Het kind in het ziekenhuis. Psychologisch-wetenschappelijke benadering.
Wanneer een kind – van baby tot adolescent – en zijn omgeving geconfronteerd worden met een ziekenhuisopname, zowel een geplande als een ongeplande opname, wordt de normale gang van zaken danig overhoop gehaald. Dit heeft niet alleen gevolgen voor het kind maar ook voor de gehele context van het gezin. Het kind in het ziekenhuis is immers een uiterst kwetsbaar kind. Verscheidene belangrijke psychologische aspecten zijn medebepalend voor het welzijn van het kind tijdens de opname. De kwaliteit van de gehechtheidsrelatie, de mate van participatie aan de zorg door het kind en zijn omgeving, de wijze waarop met informatie omgegaan wordt, het pijnbeleid… zijn slechts enkele aspecten die deel uitmaken van een integrale zorgverlening.
Ilse Ackermans, pediatrische verpleegkundige en psycholoog, is lector aan de Katholieke Hogeschool Leuven, departement Gezondheid en Technologie, opleiding Verpleeg- en Vroedkunde.
Het kind in het ziekenhuis. Psychologisch-wetenschappelijke benadering.
Wanneer een kind – van baby tot adolescent – en zijn omgeving geconfronteerd worden met een ziekenhuisopname, zowel een geplande als een ongeplande opname, wordt de normale gang van zaken danig overhoop gehaald. Dit heeft niet alleen gevolgen voor het kind maar ook voor de gehele context van het gezin. Het kind in het ziekenhuis is immers een uiterst kwetsbaar kind. Verscheidene belangrijke psychologische aspecten zijn medebepalend voor het welzijn van het kind tijdens de opname. De kwaliteit van de gehechtheidsrelatie, de mate van participatie aan de zorg door het kind en zijn omgeving, de wijze waarop met informatie omgegaan wordt, het pijnbeleid… zijn slechts enkele aspecten die deel uitmaken van een integrale zorgverlening.
Ilse Ackermans, pediatrische verpleegkundige en psycholoog, is lector aan de Katholieke Hogeschool Leuven, departement Gezondheid en Technologie, opleiding Verpleeg- en Vroedkunde.
Waarheid spreken in politiek, onderwijs en vriendschap. Michel Foucault over de parrèsia.
De auteur houdt onze ervaring tegen het licht van het waarheidspreken in de Griekse cultuur. Rond deze parrèsia ontstond een intense filosofische, politieke en ethische reflectie. Over welke onderwerpen is het relevant en belangrijk waarheid te spreken? Hoe onderscheid je een waarheidspreker van een leugenaar of een vleier? Hoe moet ik mezelf vormen om te kunnen spreken met aanzien en invloed? Welke gunstige effecten heeft de parrèsia voor het individu en de samenleving? Hoe verhoudt het waarheidspreken zich tot het politieke bestuur?
Als leidraad voor dit boek dienen de lessen die Michel Foucault in zijn laatste levensjaren gaf aan het Collège de France.
"verhelderend boek over de vele vormen van waarheidspreken binnen de democratie, in het onderwijs en de hulpverlening, als leidinggevende of vriend"
Tertio (jrg. 14, nr. 707, blz. 12)
Rob Devos doceert Hedendaagse politieke stromingen en Cultuurfilosofie aan
het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte van de KU Leuven.
Hij publiceerde Biopolitiek
en postfordisme (Garant, 2010).
Waarheid spreken in politiek, onderwijs en vriendschap. Michel Foucault over de parrèsia.
De auteur houdt onze ervaring tegen het licht van het waarheidspreken in de Griekse cultuur. Rond deze parrèsia ontstond een intense filosofische, politieke en ethische reflectie. Over welke onderwerpen is het relevant en belangrijk waarheid te spreken? Hoe onderscheid je een waarheidspreker van een leugenaar of een vleier? Hoe moet ik mezelf vormen om te kunnen spreken met aanzien en invloed? Welke gunstige effecten heeft de parrèsia voor het individu en de samenleving? Hoe verhoudt het waarheidspreken zich tot het politieke bestuur?
Als leidraad voor dit boek dienen de lessen die Michel Foucault in zijn laatste levensjaren gaf aan het Collège de France.
"verhelderend boek over de vele vormen van waarheidspreken binnen de democratie, in het onderwijs en de hulpverlening, als leidinggevende of vriend"
Tertio (jrg. 14, nr. 707, blz. 12)
Rob Devos doceert Hedendaagse politieke stromingen en Cultuurfilosofie aan
het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte van de KU Leuven.
Hij publiceerde Biopolitiek
en postfordisme (Garant, 2010).
Onze Vader (Fracarita-reeks, nr. 1)
In dit essay gaat de auteur mediteren bij iedere bede en tracht
ermee in het grote geheim van God zelf te treden, wetend en steeds
meer beseffend dat God steeds groter is. Maar iedere bede is een uitnodiging
om een nieuw aspect van Gods grootheid onder menselijke
woorden te brengen. Het mag een handreiking zijn om het gebed
met nog meer liefde te bidden tot God die alleen maar liefde is.
Br. dr. René Stockman (°1954) is de Generale Overste van de Congregatie
Broeders van Liefde. Hij is doctor in de maatschappelijke
gezondheidszorg (KU Leuven). Hij begon zijn loopbaan als algemeen
directeur van het Psychiatrisch Centrum Dr. Guislain. Momenteel is
hij nog steeds conservator van het Museum Dr. Guislain. Hij woont
in Rome en is verbonden aan verschillende universiteiten wereldwijd.
Hij publiceerde meerdere werken over religie, spiritualiteit,
(geestelijke) gezondheidszorg en management.
Onze Vader (Fracarita-reeks, nr. 1)
In dit essay gaat de auteur mediteren bij iedere bede en tracht
ermee in het grote geheim van God zelf te treden, wetend en steeds
meer beseffend dat God steeds groter is. Maar iedere bede is een uitnodiging
om een nieuw aspect van Gods grootheid onder menselijke
woorden te brengen. Het mag een handreiking zijn om het gebed
met nog meer liefde te bidden tot God die alleen maar liefde is.
Br. dr. René Stockman (°1954) is de Generale Overste van de Congregatie
Broeders van Liefde. Hij is doctor in de maatschappelijke
gezondheidszorg (KU Leuven). Hij begon zijn loopbaan als algemeen
directeur van het Psychiatrisch Centrum Dr. Guislain. Momenteel is
hij nog steeds conservator van het Museum Dr. Guislain. Hij woont
in Rome en is verbonden aan verschillende universiteiten wereldwijd.
Hij publiceerde meerdere werken over religie, spiritualiteit,
(geestelijke) gezondheidszorg en management.
Leerling, ouders en leerkracht
Om optimaal te kunnen leren moet een leerling goed in zijn of haar vel zitten. De primaire taak van leerkrachten is vanzelfsprekend het stimuleren van de ontwikkeling van de leerling. Kennisoverdracht en leren leren staan voorop. Iedere leerkracht wil uit een leerling halen wat er in zit. Geen overvraging en ook geen onderstimulatie. Een leeftijdsadequate sociaalemotionele ontwikkeling is één van de pijlers om tot leren te kunnen komen.
Zowel in relatie tot de didactische als sociaal-emotionele ontwikkelingsstimulatie van de leerling is een goede samenwerking tussen ouders, de leerkracht en de leerling van essentieel belang. Over het algemeen verloopt de samenwerking met ouders probleemloos, maar leerkrachten kunnen niet altijd stroef verlopende communicatie met ouders vlot trekken. Hierdoor komt de leerling klem te zitten tussen twee conflicterende opvoedmilieus, wat negatieve gevolgen heeft voor zijn sociaal-emotionele en didactische ontwikkeling.
Dit boek geeft leerkrachten inzichten en handvatten om moeilijk verlopende communicaties met gezinnen te doorbreken.
De meest relevante gezinstherapeutische visies en aanpakken
worden in eenvoudige bewoording vertaald naar de alledaagse schoolse praktijk, zodat
ze hier morgen mee aan de slag kunnen. Daardoor wordt de samenwerking aanvullend in
plaats van aanvallend. Diverse benaderingen komen aan bod: de contextuele, strategische,
structurele, territoriale, oplossingsgerichte en ‘één kind, één plan’-benadering.
Elk hoofdstuk is geïllustreerd met herkenbare praktijkvoorbeelden en eindigt met een
overzichtelijke samenvatting.
Giel Vaessen werkte decennia lang in de kinder- en jeugdpsychiatrie, met name als
behandelcoördinator en gezinstherapeut. De laatste jaren werkte hij als zorgcoördinator
binnen de Rec IV school De Buitenhof/Alterius in Heerlen. Momenteel werkt hij daar
als gedragsdeskundige en trainer. Naast het geven van cursussen schreef hij diverse
praktijkgerichte kinder- en jeugdpsychiatrische boeken, waaronder Psychiatrie in de klas.
Zie www.wervelkind.nl.
Leerling, ouders en leerkracht
Om optimaal te kunnen leren moet een leerling goed in zijn of haar vel zitten. De primaire taak van leerkrachten is vanzelfsprekend het stimuleren van de ontwikkeling van de leerling. Kennisoverdracht en leren leren staan voorop. Iedere leerkracht wil uit een leerling halen wat er in zit. Geen overvraging en ook geen onderstimulatie. Een leeftijdsadequate sociaalemotionele ontwikkeling is één van de pijlers om tot leren te kunnen komen.
Zowel in relatie tot de didactische als sociaal-emotionele ontwikkelingsstimulatie van de leerling is een goede samenwerking tussen ouders, de leerkracht en de leerling van essentieel belang. Over het algemeen verloopt de samenwerking met ouders probleemloos, maar leerkrachten kunnen niet altijd stroef verlopende communicatie met ouders vlot trekken. Hierdoor komt de leerling klem te zitten tussen twee conflicterende opvoedmilieus, wat negatieve gevolgen heeft voor zijn sociaal-emotionele en didactische ontwikkeling.
Dit boek geeft leerkrachten inzichten en handvatten om moeilijk verlopende communicaties met gezinnen te doorbreken.
De meest relevante gezinstherapeutische visies en aanpakken
worden in eenvoudige bewoording vertaald naar de alledaagse schoolse praktijk, zodat
ze hier morgen mee aan de slag kunnen. Daardoor wordt de samenwerking aanvullend in
plaats van aanvallend. Diverse benaderingen komen aan bod: de contextuele, strategische,
structurele, territoriale, oplossingsgerichte en ‘één kind, één plan’-benadering.
Elk hoofdstuk is geïllustreerd met herkenbare praktijkvoorbeelden en eindigt met een
overzichtelijke samenvatting.
Giel Vaessen werkte decennia lang in de kinder- en jeugdpsychiatrie, met name als
behandelcoördinator en gezinstherapeut. De laatste jaren werkte hij als zorgcoördinator
binnen de Rec IV school De Buitenhof/Alterius in Heerlen. Momenteel werkt hij daar
als gedragsdeskundige en trainer. Naast het geven van cursussen schreef hij diverse
praktijkgerichte kinder- en jeugdpsychiatrische boeken, waaronder Psychiatrie in de klas.
Zie www.wervelkind.nl.
Kracht van wet. Het mystieke fundament van het gezag. (Reeks Omtrent Filosofie nr 3)
Dit boek is een buitengewoon actueel essay waarin wordt ingegaan op de verhouding tussen deconstructie en rechtvaardigheid. Als alles wat bestaat aan denkbeelden, opvattingen en geloofsvoorstellingen onderhevig is aan een onstuitbaar afbraakproces, wat blijft er dan nog over van ethiek en recht? Onder verwijzing naar bekende uitspraken van Montaigne en Pascal, spreekt Derrida over het ‘mystieke fundament van alle gezag’. Het oorspronkelijke fundament dat elk recht zijn gezag verleent, blijft altijd afwezig. Niettemin vraagt het erom gestalte te krijgen in het recht; het vraagt om interpretatie zonder zelf op te gaan in de interpretatie die het recht altijd vormt.
Deze fascinerende, door Rico Sneller voortreffelijk ingeleide en vertaalde tekst, toont duidelijk aan dat Derrida’s deconstructie niet leidt tot zinloze, nihilistische Spielerei, zoals vaak wordt beweerd, maar een grondige bijdrage levert aan een diepgaand debat over ethiek en onze verhouding tot de wet.
Jacques Derrida (1930-2004) was hoogleraar aan de École des Hautes Études en Sciences Sociales.
Dr Rico Sneller is universitair docent wijsgerige ethiek en geschiedenis van de filosofie aan de Universiteit Leiden, bij het Instituut voor Godsdienstwetenschappen.
Reeks Omtrent Filosofie:
- De ethica van Spinoza
- Afrika en China in dialoog
- Kracht van wet. Het mystieke fundament van het gezag
- Een goddelijk humanisme. Sartres minachting voor de menselijke werkelijkheid
- Hegels godsdienstfilosofie en de monotheïstische religies. Een actuele confrontatie
- Filosofie van het verstaan. Een dialoog
Kracht van wet. Het mystieke fundament van het gezag. (Reeks Omtrent Filosofie nr 3)
Dit boek is een buitengewoon actueel essay waarin wordt ingegaan op de verhouding tussen deconstructie en rechtvaardigheid. Als alles wat bestaat aan denkbeelden, opvattingen en geloofsvoorstellingen onderhevig is aan een onstuitbaar afbraakproces, wat blijft er dan nog over van ethiek en recht? Onder verwijzing naar bekende uitspraken van Montaigne en Pascal, spreekt Derrida over het ‘mystieke fundament van alle gezag’. Het oorspronkelijke fundament dat elk recht zijn gezag verleent, blijft altijd afwezig. Niettemin vraagt het erom gestalte te krijgen in het recht; het vraagt om interpretatie zonder zelf op te gaan in de interpretatie die het recht altijd vormt.
Deze fascinerende, door Rico Sneller voortreffelijk ingeleide en vertaalde tekst, toont duidelijk aan dat Derrida’s deconstructie niet leidt tot zinloze, nihilistische Spielerei, zoals vaak wordt beweerd, maar een grondige bijdrage levert aan een diepgaand debat over ethiek en onze verhouding tot de wet.
Jacques Derrida (1930-2004) was hoogleraar aan de École des Hautes Études en Sciences Sociales.
Dr Rico Sneller is universitair docent wijsgerige ethiek en geschiedenis van de filosofie aan de Universiteit Leiden, bij het Instituut voor Godsdienstwetenschappen.
Reeks Omtrent Filosofie:
- De ethica van Spinoza
- Afrika en China in dialoog
- Kracht van wet. Het mystieke fundament van het gezag
- Een goddelijk humanisme. Sartres minachting voor de menselijke werkelijkheid
- Hegels godsdienstfilosofie en de monotheïstische religies. Een actuele confrontatie
- Filosofie van het verstaan. Een dialoog
Kinderen-in-ontwikkeling op de basisschool (O&A-Reeks, nr. 6)
De Vereniging O&A(ortho-agogische activiteiten) heeft experts op het gebied van orthopedagogiek, psychologie en kinder- en jeugdpsychiatrie bijeengebracht om aan dit boek mee te werken, waardoor een zeer informatief leerboek en naslagwerk tot stand is gekomen.
De hedendaagse basisschool is totaal anders dan de lagere school van vroeger.
Kinderen zijn ondernemender en werken in de vorm van projecten aan maatschappelijk relevante
onderwerpen. Het is vrijwel nooit stil in de klas. De tafeltjes en stoelen staan niet meer
in een rij, maar in groepen. Op vele scholen is er ruimte voor individualisering en differentiatie.
Vrijwel alle lokalen zijn voorzien van een beamer met projectiescherm en
men is aangesloten op de schooltelevisie, die het werk van de leerkrachten verbetert en
vergemakkelijkt.
Is die verandering altijd ook een verbetering?
Hebben de veranderingen invloed op de ontwikkeling van kinderen?
Wat zijn de risico’s?
Specialisten geven hun visie op onderwijsontwikkelingen en risico’s en doen handreikingen
aan ouders, opvoeders en hulpverleners.
Kinderen-in-ontwikkeling op de basisschool (O&A-Reeks, nr. 6)
De Vereniging O&A(ortho-agogische activiteiten) heeft experts op het gebied van orthopedagogiek, psychologie en kinder- en jeugdpsychiatrie bijeengebracht om aan dit boek mee te werken, waardoor een zeer informatief leerboek en naslagwerk tot stand is gekomen.
De hedendaagse basisschool is totaal anders dan de lagere school van vroeger.
Kinderen zijn ondernemender en werken in de vorm van projecten aan maatschappelijk relevante
onderwerpen. Het is vrijwel nooit stil in de klas. De tafeltjes en stoelen staan niet meer
in een rij, maar in groepen. Op vele scholen is er ruimte voor individualisering en differentiatie.
Vrijwel alle lokalen zijn voorzien van een beamer met projectiescherm en
men is aangesloten op de schooltelevisie, die het werk van de leerkrachten verbetert en
vergemakkelijkt.
Is die verandering altijd ook een verbetering?
Hebben de veranderingen invloed op de ontwikkeling van kinderen?
Wat zijn de risico’s?
Specialisten geven hun visie op onderwijsontwikkelingen en risico’s en doen handreikingen
aan ouders, opvoeders en hulpverleners.
De ondeelbare mens. Antropologie ingeleid.
Antropologie is een wetenschap die al meer dan een eeuw de debatten aaneenrijgt. Deze inleiding toont hoe de ‘ondeelbare’ mens bestudeerd kan worden, als een knooppunt van processen die in aparte disciplines worden behandeld: de mens als dier, programma, subject en groepslid. De aangeboden synthese zou niet alleen de professional moeten bekoren, waaronder wetenschappers en beleidsmakers, maar eigenlijk iedereen die verbanden wil leggen tussen culturen, tussen milieu en economie, en andere zaken die de meeste disciplines liever ‘gescheiden’ houden.
Koen Stroeken is Afrikanist en doceert antropologie aan de UGent. Internationaal publiceerde hij drie boeken en tientallen artikels rond gezondheid en materiële cultuur, op basis van jaren veldwerk in Tanzania. Hij coördineert de Vlaamse interuniversitaire samenwerking met Mzumbe University rond ontwikkeling en governance.
De ondeelbare mens. Antropologie ingeleid.
Antropologie is een wetenschap die al meer dan een eeuw de debatten aaneenrijgt. Deze inleiding toont hoe de ‘ondeelbare’ mens bestudeerd kan worden, als een knooppunt van processen die in aparte disciplines worden behandeld: de mens als dier, programma, subject en groepslid. De aangeboden synthese zou niet alleen de professional moeten bekoren, waaronder wetenschappers en beleidsmakers, maar eigenlijk iedereen die verbanden wil leggen tussen culturen, tussen milieu en economie, en andere zaken die de meeste disciplines liever ‘gescheiden’ houden.
Koen Stroeken is Afrikanist en doceert antropologie aan de UGent. Internationaal publiceerde hij drie boeken en tientallen artikels rond gezondheid en materiële cultuur, op basis van jaren veldwerk in Tanzania. Hij coördineert de Vlaamse interuniversitaire samenwerking met Mzumbe University rond ontwikkeling en governance.
Lezer, er zijn ook Belgen? Interactie tussen de Nederlandse en Vlaamse literatuur via literaire kritiek en uitgeverij (1980-1995) (Academisch Literair, nr. 7)
Twee landen, één taalgebied. De Nederlandse en Vlaamse literatuur horen bij elkaar, maar zijn ze ook één geheel?
In 2012 zagen we een toenadering tussen beide literaturen, toen Tom Lanoye het Nederlandse Boekenweekgeschenk schreef. Lanoye trad hiermee in de voetsporen van Hugo Claus, die hetzelfde deed in 1989. Dat jaar was een hoogtepunt voor de Vlaamse literatuur in Nederland. Veel Vlaamse debutanten vonden een Nederlandse uitgever. Lanoye zelf was op dat moment een van de spraakmakende nieuwe Vlaamse namen.
Dit boek brengt het succes van de Vlaamse literatuur in Nederland in kaart
voor de periode 1980 tot 1995.
Aan de hand van onderzoek van literaire kritiek
en uitgeverij laat Floor van Renssen zien waar de Nederlandse belangstelling
voor Vlaamse literatuur vandaan kwam én wat daarvan de gevolgen
waren. Ze schetst het ontstaan van reputaties van auteurs als Hugo Claus
en Tom Lanoye, door een samenspel van uitgeverij en kritiek. Van Renssen
heeft onderzocht hoe Nederlandse critici dachten over Vlaamse literatuur.
Welke plaats krijgen Vlaamse auteurs in de canon van de Nederlandse kritiek?
In hoeverre werd de Vlaamse literatuur beschouwd als anders dan de
Nederlandse?
Uit het onderzoek blijkt dat de Nederlandstalige literatuur sinds de jaren tachtig steeds meer wordt beheerst door commercie en media-aandacht, waarmee uitgeverijen en auteurs de beeldvorming sturen, terwijl de literaire kritiek terrein moet prijsgeven. Daarmee geeft het boek inzicht in het complexe geheel van factoren dat het grensverkeer tussen Nederlandse en Vlaamse literatuur tot op de dag van vandaag beïnvloedt.
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Dr. Floor van Renssen (1979) is docent Nederlands en onderzoek aan de lerarenopleiding van hogeschool Windesheim in Zwolle. Zij studeerde Moderne Nederlandse letterkunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen en promoveerde in 2011 aan deze universiteit op het proefschrift Lezer, er zijn ook Belgen! Ze publiceerde essays en recensies over literatuur in diverse tijdschriften.
Reeks Academisch Literair
- Een hoopje vuil in de feestzaal. Facetten van het proza van Willem Elsschot
K. Rymenants - Gedeelde kennis. Literatuur en wetenschap in Nederland van Darwin tot Einstein (1860-1920)
M. Kemperink - De retoriek van waanzin. Taalhandelingen, onbetrouwbaarheid, delirium en de waanzinnige ik-verteller
L. Bernaerts - Geestelijke lenigheid. De relatie tussen literatuur en natuurwetenschap in het werk van Frederik van Eeden en Felix Ortt, 1880-1930
L. Vermeer - Het discours van de kritiek
P. Verstraeten - Celan auseinandergeschrieben
C. De Strycker - Lezer, er zijn ook Belgen
F. Van Renssen - Overleven in verhalen: van ooggetuigen naar 'jonge wilden'. Joodse schrijvers over de Shoah
E. Ibsch
Lezer, er zijn ook Belgen? Interactie tussen de Nederlandse en Vlaamse literatuur via literaire kritiek en uitgeverij (1980-1995) (Academisch Literair, nr. 7)
Twee landen, één taalgebied. De Nederlandse en Vlaamse literatuur horen bij elkaar, maar zijn ze ook één geheel?
In 2012 zagen we een toenadering tussen beide literaturen, toen Tom Lanoye het Nederlandse Boekenweekgeschenk schreef. Lanoye trad hiermee in de voetsporen van Hugo Claus, die hetzelfde deed in 1989. Dat jaar was een hoogtepunt voor de Vlaamse literatuur in Nederland. Veel Vlaamse debutanten vonden een Nederlandse uitgever. Lanoye zelf was op dat moment een van de spraakmakende nieuwe Vlaamse namen.
Dit boek brengt het succes van de Vlaamse literatuur in Nederland in kaart
voor de periode 1980 tot 1995.
Aan de hand van onderzoek van literaire kritiek
en uitgeverij laat Floor van Renssen zien waar de Nederlandse belangstelling
voor Vlaamse literatuur vandaan kwam én wat daarvan de gevolgen
waren. Ze schetst het ontstaan van reputaties van auteurs als Hugo Claus
en Tom Lanoye, door een samenspel van uitgeverij en kritiek. Van Renssen
heeft onderzocht hoe Nederlandse critici dachten over Vlaamse literatuur.
Welke plaats krijgen Vlaamse auteurs in de canon van de Nederlandse kritiek?
In hoeverre werd de Vlaamse literatuur beschouwd als anders dan de
Nederlandse?
Uit het onderzoek blijkt dat de Nederlandstalige literatuur sinds de jaren tachtig steeds meer wordt beheerst door commercie en media-aandacht, waarmee uitgeverijen en auteurs de beeldvorming sturen, terwijl de literaire kritiek terrein moet prijsgeven. Daarmee geeft het boek inzicht in het complexe geheel van factoren dat het grensverkeer tussen Nederlandse en Vlaamse literatuur tot op de dag van vandaag beïnvloedt.
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Dr. Floor van Renssen (1979) is docent Nederlands en onderzoek aan de lerarenopleiding van hogeschool Windesheim in Zwolle. Zij studeerde Moderne Nederlandse letterkunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen en promoveerde in 2011 aan deze universiteit op het proefschrift Lezer, er zijn ook Belgen! Ze publiceerde essays en recensies over literatuur in diverse tijdschriften.
Reeks Academisch Literair
- Een hoopje vuil in de feestzaal. Facetten van het proza van Willem Elsschot
K. Rymenants - Gedeelde kennis. Literatuur en wetenschap in Nederland van Darwin tot Einstein (1860-1920)
M. Kemperink - De retoriek van waanzin. Taalhandelingen, onbetrouwbaarheid, delirium en de waanzinnige ik-verteller
L. Bernaerts - Geestelijke lenigheid. De relatie tussen literatuur en natuurwetenschap in het werk van Frederik van Eeden en Felix Ortt, 1880-1930
L. Vermeer - Het discours van de kritiek
P. Verstraeten - Celan auseinandergeschrieben
C. De Strycker - Lezer, er zijn ook Belgen
F. Van Renssen - Overleven in verhalen: van ooggetuigen naar 'jonge wilden'. Joodse schrijvers over de Shoah
E. Ibsch
Levensbeschouwelijk hindoeïsme
Het levensbeschouwelijke hindoeïsme wil tot groei stimuleren: groei tot een beter mens en verder tot goddelijke dimensies. Volgens deze levensvisie geeft de mens zichzelf deze opdracht tot groei: hij voert immers niet de opdracht van ‘God’ uit, maar bepaalt zelf wat gedaan moet worden en is ook zelf verantwoordelijk voor de gevolgen. Daarbij groeit hij, tot het levensdoel is bereikt. Wat het einddoel is, bepaalt hij ook zelf en hij doet er alles aan om het te realiseren. Ook het heelal bevindt zich in een permanente staat van groei, ‘wording’. Net zoals bij de mens, ligt de bron van het heelal niet bij een opperwezen, maar bij een kosmos zelf. ‘Groei’ is dus een kernwoord in het levensbeschouwelijke hindoeïsme.
Door de veelvormigheid van het hindoeïsme en de verscheidenheid van visies over geloofszaken is er ook een grote diversiteit aan ‘scheppingsverhalen’ en mythen onder de hindoes te vinden. Alleen heet het verhaal omtrent de kosmos dan geen ‘scheppingsverhaal’, maar een visie op de wording. Bij het beschrijven van dit proces probeert de mens de kosmische processen in woorden te vatten. Maar hoe kan de mens anders?
Haridat Rambaran was docent wiskunde, natuurkunde en scheikunde. Hij bestudeert de Indiase talen en godsdiensten en de godsdienst als wetenschap.
Levensbeschouwelijk hindoeïsme
Het levensbeschouwelijke hindoeïsme wil tot groei stimuleren: groei tot een beter mens en verder tot goddelijke dimensies. Volgens deze levensvisie geeft de mens zichzelf deze opdracht tot groei: hij voert immers niet de opdracht van ‘God’ uit, maar bepaalt zelf wat gedaan moet worden en is ook zelf verantwoordelijk voor de gevolgen. Daarbij groeit hij, tot het levensdoel is bereikt. Wat het einddoel is, bepaalt hij ook zelf en hij doet er alles aan om het te realiseren. Ook het heelal bevindt zich in een permanente staat van groei, ‘wording’. Net zoals bij de mens, ligt de bron van het heelal niet bij een opperwezen, maar bij een kosmos zelf. ‘Groei’ is dus een kernwoord in het levensbeschouwelijke hindoeïsme.
Door de veelvormigheid van het hindoeïsme en de verscheidenheid van visies over geloofszaken is er ook een grote diversiteit aan ‘scheppingsverhalen’ en mythen onder de hindoes te vinden. Alleen heet het verhaal omtrent de kosmos dan geen ‘scheppingsverhaal’, maar een visie op de wording. Bij het beschrijven van dit proces probeert de mens de kosmische processen in woorden te vatten. Maar hoe kan de mens anders?
Haridat Rambaran was docent wiskunde, natuurkunde en scheikunde. Hij bestudeert de Indiase talen en godsdiensten en de godsdienst als wetenschap.
In vertrouwen… Een onderzoek naar de professionaliteit van de vertrouwenspersoon seksuele intimidatie.
De vertrouwenspersonen die slachtoffers van seksuele intimidatie
en andere ongewenste omgangsvormen moeten opvangen en
begeleiden, zien zich gesteld voor een complexe taak in een ingewikkeld
krachtenveld. Niet-zorgvuldig handelen heeft bovendien
juridische implicaties. Er is nog maar weinig onderzoek bekend
naar de rol, positie en deskundigheid van deze vertrouwenspersonen.
De onverminderde stroom van berichten over misbruik en
intimidatie in alle lagen van onze samenleving maakt een stevig
fundament voor een professionele opvang niet alleen zeer actueel
maar ook onontbeerlijk.
Dit onderzoek brengt de taken en benodigde competenties van de
vertrouwenspersoon seksuele intimidatie in beeld. Aan de basis
ervan liggen ervaringen van deskundigen: gedragsdeskundigen,
juristen, opleiders, zeer ervaren vertrouwenspersonen en beleidsmakers.
Carla Goosen, gedragswetenschapper en therapeut in de geestelijke
gezondheidszorg, maar ook mediator, klachtonderzoeker en
vertrouwenspersoon, laat helder zien hoe seksuele intimidatie op
de werkvloer grotendeels wordt veroorzaakt en in stand gehouden
door machtsmisbruik gebaseerd op genderverschillen.
Een
gendersensitieve houding is daarom van groot belang. Ook komt
uit haar analyse duidelijk naar voren dat alleen de vertrouwenpersoon
met een optimaal zicht op de taken binnen de eigen functie
in staat is de juiste competenties aan te wenden.
Carla Goosen, gedragswetenschapper en therapeut in de geestelijke gezondheidszorg, maar ook mediator, klachtonderzoeker en vertrouwenspersoon, laat helder zien hoe seksuele intimidatie op de werkvloer grotendeels wordt veroorzaakt en in stand gehouden door machtsmisbruik gebaseerd op genderverschillen. Een gendersensitieve houding is daarom van groot belang. Ook komt uit haar analyse duidelijk naar voren dat alleen de vertrouwenpersoon met een optimaal zicht op de taken binnen de eigen functie in staat is de juiste competenties aan te wenden.
In vertrouwen… Een onderzoek naar de professionaliteit van de vertrouwenspersoon seksuele intimidatie.
De vertrouwenspersonen die slachtoffers van seksuele intimidatie
en andere ongewenste omgangsvormen moeten opvangen en
begeleiden, zien zich gesteld voor een complexe taak in een ingewikkeld
krachtenveld. Niet-zorgvuldig handelen heeft bovendien
juridische implicaties. Er is nog maar weinig onderzoek bekend
naar de rol, positie en deskundigheid van deze vertrouwenspersonen.
De onverminderde stroom van berichten over misbruik en
intimidatie in alle lagen van onze samenleving maakt een stevig
fundament voor een professionele opvang niet alleen zeer actueel
maar ook onontbeerlijk.
Dit onderzoek brengt de taken en benodigde competenties van de
vertrouwenspersoon seksuele intimidatie in beeld. Aan de basis
ervan liggen ervaringen van deskundigen: gedragsdeskundigen,
juristen, opleiders, zeer ervaren vertrouwenspersonen en beleidsmakers.
Carla Goosen, gedragswetenschapper en therapeut in de geestelijke
gezondheidszorg, maar ook mediator, klachtonderzoeker en
vertrouwenspersoon, laat helder zien hoe seksuele intimidatie op
de werkvloer grotendeels wordt veroorzaakt en in stand gehouden
door machtsmisbruik gebaseerd op genderverschillen.
Een
gendersensitieve houding is daarom van groot belang. Ook komt
uit haar analyse duidelijk naar voren dat alleen de vertrouwenpersoon
met een optimaal zicht op de taken binnen de eigen functie
in staat is de juiste competenties aan te wenden.
Carla Goosen, gedragswetenschapper en therapeut in de geestelijke gezondheidszorg, maar ook mediator, klachtonderzoeker en vertrouwenspersoon, laat helder zien hoe seksuele intimidatie op de werkvloer grotendeels wordt veroorzaakt en in stand gehouden door machtsmisbruik gebaseerd op genderverschillen. Een gendersensitieve houding is daarom van groot belang. Ook komt uit haar analyse duidelijk naar voren dat alleen de vertrouwenpersoon met een optimaal zicht op de taken binnen de eigen functie in staat is de juiste competenties aan te wenden.
Op schouders van ouders. Het opvoedingsgebeuren tussen wens en realiteit.
Kinderen grootbrengen is een hele onderneming. In onzekere tijden hebben ouders houvast nodig. De vele opvoedingstips – hoe goed bedoeld ook – maken ouders vaak nog onzekerder. Dit boek laat een andere klank horen. De auteur steekt ouders een hart onder de riem door te laten zien dat opvoeden niet zozeer een kunde, maar veeleer een kunst is, een levenskunst meer bepaald.
De opvoedingsadviezen in dit boek zijn gekaderd in een reflectie op het ouderschap. De lezer kan zich bij de verkenning van fundamentele opvoedingsvragen laten inspireren door de vele verwijzingen naar films, poëzie en romanfragmenten.
Het ‘goede leven’ is wat elke opvoeder in het vizier moet houden. Is het belangrijkste voor elke vader of moeder niet dat: ‘kinderen gelukkig zijn, ze goed terecht komen, ze iets van hun leven maken’? Deze en andere ‘trage vragen’ komen hier aan bod.
Pedagogisch bewuste ouders kunnen het verschil maken. Op schouders
van ouders leren kinderen uitkijken naar de hen omringende wereld. Dit
uitkijken geldt in twee betekenissen: verlangend uitzien en uit je doppen
kijken.
Danny Van De Velde, pedagoog, is vader van drie opgroeiende kinderen.
Hij was achtereenvolgens werkzaam in de lerarenopleiding in Leuven
en Torhout en in de volwassenvorming bij de Stichting Lodewijk de Raet
in Brussel. Nu is hij directeur in een school voor secundair onderwijs in
Brugge.
Op schouders van ouders. Het opvoedingsgebeuren tussen wens en realiteit.
Kinderen grootbrengen is een hele onderneming. In onzekere tijden hebben ouders houvast nodig. De vele opvoedingstips – hoe goed bedoeld ook – maken ouders vaak nog onzekerder. Dit boek laat een andere klank horen. De auteur steekt ouders een hart onder de riem door te laten zien dat opvoeden niet zozeer een kunde, maar veeleer een kunst is, een levenskunst meer bepaald.
De opvoedingsadviezen in dit boek zijn gekaderd in een reflectie op het ouderschap. De lezer kan zich bij de verkenning van fundamentele opvoedingsvragen laten inspireren door de vele verwijzingen naar films, poëzie en romanfragmenten.
Het ‘goede leven’ is wat elke opvoeder in het vizier moet houden. Is het belangrijkste voor elke vader of moeder niet dat: ‘kinderen gelukkig zijn, ze goed terecht komen, ze iets van hun leven maken’? Deze en andere ‘trage vragen’ komen hier aan bod.
Pedagogisch bewuste ouders kunnen het verschil maken. Op schouders
van ouders leren kinderen uitkijken naar de hen omringende wereld. Dit
uitkijken geldt in twee betekenissen: verlangend uitzien en uit je doppen
kijken.
Danny Van De Velde, pedagoog, is vader van drie opgroeiende kinderen.
Hij was achtereenvolgens werkzaam in de lerarenopleiding in Leuven
en Torhout en in de volwassenvorming bij de Stichting Lodewijk de Raet
in Brussel. Nu is hij directeur in een school voor secundair onderwijs in
Brugge.
Eeuwenoude teksten in een nieuw licht. De Dode Zeerollen, Qumran en de Bijbel.
Het boek vertelt uitgebreid het verhaal van de verrassende ontdekking en de moeizame publicatie van de rollen en schetst een gedetailleerd beeld van de gevarieerde inhoud van deze eeuwenoude teksten, die nabij Qumran en elders in de woestijn van Juda werden ontdekt. Daarna staat de auteur stil bij de identiteit van de inwoners van Qumran, die vaak worden beschouwd als de mysterieuze Essenen die bij enkele klassieke auteurs beschreven staan.
Tot slot komt in de laatste hoofdstukken aan bod hoe de rollen de studie van de tekstoverlevering van het Oude Testament en van het religieuze milieu waarin het Nieuwe is ontstaan, hebben beïnvloed.
Hans Debel studeerde godsdienstwetenschappen en godgeleerdheid aan de Faculteit Theologie en Religiewetenschappen van de KU Leuven, waar hij promoveerde in de Bijbelwetenschap en nu postdoctoraal onderzoeker van het F.W.O.-Vlaanderen is.
"Een aanrader voor wie meer wil weten over de Dode Zeerollen!"
schrift (jrg. 45, nr. 3, blz. 107)
"Debel schreef een belangrijk boek voor ons taalgebied. Het is op dit ogenblik de beste, exhaustieve synthese met betrekking tot de Dode Zeerollen en de gemeenschap die ze opstelde, de Essenen. Bovendien probeerde Debel die wetenschappelijke inzichten voor een breder publiek toegankelijk te maken en daar is hij goed in geslaagd"
De Leeswolf(jrg. 19, nr. 8, blz. 544)
Eeuwenoude teksten in een nieuw licht. De Dode Zeerollen, Qumran en de Bijbel.
Het boek vertelt uitgebreid het verhaal van de verrassende ontdekking en de moeizame publicatie van de rollen en schetst een gedetailleerd beeld van de gevarieerde inhoud van deze eeuwenoude teksten, die nabij Qumran en elders in de woestijn van Juda werden ontdekt. Daarna staat de auteur stil bij de identiteit van de inwoners van Qumran, die vaak worden beschouwd als de mysterieuze Essenen die bij enkele klassieke auteurs beschreven staan.
Tot slot komt in de laatste hoofdstukken aan bod hoe de rollen de studie van de tekstoverlevering van het Oude Testament en van het religieuze milieu waarin het Nieuwe is ontstaan, hebben beïnvloed.
Hans Debel studeerde godsdienstwetenschappen en godgeleerdheid aan de Faculteit Theologie en Religiewetenschappen van de KU Leuven, waar hij promoveerde in de Bijbelwetenschap en nu postdoctoraal onderzoeker van het F.W.O.-Vlaanderen is.
"Een aanrader voor wie meer wil weten over de Dode Zeerollen!"
schrift (jrg. 45, nr. 3, blz. 107)
"Debel schreef een belangrijk boek voor ons taalgebied. Het is op dit ogenblik de beste, exhaustieve synthese met betrekking tot de Dode Zeerollen en de gemeenschap die ze opstelde, de Essenen. Bovendien probeerde Debel die wetenschappelijke inzichten voor een breder publiek toegankelijk te maken en daar is hij goed in geslaagd"
De Leeswolf(jrg. 19, nr. 8, blz. 544)
Eilandbestaan. Mensen met autismespectrumstoornis en ‘moeilijk verstaanbaar gedrag’.
In het project ‘Beelden van Kwaliteit’ wordt participerende observatie als methode ingezet om de zorg en ondersteuning aan mensen met een beperking te beschrijven. Het onderzoek dat in dit boek wordt beschreven is een voorloper van dit project (www.beeldenvankwaliteit.nl).
"Adembenemend, dat woord past goed bij de beschrijving van het wel en vooral wee van acht extreem problematische mensen. Hoe zijn de begeleiders erin geslaagd om hun totaal vastgelopen levens weer op gang te krijgen?"
RV in Klik. Vakblad voor de verstandelijke gehandicaptenzorg, november 2013, nr. 8 - boekbespreking
Hans Reinders is hoogleraar Ethiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam,
waar hij ook de Bernard Lievegoed-leerstoel bezet.
Karen Wuertz is cultureel antropoloog en kindertherapeut. Zij werkt
in haar eigen praktijk voor kinder- en jeugdtherapie en bij de stichting
Centrum ‘45 met vluchtelingengezinnen. Daarnaast is zij freelance
onderzoeker en trainer. Meest recente publicatie: De kunst van het
zorgen (2009), samen met Hans Reinders.
Ina Venekamp is psycholoog, coach, trainer en procesbegeleider.
Ze faciliteert en creëert op inspirerende wijze nieuwe mogelijkheden
die bijdragen aan het perspectief van mensen.
Eilandbestaan. Mensen met autismespectrumstoornis en ‘moeilijk verstaanbaar gedrag’.
In het project ‘Beelden van Kwaliteit’ wordt participerende observatie als methode ingezet om de zorg en ondersteuning aan mensen met een beperking te beschrijven. Het onderzoek dat in dit boek wordt beschreven is een voorloper van dit project (www.beeldenvankwaliteit.nl).
"Adembenemend, dat woord past goed bij de beschrijving van het wel en vooral wee van acht extreem problematische mensen. Hoe zijn de begeleiders erin geslaagd om hun totaal vastgelopen levens weer op gang te krijgen?"
RV in Klik. Vakblad voor de verstandelijke gehandicaptenzorg, november 2013, nr. 8 - boekbespreking
Hans Reinders is hoogleraar Ethiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam,
waar hij ook de Bernard Lievegoed-leerstoel bezet.
Karen Wuertz is cultureel antropoloog en kindertherapeut. Zij werkt
in haar eigen praktijk voor kinder- en jeugdtherapie en bij de stichting
Centrum ‘45 met vluchtelingengezinnen. Daarnaast is zij freelance
onderzoeker en trainer. Meest recente publicatie: De kunst van het
zorgen (2009), samen met Hans Reinders.
Ina Venekamp is psycholoog, coach, trainer en procesbegeleider.
Ze faciliteert en creëert op inspirerende wijze nieuwe mogelijkheden
die bijdragen aan het perspectief van mensen.
Heer Bommel in Afrika. Religie en geloof in Marten Toonders universum en in het Afrikaanse animisme.
De auteurs van dit boek hebben op basis van ruime ervaringen in het huidige Afrika ten zuiden van de Sahara kunnen constateren, dat er een opmerkelijke verwantschap bestaat met de Afrikaanse spiritualiteit en de daarin aanwezige animistische opvattingen. Deze parallelliteit heeft een wederzijdse verklarende waarde voor het universum van Toonder en voor het Afrikaanse beeld van de wereld.
Antoni Folkers is architect-directeur bij FBW Architects & Engineers met vestigingen in Uganda, Tanzania en Rwanda en oprichter van ArchiAfrika en African Architecture Matters. Hij is tevens gastdocent architectuur in Zuid Afrika en Mozambique en auteur van onder andere het boek ‘Moderne Architectuur in Afrika’.
Heinz Kimmerle is emeritus hoogleraar filosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij was herhaaldelijk gasthoogleraar aan universiteiten in Kenia, Ghana en Zuid-Afrika en is oprichter en directeur van de Stichting voor Inter-culturele Filosofie en Kunst.
"De waarde van dit boekje schuilt erin dat je een kijkje krijgt in de Afrikaanse ziel."
Nederlands Dagblad Gulliver, vrijdag 10 mei 2013, blz. 12
Heer Bommel in Afrika. Religie en geloof in Marten Toonders universum en in het Afrikaanse animisme.
De auteurs van dit boek hebben op basis van ruime ervaringen in het huidige Afrika ten zuiden van de Sahara kunnen constateren, dat er een opmerkelijke verwantschap bestaat met de Afrikaanse spiritualiteit en de daarin aanwezige animistische opvattingen. Deze parallelliteit heeft een wederzijdse verklarende waarde voor het universum van Toonder en voor het Afrikaanse beeld van de wereld.
Antoni Folkers is architect-directeur bij FBW Architects & Engineers met vestigingen in Uganda, Tanzania en Rwanda en oprichter van ArchiAfrika en African Architecture Matters. Hij is tevens gastdocent architectuur in Zuid Afrika en Mozambique en auteur van onder andere het boek ‘Moderne Architectuur in Afrika’.
Heinz Kimmerle is emeritus hoogleraar filosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij was herhaaldelijk gasthoogleraar aan universiteiten in Kenia, Ghana en Zuid-Afrika en is oprichter en directeur van de Stichting voor Inter-culturele Filosofie en Kunst.
"De waarde van dit boekje schuilt erin dat je een kijkje krijgt in de Afrikaanse ziel."
Nederlands Dagblad Gulliver, vrijdag 10 mei 2013, blz. 12
Kinderen met cerebrale visuele inperking (CVI)
Wat is een CVI - cerebraal visuele inperking? Waaraan merk je bij schoolkinderen dat ze CVI hebben? Hoe kunnen ouders, leerkrachten, zorgcoördinatoren, therapeuten … deze kinderen helpen ?
Kinderen met CVI kunnen wel zien, maar door een stoornis in de hersenen is hun visueel waarnemingsvermogen gebrekkig. Ze hebben dan ook vaak problemen met lezen, schrijven, rekenen en soms met het leren in het algemeen. Ze ondervinden vooral moeilijkheden wanneer het leren gebaseerd is op het begrijpen en hanteren van visuele informatie en symbolen. Toch is CVI meer dan een leerstoornis.
Kinderen met CVI hebben vaak moeilijkheden met hun fijne motoriek, met praktische vaardigheden, met ruimtelijke oriëntatie en mobiliteit. Toch is CVI meer dan een motorisch probleem.
Kinderen met CVI staan minder actief in de wereld. Ze voelen zich vaak onzeker en angstig. Het lukt hen dan niet om zelfstandigheid te verwerven en om contacten met leeftijdsgenoten uit te bouwen.
Dit boek geeft – per ontwikkelingsdomein – oplossingen en aanwijzingen
om het leren en de ontwikkeling van kinderen met CVI te ondersteunen.
Joke Luyten studeerde orthopedagogiek aan de KU Leuven. Ze is verbonden
aan Centrum Ganspoel in Huldenberg en begeleidt kinderen met CVI, hun gezin en hun school.
Kinderen met cerebrale visuele inperking (CVI)
Wat is een CVI - cerebraal visuele inperking? Waaraan merk je bij schoolkinderen dat ze CVI hebben? Hoe kunnen ouders, leerkrachten, zorgcoördinatoren, therapeuten … deze kinderen helpen ?
Kinderen met CVI kunnen wel zien, maar door een stoornis in de hersenen is hun visueel waarnemingsvermogen gebrekkig. Ze hebben dan ook vaak problemen met lezen, schrijven, rekenen en soms met het leren in het algemeen. Ze ondervinden vooral moeilijkheden wanneer het leren gebaseerd is op het begrijpen en hanteren van visuele informatie en symbolen. Toch is CVI meer dan een leerstoornis.
Kinderen met CVI hebben vaak moeilijkheden met hun fijne motoriek, met praktische vaardigheden, met ruimtelijke oriëntatie en mobiliteit. Toch is CVI meer dan een motorisch probleem.
Kinderen met CVI staan minder actief in de wereld. Ze voelen zich vaak onzeker en angstig. Het lukt hen dan niet om zelfstandigheid te verwerven en om contacten met leeftijdsgenoten uit te bouwen.
Dit boek geeft – per ontwikkelingsdomein – oplossingen en aanwijzingen
om het leren en de ontwikkeling van kinderen met CVI te ondersteunen.
Joke Luyten studeerde orthopedagogiek aan de KU Leuven. Ze is verbonden
aan Centrum Ganspoel in Huldenberg en begeleidt kinderen met CVI, hun gezin en hun school.
Geloven in inclusie. Over zingeving en participatie van mensen met een verstandelijke beperking.
Op welke wijze draagt geestelijke verzorging bij aan de kwaliteit van bestaan en inclusie van mensen met een verstandelijke beperking?
Tien jaar geleden besloten zorgaanbieders in Zeeland het roer om te gooien en geestelijke verzorging niet langer intramuraal te organiseren. Samen met kerken en familieverenigingen werd Stichting GeeVer opgericht met als doel het bevorderen van geestelijke verzorging op een wijze die recht doet aan de persoonlijke keuzevrijheid en die bevordert dat levensbeschouwelijke organisaties open staan voor mensen met een verstandelijke beperking.
Met dit boek wordt de balans opgemaakt. Het vermeldt successen en positieve ervaringen die bijdragen aan de participatie van mensen met een verstandelijke beperking en daarmee aan hun kwaliteit van bestaan. Twee bijdragen uit het buitenland zijn bij wijze van voorbeeld opgenomen maar het signaleert ook knelpunten en stelt vragen aan zorgaanbieders en aan levensbeschouwelijke organisaties. Het toont aan dat er nog altijd een groot tekort is aan aandacht voor levensvragen en zingeving van mensen met een verstandelijke beperking en dat een beperking in deze samenleving voor velen nog altijd uitsluiting betekent, zelfs in de kerk. Gedichten van mensen met een beperking zelf maken het boek compleet.
Dr. Jos van Loon, orthopedagoog, is manager Inhoudelijke Ondersteuning bij Stichting Arduin. Hij is gastprofessor aan de Vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent, waarbij hij zich onder meer richt op het thema Kwaliteit van Bestaan. Jos van Loon is vanaf de oprichting als bestuurslid verbonden aan Stichting GeeVer.
Anneloes Steglich-Lentz, sociaal cultureel werkster, heeft een lange staat van dienst in het kerkelijk opbouwwerk en het interculturele vrouwenwerk. Zij is als gemeentelijk adviseur verbonden aan de Dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland en werkt als consulent levensbeschouwing bij Stichting Geever. Van haar zoon Julian, die na een ziekte meervoudig beperkt werd, leerde zij de kunst van totale communicatie.
Geloven in inclusie. Over zingeving en participatie van mensen met een verstandelijke beperking.
Op welke wijze draagt geestelijke verzorging bij aan de kwaliteit van bestaan en inclusie van mensen met een verstandelijke beperking?
Tien jaar geleden besloten zorgaanbieders in Zeeland het roer om te gooien en geestelijke verzorging niet langer intramuraal te organiseren. Samen met kerken en familieverenigingen werd Stichting GeeVer opgericht met als doel het bevorderen van geestelijke verzorging op een wijze die recht doet aan de persoonlijke keuzevrijheid en die bevordert dat levensbeschouwelijke organisaties open staan voor mensen met een verstandelijke beperking.
Met dit boek wordt de balans opgemaakt. Het vermeldt successen en positieve ervaringen die bijdragen aan de participatie van mensen met een verstandelijke beperking en daarmee aan hun kwaliteit van bestaan. Twee bijdragen uit het buitenland zijn bij wijze van voorbeeld opgenomen maar het signaleert ook knelpunten en stelt vragen aan zorgaanbieders en aan levensbeschouwelijke organisaties. Het toont aan dat er nog altijd een groot tekort is aan aandacht voor levensvragen en zingeving van mensen met een verstandelijke beperking en dat een beperking in deze samenleving voor velen nog altijd uitsluiting betekent, zelfs in de kerk. Gedichten van mensen met een beperking zelf maken het boek compleet.
Dr. Jos van Loon, orthopedagoog, is manager Inhoudelijke Ondersteuning bij Stichting Arduin. Hij is gastprofessor aan de Vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent, waarbij hij zich onder meer richt op het thema Kwaliteit van Bestaan. Jos van Loon is vanaf de oprichting als bestuurslid verbonden aan Stichting GeeVer.
Anneloes Steglich-Lentz, sociaal cultureel werkster, heeft een lange staat van dienst in het kerkelijk opbouwwerk en het interculturele vrouwenwerk. Zij is als gemeentelijk adviseur verbonden aan de Dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland en werkt als consulent levensbeschouwing bij Stichting Geever. Van haar zoon Julian, die na een ziekte meervoudig beperkt werd, leerde zij de kunst van totale communicatie.
Geweld tegen oudere vrouwen in de thuissituatie
Zo lang mogelijk thuis blijven wonen is een na te streven doel. Dit bevordert de vrijheid, zelfstandigheid en autonomie. Maar er kunnen ook negatieve aspecten opduiken, zoals geweld, misbruik en mis(be)handeling. Ze komen vaak voor in de directe familiekring. Heel dikwijls zijn oudere vrouwen hiervan het slachtoffer. Hulpverleners in de thuiszorg zijn vaak de enigen die toegang hebben tot deze groep. Zij moeten dan ook zowel de alertheid als de vaardigheden hebben om problematische situaties te detecteren en er adequaat mee om te gaan.
Het Europese Daphne-programma heeft als doel geweld tegen vrouwen, kinderen en jongeren te bestrijden. Het project Breaking the Taboo II besteedt hierbij aandacht aan geweld tegen oudere vrouwen in huiselijke kring. Dit boek voorziet professionelen, vrijwilligers, mantelzorgers van achtergrondinformatie, inhoud en methodieken. Mutatis mutandis kan het geheel ook geëxtrapoleerd worden naar oudere mannen.
Els Messelis is maatschappelijk werkster en gerontologe, met expertise in psychosociale en educatieve gerontologie. Ze is als opleidingscoördinator en lector Seniorenconsulentenvorming verbonden aan de Hogere Leergangen voor Fiscale en Sociale Wetenschappen van de Hogeschool-Universiteit Brussel.
Powerpointpresentatie: Conferentie Ouderenmis(be)handeling - dinsdag 18 december 2012
Overzicht van onze conferenties: www.hetboekenpodium.eu
Geweld tegen oudere vrouwen in de thuissituatie
Zo lang mogelijk thuis blijven wonen is een na te streven doel. Dit bevordert de vrijheid, zelfstandigheid en autonomie. Maar er kunnen ook negatieve aspecten opduiken, zoals geweld, misbruik en mis(be)handeling. Ze komen vaak voor in de directe familiekring. Heel dikwijls zijn oudere vrouwen hiervan het slachtoffer. Hulpverleners in de thuiszorg zijn vaak de enigen die toegang hebben tot deze groep. Zij moeten dan ook zowel de alertheid als de vaardigheden hebben om problematische situaties te detecteren en er adequaat mee om te gaan.
Het Europese Daphne-programma heeft als doel geweld tegen vrouwen, kinderen en jongeren te bestrijden. Het project Breaking the Taboo II besteedt hierbij aandacht aan geweld tegen oudere vrouwen in huiselijke kring. Dit boek voorziet professionelen, vrijwilligers, mantelzorgers van achtergrondinformatie, inhoud en methodieken. Mutatis mutandis kan het geheel ook geëxtrapoleerd worden naar oudere mannen.
Els Messelis is maatschappelijk werkster en gerontologe, met expertise in psychosociale en educatieve gerontologie. Ze is als opleidingscoördinator en lector Seniorenconsulentenvorming verbonden aan de Hogere Leergangen voor Fiscale en Sociale Wetenschappen van de Hogeschool-Universiteit Brussel.
Powerpointpresentatie: Conferentie Ouderenmis(be)handeling - dinsdag 18 december 2012
Overzicht van onze conferenties: www.hetboekenpodium.eu
Leerzorgcentrum (Quadri Committed Research, nr. 3)
Hoe dichten we de kloof tussen onderwijs en werkveld, tussen theorie en praktijk? Wanneer de sterktes van bestaande stage en opleidingsconcepten kunnen gebundeld worden met nieuwe inzichten, ervaringen uit het buitenland en bevindingen van wetenschappelijk onderzoek, is het mogelijk een krachtig beleid te ontwikkelen om de praktijkopleiding van verpleegkundigen te optimaliseren. Met deze ambitie werd een vernieuwend concept ontwikkeld en geëvalueerd: het leerzorgcentrum.
Een leerzorgcentrum (LZC) is een afdeling in een zorgvoorziening waar leren en zorg beter op elkaar worden afgestemd.
Een LZC wordt gevormd door een samenwerkingsverband tussen een onderwijspartner en een werkveldpartner. Deze manier van samenwerken focust enerzijds op het verbeteren van de praktijkopleiding en stage van studenten verpleegkunde en anderzijds op het realiseren van een kwaliteitsvolle patiëntenzorg. Zorgen en leren zijn de twee centrale kernprocessen van een LZC. Het leren op de afdeling komt voor zowel studenten als verpleegkundigen van de afdeling meer centraal te staan. Ook de innovatie in zorgprocessen en kwaliteit van de verpleegkundige zorgpraktijk krijgen, meer dan op een klassieke afdeling, bijzondere aandacht.
Dit boek beschrijft, naast wat een LZC is en waarom dit ontwikkeld werd, ook de effectieve implementatie in zes ziekenhuizen in Vlaanderen. De evaluatie leidt tot vier kritische succesfactoren voor de ontwikkeling van een leerzorgcentrum en geeft de mogelijkheden en bedreigingen voor het onderwijs en de praktijk.
Dit boek is bestemd voor iedereen die in contact komt met verpleegkundigen in opleiding en kan als handleiding worden gebruikt voor zij die een LZC willen opstarten.
Frieda Corstjens is bachelor in de verpleegkunde met een aanvullende masteropleiding in de verpleegkunde. Zij is verbonden aan de Katholieke Hogeschool Limburg, departement gezondheidszorg als lector verpleegkunde en aan het Ziekenhuis Oost Limburg als leerzorgspecialist.
Jo Gommers is gegradueerde ziekenhuis en psychiatrisch verpleegkundige met een aanvullende licentie in de medisch-sociale wetenschappen. Hij is verbonden aan het Ziekenhuis Oost Limburg, waar hij verpleegkundig en paramedisch directeur is.
Quadri Committed Research:
Leerzorgcentrum (Quadri Committed Research, nr. 3)
Hoe dichten we de kloof tussen onderwijs en werkveld, tussen theorie en praktijk? Wanneer de sterktes van bestaande stage en opleidingsconcepten kunnen gebundeld worden met nieuwe inzichten, ervaringen uit het buitenland en bevindingen van wetenschappelijk onderzoek, is het mogelijk een krachtig beleid te ontwikkelen om de praktijkopleiding van verpleegkundigen te optimaliseren. Met deze ambitie werd een vernieuwend concept ontwikkeld en geëvalueerd: het leerzorgcentrum.
Een leerzorgcentrum (LZC) is een afdeling in een zorgvoorziening waar leren en zorg beter op elkaar worden afgestemd.
Een LZC wordt gevormd door een samenwerkingsverband tussen een onderwijspartner en een werkveldpartner. Deze manier van samenwerken focust enerzijds op het verbeteren van de praktijkopleiding en stage van studenten verpleegkunde en anderzijds op het realiseren van een kwaliteitsvolle patiëntenzorg. Zorgen en leren zijn de twee centrale kernprocessen van een LZC. Het leren op de afdeling komt voor zowel studenten als verpleegkundigen van de afdeling meer centraal te staan. Ook de innovatie in zorgprocessen en kwaliteit van de verpleegkundige zorgpraktijk krijgen, meer dan op een klassieke afdeling, bijzondere aandacht.
Dit boek beschrijft, naast wat een LZC is en waarom dit ontwikkeld werd, ook de effectieve implementatie in zes ziekenhuizen in Vlaanderen. De evaluatie leidt tot vier kritische succesfactoren voor de ontwikkeling van een leerzorgcentrum en geeft de mogelijkheden en bedreigingen voor het onderwijs en de praktijk.
Dit boek is bestemd voor iedereen die in contact komt met verpleegkundigen in opleiding en kan als handleiding worden gebruikt voor zij die een LZC willen opstarten.
Frieda Corstjens is bachelor in de verpleegkunde met een aanvullende masteropleiding in de verpleegkunde. Zij is verbonden aan de Katholieke Hogeschool Limburg, departement gezondheidszorg als lector verpleegkunde en aan het Ziekenhuis Oost Limburg als leerzorgspecialist.
Jo Gommers is gegradueerde ziekenhuis en psychiatrisch verpleegkundige met een aanvullende licentie in de medisch-sociale wetenschappen. Hij is verbonden aan het Ziekenhuis Oost Limburg, waar hij verpleegkundig en paramedisch directeur is.
Quadri Committed Research:
De apotheker in prenten, verzen en spreuken
De lezer ontdekt met dit amusante boek de geschiedenis van de farmacie en van de apotheker op een speelse manier, maar met een wijsheid die uit de volksmond komt, geput uit het dagelijkse leven, namelijk via een getekend en geschreven karikaturaal beeld van de apotheker over een periode van 900 jaar.
De karikaturen, verzen en spreuken geven de status van de apotheker aan door de eeuwen heen en hangen daarmee meteen een beeld op van de geschiedenis van de farmacie in het algemeen. Ze schetsen het dagelijks werk van de apotheker als kruidenier, chirurgijn en barbier, de omgang van de apotheker met zijn leerling en hoe hij gekleed was.
Ook de ontwikkeling in de interieurs van de apotheken, de levensstandaard van de apotheker en zijn sociale omgang worden duidelijk. Er is ook de eenvoudige en ernstige apotheker die begaan is met zijn beroep en de klant met raad en daad bijstaat, maar evenzeer de geldwolf of bedrieger, de gierigaard en de hoogmoedige. En wat is de verhouding van de apotheker tot de geneesheer? Maar ten slotte overwint de dood alle geneeskundige handelingen.
Guy Gilias was apotheker in Haasrode. Hij heeft bijzondere interesse voor de geschiedenis van zijn beroep.
"Met enorm veel humor belicht de auteur zijn eigen beroep. (...) Beslist de moeite waard."
Christusrex.be
De apotheker in prenten, verzen en spreuken
De lezer ontdekt met dit amusante boek de geschiedenis van de farmacie en van de apotheker op een speelse manier, maar met een wijsheid die uit de volksmond komt, geput uit het dagelijkse leven, namelijk via een getekend en geschreven karikaturaal beeld van de apotheker over een periode van 900 jaar.
De karikaturen, verzen en spreuken geven de status van de apotheker aan door de eeuwen heen en hangen daarmee meteen een beeld op van de geschiedenis van de farmacie in het algemeen. Ze schetsen het dagelijks werk van de apotheker als kruidenier, chirurgijn en barbier, de omgang van de apotheker met zijn leerling en hoe hij gekleed was.
Ook de ontwikkeling in de interieurs van de apotheken, de levensstandaard van de apotheker en zijn sociale omgang worden duidelijk. Er is ook de eenvoudige en ernstige apotheker die begaan is met zijn beroep en de klant met raad en daad bijstaat, maar evenzeer de geldwolf of bedrieger, de gierigaard en de hoogmoedige. En wat is de verhouding van de apotheker tot de geneesheer? Maar ten slotte overwint de dood alle geneeskundige handelingen.
Guy Gilias was apotheker in Haasrode. Hij heeft bijzondere interesse voor de geschiedenis van zijn beroep.
"Met enorm veel humor belicht de auteur zijn eigen beroep. (...) Beslist de moeite waard."
Christusrex.be
Ayyuha t-talib…! Handboek voor modern standaard Arabisch, CD-teksten, Oplossingenboek, Geïntegreerde woordenlijst (Derde, herziene uitgave: 2012)
Het addendum bevat de vijftig basisteksten, de oplossingen van de meeste oefeningen in het handboek, de uitgeschreven teksten van de oefeningen op de audio-cd’s en tot slot een integrale alfabetisch geordende lijst van alle woorden, uitdrukkingen en collocaties uit het handboek.
Daarmee is het een betrouwbaar houvast voor alle docenten en studenten, en zeker ook voor diegenen die zich het Arabisch via zelfstudie eigen willen maken.
Herman Talloen (° Gent) doceerde Arabische taalkunde en taalverwerving aan de Universiteit Gent en aan het departement Vertalers en Tolken van de Artesis Hogeschool Antwerpen. Hij ontwikkelde diverse methodes voor E-Learning Arabisch aan de subfaculteit Taal en Communicatie van Lessius/KULeuven in Antwerpen.
Dr. Abied Alsulaiman (° Hama, Syrië) leidt diverse vertaalateliers aan de Master Vertalen en Tolken Arabisch van de subfaculteit Taal en Communicatie van Lessius/KULeuven in Antwerpen. Hij is geaffilieerd onderzoeker aan de KULeuven en verricht gespecialiseerd onderzoek op het vlak van Arabische juridische terminologie.
Ayyuha t-talib…! Handboek voor modern standaard Arabisch, CD-teksten, Oplossingenboek, Geïntegreerde woordenlijst (Derde, herziene uitgave: 2012)
Het addendum bevat de vijftig basisteksten, de oplossingen van de meeste oefeningen in het handboek, de uitgeschreven teksten van de oefeningen op de audio-cd’s en tot slot een integrale alfabetisch geordende lijst van alle woorden, uitdrukkingen en collocaties uit het handboek.
Daarmee is het een betrouwbaar houvast voor alle docenten en studenten, en zeker ook voor diegenen die zich het Arabisch via zelfstudie eigen willen maken.
Herman Talloen (° Gent) doceerde Arabische taalkunde en taalverwerving aan de Universiteit Gent en aan het departement Vertalers en Tolken van de Artesis Hogeschool Antwerpen. Hij ontwikkelde diverse methodes voor E-Learning Arabisch aan de subfaculteit Taal en Communicatie van Lessius/KULeuven in Antwerpen.
Dr. Abied Alsulaiman (° Hama, Syrië) leidt diverse vertaalateliers aan de Master Vertalen en Tolken Arabisch van de subfaculteit Taal en Communicatie van Lessius/KULeuven in Antwerpen. Hij is geaffilieerd onderzoeker aan de KULeuven en verricht gespecialiseerd onderzoek op het vlak van Arabische juridische terminologie.
Lezen leren, leuk! Samen aan de slag met lezen.
‘Lezen leren, leuk!’ is een werkmap voor ouders van kinderen van groep 1 tot en met groep 8, die hun kind willen helpen bij het (leren) lezen. De map is bedoeld als een ‘lees-groeiboekje’ waarmee de ouders zelf de leesontwikkeling van hun kind kunnen stimuleren en volgen.
‘Lezen leren, leuk!’ biedt ouders praktische informatie, tips en handvatten om hun kind te helpen bij het leren lezen. Een uitgangspunt is dat ouders, kind en school samenwerken bij het (leren) lezen en dat daarbij het leesplezier voorop staat.
Zoals consultatiebureaus werken met een groeiboekje, zo kunnen ouders, scholen en kinderen samen aan de slag met dit “groeiboekje voor het lezen”. Het is een boekje in de vorm van een map, waarin ouders en leerkrachten de leesontwikkeling van hun kind kunnen bijhouden gedurende de hele basisschoolloopbaan.
Ook bevat het informatie en adviezen over wat ouders thuis kunnen doen om het lezen te stimuleren. Zo kan het een vaste plek krijgen in de (10-minuten)-gesprekken tussen school en ouders. Bij de map hoort een ouderavond en een train-de-trainer voor leerkrachten om ouders en scholen te ondersteunen.
Annemieke Bos is pedagoog en trainer bij OUDERS & COO, de landelijke organisatie van en voor ouders, ouderraden (OR) en medezeggenschapsraden (MR) in het protestants-christelijk en oecumenisch onderwijs.
Hanneke Brinkhuis is pedagoog en senior adviseur bij Expertis, Onderwijsadviseurs.
Victorine Meuwissen is orthopedagoog en beleidsadviseur bij de Nederlandse oudervereniging Katholiek Onderwijs (NKO), de landelijke vereniging voor ouders met kinderen in het katholiek basis- en voortgezet onderwijs.
Lezen leren, leuk! Samen aan de slag met lezen.
‘Lezen leren, leuk!’ is een werkmap voor ouders van kinderen van groep 1 tot en met groep 8, die hun kind willen helpen bij het (leren) lezen. De map is bedoeld als een ‘lees-groeiboekje’ waarmee de ouders zelf de leesontwikkeling van hun kind kunnen stimuleren en volgen.
‘Lezen leren, leuk!’ biedt ouders praktische informatie, tips en handvatten om hun kind te helpen bij het leren lezen. Een uitgangspunt is dat ouders, kind en school samenwerken bij het (leren) lezen en dat daarbij het leesplezier voorop staat.
Zoals consultatiebureaus werken met een groeiboekje, zo kunnen ouders, scholen en kinderen samen aan de slag met dit “groeiboekje voor het lezen”. Het is een boekje in de vorm van een map, waarin ouders en leerkrachten de leesontwikkeling van hun kind kunnen bijhouden gedurende de hele basisschoolloopbaan.
Ook bevat het informatie en adviezen over wat ouders thuis kunnen doen om het lezen te stimuleren. Zo kan het een vaste plek krijgen in de (10-minuten)-gesprekken tussen school en ouders. Bij de map hoort een ouderavond en een train-de-trainer voor leerkrachten om ouders en scholen te ondersteunen.
Annemieke Bos is pedagoog en trainer bij OUDERS & COO, de landelijke organisatie van en voor ouders, ouderraden (OR) en medezeggenschapsraden (MR) in het protestants-christelijk en oecumenisch onderwijs.
Hanneke Brinkhuis is pedagoog en senior adviseur bij Expertis, Onderwijsadviseurs.
Victorine Meuwissen is orthopedagoog en beleidsadviseur bij de Nederlandse oudervereniging Katholiek Onderwijs (NKO), de landelijke vereniging voor ouders met kinderen in het katholiek basis- en voortgezet onderwijs.
Wiskunde met TI-84. Complete handleiding 2de graad
Het ideale zelfstudieboek om met de TI-84 te leren werken
In de huidige leerplannen wiskunde wordt het gebruik van informatie- en communicatietechnologie (ICT) opgelegd als basisvaardigheid voor de leerlingen. Het gaat om het verwerven van inzicht in het gebruik van computer en rekentoestel om wiskundige problemen te onderzoeken. Dit boek wil bijdragen tot een zinvolle implementatie van de grafische rekenmachine.
Dergelijk toestel beschikt over grafische en statistische functies die voldoen aan de vereisten voor de vakken wiskunde en wetenschappen in het secundair en het hoger onderwijs.
Om de invoering in de tweede graad van het secundair onderwijs didactisch verantwoord te laten verlopen, behandelt dit werk alle vereiste basistechnieken aan de hand van de leerstof wiskunde voor bovengenoemde leerlingengroep.
De gebruikte visuele leermethode met talloze voorbeelden, alle vergezeld van schermafdrukkken met oplossingen, stelt de leerling in staat om zelfstandig met dit boek aan de slag te gaan.
Wiskunde met TI-84. Complete handleiding 2de graad
Het ideale zelfstudieboek om met de TI-84 te leren werken
In de huidige leerplannen wiskunde wordt het gebruik van informatie- en communicatietechnologie (ICT) opgelegd als basisvaardigheid voor de leerlingen. Het gaat om het verwerven van inzicht in het gebruik van computer en rekentoestel om wiskundige problemen te onderzoeken. Dit boek wil bijdragen tot een zinvolle implementatie van de grafische rekenmachine.
Dergelijk toestel beschikt over grafische en statistische functies die voldoen aan de vereisten voor de vakken wiskunde en wetenschappen in het secundair en het hoger onderwijs.
Om de invoering in de tweede graad van het secundair onderwijs didactisch verantwoord te laten verlopen, behandelt dit werk alle vereiste basistechnieken aan de hand van de leerstof wiskunde voor bovengenoemde leerlingengroep.
De gebruikte visuele leermethode met talloze voorbeelden, alle vergezeld van schermafdrukkken met oplossingen, stelt de leerling in staat om zelfstandig met dit boek aan de slag te gaan.
NAHder belicht. Onderzoek naar het vormgeven van specifieke ondersteuning aan mensen met niet-aangeboren hersenletsel (NAH)
In dit boek streven de auteurs naar een NAH-specifiek model voor zorg en ondersteuning aan de hand van vier concepten.
1) In het vraagconcept wordt een beschrijvend profiel geformuleerd met algemene en specifieke kenmerken voor het bieden van mensgerichte ondersteuning aan de NAH-doelgroep.
2) Met het omgevingsconcept voor de doelgroep NAH-cliënten zijn wensen en behoeften geïdentificeerd die betrekking hebben op de fysiek noodzakelijke omgeving van een woonvoorziening of een locatie voor dagbesteding en de inrichting daarvan voor de doelgroep NAH-cliënten.
3) De belangrijkste aspecten van bejegening en begeleiding die van algemene medewerkers en professionele begeleiders in het primair proces worden gevraagd, zijn beschreven in het begeleidingsconcept.
4) Het scholingsconcept ten slotte laat zien dat het bieden van NAH-specifieke basiskennis en inhoudelijke verdieping op NAH-onderwerpen bijdraagt aan de deskundigheid van medewerkers en een meer professionele begeleiding van deze specifieke doelgroep.
Het boek geeft aanbevelingen voor verbetering van het reeds beschikbare NAH-aanbod in de woonvormen en activiteitencentra. Door de verbeteringen te monitoren ontstaat evidence based NAH-specifiek aanbod. Het realiseren van evidence based zorgprogramma’s is een uitdaging in de gehele gehandicaptenzorg en kan met behulp van dit boek ook worden gerealiseerd in andere organisaties die streven naar de ontwikkeling van hun eigen aanbod voor de NAH-doelgroep.
Mabel Jongkind is klinisch orthopedagoog en werkzaam als gedragsdeskundige binnen de dienst Ondersteuning en Behandeling van Gors en heeft zich in de afgelopen jaren gespecialiseerd op het gebied van NAH.
Hennie van Rijn is als manager Zorg & Innovatie bij Gors verantwoordelijk voor het kennis- en expertisebeleid in de organisatie en als zodanig leidinggevende van de dienst Ondersteuning en Behandeling.
NAHder belicht. Onderzoek naar het vormgeven van specifieke ondersteuning aan mensen met niet-aangeboren hersenletsel (NAH)
In dit boek streven de auteurs naar een NAH-specifiek model voor zorg en ondersteuning aan de hand van vier concepten.
1) In het vraagconcept wordt een beschrijvend profiel geformuleerd met algemene en specifieke kenmerken voor het bieden van mensgerichte ondersteuning aan de NAH-doelgroep.
2) Met het omgevingsconcept voor de doelgroep NAH-cliënten zijn wensen en behoeften geïdentificeerd die betrekking hebben op de fysiek noodzakelijke omgeving van een woonvoorziening of een locatie voor dagbesteding en de inrichting daarvan voor de doelgroep NAH-cliënten.
3) De belangrijkste aspecten van bejegening en begeleiding die van algemene medewerkers en professionele begeleiders in het primair proces worden gevraagd, zijn beschreven in het begeleidingsconcept.
4) Het scholingsconcept ten slotte laat zien dat het bieden van NAH-specifieke basiskennis en inhoudelijke verdieping op NAH-onderwerpen bijdraagt aan de deskundigheid van medewerkers en een meer professionele begeleiding van deze specifieke doelgroep.
Het boek geeft aanbevelingen voor verbetering van het reeds beschikbare NAH-aanbod in de woonvormen en activiteitencentra. Door de verbeteringen te monitoren ontstaat evidence based NAH-specifiek aanbod. Het realiseren van evidence based zorgprogramma’s is een uitdaging in de gehele gehandicaptenzorg en kan met behulp van dit boek ook worden gerealiseerd in andere organisaties die streven naar de ontwikkeling van hun eigen aanbod voor de NAH-doelgroep.
Mabel Jongkind is klinisch orthopedagoog en werkzaam als gedragsdeskundige binnen de dienst Ondersteuning en Behandeling van Gors en heeft zich in de afgelopen jaren gespecialiseerd op het gebied van NAH.
Hennie van Rijn is als manager Zorg & Innovatie bij Gors verantwoordelijk voor het kennis- en expertisebeleid in de organisatie en als zodanig leidinggevende van de dienst Ondersteuning en Behandeling.
Soms ben je uitgepraat. Het atelier en de geestelijke gezondheidszorg.
Kunst werkt helend en bevrijdend, ook voor mensen die gebruik maken van de geestelijke gezondheidzorg. Dat wisten we al, maar in de psychiatrie was men het even vergeten.
Dit boek richt de schijnwerpers op het gebied waar kunst en therapie samenvallen, op de periferie van beeldende en creatieve therapie – een gebied dat zich steeds meer naar de geldende psychiatrische richtlijnen lijkt te voegen. In het Open Atelier van een psychiatrische instelling in Amsterdam wijkt men daarvan af. In het Belgische ARTISIT werkt een collectief van kunstenaars met een psychiatrische achtergrond samen met andere kunstenaars.
In dit boek dragen kunstenaars, beeldende therapeuten, antropologen, filosofen, psychiaters, psychologen, galeriehouders, docenten en verzamelaars vanuit hun eigen perspectief bij aan het discours over de verbinding tussen therapie en kunst. Die koppeling staat voor de kunstenaars/patiënten niet ter discussie, die beleven ze.
Truus Wertheim-Cahen, beeldend therapeut van het eerste uur, doceerde aan verscheidene opleidingen in binnen- en buitenland. Zij werkt al meer dan dertig jaar met slachtoffers van oorlogsgeweld. Een door haar geïnitieerd en gesuperviseerd project ‘creatieve therapie voor vluchtelingen’ werd bekroond met de Marga Klompéprijs.
Theo Festen, psycholoog-psychotherapeut en dichter-vertaler, was algemeen secretaris van de koepel van de RIAGG – Regionale Instellingen voor Ambulante Geestelijke Gezondheidszorg.
"Door de erg diverse invalshoeken en bijdrages van verschillende actoren ontstaat er een grote nuancering.(...) Dit boekje mag
zeker niet ontbreken in de bibliotheek van eeníéder die een hart heeft voor kunst en psychiatrie."
Tijdschrift voor Psychiatrie, jrg; 55, nr. 12, blz. 1016
Soms ben je uitgepraat. Het atelier en de geestelijke gezondheidszorg.
Kunst werkt helend en bevrijdend, ook voor mensen die gebruik maken van de geestelijke gezondheidzorg. Dat wisten we al, maar in de psychiatrie was men het even vergeten.
Dit boek richt de schijnwerpers op het gebied waar kunst en therapie samenvallen, op de periferie van beeldende en creatieve therapie – een gebied dat zich steeds meer naar de geldende psychiatrische richtlijnen lijkt te voegen. In het Open Atelier van een psychiatrische instelling in Amsterdam wijkt men daarvan af. In het Belgische ARTISIT werkt een collectief van kunstenaars met een psychiatrische achtergrond samen met andere kunstenaars.
In dit boek dragen kunstenaars, beeldende therapeuten, antropologen, filosofen, psychiaters, psychologen, galeriehouders, docenten en verzamelaars vanuit hun eigen perspectief bij aan het discours over de verbinding tussen therapie en kunst. Die koppeling staat voor de kunstenaars/patiënten niet ter discussie, die beleven ze.
Truus Wertheim-Cahen, beeldend therapeut van het eerste uur, doceerde aan verscheidene opleidingen in binnen- en buitenland. Zij werkt al meer dan dertig jaar met slachtoffers van oorlogsgeweld. Een door haar geïnitieerd en gesuperviseerd project ‘creatieve therapie voor vluchtelingen’ werd bekroond met de Marga Klompéprijs.
Theo Festen, psycholoog-psychotherapeut en dichter-vertaler, was algemeen secretaris van de koepel van de RIAGG – Regionale Instellingen voor Ambulante Geestelijke Gezondheidszorg.
"Door de erg diverse invalshoeken en bijdrages van verschillende actoren ontstaat er een grote nuancering.(...) Dit boekje mag
zeker niet ontbreken in de bibliotheek van eeníéder die een hart heeft voor kunst en psychiatrie."
Tijdschrift voor Psychiatrie, jrg; 55, nr. 12, blz. 1016