Elk kind een lezer. Preventie van leesmoeilijkheden door effectief onderwijs.
Er is internationaal veel leeskennis na 2000 opgeleverd die daadwerkelijk bijdraagt tot beter lezen van elk kind en dan in het bijzonder voor de zogenaamde risicolezer. Deze kennis moet zijn weg naar de klas vinden en dat doet dit op de onderwijspraktijk gerichte boek. Naast effectief gebleken leesinzichten, wordt er uitvoerig ingegaan op wat er nodig is om deze in scholen en klassen te realiseren. Van elk kind een goede lezer maken is immers van cruciaal belang voor de toekomst van elk kind. Bovendien heeft elk kind recht op het beste leesonderwijs.
Dr. Kees Vernooy is als lector verbonden aan de hogeschool Edith Stein in Hengelo. Hij publiceert in diverse tijdschriften in Nederland en België over het taal-/leesonderwijs.
Bij Garant verscheen ook zijn boek Opbrengstgericht werken: Vlot en Vloeiend lezen. Werkboek voor Pabostudenten.
"zeker een aanrader"
Caleidoscoop, jrg. 25, nr. 5, blz. 38
Elk kind een lezer. Preventie van leesmoeilijkheden door effectief onderwijs.
Er is internationaal veel leeskennis na 2000 opgeleverd die daadwerkelijk bijdraagt tot beter lezen van elk kind en dan in het bijzonder voor de zogenaamde risicolezer. Deze kennis moet zijn weg naar de klas vinden en dat doet dit op de onderwijspraktijk gerichte boek. Naast effectief gebleken leesinzichten, wordt er uitvoerig ingegaan op wat er nodig is om deze in scholen en klassen te realiseren. Van elk kind een goede lezer maken is immers van cruciaal belang voor de toekomst van elk kind. Bovendien heeft elk kind recht op het beste leesonderwijs.
Dr. Kees Vernooy is als lector verbonden aan de hogeschool Edith Stein in Hengelo. Hij publiceert in diverse tijdschriften in Nederland en België over het taal-/leesonderwijs.
Bij Garant verscheen ook zijn boek Opbrengstgericht werken: Vlot en Vloeiend lezen. Werkboek voor Pabostudenten.
"zeker een aanrader"
Caleidoscoop, jrg. 25, nr. 5, blz. 38
Gezinnen in soorten
Onder meer de volgende thema’s komen aan bod: vaders, opvoeding van meerdere kinderen, het opvoeden van meerlingen, kinderopvang en de professionaliteitsdiscussie, opvoeding in islamitische allochtone gezinnen, scheiding en opvoeding, adoptie en de ouder-kindrelatie, opvoeding na medisch begeleide bevruchting en door lesbische moeders.
Verschillende experten hebben deze topics vanuit wetenschappelijk of beleidsmatig oogpunt uigediept. Overzichten van recent onderzoek, beleidsvisies en verwijzingen naar de pedagogische praktijk bieden een voedingsbodem voor kritische reflectie en discussie over deze maatschappelijk relevante onderwerpen.
Het boek is prima geschikt voor gebruik in het hoger beroepsonderwijs, universitaire opleidingen en bijscholingen. Ook een ruimer publiek met interesse voor gezin en opvoeding vindt er zijn gading in.
Prof. dr. Karla Van Leeuwen doceert aan de KU Leuven en is er onderzoeker bij de Onderzoekseenheid Gezins- en Orthopedagogiek.
Dr. Hans Van Crombrugge is hoofdlector aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen van de Hogeschool-Universiteit Brussel.
Gezinnen in soorten
Onder meer de volgende thema’s komen aan bod: vaders, opvoeding van meerdere kinderen, het opvoeden van meerlingen, kinderopvang en de professionaliteitsdiscussie, opvoeding in islamitische allochtone gezinnen, scheiding en opvoeding, adoptie en de ouder-kindrelatie, opvoeding na medisch begeleide bevruchting en door lesbische moeders.
Verschillende experten hebben deze topics vanuit wetenschappelijk of beleidsmatig oogpunt uigediept. Overzichten van recent onderzoek, beleidsvisies en verwijzingen naar de pedagogische praktijk bieden een voedingsbodem voor kritische reflectie en discussie over deze maatschappelijk relevante onderwerpen.
Het boek is prima geschikt voor gebruik in het hoger beroepsonderwijs, universitaire opleidingen en bijscholingen. Ook een ruimer publiek met interesse voor gezin en opvoeding vindt er zijn gading in.
Prof. dr. Karla Van Leeuwen doceert aan de KU Leuven en is er onderzoeker bij de Onderzoekseenheid Gezins- en Orthopedagogiek.
Dr. Hans Van Crombrugge is hoofdlector aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen van de Hogeschool-Universiteit Brussel.
Toch is het een goede keus geweest. Ervaringen van ouders van kinderen met ernstige meervoudige beperkingen
Het ''uit huis gaan'' van een kind is voor ouders vaak een ingrijpend gebeuren, maar het is meestal een logische stap in ieders leven. Voor ouders van een kind met een ernstige meervoudige beperking is dit echter een ingewikkeld proces dat vele vragen oproept.
Voor dit boek werden zeven ouderparen, van wie het kind met een ernstige meervoudige beperking net het huis is uit gegaan, uitgebreid geïnterviewd over dit proces van thuis naar uit huis.
De verhalen geven een concreet beeld van hun ervaringen, vanaf de periode dat ze wisten dat er ‘iets’ met hun kind aan de hand was tot aan het moment van de verhuizing. Het hele scala aan zorgen voor een kind met een ernstige meervoudige beperking komt aan bod, en ook de mooie en de minder leuke momenten.
Ouders vinden verschillende dingen belangrijk in de zorg voor hun kind en in de samenwerking met professionals. Verwachtingen zijn verschillend, ervaringen persoonlijk. Duidelijk is dat deze ouders gewoon willen wat alle ouders willen: dat hun kind gelukkig wordt.
Carla Vlaskamp is hoogleraar orthopedagogiek, met bijzondere aandacht voor kinderen met ernstige meervoudige beperkingen, aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Jorien Luijkx is docent en promovenda aan de Rijksuniversiteit Groningen.
"De ervaringen van de gezinnen zijn ontroerend mooi weergegeven."
Zin in Zorg (jrg. 14, nr. 4, blz. 16)
Toch is het een goede keus geweest. Ervaringen van ouders van kinderen met ernstige meervoudige beperkingen
Het ''uit huis gaan'' van een kind is voor ouders vaak een ingrijpend gebeuren, maar het is meestal een logische stap in ieders leven. Voor ouders van een kind met een ernstige meervoudige beperking is dit echter een ingewikkeld proces dat vele vragen oproept.
Voor dit boek werden zeven ouderparen, van wie het kind met een ernstige meervoudige beperking net het huis is uit gegaan, uitgebreid geïnterviewd over dit proces van thuis naar uit huis.
De verhalen geven een concreet beeld van hun ervaringen, vanaf de periode dat ze wisten dat er ‘iets’ met hun kind aan de hand was tot aan het moment van de verhuizing. Het hele scala aan zorgen voor een kind met een ernstige meervoudige beperking komt aan bod, en ook de mooie en de minder leuke momenten.
Ouders vinden verschillende dingen belangrijk in de zorg voor hun kind en in de samenwerking met professionals. Verwachtingen zijn verschillend, ervaringen persoonlijk. Duidelijk is dat deze ouders gewoon willen wat alle ouders willen: dat hun kind gelukkig wordt.
Carla Vlaskamp is hoogleraar orthopedagogiek, met bijzondere aandacht voor kinderen met ernstige meervoudige beperkingen, aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Jorien Luijkx is docent en promovenda aan de Rijksuniversiteit Groningen.
"De ervaringen van de gezinnen zijn ontroerend mooi weergegeven."
Zin in Zorg (jrg. 14, nr. 4, blz. 16)
Minimaal Maxitaal – Een boek vol talige tips bij routines in de onthaalklas en eerste kleuterklas
Minimaal Maxitaal – Een boek vol talige tips bij routines in de onthaalklas en eerste kleuterklas
Kinderen met specifieke onderwijsbehoeften. Ontwikkelingsgericht werken.
Leerkrachten willen met hun leerlingen vooropgestelde ontwikkelingsdoelstellingen bereiken. Het is niet altijd duidelijk wat de beste weg daarnaartoe is. Zeker niet voor leerlingen met beperkingen, zowel in buitengewoon/speciaal onderwijs als in het gewoon/regulier onderwijs.
Deze publicatie geeft een beeld van hoe doelgericht kan
worden gewerkt met deze leerlingen. Het hoofddoel is de
kinderen te stimuleren in hun ontwikkeling. Daarom moet
eerst worden bepaald wat belangrijk voor ze is. Het uitgangspunt
is de beeldvorming van het kind. Hierbij spelen
de verwachtingen van kinderen, ouders en maatschappij hun
rol. Het hoofddoel moet worden bewaakt door gericht te
werken. Dat kan door subdoelen te bepalen en te kaderen
in het cyclisch en dynamisch proces van handelingsplanning.
Daarop volgt de concrete uitwerking op school-, groeps- en
kindniveau. Een uitgebreid deel van het boek is besteed aan
een volledig uitgewerkt voorstel om ontwikkelingsdoelen te
implementeren binnen een handelingsplanning.
Marc Van Gils was onderwijzer en directeur van een
school voor buitengewoon/speciaal onderwijs in Wuustwezel,
stafmedewerker bij Vlaams Verbond van het Katholiek
Buitengewoon Onderwijs in Brussel. Nu geeft hij gastlessen
aan diverse bachelor-nabacheloropleidingen in Antwerpen.
Kinderen met specifieke onderwijsbehoeften. Ontwikkelingsgericht werken.
Leerkrachten willen met hun leerlingen vooropgestelde ontwikkelingsdoelstellingen bereiken. Het is niet altijd duidelijk wat de beste weg daarnaartoe is. Zeker niet voor leerlingen met beperkingen, zowel in buitengewoon/speciaal onderwijs als in het gewoon/regulier onderwijs.
Deze publicatie geeft een beeld van hoe doelgericht kan
worden gewerkt met deze leerlingen. Het hoofddoel is de
kinderen te stimuleren in hun ontwikkeling. Daarom moet
eerst worden bepaald wat belangrijk voor ze is. Het uitgangspunt
is de beeldvorming van het kind. Hierbij spelen
de verwachtingen van kinderen, ouders en maatschappij hun
rol. Het hoofddoel moet worden bewaakt door gericht te
werken. Dat kan door subdoelen te bepalen en te kaderen
in het cyclisch en dynamisch proces van handelingsplanning.
Daarop volgt de concrete uitwerking op school-, groeps- en
kindniveau. Een uitgebreid deel van het boek is besteed aan
een volledig uitgewerkt voorstel om ontwikkelingsdoelen te
implementeren binnen een handelingsplanning.
Marc Van Gils was onderwijzer en directeur van een
school voor buitengewoon/speciaal onderwijs in Wuustwezel,
stafmedewerker bij Vlaams Verbond van het Katholiek
Buitengewoon Onderwijs in Brussel. Nu geeft hij gastlessen
aan diverse bachelor-nabacheloropleidingen in Antwerpen.
Goed ouderschap. Een andere kijk op opvoeden
Er zijn al tal van sociologische, historische en culturele analyses gemaakt van hoe het komt dat ouders in postindustriële, westerse samenlevingen een vaak overweldigende reeks van adviezen te verwerken krijgen over hoe hun kinderen op te voeden.
Tegelijk bestaan er ook verschillende filosofische analyses van de juridische, morele en politieke kwesties omtrent vraagstukken rond voortplanting, de rechten van kinderen en de plichten van ouders, alsook een aantal filosofische beschouwingen over de verschuivingen in opvattingen over het kind en de ouder-kindrelaties.
Deze publicatie heeft oog voor deze literatuur, maar is toch beduidend anders. De auteurs bieden een filosofisch georiënterende lezing van de alledaagse ervaringen van ouder-zijn en van de bijhorende overwegingen, oordelen en dilemma’s. In de exploratie van de ethische en conceptuele vragen die verbonden zijn aan de ouder- kindrelatie, laten ze de onherleidbare filosofische rijkdom van deze relatie zien.
Daarmee leveren ze een belangrijk tegengewicht voor de al te empirische en grotendeels psychologische focus van een groot deel van de hedendaagse literatuur over opvoeden. Ze gebruiken daarbij voorbeelden en beschrijvingen vanuit een eerstepersoonsperspectief en tonen zo een aantal beperkingen aan van de wijze waarop vandaag doorgaans over ‘ouderschap’ gedacht en gesproken wordt.
Tegelijk openen ze zo een ruimte om
over opvoeding en ouder-kindrelatie op een andere manier na te
denken dan in de termen die vandaag dominant zijn.
Judith Suissa is docent wijsgerige pedagogiek aan het Institute
of Education, University of London.
Stefan Ramaekers is verbonden
aan het Laboratorium voor Educatie en Samenleving van de
KU Leuven en doceert er onder meer over wijsgerige pedagogiek
en interpretatieve benaderingen van het pedagogisch onderzoek.
Goed ouderschap. Een andere kijk op opvoeden
Er zijn al tal van sociologische, historische en culturele analyses gemaakt van hoe het komt dat ouders in postindustriële, westerse samenlevingen een vaak overweldigende reeks van adviezen te verwerken krijgen over hoe hun kinderen op te voeden.
Tegelijk bestaan er ook verschillende filosofische analyses van de juridische, morele en politieke kwesties omtrent vraagstukken rond voortplanting, de rechten van kinderen en de plichten van ouders, alsook een aantal filosofische beschouwingen over de verschuivingen in opvattingen over het kind en de ouder-kindrelaties.
Deze publicatie heeft oog voor deze literatuur, maar is toch beduidend anders. De auteurs bieden een filosofisch georiënterende lezing van de alledaagse ervaringen van ouder-zijn en van de bijhorende overwegingen, oordelen en dilemma’s. In de exploratie van de ethische en conceptuele vragen die verbonden zijn aan de ouder- kindrelatie, laten ze de onherleidbare filosofische rijkdom van deze relatie zien.
Daarmee leveren ze een belangrijk tegengewicht voor de al te empirische en grotendeels psychologische focus van een groot deel van de hedendaagse literatuur over opvoeden. Ze gebruiken daarbij voorbeelden en beschrijvingen vanuit een eerstepersoonsperspectief en tonen zo een aantal beperkingen aan van de wijze waarop vandaag doorgaans over ‘ouderschap’ gedacht en gesproken wordt.
Tegelijk openen ze zo een ruimte om
over opvoeding en ouder-kindrelatie op een andere manier na te
denken dan in de termen die vandaag dominant zijn.
Judith Suissa is docent wijsgerige pedagogiek aan het Institute
of Education, University of London.
Stefan Ramaekers is verbonden
aan het Laboratorium voor Educatie en Samenleving van de
KU Leuven en doceert er onder meer over wijsgerige pedagogiek
en interpretatieve benaderingen van het pedagogisch onderzoek.
Handboek spraakapraxie bij volwassenen
Eerst wordt het concept spraakapraxie gedefinieerd en worden de voornaamste symptomen geïllustreerd. Dan komen de diagnostische criteria, de beschikbare diagnostische instrumenten en de differentiële diagnostiek met andere neurogene communicatiestoornissen aan bod. De integrale stimulatiemethode en de principes van motorisch leren vormen de fundamenten van het behandelingsconcept, dat concreet vorm krijgt in verschillende therapiemethodes, zoals de Sound Production Treatment, Melodic Intonation Therapy en Speech-Music Therapy for Aphasia. Aan de hand van het ICF-model en een getuigenis wordt tenslotte de psychosociale impact van de stoornis behandeld.
Het handboek bevat meer dan 40 verwerkingsopdrachten en 50 kaders met klinisch bruikbaar materiaal.
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Frank Paemeleire is verbonden aan de Logopedische Dienst van het Algemeen Ziekenhuis Maria-Middelares in Gent en hij is lector aan de opleiding Professionele Bachelor in de Logopedie en de Audiologie van de Arteveldehogeschool in Gent.
"(...) een compleet overzicht van de huidige stand van zaken met betrekking tot alle aspecten van spraakapraxie bij volwassenen, met een duidelijke visie van de auteur. Een must voor iedereen die werkt met mensen met deze verworven aandoening!"
Logopedie (NL), jrg. 85, nr. 3, blz. 30
"We haalden er veel nieuwe inzichten en tips uit en ons inziens hoort het thuis op elke boekenplank van collega's die personen met neurogene stoornissen behandelen alsook diegenen die collega in wording zijn."
Logopedie - VVL, mei-juni 2013, blz. 70-71
Handboek spraakapraxie bij volwassenen
Eerst wordt het concept spraakapraxie gedefinieerd en worden de voornaamste symptomen geïllustreerd. Dan komen de diagnostische criteria, de beschikbare diagnostische instrumenten en de differentiële diagnostiek met andere neurogene communicatiestoornissen aan bod. De integrale stimulatiemethode en de principes van motorisch leren vormen de fundamenten van het behandelingsconcept, dat concreet vorm krijgt in verschillende therapiemethodes, zoals de Sound Production Treatment, Melodic Intonation Therapy en Speech-Music Therapy for Aphasia. Aan de hand van het ICF-model en een getuigenis wordt tenslotte de psychosociale impact van de stoornis behandeld.
Het handboek bevat meer dan 40 verwerkingsopdrachten en 50 kaders met klinisch bruikbaar materiaal.
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Frank Paemeleire is verbonden aan de Logopedische Dienst van het Algemeen Ziekenhuis Maria-Middelares in Gent en hij is lector aan de opleiding Professionele Bachelor in de Logopedie en de Audiologie van de Arteveldehogeschool in Gent.
"(...) een compleet overzicht van de huidige stand van zaken met betrekking tot alle aspecten van spraakapraxie bij volwassenen, met een duidelijke visie van de auteur. Een must voor iedereen die werkt met mensen met deze verworven aandoening!"
Logopedie (NL), jrg. 85, nr. 3, blz. 30
"We haalden er veel nieuwe inzichten en tips uit en ons inziens hoort het thuis op elke boekenplank van collega's die personen met neurogene stoornissen behandelen alsook diegenen die collega in wording zijn."
Logopedie - VVL, mei-juni 2013, blz. 70-71
Wiens verhaal telt? Naar een narratieve en dialogische loopbaanbegeleiding
Veel mensen ervaren een tekort aan richting en identiteit. Zij snakken naar informatie over hoe ze hun (levens)loopbaan het beste kunnen vormgeven. Maar ze weten vervolgens niet wat te doen met deze informatie omdat ze geen verhaal hebben over hun eigen leven dat verleden, heden en toekomst op een zinvolle wijze met elkaar verbindt.
Tegelijkertijd wordt allerwege van hen verwacht dat ze een dergelijk verhaal wel paraat hebben. Zelfsturing is het parool, zowel in het onderwijs (‘eigen verantwoordelijkheid’), op de arbeidsmarkt (‘employability’) als in de samenleving (‘burgerschap’).
Het verhaal dat zelfsturing mogelijk maakt, ontstaat echter niet vanzelf. Het wordt gaandeweg geschreven in een dialoog die zich niet alleen afspeelt tussen maar ook binnen mensen.
In deze bundel gaan 22 auteurs vanuit diverse gezichtspunten in op vragen als:
Behalve kritische analyses van de bestaande praktijk bieden de auteurs ook methodische handreikingen voor het voeren van goede (loopbaan)dialogen. Het boek geeft de laatste stand van zaken wat betreft de theorie over, het onderzoek naar en de praktijk van moderne loopbaanbegeleiding.
Frans Meijers is lector Pedagogiek van de Beroepsvorming aan de Haagse Hogeschool en directeur van Meijers Onderzoek & Advies.
Wiens verhaal telt? Naar een narratieve en dialogische loopbaanbegeleiding
Veel mensen ervaren een tekort aan richting en identiteit. Zij snakken naar informatie over hoe ze hun (levens)loopbaan het beste kunnen vormgeven. Maar ze weten vervolgens niet wat te doen met deze informatie omdat ze geen verhaal hebben over hun eigen leven dat verleden, heden en toekomst op een zinvolle wijze met elkaar verbindt.
Tegelijkertijd wordt allerwege van hen verwacht dat ze een dergelijk verhaal wel paraat hebben. Zelfsturing is het parool, zowel in het onderwijs (‘eigen verantwoordelijkheid’), op de arbeidsmarkt (‘employability’) als in de samenleving (‘burgerschap’).
Het verhaal dat zelfsturing mogelijk maakt, ontstaat echter niet vanzelf. Het wordt gaandeweg geschreven in een dialoog die zich niet alleen afspeelt tussen maar ook binnen mensen.
In deze bundel gaan 22 auteurs vanuit diverse gezichtspunten in op vragen als:
Behalve kritische analyses van de bestaande praktijk bieden de auteurs ook methodische handreikingen voor het voeren van goede (loopbaan)dialogen. Het boek geeft de laatste stand van zaken wat betreft de theorie over, het onderzoek naar en de praktijk van moderne loopbaanbegeleiding.
Frans Meijers is lector Pedagogiek van de Beroepsvorming aan de Haagse Hogeschool en directeur van Meijers Onderzoek & Advies.
Werkboek voor afasie
Het boek biedt een ruime waaier aan oefeningen met verschillende moeilijkheidsgraad en voor uiteenlopende problemen. De logopedist kan deze taaltaken aanbieden in de individuele therapie, als groepsopdracht of als huistaak.
Het opstellen van dergelijk uitgebreid en uitgebalanceerd materiaal vergt veel tijd en ervaring. Deze derde, geactualiseerde Nederlandse editie van het ‘Workbook for Aphasia’ (met weblink) steunt tegelijk op de competentie van afasiespecialiste Susan Howell-Brubaker en op het werk van een groep ervaren logopedisten die de Engelse editie vertaalden en volledig aanpasten aan het taalgebruik in Vlaanderen en Nederland, aan specifieke talige situaties en leefgewoonten.
Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.
Susan Howell-Brubaker is Assistent Directeur aan het Speech and Language Pathology Department van het William Beaumont Hospital, Royal Oak, Michigan. Gedurende meer dan dertig jaar specialiseerde ze zich in het werken met volwassenen met communicatiestoornissen als gevolg van neurologische dysfuncties of hersentraumata. De vertalers specialiseerden zich eveneens in het diagnosticeren en behandelen van volwassenen met communicatiestoornissen als gevolg van neurologische dysfuncties of hersentraumata. Het zijn lic. Luce Plasschaert, prof. dr. Eric Manders lic. Renée Reynders, prof. dr. John Van Borsel en drs. Mia Verschaeve.
Werkboek voor afasie
Het boek biedt een ruime waaier aan oefeningen met verschillende moeilijkheidsgraad en voor uiteenlopende problemen. De logopedist kan deze taaltaken aanbieden in de individuele therapie, als groepsopdracht of als huistaak.
Het opstellen van dergelijk uitgebreid en uitgebalanceerd materiaal vergt veel tijd en ervaring. Deze derde, geactualiseerde Nederlandse editie van het ‘Workbook for Aphasia’ (met weblink) steunt tegelijk op de competentie van afasiespecialiste Susan Howell-Brubaker en op het werk van een groep ervaren logopedisten die de Engelse editie vertaalden en volledig aanpasten aan het taalgebruik in Vlaanderen en Nederland, aan specifieke talige situaties en leefgewoonten.
Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.
Susan Howell-Brubaker is Assistent Directeur aan het Speech and Language Pathology Department van het William Beaumont Hospital, Royal Oak, Michigan. Gedurende meer dan dertig jaar specialiseerde ze zich in het werken met volwassenen met communicatiestoornissen als gevolg van neurologische dysfuncties of hersentraumata. De vertalers specialiseerden zich eveneens in het diagnosticeren en behandelen van volwassenen met communicatiestoornissen als gevolg van neurologische dysfuncties of hersentraumata. Het zijn lic. Luce Plasschaert, prof. dr. Eric Manders lic. Renée Reynders, prof. dr. John Van Borsel en drs. Mia Verschaeve.
Muziektherapie in de revalidatie. Handboek voor de klinische praktijk.
Met behulp van deze kennis zullen muziektherapeuten steeds beter in staat zijn de resultaten van hun muziektherapeutische interventies bij kinderen en volwassenen met wetenschappelijke onderzoeksresultaten te onderbouwen. De ontwikkeling van speciaal ontworpen elektronische muziekinstrumenten en het gebruik van de computer met randapparatuur en software heeft de laatste jaren een hoge vlucht genomen. Ook zijn de mogelijkheden van aanpassingen aan muziekinstrumenten nog verder uitgebreid.
"een aanrader voor elke muziektherapeut"
Tijdschrift voor vaktherapie, jrg. 9,nr. 4, blz. 49
Madeleen de Bruijn (red.) ontwikkelde de toepassing van
muziektherapie in de revalidatie van kinderen en volwassenen
in Nederland vanuit haar praktijk bij Revalidatie Friesland in
Beetsterzwaag. Ze heeft over dit onderwerp veel publicaties op
haar naam staan en heeft regelmatig voordrachten gehouden
in binnen- en buitenland. Momenteel is ze betrokken bij een
onderzoek naar de effecten van de door haar mee ontwikkelde en inmiddels al veel
toegepaste methode Speech-Music Therapy for Aphasia, in samenwerking met de
Rijksuniversiteit Groningen en het Leids Universitair Medische Centrum.
Muziektherapie in de revalidatie. Handboek voor de klinische praktijk.
Met behulp van deze kennis zullen muziektherapeuten steeds beter in staat zijn de resultaten van hun muziektherapeutische interventies bij kinderen en volwassenen met wetenschappelijke onderzoeksresultaten te onderbouwen. De ontwikkeling van speciaal ontworpen elektronische muziekinstrumenten en het gebruik van de computer met randapparatuur en software heeft de laatste jaren een hoge vlucht genomen. Ook zijn de mogelijkheden van aanpassingen aan muziekinstrumenten nog verder uitgebreid.
"een aanrader voor elke muziektherapeut"
Tijdschrift voor vaktherapie, jrg. 9,nr. 4, blz. 49
Madeleen de Bruijn (red.) ontwikkelde de toepassing van
muziektherapie in de revalidatie van kinderen en volwassenen
in Nederland vanuit haar praktijk bij Revalidatie Friesland in
Beetsterzwaag. Ze heeft over dit onderwerp veel publicaties op
haar naam staan en heeft regelmatig voordrachten gehouden
in binnen- en buitenland. Momenteel is ze betrokken bij een
onderzoek naar de effecten van de door haar mee ontwikkelde en inmiddels al veel
toegepaste methode Speech-Music Therapy for Aphasia, in samenwerking met de
Rijksuniversiteit Groningen en het Leids Universitair Medische Centrum.
Psycho-educatie bij dyslexie
Het doel van de psycho-educatie is de motivatie, de inzet en de actieve medewerking van het kind te verhogen, wat leidt tot betere resultaten van de behandeling.
Het kind moet een stevige basis verwerven om gedurende zijn hele leven adequaat met zijn dyslexie om te gaan.
Deze werkmap is geconcipieerd voor beginnende lezers die ervaren dat het leren lezen moeizaam verloopt en voor wie leerkrachten en andere begeleiders aandringen op bijkomende hulp.
Nadja Brocatus, logopediste-stottertherapeute, is verbonden aan het Centrum voor Ambulante Revalidatie in Oostakker. Naast stotteren behandelt zij complexe leerstoornissen en ADHD. Ze doceert ook aan de Afstudeerrichting Logopedie van de Arteveldehogeschool in Gent.
Kathleen Vermeersch, logopediste, is verbonden aan hetzelfde Centrum. Ze is gespecialiseerd in de behandeling van complexe leerstoornissen en dyslexie. Daarnaast werkt ze in een groepsprivépraktijk in Nazareth.
"Zowel de onderbouw als de werkbladen zijn heel degelijk uitgewerkt. De zorgverlener kan meteen aan de slag."
Logopedie (jrg. 25, nr. 6, blz. 66)
Psycho-educatie bij dyslexie
Het doel van de psycho-educatie is de motivatie, de inzet en de actieve medewerking van het kind te verhogen, wat leidt tot betere resultaten van de behandeling.
Het kind moet een stevige basis verwerven om gedurende zijn hele leven adequaat met zijn dyslexie om te gaan.
Deze werkmap is geconcipieerd voor beginnende lezers die ervaren dat het leren lezen moeizaam verloopt en voor wie leerkrachten en andere begeleiders aandringen op bijkomende hulp.
Nadja Brocatus, logopediste-stottertherapeute, is verbonden aan het Centrum voor Ambulante Revalidatie in Oostakker. Naast stotteren behandelt zij complexe leerstoornissen en ADHD. Ze doceert ook aan de Afstudeerrichting Logopedie van de Arteveldehogeschool in Gent.
Kathleen Vermeersch, logopediste, is verbonden aan hetzelfde Centrum. Ze is gespecialiseerd in de behandeling van complexe leerstoornissen en dyslexie. Daarnaast werkt ze in een groepsprivépraktijk in Nazareth.
"Zowel de onderbouw als de werkbladen zijn heel degelijk uitgewerkt. De zorgverlener kan meteen aan de slag."
Logopedie (jrg. 25, nr. 6, blz. 66)
Psychiatrie in de klas
Passend en opbrengstgericht onderwijs bij leerlingen met psychiatrische problematiek.
Uiteraard gun je iedere leerling een passend aanbod en vanzelfsprekend wil je als leerkracht alles uit een leerling halen hetgeen binnen zijn of haar mogelijkheden ligt.
Alleen is dat beleidsmatig sneller bepaald dan in de praktijk uitgevoerd. Leerkrachten zijn over het algemeen niet terdege getraind in het maken en uitvoeren van opbrengstgerichte handelingsplannen voor leerlingen met psychiatrische problematiek. Daarnaast hebben ze niet bepaald zeeën van tijd. Er blijkt een grote behoefte aan een leidraad bij het maken en in praktijk brengen van deze handelingsplannen.
Dit boek werkt als een kompas bij de aanpak van leerlingen met gedragsproblematiek / gedragsstoornissen, AD(H)D, autisme spectrum stoornissen / PDD (NOS), hechtingsproblemen / stoornissen, ouder kind relatie problemen, borderline in ontwikkeling, angststoornissen en depressies. Het boek beschrijft een specifieke methodiek en bevat:
Alle doelen staan in relatie tot het ontwikkelingsperspectief en zijn smart beschreven. De aanpak is bewezen effectief, goed uitvoerbaar en oplossingsgericht, gebruik makend van de gezonde ontwikkeling van de leerling. Qua tijdsinvestering maak je een dergelijk professioneel plan, na enige oefening, binnen 45 minuten!
Giel Vaessen werkt als zorgcoördinator en trainer op de Rec IV school de Buitenhof te Heerlen. Voorheen werkte hij als behandelcoördinator en systeemtherapeut in de kinder- en jeugdpsychiatrie. Daarnaast schreef hij diverse praktijkgerichte boeken en geeft hij cursussen aan ouderverenigingen, leraren en hulpverleners in de jeugdzorg.
Zie www.wervelkind.nl.
Psychiatrie in de klas
Passend en opbrengstgericht onderwijs bij leerlingen met psychiatrische problematiek.
Uiteraard gun je iedere leerling een passend aanbod en vanzelfsprekend wil je als leerkracht alles uit een leerling halen hetgeen binnen zijn of haar mogelijkheden ligt.
Alleen is dat beleidsmatig sneller bepaald dan in de praktijk uitgevoerd. Leerkrachten zijn over het algemeen niet terdege getraind in het maken en uitvoeren van opbrengstgerichte handelingsplannen voor leerlingen met psychiatrische problematiek. Daarnaast hebben ze niet bepaald zeeën van tijd. Er blijkt een grote behoefte aan een leidraad bij het maken en in praktijk brengen van deze handelingsplannen.
Dit boek werkt als een kompas bij de aanpak van leerlingen met gedragsproblematiek / gedragsstoornissen, AD(H)D, autisme spectrum stoornissen / PDD (NOS), hechtingsproblemen / stoornissen, ouder kind relatie problemen, borderline in ontwikkeling, angststoornissen en depressies. Het boek beschrijft een specifieke methodiek en bevat:
Alle doelen staan in relatie tot het ontwikkelingsperspectief en zijn smart beschreven. De aanpak is bewezen effectief, goed uitvoerbaar en oplossingsgericht, gebruik makend van de gezonde ontwikkeling van de leerling. Qua tijdsinvestering maak je een dergelijk professioneel plan, na enige oefening, binnen 45 minuten!
Giel Vaessen werkt als zorgcoördinator en trainer op de Rec IV school de Buitenhof te Heerlen. Voorheen werkte hij als behandelcoördinator en systeemtherapeut in de kinder- en jeugdpsychiatrie. Daarnaast schreef hij diverse praktijkgerichte boeken en geeft hij cursussen aan ouderverenigingen, leraren en hulpverleners in de jeugdzorg.
Zie www.wervelkind.nl.
Denken over duiden. Inleiding in de hermeneutiek
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Hans van Stralen studeerde theologie, filosofie, Nederlands en literatuurwetenschap.In 1990 promoveerde hij in de letterkunde op modernistische literatuur, in 2009 publiceerde hij zijn dissertatie in de theologie over bekeringen. In 1996 en 2005 verschenen zijn studies over het existentialisme Beschreven keuzes en Choices and Conflicts. Hij is als literatuurwetenschapper verbonden aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Utrecht.
"een uiterst leesbare inleiding in de hermeneutiek"
Leesmenu Cultuur zomer 2012 - www.cultuurpagina.be
Denken over duiden. Inleiding in de hermeneutiek
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Hans van Stralen studeerde theologie, filosofie, Nederlands en literatuurwetenschap.In 1990 promoveerde hij in de letterkunde op modernistische literatuur, in 2009 publiceerde hij zijn dissertatie in de theologie over bekeringen. In 1996 en 2005 verschenen zijn studies over het existentialisme Beschreven keuzes en Choices and Conflicts. Hij is als literatuurwetenschapper verbonden aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Utrecht.
"een uiterst leesbare inleiding in de hermeneutiek"
Leesmenu Cultuur zomer 2012 - www.cultuurpagina.be
Orthopedagogiek. Ontwikkelingen, theorieën en modellen (KOP-Serie, nr. 32)
Het geheel gereviseerde boek staat een handelingsgerichte orthopedagogiek voor. Het gaat om kennis die de professional (als ‘scientist-practitioner’) nodig heeft in de hulpverlening bij problemen die zich in de opvoeding voordoen, waarbij vooral – al is dat niet per definitie het geval – sprake is van ernstige ontwikkelingsproblemen. De aard van de herziening en de uitbreiding van de verschillende thema’s waren aanleiding om niet langer van een ‘inleiding’ te spreken, hoezeer het boek ook als zodanig bruikbaar blijft.
Wied Ruijssenaars studeerde orthopedagogiek in Nijmegen, met een bijzondere aandacht voor leerproblemen. Na zijn promotie in 1984 op een onderzoek naar leertests vervulde hij van 1987-1993 een leeropdracht aan de KULeuven en van 1993 tot 2003 was hij hoogleraar Orthopedagogiek aan de Universiteit Leiden. Sinds 2004 is hij hoogleraar Orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen, gericht op personen met beperkingen.
Peter van den Bergh is werkzaam bij de Afdeling Orthopedagogiek van de Universiteit Leiden, met name op het gebied van de jeugd- en pleegzorg. Hij is gepromoveerd op de opnamebesluitvorming van kinderen in residentiële voorzieningen. Tevens heeft hij een eigen psychologische/pedagogische praktijk. Hij is BIG-geregistreerd (GZ-psycholoog) en beëdigd als getuige-deskundige voor de rechtbank. Hij heeft diverse bestuursfuncties bekleed binnen en buiten de universiteit.
Annemieke van Drenth is docent en onderzoeker bij de Afdeling Orthopedagogiek van de Universiteit Leiden. Zij is in 1991 gepromoveerd op een proefschrift over de geschiedenis van de zorg voor meisjes in fabrieken in Nederland. De afgelopen jaren heeft haar onderzoek zich toegespitst op de geschiedenis van de orthopedagogiek. Tevens levert zij bijgedragen aan de ontwikkeling in het domein van ‘history of disability’.
Orthopedagogiek. Ontwikkelingen, theorieën en modellen (KOP-Serie, nr. 32)
Het geheel gereviseerde boek staat een handelingsgerichte orthopedagogiek voor. Het gaat om kennis die de professional (als ‘scientist-practitioner’) nodig heeft in de hulpverlening bij problemen die zich in de opvoeding voordoen, waarbij vooral – al is dat niet per definitie het geval – sprake is van ernstige ontwikkelingsproblemen. De aard van de herziening en de uitbreiding van de verschillende thema’s waren aanleiding om niet langer van een ‘inleiding’ te spreken, hoezeer het boek ook als zodanig bruikbaar blijft.
Wied Ruijssenaars studeerde orthopedagogiek in Nijmegen, met een bijzondere aandacht voor leerproblemen. Na zijn promotie in 1984 op een onderzoek naar leertests vervulde hij van 1987-1993 een leeropdracht aan de KULeuven en van 1993 tot 2003 was hij hoogleraar Orthopedagogiek aan de Universiteit Leiden. Sinds 2004 is hij hoogleraar Orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen, gericht op personen met beperkingen.
Peter van den Bergh is werkzaam bij de Afdeling Orthopedagogiek van de Universiteit Leiden, met name op het gebied van de jeugd- en pleegzorg. Hij is gepromoveerd op de opnamebesluitvorming van kinderen in residentiële voorzieningen. Tevens heeft hij een eigen psychologische/pedagogische praktijk. Hij is BIG-geregistreerd (GZ-psycholoog) en beëdigd als getuige-deskundige voor de rechtbank. Hij heeft diverse bestuursfuncties bekleed binnen en buiten de universiteit.
Annemieke van Drenth is docent en onderzoeker bij de Afdeling Orthopedagogiek van de Universiteit Leiden. Zij is in 1991 gepromoveerd op een proefschrift over de geschiedenis van de zorg voor meisjes in fabrieken in Nederland. De afgelopen jaren heeft haar onderzoek zich toegespitst op de geschiedenis van de orthopedagogiek. Tevens levert zij bijgedragen aan de ontwikkeling in het domein van ‘history of disability’.
Segregatie in het basisonderwijs: geen zwart-wit verhaal
De resultaten worden bovendien op een aangenaam leesbare manier voorgesteld aan de lezer. Naast deze wetenschappelijke bevindingen wordt dit boek verrijkt met reflecties van practici, beleidsmakers en andere wetenschappers in het onderwijsveld. Kortom, dit boek geeft gefundeerde én genuanceerde antwoorden op vele vragen met betrekking tot segregatie in het onderwijs.
Orhan Agirdag is doctor in de sociologie. Hij is momenteel als post-doctoraal onderzoeker verbonden aan de onderzoeksgroep CuDOS van de Gentse Universiteit, en als Fulbright en Belgian American Educational Foundation fellow verbonden aan University of California, Los Angeles. Zijn werk over onderwijsongelijkheid, meertaligheid en schoolsegregatie is gepubliceerd in tal van internationale journals.
Ward Nouwen is Master in de Sociologie en is momenteel als onderzoeksmedewerker verbonden aan de Universiteit Antwerpen, Centrum voor Migratie en Interculturele Studies. Tijdens het onderzoeksproject naar segregatie in het basisonderwijs werkte hij tevens als onderzoeker aan de KULeuven, meer bepaald aan het onderzoeksinstituut HIVA.
Paul Mahieu is doctor in de politieke en sociale wetenschappen. Hij is voorzitter van het Instituut voor Onderwijs en Informatiewetenschappen. Zijn onderzoek situeert zich op het snijvlak tussen maatschappelijke ontwikkelingen en schoolbeleid. Tussen 2003 en 2011 was hij voorzitter van het Lokaal Overlegplatform basisonderwijs in Antwerpen.
Piet Van Avermaet is verbonden aan de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte van de Universiteit Gent. Hij doceert er “multiculturalismestudies”. Momenteel is hij directeur van het Steunpunt Diversiteit & Leren van de UGent. Zijn expertise en onderzoeksinteresses omvatten ondermeer diversiteit en sociale ongelijkheid in onderwijs, onderwijslinguïstiek, multicultureel en meertalig onderwijs, taal en integratie, sociolinguïstiek en taaltoetsing.
Mieke Van Houtte is doctor in de sociologie. Ze is als hoofddocent verbonden aan de Vakgroep Sociologie (UGent), en ze staat aan het hoofd van de onderzoeksgroep CuDOS (Cultural Diversity: Opportunities & Socialisation). Ze is sinds 2009 ook voorzitter van de Vereniging voor Sociologie (VVS). In haar werk focust ze op de invloed van schoolkenmerken op de prestaties en het welbevinden van jongeren, met bijzondere aandacht voor seksuele en socioculturele minderheden.
Anneloes Vandenbroucke is doctor in de psychologie en als onderzoeksleider verbonden aan de HIVA onderzoeksgroep Onderwijs en Levenslang Leren (KULeuven). Zij doet onderzoek naar sociale ongelijkheid binnen het onderwijs en naar de positie van leerlingen met een migratieachtergrond in het bijzonder.
Segregatie in het basisonderwijs: geen zwart-wit verhaal
De resultaten worden bovendien op een aangenaam leesbare manier voorgesteld aan de lezer. Naast deze wetenschappelijke bevindingen wordt dit boek verrijkt met reflecties van practici, beleidsmakers en andere wetenschappers in het onderwijsveld. Kortom, dit boek geeft gefundeerde én genuanceerde antwoorden op vele vragen met betrekking tot segregatie in het onderwijs.
Orhan Agirdag is doctor in de sociologie. Hij is momenteel als post-doctoraal onderzoeker verbonden aan de onderzoeksgroep CuDOS van de Gentse Universiteit, en als Fulbright en Belgian American Educational Foundation fellow verbonden aan University of California, Los Angeles. Zijn werk over onderwijsongelijkheid, meertaligheid en schoolsegregatie is gepubliceerd in tal van internationale journals.
Ward Nouwen is Master in de Sociologie en is momenteel als onderzoeksmedewerker verbonden aan de Universiteit Antwerpen, Centrum voor Migratie en Interculturele Studies. Tijdens het onderzoeksproject naar segregatie in het basisonderwijs werkte hij tevens als onderzoeker aan de KULeuven, meer bepaald aan het onderzoeksinstituut HIVA.
Paul Mahieu is doctor in de politieke en sociale wetenschappen. Hij is voorzitter van het Instituut voor Onderwijs en Informatiewetenschappen. Zijn onderzoek situeert zich op het snijvlak tussen maatschappelijke ontwikkelingen en schoolbeleid. Tussen 2003 en 2011 was hij voorzitter van het Lokaal Overlegplatform basisonderwijs in Antwerpen.
Piet Van Avermaet is verbonden aan de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte van de Universiteit Gent. Hij doceert er “multiculturalismestudies”. Momenteel is hij directeur van het Steunpunt Diversiteit & Leren van de UGent. Zijn expertise en onderzoeksinteresses omvatten ondermeer diversiteit en sociale ongelijkheid in onderwijs, onderwijslinguïstiek, multicultureel en meertalig onderwijs, taal en integratie, sociolinguïstiek en taaltoetsing.
Mieke Van Houtte is doctor in de sociologie. Ze is als hoofddocent verbonden aan de Vakgroep Sociologie (UGent), en ze staat aan het hoofd van de onderzoeksgroep CuDOS (Cultural Diversity: Opportunities & Socialisation). Ze is sinds 2009 ook voorzitter van de Vereniging voor Sociologie (VVS). In haar werk focust ze op de invloed van schoolkenmerken op de prestaties en het welbevinden van jongeren, met bijzondere aandacht voor seksuele en socioculturele minderheden.
Anneloes Vandenbroucke is doctor in de psychologie en als onderzoeksleider verbonden aan de HIVA onderzoeksgroep Onderwijs en Levenslang Leren (KULeuven). Zij doet onderzoek naar sociale ongelijkheid binnen het onderwijs en naar de positie van leerlingen met een migratieachtergrond in het bijzonder.
Zelfverwonding. Psychodynamiek en psychotherapie (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 16)
Binnen de hulpverlening is het in elk geval van het grootste belang een professionele houding en inzet te bewaren tegenover dit soms traumatiserend verschijnsel. Het is geen sinecure om de neiging tot reageren vanuit diverse negatieve gevoelens door te denken, te verteren en te bevatten. Automutilatie is een uiterst gevoelig en complex thema dat menig GGZ-werker voor bijzondere uitdagingen plaatst. Conform het profiel van deze boekenreeks wordt een en ander vanuit diverse theoretische en klinische perspectieven belicht. Zo wordt gezorgd voor meerdere kaarten die er hopelijk (nu eens naast, dan weer op elkaar) toe bijdragen een duister en onherbergzaam gebied te helpen ontsluiten.
Mark Kinet is psychiater en (klinisch) psychotherapeut in de Kliniek St-Jozef, Centrum voor Psychiatrie en Psychotherapie in Pittem, en hij voert een zelfstandige psychoanalytische praktijk in Gent. Hij is o.a. coördinator van de reeks Psychoanalytisch Actueel, bestuurslid van de Stichting Psychoanalyse en Cultuur en auteur van o.a. Freud & co in de psychiatrie en De wetenschap van de liefde en de kunst van de computeranalyse.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu
"zeer leerzaam, prettig lezend en overzichtelijk boek, waarin moderne psychoanalytische theorieën op een vanzelfsprekende manier geïntegreerd zijn zonder dat de duidelijke verschillen in visie en theorie van de schrijvers daarmee verdonkeremaand werden" MGv (jrg. 67, nr. 6, blz. 341-342)
Dit is een zeer rijke bundel die licht werpt op een bloedstollend onderwerp dat de analyticus en psychotherapeut doet huiveren, bij de keel grijpt en met stomheid slaat."
Tijdschrift voor Psychoanalyse (jrg. 20, nr. 1, blz. 77)
Zelfverwonding. Psychodynamiek en psychotherapie (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 16)
Binnen de hulpverlening is het in elk geval van het grootste belang een professionele houding en inzet te bewaren tegenover dit soms traumatiserend verschijnsel. Het is geen sinecure om de neiging tot reageren vanuit diverse negatieve gevoelens door te denken, te verteren en te bevatten. Automutilatie is een uiterst gevoelig en complex thema dat menig GGZ-werker voor bijzondere uitdagingen plaatst. Conform het profiel van deze boekenreeks wordt een en ander vanuit diverse theoretische en klinische perspectieven belicht. Zo wordt gezorgd voor meerdere kaarten die er hopelijk (nu eens naast, dan weer op elkaar) toe bijdragen een duister en onherbergzaam gebied te helpen ontsluiten.
Mark Kinet is psychiater en (klinisch) psychotherapeut in de Kliniek St-Jozef, Centrum voor Psychiatrie en Psychotherapie in Pittem, en hij voert een zelfstandige psychoanalytische praktijk in Gent. Hij is o.a. coördinator van de reeks Psychoanalytisch Actueel, bestuurslid van de Stichting Psychoanalyse en Cultuur en auteur van o.a. Freud & co in de psychiatrie en De wetenschap van de liefde en de kunst van de computeranalyse.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu
"zeer leerzaam, prettig lezend en overzichtelijk boek, waarin moderne psychoanalytische theorieën op een vanzelfsprekende manier geïntegreerd zijn zonder dat de duidelijke verschillen in visie en theorie van de schrijvers daarmee verdonkeremaand werden" MGv (jrg. 67, nr. 6, blz. 341-342)
Dit is een zeer rijke bundel die licht werpt op een bloedstollend onderwerp dat de analyticus en psychotherapeut doet huiveren, bij de keel grijpt en met stomheid slaat."
Tijdschrift voor Psychoanalyse (jrg. 20, nr. 1, blz. 77)
Uitdagingen voor de ziekenfondsen van de 21e eeuw
Eerder verscheen van hem bij Garant: ‘Gezondheid is geen koopwaar’ (2009).
Geert Messiaen is secretaris-generaal van de Landsbond van Liberale Mutualiteiten.
Zie ook www.geert-messiaen.be.
Uitdagingen voor de ziekenfondsen van de 21e eeuw
Eerder verscheen van hem bij Garant: ‘Gezondheid is geen koopwaar’ (2009).
Geert Messiaen is secretaris-generaal van de Landsbond van Liberale Mutualiteiten.
Zie ook www.geert-messiaen.be.
Tien keer beter! 4 – Verbeteren van onderwijspraktijk door onderzoek (Reeks Praktijk in Onderzoek, nr. 7)
In dit boek staan voorbeelden van betere onderwijspraktijk. De kern van dit boek wordt gevormd door de hoofdstukken waarin tien studenten van de opleiding tot Master Special Educational Needs ‘hun verhaal’ vertellen. Verhalen die aantonen dat beter onderwijs groeit in de praktijk. “Bij actieonderzoek doen leerkrachten onderzoek naar de problemen en vraagstukken van hun eigen onderwijspraktijk en ontwerpen hier oplossingen voor. Niemand kent immers zijn klaslokaal beter dan de leerkracht die er elke dag in werkt.” (Cornelissen, 2009). Met de invoering van de bachelor-masterstructuur heeft het praktijkgericht onderzoek aan Nederlandse hogescholen een grote vlucht genomen.
Omdat onderwijs en opleiden voor onderwijs altijd beter kan, wordt in dit boek ook gerapporteerd over de constructie van een vragenlijst die in kaart brengt wat studenten leren van het doen van praktijkgericht onderzoek. Hiertoe zijn de alumni 2011 van de Master SEN bij Fontys Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg benaderd. Een onderzoek dat een stevige basis legt voor de IPPOD. De vragenlijst die meer kijk moet bieden op de impact en het proces van praktijkgericht onderzoek. Uit een eerste peiling komen al kansen naar voren om nog meer bij te dragen aan een reflectief-onderzoekende houding bij onderwijsprofessionals. Een houding die ten grondslag ligt aan een duurzame verbetering van het onderwijs.
Op weg naar de invoering van Passend onderwijs worden termen als ‘onderwijszorg’ en ‘zorgleerling’ in de beleidsstukken steeds meer vervangen door ‘onderwijsondersteuning’ en ‘leerling met extra ondersteuningsbehoefte’. Ook begrippen als schoolondersteuningsprofiel, de ondersteuningsstructuur van het samenwerkingsverband, ondersteuningsvoorzieningen, ondersteuningsplan, ondersteuningsmiddelen, basisondersteuning (was basiszorg) en speciale ondersteuning (was zware zorg) doen hun intrede. Het medisch model maakt steeds meer plaats voor het burgerschapsdenken. Het zijn die inzichten die in de opleiding tot Master SEN groeien. Ook in die zin biedt dit boek tekenen van ontwikkeling in een tijdsgewricht van merkbare maatschappelijke veranderingen. Het wijst erop dat Fontys OSO daar klaar voor is.
Joost Kentson (voorzitter de Onderwijscoöperatie) over de Master SEN: “Als je investeert in scholing dan gaat daarmee de kwaliteit van de mensen omhoog. Dat is een één-op-één-relatie. De invulling van je werk wordt daarmee anders.”
Tien keer beter! 4 – Verbeteren van onderwijspraktijk door onderzoek (Reeks Praktijk in Onderzoek, nr. 7)
In dit boek staan voorbeelden van betere onderwijspraktijk. De kern van dit boek wordt gevormd door de hoofdstukken waarin tien studenten van de opleiding tot Master Special Educational Needs ‘hun verhaal’ vertellen. Verhalen die aantonen dat beter onderwijs groeit in de praktijk. “Bij actieonderzoek doen leerkrachten onderzoek naar de problemen en vraagstukken van hun eigen onderwijspraktijk en ontwerpen hier oplossingen voor. Niemand kent immers zijn klaslokaal beter dan de leerkracht die er elke dag in werkt.” (Cornelissen, 2009). Met de invoering van de bachelor-masterstructuur heeft het praktijkgericht onderzoek aan Nederlandse hogescholen een grote vlucht genomen.
Omdat onderwijs en opleiden voor onderwijs altijd beter kan, wordt in dit boek ook gerapporteerd over de constructie van een vragenlijst die in kaart brengt wat studenten leren van het doen van praktijkgericht onderzoek. Hiertoe zijn de alumni 2011 van de Master SEN bij Fontys Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg benaderd. Een onderzoek dat een stevige basis legt voor de IPPOD. De vragenlijst die meer kijk moet bieden op de impact en het proces van praktijkgericht onderzoek. Uit een eerste peiling komen al kansen naar voren om nog meer bij te dragen aan een reflectief-onderzoekende houding bij onderwijsprofessionals. Een houding die ten grondslag ligt aan een duurzame verbetering van het onderwijs.
Op weg naar de invoering van Passend onderwijs worden termen als ‘onderwijszorg’ en ‘zorgleerling’ in de beleidsstukken steeds meer vervangen door ‘onderwijsondersteuning’ en ‘leerling met extra ondersteuningsbehoefte’. Ook begrippen als schoolondersteuningsprofiel, de ondersteuningsstructuur van het samenwerkingsverband, ondersteuningsvoorzieningen, ondersteuningsplan, ondersteuningsmiddelen, basisondersteuning (was basiszorg) en speciale ondersteuning (was zware zorg) doen hun intrede. Het medisch model maakt steeds meer plaats voor het burgerschapsdenken. Het zijn die inzichten die in de opleiding tot Master SEN groeien. Ook in die zin biedt dit boek tekenen van ontwikkeling in een tijdsgewricht van merkbare maatschappelijke veranderingen. Het wijst erop dat Fontys OSO daar klaar voor is.
Joost Kentson (voorzitter de Onderwijscoöperatie) over de Master SEN: “Als je investeert in scholing dan gaat daarmee de kwaliteit van de mensen omhoog. Dat is een één-op-één-relatie. De invulling van je werk wordt daarmee anders.”
Opbrengstgericht werken: Vlot en Vloeiend lezen. Werkboek voor Pabostudenten
In het werkboek worden technisch lezen en opbrengstgericht werken sterk aan elkaar gekoppeld. Waarom? Niet goed leren technisch lezen heeft voor een kind ingrijpende negatieve gevolgen, zowel voor de schoolloopbaan als het latere maatschappelijk functioneren. In een kenniseconomie, zoals Nederland die wil zijn, is leesvaardigheid een belangrijke sleutel om te kunnen participeren in de samenleving.Het is daarom van belang, dat alle kinderen vlotte en vloeiende lezers worden.
Vlot lezen betekent dat ze woorden automatisch, zonder bewuste aandacht kunnen lezen, zodat ze al hun aandacht op de inhoud van de tekst – het begrijpen – kunnen richten. Vloeiend lezen houdt in dat als de leerlingen een tekst hardop lezen, ze dit met de juiste accenten en faseringen doen, zodat voor de omgeving duidelijk is, dat de leerlingen de tekst ook begrijpen.
Dr. Kees Vernooy is als lector verbonden aan de hogeschool Edith Stein.Drs. Richard Vollenbroek is docent Nederlands aan de hogeschool Edith Stein.Trees van der Hoogt is docent Nederlands aan de hogeschool Edith Stein.
Bij Garant verscheen ook zijn boek Elk kind een lezer.
Opbrengstgericht werken: Vlot en Vloeiend lezen. Werkboek voor Pabostudenten
In het werkboek worden technisch lezen en opbrengstgericht werken sterk aan elkaar gekoppeld. Waarom? Niet goed leren technisch lezen heeft voor een kind ingrijpende negatieve gevolgen, zowel voor de schoolloopbaan als het latere maatschappelijk functioneren. In een kenniseconomie, zoals Nederland die wil zijn, is leesvaardigheid een belangrijke sleutel om te kunnen participeren in de samenleving.Het is daarom van belang, dat alle kinderen vlotte en vloeiende lezers worden.
Vlot lezen betekent dat ze woorden automatisch, zonder bewuste aandacht kunnen lezen, zodat ze al hun aandacht op de inhoud van de tekst – het begrijpen – kunnen richten. Vloeiend lezen houdt in dat als de leerlingen een tekst hardop lezen, ze dit met de juiste accenten en faseringen doen, zodat voor de omgeving duidelijk is, dat de leerlingen de tekst ook begrijpen.
Dr. Kees Vernooy is als lector verbonden aan de hogeschool Edith Stein.Drs. Richard Vollenbroek is docent Nederlands aan de hogeschool Edith Stein.Trees van der Hoogt is docent Nederlands aan de hogeschool Edith Stein.
Bij Garant verscheen ook zijn boek Elk kind een lezer.
SI-eenheden
Deze gids is bestemd voor iedereen die snel SI-eenheden, afgeleide SI-eenheden en niet-SI-eenheden wil consulteren. Hij helpt zowel de student, de professionele gebruiker als de liefhebber.
Jef Vercammen volgde de opleiding industrieel ingenieur aan het De Nayer Instituut in Mechelen. Hij is projectingenieur bij Openbare Werken van de Vlaamse Gemeenschap.
SI-eenheden
Deze gids is bestemd voor iedereen die snel SI-eenheden, afgeleide SI-eenheden en niet-SI-eenheden wil consulteren. Hij helpt zowel de student, de professionele gebruiker als de liefhebber.
Jef Vercammen volgde de opleiding industrieel ingenieur aan het De Nayer Instituut in Mechelen. Hij is projectingenieur bij Openbare Werken van de Vlaamse Gemeenschap.
De stemgids
De gids, die bestemd is voor iedereen die zijn of haar stem veel gebruikt, geeft niet alleen informatie maar ook heel concrete richtlijnen, adviezen en oefeningen voor goed stemgebruik en een correcte stemverzorging. Daarmee moeten onder meer stemproblemen als heesheid, spreekvermoeidheid, stemplooiknobbels en andere ongemakken worden voorkomen of verholpen.
Louis Heylen, logopedist en doctor in de medische wetenschappen, is directeur van het Centrum voor Ambulante Revalidatie en het Revalidatiecentrum voor Niet-Aangeboren Hersenletsel in Turnhout. Hij is postdoctoraal onderzoeker aan de Universiteit Antwerpen en gastprofessor aan de opleiding Logopedie en Audiologie van de Universiteit Gent.
Marc De Bodt, logopedist en doctor in de medische wetenschappen, is directeur van het Revalidatiecentrum voor Communicatiestoornissen van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen en docent-onderzoeker aan de Universiteit Antwerpen. Daarnaast is hij gastprofessor aan de opleiding Logopedie en Audiologie van de Universiteit Gent.
Fons Mertens, logopedist, is voormalig diensthoofd en adviseur van de Dienst Logopedie van KMSL – Kristelijk Medico-Sociaal Leven in Turnhout. Hij is expert in stemstoornissen en gaf mee gestalte aan de postacademische vorming stem aan de Universiteit Antwerpen.
De stemgids
De gids, die bestemd is voor iedereen die zijn of haar stem veel gebruikt, geeft niet alleen informatie maar ook heel concrete richtlijnen, adviezen en oefeningen voor goed stemgebruik en een correcte stemverzorging. Daarmee moeten onder meer stemproblemen als heesheid, spreekvermoeidheid, stemplooiknobbels en andere ongemakken worden voorkomen of verholpen.
Louis Heylen, logopedist en doctor in de medische wetenschappen, is directeur van het Centrum voor Ambulante Revalidatie en het Revalidatiecentrum voor Niet-Aangeboren Hersenletsel in Turnhout. Hij is postdoctoraal onderzoeker aan de Universiteit Antwerpen en gastprofessor aan de opleiding Logopedie en Audiologie van de Universiteit Gent.
Marc De Bodt, logopedist en doctor in de medische wetenschappen, is directeur van het Revalidatiecentrum voor Communicatiestoornissen van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen en docent-onderzoeker aan de Universiteit Antwerpen. Daarnaast is hij gastprofessor aan de opleiding Logopedie en Audiologie van de Universiteit Gent.
Fons Mertens, logopedist, is voormalig diensthoofd en adviseur van de Dienst Logopedie van KMSL – Kristelijk Medico-Sociaal Leven in Turnhout. Hij is expert in stemstoornissen en gaf mee gestalte aan de postacademische vorming stem aan de Universiteit Antwerpen.
Goesting in leren en werken
Het Vlaamse woord ‘goesting’ drukt uit dat je zin in iets hebt vanuit je hart (je gevoel gaat er naar uit), je handen (die al gaan kriebelen) en vanuit een buikgevoel (een verlangen). Het hoofd volgt dan ook: je bent dan ook mentaal ingesteld op de dingen waarvoor je goesting hebt. Als je goesting hebt in je leren en werken, dan ben je gemotiveerd en enthousiast en zit je in je flow. Jongeren moeten hun kwaliteiten kunnen uitbouwen tot competenties die nodig zijn in de maatschappij en in het werkveld. Jongafgestudeerden moeten werk vinden dat aansluit bij hun eigen mogelijkheden, motivatie en ambities.
Het boek behandelt thema’s omtrent de overgang naar hoger onderwijs, leren in het hoger onderwijs en samenwerking tussen hoger onderwijs en werkveld. Het inspireert onderwijsverantwoordelijken, coördinatoren, begeleiders, leraren en docenten van middelbaar en hoger onderwijs en verantwoordelijken van bedrijven en organisaties die overtuigd zijn van het belang van een nauwere samenwerking tussen onderwijs en werkveld.
Herman Van de Mosselaer is diensthoofd Onderwijs en onderzoek aan de Plantijn Hogeschool in Antwerpen. Hij was projectcoördinator van GoLeWe. Peter Van Petegem is hoogleraar aan het Instituut voor Onderwijs- en Informatiewetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij leidt er ook de onderzoeksgroep EduBROn en het ECHO – Expertisecentrum Hoger Onderwijs. Diana van Dijk is docent communicatieve vaardigheden aan NHTV – Internationaal hoger onderwijs in Breda. Liesbeth Michiels was projectcoördinator GoLeWe voor de Provinciale Hogeschool Limburg in Hasselt en leercoach in het Departement Beeldende Kunst van deze hogeschool. Nu is zij stafmedewerker onderwijs bij het Sint-Ursula-Instituut in O.-L.-V.-Waver.
Goesting in leren en werken
Het Vlaamse woord ‘goesting’ drukt uit dat je zin in iets hebt vanuit je hart (je gevoel gaat er naar uit), je handen (die al gaan kriebelen) en vanuit een buikgevoel (een verlangen). Het hoofd volgt dan ook: je bent dan ook mentaal ingesteld op de dingen waarvoor je goesting hebt. Als je goesting hebt in je leren en werken, dan ben je gemotiveerd en enthousiast en zit je in je flow. Jongeren moeten hun kwaliteiten kunnen uitbouwen tot competenties die nodig zijn in de maatschappij en in het werkveld. Jongafgestudeerden moeten werk vinden dat aansluit bij hun eigen mogelijkheden, motivatie en ambities.
Het boek behandelt thema’s omtrent de overgang naar hoger onderwijs, leren in het hoger onderwijs en samenwerking tussen hoger onderwijs en werkveld. Het inspireert onderwijsverantwoordelijken, coördinatoren, begeleiders, leraren en docenten van middelbaar en hoger onderwijs en verantwoordelijken van bedrijven en organisaties die overtuigd zijn van het belang van een nauwere samenwerking tussen onderwijs en werkveld.
Herman Van de Mosselaer is diensthoofd Onderwijs en onderzoek aan de Plantijn Hogeschool in Antwerpen. Hij was projectcoördinator van GoLeWe. Peter Van Petegem is hoogleraar aan het Instituut voor Onderwijs- en Informatiewetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij leidt er ook de onderzoeksgroep EduBROn en het ECHO – Expertisecentrum Hoger Onderwijs. Diana van Dijk is docent communicatieve vaardigheden aan NHTV – Internationaal hoger onderwijs in Breda. Liesbeth Michiels was projectcoördinator GoLeWe voor de Provinciale Hogeschool Limburg in Hasselt en leercoach in het Departement Beeldende Kunst van deze hogeschool. Nu is zij stafmedewerker onderwijs bij het Sint-Ursula-Instituut in O.-L.-V.-Waver.
`Iets´ maken. Beeldend werken nader bekeken
In dit essay staat de ervaring van ‘iets maken’ centraal:
Nooit eerder werd de dynamiek van het beeldend proces op een onderzoekende manier beschreven. De schrijvers vonden woorden voor een bedrijvig proces, dat zich meestal stilzwijgend voltrekt.
Aan de orde komt onder anderen:
Het proces van de creatieve dadendrang wordt beschreven vanuit filosofische perspectieven. Enkele thema’s zijn: orde en chaos; esthetiek en ethiek; de rol van kennen, kunnen en vergeten.
De kennis van ‘iets maken’ is gebaseerd op de praktijk van ruim 60 jaar beeldende therapie. In eerste instantie is ‘iets maken’ geschreven voor beeldend therapeuten, docenten beeldende vorming en beeldend kunstenaars, kortom professionals en studenten in het beeldend vakgebied.
De impressionistische, soms poëtische stijl van dit boek maakt ‘iets maken’ leesbaar voor eenieder, die meer wil weten van wat er gebeurt, als iemand de handen in de klei steekt en iets maakt.
Heidi Muijen (1959) is filosoof, beeldend therapeut, trainer, supervisor en coach. Betrokken bij een aantal master opleidingen begeleidingskunde en arts therapies. Zij heeft een eigen praktijk voor levenskunst: Thymia (www.thymia.nl) en www.menskenjezelf.nl.
Louis van Marissing (1951) is beeldend kunstenaar, beeldend therapeut, trainer, supervisor en coach. In Amsterdam heeft hij een eigen praktijk: PER FORM (www.louisvanmarissing.nl).
‘iets maken’ werd geschreven ter gelegenheid van het lustrum van de Nederlandse Vereniging voor Beeldende Therapie.
`Iets´ maken. Beeldend werken nader bekeken
In dit essay staat de ervaring van ‘iets maken’ centraal:
Nooit eerder werd de dynamiek van het beeldend proces op een onderzoekende manier beschreven. De schrijvers vonden woorden voor een bedrijvig proces, dat zich meestal stilzwijgend voltrekt.
Aan de orde komt onder anderen:
Het proces van de creatieve dadendrang wordt beschreven vanuit filosofische perspectieven. Enkele thema’s zijn: orde en chaos; esthetiek en ethiek; de rol van kennen, kunnen en vergeten.
De kennis van ‘iets maken’ is gebaseerd op de praktijk van ruim 60 jaar beeldende therapie. In eerste instantie is ‘iets maken’ geschreven voor beeldend therapeuten, docenten beeldende vorming en beeldend kunstenaars, kortom professionals en studenten in het beeldend vakgebied.
De impressionistische, soms poëtische stijl van dit boek maakt ‘iets maken’ leesbaar voor eenieder, die meer wil weten van wat er gebeurt, als iemand de handen in de klei steekt en iets maakt.
Heidi Muijen (1959) is filosoof, beeldend therapeut, trainer, supervisor en coach. Betrokken bij een aantal master opleidingen begeleidingskunde en arts therapies. Zij heeft een eigen praktijk voor levenskunst: Thymia (www.thymia.nl) en www.menskenjezelf.nl.
Louis van Marissing (1951) is beeldend kunstenaar, beeldend therapeut, trainer, supervisor en coach. In Amsterdam heeft hij een eigen praktijk: PER FORM (www.louisvanmarissing.nl).
‘iets maken’ werd geschreven ter gelegenheid van het lustrum van de Nederlandse Vereniging voor Beeldende Therapie.
Samenwerkingsgerichte hulpverlening met multi-gestresseerde gezinnen
In plaats daarvan moet een hulpverleningsmodel worden aangeboden waarbij families weer voeling kunnen krijgen met de toekomst die ze voor zichzelf wensen, met hun mogelijkheden en uitdagingen. De hulpverlener is daarbij een ‘waarderende bondgenoot’.
Met tal van casussen en voorbeelden van cliënt-hulpverlener dialogen worden de verschillende stappen en aspecten van deze manier van werken toegelicht.
William C. Madsen is directeur van het trainingsprogramma ‘Samenwerkingsgerichte en narratieve therapieën’ aan het Instituut voor Gezinstherapie in Cambridge.
De Nederlandse versie van het boek, gecoördineerd door Mies De Cock, is een initiatief van Begeleidingscentrum Wingerdbloei in Antwerpen.
Samenwerkingsgerichte hulpverlening met multi-gestresseerde gezinnen
In plaats daarvan moet een hulpverleningsmodel worden aangeboden waarbij families weer voeling kunnen krijgen met de toekomst die ze voor zichzelf wensen, met hun mogelijkheden en uitdagingen. De hulpverlener is daarbij een ‘waarderende bondgenoot’.
Met tal van casussen en voorbeelden van cliënt-hulpverlener dialogen worden de verschillende stappen en aspecten van deze manier van werken toegelicht.
William C. Madsen is directeur van het trainingsprogramma ‘Samenwerkingsgerichte en narratieve therapieën’ aan het Instituut voor Gezinstherapie in Cambridge.
De Nederlandse versie van het boek, gecoördineerd door Mies De Cock, is een initiatief van Begeleidingscentrum Wingerdbloei in Antwerpen.