Zin in onderwijs (NIVOZ-serie, nr. 5)
Dit boekje gaat op zoek naar goed onderwijs, naar authentieke en betrokken leraren en naar leerlingen die er zin in hebben en doen wat ze kunnen. Wat is hiervoor nodig? Niet meer voorzieningen dan we al hebben, maar meer aandacht voor de leraar als zijn eigen instrument, voor de stem van de leerling als kritische en goed geïnformeerde actor, voor leraren die elkaar ondersteunen en voor legitimering van eigen werk. Dit vereist in de klas en in de lerarenkamer een nieuwe openheid.
Luc Stevens is emeritus hoogleraar orthopedagogiek aan de Universiteit Utrecht, thans hoogleraar aan de Open Universiteit met als opdracht het werkplekleren van leraren met bijzondere aandacht voor pedagogische competenties. Tevens is hij als directeur werkzaam voor het NIVOZ, een denktank voor onderwijs, die zich recent profileert met persoonlijke ontwikkelingstrajecten voor leraren (onder titel ‘Pedagogische Tact’) en voor schoolleiders (onder de titel ‘Pedagogisch Leiderschap’) en met een initiatief, hetkind, dat beoogt te verbinden, te inspireren en te legitimeren waar nieuw onderwijs verschijnt (www.nivoz.nl; www. hetkind.org).
NIVOZ-Thema's:
Zin in onderwijs (NIVOZ-serie, nr. 5)
Dit boekje gaat op zoek naar goed onderwijs, naar authentieke en betrokken leraren en naar leerlingen die er zin in hebben en doen wat ze kunnen. Wat is hiervoor nodig? Niet meer voorzieningen dan we al hebben, maar meer aandacht voor de leraar als zijn eigen instrument, voor de stem van de leerling als kritische en goed geïnformeerde actor, voor leraren die elkaar ondersteunen en voor legitimering van eigen werk. Dit vereist in de klas en in de lerarenkamer een nieuwe openheid.
Luc Stevens is emeritus hoogleraar orthopedagogiek aan de Universiteit Utrecht, thans hoogleraar aan de Open Universiteit met als opdracht het werkplekleren van leraren met bijzondere aandacht voor pedagogische competenties. Tevens is hij als directeur werkzaam voor het NIVOZ, een denktank voor onderwijs, die zich recent profileert met persoonlijke ontwikkelingstrajecten voor leraren (onder titel ‘Pedagogische Tact’) en voor schoolleiders (onder de titel ‘Pedagogisch Leiderschap’) en met een initiatief, hetkind, dat beoogt te verbinden, te inspireren en te legitimeren waar nieuw onderwijs verschijnt (www.nivoz.nl; www. hetkind.org).
NIVOZ-Thema's:
Vaardigheden voor mensen met een beperking nr. 3 – Werkboek Keuken organiseren
Deze werkboeken zijn ontworpen vanuit de visie dat de hulp aan en de begeleiding van deze mensen enkel effectief kan zijn als we met hen op een goede en duidelijke manier communiceren. Aan de hand van een stapsgewijze opbouw en heldere patronen vormen ze praktische leidraden die mensen met een beperking op weg helpen bij het verwerven van deze vaardigheden.
Els Mattelin is psychotherapeut en bezieler van vzw Dynamiek (www.vzwdynamiek.be), een centrum dat therapie, coaching en begeleiding aanbiedt voor mensen met een autismespectrumstoornis en de mensen uit hun omgeving.
Vaardigheden voor mensen met een beperking nr. 3 – Werkboek Keuken organiseren
Deze werkboeken zijn ontworpen vanuit de visie dat de hulp aan en de begeleiding van deze mensen enkel effectief kan zijn als we met hen op een goede en duidelijke manier communiceren. Aan de hand van een stapsgewijze opbouw en heldere patronen vormen ze praktische leidraden die mensen met een beperking op weg helpen bij het verwerven van deze vaardigheden.
Els Mattelin is psychotherapeut en bezieler van vzw Dynamiek (www.vzwdynamiek.be), een centrum dat therapie, coaching en begeleiding aanbiedt voor mensen met een autismespectrumstoornis en de mensen uit hun omgeving.
Vaardigheden voor mensen met een beperking nr. 2 – Werkboek Opruimen en organiseren
Deze werkboeken zijn ontworpen vanuit de visie dat de hulp aan en de begeleiding van deze mensen enkel effectief kan zijn als we met hen op een goede en duidelijke manier communiceren. Aan de hand van een stapsgewijze opbouw en heldere patronen vormen ze praktische leidraden die mensen met een beperking op weg helpen bij het verwerven van deze vaardigheden.
Els Mattelin is psychotherapeut en bezieler van vzw Dynamiek (www.vzwdynamiek.be), een centrum dat therapie, coaching en begeleiding aanbiedt voor mensen met een autismespectrumstoornis en de mensen uit hun omgeving.
Vaardigheden voor mensen met een beperking nr. 2 – Werkboek Opruimen en organiseren
Deze werkboeken zijn ontworpen vanuit de visie dat de hulp aan en de begeleiding van deze mensen enkel effectief kan zijn als we met hen op een goede en duidelijke manier communiceren. Aan de hand van een stapsgewijze opbouw en heldere patronen vormen ze praktische leidraden die mensen met een beperking op weg helpen bij het verwerven van deze vaardigheden.
Els Mattelin is psychotherapeut en bezieler van vzw Dynamiek (www.vzwdynamiek.be), een centrum dat therapie, coaching en begeleiding aanbiedt voor mensen met een autismespectrumstoornis en de mensen uit hun omgeving.
Vaardigheden voor mensen met een beperking nr. 1 – Handleiding voor de begeleider
Deze werkboeken zijn ontworpen vanuit de visie dat de hulp aan en de begeleiding van deze mensen enkel effectief kan zijn als we met hen op een goede en duidelijke manier communiceren. Aan de hand van een stapsgewijze opbouw en heldere patronen vormen ze praktische leidraden die mensen met een beperking op weg helpen bij het verwerven van deze vaardigheden.
Bij dit handboek verschenen de volgende werkboeken:
- Vaardigheden voor mensen met een beperking nr. 2 - Werkboek Opruimen en organiseren
Els Mattelin - Vaardigheden voor mensen met een beperking nr. 3 - Werkboek Keuken organiseren
Els Mattelin - Vaardigheden voor mensen met een beperking nr. 4 - Werkboek Poetsen
Els Mattelin - Vaardigheden voor mensen met een beperking nr. 5 - Werkboek Wassen en strijken
Els Mattelin - Vaardigheden voor mensen met een beperking nr. 6 - Werkboek Omgaan met tijd
Els Mattelin - Vaardigheden voor mensen met een beperking nr. 7 - Werkboek Omgaan met geld
Els Mattelin - Vaardigheden voor mensen met een beperking nr. 8 - Werkboek Communicatie
Els Mattelin - Vaardigheden voor mensen met een beperking nr. 9 - Werkboek Sociale omgang
Els Mattelin
Els Mattelin is psychotherapeut en bezieler van vzw Dynamiek (www.vzwdynamiek.be), een centrum dat therapie, coaching en begeleiding aanbiedt voor mensen met een autismespectrumstoornis en de mensen uit hun omgeving.
Vaardigheden voor mensen met een beperking nr. 1 – Handleiding voor de begeleider
Deze werkboeken zijn ontworpen vanuit de visie dat de hulp aan en de begeleiding van deze mensen enkel effectief kan zijn als we met hen op een goede en duidelijke manier communiceren. Aan de hand van een stapsgewijze opbouw en heldere patronen vormen ze praktische leidraden die mensen met een beperking op weg helpen bij het verwerven van deze vaardigheden.
Bij dit handboek verschenen de volgende werkboeken:
- Vaardigheden voor mensen met een beperking nr. 2 - Werkboek Opruimen en organiseren
Els Mattelin - Vaardigheden voor mensen met een beperking nr. 3 - Werkboek Keuken organiseren
Els Mattelin - Vaardigheden voor mensen met een beperking nr. 4 - Werkboek Poetsen
Els Mattelin - Vaardigheden voor mensen met een beperking nr. 5 - Werkboek Wassen en strijken
Els Mattelin - Vaardigheden voor mensen met een beperking nr. 6 - Werkboek Omgaan met tijd
Els Mattelin - Vaardigheden voor mensen met een beperking nr. 7 - Werkboek Omgaan met geld
Els Mattelin - Vaardigheden voor mensen met een beperking nr. 8 - Werkboek Communicatie
Els Mattelin - Vaardigheden voor mensen met een beperking nr. 9 - Werkboek Sociale omgang
Els Mattelin
Els Mattelin is psychotherapeut en bezieler van vzw Dynamiek (www.vzwdynamiek.be), een centrum dat therapie, coaching en begeleiding aanbiedt voor mensen met een autismespectrumstoornis en de mensen uit hun omgeving.
Neuro-anatomie en neurofysiologie (Neurowetenschappen in taal en spraak – Boek 1)
De driedelige reeks Neurowetenschappen in Taal en Spraak biedt een geïntegreerd overzicht van neurolinguïstisch en neurofysiologisch onderzoek bij neurologische taal- en spraakproblemen.
Dit eerste boek geeft een gedetailleerde beschrijving van de neuroanatomische structuren en neurofysiologische processen die aan spraak en taal ten grondslag liggen.
Het boek bestaat uit twee delen, waarvan het eerste deel
uitvoerig de neuroanatomische structuren met klinische correlaten illustreert.
Een
beknopt tweede deel maakt duidelijk dat spraak en taal geen statische structuren
zijn, maar het resultaat zijn van een dynamische communicatie en cohererentie tussen
neuronale groepen.
In een derde deel wordt de lezer ingewijd in een aantal neurofysiologische
onderzoeksmethodes die hem in staat stellen om de klinische inzichten in
afasie en dysartrie in de volgende delen van deze reeks te begrijpen.
Boek 2 - Van neuron tot afasie
Patrick Santens is neuroloog en doctor in de medische wetenschappen. Hij is werkzaam
op de Afdeling Neurologie van het Universitair Ziekenhuis in Gent en heeft als
specialisatie cognitieve pathologieën en bewegingsstoornissen. Hij is hoofddocent
aan de UGent en wetenschappelijk vooral actief op het vlak van neurodegeneratieve
aandoeningen en neurofysiologie van taal en motoriek.<
Miet De Letter is master in de logopedische en audiologischewetenschappen, afstudeerrichting
logopedie en doctor in de Sociale Gezondheidswetenschappen aan de
UGent. Ze is verbonden aan het Revalidatiecentrum ‘Ter Sprake’ op de dienst Neus-
Keel-Oorheelkunde van het Universitair Ziekenhuis in Gent. Ze is gespecialiseerd in
afasiologie. Klinisch-wetenschappelijk focust ze zich voornamelijk op de neurofysiologische
onderbouw van diagnostische en therapeutische technieken bij mensen met
afasie en dysartrie.
Neuro-anatomie en neurofysiologie (Neurowetenschappen in taal en spraak – Boek 1)
De driedelige reeks Neurowetenschappen in Taal en Spraak biedt een geïntegreerd overzicht van neurolinguïstisch en neurofysiologisch onderzoek bij neurologische taal- en spraakproblemen.
Dit eerste boek geeft een gedetailleerde beschrijving van de neuroanatomische structuren en neurofysiologische processen die aan spraak en taal ten grondslag liggen.
Het boek bestaat uit twee delen, waarvan het eerste deel
uitvoerig de neuroanatomische structuren met klinische correlaten illustreert.
Een
beknopt tweede deel maakt duidelijk dat spraak en taal geen statische structuren
zijn, maar het resultaat zijn van een dynamische communicatie en cohererentie tussen
neuronale groepen.
In een derde deel wordt de lezer ingewijd in een aantal neurofysiologische
onderzoeksmethodes die hem in staat stellen om de klinische inzichten in
afasie en dysartrie in de volgende delen van deze reeks te begrijpen.
Boek 2 - Van neuron tot afasie
Patrick Santens is neuroloog en doctor in de medische wetenschappen. Hij is werkzaam
op de Afdeling Neurologie van het Universitair Ziekenhuis in Gent en heeft als
specialisatie cognitieve pathologieën en bewegingsstoornissen. Hij is hoofddocent
aan de UGent en wetenschappelijk vooral actief op het vlak van neurodegeneratieve
aandoeningen en neurofysiologie van taal en motoriek.<
Miet De Letter is master in de logopedische en audiologischewetenschappen, afstudeerrichting
logopedie en doctor in de Sociale Gezondheidswetenschappen aan de
UGent. Ze is verbonden aan het Revalidatiecentrum ‘Ter Sprake’ op de dienst Neus-
Keel-Oorheelkunde van het Universitair Ziekenhuis in Gent. Ze is gespecialiseerd in
afasiologie. Klinisch-wetenschappelijk focust ze zich voornamelijk op de neurofysiologische
onderbouw van diagnostische en therapeutische technieken bij mensen met
afasie en dysartrie.
Inspirerende docenten. Inzichten en verhalen uit het hoger beroepsonderwijs
De auteur heeft voorbeelden van inspirerend docentschap in het hoger beroepsonderwijs opgediept en in tien verhalen vastgelegd. Het boek bevat een uitwerking van vele thema’s die deel uitmaken van inspirerend docentschap, zoals: een vraagbehoefte bij studenten oproepen, hoge eisen stellen, leren van fouten en een open leerklimaat creëren. Per thema wordt duidelijk hoe gedrag en beweegredenen van verschillende docenten zich tot elkaar verhouden. De lezer krijgt inzicht in de manier waarop hun gedrag en attitude een bijzondere betekenis krijgen voor studenten.
De kwaliteiten van inspirerende docenten in het hoger beroepsonderwijs komen zo aan het licht. Het boek biedt andere docenten de mogelijkheid op zichzelf te reflecteren en op hun manier van lesgeven en de beweegredenen daarvoor. Het kan tevens een bijdrage leveren aan het gesprek op hogescholen over de kwaliteit van het onderwijs en de professionele ruimte. De docenten tonen hoe ze gestimuleerd maar ook beperkt worden door factoren in hun omgeving. In het boek laten zij zien hoe zij hun ruimte benutten om inspirerend en geïnspireerd te zijn en blijven.
Het boek vormt de neerslag van onderzoek in het hoger beroepsonderwijs en is primair bedoeld voor docenten en opleidingsmanagers. Een vertaalslag naar de praktijk van de hogere niveaus in het middelbaar beroepsonderwijs is evenwel goed mogelijk. Daarnaast zal het boek zijn weg vinden naar professionaliseringstrajecten voor docenten.
Edith Roefs werkt als docent, supervisor en coördinator bij de School of Management & Law van de Christelijke Hogeschool Windesheim in Zwolle. Daarnaast is zij als lid van de kenniskring verbonden aan het lectoraat Pedagogische kwaliteit van het onderwijs.
Inspirerende docenten. Inzichten en verhalen uit het hoger beroepsonderwijs
De auteur heeft voorbeelden van inspirerend docentschap in het hoger beroepsonderwijs opgediept en in tien verhalen vastgelegd. Het boek bevat een uitwerking van vele thema’s die deel uitmaken van inspirerend docentschap, zoals: een vraagbehoefte bij studenten oproepen, hoge eisen stellen, leren van fouten en een open leerklimaat creëren. Per thema wordt duidelijk hoe gedrag en beweegredenen van verschillende docenten zich tot elkaar verhouden. De lezer krijgt inzicht in de manier waarop hun gedrag en attitude een bijzondere betekenis krijgen voor studenten.
De kwaliteiten van inspirerende docenten in het hoger beroepsonderwijs komen zo aan het licht. Het boek biedt andere docenten de mogelijkheid op zichzelf te reflecteren en op hun manier van lesgeven en de beweegredenen daarvoor. Het kan tevens een bijdrage leveren aan het gesprek op hogescholen over de kwaliteit van het onderwijs en de professionele ruimte. De docenten tonen hoe ze gestimuleerd maar ook beperkt worden door factoren in hun omgeving. In het boek laten zij zien hoe zij hun ruimte benutten om inspirerend en geïnspireerd te zijn en blijven.
Het boek vormt de neerslag van onderzoek in het hoger beroepsonderwijs en is primair bedoeld voor docenten en opleidingsmanagers. Een vertaalslag naar de praktijk van de hogere niveaus in het middelbaar beroepsonderwijs is evenwel goed mogelijk. Daarnaast zal het boek zijn weg vinden naar professionaliseringstrajecten voor docenten.
Edith Roefs werkt als docent, supervisor en coördinator bij de School of Management & Law van de Christelijke Hogeschool Windesheim in Zwolle. Daarnaast is zij als lid van de kenniskring verbonden aan het lectoraat Pedagogische kwaliteit van het onderwijs.
Hokus Pokus Toverdoos – Ideeënboek voor basiscommunicatie
Dit boek stelt een werkwijze voor om de basiscommunicatie bij kinderen met een complex meervoudige beperking te versterken. Ze is door de auteurs samengesteld, uitgebreid gebruikt en getoetst.
Deze publicatie is dan ook in de eerste plaats een praktijkboek met makkelijk te realiseren ideeën en met kant-en-klaar toepasbare activiteiten. De bijgevoegde dvd bevat voorbeeldfilmpjes waarop getoond wordt hoe therapiesessies in hun werk gaan.
Niet alleen logopedisten en andere deskundigen in voorzieningen voor kinderen met een ernstige tot diepe verstandelijke beperking, maar ook ouders, onthaalmoeders en begeleiders in crèches vinden er een schat aan ideeën in om spelenderwijs basiscommunicatie te stimuleren.
Hokus Pokus Toverdoos – Ideeënboek voor basiscommunicatie
Dit boek stelt een werkwijze voor om de basiscommunicatie bij kinderen met een complex meervoudige beperking te versterken. Ze is door de auteurs samengesteld, uitgebreid gebruikt en getoetst.
Deze publicatie is dan ook in de eerste plaats een praktijkboek met makkelijk te realiseren ideeën en met kant-en-klaar toepasbare activiteiten. De bijgevoegde dvd bevat voorbeeldfilmpjes waarop getoond wordt hoe therapiesessies in hun werk gaan.
Niet alleen logopedisten en andere deskundigen in voorzieningen voor kinderen met een ernstige tot diepe verstandelijke beperking, maar ook ouders, onthaalmoeders en begeleiders in crèches vinden er een schat aan ideeën in om spelenderwijs basiscommunicatie te stimuleren.
Ontplooiing door communicatie. Geschiedenis van het onderwijs aan doven en slechthorenden in Nederland (O&A-Reeks, nr. 2)
De laatste vijftig jaar is er echter een toenemende aandacht voor de gebarentaal, zelfs in die mate dat alle Nederlandse dovenscholen die inmiddels gebruiken. Die evolutie ging gepaard met een groeiend zelfbewustzijn van doven. Zij gingen de dovencultuur centraal stellen met eigen gewoonten en ook een eigen taal, de gebarentaal. Daarmee werd echter het eeuwenlange vraagstuk over het meest geschikte communicatiemiddel binnen het dovenonderwijs niet afgesloten. Recente technologische ontwikkelingen, zoals het cochleair implantaat, leiden tot hernieuwde discussies. De geschiedenis laat een slingerbeweging zien, die in hoge mate bepaald wordt door de visie op de dove mens en de mate van diens emancipatie.
Het boek beschrijft de geschiedenis van doven en hun onderwijs in Nederland. Deze geschiedenis loopt voor een groot deel gelijk met ontwikkelingen in de omringende landen. Daartoe behoort ook de groep slechthorenden, die een belangrijke rol heeft gespeeld in de emancipatie van mensen met een auditieve beperking.
Marjoke Rietveld-van Wingerden is onderzoeker en docent aan de Faculteit Psychologie en Pedagogiek van de Vrije Universiteit te Amsterdam. Corrie Tijsseling is verbonden aan het Departement Pedagogische en Onderwijskundige Wetenschappen van de afdeling Sociale Wetenschappen van de Universiteit Utrecht. Deze uitgave is een initiatief van Vereniging OenA – Vereniging voor Ortho-Agogische activiteiten
In de media:
Kritisch Lezen - HVV - Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging
Ontplooiing door communicatie. Geschiedenis van het onderwijs aan doven en slechthorenden in Nederland (O&A-Reeks, nr. 2)
De laatste vijftig jaar is er echter een toenemende aandacht voor de gebarentaal, zelfs in die mate dat alle Nederlandse dovenscholen die inmiddels gebruiken. Die evolutie ging gepaard met een groeiend zelfbewustzijn van doven. Zij gingen de dovencultuur centraal stellen met eigen gewoonten en ook een eigen taal, de gebarentaal. Daarmee werd echter het eeuwenlange vraagstuk over het meest geschikte communicatiemiddel binnen het dovenonderwijs niet afgesloten. Recente technologische ontwikkelingen, zoals het cochleair implantaat, leiden tot hernieuwde discussies. De geschiedenis laat een slingerbeweging zien, die in hoge mate bepaald wordt door de visie op de dove mens en de mate van diens emancipatie.
Het boek beschrijft de geschiedenis van doven en hun onderwijs in Nederland. Deze geschiedenis loopt voor een groot deel gelijk met ontwikkelingen in de omringende landen. Daartoe behoort ook de groep slechthorenden, die een belangrijke rol heeft gespeeld in de emancipatie van mensen met een auditieve beperking.
Marjoke Rietveld-van Wingerden is onderzoeker en docent aan de Faculteit Psychologie en Pedagogiek van de Vrije Universiteit te Amsterdam. Corrie Tijsseling is verbonden aan het Departement Pedagogische en Onderwijskundige Wetenschappen van de afdeling Sociale Wetenschappen van de Universiteit Utrecht. Deze uitgave is een initiatief van Vereniging OenA – Vereniging voor Ortho-Agogische activiteiten
In de media:
Kritisch Lezen - HVV - Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging
MovingMath
MovingMath is ontstaan uit de vaststelling dat heel wat kinderen, jongeren en zelfs volwassenen het vermogen om spontaan en creatief oplossend te denken verliezen van zodra ze dit kaderen binnen “wiskunde”. De context wiskunde blokkeert bij mensen het denken door wiskunde- angst (math anxiety) en verdwenen zelfvertrouwen (self efficacy). MovingMath biedt hier via dans en beweging een uitweg voor. Het boek is in alle opzichten een doeboek. Het nodigt via uitdagende opdrachten uit om te dansen en te bewegen. Pas nadien ontdekken de kinderen en jongeren met hoeveel gemak ze hiervoor wiskundige vaardigheden hebben gebruikt.
MovingMath kan toegepast worden in het basis- en secundair onderwijs, in lessen wiskunde, lichamelijke opvoeding, voor middagactiviteiten, in projectdagen. Ook ouders, begeleiders en iedereen die ermee begaan is kinderen te laten aanvoelen dat ze zowel op gebied van wiskunde als op inzichtelijk vlak meer kunnen dan ze denken, vindt daar in het boek een aanzet toe.
Het boek is praktisch opgebouwd. Het bevat dans ches met volledig uitgewerkte lessen. Omdat de auteur ook sterk gelooft in de kracht van het inspireren, is er een hoofdstuk dat stap voor stap uitlegt hoe filmpjes van choreografieën met gratis software gemonteerd en verspreid kunnen worden via videoplatforms zoals Youtube.
Lut De Jaegher is docente en onderzoekster aan de Arteveldehogeschool in Gent.
MovingMath
MovingMath is ontstaan uit de vaststelling dat heel wat kinderen, jongeren en zelfs volwassenen het vermogen om spontaan en creatief oplossend te denken verliezen van zodra ze dit kaderen binnen “wiskunde”. De context wiskunde blokkeert bij mensen het denken door wiskunde- angst (math anxiety) en verdwenen zelfvertrouwen (self efficacy). MovingMath biedt hier via dans en beweging een uitweg voor. Het boek is in alle opzichten een doeboek. Het nodigt via uitdagende opdrachten uit om te dansen en te bewegen. Pas nadien ontdekken de kinderen en jongeren met hoeveel gemak ze hiervoor wiskundige vaardigheden hebben gebruikt.
MovingMath kan toegepast worden in het basis- en secundair onderwijs, in lessen wiskunde, lichamelijke opvoeding, voor middagactiviteiten, in projectdagen. Ook ouders, begeleiders en iedereen die ermee begaan is kinderen te laten aanvoelen dat ze zowel op gebied van wiskunde als op inzichtelijk vlak meer kunnen dan ze denken, vindt daar in het boek een aanzet toe.
Het boek is praktisch opgebouwd. Het bevat dans ches met volledig uitgewerkte lessen. Omdat de auteur ook sterk gelooft in de kracht van het inspireren, is er een hoofdstuk dat stap voor stap uitlegt hoe filmpjes van choreografieën met gratis software gemonteerd en verspreid kunnen worden via videoplatforms zoals Youtube.
Lut De Jaegher is docente en onderzoekster aan de Arteveldehogeschool in Gent.
Autisme… En nu?
De uit onderzoek effectief gebleken aanpak wordt op een levendige en soms humoristische manier, in eenvoudige taal en met vele voorbeelden verduidelijkt. Naast het diepgaand beschrijven van de autistische problematiek wordt het een en ander gerelativeerd, waarbij de auteur veelvuldig parallellen trekt naar zogenaamde “normale” mensen en zaken steeds beschrijft in relatie tot onze chaotische maatschappij.
Giel Vaessen is gedragsdeskundige op de Rec IV school, de Buitenhof in Heerlen. Voorheen werkte hij als behandelcoördinator en systeemtherapeut in de kinder- en jeugdpsychiatrie van de Mondriaan in Heerlen. Daarnaast schreef hij diverse praktijkboeken en geeft hij cursussen aan ouderverenigingen, leraren en hulpverleners in de jeugdzorg.
Voor meer informatie kunt u surfen naar: www.wervelkind.nl
Autisme… En nu?
De uit onderzoek effectief gebleken aanpak wordt op een levendige en soms humoristische manier, in eenvoudige taal en met vele voorbeelden verduidelijkt. Naast het diepgaand beschrijven van de autistische problematiek wordt het een en ander gerelativeerd, waarbij de auteur veelvuldig parallellen trekt naar zogenaamde “normale” mensen en zaken steeds beschrijft in relatie tot onze chaotische maatschappij.
Giel Vaessen is gedragsdeskundige op de Rec IV school, de Buitenhof in Heerlen. Voorheen werkte hij als behandelcoördinator en systeemtherapeut in de kinder- en jeugdpsychiatrie van de Mondriaan in Heerlen. Daarnaast schreef hij diverse praktijkboeken en geeft hij cursussen aan ouderverenigingen, leraren en hulpverleners in de jeugdzorg.
Voor meer informatie kunt u surfen naar: www.wervelkind.nl
Jeugd- en gezinsbeleid – deel 2 – Uitgewerkte beleidsthema’s
In Jeugd- en gezinsbeleid vanuit pedagogisch perspectief wordt gezinsbeleid benaderd vanuit een (ortho)pedagogische invalshoek en vanuit de pedagogische opdracht van de samenleving. De auteurs pleiten ervoor om in beleidsafwegingen de totale persoon-in-wording van het kind en de jeugdige centraal te stellen.
In Deel 2: Uitgewerkte beleidsthema’s worden concrete beleidsthema’s op het snijvlak van jeugd-, gezins- en onderwijsbeleid verder uitgediept met behulp van onderzoeksresultaten, beleidsnota’s en praktijksituaties in de jeugdzorg. Het betreft de thema’s Jeugd- en gezinsbeleid, opvoeding, onderwijs en jeugdzorg.
Dit boek kadert in een drieluik. In Deel 1: Theorie en achtergronden worden een viertal beleidsbenaderingen behandeld vanuit een pedagogisch perspectief. Deel 3: Verwerkingsopdrachten is een boek met werk- en studieopdrachten met bijbehorende literatuursuggesties. Deze themaopdrachten zijn geschikt voor individuele verwerking en uitdieping, maar ook voor verwerking in beleidswerkgroepen of -workshop’s.
Deze publicaties maken jeugd- en gezinsbeleidsvraagstukken toegankelijk voor een breed publiek, en bieden handvatten voor professionals werkzaam bij gemeentelijke, provinciale en landelijke beleidsorganen. Ze zijn ook een onmisbaar handboek voor de professional in opleiding op universiteit en hogeschool.
Jan R.M. Gerris is hoogleraar Gezinspedagogiek aan de afdeling Orthopedagogiek: Gezin en Gedrag van de Radboud Universiteit in Nijmegen en was mede-oprichter en eerste president van de European Society on Family Relations (ESFR).
Jan Willem Veerman is bijzonder hoogleraar Speciale Kinder- en Jeugdzorg aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en directeur van Praktikon, een organisatie voor onderzoek en ontwikkeling in de jeugdzorg.
Dr. Agnes Tellings is universitair docent en onderzoeker aan de afdeling Orthopedagogiek: Leren & Ontwikkeling van de Radboud Universiteit Nijmegen, en aan het aldaar gevestigde onderzoeksinstituut Behavioural Science Institute (BSI).
Jeugd- en gezinsbeleid – deel 2 – Uitgewerkte beleidsthema’s
In Jeugd- en gezinsbeleid vanuit pedagogisch perspectief wordt gezinsbeleid benaderd vanuit een (ortho)pedagogische invalshoek en vanuit de pedagogische opdracht van de samenleving. De auteurs pleiten ervoor om in beleidsafwegingen de totale persoon-in-wording van het kind en de jeugdige centraal te stellen.
In Deel 2: Uitgewerkte beleidsthema’s worden concrete beleidsthema’s op het snijvlak van jeugd-, gezins- en onderwijsbeleid verder uitgediept met behulp van onderzoeksresultaten, beleidsnota’s en praktijksituaties in de jeugdzorg. Het betreft de thema’s Jeugd- en gezinsbeleid, opvoeding, onderwijs en jeugdzorg.
Dit boek kadert in een drieluik. In Deel 1: Theorie en achtergronden worden een viertal beleidsbenaderingen behandeld vanuit een pedagogisch perspectief. Deel 3: Verwerkingsopdrachten is een boek met werk- en studieopdrachten met bijbehorende literatuursuggesties. Deze themaopdrachten zijn geschikt voor individuele verwerking en uitdieping, maar ook voor verwerking in beleidswerkgroepen of -workshop’s.
Deze publicaties maken jeugd- en gezinsbeleidsvraagstukken toegankelijk voor een breed publiek, en bieden handvatten voor professionals werkzaam bij gemeentelijke, provinciale en landelijke beleidsorganen. Ze zijn ook een onmisbaar handboek voor de professional in opleiding op universiteit en hogeschool.
Jan R.M. Gerris is hoogleraar Gezinspedagogiek aan de afdeling Orthopedagogiek: Gezin en Gedrag van de Radboud Universiteit in Nijmegen en was mede-oprichter en eerste president van de European Society on Family Relations (ESFR).
Jan Willem Veerman is bijzonder hoogleraar Speciale Kinder- en Jeugdzorg aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en directeur van Praktikon, een organisatie voor onderzoek en ontwikkeling in de jeugdzorg.
Dr. Agnes Tellings is universitair docent en onderzoeker aan de afdeling Orthopedagogiek: Leren & Ontwikkeling van de Radboud Universiteit Nijmegen, en aan het aldaar gevestigde onderzoeksinstituut Behavioural Science Institute (BSI).
Jeugd- en gezinsbeleid – Deel 1 – Theorie en achtergronden
In Deel 1: Theorie en achtergronden worden een viertal beleidsbenaderingen behandeld vanuit een pedagogisch perspectief. Het gaat concreet om de repressieve benadering, de restauratieve benadering, de risicofactorenbenadering en de ontwikkelingspedagogische benadering, die telkens vanuit theorie en praktijk worden toegelicht. Er wordt ook gereflecteerd over een definitie van het gezin in zijn diversiteit. Een afbakening van het begrip gezin is noodzakelijk voor een systematisch en constructief jeugd- en gezinsbeleid.
Dit boek kadert in een drieluik. In Deel 2: Uitgewerkte beleidsthema’s worden concrete beleidsthema’s op het snijvlak van jeugd-, gezins- en onderwijsbeleid verder uitgediept met behulp van onderzoeksresultaten, beleidsnota’s en praktijksituaties in de jeugdzorg. Deel 3: Verwerkingsopdrachten is een boek met werk- en studieopdrachten met bijbehorende literatuursuggesties. Deze themaopdrachten zijn geschikt voor individuele verwerking en uitdieping, maar ook voor verwerking in beleidswerkgroepen of -workshops. Deze publicaties maken jeugd- en gezinsbeleidsvraagstukken toegankelijk voor een breed publiek, en bieden handvatten voor professionals werkzaam bij gemeentelijke, provinciale en landelijke beleidsorganen. Ze zijn ook een onmisbaar handboek voor de professional in opleiding op universiteit en hogeschool.
Jan R.M. Gerris is hoogleraar Gezinspedagogiek aan de afdeling Orthopedagogiek: Gezin en gedrag van de Radboud Universiteit in Nijmegen en was mede-oprichter en eerste president van de European Society on Family Relations (ESFR).
Jan Willem Veerman is bijzonder hoogleraar Speciale Kinder- en Jeugdzorg aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en directeur van Praktikon, een organisatie voor onderzoek en ontwikkeling in de jeugdzorg.
Dr. Agnes Tellings is universitair docent en onderzoeker aan de afdeling Orthopedagogiek: Leren & Ontwikkeling van de Radboud Universiteit Nijmegen, en aan het aldaar gevestigde onderzoeksinstituut Behavioural Science Institute (BSI).
Jeugd- en gezinsbeleid – Deel 1 – Theorie en achtergronden
In Deel 1: Theorie en achtergronden worden een viertal beleidsbenaderingen behandeld vanuit een pedagogisch perspectief. Het gaat concreet om de repressieve benadering, de restauratieve benadering, de risicofactorenbenadering en de ontwikkelingspedagogische benadering, die telkens vanuit theorie en praktijk worden toegelicht. Er wordt ook gereflecteerd over een definitie van het gezin in zijn diversiteit. Een afbakening van het begrip gezin is noodzakelijk voor een systematisch en constructief jeugd- en gezinsbeleid.
Dit boek kadert in een drieluik. In Deel 2: Uitgewerkte beleidsthema’s worden concrete beleidsthema’s op het snijvlak van jeugd-, gezins- en onderwijsbeleid verder uitgediept met behulp van onderzoeksresultaten, beleidsnota’s en praktijksituaties in de jeugdzorg. Deel 3: Verwerkingsopdrachten is een boek met werk- en studieopdrachten met bijbehorende literatuursuggesties. Deze themaopdrachten zijn geschikt voor individuele verwerking en uitdieping, maar ook voor verwerking in beleidswerkgroepen of -workshops. Deze publicaties maken jeugd- en gezinsbeleidsvraagstukken toegankelijk voor een breed publiek, en bieden handvatten voor professionals werkzaam bij gemeentelijke, provinciale en landelijke beleidsorganen. Ze zijn ook een onmisbaar handboek voor de professional in opleiding op universiteit en hogeschool.
Jan R.M. Gerris is hoogleraar Gezinspedagogiek aan de afdeling Orthopedagogiek: Gezin en gedrag van de Radboud Universiteit in Nijmegen en was mede-oprichter en eerste president van de European Society on Family Relations (ESFR).
Jan Willem Veerman is bijzonder hoogleraar Speciale Kinder- en Jeugdzorg aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en directeur van Praktikon, een organisatie voor onderzoek en ontwikkeling in de jeugdzorg.
Dr. Agnes Tellings is universitair docent en onderzoeker aan de afdeling Orthopedagogiek: Leren & Ontwikkeling van de Radboud Universiteit Nijmegen, en aan het aldaar gevestigde onderzoeksinstituut Behavioural Science Institute (BSI).
Ik wil ook. Leren in kinderdagcentra
Kinderen met een meervoud aan beperkingen ervaren belemmeringen om zichzelf en de eigen, meegebrachte mogelijkheden zonder meer zichtbaar te maken voor hun omgeving.
Dit boek is een leidraad voor de begeleiding en ondersteuning van deze kinderen in een kinderdagcentrum. Het leerprogramma wordt groepsgewijs aangeboden en voor ieder kind individueel uitgewerkt. Ondanks de diversiteit en de uiteenlopende vragen die deze kinderen stellen, is het uitgangspunt dat zij de wil hebben zich te ontwikkelen. Dat betekent dat zij zich met hun lichaam willen verbinden, met de wereld en met de mensen om hen heen en hierop invloed willen uitoefenen.
‘(...) het is geweldig dat het Astrid van Zon gelukt is dit therapeutisch leerprogramma te ontwikkelen en vast te leggen. (...) vanwege de duidelijke opzet en het goed uitgewerkte dagprogramma biedt het niet alleen houvast aan de praktijk, maar kan het ook van belang zijn voor wetenschappers en beleidsmakers.’
Prof.dr. Carla Vlaskamp
Astrid van Zon studeerde pedagogie en theologie en was werkzaam in diverse functies bij de ondersteuning en ontwikkeling van kinderen met een of meer beperkingen en hun ouders. Momenteel is zij verbonden aan Rozemarijn, een kinderdagcentrum voor kinderen met meervoudige beperkingen in Haarlem en Heemstede, waarvan zij medeoprichtster en momenteel directeur is. Rozemarijn is onderdeel van de Raphaëlstichting.
Ik wil ook. Leren in kinderdagcentra
Kinderen met een meervoud aan beperkingen ervaren belemmeringen om zichzelf en de eigen, meegebrachte mogelijkheden zonder meer zichtbaar te maken voor hun omgeving.
Dit boek is een leidraad voor de begeleiding en ondersteuning van deze kinderen in een kinderdagcentrum. Het leerprogramma wordt groepsgewijs aangeboden en voor ieder kind individueel uitgewerkt. Ondanks de diversiteit en de uiteenlopende vragen die deze kinderen stellen, is het uitgangspunt dat zij de wil hebben zich te ontwikkelen. Dat betekent dat zij zich met hun lichaam willen verbinden, met de wereld en met de mensen om hen heen en hierop invloed willen uitoefenen.
‘(...) het is geweldig dat het Astrid van Zon gelukt is dit therapeutisch leerprogramma te ontwikkelen en vast te leggen. (...) vanwege de duidelijke opzet en het goed uitgewerkte dagprogramma biedt het niet alleen houvast aan de praktijk, maar kan het ook van belang zijn voor wetenschappers en beleidsmakers.’
Prof.dr. Carla Vlaskamp
Astrid van Zon studeerde pedagogie en theologie en was werkzaam in diverse functies bij de ondersteuning en ontwikkeling van kinderen met een of meer beperkingen en hun ouders. Momenteel is zij verbonden aan Rozemarijn, een kinderdagcentrum voor kinderen met meervoudige beperkingen in Haarlem en Heemstede, waarvan zij medeoprichtster en momenteel directeur is. Rozemarijn is onderdeel van de Raphaëlstichting.
Omgaan met dyslexie. Sociale en emotionele aspecten
Vaak gaan deze publicaties over diagnostiek en behandelingstechnieken. Maar voor de begeleiding van kinderen met dyslexie, hun ouders en leerkrachten is, naast technische inzichten en vaardigheden, ook kennis nodig om met de levende realiteit van dyslexie invoelend te kunnen omgaan. Over wat we ‘omgangskennis’ kunnen noemen, is nog maar weinig geschreven. Een belangrijk ingrediënt van die omgangskennis zou moeten zijn dat cognitie en emotie bij elkaar horen.
Dit boek handelt precies over dit onderwerp, op een toegankelijke manier: de nadruk ligt op de sociaal-emotionele kant van het probleem dyslexie. De auteurs bestrijken daarbij de hele levensloop van het kind tot volwassene en alle gebieden: school, beroep, vrije tijd en interactie met gezinsleden en anderen.
Deze gewijzigde herdruk besteedt aandacht aan de meest recente inzichten omtrent dyslexie en de sociaal-emotionele aspecten ervan.
"een aanrader"
Logopedie, jrg. 26, nr. 5, blz. 63-64
Jan Hindrik Loonstra is als Neerlandicus en Orthopedagoog-Generalist verbonden
aan OCRN; OCRN is een praktijk voor Kinder- en Jeugdpsychiatrie/
Leerstoornissen met vestigingen in Assen, Groningen en Leeuwarden.
Tom Braams, is de onderwijspsycholoog
Omgaan met dyslexie. Sociale en emotionele aspecten
Vaak gaan deze publicaties over diagnostiek en behandelingstechnieken. Maar voor de begeleiding van kinderen met dyslexie, hun ouders en leerkrachten is, naast technische inzichten en vaardigheden, ook kennis nodig om met de levende realiteit van dyslexie invoelend te kunnen omgaan. Over wat we ‘omgangskennis’ kunnen noemen, is nog maar weinig geschreven. Een belangrijk ingrediënt van die omgangskennis zou moeten zijn dat cognitie en emotie bij elkaar horen.
Dit boek handelt precies over dit onderwerp, op een toegankelijke manier: de nadruk ligt op de sociaal-emotionele kant van het probleem dyslexie. De auteurs bestrijken daarbij de hele levensloop van het kind tot volwassene en alle gebieden: school, beroep, vrije tijd en interactie met gezinsleden en anderen.
Deze gewijzigde herdruk besteedt aandacht aan de meest recente inzichten omtrent dyslexie en de sociaal-emotionele aspecten ervan.
"een aanrader"
Logopedie, jrg. 26, nr. 5, blz. 63-64
Jan Hindrik Loonstra is als Neerlandicus en Orthopedagoog-Generalist verbonden
aan OCRN; OCRN is een praktijk voor Kinder- en Jeugdpsychiatrie/
Leerstoornissen met vestigingen in Assen, Groningen en Leeuwarden.
Tom Braams, is de onderwijspsycholoog
Behouden en veranderen. Leren en ontwikkelen van ervaren docenten
Frits Achterberg is trainer, coach, adviseur en docent aan het IVLOS – Interfacultair Instituut voor Lerarenopleiding, Onderwijsontwikkeling en Studievaardigheden van de Universiteit Utrecht.
Behouden en veranderen. Leren en ontwikkelen van ervaren docenten
Frits Achterberg is trainer, coach, adviseur en docent aan het IVLOS – Interfacultair Instituut voor Lerarenopleiding, Onderwijsontwikkeling en Studievaardigheden van de Universiteit Utrecht.
Digitale voortgangstoets. Van concept tot implementatie
De digitale voortgangstoets heeft als doel het functionele kennisaspect van een competentie te evalueren. Het beheersen van deze kennis wordt bevorderd door het herhaaldelijk afnemen van de toets, gecombineerd met een degelijke feedback. Een goed en uitgebreid kennisnetwerk is essentieel om andere metacognitieve assessments tot een goed einde te brengen en de vooropgestelde competenties te bereiken. Het digitale karakter van de toets sluit nauw aan bij de digitale leefwereld van de student en de snel evoluerende kennismaatschappij. Een digitale voortgangstoets is een grote stap in het ontwerpen van innovatieve assessmentinstrumenten. De implementatie vraagt een paradigmashift van het onderwijs, zowel op management- als op studenten- en docentenniveau.
Dit boek beschrijft hoe een digitale voortgangstoets vanuit een basisconcept uitgewerkt en geïmplementeerd kan worden in het onderwijs. Het biedt theoretische achtergronden aan die verduidelijkt worden met praktijkvoorbeelden en resultaten uit de opleiding bachelor in de verpleegkunde. Het boek is bestemd voor docenten, lectoren, beleidsmakers, onderwijskundigen, opleidingsverantwoordelijken en medewerkers uit het werkveld. Vanwege het brede perspectief van waaruit de digitale voortgangstoets bekeken wordt, is het boek ook geschikt voor alle opleidingen in het hoger onderwijs of andere sectoren uit het werkveld.
Narcisse Vandebosch (°1966) is van opleiding verpleegkundige en vroedvrouw en is verbonden aan de KHLim (Katholieke Hogeschool Limburg, Associatie KULeuven) binnen de opleidingen verpleegkunde en vroedkunde. Daarnaast heeft zij een bijzondere expertise in onderwijskundige domeinen zoals curriculumontwikkeling en innovatieve assessments.
Student scoort beter dankzij voortgangstoets
De Morgen, 2 juli 2013
Digitale voortgangstoets. Van concept tot implementatie
De digitale voortgangstoets heeft als doel het functionele kennisaspect van een competentie te evalueren. Het beheersen van deze kennis wordt bevorderd door het herhaaldelijk afnemen van de toets, gecombineerd met een degelijke feedback. Een goed en uitgebreid kennisnetwerk is essentieel om andere metacognitieve assessments tot een goed einde te brengen en de vooropgestelde competenties te bereiken. Het digitale karakter van de toets sluit nauw aan bij de digitale leefwereld van de student en de snel evoluerende kennismaatschappij. Een digitale voortgangstoets is een grote stap in het ontwerpen van innovatieve assessmentinstrumenten. De implementatie vraagt een paradigmashift van het onderwijs, zowel op management- als op studenten- en docentenniveau.
Dit boek beschrijft hoe een digitale voortgangstoets vanuit een basisconcept uitgewerkt en geïmplementeerd kan worden in het onderwijs. Het biedt theoretische achtergronden aan die verduidelijkt worden met praktijkvoorbeelden en resultaten uit de opleiding bachelor in de verpleegkunde. Het boek is bestemd voor docenten, lectoren, beleidsmakers, onderwijskundigen, opleidingsverantwoordelijken en medewerkers uit het werkveld. Vanwege het brede perspectief van waaruit de digitale voortgangstoets bekeken wordt, is het boek ook geschikt voor alle opleidingen in het hoger onderwijs of andere sectoren uit het werkveld.
Narcisse Vandebosch (°1966) is van opleiding verpleegkundige en vroedvrouw en is verbonden aan de KHLim (Katholieke Hogeschool Limburg, Associatie KULeuven) binnen de opleidingen verpleegkunde en vroedkunde. Daarnaast heeft zij een bijzondere expertise in onderwijskundige domeinen zoals curriculumontwikkeling en innovatieve assessments.
Student scoort beter dankzij voortgangstoets
De Morgen, 2 juli 2013
Tien keer beter! 2 Leraren verbeteren hun onderwijspraktijk door onderzoek (Reeks Praktijk in Onderzoek, nr. 5)
Wie dit allemaal weet, kan ook de stap zetten van ‘onbewust waarnemen’ naar ‘bewust interpreteren’. En daarmee staat de deur naar voortdurende onderwijsverbetering en –vernieuwing open.
Elke onderwijssituatie is uniek. Het heeft een eigen identiteit en functioneert relatief autonoom. Dit laatste vooral in interactie met de omgeving.
Onderwijsverbetering en onderwijsvernieuwing vragen om verbindingen met de wereld buiten de eigen setting, buiten de eigen school, de eigen klas, de eigen les. Daarmee blijven leraren niet alleen uitvoerders van wat anderen bedacht hebben, maar worden ook onderzoekers van hun eigen leren en het leren van kinderen. (Kok, 2008). Het is een voortdurende speurtocht naar kennis over wat werkt en niet werkt in het onderwijs.
Staatssecretaris Dijksma schrijft ook voor dit tweede boek Tien keer beter! het voorwoord. Zij onderkent daarmee de basis die nodig is om passend onderwijs vorm te geven: leraren die weten wat werkt, om ‘leerlingen optimaal uit de verf te laten komen’.
Dijksma: Het is dus allemaal een kwestie van kennis. Van zelfkennis, vakinhoudelijke kennis, didactische kennis en kennis over speciale onderwijsbehoeften. Maar goede leraren, ook masters SEN, drijven niet op kennis alleen. Zij varen ook op empathie en de drive om kinderen iets bij te brengen. Wie hun ouders ook zijn. Waar ze ook vandaan komen. En of ze nu lijden aan een stoornis of niet. Want talent zit overal, als je het maar wil zien.
Tien keer beter! 2 Leraren verbeteren hun onderwijspraktijk door onderzoek (Reeks Praktijk in Onderzoek, nr. 5)
Wie dit allemaal weet, kan ook de stap zetten van ‘onbewust waarnemen’ naar ‘bewust interpreteren’. En daarmee staat de deur naar voortdurende onderwijsverbetering en –vernieuwing open.
Elke onderwijssituatie is uniek. Het heeft een eigen identiteit en functioneert relatief autonoom. Dit laatste vooral in interactie met de omgeving.
Onderwijsverbetering en onderwijsvernieuwing vragen om verbindingen met de wereld buiten de eigen setting, buiten de eigen school, de eigen klas, de eigen les. Daarmee blijven leraren niet alleen uitvoerders van wat anderen bedacht hebben, maar worden ook onderzoekers van hun eigen leren en het leren van kinderen. (Kok, 2008). Het is een voortdurende speurtocht naar kennis over wat werkt en niet werkt in het onderwijs.
Staatssecretaris Dijksma schrijft ook voor dit tweede boek Tien keer beter! het voorwoord. Zij onderkent daarmee de basis die nodig is om passend onderwijs vorm te geven: leraren die weten wat werkt, om ‘leerlingen optimaal uit de verf te laten komen’.
Dijksma: Het is dus allemaal een kwestie van kennis. Van zelfkennis, vakinhoudelijke kennis, didactische kennis en kennis over speciale onderwijsbehoeften. Maar goede leraren, ook masters SEN, drijven niet op kennis alleen. Zij varen ook op empathie en de drive om kinderen iets bij te brengen. Wie hun ouders ook zijn. Waar ze ook vandaan komen. En of ze nu lijden aan een stoornis of niet. Want talent zit overal, als je het maar wil zien.
Transcendentie in immanentie. Goddelijke hoogtes en laagtes met Heidegger, Deleuze en Derrida
Goddelijke transcendentie wordt al lang niet meer gedacht als een ‘bovennatuur’, als een andere, betere wereld die tegenover dit aardse tranendal staat. Zulke voorstellingen behoren tot het zogenaamde ‘representatiedenken’, een denken dat haar object probeert te vangen en te beheersen in voorstellingen. En net met God of het goddelijke lijkt dat niet zo goed te lukken: God transcendeert ons immers ‘per definitie’. Hoe kunnen we het overstijgende karakter van God dan denken? Aan de hand van het werk van drie hedendaagse filosofen – Martin Heidegger, Gilles Deleuze en Jacques Derrida – onderzoekt de auteur de mogelijkheden om het ongrijpbare karakter van God, de niet-representeerbare kern van elke religieuze traditie (waarnaar ook de mystiek verwijst), onder woorden te brengen. Dat dit thema geen louter abstracte denkoefening is, bewijst de politieke inzet die – naast de mystieke affiniteiten – bij zowel Heidegger als Deleuze en Derrida op het spel staat.
Kristien Justaert studeerde godsdienstwetenschappen en godgeleerdheid aan de KU Leuven, waar zij momenteel postdoctoraal onderzoeker is aan de faculteit theologie. Zij werkt vooral rond wijsgerige theologie, spiritualiteit en politieke theologie.
Transcendentie in immanentie. Goddelijke hoogtes en laagtes met Heidegger, Deleuze en Derrida
Goddelijke transcendentie wordt al lang niet meer gedacht als een ‘bovennatuur’, als een andere, betere wereld die tegenover dit aardse tranendal staat. Zulke voorstellingen behoren tot het zogenaamde ‘representatiedenken’, een denken dat haar object probeert te vangen en te beheersen in voorstellingen. En net met God of het goddelijke lijkt dat niet zo goed te lukken: God transcendeert ons immers ‘per definitie’. Hoe kunnen we het overstijgende karakter van God dan denken? Aan de hand van het werk van drie hedendaagse filosofen – Martin Heidegger, Gilles Deleuze en Jacques Derrida – onderzoekt de auteur de mogelijkheden om het ongrijpbare karakter van God, de niet-representeerbare kern van elke religieuze traditie (waarnaar ook de mystiek verwijst), onder woorden te brengen. Dat dit thema geen louter abstracte denkoefening is, bewijst de politieke inzet die – naast de mystieke affiniteiten – bij zowel Heidegger als Deleuze en Derrida op het spel staat.
Kristien Justaert studeerde godsdienstwetenschappen en godgeleerdheid aan de KU Leuven, waar zij momenteel postdoctoraal onderzoeker is aan de faculteit theologie. Zij werkt vooral rond wijsgerige theologie, spiritualiteit en politieke theologie.
Leren vanuit je passie: het vervolg! (Fontys Reeks Educatief, nr.12)
Op een MET-school hebben leerlingen de mogelijkheid om vanuit hun passie een persoonlijk leerproces te plannen en vorm te geven. De talenten en mogelijkheden van leerlingen worden expliciet gemaakt en leerlingen worden gestimuleerd deze verder te ontwikkelen door deze te koppelen aan reguliere vakken maar ook aan leerervaringen (stages en projecten) in de echte wereld.
Ook op de praktijkschool Schijndel kijkt men niet zozeer naar de onderwijsbelemmeringen maar vooral naar de mogelijkheden van de leerlingen. De leerlingen worden gevormd tot jongeren die graag willen leren, hun eigen passie durven en weten te volgen en bereid zijn om daartoe eigen wegen te ontdekken en te kiezen.
Vanaf september 2009 wordt in de gehele school gewerkt volgens het ‘MET4ELDE’ gedachtegoed. De inspanningen zijn erop gericht meer maatwerk voor de leerling te realiseren en een betere doorstroom naar vervolgonderwijs of arbeidsmarkt te bewerkstelligen. Met als uiteindelijk doel dat elke leerling een passende plaats op de arbeidsmarkt verwerft en behoudt.
In dit boekje wordt de werkwijze van zowel leerlingen, ouders, team, directie en de begeleidingsinzet van het Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg van Fontys Hogescholen beschreven.
Leren vanuit je passie: het vervolg! is bedoeld als inspiratiebron om onderwijs meer op de leerling af te stemmen en daarmee het onderwijsaanbod voor te bereiden op passend onderwijs. De zorgvuldige en doortastende aanpak op de praktijkschool in Schijndel bewijst dat goede begeleiding van zorgleerlingen een goede garantie is voor een passende leer- of arbeidsplek in de buurt!
Leren vanuit je passie: het vervolg! (Fontys Reeks Educatief, nr.12)
Op een MET-school hebben leerlingen de mogelijkheid om vanuit hun passie een persoonlijk leerproces te plannen en vorm te geven. De talenten en mogelijkheden van leerlingen worden expliciet gemaakt en leerlingen worden gestimuleerd deze verder te ontwikkelen door deze te koppelen aan reguliere vakken maar ook aan leerervaringen (stages en projecten) in de echte wereld.
Ook op de praktijkschool Schijndel kijkt men niet zozeer naar de onderwijsbelemmeringen maar vooral naar de mogelijkheden van de leerlingen. De leerlingen worden gevormd tot jongeren die graag willen leren, hun eigen passie durven en weten te volgen en bereid zijn om daartoe eigen wegen te ontdekken en te kiezen.
Vanaf september 2009 wordt in de gehele school gewerkt volgens het ‘MET4ELDE’ gedachtegoed. De inspanningen zijn erop gericht meer maatwerk voor de leerling te realiseren en een betere doorstroom naar vervolgonderwijs of arbeidsmarkt te bewerkstelligen. Met als uiteindelijk doel dat elke leerling een passende plaats op de arbeidsmarkt verwerft en behoudt.
In dit boekje wordt de werkwijze van zowel leerlingen, ouders, team, directie en de begeleidingsinzet van het Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg van Fontys Hogescholen beschreven.
Leren vanuit je passie: het vervolg! is bedoeld als inspiratiebron om onderwijs meer op de leerling af te stemmen en daarmee het onderwijsaanbod voor te bereiden op passend onderwijs. De zorgvuldige en doortastende aanpak op de praktijkschool in Schijndel bewijst dat goede begeleiding van zorgleerlingen een goede garantie is voor een passende leer- of arbeidsplek in de buurt!
Nieuwe kleren voor de werkstad. Sociale geschiedenis en ruimtelijke planning in de Antwerpse stationsomgeving. Wandeling door Garant- en Maklu-buurt
De Antwerpse stationsbuurt vertelt, scherper dan ons lief is, hoe het echt met deze stad gaat. Wat bedoelen we eigenlijk als we zeggen dat de stationswijk ''beter'' wordt? Is die verbetering duurzaam, past zij bij de sociale en culturele eigenheid van deze wijk? Wat leren we uit de investeringen van vorige generaties, uit de actuele routines en inspanningen van burgers, boekhandelaars en arbeidsbemiddelaars? Stationsbuurten zijn als spiegels. Je kunt er de hele wereld zien, de schokgolven van verwaarlozing en dualisering maar net zo goed de investeringen en de doorgaans tragere jaarringen van stedelijke groei en sociale vernieuwing.
Door middel van meervoudige stadsanalyse komt de auteur tot een aantal ontwerp- en beleidsvoorstellen. "Nu de achterkant van het station wat meer voorkant wordt, komen de generaties die de werkstad hebben opgebouwd, extra onder druk te staan. Een verantwoordelijke overheid weet dan wat haar te doen staat. (...) Een stad wordt niet beter van kijkarchitectuur als het stedelijk en gemengd wonen zelf onderuit gaat." (p. 29)
Kijkt en wandelt u mee, door deze stationswijk, door haar geschiedenis, door de stedelijke cultuur. Dit is de wijk waarin de Uitgeverscombinatie Maklu | Garant | Het Spinhuis, op 19-20 september 2009 Het Boekenpodium. Centrum voor het non-fictionboek heeft opgericht.
Het essay verschijnt als afzonderlijk boekje naar aanleiding van de lancering van het tijdschrift Ruimte en Maatschappij - Vlaams Nederlands tijdschrift voor ruimtelijke vraagstukken.
Paul Blondeel, sociaal pedagoog, is oprichter-directeur van Studio Stadsonderzoek. Hij deed langdurig onderzoek in de Antwerpse stationsbuurt.
Nieuwe kleren voor de werkstad. Sociale geschiedenis en ruimtelijke planning in de Antwerpse stationsomgeving. Wandeling door Garant- en Maklu-buurt
De Antwerpse stationsbuurt vertelt, scherper dan ons lief is, hoe het echt met deze stad gaat. Wat bedoelen we eigenlijk als we zeggen dat de stationswijk ''beter'' wordt? Is die verbetering duurzaam, past zij bij de sociale en culturele eigenheid van deze wijk? Wat leren we uit de investeringen van vorige generaties, uit de actuele routines en inspanningen van burgers, boekhandelaars en arbeidsbemiddelaars? Stationsbuurten zijn als spiegels. Je kunt er de hele wereld zien, de schokgolven van verwaarlozing en dualisering maar net zo goed de investeringen en de doorgaans tragere jaarringen van stedelijke groei en sociale vernieuwing.
Door middel van meervoudige stadsanalyse komt de auteur tot een aantal ontwerp- en beleidsvoorstellen. "Nu de achterkant van het station wat meer voorkant wordt, komen de generaties die de werkstad hebben opgebouwd, extra onder druk te staan. Een verantwoordelijke overheid weet dan wat haar te doen staat. (...) Een stad wordt niet beter van kijkarchitectuur als het stedelijk en gemengd wonen zelf onderuit gaat." (p. 29)
Kijkt en wandelt u mee, door deze stationswijk, door haar geschiedenis, door de stedelijke cultuur. Dit is de wijk waarin de Uitgeverscombinatie Maklu | Garant | Het Spinhuis, op 19-20 september 2009 Het Boekenpodium. Centrum voor het non-fictionboek heeft opgericht.
Het essay verschijnt als afzonderlijk boekje naar aanleiding van de lancering van het tijdschrift Ruimte en Maatschappij - Vlaams Nederlands tijdschrift voor ruimtelijke vraagstukken.
Paul Blondeel, sociaal pedagoog, is oprichter-directeur van Studio Stadsonderzoek. Hij deed langdurig onderzoek in de Antwerpse stationsbuurt.
Globalisering, groei en ontwikkeling. Een andere kijk op internationale politieke economie
Dit boek laat deze en andere contradicties aan bod komen en biedt tegelijk een aantal methodologische nieuwigheden. Zo heeft de auteur er bewust voor gekozen om een ''niet-Eurocentrische'' sociaal-economische geschiedenis van de 19de en de 20ste eeuw te schrijven. De traditionele historiografie viseert al te veel de ''Noord-Atlantische'' of zogenaamde ''Westerse'' geschiedenis. Ook stereotypes als ''Het Westen'' en ''Het Oosten'' doorbreekt dit boek. Concepten als moderniteit, traditionalisme en spiritualiteit hebben immers geen windrichting...
Gerrit De Vylder doceert Internationale Politieke Economie en Economische Geschiedenis aan de Lessius Hogeschool in Antwerpen en is geassocieerd onderzoeker aan de Katholieke Universiteit Leuven. Als gastdocent doceert hij ook Globalization en Problems of Economic Growth aan de Polonia University in Czestochowa, Polen. Hij publiceert vooral over India, Turkije, de geschiedenis van de internationale handel, bedrijfsgeschiedenis, de relatie tussen godsdienst en economie, en tussen literatuur en economie. Ondermeer als studiebeursstudent, vertegenwoordiger van ontwikkelingsorganisaties, cultuurreisleider en gastprofessor bereisde hij intensief regio’s zoals het Midden-Oosten, Centraal-, Zuid- en Zuid-Oost-Azië, Oost-Europa en Latijns Amerika. Familiaal bevindt hij zich zowel in de christelijke, West-Europese als in de islamitische, Zuid-Aziatische wereld.
Globalisering, groei en ontwikkeling. Een andere kijk op internationale politieke economie
Dit boek laat deze en andere contradicties aan bod komen en biedt tegelijk een aantal methodologische nieuwigheden. Zo heeft de auteur er bewust voor gekozen om een ''niet-Eurocentrische'' sociaal-economische geschiedenis van de 19de en de 20ste eeuw te schrijven. De traditionele historiografie viseert al te veel de ''Noord-Atlantische'' of zogenaamde ''Westerse'' geschiedenis. Ook stereotypes als ''Het Westen'' en ''Het Oosten'' doorbreekt dit boek. Concepten als moderniteit, traditionalisme en spiritualiteit hebben immers geen windrichting...
Gerrit De Vylder doceert Internationale Politieke Economie en Economische Geschiedenis aan de Lessius Hogeschool in Antwerpen en is geassocieerd onderzoeker aan de Katholieke Universiteit Leuven. Als gastdocent doceert hij ook Globalization en Problems of Economic Growth aan de Polonia University in Czestochowa, Polen. Hij publiceert vooral over India, Turkije, de geschiedenis van de internationale handel, bedrijfsgeschiedenis, de relatie tussen godsdienst en economie, en tussen literatuur en economie. Ondermeer als studiebeursstudent, vertegenwoordiger van ontwikkelingsorganisaties, cultuurreisleider en gastprofessor bereisde hij intensief regio’s zoals het Midden-Oosten, Centraal-, Zuid- en Zuid-Oost-Azië, Oost-Europa en Latijns Amerika. Familiaal bevindt hij zich zowel in de christelijke, West-Europese als in de islamitische, Zuid-Aziatische wereld.
Inclusie – zeggenschap – support. Op weg naar een samenleving waarin iedereen welkom is
Aan de hand van de begrippen inclusie, zeggenschap en support laten de auteurs van dit boek zien, dat het daadwerkelijk invulling geven aan deze begrippen betekent dat we ver over de grenzen van de huidige zorg heen moeten kijken. En dat levert geheel nieuwe perspectieven op. Perspectieven op een gewoon leven, met gewone alledaagse dingen. Met daarbij de passende ondersteuning.
De persoon en zijn behoeften komen weer centraal te staan. Of het nu gaat om wonen in de samenleving, werken of het volgen van onderwijs. Het betekent ook de ontwikkeling van nieuwe dienstverleningsconcepten die in en met de samenleving tot stand komen. En de waarborging dat kwetsbare mensen en hun families de ondersteuning krijgen op alle terreinen waarop ze die nodig hebben. Het klinkt eenvoudig en dat is het eigenlijk ook. Maar zo eenvoudig is het in de praktijk niet. Oude structuren afbreken is een hardnekkig proces. En nog hardnekkiger is het om oud denken en handelen af te breken. En toch is het de weg die we moeten gaan, we zijn het aan mensen met een beperking verplicht. En aan andere mensen die om de één of andere reden gemarginaliseerd worden. Op weg naar een samenleving waarin iedereen welkom is.
Inclusie – zeggenschap – support. Op weg naar een samenleving waarin iedereen welkom is
Aan de hand van de begrippen inclusie, zeggenschap en support laten de auteurs van dit boek zien, dat het daadwerkelijk invulling geven aan deze begrippen betekent dat we ver over de grenzen van de huidige zorg heen moeten kijken. En dat levert geheel nieuwe perspectieven op. Perspectieven op een gewoon leven, met gewone alledaagse dingen. Met daarbij de passende ondersteuning.
De persoon en zijn behoeften komen weer centraal te staan. Of het nu gaat om wonen in de samenleving, werken of het volgen van onderwijs. Het betekent ook de ontwikkeling van nieuwe dienstverleningsconcepten die in en met de samenleving tot stand komen. En de waarborging dat kwetsbare mensen en hun families de ondersteuning krijgen op alle terreinen waarop ze die nodig hebben. Het klinkt eenvoudig en dat is het eigenlijk ook. Maar zo eenvoudig is het in de praktijk niet. Oude structuren afbreken is een hardnekkig proces. En nog hardnekkiger is het om oud denken en handelen af te breken. En toch is het de weg die we moeten gaan, we zijn het aan mensen met een beperking verplicht. En aan andere mensen die om de één of andere reden gemarginaliseerd worden. Op weg naar een samenleving waarin iedereen welkom is.
Filosofie in honderd woorden
Op die manier stuurt de auteur aan op het zelf ontdekken van nieuwe perspectieven. De pijnlijke reductie die de hier gedrukte tekst tentoonspreidt, bevat een oproep aan het leespubliek en minstens ook een wens: dát we schrijven. Misschien voegen we een onderwerp toe omdat het ontbreekt, of plaatsen we vraagtekens of uitroeptekens in de kantlijn. Misschien lezen we zonder sporen na te laten in het boek, maar wel in de wereld. Lezen is schrijven als we niet vergeten wat er staat. En schrijven is lezen als we iets anders zien dan wat er staat.
Ann Van Sevenant is doctor in de Wijsbegeerte en voormalig docent Filosofie (Hogeschool Antwerpen). Ze is auteur van talrijke artikels en boeken, en houdt lezingen in binnen- en buitenland.
Filosofie in honderd woorden
Op die manier stuurt de auteur aan op het zelf ontdekken van nieuwe perspectieven. De pijnlijke reductie die de hier gedrukte tekst tentoonspreidt, bevat een oproep aan het leespubliek en minstens ook een wens: dát we schrijven. Misschien voegen we een onderwerp toe omdat het ontbreekt, of plaatsen we vraagtekens of uitroeptekens in de kantlijn. Misschien lezen we zonder sporen na te laten in het boek, maar wel in de wereld. Lezen is schrijven als we niet vergeten wat er staat. En schrijven is lezen als we iets anders zien dan wat er staat.
Ann Van Sevenant is doctor in de Wijsbegeerte en voormalig docent Filosofie (Hogeschool Antwerpen). Ze is auteur van talrijke artikels en boeken, en houdt lezingen in binnen- en buitenland.
Kinderen en jongeren met overgewicht – Protocollen – Versie Nederland – Werkboek voor adolescenten
In de handleiding staan er vier draaiboeken (ook protocollen of trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnen zijn: een training voor de ouders van kinderen met overgewicht, een kindtraining, een training voor adolescenten en een apart protocol met bewegingsoefeningen. Bij de handleiding horen drie werkboeken. Dit is er één van.
Kinderen en jongeren met overgewicht is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring. Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaarde dat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.
Caroline Braet, doctor in de psychologie, klinisch psycholoog, gedragstherapeut en hoofddocent aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen. Naast onderwijsopdrachten op het domein van de ontwikkelingspsychopathologie doet zij in het bijzonder onderzoek over het ontstaan van kinderobesitas, de behandeling ervan en de gerelateerde problemen bij overgewicht bij kinderen. In dit verband is ze ook consulent op de polikliniek van de Pediatrie van het Universitair Ziekenhuis Gent en in het Medisch-Pediatrisch Centrum in De Haan. Ze schreef meer dan 100 artikelen en hoofdstukken in boeken over obesitas bij kinderen.
Ann Tanghe is klinisch psychologe en erkend gedragstherapeute. Ze werkt in het Medisch Pediatrisch Centrum Zeepreventorium in De Haan, waar ze sinds 1994 kinderen en jongeren met extreem overgewicht residentieel begeleidt.
Ella Swets is freelance diëtist en gezondheidspsycholoog in Terneuzen.
Kinderen en jongeren met overgewicht – Protocollen – Versie Nederland – Werkboek voor adolescenten
In de handleiding staan er vier draaiboeken (ook protocollen of trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnen zijn: een training voor de ouders van kinderen met overgewicht, een kindtraining, een training voor adolescenten en een apart protocol met bewegingsoefeningen. Bij de handleiding horen drie werkboeken. Dit is er één van.
Kinderen en jongeren met overgewicht is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring. Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaarde dat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.
Caroline Braet, doctor in de psychologie, klinisch psycholoog, gedragstherapeut en hoofddocent aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen. Naast onderwijsopdrachten op het domein van de ontwikkelingspsychopathologie doet zij in het bijzonder onderzoek over het ontstaan van kinderobesitas, de behandeling ervan en de gerelateerde problemen bij overgewicht bij kinderen. In dit verband is ze ook consulent op de polikliniek van de Pediatrie van het Universitair Ziekenhuis Gent en in het Medisch-Pediatrisch Centrum in De Haan. Ze schreef meer dan 100 artikelen en hoofdstukken in boeken over obesitas bij kinderen.
Ann Tanghe is klinisch psychologe en erkend gedragstherapeute. Ze werkt in het Medisch Pediatrisch Centrum Zeepreventorium in De Haan, waar ze sinds 1994 kinderen en jongeren met extreem overgewicht residentieel begeleidt.
Ella Swets is freelance diëtist en gezondheidspsycholoog in Terneuzen.







