Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Elk kind een lezer. Preventie van leesmoeilijkheden door effectief onderwijs.

 23,70
De meest elementaire vaardigheid die bijna alle kinderen in de basisschool opdoen is leren lezen. Door niemand wordt het belang daarvan betwist. Voor de toekomst van elk kind is het van groot belang dat het goed leert lezen in de basisschool. Een probleem is echter dat minstens een kwart van de kinderen als een niet goede lezer de basisschool verlaat. Dit is een zorgelijk gegeven en heeft negatieve gevolgen voor de toekomst van die kinderen, zowel voor hun schoolloopbaan in het voortgezet onderwijs als voor hun latere functioneren in de samenleving. Door het ontbreken van een goede leesvaardigheid is het bijna onmogelijk om je staande te houden in een hoog geïndustrialiseerde samenleving, waarin geschreven taal een belangrijke rol speelt.

Er is internationaal veel leeskennis na 2000 opgeleverd die daadwerkelijk bijdraagt tot beter lezen van elk kind en dan in het bijzonder voor de zogenaamde risicolezer. Deze kennis moet zijn weg naar de klas vinden en dat doet dit op de onderwijspraktijk gerichte boek. Naast effectief gebleken leesinzichten, wordt er uitvoerig ingegaan op wat er nodig is om deze in scholen en klassen te realiseren. Van elk kind een goede lezer maken is immers van cruciaal belang voor de toekomst van elk kind. Bovendien heeft elk kind recht op het beste leesonderwijs.

Dr. Kees Vernooy is als lector verbonden aan de hogeschool Edith Stein in Hengelo. Hij publiceert in diverse tijdschriften in Nederland en België over het taal-/leesonderwijs.

Bij Garant verscheen ook zijn boek Opbrengstgericht werken: Vlot en Vloeiend lezen. Werkboek voor Pabostudenten.

"zeker een aanrader"
Caleidoscoop, jrg. 25, nr. 5, blz. 38

Quick View

Elk kind een lezer. Preventie van leesmoeilijkheden door effectief onderwijs.

 23,70
De meest elementaire vaardigheid die bijna alle kinderen in de basisschool opdoen is leren lezen. Door niemand wordt het belang daarvan betwist. Voor de toekomst van elk kind is het van groot belang dat het goed leert lezen in de basisschool. Een probleem is echter dat minstens een kwart van de kinderen als een niet goede lezer de basisschool verlaat. Dit is een zorgelijk gegeven en heeft negatieve gevolgen voor de toekomst van die kinderen, zowel voor hun schoolloopbaan in het voortgezet onderwijs als voor hun latere functioneren in de samenleving. Door het ontbreken van een goede leesvaardigheid is het bijna onmogelijk om je staande te houden in een hoog geïndustrialiseerde samenleving, waarin geschreven taal een belangrijke rol speelt.

Er is internationaal veel leeskennis na 2000 opgeleverd die daadwerkelijk bijdraagt tot beter lezen van elk kind en dan in het bijzonder voor de zogenaamde risicolezer. Deze kennis moet zijn weg naar de klas vinden en dat doet dit op de onderwijspraktijk gerichte boek. Naast effectief gebleken leesinzichten, wordt er uitvoerig ingegaan op wat er nodig is om deze in scholen en klassen te realiseren. Van elk kind een goede lezer maken is immers van cruciaal belang voor de toekomst van elk kind. Bovendien heeft elk kind recht op het beste leesonderwijs.

Dr. Kees Vernooy is als lector verbonden aan de hogeschool Edith Stein in Hengelo. Hij publiceert in diverse tijdschriften in Nederland en België over het taal-/leesonderwijs.

Bij Garant verscheen ook zijn boek Opbrengstgericht werken: Vlot en Vloeiend lezen. Werkboek voor Pabostudenten.

"zeker een aanrader"
Caleidoscoop, jrg. 25, nr. 5, blz. 38

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Gezinnen in soorten

 22,20
Het traditionele kerngezin met twee biologische ouders en hun kind(eren) kunnen we niet langer zien als de norm. De titel van dit boek verwijst dan ook naar de diversiteit in gezinnen impliciet naar de opvoeding die gepaard gaat met vele veranderingen en aanpassingen in gezinnen. Deze publicatie schetst een actuele stand van zaken omtrent de ouder-kindrelatie binnen specifieke gezinsomstandigheden.

Onder meer de volgende thema’s komen aan bod: vaders, opvoeding van meerdere kinderen, het opvoeden van meerlingen, kinderopvang en de professionaliteitsdiscussie, opvoeding in islamitische allochtone gezinnen, scheiding en opvoeding, adoptie en de ouder-kindrelatie, opvoeding na medisch begeleide bevruchting en door lesbische moeders.

Verschillende experten hebben deze topics vanuit wetenschappelijk of beleidsmatig oogpunt uigediept. Overzichten van recent onderzoek, beleidsvisies en verwijzingen naar de pedagogische praktijk bieden een voedingsbodem voor kritische reflectie en discussie over deze maatschappelijk relevante onderwerpen.

Het boek is prima geschikt voor gebruik in het hoger beroepsonderwijs, universitaire opleidingen en bijscholingen. Ook een ruimer publiek met interesse voor gezin en opvoeding vindt er zijn gading in.

Prof. dr. Karla Van Leeuwen doceert aan de KU Leuven en is er onderzoeker bij de Onderzoekseenheid Gezins- en Orthopedagogiek.

Dr. Hans Van Crombrugge is hoofdlector aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen van de Hogeschool-Universiteit Brussel.

Quick View

Gezinnen in soorten

 22,20
Het traditionele kerngezin met twee biologische ouders en hun kind(eren) kunnen we niet langer zien als de norm. De titel van dit boek verwijst dan ook naar de diversiteit in gezinnen impliciet naar de opvoeding die gepaard gaat met vele veranderingen en aanpassingen in gezinnen. Deze publicatie schetst een actuele stand van zaken omtrent de ouder-kindrelatie binnen specifieke gezinsomstandigheden.

Onder meer de volgende thema’s komen aan bod: vaders, opvoeding van meerdere kinderen, het opvoeden van meerlingen, kinderopvang en de professionaliteitsdiscussie, opvoeding in islamitische allochtone gezinnen, scheiding en opvoeding, adoptie en de ouder-kindrelatie, opvoeding na medisch begeleide bevruchting en door lesbische moeders.

Verschillende experten hebben deze topics vanuit wetenschappelijk of beleidsmatig oogpunt uigediept. Overzichten van recent onderzoek, beleidsvisies en verwijzingen naar de pedagogische praktijk bieden een voedingsbodem voor kritische reflectie en discussie over deze maatschappelijk relevante onderwerpen.

Het boek is prima geschikt voor gebruik in het hoger beroepsonderwijs, universitaire opleidingen en bijscholingen. Ook een ruimer publiek met interesse voor gezin en opvoeding vindt er zijn gading in.

Prof. dr. Karla Van Leeuwen doceert aan de KU Leuven en is er onderzoeker bij de Onderzoekseenheid Gezins- en Orthopedagogiek.

Dr. Hans Van Crombrugge is hoofdlector aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen van de Hogeschool-Universiteit Brussel.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Toch is het een goede keus geweest. Ervaringen van ouders van kinderen met ernstige meervoudige beperkingen

 20,50

Het ''uit huis gaan'' van een kind is voor ouders vaak een ingrijpend gebeuren, maar het is meestal een logische stap in ieders leven. Voor ouders van een kind met een ernstige meervoudige beperking is dit echter een ingewikkeld proces dat vele vragen oproept.

  • Waarom uit huis?
  • Hoe besluit je wat het goede moment is?
  • Voor welke huisvesting kies je?
  • Welke factoren spelen een rol bij die keuze?
  • Hoe bereid je je kind voor op de verhuizing?
  • Hoe weet je of je kind zich daar goed bij voelt?
  • Hoe stel je je de samenwerking met professionals voor?


  • Voor dit boek werden zeven ouderparen, van wie het kind met een ernstige meervoudige beperking net het huis is uit gegaan, uitgebreid geïnterviewd over dit proces van thuis naar uit huis.

    De verhalen geven een concreet beeld van hun ervaringen, vanaf de periode dat ze wisten dat er ‘iets’ met hun kind aan de hand was tot aan het moment van de verhuizing. Het hele scala aan zorgen voor een kind met een ernstige meervoudige beperking komt aan bod, en ook de mooie en de minder leuke momenten.

    Ouders vinden verschillende dingen belangrijk in de zorg voor hun kind en in de samenwerking met professionals. Verwachtingen zijn verschillend, ervaringen persoonlijk. Duidelijk is dat deze ouders gewoon willen wat alle ouders willen: dat hun kind gelukkig wordt.


    Carla Vlaskamp is hoogleraar orthopedagogiek, met bijzondere aandacht voor kinderen met ernstige meervoudige beperkingen, aan de Rijksuniversiteit Groningen.

    Jorien Luijkx is docent en promovenda aan de Rijksuniversiteit Groningen.

    "De ervaringen van de gezinnen zijn ontroerend mooi weergegeven."
    Zin in Zorg (jrg. 14, nr. 4, blz. 16)

    Quick View

    Toch is het een goede keus geweest. Ervaringen van ouders van kinderen met ernstige meervoudige beperkingen

     20,50

    Het ''uit huis gaan'' van een kind is voor ouders vaak een ingrijpend gebeuren, maar het is meestal een logische stap in ieders leven. Voor ouders van een kind met een ernstige meervoudige beperking is dit echter een ingewikkeld proces dat vele vragen oproept.

  • Waarom uit huis?
  • Hoe besluit je wat het goede moment is?
  • Voor welke huisvesting kies je?
  • Welke factoren spelen een rol bij die keuze?
  • Hoe bereid je je kind voor op de verhuizing?
  • Hoe weet je of je kind zich daar goed bij voelt?
  • Hoe stel je je de samenwerking met professionals voor?


  • Voor dit boek werden zeven ouderparen, van wie het kind met een ernstige meervoudige beperking net het huis is uit gegaan, uitgebreid geïnterviewd over dit proces van thuis naar uit huis.

    De verhalen geven een concreet beeld van hun ervaringen, vanaf de periode dat ze wisten dat er ‘iets’ met hun kind aan de hand was tot aan het moment van de verhuizing. Het hele scala aan zorgen voor een kind met een ernstige meervoudige beperking komt aan bod, en ook de mooie en de minder leuke momenten.

    Ouders vinden verschillende dingen belangrijk in de zorg voor hun kind en in de samenwerking met professionals. Verwachtingen zijn verschillend, ervaringen persoonlijk. Duidelijk is dat deze ouders gewoon willen wat alle ouders willen: dat hun kind gelukkig wordt.


    Carla Vlaskamp is hoogleraar orthopedagogiek, met bijzondere aandacht voor kinderen met ernstige meervoudige beperkingen, aan de Rijksuniversiteit Groningen.

    Jorien Luijkx is docent en promovenda aan de Rijksuniversiteit Groningen.

    "De ervaringen van de gezinnen zijn ontroerend mooi weergegeven."
    Zin in Zorg (jrg. 14, nr. 4, blz. 16)

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Minimaal Maxitaal – Een boek vol talige tips bij routines in de onthaalklas en eerste kleuterklas

     30,40
    Talige tips bij routines in de onthaalklas en eerste kleuterklas Voor het eerst naar school gaan is voor een kleuter een nieuwe ervaring. Hij moet leren leven in een groep van kinderen, zich aanpassen aan onbekende situaties, omgaan met vreemde volwassenen. Er duiken ook verschillende routines of gewoonten op binnen die specifieke schoolstructuur. Routines zijn krachtige leermomenten, omdat ze een belangrijk aandeel hebben in de schooldag en nauw aansluiten bij de behoeften en de ontwikkeling van een jonge kleuter. Bovendien zijn het dé momenten bij uitstek om een rijk en begrijpelijk taalaanbod aan te bieden, spreekkansen en spreekruimte te creëren en veel individuele feedback te geven. En ze vormen de uitgelezen kans om te communiceren met ouders en hen te betrekken bij het klasgebeuren. Het loont dus meer dan de moeite om routines zinvol en betekenisvol in te vullen in functie van het welbevinden, de ontwikkeling en de taalverwerving van een jonge kleuter. Om dit te realiseren reikt dit boek inspirerende ideeën aan rond dagelijkse routines.

    Quick View

    Minimaal Maxitaal – Een boek vol talige tips bij routines in de onthaalklas en eerste kleuterklas

     30,40
    Talige tips bij routines in de onthaalklas en eerste kleuterklas Voor het eerst naar school gaan is voor een kleuter een nieuwe ervaring. Hij moet leren leven in een groep van kinderen, zich aanpassen aan onbekende situaties, omgaan met vreemde volwassenen. Er duiken ook verschillende routines of gewoonten op binnen die specifieke schoolstructuur. Routines zijn krachtige leermomenten, omdat ze een belangrijk aandeel hebben in de schooldag en nauw aansluiten bij de behoeften en de ontwikkeling van een jonge kleuter. Bovendien zijn het dé momenten bij uitstek om een rijk en begrijpelijk taalaanbod aan te bieden, spreekkansen en spreekruimte te creëren en veel individuele feedback te geven. En ze vormen de uitgelezen kans om te communiceren met ouders en hen te betrekken bij het klasgebeuren. Het loont dus meer dan de moeite om routines zinvol en betekenisvol in te vullen in functie van het welbevinden, de ontwikkeling en de taalverwerving van een jonge kleuter. Om dit te realiseren reikt dit boek inspirerende ideeën aan rond dagelijkse routines.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Kinderen met specifieke onderwijsbehoeften. Ontwikkelingsgericht werken.

     22,60

    Leerkrachten willen met hun leerlingen vooropgestelde ontwikkelingsdoelstellingen bereiken. Het is niet altijd duidelijk wat de beste weg daarnaartoe is. Zeker niet voor leerlingen met beperkingen, zowel in buitengewoon/speciaal onderwijs als in het gewoon/regulier onderwijs.

    Deze publicatie geeft een beeld van hoe doelgericht kan worden gewerkt met deze leerlingen. Het hoofddoel is de kinderen te stimuleren in hun ontwikkeling. Daarom moet eerst worden bepaald wat belangrijk voor ze is. Het uitgangspunt is de beeldvorming van het kind. Hierbij spelen de verwachtingen van kinderen, ouders en maatschappij hun rol. Het hoofddoel moet worden bewaakt door gericht te werken. Dat kan door subdoelen te bepalen en te kaderen in het cyclisch en dynamisch proces van handelingsplanning. Daarop volgt de concrete uitwerking op school-, groeps- en kindniveau. Een uitgebreid deel van het boek is besteed aan een volledig uitgewerkt voorstel om ontwikkelingsdoelen te implementeren binnen een handelingsplanning.


    Marc Van Gils was onderwijzer en directeur van een school voor buitengewoon/speciaal onderwijs in Wuustwezel, stafmedewerker bij Vlaams Verbond van het Katholiek Buitengewoon Onderwijs in Brussel. Nu geeft hij gastlessen aan diverse bachelor-nabacheloropleidingen in Antwerpen.

    Quick View

    Kinderen met specifieke onderwijsbehoeften. Ontwikkelingsgericht werken.

     22,60

    Leerkrachten willen met hun leerlingen vooropgestelde ontwikkelingsdoelstellingen bereiken. Het is niet altijd duidelijk wat de beste weg daarnaartoe is. Zeker niet voor leerlingen met beperkingen, zowel in buitengewoon/speciaal onderwijs als in het gewoon/regulier onderwijs.

    Deze publicatie geeft een beeld van hoe doelgericht kan worden gewerkt met deze leerlingen. Het hoofddoel is de kinderen te stimuleren in hun ontwikkeling. Daarom moet eerst worden bepaald wat belangrijk voor ze is. Het uitgangspunt is de beeldvorming van het kind. Hierbij spelen de verwachtingen van kinderen, ouders en maatschappij hun rol. Het hoofddoel moet worden bewaakt door gericht te werken. Dat kan door subdoelen te bepalen en te kaderen in het cyclisch en dynamisch proces van handelingsplanning. Daarop volgt de concrete uitwerking op school-, groeps- en kindniveau. Een uitgebreid deel van het boek is besteed aan een volledig uitgewerkt voorstel om ontwikkelingsdoelen te implementeren binnen een handelingsplanning.


    Marc Van Gils was onderwijzer en directeur van een school voor buitengewoon/speciaal onderwijs in Wuustwezel, stafmedewerker bij Vlaams Verbond van het Katholiek Buitengewoon Onderwijs in Brussel. Nu geeft hij gastlessen aan diverse bachelor-nabacheloropleidingen in Antwerpen.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Goed ouderschap. Een andere kijk op opvoeden

     21,00

    Er zijn al tal van sociologische, historische en culturele analyses gemaakt van hoe het komt dat ouders in postindustriële, westerse samenlevingen een vaak overweldigende reeks van adviezen te verwerken krijgen over hoe hun kinderen op te voeden.

    Tegelijk bestaan er ook verschillende filosofische analyses van de juridische, morele en politieke kwesties omtrent vraagstukken rond voortplanting, de rechten van kinderen en de plichten van ouders, alsook een aantal filosofische beschouwingen over de verschuivingen in opvattingen over het kind en de ouder-kindrelaties.

    Deze publicatie heeft oog voor deze literatuur, maar is toch beduidend anders. De auteurs bieden een filosofisch georiënterende lezing van de alledaagse ervaringen van ouder-zijn en van de bijhorende overwegingen, oordelen en dilemma’s. In de exploratie van de ethische en conceptuele vragen die verbonden zijn aan de ouder- kindrelatie, laten ze de onherleidbare filosofische rijkdom van deze relatie zien.

    Daarmee leveren ze een belangrijk tegengewicht voor de al te empirische en grotendeels psychologische focus van een groot deel van de hedendaagse literatuur over opvoeden. Ze gebruiken daarbij voorbeelden en beschrijvingen vanuit een eerstepersoonsperspectief en tonen zo een aantal beperkingen aan van de wijze waarop vandaag doorgaans over ‘ouderschap’ gedacht en gesproken wordt.

    Tegelijk openen ze zo een ruimte om over opvoeding en ouder-kindrelatie op een andere manier na te denken dan in de termen die vandaag dominant zijn.

    Judith Suissa is docent wijsgerige pedagogiek aan het Institute of Education, University of London.
    Stefan Ramaekers is verbonden aan het Laboratorium voor Educatie en Samenleving van de KU Leuven en doceert er onder meer over wijsgerige pedagogiek en interpretatieve benaderingen van het pedagogisch onderzoek.

    Quick View

    Goed ouderschap. Een andere kijk op opvoeden

     21,00

    Er zijn al tal van sociologische, historische en culturele analyses gemaakt van hoe het komt dat ouders in postindustriële, westerse samenlevingen een vaak overweldigende reeks van adviezen te verwerken krijgen over hoe hun kinderen op te voeden.

    Tegelijk bestaan er ook verschillende filosofische analyses van de juridische, morele en politieke kwesties omtrent vraagstukken rond voortplanting, de rechten van kinderen en de plichten van ouders, alsook een aantal filosofische beschouwingen over de verschuivingen in opvattingen over het kind en de ouder-kindrelaties.

    Deze publicatie heeft oog voor deze literatuur, maar is toch beduidend anders. De auteurs bieden een filosofisch georiënterende lezing van de alledaagse ervaringen van ouder-zijn en van de bijhorende overwegingen, oordelen en dilemma’s. In de exploratie van de ethische en conceptuele vragen die verbonden zijn aan de ouder- kindrelatie, laten ze de onherleidbare filosofische rijkdom van deze relatie zien.

    Daarmee leveren ze een belangrijk tegengewicht voor de al te empirische en grotendeels psychologische focus van een groot deel van de hedendaagse literatuur over opvoeden. Ze gebruiken daarbij voorbeelden en beschrijvingen vanuit een eerstepersoonsperspectief en tonen zo een aantal beperkingen aan van de wijze waarop vandaag doorgaans over ‘ouderschap’ gedacht en gesproken wordt.

    Tegelijk openen ze zo een ruimte om over opvoeding en ouder-kindrelatie op een andere manier na te denken dan in de termen die vandaag dominant zijn.

    Judith Suissa is docent wijsgerige pedagogiek aan het Institute of Education, University of London.
    Stefan Ramaekers is verbonden aan het Laboratorium voor Educatie en Samenleving van de KU Leuven en doceert er onder meer over wijsgerige pedagogiek en interpretatieve benaderingen van het pedagogisch onderzoek.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Handboek spraakapraxie bij volwassenen

     29,90
    Spraakapraxie is een complexe neurogene communicatiestoornis die, zeker in combinatie met afasie, frequent voorkomt. Dit handboek combineert evidence based informatie met klinische ervaring.

    Eerst wordt het concept spraakapraxie gedefinieerd en worden de voornaamste symptomen geïllustreerd. Dan komen de diagnostische criteria, de beschikbare diagnostische instrumenten en de differentiële diagnostiek met andere neurogene communicatiestoornissen aan bod. De integrale stimulatiemethode en de principes van motorisch leren vormen de fundamenten van het behandelingsconcept, dat concreet vorm krijgt in verschillende therapiemethodes, zoals de Sound Production Treatment, Melodic Intonation Therapy en Speech-Music Therapy for Aphasia. Aan de hand van het ICF-model en een getuigenis wordt tenslotte de psychosociale impact van de stoornis behandeld.

    Het handboek bevat meer dan 40 verwerkingsopdrachten en 50 kaders met klinisch bruikbaar materiaal.

    GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content



    Frank Paemeleire is verbonden aan de Logopedische Dienst van het Algemeen Ziekenhuis Maria-Middelares in Gent en hij is lector aan de opleiding Professionele Bachelor in de Logopedie en de Audiologie van de Arteveldehogeschool in Gent.

    "(...) een compleet overzicht van de huidige stand van zaken met betrekking tot alle aspecten van spraakapraxie bij volwassenen, met een duidelijke visie van de auteur. Een must voor iedereen die werkt met mensen met deze verworven aandoening!"
    Logopedie (NL), jrg. 85, nr. 3, blz. 30

    "We haalden er veel nieuwe inzichten en tips uit en ons inziens hoort het thuis op elke boekenplank van collega's die personen met neurogene stoornissen behandelen alsook diegenen die collega in wording zijn."
    Logopedie - VVL, mei-juni 2013, blz. 70-71

    Quick View

    Handboek spraakapraxie bij volwassenen

     29,90
    Spraakapraxie is een complexe neurogene communicatiestoornis die, zeker in combinatie met afasie, frequent voorkomt. Dit handboek combineert evidence based informatie met klinische ervaring.

    Eerst wordt het concept spraakapraxie gedefinieerd en worden de voornaamste symptomen geïllustreerd. Dan komen de diagnostische criteria, de beschikbare diagnostische instrumenten en de differentiële diagnostiek met andere neurogene communicatiestoornissen aan bod. De integrale stimulatiemethode en de principes van motorisch leren vormen de fundamenten van het behandelingsconcept, dat concreet vorm krijgt in verschillende therapiemethodes, zoals de Sound Production Treatment, Melodic Intonation Therapy en Speech-Music Therapy for Aphasia. Aan de hand van het ICF-model en een getuigenis wordt tenslotte de psychosociale impact van de stoornis behandeld.

    Het handboek bevat meer dan 40 verwerkingsopdrachten en 50 kaders met klinisch bruikbaar materiaal.

    GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content



    Frank Paemeleire is verbonden aan de Logopedische Dienst van het Algemeen Ziekenhuis Maria-Middelares in Gent en hij is lector aan de opleiding Professionele Bachelor in de Logopedie en de Audiologie van de Arteveldehogeschool in Gent.

    "(...) een compleet overzicht van de huidige stand van zaken met betrekking tot alle aspecten van spraakapraxie bij volwassenen, met een duidelijke visie van de auteur. Een must voor iedereen die werkt met mensen met deze verworven aandoening!"
    Logopedie (NL), jrg. 85, nr. 3, blz. 30

    "We haalden er veel nieuwe inzichten en tips uit en ons inziens hoort het thuis op elke boekenplank van collega's die personen met neurogene stoornissen behandelen alsook diegenen die collega in wording zijn."
    Logopedie - VVL, mei-juni 2013, blz. 70-71

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Wiens verhaal telt? Naar een narratieve en dialogische loopbaanbegeleiding

     32,90

    Veel mensen ervaren een tekort aan richting en identiteit. Zij snakken naar informatie over hoe ze hun (levens)loopbaan het beste kunnen vormgeven. Maar ze weten vervolgens niet wat te doen met deze informatie omdat ze geen verhaal hebben over hun eigen leven dat verleden, heden en toekomst op een zinvolle wijze met elkaar verbindt.

    Tegelijkertijd wordt allerwege van hen verwacht dat ze een dergelijk verhaal wel paraat hebben. Zelfsturing is het parool, zowel in het onderwijs (‘eigen verantwoordelijkheid’), op de arbeidsmarkt (‘employability’) als in de samenleving (‘burgerschap’).

    Het verhaal dat zelfsturing mogelijk maakt, ontstaat echter niet vanzelf. Het wordt gaandeweg geschreven in een dialoog die zich niet alleen afspeelt tussen maar ook binnen mensen.

    In deze bundel gaan 22 auteurs vanuit diverse gezichtspunten in op vragen als:
  • Hoe ziet een goede (loopbaan)dialoog er uit?
  • Waarom vinden docenten het vaak moeilijk met hun studenten over hun loopbaan te praten?
  • Welke situaties bevorderen een dialoog?


  • Behalve kritische analyses van de bestaande praktijk bieden de auteurs ook methodische handreikingen voor het voeren van goede (loopbaan)dialogen. Het boek geeft de laatste stand van zaken wat betreft de theorie over, het onderzoek naar en de praktijk van moderne loopbaanbegeleiding.

    Frans Meijers is lector Pedagogiek van de Beroepsvorming aan de Haagse Hogeschool en directeur van Meijers Onderzoek & Advies.

    Quick View

    Wiens verhaal telt? Naar een narratieve en dialogische loopbaanbegeleiding

     32,90

    Veel mensen ervaren een tekort aan richting en identiteit. Zij snakken naar informatie over hoe ze hun (levens)loopbaan het beste kunnen vormgeven. Maar ze weten vervolgens niet wat te doen met deze informatie omdat ze geen verhaal hebben over hun eigen leven dat verleden, heden en toekomst op een zinvolle wijze met elkaar verbindt.

    Tegelijkertijd wordt allerwege van hen verwacht dat ze een dergelijk verhaal wel paraat hebben. Zelfsturing is het parool, zowel in het onderwijs (‘eigen verantwoordelijkheid’), op de arbeidsmarkt (‘employability’) als in de samenleving (‘burgerschap’).

    Het verhaal dat zelfsturing mogelijk maakt, ontstaat echter niet vanzelf. Het wordt gaandeweg geschreven in een dialoog die zich niet alleen afspeelt tussen maar ook binnen mensen.

    In deze bundel gaan 22 auteurs vanuit diverse gezichtspunten in op vragen als:
  • Hoe ziet een goede (loopbaan)dialoog er uit?
  • Waarom vinden docenten het vaak moeilijk met hun studenten over hun loopbaan te praten?
  • Welke situaties bevorderen een dialoog?


  • Behalve kritische analyses van de bestaande praktijk bieden de auteurs ook methodische handreikingen voor het voeren van goede (loopbaan)dialogen. Het boek geeft de laatste stand van zaken wat betreft de theorie over, het onderzoek naar en de praktijk van moderne loopbaanbegeleiding.

    Frans Meijers is lector Pedagogiek van de Beroepsvorming aan de Haagse Hogeschool en directeur van Meijers Onderzoek & Advies.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Werkboek voor afasie

     46,00
    Uit de logopedische praktijk blijkt dat er een grote behoefte is aan uitgewerkt oefenmateriaal voor personen met afasie op een hoger taalniveau. In dit boek zijn een honderdtal dergelijke oefeningen samengebracht. De eerste vier reeksen bevatten oefeningen voor specifieke taalvaardigheden (woordgebruik, ontwikkeling van de syntaxis, ordenen in taal, volgen van instructies), de volgende vier reeksen bevatten oefeningen voor het gebruik van feitenkennis, concreet en abstract redeneren en zich persoonlijk uitdrukken. De laatste reeks met aanvullend materiaal kan voor diverse doeleinden worden aangewend.

    Het boek biedt een ruime waaier aan oefeningen met verschillende moeilijkheidsgraad en voor uiteenlopende problemen. De logopedist kan deze taaltaken aanbieden in de individuele therapie, als groepsopdracht of als huistaak.

    Het opstellen van dergelijk uitgebreid en uitgebalanceerd materiaal vergt veel tijd en ervaring. Deze derde, geactualiseerde Nederlandse editie van het ‘Workbook for Aphasia’ (met weblink) steunt tegelijk op de competentie van afasiespecialiste Susan Howell-Brubaker en op het werk van een groep ervaren logopedisten die de Engelse editie vertaalden en volledig aanpasten aan het taalgebruik in Vlaanderen en Nederland, aan specifieke talige situaties en leefgewoonten.

    Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.



    Susan Howell-Brubaker is Assistent Directeur aan het Speech and Language Pathology Department van het William Beaumont Hospital, Royal Oak, Michigan. Gedurende meer dan dertig jaar specialiseerde ze zich in het werken met volwassenen met communicatiestoornissen als gevolg van neurologische dysfuncties of hersentraumata. De vertalers specialiseerden zich eveneens in het diagnosticeren en behandelen van volwassenen met communicatiestoornissen als gevolg van neurologische dysfuncties of hersentraumata. Het zijn lic. Luce Plasschaert, prof. dr. Eric Manders lic. Renée Reynders, prof. dr. John Van Borsel en drs. Mia Verschaeve.

    Quick View

    Werkboek voor afasie

     46,00
    Uit de logopedische praktijk blijkt dat er een grote behoefte is aan uitgewerkt oefenmateriaal voor personen met afasie op een hoger taalniveau. In dit boek zijn een honderdtal dergelijke oefeningen samengebracht. De eerste vier reeksen bevatten oefeningen voor specifieke taalvaardigheden (woordgebruik, ontwikkeling van de syntaxis, ordenen in taal, volgen van instructies), de volgende vier reeksen bevatten oefeningen voor het gebruik van feitenkennis, concreet en abstract redeneren en zich persoonlijk uitdrukken. De laatste reeks met aanvullend materiaal kan voor diverse doeleinden worden aangewend.

    Het boek biedt een ruime waaier aan oefeningen met verschillende moeilijkheidsgraad en voor uiteenlopende problemen. De logopedist kan deze taaltaken aanbieden in de individuele therapie, als groepsopdracht of als huistaak.

    Het opstellen van dergelijk uitgebreid en uitgebalanceerd materiaal vergt veel tijd en ervaring. Deze derde, geactualiseerde Nederlandse editie van het ‘Workbook for Aphasia’ (met weblink) steunt tegelijk op de competentie van afasiespecialiste Susan Howell-Brubaker en op het werk van een groep ervaren logopedisten die de Engelse editie vertaalden en volledig aanpasten aan het taalgebruik in Vlaanderen en Nederland, aan specifieke talige situaties en leefgewoonten.

    Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.



    Susan Howell-Brubaker is Assistent Directeur aan het Speech and Language Pathology Department van het William Beaumont Hospital, Royal Oak, Michigan. Gedurende meer dan dertig jaar specialiseerde ze zich in het werken met volwassenen met communicatiestoornissen als gevolg van neurologische dysfuncties of hersentraumata. De vertalers specialiseerden zich eveneens in het diagnosticeren en behandelen van volwassenen met communicatiestoornissen als gevolg van neurologische dysfuncties of hersentraumata. Het zijn lic. Luce Plasschaert, prof. dr. Eric Manders lic. Renée Reynders, prof. dr. John Van Borsel en drs. Mia Verschaeve.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Muziektherapie in de revalidatie. Handboek voor de klinische praktijk.

     35,90
    In deze publicatie wordt de muziektherapeutische praktijk in de revalidatie in Nederland en België beschreven. Recente klinische ontwikkelingen uit de diverse praktijken zijn hier toegevoegd, zoals de behandeling van motorische, cognitieve en spraak- en taalstoornissen bij volwassenen, chronische pijn, ernstige meervoudige beperkingen bij kinderen, kanker en muziekblessures. Nieuw is ook de aandacht voor de sterk toegenomen kennis over de werking van muziek op de hersenen en de consequenties daarvan voor de klinische praktijk.

    Met behulp van deze kennis zullen muziektherapeuten steeds beter in staat zijn de resultaten van hun muziektherapeutische interventies bij kinderen en volwassenen met wetenschappelijke onderzoeksresultaten te onderbouwen. De ontwikkeling van speciaal ontworpen elektronische muziekinstrumenten en het gebruik van de computer met randapparatuur en software heeft de laatste jaren een hoge vlucht genomen. Ook zijn de mogelijkheden van aanpassingen aan muziekinstrumenten nog verder uitgebreid.

    "een aanrader voor elke muziektherapeut"
    Tijdschrift voor vaktherapie, jrg. 9,nr. 4, blz. 49

    Madeleen de Bruijn (red.) ontwikkelde de toepassing van muziektherapie in de revalidatie van kinderen en volwassenen in Nederland vanuit haar praktijk bij Revalidatie Friesland in Beetsterzwaag. Ze heeft over dit onderwerp veel publicaties op haar naam staan en heeft regelmatig voordrachten gehouden in binnen- en buitenland. Momenteel is ze betrokken bij een onderzoek naar de effecten van de door haar mee ontwikkelde en inmiddels al veel toegepaste methode Speech-Music Therapy for Aphasia, in samenwerking met de Rijksuniversiteit Groningen en het Leids Universitair Medische Centrum.

    Quick View

    Muziektherapie in de revalidatie. Handboek voor de klinische praktijk.

     35,90
    In deze publicatie wordt de muziektherapeutische praktijk in de revalidatie in Nederland en België beschreven. Recente klinische ontwikkelingen uit de diverse praktijken zijn hier toegevoegd, zoals de behandeling van motorische, cognitieve en spraak- en taalstoornissen bij volwassenen, chronische pijn, ernstige meervoudige beperkingen bij kinderen, kanker en muziekblessures. Nieuw is ook de aandacht voor de sterk toegenomen kennis over de werking van muziek op de hersenen en de consequenties daarvan voor de klinische praktijk.

    Met behulp van deze kennis zullen muziektherapeuten steeds beter in staat zijn de resultaten van hun muziektherapeutische interventies bij kinderen en volwassenen met wetenschappelijke onderzoeksresultaten te onderbouwen. De ontwikkeling van speciaal ontworpen elektronische muziekinstrumenten en het gebruik van de computer met randapparatuur en software heeft de laatste jaren een hoge vlucht genomen. Ook zijn de mogelijkheden van aanpassingen aan muziekinstrumenten nog verder uitgebreid.

    "een aanrader voor elke muziektherapeut"
    Tijdschrift voor vaktherapie, jrg. 9,nr. 4, blz. 49

    Madeleen de Bruijn (red.) ontwikkelde de toepassing van muziektherapie in de revalidatie van kinderen en volwassenen in Nederland vanuit haar praktijk bij Revalidatie Friesland in Beetsterzwaag. Ze heeft over dit onderwerp veel publicaties op haar naam staan en heeft regelmatig voordrachten gehouden in binnen- en buitenland. Momenteel is ze betrokken bij een onderzoek naar de effecten van de door haar mee ontwikkelde en inmiddels al veel toegepaste methode Speech-Music Therapy for Aphasia, in samenwerking met de Rijksuniversiteit Groningen en het Leids Universitair Medische Centrum.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Psycho-educatie bij dyslexie

     41,20
    Heel wat kinderen met dyslexie ontwikkelen ook psychische klachten, zoals een negatief zelfbeeld, faalangst, depressiviteit, problemen met leeftijdsgenoten… Of ze die inderdaad ontwikkelen, heeft te maken met hoe zijzelf en hun omgeving omgaan met de problematiek. Daarom is het aangewezen om bij kinderen met dyslexie psycho-educatie in de behandeling op te nemen. Met de juiste inzichten zal de dyslexie minder belemmerend werken op andere domeinen. Ook de omgeving, zoals de ouders, heeft daar baat bij. Ze kunnen vanuit een helpende attitude het kind ondersteunen.

    Het doel van de psycho-educatie is de motivatie, de inzet en de actieve medewerking van het kind te verhogen, wat leidt tot betere resultaten van de behandeling.
    Het kind moet een stevige basis verwerven om gedurende zijn hele leven adequaat met zijn dyslexie om te gaan.

    Deze werkmap is geconcipieerd voor beginnende lezers die ervaren dat het leren lezen moeizaam verloopt en voor wie leerkrachten en andere begeleiders aandringen op bijkomende hulp.

    Nadja Brocatus, logopediste-stottertherapeute, is verbonden aan het Centrum voor Ambulante Revalidatie in Oostakker. Naast stotteren behandelt zij complexe leerstoornissen en ADHD. Ze doceert ook aan de Afstudeerrichting Logopedie van de Arteveldehogeschool in Gent.

    Kathleen Vermeersch, logopediste, is verbonden aan hetzelfde Centrum. Ze is gespecialiseerd in de behandeling van complexe leerstoornissen en dyslexie. Daarnaast werkt ze in een groepsprivépraktijk in Nazareth.

    "Zowel de onderbouw als de werkbladen zijn heel degelijk uitgewerkt. De zorgverlener kan meteen aan de slag."
    Logopedie (jrg. 25, nr. 6, blz. 66)

    Quick View

    Psycho-educatie bij dyslexie

     41,20
    Heel wat kinderen met dyslexie ontwikkelen ook psychische klachten, zoals een negatief zelfbeeld, faalangst, depressiviteit, problemen met leeftijdsgenoten… Of ze die inderdaad ontwikkelen, heeft te maken met hoe zijzelf en hun omgeving omgaan met de problematiek. Daarom is het aangewezen om bij kinderen met dyslexie psycho-educatie in de behandeling op te nemen. Met de juiste inzichten zal de dyslexie minder belemmerend werken op andere domeinen. Ook de omgeving, zoals de ouders, heeft daar baat bij. Ze kunnen vanuit een helpende attitude het kind ondersteunen.

    Het doel van de psycho-educatie is de motivatie, de inzet en de actieve medewerking van het kind te verhogen, wat leidt tot betere resultaten van de behandeling.
    Het kind moet een stevige basis verwerven om gedurende zijn hele leven adequaat met zijn dyslexie om te gaan.

    Deze werkmap is geconcipieerd voor beginnende lezers die ervaren dat het leren lezen moeizaam verloopt en voor wie leerkrachten en andere begeleiders aandringen op bijkomende hulp.

    Nadja Brocatus, logopediste-stottertherapeute, is verbonden aan het Centrum voor Ambulante Revalidatie in Oostakker. Naast stotteren behandelt zij complexe leerstoornissen en ADHD. Ze doceert ook aan de Afstudeerrichting Logopedie van de Arteveldehogeschool in Gent.

    Kathleen Vermeersch, logopediste, is verbonden aan hetzelfde Centrum. Ze is gespecialiseerd in de behandeling van complexe leerstoornissen en dyslexie. Daarnaast werkt ze in een groepsprivépraktijk in Nazareth.

    "Zowel de onderbouw als de werkbladen zijn heel degelijk uitgewerkt. De zorgverlener kan meteen aan de slag."
    Logopedie (jrg. 25, nr. 6, blz. 66)

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Psychiatrie in de klas

     25,60

    Passend en opbrengstgericht onderwijs bij leerlingen met psychiatrische problematiek.

    Uiteraard gun je iedere leerling een passend aanbod en vanzelfsprekend wil je als leerkracht alles uit een leerling halen hetgeen binnen zijn of haar mogelijkheden ligt.

    Alleen is dat beleidsmatig sneller bepaald dan in de praktijk uitgevoerd. Leerkrachten zijn over het algemeen niet terdege getraind in het maken en uitvoeren van opbrengstgerichte handelingsplannen voor leerlingen met psychiatrische problematiek. Daarnaast hebben ze niet bepaald zeeën van tijd. Er blijkt een grote behoefte aan een leidraad bij het maken en in praktijk brengen van deze handelingsplannen.

    Dit boek werkt als een kompas bij de aanpak van leerlingen met gedragsproblematiek / gedragsstoornissen, AD(H)D, autisme spectrum stoornissen / PDD (NOS), hechtingsproblemen / stoornissen, ouder kind relatie problemen, borderline in ontwikkeling, angststoornissen en depressies. Het boek beschrijft een specifieke methodiek en bevat:
  • Een korte en bondige uitleg over de problematieken, waardoor je de symptomen in de klas zeker zult herkennen.
  • Een beschrijving hoe je een professionele sterkte zwakte analyse maakt.
  • Richtlijnen met betrekking tot het ontwikkelingsperspectief per problematiek.
  • De bewezen belangrijke doelen waar men aan moet werken om de schoolse ontwikkeling vlot te trekken.
  • Per problematiek best practice handvatten.


  • Alle doelen staan in relatie tot het ontwikkelingsperspectief en zijn smart beschreven. De aanpak is bewezen effectief, goed uitvoerbaar en oplossingsgericht, gebruik makend van de gezonde ontwikkeling van de leerling. Qua tijdsinvestering maak je een dergelijk professioneel plan, na enige oefening, binnen 45 minuten!

    Giel Vaessen werkt als zorgcoördinator en trainer op de Rec IV school de Buitenhof te Heerlen. Voorheen werkte hij als behandelcoördinator en systeemtherapeut in de kinder- en jeugdpsychiatrie. Daarnaast schreef hij diverse praktijkgerichte boeken en geeft hij cursussen aan ouderverenigingen, leraren en hulpverleners in de jeugdzorg.
    Zie www.wervelkind.nl.

    Quick View

    Psychiatrie in de klas

     25,60

    Passend en opbrengstgericht onderwijs bij leerlingen met psychiatrische problematiek.

    Uiteraard gun je iedere leerling een passend aanbod en vanzelfsprekend wil je als leerkracht alles uit een leerling halen hetgeen binnen zijn of haar mogelijkheden ligt.

    Alleen is dat beleidsmatig sneller bepaald dan in de praktijk uitgevoerd. Leerkrachten zijn over het algemeen niet terdege getraind in het maken en uitvoeren van opbrengstgerichte handelingsplannen voor leerlingen met psychiatrische problematiek. Daarnaast hebben ze niet bepaald zeeën van tijd. Er blijkt een grote behoefte aan een leidraad bij het maken en in praktijk brengen van deze handelingsplannen.

    Dit boek werkt als een kompas bij de aanpak van leerlingen met gedragsproblematiek / gedragsstoornissen, AD(H)D, autisme spectrum stoornissen / PDD (NOS), hechtingsproblemen / stoornissen, ouder kind relatie problemen, borderline in ontwikkeling, angststoornissen en depressies. Het boek beschrijft een specifieke methodiek en bevat:
  • Een korte en bondige uitleg over de problematieken, waardoor je de symptomen in de klas zeker zult herkennen.
  • Een beschrijving hoe je een professionele sterkte zwakte analyse maakt.
  • Richtlijnen met betrekking tot het ontwikkelingsperspectief per problematiek.
  • De bewezen belangrijke doelen waar men aan moet werken om de schoolse ontwikkeling vlot te trekken.
  • Per problematiek best practice handvatten.


  • Alle doelen staan in relatie tot het ontwikkelingsperspectief en zijn smart beschreven. De aanpak is bewezen effectief, goed uitvoerbaar en oplossingsgericht, gebruik makend van de gezonde ontwikkeling van de leerling. Qua tijdsinvestering maak je een dergelijk professioneel plan, na enige oefening, binnen 45 minuten!

    Giel Vaessen werkt als zorgcoördinator en trainer op de Rec IV school de Buitenhof te Heerlen. Voorheen werkte hij als behandelcoördinator en systeemtherapeut in de kinder- en jeugdpsychiatrie. Daarnaast schreef hij diverse praktijkgerichte boeken en geeft hij cursussen aan ouderverenigingen, leraren en hulpverleners in de jeugdzorg.
    Zie www.wervelkind.nl.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Denken over duiden. Inleiding in de hermeneutiek

     21,60
    De hermeneutiek is de oudste discipline die zich met het denken over de interpretatie van diverse fenomenen (teksten, kunstwerken, gedrag, juridische kwesties) heeft beziggehouden. In Denken over duiden wordt het vruchtbare en actuale karakter van de hermeneutiek uiteengezet voor geesteswetenschappers en lezers die graag hun kennis over interpreteren willen uitbreiden.Denken over duiden geeft na een overzicht van het fenomeen ‘interpretatie’ een uitvoerige uiteenzetting van de belangrijkste bronnen van de moderne hermeneutiek, de exegese en de fenomenologie. Vervolgens wordt inzicht gegeven in de historische ontwikkeling van de hermeneutiek, de door haar gevolgde methoden en haar denken over de relatie tussen tekst en auteur. In het laatste hoofdstuk worden de relaties tussen het deconstructivisme en de hermeneutiek belicht.

    GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content



    Hans van Stralen studeerde theologie, filosofie, Nederlands en literatuurwetenschap.In 1990 promoveerde hij in de letterkunde op modernistische literatuur, in 2009 publiceerde hij zijn dissertatie in de theologie over bekeringen. In 1996 en 2005 verschenen zijn studies over het existentialisme Beschreven keuzes en Choices and Conflicts. Hij is als literatuurwetenschapper verbonden aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Utrecht.

    "een uiterst leesbare inleiding in de hermeneutiek"
    Leesmenu Cultuur zomer 2012 - www.cultuurpagina.be

    Quick View

    Denken over duiden. Inleiding in de hermeneutiek

     21,60
    De hermeneutiek is de oudste discipline die zich met het denken over de interpretatie van diverse fenomenen (teksten, kunstwerken, gedrag, juridische kwesties) heeft beziggehouden. In Denken over duiden wordt het vruchtbare en actuale karakter van de hermeneutiek uiteengezet voor geesteswetenschappers en lezers die graag hun kennis over interpreteren willen uitbreiden.Denken over duiden geeft na een overzicht van het fenomeen ‘interpretatie’ een uitvoerige uiteenzetting van de belangrijkste bronnen van de moderne hermeneutiek, de exegese en de fenomenologie. Vervolgens wordt inzicht gegeven in de historische ontwikkeling van de hermeneutiek, de door haar gevolgde methoden en haar denken over de relatie tussen tekst en auteur. In het laatste hoofdstuk worden de relaties tussen het deconstructivisme en de hermeneutiek belicht.

    GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content



    Hans van Stralen studeerde theologie, filosofie, Nederlands en literatuurwetenschap.In 1990 promoveerde hij in de letterkunde op modernistische literatuur, in 2009 publiceerde hij zijn dissertatie in de theologie over bekeringen. In 1996 en 2005 verschenen zijn studies over het existentialisme Beschreven keuzes en Choices and Conflicts. Hij is als literatuurwetenschapper verbonden aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Utrecht.

    "een uiterst leesbare inleiding in de hermeneutiek"
    Leesmenu Cultuur zomer 2012 - www.cultuurpagina.be

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Orthopedagogiek. Ontwikkelingen, theorieën en modellen (KOP-Serie, nr. 32)

     35,00
    Dit boek biedt de lezer een recent overzicht van opvattingen, theorieën en modellen van orthopedagogische hulpverlening en de consequenties daarvan voor de praktijk. Het geeft een beeld van de identiteit van de orthopedagogiek als discipline. Het historisch overzicht van ontwikkelingen in Nederland en Vlaanderen maakt duidelijk welke opvattingen, ook uit andere disciplines, hun stempel hebben gedrukt op de huidige orthopedagogische werkvelden. De rol van theorieën voor de praktijk, zowel in klinisch werk als in wetenschappelijk onderzoek, wordt besproken. Het hele boek nodigt uit om kritisch na te denken over de keuze van standpunten en over de wetenschappelijke verantwoording van kennis die wordt aangeboden.

    Het geheel gereviseerde boek staat een handelingsgerichte orthopedagogiek voor. Het gaat om kennis die de professional (als ‘scientist-practitioner’) nodig heeft in de hulpverlening bij problemen die zich in de opvoeding voordoen, waarbij vooral – al is dat niet per definitie het geval – sprake is van ernstige ontwikkelingsproblemen. De aard van de herziening en de uitbreiding van de verschillende thema’s waren aanleiding om niet langer van een ‘inleiding’ te spreken, hoezeer het boek ook als zodanig bruikbaar blijft.

    Wied Ruijssenaars studeerde orthopedagogiek in Nijmegen, met een bijzondere aandacht voor leerproblemen. Na zijn promotie in 1984 op een onderzoek naar leertests vervulde hij van 1987-1993 een leeropdracht aan de KULeuven en van 1993 tot 2003 was hij hoogleraar Orthopedagogiek aan de Universiteit Leiden. Sinds 2004 is hij hoogleraar Orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen, gericht op personen met beperkingen.

    Peter van den Bergh is werkzaam bij de Afdeling Orthopedagogiek van de Universiteit Leiden, met name op het gebied van de jeugd- en pleegzorg. Hij is gepromoveerd op de opnamebesluitvorming van kinderen in residentiële voorzieningen. Tevens heeft hij een eigen psychologische/pedagogische praktijk. Hij is BIG-geregistreerd (GZ-psycholoog) en beëdigd als getuige-deskundige voor de rechtbank. Hij heeft diverse bestuursfuncties bekleed binnen en buiten de universiteit.

    Annemieke van Drenth is docent en onderzoeker bij de Afdeling Orthopedagogiek van de Universiteit Leiden. Zij is in 1991 gepromoveerd op een proefschrift over de geschiedenis van de zorg voor meisjes in fabrieken in Nederland. De afgelopen jaren heeft haar onderzoek zich toegespitst op de geschiedenis van de orthopedagogiek. Tevens levert zij bijgedragen aan de ontwikkeling in het domein van ‘history of disability’.

    Quick View

    Orthopedagogiek. Ontwikkelingen, theorieën en modellen (KOP-Serie, nr. 32)

     35,00
    Dit boek biedt de lezer een recent overzicht van opvattingen, theorieën en modellen van orthopedagogische hulpverlening en de consequenties daarvan voor de praktijk. Het geeft een beeld van de identiteit van de orthopedagogiek als discipline. Het historisch overzicht van ontwikkelingen in Nederland en Vlaanderen maakt duidelijk welke opvattingen, ook uit andere disciplines, hun stempel hebben gedrukt op de huidige orthopedagogische werkvelden. De rol van theorieën voor de praktijk, zowel in klinisch werk als in wetenschappelijk onderzoek, wordt besproken. Het hele boek nodigt uit om kritisch na te denken over de keuze van standpunten en over de wetenschappelijke verantwoording van kennis die wordt aangeboden.

    Het geheel gereviseerde boek staat een handelingsgerichte orthopedagogiek voor. Het gaat om kennis die de professional (als ‘scientist-practitioner’) nodig heeft in de hulpverlening bij problemen die zich in de opvoeding voordoen, waarbij vooral – al is dat niet per definitie het geval – sprake is van ernstige ontwikkelingsproblemen. De aard van de herziening en de uitbreiding van de verschillende thema’s waren aanleiding om niet langer van een ‘inleiding’ te spreken, hoezeer het boek ook als zodanig bruikbaar blijft.

    Wied Ruijssenaars studeerde orthopedagogiek in Nijmegen, met een bijzondere aandacht voor leerproblemen. Na zijn promotie in 1984 op een onderzoek naar leertests vervulde hij van 1987-1993 een leeropdracht aan de KULeuven en van 1993 tot 2003 was hij hoogleraar Orthopedagogiek aan de Universiteit Leiden. Sinds 2004 is hij hoogleraar Orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen, gericht op personen met beperkingen.

    Peter van den Bergh is werkzaam bij de Afdeling Orthopedagogiek van de Universiteit Leiden, met name op het gebied van de jeugd- en pleegzorg. Hij is gepromoveerd op de opnamebesluitvorming van kinderen in residentiële voorzieningen. Tevens heeft hij een eigen psychologische/pedagogische praktijk. Hij is BIG-geregistreerd (GZ-psycholoog) en beëdigd als getuige-deskundige voor de rechtbank. Hij heeft diverse bestuursfuncties bekleed binnen en buiten de universiteit.

    Annemieke van Drenth is docent en onderzoeker bij de Afdeling Orthopedagogiek van de Universiteit Leiden. Zij is in 1991 gepromoveerd op een proefschrift over de geschiedenis van de zorg voor meisjes in fabrieken in Nederland. De afgelopen jaren heeft haar onderzoek zich toegespitst op de geschiedenis van de orthopedagogiek. Tevens levert zij bijgedragen aan de ontwikkeling in het domein van ‘history of disability’.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Segregatie in het basisonderwijs: geen zwart-wit verhaal

     21,00
    In dit boek worden de resultaten gepresenteerd van een grootschalig onderzoek naar segregatie in het basisonderwijs in drie Vlaamse steden. Een primeur, want eerder onderzoek hiernaar is schaars. Segregatie wordt niet alleen beschreven en gemeten, maar ook onderzocht naar zijn oorzaken en gevolgen.

    De resultaten worden bovendien op een aangenaam leesbare manier voorgesteld aan de lezer. Naast deze wetenschappelijke bevindingen wordt dit boek verrijkt met reflecties van practici, beleidsmakers en andere wetenschappers in het onderwijsveld. Kortom, dit boek geeft gefundeerde én genuanceerde antwoorden op vele vragen met betrekking tot segregatie in het onderwijs.

    Orhan Agirdag is doctor in de sociologie. Hij is momenteel als post-doctoraal onderzoeker verbonden aan de onderzoeksgroep CuDOS van de Gentse Universiteit, en als Fulbright en Belgian American Educational Foundation fellow verbonden aan University of California, Los Angeles. Zijn werk over onderwijsongelijkheid, meertaligheid en schoolsegregatie is gepubliceerd in tal van internationale journals.

    Ward Nouwen is Master in de Sociologie en is momenteel als onderzoeksmedewerker verbonden aan de Universiteit Antwerpen, Centrum voor Migratie en Interculturele Studies. Tijdens het onderzoeksproject naar segregatie in het basisonderwijs werkte hij tevens als onderzoeker aan de KULeuven, meer bepaald aan het onderzoeksinstituut HIVA.

    Paul Mahieu is doctor in de politieke en sociale wetenschappen. Hij is voorzitter van het Instituut voor Onderwijs en Informatiewetenschappen. Zijn onderzoek situeert zich op het snijvlak tussen maatschappelijke ontwikkelingen en schoolbeleid. Tussen 2003 en 2011 was hij voorzitter van het Lokaal Overlegplatform basisonderwijs in Antwerpen.

    Piet Van Avermaet is verbonden aan de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte van de Universiteit Gent. Hij doceert er “multiculturalismestudies”. Momenteel is hij directeur van het Steunpunt Diversiteit & Leren van de UGent. Zijn expertise en onderzoeksinteresses omvatten ondermeer diversiteit en sociale ongelijkheid in onderwijs, onderwijslinguïstiek, multicultureel en meertalig onderwijs, taal en integratie, sociolinguïstiek en taaltoetsing.

    Mieke Van Houtte is doctor in de sociologie. Ze is als hoofddocent verbonden aan de Vakgroep Sociologie (UGent), en ze staat aan het hoofd van de onderzoeksgroep CuDOS (Cultural Diversity: Opportunities & Socialisation). Ze is sinds 2009 ook voorzitter van de Vereniging voor Sociologie (VVS). In haar werk focust ze op de invloed van schoolkenmerken op de prestaties en het welbevinden van jongeren, met bijzondere aandacht voor seksuele en socioculturele minderheden.

    Anneloes Vandenbroucke is doctor in de psychologie en als onderzoeksleider verbonden aan de HIVA onderzoeksgroep Onderwijs en Levenslang Leren (KULeuven). Zij doet onderzoek naar sociale ongelijkheid binnen het onderwijs en naar de positie van leerlingen met een migratieachtergrond in het bijzonder.

    Quick View

    Segregatie in het basisonderwijs: geen zwart-wit verhaal

     21,00
    In dit boek worden de resultaten gepresenteerd van een grootschalig onderzoek naar segregatie in het basisonderwijs in drie Vlaamse steden. Een primeur, want eerder onderzoek hiernaar is schaars. Segregatie wordt niet alleen beschreven en gemeten, maar ook onderzocht naar zijn oorzaken en gevolgen.

    De resultaten worden bovendien op een aangenaam leesbare manier voorgesteld aan de lezer. Naast deze wetenschappelijke bevindingen wordt dit boek verrijkt met reflecties van practici, beleidsmakers en andere wetenschappers in het onderwijsveld. Kortom, dit boek geeft gefundeerde én genuanceerde antwoorden op vele vragen met betrekking tot segregatie in het onderwijs.

    Orhan Agirdag is doctor in de sociologie. Hij is momenteel als post-doctoraal onderzoeker verbonden aan de onderzoeksgroep CuDOS van de Gentse Universiteit, en als Fulbright en Belgian American Educational Foundation fellow verbonden aan University of California, Los Angeles. Zijn werk over onderwijsongelijkheid, meertaligheid en schoolsegregatie is gepubliceerd in tal van internationale journals.

    Ward Nouwen is Master in de Sociologie en is momenteel als onderzoeksmedewerker verbonden aan de Universiteit Antwerpen, Centrum voor Migratie en Interculturele Studies. Tijdens het onderzoeksproject naar segregatie in het basisonderwijs werkte hij tevens als onderzoeker aan de KULeuven, meer bepaald aan het onderzoeksinstituut HIVA.

    Paul Mahieu is doctor in de politieke en sociale wetenschappen. Hij is voorzitter van het Instituut voor Onderwijs en Informatiewetenschappen. Zijn onderzoek situeert zich op het snijvlak tussen maatschappelijke ontwikkelingen en schoolbeleid. Tussen 2003 en 2011 was hij voorzitter van het Lokaal Overlegplatform basisonderwijs in Antwerpen.

    Piet Van Avermaet is verbonden aan de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte van de Universiteit Gent. Hij doceert er “multiculturalismestudies”. Momenteel is hij directeur van het Steunpunt Diversiteit & Leren van de UGent. Zijn expertise en onderzoeksinteresses omvatten ondermeer diversiteit en sociale ongelijkheid in onderwijs, onderwijslinguïstiek, multicultureel en meertalig onderwijs, taal en integratie, sociolinguïstiek en taaltoetsing.

    Mieke Van Houtte is doctor in de sociologie. Ze is als hoofddocent verbonden aan de Vakgroep Sociologie (UGent), en ze staat aan het hoofd van de onderzoeksgroep CuDOS (Cultural Diversity: Opportunities & Socialisation). Ze is sinds 2009 ook voorzitter van de Vereniging voor Sociologie (VVS). In haar werk focust ze op de invloed van schoolkenmerken op de prestaties en het welbevinden van jongeren, met bijzondere aandacht voor seksuele en socioculturele minderheden.

    Anneloes Vandenbroucke is doctor in de psychologie en als onderzoeksleider verbonden aan de HIVA onderzoeksgroep Onderwijs en Levenslang Leren (KULeuven). Zij doet onderzoek naar sociale ongelijkheid binnen het onderwijs en naar de positie van leerlingen met een migratieachtergrond in het bijzonder.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Zelfverwonding. Psychodynamiek en psychotherapie (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 16)

     22,60
    Automutilatie vertrekt vanuit een noodsituatie. Het is een poging tot evacuatie van ondraaglijke inhouden, tot vermindering van onnoembare spanningen, tot non-verbale communicatie… Het is vaak een vorm van zich behelpen zonder appel op of tussenkomst van de ander en gaat dan gepaard met verstomming, zwijgen of verzwijgen. Daden nemen de plaats in van woorden. Hier en daar kan automutilatie evolueren tot een soort verslaving of addictie, die in een spielerei wel eens met één d geschreven wordt: a-dictie. Zonder spreken.

    Binnen de hulpverlening is het in elk geval van het grootste belang een professionele houding en inzet te bewaren tegenover dit soms traumatiserend verschijnsel. Het is geen sinecure om de neiging tot reageren vanuit diverse negatieve gevoelens door te denken, te verteren en te bevatten. Automutilatie is een uiterst gevoelig en complex thema dat menig GGZ-werker voor bijzondere uitdagingen plaatst. Conform het profiel van deze boekenreeks wordt een en ander vanuit diverse theoretische en klinische perspectieven belicht. Zo wordt gezorgd voor meerdere kaarten die er hopelijk (nu eens naast, dan weer op elkaar) toe bijdragen een duister en onherbergzaam gebied te helpen ontsluiten.

    Mark Kinet is psychiater en (klinisch) psychotherapeut in de Kliniek St-Jozef, Centrum voor Psychiatrie en Psychotherapie in Pittem, en hij voert een zelfstandige psychoanalytische praktijk in Gent. Hij is o.a. coördinator van de reeks Psychoanalytisch Actueel, bestuurslid van de Stichting Psychoanalyse en Cultuur en auteur van o.a. Freud & co in de psychiatrie en De wetenschap van de liefde en de kunst van de computeranalyse.

    Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu

    "zeer leerzaam, prettig lezend en overzichtelijk boek, waarin moderne psychoanalytische theorieën op een vanzelfsprekende manier geïntegreerd zijn zonder dat de duidelijke verschillen in visie en theorie van de schrijvers daarmee verdonkeremaand werden" MGv (jrg. 67, nr. 6, blz. 341-342)

    Dit is een zeer rijke bundel die licht werpt op een bloedstollend onderwerp dat de analyticus en psychotherapeut doet huiveren, bij de keel grijpt en met stomheid slaat."
    Tijdschrift voor Psychoanalyse (jrg. 20, nr. 1, blz. 77)

    Quick View

    Zelfverwonding. Psychodynamiek en psychotherapie (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 16)

     22,60
    Automutilatie vertrekt vanuit een noodsituatie. Het is een poging tot evacuatie van ondraaglijke inhouden, tot vermindering van onnoembare spanningen, tot non-verbale communicatie… Het is vaak een vorm van zich behelpen zonder appel op of tussenkomst van de ander en gaat dan gepaard met verstomming, zwijgen of verzwijgen. Daden nemen de plaats in van woorden. Hier en daar kan automutilatie evolueren tot een soort verslaving of addictie, die in een spielerei wel eens met één d geschreven wordt: a-dictie. Zonder spreken.

    Binnen de hulpverlening is het in elk geval van het grootste belang een professionele houding en inzet te bewaren tegenover dit soms traumatiserend verschijnsel. Het is geen sinecure om de neiging tot reageren vanuit diverse negatieve gevoelens door te denken, te verteren en te bevatten. Automutilatie is een uiterst gevoelig en complex thema dat menig GGZ-werker voor bijzondere uitdagingen plaatst. Conform het profiel van deze boekenreeks wordt een en ander vanuit diverse theoretische en klinische perspectieven belicht. Zo wordt gezorgd voor meerdere kaarten die er hopelijk (nu eens naast, dan weer op elkaar) toe bijdragen een duister en onherbergzaam gebied te helpen ontsluiten.

    Mark Kinet is psychiater en (klinisch) psychotherapeut in de Kliniek St-Jozef, Centrum voor Psychiatrie en Psychotherapie in Pittem, en hij voert een zelfstandige psychoanalytische praktijk in Gent. Hij is o.a. coördinator van de reeks Psychoanalytisch Actueel, bestuurslid van de Stichting Psychoanalyse en Cultuur en auteur van o.a. Freud & co in de psychiatrie en De wetenschap van de liefde en de kunst van de computeranalyse.

    Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu

    "zeer leerzaam, prettig lezend en overzichtelijk boek, waarin moderne psychoanalytische theorieën op een vanzelfsprekende manier geïntegreerd zijn zonder dat de duidelijke verschillen in visie en theorie van de schrijvers daarmee verdonkeremaand werden" MGv (jrg. 67, nr. 6, blz. 341-342)

    Dit is een zeer rijke bundel die licht werpt op een bloedstollend onderwerp dat de analyticus en psychotherapeut doet huiveren, bij de keel grijpt en met stomheid slaat."
    Tijdschrift voor Psychoanalyse (jrg. 20, nr. 1, blz. 77)

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Uitdagingen voor de ziekenfondsen van de 21e eeuw

     18,50
    In dit boek geeft <b<Geert Messiaen zijn toekomstgerichte visie over de belangrijkste uitdagingen die ziekenfondsen in de komende decennia te wachten staan. Op basis van zijn jarenlange ervaring, inzet en gedrevenheid bespreekt hij de ingrijpende realisaties die nodig zijn, zowel op maatschappelijk vlak als ten dienste van de medemens.

    Eerder verscheen van hem bij Garant: ‘Gezondheid is geen koopwaar’ (2009).

    Geert Messiaen is secretaris-generaal van de Landsbond van Liberale Mutualiteiten.
    Zie ook www.geert-messiaen.be.

    Quick View

    Uitdagingen voor de ziekenfondsen van de 21e eeuw

     18,50
    In dit boek geeft <b<Geert Messiaen zijn toekomstgerichte visie over de belangrijkste uitdagingen die ziekenfondsen in de komende decennia te wachten staan. Op basis van zijn jarenlange ervaring, inzet en gedrevenheid bespreekt hij de ingrijpende realisaties die nodig zijn, zowel op maatschappelijk vlak als ten dienste van de medemens.

    Eerder verscheen van hem bij Garant: ‘Gezondheid is geen koopwaar’ (2009).

    Geert Messiaen is secretaris-generaal van de Landsbond van Liberale Mutualiteiten.
    Zie ook www.geert-messiaen.be.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Tien keer beter! 4 – Verbeteren van onderwijspraktijk door onderzoek (Reeks Praktijk in Onderzoek, nr. 7)

     15,90

    In dit boek staan voorbeelden van betere onderwijspraktijk. De kern van dit boek wordt gevormd door de hoofdstukken waarin tien studenten van de opleiding tot Master Special Educational Needs ‘hun verhaal’ vertellen. Verhalen die aantonen dat beter onderwijs groeit in de praktijk. “Bij actieonderzoek doen leerkrachten onderzoek naar de problemen en vraagstukken van hun eigen onderwijspraktijk en ontwerpen hier oplossingen voor. Niemand kent immers zijn klaslokaal beter dan de leerkracht die er elke dag in werkt.” (Cornelissen, 2009). Met de invoering van de bachelor-masterstructuur heeft het praktijkgericht onderzoek aan Nederlandse hogescholen een grote vlucht genomen.

    Omdat onderwijs en opleiden voor onderwijs altijd beter kan, wordt in dit boek ook gerapporteerd over de constructie van een vragenlijst die in kaart brengt wat studenten leren van het doen van praktijkgericht onderzoek. Hiertoe zijn de alumni 2011 van de Master SEN bij Fontys Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg benaderd. Een onderzoek dat een stevige basis legt voor de IPPOD. De vragenlijst die meer kijk moet bieden op de impact en het proces van praktijkgericht onderzoek. Uit een eerste peiling komen al kansen naar voren om nog meer bij te dragen aan een reflectief-onderzoekende houding bij onderwijsprofessionals. Een houding die ten grondslag ligt aan een duurzame verbetering van het onderwijs.

    Op weg naar de invoering van Passend onderwijs worden termen als ‘onderwijszorg’ en ‘zorgleerling’ in de beleidsstukken steeds meer vervangen door ‘onderwijsondersteuning’ en ‘leerling met extra ondersteuningsbehoefte’. Ook begrippen als schoolondersteuningsprofiel, de ondersteuningsstructuur van het samenwerkingsverband, ondersteuningsvoorzieningen, ondersteuningsplan, ondersteuningsmiddelen, basisondersteuning (was basiszorg) en speciale ondersteuning (was zware zorg) doen hun intrede. Het medisch model maakt steeds meer plaats voor het burgerschapsdenken. Het zijn die inzichten die in de opleiding tot Master SEN groeien. Ook in die zin biedt dit boek tekenen van ontwikkeling in een tijdsgewricht van merkbare maatschappelijke veranderingen. Het wijst erop dat Fontys OSO daar klaar voor is.

    Joost Kentson (voorzitter de Onderwijscoöperatie) over de Master SEN: “Als je investeert in scholing dan gaat daarmee de kwaliteit van de mensen omhoog. Dat is een één-op-één-relatie. De invulling van je werk wordt daarmee anders.”


    Quick View

    Tien keer beter! 4 – Verbeteren van onderwijspraktijk door onderzoek (Reeks Praktijk in Onderzoek, nr. 7)

     15,90

    In dit boek staan voorbeelden van betere onderwijspraktijk. De kern van dit boek wordt gevormd door de hoofdstukken waarin tien studenten van de opleiding tot Master Special Educational Needs ‘hun verhaal’ vertellen. Verhalen die aantonen dat beter onderwijs groeit in de praktijk. “Bij actieonderzoek doen leerkrachten onderzoek naar de problemen en vraagstukken van hun eigen onderwijspraktijk en ontwerpen hier oplossingen voor. Niemand kent immers zijn klaslokaal beter dan de leerkracht die er elke dag in werkt.” (Cornelissen, 2009). Met de invoering van de bachelor-masterstructuur heeft het praktijkgericht onderzoek aan Nederlandse hogescholen een grote vlucht genomen.

    Omdat onderwijs en opleiden voor onderwijs altijd beter kan, wordt in dit boek ook gerapporteerd over de constructie van een vragenlijst die in kaart brengt wat studenten leren van het doen van praktijkgericht onderzoek. Hiertoe zijn de alumni 2011 van de Master SEN bij Fontys Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg benaderd. Een onderzoek dat een stevige basis legt voor de IPPOD. De vragenlijst die meer kijk moet bieden op de impact en het proces van praktijkgericht onderzoek. Uit een eerste peiling komen al kansen naar voren om nog meer bij te dragen aan een reflectief-onderzoekende houding bij onderwijsprofessionals. Een houding die ten grondslag ligt aan een duurzame verbetering van het onderwijs.

    Op weg naar de invoering van Passend onderwijs worden termen als ‘onderwijszorg’ en ‘zorgleerling’ in de beleidsstukken steeds meer vervangen door ‘onderwijsondersteuning’ en ‘leerling met extra ondersteuningsbehoefte’. Ook begrippen als schoolondersteuningsprofiel, de ondersteuningsstructuur van het samenwerkingsverband, ondersteuningsvoorzieningen, ondersteuningsplan, ondersteuningsmiddelen, basisondersteuning (was basiszorg) en speciale ondersteuning (was zware zorg) doen hun intrede. Het medisch model maakt steeds meer plaats voor het burgerschapsdenken. Het zijn die inzichten die in de opleiding tot Master SEN groeien. Ook in die zin biedt dit boek tekenen van ontwikkeling in een tijdsgewricht van merkbare maatschappelijke veranderingen. Het wijst erop dat Fontys OSO daar klaar voor is.

    Joost Kentson (voorzitter de Onderwijscoöperatie) over de Master SEN: “Als je investeert in scholing dan gaat daarmee de kwaliteit van de mensen omhoog. Dat is een één-op-één-relatie. De invulling van je werk wordt daarmee anders.”


    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Opbrengstgericht werken: Vlot en Vloeiend lezen. Werkboek voor Pabostudenten

     19,00
    Opbrengstgericht werken krijgt veel aandacht in Nederland. Een verklaring hiervoor is dat te veel kinderen na groep 8 met een te laag niveau voor technisch lezen de basisschool verlaten. Door opbrengstgericht werken wordt op een planmatige wijze met evidence based gebleken aanpakken gewerkt aan het verbeteren van de leesresultaten.

    In het werkboek worden technisch lezen en opbrengstgericht werken sterk aan elkaar gekoppeld. Waarom? Niet goed leren technisch lezen heeft voor een kind ingrijpende negatieve gevolgen, zowel voor de schoolloopbaan als het latere maatschappelijk functioneren. In een kenniseconomie, zoals Nederland die wil zijn, is leesvaardigheid een belangrijke sleutel om te kunnen participeren in de samenleving.Het is daarom van belang, dat alle kinderen vlotte en vloeiende lezers worden.

    Vlot lezen betekent dat ze woorden automatisch, zonder bewuste aandacht kunnen lezen, zodat ze al hun aandacht op de inhoud van de tekst – het begrijpen – kunnen richten. Vloeiend lezen houdt in dat als de leerlingen een tekst hardop lezen, ze dit met de juiste accenten en faseringen doen, zodat voor de omgeving duidelijk is, dat de leerlingen de tekst ook begrijpen.

    Dr. Kees Vernooy is als lector verbonden aan de hogeschool Edith Stein.Drs. Richard Vollenbroek is docent Nederlands aan de hogeschool Edith Stein.Trees van der Hoogt is docent Nederlands aan de hogeschool Edith Stein.

    Bij Garant verscheen ook zijn boek Elk kind een lezer.

    Quick View

    Opbrengstgericht werken: Vlot en Vloeiend lezen. Werkboek voor Pabostudenten

     19,00
    Opbrengstgericht werken krijgt veel aandacht in Nederland. Een verklaring hiervoor is dat te veel kinderen na groep 8 met een te laag niveau voor technisch lezen de basisschool verlaten. Door opbrengstgericht werken wordt op een planmatige wijze met evidence based gebleken aanpakken gewerkt aan het verbeteren van de leesresultaten.

    In het werkboek worden technisch lezen en opbrengstgericht werken sterk aan elkaar gekoppeld. Waarom? Niet goed leren technisch lezen heeft voor een kind ingrijpende negatieve gevolgen, zowel voor de schoolloopbaan als het latere maatschappelijk functioneren. In een kenniseconomie, zoals Nederland die wil zijn, is leesvaardigheid een belangrijke sleutel om te kunnen participeren in de samenleving.Het is daarom van belang, dat alle kinderen vlotte en vloeiende lezers worden.

    Vlot lezen betekent dat ze woorden automatisch, zonder bewuste aandacht kunnen lezen, zodat ze al hun aandacht op de inhoud van de tekst – het begrijpen – kunnen richten. Vloeiend lezen houdt in dat als de leerlingen een tekst hardop lezen, ze dit met de juiste accenten en faseringen doen, zodat voor de omgeving duidelijk is, dat de leerlingen de tekst ook begrijpen.

    Dr. Kees Vernooy is als lector verbonden aan de hogeschool Edith Stein.Drs. Richard Vollenbroek is docent Nederlands aan de hogeschool Edith Stein.Trees van der Hoogt is docent Nederlands aan de hogeschool Edith Stein.

    Bij Garant verscheen ook zijn boek Elk kind een lezer.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    SI-eenheden

     9,00
    SI-eenheden zijn sterk ingeburgerd. Om er vlot mee te kunnen werken is het belangrijk de opbouw ervan goed te kennen.

    Deze gids is bestemd voor iedereen die snel SI-eenheden, afgeleide SI-eenheden en niet-SI-eenheden wil consulteren. Hij helpt zowel de student, de professionele gebruiker als de liefhebber.

    Jef Vercammen volgde de opleiding industrieel ingenieur aan het De Nayer Instituut in Mechelen. Hij is projectingenieur bij Openbare Werken van de Vlaamse Gemeenschap.

    Quick View

    SI-eenheden

     9,00
    SI-eenheden zijn sterk ingeburgerd. Om er vlot mee te kunnen werken is het belangrijk de opbouw ervan goed te kennen.

    Deze gids is bestemd voor iedereen die snel SI-eenheden, afgeleide SI-eenheden en niet-SI-eenheden wil consulteren. Hij helpt zowel de student, de professionele gebruiker als de liefhebber.

    Jef Vercammen volgde de opleiding industrieel ingenieur aan het De Nayer Instituut in Mechelen. Hij is projectingenieur bij Openbare Werken van de Vlaamse Gemeenschap.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    De stemgids

     24,60
    Deze uitgave is een vervolg op Mijn stem, mijn beroep. Handleiding voor de professionele stemgebruiker en is er tegelijk een aanvullende herziening van. De aandacht voor de stem bij professionele stemgebruikers blijft toenemen. Dit blijkt niet alleen uit de plaats die stem en stemgebruik in opleidingen van leerkrachten, acteurs, zangers, presentatoren en andere stemprofessionelen innemen, maar ook uit het toenemende aantal gebruikers dat een beroep doet op neuskeeloorartsen en logopedisten.

    De gids, die bestemd is voor iedereen die zijn of haar stem veel gebruikt, geeft niet alleen informatie maar ook heel concrete richtlijnen, adviezen en oefeningen voor goed stemgebruik en een correcte stemverzorging. Daarmee moeten onder meer stemproblemen als heesheid, spreekvermoeidheid, stemplooiknobbels en andere ongemakken worden voorkomen of verholpen.

    Louis Heylen, logopedist en doctor in de medische wetenschappen, is directeur van het Centrum voor Ambulante Revalidatie en het Revalidatiecentrum voor Niet-Aangeboren Hersenletsel in Turnhout. Hij is postdoctoraal onderzoeker aan de Universiteit Antwerpen en gastprofessor aan de opleiding Logopedie en Audiologie van de Universiteit Gent.

    Marc De Bodt, logopedist en doctor in de medische wetenschappen, is directeur van het Revalidatiecentrum voor Communicatiestoornissen van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen en docent-onderzoeker aan de Universiteit Antwerpen. Daarnaast is hij gastprofessor aan de opleiding Logopedie en Audiologie van de Universiteit Gent.

    Fons Mertens, logopedist, is voormalig diensthoofd en adviseur van de Dienst Logopedie van KMSL – Kristelijk Medico-Sociaal Leven in Turnhout. Hij is expert in stemstoornissen en gaf mee gestalte aan de postacademische vorming stem aan de Universiteit Antwerpen.

    Quick View

    De stemgids

     24,60
    Deze uitgave is een vervolg op Mijn stem, mijn beroep. Handleiding voor de professionele stemgebruiker en is er tegelijk een aanvullende herziening van. De aandacht voor de stem bij professionele stemgebruikers blijft toenemen. Dit blijkt niet alleen uit de plaats die stem en stemgebruik in opleidingen van leerkrachten, acteurs, zangers, presentatoren en andere stemprofessionelen innemen, maar ook uit het toenemende aantal gebruikers dat een beroep doet op neuskeeloorartsen en logopedisten.

    De gids, die bestemd is voor iedereen die zijn of haar stem veel gebruikt, geeft niet alleen informatie maar ook heel concrete richtlijnen, adviezen en oefeningen voor goed stemgebruik en een correcte stemverzorging. Daarmee moeten onder meer stemproblemen als heesheid, spreekvermoeidheid, stemplooiknobbels en andere ongemakken worden voorkomen of verholpen.

    Louis Heylen, logopedist en doctor in de medische wetenschappen, is directeur van het Centrum voor Ambulante Revalidatie en het Revalidatiecentrum voor Niet-Aangeboren Hersenletsel in Turnhout. Hij is postdoctoraal onderzoeker aan de Universiteit Antwerpen en gastprofessor aan de opleiding Logopedie en Audiologie van de Universiteit Gent.

    Marc De Bodt, logopedist en doctor in de medische wetenschappen, is directeur van het Revalidatiecentrum voor Communicatiestoornissen van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen en docent-onderzoeker aan de Universiteit Antwerpen. Daarnaast is hij gastprofessor aan de opleiding Logopedie en Audiologie van de Universiteit Gent.

    Fons Mertens, logopedist, is voormalig diensthoofd en adviseur van de Dienst Logopedie van KMSL – Kristelijk Medico-Sociaal Leven in Turnhout. Hij is expert in stemstoornissen en gaf mee gestalte aan de postacademische vorming stem aan de Universiteit Antwerpen.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Goesting in leren en werken

     29,90
    In het project GoLeWe – Goesting in Leren en Werken werkten zeven hogescholen, twee universitaire onderzoekscentra en vijf middelbare scholen uit de grensbrede regio Vlaanderen-Nederland samen. Het beeld dat deze projectpartners voor ogen hebben, is dat jongeren er zin in hebben om naar school te gaan en te leren. En later als ze afgestudeerd zijn: zin hebben en voldoening vinden in hun werk.

    Het Vlaamse woord ‘goesting’ drukt uit dat je zin in iets hebt vanuit je hart (je gevoel gaat er naar uit), je handen (die al gaan kriebelen) en vanuit een buikgevoel (een verlangen). Het hoofd volgt dan ook: je bent dan ook mentaal ingesteld op de dingen waarvoor je goesting hebt. Als je goesting hebt in je leren en werken, dan ben je gemotiveerd en enthousiast en zit je in je flow. Jongeren moeten hun kwaliteiten kunnen uitbouwen tot competenties die nodig zijn in de maatschappij en in het werkveld. Jongafgestudeerden moeten werk vinden dat aansluit bij hun eigen mogelijkheden, motivatie en ambities.

    Het boek behandelt thema’s omtrent de overgang naar hoger onderwijs, leren in het hoger onderwijs en samenwerking tussen hoger onderwijs en werkveld. Het inspireert onderwijsverantwoordelijken, coördinatoren, begeleiders, leraren en docenten van middelbaar en hoger onderwijs en verantwoordelijken van bedrijven en organisaties die overtuigd zijn van het belang van een nauwere samenwerking tussen onderwijs en werkveld.

    Herman Van de Mosselaer is diensthoofd Onderwijs en onderzoek aan de Plantijn Hogeschool in Antwerpen. Hij was projectcoördinator van GoLeWe. Peter Van Petegem is hoogleraar aan het Instituut voor Onderwijs- en Informatiewetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij leidt er ook de onderzoeksgroep EduBROn en het ECHO – Expertisecentrum Hoger Onderwijs. Diana van Dijk is docent communicatieve vaardigheden aan NHTV – Internationaal hoger onderwijs in Breda. Liesbeth Michiels was projectcoördinator GoLeWe voor de Provinciale Hogeschool Limburg in Hasselt en leercoach in het Departement Beeldende Kunst van deze hogeschool. Nu is zij stafmedewerker onderwijs bij het Sint-Ursula-Instituut in O.-L.-V.-Waver.

    Quick View

    Goesting in leren en werken

     29,90
    In het project GoLeWe – Goesting in Leren en Werken werkten zeven hogescholen, twee universitaire onderzoekscentra en vijf middelbare scholen uit de grensbrede regio Vlaanderen-Nederland samen. Het beeld dat deze projectpartners voor ogen hebben, is dat jongeren er zin in hebben om naar school te gaan en te leren. En later als ze afgestudeerd zijn: zin hebben en voldoening vinden in hun werk.

    Het Vlaamse woord ‘goesting’ drukt uit dat je zin in iets hebt vanuit je hart (je gevoel gaat er naar uit), je handen (die al gaan kriebelen) en vanuit een buikgevoel (een verlangen). Het hoofd volgt dan ook: je bent dan ook mentaal ingesteld op de dingen waarvoor je goesting hebt. Als je goesting hebt in je leren en werken, dan ben je gemotiveerd en enthousiast en zit je in je flow. Jongeren moeten hun kwaliteiten kunnen uitbouwen tot competenties die nodig zijn in de maatschappij en in het werkveld. Jongafgestudeerden moeten werk vinden dat aansluit bij hun eigen mogelijkheden, motivatie en ambities.

    Het boek behandelt thema’s omtrent de overgang naar hoger onderwijs, leren in het hoger onderwijs en samenwerking tussen hoger onderwijs en werkveld. Het inspireert onderwijsverantwoordelijken, coördinatoren, begeleiders, leraren en docenten van middelbaar en hoger onderwijs en verantwoordelijken van bedrijven en organisaties die overtuigd zijn van het belang van een nauwere samenwerking tussen onderwijs en werkveld.

    Herman Van de Mosselaer is diensthoofd Onderwijs en onderzoek aan de Plantijn Hogeschool in Antwerpen. Hij was projectcoördinator van GoLeWe. Peter Van Petegem is hoogleraar aan het Instituut voor Onderwijs- en Informatiewetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij leidt er ook de onderzoeksgroep EduBROn en het ECHO – Expertisecentrum Hoger Onderwijs. Diana van Dijk is docent communicatieve vaardigheden aan NHTV – Internationaal hoger onderwijs in Breda. Liesbeth Michiels was projectcoördinator GoLeWe voor de Provinciale Hogeschool Limburg in Hasselt en leercoach in het Departement Beeldende Kunst van deze hogeschool. Nu is zij stafmedewerker onderwijs bij het Sint-Ursula-Instituut in O.-L.-V.-Waver.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    `Iets´ maken. Beeldend werken nader bekeken

     32,80

    In dit essay staat de ervaring van ‘iets maken’ centraal:
  • Wat gebeurt er als iemand tekent, beeldhouwt, schildert of boetseert?
  • Welke krachten beïnvloeden de maker, die een portret schildert?


  • Nooit eerder werd de dynamiek van het beeldend proces op een onderzoekende manier beschreven. De schrijvers vonden woorden voor een bedrijvig proces, dat zich meestal stilzwijgend voltrekt.

    Aan de orde komt onder anderen:
  • wat er gebeurt er in handen die beeldend werken.
  • wat is dat bijzondere moment van schepping, als de maker er iets in gaat zien.
  • de wisselwerking tussen de zintuigen, de handeling en de beelden die in het brein opkomen.
  • scheppingsverhalen, mythologische vertellingen en de invloed van onze door digitale technologie bewogen samenleving.


  • Het proces van de creatieve dadendrang wordt beschreven vanuit filosofische perspectieven. Enkele thema’s zijn: orde en chaos; esthetiek en ethiek; de rol van kennen, kunnen en vergeten.

    De kennis van ‘iets maken’ is gebaseerd op de praktijk van ruim 60 jaar beeldende therapie. In eerste instantie is ‘iets maken’ geschreven voor beeldend therapeuten, docenten beeldende vorming en beeldend kunstenaars, kortom professionals en studenten in het beeldend vakgebied.

    De impressionistische, soms poëtische stijl van dit boek maakt ‘iets maken’ leesbaar voor eenieder, die meer wil weten van wat er gebeurt, als iemand de handen in de klei steekt en iets maakt.



    Heidi Muijen (1959) is filosoof, beeldend therapeut, trainer, supervisor en coach. Betrokken bij een aantal master opleidingen begeleidingskunde en arts therapies. Zij heeft een eigen praktijk voor levenskunst: Thymia (www.thymia.nl) en www.menskenjezelf.nl.

    Louis van Marissing (1951) is beeldend kunstenaar, beeldend therapeut, trainer, supervisor en coach. In Amsterdam heeft hij een eigen praktijk: PER FORM (www.louisvanmarissing.nl).

    ‘iets maken’ werd geschreven ter gelegenheid van het lustrum van de Nederlandse Vereniging voor Beeldende Therapie.

    Quick View

    `Iets´ maken. Beeldend werken nader bekeken

     32,80

    In dit essay staat de ervaring van ‘iets maken’ centraal:
  • Wat gebeurt er als iemand tekent, beeldhouwt, schildert of boetseert?
  • Welke krachten beïnvloeden de maker, die een portret schildert?


  • Nooit eerder werd de dynamiek van het beeldend proces op een onderzoekende manier beschreven. De schrijvers vonden woorden voor een bedrijvig proces, dat zich meestal stilzwijgend voltrekt.

    Aan de orde komt onder anderen:
  • wat er gebeurt er in handen die beeldend werken.
  • wat is dat bijzondere moment van schepping, als de maker er iets in gaat zien.
  • de wisselwerking tussen de zintuigen, de handeling en de beelden die in het brein opkomen.
  • scheppingsverhalen, mythologische vertellingen en de invloed van onze door digitale technologie bewogen samenleving.


  • Het proces van de creatieve dadendrang wordt beschreven vanuit filosofische perspectieven. Enkele thema’s zijn: orde en chaos; esthetiek en ethiek; de rol van kennen, kunnen en vergeten.

    De kennis van ‘iets maken’ is gebaseerd op de praktijk van ruim 60 jaar beeldende therapie. In eerste instantie is ‘iets maken’ geschreven voor beeldend therapeuten, docenten beeldende vorming en beeldend kunstenaars, kortom professionals en studenten in het beeldend vakgebied.

    De impressionistische, soms poëtische stijl van dit boek maakt ‘iets maken’ leesbaar voor eenieder, die meer wil weten van wat er gebeurt, als iemand de handen in de klei steekt en iets maakt.



    Heidi Muijen (1959) is filosoof, beeldend therapeut, trainer, supervisor en coach. Betrokken bij een aantal master opleidingen begeleidingskunde en arts therapies. Zij heeft een eigen praktijk voor levenskunst: Thymia (www.thymia.nl) en www.menskenjezelf.nl.

    Louis van Marissing (1951) is beeldend kunstenaar, beeldend therapeut, trainer, supervisor en coach. In Amsterdam heeft hij een eigen praktijk: PER FORM (www.louisvanmarissing.nl).

    ‘iets maken’ werd geschreven ter gelegenheid van het lustrum van de Nederlandse Vereniging voor Beeldende Therapie.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Samenwerkingsgerichte hulpverlening met multi-gestresseerde gezinnen

     40,10
    Het werken met gezinnen met een complexe en multipele problematiek is geen sinecure. Maar hoeveel er ook kan foutlopen in een gezin, er zijn altijd ook zaken die wel goed gaan, en waaruit kracht en inspiratie kan worden geput. Cliënten zijn immers meer dan de som van hun problemen. Bij hulpverlening mag dus niet uitsluitend tijd worden besteed aan de analyse en correctie van oude problemen.

    In plaats daarvan moet een hulpverleningsmodel worden aangeboden waarbij families weer voeling kunnen krijgen met de toekomst die ze voor zichzelf wensen, met hun mogelijkheden en uitdagingen. De hulpverlener is daarbij een ‘waarderende bondgenoot’.

    Met tal van casussen en voorbeelden van cliënt-hulpverlener dialogen worden de verschillende stappen en aspecten van deze manier van werken toegelicht.


    William C. Madsen is directeur van het trainingsprogramma ‘Samenwerkingsgerichte en narratieve therapieën’ aan het Instituut voor Gezinstherapie in Cambridge.

    De Nederlandse versie van het boek, gecoördineerd door Mies De Cock, is een initiatief van Begeleidingscentrum Wingerdbloei in Antwerpen.

    Quick View

    Samenwerkingsgerichte hulpverlening met multi-gestresseerde gezinnen

     40,10
    Het werken met gezinnen met een complexe en multipele problematiek is geen sinecure. Maar hoeveel er ook kan foutlopen in een gezin, er zijn altijd ook zaken die wel goed gaan, en waaruit kracht en inspiratie kan worden geput. Cliënten zijn immers meer dan de som van hun problemen. Bij hulpverlening mag dus niet uitsluitend tijd worden besteed aan de analyse en correctie van oude problemen.

    In plaats daarvan moet een hulpverleningsmodel worden aangeboden waarbij families weer voeling kunnen krijgen met de toekomst die ze voor zichzelf wensen, met hun mogelijkheden en uitdagingen. De hulpverlener is daarbij een ‘waarderende bondgenoot’.

    Met tal van casussen en voorbeelden van cliënt-hulpverlener dialogen worden de verschillende stappen en aspecten van deze manier van werken toegelicht.


    William C. Madsen is directeur van het trainingsprogramma ‘Samenwerkingsgerichte en narratieve therapieën’ aan het Instituut voor Gezinstherapie in Cambridge.

    De Nederlandse versie van het boek, gecoördineerd door Mies De Cock, is een initiatief van Begeleidingscentrum Wingerdbloei in Antwerpen.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
      0
      Uw winkelwagen
      Uw winkelwagen is leegVerder winkelen
      ×