Grondlaag & pigment. Kunst, cultuur & samenleving.
Dit boek tast het cultuurlandschap af in het algemeen en dat van Vlaanderen in het bijzonder.
De auteurs gaan daarbij uit van de vitale relatie van cultuur en kunst, die vervolgens als ankerpunten in de samenleving zouden moeten fungeren.
De vraag naar de identiteit van (aspecten van) kunst en cultuur, hetzij als grondlaag, hetzij als pigment, vormt een potentiële en vrijblijvende leidraad door het boek. De auteurs willen immers daarbij de wijsheid niet in pacht hebben en werpen daarom de nodige vragen en problemen op.
Ze onderzoeken het begrip cultuur, behandelen de ‘ismen’ in de kunst, tasten het Vlaamse cultuurbeleid en sociaal-cultureel werk af en reiken een aantal parameters en sleutels aan ter afbakening en/of ter verruiming van het cultuurbegrip en de ermee verbonden kaders. En vooral: hoe dient de theorie een huwelijk aan te gaan met de praktijk?
Dit boek geeft aanzetten tot antwoord, verfijning en onderzoek aan. Dit alles in de wetenschap dat een boek over ‘kunst, cultuur en samenleving’ nooit af is en tal van lezers én medeauteurs kan gebruiken. Tot meerdere eer en glorie van kunst in het bijzonder, van cultuur en gemeenschap in het algemeen.
Stefan Van den Bossche, literatuurhistoricus, cultuurwetenschapper en doctor in de letteren, doceert Moderne Nederlandse letterkunde en Interartistiek comparatisme aan de Hogeschool-Universiteit Brussel en is gastprofessor Cultuurwetenschap aan de Katholieke Hogeschool Leuven.
Peter Wouters, bachelor sociaal werk en master sociaal werk en sociaal beleid, is opleidingshoofd Sociaal-cultureel werk aan de KHLeuven. Hij voerde onderzoek naar de cultuurbeleidscoördinatoren in Vlaanderen.
Grondlaag & pigment. Kunst, cultuur & samenleving.
Dit boek tast het cultuurlandschap af in het algemeen en dat van Vlaanderen in het bijzonder.
De auteurs gaan daarbij uit van de vitale relatie van cultuur en kunst, die vervolgens als ankerpunten in de samenleving zouden moeten fungeren.
De vraag naar de identiteit van (aspecten van) kunst en cultuur, hetzij als grondlaag, hetzij als pigment, vormt een potentiële en vrijblijvende leidraad door het boek. De auteurs willen immers daarbij de wijsheid niet in pacht hebben en werpen daarom de nodige vragen en problemen op.
Ze onderzoeken het begrip cultuur, behandelen de ‘ismen’ in de kunst, tasten het Vlaamse cultuurbeleid en sociaal-cultureel werk af en reiken een aantal parameters en sleutels aan ter afbakening en/of ter verruiming van het cultuurbegrip en de ermee verbonden kaders. En vooral: hoe dient de theorie een huwelijk aan te gaan met de praktijk?
Dit boek geeft aanzetten tot antwoord, verfijning en onderzoek aan. Dit alles in de wetenschap dat een boek over ‘kunst, cultuur en samenleving’ nooit af is en tal van lezers én medeauteurs kan gebruiken. Tot meerdere eer en glorie van kunst in het bijzonder, van cultuur en gemeenschap in het algemeen.
Stefan Van den Bossche, literatuurhistoricus, cultuurwetenschapper en doctor in de letteren, doceert Moderne Nederlandse letterkunde en Interartistiek comparatisme aan de Hogeschool-Universiteit Brussel en is gastprofessor Cultuurwetenschap aan de Katholieke Hogeschool Leuven.
Peter Wouters, bachelor sociaal werk en master sociaal werk en sociaal beleid, is opleidingshoofd Sociaal-cultureel werk aan de KHLeuven. Hij voerde onderzoek naar de cultuurbeleidscoördinatoren in Vlaanderen.
Van Ijstijd tot Skype. Korte geschiedenis van Estland
Estland is sinds 2004 lid van de Europese Unie en heeft sinds 2011 met de euro dezelfde munt als Nederland en België. Toch is dit land aan het noordoostelijke uiteinde van de Oostzee nog weinig bekend in West-Europa.
Dit boek schetst, voor het eerst in het Nederlands, de dramatische en complexe historische gebeurtenissen in een bijzonder hoekje van Europa.
Hoe kon een klein volk, dat nooit meer dan één miljoen mensen telde, überhaupt overleven tussen Denen, Duitsers, Polen, Zweden en Russen? Het bijzondere van Estland is niet in de laatste plaats dat het nog altijd bestaat.
Deze korte geschiedenis van Estland is een degelijk gefundeerde, maar toegankelijk geschreven uiteenzetting die voor verschillende doelgroepen is gedacht. Voor het brede publiek van geïnteresseerde toeristen tot iedereen die van cultuur en geschiedenis houdt. Maar vooral ook voor iedereen die meer wil weten over een spannende Europese regio, voor wie nieuwsgierig is naar de diversiteit van Europa, en voor allen die belangstelling hebben voor een land dat zij tot nu toe misschien alleen maar vanuit een ooghoek hebben waargenomen.
Cornelius Hasselblatt studeerde finoegristiek, geschiedenis en literatuurwetenschap aan de universiteiten van Hamburg en Helsinki en bezoekt Estland sind 1982 regelmatig. Hij is sinds 1998 hoogleraar Finoegrische talen en culturen aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Van Ijstijd tot Skype. Korte geschiedenis van Estland
Estland is sinds 2004 lid van de Europese Unie en heeft sinds 2011 met de euro dezelfde munt als Nederland en België. Toch is dit land aan het noordoostelijke uiteinde van de Oostzee nog weinig bekend in West-Europa.
Dit boek schetst, voor het eerst in het Nederlands, de dramatische en complexe historische gebeurtenissen in een bijzonder hoekje van Europa.
Hoe kon een klein volk, dat nooit meer dan één miljoen mensen telde, überhaupt overleven tussen Denen, Duitsers, Polen, Zweden en Russen? Het bijzondere van Estland is niet in de laatste plaats dat het nog altijd bestaat.
Deze korte geschiedenis van Estland is een degelijk gefundeerde, maar toegankelijk geschreven uiteenzetting die voor verschillende doelgroepen is gedacht. Voor het brede publiek van geïnteresseerde toeristen tot iedereen die van cultuur en geschiedenis houdt. Maar vooral ook voor iedereen die meer wil weten over een spannende Europese regio, voor wie nieuwsgierig is naar de diversiteit van Europa, en voor allen die belangstelling hebben voor een land dat zij tot nu toe misschien alleen maar vanuit een ooghoek hebben waargenomen.
Cornelius Hasselblatt studeerde finoegristiek, geschiedenis en literatuurwetenschap aan de universiteiten van Hamburg en Helsinki en bezoekt Estland sind 1982 regelmatig. Hij is sinds 1998 hoogleraar Finoegrische talen en culturen aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Handchirurgie. Deel 1: Trauma
Dit boek geeft een actueel overzicht van de handchirurgie: wat er kanen hoe dergelijke problemen het best worden aangepakt? Het presenteertde pathologie en beleidsvormen zoals ze momenteel algemeenen internationaal worden aanvaard.
Handchirurgie houdt zich bezig met de totaliteit van handletsels en-aandoeningen. Mede door deze globale aanpak is deze specialiteitgeworden wat ze nu is. Microchirurgie deed in 1965 haar intrede indeze subdiscipline na het aanhechten van een hand en vond er éénvan haar grootste toepassingsterreinen. De menselijke hand was instaat om dingen te doen die het oog niet kon onderscheiden. Dezemicrochirurgie heeft de handchirurgie een bijkomende dimensie gegevenmet een eigen identiteit. Ook de endoscopie, minimaal invasievetechnieken en de ontwikkeling van specifieke instrumenten enimplantaten heeft bijgedragen tot de vooruitgang van deze discipline.Momenteel is de handchirurgie als specialiteit erkend in heel wat landen.In de Scandinavische landen bestaat zelfs een aparte opleiding tothandchirurg. In België en Nederland is dat nog niet het geval en is detitel ook nog niet beschermd, hoewel meer en meer geïnteresseerdeneen bijkomende opleiding volgen.
In dit boek komen de meest courante aandoeningen aan bod, zoalstraumatische letsels en niet-traumatische aandoeningen met als overgangde ligamentaire polspathologie. Die is meestal van traumatischoorsprong, maar diagnose en behandeling zijn vaak laattijdig.
Handchirurgie. Deel 1: Trauma
Dit boek geeft een actueel overzicht van de handchirurgie: wat er kanen hoe dergelijke problemen het best worden aangepakt? Het presenteertde pathologie en beleidsvormen zoals ze momenteel algemeenen internationaal worden aanvaard.
Handchirurgie houdt zich bezig met de totaliteit van handletsels en-aandoeningen. Mede door deze globale aanpak is deze specialiteitgeworden wat ze nu is. Microchirurgie deed in 1965 haar intrede indeze subdiscipline na het aanhechten van een hand en vond er éénvan haar grootste toepassingsterreinen. De menselijke hand was instaat om dingen te doen die het oog niet kon onderscheiden. Dezemicrochirurgie heeft de handchirurgie een bijkomende dimensie gegevenmet een eigen identiteit. Ook de endoscopie, minimaal invasievetechnieken en de ontwikkeling van specifieke instrumenten enimplantaten heeft bijgedragen tot de vooruitgang van deze discipline.Momenteel is de handchirurgie als specialiteit erkend in heel wat landen.In de Scandinavische landen bestaat zelfs een aparte opleiding tothandchirurg. In België en Nederland is dat nog niet het geval en is detitel ook nog niet beschermd, hoewel meer en meer geïnteresseerdeneen bijkomende opleiding volgen.
In dit boek komen de meest courante aandoeningen aan bod, zoalstraumatische letsels en niet-traumatische aandoeningen met als overgangde ligamentaire polspathologie. Die is meestal van traumatischoorsprong, maar diagnose en behandeling zijn vaak laattijdig.
Wederzijdse emotionele beschikbaarheid
Door stil te staan bij deze vragen worden begeleiders zich meer bewust van hun eigen invloed op de ondersteuningsrelatie. Dit bewustzijn bevordert hun emotionele beschikbaarheid in relatie tot mensen met een beperking en hun gezinscontext met wie ze samen op weg gaan.
Emotionele beschikbaarheid omvat volgende dimensies: sensitieve responsiviteit, structuur (houvast en grenzen), respect voor eigenheid en mildheid. Wederkerigheid staat hierbij centraal: reageren mensen met een verstandelijke beperking positief op deze beschikbaarheid?
Wanneer dit het geval is, dan kunnen cliënten zich veiliger hechten en worden hun mogelijkheden om stress en emoties te reguleren en om te mentaliseren ondersteund. Op deze wijze wordt hun kwaliteit van bestaan bevorderd.
Diverse auteurs zoomen in op het belang van emotionele steun aan begeleiders, in het bijzonder wanneer de ontmoeting onder druk staat vanwege gedrags- en emotionele problemen. Daarnaast is er een bijdrage over wederzijdse emotionele beschikbaarheid binnen kwalitatief wetenschappelijk onderzoek. Het boek wordt afgerond met een eigenzinnig verhaal van een brus, moeder en hulpverlener.
Erik De Belie, orthopedagoog en psychodynamisch kindertherapeut, is verbonden aan Alderande, een woonbegeleidingsdienst voor volwassenen met een verstandelijke beperking en aan het Multi-Functioneel Centrum (M.F.C.) De Hagewinde, beide in Lokeren. Hij is freelance gastdocent en supervisor.
Geert Van Hove, orthopedagoog, is hoofddocent aan de Vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent.
Wederzijdse emotionele beschikbaarheid
Door stil te staan bij deze vragen worden begeleiders zich meer bewust van hun eigen invloed op de ondersteuningsrelatie. Dit bewustzijn bevordert hun emotionele beschikbaarheid in relatie tot mensen met een beperking en hun gezinscontext met wie ze samen op weg gaan.
Emotionele beschikbaarheid omvat volgende dimensies: sensitieve responsiviteit, structuur (houvast en grenzen), respect voor eigenheid en mildheid. Wederkerigheid staat hierbij centraal: reageren mensen met een verstandelijke beperking positief op deze beschikbaarheid?
Wanneer dit het geval is, dan kunnen cliënten zich veiliger hechten en worden hun mogelijkheden om stress en emoties te reguleren en om te mentaliseren ondersteund. Op deze wijze wordt hun kwaliteit van bestaan bevorderd.
Diverse auteurs zoomen in op het belang van emotionele steun aan begeleiders, in het bijzonder wanneer de ontmoeting onder druk staat vanwege gedrags- en emotionele problemen. Daarnaast is er een bijdrage over wederzijdse emotionele beschikbaarheid binnen kwalitatief wetenschappelijk onderzoek. Het boek wordt afgerond met een eigenzinnig verhaal van een brus, moeder en hulpverlener.
Erik De Belie, orthopedagoog en psychodynamisch kindertherapeut, is verbonden aan Alderande, een woonbegeleidingsdienst voor volwassenen met een verstandelijke beperking en aan het Multi-Functioneel Centrum (M.F.C.) De Hagewinde, beide in Lokeren. Hij is freelance gastdocent en supervisor.
Geert Van Hove, orthopedagoog, is hoofddocent aan de Vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent.
Kiezen of delen. Pistes voor gezinsbeleid.
Gezinnen moeten vandaag vaak creatieve keuzes maken. Hoe houden we relaties levend? Hoe bevorderen we het welbevinden van kinderen bij echtscheiding? Willen ouders (beter) ondersteund worden in hun opvoedingstaken? Voelen jongeren zich slecht in hun vel en waarom? Hoe vinden we een evenwicht tussen gezin en werk? Moet de kinderbijslag omhoog? Deze en andere vragen zijn zeer herkenbaar. Ze belangen iedereen aan.
Waar gezinnen voor staan en hoe we hier als samenleving mee omgaan, vormt de rode draad door dit boek. Los van de waan van de dag reflecteren deskundigen over het beleid inzake relatievorming en echtscheiding, opvoedingsondersteuninig, jeugdzorg, combinatie arbeid en gezin, materiële ondersteuning van gezinnen. De dubbelgesprekken maken duidelijk hoe groot de impact is van het gezinsbeleid op vele aspecten van het dagelijkse leven.
Dit boek is een tijdsdocument dat vooral toekomstgerichte pistes uitzet voor gezinnen en gezinsbeleid. Het richt zich tot iedereen die zich engageert voor gezinnen: hulpverleners die met gezinnen werken, organisaties die opkomen voor de belangen van gezinnen, beleidsmakers die aan het roer staan. En tot slot iedereen die in een gezin leeft en die mee wil denken over een beleid dat zo veel mogelijk gezinnen ten goede komt.
Kiezen of delen. Pistes voor gezinsbeleid.
Gezinnen moeten vandaag vaak creatieve keuzes maken. Hoe houden we relaties levend? Hoe bevorderen we het welbevinden van kinderen bij echtscheiding? Willen ouders (beter) ondersteund worden in hun opvoedingstaken? Voelen jongeren zich slecht in hun vel en waarom? Hoe vinden we een evenwicht tussen gezin en werk? Moet de kinderbijslag omhoog? Deze en andere vragen zijn zeer herkenbaar. Ze belangen iedereen aan.
Waar gezinnen voor staan en hoe we hier als samenleving mee omgaan, vormt de rode draad door dit boek. Los van de waan van de dag reflecteren deskundigen over het beleid inzake relatievorming en echtscheiding, opvoedingsondersteuninig, jeugdzorg, combinatie arbeid en gezin, materiële ondersteuning van gezinnen. De dubbelgesprekken maken duidelijk hoe groot de impact is van het gezinsbeleid op vele aspecten van het dagelijkse leven.
Dit boek is een tijdsdocument dat vooral toekomstgerichte pistes uitzet voor gezinnen en gezinsbeleid. Het richt zich tot iedereen die zich engageert voor gezinnen: hulpverleners die met gezinnen werken, organisaties die opkomen voor de belangen van gezinnen, beleidsmakers die aan het roer staan. En tot slot iedereen die in een gezin leeft en die mee wil denken over een beleid dat zo veel mogelijk gezinnen ten goede komt.
Externe schoolevaluaties in Europa. Een vergelijkend onderzoek.
Deze studie onderzoekt de externe schoolevaluatie door onderwijsinspecties in zeven landen: Nederland, Tsjechië, Zweden en de regio ’s Noordrijn-Westfalen (Duitsland), Catalonië (Spanje), Wales (Verenigd Koninkrijk) en Vlaanderen (België). Wat zijn de actuele tendensen?
Met directe en participatieve observaties tijdens schoolinspecties werden de inhoudelijke, de organisatorische en de methodologische kenmerken van elk inspectiesysteem bepaald. Vervolgens werden de inspectiesystemen met elkaar vergeleken en getypeerd.
Na ruime onderwijservaring in het gewoon en het buitengewoon onderwijs werkte Ilse De Volder als onderwijsadviseur bij de Dienst voor Onderwijsontwikkeling van het Vlaams Ministerie van Onderwijs. Sinds 2001 is zij onderwijsinspecteur. Zij volgde de Master Opleidings- en Onderwijswetenschappen aan de Universiteit Antwerpen, waar ze daarna ook haar doctoraatstitel in de onderwijskunde behaalde.
Externe schoolevaluaties in Europa. Een vergelijkend onderzoek.
Deze studie onderzoekt de externe schoolevaluatie door onderwijsinspecties in zeven landen: Nederland, Tsjechië, Zweden en de regio ’s Noordrijn-Westfalen (Duitsland), Catalonië (Spanje), Wales (Verenigd Koninkrijk) en Vlaanderen (België). Wat zijn de actuele tendensen?
Met directe en participatieve observaties tijdens schoolinspecties werden de inhoudelijke, de organisatorische en de methodologische kenmerken van elk inspectiesysteem bepaald. Vervolgens werden de inspectiesystemen met elkaar vergeleken en getypeerd.
Na ruime onderwijservaring in het gewoon en het buitengewoon onderwijs werkte Ilse De Volder als onderwijsadviseur bij de Dienst voor Onderwijsontwikkeling van het Vlaams Ministerie van Onderwijs. Sinds 2001 is zij onderwijsinspecteur. Zij volgde de Master Opleidings- en Onderwijswetenschappen aan de Universiteit Antwerpen, waar ze daarna ook haar doctoraatstitel in de onderwijskunde behaalde.
Migrant zkt toekomst
Migrant zkt toekomst schetst een beeld van de levensomstandigheden van enerzijds Turken en Noord-Afrikanen en anderzijds Midden- en Oost-Europeanen in Gent. De auteurs analyseren met uniek cijfermateriaal de trends van het afgelopen decennium op het vlak van werken, wonen en huwen. Ze argumenteren dat we in de Belgische migratiegeschiedenis op een dubbel keerpunt zijn gekomen. Ten eerste stellen ze vast dat de Turkse en Noord-Afrikaanse Gentenaars geleidelijk overgaan van gesloten etnische enclaves naar een meer interactieve etnische mozaïek. Ten tweede merken de auteurs op dat de nieuwe migrantengroepen minder gesegregeerd leven dan tien jaar geleden.
“De auteurs willen in dit boek het ‘grotere verhaal’ brengen van het leven van ‘oude en nieuwe’ migranten in ons land. Daar zijn ze wonderwel in geslaagd. Migrant zkt toekomst focust op onze stad maar is zeer aan te bevelen aan beleidsmakers van álle niveaus.”
Daniël Termont, Burgemeester Gent
“Migrant zkt toekomst vertrekt van gegevens, maar draagt ook gewaagde reflecties aan. De auteurs schreven een boek dat zowel beleidsmakers kan dienen, als één ieder die er voor kiest om samen de nieuwe maatschappij te omarmen.”
Kadir Balci, Gentenaar en regisseur Turquaze
Pieter-Paul Verhaeghe is historicus en socioloog en onderzoekt de maatschappelijke positie van etnische minderheden. In 2011 was hij gastonderzoeker aan de University of Manchester.
Koen Van der Bracht is historicus en socioloog en onderzoekt huwelijkspatronen en religiositeit van etnische minderheden. Hij won in 2012 de Acco-prijs voor beste scriptie in de Sociologie.
Bart Van de Putte is historicus en socioloog. Hij doceert ‘Sociologie’ en ‘Migratie en integratie’ aan de Universiteit Gent. De auteurs zijn verbonden aan de Vakgroep Sociologie van de Universiteit Gent.
Migrant zkt toekomst
Migrant zkt toekomst schetst een beeld van de levensomstandigheden van enerzijds Turken en Noord-Afrikanen en anderzijds Midden- en Oost-Europeanen in Gent. De auteurs analyseren met uniek cijfermateriaal de trends van het afgelopen decennium op het vlak van werken, wonen en huwen. Ze argumenteren dat we in de Belgische migratiegeschiedenis op een dubbel keerpunt zijn gekomen. Ten eerste stellen ze vast dat de Turkse en Noord-Afrikaanse Gentenaars geleidelijk overgaan van gesloten etnische enclaves naar een meer interactieve etnische mozaïek. Ten tweede merken de auteurs op dat de nieuwe migrantengroepen minder gesegregeerd leven dan tien jaar geleden.
“De auteurs willen in dit boek het ‘grotere verhaal’ brengen van het leven van ‘oude en nieuwe’ migranten in ons land. Daar zijn ze wonderwel in geslaagd. Migrant zkt toekomst focust op onze stad maar is zeer aan te bevelen aan beleidsmakers van álle niveaus.”
Daniël Termont, Burgemeester Gent
“Migrant zkt toekomst vertrekt van gegevens, maar draagt ook gewaagde reflecties aan. De auteurs schreven een boek dat zowel beleidsmakers kan dienen, als één ieder die er voor kiest om samen de nieuwe maatschappij te omarmen.”
Kadir Balci, Gentenaar en regisseur Turquaze
Pieter-Paul Verhaeghe is historicus en socioloog en onderzoekt de maatschappelijke positie van etnische minderheden. In 2011 was hij gastonderzoeker aan de University of Manchester.
Koen Van der Bracht is historicus en socioloog en onderzoekt huwelijkspatronen en religiositeit van etnische minderheden. Hij won in 2012 de Acco-prijs voor beste scriptie in de Sociologie.
Bart Van de Putte is historicus en socioloog. Hij doceert ‘Sociologie’ en ‘Migratie en integratie’ aan de Universiteit Gent. De auteurs zijn verbonden aan de Vakgroep Sociologie van de Universiteit Gent.
Aan boord en bij de les. Risicoleerlingen in het onderwijs.
De auteurs bespreken maatregelen en mechanismen om deze risico’s te vermijden. Het boek laat zien in hoeverre onderwijsvoorrangsbeleid en brede scholen risicoleerlingen bij de les kunnen houden.
Dr. George Muskens leidde in de jaren tachtig het geruchtmakende onderzoek naar de taakbelasting van leraren in het voortgezet onderwijs. Tussen 2007 en 2009 gaf hij leiding aan een Europees onderzoek in opdracht van de Europese Commissie naar de aanpak van risicoleerlingen in tien verschillende landen.
Dorothee Peters MSc heeft verschillende baanbrekende publicaties op haar naam staan over segregatie en vermenging in het Nederlandse onderwijs. Momenteel is zij voor een promotieonderzoek naar lokaal gezondheidsbeleid verbonden aan het Academisch Medisch Centrum (AMC) – Universiteit van Amsterdam.
Aan boord en bij de les. Risicoleerlingen in het onderwijs.
De auteurs bespreken maatregelen en mechanismen om deze risico’s te vermijden. Het boek laat zien in hoeverre onderwijsvoorrangsbeleid en brede scholen risicoleerlingen bij de les kunnen houden.
Dr. George Muskens leidde in de jaren tachtig het geruchtmakende onderzoek naar de taakbelasting van leraren in het voortgezet onderwijs. Tussen 2007 en 2009 gaf hij leiding aan een Europees onderzoek in opdracht van de Europese Commissie naar de aanpak van risicoleerlingen in tien verschillende landen.
Dorothee Peters MSc heeft verschillende baanbrekende publicaties op haar naam staan over segregatie en vermenging in het Nederlandse onderwijs. Momenteel is zij voor een promotieonderzoek naar lokaal gezondheidsbeleid verbonden aan het Academisch Medisch Centrum (AMC) – Universiteit van Amsterdam.
Onderwijs en de keten
Die ontwikkelingen stellen hoge eisen aan de leraar. Hij dient om te kunnen gaan met verschillen tussen leerlingen en zal veel meer maatwerk moeten leveren. Ook ziet hij zich voor de opgave gesteld zijn professionaliteit verder te ontwikkelen. Drie dingen staan daarbij centraal: beter inspelen op onderwijsbehoeften van leerlingen, nauwer samenwerken met ouders en andere bij het onderwijs betrokken partijen en het kritisch volgen van het eigen onderwijs kritisch en dat zo nodig verbeteren. Kennis over samenwerken en gedifferentieerd onderwijs speelt daarbij een belangrijke rol.
Dit boek is geschreven door leden en lectoren van de Kenniskring ‘Onderwijszorg en samenwerking in de Keten’. Het is hun taak bij te dragen aan kennisontwikkeling over onderwijszorg en passend onderwijs en hier ontmoeten kenniskring en werkveld elkaar. Dit boek doet verslag van de activiteiten van de Kenniskringleden, waarin thema’s aan de orde komen als: video-interactiebegeleiding voor leraren, reboundvoorzieningen, samenwerken met ouders, omgaan met gedragsproblemen via schoolontwikkeling, leesmotivatie en rekengesprekken.
Het boek is bestemd voor professionals in het onderwijs, voor studenten van lerarenopleidingen en voor hun opleiders. Ook leden van educatieve kenniskringen kunnen in dit boek aanknopingspunten vinden voor hun onderzoek.
Onderwijs en de keten
Die ontwikkelingen stellen hoge eisen aan de leraar. Hij dient om te kunnen gaan met verschillen tussen leerlingen en zal veel meer maatwerk moeten leveren. Ook ziet hij zich voor de opgave gesteld zijn professionaliteit verder te ontwikkelen. Drie dingen staan daarbij centraal: beter inspelen op onderwijsbehoeften van leerlingen, nauwer samenwerken met ouders en andere bij het onderwijs betrokken partijen en het kritisch volgen van het eigen onderwijs kritisch en dat zo nodig verbeteren. Kennis over samenwerken en gedifferentieerd onderwijs speelt daarbij een belangrijke rol.
Dit boek is geschreven door leden en lectoren van de Kenniskring ‘Onderwijszorg en samenwerking in de Keten’. Het is hun taak bij te dragen aan kennisontwikkeling over onderwijszorg en passend onderwijs en hier ontmoeten kenniskring en werkveld elkaar. Dit boek doet verslag van de activiteiten van de Kenniskringleden, waarin thema’s aan de orde komen als: video-interactiebegeleiding voor leraren, reboundvoorzieningen, samenwerken met ouders, omgaan met gedragsproblemen via schoolontwikkeling, leesmotivatie en rekengesprekken.
Het boek is bestemd voor professionals in het onderwijs, voor studenten van lerarenopleidingen en voor hun opleiders. Ook leden van educatieve kenniskringen kunnen in dit boek aanknopingspunten vinden voor hun onderzoek.
Paul Gustave Van Hecke – Themanummer Zacht Lawijd, jg. 11 nr. 2
Paul Gustave Van Hecke – Themanummer Zacht Lawijd, jg. 11 nr. 2
Hoe cash zorg verandert. Multidisciplinaire benadering van de persoonlijke financiering in de zorg.
Dit boek gaat dieper in op de persoonlijke financiering als instrument en concept. De diverse eigenschappen en maatschappelijke evoluties die elkaar kruisen via het persoonlijk financieringsmechanisme worden onder het licht gehouden. Zowel verschillende onderzoeksdisciplines, de empirische , cultuur- en organisatiesociologie, alsook onderzoekers in het sociaal beleid, de orthopedagogische wetenschappen en beleidsmakers komen aan het woord.
Het boek bekijkt kritisch in welke mate de oorspronkelijke doelstellingen worden gerealiseerd, wat de randvoorwaarden zijn en welke nieuwe vragen zich aandienen.
Deze publicatie is gerealiseerd bij het emeritaat van prof.dr. Jef Breda. Mede dankzij zijn jarenlange inzet met zijn onderzoeksgroep ‘Welzijn en de Verzorgingsstaat’ heeft de persoonlijke financiering in het Vlaamse zorglandschap voet aan wal gekregen.
Hoe cash zorg verandert. Multidisciplinaire benadering van de persoonlijke financiering in de zorg.
Dit boek gaat dieper in op de persoonlijke financiering als instrument en concept. De diverse eigenschappen en maatschappelijke evoluties die elkaar kruisen via het persoonlijk financieringsmechanisme worden onder het licht gehouden. Zowel verschillende onderzoeksdisciplines, de empirische , cultuur- en organisatiesociologie, alsook onderzoekers in het sociaal beleid, de orthopedagogische wetenschappen en beleidsmakers komen aan het woord.
Het boek bekijkt kritisch in welke mate de oorspronkelijke doelstellingen worden gerealiseerd, wat de randvoorwaarden zijn en welke nieuwe vragen zich aandienen.
Deze publicatie is gerealiseerd bij het emeritaat van prof.dr. Jef Breda. Mede dankzij zijn jarenlange inzet met zijn onderzoeksgroep ‘Welzijn en de Verzorgingsstaat’ heeft de persoonlijke financiering in het Vlaamse zorglandschap voet aan wal gekregen.
Cruciale dialogen
Veel is inmiddels bekend over het management van de traditionele basiscomponenten van elk systeem, elke techniek en organisatie. Voor de belangrijkste factor in de kennismaatschappij van de 21ste eeuw, de mens, geldt dat in mindere mate.
De ‘cruciale dialogen’-methodiek omvat vier fasen, acht basiscondities en zestien vaardigheden. Het betreft een ‘top-down’ - ‘bottom-up’ veranderingsproces, waarbij elk niveau het onderliggende opleidt en coacht en tijdens dit proces ook zelf van dit volgende niveau leert en daardoor blijvend verandert.
Het hoofddoel is het bevorderen van de effectiviteit, efficiëntie, creativiteit en het plezier van de belangrijkste systeemfactor, de mens. Dit wordt bereikt door waarderend te luisteren, nadien oplossingen te zoeken en die consequent uit te voeren.
Johan Roels is burgerlijk werktuigkundig ingenieur en burgerlijk ingenieur veiligheidstechnieken. Hij bekleedde in een eerste leven diverse functies binnen de groep Rhône-Poulenc. Zijn tweede leven beleefde hij onder de vlag van Loss Control Centre Belgium en in zijn derde leven gaf hij gestalte aan SynerChange International. Hij beleeft nu zijn vierde leven als ‘Thought Engineer’.
Cruciale dialogen
Veel is inmiddels bekend over het management van de traditionele basiscomponenten van elk systeem, elke techniek en organisatie. Voor de belangrijkste factor in de kennismaatschappij van de 21ste eeuw, de mens, geldt dat in mindere mate.
De ‘cruciale dialogen’-methodiek omvat vier fasen, acht basiscondities en zestien vaardigheden. Het betreft een ‘top-down’ - ‘bottom-up’ veranderingsproces, waarbij elk niveau het onderliggende opleidt en coacht en tijdens dit proces ook zelf van dit volgende niveau leert en daardoor blijvend verandert.
Het hoofddoel is het bevorderen van de effectiviteit, efficiëntie, creativiteit en het plezier van de belangrijkste systeemfactor, de mens. Dit wordt bereikt door waarderend te luisteren, nadien oplossingen te zoeken en die consequent uit te voeren.
Johan Roels is burgerlijk werktuigkundig ingenieur en burgerlijk ingenieur veiligheidstechnieken. Hij bekleedde in een eerste leven diverse functies binnen de groep Rhône-Poulenc. Zijn tweede leven beleefde hij onder de vlag van Loss Control Centre Belgium en in zijn derde leven gaf hij gestalte aan SynerChange International. Hij beleeft nu zijn vierde leven als ‘Thought Engineer’.
Geestelijke gezondheidszorg in het licht van zingeving en spiritualiteit
Dit boek neemt de lezer mee in een doorlichting van deze actuele context vanuit zingeving en spiritualiteit, en wel met oog voor een integraal zorgperspectief. De auteur vertrekt vanuit de praktijk van de GGZ en biedt handvatten voor zorgprofessionals en therapeuten. Daarnaast worden aanbevelingen voor het beleid gegeven.
Inspiratiebronnen zijn onder andere cliëntenparticipatie en de ethische dimensie van de zorg. Ruime aandacht is besteed aan de therapeutische relatie, monitoring in psychotherapie, de ethische dimensie van psychotherapie, en de begeleiding van religieuze thema’s in psychotherapie.
Het boek eindigt met een zijweg naar twee theologen, Rahner en Pohier, die handvatten kunnen aanreiken voor een visie op menszijn, ethiek en zingeving.
Walter Krikilion is doctor in theologie, baccalaureus in filosofie, en psychotherapeut. Hij werkt als stafmedewerker patiëntenzorg in het Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum van Geel en heeft als aandachtsgebieden zingeving, levensbeschouwing, ethiek, cliëntenparticipatie, en kenniscentrum. Hij is als therapeut verbonden aan het Centrum voor Levensbeschouwing en Zingeving in Turnhout.
Hij is auteur van De merkwaardige alliantie van dood en leven: Theologie en psychoanalyse bij Jacques Pohier (Leuven/Apeldoorn: Garant, 1998) en redacteur van De therapeutische relatie (Antwerpen/Apeldoorn: Garant, 2006).
Bij Icuro, koepel van Vlaamse ziekenhuizen met publieke partners, is hij voorzitter van de Werkgroep GGZ in een publieke context en van de Werkgroep Ethiek in de Kliniek. Verder is hij lid van de Stuurgroep Psychiatrische Ziekenhuizen van Zorgnet Vlaanderen en lid van de Raad van Advies van het Nederlandse KSGV – kenniscentrum voor levensbeschouwing en geestelijke gezondheid.
"het lezen ervan zal iedere hulpverlener helpen om meer professioneel en vooral meer zingericht te functioneren"
Ethische perspectieven, jrg. 24,nr. 1, blz. 126
"boeiende inkijk in de psychiatrische zorg"
Tertio (jrg. 13, nr. 664, blz. 8)
"De belangrijkste thema's op dit terrein komen aan bod op een genuanceerde en verdiepende wijze."
Pastorale Verkenningen - Tijdschrift voor het Justitiepastoraat (jrg. 7, nr. 4, blz. 28)
De veelheid van gezichtspunten maakt dit boek fris, te meer omdat de uiteenlopende perspectieven op soms verrassend praktische wijze aan elkaar geknoopt worden. Het boek is dan ook niet alleen reflectief, maar ook rijk aan concrete adviezen. (...) De mogelijkheden die hij schetst voor een bredere ggz zijn aansprekend en getuigen van diepgang (...). Ik beveel het boek dan ook van harte aan.
M. Tamminga, Tijdschrift voor Psychotherapie (jrg. 39, nr. 3, blz. 213-216)
"een degelijk, uitdagend en inspirerend werk waarbij theorie en praktijk elkaar de hand reiken"
Pastorale Perspectieven (nr. 159 -2013/2, blz. 34)
"Er zijn de laatste jaren meerdere boeken verschenen waarin aandacht is gegeven aan de plaats die zingeving inneemt of kan innemen in een therapeutische relatie, (...). Dit boek onderscheidt zich van andere publicaties omdat het behalve gedegen en theoretisch, ook een persoonlijk, warm pleidooi is."
Counselling Magazine (recensies november 2013, deel 3)
Radio 1: Braambos - Focus
(herbeluister hier het interview)
"Helder van opbouw en schrijfstijl zoekt Krikilion in zijn analyse steeds de diepte op, en geeft zo stof tot kritisch verder nadenken. Pittig en prikkelend."
Zin in Zorg(jr. 15, nr. 3, blz. 17)
"Met dit boek levert Walter Krikilion een interessante bijdrage in de zoektocht naar de integratie van zingeving en religie in de geestelijke gezondheidszorg (…) Walter Krikilion verdient alle waardering voor dit werk. Het is niet alleen interessant voor zorgverleners in de geestelijke gezondheidszorg, maar ook bij andere welzijnswerkers in de sector gehandicaptenzorg, ouderenzorg, bijzondere jeugdzorg… zal dit boek interesse wekken." J. Renders, Tijdschrift voor Welzijnswerk (jrg. 37, nr. 333, 2013, blz. 55)
"Samenwerking, leren van elkaar, vorming en nadenken over de eigen kracht, kwetsbaarheid en spiritualiteit als zorgverlener zijn daarbij hefbomen om levensbeschouwing, zingeving en spiritualiteit binnen voorzieningen een plek te geven (…) Over het algemeen is dit een toegankelijk boek dat professionaliteit en uniciteit, kracht en kwetsbaarheid verbindt vanuit het streven naan een kwaliteitsvolle integrale
Geestelijke gezondheidszorg in het licht van zingeving en spiritualiteit
Dit boek neemt de lezer mee in een doorlichting van deze actuele context vanuit zingeving en spiritualiteit, en wel met oog voor een integraal zorgperspectief. De auteur vertrekt vanuit de praktijk van de GGZ en biedt handvatten voor zorgprofessionals en therapeuten. Daarnaast worden aanbevelingen voor het beleid gegeven.
Inspiratiebronnen zijn onder andere cliëntenparticipatie en de ethische dimensie van de zorg. Ruime aandacht is besteed aan de therapeutische relatie, monitoring in psychotherapie, de ethische dimensie van psychotherapie, en de begeleiding van religieuze thema’s in psychotherapie.
Het boek eindigt met een zijweg naar twee theologen, Rahner en Pohier, die handvatten kunnen aanreiken voor een visie op menszijn, ethiek en zingeving.
Walter Krikilion is doctor in theologie, baccalaureus in filosofie, en psychotherapeut. Hij werkt als stafmedewerker patiëntenzorg in het Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum van Geel en heeft als aandachtsgebieden zingeving, levensbeschouwing, ethiek, cliëntenparticipatie, en kenniscentrum. Hij is als therapeut verbonden aan het Centrum voor Levensbeschouwing en Zingeving in Turnhout.
Hij is auteur van De merkwaardige alliantie van dood en leven: Theologie en psychoanalyse bij Jacques Pohier (Leuven/Apeldoorn: Garant, 1998) en redacteur van De therapeutische relatie (Antwerpen/Apeldoorn: Garant, 2006).
Bij Icuro, koepel van Vlaamse ziekenhuizen met publieke partners, is hij voorzitter van de Werkgroep GGZ in een publieke context en van de Werkgroep Ethiek in de Kliniek. Verder is hij lid van de Stuurgroep Psychiatrische Ziekenhuizen van Zorgnet Vlaanderen en lid van de Raad van Advies van het Nederlandse KSGV – kenniscentrum voor levensbeschouwing en geestelijke gezondheid.
"het lezen ervan zal iedere hulpverlener helpen om meer professioneel en vooral meer zingericht te functioneren"
Ethische perspectieven, jrg. 24,nr. 1, blz. 126
"boeiende inkijk in de psychiatrische zorg"
Tertio (jrg. 13, nr. 664, blz. 8)
"De belangrijkste thema's op dit terrein komen aan bod op een genuanceerde en verdiepende wijze."
Pastorale Verkenningen - Tijdschrift voor het Justitiepastoraat (jrg. 7, nr. 4, blz. 28)
De veelheid van gezichtspunten maakt dit boek fris, te meer omdat de uiteenlopende perspectieven op soms verrassend praktische wijze aan elkaar geknoopt worden. Het boek is dan ook niet alleen reflectief, maar ook rijk aan concrete adviezen. (...) De mogelijkheden die hij schetst voor een bredere ggz zijn aansprekend en getuigen van diepgang (...). Ik beveel het boek dan ook van harte aan.
M. Tamminga, Tijdschrift voor Psychotherapie (jrg. 39, nr. 3, blz. 213-216)
"een degelijk, uitdagend en inspirerend werk waarbij theorie en praktijk elkaar de hand reiken"
Pastorale Perspectieven (nr. 159 -2013/2, blz. 34)
"Er zijn de laatste jaren meerdere boeken verschenen waarin aandacht is gegeven aan de plaats die zingeving inneemt of kan innemen in een therapeutische relatie, (...). Dit boek onderscheidt zich van andere publicaties omdat het behalve gedegen en theoretisch, ook een persoonlijk, warm pleidooi is."
Counselling Magazine (recensies november 2013, deel 3)
Radio 1: Braambos - Focus
(herbeluister hier het interview)
"Helder van opbouw en schrijfstijl zoekt Krikilion in zijn analyse steeds de diepte op, en geeft zo stof tot kritisch verder nadenken. Pittig en prikkelend."
Zin in Zorg(jr. 15, nr. 3, blz. 17)
"Met dit boek levert Walter Krikilion een interessante bijdrage in de zoektocht naar de integratie van zingeving en religie in de geestelijke gezondheidszorg (…) Walter Krikilion verdient alle waardering voor dit werk. Het is niet alleen interessant voor zorgverleners in de geestelijke gezondheidszorg, maar ook bij andere welzijnswerkers in de sector gehandicaptenzorg, ouderenzorg, bijzondere jeugdzorg… zal dit boek interesse wekken." J. Renders, Tijdschrift voor Welzijnswerk (jrg. 37, nr. 333, 2013, blz. 55)
"Samenwerking, leren van elkaar, vorming en nadenken over de eigen kracht, kwetsbaarheid en spiritualiteit als zorgverlener zijn daarbij hefbomen om levensbeschouwing, zingeving en spiritualiteit binnen voorzieningen een plek te geven (…) Over het algemeen is dit een toegankelijk boek dat professionaliteit en uniciteit, kracht en kwetsbaarheid verbindt vanuit het streven naan een kwaliteitsvolle integrale
Inequalities in Health Care for Migrants and Ethnic Minorities (COST Series on Health and Diversity – Vol 2)
COST Action IS0603 (Health and Social Care for Migrants and Minorities in Europe) was a European network of researchers from more than 30 countries, which met between 2007 and 2011 to discuss how to strengthen the knowledge base on migrant and ethnic minority health. The COST Series on Diversity and Health comprises two volumes written by leading authorities in the field, illustrating the issues that were discussed.
This second volume is concerned with the changes that are needed to improve the matching of health services to the needs of these groups. Its chapters analyse work on ‘cultural competence’ in the USA and Europe, as well as the use of interpreters and cultural mediators to overcome linguistic and cultural barriers. Other topics covered include user involvement, services for unaccompanied minors and Roma communities, the relation between NGO’s and mainstream services and the incorporation of non-Western approaches in Western health care. The final section of the book examines the health aspects of irregular migration in the Mediterranean region, viewed in the context of the complex political, legal and human rights issues that this phenomenon raises.
Also available:
COST Series on Health and Diversity - Vol 1
about the authors and editors
Inequalities in Health Care for Migrants and Ethnic Minorities (COST Series on Health and Diversity – Vol 2)
COST Action IS0603 (Health and Social Care for Migrants and Minorities in Europe) was a European network of researchers from more than 30 countries, which met between 2007 and 2011 to discuss how to strengthen the knowledge base on migrant and ethnic minority health. The COST Series on Diversity and Health comprises two volumes written by leading authorities in the field, illustrating the issues that were discussed.
This second volume is concerned with the changes that are needed to improve the matching of health services to the needs of these groups. Its chapters analyse work on ‘cultural competence’ in the USA and Europe, as well as the use of interpreters and cultural mediators to overcome linguistic and cultural barriers. Other topics covered include user involvement, services for unaccompanied minors and Roma communities, the relation between NGO’s and mainstream services and the incorporation of non-Western approaches in Western health care. The final section of the book examines the health aspects of irregular migration in the Mediterranean region, viewed in the context of the complex political, legal and human rights issues that this phenomenon raises.
Also available:
COST Series on Health and Diversity - Vol 1
about the authors and editors

Met naam en toenaam
Waar komen onze persoonsnamen vandaan?
Dit boek gaat dieper in op vragen als:
Ward Van Osta doceerde aan de Karel de Grote-Hogeschool in Antwerpen een aan de Universiteit Antwerpen. Van zijn hand verschenen diverse publicaties op het vlak van heemkunde, volkskunde, lokale geschiedenis en (plaats)naamkunde.
In de media:
Wat een prachtig boek! (...) Het bevat een antwoord op zowat alle vragen die een mens zich kan stellen met betrekking tot namen en familienamen. Ik had nooit gedacht dat er zoveel boeiende geschiedenis te vertellen valt over het fenomeen van de naamgeving! (...) Van Osta bespreekt het werkelijk allemaal. Ik denk dat dit het meest omvangrijks naslagwerkje is over namen in het Nederlands. (JG)
ChristusRex.be

Met naam en toenaam
Waar komen onze persoonsnamen vandaan?
Dit boek gaat dieper in op vragen als:
Ward Van Osta doceerde aan de Karel de Grote-Hogeschool in Antwerpen een aan de Universiteit Antwerpen. Van zijn hand verschenen diverse publicaties op het vlak van heemkunde, volkskunde, lokale geschiedenis en (plaats)naamkunde.
In de media:
Wat een prachtig boek! (...) Het bevat een antwoord op zowat alle vragen die een mens zich kan stellen met betrekking tot namen en familienamen. Ik had nooit gedacht dat er zoveel boeiende geschiedenis te vertellen valt over het fenomeen van de naamgeving! (...) Van Osta bespreekt het werkelijk allemaal. Ik denk dat dit het meest omvangrijks naslagwerkje is over namen in het Nederlands. (JG)
ChristusRex.be
Health Inequalities and Risk Factors among Migrants and Ethnic Minorities (COST Series on Health and Diversity – Vol 1)
COST Action IS0603 (Health and Social Care for Migrants and Minorities in Europe) was a European network of researchers from more than 30 countries, which met between 2007 and 2011 to discuss how to strengthen the knowledge base on migrant and ethnic minority health. The COST Series on Diversity and Health comprises two volumes written by leading authorities in the field, illustrating the issues that were discussed.
This first volume starts by asking how much we know about migrant and ethnic minority health and where the barriers to scientific progress lie. For example, what is the relation between migration, ethnicity and the socioeconomic determinants of health? Particular groups discussed include refugees and asylum seekers, domestic workers, new migrants, ‘mixed marriages’ and disadvantaged ethnic minorities. Specific health issues examined range from maternal and child health to problems of ageing, mental health and infectious diseases. The final section of the book discusses prevention programmes targeting obesity, diabetes, coronary vascular diseases and cancer. These topics form only a small selection of the full range of issues in this rapidly growing field, but they illustrate well the fascinating challenges which it presents.
Also available:
COST Series on Health and Diversity - Vol 2
About the authors and editors
Health Inequalities and Risk Factors among Migrants and Ethnic Minorities (COST Series on Health and Diversity – Vol 1)
COST Action IS0603 (Health and Social Care for Migrants and Minorities in Europe) was a European network of researchers from more than 30 countries, which met between 2007 and 2011 to discuss how to strengthen the knowledge base on migrant and ethnic minority health. The COST Series on Diversity and Health comprises two volumes written by leading authorities in the field, illustrating the issues that were discussed.
This first volume starts by asking how much we know about migrant and ethnic minority health and where the barriers to scientific progress lie. For example, what is the relation between migration, ethnicity and the socioeconomic determinants of health? Particular groups discussed include refugees and asylum seekers, domestic workers, new migrants, ‘mixed marriages’ and disadvantaged ethnic minorities. Specific health issues examined range from maternal and child health to problems of ageing, mental health and infectious diseases. The final section of the book discusses prevention programmes targeting obesity, diabetes, coronary vascular diseases and cancer. These topics form only a small selection of the full range of issues in this rapidly growing field, but they illustrate well the fascinating challenges which it presents.
Also available:
COST Series on Health and Diversity - Vol 2
About the authors and editors
Universal Psychosocial Indicator for Five-Year-Old Boys and Girls (UPSI-5) Handbook and User Manual
The UPSI-5 provides an urgently needed counterpart to the strictly physical indicators and mortality indicators commonly used to measure young children''s wellbeing and survival. It is an easy to use global screening device that can assess the psychosocial wellbeing of large populations of 5-year-children. ICDI designed it to serve three main purposes:
UPSI-5 is primarily meant for governmental, non-governmental and UN agencies concerned about the well-being and development of young children, who work with large numbers of them and would benefit from obtaining overall impressions about their psychosocial status. The UPSI-5 is not an instrument to be used for individual diagnostic purposes. It should, therefore, only be interpreted as a first indication that further professional attention may need to be sought.
This book consists of two parts. Part One makes a plea to take more seriously children''s mental and emotional status, and the ways in which they relate to other children, their families, caregivers, communities and their broader environment. It also presents the rationale for introducing the UPSI-5 in programmes and policies benefiting children. Part Two explains in detail how to make best use of the UPSI-5.
Universal Psychosocial Indicator for Five-Year-Old Boys and Girls (UPSI-5) Handbook and User Manual
The UPSI-5 provides an urgently needed counterpart to the strictly physical indicators and mortality indicators commonly used to measure young children''s wellbeing and survival. It is an easy to use global screening device that can assess the psychosocial wellbeing of large populations of 5-year-children. ICDI designed it to serve three main purposes:
UPSI-5 is primarily meant for governmental, non-governmental and UN agencies concerned about the well-being and development of young children, who work with large numbers of them and would benefit from obtaining overall impressions about their psychosocial status. The UPSI-5 is not an instrument to be used for individual diagnostic purposes. It should, therefore, only be interpreted as a first indication that further professional attention may need to be sought.
This book consists of two parts. Part One makes a plea to take more seriously children''s mental and emotional status, and the ways in which they relate to other children, their families, caregivers, communities and their broader environment. It also presents the rationale for introducing the UPSI-5 in programmes and policies benefiting children. Part Two explains in detail how to make best use of the UPSI-5.
Oud, niet out. Over ouderen met beperkingen en inclusie
Onze samenleving telt meer en meer ouderwordende personen met een verstandelijke beperking. Tegelijk met de relatief onbekende zorgvraag van ouderen met beperkingen en de handelingsverlegenheid die hieruit voortvloeit, wordt van iedereen die verantwoordelijk is of instaat voor de dagelijkse ondersteuning, verwacht – op grond van volwaardig burgerschap en kwaliteit van bestaan – een inclusief beleid te voeren.
Het boek brengt Europese, Amerikaanse en Vlaamse bijdragen samen, die vanuit verschillende perspectieven (overheid, voorzieningen uit de gehandicaptenzorg en reguliere diensten, gebruiker, academische wereld) inzoomen op kwaliteit van bestaan, beleidsopties, samenwerkingsverbanden, knelpunten en uitdagingen.
Het bevat voorbeelden van goede praktijken, uitdagingen en aanzetten tot antwoorden op tal van vragen.
De redacteuren zijn verbonden aan vzw Den Achtkanter, een dienstverleningscentrum voor volwassenen met verstandelijke beperkingen of met een niet-aangeboren hersenletsel in Kortrijk.
Johan Warnez, psycholoog, is er agogisch directeur. Hij is coauteur van diverse boeken. Nathalie Schepens, die een lerarenopleiding volgde, is er als stuurgroeplid verantwoordelijk voor de residentiële woonondersteuning. Caren Seynaeve, orthopedagoge, is er lid van de kwaliteitsunit.
Oud, niet out. Over ouderen met beperkingen en inclusie
Onze samenleving telt meer en meer ouderwordende personen met een verstandelijke beperking. Tegelijk met de relatief onbekende zorgvraag van ouderen met beperkingen en de handelingsverlegenheid die hieruit voortvloeit, wordt van iedereen die verantwoordelijk is of instaat voor de dagelijkse ondersteuning, verwacht – op grond van volwaardig burgerschap en kwaliteit van bestaan – een inclusief beleid te voeren.
Het boek brengt Europese, Amerikaanse en Vlaamse bijdragen samen, die vanuit verschillende perspectieven (overheid, voorzieningen uit de gehandicaptenzorg en reguliere diensten, gebruiker, academische wereld) inzoomen op kwaliteit van bestaan, beleidsopties, samenwerkingsverbanden, knelpunten en uitdagingen.
Het bevat voorbeelden van goede praktijken, uitdagingen en aanzetten tot antwoorden op tal van vragen.
De redacteuren zijn verbonden aan vzw Den Achtkanter, een dienstverleningscentrum voor volwassenen met verstandelijke beperkingen of met een niet-aangeboren hersenletsel in Kortrijk.
Johan Warnez, psycholoog, is er agogisch directeur. Hij is coauteur van diverse boeken. Nathalie Schepens, die een lerarenopleiding volgde, is er als stuurgroeplid verantwoordelijk voor de residentiële woonondersteuning. Caren Seynaeve, orthopedagoge, is er lid van de kwaliteitsunit.
Sensopathisch spel
Kinderen kliederen graag met zand, water, verf, klei,… Ze zijn immers erg op hun zintuigen gericht. Ze willen bekijken, horen, proeven, ruiken en vooral ook betasten.
Dit boek gaat over het zintuiglijke beleven van alledaagse materialen op een speelse manier, d.i. het sensopathisch spel. Het wordt te weinig aangeboden aan jonge kinderen, omdat ze wel eens ‘rommel’ maken. Jammer, want kinderen leren veel van dat kliederen.
Het eerste deel legt uit wat sensopathisch spel inhoudt en wat de functie ervan is voor kinderen en wat ze ermee kunnen leren. Het tweede deel geeft aan hoe je het in de praktijk doet en biedt tal van voorbeelden van daadwerkelijk spel.
Iedereen die met kinderen speelt, vindt hier originele inspiratie.
Sharon Vleugel-Ruissen is opgeleid tot leerkracht basisonderwijs. Ze werkt bij diverse scholen. Zij volgde ook een opleiding voor spelbegeleidster en ze was actief in de zorg voor kinderen met een beperking.
"aantrekkelijk en praktisch boek"
Tijdschrift voor vaktherapie (jrg. 9, nr. 1, blz. 37)
Sensopathisch spel
Kinderen kliederen graag met zand, water, verf, klei,… Ze zijn immers erg op hun zintuigen gericht. Ze willen bekijken, horen, proeven, ruiken en vooral ook betasten.
Dit boek gaat over het zintuiglijke beleven van alledaagse materialen op een speelse manier, d.i. het sensopathisch spel. Het wordt te weinig aangeboden aan jonge kinderen, omdat ze wel eens ‘rommel’ maken. Jammer, want kinderen leren veel van dat kliederen.
Het eerste deel legt uit wat sensopathisch spel inhoudt en wat de functie ervan is voor kinderen en wat ze ermee kunnen leren. Het tweede deel geeft aan hoe je het in de praktijk doet en biedt tal van voorbeelden van daadwerkelijk spel.
Iedereen die met kinderen speelt, vindt hier originele inspiratie.
Sharon Vleugel-Ruissen is opgeleid tot leerkracht basisonderwijs. Ze werkt bij diverse scholen. Zij volgde ook een opleiding voor spelbegeleidster en ze was actief in de zorg voor kinderen met een beperking.
"aantrekkelijk en praktisch boek"
Tijdschrift voor vaktherapie (jrg. 9, nr. 1, blz. 37)
[Af]studeren met een functiebeperking
Het fictieve verhaal van deze student leidt de lezer door de belangrijkste bevindingen van het onderzoeksproject ‘Af/studeren met een functiebeperking in het onderwijs’, uitgevoerd door de Hogeschool Gent. Samen met de onderzoeksresultaten bieden de praktische aanbevelingen na elk hoofdstuk inspiratie voor een kwaliteitsvolle begeleiding van studenten en werknemers met een functiebeperking.
Op de bijgeleverde cd-rom staat de volledige tekst van het boek zonder opmaak, zodat het ook hanteerbaar is voor personen met een functiebeperking die ondersteunende software gebruiken.
Lieven Vernaeve, Master in de Orthopedagogische Wetenschappen (Universiteit Gent, 1989), begeleidde jarenlang teams in het Centrum Algemeen Welzijnswerk Artevelde te Gent en werkt als projectcoördinator in internationale medische en humanitaire missies bij Artsen Zonder Grenzen. In het kader van het onderzoek naar ‘Inclusief Hoger Onderwijs’ was hij als wetenschappelijk medewerker verbonden aan de Hogeschool Gent.
Sara Drieghe behaalde de master in de Moraalwetenschap en de Specifieke Lerarenopleiding Wijsbegeerte en Moraalwetenschappen aan de Universiteit Gent. Ze begon haar professionele carrière als lesgever en werd daarna (studie) trajectbegeleider aan de Hogeschool Gent. Vanuit deze ervaring werkte ze als wetenschappelijk medewerker aan het onderzoek naar de realisatie van inclusief hoger onderwijs. Sinds 2011 coördineert zij als vertrouwenspersoon voor de personeelsleden het psychosociaal welzijnsbeleid van de UGent.
[Af]studeren met een functiebeperking
Het fictieve verhaal van deze student leidt de lezer door de belangrijkste bevindingen van het onderzoeksproject ‘Af/studeren met een functiebeperking in het onderwijs’, uitgevoerd door de Hogeschool Gent. Samen met de onderzoeksresultaten bieden de praktische aanbevelingen na elk hoofdstuk inspiratie voor een kwaliteitsvolle begeleiding van studenten en werknemers met een functiebeperking.
Op de bijgeleverde cd-rom staat de volledige tekst van het boek zonder opmaak, zodat het ook hanteerbaar is voor personen met een functiebeperking die ondersteunende software gebruiken.
Lieven Vernaeve, Master in de Orthopedagogische Wetenschappen (Universiteit Gent, 1989), begeleidde jarenlang teams in het Centrum Algemeen Welzijnswerk Artevelde te Gent en werkt als projectcoördinator in internationale medische en humanitaire missies bij Artsen Zonder Grenzen. In het kader van het onderzoek naar ‘Inclusief Hoger Onderwijs’ was hij als wetenschappelijk medewerker verbonden aan de Hogeschool Gent.
Sara Drieghe behaalde de master in de Moraalwetenschap en de Specifieke Lerarenopleiding Wijsbegeerte en Moraalwetenschappen aan de Universiteit Gent. Ze begon haar professionele carrière als lesgever en werd daarna (studie) trajectbegeleider aan de Hogeschool Gent. Vanuit deze ervaring werkte ze als wetenschappelijk medewerker aan het onderzoek naar de realisatie van inclusief hoger onderwijs. Sinds 2011 coördineert zij als vertrouwenspersoon voor de personeelsleden het psychosociaal welzijnsbeleid van de UGent.
Naar de hel met de hel. Essay over een groot mysterie
De huidige problematisering van de hel is het gevolg van de invloed van de Verlichting met haar optimistisch mens- en toekomstbeeld. Zij heeft ervoor gezorgd dat de moeilijkheden, die eigenlijk inherent zijn aan het dogma van de hel, en bijgevolg vanaf het begin van het christendom aanwezig, in de moderne tijd aanzienlijk werden aangescherpt en steeds meer gelovigen tot scepticisme werden aangezet.
De auteur gaat geen enkele van die moeilijkheden uit de weg en slaagt erin de antinomieën waarmee het dogma van de hel belast is, tot een zowel voor de orthodoxie als voor het verstand en het gevoel bevredigende oplossing te brengen.
Valeer Neckebrouck, antropoloog en theoloog, is emeritus hoogleraar aan de KU Leuven en hij doceerde aan de Universiteit van Tilburg en de Universidad Intercontinental van Mexico-stad. Hij deed jarenlang etnografisch onderzoek in Afrika en Latijns- Amerika.
Naar de hel met de hel. Essay over een groot mysterie
De huidige problematisering van de hel is het gevolg van de invloed van de Verlichting met haar optimistisch mens- en toekomstbeeld. Zij heeft ervoor gezorgd dat de moeilijkheden, die eigenlijk inherent zijn aan het dogma van de hel, en bijgevolg vanaf het begin van het christendom aanwezig, in de moderne tijd aanzienlijk werden aangescherpt en steeds meer gelovigen tot scepticisme werden aangezet.
De auteur gaat geen enkele van die moeilijkheden uit de weg en slaagt erin de antinomieën waarmee het dogma van de hel belast is, tot een zowel voor de orthodoxie als voor het verstand en het gevoel bevredigende oplossing te brengen.
Valeer Neckebrouck, antropoloog en theoloog, is emeritus hoogleraar aan de KU Leuven en hij doceerde aan de Universiteit van Tilburg en de Universidad Intercontinental van Mexico-stad. Hij deed jarenlang etnografisch onderzoek in Afrika en Latijns- Amerika.
Het bijdehandboek
Dit boek is geschreven voor iedereen in het onderwijs die geïnteresseerd is in hoe mensen leren, in de werking van de hersenen en wat dat betekent voor de lessen. De auteurs hebben hun kennis vanuit diverse leertheorieën en hun ervaring in het voortgezet en beroepsonderwijs getoetst aan de nieuwe inzichten uit de hersenwetenschap. Het resultaat is een praktisch boek dat docenten zal inspireren.
Dit alles is samengevat in 7 principes van het onderwijs. Bij ieder principe is uitgebreid aandacht besteed aan de theoretische achtergrond en in ieder hoofdstuk zijn werkvormen en tips opgenomen.
Henriëtte Coppes was docent beeldende vorming, schoolleider en senior-adviseur bij KPC Groep, waar ze zich vooral richtte op het primaire proces in het voortgezet onderwijs en het beroepsonderwijs.
Marlies Rikhof-van Eijck heeft ervaring als adviseur, trainer en teamleider bij CINOP en als senior-adviseur bij KPC Groep. Haar specialiteiten zijn het begeleiden van scholen bij de invoering van e-learning, curriculumontwikkeling, flexibilisering en loopbaanleren.
Het bijdehandboek
Dit boek is geschreven voor iedereen in het onderwijs die geïnteresseerd is in hoe mensen leren, in de werking van de hersenen en wat dat betekent voor de lessen. De auteurs hebben hun kennis vanuit diverse leertheorieën en hun ervaring in het voortgezet en beroepsonderwijs getoetst aan de nieuwe inzichten uit de hersenwetenschap. Het resultaat is een praktisch boek dat docenten zal inspireren.
Dit alles is samengevat in 7 principes van het onderwijs. Bij ieder principe is uitgebreid aandacht besteed aan de theoretische achtergrond en in ieder hoofdstuk zijn werkvormen en tips opgenomen.
Henriëtte Coppes was docent beeldende vorming, schoolleider en senior-adviseur bij KPC Groep, waar ze zich vooral richtte op het primaire proces in het voortgezet onderwijs en het beroepsonderwijs.
Marlies Rikhof-van Eijck heeft ervaring als adviseur, trainer en teamleider bij CINOP en als senior-adviseur bij KPC Groep. Haar specialiteiten zijn het begeleiden van scholen bij de invoering van e-learning, curriculumontwikkeling, flexibilisering en loopbaanleren.
Celan auseinandergeschrieben (Academisch Literair, nr. 6)
In dit boek wordt op basis van de theorieën van Gérard Genette, Michel Riffaterre en Harold Bloom een handig model ontwikkeld waarmee invloed beschreven wordt enkel uitgaande van tekstueel materiaal. Het vertrekpunt is steeds een intertekstuele relatie die de aanzet vormt om ook andere teksten van een auteur te toetsen aan het werk waaruit de intertekstuele link afkomstig is.
Met behulp van die leesstrategie onderzoekt de auteur de invloed van Paul Celan op de Nederlandstalige poëzie. Celan, één van de belangrijkste moderne dichters van de twintigste eeuw, wordt door vele Nederlandstalige dichters een voorbeeld genoemd, maar tot nu toe werd die voorbeeldfunctie nooit grondig onderzocht. Dit boek bevat casestudies over Boudewijn Büch, Mustafa Stitou, Louis Ferron, Jan Kuijper, Huub Beurskens, Peter Nijmeijer, J. Bernlef, Koen Stassijns, Peter Theunynck, Hugues Catharin, Jacques Hamelink, Michel Bartosik, Leonard Nolens, C.O. Jellema, Hans Tentije, Stefan Hertmans, Willy Roggeman en Jan Lauwereyns. Het beschrijft niet alleen hoe Celan functioneert binnen het oeuvre van deze auteurs, maar gaat ook na welke aspecten van de Duitstalige dichter dominant zijn in de creatieve receptie.
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Carl De Strycker is assistent moderne Nederlandse letterkunde aan de Universiteit Gent. Daarvoor was hij verbonden aan de Universität Wien. Hij is redacteur van Internationale Neerlandistiek en Poëziekrant.
"Deze studie is oprecht stimulerend en geeft een hoogwaardige bijdrage aan het debat over poëzie, geschreven door iemand die weet hoe gedichten werken."
Vooys (jrg. 30, nr. 4, blz. 75-78)
"Het resultaat is een prachtig boek."
De Leeswolf (jrg. 18, nr. 8, blz. 532)
"knap, erudiet, zeer leesbaar boek"
Streven (jrg. 80, nr. 3, blz. 270-274)
Reeks Academisch Literair
- Een hoopje vuil in de feestzaal. Facetten van het proza van Willem Elsschot
K. Rymenants - Gedeelde kennis. Literatuur en wetenschap in Nederland van Darwin tot Einstein (1860-1920)
M. Kemperink - De retoriek van waanzin. Taalhandelingen, onbetrouwbaarheid, delirium en de waanzinnige ik-verteller
L. Bernaerts - Geestelijke lenigheid. De relatie tussen literatuur en natuurwetenschap in het werk van Frederik van Eeden en Felix Ortt, 1880-1930
L. Vermeer - Het discours van de kritiek
P. Verstraeten - Celan auseinandergeschrieben
C. De Strycker - Lezer, er zijn ook Belgen
F. Van Renssen - Overleven in verhalen: van ooggetuigen naar 'jonge wilden'. Joodse schrijvers over de Shoah
E. Ibsch
Celan auseinandergeschrieben (Academisch Literair, nr. 6)
In dit boek wordt op basis van de theorieën van Gérard Genette, Michel Riffaterre en Harold Bloom een handig model ontwikkeld waarmee invloed beschreven wordt enkel uitgaande van tekstueel materiaal. Het vertrekpunt is steeds een intertekstuele relatie die de aanzet vormt om ook andere teksten van een auteur te toetsen aan het werk waaruit de intertekstuele link afkomstig is.
Met behulp van die leesstrategie onderzoekt de auteur de invloed van Paul Celan op de Nederlandstalige poëzie. Celan, één van de belangrijkste moderne dichters van de twintigste eeuw, wordt door vele Nederlandstalige dichters een voorbeeld genoemd, maar tot nu toe werd die voorbeeldfunctie nooit grondig onderzocht. Dit boek bevat casestudies over Boudewijn Büch, Mustafa Stitou, Louis Ferron, Jan Kuijper, Huub Beurskens, Peter Nijmeijer, J. Bernlef, Koen Stassijns, Peter Theunynck, Hugues Catharin, Jacques Hamelink, Michel Bartosik, Leonard Nolens, C.O. Jellema, Hans Tentije, Stefan Hertmans, Willy Roggeman en Jan Lauwereyns. Het beschrijft niet alleen hoe Celan functioneert binnen het oeuvre van deze auteurs, maar gaat ook na welke aspecten van de Duitstalige dichter dominant zijn in de creatieve receptie.
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Carl De Strycker is assistent moderne Nederlandse letterkunde aan de Universiteit Gent. Daarvoor was hij verbonden aan de Universität Wien. Hij is redacteur van Internationale Neerlandistiek en Poëziekrant.
"Deze studie is oprecht stimulerend en geeft een hoogwaardige bijdrage aan het debat over poëzie, geschreven door iemand die weet hoe gedichten werken."
Vooys (jrg. 30, nr. 4, blz. 75-78)
"Het resultaat is een prachtig boek."
De Leeswolf (jrg. 18, nr. 8, blz. 532)
"knap, erudiet, zeer leesbaar boek"
Streven (jrg. 80, nr. 3, blz. 270-274)
Reeks Academisch Literair
- Een hoopje vuil in de feestzaal. Facetten van het proza van Willem Elsschot
K. Rymenants - Gedeelde kennis. Literatuur en wetenschap in Nederland van Darwin tot Einstein (1860-1920)
M. Kemperink - De retoriek van waanzin. Taalhandelingen, onbetrouwbaarheid, delirium en de waanzinnige ik-verteller
L. Bernaerts - Geestelijke lenigheid. De relatie tussen literatuur en natuurwetenschap in het werk van Frederik van Eeden en Felix Ortt, 1880-1930
L. Vermeer - Het discours van de kritiek
P. Verstraeten - Celan auseinandergeschrieben
C. De Strycker - Lezer, er zijn ook Belgen
F. Van Renssen - Overleven in verhalen: van ooggetuigen naar 'jonge wilden'. Joodse schrijvers over de Shoah
E. Ibsch
Jockari. Verblijfskalender 2012
De Verblijfskalender is een handig instrument voor kinderen, ouders (grootouders en andere betrokkenen) om dit alles in goede banen te leiden. Alles kan erop genoteerd worden: school-, vakantie- en weekendregelingen, sportclub, feestjes, doktersbezoeken,… Er is ook ruimte voor pendelboodschappen, zodat misverstanden uitgesloten zijn. Er kunnen ook foto’s in worden geplakt, tekstjes in worden geschreven, tekeningen gemaakt,… In een hoes kunnen bijzondere documenten worden meegegeven. Stickers vergemakkelijken het gebruik.De kalender is ook geschikt voor kinderen in een internaat, ziekenhuis, instelling, uithuisplaatsing,… om het contact met thuis maximaal te onderhouden.
Hij bevat:
Jockari. Verblijfskalender 2012
De Verblijfskalender is een handig instrument voor kinderen, ouders (grootouders en andere betrokkenen) om dit alles in goede banen te leiden. Alles kan erop genoteerd worden: school-, vakantie- en weekendregelingen, sportclub, feestjes, doktersbezoeken,… Er is ook ruimte voor pendelboodschappen, zodat misverstanden uitgesloten zijn. Er kunnen ook foto’s in worden geplakt, tekstjes in worden geschreven, tekeningen gemaakt,… In een hoes kunnen bijzondere documenten worden meegegeven. Stickers vergemakkelijken het gebruik.De kalender is ook geschikt voor kinderen in een internaat, ziekenhuis, instelling, uithuisplaatsing,… om het contact met thuis maximaal te onderhouden.
Hij bevat:




