Lief en leed 4. Seks en relaties anders bekeken
Centraal in deze editie staat het debat over de seksualisering van de samenleving. Waarover gaat dit debat precies en wat is de betekenis ervan? Wie neemt welk standpunt in en welke argumenten gooit men daarbij in de strijd? Maar vooral: Wat wéten we nu al over die seksualisering? Hoe reëel is ze, en hoe problematisch? Wat zijn de effecten ervan op jongeren bijvoorbeeld? En hoe ga je daar als samenleving mee om? Veel vragen, waarop we een keur van auteurs loslieten voor u.
Verder is er Jean-Jacques Amy met een stuk over syfilis in de 15e eeuw, Aernout Zevenbergen over eer en aids in Afrika, Erika Frans over het beoordelen van seksueel (grensoverschrijdend) gedrag van kinderen en jongeren, Rudi Bleys over seksuele cultuur in Brazilië en het homoseksueel zelfbeeld na de aidscrisis én een interview met twee van de founding mothers van Dolle Mina: Ida Dequeecker en Chantal De Smet.
Nog niet genoeg? Welaan dan. Performancepoëet Stijn Vranken schreef exclusief voor Lief en Leed enkele straffe gedichten en er is een uitgebreid luik ‘cultuur & media’ dit jaar, met bijdragen van onder andere Jan Temmerman (film), Katrien Jacobs (internet) en Pia Fraus (literatuur). We starten met de terugblik op interessant en opvallend nieuws over seksuele gezondheid en emancipatie uit 2008.
Santé!
Deze uitgave is een initiatief van Sensoa, Vlaams service- en expertisecentrum voor seksuele gezondheid en hiv.
Lief en leed 4. Seks en relaties anders bekeken
Centraal in deze editie staat het debat over de seksualisering van de samenleving. Waarover gaat dit debat precies en wat is de betekenis ervan? Wie neemt welk standpunt in en welke argumenten gooit men daarbij in de strijd? Maar vooral: Wat wéten we nu al over die seksualisering? Hoe reëel is ze, en hoe problematisch? Wat zijn de effecten ervan op jongeren bijvoorbeeld? En hoe ga je daar als samenleving mee om? Veel vragen, waarop we een keur van auteurs loslieten voor u.
Verder is er Jean-Jacques Amy met een stuk over syfilis in de 15e eeuw, Aernout Zevenbergen over eer en aids in Afrika, Erika Frans over het beoordelen van seksueel (grensoverschrijdend) gedrag van kinderen en jongeren, Rudi Bleys over seksuele cultuur in Brazilië en het homoseksueel zelfbeeld na de aidscrisis én een interview met twee van de founding mothers van Dolle Mina: Ida Dequeecker en Chantal De Smet.
Nog niet genoeg? Welaan dan. Performancepoëet Stijn Vranken schreef exclusief voor Lief en Leed enkele straffe gedichten en er is een uitgebreid luik ‘cultuur & media’ dit jaar, met bijdragen van onder andere Jan Temmerman (film), Katrien Jacobs (internet) en Pia Fraus (literatuur). We starten met de terugblik op interessant en opvallend nieuws over seksuele gezondheid en emancipatie uit 2008.
Santé!
Deze uitgave is een initiatief van Sensoa, Vlaams service- en expertisecentrum voor seksuele gezondheid en hiv.

Gids voor gelijke kansen. HR-instrumenten voor gelijke kansen aan de universiteiten
Dit project werd gefinancierd door het Europees Sociaal Fonds, als onderdeel van het EQUAL-programma, en gecoördineerd door de Werkgroep Gelijke Kansen van de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR).

Gids voor gelijke kansen. HR-instrumenten voor gelijke kansen aan de universiteiten
Dit project werd gefinancierd door het Europees Sociaal Fonds, als onderdeel van het EQUAL-programma, en gecoördineerd door de Werkgroep Gelijke Kansen van de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR).
Leren in het beroepsonderwijs (Reeks Fontys Educatief, nr. 11)
De grote uitdaging voor het (voorbereidend) beroepsonderwijs is echter om de leerling de kans te geven te ontdekken wat het best bij hem of haar past. Dat vormt de drijfveer voor de motivatie voor welk beroep men zich kan en wil voorbereiden. De ‘nieuwe leerling’ vraagt om een praktijkgerichte en competentiegerichte opleiding. Een aansprekende opleiding waarin samenhangende en toepasbare kennis betekenis krijgt in de praktijk.
Leraren zullen meer moeten samenwerken met collega’s op de school en met de mensen uit de bedrijven om het onderwijs die gewenste samenhang in kennis en vaardigheden te geven.
Dit boek benadrukt naast alle aandacht die er is voor het ‘wat’ dat geleerd moet worden, vooral het ‘hoe’ van het leren in het beroepsonderwijs. De auteurs tonen een open oor en oog voor het leerproces en de motivatie hiervoor in het kader van de beroepsvoorbereiding.
Samenwerkend leren, zelfstandig leren, loopbaanleren en professioneel leren vormen de voorwaarden voor succesvol leren in het beroepsonderwijs. Ook ICT als hulpmiddel hoort bij dit onderwijsaanbod. Voortijdig School Verlaten (VSV) moet hiermee worden teruggedrongen. Dat onderwerp wordt in het laatste hoofdstuk nog even ‘recht in de ogen gekeken’.
‘Leren in het Beroepsonderwijs’ is de vijfde uitgave over het voorbereidend, middelbaar en hoger beroepsonderwijs. Een boek dat wordt samengesteld ter gelegenheid van de jaarlijkse Ontbijtconferentie van het Fontys Centrum Beroepsonderwijs.
Het Fontys Centrum Beroepsonderwijs bundelt binnen Fontys Hogescholen alle aanwezige expertise en ervaring rond (voorbereidend) beroepsonderwijs en hoger beroepsonderwijs samen. Zodoende kan het zowel als loket voor scholen, instellingen en bedrijfsleven fungeren om hun vragen te beantwoorden, maar ook als platform voor samenwerking tussen Fontys instellingen en het beroepsonderwijs, waarbij een integrale aanpak van Onderzoek, Ontwikkeling, Opleiding en Ondersteuning centraal staat.
Leren in het beroepsonderwijs (Reeks Fontys Educatief, nr. 11)
De grote uitdaging voor het (voorbereidend) beroepsonderwijs is echter om de leerling de kans te geven te ontdekken wat het best bij hem of haar past. Dat vormt de drijfveer voor de motivatie voor welk beroep men zich kan en wil voorbereiden. De ‘nieuwe leerling’ vraagt om een praktijkgerichte en competentiegerichte opleiding. Een aansprekende opleiding waarin samenhangende en toepasbare kennis betekenis krijgt in de praktijk.
Leraren zullen meer moeten samenwerken met collega’s op de school en met de mensen uit de bedrijven om het onderwijs die gewenste samenhang in kennis en vaardigheden te geven.
Dit boek benadrukt naast alle aandacht die er is voor het ‘wat’ dat geleerd moet worden, vooral het ‘hoe’ van het leren in het beroepsonderwijs. De auteurs tonen een open oor en oog voor het leerproces en de motivatie hiervoor in het kader van de beroepsvoorbereiding.
Samenwerkend leren, zelfstandig leren, loopbaanleren en professioneel leren vormen de voorwaarden voor succesvol leren in het beroepsonderwijs. Ook ICT als hulpmiddel hoort bij dit onderwijsaanbod. Voortijdig School Verlaten (VSV) moet hiermee worden teruggedrongen. Dat onderwerp wordt in het laatste hoofdstuk nog even ‘recht in de ogen gekeken’.
‘Leren in het Beroepsonderwijs’ is de vijfde uitgave over het voorbereidend, middelbaar en hoger beroepsonderwijs. Een boek dat wordt samengesteld ter gelegenheid van de jaarlijkse Ontbijtconferentie van het Fontys Centrum Beroepsonderwijs.
Het Fontys Centrum Beroepsonderwijs bundelt binnen Fontys Hogescholen alle aanwezige expertise en ervaring rond (voorbereidend) beroepsonderwijs en hoger beroepsonderwijs samen. Zodoende kan het zowel als loket voor scholen, instellingen en bedrijfsleven fungeren om hun vragen te beantwoorden, maar ook als platform voor samenwerking tussen Fontys instellingen en het beroepsonderwijs, waarbij een integrale aanpak van Onderzoek, Ontwikkeling, Opleiding en Ondersteuning centraal staat.
Timbo. Probleemoplossend leren voor kinderen. Werkboek
Kinderen hebben vaak moeite met aandachtig werken aan een opdracht. Analoog aan de veelgebruikte zelfinstructiemethode met de beertjes van Meichenbaum leert Timbo kinderen stap voor stap hoe ze op een eenvoudige en doeltreffende manier een opdracht tot een goed einde kunnen brengen. Zo leren ze probleemoplossend denken.
De Timbomethode voegt een eerste fundamentele stap toe, namelijk ‘Eerst aandachtig lezen en goed luisteren’. Met ‘Het verhaal van Timbo’, het Timbolied, lessen en werkbladen wordt op een speelse manier met de kinderen gewerkt rond het efficiënt aanpakken van een opdracht.
De Timbomethode bestaat uit een basisboek en een werkboek. In dit werkboek vindt u werkbladen, een methode om stap voor stap het Timbolied aan te leren, de Timbokijkwijzer en beloningsstickers.
Dennis Sysmans werkte als leerkracht en zorgcoördinator in het basisonderwijs. Momenteel is hij consulent projectcoaching voor Inwerking te Antwerpen.
Timbo. Probleemoplossend leren voor kinderen. Werkboek
Kinderen hebben vaak moeite met aandachtig werken aan een opdracht. Analoog aan de veelgebruikte zelfinstructiemethode met de beertjes van Meichenbaum leert Timbo kinderen stap voor stap hoe ze op een eenvoudige en doeltreffende manier een opdracht tot een goed einde kunnen brengen. Zo leren ze probleemoplossend denken.
De Timbomethode voegt een eerste fundamentele stap toe, namelijk ‘Eerst aandachtig lezen en goed luisteren’. Met ‘Het verhaal van Timbo’, het Timbolied, lessen en werkbladen wordt op een speelse manier met de kinderen gewerkt rond het efficiënt aanpakken van een opdracht.
De Timbomethode bestaat uit een basisboek en een werkboek. In dit werkboek vindt u werkbladen, een methode om stap voor stap het Timbolied aan te leren, de Timbokijkwijzer en beloningsstickers.
Dennis Sysmans werkte als leerkracht en zorgcoördinator in het basisonderwijs. Momenteel is hij consulent projectcoaching voor Inwerking te Antwerpen.
Sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen met een matige of ernstige verstandelijke beperking (SOB-Katernen, nr. 9)
We schetsen een aantal uitgangspunten die de schoolvisie op sociaal-emotionele ontwikkeling beïnvloeden. Het bepalen van de beginsituatie van de sociaal-emotionele ontwikkeling van een leerling is het vertrekpunt om doelen te selecteren. Hoe we doelen realiseren vindt u terug in de aanpak. We beschrijven hierbij heel wat concrete suggesties en voorbeelden. Het evalueren van de sociaal-emotionele ontwikkeling helpt ons om te komen tot een nieuwe beeldvorming. De betrokkenheid van ouders zorgt ervoor dat wat we aanleren, functioneel en zinvol is.
Deze uitgave kwam tot stand door én voor mensen die in de praktijk werken met leelringen met een matige of ernstige verstandelijke beperking. Het boek biedt een houvast of kader om een individueel handelingsplan, groepswerkplan of schoolwerkplan op te stellen waarin het sociaal-emotioneel functioneren van deze kinderen of jongeren een belangrijke plaats heeft.
Marc Van Gils heeft 35 jaar ervaring in het buitengewoon onderwijs als leerkracht, directeur en pedagogisch begeleider.
Sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen met een matige of ernstige verstandelijke beperking (SOB-Katernen, nr. 9)
We schetsen een aantal uitgangspunten die de schoolvisie op sociaal-emotionele ontwikkeling beïnvloeden. Het bepalen van de beginsituatie van de sociaal-emotionele ontwikkeling van een leerling is het vertrekpunt om doelen te selecteren. Hoe we doelen realiseren vindt u terug in de aanpak. We beschrijven hierbij heel wat concrete suggesties en voorbeelden. Het evalueren van de sociaal-emotionele ontwikkeling helpt ons om te komen tot een nieuwe beeldvorming. De betrokkenheid van ouders zorgt ervoor dat wat we aanleren, functioneel en zinvol is.
Deze uitgave kwam tot stand door én voor mensen die in de praktijk werken met leelringen met een matige of ernstige verstandelijke beperking. Het boek biedt een houvast of kader om een individueel handelingsplan, groepswerkplan of schoolwerkplan op te stellen waarin het sociaal-emotioneel functioneren van deze kinderen of jongeren een belangrijke plaats heeft.
Marc Van Gils heeft 35 jaar ervaring in het buitengewoon onderwijs als leerkracht, directeur en pedagogisch begeleider.
Schopenhauer lezen
In deze publicatie staan hedendaagse filosofen uit Vlaanderen en Nederland stil bij Schopenhauers filosofie en gaan ze na wat ze betekent voor hun eigen denken. Waarom lezen zij Schopenhauer? De thema’s die hierbij aan bod komen, behoren tot de domeinen van de epistemologie, de metafysica, de esthetiek, de ethiek en de filosofie van de religie.
Torben Wolfs, filosoof en theoloog, is als mandaatassistent verbonden aan het Departement Wijsbegeerte van de Universiteit Antwerpen.
Schopenhauer lezen
In deze publicatie staan hedendaagse filosofen uit Vlaanderen en Nederland stil bij Schopenhauers filosofie en gaan ze na wat ze betekent voor hun eigen denken. Waarom lezen zij Schopenhauer? De thema’s die hierbij aan bod komen, behoren tot de domeinen van de epistemologie, de metafysica, de esthetiek, de ethiek en de filosofie van de religie.
Torben Wolfs, filosoof en theoloog, is als mandaatassistent verbonden aan het Departement Wijsbegeerte van de Universiteit Antwerpen.

De leraar als pedagoog en didacticus? Bijdragen van onderwijsonderzoekers
Vragen die je daarbij kan stellen zijn: wat betekent dit voor de feitelijkeonderwijsleeromgeving? Waar ligt de bewijskracht dat de leraar een goedepedagoog is die ook in didactisch opzicht optimaal functioneert?
Vanuit deze gezichtspunten is de auteurs gevraagd te beschrijven wat zij vanuithun specifieke deskundigheid noodzakelijk vinden om de vraag te beantwoordenhoe een balans te vinden is tussen pedagogisch sensitief en didactisch verantwoordhandelen in het onderwijs.Deze bijdragen worden aangevuld met hoofdstukken van gerenommeerdeonderzoekers die over hun werk binnen het thema ‘De leraar als pedagoog endidacticus?’ rapporteren.

De leraar als pedagoog en didacticus? Bijdragen van onderwijsonderzoekers
Vragen die je daarbij kan stellen zijn: wat betekent dit voor de feitelijkeonderwijsleeromgeving? Waar ligt de bewijskracht dat de leraar een goedepedagoog is die ook in didactisch opzicht optimaal functioneert?
Vanuit deze gezichtspunten is de auteurs gevraagd te beschrijven wat zij vanuithun specifieke deskundigheid noodzakelijk vinden om de vraag te beantwoordenhoe een balans te vinden is tussen pedagogisch sensitief en didactisch verantwoordhandelen in het onderwijs.Deze bijdragen worden aangevuld met hoofdstukken van gerenommeerdeonderzoekers die over hun werk binnen het thema ‘De leraar als pedagoog endidacticus?’ rapporteren.
De stille kracht van leiderschap. Een Indisch perspectief
Tweedegeneratie-Indo’s en een Peranakan-Chinese vrouw doen verslag van hun onderzoek naar de rol van Indische aspecten in leiderschap. De auteurs zijn werkzaam in de sociaal-agogische sector en zij hebben dit onderzoek uitgevoerd op basis van eigen ervaringen, literatuuronderzoek en interviews met bekende Indische leiders in Nederland.
In hun zoektocht naar de Indische aspecten in leiderschap viel het op dat de “Indische” manier van leiding geven vooral indirect, procesgericht en op de achtergrond gebeurt. Dus meer “stilletjes”, niet direct zichtbaar, maar wel met een merkbaar effect. Vandaar dat de groep uitkwam op de Stille kracht van leiderschap, een Indisch perspectief waarbij ze leiderschap breed opvat als “de regie kunnen en durven nemen in situaties, zowel privé als in het werk”.
Ook andere tweede- en derdegeneratie-migrantengroepen kunnen zich hierin herkennen. Zij kunnen zich aangesproken voelen door de stille kracht in leiderschap.
Het boek is onder meer geschreven voor de managers van vandaag, die iedere dag voor de uitdaging staan om hun organisaties optimaal af te stemmen op de diversiteit van medewerkers en klanten en die behoefte hebben aan vernieuwende, inspirerende concepten en methoden voor leiderschap. Stille kracht in leiderschap kan mogelijk model staan voor een nieuwe, algemene vorm van leiderschap die beter aansluit bij deze tijd van globalisering, internationalisering en multiculturalisering en waarin het de kunst wordt om effectief de overeenkomsten en verschillen tussen mensen te managen. De auteurs hebben samen het boek geschreven op basis van een innerlijke zoektocht gedurende vier jaar waarin zij gemeenschappelijke vragen, thema’s en ervaringen bespraken en nieuwe inzichten formuleerden over leiderschap.
Hun Indisch perspectief en wellicht specifieke kracht stonden daarbij centraal, evenals hun wens om via dit boek een bijdrage te leveren aan de debatten over integratie en nieuwe vormen van leiderschap.
Met voorwoord van Frits Spangenberg, oprichter van Motivaction.
Monica Aartsma is docent en coach bij de opleidingen Social Work en Toegepaste Psychologie van de Hogeschool Leiden. Edwin Hoffman is onderzoeker, trainer en adviseur interculturele communicatie en diversiteit bij Fontys Hogeschool. Wouter Reynaert is lector Career Development bij de Fontys Hogeschool. Wouter van Eekhout werkt als supervisor en docent Social Work bij Hogeschool Inholland. Margie Kessler is docent en supervisor bij de opleiding Sociaal-Juridische Dienstverlening bij de Hogeschool Amsterdam. Floor Oliveiro is supervisor, reclasseringswerker, mentor en trainer bij de Reclassering Nederland. Twie Tjoa heeft als organisatiesocioloog gewerkt bij de overheid in Suriname en is nu als adviseur en supervisor betrokken bij diverse professionele begeleidingstrajecten, in het bijzonder op het gebied van diversiteitsvraagstukken. Patricia Simon is gezondheidszorgpsycholoog en supervisor.
De stille kracht van leiderschap. Een Indisch perspectief
Tweedegeneratie-Indo’s en een Peranakan-Chinese vrouw doen verslag van hun onderzoek naar de rol van Indische aspecten in leiderschap. De auteurs zijn werkzaam in de sociaal-agogische sector en zij hebben dit onderzoek uitgevoerd op basis van eigen ervaringen, literatuuronderzoek en interviews met bekende Indische leiders in Nederland.
In hun zoektocht naar de Indische aspecten in leiderschap viel het op dat de “Indische” manier van leiding geven vooral indirect, procesgericht en op de achtergrond gebeurt. Dus meer “stilletjes”, niet direct zichtbaar, maar wel met een merkbaar effect. Vandaar dat de groep uitkwam op de Stille kracht van leiderschap, een Indisch perspectief waarbij ze leiderschap breed opvat als “de regie kunnen en durven nemen in situaties, zowel privé als in het werk”.
Ook andere tweede- en derdegeneratie-migrantengroepen kunnen zich hierin herkennen. Zij kunnen zich aangesproken voelen door de stille kracht in leiderschap.
Het boek is onder meer geschreven voor de managers van vandaag, die iedere dag voor de uitdaging staan om hun organisaties optimaal af te stemmen op de diversiteit van medewerkers en klanten en die behoefte hebben aan vernieuwende, inspirerende concepten en methoden voor leiderschap. Stille kracht in leiderschap kan mogelijk model staan voor een nieuwe, algemene vorm van leiderschap die beter aansluit bij deze tijd van globalisering, internationalisering en multiculturalisering en waarin het de kunst wordt om effectief de overeenkomsten en verschillen tussen mensen te managen. De auteurs hebben samen het boek geschreven op basis van een innerlijke zoektocht gedurende vier jaar waarin zij gemeenschappelijke vragen, thema’s en ervaringen bespraken en nieuwe inzichten formuleerden over leiderschap.
Hun Indisch perspectief en wellicht specifieke kracht stonden daarbij centraal, evenals hun wens om via dit boek een bijdrage te leveren aan de debatten over integratie en nieuwe vormen van leiderschap.
Met voorwoord van Frits Spangenberg, oprichter van Motivaction.
Monica Aartsma is docent en coach bij de opleidingen Social Work en Toegepaste Psychologie van de Hogeschool Leiden. Edwin Hoffman is onderzoeker, trainer en adviseur interculturele communicatie en diversiteit bij Fontys Hogeschool. Wouter Reynaert is lector Career Development bij de Fontys Hogeschool. Wouter van Eekhout werkt als supervisor en docent Social Work bij Hogeschool Inholland. Margie Kessler is docent en supervisor bij de opleiding Sociaal-Juridische Dienstverlening bij de Hogeschool Amsterdam. Floor Oliveiro is supervisor, reclasseringswerker, mentor en trainer bij de Reclassering Nederland. Twie Tjoa heeft als organisatiesocioloog gewerkt bij de overheid in Suriname en is nu als adviseur en supervisor betrokken bij diverse professionele begeleidingstrajecten, in het bijzonder op het gebied van diversiteitsvraagstukken. Patricia Simon is gezondheidszorgpsycholoog en supervisor.
De ontwikkeling van kinderen met problemen. Gewoon anders
Kinderen met (dreigende of al ernstig gebleken) problemen ontwikkelen zich opvallend. Ze kunnen onder andere opvallen ten opzichte van een algemene standaard, bijvoorbeeld wanneer de gemiddelde ontwikkeling als norm geldt, maar ook ten opzichte van hun eigen ontwikkeling, bijvoorbeeld als daarin op een bepaald moment om wat voor interne of externe reden dan ook een niet-verwachte verandering optreedt. Een ontwikkeling die zó opvallend is dat ze als ‘niet-normaal’ wordt beschouwd, roept vragen op: Wie bepaalt de norm voor wat ‘normaal’ is? Wanneer zijn betrouwbare uitspraken over afwijkingen van de norm mogelijk? Zijn zulke problemen te voorkomen? Is het ethisch verantwoord om preventief in een ontwikkeling te interveniëren voor een probleem dat wellicht nooit ontstaat? Wat is het doel van interventie: het bereiken of zo dicht mogelijk benaderen van de ‘normale’ ontwikkeling? In dit boek bekennen pedagogen kleur en expliciteren ze de vaak impliciete stellingen die tegenover zulke vragen worden ingenomen. Ze geven aan wat voor hen de actuele richtinggevende ideeën zijn op het gebied van diagnostiek en interventie. Zo is het boek meteen een interessante toetssteen voor elke pedagogische hulpverlener die wil reflecteren over de eigen opvattingen en interpretaties.
Dit boek verscheen ter gelegenheid van het emeritaat van prof. dr. Bieuwe van der Meulen en prof. dr. Tjalling Zandberg, beiden hoogleraar in de Orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen.
De redacteuren zijn allen verbonden aan de Vakgroep Orthopedagogiek van de Rijksuniversiteit Groningen. Erik Knorth en Wied Ruijssenaars zijn hoogleraar, Han Nakken is emeritus-hoogleraar, Ineke Oenema-Mostert is universitair docent, Johan Strijker is universitair hoofddocent. Erik Knorth en Wied Ruijssenaars zijn ook (co)auteur en co redacteur van verscheidene andere Garant-publicaties.
De ontwikkeling van kinderen met problemen. Gewoon anders
Kinderen met (dreigende of al ernstig gebleken) problemen ontwikkelen zich opvallend. Ze kunnen onder andere opvallen ten opzichte van een algemene standaard, bijvoorbeeld wanneer de gemiddelde ontwikkeling als norm geldt, maar ook ten opzichte van hun eigen ontwikkeling, bijvoorbeeld als daarin op een bepaald moment om wat voor interne of externe reden dan ook een niet-verwachte verandering optreedt. Een ontwikkeling die zó opvallend is dat ze als ‘niet-normaal’ wordt beschouwd, roept vragen op: Wie bepaalt de norm voor wat ‘normaal’ is? Wanneer zijn betrouwbare uitspraken over afwijkingen van de norm mogelijk? Zijn zulke problemen te voorkomen? Is het ethisch verantwoord om preventief in een ontwikkeling te interveniëren voor een probleem dat wellicht nooit ontstaat? Wat is het doel van interventie: het bereiken of zo dicht mogelijk benaderen van de ‘normale’ ontwikkeling? In dit boek bekennen pedagogen kleur en expliciteren ze de vaak impliciete stellingen die tegenover zulke vragen worden ingenomen. Ze geven aan wat voor hen de actuele richtinggevende ideeën zijn op het gebied van diagnostiek en interventie. Zo is het boek meteen een interessante toetssteen voor elke pedagogische hulpverlener die wil reflecteren over de eigen opvattingen en interpretaties.
Dit boek verscheen ter gelegenheid van het emeritaat van prof. dr. Bieuwe van der Meulen en prof. dr. Tjalling Zandberg, beiden hoogleraar in de Orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen.
De redacteuren zijn allen verbonden aan de Vakgroep Orthopedagogiek van de Rijksuniversiteit Groningen. Erik Knorth en Wied Ruijssenaars zijn hoogleraar, Han Nakken is emeritus-hoogleraar, Ineke Oenema-Mostert is universitair docent, Johan Strijker is universitair hoofddocent. Erik Knorth en Wied Ruijssenaars zijn ook (co)auteur en co redacteur van verscheidene andere Garant-publicaties.

Arduin – Meer dan een dak boven je hoofd. Het einde van de inrichting. Toen werd wonen weer heel gewoon (Arduin-Serie, nr. 9)
Zij worden nauwelijks als serieuze medeburgers gezien. ‘Inclusie’ is een nieuw en uitdagend begrip. In een inclusieve samenleving is plaats voor iedereen. ‘Mogen meedoen’ is dan geen vraag meer. Ook mensen met een verstandelijke beperking horen er, vanzelfsprekend, bij.
Vele inrichtingen zijn geworteld in oude gedachten en tradities. Wat eens als gewin voor zwakke en ontheemde mensen mocht gelden, is nu niet meer dan een bron tot aangeleerde hulpeloosheid en een geringe kwaliteit van leven.
Arduin is de organisatie in Nederland die de inrichting totaal heeft ontmanteld. Cliënten wonen in een normale woning, hebben werk, kunnen zich scholen en nemen deel aan maatschappelijke processen. Moeilijker is het diepgewortelde beheersdenken te doorbreken in het process naar ondersteuningsgericht werken.
Dit boek geeft praktijkvoorbeelden over hun wonen en de persoonlijke ontwikkeling van mensen met een verstandelijke beperking. Zij blijken veel meer te kunnen dan de gemiddelde opinie doet denken. Cliënten, ouders en medewerkers komen aan het woord. Tevens geeft het boek aanvulling op de visie en organisatorische opzet van de stichting Arduin, zoals die in eerdere boeken uit de Arduin-serie beschreven staan.
Onno Jongewaard werkte van 1994 tot 2008 als lijnmanager bij Arduin in Middelburg.

Arduin – Meer dan een dak boven je hoofd. Het einde van de inrichting. Toen werd wonen weer heel gewoon (Arduin-Serie, nr. 9)
Zij worden nauwelijks als serieuze medeburgers gezien. ‘Inclusie’ is een nieuw en uitdagend begrip. In een inclusieve samenleving is plaats voor iedereen. ‘Mogen meedoen’ is dan geen vraag meer. Ook mensen met een verstandelijke beperking horen er, vanzelfsprekend, bij.
Vele inrichtingen zijn geworteld in oude gedachten en tradities. Wat eens als gewin voor zwakke en ontheemde mensen mocht gelden, is nu niet meer dan een bron tot aangeleerde hulpeloosheid en een geringe kwaliteit van leven.
Arduin is de organisatie in Nederland die de inrichting totaal heeft ontmanteld. Cliënten wonen in een normale woning, hebben werk, kunnen zich scholen en nemen deel aan maatschappelijke processen. Moeilijker is het diepgewortelde beheersdenken te doorbreken in het process naar ondersteuningsgericht werken.
Dit boek geeft praktijkvoorbeelden over hun wonen en de persoonlijke ontwikkeling van mensen met een verstandelijke beperking. Zij blijken veel meer te kunnen dan de gemiddelde opinie doet denken. Cliënten, ouders en medewerkers komen aan het woord. Tevens geeft het boek aanvulling op de visie en organisatorische opzet van de stichting Arduin, zoals die in eerdere boeken uit de Arduin-serie beschreven staan.
Onno Jongewaard werkte van 1994 tot 2008 als lijnmanager bij Arduin in Middelburg.
De aarde heeft kamers genoeg. Hoe vertalers omgaan met culturele identiteit in het werk van Erwin Mortier (Taal en cultuur in vertaling, nr. 2)
De redacteurs, Michaël Hinderdael, Lieve Jooken en Heili Verstraete zijn verbonden aan het Departement Vertaalkunde van de Hogeschool Gent.
De aarde heeft kamers genoeg. Hoe vertalers omgaan met culturele identiteit in het werk van Erwin Mortier (Taal en cultuur in vertaling, nr. 2)
De redacteurs, Michaël Hinderdael, Lieve Jooken en Heili Verstraete zijn verbonden aan het Departement Vertaalkunde van de Hogeschool Gent.
Ontmoeting met het vreemde. Begeleiding van niet-begeleide buitenlandse minderjarigen
De opzet van dit boek is drieledig. Het eerste deel biedt een theoretisch kader dat een basis vormt om in de praktijk om te gaan met ‘de ander’, en dit in de breedste zin van het woord. Het tweede deel legt de link tussen de theoretische concepten en de praktijk van het werken met niet-begeleide buitenlandse minderjarigen. Hoe zetten we, met andere woorden, de theorie om in praktisch bruikbare werkinstrumenten? In het derde luik komen portretten en getuigenissen van mensen aan bod, met de bedoeling dat ze overtuigen om de ander daadwerkelijk te ontmoeten.
Door de drieledige opbouw reikt het boek hulpmiddelen aan voor iedereen die met niet-begeleide buitenlandse minderjarigen in contact komt. De praktijkwerker vindt er concrete handvatten in. Wie op zoek is naar een meer theoretische grondslag voor het werken met deze jongeren, komt evenzeer aan zijn trekken. Het geschetste theoretische kader is bovendien breder toepasbaar. Daarom is het boek ook interessant voor andere doelgroepen en andere werksettings binnen de sociale sector.
Tinne De Smet is orthopedagoge in De Lier, een opvangcentrum voor niet-begeleide minderjarige asielzoekers in Ieper. Daarnaast doceert ze aan de IPSOC-bijscholing van de KATHO – Katholieke Hogeschool Zuid-West-Vlaanderen in Kortrijk.
Ontmoeting met het vreemde. Begeleiding van niet-begeleide buitenlandse minderjarigen
De opzet van dit boek is drieledig. Het eerste deel biedt een theoretisch kader dat een basis vormt om in de praktijk om te gaan met ‘de ander’, en dit in de breedste zin van het woord. Het tweede deel legt de link tussen de theoretische concepten en de praktijk van het werken met niet-begeleide buitenlandse minderjarigen. Hoe zetten we, met andere woorden, de theorie om in praktisch bruikbare werkinstrumenten? In het derde luik komen portretten en getuigenissen van mensen aan bod, met de bedoeling dat ze overtuigen om de ander daadwerkelijk te ontmoeten.
Door de drieledige opbouw reikt het boek hulpmiddelen aan voor iedereen die met niet-begeleide buitenlandse minderjarigen in contact komt. De praktijkwerker vindt er concrete handvatten in. Wie op zoek is naar een meer theoretische grondslag voor het werken met deze jongeren, komt evenzeer aan zijn trekken. Het geschetste theoretische kader is bovendien breder toepasbaar. Daarom is het boek ook interessant voor andere doelgroepen en andere werksettings binnen de sociale sector.
Tinne De Smet is orthopedagoge in De Lier, een opvangcentrum voor niet-begeleide minderjarige asielzoekers in Ieper. Daarnaast doceert ze aan de IPSOC-bijscholing van de KATHO – Katholieke Hogeschool Zuid-West-Vlaanderen in Kortrijk.
Advertising research. Message, Medium and Context
This book compiles the best research reports presented at the 7th ICORIA - International Conference on Research in Advertising - conference, organized by the European Advertising Academy (E.A.A.).
Patrick De Pelsmacker is Professor of Marketing at the University of Antwerp and Ghent University. His research focuses upon the study of marketing communication, advertising effectiveness, social marketing and consumer behaviour in general.
Nathalie Dens works as FWO (Research Foundation) fellow in the Marketing Department of the University of Antwerp, Faculty of Applied Economics. Her research interests are in marketing communications in general and the effectiveness of advertising for different branding strategies in particular.
Advertising research. Message, Medium and Context
This book compiles the best research reports presented at the 7th ICORIA - International Conference on Research in Advertising - conference, organized by the European Advertising Academy (E.A.A.).
Patrick De Pelsmacker is Professor of Marketing at the University of Antwerp and Ghent University. His research focuses upon the study of marketing communication, advertising effectiveness, social marketing and consumer behaviour in general.
Nathalie Dens works as FWO (Research Foundation) fellow in the Marketing Department of the University of Antwerp, Faculty of Applied Economics. Her research interests are in marketing communications in general and the effectiveness of advertising for different branding strategies in particular.

Spellingmakker – Posterset Tweede leerjaar/groep 4: Poster Schrijfletters – Poster Hoofdletters – Poster Ei-verhaal uitbreiding – Poster Au-verhaal uitbreiding – Poster d of t
Bij het aanbieden van de schrijfletters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Deze posterset voor het tweede leerjaar (groep 4) omvat 5 posters: Schrijfletters - Hoofdletters - Ei-verhaal uitbreiding - Au-verhaal uitbreiding - d of t

Spellingmakker – Posterset Tweede leerjaar/groep 4: Poster Schrijfletters – Poster Hoofdletters – Poster Ei-verhaal uitbreiding – Poster Au-verhaal uitbreiding – Poster d of t
Bij het aanbieden van de schrijfletters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Deze posterset voor het tweede leerjaar (groep 4) omvat 5 posters: Schrijfletters - Hoofdletters - Ei-verhaal uitbreiding - Au-verhaal uitbreiding - d of t

Spellingmakker – Handleiding – Bijlagen
Deze map bevat de Handleiding en de Bijlagen bij de volledige methode van Spellingmakker en is bestemd voor de leerkrachten van het eerste leerjaar / groep 3. In de Handleiding kan de leerkracht voor elk van de 100 lessen de lesdoelen en het verloop van de lesgang terugvinden. Bij de lesdoelen wordt een onderscheid gemaakt tussen algemene en specifieke lesdoelen.
Elke lesgang bevat een auditieve en een schrijfcomponent. In de auditieve component wordt de klank of klankgroep eerst afzonderlijk gepresenteerd, vervolgens in klankreeksen en in woorden.
Daarna wordt overgegaan tot de schrijfcomponent, waarbij de leerlingen de aangeleerde klank of klankengroep leren schrijven. Dit gebeurt aan de hand van bordplaten en letterkaartjes die het verloop van de schrijfbeweging illustreren. In de Bijlagen vindt de leerkracht hiervoor het nodige ondersteunend materiaal.
De Handleiding bevat ook talrijke lessuggesties, die zowel tijdens de auditieve als de schrijfcomponent het lesverloop kunnen verlevendigen. Ook de oplossingen van de oefenblaadjes zijn in de Handleiding opgenomen.

Spellingmakker – Handleiding – Bijlagen
Deze map bevat de Handleiding en de Bijlagen bij de volledige methode van Spellingmakker en is bestemd voor de leerkrachten van het eerste leerjaar / groep 3. In de Handleiding kan de leerkracht voor elk van de 100 lessen de lesdoelen en het verloop van de lesgang terugvinden. Bij de lesdoelen wordt een onderscheid gemaakt tussen algemene en specifieke lesdoelen.
Elke lesgang bevat een auditieve en een schrijfcomponent. In de auditieve component wordt de klank of klankgroep eerst afzonderlijk gepresenteerd, vervolgens in klankreeksen en in woorden.
Daarna wordt overgegaan tot de schrijfcomponent, waarbij de leerlingen de aangeleerde klank of klankengroep leren schrijven. Dit gebeurt aan de hand van bordplaten en letterkaartjes die het verloop van de schrijfbeweging illustreren. In de Bijlagen vindt de leerkracht hiervoor het nodige ondersteunend materiaal.
De Handleiding bevat ook talrijke lessuggesties, die zowel tijdens de auditieve als de schrijfcomponent het lesverloop kunnen verlevendigen. Ook de oplossingen van de oefenblaadjes zijn in de Handleiding opgenomen.
Horen, zien en spreken. Psychoanalytisch werken met baby’s en ouders (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 9)
Het heeft enige tijd geduurd vooraleer het werkveld van de psychoanalytische therapie zich heeft geopend voor baby’s en jonge kinderen. Bij de grondleggers van de psychoanalyse was de babytijd wel prominent aanwezig in het denken, maar paradoxaal genoeg evenzeer onzichtbaar in de klinische praktijk. Tot 1920 was het psychoanalytische kind om zo te zeggen een abstract, conceptueel kind.
Eerst werd er vooral over baby’s gesproken, pas later kon er met of in aanwezigheid van baby’s en kleine kinderen gesproken worden. Niettegenstaande het feit dat ze al eerder het onderwerp van wetenschappelijk onderzoek uitmaakten, hoorden baby’s schijnbaar niet echt thuis in de therapiekamer. Ze werden weinig gezien of gehoord. Daar is ondertussen verandering in gekomen.
Dit boek gaat over hoe baby’s anno 2008 in de therapiekamer van de psychoanalytisch therapeut gehoord en gezien worden.
Nicole Vliegen is doctor in de klinische psychologie, seksuoloog, psychoanalytisch kindertherapeut en psychoanalyticus. Ze is ook voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie en lid van de Belgische School voor Psychoanalyse.
Christine Leroy is klinisch psycholoog en psychoanalytisch kindertherapeut. Ze is voormalig bestuurslid van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie en delegate voor de sectie kind en adolescent van de European Federation for Psychoanalytic Psychotherapy.
Met bijdragen van Kirsten Bland, Kris Breesch, René de Weerd, Carla Fasting, Marijs Lenaerts, Christine Leroy, Marja Rexwinkel, Michelle Sleed, Flora van Grinsven, Nicole Vliegen en Annette Watillon- Naveau.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
Horen, zien en spreken. Psychoanalytisch werken met baby’s en ouders (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 9)
Het heeft enige tijd geduurd vooraleer het werkveld van de psychoanalytische therapie zich heeft geopend voor baby’s en jonge kinderen. Bij de grondleggers van de psychoanalyse was de babytijd wel prominent aanwezig in het denken, maar paradoxaal genoeg evenzeer onzichtbaar in de klinische praktijk. Tot 1920 was het psychoanalytische kind om zo te zeggen een abstract, conceptueel kind.
Eerst werd er vooral over baby’s gesproken, pas later kon er met of in aanwezigheid van baby’s en kleine kinderen gesproken worden. Niettegenstaande het feit dat ze al eerder het onderwerp van wetenschappelijk onderzoek uitmaakten, hoorden baby’s schijnbaar niet echt thuis in de therapiekamer. Ze werden weinig gezien of gehoord. Daar is ondertussen verandering in gekomen.
Dit boek gaat over hoe baby’s anno 2008 in de therapiekamer van de psychoanalytisch therapeut gehoord en gezien worden.
Nicole Vliegen is doctor in de klinische psychologie, seksuoloog, psychoanalytisch kindertherapeut en psychoanalyticus. Ze is ook voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie en lid van de Belgische School voor Psychoanalyse.
Christine Leroy is klinisch psycholoog en psychoanalytisch kindertherapeut. Ze is voormalig bestuurslid van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie en delegate voor de sectie kind en adolescent van de European Federation for Psychoanalytic Psychotherapy.
Met bijdragen van Kirsten Bland, Kris Breesch, René de Weerd, Carla Fasting, Marijs Lenaerts, Christine Leroy, Marja Rexwinkel, Michelle Sleed, Flora van Grinsven, Nicole Vliegen en Annette Watillon- Naveau.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
Loopbaanleren. Onderzoek en praktijk in het onderwijs (Reeks Fontys Educatief, nr. 10)
Marinka Kuijpers, doctor in de andragologie, is directeur van Carpe Carrièreperspectief in Goor.
Frans Meijers, doctor in de onderwijssociologie, is directeur van Meijers Onderzoek & Advies in Nijmegen.
Beiden doceren zij Pedagogiek van de beroepsvorming aan de Haagse Hogeschool.
Loopbaanleren. Onderzoek en praktijk in het onderwijs (Reeks Fontys Educatief, nr. 10)
Marinka Kuijpers, doctor in de andragologie, is directeur van Carpe Carrièreperspectief in Goor.
Frans Meijers, doctor in de onderwijssociologie, is directeur van Meijers Onderzoek & Advies in Nijmegen.
Beiden doceren zij Pedagogiek van de beroepsvorming aan de Haagse Hogeschool.
Naar een inclusieve omgeving (Windesheim-OSO-Boeken, nr. 9)
Daar hebben de auteurs van dit boek onderzoek naar gedaan. Het blijkt dat leerkrachten meer scholing en ondersteuning willen om voldoende toegerust te zijn. Er zijn handreikingen ontwikkeld. Twee voorbeelden worden beschreven: een handreiking voor slechtziende leerlingen en een voorbeeld van empowerment bij rekengesprekken bij leerlingen met rekenproblemen.
Kees Dijkstra is verbonden aan Windesheim OSO. Zijn aandachtsterrein betreft schoolontwikkeling en curriculumontwikkeling. Hij is nauw betrokken bij het thema passend onderwijs voor het voortgezet onderwijs. De relatie die hij onderhoudt met het werkveld is zeer intensief.
Diane van Brakel is opleider bij Windesheim OSO. Haar terrein is gedrag, gedragstoornissen en stoornissen in het autistische spectrum.
Ellen van Wetter is opleider bij Windesheim OSO. Zij is studiecoach, werkt binnen elearningprogramma’s en is communicatiespecialist.
Henk Logtenberg is opleider en onderwijsontwikkelaar bij Windesheim OSO. Zijn aandachtsgebieden zijn rekenen/wiskunde en internationalisering. Hij is studiecoach. Hij organiseert diverse internationale reizen rondom het thema “Passend onderwijs”.
Naar een inclusieve omgeving (Windesheim-OSO-Boeken, nr. 9)
Daar hebben de auteurs van dit boek onderzoek naar gedaan. Het blijkt dat leerkrachten meer scholing en ondersteuning willen om voldoende toegerust te zijn. Er zijn handreikingen ontwikkeld. Twee voorbeelden worden beschreven: een handreiking voor slechtziende leerlingen en een voorbeeld van empowerment bij rekengesprekken bij leerlingen met rekenproblemen.
Kees Dijkstra is verbonden aan Windesheim OSO. Zijn aandachtsterrein betreft schoolontwikkeling en curriculumontwikkeling. Hij is nauw betrokken bij het thema passend onderwijs voor het voortgezet onderwijs. De relatie die hij onderhoudt met het werkveld is zeer intensief.
Diane van Brakel is opleider bij Windesheim OSO. Haar terrein is gedrag, gedragstoornissen en stoornissen in het autistische spectrum.
Ellen van Wetter is opleider bij Windesheim OSO. Zij is studiecoach, werkt binnen elearningprogramma’s en is communicatiespecialist.
Henk Logtenberg is opleider en onderwijsontwikkelaar bij Windesheim OSO. Zijn aandachtsgebieden zijn rekenen/wiskunde en internationalisering. Hij is studiecoach. Hij organiseert diverse internationale reizen rondom het thema “Passend onderwijs”.

Handboek voor het samen opleiden. Opleiden in de school als parallel proces
Dit handboek gaat over dit leren. Meer bepaald over het leren van de student, zijn professionalisering tot docent en de rol die de school daarbij kan spelen.
Die rol is tweeërlei. Enerzijds kan de school de student helpen door een stimulerende leeromgeving te bieden, een goede coaching en reflectie, en een goede samenwerking met de opleiding. Anderzijds kan een school ook heel wat leren van haar studenten. De vakcoach ontwikkelt zich al begeleidend, de school ontwikkelt zich omdat ze beter moet weten wat voor onderwijs (dus wat voor leraren) ze wil. Kortom, er is sprake van parallelle processen.
Het eerste deel van dit boek gaat over het beleid en alle begrippen die daarbij een rol spelen. Over wat leren is, over de fasen van het leraarschap, over hoe een school nieuwe docenten kan behouden. Het is ook de theoretische onderbouwing voor het vervolg. Een ander deel gaat over de organisatie: Wat is er nodig? Wat betekent het om een leerwerkplek te bieden aan studenten? Wat voor mensen zijn daarbij nodig? Waarin moeten ze competent zijn?
Maar het grootste deel gaat over de praktijk: Hoe organiseer je? Wat moet je doen? Hoe? Welke instrumenten zijn er om te coachen? Hoe kan je intervisie organiseren? Deze publicatie is een werkinstrument voor de manager, stagecoördinator, opleider, vakdocent…
Frans Adriaenssen maakt deel uit van de werkgroep Opleiden in de School te Zwolle en is lid van de directie van de Thorbecke Scholengemeenschap aldaar.
Theo Veldhuis is leraar aan de Christelijke Scholengemeenschap te Beilen. Het boek is ontstaan uit een project van de School of Education van de Hogeschool Windesheim, het CVO Noord-Oost-Nederland en het Platform SchoolWerk Zwolle.

Handboek voor het samen opleiden. Opleiden in de school als parallel proces
Dit handboek gaat over dit leren. Meer bepaald over het leren van de student, zijn professionalisering tot docent en de rol die de school daarbij kan spelen.
Die rol is tweeërlei. Enerzijds kan de school de student helpen door een stimulerende leeromgeving te bieden, een goede coaching en reflectie, en een goede samenwerking met de opleiding. Anderzijds kan een school ook heel wat leren van haar studenten. De vakcoach ontwikkelt zich al begeleidend, de school ontwikkelt zich omdat ze beter moet weten wat voor onderwijs (dus wat voor leraren) ze wil. Kortom, er is sprake van parallelle processen.
Het eerste deel van dit boek gaat over het beleid en alle begrippen die daarbij een rol spelen. Over wat leren is, over de fasen van het leraarschap, over hoe een school nieuwe docenten kan behouden. Het is ook de theoretische onderbouwing voor het vervolg. Een ander deel gaat over de organisatie: Wat is er nodig? Wat betekent het om een leerwerkplek te bieden aan studenten? Wat voor mensen zijn daarbij nodig? Waarin moeten ze competent zijn?
Maar het grootste deel gaat over de praktijk: Hoe organiseer je? Wat moet je doen? Hoe? Welke instrumenten zijn er om te coachen? Hoe kan je intervisie organiseren? Deze publicatie is een werkinstrument voor de manager, stagecoördinator, opleider, vakdocent…
Frans Adriaenssen maakt deel uit van de werkgroep Opleiden in de School te Zwolle en is lid van de directie van de Thorbecke Scholengemeenschap aldaar.
Theo Veldhuis is leraar aan de Christelijke Scholengemeenschap te Beilen. Het boek is ontstaan uit een project van de School of Education van de Hogeschool Windesheim, het CVO Noord-Oost-Nederland en het Platform SchoolWerk Zwolle.

Spellingmakker – Correctiesleutels – 1ste leerjaar
Bij het aanbieden van de schrijfletters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Deze map is bestemd voor de leerkrachten van het eerste leerjaar/groep 3 en bevat de correctiesleutels bij de Werkboeken 1, 2 en 3 en bij de Evaluatiebundel.

Spellingmakker – Correctiesleutels – 1ste leerjaar
Bij het aanbieden van de schrijfletters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Deze map is bestemd voor de leerkrachten van het eerste leerjaar/groep 3 en bevat de correctiesleutels bij de Werkboeken 1, 2 en 3 en bij de Evaluatiebundel.
Persoonsgerichte ondersteuning en kwaliteit van bestaan (Arduin-serie, nr. 8)
Jos van Loon, orthopedagoog, is manager Inhoudelijke Ondersteuning bij Stichting Arduin in Middelburg en academisch consulent aan de Vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent.
Geert Van Hove, orthopedagoog, doceert aan de Vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent en aan de Vrije Universiteit Brussel.
Persoonsgerichte ondersteuning en kwaliteit van bestaan (Arduin-serie, nr. 8)
Jos van Loon, orthopedagoog, is manager Inhoudelijke Ondersteuning bij Stichting Arduin in Middelburg en academisch consulent aan de Vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent.
Geert Van Hove, orthopedagoog, doceert aan de Vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent en aan de Vrije Universiteit Brussel.

Spellingmakker – Evaluatiebundel 1 – 1ste leerjaar
Bij het aanbieden van de schrijfletters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Deze Evaluatiebundel is bestemd voor de leerlingen van het eerste leerjaar/groep 3.
Vanaf 5 exemplaren betaalt u slechts € 9,- per evaluatiebundel.

Spellingmakker – Evaluatiebundel 1 – 1ste leerjaar
Bij het aanbieden van de schrijfletters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Deze Evaluatiebundel is bestemd voor de leerlingen van het eerste leerjaar/groep 3.
Vanaf 5 exemplaren betaalt u slechts € 9,- per evaluatiebundel.

Spellingmakker – Letterkaarten & Schrijfmakkers – 1ste leerjaar
Bij het aanbieden van de schrijfletters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Deze Letterkaarten & Schrijfmakkers bevatten losse kaartjes voor elke schrijfletter, met concrete aanwijzigingen om de letter te leren schrijven.

Spellingmakker – Letterkaarten & Schrijfmakkers – 1ste leerjaar
Bij het aanbieden van de schrijfletters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Deze Letterkaarten & Schrijfmakkers bevatten losse kaartjes voor elke schrijfletter, met concrete aanwijzigingen om de letter te leren schrijven.
De factor Fidel
Waarom zijn de Cubaanse revolutionairen erin geslaagd terwijl vele anderen faalden? Hoe wisten ze stand te houden tegen de langstdurende blokkade ooit? Waarom bleven sociale explosies uit tijdens de enorme economische crisis in de jaren negentig? Wat beweegt dit derdewereldland om op zijn eentje wereldwijd meer dokters uit te zenden dan de hele Wereldgezondheidsorganisatie?
Hoe verklaar je dat zo een klein onbeduidend eiland de geschiedenis van Afrika mee heeft bepaald en zo’n factor van betekenis is geweest in de wereldgeschiedenis?
De Factor Fidel gaat op zoek naar antwoorden door de plannen te bestuderen van de architect van deze eigenzinnige revolutie. Het boek wil niet de clichés of gemeenplaatsen over Cuba herhalen, maar de fundamenten van deze spraakmakende revolutie diepgravend in kaart brengen.
Dit boek is de vrucht van jarenlang opzoekingswerk in het reusachtig en zeer versnipperd oeuvre van Fidel Castro. Je kunt het zien als het politiek testament van een van de meest markante leiders sinds de Tweede Wereldoorlog.
Katrien Demuynck is historica en coördinator van Initiatief Cuba Socialista. Ze bezocht Cuba tientallen keren en publiceert geregeld over het land. Marc Vandepitte is filosoof en economist. Beide auteurs zijn ervaren Cuba-experts.
De factor Fidel
Waarom zijn de Cubaanse revolutionairen erin geslaagd terwijl vele anderen faalden? Hoe wisten ze stand te houden tegen de langstdurende blokkade ooit? Waarom bleven sociale explosies uit tijdens de enorme economische crisis in de jaren negentig? Wat beweegt dit derdewereldland om op zijn eentje wereldwijd meer dokters uit te zenden dan de hele Wereldgezondheidsorganisatie?
Hoe verklaar je dat zo een klein onbeduidend eiland de geschiedenis van Afrika mee heeft bepaald en zo’n factor van betekenis is geweest in de wereldgeschiedenis?
De Factor Fidel gaat op zoek naar antwoorden door de plannen te bestuderen van de architect van deze eigenzinnige revolutie. Het boek wil niet de clichés of gemeenplaatsen over Cuba herhalen, maar de fundamenten van deze spraakmakende revolutie diepgravend in kaart brengen.
Dit boek is de vrucht van jarenlang opzoekingswerk in het reusachtig en zeer versnipperd oeuvre van Fidel Castro. Je kunt het zien als het politiek testament van een van de meest markante leiders sinds de Tweede Wereldoorlog.
Katrien Demuynck is historica en coördinator van Initiatief Cuba Socialista. Ze bezocht Cuba tientallen keren en publiceert geregeld over het land. Marc Vandepitte is filosoof en economist. Beide auteurs zijn ervaren Cuba-experts.



