Dyslexie en moderne vreemde talen. Gids voor leerkrachten, hulpverleners en ouders.
Het leren van moderne vreemde talen op de lagere en de middelbare school is voor leerlingen met dyslexie vaak een grote uitdaging. Met dit boek willen de auteurs handvatten aanreiken voor de begeleiding van leerlingen met dyslexie bij de vakken Frans en Engels.
De auteurs schetsen een actuele wetenschappelijke stand van zaken over dyslexie en tweedetaalverwerving. Vanuit de praktijk vullen ze dit aan met veel concrete tips en heldere adviezen over de instructie, de remediëring en de evaluatie van lees-, schrijf-, spreek- en luistervaardigheden in moderne vreemde talen. Er wordt ook dieper ingegaan op hulpmiddelen en onderwijsmaatregelen die een steun kunnen zijn voor leerlingen met dyslexie om vlotter moderne vreemde talen aan te leren.
"een super praktisch boek, vol met bruikbare tips, uitgewerkte geheugenkaarten en verbazingwekkende regels"
Logopedie (jrg. 26, nr. 5, blz. 65)
Wim Tops is romanist en neurolinguïst. Hij werkte verschillende jaren
als leerkracht Frans in het secundair onderwijs. Momenteel werkt
hij als wetenschappelijk onderzoeker bij Code, het expertisecentrum
van Thomas More en als coördinator van De Kronkel, een
multidisciplinair centrum voor diagnostiek en begeleiding van
kinderen en jongeren met leer- en ontwikkelingsstoornissen.
Gitte Boons is bachelor lager onderwijs met een aanvullende
opleiding voor het buitengewoon onderwijs. Zij geeft les aan
leerlingen met leerstoornissen (type 8) in Ritmica, een school voor
buitengewoon basisonderwijs.
Dyslexie en moderne vreemde talen. Gids voor leerkrachten, hulpverleners en ouders.
Het leren van moderne vreemde talen op de lagere en de middelbare school is voor leerlingen met dyslexie vaak een grote uitdaging. Met dit boek willen de auteurs handvatten aanreiken voor de begeleiding van leerlingen met dyslexie bij de vakken Frans en Engels.
De auteurs schetsen een actuele wetenschappelijke stand van zaken over dyslexie en tweedetaalverwerving. Vanuit de praktijk vullen ze dit aan met veel concrete tips en heldere adviezen over de instructie, de remediëring en de evaluatie van lees-, schrijf-, spreek- en luistervaardigheden in moderne vreemde talen. Er wordt ook dieper ingegaan op hulpmiddelen en onderwijsmaatregelen die een steun kunnen zijn voor leerlingen met dyslexie om vlotter moderne vreemde talen aan te leren.
"een super praktisch boek, vol met bruikbare tips, uitgewerkte geheugenkaarten en verbazingwekkende regels"
Logopedie (jrg. 26, nr. 5, blz. 65)
Wim Tops is romanist en neurolinguïst. Hij werkte verschillende jaren
als leerkracht Frans in het secundair onderwijs. Momenteel werkt
hij als wetenschappelijk onderzoeker bij Code, het expertisecentrum
van Thomas More en als coördinator van De Kronkel, een
multidisciplinair centrum voor diagnostiek en begeleiding van
kinderen en jongeren met leer- en ontwikkelingsstoornissen.
Gitte Boons is bachelor lager onderwijs met een aanvullende
opleiding voor het buitengewoon onderwijs. Zij geeft les aan
leerlingen met leerstoornissen (type 8) in Ritmica, een school voor
buitengewoon basisonderwijs.
Superbrus, een megaklus. Begeleidingsprogramma voor brussen met een broer of zus met autisme.
Bij de begeleiding van gezinnen met personen met autisme nemen brussen, broers en zussen, een bijzondere plaats in. Vele ouders beseffen dit en uiten geregeld hun vragen en bezorgdheden rond de brussen. Brussen geven meermaals aan dat ze behoefte hebben aan ondersteuning.
Dit groepsprogramma voor brussen biedt een antwoord. Het beschrijft een reeks van elf grondig uitgewerkte bijeenkomsten. Tijdens deze bijeenkomsten wordt aan de hand van informatie, inleefoefeningen, thuisopdrachten, uitwisselingsmomenten, … op zoek gegaan naar wat autisme precies is. Er wordt ook stilgestaan bij wat het betekent om brus te zijn en hoe hiermee om te gaan. Naast de beschrijving van de bijeenkomsten bevat het boek een theoretisch kader en een werkmap voor de brussen zelf. Het programma is geschikt voor brussen van 9 tot 13 jaar en steunt op een jarenlange, positieve ervaring van een thuisbegeleidingsdienst voor mensen met autisme.
"Het bulkt van voorbeelden, oefeningen en ideeën en de handige bijlagen zijn gebruiksklaar te downloaden op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.
Het kriebelt dan ook om er onmiddellijk mee aan de slag te gaan."
Autisme Centraal, jrg. 32, nr. 6, blz. 9)
Annelies Snoeckx is pedagoge en werkt als teamcoördinator bij Het
Raster, een thuisbegeleidingsdienst voor mensen met autisme, met
vestigingen in Antwerpen, Turnhout, Leuven en Vilvoorde.
De directeur van Het Raster is Erik Buelens.
Superbrus, een megaklus. Begeleidingsprogramma voor brussen met een broer of zus met autisme.
Bij de begeleiding van gezinnen met personen met autisme nemen brussen, broers en zussen, een bijzondere plaats in. Vele ouders beseffen dit en uiten geregeld hun vragen en bezorgdheden rond de brussen. Brussen geven meermaals aan dat ze behoefte hebben aan ondersteuning.
Dit groepsprogramma voor brussen biedt een antwoord. Het beschrijft een reeks van elf grondig uitgewerkte bijeenkomsten. Tijdens deze bijeenkomsten wordt aan de hand van informatie, inleefoefeningen, thuisopdrachten, uitwisselingsmomenten, … op zoek gegaan naar wat autisme precies is. Er wordt ook stilgestaan bij wat het betekent om brus te zijn en hoe hiermee om te gaan. Naast de beschrijving van de bijeenkomsten bevat het boek een theoretisch kader en een werkmap voor de brussen zelf. Het programma is geschikt voor brussen van 9 tot 13 jaar en steunt op een jarenlange, positieve ervaring van een thuisbegeleidingsdienst voor mensen met autisme.
"Het bulkt van voorbeelden, oefeningen en ideeën en de handige bijlagen zijn gebruiksklaar te downloaden op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.
Het kriebelt dan ook om er onmiddellijk mee aan de slag te gaan."
Autisme Centraal, jrg. 32, nr. 6, blz. 9)
Annelies Snoeckx is pedagoge en werkt als teamcoördinator bij Het
Raster, een thuisbegeleidingsdienst voor mensen met autisme, met
vestigingen in Antwerpen, Turnhout, Leuven en Vilvoorde.
De directeur van Het Raster is Erik Buelens.
Beter ouder. Zorg voor de kwetsbare oudere. (Catharina-reeks, nr. 4)
In dit boek gaat het over zorg voor de oudere mens. Het gaat over kwetsbaarheid, over professionele zorg en mantelzorg, over zinbeleving en ethische vraagstukken. Een hogere leeftijd roept ook de vraag op naar de kwaliteit van het langer leven. Betekent ouder ook beter ouder? Vanuit diverse invalshoeken willen de auteurs inzichten aanreiken omtrent knelpunten in de ouderenzorg.
Het eerste deel, Achtergronden, biedt een sociologische verkenning van het begrip kwetsbaarheid. Vervolgens schetsen huisartsen een aantal uitdagingen ten aanzien van de zorg voor kwetsbare ouderen. Geriaters beschrijven de ontwikkeling van hun medisch specialisme. Alzheimer Nederland en de Vlaamse Alzheimer Liga gaan in op de complexe rol van mantelzorg bij dementerende ouderen en de initiatieven van deze organisaties om daarbij ondersteuning te bieden.
Kwetsbare ouderen staan ook letterlijk centraal in dit boek. Het tweede deel bevat Portretten in woord en beeld van kwetsbare ouderen en/in hun context. In elk portret komt een eigen thematiek naar voor: versnippering van zorg, accepteren en loslaten, het al dan niet voltooid zijn van het leven.
Het derde deel bestaat uit Beschouwingen. Spiritualiteit van zorg voor de kwetsbare
oudere krijgt concrete vertaling in het beleid van woonzorgcentra. Vanuit het
ethisch vraagstuk rondom doorbehandeling bij kwetsbare oudere patiënten, wordt
narratieve geneeskunde besproken als inspiratie om anders te leren omgaan met
de grenzen aan de maakbaarheid van het leven. Tenslotte wordt ingegaan op het
beleven van ouderdom als gelukkig, waardig en zinvol, waarbij onder meer verbondenheid
met anderen een bepalende factor is, net als het vermogen om als oudere
regie te houden.
Koen Jordens(geestelijk verzorger), Judith Wilmer (klinisch geriater), Frank van
de Poel (geestelijk verzorger) en Eric van de Laar (klinisch ethicus) werken in het
Catharina Ziekenhuis Eindhoven en vormen de redactie van deze publicatie.
Dit boek is het vierde deel in de Catharina-reeks (Levensbeschouwing en ethiek in de gezondheidszorg):
Beter ouder. Zorg voor de kwetsbare oudere. (Catharina-reeks, nr. 4)
In dit boek gaat het over zorg voor de oudere mens. Het gaat over kwetsbaarheid, over professionele zorg en mantelzorg, over zinbeleving en ethische vraagstukken. Een hogere leeftijd roept ook de vraag op naar de kwaliteit van het langer leven. Betekent ouder ook beter ouder? Vanuit diverse invalshoeken willen de auteurs inzichten aanreiken omtrent knelpunten in de ouderenzorg.
Het eerste deel, Achtergronden, biedt een sociologische verkenning van het begrip kwetsbaarheid. Vervolgens schetsen huisartsen een aantal uitdagingen ten aanzien van de zorg voor kwetsbare ouderen. Geriaters beschrijven de ontwikkeling van hun medisch specialisme. Alzheimer Nederland en de Vlaamse Alzheimer Liga gaan in op de complexe rol van mantelzorg bij dementerende ouderen en de initiatieven van deze organisaties om daarbij ondersteuning te bieden.
Kwetsbare ouderen staan ook letterlijk centraal in dit boek. Het tweede deel bevat Portretten in woord en beeld van kwetsbare ouderen en/in hun context. In elk portret komt een eigen thematiek naar voor: versnippering van zorg, accepteren en loslaten, het al dan niet voltooid zijn van het leven.
Het derde deel bestaat uit Beschouwingen. Spiritualiteit van zorg voor de kwetsbare
oudere krijgt concrete vertaling in het beleid van woonzorgcentra. Vanuit het
ethisch vraagstuk rondom doorbehandeling bij kwetsbare oudere patiënten, wordt
narratieve geneeskunde besproken als inspiratie om anders te leren omgaan met
de grenzen aan de maakbaarheid van het leven. Tenslotte wordt ingegaan op het
beleven van ouderdom als gelukkig, waardig en zinvol, waarbij onder meer verbondenheid
met anderen een bepalende factor is, net als het vermogen om als oudere
regie te houden.
Koen Jordens(geestelijk verzorger), Judith Wilmer (klinisch geriater), Frank van
de Poel (geestelijk verzorger) en Eric van de Laar (klinisch ethicus) werken in het
Catharina Ziekenhuis Eindhoven en vormen de redactie van deze publicatie.
Dit boek is het vierde deel in de Catharina-reeks (Levensbeschouwing en ethiek in de gezondheidszorg):
Project S. Relationele en seksuele vorming voor minderjarige anderstaligen.
Methodieken werden uitgedacht, uitgeprobeerd, herzien of herkaderd naar de doelgroepen toe. De boodschap wordt kracht bijgezet door veel visueel materiaal, talige ondersteuning en de didactische opbouw van het geheel. Het boek bevat ook een overzichtslijst van bruikbare materialen en randmethodieken. Via een weblink kan de gebruiker op de hoogte blijven van de verdere ontwikkeling van het Project. www.dl.garant-uitgevers.eu
Lieve Lenaerts studeerde rechtsgeleerdheid aan de KU Leuven en godsdienstwetenschappen aan het bisdom in Antwerpen. Ze doceert aan het HIVSET – Hoger Instituut voor Verpleegkunde Sint Elisabeth in Turnhout en richtte er DoorElkaar op, een expertisecentrum diversiteit, dat onder meer dit project uitwerkte voor de Onthaalklas voor anderstalige nieuwkomers.
Eva Joos volgde een lerarenopleiding en combineerde daarna een baan bij de Europese Commissie in Brussel met een masterstudie opleidings- en onderwijswetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Ze is lerares godsdienstleer in de OKAN-afdeling van het HIVSET en ze is verbonden aan het HIVSETVormingscentrum.
Project S. Relationele en seksuele vorming voor minderjarige anderstaligen.
Methodieken werden uitgedacht, uitgeprobeerd, herzien of herkaderd naar de doelgroepen toe. De boodschap wordt kracht bijgezet door veel visueel materiaal, talige ondersteuning en de didactische opbouw van het geheel. Het boek bevat ook een overzichtslijst van bruikbare materialen en randmethodieken. Via een weblink kan de gebruiker op de hoogte blijven van de verdere ontwikkeling van het Project. www.dl.garant-uitgevers.eu
Lieve Lenaerts studeerde rechtsgeleerdheid aan de KU Leuven en godsdienstwetenschappen aan het bisdom in Antwerpen. Ze doceert aan het HIVSET – Hoger Instituut voor Verpleegkunde Sint Elisabeth in Turnhout en richtte er DoorElkaar op, een expertisecentrum diversiteit, dat onder meer dit project uitwerkte voor de Onthaalklas voor anderstalige nieuwkomers.
Eva Joos volgde een lerarenopleiding en combineerde daarna een baan bij de Europese Commissie in Brussel met een masterstudie opleidings- en onderwijswetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Ze is lerares godsdienstleer in de OKAN-afdeling van het HIVSET en ze is verbonden aan het HIVSETVormingscentrum.
Karl Abraham. Freuds rots in de branding.
Karl Abraham (1877-1925) was de eerste psychoanalyticus in Duitsland, waar hij de psychoanalyse tot grote bloei heeft gebracht. Zijn klinisch-theoretische bijdragen werden al snel klassiekers die veel invloed hebben gehad op de psychoanalytische theorievorming. Hij was de eerste die een psychoanalytische theorie over depressie ontwierp, enkele jaren voordat ‘Trauer und Melancholie’ van Freud zou verschijnen.
Abraham was na Freud de belangrijkste analyticus van de psychoanalytische beweging, voorzitter van de IPA – International Psychoanalytic Association, voorzitter van de Berlijnse psychoanalytische vereniging en lid van het geheime comité. Hij is betrokken geweest bij een aantal grote conflicten die zich in de beginjaren van de psychoanalyse hebben afgespeeld, waarbij postuum de schuld nogal eens naar hem is geschoven. Zo kon het gebeuren dat Abraham, tijdens zijn leven zo gewaardeerd, na zijn dood regelmatig werd verguisd.
"Bentinck van Schoonheten heeft de Nedelandstalige lezer met deze uitgave een grote dienst bewezen"
De Leeswolf, jrg. 19, nr. 8, blz. 548-549)
"zij is er glansrijk in geslaagd om hem uit de schaduw te halen en hem te laten zien als originele en inspirerende analyticus"
Tijdschrift voor Psychoanalyse, jrg. 20, nr. 2, blz. 150
Anna Bentinck van Schoonheten is psychoanalytica in Amsterdam.
Karl Abraham. Freuds rots in de branding.
Karl Abraham (1877-1925) was de eerste psychoanalyticus in Duitsland, waar hij de psychoanalyse tot grote bloei heeft gebracht. Zijn klinisch-theoretische bijdragen werden al snel klassiekers die veel invloed hebben gehad op de psychoanalytische theorievorming. Hij was de eerste die een psychoanalytische theorie over depressie ontwierp, enkele jaren voordat ‘Trauer und Melancholie’ van Freud zou verschijnen.
Abraham was na Freud de belangrijkste analyticus van de psychoanalytische beweging, voorzitter van de IPA – International Psychoanalytic Association, voorzitter van de Berlijnse psychoanalytische vereniging en lid van het geheime comité. Hij is betrokken geweest bij een aantal grote conflicten die zich in de beginjaren van de psychoanalyse hebben afgespeeld, waarbij postuum de schuld nogal eens naar hem is geschoven. Zo kon het gebeuren dat Abraham, tijdens zijn leven zo gewaardeerd, na zijn dood regelmatig werd verguisd.
"Bentinck van Schoonheten heeft de Nedelandstalige lezer met deze uitgave een grote dienst bewezen"
De Leeswolf, jrg. 19, nr. 8, blz. 548-549)
"zij is er glansrijk in geslaagd om hem uit de schaduw te halen en hem te laten zien als originele en inspirerende analyticus"
Tijdschrift voor Psychoanalyse, jrg. 20, nr. 2, blz. 150
Anna Bentinck van Schoonheten is psychoanalytica in Amsterdam.
Van neuron tot afasie (Neurowetenschappen in taal en spraak – Boek 2)
De driedelige reeks Neurowetenschappen in taal en spraak biedt een geïntegreerd overzicht van neurolinguïstisch en neurofysiologisch onderzoek bij neurologische taal- en spraakproblemen.
Dit tweede boek, Van neuron tot afasie, vormt een bovenbouw op het eerste boek, Neuroanatomie en neurofysiologie, en bestaat uit twee delen.
Het eerste deel zoomt in op de neurofysiologische en klinische organisatie van auditieve, visuele, semantische en grammaticale verwerking in het logopedisch onderzoek en het tweede deel richt zich op bijzondere taalstoornissen.
De doelstelling
van de auteurs is fundamenteel wettenschappelijk onderzoek integreren
in principes van logopedische diagnostiek en behandeling.
Boek 1 - Neuroanatomie en neurofysiologie
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Miet De Letter is master in de Logopedische en Audiologische wetenschappen en doctor in de Sociale Gezondheidswetenschappen. Ze is verbonden aan de Universiteit Gent en het UZ Gent.
Patrick Santens, neuroloog, is verbonden aan het Departement Neurologie van het UZ Gent en is hoogleraar aan de Universiteit Gent.
Van neuron tot afasie (Neurowetenschappen in taal en spraak – Boek 2)
De driedelige reeks Neurowetenschappen in taal en spraak biedt een geïntegreerd overzicht van neurolinguïstisch en neurofysiologisch onderzoek bij neurologische taal- en spraakproblemen.
Dit tweede boek, Van neuron tot afasie, vormt een bovenbouw op het eerste boek, Neuroanatomie en neurofysiologie, en bestaat uit twee delen.
Het eerste deel zoomt in op de neurofysiologische en klinische organisatie van auditieve, visuele, semantische en grammaticale verwerking in het logopedisch onderzoek en het tweede deel richt zich op bijzondere taalstoornissen.
De doelstelling
van de auteurs is fundamenteel wettenschappelijk onderzoek integreren
in principes van logopedische diagnostiek en behandeling.
Boek 1 - Neuroanatomie en neurofysiologie
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Miet De Letter is master in de Logopedische en Audiologische wetenschappen en doctor in de Sociale Gezondheidswetenschappen. Ze is verbonden aan de Universiteit Gent en het UZ Gent.
Patrick Santens, neuroloog, is verbonden aan het Departement Neurologie van het UZ Gent en is hoogleraar aan de Universiteit Gent.
Leren niet verleren. Voor wie ouderen wil ondersteunen bij leren.
Levenslang leren kan ondersteund worden zowel door spontaan leren als door gerichte educatie. Hierbinnen staan doelen als ‘empowerment stimuleren’ en ‘participatie bevorderen’ centraal. Maar hoe zet je dit alles om in praktijk?
Els Messelis is maatschappelijk werkster en gerontologe, met expertise in psychosociale en educatieve gerontologie. Ze is als opleidingscoördinator en lector Seniorenconsulentenvorming verbonden aan de Hogere Leergangen voor Fiscale en Sociale Wetenschappen van de Hogeschool-Universiteit Brussel.
Arlette Van Assel is maatschappelijk werkster en sociaal pedagoge. Ze heeft jarenlang gewerkt in de Geestelijke Gezondheidszorg, als preventiefunctionaris, als coördinator van projecten rond ouder-worden en als afdelingsmanager. Ze was actief betrokken bij het opzetten van geheugentrainingen in Vlaanderen en in Oost-Europa.
Powerpointpresentatie: Conferentie Leren niet verleren- dinsdag 18 december 2012
Overzicht van onze conferenties: www.hetboekenpodium.eu
Leren niet verleren. Voor wie ouderen wil ondersteunen bij leren.
Levenslang leren kan ondersteund worden zowel door spontaan leren als door gerichte educatie. Hierbinnen staan doelen als ‘empowerment stimuleren’ en ‘participatie bevorderen’ centraal. Maar hoe zet je dit alles om in praktijk?
Els Messelis is maatschappelijk werkster en gerontologe, met expertise in psychosociale en educatieve gerontologie. Ze is als opleidingscoördinator en lector Seniorenconsulentenvorming verbonden aan de Hogere Leergangen voor Fiscale en Sociale Wetenschappen van de Hogeschool-Universiteit Brussel.
Arlette Van Assel is maatschappelijk werkster en sociaal pedagoge. Ze heeft jarenlang gewerkt in de Geestelijke Gezondheidszorg, als preventiefunctionaris, als coördinator van projecten rond ouder-worden en als afdelingsmanager. Ze was actief betrokken bij het opzetten van geheugentrainingen in Vlaanderen en in Oost-Europa.
Powerpointpresentatie: Conferentie Leren niet verleren- dinsdag 18 december 2012
Overzicht van onze conferenties: www.hetboekenpodium.eu
De bedrieger bedrogen (Reeks Psychoanalyse en Cultuur, nr. 3)
Dromen doen we altijd, overal en allemaal. We dromen overdag, we dromen ’s nachts en in zekere zin ligt de droom zelfs als een verzonken continent achter en onder ons wakend leven. Gewoonlijk weten we wel dat we dromen maar dikwijls weten we niet wat we dromen. Of we willen het niet geweten hebben.
Volgens sommigen is een ietwat provocatieve definitie van normaliteit iemand die denkt dat dromen helemaal geen betekenis hebben. Alleszins doet de droom veel vervagen van wat in de werkelijkheid (?) onderscheiden wordt. Zo bijvoorbeeld het verschil tussen ziek en gezond. We dromen immers allemaal neurotische, psychotische en/of perverse dromen. Dromen zetten zodoende het verschil tussen normaal en abnormaal op losse schroeven.
En hoeveel misdaden hebben we in onze dromen al niet gepleegd? Is het wel terecht dat we op vrije voet zijn? Horen we niet veeleer thuis in de gevangenis? En zijn onze dromen niet stuk voor stuk kunstwerken waaruit blijkt dat er een ongekende goddelijke Schepper huist in het diepst van onze gedachten? Kunnen vele culturele creaties omgekeerd dan ook niet als een droom gelezen en geïnterpreteerd worden?
In dit boek worden dromen in psychoanalyse en cultuur onder de loep gehouden door een brede schare van Vlaamse en Nederlandse contribuanten uit de klinische, culturele en/of filosofische wereld. Resultaat is een waaier van perspectieven waarvan gehoopt wordt dat ze de dromen van lezers helpen te meubileren en het bekijken en beluisteren van artefacten helpen verbreden en verdiepen.
Met bijdragen van Marc De Kesel, Marc Hebbrecht, Sjef Houppermans, Mileen Janssens, Joannes Késenne, Mark Kinet, Corine Kisling, Tinka Prast, Leo Ruelens, Walter Schönau, Rico Sneller, Trees Traversier, Ludi Van Bouwel, Paul Verhuyck, Marc Verminck en Peter Verstraten.
Sjef Houppermans is universitair hoofddocent Moderne letterkunde aan de Universiteit Leiden, redacteur van het Tijdschrift voor Psychoanalyse en voorzitter van de Stichting Psychoanalyse en Cultuur.
Marc De Kesel doceert aan de Arteveldhogeschool in Gent en is senioronderzoeker aan de Radbouduniversiteit in Nijmegen. Hij is bestuurslid van de Stichting.
Mark Kinet is psychiater, psychotherapeut en psychoanalyticus. Hij is verbonden aan de Sint-Jozefkliniek in Pittem en voert een zelfstandige psychoanalytische praktijk in Gent.
"Alle bijdragen zijn zeer de moeite waard gelezen te worden en zet de lezer aan het denken"MGv (jrg. 68, nr. 4, blz. 190)
Reeks: Psychoanalyse en Cultuur
Nr. 1: Spreken, zwijgen, ... schrijven. Psychoanalyse en taal
P. Verstraten, M. De Kesel & S. Houppermans (Red.)
Nr. 2: Het nieuwe onbehagen in de cultuur
M. Kinet, M. De Kesel & S. Houppermans (Red.)
Nr. 3: De bedrieger bedrogen
S. Houppermans, M. Kinet & M. De Kesel(Red.)
Nr. 4: For your pleasure? Psychoanalyse over esthetisch genot.
Mark Kinet, Marc De Kesel & Sjef Houppermans (Red.)
Voor de publicaties sinds 1990 zie www.stichtingpsychoanalyseencultuur.eu
De bedrieger bedrogen (Reeks Psychoanalyse en Cultuur, nr. 3)
Dromen doen we altijd, overal en allemaal. We dromen overdag, we dromen ’s nachts en in zekere zin ligt de droom zelfs als een verzonken continent achter en onder ons wakend leven. Gewoonlijk weten we wel dat we dromen maar dikwijls weten we niet wat we dromen. Of we willen het niet geweten hebben.
Volgens sommigen is een ietwat provocatieve definitie van normaliteit iemand die denkt dat dromen helemaal geen betekenis hebben. Alleszins doet de droom veel vervagen van wat in de werkelijkheid (?) onderscheiden wordt. Zo bijvoorbeeld het verschil tussen ziek en gezond. We dromen immers allemaal neurotische, psychotische en/of perverse dromen. Dromen zetten zodoende het verschil tussen normaal en abnormaal op losse schroeven.
En hoeveel misdaden hebben we in onze dromen al niet gepleegd? Is het wel terecht dat we op vrije voet zijn? Horen we niet veeleer thuis in de gevangenis? En zijn onze dromen niet stuk voor stuk kunstwerken waaruit blijkt dat er een ongekende goddelijke Schepper huist in het diepst van onze gedachten? Kunnen vele culturele creaties omgekeerd dan ook niet als een droom gelezen en geïnterpreteerd worden?
In dit boek worden dromen in psychoanalyse en cultuur onder de loep gehouden door een brede schare van Vlaamse en Nederlandse contribuanten uit de klinische, culturele en/of filosofische wereld. Resultaat is een waaier van perspectieven waarvan gehoopt wordt dat ze de dromen van lezers helpen te meubileren en het bekijken en beluisteren van artefacten helpen verbreden en verdiepen.
Met bijdragen van Marc De Kesel, Marc Hebbrecht, Sjef Houppermans, Mileen Janssens, Joannes Késenne, Mark Kinet, Corine Kisling, Tinka Prast, Leo Ruelens, Walter Schönau, Rico Sneller, Trees Traversier, Ludi Van Bouwel, Paul Verhuyck, Marc Verminck en Peter Verstraten.
Sjef Houppermans is universitair hoofddocent Moderne letterkunde aan de Universiteit Leiden, redacteur van het Tijdschrift voor Psychoanalyse en voorzitter van de Stichting Psychoanalyse en Cultuur.
Marc De Kesel doceert aan de Arteveldhogeschool in Gent en is senioronderzoeker aan de Radbouduniversiteit in Nijmegen. Hij is bestuurslid van de Stichting.
Mark Kinet is psychiater, psychotherapeut en psychoanalyticus. Hij is verbonden aan de Sint-Jozefkliniek in Pittem en voert een zelfstandige psychoanalytische praktijk in Gent.
"Alle bijdragen zijn zeer de moeite waard gelezen te worden en zet de lezer aan het denken"MGv (jrg. 68, nr. 4, blz. 190)
Reeks: Psychoanalyse en Cultuur
Nr. 1: Spreken, zwijgen, ... schrijven. Psychoanalyse en taal
P. Verstraten, M. De Kesel & S. Houppermans (Red.)
Nr. 2: Het nieuwe onbehagen in de cultuur
M. Kinet, M. De Kesel & S. Houppermans (Red.)
Nr. 3: De bedrieger bedrogen
S. Houppermans, M. Kinet & M. De Kesel(Red.)
Nr. 4: For your pleasure? Psychoanalyse over esthetisch genot.
Mark Kinet, Marc De Kesel & Sjef Houppermans (Red.)
Voor de publicaties sinds 1990 zie www.stichtingpsychoanalyseencultuur.eu
Kinderrechtenboek
De leerlingen van de Gentse Freinetschool Het Prisma zijn samen met hun begeleiders de auteurs van dit kijk- en leesboek over kinderrechten. Rechten die hen leren wat ze mogen en kunnen doen, maar ook plichten die hen vertellen hoe ze zich tot de anderen moeten gedragen.
Centraal staan kinderrechten die door de leerlingen via eigen illustraties worden verbeeld en in eigen interpretaties – opgetekend door hun begeleiders – worden verwoord.
Het boek is een uitstekend werkmiddel voor iedereen die te maken heeft met de opvoeding van kinderen, zowel thuis als op school. Het is tegelijk een aanzet om te filosoferen over kinderrechten.
Kinderrechtenboek
De leerlingen van de Gentse Freinetschool Het Prisma zijn samen met hun begeleiders de auteurs van dit kijk- en leesboek over kinderrechten. Rechten die hen leren wat ze mogen en kunnen doen, maar ook plichten die hen vertellen hoe ze zich tot de anderen moeten gedragen.
Centraal staan kinderrechten die door de leerlingen via eigen illustraties worden verbeeld en in eigen interpretaties – opgetekend door hun begeleiders – worden verwoord.
Het boek is een uitstekend werkmiddel voor iedereen die te maken heeft met de opvoeding van kinderen, zowel thuis als op school. Het is tegelijk een aanzet om te filosoferen over kinderrechten.
Latijnse grammatica. Derde, opnieuw herziene uitgave: 2012
Deze Latijnse grammatica is een vernieuwend naslagwerk met uitdrukkelijke aandacht voor de wetenschappelijke ontwikkelingen die gedurende meer dan een halve eeuw in de algemene en de Latijnse taalkunde hebben plaatsgevonden.
Dit werk onderscheidt zich door zijn coherente visie op de zin en zijn delen, gebaseerd op de syntaxis en de semantiek, eerder dan op de morfologie. Daarbij heeft het gezegde een centrale plaats gekregen en zijn de grammaticale termen nauwkeurig gedefinieerd.
Dit boek is niet gebaseerd op één bepaald wetenschappelijk model, maar heeft de traditionele kennis geïntegreerd in vernieuwde inzichten in taal. De duidelijke structurering van de taalverschijnselen zorgt ook voor een grotere didactische eenvoud en helderheid.
Dirk Panhuis studeerde klassieke filologie (Rijksuniversiteit Gent, 1963) en promoveerde in de taalkunde (University of Michigan, Ann Arbor, U.S.A., 1981). Hij was assistent en academisch secretaris van het Institut Supérieur Pédagogique in Kananga (D.R. Congo), en was verbonden aan het Departement Taalkunde van de University of Michigan in Ann Arbor. Hij doceerde klassieke talen aan Koninklijke Athenea in en rond Leuven en Diest tot zijn pensioen.
Latijnse grammatica. Derde, opnieuw herziene uitgave: 2012
Deze Latijnse grammatica is een vernieuwend naslagwerk met uitdrukkelijke aandacht voor de wetenschappelijke ontwikkelingen die gedurende meer dan een halve eeuw in de algemene en de Latijnse taalkunde hebben plaatsgevonden.
Dit werk onderscheidt zich door zijn coherente visie op de zin en zijn delen, gebaseerd op de syntaxis en de semantiek, eerder dan op de morfologie. Daarbij heeft het gezegde een centrale plaats gekregen en zijn de grammaticale termen nauwkeurig gedefinieerd.
Dit boek is niet gebaseerd op één bepaald wetenschappelijk model, maar heeft de traditionele kennis geïntegreerd in vernieuwde inzichten in taal. De duidelijke structurering van de taalverschijnselen zorgt ook voor een grotere didactische eenvoud en helderheid.
Dirk Panhuis studeerde klassieke filologie (Rijksuniversiteit Gent, 1963) en promoveerde in de taalkunde (University of Michigan, Ann Arbor, U.S.A., 1981). Hij was assistent en academisch secretaris van het Institut Supérieur Pédagogique in Kananga (D.R. Congo), en was verbonden aan het Departement Taalkunde van de University of Michigan in Ann Arbor. Hij doceerde klassieke talen aan Koninklijke Athenea in en rond Leuven en Diest tot zijn pensioen.
Taalontwikkelingsstoornissen: fenomenen, onderzoek en behandeling. (Thomas More Logopedie)
Taalontwikkelingsstoornissen zijn zeer heterogeen, zowel in de verschijningsvormen als wat betreft de ernst en de oorzaken. Bij de specifieke taalontwikkelingsstoornissen is op het eerste zicht voldaan aan alle voorwaarden om tot een normale taalontwikkeling te komen, maar komt het taalverwervingsproces toch niet of onvoldoende op gang. Niet-specifieke taalstoornissen daarentegen zijn het gevolg van of hangen samen met problemen op andere gebieden, zoals gehoorstoornissen, autisme of verstandelijke beperkingen. Er zijn ook kinderen die door factoren als ziekte, meertalige opvoedingssituatie of verwaarlozing een verhoogd risico lopen op de ontwikkeling van taalproblemen. Verder komt in dit boek de diagnostiek van taalontwikkelingstoornissen ruim aan bod. Zowel multidisciplinaire diagnostiek als specifiek taalonderzoek worden gedetailleerd beschreven. Het laatste deel van het boek handelt over de indirecte en directe behandeling van taalontwikkelingsstoornissen. Hierbij wordt ook aandacht besteed aan therapie-effectmetingen.
Deze uitgave is een initiatief van de Opleiding Logopedie en Audiologie van Thomas
More Antwerpen. Het boek richt zich in de eerste plaats tot logopedisten en tot wie
daarvoor in opleiding is, maar ook artsen, pedagogen en psychologen, leerlingenbegeleiders,
zorgcoördinatoren of ouders vinden er nuttige informatie in.
Eric Manders, doctor in de Logopedie en Audiologie, is deeltijds docent aan de Opleiding Logopedie en Audiologie van Thomas More Antwerpen en aan de Afdeling Logopedische en Audiologische Wetenschappen van de KU Leuven.
Chris De Bal, bachelor in de Logopedie, is praktijklector aan dezelfde opleiding in Antwerpen en is verbonden aan Het GielsBos, een voorziening voor mensen met ernstig en diep verstandelijke beperkingen in Gierle.
Ellen Van Den Heuvel, master in de Logopedische en Audiologische wetenschappen, is eveneens verbonden aan de opleiding in Antwerpen. Aan de KU Leuven verricht ze een doctoraatsonderzoek omtrent pragmatische taalprofielen bij kinderen met microdeletiesyndromen.
Taalontwikkelingsstoornissen: fenomenen, onderzoek en behandeling. (Thomas More Logopedie)
Taalontwikkelingsstoornissen zijn zeer heterogeen, zowel in de verschijningsvormen als wat betreft de ernst en de oorzaken. Bij de specifieke taalontwikkelingsstoornissen is op het eerste zicht voldaan aan alle voorwaarden om tot een normale taalontwikkeling te komen, maar komt het taalverwervingsproces toch niet of onvoldoende op gang. Niet-specifieke taalstoornissen daarentegen zijn het gevolg van of hangen samen met problemen op andere gebieden, zoals gehoorstoornissen, autisme of verstandelijke beperkingen. Er zijn ook kinderen die door factoren als ziekte, meertalige opvoedingssituatie of verwaarlozing een verhoogd risico lopen op de ontwikkeling van taalproblemen. Verder komt in dit boek de diagnostiek van taalontwikkelingstoornissen ruim aan bod. Zowel multidisciplinaire diagnostiek als specifiek taalonderzoek worden gedetailleerd beschreven. Het laatste deel van het boek handelt over de indirecte en directe behandeling van taalontwikkelingsstoornissen. Hierbij wordt ook aandacht besteed aan therapie-effectmetingen.
Deze uitgave is een initiatief van de Opleiding Logopedie en Audiologie van Thomas
More Antwerpen. Het boek richt zich in de eerste plaats tot logopedisten en tot wie
daarvoor in opleiding is, maar ook artsen, pedagogen en psychologen, leerlingenbegeleiders,
zorgcoördinatoren of ouders vinden er nuttige informatie in.
Eric Manders, doctor in de Logopedie en Audiologie, is deeltijds docent aan de Opleiding Logopedie en Audiologie van Thomas More Antwerpen en aan de Afdeling Logopedische en Audiologische Wetenschappen van de KU Leuven.
Chris De Bal, bachelor in de Logopedie, is praktijklector aan dezelfde opleiding in Antwerpen en is verbonden aan Het GielsBos, een voorziening voor mensen met ernstig en diep verstandelijke beperkingen in Gierle.
Ellen Van Den Heuvel, master in de Logopedische en Audiologische wetenschappen, is eveneens verbonden aan de opleiding in Antwerpen. Aan de KU Leuven verricht ze een doctoraatsonderzoek omtrent pragmatische taalprofielen bij kinderen met microdeletiesyndromen.
Dementie, het blikveld verruimd – Introductie in Persoonsgerichte zorg en Dementia Care Mapping (DCM)
Dementia Care Mapping brengt individueel gedrag en emoties van personen met dementie op een gestructureerde manier in kaart. Deze observatie geeft een beeld van het welbevinden van mensen. DCM is tevens een aangewezen instrument om de geboden relationele zorg objectief te analyseren en te verbeteren.
Theorie en praktijkvoorbeelden wisselen elkaar in dit boek af. Er worden tips aangereikt om op een respectvolle manier om te gaan met mensen waarvan nog te vaak wordt gedacht dat ze niet meer openstaan voor diepgaande interacties. Persoonsgerichte zorg en Dementia Care Mapping bieden nieuwe perspectieven om het welbevinden van mensen met dementie doorheen het hele ziekteproces te optimaliseren.
Hilde Vermeiren (°1956) werkt als coördinator van de vzw Anahata-Kennis en ervaringscentrum dementie. Zij is de drijvende kracht achter de verspreiding van DCM in België. Als trainer DCM is ze verbonden aan de Internationale Implementatiegroep DCM van de Universiteit van Bradford.
De verschillende hoofdstukken van het boek zijn vlot geschreven en onderbouwd met een combinatie van theoretische inzichten en tal van praktijkvoorbeelden. Het boek is daarom zeer geschikt als leidraad voor zowel iedereen die op een persoonsgerichte manier wenst om te gaan met ouderen met dementie. Daarnaast is het een aanrader voor zorgteams die de methode van DCM willen toepassen.
Psychiatrie & verpleging, jrg. 89, nr. 2, blz. 81
Dementie, het blikveld verruimd – Introductie in Persoonsgerichte zorg en Dementia Care Mapping (DCM)
Dementia Care Mapping brengt individueel gedrag en emoties van personen met dementie op een gestructureerde manier in kaart. Deze observatie geeft een beeld van het welbevinden van mensen. DCM is tevens een aangewezen instrument om de geboden relationele zorg objectief te analyseren en te verbeteren.
Theorie en praktijkvoorbeelden wisselen elkaar in dit boek af. Er worden tips aangereikt om op een respectvolle manier om te gaan met mensen waarvan nog te vaak wordt gedacht dat ze niet meer openstaan voor diepgaande interacties. Persoonsgerichte zorg en Dementia Care Mapping bieden nieuwe perspectieven om het welbevinden van mensen met dementie doorheen het hele ziekteproces te optimaliseren.
Hilde Vermeiren (°1956) werkt als coördinator van de vzw Anahata-Kennis en ervaringscentrum dementie. Zij is de drijvende kracht achter de verspreiding van DCM in België. Als trainer DCM is ze verbonden aan de Internationale Implementatiegroep DCM van de Universiteit van Bradford.
De verschillende hoofdstukken van het boek zijn vlot geschreven en onderbouwd met een combinatie van theoretische inzichten en tal van praktijkvoorbeelden. Het boek is daarom zeer geschikt als leidraad voor zowel iedereen die op een persoonsgerichte manier wenst om te gaan met ouderen met dementie. Daarnaast is het een aanrader voor zorgteams die de methode van DCM willen toepassen.
Psychiatrie & verpleging, jrg. 89, nr. 2, blz. 81
In de schaduw van het kunstwerk: Art-based learning in de praktijk
Aan de hand van drie triptieken laat de auteur zien hoe kunstwerken werken als een “sprekend object”.
Deze studie is bedoeld voor studenten en docenten theologie, filosofie en antropologie, theater- en filmwetenschap, literatuurwetenschap en (kunst)geschiedenis. De hier ontwikkelde methodiek is ook uitermate geschikt voor Artistic Research aan kunstacademies, theateracademies, conservatoria, film- en dansacademies.
Jeroen Lutters (1959) is Lector Didactiek en Inhoud van de Kunstvakken aan de Hogeschool Windesheim en Rector van het Bernard Lievegoed Liberal Arts College in Driebergen.
Eerder verschenen van zijn hand: Het verloren paradijs van de adolescent (Indigo 1999) Adolescentie in Fictie: Caravaggio’s verbeelding van de adolescent (Agiel 2006) en De poëtische taal van de adolescent: over de schoonheid van het anders-zijn (Garant 2009).
In de schaduw van het kunstwerk: Art-based learning in de praktijk
Aan de hand van drie triptieken laat de auteur zien hoe kunstwerken werken als een “sprekend object”.
Deze studie is bedoeld voor studenten en docenten theologie, filosofie en antropologie, theater- en filmwetenschap, literatuurwetenschap en (kunst)geschiedenis. De hier ontwikkelde methodiek is ook uitermate geschikt voor Artistic Research aan kunstacademies, theateracademies, conservatoria, film- en dansacademies.
Jeroen Lutters (1959) is Lector Didactiek en Inhoud van de Kunstvakken aan de Hogeschool Windesheim en Rector van het Bernard Lievegoed Liberal Arts College in Driebergen.
Eerder verschenen van zijn hand: Het verloren paradijs van de adolescent (Indigo 1999) Adolescentie in Fictie: Caravaggio’s verbeelding van de adolescent (Agiel 2006) en De poëtische taal van de adolescent: over de schoonheid van het anders-zijn (Garant 2009).
Hoogbegaafde kinderen, op school en thuis. Een gids voor ouders en leerkrachten
Om hun talenten maximaal te kunnen ontplooien, moeten hoogbegaafde kinderen vroegtijdig onderkend worden. Dan kunnen ze een begeleiding en stimulering op maat krijgen. De typische ontwikkelingsproblemen van hoogbegaafde kinderen en adolescenten komen uitvoerig aan de orde, net als de diverse versnellings- en verrijkingsmaatregelen die op school kunnen worden toegepast.
De basis van iedere opvoeding wordt in het gezin gelegd tijdens de vroege kinderjaren. Hoogbegaafde kinderen ontwikkelen zich anders. Daarom is het belangrijk dat ouders zeer vroeg een goed inzicht verwerven in dit ontwikkelingsproces.
Dit boek rekent af met enkele hardnekkige vooroordelen over hoogbegaafdheid. Zoals: deze kinderen zullen er wel vanzelf komen; je houdt dit potje best gedekt, zo niet krijg je onhandelbare en arrogante jongeren; deze kinderen zijn in alles goed en halen steeds de beste resultaten.
Hoe verkeerd deze laatste opvatting wel is, wordt uitdrukkelijk behandeld in de hoofdstukken over onderpresteren. Nogal wat hoogbegaafde leerlingen worden onderpresteerders bij gebrek aan begrip en steun vanuit de omgeving. Dit proces is niet alleen dramatisch ter wille van de verminderde prestaties, maar vooral wegens het verwoestende effect op de persoonlijkheid van het kind.
Carl D’HONDT, orthopedagoog, is voorzitter van BEKINA–Begaafde Kinderen en Adolescenten.
Hilde VAN ROSSEN, psychologe, doceert aan de Katholieke Hogeschool Zuid-West-Vlaanderen.
Hoogbegaafde kinderen, op school en thuis. Een gids voor ouders en leerkrachten
Om hun talenten maximaal te kunnen ontplooien, moeten hoogbegaafde kinderen vroegtijdig onderkend worden. Dan kunnen ze een begeleiding en stimulering op maat krijgen. De typische ontwikkelingsproblemen van hoogbegaafde kinderen en adolescenten komen uitvoerig aan de orde, net als de diverse versnellings- en verrijkingsmaatregelen die op school kunnen worden toegepast.
De basis van iedere opvoeding wordt in het gezin gelegd tijdens de vroege kinderjaren. Hoogbegaafde kinderen ontwikkelen zich anders. Daarom is het belangrijk dat ouders zeer vroeg een goed inzicht verwerven in dit ontwikkelingsproces.
Dit boek rekent af met enkele hardnekkige vooroordelen over hoogbegaafdheid. Zoals: deze kinderen zullen er wel vanzelf komen; je houdt dit potje best gedekt, zo niet krijg je onhandelbare en arrogante jongeren; deze kinderen zijn in alles goed en halen steeds de beste resultaten.
Hoe verkeerd deze laatste opvatting wel is, wordt uitdrukkelijk behandeld in de hoofdstukken over onderpresteren. Nogal wat hoogbegaafde leerlingen worden onderpresteerders bij gebrek aan begrip en steun vanuit de omgeving. Dit proces is niet alleen dramatisch ter wille van de verminderde prestaties, maar vooral wegens het verwoestende effect op de persoonlijkheid van het kind.
Carl D’HONDT, orthopedagoog, is voorzitter van BEKINA–Begaafde Kinderen en Adolescenten.
Hilde VAN ROSSEN, psychologe, doceert aan de Katholieke Hogeschool Zuid-West-Vlaanderen.
Sleutels voor de toekomst. Handleiding en tips voor ouders en school. (+ Set van 4 Sleutels (1 ex/ sleutel))
Ondanks de democratisering van het onderwijs blijven de onderwijskansen van leerlingen ongelijk verdeeld naargelang hun sociale achtergrond. Kansarme leerlingen belanden te vaak in het buitengewoon/speciaal onderwijs, lopen meer dan anderen vertraging op, komen via de waterval in het onderwijssysteem vaker in het (deeltijds) beroepsonderwijs terecht en verlaten het onderwijs vaker zonder diploma.
De sleutels dienen als hulpmiddel en richten zich in de eerste plaats naar de ouders; ze hebben doelen voor ogen op het niveau van de (attitudes van) ouders. Maar om die doelen te bereiken is het belangrijk dat de school zelf ook een aantal initiatieven neemt. De handleiding reikt de school hiertoe praktische tips aan.
De sleutels willen uiteraard ook de kinderen aanspreken. Kinderen kunnen ouders er mee van overtuigen dat deelnemen aan het leven/ leren op school belangrijk en nuttig is. Maar kinderen zijn niet de belangrijkste ‘boodschappers’. Ouders moeten zelf tot de vereiste inzichten komen, zodat kinderen maximaal aan het onderwijs kunnen participeren.
U krijgt bij de handleiding ook een set met de vier verschillende sleutels:
(1) Kleuter - (2) Eerste leerjaar/groep 3 - (3) Secundair Onderwijs - (4) Verder studeren of werken?.
U kunt de sleutels ook elk apart bestellen in een set van 10 sleutels:
Sleutel 1 - Sleutel 2 - Sleutel 3 - Sleutel 4.
Saïda El Miniti is tewerkgesteld als opvoedster aan de Stedelijke Handelsschool in Turnhout.
Sleutels voor de toekomst. Handleiding en tips voor ouders en school. (+ Set van 4 Sleutels (1 ex/ sleutel))
Ondanks de democratisering van het onderwijs blijven de onderwijskansen van leerlingen ongelijk verdeeld naargelang hun sociale achtergrond. Kansarme leerlingen belanden te vaak in het buitengewoon/speciaal onderwijs, lopen meer dan anderen vertraging op, komen via de waterval in het onderwijssysteem vaker in het (deeltijds) beroepsonderwijs terecht en verlaten het onderwijs vaker zonder diploma.
De sleutels dienen als hulpmiddel en richten zich in de eerste plaats naar de ouders; ze hebben doelen voor ogen op het niveau van de (attitudes van) ouders. Maar om die doelen te bereiken is het belangrijk dat de school zelf ook een aantal initiatieven neemt. De handleiding reikt de school hiertoe praktische tips aan.
De sleutels willen uiteraard ook de kinderen aanspreken. Kinderen kunnen ouders er mee van overtuigen dat deelnemen aan het leven/ leren op school belangrijk en nuttig is. Maar kinderen zijn niet de belangrijkste ‘boodschappers’. Ouders moeten zelf tot de vereiste inzichten komen, zodat kinderen maximaal aan het onderwijs kunnen participeren.
U krijgt bij de handleiding ook een set met de vier verschillende sleutels:
(1) Kleuter - (2) Eerste leerjaar/groep 3 - (3) Secundair Onderwijs - (4) Verder studeren of werken?.
U kunt de sleutels ook elk apart bestellen in een set van 10 sleutels:
Sleutel 1 - Sleutel 2 - Sleutel 3 - Sleutel 4.
Saïda El Miniti is tewerkgesteld als opvoedster aan de Stedelijke Handelsschool in Turnhout.
Positief gedrag op school voor kinderen met ASS – Autismespectrumstoornissen. Individueel programma om de schoolcultuur te leren.
Het doel van dit programma is om een voorspelbare, consistente en positieve cultuur in alle contexten van de school (klas, gang, gymlokaal, eetzaal en zelfs de schoolbus) te bewerkstellingen voor leerlingen en schoolteams. Het programma richt zich door preventief handelen op het voorkomen van probleemgedrag van leerlingen en het beloont consistent de leerlingen die het adequate gedrag vertonen.
Alle onderwijskundige procedures (cartooninstructie, gevisualiseerde sociale scenario’s en video-modeling) zijn gericht op de ontwikkeling van zelfregulatie en gebaseerd op visuele ondersteuning, met als doel het adequaat schoolgedrag te verduidelijken. De betrokkenheid van ouders en leerlingen is essentieel om de ondersteuning van positief schoolgedrag tot een succes te maken.
Ina Miniankova is werkzaam als leraar, lector en onderzoeker in het aandachtsgebied Autisme, met speciale interesse voor sociale en gedragsproblemen bij autisme. Ze is doctor in de Pedagogische wetenschappen en docent aan de Wit-Russische Staatsuniversiteit, in de faculteit Speciaal Onderwijs. Ze gee les in de modules Autisme en Meervoudige Beperkingen.
Jan Schrurs hee werkervaring als leraar en orthopedagoog in het Speciaal Onderwijs voor kinderen met verstandelijke beperkingen. Hij werkt als GZpsycholoog in een eigen praktijk met mensen met autisme en gee les in de modules Autisme van de Masteropleiding Special Educational Needs (MSen) van Fontys Opleidingen Speciaal Onderwijs (OSO).
"Het boek is een echt 'praktijkboek', waarbij de theorie aan de praktijk gekoppeld wordt."
Tijdschrift voor Remedial Teaching, 2011/05, blz. 32
Positief gedrag op school voor kinderen met ASS – Autismespectrumstoornissen. Individueel programma om de schoolcultuur te leren.
Het doel van dit programma is om een voorspelbare, consistente en positieve cultuur in alle contexten van de school (klas, gang, gymlokaal, eetzaal en zelfs de schoolbus) te bewerkstellingen voor leerlingen en schoolteams. Het programma richt zich door preventief handelen op het voorkomen van probleemgedrag van leerlingen en het beloont consistent de leerlingen die het adequate gedrag vertonen.
Alle onderwijskundige procedures (cartooninstructie, gevisualiseerde sociale scenario’s en video-modeling) zijn gericht op de ontwikkeling van zelfregulatie en gebaseerd op visuele ondersteuning, met als doel het adequaat schoolgedrag te verduidelijken. De betrokkenheid van ouders en leerlingen is essentieel om de ondersteuning van positief schoolgedrag tot een succes te maken.
Ina Miniankova is werkzaam als leraar, lector en onderzoeker in het aandachtsgebied Autisme, met speciale interesse voor sociale en gedragsproblemen bij autisme. Ze is doctor in de Pedagogische wetenschappen en docent aan de Wit-Russische Staatsuniversiteit, in de faculteit Speciaal Onderwijs. Ze gee les in de modules Autisme en Meervoudige Beperkingen.
Jan Schrurs hee werkervaring als leraar en orthopedagoog in het Speciaal Onderwijs voor kinderen met verstandelijke beperkingen. Hij werkt als GZpsycholoog in een eigen praktijk met mensen met autisme en gee les in de modules Autisme van de Masteropleiding Special Educational Needs (MSen) van Fontys Opleidingen Speciaal Onderwijs (OSO).
"Het boek is een echt 'praktijkboek', waarbij de theorie aan de praktijk gekoppeld wordt."
Tijdschrift voor Remedial Teaching, 2011/05, blz. 32
De nagelstyliste
Deze gids neemt de lezer beetje bij beetje mee op weg door de nagelwereld. Vaktermen, technieken en concrete tips rechtstreeks vanuit de praktijk worden uit de doeken gedaan. Stap voor stap wordt duidelijk wat het vak inhoudt, want dat is méér dan nagels zetten alleen. Het is een passie en een ondernemerschap.
Het boek is bestemd voor wie nagelstyliste wil worden, in een opleiding of in zelfstudie, voor wie het beroep al uitoefent en voor wie een beroep doet op een nagelstyliste.
Birgit De Metsenaere volgde de opleiding Schoonheidsverzorging in het volwassenonderwijs. Na de module Handverzorging behaalde ze het certificaat Nagelstyling. Naast haar beroepspraktijk in Zepperen, geeft ze inmiddels ook zelf les.
De nagelstyliste
Deze gids neemt de lezer beetje bij beetje mee op weg door de nagelwereld. Vaktermen, technieken en concrete tips rechtstreeks vanuit de praktijk worden uit de doeken gedaan. Stap voor stap wordt duidelijk wat het vak inhoudt, want dat is méér dan nagels zetten alleen. Het is een passie en een ondernemerschap.
Het boek is bestemd voor wie nagelstyliste wil worden, in een opleiding of in zelfstudie, voor wie het beroep al uitoefent en voor wie een beroep doet op een nagelstyliste.
Birgit De Metsenaere volgde de opleiding Schoonheidsverzorging in het volwassenonderwijs. Na de module Handverzorging behaalde ze het certificaat Nagelstyling. Naast haar beroepspraktijk in Zepperen, geeft ze inmiddels ook zelf les.
Autisme en de grenzen van de bekende wereld (Fontys-OSO-Reeks, nr. 31)
In dit boek is Olga Bogdashina op zoek naar de grenzen van de bekende wereld. Ze doet dit door kenmerken van autisme te beschrijven waar we tot nu toe geen redelijke verklaringen voor kunnen geven. En toch zijn deze kenmerken vaak genoemd door hoogfunctionerende personen met autisme. Ook worden ze genoemd door kunstenaars en door ‘alternatieve wetenschappers’. Niet alleen door wetenschappers van nu. Ze zijn ook terug te vinden in werken van oudere generaties. In een interview bij het verschijnen van zijn boek ‘Hallucinaties’ (2012) zegt Oliver Sacks: “De aandacht voor de psychologie van generaties geleden is alleen maar logisch. In sommige opzichten denk ik dat ze nooit geëvenaard zijn.”
In dit scherpzinnige boek onderzoekt Olga Bogdashina oude en nieuwe theorieën van zintuiglijke waarneming en communicatie bij autisme. Aan de hand van beschrijvingen van taalwetenschap, filosofie, neurowetenschappen, psychologie, antropologie en kwantummechanica kijkt ze hoe de zintuigen eenieder een persoonlijke blik op de wereld verschaffen.
Olga Bogdashina stelt vastgestelde opvattingen over wat ‘normaal’ of wat ‘abnormaal’ is aan de kaak. Je hebt altijd wel mensen die zeggen dat mensen met autisme niet genoeg voelen. Bogdashina beweert het tegenovergestelde: Ze voelen te veel. Door de ‘waaroms’ en de ‘hoe’s’ van de zintuigen en de rol van taal in beeld te brengen leert Bogdashina hoe we de vermogens die onze kennis aanscherpen, kunnen ontwikkelen. Het zijn juist mensen met autisme die hier een intermediaire rol kunnen spelen. Dergelijke ‘vreemde’ krachten schuilen in alle mensen, maar de meeste lijken er niet goed op afgestemd te zijn. De ondertitel van dit boek ‘Wat we van autisme kunnen leren over de wereld om ons heen’ krijgt hiemee zijn volle betekenis.
Dit boek zal ieder aanspreken met een persoonlijke of professionele belangstelling voor autisme.
"vol waardevolle informatie over de manier van waarnemen bij mensen met autisme"
Nieuwsbrief Sensomotorische Integratie april 2013
Autisme en de grenzen van de bekende wereld (Fontys-OSO-Reeks, nr. 31)
In dit boek is Olga Bogdashina op zoek naar de grenzen van de bekende wereld. Ze doet dit door kenmerken van autisme te beschrijven waar we tot nu toe geen redelijke verklaringen voor kunnen geven. En toch zijn deze kenmerken vaak genoemd door hoogfunctionerende personen met autisme. Ook worden ze genoemd door kunstenaars en door ‘alternatieve wetenschappers’. Niet alleen door wetenschappers van nu. Ze zijn ook terug te vinden in werken van oudere generaties. In een interview bij het verschijnen van zijn boek ‘Hallucinaties’ (2012) zegt Oliver Sacks: “De aandacht voor de psychologie van generaties geleden is alleen maar logisch. In sommige opzichten denk ik dat ze nooit geëvenaard zijn.”
In dit scherpzinnige boek onderzoekt Olga Bogdashina oude en nieuwe theorieën van zintuiglijke waarneming en communicatie bij autisme. Aan de hand van beschrijvingen van taalwetenschap, filosofie, neurowetenschappen, psychologie, antropologie en kwantummechanica kijkt ze hoe de zintuigen eenieder een persoonlijke blik op de wereld verschaffen.
Olga Bogdashina stelt vastgestelde opvattingen over wat ‘normaal’ of wat ‘abnormaal’ is aan de kaak. Je hebt altijd wel mensen die zeggen dat mensen met autisme niet genoeg voelen. Bogdashina beweert het tegenovergestelde: Ze voelen te veel. Door de ‘waaroms’ en de ‘hoe’s’ van de zintuigen en de rol van taal in beeld te brengen leert Bogdashina hoe we de vermogens die onze kennis aanscherpen, kunnen ontwikkelen. Het zijn juist mensen met autisme die hier een intermediaire rol kunnen spelen. Dergelijke ‘vreemde’ krachten schuilen in alle mensen, maar de meeste lijken er niet goed op afgestemd te zijn. De ondertitel van dit boek ‘Wat we van autisme kunnen leren over de wereld om ons heen’ krijgt hiemee zijn volle betekenis.
Dit boek zal ieder aanspreken met een persoonlijke of professionele belangstelling voor autisme.
"vol waardevolle informatie over de manier van waarnemen bij mensen met autisme"
Nieuwsbrief Sensomotorische Integratie april 2013
Prikkels in de groep (Fontys-OSO-Reeks, nr. 30)
Deze bijzonderheden vragen om een op het individuele kind afgestemde begeleidingsstijl, activiteiten en aangepaste omgeving binnen de groep. Een lastige opgave en een dagelijkse uitdaging, maar noodzakelijk om te voorkomen dat bijzonderheden in de sensorische informatieverwerking de ontwikkeling van kinderen met een verstandelijke beperking belemmeren.
‘Prikkels in de groep!’ biedt praktische handvatten. De lezer kan met de uitleg, voorbeelden en de praktische oplossingen goed aansluiten bij de prikkelbehoefte van de kinderen en passende begeleiding bieden aan de groep.
Beschreven wordt welke manieren van prikkelverwerking er zijn en hoe de zintuigen informatie verwerken. Aandacht wordt besteed aan de invloed van omgevingsfactoren en diverse aspecten die nodig zijn om kinderen in een groep te begeleiden. Door een beter begrip van gedrag met sensorische oorzaken ontstaat voor ieder kind een sensorisch waardevolle omgeving.
Kijk voor meer informatie en voor aanvullende voorbeelden op www.prikkelsindegroep.nl.
Robert de Hoog is werkzaam als SI-therapeut/fysiotherapeut, Sandra Stultiens-Houben is autismespecialist / leerkracht en Ingrid van der Heijden is orthopedagoog / gezondheidzorgpsycholoog. Ze werken allen binnen de zorg en onderwijs aan kinderen met een verstandelijke beperking.
Tientallen concrete tips en adviezen passeren de revue. Waarlijk de sterkte van dit boek.
Kortom, vlot toegankelijk, vol praktische, makkelijk uit te voeren ideeën die (haast letterlijk) een wereld van verschil kunnen maken.
Autisme Centraal (jrg. 32, nr. 1, blz.12)
Prikkels in de groep (Fontys-OSO-Reeks, nr. 30)
Deze bijzonderheden vragen om een op het individuele kind afgestemde begeleidingsstijl, activiteiten en aangepaste omgeving binnen de groep. Een lastige opgave en een dagelijkse uitdaging, maar noodzakelijk om te voorkomen dat bijzonderheden in de sensorische informatieverwerking de ontwikkeling van kinderen met een verstandelijke beperking belemmeren.
‘Prikkels in de groep!’ biedt praktische handvatten. De lezer kan met de uitleg, voorbeelden en de praktische oplossingen goed aansluiten bij de prikkelbehoefte van de kinderen en passende begeleiding bieden aan de groep.
Beschreven wordt welke manieren van prikkelverwerking er zijn en hoe de zintuigen informatie verwerken. Aandacht wordt besteed aan de invloed van omgevingsfactoren en diverse aspecten die nodig zijn om kinderen in een groep te begeleiden. Door een beter begrip van gedrag met sensorische oorzaken ontstaat voor ieder kind een sensorisch waardevolle omgeving.
Kijk voor meer informatie en voor aanvullende voorbeelden op www.prikkelsindegroep.nl.
Robert de Hoog is werkzaam als SI-therapeut/fysiotherapeut, Sandra Stultiens-Houben is autismespecialist / leerkracht en Ingrid van der Heijden is orthopedagoog / gezondheidzorgpsycholoog. Ze werken allen binnen de zorg en onderwijs aan kinderen met een verstandelijke beperking.
Tientallen concrete tips en adviezen passeren de revue. Waarlijk de sterkte van dit boek.
Kortom, vlot toegankelijk, vol praktische, makkelijk uit te voeren ideeën die (haast letterlijk) een wereld van verschil kunnen maken.
Autisme Centraal (jrg. 32, nr. 1, blz.12)
De kracht van een foto (De Veerman-bibliotheek nr. 7)
Op de snijlijn van praktijk en theorie ontstond dit boek. Zowel doeners als denkers vinden er hun gading in over fotografie als middel voor de weerbaarheid van mensen. Het vertelt over de ervaringen van Hilde Braet en haalt ook voorbeelden aan van artiesten die met het medium dit veld verkenden of er hun praktijk mee uitbouwden.
Fotografie als krachtig medium in de ontwikkeling van mens en samenleving, fotografie als onafhankelijk en scherp beeldinstrument, fotografie als fotografie, daar gaat het over.
De kracht van een foto (De Veerman-bibliotheek nr. 7)
Op de snijlijn van praktijk en theorie ontstond dit boek. Zowel doeners als denkers vinden er hun gading in over fotografie als middel voor de weerbaarheid van mensen. Het vertelt over de ervaringen van Hilde Braet en haalt ook voorbeelden aan van artiesten die met het medium dit veld verkenden of er hun praktijk mee uitbouwden.
Fotografie als krachtig medium in de ontwikkeling van mens en samenleving, fotografie als onafhankelijk en scherp beeldinstrument, fotografie als fotografie, daar gaat het over.
Werken met passie
Het vierde ‘Oral History’ project haakt in op de brandende onzekerheid en ontreddering.
Leerlingen van het zesde jaar interviewden mensen vanaf 45 jaar over hun ervaringen op de werkvloer en goten die getuigenissen in verhalen.
Dit boek bestrijkt een brede waaier van beroepen en hangt een levendig beeld op van de aard en de evolutie van het werk, de betrokkenheid bij de arbeid en de omgang met collega’s, bazen en klanten. Sommige getuigen vullen het leven met hun werk en spreken over de verwezenlijking van een droom. Sommigen betreuren hun keuze en mijmeren over gemiste kansen.
Werken met passie
Het vierde ‘Oral History’ project haakt in op de brandende onzekerheid en ontreddering.
Leerlingen van het zesde jaar interviewden mensen vanaf 45 jaar over hun ervaringen op de werkvloer en goten die getuigenissen in verhalen.
Dit boek bestrijkt een brede waaier van beroepen en hangt een levendig beeld op van de aard en de evolutie van het werk, de betrokkenheid bij de arbeid en de omgang met collega’s, bazen en klanten. Sommige getuigen vullen het leven met hun werk en spreken over de verwezenlijking van een droom. Sommigen betreuren hun keuze en mijmeren over gemiste kansen.
Meerkeuzetoetsen. Praktische handleiding voor leerkrachten en docenten;
Meer en meer lesgevers, zowel in het hoger onderwijs als in de derde graad van het secundair onderwijs, maken gebruik van meerkeuze-examens. Deze handleiding biedt mogelijkheden aan om de kwaliteit van meerkeuzevragen te controleren. Ook worden verschillende methodes om het gokken van studenten tegen te gaan, besproken. Daarnaast staat dit boek boordevol praktische tips m.b.t. inhoudelijke en vormelijke aspecten van meerkeuzevragen, met een handige checklist als toemaatje.
De synergie tussen onderzoek, onderwijsbeleid en praktijk maakt van deze handleiding een interessant hulpmiddel voor alle lesgevers die aan de slag willen gaan met meerkeuzevragen in hun onderwijspraktijk, voor verantwoordelijken toetsbeleid of voor iedereen die docenten ondersteunt in hun onderwijs- of evaluatiepraktijk.
Elien Sabbe is onderwijspedagoge en werkt als beleidsmedewerker aan de afdeling Onderwijskwaliteitszorg van de Universiteit Gent. Tot haar verantwoordelijkheden behoren het ontwikkelen van kwaliteitszorginstrumenten en het verzorgen van het professionaliseringsaanbod voor lesgevers aan de universiteit. Ze verzorgt binnen en buiten de universiteit trainingen over en adviseert docenten bij het opmaken van hun meerkeuzetoetsen.
Ellen Lesage is eveneens onderwijspedagoge en is momenteel verantwoordelijk voor een universiteitsbreed onderzoeksproject over giscorrectie en alternatieve scoringsmethodes bij meerkeuzetoetsen. Dit project kwam tot stand in samenwerking met de vakgroep Onderwijskunde en de afdeling Onderwijskwaliteitszorg van Universiteit Gent.
In de media:
"Het is de verdienste van dit kleine boekje om met vele praktijkvoorbeelden een aantal goede praktijken, maar ook valkuilen en te mijden strikvragen door te lichten. (..) Meerkeuzetoetsen hebben zeker een grote meerwaarde, maar dan wel op voorwaarde dat ze degelijk voorbereid en geëvalueerd worden."
Volledige recensie op BOCO Brussel
Meerkeuzetoetsen. Praktische handleiding voor leerkrachten en docenten;
Meer en meer lesgevers, zowel in het hoger onderwijs als in de derde graad van het secundair onderwijs, maken gebruik van meerkeuze-examens. Deze handleiding biedt mogelijkheden aan om de kwaliteit van meerkeuzevragen te controleren. Ook worden verschillende methodes om het gokken van studenten tegen te gaan, besproken. Daarnaast staat dit boek boordevol praktische tips m.b.t. inhoudelijke en vormelijke aspecten van meerkeuzevragen, met een handige checklist als toemaatje.
De synergie tussen onderzoek, onderwijsbeleid en praktijk maakt van deze handleiding een interessant hulpmiddel voor alle lesgevers die aan de slag willen gaan met meerkeuzevragen in hun onderwijspraktijk, voor verantwoordelijken toetsbeleid of voor iedereen die docenten ondersteunt in hun onderwijs- of evaluatiepraktijk.
Elien Sabbe is onderwijspedagoge en werkt als beleidsmedewerker aan de afdeling Onderwijskwaliteitszorg van de Universiteit Gent. Tot haar verantwoordelijkheden behoren het ontwikkelen van kwaliteitszorginstrumenten en het verzorgen van het professionaliseringsaanbod voor lesgevers aan de universiteit. Ze verzorgt binnen en buiten de universiteit trainingen over en adviseert docenten bij het opmaken van hun meerkeuzetoetsen.
Ellen Lesage is eveneens onderwijspedagoge en is momenteel verantwoordelijk voor een universiteitsbreed onderzoeksproject over giscorrectie en alternatieve scoringsmethodes bij meerkeuzetoetsen. Dit project kwam tot stand in samenwerking met de vakgroep Onderwijskunde en de afdeling Onderwijskwaliteitszorg van Universiteit Gent.
In de media:
"Het is de verdienste van dit kleine boekje om met vele praktijkvoorbeelden een aantal goede praktijken, maar ook valkuilen en te mijden strikvragen door te lichten. (..) Meerkeuzetoetsen hebben zeker een grote meerwaarde, maar dan wel op voorwaarde dat ze degelijk voorbereid en geëvalueerd worden."
Volledige recensie op BOCO Brussel
Samen tot aan de meet – Inspiratieboek
Concreet is dit boek een vervolg op de publicatie Samen tot aan de meet. Alternatieven voor zittenblijven dat in 2011 werd uitgegeven door Garant.
Het is bedoeld als een inspiratieboek dat samen tot aan de meet in de school toepasbaar maakt. Als dusdanig is het bestemd voor directie, leerkrachten en andere voortrekkers die ervan overtuigd zijn dat zittenblijven in hun school een probleem vormt en die met hun team op zoek willen gaan naar alternatieven.
Zie ook inspiratieboek 2
Goedroen Juchtmans, Anneloes Vandenbroucke en Heidi Knipprath
zijn verbonden aan de onderzoekgroep ‘Onderwijs en Levenslang
Leren’ van het HIVA (KU Leuven), Onderzoeksinstituut voor Arbeid en
Samenleving.
Eva Franck en Johan Huybrechts werken aan de afdeling algemeen
onderwijsbeleid van de Stad Antwerpen.
Katrien De Roover studeert onderwijskunde aan de Vrije universiteit
Brussel en deed haar praktijkstage bij de afdeling algemeen onderwijsbeleid
van de stad Antwerpen.
Conferentie 'Samen tot aan de meet' in Het Boekenpodium
PDF presentatie
Voor een overzicht van de conferenties in Het Boekenpodium: www.hetboekenpodium.eu.
Samen tot aan de meet – Inspiratieboek
Concreet is dit boek een vervolg op de publicatie Samen tot aan de meet. Alternatieven voor zittenblijven dat in 2011 werd uitgegeven door Garant.
Het is bedoeld als een inspiratieboek dat samen tot aan de meet in de school toepasbaar maakt. Als dusdanig is het bestemd voor directie, leerkrachten en andere voortrekkers die ervan overtuigd zijn dat zittenblijven in hun school een probleem vormt en die met hun team op zoek willen gaan naar alternatieven.
Zie ook inspiratieboek 2
Goedroen Juchtmans, Anneloes Vandenbroucke en Heidi Knipprath
zijn verbonden aan de onderzoekgroep ‘Onderwijs en Levenslang
Leren’ van het HIVA (KU Leuven), Onderzoeksinstituut voor Arbeid en
Samenleving.
Eva Franck en Johan Huybrechts werken aan de afdeling algemeen
onderwijsbeleid van de Stad Antwerpen.
Katrien De Roover studeert onderwijskunde aan de Vrije universiteit
Brussel en deed haar praktijkstage bij de afdeling algemeen onderwijsbeleid
van de stad Antwerpen.
Conferentie 'Samen tot aan de meet' in Het Boekenpodium
PDF presentatie
Voor een overzicht van de conferenties in Het Boekenpodium: www.hetboekenpodium.eu.
Tweemaal oorlog, driemaal honger (Reeks Keuken en Tafel: nr 2)
Bovendien bepalen de gebeurtenissen tussen 1914 en 1944 in grote mate het beleid dat achteraf zal worden gevoerd. “Nooit meer honger” wordt evenzeer als “Nooit meer oorlog” een soort van begrijpelijk adagium. Tot in het ongerijmde, als de te overvloedige en ongecontroleerde productie voor onder meer “melkplassen” en “boterbergen”zorgt.
Eddie Niesten is oprichter en bezieler van het cultureel-culinaire initiatief Keukenhistories & Tafelpraat. Hij publiceerde meerdere uitgaven met betrekking tot historische gastronomie en culinaire ontwikkelingen.
Zie ook Keuken en tafel 1: Op de wijze van de chef
Tweemaal oorlog, driemaal honger (Reeks Keuken en Tafel: nr 2)
Bovendien bepalen de gebeurtenissen tussen 1914 en 1944 in grote mate het beleid dat achteraf zal worden gevoerd. “Nooit meer honger” wordt evenzeer als “Nooit meer oorlog” een soort van begrijpelijk adagium. Tot in het ongerijmde, als de te overvloedige en ongecontroleerde productie voor onder meer “melkplassen” en “boterbergen”zorgt.
Eddie Niesten is oprichter en bezieler van het cultureel-culinaire initiatief Keukenhistories & Tafelpraat. Hij publiceerde meerdere uitgaven met betrekking tot historische gastronomie en culinaire ontwikkelingen.
Zie ook Keuken en tafel 1: Op de wijze van de chef
