Creatief proza. Ideeënboek
Eenmaal hogerop krijgen die lijntjes de strakke contouren van clichés en vaste schema’s. Convergent denken neemt de plaats in van creatief denken.
En toch. Bijna algemeen erkennen we creativiteit als een belangrijk persoonlijkheids kenmerk. Alleen ontbreekt het ons vaak aan creatieve branie om daar daadwerkelijk iets aan te doen. Het vraagt nu eenmaal ondernemingslust en zin voor avontuur om gebaande wegen te verlaten en het terrein te betreden waar intuïtie, expressie, exploratie en inspiratie thuishoren.
Wie is er bang van creativiteit? Dit boek maakt alvast de weg vrij. Het nodigt taaldocenten uit om te volgen: om creatieve schrijfopdrachten een vooraanstaande plaats te geven in hun lessen en op deze manier de creatieve mogelijkheden van jongeren te verruimen. Creatief schrijven om beter te schrijven, dat vooral, en om te groeien, dat ook. Te groeien in creativiteit.
Creatief proza is in de eerste plaats bedoeld voor voortgezet/secundair onderwijs, maar is ook uitermate geschikt voor schrijfdocenten en cursisten, studenten in de lerarenopleiding en leraren in de hoogste jaren van het basisonderwijs.
Jos Van Thienen is doctor in de taal- en letterkunde. Zijn ervaring als docent in het secundair onderwijs vormt de creatieve onderstroom van dit boek.
Creatief proza. Ideeënboek
Eenmaal hogerop krijgen die lijntjes de strakke contouren van clichés en vaste schema’s. Convergent denken neemt de plaats in van creatief denken.
En toch. Bijna algemeen erkennen we creativiteit als een belangrijk persoonlijkheids kenmerk. Alleen ontbreekt het ons vaak aan creatieve branie om daar daadwerkelijk iets aan te doen. Het vraagt nu eenmaal ondernemingslust en zin voor avontuur om gebaande wegen te verlaten en het terrein te betreden waar intuïtie, expressie, exploratie en inspiratie thuishoren.
Wie is er bang van creativiteit? Dit boek maakt alvast de weg vrij. Het nodigt taaldocenten uit om te volgen: om creatieve schrijfopdrachten een vooraanstaande plaats te geven in hun lessen en op deze manier de creatieve mogelijkheden van jongeren te verruimen. Creatief schrijven om beter te schrijven, dat vooral, en om te groeien, dat ook. Te groeien in creativiteit.
Creatief proza is in de eerste plaats bedoeld voor voortgezet/secundair onderwijs, maar is ook uitermate geschikt voor schrijfdocenten en cursisten, studenten in de lerarenopleiding en leraren in de hoogste jaren van het basisonderwijs.
Jos Van Thienen is doctor in de taal- en letterkunde. Zijn ervaring als docent in het secundair onderwijs vormt de creatieve onderstroom van dit boek.
Competentie-ontwikkelend onderwijs. Een verkenning
Maar over de precieze inhoud van deze begrippen bestaat in de Vlaamse onderwijswereld geen duidelijkheid. Daarom organiseerde de Vlor hierover een probleemverkenning.
Raadsleden, praktijkdeskundigen en academici zochten, elk vanuit hun specifieke kennis en invalshoek, naar antwoorden op vragen als:
- Wat betekent het begrip competentie nu precies?
- En wat is competentie-ontwikkelend onderwijs?
- Welke meerwaarde heeft competentie-ontwikkelend onderwijs en wat zijn de valkuilen?
- Is competentie-ontwikkelend onderwijs meer aangewezen in bepaalde onderwijsniveaus of -sectoren dan in andere?
- Welke systeemvoorwaarden zijn onmisbaar om competentie-ontwikkelend onderwijs te kunnen organiseren?
Deze publicatie bundelt de bijdragen van de verschillende deskundigen en sluit af met een synthesetekst.
Deze uitgave is een initiatief van de Vlaamse onderwijsraad – Algemene Raad.
Competentie-ontwikkelend onderwijs. Een verkenning
Maar over de precieze inhoud van deze begrippen bestaat in de Vlaamse onderwijswereld geen duidelijkheid. Daarom organiseerde de Vlor hierover een probleemverkenning.
Raadsleden, praktijkdeskundigen en academici zochten, elk vanuit hun specifieke kennis en invalshoek, naar antwoorden op vragen als:
- Wat betekent het begrip competentie nu precies?
- En wat is competentie-ontwikkelend onderwijs?
- Welke meerwaarde heeft competentie-ontwikkelend onderwijs en wat zijn de valkuilen?
- Is competentie-ontwikkelend onderwijs meer aangewezen in bepaalde onderwijsniveaus of -sectoren dan in andere?
- Welke systeemvoorwaarden zijn onmisbaar om competentie-ontwikkelend onderwijs te kunnen organiseren?
Deze publicatie bundelt de bijdragen van de verschillende deskundigen en sluit af met een synthesetekst.
Deze uitgave is een initiatief van de Vlaamse onderwijsraad – Algemene Raad.

Bologna in European research-intensive universities. Implications for bachelor and master programs
Some of the prominent questions are: how canstudents’ learning experiences within a research-intensive contextbe characterised, what effects can be expected from and what is theactual impact of learning in an environment that in general focuses onresearch rather than on education and student learning, and how canresearch be integrated in education in view of optimizing learning.
Considering the literature on the one hand and building upon thein-depth refl ections of faculty-members in European researchintensiveuniversities, the authors Jan Elen and An Verburgh makea number of educational proposals, pertaining to goals, orientationand curriculum structure of bachelors and masters programs aswell as to the instructional activities and possible quality assuranceprocesses in research-intensive universities.
The proposals areformulated in view of encouraging ongoing discussion and debate onthe nexus between education and research. They aim at increasing theattractiveness and effectiveness of educational activities by stressingthe need for a thorough, systematic and diversifi ed integration ofresearch in educational activities.

Bologna in European research-intensive universities. Implications for bachelor and master programs
Some of the prominent questions are: how canstudents’ learning experiences within a research-intensive contextbe characterised, what effects can be expected from and what is theactual impact of learning in an environment that in general focuses onresearch rather than on education and student learning, and how canresearch be integrated in education in view of optimizing learning.
Considering the literature on the one hand and building upon thein-depth refl ections of faculty-members in European researchintensiveuniversities, the authors Jan Elen and An Verburgh makea number of educational proposals, pertaining to goals, orientationand curriculum structure of bachelors and masters programs aswell as to the instructional activities and possible quality assuranceprocesses in research-intensive universities.
The proposals areformulated in view of encouraging ongoing discussion and debate onthe nexus between education and research. They aim at increasing theattractiveness and effectiveness of educational activities by stressingthe need for a thorough, systematic and diversifi ed integration ofresearch in educational activities.
De lerende stad. Het laboratorium Rotterdam
De auteurs zijn: Angelina Adam, Paul de Beer, Godfried Engbersen, Radboud Engbersen, Johan Geraets, Jan van Gerwen, Jo Hermanns, Ton de Klerk, Marianne Kloosterman, Jantine Kriens, Theo Magito, Ton Notten (redactie), Geertien Pols, Truida de Raaf, Frans Spierings en Toby Witte.
De lerende stad. Het laboratorium Rotterdam
De auteurs zijn: Angelina Adam, Paul de Beer, Godfried Engbersen, Radboud Engbersen, Johan Geraets, Jan van Gerwen, Jo Hermanns, Ton de Klerk, Marianne Kloosterman, Jantine Kriens, Theo Magito, Ton Notten (redactie), Geertien Pols, Truida de Raaf, Frans Spierings en Toby Witte.

ZL- Literair-historisch tijdschrift. Jrg.7 (2007-2008) – nr. 1: Themanummer Bert Bakker
Bakker nam vlak voor de Tweede Wereldoorlog de christelijke Haagse uitgeverij D.A. Daamen onder zijn hoede. De anarchie van de bezetting en Bakkers betrokkenheid bij het illegale blad Vrij Nederland, de clandestiene uitgeverij Mansarde Pers en zijn gevangenschap van enkele maanden zorgden voor een wending in Bakkers leven, waardoor hij na 1945 het enge christelijke milieu van zijn jeugd vaarwel zei en zijn uitgeverij uitbouwde tot een belangrijk literair fonds. Met zijn Ooievaar-pockets was hij in 1954 bovendien een van de eersten die van de kracht van deze moderne verschijningsvorm de vruchten plukte. De hoge oplagen van die boekjes zorgden ervoor dat veel beginnende lezers via de Ooievaars met literatuur in aanraking kwamen.
In een van de bijdragen in deze aflevering van Zacht Lawijd wordt Bakker door een tijdgenoot gekenschetst als ''Een varken dat van Bach hield''. Die aanduiding is natuurlijk vanwege het pakkende karakter wat uitvergroot, maar een feit is dat iedereen die Bakker heeft gekend die vreemde combinatie van sociale platvloersheid en compromisloos enthousiasme voor literatuur opmerkte. Voor auteurs wiens werk hij waardeerde, ging Bakker door roeien en ruiten.
Bert Bakker en zijn fonds worden in deze speciale aflevering in maar liefst veertien bijdragen belicht: zijn plaats binnen het uitgeversveld, zijn positie binnen het Haagse kunstleven, zijn eigen literaire werk, zijn verhouding tot auteurs als Lucebert, Paul Rodenko, Paul Snoek, Hans Warren, Neeltje Maria Min en H. Voordewind, zijn clandestiene Mansarde Pers, zijn tijdschrift Maatstaf, zijn Ooievaar-pockets, en uiterst amusante interviews met tijdgenoten en vroegere personeelsleden. Ook wordt integraal een door C.A.B. Bantzinger tijdens Bakkers gevangenschap in de Tweede Wereldoorlog getekend album opgenomen.

ZL- Literair-historisch tijdschrift. Jrg.7 (2007-2008) – nr. 1: Themanummer Bert Bakker
Bakker nam vlak voor de Tweede Wereldoorlog de christelijke Haagse uitgeverij D.A. Daamen onder zijn hoede. De anarchie van de bezetting en Bakkers betrokkenheid bij het illegale blad Vrij Nederland, de clandestiene uitgeverij Mansarde Pers en zijn gevangenschap van enkele maanden zorgden voor een wending in Bakkers leven, waardoor hij na 1945 het enge christelijke milieu van zijn jeugd vaarwel zei en zijn uitgeverij uitbouwde tot een belangrijk literair fonds. Met zijn Ooievaar-pockets was hij in 1954 bovendien een van de eersten die van de kracht van deze moderne verschijningsvorm de vruchten plukte. De hoge oplagen van die boekjes zorgden ervoor dat veel beginnende lezers via de Ooievaars met literatuur in aanraking kwamen.
In een van de bijdragen in deze aflevering van Zacht Lawijd wordt Bakker door een tijdgenoot gekenschetst als ''Een varken dat van Bach hield''. Die aanduiding is natuurlijk vanwege het pakkende karakter wat uitvergroot, maar een feit is dat iedereen die Bakker heeft gekend die vreemde combinatie van sociale platvloersheid en compromisloos enthousiasme voor literatuur opmerkte. Voor auteurs wiens werk hij waardeerde, ging Bakker door roeien en ruiten.
Bert Bakker en zijn fonds worden in deze speciale aflevering in maar liefst veertien bijdragen belicht: zijn plaats binnen het uitgeversveld, zijn positie binnen het Haagse kunstleven, zijn eigen literaire werk, zijn verhouding tot auteurs als Lucebert, Paul Rodenko, Paul Snoek, Hans Warren, Neeltje Maria Min en H. Voordewind, zijn clandestiene Mansarde Pers, zijn tijdschrift Maatstaf, zijn Ooievaar-pockets, en uiterst amusante interviews met tijdgenoten en vroegere personeelsleden. Ook wordt integraal een door C.A.B. Bantzinger tijdens Bakkers gevangenschap in de Tweede Wereldoorlog getekend album opgenomen.

Lief en leed 3. Seks en relaties anders bekeken
Eén van de artikels brengt het opmerkelijke liefdesleven van vijftigplussers in Vlaanderen in kaart. Daaruit blijkt onder meer dat seks bij die groep nog steeds vanzelfsprekend is. Maar het geeft ook aan dat hoe ouder men is, hoe minder men actief op zoek gaat naar informatie. Sensoa, Lachesis (Expertise Bureau Latere Leeftijd en Gender) en het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen waren benieuwd naar het seksleven en seksualiteitsbeleving van vijftigplussers. Aan de hand van een webenquête en een bevraging op de 50Plus Beurs in Antwerpen brachten ze het seksleven van de babyboomers in kaart. De resultaten waren verrassend en stellen ons in staat om aanbevelingen te formuleren voor de welzijns- en gezondheidssector.
Naast het wetenschappelijk luik is er ook ruimte voor de maatschappelijke rol van pornografie door de eeuwen heen, seks in Japan, en homoseksualiteit in Polen voor en na de verkiezingen. Verder bijdragen van Jean-Jacques Amy over Margaret Sanger, de moeder van de anticonceptiepil, Jean Paul Van Bendegem over de onvermoede relatie tussen wiskunde en seks en Els Leye over vrouwenbesnijdenis in Europa.

Lief en leed 3. Seks en relaties anders bekeken
Eén van de artikels brengt het opmerkelijke liefdesleven van vijftigplussers in Vlaanderen in kaart. Daaruit blijkt onder meer dat seks bij die groep nog steeds vanzelfsprekend is. Maar het geeft ook aan dat hoe ouder men is, hoe minder men actief op zoek gaat naar informatie. Sensoa, Lachesis (Expertise Bureau Latere Leeftijd en Gender) en het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen waren benieuwd naar het seksleven en seksualiteitsbeleving van vijftigplussers. Aan de hand van een webenquête en een bevraging op de 50Plus Beurs in Antwerpen brachten ze het seksleven van de babyboomers in kaart. De resultaten waren verrassend en stellen ons in staat om aanbevelingen te formuleren voor de welzijns- en gezondheidssector.
Naast het wetenschappelijk luik is er ook ruimte voor de maatschappelijke rol van pornografie door de eeuwen heen, seks in Japan, en homoseksualiteit in Polen voor en na de verkiezingen. Verder bijdragen van Jean-Jacques Amy over Margaret Sanger, de moeder van de anticonceptiepil, Jean Paul Van Bendegem over de onvermoede relatie tussen wiskunde en seks en Els Leye over vrouwenbesnijdenis in Europa.

The clinical symptomatology and comorbidity of attention-deficit/hyperactive disorder in a healthy school population
De auteur voerde een onderzoek uit bij een grote groepkinderen in het basisonderwijs. Eerst geeft ze een overzichtvan de symptomen, diagnostiek en de behandelingvan ADHD volgens de recente literatuur. In de volgende hoofdstukken komen enkele grote onderzoeksvragen aanbod: Welke symptomen van ADHD komen bij welke kinderenvoor en wanneer? Hoe valide is het diagnostischalgoritme van de DSM-IV? Hoe vaak komt ADHD voor opdeze jonge leeftijd? Kan ADHD afzonderlijk worden gediagnosticeerden wat is de rol van comorbide stoornissen?Tot slot onderzoekt de auteur hoe kinderen met ADHDworden behandeld en formuleert zij enkele aandachtspuntenvoor de toekomst.
ADHD blijkt immers vaak ondergediagosticeerd te worden.En er wordt te weinig doorverwezen naar gespecialiseerdegeestelijke gezondheidszorg.

The clinical symptomatology and comorbidity of attention-deficit/hyperactive disorder in a healthy school population
De auteur voerde een onderzoek uit bij een grote groepkinderen in het basisonderwijs. Eerst geeft ze een overzichtvan de symptomen, diagnostiek en de behandelingvan ADHD volgens de recente literatuur. In de volgende hoofdstukken komen enkele grote onderzoeksvragen aanbod: Welke symptomen van ADHD komen bij welke kinderenvoor en wanneer? Hoe valide is het diagnostischalgoritme van de DSM-IV? Hoe vaak komt ADHD voor opdeze jonge leeftijd? Kan ADHD afzonderlijk worden gediagnosticeerden wat is de rol van comorbide stoornissen?Tot slot onderzoekt de auteur hoe kinderen met ADHDworden behandeld en formuleert zij enkele aandachtspuntenvoor de toekomst.
ADHD blijkt immers vaak ondergediagosticeerd te worden.En er wordt te weinig doorverwezen naar gespecialiseerdegeestelijke gezondheidszorg.
Ziekenhuishygiëne. Beknopte praktijkgids
Dit boek biedt een antwoord op vele problemen. Het is ontstaan uit zijn jarenlange praktijkervaring in ziekenhuisinfectiebeheersing en de talrijke vragen van gezondheidsinspectie, patiënten en hun familie, gezondheidswerkers, ziekenhuizen,… Een tiental specialisten hebben de tekst becommentarieerd.
Het eerste deel is toelichting bij belangrijke begrippen, van Ao-waarde tot zwangere vrouwen. Daarna volgt een overzicht van voorzorgsmaatregelen bij infecties. Een derde deel somt de klinische syndromen of symptomen op waarbij best voorzorgsmaatregelen worden genomen tot de diagnose is gesteld.
Het boek is bedoeld voor medici en paramedici die te maken hebben met de zorg voor hygiëne in ziekenhuizen, woon- en zorgcentra, bij de thuiszorg, in de eerstelijnsgezondheid,…
Guido Demaiter studeerde Ziekenhuisverpleegkunde aan de KATHO in Kortrijk en Medisch-sociale wetenschappen en ziekenhuisbeleid, optie beleid en opleiding van de verpleegkunde, aan de KU Leuven. Daarnaast volgde hij de academische initiële lerarenopleiding. Hij is ziekenhuishygiënist in het Kortrijkse fusieziekenhuis AZ Groeninge.
Ziekenhuishygiëne. Beknopte praktijkgids
Dit boek biedt een antwoord op vele problemen. Het is ontstaan uit zijn jarenlange praktijkervaring in ziekenhuisinfectiebeheersing en de talrijke vragen van gezondheidsinspectie, patiënten en hun familie, gezondheidswerkers, ziekenhuizen,… Een tiental specialisten hebben de tekst becommentarieerd.
Het eerste deel is toelichting bij belangrijke begrippen, van Ao-waarde tot zwangere vrouwen. Daarna volgt een overzicht van voorzorgsmaatregelen bij infecties. Een derde deel somt de klinische syndromen of symptomen op waarbij best voorzorgsmaatregelen worden genomen tot de diagnose is gesteld.
Het boek is bedoeld voor medici en paramedici die te maken hebben met de zorg voor hygiëne in ziekenhuizen, woon- en zorgcentra, bij de thuiszorg, in de eerstelijnsgezondheid,…
Guido Demaiter studeerde Ziekenhuisverpleegkunde aan de KATHO in Kortrijk en Medisch-sociale wetenschappen en ziekenhuisbeleid, optie beleid en opleiding van de verpleegkunde, aan de KU Leuven. Daarnaast volgde hij de academische initiële lerarenopleiding. Hij is ziekenhuishygiënist in het Kortrijkse fusieziekenhuis AZ Groeninge.
De zorgcoördinator. Een onmisbare schakel in de leerlingenzorg in het VO en MBO (Reeks Fontys Educatief, nr. 7)
De hoofdstukken belichten verschillende aspecten waar een zorgcoördinator in de praktijk van alledag mee te maken krijgt.
Het geeft voorbeelden van die praktijk, maar belicht ook beleidsmatige kanten die daar nauw aan verbonden zijn. Het denken en het handelen zoals dat door diverse auteurs wordt beschreven, kan zeker een bijdrage leveren aan de versterking van de zorg en het zorgbeleid op de scholen. Het boek is dan ook bedoeld voor zorgcoördinatoren, schoolmanagers, schoolbesturen, opleidingsdocenten en lerarenopleiders.
De zorgcoördinator. Een onmisbare schakel in de leerlingenzorg in het VO en MBO (Reeks Fontys Educatief, nr. 7)
De hoofdstukken belichten verschillende aspecten waar een zorgcoördinator in de praktijk van alledag mee te maken krijgt.
Het geeft voorbeelden van die praktijk, maar belicht ook beleidsmatige kanten die daar nauw aan verbonden zijn. Het denken en het handelen zoals dat door diverse auteurs wordt beschreven, kan zeker een bijdrage leveren aan de versterking van de zorg en het zorgbeleid op de scholen. Het boek is dan ook bedoeld voor zorgcoördinatoren, schoolmanagers, schoolbesturen, opleidingsdocenten en lerarenopleiders.

Lezen, schrijven, spellen en ICT. Studievaardigheden verbeteren
Er wordt veel aandacht besteed aan de mogelijkheden van de tekstverwerker, andere ICT- hulpmiddelen en internet. Jongeren zijn hier doorgaans al mee vertrouwd. In dit boek leren ze deze hulpmiddelen ook systematisch inzetten bij lezen en schrijven. Maar ook het handschrift verbeteren krijgt aandacht. Vanuit het zelf schrijven van teksten komt het samenvatten van gelezen teksten aande orde. Werkwoordspelling en ontleden worden behandeld als hulpmiddelen bij schrijven en lezen. Waar mogelijk wordt de koppeling naar de vreemde talen gemaakt. Ten slotte wordt het belang van extra tijd voor dyslectische leerlingen onderstreept.
Dit boek kan in zijn geheel doorgewerkt worden maar ook per hoofdstuk naar behoefte. Alles kan meteen ingeoefend worden met instap- en evaluatietoetsen, kopieerbladen, overzichten en werkschema’s die ook als afdrukbare documenten op een cd staan. Het is bruikbaar voor zelfstudie door leerlingen (met dyslexie) in de bovenbouw van het voortgezet/secundair onderwijs, in het hoger en universitair onderwijs. Maar het is ook geschikt als leidraad voor iedereen die leerlingen met deze problemen wil helpen. Verder vinden (Pabo-)studenten die de taaltoets moeten halen er een presentatie van de werkwoordspelling in samenhang met woord- en zinsontleding.

Lezen, schrijven, spellen en ICT. Studievaardigheden verbeteren
Er wordt veel aandacht besteed aan de mogelijkheden van de tekstverwerker, andere ICT- hulpmiddelen en internet. Jongeren zijn hier doorgaans al mee vertrouwd. In dit boek leren ze deze hulpmiddelen ook systematisch inzetten bij lezen en schrijven. Maar ook het handschrift verbeteren krijgt aandacht. Vanuit het zelf schrijven van teksten komt het samenvatten van gelezen teksten aande orde. Werkwoordspelling en ontleden worden behandeld als hulpmiddelen bij schrijven en lezen. Waar mogelijk wordt de koppeling naar de vreemde talen gemaakt. Ten slotte wordt het belang van extra tijd voor dyslectische leerlingen onderstreept.
Dit boek kan in zijn geheel doorgewerkt worden maar ook per hoofdstuk naar behoefte. Alles kan meteen ingeoefend worden met instap- en evaluatietoetsen, kopieerbladen, overzichten en werkschema’s die ook als afdrukbare documenten op een cd staan. Het is bruikbaar voor zelfstudie door leerlingen (met dyslexie) in de bovenbouw van het voortgezet/secundair onderwijs, in het hoger en universitair onderwijs. Maar het is ook geschikt als leidraad voor iedereen die leerlingen met deze problemen wil helpen. Verder vinden (Pabo-)studenten die de taaltoets moeten halen er een presentatie van de werkwoordspelling in samenhang met woord- en zinsontleding.
Wenselijke preventie stap voor stap
Ze kiezen voor preventie die problemen zo vroeg mogelijk bij de wortel aanpakt en de keuzemogelijkheden van mensen eerder vergroot dan inperkt. Wenselijke preventie combineert persoonsgerichte met structuurgerichte acties en betrekt ook de doelgroep zelf actief, democratisch en participatief in elke fase van het proces.
Dit boek legt uit hoe je die wenselijke preventie stap voor stap realiseert. Een stappenplan voor preventieprojecten op alle mogelijke gebieden: van gezondheid tot het voorkomen van ongevallen, van spijbelpreventie tot vandalismebestrijding, van drugpreventie tot het voorkomen van pesten op school.
Peter Goris is doctor in de criminologische wetenschappen. Hij is als stafmedewerker preventie verbonden aan het Pluralistisch Overleg Welzijnswerk, een intersectoraal steunpunt voor zorg en sociale politiek. Hij is tevens eindredacteur van het tijdschrift Alert.
Dieter Burssens is maatschappelijk assistent en licentiaat in de criminologische wetenschappen. Hij is stafmedewerker op het Steunpunt Algemeen Welzijnswerk en is als onderzoeker verbonden aan het Leuvens Instituut voor Criminologie van de Katholieke Universiteit Leuven, waar hij werkt op het Jeugdonderzoeksplatform (JOP).
Bie Melis is maatschappelijk assistente en licentiate in de criminologische wetenschappen. Zij werkt als docente aan de Karel de Grote Hogeschool, Departement Sociaal-Agogisch Werk. Zij voert daar onderwijs- en onderzoeksopdrachten uit in het kader van preventie.
Nicole Vettenburg is doctor in de criminologische wetenschappen. Zij is als docente verbonden aan de Vakgroep Sociale Agogiek van de Universiteit Gent, waar zij onder meer het vak ‘sociaal werk en algemene preventie’ geeft. Samen vormen zij het Team Preventie Ontwikkeling dat theorie en praktijk rond preventie verder wil ontwikkelen.
Wenselijke preventie stap voor stap
Ze kiezen voor preventie die problemen zo vroeg mogelijk bij de wortel aanpakt en de keuzemogelijkheden van mensen eerder vergroot dan inperkt. Wenselijke preventie combineert persoonsgerichte met structuurgerichte acties en betrekt ook de doelgroep zelf actief, democratisch en participatief in elke fase van het proces.
Dit boek legt uit hoe je die wenselijke preventie stap voor stap realiseert. Een stappenplan voor preventieprojecten op alle mogelijke gebieden: van gezondheid tot het voorkomen van ongevallen, van spijbelpreventie tot vandalismebestrijding, van drugpreventie tot het voorkomen van pesten op school.
Peter Goris is doctor in de criminologische wetenschappen. Hij is als stafmedewerker preventie verbonden aan het Pluralistisch Overleg Welzijnswerk, een intersectoraal steunpunt voor zorg en sociale politiek. Hij is tevens eindredacteur van het tijdschrift Alert.
Dieter Burssens is maatschappelijk assistent en licentiaat in de criminologische wetenschappen. Hij is stafmedewerker op het Steunpunt Algemeen Welzijnswerk en is als onderzoeker verbonden aan het Leuvens Instituut voor Criminologie van de Katholieke Universiteit Leuven, waar hij werkt op het Jeugdonderzoeksplatform (JOP).
Bie Melis is maatschappelijk assistente en licentiate in de criminologische wetenschappen. Zij werkt als docente aan de Karel de Grote Hogeschool, Departement Sociaal-Agogisch Werk. Zij voert daar onderwijs- en onderzoeksopdrachten uit in het kader van preventie.
Nicole Vettenburg is doctor in de criminologische wetenschappen. Zij is als docente verbonden aan de Vakgroep Sociale Agogiek van de Universiteit Gent, waar zij onder meer het vak ‘sociaal werk en algemene preventie’ geeft. Samen vormen zij het Team Preventie Ontwikkeling dat theorie en praktijk rond preventie verder wil ontwikkelen.

Kunstvakwerk. Handleiding voor een optimale samenwerking tussen een museum en een vaktechnische schoollopleiding (De Veerman Bibliotheek, nr. 3)
Wat hen verschillend maakt, is hun specifieke kijk op het materiaal: in de beeldende kunst staat het verhaal en de betekenis centraal, in een vaktechnische opleiding is dit de functionele realisatie. Daarenboven eist een kunstenaar de vrijheid op om grenzen te verleggen, terwijl een vakman er op staat dat zijn product in alle technische opzichten ‘klopt’.
Deze beide zienswijzen met elkaar verzoenen, was de uitdaging die het Middelheimmuseum, de kunsteducatieve organisatie De Veerman en het Stedelijk Polytechnisch Instituut Antwerpen (SPIA) aangingen onder de noemer ‘Bij-buurten op het Kiel’ , een project dat zich in de eerste plaats focust op het aantrekken van nieuwe doelgroepen in het museum.
Kunstvakwerk is de neerslag van deze verzoening, met de uitdrukkelijke bedoeling bakens uit te zetten voor andere musea met ‘moeilijk te bereiken doelgroepen’ en voor scholen die de geijkte paden even willen verlaten.
Het boek is dan ook opgevat als een handleiding die scholen, educatieve organisaties en diensten publiekswerking de nodige handvatten wil aanreiken om dit instrument zelf uit te proberen en in te zetten in de dagelijkse praktijk.
Een handleiding, met inbegrip van de do’s en don’t’s en vooral: met enkele schitterende voorbeelden tot wat voor moois dit instrument in staat is.
“De Veerman-bIbliotheek” is een reeks publicaties over kunsteducatie in diverse contexten en achtergronden. De kunsteducatieve organisatie “De Veerman “wil hiermee haar werk, onderzoek en expertise met anderen delen.
U vindt meer informatie op www.veerman.be
Annemie Morbee (°1960) formuleert graag in duidelijke bewoordingen wat anderen te vertellen hebben.
Na een journalistieke carrière van 15 jaar runt ze haar eigen schrijversbureau en (her)schrijft artikels, persberichten, brochures, websites, speeches, boeken ...
Voor de realisatie van Kunstvakwerk heeft ze tijdens de loop van het project haar ogen de kost gegeven, haar oor te luisteren gelegd in de wandelgangen en dit alles aangevuld met persoonlijke gesprekken met de deelnemers.

Kunstvakwerk. Handleiding voor een optimale samenwerking tussen een museum en een vaktechnische schoollopleiding (De Veerman Bibliotheek, nr. 3)
Wat hen verschillend maakt, is hun specifieke kijk op het materiaal: in de beeldende kunst staat het verhaal en de betekenis centraal, in een vaktechnische opleiding is dit de functionele realisatie. Daarenboven eist een kunstenaar de vrijheid op om grenzen te verleggen, terwijl een vakman er op staat dat zijn product in alle technische opzichten ‘klopt’.
Deze beide zienswijzen met elkaar verzoenen, was de uitdaging die het Middelheimmuseum, de kunsteducatieve organisatie De Veerman en het Stedelijk Polytechnisch Instituut Antwerpen (SPIA) aangingen onder de noemer ‘Bij-buurten op het Kiel’ , een project dat zich in de eerste plaats focust op het aantrekken van nieuwe doelgroepen in het museum.
Kunstvakwerk is de neerslag van deze verzoening, met de uitdrukkelijke bedoeling bakens uit te zetten voor andere musea met ‘moeilijk te bereiken doelgroepen’ en voor scholen die de geijkte paden even willen verlaten.
Het boek is dan ook opgevat als een handleiding die scholen, educatieve organisaties en diensten publiekswerking de nodige handvatten wil aanreiken om dit instrument zelf uit te proberen en in te zetten in de dagelijkse praktijk.
Een handleiding, met inbegrip van de do’s en don’t’s en vooral: met enkele schitterende voorbeelden tot wat voor moois dit instrument in staat is.
“De Veerman-bIbliotheek” is een reeks publicaties over kunsteducatie in diverse contexten en achtergronden. De kunsteducatieve organisatie “De Veerman “wil hiermee haar werk, onderzoek en expertise met anderen delen.
U vindt meer informatie op www.veerman.be
Annemie Morbee (°1960) formuleert graag in duidelijke bewoordingen wat anderen te vertellen hebben.
Na een journalistieke carrière van 15 jaar runt ze haar eigen schrijversbureau en (her)schrijft artikels, persberichten, brochures, websites, speeches, boeken ...
Voor de realisatie van Kunstvakwerk heeft ze tijdens de loop van het project haar ogen de kost gegeven, haar oor te luisteren gelegd in de wandelgangen en dit alles aangevuld met persoonlijke gesprekken met de deelnemers.
Omdat het werkt… Werkzame bestanddelen van een maatschappelijk re-integratieproject (Reeks Fontys Actief, nr. 1)
Het maatschappelijke re-integratieproject Helmond Actief is vooral gericht op arbeidsparticipatie en blijkt een hoge graad van effectiviteit te bereiken.
Bij Helmond Actief weet men van de moeilijkst bemiddelbare groep twee op de drie mensen binnen dertien maanden duurzaam uit de uitkering te krijgen. Dit gebeurt door middel van geïntegreerde dienstverlening, een constructieve benadering van werkgevers, hoogwaardige handhaving en sociale activering.
De werkers van Helmond Actief staan bij wijze van spreken in een kring om de cliënt heen, waardoor taakroulatie, taakafstemming en samenwerking een stuk eenvoudiger zijn.
De (lange termijn-)behoeften van de cliënt zijn doorslaggevend. De organisatie stelt zich daarbij ''volgend'' op: de werker volgt de cliënt - hinderlijk, indien nodig -, de manager volgt de werker, in de hoop dat de subsidiegever zich ook laat sturen door de praktijkervaringen op de werkvloer. Men noemt dat in Helmond ''exemplarische beleidsvorming''. Dat werkt.
Geert van der Laan is bijzonder hoogleraar bij de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht en deeltijdlector aan de Fontys Hogescholen te Eindhoven (Fontys Actief). René Kersten is projectleider van Helmond Actief.
Omdat het werkt… Werkzame bestanddelen van een maatschappelijk re-integratieproject (Reeks Fontys Actief, nr. 1)
Het maatschappelijke re-integratieproject Helmond Actief is vooral gericht op arbeidsparticipatie en blijkt een hoge graad van effectiviteit te bereiken.
Bij Helmond Actief weet men van de moeilijkst bemiddelbare groep twee op de drie mensen binnen dertien maanden duurzaam uit de uitkering te krijgen. Dit gebeurt door middel van geïntegreerde dienstverlening, een constructieve benadering van werkgevers, hoogwaardige handhaving en sociale activering.
De werkers van Helmond Actief staan bij wijze van spreken in een kring om de cliënt heen, waardoor taakroulatie, taakafstemming en samenwerking een stuk eenvoudiger zijn.
De (lange termijn-)behoeften van de cliënt zijn doorslaggevend. De organisatie stelt zich daarbij ''volgend'' op: de werker volgt de cliënt - hinderlijk, indien nodig -, de manager volgt de werker, in de hoop dat de subsidiegever zich ook laat sturen door de praktijkervaringen op de werkvloer. Men noemt dat in Helmond ''exemplarische beleidsvorming''. Dat werkt.
Geert van der Laan is bijzonder hoogleraar bij de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht en deeltijdlector aan de Fontys Hogescholen te Eindhoven (Fontys Actief). René Kersten is projectleider van Helmond Actief.

Gezinnen uitgedaagd. Thema’s uit de gezinssociologie
Stabiliteit betekent niet meer “tot de dood ons scheidt“. Toch wonen de meeste mensen nog altijd het grootste deel van hun leven in een gezin. Alleen durven de vorm en samenstelling daarvan steeds meer variëren.
Hoe kunnen gezinnen in dit eigentijdse kader borg staan voor het doorgeven van humaan, sociaal en economisch-financieel kapitaal? Hoe beheren zij de combinatie arbeid en gezin? Welke impact heeft de vergrijzing op het gezinsleven? En hoe kan het gezinsbeleid van de toekomst een antwoord geven op deze uitdagingen?
Stefan Bogaerts (1964) is professor forensische psychologie aan de Universiteit van Tilburg en professor gerechtelijke geestelijke gezondheidszorg en penologische en forensische hulpverlening aan de KU Leuven. Hij is verbonden aan het WODC van het Ministerie van Justitie in Nederland. Hij doceert sinds 2000 gezinssociologie en socialisatie aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen te Brussel. Het gezin benadert hij ondermeer als bron van rijkdom maar ook als oorsprong van psychopathologisering.

Gezinnen uitgedaagd. Thema’s uit de gezinssociologie
Stabiliteit betekent niet meer “tot de dood ons scheidt“. Toch wonen de meeste mensen nog altijd het grootste deel van hun leven in een gezin. Alleen durven de vorm en samenstelling daarvan steeds meer variëren.
Hoe kunnen gezinnen in dit eigentijdse kader borg staan voor het doorgeven van humaan, sociaal en economisch-financieel kapitaal? Hoe beheren zij de combinatie arbeid en gezin? Welke impact heeft de vergrijzing op het gezinsleven? En hoe kan het gezinsbeleid van de toekomst een antwoord geven op deze uitdagingen?
Stefan Bogaerts (1964) is professor forensische psychologie aan de Universiteit van Tilburg en professor gerechtelijke geestelijke gezondheidszorg en penologische en forensische hulpverlening aan de KU Leuven. Hij is verbonden aan het WODC van het Ministerie van Justitie in Nederland. Hij doceert sinds 2000 gezinssociologie en socialisatie aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen te Brussel. Het gezin benadert hij ondermeer als bron van rijkdom maar ook als oorsprong van psychopathologisering.
Gezinnen en gezinspedagogiek. Geboeid door verscheidenheid
Gezinnen en gezinspedagogiek. Geboeid door verscheidenheid biedt een overzicht van gezinspedagogisch onderzoek, uitgevoerd onder leiding van Lieve Vandemeulebroecke en van een praktijk van opvoedingsondersteuning die mede op haar wetenschappelijke werk geïnspireerd is. De bijdragen bieden een genuanceerd en veelzijdig beeld van de rijke realiteit van de opvoeding in gezinnen vandaag.
Hilde Colpin en Hans Van Crombrugge promoveerden bij Lieve Vandemeulebroecke tot doctor in de pedagogische wetenschappen. Hilde Colpin is nu hoofddocent aan het Centrum voor Schoolpsychologie van de K.U.Leuven en Hans Van Crombrugge doceert aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen in Brussel.
Gezinnen en gezinspedagogiek. Geboeid door verscheidenheid
Gezinnen en gezinspedagogiek. Geboeid door verscheidenheid biedt een overzicht van gezinspedagogisch onderzoek, uitgevoerd onder leiding van Lieve Vandemeulebroecke en van een praktijk van opvoedingsondersteuning die mede op haar wetenschappelijke werk geïnspireerd is. De bijdragen bieden een genuanceerd en veelzijdig beeld van de rijke realiteit van de opvoeding in gezinnen vandaag.
Hilde Colpin en Hans Van Crombrugge promoveerden bij Lieve Vandemeulebroecke tot doctor in de pedagogische wetenschappen. Hilde Colpin is nu hoofddocent aan het Centrum voor Schoolpsychologie van de K.U.Leuven en Hans Van Crombrugge doceert aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen in Brussel.
Praktijkonderzoek op een hogeschool. Ontwikkelingen in een opleiding speciale onderwijszorg/master SEN (Windesheim OSO-boeken, nr. 7)
Voor de hogescholen zijn de gevolgen verstrekkender, met name wat betreft het opzetten van masteropleidingen. De van oudsher door hen verzorgde postinitiele opleidingen sluiten zeker niet naadloos aan op de kwalificaties van een master. Met name de eis dat ook ''onderzoeken'' deel dient uit te maken van het curriculum van een masteropleiding, stelt de hogescholen voor problemen. Enerzijds is hun onderzoeksexpertise beperkt, zij hebben op dit punt geen traditie. Anderzijds is nog erg onduidelijk wat het onderzoek op een hogeschool zal gaan inhouden.
De hogescholen moeten derhalve op zoek naar een passende invulling van hun onderzoekscomponent. Een ding is zeker: het zal in ierder geval niet gaan om een kloon van het universitaire onderzoek. Termen als ''toegepast onderzoek'' en ''praktijkgericht onderzoek'' doen de ronde.
Frits Harinck studeerde psychologie in Leiden en promoveerde op een onderzoek naar processen in speltherapie. Hij werkte jarenlang aan de universiteit, waar hij onderzoek verrichtte op het gebied van onderwijs- en opvoedingsproblemen. Momenteel werkt hij op de Hogeschool Windesheim, waar hij betrokken is bij het opzetten van de masteropleiding SEN en het ontwikkelen van modules praktijkonderzoek.
Praktijkonderzoek op een hogeschool. Ontwikkelingen in een opleiding speciale onderwijszorg/master SEN (Windesheim OSO-boeken, nr. 7)
Voor de hogescholen zijn de gevolgen verstrekkender, met name wat betreft het opzetten van masteropleidingen. De van oudsher door hen verzorgde postinitiele opleidingen sluiten zeker niet naadloos aan op de kwalificaties van een master. Met name de eis dat ook ''onderzoeken'' deel dient uit te maken van het curriculum van een masteropleiding, stelt de hogescholen voor problemen. Enerzijds is hun onderzoeksexpertise beperkt, zij hebben op dit punt geen traditie. Anderzijds is nog erg onduidelijk wat het onderzoek op een hogeschool zal gaan inhouden.
De hogescholen moeten derhalve op zoek naar een passende invulling van hun onderzoekscomponent. Een ding is zeker: het zal in ierder geval niet gaan om een kloon van het universitaire onderzoek. Termen als ''toegepast onderzoek'' en ''praktijkgericht onderzoek'' doen de ronde.
Frits Harinck studeerde psychologie in Leiden en promoveerde op een onderzoek naar processen in speltherapie. Hij werkte jarenlang aan de universiteit, waar hij onderzoek verrichtte op het gebied van onderwijs- en opvoedingsproblemen. Momenteel werkt hij op de Hogeschool Windesheim, waar hij betrokken is bij het opzetten van de masteropleiding SEN en het ontwikkelen van modules praktijkonderzoek.

Galenos van Pergamon over de passies en vergissingen van de ziel. Nederlandse vertaling van drie ethische traktaten van Galenos met annotaties en een introductorische commentaar
In de introductorische commentaar wordt geïllustreerd, hoe deze vermaarde Griekse arts, filosoof en encyclopedist - vertrekkend vanuit de complexe dynamiek van de menselijke passies, en vanuit de materialistische opvatting die hij hieromtrent huldigt (de passies worden zijns inziens in sterke mate bepaald door de humorale mengtoestanden in het lichaam) - de bouwstenen aanreikt van een "psychische hygiëne", die in heel wat opzichten een radicaal karakter vertoont. Galênós'' visie op dit vlak houdt niet alleen rekening met een correctie van de "ziekten en vergissingen van de ziel", maar insgelijks met de aangeboren, respectievelijk verworven beperkingen van de menselijke natuur. Zijn reflecties desbetreffend vinden nauwelijks een equivalent in de Grieks-Romeinse Oudheid. Ze geven onder andere aanleiding tot het stellen van de vraag, of de "geneeskunde van het lichaam" niet tegelijk een "geneeskunde van de ziel" is, en dus ook van de menselijke gedragingen in hun individuele én sociale verschijningsvormen. Galênós doet ons stilstaan bij de vraag, of de geneeskunde hier zelfs niet de voorrang heeft op de pedagogie en de filosofie. Hij stelt tegelijk de vraag aan de orde, of zíj niet de basis kan verschaffen voor het bereiken van een geestelijk houvast en van de innerlijke rust, die ten aanzien van het zich eigen maken van "de kunst van het goede leven" een zo belangrijke rol spelen.
Jan Godderis is gewoon hoogleraar aan de Faculteit der Geneeskunde van de K.U.Leuven. Hij doceert er psychiatrie, geschiedenis van de geneeskunde en cultuurgeschiedenis van de seksualiteit. Hij heeft diverse monumentale publicaties op zijn naam.

Galenos van Pergamon over de passies en vergissingen van de ziel. Nederlandse vertaling van drie ethische traktaten van Galenos met annotaties en een introductorische commentaar
In de introductorische commentaar wordt geïllustreerd, hoe deze vermaarde Griekse arts, filosoof en encyclopedist - vertrekkend vanuit de complexe dynamiek van de menselijke passies, en vanuit de materialistische opvatting die hij hieromtrent huldigt (de passies worden zijns inziens in sterke mate bepaald door de humorale mengtoestanden in het lichaam) - de bouwstenen aanreikt van een "psychische hygiëne", die in heel wat opzichten een radicaal karakter vertoont. Galênós'' visie op dit vlak houdt niet alleen rekening met een correctie van de "ziekten en vergissingen van de ziel", maar insgelijks met de aangeboren, respectievelijk verworven beperkingen van de menselijke natuur. Zijn reflecties desbetreffend vinden nauwelijks een equivalent in de Grieks-Romeinse Oudheid. Ze geven onder andere aanleiding tot het stellen van de vraag, of de "geneeskunde van het lichaam" niet tegelijk een "geneeskunde van de ziel" is, en dus ook van de menselijke gedragingen in hun individuele én sociale verschijningsvormen. Galênós doet ons stilstaan bij de vraag, of de geneeskunde hier zelfs niet de voorrang heeft op de pedagogie en de filosofie. Hij stelt tegelijk de vraag aan de orde, of zíj niet de basis kan verschaffen voor het bereiken van een geestelijk houvast en van de innerlijke rust, die ten aanzien van het zich eigen maken van "de kunst van het goede leven" een zo belangrijke rol spelen.
Jan Godderis is gewoon hoogleraar aan de Faculteit der Geneeskunde van de K.U.Leuven. Hij doceert er psychiatrie, geschiedenis van de geneeskunde en cultuurgeschiedenis van de seksualiteit. Hij heeft diverse monumentale publicaties op zijn naam.

Brussels, Belgium and the knowledge economy
Their work is the outcome of two studies commissioned by the government of Brussels Capital-Region. The first one was carried out by Irina Zinovieva and dealt with the working life of the city’s highly qualified professionals. The latter combined the efforts of both Irina Zinovieva and Roland Pepermans.
The Capital-Region government has established a tradition to offer grants for research on socially important topics not only to Belgians but also to foreigners.
In this way it encourages independent points of view on the capital’s problems that are free of political correctness, self-censorship and, at least the usual biases an insider would have. The benefits of such an approach were instantly understood and highly appreciated by both authors’ many interviewees, especially those living in Belgium.
Remarkably, in the questions of an interviewing foreigner they saw their own regional government’s genuine interest in their own opinion, and felt flattered and delighted.
The interviews for this study have been taken in the English language, which helped put aside the complexities of all local political, social, and linguistic identifications. Senior business managers, distinguished academics, and high-ranking government officials gave their frank opinions in good faith, understanding how helpful an open discussion would be for their society.
The authors’ exposition is intended to be something like a series of mirrors, in which Brussels can be seen, and see itself, from a variety of perspectives. At the same time the authors wanted to remain well grounded, and to this end they give the floor to a large number of different people, and cite them extensively.
Irina Zinovieva is associate professor of differential psychology, organizational behavior, and human resources management at Sofia University St. Kliment Ohridsky, and senior researcher at the Vrije Universiteit Brussel (VUB – Free University of Brussels). She has worked in a number of European universities and research centers such as Oxford University, The Netherlands Institute for Advanced Studies in the Social Sciences and Humanities (NIAS), Tilburg University, and The University of Paris V René Descartes. Prof. Zinovieva was principal investigator and researcher in many international projects involving seventeen European countries, four Asian countries, and the USA. She has done research and consultancy work for the European Commission, the Council of Europe, the Brussels Regional Government, Unisys Corporation, Saville & Holdsworth Ltd etc. She authored three books and more than 50 scientific articles and book chapters.
Roland Pepermans is full profesoor and dean of the faculty of psychology and educational sciences at the Vrije Universiteit Brussel (VUB - Free University of Brussels). He is also responsible for the courses in work and organizational psychology and human resources management at that university. He did research at academic institutions in the United Kingdom and Germany. He joined the university again some years ago, after having worked for 8 years in international private organizations (bank and petrochemical companies). Prof. Pepermans, besides his interests in economic psychology, has advised to private, public and non-profit organizations about employee surveys, quality management, stress management, absenteeism, high potential policies, and is nowadays actively involved in research projects about motivation, rewards, talent management and entrepreneurship. He has authored and co-authored a wide variety of international research articles and four books.

Brussels, Belgium and the knowledge economy
Their work is the outcome of two studies commissioned by the government of Brussels Capital-Region. The first one was carried out by Irina Zinovieva and dealt with the working life of the city’s highly qualified professionals. The latter combined the efforts of both Irina Zinovieva and Roland Pepermans.
The Capital-Region government has established a tradition to offer grants for research on socially important topics not only to Belgians but also to foreigners.
In this way it encourages independent points of view on the capital’s problems that are free of political correctness, self-censorship and, at least the usual biases an insider would have. The benefits of such an approach were instantly understood and highly appreciated by both authors’ many interviewees, especially those living in Belgium.
Remarkably, in the questions of an interviewing foreigner they saw their own regional government’s genuine interest in their own opinion, and felt flattered and delighted.
The interviews for this study have been taken in the English language, which helped put aside the complexities of all local political, social, and linguistic identifications. Senior business managers, distinguished academics, and high-ranking government officials gave their frank opinions in good faith, understanding how helpful an open discussion would be for their society.
The authors’ exposition is intended to be something like a series of mirrors, in which Brussels can be seen, and see itself, from a variety of perspectives. At the same time the authors wanted to remain well grounded, and to this end they give the floor to a large number of different people, and cite them extensively.
Irina Zinovieva is associate professor of differential psychology, organizational behavior, and human resources management at Sofia University St. Kliment Ohridsky, and senior researcher at the Vrije Universiteit Brussel (VUB – Free University of Brussels). She has worked in a number of European universities and research centers such as Oxford University, The Netherlands Institute for Advanced Studies in the Social Sciences and Humanities (NIAS), Tilburg University, and The University of Paris V René Descartes. Prof. Zinovieva was principal investigator and researcher in many international projects involving seventeen European countries, four Asian countries, and the USA. She has done research and consultancy work for the European Commission, the Council of Europe, the Brussels Regional Government, Unisys Corporation, Saville & Holdsworth Ltd etc. She authored three books and more than 50 scientific articles and book chapters.
Roland Pepermans is full profesoor and dean of the faculty of psychology and educational sciences at the Vrije Universiteit Brussel (VUB - Free University of Brussels). He is also responsible for the courses in work and organizational psychology and human resources management at that university. He did research at academic institutions in the United Kingdom and Germany. He joined the university again some years ago, after having worked for 8 years in international private organizations (bank and petrochemical companies). Prof. Pepermans, besides his interests in economic psychology, has advised to private, public and non-profit organizations about employee surveys, quality management, stress management, absenteeism, high potential policies, and is nowadays actively involved in research projects about motivation, rewards, talent management and entrepreneurship. He has authored and co-authored a wide variety of international research articles and four books.
Kom binnen. Therapeutische ontmoetingen met mensen met een verstandelijke handicap. Praktijkboek voor hulpverleners en therapeuten (SEN-Publicaties, nr. 2)
Deze verhalen overstijgen echter ook de individuele situatie van de betrokkenen. Ze laten zien wat mensen ‘onderweg’ zoal kunnen meemaken, en hoe men elkaar zo goed mogelijk kan helpen.
Dit boek bundelt de ervaringen van vijf jaar werken binnen het Kom Binnen-project.
Mark Vandeweerdt (redactie) werkt als orthopedagoog voor vzw CGG PassAnt in Leuven.
Els Travers (projectcoördinator) werkt als psychologe en gedragstherapeute voor vzw CGG Vlaams-Brabant Oost in Tienen, Diest en Aarschot.
An Bauwens werkt als psychologe en gezinstherapeute voor vzw CGG Ahasverus in Halle.
SEN-Publicaties
- Nr. 1: Gehechtheid en gehechtheidsproblemen bij personen met een verstandelijke beperking
E. De Belie & F. Morisse (Red.) - Nr. 2: Kom binnen. Therapeutische ontmoetingen met mensen met een verstandelijke handicap
M. Vandeweerdt, E. Travers & A. Bauwens - Nr. 3: Mijn zelfportret. Groepswerk rond zelfbeeld voor adolescenten met autisme
I. Aerts & P. Buys - Nr. 4: Emotionele ontwikkeling bij mensen met een verstandelijke beperking
L. Claes, L. De Neve, K. Declercq, B. Jonckheere, J. Marrecau, F. Morisse, E. Ronsse & T. Vangansbeke (Red.) - Nr. 5: SEO-R. Schaal voor Emotionele Ontwikkeling bij mensen met een verstandelijke beperking
L. Claes & A. Verduyn (Red.) - Nr. 6: Executieve vaardigheden bij kinderen met autismespectrumstoornissen. Trainingboek
M. Cuyle
Kom binnen. Therapeutische ontmoetingen met mensen met een verstandelijke handicap. Praktijkboek voor hulpverleners en therapeuten (SEN-Publicaties, nr. 2)
Deze verhalen overstijgen echter ook de individuele situatie van de betrokkenen. Ze laten zien wat mensen ‘onderweg’ zoal kunnen meemaken, en hoe men elkaar zo goed mogelijk kan helpen.
Dit boek bundelt de ervaringen van vijf jaar werken binnen het Kom Binnen-project.
Mark Vandeweerdt (redactie) werkt als orthopedagoog voor vzw CGG PassAnt in Leuven.
Els Travers (projectcoördinator) werkt als psychologe en gedragstherapeute voor vzw CGG Vlaams-Brabant Oost in Tienen, Diest en Aarschot.
An Bauwens werkt als psychologe en gezinstherapeute voor vzw CGG Ahasverus in Halle.
SEN-Publicaties
- Nr. 1: Gehechtheid en gehechtheidsproblemen bij personen met een verstandelijke beperking
E. De Belie & F. Morisse (Red.) - Nr. 2: Kom binnen. Therapeutische ontmoetingen met mensen met een verstandelijke handicap
M. Vandeweerdt, E. Travers & A. Bauwens - Nr. 3: Mijn zelfportret. Groepswerk rond zelfbeeld voor adolescenten met autisme
I. Aerts & P. Buys - Nr. 4: Emotionele ontwikkeling bij mensen met een verstandelijke beperking
L. Claes, L. De Neve, K. Declercq, B. Jonckheere, J. Marrecau, F. Morisse, E. Ronsse & T. Vangansbeke (Red.) - Nr. 5: SEO-R. Schaal voor Emotionele Ontwikkeling bij mensen met een verstandelijke beperking
L. Claes & A. Verduyn (Red.) - Nr. 6: Executieve vaardigheden bij kinderen met autismespectrumstoornissen. Trainingboek
M. Cuyle

Ethisch en duurzaam beleggen in België. Historiek, stand van zaken en kritische visie
Hoewel, heel wat financiële instellingen bieden hun klanten de kans om ethisch te beleggen,waarbij de investeringskeuze ook gestuurd wordt door de effecten op de maatschappijen de leefomgeving. Maar dit ethisch beleggen wordt nog te weinig in de praktijktoegepast. Mensen die gebiologeerd zijn door cijfers, economische prestaties en modellen,zijn dat zelden door ethiek en spirituele concepten.
Ethisch beleggen ligt op het kruispunt van twee belangrijke wegen: het financiële systeemen het geweten van de mens. De auteur gaat na wat dit ethisch beleggen inhoudt, welkeprincipes en mechanismen erachter schuilgaan en hoe het een alternatief biedt om heelwat wereldproblemen aan te pakken. Daarbij komen onder meer deze vragen aan bod:Wat is ethisch beleggen?
Waar situeert ethisch beleggen zich binnen ethisch handelen? Wat is het belang, de omvang,de betekenis van ethisch beleggen? Wat is het rendement van ethisch beleggen?Hoe verhouden rendement en ethiek zich? Hoe herkent men kwaliteit van research rondethisch beleggen? Hoe kan ik kritisch blijven staan tegenover ethisch beleggen? Aan dehand van welke criteria kan ik ethisch beleggen? Hoe maak ik het onderscheid tussen deverschillende producten? Waar vind ik verdere informatie? Bij wie kan ik terecht voor wat?Als er al tien geboden bestaan voor de ethische belegger, welke zouden die dan zijn? Watbetekenen de basisbegrippen rond beleggen en sparen in deze context? Wat zijn de bestekarakteristieken van de Belgische markt van ethisch beleggen? Wat zijn de belangrijksteevoluties voor de komende jaren inzake ethisch beleggen in België?
Het boek is tegelijk een oproep aan de bank- en verzekeringswereld om hun invloed enmacht positief te gebruiken en duidelijk de kaart te trekken van maatschappij- en mensbewustebeleggingsstrategieën.

Ethisch en duurzaam beleggen in België. Historiek, stand van zaken en kritische visie
Hoewel, heel wat financiële instellingen bieden hun klanten de kans om ethisch te beleggen,waarbij de investeringskeuze ook gestuurd wordt door de effecten op de maatschappijen de leefomgeving. Maar dit ethisch beleggen wordt nog te weinig in de praktijktoegepast. Mensen die gebiologeerd zijn door cijfers, economische prestaties en modellen,zijn dat zelden door ethiek en spirituele concepten.
Ethisch beleggen ligt op het kruispunt van twee belangrijke wegen: het financiële systeemen het geweten van de mens. De auteur gaat na wat dit ethisch beleggen inhoudt, welkeprincipes en mechanismen erachter schuilgaan en hoe het een alternatief biedt om heelwat wereldproblemen aan te pakken. Daarbij komen onder meer deze vragen aan bod:Wat is ethisch beleggen?
Waar situeert ethisch beleggen zich binnen ethisch handelen? Wat is het belang, de omvang,de betekenis van ethisch beleggen? Wat is het rendement van ethisch beleggen?Hoe verhouden rendement en ethiek zich? Hoe herkent men kwaliteit van research rondethisch beleggen? Hoe kan ik kritisch blijven staan tegenover ethisch beleggen? Aan dehand van welke criteria kan ik ethisch beleggen? Hoe maak ik het onderscheid tussen deverschillende producten? Waar vind ik verdere informatie? Bij wie kan ik terecht voor wat?Als er al tien geboden bestaan voor de ethische belegger, welke zouden die dan zijn? Watbetekenen de basisbegrippen rond beleggen en sparen in deze context? Wat zijn de bestekarakteristieken van de Belgische markt van ethisch beleggen? Wat zijn de belangrijksteevoluties voor de komende jaren inzake ethisch beleggen in België?
Het boek is tegelijk een oproep aan de bank- en verzekeringswereld om hun invloed enmacht positief te gebruiken en duidelijk de kaart te trekken van maatschappij- en mensbewustebeleggingsstrategieën.
Leerzorg in het onderwijs
Het onderwijs voor kinderen met specifieke leer- en zorgbehoeften kampt momenteel met verschillende problemen. Meer dan vroeger willen ouders dat hun kinderen met een beperking les volgen in een gewone school. Soms heeft het doorverwijzen van leerlingen naar het buitengewoon onderwijs, vooral te maken met de ondersteuning die de oorspronkelijke school kan of wil bieden, of met de mogelijkheden van het buitengewoon onderwijs in de buurt. Ook het onderwijstype waarin een kind belandt heeft gevolgen. Sommige types worden maar in een beperkt aantal scholen aangeboden, waardoor kinderen lang op de bus moeten of op internaat gaan.
De Verenigde Naties hebben intussen een wereldwijde conventie voorbereid om de deelname van personen met een handicap in alle domeinen van de samenleving mogelijk te maken. Het breder openstellen van het gewoon onderwijs voor leerlingen met een handicap, is hiervan een belangrijk onderdeel, en een agendapunt van de Vlaamse regering. Dit boek legt uit hoe dit kan worden gerealiseerd. De voorgestelde hervorming creëert samenhang tussen bestaande en nieuwe maatregelen van zorg. Het laat de scholen voor buitengewoon onderwijs toe ‘hun poorten iets breder open te stellen’, zonder dat hierdoor méér leerlingen binnenkomen. Ook de scholen voor gewoon onderwijs kunnen hun poorten iets breder kunnen openstellen, zodat méér leerlingen die nu aangewezen zijn op buitengewoon onderwijs toch de nodige zorg krijgen om in het gewoon onderwijs te blijven. Naast die verbreding laat het leerzorgkader ook meer verfijning toe door de intensiteit van de zorg preciezer af te stemmen op de behoeften. Hierbij wordt vertrokken van de actuele definitie op beperkingen als een probleem van afstemming tussen het individu en zijn omgeving.
Wim Van Rompu is raadgever op het Kabinet Onderwijs en voorzitter van de Stuurgroep Leerzorg. Theo Mardulier is projectleider van de Stuurgroep Leerzorg. Christine De Coninck is gewezen adviseur bij de Entiteit Curriculum van het Ministerie van Onderwijs. Luc Van Beeumen en Els Exter zijn resp. adjunct-directeur Basisonderwijs en adjunct-directeur Secundair Onderwijs bij het Ministerie van Onderwijs.
Leerzorg in het onderwijs
Het onderwijs voor kinderen met specifieke leer- en zorgbehoeften kampt momenteel met verschillende problemen. Meer dan vroeger willen ouders dat hun kinderen met een beperking les volgen in een gewone school. Soms heeft het doorverwijzen van leerlingen naar het buitengewoon onderwijs, vooral te maken met de ondersteuning die de oorspronkelijke school kan of wil bieden, of met de mogelijkheden van het buitengewoon onderwijs in de buurt. Ook het onderwijstype waarin een kind belandt heeft gevolgen. Sommige types worden maar in een beperkt aantal scholen aangeboden, waardoor kinderen lang op de bus moeten of op internaat gaan.
De Verenigde Naties hebben intussen een wereldwijde conventie voorbereid om de deelname van personen met een handicap in alle domeinen van de samenleving mogelijk te maken. Het breder openstellen van het gewoon onderwijs voor leerlingen met een handicap, is hiervan een belangrijk onderdeel, en een agendapunt van de Vlaamse regering. Dit boek legt uit hoe dit kan worden gerealiseerd. De voorgestelde hervorming creëert samenhang tussen bestaande en nieuwe maatregelen van zorg. Het laat de scholen voor buitengewoon onderwijs toe ‘hun poorten iets breder open te stellen’, zonder dat hierdoor méér leerlingen binnenkomen. Ook de scholen voor gewoon onderwijs kunnen hun poorten iets breder kunnen openstellen, zodat méér leerlingen die nu aangewezen zijn op buitengewoon onderwijs toch de nodige zorg krijgen om in het gewoon onderwijs te blijven. Naast die verbreding laat het leerzorgkader ook meer verfijning toe door de intensiteit van de zorg preciezer af te stemmen op de behoeften. Hierbij wordt vertrokken van de actuele definitie op beperkingen als een probleem van afstemming tussen het individu en zijn omgeving.
Wim Van Rompu is raadgever op het Kabinet Onderwijs en voorzitter van de Stuurgroep Leerzorg. Theo Mardulier is projectleider van de Stuurgroep Leerzorg. Christine De Coninck is gewezen adviseur bij de Entiteit Curriculum van het Ministerie van Onderwijs. Luc Van Beeumen en Els Exter zijn resp. adjunct-directeur Basisonderwijs en adjunct-directeur Secundair Onderwijs bij het Ministerie van Onderwijs.

Schoolmakker – Handleiding
Daarom is er ook niet één Schoolmakker, maar zijn er vijf verschillende versies, die mee groeien van de kleuterklassen (België) of groepen 1 en 2 (Nederland) tot het laatste jaar van het basisonderwijs.
Via pictogrammen, die uitgebreider worden naarmate de leerlingen ouder worden, wordt het tijdsbesef ondersteund en kan het schoolwerk worden georganiseerd: Welke taken moet ik maken? enz.
Ze zijn ook een geheugensteun voor het meebrengen van sport- en andere schoolbenodigdheden. Zelfstandig leren plannen wordt geleidelijk opgevoerd: per dag, per week, per veertien dagen, per maand en over het hele jaar.
Voor de hogere groepen is er een uitneembare planner.
Een ''heen-en-weer-ruimte'' stimuleert de communicatie tussen ouders en school. Een inlegmap bevat afwezigheidsattesten, medicatiefiches, contactformulieren enz.
De Handleiding voor de leerkracht bevat een volledige toelichting bij het gebruik van Schoolmakker en een cd-rom met pictogrammen, signaleringsfiches, printbare inplakblaadjes, blanco lessenroosters, een tekeningenbestand enz.
Hiermee kan elke leerkracht desgewenst Schoolmakker personaliseren.
Schoolmakker, met vijf verschillende versies, groeit mee van de kleuterklassen (België) of groepen 1 en 2 (Nederland) tot het laatste jaar van het basisonderwijs.
Kleuters – Groepen 1-2
Eerste leerjaar – Groep 3
Tweede leerjaar – Groep 4
Tweede graad (+14-dagenplanner)– Groepen 5-6
Derde graad (+maandplanner)– Groepen 7-8
Neem nu een Kennismakingspakket en ontvang naast de Handleiding ook 1 exemplaar van elk onderdeel (€ 30,-).
Wendy Boogaerts en Bart Coosemans zijn beiden verbonden aan de Sint-Martinusschool in Lubbeek. Wendy Boogaerts is er zorgleerkracht en leerkracht bewegingsopvoeding. Bart Coosemans is er zorgcoördinator.

Schoolmakker – Handleiding
Daarom is er ook niet één Schoolmakker, maar zijn er vijf verschillende versies, die mee groeien van de kleuterklassen (België) of groepen 1 en 2 (Nederland) tot het laatste jaar van het basisonderwijs.
Via pictogrammen, die uitgebreider worden naarmate de leerlingen ouder worden, wordt het tijdsbesef ondersteund en kan het schoolwerk worden georganiseerd: Welke taken moet ik maken? enz.
Ze zijn ook een geheugensteun voor het meebrengen van sport- en andere schoolbenodigdheden. Zelfstandig leren plannen wordt geleidelijk opgevoerd: per dag, per week, per veertien dagen, per maand en over het hele jaar.
Voor de hogere groepen is er een uitneembare planner.
Een ''heen-en-weer-ruimte'' stimuleert de communicatie tussen ouders en school. Een inlegmap bevat afwezigheidsattesten, medicatiefiches, contactformulieren enz.
De Handleiding voor de leerkracht bevat een volledige toelichting bij het gebruik van Schoolmakker en een cd-rom met pictogrammen, signaleringsfiches, printbare inplakblaadjes, blanco lessenroosters, een tekeningenbestand enz.
Hiermee kan elke leerkracht desgewenst Schoolmakker personaliseren.
Schoolmakker, met vijf verschillende versies, groeit mee van de kleuterklassen (België) of groepen 1 en 2 (Nederland) tot het laatste jaar van het basisonderwijs.
Kleuters – Groepen 1-2
Eerste leerjaar – Groep 3
Tweede leerjaar – Groep 4
Tweede graad (+14-dagenplanner)– Groepen 5-6
Derde graad (+maandplanner)– Groepen 7-8
Neem nu een Kennismakingspakket en ontvang naast de Handleiding ook 1 exemplaar van elk onderdeel (€ 30,-).
Wendy Boogaerts en Bart Coosemans zijn beiden verbonden aan de Sint-Martinusschool in Lubbeek. Wendy Boogaerts is er zorgleerkracht en leerkracht bewegingsopvoeding. Bart Coosemans is er zorgcoördinator.
Cultu(u)renpolitiek. Over media, globalisering en culturele identiteiten
Kif Kif Mediawatch analyseert in dit boek eerst de opgang, de vorm en de impact van de culturele logica in de mainstreammedia. Ze vertrekt hierbij vanuit de analyse van enkele invloedrijke filosofische en politieke documenten zoals ‘The end of history?’ van Fukuyama, ‘De burgermanifesten’ van Guy Verhofstadt, ‘The clash of Civilizations?’ van Samuel Huntington, speeches van George Bush sr. en het integratiedebat van de jaren negentig. In het laatste deel wordt de focus meer verschoven naar de analyse van mediaproducten in het nieuwe millennium. Zo wordt onder andere de berichtgeving geanalyseerd naar aanleiding van dramatische gebeurtenissen als 9/11, de moord op Theo van Gogh en op Joe Van Holsbeeck. Naast deze unieke, korte maar hevige medialawines is er ook aandacht voor steeds terugkerende thematische patronen in de verbeelding van ‘de ander’, zoals allochtonen en criminaliteit, islam en homoseksualiteit en islam en terrorisme.
Ico Maly is coördinator bij Kif Kif Mediawatch, een jongerenplatform met vestigingen in Brussel, Gent en Antwerpen. Hij studeerde vergelijkende cultuurwetenschappen en ontwikkelingssamenwerking (politiek en conflict) aan de Universiteit Gent. ISBN
Cultu(u)renpolitiek. Over media, globalisering en culturele identiteiten
Kif Kif Mediawatch analyseert in dit boek eerst de opgang, de vorm en de impact van de culturele logica in de mainstreammedia. Ze vertrekt hierbij vanuit de analyse van enkele invloedrijke filosofische en politieke documenten zoals ‘The end of history?’ van Fukuyama, ‘De burgermanifesten’ van Guy Verhofstadt, ‘The clash of Civilizations?’ van Samuel Huntington, speeches van George Bush sr. en het integratiedebat van de jaren negentig. In het laatste deel wordt de focus meer verschoven naar de analyse van mediaproducten in het nieuwe millennium. Zo wordt onder andere de berichtgeving geanalyseerd naar aanleiding van dramatische gebeurtenissen als 9/11, de moord op Theo van Gogh en op Joe Van Holsbeeck. Naast deze unieke, korte maar hevige medialawines is er ook aandacht voor steeds terugkerende thematische patronen in de verbeelding van ‘de ander’, zoals allochtonen en criminaliteit, islam en homoseksualiteit en islam en terrorisme.
Ico Maly is coördinator bij Kif Kif Mediawatch, een jongerenplatform met vestigingen in Brussel, Gent en Antwerpen. Hij studeerde vergelijkende cultuurwetenschappen en ontwikkelingssamenwerking (politiek en conflict) aan de Universiteit Gent. ISBN
Waardig leven met beperkingen. Over veranderingen in de hulpverlening aan mensen met beperkingen in hun verstandelijke mogelijkheden
Vanuit deze rijke achtergrond krijgen tot slot twee essentiële vragen een antwoord: In hoeverre draagt de veranderde hulpverlening bij aan de waardigheid van de mens met beperkingen in verstandelijke mogelijkheden? Wat moet er veranderen om de voorwaarden voor een optimale hulpverlening te verbeteren?
Ad van Gennep is emeritus-hoogleraar Orthopedagogiek aan de Universiteit van Amsterdam en bijzonder-emeritus hoogleraar Mensen met verstandelijke beperkingen aan de Universiteit Maastricht.
Waardig leven met beperkingen. Over veranderingen in de hulpverlening aan mensen met beperkingen in hun verstandelijke mogelijkheden
Vanuit deze rijke achtergrond krijgen tot slot twee essentiële vragen een antwoord: In hoeverre draagt de veranderde hulpverlening bij aan de waardigheid van de mens met beperkingen in verstandelijke mogelijkheden? Wat moet er veranderen om de voorwaarden voor een optimale hulpverlening te verbeteren?
Ad van Gennep is emeritus-hoogleraar Orthopedagogiek aan de Universiteit van Amsterdam en bijzonder-emeritus hoogleraar Mensen met verstandelijke beperkingen aan de Universiteit Maastricht.


