Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Zelfevaluatie in basisscholen. Praktijkboek

 19,90
Zelfevaluatie vormt voor schoolteams de voedingsbodem en de aanzet tot kwaliteitszorg en kwaliteitsverbetering van de schoolwerking. De overheid vraagt dat scholen aantonen hoe zij hun kwaliteit bewaken en er in teamverband aan werken. In de praktijk blijkt deze opdracht voor basisscholen niet zo gemakkelijk en evolueert de kwaliteitszorg in een aantal scholen zeer geleidelijk.

Dit praktijkboek wil de zelfevaluatie van schoolteams vergemakkelijken, ondersteunen en bevorderen door het aanreiken van eenvoudige onderzoeksinstrumenten. Met de zelfreflectie op de verzamelde gegevens stelt het schoolteam haar kwaliteit centraal. Doorheen de 44 onderzoeksinstrumenten krijgen leraren een heleboel pedagogisch-didactische tips en suggesties.

De onderzoeksinstrumenten reiken schoolleiders en schoolbesturen onderwijskundige elementen aan voor functioneringsgesprekken en lerarenevaluaties.

Walter Andries is onderwijsinspecteur. Dit praktijkboek is ontstaan uit zijn meer dan 40 jarenlange onderwijservaring. De auteur was achtereenvolgens onderwijzer, taakleraar, directeur en medewerker van de Vlaamse Onderwijsraad. Sinds 1997 werkt hij als onderwijsinspecteur van de Vlaamse Gemeenschap.

Quick View

Zelfevaluatie in basisscholen. Praktijkboek

 19,90
Zelfevaluatie vormt voor schoolteams de voedingsbodem en de aanzet tot kwaliteitszorg en kwaliteitsverbetering van de schoolwerking. De overheid vraagt dat scholen aantonen hoe zij hun kwaliteit bewaken en er in teamverband aan werken. In de praktijk blijkt deze opdracht voor basisscholen niet zo gemakkelijk en evolueert de kwaliteitszorg in een aantal scholen zeer geleidelijk.

Dit praktijkboek wil de zelfevaluatie van schoolteams vergemakkelijken, ondersteunen en bevorderen door het aanreiken van eenvoudige onderzoeksinstrumenten. Met de zelfreflectie op de verzamelde gegevens stelt het schoolteam haar kwaliteit centraal. Doorheen de 44 onderzoeksinstrumenten krijgen leraren een heleboel pedagogisch-didactische tips en suggesties.

De onderzoeksinstrumenten reiken schoolleiders en schoolbesturen onderwijskundige elementen aan voor functioneringsgesprekken en lerarenevaluaties.

Walter Andries is onderwijsinspecteur. Dit praktijkboek is ontstaan uit zijn meer dan 40 jarenlange onderwijservaring. De auteur was achtereenvolgens onderwijzer, taakleraar, directeur en medewerker van de Vlaamse Onderwijsraad. Sinds 1997 werkt hij als onderwijsinspecteur van de Vlaamse Gemeenschap.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Auteursintentie. Een beknopte geschiedenis (Reeks Colleges Literatuur, nr. 1)

 21,60
Discussies over de intentie van een literaire tekst en de bedoelingen van de auteur horen in de afgelopen decennia internationaal tot de meest gevoerde in de literatuurwetenschap – en tot de meest polariserende.

Dit boek behandelt in de eerste plaats de conceptuele vraag met betrekking tot het leesgedrag: Welke rol spelen concepten van auteursintentie en intentie bij de interpretatie van teksten? De auteur reconstrueert de voor het hedendaagse debat relevante concepten en normen met betrekking tot de (auteurs)intentie bij de interpretatie van literaire teksten. Vanuit dat historische perspectief gaat de aandacht vooral naar die momenten waarop een conceptuele verschuiving plaats heeft. Op die manier worden de historische wortels en de normativiteit van de vandaag concurrerende concepten blootgelegd.

GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content



Ralf Grüttemeier is hoogleraar Nederlandse letterkunde aan de Carl von Ossietzky Universität Oldenburg, Duitsland.


"Auteursintentie. Een beknopte geschiedenis biedt een nuttige en uitdagende inleiding in het denken over intentionaliteit en auteursintenties in de literatuurstudie. Grüttemeier laat zien welke posities men kan innemen op dit gebied, zonder zich uitdrukkelijk uit te spreken vóór of tegen een van deze posities."
Mark Van Zoggel, Vrije Universiteit Brussel / Huygens ING Den Haag, Spiegel der Letteren 54(2) 267-279

Quick View

Auteursintentie. Een beknopte geschiedenis (Reeks Colleges Literatuur, nr. 1)

 21,60
Discussies over de intentie van een literaire tekst en de bedoelingen van de auteur horen in de afgelopen decennia internationaal tot de meest gevoerde in de literatuurwetenschap – en tot de meest polariserende.

Dit boek behandelt in de eerste plaats de conceptuele vraag met betrekking tot het leesgedrag: Welke rol spelen concepten van auteursintentie en intentie bij de interpretatie van teksten? De auteur reconstrueert de voor het hedendaagse debat relevante concepten en normen met betrekking tot de (auteurs)intentie bij de interpretatie van literaire teksten. Vanuit dat historische perspectief gaat de aandacht vooral naar die momenten waarop een conceptuele verschuiving plaats heeft. Op die manier worden de historische wortels en de normativiteit van de vandaag concurrerende concepten blootgelegd.

GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content



Ralf Grüttemeier is hoogleraar Nederlandse letterkunde aan de Carl von Ossietzky Universität Oldenburg, Duitsland.


"Auteursintentie. Een beknopte geschiedenis biedt een nuttige en uitdagende inleiding in het denken over intentionaliteit en auteursintenties in de literatuurstudie. Grüttemeier laat zien welke posities men kan innemen op dit gebied, zonder zich uitdrukkelijk uit te spreken vóór of tegen een van deze posities."
Mark Van Zoggel, Vrije Universiteit Brussel / Huygens ING Den Haag, Spiegel der Letteren 54(2) 267-279

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Depressieve patiënten in het algemeen ziekenhuis. Trainingsmodule voor verpleegkundigen (Quadri Committed Research, nr. 2)

 20,00
Uit onderzoek blijkt dat ongeveer elf procent van alle medische patiënten in een algemeen ziekenhuis een depressie ontwikkelt. Professionele hulpverleners herkennen slechts de helft van die depressieve patiënten. Verpleegkundigen kunnen voor die patiënten een belangrijke rol spelen. Met de patiënt communiceren is daarbij cruciaal. Maar professionele zorgverleners voelen zich vaak onvoldoende getraind om deze taak op zich te nemen.

Deze praktische handleiding is bedoeld voor docenten en trainers die met (student)- verpleegkundigen aan de slag willen rond dit thema. Ze bevat naast praktische voorbeelden ook een dvd met videofragmenten. De oefeningen worden aangevuld met praktische tips. Na de training zullen professionele hulpverleners de symptomen van depressie beter herkennen. Ze zullen ook gemakkelijker met depressieve patiënten durven communiceren. Een eenvoudig gesprek wordt zo onderdeel van de goede zorg voor een depressieve patiënt.

De training werd ontwikkeld en geëvalueerd tijdens een projectmatige wetenschappelijke samenwerking tussen de Katholieke Hogeschool Limburg in Hasselt, LUCAS – Centrum voor zorgonderzoek en consultancy, verbonden aan de K.U.Leuven en het CGG Suïcidepreventiewerking Limburg. LUCAS heeft een specifieke onderzoekslijn gericht naar depressie en suïcide en is verbonden met het ‘European Alliance Against Depression’- netwerk.

Carolien Schalenbourg is psychiatrisch verpleegkundige en onderzoeksmedewerker bij KHLim Quadri, een onderzoekscentrum van de Katholieke Hogeschool Limburg in Hasselt en diensthoofd in het Psychiatrisch Ziekenhuis Sancta Maria in Melveren. Iris De Coster is senior onderzoeker, vormingsdeskundige bij LUCAS en docent patiëntenbegeleiding en -communicatie aan de Hogeschool-Universiteit Brussel. Prof. dr. Chantal Van Audenhove is directeur van LUCAS en buitengewoon hoogleraar aan de Faculteit Geneeskunde van de K.U.Leuven. Deze uitgave is een initiatief van KHLim-Quadri in Hasselt.


Quadri Committed Research:
  • Nr. 1: De psychiatrische verpleegkundige: vakkundig in balans
  • Nr. 2: Depressieve patiënten in het algemeen ziekenhuis
  • Nr. 3: Leerzorgcentrum. Ontwikkeling, implementatie en evaluatie van een opleidingsconcept voor verpleegkundigen
  • Nr. 4: Ethisch leiderschap in de zorg. Verkenning vanuit de zorgethiek
  • Quick View

    Depressieve patiënten in het algemeen ziekenhuis. Trainingsmodule voor verpleegkundigen (Quadri Committed Research, nr. 2)

     20,00
    Uit onderzoek blijkt dat ongeveer elf procent van alle medische patiënten in een algemeen ziekenhuis een depressie ontwikkelt. Professionele hulpverleners herkennen slechts de helft van die depressieve patiënten. Verpleegkundigen kunnen voor die patiënten een belangrijke rol spelen. Met de patiënt communiceren is daarbij cruciaal. Maar professionele zorgverleners voelen zich vaak onvoldoende getraind om deze taak op zich te nemen.

    Deze praktische handleiding is bedoeld voor docenten en trainers die met (student)- verpleegkundigen aan de slag willen rond dit thema. Ze bevat naast praktische voorbeelden ook een dvd met videofragmenten. De oefeningen worden aangevuld met praktische tips. Na de training zullen professionele hulpverleners de symptomen van depressie beter herkennen. Ze zullen ook gemakkelijker met depressieve patiënten durven communiceren. Een eenvoudig gesprek wordt zo onderdeel van de goede zorg voor een depressieve patiënt.

    De training werd ontwikkeld en geëvalueerd tijdens een projectmatige wetenschappelijke samenwerking tussen de Katholieke Hogeschool Limburg in Hasselt, LUCAS – Centrum voor zorgonderzoek en consultancy, verbonden aan de K.U.Leuven en het CGG Suïcidepreventiewerking Limburg. LUCAS heeft een specifieke onderzoekslijn gericht naar depressie en suïcide en is verbonden met het ‘European Alliance Against Depression’- netwerk.

    Carolien Schalenbourg is psychiatrisch verpleegkundige en onderzoeksmedewerker bij KHLim Quadri, een onderzoekscentrum van de Katholieke Hogeschool Limburg in Hasselt en diensthoofd in het Psychiatrisch Ziekenhuis Sancta Maria in Melveren. Iris De Coster is senior onderzoeker, vormingsdeskundige bij LUCAS en docent patiëntenbegeleiding en -communicatie aan de Hogeschool-Universiteit Brussel. Prof. dr. Chantal Van Audenhove is directeur van LUCAS en buitengewoon hoogleraar aan de Faculteit Geneeskunde van de K.U.Leuven. Deze uitgave is een initiatief van KHLim-Quadri in Hasselt.


    Quadri Committed Research:
  • Nr. 1: De psychiatrische verpleegkundige: vakkundig in balans
  • Nr. 2: Depressieve patiënten in het algemeen ziekenhuis
  • Nr. 3: Leerzorgcentrum. Ontwikkeling, implementatie en evaluatie van een opleidingsconcept voor verpleegkundigen
  • Nr. 4: Ethisch leiderschap in de zorg. Verkenning vanuit de zorgethiek
  • Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Dramaqueen of gewoon autisme. Mijn leven voor en na de diagnose (Reeks Ervaringsdeskundigen & Professionals, nr. 7)

     14,60
    Als je als begeleider mag werken met mensen met autisme, dien je op zijn minst een autobiografie te hebben gelezen. Dan pas wordt duidelijk hoe pervasief autisme is. De Dramaqueen is erin geslaagd om een helder persoonlijk verhaal te schrijven dat duidelijk maakt hoe lastig de gewoonste dingen voor mensen met autisme zijn. Het boek is versterkend voor mensen met autisme en geeft inzichten over het handelen van begeleiders. Wonderlijk om te lezen hoe bekende personen in verschillende rollen voor verwarring zorgen. Bijzonder ook dat er tussenstappen nodig zijn om de contacten dan weer te normaliseren, terwijl er vanuit neuro-typisch standpunt niets bijzonders is gebeurd.

    Ook blijkt maar weer dat een gesprek over alledaagse dingen veel belangrijker is zoals vanuit oplossingsgericht werken al wordt betoogd, dan menig begeleider zich realiseert. De strategieën die de auteur beschrijft zijn helder en de hulpmiddelen een aanvulling.

    Het boek is soms een ongelofelijk verhaal. Studenten, begeleiders en mensen met autisme en hun ouders kunnen door het lezen van dit boek, gaan beseffen hoe lastig autisme is voor de persoon zelf en anderen in de omgeving. Ook is het schrijnend hoe openbare instanties voor tegenwerking zorgen.

    Marije van Dongen (°1973) werkte jarenlang als groepsleider en autismebegeleider in de zorg en hulpverlening. Ze is ervaringsdeskundige en ouder-professional (= ze heeft zelf een kind met een autismespectrumstoornis). Marije geeft lezingen en werkt als vrijwilliger mee aan activiteiten en deskundigheidsbevorderingen over autismespectrumstoornissen (ASS).

    Quick View

    Dramaqueen of gewoon autisme. Mijn leven voor en na de diagnose (Reeks Ervaringsdeskundigen & Professionals, nr. 7)

     14,60
    Als je als begeleider mag werken met mensen met autisme, dien je op zijn minst een autobiografie te hebben gelezen. Dan pas wordt duidelijk hoe pervasief autisme is. De Dramaqueen is erin geslaagd om een helder persoonlijk verhaal te schrijven dat duidelijk maakt hoe lastig de gewoonste dingen voor mensen met autisme zijn. Het boek is versterkend voor mensen met autisme en geeft inzichten over het handelen van begeleiders. Wonderlijk om te lezen hoe bekende personen in verschillende rollen voor verwarring zorgen. Bijzonder ook dat er tussenstappen nodig zijn om de contacten dan weer te normaliseren, terwijl er vanuit neuro-typisch standpunt niets bijzonders is gebeurd.

    Ook blijkt maar weer dat een gesprek over alledaagse dingen veel belangrijker is zoals vanuit oplossingsgericht werken al wordt betoogd, dan menig begeleider zich realiseert. De strategieën die de auteur beschrijft zijn helder en de hulpmiddelen een aanvulling.

    Het boek is soms een ongelofelijk verhaal. Studenten, begeleiders en mensen met autisme en hun ouders kunnen door het lezen van dit boek, gaan beseffen hoe lastig autisme is voor de persoon zelf en anderen in de omgeving. Ook is het schrijnend hoe openbare instanties voor tegenwerking zorgen.

    Marije van Dongen (°1973) werkte jarenlang als groepsleider en autismebegeleider in de zorg en hulpverlening. Ze is ervaringsdeskundige en ouder-professional (= ze heeft zelf een kind met een autismespectrumstoornis). Marije geeft lezingen en werkt als vrijwilliger mee aan activiteiten en deskundigheidsbevorderingen over autismespectrumstoornissen (ASS).

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Woorden te kort. Werkboek voor afasie- en andere taalgroepen (met cd-rom)

     44,70
    Taal is niet altijd vanzelfsprekend. Als je afasie hebt of je leert Nederlands als tweede taal kan het moeilijk zijn om te communiceren. In een groepsbehandeling heb je dan bij uitstek de mogelijkheid om je taalvaardigheden te verbeteren. De meerwaarde van een groepsbehandeling is daarbij het lotgenotencontact, het wederzijds begrip, de stimulatie en motivatie.

    Dit boek bevat honderd kant-en-klare werkplannen voor een groepsbehandeling waarin taal centraal staat. De ideeën zijn oorspronkelijk ontwikkeld voor het gebruik in een afasiegroep, maar ze zijn even goed bruikbaar in individuele afasiebehandelingen en in andere taalgroepen, zoals NT2-onderwijs en voortgezet (speciaal) onderwijs.

    De werkbladen behorende bij de werkplannen staan op de bijgevoegde cd-rom, zodat ze gemakkelijk te printen en te gebruiken zijn.

    Renée van Meenen en Fleur van Heijningen zijn beiden logopedist in het Waterlandziekenhuis in Purmerend.

    Quick View

    Woorden te kort. Werkboek voor afasie- en andere taalgroepen (met cd-rom)

     44,70
    Taal is niet altijd vanzelfsprekend. Als je afasie hebt of je leert Nederlands als tweede taal kan het moeilijk zijn om te communiceren. In een groepsbehandeling heb je dan bij uitstek de mogelijkheid om je taalvaardigheden te verbeteren. De meerwaarde van een groepsbehandeling is daarbij het lotgenotencontact, het wederzijds begrip, de stimulatie en motivatie.

    Dit boek bevat honderd kant-en-klare werkplannen voor een groepsbehandeling waarin taal centraal staat. De ideeën zijn oorspronkelijk ontwikkeld voor het gebruik in een afasiegroep, maar ze zijn even goed bruikbaar in individuele afasiebehandelingen en in andere taalgroepen, zoals NT2-onderwijs en voortgezet (speciaal) onderwijs.

    De werkbladen behorende bij de werkplannen staan op de bijgevoegde cd-rom, zodat ze gemakkelijk te printen en te gebruiken zijn.

    Renée van Meenen en Fleur van Heijningen zijn beiden logopedist in het Waterlandziekenhuis in Purmerend.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Samen tot aan de meet. Alternatieven voor zittenblijven

     21,00

    Kinderen die ondermaats presteren op school, krijgen op het einde van het schooljaar vaak het advies om hun jaar over te doen. Maar is zittenblijven wel zinvol? Leermoeilijkheden zijn immers niet de enige reden waarom leerlingen blijven zitten. Heel wat studies tonen aan dat zittenblijven niet altijd een goede remedie is, zeker niet op de lange termijn. Daarom wordt in dit boek gepleit voor scholen waarin alle leerlingen samen overgaan. Om die ononderbroken schoolloopbanen mogelijk te maken, worden er verschillende initiatieven toegelicht die het individuele leerproces van leerlingen kunnen verrijken en versnellen, zonder afbreuk te doen aan de kwaliteit van het onderwijs.

    Dit boek is een inspiratiebron voor schoolleiders, onderwijsondersteuners, leerkrachten en anderen die zoeken naar effectieve ondersteuning van zwakke leerlingen. Het biedt zowel een overzicht van het internationale onderzoek als concrete bouwstenen om op school aan de slag te gaan met alternatieven voor zittenblijven. De beschreven maatregelen zijn in de eerste plaats bedoeld voor het basisonderwijs en de eerste jaren van het secundair onderwijs.

    Goedroen Juchtmans, Heidi Knipprath en Anneloes Vandenbroucke zijn verbonden aan de onderzoeksgroep ‘Onderwijs en Levenslang Leren’ van het HIVA (KU Leuven), Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving.
    Barbara Belfi, Bieke De Fraine en Mieke Goos werken bij het Centrum voor Onderwijseffectiviteit en -Evaluatie van de KU Leuven.
    Bengt Verbeeck is als onderwijsjurist verbonden aan de Vakgroep Publiekrecht van de Universteit Gent.

    Zie ook:
    Samen tot aan de meet. Inspiratieboek 1
    Samen tot aan de meet. Inspiratieboek 2

    "een aanrader voor iedereen die met onderwijs bezig is"
    Caleidoscoop (jr. 24, nr. 5, blz. 39-40)

    Quick View

    Samen tot aan de meet. Alternatieven voor zittenblijven

     21,00

    Kinderen die ondermaats presteren op school, krijgen op het einde van het schooljaar vaak het advies om hun jaar over te doen. Maar is zittenblijven wel zinvol? Leermoeilijkheden zijn immers niet de enige reden waarom leerlingen blijven zitten. Heel wat studies tonen aan dat zittenblijven niet altijd een goede remedie is, zeker niet op de lange termijn. Daarom wordt in dit boek gepleit voor scholen waarin alle leerlingen samen overgaan. Om die ononderbroken schoolloopbanen mogelijk te maken, worden er verschillende initiatieven toegelicht die het individuele leerproces van leerlingen kunnen verrijken en versnellen, zonder afbreuk te doen aan de kwaliteit van het onderwijs.

    Dit boek is een inspiratiebron voor schoolleiders, onderwijsondersteuners, leerkrachten en anderen die zoeken naar effectieve ondersteuning van zwakke leerlingen. Het biedt zowel een overzicht van het internationale onderzoek als concrete bouwstenen om op school aan de slag te gaan met alternatieven voor zittenblijven. De beschreven maatregelen zijn in de eerste plaats bedoeld voor het basisonderwijs en de eerste jaren van het secundair onderwijs.

    Goedroen Juchtmans, Heidi Knipprath en Anneloes Vandenbroucke zijn verbonden aan de onderzoeksgroep ‘Onderwijs en Levenslang Leren’ van het HIVA (KU Leuven), Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving.
    Barbara Belfi, Bieke De Fraine en Mieke Goos werken bij het Centrum voor Onderwijseffectiviteit en -Evaluatie van de KU Leuven.
    Bengt Verbeeck is als onderwijsjurist verbonden aan de Vakgroep Publiekrecht van de Universteit Gent.

    Zie ook:
    Samen tot aan de meet. Inspiratieboek 1
    Samen tot aan de meet. Inspiratieboek 2

    "een aanrader voor iedereen die met onderwijs bezig is"
    Caleidoscoop (jr. 24, nr. 5, blz. 39-40)

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    De ethica van Spinoza (Reeks Omtrent Filosofie nr 1)

     23,60
    Het werk van de Nederlandse filosoof Spinoza staat weer volop in de belangstelling. Niet alleen zijn politieke geschriften, maar ook zijn levenswerk, Ethica, drijft mee op de golf aan hernieuwde belangstelling. Dat is niet verwonderlijk. Het werk vormt immers de grondslag voor een goed begrip van Spinoza’s ander werk. Ethica zelf begrijpen is echter geen sinecure. In die wetenschap schreef de auteur met dit boek een commentaar op Spinoza’s hoofdwerk, die de lezer een houvast biedt om Spinoza’s ethische denken te begrijpen.

    Naast een commentaar biedt het boek onvermijdelijk ook een interpretatie. De auteur houdt daarbij rekening met het onderzoek van De Dijn en Bartuschat en gaat met hen en met Spinoza uitgebreid in discussie.

    Herman Berger is emeritus-hoogleraar systematische wijsbegeerte aan de Theologische Faculteit Tilburg en aan de Faculteit Wijsbegeerte van de Universiteit van Tilburg.

    In de media:
    Recensie in Civis Mundi - Tijdschrift voor Politieke Filosofie en Cultuur

    Reeks Omtrent Filosofie:

    1. De ethica van Spinoza
    2. Afrika en China in dialoog
    3. Kracht van wet. Het mystieke fundament van het gezag
    4. Een goddelijk humanisme. Sartres minachting voor de menselijke werkelijkheid
    5. Hegels godsdienstfilosofie en de monotheïstische religies. Een actuele confrontatie
    6. Filosofie van het verstaan. Een dialoog

    Quick View

    De ethica van Spinoza (Reeks Omtrent Filosofie nr 1)

     23,60
    Het werk van de Nederlandse filosoof Spinoza staat weer volop in de belangstelling. Niet alleen zijn politieke geschriften, maar ook zijn levenswerk, Ethica, drijft mee op de golf aan hernieuwde belangstelling. Dat is niet verwonderlijk. Het werk vormt immers de grondslag voor een goed begrip van Spinoza’s ander werk. Ethica zelf begrijpen is echter geen sinecure. In die wetenschap schreef de auteur met dit boek een commentaar op Spinoza’s hoofdwerk, die de lezer een houvast biedt om Spinoza’s ethische denken te begrijpen.

    Naast een commentaar biedt het boek onvermijdelijk ook een interpretatie. De auteur houdt daarbij rekening met het onderzoek van De Dijn en Bartuschat en gaat met hen en met Spinoza uitgebreid in discussie.

    Herman Berger is emeritus-hoogleraar systematische wijsbegeerte aan de Theologische Faculteit Tilburg en aan de Faculteit Wijsbegeerte van de Universiteit van Tilburg.

    In de media:
    Recensie in Civis Mundi - Tijdschrift voor Politieke Filosofie en Cultuur

    Reeks Omtrent Filosofie:

    1. De ethica van Spinoza
    2. Afrika en China in dialoog
    3. Kracht van wet. Het mystieke fundament van het gezag
    4. Een goddelijk humanisme. Sartres minachting voor de menselijke werkelijkheid
    5. Hegels godsdienstfilosofie en de monotheïstische religies. Een actuele confrontatie
    6. Filosofie van het verstaan. Een dialoog

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Kristallen van samenwerken

     32,40
    Herken je dit? Je zit op een verjaardag en vraagt aan een kennis ‘Hoe gaat het op je werk?’ Na een eerste schoorvoetend ‘Best wel goed’, komt het verhaal op gang en gaat het al snel over waarom collega’s toch altijd zo moeilijk doen. ‘Die zijn alleen maar met hun eigen ding bezig en samenwerken, ho maar…’. ‘Dat andere team houdt echt geen rekening met ons, terwijl we toch afhankelijk van elkaar zijn’.

    De wereld is zo complex geworden, dat het bijna onmogelijk is om iets helemaal alleen tot stand te brengen. We hebben voortdurend de hulp van anderen nodig om ons doel te realiseren. Dat betekent samenwerken. Toch schiet dat er om allerlei redenen vaak bij in, onder andere omdat de druk om resultaten te behalen erg groot is. Dat moet en dat kan anders. Want ‘samen’ leidt tot verrassende resultaten!

    In dit boek laten Guus Scholten, Chris Kempen en Wijnand van Lieshout zien hoe dat anders kan. Zij vertellen hoe je door bewuste samenwerking met jezelf, de omgeving en anderen het verschil kunt maken. Hoe je met de ‘kristallen van samenwerken’ in Deel III een andere dimensie in je denken opent. Hoe je met nieuwe mogelijkheden en simpele oplossingen de bereidheid tot samenwerking kunt vergroten.

    Dit is een boek van ervaringen en verhalen over succes en falen (Deel I) en over hoe samenwerken in de praktijk werkt (Deel II). Aan het eind van het boek (Deel III) vind je de bouwstenen om de eigen samenwerking vorm te geven; de bouwstenen noemen we de ‘kristallen van samenwerken’: twaalf actieve handelingen om de samenwerking te verbeteren. Een mindmap met facetten van samenwerken, gekoppeld aan genummerde passages vind je achteraan in het boek en in de achterflap.
    Ook al is het een boek vol met verhalen, je hoeft het boek niet per se integraal te lezen. Je kunt willekeurig ergens beginnen en de rijke informatie tot je nemen.
    Het boek biedt handvatten en oplossingen voor organisaties, coaches, managers en leidinggevenden, maar ook voor elk andere geïnteresseerde. Het boek geeft aan iedereen duidelijke inzichten in de processen van samenwerken, hoe samenwerken in de praktijk werkt. Dit inzicht helpt om samenwerken naar een hoger plan te tillen.

    Quick View

    Kristallen van samenwerken

     32,40
    Herken je dit? Je zit op een verjaardag en vraagt aan een kennis ‘Hoe gaat het op je werk?’ Na een eerste schoorvoetend ‘Best wel goed’, komt het verhaal op gang en gaat het al snel over waarom collega’s toch altijd zo moeilijk doen. ‘Die zijn alleen maar met hun eigen ding bezig en samenwerken, ho maar…’. ‘Dat andere team houdt echt geen rekening met ons, terwijl we toch afhankelijk van elkaar zijn’.

    De wereld is zo complex geworden, dat het bijna onmogelijk is om iets helemaal alleen tot stand te brengen. We hebben voortdurend de hulp van anderen nodig om ons doel te realiseren. Dat betekent samenwerken. Toch schiet dat er om allerlei redenen vaak bij in, onder andere omdat de druk om resultaten te behalen erg groot is. Dat moet en dat kan anders. Want ‘samen’ leidt tot verrassende resultaten!

    In dit boek laten Guus Scholten, Chris Kempen en Wijnand van Lieshout zien hoe dat anders kan. Zij vertellen hoe je door bewuste samenwerking met jezelf, de omgeving en anderen het verschil kunt maken. Hoe je met de ‘kristallen van samenwerken’ in Deel III een andere dimensie in je denken opent. Hoe je met nieuwe mogelijkheden en simpele oplossingen de bereidheid tot samenwerking kunt vergroten.

    Dit is een boek van ervaringen en verhalen over succes en falen (Deel I) en over hoe samenwerken in de praktijk werkt (Deel II). Aan het eind van het boek (Deel III) vind je de bouwstenen om de eigen samenwerking vorm te geven; de bouwstenen noemen we de ‘kristallen van samenwerken’: twaalf actieve handelingen om de samenwerking te verbeteren. Een mindmap met facetten van samenwerken, gekoppeld aan genummerde passages vind je achteraan in het boek en in de achterflap.
    Ook al is het een boek vol met verhalen, je hoeft het boek niet per se integraal te lezen. Je kunt willekeurig ergens beginnen en de rijke informatie tot je nemen.
    Het boek biedt handvatten en oplossingen voor organisaties, coaches, managers en leidinggevenden, maar ook voor elk andere geïnteresseerde. Het boek geeft aan iedereen duidelijke inzichten in de processen van samenwerken, hoe samenwerken in de praktijk werkt. Dit inzicht helpt om samenwerken naar een hoger plan te tillen.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Het fort van Breendonk. Over oorlog, mensenrechten, herinnering

     24,90
    In de herfst van 1940 werd het fort van Breendonk door de nazi’s omgevormd tot een kamp voor gevangenen uit België en het noorden van Frankrijk. De eerste gevangenen waren vooral joden afkomstig uit Midden-Europa, die spoedig het gezelschap kregen van Belgische politieke gevangenen. Men schat dat iets meer dan 3.500 personen kennisgemaakt hebben met de hel van Breendonk.

    Breendonk, dat vandaag de dag een Nationaal Gedenkteken vormt, is een onvervangbare getuige van het systeem van de naziconcentratiekampen. Iedere dag weer stoppen er heel wat bussen met bezoekers, vaak scholieren, voor de ingang van het fort. Na het bezoek, bij het verlaten van het fort, is er bij ieder mens maar één gedachte mogelijk: “Dit nooit meer!”.

    Dit boek gaat in op de betekenis van kampen zoals Breendonk op de hedendaagse samenleving. Het komt daarbij tot de vaststelling dat een democratie nooit uit het oog mag verliezen dat waarden zoals vrijheid, tolerantie en respect nooit definitief verworven zijn. Een voortdurende waakzaamheid blijft geboden.

    Carl Ceulemans is docent aan het Departement Gedragswetenschappen – Leerstoel Filosofie van de Koninklijke Militaire School. Jean-Michel Sterkendries is hoogleraar aan het Departement Conflictstudies – Leerstoel Geschiedenis van de Koninklijke Militaire School.

    In de media:
    Bijdragen tot de eigentijdse geschiedenis - nr. 23

    Quick View

    Het fort van Breendonk. Over oorlog, mensenrechten, herinnering

     24,90
    In de herfst van 1940 werd het fort van Breendonk door de nazi’s omgevormd tot een kamp voor gevangenen uit België en het noorden van Frankrijk. De eerste gevangenen waren vooral joden afkomstig uit Midden-Europa, die spoedig het gezelschap kregen van Belgische politieke gevangenen. Men schat dat iets meer dan 3.500 personen kennisgemaakt hebben met de hel van Breendonk.

    Breendonk, dat vandaag de dag een Nationaal Gedenkteken vormt, is een onvervangbare getuige van het systeem van de naziconcentratiekampen. Iedere dag weer stoppen er heel wat bussen met bezoekers, vaak scholieren, voor de ingang van het fort. Na het bezoek, bij het verlaten van het fort, is er bij ieder mens maar één gedachte mogelijk: “Dit nooit meer!”.

    Dit boek gaat in op de betekenis van kampen zoals Breendonk op de hedendaagse samenleving. Het komt daarbij tot de vaststelling dat een democratie nooit uit het oog mag verliezen dat waarden zoals vrijheid, tolerantie en respect nooit definitief verworven zijn. Een voortdurende waakzaamheid blijft geboden.

    Carl Ceulemans is docent aan het Departement Gedragswetenschappen – Leerstoel Filosofie van de Koninklijke Militaire School. Jean-Michel Sterkendries is hoogleraar aan het Departement Conflictstudies – Leerstoel Geschiedenis van de Koninklijke Militaire School.

    In de media:
    Bijdragen tot de eigentijdse geschiedenis - nr. 23

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Tien keer beter! 3 Verbeteren van onderwijspraktijk door onderzoek (Reeks Praktijk in Onderzoek, nr. 6)

     19,90
    Met de invoering van de bachelor-masterstructuur heeft het praktijkgericht onderzoek aan Nederlandse hogescholen een grote vlucht genomen. Een belangrijke reden daarvoor is dat aan onderzoek door professionals zelf belangrijke effecten worden toegedicht. Praktijkgericht onderzoek kan bijdragen aan verbeteringen in de klas, onderdeel zijn van een grotere veranderingsstrategie in de school, statusverhogend werken voor het beroep, de kennisbasis van het onderwijs versterken, de effectiviteit van nieuw beleid vergroten en een motor zijn voor professionele ontwikkeling (Sachs, 1999; Pine, 2009). In 2010 studeerden er weer zo’n 1500 Master SEN-studenten (Special Educational Needs) af aan het Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg van Fontys Hogescholen. Tien Meesterstukken (onderzoeksverslagen) werden genomineerd voor de Onderzoeksprijs. Deze tien publiceren in dit boek elk een beeldend verslag van hun onderzoekswerk. De jury heeft in een eigen onderzoek getracht een beeld te vormen over de relatie tussen het doen van onderzoek en de professionele ontwikkeling van studenten tijdens hun opleiding. Het is juist die professionele ontwikkeling die een duurzame bijdrage aan beter onderwijs en voortdurende onderwijsontwikkeling kan leveren. Goed onderwijs kan altijd beter. Het is een levenslange speurtocht, die je niet uitsluitend intuïtief doet, maar planmatig, reflectief en in overleg met collega’s.

    Kete Kervezee (voorzitter PO-raad) over de Master SEN:
    “Deze kwaliteitsimpuls is nodig voor alle geledingen binnen het onderwijs: de leraar, de schoolleider en het schoolbestuur. Resultaatgericht werken lukt alleen met professionals, die voldoende basisscholing hebben en bereid zijn om dagelijks bij te leren van collega’s en van specialisten.”

    Quick View

    Tien keer beter! 3 Verbeteren van onderwijspraktijk door onderzoek (Reeks Praktijk in Onderzoek, nr. 6)

     19,90
    Met de invoering van de bachelor-masterstructuur heeft het praktijkgericht onderzoek aan Nederlandse hogescholen een grote vlucht genomen. Een belangrijke reden daarvoor is dat aan onderzoek door professionals zelf belangrijke effecten worden toegedicht. Praktijkgericht onderzoek kan bijdragen aan verbeteringen in de klas, onderdeel zijn van een grotere veranderingsstrategie in de school, statusverhogend werken voor het beroep, de kennisbasis van het onderwijs versterken, de effectiviteit van nieuw beleid vergroten en een motor zijn voor professionele ontwikkeling (Sachs, 1999; Pine, 2009). In 2010 studeerden er weer zo’n 1500 Master SEN-studenten (Special Educational Needs) af aan het Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg van Fontys Hogescholen. Tien Meesterstukken (onderzoeksverslagen) werden genomineerd voor de Onderzoeksprijs. Deze tien publiceren in dit boek elk een beeldend verslag van hun onderzoekswerk. De jury heeft in een eigen onderzoek getracht een beeld te vormen over de relatie tussen het doen van onderzoek en de professionele ontwikkeling van studenten tijdens hun opleiding. Het is juist die professionele ontwikkeling die een duurzame bijdrage aan beter onderwijs en voortdurende onderwijsontwikkeling kan leveren. Goed onderwijs kan altijd beter. Het is een levenslange speurtocht, die je niet uitsluitend intuïtief doet, maar planmatig, reflectief en in overleg met collega’s.

    Kete Kervezee (voorzitter PO-raad) over de Master SEN:
    “Deze kwaliteitsimpuls is nodig voor alle geledingen binnen het onderwijs: de leraar, de schoolleider en het schoolbestuur. Resultaatgericht werken lukt alleen met professionals, die voldoende basisscholing hebben en bereid zijn om dagelijks bij te leren van collega’s en van specialisten.”

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Actie-onderzoek door docenten: uitvoering en begeleiding in theorie en praktijk – 2de licht gewijzigde uitgave

     33,00
    Het werk van docenten (en begeleiders, coördinatoren, schoolleiders) bestaat voor een groot deel uit het beoordelen van steeds wisselende situaties en het beslissen hoe in die situaties vervolgens te handelen. Via actieonderzoek kunnen docenten het beoordelen en handelen professionaliseren. Daarmee sluit actieonderzoek aan bij de ontwikkeling naar praktijkgeoriënteerde scholing van (aanstaande) docenten. De vraag is hoe docenten actieonderzoek leren uitvoeren en hoe ze daarbij begeleid kunnen worden. Deze vragen staan centraal in de studie van Petra Ponte.

    Zij bespreekt uitgebreid de literatuur over actieonderzoek in relatie tot literatuur over de ontwikkeling van professionele kennis. Nederlandse en buitenlandse ervaringen illustreren de theorie. Via een casestudie in zes scholen voor voortgezet onderwijs laat zij vervolgens zien dat zowel het leren uitvoeren als het leren begeleiden van actieonderzoek complex maar succesvol kan zijn. De complexiteit zit niet zozeer in de procedurele uitvoering van actieonderzoek op zich, maar in het gegeven dat docenten langzamerhand verschillende handelingen tegelijkertijd eigen moeten maken, handelingen waar zij niet aan gewend zijn. Bovendien maken zij een aantal ontwikkelingen door in hun professionele oriëntaties. Begeleiders zijn succesvoller naarmate zij docenten al doende, ter plekke en bij herhaling steun bieden.

    Met haar publicatie maakt Petra Ponte een internationale trend toegankelijk voor de Nederlandse situatie. Hiermee levert zij een belangrijke bijdrage aan de professionalisering van zowel het beroep van docenten als het beroep van opleiders en begeleiders.

    Quick View

    Actie-onderzoek door docenten: uitvoering en begeleiding in theorie en praktijk – 2de licht gewijzigde uitgave

     33,00
    Het werk van docenten (en begeleiders, coördinatoren, schoolleiders) bestaat voor een groot deel uit het beoordelen van steeds wisselende situaties en het beslissen hoe in die situaties vervolgens te handelen. Via actieonderzoek kunnen docenten het beoordelen en handelen professionaliseren. Daarmee sluit actieonderzoek aan bij de ontwikkeling naar praktijkgeoriënteerde scholing van (aanstaande) docenten. De vraag is hoe docenten actieonderzoek leren uitvoeren en hoe ze daarbij begeleid kunnen worden. Deze vragen staan centraal in de studie van Petra Ponte.

    Zij bespreekt uitgebreid de literatuur over actieonderzoek in relatie tot literatuur over de ontwikkeling van professionele kennis. Nederlandse en buitenlandse ervaringen illustreren de theorie. Via een casestudie in zes scholen voor voortgezet onderwijs laat zij vervolgens zien dat zowel het leren uitvoeren als het leren begeleiden van actieonderzoek complex maar succesvol kan zijn. De complexiteit zit niet zozeer in de procedurele uitvoering van actieonderzoek op zich, maar in het gegeven dat docenten langzamerhand verschillende handelingen tegelijkertijd eigen moeten maken, handelingen waar zij niet aan gewend zijn. Bovendien maken zij een aantal ontwikkelingen door in hun professionele oriëntaties. Begeleiders zijn succesvoller naarmate zij docenten al doende, ter plekke en bij herhaling steun bieden.

    Met haar publicatie maakt Petra Ponte een internationale trend toegankelijk voor de Nederlandse situatie. Hiermee levert zij een belangrijke bijdrage aan de professionalisering van zowel het beroep van docenten als het beroep van opleiders en begeleiders.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Psychoanalyse en neurowetenschap. De geest in de machine (Psychoanalytisch Actueel, nr. 14)

     30,40
    Een actuele psychoanalyse dient zich te verhouden tegenover eigentijdse wetenschappelijke, maatschappelijke en culturele ontwikkelingen. Zo maakten bijvoorbeeld de neurowetenschappen de voorbije decennia grote sprongen voorwaarts. Eindelijk kan worden aangetoond dat structuur èn werking van de hersenen door omgevingsfactoren waaronder psychotherapie worden beïnvloed. Dankzij diverse technologieën kunnen niet alleen de anatomie, maar ook de werking van de hersenen gevisualiseerd worden. Voordeel is dat de per definitie verborgen en/of onzichtbare wereld van het psychische, van gedachten, gevoelens en fantasieën hierdoor wat meer ‘hard’ kan worden gemaakt.

    Er zijn wel nog vele vragen. Is het vandaag nog mogelijk kwesties van geheugen, bewustzijn en onbewuste processen los van hun fysiologisch correlaat te onderzoeken? Kunnen de neurowetenschappen theorieën over ontwikkeling, mentale structuur en functie, psychopathologie en behandeling helpen valideren? Kunnen verschillende metapsychologische stromingen aan neurowetenschappelijke bevindingen worden gecorreleerd of leiden ze tot tegenstrijdige gegevens? Zou de recente discipline van de neuropsychoanalyse een overkoepelende theorie kunnen leveren, waarin inzichten uit de neurowetenschappen worden geïntegreerd met een psychoanalytische aandacht voor de subjectieve ervaring?

    Ariane Bazan is psychoanalytica, doctor in de biologie en in de psychologie en professor klinische psychologie aan de Université Libre de Bruxelles. Mark Kinet is psychiater, (klinisch) psychotherapeut en psychoanalyticus. Hij is coördinator van de reeks ‘Psychoanalytisch Actueel’.

    Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.

    Quick View

    Psychoanalyse en neurowetenschap. De geest in de machine (Psychoanalytisch Actueel, nr. 14)

     30,40
    Een actuele psychoanalyse dient zich te verhouden tegenover eigentijdse wetenschappelijke, maatschappelijke en culturele ontwikkelingen. Zo maakten bijvoorbeeld de neurowetenschappen de voorbije decennia grote sprongen voorwaarts. Eindelijk kan worden aangetoond dat structuur èn werking van de hersenen door omgevingsfactoren waaronder psychotherapie worden beïnvloed. Dankzij diverse technologieën kunnen niet alleen de anatomie, maar ook de werking van de hersenen gevisualiseerd worden. Voordeel is dat de per definitie verborgen en/of onzichtbare wereld van het psychische, van gedachten, gevoelens en fantasieën hierdoor wat meer ‘hard’ kan worden gemaakt.

    Er zijn wel nog vele vragen. Is het vandaag nog mogelijk kwesties van geheugen, bewustzijn en onbewuste processen los van hun fysiologisch correlaat te onderzoeken? Kunnen de neurowetenschappen theorieën over ontwikkeling, mentale structuur en functie, psychopathologie en behandeling helpen valideren? Kunnen verschillende metapsychologische stromingen aan neurowetenschappelijke bevindingen worden gecorreleerd of leiden ze tot tegenstrijdige gegevens? Zou de recente discipline van de neuropsychoanalyse een overkoepelende theorie kunnen leveren, waarin inzichten uit de neurowetenschappen worden geïntegreerd met een psychoanalytische aandacht voor de subjectieve ervaring?

    Ariane Bazan is psychoanalytica, doctor in de biologie en in de psychologie en professor klinische psychologie aan de Université Libre de Bruxelles. Mark Kinet is psychiater, (klinisch) psychotherapeut en psychoanalyticus. Hij is coördinator van de reeks ‘Psychoanalytisch Actueel’.

    Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Dingske-Handleiding bij het beeldboek

     11,00
    Bij jezelf of bij iemand in je nabije omgeving vaststellen dat gewone dagelijkse dingen niet meer lukken roept emotie, vragen en weerstand op. Dit geldt des te meer wanneer het vermoeden rijst dat het om dementie gaat. In de periode vóór en na de diagnose is het niet alleen belangrijk dat men toegang heeft tot de juiste informatie, maar ook dat men wordt gerustgesteld of een goed gesprek kan voeren. Het beeldboek Dingske bundelt sobere en kunstzinnige illustraties over dementie voor volwassenen en kinderen. Dingske vertelt in beelden over dementie: het geeft informatie, en het helpt om op verhaal te komen. Het boek is ontworpen voor volwassenen en kinderen die over dementie in gesprek willen gaan.

    Deze bijhorende Handleiding is vooral bedoeld voor ondersteuners van mensen met een verstandelijke beperking. De stijgende levensverwachting van personen met een verstandelijke beperking in het algemeen en mensen met downsyndroom in het bijzonder, zorgt voor een sterke stijging van het aantal mensen met dementie. Dementie brengt nieuwe uitdagingen en vragen met zich mee voor de hulpverleners, familieleden en de persoon met een beperking zelf. Om hiermee om te gaan is het belangrijk om in een sfeer van open communicatie inzicht te krijgen in wat er precies aan de hand is en wat de toekomst zal brengen. De Handleiding geeft tips en mogelijkheden om het beeldboek ‘op maat’ van personen met een verstandelijke beperking te gebruiken als instrument om hen over het thema ‘dementie’ te informeren en hierover met hen in dialoog te gaan. Ze kan ook ouders, familieleden, leerkrachten en artsen inspireren om dit beeldboek in te zetten in de communicatie over dementie. Sofie Sergeant is orthopedagoge en educatief medewerker bij Vormingscentrum Handicum.

    Patrick Verhaest is psycholoog en wetenschappelijk medewerker bij het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen.

    Quick View

    Dingske-Handleiding bij het beeldboek

     11,00
    Bij jezelf of bij iemand in je nabije omgeving vaststellen dat gewone dagelijkse dingen niet meer lukken roept emotie, vragen en weerstand op. Dit geldt des te meer wanneer het vermoeden rijst dat het om dementie gaat. In de periode vóór en na de diagnose is het niet alleen belangrijk dat men toegang heeft tot de juiste informatie, maar ook dat men wordt gerustgesteld of een goed gesprek kan voeren. Het beeldboek Dingske bundelt sobere en kunstzinnige illustraties over dementie voor volwassenen en kinderen. Dingske vertelt in beelden over dementie: het geeft informatie, en het helpt om op verhaal te komen. Het boek is ontworpen voor volwassenen en kinderen die over dementie in gesprek willen gaan.

    Deze bijhorende Handleiding is vooral bedoeld voor ondersteuners van mensen met een verstandelijke beperking. De stijgende levensverwachting van personen met een verstandelijke beperking in het algemeen en mensen met downsyndroom in het bijzonder, zorgt voor een sterke stijging van het aantal mensen met dementie. Dementie brengt nieuwe uitdagingen en vragen met zich mee voor de hulpverleners, familieleden en de persoon met een beperking zelf. Om hiermee om te gaan is het belangrijk om in een sfeer van open communicatie inzicht te krijgen in wat er precies aan de hand is en wat de toekomst zal brengen. De Handleiding geeft tips en mogelijkheden om het beeldboek ‘op maat’ van personen met een verstandelijke beperking te gebruiken als instrument om hen over het thema ‘dementie’ te informeren en hierover met hen in dialoog te gaan. Ze kan ook ouders, familieleden, leerkrachten en artsen inspireren om dit beeldboek in te zetten in de communicatie over dementie. Sofie Sergeant is orthopedagoge en educatief medewerker bij Vormingscentrum Handicum.

    Patrick Verhaest is psycholoog en wetenschappelijk medewerker bij het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Geen voorraad
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Autonomie. Hoe word ik een persoonlijkheid in een turbulente wereld?

     23,00
    De wereld heeft op zijn fundamenten geschud. De kredietcrisis heeft laten zien hoe het financieel-economische bouwwerk als dominostenen om kan vallen. De aantasting van de natuur confronteert de mens met verregaande consequenties, die nauwelijks te overzien zijn. Men heeft nu de mond vol over politieke, financiële, economische en technische maatregelen, over het aan banden leggen van hedge funds, drempels in de weg en rekeningrijden om files te beheersen, spaarlampen en zonnepanelen om het energieverbruik te verminderen.

    Maar dit boek richt zich op de individuele mens, hoe hij anders kan leven, gelukkig kan zijn en daardoor economische rampen en milieurampen kan voorkomen. Het gaat over autonome zelfbepaling en inspireert het individu om een levenskunst te ontwikkelen die leidt tot duurzaam geluk en zingeving in leven en werken, individueel en sociaal, onafhankelijk van overmatige productie en consumptie. Als we over het vermogen beschikken om onze waarneming te verdiepen, hebben we in ons leven minder nodig om gelukkig te zijn.

    Het boek is kritisch, prikkelend en uitdagend en zet mensen aan het denken. Het is geschreven tegen de achtergrond van de filosofie van de levenskunst en positieve psychologie, met een stimulans om die in het dagelijkse leven toe te passen.

    Henk Smeijsters studeerde piano bij Jean Antonietti, sociale pedagogiek, andragogiek en muziekwetenschap aan de toenmalige Katholieke Universiteit Nijmegen, waar hij ook promoveerde. Hij was docent muziekpsychologie, muziektherapie, creatieve therapie en onderzoeker aan deze universiteit en aan verscheidene hogescholen. Sinds 2003 is hij lector van KenVaK Kenniskring Kennisontwikkeling Vaktherapieën van de Hogeschool Zuyd, Hogeschool Utrecht, ArtEZ-Hogeschool en de Stenden-Hogeschool. Daarnaast is hij hoofdopleider van de Master of Arts Therapies van de Hogeschool Zuyd en co-promotor van diverse universitaire promoties op het terrein van de vaktherapie. Hij publiceerde veelvuldig in binnen- en buitenland.

    In de media:

    "Het is een boek waar velen inspiratie en kracht zullen uithalen."

    Caleidoscoop (jrg. 25, nr. 2, blz. 42)

    Geen voorraad
    Quick View

    Autonomie. Hoe word ik een persoonlijkheid in een turbulente wereld?

     23,00
    De wereld heeft op zijn fundamenten geschud. De kredietcrisis heeft laten zien hoe het financieel-economische bouwwerk als dominostenen om kan vallen. De aantasting van de natuur confronteert de mens met verregaande consequenties, die nauwelijks te overzien zijn. Men heeft nu de mond vol over politieke, financiële, economische en technische maatregelen, over het aan banden leggen van hedge funds, drempels in de weg en rekeningrijden om files te beheersen, spaarlampen en zonnepanelen om het energieverbruik te verminderen.

    Maar dit boek richt zich op de individuele mens, hoe hij anders kan leven, gelukkig kan zijn en daardoor economische rampen en milieurampen kan voorkomen. Het gaat over autonome zelfbepaling en inspireert het individu om een levenskunst te ontwikkelen die leidt tot duurzaam geluk en zingeving in leven en werken, individueel en sociaal, onafhankelijk van overmatige productie en consumptie. Als we over het vermogen beschikken om onze waarneming te verdiepen, hebben we in ons leven minder nodig om gelukkig te zijn.

    Het boek is kritisch, prikkelend en uitdagend en zet mensen aan het denken. Het is geschreven tegen de achtergrond van de filosofie van de levenskunst en positieve psychologie, met een stimulans om die in het dagelijkse leven toe te passen.

    Henk Smeijsters studeerde piano bij Jean Antonietti, sociale pedagogiek, andragogiek en muziekwetenschap aan de toenmalige Katholieke Universiteit Nijmegen, waar hij ook promoveerde. Hij was docent muziekpsychologie, muziektherapie, creatieve therapie en onderzoeker aan deze universiteit en aan verscheidene hogescholen. Sinds 2003 is hij lector van KenVaK Kenniskring Kennisontwikkeling Vaktherapieën van de Hogeschool Zuyd, Hogeschool Utrecht, ArtEZ-Hogeschool en de Stenden-Hogeschool. Daarnaast is hij hoofdopleider van de Master of Arts Therapies van de Hogeschool Zuyd en co-promotor van diverse universitaire promoties op het terrein van de vaktherapie. Hij publiceerde veelvuldig in binnen- en buitenland.

    In de media:

    "Het is een boek waar velen inspiratie en kracht zullen uithalen."

    Caleidoscoop (jrg. 25, nr. 2, blz. 42)

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Spreken, zwijgen, … schrijven. Psychoanalyse en taal (Reeks Psychoanalyse en cultuur, nr. 1)

     18,00
    “Het onbewuste is gestructureerd als taal”, aldus een fameuze frase van Jacques Lacan. Geen wonder dat het spreken een voorname rol speelt binnen de psychoanalyse. Maar de analyticus is minstens zo geïnteresseerd in wat tussen de regels niet gezegd wordt en waar de tekst hapert. Het primaat ligt bij de betekenaar, bij het ‘zeggen op zich’, en niet bij de betekenis. Om die reden heeft de psychoanalyse een sterk gevoel voor taal ontwikkeld – voor woordspelingen, voor ritme, voor stijl, kortom, voor het literair boetseren van taal. Deze essaybundel gaat in op alle aspecten van de psychoanalyse die te maken hebben met taal en geeft een overzicht van de meest recente inzichten in dit domein.

    Peter Verstraten is universitair docent Intermediale Literatuurwetenschap in Leiden. Marc De Kesel is lector Filosofie aan de Arteveldehogeschool te Gent en senior onderzoeker aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Sjef Houppermans is universitair hoofddocent moderne Franse Letterkunde aan de Universiteit Leiden.

    "Alle bijdragen zijn zeer de moeite waard gelezen te worden en zet de lezer aan het denken"
    MGv (jrg. 68, nr. 4, blz. 190)


    Reeks: Psychoanalyse en Cultuur
    Nr. 1: Spreken, zwijgen, ... schrijven. Psychoanalyse en taal
    P. Verstraten, M. De Kesel & S. Houppermans (Red.)

    Nr. 2: Het nieuwe onbehagen in de cultuur
    M. Kinet, M. De Kesel & S. Houppermans (Red.)

    Nr. 3: De bedrieger bedrogen
    S. Houppermans, M. Kinet & M. De Kesel(Red.)

    Nr. 4: For your pleasure? Psychoanalyse over esthetisch genot.
    Mark Kinet, Marc De Kesel & Sjef Houppermans (Red.)



    Voor de publicaties sinds 1990 zie www.stichtingpsychoanalyseencultuur.eu

    Quick View

    Spreken, zwijgen, … schrijven. Psychoanalyse en taal (Reeks Psychoanalyse en cultuur, nr. 1)

     18,00
    “Het onbewuste is gestructureerd als taal”, aldus een fameuze frase van Jacques Lacan. Geen wonder dat het spreken een voorname rol speelt binnen de psychoanalyse. Maar de analyticus is minstens zo geïnteresseerd in wat tussen de regels niet gezegd wordt en waar de tekst hapert. Het primaat ligt bij de betekenaar, bij het ‘zeggen op zich’, en niet bij de betekenis. Om die reden heeft de psychoanalyse een sterk gevoel voor taal ontwikkeld – voor woordspelingen, voor ritme, voor stijl, kortom, voor het literair boetseren van taal. Deze essaybundel gaat in op alle aspecten van de psychoanalyse die te maken hebben met taal en geeft een overzicht van de meest recente inzichten in dit domein.

    Peter Verstraten is universitair docent Intermediale Literatuurwetenschap in Leiden. Marc De Kesel is lector Filosofie aan de Arteveldehogeschool te Gent en senior onderzoeker aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Sjef Houppermans is universitair hoofddocent moderne Franse Letterkunde aan de Universiteit Leiden.

    "Alle bijdragen zijn zeer de moeite waard gelezen te worden en zet de lezer aan het denken"
    MGv (jrg. 68, nr. 4, blz. 190)


    Reeks: Psychoanalyse en Cultuur
    Nr. 1: Spreken, zwijgen, ... schrijven. Psychoanalyse en taal
    P. Verstraten, M. De Kesel & S. Houppermans (Red.)

    Nr. 2: Het nieuwe onbehagen in de cultuur
    M. Kinet, M. De Kesel & S. Houppermans (Red.)

    Nr. 3: De bedrieger bedrogen
    S. Houppermans, M. Kinet & M. De Kesel(Red.)

    Nr. 4: For your pleasure? Psychoanalyse over esthetisch genot.
    Mark Kinet, Marc De Kesel & Sjef Houppermans (Red.)



    Voor de publicaties sinds 1990 zie www.stichtingpsychoanalyseencultuur.eu

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Scholen voor burgerschap. Naar een kennisbasis voor burgerschapsonderwijs

     34,90
    Sinds 2006 zijn scholen wettelijk verplicht aandacht te besteden aan actief burgerschap en sociale integratie. Voor het onderwijs is het versterken van burgerschap van leerlingen niet nieuw. Scholen geven daar al lange tijd en op allerlei manieren vorm aan. Denk bijvoorbeeld aan sociale en morele vorming, aan maatschappijleer, levensbeschouwelijke vorming, mensenrechteneducatie, intercultureel onderwijs en aan de maatschappelijke stage. Er zijn veel manieren waarop scholen de opdracht tot bevordering van burgerschap en integratie kunnen invullen. Er is niet één manier de beste of voor alle situaties geschikt. Scholen geven zelf inhoud aan burgerschap en aan wat het onderwijs leerlingen zou moeten leren. Ze houden daarbij rekening met de lokale omgeving, de samenstelling van de leerlingenpopulatie, de wensen van ouders/ verzorgers en de levensbeschouwelijke uitgangspunten van de school.

    Dit boek gaat in op de vraag wat scholen jongeren aan burgerschap willen leren, welk beleid ze daartoe ontwikkelen, welke pedagogischdidactische strategieën ze hanteren, en wat in de praktijk effectief is gebleken. Scholen voor burgerschap bundelt de kennis over het werken aan burgerschapsvorming in het Nederlandse onderwijs, en plaatst deze in internationaal perspectief.

    De bijdragen in dit boek komen in belangrijke mate voort uit het werk van de Alliantie Burgerschap.

    Jules Peschar is emeritus hoogleraar onderwijssociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij was jarenlang betrokken bij de ontwikkeling van internationale onderwijsindicatoren, ondermeer op het terrein van cross-curriculaire competenties.
    Hans Hooghoff is als manager unit Maatschappelijke Thema’s verbonden aan SLO, het nationaal expertiescentrum voor leerplanontwikkeling.
    Anne Bert Dijkstra is verbonden aan de Inspectie van het Onderwijs en geeft daar leiding aan programma’s op het terrein van burgerschap, sociale veiligheid en sociale opbrengsten van onderwijs.
    Geert ten Dam is hoogleraar Onderwijskunde aan de Universiteit van Amsterdam. Ze is nauw betrokken bij onderzoek naar burgerschapseducatie en is een van de auteurs van het meetinstrument Burgerschap.

    Quick View

    Scholen voor burgerschap. Naar een kennisbasis voor burgerschapsonderwijs

     34,90
    Sinds 2006 zijn scholen wettelijk verplicht aandacht te besteden aan actief burgerschap en sociale integratie. Voor het onderwijs is het versterken van burgerschap van leerlingen niet nieuw. Scholen geven daar al lange tijd en op allerlei manieren vorm aan. Denk bijvoorbeeld aan sociale en morele vorming, aan maatschappijleer, levensbeschouwelijke vorming, mensenrechteneducatie, intercultureel onderwijs en aan de maatschappelijke stage. Er zijn veel manieren waarop scholen de opdracht tot bevordering van burgerschap en integratie kunnen invullen. Er is niet één manier de beste of voor alle situaties geschikt. Scholen geven zelf inhoud aan burgerschap en aan wat het onderwijs leerlingen zou moeten leren. Ze houden daarbij rekening met de lokale omgeving, de samenstelling van de leerlingenpopulatie, de wensen van ouders/ verzorgers en de levensbeschouwelijke uitgangspunten van de school.

    Dit boek gaat in op de vraag wat scholen jongeren aan burgerschap willen leren, welk beleid ze daartoe ontwikkelen, welke pedagogischdidactische strategieën ze hanteren, en wat in de praktijk effectief is gebleken. Scholen voor burgerschap bundelt de kennis over het werken aan burgerschapsvorming in het Nederlandse onderwijs, en plaatst deze in internationaal perspectief.

    De bijdragen in dit boek komen in belangrijke mate voort uit het werk van de Alliantie Burgerschap.

    Jules Peschar is emeritus hoogleraar onderwijssociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij was jarenlang betrokken bij de ontwikkeling van internationale onderwijsindicatoren, ondermeer op het terrein van cross-curriculaire competenties.
    Hans Hooghoff is als manager unit Maatschappelijke Thema’s verbonden aan SLO, het nationaal expertiescentrum voor leerplanontwikkeling.
    Anne Bert Dijkstra is verbonden aan de Inspectie van het Onderwijs en geeft daar leiding aan programma’s op het terrein van burgerschap, sociale veiligheid en sociale opbrengsten van onderwijs.
    Geert ten Dam is hoogleraar Onderwijskunde aan de Universiteit van Amsterdam. Ze is nauw betrokken bij onderzoek naar burgerschapseducatie en is een van de auteurs van het meetinstrument Burgerschap.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Generaties onder één dak. Succesvol samenwonen in een kangoeroe-,zorg-en meergeneratiewoning

     27,80

    Meergeneratiewonen zit in de lift. Steeds vaker delen twee of zelfs drie generaties een woning. De voordelen zijn duidelijk: een gratis babysit en boodschappendienst, een buffer tegen eenzaamheid, een warme zorg in moeilijke tijden. Maar er zijn ook risico’s: minder privacy, een zorglast die te zwaar kan worden, …

    Dit boek bespreekt uitgebreid alle aspecten van meergeneratiewonen: de financiële aspecten (naar Belgisch recht), zorgen voor elkaar, omgaan met conflicten … Het bevat waardevolle juridische en fiscale informatie en geeft concrete tips om zaken samen te bespreken en aan te pakken. Bovendien delen twintig gezinnen hun ervaringen over deze vorm van wonen. Hun getuigenissen zijn gebaseerd op interviews met studenten gezinswetenschappen. Het boek is een gids voor iedereen die overweegt om met meer generaties onder één dak te gaan leven.



    Miet Timmers is docent in de opleiding Gezinswetenschappen van de Odisee Hogeschool in Brussel en erkend bemiddelaar. Ze verdiept zich in het samenspel tussen generaties in families en organisaties.

    Quick View

    Generaties onder één dak. Succesvol samenwonen in een kangoeroe-,zorg-en meergeneratiewoning

     27,80

    Meergeneratiewonen zit in de lift. Steeds vaker delen twee of zelfs drie generaties een woning. De voordelen zijn duidelijk: een gratis babysit en boodschappendienst, een buffer tegen eenzaamheid, een warme zorg in moeilijke tijden. Maar er zijn ook risico’s: minder privacy, een zorglast die te zwaar kan worden, …

    Dit boek bespreekt uitgebreid alle aspecten van meergeneratiewonen: de financiële aspecten (naar Belgisch recht), zorgen voor elkaar, omgaan met conflicten … Het bevat waardevolle juridische en fiscale informatie en geeft concrete tips om zaken samen te bespreken en aan te pakken. Bovendien delen twintig gezinnen hun ervaringen over deze vorm van wonen. Hun getuigenissen zijn gebaseerd op interviews met studenten gezinswetenschappen. Het boek is een gids voor iedereen die overweegt om met meer generaties onder één dak te gaan leven.



    Miet Timmers is docent in de opleiding Gezinswetenschappen van de Odisee Hogeschool in Brussel en erkend bemiddelaar. Ze verdiept zich in het samenspel tussen generaties in families en organisaties.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Anders denken. Filosoferen vanaf de basisschool

     29,90
    Dit boek richt zich tot iedereen die actieve burgers van de 21ste eeuw wil klaarstomen. Het bespreekt Filosofisch Onderzoek, een krachtige leermethode die het zelfvertrouwen en de spreekvaardigheid van kinderen gevoelig kan verbeteren, met ook een positief effect op andere schoolactiviteiten en op interacties in de buitenwereld. De lezer krijgt een overzicht van de oprichting van een ‘Community of Philosophical Inquiry’ (CoPI) in de kleuterklas, de lagere en de middelbare school, het buurthuis en daarbuiten. Ook worden heel wat tips en praktische ideeën aangereikt voor het welslagen van zo’n CoPI. Aan de hand van voorbeelden - gaande van vijfjarigen over ondermaats presterende tieners tot zelfs bejaarden - wordt aangetoond hoe deelnemers aan CoPI-sessies beter leren redeneren, kritisch en creatief leren denken en intellectuele eerlijkheid en moed leren tonen. Met hoofdstukken over de theorie en de ontwikkeling van Filosofisch Onderzoek, de oprichting van een onderzoeksgroep en het gebruik van een CoPI bij verschillende leeftijdsgroepen is dit boek essentiële lectuur voor lesgevers, professionals en maatschappelijk werkers.

    Catherine C. McCall is verbonden aan de universiteit van Strathclyde in Schotland en is voorzitter van Stichting SOPHIA, de Europese stichting ter bevordering van het filosoferen met kinderen, en een lid van het Raadgevend Comité voor ICPIC - International Council for Philosophical Inquiry with Children.

    Quick View

    Anders denken. Filosoferen vanaf de basisschool

     29,90
    Dit boek richt zich tot iedereen die actieve burgers van de 21ste eeuw wil klaarstomen. Het bespreekt Filosofisch Onderzoek, een krachtige leermethode die het zelfvertrouwen en de spreekvaardigheid van kinderen gevoelig kan verbeteren, met ook een positief effect op andere schoolactiviteiten en op interacties in de buitenwereld. De lezer krijgt een overzicht van de oprichting van een ‘Community of Philosophical Inquiry’ (CoPI) in de kleuterklas, de lagere en de middelbare school, het buurthuis en daarbuiten. Ook worden heel wat tips en praktische ideeën aangereikt voor het welslagen van zo’n CoPI. Aan de hand van voorbeelden - gaande van vijfjarigen over ondermaats presterende tieners tot zelfs bejaarden - wordt aangetoond hoe deelnemers aan CoPI-sessies beter leren redeneren, kritisch en creatief leren denken en intellectuele eerlijkheid en moed leren tonen. Met hoofdstukken over de theorie en de ontwikkeling van Filosofisch Onderzoek, de oprichting van een onderzoeksgroep en het gebruik van een CoPI bij verschillende leeftijdsgroepen is dit boek essentiële lectuur voor lesgevers, professionals en maatschappelijk werkers.

    Catherine C. McCall is verbonden aan de universiteit van Strathclyde in Schotland en is voorzitter van Stichting SOPHIA, de Europese stichting ter bevordering van het filosoferen met kinderen, en een lid van het Raadgevend Comité voor ICPIC - International Council for Philosophical Inquiry with Children.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    De retoriek van waanzin. Taalhandelingen, onbetrouwbaarheid, delirium en de waanzinnige ik-verteller (Academisch Literair, nr. 3)

     39,00
    De retoriek van waanzin is een literatuurwetenschappelijke studie over waanzinnige vertellersfiguren in moderne literatuur. Zogenaamd gestoorde vertellers herinneren ons door hun wartaal en waanvoorstellingen aan de creatieve kracht van taal en verbeelding. Daarbij maken ze de kracht van literatuur tastbaar. Tegelijk komen de fictionele krankzinnigen in aanvaring met maatschappelijke normen en de uitdragers ervan. Ze confronteren ons dan ook met de conventionele grond van onze interpretaties. Moeten we waanzinnige vertellers als onbetrouwbare figuren beschouwen, of reiken ze ons nieuwe inzichten aan?

    In dit boek onderzoekt Lars Bernaerts die problematiek door een analyse van waanzinnige vertellers en hun retoriek. Hij gaat in op de beelden van waanzin die in literatuur vaak gebruikt worden en ontwerpt een kader om de taal van de ik-vertellers nauwkeurig te analyseren. Dat model bestaat uit verteltheorie, theorieën van narratieve onbetrouwbaarheid en de theorie van taalhandelingen. Met voorbeelden uit de Nederlandse literatuur en uit de westerse literaire canon wordt een en ander aanschouwelijk gemaakt. Ten slotte presenteert deze studie een zorgvuldige en vernieuwende lectuur van drie romans: Waarom ik niet krankzinnig ben van Maurits Dekker, De man die zijn haar kort liet knippen van Johan Daisne en De verwondering van Hugo Claus.

    GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content



    Lars Bernaerts doceert literatuurwetenschap aan de Vrije Universiteit Brussel en is als onderzoeker verbonden aan de Vakgroep Letterkunde van de Universiteit Gent . Hij publiceert over verteltheorie, over waanzin in literatuur en over modern proza uit Nederland en Vlaanderen.


    In de media:
    "De retoriek van waanzin is een boek dat - zoals het een boek over taalhandelingen past - ondanks grote complexiteit en techniciteit van het thema zijn lezer niet uit het oog verliest. Door de precieze formuleringen en opbouw, de zorgvuldige omgang met bronnen (parafrases en vertalingen), de geslaagde verbinding van theoretische beschouwingen en concrete illustraties van het potentieel van deze beschouwingen heeft het zijn ambitieuze opzet waargemaakt: een combinatie van narratologie en taalhandelingsanalyse die nieuwe mogelijkheden biedt voor verder onderzoek."
    Internationale Neerlandistiek, jrg. 50, nr. 2


    "Het aangeboden inzicht getuigt van een literatuurwetenschappelijke grondigheid en expertise die de representatie van waanzin, in haar narratieve functie, tot in de kleinste hoekjes verkent en volledig tot haar recht laten komen."
    Arnout De Cleene, FWO Vlaanderen, KU Leuven, Spiegel der Letteren 54(3), 386-388

    Reeks Academisch Literair

    1. Een hoopje vuil in de feestzaal. Facetten van het proza van Willem Elsschot
      K. Rymenants
    2. Gedeelde kennis. Literatuur en wetenschap in Nederland van Darwin tot Einstein (1860-1920)
      M. Kemperink
    3. De retoriek van waanzin. Taalhandelingen, onbetrouwbaarheid, delirium en de waanzinnige ik-verteller
      L. Bernaerts
    4. Geestelijke lenigheid. De relatie tussen literatuur en natuurwetenschap in het werk van Frederik van Eeden en Felix Ortt, 1880-1930
      L. Vermeer
    5. Het discours van de kritiek
      P. Verstraeten
    6. Celan auseinandergeschrieben
      C. De Strycker
    7. Lezer, er zijn ook Belgen
      F. Van Renssen
    8. Overleven in verhalen: van ooggetuigen naar 'jonge wilden'. Joodse schrijvers over de Shoah
      E. Ibsch

    Quick View

    De retoriek van waanzin. Taalhandelingen, onbetrouwbaarheid, delirium en de waanzinnige ik-verteller (Academisch Literair, nr. 3)

     39,00
    De retoriek van waanzin is een literatuurwetenschappelijke studie over waanzinnige vertellersfiguren in moderne literatuur. Zogenaamd gestoorde vertellers herinneren ons door hun wartaal en waanvoorstellingen aan de creatieve kracht van taal en verbeelding. Daarbij maken ze de kracht van literatuur tastbaar. Tegelijk komen de fictionele krankzinnigen in aanvaring met maatschappelijke normen en de uitdragers ervan. Ze confronteren ons dan ook met de conventionele grond van onze interpretaties. Moeten we waanzinnige vertellers als onbetrouwbare figuren beschouwen, of reiken ze ons nieuwe inzichten aan?

    In dit boek onderzoekt Lars Bernaerts die problematiek door een analyse van waanzinnige vertellers en hun retoriek. Hij gaat in op de beelden van waanzin die in literatuur vaak gebruikt worden en ontwerpt een kader om de taal van de ik-vertellers nauwkeurig te analyseren. Dat model bestaat uit verteltheorie, theorieën van narratieve onbetrouwbaarheid en de theorie van taalhandelingen. Met voorbeelden uit de Nederlandse literatuur en uit de westerse literaire canon wordt een en ander aanschouwelijk gemaakt. Ten slotte presenteert deze studie een zorgvuldige en vernieuwende lectuur van drie romans: Waarom ik niet krankzinnig ben van Maurits Dekker, De man die zijn haar kort liet knippen van Johan Daisne en De verwondering van Hugo Claus.

    GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content



    Lars Bernaerts doceert literatuurwetenschap aan de Vrije Universiteit Brussel en is als onderzoeker verbonden aan de Vakgroep Letterkunde van de Universiteit Gent . Hij publiceert over verteltheorie, over waanzin in literatuur en over modern proza uit Nederland en Vlaanderen.


    In de media:
    "De retoriek van waanzin is een boek dat - zoals het een boek over taalhandelingen past - ondanks grote complexiteit en techniciteit van het thema zijn lezer niet uit het oog verliest. Door de precieze formuleringen en opbouw, de zorgvuldige omgang met bronnen (parafrases en vertalingen), de geslaagde verbinding van theoretische beschouwingen en concrete illustraties van het potentieel van deze beschouwingen heeft het zijn ambitieuze opzet waargemaakt: een combinatie van narratologie en taalhandelingsanalyse die nieuwe mogelijkheden biedt voor verder onderzoek."
    Internationale Neerlandistiek, jrg. 50, nr. 2


    "Het aangeboden inzicht getuigt van een literatuurwetenschappelijke grondigheid en expertise die de representatie van waanzin, in haar narratieve functie, tot in de kleinste hoekjes verkent en volledig tot haar recht laten komen."
    Arnout De Cleene, FWO Vlaanderen, KU Leuven, Spiegel der Letteren 54(3), 386-388

    Reeks Academisch Literair

    1. Een hoopje vuil in de feestzaal. Facetten van het proza van Willem Elsschot
      K. Rymenants
    2. Gedeelde kennis. Literatuur en wetenschap in Nederland van Darwin tot Einstein (1860-1920)
      M. Kemperink
    3. De retoriek van waanzin. Taalhandelingen, onbetrouwbaarheid, delirium en de waanzinnige ik-verteller
      L. Bernaerts
    4. Geestelijke lenigheid. De relatie tussen literatuur en natuurwetenschap in het werk van Frederik van Eeden en Felix Ortt, 1880-1930
      L. Vermeer
    5. Het discours van de kritiek
      P. Verstraeten
    6. Celan auseinandergeschrieben
      C. De Strycker
    7. Lezer, er zijn ook Belgen
      F. Van Renssen
    8. Overleven in verhalen: van ooggetuigen naar 'jonge wilden'. Joodse schrijvers over de Shoah
      E. Ibsch

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Zwerfjongeren begeleiden. Versterken van hun sociale netwerken

     15,40
    Zwerfjongeren hebben twee kenmerken met elkaar gemeen: ze hebben geen vaste plek om te wonen en een stabiel sociaal netwerk ontbreekt. Het contact met familie is meestal beschadigd of verbroken, relaties met vrienden zijn verwaterd en ontmoetingen met lotgenoten op tijdelijke logeeradressen en op straat zijn vaak vluchtig. Wanneer ze zich melden bij de crisisopvang of een ambulant team, proberen begeleiders eerst de praktische zaken te regelen zoals onderdak en inkomen. Wanneer er sprake is van gedragsproblemen of verslaving, verwijzen ze de betrokkene ook door naar psychiatrische of professionele begeleiding.

    Aandacht voor het sociale netwerk schiet er in de drukte van het regelen en begeleiden nogal eens bij in en wordt vaak voor het nazorgtraject bewaard. Ambulante begeleiders vinden het lastig om jongeren die hun sociale relaties verbruikt hebben of het huis zijn uitgezet, te motiveren tot herstel van oude en het aangaan van nieuwe contacten. Toch is een stabiel netwerk dat een vangnet biedt na een begeleidingstraject, onmisbaar om een zwervend bestaan definitief de rug toe te keren.

    Hoe doe je dat, zwerfjongeren helpen een netwerk op te bouwen? Deze vraag staat centraal in dit boek, dat is voortgekomen uit gesprekken in het werkveld en is uitgewerkt met twee instellingen die begeleiding bieden aan zwerfjongeren. Het boek concentreert zich op het uitproberen en evalueren van instrumenten die kunnen helpen om het netwerk samen met jongeren in kaart te brengen, oude contacten te herstellen en nieuwe relaties aan te gaan. Relaties die in de toekomst sociale, emotionele en praktische steun kunnen geven.

    Pauline Naber, Ido Sap en Marjolein Bijvoets zijn verbonden aan het Lectoraat Leefwerelden van Jeugd & School of Social Work van de Hogeschool inholland.

    Quick View

    Zwerfjongeren begeleiden. Versterken van hun sociale netwerken

     15,40
    Zwerfjongeren hebben twee kenmerken met elkaar gemeen: ze hebben geen vaste plek om te wonen en een stabiel sociaal netwerk ontbreekt. Het contact met familie is meestal beschadigd of verbroken, relaties met vrienden zijn verwaterd en ontmoetingen met lotgenoten op tijdelijke logeeradressen en op straat zijn vaak vluchtig. Wanneer ze zich melden bij de crisisopvang of een ambulant team, proberen begeleiders eerst de praktische zaken te regelen zoals onderdak en inkomen. Wanneer er sprake is van gedragsproblemen of verslaving, verwijzen ze de betrokkene ook door naar psychiatrische of professionele begeleiding.

    Aandacht voor het sociale netwerk schiet er in de drukte van het regelen en begeleiden nogal eens bij in en wordt vaak voor het nazorgtraject bewaard. Ambulante begeleiders vinden het lastig om jongeren die hun sociale relaties verbruikt hebben of het huis zijn uitgezet, te motiveren tot herstel van oude en het aangaan van nieuwe contacten. Toch is een stabiel netwerk dat een vangnet biedt na een begeleidingstraject, onmisbaar om een zwervend bestaan definitief de rug toe te keren.

    Hoe doe je dat, zwerfjongeren helpen een netwerk op te bouwen? Deze vraag staat centraal in dit boek, dat is voortgekomen uit gesprekken in het werkveld en is uitgewerkt met twee instellingen die begeleiding bieden aan zwerfjongeren. Het boek concentreert zich op het uitproberen en evalueren van instrumenten die kunnen helpen om het netwerk samen met jongeren in kaart te brengen, oude contacten te herstellen en nieuwe relaties aan te gaan. Relaties die in de toekomst sociale, emotionele en praktische steun kunnen geven.

    Pauline Naber, Ido Sap en Marjolein Bijvoets zijn verbonden aan het Lectoraat Leefwerelden van Jeugd & School of Social Work van de Hogeschool inholland.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Gedeelde kennis. Literatuur en wetenschap in Nederland van Darwin tot Einstein (1860-1920) (Academisch Literair, nr. 2)

     31,00
    Wat hebben literatuur en wetenschap met elkaar te maken? Bijzonder weinig, zou je op het eerste gezicht zeggen. De laatste anderhalve eeuw hebben literatuur en wetenschap zich steeds sterker tegen elkaar afgezet. Het zijn twee werelden geworden met elk hun eigen auteurs, beoordelaars, uitgevers en vakbladen.
    Niettemin waren ze en zijn ze nog steeds stevig met elkaar verbonden. Wetenschap opereert niet vanuit een luchtledig autonoom domein; ze maakt deel uit van een cultuur en tot die cultuur behoort ook de literatuur. En omgekeerd geven schrijvers gewild of ongewild hun eigen interpretaties aan wetenschappelijke ontdekkingen en theorieën die op een of andere manier tot hen komen. Zeker in het verleden, voordat de grote concurrentie van televisie en internet inzette, speelde de literatuur in het verspreiden en ‘vertalen’ van wetenschappelijke kennis een belangrijke rol.
    Gedeelde kennis maakt dit fascinerende en complexe proces van kruisbestuiving tussen literatuur en wetenschap zichtbaar aan de hand van een aantal thema’s uit verschillende wetenschapsgebieden, zoals evolutie, hysterie, hypnotisme, smetvrees, occultisme en de vierde dimensie.
    Literatuur amuseert en ontroert niet alleen, literatuur brengt ook kennis over. Dat deed ze vroeger en dan doet ze nu nog steeds. Gedeelde kennis laat deze onvermoede kant van de literatuur zien.

    GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content



    Mary Kemperink is hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde aan de Rijksuniversiteit van Groningen. Haar literatuuronderzoek kenmerkt zich door een cultuurhistorische invalshoek, waarbij het accent steeds meer is komen te liggen op de relatie tussen literatuur en wetenschap. Zij is gespecialiseerd in de periode van het fin de siècle en publiceert regelmatig over het proza, de poëzie en het toneel van deze periode. In 2001 verscheen van haar het boek Het verloren paradijs. De Nederlandse literatuur en cultuur van het fin de siècle.

    Reeks Academisch Literair

    1. Een hoopje vuil in de feestzaal. Facetten van het proza van Willem Elsschot
      K. Rymenants
    2. Gedeelde kennis. Literatuur en wetenschap in Nederland van Darwin tot Einstein (1860-1920)
      M. Kemperink
    3. De retoriek van waanzin. Taalhandelingen, onbetrouwbaarheid, delirium en de waanzinnige ik-verteller
      L. Bernaerts
    4. Geestelijke lenigheid. De relatie tussen literatuur en natuurwetenschap in het werk van Frederik van Eeden en Felix Ortt, 1880-1930
      L. Vermeer
    5. Het discours van de kritiek
      P. Verstraeten
    6. Celan auseinandergeschrieben
      C. De Strycker
    7. Lezer, er zijn ook Belgen
      F. Van Renssen
    8. Overleven in verhalen: van ooggetuigen naar 'jonge wilden'. Joodse schrijvers over de Shoah
      E. Ibsch

    Quick View

    Gedeelde kennis. Literatuur en wetenschap in Nederland van Darwin tot Einstein (1860-1920) (Academisch Literair, nr. 2)

     31,00
    Wat hebben literatuur en wetenschap met elkaar te maken? Bijzonder weinig, zou je op het eerste gezicht zeggen. De laatste anderhalve eeuw hebben literatuur en wetenschap zich steeds sterker tegen elkaar afgezet. Het zijn twee werelden geworden met elk hun eigen auteurs, beoordelaars, uitgevers en vakbladen.
    Niettemin waren ze en zijn ze nog steeds stevig met elkaar verbonden. Wetenschap opereert niet vanuit een luchtledig autonoom domein; ze maakt deel uit van een cultuur en tot die cultuur behoort ook de literatuur. En omgekeerd geven schrijvers gewild of ongewild hun eigen interpretaties aan wetenschappelijke ontdekkingen en theorieën die op een of andere manier tot hen komen. Zeker in het verleden, voordat de grote concurrentie van televisie en internet inzette, speelde de literatuur in het verspreiden en ‘vertalen’ van wetenschappelijke kennis een belangrijke rol.
    Gedeelde kennis maakt dit fascinerende en complexe proces van kruisbestuiving tussen literatuur en wetenschap zichtbaar aan de hand van een aantal thema’s uit verschillende wetenschapsgebieden, zoals evolutie, hysterie, hypnotisme, smetvrees, occultisme en de vierde dimensie.
    Literatuur amuseert en ontroert niet alleen, literatuur brengt ook kennis over. Dat deed ze vroeger en dan doet ze nu nog steeds. Gedeelde kennis laat deze onvermoede kant van de literatuur zien.

    GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content



    Mary Kemperink is hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde aan de Rijksuniversiteit van Groningen. Haar literatuuronderzoek kenmerkt zich door een cultuurhistorische invalshoek, waarbij het accent steeds meer is komen te liggen op de relatie tussen literatuur en wetenschap. Zij is gespecialiseerd in de periode van het fin de siècle en publiceert regelmatig over het proza, de poëzie en het toneel van deze periode. In 2001 verscheen van haar het boek Het verloren paradijs. De Nederlandse literatuur en cultuur van het fin de siècle.

    Reeks Academisch Literair

    1. Een hoopje vuil in de feestzaal. Facetten van het proza van Willem Elsschot
      K. Rymenants
    2. Gedeelde kennis. Literatuur en wetenschap in Nederland van Darwin tot Einstein (1860-1920)
      M. Kemperink
    3. De retoriek van waanzin. Taalhandelingen, onbetrouwbaarheid, delirium en de waanzinnige ik-verteller
      L. Bernaerts
    4. Geestelijke lenigheid. De relatie tussen literatuur en natuurwetenschap in het werk van Frederik van Eeden en Felix Ortt, 1880-1930
      L. Vermeer
    5. Het discours van de kritiek
      P. Verstraeten
    6. Celan auseinandergeschrieben
      C. De Strycker
    7. Lezer, er zijn ook Belgen
      F. Van Renssen
    8. Overleven in verhalen: van ooggetuigen naar 'jonge wilden'. Joodse schrijvers over de Shoah
      E. Ibsch

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    De kunst van communiceren. Handboek

     23,70
    Dit boek is geschreven voor iedereen die belang hecht aan de kracht van communiceren en die deze kracht in eigen beheer wil hebben.

    Communicatie is een bepalende factor in ons leven. Omdat mensen onderling afhankelijk van elkaar zijn, dienen we effectief te communiceren, zodat wij krijgen wat we nodig hebben en de ander ook krijgt wat die nodig heeft. Hierdoor behouden we onze authenticiteit.

    Vrijwel alle problemen en conflicten tussen mensen zijn terug te voeren tot ineffectieve communicatie. Hoe meer sturing we kunnen geven aan onze communicatie hoe meer wij in staat zijn onze relaties te beheren. Relatiebeheer in het werk, in het gezin en de familie, met vrienden en kennissen, in vrije tijd en ook, en daar begint het, met ons zelf.

    De communicatie zit vol voetangels en klemmen. Zo verwarren we bijvoorbeeld regelmatig onze interpretatie met feiten of denken we dat ons oordeel de waarheid is en gaan daarmee voorbij aan onze eigen verantwoordelijkheid voor het communicatieproces. Het communicatieproces is complex, mede door de rijkdom van denken, voelen, willen, verlangen, dromen en wensen. Die complexiteit vraagt om transparantie.

    Alhoewel communiceren ons natuurlijk vermogen is, blijkt telkens weer dat we handvatten nodig hebben. Bewustzijn van hoe we communiceren en hoe we handvatten kunnen gebruiken geeft ons kracht en draagt bij aan ons welbevinden.

    Handvatten zijn o.a. de modellen van luisteren, feedback en Geweldloze Communicatie. Praktisch, direct toepasbaar en aansluitend op onze natuurlijke vermogens. Door het inzetten van wezenlijke nieuwsgierigheid, door gevoelens en behoeften te gebruiken zonder ‘soft’ te worden en door vorm te geven aan wat we willen, zijn we in staat contacten te leggen en te onderhouden die effectief, bevredigend en inspirerend zijn.

    Inga Teekens is communicatiedeskundige en auteur. Zij introduceerde het model van Geweldloze Communicatie in het Nederlands taalgebied en richtte Authenta op, Centrum voor Authentieke en Geweldloze Communicatie, gevestigd in Den Haag. Teekens ontwikkelt communicatiemiddelen, coacht mensen, bemiddelt in conflicten, begeleidt cultuurveranderingstrajecten, leidt mensen op en geeft trainingen.

    Quick View

    De kunst van communiceren. Handboek

     23,70
    Dit boek is geschreven voor iedereen die belang hecht aan de kracht van communiceren en die deze kracht in eigen beheer wil hebben.

    Communicatie is een bepalende factor in ons leven. Omdat mensen onderling afhankelijk van elkaar zijn, dienen we effectief te communiceren, zodat wij krijgen wat we nodig hebben en de ander ook krijgt wat die nodig heeft. Hierdoor behouden we onze authenticiteit.

    Vrijwel alle problemen en conflicten tussen mensen zijn terug te voeren tot ineffectieve communicatie. Hoe meer sturing we kunnen geven aan onze communicatie hoe meer wij in staat zijn onze relaties te beheren. Relatiebeheer in het werk, in het gezin en de familie, met vrienden en kennissen, in vrije tijd en ook, en daar begint het, met ons zelf.

    De communicatie zit vol voetangels en klemmen. Zo verwarren we bijvoorbeeld regelmatig onze interpretatie met feiten of denken we dat ons oordeel de waarheid is en gaan daarmee voorbij aan onze eigen verantwoordelijkheid voor het communicatieproces. Het communicatieproces is complex, mede door de rijkdom van denken, voelen, willen, verlangen, dromen en wensen. Die complexiteit vraagt om transparantie.

    Alhoewel communiceren ons natuurlijk vermogen is, blijkt telkens weer dat we handvatten nodig hebben. Bewustzijn van hoe we communiceren en hoe we handvatten kunnen gebruiken geeft ons kracht en draagt bij aan ons welbevinden.

    Handvatten zijn o.a. de modellen van luisteren, feedback en Geweldloze Communicatie. Praktisch, direct toepasbaar en aansluitend op onze natuurlijke vermogens. Door het inzetten van wezenlijke nieuwsgierigheid, door gevoelens en behoeften te gebruiken zonder ‘soft’ te worden en door vorm te geven aan wat we willen, zijn we in staat contacten te leggen en te onderhouden die effectief, bevredigend en inspirerend zijn.

    Inga Teekens is communicatiedeskundige en auteur. Zij introduceerde het model van Geweldloze Communicatie in het Nederlands taalgebied en richtte Authenta op, Centrum voor Authentieke en Geweldloze Communicatie, gevestigd in Den Haag. Teekens ontwikkelt communicatiemiddelen, coacht mensen, bemiddelt in conflicten, begeleidt cultuurveranderingstrajecten, leidt mensen op en geeft trainingen.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Docent in het voortgezet Montessori-onderwijs (Montessori Mededelingen boeken, nr. 3)

     14,00
    In 2009 hebben de scholen voor voortgezet montessori-onderwijs een richtinggevend document vastgesteld waarin het docentschap aan een montessorischool voor voortgezet onderwijs werd beschreven. Dit document was het vervolg op een eerder stuk waarin zes karakteristieken voor voortgezet montessori-onderwijs waren beschreven en op de nota van de Nederlandse Montessori Vereniging ‘Het Montessorionderwijs in de 21e eeuw’.

    Het document over het docentschap onderscheidt een vijftal rubrieken waarbinnen het werk van de montessorileraar zich afspeelt. Per rubriek worden verschillende aspecten beschreven en nader uitgewerkt. Voor deze uitgave zijn tien docenten en schoolleiders geinterviewd. Citaten uit deze interviews zijn aan het document toegevoegd om zo een levendig beeld te schetsen van de onderwijspraktijk.

    Michael Rubinstein was docent aan een school voor voortgezet montessori- onderwijs en werkt nu als zelfstandig onderwijsadviseur. Hij is mededirecteur van het Montessori Kenniscentrum.

    Quick View

    Docent in het voortgezet Montessori-onderwijs (Montessori Mededelingen boeken, nr. 3)

     14,00
    In 2009 hebben de scholen voor voortgezet montessori-onderwijs een richtinggevend document vastgesteld waarin het docentschap aan een montessorischool voor voortgezet onderwijs werd beschreven. Dit document was het vervolg op een eerder stuk waarin zes karakteristieken voor voortgezet montessori-onderwijs waren beschreven en op de nota van de Nederlandse Montessori Vereniging ‘Het Montessorionderwijs in de 21e eeuw’.

    Het document over het docentschap onderscheidt een vijftal rubrieken waarbinnen het werk van de montessorileraar zich afspeelt. Per rubriek worden verschillende aspecten beschreven en nader uitgewerkt. Voor deze uitgave zijn tien docenten en schoolleiders geinterviewd. Citaten uit deze interviews zijn aan het document toegevoegd om zo een levendig beeld te schetsen van de onderwijspraktijk.

    Michael Rubinstein was docent aan een school voor voortgezet montessori- onderwijs en werkt nu als zelfstandig onderwijsadviseur. Hij is mededirecteur van het Montessori Kenniscentrum.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Handboek bijzondere orthopedagogiek (Kop-serie, nr. 7)

     47,30
    Dit boek geeft een overzicht van de domeinen van de vier ''traditionele'' groepen van personen met een handicap (een verstandelijke, fysieke, visuele of auditieve handicap), en daarnaast ook nog van personen met gedragsstoornissen, personen met een autisme spectrumstoornis, personen die middelen misbruiken, personen met ernstig meervoudige beperkingen en personen met een dubbele diagnose. Telkens komen nagenoeg dezelfde onderwerpen terug: eerst historiek, etiologie, terminologie, indeling en psychologische aspecten, daarna de orthopedagogische- agogische theorie en praktijk.

    Door de verschillende vormen van handicap die mensen kunnen hebben bijeen te brengen, biedt die boek een totaalbeeld voor iedereen die een inzicht wil verwerven in de bijzondere behoeften van die mensen en de aangewezen ondersteuning. Voor studenten uit diverse opleidingen is het een aangewezen basisstudieboek. Het is ook zeer geschikt voor wie reeds in de praktijk staat, als referentiekader voor zijn eigen handelen.

    Het handboek is een werkstuk van de Vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent waar aan de redacteurs (prof. dr. Eric Broeckaert, prof. dr. Geert Van Hove, prof. dr. Stijn Vandevelde, dr. Veerle Soyez en dr. Wouter Vanderplasschen) verbonden zijn. Deze elfde uitgave kwam mede tot stand in samenwerking met het departement Sociaal-Agogisch Werk van de Hogeschool Gent.

    Quick View

    Handboek bijzondere orthopedagogiek (Kop-serie, nr. 7)

     47,30
    Dit boek geeft een overzicht van de domeinen van de vier ''traditionele'' groepen van personen met een handicap (een verstandelijke, fysieke, visuele of auditieve handicap), en daarnaast ook nog van personen met gedragsstoornissen, personen met een autisme spectrumstoornis, personen die middelen misbruiken, personen met ernstig meervoudige beperkingen en personen met een dubbele diagnose. Telkens komen nagenoeg dezelfde onderwerpen terug: eerst historiek, etiologie, terminologie, indeling en psychologische aspecten, daarna de orthopedagogische- agogische theorie en praktijk.

    Door de verschillende vormen van handicap die mensen kunnen hebben bijeen te brengen, biedt die boek een totaalbeeld voor iedereen die een inzicht wil verwerven in de bijzondere behoeften van die mensen en de aangewezen ondersteuning. Voor studenten uit diverse opleidingen is het een aangewezen basisstudieboek. Het is ook zeer geschikt voor wie reeds in de praktijk staat, als referentiekader voor zijn eigen handelen.

    Het handboek is een werkstuk van de Vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent waar aan de redacteurs (prof. dr. Eric Broeckaert, prof. dr. Geert Van Hove, prof. dr. Stijn Vandevelde, dr. Veerle Soyez en dr. Wouter Vanderplasschen) verbonden zijn. Deze elfde uitgave kwam mede tot stand in samenwerking met het departement Sociaal-Agogisch Werk van de Hogeschool Gent.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
      0
      Uw winkelwagen
      Uw winkelwagen is leegVerder winkelen
      ×