De wetenschap van de liefde en de kunst van de computeranalyse
€ 23,60
Veel wetenschappelijke en/of psychologische geschriften over de liefde zijn steriel. Ze zijn aseptisch en/of prekerig. Liefde wordt er ontdaan van haar exces en haar waanzin en krijgt aldus een bloemkoolgeurtje of andere huis-, tuin- en keukenproporties.
Sommige psychoanalytici zien de romantische liefde met haar idealisering van het liefdesobject zelfs kort en bondig als een teken van neurose. Ze zou een onaangepaste poging zijn afhankelijkheidsproblemen op te lossen of wordt beschouwd als een soort adolescente fixatie.
En dat terwijl de liefde een bij uitstek menselijke prestatie is. Ze is universele sublimatie en creatie, triomf van de subjectiviteit en van de verbeelding. Ze is tegelijk symptoom en artefact, gepruts en meesterwerk. Zij is alom gekende illustratie van het feit dat er veel fantasie nodig is om met de werkelijkheid te leven…
Deze essays over de liefde en over de virtuele realiteit begeven zich in het grensgebied tussen psychoanalyse en filosofie, wetenschap en literatuur. Ze richten zich in hun stijl en opzet tot een breder, (cultuur)minnend publiek.
Mark Kinet is als psychiater en hoofdgeneesheer verbonden aan de Kliniek St-Jozef - Centrum voor Psychiatrie en Psychotherapie - te Pittem (B). Hij is voormalig voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie, aangesloten bij de Belgische School voor Psychoanalyse en coördinator van de reeks 'Psychoanalytisch Actueel'.
"Regelmatig moest ik grinniken om de woordspelingen van de auteur, die een grote eruditie ten toon spreidt in de veelheid van onderwerpen die hij aansnijdt (...). Het is een speels en prikkelend boekje geworden, licht verteerbaar terwijl het ook aan het denken zet."
Tijdschrift voor Psychotherapie
Sommige psychoanalytici zien de romantische liefde met haar idealisering van het liefdesobject zelfs kort en bondig als een teken van neurose. Ze zou een onaangepaste poging zijn afhankelijkheidsproblemen op te lossen of wordt beschouwd als een soort adolescente fixatie.
En dat terwijl de liefde een bij uitstek menselijke prestatie is. Ze is universele sublimatie en creatie, triomf van de subjectiviteit en van de verbeelding. Ze is tegelijk symptoom en artefact, gepruts en meesterwerk. Zij is alom gekende illustratie van het feit dat er veel fantasie nodig is om met de werkelijkheid te leven…
Deze essays over de liefde en over de virtuele realiteit begeven zich in het grensgebied tussen psychoanalyse en filosofie, wetenschap en literatuur. Ze richten zich in hun stijl en opzet tot een breder, (cultuur)minnend publiek.
Mark Kinet is als psychiater en hoofdgeneesheer verbonden aan de Kliniek St-Jozef - Centrum voor Psychiatrie en Psychotherapie - te Pittem (B). Hij is voormalig voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie, aangesloten bij de Belgische School voor Psychoanalyse en coördinator van de reeks 'Psychoanalytisch Actueel'.
"Regelmatig moest ik grinniken om de woordspelingen van de auteur, die een grote eruditie ten toon spreidt in de veelheid van onderwerpen die hij aansnijdt (...). Het is een speels en prikkelend boekje geworden, licht verteerbaar terwijl het ook aan het denken zet."
Tijdschrift voor Psychotherapie
De wetenschap van de liefde en de kunst van de computeranalyse
€ 23,60
Veel wetenschappelijke en/of psychologische geschriften over de liefde zijn steriel. Ze zijn aseptisch en/of prekerig. Liefde wordt er ontdaan van haar exces en haar waanzin en krijgt aldus een bloemkoolgeurtje of andere huis-, tuin- en keukenproporties.
Sommige psychoanalytici zien de romantische liefde met haar idealisering van het liefdesobject zelfs kort en bondig als een teken van neurose. Ze zou een onaangepaste poging zijn afhankelijkheidsproblemen op te lossen of wordt beschouwd als een soort adolescente fixatie.
En dat terwijl de liefde een bij uitstek menselijke prestatie is. Ze is universele sublimatie en creatie, triomf van de subjectiviteit en van de verbeelding. Ze is tegelijk symptoom en artefact, gepruts en meesterwerk. Zij is alom gekende illustratie van het feit dat er veel fantasie nodig is om met de werkelijkheid te leven…
Deze essays over de liefde en over de virtuele realiteit begeven zich in het grensgebied tussen psychoanalyse en filosofie, wetenschap en literatuur. Ze richten zich in hun stijl en opzet tot een breder, (cultuur)minnend publiek.
Mark Kinet is als psychiater en hoofdgeneesheer verbonden aan de Kliniek St-Jozef - Centrum voor Psychiatrie en Psychotherapie - te Pittem (B). Hij is voormalig voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie, aangesloten bij de Belgische School voor Psychoanalyse en coördinator van de reeks 'Psychoanalytisch Actueel'.
"Regelmatig moest ik grinniken om de woordspelingen van de auteur, die een grote eruditie ten toon spreidt in de veelheid van onderwerpen die hij aansnijdt (...). Het is een speels en prikkelend boekje geworden, licht verteerbaar terwijl het ook aan het denken zet."
Tijdschrift voor Psychotherapie
Sommige psychoanalytici zien de romantische liefde met haar idealisering van het liefdesobject zelfs kort en bondig als een teken van neurose. Ze zou een onaangepaste poging zijn afhankelijkheidsproblemen op te lossen of wordt beschouwd als een soort adolescente fixatie.
En dat terwijl de liefde een bij uitstek menselijke prestatie is. Ze is universele sublimatie en creatie, triomf van de subjectiviteit en van de verbeelding. Ze is tegelijk symptoom en artefact, gepruts en meesterwerk. Zij is alom gekende illustratie van het feit dat er veel fantasie nodig is om met de werkelijkheid te leven…
Deze essays over de liefde en over de virtuele realiteit begeven zich in het grensgebied tussen psychoanalyse en filosofie, wetenschap en literatuur. Ze richten zich in hun stijl en opzet tot een breder, (cultuur)minnend publiek.
Mark Kinet is als psychiater en hoofdgeneesheer verbonden aan de Kliniek St-Jozef - Centrum voor Psychiatrie en Psychotherapie - te Pittem (B). Hij is voormalig voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie, aangesloten bij de Belgische School voor Psychoanalyse en coördinator van de reeks 'Psychoanalytisch Actueel'.
"Regelmatig moest ik grinniken om de woordspelingen van de auteur, die een grote eruditie ten toon spreidt in de veelheid van onderwerpen die hij aansnijdt (...). Het is een speels en prikkelend boekje geworden, licht verteerbaar terwijl het ook aan het denken zet."
Tijdschrift voor Psychotherapie
Het objectivistische vooroordeel. Meyersons en Husserls visie op de oorsprong van de moderne wetenschap
€ 28,90
Een taai vooroordeel in onze cultuur is dat één van haar fundamenten,
de moderne wetenschap, spontaan ontstaan is uit onze natuurlijke
omgang met onze leefwereld. De breuk tussen de wereld van de
wetenschap en de leefwereld zou daarom oppervlakkig zijn, hoe
scherp wij, gewone mensen, hem ook aanvoelen. Ondanks de
aangevoelde breuk zou er tussen beide werelden globaal een
continuïteit bestaan.
Deze continuïteitsthese gaat niet op. Ze is een vooroordeel, het objectivistische vooroordeel. Het boek bestrijdt dit, ook onder filosofen populaire, vooroordeel: de moderne wetenschap is géén gestage voortzetting van wat wij als gewone stervelingen in de leefwereld denken en doen. Ze is een radicaal eigen type van kennis en praktijk, en kan daarom onmogelijk uit de leefwereldlijke kennis en praktijk voortkomen en begrepen worden.
Aan de hand van reflecties over de oorzaak (Emile Meyerson), de zintuiglijke waarneming, de ‘natuurlijke instelling’ en het ontstaan en de ‘crisis van de Europese wetenschappen’ (Edmund Husserl) laat dit boek zien dat de moderne wetenschap een vernietigende machtsgreep pleegt. Ze verschijnt als vernietigend, niet omdat ze ter wille van een bedoelde vernietiging misbruikt wordt, maar omdat ze als objectivisme op zichzelf vernietigend is. Maar objectiviteit blijft nodig, een objectiviteit zónder objectivisme. Dit is een aan behoeften en belangen gebonden, ‘naïeve’ objectiviteit, dus een echte rationaliteit, een rationaliteit zónder rationalisme.
In het boek is tevens Husserls voordracht De crisis van het Europese mensdom en de filosofie (1935) in vertaling opgenomen.
Lode Frederix, doctor in de wijsbegeerte, studeerde bij Rudolf Boehm en Willy Coolsaet aan de Universiteit van Gent. Zijn filosofische belangstelling gaat uit naar het probleem van de betekenis van het objectivisme voor onze samenleving.
Deze continuïteitsthese gaat niet op. Ze is een vooroordeel, het objectivistische vooroordeel. Het boek bestrijdt dit, ook onder filosofen populaire, vooroordeel: de moderne wetenschap is géén gestage voortzetting van wat wij als gewone stervelingen in de leefwereld denken en doen. Ze is een radicaal eigen type van kennis en praktijk, en kan daarom onmogelijk uit de leefwereldlijke kennis en praktijk voortkomen en begrepen worden.
Aan de hand van reflecties over de oorzaak (Emile Meyerson), de zintuiglijke waarneming, de ‘natuurlijke instelling’ en het ontstaan en de ‘crisis van de Europese wetenschappen’ (Edmund Husserl) laat dit boek zien dat de moderne wetenschap een vernietigende machtsgreep pleegt. Ze verschijnt als vernietigend, niet omdat ze ter wille van een bedoelde vernietiging misbruikt wordt, maar omdat ze als objectivisme op zichzelf vernietigend is. Maar objectiviteit blijft nodig, een objectiviteit zónder objectivisme. Dit is een aan behoeften en belangen gebonden, ‘naïeve’ objectiviteit, dus een echte rationaliteit, een rationaliteit zónder rationalisme.
In het boek is tevens Husserls voordracht De crisis van het Europese mensdom en de filosofie (1935) in vertaling opgenomen.
Lode Frederix, doctor in de wijsbegeerte, studeerde bij Rudolf Boehm en Willy Coolsaet aan de Universiteit van Gent. Zijn filosofische belangstelling gaat uit naar het probleem van de betekenis van het objectivisme voor onze samenleving.
Het objectivistische vooroordeel. Meyersons en Husserls visie op de oorsprong van de moderne wetenschap
€ 28,90
Een taai vooroordeel in onze cultuur is dat één van haar fundamenten,
de moderne wetenschap, spontaan ontstaan is uit onze natuurlijke
omgang met onze leefwereld. De breuk tussen de wereld van de
wetenschap en de leefwereld zou daarom oppervlakkig zijn, hoe
scherp wij, gewone mensen, hem ook aanvoelen. Ondanks de
aangevoelde breuk zou er tussen beide werelden globaal een
continuïteit bestaan.
Deze continuïteitsthese gaat niet op. Ze is een vooroordeel, het objectivistische vooroordeel. Het boek bestrijdt dit, ook onder filosofen populaire, vooroordeel: de moderne wetenschap is géén gestage voortzetting van wat wij als gewone stervelingen in de leefwereld denken en doen. Ze is een radicaal eigen type van kennis en praktijk, en kan daarom onmogelijk uit de leefwereldlijke kennis en praktijk voortkomen en begrepen worden.
Aan de hand van reflecties over de oorzaak (Emile Meyerson), de zintuiglijke waarneming, de ‘natuurlijke instelling’ en het ontstaan en de ‘crisis van de Europese wetenschappen’ (Edmund Husserl) laat dit boek zien dat de moderne wetenschap een vernietigende machtsgreep pleegt. Ze verschijnt als vernietigend, niet omdat ze ter wille van een bedoelde vernietiging misbruikt wordt, maar omdat ze als objectivisme op zichzelf vernietigend is. Maar objectiviteit blijft nodig, een objectiviteit zónder objectivisme. Dit is een aan behoeften en belangen gebonden, ‘naïeve’ objectiviteit, dus een echte rationaliteit, een rationaliteit zónder rationalisme.
In het boek is tevens Husserls voordracht De crisis van het Europese mensdom en de filosofie (1935) in vertaling opgenomen.
Lode Frederix, doctor in de wijsbegeerte, studeerde bij Rudolf Boehm en Willy Coolsaet aan de Universiteit van Gent. Zijn filosofische belangstelling gaat uit naar het probleem van de betekenis van het objectivisme voor onze samenleving.
Deze continuïteitsthese gaat niet op. Ze is een vooroordeel, het objectivistische vooroordeel. Het boek bestrijdt dit, ook onder filosofen populaire, vooroordeel: de moderne wetenschap is géén gestage voortzetting van wat wij als gewone stervelingen in de leefwereld denken en doen. Ze is een radicaal eigen type van kennis en praktijk, en kan daarom onmogelijk uit de leefwereldlijke kennis en praktijk voortkomen en begrepen worden.
Aan de hand van reflecties over de oorzaak (Emile Meyerson), de zintuiglijke waarneming, de ‘natuurlijke instelling’ en het ontstaan en de ‘crisis van de Europese wetenschappen’ (Edmund Husserl) laat dit boek zien dat de moderne wetenschap een vernietigende machtsgreep pleegt. Ze verschijnt als vernietigend, niet omdat ze ter wille van een bedoelde vernietiging misbruikt wordt, maar omdat ze als objectivisme op zichzelf vernietigend is. Maar objectiviteit blijft nodig, een objectiviteit zónder objectivisme. Dit is een aan behoeften en belangen gebonden, ‘naïeve’ objectiviteit, dus een echte rationaliteit, een rationaliteit zónder rationalisme.
In het boek is tevens Husserls voordracht De crisis van het Europese mensdom en de filosofie (1935) in vertaling opgenomen.
Lode Frederix, doctor in de wijsbegeerte, studeerde bij Rudolf Boehm en Willy Coolsaet aan de Universiteit van Gent. Zijn filosofische belangstelling gaat uit naar het probleem van de betekenis van het objectivisme voor onze samenleving.
Wat wil jij? Studeren met psychische problemen
€ 16,00
Studeren én psychische problemen hebben is een combinatie die garant staat voor een grote
uitdaging. Uit ons onderzoek naar belangrijke condities voor begeleiding en ondersteuning
van studenten met psychische problemen blijkt, dat studenten graag willen dat docenten,
studieloopbaancoaches en studentendecanen hun de vraag stellen: ‘Wat wil jij?’
Wij ontdekten dat het niet zo vanzelfsprekend is om studenten deze vraag te stellen. Het beleid van hogescholen en universiteiten gaat ervan uit, dat studentendecanen en studieloopbaancoaches vraaggericht hulp bieden, maar in de praktijk is niet duidelijk hoe dat in zijn werk kan gaan. Studenten, ook studenten met psychische problemen, willen graag zelf de regie houden over hun studie.
We besteden in het boek aandacht aan de volgende onderwerpen: • Wat willen studenten met psychische problemen en op welke wijze kunnen zij hun krachtbronnen en talenten zo goed mogelijk benutten? • Welke visies zijn er op begeleiding bij psychische problemen? • Wat zijn actuele opvattingen over herstel en ervaringsdeskundigheid? • Welke psychische symptomen kunnen een rol spelen? • Welke coachingsvragen kunnen studieloopbaancoaches en docenten stellen? • Hoe moet de onderwijsorganisatie ingericht zijn om studenten met psychische problemen voor het hoger onderwijs te behouden?
‘Wat wil jij?’ is bedoeld als deskundigheidsontwikkeling voor docenten, studieloopbaancoaches en studentendecanen in het hoger onderwijs. Studenten uit de doelgroep studeren aan hogescholen en universiteiten. Door gebrek aan kennis bij diegenen die hen begeleiden vallen ze vaak onnodig vroegtijdig uit of lopen studieachterstanden op.
Met de recent ontwikkelde inzichten en kennis op dit gebied hopen we deze onderwijsprofessionals de ondersteuning te bieden die nodig is om deze groep studenten effectief en succesvol begeleiding te bieden.
Voor rehabilitatiecoaches uit de GGz is het boek een handreiking om in een begeleidingstraject scholingsvragen mee te nemen. Als u op de hoogte wilt zijn van leren en studeren met psychische problemen is het boek een must.
Marjo Boer werkt bij ROC Zadkine als begeleidingsdeskundige, opleider en supervisor. Zij geeft les aan begeleiders in de psychiatrie met ervaringsdeskundigheid en is betrokken bij professionalisering van docenten bij het lectoraat beroepsonderwijs. Zij is opleider begeleidingskunde bij de VO Supervisie en professionele begeleiding in Amsterdam.
Astrid van Bruggen werkt sinds 2000 voor het Basisberaad Rijnmond, een regionale cliëntenorganisatie. Zij is psycholoog en ervaringsdeskundige. Zij is deskundig op het gebied van cliëntenbelangen, heeft cursussen voor ervaringsdeskundigen ontwikkeld en uitgevoerd en geeft trainingen aan hulpverleners en les aan studenten in het hoger onderwijs.
Maud Amiabel werkt als beleidsmedewerker op de Hogeschool Rotterdam. Zij is lid van de werkgroep ‘Studeren met een functiebeperking’. Zij werkt sinds 1976 in het hoger onderwijs en heeft kennis en ervaring als muziekconsulent in het speciaal onderwijs.
Wij ontdekten dat het niet zo vanzelfsprekend is om studenten deze vraag te stellen. Het beleid van hogescholen en universiteiten gaat ervan uit, dat studentendecanen en studieloopbaancoaches vraaggericht hulp bieden, maar in de praktijk is niet duidelijk hoe dat in zijn werk kan gaan. Studenten, ook studenten met psychische problemen, willen graag zelf de regie houden over hun studie.
We besteden in het boek aandacht aan de volgende onderwerpen: • Wat willen studenten met psychische problemen en op welke wijze kunnen zij hun krachtbronnen en talenten zo goed mogelijk benutten? • Welke visies zijn er op begeleiding bij psychische problemen? • Wat zijn actuele opvattingen over herstel en ervaringsdeskundigheid? • Welke psychische symptomen kunnen een rol spelen? • Welke coachingsvragen kunnen studieloopbaancoaches en docenten stellen? • Hoe moet de onderwijsorganisatie ingericht zijn om studenten met psychische problemen voor het hoger onderwijs te behouden?
‘Wat wil jij?’ is bedoeld als deskundigheidsontwikkeling voor docenten, studieloopbaancoaches en studentendecanen in het hoger onderwijs. Studenten uit de doelgroep studeren aan hogescholen en universiteiten. Door gebrek aan kennis bij diegenen die hen begeleiden vallen ze vaak onnodig vroegtijdig uit of lopen studieachterstanden op.
Met de recent ontwikkelde inzichten en kennis op dit gebied hopen we deze onderwijsprofessionals de ondersteuning te bieden die nodig is om deze groep studenten effectief en succesvol begeleiding te bieden.
Voor rehabilitatiecoaches uit de GGz is het boek een handreiking om in een begeleidingstraject scholingsvragen mee te nemen. Als u op de hoogte wilt zijn van leren en studeren met psychische problemen is het boek een must.
Marjo Boer werkt bij ROC Zadkine als begeleidingsdeskundige, opleider en supervisor. Zij geeft les aan begeleiders in de psychiatrie met ervaringsdeskundigheid en is betrokken bij professionalisering van docenten bij het lectoraat beroepsonderwijs. Zij is opleider begeleidingskunde bij de VO Supervisie en professionele begeleiding in Amsterdam.
Astrid van Bruggen werkt sinds 2000 voor het Basisberaad Rijnmond, een regionale cliëntenorganisatie. Zij is psycholoog en ervaringsdeskundige. Zij is deskundig op het gebied van cliëntenbelangen, heeft cursussen voor ervaringsdeskundigen ontwikkeld en uitgevoerd en geeft trainingen aan hulpverleners en les aan studenten in het hoger onderwijs.
Maud Amiabel werkt als beleidsmedewerker op de Hogeschool Rotterdam. Zij is lid van de werkgroep ‘Studeren met een functiebeperking’. Zij werkt sinds 1976 in het hoger onderwijs en heeft kennis en ervaring als muziekconsulent in het speciaal onderwijs.
Wat wil jij? Studeren met psychische problemen
€ 16,00
Studeren én psychische problemen hebben is een combinatie die garant staat voor een grote
uitdaging. Uit ons onderzoek naar belangrijke condities voor begeleiding en ondersteuning
van studenten met psychische problemen blijkt, dat studenten graag willen dat docenten,
studieloopbaancoaches en studentendecanen hun de vraag stellen: ‘Wat wil jij?’
Wij ontdekten dat het niet zo vanzelfsprekend is om studenten deze vraag te stellen. Het beleid van hogescholen en universiteiten gaat ervan uit, dat studentendecanen en studieloopbaancoaches vraaggericht hulp bieden, maar in de praktijk is niet duidelijk hoe dat in zijn werk kan gaan. Studenten, ook studenten met psychische problemen, willen graag zelf de regie houden over hun studie.
We besteden in het boek aandacht aan de volgende onderwerpen: • Wat willen studenten met psychische problemen en op welke wijze kunnen zij hun krachtbronnen en talenten zo goed mogelijk benutten? • Welke visies zijn er op begeleiding bij psychische problemen? • Wat zijn actuele opvattingen over herstel en ervaringsdeskundigheid? • Welke psychische symptomen kunnen een rol spelen? • Welke coachingsvragen kunnen studieloopbaancoaches en docenten stellen? • Hoe moet de onderwijsorganisatie ingericht zijn om studenten met psychische problemen voor het hoger onderwijs te behouden?
‘Wat wil jij?’ is bedoeld als deskundigheidsontwikkeling voor docenten, studieloopbaancoaches en studentendecanen in het hoger onderwijs. Studenten uit de doelgroep studeren aan hogescholen en universiteiten. Door gebrek aan kennis bij diegenen die hen begeleiden vallen ze vaak onnodig vroegtijdig uit of lopen studieachterstanden op.
Met de recent ontwikkelde inzichten en kennis op dit gebied hopen we deze onderwijsprofessionals de ondersteuning te bieden die nodig is om deze groep studenten effectief en succesvol begeleiding te bieden.
Voor rehabilitatiecoaches uit de GGz is het boek een handreiking om in een begeleidingstraject scholingsvragen mee te nemen. Als u op de hoogte wilt zijn van leren en studeren met psychische problemen is het boek een must.
Marjo Boer werkt bij ROC Zadkine als begeleidingsdeskundige, opleider en supervisor. Zij geeft les aan begeleiders in de psychiatrie met ervaringsdeskundigheid en is betrokken bij professionalisering van docenten bij het lectoraat beroepsonderwijs. Zij is opleider begeleidingskunde bij de VO Supervisie en professionele begeleiding in Amsterdam.
Astrid van Bruggen werkt sinds 2000 voor het Basisberaad Rijnmond, een regionale cliëntenorganisatie. Zij is psycholoog en ervaringsdeskundige. Zij is deskundig op het gebied van cliëntenbelangen, heeft cursussen voor ervaringsdeskundigen ontwikkeld en uitgevoerd en geeft trainingen aan hulpverleners en les aan studenten in het hoger onderwijs.
Maud Amiabel werkt als beleidsmedewerker op de Hogeschool Rotterdam. Zij is lid van de werkgroep ‘Studeren met een functiebeperking’. Zij werkt sinds 1976 in het hoger onderwijs en heeft kennis en ervaring als muziekconsulent in het speciaal onderwijs.
Wij ontdekten dat het niet zo vanzelfsprekend is om studenten deze vraag te stellen. Het beleid van hogescholen en universiteiten gaat ervan uit, dat studentendecanen en studieloopbaancoaches vraaggericht hulp bieden, maar in de praktijk is niet duidelijk hoe dat in zijn werk kan gaan. Studenten, ook studenten met psychische problemen, willen graag zelf de regie houden over hun studie.
We besteden in het boek aandacht aan de volgende onderwerpen: • Wat willen studenten met psychische problemen en op welke wijze kunnen zij hun krachtbronnen en talenten zo goed mogelijk benutten? • Welke visies zijn er op begeleiding bij psychische problemen? • Wat zijn actuele opvattingen over herstel en ervaringsdeskundigheid? • Welke psychische symptomen kunnen een rol spelen? • Welke coachingsvragen kunnen studieloopbaancoaches en docenten stellen? • Hoe moet de onderwijsorganisatie ingericht zijn om studenten met psychische problemen voor het hoger onderwijs te behouden?
‘Wat wil jij?’ is bedoeld als deskundigheidsontwikkeling voor docenten, studieloopbaancoaches en studentendecanen in het hoger onderwijs. Studenten uit de doelgroep studeren aan hogescholen en universiteiten. Door gebrek aan kennis bij diegenen die hen begeleiden vallen ze vaak onnodig vroegtijdig uit of lopen studieachterstanden op.
Met de recent ontwikkelde inzichten en kennis op dit gebied hopen we deze onderwijsprofessionals de ondersteuning te bieden die nodig is om deze groep studenten effectief en succesvol begeleiding te bieden.
Voor rehabilitatiecoaches uit de GGz is het boek een handreiking om in een begeleidingstraject scholingsvragen mee te nemen. Als u op de hoogte wilt zijn van leren en studeren met psychische problemen is het boek een must.
Marjo Boer werkt bij ROC Zadkine als begeleidingsdeskundige, opleider en supervisor. Zij geeft les aan begeleiders in de psychiatrie met ervaringsdeskundigheid en is betrokken bij professionalisering van docenten bij het lectoraat beroepsonderwijs. Zij is opleider begeleidingskunde bij de VO Supervisie en professionele begeleiding in Amsterdam.
Astrid van Bruggen werkt sinds 2000 voor het Basisberaad Rijnmond, een regionale cliëntenorganisatie. Zij is psycholoog en ervaringsdeskundige. Zij is deskundig op het gebied van cliëntenbelangen, heeft cursussen voor ervaringsdeskundigen ontwikkeld en uitgevoerd en geeft trainingen aan hulpverleners en les aan studenten in het hoger onderwijs.
Maud Amiabel werkt als beleidsmedewerker op de Hogeschool Rotterdam. Zij is lid van de werkgroep ‘Studeren met een functiebeperking’. Zij werkt sinds 1976 in het hoger onderwijs en heeft kennis en ervaring als muziekconsulent in het speciaal onderwijs.
Behandeling van seksueel misbruik bij jonge kinderen. Praktijk, theorie en onderzoek
€ 23,00
Seksueel misbruik van jonge kinderen komt veel vaker voor dan
vroeger werd gedacht. Bovendien kunnen deze kinderen als gevolg
hier van ernstige beschadigingen oplopen en kan hun dagelijks functioneren
er sterk onder lijden. Om die reden is de belangstelling
voor vroegtijdige behandeling de laatste twintig jaar sterk toegenomen,
zowel bij onderzoekers als bij hulpverleners.
In dit boek worden een aantal inzichten rond het misbruik van jonge kinderen gebundeld. De lezer maakt kennis met de problematiek van jonge, seksueel misbruikte kinderen, met de diagnostiek en behandeling en ook met de resultaten van de behandeling. De auteurs maken gebruik van theoretische inzichten, onderzoeksresultaten -ook uit eigen onderzoek- en hulpverleningser varingen. Het boek is dan ook bedoeld om wetenschap en praktijk dichter bij elkaar te brengen en een steviger fundament te geven aan de hulpverlening bij seksueel misbruikte kinderen en hun ouders. Het is gericht op s tudenten (or tho)pedagogiek en psychologie , op onderzoekers en op hulpverleners die in de klinische praktijk te maken hebben met seksueel misbruik en traumabehandeling.
Marieth Guelen, orthopedagoog, is hoofd van een Psychologische/ Pedagogische Praktijk in West-Brabant. Frits Harinck, psycholoog, is verbonden aan de Hogeschool Windesheim in Zwolle . Sylvia van Dijk, orthopedagoog, werkt in een vrijgevestigde praktijk voor psychologische en (ortho)pedagogische hulp.
In dit boek worden een aantal inzichten rond het misbruik van jonge kinderen gebundeld. De lezer maakt kennis met de problematiek van jonge, seksueel misbruikte kinderen, met de diagnostiek en behandeling en ook met de resultaten van de behandeling. De auteurs maken gebruik van theoretische inzichten, onderzoeksresultaten -ook uit eigen onderzoek- en hulpverleningser varingen. Het boek is dan ook bedoeld om wetenschap en praktijk dichter bij elkaar te brengen en een steviger fundament te geven aan de hulpverlening bij seksueel misbruikte kinderen en hun ouders. Het is gericht op s tudenten (or tho)pedagogiek en psychologie , op onderzoekers en op hulpverleners die in de klinische praktijk te maken hebben met seksueel misbruik en traumabehandeling.
Marieth Guelen, orthopedagoog, is hoofd van een Psychologische/ Pedagogische Praktijk in West-Brabant. Frits Harinck, psycholoog, is verbonden aan de Hogeschool Windesheim in Zwolle . Sylvia van Dijk, orthopedagoog, werkt in een vrijgevestigde praktijk voor psychologische en (ortho)pedagogische hulp.
Behandeling van seksueel misbruik bij jonge kinderen. Praktijk, theorie en onderzoek
€ 23,00
Seksueel misbruik van jonge kinderen komt veel vaker voor dan
vroeger werd gedacht. Bovendien kunnen deze kinderen als gevolg
hier van ernstige beschadigingen oplopen en kan hun dagelijks functioneren
er sterk onder lijden. Om die reden is de belangstelling
voor vroegtijdige behandeling de laatste twintig jaar sterk toegenomen,
zowel bij onderzoekers als bij hulpverleners.
In dit boek worden een aantal inzichten rond het misbruik van jonge kinderen gebundeld. De lezer maakt kennis met de problematiek van jonge, seksueel misbruikte kinderen, met de diagnostiek en behandeling en ook met de resultaten van de behandeling. De auteurs maken gebruik van theoretische inzichten, onderzoeksresultaten -ook uit eigen onderzoek- en hulpverleningser varingen. Het boek is dan ook bedoeld om wetenschap en praktijk dichter bij elkaar te brengen en een steviger fundament te geven aan de hulpverlening bij seksueel misbruikte kinderen en hun ouders. Het is gericht op s tudenten (or tho)pedagogiek en psychologie , op onderzoekers en op hulpverleners die in de klinische praktijk te maken hebben met seksueel misbruik en traumabehandeling.
Marieth Guelen, orthopedagoog, is hoofd van een Psychologische/ Pedagogische Praktijk in West-Brabant. Frits Harinck, psycholoog, is verbonden aan de Hogeschool Windesheim in Zwolle . Sylvia van Dijk, orthopedagoog, werkt in een vrijgevestigde praktijk voor psychologische en (ortho)pedagogische hulp.
In dit boek worden een aantal inzichten rond het misbruik van jonge kinderen gebundeld. De lezer maakt kennis met de problematiek van jonge, seksueel misbruikte kinderen, met de diagnostiek en behandeling en ook met de resultaten van de behandeling. De auteurs maken gebruik van theoretische inzichten, onderzoeksresultaten -ook uit eigen onderzoek- en hulpverleningser varingen. Het boek is dan ook bedoeld om wetenschap en praktijk dichter bij elkaar te brengen en een steviger fundament te geven aan de hulpverlening bij seksueel misbruikte kinderen en hun ouders. Het is gericht op s tudenten (or tho)pedagogiek en psychologie , op onderzoekers en op hulpverleners die in de klinische praktijk te maken hebben met seksueel misbruik en traumabehandeling.
Marieth Guelen, orthopedagoog, is hoofd van een Psychologische/ Pedagogische Praktijk in West-Brabant. Frits Harinck, psycholoog, is verbonden aan de Hogeschool Windesheim in Zwolle . Sylvia van Dijk, orthopedagoog, werkt in een vrijgevestigde praktijk voor psychologische en (ortho)pedagogische hulp.
School Werk Planning. Schooleigen – Waardevol – Proces
€ 15,10
Schoolwerkplanning 1e druk is een boek van Steve Pouillon uitgegeven bij Garant. ISBN 9789044123555
Schoolwerkplanning
Schoolwerkplanning
School Werk Planning. Schooleigen – Waardevol – Proces
€ 15,10
Schoolwerkplanning 1e druk is een boek van Steve Pouillon uitgegeven bij Garant. ISBN 9789044123555
Schoolwerkplanning
Schoolwerkplanning
Studenten leren niet, zij studeren. Over transformatie als psychologische kern van hoger onderwijs
€ 38,00
Dit boek reflecteert over recente en klassieke onderwijsproblemen; de invoering van competenties
en de al ruim een halve eeuw bestaande eerstejaars hecatombe. Het synthetiseert in de persoon
van zijn auteur ruim 40 jaar Leuvens onderzoek inzake studeren en doceren.
Hoger Onderwijs aan de universiteit zowel als erbuiten staat inmiddels voor de uitdaging om – getrouw aan eigen missie binnen Europa in wording – zoveel mogelijk jongeren in staat te stellen zichzelf optimaal als aankomend expert tot persoonlijkheid te ontwikkelen. Dat vergt grondige reorganisatie, inclusief substantiële evaluatie; verandering leidt, ook al beoogt zij fundamentele vernieuwing, immers ipso facto niet tot verbetering. Binnen dit perspectief plaatst Janssen twee reeksen kanttekeningen bij wat momenteel in uitbouw is.
De eerste betreft het vormingsgebeuren. Qua einddoel lijkt expertise als omvattend vormingsideaal te moeten wijken voor een rist door lerenden successief als credits te verwerven competenties. Zulks impliceert echter dat jongeren leerling (kunnen) blijven én (dienvolgens) lerend levenslang krijgen. Wie daarentegen studeert, transformeert zich zelf in expert. Dat betekent zichzelf – én daar gaat het om – in eigen zich stilaan uitkristalliserende sociale rol, eerst als persoon Fons en vervolgens als persoonlijkheid Renée, op authentieke wijze tot iemand maken.
De tweede betreft de schijnoplossing die via flexibilisering binnen deze hervorming gegeven wordt aan het al zo’n halve eeuw bestaand probleem in de transitie van secundair naar hoger onderwijs. Dit vraagstuk is niet opgelost door te doen alsof die eraan inherente hecatombe – o.m. dankzij een inmiddels gerealiseerd leerkrediet – nu niet meer bestaat.
De auteur start deze psychologische analyse vanuit zijn ervaringen als visiterend onderwijsdeskundige die zich vanuit eigen expertise een weg baant doorheen de diversiteit van competenties die studenten op hun weg van eerstejaars naar bachelor dienen te verwerven. Hij integreert die oplossing met zijn visie op de processen van studeren (als transformatie) en doceren (als noodzakelijke katalyse daarvan). Van daaruit rapporteert hij via zijn [3*3] van [actie*reflectie] over studeergedragservaringen van o.m. eerstejaars hoger én universitair onderwijs. Zo fundeert hij de noodzaak adituriënten te leren studeren. Zulks impliceert dat abituriënten voordien hun keuze als ontwerp van (het verhaal van) eigen leven realiseren bij wijze van proces van matrixconstructie. De hiermee complementair noodzakelijke tweetraps keuzebegeleiding stelt Maks in staat zichzelf te transformeren in Fons en diens studeren, als eigen actie, in persoonlijke reflectie (als Renée in wording) te duiden en effectief te sturen.
Piet J. Janssen (°1934) is sedert 1999 emeritus gewoon hoogleraar Schoolpsychologie aan de K.U.Leuven.
Hoger Onderwijs aan de universiteit zowel als erbuiten staat inmiddels voor de uitdaging om – getrouw aan eigen missie binnen Europa in wording – zoveel mogelijk jongeren in staat te stellen zichzelf optimaal als aankomend expert tot persoonlijkheid te ontwikkelen. Dat vergt grondige reorganisatie, inclusief substantiële evaluatie; verandering leidt, ook al beoogt zij fundamentele vernieuwing, immers ipso facto niet tot verbetering. Binnen dit perspectief plaatst Janssen twee reeksen kanttekeningen bij wat momenteel in uitbouw is.
De eerste betreft het vormingsgebeuren. Qua einddoel lijkt expertise als omvattend vormingsideaal te moeten wijken voor een rist door lerenden successief als credits te verwerven competenties. Zulks impliceert echter dat jongeren leerling (kunnen) blijven én (dienvolgens) lerend levenslang krijgen. Wie daarentegen studeert, transformeert zich zelf in expert. Dat betekent zichzelf – én daar gaat het om – in eigen zich stilaan uitkristalliserende sociale rol, eerst als persoon Fons en vervolgens als persoonlijkheid Renée, op authentieke wijze tot iemand maken.
De tweede betreft de schijnoplossing die via flexibilisering binnen deze hervorming gegeven wordt aan het al zo’n halve eeuw bestaand probleem in de transitie van secundair naar hoger onderwijs. Dit vraagstuk is niet opgelost door te doen alsof die eraan inherente hecatombe – o.m. dankzij een inmiddels gerealiseerd leerkrediet – nu niet meer bestaat.
De auteur start deze psychologische analyse vanuit zijn ervaringen als visiterend onderwijsdeskundige die zich vanuit eigen expertise een weg baant doorheen de diversiteit van competenties die studenten op hun weg van eerstejaars naar bachelor dienen te verwerven. Hij integreert die oplossing met zijn visie op de processen van studeren (als transformatie) en doceren (als noodzakelijke katalyse daarvan). Van daaruit rapporteert hij via zijn [3*3] van [actie*reflectie] over studeergedragservaringen van o.m. eerstejaars hoger én universitair onderwijs. Zo fundeert hij de noodzaak adituriënten te leren studeren. Zulks impliceert dat abituriënten voordien hun keuze als ontwerp van (het verhaal van) eigen leven realiseren bij wijze van proces van matrixconstructie. De hiermee complementair noodzakelijke tweetraps keuzebegeleiding stelt Maks in staat zichzelf te transformeren in Fons en diens studeren, als eigen actie, in persoonlijke reflectie (als Renée in wording) te duiden en effectief te sturen.
Piet J. Janssen (°1934) is sedert 1999 emeritus gewoon hoogleraar Schoolpsychologie aan de K.U.Leuven.
Studenten leren niet, zij studeren. Over transformatie als psychologische kern van hoger onderwijs
€ 38,00
Dit boek reflecteert over recente en klassieke onderwijsproblemen; de invoering van competenties
en de al ruim een halve eeuw bestaande eerstejaars hecatombe. Het synthetiseert in de persoon
van zijn auteur ruim 40 jaar Leuvens onderzoek inzake studeren en doceren.
Hoger Onderwijs aan de universiteit zowel als erbuiten staat inmiddels voor de uitdaging om – getrouw aan eigen missie binnen Europa in wording – zoveel mogelijk jongeren in staat te stellen zichzelf optimaal als aankomend expert tot persoonlijkheid te ontwikkelen. Dat vergt grondige reorganisatie, inclusief substantiële evaluatie; verandering leidt, ook al beoogt zij fundamentele vernieuwing, immers ipso facto niet tot verbetering. Binnen dit perspectief plaatst Janssen twee reeksen kanttekeningen bij wat momenteel in uitbouw is.
De eerste betreft het vormingsgebeuren. Qua einddoel lijkt expertise als omvattend vormingsideaal te moeten wijken voor een rist door lerenden successief als credits te verwerven competenties. Zulks impliceert echter dat jongeren leerling (kunnen) blijven én (dienvolgens) lerend levenslang krijgen. Wie daarentegen studeert, transformeert zich zelf in expert. Dat betekent zichzelf – én daar gaat het om – in eigen zich stilaan uitkristalliserende sociale rol, eerst als persoon Fons en vervolgens als persoonlijkheid Renée, op authentieke wijze tot iemand maken.
De tweede betreft de schijnoplossing die via flexibilisering binnen deze hervorming gegeven wordt aan het al zo’n halve eeuw bestaand probleem in de transitie van secundair naar hoger onderwijs. Dit vraagstuk is niet opgelost door te doen alsof die eraan inherente hecatombe – o.m. dankzij een inmiddels gerealiseerd leerkrediet – nu niet meer bestaat.
De auteur start deze psychologische analyse vanuit zijn ervaringen als visiterend onderwijsdeskundige die zich vanuit eigen expertise een weg baant doorheen de diversiteit van competenties die studenten op hun weg van eerstejaars naar bachelor dienen te verwerven. Hij integreert die oplossing met zijn visie op de processen van studeren (als transformatie) en doceren (als noodzakelijke katalyse daarvan). Van daaruit rapporteert hij via zijn [3*3] van [actie*reflectie] over studeergedragservaringen van o.m. eerstejaars hoger én universitair onderwijs. Zo fundeert hij de noodzaak adituriënten te leren studeren. Zulks impliceert dat abituriënten voordien hun keuze als ontwerp van (het verhaal van) eigen leven realiseren bij wijze van proces van matrixconstructie. De hiermee complementair noodzakelijke tweetraps keuzebegeleiding stelt Maks in staat zichzelf te transformeren in Fons en diens studeren, als eigen actie, in persoonlijke reflectie (als Renée in wording) te duiden en effectief te sturen.
Piet J. Janssen (°1934) is sedert 1999 emeritus gewoon hoogleraar Schoolpsychologie aan de K.U.Leuven.
Hoger Onderwijs aan de universiteit zowel als erbuiten staat inmiddels voor de uitdaging om – getrouw aan eigen missie binnen Europa in wording – zoveel mogelijk jongeren in staat te stellen zichzelf optimaal als aankomend expert tot persoonlijkheid te ontwikkelen. Dat vergt grondige reorganisatie, inclusief substantiële evaluatie; verandering leidt, ook al beoogt zij fundamentele vernieuwing, immers ipso facto niet tot verbetering. Binnen dit perspectief plaatst Janssen twee reeksen kanttekeningen bij wat momenteel in uitbouw is.
De eerste betreft het vormingsgebeuren. Qua einddoel lijkt expertise als omvattend vormingsideaal te moeten wijken voor een rist door lerenden successief als credits te verwerven competenties. Zulks impliceert echter dat jongeren leerling (kunnen) blijven én (dienvolgens) lerend levenslang krijgen. Wie daarentegen studeert, transformeert zich zelf in expert. Dat betekent zichzelf – én daar gaat het om – in eigen zich stilaan uitkristalliserende sociale rol, eerst als persoon Fons en vervolgens als persoonlijkheid Renée, op authentieke wijze tot iemand maken.
De tweede betreft de schijnoplossing die via flexibilisering binnen deze hervorming gegeven wordt aan het al zo’n halve eeuw bestaand probleem in de transitie van secundair naar hoger onderwijs. Dit vraagstuk is niet opgelost door te doen alsof die eraan inherente hecatombe – o.m. dankzij een inmiddels gerealiseerd leerkrediet – nu niet meer bestaat.
De auteur start deze psychologische analyse vanuit zijn ervaringen als visiterend onderwijsdeskundige die zich vanuit eigen expertise een weg baant doorheen de diversiteit van competenties die studenten op hun weg van eerstejaars naar bachelor dienen te verwerven. Hij integreert die oplossing met zijn visie op de processen van studeren (als transformatie) en doceren (als noodzakelijke katalyse daarvan). Van daaruit rapporteert hij via zijn [3*3] van [actie*reflectie] over studeergedragservaringen van o.m. eerstejaars hoger én universitair onderwijs. Zo fundeert hij de noodzaak adituriënten te leren studeren. Zulks impliceert dat abituriënten voordien hun keuze als ontwerp van (het verhaal van) eigen leven realiseren bij wijze van proces van matrixconstructie. De hiermee complementair noodzakelijke tweetraps keuzebegeleiding stelt Maks in staat zichzelf te transformeren in Fons en diens studeren, als eigen actie, in persoonlijke reflectie (als Renée in wording) te duiden en effectief te sturen.
Piet J. Janssen (°1934) is sedert 1999 emeritus gewoon hoogleraar Schoolpsychologie aan de K.U.Leuven.
Thriller versus roman (Reeks Literatuur in veelvoud, nr. 21)
€ 19,00
In het Nederlandse taalgebied wordt nog altijd een vrij strikt onderscheid gemaakt tussen misdaadliteratuur
en de ‘echte’ literatuur. Thrillers worden stiefmoederlijk behandeld, niet alleen door
literatuurhistorici, maar ook door literaire critici. Behoren ‘spannende boeken’ niet tot de literatuur?
In dit boek geven academici, critici en misdaadauteurs, elk vanuit hun invalshoek, een
antwoord op deze vraag.
Centraal staan de zowel theoretische als kritische verkenning van al dan niet vermeende tegenstellingen tussen misdaadroman en literaire roman en hun eventuele relevantie. De geschiedenis en ontwikkeling van de misdaadliteratuur in de Lage Landen komt beschrijvend en analytisch aan bod. Specifi eke bijdragen handelen over de (informele) hiërarchie der genres in de Verenigde Staten en over de sociale relevantie van de Zuid-Afrikaanse misdaadliteratuur.
Thriller versus roman bevat bijdragen van René Appel, Jos van Cann, Jim Madison Davis, Jooris van Hulle, Henri-Floris Jespers, Jan Lampo, Mieke de Loof, Elvin Post, Matthijs de Ridder, Charles den Tex en Felix Thijssen.
Jos van Cann is bestuurslid van het Genootschap van Nederlandstalige Misdaadauteurs, zetelde in de jury voor de Gouden Strop en maakt deel uit van de jury voor De Diamanten Kogel. Hij recenseert en publiceert over misdaadliteratuur.
Henri-Floris Jespers is redactiesecretaris van de Mededelingen van het Centrum voor Documentatie & Reëvaluatie, redacteur van het Bulletin de la Fondation Ça ira en lid van het wetenschappelijk comité van het SFV – Studiecentrum Franstaligen in Vlaanderen. Hij is ook juryvoorzitter voor De Diamanten Kogel.
Centraal staan de zowel theoretische als kritische verkenning van al dan niet vermeende tegenstellingen tussen misdaadroman en literaire roman en hun eventuele relevantie. De geschiedenis en ontwikkeling van de misdaadliteratuur in de Lage Landen komt beschrijvend en analytisch aan bod. Specifi eke bijdragen handelen over de (informele) hiërarchie der genres in de Verenigde Staten en over de sociale relevantie van de Zuid-Afrikaanse misdaadliteratuur.
Thriller versus roman bevat bijdragen van René Appel, Jos van Cann, Jim Madison Davis, Jooris van Hulle, Henri-Floris Jespers, Jan Lampo, Mieke de Loof, Elvin Post, Matthijs de Ridder, Charles den Tex en Felix Thijssen.
Jos van Cann is bestuurslid van het Genootschap van Nederlandstalige Misdaadauteurs, zetelde in de jury voor de Gouden Strop en maakt deel uit van de jury voor De Diamanten Kogel. Hij recenseert en publiceert over misdaadliteratuur.
Henri-Floris Jespers is redactiesecretaris van de Mededelingen van het Centrum voor Documentatie & Reëvaluatie, redacteur van het Bulletin de la Fondation Ça ira en lid van het wetenschappelijk comité van het SFV – Studiecentrum Franstaligen in Vlaanderen. Hij is ook juryvoorzitter voor De Diamanten Kogel.
Thriller versus roman (Reeks Literatuur in veelvoud, nr. 21)
€ 19,00
In het Nederlandse taalgebied wordt nog altijd een vrij strikt onderscheid gemaakt tussen misdaadliteratuur
en de ‘echte’ literatuur. Thrillers worden stiefmoederlijk behandeld, niet alleen door
literatuurhistorici, maar ook door literaire critici. Behoren ‘spannende boeken’ niet tot de literatuur?
In dit boek geven academici, critici en misdaadauteurs, elk vanuit hun invalshoek, een
antwoord op deze vraag.
Centraal staan de zowel theoretische als kritische verkenning van al dan niet vermeende tegenstellingen tussen misdaadroman en literaire roman en hun eventuele relevantie. De geschiedenis en ontwikkeling van de misdaadliteratuur in de Lage Landen komt beschrijvend en analytisch aan bod. Specifi eke bijdragen handelen over de (informele) hiërarchie der genres in de Verenigde Staten en over de sociale relevantie van de Zuid-Afrikaanse misdaadliteratuur.
Thriller versus roman bevat bijdragen van René Appel, Jos van Cann, Jim Madison Davis, Jooris van Hulle, Henri-Floris Jespers, Jan Lampo, Mieke de Loof, Elvin Post, Matthijs de Ridder, Charles den Tex en Felix Thijssen.
Jos van Cann is bestuurslid van het Genootschap van Nederlandstalige Misdaadauteurs, zetelde in de jury voor de Gouden Strop en maakt deel uit van de jury voor De Diamanten Kogel. Hij recenseert en publiceert over misdaadliteratuur.
Henri-Floris Jespers is redactiesecretaris van de Mededelingen van het Centrum voor Documentatie & Reëvaluatie, redacteur van het Bulletin de la Fondation Ça ira en lid van het wetenschappelijk comité van het SFV – Studiecentrum Franstaligen in Vlaanderen. Hij is ook juryvoorzitter voor De Diamanten Kogel.
Centraal staan de zowel theoretische als kritische verkenning van al dan niet vermeende tegenstellingen tussen misdaadroman en literaire roman en hun eventuele relevantie. De geschiedenis en ontwikkeling van de misdaadliteratuur in de Lage Landen komt beschrijvend en analytisch aan bod. Specifi eke bijdragen handelen over de (informele) hiërarchie der genres in de Verenigde Staten en over de sociale relevantie van de Zuid-Afrikaanse misdaadliteratuur.
Thriller versus roman bevat bijdragen van René Appel, Jos van Cann, Jim Madison Davis, Jooris van Hulle, Henri-Floris Jespers, Jan Lampo, Mieke de Loof, Elvin Post, Matthijs de Ridder, Charles den Tex en Felix Thijssen.
Jos van Cann is bestuurslid van het Genootschap van Nederlandstalige Misdaadauteurs, zetelde in de jury voor de Gouden Strop en maakt deel uit van de jury voor De Diamanten Kogel. Hij recenseert en publiceert over misdaadliteratuur.
Henri-Floris Jespers is redactiesecretaris van de Mededelingen van het Centrum voor Documentatie & Reëvaluatie, redacteur van het Bulletin de la Fondation Ça ira en lid van het wetenschappelijk comité van het SFV – Studiecentrum Franstaligen in Vlaanderen. Hij is ook juryvoorzitter voor De Diamanten Kogel.
Oost tegen west, noord tegen zuid. De wereldgeschiedenis vanaf 1950 (Vijfde geactualiseerde en vermeerderde druk) (Reeks Historama, nr. 4)
€ 24,90
De verhoudingen tussen Oost en West en Noord en Zuid kennen een voortdurende dynamiek.
Dit boek geeft een inzicht in dit boeiende aspect van de hedendaagse wereldgeschiedenis, van de
Koude Oorlog tot de opkomst van de nieuwe economische groeilanden in Oost en Zuid.
Bijna een halve eeuw werden de internationale relaties beheerst door de Koude Oorlog tussen twee concurrerende machtsblokken onder leiding van Washington en Moskou. Parallel met de rivaliteit tussen Oost en West groeide de kloof tussen Noord en Zuid, tussen de noordelijke industrielanden en hun grondstoffenleveranciers in het zuiden. De ineenstorting van de Sovjet-Unie voorafgegaan door de implosie van het Oostblok — gesymboliseerd door de val van de Berlijnse Muur — veroorzaakten een kortstondige euforie in het Westen. Maar nadien kwam de wereldpolitiek in de ban van etnische, culturele en religieuze conflicten, wat tot chaos en onzekerheid leidde. Internationale organisaties, zoals de Verenigde Naties, probeerden met wisselende kansen de orde te herstellen. Aanvankelijk domineerden de Verenigde Staten politiek en militair de internationale scène. Na het verdwijnen van de ideologische verschillen leek de weg vrij voor een globalisering van de wereldeconomie. Maar het opkomen van landen als China, India en Brazilië, deed opnieuw rivaliteit ontstaan over de steeds schaarsere grondstoffen en energiebronnen. Het machtsmonopolie van Washington en het Westen werd daardoor aangetast.
Mark Van den Wijngaert is hoogleraar Hedendaagse Geschiedenis aan de KU Brussel. Herman De Prins is journalist, gespecialiseerd in buitenlandse politiek.
Bijna een halve eeuw werden de internationale relaties beheerst door de Koude Oorlog tussen twee concurrerende machtsblokken onder leiding van Washington en Moskou. Parallel met de rivaliteit tussen Oost en West groeide de kloof tussen Noord en Zuid, tussen de noordelijke industrielanden en hun grondstoffenleveranciers in het zuiden. De ineenstorting van de Sovjet-Unie voorafgegaan door de implosie van het Oostblok — gesymboliseerd door de val van de Berlijnse Muur — veroorzaakten een kortstondige euforie in het Westen. Maar nadien kwam de wereldpolitiek in de ban van etnische, culturele en religieuze conflicten, wat tot chaos en onzekerheid leidde. Internationale organisaties, zoals de Verenigde Naties, probeerden met wisselende kansen de orde te herstellen. Aanvankelijk domineerden de Verenigde Staten politiek en militair de internationale scène. Na het verdwijnen van de ideologische verschillen leek de weg vrij voor een globalisering van de wereldeconomie. Maar het opkomen van landen als China, India en Brazilië, deed opnieuw rivaliteit ontstaan over de steeds schaarsere grondstoffen en energiebronnen. Het machtsmonopolie van Washington en het Westen werd daardoor aangetast.
Mark Van den Wijngaert is hoogleraar Hedendaagse Geschiedenis aan de KU Brussel. Herman De Prins is journalist, gespecialiseerd in buitenlandse politiek.
Oost tegen west, noord tegen zuid. De wereldgeschiedenis vanaf 1950 (Vijfde geactualiseerde en vermeerderde druk) (Reeks Historama, nr. 4)
€ 24,90
De verhoudingen tussen Oost en West en Noord en Zuid kennen een voortdurende dynamiek.
Dit boek geeft een inzicht in dit boeiende aspect van de hedendaagse wereldgeschiedenis, van de
Koude Oorlog tot de opkomst van de nieuwe economische groeilanden in Oost en Zuid.
Bijna een halve eeuw werden de internationale relaties beheerst door de Koude Oorlog tussen twee concurrerende machtsblokken onder leiding van Washington en Moskou. Parallel met de rivaliteit tussen Oost en West groeide de kloof tussen Noord en Zuid, tussen de noordelijke industrielanden en hun grondstoffenleveranciers in het zuiden. De ineenstorting van de Sovjet-Unie voorafgegaan door de implosie van het Oostblok — gesymboliseerd door de val van de Berlijnse Muur — veroorzaakten een kortstondige euforie in het Westen. Maar nadien kwam de wereldpolitiek in de ban van etnische, culturele en religieuze conflicten, wat tot chaos en onzekerheid leidde. Internationale organisaties, zoals de Verenigde Naties, probeerden met wisselende kansen de orde te herstellen. Aanvankelijk domineerden de Verenigde Staten politiek en militair de internationale scène. Na het verdwijnen van de ideologische verschillen leek de weg vrij voor een globalisering van de wereldeconomie. Maar het opkomen van landen als China, India en Brazilië, deed opnieuw rivaliteit ontstaan over de steeds schaarsere grondstoffen en energiebronnen. Het machtsmonopolie van Washington en het Westen werd daardoor aangetast.
Mark Van den Wijngaert is hoogleraar Hedendaagse Geschiedenis aan de KU Brussel. Herman De Prins is journalist, gespecialiseerd in buitenlandse politiek.
Bijna een halve eeuw werden de internationale relaties beheerst door de Koude Oorlog tussen twee concurrerende machtsblokken onder leiding van Washington en Moskou. Parallel met de rivaliteit tussen Oost en West groeide de kloof tussen Noord en Zuid, tussen de noordelijke industrielanden en hun grondstoffenleveranciers in het zuiden. De ineenstorting van de Sovjet-Unie voorafgegaan door de implosie van het Oostblok — gesymboliseerd door de val van de Berlijnse Muur — veroorzaakten een kortstondige euforie in het Westen. Maar nadien kwam de wereldpolitiek in de ban van etnische, culturele en religieuze conflicten, wat tot chaos en onzekerheid leidde. Internationale organisaties, zoals de Verenigde Naties, probeerden met wisselende kansen de orde te herstellen. Aanvankelijk domineerden de Verenigde Staten politiek en militair de internationale scène. Na het verdwijnen van de ideologische verschillen leek de weg vrij voor een globalisering van de wereldeconomie. Maar het opkomen van landen als China, India en Brazilië, deed opnieuw rivaliteit ontstaan over de steeds schaarsere grondstoffen en energiebronnen. Het machtsmonopolie van Washington en het Westen werd daardoor aangetast.
Mark Van den Wijngaert is hoogleraar Hedendaagse Geschiedenis aan de KU Brussel. Herman De Prins is journalist, gespecialiseerd in buitenlandse politiek.
Spelend in beweging. Bewegen met peuters en kleuters. Inspiratieboek
€ 22,60
Peuters en kleuters willen spelen, net zolang tot ze moe en voldaan zijn. Mama’s, papa’s, oma’s,
juffen en meesters weten dat spelen goed is voor kinderen. Het laat hen groeien: fysiek, sociaal en
emotioneel.
Deze uitgave biedt bewegingsspelletjes, parcours en liedjes, waarin peuters en kleuters met veel plezier al hun energie kwijt kunnen. Uiteraard op een manier dat ze er ook slimmer, sterker en gezonder van worden. Het is niet nodig om duur materiaal aan te schaffen of grote ruimtes ter beschikking te hebben. Het is zelfs niet nodig om bewegingsexpert te zijn, contact met je kinderen willen maken is voldoende. Alles is helder beschreven en mooi geïllustreerd. Dit maakt het een bewegend boek dat heerlijke momenten creëert rond: leren aanpassen aan groep en regels, leren ontdekken wie je bent, kunnen reflecteren, hoe de zintuigen te gebruiken en tenslotte te durven vertrouwen op intuïtie en dromen.
Speciaal voor leerkrachten en geïnteresseerde ouders is er een hoofdstuk gewijd aan de opbouw van een uitdagende bewegingsles.
Angelique Felix studeerde rechten aan de Rijksuniversiteit Limburg en werkte bij de VNG/LCGW – Vereniging van Nederlandse gemeenten/Landelijk contact voor het gemeentelijk welzijnsbeleid – en daarna bij IMCO (nu PRIMO – Provinciaal Instituut voor Maatschappelijke Ontwikkeling). Haar grootste project was de Brede school en haar ontwikkeling. Ze verhuisde naar Italië en volgde aan het ‘Instituto Cortivo’ in Milaan een opleiding als sociaal consulent voor kinderen met lichte integratieproblemen. Ze werkt nu als bewegingsjuf in de International School in Como, organiseert kindervakantiekampen in de Dolomieten, en geeft workshops rond ‘Spelend bewegen’.
Deze uitgave biedt bewegingsspelletjes, parcours en liedjes, waarin peuters en kleuters met veel plezier al hun energie kwijt kunnen. Uiteraard op een manier dat ze er ook slimmer, sterker en gezonder van worden. Het is niet nodig om duur materiaal aan te schaffen of grote ruimtes ter beschikking te hebben. Het is zelfs niet nodig om bewegingsexpert te zijn, contact met je kinderen willen maken is voldoende. Alles is helder beschreven en mooi geïllustreerd. Dit maakt het een bewegend boek dat heerlijke momenten creëert rond: leren aanpassen aan groep en regels, leren ontdekken wie je bent, kunnen reflecteren, hoe de zintuigen te gebruiken en tenslotte te durven vertrouwen op intuïtie en dromen.
Speciaal voor leerkrachten en geïnteresseerde ouders is er een hoofdstuk gewijd aan de opbouw van een uitdagende bewegingsles.
Angelique Felix studeerde rechten aan de Rijksuniversiteit Limburg en werkte bij de VNG/LCGW – Vereniging van Nederlandse gemeenten/Landelijk contact voor het gemeentelijk welzijnsbeleid – en daarna bij IMCO (nu PRIMO – Provinciaal Instituut voor Maatschappelijke Ontwikkeling). Haar grootste project was de Brede school en haar ontwikkeling. Ze verhuisde naar Italië en volgde aan het ‘Instituto Cortivo’ in Milaan een opleiding als sociaal consulent voor kinderen met lichte integratieproblemen. Ze werkt nu als bewegingsjuf in de International School in Como, organiseert kindervakantiekampen in de Dolomieten, en geeft workshops rond ‘Spelend bewegen’.
Spelend in beweging. Bewegen met peuters en kleuters. Inspiratieboek
€ 22,60
Peuters en kleuters willen spelen, net zolang tot ze moe en voldaan zijn. Mama’s, papa’s, oma’s,
juffen en meesters weten dat spelen goed is voor kinderen. Het laat hen groeien: fysiek, sociaal en
emotioneel.
Deze uitgave biedt bewegingsspelletjes, parcours en liedjes, waarin peuters en kleuters met veel plezier al hun energie kwijt kunnen. Uiteraard op een manier dat ze er ook slimmer, sterker en gezonder van worden. Het is niet nodig om duur materiaal aan te schaffen of grote ruimtes ter beschikking te hebben. Het is zelfs niet nodig om bewegingsexpert te zijn, contact met je kinderen willen maken is voldoende. Alles is helder beschreven en mooi geïllustreerd. Dit maakt het een bewegend boek dat heerlijke momenten creëert rond: leren aanpassen aan groep en regels, leren ontdekken wie je bent, kunnen reflecteren, hoe de zintuigen te gebruiken en tenslotte te durven vertrouwen op intuïtie en dromen.
Speciaal voor leerkrachten en geïnteresseerde ouders is er een hoofdstuk gewijd aan de opbouw van een uitdagende bewegingsles.
Angelique Felix studeerde rechten aan de Rijksuniversiteit Limburg en werkte bij de VNG/LCGW – Vereniging van Nederlandse gemeenten/Landelijk contact voor het gemeentelijk welzijnsbeleid – en daarna bij IMCO (nu PRIMO – Provinciaal Instituut voor Maatschappelijke Ontwikkeling). Haar grootste project was de Brede school en haar ontwikkeling. Ze verhuisde naar Italië en volgde aan het ‘Instituto Cortivo’ in Milaan een opleiding als sociaal consulent voor kinderen met lichte integratieproblemen. Ze werkt nu als bewegingsjuf in de International School in Como, organiseert kindervakantiekampen in de Dolomieten, en geeft workshops rond ‘Spelend bewegen’.
Deze uitgave biedt bewegingsspelletjes, parcours en liedjes, waarin peuters en kleuters met veel plezier al hun energie kwijt kunnen. Uiteraard op een manier dat ze er ook slimmer, sterker en gezonder van worden. Het is niet nodig om duur materiaal aan te schaffen of grote ruimtes ter beschikking te hebben. Het is zelfs niet nodig om bewegingsexpert te zijn, contact met je kinderen willen maken is voldoende. Alles is helder beschreven en mooi geïllustreerd. Dit maakt het een bewegend boek dat heerlijke momenten creëert rond: leren aanpassen aan groep en regels, leren ontdekken wie je bent, kunnen reflecteren, hoe de zintuigen te gebruiken en tenslotte te durven vertrouwen op intuïtie en dromen.
Speciaal voor leerkrachten en geïnteresseerde ouders is er een hoofdstuk gewijd aan de opbouw van een uitdagende bewegingsles.
Angelique Felix studeerde rechten aan de Rijksuniversiteit Limburg en werkte bij de VNG/LCGW – Vereniging van Nederlandse gemeenten/Landelijk contact voor het gemeentelijk welzijnsbeleid – en daarna bij IMCO (nu PRIMO – Provinciaal Instituut voor Maatschappelijke Ontwikkeling). Haar grootste project was de Brede school en haar ontwikkeling. Ze verhuisde naar Italië en volgde aan het ‘Instituto Cortivo’ in Milaan een opleiding als sociaal consulent voor kinderen met lichte integratieproblemen. Ze werkt nu als bewegingsjuf in de International School in Como, organiseert kindervakantiekampen in de Dolomieten, en geeft workshops rond ‘Spelend bewegen’.

Internet (ICT-lijn, nr. 2) – Derde herziene uitgave
€ 21,50
Voor de schoolgaande jeugd is een pc en het internet de normaalste zaak van de wereld. Hetinternet maakt deel uit van hun cultuur en van hun dagdagelijkse bezigheden. Voor sommigevolwassenen is het internet een zoektocht met veel vraagtekens. Sommigen vinden hetinternet te overweldigend, anderen vinden het internet te abstract en nog anderen latenzich overdonderen door de negatieve berichten in de media.
In dit handboek maakt de lezer kennis met de basisbegrippen van het internet. Hijwordt meegenomen doorheen een ‘web’ aan mogelijkheden en leert werken met deverschillende internetdiensten. Het internet krijgt men enkel vlot onder de knie doorveel te oefenen. Naast veel oefenen, heeft men ook enige kennis van bestandsbeheernodig.
De bedoeling van dit boek is niet een theoretisch exposé te presenteren, maar veeleereen boeiende reis te maken. De informatie die wordt aangeboden, is gemakkelijkbegrijpbaar en vlot hanteerbaar. De gebruiker vindt hier geen computerchinees,maar leert, zonder zich ervan altijd bewust te zijn, uiteindelijk toch het vakjargon.
Al de verschillende facetten van het internet, o.a. e-mail, zoeken, downloaden, enz.,worden theoretisch omkaderd en praktisch gevoed. Zowel het ‘doen’ als het ‘denken’zijn belangrijk. Op het einde van het boek zal de gebruiker een totaalbeeld hebbenvan wat het internet te bieden heeft.
In dit handboek maakt de lezer kennis met de basisbegrippen van het internet. Hijwordt meegenomen doorheen een ‘web’ aan mogelijkheden en leert werken met deverschillende internetdiensten. Het internet krijgt men enkel vlot onder de knie doorveel te oefenen. Naast veel oefenen, heeft men ook enige kennis van bestandsbeheernodig.
De bedoeling van dit boek is niet een theoretisch exposé te presenteren, maar veeleereen boeiende reis te maken. De informatie die wordt aangeboden, is gemakkelijkbegrijpbaar en vlot hanteerbaar. De gebruiker vindt hier geen computerchinees,maar leert, zonder zich ervan altijd bewust te zijn, uiteindelijk toch het vakjargon.
Al de verschillende facetten van het internet, o.a. e-mail, zoeken, downloaden, enz.,worden theoretisch omkaderd en praktisch gevoed. Zowel het ‘doen’ als het ‘denken’zijn belangrijk. Op het einde van het boek zal de gebruiker een totaalbeeld hebbenvan wat het internet te bieden heeft.

Internet (ICT-lijn, nr. 2) – Derde herziene uitgave
€ 21,50
Voor de schoolgaande jeugd is een pc en het internet de normaalste zaak van de wereld. Hetinternet maakt deel uit van hun cultuur en van hun dagdagelijkse bezigheden. Voor sommigevolwassenen is het internet een zoektocht met veel vraagtekens. Sommigen vinden hetinternet te overweldigend, anderen vinden het internet te abstract en nog anderen latenzich overdonderen door de negatieve berichten in de media.
In dit handboek maakt de lezer kennis met de basisbegrippen van het internet. Hijwordt meegenomen doorheen een ‘web’ aan mogelijkheden en leert werken met deverschillende internetdiensten. Het internet krijgt men enkel vlot onder de knie doorveel te oefenen. Naast veel oefenen, heeft men ook enige kennis van bestandsbeheernodig.
De bedoeling van dit boek is niet een theoretisch exposé te presenteren, maar veeleereen boeiende reis te maken. De informatie die wordt aangeboden, is gemakkelijkbegrijpbaar en vlot hanteerbaar. De gebruiker vindt hier geen computerchinees,maar leert, zonder zich ervan altijd bewust te zijn, uiteindelijk toch het vakjargon.
Al de verschillende facetten van het internet, o.a. e-mail, zoeken, downloaden, enz.,worden theoretisch omkaderd en praktisch gevoed. Zowel het ‘doen’ als het ‘denken’zijn belangrijk. Op het einde van het boek zal de gebruiker een totaalbeeld hebbenvan wat het internet te bieden heeft.
In dit handboek maakt de lezer kennis met de basisbegrippen van het internet. Hijwordt meegenomen doorheen een ‘web’ aan mogelijkheden en leert werken met deverschillende internetdiensten. Het internet krijgt men enkel vlot onder de knie doorveel te oefenen. Naast veel oefenen, heeft men ook enige kennis van bestandsbeheernodig.
De bedoeling van dit boek is niet een theoretisch exposé te presenteren, maar veeleereen boeiende reis te maken. De informatie die wordt aangeboden, is gemakkelijkbegrijpbaar en vlot hanteerbaar. De gebruiker vindt hier geen computerchinees,maar leert, zonder zich ervan altijd bewust te zijn, uiteindelijk toch het vakjargon.
Al de verschillende facetten van het internet, o.a. e-mail, zoeken, downloaden, enz.,worden theoretisch omkaderd en praktisch gevoed. Zowel het ‘doen’ als het ‘denken’zijn belangrijk. Op het einde van het boek zal de gebruiker een totaalbeeld hebbenvan wat het internet te bieden heeft.
Het zelfbeeld. De mens in dialoog met zichzelf en de wereld
€ 19,90
Het zelfbeeld is een van de meest fascinerende dimensies van de menselijke
persoon en bepaalt ons denken, voelen en handelen. De dichter Goethe zei
ooit: ‘Het grootste kwaad dat iemand kan overkomen, is dat hij slecht over
zichzelf denkt.’
En inderdaad. Een goed begrip van het fenomeen zelfbeeld is van onschatbaar belang voor de begeleiding van mensen in opvoeding en onderwijs maar ook in de hulpverlening aan mensen die het psychisch moeilijk hebben. Het zelfbeeld is de hoeksteen van elk gedrag, zowel gezond als gestoord. Welk beeld iemand van zichzelf heeft maakt wel degelijk een verschil: mensen die positief over zichzelf denken blijken zich gezonder en productiever te gedragen en zijn ook gelukkiger. De versterking van het zelfbeeld moet dan ook kerndoel zijn in onderwijs, opvoeding en begeleiding.
Maar waaruit is een zelfbeeld eigenlijk opgebouwd en hoe kan je eraan werken? Dit boek bekijkt het zelfbeeld als de dialoog die de mens op elk moment aangaat met zichzelf, met anderen en met de omgeving. Naast een verheldering van het fenomeen, komen ook aspecten aan bod als zelfwaardering, zelfpresentatie, de ontwikkeling van het zelfbeeld en methoden voor verheldering en bijsturing ervan.
Het boek richt zich tot iedereen die geboeid is door het fenomeen ‘mens’.
Guido Cuyvers doceert aan het departement Sociaal Werk van de Katholieke Hogeschool Kempen in Geel. Hij is oprichter en was voorheen coördinator van het Vlaams Onderzoeks- en Kenniscentrum Derde Leeftijd.
En inderdaad. Een goed begrip van het fenomeen zelfbeeld is van onschatbaar belang voor de begeleiding van mensen in opvoeding en onderwijs maar ook in de hulpverlening aan mensen die het psychisch moeilijk hebben. Het zelfbeeld is de hoeksteen van elk gedrag, zowel gezond als gestoord. Welk beeld iemand van zichzelf heeft maakt wel degelijk een verschil: mensen die positief over zichzelf denken blijken zich gezonder en productiever te gedragen en zijn ook gelukkiger. De versterking van het zelfbeeld moet dan ook kerndoel zijn in onderwijs, opvoeding en begeleiding.
Maar waaruit is een zelfbeeld eigenlijk opgebouwd en hoe kan je eraan werken? Dit boek bekijkt het zelfbeeld als de dialoog die de mens op elk moment aangaat met zichzelf, met anderen en met de omgeving. Naast een verheldering van het fenomeen, komen ook aspecten aan bod als zelfwaardering, zelfpresentatie, de ontwikkeling van het zelfbeeld en methoden voor verheldering en bijsturing ervan.
Het boek richt zich tot iedereen die geboeid is door het fenomeen ‘mens’.
Guido Cuyvers doceert aan het departement Sociaal Werk van de Katholieke Hogeschool Kempen in Geel. Hij is oprichter en was voorheen coördinator van het Vlaams Onderzoeks- en Kenniscentrum Derde Leeftijd.
Het zelfbeeld. De mens in dialoog met zichzelf en de wereld
€ 19,90
Het zelfbeeld is een van de meest fascinerende dimensies van de menselijke
persoon en bepaalt ons denken, voelen en handelen. De dichter Goethe zei
ooit: ‘Het grootste kwaad dat iemand kan overkomen, is dat hij slecht over
zichzelf denkt.’
En inderdaad. Een goed begrip van het fenomeen zelfbeeld is van onschatbaar belang voor de begeleiding van mensen in opvoeding en onderwijs maar ook in de hulpverlening aan mensen die het psychisch moeilijk hebben. Het zelfbeeld is de hoeksteen van elk gedrag, zowel gezond als gestoord. Welk beeld iemand van zichzelf heeft maakt wel degelijk een verschil: mensen die positief over zichzelf denken blijken zich gezonder en productiever te gedragen en zijn ook gelukkiger. De versterking van het zelfbeeld moet dan ook kerndoel zijn in onderwijs, opvoeding en begeleiding.
Maar waaruit is een zelfbeeld eigenlijk opgebouwd en hoe kan je eraan werken? Dit boek bekijkt het zelfbeeld als de dialoog die de mens op elk moment aangaat met zichzelf, met anderen en met de omgeving. Naast een verheldering van het fenomeen, komen ook aspecten aan bod als zelfwaardering, zelfpresentatie, de ontwikkeling van het zelfbeeld en methoden voor verheldering en bijsturing ervan.
Het boek richt zich tot iedereen die geboeid is door het fenomeen ‘mens’.
Guido Cuyvers doceert aan het departement Sociaal Werk van de Katholieke Hogeschool Kempen in Geel. Hij is oprichter en was voorheen coördinator van het Vlaams Onderzoeks- en Kenniscentrum Derde Leeftijd.
En inderdaad. Een goed begrip van het fenomeen zelfbeeld is van onschatbaar belang voor de begeleiding van mensen in opvoeding en onderwijs maar ook in de hulpverlening aan mensen die het psychisch moeilijk hebben. Het zelfbeeld is de hoeksteen van elk gedrag, zowel gezond als gestoord. Welk beeld iemand van zichzelf heeft maakt wel degelijk een verschil: mensen die positief over zichzelf denken blijken zich gezonder en productiever te gedragen en zijn ook gelukkiger. De versterking van het zelfbeeld moet dan ook kerndoel zijn in onderwijs, opvoeding en begeleiding.
Maar waaruit is een zelfbeeld eigenlijk opgebouwd en hoe kan je eraan werken? Dit boek bekijkt het zelfbeeld als de dialoog die de mens op elk moment aangaat met zichzelf, met anderen en met de omgeving. Naast een verheldering van het fenomeen, komen ook aspecten aan bod als zelfwaardering, zelfpresentatie, de ontwikkeling van het zelfbeeld en methoden voor verheldering en bijsturing ervan.
Het boek richt zich tot iedereen die geboeid is door het fenomeen ‘mens’.
Guido Cuyvers doceert aan het departement Sociaal Werk van de Katholieke Hogeschool Kempen in Geel. Hij is oprichter en was voorheen coördinator van het Vlaams Onderzoeks- en Kenniscentrum Derde Leeftijd.
Inspiratiegids voor competentiegerichte opleiding
€ 38,90
Deze inspiratiegids heeft één centraal doel: binnen opleidingen
het gesprek over competentiegericht onderwijs ondersteunen.
Een opleiding die zich ontwikkelt in de richting van een competentiegerichte
opleiding, staat voor een paradigmashift. Dit
betekent dat er op verschillende domeinen een fundamenteel
andere manier van werken vereist is.
Deze gids inventariseert deze domeinen en benoemt ze als componenten. De eerste vier componenten bepalen het onderwijsproces: een competentiegericht opleidingsprofiel opstellen en implementeren, werken aan een gedragen competentiegerichte onderwijsvisie, ontwikkelen van een competentiegericht curriculum, competentiegerichte opleidingsonderdelen en krachtige leeromgevingen creëren.
De volgende vier componenten hebben meer te maken met de organisatie van het onderwijs: professionele relaties met het werkveld opbouwen en onderhouden, een competentiegericht personeelsbeleid ontwikkelen, een organisatie die competentiegericht onderwijs ondersteunt ontwikkelen, studenten in een competentiegerichte onderwijspraktijk begeleiden.
Elke component is in twee delen beschreven. Het eerste deel geeft telkens drie benaderingen: zelfevaluatie, waarderend onderzoek en inspirerende vragen. In het tweede deel staan inspiratiebronnen in de vorm van samenvattingen uit de literatuur rond competentiegericht onderwijs en uitspraken van docenten.
Meteen is deze gids over competentiegericht onderwijs een werkinstrument voor teams van opleidingen. Ze kunnen het geheel zelf verder aanvullen en er geregeld naar teruggrijpen om onderdelen ervan opnieuw te bekijken, bij te stellen en aan te vullen.
Erik Minne doceert aan het Departement Sociaal Werk van de Katholieke Hogeschool Kempen in Geel.
Katrien Seynaeve werkte als docent aan de Katholieke Hogeschool Kempen mee aan deze gids. Sinds augustus 2008 is zij verbonden aan het departement Werk en Economie van de Stad Antwerpen. Als beleidsmedewerker competentieontwikkeling is ze actief in projecten om onderwijs en arbeidsmarkt om elkaar af te stemmen.
Deze gids inventariseert deze domeinen en benoemt ze als componenten. De eerste vier componenten bepalen het onderwijsproces: een competentiegericht opleidingsprofiel opstellen en implementeren, werken aan een gedragen competentiegerichte onderwijsvisie, ontwikkelen van een competentiegericht curriculum, competentiegerichte opleidingsonderdelen en krachtige leeromgevingen creëren.
De volgende vier componenten hebben meer te maken met de organisatie van het onderwijs: professionele relaties met het werkveld opbouwen en onderhouden, een competentiegericht personeelsbeleid ontwikkelen, een organisatie die competentiegericht onderwijs ondersteunt ontwikkelen, studenten in een competentiegerichte onderwijspraktijk begeleiden.
Elke component is in twee delen beschreven. Het eerste deel geeft telkens drie benaderingen: zelfevaluatie, waarderend onderzoek en inspirerende vragen. In het tweede deel staan inspiratiebronnen in de vorm van samenvattingen uit de literatuur rond competentiegericht onderwijs en uitspraken van docenten.
Meteen is deze gids over competentiegericht onderwijs een werkinstrument voor teams van opleidingen. Ze kunnen het geheel zelf verder aanvullen en er geregeld naar teruggrijpen om onderdelen ervan opnieuw te bekijken, bij te stellen en aan te vullen.
Erik Minne doceert aan het Departement Sociaal Werk van de Katholieke Hogeschool Kempen in Geel.
Katrien Seynaeve werkte als docent aan de Katholieke Hogeschool Kempen mee aan deze gids. Sinds augustus 2008 is zij verbonden aan het departement Werk en Economie van de Stad Antwerpen. Als beleidsmedewerker competentieontwikkeling is ze actief in projecten om onderwijs en arbeidsmarkt om elkaar af te stemmen.
Inspiratiegids voor competentiegerichte opleiding
€ 38,90
Deze inspiratiegids heeft één centraal doel: binnen opleidingen
het gesprek over competentiegericht onderwijs ondersteunen.
Een opleiding die zich ontwikkelt in de richting van een competentiegerichte
opleiding, staat voor een paradigmashift. Dit
betekent dat er op verschillende domeinen een fundamenteel
andere manier van werken vereist is.
Deze gids inventariseert deze domeinen en benoemt ze als componenten. De eerste vier componenten bepalen het onderwijsproces: een competentiegericht opleidingsprofiel opstellen en implementeren, werken aan een gedragen competentiegerichte onderwijsvisie, ontwikkelen van een competentiegericht curriculum, competentiegerichte opleidingsonderdelen en krachtige leeromgevingen creëren.
De volgende vier componenten hebben meer te maken met de organisatie van het onderwijs: professionele relaties met het werkveld opbouwen en onderhouden, een competentiegericht personeelsbeleid ontwikkelen, een organisatie die competentiegericht onderwijs ondersteunt ontwikkelen, studenten in een competentiegerichte onderwijspraktijk begeleiden.
Elke component is in twee delen beschreven. Het eerste deel geeft telkens drie benaderingen: zelfevaluatie, waarderend onderzoek en inspirerende vragen. In het tweede deel staan inspiratiebronnen in de vorm van samenvattingen uit de literatuur rond competentiegericht onderwijs en uitspraken van docenten.
Meteen is deze gids over competentiegericht onderwijs een werkinstrument voor teams van opleidingen. Ze kunnen het geheel zelf verder aanvullen en er geregeld naar teruggrijpen om onderdelen ervan opnieuw te bekijken, bij te stellen en aan te vullen.
Erik Minne doceert aan het Departement Sociaal Werk van de Katholieke Hogeschool Kempen in Geel.
Katrien Seynaeve werkte als docent aan de Katholieke Hogeschool Kempen mee aan deze gids. Sinds augustus 2008 is zij verbonden aan het departement Werk en Economie van de Stad Antwerpen. Als beleidsmedewerker competentieontwikkeling is ze actief in projecten om onderwijs en arbeidsmarkt om elkaar af te stemmen.
Deze gids inventariseert deze domeinen en benoemt ze als componenten. De eerste vier componenten bepalen het onderwijsproces: een competentiegericht opleidingsprofiel opstellen en implementeren, werken aan een gedragen competentiegerichte onderwijsvisie, ontwikkelen van een competentiegericht curriculum, competentiegerichte opleidingsonderdelen en krachtige leeromgevingen creëren.
De volgende vier componenten hebben meer te maken met de organisatie van het onderwijs: professionele relaties met het werkveld opbouwen en onderhouden, een competentiegericht personeelsbeleid ontwikkelen, een organisatie die competentiegericht onderwijs ondersteunt ontwikkelen, studenten in een competentiegerichte onderwijspraktijk begeleiden.
Elke component is in twee delen beschreven. Het eerste deel geeft telkens drie benaderingen: zelfevaluatie, waarderend onderzoek en inspirerende vragen. In het tweede deel staan inspiratiebronnen in de vorm van samenvattingen uit de literatuur rond competentiegericht onderwijs en uitspraken van docenten.
Meteen is deze gids over competentiegericht onderwijs een werkinstrument voor teams van opleidingen. Ze kunnen het geheel zelf verder aanvullen en er geregeld naar teruggrijpen om onderdelen ervan opnieuw te bekijken, bij te stellen en aan te vullen.
Erik Minne doceert aan het Departement Sociaal Werk van de Katholieke Hogeschool Kempen in Geel.
Katrien Seynaeve werkte als docent aan de Katholieke Hogeschool Kempen mee aan deze gids. Sinds augustus 2008 is zij verbonden aan het departement Werk en Economie van de Stad Antwerpen. Als beleidsmedewerker competentieontwikkeling is ze actief in projecten om onderwijs en arbeidsmarkt om elkaar af te stemmen.
Leesbaar schrijven (met cd-rom)
€ 24,00
Leesbaar schrijven is een boek dat u helpt teksten te schrijven die door de meeste
mensen gelezen kunnen worden. De auteurs leggen niet alleen uit hoe u dat best
aanpakt, maar ook waarom het zo belangrijk is. Ze beschrijven kort wat lezen is en
wat lezen moeilijk maakt en ze tonen hoe leesbaarheid gemeten wordt. Met een
hele reeks voorbeelden illustreren ze hoe moeilijke teksten eenvoudiger kunnen.
Alle aspecten van een tekst krijgen aandacht: lettertypes, layout, woordkeuze,
structuur en lengte van de zin,... Lezers kunnen ook zelf proberen om moeilijke
teksten eenvoudiger te maken: elk hoofdstuk van het boek heeft een eigen reeks
oefeningen. Met de software die bij het boek hoort (Zelftest Leesbaar Schrijven),
kunnen ze hun eigen prestaties beoordelen.
Bart Defrancq doceert aan het Departement Vertaalkunde van de Hogeschool Gent. Greet Van Laecke is romaniste.
Bart Defrancq doceert aan het Departement Vertaalkunde van de Hogeschool Gent. Greet Van Laecke is romaniste.
Leesbaar schrijven (met cd-rom)
€ 24,00
Leesbaar schrijven is een boek dat u helpt teksten te schrijven die door de meeste
mensen gelezen kunnen worden. De auteurs leggen niet alleen uit hoe u dat best
aanpakt, maar ook waarom het zo belangrijk is. Ze beschrijven kort wat lezen is en
wat lezen moeilijk maakt en ze tonen hoe leesbaarheid gemeten wordt. Met een
hele reeks voorbeelden illustreren ze hoe moeilijke teksten eenvoudiger kunnen.
Alle aspecten van een tekst krijgen aandacht: lettertypes, layout, woordkeuze,
structuur en lengte van de zin,... Lezers kunnen ook zelf proberen om moeilijke
teksten eenvoudiger te maken: elk hoofdstuk van het boek heeft een eigen reeks
oefeningen. Met de software die bij het boek hoort (Zelftest Leesbaar Schrijven),
kunnen ze hun eigen prestaties beoordelen.
Bart Defrancq doceert aan het Departement Vertaalkunde van de Hogeschool Gent. Greet Van Laecke is romaniste.
Bart Defrancq doceert aan het Departement Vertaalkunde van de Hogeschool Gent. Greet Van Laecke is romaniste.
Zachte landing. Psychotherapie met psychotici
€ 23,90
Psychotherapie bij psychotici is niet vanzelfsprekend.Het wordt nauwelijks toegepast en is volgens sommigenzelfs gevaarlijk. Maar niet iedereen deelt die mening. Inhet verleden waren er binnen de psychiatrie zelfs sterkevoorstanders van psychotherapeutische behandelingen bijpsychotici. Ook vandaag wordt in de klinische praktijk metovertuiging voor therapieën met een psychotherapeutischeinvalshoek gekozen.
Dit boek is de neerslag van een aantal praktijkvoorbeelden.Het geeft een overzicht van behandelwijzen die de patiëntwillen raken en uit zijn geïsoleerde bestaan halen. Iedereauteur doet dit op basis van zijn eigen professioneleinzichten. Zo komen onder andere de rol van taal aan bod,de specifieke benadering van cliëntgerichte therapie eneen behandeling op maat van mensen die stemmen horen.Er wordt ook aandacht besteed aan hoe hulpverleners enfamilieleden kunnen worden getraind in het omgaan met,en hoe psychotherapie ook bij een acute psychotischeepisode kan helpen.
Dit boek richt zich tot medici en paramedici die werkenmet psychotici, maar ook familieleden en anderen uit denaaste omgeving van deze mensen kunnen er inspiratie invinden.
Dit boek is de neerslag van een aantal praktijkvoorbeelden.Het geeft een overzicht van behandelwijzen die de patiëntwillen raken en uit zijn geïsoleerde bestaan halen. Iedereauteur doet dit op basis van zijn eigen professioneleinzichten. Zo komen onder andere de rol van taal aan bod,de specifieke benadering van cliëntgerichte therapie eneen behandeling op maat van mensen die stemmen horen.Er wordt ook aandacht besteed aan hoe hulpverleners enfamilieleden kunnen worden getraind in het omgaan met,en hoe psychotherapie ook bij een acute psychotischeepisode kan helpen.
Dit boek richt zich tot medici en paramedici die werkenmet psychotici, maar ook familieleden en anderen uit denaaste omgeving van deze mensen kunnen er inspiratie invinden.
Zachte landing. Psychotherapie met psychotici
€ 23,90
Psychotherapie bij psychotici is niet vanzelfsprekend.Het wordt nauwelijks toegepast en is volgens sommigenzelfs gevaarlijk. Maar niet iedereen deelt die mening. Inhet verleden waren er binnen de psychiatrie zelfs sterkevoorstanders van psychotherapeutische behandelingen bijpsychotici. Ook vandaag wordt in de klinische praktijk metovertuiging voor therapieën met een psychotherapeutischeinvalshoek gekozen.
Dit boek is de neerslag van een aantal praktijkvoorbeelden.Het geeft een overzicht van behandelwijzen die de patiëntwillen raken en uit zijn geïsoleerde bestaan halen. Iedereauteur doet dit op basis van zijn eigen professioneleinzichten. Zo komen onder andere de rol van taal aan bod,de specifieke benadering van cliëntgerichte therapie eneen behandeling op maat van mensen die stemmen horen.Er wordt ook aandacht besteed aan hoe hulpverleners enfamilieleden kunnen worden getraind in het omgaan met,en hoe psychotherapie ook bij een acute psychotischeepisode kan helpen.
Dit boek richt zich tot medici en paramedici die werkenmet psychotici, maar ook familieleden en anderen uit denaaste omgeving van deze mensen kunnen er inspiratie invinden.
Dit boek is de neerslag van een aantal praktijkvoorbeelden.Het geeft een overzicht van behandelwijzen die de patiëntwillen raken en uit zijn geïsoleerde bestaan halen. Iedereauteur doet dit op basis van zijn eigen professioneleinzichten. Zo komen onder andere de rol van taal aan bod,de specifieke benadering van cliëntgerichte therapie eneen behandeling op maat van mensen die stemmen horen.Er wordt ook aandacht besteed aan hoe hulpverleners enfamilieleden kunnen worden getraind in het omgaan met,en hoe psychotherapie ook bij een acute psychotischeepisode kan helpen.
Dit boek richt zich tot medici en paramedici die werkenmet psychotici, maar ook familieleden en anderen uit denaaste omgeving van deze mensen kunnen er inspiratie invinden.
Kennis maken met scholen (NIVOZ-Serie, nr. 2)
€ 14,90
In Nederland, maar ook daar buiten ontstaat op veel plaatsen en in een
hoog tempo een nieuwe onderwijspraktijk. Deze ontwikkeling komt van
onderop en krijgt zowel steun als kritiek. Scholen worden meer en meer
uitgedaagd om te laten zien waar zij voor staan en welke opbrengsten zij
realiseren. Dat geldt zeker als zij zeggen een andere praktijk na te streven.
Voor een duurzame ontwikkeling van de beoogde praktijk en het verantwoorden ervan hebben scholen inzicht in zichzelf, hun drijfveren en hun praktijk nodig. Dergelijke kennis is niet zomaar beschikbaar. Scholen dienen die zelf te produceren. In dit boek maken we kennis (in de dubbele betekenis van het woord) met enkele basisscholen en scholen voor voortgezet onderwijs die een nieuwe onderwijspraktijk ontwikkelen en zich daarvoor verantwoorden. Zij maken, ondersteund door onderzoekers van het NIVOZ, zelf de benodigde kennis. ‘Kennis maken met scholen’ bevat een verslag van hun ervaringen.
Dit boek is bedoeld voor schoolleiders die leiding willen geven aan het proces van kennisproductie in hun eigen school. Het geeft voorbeelden, bespiegelingen en suggesties waarmee zij hun leraren kunnen ondersteunen en inspireren bij het expliciteren van de opvattingen, motieven en intenties achter hun handelen. Het bevat ideeën om de dialoog tussen leraren hierover, het expliciteren van het eigen schoolconcept en het uitvoeren van een systematische zelfonderzoek vorm te geven. ‘Kennis maken met scholen’ wil schoolleiders een handreiking bieden voor duurzame schoolontwikkeling en betekenisvolle verantwoording van de onderwijspraktijk.
Personalia
NIVOZ-Thema's:
Nr. 1: Leraar wie ben je?
Nr. 2: Kennis maken met scholen
Nr. 3: Behoud van talent
Nr. 4: De gemotiveerde leerling
Nr. 5: Zin in onderwijs
Voor een duurzame ontwikkeling van de beoogde praktijk en het verantwoorden ervan hebben scholen inzicht in zichzelf, hun drijfveren en hun praktijk nodig. Dergelijke kennis is niet zomaar beschikbaar. Scholen dienen die zelf te produceren. In dit boek maken we kennis (in de dubbele betekenis van het woord) met enkele basisscholen en scholen voor voortgezet onderwijs die een nieuwe onderwijspraktijk ontwikkelen en zich daarvoor verantwoorden. Zij maken, ondersteund door onderzoekers van het NIVOZ, zelf de benodigde kennis. ‘Kennis maken met scholen’ bevat een verslag van hun ervaringen.
Dit boek is bedoeld voor schoolleiders die leiding willen geven aan het proces van kennisproductie in hun eigen school. Het geeft voorbeelden, bespiegelingen en suggesties waarmee zij hun leraren kunnen ondersteunen en inspireren bij het expliciteren van de opvattingen, motieven en intenties achter hun handelen. Het bevat ideeën om de dialoog tussen leraren hierover, het expliciteren van het eigen schoolconcept en het uitvoeren van een systematische zelfonderzoek vorm te geven. ‘Kennis maken met scholen’ wil schoolleiders een handreiking bieden voor duurzame schoolontwikkeling en betekenisvolle verantwoording van de onderwijspraktijk.
Personalia
NIVOZ-Thema's:
Kennis maken met scholen (NIVOZ-Serie, nr. 2)
€ 14,90
In Nederland, maar ook daar buiten ontstaat op veel plaatsen en in een
hoog tempo een nieuwe onderwijspraktijk. Deze ontwikkeling komt van
onderop en krijgt zowel steun als kritiek. Scholen worden meer en meer
uitgedaagd om te laten zien waar zij voor staan en welke opbrengsten zij
realiseren. Dat geldt zeker als zij zeggen een andere praktijk na te streven.
Voor een duurzame ontwikkeling van de beoogde praktijk en het verantwoorden ervan hebben scholen inzicht in zichzelf, hun drijfveren en hun praktijk nodig. Dergelijke kennis is niet zomaar beschikbaar. Scholen dienen die zelf te produceren. In dit boek maken we kennis (in de dubbele betekenis van het woord) met enkele basisscholen en scholen voor voortgezet onderwijs die een nieuwe onderwijspraktijk ontwikkelen en zich daarvoor verantwoorden. Zij maken, ondersteund door onderzoekers van het NIVOZ, zelf de benodigde kennis. ‘Kennis maken met scholen’ bevat een verslag van hun ervaringen.
Dit boek is bedoeld voor schoolleiders die leiding willen geven aan het proces van kennisproductie in hun eigen school. Het geeft voorbeelden, bespiegelingen en suggesties waarmee zij hun leraren kunnen ondersteunen en inspireren bij het expliciteren van de opvattingen, motieven en intenties achter hun handelen. Het bevat ideeën om de dialoog tussen leraren hierover, het expliciteren van het eigen schoolconcept en het uitvoeren van een systematische zelfonderzoek vorm te geven. ‘Kennis maken met scholen’ wil schoolleiders een handreiking bieden voor duurzame schoolontwikkeling en betekenisvolle verantwoording van de onderwijspraktijk.
Personalia
NIVOZ-Thema's:
Nr. 1: Leraar wie ben je?
Nr. 2: Kennis maken met scholen
Nr. 3: Behoud van talent
Nr. 4: De gemotiveerde leerling
Nr. 5: Zin in onderwijs
Voor een duurzame ontwikkeling van de beoogde praktijk en het verantwoorden ervan hebben scholen inzicht in zichzelf, hun drijfveren en hun praktijk nodig. Dergelijke kennis is niet zomaar beschikbaar. Scholen dienen die zelf te produceren. In dit boek maken we kennis (in de dubbele betekenis van het woord) met enkele basisscholen en scholen voor voortgezet onderwijs die een nieuwe onderwijspraktijk ontwikkelen en zich daarvoor verantwoorden. Zij maken, ondersteund door onderzoekers van het NIVOZ, zelf de benodigde kennis. ‘Kennis maken met scholen’ bevat een verslag van hun ervaringen.
Dit boek is bedoeld voor schoolleiders die leiding willen geven aan het proces van kennisproductie in hun eigen school. Het geeft voorbeelden, bespiegelingen en suggesties waarmee zij hun leraren kunnen ondersteunen en inspireren bij het expliciteren van de opvattingen, motieven en intenties achter hun handelen. Het bevat ideeën om de dialoog tussen leraren hierover, het expliciteren van het eigen schoolconcept en het uitvoeren van een systematische zelfonderzoek vorm te geven. ‘Kennis maken met scholen’ wil schoolleiders een handreiking bieden voor duurzame schoolontwikkeling en betekenisvolle verantwoording van de onderwijspraktijk.
Personalia
NIVOZ-Thema's:
Beknopte didactiek en instructie
€ 33,00
Met dit boek streeft de auteur een viervoudige doelstelling na. In de eerste plaats
wil hij enerzijds een voldoende wetenschappelijk verantwoorde onderbouw geven
aan – en anderzijds praktische handvatten aanreiken voor een efficiënt didactisch
handelen in een geïntegreerd perspectief: de voorbereiding (door middel van didactische
beoordeling), de implementatie in een lesdossier als basis voor uitvoering, de
uitvoering in de praktijk en de evaluatie van het doorgevoerde onderwijs- en
leerproces.
Ten tweede, wordt gekozen voor het Model van Didactische Analyse van L. Van Gelder omwille van het systemische karakter, waarin alle componenten in hun onderlinge samenhang bestudeerd worden.
Ten derde, is dit werk vooral bedoeld voor gebruik op microniveau, maar is mutatis mutandis bruikbaar op mesoniveau.
Ten slotte spitst het werk zich vooral toe op het verwerven van psychomotorische vaardigheden – leergebied waar vele andere werken overheen stappen – zonder nochtans het cognitieve en het socio-affectieve domein te verwaarlozen.
Na een inleidend hoofdstuk met terminologie en een overzicht aan onderwijskundige modellen, wordt in de acht volgende hoofdstukken telkens één component van het model van Van Gelder uitgediept. Ten slotte wordt het geheel afgesloten met het hoofdstuk over praktische voorbereiding & uitvoering.
Na zijn studies aan de Koninklijke Militaire School, startte Prof. Mylle zijn professionele loopbaan in 1969 als officier bij de Verkenningstroepen van de Belgische Strijdkrachten in Duitsland. In 1983 wordt hij verantwoordelijk voor de kaderopleiding van de Verkenningstroepen te Stockem. Aangeduid in 1985 als chef Selectie Officieren in het toenmalige Centrum voor Rekrutering en Selectie wordt hij psycholoog en volgt hij de aggregaatsopleiding. In 1990 wordt hij leerstoelhoofd Psychologie aan de Koninklijke Militaire School en doceert er, naast typisch psychologische vakken ook Didactiek. Immers, elke officier is verantwoordelijk voor de instructie en training van zijn ondergeschikten.
Ten tweede, wordt gekozen voor het Model van Didactische Analyse van L. Van Gelder omwille van het systemische karakter, waarin alle componenten in hun onderlinge samenhang bestudeerd worden.
Ten derde, is dit werk vooral bedoeld voor gebruik op microniveau, maar is mutatis mutandis bruikbaar op mesoniveau.
Ten slotte spitst het werk zich vooral toe op het verwerven van psychomotorische vaardigheden – leergebied waar vele andere werken overheen stappen – zonder nochtans het cognitieve en het socio-affectieve domein te verwaarlozen.
Na een inleidend hoofdstuk met terminologie en een overzicht aan onderwijskundige modellen, wordt in de acht volgende hoofdstukken telkens één component van het model van Van Gelder uitgediept. Ten slotte wordt het geheel afgesloten met het hoofdstuk over praktische voorbereiding & uitvoering.
Na zijn studies aan de Koninklijke Militaire School, startte Prof. Mylle zijn professionele loopbaan in 1969 als officier bij de Verkenningstroepen van de Belgische Strijdkrachten in Duitsland. In 1983 wordt hij verantwoordelijk voor de kaderopleiding van de Verkenningstroepen te Stockem. Aangeduid in 1985 als chef Selectie Officieren in het toenmalige Centrum voor Rekrutering en Selectie wordt hij psycholoog en volgt hij de aggregaatsopleiding. In 1990 wordt hij leerstoelhoofd Psychologie aan de Koninklijke Militaire School en doceert er, naast typisch psychologische vakken ook Didactiek. Immers, elke officier is verantwoordelijk voor de instructie en training van zijn ondergeschikten.
Beknopte didactiek en instructie
€ 33,00
Met dit boek streeft de auteur een viervoudige doelstelling na. In de eerste plaats
wil hij enerzijds een voldoende wetenschappelijk verantwoorde onderbouw geven
aan – en anderzijds praktische handvatten aanreiken voor een efficiënt didactisch
handelen in een geïntegreerd perspectief: de voorbereiding (door middel van didactische
beoordeling), de implementatie in een lesdossier als basis voor uitvoering, de
uitvoering in de praktijk en de evaluatie van het doorgevoerde onderwijs- en
leerproces.
Ten tweede, wordt gekozen voor het Model van Didactische Analyse van L. Van Gelder omwille van het systemische karakter, waarin alle componenten in hun onderlinge samenhang bestudeerd worden.
Ten derde, is dit werk vooral bedoeld voor gebruik op microniveau, maar is mutatis mutandis bruikbaar op mesoniveau.
Ten slotte spitst het werk zich vooral toe op het verwerven van psychomotorische vaardigheden – leergebied waar vele andere werken overheen stappen – zonder nochtans het cognitieve en het socio-affectieve domein te verwaarlozen.
Na een inleidend hoofdstuk met terminologie en een overzicht aan onderwijskundige modellen, wordt in de acht volgende hoofdstukken telkens één component van het model van Van Gelder uitgediept. Ten slotte wordt het geheel afgesloten met het hoofdstuk over praktische voorbereiding & uitvoering.
Na zijn studies aan de Koninklijke Militaire School, startte Prof. Mylle zijn professionele loopbaan in 1969 als officier bij de Verkenningstroepen van de Belgische Strijdkrachten in Duitsland. In 1983 wordt hij verantwoordelijk voor de kaderopleiding van de Verkenningstroepen te Stockem. Aangeduid in 1985 als chef Selectie Officieren in het toenmalige Centrum voor Rekrutering en Selectie wordt hij psycholoog en volgt hij de aggregaatsopleiding. In 1990 wordt hij leerstoelhoofd Psychologie aan de Koninklijke Militaire School en doceert er, naast typisch psychologische vakken ook Didactiek. Immers, elke officier is verantwoordelijk voor de instructie en training van zijn ondergeschikten.
Ten tweede, wordt gekozen voor het Model van Didactische Analyse van L. Van Gelder omwille van het systemische karakter, waarin alle componenten in hun onderlinge samenhang bestudeerd worden.
Ten derde, is dit werk vooral bedoeld voor gebruik op microniveau, maar is mutatis mutandis bruikbaar op mesoniveau.
Ten slotte spitst het werk zich vooral toe op het verwerven van psychomotorische vaardigheden – leergebied waar vele andere werken overheen stappen – zonder nochtans het cognitieve en het socio-affectieve domein te verwaarlozen.
Na een inleidend hoofdstuk met terminologie en een overzicht aan onderwijskundige modellen, wordt in de acht volgende hoofdstukken telkens één component van het model van Van Gelder uitgediept. Ten slotte wordt het geheel afgesloten met het hoofdstuk over praktische voorbereiding & uitvoering.
Na zijn studies aan de Koninklijke Militaire School, startte Prof. Mylle zijn professionele loopbaan in 1969 als officier bij de Verkenningstroepen van de Belgische Strijdkrachten in Duitsland. In 1983 wordt hij verantwoordelijk voor de kaderopleiding van de Verkenningstroepen te Stockem. Aangeduid in 1985 als chef Selectie Officieren in het toenmalige Centrum voor Rekrutering en Selectie wordt hij psycholoog en volgt hij de aggregaatsopleiding. In 1990 wordt hij leerstoelhoofd Psychologie aan de Koninklijke Militaire School en doceert er, naast typisch psychologische vakken ook Didactiek. Immers, elke officier is verantwoordelijk voor de instructie en training van zijn ondergeschikten.
Afasietherapie plus. Associatieoefeningen voor patiënten met semantische stoornissen
€ 21,60
Iedereen die werkt met mensen met afasie, wordt geconfronteerd met moeilijkheden in het
begrijpen van de betekenis van een woord. Dit boek biedt een verzameling van associatieoefeningen
voor patiënten met deze moeilijkheden, waarbij dit semantisch probleem samenhangt met de
woordvindingsmoeilijkheden. Het receptief en het productief lexicaal-semantisch niveau zijn
gestoord en de koppeling aan het woord uit de semantische velden gebeurt niet.
Deze oefengang helpt patiënten om zoekstrategieën te ontwikkelen en hen voor te bereiden op de selectie. Hij wordt in het begin zuiver receptief gehouden. In de taal is er immers een constante wisselwerking tussen receptie en productie.
De hier bijeen gebrachte oefeningen kunnen gebruikt worden voor de behandeling van patiënten met moeilijkheden in het begrijpen, als hulpmiddel bij woordvindingsstoornissen en in therapie voor geheugentraining.
Renée Reynders is verbonden aan het Ziekenhuis Oost-Limburg in Genk. Zij staat er voornamelijk in voor de diagnostiek en de therapie van patiënten met neurologische spraak- en taalstoornissen. Daarnaast werkt zij als zelfstandig therapeute. Crien Langers is betrokken bij het onderzoek en ontwerpen van didactisch materiaal voor afatici. Ze zijn beiden master in de logopedie.
Deze oefengang helpt patiënten om zoekstrategieën te ontwikkelen en hen voor te bereiden op de selectie. Hij wordt in het begin zuiver receptief gehouden. In de taal is er immers een constante wisselwerking tussen receptie en productie.
De hier bijeen gebrachte oefeningen kunnen gebruikt worden voor de behandeling van patiënten met moeilijkheden in het begrijpen, als hulpmiddel bij woordvindingsstoornissen en in therapie voor geheugentraining.
Renée Reynders is verbonden aan het Ziekenhuis Oost-Limburg in Genk. Zij staat er voornamelijk in voor de diagnostiek en de therapie van patiënten met neurologische spraak- en taalstoornissen. Daarnaast werkt zij als zelfstandig therapeute. Crien Langers is betrokken bij het onderzoek en ontwerpen van didactisch materiaal voor afatici. Ze zijn beiden master in de logopedie.
Afasietherapie plus. Associatieoefeningen voor patiënten met semantische stoornissen
€ 21,60
Iedereen die werkt met mensen met afasie, wordt geconfronteerd met moeilijkheden in het
begrijpen van de betekenis van een woord. Dit boek biedt een verzameling van associatieoefeningen
voor patiënten met deze moeilijkheden, waarbij dit semantisch probleem samenhangt met de
woordvindingsmoeilijkheden. Het receptief en het productief lexicaal-semantisch niveau zijn
gestoord en de koppeling aan het woord uit de semantische velden gebeurt niet.
Deze oefengang helpt patiënten om zoekstrategieën te ontwikkelen en hen voor te bereiden op de selectie. Hij wordt in het begin zuiver receptief gehouden. In de taal is er immers een constante wisselwerking tussen receptie en productie.
De hier bijeen gebrachte oefeningen kunnen gebruikt worden voor de behandeling van patiënten met moeilijkheden in het begrijpen, als hulpmiddel bij woordvindingsstoornissen en in therapie voor geheugentraining.
Renée Reynders is verbonden aan het Ziekenhuis Oost-Limburg in Genk. Zij staat er voornamelijk in voor de diagnostiek en de therapie van patiënten met neurologische spraak- en taalstoornissen. Daarnaast werkt zij als zelfstandig therapeute. Crien Langers is betrokken bij het onderzoek en ontwerpen van didactisch materiaal voor afatici. Ze zijn beiden master in de logopedie.
Deze oefengang helpt patiënten om zoekstrategieën te ontwikkelen en hen voor te bereiden op de selectie. Hij wordt in het begin zuiver receptief gehouden. In de taal is er immers een constante wisselwerking tussen receptie en productie.
De hier bijeen gebrachte oefeningen kunnen gebruikt worden voor de behandeling van patiënten met moeilijkheden in het begrijpen, als hulpmiddel bij woordvindingsstoornissen en in therapie voor geheugentraining.
Renée Reynders is verbonden aan het Ziekenhuis Oost-Limburg in Genk. Zij staat er voornamelijk in voor de diagnostiek en de therapie van patiënten met neurologische spraak- en taalstoornissen. Daarnaast werkt zij als zelfstandig therapeute. Crien Langers is betrokken bij het onderzoek en ontwerpen van didactisch materiaal voor afatici. Ze zijn beiden master in de logopedie.
Bouwen aan een opleiding als platform. Interactieve professionaliteit en interactieve kennisontwikkeling (Reeks Praktijk in Onderzoek, deel 1)
€ 21,90
Verbetering van onderwijs voor kwetsbare leerlingen in speciaal en regulier onderwijs ligt vooral in handen van de leraar. Als professional in onderwijs is het voor hem of haar mogelijk om onderwijs en onderzoek met elkaar te verweven. Dan pas kan er kennis geconstrueerd worden die geworteld is in de beroepspraktijk.
De kern van dit boek bestaat uit zes rapportages van onderzoek dat verricht is door kenniskringleden van het lectoraat Interactieve professionaliteit en vormen van interactieve kennisontwikkeling in de speciale onderwijszorg van Fontys OSO.
De onderzoeksrapportages vormen met de Proloog en de Epiloog een boeiend verslag van een proces dat gericht is op onderwijsver betering. Het is een uitdagend boek dat ontstaan is in de herkenbare context van ieders onderwijspraktijk.
Als geaccrediteerd opleidingsinstituut voor Master Special Educational Needs is het Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg van Fontys Hogescholen als geen ander aangewezen om met haar studenten in de context van de praktijk te werken aan verbetering van de speciale onderwijszorg.
Dit gebeurt in dialoog met alle betrokkenen. Het is een voortdurend proces van interactie tussen toepassen en ontwikkelen, tussen academische kennis en professionele kennis, tussen individuele en collectieve kennis, tussen kennis op technologisch, empirisch en ideologisch gebied en ten slotte tussen inhoudelijke kennis en methodologische kennis.
Dit boek is een uitnodiging aan professionals in onderwijs om een steentje bij te dragen. Maar vooral ook personen, die herkenning vinden in de ambitie dat er een ‘nieuwe generatie onderwijsgevenden’ moet opstaan, zijn welkom op dit platform van onderwijsontwikkeling.
Curriculum van de auteurs
De kern van dit boek bestaat uit zes rapportages van onderzoek dat verricht is door kenniskringleden van het lectoraat Interactieve professionaliteit en vormen van interactieve kennisontwikkeling in de speciale onderwijszorg van Fontys OSO.
De onderzoeksrapportages vormen met de Proloog en de Epiloog een boeiend verslag van een proces dat gericht is op onderwijsver betering. Het is een uitdagend boek dat ontstaan is in de herkenbare context van ieders onderwijspraktijk.
Als geaccrediteerd opleidingsinstituut voor Master Special Educational Needs is het Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg van Fontys Hogescholen als geen ander aangewezen om met haar studenten in de context van de praktijk te werken aan verbetering van de speciale onderwijszorg.
Dit gebeurt in dialoog met alle betrokkenen. Het is een voortdurend proces van interactie tussen toepassen en ontwikkelen, tussen academische kennis en professionele kennis, tussen individuele en collectieve kennis, tussen kennis op technologisch, empirisch en ideologisch gebied en ten slotte tussen inhoudelijke kennis en methodologische kennis.
Dit boek is een uitnodiging aan professionals in onderwijs om een steentje bij te dragen. Maar vooral ook personen, die herkenning vinden in de ambitie dat er een ‘nieuwe generatie onderwijsgevenden’ moet opstaan, zijn welkom op dit platform van onderwijsontwikkeling.
Curriculum van de auteurs
Bouwen aan een opleiding als platform. Interactieve professionaliteit en interactieve kennisontwikkeling (Reeks Praktijk in Onderzoek, deel 1)
€ 21,90
Verbetering van onderwijs voor kwetsbare leerlingen in speciaal en regulier onderwijs ligt vooral in handen van de leraar. Als professional in onderwijs is het voor hem of haar mogelijk om onderwijs en onderzoek met elkaar te verweven. Dan pas kan er kennis geconstrueerd worden die geworteld is in de beroepspraktijk.
De kern van dit boek bestaat uit zes rapportages van onderzoek dat verricht is door kenniskringleden van het lectoraat Interactieve professionaliteit en vormen van interactieve kennisontwikkeling in de speciale onderwijszorg van Fontys OSO.
De onderzoeksrapportages vormen met de Proloog en de Epiloog een boeiend verslag van een proces dat gericht is op onderwijsver betering. Het is een uitdagend boek dat ontstaan is in de herkenbare context van ieders onderwijspraktijk.
Als geaccrediteerd opleidingsinstituut voor Master Special Educational Needs is het Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg van Fontys Hogescholen als geen ander aangewezen om met haar studenten in de context van de praktijk te werken aan verbetering van de speciale onderwijszorg.
Dit gebeurt in dialoog met alle betrokkenen. Het is een voortdurend proces van interactie tussen toepassen en ontwikkelen, tussen academische kennis en professionele kennis, tussen individuele en collectieve kennis, tussen kennis op technologisch, empirisch en ideologisch gebied en ten slotte tussen inhoudelijke kennis en methodologische kennis.
Dit boek is een uitnodiging aan professionals in onderwijs om een steentje bij te dragen. Maar vooral ook personen, die herkenning vinden in de ambitie dat er een ‘nieuwe generatie onderwijsgevenden’ moet opstaan, zijn welkom op dit platform van onderwijsontwikkeling.
Curriculum van de auteurs
De kern van dit boek bestaat uit zes rapportages van onderzoek dat verricht is door kenniskringleden van het lectoraat Interactieve professionaliteit en vormen van interactieve kennisontwikkeling in de speciale onderwijszorg van Fontys OSO.
De onderzoeksrapportages vormen met de Proloog en de Epiloog een boeiend verslag van een proces dat gericht is op onderwijsver betering. Het is een uitdagend boek dat ontstaan is in de herkenbare context van ieders onderwijspraktijk.
Als geaccrediteerd opleidingsinstituut voor Master Special Educational Needs is het Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg van Fontys Hogescholen als geen ander aangewezen om met haar studenten in de context van de praktijk te werken aan verbetering van de speciale onderwijszorg.
Dit gebeurt in dialoog met alle betrokkenen. Het is een voortdurend proces van interactie tussen toepassen en ontwikkelen, tussen academische kennis en professionele kennis, tussen individuele en collectieve kennis, tussen kennis op technologisch, empirisch en ideologisch gebied en ten slotte tussen inhoudelijke kennis en methodologische kennis.
Dit boek is een uitnodiging aan professionals in onderwijs om een steentje bij te dragen. Maar vooral ook personen, die herkenning vinden in de ambitie dat er een ‘nieuwe generatie onderwijsgevenden’ moet opstaan, zijn welkom op dit platform van onderwijsontwikkeling.
Curriculum van de auteurs
Handelingsplanning in het buitengewoon onderwijs. Praktijkvoorbeelden uit het onderwijs voor kinderen met een verstandelijke beperking
€ 21,00
In het buitengewoon onderwijs geniet men, binnen een wettelijk
referentiekader van ontwikkelingsdoelen en inspanningsverplichting,
een zeer grote vrijheid. Dit biedt kansen om onderwijs
op maat te bieden; men kan het zorgaanbod flexibel en
waar mogelijk aanpassen aan de individuele hulpvraag van elke
leerling.
Een grote handelingsvrijheid heeft echter ook een keerzijde. Vaak is men als school op zoek naar bevestiging: zijn we wel goed bezig? Dit boek wil een mogelijke manier aanreiken om als school om te gaan met onderwerpen als handelingsplanning, intakegesprek, klassenraden, groepswerkplanning en individuele handelingsplanning.
Het boek bevat een CD-rom waarvan men verschillende standaarddocumenten (bijvoorbeeld een standaardintakeprotocol, een blanco groepswerkplan, voorbereidingsdocumenten voor klassenraden, … ) kan downloaden en die men vrij kan gebruiken binnen de school of pedagogische begeleiding. Deze documenten werden concreet uitgewerkt voor het buitengewoon onderwijs type 1 en 2, maar kunnen mits enkele kleine wijzigingen ook gebruikt worden binnen andere types onderwijs.
Caroline Herreweghe studeerde Pedagogische Wetenschappen – Afstudeerrichting Orthopedagogie aan de KU Leuven, en Logopedie en Audiologie aan dezelfde universiteit. Thans is zij werkzaam als orthopedagoog binnen Spes Buitengewoon Basisonderwijs (type 1 en 2) te Brussel.
Een grote handelingsvrijheid heeft echter ook een keerzijde. Vaak is men als school op zoek naar bevestiging: zijn we wel goed bezig? Dit boek wil een mogelijke manier aanreiken om als school om te gaan met onderwerpen als handelingsplanning, intakegesprek, klassenraden, groepswerkplanning en individuele handelingsplanning.
Het boek bevat een CD-rom waarvan men verschillende standaarddocumenten (bijvoorbeeld een standaardintakeprotocol, een blanco groepswerkplan, voorbereidingsdocumenten voor klassenraden, … ) kan downloaden en die men vrij kan gebruiken binnen de school of pedagogische begeleiding. Deze documenten werden concreet uitgewerkt voor het buitengewoon onderwijs type 1 en 2, maar kunnen mits enkele kleine wijzigingen ook gebruikt worden binnen andere types onderwijs.
Caroline Herreweghe studeerde Pedagogische Wetenschappen – Afstudeerrichting Orthopedagogie aan de KU Leuven, en Logopedie en Audiologie aan dezelfde universiteit. Thans is zij werkzaam als orthopedagoog binnen Spes Buitengewoon Basisonderwijs (type 1 en 2) te Brussel.
Handelingsplanning in het buitengewoon onderwijs. Praktijkvoorbeelden uit het onderwijs voor kinderen met een verstandelijke beperking
€ 21,00
In het buitengewoon onderwijs geniet men, binnen een wettelijk
referentiekader van ontwikkelingsdoelen en inspanningsverplichting,
een zeer grote vrijheid. Dit biedt kansen om onderwijs
op maat te bieden; men kan het zorgaanbod flexibel en
waar mogelijk aanpassen aan de individuele hulpvraag van elke
leerling.
Een grote handelingsvrijheid heeft echter ook een keerzijde. Vaak is men als school op zoek naar bevestiging: zijn we wel goed bezig? Dit boek wil een mogelijke manier aanreiken om als school om te gaan met onderwerpen als handelingsplanning, intakegesprek, klassenraden, groepswerkplanning en individuele handelingsplanning.
Het boek bevat een CD-rom waarvan men verschillende standaarddocumenten (bijvoorbeeld een standaardintakeprotocol, een blanco groepswerkplan, voorbereidingsdocumenten voor klassenraden, … ) kan downloaden en die men vrij kan gebruiken binnen de school of pedagogische begeleiding. Deze documenten werden concreet uitgewerkt voor het buitengewoon onderwijs type 1 en 2, maar kunnen mits enkele kleine wijzigingen ook gebruikt worden binnen andere types onderwijs.
Caroline Herreweghe studeerde Pedagogische Wetenschappen – Afstudeerrichting Orthopedagogie aan de KU Leuven, en Logopedie en Audiologie aan dezelfde universiteit. Thans is zij werkzaam als orthopedagoog binnen Spes Buitengewoon Basisonderwijs (type 1 en 2) te Brussel.
Een grote handelingsvrijheid heeft echter ook een keerzijde. Vaak is men als school op zoek naar bevestiging: zijn we wel goed bezig? Dit boek wil een mogelijke manier aanreiken om als school om te gaan met onderwerpen als handelingsplanning, intakegesprek, klassenraden, groepswerkplanning en individuele handelingsplanning.
Het boek bevat een CD-rom waarvan men verschillende standaarddocumenten (bijvoorbeeld een standaardintakeprotocol, een blanco groepswerkplan, voorbereidingsdocumenten voor klassenraden, … ) kan downloaden en die men vrij kan gebruiken binnen de school of pedagogische begeleiding. Deze documenten werden concreet uitgewerkt voor het buitengewoon onderwijs type 1 en 2, maar kunnen mits enkele kleine wijzigingen ook gebruikt worden binnen andere types onderwijs.
Caroline Herreweghe studeerde Pedagogische Wetenschappen – Afstudeerrichting Orthopedagogie aan de KU Leuven, en Logopedie en Audiologie aan dezelfde universiteit. Thans is zij werkzaam als orthopedagoog binnen Spes Buitengewoon Basisonderwijs (type 1 en 2) te Brussel.
Psychose, een blik op behandeling
€ 18,90
Psychose is een ernstige aandoening. Alvorens
de patiënt en zijn familie de stoornis kunnen
integreren in hun leven, moeten verwachtingen
worden aangepast en levensdoelen herschikt.
Vaak is het een weg van vallen en opstaan, hopen en ontgoocheld worden en langzamerhand ontdekken wat het betekent, langzamerhand aanvaarden.
Op deze moeilijke weg zijn de behandelaars compagnons die meegaan, ondersteunen en aanmoedigen, maar tegelijk de realiteit niet ontkennen.
Dit boek bespreekt de weg van de klinische behandeling voor psychose. Immers, patiënten maken meer kans op remissie wanneer zij de psychose leren kennen in al zijn aspecten en manieren ontdekken om de psychose een plaats te geven in hun leven.
Marie-Josée Peeters is als psychiater verbonden aan het Psychiatrisch Ziekenhuis Stuivenberg in Antwerpen. Ook de andere auteurs – Kirsten Catthoor, Lynn Charrin, Chantal Colin, Yves Dermonden, Karin Magits, Katelijne Pierré, Gerda Van Roost en Ilse Voets – zijn allen werkzaam bij de psychosezorg van PZ Stuivenberg.
Vaak is het een weg van vallen en opstaan, hopen en ontgoocheld worden en langzamerhand ontdekken wat het betekent, langzamerhand aanvaarden.
Op deze moeilijke weg zijn de behandelaars compagnons die meegaan, ondersteunen en aanmoedigen, maar tegelijk de realiteit niet ontkennen.
Dit boek bespreekt de weg van de klinische behandeling voor psychose. Immers, patiënten maken meer kans op remissie wanneer zij de psychose leren kennen in al zijn aspecten en manieren ontdekken om de psychose een plaats te geven in hun leven.
Marie-Josée Peeters is als psychiater verbonden aan het Psychiatrisch Ziekenhuis Stuivenberg in Antwerpen. Ook de andere auteurs – Kirsten Catthoor, Lynn Charrin, Chantal Colin, Yves Dermonden, Karin Magits, Katelijne Pierré, Gerda Van Roost en Ilse Voets – zijn allen werkzaam bij de psychosezorg van PZ Stuivenberg.
Psychose, een blik op behandeling
€ 18,90
Psychose is een ernstige aandoening. Alvorens
de patiënt en zijn familie de stoornis kunnen
integreren in hun leven, moeten verwachtingen
worden aangepast en levensdoelen herschikt.
Vaak is het een weg van vallen en opstaan, hopen en ontgoocheld worden en langzamerhand ontdekken wat het betekent, langzamerhand aanvaarden.
Op deze moeilijke weg zijn de behandelaars compagnons die meegaan, ondersteunen en aanmoedigen, maar tegelijk de realiteit niet ontkennen.
Dit boek bespreekt de weg van de klinische behandeling voor psychose. Immers, patiënten maken meer kans op remissie wanneer zij de psychose leren kennen in al zijn aspecten en manieren ontdekken om de psychose een plaats te geven in hun leven.
Marie-Josée Peeters is als psychiater verbonden aan het Psychiatrisch Ziekenhuis Stuivenberg in Antwerpen. Ook de andere auteurs – Kirsten Catthoor, Lynn Charrin, Chantal Colin, Yves Dermonden, Karin Magits, Katelijne Pierré, Gerda Van Roost en Ilse Voets – zijn allen werkzaam bij de psychosezorg van PZ Stuivenberg.
Vaak is het een weg van vallen en opstaan, hopen en ontgoocheld worden en langzamerhand ontdekken wat het betekent, langzamerhand aanvaarden.
Op deze moeilijke weg zijn de behandelaars compagnons die meegaan, ondersteunen en aanmoedigen, maar tegelijk de realiteit niet ontkennen.
Dit boek bespreekt de weg van de klinische behandeling voor psychose. Immers, patiënten maken meer kans op remissie wanneer zij de psychose leren kennen in al zijn aspecten en manieren ontdekken om de psychose een plaats te geven in hun leven.
Marie-Josée Peeters is als psychiater verbonden aan het Psychiatrisch Ziekenhuis Stuivenberg in Antwerpen. Ook de andere auteurs – Kirsten Catthoor, Lynn Charrin, Chantal Colin, Yves Dermonden, Karin Magits, Katelijne Pierré, Gerda Van Roost en Ilse Voets – zijn allen werkzaam bij de psychosezorg van PZ Stuivenberg.

George Sand: Lélia. “Een roman die rook naar modder en naar prostitutie”. De herschreven roman
€ 34,90
Dit essay is gewijd aan de meest intrigerende en ongetwijfeld ook meest experimentele roman die de
beroemde Franse schrijfster George Sand (1804-1876) uit haar pen heeft laten vloeien, Lélia, waarvan ze
zélf zei, dat hij diende te worden beschouwd als “het meest stoutmoedige en meest loyale project dat ze
ooit had ondernomen”. Ofschoon Sand enkele romans heeft geschreven waarvan twee versies bestaan -
namelijk Indiana, Leone Leoni, Mauprat en Spiridion - lijkt dáár, in de tweede versie, alleen maar een
wijziging te zijn aangebracht voor wat de ontknoping van de roman betreft. Lélia is het enige werk dat van
onder tot boven werd herschreven!
Het essay stelt zich tot doel de diverse betekenislagen bloot te leggen die in beide versies van deze uiterst gelaagde en enigszins bevreemdende “mystieke roman” kunnen worden onderkend. Het ambieert daarenboven de diverse determinanten in kaart te brengen die vermoedelijk aan de basis hebben gelegen van het zo grondig herschrijven van een roman, die in zijn eerste worp een storm van verontwaardiging heeft opgeroepen.
Het verschaft niet alleen een inkijk in het schrijfatelier van George Sand; het biedt tegelijk een zicht op de persoonlijke evolutie van een auteur, die op een moedige wijze, en met alle middelen, de grenzen van moraal, politiek, respect, engagement, van seksualiteit en van normen en waarden heeft durven verkennen.<brW Tevens biedt het een zicht op een belangrijk tijdvak, met name op de onderhuidse krachten die in het Frankrijk na de Revolutie van 1830, onder het regime van de burgerkoning Louis-Philippe, werkzaam waren en die het land en zijn typische negentiende-eeuwse klassenmaatschappij naar de vooravond van de Revolutie van 1848 voerden, die tot een volledig nieuw régime aanleiding zou geven.
Jan Godderis is gewoon hoogleraar aan de Faculteit der Geneeskunde van de K.U.Leuven. Hij doceert er de vakken psychiatrie, geschiedenis van de geneeskunde en cultuurgeschiedenis van de seksualiteit. Van hem verschenen onder meer: Gerontopsychiatrie (1985), Galenos over psychische stoornissen (1988), Antieke geneeskunde over lichaamskwalen en psychische stoornissen van de oude dag (1989), Bijdragen tot de geschiedenis van de begripsontwikkeling in de psychiatrie en de geneeskunde (1990), Handboek geriatrische psychiatrie (cs., 1992), De beste arts zij ook een filosoof? Plato’s opvattingen over de geneeskunde (1997), Naar de sterren kijken. Plato - De menselijke dwaasheid en haar medicijn (1997), “Een arts is vele andere mensen waard”. Inleiding tot de antieke geneeskunde (1999), Kan men een hemel klaren, even zwart als drek? Historische, psychiatrische en fenomenologisch-antropologische beschouwingen over depressie en melancholie (2000), Bestaan dingen alleen als men ze ziet? Historische, fenomenologischpsychiatrische en metapsychologische reflecties inzake de waarneming, de verbeelding en het hallucineren (2001), En mijn verrukking neemt geen end. Cultuurhistorische reflecties over drugs, roes, verbeelding en creativiteit (2004), Eed van Hippokrátês. Historische beschouwingen inzake de opdracht en de begrenzingen van het medisch handelen (2005), De Hippocratische geneeskunde in al haar staten. Reflecties over gezondheid en ziekte onder ’t zachte fluisteren van de plataan (2005), “Weer siddert in mij de liefde die het lichaam sloopt”. Sapphô van Lésbos blijft brandend (2006), Immanuel Kant over de ziekten van het hoofd. “Versuch über die Krankheiten des Kopfes”. Nederlandse vertaling met annotaties en commentaar (2006), “Mooi omkranste Aphrodítê die van Cyprus liefdes toverscepter zwaait”. Seksualiteit en erotiek in het antieke Hellas (2007) en Galênós van Pérgamon over de passies en vergissingen van de ziel (2008).
Het essay stelt zich tot doel de diverse betekenislagen bloot te leggen die in beide versies van deze uiterst gelaagde en enigszins bevreemdende “mystieke roman” kunnen worden onderkend. Het ambieert daarenboven de diverse determinanten in kaart te brengen die vermoedelijk aan de basis hebben gelegen van het zo grondig herschrijven van een roman, die in zijn eerste worp een storm van verontwaardiging heeft opgeroepen.
Het verschaft niet alleen een inkijk in het schrijfatelier van George Sand; het biedt tegelijk een zicht op de persoonlijke evolutie van een auteur, die op een moedige wijze, en met alle middelen, de grenzen van moraal, politiek, respect, engagement, van seksualiteit en van normen en waarden heeft durven verkennen.<brW Tevens biedt het een zicht op een belangrijk tijdvak, met name op de onderhuidse krachten die in het Frankrijk na de Revolutie van 1830, onder het regime van de burgerkoning Louis-Philippe, werkzaam waren en die het land en zijn typische negentiende-eeuwse klassenmaatschappij naar de vooravond van de Revolutie van 1848 voerden, die tot een volledig nieuw régime aanleiding zou geven.
Jan Godderis is gewoon hoogleraar aan de Faculteit der Geneeskunde van de K.U.Leuven. Hij doceert er de vakken psychiatrie, geschiedenis van de geneeskunde en cultuurgeschiedenis van de seksualiteit. Van hem verschenen onder meer: Gerontopsychiatrie (1985), Galenos over psychische stoornissen (1988), Antieke geneeskunde over lichaamskwalen en psychische stoornissen van de oude dag (1989), Bijdragen tot de geschiedenis van de begripsontwikkeling in de psychiatrie en de geneeskunde (1990), Handboek geriatrische psychiatrie (cs., 1992), De beste arts zij ook een filosoof? Plato’s opvattingen over de geneeskunde (1997), Naar de sterren kijken. Plato - De menselijke dwaasheid en haar medicijn (1997), “Een arts is vele andere mensen waard”. Inleiding tot de antieke geneeskunde (1999), Kan men een hemel klaren, even zwart als drek? Historische, psychiatrische en fenomenologisch-antropologische beschouwingen over depressie en melancholie (2000), Bestaan dingen alleen als men ze ziet? Historische, fenomenologischpsychiatrische en metapsychologische reflecties inzake de waarneming, de verbeelding en het hallucineren (2001), En mijn verrukking neemt geen end. Cultuurhistorische reflecties over drugs, roes, verbeelding en creativiteit (2004), Eed van Hippokrátês. Historische beschouwingen inzake de opdracht en de begrenzingen van het medisch handelen (2005), De Hippocratische geneeskunde in al haar staten. Reflecties over gezondheid en ziekte onder ’t zachte fluisteren van de plataan (2005), “Weer siddert in mij de liefde die het lichaam sloopt”. Sapphô van Lésbos blijft brandend (2006), Immanuel Kant over de ziekten van het hoofd. “Versuch über die Krankheiten des Kopfes”. Nederlandse vertaling met annotaties en commentaar (2006), “Mooi omkranste Aphrodítê die van Cyprus liefdes toverscepter zwaait”. Seksualiteit en erotiek in het antieke Hellas (2007) en Galênós van Pérgamon over de passies en vergissingen van de ziel (2008).

George Sand: Lélia. “Een roman die rook naar modder en naar prostitutie”. De herschreven roman
€ 34,90
Dit essay is gewijd aan de meest intrigerende en ongetwijfeld ook meest experimentele roman die de
beroemde Franse schrijfster George Sand (1804-1876) uit haar pen heeft laten vloeien, Lélia, waarvan ze
zélf zei, dat hij diende te worden beschouwd als “het meest stoutmoedige en meest loyale project dat ze
ooit had ondernomen”. Ofschoon Sand enkele romans heeft geschreven waarvan twee versies bestaan -
namelijk Indiana, Leone Leoni, Mauprat en Spiridion - lijkt dáár, in de tweede versie, alleen maar een
wijziging te zijn aangebracht voor wat de ontknoping van de roman betreft. Lélia is het enige werk dat van
onder tot boven werd herschreven!
Het essay stelt zich tot doel de diverse betekenislagen bloot te leggen die in beide versies van deze uiterst gelaagde en enigszins bevreemdende “mystieke roman” kunnen worden onderkend. Het ambieert daarenboven de diverse determinanten in kaart te brengen die vermoedelijk aan de basis hebben gelegen van het zo grondig herschrijven van een roman, die in zijn eerste worp een storm van verontwaardiging heeft opgeroepen.
Het verschaft niet alleen een inkijk in het schrijfatelier van George Sand; het biedt tegelijk een zicht op de persoonlijke evolutie van een auteur, die op een moedige wijze, en met alle middelen, de grenzen van moraal, politiek, respect, engagement, van seksualiteit en van normen en waarden heeft durven verkennen.<brW Tevens biedt het een zicht op een belangrijk tijdvak, met name op de onderhuidse krachten die in het Frankrijk na de Revolutie van 1830, onder het regime van de burgerkoning Louis-Philippe, werkzaam waren en die het land en zijn typische negentiende-eeuwse klassenmaatschappij naar de vooravond van de Revolutie van 1848 voerden, die tot een volledig nieuw régime aanleiding zou geven.
Jan Godderis is gewoon hoogleraar aan de Faculteit der Geneeskunde van de K.U.Leuven. Hij doceert er de vakken psychiatrie, geschiedenis van de geneeskunde en cultuurgeschiedenis van de seksualiteit. Van hem verschenen onder meer: Gerontopsychiatrie (1985), Galenos over psychische stoornissen (1988), Antieke geneeskunde over lichaamskwalen en psychische stoornissen van de oude dag (1989), Bijdragen tot de geschiedenis van de begripsontwikkeling in de psychiatrie en de geneeskunde (1990), Handboek geriatrische psychiatrie (cs., 1992), De beste arts zij ook een filosoof? Plato’s opvattingen over de geneeskunde (1997), Naar de sterren kijken. Plato - De menselijke dwaasheid en haar medicijn (1997), “Een arts is vele andere mensen waard”. Inleiding tot de antieke geneeskunde (1999), Kan men een hemel klaren, even zwart als drek? Historische, psychiatrische en fenomenologisch-antropologische beschouwingen over depressie en melancholie (2000), Bestaan dingen alleen als men ze ziet? Historische, fenomenologischpsychiatrische en metapsychologische reflecties inzake de waarneming, de verbeelding en het hallucineren (2001), En mijn verrukking neemt geen end. Cultuurhistorische reflecties over drugs, roes, verbeelding en creativiteit (2004), Eed van Hippokrátês. Historische beschouwingen inzake de opdracht en de begrenzingen van het medisch handelen (2005), De Hippocratische geneeskunde in al haar staten. Reflecties over gezondheid en ziekte onder ’t zachte fluisteren van de plataan (2005), “Weer siddert in mij de liefde die het lichaam sloopt”. Sapphô van Lésbos blijft brandend (2006), Immanuel Kant over de ziekten van het hoofd. “Versuch über die Krankheiten des Kopfes”. Nederlandse vertaling met annotaties en commentaar (2006), “Mooi omkranste Aphrodítê die van Cyprus liefdes toverscepter zwaait”. Seksualiteit en erotiek in het antieke Hellas (2007) en Galênós van Pérgamon over de passies en vergissingen van de ziel (2008).
Het essay stelt zich tot doel de diverse betekenislagen bloot te leggen die in beide versies van deze uiterst gelaagde en enigszins bevreemdende “mystieke roman” kunnen worden onderkend. Het ambieert daarenboven de diverse determinanten in kaart te brengen die vermoedelijk aan de basis hebben gelegen van het zo grondig herschrijven van een roman, die in zijn eerste worp een storm van verontwaardiging heeft opgeroepen.
Het verschaft niet alleen een inkijk in het schrijfatelier van George Sand; het biedt tegelijk een zicht op de persoonlijke evolutie van een auteur, die op een moedige wijze, en met alle middelen, de grenzen van moraal, politiek, respect, engagement, van seksualiteit en van normen en waarden heeft durven verkennen.<brW Tevens biedt het een zicht op een belangrijk tijdvak, met name op de onderhuidse krachten die in het Frankrijk na de Revolutie van 1830, onder het regime van de burgerkoning Louis-Philippe, werkzaam waren en die het land en zijn typische negentiende-eeuwse klassenmaatschappij naar de vooravond van de Revolutie van 1848 voerden, die tot een volledig nieuw régime aanleiding zou geven.
Jan Godderis is gewoon hoogleraar aan de Faculteit der Geneeskunde van de K.U.Leuven. Hij doceert er de vakken psychiatrie, geschiedenis van de geneeskunde en cultuurgeschiedenis van de seksualiteit. Van hem verschenen onder meer: Gerontopsychiatrie (1985), Galenos over psychische stoornissen (1988), Antieke geneeskunde over lichaamskwalen en psychische stoornissen van de oude dag (1989), Bijdragen tot de geschiedenis van de begripsontwikkeling in de psychiatrie en de geneeskunde (1990), Handboek geriatrische psychiatrie (cs., 1992), De beste arts zij ook een filosoof? Plato’s opvattingen over de geneeskunde (1997), Naar de sterren kijken. Plato - De menselijke dwaasheid en haar medicijn (1997), “Een arts is vele andere mensen waard”. Inleiding tot de antieke geneeskunde (1999), Kan men een hemel klaren, even zwart als drek? Historische, psychiatrische en fenomenologisch-antropologische beschouwingen over depressie en melancholie (2000), Bestaan dingen alleen als men ze ziet? Historische, fenomenologischpsychiatrische en metapsychologische reflecties inzake de waarneming, de verbeelding en het hallucineren (2001), En mijn verrukking neemt geen end. Cultuurhistorische reflecties over drugs, roes, verbeelding en creativiteit (2004), Eed van Hippokrátês. Historische beschouwingen inzake de opdracht en de begrenzingen van het medisch handelen (2005), De Hippocratische geneeskunde in al haar staten. Reflecties over gezondheid en ziekte onder ’t zachte fluisteren van de plataan (2005), “Weer siddert in mij de liefde die het lichaam sloopt”. Sapphô van Lésbos blijft brandend (2006), Immanuel Kant over de ziekten van het hoofd. “Versuch über die Krankheiten des Kopfes”. Nederlandse vertaling met annotaties en commentaar (2006), “Mooi omkranste Aphrodítê die van Cyprus liefdes toverscepter zwaait”. Seksualiteit en erotiek in het antieke Hellas (2007) en Galênós van Pérgamon over de passies en vergissingen van de ziel (2008).
Van de zuster, de dokter en het leven dat voorbijgaat. Zorgprofessionals in confrontatie met sterven, dood en rouw. (Catharina-Reeks, nr. 1)
€ 15,90
Het ziekenhuis is de scène waar zich dagelijks een groot, complex, menselijk
en professioneel drama voltrekt. ''De zuster, de dokter en het leven dat
voorbijgaat'' spelen hierin een centrale rol. De rol van “het leven dat voorbijgaat”
is te verstaan in zijn onherroepelijke betekenis.
Het gaat hier niet om de dagelijkse stroom van patiënten en hun naasten in en uit het ziekenhuis, maar om het verlies van leven: de dood van een patiënt. Wat gebeurt er met en tussen de andere spelers wanneer de dood op het toneel verschijnt?
Hoe gaan artsen en verpleegkundigen om met verlies? Wat doet de dood met hen zelf? Wat vergt het van hen om deze confrontatie aan te moeten gaan? Worden gedachten en gevoelens hieromtrent door professionals levendig gedeeld of wordt het leven dat voorbijgaat doodgezwegen? De dood is een lastige tegenspeler. Hoe gaat ieder karakter in zijn eigen rol daarmee om? En hoe kan de een de ander daarbij van dienst zijn? Kennen professionele medemensen in hun werk ook rouw en hoe komen ze dan tot verwerking? Uiteindelijk gaat het er om dat zij hun rol zo goed mogelijk kunnen vervullen ten behoeve van de echte hoofdrolspelers, de patiënt en haar of zijn naasten.
Deze thematiek wordt benaderd vanuit het contextuele denken, ontwikkeld door de Hongaars-Amerikaanse psychiater en gezinstherapeut Ivan Boszormenyi-Nagy. Centrale begrippen uit het contextuele gedachtegoed worden toegepast op de professionele zorgrelatie.
Daarbij gaat het om begrippen als het zoeken naar balans tussen geven en ontvangen en het werken vanuit meerzijdige partijdigheid. Na het theoretische gedeelte volgen een reeks verhalen uit de praktijk. Artsen en verpleegkundigen vertellen over het eigen beroepsmatige omgaan met sterven, dood en rouw. Hun ervaringen en inzichten maken de contextuele beschouwingen over dit thema heel concreet.
Koen Jordens studeerde godsdienstwetenschappen en theologie in Leuven en volgde pastorale vorming in Tilburg. Hij werkte als basispastor in Zeeuws-Vlaanderen en als dekenaal coördinator van Zeeland. Sinds 2004 is hij geestelijk verzorger in het Catharina-ziekenhuis Eindhoven. Zijn opleiding tot contextueel hulpverlener gaf aanleiding tot het schrijven van dit boek.
Dit boek is het eerste deel in de Catharina-reeks (Levensbeschouwing en ethiek in de gezondheidszorg):
Het gaat hier niet om de dagelijkse stroom van patiënten en hun naasten in en uit het ziekenhuis, maar om het verlies van leven: de dood van een patiënt. Wat gebeurt er met en tussen de andere spelers wanneer de dood op het toneel verschijnt?
Hoe gaan artsen en verpleegkundigen om met verlies? Wat doet de dood met hen zelf? Wat vergt het van hen om deze confrontatie aan te moeten gaan? Worden gedachten en gevoelens hieromtrent door professionals levendig gedeeld of wordt het leven dat voorbijgaat doodgezwegen? De dood is een lastige tegenspeler. Hoe gaat ieder karakter in zijn eigen rol daarmee om? En hoe kan de een de ander daarbij van dienst zijn? Kennen professionele medemensen in hun werk ook rouw en hoe komen ze dan tot verwerking? Uiteindelijk gaat het er om dat zij hun rol zo goed mogelijk kunnen vervullen ten behoeve van de echte hoofdrolspelers, de patiënt en haar of zijn naasten.
Deze thematiek wordt benaderd vanuit het contextuele denken, ontwikkeld door de Hongaars-Amerikaanse psychiater en gezinstherapeut Ivan Boszormenyi-Nagy. Centrale begrippen uit het contextuele gedachtegoed worden toegepast op de professionele zorgrelatie.
Daarbij gaat het om begrippen als het zoeken naar balans tussen geven en ontvangen en het werken vanuit meerzijdige partijdigheid. Na het theoretische gedeelte volgen een reeks verhalen uit de praktijk. Artsen en verpleegkundigen vertellen over het eigen beroepsmatige omgaan met sterven, dood en rouw. Hun ervaringen en inzichten maken de contextuele beschouwingen over dit thema heel concreet.
Koen Jordens studeerde godsdienstwetenschappen en theologie in Leuven en volgde pastorale vorming in Tilburg. Hij werkte als basispastor in Zeeuws-Vlaanderen en als dekenaal coördinator van Zeeland. Sinds 2004 is hij geestelijk verzorger in het Catharina-ziekenhuis Eindhoven. Zijn opleiding tot contextueel hulpverlener gaf aanleiding tot het schrijven van dit boek.
Dit boek is het eerste deel in de Catharina-reeks (Levensbeschouwing en ethiek in de gezondheidszorg):
Van de zuster, de dokter en het leven dat voorbijgaat. Zorgprofessionals in confrontatie met sterven, dood en rouw. (Catharina-Reeks, nr. 1)
€ 15,90
Het ziekenhuis is de scène waar zich dagelijks een groot, complex, menselijk
en professioneel drama voltrekt. ''De zuster, de dokter en het leven dat
voorbijgaat'' spelen hierin een centrale rol. De rol van “het leven dat voorbijgaat”
is te verstaan in zijn onherroepelijke betekenis.
Het gaat hier niet om de dagelijkse stroom van patiënten en hun naasten in en uit het ziekenhuis, maar om het verlies van leven: de dood van een patiënt. Wat gebeurt er met en tussen de andere spelers wanneer de dood op het toneel verschijnt?
Hoe gaan artsen en verpleegkundigen om met verlies? Wat doet de dood met hen zelf? Wat vergt het van hen om deze confrontatie aan te moeten gaan? Worden gedachten en gevoelens hieromtrent door professionals levendig gedeeld of wordt het leven dat voorbijgaat doodgezwegen? De dood is een lastige tegenspeler. Hoe gaat ieder karakter in zijn eigen rol daarmee om? En hoe kan de een de ander daarbij van dienst zijn? Kennen professionele medemensen in hun werk ook rouw en hoe komen ze dan tot verwerking? Uiteindelijk gaat het er om dat zij hun rol zo goed mogelijk kunnen vervullen ten behoeve van de echte hoofdrolspelers, de patiënt en haar of zijn naasten.
Deze thematiek wordt benaderd vanuit het contextuele denken, ontwikkeld door de Hongaars-Amerikaanse psychiater en gezinstherapeut Ivan Boszormenyi-Nagy. Centrale begrippen uit het contextuele gedachtegoed worden toegepast op de professionele zorgrelatie.
Daarbij gaat het om begrippen als het zoeken naar balans tussen geven en ontvangen en het werken vanuit meerzijdige partijdigheid. Na het theoretische gedeelte volgen een reeks verhalen uit de praktijk. Artsen en verpleegkundigen vertellen over het eigen beroepsmatige omgaan met sterven, dood en rouw. Hun ervaringen en inzichten maken de contextuele beschouwingen over dit thema heel concreet.
Koen Jordens studeerde godsdienstwetenschappen en theologie in Leuven en volgde pastorale vorming in Tilburg. Hij werkte als basispastor in Zeeuws-Vlaanderen en als dekenaal coördinator van Zeeland. Sinds 2004 is hij geestelijk verzorger in het Catharina-ziekenhuis Eindhoven. Zijn opleiding tot contextueel hulpverlener gaf aanleiding tot het schrijven van dit boek.
Dit boek is het eerste deel in de Catharina-reeks (Levensbeschouwing en ethiek in de gezondheidszorg):
Het gaat hier niet om de dagelijkse stroom van patiënten en hun naasten in en uit het ziekenhuis, maar om het verlies van leven: de dood van een patiënt. Wat gebeurt er met en tussen de andere spelers wanneer de dood op het toneel verschijnt?
Hoe gaan artsen en verpleegkundigen om met verlies? Wat doet de dood met hen zelf? Wat vergt het van hen om deze confrontatie aan te moeten gaan? Worden gedachten en gevoelens hieromtrent door professionals levendig gedeeld of wordt het leven dat voorbijgaat doodgezwegen? De dood is een lastige tegenspeler. Hoe gaat ieder karakter in zijn eigen rol daarmee om? En hoe kan de een de ander daarbij van dienst zijn? Kennen professionele medemensen in hun werk ook rouw en hoe komen ze dan tot verwerking? Uiteindelijk gaat het er om dat zij hun rol zo goed mogelijk kunnen vervullen ten behoeve van de echte hoofdrolspelers, de patiënt en haar of zijn naasten.
Deze thematiek wordt benaderd vanuit het contextuele denken, ontwikkeld door de Hongaars-Amerikaanse psychiater en gezinstherapeut Ivan Boszormenyi-Nagy. Centrale begrippen uit het contextuele gedachtegoed worden toegepast op de professionele zorgrelatie.
Daarbij gaat het om begrippen als het zoeken naar balans tussen geven en ontvangen en het werken vanuit meerzijdige partijdigheid. Na het theoretische gedeelte volgen een reeks verhalen uit de praktijk. Artsen en verpleegkundigen vertellen over het eigen beroepsmatige omgaan met sterven, dood en rouw. Hun ervaringen en inzichten maken de contextuele beschouwingen over dit thema heel concreet.
Koen Jordens studeerde godsdienstwetenschappen en theologie in Leuven en volgde pastorale vorming in Tilburg. Hij werkte als basispastor in Zeeuws-Vlaanderen en als dekenaal coördinator van Zeeland. Sinds 2004 is hij geestelijk verzorger in het Catharina-ziekenhuis Eindhoven. Zijn opleiding tot contextueel hulpverlener gaf aanleiding tot het schrijven van dit boek.
Dit boek is het eerste deel in de Catharina-reeks (Levensbeschouwing en ethiek in de gezondheidszorg):

DOK – Dossier Output & Kwaliteitsbewaking – Frans – Toets eindtermen Lezen (set van 5 ex.)
€ 11,00
In dit boekje staan de vragen en opdrachten van de toets
Eindtermen Frans-lezen .
Het dient uitsluitend om de opgaven te lezen. Er zijn zoveel exemplaren nodig als leerlingen in de klas. Ze worden bezorgd in sets van 5 exemplaren.
Het dient uitsluitend om de opgaven te lezen. Er zijn zoveel exemplaren nodig als leerlingen in de klas. Ze worden bezorgd in sets van 5 exemplaren.

DOK – Dossier Output & Kwaliteitsbewaking – Frans – Toets eindtermen Lezen (set van 5 ex.)
€ 11,00
In dit boekje staan de vragen en opdrachten van de toets
Eindtermen Frans-lezen .
Het dient uitsluitend om de opgaven te lezen. Er zijn zoveel exemplaren nodig als leerlingen in de klas. Ze worden bezorgd in sets van 5 exemplaren.
Het dient uitsluitend om de opgaven te lezen. Er zijn zoveel exemplaren nodig als leerlingen in de klas. Ze worden bezorgd in sets van 5 exemplaren.
Tips voor lesgevers. Suggesties voor meer werkplezier
€ 23,00
Leerlingen blijven maar een paar jaar op school, leerkrachten hun hele
leven. Leerkrachten hebben er dan ook alles voor over om hun job goed
te doen.
Vaak zijn leerkrachten niet geholpen met overwegend theoretische informatie
die ze zelf moeten omzetten in praktisch handelen. Meteen
bruikbare tips zijn dikwijls veel handiger en ze werken sneller. Maar die
tips moeten dan wel in een kader zijn geplaatst en onderbouwd.
Dit boek brengt weldoordachte tips bij elkaar, vanuit vragen van leraren en uit de ervaring van de auteurs als lerarenopleider. Sommige tips behoeven maar een korte overdenking, misschien op de fiets op weg naar de school. Andere vragen meer denkwerk en voor nog andere is enige voorstudie en overleg nodig. Een deel hiervan levert een specifieke bijdrage tot het zelfstandig leren van de leerlingen. De auteurs hebben heel wat zelfkritiek, getuige de vele cartoons.
Hans de Waard en Daan King doceerden tot voor kort aan de Afdeling Onderwijskunde van de Hogeschool Rotterdam. Daan King is nu trainer van docenten aan deze Hogeschool en Hans de Waard is trainer/adviseur in en buiten het onderwijs.
Dit boek brengt weldoordachte tips bij elkaar, vanuit vragen van leraren en uit de ervaring van de auteurs als lerarenopleider. Sommige tips behoeven maar een korte overdenking, misschien op de fiets op weg naar de school. Andere vragen meer denkwerk en voor nog andere is enige voorstudie en overleg nodig. Een deel hiervan levert een specifieke bijdrage tot het zelfstandig leren van de leerlingen. De auteurs hebben heel wat zelfkritiek, getuige de vele cartoons.
Hans de Waard en Daan King doceerden tot voor kort aan de Afdeling Onderwijskunde van de Hogeschool Rotterdam. Daan King is nu trainer van docenten aan deze Hogeschool en Hans de Waard is trainer/adviseur in en buiten het onderwijs.
Tips voor lesgevers. Suggesties voor meer werkplezier
€ 23,00
Leerlingen blijven maar een paar jaar op school, leerkrachten hun hele
leven. Leerkrachten hebben er dan ook alles voor over om hun job goed
te doen.
Vaak zijn leerkrachten niet geholpen met overwegend theoretische informatie
die ze zelf moeten omzetten in praktisch handelen. Meteen
bruikbare tips zijn dikwijls veel handiger en ze werken sneller. Maar die
tips moeten dan wel in een kader zijn geplaatst en onderbouwd.
Dit boek brengt weldoordachte tips bij elkaar, vanuit vragen van leraren en uit de ervaring van de auteurs als lerarenopleider. Sommige tips behoeven maar een korte overdenking, misschien op de fiets op weg naar de school. Andere vragen meer denkwerk en voor nog andere is enige voorstudie en overleg nodig. Een deel hiervan levert een specifieke bijdrage tot het zelfstandig leren van de leerlingen. De auteurs hebben heel wat zelfkritiek, getuige de vele cartoons.
Hans de Waard en Daan King doceerden tot voor kort aan de Afdeling Onderwijskunde van de Hogeschool Rotterdam. Daan King is nu trainer van docenten aan deze Hogeschool en Hans de Waard is trainer/adviseur in en buiten het onderwijs.
Dit boek brengt weldoordachte tips bij elkaar, vanuit vragen van leraren en uit de ervaring van de auteurs als lerarenopleider. Sommige tips behoeven maar een korte overdenking, misschien op de fiets op weg naar de school. Andere vragen meer denkwerk en voor nog andere is enige voorstudie en overleg nodig. Een deel hiervan levert een specifieke bijdrage tot het zelfstandig leren van de leerlingen. De auteurs hebben heel wat zelfkritiek, getuige de vele cartoons.
Hans de Waard en Daan King doceerden tot voor kort aan de Afdeling Onderwijskunde van de Hogeschool Rotterdam. Daan King is nu trainer van docenten aan deze Hogeschool en Hans de Waard is trainer/adviseur in en buiten het onderwijs.


