
Gezinsproblemen oplossen. Opvoedings- en gedragsproblemen toegelicht
€ 24,90
Heel wat problemen die binnen het gezin opduiken, zijn nietzo eenvoudig op te lossen. De wortels van conflicten liggenvaak erg diep en pogingen om gezinsverhoudingen te verbeterenbotsen vaak op onbegrip en onwil. Een helpende handvan buitenaf is daarom vaak aangewezen. In dit boek wordentwintig voorbeelden van gezinsproblemen besproken. Ze variërenvan gedragsmoeilijkheden bij heel jonge kinderen totopstandig gedrag bij pubers. In andere casussen gaat het omruzie tussen de gescheiden ouders of over ouders die zichgrote zorgen maken over de ontwikkeling van hun geadopteerdkind.
De besproken voorbeelden weerspiegelen de gezinsopvoedingvan deze tijd: de meeste kinderen groeien op bij vaderen moeder, anderen bij een alleenstaande ouder, bij holebi’s, bijadoptieouders of gedeeltelijk bij de grootouders.
Ook het medium waarin deze casussen zijn behandeld, is vandeze tijd. Ouders signaleerden hun problemen via e-mail aande therapeut en kregen per kerende e-mail advies en begeleiding.
Hoewel enigszins afstandelijk, laat deze communicatievormeen snelle maar overdachte dialoog toe. Dit boek geeft dezedialogen nagenoeg letterlijk weer en elke casus wordt gevolgddoor deskundig commentaar waarin de essentie van de hulpverleningaan gezinnen wordt toegelicht. Daardoor is dit boekallesbehalve een droog theoretisch traktaat, maar een plaatswaar concrete vragen over problemen gekoppeld worden aanadvies uit de dagelijkse praktijk van de therapeut.
De besproken voorbeelden weerspiegelen de gezinsopvoedingvan deze tijd: de meeste kinderen groeien op bij vaderen moeder, anderen bij een alleenstaande ouder, bij holebi’s, bijadoptieouders of gedeeltelijk bij de grootouders.
Ook het medium waarin deze casussen zijn behandeld, is vandeze tijd. Ouders signaleerden hun problemen via e-mail aande therapeut en kregen per kerende e-mail advies en begeleiding.
Hoewel enigszins afstandelijk, laat deze communicatievormeen snelle maar overdachte dialoog toe. Dit boek geeft dezedialogen nagenoeg letterlijk weer en elke casus wordt gevolgddoor deskundig commentaar waarin de essentie van de hulpverleningaan gezinnen wordt toegelicht. Daardoor is dit boekallesbehalve een droog theoretisch traktaat, maar een plaatswaar concrete vragen over problemen gekoppeld worden aanadvies uit de dagelijkse praktijk van de therapeut.

Gezinsproblemen oplossen. Opvoedings- en gedragsproblemen toegelicht
€ 24,90
Heel wat problemen die binnen het gezin opduiken, zijn nietzo eenvoudig op te lossen. De wortels van conflicten liggenvaak erg diep en pogingen om gezinsverhoudingen te verbeterenbotsen vaak op onbegrip en onwil. Een helpende handvan buitenaf is daarom vaak aangewezen. In dit boek wordentwintig voorbeelden van gezinsproblemen besproken. Ze variërenvan gedragsmoeilijkheden bij heel jonge kinderen totopstandig gedrag bij pubers. In andere casussen gaat het omruzie tussen de gescheiden ouders of over ouders die zichgrote zorgen maken over de ontwikkeling van hun geadopteerdkind.
De besproken voorbeelden weerspiegelen de gezinsopvoedingvan deze tijd: de meeste kinderen groeien op bij vaderen moeder, anderen bij een alleenstaande ouder, bij holebi’s, bijadoptieouders of gedeeltelijk bij de grootouders.
Ook het medium waarin deze casussen zijn behandeld, is vandeze tijd. Ouders signaleerden hun problemen via e-mail aande therapeut en kregen per kerende e-mail advies en begeleiding.
Hoewel enigszins afstandelijk, laat deze communicatievormeen snelle maar overdachte dialoog toe. Dit boek geeft dezedialogen nagenoeg letterlijk weer en elke casus wordt gevolgddoor deskundig commentaar waarin de essentie van de hulpverleningaan gezinnen wordt toegelicht. Daardoor is dit boekallesbehalve een droog theoretisch traktaat, maar een plaatswaar concrete vragen over problemen gekoppeld worden aanadvies uit de dagelijkse praktijk van de therapeut.
De besproken voorbeelden weerspiegelen de gezinsopvoedingvan deze tijd: de meeste kinderen groeien op bij vaderen moeder, anderen bij een alleenstaande ouder, bij holebi’s, bijadoptieouders of gedeeltelijk bij de grootouders.
Ook het medium waarin deze casussen zijn behandeld, is vandeze tijd. Ouders signaleerden hun problemen via e-mail aande therapeut en kregen per kerende e-mail advies en begeleiding.
Hoewel enigszins afstandelijk, laat deze communicatievormeen snelle maar overdachte dialoog toe. Dit boek geeft dezedialogen nagenoeg letterlijk weer en elke casus wordt gevolgddoor deskundig commentaar waarin de essentie van de hulpverleningaan gezinnen wordt toegelicht. Daardoor is dit boekallesbehalve een droog theoretisch traktaat, maar een plaatswaar concrete vragen over problemen gekoppeld worden aanadvies uit de dagelijkse praktijk van de therapeut.
Tom test-R – Werkboek(testplaten) (in opbergkoffer)
€ 100,00
De ToM – Theory of Mind test-R is een van de weinige
instrumenten die het construct ToM op een gedifferentieerde
wijze benadert.
De test meet de drie stadia waarlangs ToM zich ontwikkelt: (1) voorlopers van ToM (doen-alsof, emotieherkenning en het onderkennen van verschil tussen fysisch en mentaal); (2) eerste manifestaties van ToM (first order belief en false belief) en (3) hoogste niveau van ToM (second order belief). Met behulp van een gestructureerd interview, dat bestaat uit 14 items, wordt informatie verzameld over de mate waarin kinderen van 4 tot en met 12 jaar beschikken over sociaal begrip, sociaal inzicht en sociale sensitiviteit. De afname van dit interview duurt gemiddeld twintig minuten.
Het instrument is met name bedoeld voor de doelgroep kinderen met autismespectrumstoornissen.
Bij dit Werkboek hoort ook een Handleiding (met CD-Rom).
Pim Steerneman, doctor in de psychologie, was tot voor kort voorzitter van de Raad van Bestuur van Rubicon Jeugdzorg in Horn. Nu is hij voorzitter van de Raad van Bestuur van Sevagram in Heerlen.
Cor Meesters, doctor in de psychologie, is verbonden aan het Departement Medische, klinische en experimentele psychologie van de Universiteit Maastricht.
De test meet de drie stadia waarlangs ToM zich ontwikkelt: (1) voorlopers van ToM (doen-alsof, emotieherkenning en het onderkennen van verschil tussen fysisch en mentaal); (2) eerste manifestaties van ToM (first order belief en false belief) en (3) hoogste niveau van ToM (second order belief). Met behulp van een gestructureerd interview, dat bestaat uit 14 items, wordt informatie verzameld over de mate waarin kinderen van 4 tot en met 12 jaar beschikken over sociaal begrip, sociaal inzicht en sociale sensitiviteit. De afname van dit interview duurt gemiddeld twintig minuten.
Het instrument is met name bedoeld voor de doelgroep kinderen met autismespectrumstoornissen.
Bij dit Werkboek hoort ook een Handleiding (met CD-Rom).
Pim Steerneman, doctor in de psychologie, was tot voor kort voorzitter van de Raad van Bestuur van Rubicon Jeugdzorg in Horn. Nu is hij voorzitter van de Raad van Bestuur van Sevagram in Heerlen.
Cor Meesters, doctor in de psychologie, is verbonden aan het Departement Medische, klinische en experimentele psychologie van de Universiteit Maastricht.
Tom test-R – Werkboek(testplaten) (in opbergkoffer)
€ 100,00
De ToM – Theory of Mind test-R is een van de weinige
instrumenten die het construct ToM op een gedifferentieerde
wijze benadert.
De test meet de drie stadia waarlangs ToM zich ontwikkelt: (1) voorlopers van ToM (doen-alsof, emotieherkenning en het onderkennen van verschil tussen fysisch en mentaal); (2) eerste manifestaties van ToM (first order belief en false belief) en (3) hoogste niveau van ToM (second order belief). Met behulp van een gestructureerd interview, dat bestaat uit 14 items, wordt informatie verzameld over de mate waarin kinderen van 4 tot en met 12 jaar beschikken over sociaal begrip, sociaal inzicht en sociale sensitiviteit. De afname van dit interview duurt gemiddeld twintig minuten.
Het instrument is met name bedoeld voor de doelgroep kinderen met autismespectrumstoornissen.
Bij dit Werkboek hoort ook een Handleiding (met CD-Rom).
Pim Steerneman, doctor in de psychologie, was tot voor kort voorzitter van de Raad van Bestuur van Rubicon Jeugdzorg in Horn. Nu is hij voorzitter van de Raad van Bestuur van Sevagram in Heerlen.
Cor Meesters, doctor in de psychologie, is verbonden aan het Departement Medische, klinische en experimentele psychologie van de Universiteit Maastricht.
De test meet de drie stadia waarlangs ToM zich ontwikkelt: (1) voorlopers van ToM (doen-alsof, emotieherkenning en het onderkennen van verschil tussen fysisch en mentaal); (2) eerste manifestaties van ToM (first order belief en false belief) en (3) hoogste niveau van ToM (second order belief). Met behulp van een gestructureerd interview, dat bestaat uit 14 items, wordt informatie verzameld over de mate waarin kinderen van 4 tot en met 12 jaar beschikken over sociaal begrip, sociaal inzicht en sociale sensitiviteit. De afname van dit interview duurt gemiddeld twintig minuten.
Het instrument is met name bedoeld voor de doelgroep kinderen met autismespectrumstoornissen.
Bij dit Werkboek hoort ook een Handleiding (met CD-Rom).
Pim Steerneman, doctor in de psychologie, was tot voor kort voorzitter van de Raad van Bestuur van Rubicon Jeugdzorg in Horn. Nu is hij voorzitter van de Raad van Bestuur van Sevagram in Heerlen.
Cor Meesters, doctor in de psychologie, is verbonden aan het Departement Medische, klinische en experimentele psychologie van de Universiteit Maastricht.
Als ik jou. Poëzie voor anderstaligen
€ 21,60
Dit boek laat anderstaligen kennismaken met
Nederlandstalige poëzie. De auteurs verzamelden
gedichten van een twintigtal schrijvers uit
Vlaanderen en Nederland. Bij elk gedicht staan
leuke, speelse en creatieve opdrachten. Op de
bijgevoegde gratis dvd kun je alle gedichten horen
en zien.
‘Als ik jou’ is zowel voor beginnende als voor gevorderde taalleerders geschikt. De meeste opdrachten – de ene al wat makkelijker dan de andere – zijn bruikbaar in alle niveaus van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor talen.
‘Als ik jou’ is zowel voor beginnende als voor gevorderde taalleerders geschikt. De meeste opdrachten – de ene al wat makkelijker dan de andere – zijn bruikbaar in alle niveaus van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor talen.
Als ik jou. Poëzie voor anderstaligen
€ 21,60
Dit boek laat anderstaligen kennismaken met
Nederlandstalige poëzie. De auteurs verzamelden
gedichten van een twintigtal schrijvers uit
Vlaanderen en Nederland. Bij elk gedicht staan
leuke, speelse en creatieve opdrachten. Op de
bijgevoegde gratis dvd kun je alle gedichten horen
en zien.
‘Als ik jou’ is zowel voor beginnende als voor gevorderde taalleerders geschikt. De meeste opdrachten – de ene al wat makkelijker dan de andere – zijn bruikbaar in alle niveaus van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor talen.
‘Als ik jou’ is zowel voor beginnende als voor gevorderde taalleerders geschikt. De meeste opdrachten – de ene al wat makkelijker dan de andere – zijn bruikbaar in alle niveaus van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor talen.
Simulatie Teamtraining Acute Gezondheidszorg en Verloskunde . Leer- en werkboek
€ 20,60
De praktijk van de verloskunde is het werk van vele handen. In het belang
van elke patiënt is het essentieel dat de samenwerking tussen de
betrokkenen optimaal verloopt. Dat is echter niet altijd het geval. Artsen
en verpleegkundigen volgen vaak eigen procedures en methodes
die een goede onderlinge verstandhouding in de weg staan. Dat leidt
tot onnodige vertragingen, onrust en onzekerheid in de verloskamer,
terwijl in situaties waarin snel gehandeld moet worden, net een doeltreffende
coördinatie is vereist.
Dit leer- en werkboek is ontwikkeld om een optimale samenwerking te bewerkstelligen binnen verloskundige teams. Op basis van teamstrategieën buiten de gezondheidszorg en centraal georganiseerde vaardigheidstrainingen biedt dit boek een theoretische en praktische handleiding over welke ingrediënten en instrumenten nodig zijn om een simulatie teamtraining in de acute zorg op te zetten. Die maakt het voor het verloskundige team mogelijk te oefenen in zowel vaak als niet-vaak voorkomende situaties. Het boek is uiterst praktijkgericht en bevat vragenlijsten om de kennis, prioriteiten en eigenheden van teamleden te testen. Vanuit die inzichten kan dan ingeschat worden hoe individueel-bepaalde zaken binnen het collectief op elkaar afgestemd kunnen worden. Als dusdanig is dit boek een aangewezen gids voor zowel mensen uit de gezondheidszorg als voor docenten die hen moeten voorbereiden op wat er zoal komt kijken bij de dagelijkse praktijk van de verloskunde. De hier voorgestelde trainingsmethodiek is overigens ook toepasbaar buiten de verloskunde.
Marion Heres, gynaecoloog, is verbonden aan het Sint-Lucas Andreas Ziekenhuis in Amsterdam. Zij is gespecialiseerd in acute verloskunde en maakt deel uit van het Medisch Stafbestuur.
Heleen Vermeulen is patiëntveiligheidsfunctionaris en hoofd van het Bureau Kwaliteit, Veiligheid & Projecten in hetzelfde ziekenhuis.
Dit leer- en werkboek is ontwikkeld om een optimale samenwerking te bewerkstelligen binnen verloskundige teams. Op basis van teamstrategieën buiten de gezondheidszorg en centraal georganiseerde vaardigheidstrainingen biedt dit boek een theoretische en praktische handleiding over welke ingrediënten en instrumenten nodig zijn om een simulatie teamtraining in de acute zorg op te zetten. Die maakt het voor het verloskundige team mogelijk te oefenen in zowel vaak als niet-vaak voorkomende situaties. Het boek is uiterst praktijkgericht en bevat vragenlijsten om de kennis, prioriteiten en eigenheden van teamleden te testen. Vanuit die inzichten kan dan ingeschat worden hoe individueel-bepaalde zaken binnen het collectief op elkaar afgestemd kunnen worden. Als dusdanig is dit boek een aangewezen gids voor zowel mensen uit de gezondheidszorg als voor docenten die hen moeten voorbereiden op wat er zoal komt kijken bij de dagelijkse praktijk van de verloskunde. De hier voorgestelde trainingsmethodiek is overigens ook toepasbaar buiten de verloskunde.
Marion Heres, gynaecoloog, is verbonden aan het Sint-Lucas Andreas Ziekenhuis in Amsterdam. Zij is gespecialiseerd in acute verloskunde en maakt deel uit van het Medisch Stafbestuur.
Heleen Vermeulen is patiëntveiligheidsfunctionaris en hoofd van het Bureau Kwaliteit, Veiligheid & Projecten in hetzelfde ziekenhuis.
Simulatie Teamtraining Acute Gezondheidszorg en Verloskunde . Leer- en werkboek
€ 20,60
De praktijk van de verloskunde is het werk van vele handen. In het belang
van elke patiënt is het essentieel dat de samenwerking tussen de
betrokkenen optimaal verloopt. Dat is echter niet altijd het geval. Artsen
en verpleegkundigen volgen vaak eigen procedures en methodes
die een goede onderlinge verstandhouding in de weg staan. Dat leidt
tot onnodige vertragingen, onrust en onzekerheid in de verloskamer,
terwijl in situaties waarin snel gehandeld moet worden, net een doeltreffende
coördinatie is vereist.
Dit leer- en werkboek is ontwikkeld om een optimale samenwerking te bewerkstelligen binnen verloskundige teams. Op basis van teamstrategieën buiten de gezondheidszorg en centraal georganiseerde vaardigheidstrainingen biedt dit boek een theoretische en praktische handleiding over welke ingrediënten en instrumenten nodig zijn om een simulatie teamtraining in de acute zorg op te zetten. Die maakt het voor het verloskundige team mogelijk te oefenen in zowel vaak als niet-vaak voorkomende situaties. Het boek is uiterst praktijkgericht en bevat vragenlijsten om de kennis, prioriteiten en eigenheden van teamleden te testen. Vanuit die inzichten kan dan ingeschat worden hoe individueel-bepaalde zaken binnen het collectief op elkaar afgestemd kunnen worden. Als dusdanig is dit boek een aangewezen gids voor zowel mensen uit de gezondheidszorg als voor docenten die hen moeten voorbereiden op wat er zoal komt kijken bij de dagelijkse praktijk van de verloskunde. De hier voorgestelde trainingsmethodiek is overigens ook toepasbaar buiten de verloskunde.
Marion Heres, gynaecoloog, is verbonden aan het Sint-Lucas Andreas Ziekenhuis in Amsterdam. Zij is gespecialiseerd in acute verloskunde en maakt deel uit van het Medisch Stafbestuur.
Heleen Vermeulen is patiëntveiligheidsfunctionaris en hoofd van het Bureau Kwaliteit, Veiligheid & Projecten in hetzelfde ziekenhuis.
Dit leer- en werkboek is ontwikkeld om een optimale samenwerking te bewerkstelligen binnen verloskundige teams. Op basis van teamstrategieën buiten de gezondheidszorg en centraal georganiseerde vaardigheidstrainingen biedt dit boek een theoretische en praktische handleiding over welke ingrediënten en instrumenten nodig zijn om een simulatie teamtraining in de acute zorg op te zetten. Die maakt het voor het verloskundige team mogelijk te oefenen in zowel vaak als niet-vaak voorkomende situaties. Het boek is uiterst praktijkgericht en bevat vragenlijsten om de kennis, prioriteiten en eigenheden van teamleden te testen. Vanuit die inzichten kan dan ingeschat worden hoe individueel-bepaalde zaken binnen het collectief op elkaar afgestemd kunnen worden. Als dusdanig is dit boek een aangewezen gids voor zowel mensen uit de gezondheidszorg als voor docenten die hen moeten voorbereiden op wat er zoal komt kijken bij de dagelijkse praktijk van de verloskunde. De hier voorgestelde trainingsmethodiek is overigens ook toepasbaar buiten de verloskunde.
Marion Heres, gynaecoloog, is verbonden aan het Sint-Lucas Andreas Ziekenhuis in Amsterdam. Zij is gespecialiseerd in acute verloskunde en maakt deel uit van het Medisch Stafbestuur.
Heleen Vermeulen is patiëntveiligheidsfunctionaris en hoofd van het Bureau Kwaliteit, Veiligheid & Projecten in hetzelfde ziekenhuis.
Perspectieven op samen leraren opleiden
€ 23,60
Het opleiden van leraren is al geruime tijd niet meer een exclusieve
aangelegenheid voor universiteiten en hogescholen. Instituten voor
lerarenopleidingen en opleidingsscholen zijn in de afgelopen jaren
intensief gaan samenwerken in de leerroutes van nieuwe leraren.
Scholen zijn daarbij in het afgelopen decennium steeds meer een
eigen rol gaan vervullen. Onderdeel van deze veranderingen is ook dat
schoolopleiders zijn toegetreden tot de beroepsgroep lerarenopleiders.
Het lidmaatschap van de VELON – Vereniging Lerarenopleiders
Nederland – en registratie in het beroepsregister bij de Stichting
Register Lerarenopleiders staan voor hen open.
Dit boek brengt de kennis en de huidige stand van zaken met betrekking tot het samen opleiden van leraren door instituten voor de lerarenopleidingen (hbo-instellingen en universiteiten) en scholen in beeld. De nadruk ligt op de opleidingsscholen en de schoolopleiders.
De empirische evidentie van de veronderstelde positieve effecten van het samen leraren opleiden moet nog worden aangetoond. De grote vraag is natuurlijk: Worden de leraren die worden opgeleid in opleidingsscholen ook betere leraren? En worden ze beter dan de huidige leraren, die hen bovendien ook nog moeten opleiden? Specialisten ter zake lichten vanuit verschillende perspectieven dit samen opleiden toe. Ook wordt ingegaan op ontwikkelingen rond de beroepsregistratie van schoolopleiders.
De VELON kent als onafhankelijke beroepsvereniging van lerarenopleiders verschillende verantwoordelijkheden. De vereniging draagt zorg voor de verdere ontwikkeling van het samen opleiden en ondersteunt de leden van de beroepsgroep (schoolopleiders en instituutsopleiders). Daarnaast levert de VELON bijdragen aan een effectieve samenwerking tussen opleidingsinstituten en opleidingsscholen. De vereniging zoekt naar empirisch onderbouwde antwoorden op de vraag naar de effecten van deze samenwerking. Deze bundel geeft daartoe alvast een aanzet.
Dit boek brengt de kennis en de huidige stand van zaken met betrekking tot het samen opleiden van leraren door instituten voor de lerarenopleidingen (hbo-instellingen en universiteiten) en scholen in beeld. De nadruk ligt op de opleidingsscholen en de schoolopleiders.
De empirische evidentie van de veronderstelde positieve effecten van het samen leraren opleiden moet nog worden aangetoond. De grote vraag is natuurlijk: Worden de leraren die worden opgeleid in opleidingsscholen ook betere leraren? En worden ze beter dan de huidige leraren, die hen bovendien ook nog moeten opleiden? Specialisten ter zake lichten vanuit verschillende perspectieven dit samen opleiden toe. Ook wordt ingegaan op ontwikkelingen rond de beroepsregistratie van schoolopleiders.
De VELON kent als onafhankelijke beroepsvereniging van lerarenopleiders verschillende verantwoordelijkheden. De vereniging draagt zorg voor de verdere ontwikkeling van het samen opleiden en ondersteunt de leden van de beroepsgroep (schoolopleiders en instituutsopleiders). Daarnaast levert de VELON bijdragen aan een effectieve samenwerking tussen opleidingsinstituten en opleidingsscholen. De vereniging zoekt naar empirisch onderbouwde antwoorden op de vraag naar de effecten van deze samenwerking. Deze bundel geeft daartoe alvast een aanzet.
Perspectieven op samen leraren opleiden
€ 23,60
Het opleiden van leraren is al geruime tijd niet meer een exclusieve
aangelegenheid voor universiteiten en hogescholen. Instituten voor
lerarenopleidingen en opleidingsscholen zijn in de afgelopen jaren
intensief gaan samenwerken in de leerroutes van nieuwe leraren.
Scholen zijn daarbij in het afgelopen decennium steeds meer een
eigen rol gaan vervullen. Onderdeel van deze veranderingen is ook dat
schoolopleiders zijn toegetreden tot de beroepsgroep lerarenopleiders.
Het lidmaatschap van de VELON – Vereniging Lerarenopleiders
Nederland – en registratie in het beroepsregister bij de Stichting
Register Lerarenopleiders staan voor hen open.
Dit boek brengt de kennis en de huidige stand van zaken met betrekking tot het samen opleiden van leraren door instituten voor de lerarenopleidingen (hbo-instellingen en universiteiten) en scholen in beeld. De nadruk ligt op de opleidingsscholen en de schoolopleiders.
De empirische evidentie van de veronderstelde positieve effecten van het samen leraren opleiden moet nog worden aangetoond. De grote vraag is natuurlijk: Worden de leraren die worden opgeleid in opleidingsscholen ook betere leraren? En worden ze beter dan de huidige leraren, die hen bovendien ook nog moeten opleiden? Specialisten ter zake lichten vanuit verschillende perspectieven dit samen opleiden toe. Ook wordt ingegaan op ontwikkelingen rond de beroepsregistratie van schoolopleiders.
De VELON kent als onafhankelijke beroepsvereniging van lerarenopleiders verschillende verantwoordelijkheden. De vereniging draagt zorg voor de verdere ontwikkeling van het samen opleiden en ondersteunt de leden van de beroepsgroep (schoolopleiders en instituutsopleiders). Daarnaast levert de VELON bijdragen aan een effectieve samenwerking tussen opleidingsinstituten en opleidingsscholen. De vereniging zoekt naar empirisch onderbouwde antwoorden op de vraag naar de effecten van deze samenwerking. Deze bundel geeft daartoe alvast een aanzet.
Dit boek brengt de kennis en de huidige stand van zaken met betrekking tot het samen opleiden van leraren door instituten voor de lerarenopleidingen (hbo-instellingen en universiteiten) en scholen in beeld. De nadruk ligt op de opleidingsscholen en de schoolopleiders.
De empirische evidentie van de veronderstelde positieve effecten van het samen leraren opleiden moet nog worden aangetoond. De grote vraag is natuurlijk: Worden de leraren die worden opgeleid in opleidingsscholen ook betere leraren? En worden ze beter dan de huidige leraren, die hen bovendien ook nog moeten opleiden? Specialisten ter zake lichten vanuit verschillende perspectieven dit samen opleiden toe. Ook wordt ingegaan op ontwikkelingen rond de beroepsregistratie van schoolopleiders.
De VELON kent als onafhankelijke beroepsvereniging van lerarenopleiders verschillende verantwoordelijkheden. De vereniging draagt zorg voor de verdere ontwikkeling van het samen opleiden en ondersteunt de leden van de beroepsgroep (schoolopleiders en instituutsopleiders). Daarnaast levert de VELON bijdragen aan een effectieve samenwerking tussen opleidingsinstituten en opleidingsscholen. De vereniging zoekt naar empirisch onderbouwde antwoorden op de vraag naar de effecten van deze samenwerking. Deze bundel geeft daartoe alvast een aanzet.
De kunst van het zorgen. Over verbinding in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking
€ 21,90
Vele ontwikkelingen in de zorgsector worden de laatste jaren beheerst
door het streven naar verbetering van kwaliteit. Het uitgangspunt van
overheid en zorgverzekeraars is dat kwaliteit ‘meetbaar’ moet zijn.
Door het vaststellen van uitkomstmaten, zogenaamde output-indicatoren,
wil men het resultaat van verbetertrajecten op wetenschappelijke
wijze kunnen vaststellen. Dit streven naar kwantificering heeft
een effect op wat onder kwaliteit wordt verstaan. Wat niet of nauwelijks
meetbaar is, valt alleen al daardoor buiten het begrip kwaliteit.
Meetbare eenheden zijn bijvoorbeeld het aantal meldingen van
incidenten en calamiteiten of van vrijheidsbeperkende maatregelen.
Minder meetbaar zijn bijvoorbeeld die aspecten van goede zorg die
betrekking hebben op de relatie tussen zorgverleners en cliënten.
Juist die aspecten worden in dit boek naar voren gehaald. Dat gebeurt door middel van een cultuurantropologische studie over het thema ‘verbinding’ in een dagelijkse zorgpraktijk. Het betreft een woonhuis voor mensen met een verstandelijke beperking. Het verlenen van goede zorg aan deze mensen is een kunst, de kunst van het zorgen, waarin het erom gaat mensen tot bloei te laten komen. Voor mensen met een beperking is het van belang om zich met de wereld om hen heen te kunnen verbinden. Dan komen mogelijkheden tot ontwikkeling die anders verborgen blijven. Dit lukt echter alleen wanneer zorgverleners erin slagen om eerst zelf een verbinding met deze mensen aan te gaan. Kwaliteit van zorg is kwaliteit van wat zich tussen mensen afspeelt, veel meer dan van veiligheidsprocedures en bedrijfsprocessen.
Karen Wuertz antropologe en extern onderzoekster bij de Bernard Lievegoed Leerstoel van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Hans Reinders is hoogleraar ethiek en houder van de Bernard Lievegoed leerstoel voor ethische aspecten van zorg- en hulpverlening vanuit de antroposofie, beide aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Juist die aspecten worden in dit boek naar voren gehaald. Dat gebeurt door middel van een cultuurantropologische studie over het thema ‘verbinding’ in een dagelijkse zorgpraktijk. Het betreft een woonhuis voor mensen met een verstandelijke beperking. Het verlenen van goede zorg aan deze mensen is een kunst, de kunst van het zorgen, waarin het erom gaat mensen tot bloei te laten komen. Voor mensen met een beperking is het van belang om zich met de wereld om hen heen te kunnen verbinden. Dan komen mogelijkheden tot ontwikkeling die anders verborgen blijven. Dit lukt echter alleen wanneer zorgverleners erin slagen om eerst zelf een verbinding met deze mensen aan te gaan. Kwaliteit van zorg is kwaliteit van wat zich tussen mensen afspeelt, veel meer dan van veiligheidsprocedures en bedrijfsprocessen.
Karen Wuertz antropologe en extern onderzoekster bij de Bernard Lievegoed Leerstoel van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Hans Reinders is hoogleraar ethiek en houder van de Bernard Lievegoed leerstoel voor ethische aspecten van zorg- en hulpverlening vanuit de antroposofie, beide aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
De kunst van het zorgen. Over verbinding in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking
€ 21,90
Vele ontwikkelingen in de zorgsector worden de laatste jaren beheerst
door het streven naar verbetering van kwaliteit. Het uitgangspunt van
overheid en zorgverzekeraars is dat kwaliteit ‘meetbaar’ moet zijn.
Door het vaststellen van uitkomstmaten, zogenaamde output-indicatoren,
wil men het resultaat van verbetertrajecten op wetenschappelijke
wijze kunnen vaststellen. Dit streven naar kwantificering heeft
een effect op wat onder kwaliteit wordt verstaan. Wat niet of nauwelijks
meetbaar is, valt alleen al daardoor buiten het begrip kwaliteit.
Meetbare eenheden zijn bijvoorbeeld het aantal meldingen van
incidenten en calamiteiten of van vrijheidsbeperkende maatregelen.
Minder meetbaar zijn bijvoorbeeld die aspecten van goede zorg die
betrekking hebben op de relatie tussen zorgverleners en cliënten.
Juist die aspecten worden in dit boek naar voren gehaald. Dat gebeurt door middel van een cultuurantropologische studie over het thema ‘verbinding’ in een dagelijkse zorgpraktijk. Het betreft een woonhuis voor mensen met een verstandelijke beperking. Het verlenen van goede zorg aan deze mensen is een kunst, de kunst van het zorgen, waarin het erom gaat mensen tot bloei te laten komen. Voor mensen met een beperking is het van belang om zich met de wereld om hen heen te kunnen verbinden. Dan komen mogelijkheden tot ontwikkeling die anders verborgen blijven. Dit lukt echter alleen wanneer zorgverleners erin slagen om eerst zelf een verbinding met deze mensen aan te gaan. Kwaliteit van zorg is kwaliteit van wat zich tussen mensen afspeelt, veel meer dan van veiligheidsprocedures en bedrijfsprocessen.
Karen Wuertz antropologe en extern onderzoekster bij de Bernard Lievegoed Leerstoel van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Hans Reinders is hoogleraar ethiek en houder van de Bernard Lievegoed leerstoel voor ethische aspecten van zorg- en hulpverlening vanuit de antroposofie, beide aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Juist die aspecten worden in dit boek naar voren gehaald. Dat gebeurt door middel van een cultuurantropologische studie over het thema ‘verbinding’ in een dagelijkse zorgpraktijk. Het betreft een woonhuis voor mensen met een verstandelijke beperking. Het verlenen van goede zorg aan deze mensen is een kunst, de kunst van het zorgen, waarin het erom gaat mensen tot bloei te laten komen. Voor mensen met een beperking is het van belang om zich met de wereld om hen heen te kunnen verbinden. Dan komen mogelijkheden tot ontwikkeling die anders verborgen blijven. Dit lukt echter alleen wanneer zorgverleners erin slagen om eerst zelf een verbinding met deze mensen aan te gaan. Kwaliteit van zorg is kwaliteit van wat zich tussen mensen afspeelt, veel meer dan van veiligheidsprocedures en bedrijfsprocessen.
Karen Wuertz antropologe en extern onderzoekster bij de Bernard Lievegoed Leerstoel van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Hans Reinders is hoogleraar ethiek en houder van de Bernard Lievegoed leerstoel voor ethische aspecten van zorg- en hulpverlening vanuit de antroposofie, beide aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.

Public Relations. Planning en werkvelden – 2de geactualiseerde en vermeerderde druk
€ 26,00
Er gaan talrijke betekenissen schuil onder de term Public Relations.Meer zelfs: een heleboel verschillende termen worden gehanteerdom het vakgebied van Public Relations aan te geven. CorporateCommunication, Communicatiemanagement, Public Affairs, …
Je vindt op internationaal vlak de opleiding Public Relations terug in het domeinvan de Sociale wetenschappen, Politieke wetenschappen, Bestuurskundeof -leer, Communicatiewetenschappen, …
Het merendeel van de praktijkbeoefenaars (zowel binnen de adviesbranche alsbinnen de bedrijfswereld) genoot geen PR-opleiding, hoewel we op dit vlakstilaan aan een inhaalbeweging bezig zijn.
Deze zaken geven onmiddellijk aan dat we het hier hebben over een disciplinedie qua invulling en perceptie niet altijd even duidelijk is.
De bedoeling van dit studieboek is dieper in te gaan op de strategische inzichtenen werkvelden van Public Relations. Het is met andere woorden eenverdieping van wat in een eerste jaar binnen een opleiding Bachelor in Communicatiemanagementgegeven werd of van een kennis die de lezer eldersheeft opgedaan.
Je vindt op internationaal vlak de opleiding Public Relations terug in het domeinvan de Sociale wetenschappen, Politieke wetenschappen, Bestuurskundeof -leer, Communicatiewetenschappen, …
Het merendeel van de praktijkbeoefenaars (zowel binnen de adviesbranche alsbinnen de bedrijfswereld) genoot geen PR-opleiding, hoewel we op dit vlakstilaan aan een inhaalbeweging bezig zijn.
Deze zaken geven onmiddellijk aan dat we het hier hebben over een disciplinedie qua invulling en perceptie niet altijd even duidelijk is.
De bedoeling van dit studieboek is dieper in te gaan op de strategische inzichtenen werkvelden van Public Relations. Het is met andere woorden eenverdieping van wat in een eerste jaar binnen een opleiding Bachelor in Communicatiemanagementgegeven werd of van een kennis die de lezer eldersheeft opgedaan.

Public Relations. Planning en werkvelden – 2de geactualiseerde en vermeerderde druk
€ 26,00
Er gaan talrijke betekenissen schuil onder de term Public Relations.Meer zelfs: een heleboel verschillende termen worden gehanteerdom het vakgebied van Public Relations aan te geven. CorporateCommunication, Communicatiemanagement, Public Affairs, …
Je vindt op internationaal vlak de opleiding Public Relations terug in het domeinvan de Sociale wetenschappen, Politieke wetenschappen, Bestuurskundeof -leer, Communicatiewetenschappen, …
Het merendeel van de praktijkbeoefenaars (zowel binnen de adviesbranche alsbinnen de bedrijfswereld) genoot geen PR-opleiding, hoewel we op dit vlakstilaan aan een inhaalbeweging bezig zijn.
Deze zaken geven onmiddellijk aan dat we het hier hebben over een disciplinedie qua invulling en perceptie niet altijd even duidelijk is.
De bedoeling van dit studieboek is dieper in te gaan op de strategische inzichtenen werkvelden van Public Relations. Het is met andere woorden eenverdieping van wat in een eerste jaar binnen een opleiding Bachelor in Communicatiemanagementgegeven werd of van een kennis die de lezer eldersheeft opgedaan.
Je vindt op internationaal vlak de opleiding Public Relations terug in het domeinvan de Sociale wetenschappen, Politieke wetenschappen, Bestuurskundeof -leer, Communicatiewetenschappen, …
Het merendeel van de praktijkbeoefenaars (zowel binnen de adviesbranche alsbinnen de bedrijfswereld) genoot geen PR-opleiding, hoewel we op dit vlakstilaan aan een inhaalbeweging bezig zijn.
Deze zaken geven onmiddellijk aan dat we het hier hebben over een disciplinedie qua invulling en perceptie niet altijd even duidelijk is.
De bedoeling van dit studieboek is dieper in te gaan op de strategische inzichtenen werkvelden van Public Relations. Het is met andere woorden eenverdieping van wat in een eerste jaar binnen een opleiding Bachelor in Communicatiemanagementgegeven werd of van een kennis die de lezer eldersheeft opgedaan.
Leven in de risicomaatschappij. Deel 3: Aanbevelingen voor doeltreffend risicoreguleringsmanagement
€ 21,00
Reguleringsmanagement omvat een geheel van maatregelen
die een betere wetgeving beogen, voornamelijk door de
introductie van principes van integrale kwaliteitszorg in het
wetgevingsbeleid. De consequente invoering daarvan verloopt
niet zonder moeilijkheden, wegens diverse hardnekkige
obstakels die structureel in het huidige wetgevingsproces
verankerd zitten. De auteur toont het nut van
reguleringsmanagement aan en formuleert aanbevelingen
om de bestaande obstakels te overstijgen en een optimale
implementatie van reguleringsmanagement mogelijk te
maken.
Bij het tot stand komen van wetgeving bij professionele, maatschappelijke en milieurisico’s, blijken een aantal nukkige knelpunten te blijven bestaan: het gebrek aan visie, aan samenwerking, aan ex-ante- en ex-post-impactanalyses en aan objectieve criteria die het beleid onderbouwen. Dit boek reikt mogelijke oplossingen aan vanuit good practices. Stap voor stap wordt een geheel van aandachtspunten uitgewerkt, die de vereisten van doeltreffend risicomanagement door de overheid, de fundamentele beginselen van de rechtsstaat en de principes van integrale kwaliteitszorg integreren onder de noemer ‘risicoreguleringsmanagement’.
Deze aanbevelingen zijn niet alleen voor beleidsmakers bestemd, ze kunnen ook privé-risicomanagers inspireren bij het uitstippelen van een risicobeleid en onderbouwde keuzes met betrekking tot risicobeheersingsmaatregelen binnen hun organisatie. Ze gaan mutatis mutandis ook op voor elk beleidsthema.
Kathleen van Heuverswyn, doctor in de rechten, is wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit Antwerpen. Voordien werkte zij als juridisch adviseur risicomanagement in private en publieke organisaties, zowel in nationale als Europese context.
Bij het tot stand komen van wetgeving bij professionele, maatschappelijke en milieurisico’s, blijken een aantal nukkige knelpunten te blijven bestaan: het gebrek aan visie, aan samenwerking, aan ex-ante- en ex-post-impactanalyses en aan objectieve criteria die het beleid onderbouwen. Dit boek reikt mogelijke oplossingen aan vanuit good practices. Stap voor stap wordt een geheel van aandachtspunten uitgewerkt, die de vereisten van doeltreffend risicomanagement door de overheid, de fundamentele beginselen van de rechtsstaat en de principes van integrale kwaliteitszorg integreren onder de noemer ‘risicoreguleringsmanagement’.
Deze aanbevelingen zijn niet alleen voor beleidsmakers bestemd, ze kunnen ook privé-risicomanagers inspireren bij het uitstippelen van een risicobeleid en onderbouwde keuzes met betrekking tot risicobeheersingsmaatregelen binnen hun organisatie. Ze gaan mutatis mutandis ook op voor elk beleidsthema.
Kathleen van Heuverswyn, doctor in de rechten, is wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit Antwerpen. Voordien werkte zij als juridisch adviseur risicomanagement in private en publieke organisaties, zowel in nationale als Europese context.
Leven in de risicomaatschappij. Deel 3: Aanbevelingen voor doeltreffend risicoreguleringsmanagement
€ 21,00
Reguleringsmanagement omvat een geheel van maatregelen
die een betere wetgeving beogen, voornamelijk door de
introductie van principes van integrale kwaliteitszorg in het
wetgevingsbeleid. De consequente invoering daarvan verloopt
niet zonder moeilijkheden, wegens diverse hardnekkige
obstakels die structureel in het huidige wetgevingsproces
verankerd zitten. De auteur toont het nut van
reguleringsmanagement aan en formuleert aanbevelingen
om de bestaande obstakels te overstijgen en een optimale
implementatie van reguleringsmanagement mogelijk te
maken.
Bij het tot stand komen van wetgeving bij professionele, maatschappelijke en milieurisico’s, blijken een aantal nukkige knelpunten te blijven bestaan: het gebrek aan visie, aan samenwerking, aan ex-ante- en ex-post-impactanalyses en aan objectieve criteria die het beleid onderbouwen. Dit boek reikt mogelijke oplossingen aan vanuit good practices. Stap voor stap wordt een geheel van aandachtspunten uitgewerkt, die de vereisten van doeltreffend risicomanagement door de overheid, de fundamentele beginselen van de rechtsstaat en de principes van integrale kwaliteitszorg integreren onder de noemer ‘risicoreguleringsmanagement’.
Deze aanbevelingen zijn niet alleen voor beleidsmakers bestemd, ze kunnen ook privé-risicomanagers inspireren bij het uitstippelen van een risicobeleid en onderbouwde keuzes met betrekking tot risicobeheersingsmaatregelen binnen hun organisatie. Ze gaan mutatis mutandis ook op voor elk beleidsthema.
Kathleen van Heuverswyn, doctor in de rechten, is wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit Antwerpen. Voordien werkte zij als juridisch adviseur risicomanagement in private en publieke organisaties, zowel in nationale als Europese context.
Bij het tot stand komen van wetgeving bij professionele, maatschappelijke en milieurisico’s, blijken een aantal nukkige knelpunten te blijven bestaan: het gebrek aan visie, aan samenwerking, aan ex-ante- en ex-post-impactanalyses en aan objectieve criteria die het beleid onderbouwen. Dit boek reikt mogelijke oplossingen aan vanuit good practices. Stap voor stap wordt een geheel van aandachtspunten uitgewerkt, die de vereisten van doeltreffend risicomanagement door de overheid, de fundamentele beginselen van de rechtsstaat en de principes van integrale kwaliteitszorg integreren onder de noemer ‘risicoreguleringsmanagement’.
Deze aanbevelingen zijn niet alleen voor beleidsmakers bestemd, ze kunnen ook privé-risicomanagers inspireren bij het uitstippelen van een risicobeleid en onderbouwde keuzes met betrekking tot risicobeheersingsmaatregelen binnen hun organisatie. Ze gaan mutatis mutandis ook op voor elk beleidsthema.
Kathleen van Heuverswyn, doctor in de rechten, is wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit Antwerpen. Voordien werkte zij als juridisch adviseur risicomanagement in private en publieke organisaties, zowel in nationale als Europese context.
Leven in de risicomaatschappij. Deel 2: Kritische analyse van de Belgische wetgeving: welzijn op het werk, civiele veiligheid en Sevesorisico’s
€ 55,00
Het stijgende aantal professionele, maatschappelijke
en milieurisico’s, hun maatschappelijke impact en de
toenemende onzekerheid over de mogelijke effecten van
nieuwe en gekende risico’s hebben de afgelopen decennia
gezorgd voor een gestage toename van de wetgeving.
In dit boek wordt de huidige regelgeving inzake welzijn
op het werk, civiele veiligheid en Sevesorisico’s kritisch
geanalyseerd. De centrale vraag is in welke mate de huidige
wettelijke verplichtingen een adequaat kader aanreiken om
risico’s doeltreffend aan te pakken. Zowel het operationeel
beleid, zoals het door de wetgeving wordt opgelegd, als het
wetgevingsbeleid van de overheid zelf, vormen het voorwerp
van de analyse.
De toetsing gebeurt aan de hand van een roadmap, die een leidraad omvat met negen essentiële vereisten waaraan risicomanagement dient te voldoen om doeltreffend te zijn. Uit de vergelijking van het operationeel en het wetgevingsbeleid per risicodomein en de onderlinge vergelijking van de drie risicodomeinen, komen ondubbelzinnig de goede en zwakke kanten van de huidige benadering naar voor.
Het analytisch kader (de roadmap) en de conclusies uit de vergelijking bieden samen een methodologische leidraad en concrete aandachtspunten (zowel voor private als voor publieke risicomanagers) die substantiële verbeteringen mogelijk maken om de impact van risico’s juister in te schatten en beter onderbouwde beslissingen te nemen om die impact drastisch te beperken.
Kathleen van Heuverswyn, doctor in de rechten, is wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit Antwerpen. Voordien werkte zij als juridisch adviseur risicomanagement in private en publieke organisaties, zowel in nationale als Europese context.
De toetsing gebeurt aan de hand van een roadmap, die een leidraad omvat met negen essentiële vereisten waaraan risicomanagement dient te voldoen om doeltreffend te zijn. Uit de vergelijking van het operationeel en het wetgevingsbeleid per risicodomein en de onderlinge vergelijking van de drie risicodomeinen, komen ondubbelzinnig de goede en zwakke kanten van de huidige benadering naar voor.
Het analytisch kader (de roadmap) en de conclusies uit de vergelijking bieden samen een methodologische leidraad en concrete aandachtspunten (zowel voor private als voor publieke risicomanagers) die substantiële verbeteringen mogelijk maken om de impact van risico’s juister in te schatten en beter onderbouwde beslissingen te nemen om die impact drastisch te beperken.
Kathleen van Heuverswyn, doctor in de rechten, is wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit Antwerpen. Voordien werkte zij als juridisch adviseur risicomanagement in private en publieke organisaties, zowel in nationale als Europese context.
Leven in de risicomaatschappij. Deel 2: Kritische analyse van de Belgische wetgeving: welzijn op het werk, civiele veiligheid en Sevesorisico’s
€ 55,00
Het stijgende aantal professionele, maatschappelijke
en milieurisico’s, hun maatschappelijke impact en de
toenemende onzekerheid over de mogelijke effecten van
nieuwe en gekende risico’s hebben de afgelopen decennia
gezorgd voor een gestage toename van de wetgeving.
In dit boek wordt de huidige regelgeving inzake welzijn
op het werk, civiele veiligheid en Sevesorisico’s kritisch
geanalyseerd. De centrale vraag is in welke mate de huidige
wettelijke verplichtingen een adequaat kader aanreiken om
risico’s doeltreffend aan te pakken. Zowel het operationeel
beleid, zoals het door de wetgeving wordt opgelegd, als het
wetgevingsbeleid van de overheid zelf, vormen het voorwerp
van de analyse.
De toetsing gebeurt aan de hand van een roadmap, die een leidraad omvat met negen essentiële vereisten waaraan risicomanagement dient te voldoen om doeltreffend te zijn. Uit de vergelijking van het operationeel en het wetgevingsbeleid per risicodomein en de onderlinge vergelijking van de drie risicodomeinen, komen ondubbelzinnig de goede en zwakke kanten van de huidige benadering naar voor.
Het analytisch kader (de roadmap) en de conclusies uit de vergelijking bieden samen een methodologische leidraad en concrete aandachtspunten (zowel voor private als voor publieke risicomanagers) die substantiële verbeteringen mogelijk maken om de impact van risico’s juister in te schatten en beter onderbouwde beslissingen te nemen om die impact drastisch te beperken.
Kathleen van Heuverswyn, doctor in de rechten, is wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit Antwerpen. Voordien werkte zij als juridisch adviseur risicomanagement in private en publieke organisaties, zowel in nationale als Europese context.
De toetsing gebeurt aan de hand van een roadmap, die een leidraad omvat met negen essentiële vereisten waaraan risicomanagement dient te voldoen om doeltreffend te zijn. Uit de vergelijking van het operationeel en het wetgevingsbeleid per risicodomein en de onderlinge vergelijking van de drie risicodomeinen, komen ondubbelzinnig de goede en zwakke kanten van de huidige benadering naar voor.
Het analytisch kader (de roadmap) en de conclusies uit de vergelijking bieden samen een methodologische leidraad en concrete aandachtspunten (zowel voor private als voor publieke risicomanagers) die substantiële verbeteringen mogelijk maken om de impact van risico’s juister in te schatten en beter onderbouwde beslissingen te nemen om die impact drastisch te beperken.
Kathleen van Heuverswyn, doctor in de rechten, is wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit Antwerpen. Voordien werkte zij als juridisch adviseur risicomanagement in private en publieke organisaties, zowel in nationale als Europese context.
Pride, Prejudice and Ignorance. The western Image of the Muslim Orient (ATI-Academic Publications, n° 5)
€ 17,60
Spanning eleven centuries of conflict between Islam and the West, this book
presents an account of the development of the Western image of the Muslim
Orient from the advent of Islam to the eighteenth century. In an introductory
chapter, the book goes even beyond the emergence of Islam to trace the
Eurocentric outlook that characterized the Western views of the Muslim world
to the Graeco-Roman’s conception of Eastern cultures as essentially different
and inferior, despotic and morally decadent. For Eastern Christians and medieval
Europeans alike, the Bible was a source of some of the most hostile interpretations
of the coming and meteoric spread of Islam. Against the backdrop of the
Crusades, some of the most offensive material and absurd fantasies were created
about Islam and the Prophet. Many medieval prejudices persisted during the
Renaissance and beyond. The rise of the Ottomans and their rapid advance in
Europe resulted in the resurgence of antagonistic feelings against the Muslims.
At the same time, the first-hand experience accompanying the spread of trade
and diplomatic relations with the Ottomans helped ameliorate the otherwise
totally negative image of Islam. The extension of travel to the Ottoman provinces
provided the West with more objective and accurate accounts of the Muslim
Orient. The book shows how a reappraisal of Islam and its prophet was an indirect
outcome of the Enlightenment project. The book sheds light on the origins of
the stereotypical image of Islam as reflected in the different manifestations of
European culture.
Muhammad Fahmy Raiyah is Assistant Professor of English literature at Mansoura University, Egypt, and King Khalid University, Saudi Arabia.
Muhammad Fahmy Raiyah is Assistant Professor of English literature at Mansoura University, Egypt, and King Khalid University, Saudi Arabia.
Pride, Prejudice and Ignorance. The western Image of the Muslim Orient (ATI-Academic Publications, n° 5)
€ 17,60
Spanning eleven centuries of conflict between Islam and the West, this book
presents an account of the development of the Western image of the Muslim
Orient from the advent of Islam to the eighteenth century. In an introductory
chapter, the book goes even beyond the emergence of Islam to trace the
Eurocentric outlook that characterized the Western views of the Muslim world
to the Graeco-Roman’s conception of Eastern cultures as essentially different
and inferior, despotic and morally decadent. For Eastern Christians and medieval
Europeans alike, the Bible was a source of some of the most hostile interpretations
of the coming and meteoric spread of Islam. Against the backdrop of the
Crusades, some of the most offensive material and absurd fantasies were created
about Islam and the Prophet. Many medieval prejudices persisted during the
Renaissance and beyond. The rise of the Ottomans and their rapid advance in
Europe resulted in the resurgence of antagonistic feelings against the Muslims.
At the same time, the first-hand experience accompanying the spread of trade
and diplomatic relations with the Ottomans helped ameliorate the otherwise
totally negative image of Islam. The extension of travel to the Ottoman provinces
provided the West with more objective and accurate accounts of the Muslim
Orient. The book shows how a reappraisal of Islam and its prophet was an indirect
outcome of the Enlightenment project. The book sheds light on the origins of
the stereotypical image of Islam as reflected in the different manifestations of
European culture.
Muhammad Fahmy Raiyah is Assistant Professor of English literature at Mansoura University, Egypt, and King Khalid University, Saudi Arabia.
Muhammad Fahmy Raiyah is Assistant Professor of English literature at Mansoura University, Egypt, and King Khalid University, Saudi Arabia.
Society, Religion, and Poetry in Pre-Islamic Arabia (Arabic Literature Unveiled, N° 1)
€ 28,50
The growing diversity of our society makes that we are increasingly confronted with foreign cultures and their art forms. The Western Canon has in recent years lost some of its monopoly in favour of influences from the Middle and Far East. This offers quite a few new perspectives, but for these cultures it is not always self-evident to find their way to a Western audience. The different language, the lack of familiarity with Arabic society, and several other cultural aspects hinder an easy access and interest. This is definitely the case for early-Arabic literature. One of the most important poetic works from pre-Islamic Arabia is the Mu''allaqat or ''The Hangign Odes''. These odes can be considered as the best poetic work in a tradition that spans six centuries (from the first to the sixth century AD). They describe in a poetic form the early-Arabic life of the bedouin communities in great detail and are widely read, praised and studied in Arabic schools and universities.
This book is devoted to making these odes accesible for a Western audience. The first part consists of seven essays that provide a thorough insight of the society in which these odes originated, with sharp critical analyses of the country, its overview of pre-Islamic Arabia with an emphasis on the influence of Christianity; the Nabataeans, the reign of the fourth century Queen Mavia; and an analysis of the structure of pre-Islamic poetry. The second part consists of a poetic translation of the Mu''allaqat in English.
Ibrahim Mumayiz was professor of English literature at several universities in the Middle East. He has widely published on English literature, sixteenth century English Catholic history, and on Arabic-English poetry translations.
This book is devoted to making these odes accesible for a Western audience. The first part consists of seven essays that provide a thorough insight of the society in which these odes originated, with sharp critical analyses of the country, its overview of pre-Islamic Arabia with an emphasis on the influence of Christianity; the Nabataeans, the reign of the fourth century Queen Mavia; and an analysis of the structure of pre-Islamic poetry. The second part consists of a poetic translation of the Mu''allaqat in English.
Ibrahim Mumayiz was professor of English literature at several universities in the Middle East. He has widely published on English literature, sixteenth century English Catholic history, and on Arabic-English poetry translations.
Society, Religion, and Poetry in Pre-Islamic Arabia (Arabic Literature Unveiled, N° 1)
€ 28,50
The growing diversity of our society makes that we are increasingly confronted with foreign cultures and their art forms. The Western Canon has in recent years lost some of its monopoly in favour of influences from the Middle and Far East. This offers quite a few new perspectives, but for these cultures it is not always self-evident to find their way to a Western audience. The different language, the lack of familiarity with Arabic society, and several other cultural aspects hinder an easy access and interest. This is definitely the case for early-Arabic literature. One of the most important poetic works from pre-Islamic Arabia is the Mu''allaqat or ''The Hangign Odes''. These odes can be considered as the best poetic work in a tradition that spans six centuries (from the first to the sixth century AD). They describe in a poetic form the early-Arabic life of the bedouin communities in great detail and are widely read, praised and studied in Arabic schools and universities.
This book is devoted to making these odes accesible for a Western audience. The first part consists of seven essays that provide a thorough insight of the society in which these odes originated, with sharp critical analyses of the country, its overview of pre-Islamic Arabia with an emphasis on the influence of Christianity; the Nabataeans, the reign of the fourth century Queen Mavia; and an analysis of the structure of pre-Islamic poetry. The second part consists of a poetic translation of the Mu''allaqat in English.
Ibrahim Mumayiz was professor of English literature at several universities in the Middle East. He has widely published on English literature, sixteenth century English Catholic history, and on Arabic-English poetry translations.
This book is devoted to making these odes accesible for a Western audience. The first part consists of seven essays that provide a thorough insight of the society in which these odes originated, with sharp critical analyses of the country, its overview of pre-Islamic Arabia with an emphasis on the influence of Christianity; the Nabataeans, the reign of the fourth century Queen Mavia; and an analysis of the structure of pre-Islamic poetry. The second part consists of a poetic translation of the Mu''allaqat in English.
Ibrahim Mumayiz was professor of English literature at several universities in the Middle East. He has widely published on English literature, sixteenth century English Catholic history, and on Arabic-English poetry translations.
Mag ik ook wat zeggen? Empoweren van ouderen in een woon- en zorgcentrum
€ 21,00
Empowerment, een modewoord of veeleer (juist bittere)
noodzaak in de ouderenzorg? Ouderen die in een woonen
zorgcentrum verblijven, hebben heel weinig controle
over de manier waarop beslissingen over gezondheid en
autonomie worden genomen. Vaak hebben ze zaken niet
meer zelf in handen, hoewel ze daartoe nog perfect in
staat zijn. Voor dit fenomeen zijn er een aantal mogelijke
verklaringen. Zo is de invloed van het hospitalisatiesyndroom
zeker niet te onderschatten. Maar ook de kenmerken
van de huidige generatie ouderen, die ook wel de
‘stille generatie’ wordt genoemd, spelen een rol.
De auteurs willen een antwoord geven op de waargenomen behoeften binnen de sector. Ze bieden handvatten tot empowerment aan. Meteen presenteren ze een methodiek tot implementatie van empowerment op de afdelingen. Verder verdient empowerment als onderdeel van kwaliteitszorg de nodige aandacht. Empowerment zou vervat moeten zitten in het dagelijkse handelen in de ouderenzorg, zodat de huidige generatie ouderen een stem hebben in de beslissingen. Ook moet de sector zich voorbereiden op de komst van de toekomstige generatie ouderen. Deze generatie zal, anders dan de huidige, heel gepast de ‘protestgeneratie’ worden genoemd.
Deze uitgave is een initiatief van de Katholieke Hogeschool Kempen in Geel en VONK3, het Vlaams onderzoeks- en kenniscentrum voor de derde leeftijd, dat gelieerd is aan de hogeschool. Koen Geenen, ergotherapeut, is opleidingscoördinator van de Opleiding Ergotherapie van deze hogeschool en hij is medewerker bij Vonk3. De coauteurs zijn verbonden aan dezelfde hogeschool.
De auteurs willen een antwoord geven op de waargenomen behoeften binnen de sector. Ze bieden handvatten tot empowerment aan. Meteen presenteren ze een methodiek tot implementatie van empowerment op de afdelingen. Verder verdient empowerment als onderdeel van kwaliteitszorg de nodige aandacht. Empowerment zou vervat moeten zitten in het dagelijkse handelen in de ouderenzorg, zodat de huidige generatie ouderen een stem hebben in de beslissingen. Ook moet de sector zich voorbereiden op de komst van de toekomstige generatie ouderen. Deze generatie zal, anders dan de huidige, heel gepast de ‘protestgeneratie’ worden genoemd.
Deze uitgave is een initiatief van de Katholieke Hogeschool Kempen in Geel en VONK3, het Vlaams onderzoeks- en kenniscentrum voor de derde leeftijd, dat gelieerd is aan de hogeschool. Koen Geenen, ergotherapeut, is opleidingscoördinator van de Opleiding Ergotherapie van deze hogeschool en hij is medewerker bij Vonk3. De coauteurs zijn verbonden aan dezelfde hogeschool.
Mag ik ook wat zeggen? Empoweren van ouderen in een woon- en zorgcentrum
€ 21,00
Empowerment, een modewoord of veeleer (juist bittere)
noodzaak in de ouderenzorg? Ouderen die in een woonen
zorgcentrum verblijven, hebben heel weinig controle
over de manier waarop beslissingen over gezondheid en
autonomie worden genomen. Vaak hebben ze zaken niet
meer zelf in handen, hoewel ze daartoe nog perfect in
staat zijn. Voor dit fenomeen zijn er een aantal mogelijke
verklaringen. Zo is de invloed van het hospitalisatiesyndroom
zeker niet te onderschatten. Maar ook de kenmerken
van de huidige generatie ouderen, die ook wel de
‘stille generatie’ wordt genoemd, spelen een rol.
De auteurs willen een antwoord geven op de waargenomen behoeften binnen de sector. Ze bieden handvatten tot empowerment aan. Meteen presenteren ze een methodiek tot implementatie van empowerment op de afdelingen. Verder verdient empowerment als onderdeel van kwaliteitszorg de nodige aandacht. Empowerment zou vervat moeten zitten in het dagelijkse handelen in de ouderenzorg, zodat de huidige generatie ouderen een stem hebben in de beslissingen. Ook moet de sector zich voorbereiden op de komst van de toekomstige generatie ouderen. Deze generatie zal, anders dan de huidige, heel gepast de ‘protestgeneratie’ worden genoemd.
Deze uitgave is een initiatief van de Katholieke Hogeschool Kempen in Geel en VONK3, het Vlaams onderzoeks- en kenniscentrum voor de derde leeftijd, dat gelieerd is aan de hogeschool. Koen Geenen, ergotherapeut, is opleidingscoördinator van de Opleiding Ergotherapie van deze hogeschool en hij is medewerker bij Vonk3. De coauteurs zijn verbonden aan dezelfde hogeschool.
De auteurs willen een antwoord geven op de waargenomen behoeften binnen de sector. Ze bieden handvatten tot empowerment aan. Meteen presenteren ze een methodiek tot implementatie van empowerment op de afdelingen. Verder verdient empowerment als onderdeel van kwaliteitszorg de nodige aandacht. Empowerment zou vervat moeten zitten in het dagelijkse handelen in de ouderenzorg, zodat de huidige generatie ouderen een stem hebben in de beslissingen. Ook moet de sector zich voorbereiden op de komst van de toekomstige generatie ouderen. Deze generatie zal, anders dan de huidige, heel gepast de ‘protestgeneratie’ worden genoemd.
Deze uitgave is een initiatief van de Katholieke Hogeschool Kempen in Geel en VONK3, het Vlaams onderzoeks- en kenniscentrum voor de derde leeftijd, dat gelieerd is aan de hogeschool. Koen Geenen, ergotherapeut, is opleidingscoördinator van de Opleiding Ergotherapie van deze hogeschool en hij is medewerker bij Vonk3. De coauteurs zijn verbonden aan dezelfde hogeschool.
Cultures in dialogue. A translational perspective (ATI-Academic Publications, n° 4)
€ 19,90
Translation is intercultural communication par excellence. As such, it
assumes a considerable role in the encounters between different cultures
and their respective languages. This important role of translation stems
from the fact that translating involves the carrying-over of specific
socio-cultural input to and recuperated by specific target reading cultures,
which have at their disposal an established system of representation
with its own norms for text production and consumption of meanings
vis-à-vis self, other, objects, and events. This system ultimately evolves
into a master discourse of translation through which identity, similarity
and difference are identified, negotiated, accepted and/or resisted.
Translational encounters take place at both the intra and inter cultural
levels. The chapters in this volume address these issues from different
cultural angles of vision (Americas, Northern Ireland, Hong Kong, India,
and the Arab/Muslim World).
Said Faiq is professor ‘Translation & Intercultural Studies’ at the American University of Sharjah (VAE) and Exeter University (GB). He has published worldwide in the fields of translation studies and the dialogue between cultures.
Said Faiq is professor ‘Translation & Intercultural Studies’ at the American University of Sharjah (VAE) and Exeter University (GB). He has published worldwide in the fields of translation studies and the dialogue between cultures.
Cultures in dialogue. A translational perspective (ATI-Academic Publications, n° 4)
€ 19,90
Translation is intercultural communication par excellence. As such, it
assumes a considerable role in the encounters between different cultures
and their respective languages. This important role of translation stems
from the fact that translating involves the carrying-over of specific
socio-cultural input to and recuperated by specific target reading cultures,
which have at their disposal an established system of representation
with its own norms for text production and consumption of meanings
vis-à-vis self, other, objects, and events. This system ultimately evolves
into a master discourse of translation through which identity, similarity
and difference are identified, negotiated, accepted and/or resisted.
Translational encounters take place at both the intra and inter cultural
levels. The chapters in this volume address these issues from different
cultural angles of vision (Americas, Northern Ireland, Hong Kong, India,
and the Arab/Muslim World).
Said Faiq is professor ‘Translation & Intercultural Studies’ at the American University of Sharjah (VAE) and Exeter University (GB). He has published worldwide in the fields of translation studies and the dialogue between cultures.
Said Faiq is professor ‘Translation & Intercultural Studies’ at the American University of Sharjah (VAE) and Exeter University (GB). He has published worldwide in the fields of translation studies and the dialogue between cultures.
De school Video Interactie Begeleider. Volgend in beweging (Fontys-OSO-Reeks, nr. 29)
€ 21,00
In deze publicatie, ‘De School Video Interactie Begeleider. Volgend in beweging’
wordt de rolneming van de begeleider vanuit een aantal gezichtspunten uitvergroot.
Volgend in beweging, staat voor de kern van de SVIB-methodiek, die steeds opnieuw
de bewegende interactie volgt, objectiveert en vervolgens betekenis geeft. Dit vraagt
van een begeleider een aantal vaardigheden. Een aantal opleiders SVIB van Fontys
OSO geeft in dit boek een diversiteit aan invalshoeken van kwaliteiten en capaciteiten
waarover een SVI-Begeleider kan beschikken en hoe zij daarin zelf voortdurend tot
vernieuwende inzichten komen. Eerdere inzichten zijn gepubliceerd in het boek ‘School
Video Interactie Begeleiding. Van meerdere kanten bekeken.’ (Van den Heijkant e.a.,
2005), waarin coaching een prominente plaats kreeg.
In deze uitgave laten de auteurs de lezer volgen in de beweging die te maken is naar de mogelijkheden voor de SVI-Begeleider met o.a. oplossingsgericht werken, positieve empowering, mentale modellen, reflectie en gelaagdheid hierin, synchroon coachen, verdiepende begeleiderscommunicatie en authentiek functioneren.
Dit boek is bedoeld voor iedere begeleider die werkt met school video interactie begeleiding (SVIB) of video home training (VHT).
In deze uitgave laten de auteurs de lezer volgen in de beweging die te maken is naar de mogelijkheden voor de SVI-Begeleider met o.a. oplossingsgericht werken, positieve empowering, mentale modellen, reflectie en gelaagdheid hierin, synchroon coachen, verdiepende begeleiderscommunicatie en authentiek functioneren.
Dit boek is bedoeld voor iedere begeleider die werkt met school video interactie begeleiding (SVIB) of video home training (VHT).
De school Video Interactie Begeleider. Volgend in beweging (Fontys-OSO-Reeks, nr. 29)
€ 21,00
In deze publicatie, ‘De School Video Interactie Begeleider. Volgend in beweging’
wordt de rolneming van de begeleider vanuit een aantal gezichtspunten uitvergroot.
Volgend in beweging, staat voor de kern van de SVIB-methodiek, die steeds opnieuw
de bewegende interactie volgt, objectiveert en vervolgens betekenis geeft. Dit vraagt
van een begeleider een aantal vaardigheden. Een aantal opleiders SVIB van Fontys
OSO geeft in dit boek een diversiteit aan invalshoeken van kwaliteiten en capaciteiten
waarover een SVI-Begeleider kan beschikken en hoe zij daarin zelf voortdurend tot
vernieuwende inzichten komen. Eerdere inzichten zijn gepubliceerd in het boek ‘School
Video Interactie Begeleiding. Van meerdere kanten bekeken.’ (Van den Heijkant e.a.,
2005), waarin coaching een prominente plaats kreeg.
In deze uitgave laten de auteurs de lezer volgen in de beweging die te maken is naar de mogelijkheden voor de SVI-Begeleider met o.a. oplossingsgericht werken, positieve empowering, mentale modellen, reflectie en gelaagdheid hierin, synchroon coachen, verdiepende begeleiderscommunicatie en authentiek functioneren.
Dit boek is bedoeld voor iedere begeleider die werkt met school video interactie begeleiding (SVIB) of video home training (VHT).
In deze uitgave laten de auteurs de lezer volgen in de beweging die te maken is naar de mogelijkheden voor de SVI-Begeleider met o.a. oplossingsgericht werken, positieve empowering, mentale modellen, reflectie en gelaagdheid hierin, synchroon coachen, verdiepende begeleiderscommunicatie en authentiek functioneren.
Dit boek is bedoeld voor iedere begeleider die werkt met school video interactie begeleiding (SVIB) of video home training (VHT).
Animal phobias and psychosomatic disorders
€ 38,50
Animal phobias are intense fears of relatively harmless animals like spiders, mice, or cats. The cause
of these phobias is largely unknown. In this book, the various animal phobias are systematically ordered
and an explanatory theory is provided for each. The central proposition is that animal phobias
are caused by problems in interpersonal functioning. In other words, they reflect the phobic person’s
inability to deal with particular kinds of interpersonal relationships. The greater the shortcoming, the
stronger the fear.
The background of this new approach to animal fears is the Theory of Faculties, a psychological theory which was developed to explain phobias and related disorders. The name of this theory refers to the abilities (“faculties”) which people need to deal with the external world and with themselves. According to this theory, each part of the external world is controlled by a specific ability. The controlling abilities are ordered in hierarchies extending from the somatic basis to the affective and cognitive level. Each hierarchy therefore spans different levels of consciousness. The theory gives insight into the organization and function of behavior, cognitions and affects (emotions) and the relationships among them. Phobias are seen as the result of a disruption of such hierarchies due to the phobic person’s inabilities. This book treats the Theory of Faculties in relation to animal phobias.
In addition to explaining the origin of animal phobias, the Theory of Faculties may shed light on the psychological background of certain psychosomatic disorders, such as fear of swallowing, anorexia nervosa, bulimia, asthma, incontinence, spastic colon, nymphomania and impotence. Psychosomatic disorders are from this perspective the result of dysfunctions at the basis of a hierarchy of abilities. The hypothetical basis of each disorder is discussed.
This book is intended for readers who are interested in the structure and origin of psychopathology. It is of particular interest to professionals in the fields of clinical psychology and psychiatry.
D. A. Fuldauer is a psychologist and psychotherapist. He was long affiliated with the Department of Clinical Psychology at the University of Amsterdam, The Netherlands.
The background of this new approach to animal fears is the Theory of Faculties, a psychological theory which was developed to explain phobias and related disorders. The name of this theory refers to the abilities (“faculties”) which people need to deal with the external world and with themselves. According to this theory, each part of the external world is controlled by a specific ability. The controlling abilities are ordered in hierarchies extending from the somatic basis to the affective and cognitive level. Each hierarchy therefore spans different levels of consciousness. The theory gives insight into the organization and function of behavior, cognitions and affects (emotions) and the relationships among them. Phobias are seen as the result of a disruption of such hierarchies due to the phobic person’s inabilities. This book treats the Theory of Faculties in relation to animal phobias.
In addition to explaining the origin of animal phobias, the Theory of Faculties may shed light on the psychological background of certain psychosomatic disorders, such as fear of swallowing, anorexia nervosa, bulimia, asthma, incontinence, spastic colon, nymphomania and impotence. Psychosomatic disorders are from this perspective the result of dysfunctions at the basis of a hierarchy of abilities. The hypothetical basis of each disorder is discussed.
This book is intended for readers who are interested in the structure and origin of psychopathology. It is of particular interest to professionals in the fields of clinical psychology and psychiatry.
D. A. Fuldauer is a psychologist and psychotherapist. He was long affiliated with the Department of Clinical Psychology at the University of Amsterdam, The Netherlands.
Animal phobias and psychosomatic disorders
€ 38,50
Animal phobias are intense fears of relatively harmless animals like spiders, mice, or cats. The cause
of these phobias is largely unknown. In this book, the various animal phobias are systematically ordered
and an explanatory theory is provided for each. The central proposition is that animal phobias
are caused by problems in interpersonal functioning. In other words, they reflect the phobic person’s
inability to deal with particular kinds of interpersonal relationships. The greater the shortcoming, the
stronger the fear.
The background of this new approach to animal fears is the Theory of Faculties, a psychological theory which was developed to explain phobias and related disorders. The name of this theory refers to the abilities (“faculties”) which people need to deal with the external world and with themselves. According to this theory, each part of the external world is controlled by a specific ability. The controlling abilities are ordered in hierarchies extending from the somatic basis to the affective and cognitive level. Each hierarchy therefore spans different levels of consciousness. The theory gives insight into the organization and function of behavior, cognitions and affects (emotions) and the relationships among them. Phobias are seen as the result of a disruption of such hierarchies due to the phobic person’s inabilities. This book treats the Theory of Faculties in relation to animal phobias.
In addition to explaining the origin of animal phobias, the Theory of Faculties may shed light on the psychological background of certain psychosomatic disorders, such as fear of swallowing, anorexia nervosa, bulimia, asthma, incontinence, spastic colon, nymphomania and impotence. Psychosomatic disorders are from this perspective the result of dysfunctions at the basis of a hierarchy of abilities. The hypothetical basis of each disorder is discussed.
This book is intended for readers who are interested in the structure and origin of psychopathology. It is of particular interest to professionals in the fields of clinical psychology and psychiatry.
D. A. Fuldauer is a psychologist and psychotherapist. He was long affiliated with the Department of Clinical Psychology at the University of Amsterdam, The Netherlands.
The background of this new approach to animal fears is the Theory of Faculties, a psychological theory which was developed to explain phobias and related disorders. The name of this theory refers to the abilities (“faculties”) which people need to deal with the external world and with themselves. According to this theory, each part of the external world is controlled by a specific ability. The controlling abilities are ordered in hierarchies extending from the somatic basis to the affective and cognitive level. Each hierarchy therefore spans different levels of consciousness. The theory gives insight into the organization and function of behavior, cognitions and affects (emotions) and the relationships among them. Phobias are seen as the result of a disruption of such hierarchies due to the phobic person’s inabilities. This book treats the Theory of Faculties in relation to animal phobias.
In addition to explaining the origin of animal phobias, the Theory of Faculties may shed light on the psychological background of certain psychosomatic disorders, such as fear of swallowing, anorexia nervosa, bulimia, asthma, incontinence, spastic colon, nymphomania and impotence. Psychosomatic disorders are from this perspective the result of dysfunctions at the basis of a hierarchy of abilities. The hypothetical basis of each disorder is discussed.
This book is intended for readers who are interested in the structure and origin of psychopathology. It is of particular interest to professionals in the fields of clinical psychology and psychiatry.
D. A. Fuldauer is a psychologist and psychotherapist. He was long affiliated with the Department of Clinical Psychology at the University of Amsterdam, The Netherlands.
De poëtische taal van de adolescent. Over de schoonheid van het anders-zijn
€ 24,90
Dit boek behandelt de adolescentie in de kunst. Adolescentie
in fictie wordt benaderd als een complex taalspel. In deze studie
vertelt de auteur op hoogst oorspronkelijke wijze, met behulp
van een methodiek genaamd Art Based Learning, hoe we
door het bestuderen van kunst heel veel kunnen leren over de
schoonheid, het ‘anders-zijn’ van de adolescent. De poëtische
kant, het afwijkende karakter van de adolescent, staat daarbij
centraal; niet als probleem, maar als verworvenheid. Uitgebreid
wordt ingegaan op de fictieve biografie Orlando: Virginia
Woolfs icoon van de eeuwige adolescent. Orlando leeft 400 jaar
en transformeert van man naar vrouw. Zij/hij is een estheet,
een minnaar, een mysticus, een rebel, een nomade, een queer,
een performer. De relatie wordt steeds gelegd met de hedendaagse
kunst en cultuur: van een film als Dear Wendy tot de
muziek van Kurt Cobain. De prikkelende multidisciplinaire aanpak
maakt het boek geschikt voor alle studenten/docenten in
de humaniora: kunst, pedagogiek zowel als filosofie. Het is verder
bedoeld voor iedere geïnteresseerde in het esthetisch spel
dat adolescentie heet.
Jeroen Lutters (1959) is cultuurhistoricus en als onderzoeker verbonden aan het Kenniscentrum Educatie van de Hogeschool Utrecht. Hij doceert regelmatig aan verschillende kunstacademies in Nederland. Hij is voorzitter van het bestuur van het Bernard Lievegoed College for Liberal Arts (voorheen Vrije Hogeschool).
Jeroen Lutters (1959) is cultuurhistoricus en als onderzoeker verbonden aan het Kenniscentrum Educatie van de Hogeschool Utrecht. Hij doceert regelmatig aan verschillende kunstacademies in Nederland. Hij is voorzitter van het bestuur van het Bernard Lievegoed College for Liberal Arts (voorheen Vrije Hogeschool).
De poëtische taal van de adolescent. Over de schoonheid van het anders-zijn
€ 24,90
Dit boek behandelt de adolescentie in de kunst. Adolescentie
in fictie wordt benaderd als een complex taalspel. In deze studie
vertelt de auteur op hoogst oorspronkelijke wijze, met behulp
van een methodiek genaamd Art Based Learning, hoe we
door het bestuderen van kunst heel veel kunnen leren over de
schoonheid, het ‘anders-zijn’ van de adolescent. De poëtische
kant, het afwijkende karakter van de adolescent, staat daarbij
centraal; niet als probleem, maar als verworvenheid. Uitgebreid
wordt ingegaan op de fictieve biografie Orlando: Virginia
Woolfs icoon van de eeuwige adolescent. Orlando leeft 400 jaar
en transformeert van man naar vrouw. Zij/hij is een estheet,
een minnaar, een mysticus, een rebel, een nomade, een queer,
een performer. De relatie wordt steeds gelegd met de hedendaagse
kunst en cultuur: van een film als Dear Wendy tot de
muziek van Kurt Cobain. De prikkelende multidisciplinaire aanpak
maakt het boek geschikt voor alle studenten/docenten in
de humaniora: kunst, pedagogiek zowel als filosofie. Het is verder
bedoeld voor iedere geïnteresseerde in het esthetisch spel
dat adolescentie heet.
Jeroen Lutters (1959) is cultuurhistoricus en als onderzoeker verbonden aan het Kenniscentrum Educatie van de Hogeschool Utrecht. Hij doceert regelmatig aan verschillende kunstacademies in Nederland. Hij is voorzitter van het bestuur van het Bernard Lievegoed College for Liberal Arts (voorheen Vrije Hogeschool).
Jeroen Lutters (1959) is cultuurhistoricus en als onderzoeker verbonden aan het Kenniscentrum Educatie van de Hogeschool Utrecht. Hij doceert regelmatig aan verschillende kunstacademies in Nederland. Hij is voorzitter van het bestuur van het Bernard Lievegoed College for Liberal Arts (voorheen Vrije Hogeschool).
Seksuele mishandeling van jonge kinderen
€ 25,00
Dit boek is een praktische gids voor het volledige
hulpverleningsproces bij jonge kinderen die seksueel
misbruikt zijn. Hierbij wordt de integrale procedure, vanaf de
intake tot aan het einde van de behandeling, in verschillende
stappen gedetailleerd overlopen. In de eerste plaats wordt,
aan de hand van zes praktische schema’s, een theoretische
achtergrond van dit hulpverleningsproces geschetst en
uitgewerkt. Ten tweede wordt aandacht besteed aan de
impact die seksueel misbruik heeft op zowel jonge kinderen
als op hun gezin. Vervolgens worden, naast de beschrijving
van het diagnostische en het behandelingsproces, praktische
onderzoeksmaterialen, diagnostische middelen en diverse
modellen en technieken voor de behandeling beschreven.
Ten slotte wordt ook uitvoerig stilgestaan bij het handelen bij
een vermoeden van seksueel misbruik, bij de ouderbegeleiding
en bij het juridische traject naast het hulpverleningsproces.
Dit boek is in de eerste plaats geschreven voor iedere professional die in dit veld actief is, maar het is ook geschikt voor studenten van HBO-opleidingen en universiteiten. Het is voorzien van vele praktijkvoorbeelden en omvat twee uitgewerkte casussen.
Marieth Guelen, orthopedagoog, is hoofd van een Psychologische/ Pedagogische Praktijk in West-Brabant.
Cecile van Pottelberghe, maatschappelijk werkster en historica, is stafmedewerker bij een zorgorganisatie in West-Brabant.
Dit boek is in de eerste plaats geschreven voor iedere professional die in dit veld actief is, maar het is ook geschikt voor studenten van HBO-opleidingen en universiteiten. Het is voorzien van vele praktijkvoorbeelden en omvat twee uitgewerkte casussen.
Marieth Guelen, orthopedagoog, is hoofd van een Psychologische/ Pedagogische Praktijk in West-Brabant.
Cecile van Pottelberghe, maatschappelijk werkster en historica, is stafmedewerker bij een zorgorganisatie in West-Brabant.
Seksuele mishandeling van jonge kinderen
€ 25,00
Dit boek is een praktische gids voor het volledige
hulpverleningsproces bij jonge kinderen die seksueel
misbruikt zijn. Hierbij wordt de integrale procedure, vanaf de
intake tot aan het einde van de behandeling, in verschillende
stappen gedetailleerd overlopen. In de eerste plaats wordt,
aan de hand van zes praktische schema’s, een theoretische
achtergrond van dit hulpverleningsproces geschetst en
uitgewerkt. Ten tweede wordt aandacht besteed aan de
impact die seksueel misbruik heeft op zowel jonge kinderen
als op hun gezin. Vervolgens worden, naast de beschrijving
van het diagnostische en het behandelingsproces, praktische
onderzoeksmaterialen, diagnostische middelen en diverse
modellen en technieken voor de behandeling beschreven.
Ten slotte wordt ook uitvoerig stilgestaan bij het handelen bij
een vermoeden van seksueel misbruik, bij de ouderbegeleiding
en bij het juridische traject naast het hulpverleningsproces.
Dit boek is in de eerste plaats geschreven voor iedere professional die in dit veld actief is, maar het is ook geschikt voor studenten van HBO-opleidingen en universiteiten. Het is voorzien van vele praktijkvoorbeelden en omvat twee uitgewerkte casussen.
Marieth Guelen, orthopedagoog, is hoofd van een Psychologische/ Pedagogische Praktijk in West-Brabant.
Cecile van Pottelberghe, maatschappelijk werkster en historica, is stafmedewerker bij een zorgorganisatie in West-Brabant.
Dit boek is in de eerste plaats geschreven voor iedere professional die in dit veld actief is, maar het is ook geschikt voor studenten van HBO-opleidingen en universiteiten. Het is voorzien van vele praktijkvoorbeelden en omvat twee uitgewerkte casussen.
Marieth Guelen, orthopedagoog, is hoofd van een Psychologische/ Pedagogische Praktijk in West-Brabant.
Cecile van Pottelberghe, maatschappelijk werkster en historica, is stafmedewerker bij een zorgorganisatie in West-Brabant.
Een waardevolle spagaat. Een verkenning van sociaal ondernemerschap
€ 14,60
Meer en meer wordt sociaal ondernemerschap erkend als een volwaardige manier van
ondernemen én als mogelijkheid om maatschappelijke en ecologische problemen aan
te pakken. Mede als gevolg van de huidige economische en ecologische crisis mag
sociaal en duurzaam ondernemen zich verheugen over een toenemende aandacht in
zowel de media als onder commerciële ondernemingen.
Het onderzoek naar sociaal ondernemerschap in Nederland staat echter nog in de kinderschoenen. Wie zijn deze sociaal ondernemers? Wat ontwikkelen zij? Hoe denken zij over sociaal ondernemen in Nederland? Waar liggen de kansen en waar de knelpunten? In dit boek worden zes sociaal ondernemingen nader onderzocht. De aandacht richt zich op het spanningsveld tussen het maken van financiële en maatschappelijke winst. Dit spanningsveld vormt het bestaansrecht van sociaal ondernemingen. Welke afwegingen maken sociaal ondernemers tussen het maken van fi nanciële en maatschappelijke winst? En wat heeft een onderneming nodig om een zorgvuldige afweging te kunnen, te willen en te durven maken?
Dit boek is geschreven voor iedereen die het belang stelt in sociaal ondernemen en voor studenten aan hogescholen en universiteiten.
Het Lectoraat Dynamiek van de stad van Hogeschool INHollland onderzoekt de relatie tussen de grote stad en het werk in de verschillende beroepenvelden. Het lectoraat levert een praktijkgerichte bijdrage aan het onderzoek van grootstedelijke problematiek. Het doet dit vanuit een multidisciplinair perspectief. Bij processen en effecten van stedelijke dynamiek wordt de aandacht gericht op de politieke, sociale, culturele en fysieke aspecten. Speerpunten van het onderzoek zijn burgerschap, sociaal uitsluiting en duurzaamheid.
Het onderzoek naar sociaal ondernemerschap in Nederland staat echter nog in de kinderschoenen. Wie zijn deze sociaal ondernemers? Wat ontwikkelen zij? Hoe denken zij over sociaal ondernemen in Nederland? Waar liggen de kansen en waar de knelpunten? In dit boek worden zes sociaal ondernemingen nader onderzocht. De aandacht richt zich op het spanningsveld tussen het maken van financiële en maatschappelijke winst. Dit spanningsveld vormt het bestaansrecht van sociaal ondernemingen. Welke afwegingen maken sociaal ondernemers tussen het maken van fi nanciële en maatschappelijke winst? En wat heeft een onderneming nodig om een zorgvuldige afweging te kunnen, te willen en te durven maken?
Dit boek is geschreven voor iedereen die het belang stelt in sociaal ondernemen en voor studenten aan hogescholen en universiteiten.
Het Lectoraat Dynamiek van de stad van Hogeschool INHollland onderzoekt de relatie tussen de grote stad en het werk in de verschillende beroepenvelden. Het lectoraat levert een praktijkgerichte bijdrage aan het onderzoek van grootstedelijke problematiek. Het doet dit vanuit een multidisciplinair perspectief. Bij processen en effecten van stedelijke dynamiek wordt de aandacht gericht op de politieke, sociale, culturele en fysieke aspecten. Speerpunten van het onderzoek zijn burgerschap, sociaal uitsluiting en duurzaamheid.
Een waardevolle spagaat. Een verkenning van sociaal ondernemerschap
€ 14,60
Meer en meer wordt sociaal ondernemerschap erkend als een volwaardige manier van
ondernemen én als mogelijkheid om maatschappelijke en ecologische problemen aan
te pakken. Mede als gevolg van de huidige economische en ecologische crisis mag
sociaal en duurzaam ondernemen zich verheugen over een toenemende aandacht in
zowel de media als onder commerciële ondernemingen.
Het onderzoek naar sociaal ondernemerschap in Nederland staat echter nog in de kinderschoenen. Wie zijn deze sociaal ondernemers? Wat ontwikkelen zij? Hoe denken zij over sociaal ondernemen in Nederland? Waar liggen de kansen en waar de knelpunten? In dit boek worden zes sociaal ondernemingen nader onderzocht. De aandacht richt zich op het spanningsveld tussen het maken van financiële en maatschappelijke winst. Dit spanningsveld vormt het bestaansrecht van sociaal ondernemingen. Welke afwegingen maken sociaal ondernemers tussen het maken van fi nanciële en maatschappelijke winst? En wat heeft een onderneming nodig om een zorgvuldige afweging te kunnen, te willen en te durven maken?
Dit boek is geschreven voor iedereen die het belang stelt in sociaal ondernemen en voor studenten aan hogescholen en universiteiten.
Het Lectoraat Dynamiek van de stad van Hogeschool INHollland onderzoekt de relatie tussen de grote stad en het werk in de verschillende beroepenvelden. Het lectoraat levert een praktijkgerichte bijdrage aan het onderzoek van grootstedelijke problematiek. Het doet dit vanuit een multidisciplinair perspectief. Bij processen en effecten van stedelijke dynamiek wordt de aandacht gericht op de politieke, sociale, culturele en fysieke aspecten. Speerpunten van het onderzoek zijn burgerschap, sociaal uitsluiting en duurzaamheid.
Het onderzoek naar sociaal ondernemerschap in Nederland staat echter nog in de kinderschoenen. Wie zijn deze sociaal ondernemers? Wat ontwikkelen zij? Hoe denken zij over sociaal ondernemen in Nederland? Waar liggen de kansen en waar de knelpunten? In dit boek worden zes sociaal ondernemingen nader onderzocht. De aandacht richt zich op het spanningsveld tussen het maken van financiële en maatschappelijke winst. Dit spanningsveld vormt het bestaansrecht van sociaal ondernemingen. Welke afwegingen maken sociaal ondernemers tussen het maken van fi nanciële en maatschappelijke winst? En wat heeft een onderneming nodig om een zorgvuldige afweging te kunnen, te willen en te durven maken?
Dit boek is geschreven voor iedereen die het belang stelt in sociaal ondernemen en voor studenten aan hogescholen en universiteiten.
Het Lectoraat Dynamiek van de stad van Hogeschool INHollland onderzoekt de relatie tussen de grote stad en het werk in de verschillende beroepenvelden. Het lectoraat levert een praktijkgerichte bijdrage aan het onderzoek van grootstedelijke problematiek. Het doet dit vanuit een multidisciplinair perspectief. Bij processen en effecten van stedelijke dynamiek wordt de aandacht gericht op de politieke, sociale, culturele en fysieke aspecten. Speerpunten van het onderzoek zijn burgerschap, sociaal uitsluiting en duurzaamheid.
De geweldige school en maatschappij
€ 32,00
Geweld bestaat in vele vormen, in de maatschappij en
ook op school. Deze uitgave reikt opvoeders, leerkrachten,
studenten van de lerarenopleidingen en van het sociaal-
agogisch werk en hun docenten, leerlingbegeleiders
en sociale veldwerkers een helpende hand bij geweldpreventie
op school. Het eerste deel geeft een grondig
inzicht in de verschillende geweldsvormen en in de
manieren waarop daartegen in is te gaan. Het tweede
deel bevat een vurig pleidooi voor een ‘geweldige’
school die richting, ruimte, structuur, vrijheid, ondersteuning
en positieve bekrachtiging biedt aan ieder lid van
de schoolgemeenschap.
De ‘geweldige’ school moet een ‘kindrijpe’ school zijn: voor heel het kind en elk kind; een ‘warme’ school, een school voor het hart; een ‘brede’ school, die de socialisering van de leerlingen hoog in het vaandel draagt; een ‘goede’ school, waarin opvoedend onderwijs centraal staat, en een ‘geweldarme’ school, die in haar curriculum erg veel aandacht schenkt aan het vredesonderwijs en de vredeseducatie.
Hoe is een dergelijke, ‘geweldige’ school te realiseren?
Roger Boonen doceerde onderwijskunde, intercultureel onderwijs en vredeseducatie aan het Departement Lerarenopleiding van de Karel de Grote-Hogeschool in Antwerpen. Hij is ere-hoofdredacteur van het tijdschrift School- en klaspraktijk. Hij heeft ook diverse pedagogisch- didactische publicaties op zijn naam.
De ‘geweldige’ school moet een ‘kindrijpe’ school zijn: voor heel het kind en elk kind; een ‘warme’ school, een school voor het hart; een ‘brede’ school, die de socialisering van de leerlingen hoog in het vaandel draagt; een ‘goede’ school, waarin opvoedend onderwijs centraal staat, en een ‘geweldarme’ school, die in haar curriculum erg veel aandacht schenkt aan het vredesonderwijs en de vredeseducatie.
Hoe is een dergelijke, ‘geweldige’ school te realiseren?
Roger Boonen doceerde onderwijskunde, intercultureel onderwijs en vredeseducatie aan het Departement Lerarenopleiding van de Karel de Grote-Hogeschool in Antwerpen. Hij is ere-hoofdredacteur van het tijdschrift School- en klaspraktijk. Hij heeft ook diverse pedagogisch- didactische publicaties op zijn naam.
De geweldige school en maatschappij
€ 32,00
Geweld bestaat in vele vormen, in de maatschappij en
ook op school. Deze uitgave reikt opvoeders, leerkrachten,
studenten van de lerarenopleidingen en van het sociaal-
agogisch werk en hun docenten, leerlingbegeleiders
en sociale veldwerkers een helpende hand bij geweldpreventie
op school. Het eerste deel geeft een grondig
inzicht in de verschillende geweldsvormen en in de
manieren waarop daartegen in is te gaan. Het tweede
deel bevat een vurig pleidooi voor een ‘geweldige’
school die richting, ruimte, structuur, vrijheid, ondersteuning
en positieve bekrachtiging biedt aan ieder lid van
de schoolgemeenschap.
De ‘geweldige’ school moet een ‘kindrijpe’ school zijn: voor heel het kind en elk kind; een ‘warme’ school, een school voor het hart; een ‘brede’ school, die de socialisering van de leerlingen hoog in het vaandel draagt; een ‘goede’ school, waarin opvoedend onderwijs centraal staat, en een ‘geweldarme’ school, die in haar curriculum erg veel aandacht schenkt aan het vredesonderwijs en de vredeseducatie.
Hoe is een dergelijke, ‘geweldige’ school te realiseren?
Roger Boonen doceerde onderwijskunde, intercultureel onderwijs en vredeseducatie aan het Departement Lerarenopleiding van de Karel de Grote-Hogeschool in Antwerpen. Hij is ere-hoofdredacteur van het tijdschrift School- en klaspraktijk. Hij heeft ook diverse pedagogisch- didactische publicaties op zijn naam.
De ‘geweldige’ school moet een ‘kindrijpe’ school zijn: voor heel het kind en elk kind; een ‘warme’ school, een school voor het hart; een ‘brede’ school, die de socialisering van de leerlingen hoog in het vaandel draagt; een ‘goede’ school, waarin opvoedend onderwijs centraal staat, en een ‘geweldarme’ school, die in haar curriculum erg veel aandacht schenkt aan het vredesonderwijs en de vredeseducatie.
Hoe is een dergelijke, ‘geweldige’ school te realiseren?
Roger Boonen doceerde onderwijskunde, intercultureel onderwijs en vredeseducatie aan het Departement Lerarenopleiding van de Karel de Grote-Hogeschool in Antwerpen. Hij is ere-hoofdredacteur van het tijdschrift School- en klaspraktijk. Hij heeft ook diverse pedagogisch- didactische publicaties op zijn naam.
Op de opiniepagina. Overtuigend in vorm
€ 16,50
Heel wat mensen willen hun artikels gepubliceerd zien op de opiniepagina’s
van kranten, weekbladen of in tijdschriften.
Zeker wetenschappers, (lokale) politici, studenten, bestuursleden van verenigingen of beginnende opiniemakers hebben vaak goede ideeën, maar ondervinden moeite om die overtuigend op papier te krijgen.
Een publiek aanspreken, geboeid houden en overtuigen is immers een vak apart en wie de knepen ervan niet beheerst, verliest zijn lezers.
Dit boek is gemaakt om mensen te helpen bij het schrijven van opinies. Stap voor stap leert het hoe men een publiek erbij houdt, hoe een verhaal opgebouwd wordt en welke structuur efficiënt werkt. Een beetje theorie schept inzicht, maar het boek is vooral een praktisch instrument dat elke schrijver, ook de geoefende, op weg helpt naar de opiniepagina.
Bas Jongenelen is docent Nederlands aan de Lerarenopleiding van Fontys-Hogescholen in Tilburg.
Zeker wetenschappers, (lokale) politici, studenten, bestuursleden van verenigingen of beginnende opiniemakers hebben vaak goede ideeën, maar ondervinden moeite om die overtuigend op papier te krijgen.
Een publiek aanspreken, geboeid houden en overtuigen is immers een vak apart en wie de knepen ervan niet beheerst, verliest zijn lezers.
Dit boek is gemaakt om mensen te helpen bij het schrijven van opinies. Stap voor stap leert het hoe men een publiek erbij houdt, hoe een verhaal opgebouwd wordt en welke structuur efficiënt werkt. Een beetje theorie schept inzicht, maar het boek is vooral een praktisch instrument dat elke schrijver, ook de geoefende, op weg helpt naar de opiniepagina.
Bas Jongenelen is docent Nederlands aan de Lerarenopleiding van Fontys-Hogescholen in Tilburg.
Op de opiniepagina. Overtuigend in vorm
€ 16,50
Heel wat mensen willen hun artikels gepubliceerd zien op de opiniepagina’s
van kranten, weekbladen of in tijdschriften.
Zeker wetenschappers, (lokale) politici, studenten, bestuursleden van verenigingen of beginnende opiniemakers hebben vaak goede ideeën, maar ondervinden moeite om die overtuigend op papier te krijgen.
Een publiek aanspreken, geboeid houden en overtuigen is immers een vak apart en wie de knepen ervan niet beheerst, verliest zijn lezers.
Dit boek is gemaakt om mensen te helpen bij het schrijven van opinies. Stap voor stap leert het hoe men een publiek erbij houdt, hoe een verhaal opgebouwd wordt en welke structuur efficiënt werkt. Een beetje theorie schept inzicht, maar het boek is vooral een praktisch instrument dat elke schrijver, ook de geoefende, op weg helpt naar de opiniepagina.
Bas Jongenelen is docent Nederlands aan de Lerarenopleiding van Fontys-Hogescholen in Tilburg.
Zeker wetenschappers, (lokale) politici, studenten, bestuursleden van verenigingen of beginnende opiniemakers hebben vaak goede ideeën, maar ondervinden moeite om die overtuigend op papier te krijgen.
Een publiek aanspreken, geboeid houden en overtuigen is immers een vak apart en wie de knepen ervan niet beheerst, verliest zijn lezers.
Dit boek is gemaakt om mensen te helpen bij het schrijven van opinies. Stap voor stap leert het hoe men een publiek erbij houdt, hoe een verhaal opgebouwd wordt en welke structuur efficiënt werkt. Een beetje theorie schept inzicht, maar het boek is vooral een praktisch instrument dat elke schrijver, ook de geoefende, op weg helpt naar de opiniepagina.
Bas Jongenelen is docent Nederlands aan de Lerarenopleiding van Fontys-Hogescholen in Tilburg.
Gezondheid is geen koopwaar
€ 19,90
In dit boek geeft Geert Messiaen een overzicht van de Belgische ziekteverzekering
in het algemeen en van de werking en de standpunten van de Liberale Mutualiteiten
in het bijzonder, samen met een persoonlijke visie op het gezondheidsbeleid in België
en Europa. De auteur houdt een oprecht pleidooi voor het onvolprezen Belgische systeem
van de gezondheidszorg. Dit boek richt zich tot iedereen die met de gezondheidszorg in
België is begaan.
In zijn vorige boek, Onvoltooide symfonie, rekende hij al in zijn ongezouten stijl af met een aantal plaatselijke, politieke toestanden in zijn geboortestad Roeselare en hamert hij op enkele sociale aandachtspunten.
Geert Messiaen is ook auteur van Uitdagingen voor de ziekenfondsen in de eenentwintigste eeuw (2012)
Geert Messiaen is secretaris-generaal van de Landsbond van Liberale Mutualiteiten.
Zie ook www.geert-messiaen.be.
In zijn vorige boek, Onvoltooide symfonie, rekende hij al in zijn ongezouten stijl af met een aantal plaatselijke, politieke toestanden in zijn geboortestad Roeselare en hamert hij op enkele sociale aandachtspunten.
Geert Messiaen is ook auteur van Uitdagingen voor de ziekenfondsen in de eenentwintigste eeuw (2012)
Geert Messiaen is secretaris-generaal van de Landsbond van Liberale Mutualiteiten.
Zie ook www.geert-messiaen.be.
Gezondheid is geen koopwaar
€ 19,90
In dit boek geeft Geert Messiaen een overzicht van de Belgische ziekteverzekering
in het algemeen en van de werking en de standpunten van de Liberale Mutualiteiten
in het bijzonder, samen met een persoonlijke visie op het gezondheidsbeleid in België
en Europa. De auteur houdt een oprecht pleidooi voor het onvolprezen Belgische systeem
van de gezondheidszorg. Dit boek richt zich tot iedereen die met de gezondheidszorg in
België is begaan.
In zijn vorige boek, Onvoltooide symfonie, rekende hij al in zijn ongezouten stijl af met een aantal plaatselijke, politieke toestanden in zijn geboortestad Roeselare en hamert hij op enkele sociale aandachtspunten.
Geert Messiaen is ook auteur van Uitdagingen voor de ziekenfondsen in de eenentwintigste eeuw (2012)
Geert Messiaen is secretaris-generaal van de Landsbond van Liberale Mutualiteiten.
Zie ook www.geert-messiaen.be.
In zijn vorige boek, Onvoltooide symfonie, rekende hij al in zijn ongezouten stijl af met een aantal plaatselijke, politieke toestanden in zijn geboortestad Roeselare en hamert hij op enkele sociale aandachtspunten.
Geert Messiaen is ook auteur van Uitdagingen voor de ziekenfondsen in de eenentwintigste eeuw (2012)
Geert Messiaen is secretaris-generaal van de Landsbond van Liberale Mutualiteiten.
Zie ook www.geert-messiaen.be.
Vechten met de engel. Herschrijven in de Nederlandstalige literatuur (Literatuur in veelvoud, nr. 22)
€ 29,90
Literaire werken staan zelden of nooit volledig op zichzelf. Ze enten zich op literaire tradities, op buitenlandse
of binnenlandse invloeden, vloeien bijna als vanzelf voort uit het oeuvre van een auteur of
maken gebruik van andere culturele codes om een nieuw literair product te realiseren.
In de Nederlandstalige literatuur is dat niet anders. Ook daarin circuleren immers allerlei soorten bronnen als basis voor romans, dichtbundels of andersoortig literair werk. Dat kan gaan van sage- of legendemateriaal, over beeldmateriaal, naar citaten uit het eigen oeuvre of het oeuvre van een andere auteur. Belangrijk daarbij is op te merken hoe dat bronmateriaal steevast ‘muteert’ bij het overbrengen van de ene literaire context naar de andere. Interteksten krijgen een eigen invulling of gaan een dialoog aan met de nieuwe omgeving waarin ze ondergebracht worden. Oraal materiaal wordt omgewerkt naar een schriftelijke context. Buitenlandse invloeden krijgen een lokale touch mee. En ook eigen werk kan een nieuw leven ingeblazen krijgen wanneer het wordt ingeschakeld in een nieuw boek. De auteurs raken op verschillende wijzen deze kwesties aan en geven een overzicht van de verschillende manieren waarop er wordt ‘herschreven’ in de Nederlandstalige literatuur
Ben Van Humbeeck, Valerie Rousseau en Cin Windey zijn verbonden aan de Onderzoekseenheid Nederlandse Literatuurstudie van de K.U.Leuven. De coauteurs zijn neerlandici van deze universiteit.
In de Nederlandstalige literatuur is dat niet anders. Ook daarin circuleren immers allerlei soorten bronnen als basis voor romans, dichtbundels of andersoortig literair werk. Dat kan gaan van sage- of legendemateriaal, over beeldmateriaal, naar citaten uit het eigen oeuvre of het oeuvre van een andere auteur. Belangrijk daarbij is op te merken hoe dat bronmateriaal steevast ‘muteert’ bij het overbrengen van de ene literaire context naar de andere. Interteksten krijgen een eigen invulling of gaan een dialoog aan met de nieuwe omgeving waarin ze ondergebracht worden. Oraal materiaal wordt omgewerkt naar een schriftelijke context. Buitenlandse invloeden krijgen een lokale touch mee. En ook eigen werk kan een nieuw leven ingeblazen krijgen wanneer het wordt ingeschakeld in een nieuw boek. De auteurs raken op verschillende wijzen deze kwesties aan en geven een overzicht van de verschillende manieren waarop er wordt ‘herschreven’ in de Nederlandstalige literatuur
Ben Van Humbeeck, Valerie Rousseau en Cin Windey zijn verbonden aan de Onderzoekseenheid Nederlandse Literatuurstudie van de K.U.Leuven. De coauteurs zijn neerlandici van deze universiteit.
Vechten met de engel. Herschrijven in de Nederlandstalige literatuur (Literatuur in veelvoud, nr. 22)
€ 29,90
Literaire werken staan zelden of nooit volledig op zichzelf. Ze enten zich op literaire tradities, op buitenlandse
of binnenlandse invloeden, vloeien bijna als vanzelf voort uit het oeuvre van een auteur of
maken gebruik van andere culturele codes om een nieuw literair product te realiseren.
In de Nederlandstalige literatuur is dat niet anders. Ook daarin circuleren immers allerlei soorten bronnen als basis voor romans, dichtbundels of andersoortig literair werk. Dat kan gaan van sage- of legendemateriaal, over beeldmateriaal, naar citaten uit het eigen oeuvre of het oeuvre van een andere auteur. Belangrijk daarbij is op te merken hoe dat bronmateriaal steevast ‘muteert’ bij het overbrengen van de ene literaire context naar de andere. Interteksten krijgen een eigen invulling of gaan een dialoog aan met de nieuwe omgeving waarin ze ondergebracht worden. Oraal materiaal wordt omgewerkt naar een schriftelijke context. Buitenlandse invloeden krijgen een lokale touch mee. En ook eigen werk kan een nieuw leven ingeblazen krijgen wanneer het wordt ingeschakeld in een nieuw boek. De auteurs raken op verschillende wijzen deze kwesties aan en geven een overzicht van de verschillende manieren waarop er wordt ‘herschreven’ in de Nederlandstalige literatuur
Ben Van Humbeeck, Valerie Rousseau en Cin Windey zijn verbonden aan de Onderzoekseenheid Nederlandse Literatuurstudie van de K.U.Leuven. De coauteurs zijn neerlandici van deze universiteit.
In de Nederlandstalige literatuur is dat niet anders. Ook daarin circuleren immers allerlei soorten bronnen als basis voor romans, dichtbundels of andersoortig literair werk. Dat kan gaan van sage- of legendemateriaal, over beeldmateriaal, naar citaten uit het eigen oeuvre of het oeuvre van een andere auteur. Belangrijk daarbij is op te merken hoe dat bronmateriaal steevast ‘muteert’ bij het overbrengen van de ene literaire context naar de andere. Interteksten krijgen een eigen invulling of gaan een dialoog aan met de nieuwe omgeving waarin ze ondergebracht worden. Oraal materiaal wordt omgewerkt naar een schriftelijke context. Buitenlandse invloeden krijgen een lokale touch mee. En ook eigen werk kan een nieuw leven ingeblazen krijgen wanneer het wordt ingeschakeld in een nieuw boek. De auteurs raken op verschillende wijzen deze kwesties aan en geven een overzicht van de verschillende manieren waarop er wordt ‘herschreven’ in de Nederlandstalige literatuur
Ben Van Humbeeck, Valerie Rousseau en Cin Windey zijn verbonden aan de Onderzoekseenheid Nederlandse Literatuurstudie van de K.U.Leuven. De coauteurs zijn neerlandici van deze universiteit.
God heeft een brede rug. De zoektocht van een religieus agnost
€ 24,90
Het is geen eenvoudige opgave om in deze verwarrende tijden een spirituele
thuishaven te vinden. Het traditionele ''kolenbrandersgeloof'' verdwijnt, maar
het rabiate atheïsme stoot ook tegen de borst... Het nieuwetijdsdenken lijkt
over zijn hoogtepunt heen. De georganiseerde kerken hebben de grootste
moeite om hun structuren overeind te houden. De humanistische verenigingen
moeten het stellen met een kleine kudde. De vrijmetselaars hebben zich
ommuurd met oninneembare wallen.
Waar haalt de postmoderne mens voortaan nog voedsel voor de ziel, en de kracht om nieuwe vormen van solidariteit uit te bouwen? Hoe zal hij/ zij gestalte geven aan de grote overgangsmomenten in het leven: geboorte, huwelijk, overlijden en nog zoveel andere ingrijpende gebeurtenissen die een bewust levend individu niet ongemerkt wil laten voorbijgaan?
Religieus agnosticisme kan een antwoord bieden. Het richt zich tot de zoekende mens die geen behoefte heeft aan absolute antwoorden, en die een vragend bestaan durft te leiden, met veel ruimte voor introspectie, intuïtie, reflectie, openhartige discussie, bezinning, meditatie en gerichtheid op het transcendente.
De auteur belicht zijn eigen zoektocht en houdt een pleidooi voor een vorm van spiritualiteit die intellectueel relevant is en sociaal progressief, vanuit de keuze voor ''open religie'', ''meervoudige religieuze verbondenheid'' en ''actief pluralisme''.
Religieus agnosticisme is uiteraard geen doctrine, maar veeleer een voorzichtige hypothese die steun en soelaas kan bieden voor wie zich aangezogen voelt door het eventuele geheim achter de zichtbare werkelijkheid.
Jan Verachtert studeerde Filosofie, Theologie en Romaanse filologie.
Waar haalt de postmoderne mens voortaan nog voedsel voor de ziel, en de kracht om nieuwe vormen van solidariteit uit te bouwen? Hoe zal hij/ zij gestalte geven aan de grote overgangsmomenten in het leven: geboorte, huwelijk, overlijden en nog zoveel andere ingrijpende gebeurtenissen die een bewust levend individu niet ongemerkt wil laten voorbijgaan?
Religieus agnosticisme kan een antwoord bieden. Het richt zich tot de zoekende mens die geen behoefte heeft aan absolute antwoorden, en die een vragend bestaan durft te leiden, met veel ruimte voor introspectie, intuïtie, reflectie, openhartige discussie, bezinning, meditatie en gerichtheid op het transcendente.
De auteur belicht zijn eigen zoektocht en houdt een pleidooi voor een vorm van spiritualiteit die intellectueel relevant is en sociaal progressief, vanuit de keuze voor ''open religie'', ''meervoudige religieuze verbondenheid'' en ''actief pluralisme''.
Religieus agnosticisme is uiteraard geen doctrine, maar veeleer een voorzichtige hypothese die steun en soelaas kan bieden voor wie zich aangezogen voelt door het eventuele geheim achter de zichtbare werkelijkheid.
Jan Verachtert studeerde Filosofie, Theologie en Romaanse filologie.
God heeft een brede rug. De zoektocht van een religieus agnost
€ 24,90
Het is geen eenvoudige opgave om in deze verwarrende tijden een spirituele
thuishaven te vinden. Het traditionele ''kolenbrandersgeloof'' verdwijnt, maar
het rabiate atheïsme stoot ook tegen de borst... Het nieuwetijdsdenken lijkt
over zijn hoogtepunt heen. De georganiseerde kerken hebben de grootste
moeite om hun structuren overeind te houden. De humanistische verenigingen
moeten het stellen met een kleine kudde. De vrijmetselaars hebben zich
ommuurd met oninneembare wallen.
Waar haalt de postmoderne mens voortaan nog voedsel voor de ziel, en de kracht om nieuwe vormen van solidariteit uit te bouwen? Hoe zal hij/ zij gestalte geven aan de grote overgangsmomenten in het leven: geboorte, huwelijk, overlijden en nog zoveel andere ingrijpende gebeurtenissen die een bewust levend individu niet ongemerkt wil laten voorbijgaan?
Religieus agnosticisme kan een antwoord bieden. Het richt zich tot de zoekende mens die geen behoefte heeft aan absolute antwoorden, en die een vragend bestaan durft te leiden, met veel ruimte voor introspectie, intuïtie, reflectie, openhartige discussie, bezinning, meditatie en gerichtheid op het transcendente.
De auteur belicht zijn eigen zoektocht en houdt een pleidooi voor een vorm van spiritualiteit die intellectueel relevant is en sociaal progressief, vanuit de keuze voor ''open religie'', ''meervoudige religieuze verbondenheid'' en ''actief pluralisme''.
Religieus agnosticisme is uiteraard geen doctrine, maar veeleer een voorzichtige hypothese die steun en soelaas kan bieden voor wie zich aangezogen voelt door het eventuele geheim achter de zichtbare werkelijkheid.
Jan Verachtert studeerde Filosofie, Theologie en Romaanse filologie.
Waar haalt de postmoderne mens voortaan nog voedsel voor de ziel, en de kracht om nieuwe vormen van solidariteit uit te bouwen? Hoe zal hij/ zij gestalte geven aan de grote overgangsmomenten in het leven: geboorte, huwelijk, overlijden en nog zoveel andere ingrijpende gebeurtenissen die een bewust levend individu niet ongemerkt wil laten voorbijgaan?
Religieus agnosticisme kan een antwoord bieden. Het richt zich tot de zoekende mens die geen behoefte heeft aan absolute antwoorden, en die een vragend bestaan durft te leiden, met veel ruimte voor introspectie, intuïtie, reflectie, openhartige discussie, bezinning, meditatie en gerichtheid op het transcendente.
De auteur belicht zijn eigen zoektocht en houdt een pleidooi voor een vorm van spiritualiteit die intellectueel relevant is en sociaal progressief, vanuit de keuze voor ''open religie'', ''meervoudige religieuze verbondenheid'' en ''actief pluralisme''.
Religieus agnosticisme is uiteraard geen doctrine, maar veeleer een voorzichtige hypothese die steun en soelaas kan bieden voor wie zich aangezogen voelt door het eventuele geheim achter de zichtbare werkelijkheid.
Jan Verachtert studeerde Filosofie, Theologie en Romaanse filologie.
Wie herkanst? Profiel, leerroutes en beweegredenen van de deelnemers aan het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap
€ 23,00
Meer dan ooit is een diploma of getuigschrift een noodzakelijk toegangsticket
tot de arbeidsmarkt en als dusdanig in grote mate bepalend voor
iemands latere sociale positie en levenskwaliteit. Diploma’s worden toegekend
na een langdurig proces van opleiding, kanalisering en selectie.
En hoewel we er van uitgaan dat dit sorteerproces georganiseerd wordt
op basis van meritocratische principes – talent, inzet en verdienste –
stellen onderzoekers steeds weer vast dat bepaalde groepen systematisch
buiten de prijzen vallen en zonder diploma (‘ongekwalificeerd’)
het onderwijs verlaten. De kansen zijn dus toch niet gelijk verdeeld in
het onderwijs.
Het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap bieden volwassenen die de middelbare school zonder diploma verlieten de mogelijkheid alsnog dat diploma te behalen. Het stijgende succes van beide instellingen illustreert niet alleen het toenemende belang van diploma’s, maar het wijst ook op een aantal blijvende gebreken van het traditionele, reguliere onderwijssysteem.
Wat is het profiel van deze herkansers? 1.183 deelnemers aan het Tweedekansonderwijs en 1.032 mensen die hun kans waagden via de Examencommissie werden ondervraagd: Wie zijn ze? Hoe verliep hun schoolloopbaan? Waarom stopten ze destijds met studeren? Waarom waagden ze een tweede kans? Waarom verkiezen ze het ene systeem boven het andere? Welke hinderpalen ondervonden ze bij hun studies? Wat verwachten ze na het behalen van hun diploma?
Het onderzoek leert dat het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie verschillende publieken bereiken. Een vergelijking met een groep jongvolwassenen die geen diploma haalden, maar nooit herkansten, wijst bovendien op een aantal specifieke kenmerken van de herkansers. Rijst de vraag of het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie erin slagen de ongelijkheid van kansen in het onderwijs (gedeeltelijk) recht te trekken? Of zijn de kansen op het herkansen ook ongelijk verdeeld?
Er werden ook diepgaande gesprekken gevoerd met 25 herkansers en niet-herkansers. Deze beklijvende verhalen belichten aspecten van het onderwijssysteem die zelden aan bod komen.
Ignace Glorieux, Ryfka Heyman, Maaike Taelman en Yolis Van Dorsselaer zijn verbonden aan de Onderzoeksgroep TOR van de Vakgroep Sociologie van de Vrije Universiteit Brussel. Marc Jegers is verbonden aan de Vakgroep Micro-economie van de profit en de non-profit sector van de Vrije Universiteit Brussel.
Het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap bieden volwassenen die de middelbare school zonder diploma verlieten de mogelijkheid alsnog dat diploma te behalen. Het stijgende succes van beide instellingen illustreert niet alleen het toenemende belang van diploma’s, maar het wijst ook op een aantal blijvende gebreken van het traditionele, reguliere onderwijssysteem.
Wat is het profiel van deze herkansers? 1.183 deelnemers aan het Tweedekansonderwijs en 1.032 mensen die hun kans waagden via de Examencommissie werden ondervraagd: Wie zijn ze? Hoe verliep hun schoolloopbaan? Waarom stopten ze destijds met studeren? Waarom waagden ze een tweede kans? Waarom verkiezen ze het ene systeem boven het andere? Welke hinderpalen ondervonden ze bij hun studies? Wat verwachten ze na het behalen van hun diploma?
Het onderzoek leert dat het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie verschillende publieken bereiken. Een vergelijking met een groep jongvolwassenen die geen diploma haalden, maar nooit herkansten, wijst bovendien op een aantal specifieke kenmerken van de herkansers. Rijst de vraag of het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie erin slagen de ongelijkheid van kansen in het onderwijs (gedeeltelijk) recht te trekken? Of zijn de kansen op het herkansen ook ongelijk verdeeld?
Er werden ook diepgaande gesprekken gevoerd met 25 herkansers en niet-herkansers. Deze beklijvende verhalen belichten aspecten van het onderwijssysteem die zelden aan bod komen.
Ignace Glorieux, Ryfka Heyman, Maaike Taelman en Yolis Van Dorsselaer zijn verbonden aan de Onderzoeksgroep TOR van de Vakgroep Sociologie van de Vrije Universiteit Brussel. Marc Jegers is verbonden aan de Vakgroep Micro-economie van de profit en de non-profit sector van de Vrije Universiteit Brussel.
Wie herkanst? Profiel, leerroutes en beweegredenen van de deelnemers aan het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap
€ 23,00
Meer dan ooit is een diploma of getuigschrift een noodzakelijk toegangsticket
tot de arbeidsmarkt en als dusdanig in grote mate bepalend voor
iemands latere sociale positie en levenskwaliteit. Diploma’s worden toegekend
na een langdurig proces van opleiding, kanalisering en selectie.
En hoewel we er van uitgaan dat dit sorteerproces georganiseerd wordt
op basis van meritocratische principes – talent, inzet en verdienste –
stellen onderzoekers steeds weer vast dat bepaalde groepen systematisch
buiten de prijzen vallen en zonder diploma (‘ongekwalificeerd’)
het onderwijs verlaten. De kansen zijn dus toch niet gelijk verdeeld in
het onderwijs.
Het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap bieden volwassenen die de middelbare school zonder diploma verlieten de mogelijkheid alsnog dat diploma te behalen. Het stijgende succes van beide instellingen illustreert niet alleen het toenemende belang van diploma’s, maar het wijst ook op een aantal blijvende gebreken van het traditionele, reguliere onderwijssysteem.
Wat is het profiel van deze herkansers? 1.183 deelnemers aan het Tweedekansonderwijs en 1.032 mensen die hun kans waagden via de Examencommissie werden ondervraagd: Wie zijn ze? Hoe verliep hun schoolloopbaan? Waarom stopten ze destijds met studeren? Waarom waagden ze een tweede kans? Waarom verkiezen ze het ene systeem boven het andere? Welke hinderpalen ondervonden ze bij hun studies? Wat verwachten ze na het behalen van hun diploma?
Het onderzoek leert dat het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie verschillende publieken bereiken. Een vergelijking met een groep jongvolwassenen die geen diploma haalden, maar nooit herkansten, wijst bovendien op een aantal specifieke kenmerken van de herkansers. Rijst de vraag of het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie erin slagen de ongelijkheid van kansen in het onderwijs (gedeeltelijk) recht te trekken? Of zijn de kansen op het herkansen ook ongelijk verdeeld?
Er werden ook diepgaande gesprekken gevoerd met 25 herkansers en niet-herkansers. Deze beklijvende verhalen belichten aspecten van het onderwijssysteem die zelden aan bod komen.
Ignace Glorieux, Ryfka Heyman, Maaike Taelman en Yolis Van Dorsselaer zijn verbonden aan de Onderzoeksgroep TOR van de Vakgroep Sociologie van de Vrije Universiteit Brussel. Marc Jegers is verbonden aan de Vakgroep Micro-economie van de profit en de non-profit sector van de Vrije Universiteit Brussel.
Het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap bieden volwassenen die de middelbare school zonder diploma verlieten de mogelijkheid alsnog dat diploma te behalen. Het stijgende succes van beide instellingen illustreert niet alleen het toenemende belang van diploma’s, maar het wijst ook op een aantal blijvende gebreken van het traditionele, reguliere onderwijssysteem.
Wat is het profiel van deze herkansers? 1.183 deelnemers aan het Tweedekansonderwijs en 1.032 mensen die hun kans waagden via de Examencommissie werden ondervraagd: Wie zijn ze? Hoe verliep hun schoolloopbaan? Waarom stopten ze destijds met studeren? Waarom waagden ze een tweede kans? Waarom verkiezen ze het ene systeem boven het andere? Welke hinderpalen ondervonden ze bij hun studies? Wat verwachten ze na het behalen van hun diploma?
Het onderzoek leert dat het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie verschillende publieken bereiken. Een vergelijking met een groep jongvolwassenen die geen diploma haalden, maar nooit herkansten, wijst bovendien op een aantal specifieke kenmerken van de herkansers. Rijst de vraag of het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie erin slagen de ongelijkheid van kansen in het onderwijs (gedeeltelijk) recht te trekken? Of zijn de kansen op het herkansen ook ongelijk verdeeld?
Er werden ook diepgaande gesprekken gevoerd met 25 herkansers en niet-herkansers. Deze beklijvende verhalen belichten aspecten van het onderwijssysteem die zelden aan bod komen.
Ignace Glorieux, Ryfka Heyman, Maaike Taelman en Yolis Van Dorsselaer zijn verbonden aan de Onderzoeksgroep TOR van de Vakgroep Sociologie van de Vrije Universiteit Brussel. Marc Jegers is verbonden aan de Vakgroep Micro-economie van de profit en de non-profit sector van de Vrije Universiteit Brussel.
