Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Levensloopmodel: Werken met autisme

 15,40
Een autismespectrumstoornis (ASS) opent blijvende behoeften doorheen de gehele levensloop op gebied van zorg maar ook op het vlak van onderwijs en werk. Tijdens het leven zijn er verschillende transitiemomenten zoals de stap naar het basisonderwijs of het middelbaar, het veranderen van studierichting, het aanvatten van hogere studies of de intrede in de arbeidsmarkt. Transities verlopen voor mensen met ASS dikwijls erg gecompliceerd. Perspectief-denken en vroegtijdig actie ondernemen zijn daarom van groot belang in de begeleiding van personen met ASS.

Het Avanti-project ontwikkelde een levensloopmodel vanuit een proactieve en integrale ondersteuningsvisie. Het model veronderstelt dat transities voldoende voorbereid moeten worden, omdat het al dan niet slagen van een onderwijs- of arbeidstraject hiervan afhangt. Dit boek richt zich tot de professional die werkt met personen met ASS, leerkrachten, hulpverleners, begeleiders en jobcoaches. Deze gids biedt hen het theoretische kader van het levensloopmodel en de vertaling ervan naar de praktijk aan de hand van enkele pilots in Nederland, Vlaanderen en Portugal.

Kristien Smet behaalde een graduaatsdiploma Sociaal Agogisch Werk optie Maatschappelijk Werk en een Master of Arts in Comparative European Social Studies. Ze werkt als maatschappelijk werker in Indigo vzw en is projectmedewerker bij GOB de Ploeg.
Suzanne van Driel is staffunctionaris in het Dr. Leo Kannerhuis. Ze werkt op de afdeling Research & Development.

Dit werk is het resultaat van een Europese samenwerking in het kader van het Levenslang leren-programma tussen de Dienst voor Gespecialiseerde Opleiding en Begeleiding De Ploeg vzw (BE) (promotor), het Dr. Leo Kannerhuis (NL), het Verbond Voor Katholiek Buitengewoon Onderwijs (BE), het APPACDM de Marinha Grande (PT) en de Strategische Projectenorganisatie Kempen (BE). Dit Leonardo Da Vinci-project werd mogelijk met de steun van de Europese Commissie.

Quick View

Levensloopmodel: Werken met autisme

 15,40
Een autismespectrumstoornis (ASS) opent blijvende behoeften doorheen de gehele levensloop op gebied van zorg maar ook op het vlak van onderwijs en werk. Tijdens het leven zijn er verschillende transitiemomenten zoals de stap naar het basisonderwijs of het middelbaar, het veranderen van studierichting, het aanvatten van hogere studies of de intrede in de arbeidsmarkt. Transities verlopen voor mensen met ASS dikwijls erg gecompliceerd. Perspectief-denken en vroegtijdig actie ondernemen zijn daarom van groot belang in de begeleiding van personen met ASS.

Het Avanti-project ontwikkelde een levensloopmodel vanuit een proactieve en integrale ondersteuningsvisie. Het model veronderstelt dat transities voldoende voorbereid moeten worden, omdat het al dan niet slagen van een onderwijs- of arbeidstraject hiervan afhangt. Dit boek richt zich tot de professional die werkt met personen met ASS, leerkrachten, hulpverleners, begeleiders en jobcoaches. Deze gids biedt hen het theoretische kader van het levensloopmodel en de vertaling ervan naar de praktijk aan de hand van enkele pilots in Nederland, Vlaanderen en Portugal.

Kristien Smet behaalde een graduaatsdiploma Sociaal Agogisch Werk optie Maatschappelijk Werk en een Master of Arts in Comparative European Social Studies. Ze werkt als maatschappelijk werker in Indigo vzw en is projectmedewerker bij GOB de Ploeg.
Suzanne van Driel is staffunctionaris in het Dr. Leo Kannerhuis. Ze werkt op de afdeling Research & Development.

Dit werk is het resultaat van een Europese samenwerking in het kader van het Levenslang leren-programma tussen de Dienst voor Gespecialiseerde Opleiding en Begeleiding De Ploeg vzw (BE) (promotor), het Dr. Leo Kannerhuis (NL), het Verbond Voor Katholiek Buitengewoon Onderwijs (BE), het APPACDM de Marinha Grande (PT) en de Strategische Projectenorganisatie Kempen (BE). Dit Leonardo Da Vinci-project werd mogelijk met de steun van de Europese Commissie.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Van bouwvallig naar bijna nieuw. Innovatief renoveren

 30,90
Nu kopen? Nu verbouwen? Nu renoveren? Het blijft een prangende vraag voor iedereen die een eigen dak boven het hoofd wil. Het gaat om vele keuzes: stad of dorp, klein of groot, huis of appartement, oude molen of loft, met of zonder tuin, levendige of rustige buurt. Het kost behoorlijk wat geld, maar vastgoed is en blijft een goede bescherming tegen de geldontwaarding. Dit boek geeft brede informatie en vele wenken om alvast goed te starten met een renovatieproject: Hoe koop je een oud pand? Waar moet je aandacht aan besteden? Op welke bepalingen moet je letten vooraleer je tot een aankoop beslist? Denk hierbij niet alleen aan een oud huisje. Er zijn tal van interessante mogelijkheden en alternatieven waar niet iedereen aan denkt. Kijk naar het ongewone.
De meer dan 500 tips die de auteur geeft zijn eveneens van toepassing voor wie op zoek is naar een pand voor kantoren, een winkel, een opslagplaats of een industriële ruimte.

De boodschap is in elk geval dat het nu een goede tijd is om te handelen: De markt van oude woningen en oude industriepanden raakt stilaan uitgeput, de prijzen zijn redelijk en door werktekort in de nieuwbouw bieden veel aannemers goede prijzen voor renovatieopdrachten. Moet je alles zelf doen? Neen. Een veel betere manier om voor weinig geld goed te renoveren is de hele renovatie zelf te organiseren. Concentreer je op het belangrijkste: de markt grondig verkennen om voor een lage prijs te kopen, veel nadenken over eenvoudige ingrepen, daarbij kleine onvolmaaktheden aanvaardend door sommige plannen niet uit te voeren, door simpele oplossingen te bedenken, en misschien ook door niet-essentiële werken naar later te verschuiven.
Met deze rijk gevulde gids vol budgetvriendelijke ideeën, recht uit de praktijk, begin je in elk geval anders te denken over een eigentijdse loft, watertoren of de windmolen van morgen.
Dit boek bevat ook een cd-rom met handige werkdocumenten.

Arnold Lampaert was na een professionele loopbaan als intern auditor en later als projectleider in een aannemersbedrijf, zaakvoerder van de bvba De Nieuwe Ruimte in Gent en kon in die periode een ruime ervaring opdoen op vlak van inkoop van oude panden en renovatie naar eigentijdse betaalbare ‘lofthuizen’. Momenteel is hij kwaliteitspeter bij het Vlaams Centrum voor Kwaliteitszorg en lid-consulent bij de vzw Belgian Senior Consultants.

Quick View

Van bouwvallig naar bijna nieuw. Innovatief renoveren

 30,90
Nu kopen? Nu verbouwen? Nu renoveren? Het blijft een prangende vraag voor iedereen die een eigen dak boven het hoofd wil. Het gaat om vele keuzes: stad of dorp, klein of groot, huis of appartement, oude molen of loft, met of zonder tuin, levendige of rustige buurt. Het kost behoorlijk wat geld, maar vastgoed is en blijft een goede bescherming tegen de geldontwaarding. Dit boek geeft brede informatie en vele wenken om alvast goed te starten met een renovatieproject: Hoe koop je een oud pand? Waar moet je aandacht aan besteden? Op welke bepalingen moet je letten vooraleer je tot een aankoop beslist? Denk hierbij niet alleen aan een oud huisje. Er zijn tal van interessante mogelijkheden en alternatieven waar niet iedereen aan denkt. Kijk naar het ongewone.
De meer dan 500 tips die de auteur geeft zijn eveneens van toepassing voor wie op zoek is naar een pand voor kantoren, een winkel, een opslagplaats of een industriële ruimte.

De boodschap is in elk geval dat het nu een goede tijd is om te handelen: De markt van oude woningen en oude industriepanden raakt stilaan uitgeput, de prijzen zijn redelijk en door werktekort in de nieuwbouw bieden veel aannemers goede prijzen voor renovatieopdrachten. Moet je alles zelf doen? Neen. Een veel betere manier om voor weinig geld goed te renoveren is de hele renovatie zelf te organiseren. Concentreer je op het belangrijkste: de markt grondig verkennen om voor een lage prijs te kopen, veel nadenken over eenvoudige ingrepen, daarbij kleine onvolmaaktheden aanvaardend door sommige plannen niet uit te voeren, door simpele oplossingen te bedenken, en misschien ook door niet-essentiële werken naar later te verschuiven.
Met deze rijk gevulde gids vol budgetvriendelijke ideeën, recht uit de praktijk, begin je in elk geval anders te denken over een eigentijdse loft, watertoren of de windmolen van morgen.
Dit boek bevat ook een cd-rom met handige werkdocumenten.

Arnold Lampaert was na een professionele loopbaan als intern auditor en later als projectleider in een aannemersbedrijf, zaakvoerder van de bvba De Nieuwe Ruimte in Gent en kon in die periode een ruime ervaring opdoen op vlak van inkoop van oude panden en renovatie naar eigentijdse betaalbare ‘lofthuizen’. Momenteel is hij kwaliteitspeter bij het Vlaams Centrum voor Kwaliteitszorg en lid-consulent bij de vzw Belgian Senior Consultants.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Competenties van verpleegkundigen en verzorgenden in begeleiding van en zorg voor mensen met dementie

 8,90
Door de vergrijzing komen leeftijdsgerelateerde aandoeningen zoals dementie steeds frequenter voor. Om kwalitatief hoogstaande begeleiding en zorg aan mensen met dementie te kunnen blijven aanbieden, is adequate opleiding en bijscholing noodzakelijk om een betere afstemming tussen onderwijs en werkveld tot stand te brengen.

Welke competenties van verpleegkundigen en verzorgenden zijn wenselijk in de dagelijkse begeleiding en zorg voor mensen met dementie? Het onderwijs kan en moet competentieprofielen ontwikkelen, het liefst in overleg met het arbeidsveld, maar moet ze daadwerkelijk toetsen aan het werkveld, dat de norm bepaalt.

Dit boek biedt een concreet instrument waarmee zowel zorgvoorzieningen als onderwijsinstellingen aan de slag kunnen. Meteen draagt het instrument bij tot een uniforme communicatie over de competenties die via opleiding en navorming kunnen worden verworven. Uiteindelijk moet dit leiden tot een verhoging van de zorgkwaliteit.

Deze uitgave is een initiatief van Expertisecentrum Dementie Vlaanderen in Antwerpen, Tandem Expertisecentrum Dementie in Turnhout, Universiteit Gent en Katholieke Hogeschool Kempen in Geel.
Lieven De Maesschalck is coördinator van het VONK3 — Vlaams onderzoeks- en kenniscentrum voor de derde leeftijd van de Katholieke Hogeschool Kempen en hoofdlector bij het Departement Gezondheidszorg, vestigingsplaats Lier, van deze hogeschool.
Patrick Verhaest is wetenschappelijk medewerker bij het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen.

Quick View

Competenties van verpleegkundigen en verzorgenden in begeleiding van en zorg voor mensen met dementie

 8,90
Door de vergrijzing komen leeftijdsgerelateerde aandoeningen zoals dementie steeds frequenter voor. Om kwalitatief hoogstaande begeleiding en zorg aan mensen met dementie te kunnen blijven aanbieden, is adequate opleiding en bijscholing noodzakelijk om een betere afstemming tussen onderwijs en werkveld tot stand te brengen.

Welke competenties van verpleegkundigen en verzorgenden zijn wenselijk in de dagelijkse begeleiding en zorg voor mensen met dementie? Het onderwijs kan en moet competentieprofielen ontwikkelen, het liefst in overleg met het arbeidsveld, maar moet ze daadwerkelijk toetsen aan het werkveld, dat de norm bepaalt.

Dit boek biedt een concreet instrument waarmee zowel zorgvoorzieningen als onderwijsinstellingen aan de slag kunnen. Meteen draagt het instrument bij tot een uniforme communicatie over de competenties die via opleiding en navorming kunnen worden verworven. Uiteindelijk moet dit leiden tot een verhoging van de zorgkwaliteit.

Deze uitgave is een initiatief van Expertisecentrum Dementie Vlaanderen in Antwerpen, Tandem Expertisecentrum Dementie in Turnhout, Universiteit Gent en Katholieke Hogeschool Kempen in Geel.
Lieven De Maesschalck is coördinator van het VONK3 — Vlaams onderzoeks- en kenniscentrum voor de derde leeftijd van de Katholieke Hogeschool Kempen en hoofdlector bij het Departement Gezondheidszorg, vestigingsplaats Lier, van deze hogeschool.
Patrick Verhaest is wetenschappelijk medewerker bij het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Kleine filosofie van het vrijen

 30,80
Deze Kleine filosofie van het vrijen komt tegemoet aan de vraag naar een diepzinnige benadering van seksualiteit. De auteur beroept zich op de geschriften van Plato, Augustinus, Kant, Hegel, Schopenhauer, Nietzsche, Bataille, Fromm, Sartre, Foucault, Levinas, Lacan, Derrida, Irigaray en Nancy.

In deze filosofische benadering van de seksuele ervaring introduceert Ann Van Sevenant de term ‘buitenwaarts vrijen’. Daarnaast bespreekt ze traditionele onderwerpen als het ideaal van eenwording of de spirituele dimensie van seksuele liefde, maar ook hedendaagse thema’s als eenzame seks, ontrouw, het geveinsd orgasme en impotentie.

In dit boek vindt de lezer nieuwe invalshoeken voor de problematiek rond de man-vrouw verhouding, seksuele vrijheid, (huwelijks)trouw, menopauze, de mythe van eindeloos genot, de toenadering van de geslachten, seksuele onvrede, enz. Het boek sluit af met voorstellen tot een ‘cultuur van het vrijen’.

Ann Van Sevenant is voormalig docent Filosofie (Hogeschool Antwerpen) en auteur van een twaalftal boeken over hedendaagse filosofie.

Quick View

Kleine filosofie van het vrijen

 30,80
Deze Kleine filosofie van het vrijen komt tegemoet aan de vraag naar een diepzinnige benadering van seksualiteit. De auteur beroept zich op de geschriften van Plato, Augustinus, Kant, Hegel, Schopenhauer, Nietzsche, Bataille, Fromm, Sartre, Foucault, Levinas, Lacan, Derrida, Irigaray en Nancy.

In deze filosofische benadering van de seksuele ervaring introduceert Ann Van Sevenant de term ‘buitenwaarts vrijen’. Daarnaast bespreekt ze traditionele onderwerpen als het ideaal van eenwording of de spirituele dimensie van seksuele liefde, maar ook hedendaagse thema’s als eenzame seks, ontrouw, het geveinsd orgasme en impotentie.

In dit boek vindt de lezer nieuwe invalshoeken voor de problematiek rond de man-vrouw verhouding, seksuele vrijheid, (huwelijks)trouw, menopauze, de mythe van eindeloos genot, de toenadering van de geslachten, seksuele onvrede, enz. Het boek sluit af met voorstellen tot een ‘cultuur van het vrijen’.

Ann Van Sevenant is voormalig docent Filosofie (Hogeschool Antwerpen) en auteur van een twaalftal boeken over hedendaagse filosofie.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

A pioneer of milieu therapy. The life and work of Maxwell Jones

 14,00
This book aims at describing the quintessential ideas of Maxwell Jones with regard to ‘democratic’ therapeutic communities from a historical point of view. The interest in this topic can be explained from an already long-standing research tradition at the Department of Orthopedagogics (Ghent University, Belgium) on milieu therapy.

The book can be considered complementary to another volume published by Garant: ‘De Nieuwe Therapeutische Gemeenschap’ [The New Therapeutic Community] (Broekaert et al.,1996), in which the concept-based therapeutic community for substance abusers is thoroughly elaborated.

This book is intended for students and professionals, from a broad variety of contexts and disciplines, who are interested in (social) psychiatry, (democratic) therapeutic communities and milieu therapy.

Stijn Vandevelde, PhD holds a teaching and research position at the Department of Social Work and Welfare Studies of University College Ghent (Belgium). He is also affiliated to the Department of Orthopedagogics at Ghent University.

Eric Broekaert, PhD is a full professor at and chairman of the Department of Orthopedagogics at Ghent University (Belgium).

Quick View

A pioneer of milieu therapy. The life and work of Maxwell Jones

 14,00
This book aims at describing the quintessential ideas of Maxwell Jones with regard to ‘democratic’ therapeutic communities from a historical point of view. The interest in this topic can be explained from an already long-standing research tradition at the Department of Orthopedagogics (Ghent University, Belgium) on milieu therapy.

The book can be considered complementary to another volume published by Garant: ‘De Nieuwe Therapeutische Gemeenschap’ [The New Therapeutic Community] (Broekaert et al.,1996), in which the concept-based therapeutic community for substance abusers is thoroughly elaborated.

This book is intended for students and professionals, from a broad variety of contexts and disciplines, who are interested in (social) psychiatry, (democratic) therapeutic communities and milieu therapy.

Stijn Vandevelde, PhD holds a teaching and research position at the Department of Social Work and Welfare Studies of University College Ghent (Belgium). He is also affiliated to the Department of Orthopedagogics at Ghent University.

Eric Broekaert, PhD is a full professor at and chairman of the Department of Orthopedagogics at Ghent University (Belgium).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Kleinschalig genormaliseerd wonen voor mensen met dementie. Het antwoord op 101 vragen

 25,90
In de residentiële ouderenzorg groeit de aandacht voor persoonsgerichte zorg en voor een aangenaam woon- en leefklimaat. Kleinschalig genormaliseerd wonen als vernieuwend concept haakt in op deze evoluties en blijkt gunstige effecten te hebben voor mensen met dementie, hun familieleden en voor medewerkers. Dit boek verheldert in 101 vragen en antwoorden wat kleinschalig genormaliseerd wonen inhoudt. De vragen en antwoorden kunnen afzonderlijk gelezen worden, maar het boek vormt ook een geheel in tien thematische hoofdstukken: concept, doelgroep, architectuur, wonen en domotica, welzijn en zorg, dagverloop, familie, mantelzorg en vrijwilligers, personeel en arbeidsomstandigheden, wettelijke en financiële vragen. Een afzonderlijk hoofdstuk bespreekt methodieken om een transformatie op te zetten en te voltooien naar kleinschalig genormaliseerd wonen. Het slothoofdstuk situeert kleinschalig genormaliseerd wonen in regionaal en internationaal perspectief en schetst toekomstige uitdagingen.
Deze uitgave is een inspiratiebron voor iedereen die mee wil bouwen aan een gediversifieerd woon- en zorglandschap voor ouderen.

Chantal Van Audenhove, psychologe, is directeur van Lucas, een centrum voor zorgonderzoek en consultancy van de K.U.Leuven en zij doceert aan deze universiteit.
Nele Spruytte, psychologe, is senior onderzoeker bij Lucas.
Anja Declercq, sociologe, is er projectleider. De andere auteurs zijn initiatiefnemers van projecten voor kleinschalig genormaliseerd wonen in Vlaanderen en werkten mee in het kader van het onderzoeksproject Stapstenen naar kleinschalig genormaliseerd wonen.

Quick View

Kleinschalig genormaliseerd wonen voor mensen met dementie. Het antwoord op 101 vragen

 25,90
In de residentiële ouderenzorg groeit de aandacht voor persoonsgerichte zorg en voor een aangenaam woon- en leefklimaat. Kleinschalig genormaliseerd wonen als vernieuwend concept haakt in op deze evoluties en blijkt gunstige effecten te hebben voor mensen met dementie, hun familieleden en voor medewerkers. Dit boek verheldert in 101 vragen en antwoorden wat kleinschalig genormaliseerd wonen inhoudt. De vragen en antwoorden kunnen afzonderlijk gelezen worden, maar het boek vormt ook een geheel in tien thematische hoofdstukken: concept, doelgroep, architectuur, wonen en domotica, welzijn en zorg, dagverloop, familie, mantelzorg en vrijwilligers, personeel en arbeidsomstandigheden, wettelijke en financiële vragen. Een afzonderlijk hoofdstuk bespreekt methodieken om een transformatie op te zetten en te voltooien naar kleinschalig genormaliseerd wonen. Het slothoofdstuk situeert kleinschalig genormaliseerd wonen in regionaal en internationaal perspectief en schetst toekomstige uitdagingen.
Deze uitgave is een inspiratiebron voor iedereen die mee wil bouwen aan een gediversifieerd woon- en zorglandschap voor ouderen.

Chantal Van Audenhove, psychologe, is directeur van Lucas, een centrum voor zorgonderzoek en consultancy van de K.U.Leuven en zij doceert aan deze universiteit.
Nele Spruytte, psychologe, is senior onderzoeker bij Lucas.
Anja Declercq, sociologe, is er projectleider. De andere auteurs zijn initiatiefnemers van projecten voor kleinschalig genormaliseerd wonen in Vlaanderen en werkten mee in het kader van het onderzoeksproject Stapstenen naar kleinschalig genormaliseerd wonen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Onderwijsinnovatie: geen verzegelde lippen meer

 29,90

Deze uitgave is bedoeld voor bestuurders en leidinggevenden in het onderwijs. De auteurs – en de lezers – nemen de tijd voor een moment rust en houden even de adem in. Van de schaduw van de oude innovaties willen ze weg, omdat de prijs van ingevoerde innovaties voor menigeen te hoog was. Immers, een docent of leidinggevende is veel gecompliceerder dan allerlei schematische verklaringen willen en kunnen wijsmaken. Mensen in het onderwijs zie je niet als huizen, bomen en sterren. Professionals eisen vrijheid van meningsuiting als compensatie voor de vrijheid van denken die ze in het verleden node gemist hebben. Hun ervaringen moeten in woorden worden gevangen als een stap naar hun vrijheid.

De auteurs hebben moeite met al de regelneven in het onderwijs en het negatieve mensbeeld waarover zoveel bestuurders en leidinggevenden beschikken. Er ligt helaas soms veel zelfgenoegzaamheid in de overtuiging waarmee beleidsmakers en bestuurders nog steeds oordelen over innovaties uitspreken. Daarom zijn docenten meesters in het zwijgen geworden. Kent men elkaar nog genoeg? Beleidsmakers en bestuurders kleineren zich onnodig als ze geen tegenspraak dulden. Tegenspraak is echter de brandstof van het denken. En: de ander mag er zijn. Als dit niet meer kan in het onderwijs, leidt dit tot het psychisch doden van een mens.

Te veel mensen in het onderwijs worden “ongewild afhankelijk” van anderen. In welke mate mogen en kunnen anderen iemands vrijheid in de innovatie bepalen? Om deze en andere vragen te beantwoorden wordt kracht geput uit het Rijnlandmodel met aandacht voor de kernkwaliteiten van professionals. De ontwikkelde beschrijvingen, onderwijsportretten en loopbaancurven doen de lippen ontsluiten: geen verzegelde lippen meer.



Dolf van den Berg is hoogleraar aan TiasNimbas – Business School, Tilburg University in association with Eindhoven University of Technology. Hij is emeritus hoogleraar onderwijsinnovatie/verandermanagement aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. De medeauteurs zijn collegahoogleraren, leidinggevenden, onderwijsconsulenten en docenten.

Quick View

Onderwijsinnovatie: geen verzegelde lippen meer

 29,90

Deze uitgave is bedoeld voor bestuurders en leidinggevenden in het onderwijs. De auteurs – en de lezers – nemen de tijd voor een moment rust en houden even de adem in. Van de schaduw van de oude innovaties willen ze weg, omdat de prijs van ingevoerde innovaties voor menigeen te hoog was. Immers, een docent of leidinggevende is veel gecompliceerder dan allerlei schematische verklaringen willen en kunnen wijsmaken. Mensen in het onderwijs zie je niet als huizen, bomen en sterren. Professionals eisen vrijheid van meningsuiting als compensatie voor de vrijheid van denken die ze in het verleden node gemist hebben. Hun ervaringen moeten in woorden worden gevangen als een stap naar hun vrijheid.

De auteurs hebben moeite met al de regelneven in het onderwijs en het negatieve mensbeeld waarover zoveel bestuurders en leidinggevenden beschikken. Er ligt helaas soms veel zelfgenoegzaamheid in de overtuiging waarmee beleidsmakers en bestuurders nog steeds oordelen over innovaties uitspreken. Daarom zijn docenten meesters in het zwijgen geworden. Kent men elkaar nog genoeg? Beleidsmakers en bestuurders kleineren zich onnodig als ze geen tegenspraak dulden. Tegenspraak is echter de brandstof van het denken. En: de ander mag er zijn. Als dit niet meer kan in het onderwijs, leidt dit tot het psychisch doden van een mens.

Te veel mensen in het onderwijs worden “ongewild afhankelijk” van anderen. In welke mate mogen en kunnen anderen iemands vrijheid in de innovatie bepalen? Om deze en andere vragen te beantwoorden wordt kracht geput uit het Rijnlandmodel met aandacht voor de kernkwaliteiten van professionals. De ontwikkelde beschrijvingen, onderwijsportretten en loopbaancurven doen de lippen ontsluiten: geen verzegelde lippen meer.



Dolf van den Berg is hoogleraar aan TiasNimbas – Business School, Tilburg University in association with Eindhoven University of Technology. Hij is emeritus hoogleraar onderwijsinnovatie/verandermanagement aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. De medeauteurs zijn collegahoogleraren, leidinggevenden, onderwijsconsulenten en docenten.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Handelingsplanning in het basisonderwijs

 24,90
Kwaliteitsvol onderwijs bieden gaat niet vanzelf. Meer en meer stellen we vast dat kinderen, leerlingengroepen, ouders, teamleden, scholen, gemeenschappen enorm verschillen. Deze verscheidenheid daagt uit om gericht te zoeken naar een gepast antwoord. Handelingsplanning werkt hierbij ondersteunend. Het is een effectieve manier om het onderwijsaanbod weloverwogen af te stemmen op de specifieke onderwijsbehoeften van kinderen.

De auteurs staan naast het systematische en cyclische proces stil bij de verschillende niveaus van handelingsplanning die elkaar voortdurend wederzijds beïnvloeden: het schoolwerkplan, het groepshandelingsplan en het individueel handelingsplan.

De betrokkenheid van leerkrachten, paramedici, psychologisch en pedagogisch personeel, kinderen en ouders vormen de rode draad in dit dynamisch proces. Handelingsplanning is immers meer dan steriel papierwerk. Het is een manier van werken, ingebed in een ontwikkelings- en teamgericht klimaat.

Marc Van Gils was actief in het Buitengewoon Basisonderwijs als leerkracht, directeur, pedagogisch adviseur. Hij is gastdocent in banabaopleidingen Buitengewoon Onderwijs, zorgverbreding en remediërend leren.
Jan Speltincx is al jaren actief binnen het Buitengewoon Basisonderwijs als leerkracht, interne begeleider, directeur en gastdocent banaba Buitengewoon Onderwijs.

Quick View

Handelingsplanning in het basisonderwijs

 24,90
Kwaliteitsvol onderwijs bieden gaat niet vanzelf. Meer en meer stellen we vast dat kinderen, leerlingengroepen, ouders, teamleden, scholen, gemeenschappen enorm verschillen. Deze verscheidenheid daagt uit om gericht te zoeken naar een gepast antwoord. Handelingsplanning werkt hierbij ondersteunend. Het is een effectieve manier om het onderwijsaanbod weloverwogen af te stemmen op de specifieke onderwijsbehoeften van kinderen.

De auteurs staan naast het systematische en cyclische proces stil bij de verschillende niveaus van handelingsplanning die elkaar voortdurend wederzijds beïnvloeden: het schoolwerkplan, het groepshandelingsplan en het individueel handelingsplan.

De betrokkenheid van leerkrachten, paramedici, psychologisch en pedagogisch personeel, kinderen en ouders vormen de rode draad in dit dynamisch proces. Handelingsplanning is immers meer dan steriel papierwerk. Het is een manier van werken, ingebed in een ontwikkelings- en teamgericht klimaat.

Marc Van Gils was actief in het Buitengewoon Basisonderwijs als leerkracht, directeur, pedagogisch adviseur. Hij is gastdocent in banabaopleidingen Buitengewoon Onderwijs, zorgverbreding en remediërend leren.
Jan Speltincx is al jaren actief binnen het Buitengewoon Basisonderwijs als leerkracht, interne begeleider, directeur en gastdocent banaba Buitengewoon Onderwijs.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Sporen naar verandering. Behandeling van seksueel delinquent gedrag

 35,00
De behandeling van seksuele delinquenten is een zware opgave en de recidive is voor bepaalde subcategorieën van seksuele delinquenten nog steeds relatief hoog. Dit boek stelt een behandelingsplan voor dat gebaseerd is op een ‘meersporenmodel’: verschillende onderling met elkaar verbonden behandelingen worden toegepast. Want net deze meersporenaanpak vermindert de hervalkans aanzienlijk.

In een eerste deel worden de verschillende therapeutische sporen beschreven aan de hand van voorbeelden uit de praktijk. Er is het spoor van de residentiële behandeling en dat van de ambulante behandeling, waarin ook aandacht is voor de behandeling van plegers met een verstandelijke beperking. Het uiteindelijke doel van de behandeling is de pleger opnieuw in de maatschappij te plaatsen. In een tweede deel komen alle aspecten van dit proces aan bod, van het optimaliseren van de veiligheid van de maatschappij tot het zoeken naar een zinvolle en positieve invulling van de toekomst van een pleger. In een laatste deel wordt aandacht besteed aan de behandelaars van seksuele delinquenten. Het dagelijks omgaan met deze doelgroep heeft immers ook een impact op de individuele hulpverlener en op een team.

In een maatschappij waar de discussie rond plegers steeds weer hoog oplaait, schetst dit boek een meer genuanceerd en realistisch beeld van deze mensen en wat van een behandeling kan worden verwacht.

Johan Baeke en Nils Verbeeck zijn psychiater, Dirk Debbaut is criminoloog, Bert Decavel is verpleegkundige, Ellen Gunst is psycholoog-psychotherapeut. Zij zijn allen verbonden aan Fides, een gespecialiseerd behandelcentrum voor seksuele delinquenten van het Psychiatrisch Centrum Sint-Amandus en het CGG Prisma in Beernem.

Quick View

Sporen naar verandering. Behandeling van seksueel delinquent gedrag

 35,00
De behandeling van seksuele delinquenten is een zware opgave en de recidive is voor bepaalde subcategorieën van seksuele delinquenten nog steeds relatief hoog. Dit boek stelt een behandelingsplan voor dat gebaseerd is op een ‘meersporenmodel’: verschillende onderling met elkaar verbonden behandelingen worden toegepast. Want net deze meersporenaanpak vermindert de hervalkans aanzienlijk.

In een eerste deel worden de verschillende therapeutische sporen beschreven aan de hand van voorbeelden uit de praktijk. Er is het spoor van de residentiële behandeling en dat van de ambulante behandeling, waarin ook aandacht is voor de behandeling van plegers met een verstandelijke beperking. Het uiteindelijke doel van de behandeling is de pleger opnieuw in de maatschappij te plaatsen. In een tweede deel komen alle aspecten van dit proces aan bod, van het optimaliseren van de veiligheid van de maatschappij tot het zoeken naar een zinvolle en positieve invulling van de toekomst van een pleger. In een laatste deel wordt aandacht besteed aan de behandelaars van seksuele delinquenten. Het dagelijks omgaan met deze doelgroep heeft immers ook een impact op de individuele hulpverlener en op een team.

In een maatschappij waar de discussie rond plegers steeds weer hoog oplaait, schetst dit boek een meer genuanceerd en realistisch beeld van deze mensen en wat van een behandeling kan worden verwacht.

Johan Baeke en Nils Verbeeck zijn psychiater, Dirk Debbaut is criminoloog, Bert Decavel is verpleegkundige, Ellen Gunst is psycholoog-psychotherapeut. Zij zijn allen verbonden aan Fides, een gespecialiseerd behandelcentrum voor seksuele delinquenten van het Psychiatrisch Centrum Sint-Amandus en het CGG Prisma in Beernem.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Zwart op wit. De intrede van allochtonen op de arbeidsmarkt

 14,90
Allochtone jongeren vinden minder vaak én minder snel werk dan autochtone jongeren en dreigen daardoor meer in de langdurige werkloosheid terecht te komen. Ook de functies waarin allochtone schoolverlaters hun beroepsloopbaan starten zijn kwalitatief minder gunstig dan deze van autochtonen. Ze hebben in hun eerste baan minder vaak een vast contract, hun werk is minder uitdagend, kent minder variatie en mogelijkheden om zich uit te leven, ze beschikken over minder autonomie en ze werken vaker in slechte arbeidsomstandigheden. Een minder gunstige arbeidsmarktpositie beperkt niet alleen de levenskansen en de sociale integratie van de huidige generaties allochtone jongeren, het hypothekeert ook de kansen van hun kinderen.

Hoe komt het dat werkgevers de openstaande vacatures niet kunnen of willen opvullen met allochtone jongeren? Waarom vinden allochtonen minder vlot de weg naar een stabiele baan?

Dit boek brengt de arbeidsmarktintrede van allochtone jongeren in kaart en gaat na in welke mate de beroepspositie beïnvloed wordt door toegeschreven (etnische en sociale achtergrond en geslacht) en verworven kenmerken (onderwijsniveau en onderwijsresultaat). Dit gebeurt door allochtone en autochtone jongeren systematisch met elkaar te vergelijken op basis van een grootschalige peiling bij 9.000 Vlaamse jongeren die uitgevoerd werd door de interuniversitaire onderzoeksgroep SONAR – Studiegroep van ONderwijs naar ARbeidsmarkt.

Dit onderzoek sluit aan bij het eerder verschenen onderzoek Wit krijt schrijft beter: Schoolloopbanen van allochtone jongeren in beeld. Daarin bleek de problematische achterstand van allochtonen in het Vlaamse onderwijs. In dit boek wordt nagegaan in welke mate die onderwijsachterstand de directe oorzaak is voor de achterstand van allochtonen op de arbeidsmarkt. Of zijn er andere factoren die de kansen van allochtonen beïnvloeden?

Zie ook de andere delen in dit onderzoek naar de onderwijs- en arbeidsloopbanen van allochtonen in Vlaanderen:
  • Wit krijt schrijft beter

  • Gekleurd door het leven



  • De auteurs van dit boek zijn verbonden aan de onderzoeksgroep TOR van de Vrije Universiteit Brussel en lid van de interuniversitaire onderzoeksgroep SONAR die de overgang van school naar werk bestudeert. Ignace Glorieux is gewoon hoogleraar sociologie. Zijn voornaamste onderzoeksdomeinen zijn tijdsbesteding en tijdsordening, de transitie van school naar werk en cultuurparticipatie. Ilse Laurijssen bereidt een proefschrift voor over de verschillen in de vroege arbeidsloopbanen van mannen en vrouwen. Yolis Van Dorsselaer doet onderzoek naar de overgang van school naar werk.

    Quick View

    Zwart op wit. De intrede van allochtonen op de arbeidsmarkt

     14,90
    Allochtone jongeren vinden minder vaak én minder snel werk dan autochtone jongeren en dreigen daardoor meer in de langdurige werkloosheid terecht te komen. Ook de functies waarin allochtone schoolverlaters hun beroepsloopbaan starten zijn kwalitatief minder gunstig dan deze van autochtonen. Ze hebben in hun eerste baan minder vaak een vast contract, hun werk is minder uitdagend, kent minder variatie en mogelijkheden om zich uit te leven, ze beschikken over minder autonomie en ze werken vaker in slechte arbeidsomstandigheden. Een minder gunstige arbeidsmarktpositie beperkt niet alleen de levenskansen en de sociale integratie van de huidige generaties allochtone jongeren, het hypothekeert ook de kansen van hun kinderen.

    Hoe komt het dat werkgevers de openstaande vacatures niet kunnen of willen opvullen met allochtone jongeren? Waarom vinden allochtonen minder vlot de weg naar een stabiele baan?

    Dit boek brengt de arbeidsmarktintrede van allochtone jongeren in kaart en gaat na in welke mate de beroepspositie beïnvloed wordt door toegeschreven (etnische en sociale achtergrond en geslacht) en verworven kenmerken (onderwijsniveau en onderwijsresultaat). Dit gebeurt door allochtone en autochtone jongeren systematisch met elkaar te vergelijken op basis van een grootschalige peiling bij 9.000 Vlaamse jongeren die uitgevoerd werd door de interuniversitaire onderzoeksgroep SONAR – Studiegroep van ONderwijs naar ARbeidsmarkt.

    Dit onderzoek sluit aan bij het eerder verschenen onderzoek Wit krijt schrijft beter: Schoolloopbanen van allochtone jongeren in beeld. Daarin bleek de problematische achterstand van allochtonen in het Vlaamse onderwijs. In dit boek wordt nagegaan in welke mate die onderwijsachterstand de directe oorzaak is voor de achterstand van allochtonen op de arbeidsmarkt. Of zijn er andere factoren die de kansen van allochtonen beïnvloeden?

    Zie ook de andere delen in dit onderzoek naar de onderwijs- en arbeidsloopbanen van allochtonen in Vlaanderen:
  • Wit krijt schrijft beter

  • Gekleurd door het leven



  • De auteurs van dit boek zijn verbonden aan de onderzoeksgroep TOR van de Vrije Universiteit Brussel en lid van de interuniversitaire onderzoeksgroep SONAR die de overgang van school naar werk bestudeert. Ignace Glorieux is gewoon hoogleraar sociologie. Zijn voornaamste onderzoeksdomeinen zijn tijdsbesteding en tijdsordening, de transitie van school naar werk en cultuurparticipatie. Ilse Laurijssen bereidt een proefschrift voor over de verschillen in de vroege arbeidsloopbanen van mannen en vrouwen. Yolis Van Dorsselaer doet onderzoek naar de overgang van school naar werk.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    De leerwerkplaats handelingsgericht werken om competent te blijven. Een balans in diagnostiek en begeleiding – LEOZ Deelproject 9

     13,40
    Is een leerwerkplaats diagnostiek en begeleiding voor de opleiders in speciale onderwijszorg een krachtige vorm van professionalisering om de pedagogische en didactische rol binnen de HBO-masteropleiding adequaat vorm te kunnen geven?’ Een aantal instellingen voor speciale onderwijszorg brengen verslag uit van hoe het bij hen werkt.
    De context en positionering van de leerwerkplaats en het handelingsgericht werken waren hierbij de belangrijkste uitgangspunten. Bij professionalisering middels een leerwerkplaats diagnostiek en begeleiding werden vier spanningsvelden onderscheiden: handelingsgericht werken en handelingsgerichte diagnostiek, praktijknabij en praktijkveraf, programma- en vraaggericht, opleiden en zakelijke dienstverlening. Ook de ontwikkelingen van passend onderwijs en inclusie vragen om een herbezinning van de veranderende rol van de opleider. Zonder praktijkleren is het onmogelijk om bij te dragen aan de onderwijsvraagstukken uit het veld en om bij te blijven in de nieuwe ontwikkelingen.

    Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.

    Gyan Akveld, begeleidingskundige, is programmamanager professionalisering van het Deltioncollege in Zwolle.
    Ad Donkers, orthopedagoog, is hogeschooldocent aan Fontys OSO – Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg in Tilburg.
    Bob Schoorel is docent, trainer en consultant bij Windesheim OSO – Opleidingen Speciale Onderwijszorg in Zwolle.
    Thieu Dollevoet, agoog, is stafmedewerker bij Fontys OSO – Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg in Tilburg, en secretaris van WOSO.

    Quick View

    De leerwerkplaats handelingsgericht werken om competent te blijven. Een balans in diagnostiek en begeleiding – LEOZ Deelproject 9

     13,40
    Is een leerwerkplaats diagnostiek en begeleiding voor de opleiders in speciale onderwijszorg een krachtige vorm van professionalisering om de pedagogische en didactische rol binnen de HBO-masteropleiding adequaat vorm te kunnen geven?’ Een aantal instellingen voor speciale onderwijszorg brengen verslag uit van hoe het bij hen werkt.
    De context en positionering van de leerwerkplaats en het handelingsgericht werken waren hierbij de belangrijkste uitgangspunten. Bij professionalisering middels een leerwerkplaats diagnostiek en begeleiding werden vier spanningsvelden onderscheiden: handelingsgericht werken en handelingsgerichte diagnostiek, praktijknabij en praktijkveraf, programma- en vraaggericht, opleiden en zakelijke dienstverlening. Ook de ontwikkelingen van passend onderwijs en inclusie vragen om een herbezinning van de veranderende rol van de opleider. Zonder praktijkleren is het onmogelijk om bij te dragen aan de onderwijsvraagstukken uit het veld en om bij te blijven in de nieuwe ontwikkelingen.

    Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.

    Gyan Akveld, begeleidingskundige, is programmamanager professionalisering van het Deltioncollege in Zwolle.
    Ad Donkers, orthopedagoog, is hogeschooldocent aan Fontys OSO – Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg in Tilburg.
    Bob Schoorel is docent, trainer en consultant bij Windesheim OSO – Opleidingen Speciale Onderwijszorg in Zwolle.
    Thieu Dollevoet, agoog, is stafmedewerker bij Fontys OSO – Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg in Tilburg, en secretaris van WOSO.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Spelenderwijs wijzer worden. Spel, speelgoed en het opgroeiende kindSpelenderwijs wijzer worden. Spel, speelgoed en het opgroeiende kind
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Spelenderwijs wijzer worden. Spel, speelgoed en het opgroeiende kind

     17,40
    Spelen en leren, beide begrippen lijken in het leven tegenover elkaar te staan. Spelen is er om te ontspannen, leren betekent inspanning en arbeid. Dat hoeft echter niet zo te zijn. Niet enkel op de werkvloer lijkt het spelelement aan belang te winnen, het spel is voor kinderen één van de voornaamste manieren om zich te ontwikkelen en de wereld rondom te leren kennen. Dit boek pleit voor een herwaardering van en een vernieuwde aandacht voor de rol van het spelen bij de ontwikkeling van het kind. In het hedendaagse ontwikkelingspsychologische en pedagogische onderzoek wordt de factor ‘spel’ immers vaak buiten beschouwing gelaten, wegens ‘niet ernstig genoeg’.
    De auteur denkt daar anders over. Het spel vormt volgens hem één van de beste – zo niet de beste – vorm van leren voor het leven. Het zorgt voor een vlotte kennismaking met de wereld rondom, het stimuleert creativiteit en zelfredzaamheid, en het is bovendien een belangrijke motor van de sociale interactie; allerlei vaardigheden die in het latere leven van pas komen. Spelen is echter ook niet vrijblijvend. Het is iets dat door ouders, opvoeders en de schoolomgeving op de juiste wijze gestimuleerd dient te worden. Daarom worden hier ook duidelijke richtlijnen aangereikt, die iedereen in staat stellen om de heilzaamheid van het spelen voor de ontwikkeling van het kind te optimaliseren.

    Roel de Groot, orthopedagoog, was verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is voorzitter van de Nationale Speelraad en hoofdredacteur van Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk.

    Spelenderwijs wijzer worden. Spel, speelgoed en het opgroeiende kindSpelenderwijs wijzer worden. Spel, speelgoed en het opgroeiende kind
    Quick View

    Spelenderwijs wijzer worden. Spel, speelgoed en het opgroeiende kind

     17,40
    Spelen en leren, beide begrippen lijken in het leven tegenover elkaar te staan. Spelen is er om te ontspannen, leren betekent inspanning en arbeid. Dat hoeft echter niet zo te zijn. Niet enkel op de werkvloer lijkt het spelelement aan belang te winnen, het spel is voor kinderen één van de voornaamste manieren om zich te ontwikkelen en de wereld rondom te leren kennen. Dit boek pleit voor een herwaardering van en een vernieuwde aandacht voor de rol van het spelen bij de ontwikkeling van het kind. In het hedendaagse ontwikkelingspsychologische en pedagogische onderzoek wordt de factor ‘spel’ immers vaak buiten beschouwing gelaten, wegens ‘niet ernstig genoeg’.
    De auteur denkt daar anders over. Het spel vormt volgens hem één van de beste – zo niet de beste – vorm van leren voor het leven. Het zorgt voor een vlotte kennismaking met de wereld rondom, het stimuleert creativiteit en zelfredzaamheid, en het is bovendien een belangrijke motor van de sociale interactie; allerlei vaardigheden die in het latere leven van pas komen. Spelen is echter ook niet vrijblijvend. Het is iets dat door ouders, opvoeders en de schoolomgeving op de juiste wijze gestimuleerd dient te worden. Daarom worden hier ook duidelijke richtlijnen aangereikt, die iedereen in staat stellen om de heilzaamheid van het spelen voor de ontwikkeling van het kind te optimaliseren.

    Roel de Groot, orthopedagoog, was verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is voorzitter van de Nationale Speelraad en hoofdredacteur van Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Behoud van talent (Nivoz-Thema’s, deel 3)

     16,70
    Hoe bekwaam ben je om je te handhaven in een snel veranderende wereld? Hoe creëer je nieuwe producten en diensten die aantrekkelijk én duurzaam zijn? Hoe ontwikkel je je talenten tot een toegevoegde waarde voor jezelf en de samenleving? Hoe gaat het ons lukken het maximale uit onze kinderen te halen? Hoe voorkomen we verlies van talent door schooluitval? En hoe scheppen wij als samenleving een attitude voor life-long learning?

    Om deze en andere vragen draait het in Behoud van Talent. In dit boek, dat de weerslag is van het NIVOZ-programma Talent, Beleid en Economie, is het woord aan zes vooraanstaande sprekers, die zich bewegen op het snijvlak van onderwijs en samenleving.

    Onze kinderen, maar ook wijzelf in ons streven naar ‘een leven lang leren’, verdienen leraren en mentoren die ons stimuleren onze persoonlijke talenten te ontwikkelen. Juist door mensen niet over één kam te scheren en talent op te vatten als een breed begrip, schept onderwijs mogelijkheden voor groei, voor emancipatie, voor gelijkwaardigheid, voor een duurzame samenleving. Een boek voor iedereen die van leren houdt.

    Quick View

    Behoud van talent (Nivoz-Thema’s, deel 3)

     16,70
    Hoe bekwaam ben je om je te handhaven in een snel veranderende wereld? Hoe creëer je nieuwe producten en diensten die aantrekkelijk én duurzaam zijn? Hoe ontwikkel je je talenten tot een toegevoegde waarde voor jezelf en de samenleving? Hoe gaat het ons lukken het maximale uit onze kinderen te halen? Hoe voorkomen we verlies van talent door schooluitval? En hoe scheppen wij als samenleving een attitude voor life-long learning?

    Om deze en andere vragen draait het in Behoud van Talent. In dit boek, dat de weerslag is van het NIVOZ-programma Talent, Beleid en Economie, is het woord aan zes vooraanstaande sprekers, die zich bewegen op het snijvlak van onderwijs en samenleving.

    Onze kinderen, maar ook wijzelf in ons streven naar ‘een leven lang leren’, verdienen leraren en mentoren die ons stimuleren onze persoonlijke talenten te ontwikkelen. Juist door mensen niet over één kam te scheren en talent op te vatten als een breed begrip, schept onderwijs mogelijkheden voor groei, voor emancipatie, voor gelijkwaardigheid, voor een duurzame samenleving. Een boek voor iedereen die van leren houdt.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Exploring quality assurance for interprofessional education in health and social care

     16,90
    This book wishes to contribute to the development of Interprofessional Education (IPE) in health and social care programmes in higher education institutions where IPE is not yet deployed, and in institutions where IPE is present but where it is not underpinned by mechanisms of quality assurance (QA). It has been produced within a project of EIPEN, the European Interprofessional Education Network, with financial support from the European Erasmus Lifelong Learning programme. The author depicts relevant policy issues and QA mechanisms, but also existing initiatives, tools and resources. He points out possible pitfalls and informs the reader about directions to be taken for effective quality assurance in IPE.

    Andre Vyt is lecturer at Arteveldehogeschool University College, and teaches also in the Faculty of Medicine and Health Sciences at Ghent University (Belgium). Since several years he coordinates a learning trajectory on interprofessional collaboration in health care, with staff members from different institutions. The author also has built up expertise in quality management in education and health care.

    Quick View

    Exploring quality assurance for interprofessional education in health and social care

     16,90
    This book wishes to contribute to the development of Interprofessional Education (IPE) in health and social care programmes in higher education institutions where IPE is not yet deployed, and in institutions where IPE is present but where it is not underpinned by mechanisms of quality assurance (QA). It has been produced within a project of EIPEN, the European Interprofessional Education Network, with financial support from the European Erasmus Lifelong Learning programme. The author depicts relevant policy issues and QA mechanisms, but also existing initiatives, tools and resources. He points out possible pitfalls and informs the reader about directions to be taken for effective quality assurance in IPE.

    Andre Vyt is lecturer at Arteveldehogeschool University College, and teaches also in the Faculty of Medicine and Health Sciences at Ghent University (Belgium). Since several years he coordinates a learning trajectory on interprofessional collaboration in health care, with staff members from different institutions. The author also has built up expertise in quality management in education and health care.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    De gemotiveerde leerling (Nivoz-Serie, nr. 4)

     20,50
    “Leerlingen zijn niet gemotiveerd om te leren” is een veelgehoorde verzuchting. Maar wat is dat – een gemotiveerde leerling? Welke kenmerken schrijven we toe aan motivatie? Wat is nodig om je gemotiveerd te voelen? Stel je deze vragen aan leerlingen en leerkrachten, dan omschrijven zij motivatie dikwijls in termen van ‘lekker bezig zijn’, ‘ingespannen werken’ of ‘iets doen om een bepaald doel te bereiken’.

    Een leraar vertelde ons: “Mijn leerlingen zijn vaak niet gemotiveerd. Ik krijg er geen vat op.” Is motivatie inderdaad zo’n black box? Allerminst, zoals blijkt uit dit vierde deel in de NIVOZ-reeks. In de afgelopen decennia is veel onderzoek verricht, dat ons helpt motivatie en demotivatie bij kinderen te verklaren. Maar ook de leerlingen zelf kunnen ons veel vertellen over wat het onderwijs hen moet bieden om motivatie vast te kunnen houden en uit te bouwen. De gemotiveerde leerling verbindt wetenschappelijke beschouwingen met ervaringen in de klas.

    Volg NIVOZ op een reis langs internationaal onderzoek, Nederlandse schoolvoorbeelden en onderwijs op het witte doek. Dit is een boek over intrinsieke motivatie, over flow en over de natuurlijke behoefte van ieder mens om te leren.

    Prof. dr. Luc Stevens (1941) is emeritus hoogleraar Orthopedagogiek aan de Universiteit Utrecht en directeur van het NIVOZ. Hij spant zich in voor nieuwe onderwijspraktijk met als kenmerken openheid, kans, dialoog en verbinding. Sinds 2008 is Stevens hoogleraar aan de Open Universiteit. Zijn leerstoel richt zich op het professionaliseren van werkplekleren van docenten met de nadruk op het versterken van pedagogische competenties. Hij benadert het hart van het onderwijs, de leraar-leerlinginteractie, onder andere via de succesvolle NIVOZ-programma’s Pedagogisch leiderschap en Pedagogische tact.

    Drs. Geert Bors (1973) werkt als freelance redacteur voor het NIVOZ. Hij deed onderwijservaring op bij middelbare scholen, in het ouderenonderwijs en als juniordocent op UCL in Londen, maar journalistiek bleek een grotere liefde. Geert begon als radiomaker en redacteur van het Nijmeegse universiteitsblad VOX, voor hij koos voor een freelancecarrière in Australië en Denemarken, waar hij schreef voor uiteenlopende media als Zin, Kijk, De Standaard en The Age (AU). Met regelmaat publiceert Geert bij diverse uitgeverijen, o.a. als ghostwriter van Atilla’s Dutch Dream (Nieuw Amsterdam).


    NIVOZ-Thema's:
  • Nr. 1: Leraar wie ben je?
  • Nr. 2: Kennis maken met scholen
  • Nr. 3: Behoud van talent
  • Nr. 4: De gemotiveerde leerling
  • Nr. 5: Zin in onderwijs
  • Quick View

    De gemotiveerde leerling (Nivoz-Serie, nr. 4)

     20,50
    “Leerlingen zijn niet gemotiveerd om te leren” is een veelgehoorde verzuchting. Maar wat is dat – een gemotiveerde leerling? Welke kenmerken schrijven we toe aan motivatie? Wat is nodig om je gemotiveerd te voelen? Stel je deze vragen aan leerlingen en leerkrachten, dan omschrijven zij motivatie dikwijls in termen van ‘lekker bezig zijn’, ‘ingespannen werken’ of ‘iets doen om een bepaald doel te bereiken’.

    Een leraar vertelde ons: “Mijn leerlingen zijn vaak niet gemotiveerd. Ik krijg er geen vat op.” Is motivatie inderdaad zo’n black box? Allerminst, zoals blijkt uit dit vierde deel in de NIVOZ-reeks. In de afgelopen decennia is veel onderzoek verricht, dat ons helpt motivatie en demotivatie bij kinderen te verklaren. Maar ook de leerlingen zelf kunnen ons veel vertellen over wat het onderwijs hen moet bieden om motivatie vast te kunnen houden en uit te bouwen. De gemotiveerde leerling verbindt wetenschappelijke beschouwingen met ervaringen in de klas.

    Volg NIVOZ op een reis langs internationaal onderzoek, Nederlandse schoolvoorbeelden en onderwijs op het witte doek. Dit is een boek over intrinsieke motivatie, over flow en over de natuurlijke behoefte van ieder mens om te leren.

    Prof. dr. Luc Stevens (1941) is emeritus hoogleraar Orthopedagogiek aan de Universiteit Utrecht en directeur van het NIVOZ. Hij spant zich in voor nieuwe onderwijspraktijk met als kenmerken openheid, kans, dialoog en verbinding. Sinds 2008 is Stevens hoogleraar aan de Open Universiteit. Zijn leerstoel richt zich op het professionaliseren van werkplekleren van docenten met de nadruk op het versterken van pedagogische competenties. Hij benadert het hart van het onderwijs, de leraar-leerlinginteractie, onder andere via de succesvolle NIVOZ-programma’s Pedagogisch leiderschap en Pedagogische tact.

    Drs. Geert Bors (1973) werkt als freelance redacteur voor het NIVOZ. Hij deed onderwijservaring op bij middelbare scholen, in het ouderenonderwijs en als juniordocent op UCL in Londen, maar journalistiek bleek een grotere liefde. Geert begon als radiomaker en redacteur van het Nijmeegse universiteitsblad VOX, voor hij koos voor een freelancecarrière in Australië en Denemarken, waar hij schreef voor uiteenlopende media als Zin, Kijk, De Standaard en The Age (AU). Met regelmaat publiceert Geert bij diverse uitgeverijen, o.a. als ghostwriter van Atilla’s Dutch Dream (Nieuw Amsterdam).


    NIVOZ-Thema's:
  • Nr. 1: Leraar wie ben je?
  • Nr. 2: Kennis maken met scholen
  • Nr. 3: Behoud van talent
  • Nr. 4: De gemotiveerde leerling
  • Nr. 5: Zin in onderwijs
  • Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Laat maar zitten… Integratie van Roma is een doe-woord

     19,00
    Leerkrachten, schoolopbouwwerkers en directies; straathoek-, integratie- en opbouwwerkers; vrijwilligers en beroepskrachten… al meer dan tien jaar zijn er vele tientallen basismensen aan de slag met Roma. Heel geëngageerd, heel creatief en vaak ook heel alleen. Maar ze boeken wel resultaat, zeker in de toeleiding van Romakinderen en -jongeren naar het onderwijs.

    Dit boek brengt samen wat aan de basis leeft. Het analyseert oorzaken en aard van de specifi citeit van de Romagroepen. Het ontleedt waar de knooppunten in de integratie zitten en ontwerpt een uitweg naar een betere sociale cohesie tussen Roma en gadgé. Dankzij toetsvragen en vuistregels wordt het een eerste werkboek voor al wie zich engageert voor en met Roma… maar ook met andere minderheden, voor wie tussen de regels lezen wil.

    Toon Machiels studeerde Sociale agogiek aan de KULeuven. Na een loopbaan in de gehandicaptenzorg werd hij coördinator van het toenmalige Vlaams Overleg Woonwagenwerk. Hieruit ontstond Vroem vzw – Vlaamse Vereniging voor Voyageurs, Roms, Roma en Manoesjen, waarvan hij afgevaardigd bestuurder is.

    "Dit boek is een aanrader voor al wie met Roma werkt."
    School+Visie (jrg. 5, nr. 6, blz. 27)

    Quick View

    Laat maar zitten… Integratie van Roma is een doe-woord

     19,00
    Leerkrachten, schoolopbouwwerkers en directies; straathoek-, integratie- en opbouwwerkers; vrijwilligers en beroepskrachten… al meer dan tien jaar zijn er vele tientallen basismensen aan de slag met Roma. Heel geëngageerd, heel creatief en vaak ook heel alleen. Maar ze boeken wel resultaat, zeker in de toeleiding van Romakinderen en -jongeren naar het onderwijs.

    Dit boek brengt samen wat aan de basis leeft. Het analyseert oorzaken en aard van de specifi citeit van de Romagroepen. Het ontleedt waar de knooppunten in de integratie zitten en ontwerpt een uitweg naar een betere sociale cohesie tussen Roma en gadgé. Dankzij toetsvragen en vuistregels wordt het een eerste werkboek voor al wie zich engageert voor en met Roma… maar ook met andere minderheden, voor wie tussen de regels lezen wil.

    Toon Machiels studeerde Sociale agogiek aan de KULeuven. Na een loopbaan in de gehandicaptenzorg werd hij coördinator van het toenmalige Vlaams Overleg Woonwagenwerk. Hieruit ontstond Vroem vzw – Vlaamse Vereniging voor Voyageurs, Roms, Roma en Manoesjen, waarvan hij afgevaardigd bestuurder is.

    "Dit boek is een aanrader voor al wie met Roma werkt."
    School+Visie (jrg. 5, nr. 6, blz. 27)

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Begeleiden van multi-probleemgezinnen in de jeugdzorg

     17,40
    Dit boek is een methodische, geordende ‘survival toolbox’ voor ambulante gezinsbegeleiders in de jeugdzorg die werken met multi-probleemgezinnen.
    ‘Therapie is te vergelijken met gidsen in de Everglades’ schreef een therapeut; hij weet vaak niet welke problemen hij tegen zal komen en welke wegen bewandeld kunnen worden. De kracht is dat de therapeut de Everglades goed kent.
    Gidsen in de Everglades is een goede metafoor voor het werken met multi-probleemgezinnen: Iedereen vaart een eigen koers, niemand neemt adequate leiding, conflicten rijzen de pan uit, de financiële mogelijkheden zijn slecht … Mensen hebben of krijgen persoonlijke problemen, worden angstig, agressief … en men is naarstig op zoek naar een goede gids die hen uit die misère redt. Er liggen vele onbekendheden en mogelijke gevaren op de loer, de paden veranderen dagelijks en als gids dien je een goede bagage te hebben om je te kunnen oriënteren en goede analyses te maken.
    Gidsen door een moerassig landschap vraagt veel van de gids. Het gezin veilig naar een vooraf bestemd doel brengen is behoorlijk ingewikkeld. De kans dat de gezinsbegeleider verdrinkt in drijfzand is niet ondenkbeeldig, met een ‘overleden’ gezinsbegeleider en systemen die in dezelfde ellende achterblijven, als gevolg.
    Met deze alledaagse en praktische handleiding heb je een kompas in handen. Je maakt een grotere kans om te overleven en doelmatig te gidsen, zodat het gestelde doel bereikt wordt. De handleiding is geïllustreerd met herkenbare voorbeelden uit de praktijk en door vrolijke tekeningen van Wim Schouten.

    Giel Vaessen is gedragsdeskundige op de REC IV-school De Buitenhof in Heerlen. Daarnaast geeft hij cursussen aan ouderverenigingen, leraren en hulpverleners in de jeugdzorg. Voordien werkte hij als behandelcoördinator en systeemtherapeut in de kinder- en jeugdpsychiatrie van de Mondriaan in Heerlen.

    Quick View

    Begeleiden van multi-probleemgezinnen in de jeugdzorg

     17,40
    Dit boek is een methodische, geordende ‘survival toolbox’ voor ambulante gezinsbegeleiders in de jeugdzorg die werken met multi-probleemgezinnen.
    ‘Therapie is te vergelijken met gidsen in de Everglades’ schreef een therapeut; hij weet vaak niet welke problemen hij tegen zal komen en welke wegen bewandeld kunnen worden. De kracht is dat de therapeut de Everglades goed kent.
    Gidsen in de Everglades is een goede metafoor voor het werken met multi-probleemgezinnen: Iedereen vaart een eigen koers, niemand neemt adequate leiding, conflicten rijzen de pan uit, de financiële mogelijkheden zijn slecht … Mensen hebben of krijgen persoonlijke problemen, worden angstig, agressief … en men is naarstig op zoek naar een goede gids die hen uit die misère redt. Er liggen vele onbekendheden en mogelijke gevaren op de loer, de paden veranderen dagelijks en als gids dien je een goede bagage te hebben om je te kunnen oriënteren en goede analyses te maken.
    Gidsen door een moerassig landschap vraagt veel van de gids. Het gezin veilig naar een vooraf bestemd doel brengen is behoorlijk ingewikkeld. De kans dat de gezinsbegeleider verdrinkt in drijfzand is niet ondenkbeeldig, met een ‘overleden’ gezinsbegeleider en systemen die in dezelfde ellende achterblijven, als gevolg.
    Met deze alledaagse en praktische handleiding heb je een kompas in handen. Je maakt een grotere kans om te overleven en doelmatig te gidsen, zodat het gestelde doel bereikt wordt. De handleiding is geïllustreerd met herkenbare voorbeelden uit de praktijk en door vrolijke tekeningen van Wim Schouten.

    Giel Vaessen is gedragsdeskundige op de REC IV-school De Buitenhof in Heerlen. Daarnaast geeft hij cursussen aan ouderverenigingen, leraren en hulpverleners in de jeugdzorg. Voordien werkte hij als behandelcoördinator en systeemtherapeut in de kinder- en jeugdpsychiatrie van de Mondriaan in Heerlen.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Galênos van Pérgamon: Ars Medica. Nederlandse vertaling van Galênos’ Ars medica met annotaties en een introductorische commentaar

     39,50
    In dit boek wordt een geannoteerde en becommentarieerde Nederlandse vertaling gepresenteerd van het traktaat Ars medica (Téchnê iatrikê) van Galênós van Pérgamon (129-216 n. Chr.). Weinig artsen hebben een zó verstrekkende invloed gehad als deze beroemde Hellenistische arts. Zijn gedachtegoed heeft vanaf het jaar 300 na Chr. de geneeskunde in de Byzantijnse wereld overheerst. Het heeft insgelijks, middels multipele vertalingen van zijn traktaten, op de wereld van de Islam, en vanaf de twaalfde tot de zeventiende eeuw evenzeer op de West-Europese geneeskunde een persoonlijke en zelfs zeer nadrukkelijke stempel gedrukt. Zijn latere volgelingen hebben, vermits ze bij herhaling alleen maar Galênós’ conclusies hebben doorgegeven en het door hem voorgelegd empirisch bewijsmateriaal en de hierbij gehanteerde procedures onbesproken hebben gelaten, (wellicht ongewild) een bijdrage geleverd tot het totstandkomen van een beeld van Galênós als “dogmatisch en autoritair theoreticus”, die een verlammende rem op de ontwikkeling van het medisch denken zou hebben gezet tot aan het begin van de Renaissance. Recent hebben tal van geleerden, vooral sinds het herontdekken van heel wat van zijn werken in Arabische vertaling, een bijdrage geleverd tot zijn (volstrekt legitieme) rehabilitatie als arts, filosoof, grammaticus én ethicus.
    De Ars medica is een van de belangrijkste werken die Galênós uit zijn schrijfhout heeft laten komen. Dit traktaat is op late leeftijd tot stand gekomen, vermoedelijk na 193, en verschaft een opsomming van de meest essentiële elementen uit zijn ziekteleer. Het heeft, gezien de talrijke verwijzingen naar andere galenische geschriften, zowel het karakter van een “introductie” (eisagôgê) tot zijn volumineus oeuvre als van een beknopte inhoud (súnopsis) van zijn talrijke bevindingen inzake de humane pathologie. De Ars medica werd door medische studenten gebruikt vanaf de vierde eeuw en maakte in de twaalfde eeuw deel uit van de Articella, het complex samenraapsel van medische teksten die in de Middeleeuwen en Renaissance de eigenlijke basis hebben gevormd van het universitair medisch curriculum.

    Jan Godderis is gewoon hoogleraar aan de Faculteit der Geneeskunde van de K.U.Leuven. Hij doceert er de vakken psychiatrie, geschiedenis van de geneeskunde en cultuurgeschiedenis van de seksualiteit.

    Quick View

    Galênos van Pérgamon: Ars Medica. Nederlandse vertaling van Galênos’ Ars medica met annotaties en een introductorische commentaar

     39,50
    In dit boek wordt een geannoteerde en becommentarieerde Nederlandse vertaling gepresenteerd van het traktaat Ars medica (Téchnê iatrikê) van Galênós van Pérgamon (129-216 n. Chr.). Weinig artsen hebben een zó verstrekkende invloed gehad als deze beroemde Hellenistische arts. Zijn gedachtegoed heeft vanaf het jaar 300 na Chr. de geneeskunde in de Byzantijnse wereld overheerst. Het heeft insgelijks, middels multipele vertalingen van zijn traktaten, op de wereld van de Islam, en vanaf de twaalfde tot de zeventiende eeuw evenzeer op de West-Europese geneeskunde een persoonlijke en zelfs zeer nadrukkelijke stempel gedrukt. Zijn latere volgelingen hebben, vermits ze bij herhaling alleen maar Galênós’ conclusies hebben doorgegeven en het door hem voorgelegd empirisch bewijsmateriaal en de hierbij gehanteerde procedures onbesproken hebben gelaten, (wellicht ongewild) een bijdrage geleverd tot het totstandkomen van een beeld van Galênós als “dogmatisch en autoritair theoreticus”, die een verlammende rem op de ontwikkeling van het medisch denken zou hebben gezet tot aan het begin van de Renaissance. Recent hebben tal van geleerden, vooral sinds het herontdekken van heel wat van zijn werken in Arabische vertaling, een bijdrage geleverd tot zijn (volstrekt legitieme) rehabilitatie als arts, filosoof, grammaticus én ethicus.
    De Ars medica is een van de belangrijkste werken die Galênós uit zijn schrijfhout heeft laten komen. Dit traktaat is op late leeftijd tot stand gekomen, vermoedelijk na 193, en verschaft een opsomming van de meest essentiële elementen uit zijn ziekteleer. Het heeft, gezien de talrijke verwijzingen naar andere galenische geschriften, zowel het karakter van een “introductie” (eisagôgê) tot zijn volumineus oeuvre als van een beknopte inhoud (súnopsis) van zijn talrijke bevindingen inzake de humane pathologie. De Ars medica werd door medische studenten gebruikt vanaf de vierde eeuw en maakte in de twaalfde eeuw deel uit van de Articella, het complex samenraapsel van medische teksten die in de Middeleeuwen en Renaissance de eigenlijke basis hebben gevormd van het universitair medisch curriculum.

    Jan Godderis is gewoon hoogleraar aan de Faculteit der Geneeskunde van de K.U.Leuven. Hij doceert er de vakken psychiatrie, geschiedenis van de geneeskunde en cultuurgeschiedenis van de seksualiteit.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Zorg om het levenseinde. Een ethisch-filosofisch perspectief

     18,00
    Wat betekent ethiek in het zorgen voor anderen? Vanuit een kader dat een lans breekt voor een kritische filosofische benadering, biedt dit boek relevante antwoorden op terechte vragen uit het verzorgende werkveld. Specifiek gaat het daarbij in op een brandend actuele kwestie, namelijk de ethische begeleiding bij de levensbeëindiging. De auteur onderzoekt welke ethische en juridische implicaties indirecte, passieve en ongevraagde levensverkorting, alsook euthanasie en palliatieve sedatie, met zich meebrengen. Dit geldt zowel voor meerder- en minderjarigen als voor mensen in een persisterende vegetatieve toestand.

    Dit betekent dat hedendaagse ethische thema’s, zoals het afbreken van kunstmatige vocht- en voedseltoediening, het nemen van een besluit om niet te reanimeren, pijnbestrijding en dergelijke uitvoerig aan bod komen. Op die manier wil dit boek een sterke en geëngageerde stem laten klinken in een debat dat de samenleving onverminderd blijft beroeren.

    Henk Vandaele, filosoof en psychiatrisch verpleegkundige, doceert ethiek aan het CVO/VSPW – Centrum voor Volwassenenonderwijs/Vormingsleergang voor Sociaal en Pedagogisch Werk in Kortrijk en aan het Centrum voor Kritische Filosofie van de Universiteit Gent.

    In de media:
    Een boek dat (...) een stevige basis vormt tot kritische reflectie en aan te raden is voor iedereen die direct betrokken is bij ethische besluitvorming!
    Boekenkatern Netwerk Palliatieve Zorg Gent-Eeklo, december 2012, blz. 14

    Quick View

    Zorg om het levenseinde. Een ethisch-filosofisch perspectief

     18,00
    Wat betekent ethiek in het zorgen voor anderen? Vanuit een kader dat een lans breekt voor een kritische filosofische benadering, biedt dit boek relevante antwoorden op terechte vragen uit het verzorgende werkveld. Specifiek gaat het daarbij in op een brandend actuele kwestie, namelijk de ethische begeleiding bij de levensbeëindiging. De auteur onderzoekt welke ethische en juridische implicaties indirecte, passieve en ongevraagde levensverkorting, alsook euthanasie en palliatieve sedatie, met zich meebrengen. Dit geldt zowel voor meerder- en minderjarigen als voor mensen in een persisterende vegetatieve toestand.

    Dit betekent dat hedendaagse ethische thema’s, zoals het afbreken van kunstmatige vocht- en voedseltoediening, het nemen van een besluit om niet te reanimeren, pijnbestrijding en dergelijke uitvoerig aan bod komen. Op die manier wil dit boek een sterke en geëngageerde stem laten klinken in een debat dat de samenleving onverminderd blijft beroeren.

    Henk Vandaele, filosoof en psychiatrisch verpleegkundige, doceert ethiek aan het CVO/VSPW – Centrum voor Volwassenenonderwijs/Vormingsleergang voor Sociaal en Pedagogisch Werk in Kortrijk en aan het Centrum voor Kritische Filosofie van de Universiteit Gent.

    In de media:
    Een boek dat (...) een stevige basis vormt tot kritische reflectie en aan te raden is voor iedereen die direct betrokken is bij ethische besluitvorming!
    Boekenkatern Netwerk Palliatieve Zorg Gent-Eeklo, december 2012, blz. 14

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    De school, de lach en de lagg. Over humor in het onderwijs

     21,00
    Onderwijs is een ernstige aangelegenheid. Juist daarom is er nood aan meer humor in dat onderwijs. Want opbouwende en relativerende humor (‘de lach’) smeert de schoolcultuur, draagt bij tot creatief denken en bevordert het leerproces. Kwetsende of negatieve humor (de ‘lagg’) stelt de school dan weer in staat storingen in de schoolcultuur op het spoor te komen en bespreekbaar te maken.

    Dit boek bestaat uit een mix van essays, wetenschappelijke bijdragen en praktijkgerichte onderdelen die de aard, het belang en de functies van humor in het onderwijs behandelen. Het geheel wordt opgefl eurd met cartoons en gevalsbeschrijvingen.

    Paul Mahieu is hoogleraar onderwijswetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Cees Dietvorst is zelfstandig adviseur, actief in het Nederlandse onderwijs. Samen publiceerden zij in het verleden over schoolcultuur, en concretiseren het thema in dit boek.

    Quick View

    De school, de lach en de lagg. Over humor in het onderwijs

     21,00
    Onderwijs is een ernstige aangelegenheid. Juist daarom is er nood aan meer humor in dat onderwijs. Want opbouwende en relativerende humor (‘de lach’) smeert de schoolcultuur, draagt bij tot creatief denken en bevordert het leerproces. Kwetsende of negatieve humor (de ‘lagg’) stelt de school dan weer in staat storingen in de schoolcultuur op het spoor te komen en bespreekbaar te maken.

    Dit boek bestaat uit een mix van essays, wetenschappelijke bijdragen en praktijkgerichte onderdelen die de aard, het belang en de functies van humor in het onderwijs behandelen. Het geheel wordt opgefl eurd met cartoons en gevalsbeschrijvingen.

    Paul Mahieu is hoogleraar onderwijswetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Cees Dietvorst is zelfstandig adviseur, actief in het Nederlandse onderwijs. Samen publiceerden zij in het verleden over schoolcultuur, en concretiseren het thema in dit boek.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Kanji. Snel Japans leren schrijven en onthouden door de kracht van verbeelding

     51,40
    Het Japanse schrift bestaat uit drie verschillende soorten schriften: hiragana, katakana (lettergrepenschriften) en kanji (Chinese karakters). Dit boek reikt een eenvoudige zelfstudiemethode aan om de schrijfwijze en de betekenis van kanji te onthouden. Daarvoor wordt de complexiteit van de kanji herleid tot basiselementen, ook wel primitieven genoemd, en krijgt de lezer manieren aangeboden om op basis daarvan betekenissen te reconstrueren. Hierbij wordt een beroep gedaan op het verbeeldingsgeheugen.

    Omdat het doel van de methode niet enkel is een bepaald aantal kanji te onthouden, maar ook te leren hoe men kanji precies kan onthouden, is het boek in drie delen onderverdeeld. In deel 1: Verhalen staat bij elk karakter een volledig verhaal waarmee het geassocieerd kan worden. In deel 2: Plots wordt enkel nog de plot van een verhaal gegeven en is het aan de lezer om eigen details toe te voegen op basis van fantasie en persoonlijke herinneringen. Deel 3: Elementen reikt enkel nog sleutelwoorden en primitieven aan.

    Het richt zich zowel op beginners als op meer gevorderde studenten Japans die op zoek zijn naar een manier om wat ze geleerd hebben te systematiseren en beter te onthouden.

    James W. Heisig, filosoof, doceert godsdienstfilosofie aan het Nanzan Institute for Religion and Culture, aan de Nanzan University in Japan, waarvan hij directeur was tussen 1991 en 2001. Voordien doceerde hij religie en filosofie aan universiteiten in de Verenigde Staten en Latijns-Amerika. Sarah Van Camp is japanoloog en antropoloog. Ze heeft jaren gewerkt als docent Japans in verschillende taalinstituten en is momenteel werkzaam als vertaler en consultant Japanse zakencultuur in bedrijven.

    Quick View

    Kanji. Snel Japans leren schrijven en onthouden door de kracht van verbeelding

     51,40
    Het Japanse schrift bestaat uit drie verschillende soorten schriften: hiragana, katakana (lettergrepenschriften) en kanji (Chinese karakters). Dit boek reikt een eenvoudige zelfstudiemethode aan om de schrijfwijze en de betekenis van kanji te onthouden. Daarvoor wordt de complexiteit van de kanji herleid tot basiselementen, ook wel primitieven genoemd, en krijgt de lezer manieren aangeboden om op basis daarvan betekenissen te reconstrueren. Hierbij wordt een beroep gedaan op het verbeeldingsgeheugen.

    Omdat het doel van de methode niet enkel is een bepaald aantal kanji te onthouden, maar ook te leren hoe men kanji precies kan onthouden, is het boek in drie delen onderverdeeld. In deel 1: Verhalen staat bij elk karakter een volledig verhaal waarmee het geassocieerd kan worden. In deel 2: Plots wordt enkel nog de plot van een verhaal gegeven en is het aan de lezer om eigen details toe te voegen op basis van fantasie en persoonlijke herinneringen. Deel 3: Elementen reikt enkel nog sleutelwoorden en primitieven aan.

    Het richt zich zowel op beginners als op meer gevorderde studenten Japans die op zoek zijn naar een manier om wat ze geleerd hebben te systematiseren en beter te onthouden.

    James W. Heisig, filosoof, doceert godsdienstfilosofie aan het Nanzan Institute for Religion and Culture, aan de Nanzan University in Japan, waarvan hij directeur was tussen 1991 en 2001. Voordien doceerde hij religie en filosofie aan universiteiten in de Verenigde Staten en Latijns-Amerika. Sarah Van Camp is japanoloog en antropoloog. Ze heeft jaren gewerkt als docent Japans in verschillende taalinstituten en is momenteel werkzaam als vertaler en consultant Japanse zakencultuur in bedrijven.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Levenswerk. Filosofie en aanvaarding

     20,00
    In dit boek stelt Ann Van Sevenant een elementaire filosofie voor. Deze filosofie weerspiegelt de twee-eenheid van theorie en praktijk. De lezer vindt hier zowel een filosofische uiteenzetting over aanvaarding als een beschrijving van het aanvaardingsproces. In het levenswerk gaat het niet alleen om het vormen van een mening, om het spreken over levensvragen, maar ook om het aanpakken van situaties en om het samen leren omgaan met wat zich als nieuw aandient. Naast de levenskunst bestaat er inderdaad ook zoiets als het levenswerk.

    Elk van de hoofdstukken wordt onderverdeeld in een theoretisch en een praktisch deel. In het theoretische denkkader krijgt de lezer een overzicht van de filosofen die het thema van de aanvaarding direct of indirect hebben behandeld. De praktische benaderingswijze richt zich tot wie op zoek is naar een concrete filosofie van de aanvaarding, met bijzondere aandacht voor het onaanvaardbare.

    Ann Van Sevenant, doctor in de wijsbegeerte, is voormalig docent filosofie aan de Hogeschool Antwerpen en auteur van een twaalftal boeken over hedendaagse filosofie.

    Quick View

    Levenswerk. Filosofie en aanvaarding

     20,00
    In dit boek stelt Ann Van Sevenant een elementaire filosofie voor. Deze filosofie weerspiegelt de twee-eenheid van theorie en praktijk. De lezer vindt hier zowel een filosofische uiteenzetting over aanvaarding als een beschrijving van het aanvaardingsproces. In het levenswerk gaat het niet alleen om het vormen van een mening, om het spreken over levensvragen, maar ook om het aanpakken van situaties en om het samen leren omgaan met wat zich als nieuw aandient. Naast de levenskunst bestaat er inderdaad ook zoiets als het levenswerk.

    Elk van de hoofdstukken wordt onderverdeeld in een theoretisch en een praktisch deel. In het theoretische denkkader krijgt de lezer een overzicht van de filosofen die het thema van de aanvaarding direct of indirect hebben behandeld. De praktische benaderingswijze richt zich tot wie op zoek is naar een concrete filosofie van de aanvaarding, met bijzondere aandacht voor het onaanvaardbare.

    Ann Van Sevenant, doctor in de wijsbegeerte, is voormalig docent filosofie aan de Hogeschool Antwerpen en auteur van een twaalftal boeken over hedendaagse filosofie.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Hoe was ’t op school jongen? Pedagogische praktijken in het middelbaar onderwijs in Limburg 1878-1970

     29,00
    Het hoeft geen betoog dat het middelbaar onderwijs binnen onze samenleving een centrale plaats inneemt. Het vormt een fundamentele pijler van onze opvoeding, het legt de basis voor wat we later gaan studeren, hoe we in de maatschappij gaan functioneren, welke plaats we innemen. Iedereen onderkent het belang ervan en ons onderwijssysteem kan globaal ook rekenen op een algemene appreciatie. Toch is slechts een beperkt aantal historiografische publicaties hieraan gewijd en de aandacht voor de dagelijkse schoolpraktijk ontbreekt haast volledig.

    Dit boek wil die leemte opvullen door te focussen op een specifiek opvoedingsproject in het Limburgs katholiek en rijksonderwijs in de periode van 1878 tot 1970. Dit project had een indringende impact op de mensen die er deel van uitmaakten; in de eerste plaats de leerlingen zelf, maar ook hun ouders, de schooldirecties, de leerkrachten en het dienstpersoneel. Het boek onderzoekt aan de hand van praktijkvoorbeelden de manier waarop gezocht werd naar een nieuwe invulling van wat goed onderwijs betekende. Daarmee wordt niet enkel een beeld van het toenmalige onderwijs geschetst, ook de bredere impact ervan op de samenleving komt aan bod, omdat de maatschappelijke context als het ware een spiegelbeeld vormde van de manier waarop het onderwijs zich in die periode ontwikkelde.

    Paul Janssenswillen promoveerde in de moderne geschiedenis aan de KU Leuven. Hij doceert geschiedenis aan de Lerarenopleiding van de Katholieke Hogeschool Kempen in Geel en aan de Universiteit Antwerpen.

    Quick View

    Hoe was ’t op school jongen? Pedagogische praktijken in het middelbaar onderwijs in Limburg 1878-1970

     29,00
    Het hoeft geen betoog dat het middelbaar onderwijs binnen onze samenleving een centrale plaats inneemt. Het vormt een fundamentele pijler van onze opvoeding, het legt de basis voor wat we later gaan studeren, hoe we in de maatschappij gaan functioneren, welke plaats we innemen. Iedereen onderkent het belang ervan en ons onderwijssysteem kan globaal ook rekenen op een algemene appreciatie. Toch is slechts een beperkt aantal historiografische publicaties hieraan gewijd en de aandacht voor de dagelijkse schoolpraktijk ontbreekt haast volledig.

    Dit boek wil die leemte opvullen door te focussen op een specifiek opvoedingsproject in het Limburgs katholiek en rijksonderwijs in de periode van 1878 tot 1970. Dit project had een indringende impact op de mensen die er deel van uitmaakten; in de eerste plaats de leerlingen zelf, maar ook hun ouders, de schooldirecties, de leerkrachten en het dienstpersoneel. Het boek onderzoekt aan de hand van praktijkvoorbeelden de manier waarop gezocht werd naar een nieuwe invulling van wat goed onderwijs betekende. Daarmee wordt niet enkel een beeld van het toenmalige onderwijs geschetst, ook de bredere impact ervan op de samenleving komt aan bod, omdat de maatschappelijke context als het ware een spiegelbeeld vormde van de manier waarop het onderwijs zich in die periode ontwikkelde.

    Paul Janssenswillen promoveerde in de moderne geschiedenis aan de KU Leuven. Hij doceert geschiedenis aan de Lerarenopleiding van de Katholieke Hogeschool Kempen in Geel en aan de Universiteit Antwerpen.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Vitaliteit in processen van collectief leren. Samen kennis creëren in basisscholen en lerarenopleidingen

     23,60

    Veel basisscholen en lerarenopleidingen hebben de ambitie een onderwijspraktijk te ontwikkelen die voor alle betrokkenen interessant, motiverend, uitdagend en betekenisvol is. Dit streven vraagt om een proces waarin de behoeften van leerlingen, leraren, studenten en opleiders serieus worden genomen. Als belanghebbenden participeren zij in de vormgeving van de beoogde praktijk.

    Het op systematische wijze realiseren van een gezamenlijke ambitie wordt collectief leren of collectief kennis creëren genoemd. Collectief kennis creëren is een vitaal proces waarin aan de individuele behoeften van betrokkenen aan relatie, competentie en autonomie tegemoet wordt gekomen. Tegelijk wordt ook voorzien in de collectieve behoeften aan cohesie, coherentie en coöperatie.

    Deze publicatie biedt een theoretisch model voor collectieve leerprocessen en gaat in op de vormgeving ervan. Zij laat aan de hand van casuïstiek zien hoe collectief leren in een basisschool en een opleiding gestalte krijgt en biedt er een samenhangende methodiek voor.

    Quick View

    Vitaliteit in processen van collectief leren. Samen kennis creëren in basisscholen en lerarenopleidingen

     23,60

    Veel basisscholen en lerarenopleidingen hebben de ambitie een onderwijspraktijk te ontwikkelen die voor alle betrokkenen interessant, motiverend, uitdagend en betekenisvol is. Dit streven vraagt om een proces waarin de behoeften van leerlingen, leraren, studenten en opleiders serieus worden genomen. Als belanghebbenden participeren zij in de vormgeving van de beoogde praktijk.

    Het op systematische wijze realiseren van een gezamenlijke ambitie wordt collectief leren of collectief kennis creëren genoemd. Collectief kennis creëren is een vitaal proces waarin aan de individuele behoeften van betrokkenen aan relatie, competentie en autonomie tegemoet wordt gekomen. Tegelijk wordt ook voorzien in de collectieve behoeften aan cohesie, coherentie en coöperatie.

    Deze publicatie biedt een theoretisch model voor collectieve leerprocessen en gaat in op de vormgeving ervan. Zij laat aan de hand van casuïstiek zien hoe collectief leren in een basisschool en een opleiding gestalte krijgt en biedt er een samenhangende methodiek voor.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
      0
      Uw winkelwagen
      Uw winkelwagen is leegVerder winkelen
      ×