is raadgever op het Kabinet Onderwijs en voorzitter van de Stuurgroep Leerzorg. Theo Mardulier is projectleider van de Stuurgroep Leerzorg. Christine De Coninck is gewezen adviseur bij de Entiteit Curriculum van het Ministerie van Onderwijs. Luc Van Beeumen en Els Exter zijn resp. adjunct-directeur Basisonderwijs en adjunct-directeur Secundair Onderwijs bij het Ministerie van Onderwijs.

Quick View

Leerzorg in het onderwijs

 20,00
Onlangs heeft de Vlaamse regering, na tien jaar discussie, een politiek akkoord bereikt over hoe de zorg voor leerlingen met een beperking moet worden hervormd. De wetgeving over het buitengewoon onderwijs in Vlaanderen is immers al dertig jaar oud. Dit boek is een grondige syntheseoefening. Het brengt de huidige populatie van buitengewoon onderwijs-, GON- en ION-leerlingen in beeld en geeft inzicht in het hoe en waarom van de hervorming. Deze komt niet zomaar uit de lucht komt vallen, maar bouwt voort op bestaande praktijken en is ingebed in een internationaal kader.

Het onderwijs voor kinderen met specifieke leer- en zorgbehoeften kampt momenteel met verschillende problemen. Meer dan vroeger willen ouders dat hun kinderen met een beperking les volgen in een gewone school. Soms heeft het doorverwijzen van leerlingen naar het buitengewoon onderwijs, vooral te maken met de ondersteuning die de oorspronkelijke school kan of wil bieden, of met de mogelijkheden van het buitengewoon onderwijs in de buurt. Ook het onderwijstype waarin een kind belandt heeft gevolgen. Sommige types worden maar in een beperkt aantal scholen aangeboden, waardoor kinderen lang op de bus moeten of op internaat gaan.

De Verenigde Naties hebben intussen een wereldwijde conventie voorbereid om de deelname van personen met een handicap in alle domeinen van de samenleving mogelijk te maken. Het breder openstellen van het gewoon onderwijs voor leerlingen met een handicap, is hiervan een belangrijk onderdeel, en een agendapunt van de Vlaamse regering. Dit boek legt uit hoe dit kan worden gerealiseerd. De voorgestelde hervorming creëert samenhang tussen bestaande en nieuwe maatregelen van zorg. Het laat de scholen voor buitengewoon onderwijs toe ‘hun poorten iets breder open te stellen’, zonder dat hierdoor méér leerlingen binnenkomen. Ook de scholen voor gewoon onderwijs kunnen hun poorten iets breder kunnen openstellen, zodat méér leerlingen die nu aangewezen zijn op buitengewoon onderwijs toch de nodige zorg krijgen om in het gewoon onderwijs te blijven. Naast die verbreding laat het leerzorgkader ook meer verfijning toe door de intensiteit van de zorg preciezer af te stemmen op de behoeften. Hierbij wordt vertrokken van de actuele definitie op beperkingen als een probleem van afstemming tussen het individu en zijn omgeving.

Wim Van Rompu is raadgever op het Kabinet Onderwijs en voorzitter van de Stuurgroep Leerzorg. Theo Mardulier is projectleider van de Stuurgroep Leerzorg. Christine De Coninck is gewezen adviseur bij de Entiteit Curriculum van het Ministerie van Onderwijs. Luc Van Beeumen en Els Exter zijn resp. adjunct-directeur Basisonderwijs en adjunct-directeur Secundair Onderwijs bij het Ministerie van Onderwijs.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Schoolmakker – Handleiding

 13,00
Schoolmakker is meer dan een schoolagenda. De nadruk ligt op het ontwikkelen van vaardigheden.
Daarom is er ook niet één Schoolmakker, maar zijn er vijf verschillende versies, die mee groeien van de kleuterklassen (België) of groepen 1 en 2 (Nederland) tot het laatste jaar van het basisonderwijs.

Via pictogrammen, die uitgebreider worden naarmate de leerlingen ouder worden, wordt het tijdsbesef ondersteund en kan het schoolwerk worden georganiseerd: Welke taken moet ik maken? enz.
Ze zijn ook een geheugensteun voor het meebrengen van sport- en andere schoolbenodigdheden. Zelfstandig leren plannen wordt geleidelijk opgevoerd: per dag, per week, per veertien dagen, per maand en over het hele jaar.
Voor de hogere groepen is er een uitneembare planner.

Een ''heen-en-weer-ruimte'' stimuleert de communicatie tussen ouders en school. Een inlegmap bevat afwezigheidsattesten, medicatiefiches, contactformulieren enz.

De Handleiding voor de leerkracht bevat een volledige toelichting bij het gebruik van Schoolmakker en een cd-rom met pictogrammen, signaleringsfiches, printbare inplakblaadjes, blanco lessenroosters, een tekeningenbestand enz.
Hiermee kan elke leerkracht desgewenst Schoolmakker personaliseren.

Schoolmakker, met vijf verschillende versies, groeit mee van de kleuterklassen (België) of groepen 1 en 2 (Nederland) tot het laatste jaar van het basisonderwijs.
Kleuters – Groepen 1-2
Eerste leerjaar – Groep 3
Tweede leerjaar – Groep 4
Tweede graad (+14-dagenplanner)– Groepen 5-6
Derde graad (+maandplanner)– Groepen 7-8

Neem nu een Kennismakingspakket en ontvang naast de Handleiding ook 1 exemplaar van elk onderdeel (€ 30,-).

Wendy Boogaerts en Bart Coosemans zijn beiden verbonden aan de Sint-Martinusschool in Lubbeek. Wendy Boogaerts is er zorgleerkracht en leerkracht bewegingsopvoeding. Bart Coosemans is er zorgcoördinator.

Placeholder Image
Quick View

Schoolmakker – Handleiding

 13,00
Schoolmakker is meer dan een schoolagenda. De nadruk ligt op het ontwikkelen van vaardigheden.
Daarom is er ook niet één Schoolmakker, maar zijn er vijf verschillende versies, die mee groeien van de kleuterklassen (België) of groepen 1 en 2 (Nederland) tot het laatste jaar van het basisonderwijs.

Via pictogrammen, die uitgebreider worden naarmate de leerlingen ouder worden, wordt het tijdsbesef ondersteund en kan het schoolwerk worden georganiseerd: Welke taken moet ik maken? enz.
Ze zijn ook een geheugensteun voor het meebrengen van sport- en andere schoolbenodigdheden. Zelfstandig leren plannen wordt geleidelijk opgevoerd: per dag, per week, per veertien dagen, per maand en over het hele jaar.
Voor de hogere groepen is er een uitneembare planner.

Een ''heen-en-weer-ruimte'' stimuleert de communicatie tussen ouders en school. Een inlegmap bevat afwezigheidsattesten, medicatiefiches, contactformulieren enz.

De Handleiding voor de leerkracht bevat een volledige toelichting bij het gebruik van Schoolmakker en een cd-rom met pictogrammen, signaleringsfiches, printbare inplakblaadjes, blanco lessenroosters, een tekeningenbestand enz.
Hiermee kan elke leerkracht desgewenst Schoolmakker personaliseren.

Schoolmakker, met vijf verschillende versies, groeit mee van de kleuterklassen (België) of groepen 1 en 2 (Nederland) tot het laatste jaar van het basisonderwijs.
Kleuters – Groepen 1-2
Eerste leerjaar – Groep 3
Tweede leerjaar – Groep 4
Tweede graad (+14-dagenplanner)– Groepen 5-6
Derde graad (+maandplanner)– Groepen 7-8

Neem nu een Kennismakingspakket en ontvang naast de Handleiding ook 1 exemplaar van elk onderdeel (€ 30,-).

Wendy Boogaerts en Bart Coosemans zijn beiden verbonden aan de Sint-Martinusschool in Lubbeek. Wendy Boogaerts is er zorgleerkracht en leerkracht bewegingsopvoeding. Bart Coosemans is er zorgcoördinator.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Cultu(u)renpolitiek. Over media, globalisering en culturele identiteiten

door
 27,00
De wereld was tot 1989 niet alleen een bipolaire wereld, ze was er één waarin ideologie de belangrijkste breuklijn vormde in het politieke landschap. Bij het naderen van het tweede millennium is cultuur de centrale breuklijn in de politiek geworden en staat migratie bovenaan de lijst van electoraal gevoelige thema’s. Culturen plakken op beeld en staan steevast garant voor verhitte discussies. In dergelijke debatten verwerven groepen vorm. Ze krijgen eigenschappen en kenmerken opgekleefd in de perceptie van de nieuwsconsumenten. Thema’s zoals veiligheid, criminaliteit en tewerkstelling worden in die gemediatiseerde debatten vaak geherdefinieerd als zijnde voornamelijk culturele problemen. Problemen eigen aan een diverse maatschappij, eigen aan de cultuur van ‘de ander’.
Kif Kif Mediawatch analyseert in dit boek eerst de opgang, de vorm en de impact van de culturele logica in de mainstreammedia. Ze vertrekt hierbij vanuit de analyse van enkele invloedrijke filosofische en politieke documenten zoals ‘The end of history?’ van Fukuyama, ‘De burgermanifesten’ van Guy Verhofstadt, ‘The clash of Civilizations?’ van Samuel Huntington, speeches van George Bush sr. en het integratiedebat van de jaren negentig. In het laatste deel wordt de focus meer verschoven naar de analyse van mediaproducten in het nieuwe millennium. Zo wordt onder andere de berichtgeving geanalyseerd naar aanleiding van dramatische gebeurtenissen als 9/11, de moord op Theo van Gogh en op Joe Van Holsbeeck. Naast deze unieke, korte maar hevige medialawines is er ook aandacht voor steeds terugkerende thematische patronen in de verbeelding van ‘de ander’, zoals allochtonen en criminaliteit, islam en homoseksualiteit en islam en terrorisme.

Ico Maly is coördinator bij Kif Kif Mediawatch, een jongerenplatform met vestigingen in Brussel, Gent en Antwerpen. Hij studeerde vergelijkende cultuurwetenschappen en ontwikkelingssamenwerking (politiek en conflict) aan de Universiteit Gent. ISBN

Quick View

Cultu(u)renpolitiek. Over media, globalisering en culturele identiteiten

door
 27,00
De wereld was tot 1989 niet alleen een bipolaire wereld, ze was er één waarin ideologie de belangrijkste breuklijn vormde in het politieke landschap. Bij het naderen van het tweede millennium is cultuur de centrale breuklijn in de politiek geworden en staat migratie bovenaan de lijst van electoraal gevoelige thema’s. Culturen plakken op beeld en staan steevast garant voor verhitte discussies. In dergelijke debatten verwerven groepen vorm. Ze krijgen eigenschappen en kenmerken opgekleefd in de perceptie van de nieuwsconsumenten. Thema’s zoals veiligheid, criminaliteit en tewerkstelling worden in die gemediatiseerde debatten vaak geherdefinieerd als zijnde voornamelijk culturele problemen. Problemen eigen aan een diverse maatschappij, eigen aan de cultuur van ‘de ander’.
Kif Kif Mediawatch analyseert in dit boek eerst de opgang, de vorm en de impact van de culturele logica in de mainstreammedia. Ze vertrekt hierbij vanuit de analyse van enkele invloedrijke filosofische en politieke documenten zoals ‘The end of history?’ van Fukuyama, ‘De burgermanifesten’ van Guy Verhofstadt, ‘The clash of Civilizations?’ van Samuel Huntington, speeches van George Bush sr. en het integratiedebat van de jaren negentig. In het laatste deel wordt de focus meer verschoven naar de analyse van mediaproducten in het nieuwe millennium. Zo wordt onder andere de berichtgeving geanalyseerd naar aanleiding van dramatische gebeurtenissen als 9/11, de moord op Theo van Gogh en op Joe Van Holsbeeck. Naast deze unieke, korte maar hevige medialawines is er ook aandacht voor steeds terugkerende thematische patronen in de verbeelding van ‘de ander’, zoals allochtonen en criminaliteit, islam en homoseksualiteit en islam en terrorisme.

Ico Maly is coördinator bij Kif Kif Mediawatch, een jongerenplatform met vestigingen in Brussel, Gent en Antwerpen. Hij studeerde vergelijkende cultuurwetenschappen en ontwikkelingssamenwerking (politiek en conflict) aan de Universiteit Gent. ISBN

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Waardig leven met beperkingen. Over veranderingen in de hulpverlening aan mensen met beperkingen in hun verstandelijke mogelijkhedenWaardig leven met beperkingen. Over veranderingen in de hulpverlening aan mensen met beperkingen in hun verstandelijke mogelijkheden
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Waardig leven met beperkingen. Over veranderingen in de hulpverlening aan mensen met beperkingen in hun verstandelijke mogelijkheden

 18,00
Waardig leven met een beperking: Hoe deed en doet men dit? Deze vraag wordt in alle facetten beantwoord: van een historiek van de positie van mensen met een beperking tot een kritische kijk op hulpverlening vandaag. Het soort hulpverlening dat wordt geboden, blijkt zeer nauw verbonden met het wetenschappelijke discours van de tijd waarin ze ontstaat. De auteur verkent de opeenvolgende theoretische grondslagen en bekijkt hoe ze in praktijk werden gebracht. Daarna komen de verschillende vormen van hulpverlening aan bod, tot en met het recente inclusiegedachtegoed. Ook de hulpverlener zelf komt uitgebreid in beeld.

Vanuit deze rijke achtergrond krijgen tot slot twee essentiële vragen een antwoord: In hoeverre draagt de veranderde hulpverlening bij aan de waardigheid van de mens met beperkingen in verstandelijke mogelijkheden? Wat moet er veranderen om de voorwaarden voor een optimale hulpverlening te verbeteren?

Ad van Gennep is emeritus-hoogleraar Orthopedagogiek aan de Universiteit van Amsterdam en bijzonder-emeritus hoogleraar Mensen met verstandelijke beperkingen aan de Universiteit Maastricht.

Waardig leven met beperkingen. Over veranderingen in de hulpverlening aan mensen met beperkingen in hun verstandelijke mogelijkhedenWaardig leven met beperkingen. Over veranderingen in de hulpverlening aan mensen met beperkingen in hun verstandelijke mogelijkheden
Quick View

Waardig leven met beperkingen. Over veranderingen in de hulpverlening aan mensen met beperkingen in hun verstandelijke mogelijkheden

 18,00
Waardig leven met een beperking: Hoe deed en doet men dit? Deze vraag wordt in alle facetten beantwoord: van een historiek van de positie van mensen met een beperking tot een kritische kijk op hulpverlening vandaag. Het soort hulpverlening dat wordt geboden, blijkt zeer nauw verbonden met het wetenschappelijke discours van de tijd waarin ze ontstaat. De auteur verkent de opeenvolgende theoretische grondslagen en bekijkt hoe ze in praktijk werden gebracht. Daarna komen de verschillende vormen van hulpverlening aan bod, tot en met het recente inclusiegedachtegoed. Ook de hulpverlener zelf komt uitgebreid in beeld.

Vanuit deze rijke achtergrond krijgen tot slot twee essentiële vragen een antwoord: In hoeverre draagt de veranderde hulpverlening bij aan de waardigheid van de mens met beperkingen in verstandelijke mogelijkheden? Wat moet er veranderen om de voorwaarden voor een optimale hulpverlening te verbeteren?

Ad van Gennep is emeritus-hoogleraar Orthopedagogiek aan de Universiteit van Amsterdam en bijzonder-emeritus hoogleraar Mensen met verstandelijke beperkingen aan de Universiteit Maastricht.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    0
    Uw winkelwagen
    Uw winkelwagen is leegVerder winkelen
    ×