Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Voldongen feit. Opvang en begeleiding van buitenlandse, niet-begeleide minderjarige vluchtelingen

 14,90
Vanuit haar ervaring bij een opvangcentrum voor buitenlandse alleenstaande minderjarigen, brengt Margot Cloet het zorglandschap voor deze doelgroep uitgebreid in kaart. Na een overzicht van het internationale en nationale beleid terzake, schetst zij een beeld van deze zeer diverse groep jongeren. Wie zijn ze? Hoe en vanuit welke context en motivatie belandden ze hier?

Dan volgen richtlijnen voor de algemene basishouding die een begeleider van deze jongeren kan aannemen. De auteur is voorstander van een integrale begeleiding en werkt hiervoor een stappenplan uit, gaande van psychologische begeleiding tot juridische bijstand en hulp bij huisvesting, onderwijs enz.
Dit boek onderbouwt praktijkervaring met verwijzingen naar theoretische literatuur en richt zich tot iedereen die beroepshalve met deze groep jongeren in contact komt.

Margot Cloet, pedagoog, is directeur van Minor Ndako, een opvang- en begeleidingshuis voor buitenlandse, niet-begeleide minderjarige vluchtelingen in Anderlecht.

Quick View

Voldongen feit. Opvang en begeleiding van buitenlandse, niet-begeleide minderjarige vluchtelingen

 14,90
Vanuit haar ervaring bij een opvangcentrum voor buitenlandse alleenstaande minderjarigen, brengt Margot Cloet het zorglandschap voor deze doelgroep uitgebreid in kaart. Na een overzicht van het internationale en nationale beleid terzake, schetst zij een beeld van deze zeer diverse groep jongeren. Wie zijn ze? Hoe en vanuit welke context en motivatie belandden ze hier?

Dan volgen richtlijnen voor de algemene basishouding die een begeleider van deze jongeren kan aannemen. De auteur is voorstander van een integrale begeleiding en werkt hiervoor een stappenplan uit, gaande van psychologische begeleiding tot juridische bijstand en hulp bij huisvesting, onderwijs enz.
Dit boek onderbouwt praktijkervaring met verwijzingen naar theoretische literatuur en richt zich tot iedereen die beroepshalve met deze groep jongeren in contact komt.

Margot Cloet, pedagoog, is directeur van Minor Ndako, een opvang- en begeleidingshuis voor buitenlandse, niet-begeleide minderjarige vluchtelingen in Anderlecht.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De dove persoon, zijn federatie en zijn belangenverdediging (Geschiedenis van de Vlaams-Belgische dovengemeenschap… tot de jaren 1980 – (deel 2)

 49,90
Einde 19de eeuw en begin 20ste eeuw mislukten de verschillende pogingen om tot een overkoepelende dovenorganisatie te komen. Pas in 1936 slaagde de oprichting van Navekados – Nationaal Verbond van Katholieke Doofstommenverenigingen. Het doel was het verdedigen van de belangen en de rechten van de dove persoon en zijn gemeenschap. Het bestuur zorgde voor jaarlijkse actieplannen op de verschillende domeinen van het dagelijkse leven van de dove persoon. Het boek schetst een beeld van de problemen van doven en hoe Navekados hierop een antwoord probeerde te geven.

Dit is het tweede boek in de reeks
Geschiedenis van de Vlaams-Belgische Dovengemeenschap ... tot de jaren 1980.

Zie ook:
De dove persoon, zijn gebarentaal en het dovenonderwijs (Geschiedenis van de Vlaams-Belgische dovengemeenschap, dl. 1)

Maurice Buyens fc groeide op als zoon van dove ouders, in de dovenwereld. Hij was van jongs af aan betrokken bij het verenigingsleven van doven, onderwees doven later ook en werd directeur van het Sint-Gregoriusinstituut. Sinds 1968 was en is hij wekelijks aanwezig op de samenkomsten van de Oost-Vlaamse dovenverenigingen. Hij was de laatste algemene secretaris van Navekados-Fénasomuc en medestichter van Fevlado (Federatie van Vlaamse Dovenverenigingen). Hij was oprichter van de doventolkenschool in Gent, het CAB (Communicatie Assistentie-bureau), Cultuur voor Doven vzw, lndogo vzw en het Dovencentrum Emmaüs in Ledeberg. De dovenwereld was en is zijn leefwereld.

Quick View

De dove persoon, zijn federatie en zijn belangenverdediging (Geschiedenis van de Vlaams-Belgische dovengemeenschap… tot de jaren 1980 – (deel 2)

 49,90
Einde 19de eeuw en begin 20ste eeuw mislukten de verschillende pogingen om tot een overkoepelende dovenorganisatie te komen. Pas in 1936 slaagde de oprichting van Navekados – Nationaal Verbond van Katholieke Doofstommenverenigingen. Het doel was het verdedigen van de belangen en de rechten van de dove persoon en zijn gemeenschap. Het bestuur zorgde voor jaarlijkse actieplannen op de verschillende domeinen van het dagelijkse leven van de dove persoon. Het boek schetst een beeld van de problemen van doven en hoe Navekados hierop een antwoord probeerde te geven.

Dit is het tweede boek in de reeks
Geschiedenis van de Vlaams-Belgische Dovengemeenschap ... tot de jaren 1980.

Zie ook:
De dove persoon, zijn gebarentaal en het dovenonderwijs (Geschiedenis van de Vlaams-Belgische dovengemeenschap, dl. 1)

Maurice Buyens fc groeide op als zoon van dove ouders, in de dovenwereld. Hij was van jongs af aan betrokken bij het verenigingsleven van doven, onderwees doven later ook en werd directeur van het Sint-Gregoriusinstituut. Sinds 1968 was en is hij wekelijks aanwezig op de samenkomsten van de Oost-Vlaamse dovenverenigingen. Hij was de laatste algemene secretaris van Navekados-Fénasomuc en medestichter van Fevlado (Federatie van Vlaamse Dovenverenigingen). Hij was oprichter van de doventolkenschool in Gent, het CAB (Communicatie Assistentie-bureau), Cultuur voor Doven vzw, lndogo vzw en het Dovencentrum Emmaüs in Ledeberg. De dovenwereld was en is zijn leefwereld.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Beter beleggen in 6 praktische stappen. De kern-satellietbenadering

 24,90
Een van de opwindendste nieuwe concepten in de financiële economie van institutionele en professionele beleggers is ongetwijfeld de kern-satellietbenadering. Deze benadering gaat ervan uit dat de kern indexfondsen bevat die diverse aandelen- en obligatie-indexen volgen en de satellieten uit markten worden gekozen die een hoger prospectief rendement beloven. De kern wordt zo stabiel mogelijk gehouden, de satellieten kunnen naargelang van markt-kennis en -evolutie aanleiding worden verwisseld.

Dit boek geeft aan hoe een belegger een goede keuze maakt in het opstellen van de kern en het kiezen van de satellieten. Stap voor stap stelt de belegger een noodzakelijk risicoprofiel op en draagt hij een stuk marktcontrole over.

De auteur staat ook stil bij het verwerven van inzicht in de marktprocessen. Veel beleggers die in de financiële markten stappen, kennen de onderliggende marktmechanismen immers niet. Zo luidt een stelling dat aandelen het op lange termijn beter doen dan obligaties. Vraag is natuurlijk hoe lang die lange termijn is: tien jaar? Twintig of dertig jaar...?

Kennis van de aangeboden financiële producten is essentieel. Het is de bedoeling dat beleggers nieuwe beleggingsproducten ook vanuit de kern-satellietbenadering pro-actief benaderen. Concreet: is het product intrinsiek interessant en past het in mijn portefeuille? Van financiële producten worden in het bijzonder de positieve elementen benadrukt. Het boek helpt beleggers hier klaarder in te zien.

Thierry Debels is licentiaat Toegepaste Economische Wetenschappen (financiering). Hij werkte als beleggingsadviseur hij ING België en als wetenschappelijk medewerker hij de Money & Finance Research Group van de VUB. Sinds 1998 schrijft hij beursartikelen voor kranten en tijdschriften en geeft lezingen over de financiële markten en over behavioral finance. Van Debels verscheen eerder bij Garant-Uitgevers De belegger ont(k)leed en Behavioral finance.

Quick View

Beter beleggen in 6 praktische stappen. De kern-satellietbenadering

 24,90
Een van de opwindendste nieuwe concepten in de financiële economie van institutionele en professionele beleggers is ongetwijfeld de kern-satellietbenadering. Deze benadering gaat ervan uit dat de kern indexfondsen bevat die diverse aandelen- en obligatie-indexen volgen en de satellieten uit markten worden gekozen die een hoger prospectief rendement beloven. De kern wordt zo stabiel mogelijk gehouden, de satellieten kunnen naargelang van markt-kennis en -evolutie aanleiding worden verwisseld.

Dit boek geeft aan hoe een belegger een goede keuze maakt in het opstellen van de kern en het kiezen van de satellieten. Stap voor stap stelt de belegger een noodzakelijk risicoprofiel op en draagt hij een stuk marktcontrole over.

De auteur staat ook stil bij het verwerven van inzicht in de marktprocessen. Veel beleggers die in de financiële markten stappen, kennen de onderliggende marktmechanismen immers niet. Zo luidt een stelling dat aandelen het op lange termijn beter doen dan obligaties. Vraag is natuurlijk hoe lang die lange termijn is: tien jaar? Twintig of dertig jaar...?

Kennis van de aangeboden financiële producten is essentieel. Het is de bedoeling dat beleggers nieuwe beleggingsproducten ook vanuit de kern-satellietbenadering pro-actief benaderen. Concreet: is het product intrinsiek interessant en past het in mijn portefeuille? Van financiële producten worden in het bijzonder de positieve elementen benadrukt. Het boek helpt beleggers hier klaarder in te zien.

Thierry Debels is licentiaat Toegepaste Economische Wetenschappen (financiering). Hij werkte als beleggingsadviseur hij ING België en als wetenschappelijk medewerker hij de Money & Finance Research Group van de VUB. Sinds 1998 schrijft hij beursartikelen voor kranten en tijdschriften en geeft lezingen over de financiële markten en over behavioral finance. Van Debels verscheen eerder bij Garant-Uitgevers De belegger ont(k)leed en Behavioral finance.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Communicatiekwesties bij Autisme en Syndroom van Asperger. Spreken we dezelfde taal? (Fontys-OSO-Reeks, nr. 23)

 32,90
In dit boek onderzoekt Olga Bogdashina het effect van verschillende manieren van waarnemen en leren op de ontwikkeling van communicatie en taal bij kinderen met autisme. Ze beoogt hiermee een theoretische basis te ontwerpen om stoornissen bij communicatie en taal bij autisme te begrijpen. Ze benadrukt hoe belangrijk het is om bij ieder individueel persoon met autisme de aard van de nonverbale signalen te onderkennen, met als oogmerk tot een gedeelde manier van verbale communicatie te komen.
Zij geeft een verklaring waarom een bepaalde benadering alleen maar werkt bij sommige kinderen met autisme en niet bij andere.

De onderdelen van het boek, die zij de naam ''Wat zij zeggen'' heeft gegeven, maken het de lezer mogelijk om door de ogen van personen met autisme te kijken en daarmee van binnenuit de verschillen in ''taal'' (direct) te ervaren.
De onderdelen met de naam ''Wat-kunnen-wij-doen-om-te-helpen'', geven praktische aanwijzingen om personen met autisme te helpen hun eigen geaardheid te gebruiken bij het leren en het ontwikkelen van hun sociale en communicatieve vaardigheden.

De afsluitende hoofdstukken zijn gewijd aan beoordelings- en interventiemethodieken en bevatten praktische aanbevelingen voor het kiezen van geschikte methoden en technieken om de communicatie te verbeteren. Dit alles gebaseerd op de specifieke wijze van communicatie die typerend is voor de persoon met autisme.

Om met succes les te geven aan kinderen met autisme, moeten we hun cultuur begrijpen, evenals de sterke en zwakke kanten die daarmee samenhangen. Het moet ons doel zijn om over hun ervaringen te leren om gedeelde concepten te krijgen en om gedeelde systemen en middelen te creëren, waardoor communicatie mogelijk wordt. Hoe meer gedeelde informatie en ervaringen we hebben, des te eenvoudiger wordt de communicatie.

Eerder verscheen in deze reeks van Olga Bogdashina: Waarneming en zintuiglijke ervaringen bij mensen met Autisme en Aspergersyndroom.

Deze uitgave is een samenwerking van Fontys OSO, Tilburg en Opleidingscentrum Autisme, Antwerpen.

Olga Bogdashina is directeur van het Dag-centrum voor kinderen met autisme in Gorlovka.

Quick View

Communicatiekwesties bij Autisme en Syndroom van Asperger. Spreken we dezelfde taal? (Fontys-OSO-Reeks, nr. 23)

 32,90
In dit boek onderzoekt Olga Bogdashina het effect van verschillende manieren van waarnemen en leren op de ontwikkeling van communicatie en taal bij kinderen met autisme. Ze beoogt hiermee een theoretische basis te ontwerpen om stoornissen bij communicatie en taal bij autisme te begrijpen. Ze benadrukt hoe belangrijk het is om bij ieder individueel persoon met autisme de aard van de nonverbale signalen te onderkennen, met als oogmerk tot een gedeelde manier van verbale communicatie te komen.
Zij geeft een verklaring waarom een bepaalde benadering alleen maar werkt bij sommige kinderen met autisme en niet bij andere.

De onderdelen van het boek, die zij de naam ''Wat zij zeggen'' heeft gegeven, maken het de lezer mogelijk om door de ogen van personen met autisme te kijken en daarmee van binnenuit de verschillen in ''taal'' (direct) te ervaren.
De onderdelen met de naam ''Wat-kunnen-wij-doen-om-te-helpen'', geven praktische aanwijzingen om personen met autisme te helpen hun eigen geaardheid te gebruiken bij het leren en het ontwikkelen van hun sociale en communicatieve vaardigheden.

De afsluitende hoofdstukken zijn gewijd aan beoordelings- en interventiemethodieken en bevatten praktische aanbevelingen voor het kiezen van geschikte methoden en technieken om de communicatie te verbeteren. Dit alles gebaseerd op de specifieke wijze van communicatie die typerend is voor de persoon met autisme.

Om met succes les te geven aan kinderen met autisme, moeten we hun cultuur begrijpen, evenals de sterke en zwakke kanten die daarmee samenhangen. Het moet ons doel zijn om over hun ervaringen te leren om gedeelde concepten te krijgen en om gedeelde systemen en middelen te creëren, waardoor communicatie mogelijk wordt. Hoe meer gedeelde informatie en ervaringen we hebben, des te eenvoudiger wordt de communicatie.

Eerder verscheen in deze reeks van Olga Bogdashina: Waarneming en zintuiglijke ervaringen bij mensen met Autisme en Aspergersyndroom.

Deze uitgave is een samenwerking van Fontys OSO, Tilburg en Opleidingscentrum Autisme, Antwerpen.

Olga Bogdashina is directeur van het Dag-centrum voor kinderen met autisme in Gorlovka.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Dyslexie. Zorg van ons allemaal (Cahiers Speciale Onderwijszorg, nr. 14)

 16,40
Het Masterplan Dyslexie heeft een werkelijke ontwikkeling op gang gebracht voor de verbetering van het onderwijs aan leerlingen en studenten met dyslexie. Aan de hand van protocollen kunnen scholen nu vormgeven aan de aanpak van dyslexie.
In de toekomst mag het geen verschil meer maken op welke school de leerling/student zit, in welke regio hij woont, welke leeskliniek hem behandelt, hoeveel geld er in hem wordt gestoken om hem zo ver mogelijk te krijgen in het leren lezen en spellen. Dat droombeeld komt almaar dichterbij als op de scholen professionals aanwezig zijn die vertrouwen hebben in de mogelijkheden van een deskundige behandeling van dyslexie. Dit boek biedt informatie voor deze professionals-in-wording: leerkrachten, begeleiders, hulpverleners,…\

De auteurs zijn allen betrokken bij projecten van de Hogeschool Fontys-OSO in Tilburg en/ of Hogeschool Windesheim-OSO in Zwolle.


Reeks Cahiers Speciale Onderwijszorg:
Quick View

Dyslexie. Zorg van ons allemaal (Cahiers Speciale Onderwijszorg, nr. 14)

 16,40
Het Masterplan Dyslexie heeft een werkelijke ontwikkeling op gang gebracht voor de verbetering van het onderwijs aan leerlingen en studenten met dyslexie. Aan de hand van protocollen kunnen scholen nu vormgeven aan de aanpak van dyslexie.
In de toekomst mag het geen verschil meer maken op welke school de leerling/student zit, in welke regio hij woont, welke leeskliniek hem behandelt, hoeveel geld er in hem wordt gestoken om hem zo ver mogelijk te krijgen in het leren lezen en spellen. Dat droombeeld komt almaar dichterbij als op de scholen professionals aanwezig zijn die vertrouwen hebben in de mogelijkheden van een deskundige behandeling van dyslexie. Dit boek biedt informatie voor deze professionals-in-wording: leerkrachten, begeleiders, hulpverleners,…\

De auteurs zijn allen betrokken bij projecten van de Hogeschool Fontys-OSO in Tilburg en/ of Hogeschool Windesheim-OSO in Zwolle.


Reeks Cahiers Speciale Onderwijszorg:
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Kinderen en jongeren met overgewicht. Werkboek voor adolescenten

 19,90
Deze publicatie is een werkboek voor adolescenten. Het maakt deel uit van Kinderen en jongeren met overgewicht. Er is een afzonderlijk uitgegeven Handleiding voor begeleiders, bedoeld voor psychologen, diëtisten, artsen, kinesisten, licentiaten lichamelijke opvoeding, sociaal verpleegkundigen, paramedici... die jongeren (en hun ouders) willen helpen controle te krijgen over hun eetgedrag en levensstijl om zo tot een betere beheersing van hun overgewichtsprobleem te komen.

In de handleiding staan er vier draaiboeken (ook protocollen of trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnen zijn: een training voor de ouders van kinderen met overgewicht, een kindtraining, een training voor adolescenten en een apart protocol met bewegingsoefeningen. Bij de handleiding horen drie werkboeken. Dit is er één van.

Kinderen en jongeren met overgewicht is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring. Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaarde dat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.


Caroline Braet , doctor in de psychologie, klinisch psycholoog, gedragstherapeut en hoofddocent aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen. Naast onderwijsopdrachten op het domein van de ontwikkelingspsychopathologie doet zij in het bijzonder onderzoek over het ontstaan van kinderobesitas, de behandeling ervan en de gerelateerde problemen bij overgewicht bij kinderen. In dit verband is ze ook consulent op de polikliniek van de Pediatrie van het Universitair Ziekenhuis Gent en in het Medisch-Pediatrisch Centrum in De Haan. Ze schreef meer dan 100 artikelen en hoofdstukken in boeken over obesitas bij kinderen.

Ann Tanghe is klinisch psychologe en erkend gedragstherapeute. Ze werkt in het Medisch Pediatrisch Centrum Zeepreventorium in De Haan, waar ze sinds 1994 kinderen en jongeren met extreem overgewicht residentieel begeleidt.

Quick View

Kinderen en jongeren met overgewicht. Werkboek voor adolescenten

 19,90
Deze publicatie is een werkboek voor adolescenten. Het maakt deel uit van Kinderen en jongeren met overgewicht. Er is een afzonderlijk uitgegeven Handleiding voor begeleiders, bedoeld voor psychologen, diëtisten, artsen, kinesisten, licentiaten lichamelijke opvoeding, sociaal verpleegkundigen, paramedici... die jongeren (en hun ouders) willen helpen controle te krijgen over hun eetgedrag en levensstijl om zo tot een betere beheersing van hun overgewichtsprobleem te komen.

In de handleiding staan er vier draaiboeken (ook protocollen of trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnen zijn: een training voor de ouders van kinderen met overgewicht, een kindtraining, een training voor adolescenten en een apart protocol met bewegingsoefeningen. Bij de handleiding horen drie werkboeken. Dit is er één van.

Kinderen en jongeren met overgewicht is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring. Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaarde dat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.


Caroline Braet , doctor in de psychologie, klinisch psycholoog, gedragstherapeut en hoofddocent aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen. Naast onderwijsopdrachten op het domein van de ontwikkelingspsychopathologie doet zij in het bijzonder onderzoek over het ontstaan van kinderobesitas, de behandeling ervan en de gerelateerde problemen bij overgewicht bij kinderen. In dit verband is ze ook consulent op de polikliniek van de Pediatrie van het Universitair Ziekenhuis Gent en in het Medisch-Pediatrisch Centrum in De Haan. Ze schreef meer dan 100 artikelen en hoofdstukken in boeken over obesitas bij kinderen.

Ann Tanghe is klinisch psychologe en erkend gedragstherapeute. Ze werkt in het Medisch Pediatrisch Centrum Zeepreventorium in De Haan, waar ze sinds 1994 kinderen en jongeren met extreem overgewicht residentieel begeleidt.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Kinderen en jongeren met overgewicht. Werkboek voor ouders

 19,00
Deze publicatie is een werkboek voor ouders. Het maakt deel uit van Kinderen en jongeren met overgewicht. Er is een afzonderlijk uitgegeven Handleiding voor begeleiders, bedoeld voor psychologen, diëtisten, artsen, kinesisten, licentiaten lichamelijke opvoeding, sociaal verpleegkundigen, paramedici... die jongeren (en hun ouders) willen helpen controle te krijgen over hun eetgedrag en levensstijl om zo tot een betere beheersing van hun overgewichtsprobleem te komen.

In de handleiding staan er vier draaiboeken (ook protocollen of trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnen zijn: een training voor de ouders van kinderen met overgewicht, een kindtraining, een training voor adolescenten en een apart protocol met bewegingsoefeningen. Bij de handleiding horen drie werkboeken. Dit is er één van.

Kinderen en jongeren met overgewicht is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring. Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaarde dat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.

Caroline Braet, doctor in de psychologie, klinisch psycholoog, gedragstherapeut en hoofddocent aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen. Naast onderwijsopdrachten op het domein van de ontwikkelingspsychopathologie doet zij in het bijzonder onderzoek over het ontstaan van kinderobesitas, de behandeling ervan en de gerelateerde problemen bij overgewicht bij kinderen. In dit verband is ze ook consulent op de polikliniek van de Pediatrie van het Universitair Ziekenhuis Gent en in het Medisch-Pediatrisch Centrum in De Haan. Ze schreef meer dan 100 artikelen en hoofdstukken in boeken over obesitas bij kinderen.

Ellen Moens, klinische psychologe, is assistente aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen, Vakgroep Ontwikkelings-, Persoonlijkheids- en Sociale Psychologie. Daarnaast is zij verbonden aan het jeugdobesitasteam van het Universitair Ziekenhuis Gent en is ze werkzaam binnen het Universitair Psychologisch Centrum Kind en Adolescent.

Lien Joossens, voedingsdeskundige-diëtiste, heeft een zelfstandige diëtistenpraktijk in Brugge. Na opleidingen Kindvriendelijke consultaties en Gedragstherapeutische vaardigheden voor de diëtist specialiseerde ze zich in de begeleiding van kinderen met overgewicht en jongeren met eetproblemen.

Ann Tanghe is klinisch psychologe en erkend gedragstherapeute. Ze werkt in het Medisch Pediatrisch Centrum Zeepreventorium in De Haan, waar ze sinds 1994 kinderen en jongeren met extreem overgewicht residentieel begeleidt.

Quick View

Kinderen en jongeren met overgewicht. Werkboek voor ouders

 19,00
Deze publicatie is een werkboek voor ouders. Het maakt deel uit van Kinderen en jongeren met overgewicht. Er is een afzonderlijk uitgegeven Handleiding voor begeleiders, bedoeld voor psychologen, diëtisten, artsen, kinesisten, licentiaten lichamelijke opvoeding, sociaal verpleegkundigen, paramedici... die jongeren (en hun ouders) willen helpen controle te krijgen over hun eetgedrag en levensstijl om zo tot een betere beheersing van hun overgewichtsprobleem te komen.

In de handleiding staan er vier draaiboeken (ook protocollen of trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnen zijn: een training voor de ouders van kinderen met overgewicht, een kindtraining, een training voor adolescenten en een apart protocol met bewegingsoefeningen. Bij de handleiding horen drie werkboeken. Dit is er één van.

Kinderen en jongeren met overgewicht is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring. Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaarde dat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.

Caroline Braet, doctor in de psychologie, klinisch psycholoog, gedragstherapeut en hoofddocent aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen. Naast onderwijsopdrachten op het domein van de ontwikkelingspsychopathologie doet zij in het bijzonder onderzoek over het ontstaan van kinderobesitas, de behandeling ervan en de gerelateerde problemen bij overgewicht bij kinderen. In dit verband is ze ook consulent op de polikliniek van de Pediatrie van het Universitair Ziekenhuis Gent en in het Medisch-Pediatrisch Centrum in De Haan. Ze schreef meer dan 100 artikelen en hoofdstukken in boeken over obesitas bij kinderen.

Ellen Moens, klinische psychologe, is assistente aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen, Vakgroep Ontwikkelings-, Persoonlijkheids- en Sociale Psychologie. Daarnaast is zij verbonden aan het jeugdobesitasteam van het Universitair Ziekenhuis Gent en is ze werkzaam binnen het Universitair Psychologisch Centrum Kind en Adolescent.

Lien Joossens, voedingsdeskundige-diëtiste, heeft een zelfstandige diëtistenpraktijk in Brugge. Na opleidingen Kindvriendelijke consultaties en Gedragstherapeutische vaardigheden voor de diëtist specialiseerde ze zich in de begeleiding van kinderen met overgewicht en jongeren met eetproblemen.

Ann Tanghe is klinisch psychologe en erkend gedragstherapeute. Ze werkt in het Medisch Pediatrisch Centrum Zeepreventorium in De Haan, waar ze sinds 1994 kinderen en jongeren met extreem overgewicht residentieel begeleidt.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Kinderen en jongeren met overgewicht – Handleiding voor begeleiders

 32,00
Steeds meer kinderen hebben te kampen met gewichtsproblemen. Overgewicht kan de gezondheid ernstig schaden. De zoektocht naar geschikte behandelingen heeft tot hiertoe veel ontgoochelingen opgeleverd. Het ziet er dan ook steeds meer naar uit dat een aangepaste levensstijl de enige weg is om overgewicht in te dijken.
Deze publicatie is erop gericht kinderen en jongeren te helpen om een strakkere controle over hun levensstijl te krijgen en zo hun overgewichtprobleem beter te beheersen. Vanzelfsprekend moeten hierbij de ouders worden betrokken. Het geheel bestaat uit vier verschillende trainingen: ouder-, kinder-, adolescenten- en bewegingsprogramma. Ze bevatten pyschologische en pedagogische componenten, voedings- en bewegings- en andere adviezen enz. De opeenvolgende stappen worden zorgvuldig toegelicht.
Nagenoeg 1000 jongeren hebben ondertussen deze programma’s gevolgd. Hiermee hebben zij de basis gelegd voor het huidige concept. Evaluatie heeft de aanzet gevormd tot evidence-based werken. Het programma is samengesteld door een team van experten en berust op hun jarenlange ervaring. Het is een efficiënt werkinstrument in handen van artsen, psychologen, diëtisten en vele andere paramedici.
Voor elke doelgroep zijn er aparte Werkboeken.

Caroline Braet doceert aan de Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen van de Universiteit Gent. Lien Joossens leidt een diëtistenpraktijk in Brugge. Ellen Moens, Saskia Mels en Benedicte Deforche zijn allen betrokken bij de obesitaswerking van UZ Gent. Ann Tanghe is verbonden aan het Zeepreventorium in De Haan.

Quick View

Kinderen en jongeren met overgewicht – Handleiding voor begeleiders

 32,00
Steeds meer kinderen hebben te kampen met gewichtsproblemen. Overgewicht kan de gezondheid ernstig schaden. De zoektocht naar geschikte behandelingen heeft tot hiertoe veel ontgoochelingen opgeleverd. Het ziet er dan ook steeds meer naar uit dat een aangepaste levensstijl de enige weg is om overgewicht in te dijken.
Deze publicatie is erop gericht kinderen en jongeren te helpen om een strakkere controle over hun levensstijl te krijgen en zo hun overgewichtprobleem beter te beheersen. Vanzelfsprekend moeten hierbij de ouders worden betrokken. Het geheel bestaat uit vier verschillende trainingen: ouder-, kinder-, adolescenten- en bewegingsprogramma. Ze bevatten pyschologische en pedagogische componenten, voedings- en bewegings- en andere adviezen enz. De opeenvolgende stappen worden zorgvuldig toegelicht.
Nagenoeg 1000 jongeren hebben ondertussen deze programma’s gevolgd. Hiermee hebben zij de basis gelegd voor het huidige concept. Evaluatie heeft de aanzet gevormd tot evidence-based werken. Het programma is samengesteld door een team van experten en berust op hun jarenlange ervaring. Het is een efficiënt werkinstrument in handen van artsen, psychologen, diëtisten en vele andere paramedici.
Voor elke doelgroep zijn er aparte Werkboeken.

Caroline Braet doceert aan de Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen van de Universiteit Gent. Lien Joossens leidt een diëtistenpraktijk in Brugge. Ellen Moens, Saskia Mels en Benedicte Deforche zijn allen betrokken bij de obesitaswerking van UZ Gent. Ann Tanghe is verbonden aan het Zeepreventorium in De Haan.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Meesterlijk: Inspirerende essenties van leren (Windesheim OSO-Boeken, nr. 5)

 15,00
Elk kind leert anders. Dit boek laat zien hoe kinderen leren en hoe het onderwijs kan bijdragen aan dat leerproces. Naast het belang van actief leren wordt ook kwalitatief leren belicht. Welke impact heeft dat op de organisatie van het onderwijs? Zo lijkt het belangrijker de diepgang van de leerstof te benadrukken, veeleer dan het afwerken ervan. Pas dan slaag je erin een spannende leeromgeving te creëren en wordt leren niet alleen boeiend maar ook leuk. Merkwaardig is tevens hoe kinderen zelf hun eigen weg kiezen en zelf bepalen wat hen aanspreekt. De rol van de leerkracht verandert in deze krachtige leeromgeving. Onderwijzen zal in de eerste plaats gericht zijn op het actief betrekken van leerlingen in een leerproces. Zo wordt de leerling eigenaar van het leerproces. De auteurs gaan in op zes inspirerende essenties van leren: je hersenen leren gebruiken, minder is meer, leren betekenis maken, de leerling leert, elke leerling leert anders, overal kun je leren. Ze worden belicht vanuit de dagelijkse onderwijspraktijk .

Marie-Jeanne Meijer, Koosje Arnoldussen, Bas van der Bruggen, Lonny Fennis, Marianne Frouws, Henk Logtenberg en Bram Guijt zijn verbonden aan Windesheim-OSO in Zwolle.m

Quick View

Meesterlijk: Inspirerende essenties van leren (Windesheim OSO-Boeken, nr. 5)

 15,00
Elk kind leert anders. Dit boek laat zien hoe kinderen leren en hoe het onderwijs kan bijdragen aan dat leerproces. Naast het belang van actief leren wordt ook kwalitatief leren belicht. Welke impact heeft dat op de organisatie van het onderwijs? Zo lijkt het belangrijker de diepgang van de leerstof te benadrukken, veeleer dan het afwerken ervan. Pas dan slaag je erin een spannende leeromgeving te creëren en wordt leren niet alleen boeiend maar ook leuk. Merkwaardig is tevens hoe kinderen zelf hun eigen weg kiezen en zelf bepalen wat hen aanspreekt. De rol van de leerkracht verandert in deze krachtige leeromgeving. Onderwijzen zal in de eerste plaats gericht zijn op het actief betrekken van leerlingen in een leerproces. Zo wordt de leerling eigenaar van het leerproces. De auteurs gaan in op zes inspirerende essenties van leren: je hersenen leren gebruiken, minder is meer, leren betekenis maken, de leerling leert, elke leerling leert anders, overal kun je leren. Ze worden belicht vanuit de dagelijkse onderwijspraktijk .

Marie-Jeanne Meijer, Koosje Arnoldussen, Bas van der Bruggen, Lonny Fennis, Marianne Frouws, Henk Logtenberg en Bram Guijt zijn verbonden aan Windesheim-OSO in Zwolle.m

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Autisme in het voortgezet onderwijs (Cahiers Speciale Onderwijszorg, nr. 13)

 13,10
Over autisme is lange tijd heel ingewikkeld gedaan. Dat is begrijpelijk, want de wereld van mensen – kinderen – met autisme lijkt er heel anders uit te zien. Leraar, zorgcoördinator, schoolleider,…zullen vele kenmerken van leerlingen beter kunnen plaatsen naarmate zij meer afweten van autisme. In feite worden de begeleiding en het onderwijs van de leerlingen bepaald door de leerlingen die een kenmerk hebben uit het brede spectrum van autisme. Zo zal de leraar die begrijpt waarom een leerling een bepaald verdrag vertoont, minder geneigd zijn om het de leerling kwalijk te nemen en er zich minder aan storen of boos op hem worden.
Het boek geeft praktische, theoretische en ook ethische informatie omtrent de omgang met leerlingen met autisme in het voortgezet onderwijs. Vele leerlingen met autisme hebben het erg moeilijk zolang hun opvoeders en opleiders onvoldoende weten wat autisme inhoudt.

Colette de Bruin, Hilde de Clercq, Norbert Groot, Bram Guijt, Carlo Leget, Hans Nieuwenstein, Hilde Meganck en Peter van Vugt zijn allen betrokken bij de Opleiding Speciale Onderwijszorg van de Fontys-Hogescholen in Tilburg en/of Windesheim in Zwolle.


Reeks Cahiers Speciale Onderwijszorg:
Quick View

Autisme in het voortgezet onderwijs (Cahiers Speciale Onderwijszorg, nr. 13)

 13,10
Over autisme is lange tijd heel ingewikkeld gedaan. Dat is begrijpelijk, want de wereld van mensen – kinderen – met autisme lijkt er heel anders uit te zien. Leraar, zorgcoördinator, schoolleider,…zullen vele kenmerken van leerlingen beter kunnen plaatsen naarmate zij meer afweten van autisme. In feite worden de begeleiding en het onderwijs van de leerlingen bepaald door de leerlingen die een kenmerk hebben uit het brede spectrum van autisme. Zo zal de leraar die begrijpt waarom een leerling een bepaald verdrag vertoont, minder geneigd zijn om het de leerling kwalijk te nemen en er zich minder aan storen of boos op hem worden.
Het boek geeft praktische, theoretische en ook ethische informatie omtrent de omgang met leerlingen met autisme in het voortgezet onderwijs. Vele leerlingen met autisme hebben het erg moeilijk zolang hun opvoeders en opleiders onvoldoende weten wat autisme inhoudt.

Colette de Bruin, Hilde de Clercq, Norbert Groot, Bram Guijt, Carlo Leget, Hans Nieuwenstein, Hilde Meganck en Peter van Vugt zijn allen betrokken bij de Opleiding Speciale Onderwijszorg van de Fontys-Hogescholen in Tilburg en/of Windesheim in Zwolle.


Reeks Cahiers Speciale Onderwijszorg:
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Geopolitiek. Geografisch geweten van de buitenlandse politiek?

 85,00
In de Lage Landen raakte de studie van de Geopolitiek rond 1945 in een taboesfeer. Als gevolg hiervan werd de relatie tussen geografie (territorialiteit) en buitenlands beleid nog maar amper bestudeerd. Dit boek is uniek in zijn soort; het tracht de wortels van het geopolitieke denken te traceren vanaf haar oorsprong (circa 1890) tot heden. Het boek ontrafelt de verschillende dimensies van het geopolitieke denken, welke tot op vandaag in de actuele internationale be-trekkingen doorwerken.
Tijdens deze intellectuele queeste toont de auteur ook aan hoe verschil-lende `geo-politicologen'' door de tijd de toenmalige bewindsvoerders trachtten te adviseren, met wisselend succes.
Dit werk vormt daarmee ook een interessante visie op de geschiedenis `achter'' de internationale betrekkingen van de twintigste en vroeg-éénentwintigste eeuw. In het huidige tijdsgewricht van mondiale herschikkingen (opkomst Azië) en grondige wijzigingen inzake omgevingsfactoren (nakende mondiale energiecrisis, milieudegradatie), vormt dit werk een broodnodig naslag- en referentiewerk over de Geopolitiek.
Ideaal voor historici, geografen, politicologen, en voor mensen met een bredere interesse in de wereldpolitiek.

"Dit werk onderzoekt een grotendeels onbekende dimensie in de Internationale Betrekkingen, op een manier die de auteur tevens op grote hoogte plaatst in het internationale onderzoeksveld." – Prof. dr. Rik Coolsaet (hoogleraar Internationale Politiek, Universiteit Gent)

"Criekemans laat een indrukwekkende eruditie zien, heeft een vaste greep op de stof en lijkt een oorspronkelijk denker te zijn." – Em. Prof. dr. Alfred Van Staden (oud-directeur Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen, `Clingendael'' en hoogleraar te Leiden)

"Het is de meest gedegen studie van de theoretische positie van de geopolitiek die ik onder ogen heb gehad (en die mogelijk in de wereld bestaat)." – Prof. dr. Gertjan Dijkink (hoofddocent Politieke Geografie, Universiteit van Amsterdam)

David Criekemans (°1974) is doctor in de Politieke en Sociale Wetenschappen. Met dit werk over de intellectuele geschiedenis van de Geopolitiek (1890-heden) en haar verhouding tot de Internationale Betrekkingen promoveerde hij in 2005 aan de Universiteit Antwerpen. Vandaag doceert hij aan de Universiteit Antwerpen, aan de Katholieke Universiteit Brussel en aan het International Centre for Geopolitical Studies (I.C.G.S.) te Genève (Zwitserland). Sinds 2007 doceert hij tevens aan de Koninklijke Militaire School in Brussel.

Quick View

Geopolitiek. Geografisch geweten van de buitenlandse politiek?

 85,00
In de Lage Landen raakte de studie van de Geopolitiek rond 1945 in een taboesfeer. Als gevolg hiervan werd de relatie tussen geografie (territorialiteit) en buitenlands beleid nog maar amper bestudeerd. Dit boek is uniek in zijn soort; het tracht de wortels van het geopolitieke denken te traceren vanaf haar oorsprong (circa 1890) tot heden. Het boek ontrafelt de verschillende dimensies van het geopolitieke denken, welke tot op vandaag in de actuele internationale be-trekkingen doorwerken.
Tijdens deze intellectuele queeste toont de auteur ook aan hoe verschil-lende `geo-politicologen'' door de tijd de toenmalige bewindsvoerders trachtten te adviseren, met wisselend succes.
Dit werk vormt daarmee ook een interessante visie op de geschiedenis `achter'' de internationale betrekkingen van de twintigste en vroeg-éénentwintigste eeuw. In het huidige tijdsgewricht van mondiale herschikkingen (opkomst Azië) en grondige wijzigingen inzake omgevingsfactoren (nakende mondiale energiecrisis, milieudegradatie), vormt dit werk een broodnodig naslag- en referentiewerk over de Geopolitiek.
Ideaal voor historici, geografen, politicologen, en voor mensen met een bredere interesse in de wereldpolitiek.

"Dit werk onderzoekt een grotendeels onbekende dimensie in de Internationale Betrekkingen, op een manier die de auteur tevens op grote hoogte plaatst in het internationale onderzoeksveld." – Prof. dr. Rik Coolsaet (hoogleraar Internationale Politiek, Universiteit Gent)

"Criekemans laat een indrukwekkende eruditie zien, heeft een vaste greep op de stof en lijkt een oorspronkelijk denker te zijn." – Em. Prof. dr. Alfred Van Staden (oud-directeur Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen, `Clingendael'' en hoogleraar te Leiden)

"Het is de meest gedegen studie van de theoretische positie van de geopolitiek die ik onder ogen heb gehad (en die mogelijk in de wereld bestaat)." – Prof. dr. Gertjan Dijkink (hoofddocent Politieke Geografie, Universiteit van Amsterdam)

David Criekemans (°1974) is doctor in de Politieke en Sociale Wetenschappen. Met dit werk over de intellectuele geschiedenis van de Geopolitiek (1890-heden) en haar verhouding tot de Internationale Betrekkingen promoveerde hij in 2005 aan de Universiteit Antwerpen. Vandaag doceert hij aan de Universiteit Antwerpen, aan de Katholieke Universiteit Brussel en aan het International Centre for Geopolitical Studies (I.C.G.S.) te Genève (Zwitserland). Sinds 2007 doceert hij tevens aan de Koninklijke Militaire School in Brussel.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Vlaamse normering van de AVI-toets. Onderzoeksinstrument voor het technisch lezen op tekstniveau, niveaubepaling en kwalitatieve analyse

 23,90
De AVI-toets wordt in Vlaanderen veelvuldig gebruikt. De Nederlandse normering is echter niet van toepassing bij Vlaamse kinderen. Daarom is een normering uitgewerkt die op Vlaamse lezers is gericht en in Vlaanderen toepasbaar is. Bovendien is ze analytischer dan de oorspronkelijke Nederlandse normering.

Deze normering voor het voortgezet technisch lezen op tekstniveau helpt om kinderen met leesstoornissen te identificeren. Dankzij de niveaubepaling is de basisinformatie aanwezig voor een diepgaandere procesanalyse.

Aan de hand van ervaringen uit de praktijk wordt in deze nieuwe uitgave het gebruik van een classificatietabel voorgesteld als hulpmiddel bij de kwalitatieve analyse voor diagnose en therapie.

De Vlaamse normering van de AVI-toets is bedoeld voor logopedisten, (taak)leerkrachten, remedial teachers, (ortho)pedagogen, psychologen en allen die met leesproblematiek zijn begaan. Let op! Het betreft de Vlaamse normering van de AVI-toets. U dient zelf over de AVI-toets te beschikken. Deze is niet bij Garant verkrijgbaar.

WINI BOONEN was tot 2004 lector en praktijklector aan het Departement Logopedie en Audiologie van de Lessius-Hogeschool in Antwerpen.

Quick View

Vlaamse normering van de AVI-toets. Onderzoeksinstrument voor het technisch lezen op tekstniveau, niveaubepaling en kwalitatieve analyse

 23,90
De AVI-toets wordt in Vlaanderen veelvuldig gebruikt. De Nederlandse normering is echter niet van toepassing bij Vlaamse kinderen. Daarom is een normering uitgewerkt die op Vlaamse lezers is gericht en in Vlaanderen toepasbaar is. Bovendien is ze analytischer dan de oorspronkelijke Nederlandse normering.

Deze normering voor het voortgezet technisch lezen op tekstniveau helpt om kinderen met leesstoornissen te identificeren. Dankzij de niveaubepaling is de basisinformatie aanwezig voor een diepgaandere procesanalyse.

Aan de hand van ervaringen uit de praktijk wordt in deze nieuwe uitgave het gebruik van een classificatietabel voorgesteld als hulpmiddel bij de kwalitatieve analyse voor diagnose en therapie.

De Vlaamse normering van de AVI-toets is bedoeld voor logopedisten, (taak)leerkrachten, remedial teachers, (ortho)pedagogen, psychologen en allen die met leesproblematiek zijn begaan. Let op! Het betreft de Vlaamse normering van de AVI-toets. U dient zelf over de AVI-toets te beschikken. Deze is niet bij Garant verkrijgbaar.

WINI BOONEN was tot 2004 lector en praktijklector aan het Departement Logopedie en Audiologie van de Lessius-Hogeschool in Antwerpen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De gedoemde mens? Psychoanalyse, tragedie en tragiek

 15,70
Zowel Freud als Lacan zijn onmiskenbaar gefascineerd en geïnspireerd door het werk van de grote tragediedichters: Sofocles’ Oedipous, Tyrannos en Antigone, Shakespeares Hamlet en - voor wat Lacan betreft – eveneens de moderne tragedies van Paul Claudel. Het naar Koning Oedipus genoemde complex is niet het enige, wel het meest bekende voorbeeld daarvan. Maar deelt de psychoanalyse ook het tragisch bewustzijn, de mensopvatting of het wereldbeeld van de tragediedichters? Is het onbewuste met zijn eigen ondoorgrondelijke wetmatigheden de erfgenaam van de duistere wil van de oude goden: oorzaak van mijn ondergang, onvermijdelijk en tegelijk toch bron van schuldgevoel? Mijn passie als mijn persoonlijk (nood)lot: is psychopathologie de tragiek van de 21e eeuw?
Psychoanalytisch gevormde filosofen en therapeuten gaan nader in op deze problematiek, zowel vanuit de psychoanalytische theorie als vanuit de analytische praktijk, met concrete voorbeelden uit de kliniek.

Paul Vanden Berghe, filosoof en theoloog, is wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit Antwerpen.

Quick View

De gedoemde mens? Psychoanalyse, tragedie en tragiek

 15,70
Zowel Freud als Lacan zijn onmiskenbaar gefascineerd en geïnspireerd door het werk van de grote tragediedichters: Sofocles’ Oedipous, Tyrannos en Antigone, Shakespeares Hamlet en - voor wat Lacan betreft – eveneens de moderne tragedies van Paul Claudel. Het naar Koning Oedipus genoemde complex is niet het enige, wel het meest bekende voorbeeld daarvan. Maar deelt de psychoanalyse ook het tragisch bewustzijn, de mensopvatting of het wereldbeeld van de tragediedichters? Is het onbewuste met zijn eigen ondoorgrondelijke wetmatigheden de erfgenaam van de duistere wil van de oude goden: oorzaak van mijn ondergang, onvermijdelijk en tegelijk toch bron van schuldgevoel? Mijn passie als mijn persoonlijk (nood)lot: is psychopathologie de tragiek van de 21e eeuw?
Psychoanalytisch gevormde filosofen en therapeuten gaan nader in op deze problematiek, zowel vanuit de psychoanalytische theorie als vanuit de analytische praktijk, met concrete voorbeelden uit de kliniek.

Paul Vanden Berghe, filosoof en theoloog, is wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit Antwerpen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Seksuele problemen bij het vrijen (Derde, uitgebreide druk)

 19,90
Seksuele problemen zijn moeilijk bespreekbaar. Zowel mannen als vrouwen worden ermee geconfronteerd en vaak gaan ze achter andere klachten schuil.
Het boek biedt een overzicht van alle mogelijke somatische en psychische invloeden op het seksueel functioneren. Vervolgens komen de oorzaken van problemen aan bod en worden de behandelingen voorgesteld. Vooral bij psychische problemen zijn seksuele opdrachten een belangrijk onderdeel van de behandeling. Deze uitgave richt zich in de eerste plaats tot hulpverleners, maar ook hulpvragers kunnen meelezen.

Maureen Luyens is psychologe, seksuologe en relatietherapeute aan het Universitair Ziekenhuis Leuven.
Paul Smits is huisarts in Kapelle-op-den-Bos.

Quick View

Seksuele problemen bij het vrijen (Derde, uitgebreide druk)

 19,90
Seksuele problemen zijn moeilijk bespreekbaar. Zowel mannen als vrouwen worden ermee geconfronteerd en vaak gaan ze achter andere klachten schuil.
Het boek biedt een overzicht van alle mogelijke somatische en psychische invloeden op het seksueel functioneren. Vervolgens komen de oorzaken van problemen aan bod en worden de behandelingen voorgesteld. Vooral bij psychische problemen zijn seksuele opdrachten een belangrijk onderdeel van de behandeling. Deze uitgave richt zich in de eerste plaats tot hulpverleners, maar ook hulpvragers kunnen meelezen.

Maureen Luyens is psychologe, seksuologe en relatietherapeute aan het Universitair Ziekenhuis Leuven.
Paul Smits is huisarts in Kapelle-op-den-Bos.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Kom op, verhaal! De verhalenmethode (De Veerman Bibliotheek, nr. 1)

 29,00
`Kom op, verhaal!'' is een methode om met kleuters, leerlingen van de lagere school of in familieverband verhalen te maken. In de versie voor de kleuters wordt er een verhaal gemaakt samen met de leerkracht of begeleider. Dat kan klassikaal of in kleine groepjes. In de lagere school werkt het als een gezelschapspel en kunnen leerlingen er in kleine groepjes zelfstandig mee aan de slag.

`Kom op, verhaal!'' is een unieke methode die aan de klassieke stelopdrachten vooraf gaat. Bovendien is het een bijzonder flexibele methode. De sterkte ervan is dat ze gemakkelijk aan thema''s of projecten kan worden aangepast. Het is een aanvulling op de bestaande methodes en handboeken en ontwikkelt bij kinderen creativiteit, (ontluikende) geletterdheid en sociale vaardigheden.

`Kom op, verhaal!'' leert kinderen verhalen verzinnen. Dat doen ze niet in het wilde weg. Stuurkaarten vertellen hen iets over de structuur van het verhaal en stimuleren hen om verder te den-ken. Verhaalkaarten helpen hen op weg, maar ook niet meer dan dat. Hun fantasie en hun gevoel voor literaire kwaliteit doen de rest. De methode bevat 10 verhalen voor de kleuters en zes verhalen voor de lagere school als startmateriaal. Daarna heeft u genoeg inspiratie om zelf verhaalkaarten te maken.

`Kom op, verhaal!'' is er dus voor de begeleider die creativiteit belangrijk vindt.

De Veerman is een kunsteducatieve organisatie met een brede kijk op de kunsten en educatie. Zij wil kinderen, jongeren en volwassenen op een actieve manier kennis laten maken met de kunsten. De Veerman is actief in het onderwijs, in het culturele veld en schuwt multiculturele groepen niet.

"De Veerman-bibliotheek" is een reeks publicaties over kunst-educatie in diverse contexten en achtergronden. De Veerman wil hiermee haar werk, onderzoek en expertise met anderen delen.

Quick View

Kom op, verhaal! De verhalenmethode (De Veerman Bibliotheek, nr. 1)

 29,00
`Kom op, verhaal!'' is een methode om met kleuters, leerlingen van de lagere school of in familieverband verhalen te maken. In de versie voor de kleuters wordt er een verhaal gemaakt samen met de leerkracht of begeleider. Dat kan klassikaal of in kleine groepjes. In de lagere school werkt het als een gezelschapspel en kunnen leerlingen er in kleine groepjes zelfstandig mee aan de slag.

`Kom op, verhaal!'' is een unieke methode die aan de klassieke stelopdrachten vooraf gaat. Bovendien is het een bijzonder flexibele methode. De sterkte ervan is dat ze gemakkelijk aan thema''s of projecten kan worden aangepast. Het is een aanvulling op de bestaande methodes en handboeken en ontwikkelt bij kinderen creativiteit, (ontluikende) geletterdheid en sociale vaardigheden.

`Kom op, verhaal!'' leert kinderen verhalen verzinnen. Dat doen ze niet in het wilde weg. Stuurkaarten vertellen hen iets over de structuur van het verhaal en stimuleren hen om verder te den-ken. Verhaalkaarten helpen hen op weg, maar ook niet meer dan dat. Hun fantasie en hun gevoel voor literaire kwaliteit doen de rest. De methode bevat 10 verhalen voor de kleuters en zes verhalen voor de lagere school als startmateriaal. Daarna heeft u genoeg inspiratie om zelf verhaalkaarten te maken.

`Kom op, verhaal!'' is er dus voor de begeleider die creativiteit belangrijk vindt.

De Veerman is een kunsteducatieve organisatie met een brede kijk op de kunsten en educatie. Zij wil kinderen, jongeren en volwassenen op een actieve manier kennis laten maken met de kunsten. De Veerman is actief in het onderwijs, in het culturele veld en schuwt multiculturele groepen niet.

"De Veerman-bibliotheek" is een reeks publicaties over kunst-educatie in diverse contexten en achtergronden. De Veerman wil hiermee haar werk, onderzoek en expertise met anderen delen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Denken over opvoeden. Inleiding in de pedagogiek

 20,60
Steeds weer denken mensen na over de opvoeding van kinderen. Het motief om over opvoeding na te denken is niet een vrijblijvende verwondering. Opvoeden is een handelen dat verantwoord moet worden. De praktijk van opvoeden is heel complex. Er bestaan dan ook pedagogische theorieën, die elkaar vaak zelfs tegenspreken. Maar nadenken over opvoeding is niet zoeken naar de enige ware pedagogische theorie, de bedoeling is wel de waarheid in elke theorie op het spoor te komen. Op deze wijze kan de rijkdom van pedagogische ervaringen volledig tot haar recht komen. De verschillende theorieën over opvoeding moeten dan ook in het gesprek worden betrokken. Ook dat is geen vrijblijvende bezigheid. De auteur kiest positie en spreekt waarderingen uit. Het eerste deel analyseert de verschillende veronderstellingen, concepten, vragen en ambities van de diverse pedagogische theorieën. Het tweede deel vergelijkt en evalueert de verschillende opvattingen over verantwoord gebruik van macht in de opvoeding. Het derde deel staat stil bij gezin en onderwijs als pedagogische instituties. Elk hoofdstuk bevat twee luiken: een systematische behandeling van het thema en beschouwingen die dieper ingaan op bepaalde deelproblematieken. Het boek is vooral bedoeld als studieboek algemene pedagogiek of opvoedkunde in het hoger onderwijs en voor zelfstudie.

Hans Van Crombrugge is docent en stafmedewerker aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen in Brussel.nd

Quick View

Denken over opvoeden. Inleiding in de pedagogiek

 20,60
Steeds weer denken mensen na over de opvoeding van kinderen. Het motief om over opvoeding na te denken is niet een vrijblijvende verwondering. Opvoeden is een handelen dat verantwoord moet worden. De praktijk van opvoeden is heel complex. Er bestaan dan ook pedagogische theorieën, die elkaar vaak zelfs tegenspreken. Maar nadenken over opvoeding is niet zoeken naar de enige ware pedagogische theorie, de bedoeling is wel de waarheid in elke theorie op het spoor te komen. Op deze wijze kan de rijkdom van pedagogische ervaringen volledig tot haar recht komen. De verschillende theorieën over opvoeding moeten dan ook in het gesprek worden betrokken. Ook dat is geen vrijblijvende bezigheid. De auteur kiest positie en spreekt waarderingen uit. Het eerste deel analyseert de verschillende veronderstellingen, concepten, vragen en ambities van de diverse pedagogische theorieën. Het tweede deel vergelijkt en evalueert de verschillende opvattingen over verantwoord gebruik van macht in de opvoeding. Het derde deel staat stil bij gezin en onderwijs als pedagogische instituties. Elk hoofdstuk bevat twee luiken: een systematische behandeling van het thema en beschouwingen die dieper ingaan op bepaalde deelproblematieken. Het boek is vooral bedoeld als studieboek algemene pedagogiek of opvoedkunde in het hoger onderwijs en voor zelfstudie.

Hans Van Crombrugge is docent en stafmedewerker aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen in Brussel.nd

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Navigeren in de sociale wereld (Fontys-OSO-Reeks, nr. 20)

 35,90
De diagnostiek van stoornissen in het autismespectrum krijgt steeds meer vorm. Maar wat kun je betekenen voor kinderen en volwassenen met een autismespectrumstoornissen als de diagnose is gesteld? Voor hen zijn de omringende sociale wereld en hun eigen emoties vaak ondoorgrondelijk. Velen voelen zich als van een andere planeet.

Een normale tot randnormale begaafdheid biedt aanknopingspunten om beter te leren functioneren in het alledaagse leven. In dit boek expliciteert de auteur op een cognitieve manier wat voor neurotypische mensen vanzelfsprekend is: gezichtsuitdrukkingen bij emoties, beurtwisselingen in gesprekken, hulp vragen en hulp aanbieden, met wie je wel privé-gevoelens deelt en met wie niet. Vanuit deze kennis leren kinderen en volwassenen stapje voor stapje, door reflectie en experimenteren, om zich meer op hun gemak te voelen in die vreemde wereld van de ‘gewone mensen’.

Het boek biedt een zorgvuldig opgebouwd leerplan met concrete oefeningen en aanwijzingen, zowel voor kinderen en volwassenen met autismespectrumstoornissen als voor hun ouders en begeleiders.

Jeanette L. McAfee was pediater in onder meer het Children’s Hospital in Oakland. Ze wijdt zich nu geheel aan de begeleiding van een dochter met Aspergersyndroom en specialiseert zich in autismespectrumstoornissen.

Quick View

Navigeren in de sociale wereld (Fontys-OSO-Reeks, nr. 20)

 35,90
De diagnostiek van stoornissen in het autismespectrum krijgt steeds meer vorm. Maar wat kun je betekenen voor kinderen en volwassenen met een autismespectrumstoornissen als de diagnose is gesteld? Voor hen zijn de omringende sociale wereld en hun eigen emoties vaak ondoorgrondelijk. Velen voelen zich als van een andere planeet.

Een normale tot randnormale begaafdheid biedt aanknopingspunten om beter te leren functioneren in het alledaagse leven. In dit boek expliciteert de auteur op een cognitieve manier wat voor neurotypische mensen vanzelfsprekend is: gezichtsuitdrukkingen bij emoties, beurtwisselingen in gesprekken, hulp vragen en hulp aanbieden, met wie je wel privé-gevoelens deelt en met wie niet. Vanuit deze kennis leren kinderen en volwassenen stapje voor stapje, door reflectie en experimenteren, om zich meer op hun gemak te voelen in die vreemde wereld van de ‘gewone mensen’.

Het boek biedt een zorgvuldig opgebouwd leerplan met concrete oefeningen en aanwijzingen, zowel voor kinderen en volwassenen met autismespectrumstoornissen als voor hun ouders en begeleiders.

Jeanette L. McAfee was pediater in onder meer het Children’s Hospital in Oakland. Ze wijdt zich nu geheel aan de begeleiding van een dochter met Aspergersyndroom en specialiseert zich in autismespectrumstoornissen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Behavioral finance. Motivatiepsychologie van de belegger

 34,90
Behavioral finance is de opwindende, nieuwe richting binnen de financiële economie. Inzichten uit de (cognitieve) psychologie verklaren het gedrag van beleggers. Deze ontwikkeling staat tegenover de hedendaagse financiële theorie die beleggers nog altijd voorstelt als hyperrationele wezens. Ze maken nooit fouten, zeker geen systematische, en ze lossen bovendien een probleem op door alle mogelijkheden te bekijken. Twee psychologen, Amos Tversky en Dany Kahneman, Nobelprijswinnaar economie, hebben onweerlegbaar aangetoond dat dit beeld volkomen verkeerd is.

Mensen maken wel degelijk fouten. Vaak zijn die fouten zo frappant dat moeilijk te geloven is dat ze door mensen van vlees en bloed zijn gemaakt. Opvallend is dat diezelfde mensen hun fouten nadien soms wel inzien, als de probleemstelling anders geformuleerd en ingekaderd wordt. Maar dat helpt niet altijd. Bij een gelijkaardig probleem dat ondoorzichtig is ingekaderd, trappen ze opnieuw in dezelfde val. Soms zijn de correcte antwoorden zo contra-intuïtief dat mensen moeite hebben om te geloven dat hun antwoord niet correct is. Vooral bij problemen met voorwaardelijke kansen is dit fenomeen sterk aanwezig.

Economisten kunnen met deze resultaten twee dingen doen. Ofwel doen ze alsof er niets aan de hand is met het beeld van de hyperrationele mensen ofwel proberen ze deze resultaten in te passen. Dit laatste is de bijzondere uitdaging van de behavioral finance.

Thierry Debels studeerde toegepaste economische wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen (UFSIA). Hij was adviseur bij ING België en wetenschappelijk medewerker bij de Money & Finance Research Group van de Vrije Universiteit Brussel. Hij is nu financieel adviseur en publicist. Vorig jaar verscheen van hem bij Garant: De belegger ont(k)leed.

Quick View

Behavioral finance. Motivatiepsychologie van de belegger

 34,90
Behavioral finance is de opwindende, nieuwe richting binnen de financiële economie. Inzichten uit de (cognitieve) psychologie verklaren het gedrag van beleggers. Deze ontwikkeling staat tegenover de hedendaagse financiële theorie die beleggers nog altijd voorstelt als hyperrationele wezens. Ze maken nooit fouten, zeker geen systematische, en ze lossen bovendien een probleem op door alle mogelijkheden te bekijken. Twee psychologen, Amos Tversky en Dany Kahneman, Nobelprijswinnaar economie, hebben onweerlegbaar aangetoond dat dit beeld volkomen verkeerd is.

Mensen maken wel degelijk fouten. Vaak zijn die fouten zo frappant dat moeilijk te geloven is dat ze door mensen van vlees en bloed zijn gemaakt. Opvallend is dat diezelfde mensen hun fouten nadien soms wel inzien, als de probleemstelling anders geformuleerd en ingekaderd wordt. Maar dat helpt niet altijd. Bij een gelijkaardig probleem dat ondoorzichtig is ingekaderd, trappen ze opnieuw in dezelfde val. Soms zijn de correcte antwoorden zo contra-intuïtief dat mensen moeite hebben om te geloven dat hun antwoord niet correct is. Vooral bij problemen met voorwaardelijke kansen is dit fenomeen sterk aanwezig.

Economisten kunnen met deze resultaten twee dingen doen. Ofwel doen ze alsof er niets aan de hand is met het beeld van de hyperrationele mensen ofwel proberen ze deze resultaten in te passen. Dit laatste is de bijzondere uitdaging van de behavioral finance.

Thierry Debels studeerde toegepaste economische wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen (UFSIA). Hij was adviseur bij ING België en wetenschappelijk medewerker bij de Money & Finance Research Group van de Vrije Universiteit Brussel. Hij is nu financieel adviseur en publicist. Vorig jaar verscheen van hem bij Garant: De belegger ont(k)leed.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Protocol dyslexie hoger onderwijs (met dvd/cd-rom)Protocol dyslexie hoger onderwijs (met dvd/cd-rom)
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Protocol dyslexie hoger onderwijs (met dvd/cd-rom)

 49,50
Ook in het hoger onderwijs zitten heel wat studenten met dyslexie. Dit HO-protocol biedt inhoudelijke en procedurele handreikingen om maatwerkgerichte begeleiding en bij HO-instellingen passend beleid te ontwikkelen om de begeleiding van dyslectische studenten te optimaliseren. Dit biedt universiteiten, hogescholen en andere instellingen op hoger-onderwijsniveau de mogelijkheid om een eigen beleidsprotocol dyslexie op te stellen en te implementeren. De ontwikkelaars van dit protocol hebben dankbaar gebruik gemaakt van de praktijkgerichte suggesties van studenten en docenten.
Dit Protocol sluit aan bij eerder in opdracht van het Ministerie OCW ontwikkelde Protocollen Leesproblemen en Dyslexie voor het basisonderwijs en een Protocol Dyslexie voor het voortgezet onderwijs.
Het protocol is in eerste instantie geschreven voor studenten, docenten en studieloopbaanbegeleiders van HO-instellingen. Daarnaast is het bedoeld voor beleidsmakers op instellingsniveau, zoals onderwijscoördinatoren, en voor tweedelijnsbegeleiders, zoals studentendecanen en studentenpsychologen, voor bestuurders, inspectieleden en iedereen die met hoger onderwijs is begaan.
Bij het boek is een dvd, met 8 filmpjes, en een cd-rom, met documenten en powerpoints, ontwikkeld, die instellingen kunnen gebruiken bij de implementatie van dyslexiebegeleiding en dyslexiebeleid.

Ria Kleijnen en Marchien Loerts zijn verbonden aan het Opleidingscentrum voor Speciale Onderwijszorg van de Fontys-Hogescholen in Tilburg. Daarnaast is Ria Kleijnen ook werkzaam bij het Landelijk Expertisecentrum Nederlands in Nijmegen.

Protocol dyslexie hoger onderwijs (met dvd/cd-rom)Protocol dyslexie hoger onderwijs (met dvd/cd-rom)
Quick View

Protocol dyslexie hoger onderwijs (met dvd/cd-rom)

 49,50
Ook in het hoger onderwijs zitten heel wat studenten met dyslexie. Dit HO-protocol biedt inhoudelijke en procedurele handreikingen om maatwerkgerichte begeleiding en bij HO-instellingen passend beleid te ontwikkelen om de begeleiding van dyslectische studenten te optimaliseren. Dit biedt universiteiten, hogescholen en andere instellingen op hoger-onderwijsniveau de mogelijkheid om een eigen beleidsprotocol dyslexie op te stellen en te implementeren. De ontwikkelaars van dit protocol hebben dankbaar gebruik gemaakt van de praktijkgerichte suggesties van studenten en docenten.
Dit Protocol sluit aan bij eerder in opdracht van het Ministerie OCW ontwikkelde Protocollen Leesproblemen en Dyslexie voor het basisonderwijs en een Protocol Dyslexie voor het voortgezet onderwijs.
Het protocol is in eerste instantie geschreven voor studenten, docenten en studieloopbaanbegeleiders van HO-instellingen. Daarnaast is het bedoeld voor beleidsmakers op instellingsniveau, zoals onderwijscoördinatoren, en voor tweedelijnsbegeleiders, zoals studentendecanen en studentenpsychologen, voor bestuurders, inspectieleden en iedereen die met hoger onderwijs is begaan.
Bij het boek is een dvd, met 8 filmpjes, en een cd-rom, met documenten en powerpoints, ontwikkeld, die instellingen kunnen gebruiken bij de implementatie van dyslexiebegeleiding en dyslexiebeleid.

Ria Kleijnen en Marchien Loerts zijn verbonden aan het Opleidingscentrum voor Speciale Onderwijszorg van de Fontys-Hogescholen in Tilburg. Daarnaast is Ria Kleijnen ook werkzaam bij het Landelijk Expertisecentrum Nederlands in Nijmegen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Het kleine ontmoeten. Over het sociale karakter van de stad

 29,00
Dit boek richt de spotlights op het kleine ontmoeten, het voorbijflitsende, de stad in zakformaat en de neveneffecten. De lezer wordt ondergedompeld in het alledaagse leven van stedelingen, de wereld van het winkelen en het leven op de tram. De microkosmos van het stadsleven met al zijn minuscule details krijgt voorrang op de grote beschouwingen over onze huidige samenleving. De ongrijpbare elementen halen het van de voorspelbare zaken in het menselijk gedrag.

In plaats van de diepgaande en duurzame relaties worden de kortstondige en vluchtige contacten tussen onbekende mensen bestudeerd. Het gaat hier over het kletsen met een onbekende over zijn hond, een praatje maken met een kassierster, even zuchten met andere wachtenden aan de halte als de tram op zich laat wachten... Dit kluwen van kortdurende relaties is niet zo banaal als we vaak denken. Dit chaotisch geheel van relaties is een permanent kabbelende stroom door de stad en vormt het sociale karakter ervan. De wetenschappelijke analyse van dit kleine ontmoeten is bovendien inspirerend voor een andere kijk op gemeenschap, conflicten, interventies en de publieke ruimte in de stad.

Ruth Soenen is onderzoeker aan het Onderzoekscentrum voor Interculturalisme, Migratie en Minderheden (IMMRC), Departement Sociale en Culturele Antropologie van de Katholieke Universiteit Leuven. Via etnografisch onderzoek exploreert zij alledaagse relaties in de stedelijke omgeving. Ze verrichtte onderzoek in volkswijken, scholen en collectieve ruimtes (winkels en openbaar vervoer) in de stad in het kader van het denken over diversiteit, leren, gemeenschap en publieke ruimte.

Quick View

Het kleine ontmoeten. Over het sociale karakter van de stad

 29,00
Dit boek richt de spotlights op het kleine ontmoeten, het voorbijflitsende, de stad in zakformaat en de neveneffecten. De lezer wordt ondergedompeld in het alledaagse leven van stedelingen, de wereld van het winkelen en het leven op de tram. De microkosmos van het stadsleven met al zijn minuscule details krijgt voorrang op de grote beschouwingen over onze huidige samenleving. De ongrijpbare elementen halen het van de voorspelbare zaken in het menselijk gedrag.

In plaats van de diepgaande en duurzame relaties worden de kortstondige en vluchtige contacten tussen onbekende mensen bestudeerd. Het gaat hier over het kletsen met een onbekende over zijn hond, een praatje maken met een kassierster, even zuchten met andere wachtenden aan de halte als de tram op zich laat wachten... Dit kluwen van kortdurende relaties is niet zo banaal als we vaak denken. Dit chaotisch geheel van relaties is een permanent kabbelende stroom door de stad en vormt het sociale karakter ervan. De wetenschappelijke analyse van dit kleine ontmoeten is bovendien inspirerend voor een andere kijk op gemeenschap, conflicten, interventies en de publieke ruimte in de stad.

Ruth Soenen is onderzoeker aan het Onderzoekscentrum voor Interculturalisme, Migratie en Minderheden (IMMRC), Departement Sociale en Culturele Antropologie van de Katholieke Universiteit Leuven. Via etnografisch onderzoek exploreert zij alledaagse relaties in de stedelijke omgeving. Ze verrichtte onderzoek in volkswijken, scholen en collectieve ruimtes (winkels en openbaar vervoer) in de stad in het kader van het denken over diversiteit, leren, gemeenschap en publieke ruimte.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Het morele brein. Een geschiedenis over de plaats van de moraal in onze hersenen

 36,00
Vanaf het einde van de achttiende eeuw speculeren medische wetenschappers over het bestaan van een `moreel orgaan'' of een `ethisch centrum'' in het brein. Aangemoedigd door medische ontdekkingen, opmerkelijke klinische casussen of mentale aandoeningen en nieuwe technologieën hadden zelfs vooraanstaande neurowetenschappers, waaronder Paul Flechsig, Arthur Van Gehuchten en Oskar Vogt, de ambitie om moraliteit in het menselijk brein te lokaliseren. In hun publicaties leest men allerlei ernstige voorstellen. Niettemin was die hele onderneming ook onderwerp van spot. Critici vonden dit een frenologische droom die tot mislukken was gedoemd. Zij noemden die pogingen belachelijk, grotesk of tijdverlies. Het ganse project getuigde van wetenschappelijke onbekwaamheid.

Vandaag is het onderzoek naar het morele brein terug. Op dit ogenblik brengen specialisten wereldwijd met behulp van nieuwe beeldtechnieken hersenprocessen in kaart die ze verantwoordelijk achten voor het opwekken van morele gevoelens, het verwerven van sociale kennis of het totstandkomen van antisociaal gedrag. Momenteel weet niemand welke richting dit onderzoek uitgaat. Volgt er opnieuw een ontgoocheling of volgt er een echte doorbraak waardoor menselijke moraliteit in de toekomst een medisch manipuleerbaar verschijnsel wordt?

Dit boek brengt de geschiedenis van de zoektocht naar de plaats van de moraal tussen 1800 en 1930. Deze studie vertelt over hoe het oude geweten een moreel zintuig werd en plaatst de vaak verrassende lokalisaties van onze moraal in hun historische context. Dit boek handelt over de soms nauwe grens tussen wetenschap en sciencefiction in een project dat lang vergeten onderzoekers deed en eigentijdse nog steeds doet dromen.



Jan Verplaetse, moraalfilosoof en doctor-assistent bij de vakgroep Grondslagen en Geschiedenis van het Recht (Universiteit Gent). Hij leidt er de onderzoeksgroep The Moral Brain.

Quick View

Het morele brein. Een geschiedenis over de plaats van de moraal in onze hersenen

 36,00
Vanaf het einde van de achttiende eeuw speculeren medische wetenschappers over het bestaan van een `moreel orgaan'' of een `ethisch centrum'' in het brein. Aangemoedigd door medische ontdekkingen, opmerkelijke klinische casussen of mentale aandoeningen en nieuwe technologieën hadden zelfs vooraanstaande neurowetenschappers, waaronder Paul Flechsig, Arthur Van Gehuchten en Oskar Vogt, de ambitie om moraliteit in het menselijk brein te lokaliseren. In hun publicaties leest men allerlei ernstige voorstellen. Niettemin was die hele onderneming ook onderwerp van spot. Critici vonden dit een frenologische droom die tot mislukken was gedoemd. Zij noemden die pogingen belachelijk, grotesk of tijdverlies. Het ganse project getuigde van wetenschappelijke onbekwaamheid.

Vandaag is het onderzoek naar het morele brein terug. Op dit ogenblik brengen specialisten wereldwijd met behulp van nieuwe beeldtechnieken hersenprocessen in kaart die ze verantwoordelijk achten voor het opwekken van morele gevoelens, het verwerven van sociale kennis of het totstandkomen van antisociaal gedrag. Momenteel weet niemand welke richting dit onderzoek uitgaat. Volgt er opnieuw een ontgoocheling of volgt er een echte doorbraak waardoor menselijke moraliteit in de toekomst een medisch manipuleerbaar verschijnsel wordt?

Dit boek brengt de geschiedenis van de zoektocht naar de plaats van de moraal tussen 1800 en 1930. Deze studie vertelt over hoe het oude geweten een moreel zintuig werd en plaatst de vaak verrassende lokalisaties van onze moraal in hun historische context. Dit boek handelt over de soms nauwe grens tussen wetenschap en sciencefiction in een project dat lang vergeten onderzoekers deed en eigentijdse nog steeds doet dromen.



Jan Verplaetse, moraalfilosoof en doctor-assistent bij de vakgroep Grondslagen en Geschiedenis van het Recht (Universiteit Gent). Hij leidt er de onderzoeksgroep The Moral Brain.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Integrale jeugdhulp. Een uitdaging voor de bijzondere jeugdzorg

 21,00
De centrale vraag van dit boek luidt: Hoe kan het hulpverleningsaanbod binnen voorzieningen voor bijzondere jeugdzorg zich versterken om maximaal tegemoet te komen aan de hulpvraag vanuit problematische opvoedingssituaties? Na een toelichting bij het wetgevende kader ontwikkelt de auteur een pedagogische visie van waaruit de doelgroep in de bijzondere jeugdzorg kan worden benaderd. Het is een theoretische reflectie die het orthopedagogisch handelen legitimeert. Vraaggericht werken staat hierbij centraal en de noodzaak om de problematische opvoedingssituatie als één geïntegreerd geheel te beschouwen. Deze visie wordt geconcretiseerd tot een orthopedagogisch verantwoord handelingsmodel.

Om op een methodisch verantwoorde manier dichter bij de hulpvraag van de jeugdigen en hun netwerk te komen, is een aangepast aanbod van voorzieningen nodig. Waaraan moeten deze voorzieningen voldoen om geïntegreerde en vraaggestuurde hulp mogelijk te maken? Zonder een aangepaste organisatie komt het hulpaanbod niet alleen niet tot zijn recht, maar wordt de kloof tussen vraag en aanbod nog groter. Het kernbegrip is de POS - Problematische 0pvoedingssituatie.

Het onderscheid met MOF Misdrijf Omschreven Feiten moet niet op de spits worden gedreven. Het gaat immers vooral over de problematische context waarin het kind groot wordt. Komt het aspect problematische opvoedingssituatie te veel op de achtergrond en worden de misdrijven heel expliciet, dan rijst de vraag of het domein van de orthopedagogische hulpverlening niet wordt verlaten. Integrale jeugdhulp heeft een dynamiek die een stimulans is om de concrete opvoedingspraktijk te optimaliseren.

Rudy Dobhelaere, orthopedagoog en gedragstherapeut, is directeur van Binnenstad, een begeleidingscentrum voor bijzondere jeugdzorg in Brugge. Hij is ook gastdocent aan de Vormingsleergang voor Sociaal en Pedagogisch Werk in Gent.

Quick View

Integrale jeugdhulp. Een uitdaging voor de bijzondere jeugdzorg

 21,00
De centrale vraag van dit boek luidt: Hoe kan het hulpverleningsaanbod binnen voorzieningen voor bijzondere jeugdzorg zich versterken om maximaal tegemoet te komen aan de hulpvraag vanuit problematische opvoedingssituaties? Na een toelichting bij het wetgevende kader ontwikkelt de auteur een pedagogische visie van waaruit de doelgroep in de bijzondere jeugdzorg kan worden benaderd. Het is een theoretische reflectie die het orthopedagogisch handelen legitimeert. Vraaggericht werken staat hierbij centraal en de noodzaak om de problematische opvoedingssituatie als één geïntegreerd geheel te beschouwen. Deze visie wordt geconcretiseerd tot een orthopedagogisch verantwoord handelingsmodel.

Om op een methodisch verantwoorde manier dichter bij de hulpvraag van de jeugdigen en hun netwerk te komen, is een aangepast aanbod van voorzieningen nodig. Waaraan moeten deze voorzieningen voldoen om geïntegreerde en vraaggestuurde hulp mogelijk te maken? Zonder een aangepaste organisatie komt het hulpaanbod niet alleen niet tot zijn recht, maar wordt de kloof tussen vraag en aanbod nog groter. Het kernbegrip is de POS - Problematische 0pvoedingssituatie.

Het onderscheid met MOF Misdrijf Omschreven Feiten moet niet op de spits worden gedreven. Het gaat immers vooral over de problematische context waarin het kind groot wordt. Komt het aspect problematische opvoedingssituatie te veel op de achtergrond en worden de misdrijven heel expliciet, dan rijst de vraag of het domein van de orthopedagogische hulpverlening niet wordt verlaten. Integrale jeugdhulp heeft een dynamiek die een stimulans is om de concrete opvoedingspraktijk te optimaliseren.

Rudy Dobhelaere, orthopedagoog en gedragstherapeut, is directeur van Binnenstad, een begeleidingscentrum voor bijzondere jeugdzorg in Brugge. Hij is ook gastdocent aan de Vormingsleergang voor Sociaal en Pedagogisch Werk in Gent.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Afasie (z)onder woorden. Diagnostische en therapeutische ontwikkelingen

 31,00
Jaarlijks worden in België en Nederland samen meer dan 20.000 personen getroffen door afasie als gevolg van een beroerte. Afasie houdt doorgaans niet alleen ernstige communicatieve beperkingen in, ook de consequenties van deze aandoening op sociaal, relationeel en affectief vlak zijn vaak zeer ingrijpend.
De sterke toename van het absoluut aantal gevallen van afasie door de vergrijzing van de bevolking heeft er de afgelopen jaren mee toe bijgedragen dat het wetenschappelijke onderzoek naar de behandeling van afasiesyndromen wereldwijd sterk is toegenomen.

Dit boek stelt een actuele stand van zaken voor het Nederlandse taalgebied beschikbaar. 14 bijdragen van vooraanstaande Belgische en Nederlandse auteurs bespreken deskundig de recentste ontwikkelingen op het vlak van afasiediagnostiek en afasietherapie. Naast bijdragen over de genese en historische evolutie van afasiologische en taaltherapeutische stromingen, biedt het boek een kritisch overzicht van recente ontwikkelingen binnen de afasiediagnostiek en de afasietherapie.

Het belang van methodologisch verantwoord onderzoek naar de doeltreffendheid van de afasietherapie, de noodzaak tot multidisciplinaire samenwerking in diagnostiek en behandeling en praktische informatie over nieuwe behandelingsvormen worden in het boek uitvoerig toegelicht. Niet alleen voor studenten in de neurologische spraaken taalstoornissen maar ook voor professionele therapieverstrekkers, diagnostici en neurowetenschappers brengt het boek de meest relevante ontwikkelingen binnen de afasiologie onder woorden.

Erik Robert is diensthoofd logopedie & afasiologie in het AZ Maria Middelares in Gent. Hij is binnen de dienst neurochirurgie van het AZ Sint Lucas in Gent verantwoordelijke voor het project ‘awake neurochirurgie’. Ook is hij coördinator van de postgraduaatsopleiding Neurologische Taal- en Spraakstoornissen van de Artevelde Hogeschool Gent.

Prof. dr. Peter Mariën is klinisch neurolinguïst binnen de dienst neurologie van ZNA AZ Middelheim in Antwerpen. Hij doceert neurolinguïstiek en psycholinguïstiek aan de faculteit Letteren en Wijsbegeerte van de Vrije Universiteit Brussel en de faculteit Geneeskunde van de Universiteit Gent.

Quick View

Afasie (z)onder woorden. Diagnostische en therapeutische ontwikkelingen

 31,00
Jaarlijks worden in België en Nederland samen meer dan 20.000 personen getroffen door afasie als gevolg van een beroerte. Afasie houdt doorgaans niet alleen ernstige communicatieve beperkingen in, ook de consequenties van deze aandoening op sociaal, relationeel en affectief vlak zijn vaak zeer ingrijpend.
De sterke toename van het absoluut aantal gevallen van afasie door de vergrijzing van de bevolking heeft er de afgelopen jaren mee toe bijgedragen dat het wetenschappelijke onderzoek naar de behandeling van afasiesyndromen wereldwijd sterk is toegenomen.

Dit boek stelt een actuele stand van zaken voor het Nederlandse taalgebied beschikbaar. 14 bijdragen van vooraanstaande Belgische en Nederlandse auteurs bespreken deskundig de recentste ontwikkelingen op het vlak van afasiediagnostiek en afasietherapie. Naast bijdragen over de genese en historische evolutie van afasiologische en taaltherapeutische stromingen, biedt het boek een kritisch overzicht van recente ontwikkelingen binnen de afasiediagnostiek en de afasietherapie.

Het belang van methodologisch verantwoord onderzoek naar de doeltreffendheid van de afasietherapie, de noodzaak tot multidisciplinaire samenwerking in diagnostiek en behandeling en praktische informatie over nieuwe behandelingsvormen worden in het boek uitvoerig toegelicht. Niet alleen voor studenten in de neurologische spraaken taalstoornissen maar ook voor professionele therapieverstrekkers, diagnostici en neurowetenschappers brengt het boek de meest relevante ontwikkelingen binnen de afasiologie onder woorden.

Erik Robert is diensthoofd logopedie & afasiologie in het AZ Maria Middelares in Gent. Hij is binnen de dienst neurochirurgie van het AZ Sint Lucas in Gent verantwoordelijke voor het project ‘awake neurochirurgie’. Ook is hij coördinator van de postgraduaatsopleiding Neurologische Taal- en Spraakstoornissen van de Artevelde Hogeschool Gent.

Prof. dr. Peter Mariën is klinisch neurolinguïst binnen de dienst neurologie van ZNA AZ Middelheim in Antwerpen. Hij doceert neurolinguïstiek en psycholinguïstiek aan de faculteit Letteren en Wijsbegeerte van de Vrije Universiteit Brussel en de faculteit Geneeskunde van de Universiteit Gent.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Ervaringsgericht onderwijs. Van oriëntatie tot implementatie (Reeks Fontys Educatief, nr. 1)

 17,40
Moeten basisschoolkinderen alle hoofdsteden kennen?
Misschien niet, misschien moeten ze vooral weten waar ze dit kunnen vinden.
Moeten kinderen feiten en jaartallen uit het hoofd kennen?
Misschien niet, maar het zou toch vreemd zijn als kinderen van twaalf jaar geen idee hebben waar en wanneer de tweede wereldoorlog zich afspeelde.

Onderwijs is niet simpelweg de overdracht van kennis, maar ook niet géén overdracht van kennis. Goed onderwijs begeeft zich in een spanningsveld van weten en (nog) niet weten, van overdragen en overlaten, van initiatief nemen en autonomie verlenen.

Ervaringsgericht onderwijs kreeg als eerste onderwijs-concept greep op deze processen. Het richt zich op een hoog welbevinden en een hoge betrokkenheid van alle actoren die actief zijn in deze onderwijsprocessen. Dit boek gaat over hoe ervaringsgericht onderwijs in elkaar zit, welk pedagogisch concept het verrekent en wat de plaats is van alle actoren binnen het onderwijsproces.

Marcel van Herpen is projectleider van het Expertisecentrum voor ErvaringsGericht Onderwijs in Nederland. Hij richtte de basisschool `Uilenspiegel' in Boekel -de eerste school voor ErvaringsGericht Onderwijs in Nederland-mee op, waar hij nog steeds werkzaam is. Hij werkt samen met het Centrum voor ErvaringsGericht Onderwijs van Ferre Laevers in Leuven en is mede-oprichter van het NIVOZ van Luc Stevens in Driebergen.

Geen voorraad
Quick View

Ervaringsgericht onderwijs. Van oriëntatie tot implementatie (Reeks Fontys Educatief, nr. 1)

 17,40
Moeten basisschoolkinderen alle hoofdsteden kennen?
Misschien niet, misschien moeten ze vooral weten waar ze dit kunnen vinden.
Moeten kinderen feiten en jaartallen uit het hoofd kennen?
Misschien niet, maar het zou toch vreemd zijn als kinderen van twaalf jaar geen idee hebben waar en wanneer de tweede wereldoorlog zich afspeelde.

Onderwijs is niet simpelweg de overdracht van kennis, maar ook niet géén overdracht van kennis. Goed onderwijs begeeft zich in een spanningsveld van weten en (nog) niet weten, van overdragen en overlaten, van initiatief nemen en autonomie verlenen.

Ervaringsgericht onderwijs kreeg als eerste onderwijs-concept greep op deze processen. Het richt zich op een hoog welbevinden en een hoge betrokkenheid van alle actoren die actief zijn in deze onderwijsprocessen. Dit boek gaat over hoe ervaringsgericht onderwijs in elkaar zit, welk pedagogisch concept het verrekent en wat de plaats is van alle actoren binnen het onderwijsproces.

Marcel van Herpen is projectleider van het Expertisecentrum voor ErvaringsGericht Onderwijs in Nederland. Hij richtte de basisschool `Uilenspiegel' in Boekel -de eerste school voor ErvaringsGericht Onderwijs in Nederland-mee op, waar hij nog steeds werkzaam is. Hij werkt samen met het Centrum voor ErvaringsGericht Onderwijs van Ferre Laevers in Leuven en is mede-oprichter van het NIVOZ van Luc Stevens in Driebergen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    0
    Uw winkelwagen
    Uw winkelwagen is leegVerder winkelen
    ×