HorizonTaal. Studiekeuze als ontdekking – Wetenschappen
€ 6,40
Domeinboek Wetenschappen uit de studiekeuzemethode HorizonTaal (9789044126013). In dit boekje komen jongeren op speelse manier in aanraking met verschillende beroepen/studiekeuzes binnen het domein wetenschappen. Goed geïllustreerde en praktische opdrachten.
Over de methode Horizontaal (set in opbergdoos: 9789044126013):
Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten uit een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Karel Vanmontfort tekende het stripverhaal.
Over de methode Horizontaal (set in opbergdoos: 9789044126013):
Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten uit een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Karel Vanmontfort tekende het stripverhaal.
HorizonTaal. Studiekeuze als ontdekking – Wetenschappen
€ 6,40
Domeinboek Wetenschappen uit de studiekeuzemethode HorizonTaal (9789044126013). In dit boekje komen jongeren op speelse manier in aanraking met verschillende beroepen/studiekeuzes binnen het domein wetenschappen. Goed geïllustreerde en praktische opdrachten.
Over de methode Horizontaal (set in opbergdoos: 9789044126013):
Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten uit een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Karel Vanmontfort tekende het stripverhaal.
Over de methode Horizontaal (set in opbergdoos: 9789044126013):
Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten uit een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Karel Vanmontfort tekende het stripverhaal.
HorizonTaal. Studiekeuze als ontdekking – Kunst
€ 6,40
Domeinboek Kunst uit de studiekeuzemethode HorizonTaal (9789044126013). In dit boekje komen jongeren op speelse manier in aanraking met verschillende beroepen/studiekeuzes binnen het domein Kunst. Goed geïllustreerde en praktische opdrachten.
Over de methode Horizontaal (set in opbergdoos: 9789044126013):
Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Karel Vanmontfort tekende het stripverhaal.
Over de methode Horizontaal (set in opbergdoos: 9789044126013):
Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Karel Vanmontfort tekende het stripverhaal.
HorizonTaal. Studiekeuze als ontdekking – Kunst
€ 6,40
Domeinboek Kunst uit de studiekeuzemethode HorizonTaal (9789044126013). In dit boekje komen jongeren op speelse manier in aanraking met verschillende beroepen/studiekeuzes binnen het domein Kunst. Goed geïllustreerde en praktische opdrachten.
Over de methode Horizontaal (set in opbergdoos: 9789044126013):
Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Karel Vanmontfort tekende het stripverhaal.
Over de methode Horizontaal (set in opbergdoos: 9789044126013):
Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Karel Vanmontfort tekende het stripverhaal.
Opvoeding in evolutie. Vroegere gewoontes. Actuele uitdagingen. Talloze tips
€ 23,90
Hoe mensen omgaan met hun kinderen, wordt van generatie
op generatie doorgegeven. Wanneer een koppel
kinderen krijgt, ervaren ze beetje bij beetje wat hen in
opvoedingsland bindt en waarin ze zich van elkaar onderscheiden.
Soms vinden ze vlot een vergelijk. Soms
is er heel wat commotie en discussie. We zijn echter
niet alleen kinderen van onze ouders maar ook van onze
tijd en onze omgeving. Boven de familiale en sociale
opvoedingsverschillen heerst er wel een soort overkoepelende
opvoedingscultuur.
Dit boek volgt een plattelandsfamilie over drie generaties. Het laat zien dat opvoeden er enkele decennia geleden helemaal anders uitzag en dat het opvoedingsproces momenteel rond een heel ander centraal thema opgebouwd is dan in de tijd van onze ouders en voorouders. Die verschillen vormen een verklaring voor het feit dat lijfstraffen destijds best konden, terwijl ze nu uit den boze zijn.
Door middel van een hedendaags praktijkverhaal maakt het boek ook de sprong naar het heden. Op die manier biedt het historische perspectief stof tot nadenken en stimuleert het ouders, opvoeders, leerkrachten, begeleiders van vandaag om zelf uit te maken hoe zij op een liefdevolle, rustige, stimulerende en vastberaden manier kunnen omgaan met hun kinderen.
Joost Devolder werkt als psychopedagogisch begeleider bij de West-Vlaamse Pleeggezinnendienst in Roeselare. Zijn werk maakt deel uit van een aanpak waarvoor de auteur in 2004 in naam van zijn organisatie de eerste Oswaldprijs ontving uit de handen van de Belgische prinses Mathilde.
In de media:
Aan(ge)dacht - Zorgzaam Omgaan vzw
"een overzichtelijk en zeer vlot leesbaar inzicht in het actueel pedagogisch denken in Vlaanderen"
Interdiocesane Dienst voor Gezinspastoraal (IDGP) - www.gezinspastoraal.be
Dit boek volgt een plattelandsfamilie over drie generaties. Het laat zien dat opvoeden er enkele decennia geleden helemaal anders uitzag en dat het opvoedingsproces momenteel rond een heel ander centraal thema opgebouwd is dan in de tijd van onze ouders en voorouders. Die verschillen vormen een verklaring voor het feit dat lijfstraffen destijds best konden, terwijl ze nu uit den boze zijn.
Door middel van een hedendaags praktijkverhaal maakt het boek ook de sprong naar het heden. Op die manier biedt het historische perspectief stof tot nadenken en stimuleert het ouders, opvoeders, leerkrachten, begeleiders van vandaag om zelf uit te maken hoe zij op een liefdevolle, rustige, stimulerende en vastberaden manier kunnen omgaan met hun kinderen.
Joost Devolder werkt als psychopedagogisch begeleider bij de West-Vlaamse Pleeggezinnendienst in Roeselare. Zijn werk maakt deel uit van een aanpak waarvoor de auteur in 2004 in naam van zijn organisatie de eerste Oswaldprijs ontving uit de handen van de Belgische prinses Mathilde.
In de media:
Aan(ge)dacht - Zorgzaam Omgaan vzw
"een overzichtelijk en zeer vlot leesbaar inzicht in het actueel pedagogisch denken in Vlaanderen"
Interdiocesane Dienst voor Gezinspastoraal (IDGP) - www.gezinspastoraal.be
Opvoeding in evolutie. Vroegere gewoontes. Actuele uitdagingen. Talloze tips
€ 23,90
Hoe mensen omgaan met hun kinderen, wordt van generatie
op generatie doorgegeven. Wanneer een koppel
kinderen krijgt, ervaren ze beetje bij beetje wat hen in
opvoedingsland bindt en waarin ze zich van elkaar onderscheiden.
Soms vinden ze vlot een vergelijk. Soms
is er heel wat commotie en discussie. We zijn echter
niet alleen kinderen van onze ouders maar ook van onze
tijd en onze omgeving. Boven de familiale en sociale
opvoedingsverschillen heerst er wel een soort overkoepelende
opvoedingscultuur.
Dit boek volgt een plattelandsfamilie over drie generaties. Het laat zien dat opvoeden er enkele decennia geleden helemaal anders uitzag en dat het opvoedingsproces momenteel rond een heel ander centraal thema opgebouwd is dan in de tijd van onze ouders en voorouders. Die verschillen vormen een verklaring voor het feit dat lijfstraffen destijds best konden, terwijl ze nu uit den boze zijn.
Door middel van een hedendaags praktijkverhaal maakt het boek ook de sprong naar het heden. Op die manier biedt het historische perspectief stof tot nadenken en stimuleert het ouders, opvoeders, leerkrachten, begeleiders van vandaag om zelf uit te maken hoe zij op een liefdevolle, rustige, stimulerende en vastberaden manier kunnen omgaan met hun kinderen.
Joost Devolder werkt als psychopedagogisch begeleider bij de West-Vlaamse Pleeggezinnendienst in Roeselare. Zijn werk maakt deel uit van een aanpak waarvoor de auteur in 2004 in naam van zijn organisatie de eerste Oswaldprijs ontving uit de handen van de Belgische prinses Mathilde.
In de media:
Aan(ge)dacht - Zorgzaam Omgaan vzw
"een overzichtelijk en zeer vlot leesbaar inzicht in het actueel pedagogisch denken in Vlaanderen"
Interdiocesane Dienst voor Gezinspastoraal (IDGP) - www.gezinspastoraal.be
Dit boek volgt een plattelandsfamilie over drie generaties. Het laat zien dat opvoeden er enkele decennia geleden helemaal anders uitzag en dat het opvoedingsproces momenteel rond een heel ander centraal thema opgebouwd is dan in de tijd van onze ouders en voorouders. Die verschillen vormen een verklaring voor het feit dat lijfstraffen destijds best konden, terwijl ze nu uit den boze zijn.
Door middel van een hedendaags praktijkverhaal maakt het boek ook de sprong naar het heden. Op die manier biedt het historische perspectief stof tot nadenken en stimuleert het ouders, opvoeders, leerkrachten, begeleiders van vandaag om zelf uit te maken hoe zij op een liefdevolle, rustige, stimulerende en vastberaden manier kunnen omgaan met hun kinderen.
Joost Devolder werkt als psychopedagogisch begeleider bij de West-Vlaamse Pleeggezinnendienst in Roeselare. Zijn werk maakt deel uit van een aanpak waarvoor de auteur in 2004 in naam van zijn organisatie de eerste Oswaldprijs ontving uit de handen van de Belgische prinses Mathilde.
In de media:
Aan(ge)dacht - Zorgzaam Omgaan vzw
"een overzichtelijk en zeer vlot leesbaar inzicht in het actueel pedagogisch denken in Vlaanderen"
Interdiocesane Dienst voor Gezinspastoraal (IDGP) - www.gezinspastoraal.be
Kalâm. Arabisch denken over God en de wereld
€ 23,70
Reeds vroeg begonnen moslims zich vragen te stellen over wezenlijke
bouwstenen van hun godsdienst. Wie is God en hoe verhoudt Hij
zich tot de wereld waarin wij leven? Is er in de islam plaats voor
menselijke vrijheid? Of is alles in de natuur voorbeschikt? Is de mens
verantwoordelijk voor zijn daden? Hoe moeten we de Koran plaatsen: is
het een goddelijk boek of menselijk maakwerk?
Op al deze vragen trachtten theologen te antwoorden. Zij hebben dat gedaan met argumenten die zij deels ontleenden aan Griekse filosofen en aan Joodse en christelijke theologen. Zo ontstond er spoedig een boeiend intellectueel debat. Meer dan eens werd ook een onverwacht kritisch, soms zelfs ongelovig standpunt ingenomen. Op al deze aspecten gaat dit boek in, telkens verwijzend naar filosofische bronnen en godsdienstige achtergronden.
Deze publicatie is de eerste in het Nederlands over kalâm, de islamitische theologie. De kalâm is een minder bekend aspect van de islam. Maar haar invloed was groot. Vooral via meer bekende Arabische filosofen zoals Averroës en Avicenna werden vele denkbeelden van de kalâm een blijvende waarde voor de Europese cultuur.
In de media:
Nieuwemoskee, islamitisch platform voor kritische denkers
Jan Van Reeth is klassiek en oosters filoloog. Hij publiceert vooral over vergelijkende godsdienstgeschiedenis van het Midden-Oosten in de oudheid en de vroege middeleeuwen, over het Syrische christendom, over de Koran en de beginperiode van de islam. Hij doceert onder meer aan de Faculteit voor Vergelijkende Godsdienstwetenschappen in Antwerpen.
Op al deze vragen trachtten theologen te antwoorden. Zij hebben dat gedaan met argumenten die zij deels ontleenden aan Griekse filosofen en aan Joodse en christelijke theologen. Zo ontstond er spoedig een boeiend intellectueel debat. Meer dan eens werd ook een onverwacht kritisch, soms zelfs ongelovig standpunt ingenomen. Op al deze aspecten gaat dit boek in, telkens verwijzend naar filosofische bronnen en godsdienstige achtergronden.
Deze publicatie is de eerste in het Nederlands over kalâm, de islamitische theologie. De kalâm is een minder bekend aspect van de islam. Maar haar invloed was groot. Vooral via meer bekende Arabische filosofen zoals Averroës en Avicenna werden vele denkbeelden van de kalâm een blijvende waarde voor de Europese cultuur.
In de media:
Nieuwemoskee, islamitisch platform voor kritische denkers
Jan Van Reeth is klassiek en oosters filoloog. Hij publiceert vooral over vergelijkende godsdienstgeschiedenis van het Midden-Oosten in de oudheid en de vroege middeleeuwen, over het Syrische christendom, over de Koran en de beginperiode van de islam. Hij doceert onder meer aan de Faculteit voor Vergelijkende Godsdienstwetenschappen in Antwerpen.
Kalâm. Arabisch denken over God en de wereld
€ 23,70
Reeds vroeg begonnen moslims zich vragen te stellen over wezenlijke
bouwstenen van hun godsdienst. Wie is God en hoe verhoudt Hij
zich tot de wereld waarin wij leven? Is er in de islam plaats voor
menselijke vrijheid? Of is alles in de natuur voorbeschikt? Is de mens
verantwoordelijk voor zijn daden? Hoe moeten we de Koran plaatsen: is
het een goddelijk boek of menselijk maakwerk?
Op al deze vragen trachtten theologen te antwoorden. Zij hebben dat gedaan met argumenten die zij deels ontleenden aan Griekse filosofen en aan Joodse en christelijke theologen. Zo ontstond er spoedig een boeiend intellectueel debat. Meer dan eens werd ook een onverwacht kritisch, soms zelfs ongelovig standpunt ingenomen. Op al deze aspecten gaat dit boek in, telkens verwijzend naar filosofische bronnen en godsdienstige achtergronden.
Deze publicatie is de eerste in het Nederlands over kalâm, de islamitische theologie. De kalâm is een minder bekend aspect van de islam. Maar haar invloed was groot. Vooral via meer bekende Arabische filosofen zoals Averroës en Avicenna werden vele denkbeelden van de kalâm een blijvende waarde voor de Europese cultuur.
In de media:
Nieuwemoskee, islamitisch platform voor kritische denkers
Jan Van Reeth is klassiek en oosters filoloog. Hij publiceert vooral over vergelijkende godsdienstgeschiedenis van het Midden-Oosten in de oudheid en de vroege middeleeuwen, over het Syrische christendom, over de Koran en de beginperiode van de islam. Hij doceert onder meer aan de Faculteit voor Vergelijkende Godsdienstwetenschappen in Antwerpen.
Op al deze vragen trachtten theologen te antwoorden. Zij hebben dat gedaan met argumenten die zij deels ontleenden aan Griekse filosofen en aan Joodse en christelijke theologen. Zo ontstond er spoedig een boeiend intellectueel debat. Meer dan eens werd ook een onverwacht kritisch, soms zelfs ongelovig standpunt ingenomen. Op al deze aspecten gaat dit boek in, telkens verwijzend naar filosofische bronnen en godsdienstige achtergronden.
Deze publicatie is de eerste in het Nederlands over kalâm, de islamitische theologie. De kalâm is een minder bekend aspect van de islam. Maar haar invloed was groot. Vooral via meer bekende Arabische filosofen zoals Averroës en Avicenna werden vele denkbeelden van de kalâm een blijvende waarde voor de Europese cultuur.
In de media:
Nieuwemoskee, islamitisch platform voor kritische denkers
Jan Van Reeth is klassiek en oosters filoloog. Hij publiceert vooral over vergelijkende godsdienstgeschiedenis van het Midden-Oosten in de oudheid en de vroege middeleeuwen, over het Syrische christendom, over de Koran en de beginperiode van de islam. Hij doceert onder meer aan de Faculteit voor Vergelijkende Godsdienstwetenschappen in Antwerpen.

Tom test-R. Theory of Mind Test Revised – Set: Handleiding (met CD-rom) + Werkboek/Testplaten (Engelstalige versie)
€ 200,00
The ToM - Theory of Mind- test-R is one of the fewstandardized instruments that measures the construct of ToM (Theory of Mind ) at each of the three levels of its development:(1) Prerequisites of ToM (pretense, differentiating betweenthe physical and mental world, emotion recognition); (2)first manifestations of ToM (first order belief and falsebelief) and (3) highest level of ToM (second order belief).With the help of a structured interview consisting of 14 testitems (requiring about 20 minutes to administer),information is collected regarding the manner in whichchildren between the ages of 4-12 process socialunderstanding, insight, and sensitivity.
The ToM test-R was specifically designed to use with childrenwith Autism Spectrum Disorders, but can certainly be usedwith other children between the ages of 4 and 12.
The manual accompanies the workbook with photos and test items.The CD-ROM offers the scoresheet and the workbook in 5 other languages besides English: German, French, Italian, Spanish, and Arabic.
Authors:
Pim Steerneman, PhD in psychology, is CEO at the CareCentre Sevagram in the South of Limburg, the Netherlands.
Cor Meesters, PhD in psychology, is Associate Professor atthe Department of Clinical Psychological Science atMaastricht University, the Netherlands.
This set (English) contains the manual (with cd-rom) and a workbook.
There is also a Dutch version.

Tom test-R. Theory of Mind Test Revised – Set: Handleiding (met CD-rom) + Werkboek/Testplaten (Engelstalige versie)
€ 200,00
The ToM - Theory of Mind- test-R is one of the fewstandardized instruments that measures the construct of ToM (Theory of Mind ) at each of the three levels of its development:(1) Prerequisites of ToM (pretense, differentiating betweenthe physical and mental world, emotion recognition); (2)first manifestations of ToM (first order belief and falsebelief) and (3) highest level of ToM (second order belief).With the help of a structured interview consisting of 14 testitems (requiring about 20 minutes to administer),information is collected regarding the manner in whichchildren between the ages of 4-12 process socialunderstanding, insight, and sensitivity.
The ToM test-R was specifically designed to use with childrenwith Autism Spectrum Disorders, but can certainly be usedwith other children between the ages of 4 and 12.
The manual accompanies the workbook with photos and test items.The CD-ROM offers the scoresheet and the workbook in 5 other languages besides English: German, French, Italian, Spanish, and Arabic.
Authors:
Pim Steerneman, PhD in psychology, is CEO at the CareCentre Sevagram in the South of Limburg, the Netherlands.
Cor Meesters, PhD in psychology, is Associate Professor atthe Department of Clinical Psychological Science atMaastricht University, the Netherlands.
This set (English) contains the manual (with cd-rom) and a workbook.
There is also a Dutch version.
De dolende mens. Verantwoord coachen van wellness
€ 18,00
De traditionele visie op wellness gaat uit van de individuele dimensie van
welzijn. Dit boek legt daarbij een duidelijk verband met voeding, want voeding
is waar lichaam en geest op bouwen. Coaching van welzijn heeft daarom
veel van doen met voedingscoaching. Een gezonde gastronomie, met aandacht
voor hoogstaande voeding én ruimte voor sociaal contact kan eveneens een
belangrijke bijdrage zijn tot welzijn.
Toch willen de auteurs niet enkel stilstaan bij die zuiver individuele dimensie. Hoewel welzijn een individuele zaak is, is er duidelijk toch ook steeds een organisatorische dimensie. Zo kan stress ook het resultaat zijn van de wijze waarop een organisatie functioneert en wordt geleid, en zal men voor een duurzame aanpak ervan dus ook altijd aandacht moeten schenken aan management en organisatie. Dit boek benadert de aanpak en begeleiding van welzijn, zowel vanuit een individuele als vanuit een organisatorische hoek.
Herman Siebens is directeur van KTA Wemmel en publicist in bedrijfsmanagement en -ethiek.
Erik Van Den Berghe is leerlingbegeleider en leerkracht sportcoaching in KTA Wemmel en docent gezondheidscoaching in Syntra Ukkel.
Toch willen de auteurs niet enkel stilstaan bij die zuiver individuele dimensie. Hoewel welzijn een individuele zaak is, is er duidelijk toch ook steeds een organisatorische dimensie. Zo kan stress ook het resultaat zijn van de wijze waarop een organisatie functioneert en wordt geleid, en zal men voor een duurzame aanpak ervan dus ook altijd aandacht moeten schenken aan management en organisatie. Dit boek benadert de aanpak en begeleiding van welzijn, zowel vanuit een individuele als vanuit een organisatorische hoek.
Herman Siebens is directeur van KTA Wemmel en publicist in bedrijfsmanagement en -ethiek.
Erik Van Den Berghe is leerlingbegeleider en leerkracht sportcoaching in KTA Wemmel en docent gezondheidscoaching in Syntra Ukkel.
De dolende mens. Verantwoord coachen van wellness
€ 18,00
De traditionele visie op wellness gaat uit van de individuele dimensie van
welzijn. Dit boek legt daarbij een duidelijk verband met voeding, want voeding
is waar lichaam en geest op bouwen. Coaching van welzijn heeft daarom
veel van doen met voedingscoaching. Een gezonde gastronomie, met aandacht
voor hoogstaande voeding én ruimte voor sociaal contact kan eveneens een
belangrijke bijdrage zijn tot welzijn.
Toch willen de auteurs niet enkel stilstaan bij die zuiver individuele dimensie. Hoewel welzijn een individuele zaak is, is er duidelijk toch ook steeds een organisatorische dimensie. Zo kan stress ook het resultaat zijn van de wijze waarop een organisatie functioneert en wordt geleid, en zal men voor een duurzame aanpak ervan dus ook altijd aandacht moeten schenken aan management en organisatie. Dit boek benadert de aanpak en begeleiding van welzijn, zowel vanuit een individuele als vanuit een organisatorische hoek.
Herman Siebens is directeur van KTA Wemmel en publicist in bedrijfsmanagement en -ethiek.
Erik Van Den Berghe is leerlingbegeleider en leerkracht sportcoaching in KTA Wemmel en docent gezondheidscoaching in Syntra Ukkel.
Toch willen de auteurs niet enkel stilstaan bij die zuiver individuele dimensie. Hoewel welzijn een individuele zaak is, is er duidelijk toch ook steeds een organisatorische dimensie. Zo kan stress ook het resultaat zijn van de wijze waarop een organisatie functioneert en wordt geleid, en zal men voor een duurzame aanpak ervan dus ook altijd aandacht moeten schenken aan management en organisatie. Dit boek benadert de aanpak en begeleiding van welzijn, zowel vanuit een individuele als vanuit een organisatorische hoek.
Herman Siebens is directeur van KTA Wemmel en publicist in bedrijfsmanagement en -ethiek.
Erik Van Den Berghe is leerlingbegeleider en leerkracht sportcoaching in KTA Wemmel en docent gezondheidscoaching in Syntra Ukkel.
Vijfhonderd jaar geschiedenis van de ingenieur 1500-2010
€ 39,00
De menselijke beschaving is onlosmakelijk verbonden met
het verwerven van invloed op en zelfs zeggenschap over
de natuur. En dà t is precies wat een ingenieur doet: hij
ontwerpt methoden en construeert middelen om de natuur in zekere
mate naar zijn hand te zetten.
De allereerste en dus fundamentele stappen in de menselijke ontwikkeling werden door onbekenden gezet. We weten niet wie voor het eerst uitknobbelde dat vuur handig is, of dat je een muur kunt maken door stenen op elkaar te stapelen. We weten niet wie voor het eerst een punt aan een stok aanbracht of wie voor het eerst probeerde om plantenvezels met elkaar te verbinden tot kleding. Het is merkwaardig dat die anonimiteit ook nu nog het lot van vele ingenieurs is. De geschiedschrijving is er echter om die anonimiteit zoveel mogelijk te ontrafelen.
De auteur beschrijft uitvoerig het ontstaan en de geschiedenis van de burgerlijk ingenieurs in België. Buitenlandse invloeden en binnenlandse ontwikkelingen, met name de industrialisering in het zuiden van het land en rond Gent, krijgen daarbij ruime aandacht. Uiteraard worden ook de ‘technisch’ of ‘industrieel ingenieurs’ uitvoerig onder de loep gehouden.
Noël Lagast is erevoorzitter van de Vlaamse Ingenieurskamer en hoofdredacteur van I-mag, haar magazine. Deze uitgave is een initiatief van de Vlaamse Ingenieurskamer.
De allereerste en dus fundamentele stappen in de menselijke ontwikkeling werden door onbekenden gezet. We weten niet wie voor het eerst uitknobbelde dat vuur handig is, of dat je een muur kunt maken door stenen op elkaar te stapelen. We weten niet wie voor het eerst een punt aan een stok aanbracht of wie voor het eerst probeerde om plantenvezels met elkaar te verbinden tot kleding. Het is merkwaardig dat die anonimiteit ook nu nog het lot van vele ingenieurs is. De geschiedschrijving is er echter om die anonimiteit zoveel mogelijk te ontrafelen.
De auteur beschrijft uitvoerig het ontstaan en de geschiedenis van de burgerlijk ingenieurs in België. Buitenlandse invloeden en binnenlandse ontwikkelingen, met name de industrialisering in het zuiden van het land en rond Gent, krijgen daarbij ruime aandacht. Uiteraard worden ook de ‘technisch’ of ‘industrieel ingenieurs’ uitvoerig onder de loep gehouden.
Noël Lagast is erevoorzitter van de Vlaamse Ingenieurskamer en hoofdredacteur van I-mag, haar magazine. Deze uitgave is een initiatief van de Vlaamse Ingenieurskamer.
Vijfhonderd jaar geschiedenis van de ingenieur 1500-2010
€ 39,00
De menselijke beschaving is onlosmakelijk verbonden met
het verwerven van invloed op en zelfs zeggenschap over
de natuur. En dà t is precies wat een ingenieur doet: hij
ontwerpt methoden en construeert middelen om de natuur in zekere
mate naar zijn hand te zetten.
De allereerste en dus fundamentele stappen in de menselijke ontwikkeling werden door onbekenden gezet. We weten niet wie voor het eerst uitknobbelde dat vuur handig is, of dat je een muur kunt maken door stenen op elkaar te stapelen. We weten niet wie voor het eerst een punt aan een stok aanbracht of wie voor het eerst probeerde om plantenvezels met elkaar te verbinden tot kleding. Het is merkwaardig dat die anonimiteit ook nu nog het lot van vele ingenieurs is. De geschiedschrijving is er echter om die anonimiteit zoveel mogelijk te ontrafelen.
De auteur beschrijft uitvoerig het ontstaan en de geschiedenis van de burgerlijk ingenieurs in België. Buitenlandse invloeden en binnenlandse ontwikkelingen, met name de industrialisering in het zuiden van het land en rond Gent, krijgen daarbij ruime aandacht. Uiteraard worden ook de ‘technisch’ of ‘industrieel ingenieurs’ uitvoerig onder de loep gehouden.
Noël Lagast is erevoorzitter van de Vlaamse Ingenieurskamer en hoofdredacteur van I-mag, haar magazine. Deze uitgave is een initiatief van de Vlaamse Ingenieurskamer.
De allereerste en dus fundamentele stappen in de menselijke ontwikkeling werden door onbekenden gezet. We weten niet wie voor het eerst uitknobbelde dat vuur handig is, of dat je een muur kunt maken door stenen op elkaar te stapelen. We weten niet wie voor het eerst een punt aan een stok aanbracht of wie voor het eerst probeerde om plantenvezels met elkaar te verbinden tot kleding. Het is merkwaardig dat die anonimiteit ook nu nog het lot van vele ingenieurs is. De geschiedschrijving is er echter om die anonimiteit zoveel mogelijk te ontrafelen.
De auteur beschrijft uitvoerig het ontstaan en de geschiedenis van de burgerlijk ingenieurs in België. Buitenlandse invloeden en binnenlandse ontwikkelingen, met name de industrialisering in het zuiden van het land en rond Gent, krijgen daarbij ruime aandacht. Uiteraard worden ook de ‘technisch’ of ‘industrieel ingenieurs’ uitvoerig onder de loep gehouden.
Noël Lagast is erevoorzitter van de Vlaamse Ingenieurskamer en hoofdredacteur van I-mag, haar magazine. Deze uitgave is een initiatief van de Vlaamse Ingenieurskamer.
Voorbij de vraagtekens
€ 18,10
Leraar zijn is een belangrijke, spannende en veeleisende opdracht in onze samenleving. Het vraagt heel wat verantwoordelijkheid om kinderen en jongeren te laten opgroeien tot veelzijdige, mondige en kritische burgers. Daarbij wordt de leraar telkens voor nieuwe uitdagingen en eisen gesteld. Het opvangen van een divers publiek aan leerlingen binnen het gewoon onderwijs is daar één van.
Dit boek brengt, op basis van interviews, verhalen van leraren die inclusie hebben zien/doen werken. Zeventien leraren uit kleuter-, lager en secundair onderwijs vertellen over hun klaspraktijk.
De terugkerende thema’s, gemeenschappelijke patronen en sleutelmomenten uit deze verhalen worden vervolgens nader bekeken. De auteurs gaan dieper in op de komst van het kind op school, de onzekerheden van leraren, de participatie binnen de klas, de sociale relaties, communicatie en teamwerking en de rol van ondersteuning.
Tot slot wordt aangehaald wat deze verhalen en de analyse ervan kunnen betekenen voor goed en kwaliteitsvol onderwijs. Hoe kunnen we leren uit de ervaringen die leraren reeds opgebouwd hebben?
Dit boek richt zich tot iedereen die begaan is met inclusief onderwijs: leraren, zorgcoördinatoren, leerlingbegeleiders, directie, ouders, Gon en Ion- begeleiders, therapeuten, ondersteuners...
Voorbij de vraagtekens
€ 18,10
Leraar zijn is een belangrijke, spannende en veeleisende opdracht in onze samenleving. Het vraagt heel wat verantwoordelijkheid om kinderen en jongeren te laten opgroeien tot veelzijdige, mondige en kritische burgers. Daarbij wordt de leraar telkens voor nieuwe uitdagingen en eisen gesteld. Het opvangen van een divers publiek aan leerlingen binnen het gewoon onderwijs is daar één van.
Dit boek brengt, op basis van interviews, verhalen van leraren die inclusie hebben zien/doen werken. Zeventien leraren uit kleuter-, lager en secundair onderwijs vertellen over hun klaspraktijk.
De terugkerende thema’s, gemeenschappelijke patronen en sleutelmomenten uit deze verhalen worden vervolgens nader bekeken. De auteurs gaan dieper in op de komst van het kind op school, de onzekerheden van leraren, de participatie binnen de klas, de sociale relaties, communicatie en teamwerking en de rol van ondersteuning.
Tot slot wordt aangehaald wat deze verhalen en de analyse ervan kunnen betekenen voor goed en kwaliteitsvol onderwijs. Hoe kunnen we leren uit de ervaringen die leraren reeds opgebouwd hebben?
Dit boek richt zich tot iedereen die begaan is met inclusief onderwijs: leraren, zorgcoördinatoren, leerlingbegeleiders, directie, ouders, Gon en Ion- begeleiders, therapeuten, ondersteuners...

Een derde testament. Bevrijdende schriftlezingen
€ 22,00
Wat kan een mens in de 21ste eeuw nog met de Heilige Boeken van joden, christenen en moslims?
Vormen zij werkelijk het dynamiet onder onze interculturele en interreligieuze samenleving? Of kunnen zij een bijdrage leveren aan een meer rechtvaardige en solidaire wereld?
De vraag die de auteurs in dit boek als uitgangspunt nemen, luidt dan ook: is het bevrijdend karakter van deze Boeken niet weggegomd? Is het volk niet veel onthouden aan innerlijke kracht en innig engagement vanuit de Schriften? En kunnen we opnieuw ‘van onderuit’ beginnen en met een andere bril naar de teksten gaan kijken?
Dit boek bundelt een verzameling van lezingen die steeds die onder- en achterkant van de werkelijkheid willen opdelven om soms rauw en tegendraads, soms teder en bemoedigend, de bevrijdende dimensies van deze teksten weer lucht te geven.
Naast een theoretische toelichting van elke lezing, volgt telkens een bijdrage over de concrete toepassing van een leeswijze met methodische tips.
Een derde Testament is dan ook een onmisbare handleiding voor weerbarstige zinzoekers die op een bevrijdende en hedendaagse manier oor willen lenen aan de Schriften in leerhuizen en bijbelgroepen, bij vormingsmomenten in moskee of cultureel centrum.
(lees meer)
Inhoudsopgave

Een derde testament. Bevrijdende schriftlezingen
€ 22,00
Wat kan een mens in de 21ste eeuw nog met de Heilige Boeken van joden, christenen en moslims?
Vormen zij werkelijk het dynamiet onder onze interculturele en interreligieuze samenleving? Of kunnen zij een bijdrage leveren aan een meer rechtvaardige en solidaire wereld?
De vraag die de auteurs in dit boek als uitgangspunt nemen, luidt dan ook: is het bevrijdend karakter van deze Boeken niet weggegomd? Is het volk niet veel onthouden aan innerlijke kracht en innig engagement vanuit de Schriften? En kunnen we opnieuw ‘van onderuit’ beginnen en met een andere bril naar de teksten gaan kijken?
Dit boek bundelt een verzameling van lezingen die steeds die onder- en achterkant van de werkelijkheid willen opdelven om soms rauw en tegendraads, soms teder en bemoedigend, de bevrijdende dimensies van deze teksten weer lucht te geven.
Naast een theoretische toelichting van elke lezing, volgt telkens een bijdrage over de concrete toepassing van een leeswijze met methodische tips.
Een derde Testament is dan ook een onmisbare handleiding voor weerbarstige zinzoekers die op een bevrijdende en hedendaagse manier oor willen lenen aan de Schriften in leerhuizen en bijbelgroepen, bij vormingsmomenten in moskee of cultureel centrum.
(lees meer)
Inhoudsopgave
Iedereen is anders. Kwaliteitscriteria van inclusief onderwijs
€ 19,00
Wat is goed onderwijs? Leraren, politici, beleidsmakers en ouders hebben ieder hun eigen mening over de criteria die de kwaliteit van een school bepalen. Voor het eerst is nu ook de groep om wie het gaat om hun mening gevraagd. Tienduizend leerlingen van 4 tot 18 jaar uit alle vormen van onderwijs hebben zich in open interviews uitgesproken over inclusief onderwijs. Bureau WESP heeft daar kwaliteitscriteria uit gedestilleerd, die scholen als meetlat kunnen benutten naast bestaande toetsingsinstrumenten.
Ze bieden nieuwe en verrassende invalshoeken. Waar ouders en professionals bovenal hechten aan een school waar leerlingen met een handicap of beperking ‘welkom’ zijn en ‘erbij’ mogen horen, maken leerlingen helemaal geen onderscheid in groepen. Ze hechten minder aan veiligheid, faciliteiten en voorzieningen, maar des te meer aan schoolcultuur en diversiteit van onderwijs.
Wie met de criteria aan de slag gaat, is op weg naar een antwoord op passend onderwijs pur sang en op actuele knelpunten als demotivatie, uitval, onderpresteren en onvoldoende aansluiting op vervolgonderwijs.
‘Dit boek is verplichte kost voor iedereen die bezig is met passend onderwijs, inclusief onderwijs of die met een nieuwe blik naar de kwaliteit van onderwijs wil kijken’ (CG-raad).
Ze bieden nieuwe en verrassende invalshoeken. Waar ouders en professionals bovenal hechten aan een school waar leerlingen met een handicap of beperking ‘welkom’ zijn en ‘erbij’ mogen horen, maken leerlingen helemaal geen onderscheid in groepen. Ze hechten minder aan veiligheid, faciliteiten en voorzieningen, maar des te meer aan schoolcultuur en diversiteit van onderwijs.
Wie met de criteria aan de slag gaat, is op weg naar een antwoord op passend onderwijs pur sang en op actuele knelpunten als demotivatie, uitval, onderpresteren en onvoldoende aansluiting op vervolgonderwijs.
‘Dit boek is verplichte kost voor iedereen die bezig is met passend onderwijs, inclusief onderwijs of die met een nieuwe blik naar de kwaliteit van onderwijs wil kijken’ (CG-raad).
Iedereen is anders. Kwaliteitscriteria van inclusief onderwijs
€ 19,00
Wat is goed onderwijs? Leraren, politici, beleidsmakers en ouders hebben ieder hun eigen mening over de criteria die de kwaliteit van een school bepalen. Voor het eerst is nu ook de groep om wie het gaat om hun mening gevraagd. Tienduizend leerlingen van 4 tot 18 jaar uit alle vormen van onderwijs hebben zich in open interviews uitgesproken over inclusief onderwijs. Bureau WESP heeft daar kwaliteitscriteria uit gedestilleerd, die scholen als meetlat kunnen benutten naast bestaande toetsingsinstrumenten.
Ze bieden nieuwe en verrassende invalshoeken. Waar ouders en professionals bovenal hechten aan een school waar leerlingen met een handicap of beperking ‘welkom’ zijn en ‘erbij’ mogen horen, maken leerlingen helemaal geen onderscheid in groepen. Ze hechten minder aan veiligheid, faciliteiten en voorzieningen, maar des te meer aan schoolcultuur en diversiteit van onderwijs.
Wie met de criteria aan de slag gaat, is op weg naar een antwoord op passend onderwijs pur sang en op actuele knelpunten als demotivatie, uitval, onderpresteren en onvoldoende aansluiting op vervolgonderwijs.
‘Dit boek is verplichte kost voor iedereen die bezig is met passend onderwijs, inclusief onderwijs of die met een nieuwe blik naar de kwaliteit van onderwijs wil kijken’ (CG-raad).
Ze bieden nieuwe en verrassende invalshoeken. Waar ouders en professionals bovenal hechten aan een school waar leerlingen met een handicap of beperking ‘welkom’ zijn en ‘erbij’ mogen horen, maken leerlingen helemaal geen onderscheid in groepen. Ze hechten minder aan veiligheid, faciliteiten en voorzieningen, maar des te meer aan schoolcultuur en diversiteit van onderwijs.
Wie met de criteria aan de slag gaat, is op weg naar een antwoord op passend onderwijs pur sang en op actuele knelpunten als demotivatie, uitval, onderpresteren en onvoldoende aansluiting op vervolgonderwijs.
‘Dit boek is verplichte kost voor iedereen die bezig is met passend onderwijs, inclusief onderwijs of die met een nieuwe blik naar de kwaliteit van onderwijs wil kijken’ (CG-raad).
The Powerful Garden. Emerging views on the garden complex
€ 39,00
Although domestic gardens cover a significant area, they are one of the least known land use categories.
Hidden behind the façade of urban and residential development, they are currently a footnote in housing policy and not explicit included in spatial planning, socio-economic and environmental policies. Households consider domestic gardens mainly as little paradises, safe family havens and places of direct contact with nature. However, hundreds of thousands of gardens make a big thing. The collectivity of domestic gardens – the ‘garden complex’ – can play a strategic role in various challenges of our society like public health, environment, biodiversity, food security and climate change.
This book presents a collection of emerging views on the garden complex in order to put the garden on the different agendas of research and policy. It collects the current state of knowledge on gardens from different experts in various disciplines, mainly in a Flemish context.
The authors write about:
- the background of the present-day Flemish garden
- their spatial distribution and connection
- the impact of gardens on the environment
- biodiversity in gardens
- the role of gardens in the livability of neighborhoods
Valerie Dewaelheyns and Kirsten Bomans are researcher at the Katholieke Universiteit Leuven in the department of Earth and Environmental Sciences.
Hubert Gulinck is professor at the Katholieke Universiteit Leuven and teaches courses in Landscape Analysis, Rural Land Use, and Land Use and Land Cover Monitoring.
The Powerful Garden. Emerging views on the garden complex
€ 39,00
Although domestic gardens cover a significant area, they are one of the least known land use categories.
Hidden behind the façade of urban and residential development, they are currently a footnote in housing policy and not explicit included in spatial planning, socio-economic and environmental policies. Households consider domestic gardens mainly as little paradises, safe family havens and places of direct contact with nature. However, hundreds of thousands of gardens make a big thing. The collectivity of domestic gardens – the ‘garden complex’ – can play a strategic role in various challenges of our society like public health, environment, biodiversity, food security and climate change.
This book presents a collection of emerging views on the garden complex in order to put the garden on the different agendas of research and policy. It collects the current state of knowledge on gardens from different experts in various disciplines, mainly in a Flemish context.
The authors write about:
- the background of the present-day Flemish garden
- their spatial distribution and connection
- the impact of gardens on the environment
- biodiversity in gardens
- the role of gardens in the livability of neighborhoods
Valerie Dewaelheyns and Kirsten Bomans are researcher at the Katholieke Universiteit Leuven in the department of Earth and Environmental Sciences.
Hubert Gulinck is professor at the Katholieke Universiteit Leuven and teaches courses in Landscape Analysis, Rural Land Use, and Land Use and Land Cover Monitoring.
Tussen afkomst en toekomst. Casestudies naar de schoolloopbanen van leerlingen van 10-21 jaar
€ 21,60
Waarom zijn sommige leerlingen succesvol terwijl anderen struikelen in de hordeloop
van het onderwijs? Wat is het geheim van een succesvolle schoolloopbaan? Is
dat alleen talent of is dat een mythe van mensen die ‘het gemaakt’ hebben?
We volgen leerlingen van 10 tot 21 jaar in hun schoolcarrière. Zij vertellen zelf hoe hun schoolloopbaan is verlopen en wat hun dromen voor de toekomst zijn. Daarbij komen ook hun ouders en leraren aan het woord. Het resultaat is een reeks levensechte ‘portretten’ van leerlingen.
De persoonlijke verhalen van de direct betrokkenen worden vergeleken met scores van deze leerlingen op een reeks objectieve toetsen. Hoe presteerden zij op de leeftijd van tien en twaalf jaar? En hoe is het daarna verder gegaan? Hebben de leerlingen hun ambities gerealiseerd en zijn de voorspellingen van hun leraren uitgekomen? Wat was de rol van hun ouders? Waren vrienden en medeleerlingen een stimulans of een bedreiging voor hun succes op school? Was de uitslag van de Citotoets een valide maat voor de latere loopbaan of was het een self-fulfilling prophecy?
Dit boek geeft concrete antwoorden op deze vragen aan de hand van vijf zorgvuldig gekozen casussen. Deze beschrijvingen worden geplaatst tegen de achtergrond van het Nederlandse schoolstelsel. Bij de analyse wordt een onderwijspedagogisch perspectief als uitgangspunt gekozen.
Dit boek is geschreven voor allen die leerlingen begeleiden bij hun schoolkeuze en schoolloopbaan: leraren, leerlingbegeleiders, lerarenopleiders en ouders. Wellicht kunnen ook leerlingen en studenten hun voordeel doen met de ervaringen van hun leeftijdsgenoten in de sorteermachine die onderwijs heet.
Dit boek beschrijft een studie van een soort die zeldzaam is, maar waarvan men zou wensen dat er meer waren.
Nathan Deen, Emeritus hoogleraar Theorie en Praktijk van Leerlingbegeleiding, Universiteit Utrecht
Prof. dr. Jan Terwel is emeritus hoogleraar Onderwijspedagogiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Drs. Rosa Rodrigues is docent onderwijskunde/pedagogiek en promovenda aan de pabo van de Hogeschool Rotterdam. Drs. Danielle van de Koot-Dees is promovenda aan de Protestantse Theologische Universiteit (PThU). Zij verricht onderzoek naar de rol van religie in de thuissituatie.
We volgen leerlingen van 10 tot 21 jaar in hun schoolcarrière. Zij vertellen zelf hoe hun schoolloopbaan is verlopen en wat hun dromen voor de toekomst zijn. Daarbij komen ook hun ouders en leraren aan het woord. Het resultaat is een reeks levensechte ‘portretten’ van leerlingen.
De persoonlijke verhalen van de direct betrokkenen worden vergeleken met scores van deze leerlingen op een reeks objectieve toetsen. Hoe presteerden zij op de leeftijd van tien en twaalf jaar? En hoe is het daarna verder gegaan? Hebben de leerlingen hun ambities gerealiseerd en zijn de voorspellingen van hun leraren uitgekomen? Wat was de rol van hun ouders? Waren vrienden en medeleerlingen een stimulans of een bedreiging voor hun succes op school? Was de uitslag van de Citotoets een valide maat voor de latere loopbaan of was het een self-fulfilling prophecy?
Dit boek geeft concrete antwoorden op deze vragen aan de hand van vijf zorgvuldig gekozen casussen. Deze beschrijvingen worden geplaatst tegen de achtergrond van het Nederlandse schoolstelsel. Bij de analyse wordt een onderwijspedagogisch perspectief als uitgangspunt gekozen.
Dit boek is geschreven voor allen die leerlingen begeleiden bij hun schoolkeuze en schoolloopbaan: leraren, leerlingbegeleiders, lerarenopleiders en ouders. Wellicht kunnen ook leerlingen en studenten hun voordeel doen met de ervaringen van hun leeftijdsgenoten in de sorteermachine die onderwijs heet.
Dit boek beschrijft een studie van een soort die zeldzaam is, maar waarvan men zou wensen dat er meer waren.
Nathan Deen, Emeritus hoogleraar Theorie en Praktijk van Leerlingbegeleiding, Universiteit Utrecht
Prof. dr. Jan Terwel is emeritus hoogleraar Onderwijspedagogiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Drs. Rosa Rodrigues is docent onderwijskunde/pedagogiek en promovenda aan de pabo van de Hogeschool Rotterdam. Drs. Danielle van de Koot-Dees is promovenda aan de Protestantse Theologische Universiteit (PThU). Zij verricht onderzoek naar de rol van religie in de thuissituatie.
Tussen afkomst en toekomst. Casestudies naar de schoolloopbanen van leerlingen van 10-21 jaar
€ 21,60
Waarom zijn sommige leerlingen succesvol terwijl anderen struikelen in de hordeloop
van het onderwijs? Wat is het geheim van een succesvolle schoolloopbaan? Is
dat alleen talent of is dat een mythe van mensen die ‘het gemaakt’ hebben?
We volgen leerlingen van 10 tot 21 jaar in hun schoolcarrière. Zij vertellen zelf hoe hun schoolloopbaan is verlopen en wat hun dromen voor de toekomst zijn. Daarbij komen ook hun ouders en leraren aan het woord. Het resultaat is een reeks levensechte ‘portretten’ van leerlingen.
De persoonlijke verhalen van de direct betrokkenen worden vergeleken met scores van deze leerlingen op een reeks objectieve toetsen. Hoe presteerden zij op de leeftijd van tien en twaalf jaar? En hoe is het daarna verder gegaan? Hebben de leerlingen hun ambities gerealiseerd en zijn de voorspellingen van hun leraren uitgekomen? Wat was de rol van hun ouders? Waren vrienden en medeleerlingen een stimulans of een bedreiging voor hun succes op school? Was de uitslag van de Citotoets een valide maat voor de latere loopbaan of was het een self-fulfilling prophecy?
Dit boek geeft concrete antwoorden op deze vragen aan de hand van vijf zorgvuldig gekozen casussen. Deze beschrijvingen worden geplaatst tegen de achtergrond van het Nederlandse schoolstelsel. Bij de analyse wordt een onderwijspedagogisch perspectief als uitgangspunt gekozen.
Dit boek is geschreven voor allen die leerlingen begeleiden bij hun schoolkeuze en schoolloopbaan: leraren, leerlingbegeleiders, lerarenopleiders en ouders. Wellicht kunnen ook leerlingen en studenten hun voordeel doen met de ervaringen van hun leeftijdsgenoten in de sorteermachine die onderwijs heet.
Dit boek beschrijft een studie van een soort die zeldzaam is, maar waarvan men zou wensen dat er meer waren.
Nathan Deen, Emeritus hoogleraar Theorie en Praktijk van Leerlingbegeleiding, Universiteit Utrecht
Prof. dr. Jan Terwel is emeritus hoogleraar Onderwijspedagogiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Drs. Rosa Rodrigues is docent onderwijskunde/pedagogiek en promovenda aan de pabo van de Hogeschool Rotterdam. Drs. Danielle van de Koot-Dees is promovenda aan de Protestantse Theologische Universiteit (PThU). Zij verricht onderzoek naar de rol van religie in de thuissituatie.
We volgen leerlingen van 10 tot 21 jaar in hun schoolcarrière. Zij vertellen zelf hoe hun schoolloopbaan is verlopen en wat hun dromen voor de toekomst zijn. Daarbij komen ook hun ouders en leraren aan het woord. Het resultaat is een reeks levensechte ‘portretten’ van leerlingen.
De persoonlijke verhalen van de direct betrokkenen worden vergeleken met scores van deze leerlingen op een reeks objectieve toetsen. Hoe presteerden zij op de leeftijd van tien en twaalf jaar? En hoe is het daarna verder gegaan? Hebben de leerlingen hun ambities gerealiseerd en zijn de voorspellingen van hun leraren uitgekomen? Wat was de rol van hun ouders? Waren vrienden en medeleerlingen een stimulans of een bedreiging voor hun succes op school? Was de uitslag van de Citotoets een valide maat voor de latere loopbaan of was het een self-fulfilling prophecy?
Dit boek geeft concrete antwoorden op deze vragen aan de hand van vijf zorgvuldig gekozen casussen. Deze beschrijvingen worden geplaatst tegen de achtergrond van het Nederlandse schoolstelsel. Bij de analyse wordt een onderwijspedagogisch perspectief als uitgangspunt gekozen.
Dit boek is geschreven voor allen die leerlingen begeleiden bij hun schoolkeuze en schoolloopbaan: leraren, leerlingbegeleiders, lerarenopleiders en ouders. Wellicht kunnen ook leerlingen en studenten hun voordeel doen met de ervaringen van hun leeftijdsgenoten in de sorteermachine die onderwijs heet.
Dit boek beschrijft een studie van een soort die zeldzaam is, maar waarvan men zou wensen dat er meer waren.
Nathan Deen, Emeritus hoogleraar Theorie en Praktijk van Leerlingbegeleiding, Universiteit Utrecht
Prof. dr. Jan Terwel is emeritus hoogleraar Onderwijspedagogiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Drs. Rosa Rodrigues is docent onderwijskunde/pedagogiek en promovenda aan de pabo van de Hogeschool Rotterdam. Drs. Danielle van de Koot-Dees is promovenda aan de Protestantse Theologische Universiteit (PThU). Zij verricht onderzoek naar de rol van religie in de thuissituatie.
Later kan ik nog altijd worden wat ik wil. Statusbeleving, eigenwaarde en toekomstbeeld van leerlingen in het voortgezet onderwijs
€ 23,90
Later kan ik altijd nog worden wat ik wil is de
beschrijving van een onderzoek naar het statusgevoel
bij jongeren. In totaal namen 177
leerlingen uit Rotterdam Zuid deel aan het onderzoek.
Onderzocht werd of jongeren tussen
15 en 17 jaar zich bewust zijn van de sociale
statushiërarchie en of hun relatieve positie in
het onderwijs daarbij een rol speelt. De vraag
was met name hoe vmbo-leerlingen omgaan
met de relatief lage status van hun opleiding.
Uit het onderzoek blijkt dat de eigen positie een rol speelt bij de waarneming van de hiërarchie, de positie die zij zichzelf toekennen en hun toekomstverwachting.
Lenie van den Bulk sociologe, is unitmanager Onderzoek en Ontwikkeling bij de CEDGroep. Voorheen werkte zij in het sociaal-cultureel jongerenwerk.
Uit het onderzoek blijkt dat de eigen positie een rol speelt bij de waarneming van de hiërarchie, de positie die zij zichzelf toekennen en hun toekomstverwachting.
Lenie van den Bulk sociologe, is unitmanager Onderzoek en Ontwikkeling bij de CEDGroep. Voorheen werkte zij in het sociaal-cultureel jongerenwerk.
Later kan ik nog altijd worden wat ik wil. Statusbeleving, eigenwaarde en toekomstbeeld van leerlingen in het voortgezet onderwijs
€ 23,90
Later kan ik altijd nog worden wat ik wil is de
beschrijving van een onderzoek naar het statusgevoel
bij jongeren. In totaal namen 177
leerlingen uit Rotterdam Zuid deel aan het onderzoek.
Onderzocht werd of jongeren tussen
15 en 17 jaar zich bewust zijn van de sociale
statushiërarchie en of hun relatieve positie in
het onderwijs daarbij een rol speelt. De vraag
was met name hoe vmbo-leerlingen omgaan
met de relatief lage status van hun opleiding.
Uit het onderzoek blijkt dat de eigen positie een rol speelt bij de waarneming van de hiërarchie, de positie die zij zichzelf toekennen en hun toekomstverwachting.
Lenie van den Bulk sociologe, is unitmanager Onderzoek en Ontwikkeling bij de CEDGroep. Voorheen werkte zij in het sociaal-cultureel jongerenwerk.
Uit het onderzoek blijkt dat de eigen positie een rol speelt bij de waarneming van de hiërarchie, de positie die zij zichzelf toekennen en hun toekomstverwachting.
Lenie van den Bulk sociologe, is unitmanager Onderzoek en Ontwikkeling bij de CEDGroep. Voorheen werkte zij in het sociaal-cultureel jongerenwerk.
Genen wat willen we ermee? 21 wetenschappers over de consequenties van genomics
€ 22,00
Even voelden we ons almachtig, toen in 2000 het hele menselijk genoom was
ontrafeld. Genetica werd uitgebreid tot ‘genomics’. Niet alleen konden we allerlei
eigenschappen aan onze genen gaan toeschrijven; we zouden ook mooie
eigenschappen kunnen gaan maken en ziektes juist uitschakelen.
Erfelijkheidsonderzoek kun je nu voor een paar honderd euro laten doen - de vraag is wat je aan de gegevens hebt. Ondertussen weten we wel veel meer van erfelijke verbanden van aandoeningen, maar met die kennis kunnen we ze nog steeds niet zomaar genezen.
Het ‘genomics’-onderzoek is zó fundamenteel, de verwachtingen waren zó hooggespannen, dat er ethici bij werden gehaald om na te denken over de mogelijk verstrekkende gevolgen van dit onderzoek. Maar de ethici draaien het liever om en vragen: welk wetenschappelijk onderzoek hebben we nodig voor de grote problemen waar we nog steeds mee zitten?
In dit boek spreken 21 wetenschappers zich uit over onderwerpen die met genomics samenhangen. Over hoe ingewikkeld het (menselijk) leven in elkaar zit; over de zin en onzin om heel lang en gezond te willen leven; over het belang en het gevaar van hoog-technologisch onderzoek voor ons aller welzijn; over de algemene toegankelijkheid en toepasbaarheid van wetenschappelijke kennis; etc.
De geïnterviewden waarschuwen voor te hoge verwachtingen; voor te ingrijpende maatregelen rond het gebruik van genomics; voor het stellen van verkeerde prioriteiten; en ze stellen voor om daar meer, en opener, met elkaar over te praten.
Erfelijkheidsonderzoek kun je nu voor een paar honderd euro laten doen - de vraag is wat je aan de gegevens hebt. Ondertussen weten we wel veel meer van erfelijke verbanden van aandoeningen, maar met die kennis kunnen we ze nog steeds niet zomaar genezen.
Het ‘genomics’-onderzoek is zó fundamenteel, de verwachtingen waren zó hooggespannen, dat er ethici bij werden gehaald om na te denken over de mogelijk verstrekkende gevolgen van dit onderzoek. Maar de ethici draaien het liever om en vragen: welk wetenschappelijk onderzoek hebben we nodig voor de grote problemen waar we nog steeds mee zitten?
In dit boek spreken 21 wetenschappers zich uit over onderwerpen die met genomics samenhangen. Over hoe ingewikkeld het (menselijk) leven in elkaar zit; over de zin en onzin om heel lang en gezond te willen leven; over het belang en het gevaar van hoog-technologisch onderzoek voor ons aller welzijn; over de algemene toegankelijkheid en toepasbaarheid van wetenschappelijke kennis; etc.
De geïnterviewden waarschuwen voor te hoge verwachtingen; voor te ingrijpende maatregelen rond het gebruik van genomics; voor het stellen van verkeerde prioriteiten; en ze stellen voor om daar meer, en opener, met elkaar over te praten.
Genen wat willen we ermee? 21 wetenschappers over de consequenties van genomics
€ 22,00
Even voelden we ons almachtig, toen in 2000 het hele menselijk genoom was
ontrafeld. Genetica werd uitgebreid tot ‘genomics’. Niet alleen konden we allerlei
eigenschappen aan onze genen gaan toeschrijven; we zouden ook mooie
eigenschappen kunnen gaan maken en ziektes juist uitschakelen.
Erfelijkheidsonderzoek kun je nu voor een paar honderd euro laten doen - de vraag is wat je aan de gegevens hebt. Ondertussen weten we wel veel meer van erfelijke verbanden van aandoeningen, maar met die kennis kunnen we ze nog steeds niet zomaar genezen.
Het ‘genomics’-onderzoek is zó fundamenteel, de verwachtingen waren zó hooggespannen, dat er ethici bij werden gehaald om na te denken over de mogelijk verstrekkende gevolgen van dit onderzoek. Maar de ethici draaien het liever om en vragen: welk wetenschappelijk onderzoek hebben we nodig voor de grote problemen waar we nog steeds mee zitten?
In dit boek spreken 21 wetenschappers zich uit over onderwerpen die met genomics samenhangen. Over hoe ingewikkeld het (menselijk) leven in elkaar zit; over de zin en onzin om heel lang en gezond te willen leven; over het belang en het gevaar van hoog-technologisch onderzoek voor ons aller welzijn; over de algemene toegankelijkheid en toepasbaarheid van wetenschappelijke kennis; etc.
De geïnterviewden waarschuwen voor te hoge verwachtingen; voor te ingrijpende maatregelen rond het gebruik van genomics; voor het stellen van verkeerde prioriteiten; en ze stellen voor om daar meer, en opener, met elkaar over te praten.
Erfelijkheidsonderzoek kun je nu voor een paar honderd euro laten doen - de vraag is wat je aan de gegevens hebt. Ondertussen weten we wel veel meer van erfelijke verbanden van aandoeningen, maar met die kennis kunnen we ze nog steeds niet zomaar genezen.
Het ‘genomics’-onderzoek is zó fundamenteel, de verwachtingen waren zó hooggespannen, dat er ethici bij werden gehaald om na te denken over de mogelijk verstrekkende gevolgen van dit onderzoek. Maar de ethici draaien het liever om en vragen: welk wetenschappelijk onderzoek hebben we nodig voor de grote problemen waar we nog steeds mee zitten?
In dit boek spreken 21 wetenschappers zich uit over onderwerpen die met genomics samenhangen. Over hoe ingewikkeld het (menselijk) leven in elkaar zit; over de zin en onzin om heel lang en gezond te willen leven; over het belang en het gevaar van hoog-technologisch onderzoek voor ons aller welzijn; over de algemene toegankelijkheid en toepasbaarheid van wetenschappelijke kennis; etc.
De geïnterviewden waarschuwen voor te hoge verwachtingen; voor te ingrijpende maatregelen rond het gebruik van genomics; voor het stellen van verkeerde prioriteiten; en ze stellen voor om daar meer, en opener, met elkaar over te praten.
Op woordenjacht. Creatief en effectief werken aan woordenschatuitbreiding.
€ 30,80
WOORDEN DOEN ERTOE! Dat geldt voor alle leerlingen gedurende hun hele schoolloopbaan. Een goede woordkennis
komt niet alle leerlingen even snel of gemakkelijk aanwaaien. Daarom willen veel leerkrachten en taalcoördinatoren in
Nederland en Vlaanderen werk maken van goed woordenschatonderwijs.
Dit boek laat zien hoe je kansen kunt grijpen en kansen kunt creëren voor alle kinderen in alle groepen. Dit kan in de taalles, in kringgesprekken, tijdens de geschiedenisles, eigenlijk de hele schooldag door.
Op Woordenjacht is een bronnenboek dat jou wil inspireren een impuls te geven aan goed woordenschatonderwijs. Het boek geeft informatie over het werken met woordenschatroutines, grafische modellen en coöperatieve werkvormen. Een groot aantal praktische en inspirerende praktijkvoorbeelden wordt kort en krachtig uitgewerkt. Daarnaast is er aandacht voor de theoretische achtergronden van woordenschatonderwijs en is het boek te gebruiken als handleiding voor de implementatie op schoolniveau.
Dit boek laat zien hoe je kansen kunt grijpen en kansen kunt creëren voor alle kinderen in alle groepen. Dit kan in de taalles, in kringgesprekken, tijdens de geschiedenisles, eigenlijk de hele schooldag door.
Op Woordenjacht is een bronnenboek dat jou wil inspireren een impuls te geven aan goed woordenschatonderwijs. Het boek geeft informatie over het werken met woordenschatroutines, grafische modellen en coöperatieve werkvormen. Een groot aantal praktische en inspirerende praktijkvoorbeelden wordt kort en krachtig uitgewerkt. Daarnaast is er aandacht voor de theoretische achtergronden van woordenschatonderwijs en is het boek te gebruiken als handleiding voor de implementatie op schoolniveau.
Op woordenjacht. Creatief en effectief werken aan woordenschatuitbreiding.
€ 30,80
WOORDEN DOEN ERTOE! Dat geldt voor alle leerlingen gedurende hun hele schoolloopbaan. Een goede woordkennis
komt niet alle leerlingen even snel of gemakkelijk aanwaaien. Daarom willen veel leerkrachten en taalcoördinatoren in
Nederland en Vlaanderen werk maken van goed woordenschatonderwijs.
Dit boek laat zien hoe je kansen kunt grijpen en kansen kunt creëren voor alle kinderen in alle groepen. Dit kan in de taalles, in kringgesprekken, tijdens de geschiedenisles, eigenlijk de hele schooldag door.
Op Woordenjacht is een bronnenboek dat jou wil inspireren een impuls te geven aan goed woordenschatonderwijs. Het boek geeft informatie over het werken met woordenschatroutines, grafische modellen en coöperatieve werkvormen. Een groot aantal praktische en inspirerende praktijkvoorbeelden wordt kort en krachtig uitgewerkt. Daarnaast is er aandacht voor de theoretische achtergronden van woordenschatonderwijs en is het boek te gebruiken als handleiding voor de implementatie op schoolniveau.
Dit boek laat zien hoe je kansen kunt grijpen en kansen kunt creëren voor alle kinderen in alle groepen. Dit kan in de taalles, in kringgesprekken, tijdens de geschiedenisles, eigenlijk de hele schooldag door.
Op Woordenjacht is een bronnenboek dat jou wil inspireren een impuls te geven aan goed woordenschatonderwijs. Het boek geeft informatie over het werken met woordenschatroutines, grafische modellen en coöperatieve werkvormen. Een groot aantal praktische en inspirerende praktijkvoorbeelden wordt kort en krachtig uitgewerkt. Daarnaast is er aandacht voor de theoretische achtergronden van woordenschatonderwijs en is het boek te gebruiken als handleiding voor de implementatie op schoolniveau.
Adam en Eva. Het begin van de psychologie
€ 21,90
Deze publicatie gaat in op de wetenschappelijke psychologie, met haar theorieën over en experimenten
bij zowel mensen als dieren. Meer bepaald biedt ze een kennismaking met de moderne gedragsanalyse
of gedragspsychologie. Het verhaal van Adam en Eva wordt hierbij gehanteerd als kader. Uitspraken en
gebeurtenissen in dat verhaal worden aangegrepen om de betreffende thema’s te belichten vanuit de
gedragsanalyse. Op deze manier maakt de lezer kennis met boeiende psychologische experimenten en
theorieën.
Het boek biedt een rijk palet aan onderwerpen en toont de breedte van het terrein waarop de gedragsanalyse actief is. Dit terrein gaat van arbeid en inspanning, creativiteit en impulsiviteit over schaamte, frustratie, abstract denken, moreel handelen en nieuwsgierigheid naar zelfbewustzijn, racisme en mystiek.
Francis De Groot, psycholoog en gedragstherapeut, is adjunct-directeur Patiëntenzorg in het Psychiatrisch Centrum Broeders Alexianen in Boechout.
"Op die manier maakt de lezer kennis met boeiende psychologische experimenten en theorieën. Het boek biedt een rijk palet aan onderwerpen en toont de breedte van het terrein waarop de gedragsanalyse actief is."
Psychiatrie & Verpleging | jrg. 88, nr. 3
"Het is een meerwaarde dat er ook Nederlandstalige auteurs zijn - meestal zijn dit Britten of Noord-Amerikanen- die deze materie bestuderen, vatten en het kunnen verwoorden in mensentaal. Een aanrader."
Gedragstherapie | jrg. 45, dec 2012, 401-403
Het boek biedt een rijk palet aan onderwerpen en toont de breedte van het terrein waarop de gedragsanalyse actief is. Dit terrein gaat van arbeid en inspanning, creativiteit en impulsiviteit over schaamte, frustratie, abstract denken, moreel handelen en nieuwsgierigheid naar zelfbewustzijn, racisme en mystiek.
Francis De Groot, psycholoog en gedragstherapeut, is adjunct-directeur Patiëntenzorg in het Psychiatrisch Centrum Broeders Alexianen in Boechout.
"Op die manier maakt de lezer kennis met boeiende psychologische experimenten en theorieën. Het boek biedt een rijk palet aan onderwerpen en toont de breedte van het terrein waarop de gedragsanalyse actief is."
Psychiatrie & Verpleging | jrg. 88, nr. 3
"Het is een meerwaarde dat er ook Nederlandstalige auteurs zijn - meestal zijn dit Britten of Noord-Amerikanen- die deze materie bestuderen, vatten en het kunnen verwoorden in mensentaal. Een aanrader."
Gedragstherapie | jrg. 45, dec 2012, 401-403
Adam en Eva. Het begin van de psychologie
€ 21,90
Deze publicatie gaat in op de wetenschappelijke psychologie, met haar theorieën over en experimenten
bij zowel mensen als dieren. Meer bepaald biedt ze een kennismaking met de moderne gedragsanalyse
of gedragspsychologie. Het verhaal van Adam en Eva wordt hierbij gehanteerd als kader. Uitspraken en
gebeurtenissen in dat verhaal worden aangegrepen om de betreffende thema’s te belichten vanuit de
gedragsanalyse. Op deze manier maakt de lezer kennis met boeiende psychologische experimenten en
theorieën.
Het boek biedt een rijk palet aan onderwerpen en toont de breedte van het terrein waarop de gedragsanalyse actief is. Dit terrein gaat van arbeid en inspanning, creativiteit en impulsiviteit over schaamte, frustratie, abstract denken, moreel handelen en nieuwsgierigheid naar zelfbewustzijn, racisme en mystiek.
Francis De Groot, psycholoog en gedragstherapeut, is adjunct-directeur Patiëntenzorg in het Psychiatrisch Centrum Broeders Alexianen in Boechout.
"Op die manier maakt de lezer kennis met boeiende psychologische experimenten en theorieën. Het boek biedt een rijk palet aan onderwerpen en toont de breedte van het terrein waarop de gedragsanalyse actief is."
Psychiatrie & Verpleging | jrg. 88, nr. 3
"Het is een meerwaarde dat er ook Nederlandstalige auteurs zijn - meestal zijn dit Britten of Noord-Amerikanen- die deze materie bestuderen, vatten en het kunnen verwoorden in mensentaal. Een aanrader."
Gedragstherapie | jrg. 45, dec 2012, 401-403
Het boek biedt een rijk palet aan onderwerpen en toont de breedte van het terrein waarop de gedragsanalyse actief is. Dit terrein gaat van arbeid en inspanning, creativiteit en impulsiviteit over schaamte, frustratie, abstract denken, moreel handelen en nieuwsgierigheid naar zelfbewustzijn, racisme en mystiek.
Francis De Groot, psycholoog en gedragstherapeut, is adjunct-directeur Patiëntenzorg in het Psychiatrisch Centrum Broeders Alexianen in Boechout.
"Op die manier maakt de lezer kennis met boeiende psychologische experimenten en theorieën. Het boek biedt een rijk palet aan onderwerpen en toont de breedte van het terrein waarop de gedragsanalyse actief is."
Psychiatrie & Verpleging | jrg. 88, nr. 3
"Het is een meerwaarde dat er ook Nederlandstalige auteurs zijn - meestal zijn dit Britten of Noord-Amerikanen- die deze materie bestuderen, vatten en het kunnen verwoorden in mensentaal. Een aanrader."
Gedragstherapie | jrg. 45, dec 2012, 401-403
Geestelijke lenigheid. De relatie tussen literatuur en natuurwetenschap in het werk van Frederik van Eeden en Felix Ortt, 1880-1930 (Academisch Literair, nr. 4)
€ 33,90
Frederik van Eeden las Darwin bij zijn ontbijt. Daarna schreef hij verder
aan zijn dichtwerk Het lied van schijn en wezen waarin de evolutieleer
in verschillende gedaanten opduikt. Literaire teksten refereren
regelmatig aan wetenschappelijk gedachtegoed. Leonieke Vermeer laat
in Geestelijke lenigheid zien wat er gebeurt met begrippen als evolutie,
energie, entropie en de vierde dimensie wanneer deze hun wetenschappelijke
context verlaten en in een roman, gedicht of filosofische beschouwing
terechtkomen.
De focus ligt hierbij op het werk van twee auteurs die ook op wetenschappelijk gebied actief waren: Frederik van Eeden (1860-1932) en Felix Ortt (1866-1959). De auteurs gaven een draai aan wetenschappelijke kennis, waarbij ze deze poogden te verbinden met hun utopische denkbeelden. Hun zoektocht naar een nieuwe, betere wereld is kenmerkend voor de cultuurkritische, maar ook optimistische toon van het Nederlandse fin de siècle. De rol die Van Eeden en Ortt hierbij vervulden, was die van een nieuw maatschappelijk type: de moderne intellectueel die tegelijkertijd onafhankelijk én geëngageerd was.
Geestelijke lenigheid beantwoordt aan de toenemende belangstelling voor de kennisuitwisseling tussen literatuur, wetenschap en cultuur. Aan de hand van het werk van Ortt en Van Eeden zien we het nomadische karakter van kennis en de mentale acrobatiek die vereist is om kennis in nieuwe kaders in te passen.
Leonieke Vermeer is cultuurhistoricus. Ze promoveerde aan de Rijksuniversiteit Groningen op een proefschrift over de relatie tussen literatuur en wetenschap rond 1900. Daarna werkte ze als conservator voor het Nationaal Historisch Museum. Ze publiceerde verschillende artikelen over de literatuur en cultuur van het fin de siècle.
De focus ligt hierbij op het werk van twee auteurs die ook op wetenschappelijk gebied actief waren: Frederik van Eeden (1860-1932) en Felix Ortt (1866-1959). De auteurs gaven een draai aan wetenschappelijke kennis, waarbij ze deze poogden te verbinden met hun utopische denkbeelden. Hun zoektocht naar een nieuwe, betere wereld is kenmerkend voor de cultuurkritische, maar ook optimistische toon van het Nederlandse fin de siècle. De rol die Van Eeden en Ortt hierbij vervulden, was die van een nieuw maatschappelijk type: de moderne intellectueel die tegelijkertijd onafhankelijk én geëngageerd was.
Geestelijke lenigheid beantwoordt aan de toenemende belangstelling voor de kennisuitwisseling tussen literatuur, wetenschap en cultuur. Aan de hand van het werk van Ortt en Van Eeden zien we het nomadische karakter van kennis en de mentale acrobatiek die vereist is om kennis in nieuwe kaders in te passen.
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Leonieke Vermeer is cultuurhistoricus. Ze promoveerde aan de Rijksuniversiteit Groningen op een proefschrift over de relatie tussen literatuur en wetenschap rond 1900. Daarna werkte ze als conservator voor het Nationaal Historisch Museum. Ze publiceerde verschillende artikelen over de literatuur en cultuur van het fin de siècle.
Reeks Academisch Literair
- Een hoopje vuil in de feestzaal. Facetten van het proza van Willem Elsschot
K. Rymenants - Gedeelde kennis. Literatuur en wetenschap in Nederland van Darwin tot Einstein (1860-1920)
M. Kemperink - De retoriek van waanzin. Taalhandelingen, onbetrouwbaarheid, delirium en de waanzinnige ik-verteller
L. Bernaerts - Geestelijke lenigheid. De relatie tussen literatuur en natuurwetenschap in het werk van Frederik van Eeden en Felix Ortt, 1880-1930
L. Vermeer - Het discours van de kritiek
P. Verstraeten - Celan auseinandergeschrieben
C. De Strycker - Lezer, er zijn ook Belgen
F. Van Renssen - Overleven in verhalen: van ooggetuigen naar 'jonge wilden'. Joodse schrijvers over de Shoah
E. Ibsch
Geestelijke lenigheid. De relatie tussen literatuur en natuurwetenschap in het werk van Frederik van Eeden en Felix Ortt, 1880-1930 (Academisch Literair, nr. 4)
€ 33,90
Frederik van Eeden las Darwin bij zijn ontbijt. Daarna schreef hij verder
aan zijn dichtwerk Het lied van schijn en wezen waarin de evolutieleer
in verschillende gedaanten opduikt. Literaire teksten refereren
regelmatig aan wetenschappelijk gedachtegoed. Leonieke Vermeer laat
in Geestelijke lenigheid zien wat er gebeurt met begrippen als evolutie,
energie, entropie en de vierde dimensie wanneer deze hun wetenschappelijke
context verlaten en in een roman, gedicht of filosofische beschouwing
terechtkomen.
De focus ligt hierbij op het werk van twee auteurs die ook op wetenschappelijk gebied actief waren: Frederik van Eeden (1860-1932) en Felix Ortt (1866-1959). De auteurs gaven een draai aan wetenschappelijke kennis, waarbij ze deze poogden te verbinden met hun utopische denkbeelden. Hun zoektocht naar een nieuwe, betere wereld is kenmerkend voor de cultuurkritische, maar ook optimistische toon van het Nederlandse fin de siècle. De rol die Van Eeden en Ortt hierbij vervulden, was die van een nieuw maatschappelijk type: de moderne intellectueel die tegelijkertijd onafhankelijk én geëngageerd was.
Geestelijke lenigheid beantwoordt aan de toenemende belangstelling voor de kennisuitwisseling tussen literatuur, wetenschap en cultuur. Aan de hand van het werk van Ortt en Van Eeden zien we het nomadische karakter van kennis en de mentale acrobatiek die vereist is om kennis in nieuwe kaders in te passen.
Leonieke Vermeer is cultuurhistoricus. Ze promoveerde aan de Rijksuniversiteit Groningen op een proefschrift over de relatie tussen literatuur en wetenschap rond 1900. Daarna werkte ze als conservator voor het Nationaal Historisch Museum. Ze publiceerde verschillende artikelen over de literatuur en cultuur van het fin de siècle.
De focus ligt hierbij op het werk van twee auteurs die ook op wetenschappelijk gebied actief waren: Frederik van Eeden (1860-1932) en Felix Ortt (1866-1959). De auteurs gaven een draai aan wetenschappelijke kennis, waarbij ze deze poogden te verbinden met hun utopische denkbeelden. Hun zoektocht naar een nieuwe, betere wereld is kenmerkend voor de cultuurkritische, maar ook optimistische toon van het Nederlandse fin de siècle. De rol die Van Eeden en Ortt hierbij vervulden, was die van een nieuw maatschappelijk type: de moderne intellectueel die tegelijkertijd onafhankelijk én geëngageerd was.
Geestelijke lenigheid beantwoordt aan de toenemende belangstelling voor de kennisuitwisseling tussen literatuur, wetenschap en cultuur. Aan de hand van het werk van Ortt en Van Eeden zien we het nomadische karakter van kennis en de mentale acrobatiek die vereist is om kennis in nieuwe kaders in te passen.
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Leonieke Vermeer is cultuurhistoricus. Ze promoveerde aan de Rijksuniversiteit Groningen op een proefschrift over de relatie tussen literatuur en wetenschap rond 1900. Daarna werkte ze als conservator voor het Nationaal Historisch Museum. Ze publiceerde verschillende artikelen over de literatuur en cultuur van het fin de siècle.
Reeks Academisch Literair
- Een hoopje vuil in de feestzaal. Facetten van het proza van Willem Elsschot
K. Rymenants - Gedeelde kennis. Literatuur en wetenschap in Nederland van Darwin tot Einstein (1860-1920)
M. Kemperink - De retoriek van waanzin. Taalhandelingen, onbetrouwbaarheid, delirium en de waanzinnige ik-verteller
L. Bernaerts - Geestelijke lenigheid. De relatie tussen literatuur en natuurwetenschap in het werk van Frederik van Eeden en Felix Ortt, 1880-1930
L. Vermeer - Het discours van de kritiek
P. Verstraeten - Celan auseinandergeschrieben
C. De Strycker - Lezer, er zijn ook Belgen
F. Van Renssen - Overleven in verhalen: van ooggetuigen naar 'jonge wilden'. Joodse schrijvers over de Shoah
E. Ibsch
Orthopedagogische probleemvelden en voorzieningen in Nederland (KOP-serie, nr. 31)
€ 37,10
Dit boek geeft een inkijk in de problemen waarmee bepaalde kinderen en jongeren te
maken krijgen en laat tevens zien wat de samenleving aan orthopedagogische hulp daar
tegenover stelt. Daarbij is gebruik gemaakt van recente wetenschappelijke inzichten
en actuele ontwikkelingen in de praktijk. Anders dan de gebruikelijke inleidingen in de
orthopedagogiek gaat dit boek uit van de praktijkvelden en de concrete problemen
waarmee orthopedagogen en psychologen worden geconfronteerd.
In het eerste deel ligt de nadruk op de problematiek die zich onder kinderen en jongeren kan voordoen. De probleemvelden die in dit deel nader worden bekeken, hebben betrekking op jeugdigen met zodanige problemen en beperkingen dat zij in hun functioneren op school, thuis en in hun vrije tijd dreigen te mislukken.
In het tweede deel ligt het accent op de voorzieningen die in het leven zijn geroepen om jeugdigen met uiteenlopende problemen zo goed mogelijk op te vangen en te behandelen. Dat gebeurt zowel in het onderwijs als in de jeugdzorg. De verschillende hoofdstukken maken echter ook duidelijk dat niet voor elk afzonderlijk probleem een pasklaar antwoord klaarligt. Niet alle interventies en maatregelen zijn even effectief. Praktijk, beleid, onderzoek en wetenschap hebben hier nog een lang weg af te leggen.
Het derde deel gaat in op enkele actuele thema’s. Er wordt bekeken hoe wetenschap en praktijk zich tot elkaar verhouden, hoe sterk pedagogische problemen verbonden zijn aan psychiatrische problemen, en wat de zin en onzin is van ‘evidence-based interventies’.
Jan van der Ploeg is emeritus hoogleraar Orthopedagogiek aan de Universiteit Leiden.
Evert Scholte is bijzonder hoogleraar Orthopedagogiek op het gebied van speciaal onderwijs en jeugdzorg aan de Universiteit Leiden.
In het eerste deel ligt de nadruk op de problematiek die zich onder kinderen en jongeren kan voordoen. De probleemvelden die in dit deel nader worden bekeken, hebben betrekking op jeugdigen met zodanige problemen en beperkingen dat zij in hun functioneren op school, thuis en in hun vrije tijd dreigen te mislukken.
In het tweede deel ligt het accent op de voorzieningen die in het leven zijn geroepen om jeugdigen met uiteenlopende problemen zo goed mogelijk op te vangen en te behandelen. Dat gebeurt zowel in het onderwijs als in de jeugdzorg. De verschillende hoofdstukken maken echter ook duidelijk dat niet voor elk afzonderlijk probleem een pasklaar antwoord klaarligt. Niet alle interventies en maatregelen zijn even effectief. Praktijk, beleid, onderzoek en wetenschap hebben hier nog een lang weg af te leggen.
Het derde deel gaat in op enkele actuele thema’s. Er wordt bekeken hoe wetenschap en praktijk zich tot elkaar verhouden, hoe sterk pedagogische problemen verbonden zijn aan psychiatrische problemen, en wat de zin en onzin is van ‘evidence-based interventies’.
Jan van der Ploeg is emeritus hoogleraar Orthopedagogiek aan de Universiteit Leiden.
Evert Scholte is bijzonder hoogleraar Orthopedagogiek op het gebied van speciaal onderwijs en jeugdzorg aan de Universiteit Leiden.
Orthopedagogische probleemvelden en voorzieningen in Nederland (KOP-serie, nr. 31)
€ 37,10
Dit boek geeft een inkijk in de problemen waarmee bepaalde kinderen en jongeren te
maken krijgen en laat tevens zien wat de samenleving aan orthopedagogische hulp daar
tegenover stelt. Daarbij is gebruik gemaakt van recente wetenschappelijke inzichten
en actuele ontwikkelingen in de praktijk. Anders dan de gebruikelijke inleidingen in de
orthopedagogiek gaat dit boek uit van de praktijkvelden en de concrete problemen
waarmee orthopedagogen en psychologen worden geconfronteerd.
In het eerste deel ligt de nadruk op de problematiek die zich onder kinderen en jongeren kan voordoen. De probleemvelden die in dit deel nader worden bekeken, hebben betrekking op jeugdigen met zodanige problemen en beperkingen dat zij in hun functioneren op school, thuis en in hun vrije tijd dreigen te mislukken.
In het tweede deel ligt het accent op de voorzieningen die in het leven zijn geroepen om jeugdigen met uiteenlopende problemen zo goed mogelijk op te vangen en te behandelen. Dat gebeurt zowel in het onderwijs als in de jeugdzorg. De verschillende hoofdstukken maken echter ook duidelijk dat niet voor elk afzonderlijk probleem een pasklaar antwoord klaarligt. Niet alle interventies en maatregelen zijn even effectief. Praktijk, beleid, onderzoek en wetenschap hebben hier nog een lang weg af te leggen.
Het derde deel gaat in op enkele actuele thema’s. Er wordt bekeken hoe wetenschap en praktijk zich tot elkaar verhouden, hoe sterk pedagogische problemen verbonden zijn aan psychiatrische problemen, en wat de zin en onzin is van ‘evidence-based interventies’.
Jan van der Ploeg is emeritus hoogleraar Orthopedagogiek aan de Universiteit Leiden.
Evert Scholte is bijzonder hoogleraar Orthopedagogiek op het gebied van speciaal onderwijs en jeugdzorg aan de Universiteit Leiden.
In het eerste deel ligt de nadruk op de problematiek die zich onder kinderen en jongeren kan voordoen. De probleemvelden die in dit deel nader worden bekeken, hebben betrekking op jeugdigen met zodanige problemen en beperkingen dat zij in hun functioneren op school, thuis en in hun vrije tijd dreigen te mislukken.
In het tweede deel ligt het accent op de voorzieningen die in het leven zijn geroepen om jeugdigen met uiteenlopende problemen zo goed mogelijk op te vangen en te behandelen. Dat gebeurt zowel in het onderwijs als in de jeugdzorg. De verschillende hoofdstukken maken echter ook duidelijk dat niet voor elk afzonderlijk probleem een pasklaar antwoord klaarligt. Niet alle interventies en maatregelen zijn even effectief. Praktijk, beleid, onderzoek en wetenschap hebben hier nog een lang weg af te leggen.
Het derde deel gaat in op enkele actuele thema’s. Er wordt bekeken hoe wetenschap en praktijk zich tot elkaar verhouden, hoe sterk pedagogische problemen verbonden zijn aan psychiatrische problemen, en wat de zin en onzin is van ‘evidence-based interventies’.
Jan van der Ploeg is emeritus hoogleraar Orthopedagogiek aan de Universiteit Leiden.
Evert Scholte is bijzonder hoogleraar Orthopedagogiek op het gebied van speciaal onderwijs en jeugdzorg aan de Universiteit Leiden.
Een afslag voor Hamed. Intervisie-methodiek voor de brede professional in de bemiddeling van werklozen met meervoudige problematiek (Reeks Fontys Actief, nr. 2)
€ 19,90
Vele sociale interventies aan de onderkant van de arbeidsmarkt mislukken. Dit leidt tot een
permanente
uitval van mensen uit de vangnetten van onze verzorgingsstaat.
Hoe kan aan bemiddelaars van langdurig werklozen de mogelijkheid geboden worden om zich te ontwikkelen tot brede professionals? Professionals die de ‘Hameds van onze maatschappij’ perspectief bieden?
Met deze publicatie wil Fontys Actief inzicht geven in deze weerbarstige materie. De invalshoek hierbij is een beschrijving van de wijze waarop Fontys Actief in intervisiebijeenkomsten professionals leert intuïtief toegepaste patronen van werken om te zetten in bewuste patroonherkenning.
Fontys Actief werkt aan kennisontwikkeling en beroepsinnovatie vanuit de praktijk van arbeidsbemiddeling en maatschappelijke reïntegratie. Hierbij richt Fontys Actief zich speciaal op mensen die extra begeleiding en bemiddeling nodig hebben, mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. In de praktijk en vanuit de praktijk worden nieuwe kennis en competenties ontwikkeld. Deze worden vervolgens samen met de opdrachtgevers ingezet om een effectieve uitvoeringspraktijk te realiseren.
Hoe kan aan bemiddelaars van langdurig werklozen de mogelijkheid geboden worden om zich te ontwikkelen tot brede professionals? Professionals die de ‘Hameds van onze maatschappij’ perspectief bieden?
Met deze publicatie wil Fontys Actief inzicht geven in deze weerbarstige materie. De invalshoek hierbij is een beschrijving van de wijze waarop Fontys Actief in intervisiebijeenkomsten professionals leert intuïtief toegepaste patronen van werken om te zetten in bewuste patroonherkenning.
Fontys Actief werkt aan kennisontwikkeling en beroepsinnovatie vanuit de praktijk van arbeidsbemiddeling en maatschappelijke reïntegratie. Hierbij richt Fontys Actief zich speciaal op mensen die extra begeleiding en bemiddeling nodig hebben, mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. In de praktijk en vanuit de praktijk worden nieuwe kennis en competenties ontwikkeld. Deze worden vervolgens samen met de opdrachtgevers ingezet om een effectieve uitvoeringspraktijk te realiseren.
Een afslag voor Hamed. Intervisie-methodiek voor de brede professional in de bemiddeling van werklozen met meervoudige problematiek (Reeks Fontys Actief, nr. 2)
€ 19,90
Vele sociale interventies aan de onderkant van de arbeidsmarkt mislukken. Dit leidt tot een
permanente
uitval van mensen uit de vangnetten van onze verzorgingsstaat.
Hoe kan aan bemiddelaars van langdurig werklozen de mogelijkheid geboden worden om zich te ontwikkelen tot brede professionals? Professionals die de ‘Hameds van onze maatschappij’ perspectief bieden?
Met deze publicatie wil Fontys Actief inzicht geven in deze weerbarstige materie. De invalshoek hierbij is een beschrijving van de wijze waarop Fontys Actief in intervisiebijeenkomsten professionals leert intuïtief toegepaste patronen van werken om te zetten in bewuste patroonherkenning.
Fontys Actief werkt aan kennisontwikkeling en beroepsinnovatie vanuit de praktijk van arbeidsbemiddeling en maatschappelijke reïntegratie. Hierbij richt Fontys Actief zich speciaal op mensen die extra begeleiding en bemiddeling nodig hebben, mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. In de praktijk en vanuit de praktijk worden nieuwe kennis en competenties ontwikkeld. Deze worden vervolgens samen met de opdrachtgevers ingezet om een effectieve uitvoeringspraktijk te realiseren.
Hoe kan aan bemiddelaars van langdurig werklozen de mogelijkheid geboden worden om zich te ontwikkelen tot brede professionals? Professionals die de ‘Hameds van onze maatschappij’ perspectief bieden?
Met deze publicatie wil Fontys Actief inzicht geven in deze weerbarstige materie. De invalshoek hierbij is een beschrijving van de wijze waarop Fontys Actief in intervisiebijeenkomsten professionals leert intuïtief toegepaste patronen van werken om te zetten in bewuste patroonherkenning.
Fontys Actief werkt aan kennisontwikkeling en beroepsinnovatie vanuit de praktijk van arbeidsbemiddeling en maatschappelijke reïntegratie. Hierbij richt Fontys Actief zich speciaal op mensen die extra begeleiding en bemiddeling nodig hebben, mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. In de praktijk en vanuit de praktijk worden nieuwe kennis en competenties ontwikkeld. Deze worden vervolgens samen met de opdrachtgevers ingezet om een effectieve uitvoeringspraktijk te realiseren.
Cultuurcentra op zoek naar een divers publiek
€ 14,90
Het publiek in culturele instellingen vormt geen representatieve afbeelding van de
bevolking. De achtergrond van de bezoekers van culturele evenementen verschilt
vaak sterk van diegenen die we daar zelden of nooit aantreffen. Cultuurcentra stellen
vast dat ze vaak volle zalen trekken, maar telkens met hetzelfde publiek. Dat is
een belangrijke, maar geen nieuwe vaststelling.
Dit boek behandelt de kwestie hoe cultuurcentra een gezonde mix in het publiek kunnen bereiken en legt bij de zoektocht naar het antwoord de klemtoon niet langer op de vraag naar cultuur, maar op het aanbod eraan. De analyses in dit boek geven aan dat wanneer cultuurcentra in doelgroepen durven denken en hun aanbod op de specifieke wensen van deze groepen afstemmen, ze nuttige sleutels in handen hebben om een breed spectrum aan cultuurconsumenten te bereiken. In plaats van het publiek te trainen om alle participatiedrempels vlot te kunnen overwinnen, kan men ook overwegen de bestaande drempels te verlagen zodat het publiek deze eveneens kan nemen.
De bevindingen in dit boek geven niet alleen stof tot nadenken en discussie, maar wijzen ook denkpistes aan om een meer evenwichtige samenstelling van het publiek te bereiken. Daarom is dit boek geschikt voor cultuurwerkers, maar ook voor iedereen die begaan is met de cultuursector en het maatschappelijk debat rond cultuurparticipatie.
Ignace Glorieux is gewoon hoogleraar sociologie en voorzitter van de vakgroep Sociologie van de Vrije Universiteit Brussel en van TOR (Tempus Omnia Revelat), de onderzoeksgroep voor de studie van tijd, cultuur en samenleving. Julie Badisco en Theun Pieter van Tienoven werken bij TOR, respectievelijk aan een onderzoek naar cultuurparticipatie en amateurkunsten in Vlaanderen en aan een project over cultuurparticipatie en regelmaat in de tijdsbesteding van de Vlaamse bevolking.
Dit boek behandelt de kwestie hoe cultuurcentra een gezonde mix in het publiek kunnen bereiken en legt bij de zoektocht naar het antwoord de klemtoon niet langer op de vraag naar cultuur, maar op het aanbod eraan. De analyses in dit boek geven aan dat wanneer cultuurcentra in doelgroepen durven denken en hun aanbod op de specifieke wensen van deze groepen afstemmen, ze nuttige sleutels in handen hebben om een breed spectrum aan cultuurconsumenten te bereiken. In plaats van het publiek te trainen om alle participatiedrempels vlot te kunnen overwinnen, kan men ook overwegen de bestaande drempels te verlagen zodat het publiek deze eveneens kan nemen.
De bevindingen in dit boek geven niet alleen stof tot nadenken en discussie, maar wijzen ook denkpistes aan om een meer evenwichtige samenstelling van het publiek te bereiken. Daarom is dit boek geschikt voor cultuurwerkers, maar ook voor iedereen die begaan is met de cultuursector en het maatschappelijk debat rond cultuurparticipatie.
Ignace Glorieux is gewoon hoogleraar sociologie en voorzitter van de vakgroep Sociologie van de Vrije Universiteit Brussel en van TOR (Tempus Omnia Revelat), de onderzoeksgroep voor de studie van tijd, cultuur en samenleving. Julie Badisco en Theun Pieter van Tienoven werken bij TOR, respectievelijk aan een onderzoek naar cultuurparticipatie en amateurkunsten in Vlaanderen en aan een project over cultuurparticipatie en regelmaat in de tijdsbesteding van de Vlaamse bevolking.
Cultuurcentra op zoek naar een divers publiek
€ 14,90
Het publiek in culturele instellingen vormt geen representatieve afbeelding van de
bevolking. De achtergrond van de bezoekers van culturele evenementen verschilt
vaak sterk van diegenen die we daar zelden of nooit aantreffen. Cultuurcentra stellen
vast dat ze vaak volle zalen trekken, maar telkens met hetzelfde publiek. Dat is
een belangrijke, maar geen nieuwe vaststelling.
Dit boek behandelt de kwestie hoe cultuurcentra een gezonde mix in het publiek kunnen bereiken en legt bij de zoektocht naar het antwoord de klemtoon niet langer op de vraag naar cultuur, maar op het aanbod eraan. De analyses in dit boek geven aan dat wanneer cultuurcentra in doelgroepen durven denken en hun aanbod op de specifieke wensen van deze groepen afstemmen, ze nuttige sleutels in handen hebben om een breed spectrum aan cultuurconsumenten te bereiken. In plaats van het publiek te trainen om alle participatiedrempels vlot te kunnen overwinnen, kan men ook overwegen de bestaande drempels te verlagen zodat het publiek deze eveneens kan nemen.
De bevindingen in dit boek geven niet alleen stof tot nadenken en discussie, maar wijzen ook denkpistes aan om een meer evenwichtige samenstelling van het publiek te bereiken. Daarom is dit boek geschikt voor cultuurwerkers, maar ook voor iedereen die begaan is met de cultuursector en het maatschappelijk debat rond cultuurparticipatie.
Ignace Glorieux is gewoon hoogleraar sociologie en voorzitter van de vakgroep Sociologie van de Vrije Universiteit Brussel en van TOR (Tempus Omnia Revelat), de onderzoeksgroep voor de studie van tijd, cultuur en samenleving. Julie Badisco en Theun Pieter van Tienoven werken bij TOR, respectievelijk aan een onderzoek naar cultuurparticipatie en amateurkunsten in Vlaanderen en aan een project over cultuurparticipatie en regelmaat in de tijdsbesteding van de Vlaamse bevolking.
Dit boek behandelt de kwestie hoe cultuurcentra een gezonde mix in het publiek kunnen bereiken en legt bij de zoektocht naar het antwoord de klemtoon niet langer op de vraag naar cultuur, maar op het aanbod eraan. De analyses in dit boek geven aan dat wanneer cultuurcentra in doelgroepen durven denken en hun aanbod op de specifieke wensen van deze groepen afstemmen, ze nuttige sleutels in handen hebben om een breed spectrum aan cultuurconsumenten te bereiken. In plaats van het publiek te trainen om alle participatiedrempels vlot te kunnen overwinnen, kan men ook overwegen de bestaande drempels te verlagen zodat het publiek deze eveneens kan nemen.
De bevindingen in dit boek geven niet alleen stof tot nadenken en discussie, maar wijzen ook denkpistes aan om een meer evenwichtige samenstelling van het publiek te bereiken. Daarom is dit boek geschikt voor cultuurwerkers, maar ook voor iedereen die begaan is met de cultuursector en het maatschappelijk debat rond cultuurparticipatie.
Ignace Glorieux is gewoon hoogleraar sociologie en voorzitter van de vakgroep Sociologie van de Vrije Universiteit Brussel en van TOR (Tempus Omnia Revelat), de onderzoeksgroep voor de studie van tijd, cultuur en samenleving. Julie Badisco en Theun Pieter van Tienoven werken bij TOR, respectievelijk aan een onderzoek naar cultuurparticipatie en amateurkunsten in Vlaanderen en aan een project over cultuurparticipatie en regelmaat in de tijdsbesteding van de Vlaamse bevolking.
Grensoverschrijdend gedrag van pubers (O&A-Reeks, nr. 4)
€ 25,50
De puberteit is een moeilijke en heftige leeftijd die men kan beschrijven als een
periode van grote innerlijke onrust en een fase van ingrijpende veranderingen
in lichaamsfuncties en gedrag. Dit boek behandelt aspecten van de ontwikkeling
en mogelijke problemen in de levensfase van de puber. Na een algemene inleiding
gaan diverse auteurs in op onderwerpen als: jongeren en seks, seksualiteit tegen de multi-
culturele achtergrond, verslaving, comorbiditeit, overgewicht, de rol van internet,... De
woorden puberteit en adolescentie hebben beide betrekking op opgroeiende jongeren,
maar situeren zich op verschillende domeinen. De eerste puberteit speelt zich al af in
de kleuterperiode en valt buiten de inhoud van dit boek. Grensoverschrijdend gedrag van
pubers focust op jongeren die op zoek zijn naar psychologische maturiteit en sociale
autonomie.
Mariet Clerkx werkt als psychiater bij Altrecht GGZ, afdeling Wier. Tevens is zij verbonden als consulent psychiater aan Bartimeushage, aan Amerpoort/Sherpa, en doet zij geregeld consulten voor CCE Utrecht.
Roel de Groot werkte als docent aan de Rijksuniversiteit Groningen. In het voortgezet onderwijs adviseert hij over leerproblemen (vmbo). Recent schreef hij o.a. Spelenderwijs wijzer worden (Garant, 2010).
Frits Prins studeerde orthopedagogiek in Utrecht en Groningen. Hij was werkzaam in een kinderrevalidatiecentrum en in het speciaal onderwijs. Momenteel is hij bestuursvoorzitter van het Orthopedagogisch Centrum: de Ambelt.
Mariet Clerkx werkt als psychiater bij Altrecht GGZ, afdeling Wier. Tevens is zij verbonden als consulent psychiater aan Bartimeushage, aan Amerpoort/Sherpa, en doet zij geregeld consulten voor CCE Utrecht.
Roel de Groot werkte als docent aan de Rijksuniversiteit Groningen. In het voortgezet onderwijs adviseert hij over leerproblemen (vmbo). Recent schreef hij o.a. Spelenderwijs wijzer worden (Garant, 2010).
Frits Prins studeerde orthopedagogiek in Utrecht en Groningen. Hij was werkzaam in een kinderrevalidatiecentrum en in het speciaal onderwijs. Momenteel is hij bestuursvoorzitter van het Orthopedagogisch Centrum: de Ambelt.
Grensoverschrijdend gedrag van pubers (O&A-Reeks, nr. 4)
€ 25,50
De puberteit is een moeilijke en heftige leeftijd die men kan beschrijven als een
periode van grote innerlijke onrust en een fase van ingrijpende veranderingen
in lichaamsfuncties en gedrag. Dit boek behandelt aspecten van de ontwikkeling
en mogelijke problemen in de levensfase van de puber. Na een algemene inleiding
gaan diverse auteurs in op onderwerpen als: jongeren en seks, seksualiteit tegen de multi-
culturele achtergrond, verslaving, comorbiditeit, overgewicht, de rol van internet,... De
woorden puberteit en adolescentie hebben beide betrekking op opgroeiende jongeren,
maar situeren zich op verschillende domeinen. De eerste puberteit speelt zich al af in
de kleuterperiode en valt buiten de inhoud van dit boek. Grensoverschrijdend gedrag van
pubers focust op jongeren die op zoek zijn naar psychologische maturiteit en sociale
autonomie.
Mariet Clerkx werkt als psychiater bij Altrecht GGZ, afdeling Wier. Tevens is zij verbonden als consulent psychiater aan Bartimeushage, aan Amerpoort/Sherpa, en doet zij geregeld consulten voor CCE Utrecht.
Roel de Groot werkte als docent aan de Rijksuniversiteit Groningen. In het voortgezet onderwijs adviseert hij over leerproblemen (vmbo). Recent schreef hij o.a. Spelenderwijs wijzer worden (Garant, 2010).
Frits Prins studeerde orthopedagogiek in Utrecht en Groningen. Hij was werkzaam in een kinderrevalidatiecentrum en in het speciaal onderwijs. Momenteel is hij bestuursvoorzitter van het Orthopedagogisch Centrum: de Ambelt.
Mariet Clerkx werkt als psychiater bij Altrecht GGZ, afdeling Wier. Tevens is zij verbonden als consulent psychiater aan Bartimeushage, aan Amerpoort/Sherpa, en doet zij geregeld consulten voor CCE Utrecht.
Roel de Groot werkte als docent aan de Rijksuniversiteit Groningen. In het voortgezet onderwijs adviseert hij over leerproblemen (vmbo). Recent schreef hij o.a. Spelenderwijs wijzer worden (Garant, 2010).
Frits Prins studeerde orthopedagogiek in Utrecht en Groningen. Hij was werkzaam in een kinderrevalidatiecentrum en in het speciaal onderwijs. Momenteel is hij bestuursvoorzitter van het Orthopedagogisch Centrum: de Ambelt.

Gekleurd door het leven. Getuigenissen van jonge Turkse en Marokkaanse vrouwen over hun schooljaren en eerste ervaringen op de arbeidsmarkt
€ 16,50
Dit is derde en (voorlopig) laatste deel in een reeks waarin verslag gedaan wordt van onderzoek naar de onderwijs- en arbeidsloopbanen van allochtonen in Vlaanderen:
In de eerste twee boeken worden veralgemeenbare uitspraken gedaan op basis vanstatistische analyses. Deze analyses leidden tot erg relevante inzichten over deleerprestaties van allochtonen in het onderwijs en hun intrede op de arbeidsmarkt.
Desalniettemin bleek ook dat niet alle bijzonderheden in de school- enarbeidsloopbanen van de allochtone jongeren via kwantitatieve analyses kunnenworden geduid. Meer bepaald viel op hoe één groep allochtonen in hetbijzonder moeilijkheden ondervond om aansluiting te vinden op school en opde arbeidsmarkt: de meisjes van Turkse en Marokkaanse herkomst. In dit boekstaat deze groep centraal. We laten hen zelf aan het woord.
Dit boek gaat dieper in op de achterliggende processen die de erg opvallendetrajecten van Turkse en Marokkaanse vrouwen mee vorm geven.
Wat zijn de belangrijkste belemmeringen voor een volwaardige participatie van deze vrouwen aan het onderwijs en op de arbeidsmarkt?
En zijn er ook specifieke kansen?
Welke rol spelen genderrelaties hierin?
Om meer inzicht te verwerven in deachterliggende processen van sociale achterstelling, uitsluiting en discriminatiein de onderwijs- en arbeidsloopbanen van deze vrouwen werden een aantalTurkse en Marokkaanse vrouwen uit het eerdere onderzoek opnieuw bezochtvoor een diepgaand vervolginterview over hun school- en beroepsloopbaan.Dit boek brengt hun verhalen, toetst ze af aan eerdere bevindingen en duidt zemet inzichten uit de literatuur.

Gekleurd door het leven. Getuigenissen van jonge Turkse en Marokkaanse vrouwen over hun schooljaren en eerste ervaringen op de arbeidsmarkt
€ 16,50
Dit is derde en (voorlopig) laatste deel in een reeks waarin verslag gedaan wordt van onderzoek naar de onderwijs- en arbeidsloopbanen van allochtonen in Vlaanderen:
In de eerste twee boeken worden veralgemeenbare uitspraken gedaan op basis vanstatistische analyses. Deze analyses leidden tot erg relevante inzichten over deleerprestaties van allochtonen in het onderwijs en hun intrede op de arbeidsmarkt.
Desalniettemin bleek ook dat niet alle bijzonderheden in de school- enarbeidsloopbanen van de allochtone jongeren via kwantitatieve analyses kunnenworden geduid. Meer bepaald viel op hoe één groep allochtonen in hetbijzonder moeilijkheden ondervond om aansluiting te vinden op school en opde arbeidsmarkt: de meisjes van Turkse en Marokkaanse herkomst. In dit boekstaat deze groep centraal. We laten hen zelf aan het woord.
Dit boek gaat dieper in op de achterliggende processen die de erg opvallendetrajecten van Turkse en Marokkaanse vrouwen mee vorm geven.
Wat zijn de belangrijkste belemmeringen voor een volwaardige participatie van deze vrouwen aan het onderwijs en op de arbeidsmarkt?
En zijn er ook specifieke kansen?
Welke rol spelen genderrelaties hierin?
Om meer inzicht te verwerven in deachterliggende processen van sociale achterstelling, uitsluiting en discriminatiein de onderwijs- en arbeidsloopbanen van deze vrouwen werden een aantalTurkse en Marokkaanse vrouwen uit het eerdere onderzoek opnieuw bezochtvoor een diepgaand vervolginterview over hun school- en beroepsloopbaan.Dit boek brengt hun verhalen, toetst ze af aan eerdere bevindingen en duidt zemet inzichten uit de literatuur.
De investeringsbeslissing. Een beleidsgerichte analyse (+ cd-rom)
€ 37,90
Investeringsbeslissingen behoren tot de belangrijkste keuzes die een onderneming of organisatie
kan maken. De ondernemingsstrategie krijgt concreet gestalte door de uitvoering van investeringsprojecten.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat er ter ondersteuning van die beslissingsprocessen zoveel technieken en methoden werden ontwikkeld. Dit werk wil de voornaamste hulpmiddelen in kaart brengen en op een praktijkgerichte wijze integreren. Dit gaat van eenvoudige modellen die uitgaan van een goed voorspelbare, deterministische omgeving tot complexe strategische situaties met veel risico en onzekerheid, waarin beroep wordt gedaan op Monte-Carlo simulatie of optiewaarderingsmodellen zoals het Black-Scholesmodel of het binomiaalmodel. Hierbij wordt ruim aandacht besteed aan de (soms verrassende) invloed van de vennootschapsbelastingen op het resultaat van de analyse.
Wetenschappelijk stevig gefundeerde analysemethoden worden op een toepassingsgerichte wijze aangebracht. Hierbij wordt uitgebreid gebruik gemaakt van Microsoft Excel werkbladen die meegeleverd worden op de cd-rom. Hoewel het boek ook goed zonder de elektronische werkbladen kan worden gebruikt, leveren die werkbladen een duidelijke meerwaarde op. De Excel werkbladen hebben namelijk een dubbel doel. Enerzijds zijn ze zo opgebouwd dat zij een levendige illustratie zijn van de technieken. De lezer kan daarmee zelf moeiteloos nagaan wat de impact is van allerlei variaties in de beslissingsparameters. Die numerieke en grafi sche verkenningen helpen om het inzicht in de technieken te verdiepen. Anderzijds wordt de opbouw van deze werkbladen ook duidelijk, stapsgewijze in de tekst besproken. Het gebruik van Excel-mogelijkheden die door sommige lezers misschien minder vaak gebruikt worden (zoals b.v. doelzoeken of macro’s) wordt omstandig toegelicht. Het handboek kan daardoor ook gebruikt worden om de kennis van een aantal Excel-mogelijkheden te verdiepen. De bedoeling is de theorie te vertalen in toepassing en de lezer te helpen bij het opbouwen van eigen werkbladen voor de eigen praktijksituatie.
De combinatie van wetenschappelijke basis en interactieve praktijkgerichtheid maakt van dit werk een innovatieve bijdrage tot het domein. Dit handboek is zowel bestemd voor studenten in het universitair en het hoger onderwijs als voor ondernemers, managers en analisten op alle niveaus in de organisatie die betrokken zijn bij investeringsprojecten.
Roger Mercken is Master of Business Administration en doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen (Katholieke Universiteit Leuven). Hij is gewoon hoogleraar Accountancy en Bedrijfskunde aan de Faculteit Toegepaste Economische Wetenschappen van het Limburgs Universitair Centrum in Diepenbeek. Hij doceert de vakken Investeringen, Vennootschapsboekhouden, Externe controle, Computer Auditing en Strategie & Informatiemanagement. Hij is actief in diverse management-onderzoeksgebieden en participeerde in een aantal onderzoeksprojecten. Hij publiceerde in diverse nationale en internationale wetenschappelijke tijdschriften en is ook medeauteur van twee handboeken ‘Boekhouding en fi nanciële rapportering’.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat er ter ondersteuning van die beslissingsprocessen zoveel technieken en methoden werden ontwikkeld. Dit werk wil de voornaamste hulpmiddelen in kaart brengen en op een praktijkgerichte wijze integreren. Dit gaat van eenvoudige modellen die uitgaan van een goed voorspelbare, deterministische omgeving tot complexe strategische situaties met veel risico en onzekerheid, waarin beroep wordt gedaan op Monte-Carlo simulatie of optiewaarderingsmodellen zoals het Black-Scholesmodel of het binomiaalmodel. Hierbij wordt ruim aandacht besteed aan de (soms verrassende) invloed van de vennootschapsbelastingen op het resultaat van de analyse.
Wetenschappelijk stevig gefundeerde analysemethoden worden op een toepassingsgerichte wijze aangebracht. Hierbij wordt uitgebreid gebruik gemaakt van Microsoft Excel werkbladen die meegeleverd worden op de cd-rom. Hoewel het boek ook goed zonder de elektronische werkbladen kan worden gebruikt, leveren die werkbladen een duidelijke meerwaarde op. De Excel werkbladen hebben namelijk een dubbel doel. Enerzijds zijn ze zo opgebouwd dat zij een levendige illustratie zijn van de technieken. De lezer kan daarmee zelf moeiteloos nagaan wat de impact is van allerlei variaties in de beslissingsparameters. Die numerieke en grafi sche verkenningen helpen om het inzicht in de technieken te verdiepen. Anderzijds wordt de opbouw van deze werkbladen ook duidelijk, stapsgewijze in de tekst besproken. Het gebruik van Excel-mogelijkheden die door sommige lezers misschien minder vaak gebruikt worden (zoals b.v. doelzoeken of macro’s) wordt omstandig toegelicht. Het handboek kan daardoor ook gebruikt worden om de kennis van een aantal Excel-mogelijkheden te verdiepen. De bedoeling is de theorie te vertalen in toepassing en de lezer te helpen bij het opbouwen van eigen werkbladen voor de eigen praktijksituatie.
De combinatie van wetenschappelijke basis en interactieve praktijkgerichtheid maakt van dit werk een innovatieve bijdrage tot het domein. Dit handboek is zowel bestemd voor studenten in het universitair en het hoger onderwijs als voor ondernemers, managers en analisten op alle niveaus in de organisatie die betrokken zijn bij investeringsprojecten.
Roger Mercken is Master of Business Administration en doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen (Katholieke Universiteit Leuven). Hij is gewoon hoogleraar Accountancy en Bedrijfskunde aan de Faculteit Toegepaste Economische Wetenschappen van het Limburgs Universitair Centrum in Diepenbeek. Hij doceert de vakken Investeringen, Vennootschapsboekhouden, Externe controle, Computer Auditing en Strategie & Informatiemanagement. Hij is actief in diverse management-onderzoeksgebieden en participeerde in een aantal onderzoeksprojecten. Hij publiceerde in diverse nationale en internationale wetenschappelijke tijdschriften en is ook medeauteur van twee handboeken ‘Boekhouding en fi nanciële rapportering’.
De investeringsbeslissing. Een beleidsgerichte analyse (+ cd-rom)
€ 37,90
Investeringsbeslissingen behoren tot de belangrijkste keuzes die een onderneming of organisatie
kan maken. De ondernemingsstrategie krijgt concreet gestalte door de uitvoering van investeringsprojecten.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat er ter ondersteuning van die beslissingsprocessen zoveel technieken en methoden werden ontwikkeld. Dit werk wil de voornaamste hulpmiddelen in kaart brengen en op een praktijkgerichte wijze integreren. Dit gaat van eenvoudige modellen die uitgaan van een goed voorspelbare, deterministische omgeving tot complexe strategische situaties met veel risico en onzekerheid, waarin beroep wordt gedaan op Monte-Carlo simulatie of optiewaarderingsmodellen zoals het Black-Scholesmodel of het binomiaalmodel. Hierbij wordt ruim aandacht besteed aan de (soms verrassende) invloed van de vennootschapsbelastingen op het resultaat van de analyse.
Wetenschappelijk stevig gefundeerde analysemethoden worden op een toepassingsgerichte wijze aangebracht. Hierbij wordt uitgebreid gebruik gemaakt van Microsoft Excel werkbladen die meegeleverd worden op de cd-rom. Hoewel het boek ook goed zonder de elektronische werkbladen kan worden gebruikt, leveren die werkbladen een duidelijke meerwaarde op. De Excel werkbladen hebben namelijk een dubbel doel. Enerzijds zijn ze zo opgebouwd dat zij een levendige illustratie zijn van de technieken. De lezer kan daarmee zelf moeiteloos nagaan wat de impact is van allerlei variaties in de beslissingsparameters. Die numerieke en grafi sche verkenningen helpen om het inzicht in de technieken te verdiepen. Anderzijds wordt de opbouw van deze werkbladen ook duidelijk, stapsgewijze in de tekst besproken. Het gebruik van Excel-mogelijkheden die door sommige lezers misschien minder vaak gebruikt worden (zoals b.v. doelzoeken of macro’s) wordt omstandig toegelicht. Het handboek kan daardoor ook gebruikt worden om de kennis van een aantal Excel-mogelijkheden te verdiepen. De bedoeling is de theorie te vertalen in toepassing en de lezer te helpen bij het opbouwen van eigen werkbladen voor de eigen praktijksituatie.
De combinatie van wetenschappelijke basis en interactieve praktijkgerichtheid maakt van dit werk een innovatieve bijdrage tot het domein. Dit handboek is zowel bestemd voor studenten in het universitair en het hoger onderwijs als voor ondernemers, managers en analisten op alle niveaus in de organisatie die betrokken zijn bij investeringsprojecten.
Roger Mercken is Master of Business Administration en doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen (Katholieke Universiteit Leuven). Hij is gewoon hoogleraar Accountancy en Bedrijfskunde aan de Faculteit Toegepaste Economische Wetenschappen van het Limburgs Universitair Centrum in Diepenbeek. Hij doceert de vakken Investeringen, Vennootschapsboekhouden, Externe controle, Computer Auditing en Strategie & Informatiemanagement. Hij is actief in diverse management-onderzoeksgebieden en participeerde in een aantal onderzoeksprojecten. Hij publiceerde in diverse nationale en internationale wetenschappelijke tijdschriften en is ook medeauteur van twee handboeken ‘Boekhouding en fi nanciële rapportering’.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat er ter ondersteuning van die beslissingsprocessen zoveel technieken en methoden werden ontwikkeld. Dit werk wil de voornaamste hulpmiddelen in kaart brengen en op een praktijkgerichte wijze integreren. Dit gaat van eenvoudige modellen die uitgaan van een goed voorspelbare, deterministische omgeving tot complexe strategische situaties met veel risico en onzekerheid, waarin beroep wordt gedaan op Monte-Carlo simulatie of optiewaarderingsmodellen zoals het Black-Scholesmodel of het binomiaalmodel. Hierbij wordt ruim aandacht besteed aan de (soms verrassende) invloed van de vennootschapsbelastingen op het resultaat van de analyse.
Wetenschappelijk stevig gefundeerde analysemethoden worden op een toepassingsgerichte wijze aangebracht. Hierbij wordt uitgebreid gebruik gemaakt van Microsoft Excel werkbladen die meegeleverd worden op de cd-rom. Hoewel het boek ook goed zonder de elektronische werkbladen kan worden gebruikt, leveren die werkbladen een duidelijke meerwaarde op. De Excel werkbladen hebben namelijk een dubbel doel. Enerzijds zijn ze zo opgebouwd dat zij een levendige illustratie zijn van de technieken. De lezer kan daarmee zelf moeiteloos nagaan wat de impact is van allerlei variaties in de beslissingsparameters. Die numerieke en grafi sche verkenningen helpen om het inzicht in de technieken te verdiepen. Anderzijds wordt de opbouw van deze werkbladen ook duidelijk, stapsgewijze in de tekst besproken. Het gebruik van Excel-mogelijkheden die door sommige lezers misschien minder vaak gebruikt worden (zoals b.v. doelzoeken of macro’s) wordt omstandig toegelicht. Het handboek kan daardoor ook gebruikt worden om de kennis van een aantal Excel-mogelijkheden te verdiepen. De bedoeling is de theorie te vertalen in toepassing en de lezer te helpen bij het opbouwen van eigen werkbladen voor de eigen praktijksituatie.
De combinatie van wetenschappelijke basis en interactieve praktijkgerichtheid maakt van dit werk een innovatieve bijdrage tot het domein. Dit handboek is zowel bestemd voor studenten in het universitair en het hoger onderwijs als voor ondernemers, managers en analisten op alle niveaus in de organisatie die betrokken zijn bij investeringsprojecten.
Roger Mercken is Master of Business Administration en doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen (Katholieke Universiteit Leuven). Hij is gewoon hoogleraar Accountancy en Bedrijfskunde aan de Faculteit Toegepaste Economische Wetenschappen van het Limburgs Universitair Centrum in Diepenbeek. Hij doceert de vakken Investeringen, Vennootschapsboekhouden, Externe controle, Computer Auditing en Strategie & Informatiemanagement. Hij is actief in diverse management-onderzoeksgebieden en participeerde in een aantal onderzoeksprojecten. Hij publiceerde in diverse nationale en internationale wetenschappelijke tijdschriften en is ook medeauteur van twee handboeken ‘Boekhouding en fi nanciële rapportering’.
Is wonen in Vlaanderen betaalbaar?
€ 24,90
Dat wonen in Vlaanderen onbetaalbaar is geworden, lijkt stilaan algemeen aanvaard. De woningprijzen
zijn de afgelopen decennia dan ook enorm gestegen en menigeen tast diep in de buidel om de eigen
woningdroom te realiseren of een geschikte woning te huren. In antwoord hierop heeft de Vlaamse
regering de afgelopen jaren een hoge beleidsprioriteit gegeven aan de ontwikkeling van een ‘grond- en
pandenbeleid’.
Maar is wonen in Vlaanderen werkelijk onbetaalbaar geworden? Op vraag van de Vlaamse overheid heeft het Steunpunt Ruimte en Wonen in het recente verleden meerdere studies aan deze vraag gewijd. De onderzoekers bundelden dit werk nu in een boek dat op een wetenschappelijk verantwoorde manier objectieve gegevens aanbrengt en evoluties schetst en duidt.
Het boek maakt duidelijk dat de discussie in Vlaanderen over de betaalbaarheid van het wonen te zeer in termen van alleen maar prijzen wordt gevoerd. Internationaal aanvaarde definities van betaalbaarheid leggen steeds de relatie tussen prijzen en inkomens. Volgt men deze, dan komt men tot andere dan de gebruikelijke conclusies. Vooral valt dan op dat sommige groepen in de samenleving het op de woningmarkt bijzonder hard te verduren hebben. Het recht op betaalbaar wonen is lang niet voor iedereen verzekerd. Het boek betekent dan ook een sterk appel naar het beleid om daartoe de nodige maatregelen te nemen.
Sien Winters is sociaal pedagoog en economist, onderzoeksleider bij het HIVA-KULeuven en coördinator van het team wonen van het Steunpunt Ruimte en Wonen. Kristof Heylen is socioloog en senior onderzoeker bij het HIVA-KULeuven. Sien Winters is sociaal pedagoog en economist, onderzoeksleider bij het HIVA-KULeuven en coördinator van het team wonen van het Steunpunt Ruimte en Wonen.
Kristof Heylen is socioloog en senior onderzoeker bij het HIVA-KULeuven.
Marietta Haffner is econoom en senioronderzoeker bij het Onderzoeksinstituut OTB van de TUDelft in Nederland.
Frank Vastmans is handelsingenieur en wetenschappelijk medewerker bij het Departement Economie van de KULeuven.
Pascal De Decker is socioloog en ruimtelijk planner, onderzoeksleider aan de Hogeschool Gent, Departement Toegepaste Ingenieurswetenschappen en docent aan de Hogeschool WenK, Departement Sint-Lucas Gent/Brussel.
Erik Buyst is professor economie aan het Departement Economie van de KULeuven.
Alle auteurs zijn verbonden aan het Steunpunt Ruimte en Wonen, Steunpunt voor Beleidsrelevant Onderzoek 2007-2011.
www.steunpuntruimteenwonen.be
Maar is wonen in Vlaanderen werkelijk onbetaalbaar geworden? Op vraag van de Vlaamse overheid heeft het Steunpunt Ruimte en Wonen in het recente verleden meerdere studies aan deze vraag gewijd. De onderzoekers bundelden dit werk nu in een boek dat op een wetenschappelijk verantwoorde manier objectieve gegevens aanbrengt en evoluties schetst en duidt.
Het boek maakt duidelijk dat de discussie in Vlaanderen over de betaalbaarheid van het wonen te zeer in termen van alleen maar prijzen wordt gevoerd. Internationaal aanvaarde definities van betaalbaarheid leggen steeds de relatie tussen prijzen en inkomens. Volgt men deze, dan komt men tot andere dan de gebruikelijke conclusies. Vooral valt dan op dat sommige groepen in de samenleving het op de woningmarkt bijzonder hard te verduren hebben. Het recht op betaalbaar wonen is lang niet voor iedereen verzekerd. Het boek betekent dan ook een sterk appel naar het beleid om daartoe de nodige maatregelen te nemen.
Sien Winters is sociaal pedagoog en economist, onderzoeksleider bij het HIVA-KULeuven en coördinator van het team wonen van het Steunpunt Ruimte en Wonen. Kristof Heylen is socioloog en senior onderzoeker bij het HIVA-KULeuven. Sien Winters is sociaal pedagoog en economist, onderzoeksleider bij het HIVA-KULeuven en coördinator van het team wonen van het Steunpunt Ruimte en Wonen.
Kristof Heylen is socioloog en senior onderzoeker bij het HIVA-KULeuven.
Marietta Haffner is econoom en senioronderzoeker bij het Onderzoeksinstituut OTB van de TUDelft in Nederland.
Frank Vastmans is handelsingenieur en wetenschappelijk medewerker bij het Departement Economie van de KULeuven.
Pascal De Decker is socioloog en ruimtelijk planner, onderzoeksleider aan de Hogeschool Gent, Departement Toegepaste Ingenieurswetenschappen en docent aan de Hogeschool WenK, Departement Sint-Lucas Gent/Brussel.
Erik Buyst is professor economie aan het Departement Economie van de KULeuven.
Alle auteurs zijn verbonden aan het Steunpunt Ruimte en Wonen, Steunpunt voor Beleidsrelevant Onderzoek 2007-2011.
www.steunpuntruimteenwonen.be
Is wonen in Vlaanderen betaalbaar?
€ 24,90
Dat wonen in Vlaanderen onbetaalbaar is geworden, lijkt stilaan algemeen aanvaard. De woningprijzen
zijn de afgelopen decennia dan ook enorm gestegen en menigeen tast diep in de buidel om de eigen
woningdroom te realiseren of een geschikte woning te huren. In antwoord hierop heeft de Vlaamse
regering de afgelopen jaren een hoge beleidsprioriteit gegeven aan de ontwikkeling van een ‘grond- en
pandenbeleid’.
Maar is wonen in Vlaanderen werkelijk onbetaalbaar geworden? Op vraag van de Vlaamse overheid heeft het Steunpunt Ruimte en Wonen in het recente verleden meerdere studies aan deze vraag gewijd. De onderzoekers bundelden dit werk nu in een boek dat op een wetenschappelijk verantwoorde manier objectieve gegevens aanbrengt en evoluties schetst en duidt.
Het boek maakt duidelijk dat de discussie in Vlaanderen over de betaalbaarheid van het wonen te zeer in termen van alleen maar prijzen wordt gevoerd. Internationaal aanvaarde definities van betaalbaarheid leggen steeds de relatie tussen prijzen en inkomens. Volgt men deze, dan komt men tot andere dan de gebruikelijke conclusies. Vooral valt dan op dat sommige groepen in de samenleving het op de woningmarkt bijzonder hard te verduren hebben. Het recht op betaalbaar wonen is lang niet voor iedereen verzekerd. Het boek betekent dan ook een sterk appel naar het beleid om daartoe de nodige maatregelen te nemen.
Sien Winters is sociaal pedagoog en economist, onderzoeksleider bij het HIVA-KULeuven en coördinator van het team wonen van het Steunpunt Ruimte en Wonen. Kristof Heylen is socioloog en senior onderzoeker bij het HIVA-KULeuven. Sien Winters is sociaal pedagoog en economist, onderzoeksleider bij het HIVA-KULeuven en coördinator van het team wonen van het Steunpunt Ruimte en Wonen.
Kristof Heylen is socioloog en senior onderzoeker bij het HIVA-KULeuven.
Marietta Haffner is econoom en senioronderzoeker bij het Onderzoeksinstituut OTB van de TUDelft in Nederland.
Frank Vastmans is handelsingenieur en wetenschappelijk medewerker bij het Departement Economie van de KULeuven.
Pascal De Decker is socioloog en ruimtelijk planner, onderzoeksleider aan de Hogeschool Gent, Departement Toegepaste Ingenieurswetenschappen en docent aan de Hogeschool WenK, Departement Sint-Lucas Gent/Brussel.
Erik Buyst is professor economie aan het Departement Economie van de KULeuven.
Alle auteurs zijn verbonden aan het Steunpunt Ruimte en Wonen, Steunpunt voor Beleidsrelevant Onderzoek 2007-2011.
www.steunpuntruimteenwonen.be
Maar is wonen in Vlaanderen werkelijk onbetaalbaar geworden? Op vraag van de Vlaamse overheid heeft het Steunpunt Ruimte en Wonen in het recente verleden meerdere studies aan deze vraag gewijd. De onderzoekers bundelden dit werk nu in een boek dat op een wetenschappelijk verantwoorde manier objectieve gegevens aanbrengt en evoluties schetst en duidt.
Het boek maakt duidelijk dat de discussie in Vlaanderen over de betaalbaarheid van het wonen te zeer in termen van alleen maar prijzen wordt gevoerd. Internationaal aanvaarde definities van betaalbaarheid leggen steeds de relatie tussen prijzen en inkomens. Volgt men deze, dan komt men tot andere dan de gebruikelijke conclusies. Vooral valt dan op dat sommige groepen in de samenleving het op de woningmarkt bijzonder hard te verduren hebben. Het recht op betaalbaar wonen is lang niet voor iedereen verzekerd. Het boek betekent dan ook een sterk appel naar het beleid om daartoe de nodige maatregelen te nemen.
Sien Winters is sociaal pedagoog en economist, onderzoeksleider bij het HIVA-KULeuven en coördinator van het team wonen van het Steunpunt Ruimte en Wonen. Kristof Heylen is socioloog en senior onderzoeker bij het HIVA-KULeuven. Sien Winters is sociaal pedagoog en economist, onderzoeksleider bij het HIVA-KULeuven en coördinator van het team wonen van het Steunpunt Ruimte en Wonen.
Kristof Heylen is socioloog en senior onderzoeker bij het HIVA-KULeuven.
Marietta Haffner is econoom en senioronderzoeker bij het Onderzoeksinstituut OTB van de TUDelft in Nederland.
Frank Vastmans is handelsingenieur en wetenschappelijk medewerker bij het Departement Economie van de KULeuven.
Pascal De Decker is socioloog en ruimtelijk planner, onderzoeksleider aan de Hogeschool Gent, Departement Toegepaste Ingenieurswetenschappen en docent aan de Hogeschool WenK, Departement Sint-Lucas Gent/Brussel.
Erik Buyst is professor economie aan het Departement Economie van de KULeuven.
Alle auteurs zijn verbonden aan het Steunpunt Ruimte en Wonen, Steunpunt voor Beleidsrelevant Onderzoek 2007-2011.
www.steunpuntruimteenwonen.be
