Levensloopmodel: Werken met autisme
Het Avanti-project ontwikkelde een levensloopmodel vanuit een proactieve en integrale ondersteuningsvisie. Het model veronderstelt dat transities voldoende voorbereid moeten worden, omdat het al dan niet slagen van een onderwijs- of arbeidstraject hiervan afhangt. Dit boek richt zich tot de professional die werkt met personen met ASS, leerkrachten, hulpverleners, begeleiders en jobcoaches. Deze gids biedt hen het theoretische kader van het levensloopmodel en de vertaling ervan naar de praktijk aan de hand van enkele pilots in Nederland, Vlaanderen en Portugal.
Kristien Smet behaalde een graduaatsdiploma Sociaal Agogisch Werk optie Maatschappelijk Werk en een Master of Arts in Comparative European Social Studies. Ze werkt als maatschappelijk werker in Indigo vzw en is projectmedewerker bij GOB de Ploeg.
Suzanne van Driel is staffunctionaris in het Dr. Leo Kannerhuis. Ze werkt op de afdeling Research & Development.
Dit werk is het resultaat van een Europese samenwerking in het kader van het Levenslang leren-programma tussen de Dienst voor Gespecialiseerde Opleiding en Begeleiding De Ploeg vzw (BE) (promotor), het Dr. Leo Kannerhuis (NL), het Verbond Voor Katholiek Buitengewoon Onderwijs (BE), het APPACDM de Marinha Grande (PT) en de Strategische Projectenorganisatie Kempen (BE). Dit Leonardo Da Vinci-project werd mogelijk met de steun van de Europese Commissie.
Levensloopmodel: Werken met autisme
Het Avanti-project ontwikkelde een levensloopmodel vanuit een proactieve en integrale ondersteuningsvisie. Het model veronderstelt dat transities voldoende voorbereid moeten worden, omdat het al dan niet slagen van een onderwijs- of arbeidstraject hiervan afhangt. Dit boek richt zich tot de professional die werkt met personen met ASS, leerkrachten, hulpverleners, begeleiders en jobcoaches. Deze gids biedt hen het theoretische kader van het levensloopmodel en de vertaling ervan naar de praktijk aan de hand van enkele pilots in Nederland, Vlaanderen en Portugal.
Kristien Smet behaalde een graduaatsdiploma Sociaal Agogisch Werk optie Maatschappelijk Werk en een Master of Arts in Comparative European Social Studies. Ze werkt als maatschappelijk werker in Indigo vzw en is projectmedewerker bij GOB de Ploeg.
Suzanne van Driel is staffunctionaris in het Dr. Leo Kannerhuis. Ze werkt op de afdeling Research & Development.
Dit werk is het resultaat van een Europese samenwerking in het kader van het Levenslang leren-programma tussen de Dienst voor Gespecialiseerde Opleiding en Begeleiding De Ploeg vzw (BE) (promotor), het Dr. Leo Kannerhuis (NL), het Verbond Voor Katholiek Buitengewoon Onderwijs (BE), het APPACDM de Marinha Grande (PT) en de Strategische Projectenorganisatie Kempen (BE). Dit Leonardo Da Vinci-project werd mogelijk met de steun van de Europese Commissie.
Van bouwvallig naar bijna nieuw. Innovatief renoveren
De meer dan 500 tips die de auteur geeft zijn eveneens van toepassing voor wie op zoek is naar een pand voor kantoren, een winkel, een opslagplaats of een industriële ruimte.
De boodschap is in elk geval dat het nu een goede tijd is om te handelen: De markt van oude woningen en oude industriepanden raakt stilaan uitgeput, de prijzen zijn redelijk en door werktekort in de nieuwbouw bieden veel aannemers goede prijzen voor renovatieopdrachten. Moet je alles zelf doen? Neen. Een veel betere manier om voor weinig geld goed te renoveren is de hele renovatie zelf te organiseren. Concentreer je op het belangrijkste: de markt grondig verkennen om voor een lage prijs te kopen, veel nadenken over eenvoudige ingrepen, daarbij kleine onvolmaaktheden aanvaardend door sommige plannen niet uit te voeren, door simpele oplossingen te bedenken, en misschien ook door niet-essentiële werken naar later te verschuiven.
Met deze rijk gevulde gids vol budgetvriendelijke ideeën, recht uit de praktijk, begin je in elk geval anders te denken over een eigentijdse loft, watertoren of de windmolen van morgen.
Dit boek bevat ook een cd-rom met handige werkdocumenten.
Arnold Lampaert was na een professionele loopbaan als intern auditor en later als projectleider in een aannemersbedrijf, zaakvoerder van de bvba De Nieuwe Ruimte in Gent en kon in die periode een ruime ervaring opdoen op vlak van inkoop van oude panden en renovatie naar eigentijdse betaalbare ‘lofthuizen’. Momenteel is hij kwaliteitspeter bij het Vlaams Centrum voor Kwaliteitszorg en lid-consulent bij de vzw Belgian Senior Consultants.
Van bouwvallig naar bijna nieuw. Innovatief renoveren
De meer dan 500 tips die de auteur geeft zijn eveneens van toepassing voor wie op zoek is naar een pand voor kantoren, een winkel, een opslagplaats of een industriële ruimte.
De boodschap is in elk geval dat het nu een goede tijd is om te handelen: De markt van oude woningen en oude industriepanden raakt stilaan uitgeput, de prijzen zijn redelijk en door werktekort in de nieuwbouw bieden veel aannemers goede prijzen voor renovatieopdrachten. Moet je alles zelf doen? Neen. Een veel betere manier om voor weinig geld goed te renoveren is de hele renovatie zelf te organiseren. Concentreer je op het belangrijkste: de markt grondig verkennen om voor een lage prijs te kopen, veel nadenken over eenvoudige ingrepen, daarbij kleine onvolmaaktheden aanvaardend door sommige plannen niet uit te voeren, door simpele oplossingen te bedenken, en misschien ook door niet-essentiële werken naar later te verschuiven.
Met deze rijk gevulde gids vol budgetvriendelijke ideeën, recht uit de praktijk, begin je in elk geval anders te denken over een eigentijdse loft, watertoren of de windmolen van morgen.
Dit boek bevat ook een cd-rom met handige werkdocumenten.
Arnold Lampaert was na een professionele loopbaan als intern auditor en later als projectleider in een aannemersbedrijf, zaakvoerder van de bvba De Nieuwe Ruimte in Gent en kon in die periode een ruime ervaring opdoen op vlak van inkoop van oude panden en renovatie naar eigentijdse betaalbare ‘lofthuizen’. Momenteel is hij kwaliteitspeter bij het Vlaams Centrum voor Kwaliteitszorg en lid-consulent bij de vzw Belgian Senior Consultants.
Competenties van verpleegkundigen en verzorgenden in begeleiding van en zorg voor mensen met dementie
Welke competenties van verpleegkundigen en verzorgenden zijn wenselijk in de dagelijkse begeleiding en zorg voor mensen met dementie? Het onderwijs kan en moet competentieprofielen ontwikkelen, het liefst in overleg met het arbeidsveld, maar moet ze daadwerkelijk toetsen aan het werkveld, dat de norm bepaalt.
Dit boek biedt een concreet instrument waarmee zowel zorgvoorzieningen als onderwijsinstellingen aan de slag kunnen. Meteen draagt het instrument bij tot een uniforme communicatie over de competenties die via opleiding en navorming kunnen worden verworven. Uiteindelijk moet dit leiden tot een verhoging van de zorgkwaliteit.
Deze uitgave is een initiatief van Expertisecentrum Dementie Vlaanderen in Antwerpen, Tandem Expertisecentrum Dementie in Turnhout, Universiteit Gent en Katholieke Hogeschool Kempen in Geel.
Lieven De Maesschalck is coördinator van het VONK3 — Vlaams onderzoeks- en kenniscentrum voor de derde leeftijd van de Katholieke Hogeschool Kempen en hoofdlector bij het Departement Gezondheidszorg, vestigingsplaats Lier, van deze hogeschool.
Patrick Verhaest is wetenschappelijk medewerker bij het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen.
Competenties van verpleegkundigen en verzorgenden in begeleiding van en zorg voor mensen met dementie
Welke competenties van verpleegkundigen en verzorgenden zijn wenselijk in de dagelijkse begeleiding en zorg voor mensen met dementie? Het onderwijs kan en moet competentieprofielen ontwikkelen, het liefst in overleg met het arbeidsveld, maar moet ze daadwerkelijk toetsen aan het werkveld, dat de norm bepaalt.
Dit boek biedt een concreet instrument waarmee zowel zorgvoorzieningen als onderwijsinstellingen aan de slag kunnen. Meteen draagt het instrument bij tot een uniforme communicatie over de competenties die via opleiding en navorming kunnen worden verworven. Uiteindelijk moet dit leiden tot een verhoging van de zorgkwaliteit.
Deze uitgave is een initiatief van Expertisecentrum Dementie Vlaanderen in Antwerpen, Tandem Expertisecentrum Dementie in Turnhout, Universiteit Gent en Katholieke Hogeschool Kempen in Geel.
Lieven De Maesschalck is coördinator van het VONK3 — Vlaams onderzoeks- en kenniscentrum voor de derde leeftijd van de Katholieke Hogeschool Kempen en hoofdlector bij het Departement Gezondheidszorg, vestigingsplaats Lier, van deze hogeschool.
Patrick Verhaest is wetenschappelijk medewerker bij het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen.
Kleine filosofie van het vrijen
In deze filosofische benadering van de seksuele ervaring introduceert Ann Van Sevenant de term ‘buitenwaarts vrijen’. Daarnaast bespreekt ze traditionele onderwerpen als het ideaal van eenwording of de spirituele dimensie van seksuele liefde, maar ook hedendaagse thema’s als eenzame seks, ontrouw, het geveinsd orgasme en impotentie.
In dit boek vindt de lezer nieuwe invalshoeken voor de problematiek rond de man-vrouw verhouding, seksuele vrijheid, (huwelijks)trouw, menopauze, de mythe van eindeloos genot, de toenadering van de geslachten, seksuele onvrede, enz. Het boek sluit af met voorstellen tot een ‘cultuur van het vrijen’.
Ann Van Sevenant is voormalig docent Filosofie (Hogeschool Antwerpen) en auteur van een twaalftal boeken over hedendaagse filosofie.
Kleine filosofie van het vrijen
In deze filosofische benadering van de seksuele ervaring introduceert Ann Van Sevenant de term ‘buitenwaarts vrijen’. Daarnaast bespreekt ze traditionele onderwerpen als het ideaal van eenwording of de spirituele dimensie van seksuele liefde, maar ook hedendaagse thema’s als eenzame seks, ontrouw, het geveinsd orgasme en impotentie.
In dit boek vindt de lezer nieuwe invalshoeken voor de problematiek rond de man-vrouw verhouding, seksuele vrijheid, (huwelijks)trouw, menopauze, de mythe van eindeloos genot, de toenadering van de geslachten, seksuele onvrede, enz. Het boek sluit af met voorstellen tot een ‘cultuur van het vrijen’.
Ann Van Sevenant is voormalig docent Filosofie (Hogeschool Antwerpen) en auteur van een twaalftal boeken over hedendaagse filosofie.
A pioneer of milieu therapy. The life and work of Maxwell Jones
The book can be considered complementary to another volume published by Garant: ‘De Nieuwe Therapeutische Gemeenschap’ [The New Therapeutic Community] (Broekaert et al.,1996), in which the concept-based therapeutic community for substance abusers is thoroughly elaborated.
This book is intended for students and professionals, from a broad variety of contexts and disciplines, who are interested in (social) psychiatry, (democratic) therapeutic communities and milieu therapy.
Stijn Vandevelde, PhD holds a teaching and research position at the Department of Social Work and Welfare Studies of University College Ghent (Belgium). He is also affiliated to the Department of Orthopedagogics at Ghent University.
Eric Broekaert, PhD is a full professor at and chairman of the Department of Orthopedagogics at Ghent University (Belgium).
A pioneer of milieu therapy. The life and work of Maxwell Jones
The book can be considered complementary to another volume published by Garant: ‘De Nieuwe Therapeutische Gemeenschap’ [The New Therapeutic Community] (Broekaert et al.,1996), in which the concept-based therapeutic community for substance abusers is thoroughly elaborated.
This book is intended for students and professionals, from a broad variety of contexts and disciplines, who are interested in (social) psychiatry, (democratic) therapeutic communities and milieu therapy.
Stijn Vandevelde, PhD holds a teaching and research position at the Department of Social Work and Welfare Studies of University College Ghent (Belgium). He is also affiliated to the Department of Orthopedagogics at Ghent University.
Eric Broekaert, PhD is a full professor at and chairman of the Department of Orthopedagogics at Ghent University (Belgium).
Kleinschalig genormaliseerd wonen voor mensen met dementie. Het antwoord op 101 vragen
Deze uitgave is een inspiratiebron voor iedereen die mee wil bouwen aan een gediversifieerd woon- en zorglandschap voor ouderen.
Chantal Van Audenhove, psychologe, is directeur van Lucas, een centrum voor zorgonderzoek en consultancy van de K.U.Leuven en zij doceert aan deze universiteit.
Nele Spruytte, psychologe, is senior onderzoeker bij Lucas.
Anja Declercq, sociologe, is er projectleider. De andere auteurs zijn initiatiefnemers van projecten voor kleinschalig genormaliseerd wonen in Vlaanderen en werkten mee in het kader van het onderzoeksproject Stapstenen naar kleinschalig genormaliseerd wonen.
Kleinschalig genormaliseerd wonen voor mensen met dementie. Het antwoord op 101 vragen
Deze uitgave is een inspiratiebron voor iedereen die mee wil bouwen aan een gediversifieerd woon- en zorglandschap voor ouderen.
Chantal Van Audenhove, psychologe, is directeur van Lucas, een centrum voor zorgonderzoek en consultancy van de K.U.Leuven en zij doceert aan deze universiteit.
Nele Spruytte, psychologe, is senior onderzoeker bij Lucas.
Anja Declercq, sociologe, is er projectleider. De andere auteurs zijn initiatiefnemers van projecten voor kleinschalig genormaliseerd wonen in Vlaanderen en werkten mee in het kader van het onderzoeksproject Stapstenen naar kleinschalig genormaliseerd wonen.
Onderwijsinnovatie: geen verzegelde lippen meer
Deze uitgave is bedoeld voor bestuurders en leidinggevenden in het onderwijs. De auteurs – en de lezers – nemen de tijd voor een moment rust en houden even de adem in. Van de schaduw van de oude innovaties willen ze weg, omdat de prijs van ingevoerde innovaties voor menigeen te hoog was. Immers, een docent of leidinggevende is veel gecompliceerder dan allerlei schematische verklaringen willen en kunnen wijsmaken. Mensen in het onderwijs zie je niet als huizen, bomen en sterren. Professionals eisen vrijheid van meningsuiting als compensatie voor de vrijheid van denken die ze in het verleden node gemist hebben. Hun ervaringen moeten in woorden worden gevangen als een stap naar hun vrijheid.
De auteurs hebben moeite met al de regelneven in het onderwijs en het negatieve mensbeeld waarover zoveel bestuurders en leidinggevenden beschikken. Er ligt helaas soms veel zelfgenoegzaamheid in de overtuiging waarmee beleidsmakers en bestuurders nog steeds oordelen over innovaties uitspreken. Daarom zijn docenten meesters in het zwijgen geworden. Kent men elkaar nog genoeg? Beleidsmakers en bestuurders kleineren zich onnodig als ze geen tegenspraak dulden. Tegenspraak is echter de brandstof van het denken. En: de ander mag er zijn. Als dit niet meer kan in het onderwijs, leidt dit tot het psychisch doden van een mens.
Te veel mensen in het onderwijs worden “ongewild afhankelijk” van anderen. In welke mate mogen en kunnen anderen iemands vrijheid in de innovatie bepalen? Om deze en andere vragen te beantwoorden wordt kracht geput uit het Rijnlandmodel met aandacht voor de kernkwaliteiten van professionals. De ontwikkelde beschrijvingen, onderwijsportretten en loopbaancurven doen de lippen ontsluiten: geen verzegelde lippen meer.
Dolf van den Berg is hoogleraar aan TiasNimbas – Business School, Tilburg University in association with Eindhoven University of Technology. Hij is emeritus hoogleraar onderwijsinnovatie/verandermanagement aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. De medeauteurs zijn collegahoogleraren, leidinggevenden, onderwijsconsulenten en docenten.
Onderwijsinnovatie: geen verzegelde lippen meer
Deze uitgave is bedoeld voor bestuurders en leidinggevenden in het onderwijs. De auteurs – en de lezers – nemen de tijd voor een moment rust en houden even de adem in. Van de schaduw van de oude innovaties willen ze weg, omdat de prijs van ingevoerde innovaties voor menigeen te hoog was. Immers, een docent of leidinggevende is veel gecompliceerder dan allerlei schematische verklaringen willen en kunnen wijsmaken. Mensen in het onderwijs zie je niet als huizen, bomen en sterren. Professionals eisen vrijheid van meningsuiting als compensatie voor de vrijheid van denken die ze in het verleden node gemist hebben. Hun ervaringen moeten in woorden worden gevangen als een stap naar hun vrijheid.
De auteurs hebben moeite met al de regelneven in het onderwijs en het negatieve mensbeeld waarover zoveel bestuurders en leidinggevenden beschikken. Er ligt helaas soms veel zelfgenoegzaamheid in de overtuiging waarmee beleidsmakers en bestuurders nog steeds oordelen over innovaties uitspreken. Daarom zijn docenten meesters in het zwijgen geworden. Kent men elkaar nog genoeg? Beleidsmakers en bestuurders kleineren zich onnodig als ze geen tegenspraak dulden. Tegenspraak is echter de brandstof van het denken. En: de ander mag er zijn. Als dit niet meer kan in het onderwijs, leidt dit tot het psychisch doden van een mens.
Te veel mensen in het onderwijs worden “ongewild afhankelijk” van anderen. In welke mate mogen en kunnen anderen iemands vrijheid in de innovatie bepalen? Om deze en andere vragen te beantwoorden wordt kracht geput uit het Rijnlandmodel met aandacht voor de kernkwaliteiten van professionals. De ontwikkelde beschrijvingen, onderwijsportretten en loopbaancurven doen de lippen ontsluiten: geen verzegelde lippen meer.
Dolf van den Berg is hoogleraar aan TiasNimbas – Business School, Tilburg University in association with Eindhoven University of Technology. Hij is emeritus hoogleraar onderwijsinnovatie/verandermanagement aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. De medeauteurs zijn collegahoogleraren, leidinggevenden, onderwijsconsulenten en docenten.
Handelingsplanning in het basisonderwijs
De auteurs staan naast het systematische en cyclische proces stil bij de verschillende niveaus van handelingsplanning die elkaar voortdurend wederzijds beïnvloeden: het schoolwerkplan, het groepshandelingsplan en het individueel handelingsplan.
De betrokkenheid van leerkrachten, paramedici, psychologisch en pedagogisch personeel, kinderen en ouders vormen de rode draad in dit dynamisch proces. Handelingsplanning is immers meer dan steriel papierwerk. Het is een manier van werken, ingebed in een ontwikkelings- en teamgericht klimaat.
Marc Van Gils was actief in het Buitengewoon Basisonderwijs als leerkracht, directeur, pedagogisch adviseur. Hij is gastdocent in banabaopleidingen Buitengewoon Onderwijs, zorgverbreding en remediërend leren.
Jan Speltincx is al jaren actief binnen het Buitengewoon Basisonderwijs als leerkracht, interne begeleider, directeur en gastdocent banaba Buitengewoon Onderwijs.
Handelingsplanning in het basisonderwijs
De auteurs staan naast het systematische en cyclische proces stil bij de verschillende niveaus van handelingsplanning die elkaar voortdurend wederzijds beïnvloeden: het schoolwerkplan, het groepshandelingsplan en het individueel handelingsplan.
De betrokkenheid van leerkrachten, paramedici, psychologisch en pedagogisch personeel, kinderen en ouders vormen de rode draad in dit dynamisch proces. Handelingsplanning is immers meer dan steriel papierwerk. Het is een manier van werken, ingebed in een ontwikkelings- en teamgericht klimaat.
Marc Van Gils was actief in het Buitengewoon Basisonderwijs als leerkracht, directeur, pedagogisch adviseur. Hij is gastdocent in banabaopleidingen Buitengewoon Onderwijs, zorgverbreding en remediërend leren.
Jan Speltincx is al jaren actief binnen het Buitengewoon Basisonderwijs als leerkracht, interne begeleider, directeur en gastdocent banaba Buitengewoon Onderwijs.
Sporen naar verandering. Behandeling van seksueel delinquent gedrag
In een eerste deel worden de verschillende therapeutische sporen beschreven aan de hand van voorbeelden uit de praktijk. Er is het spoor van de residentiële behandeling en dat van de ambulante behandeling, waarin ook aandacht is voor de behandeling van plegers met een verstandelijke beperking. Het uiteindelijke doel van de behandeling is de pleger opnieuw in de maatschappij te plaatsen. In een tweede deel komen alle aspecten van dit proces aan bod, van het optimaliseren van de veiligheid van de maatschappij tot het zoeken naar een zinvolle en positieve invulling van de toekomst van een pleger. In een laatste deel wordt aandacht besteed aan de behandelaars van seksuele delinquenten. Het dagelijks omgaan met deze doelgroep heeft immers ook een impact op de individuele hulpverlener en op een team.
In een maatschappij waar de discussie rond plegers steeds weer hoog oplaait, schetst dit boek een meer genuanceerd en realistisch beeld van deze mensen en wat van een behandeling kan worden verwacht.
Johan Baeke en Nils Verbeeck zijn psychiater, Dirk Debbaut is criminoloog, Bert Decavel is verpleegkundige, Ellen Gunst is psycholoog-psychotherapeut. Zij zijn allen verbonden aan Fides, een gespecialiseerd behandelcentrum voor seksuele delinquenten van het Psychiatrisch Centrum Sint-Amandus en het CGG Prisma in Beernem.
Sporen naar verandering. Behandeling van seksueel delinquent gedrag
In een eerste deel worden de verschillende therapeutische sporen beschreven aan de hand van voorbeelden uit de praktijk. Er is het spoor van de residentiële behandeling en dat van de ambulante behandeling, waarin ook aandacht is voor de behandeling van plegers met een verstandelijke beperking. Het uiteindelijke doel van de behandeling is de pleger opnieuw in de maatschappij te plaatsen. In een tweede deel komen alle aspecten van dit proces aan bod, van het optimaliseren van de veiligheid van de maatschappij tot het zoeken naar een zinvolle en positieve invulling van de toekomst van een pleger. In een laatste deel wordt aandacht besteed aan de behandelaars van seksuele delinquenten. Het dagelijks omgaan met deze doelgroep heeft immers ook een impact op de individuele hulpverlener en op een team.
In een maatschappij waar de discussie rond plegers steeds weer hoog oplaait, schetst dit boek een meer genuanceerd en realistisch beeld van deze mensen en wat van een behandeling kan worden verwacht.
Johan Baeke en Nils Verbeeck zijn psychiater, Dirk Debbaut is criminoloog, Bert Decavel is verpleegkundige, Ellen Gunst is psycholoog-psychotherapeut. Zij zijn allen verbonden aan Fides, een gespecialiseerd behandelcentrum voor seksuele delinquenten van het Psychiatrisch Centrum Sint-Amandus en het CGG Prisma in Beernem.
Zwart op wit. De intrede van allochtonen op de arbeidsmarkt
Hoe komt het dat werkgevers de openstaande vacatures niet kunnen of willen opvullen met allochtone jongeren? Waarom vinden allochtonen minder vlot de weg naar een stabiele baan?
Dit boek brengt de arbeidsmarktintrede van allochtone jongeren in kaart en gaat na in welke mate de beroepspositie beïnvloed wordt door toegeschreven (etnische en sociale achtergrond en geslacht) en verworven kenmerken (onderwijsniveau en onderwijsresultaat). Dit gebeurt door allochtone en autochtone jongeren systematisch met elkaar te vergelijken op basis van een grootschalige peiling bij 9.000 Vlaamse jongeren die uitgevoerd werd door de interuniversitaire onderzoeksgroep SONAR – Studiegroep van ONderwijs naar ARbeidsmarkt.
Dit onderzoek sluit aan bij het eerder verschenen onderzoek Wit krijt schrijft beter: Schoolloopbanen van allochtone jongeren in beeld. Daarin bleek de problematische achterstand van allochtonen in het Vlaamse onderwijs. In dit boek wordt nagegaan in welke mate die onderwijsachterstand de directe oorzaak is voor de achterstand van allochtonen op de arbeidsmarkt. Of zijn er andere factoren die de kansen van allochtonen beïnvloeden?
Zie ook de andere delen in dit onderzoek naar de onderwijs- en arbeidsloopbanen van allochtonen in Vlaanderen:
De auteurs van dit boek zijn verbonden aan de onderzoeksgroep TOR van de Vrije Universiteit Brussel en lid van de interuniversitaire onderzoeksgroep SONAR die de overgang van school naar werk bestudeert. Ignace Glorieux is gewoon hoogleraar sociologie. Zijn voornaamste onderzoeksdomeinen zijn tijdsbesteding en tijdsordening, de transitie van school naar werk en cultuurparticipatie. Ilse Laurijssen bereidt een proefschrift voor over de verschillen in de vroege arbeidsloopbanen van mannen en vrouwen. Yolis Van Dorsselaer doet onderzoek naar de overgang van school naar werk.
Zwart op wit. De intrede van allochtonen op de arbeidsmarkt
Hoe komt het dat werkgevers de openstaande vacatures niet kunnen of willen opvullen met allochtone jongeren? Waarom vinden allochtonen minder vlot de weg naar een stabiele baan?
Dit boek brengt de arbeidsmarktintrede van allochtone jongeren in kaart en gaat na in welke mate de beroepspositie beïnvloed wordt door toegeschreven (etnische en sociale achtergrond en geslacht) en verworven kenmerken (onderwijsniveau en onderwijsresultaat). Dit gebeurt door allochtone en autochtone jongeren systematisch met elkaar te vergelijken op basis van een grootschalige peiling bij 9.000 Vlaamse jongeren die uitgevoerd werd door de interuniversitaire onderzoeksgroep SONAR – Studiegroep van ONderwijs naar ARbeidsmarkt.
Dit onderzoek sluit aan bij het eerder verschenen onderzoek Wit krijt schrijft beter: Schoolloopbanen van allochtone jongeren in beeld. Daarin bleek de problematische achterstand van allochtonen in het Vlaamse onderwijs. In dit boek wordt nagegaan in welke mate die onderwijsachterstand de directe oorzaak is voor de achterstand van allochtonen op de arbeidsmarkt. Of zijn er andere factoren die de kansen van allochtonen beïnvloeden?
Zie ook de andere delen in dit onderzoek naar de onderwijs- en arbeidsloopbanen van allochtonen in Vlaanderen:
De auteurs van dit boek zijn verbonden aan de onderzoeksgroep TOR van de Vrije Universiteit Brussel en lid van de interuniversitaire onderzoeksgroep SONAR die de overgang van school naar werk bestudeert. Ignace Glorieux is gewoon hoogleraar sociologie. Zijn voornaamste onderzoeksdomeinen zijn tijdsbesteding en tijdsordening, de transitie van school naar werk en cultuurparticipatie. Ilse Laurijssen bereidt een proefschrift voor over de verschillen in de vroege arbeidsloopbanen van mannen en vrouwen. Yolis Van Dorsselaer doet onderzoek naar de overgang van school naar werk.
De leerwerkplaats handelingsgericht werken om competent te blijven. Een balans in diagnostiek en begeleiding – LEOZ Deelproject 9
De context en positionering van de leerwerkplaats en het handelingsgericht werken waren hierbij de belangrijkste uitgangspunten. Bij professionalisering middels een leerwerkplaats diagnostiek en begeleiding werden vier spanningsvelden onderscheiden: handelingsgericht werken en handelingsgerichte diagnostiek, praktijknabij en praktijkveraf, programma- en vraaggericht, opleiden en zakelijke dienstverlening. Ook de ontwikkelingen van passend onderwijs en inclusie vragen om een herbezinning van de veranderende rol van de opleider. Zonder praktijkleren is het onmogelijk om bij te dragen aan de onderwijsvraagstukken uit het veld en om bij te blijven in de nieuwe ontwikkelingen.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
Gyan Akveld, begeleidingskundige, is programmamanager professionalisering van het Deltioncollege in Zwolle.
Ad Donkers, orthopedagoog, is hogeschooldocent aan Fontys OSO – Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg in Tilburg.
Bob Schoorel is docent, trainer en consultant bij Windesheim OSO – Opleidingen Speciale Onderwijszorg in Zwolle.
Thieu Dollevoet, agoog, is stafmedewerker bij Fontys OSO – Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg in Tilburg, en secretaris van WOSO.
De leerwerkplaats handelingsgericht werken om competent te blijven. Een balans in diagnostiek en begeleiding – LEOZ Deelproject 9
De context en positionering van de leerwerkplaats en het handelingsgericht werken waren hierbij de belangrijkste uitgangspunten. Bij professionalisering middels een leerwerkplaats diagnostiek en begeleiding werden vier spanningsvelden onderscheiden: handelingsgericht werken en handelingsgerichte diagnostiek, praktijknabij en praktijkveraf, programma- en vraaggericht, opleiden en zakelijke dienstverlening. Ook de ontwikkelingen van passend onderwijs en inclusie vragen om een herbezinning van de veranderende rol van de opleider. Zonder praktijkleren is het onmogelijk om bij te dragen aan de onderwijsvraagstukken uit het veld en om bij te blijven in de nieuwe ontwikkelingen.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
Gyan Akveld, begeleidingskundige, is programmamanager professionalisering van het Deltioncollege in Zwolle.
Ad Donkers, orthopedagoog, is hogeschooldocent aan Fontys OSO – Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg in Tilburg.
Bob Schoorel is docent, trainer en consultant bij Windesheim OSO – Opleidingen Speciale Onderwijszorg in Zwolle.
Thieu Dollevoet, agoog, is stafmedewerker bij Fontys OSO – Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg in Tilburg, en secretaris van WOSO.
Spelenderwijs wijzer worden. Spel, speelgoed en het opgroeiende kind
De auteur denkt daar anders over. Het spel vormt volgens hem één van de beste – zo niet de beste – vorm van leren voor het leven. Het zorgt voor een vlotte kennismaking met de wereld rondom, het stimuleert creativiteit en zelfredzaamheid, en het is bovendien een belangrijke motor van de sociale interactie; allerlei vaardigheden die in het latere leven van pas komen. Spelen is echter ook niet vrijblijvend. Het is iets dat door ouders, opvoeders en de schoolomgeving op de juiste wijze gestimuleerd dient te worden. Daarom worden hier ook duidelijke richtlijnen aangereikt, die iedereen in staat stellen om de heilzaamheid van het spelen voor de ontwikkeling van het kind te optimaliseren.
Roel de Groot, orthopedagoog, was verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is voorzitter van de Nationale Speelraad en hoofdredacteur van Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk.
Spelenderwijs wijzer worden. Spel, speelgoed en het opgroeiende kind
De auteur denkt daar anders over. Het spel vormt volgens hem één van de beste – zo niet de beste – vorm van leren voor het leven. Het zorgt voor een vlotte kennismaking met de wereld rondom, het stimuleert creativiteit en zelfredzaamheid, en het is bovendien een belangrijke motor van de sociale interactie; allerlei vaardigheden die in het latere leven van pas komen. Spelen is echter ook niet vrijblijvend. Het is iets dat door ouders, opvoeders en de schoolomgeving op de juiste wijze gestimuleerd dient te worden. Daarom worden hier ook duidelijke richtlijnen aangereikt, die iedereen in staat stellen om de heilzaamheid van het spelen voor de ontwikkeling van het kind te optimaliseren.
Roel de Groot, orthopedagoog, was verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is voorzitter van de Nationale Speelraad en hoofdredacteur van Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk.
Behoud van talent (Nivoz-Thema’s, deel 3)
Om deze en andere vragen draait het in Behoud van Talent. In dit boek, dat de weerslag is van het NIVOZ-programma Talent, Beleid en Economie, is het woord aan zes vooraanstaande sprekers, die zich bewegen op het snijvlak van onderwijs en samenleving.
Onze kinderen, maar ook wijzelf in ons streven naar ‘een leven lang leren’, verdienen leraren en mentoren die ons stimuleren onze persoonlijke talenten te ontwikkelen. Juist door mensen niet over één kam te scheren en talent op te vatten als een breed begrip, schept onderwijs mogelijkheden voor groei, voor emancipatie, voor gelijkwaardigheid, voor een duurzame samenleving. Een boek voor iedereen die van leren houdt.
Behoud van talent (Nivoz-Thema’s, deel 3)
Om deze en andere vragen draait het in Behoud van Talent. In dit boek, dat de weerslag is van het NIVOZ-programma Talent, Beleid en Economie, is het woord aan zes vooraanstaande sprekers, die zich bewegen op het snijvlak van onderwijs en samenleving.
Onze kinderen, maar ook wijzelf in ons streven naar ‘een leven lang leren’, verdienen leraren en mentoren die ons stimuleren onze persoonlijke talenten te ontwikkelen. Juist door mensen niet over één kam te scheren en talent op te vatten als een breed begrip, schept onderwijs mogelijkheden voor groei, voor emancipatie, voor gelijkwaardigheid, voor een duurzame samenleving. Een boek voor iedereen die van leren houdt.
Exploring quality assurance for interprofessional education in health and social care
Andre Vyt is lecturer at Arteveldehogeschool University College, and teaches also in the Faculty of Medicine and Health Sciences at Ghent University (Belgium). Since several years he coordinates a learning trajectory on interprofessional collaboration in health care, with staff members from different institutions. The author also has built up expertise in quality management in education and health care.
Exploring quality assurance for interprofessional education in health and social care
Andre Vyt is lecturer at Arteveldehogeschool University College, and teaches also in the Faculty of Medicine and Health Sciences at Ghent University (Belgium). Since several years he coordinates a learning trajectory on interprofessional collaboration in health care, with staff members from different institutions. The author also has built up expertise in quality management in education and health care.
De gemotiveerde leerling (Nivoz-Serie, nr. 4)
Een leraar vertelde ons: “Mijn leerlingen zijn vaak niet gemotiveerd. Ik krijg er geen vat op.” Is motivatie inderdaad zo’n black box? Allerminst, zoals blijkt uit dit vierde deel in de NIVOZ-reeks. In de afgelopen decennia is veel onderzoek verricht, dat ons helpt motivatie en demotivatie bij kinderen te verklaren. Maar ook de leerlingen zelf kunnen ons veel vertellen over wat het onderwijs hen moet bieden om motivatie vast te kunnen houden en uit te bouwen. De gemotiveerde leerling verbindt wetenschappelijke beschouwingen met ervaringen in de klas.
Volg NIVOZ op een reis langs internationaal onderzoek, Nederlandse schoolvoorbeelden en onderwijs op het witte doek. Dit is een boek over intrinsieke motivatie, over flow en over de natuurlijke behoefte van ieder mens om te leren.
Prof. dr. Luc Stevens (1941) is emeritus hoogleraar Orthopedagogiek aan de Universiteit Utrecht en directeur van het NIVOZ. Hij spant zich in voor nieuwe onderwijspraktijk met als kenmerken openheid, kans, dialoog en verbinding. Sinds 2008 is Stevens hoogleraar aan de Open Universiteit. Zijn leerstoel richt zich op het professionaliseren van werkplekleren van docenten met de nadruk op het versterken van pedagogische competenties. Hij benadert het hart van het onderwijs, de leraar-leerlinginteractie, onder andere via de succesvolle NIVOZ-programma’s Pedagogisch leiderschap en Pedagogische tact.
Drs. Geert Bors (1973) werkt als freelance redacteur voor het NIVOZ. Hij deed onderwijservaring op bij middelbare scholen, in het ouderenonderwijs en als juniordocent op UCL in Londen, maar journalistiek bleek een grotere liefde. Geert begon als radiomaker en redacteur van het Nijmeegse universiteitsblad VOX, voor hij koos voor een freelancecarrière in Australië en Denemarken, waar hij schreef voor uiteenlopende media als Zin, Kijk, De Standaard en The Age (AU). Met regelmaat publiceert Geert bij diverse uitgeverijen, o.a. als ghostwriter van Atilla’s Dutch Dream (Nieuw Amsterdam).
NIVOZ-Thema's:
De gemotiveerde leerling (Nivoz-Serie, nr. 4)
Een leraar vertelde ons: “Mijn leerlingen zijn vaak niet gemotiveerd. Ik krijg er geen vat op.” Is motivatie inderdaad zo’n black box? Allerminst, zoals blijkt uit dit vierde deel in de NIVOZ-reeks. In de afgelopen decennia is veel onderzoek verricht, dat ons helpt motivatie en demotivatie bij kinderen te verklaren. Maar ook de leerlingen zelf kunnen ons veel vertellen over wat het onderwijs hen moet bieden om motivatie vast te kunnen houden en uit te bouwen. De gemotiveerde leerling verbindt wetenschappelijke beschouwingen met ervaringen in de klas.
Volg NIVOZ op een reis langs internationaal onderzoek, Nederlandse schoolvoorbeelden en onderwijs op het witte doek. Dit is een boek over intrinsieke motivatie, over flow en over de natuurlijke behoefte van ieder mens om te leren.
Prof. dr. Luc Stevens (1941) is emeritus hoogleraar Orthopedagogiek aan de Universiteit Utrecht en directeur van het NIVOZ. Hij spant zich in voor nieuwe onderwijspraktijk met als kenmerken openheid, kans, dialoog en verbinding. Sinds 2008 is Stevens hoogleraar aan de Open Universiteit. Zijn leerstoel richt zich op het professionaliseren van werkplekleren van docenten met de nadruk op het versterken van pedagogische competenties. Hij benadert het hart van het onderwijs, de leraar-leerlinginteractie, onder andere via de succesvolle NIVOZ-programma’s Pedagogisch leiderschap en Pedagogische tact.
Drs. Geert Bors (1973) werkt als freelance redacteur voor het NIVOZ. Hij deed onderwijservaring op bij middelbare scholen, in het ouderenonderwijs en als juniordocent op UCL in Londen, maar journalistiek bleek een grotere liefde. Geert begon als radiomaker en redacteur van het Nijmeegse universiteitsblad VOX, voor hij koos voor een freelancecarrière in Australië en Denemarken, waar hij schreef voor uiteenlopende media als Zin, Kijk, De Standaard en The Age (AU). Met regelmaat publiceert Geert bij diverse uitgeverijen, o.a. als ghostwriter van Atilla’s Dutch Dream (Nieuw Amsterdam).
NIVOZ-Thema's:
Laat maar zitten… Integratie van Roma is een doe-woord
Dit boek brengt samen wat aan de basis leeft. Het analyseert oorzaken en aard van de specifi citeit van de Romagroepen. Het ontleedt waar de knooppunten in de integratie zitten en ontwerpt een uitweg naar een betere sociale cohesie tussen Roma en gadgé. Dankzij toetsvragen en vuistregels wordt het een eerste werkboek voor al wie zich engageert voor en met Roma… maar ook met andere minderheden, voor wie tussen de regels lezen wil.
Toon Machiels studeerde Sociale agogiek aan de KULeuven. Na een loopbaan in de gehandicaptenzorg werd hij coördinator van het toenmalige Vlaams Overleg Woonwagenwerk. Hieruit ontstond Vroem vzw – Vlaamse Vereniging voor Voyageurs, Roms, Roma en Manoesjen, waarvan hij afgevaardigd bestuurder is.
"Dit boek is een aanrader voor al wie met Roma werkt."
School+Visie (jrg. 5, nr. 6, blz. 27)
Laat maar zitten… Integratie van Roma is een doe-woord
Dit boek brengt samen wat aan de basis leeft. Het analyseert oorzaken en aard van de specifi citeit van de Romagroepen. Het ontleedt waar de knooppunten in de integratie zitten en ontwerpt een uitweg naar een betere sociale cohesie tussen Roma en gadgé. Dankzij toetsvragen en vuistregels wordt het een eerste werkboek voor al wie zich engageert voor en met Roma… maar ook met andere minderheden, voor wie tussen de regels lezen wil.
Toon Machiels studeerde Sociale agogiek aan de KULeuven. Na een loopbaan in de gehandicaptenzorg werd hij coördinator van het toenmalige Vlaams Overleg Woonwagenwerk. Hieruit ontstond Vroem vzw – Vlaamse Vereniging voor Voyageurs, Roms, Roma en Manoesjen, waarvan hij afgevaardigd bestuurder is.
"Dit boek is een aanrader voor al wie met Roma werkt."
School+Visie (jrg. 5, nr. 6, blz. 27)
Begeleiden van multi-probleemgezinnen in de jeugdzorg
‘Therapie is te vergelijken met gidsen in de Everglades’ schreef een therapeut; hij weet vaak niet welke problemen hij tegen zal komen en welke wegen bewandeld kunnen worden. De kracht is dat de therapeut de Everglades goed kent.
Gidsen in de Everglades is een goede metafoor voor het werken met multi-probleemgezinnen: Iedereen vaart een eigen koers, niemand neemt adequate leiding, conflicten rijzen de pan uit, de financiële mogelijkheden zijn slecht … Mensen hebben of krijgen persoonlijke problemen, worden angstig, agressief … en men is naarstig op zoek naar een goede gids die hen uit die misère redt. Er liggen vele onbekendheden en mogelijke gevaren op de loer, de paden veranderen dagelijks en als gids dien je een goede bagage te hebben om je te kunnen oriënteren en goede analyses te maken.
Gidsen door een moerassig landschap vraagt veel van de gids. Het gezin veilig naar een vooraf bestemd doel brengen is behoorlijk ingewikkeld. De kans dat de gezinsbegeleider verdrinkt in drijfzand is niet ondenkbeeldig, met een ‘overleden’ gezinsbegeleider en systemen die in dezelfde ellende achterblijven, als gevolg.
Met deze alledaagse en praktische handleiding heb je een kompas in handen. Je maakt een grotere kans om te overleven en doelmatig te gidsen, zodat het gestelde doel bereikt wordt. De handleiding is geïllustreerd met herkenbare voorbeelden uit de praktijk en door vrolijke tekeningen van Wim Schouten.
Giel Vaessen is gedragsdeskundige op de REC IV-school De Buitenhof in Heerlen. Daarnaast geeft hij cursussen aan ouderverenigingen, leraren en hulpverleners in de jeugdzorg. Voordien werkte hij als behandelcoördinator en systeemtherapeut in de kinder- en jeugdpsychiatrie van de Mondriaan in Heerlen.
Begeleiden van multi-probleemgezinnen in de jeugdzorg
‘Therapie is te vergelijken met gidsen in de Everglades’ schreef een therapeut; hij weet vaak niet welke problemen hij tegen zal komen en welke wegen bewandeld kunnen worden. De kracht is dat de therapeut de Everglades goed kent.
Gidsen in de Everglades is een goede metafoor voor het werken met multi-probleemgezinnen: Iedereen vaart een eigen koers, niemand neemt adequate leiding, conflicten rijzen de pan uit, de financiële mogelijkheden zijn slecht … Mensen hebben of krijgen persoonlijke problemen, worden angstig, agressief … en men is naarstig op zoek naar een goede gids die hen uit die misère redt. Er liggen vele onbekendheden en mogelijke gevaren op de loer, de paden veranderen dagelijks en als gids dien je een goede bagage te hebben om je te kunnen oriënteren en goede analyses te maken.
Gidsen door een moerassig landschap vraagt veel van de gids. Het gezin veilig naar een vooraf bestemd doel brengen is behoorlijk ingewikkeld. De kans dat de gezinsbegeleider verdrinkt in drijfzand is niet ondenkbeeldig, met een ‘overleden’ gezinsbegeleider en systemen die in dezelfde ellende achterblijven, als gevolg.
Met deze alledaagse en praktische handleiding heb je een kompas in handen. Je maakt een grotere kans om te overleven en doelmatig te gidsen, zodat het gestelde doel bereikt wordt. De handleiding is geïllustreerd met herkenbare voorbeelden uit de praktijk en door vrolijke tekeningen van Wim Schouten.
Giel Vaessen is gedragsdeskundige op de REC IV-school De Buitenhof in Heerlen. Daarnaast geeft hij cursussen aan ouderverenigingen, leraren en hulpverleners in de jeugdzorg. Voordien werkte hij als behandelcoördinator en systeemtherapeut in de kinder- en jeugdpsychiatrie van de Mondriaan in Heerlen.
Galênos van Pérgamon: Ars Medica. Nederlandse vertaling van Galênos’ Ars medica met annotaties en een introductorische commentaar
De Ars medica is een van de belangrijkste werken die Galênós uit zijn schrijfhout heeft laten komen. Dit traktaat is op late leeftijd tot stand gekomen, vermoedelijk na 193, en verschaft een opsomming van de meest essentiële elementen uit zijn ziekteleer. Het heeft, gezien de talrijke verwijzingen naar andere galenische geschriften, zowel het karakter van een “introductie” (eisagôgê) tot zijn volumineus oeuvre als van een beknopte inhoud (súnopsis) van zijn talrijke bevindingen inzake de humane pathologie. De Ars medica werd door medische studenten gebruikt vanaf de vierde eeuw en maakte in de twaalfde eeuw deel uit van de Articella, het complex samenraapsel van medische teksten die in de Middeleeuwen en Renaissance de eigenlijke basis hebben gevormd van het universitair medisch curriculum.
Jan Godderis is gewoon hoogleraar aan de Faculteit der Geneeskunde van de K.U.Leuven. Hij doceert er de vakken psychiatrie, geschiedenis van de geneeskunde en cultuurgeschiedenis van de seksualiteit.
Galênos van Pérgamon: Ars Medica. Nederlandse vertaling van Galênos’ Ars medica met annotaties en een introductorische commentaar
De Ars medica is een van de belangrijkste werken die Galênós uit zijn schrijfhout heeft laten komen. Dit traktaat is op late leeftijd tot stand gekomen, vermoedelijk na 193, en verschaft een opsomming van de meest essentiële elementen uit zijn ziekteleer. Het heeft, gezien de talrijke verwijzingen naar andere galenische geschriften, zowel het karakter van een “introductie” (eisagôgê) tot zijn volumineus oeuvre als van een beknopte inhoud (súnopsis) van zijn talrijke bevindingen inzake de humane pathologie. De Ars medica werd door medische studenten gebruikt vanaf de vierde eeuw en maakte in de twaalfde eeuw deel uit van de Articella, het complex samenraapsel van medische teksten die in de Middeleeuwen en Renaissance de eigenlijke basis hebben gevormd van het universitair medisch curriculum.
Jan Godderis is gewoon hoogleraar aan de Faculteit der Geneeskunde van de K.U.Leuven. Hij doceert er de vakken psychiatrie, geschiedenis van de geneeskunde en cultuurgeschiedenis van de seksualiteit.
Zorg om het levenseinde. Een ethisch-filosofisch perspectief
Dit betekent dat hedendaagse ethische thema’s, zoals het afbreken van kunstmatige vocht- en voedseltoediening, het nemen van een besluit om niet te reanimeren, pijnbestrijding en dergelijke uitvoerig aan bod komen. Op die manier wil dit boek een sterke en geëngageerde stem laten klinken in een debat dat de samenleving onverminderd blijft beroeren.
Henk Vandaele, filosoof en psychiatrisch verpleegkundige, doceert ethiek aan het CVO/VSPW – Centrum voor Volwassenenonderwijs/Vormingsleergang voor Sociaal en Pedagogisch Werk in Kortrijk en aan het Centrum voor Kritische Filosofie van de Universiteit Gent.
In de media:
Een boek dat (...) een stevige basis vormt tot kritische reflectie en aan te raden is voor iedereen die direct betrokken is bij ethische besluitvorming!
Boekenkatern Netwerk Palliatieve Zorg Gent-Eeklo, december 2012, blz. 14
Zorg om het levenseinde. Een ethisch-filosofisch perspectief
Dit betekent dat hedendaagse ethische thema’s, zoals het afbreken van kunstmatige vocht- en voedseltoediening, het nemen van een besluit om niet te reanimeren, pijnbestrijding en dergelijke uitvoerig aan bod komen. Op die manier wil dit boek een sterke en geëngageerde stem laten klinken in een debat dat de samenleving onverminderd blijft beroeren.
Henk Vandaele, filosoof en psychiatrisch verpleegkundige, doceert ethiek aan het CVO/VSPW – Centrum voor Volwassenenonderwijs/Vormingsleergang voor Sociaal en Pedagogisch Werk in Kortrijk en aan het Centrum voor Kritische Filosofie van de Universiteit Gent.
In de media:
Een boek dat (...) een stevige basis vormt tot kritische reflectie en aan te raden is voor iedereen die direct betrokken is bij ethische besluitvorming!
Boekenkatern Netwerk Palliatieve Zorg Gent-Eeklo, december 2012, blz. 14
De school, de lach en de lagg. Over humor in het onderwijs
Dit boek bestaat uit een mix van essays, wetenschappelijke bijdragen en praktijkgerichte onderdelen die de aard, het belang en de functies van humor in het onderwijs behandelen. Het geheel wordt opgefl eurd met cartoons en gevalsbeschrijvingen.
Paul Mahieu is hoogleraar onderwijswetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Cees Dietvorst is zelfstandig adviseur, actief in het Nederlandse onderwijs. Samen publiceerden zij in het verleden over schoolcultuur, en concretiseren het thema in dit boek.
De school, de lach en de lagg. Over humor in het onderwijs
Dit boek bestaat uit een mix van essays, wetenschappelijke bijdragen en praktijkgerichte onderdelen die de aard, het belang en de functies van humor in het onderwijs behandelen. Het geheel wordt opgefl eurd met cartoons en gevalsbeschrijvingen.
Paul Mahieu is hoogleraar onderwijswetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Cees Dietvorst is zelfstandig adviseur, actief in het Nederlandse onderwijs. Samen publiceerden zij in het verleden over schoolcultuur, en concretiseren het thema in dit boek.
Kanji. Snel Japans leren schrijven en onthouden door de kracht van verbeelding
Omdat het doel van de methode niet enkel is een bepaald aantal kanji te onthouden, maar ook te leren hoe men kanji precies kan onthouden, is het boek in drie delen onderverdeeld. In deel 1: Verhalen staat bij elk karakter een volledig verhaal waarmee het geassocieerd kan worden. In deel 2: Plots wordt enkel nog de plot van een verhaal gegeven en is het aan de lezer om eigen details toe te voegen op basis van fantasie en persoonlijke herinneringen. Deel 3: Elementen reikt enkel nog sleutelwoorden en primitieven aan.
Het richt zich zowel op beginners als op meer gevorderde studenten Japans die op zoek zijn naar een manier om wat ze geleerd hebben te systematiseren en beter te onthouden.
James W. Heisig, filosoof, doceert godsdienstfilosofie aan het Nanzan Institute for Religion and Culture, aan de Nanzan University in Japan, waarvan hij directeur was tussen 1991 en 2001. Voordien doceerde hij religie en filosofie aan universiteiten in de Verenigde Staten en Latijns-Amerika. Sarah Van Camp is japanoloog en antropoloog. Ze heeft jaren gewerkt als docent Japans in verschillende taalinstituten en is momenteel werkzaam als vertaler en consultant Japanse zakencultuur in bedrijven.
Kanji. Snel Japans leren schrijven en onthouden door de kracht van verbeelding
Omdat het doel van de methode niet enkel is een bepaald aantal kanji te onthouden, maar ook te leren hoe men kanji precies kan onthouden, is het boek in drie delen onderverdeeld. In deel 1: Verhalen staat bij elk karakter een volledig verhaal waarmee het geassocieerd kan worden. In deel 2: Plots wordt enkel nog de plot van een verhaal gegeven en is het aan de lezer om eigen details toe te voegen op basis van fantasie en persoonlijke herinneringen. Deel 3: Elementen reikt enkel nog sleutelwoorden en primitieven aan.
Het richt zich zowel op beginners als op meer gevorderde studenten Japans die op zoek zijn naar een manier om wat ze geleerd hebben te systematiseren en beter te onthouden.
James W. Heisig, filosoof, doceert godsdienstfilosofie aan het Nanzan Institute for Religion and Culture, aan de Nanzan University in Japan, waarvan hij directeur was tussen 1991 en 2001. Voordien doceerde hij religie en filosofie aan universiteiten in de Verenigde Staten en Latijns-Amerika. Sarah Van Camp is japanoloog en antropoloog. Ze heeft jaren gewerkt als docent Japans in verschillende taalinstituten en is momenteel werkzaam als vertaler en consultant Japanse zakencultuur in bedrijven.
Levenswerk. Filosofie en aanvaarding
Elk van de hoofdstukken wordt onderverdeeld in een theoretisch en een praktisch deel. In het theoretische denkkader krijgt de lezer een overzicht van de filosofen die het thema van de aanvaarding direct of indirect hebben behandeld. De praktische benaderingswijze richt zich tot wie op zoek is naar een concrete filosofie van de aanvaarding, met bijzondere aandacht voor het onaanvaardbare.
Ann Van Sevenant, doctor in de wijsbegeerte, is voormalig docent filosofie aan de Hogeschool Antwerpen en auteur van een twaalftal boeken over hedendaagse filosofie.
Levenswerk. Filosofie en aanvaarding
Elk van de hoofdstukken wordt onderverdeeld in een theoretisch en een praktisch deel. In het theoretische denkkader krijgt de lezer een overzicht van de filosofen die het thema van de aanvaarding direct of indirect hebben behandeld. De praktische benaderingswijze richt zich tot wie op zoek is naar een concrete filosofie van de aanvaarding, met bijzondere aandacht voor het onaanvaardbare.
Ann Van Sevenant, doctor in de wijsbegeerte, is voormalig docent filosofie aan de Hogeschool Antwerpen en auteur van een twaalftal boeken over hedendaagse filosofie.
Hoe was ’t op school jongen? Pedagogische praktijken in het middelbaar onderwijs in Limburg 1878-1970
Dit boek wil die leemte opvullen door te focussen op een specifiek opvoedingsproject in het Limburgs katholiek en rijksonderwijs in de periode van 1878 tot 1970. Dit project had een indringende impact op de mensen die er deel van uitmaakten; in de eerste plaats de leerlingen zelf, maar ook hun ouders, de schooldirecties, de leerkrachten en het dienstpersoneel. Het boek onderzoekt aan de hand van praktijkvoorbeelden de manier waarop gezocht werd naar een nieuwe invulling van wat goed onderwijs betekende. Daarmee wordt niet enkel een beeld van het toenmalige onderwijs geschetst, ook de bredere impact ervan op de samenleving komt aan bod, omdat de maatschappelijke context als het ware een spiegelbeeld vormde van de manier waarop het onderwijs zich in die periode ontwikkelde.
Paul Janssenswillen promoveerde in de moderne geschiedenis aan de KU Leuven. Hij doceert geschiedenis aan de Lerarenopleiding van de Katholieke Hogeschool Kempen in Geel en aan de Universiteit Antwerpen.
Hoe was ’t op school jongen? Pedagogische praktijken in het middelbaar onderwijs in Limburg 1878-1970
Dit boek wil die leemte opvullen door te focussen op een specifiek opvoedingsproject in het Limburgs katholiek en rijksonderwijs in de periode van 1878 tot 1970. Dit project had een indringende impact op de mensen die er deel van uitmaakten; in de eerste plaats de leerlingen zelf, maar ook hun ouders, de schooldirecties, de leerkrachten en het dienstpersoneel. Het boek onderzoekt aan de hand van praktijkvoorbeelden de manier waarop gezocht werd naar een nieuwe invulling van wat goed onderwijs betekende. Daarmee wordt niet enkel een beeld van het toenmalige onderwijs geschetst, ook de bredere impact ervan op de samenleving komt aan bod, omdat de maatschappelijke context als het ware een spiegelbeeld vormde van de manier waarop het onderwijs zich in die periode ontwikkelde.
Paul Janssenswillen promoveerde in de moderne geschiedenis aan de KU Leuven. Hij doceert geschiedenis aan de Lerarenopleiding van de Katholieke Hogeschool Kempen in Geel en aan de Universiteit Antwerpen.
Vitaliteit in processen van collectief leren. Samen kennis creëren in basisscholen en lerarenopleidingen
Veel basisscholen en lerarenopleidingen hebben de ambitie een onderwijspraktijk te ontwikkelen die voor alle betrokkenen interessant, motiverend, uitdagend en betekenisvol is. Dit streven vraagt om een proces waarin de behoeften van leerlingen, leraren, studenten en opleiders serieus worden genomen. Als belanghebbenden participeren zij in de vormgeving van de beoogde praktijk.
Het op systematische wijze realiseren van een gezamenlijke ambitie wordt collectief leren of collectief kennis creëren genoemd. Collectief kennis creëren is een vitaal proces waarin aan de individuele behoeften van betrokkenen aan relatie, competentie en autonomie tegemoet wordt gekomen. Tegelijk wordt ook voorzien in de collectieve behoeften aan cohesie, coherentie en coöperatie.
Deze publicatie biedt een theoretisch model voor collectieve leerprocessen en gaat in op de vormgeving ervan. Zij laat aan de hand van casuïstiek zien hoe collectief leren in een basisschool en een opleiding gestalte krijgt en biedt er een samenhangende methodiek voor.
Vitaliteit in processen van collectief leren. Samen kennis creëren in basisscholen en lerarenopleidingen
Veel basisscholen en lerarenopleidingen hebben de ambitie een onderwijspraktijk te ontwikkelen die voor alle betrokkenen interessant, motiverend, uitdagend en betekenisvol is. Dit streven vraagt om een proces waarin de behoeften van leerlingen, leraren, studenten en opleiders serieus worden genomen. Als belanghebbenden participeren zij in de vormgeving van de beoogde praktijk.
Het op systematische wijze realiseren van een gezamenlijke ambitie wordt collectief leren of collectief kennis creëren genoemd. Collectief kennis creëren is een vitaal proces waarin aan de individuele behoeften van betrokkenen aan relatie, competentie en autonomie tegemoet wordt gekomen. Tegelijk wordt ook voorzien in de collectieve behoeften aan cohesie, coherentie en coöperatie.
Deze publicatie biedt een theoretisch model voor collectieve leerprocessen en gaat in op de vormgeving ervan. Zij laat aan de hand van casuïstiek zien hoe collectief leren in een basisschool en een opleiding gestalte krijgt en biedt er een samenhangende methodiek voor.
