Life course model: a way to work with autism
An autism spectrum disorder (ASD) opens permanent needs throughout the entire life course in areas of care but also in terms of education and employment. In a lifetime, there are several transition moments, such as the step to primary or secondary school, the choice of another discipline, the start of higher education or the first job. Transitions are often very complicated for people with ASD. Therefore, perspective thinking and early action are most important for the guidance of people with ASD.
The AVANTI-project has developed a life-course model from a proactive and holistic support vision. The model assumes that transitions should be adequately prepared because this can be very decisive for the success of a training or employment programme. This book is aimed at the professional who works with people with ASD, teachers, social workers, counsellors and job coaches.
This guide offers them the theoretical framework of the life-course model and a description of practical situations based on pilot projects in the Netherlands, Flanders and Portugal.
Kristien Smet earned a graduate degree in Social-Agogic Work, with a major in Social Work and a Master of Arts in Comparative European Social Studies. She works as a social worker for Indigo vzw and as a project assistant for GOB De Ploeg vzw.
Suzanne van Driel is a staff member at the Dr. Leo Kannerhuis. She works for the Research & Development Department.
This book is the result of a European cooperation in the context of the Lifelong Learning Programme between De Ploeg vzw, specialized in the training and guidance of employment-disabled people (BE) (supervisor), the Dr. Leo Kannerhuis (NL), the Flemish Union of the Catholic Special Needs Education (VVKBuO) (BE), APPACDM de Marinha Grande (PT) and the Strategic Project Organization Kempen (SPK vzw) (BE). This Leonardo Da Vinci project is realized thanks to the support of the European Commission.
Life course model: a way to work with autism
An autism spectrum disorder (ASD) opens permanent needs throughout the entire life course in areas of care but also in terms of education and employment. In a lifetime, there are several transition moments, such as the step to primary or secondary school, the choice of another discipline, the start of higher education or the first job. Transitions are often very complicated for people with ASD. Therefore, perspective thinking and early action are most important for the guidance of people with ASD.
The AVANTI-project has developed a life-course model from a proactive and holistic support vision. The model assumes that transitions should be adequately prepared because this can be very decisive for the success of a training or employment programme. This book is aimed at the professional who works with people with ASD, teachers, social workers, counsellors and job coaches.
This guide offers them the theoretical framework of the life-course model and a description of practical situations based on pilot projects in the Netherlands, Flanders and Portugal.
Kristien Smet earned a graduate degree in Social-Agogic Work, with a major in Social Work and a Master of Arts in Comparative European Social Studies. She works as a social worker for Indigo vzw and as a project assistant for GOB De Ploeg vzw.
Suzanne van Driel is a staff member at the Dr. Leo Kannerhuis. She works for the Research & Development Department.
This book is the result of a European cooperation in the context of the Lifelong Learning Programme between De Ploeg vzw, specialized in the training and guidance of employment-disabled people (BE) (supervisor), the Dr. Leo Kannerhuis (NL), the Flemish Union of the Catholic Special Needs Education (VVKBuO) (BE), APPACDM de Marinha Grande (PT) and the Strategic Project Organization Kempen (SPK vzw) (BE). This Leonardo Da Vinci project is realized thanks to the support of the European Commission.
Inclusief onderwijs in de praktijk
Hieruit blijkt dat de doembeelden die over inclusie de ronde doen, echt geen werkelijkheidhoeven te zijn. Aan het einde van elk hoofdstuk zetten een aantal reflectievragenaan tot een analyse van het eigen kijken en handelen en tot het zoeken van mogelijkhedenbinnen concrete en unieke klassituaties.
Wie zich in de praktijk van inclusief onderwijs wil verdiepen, vindt in dit boek denodige informatie.
Inclusief onderwijs in de praktijk
Hieruit blijkt dat de doembeelden die over inclusie de ronde doen, echt geen werkelijkheidhoeven te zijn. Aan het einde van elk hoofdstuk zetten een aantal reflectievragenaan tot een analyse van het eigen kijken en handelen en tot het zoeken van mogelijkhedenbinnen concrete en unieke klassituaties.
Wie zich in de praktijk van inclusief onderwijs wil verdiepen, vindt in dit boek denodige informatie.
Parentificatie. Als het kind te snel ouder wordt (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 13)
Parentificatie betekent dat het kind op oneigenlijke wijze verantwoordelijk wordt (gemaakt)voor het welbevinden van de ouders.
Als dusdanig is het vaak een belangrijke risicofactor voor hetontstaan van allerlei psychopathologie. Parentificatie heeft een impact op de gehechtheid en/of zal deverhouding tot de anderen bepalen zoal niet hypothekeren. Het kind kan inderdaad in min of meerderemate geroepen worden en/of zich geroepen voelen bepaalde oneigenlijke zorgen op zich te nemen. Hetwordt als het ware te snel ouder. Het mobiliseert daarbij de nodige krachten en talenten. Maar op latereleeftijd kan zich dit fenomeen op uiteenlopende wijze wreken.
Bedoeling van deze publicatie is dituiterst relevant en complex gegeven vanuit diverse optieken te belichten en ggz-werkers voor deze nueens verdoken, dan weer veronachtzaamde dynamiek te sensibiliseren.
Parentificatie. Als het kind te snel ouder wordt (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 13)
Parentificatie betekent dat het kind op oneigenlijke wijze verantwoordelijk wordt (gemaakt)voor het welbevinden van de ouders.
Als dusdanig is het vaak een belangrijke risicofactor voor hetontstaan van allerlei psychopathologie. Parentificatie heeft een impact op de gehechtheid en/of zal deverhouding tot de anderen bepalen zoal niet hypothekeren. Het kind kan inderdaad in min of meerderemate geroepen worden en/of zich geroepen voelen bepaalde oneigenlijke zorgen op zich te nemen. Hetwordt als het ware te snel ouder. Het mobiliseert daarbij de nodige krachten en talenten. Maar op latereleeftijd kan zich dit fenomeen op uiteenlopende wijze wreken.
Bedoeling van deze publicatie is dituiterst relevant en complex gegeven vanuit diverse optieken te belichten en ggz-werkers voor deze nueens verdoken, dan weer veronachtzaamde dynamiek te sensibiliseren.
De groep in psychoanalyse (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 12)
Mark Kinet is hoofdgeneesheer van de Kliniek St.-Jozef, Centrum voor Psychiatrie en Psychotherapie te Pittem en voert zelfstandige psychoanalytische praktijk te Gent. Hij is voormalig voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie, participant van de Belgische School voor Psychoanalyse, bestuurslid van de Stichting Psychoanalyse en Cultuur, coördinator van de reeks ‘Psychoanalytisch Actueel’ en auteur van ‘Freud & Co in de Psychiatrie’ (2006) en ‘De Wetenschap van de Liefde en de Kunst van de Computeranalyse’ (2008).
Met bijdragen van Ad Boerwinkel, Frédéric Declercq, Gino Gevaert, Lieve Janssens, Guido Laforce, Jaak Le Roy, Claudio Neri, Wolf Spanoghe, Michel Thys, Frank Van den Bulke, Ronny Vandermeeren, Marie-Jeanne Vansina-Cobbaert, Guy Verbruggen en Mark Kinet.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
De groep in psychoanalyse (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 12)
Mark Kinet is hoofdgeneesheer van de Kliniek St.-Jozef, Centrum voor Psychiatrie en Psychotherapie te Pittem en voert zelfstandige psychoanalytische praktijk te Gent. Hij is voormalig voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie, participant van de Belgische School voor Psychoanalyse, bestuurslid van de Stichting Psychoanalyse en Cultuur, coördinator van de reeks ‘Psychoanalytisch Actueel’ en auteur van ‘Freud & Co in de Psychiatrie’ (2006) en ‘De Wetenschap van de Liefde en de Kunst van de Computeranalyse’ (2008).
Met bijdragen van Ad Boerwinkel, Frédéric Declercq, Gino Gevaert, Lieve Janssens, Guido Laforce, Jaak Le Roy, Claudio Neri, Wolf Spanoghe, Michel Thys, Frank Van den Bulke, Ronny Vandermeeren, Marie-Jeanne Vansina-Cobbaert, Guy Verbruggen en Mark Kinet.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
Mediatietherapie in de residentiële zorg voor kinderen en jeugdigen – Protocollen
Gedragstherapeutische begeleiding in residentiële zorg is een belangwekkendterrein in de jeugdhulpverlening. Kinderen en jongeren kunnen hundirecte omgeving enorm ontregelen met hun emotionele problemen, maardan vooral met hun hieruit voortvloeiend gedrag. Zeker wanneer de problemenbij de kinderen zo ernstig zijn geëscaleerd dat een thuissituatie geen optiemeer is, blijkt een verblijf in een residentiële setting haast onvermijdelijk.Groepsleiding en verplegend personeel hebben daarom extra steun nodigbij hun dagelijkse begeleiding om een leefgroep met probleemkinderen adequaatte kunnen runnen. In geval van tehuiskinderen spreekt het dan ookvanzelf om de groepsleiding (of het verplegend personeel) in dit intensievehulpverleningsaanbod actief bij de behandeling te betrekken. De dagelijksebegeleiding en behandeling worden extra bemoeilijkt omdat er meer cliëntenwonen en er wisselende diensten zijn. De huidige praktijk biedt groepsleidingsoms te weinig concrete handvatten om met deze ernstige gedragsproblemenom te gaan.
Deze praktische gids met protocollen voor iedereen die werkt in de residentiëlezorg en dagelijks met probleemgedrag in aanraking komt, geeft een antwoordop vragen als: Welk gedrag belonen, wanneer is een straf adequaat,hoe werkt negeren precies en hoe ga ik om met de invloed van anderen, zowelgroepsleiding als medecliënten?
Mediatietherapie in de residentiële zorg voor kinderen en jeugdigen – Protocollen
Gedragstherapeutische begeleiding in residentiële zorg is een belangwekkendterrein in de jeugdhulpverlening. Kinderen en jongeren kunnen hundirecte omgeving enorm ontregelen met hun emotionele problemen, maardan vooral met hun hieruit voortvloeiend gedrag. Zeker wanneer de problemenbij de kinderen zo ernstig zijn geëscaleerd dat een thuissituatie geen optiemeer is, blijkt een verblijf in een residentiële setting haast onvermijdelijk.Groepsleiding en verplegend personeel hebben daarom extra steun nodigbij hun dagelijkse begeleiding om een leefgroep met probleemkinderen adequaatte kunnen runnen. In geval van tehuiskinderen spreekt het dan ookvanzelf om de groepsleiding (of het verplegend personeel) in dit intensievehulpverleningsaanbod actief bij de behandeling te betrekken. De dagelijksebegeleiding en behandeling worden extra bemoeilijkt omdat er meer cliëntenwonen en er wisselende diensten zijn. De huidige praktijk biedt groepsleidingsoms te weinig concrete handvatten om met deze ernstige gedragsproblemenom te gaan.
Deze praktische gids met protocollen voor iedereen die werkt in de residentiëlezorg en dagelijks met probleemgedrag in aanraking komt, geeft een antwoordop vragen als: Welk gedrag belonen, wanneer is een straf adequaat,hoe werkt negeren precies en hoe ga ik om met de invloed van anderen, zowelgroepsleiding als medecliënten?
Betekenisvol leren onderwijzen op de werkplekleeromgeving
In een eerste deel wordt gekeken naar de bevindingen van dit onderzoek; in het tweede wordt nagegaan hoe die inhoudelijke resultaten concreet in de praktijk van de opleiding en het lesproces ingezet kunnen worden. Ten slotte reikt een kennisbank begrippen en instrumenten aan die opleiders en (toekomstige) leraren, maar ook het management kunnen helpen bij de verdere ontwikkeling van hun onderwijspraktijk.
Het onderzoek naar de onderwijsontwikkelingen is tot stand gekomen in samenspraak met docenten en onderzoekers van de lerarenopleiding en van verschillende universiteiten en met de teams van partnerscholen, waarbij zowel aanstaande leraren als studenten van universiteiten zijn betrokken.
dr. mr. Herman Popeijus is lector aan de pedagogische Hogeschool de Kempel in Helmond en senior onderzoeker en projectleider aan het Instituut voor Leraar en School van de Radboud Universiteit in Nijmegen.
dr. Jeannette Geldens is als associate lector verbonden aan Hogeschool de Kempel en aan de Federatie Interactum.
Betekenisvol leren onderwijzen op de werkplekleeromgeving
In een eerste deel wordt gekeken naar de bevindingen van dit onderzoek; in het tweede wordt nagegaan hoe die inhoudelijke resultaten concreet in de praktijk van de opleiding en het lesproces ingezet kunnen worden. Ten slotte reikt een kennisbank begrippen en instrumenten aan die opleiders en (toekomstige) leraren, maar ook het management kunnen helpen bij de verdere ontwikkeling van hun onderwijspraktijk.
Het onderzoek naar de onderwijsontwikkelingen is tot stand gekomen in samenspraak met docenten en onderzoekers van de lerarenopleiding en van verschillende universiteiten en met de teams van partnerscholen, waarbij zowel aanstaande leraren als studenten van universiteiten zijn betrokken.
dr. mr. Herman Popeijus is lector aan de pedagogische Hogeschool de Kempel in Helmond en senior onderzoeker en projectleider aan het Instituut voor Leraar en School van de Radboud Universiteit in Nijmegen.
dr. Jeannette Geldens is als associate lector verbonden aan Hogeschool de Kempel en aan de Federatie Interactum.
Naar een integratieve handelingsorthopedagogiek
Naar een integratieve handelingsorthopedagogiek
Levensloopmodel: Werken met autisme
Het Avanti-project ontwikkelde een levensloopmodel vanuit een proactieve en integraleondersteuningsvisie. Het model veronderstelt dat transities voldoende voorbereid moetenworden, omdat het al dan niet slagen van een onderwijs- of arbeidstraject hiervan afhangt.Dit boek richt zich tot de professional die werkt met personen met ASS, leerkrachten,hulpverleners, begeleiders en jobcoaches. Deze gids biedt hen het theoretische kader vanhet levensloopmodel en de vertaling ervan naar de praktijk aan de hand van enkele pilotsin Nederland, Vlaanderen en Portugal.
Levensloopmodel: Werken met autisme
Het Avanti-project ontwikkelde een levensloopmodel vanuit een proactieve en integraleondersteuningsvisie. Het model veronderstelt dat transities voldoende voorbereid moetenworden, omdat het al dan niet slagen van een onderwijs- of arbeidstraject hiervan afhangt.Dit boek richt zich tot de professional die werkt met personen met ASS, leerkrachten,hulpverleners, begeleiders en jobcoaches. Deze gids biedt hen het theoretische kader vanhet levensloopmodel en de vertaling ervan naar de praktijk aan de hand van enkele pilotsin Nederland, Vlaanderen en Portugal.
Van bouwvallig naar bijna nieuw. Innovatief renoveren
De meer dan 500 tips die de auteur geeft zijn eveneens van toepassing voor wie op zoek is naar een pand voor kantoren, een winkel, een opslagplaats of een industriële ruimte.
De boodschap is in elk geval dat het nu een goede tijd is om te handelen: De markt van oude woningen en oude industriepanden raakt stilaan uitgeput, de prijzen zijn redelijk en door werktekort in de nieuwbouw bieden veel aannemers goede prijzen voor renovatieopdrachten. Moet je alles zelf doen? Neen. Een veel betere manier om voor weinig geld goed te renoveren is de hele renovatie zelf te organiseren. Concentreer je op het belangrijkste: de markt grondig verkennen om voor een lage prijs te kopen, veel nadenken over eenvoudige ingrepen, daarbij kleine onvolmaaktheden aanvaardend door sommige plannen niet uit te voeren, door simpele oplossingen te bedenken, en misschien ook door niet-essentiële werken naar later te verschuiven.
Met deze rijk gevulde gids vol budgetvriendelijke ideeën, recht uit de praktijk, begin je in elk geval anders te denken over een eigentijdse loft, watertoren of de windmolen van morgen.
Dit boek bevat ook een cd-rom met handige werkdocumenten.
Arnold Lampaert was na een professionele loopbaan als intern auditor en later als projectleider in een aannemersbedrijf, zaakvoerder van de bvba De Nieuwe Ruimte in Gent en kon in die periode een ruime ervaring opdoen op vlak van inkoop van oude panden en renovatie naar eigentijdse betaalbare ‘lofthuizen’. Momenteel is hij kwaliteitspeter bij het Vlaams Centrum voor Kwaliteitszorg en lid-consulent bij de vzw Belgian Senior Consultants.
Van bouwvallig naar bijna nieuw. Innovatief renoveren
De meer dan 500 tips die de auteur geeft zijn eveneens van toepassing voor wie op zoek is naar een pand voor kantoren, een winkel, een opslagplaats of een industriële ruimte.
De boodschap is in elk geval dat het nu een goede tijd is om te handelen: De markt van oude woningen en oude industriepanden raakt stilaan uitgeput, de prijzen zijn redelijk en door werktekort in de nieuwbouw bieden veel aannemers goede prijzen voor renovatieopdrachten. Moet je alles zelf doen? Neen. Een veel betere manier om voor weinig geld goed te renoveren is de hele renovatie zelf te organiseren. Concentreer je op het belangrijkste: de markt grondig verkennen om voor een lage prijs te kopen, veel nadenken over eenvoudige ingrepen, daarbij kleine onvolmaaktheden aanvaardend door sommige plannen niet uit te voeren, door simpele oplossingen te bedenken, en misschien ook door niet-essentiële werken naar later te verschuiven.
Met deze rijk gevulde gids vol budgetvriendelijke ideeën, recht uit de praktijk, begin je in elk geval anders te denken over een eigentijdse loft, watertoren of de windmolen van morgen.
Dit boek bevat ook een cd-rom met handige werkdocumenten.
Arnold Lampaert was na een professionele loopbaan als intern auditor en later als projectleider in een aannemersbedrijf, zaakvoerder van de bvba De Nieuwe Ruimte in Gent en kon in die periode een ruime ervaring opdoen op vlak van inkoop van oude panden en renovatie naar eigentijdse betaalbare ‘lofthuizen’. Momenteel is hij kwaliteitspeter bij het Vlaams Centrum voor Kwaliteitszorg en lid-consulent bij de vzw Belgian Senior Consultants.
Competenties van verpleegkundigen en verzorgenden in begeleiding van en zorg voor mensen met dementie
Welke competenties van verpleegkundigen en verzorgenden zijn wenselijkin de dagelijkse begeleiding en zorg voor mensen met dementie? Hetonderwijs kan en moet competentieprofielen ontwikkelen, het liefst inoverleg met het arbeidsveld, maar moet ze daadwerkelijk toetsen aan hetwerkveld, dat de norm bepaalt.
Dit boek biedt een concreet instrument waarmee zowel zorgvoorzieningenals onderwijsinstellingen aan de slag kunnen. Meteen draagt het instrumentbij tot een uniforme communicatie over de competenties die viaopleiding en navorming kunnen worden verworven. Uiteindelijk moet ditleiden tot een verhoging van de zorgkwaliteit.
Competenties van verpleegkundigen en verzorgenden in begeleiding van en zorg voor mensen met dementie
Welke competenties van verpleegkundigen en verzorgenden zijn wenselijkin de dagelijkse begeleiding en zorg voor mensen met dementie? Hetonderwijs kan en moet competentieprofielen ontwikkelen, het liefst inoverleg met het arbeidsveld, maar moet ze daadwerkelijk toetsen aan hetwerkveld, dat de norm bepaalt.
Dit boek biedt een concreet instrument waarmee zowel zorgvoorzieningenals onderwijsinstellingen aan de slag kunnen. Meteen draagt het instrumentbij tot een uniforme communicatie over de competenties die viaopleiding en navorming kunnen worden verworven. Uiteindelijk moet ditleiden tot een verhoging van de zorgkwaliteit.
Kleine filosofie van het vrijen
In deze filosofische benadering van de seksuele ervaring introduceertAnn Van Sevenant de term ‘buitenwaarts vrijen’. Daarnaast bespreekt zetraditionele onderwerpen als het ideaal van eenwording of de spiritueledimensie van seksuele liefde, maar ook hedendaagse thema’s als eenzameseks, ontrouw, het geveinsd orgasme en impotentie.
In dit boek vindt de lezer nieuwe invalshoeken voor de problematiekrond de man-vrouw verhouding, seksuele vrijheid, (huwelijks)trouw,menopauze, de mythe van eindeloos genot, de toenadering van degeslachten, seksuele onvrede, enz. Het boek sluit af met voorstellen toteen ‘cultuur van het vrijen’.
Kleine filosofie van het vrijen
In deze filosofische benadering van de seksuele ervaring introduceertAnn Van Sevenant de term ‘buitenwaarts vrijen’. Daarnaast bespreekt zetraditionele onderwerpen als het ideaal van eenwording of de spiritueledimensie van seksuele liefde, maar ook hedendaagse thema’s als eenzameseks, ontrouw, het geveinsd orgasme en impotentie.
In dit boek vindt de lezer nieuwe invalshoeken voor de problematiekrond de man-vrouw verhouding, seksuele vrijheid, (huwelijks)trouw,menopauze, de mythe van eindeloos genot, de toenadering van degeslachten, seksuele onvrede, enz. Het boek sluit af met voorstellen toteen ‘cultuur van het vrijen’.
A pioneer of milieu therapy. The life and work of Maxwell Jones
The book can be considered complementary to another volume published by Garant: ‘DeNieuwe Therapeutische Gemeenschap’ [The New Therapeutic Community] (Broekaertet al.,1996), in which the concept-based therapeutic community for substance abusers isthoroughly elaborated.
This book is intended for students and professionals, from a broad variety of contextsand disciplines, who are interested in (social) psychiatry, (democratic) therapeutic communitiesand milieu therapy.
A pioneer of milieu therapy. The life and work of Maxwell Jones
The book can be considered complementary to another volume published by Garant: ‘DeNieuwe Therapeutische Gemeenschap’ [The New Therapeutic Community] (Broekaertet al.,1996), in which the concept-based therapeutic community for substance abusers isthoroughly elaborated.
This book is intended for students and professionals, from a broad variety of contextsand disciplines, who are interested in (social) psychiatry, (democratic) therapeutic communitiesand milieu therapy.
Kleinschalig genormaliseerd wonen voor mensen met dementie. Het antwoord op 101 vragen
Deze uitgave is een inspiratiebron voor iedereen diemee wil bouwen aan een gediversifieerd woon- enzorglandschap voor ouderen.
Kleinschalig genormaliseerd wonen voor mensen met dementie. Het antwoord op 101 vragen
Deze uitgave is een inspiratiebron voor iedereen diemee wil bouwen aan een gediversifieerd woon- enzorglandschap voor ouderen.
Onderwijsinnovatie: geen verzegelde lippen meer
Deze uitgave is bedoeld voor bestuurders en leidinggevenden in het onderwijs. De auteurs – en de lezers – nemen de tijd voor een moment rust en houden even de adem in. Van de schaduw van de oude innovaties willen ze weg, omdat de prijs van ingevoerde innovaties voor menigeen te hoog was. Immers, een docent of leidinggevende is veel gecompliceerder dan allerlei schematische verklaringen willen en kunnen wijsmaken. Mensen in het onderwijs zie je niet als huizen, bomen en sterren. Professionals eisen vrijheid van meningsuiting als compensatie voor de vrijheid van denken die ze in het verleden node gemist hebben. Hun ervaringen moeten in woorden worden gevangen als een stap naar hun vrijheid.
De auteurs hebben moeite met al de regelneven in het onderwijs en het negatieve mensbeeld waarover zoveel bestuurders en leidinggevenden beschikken. Er ligt helaas soms veel zelfgenoegzaamheid in de overtuiging waarmee beleidsmakers en bestuurders nog steeds oordelen over innovaties uitspreken. Daarom zijn docenten meesters in het zwijgen geworden. Kent men elkaar nog genoeg? Beleidsmakers en bestuurders kleineren zich onnodig als ze geen tegenspraak dulden. Tegenspraak is echter de brandstof van het denken. En: de ander mag er zijn. Als dit niet meer kan in het onderwijs, leidt dit tot het psychisch doden van een mens.
Te veel mensen in het onderwijs worden “ongewild afhankelijk” van anderen. In welke mate mogen en kunnen anderen iemands vrijheid in de innovatie bepalen? Om deze en andere vragen te beantwoorden wordt kracht geput uit het Rijnlandmodel met aandacht voor de kernkwaliteiten van professionals. De ontwikkelde beschrijvingen, onderwijsportretten en loopbaancurven doen de lippen ontsluiten: geen verzegelde lippen meer.
Dolf van den Berg is hoogleraar aan TiasNimbas – Business School, Tilburg University in association with Eindhoven University of Technology. Hij is emeritus hoogleraar onderwijsinnovatie/verandermanagement aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. De medeauteurs zijn collegahoogleraren, leidinggevenden, onderwijsconsulenten en docenten.
Onderwijsinnovatie: geen verzegelde lippen meer
Deze uitgave is bedoeld voor bestuurders en leidinggevenden in het onderwijs. De auteurs – en de lezers – nemen de tijd voor een moment rust en houden even de adem in. Van de schaduw van de oude innovaties willen ze weg, omdat de prijs van ingevoerde innovaties voor menigeen te hoog was. Immers, een docent of leidinggevende is veel gecompliceerder dan allerlei schematische verklaringen willen en kunnen wijsmaken. Mensen in het onderwijs zie je niet als huizen, bomen en sterren. Professionals eisen vrijheid van meningsuiting als compensatie voor de vrijheid van denken die ze in het verleden node gemist hebben. Hun ervaringen moeten in woorden worden gevangen als een stap naar hun vrijheid.
De auteurs hebben moeite met al de regelneven in het onderwijs en het negatieve mensbeeld waarover zoveel bestuurders en leidinggevenden beschikken. Er ligt helaas soms veel zelfgenoegzaamheid in de overtuiging waarmee beleidsmakers en bestuurders nog steeds oordelen over innovaties uitspreken. Daarom zijn docenten meesters in het zwijgen geworden. Kent men elkaar nog genoeg? Beleidsmakers en bestuurders kleineren zich onnodig als ze geen tegenspraak dulden. Tegenspraak is echter de brandstof van het denken. En: de ander mag er zijn. Als dit niet meer kan in het onderwijs, leidt dit tot het psychisch doden van een mens.
Te veel mensen in het onderwijs worden “ongewild afhankelijk” van anderen. In welke mate mogen en kunnen anderen iemands vrijheid in de innovatie bepalen? Om deze en andere vragen te beantwoorden wordt kracht geput uit het Rijnlandmodel met aandacht voor de kernkwaliteiten van professionals. De ontwikkelde beschrijvingen, onderwijsportretten en loopbaancurven doen de lippen ontsluiten: geen verzegelde lippen meer.
Dolf van den Berg is hoogleraar aan TiasNimbas – Business School, Tilburg University in association with Eindhoven University of Technology. Hij is emeritus hoogleraar onderwijsinnovatie/verandermanagement aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. De medeauteurs zijn collegahoogleraren, leidinggevenden, onderwijsconsulenten en docenten.
Handelingsplanning in het basisonderwijs
De auteurs staan naast het systematische en cyclische proces stil bijde verschillende niveaus van handelingsplanning die elkaar voortdurendwederzijds beïnvloeden: het schoolwerkplan, het groepshandelingsplanen het individueel handelingsplan.
De betrokkenheid van leerkrachten, paramedici, psychologisch en pedagogischpersoneel, kinderen en ouders vormen de rode draad indit dynamisch proces. Handelingsplanning is immers meer dan sterielpapierwerk. Het is een manier van werken, ingebed in een ontwikkelings-en teamgericht klimaat.
Handelingsplanning in het basisonderwijs
De auteurs staan naast het systematische en cyclische proces stil bijde verschillende niveaus van handelingsplanning die elkaar voortdurendwederzijds beïnvloeden: het schoolwerkplan, het groepshandelingsplanen het individueel handelingsplan.
De betrokkenheid van leerkrachten, paramedici, psychologisch en pedagogischpersoneel, kinderen en ouders vormen de rode draad indit dynamisch proces. Handelingsplanning is immers meer dan sterielpapierwerk. Het is een manier van werken, ingebed in een ontwikkelings-en teamgericht klimaat.
Sporen naar verandering. Behandeling van seksueel delinquent gedrag
In een eerste deel worden de verschillende therapeutische sporen beschreven aande hand van voorbeelden uit de praktijk. Er is het spoor van de residentiële behandelingen dat van de ambulante behandeling, waarin ook aandacht is voor debehandeling van plegers met een verstandelijke beperking. Het uiteindelijke doelvan de behandeling is de pleger opnieuw in de maatschappij te plaatsen. In eentweede deel komen alle aspecten van dit proces aan bod, van het optimaliserenvan de veiligheid van de maatschappij tot het zoeken naar een zinvolle en positieveinvulling van de toekomst van een pleger. In een laatste deel wordt aandacht besteedaan de behandelaars van seksuele delinquenten. Het dagelijks omgaan metdeze doelgroep heeft immers ook een impact op de individuele hulpverlener en opeen team.
In een maatschappij waar de discussie rond plegers steeds weer hoog oplaait,schetst dit boek een meer genuanceerd en realistisch beeld van deze mensen enwat van een behandeling kan worden verwacht.
Sporen naar verandering. Behandeling van seksueel delinquent gedrag
In een eerste deel worden de verschillende therapeutische sporen beschreven aande hand van voorbeelden uit de praktijk. Er is het spoor van de residentiële behandelingen dat van de ambulante behandeling, waarin ook aandacht is voor debehandeling van plegers met een verstandelijke beperking. Het uiteindelijke doelvan de behandeling is de pleger opnieuw in de maatschappij te plaatsen. In eentweede deel komen alle aspecten van dit proces aan bod, van het optimaliserenvan de veiligheid van de maatschappij tot het zoeken naar een zinvolle en positieveinvulling van de toekomst van een pleger. In een laatste deel wordt aandacht besteedaan de behandelaars van seksuele delinquenten. Het dagelijks omgaan metdeze doelgroep heeft immers ook een impact op de individuele hulpverlener en opeen team.
In een maatschappij waar de discussie rond plegers steeds weer hoog oplaait,schetst dit boek een meer genuanceerd en realistisch beeld van deze mensen enwat van een behandeling kan worden verwacht.
Zwart op wit. De intrede van allochtonen op de arbeidsmarkt
Hoe komt het dat werkgevers de openstaande vacatures niet kunnen of willenopvullen met allochtone jongeren? Waarom vinden allochtonen minder vlot deweg naar een stabiele baan?
Dit boek brengt de arbeidsmarktintrede van allochtone jongeren in kaart engaat na in welke mate de beroepspositie beïnvloed wordt door toegeschreven(etnische en sociale achtergrond en geslacht) en verworven kenmerken (onderwijsniveauen onderwijsresultaat). Dit gebeurt door allochtone en autochtonejongeren systematisch met elkaar te vergelijken op basis van een grootschaligepeiling bij 9.000 Vlaamse jongeren die uitgevoerd werd door de interuniversitaireonderzoeksgroep SONAR – Studiegroep van ONderwijs naar ARbeidsmarkt.
Dit onderzoek sluit aan bij het eerder verschenen onderzoek Wit krijt schrijftbeter: Schoolloopbanen van allochtone jongeren in beeld. Daarin bleek de problematischeachterstand van allochtonen in het Vlaamse onderwijs. In dit boek wordtnagegaan in welke mate die onderwijsachterstand de directe oorzaak is voor deachterstand van allochtonen op de arbeidsmarkt. Of zijn er andere factoren diede kansen van allochtonen beïnvloeden?
Zie ook de andere delen in dit onderzoek naar de onderwijs- en arbeidsloopbanen van allochtonen in Vlaanderen:
Zwart op wit. De intrede van allochtonen op de arbeidsmarkt
Hoe komt het dat werkgevers de openstaande vacatures niet kunnen of willenopvullen met allochtone jongeren? Waarom vinden allochtonen minder vlot deweg naar een stabiele baan?
Dit boek brengt de arbeidsmarktintrede van allochtone jongeren in kaart engaat na in welke mate de beroepspositie beïnvloed wordt door toegeschreven(etnische en sociale achtergrond en geslacht) en verworven kenmerken (onderwijsniveauen onderwijsresultaat). Dit gebeurt door allochtone en autochtonejongeren systematisch met elkaar te vergelijken op basis van een grootschaligepeiling bij 9.000 Vlaamse jongeren die uitgevoerd werd door de interuniversitaireonderzoeksgroep SONAR – Studiegroep van ONderwijs naar ARbeidsmarkt.
Dit onderzoek sluit aan bij het eerder verschenen onderzoek Wit krijt schrijftbeter: Schoolloopbanen van allochtone jongeren in beeld. Daarin bleek de problematischeachterstand van allochtonen in het Vlaamse onderwijs. In dit boek wordtnagegaan in welke mate die onderwijsachterstand de directe oorzaak is voor deachterstand van allochtonen op de arbeidsmarkt. Of zijn er andere factoren diede kansen van allochtonen beïnvloeden?
Zie ook de andere delen in dit onderzoek naar de onderwijs- en arbeidsloopbanen van allochtonen in Vlaanderen:
De leerwerkplaats handelingsgericht werken om competent te blijven. Een balans in diagnostiek en begeleiding – LEOZ Deelproject 9
De context en positionering van de leerwerkplaats enhet handelingsgericht werken waren hierbij de belangrijksteuitgangspunten. Bij professionalisering middelseen leerwerkplaats diagnostiek en begeleiding werdenvier spanningsvelden onderscheiden: handelingsgerichtwerken en handelingsgerichte diagnostiek, praktijknabijen praktijkveraf, programma- en vraaggericht, opleidenen zakelijke dienstverlening. Ook de ontwikkelingen vanpassend onderwijs en inclusie vragen om een herbezinningvan de veranderende rol van de opleider. Zonderpraktijkleren is het onmogelijk om bij te dragen aan deonderwijsvraagstukken uit het veld en om bij te blijven inde nieuwe ontwikkelingen.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ– Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatiefvan WOSO – Werkverband Opleidingen SpeciaalOnderwijs.
De leerwerkplaats handelingsgericht werken om competent te blijven. Een balans in diagnostiek en begeleiding – LEOZ Deelproject 9
De context en positionering van de leerwerkplaats enhet handelingsgericht werken waren hierbij de belangrijksteuitgangspunten. Bij professionalisering middelseen leerwerkplaats diagnostiek en begeleiding werdenvier spanningsvelden onderscheiden: handelingsgerichtwerken en handelingsgerichte diagnostiek, praktijknabijen praktijkveraf, programma- en vraaggericht, opleidenen zakelijke dienstverlening. Ook de ontwikkelingen vanpassend onderwijs en inclusie vragen om een herbezinningvan de veranderende rol van de opleider. Zonderpraktijkleren is het onmogelijk om bij te dragen aan deonderwijsvraagstukken uit het veld en om bij te blijven inde nieuwe ontwikkelingen.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ– Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatiefvan WOSO – Werkverband Opleidingen SpeciaalOnderwijs.
Spelenderwijs wijzer worden. Spel, speelgoed en het opgroeiende kind
De auteur denkt daar anders over. Het spel vormt volgens hem één van de beste – zo niet de beste – vorm van leren voor het leven. Het zorgt voor een vlotte kennismaking met de wereld rondom, het stimuleert creativiteit en zelfredzaamheid, en het is bovendien een belangrijke motor van de sociale interactie; allerlei vaardigheden die in het latere leven van pas komen. Spelen is echter ook niet vrijblijvend. Het is iets dat door ouders, opvoeders en de schoolomgeving op de juiste wijze gestimuleerd dient te worden. Daarom worden hier ook duidelijke richtlijnen aangereikt, die iedereen in staat stellen om de heilzaamheid van het spelen voor de ontwikkeling van het kind te optimaliseren.
Roel de Groot, orthopedagoog, was verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is voorzitter van de Nationale Speelraad en hoofdredacteur van Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk.
Spelenderwijs wijzer worden. Spel, speelgoed en het opgroeiende kind
De auteur denkt daar anders over. Het spel vormt volgens hem één van de beste – zo niet de beste – vorm van leren voor het leven. Het zorgt voor een vlotte kennismaking met de wereld rondom, het stimuleert creativiteit en zelfredzaamheid, en het is bovendien een belangrijke motor van de sociale interactie; allerlei vaardigheden die in het latere leven van pas komen. Spelen is echter ook niet vrijblijvend. Het is iets dat door ouders, opvoeders en de schoolomgeving op de juiste wijze gestimuleerd dient te worden. Daarom worden hier ook duidelijke richtlijnen aangereikt, die iedereen in staat stellen om de heilzaamheid van het spelen voor de ontwikkeling van het kind te optimaliseren.
Roel de Groot, orthopedagoog, was verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is voorzitter van de Nationale Speelraad en hoofdredacteur van Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk.
Behoud van talent (Nivoz-Thema’s, deel 3)
Om deze en andere vragen draait het in Behoud van Talent. In ditboek, dat de weerslag is van het NIVOZ-programma Talent, Beleiden Economie, is het woord aan zes vooraanstaande sprekers, diezich bewegen op het snijvlak van onderwijs en samenleving.
Onze kinderen, maar ook wijzelf in ons streven naar ‘een levenlang leren’, verdienen leraren en mentoren die ons stimulerenonze persoonlijke talenten te ontwikkelen. Juist door mensen nietover één kam te scheren en talent op te vatten als een breed begrip,schept onderwijs mogelijkheden voor groei, voor emancipatie,voor gelijkwaardigheid, voor een duurzame samenleving. Eenboek voor iedereen die van leren houdt.
Behoud van talent (Nivoz-Thema’s, deel 3)
Om deze en andere vragen draait het in Behoud van Talent. In ditboek, dat de weerslag is van het NIVOZ-programma Talent, Beleiden Economie, is het woord aan zes vooraanstaande sprekers, diezich bewegen op het snijvlak van onderwijs en samenleving.
Onze kinderen, maar ook wijzelf in ons streven naar ‘een levenlang leren’, verdienen leraren en mentoren die ons stimulerenonze persoonlijke talenten te ontwikkelen. Juist door mensen nietover één kam te scheren en talent op te vatten als een breed begrip,schept onderwijs mogelijkheden voor groei, voor emancipatie,voor gelijkwaardigheid, voor een duurzame samenleving. Eenboek voor iedereen die van leren houdt.
Exploring quality assurance for interprofessional education in health and social care
Exploring quality assurance for interprofessional education in health and social care
De gemotiveerde leerling (Nivoz-Serie, nr. 4)
Een leraar vertelde ons: “Mijn leerlingen zijn vaak niet gemotiveerd. Ik krijg er geen vatop.” Is motivatie inderdaad zo’n black box? Allerminst, zoals blijkt uit dit vierde deel in deNIVOZ-reeks. In de afgelopen decennia is veel onderzoek verricht, dat ons helpt motivatieen demotivatie bij kinderen te verklaren. Maar ook de leerlingen zelf kunnen ons veelvertellen over wat het onderwijs hen moet bieden om motivatie vast te kunnen houdenen uit te bouwen. De gemotiveerde leerling verbindt wetenschappelijke beschouwingen metervaringen in de klas.
Volg NIVOZ op een reis langs internationaal onderzoek, Nederlandse schoolvoorbeeldenen onderwijs op het witte doek. Dit is een boek over intrinsieke motivatie, over flow enover de natuurlijke behoefte van ieder mens om te leren.
De gemotiveerde leerling (Nivoz-Serie, nr. 4)
Een leraar vertelde ons: “Mijn leerlingen zijn vaak niet gemotiveerd. Ik krijg er geen vatop.” Is motivatie inderdaad zo’n black box? Allerminst, zoals blijkt uit dit vierde deel in deNIVOZ-reeks. In de afgelopen decennia is veel onderzoek verricht, dat ons helpt motivatieen demotivatie bij kinderen te verklaren. Maar ook de leerlingen zelf kunnen ons veelvertellen over wat het onderwijs hen moet bieden om motivatie vast te kunnen houdenen uit te bouwen. De gemotiveerde leerling verbindt wetenschappelijke beschouwingen metervaringen in de klas.
Volg NIVOZ op een reis langs internationaal onderzoek, Nederlandse schoolvoorbeeldenen onderwijs op het witte doek. Dit is een boek over intrinsieke motivatie, over flow enover de natuurlijke behoefte van ieder mens om te leren.
Laat maar zitten… Integratie van Roma is een doe-woord
Dit boek brengt samen wat aan de basis leeft. Het analyseertoorzaken en aard van de specifi citeit van de Romagroepen. Hetontleedt waar de knooppunten in de integratie zitten en ontwerpteen uitweg naar een betere sociale cohesie tussen Roma en gadgé.Dankzij toetsvragen en vuistregels wordt het een eerste werkboekvoor al wie zich engageert voor en met Roma… maar ook metandere minderheden, voor wie tussen de regels lezen wil.
Laat maar zitten… Integratie van Roma is een doe-woord
Dit boek brengt samen wat aan de basis leeft. Het analyseertoorzaken en aard van de specifi citeit van de Romagroepen. Hetontleedt waar de knooppunten in de integratie zitten en ontwerpteen uitweg naar een betere sociale cohesie tussen Roma en gadgé.Dankzij toetsvragen en vuistregels wordt het een eerste werkboekvoor al wie zich engageert voor en met Roma… maar ook metandere minderheden, voor wie tussen de regels lezen wil.
Begeleiden van multi-probleemgezinnen in de jeugdzorg
‘Therapie is te vergelijken met gidsen in de Everglades’ schreef een therapeut;hij weet vaak niet welke problemen hij tegen zal komen en welkewegen bewandeld kunnen worden. De kracht is dat de therapeut de Evergladesgoed kent.
Gidsen in de Everglades is een goede metafoor voor het werken metmulti-probleemgezinnen: Iedereen vaart een eigen koers, niemand neemtadequate leiding, conflicten rijzen de pan uit, de financiële mogelijkhedenzijn slecht … Mensen hebben of krijgen persoonlijke problemen, wordenangstig, agressief … en men is naarstig op zoek naar een goede gids die henuit die misère redt. Er liggen vele onbekendheden en mogelijke gevaren opde loer, de paden veranderen dagelijks en als gids dien je een goede bagagete hebben om je te kunnen oriënteren en goede analyses te maken.
Gidsen door een moerassig landschap vraagt veel van de gids. Het gezinveilig naar een vooraf bestemd doel brengen is behoorlijk ingewikkeld. Dekans dat de gezinsbegeleider verdrinkt in drijfzand is niet ondenkbeeldig,met een ‘overleden’ gezinsbegeleider en systemen die in dezelfde ellendeachterblijven, als gevolg.
Met deze alledaagse en praktische handleiding heb je een kompas in handen.Je maakt een grotere kans om te overleven en doelmatig te gidsen,zodat het gestelde doel bereikt wordt. De handleiding is geïllustreerd metherkenbare voorbeelden uit de praktijk en door vrolijke tekeningen vanWim Schouten.
Begeleiden van multi-probleemgezinnen in de jeugdzorg
‘Therapie is te vergelijken met gidsen in de Everglades’ schreef een therapeut;hij weet vaak niet welke problemen hij tegen zal komen en welkewegen bewandeld kunnen worden. De kracht is dat de therapeut de Evergladesgoed kent.
Gidsen in de Everglades is een goede metafoor voor het werken metmulti-probleemgezinnen: Iedereen vaart een eigen koers, niemand neemtadequate leiding, conflicten rijzen de pan uit, de financiële mogelijkhedenzijn slecht … Mensen hebben of krijgen persoonlijke problemen, wordenangstig, agressief … en men is naarstig op zoek naar een goede gids die henuit die misère redt. Er liggen vele onbekendheden en mogelijke gevaren opde loer, de paden veranderen dagelijks en als gids dien je een goede bagagete hebben om je te kunnen oriënteren en goede analyses te maken.
Gidsen door een moerassig landschap vraagt veel van de gids. Het gezinveilig naar een vooraf bestemd doel brengen is behoorlijk ingewikkeld. Dekans dat de gezinsbegeleider verdrinkt in drijfzand is niet ondenkbeeldig,met een ‘overleden’ gezinsbegeleider en systemen die in dezelfde ellendeachterblijven, als gevolg.
Met deze alledaagse en praktische handleiding heb je een kompas in handen.Je maakt een grotere kans om te overleven en doelmatig te gidsen,zodat het gestelde doel bereikt wordt. De handleiding is geïllustreerd metherkenbare voorbeelden uit de praktijk en door vrolijke tekeningen vanWim Schouten.
