Jeugd- en gezinsbeleid – deel 2 – Uitgewerkte beleidsthema’s
In Jeugd- en gezinsbeleid vanuit pedagogisch perspectief wordt gezinsbeleid benaderd vanuit een (ortho)pedagogische invalshoek en vanuit de pedagogische opdracht van de samenleving. De auteurs pleiten ervoor om in beleidsafwegingen de totale persoon-in-wording van het kind en de jeugdige centraal te stellen.
In Deel 2: Uitgewerkte beleidsthema’s worden concrete beleidsthema’s op het snijvlak van jeugd-, gezins- en onderwijsbeleid verder uitgediept met behulp van onderzoeksresultaten, beleidsnota’s en praktijksituaties in de jeugdzorg. Het betreft de thema’s Jeugd- en gezinsbeleid, opvoeding, onderwijs en jeugdzorg.
Dit boek kadert in een drieluik. In Deel 1: Theorie en achtergronden worden een viertal beleidsbenaderingen behandeld vanuit een pedagogisch perspectief. Deel 3: Verwerkingsopdrachten is een boek met werk- en studieopdrachten met bijbehorende literatuursuggesties. Deze themaopdrachten zijn geschikt voor individuele verwerking en uitdieping, maar ook voor verwerking in beleidswerkgroepen of -workshop’s.
Deze publicaties maken jeugd- en gezinsbeleidsvraagstukken toegankelijk voor een breed publiek, en bieden handvatten voor professionals werkzaam bij gemeentelijke, provinciale en landelijke beleidsorganen. Ze zijn ook een onmisbaar handboek voor de professional in opleiding op universiteit en hogeschool.
Jan R.M. Gerris is hoogleraar Gezinspedagogiek aan de afdeling Orthopedagogiek: Gezin en Gedrag van de Radboud Universiteit in Nijmegen en was mede-oprichter en eerste president van de European Society on Family Relations (ESFR).
Jan Willem Veerman is bijzonder hoogleraar Speciale Kinder- en Jeugdzorg aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en directeur van Praktikon, een organisatie voor onderzoek en ontwikkeling in de jeugdzorg.
Dr. Agnes Tellings is universitair docent en onderzoeker aan de afdeling Orthopedagogiek: Leren & Ontwikkeling van de Radboud Universiteit Nijmegen, en aan het aldaar gevestigde onderzoeksinstituut Behavioural Science Institute (BSI).
Jeugd- en gezinsbeleid – deel 2 – Uitgewerkte beleidsthema’s
In Jeugd- en gezinsbeleid vanuit pedagogisch perspectief wordt gezinsbeleid benaderd vanuit een (ortho)pedagogische invalshoek en vanuit de pedagogische opdracht van de samenleving. De auteurs pleiten ervoor om in beleidsafwegingen de totale persoon-in-wording van het kind en de jeugdige centraal te stellen.
In Deel 2: Uitgewerkte beleidsthema’s worden concrete beleidsthema’s op het snijvlak van jeugd-, gezins- en onderwijsbeleid verder uitgediept met behulp van onderzoeksresultaten, beleidsnota’s en praktijksituaties in de jeugdzorg. Het betreft de thema’s Jeugd- en gezinsbeleid, opvoeding, onderwijs en jeugdzorg.
Dit boek kadert in een drieluik. In Deel 1: Theorie en achtergronden worden een viertal beleidsbenaderingen behandeld vanuit een pedagogisch perspectief. Deel 3: Verwerkingsopdrachten is een boek met werk- en studieopdrachten met bijbehorende literatuursuggesties. Deze themaopdrachten zijn geschikt voor individuele verwerking en uitdieping, maar ook voor verwerking in beleidswerkgroepen of -workshop’s.
Deze publicaties maken jeugd- en gezinsbeleidsvraagstukken toegankelijk voor een breed publiek, en bieden handvatten voor professionals werkzaam bij gemeentelijke, provinciale en landelijke beleidsorganen. Ze zijn ook een onmisbaar handboek voor de professional in opleiding op universiteit en hogeschool.
Jan R.M. Gerris is hoogleraar Gezinspedagogiek aan de afdeling Orthopedagogiek: Gezin en Gedrag van de Radboud Universiteit in Nijmegen en was mede-oprichter en eerste president van de European Society on Family Relations (ESFR).
Jan Willem Veerman is bijzonder hoogleraar Speciale Kinder- en Jeugdzorg aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en directeur van Praktikon, een organisatie voor onderzoek en ontwikkeling in de jeugdzorg.
Dr. Agnes Tellings is universitair docent en onderzoeker aan de afdeling Orthopedagogiek: Leren & Ontwikkeling van de Radboud Universiteit Nijmegen, en aan het aldaar gevestigde onderzoeksinstituut Behavioural Science Institute (BSI).
Jeugd- en gezinsbeleid – Deel 1 – Theorie en achtergronden
In Deel 1: Theorie en achtergronden worden een viertal beleidsbenaderingen behandeld vanuit een pedagogisch perspectief. Het gaat concreet om de repressieve benadering, de restauratieve benadering, de risicofactorenbenadering en de ontwikkelingspedagogische benadering, die telkens vanuit theorie en praktijk worden toegelicht. Er wordt ook gereflecteerd over een definitie van het gezin in zijn diversiteit. Een afbakening van het begrip gezin is noodzakelijk voor een systematisch en constructief jeugd- en gezinsbeleid.
Dit boek kadert in een drieluik. In Deel 2: Uitgewerkte beleidsthema’s worden concrete beleidsthema’s op het snijvlak van jeugd-, gezins- en onderwijsbeleid verder uitgediept met behulp van onderzoeksresultaten, beleidsnota’s en praktijksituaties in de jeugdzorg. Deel 3: Verwerkingsopdrachten is een boek met werk- en studieopdrachten met bijbehorende literatuursuggesties. Deze themaopdrachten zijn geschikt voor individuele verwerking en uitdieping, maar ook voor verwerking in beleidswerkgroepen of -workshops. Deze publicaties maken jeugd- en gezinsbeleidsvraagstukken toegankelijk voor een breed publiek, en bieden handvatten voor professionals werkzaam bij gemeentelijke, provinciale en landelijke beleidsorganen. Ze zijn ook een onmisbaar handboek voor de professional in opleiding op universiteit en hogeschool.
Jan R.M. Gerris is hoogleraar Gezinspedagogiek aan de afdeling Orthopedagogiek: Gezin en gedrag van de Radboud Universiteit in Nijmegen en was mede-oprichter en eerste president van de European Society on Family Relations (ESFR).
Jan Willem Veerman is bijzonder hoogleraar Speciale Kinder- en Jeugdzorg aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en directeur van Praktikon, een organisatie voor onderzoek en ontwikkeling in de jeugdzorg.
Dr. Agnes Tellings is universitair docent en onderzoeker aan de afdeling Orthopedagogiek: Leren & Ontwikkeling van de Radboud Universiteit Nijmegen, en aan het aldaar gevestigde onderzoeksinstituut Behavioural Science Institute (BSI).
Jeugd- en gezinsbeleid – Deel 1 – Theorie en achtergronden
In Deel 1: Theorie en achtergronden worden een viertal beleidsbenaderingen behandeld vanuit een pedagogisch perspectief. Het gaat concreet om de repressieve benadering, de restauratieve benadering, de risicofactorenbenadering en de ontwikkelingspedagogische benadering, die telkens vanuit theorie en praktijk worden toegelicht. Er wordt ook gereflecteerd over een definitie van het gezin in zijn diversiteit. Een afbakening van het begrip gezin is noodzakelijk voor een systematisch en constructief jeugd- en gezinsbeleid.
Dit boek kadert in een drieluik. In Deel 2: Uitgewerkte beleidsthema’s worden concrete beleidsthema’s op het snijvlak van jeugd-, gezins- en onderwijsbeleid verder uitgediept met behulp van onderzoeksresultaten, beleidsnota’s en praktijksituaties in de jeugdzorg. Deel 3: Verwerkingsopdrachten is een boek met werk- en studieopdrachten met bijbehorende literatuursuggesties. Deze themaopdrachten zijn geschikt voor individuele verwerking en uitdieping, maar ook voor verwerking in beleidswerkgroepen of -workshops. Deze publicaties maken jeugd- en gezinsbeleidsvraagstukken toegankelijk voor een breed publiek, en bieden handvatten voor professionals werkzaam bij gemeentelijke, provinciale en landelijke beleidsorganen. Ze zijn ook een onmisbaar handboek voor de professional in opleiding op universiteit en hogeschool.
Jan R.M. Gerris is hoogleraar Gezinspedagogiek aan de afdeling Orthopedagogiek: Gezin en gedrag van de Radboud Universiteit in Nijmegen en was mede-oprichter en eerste president van de European Society on Family Relations (ESFR).
Jan Willem Veerman is bijzonder hoogleraar Speciale Kinder- en Jeugdzorg aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en directeur van Praktikon, een organisatie voor onderzoek en ontwikkeling in de jeugdzorg.
Dr. Agnes Tellings is universitair docent en onderzoeker aan de afdeling Orthopedagogiek: Leren & Ontwikkeling van de Radboud Universiteit Nijmegen, en aan het aldaar gevestigde onderzoeksinstituut Behavioural Science Institute (BSI).
Ik wil ook. Leren in kinderdagcentra
Kinderen met een meervoud aan beperkingen ervaren belemmeringen om zichzelf en de eigen, meegebrachte mogelijkheden zonder meer zichtbaar te maken voor hun omgeving.
Dit boek is een leidraad voor de begeleiding en ondersteuning van deze kinderen in een kinderdagcentrum. Het leerprogramma wordt groepsgewijs aangeboden en voor ieder kind individueel uitgewerkt. Ondanks de diversiteit en de uiteenlopende vragen die deze kinderen stellen, is het uitgangspunt dat zij de wil hebben zich te ontwikkelen. Dat betekent dat zij zich met hun lichaam willen verbinden, met de wereld en met de mensen om hen heen en hierop invloed willen uitoefenen.
‘(...) het is geweldig dat het Astrid van Zon gelukt is dit therapeutisch leerprogramma te ontwikkelen en vast te leggen. (...) vanwege de duidelijke opzet en het goed uitgewerkte dagprogramma biedt het niet alleen houvast aan de praktijk, maar kan het ook van belang zijn voor wetenschappers en beleidsmakers.’
Prof.dr. Carla Vlaskamp
Astrid van Zon studeerde pedagogie en theologie en was werkzaam in diverse functies bij de ondersteuning en ontwikkeling van kinderen met een of meer beperkingen en hun ouders. Momenteel is zij verbonden aan Rozemarijn, een kinderdagcentrum voor kinderen met meervoudige beperkingen in Haarlem en Heemstede, waarvan zij medeoprichtster en momenteel directeur is. Rozemarijn is onderdeel van de Raphaëlstichting.
Ik wil ook. Leren in kinderdagcentra
Kinderen met een meervoud aan beperkingen ervaren belemmeringen om zichzelf en de eigen, meegebrachte mogelijkheden zonder meer zichtbaar te maken voor hun omgeving.
Dit boek is een leidraad voor de begeleiding en ondersteuning van deze kinderen in een kinderdagcentrum. Het leerprogramma wordt groepsgewijs aangeboden en voor ieder kind individueel uitgewerkt. Ondanks de diversiteit en de uiteenlopende vragen die deze kinderen stellen, is het uitgangspunt dat zij de wil hebben zich te ontwikkelen. Dat betekent dat zij zich met hun lichaam willen verbinden, met de wereld en met de mensen om hen heen en hierop invloed willen uitoefenen.
‘(...) het is geweldig dat het Astrid van Zon gelukt is dit therapeutisch leerprogramma te ontwikkelen en vast te leggen. (...) vanwege de duidelijke opzet en het goed uitgewerkte dagprogramma biedt het niet alleen houvast aan de praktijk, maar kan het ook van belang zijn voor wetenschappers en beleidsmakers.’
Prof.dr. Carla Vlaskamp
Astrid van Zon studeerde pedagogie en theologie en was werkzaam in diverse functies bij de ondersteuning en ontwikkeling van kinderen met een of meer beperkingen en hun ouders. Momenteel is zij verbonden aan Rozemarijn, een kinderdagcentrum voor kinderen met meervoudige beperkingen in Haarlem en Heemstede, waarvan zij medeoprichtster en momenteel directeur is. Rozemarijn is onderdeel van de Raphaëlstichting.
Omgaan met dyslexie. Sociale en emotionele aspecten
Vaak gaan deze publicaties over diagnostiek en behandelingstechnieken. Maar voor de begeleiding van kinderen met dyslexie, hun ouders en leerkrachten is, naast technische inzichten en vaardigheden, ook kennis nodig om met de levende realiteit van dyslexie invoelend te kunnen omgaan. Over wat we ‘omgangskennis’ kunnen noemen, is nog maar weinig geschreven. Een belangrijk ingrediënt van die omgangskennis zou moeten zijn dat cognitie en emotie bij elkaar horen.
Dit boek handelt precies over dit onderwerp, op een toegankelijke manier: de nadruk ligt op de sociaal-emotionele kant van het probleem dyslexie. De auteurs bestrijken daarbij de hele levensloop van het kind tot volwassene en alle gebieden: school, beroep, vrije tijd en interactie met gezinsleden en anderen.
Deze gewijzigde herdruk besteedt aandacht aan de meest recente inzichten omtrent dyslexie en de sociaal-emotionele aspecten ervan.
"een aanrader"
Logopedie, jrg. 26, nr. 5, blz. 63-64
Jan Hindrik Loonstra is als Neerlandicus en Orthopedagoog-Generalist verbonden
aan OCRN; OCRN is een praktijk voor Kinder- en Jeugdpsychiatrie/
Leerstoornissen met vestigingen in Assen, Groningen en Leeuwarden.
Tom Braams, is de onderwijspsycholoog
Omgaan met dyslexie. Sociale en emotionele aspecten
Vaak gaan deze publicaties over diagnostiek en behandelingstechnieken. Maar voor de begeleiding van kinderen met dyslexie, hun ouders en leerkrachten is, naast technische inzichten en vaardigheden, ook kennis nodig om met de levende realiteit van dyslexie invoelend te kunnen omgaan. Over wat we ‘omgangskennis’ kunnen noemen, is nog maar weinig geschreven. Een belangrijk ingrediënt van die omgangskennis zou moeten zijn dat cognitie en emotie bij elkaar horen.
Dit boek handelt precies over dit onderwerp, op een toegankelijke manier: de nadruk ligt op de sociaal-emotionele kant van het probleem dyslexie. De auteurs bestrijken daarbij de hele levensloop van het kind tot volwassene en alle gebieden: school, beroep, vrije tijd en interactie met gezinsleden en anderen.
Deze gewijzigde herdruk besteedt aandacht aan de meest recente inzichten omtrent dyslexie en de sociaal-emotionele aspecten ervan.
"een aanrader"
Logopedie, jrg. 26, nr. 5, blz. 63-64
Jan Hindrik Loonstra is als Neerlandicus en Orthopedagoog-Generalist verbonden
aan OCRN; OCRN is een praktijk voor Kinder- en Jeugdpsychiatrie/
Leerstoornissen met vestigingen in Assen, Groningen en Leeuwarden.
Tom Braams, is de onderwijspsycholoog
Behouden en veranderen. Leren en ontwikkelen van ervaren docenten
Frits Achterberg is trainer, coach, adviseur en docent aan het IVLOS – Interfacultair Instituut voor Lerarenopleiding, Onderwijsontwikkeling en Studievaardigheden van de Universiteit Utrecht.
Behouden en veranderen. Leren en ontwikkelen van ervaren docenten
Frits Achterberg is trainer, coach, adviseur en docent aan het IVLOS – Interfacultair Instituut voor Lerarenopleiding, Onderwijsontwikkeling en Studievaardigheden van de Universiteit Utrecht.
Digitale voortgangstoets. Van concept tot implementatie
De digitale voortgangstoets heeft als doel het functionele kennisaspect van een competentie te evalueren. Het beheersen van deze kennis wordt bevorderd door het herhaaldelijk afnemen van de toets, gecombineerd met een degelijke feedback. Een goed en uitgebreid kennisnetwerk is essentieel om andere metacognitieve assessments tot een goed einde te brengen en de vooropgestelde competenties te bereiken. Het digitale karakter van de toets sluit nauw aan bij de digitale leefwereld van de student en de snel evoluerende kennismaatschappij. Een digitale voortgangstoets is een grote stap in het ontwerpen van innovatieve assessmentinstrumenten. De implementatie vraagt een paradigmashift van het onderwijs, zowel op management- als op studenten- en docentenniveau.
Dit boek beschrijft hoe een digitale voortgangstoets vanuit een basisconcept uitgewerkt en geïmplementeerd kan worden in het onderwijs. Het biedt theoretische achtergronden aan die verduidelijkt worden met praktijkvoorbeelden en resultaten uit de opleiding bachelor in de verpleegkunde. Het boek is bestemd voor docenten, lectoren, beleidsmakers, onderwijskundigen, opleidingsverantwoordelijken en medewerkers uit het werkveld. Vanwege het brede perspectief van waaruit de digitale voortgangstoets bekeken wordt, is het boek ook geschikt voor alle opleidingen in het hoger onderwijs of andere sectoren uit het werkveld.
Narcisse Vandebosch (°1966) is van opleiding verpleegkundige en vroedvrouw en is verbonden aan de KHLim (Katholieke Hogeschool Limburg, Associatie KULeuven) binnen de opleidingen verpleegkunde en vroedkunde. Daarnaast heeft zij een bijzondere expertise in onderwijskundige domeinen zoals curriculumontwikkeling en innovatieve assessments.
Student scoort beter dankzij voortgangstoets
De Morgen, 2 juli 2013
Digitale voortgangstoets. Van concept tot implementatie
De digitale voortgangstoets heeft als doel het functionele kennisaspect van een competentie te evalueren. Het beheersen van deze kennis wordt bevorderd door het herhaaldelijk afnemen van de toets, gecombineerd met een degelijke feedback. Een goed en uitgebreid kennisnetwerk is essentieel om andere metacognitieve assessments tot een goed einde te brengen en de vooropgestelde competenties te bereiken. Het digitale karakter van de toets sluit nauw aan bij de digitale leefwereld van de student en de snel evoluerende kennismaatschappij. Een digitale voortgangstoets is een grote stap in het ontwerpen van innovatieve assessmentinstrumenten. De implementatie vraagt een paradigmashift van het onderwijs, zowel op management- als op studenten- en docentenniveau.
Dit boek beschrijft hoe een digitale voortgangstoets vanuit een basisconcept uitgewerkt en geïmplementeerd kan worden in het onderwijs. Het biedt theoretische achtergronden aan die verduidelijkt worden met praktijkvoorbeelden en resultaten uit de opleiding bachelor in de verpleegkunde. Het boek is bestemd voor docenten, lectoren, beleidsmakers, onderwijskundigen, opleidingsverantwoordelijken en medewerkers uit het werkveld. Vanwege het brede perspectief van waaruit de digitale voortgangstoets bekeken wordt, is het boek ook geschikt voor alle opleidingen in het hoger onderwijs of andere sectoren uit het werkveld.
Narcisse Vandebosch (°1966) is van opleiding verpleegkundige en vroedvrouw en is verbonden aan de KHLim (Katholieke Hogeschool Limburg, Associatie KULeuven) binnen de opleidingen verpleegkunde en vroedkunde. Daarnaast heeft zij een bijzondere expertise in onderwijskundige domeinen zoals curriculumontwikkeling en innovatieve assessments.
Student scoort beter dankzij voortgangstoets
De Morgen, 2 juli 2013
Tien keer beter! 2 Leraren verbeteren hun onderwijspraktijk door onderzoek (Reeks Praktijk in Onderzoek, nr. 5)
Wie dit allemaal weet, kan ook de stap zetten van ‘onbewust waarnemen’ naar ‘bewust interpreteren’. En daarmee staat de deur naar voortdurende onderwijsverbetering en –vernieuwing open.
Elke onderwijssituatie is uniek. Het heeft een eigen identiteit en functioneert relatief autonoom. Dit laatste vooral in interactie met de omgeving.
Onderwijsverbetering en onderwijsvernieuwing vragen om verbindingen met de wereld buiten de eigen setting, buiten de eigen school, de eigen klas, de eigen les. Daarmee blijven leraren niet alleen uitvoerders van wat anderen bedacht hebben, maar worden ook onderzoekers van hun eigen leren en het leren van kinderen. (Kok, 2008). Het is een voortdurende speurtocht naar kennis over wat werkt en niet werkt in het onderwijs.
Staatssecretaris Dijksma schrijft ook voor dit tweede boek Tien keer beter! het voorwoord. Zij onderkent daarmee de basis die nodig is om passend onderwijs vorm te geven: leraren die weten wat werkt, om ‘leerlingen optimaal uit de verf te laten komen’.
Dijksma: Het is dus allemaal een kwestie van kennis. Van zelfkennis, vakinhoudelijke kennis, didactische kennis en kennis over speciale onderwijsbehoeften. Maar goede leraren, ook masters SEN, drijven niet op kennis alleen. Zij varen ook op empathie en de drive om kinderen iets bij te brengen. Wie hun ouders ook zijn. Waar ze ook vandaan komen. En of ze nu lijden aan een stoornis of niet. Want talent zit overal, als je het maar wil zien.
Tien keer beter! 2 Leraren verbeteren hun onderwijspraktijk door onderzoek (Reeks Praktijk in Onderzoek, nr. 5)
Wie dit allemaal weet, kan ook de stap zetten van ‘onbewust waarnemen’ naar ‘bewust interpreteren’. En daarmee staat de deur naar voortdurende onderwijsverbetering en –vernieuwing open.
Elke onderwijssituatie is uniek. Het heeft een eigen identiteit en functioneert relatief autonoom. Dit laatste vooral in interactie met de omgeving.
Onderwijsverbetering en onderwijsvernieuwing vragen om verbindingen met de wereld buiten de eigen setting, buiten de eigen school, de eigen klas, de eigen les. Daarmee blijven leraren niet alleen uitvoerders van wat anderen bedacht hebben, maar worden ook onderzoekers van hun eigen leren en het leren van kinderen. (Kok, 2008). Het is een voortdurende speurtocht naar kennis over wat werkt en niet werkt in het onderwijs.
Staatssecretaris Dijksma schrijft ook voor dit tweede boek Tien keer beter! het voorwoord. Zij onderkent daarmee de basis die nodig is om passend onderwijs vorm te geven: leraren die weten wat werkt, om ‘leerlingen optimaal uit de verf te laten komen’.
Dijksma: Het is dus allemaal een kwestie van kennis. Van zelfkennis, vakinhoudelijke kennis, didactische kennis en kennis over speciale onderwijsbehoeften. Maar goede leraren, ook masters SEN, drijven niet op kennis alleen. Zij varen ook op empathie en de drive om kinderen iets bij te brengen. Wie hun ouders ook zijn. Waar ze ook vandaan komen. En of ze nu lijden aan een stoornis of niet. Want talent zit overal, als je het maar wil zien.
Transcendentie in immanentie. Goddelijke hoogtes en laagtes met Heidegger, Deleuze en Derrida
Goddelijke transcendentie wordt al lang niet meer gedacht als een ‘bovennatuur’, als een andere, betere wereld die tegenover dit aardse tranendal staat. Zulke voorstellingen behoren tot het zogenaamde ‘representatiedenken’, een denken dat haar object probeert te vangen en te beheersen in voorstellingen. En net met God of het goddelijke lijkt dat niet zo goed te lukken: God transcendeert ons immers ‘per definitie’. Hoe kunnen we het overstijgende karakter van God dan denken? Aan de hand van het werk van drie hedendaagse filosofen – Martin Heidegger, Gilles Deleuze en Jacques Derrida – onderzoekt de auteur de mogelijkheden om het ongrijpbare karakter van God, de niet-representeerbare kern van elke religieuze traditie (waarnaar ook de mystiek verwijst), onder woorden te brengen. Dat dit thema geen louter abstracte denkoefening is, bewijst de politieke inzet die – naast de mystieke affiniteiten – bij zowel Heidegger als Deleuze en Derrida op het spel staat.
Kristien Justaert studeerde godsdienstwetenschappen en godgeleerdheid aan de KU Leuven, waar zij momenteel postdoctoraal onderzoeker is aan de faculteit theologie. Zij werkt vooral rond wijsgerige theologie, spiritualiteit en politieke theologie.
Transcendentie in immanentie. Goddelijke hoogtes en laagtes met Heidegger, Deleuze en Derrida
Goddelijke transcendentie wordt al lang niet meer gedacht als een ‘bovennatuur’, als een andere, betere wereld die tegenover dit aardse tranendal staat. Zulke voorstellingen behoren tot het zogenaamde ‘representatiedenken’, een denken dat haar object probeert te vangen en te beheersen in voorstellingen. En net met God of het goddelijke lijkt dat niet zo goed te lukken: God transcendeert ons immers ‘per definitie’. Hoe kunnen we het overstijgende karakter van God dan denken? Aan de hand van het werk van drie hedendaagse filosofen – Martin Heidegger, Gilles Deleuze en Jacques Derrida – onderzoekt de auteur de mogelijkheden om het ongrijpbare karakter van God, de niet-representeerbare kern van elke religieuze traditie (waarnaar ook de mystiek verwijst), onder woorden te brengen. Dat dit thema geen louter abstracte denkoefening is, bewijst de politieke inzet die – naast de mystieke affiniteiten – bij zowel Heidegger als Deleuze en Derrida op het spel staat.
Kristien Justaert studeerde godsdienstwetenschappen en godgeleerdheid aan de KU Leuven, waar zij momenteel postdoctoraal onderzoeker is aan de faculteit theologie. Zij werkt vooral rond wijsgerige theologie, spiritualiteit en politieke theologie.
Leren vanuit je passie: het vervolg! (Fontys Reeks Educatief, nr.12)
Op een MET-school hebben leerlingen de mogelijkheid om vanuit hun passie een persoonlijk leerproces te plannen en vorm te geven. De talenten en mogelijkheden van leerlingen worden expliciet gemaakt en leerlingen worden gestimuleerd deze verder te ontwikkelen door deze te koppelen aan reguliere vakken maar ook aan leerervaringen (stages en projecten) in de echte wereld.
Ook op de praktijkschool Schijndel kijkt men niet zozeer naar de onderwijsbelemmeringen maar vooral naar de mogelijkheden van de leerlingen. De leerlingen worden gevormd tot jongeren die graag willen leren, hun eigen passie durven en weten te volgen en bereid zijn om daartoe eigen wegen te ontdekken en te kiezen.
Vanaf september 2009 wordt in de gehele school gewerkt volgens het ‘MET4ELDE’ gedachtegoed. De inspanningen zijn erop gericht meer maatwerk voor de leerling te realiseren en een betere doorstroom naar vervolgonderwijs of arbeidsmarkt te bewerkstelligen. Met als uiteindelijk doel dat elke leerling een passende plaats op de arbeidsmarkt verwerft en behoudt.
In dit boekje wordt de werkwijze van zowel leerlingen, ouders, team, directie en de begeleidingsinzet van het Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg van Fontys Hogescholen beschreven.
Leren vanuit je passie: het vervolg! is bedoeld als inspiratiebron om onderwijs meer op de leerling af te stemmen en daarmee het onderwijsaanbod voor te bereiden op passend onderwijs. De zorgvuldige en doortastende aanpak op de praktijkschool in Schijndel bewijst dat goede begeleiding van zorgleerlingen een goede garantie is voor een passende leer- of arbeidsplek in de buurt!
Leren vanuit je passie: het vervolg! (Fontys Reeks Educatief, nr.12)
Op een MET-school hebben leerlingen de mogelijkheid om vanuit hun passie een persoonlijk leerproces te plannen en vorm te geven. De talenten en mogelijkheden van leerlingen worden expliciet gemaakt en leerlingen worden gestimuleerd deze verder te ontwikkelen door deze te koppelen aan reguliere vakken maar ook aan leerervaringen (stages en projecten) in de echte wereld.
Ook op de praktijkschool Schijndel kijkt men niet zozeer naar de onderwijsbelemmeringen maar vooral naar de mogelijkheden van de leerlingen. De leerlingen worden gevormd tot jongeren die graag willen leren, hun eigen passie durven en weten te volgen en bereid zijn om daartoe eigen wegen te ontdekken en te kiezen.
Vanaf september 2009 wordt in de gehele school gewerkt volgens het ‘MET4ELDE’ gedachtegoed. De inspanningen zijn erop gericht meer maatwerk voor de leerling te realiseren en een betere doorstroom naar vervolgonderwijs of arbeidsmarkt te bewerkstelligen. Met als uiteindelijk doel dat elke leerling een passende plaats op de arbeidsmarkt verwerft en behoudt.
In dit boekje wordt de werkwijze van zowel leerlingen, ouders, team, directie en de begeleidingsinzet van het Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg van Fontys Hogescholen beschreven.
Leren vanuit je passie: het vervolg! is bedoeld als inspiratiebron om onderwijs meer op de leerling af te stemmen en daarmee het onderwijsaanbod voor te bereiden op passend onderwijs. De zorgvuldige en doortastende aanpak op de praktijkschool in Schijndel bewijst dat goede begeleiding van zorgleerlingen een goede garantie is voor een passende leer- of arbeidsplek in de buurt!
Nieuwe kleren voor de werkstad. Sociale geschiedenis en ruimtelijke planning in de Antwerpse stationsomgeving. Wandeling door Garant- en Maklu-buurt
De Antwerpse stationsbuurt vertelt, scherper dan ons lief is, hoe het echt met deze stad gaat. Wat bedoelen we eigenlijk als we zeggen dat de stationswijk ''beter'' wordt? Is die verbetering duurzaam, past zij bij de sociale en culturele eigenheid van deze wijk? Wat leren we uit de investeringen van vorige generaties, uit de actuele routines en inspanningen van burgers, boekhandelaars en arbeidsbemiddelaars? Stationsbuurten zijn als spiegels. Je kunt er de hele wereld zien, de schokgolven van verwaarlozing en dualisering maar net zo goed de investeringen en de doorgaans tragere jaarringen van stedelijke groei en sociale vernieuwing.
Door middel van meervoudige stadsanalyse komt de auteur tot een aantal ontwerp- en beleidsvoorstellen. "Nu de achterkant van het station wat meer voorkant wordt, komen de generaties die de werkstad hebben opgebouwd, extra onder druk te staan. Een verantwoordelijke overheid weet dan wat haar te doen staat. (...) Een stad wordt niet beter van kijkarchitectuur als het stedelijk en gemengd wonen zelf onderuit gaat." (p. 29)
Kijkt en wandelt u mee, door deze stationswijk, door haar geschiedenis, door de stedelijke cultuur. Dit is de wijk waarin de Uitgeverscombinatie Maklu | Garant | Het Spinhuis, op 19-20 september 2009 Het Boekenpodium. Centrum voor het non-fictionboek heeft opgericht.
Het essay verschijnt als afzonderlijk boekje naar aanleiding van de lancering van het tijdschrift Ruimte en Maatschappij - Vlaams Nederlands tijdschrift voor ruimtelijke vraagstukken.
Paul Blondeel, sociaal pedagoog, is oprichter-directeur van Studio Stadsonderzoek. Hij deed langdurig onderzoek in de Antwerpse stationsbuurt.
Nieuwe kleren voor de werkstad. Sociale geschiedenis en ruimtelijke planning in de Antwerpse stationsomgeving. Wandeling door Garant- en Maklu-buurt
De Antwerpse stationsbuurt vertelt, scherper dan ons lief is, hoe het echt met deze stad gaat. Wat bedoelen we eigenlijk als we zeggen dat de stationswijk ''beter'' wordt? Is die verbetering duurzaam, past zij bij de sociale en culturele eigenheid van deze wijk? Wat leren we uit de investeringen van vorige generaties, uit de actuele routines en inspanningen van burgers, boekhandelaars en arbeidsbemiddelaars? Stationsbuurten zijn als spiegels. Je kunt er de hele wereld zien, de schokgolven van verwaarlozing en dualisering maar net zo goed de investeringen en de doorgaans tragere jaarringen van stedelijke groei en sociale vernieuwing.
Door middel van meervoudige stadsanalyse komt de auteur tot een aantal ontwerp- en beleidsvoorstellen. "Nu de achterkant van het station wat meer voorkant wordt, komen de generaties die de werkstad hebben opgebouwd, extra onder druk te staan. Een verantwoordelijke overheid weet dan wat haar te doen staat. (...) Een stad wordt niet beter van kijkarchitectuur als het stedelijk en gemengd wonen zelf onderuit gaat." (p. 29)
Kijkt en wandelt u mee, door deze stationswijk, door haar geschiedenis, door de stedelijke cultuur. Dit is de wijk waarin de Uitgeverscombinatie Maklu | Garant | Het Spinhuis, op 19-20 september 2009 Het Boekenpodium. Centrum voor het non-fictionboek heeft opgericht.
Het essay verschijnt als afzonderlijk boekje naar aanleiding van de lancering van het tijdschrift Ruimte en Maatschappij - Vlaams Nederlands tijdschrift voor ruimtelijke vraagstukken.
Paul Blondeel, sociaal pedagoog, is oprichter-directeur van Studio Stadsonderzoek. Hij deed langdurig onderzoek in de Antwerpse stationsbuurt.
Globalisering, groei en ontwikkeling. Een andere kijk op internationale politieke economie
Dit boek laat deze en andere contradicties aan bod komen en biedt tegelijk een aantal methodologische nieuwigheden. Zo heeft de auteur er bewust voor gekozen om een ''niet-Eurocentrische'' sociaal-economische geschiedenis van de 19de en de 20ste eeuw te schrijven. De traditionele historiografie viseert al te veel de ''Noord-Atlantische'' of zogenaamde ''Westerse'' geschiedenis. Ook stereotypes als ''Het Westen'' en ''Het Oosten'' doorbreekt dit boek. Concepten als moderniteit, traditionalisme en spiritualiteit hebben immers geen windrichting...
Gerrit De Vylder doceert Internationale Politieke Economie en Economische Geschiedenis aan de Lessius Hogeschool in Antwerpen en is geassocieerd onderzoeker aan de Katholieke Universiteit Leuven. Als gastdocent doceert hij ook Globalization en Problems of Economic Growth aan de Polonia University in Czestochowa, Polen. Hij publiceert vooral over India, Turkije, de geschiedenis van de internationale handel, bedrijfsgeschiedenis, de relatie tussen godsdienst en economie, en tussen literatuur en economie. Ondermeer als studiebeursstudent, vertegenwoordiger van ontwikkelingsorganisaties, cultuurreisleider en gastprofessor bereisde hij intensief regio’s zoals het Midden-Oosten, Centraal-, Zuid- en Zuid-Oost-Azië, Oost-Europa en Latijns Amerika. Familiaal bevindt hij zich zowel in de christelijke, West-Europese als in de islamitische, Zuid-Aziatische wereld.
Globalisering, groei en ontwikkeling. Een andere kijk op internationale politieke economie
Dit boek laat deze en andere contradicties aan bod komen en biedt tegelijk een aantal methodologische nieuwigheden. Zo heeft de auteur er bewust voor gekozen om een ''niet-Eurocentrische'' sociaal-economische geschiedenis van de 19de en de 20ste eeuw te schrijven. De traditionele historiografie viseert al te veel de ''Noord-Atlantische'' of zogenaamde ''Westerse'' geschiedenis. Ook stereotypes als ''Het Westen'' en ''Het Oosten'' doorbreekt dit boek. Concepten als moderniteit, traditionalisme en spiritualiteit hebben immers geen windrichting...
Gerrit De Vylder doceert Internationale Politieke Economie en Economische Geschiedenis aan de Lessius Hogeschool in Antwerpen en is geassocieerd onderzoeker aan de Katholieke Universiteit Leuven. Als gastdocent doceert hij ook Globalization en Problems of Economic Growth aan de Polonia University in Czestochowa, Polen. Hij publiceert vooral over India, Turkije, de geschiedenis van de internationale handel, bedrijfsgeschiedenis, de relatie tussen godsdienst en economie, en tussen literatuur en economie. Ondermeer als studiebeursstudent, vertegenwoordiger van ontwikkelingsorganisaties, cultuurreisleider en gastprofessor bereisde hij intensief regio’s zoals het Midden-Oosten, Centraal-, Zuid- en Zuid-Oost-Azië, Oost-Europa en Latijns Amerika. Familiaal bevindt hij zich zowel in de christelijke, West-Europese als in de islamitische, Zuid-Aziatische wereld.
Inclusie – zeggenschap – support. Op weg naar een samenleving waarin iedereen welkom is
Aan de hand van de begrippen inclusie, zeggenschap en support laten de auteurs van dit boek zien, dat het daadwerkelijk invulling geven aan deze begrippen betekent dat we ver over de grenzen van de huidige zorg heen moeten kijken. En dat levert geheel nieuwe perspectieven op. Perspectieven op een gewoon leven, met gewone alledaagse dingen. Met daarbij de passende ondersteuning.
De persoon en zijn behoeften komen weer centraal te staan. Of het nu gaat om wonen in de samenleving, werken of het volgen van onderwijs. Het betekent ook de ontwikkeling van nieuwe dienstverleningsconcepten die in en met de samenleving tot stand komen. En de waarborging dat kwetsbare mensen en hun families de ondersteuning krijgen op alle terreinen waarop ze die nodig hebben. Het klinkt eenvoudig en dat is het eigenlijk ook. Maar zo eenvoudig is het in de praktijk niet. Oude structuren afbreken is een hardnekkig proces. En nog hardnekkiger is het om oud denken en handelen af te breken. En toch is het de weg die we moeten gaan, we zijn het aan mensen met een beperking verplicht. En aan andere mensen die om de één of andere reden gemarginaliseerd worden. Op weg naar een samenleving waarin iedereen welkom is.
Inclusie – zeggenschap – support. Op weg naar een samenleving waarin iedereen welkom is
Aan de hand van de begrippen inclusie, zeggenschap en support laten de auteurs van dit boek zien, dat het daadwerkelijk invulling geven aan deze begrippen betekent dat we ver over de grenzen van de huidige zorg heen moeten kijken. En dat levert geheel nieuwe perspectieven op. Perspectieven op een gewoon leven, met gewone alledaagse dingen. Met daarbij de passende ondersteuning.
De persoon en zijn behoeften komen weer centraal te staan. Of het nu gaat om wonen in de samenleving, werken of het volgen van onderwijs. Het betekent ook de ontwikkeling van nieuwe dienstverleningsconcepten die in en met de samenleving tot stand komen. En de waarborging dat kwetsbare mensen en hun families de ondersteuning krijgen op alle terreinen waarop ze die nodig hebben. Het klinkt eenvoudig en dat is het eigenlijk ook. Maar zo eenvoudig is het in de praktijk niet. Oude structuren afbreken is een hardnekkig proces. En nog hardnekkiger is het om oud denken en handelen af te breken. En toch is het de weg die we moeten gaan, we zijn het aan mensen met een beperking verplicht. En aan andere mensen die om de één of andere reden gemarginaliseerd worden. Op weg naar een samenleving waarin iedereen welkom is.
Filosofie in honderd woorden
Op die manier stuurt de auteur aan op het zelf ontdekken van nieuwe perspectieven. De pijnlijke reductie die de hier gedrukte tekst tentoonspreidt, bevat een oproep aan het leespubliek en minstens ook een wens: dát we schrijven. Misschien voegen we een onderwerp toe omdat het ontbreekt, of plaatsen we vraagtekens of uitroeptekens in de kantlijn. Misschien lezen we zonder sporen na te laten in het boek, maar wel in de wereld. Lezen is schrijven als we niet vergeten wat er staat. En schrijven is lezen als we iets anders zien dan wat er staat.
Ann Van Sevenant is doctor in de Wijsbegeerte en voormalig docent Filosofie (Hogeschool Antwerpen). Ze is auteur van talrijke artikels en boeken, en houdt lezingen in binnen- en buitenland.
Filosofie in honderd woorden
Op die manier stuurt de auteur aan op het zelf ontdekken van nieuwe perspectieven. De pijnlijke reductie die de hier gedrukte tekst tentoonspreidt, bevat een oproep aan het leespubliek en minstens ook een wens: dát we schrijven. Misschien voegen we een onderwerp toe omdat het ontbreekt, of plaatsen we vraagtekens of uitroeptekens in de kantlijn. Misschien lezen we zonder sporen na te laten in het boek, maar wel in de wereld. Lezen is schrijven als we niet vergeten wat er staat. En schrijven is lezen als we iets anders zien dan wat er staat.
Ann Van Sevenant is doctor in de Wijsbegeerte en voormalig docent Filosofie (Hogeschool Antwerpen). Ze is auteur van talrijke artikels en boeken, en houdt lezingen in binnen- en buitenland.
Kinderen en jongeren met overgewicht – Protocollen – Versie Nederland – Werkboek voor adolescenten
In de handleiding staan er vier draaiboeken (ook protocollen of trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnen zijn: een training voor de ouders van kinderen met overgewicht, een kindtraining, een training voor adolescenten en een apart protocol met bewegingsoefeningen. Bij de handleiding horen drie werkboeken. Dit is er één van.
Kinderen en jongeren met overgewicht is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring. Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaarde dat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.
Caroline Braet, doctor in de psychologie, klinisch psycholoog, gedragstherapeut en hoofddocent aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen. Naast onderwijsopdrachten op het domein van de ontwikkelingspsychopathologie doet zij in het bijzonder onderzoek over het ontstaan van kinderobesitas, de behandeling ervan en de gerelateerde problemen bij overgewicht bij kinderen. In dit verband is ze ook consulent op de polikliniek van de Pediatrie van het Universitair Ziekenhuis Gent en in het Medisch-Pediatrisch Centrum in De Haan. Ze schreef meer dan 100 artikelen en hoofdstukken in boeken over obesitas bij kinderen.
Ann Tanghe is klinisch psychologe en erkend gedragstherapeute. Ze werkt in het Medisch Pediatrisch Centrum Zeepreventorium in De Haan, waar ze sinds 1994 kinderen en jongeren met extreem overgewicht residentieel begeleidt.
Ella Swets is freelance diëtist en gezondheidspsycholoog in Terneuzen.
Kinderen en jongeren met overgewicht – Protocollen – Versie Nederland – Werkboek voor adolescenten
In de handleiding staan er vier draaiboeken (ook protocollen of trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnen zijn: een training voor de ouders van kinderen met overgewicht, een kindtraining, een training voor adolescenten en een apart protocol met bewegingsoefeningen. Bij de handleiding horen drie werkboeken. Dit is er één van.
Kinderen en jongeren met overgewicht is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring. Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaarde dat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.
Caroline Braet, doctor in de psychologie, klinisch psycholoog, gedragstherapeut en hoofddocent aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen. Naast onderwijsopdrachten op het domein van de ontwikkelingspsychopathologie doet zij in het bijzonder onderzoek over het ontstaan van kinderobesitas, de behandeling ervan en de gerelateerde problemen bij overgewicht bij kinderen. In dit verband is ze ook consulent op de polikliniek van de Pediatrie van het Universitair Ziekenhuis Gent en in het Medisch-Pediatrisch Centrum in De Haan. Ze schreef meer dan 100 artikelen en hoofdstukken in boeken over obesitas bij kinderen.
Ann Tanghe is klinisch psychologe en erkend gedragstherapeute. Ze werkt in het Medisch Pediatrisch Centrum Zeepreventorium in De Haan, waar ze sinds 1994 kinderen en jongeren met extreem overgewicht residentieel begeleidt.
Ella Swets is freelance diëtist en gezondheidspsycholoog in Terneuzen.
Kinderen en jongeren met overgewicht – Protocollen – Versie Nederland – Werkboek voor kinderen
In de handleiding staan er vier draaiboeken (ook protocollen of trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnen zijn: een training voor de ouders van kinderen met overgewicht, een kindtraining, een training voor adolescenten en een apart protocol met bewegingsoefeningen. Bij de handleiding horen drie werkboeken. Dit is er één van.
Kinderen en jongeren met overgewicht is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring. Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaarde dat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.
Caroline Braet, doctor in de psychologie, klinisch psycholoog, gedragstherapeut en hoofddocent aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen. Naast onderwijsopdrachten op het domein van de ontwikkelingspsychopathologie doet zij in het bijzonder onderzoek over het ontstaan van kinderobesitas, de behandeling ervan en de gerelateerde problemen bij overgewicht bij kinderen. In dit verband is ze ook consulent op de polikliniek van de Pediatrie van het Universitair Ziekenhuis Gent en in het Medisch-Pediatrisch Centrum in De Haan. Ze schreef meer dan 100 artikelen en hoofdstukken in boeken over obesitas bij kinderen.
Saskia Mels, klinisch psychologe, is wetenschappelijk medewerkster verbonden aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen, Vakgroep Ontwikkelings-, Persoonlijkheids- en Sociale Psychologie. Daarnaast werkt zij binnen het jeugdobesitasteam van het Universitair Ziekenhuis Gent en binnen het Universitair Psychologisch Centrum Kind en Adolescent.
Lien Joossens, voedingsdeskundige-diëtiste, heeft een zelfstandige diëtistenpraktijk in Brugge. Na opleidingen Kindvriendelijke consultaties en Gedragstherapeutische vaardigheden voor de diëtist specialiseerde ze zich in de begeleiding van kinderen met overgewicht en jongeren met eetproblemen.
Ella Swets is freelance diëtist en gezondheidspsycholoog in Terneuzen.
Kinderen en jongeren met overgewicht – Protocollen – Versie Nederland – Werkboek voor kinderen
In de handleiding staan er vier draaiboeken (ook protocollen of trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnen zijn: een training voor de ouders van kinderen met overgewicht, een kindtraining, een training voor adolescenten en een apart protocol met bewegingsoefeningen. Bij de handleiding horen drie werkboeken. Dit is er één van.
Kinderen en jongeren met overgewicht is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring. Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaarde dat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.
Caroline Braet, doctor in de psychologie, klinisch psycholoog, gedragstherapeut en hoofddocent aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen. Naast onderwijsopdrachten op het domein van de ontwikkelingspsychopathologie doet zij in het bijzonder onderzoek over het ontstaan van kinderobesitas, de behandeling ervan en de gerelateerde problemen bij overgewicht bij kinderen. In dit verband is ze ook consulent op de polikliniek van de Pediatrie van het Universitair Ziekenhuis Gent en in het Medisch-Pediatrisch Centrum in De Haan. Ze schreef meer dan 100 artikelen en hoofdstukken in boeken over obesitas bij kinderen.
Saskia Mels, klinisch psychologe, is wetenschappelijk medewerkster verbonden aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen, Vakgroep Ontwikkelings-, Persoonlijkheids- en Sociale Psychologie. Daarnaast werkt zij binnen het jeugdobesitasteam van het Universitair Ziekenhuis Gent en binnen het Universitair Psychologisch Centrum Kind en Adolescent.
Lien Joossens, voedingsdeskundige-diëtiste, heeft een zelfstandige diëtistenpraktijk in Brugge. Na opleidingen Kindvriendelijke consultaties en Gedragstherapeutische vaardigheden voor de diëtist specialiseerde ze zich in de begeleiding van kinderen met overgewicht en jongeren met eetproblemen.
Ella Swets is freelance diëtist en gezondheidspsycholoog in Terneuzen.
Kinderen en jongeren met overgewicht – Protocollen – Versie Nederland – Werkboek voor ouders
In de handleiding staan er vier draaiboeken (ook protocollen of trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnen zijn: een training voor de ouders van kinderen met overgewicht, een kindtraining, een training voor adolescenten en een apart protocol met bewegingsoefeningen. Bij de handleiding horen drie werkboeken. Dit is er één van.
Kinderen en jongeren met overgewicht is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring. Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaarde dat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.
Caroline Braet, doctor in de psychologie, klinisch psycholoog, gedragstherapeut en hoofddocent aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen. Naast onderwijsopdrachten op het domein van de ontwikkelingspsychopathologie doet zij in het bijzonder onderzoek over het ontstaan van kinderobesitas, de behandeling ervan en de gerelateerde problemen bij overgewicht bij kinderen. In dit verband is ze ook consulent op de polikliniek van de Pediatrie van het Universitair Ziekenhuis Gent en in het Medisch-Pediatrisch Centrum in De Haan. Ze schreef meer dan 100 artikelen en hoofdstukken in boeken over obesitas bij kinderen.
Ellen Moens, klinische psychologe, is assistente aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen, Vakgroep Ontwikkelings-, Persoonlijkheids- en Sociale Psychologie. Daarnaast is zij verbonden aan het jeugdobesitasteam van het Universitair Ziekenhuis Gent en is ze werkzaam binnen het Universitair Psychologisch Centrum Kind en Adolescent.
Lien Joossens, voedingsdeskundige-diëtiste, heeft een zelfstandige diëtistenpraktijk in Brugge. Na opleidingen Kindvriendelijke consultaties en Gedragstherapeutische vaardigheden voor de diëtist specialiseerde ze zich in de begeleiding van kinderen met overgewicht en jongeren met eetproblemen.
Ella Swets is freelance diëtist en gezondheidspsycholoog in Terneuzen.
Ann Tanghe is klinisch psychologe en erkend gedragstherapeute. Ze werkt in het Medisch Pediatrisch Centrum Zeepreventorium in De Haan, waar ze sinds 1994 kinderen en jongeren met extreem overgewicht residentieel begeleidt.
Kinderen en jongeren met overgewicht – Protocollen – Versie Nederland – Werkboek voor ouders
In de handleiding staan er vier draaiboeken (ook protocollen of trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnen zijn: een training voor de ouders van kinderen met overgewicht, een kindtraining, een training voor adolescenten en een apart protocol met bewegingsoefeningen. Bij de handleiding horen drie werkboeken. Dit is er één van.
Kinderen en jongeren met overgewicht is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring. Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaarde dat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.
Caroline Braet, doctor in de psychologie, klinisch psycholoog, gedragstherapeut en hoofddocent aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen. Naast onderwijsopdrachten op het domein van de ontwikkelingspsychopathologie doet zij in het bijzonder onderzoek over het ontstaan van kinderobesitas, de behandeling ervan en de gerelateerde problemen bij overgewicht bij kinderen. In dit verband is ze ook consulent op de polikliniek van de Pediatrie van het Universitair Ziekenhuis Gent en in het Medisch-Pediatrisch Centrum in De Haan. Ze schreef meer dan 100 artikelen en hoofdstukken in boeken over obesitas bij kinderen.
Ellen Moens, klinische psychologe, is assistente aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen, Vakgroep Ontwikkelings-, Persoonlijkheids- en Sociale Psychologie. Daarnaast is zij verbonden aan het jeugdobesitasteam van het Universitair Ziekenhuis Gent en is ze werkzaam binnen het Universitair Psychologisch Centrum Kind en Adolescent.
Lien Joossens, voedingsdeskundige-diëtiste, heeft een zelfstandige diëtistenpraktijk in Brugge. Na opleidingen Kindvriendelijke consultaties en Gedragstherapeutische vaardigheden voor de diëtist specialiseerde ze zich in de begeleiding van kinderen met overgewicht en jongeren met eetproblemen.
Ella Swets is freelance diëtist en gezondheidspsycholoog in Terneuzen.
Ann Tanghe is klinisch psychologe en erkend gedragstherapeute. Ze werkt in het Medisch Pediatrisch Centrum Zeepreventorium in De Haan, waar ze sinds 1994 kinderen en jongeren met extreem overgewicht residentieel begeleidt.
Kinderen en jongeren met overgewicht – Protocollen – Versie Nederland – Handleiding voor begeleiders
Dit boek omvat vier protocollen/draaiboeken (ook trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnen zijn:
• voor de ouders van kinderen met overgewicht;
• een training voor kinderen;
• voor adolescenten;
• een apart protocol waarin een aangepast bewegingsprogramma beschreven staat.
Om aan de slag te gaan, is er voor drie van deze vier protocollen een Werkboek beschikbaar:
• Werkboek voor ouders
• Werkboek voor adolescenten
• Werkboek voor kinderen
Kinderen en jongeren met overgewicht/Protocollen - Versie Nederland is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring. Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaarde dat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.
Caroline Braet, doctor in de psychologie, klinisch psycholoog, gedragstherapeut en hoofddocent aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen. Naast onderwijsopdrachten op het domein van de ontwikkelingspsychopathologie doet zij in het bijzonder onderzoek over het ontstaan van kinderobesitas, de behandeling ervan en de gerelateerde problemen bij overgewicht bij kinderen. In dit verband is ze ook consulent op de polikliniek van de Pediatrie van het Universitair Ziekenhuis Gent en in het Medisch-Pediatrisch Centrum in De Haan. Ze schreef meer dan 100 artikelen en hoofdstukken in boeken over obesitas bij kinderen.
Lien Joossens, voedingsdeskundige-diëtiste, heeft een zelfstandige diëtistenpraktijk in Brugge. Na opleidingen Kindvriendelijke consultaties en Gedragstherapeutische vaardigheden voor de diëtist specialiseerde ze zich in de begeleiding van kinderen met overgewicht en jongeren met eetproblemen.
Ella Swets is freelance diëtist en gezondheidspsycholoog in Terneuzen.
Saskia Mels, klinisch psychologe, is wetenschappelijk medewerkster verbonden aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen, Vakgroep Ontwikkelings-, Persoonlijkheids- en Sociale Psychologie. Daarnaast werkt zij binnen het jeugdobesitasteam van het Universitair Ziekenhuis Gent en binnen het Universitair Psychologisch Centrum Kind en Adolescent.
Ellen Moens, klinische psychologe, is assistente aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen, Vakgroep Ontwikkelings-, Persoonlijkheids- en Sociale Psychologie. Daarnaast is zij verbonden aan het jeugdobesitasteam van het Universitair Ziekenhuis Gent en is ze werkzaam binnen het Universitair Psychologisch Centrum Kind en Adolescent.
Ann Tanghe is klinisch psychologe en erkend gedragstherapeute. Ze werkt in het Medisch Pediatrisch Centrum Zeepreventorium in De Haan, waar ze sinds 1994 kinderen en jongeren met extreem overgewicht residentieel begeleidt.
Kinderen en jongeren met overgewicht – Protocollen – Versie Nederland – Handleiding voor begeleiders
Dit boek omvat vier protocollen/draaiboeken (ook trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnen zijn:
• voor de ouders van kinderen met overgewicht;
• een training voor kinderen;
• voor adolescenten;
• een apart protocol waarin een aangepast bewegingsprogramma beschreven staat.
Om aan de slag te gaan, is er voor drie van deze vier protocollen een Werkboek beschikbaar:
• Werkboek voor ouders
• Werkboek voor adolescenten
• Werkboek voor kinderen
Kinderen en jongeren met overgewicht/Protocollen - Versie Nederland is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring. Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaarde dat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.
Caroline Braet, doctor in de psychologie, klinisch psycholoog, gedragstherapeut en hoofddocent aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen. Naast onderwijsopdrachten op het domein van de ontwikkelingspsychopathologie doet zij in het bijzonder onderzoek over het ontstaan van kinderobesitas, de behandeling ervan en de gerelateerde problemen bij overgewicht bij kinderen. In dit verband is ze ook consulent op de polikliniek van de Pediatrie van het Universitair Ziekenhuis Gent en in het Medisch-Pediatrisch Centrum in De Haan. Ze schreef meer dan 100 artikelen en hoofdstukken in boeken over obesitas bij kinderen.
Lien Joossens, voedingsdeskundige-diëtiste, heeft een zelfstandige diëtistenpraktijk in Brugge. Na opleidingen Kindvriendelijke consultaties en Gedragstherapeutische vaardigheden voor de diëtist specialiseerde ze zich in de begeleiding van kinderen met overgewicht en jongeren met eetproblemen.
Ella Swets is freelance diëtist en gezondheidspsycholoog in Terneuzen.
Saskia Mels, klinisch psychologe, is wetenschappelijk medewerkster verbonden aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen, Vakgroep Ontwikkelings-, Persoonlijkheids- en Sociale Psychologie. Daarnaast werkt zij binnen het jeugdobesitasteam van het Universitair Ziekenhuis Gent en binnen het Universitair Psychologisch Centrum Kind en Adolescent.
Ellen Moens, klinische psychologe, is assistente aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen, Vakgroep Ontwikkelings-, Persoonlijkheids- en Sociale Psychologie. Daarnaast is zij verbonden aan het jeugdobesitasteam van het Universitair Ziekenhuis Gent en is ze werkzaam binnen het Universitair Psychologisch Centrum Kind en Adolescent.
Ann Tanghe is klinisch psychologe en erkend gedragstherapeute. Ze werkt in het Medisch Pediatrisch Centrum Zeepreventorium in De Haan, waar ze sinds 1994 kinderen en jongeren met extreem overgewicht residentieel begeleidt.
Inclusief onderwijs – Dilemma’s en uitdagingen
Inclusief onderwijs, dilemma’s en uitdagingen beschrijft de worsteling van het onderwijs met het omgaan met en het vormgeven van diversiteit. Het laat zien hoe het huidige gesegregeerde systeem is ontstaan en wat de gevolgen zijn voor kinderen, jongeren en hun ouders. Een samenleving die begint met uitsluiten, blijft uitsluiten, zo meent de auteur. Hij houdt een pleidooi voor een andere manier van denken: inclusief onderwijs als een zich ontwikkelende onderwijspraktijk waarin diversiteit niet wordt gezien als een probleem, maar als een uitdaging. Het boek legt de pijnpunten bloot, plaatst vraagtekens en suggereert richtingaanwijzers die moeten leiden tot een werkbare vorm van inclusief onderwijs waarin kinderen en jongeren worden voorbereid op een samenleving die vraagt om mensen die inclusief kunnen denken en handelen.
Hans Schuman is lector aan Fontys Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg. Zijn onderzoeksterrein is ‘Interdisciplinair werken in de context van onderwijs en zorg’. Het lectoraat is een gezamenlijk initiatief van Fontys OSO, Heliomare Onderwijs en de WEC Raad.
Inclusief onderwijs – Dilemma’s en uitdagingen
Inclusief onderwijs, dilemma’s en uitdagingen beschrijft de worsteling van het onderwijs met het omgaan met en het vormgeven van diversiteit. Het laat zien hoe het huidige gesegregeerde systeem is ontstaan en wat de gevolgen zijn voor kinderen, jongeren en hun ouders. Een samenleving die begint met uitsluiten, blijft uitsluiten, zo meent de auteur. Hij houdt een pleidooi voor een andere manier van denken: inclusief onderwijs als een zich ontwikkelende onderwijspraktijk waarin diversiteit niet wordt gezien als een probleem, maar als een uitdaging. Het boek legt de pijnpunten bloot, plaatst vraagtekens en suggereert richtingaanwijzers die moeten leiden tot een werkbare vorm van inclusief onderwijs waarin kinderen en jongeren worden voorbereid op een samenleving die vraagt om mensen die inclusief kunnen denken en handelen.
Hans Schuman is lector aan Fontys Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg. Zijn onderzoeksterrein is ‘Interdisciplinair werken in de context van onderwijs en zorg’. Het lectoraat is een gezamenlijk initiatief van Fontys OSO, Heliomare Onderwijs en de WEC Raad.
Life course model: a way to work with autism
An autism spectrum disorder (ASD) opens permanent needs throughout the entire life course in areas of care but also in terms of education and employment. In a lifetime, there are several transition moments, such as the step to primary or secondary school, the choice of another discipline, the start of higher education or the first job. Transitions are often very complicated for people with ASD. Therefore, perspective thinking and early action are most important for the guidance of people with ASD.
The AVANTI-project has developed a life-course model from a proactive and holistic support vision. The model assumes that transitions should be adequately prepared because this can be very decisive for the success of a training or employment programme. This book is aimed at the professional who works with people with ASD, teachers, social workers, counsellors and job coaches.
This guide offers them the theoretical framework of the life-course model and a description of practical situations based on pilot projects in the Netherlands, Flanders and Portugal.
Kristien Smet earned a graduate degree in Social-Agogic Work, with a major in Social Work and a Master of Arts in Comparative European Social Studies. She works as a social worker for Indigo vzw and as a project assistant for GOB De Ploeg vzw.
Suzanne van Driel is a staff member at the Dr. Leo Kannerhuis. She works for the Research & Development Department.
This book is the result of a European cooperation in the context of the Lifelong Learning Programme between De Ploeg vzw, specialized in the training and guidance of employment-disabled people (BE) (supervisor), the Dr. Leo Kannerhuis (NL), the Flemish Union of the Catholic Special Needs Education (VVKBuO) (BE), APPACDM de Marinha Grande (PT) and the Strategic Project Organization Kempen (SPK vzw) (BE). This Leonardo Da Vinci project is realized thanks to the support of the European Commission.
Life course model: a way to work with autism
An autism spectrum disorder (ASD) opens permanent needs throughout the entire life course in areas of care but also in terms of education and employment. In a lifetime, there are several transition moments, such as the step to primary or secondary school, the choice of another discipline, the start of higher education or the first job. Transitions are often very complicated for people with ASD. Therefore, perspective thinking and early action are most important for the guidance of people with ASD.
The AVANTI-project has developed a life-course model from a proactive and holistic support vision. The model assumes that transitions should be adequately prepared because this can be very decisive for the success of a training or employment programme. This book is aimed at the professional who works with people with ASD, teachers, social workers, counsellors and job coaches.
This guide offers them the theoretical framework of the life-course model and a description of practical situations based on pilot projects in the Netherlands, Flanders and Portugal.
Kristien Smet earned a graduate degree in Social-Agogic Work, with a major in Social Work and a Master of Arts in Comparative European Social Studies. She works as a social worker for Indigo vzw and as a project assistant for GOB De Ploeg vzw.
Suzanne van Driel is a staff member at the Dr. Leo Kannerhuis. She works for the Research & Development Department.
This book is the result of a European cooperation in the context of the Lifelong Learning Programme between De Ploeg vzw, specialized in the training and guidance of employment-disabled people (BE) (supervisor), the Dr. Leo Kannerhuis (NL), the Flemish Union of the Catholic Special Needs Education (VVKBuO) (BE), APPACDM de Marinha Grande (PT) and the Strategic Project Organization Kempen (SPK vzw) (BE). This Leonardo Da Vinci project is realized thanks to the support of the European Commission.
Inclusief onderwijs in de praktijk
Hieruit blijkt dat de doembeelden die over inclusie de ronde doen, echt geen werkelijkheid hoeven te zijn. Aan het einde van elk hoofdstuk zetten een aantal reflectievragen aan tot een analyse van het eigen kijken en handelen en tot het zoeken van mogelijkheden binnen concrete en unieke klassituaties.
Wie zich in de praktijk van inclusief onderwijs wil verdiepen, vindt in dit boek de nodige informatie.
Kathleen Mortier en Elisabeth De Schauwer zijn assistent bij de Vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent. Inge Van de Putte is onderzoeker aan de Hogeschool Gent. Geert Van Hove doceert aan deze vakgroep en is er verantwoordelijk voor het vakgebied Participatie en Inclusieve Opvoeding.
Inclusief onderwijs in de praktijk
Hieruit blijkt dat de doembeelden die over inclusie de ronde doen, echt geen werkelijkheid hoeven te zijn. Aan het einde van elk hoofdstuk zetten een aantal reflectievragen aan tot een analyse van het eigen kijken en handelen en tot het zoeken van mogelijkheden binnen concrete en unieke klassituaties.
Wie zich in de praktijk van inclusief onderwijs wil verdiepen, vindt in dit boek de nodige informatie.
Kathleen Mortier en Elisabeth De Schauwer zijn assistent bij de Vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent. Inge Van de Putte is onderzoeker aan de Hogeschool Gent. Geert Van Hove doceert aan deze vakgroep en is er verantwoordelijk voor het vakgebied Participatie en Inclusieve Opvoeding.
Parentificatie. Als het kind te snel ouder wordt (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 13)
Parentificatie betekent dat het kind op oneigenlijke wijze verantwoordelijk wordt (gemaakt) voor het welbevinden van de ouders.
Als dusdanig is het vaak een belangrijke risicofactor voor het ontstaan van allerlei psychopathologie. Parentificatie heeft een impact op de gehechtheid en/of zal de verhouding tot de anderen bepalen zoal niet hypothekeren. Het kind kan inderdaad in min of meerdere mate geroepen worden en/of zich geroepen voelen bepaalde oneigenlijke zorgen op zich te nemen. Het wordt als het ware te snel ouder. Het mobiliseert daarbij de nodige krachten en talenten. Maar op latere leeftijd kan zich dit fenomeen op uiteenlopende wijze wreken.
Bedoeling van deze publicatie is dit uiterst relevant en complex gegeven vanuit diverse optieken te belichten en ggz-werkers voor deze nu eens verdoken, dan weer veronachtzaamde dynamiek te sensibiliseren.
Mark Kinet is hoofdgeneesheer van de Kliniek St Jozef, Centrum voor Psychiatrie en Psychotherapie, te Pittem. Hij is voormalig voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie, aangesloten bij de Belgische School voor Psychoanalyse en auteur van ‘Freud & Co in de Psychiatrie’ (2006) en ‘De Wetenschap van de Liefde en de Kunst van de Computeranalyse’ (2008)
Met bijdragen van Gino Ameye, Jan Cambien, Mieke Hoste, Nelleke Nicolai, Rita Stevens, Jean-François Le Goff, Michel Thys en Mark Kinet.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
Parentificatie. Als het kind te snel ouder wordt (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 13)
Parentificatie betekent dat het kind op oneigenlijke wijze verantwoordelijk wordt (gemaakt) voor het welbevinden van de ouders.
Als dusdanig is het vaak een belangrijke risicofactor voor het ontstaan van allerlei psychopathologie. Parentificatie heeft een impact op de gehechtheid en/of zal de verhouding tot de anderen bepalen zoal niet hypothekeren. Het kind kan inderdaad in min of meerdere mate geroepen worden en/of zich geroepen voelen bepaalde oneigenlijke zorgen op zich te nemen. Het wordt als het ware te snel ouder. Het mobiliseert daarbij de nodige krachten en talenten. Maar op latere leeftijd kan zich dit fenomeen op uiteenlopende wijze wreken.
Bedoeling van deze publicatie is dit uiterst relevant en complex gegeven vanuit diverse optieken te belichten en ggz-werkers voor deze nu eens verdoken, dan weer veronachtzaamde dynamiek te sensibiliseren.
Mark Kinet is hoofdgeneesheer van de Kliniek St Jozef, Centrum voor Psychiatrie en Psychotherapie, te Pittem. Hij is voormalig voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie, aangesloten bij de Belgische School voor Psychoanalyse en auteur van ‘Freud & Co in de Psychiatrie’ (2006) en ‘De Wetenschap van de Liefde en de Kunst van de Computeranalyse’ (2008)
Met bijdragen van Gino Ameye, Jan Cambien, Mieke Hoste, Nelleke Nicolai, Rita Stevens, Jean-François Le Goff, Michel Thys en Mark Kinet.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
De groep in psychoanalyse (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 12)
Mark Kinet is hoofdgeneesheer van de Kliniek St.-Jozef, Centrum voor Psychiatrie en Psychotherapie te Pittem en voert zelfstandige psychoanalytische praktijk te Gent. Hij is voormalig voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie, participant van de Belgische School voor Psychoanalyse, bestuurslid van de Stichting Psychoanalyse en Cultuur, coördinator van de reeks ‘Psychoanalytisch Actueel’ en auteur van ‘Freud & Co in de Psychiatrie’ (2006) en ‘De Wetenschap van de Liefde en de Kunst van de Computeranalyse’ (2008).
Met bijdragen van Ad Boerwinkel, Frédéric Declercq, Gino Gevaert, Lieve Janssens, Guido Laforce, Jaak Le Roy, Claudio Neri, Wolf Spanoghe, Michel Thys, Frank Van den Bulke, Ronny Vandermeeren, Marie-Jeanne Vansina-Cobbaert, Guy Verbruggen en Mark Kinet.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
De groep in psychoanalyse (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 12)
Mark Kinet is hoofdgeneesheer van de Kliniek St.-Jozef, Centrum voor Psychiatrie en Psychotherapie te Pittem en voert zelfstandige psychoanalytische praktijk te Gent. Hij is voormalig voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie, participant van de Belgische School voor Psychoanalyse, bestuurslid van de Stichting Psychoanalyse en Cultuur, coördinator van de reeks ‘Psychoanalytisch Actueel’ en auteur van ‘Freud & Co in de Psychiatrie’ (2006) en ‘De Wetenschap van de Liefde en de Kunst van de Computeranalyse’ (2008).
Met bijdragen van Ad Boerwinkel, Frédéric Declercq, Gino Gevaert, Lieve Janssens, Guido Laforce, Jaak Le Roy, Claudio Neri, Wolf Spanoghe, Michel Thys, Frank Van den Bulke, Ronny Vandermeeren, Marie-Jeanne Vansina-Cobbaert, Guy Verbruggen en Mark Kinet.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
Mediatietherapie in de residentiële zorg voor kinderen en jeugdigen – Protocollen
Gedragstherapeutische begeleiding in residentiële zorg is een belangwekkend terrein in de jeugdhulpverlening. Kinderen en jongeren kunnen hun directe omgeving enorm ontregelen met hun emotionele problemen, maar dan vooral met hun hieruit voortvloeiend gedrag. Zeker wanneer de problemen bij de kinderen zo ernstig zijn geëscaleerd dat een thuissituatie geen optie meer is, blijkt een verblijf in een residentiële setting haast onvermijdelijk. Groepsleiding en verplegend personeel hebben daarom extra steun nodig bij hun dagelijkse begeleiding om een leefgroep met probleemkinderen adequaat te kunnen runnen. In geval van tehuiskinderen spreekt het dan ook vanzelf om de groepsleiding (of het verplegend personeel) in dit intensieve hulpverleningsaanbod actief bij de behandeling te betrekken. De dagelijkse begeleiding en behandeling worden extra bemoeilijkt omdat er meer cliënten wonen en er wisselende diensten zijn. De huidige praktijk biedt groepsleiding soms te weinig concrete handvatten om met deze ernstige gedragsproblemen om te gaan.
Deze praktische gids met protocollen voor iedereen die werkt in de residentiële zorg en dagelijks met probleemgedrag in aanraking komt, geeft een antwoord op vragen als: Welk gedrag belonen, wanneer is een straf adequaat, hoe werkt negeren precies en hoe ga ik om met de invloed van anderen, zowel groepsleiding als medecliënten?
Katrien Raemdonck, orthopedagoog, is behandelingscoördinator bij Stichting Ipse de Bruggen met vestigingen in Zuid-Holland. Ze geeft ook training aan leerkrachten in het REC4-onderwijs en individuele therapie.
Mediatietherapie in de residentiële zorg voor kinderen en jeugdigen – Protocollen
Gedragstherapeutische begeleiding in residentiële zorg is een belangwekkend terrein in de jeugdhulpverlening. Kinderen en jongeren kunnen hun directe omgeving enorm ontregelen met hun emotionele problemen, maar dan vooral met hun hieruit voortvloeiend gedrag. Zeker wanneer de problemen bij de kinderen zo ernstig zijn geëscaleerd dat een thuissituatie geen optie meer is, blijkt een verblijf in een residentiële setting haast onvermijdelijk. Groepsleiding en verplegend personeel hebben daarom extra steun nodig bij hun dagelijkse begeleiding om een leefgroep met probleemkinderen adequaat te kunnen runnen. In geval van tehuiskinderen spreekt het dan ook vanzelf om de groepsleiding (of het verplegend personeel) in dit intensieve hulpverleningsaanbod actief bij de behandeling te betrekken. De dagelijkse begeleiding en behandeling worden extra bemoeilijkt omdat er meer cliënten wonen en er wisselende diensten zijn. De huidige praktijk biedt groepsleiding soms te weinig concrete handvatten om met deze ernstige gedragsproblemen om te gaan.
Deze praktische gids met protocollen voor iedereen die werkt in de residentiële zorg en dagelijks met probleemgedrag in aanraking komt, geeft een antwoord op vragen als: Welk gedrag belonen, wanneer is een straf adequaat, hoe werkt negeren precies en hoe ga ik om met de invloed van anderen, zowel groepsleiding als medecliënten?
Katrien Raemdonck, orthopedagoog, is behandelingscoördinator bij Stichting Ipse de Bruggen met vestigingen in Zuid-Holland. Ze geeft ook training aan leerkrachten in het REC4-onderwijs en individuele therapie.
Betekenisvol leren onderwijzen op de werkplekleeromgeving
In een eerste deel wordt gekeken naar de bevindingen van dit onderzoek; in het tweede wordt nagegaan hoe die inhoudelijke resultaten concreet in de praktijk van de opleiding en het lesproces ingezet kunnen worden. Ten slotte reikt een kennisbank begrippen en instrumenten aan die opleiders en (toekomstige) leraren, maar ook het management kunnen helpen bij de verdere ontwikkeling van hun onderwijspraktijk.
Het onderzoek naar de onderwijsontwikkelingen is tot stand gekomen in samenspraak met docenten en onderzoekers van de lerarenopleiding en van verschillende universiteiten en met de teams van partnerscholen, waarbij zowel aanstaande leraren als studenten van universiteiten zijn betrokken.
dr. mr. Herman Popeijus is lector aan de pedagogische Hogeschool de Kempel in Helmond en senior onderzoeker en projectleider aan het Instituut voor Leraar en School van de Radboud Universiteit in Nijmegen.
dr. Jeannette Geldens is als associate lector verbonden aan Hogeschool de Kempel en aan de Federatie Interactum.
Betekenisvol leren onderwijzen op de werkplekleeromgeving
In een eerste deel wordt gekeken naar de bevindingen van dit onderzoek; in het tweede wordt nagegaan hoe die inhoudelijke resultaten concreet in de praktijk van de opleiding en het lesproces ingezet kunnen worden. Ten slotte reikt een kennisbank begrippen en instrumenten aan die opleiders en (toekomstige) leraren, maar ook het management kunnen helpen bij de verdere ontwikkeling van hun onderwijspraktijk.
Het onderzoek naar de onderwijsontwikkelingen is tot stand gekomen in samenspraak met docenten en onderzoekers van de lerarenopleiding en van verschillende universiteiten en met de teams van partnerscholen, waarbij zowel aanstaande leraren als studenten van universiteiten zijn betrokken.
dr. mr. Herman Popeijus is lector aan de pedagogische Hogeschool de Kempel in Helmond en senior onderzoeker en projectleider aan het Instituut voor Leraar en School van de Radboud Universiteit in Nijmegen.
dr. Jeannette Geldens is als associate lector verbonden aan Hogeschool de Kempel en aan de Federatie Interactum.
