Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Ruimte, logistiek en multimodaliteit

 25,90
De ligging van Vlaanderen en de aanwezigheid van havens, luchthavens en een fijnmazig infrastructuurnetwerk heeft ertoe geleid dat TDL – Transport, Distributie en Logistiek – een belangrijk aandeel in de economie heeft verworven. De transportsector groeit zelfs sneller dan gemiddeld, maar meer TDL-activiteit leidt tot meer vrachtwagens op de wegen, meer uitstoot van schadelijke stoffen en broeikasgassen, meer ongevallen en congestie. Logistieke activiteiten vragen bovendien heel wat ruimte, een schaars goed in Vlaanderen.

Het staat buiten kijf dat de ruimtelijke planning een grote rol speelt in de duurzame ontwikkeling van de TDL-sector. Dat is in het bijzonder het geval voor de locatie van TDL-activiteiten in relatie tot multimodale netwerken, agglomeraties en markten, waarbij de lokale negatieve milieueffecten zo veel mogelijk uit woonomgevingen geweerd moeten worden.

Optimalisering van infrastructuur, efficiëntie van het ruimtegebruik en inzetten op ‘slimme’ logistiek zijn thema’s die in de nabije toekomst enkel aan belang winnen, net zoals de functie van dalvervoer en stadsdistributie om de bereikbaarheid van bepaalde gebieden te optimaliseren.

Kobe Boussauw is gastprofessor-onderzoeker aan de Vakgroep Geografie van de Universiteit Gent, ambtenaar bij de Vlaamse overheid en adviseur bij UN-Habitat in Kosovo. Jonas De Vos bereidt aan dezelfde vakgroep een proefschrift voor over verplaatsingsgedrag. Frank Witlox is hoogleraar economische geografie aan deze vakgroep, directeur van de Doctoral School Natural Sciences aan de Universiteit Gent, en gastprofessor hinterlandvervoer aan de Universiteit Antwerpen-ITMMA.

Quick View

Ruimte, logistiek en multimodaliteit

 25,90
De ligging van Vlaanderen en de aanwezigheid van havens, luchthavens en een fijnmazig infrastructuurnetwerk heeft ertoe geleid dat TDL – Transport, Distributie en Logistiek – een belangrijk aandeel in de economie heeft verworven. De transportsector groeit zelfs sneller dan gemiddeld, maar meer TDL-activiteit leidt tot meer vrachtwagens op de wegen, meer uitstoot van schadelijke stoffen en broeikasgassen, meer ongevallen en congestie. Logistieke activiteiten vragen bovendien heel wat ruimte, een schaars goed in Vlaanderen.

Het staat buiten kijf dat de ruimtelijke planning een grote rol speelt in de duurzame ontwikkeling van de TDL-sector. Dat is in het bijzonder het geval voor de locatie van TDL-activiteiten in relatie tot multimodale netwerken, agglomeraties en markten, waarbij de lokale negatieve milieueffecten zo veel mogelijk uit woonomgevingen geweerd moeten worden.

Optimalisering van infrastructuur, efficiëntie van het ruimtegebruik en inzetten op ‘slimme’ logistiek zijn thema’s die in de nabije toekomst enkel aan belang winnen, net zoals de functie van dalvervoer en stadsdistributie om de bereikbaarheid van bepaalde gebieden te optimaliseren.

Kobe Boussauw is gastprofessor-onderzoeker aan de Vakgroep Geografie van de Universiteit Gent, ambtenaar bij de Vlaamse overheid en adviseur bij UN-Habitat in Kosovo. Jonas De Vos bereidt aan dezelfde vakgroep een proefschrift voor over verplaatsingsgedrag. Frank Witlox is hoogleraar economische geografie aan deze vakgroep, directeur van de Doctoral School Natural Sciences aan de Universiteit Gent, en gastprofessor hinterlandvervoer aan de Universiteit Antwerpen-ITMMA.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

PSV- Percentage spraakverstaanbaarheid bij kinderen. Beoordeling en meting verstaanbaarheid van de spraak. Handleiding + Testboek

 40,00
Kinderen ondernemen vanaf heel vroege leeftijd pogingen om zich verstaanbaarte maken. Het ene kind is daar al wat succesvoller in dan hetandere. Vanuit wetenschappelijk oogpunt is er al enige tijd behoefte aaneen objectieve maat en een gestandaardiseerde methode om te bepalenwat ouders en andere volwassenen verstaan van de gesproken uitingenvan kinderen. Dat betekent dat in de eerste plaats belangrijk is hoe verstaanbaareen kind zich kan uiten en minder welke weglatingen of foutenhet maakt.

Aan de hand van gewone spreeksituaties werd een methode opgesteld diemaakt dat de verstaanbaarheid van kinderen kan worden vergeleken metleeftijdsgenoten. De resultaten geven ook aan hoe het spreken van eenkind functioneert en hoe doeltreffend het is. Door de testen een half jaarlater te herhalen kan ook objectief het effect van leeftijd, van logopedieof van een operatie op de verstaanbaarheid worden gemeten.

Deze set bevat de Handleiding en het Testboek.
Quick View

PSV- Percentage spraakverstaanbaarheid bij kinderen. Beoordeling en meting verstaanbaarheid van de spraak. Handleiding + Testboek

 40,00
Kinderen ondernemen vanaf heel vroege leeftijd pogingen om zich verstaanbaarte maken. Het ene kind is daar al wat succesvoller in dan hetandere. Vanuit wetenschappelijk oogpunt is er al enige tijd behoefte aaneen objectieve maat en een gestandaardiseerde methode om te bepalenwat ouders en andere volwassenen verstaan van de gesproken uitingenvan kinderen. Dat betekent dat in de eerste plaats belangrijk is hoe verstaanbaareen kind zich kan uiten en minder welke weglatingen of foutenhet maakt.

Aan de hand van gewone spreeksituaties werd een methode opgesteld diemaakt dat de verstaanbaarheid van kinderen kan worden vergeleken metleeftijdsgenoten. De resultaten geven ook aan hoe het spreken van eenkind functioneert en hoe doeltreffend het is. Door de testen een half jaarlater te herhalen kan ook objectief het effect van leeftijd, van logopedieof van een operatie op de verstaanbaarheid worden gemeten.

Deze set bevat de Handleiding en het Testboek.
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Vleermuisouders

 34,00
Opvoeding krijgt vandaag een gevarieerde en almaar groeiende belangstelling, maar hoe zou een hedendaagse pedagogiek eruit kunnen zien? Als een urban education, die in haar onderzoek en opleidingen oog heeft voor stadse vraagstukken van onderwijs en opvoeding, jeugdzorg, het prikkelen van jong talent en de ruimtelijke ordening van straten en wijken? Wat moeten (aanstaande) professionals dan kennen en kunnen? Hoe kan hun vak eruitzien?

Dit boek heeft minstens evenveel aandacht voor de determinanten van het opgroeien als voor de binnenkant van het opvoeden. Het vak wordt opnieuw geordend, met oog voor de harde actualiteit van grootstedelijke vraagstukken. Is de verzorgingsstaat bijvoorbeeld gepasseerd door het neoliberalisme? Is er een bruikbare ordening te maken van de ondersteuning van het opgroeien in de stad, en wat moeten de pedagogiek- en andere hogere sociaalagogische opleidingen met de toeloop van studenten die zich vooral interesseren voor het doe-karakter van het vak en de schier talloze prikkels en uitdagingen ervan?

Dit boek is gegroeid uit bijna veertig jaar ervaring in en om het hoger onderwijs in Nederland en Vlaanderen. Het toont enige scepsis over die overbezorgde ouders, maar ook over grenzeloze wetenschappelijke en stadspolitieke ambities.

Ton Notten studeerde theologie en andragologie en promoveerde in 1988 aan de Universiteit van Amsterdam op het proefschrift Rationaliteit en het schone streven. Naast zijn professoraat in de Sociale en culturele agogiek aan de Vrije Universiteit Brussel (1998-2011) is hij sinds 2002 lector Opgroeien in de Stad aan de Hogeschool Rotterdam waar hij ook na zijn pensionering, in 2011, onderwijs geeft, onderzoek verricht en promovendi begeleidt. Hij publiceerde ongeveer 300 wetenschappelijke en praktijkgerichte artikelen, columns en (hoofdstukken van) boeken.

Quick View

Vleermuisouders

 34,00
Opvoeding krijgt vandaag een gevarieerde en almaar groeiende belangstelling, maar hoe zou een hedendaagse pedagogiek eruit kunnen zien? Als een urban education, die in haar onderzoek en opleidingen oog heeft voor stadse vraagstukken van onderwijs en opvoeding, jeugdzorg, het prikkelen van jong talent en de ruimtelijke ordening van straten en wijken? Wat moeten (aanstaande) professionals dan kennen en kunnen? Hoe kan hun vak eruitzien?

Dit boek heeft minstens evenveel aandacht voor de determinanten van het opgroeien als voor de binnenkant van het opvoeden. Het vak wordt opnieuw geordend, met oog voor de harde actualiteit van grootstedelijke vraagstukken. Is de verzorgingsstaat bijvoorbeeld gepasseerd door het neoliberalisme? Is er een bruikbare ordening te maken van de ondersteuning van het opgroeien in de stad, en wat moeten de pedagogiek- en andere hogere sociaalagogische opleidingen met de toeloop van studenten die zich vooral interesseren voor het doe-karakter van het vak en de schier talloze prikkels en uitdagingen ervan?

Dit boek is gegroeid uit bijna veertig jaar ervaring in en om het hoger onderwijs in Nederland en Vlaanderen. Het toont enige scepsis over die overbezorgde ouders, maar ook over grenzeloze wetenschappelijke en stadspolitieke ambities.

Ton Notten studeerde theologie en andragologie en promoveerde in 1988 aan de Universiteit van Amsterdam op het proefschrift Rationaliteit en het schone streven. Naast zijn professoraat in de Sociale en culturele agogiek aan de Vrije Universiteit Brussel (1998-2011) is hij sinds 2002 lector Opgroeien in de Stad aan de Hogeschool Rotterdam waar hij ook na zijn pensionering, in 2011, onderwijs geeft, onderzoek verricht en promovendi begeleidt. Hij publiceerde ongeveer 300 wetenschappelijke en praktijkgerichte artikelen, columns en (hoofdstukken van) boeken.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

School- en klaspraktijk – nr. 210(juni.- juli. – augustus. 2011). Themanummer Conflicthantering

 10,75

Themanummer ''Conflicthantering'':
  • Omgaan met conflicten op school
  • Maatschappij en conflict, bemiddeling, leerlingenbemiddeling
  • Spanning, conflict en geweld op school. Een ethische uitdaging
  • Filosoferen als routekaart bij conflictbeheersing binnen schoolteams
  • Conflicthantering vanuit de context Rots en Water. Een psycho-fysieke competentietraining
  • Het proberen waard: het speelhuisje, de axenroos, de steenbokhoekjes
Ten Geleide


Over School-en klaspraktijk:

SKP is een pedagogisch-didactisch tijdschrift.Het biedt een handreiking bij de dagelijkse onderwijsleerpraktijk: bredeachtergrondinformatie, lesschetsen, leermaterialen.

Daarnaast besteedt het tijdschrift ruimeaandacht aan een brede onderwijsvisie, aan onderwijsvernieuwingenen -verbeteringen die vanuit overheid, begeleidingsdiensten,navormingscentra enz. worden aangeboden.

Doelgroep:
Leerkrachten, directies en begeleiders lager onderwijs en studenten van de initiële lerarenopleiding.

Abonnement:
School- en klaspraktijk verschijnt viermaal per jaargang (schooljaar).
Een gewoon abonnement kost €32,-.
Een studentenabonnement kost € 25,50.
Een groepsabonnement (minimaal 10 exemplaren) kost € 16,-.

Een los nummer kost € 10,75. (Bestel dit nummer)
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View

School- en klaspraktijk – nr. 210(juni.- juli. – augustus. 2011). Themanummer Conflicthantering

 10,75

Themanummer ''Conflicthantering'':
  • Omgaan met conflicten op school
  • Maatschappij en conflict, bemiddeling, leerlingenbemiddeling
  • Spanning, conflict en geweld op school. Een ethische uitdaging
  • Filosoferen als routekaart bij conflictbeheersing binnen schoolteams
  • Conflicthantering vanuit de context Rots en Water. Een psycho-fysieke competentietraining
  • Het proberen waard: het speelhuisje, de axenroos, de steenbokhoekjes
Ten Geleide


Over School-en klaspraktijk:

SKP is een pedagogisch-didactisch tijdschrift.Het biedt een handreiking bij de dagelijkse onderwijsleerpraktijk: bredeachtergrondinformatie, lesschetsen, leermaterialen.

Daarnaast besteedt het tijdschrift ruimeaandacht aan een brede onderwijsvisie, aan onderwijsvernieuwingenen -verbeteringen die vanuit overheid, begeleidingsdiensten,navormingscentra enz. worden aangeboden.

Doelgroep:
Leerkrachten, directies en begeleiders lager onderwijs en studenten van de initiële lerarenopleiding.

Abonnement:
School- en klaspraktijk verschijnt viermaal per jaargang (schooljaar).
Een gewoon abonnement kost €32,-.
Een studentenabonnement kost € 25,50.
Een groepsabonnement (minimaal 10 exemplaren) kost € 16,-.

Een los nummer kost € 10,75. (Bestel dit nummer)
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

School- en klaspraktijk – nr. 209 (mrt.- apr. – mei. 2011). Themanummer Herinneringseducatie

 10,75

Themanummer ''Herinneringseducatie'':
  • Herinneringseducatie: werken aan een houding van actief respect
  • Lesgeven over Anne Frank aan kinderen
  • Korte geschiedenis van de werking rond Anne Frank in Vlaanderen
  • Anne Frank, de mobilisatiekracht van een kind
  • Anne Frank
  • Wereldburgertraject: Anne Frank, de kracht van een kind
  • De tentoonstelling: Lezen en schrijven met Anne Frank
  • Anne Frank spreekt kinderen vandaag aan
  • Wereldburgertrajecten Anne Frank en de eindtermen
  • Steunpunten en boeiende websites
Ten Geleide


Over School-en klaspraktijk:

SKP is een pedagogisch-didactisch tijdschrift.Het biedt een handreiking bij de dagelijkse onderwijsleerpraktijk: bredeachtergrondinformatie, lesschetsen, leermaterialen.

Daarnaast besteedt het tijdschrift ruimeaandacht aan een brede onderwijsvisie, aan onderwijsvernieuwingenen -verbeteringen die vanuit overheid, begeleidingsdiensten,navormingscentra enz. worden aangeboden.

Doelgroep:
Leerkrachten, directies en begeleiders lager onderwijs en studenten van de initiële lerarenopleiding.

Abonnement:
School- en klaspraktijk verschijnt viermaal per jaargang (schooljaar).
Een gewoon abonnement kost €32,-.
Een studentenabonnement kost € 25,50.
Een groepsabonnement (minimaal 10 exemplaren) kost € 16,-.

Een los nummer kost € 10,75. (Bestel dit nummer)
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View

School- en klaspraktijk – nr. 209 (mrt.- apr. – mei. 2011). Themanummer Herinneringseducatie

 10,75

Themanummer ''Herinneringseducatie'':
  • Herinneringseducatie: werken aan een houding van actief respect
  • Lesgeven over Anne Frank aan kinderen
  • Korte geschiedenis van de werking rond Anne Frank in Vlaanderen
  • Anne Frank, de mobilisatiekracht van een kind
  • Anne Frank
  • Wereldburgertraject: Anne Frank, de kracht van een kind
  • De tentoonstelling: Lezen en schrijven met Anne Frank
  • Anne Frank spreekt kinderen vandaag aan
  • Wereldburgertrajecten Anne Frank en de eindtermen
  • Steunpunten en boeiende websites
Ten Geleide


Over School-en klaspraktijk:

SKP is een pedagogisch-didactisch tijdschrift.Het biedt een handreiking bij de dagelijkse onderwijsleerpraktijk: bredeachtergrondinformatie, lesschetsen, leermaterialen.

Daarnaast besteedt het tijdschrift ruimeaandacht aan een brede onderwijsvisie, aan onderwijsvernieuwingenen -verbeteringen die vanuit overheid, begeleidingsdiensten,navormingscentra enz. worden aangeboden.

Doelgroep:
Leerkrachten, directies en begeleiders lager onderwijs en studenten van de initiële lerarenopleiding.

Abonnement:
School- en klaspraktijk verschijnt viermaal per jaargang (schooljaar).
Een gewoon abonnement kost €32,-.
Een studentenabonnement kost € 25,50.
Een groepsabonnement (minimaal 10 exemplaren) kost € 16,-.

Een los nummer kost € 10,75. (Bestel dit nummer)
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Voortgezette accounting. Boekhouding en financiële rapportering – Boek 2

 39,90
Aan een onderneming worden steeds hogere kwaliteitseisen gesteld op het terrein van externe financiële verslaggeving en de daaraan ten grondslag liggende boekhouding. Er komen ook steeds meer mensen in contact met financiële informatie. Om de gegevens juist te interpreteren is een helder inzicht in de materie noodzakelijk.

De doelstelling van dit tweedelig werk bestaat erin de lezer meer inzicht bij te brengen in de rol en de werking van een boekhoudkundig systeem en hem meer vertrouwd te maken met de belangrijkste financiële overzichten. Het accent ligt daarbij niet op de boekhoudtechniek als dusdanig, maar op het beheersen van de rapportering in al haar aspecten, om er zo gebruik van te kunnen maken als een doeltreffend en noodzakelijk beleidsinstrument.

Daar waar het eerste boek bedoeld is als een inleiding in de boekhouding, wordt in dit tweede boek een meer gevorderd domein betreden. Hierin komt het vennootschapsboekhouden in de ruime zin aan bod. Naast de typische verrichtingen voor vennootschappen (oprichting, kapitaalverhoging en -vermindering, vennootschapsbelastingen) gaat de aandacht ook naar de langetermijnfinanciering, financiële vaste activa en de principes van de consolidatie. Verder wordt ook een brug geslagen naar het domein van de analyse van de jaarrekening, door het opnemen van twee hoofdstukken waarin de fundamenten van kasstromen en financiële analyse worden behandeld. Ook wordt aandacht besteed aan de voornaamste verschillen tussen Belgian GAAP en IFRS (International Financial Reporting Standards).

Dit handboek is in de eerste plaats bestemd voor studenten in het universitair en hoger onderwijs, maar door zijn logische opbouw en stapsgewijze probleembenadering richt het zich ook tot de individuele lezer.

Roger MERCKEN is doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen (KULeuven) en hoogleraar Accountancy en Beleidsinformatica aan de Faculteit Bedrijfswetenschappen van de Universiteit Hasselt. Hij was ook gastprofessor aan de KULeuven en het Vesalius College. Hij publiceerde in diverse vaktijdschriften en vaknieuwsbrieven. Hij werkte mee aan een aantal onderzoeksprojecten op het vlak van financiële rapportering, o.a. in een samenwerking Universiteit Hasselt – Universiteit Antwerpen.

Carlos SIAU is doctor in de Economische Wetenschappen (Vrije Universiteit Brussel) en is verbonden aan het Center for Business Management Research van HUBrussel. Hij was gastprofessor aan het Bentley College (Boston, USA), het Center for Management Training (Universiteit van Warschau, Polen) en de Linguistische Staatsuniversiteit (Moskou, Rusland). Hij publiceerde reeds in diverse tijdschriften.

Quick View

Voortgezette accounting. Boekhouding en financiële rapportering – Boek 2

 39,90
Aan een onderneming worden steeds hogere kwaliteitseisen gesteld op het terrein van externe financiële verslaggeving en de daaraan ten grondslag liggende boekhouding. Er komen ook steeds meer mensen in contact met financiële informatie. Om de gegevens juist te interpreteren is een helder inzicht in de materie noodzakelijk.

De doelstelling van dit tweedelig werk bestaat erin de lezer meer inzicht bij te brengen in de rol en de werking van een boekhoudkundig systeem en hem meer vertrouwd te maken met de belangrijkste financiële overzichten. Het accent ligt daarbij niet op de boekhoudtechniek als dusdanig, maar op het beheersen van de rapportering in al haar aspecten, om er zo gebruik van te kunnen maken als een doeltreffend en noodzakelijk beleidsinstrument.

Daar waar het eerste boek bedoeld is als een inleiding in de boekhouding, wordt in dit tweede boek een meer gevorderd domein betreden. Hierin komt het vennootschapsboekhouden in de ruime zin aan bod. Naast de typische verrichtingen voor vennootschappen (oprichting, kapitaalverhoging en -vermindering, vennootschapsbelastingen) gaat de aandacht ook naar de langetermijnfinanciering, financiële vaste activa en de principes van de consolidatie. Verder wordt ook een brug geslagen naar het domein van de analyse van de jaarrekening, door het opnemen van twee hoofdstukken waarin de fundamenten van kasstromen en financiële analyse worden behandeld. Ook wordt aandacht besteed aan de voornaamste verschillen tussen Belgian GAAP en IFRS (International Financial Reporting Standards).

Dit handboek is in de eerste plaats bestemd voor studenten in het universitair en hoger onderwijs, maar door zijn logische opbouw en stapsgewijze probleembenadering richt het zich ook tot de individuele lezer.

Roger MERCKEN is doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen (KULeuven) en hoogleraar Accountancy en Beleidsinformatica aan de Faculteit Bedrijfswetenschappen van de Universiteit Hasselt. Hij was ook gastprofessor aan de KULeuven en het Vesalius College. Hij publiceerde in diverse vaktijdschriften en vaknieuwsbrieven. Hij werkte mee aan een aantal onderzoeksprojecten op het vlak van financiële rapportering, o.a. in een samenwerking Universiteit Hasselt – Universiteit Antwerpen.

Carlos SIAU is doctor in de Economische Wetenschappen (Vrije Universiteit Brussel) en is verbonden aan het Center for Business Management Research van HUBrussel. Hij was gastprofessor aan het Bentley College (Boston, USA), het Center for Management Training (Universiteit van Warschau, Polen) en de Linguistische Staatsuniversiteit (Moskou, Rusland). Hij publiceerde reeds in diverse tijdschriften.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Mobility Framework and Standard for Teacher Trainees. The Educational Outcomes

 27,00

The aim of MOST, a three year Comenius 2.1. project, was to develop a European standard of competencies for the beginning teacher. The development of this standard was based on action research by the mobility of teacher trainees for the purpose of teaching practices and a joint evaluation for the recognition of it. Intensive efforts were made to develop a structural framework to facilitate future mobility of student teachers and teacher trainees within Europe. The application of the common system of credits (ECTS) and academic recognition was therefore implemented.

Organising exchange programmes between different partner institutions is an important incentive to develop a shared understanding of the similarities and differences between the school systems of different European countries and to identify the key competencies a beginning teacher should possess to function in a European context.

This volume reflects on the educational outcomes of the project. The theoretical framework behind the project is discussed in a companion volume also published in this series (Issues in European Education Series, N° 6).

Walter Baeten is an international relation officer at the University College Arteveldehogeschool (Ghent, Belgium). He was the coordinator of the MOSTProject.

Julie De Ganck is a lecturer of Pedagogy and Communication at the University College Arteveldehogeschool (Ghent, Belgium). She was the coordinator of the Belgian team in the MOST-Project.

Quick View

Mobility Framework and Standard for Teacher Trainees. The Educational Outcomes

 27,00

The aim of MOST, a three year Comenius 2.1. project, was to develop a European standard of competencies for the beginning teacher. The development of this standard was based on action research by the mobility of teacher trainees for the purpose of teaching practices and a joint evaluation for the recognition of it. Intensive efforts were made to develop a structural framework to facilitate future mobility of student teachers and teacher trainees within Europe. The application of the common system of credits (ECTS) and academic recognition was therefore implemented.

Organising exchange programmes between different partner institutions is an important incentive to develop a shared understanding of the similarities and differences between the school systems of different European countries and to identify the key competencies a beginning teacher should possess to function in a European context.

This volume reflects on the educational outcomes of the project. The theoretical framework behind the project is discussed in a companion volume also published in this series (Issues in European Education Series, N° 6).

Walter Baeten is an international relation officer at the University College Arteveldehogeschool (Ghent, Belgium). He was the coordinator of the MOSTProject.

Julie De Ganck is a lecturer of Pedagogy and Communication at the University College Arteveldehogeschool (Ghent, Belgium). She was the coordinator of the Belgian team in the MOST-Project.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Mobility Framework and Standard for Teacher Trainees. The Theoretical Framework

 29,00

The aim of MOST, a three year Comenius 2.1. project, was to develop a European standard of competencies for the beginning teacher. The development of this standard was based on action research by the mobility of teacher trainees for the purpose of teaching practices and a joint evaluation for the recognition of it.

Intensive efforts were made to develop a structural framework to facilitate future mobility of student teachers and teacher trainees within Europe. The application of the common system of credits (ECTS) and academic recognition was therefore implemented. Organising exchange programmes between different partner institutions is an important incentive to develop a shared understanding of the similarities and differences between the school systems of different European countries and to identify the key competencies a beginning teacher should possess to function in a European context.

This volume reflects on the theoretical framework of the project. The educational outcomes behind the project are discussed in a companion volume also published in this series (Issues in European Education Series, N° 7).

Walter Baeten is an international relation officer at the University College Arteveldehogeschool (Ghent, Belgium). He was the coordinator of the MOSTProject.

Julie De Ganck is a lecturer of Pedagogy and Communication at the University College Arteveldehogeschool (Ghent, Belgium). She was the coordinator of the Belgian team in the MOST-Project.

Quick View

Mobility Framework and Standard for Teacher Trainees. The Theoretical Framework

 29,00

The aim of MOST, a three year Comenius 2.1. project, was to develop a European standard of competencies for the beginning teacher. The development of this standard was based on action research by the mobility of teacher trainees for the purpose of teaching practices and a joint evaluation for the recognition of it.

Intensive efforts were made to develop a structural framework to facilitate future mobility of student teachers and teacher trainees within Europe. The application of the common system of credits (ECTS) and academic recognition was therefore implemented. Organising exchange programmes between different partner institutions is an important incentive to develop a shared understanding of the similarities and differences between the school systems of different European countries and to identify the key competencies a beginning teacher should possess to function in a European context.

This volume reflects on the theoretical framework of the project. The educational outcomes behind the project are discussed in a companion volume also published in this series (Issues in European Education Series, N° 7).

Walter Baeten is an international relation officer at the University College Arteveldehogeschool (Ghent, Belgium). He was the coordinator of the MOSTProject.

Julie De Ganck is a lecturer of Pedagogy and Communication at the University College Arteveldehogeschool (Ghent, Belgium). She was the coordinator of the Belgian team in the MOST-Project.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Mijn ouders migreerden om erop vooruit te gaanMijn ouders migreerden om erop vooruit te gaan
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Mijn ouders migreerden om erop vooruit te gaan

 35,00
Allochtonen migreren naar Nederland met de wens om erop vooruit te gaan. Ondanks dit mobiliteitsvoornemen en maatregelen voor onderwijsachterstandsbestrijding bevinden zij zich binnen het onderwijs nog steeds in een achterstandssituatie. Desalniettemin zijn er allochtonen met een succesvolle onderwijscarrière. Het leven en de onderwijscarrières van deze mensen, vormen een informatiebron die tot heden onderbenut is in het onderwijsachterstandsbeleid.

Dit onderzoek voorziet in deze lacune. De onderzoeker heeft met behulp van de biografische interviewmethode een schat aan informatie vergaard over de succesbevorderende factoren in de opwaartse onderwijsmobiliteit van 18 Marokkaanse, 20 Hindostaanse en 17 autochtone academici, allen met een laag herkomstmilieu. In dit onderzoek is aandacht voor de invloed van klasse, etniciteit en gender, alsmede voor factoren in de gelegenheidsstructuur die bijdragen aan de opwaartse onderwijsmobiliteit. De onderzoeker beantwoordt tevens de vraag welke maatregelen in het onderwijssysteem nodig zijn om de achterstand van allochtone leerlingen ten opzichte van autochtone leerlingen te reduceren.

Mijn ouders migreerden om erop vooruit te gaanMijn ouders migreerden om erop vooruit te gaan
Quick View

Mijn ouders migreerden om erop vooruit te gaan

 35,00
Allochtonen migreren naar Nederland met de wens om erop vooruit te gaan. Ondanks dit mobiliteitsvoornemen en maatregelen voor onderwijsachterstandsbestrijding bevinden zij zich binnen het onderwijs nog steeds in een achterstandssituatie. Desalniettemin zijn er allochtonen met een succesvolle onderwijscarrière. Het leven en de onderwijscarrières van deze mensen, vormen een informatiebron die tot heden onderbenut is in het onderwijsachterstandsbeleid.

Dit onderzoek voorziet in deze lacune. De onderzoeker heeft met behulp van de biografische interviewmethode een schat aan informatie vergaard over de succesbevorderende factoren in de opwaartse onderwijsmobiliteit van 18 Marokkaanse, 20 Hindostaanse en 17 autochtone academici, allen met een laag herkomstmilieu. In dit onderzoek is aandacht voor de invloed van klasse, etniciteit en gender, alsmede voor factoren in de gelegenheidsstructuur die bijdragen aan de opwaartse onderwijsmobiliteit. De onderzoeker beantwoordt tevens de vraag welke maatregelen in het onderwijssysteem nodig zijn om de achterstand van allochtone leerlingen ten opzichte van autochtone leerlingen te reduceren.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Digitale marketing en communicatie in de praktijk

 47,50

Digitale marketing en communicatie is een hot topic. Voor marketeers is het een absolute topprioriteit maar eveneens een uitzonderlijke opportuniteit. Nog niet zo lang geleden was de vraag ‘Wanneer starten we ermee?’. Vandaag stelt men zich niet alleen de vraag ‘Hoe ver staan wij met de implementatie binnen ons bedrijf vergeleken met onze concurrenten ?’. Maar vooral ‘Hoe doen we het beter ?’

De mogelijkheden en de toepassingen van digitale marketing en communicatie lijken stilaan eindeloos. Het is geen kwestie meer van te volgen, maar vooral van voorop te blijven. Terecht stelt Peter Hinssen ‘Digitaal is het nieuwe normaal’.

Toch staan we nog maar aan de start van het echte digitale tijdperk in onze bedrijven. De digitale experts en trendwatchers in dit boek bruisen van de ideeën. Dit boek is dan ook voor elke marketeer een must to read.

Theo Van Roy studeerde TEW aan de KU Leuven en behaalde een Marketing Degree aan de University of California. Als CEO van Koncept en Hits adviseerde hij tientallen bedrijven en gaf hij hints om merken in de hitparade te piloteren. Hij is programmaleider van het Postgraduaat digitale marketing en communicatie aan EMS Management School.

Recent publiceerde hij nog, samen met Sofie Verstreken, het boek A brand new world of marketing.

Quick View

Digitale marketing en communicatie in de praktijk

 47,50

Digitale marketing en communicatie is een hot topic. Voor marketeers is het een absolute topprioriteit maar eveneens een uitzonderlijke opportuniteit. Nog niet zo lang geleden was de vraag ‘Wanneer starten we ermee?’. Vandaag stelt men zich niet alleen de vraag ‘Hoe ver staan wij met de implementatie binnen ons bedrijf vergeleken met onze concurrenten ?’. Maar vooral ‘Hoe doen we het beter ?’

De mogelijkheden en de toepassingen van digitale marketing en communicatie lijken stilaan eindeloos. Het is geen kwestie meer van te volgen, maar vooral van voorop te blijven. Terecht stelt Peter Hinssen ‘Digitaal is het nieuwe normaal’.

Toch staan we nog maar aan de start van het echte digitale tijdperk in onze bedrijven. De digitale experts en trendwatchers in dit boek bruisen van de ideeën. Dit boek is dan ook voor elke marketeer een must to read.

Theo Van Roy studeerde TEW aan de KU Leuven en behaalde een Marketing Degree aan de University of California. Als CEO van Koncept en Hits adviseerde hij tientallen bedrijven en gaf hij hints om merken in de hitparade te piloteren. Hij is programmaleider van het Postgraduaat digitale marketing en communicatie aan EMS Management School.

Recent publiceerde hij nog, samen met Sofie Verstreken, het boek A brand new world of marketing.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Gebroken evenwicht tussen Oost en West

 36,00

In deze Aziëcentrische sociaal-economische wereldgeschiedenis, die enig is in haar soort, biedt het identificeren van de relevante paradigma’s, die vaak steunen op cultureel-godsdienstige concepten, een breed interpretatief en verklarend kader.

De traditionele twintigste-eeuwse historiografie richt zich te veel op de “Noord-Atlantische” of de zogenaamde “Westerse” geschiedenis. Het publiek wordt al te vaak geconfronteerd met deze vertekening van de historische werkelijkheid. Pas in de 19de eeuw werd een oud evenwicht tussen Oost en West verstoord.

In een zich globaliserende wereld waarin het economische zwaartepunt zich opnieuw verlegt naar het Oosten, is de erkenning van het enorme belang van Aziatische en andere niet-Europese culturen in het ontstaan van de moderne wereld van essentieel belang om succesvol interculturele communicatie op gang te brengen en te zoeken naar internationaal erkende ethische regels. Meteen biedt het boek een verhelderende inkijk in het ''Oosterse'' economische denken en handelen.

Dr. Gerrit De Vylder (1963) doceert Economische Geschiedenis, International Political Economy en Cross-Cultural Negotiations aan de Subfaculteit Handelswetenschappen (Lessius University College, Antwerpen) van de Geïntegreerde Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen van de Katholieke Universiteit Leuven.
Zijn onderzoek spitst zich toe op de relatie tussen economie enerzijds, en ethiek, godsdienst, literatuur en oriëntalistiek anderzijds.

Quick View

Gebroken evenwicht tussen Oost en West

 36,00

In deze Aziëcentrische sociaal-economische wereldgeschiedenis, die enig is in haar soort, biedt het identificeren van de relevante paradigma’s, die vaak steunen op cultureel-godsdienstige concepten, een breed interpretatief en verklarend kader.

De traditionele twintigste-eeuwse historiografie richt zich te veel op de “Noord-Atlantische” of de zogenaamde “Westerse” geschiedenis. Het publiek wordt al te vaak geconfronteerd met deze vertekening van de historische werkelijkheid. Pas in de 19de eeuw werd een oud evenwicht tussen Oost en West verstoord.

In een zich globaliserende wereld waarin het economische zwaartepunt zich opnieuw verlegt naar het Oosten, is de erkenning van het enorme belang van Aziatische en andere niet-Europese culturen in het ontstaan van de moderne wereld van essentieel belang om succesvol interculturele communicatie op gang te brengen en te zoeken naar internationaal erkende ethische regels. Meteen biedt het boek een verhelderende inkijk in het ''Oosterse'' economische denken en handelen.

Dr. Gerrit De Vylder (1963) doceert Economische Geschiedenis, International Political Economy en Cross-Cultural Negotiations aan de Subfaculteit Handelswetenschappen (Lessius University College, Antwerpen) van de Geïntegreerde Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen van de Katholieke Universiteit Leuven.
Zijn onderzoek spitst zich toe op de relatie tussen economie enerzijds, en ethiek, godsdienst, literatuur en oriëntalistiek anderzijds.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De ‘grootste herinnering’ aan Laren: Brieven van Floris Jespers aan Roosje van Lelyveld – Themanummer Zacht Lawijd, jg. 10 nr. 4

 14,00
Het verblijf van de dan vijfentwintigjarige Antwerpse schilder Floris Jespers in het Noord- Hollandse Blaricum tijdens de Eerste Wereldoorlog heeft maar kort geduurd, maar het was lang genoeg om dat najaar 1914 betoverd te raken door de charmes van de kort daarvoor achttien jaar geworden Roosje van Lelyveld, die in het aanpalende Laren woont.

Tijdens het bombardement op Antwerpen vlucht Jespers, wiens schilderscarrière net aardig op dreef begint te raken, naar Nederland. Hij logeert bij de schilder Evert Pieters, een studievriend van zijn vader. Nadat de situatie in België enigszins gestabiliseerd lijkt, keert Jespers eind oktober 1914 terug naar Antwerpen. Jespers probeert met brieven het contact met Roosje voort te zetten. Niets, zelfs niet haar eigen dagboek, brengt ons zo dicht bij de jonge Roosje als de brieven die Jespers haar in het najaar van 1914 en het begin van 1915 heeft gestuurd.

Jespers’ correspondentie met haar is doortrokken van gruwelijke oorlogsverhalen, maar telkens komt hij als contrast terug op ‘die mooie, korte, maar zoo schoone tijd bij Mr. Pieters doorgebracht’ en ‘de gulle ontvangsten’ bij Roosje thuis. Dan herinnert hij zich ook Roosje: ‘op de groote lange ateliersofa uzelf, met donker kleed, en geribd velouren, vaal garancekleurig lijfje, de handen zaamgevouwen op de overeengelegde knieën en de haren als groote juff er opgedaan, in druk gesprek over schilders. Dien avond was voor mij heerlijk, veel te gauw voorbij.’

Het is duidelijk, Floris is tijdens zijn verblijf als een blok gevallen voor Roosje. En hoewel hij Roosje na zijn terugkeer naar Antwerpen nog een enkele keer gezien heeft, is er geen reactie bekend van Roosje op Jespers’ verwoede pogingen hun contact te continueren.

In zijn laatste brief schrijft hij bijna smekend: ‘Denkt je soms wel eens op ons. Voor mij blijven dat eeuwige herinneringen. Mag ik je vragen soms eens te schrijven, wat mij verschrikkelijk veel genoegen zou doen. Wil je?’ Jespers zal een van de bekendste Vlaamse avant-gardekunstenaars uit de eerste helft van de twintigste eeuw worden, maar in 1914 staat hij nog aan het begin van zijn carrière. Zijn stormachtige ontwikkeling als schilder heeft Roosje niet van nabij kunnen meemaken. Maar zij is tijdens een cruciale periode in Jespers’ leven wel degelijk een soort muze voor hem geweest.

Geen voorraad
Quick View

De ‘grootste herinnering’ aan Laren: Brieven van Floris Jespers aan Roosje van Lelyveld – Themanummer Zacht Lawijd, jg. 10 nr. 4

 14,00
Het verblijf van de dan vijfentwintigjarige Antwerpse schilder Floris Jespers in het Noord- Hollandse Blaricum tijdens de Eerste Wereldoorlog heeft maar kort geduurd, maar het was lang genoeg om dat najaar 1914 betoverd te raken door de charmes van de kort daarvoor achttien jaar geworden Roosje van Lelyveld, die in het aanpalende Laren woont.

Tijdens het bombardement op Antwerpen vlucht Jespers, wiens schilderscarrière net aardig op dreef begint te raken, naar Nederland. Hij logeert bij de schilder Evert Pieters, een studievriend van zijn vader. Nadat de situatie in België enigszins gestabiliseerd lijkt, keert Jespers eind oktober 1914 terug naar Antwerpen. Jespers probeert met brieven het contact met Roosje voort te zetten. Niets, zelfs niet haar eigen dagboek, brengt ons zo dicht bij de jonge Roosje als de brieven die Jespers haar in het najaar van 1914 en het begin van 1915 heeft gestuurd.

Jespers’ correspondentie met haar is doortrokken van gruwelijke oorlogsverhalen, maar telkens komt hij als contrast terug op ‘die mooie, korte, maar zoo schoone tijd bij Mr. Pieters doorgebracht’ en ‘de gulle ontvangsten’ bij Roosje thuis. Dan herinnert hij zich ook Roosje: ‘op de groote lange ateliersofa uzelf, met donker kleed, en geribd velouren, vaal garancekleurig lijfje, de handen zaamgevouwen op de overeengelegde knieën en de haren als groote juff er opgedaan, in druk gesprek over schilders. Dien avond was voor mij heerlijk, veel te gauw voorbij.’

Het is duidelijk, Floris is tijdens zijn verblijf als een blok gevallen voor Roosje. En hoewel hij Roosje na zijn terugkeer naar Antwerpen nog een enkele keer gezien heeft, is er geen reactie bekend van Roosje op Jespers’ verwoede pogingen hun contact te continueren.

In zijn laatste brief schrijft hij bijna smekend: ‘Denkt je soms wel eens op ons. Voor mij blijven dat eeuwige herinneringen. Mag ik je vragen soms eens te schrijven, wat mij verschrikkelijk veel genoegen zou doen. Wil je?’ Jespers zal een van de bekendste Vlaamse avant-gardekunstenaars uit de eerste helft van de twintigste eeuw worden, maar in 1914 staat hij nog aan het begin van zijn carrière. Zijn stormachtige ontwikkeling als schilder heeft Roosje niet van nabij kunnen meemaken. Maar zij is tijdens een cruciale periode in Jespers’ leven wel degelijk een soort muze voor hem geweest.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Set van 4 schema’s bij Emotionele ontwikkeling bij mensen met een verstandelijke beperking

 9,90

Deze schema''s horen bij de Schaal voor Emotionele Ontwikkeling (SEO) bij personen met een verstandelijke beperking Revised.
Meer info

Interesse in het volledige pakket SEN-SEO, met de drie boeken en de schema''s, in een handige opbergdoos?
Meer info

Placeholder Image
Quick View

Set van 4 schema’s bij Emotionele ontwikkeling bij mensen met een verstandelijke beperking

 9,90

Deze schema''s horen bij de Schaal voor Emotionele Ontwikkeling (SEO) bij personen met een verstandelijke beperking Revised.
Meer info

Interesse in het volledige pakket SEN-SEO, met de drie boeken en de schema''s, in een handige opbergdoos?
Meer info

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Sagefilosofie. Pleidooi voor Afrikaanse wegen naar zelfstandigheidSagefilosofie. Pleidooi voor Afrikaanse wegen naar zelfstandigheid
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Sagefilosofie. Pleidooi voor Afrikaanse wegen naar zelfstandigheid

 30,80
Wijsheidsleraren zijn onmisbaar voor Afrikaanse wegen naar moderniteit.

Sagefilosofie is door de Keniaan Odera Oruka voor het eerst ‘op de kaart gezet’. Sages zijn Afrikaanse filosofen, geïnspireerd door diepgaande kennis van mondeling overgeleverde cultuur. Zij gebruiken hun kennis en inzicht voor advies bij belangrijke beslissingen en veranderingen. Sagefilosofie is oorspronkelijk Afrikaans. In pakkende beelden en bewoordingen begrijpt zij de mens en zijn wereld als een veld van krachten. Sages denken dynamisch, dogma’s zijn hun vreemd.

Zo interpreteert Tierno Bokar de Koran verfrissend en toont Oginga Odinga zich als Keniaans sage-staatsman strijdbaar en kritisch. De Ghanese filosoof Kwasi Wiredu bepleit het creatief inzetten van Afrikaanse democratische tradities voor moderne democratie terwijl Kwame Gyekye een werkzaam ‘medicijn’ tegen corruptie aangeeft.

Henk Haenen levert met zijn studie een bijdrage aan de interculturele filosofie, die in Nederland door prof. Heinz Kimmerle is vormgegeven. De dialoog met filosofieën van andere culturen staat hierbij voorop.

In Sagefilosofie wordt met name de wijsbegeerte van Maurice Merleau-Ponty in dialoog met Afrikaanse denkers gebracht. Onvermoede en vergeten kanten – ook van de eigen filosofie – komen zo voor het voetlicht.

Dr. Henk Haenen studeerde geschiedenis en filosofie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, waar hij op Afrikaans denken: ontmoeting, dialoog en frictie promoveerde. Hij geeft colleges Afrikaanse filosofie in Utrecht, Mechelen en Antwerpen en werkt nauw samen met prof. Dr. Heinz Kimmerle.

Filosofische theorie en politieke, maatschappelijke praktijk vormen in zijn visie een geheel. Zo is Sage filosofie ook te zien als een kritisch kader voor ontwikkelingssamenwerking. Tegelijk houdt deze studie het westen een spiegel voor aangaande betrouwbaarheid en waarachtigheid van democratie en internationale samenwerking. Zo wordt o.a. de huidige monetaire crisis van Europa in een filosofisch licht geplaatst.

Sagefilosofie. Pleidooi voor Afrikaanse wegen naar zelfstandigheidSagefilosofie. Pleidooi voor Afrikaanse wegen naar zelfstandigheid
Quick View

Sagefilosofie. Pleidooi voor Afrikaanse wegen naar zelfstandigheid

 30,80
Wijsheidsleraren zijn onmisbaar voor Afrikaanse wegen naar moderniteit.

Sagefilosofie is door de Keniaan Odera Oruka voor het eerst ‘op de kaart gezet’. Sages zijn Afrikaanse filosofen, geïnspireerd door diepgaande kennis van mondeling overgeleverde cultuur. Zij gebruiken hun kennis en inzicht voor advies bij belangrijke beslissingen en veranderingen. Sagefilosofie is oorspronkelijk Afrikaans. In pakkende beelden en bewoordingen begrijpt zij de mens en zijn wereld als een veld van krachten. Sages denken dynamisch, dogma’s zijn hun vreemd.

Zo interpreteert Tierno Bokar de Koran verfrissend en toont Oginga Odinga zich als Keniaans sage-staatsman strijdbaar en kritisch. De Ghanese filosoof Kwasi Wiredu bepleit het creatief inzetten van Afrikaanse democratische tradities voor moderne democratie terwijl Kwame Gyekye een werkzaam ‘medicijn’ tegen corruptie aangeeft.

Henk Haenen levert met zijn studie een bijdrage aan de interculturele filosofie, die in Nederland door prof. Heinz Kimmerle is vormgegeven. De dialoog met filosofieën van andere culturen staat hierbij voorop.

In Sagefilosofie wordt met name de wijsbegeerte van Maurice Merleau-Ponty in dialoog met Afrikaanse denkers gebracht. Onvermoede en vergeten kanten – ook van de eigen filosofie – komen zo voor het voetlicht.

Dr. Henk Haenen studeerde geschiedenis en filosofie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, waar hij op Afrikaans denken: ontmoeting, dialoog en frictie promoveerde. Hij geeft colleges Afrikaanse filosofie in Utrecht, Mechelen en Antwerpen en werkt nauw samen met prof. Dr. Heinz Kimmerle.

Filosofische theorie en politieke, maatschappelijke praktijk vormen in zijn visie een geheel. Zo is Sage filosofie ook te zien als een kritisch kader voor ontwikkelingssamenwerking. Tegelijk houdt deze studie het westen een spiegel voor aangaande betrouwbaarheid en waarachtigheid van democratie en internationale samenwerking. Zo wordt o.a. de huidige monetaire crisis van Europa in een filosofisch licht geplaatst.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Ethisch leiderschap. In organisaties, bedrijven en onderwijs…Ethisch leiderschap. In organisaties, bedrijven en onderwijs…
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Ethisch leiderschap. In organisaties, bedrijven en onderwijs…

 19,50
Leiderschap staat vandaag hoog op de agenda: van bedrijfswereld tot politiek, van school tot zorginstelling. In dit boek houdt de auteur een sterk pleidooi om als leidinggevende ethisch om te gaan met mensen en situaties. Men moet de dingen niet alleen goed doen (technische bekwaamheid), men moet ook de goede dingen doen (ethische verantwoordelijkheid). Naast goed ontwikkelde professionaliteit, expertise en ervaring is normatieve, ethische en spirituele kwaliteit vereist.

In een sterk evoluerende samenleving is er nood aan leiders met aandacht voor waardevorming, zingeving en verantwoordelijkheid. Als belangrijkste kwaliteiten daarbij gelden: communicatief overleg, (machtsvrije) dialoog, kunnen ontwikkelen van sociaal kapitaal, empowering, kunnen omgaan met complexiteit, goede balans tussen macht en zorg, creëren van zin (sensemaking), kritische vrijmoedigheid, innovatief denken en handelen.

Hoe is zulk ethisch leiderschap te realiseren in de permanente spanning tussen de systeemeisen van een organisatie en een procesgerichte uitoefening van leiderschap?

Willy Deckers doceerde onderwijsmethodologie aan de Theologische Hogeschool Amsterdam, sociale ethiek en agogische wetenschappen aan het departement Sociaal Werk van de KHK te Geel, werkt als freelancer in nascholing voor leidinggevenden, publiceerde onder meer: De opstanding van het lichaam, Niet sterven in de middag, Spelen om te overleven, Democratie: autoritaire staat en basisweging.

Ethisch leiderschap. In organisaties, bedrijven en onderwijs…Ethisch leiderschap. In organisaties, bedrijven en onderwijs…
Quick View

Ethisch leiderschap. In organisaties, bedrijven en onderwijs…

 19,50
Leiderschap staat vandaag hoog op de agenda: van bedrijfswereld tot politiek, van school tot zorginstelling. In dit boek houdt de auteur een sterk pleidooi om als leidinggevende ethisch om te gaan met mensen en situaties. Men moet de dingen niet alleen goed doen (technische bekwaamheid), men moet ook de goede dingen doen (ethische verantwoordelijkheid). Naast goed ontwikkelde professionaliteit, expertise en ervaring is normatieve, ethische en spirituele kwaliteit vereist.

In een sterk evoluerende samenleving is er nood aan leiders met aandacht voor waardevorming, zingeving en verantwoordelijkheid. Als belangrijkste kwaliteiten daarbij gelden: communicatief overleg, (machtsvrije) dialoog, kunnen ontwikkelen van sociaal kapitaal, empowering, kunnen omgaan met complexiteit, goede balans tussen macht en zorg, creëren van zin (sensemaking), kritische vrijmoedigheid, innovatief denken en handelen.

Hoe is zulk ethisch leiderschap te realiseren in de permanente spanning tussen de systeemeisen van een organisatie en een procesgerichte uitoefening van leiderschap?

Willy Deckers doceerde onderwijsmethodologie aan de Theologische Hogeschool Amsterdam, sociale ethiek en agogische wetenschappen aan het departement Sociaal Werk van de KHK te Geel, werkt als freelancer in nascholing voor leidinggevenden, publiceerde onder meer: De opstanding van het lichaam, Niet sterven in de middag, Spelen om te overleven, Democratie: autoritaire staat en basisweging.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Zo lang de leeuw kan bouwen. Liber amicorum prof. dr. Luc Goossens

 39,90

Woononderzoek in Vlaanderen betekent Luc Goossens.
Prof. dr. Goossens was lange tijd de enige die op regelmatige basis en wetenschappelijk gefundeerd een licht liet schijnen op de staat van het wonen en woonbeleid. Naast zijn opdracht als hoogleraar aan eerst UFSIA en later Universiteit Antwerpen, schreef hij tal van artikelen in zowel vakbladen als populaire media. Hij hield ook ontelbare lezingen, vaak verbaal scherp, vaak tot genoegen van vele luisteraars, maar even vaak tot ongenoegen van andere.

Nu hij op emeritaat gaat, vonden enkele collega’s het niet meer dan logisch een liber amicorum samen te stellen. Een brede waaier van auteurs werken er aan mee. Ze komen uit de wetenschappelijke wereld en het maatschappelijk middenveld, sommigen droegen of dragen beleidsverantwoordelijkheid. Deze brede waaier illustreert het gegeven dat Luc Goossens niet in zijn ivoren toren bleef, maar onder andere meewerkte aan de uitbouw van woonorganisaties die beoogden de minder fortuinlijken aan een betere woning te helpen.


Pascal De Decker is socioloog en ruimtelijk planner; hij is momenteel als docent verbonden aan de Sint-Lucas Architectuurschool Gent/Brussel en de Hogeschool Gent.
Bernard Hubeau is jurist en stedenbouwkundige en als hoogleraar verbonden aan de Faculteiten Rechten en Politieke en Sociale Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen en de Faculteit Recht en Criminologie van de VUB.
Ilse Loots is sociologe en werkzaam aan de Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen.
Isabelle Pannecoucke is sociologe en verbonden als doctoraal onderzoeker aan vakgroep sociologie binnen de Universiteit Gent.

Quick View

Zo lang de leeuw kan bouwen. Liber amicorum prof. dr. Luc Goossens

 39,90

Woononderzoek in Vlaanderen betekent Luc Goossens.
Prof. dr. Goossens was lange tijd de enige die op regelmatige basis en wetenschappelijk gefundeerd een licht liet schijnen op de staat van het wonen en woonbeleid. Naast zijn opdracht als hoogleraar aan eerst UFSIA en later Universiteit Antwerpen, schreef hij tal van artikelen in zowel vakbladen als populaire media. Hij hield ook ontelbare lezingen, vaak verbaal scherp, vaak tot genoegen van vele luisteraars, maar even vaak tot ongenoegen van andere.

Nu hij op emeritaat gaat, vonden enkele collega’s het niet meer dan logisch een liber amicorum samen te stellen. Een brede waaier van auteurs werken er aan mee. Ze komen uit de wetenschappelijke wereld en het maatschappelijk middenveld, sommigen droegen of dragen beleidsverantwoordelijkheid. Deze brede waaier illustreert het gegeven dat Luc Goossens niet in zijn ivoren toren bleef, maar onder andere meewerkte aan de uitbouw van woonorganisaties die beoogden de minder fortuinlijken aan een betere woning te helpen.


Pascal De Decker is socioloog en ruimtelijk planner; hij is momenteel als docent verbonden aan de Sint-Lucas Architectuurschool Gent/Brussel en de Hogeschool Gent.
Bernard Hubeau is jurist en stedenbouwkundige en als hoogleraar verbonden aan de Faculteiten Rechten en Politieke en Sociale Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen en de Faculteit Recht en Criminologie van de VUB.
Ilse Loots is sociologe en werkzaam aan de Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen.
Isabelle Pannecoucke is sociologe en verbonden als doctoraal onderzoeker aan vakgroep sociologie binnen de Universiteit Gent.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

International Business not as usual

 32,10
International economic integration often consists in countries strengthening economic links with a relatively small group of geographically close countries whereas links with more distant countries remain neglected. Regional agreements may actually reinforce such insider-outsider phenomenon. Though geographical and cultural distance substantially hampers international trade, the fragmentation of the world economy into trading blocs may result in detrimental lock-in effects and the disregard of existing opportunities. Belgium seems a rather illustrative case in point. As one of the most open countries in the world, the bulk of its international transactions occur within the EU and more specifically with its neighbouring countries. On the other hand it is often acclaimed that Belgium is not sufficiently seizing the trade and investment opportunities offered by the strong growing Newly Industrialising Countries, e.g. in South-East Asia.

The original papers bundled in this book explore international business from different angles. A number of contributions consider possible ownership advantages in international business relations (e.g. awareness of cultural differences in advertising, valuable intangible assets or the role of electronic data interchange in supply chains) and how to actually measure business performance. Possible consequences of public policies with respect to state aid, international trade, export promotion and economic development are discussed, both from a theoretical perspective as from the point of view of specific emerging economies such as China, Colombia and South Africa.

This book is written for readers interested in international trade with distant countries.

Michel Dumont is attaché at the Federal Planning Bureau of Belgium and affiliated with the Department of Economics at the University of Antwerp.

Glenn Rayp is professor of International Economics at the Ghent University.

Geen voorraad
Quick View

International Business not as usual

 32,10
International economic integration often consists in countries strengthening economic links with a relatively small group of geographically close countries whereas links with more distant countries remain neglected. Regional agreements may actually reinforce such insider-outsider phenomenon. Though geographical and cultural distance substantially hampers international trade, the fragmentation of the world economy into trading blocs may result in detrimental lock-in effects and the disregard of existing opportunities. Belgium seems a rather illustrative case in point. As one of the most open countries in the world, the bulk of its international transactions occur within the EU and more specifically with its neighbouring countries. On the other hand it is often acclaimed that Belgium is not sufficiently seizing the trade and investment opportunities offered by the strong growing Newly Industrialising Countries, e.g. in South-East Asia.

The original papers bundled in this book explore international business from different angles. A number of contributions consider possible ownership advantages in international business relations (e.g. awareness of cultural differences in advertising, valuable intangible assets or the role of electronic data interchange in supply chains) and how to actually measure business performance. Possible consequences of public policies with respect to state aid, international trade, export promotion and economic development are discussed, both from a theoretical perspective as from the point of view of specific emerging economies such as China, Colombia and South Africa.

This book is written for readers interested in international trade with distant countries.

Michel Dumont is attaché at the Federal Planning Bureau of Belgium and affiliated with the Department of Economics at the University of Antwerp.

Glenn Rayp is professor of International Economics at the Ghent University.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Patterns in student learning. Exploring a person-oriented and a longitudinal research-perspective

 29,50
The research presented in this dissertation is concerned with patterns in students learning in higher education. It aims at broadening our understanding of student learning by exploring two underexposed research-perspectives: a person-oriented perspective and a longitudinal perspective.

The first perspective attempts at grappling the complexity of the ways in which students engage in learning by identifying learning profiles.

The latter perspective is interested in how students’ learning strategy use develops both within a single learning environment and across the whole of higher education.

Apart from a general introduction and concluding reflections, the dissertation contains one theoretical and four empirical contributions. The theoretical chapter elucidates the theoretical frameworks and research-perspectives used in this dissertation.

In subsequent chapters, each research-perspective is tackled by two empirical studies. All studies are situated in the context of teacher education.

The final chapter provides concluding reflections on results of the studies as well as the researchperspectives themselves. It also provides suggestions for educational practice and further research.

Gert Vanthournout is a researcher at the University of Antwerp’s Institute for Education and Information Sciences and more specifically at the EduBROn and REPRO research-units. He obtained his master’s degree in education at the Catholic University of Leuven. He started his academic career at the University of Antwerp as a staff member of the Center of Excellence in Higher Education (ECHO).

He currently combines a job as an assistant in the Master of Instructional and Educational Sciences with being a staff member for the project ‘The effects of student trajectory coaching in teacher education’.

Quick View

Patterns in student learning. Exploring a person-oriented and a longitudinal research-perspective

 29,50
The research presented in this dissertation is concerned with patterns in students learning in higher education. It aims at broadening our understanding of student learning by exploring two underexposed research-perspectives: a person-oriented perspective and a longitudinal perspective.

The first perspective attempts at grappling the complexity of the ways in which students engage in learning by identifying learning profiles.

The latter perspective is interested in how students’ learning strategy use develops both within a single learning environment and across the whole of higher education.

Apart from a general introduction and concluding reflections, the dissertation contains one theoretical and four empirical contributions. The theoretical chapter elucidates the theoretical frameworks and research-perspectives used in this dissertation.

In subsequent chapters, each research-perspective is tackled by two empirical studies. All studies are situated in the context of teacher education.

The final chapter provides concluding reflections on results of the studies as well as the researchperspectives themselves. It also provides suggestions for educational practice and further research.

Gert Vanthournout is a researcher at the University of Antwerp’s Institute for Education and Information Sciences and more specifically at the EduBROn and REPRO research-units. He obtained his master’s degree in education at the Catholic University of Leuven. He started his academic career at the University of Antwerp as a staff member of the Center of Excellence in Higher Education (ECHO).

He currently combines a job as an assistant in the Master of Instructional and Educational Sciences with being a staff member for the project ‘The effects of student trajectory coaching in teacher education’.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Van klein tot groot (O&A-Reeks, nr. 5)

 27,30

Dit is een boek over de ontwikkeling van het jonge kind met bijdragen van deskundigen van uiteenlopend pluimage en onderwerpen als:

  • Sociale voelsprieten van het jonge kind - Jan van der Ploeg
  • Opvoeding en sekseverschillen bij baby’s, peuters en kleuters - Lauk Woltring
  • Stevig fundament of los zand: het belang van gehechtheid - Hedwig van Bakel
  • De homo sapiens als homo ludens - Roel de Groot
  • Speelgoed en jonge kinderen - Marianne de Valck
  • Over speltherapie voor kinderen met een verstandelijke beperking - Helen Frankhuijzen & Annie Blokhuis
  • Taalachterstanden bij peuters en kleuters, een moderne hype - Sieneke Goorhuis-Brouwer
  • Trauma bij jonge kinderen - Susanna Roland
  • Voldoende slaap voor ieder kind - Monique L’Hoir
  • Van roze wolk tot regenbui. Normaal en excessief huilgedrag van zuigelingen - Bregje van Sleuwen & Monique L’Hoir
  • Eens agressief, altijd agressief? - Jan van der Ploeg
  • Psychosociale problemen bij 4-7-jarigen - Jan Janssens, Lisanne Stone, Roy Engels en Rutger Otten

    Kortom, een boek voor allen die belangstelling hebben voor de ontwikkeling van kinderen en die er in hun werk mee te maken (kunnen) krijgen.

  • Quick View

    Van klein tot groot (O&A-Reeks, nr. 5)

     27,30

    Dit is een boek over de ontwikkeling van het jonge kind met bijdragen van deskundigen van uiteenlopend pluimage en onderwerpen als:

  • Sociale voelsprieten van het jonge kind - Jan van der Ploeg
  • Opvoeding en sekseverschillen bij baby’s, peuters en kleuters - Lauk Woltring
  • Stevig fundament of los zand: het belang van gehechtheid - Hedwig van Bakel
  • De homo sapiens als homo ludens - Roel de Groot
  • Speelgoed en jonge kinderen - Marianne de Valck
  • Over speltherapie voor kinderen met een verstandelijke beperking - Helen Frankhuijzen & Annie Blokhuis
  • Taalachterstanden bij peuters en kleuters, een moderne hype - Sieneke Goorhuis-Brouwer
  • Trauma bij jonge kinderen - Susanna Roland
  • Voldoende slaap voor ieder kind - Monique L’Hoir
  • Van roze wolk tot regenbui. Normaal en excessief huilgedrag van zuigelingen - Bregje van Sleuwen & Monique L’Hoir
  • Eens agressief, altijd agressief? - Jan van der Ploeg
  • Psychosociale problemen bij 4-7-jarigen - Jan Janssens, Lisanne Stone, Roy Engels en Rutger Otten

    Kortom, een boek voor allen die belangstelling hebben voor de ontwikkeling van kinderen en die er in hun werk mee te maken (kunnen) krijgen.

  • Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Van de maakbare naar de lerende stad. De praktijkgerichte bijdrage van lectoraten.Van de maakbare naar de lerende stad. De praktijkgerichte bijdrage van lectoraten.
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Van de maakbare naar de lerende stad. De praktijkgerichte bijdrage van lectoraten.

     31,90
    Aan hogescholen zijn lectoren concreet en praktijkgericht bezig met het analyseren en helpen oplossen van stedelijke vraagstukken. Dit boek geeft een actueel overzicht van hoe stedelijk onderzoek van zesentwintig lectoraten eruit ziet en tot welke praktisch bruikbare resultaten dit leidt. Uit het boek blijkt duidelijk dat burgers en ondernemers op lokaal niveau in samenwerking met de overheid en andere partners zelf bezig zijn wijken en buurten beter te maken en vooral van elkaar te leren. Leren van elkaar en van praktijkrelevant onderzoek draagt bij aan het vormen van een lerende stad.

    “Dit boek is een aanrader voor iedereen die betrokken is bij ontwikkelingen in steden. Het geeft antwoord op tientallen beleidsvragen waar elke betrokken ambtenaar, wethouder of minister van wakker ligt. Dat maakt dit lectorenboek zo krachtig: praktische inzichten op complexe problemen. Menig stadsbestuurder betrekt graag het HBO bij complexe beleidsproblemen. Er is in korte tijd in het HBO een uitstekende onderzoekstraditie ontstaan waarbij naast de kwaliteit van onderzoek, de verbinding en relevantie voor de praktijk een rode draad in het werk vormt. Deze publicatie is daarvan het harde bewijs.”
    Gerard Schouw, voormalig directeur Nicis en lid Tweede Kamer

    Juist in een tijd van globalisering en onzekerheid hebben professionals, burgers en ondernemers complexe vragen. Zij zijn op zoek naar onderbouwde antwoorden en reflectie op beleid en praktijk. Er is dus behoefte aan praktijkgericht en praktijkrelevant onderzoek en dit is exact waar lectoraten voor staan.

    Deze bundel is van belang voor verschillende groepen lezers.
  • Professionals in beleid en praktijk (overheid, economie, civil society)
  • Beleidsmakers en politici bij gemeenten (en ook bij rijk en provincies)
  • Burgers en ondernemers in onze urbane samenleving
  • Studenten & docenten aan hogescholen en universiteiten
  • Professionals bij kenniscentra, adviesorganen en dergelijke.


  • Guido Walraven is lector Dynamiek van de Stad aan hogeschool Inholland
    Cees-Jan Pen is programmaleider Onderzoek Economie & Innovatie bij Nicis Institute.

    Van de maakbare naar de lerende stad. De praktijkgerichte bijdrage van lectoraten.Van de maakbare naar de lerende stad. De praktijkgerichte bijdrage van lectoraten.
    Quick View

    Van de maakbare naar de lerende stad. De praktijkgerichte bijdrage van lectoraten.

     31,90
    Aan hogescholen zijn lectoren concreet en praktijkgericht bezig met het analyseren en helpen oplossen van stedelijke vraagstukken. Dit boek geeft een actueel overzicht van hoe stedelijk onderzoek van zesentwintig lectoraten eruit ziet en tot welke praktisch bruikbare resultaten dit leidt. Uit het boek blijkt duidelijk dat burgers en ondernemers op lokaal niveau in samenwerking met de overheid en andere partners zelf bezig zijn wijken en buurten beter te maken en vooral van elkaar te leren. Leren van elkaar en van praktijkrelevant onderzoek draagt bij aan het vormen van een lerende stad.

    “Dit boek is een aanrader voor iedereen die betrokken is bij ontwikkelingen in steden. Het geeft antwoord op tientallen beleidsvragen waar elke betrokken ambtenaar, wethouder of minister van wakker ligt. Dat maakt dit lectorenboek zo krachtig: praktische inzichten op complexe problemen. Menig stadsbestuurder betrekt graag het HBO bij complexe beleidsproblemen. Er is in korte tijd in het HBO een uitstekende onderzoekstraditie ontstaan waarbij naast de kwaliteit van onderzoek, de verbinding en relevantie voor de praktijk een rode draad in het werk vormt. Deze publicatie is daarvan het harde bewijs.”
    Gerard Schouw, voormalig directeur Nicis en lid Tweede Kamer

    Juist in een tijd van globalisering en onzekerheid hebben professionals, burgers en ondernemers complexe vragen. Zij zijn op zoek naar onderbouwde antwoorden en reflectie op beleid en praktijk. Er is dus behoefte aan praktijkgericht en praktijkrelevant onderzoek en dit is exact waar lectoraten voor staan.

    Deze bundel is van belang voor verschillende groepen lezers.
  • Professionals in beleid en praktijk (overheid, economie, civil society)
  • Beleidsmakers en politici bij gemeenten (en ook bij rijk en provincies)
  • Burgers en ondernemers in onze urbane samenleving
  • Studenten & docenten aan hogescholen en universiteiten
  • Professionals bij kenniscentra, adviesorganen en dergelijke.


  • Guido Walraven is lector Dynamiek van de Stad aan hogeschool Inholland
    Cees-Jan Pen is programmaleider Onderzoek Economie & Innovatie bij Nicis Institute.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Beter leren denken

     20,50

    Het denken kan worden verbeterd door de denkvaardigheden te trainen. Maar is dat voldoende?

    Via wetenschappelijke inzichten argumenteert dit boek dat het denken wordt verbeterd via het metacognitief denken. Metacognitief denken betekent kennis verwerven over de wijze waarop het denken wordt ingezet en gebruikt en deze kennis is essentieel in het verwerven van denkexpertise. Het verbeteren van het denken is in dit boek uitgewerkt als een lijn die loopt van het leren gebruiken van de denkvaardigheden tot en met het metacognitief denken.

    De reden voor het schrijven van deze tekst is dat, alhoewel vanuit de maatschappij en de wetenschap het belang van het goed kunnen denken wordt betoogd, er weinig expliciete aandacht is voor het bevorderen van het denken via het metacognitief denken, met name in het onderwijs. Het doel van deze tekst is dan ook om in te gaan op de wijze waarop het denken kan worden bevorderd door de onderdelen van het denken toe te lichten. Hoe kan het denken worden verbeterd? Het oefenen van de denkvaardigheden met behulp van denkopdrachten is een eerste vereiste, maar het denken zal pas sterk verbeteren wanneer daarbij het metacognitief denken wordt aangesproken. Aan de hand van vele denkopdrachten wordt niet alleen het betoog ondersteund en de lezer uitgenodigd tot denken, maar wordt ook een lastig onderwerp als het denken zichtbaar gemaakt.

    Joke van Velzen is gastonderzoeker bij het onderzoeksinstituut van de lerarenopleiding (ILO) van de Universiteit van Amsterdam.

    Quick View

    Beter leren denken

     20,50

    Het denken kan worden verbeterd door de denkvaardigheden te trainen. Maar is dat voldoende?

    Via wetenschappelijke inzichten argumenteert dit boek dat het denken wordt verbeterd via het metacognitief denken. Metacognitief denken betekent kennis verwerven over de wijze waarop het denken wordt ingezet en gebruikt en deze kennis is essentieel in het verwerven van denkexpertise. Het verbeteren van het denken is in dit boek uitgewerkt als een lijn die loopt van het leren gebruiken van de denkvaardigheden tot en met het metacognitief denken.

    De reden voor het schrijven van deze tekst is dat, alhoewel vanuit de maatschappij en de wetenschap het belang van het goed kunnen denken wordt betoogd, er weinig expliciete aandacht is voor het bevorderen van het denken via het metacognitief denken, met name in het onderwijs. Het doel van deze tekst is dan ook om in te gaan op de wijze waarop het denken kan worden bevorderd door de onderdelen van het denken toe te lichten. Hoe kan het denken worden verbeterd? Het oefenen van de denkvaardigheden met behulp van denkopdrachten is een eerste vereiste, maar het denken zal pas sterk verbeteren wanneer daarbij het metacognitief denken wordt aangesproken. Aan de hand van vele denkopdrachten wordt niet alleen het betoog ondersteund en de lezer uitgenodigd tot denken, maar wordt ook een lastig onderwerp als het denken zichtbaar gemaakt.

    Joke van Velzen is gastonderzoeker bij het onderzoeksinstituut van de lerarenopleiding (ILO) van de Universiteit van Amsterdam.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Placeholder Image
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Valuing the Invaluable. Effects of individual, school and cultural factors on the environmental values of children

     29,00
    The overall aim of the research presented in this dissertation is to gain more insight in the environmental values (EV) of children. EV are, across disciplines, regarded as an essential precondition of environmental behavior. A better understanding of what explains variation in EV and what they can tell us about the environmental behavior of children – the future’s decision-makers – makes an important contribution to the evaluation and design of environmental education initiatives.

    Essential to the overall design of the research in this dissertation is that is doesn’t consider EV as just individual traits (as is often done in environmental education research); the social and natural context in which children live are also incorporated. By doing so, the dissertation borrows from an approach of environmental sociology; trough also including methodologies from environmental psychology when it comes to measuring EV, the dissertation spans three disciplines and in that aims to achieve a more holistic perspective on the subject. The six studies that are presented in the dissertation each have their own specific focus:
    • (1) EV and personality
    • (2) gender differences in EV
    • (3) do schools matter for EV?
    • (4) do eco-schools matter for EV?
    • (5) a cross-national perspective on EV
    • (6) cross-cultural differences in EV.


    Jelle Boeve-de Pauw is a reseacher at the University of Antwerp’s Institute for Education and Information Sciences (research unit EduBROn). He has a master’s degree in biology, is trained as a nature and wildlife guide, and worked as science exhibition developer, educator and communicator before joining the EduBROn research unit. He promoted to Doctor in Educational Sciences with the research published in this book.

    Placeholder Image
    Quick View

    Valuing the Invaluable. Effects of individual, school and cultural factors on the environmental values of children

     29,00
    The overall aim of the research presented in this dissertation is to gain more insight in the environmental values (EV) of children. EV are, across disciplines, regarded as an essential precondition of environmental behavior. A better understanding of what explains variation in EV and what they can tell us about the environmental behavior of children – the future’s decision-makers – makes an important contribution to the evaluation and design of environmental education initiatives.

    Essential to the overall design of the research in this dissertation is that is doesn’t consider EV as just individual traits (as is often done in environmental education research); the social and natural context in which children live are also incorporated. By doing so, the dissertation borrows from an approach of environmental sociology; trough also including methodologies from environmental psychology when it comes to measuring EV, the dissertation spans three disciplines and in that aims to achieve a more holistic perspective on the subject. The six studies that are presented in the dissertation each have their own specific focus:
    • (1) EV and personality
    • (2) gender differences in EV
    • (3) do schools matter for EV?
    • (4) do eco-schools matter for EV?
    • (5) a cross-national perspective on EV
    • (6) cross-cultural differences in EV.


    Jelle Boeve-de Pauw is a reseacher at the University of Antwerp’s Institute for Education and Information Sciences (research unit EduBROn). He has a master’s degree in biology, is trained as a nature and wildlife guide, and worked as science exhibition developer, educator and communicator before joining the EduBROn research unit. He promoted to Doctor in Educational Sciences with the research published in this book.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Competentiemanagement met kansengroepen (met cd-rom)

     27,90

    Competentiemanagement is een beproefd concept dat zijn nut al uitgebreid heeft bewezen. Het werd echter nog maar weinig toegepast op organisaties die met kansengroepen werken. Toch kan het juist hier vele voordelen bieden, zowel voor de werkgever als de werknemer.

    Enerzijds streven ook medewerkers uit kansengroepen uiteraard een goed gevoel op de werkvloer na. Anderzijds kunnen organisaties die met kansengroepen werken, competentiemanagement strategisch inschakelen om hun visie te bereiken en meer rendement te halen.

    Dit boek biedt een volledig uitgewerkt stappenplan met opdrachten en werkinstrumenten. De auteurs gaan in op concrete vragen als:
  • Hoe realiseer ik duurzame tewerkstelling voor kansengroepen?
  • Hoe implementeer ik een cultuur van competentiemanagement?
  • Hoe stel ik een POP – Persoonlijk OntwikkelingsPlan op met medewerkers uit de kansengroepen?
  • Hoe kan ik waarderend werken met kansengroepen?
  • Hoe leid ik werkleiders op tot professionele coaches?
  • Hoe verander ik ongewenst gedrag?


  • Alles wordt gestaafd met tal van praktijkverhalen, voorbeelden en tips.

    Doelgroep
    HR-verantwoordelijken, leidinggevenden en stafmedewerkers die competentiemanagement willen invoeren of optimaliseren, werkleiders en jobcoaches die medewerkers uit de kansengroepen coachen in hun job.

    Inge Laperre en Mieke Audenaert zijn respectievelijk opleidingsverantwoordelijke en procesbegeleider/trainer voor de sector sociale werkplaatsen bij het SST – Samenwerkingsverband Sociale Tewerkstelling in Gent.

    Quick View

    Competentiemanagement met kansengroepen (met cd-rom)

     27,90

    Competentiemanagement is een beproefd concept dat zijn nut al uitgebreid heeft bewezen. Het werd echter nog maar weinig toegepast op organisaties die met kansengroepen werken. Toch kan het juist hier vele voordelen bieden, zowel voor de werkgever als de werknemer.

    Enerzijds streven ook medewerkers uit kansengroepen uiteraard een goed gevoel op de werkvloer na. Anderzijds kunnen organisaties die met kansengroepen werken, competentiemanagement strategisch inschakelen om hun visie te bereiken en meer rendement te halen.

    Dit boek biedt een volledig uitgewerkt stappenplan met opdrachten en werkinstrumenten. De auteurs gaan in op concrete vragen als:
  • Hoe realiseer ik duurzame tewerkstelling voor kansengroepen?
  • Hoe implementeer ik een cultuur van competentiemanagement?
  • Hoe stel ik een POP – Persoonlijk OntwikkelingsPlan op met medewerkers uit de kansengroepen?
  • Hoe kan ik waarderend werken met kansengroepen?
  • Hoe leid ik werkleiders op tot professionele coaches?
  • Hoe verander ik ongewenst gedrag?


  • Alles wordt gestaafd met tal van praktijkverhalen, voorbeelden en tips.

    Doelgroep
    HR-verantwoordelijken, leidinggevenden en stafmedewerkers die competentiemanagement willen invoeren of optimaliseren, werkleiders en jobcoaches die medewerkers uit de kansengroepen coachen in hun job.

    Inge Laperre en Mieke Audenaert zijn respectievelijk opleidingsverantwoordelijke en procesbegeleider/trainer voor de sector sociale werkplaatsen bij het SST – Samenwerkingsverband Sociale Tewerkstelling in Gent.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Opgroeien in Rotterdam. Tegendraads onderzoek in een grote stadOpgroeien in Rotterdam. Tegendraads onderzoek in een grote stad
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Opgroeien in Rotterdam. Tegendraads onderzoek in een grote stad

     27,70
    Opgroeien in Rotterdam is een spannende aangelegenheid, het doen van tegendraads onderzoek ernaar evenzeer. Dat is de rode draad door deze bundel. Het is eerder gezegd en geschreven: Rotterdam is een in meerdere opzichten bijzondere stad. Een stad die niet alleen vergrijst maar ook vergroent en een stad die vaak bovenaan de verkeerde lijstjes staat. Praktijkgericht onderzoek zoals we dat in Rotterdam opvatten, wil de kansen die er zijn benutten, de bedreigingen ombuigen tot mogelijkheden en vooral daar interveniëren waar positieve krachten kunnen worden gemobiliseerd.

    In deze benadering wordt onderzoek, zoals lector en hoogleraar Ton Notten – voor wie deze bundel ter gelegenheid van zijn afscheid is opgesteld - zo beeldend verwoordt, niet verricht vanuit een balcony attitude maar vanuit een betrokkenheid op de praktijk van opvoeding, vorming, onderwijs en welzijn om zo bij te dragen aan de verbetering daarvan. Veel instellingen en organisaties in Rotterdam hebben de afgelopen jaren gebruik gemaakt van de expertise die praktijkonderzoekers van de kenniskring Opgroeien in de Stad, nu kenniscentrum Talentontwikkeling, van de Hogeschool Rotterdam in huis hebben. Deze bundel laat zien hoe veelzijdig deze expertise is en hoe deze is ingezet om onderzoek te verrichten.

    De bundel is ingedeeld in vier delen. Deel I is gewijd aan het ‘decor’ van wat er in de drie delen daarna volgt. Wat zich in wijken afspeelt en in sectoren als het welzijnswerk en het onderwijs krijgt reliëf en diepte door het te plaatsen tegen de achtergrond van bredere ontwikkelingen. Deel II staat in het teken van onderzoek op wijkniveau. Deel III heeft als object het welzijnswerk in brede zin. In deel IV staat het onderwijs centraal, waaronder de masteropleiding Pedagogiek van de Hogeschool Rotterdam.

    Joop Berding is onderzoeksleider bij het Kenniscentrum Talentontwikkeling en hogeschooldocent bij onder andere de masteropleiding Pedagogiek van de Hogeschool Rotterdam.
    Toby Witte is lector Maatschappelijke Zorg bij het Kenniscentrum Talent ontwikkeling van de Hogeschool Rotterdam.

    Opgroeien in Rotterdam. Tegendraads onderzoek in een grote stadOpgroeien in Rotterdam. Tegendraads onderzoek in een grote stad
    Quick View

    Opgroeien in Rotterdam. Tegendraads onderzoek in een grote stad

     27,70
    Opgroeien in Rotterdam is een spannende aangelegenheid, het doen van tegendraads onderzoek ernaar evenzeer. Dat is de rode draad door deze bundel. Het is eerder gezegd en geschreven: Rotterdam is een in meerdere opzichten bijzondere stad. Een stad die niet alleen vergrijst maar ook vergroent en een stad die vaak bovenaan de verkeerde lijstjes staat. Praktijkgericht onderzoek zoals we dat in Rotterdam opvatten, wil de kansen die er zijn benutten, de bedreigingen ombuigen tot mogelijkheden en vooral daar interveniëren waar positieve krachten kunnen worden gemobiliseerd.

    In deze benadering wordt onderzoek, zoals lector en hoogleraar Ton Notten – voor wie deze bundel ter gelegenheid van zijn afscheid is opgesteld - zo beeldend verwoordt, niet verricht vanuit een balcony attitude maar vanuit een betrokkenheid op de praktijk van opvoeding, vorming, onderwijs en welzijn om zo bij te dragen aan de verbetering daarvan. Veel instellingen en organisaties in Rotterdam hebben de afgelopen jaren gebruik gemaakt van de expertise die praktijkonderzoekers van de kenniskring Opgroeien in de Stad, nu kenniscentrum Talentontwikkeling, van de Hogeschool Rotterdam in huis hebben. Deze bundel laat zien hoe veelzijdig deze expertise is en hoe deze is ingezet om onderzoek te verrichten.

    De bundel is ingedeeld in vier delen. Deel I is gewijd aan het ‘decor’ van wat er in de drie delen daarna volgt. Wat zich in wijken afspeelt en in sectoren als het welzijnswerk en het onderwijs krijgt reliëf en diepte door het te plaatsen tegen de achtergrond van bredere ontwikkelingen. Deel II staat in het teken van onderzoek op wijkniveau. Deel III heeft als object het welzijnswerk in brede zin. In deel IV staat het onderwijs centraal, waaronder de masteropleiding Pedagogiek van de Hogeschool Rotterdam.

    Joop Berding is onderzoeksleider bij het Kenniscentrum Talentontwikkeling en hogeschooldocent bij onder andere de masteropleiding Pedagogiek van de Hogeschool Rotterdam.
    Toby Witte is lector Maatschappelijke Zorg bij het Kenniscentrum Talent ontwikkeling van de Hogeschool Rotterdam.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
      0
      Uw winkelwagen
      Uw winkelwagen is leegVerder winkelen
      ×