Communicatie met ouders
€ 10,10
De kracht van het primair onderwijs zit in de mensen die er werken, maar ook in de betrokkenheid van de ouders van de leerlingen. Deze brochure levert handvatten om van die betrokkenheid een goede relatie te maken.
Deze brochure is bedoeld voor iedere school die met een oordeel van inspectie, media, ouders of omgeving te maken krijgt en daar iets mee wil (en moet) doen richting de ouders. Een educatief partnerschap met de ouders van de leerlingen biedt kansen om het onderwijs effectiever en beter te maken. Deze uitgave kan hierin ondersteunen.
Juist omdat de relatie met ouders in het primair onderwijs heel sterk is, is het zo belangrijk om deze relatie goed te houden en om blijvend samen te werken. Door ouders als educatieve partners te (gaan) zien, kunnen scholen een aanzienlijke kwaliteitssprong maken, bijvoorbeeld doordat zij zaken beter met ouders afstemmen en hun activiteiten richting ouders doelgerichter opzetten. De feedback van ouders op plannen en resultaten van de school vormt zo een belangrijke motor voor schoolontwikkeling, professionele ontwikkeling en kwaliteitszorg.
De PO-Raad, gevestigd in Utrecht, is de Nederlandse sectororganisatie voor het primair onderwijs. De vereniging behartigt de gemeenschappelijke belangen van de schoolbesturen in het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs. Binnen het programma ‘Goed worden en goed blijven’ biedt de PO-Raad informatie en ondersteuning aan schoolbesturen en directies. De PO-Raad staat ze bij om de kwaliteit van het onderwijs van zwakke en zeer zwakke scholen zo snel mogelijk te verbeteren en om te voorkomen dat scholen zwak of zeer zwak worden.
Communicatie met ouders
€ 10,10
De kracht van het primair onderwijs zit in de mensen die er werken, maar ook in de betrokkenheid van de ouders van de leerlingen. Deze brochure levert handvatten om van die betrokkenheid een goede relatie te maken.
Deze brochure is bedoeld voor iedere school die met een oordeel van inspectie, media, ouders of omgeving te maken krijgt en daar iets mee wil (en moet) doen richting de ouders. Een educatief partnerschap met de ouders van de leerlingen biedt kansen om het onderwijs effectiever en beter te maken. Deze uitgave kan hierin ondersteunen.
Juist omdat de relatie met ouders in het primair onderwijs heel sterk is, is het zo belangrijk om deze relatie goed te houden en om blijvend samen te werken. Door ouders als educatieve partners te (gaan) zien, kunnen scholen een aanzienlijke kwaliteitssprong maken, bijvoorbeeld doordat zij zaken beter met ouders afstemmen en hun activiteiten richting ouders doelgerichter opzetten. De feedback van ouders op plannen en resultaten van de school vormt zo een belangrijke motor voor schoolontwikkeling, professionele ontwikkeling en kwaliteitszorg.
De PO-Raad, gevestigd in Utrecht, is de Nederlandse sectororganisatie voor het primair onderwijs. De vereniging behartigt de gemeenschappelijke belangen van de schoolbesturen in het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs. Binnen het programma ‘Goed worden en goed blijven’ biedt de PO-Raad informatie en ondersteuning aan schoolbesturen en directies. De PO-Raad staat ze bij om de kwaliteit van het onderwijs van zwakke en zeer zwakke scholen zo snel mogelijk te verbeteren en om te voorkomen dat scholen zwak of zeer zwak worden.
Laat ze buiten spelen. Pleidooi voor gezonde risico’s (Fontys Reeks Educatief, nr. 13)
€ 22,70
Helen Tovery brengt in dit boek belangrijke elementen bij elkaar over wat het betekent om tijdens en door buitenspel te leren. Ondanks pogingen om de eis wettelijk te verankeren dat aan kinderen rijke mogelijkheden worden geboden om ‘buiten’ te leren, is dat tot nu toe niet gebeurd. Het boek wil – in afwachting daarop - ondersteuning geven aan beroepskrachten die met kinderen van anderen werken. Zij worden aangemoedigd om kinderen op rijke en gevarieerde manieren ervaringen van hoge kwaliteit aan te bieden op buitenspeelterreinen.
This book deserves to become a classic in early childhood education. It condenses a lifetime of wisdom about why outdoor play in nature is essential for healthy child development and how schools can create natural settings, balance safety with opportunities for reasonable risk taking, and train teachers to support creative play and discovery.
Louise Chawla, hoogleraar, verbonden aan het Center for Children, Youth and Environments, University of Colorado, Boulder (USA)
Het is een schrale wereld waarin kinderen niet meer buiten spelen. Diverse boeken, documentaires en krantenartikelen hebben het natuurtekort van moderne kinderen gesignaleerd. Helen Tovey gaat in dit boek een belangrijke stap verder. Eerst laat ze beargumenteerd zien waarom spelen in het groen zo belangrijk is voor kinderen. Vervolgens geeft ze heel concreet aan hoe we dat opnieuw kunnen stimuleren. Daarbij gaat ze uitgebreid in op een punt dat velen aan het hart gaat: de vermeende risico’s voor kinderen. Docenten, ouders, ontwerpers en beheerders: laat u door dit prachtige boek aan het denken zetten!
Kris van Koppen, Universitair hoofddocent Milieubeleid, Wageningen Universiteit
We weten het allemaal wel: kinderen leren door buiten spelen. De computer is fantastisch, maar het buitenspelen waar alle zintuigen in de praktijk worden ingezet met levende leeftijdgenoten, kan niet vervangen worden. Helen Tovey zet systematisch alle aspecten van het buitenspelen helder op een rijtje. Ze schrijft zeer toegankelijk en onderbouwt wat ze schrijft met wetenschappelijk onderzoek. Met name ouders en leerkrachten worden gemangeld in alle informatie die op ze afkomt, en komen argumenten tekort om hun eigen gevoel te kunnen onderbouwen en te durven voelen. Tovey geeft ze die.
Martine Delfos, biopsycholoog, werkzaam als wetenschappelijk onderzoeker, therapeut, docent en schrijver
Elk jaar gingen we met de klas een keer naar de boerderij. De paashaas had dan voor ons eieren verstopt. Als we die gevonden hadden, gingen we naar de dieren kijken. De koeien en de stier konden we bekijken van een afstandje. Maar de (jonge) hondjes, de poesjes, de lammetjes, de konijntjes en de kalfjes daarbij mochten de kinderen in het hok. En dan begon het feest voor mij. De drukste kinderen voelden zich het meest op hun gemak. Heerlijk knuffelen met een dier! Er was harmonie en verstandhouding. ”Wat jammer dat deze kinderen de hele dag in de bank moeten zitten.” Deze kinderen hebben bij Tovey een pleitbezorger voor een leerzame(re) buitenschool gevonden.
Jan van Balkom, medewerker Fontys Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg voorheen werkzaam in het speciaal onderwijs
Laat ze buiten spelen. Pleidooi voor gezonde risico’s is het 12e deel in de Reeks Educatief van Fontys Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg.
Laat ze buiten spelen is een vertaling van het boek Playing Outdoors van Helen Tovery, docent aan de Roehampton University te Londen.
Laat ze buiten spelen. Pleidooi voor gezonde risico’s (Fontys Reeks Educatief, nr. 13)
€ 22,70
Helen Tovery brengt in dit boek belangrijke elementen bij elkaar over wat het betekent om tijdens en door buitenspel te leren. Ondanks pogingen om de eis wettelijk te verankeren dat aan kinderen rijke mogelijkheden worden geboden om ‘buiten’ te leren, is dat tot nu toe niet gebeurd. Het boek wil – in afwachting daarop - ondersteuning geven aan beroepskrachten die met kinderen van anderen werken. Zij worden aangemoedigd om kinderen op rijke en gevarieerde manieren ervaringen van hoge kwaliteit aan te bieden op buitenspeelterreinen.
This book deserves to become a classic in early childhood education. It condenses a lifetime of wisdom about why outdoor play in nature is essential for healthy child development and how schools can create natural settings, balance safety with opportunities for reasonable risk taking, and train teachers to support creative play and discovery.
Louise Chawla, hoogleraar, verbonden aan het Center for Children, Youth and Environments, University of Colorado, Boulder (USA)
Het is een schrale wereld waarin kinderen niet meer buiten spelen. Diverse boeken, documentaires en krantenartikelen hebben het natuurtekort van moderne kinderen gesignaleerd. Helen Tovey gaat in dit boek een belangrijke stap verder. Eerst laat ze beargumenteerd zien waarom spelen in het groen zo belangrijk is voor kinderen. Vervolgens geeft ze heel concreet aan hoe we dat opnieuw kunnen stimuleren. Daarbij gaat ze uitgebreid in op een punt dat velen aan het hart gaat: de vermeende risico’s voor kinderen. Docenten, ouders, ontwerpers en beheerders: laat u door dit prachtige boek aan het denken zetten!
Kris van Koppen, Universitair hoofddocent Milieubeleid, Wageningen Universiteit
We weten het allemaal wel: kinderen leren door buiten spelen. De computer is fantastisch, maar het buitenspelen waar alle zintuigen in de praktijk worden ingezet met levende leeftijdgenoten, kan niet vervangen worden. Helen Tovey zet systematisch alle aspecten van het buitenspelen helder op een rijtje. Ze schrijft zeer toegankelijk en onderbouwt wat ze schrijft met wetenschappelijk onderzoek. Met name ouders en leerkrachten worden gemangeld in alle informatie die op ze afkomt, en komen argumenten tekort om hun eigen gevoel te kunnen onderbouwen en te durven voelen. Tovey geeft ze die.
Martine Delfos, biopsycholoog, werkzaam als wetenschappelijk onderzoeker, therapeut, docent en schrijver
Elk jaar gingen we met de klas een keer naar de boerderij. De paashaas had dan voor ons eieren verstopt. Als we die gevonden hadden, gingen we naar de dieren kijken. De koeien en de stier konden we bekijken van een afstandje. Maar de (jonge) hondjes, de poesjes, de lammetjes, de konijntjes en de kalfjes daarbij mochten de kinderen in het hok. En dan begon het feest voor mij. De drukste kinderen voelden zich het meest op hun gemak. Heerlijk knuffelen met een dier! Er was harmonie en verstandhouding. ”Wat jammer dat deze kinderen de hele dag in de bank moeten zitten.” Deze kinderen hebben bij Tovey een pleitbezorger voor een leerzame(re) buitenschool gevonden.
Jan van Balkom, medewerker Fontys Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg voorheen werkzaam in het speciaal onderwijs
Laat ze buiten spelen. Pleidooi voor gezonde risico’s is het 12e deel in de Reeks Educatief van Fontys Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg.
Laat ze buiten spelen is een vertaling van het boek Playing Outdoors van Helen Tovery, docent aan de Roehampton University te Londen.
Vlotter doorstromen in het hoger onderwijs. Invloeden van leerpatroon en leeromgeving
€ 19,90
Nieuw instromende studenten in het hoger onderwijs beschikken niet steeds over de adequate studievaardigheden om een vlotte doorstroming te garanderen in het hoger onderwijs.
Om meer inzicht te verwerven in het ‘hoe en waarom’ van dit fenomeen, voerde de onderzoeksgroep EduBROn van de Universiteit Antwerpen, in samenwerking met de Plantijn Hogeschool, onderzoek uit naar leerpatronen bij de in-, door- en uitstroom van studenten in het hoger onderwijs.
Dit boek rapporteert over de boeiende resultaten van het onderzoek. Zo blijken studenten op zeer uiteenlopende manieren te leren en zijn niet alle leerpatronen even succesvol om door te stromen. Leerpatronen worden beïnvloed door zowel verschillende instroomkenmerken als de aard van de onderwijsleeromgeving. Het positieve nieuws is dat leerpatronen kunnen veranderen doorheen de studie loopbaan.
Het boek rondt af met enkele aanbevelingen voor wie verder wil werken aan het versterken van leren in het hoger onderwijs.
Vincent Donche is docent aan het Instituut voor Onderwijs- en Informatiewetenschappen (IOIW) van de Universiteit Antwerpen. Hij verricht onderzoek naar kenmerken van leren en onderwijzen, leerstijlontwikkeling en –begeleiding.
Peter Van Petegem is gewoon hoogleraar aan het Instituut voor Onderwijs- en Informatiewetenschappen (IOIW) van de Universiteit Antwerpen en leidt er de onderzoeksgroep EduBROn en het Expertisecentrum Hoger Onderwijs (ECHO).
Vlotter doorstromen in het hoger onderwijs. Invloeden van leerpatroon en leeromgeving
€ 19,90
Nieuw instromende studenten in het hoger onderwijs beschikken niet steeds over de adequate studievaardigheden om een vlotte doorstroming te garanderen in het hoger onderwijs.
Om meer inzicht te verwerven in het ‘hoe en waarom’ van dit fenomeen, voerde de onderzoeksgroep EduBROn van de Universiteit Antwerpen, in samenwerking met de Plantijn Hogeschool, onderzoek uit naar leerpatronen bij de in-, door- en uitstroom van studenten in het hoger onderwijs.
Dit boek rapporteert over de boeiende resultaten van het onderzoek. Zo blijken studenten op zeer uiteenlopende manieren te leren en zijn niet alle leerpatronen even succesvol om door te stromen. Leerpatronen worden beïnvloed door zowel verschillende instroomkenmerken als de aard van de onderwijsleeromgeving. Het positieve nieuws is dat leerpatronen kunnen veranderen doorheen de studie loopbaan.
Het boek rondt af met enkele aanbevelingen voor wie verder wil werken aan het versterken van leren in het hoger onderwijs.
Vincent Donche is docent aan het Instituut voor Onderwijs- en Informatiewetenschappen (IOIW) van de Universiteit Antwerpen. Hij verricht onderzoek naar kenmerken van leren en onderwijzen, leerstijlontwikkeling en –begeleiding.
Peter Van Petegem is gewoon hoogleraar aan het Instituut voor Onderwijs- en Informatiewetenschappen (IOIW) van de Universiteit Antwerpen en leidt er de onderzoeksgroep EduBROn en het Expertisecentrum Hoger Onderwijs (ECHO).

Leading with wisdom (SPES-Cahiers, nr. 7)
€ 17,90
The European SPES Forum continues its mission to bring informed debate on issues related to spirituality and society in this seventh cahier with a focus on the nature of wisdom and its practice by leaders.
Eight authors bring a breadth of style and thinking to the way in which leaders lead and how wisdom (connected to spirituality) can result in a more integrated and peaceful practice of leadership. We are treated to both narrative, reflective and academic perspectives on Leading with Wisdom and the authors find wisdom to be closely connected to virtue, character, integrity, morality, spirituality, meaning and the knowledge of how to live well.
Mike J. Thompson is Professor of Management Practice at the China Europe International Business School, Shanghai.
Jochanan Eynikel is Director of the SPES Academy, Leuven.
In the media:
Review by prof.em. Walter Moss (Eastern Michigan University, US) on the Wisdom Page

Leading with wisdom (SPES-Cahiers, nr. 7)
€ 17,90
The European SPES Forum continues its mission to bring informed debate on issues related to spirituality and society in this seventh cahier with a focus on the nature of wisdom and its practice by leaders.
Eight authors bring a breadth of style and thinking to the way in which leaders lead and how wisdom (connected to spirituality) can result in a more integrated and peaceful practice of leadership. We are treated to both narrative, reflective and academic perspectives on Leading with Wisdom and the authors find wisdom to be closely connected to virtue, character, integrity, morality, spirituality, meaning and the knowledge of how to live well.
Mike J. Thompson is Professor of Management Practice at the China Europe International Business School, Shanghai.
Jochanan Eynikel is Director of the SPES Academy, Leuven.
In the media:
Review by prof.em. Walter Moss (Eastern Michigan University, US) on the Wisdom Page
Hulpverlening bij kindermishandeling. Over individuele weerbaarheid en maatschappelijke kwetsbaarheid (Cahiers Seksuele Psychologie & Seksuologie, nr. 5)
€ 20,00
Hulpverlenend optreden bij acute situaties van kindermishandeling stelt hoge
eisen aan hulpverleners en zorgverlenende organisaties. Men dient oog te hebben
voor de verwachtingen van de slachtoffers, hun gezinnen en families. Maar
ook de verwachtingen en kritische bedenkingen van een veranderende samenleving
spelen mee. De kwetsbaarheid van de slachtoffers wordt weerspiegeld in
de kwetsbaarheid die men ziet bij ouders, broers en zussen, bij hulpverleners, in
andere culturen, bij organisaties en systemen waar seksueel grensoverschrijdende
gebeurtenissen plaatsvinden. Dit plaatst de samenleving voor nieuwe uitdagingen
op het vlak van hulpverlening, de samenwerking met andere organisaties en het
wettelijke kader dat daarbij bepaalde zaken mogelijk maakt, andere bemoeilijkt.
In dit cahier worden een aantal nieuwe pistes ontwikkeld die inspiratie kunnen leveren bij deze vragen. Het gaat over het wettelijke kader rondom de aanmelding van misbruik en de uithuisplaatsing van daders, over de mogelijkheden met mentalisatiegerichte therapie voor slachtoffers van misbruik, over de impact van de onthulling van seksueel misbruik op het begeleidersteam binnen een residentieel opvangcentrum voor kwetsbare kinderen en jongeren en de wijze waarop in een dergelijke omgeving met diverse instanties (teamleden, jongeren, ouders en buitenwereld gewerkt) kan worden en over het zoeken naar cultuursensitieve hulpverlening aan allochtone cliënten.
Stef Anthoni is directeur van het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling in Antwerpen
Nr. 1. Verborgen onder mijn buik. Zorg- en hulpverlening aan zwangere vrouwen na vroeger seksueel geweld
Nr. 2. De oorverdovende stilte. Omtrent pedofilie: het gepolariseerde debat voorbij
Nr. 3. Seksuele ontwikkeling en de rol van broers en zussen
Nr. 4. Sexy haar en hoofddoek. Seksuele en niet-seksuele betekenissen
Nr. 5. Hulpverlening bij kindermishandeling. Over individuele weerbaarheid en maatschappelijke kwetsbaarheid
Nr. 6. Seksueel verlangen en knooppunten. Begeleiden van seksuele processen in de context van partnerrelatie
Nr. 7. Waarheid, durven... trauma. Seksueel grensoverschrijdend gedrag tussen kinderen en jongeren
Nr. 8. Ouders en de relationele en seksuele vorming op school. It takes a village to raise a child
In dit cahier worden een aantal nieuwe pistes ontwikkeld die inspiratie kunnen leveren bij deze vragen. Het gaat over het wettelijke kader rondom de aanmelding van misbruik en de uithuisplaatsing van daders, over de mogelijkheden met mentalisatiegerichte therapie voor slachtoffers van misbruik, over de impact van de onthulling van seksueel misbruik op het begeleidersteam binnen een residentieel opvangcentrum voor kwetsbare kinderen en jongeren en de wijze waarop in een dergelijke omgeving met diverse instanties (teamleden, jongeren, ouders en buitenwereld gewerkt) kan worden en over het zoeken naar cultuursensitieve hulpverlening aan allochtone cliënten.
Stef Anthoni is directeur van het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling in Antwerpen
Cahiers Seksuele Psychologie & Seksuologie
Hulpverlening bij kindermishandeling. Over individuele weerbaarheid en maatschappelijke kwetsbaarheid (Cahiers Seksuele Psychologie & Seksuologie, nr. 5)
€ 20,00
Hulpverlenend optreden bij acute situaties van kindermishandeling stelt hoge
eisen aan hulpverleners en zorgverlenende organisaties. Men dient oog te hebben
voor de verwachtingen van de slachtoffers, hun gezinnen en families. Maar
ook de verwachtingen en kritische bedenkingen van een veranderende samenleving
spelen mee. De kwetsbaarheid van de slachtoffers wordt weerspiegeld in
de kwetsbaarheid die men ziet bij ouders, broers en zussen, bij hulpverleners, in
andere culturen, bij organisaties en systemen waar seksueel grensoverschrijdende
gebeurtenissen plaatsvinden. Dit plaatst de samenleving voor nieuwe uitdagingen
op het vlak van hulpverlening, de samenwerking met andere organisaties en het
wettelijke kader dat daarbij bepaalde zaken mogelijk maakt, andere bemoeilijkt.
In dit cahier worden een aantal nieuwe pistes ontwikkeld die inspiratie kunnen leveren bij deze vragen. Het gaat over het wettelijke kader rondom de aanmelding van misbruik en de uithuisplaatsing van daders, over de mogelijkheden met mentalisatiegerichte therapie voor slachtoffers van misbruik, over de impact van de onthulling van seksueel misbruik op het begeleidersteam binnen een residentieel opvangcentrum voor kwetsbare kinderen en jongeren en de wijze waarop in een dergelijke omgeving met diverse instanties (teamleden, jongeren, ouders en buitenwereld gewerkt) kan worden en over het zoeken naar cultuursensitieve hulpverlening aan allochtone cliënten.
Stef Anthoni is directeur van het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling in Antwerpen
Nr. 1. Verborgen onder mijn buik. Zorg- en hulpverlening aan zwangere vrouwen na vroeger seksueel geweld
Nr. 2. De oorverdovende stilte. Omtrent pedofilie: het gepolariseerde debat voorbij
Nr. 3. Seksuele ontwikkeling en de rol van broers en zussen
Nr. 4. Sexy haar en hoofddoek. Seksuele en niet-seksuele betekenissen
Nr. 5. Hulpverlening bij kindermishandeling. Over individuele weerbaarheid en maatschappelijke kwetsbaarheid
Nr. 6. Seksueel verlangen en knooppunten. Begeleiden van seksuele processen in de context van partnerrelatie
Nr. 7. Waarheid, durven... trauma. Seksueel grensoverschrijdend gedrag tussen kinderen en jongeren
Nr. 8. Ouders en de relationele en seksuele vorming op school. It takes a village to raise a child
In dit cahier worden een aantal nieuwe pistes ontwikkeld die inspiratie kunnen leveren bij deze vragen. Het gaat over het wettelijke kader rondom de aanmelding van misbruik en de uithuisplaatsing van daders, over de mogelijkheden met mentalisatiegerichte therapie voor slachtoffers van misbruik, over de impact van de onthulling van seksueel misbruik op het begeleidersteam binnen een residentieel opvangcentrum voor kwetsbare kinderen en jongeren en de wijze waarop in een dergelijke omgeving met diverse instanties (teamleden, jongeren, ouders en buitenwereld gewerkt) kan worden en over het zoeken naar cultuursensitieve hulpverlening aan allochtone cliënten.
Stef Anthoni is directeur van het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling in Antwerpen
Cahiers Seksuele Psychologie & Seksuologie
Depressie. Actuele psychoanalytische benaderingen (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 15)
€ 24,60
Depressie is een vaak voorkomende aandoening. Epidemiologische studies suggereren zelfs dat één op vijf vrouwen en één op tien mannen er in de loop van hun leven mee te maken krijgen. Hoewel deze cijfers het voorkomen van depressie misschien overschatten, is en blijft depressie een belangrijk probleem. Depressie hangt immers samen met een hoge persoonlijke, maatschappelijke en economische kost.
Bestaande farmaceutische en psychotherapeutische behandelingen hebben slechts een beperkt effect bij een aanzienlijke subgroep van depressieve patiënten. Recente richtlijnen voor de behandeling van depressie beklemtonen dan ook de nood aan een langetermijnvisie waarin de nadruk wordt gelegd op terugvalpreventie, wat heeft geleid tot een hernieuwde interesse in psychodynamische theorieën en behandelvormen van depressie. Vanuit psychoanalytische hoek bestaat er dan ook een rijke traditie inzake depressie en de behandeling ervan. Dat hoeft niet te verbazen: veruit het merendeel van patiënten die hulp zoeken van psychoanalytisch geschoolde therapeuten kampt immers met ernstige depressieve klachten, vaak in combinatie met andere problemen.
In dit boek bieden een aantal gerenommeerde binnen- en buitenlandse psychoanalytisch georiënteerde auteurs een overzicht van recente theorievorming en onderzoek over depressie bij zowel kinderen en adolescenten als volwassenen. Samen met de groeiende evidentie uit systematisch onderzoek voor de effectiviteit van psychoanalytische therapie, tonen deze bijdragen aan dat psychoanalytische behandelingen voor depressie hun plaats hebben binnen onze gezondheidszorg.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
Patrick Luyten is verbonden aan de Onderzoekseenheid Psychologie van de K.U.Leuven en aan het Research Department of Clinical, Educational, and Health Psychology, University College London. Hij is ook privé werkzaam.
Wim Vanmechelen, psychiater en psychoanalytisch psychotherapeut, is lid van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie en participant aan de Belgische School voor Psychoanalyse. Hij werkt in een privé-praktijk in Haacht en is als consulent verbonden aan Thuisbegeleidingsdienst Oikonde in Mechelen en Lier. Hij is tevens verbonden als supervisor aan het Postgraduaat Psychoanalytische Psychotherapie van de K.U.Leuven.
Marc Hebbrecht is psychiater, psychotherapeut en psychoanalyticus. Hij is werkzaam in de Psychiatrische Centra Sint-Truiden en verbonden aan de psychoanalytische dienst van het UC K.U.Leuven - Campus Kortenberg. Hij is opleidingsanalyticus van de Belgische Vereniging voor Psychoanalyse en huidig voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie.
In de media:
LAPP-Leuvense Afgestudeerde Psychologen en Pedagogen: Boekentip
Depressie (...) is een lezenswaardig boek geworden met een breed en gevarieerd aanbod en een prettige afwisseling tussen theorie en praktijk.
Tijdschrift voor Psychoanalyse, jrg. 18, nr. 2, blz. 143-145
Depressie. Actuele psychoanalytische benaderingen (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 15)
€ 24,60
Depressie is een vaak voorkomende aandoening. Epidemiologische studies suggereren zelfs dat één op vijf vrouwen en één op tien mannen er in de loop van hun leven mee te maken krijgen. Hoewel deze cijfers het voorkomen van depressie misschien overschatten, is en blijft depressie een belangrijk probleem. Depressie hangt immers samen met een hoge persoonlijke, maatschappelijke en economische kost.
Bestaande farmaceutische en psychotherapeutische behandelingen hebben slechts een beperkt effect bij een aanzienlijke subgroep van depressieve patiënten. Recente richtlijnen voor de behandeling van depressie beklemtonen dan ook de nood aan een langetermijnvisie waarin de nadruk wordt gelegd op terugvalpreventie, wat heeft geleid tot een hernieuwde interesse in psychodynamische theorieën en behandelvormen van depressie. Vanuit psychoanalytische hoek bestaat er dan ook een rijke traditie inzake depressie en de behandeling ervan. Dat hoeft niet te verbazen: veruit het merendeel van patiënten die hulp zoeken van psychoanalytisch geschoolde therapeuten kampt immers met ernstige depressieve klachten, vaak in combinatie met andere problemen.
In dit boek bieden een aantal gerenommeerde binnen- en buitenlandse psychoanalytisch georiënteerde auteurs een overzicht van recente theorievorming en onderzoek over depressie bij zowel kinderen en adolescenten als volwassenen. Samen met de groeiende evidentie uit systematisch onderzoek voor de effectiviteit van psychoanalytische therapie, tonen deze bijdragen aan dat psychoanalytische behandelingen voor depressie hun plaats hebben binnen onze gezondheidszorg.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
Patrick Luyten is verbonden aan de Onderzoekseenheid Psychologie van de K.U.Leuven en aan het Research Department of Clinical, Educational, and Health Psychology, University College London. Hij is ook privé werkzaam.
Wim Vanmechelen, psychiater en psychoanalytisch psychotherapeut, is lid van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie en participant aan de Belgische School voor Psychoanalyse. Hij werkt in een privé-praktijk in Haacht en is als consulent verbonden aan Thuisbegeleidingsdienst Oikonde in Mechelen en Lier. Hij is tevens verbonden als supervisor aan het Postgraduaat Psychoanalytische Psychotherapie van de K.U.Leuven.
Marc Hebbrecht is psychiater, psychotherapeut en psychoanalyticus. Hij is werkzaam in de Psychiatrische Centra Sint-Truiden en verbonden aan de psychoanalytische dienst van het UC K.U.Leuven - Campus Kortenberg. Hij is opleidingsanalyticus van de Belgische Vereniging voor Psychoanalyse en huidig voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie.
In de media:
LAPP-Leuvense Afgestudeerde Psychologen en Pedagogen: Boekentip
Depressie (...) is een lezenswaardig boek geworden met een breed en gevarieerd aanbod en een prettige afwisseling tussen theorie en praktijk.
Tijdschrift voor Psychoanalyse, jrg. 18, nr. 2, blz. 143-145
Management en marketing van culturele belevingen
€ 23,90
De voorbije jaren hebben talrijke, vooral Amerikaanse en
Duitse auteurs een van de fundamentele veranderingen
in de Westerse samenleving beschreven als een evolutie
naar een belevingssamenleving. Als gevolg van het grote
aanbod van producten en services trachten ondernemingen
zich te onderscheiden van anderen, door introductie
van de belevingdimensie.
Die belevingsoriëntatie dringt door tot steeds meer sectoren. Ook in de vrijetijdssector treffen we in toenemende mate die trend aan in de vorm van “entertainmentization”: entertainment in subtropische aquacentra, entertainment in themarestaurants, shopotainment in shoppingcentra en flagship stores.
De culturele sector zal in een verhevigde strijd om de vrije tijd van zijn doelgroepen ook meer aandacht voor intensivering van boeiende en betekenisvolle belevingen moeten hebben, maar wel gedeeltelijk op een andere wijze dan in de commerciële sector.
In dit boek onderzoeken de auteurs hoe culturele centra, musea, bibliotheken, theaters en andere culturele organisaties de belevingdimensie kunnen integreren in de programmering, de architectuur, het kwaliteitsbeleid en in het marketingbeleid.
Willy Faché is emeritus-hoogleraar aan de Universiteit Gent en specialist vrije tijd en toerisme. Dirk Noordman is docent kunstmanagement aan de Erasmusuniversiteit in Rotterdam. Martin Valcke is hoogleraar onderwijskunde aan de Universiteit Gent. Fons Van Dyck is communicatiespecialist en staat aan het hoofd van Think.BBDO in Brussel.
Die belevingsoriëntatie dringt door tot steeds meer sectoren. Ook in de vrijetijdssector treffen we in toenemende mate die trend aan in de vorm van “entertainmentization”: entertainment in subtropische aquacentra, entertainment in themarestaurants, shopotainment in shoppingcentra en flagship stores.
De culturele sector zal in een verhevigde strijd om de vrije tijd van zijn doelgroepen ook meer aandacht voor intensivering van boeiende en betekenisvolle belevingen moeten hebben, maar wel gedeeltelijk op een andere wijze dan in de commerciële sector.
In dit boek onderzoeken de auteurs hoe culturele centra, musea, bibliotheken, theaters en andere culturele organisaties de belevingdimensie kunnen integreren in de programmering, de architectuur, het kwaliteitsbeleid en in het marketingbeleid.
Willy Faché is emeritus-hoogleraar aan de Universiteit Gent en specialist vrije tijd en toerisme. Dirk Noordman is docent kunstmanagement aan de Erasmusuniversiteit in Rotterdam. Martin Valcke is hoogleraar onderwijskunde aan de Universiteit Gent. Fons Van Dyck is communicatiespecialist en staat aan het hoofd van Think.BBDO in Brussel.
Management en marketing van culturele belevingen
€ 23,90
De voorbije jaren hebben talrijke, vooral Amerikaanse en
Duitse auteurs een van de fundamentele veranderingen
in de Westerse samenleving beschreven als een evolutie
naar een belevingssamenleving. Als gevolg van het grote
aanbod van producten en services trachten ondernemingen
zich te onderscheiden van anderen, door introductie
van de belevingdimensie.
Die belevingsoriëntatie dringt door tot steeds meer sectoren. Ook in de vrijetijdssector treffen we in toenemende mate die trend aan in de vorm van “entertainmentization”: entertainment in subtropische aquacentra, entertainment in themarestaurants, shopotainment in shoppingcentra en flagship stores.
De culturele sector zal in een verhevigde strijd om de vrije tijd van zijn doelgroepen ook meer aandacht voor intensivering van boeiende en betekenisvolle belevingen moeten hebben, maar wel gedeeltelijk op een andere wijze dan in de commerciële sector.
In dit boek onderzoeken de auteurs hoe culturele centra, musea, bibliotheken, theaters en andere culturele organisaties de belevingdimensie kunnen integreren in de programmering, de architectuur, het kwaliteitsbeleid en in het marketingbeleid.
Willy Faché is emeritus-hoogleraar aan de Universiteit Gent en specialist vrije tijd en toerisme. Dirk Noordman is docent kunstmanagement aan de Erasmusuniversiteit in Rotterdam. Martin Valcke is hoogleraar onderwijskunde aan de Universiteit Gent. Fons Van Dyck is communicatiespecialist en staat aan het hoofd van Think.BBDO in Brussel.
Die belevingsoriëntatie dringt door tot steeds meer sectoren. Ook in de vrijetijdssector treffen we in toenemende mate die trend aan in de vorm van “entertainmentization”: entertainment in subtropische aquacentra, entertainment in themarestaurants, shopotainment in shoppingcentra en flagship stores.
De culturele sector zal in een verhevigde strijd om de vrije tijd van zijn doelgroepen ook meer aandacht voor intensivering van boeiende en betekenisvolle belevingen moeten hebben, maar wel gedeeltelijk op een andere wijze dan in de commerciële sector.
In dit boek onderzoeken de auteurs hoe culturele centra, musea, bibliotheken, theaters en andere culturele organisaties de belevingdimensie kunnen integreren in de programmering, de architectuur, het kwaliteitsbeleid en in het marketingbeleid.
Willy Faché is emeritus-hoogleraar aan de Universiteit Gent en specialist vrije tijd en toerisme. Dirk Noordman is docent kunstmanagement aan de Erasmusuniversiteit in Rotterdam. Martin Valcke is hoogleraar onderwijskunde aan de Universiteit Gent. Fons Van Dyck is communicatiespecialist en staat aan het hoofd van Think.BBDO in Brussel.

A la recherche de contenus interculturels dans les manuels scolaires en Communauté française de Belgique
€ 10,00
Une enquête menée par le Steunpunt Diversiteit & Leren (Centre de conseils pour la diversité et l’apprentissage) montre l’absence de contenus
racistes flagrants dans le matériel éducatif flamand, mais indique également que les possibilités de mettre en évidence la diversité sont sous-exploitées. Le problème se situe souvent au niveau des opportunités manquées et du manque de soutien et de conseils aux enseignants visant à exploiter positivement la diversité. L’étude réalisée en Communauté française arrive aux mêmes conclusions.
Vu la demande de soutien, le Steunpunt a, en collaboration avec la Fondation Evens et le Dr. Dina Sensi d’Eden Academia (European Diversity Education and Networking Academia), élaboré une liste de contrôle destinée à examiner le contenu des supports pédagogiques sous l’aspect de la diversité.
Nous voulons ainsi venir en aide, en Belgique, au vaste domaine éducatif afin qu’il puisse développer et utiliser du matériel éducatif respectueux des principes d’inclusion positive de la diversité. Cette liste de contrôle permet aux écoles d’examiner la qualité de leur matériel éducatif en matière d’inclusion de l’aspect diversité et de savoir ainsi où apporter d’éventuelles corrections. Nous proposons aussi aux maisons d’édition des critères de diversité pouvant leur être utiles dans le cadre du développement de nouveau matériel.
Dina Sensi est docteur en sciences de l’éducation et spécialisée dans la gestion de la diversité et la lutte contre les discriminations.Cette édition est une initiative de la Fondation Evens. Un projet similaire a été effectué en Flandre.
Vu la demande de soutien, le Steunpunt a, en collaboration avec la Fondation Evens et le Dr. Dina Sensi d’Eden Academia (European Diversity Education and Networking Academia), élaboré une liste de contrôle destinée à examiner le contenu des supports pédagogiques sous l’aspect de la diversité.
Nous voulons ainsi venir en aide, en Belgique, au vaste domaine éducatif afin qu’il puisse développer et utiliser du matériel éducatif respectueux des principes d’inclusion positive de la diversité. Cette liste de contrôle permet aux écoles d’examiner la qualité de leur matériel éducatif en matière d’inclusion de l’aspect diversité et de savoir ainsi où apporter d’éventuelles corrections. Nous proposons aussi aux maisons d’édition des critères de diversité pouvant leur être utiles dans le cadre du développement de nouveau matériel.
Dina Sensi est docteur en sciences de l’éducation et spécialisée dans la gestion de la diversité et la lutte contre les discriminations.Cette édition est une initiative de la Fondation Evens. Un projet similaire a été effectué en Flandre.

A la recherche de contenus interculturels dans les manuels scolaires en Communauté française de Belgique
€ 10,00
Une enquête menée par le Steunpunt Diversiteit & Leren (Centre de conseils pour la diversité et l’apprentissage) montre l’absence de contenus
racistes flagrants dans le matériel éducatif flamand, mais indique également que les possibilités de mettre en évidence la diversité sont sous-exploitées. Le problème se situe souvent au niveau des opportunités manquées et du manque de soutien et de conseils aux enseignants visant à exploiter positivement la diversité. L’étude réalisée en Communauté française arrive aux mêmes conclusions.
Vu la demande de soutien, le Steunpunt a, en collaboration avec la Fondation Evens et le Dr. Dina Sensi d’Eden Academia (European Diversity Education and Networking Academia), élaboré une liste de contrôle destinée à examiner le contenu des supports pédagogiques sous l’aspect de la diversité.
Nous voulons ainsi venir en aide, en Belgique, au vaste domaine éducatif afin qu’il puisse développer et utiliser du matériel éducatif respectueux des principes d’inclusion positive de la diversité. Cette liste de contrôle permet aux écoles d’examiner la qualité de leur matériel éducatif en matière d’inclusion de l’aspect diversité et de savoir ainsi où apporter d’éventuelles corrections. Nous proposons aussi aux maisons d’édition des critères de diversité pouvant leur être utiles dans le cadre du développement de nouveau matériel.
Dina Sensi est docteur en sciences de l’éducation et spécialisée dans la gestion de la diversité et la lutte contre les discriminations.Cette édition est une initiative de la Fondation Evens. Un projet similaire a été effectué en Flandre.
Vu la demande de soutien, le Steunpunt a, en collaboration avec la Fondation Evens et le Dr. Dina Sensi d’Eden Academia (European Diversity Education and Networking Academia), élaboré une liste de contrôle destinée à examiner le contenu des supports pédagogiques sous l’aspect de la diversité.
Nous voulons ainsi venir en aide, en Belgique, au vaste domaine éducatif afin qu’il puisse développer et utiliser du matériel éducatif respectueux des principes d’inclusion positive de la diversité. Cette liste de contrôle permet aux écoles d’examiner la qualité de leur matériel éducatif en matière d’inclusion de l’aspect diversité et de savoir ainsi où apporter d’éventuelles corrections. Nous proposons aussi aux maisons d’édition des critères de diversité pouvant leur être utiles dans le cadre du développement de nouveau matériel.
Dina Sensi est docteur en sciences de l’éducation et spécialisée dans la gestion de la diversité et la lutte contre les discriminations.Cette édition est une initiative de la Fondation Evens. Un projet similaire a été effectué en Flandre.
Op zoek naar het interculturele gehalte in Vlaamse leermiddelen
€ 10,00
Een onderzoek door Steunpunt Diversiteit en Leren toont aan dat er geen flagrante racistische inhouden aanwezig zijn in de Vlaamse leermiddelen, maar dat de mogelijkheden om met diversiteit om te gaan onderbenut zijn. Het is vaak een verhaal van gemiste kansen. Weinig ondersteuning en een gebrek aan bruikbare tips voor de leerkracht zorgen ervoor dat diversiteit vaak niet positief wordt benut en niet gezien wordt als meerwaarde.
Een gelijkaardige studie uitgevoerd in de Franse Gemeenschap kwam tot dezelfde bevindingen. Vanwege de vraag tot ondersteuning, heeft het Steunpunt Diversiteit en Leren (Eva Verstraete en Prof. Piet Van Avermaet) en de European Diversity Education and Networking Academia (Dr. Dina Sensi), samen met de Evens Stichting, een checklist ontwikkeld om leermiddelen op hun diversiteitsgehalte te screenen. Deze checklist biedt ondersteuning aan het brede educatieve veld in België bij de ontwikkeling en het gebruik van leermiddelen die de principes van positief omgaan met diversiteit omvatten. Scholen kunnen met deze checklist leermiddelen aan een ‘diversiteitstoets’ onderwerpen en weten waar er eventueel gecompenseerd kan worden. De diversiteitscriteria bieden uitgeverijen ondersteuning bij materiaalontwikkeling.
Eva Verstraete is onderzoekster aan het Steunpunt Diversiteit en Leren.Deze uitgave is een initiatief van de Evens Stichting. Een gelijkaardig project werd uitgevoerd voor Franstalig België.
Een gelijkaardige studie uitgevoerd in de Franse Gemeenschap kwam tot dezelfde bevindingen. Vanwege de vraag tot ondersteuning, heeft het Steunpunt Diversiteit en Leren (Eva Verstraete en Prof. Piet Van Avermaet) en de European Diversity Education and Networking Academia (Dr. Dina Sensi), samen met de Evens Stichting, een checklist ontwikkeld om leermiddelen op hun diversiteitsgehalte te screenen. Deze checklist biedt ondersteuning aan het brede educatieve veld in België bij de ontwikkeling en het gebruik van leermiddelen die de principes van positief omgaan met diversiteit omvatten. Scholen kunnen met deze checklist leermiddelen aan een ‘diversiteitstoets’ onderwerpen en weten waar er eventueel gecompenseerd kan worden. De diversiteitscriteria bieden uitgeverijen ondersteuning bij materiaalontwikkeling.
Eva Verstraete is onderzoekster aan het Steunpunt Diversiteit en Leren.Deze uitgave is een initiatief van de Evens Stichting. Een gelijkaardig project werd uitgevoerd voor Franstalig België.
Op zoek naar het interculturele gehalte in Vlaamse leermiddelen
€ 10,00
Een onderzoek door Steunpunt Diversiteit en Leren toont aan dat er geen flagrante racistische inhouden aanwezig zijn in de Vlaamse leermiddelen, maar dat de mogelijkheden om met diversiteit om te gaan onderbenut zijn. Het is vaak een verhaal van gemiste kansen. Weinig ondersteuning en een gebrek aan bruikbare tips voor de leerkracht zorgen ervoor dat diversiteit vaak niet positief wordt benut en niet gezien wordt als meerwaarde.
Een gelijkaardige studie uitgevoerd in de Franse Gemeenschap kwam tot dezelfde bevindingen. Vanwege de vraag tot ondersteuning, heeft het Steunpunt Diversiteit en Leren (Eva Verstraete en Prof. Piet Van Avermaet) en de European Diversity Education and Networking Academia (Dr. Dina Sensi), samen met de Evens Stichting, een checklist ontwikkeld om leermiddelen op hun diversiteitsgehalte te screenen. Deze checklist biedt ondersteuning aan het brede educatieve veld in België bij de ontwikkeling en het gebruik van leermiddelen die de principes van positief omgaan met diversiteit omvatten. Scholen kunnen met deze checklist leermiddelen aan een ‘diversiteitstoets’ onderwerpen en weten waar er eventueel gecompenseerd kan worden. De diversiteitscriteria bieden uitgeverijen ondersteuning bij materiaalontwikkeling.
Eva Verstraete is onderzoekster aan het Steunpunt Diversiteit en Leren.Deze uitgave is een initiatief van de Evens Stichting. Een gelijkaardig project werd uitgevoerd voor Franstalig België.
Een gelijkaardige studie uitgevoerd in de Franse Gemeenschap kwam tot dezelfde bevindingen. Vanwege de vraag tot ondersteuning, heeft het Steunpunt Diversiteit en Leren (Eva Verstraete en Prof. Piet Van Avermaet) en de European Diversity Education and Networking Academia (Dr. Dina Sensi), samen met de Evens Stichting, een checklist ontwikkeld om leermiddelen op hun diversiteitsgehalte te screenen. Deze checklist biedt ondersteuning aan het brede educatieve veld in België bij de ontwikkeling en het gebruik van leermiddelen die de principes van positief omgaan met diversiteit omvatten. Scholen kunnen met deze checklist leermiddelen aan een ‘diversiteitstoets’ onderwerpen en weten waar er eventueel gecompenseerd kan worden. De diversiteitscriteria bieden uitgeverijen ondersteuning bij materiaalontwikkeling.
Eva Verstraete is onderzoekster aan het Steunpunt Diversiteit en Leren.Deze uitgave is een initiatief van de Evens Stichting. Een gelijkaardig project werd uitgevoerd voor Franstalig België.
Interventie bij onderwijsleerproblemen
€ 20,50
Sommige leerlingen profiteren onvoldoende van het onderwijsaanbod van de school. Zij
ondervinden onderwijsleerproblemen ofwel belemmeringen in hun ontwikkeling in de
context van onderwijs. Het kan hierbij gaan om problemen met de verwerving van basisvaardigheden
(zoals lezen, spellen of rekenen), maar ook om tekorten in meer basale
taal- en geheugenfuncties of verstoringen van de motivationele, emotionele en sociale
processen, die onlosmakelijk met leren verbonden zijn. Leerlingen met onderwijsleerproblemen
hebben adequate ondersteuning nodig in de vorm van een interventie die op hun
probleem is toegesneden. Zowel van scholen als van meer gespecialiseerde instellingen
wordt in toenemende mate verwacht dat zij in staat zijn om deze ondersteuning te bieden.
Daarvoor is kennis van de werkzame bestanddelen van interventies en van interventieprincipes
onontbeerlijk.
In dit boek wordt een overzicht gegeven van recente ontwikkelingen in het onderzoek naar interventies op het gebied van onderwijsleerproblemen. In elk hoofdstuk wordt, op basis van de kenmerken van het betreffende onderwijsleerprobleem, geschetst waar interventie op gericht zou moeten worden. Daarna worden elementen van effectieve interventies behandeld en, in sommige hoofdstukken, specifieke interventies besproken. Het boek is bedoeld voor (ortho)pedagogen, (school)psychologen en onderwijskundigen, die op het gebied van onderwijsleerproblemen werkzaam zijn, en voor studenten die daartoe opgeleid worden.
Peter de Jong en Helma Koomen zijn verbonden aan de afdeling Pedagogiek, Onderwijskunde en Lerarenopleiding en aan het Research Institute of Child Development and Education van de Universiteit van Amsterdam.
In dit boek wordt een overzicht gegeven van recente ontwikkelingen in het onderzoek naar interventies op het gebied van onderwijsleerproblemen. In elk hoofdstuk wordt, op basis van de kenmerken van het betreffende onderwijsleerprobleem, geschetst waar interventie op gericht zou moeten worden. Daarna worden elementen van effectieve interventies behandeld en, in sommige hoofdstukken, specifieke interventies besproken. Het boek is bedoeld voor (ortho)pedagogen, (school)psychologen en onderwijskundigen, die op het gebied van onderwijsleerproblemen werkzaam zijn, en voor studenten die daartoe opgeleid worden.
Peter de Jong en Helma Koomen zijn verbonden aan de afdeling Pedagogiek, Onderwijskunde en Lerarenopleiding en aan het Research Institute of Child Development and Education van de Universiteit van Amsterdam.
Interventie bij onderwijsleerproblemen
€ 20,50
Sommige leerlingen profiteren onvoldoende van het onderwijsaanbod van de school. Zij
ondervinden onderwijsleerproblemen ofwel belemmeringen in hun ontwikkeling in de
context van onderwijs. Het kan hierbij gaan om problemen met de verwerving van basisvaardigheden
(zoals lezen, spellen of rekenen), maar ook om tekorten in meer basale
taal- en geheugenfuncties of verstoringen van de motivationele, emotionele en sociale
processen, die onlosmakelijk met leren verbonden zijn. Leerlingen met onderwijsleerproblemen
hebben adequate ondersteuning nodig in de vorm van een interventie die op hun
probleem is toegesneden. Zowel van scholen als van meer gespecialiseerde instellingen
wordt in toenemende mate verwacht dat zij in staat zijn om deze ondersteuning te bieden.
Daarvoor is kennis van de werkzame bestanddelen van interventies en van interventieprincipes
onontbeerlijk.
In dit boek wordt een overzicht gegeven van recente ontwikkelingen in het onderzoek naar interventies op het gebied van onderwijsleerproblemen. In elk hoofdstuk wordt, op basis van de kenmerken van het betreffende onderwijsleerprobleem, geschetst waar interventie op gericht zou moeten worden. Daarna worden elementen van effectieve interventies behandeld en, in sommige hoofdstukken, specifieke interventies besproken. Het boek is bedoeld voor (ortho)pedagogen, (school)psychologen en onderwijskundigen, die op het gebied van onderwijsleerproblemen werkzaam zijn, en voor studenten die daartoe opgeleid worden.
Peter de Jong en Helma Koomen zijn verbonden aan de afdeling Pedagogiek, Onderwijskunde en Lerarenopleiding en aan het Research Institute of Child Development and Education van de Universiteit van Amsterdam.
In dit boek wordt een overzicht gegeven van recente ontwikkelingen in het onderzoek naar interventies op het gebied van onderwijsleerproblemen. In elk hoofdstuk wordt, op basis van de kenmerken van het betreffende onderwijsleerprobleem, geschetst waar interventie op gericht zou moeten worden. Daarna worden elementen van effectieve interventies behandeld en, in sommige hoofdstukken, specifieke interventies besproken. Het boek is bedoeld voor (ortho)pedagogen, (school)psychologen en onderwijskundigen, die op het gebied van onderwijsleerproblemen werkzaam zijn, en voor studenten die daartoe opgeleid worden.
Peter de Jong en Helma Koomen zijn verbonden aan de afdeling Pedagogiek, Onderwijskunde en Lerarenopleiding en aan het Research Institute of Child Development and Education van de Universiteit van Amsterdam.
Achter de televisie. Omroepmarkten en -structuren in West-Europa
€ 39,90
De media, radio en televisie in het bijzonder, zijn permanent aan de orde in het
maatschappelijk debat. Ze genieten als onderwerp ook een groeiende belangstelling
in de onderwijswereld. En toch blijft het in Vlaanderen moeilijk om een handig
boek te vinden dat de meest recente geschiedenis van deze media en hun belangrijkste
kenmerken geactualiseerd weergeeft. Wie dit boek leest, zal ook begrijpen
waarom de nu en dan weer beklonken pax media tussen de grote Vlaamse omroepen
telkens weer een tijdelijk karakter blijkt te hebben, waarom grote mediaconcerns
zwaar betalen voor voetbalrechten en vanwaar die lokale en regionale media
plots omhoog schoten. Ook het ontstaan van de kabelmaatschappijen en de rol van
Telenet in de aanzet naar de digitale televisie krijgen aandacht. Behalve Vlaanderen
komen in deze heruitgave ook het mediabeleid, de Franse Gemeenschap en de
Europese omroep aan bod.
Het is geen essay over ons medialandschap, maar een zo accuraat mogelijke beschrijving.
Rik Otten (1955) is licentiaat in de Communicatiewetenschappen. Hij was achtereenvolgens freelancer, redacteur en woordvoerder. Daarnaast doceert hij sedert 1984 mediastudies, tegenwoordig aan de Arteveldehogeschool in Gent.
Het is geen essay over ons medialandschap, maar een zo accuraat mogelijke beschrijving.
Rik Otten (1955) is licentiaat in de Communicatiewetenschappen. Hij was achtereenvolgens freelancer, redacteur en woordvoerder. Daarnaast doceert hij sedert 1984 mediastudies, tegenwoordig aan de Arteveldehogeschool in Gent.
Achter de televisie. Omroepmarkten en -structuren in West-Europa
€ 39,90
De media, radio en televisie in het bijzonder, zijn permanent aan de orde in het
maatschappelijk debat. Ze genieten als onderwerp ook een groeiende belangstelling
in de onderwijswereld. En toch blijft het in Vlaanderen moeilijk om een handig
boek te vinden dat de meest recente geschiedenis van deze media en hun belangrijkste
kenmerken geactualiseerd weergeeft. Wie dit boek leest, zal ook begrijpen
waarom de nu en dan weer beklonken pax media tussen de grote Vlaamse omroepen
telkens weer een tijdelijk karakter blijkt te hebben, waarom grote mediaconcerns
zwaar betalen voor voetbalrechten en vanwaar die lokale en regionale media
plots omhoog schoten. Ook het ontstaan van de kabelmaatschappijen en de rol van
Telenet in de aanzet naar de digitale televisie krijgen aandacht. Behalve Vlaanderen
komen in deze heruitgave ook het mediabeleid, de Franse Gemeenschap en de
Europese omroep aan bod.
Het is geen essay over ons medialandschap, maar een zo accuraat mogelijke beschrijving.
Rik Otten (1955) is licentiaat in de Communicatiewetenschappen. Hij was achtereenvolgens freelancer, redacteur en woordvoerder. Daarnaast doceert hij sedert 1984 mediastudies, tegenwoordig aan de Arteveldehogeschool in Gent.
Het is geen essay over ons medialandschap, maar een zo accuraat mogelijke beschrijving.
Rik Otten (1955) is licentiaat in de Communicatiewetenschappen. Hij was achtereenvolgens freelancer, redacteur en woordvoerder. Daarnaast doceert hij sedert 1984 mediastudies, tegenwoordig aan de Arteveldehogeschool in Gent.
Pervasieve ontwikkelingsstoornissen en de inkleuring door de levensfasen
€ 34,00
Pervasieve ontwikkelingsstoornissen, ook wel autismespectrumstoornissen
genoemd, zijn stoornissen die vele
domeinen van het leven doordringen. Niet alleen het
sociale contact, maar ook de taal, de motoriek en het
cognitief functioneren zijn vaak aangedaan. Omdat bij
PDD – Pervasive Developmental Disorders sprake is van
een levenslange handicap, zijn de uitingsvormen en de
implicaties van de aandoening in elke levensfase anders.
Een kleuter, een basisschoolkind, een adolescent of een volwassene met autisme zijn in vele opzichten verschillend. Elke levensfase vergt speciale aanpassingen en vaardigheden van patiënten, ouders, docenten, begeleiders, artsen, psychologen en orthopedagogen.
Dit boek wil deze mensen inspireren om vanuit een breed perspectief naar mensen met een pervasieve ontwikkelingsstoornis te kijken.
Fop Verheij, psychiater, is verbonden aan het Erasmus MC-Sophia Kinderziekenhuis in Rotterdam. Hij was vele jaren hoofd van het klinische deel van de Afdeling Kinder- en Jeugdpsychiatrie en is hoofd Patiëntenzorg van deze afdeling. Pieter de Nijs is kinder- en jeugdpsychiater in hetzelfde ziekenhuis.
Een kleuter, een basisschoolkind, een adolescent of een volwassene met autisme zijn in vele opzichten verschillend. Elke levensfase vergt speciale aanpassingen en vaardigheden van patiënten, ouders, docenten, begeleiders, artsen, psychologen en orthopedagogen.
Dit boek wil deze mensen inspireren om vanuit een breed perspectief naar mensen met een pervasieve ontwikkelingsstoornis te kijken.
Fop Verheij, psychiater, is verbonden aan het Erasmus MC-Sophia Kinderziekenhuis in Rotterdam. Hij was vele jaren hoofd van het klinische deel van de Afdeling Kinder- en Jeugdpsychiatrie en is hoofd Patiëntenzorg van deze afdeling. Pieter de Nijs is kinder- en jeugdpsychiater in hetzelfde ziekenhuis.
Pervasieve ontwikkelingsstoornissen en de inkleuring door de levensfasen
€ 34,00
Pervasieve ontwikkelingsstoornissen, ook wel autismespectrumstoornissen
genoemd, zijn stoornissen die vele
domeinen van het leven doordringen. Niet alleen het
sociale contact, maar ook de taal, de motoriek en het
cognitief functioneren zijn vaak aangedaan. Omdat bij
PDD – Pervasive Developmental Disorders sprake is van
een levenslange handicap, zijn de uitingsvormen en de
implicaties van de aandoening in elke levensfase anders.
Een kleuter, een basisschoolkind, een adolescent of een volwassene met autisme zijn in vele opzichten verschillend. Elke levensfase vergt speciale aanpassingen en vaardigheden van patiënten, ouders, docenten, begeleiders, artsen, psychologen en orthopedagogen.
Dit boek wil deze mensen inspireren om vanuit een breed perspectief naar mensen met een pervasieve ontwikkelingsstoornis te kijken.
Fop Verheij, psychiater, is verbonden aan het Erasmus MC-Sophia Kinderziekenhuis in Rotterdam. Hij was vele jaren hoofd van het klinische deel van de Afdeling Kinder- en Jeugdpsychiatrie en is hoofd Patiëntenzorg van deze afdeling. Pieter de Nijs is kinder- en jeugdpsychiater in hetzelfde ziekenhuis.
Een kleuter, een basisschoolkind, een adolescent of een volwassene met autisme zijn in vele opzichten verschillend. Elke levensfase vergt speciale aanpassingen en vaardigheden van patiënten, ouders, docenten, begeleiders, artsen, psychologen en orthopedagogen.
Dit boek wil deze mensen inspireren om vanuit een breed perspectief naar mensen met een pervasieve ontwikkelingsstoornis te kijken.
Fop Verheij, psychiater, is verbonden aan het Erasmus MC-Sophia Kinderziekenhuis in Rotterdam. Hij was vele jaren hoofd van het klinische deel van de Afdeling Kinder- en Jeugdpsychiatrie en is hoofd Patiëntenzorg van deze afdeling. Pieter de Nijs is kinder- en jeugdpsychiater in hetzelfde ziekenhuis.
Hoe sterk is de eenzame fietser? Een onderzoek naar de relatie tussen individuele ontwikkeling en de toegankelijkheid van het onderwijsbestel in Nederland
€ 39,00
Onderwijs is voorwerp van aanhoudende zorg voor de overheid en desondanks (of juist
daarom?) bron van aanhoudende publieke kritiek. Wie geïnteresseerd is in de kenmerkende
eigenschappen van het Nederlandse onderwijs en de gevolgen daarvan voor de
individuele leerling en student, mag dit boek niet ongelezen laten.
Aan de hand van zijn eigen levensgeschiedenis en ervaringen - hij was leerling, student, leraar, leidinggevende en onderwijsbestuurder - legt de auteur de wortels bloot van het onderwijsstelsel zoals zich dat de afgelopen vijftig jaar heeft ontwikkeld. Hij neemt daarbij specifiek belangrijke fenomenen in de onderwijsgeschiedenis, zoals de Mammoetwet en de ROC-vorming onder de loep. Hij laat zien wat de onderliggende ideologische waarden zijn die het overheidsbeleid hebben bepaald en van welke invloed deze zijn geweest op de vormgeving en prestaties van het onderwijs in de afgelopen decennia. De studie richt zich met name op het begrip ‘toegankelijkheid’ en de mate waarin het bestel tegemoet komt aan de behoeften en talenten van het individu. De studie laat zien dat het Nederlandse onderwijs wellicht wel pro forma, maar zelden de facto rekening houdt met de belangen van de onderwijsvrager. Het Nederlandse onderwijs dient vooral de belangen van maatschappelijke partijen en is als zodanig voortdurend inzet van een machtsstrijd om het bezit van de instituties in het publieke domein.
Het boek ontleent zijn unieke karakter aan het gegeven dat voor het empirisch feitenmateriaal gebruik is gemaakt van de autobiografie van de auteur. Hiermee verkrijgt het boek het karakter van een egodocument en verschaft het de lezer een gedetailleerd en persoonlijk inzicht in de wijze waarop de afgelopen halve eeuw politieke ideologieën (deels) strandden op de weerbarstige praktijk en op individuele weerstand. Soms onthutsend, altijd boeiend.
Leo Lenssen (1947) begon zijn onderwijscarriëre als onderwijzer in Rotterdam. Hij was als bestuurder nauw betrokken bij de totstandkoming van de Regionale Opleidingen Centra en is thans Lector Maatschappelijk Ondernemerschap. In 2003 verwierf hij landelijke bekendheid met zijn uitspraken, aanleiding tot heftige kritiek, over de ongebruikte vermogens van scholen. Hij was mede-samensteller van ‘Van Wie is het Onderwijs’ (2007), een bundel met bijdragen over de (machts) verhoudingen in het onderwijs.
Aan de hand van zijn eigen levensgeschiedenis en ervaringen - hij was leerling, student, leraar, leidinggevende en onderwijsbestuurder - legt de auteur de wortels bloot van het onderwijsstelsel zoals zich dat de afgelopen vijftig jaar heeft ontwikkeld. Hij neemt daarbij specifiek belangrijke fenomenen in de onderwijsgeschiedenis, zoals de Mammoetwet en de ROC-vorming onder de loep. Hij laat zien wat de onderliggende ideologische waarden zijn die het overheidsbeleid hebben bepaald en van welke invloed deze zijn geweest op de vormgeving en prestaties van het onderwijs in de afgelopen decennia. De studie richt zich met name op het begrip ‘toegankelijkheid’ en de mate waarin het bestel tegemoet komt aan de behoeften en talenten van het individu. De studie laat zien dat het Nederlandse onderwijs wellicht wel pro forma, maar zelden de facto rekening houdt met de belangen van de onderwijsvrager. Het Nederlandse onderwijs dient vooral de belangen van maatschappelijke partijen en is als zodanig voortdurend inzet van een machtsstrijd om het bezit van de instituties in het publieke domein.
Het boek ontleent zijn unieke karakter aan het gegeven dat voor het empirisch feitenmateriaal gebruik is gemaakt van de autobiografie van de auteur. Hiermee verkrijgt het boek het karakter van een egodocument en verschaft het de lezer een gedetailleerd en persoonlijk inzicht in de wijze waarop de afgelopen halve eeuw politieke ideologieën (deels) strandden op de weerbarstige praktijk en op individuele weerstand. Soms onthutsend, altijd boeiend.
Leo Lenssen (1947) begon zijn onderwijscarriëre als onderwijzer in Rotterdam. Hij was als bestuurder nauw betrokken bij de totstandkoming van de Regionale Opleidingen Centra en is thans Lector Maatschappelijk Ondernemerschap. In 2003 verwierf hij landelijke bekendheid met zijn uitspraken, aanleiding tot heftige kritiek, over de ongebruikte vermogens van scholen. Hij was mede-samensteller van ‘Van Wie is het Onderwijs’ (2007), een bundel met bijdragen over de (machts) verhoudingen in het onderwijs.
Hoe sterk is de eenzame fietser? Een onderzoek naar de relatie tussen individuele ontwikkeling en de toegankelijkheid van het onderwijsbestel in Nederland
€ 39,00
Onderwijs is voorwerp van aanhoudende zorg voor de overheid en desondanks (of juist
daarom?) bron van aanhoudende publieke kritiek. Wie geïnteresseerd is in de kenmerkende
eigenschappen van het Nederlandse onderwijs en de gevolgen daarvan voor de
individuele leerling en student, mag dit boek niet ongelezen laten.
Aan de hand van zijn eigen levensgeschiedenis en ervaringen - hij was leerling, student, leraar, leidinggevende en onderwijsbestuurder - legt de auteur de wortels bloot van het onderwijsstelsel zoals zich dat de afgelopen vijftig jaar heeft ontwikkeld. Hij neemt daarbij specifiek belangrijke fenomenen in de onderwijsgeschiedenis, zoals de Mammoetwet en de ROC-vorming onder de loep. Hij laat zien wat de onderliggende ideologische waarden zijn die het overheidsbeleid hebben bepaald en van welke invloed deze zijn geweest op de vormgeving en prestaties van het onderwijs in de afgelopen decennia. De studie richt zich met name op het begrip ‘toegankelijkheid’ en de mate waarin het bestel tegemoet komt aan de behoeften en talenten van het individu. De studie laat zien dat het Nederlandse onderwijs wellicht wel pro forma, maar zelden de facto rekening houdt met de belangen van de onderwijsvrager. Het Nederlandse onderwijs dient vooral de belangen van maatschappelijke partijen en is als zodanig voortdurend inzet van een machtsstrijd om het bezit van de instituties in het publieke domein.
Het boek ontleent zijn unieke karakter aan het gegeven dat voor het empirisch feitenmateriaal gebruik is gemaakt van de autobiografie van de auteur. Hiermee verkrijgt het boek het karakter van een egodocument en verschaft het de lezer een gedetailleerd en persoonlijk inzicht in de wijze waarop de afgelopen halve eeuw politieke ideologieën (deels) strandden op de weerbarstige praktijk en op individuele weerstand. Soms onthutsend, altijd boeiend.
Leo Lenssen (1947) begon zijn onderwijscarriëre als onderwijzer in Rotterdam. Hij was als bestuurder nauw betrokken bij de totstandkoming van de Regionale Opleidingen Centra en is thans Lector Maatschappelijk Ondernemerschap. In 2003 verwierf hij landelijke bekendheid met zijn uitspraken, aanleiding tot heftige kritiek, over de ongebruikte vermogens van scholen. Hij was mede-samensteller van ‘Van Wie is het Onderwijs’ (2007), een bundel met bijdragen over de (machts) verhoudingen in het onderwijs.
Aan de hand van zijn eigen levensgeschiedenis en ervaringen - hij was leerling, student, leraar, leidinggevende en onderwijsbestuurder - legt de auteur de wortels bloot van het onderwijsstelsel zoals zich dat de afgelopen vijftig jaar heeft ontwikkeld. Hij neemt daarbij specifiek belangrijke fenomenen in de onderwijsgeschiedenis, zoals de Mammoetwet en de ROC-vorming onder de loep. Hij laat zien wat de onderliggende ideologische waarden zijn die het overheidsbeleid hebben bepaald en van welke invloed deze zijn geweest op de vormgeving en prestaties van het onderwijs in de afgelopen decennia. De studie richt zich met name op het begrip ‘toegankelijkheid’ en de mate waarin het bestel tegemoet komt aan de behoeften en talenten van het individu. De studie laat zien dat het Nederlandse onderwijs wellicht wel pro forma, maar zelden de facto rekening houdt met de belangen van de onderwijsvrager. Het Nederlandse onderwijs dient vooral de belangen van maatschappelijke partijen en is als zodanig voortdurend inzet van een machtsstrijd om het bezit van de instituties in het publieke domein.
Het boek ontleent zijn unieke karakter aan het gegeven dat voor het empirisch feitenmateriaal gebruik is gemaakt van de autobiografie van de auteur. Hiermee verkrijgt het boek het karakter van een egodocument en verschaft het de lezer een gedetailleerd en persoonlijk inzicht in de wijze waarop de afgelopen halve eeuw politieke ideologieën (deels) strandden op de weerbarstige praktijk en op individuele weerstand. Soms onthutsend, altijd boeiend.
Leo Lenssen (1947) begon zijn onderwijscarriëre als onderwijzer in Rotterdam. Hij was als bestuurder nauw betrokken bij de totstandkoming van de Regionale Opleidingen Centra en is thans Lector Maatschappelijk Ondernemerschap. In 2003 verwierf hij landelijke bekendheid met zijn uitspraken, aanleiding tot heftige kritiek, over de ongebruikte vermogens van scholen. Hij was mede-samensteller van ‘Van Wie is het Onderwijs’ (2007), een bundel met bijdragen over de (machts) verhoudingen in het onderwijs.
Spiritual Humanism and Economic Wisdom
€ 24,90
Spiritual Humanism and Economic Wisdom collects
essays in honor of the 70th anniversary of K.U.Leuven
professor Luk Bouckaert, co-founder of the European
SPES forum, which aims to make spirituality accessible
as a public good to as many people as possible. Its
mission is expressed in the key word of SPES, being on
the one hand an acronym for ‘Spirituality in Economics
and Society’ and, on the other hand, the Latin word for
‘hope’, the virtue that sustains our belief in a better
future.
In the spirit of the European SPES forum, this volume covers issues of contemporary economics using a humanist perspective and discusses interrelated problems of business, ethics and society from spiritually based viewpoints. The authors argue for practicing economic wisdom in economic and social life.
Hendrik Opdebeeckis professor of Philosophy and Economics at the University of Antwerp, where he is affiliated with the Centre of Ethics. His research interest is focused on the cultural-philosophical backgrounds and effects of globalization with special attention to the role of spirituality and technology.
Laszlo Zsolnai is professor and director of the Business Ethics Center at the Corvinus University of Budapest. He is chairman of the Business Ethics Faculty Group of CEMS (Community of European Management Schools - The Global Alliance in Management Education).
In the spirit of the European SPES forum, this volume covers issues of contemporary economics using a humanist perspective and discusses interrelated problems of business, ethics and society from spiritually based viewpoints. The authors argue for practicing economic wisdom in economic and social life.
Hendrik Opdebeeckis professor of Philosophy and Economics at the University of Antwerp, where he is affiliated with the Centre of Ethics. His research interest is focused on the cultural-philosophical backgrounds and effects of globalization with special attention to the role of spirituality and technology.
Laszlo Zsolnai is professor and director of the Business Ethics Center at the Corvinus University of Budapest. He is chairman of the Business Ethics Faculty Group of CEMS (Community of European Management Schools - The Global Alliance in Management Education).
Spiritual Humanism and Economic Wisdom
€ 24,90
Spiritual Humanism and Economic Wisdom collects
essays in honor of the 70th anniversary of K.U.Leuven
professor Luk Bouckaert, co-founder of the European
SPES forum, which aims to make spirituality accessible
as a public good to as many people as possible. Its
mission is expressed in the key word of SPES, being on
the one hand an acronym for ‘Spirituality in Economics
and Society’ and, on the other hand, the Latin word for
‘hope’, the virtue that sustains our belief in a better
future.
In the spirit of the European SPES forum, this volume covers issues of contemporary economics using a humanist perspective and discusses interrelated problems of business, ethics and society from spiritually based viewpoints. The authors argue for practicing economic wisdom in economic and social life.
Hendrik Opdebeeckis professor of Philosophy and Economics at the University of Antwerp, where he is affiliated with the Centre of Ethics. His research interest is focused on the cultural-philosophical backgrounds and effects of globalization with special attention to the role of spirituality and technology.
Laszlo Zsolnai is professor and director of the Business Ethics Center at the Corvinus University of Budapest. He is chairman of the Business Ethics Faculty Group of CEMS (Community of European Management Schools - The Global Alliance in Management Education).
In the spirit of the European SPES forum, this volume covers issues of contemporary economics using a humanist perspective and discusses interrelated problems of business, ethics and society from spiritually based viewpoints. The authors argue for practicing economic wisdom in economic and social life.
Hendrik Opdebeeckis professor of Philosophy and Economics at the University of Antwerp, where he is affiliated with the Centre of Ethics. His research interest is focused on the cultural-philosophical backgrounds and effects of globalization with special attention to the role of spirituality and technology.
Laszlo Zsolnai is professor and director of the Business Ethics Center at the Corvinus University of Budapest. He is chairman of the Business Ethics Faculty Group of CEMS (Community of European Management Schools - The Global Alliance in Management Education).
Hart van de verzorgingsstad. Club- en buurthuiswerk in Rotterdam, 1920-2010
€ 19,90
Het club- en buurthuiswerk heeft in de vorige eeuw een niet geringe rol
gespeeld bij de opvang, de begeleiding en bij de ontspanning van jeugd
en gezin in diverse wijken en buurten van de wereldhavenstad.
De Katholieke Stichting voor Jeugd en Gezin (KSGJ) was destijds in Rotterdam de grootste en een invloedrijke instelling voor gezins- en jeugdwerk waar sociaal-cultureel werkers, buurtopbouwwerkers, maatschappelijk werkers, crêche- en peuterzaalwerkers in en rond de clubhuizen met de bewoners in de weer waren. De KSGJ heeft in de loop van de jaren bijgedragen aan de uitvoering, ontwikkeling en professionalisering van het welzijnswerk.
Tot het midden van de jaren tachtig, toen alle Rotterdamse club- en buurthuizen onder dwang van de landelijke en vooral gemeentelijke welzijnspolitiek en bezuinigingen moesten fuseren en ten slotte opgingen in de deelgemeenten. Reorganisatie volgde op reorganisatie, met alle gevolgen voor het uitvoerend werk.
De lotgevallen van de KSGJ wijken niet in belangrijke mate af van wat andere gezins- en jeugdwerkinstellingen doormaakten. Dit boek zet tegen de maatschappelijke achtergrond (verzuiling, ontzuiling, ontkerkelijking en de verzorgingsstaat) en vooral de sociale ontwikkeling van Rotterdam (de expanderende moderne maar onbehaaglijk wordende haven- en leefstad) de betekenis van het club- en buurthuiswerk in Rotterdam historisch uiteen.
Veel problemen en ontwikkelingen waar professionals op het terrein van zorg en welzijn nu in Rotterdam tegen aanlopen hebben hun wortels in het verleden. Wie zinvol wil meedenken en meepraten over het hedendaagse welzijn en het welzijnsbeleid kan niet zonder kennis en inzicht in het (recente) verleden.
Toby Witte (historicus/politicoloog) is hoofddocent en hoofd van het Expertisecentrum Prakijkgericht Onderzoek gelieerd aan het kenniscentrum Opgroeien in de Stad/Urban Talent van het Instituut Sociale Opleidingen, Hogeschool Rotterdam en tevens lid van de Rekenkamer Spijkenisse.
De Katholieke Stichting voor Jeugd en Gezin (KSGJ) was destijds in Rotterdam de grootste en een invloedrijke instelling voor gezins- en jeugdwerk waar sociaal-cultureel werkers, buurtopbouwwerkers, maatschappelijk werkers, crêche- en peuterzaalwerkers in en rond de clubhuizen met de bewoners in de weer waren. De KSGJ heeft in de loop van de jaren bijgedragen aan de uitvoering, ontwikkeling en professionalisering van het welzijnswerk.
Tot het midden van de jaren tachtig, toen alle Rotterdamse club- en buurthuizen onder dwang van de landelijke en vooral gemeentelijke welzijnspolitiek en bezuinigingen moesten fuseren en ten slotte opgingen in de deelgemeenten. Reorganisatie volgde op reorganisatie, met alle gevolgen voor het uitvoerend werk.
De lotgevallen van de KSGJ wijken niet in belangrijke mate af van wat andere gezins- en jeugdwerkinstellingen doormaakten. Dit boek zet tegen de maatschappelijke achtergrond (verzuiling, ontzuiling, ontkerkelijking en de verzorgingsstaat) en vooral de sociale ontwikkeling van Rotterdam (de expanderende moderne maar onbehaaglijk wordende haven- en leefstad) de betekenis van het club- en buurthuiswerk in Rotterdam historisch uiteen.
Veel problemen en ontwikkelingen waar professionals op het terrein van zorg en welzijn nu in Rotterdam tegen aanlopen hebben hun wortels in het verleden. Wie zinvol wil meedenken en meepraten over het hedendaagse welzijn en het welzijnsbeleid kan niet zonder kennis en inzicht in het (recente) verleden.
Toby Witte (historicus/politicoloog) is hoofddocent en hoofd van het Expertisecentrum Prakijkgericht Onderzoek gelieerd aan het kenniscentrum Opgroeien in de Stad/Urban Talent van het Instituut Sociale Opleidingen, Hogeschool Rotterdam en tevens lid van de Rekenkamer Spijkenisse.
Hart van de verzorgingsstad. Club- en buurthuiswerk in Rotterdam, 1920-2010
€ 19,90
Het club- en buurthuiswerk heeft in de vorige eeuw een niet geringe rol
gespeeld bij de opvang, de begeleiding en bij de ontspanning van jeugd
en gezin in diverse wijken en buurten van de wereldhavenstad.
De Katholieke Stichting voor Jeugd en Gezin (KSGJ) was destijds in Rotterdam de grootste en een invloedrijke instelling voor gezins- en jeugdwerk waar sociaal-cultureel werkers, buurtopbouwwerkers, maatschappelijk werkers, crêche- en peuterzaalwerkers in en rond de clubhuizen met de bewoners in de weer waren. De KSGJ heeft in de loop van de jaren bijgedragen aan de uitvoering, ontwikkeling en professionalisering van het welzijnswerk.
Tot het midden van de jaren tachtig, toen alle Rotterdamse club- en buurthuizen onder dwang van de landelijke en vooral gemeentelijke welzijnspolitiek en bezuinigingen moesten fuseren en ten slotte opgingen in de deelgemeenten. Reorganisatie volgde op reorganisatie, met alle gevolgen voor het uitvoerend werk.
De lotgevallen van de KSGJ wijken niet in belangrijke mate af van wat andere gezins- en jeugdwerkinstellingen doormaakten. Dit boek zet tegen de maatschappelijke achtergrond (verzuiling, ontzuiling, ontkerkelijking en de verzorgingsstaat) en vooral de sociale ontwikkeling van Rotterdam (de expanderende moderne maar onbehaaglijk wordende haven- en leefstad) de betekenis van het club- en buurthuiswerk in Rotterdam historisch uiteen.
Veel problemen en ontwikkelingen waar professionals op het terrein van zorg en welzijn nu in Rotterdam tegen aanlopen hebben hun wortels in het verleden. Wie zinvol wil meedenken en meepraten over het hedendaagse welzijn en het welzijnsbeleid kan niet zonder kennis en inzicht in het (recente) verleden.
Toby Witte (historicus/politicoloog) is hoofddocent en hoofd van het Expertisecentrum Prakijkgericht Onderzoek gelieerd aan het kenniscentrum Opgroeien in de Stad/Urban Talent van het Instituut Sociale Opleidingen, Hogeschool Rotterdam en tevens lid van de Rekenkamer Spijkenisse.
De Katholieke Stichting voor Jeugd en Gezin (KSGJ) was destijds in Rotterdam de grootste en een invloedrijke instelling voor gezins- en jeugdwerk waar sociaal-cultureel werkers, buurtopbouwwerkers, maatschappelijk werkers, crêche- en peuterzaalwerkers in en rond de clubhuizen met de bewoners in de weer waren. De KSGJ heeft in de loop van de jaren bijgedragen aan de uitvoering, ontwikkeling en professionalisering van het welzijnswerk.
Tot het midden van de jaren tachtig, toen alle Rotterdamse club- en buurthuizen onder dwang van de landelijke en vooral gemeentelijke welzijnspolitiek en bezuinigingen moesten fuseren en ten slotte opgingen in de deelgemeenten. Reorganisatie volgde op reorganisatie, met alle gevolgen voor het uitvoerend werk.
De lotgevallen van de KSGJ wijken niet in belangrijke mate af van wat andere gezins- en jeugdwerkinstellingen doormaakten. Dit boek zet tegen de maatschappelijke achtergrond (verzuiling, ontzuiling, ontkerkelijking en de verzorgingsstaat) en vooral de sociale ontwikkeling van Rotterdam (de expanderende moderne maar onbehaaglijk wordende haven- en leefstad) de betekenis van het club- en buurthuiswerk in Rotterdam historisch uiteen.
Veel problemen en ontwikkelingen waar professionals op het terrein van zorg en welzijn nu in Rotterdam tegen aanlopen hebben hun wortels in het verleden. Wie zinvol wil meedenken en meepraten over het hedendaagse welzijn en het welzijnsbeleid kan niet zonder kennis en inzicht in het (recente) verleden.
Toby Witte (historicus/politicoloog) is hoofddocent en hoofd van het Expertisecentrum Prakijkgericht Onderzoek gelieerd aan het kenniscentrum Opgroeien in de Stad/Urban Talent van het Instituut Sociale Opleidingen, Hogeschool Rotterdam en tevens lid van de Rekenkamer Spijkenisse.
HorizonTaal. Studiekeuze als ontdekking – Max och Lottas äventyr
€ 3,10
Zweeds kinderboekje bij het domein literatuur van de studiekeuzemethode HorizonTaal (9789044126013)
HorizonTaal. Studiekeuze als ontdekking – Max och Lottas äventyr
€ 3,10
Zweeds kinderboekje bij het domein literatuur van de studiekeuzemethode HorizonTaal (9789044126013)
HorizonTaal. Studiekeuze als ontdekking – Zweeds-Nederlands woordenboek
€ 3,00
Zweeds-Nederlands woordenboekje bij Domein Taal van Studiekeuzemethode HorizonTaal.
Over de methode Horizontaal (set in opbergdoos: 9789044126013):
Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Karel Vanmontfort tekende het stripverhaal.
Over de methode Horizontaal (set in opbergdoos: 9789044126013):
Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Karel Vanmontfort tekende het stripverhaal.
HorizonTaal. Studiekeuze als ontdekking – Zweeds-Nederlands woordenboek
€ 3,00
Zweeds-Nederlands woordenboekje bij Domein Taal van Studiekeuzemethode HorizonTaal.
Over de methode Horizontaal (set in opbergdoos: 9789044126013):
Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Karel Vanmontfort tekende het stripverhaal.
Over de methode Horizontaal (set in opbergdoos: 9789044126013):
Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Karel Vanmontfort tekende het stripverhaal.
HorizonTaal. Studiekeuze als ontdekking – Vogelgids
€ 4,10
Vogelgids bij studiekeuzemethode HorizonTaal (9789044126013)
HorizonTaal. Studiekeuze als ontdekking – Vogelgids
€ 4,10
Vogelgids bij studiekeuzemethode HorizonTaal (9789044126013)
HorizonTaal. Studiekeuze als ontdekking – Tijdlijn & Gemeenteplan Maasmechelen (Milieu en Ecologie) – Plattegrond stadskern & Marktkraampjes (Bestuur en Administratie) – Stadsonderdelen (Literatuur en Cultuur) – Organenkaarten (Medisch en P
€ 41,00
Verschillende kaartensets bij de set HorizonTaal (9789044126013) voor de domeinen mileu en ecologie, bestuur en administratie, literatuur en cultuur en medisch en paramedisch.
-Tijdlijn (Domein Milieu en Ecologie)
-Gemeenteplan Maasmechelen (Domein Milieu en Ecologie)
- Plattegrond stadskern (Domein Bestuur en Administratie) -Marktkraampjes (Domein Bestuur en Administratie)
- Stadsonderdelen (Domein Literatuur en Cultuur)
- Organenkaarten (Domein Medisch en Paramedisch)
-Tijdlijn (Domein Milieu en Ecologie)
-Gemeenteplan Maasmechelen (Domein Milieu en Ecologie)
- Plattegrond stadskern (Domein Bestuur en Administratie) -Marktkraampjes (Domein Bestuur en Administratie)
- Stadsonderdelen (Domein Literatuur en Cultuur)
- Organenkaarten (Domein Medisch en Paramedisch)
HorizonTaal. Studiekeuze als ontdekking – Tijdlijn & Gemeenteplan Maasmechelen (Milieu en Ecologie) – Plattegrond stadskern & Marktkraampjes (Bestuur en Administratie) – Stadsonderdelen (Literatuur en Cultuur) – Organenkaarten (Medisch en P
€ 41,00
Verschillende kaartensets bij de set HorizonTaal (9789044126013) voor de domeinen mileu en ecologie, bestuur en administratie, literatuur en cultuur en medisch en paramedisch.
-Tijdlijn (Domein Milieu en Ecologie)
-Gemeenteplan Maasmechelen (Domein Milieu en Ecologie)
- Plattegrond stadskern (Domein Bestuur en Administratie) -Marktkraampjes (Domein Bestuur en Administratie)
- Stadsonderdelen (Domein Literatuur en Cultuur)
- Organenkaarten (Domein Medisch en Paramedisch)
-Tijdlijn (Domein Milieu en Ecologie)
-Gemeenteplan Maasmechelen (Domein Milieu en Ecologie)
- Plattegrond stadskern (Domein Bestuur en Administratie) -Marktkraampjes (Domein Bestuur en Administratie)
- Stadsonderdelen (Domein Literatuur en Cultuur)
- Organenkaarten (Domein Medisch en Paramedisch)
HorizonTaal. Studiekeuze als ontdekking – Milieu en Ecologie
€ 4,00
DomeinboekMileu en Ecologie uit de studiekeuzemethode HorizonTaal (9789044126013). In dit boekje komen jongeren op speelse manier in aanraking met verschillende beroepen/studiekeuzes binnen het domein Milieu en Ecologie. Goed geïllustreerde en praktische opdrachten.
Over de methode Horizontaal (set in opbergdoos: 9789044126013):
Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Karel Vanmontfort tekende het stripverhaal.
Over de methode Horizontaal (set in opbergdoos: 9789044126013):
Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Karel Vanmontfort tekende het stripverhaal.
HorizonTaal. Studiekeuze als ontdekking – Milieu en Ecologie
€ 4,00
DomeinboekMileu en Ecologie uit de studiekeuzemethode HorizonTaal (9789044126013). In dit boekje komen jongeren op speelse manier in aanraking met verschillende beroepen/studiekeuzes binnen het domein Milieu en Ecologie. Goed geïllustreerde en praktische opdrachten.
Over de methode Horizontaal (set in opbergdoos: 9789044126013):
Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Karel Vanmontfort tekende het stripverhaal.
Over de methode Horizontaal (set in opbergdoos: 9789044126013):
Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Karel Vanmontfort tekende het stripverhaal.
HorizonTaal. Studiekeuze als ontdekking – Zaken en Economie
€ 4,60
Domeinboek Zaken en Economie uit de studiekeuzemethode Horizontaal. In dit boekje komen jongeren op speelse manier in aanraking met verschillende beroepen/studiekeuzes binnen het domein zaken en economie. Het betreft praktische opdrachten bij duidelijke voorbeelden.
Over de methode Horizontaal:
Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Karel Vanmontfort tekende het stripverhaal.
Over de methode Horizontaal:
Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Karel Vanmontfort tekende het stripverhaal.
HorizonTaal. Studiekeuze als ontdekking – Zaken en Economie
€ 4,60
Domeinboek Zaken en Economie uit de studiekeuzemethode Horizontaal. In dit boekje komen jongeren op speelse manier in aanraking met verschillende beroepen/studiekeuzes binnen het domein zaken en economie. Het betreft praktische opdrachten bij duidelijke voorbeelden.
Over de methode Horizontaal:
Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Karel Vanmontfort tekende het stripverhaal.
Over de methode Horizontaal:
Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Karel Vanmontfort tekende het stripverhaal.
HorizonTaal. Studiekeuze als ontdekking – Psychologie en Pedagogie
€ 5,80
Domeinboek Psychologie en Pedagogie uit de studiekeuzemethode HorizonTaal (9789044126013). In dit boekje komen jongeren op speelse manier in aanraking met verschillende beroepen/studiekeuzes binnen het domein psychologie en pedagogie. Goed geïllustreerde en praktische opdrachten.
Over de methode Horizontaal (set in opbergdoos: 9789044126013):
Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Karel Vanmontfort tekende het stripverhaal.
Over de methode Horizontaal (set in opbergdoos: 9789044126013):
Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Karel Vanmontfort tekende het stripverhaal.
HorizonTaal. Studiekeuze als ontdekking – Psychologie en Pedagogie
€ 5,80
Domeinboek Psychologie en Pedagogie uit de studiekeuzemethode HorizonTaal (9789044126013). In dit boekje komen jongeren op speelse manier in aanraking met verschillende beroepen/studiekeuzes binnen het domein psychologie en pedagogie. Goed geïllustreerde en praktische opdrachten.
Over de methode Horizontaal (set in opbergdoos: 9789044126013):
Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Karel Vanmontfort tekende het stripverhaal.
Over de methode Horizontaal (set in opbergdoos: 9789044126013):
Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Karel Vanmontfort tekende het stripverhaal.


