Positieve identiteitsontwikkeling met moslimjongeren. Een tool- en handboek voor eerstelijnswerkers
Eerstelijnswerkers die vandaag willen werken aan positieve identiteitsontwikkeling
met moslimjongeren staan onder een sterke maatschappelijke druk. Het publieke
debat is immers in de ban van thema’s als ‘terreur’, ‘religieus extremisme’, ‘radicalisme’.
Thema’s waarbij voortdurend en vanzelfsprekend een link wordt gelegd met
moslims. De complexiteit van de actuele realiteit, de onduidelijkheid rond begrippen
als terreur en radicalisering en de angst die hierdoor in de hand wordt gewerkt,
creëren bij heel wat leerkrachten, schooldirecties, jeugdwerkers en hulpverleners
een handelingsverlegenheid. Of erger: een handelingsdwang. Een repressieve veiligheidslogica
dreigt in het eerstelijnswerk stilaan de ‘normale’ pedagogische logica
te verdringen. Een antiradicaliseringsindustrie speelt daar gretig op in met praktische
checklists, quick fixes, hapklare ‘tools’ en handige methodiekjes. Met korte
bijscholingsprogramma’s waarin experts pasklare antwoorden bieden op dringende
praktijkcases hopen we te leren hoe we radicaliserende jongeren vroegtijdig kunnen
detecteren en weerwerk bieden. ‘Preventie van radicalisering’ is de bril geworden
waardoor we naar ons dagelijkse werk met jongeren kijken. Maar werken we
op die manier geen selffulfilling prophecy in de hand? In welke mate creëren we
precies het probleem dat we eigenlijk trachten in te dijken?
Dit tool- en handboek is een poging om in het huidige radicaliseringsdiscours
even een stapje achteruit te zetten en terug te keren naar de vraag: Wat is onze
pedagogische opdracht als eerstelijnswerkers? Hoe verhouden we ons tot de actuele
context en met welke visie gaan we daarin aan de slag? Hoe krijgen we de
glazen in onze professionele bril weer helder? Wat is onze reële handelingsruimte
en hoe kunnen we die ten volle gebruiken? Hoe krijgen we opnieuw vertrouwen
in de deskundigheid waarover we beschikken om een diepgaande, constructieve
rol te spelen in de positieve identiteitsontwikkeling van (moslim)jongeren?
Dit boek toont hoe visie, handelingssleutels en concrete methodische tools intrinsiek
met elkaar verbonden zijn. In het omgaan met (levensbeschouwelijke)
diversiteit pleiten de auteurs ervoor om consequent te durven kiezen voor een
transformatielogica en een emancipatorische aanpak.
Dit handboek is een publicatie van vzw Motief, een door de Vlaamse overheid erkende
vormingsinstelling gespecialiseerd in ‘levensbeschouwing en samenleving’.
Het boek kwam tot stand bij het ontwikkelen en begeleiden van vormingsprogramma’s
voor professionals omtrent ‘omgaan met levensbeschouwelijke diversiteit’
en ‘positieve identiteitsontwikkeling met moslimjongeren’.
Positieve identiteitsontwikkeling met moslimjongeren. Een tool- en handboek voor eerstelijnswerkers
Eerstelijnswerkers die vandaag willen werken aan positieve identiteitsontwikkeling
met moslimjongeren staan onder een sterke maatschappelijke druk. Het publieke
debat is immers in de ban van thema’s als ‘terreur’, ‘religieus extremisme’, ‘radicalisme’.
Thema’s waarbij voortdurend en vanzelfsprekend een link wordt gelegd met
moslims. De complexiteit van de actuele realiteit, de onduidelijkheid rond begrippen
als terreur en radicalisering en de angst die hierdoor in de hand wordt gewerkt,
creëren bij heel wat leerkrachten, schooldirecties, jeugdwerkers en hulpverleners
een handelingsverlegenheid. Of erger: een handelingsdwang. Een repressieve veiligheidslogica
dreigt in het eerstelijnswerk stilaan de ‘normale’ pedagogische logica
te verdringen. Een antiradicaliseringsindustrie speelt daar gretig op in met praktische
checklists, quick fixes, hapklare ‘tools’ en handige methodiekjes. Met korte
bijscholingsprogramma’s waarin experts pasklare antwoorden bieden op dringende
praktijkcases hopen we te leren hoe we radicaliserende jongeren vroegtijdig kunnen
detecteren en weerwerk bieden. ‘Preventie van radicalisering’ is de bril geworden
waardoor we naar ons dagelijkse werk met jongeren kijken. Maar werken we
op die manier geen selffulfilling prophecy in de hand? In welke mate creëren we
precies het probleem dat we eigenlijk trachten in te dijken?
Dit tool- en handboek is een poging om in het huidige radicaliseringsdiscours
even een stapje achteruit te zetten en terug te keren naar de vraag: Wat is onze
pedagogische opdracht als eerstelijnswerkers? Hoe verhouden we ons tot de actuele
context en met welke visie gaan we daarin aan de slag? Hoe krijgen we de
glazen in onze professionele bril weer helder? Wat is onze reële handelingsruimte
en hoe kunnen we die ten volle gebruiken? Hoe krijgen we opnieuw vertrouwen
in de deskundigheid waarover we beschikken om een diepgaande, constructieve
rol te spelen in de positieve identiteitsontwikkeling van (moslim)jongeren?
Dit boek toont hoe visie, handelingssleutels en concrete methodische tools intrinsiek
met elkaar verbonden zijn. In het omgaan met (levensbeschouwelijke)
diversiteit pleiten de auteurs ervoor om consequent te durven kiezen voor een
transformatielogica en een emancipatorische aanpak.
Dit handboek is een publicatie van vzw Motief, een door de Vlaamse overheid erkende
vormingsinstelling gespecialiseerd in ‘levensbeschouwing en samenleving’.
Het boek kwam tot stand bij het ontwikkelen en begeleiden van vormingsprogramma’s
voor professionals omtrent ‘omgaan met levensbeschouwelijke diversiteit’
en ‘positieve identiteitsontwikkeling met moslimjongeren’.
Medische terminologie in praktijk.
Dit boek vult een leemte voor opleidingen in de
medische sector. Hierbij komt men onlosmakelijk
in contact met het medisch vakjargon. Dit boek
maakt de geïnteresseerden hierin wegwijs.
Eerst geeft het algemene richtlijnen over de
schrijfwijze van de medische termen zoals de
volgorde van de woorddelen, trema of liggend
streepje, afkortingen en meervoud.
Ook de uitspraak wordt even toegelicht.
Vervolgens past de auteur de termen toe op de
ligging van de organen en de weefsels ten opzichte
van elkaar, evenals op de lichaamsbewegingen.
Hierna doet ze de woorddelen zelf (prefix, suffix
en stam) uitvoerig uit de doeken.
Tot slot diept dit boek de termen uit die het vaakst
voorkomen bij een algemeen klinisch onderzoek.
En om de opgedane kennis onmiddellijk toe
te kunnen passen is de theorie doorspekt met
oefeningen.
Dr. Lydia Moors is arts en specialist in de arbeidsgeneeskunde. Ze geeft les in het volwassenenonderwijs in Tienen, Leuven, Aarschot en Diest.
Medische terminologie in praktijk.
Dit boek vult een leemte voor opleidingen in de
medische sector. Hierbij komt men onlosmakelijk
in contact met het medisch vakjargon. Dit boek
maakt de geïnteresseerden hierin wegwijs.
Eerst geeft het algemene richtlijnen over de
schrijfwijze van de medische termen zoals de
volgorde van de woorddelen, trema of liggend
streepje, afkortingen en meervoud.
Ook de uitspraak wordt even toegelicht.
Vervolgens past de auteur de termen toe op de
ligging van de organen en de weefsels ten opzichte
van elkaar, evenals op de lichaamsbewegingen.
Hierna doet ze de woorddelen zelf (prefix, suffix
en stam) uitvoerig uit de doeken.
Tot slot diept dit boek de termen uit die het vaakst
voorkomen bij een algemeen klinisch onderzoek.
En om de opgedane kennis onmiddellijk toe
te kunnen passen is de theorie doorspekt met
oefeningen.
Dr. Lydia Moors is arts en specialist in de arbeidsgeneeskunde. Ze geeft les in het volwassenenonderwijs in Tienen, Leuven, Aarschot en Diest.
Is dan alles relatief?
Het probleem van het relativisme is op de meest dringende wijze aan de
orde in tijden van overgang en verandering. Geen wonder dat het één
van de opvallendste kenmerken is van de zogeheten postmoderne tijd
waarin snelle en diepgaande veranderingen en transformaties schering
en inslag zijn. Een groeiend aantal tijdgenoten vindt het evident dat er
niet één waarheid is, maar meerdere waarheden, afhankelijk van tijd,
plaats en cultuur. De doorsnee relativist vraagt zich zelden af waarop
zijn stellingname in feite berust. Nog minder is hij op de hoogte van
het feit dat een aantal kritische bemerkingen kan worden gemaakt bij
de relativistische overtuigingen en argumentaties.
De bedoeling van dit boek is de lezer aan te sporen zich nader te bezinnen
over de keuze die hij heeft gemaakt en kennis te nemen van de
kritische vragen die daarbij kunnen worden gesteld. Het relativisme is
immers alles behalve een eenduidige entiteit. Het is een buitengewoon
complex fenomeen. In de hedendaagse cultuur neemt het verschillende
vormen aan in de sociologie, de geschiedenis, de filosofie, de antropologie,
het dagelijkse leven. Is het relativisme de definitieve, boven alle
twijfel verheven waarheid waartegen geen enkele kritiek is opgewassen
of zijn er goede redenen om dat te betwijfelen?
“Opnieuw een buitengewoon rijk boek van prof. em. dr. Valeer Neckebrouck,
rijk aan informatie en aan insider inzicht over de nauwe band
tussen het heersende hedendaagse relativisme en de ontwikkelingsgang
van de culturele antropologie. Het prijzenswaardige doel, door de auteur
gesteld in het voorwoord, is aan te tonen – ook voor een breed publiek –
dat het cultuurrelativisme niet evident is, hoewel het vandaag zo wordt
gesteld en opgevat, zowel binnen als buiten de academische wereld. Een
helder boek, een plezier ook om te lezen.” - Prof. em. dr. Herman De Dijn
Valeer Neckebrouck, doctor in de sociale en culturele antropologie en doctor in de theologie, is emeritus hoogleraar aan de KU Leuven. Hij doceerde aan de Universiteit van Tilburg en was gastprofessor aan de Universidad Intercontinental van Mexico-stad. Hij deed jarenlang etnografisch onderzoek in verschillende landen van Afrika en Latijns- Amerika. Hij is auteur van een dertigtal boeken, etnografische monografieën en theologische essays.
Is dan alles relatief?
Het probleem van het relativisme is op de meest dringende wijze aan de
orde in tijden van overgang en verandering. Geen wonder dat het één
van de opvallendste kenmerken is van de zogeheten postmoderne tijd
waarin snelle en diepgaande veranderingen en transformaties schering
en inslag zijn. Een groeiend aantal tijdgenoten vindt het evident dat er
niet één waarheid is, maar meerdere waarheden, afhankelijk van tijd,
plaats en cultuur. De doorsnee relativist vraagt zich zelden af waarop
zijn stellingname in feite berust. Nog minder is hij op de hoogte van
het feit dat een aantal kritische bemerkingen kan worden gemaakt bij
de relativistische overtuigingen en argumentaties.
De bedoeling van dit boek is de lezer aan te sporen zich nader te bezinnen
over de keuze die hij heeft gemaakt en kennis te nemen van de
kritische vragen die daarbij kunnen worden gesteld. Het relativisme is
immers alles behalve een eenduidige entiteit. Het is een buitengewoon
complex fenomeen. In de hedendaagse cultuur neemt het verschillende
vormen aan in de sociologie, de geschiedenis, de filosofie, de antropologie,
het dagelijkse leven. Is het relativisme de definitieve, boven alle
twijfel verheven waarheid waartegen geen enkele kritiek is opgewassen
of zijn er goede redenen om dat te betwijfelen?
“Opnieuw een buitengewoon rijk boek van prof. em. dr. Valeer Neckebrouck,
rijk aan informatie en aan insider inzicht over de nauwe band
tussen het heersende hedendaagse relativisme en de ontwikkelingsgang
van de culturele antropologie. Het prijzenswaardige doel, door de auteur
gesteld in het voorwoord, is aan te tonen – ook voor een breed publiek –
dat het cultuurrelativisme niet evident is, hoewel het vandaag zo wordt
gesteld en opgevat, zowel binnen als buiten de academische wereld. Een
helder boek, een plezier ook om te lezen.” - Prof. em. dr. Herman De Dijn
Valeer Neckebrouck, doctor in de sociale en culturele antropologie en doctor in de theologie, is emeritus hoogleraar aan de KU Leuven. Hij doceerde aan de Universiteit van Tilburg en was gastprofessor aan de Universidad Intercontinental van Mexico-stad. Hij deed jarenlang etnografisch onderzoek in verschillende landen van Afrika en Latijns- Amerika. Hij is auteur van een dertigtal boeken, etnografische monografieën en theologische essays.
Etty Hillesum en het pad naar zelfverwerkelijking. Reeks: Etty Hillesum Studies nr. 9
Eén van de fascinerende aspecten van de nagelaten geschriften van Etty
Hillesum is de manier waarop zij zich in een uiterst hachelijke situatie
en in een verbazend hoog tempo innerlijk heeft kunnen ontwikkelen
tot een persoonlijkheid die zich vanuit een diepgaande zelfreflectie op
andere mensen betrokken weet.
Een manier om het pad naar zelfverwerkelijking, dat Etty Hillesum in
de periode 1941-1943 is gegaan, in kaart te brengen is te letten op de persoonlijke
voornaamwoorden die zij in haar dagboeken gebruikt. Gaandeweg
verplaatste zij zich vanuit het ‘ik’ in een ‘jij’ en een ‘men’ – om
ten slotte op te gaan in een ‘wij’. Een andere aanpak is om haar ideeën
te vergelijken met die van de Joodse psychiater Viktor Frankl. Beiden
bewogen zich in het spanningsveld tussen vrijheid en gevangenschap
en wilden in de meest extreme omstandigheden hun menselijkheid niet
opgeven.
De eerlijke zelfreflectie van Etty Hillesum staat in schril contrast met de
manier waarop nazi’s als kampcommandant Albert Konrad Gemmeker
en de ‘kroonjurist van het Derde Rijk’ Carl Schmitt hun persoonlijke verantwoordelijkheid
probeerden te ontlopen door zich voor te doen als een
speelbal van het lot. Niettemin had de Bulgaars-Franse filosoof Tzvetan
Todorov naast bewondering ook kritiek op Etty Hillesum, omdat zij –
volgens hem – niet in verzet kwam. De vraag is in hoeverre deze kritiek
gegrond is of dat Etty Hillesum een eigen manier had om verzet te
plegen. In dit opzicht kan de vergelijking met de Bijbelse Esther zinvol
zijn. Beide vrouwen kiezen voor hun volk, wanneer dit met uitroeiing
wordt bedreigd.
De serie Etty Hillesum Studies is een uitgave van het Etty Hillesum
Onderzoekscentrum te Middelburg en staat onder redactie van Klaas
A.D. Smelik, Julie Benschop, Lotte Bergen, Marja Clement, Meins G.S.
Coetsier, Gerrit Van Oord en Jurjen Wiersma.
Etty Hillesum en het pad naar zelfverwerkelijking. Reeks: Etty Hillesum Studies nr. 9
Eén van de fascinerende aspecten van de nagelaten geschriften van Etty
Hillesum is de manier waarop zij zich in een uiterst hachelijke situatie
en in een verbazend hoog tempo innerlijk heeft kunnen ontwikkelen
tot een persoonlijkheid die zich vanuit een diepgaande zelfreflectie op
andere mensen betrokken weet.
Een manier om het pad naar zelfverwerkelijking, dat Etty Hillesum in
de periode 1941-1943 is gegaan, in kaart te brengen is te letten op de persoonlijke
voornaamwoorden die zij in haar dagboeken gebruikt. Gaandeweg
verplaatste zij zich vanuit het ‘ik’ in een ‘jij’ en een ‘men’ – om
ten slotte op te gaan in een ‘wij’. Een andere aanpak is om haar ideeën
te vergelijken met die van de Joodse psychiater Viktor Frankl. Beiden
bewogen zich in het spanningsveld tussen vrijheid en gevangenschap
en wilden in de meest extreme omstandigheden hun menselijkheid niet
opgeven.
De eerlijke zelfreflectie van Etty Hillesum staat in schril contrast met de
manier waarop nazi’s als kampcommandant Albert Konrad Gemmeker
en de ‘kroonjurist van het Derde Rijk’ Carl Schmitt hun persoonlijke verantwoordelijkheid
probeerden te ontlopen door zich voor te doen als een
speelbal van het lot. Niettemin had de Bulgaars-Franse filosoof Tzvetan
Todorov naast bewondering ook kritiek op Etty Hillesum, omdat zij –
volgens hem – niet in verzet kwam. De vraag is in hoeverre deze kritiek
gegrond is of dat Etty Hillesum een eigen manier had om verzet te
plegen. In dit opzicht kan de vergelijking met de Bijbelse Esther zinvol
zijn. Beide vrouwen kiezen voor hun volk, wanneer dit met uitroeiing
wordt bedreigd.
De serie Etty Hillesum Studies is een uitgave van het Etty Hillesum
Onderzoekscentrum te Middelburg en staat onder redactie van Klaas
A.D. Smelik, Julie Benschop, Lotte Bergen, Marja Clement, Meins G.S.
Coetsier, Gerrit Van Oord en Jurjen Wiersma.
Ondersteunend communiceren: werken met visualisaties
Heel wat opvoeders, begeleiders en ouders
zijn dagelijks bezig met methoden en hulpmiddelen
om met visualisaties de communicatie te
ondersteunen met mensen met wie dit niet zo
vlot loopt.
Deze uitgave is een praktische handleiding
voor wie aan de slag wil gaan met visualisaties
bij mensen met of zonder beperking. Ze
is bedoeld voor begeleiders en ouders die op
zoek zijn naar een aantal bestaande systemen
die ze kunnen gebruiken of op basis waarvan
ze, met een gezonde dosis creativiteit, eigen
visualisaties op maat kunnen ontwikkelen.
Met de code in het boek kunt u op http://dl.garant-uitgevers.eu/ aanvullend materiaal downloaden
Chris De Rijdt, bachelor in orthopedagogiek,
is praktijklector aan de Hogeschool Gent.
Voordien was ze begeleidster in de bijzondere
jeugdbijstand en begeleidster/coördinator bij
volwassenen met een verstandelijke beperking
en kinderen met gedragsproblemen. Ze specialiseerde
zich in het werken met visualisaties.
Ondersteunend communiceren: werken met visualisaties
Heel wat opvoeders, begeleiders en ouders
zijn dagelijks bezig met methoden en hulpmiddelen
om met visualisaties de communicatie te
ondersteunen met mensen met wie dit niet zo
vlot loopt.
Deze uitgave is een praktische handleiding
voor wie aan de slag wil gaan met visualisaties
bij mensen met of zonder beperking. Ze
is bedoeld voor begeleiders en ouders die op
zoek zijn naar een aantal bestaande systemen
die ze kunnen gebruiken of op basis waarvan
ze, met een gezonde dosis creativiteit, eigen
visualisaties op maat kunnen ontwikkelen.
Met de code in het boek kunt u op http://dl.garant-uitgevers.eu/ aanvullend materiaal downloaden
Chris De Rijdt, bachelor in orthopedagogiek,
is praktijklector aan de Hogeschool Gent.
Voordien was ze begeleidster in de bijzondere
jeugdbijstand en begeleidster/coördinator bij
volwassenen met een verstandelijke beperking
en kinderen met gedragsproblemen. Ze specialiseerde
zich in het werken met visualisaties.
Jeugdzorg met een plus. Wat we wel en nog niet weten over de meest intensieve vorm van jeugdhulp
Deze publicatie gaat over tien jaar JeugdzorgPlus: 2008-2017. Over
jongeren met zeer complexe gedragsproblemen die zich aan hulp
onttrekken of daaraan onttrokken worden. En over de manier waarop
zij het beste geholpen kunnen worden. De jongeren om wie het gaat,
zijn vaak geen ‘lieverdjes’; ze worstelen met veel negatieve invloeden
uit hun omgeving. Daarom kunnen vrijheidsbeperkende maatregelen
nodig zijn als onderdeel van de behandeling, maar alleen als er gevaar
is en er geen alternatieven zijn.
JeugdzorgPlus staat niet op zichzelf. Effectieve zorg gaat namelijk niet
alleen over residentiële behandeling, maar ook over de periode daarvoor
en daarna. Besluiten over deze jongeren en over JeugdzorgPlus
mogen niet lichtzinnig worden genomen. Hulp aan hen is topsport.
Kennis over deze jongeren is daarom belangrijk voor iedereen die
met hen te maken heeft: van jeugd-/wijkteams, jeugdbeschermers en
pedagogisch medewerkers tot studenten, gemeentelijk beslissers en
kinderrechters.
Vanuit persoonlijke betrokkenheid en ervaring met deze jongeren is
de oproep van de auteurs: deel kennis met elkaar en maak er samen
meer van.
De auteurs zijn allen betrokken bij JeugdzorgPlus.
Jeugdzorg met een plus. Wat we wel en nog niet weten over de meest intensieve vorm van jeugdhulp
Deze publicatie gaat over tien jaar JeugdzorgPlus: 2008-2017. Over
jongeren met zeer complexe gedragsproblemen die zich aan hulp
onttrekken of daaraan onttrokken worden. En over de manier waarop
zij het beste geholpen kunnen worden. De jongeren om wie het gaat,
zijn vaak geen ‘lieverdjes’; ze worstelen met veel negatieve invloeden
uit hun omgeving. Daarom kunnen vrijheidsbeperkende maatregelen
nodig zijn als onderdeel van de behandeling, maar alleen als er gevaar
is en er geen alternatieven zijn.
JeugdzorgPlus staat niet op zichzelf. Effectieve zorg gaat namelijk niet
alleen over residentiële behandeling, maar ook over de periode daarvoor
en daarna. Besluiten over deze jongeren en over JeugdzorgPlus
mogen niet lichtzinnig worden genomen. Hulp aan hen is topsport.
Kennis over deze jongeren is daarom belangrijk voor iedereen die
met hen te maken heeft: van jeugd-/wijkteams, jeugdbeschermers en
pedagogisch medewerkers tot studenten, gemeentelijk beslissers en
kinderrechters.
Vanuit persoonlijke betrokkenheid en ervaring met deze jongeren is
de oproep van de auteurs: deel kennis met elkaar en maak er samen
meer van.
De auteurs zijn allen betrokken bij JeugdzorgPlus.
De mythe van rationalisering. Over creativiteit en ambiguïteit in het sociaal werk
Het sociaal werk wordt steeds vaker geconfronteerd met de vraag naar
rationalisering en vooral naar overrationalisering. Dit uit zich in een
amalgaan aan procedures, protocollen, richtlijnen, methodes en regels die
proberen om het sociaal werk voor te structureren. In dit boek lichten de
auteurs toe hoe deze tendens is ontstaan, welke gevolgen deze heeft en hoe
sociaal werkers ermee kunnen omgaan in hun dagelijkse praktijk. Op basis
hiervan pleiten de auteurs dan ook voor een ontgrenzende benadering van
sociaal werk.
Het boek combineert theoretische concepten zoals discretionaire ruimte,
verantwoording, transparantie en ambiguïteit met praktijkvoorbeelden
die spruiten uit wetenschappelijk onderzoek. Op die manier wordt de
overrationalisering van het sociaal werk tastbaar gemaakt voor zowel
onderzoekers, beleidsmakers, sociaal werkers als voor studenten.
Jochen Devlieghere is als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan de Vakgroep Sociaal Werk en Sociale Pedagogiek van de Universiteit Gent. Rudi Roose doceert er Sociaal werk.
De mythe van rationalisering. Over creativiteit en ambiguïteit in het sociaal werk
Het sociaal werk wordt steeds vaker geconfronteerd met de vraag naar
rationalisering en vooral naar overrationalisering. Dit uit zich in een
amalgaan aan procedures, protocollen, richtlijnen, methodes en regels die
proberen om het sociaal werk voor te structureren. In dit boek lichten de
auteurs toe hoe deze tendens is ontstaan, welke gevolgen deze heeft en hoe
sociaal werkers ermee kunnen omgaan in hun dagelijkse praktijk. Op basis
hiervan pleiten de auteurs dan ook voor een ontgrenzende benadering van
sociaal werk.
Het boek combineert theoretische concepten zoals discretionaire ruimte,
verantwoording, transparantie en ambiguïteit met praktijkvoorbeelden
die spruiten uit wetenschappelijk onderzoek. Op die manier wordt de
overrationalisering van het sociaal werk tastbaar gemaakt voor zowel
onderzoekers, beleidsmakers, sociaal werkers als voor studenten.
Jochen Devlieghere is als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan de Vakgroep Sociaal Werk en Sociale Pedagogiek van de Universiteit Gent. Rudi Roose doceert er Sociaal werk.
Altijd onderweg. Verschillende perspectieven op de betekenis van het verlangen (Reeks: Sociale Wetenschappen – Kruispunten nr. 5)
Als we de foto’s en berichten die we posten op sociale media mogen geloven,
dan hebben we een uitermate ontspannend en boeiend leven, waarin we zonder
zorgen onze verlangens kunnen najagen én bevredigd zien. Het beeld dat
we de wereld laten zien, staat echter in schril contrast met de toenemende gevallen
van burn-out, depressies, stress, etc. We komen tijd en energie te kort,
omdat we aan van alles en nog wat tijd en energie willen of moeten spenderen.
We verlangen veel maar zijn onbevredigbaar.
Dit boek kwam tot stand vanuit de bezorgdheid dat het verlangen van de westerse
mens de speelbal is geworden van een aantal krachten die niet zo eenvoudig
te identificeren zijn. Mensen leven en werken in een schijnbare vrijheid
– men lijkt zijn eigen verlangen zonder problemen te kunnen nastreven – terwijl
dit verlangen in werkelijkheid misschien al lang beteugeld is.
Altijd onderweg biedt meer inzicht in dit verlangen. Welke functie vervult het
verlangen? Is er een verschil met een (economische) behoefte? Wanneer verglijdt
een verlangen naar een obsessie? Kunnen we spreken van een cultureel
verlangen? Wat betekent het verlangen in de context van de hulpverlening?
Schuilt er in de kunst ook een verlangen?
Met bijdragen van Liesbet De Kock, Rogier De Langhe, Frederik De Preester,
Peter Mertens, Rik Pinxten, Barbara Raes, Jean Paul Van Bendegem, Jo Van Den
Berghe, Christian Van Kerckhove en Peter Walleghem.
Christian Van Kerckhove is coördinator van het expertisecentrum Mix!t,
forum voor studie, documentatie en vorming rond samen/leven, Faculteit
Mens en Welzijn van de Hogeschool Gent. Hij doceert filosofie en sociale filosofie
en ethiek aan deze faculteit en is (co)promotor van diverse onderzoeksprojecten.
Hij is tevens voorzitter van de Opleidingscommissie Sociaal Werk
aan diezelfde faculteit.
Joris Van Poucke, filosoof, is als onderzoeker en lector verbonden aan de
Hogeschool Gent en het expertisecentrum Mix!t, Faculteit Mensen en Welzijn.
Hij is ook lid van het Centrum voor Geschiedenis van de Filosofie en Continentale
Filosofie (HICO) aan de UGent.
Eva Vens is maatschappelijk assistent en master in de vergelijkende cultuurwetenschappen.
Ze is verbonden aan de Opleiding Sociaal Werk, Faculteit Mens
en Welzijn van de Hogeschool Gent. Ze is lid van de coördinatieraad van Mix!t.
Ze doceert culturele antropologie en is (co)promotor van diverse onderzoeksprojecten.
Altijd onderweg. Verschillende perspectieven op de betekenis van het verlangen (Reeks: Sociale Wetenschappen – Kruispunten nr. 5)
Als we de foto’s en berichten die we posten op sociale media mogen geloven,
dan hebben we een uitermate ontspannend en boeiend leven, waarin we zonder
zorgen onze verlangens kunnen najagen én bevredigd zien. Het beeld dat
we de wereld laten zien, staat echter in schril contrast met de toenemende gevallen
van burn-out, depressies, stress, etc. We komen tijd en energie te kort,
omdat we aan van alles en nog wat tijd en energie willen of moeten spenderen.
We verlangen veel maar zijn onbevredigbaar.
Dit boek kwam tot stand vanuit de bezorgdheid dat het verlangen van de westerse
mens de speelbal is geworden van een aantal krachten die niet zo eenvoudig
te identificeren zijn. Mensen leven en werken in een schijnbare vrijheid
– men lijkt zijn eigen verlangen zonder problemen te kunnen nastreven – terwijl
dit verlangen in werkelijkheid misschien al lang beteugeld is.
Altijd onderweg biedt meer inzicht in dit verlangen. Welke functie vervult het
verlangen? Is er een verschil met een (economische) behoefte? Wanneer verglijdt
een verlangen naar een obsessie? Kunnen we spreken van een cultureel
verlangen? Wat betekent het verlangen in de context van de hulpverlening?
Schuilt er in de kunst ook een verlangen?
Met bijdragen van Liesbet De Kock, Rogier De Langhe, Frederik De Preester,
Peter Mertens, Rik Pinxten, Barbara Raes, Jean Paul Van Bendegem, Jo Van Den
Berghe, Christian Van Kerckhove en Peter Walleghem.
Christian Van Kerckhove is coördinator van het expertisecentrum Mix!t,
forum voor studie, documentatie en vorming rond samen/leven, Faculteit
Mens en Welzijn van de Hogeschool Gent. Hij doceert filosofie en sociale filosofie
en ethiek aan deze faculteit en is (co)promotor van diverse onderzoeksprojecten.
Hij is tevens voorzitter van de Opleidingscommissie Sociaal Werk
aan diezelfde faculteit.
Joris Van Poucke, filosoof, is als onderzoeker en lector verbonden aan de
Hogeschool Gent en het expertisecentrum Mix!t, Faculteit Mensen en Welzijn.
Hij is ook lid van het Centrum voor Geschiedenis van de Filosofie en Continentale
Filosofie (HICO) aan de UGent.
Eva Vens is maatschappelijk assistent en master in de vergelijkende cultuurwetenschappen.
Ze is verbonden aan de Opleiding Sociaal Werk, Faculteit Mens
en Welzijn van de Hogeschool Gent. Ze is lid van de coördinatieraad van Mix!t.
Ze doceert culturele antropologie en is (co)promotor van diverse onderzoeksprojecten.
Interprofessioneel en interdisciplinair samenwerken in gezondheid en welzijn. (4de herziene druk)
Dit boek behandelt de verschillende aspecten die belangrijk zijn bij het samenwerken over beroepsgrenzen heen, waarbij de deskundigheden van verschillende gezondheidswerkers gecombineerd worden voor een betere gezondheidszorg. Na een bespreking van de specifieke competenties en bevoegdheden van hulp- en zorgverleners beschrijft de auteur de interdisciplinaire competenties die nodig zijn en de instrumenten die ingezet kunnen worden om de bepaling, planning en opvolging van interventies meer gecoördineerd en in onderlinge afstemming te laten gebeuren. Ten slotte brengt hij methoden en instrumenten aan om de kwaliteit van interdisciplinair samenwerken te meten.
Andre Vyt is docent aan de Arteveldehogeschool, gastdocent aan de Universiteit Gent en directeur van het PROSE Netwerk voor kwaliteitszorg (www.prose.be). Hij is pionier in het interdisciplinair onderwijs en medestichter van het European Interprofessional Practice & Education Network (www.eipen.eu). Samen met meer dan 25 medewerkers heeft hij een interdisciplinair onderwijstraject uitgebouwd dat al in verscheidene onderwijsinstellingen geheel of gedeeltelijk is geïmplementeerd.
Interprofessioneel en interdisciplinair samenwerken in gezondheid en welzijn. (4de herziene druk)
Dit boek behandelt de verschillende aspecten die belangrijk zijn bij het samenwerken over beroepsgrenzen heen, waarbij de deskundigheden van verschillende gezondheidswerkers gecombineerd worden voor een betere gezondheidszorg. Na een bespreking van de specifieke competenties en bevoegdheden van hulp- en zorgverleners beschrijft de auteur de interdisciplinaire competenties die nodig zijn en de instrumenten die ingezet kunnen worden om de bepaling, planning en opvolging van interventies meer gecoördineerd en in onderlinge afstemming te laten gebeuren. Ten slotte brengt hij methoden en instrumenten aan om de kwaliteit van interdisciplinair samenwerken te meten.
Andre Vyt is docent aan de Arteveldehogeschool, gastdocent aan de Universiteit Gent en directeur van het PROSE Netwerk voor kwaliteitszorg (www.prose.be). Hij is pionier in het interdisciplinair onderwijs en medestichter van het European Interprofessional Practice & Education Network (www.eipen.eu). Samen met meer dan 25 medewerkers heeft hij een interdisciplinair onderwijstraject uitgebouwd dat al in verscheidene onderwijsinstellingen geheel of gedeeltelijk is geïmplementeerd.
Van buurtwerk 2.0 naar buurtwerk 3.0. Krijtlijnen tussen verleden,heden en toekomst
Anno 2017 bestaat het Brugse buurtwerk net geen dertig jaar.
Dit boek is het resultaat van een inspirerend visietraject waarin werd
teruggeblikt op de historische wortels van het buurtwerk, kritisch
werd gereflecteerd over hedendaagse uitdagingen en complexiteiten,
en stevige toekomstscenario’s werden verbeeld.
De bijdragen werden geschreven door een divers collectief van auteurs,
die ook betrokken waren in het visietraject.
Van buurtwerk 2.0 naar buurtwerk 3.0. Krijtlijnen tussen verleden,heden en toekomst
Anno 2017 bestaat het Brugse buurtwerk net geen dertig jaar.
Dit boek is het resultaat van een inspirerend visietraject waarin werd
teruggeblikt op de historische wortels van het buurtwerk, kritisch
werd gereflecteerd over hedendaagse uitdagingen en complexiteiten,
en stevige toekomstscenario’s werden verbeeld.
De bijdragen werden geschreven door een divers collectief van auteurs,
die ook betrokken waren in het visietraject.
Cijferen in de hotelsector. Bedrijfsecnomische modellen
De hotelsector is een internationale sector met een sterke interesse
voor bedrijfseconomie. Hotelmanagers stellen kostenanalyses
op, hebben inzicht in kostprijsberekeningen en doen vandaag
aan revenue management.
Dit boek besteedt aandacht aan de kostenstructuur van een hotelonderneming
en gaat in op de verschillende kostprijsmethodes die hanteerbaar
zijn in de hotelsector. Full costing en Activity Based Costing
worden geïllustreerd met praktische hotelvoorbeelden. Ook wordt
er een overzicht gegeven van de belangrijkste tendensen op het
vlak van revenue management en worden de principes van breakevenanalyse
in de hotelsector grondig uitgelegd.
Christian Holthof is Licentiaat in de Toegepaste Economische Wetenschappen, Master in Toerisme en Master of Business Administration (GGS). Hij nam verscheidene keren deel aan het Professional Development Program van de Cornell University (School of Hotel Administration, Ithaca, USA). Thans doceert hij economische wetenschappen aan de opleiding hotelmanagement van de Artesis Plantijn Hogeschool in Antwerpen.
Cijferen in de hotelsector. Bedrijfsecnomische modellen
De hotelsector is een internationale sector met een sterke interesse
voor bedrijfseconomie. Hotelmanagers stellen kostenanalyses
op, hebben inzicht in kostprijsberekeningen en doen vandaag
aan revenue management.
Dit boek besteedt aandacht aan de kostenstructuur van een hotelonderneming
en gaat in op de verschillende kostprijsmethodes die hanteerbaar
zijn in de hotelsector. Full costing en Activity Based Costing
worden geïllustreerd met praktische hotelvoorbeelden. Ook wordt
er een overzicht gegeven van de belangrijkste tendensen op het
vlak van revenue management en worden de principes van breakevenanalyse
in de hotelsector grondig uitgelegd.
Christian Holthof is Licentiaat in de Toegepaste Economische Wetenschappen, Master in Toerisme en Master of Business Administration (GGS). Hij nam verscheidene keren deel aan het Professional Development Program van de Cornell University (School of Hotel Administration, Ithaca, USA). Thans doceert hij economische wetenschappen aan de opleiding hotelmanagement van de Artesis Plantijn Hogeschool in Antwerpen.
Politiek en economisch beleid. Ontwikkelingen in de Verenigde Staten en in Europese landen.
In de westerse economieën hebben zich structurele transformaties voorgedaan.
Ook hebben de strijd om de sociale voorzieningen, het toenemend beslag
van de vergrijzing op de overheidsbestedingen, zware overheidsschulden, verzwakte
vakbonden, veranderende politieke krachtsverhoudingen,… de aard en
efficiëntie van het economisch beleid gewijzigd. In dit boek beantwoorden de
auteurs hoe, afgezien van structurele wijzigingen en schokken, vooral sinds
het einde van de “golden sixties” ook interne politieke en economische ontwikkelingen
van invloed waren op het economisch beleid.
Politieke en economische krachtsverhoudingen, politieke waarden en normen,
en democratische instellingen met “checks and balances” die zich in
voorafgaande decennia hebben gevormd, bepalen de krachtlijnen waarbinnen
de politieke en economische besluitvorming tot stand komt. Vele nationale
verschillen maken landenstudies onontbeerlijk voor een degelijk inzicht in
het veranderende economisch beleid.
Dit boek heeft tot doel aan de hand van de economische en politieke geschiedenis
van de Verenigde Staten en enkele Europese landen te analyseren hoe
de uitdagingen van de opeenvolgende crisissen werden aangepakt. De veelheid
aan factoren en hun interacties worden voor de bestudeerde landen systematisch
uit de doeken gedaan. Het boek richt zich tot een ruim publiek, maar
evenzeer tot economen, sociologen en politieke wetenschappers die de wisselingen
in het economisch beleid in de westerse landen willen begrijpen.
Ludo Cuyvers is emeritus hoogleraar aan de Faculteit Toegepaste Economische
Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen, directeur van het Centre for
ASEAN Studies bij deze universiteit en buitengewoon hoogleraar aan de North-
West University, Potchefstroom Campus, Zuid-Afrika.
Gaston Vandewalle is ere-hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen (Rijksuniversitair
Centrum Antwerpen), ere-docent “Geschiedenis van het economisch
denken” aan de Faculteit Bedrijfskunde en Economie van de Universiteit Gent
en ere-voorzitter van het College van Sensoren van de Nationale Bank van
België.
Politiek en economisch beleid. Ontwikkelingen in de Verenigde Staten en in Europese landen.
In de westerse economieën hebben zich structurele transformaties voorgedaan.
Ook hebben de strijd om de sociale voorzieningen, het toenemend beslag
van de vergrijzing op de overheidsbestedingen, zware overheidsschulden, verzwakte
vakbonden, veranderende politieke krachtsverhoudingen,… de aard en
efficiëntie van het economisch beleid gewijzigd. In dit boek beantwoorden de
auteurs hoe, afgezien van structurele wijzigingen en schokken, vooral sinds
het einde van de “golden sixties” ook interne politieke en economische ontwikkelingen
van invloed waren op het economisch beleid.
Politieke en economische krachtsverhoudingen, politieke waarden en normen,
en democratische instellingen met “checks and balances” die zich in
voorafgaande decennia hebben gevormd, bepalen de krachtlijnen waarbinnen
de politieke en economische besluitvorming tot stand komt. Vele nationale
verschillen maken landenstudies onontbeerlijk voor een degelijk inzicht in
het veranderende economisch beleid.
Dit boek heeft tot doel aan de hand van de economische en politieke geschiedenis
van de Verenigde Staten en enkele Europese landen te analyseren hoe
de uitdagingen van de opeenvolgende crisissen werden aangepakt. De veelheid
aan factoren en hun interacties worden voor de bestudeerde landen systematisch
uit de doeken gedaan. Het boek richt zich tot een ruim publiek, maar
evenzeer tot economen, sociologen en politieke wetenschappers die de wisselingen
in het economisch beleid in de westerse landen willen begrijpen.
Ludo Cuyvers is emeritus hoogleraar aan de Faculteit Toegepaste Economische
Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen, directeur van het Centre for
ASEAN Studies bij deze universiteit en buitengewoon hoogleraar aan de North-
West University, Potchefstroom Campus, Zuid-Afrika.
Gaston Vandewalle is ere-hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen (Rijksuniversitair
Centrum Antwerpen), ere-docent “Geschiedenis van het economisch
denken” aan de Faculteit Bedrijfskunde en Economie van de Universiteit Gent
en ere-voorzitter van het College van Sensoren van de Nationale Bank van
België.
Activerende werkvormen voor bètadocenten. Praktische voorbeelden
Activerende werkvormen verrijken en versterken je les. De leerlingen werken samen, met een heldere focus en met veel plezier. Jij als docent observeert, begeleidt en geniet. Maar, het voorbereiden van werkvormen kan veel tijd kosten. En vind maar eens een goede werkvorm, eentje die je bij natuurkunde, scheikunde, wiskunde of informatica kunt gebruiken. De 27 werkvormen in dit boek vergen allemaal tussen de 5 en 30 minuten voorbereiding. Je kunt de opgaven uit het lesmateriaal gebruiken om de werkvormen inhoud te geven. De aanpak en voorbeelden in dit boek helpen bètadocenten op de middelbare school hun leerlingen te activeren en te motiveren. Ook docenten van andere vakken, evenals basisschoolleraren, vinden er inspiratie. De concrete aanwijzingen maken de activerende werkvormen tot een gegarandeerd succes.
Martin Bruggink is vakdidacticus informatica aan de lerarenopleiding van de
TU Delft en coördinator van het Bètasteunpunt Zuid-Holland.
www.activerende-werkvormen.nl
Activerende werkvormen voor bètadocenten. Praktische voorbeelden
Activerende werkvormen verrijken en versterken je les. De leerlingen werken samen, met een heldere focus en met veel plezier. Jij als docent observeert, begeleidt en geniet. Maar, het voorbereiden van werkvormen kan veel tijd kosten. En vind maar eens een goede werkvorm, eentje die je bij natuurkunde, scheikunde, wiskunde of informatica kunt gebruiken. De 27 werkvormen in dit boek vergen allemaal tussen de 5 en 30 minuten voorbereiding. Je kunt de opgaven uit het lesmateriaal gebruiken om de werkvormen inhoud te geven. De aanpak en voorbeelden in dit boek helpen bètadocenten op de middelbare school hun leerlingen te activeren en te motiveren. Ook docenten van andere vakken, evenals basisschoolleraren, vinden er inspiratie. De concrete aanwijzingen maken de activerende werkvormen tot een gegarandeerd succes.
Martin Bruggink is vakdidacticus informatica aan de lerarenopleiding van de
TU Delft en coördinator van het Bètasteunpunt Zuid-Holland.
www.activerende-werkvormen.nl
Voorbij de diagnose. Ervaringen van volwassenen met autisme. (Cahiers Campus Gelbergen Nr. 6 )
De reden waarom mensen ergens in hun geschiedenis in de problemen
zijn gekomen ligt in een disfunctioneren. Dit zegt evenveel over een
maatschappij of omgeving waarin we leven. Is er wel genoeg ruimte
en tijd voor het anders ervaren van en omgaan met gebeurtenissen
en omstandigheden? Achter een ogenschijnlijk onvermogen en
disfunctioneren schuilt vaak een zeer hoge kwaliteit van ervaren,
beleven en denken.
De hoofdstukken in dit boek volgen de stadia waar mensen in terecht
kunnen komen als er iets met ze aan de hand is, iets wat later een
autismespectrumstoornis blijkt te heten. Het begint eigenlijk met
opmerken en ontdekken, hetzij bij henzelf, hetzij via uitwisseling met
anderen, dat ze anders zijn dan anderen en bij de confrontatie met
allerlei moeilijkheden en onmogelijkheden, bij het zoeken van hulp en
het ondergaan van een diagnose. Na die diagnose volgt vaak een proces
met een mengeling van ervaringen: blij met een verklaring voor het
‘anders-zijn’, tot het besef komt dat die diagnose je een ander pad doet
inslaan in je leven, met allerlei daarbij horende beperkingen en reacties
uit de omgeving.
Moet de omschreven diagnose zomaar helemaal worden geaccepteerd?
Kan een mens wel over zichzelf denken? Is er een soort waarheid over
wat hij wel en niet aankan? Wat biedt de toekomst na de diagnose?
Kristien Hens, ethicus, is docent-onderzoeker aan de Faculteit Filosofie
van de Universiteit Antwerpen. Eerder werkte zij aan de Universiteit
Maastricht en de KU Leuven. Haar studiegebied zijn ethische kwesties
binnen onder meerde epigenetica en neurodiversiteit (met name
autisme).
Raymond Langenberg, andragoloog, is verbonden aan Campus
Gelbergen en Diversity. Hij is coach-consultant, gespecialiseerd in
onder meer communicatie, leiderschap, persoonlijke en loopbaanontwikkeling
en organisatiemanagement.
Voorbij de diagnose. Ervaringen van volwassenen met autisme. (Cahiers Campus Gelbergen Nr. 6 )
De reden waarom mensen ergens in hun geschiedenis in de problemen
zijn gekomen ligt in een disfunctioneren. Dit zegt evenveel over een
maatschappij of omgeving waarin we leven. Is er wel genoeg ruimte
en tijd voor het anders ervaren van en omgaan met gebeurtenissen
en omstandigheden? Achter een ogenschijnlijk onvermogen en
disfunctioneren schuilt vaak een zeer hoge kwaliteit van ervaren,
beleven en denken.
De hoofdstukken in dit boek volgen de stadia waar mensen in terecht
kunnen komen als er iets met ze aan de hand is, iets wat later een
autismespectrumstoornis blijkt te heten. Het begint eigenlijk met
opmerken en ontdekken, hetzij bij henzelf, hetzij via uitwisseling met
anderen, dat ze anders zijn dan anderen en bij de confrontatie met
allerlei moeilijkheden en onmogelijkheden, bij het zoeken van hulp en
het ondergaan van een diagnose. Na die diagnose volgt vaak een proces
met een mengeling van ervaringen: blij met een verklaring voor het
‘anders-zijn’, tot het besef komt dat die diagnose je een ander pad doet
inslaan in je leven, met allerlei daarbij horende beperkingen en reacties
uit de omgeving.
Moet de omschreven diagnose zomaar helemaal worden geaccepteerd?
Kan een mens wel over zichzelf denken? Is er een soort waarheid over
wat hij wel en niet aankan? Wat biedt de toekomst na de diagnose?
Kristien Hens, ethicus, is docent-onderzoeker aan de Faculteit Filosofie
van de Universiteit Antwerpen. Eerder werkte zij aan de Universiteit
Maastricht en de KU Leuven. Haar studiegebied zijn ethische kwesties
binnen onder meerde epigenetica en neurodiversiteit (met name
autisme).
Raymond Langenberg, andragoloog, is verbonden aan Campus
Gelbergen en Diversity. Hij is coach-consultant, gespecialiseerd in
onder meer communicatie, leiderschap, persoonlijke en loopbaanontwikkeling
en organisatiemanagement.
Weer eensgezind in een nieuw samengesteld gezin
Een nieuw samengesteld gezin is druk, fijn, stresserend, moeilijk, hartverwarmend, vol liefde en soms vol ergernis. Alle goede bedoelingen ten spijt slaagt maar één derde van de nieuwe gezinnen erin om een stabiel gezin te vormen. De specifieke dynamiek van een nieuw samengesteld gezin is namelijk heel anders dan die in het oorspronkelijke kerngezin. Onder meer de rol die je opneemt als stiefouder en als ouder, hoe je de opvoeding van eigen kinderen en stiefkinderen op een goede manier aanpakt, hoe je omgaat met de afwezige ouder, hoe je vlot communiceert, wat je doet bij conflicten, … het zijn thema’s die alle aandacht vragen en waar je het best al bij stilstaat voordat je met je nieuwe gezin van start gaat. Maar ook voor wie al een tijd een nieuw samengesteld gezin vormt, bevat het boek nuttige informatie om het dagelijks leven van alle gezinsleden te optimaliseren. De auteur steunt haar standpunten op de systeemtheorie, de zelfdeterminatietheorie, wetenschappelijk onderzoek en haar eigen ervaringen als gezinsbegeleider. Aanvullend op het boek biedt zij een online tool aan op www.eensgezind.be, waar nieuw samengestelde gezinnen hun eigen gezinsplan kunnen opmaken.
Nele De Keyser, bemiddelaar en systemisch counselor, coördineert Orato, een praktijk voor familiale bemiddeling, relatie- en gezinsbegeleiding, waarbij zij gespecialiseerd is in ondersteuning van nieuw samengestelde gezinnen.
Weer eensgezind in een nieuw samengesteld gezin
Een nieuw samengesteld gezin is druk, fijn, stresserend, moeilijk, hartverwarmend, vol liefde en soms vol ergernis. Alle goede bedoelingen ten spijt slaagt maar één derde van de nieuwe gezinnen erin om een stabiel gezin te vormen. De specifieke dynamiek van een nieuw samengesteld gezin is namelijk heel anders dan die in het oorspronkelijke kerngezin. Onder meer de rol die je opneemt als stiefouder en als ouder, hoe je de opvoeding van eigen kinderen en stiefkinderen op een goede manier aanpakt, hoe je omgaat met de afwezige ouder, hoe je vlot communiceert, wat je doet bij conflicten, … het zijn thema’s die alle aandacht vragen en waar je het best al bij stilstaat voordat je met je nieuwe gezin van start gaat. Maar ook voor wie al een tijd een nieuw samengesteld gezin vormt, bevat het boek nuttige informatie om het dagelijks leven van alle gezinsleden te optimaliseren. De auteur steunt haar standpunten op de systeemtheorie, de zelfdeterminatietheorie, wetenschappelijk onderzoek en haar eigen ervaringen als gezinsbegeleider. Aanvullend op het boek biedt zij een online tool aan op www.eensgezind.be, waar nieuw samengestelde gezinnen hun eigen gezinsplan kunnen opmaken.
Nele De Keyser, bemiddelaar en systemisch counselor, coördineert Orato, een praktijk voor familiale bemiddeling, relatie- en gezinsbegeleiding, waarbij zij gespecialiseerd is in ondersteuning van nieuw samengestelde gezinnen.
Ticket to ride. Praktijkonderzoek in muziekeducatie
Wanneer je een muziekleraar vraagt of hij zichzelf als ‘onderzoeker’
ziet, is het antwoord wellicht negatief. Het begrip ‘onderzoek’ wordt
doorgaans geassocieerd met wetenschap en met de academische
wereld, niet met de onderwijspraktijk. Bovendien hebben leraren
het al druk genoeg.
De laatste jaren is er steeds meer belangstelling voor de ‘leraar als
onderzoeker’. Het gaat dan onder meer over het toepassen van resultaten
van (wetenschappelijk) onderzoek, het reflecteren en ter
discussie stellen van het eigen functioneren, het zicht krijgen op en
bevragen van de eigen beroepsopvattingen, maar ook het uitvoeren
van eigen praktijkonderzoek.
Het uitgangspunt van dit boek is dat praktijkonderzoek niet vrijblijvend
is, maar aan de kern van een (volwaardig) professioneel leraarschap
raakt. Het reflecteren over de onderwijspraktijk en het
opzetten van eigen onderzoek zou vanzelfsprekend moeten zijn
voor een ‘volbloed’ muziekleraar. Het boek is een ‘ticket to ride’, een
‘kaartje’ voor een verkennende rit in het boeiende domein van praktijkonderzoek
in muziekeducatie, maar het kan ook een ‘gids’ zijn die
de lezer onder de arm kan houden bij het uitvoeren van eigen onderzoek.
Het wil een open en uitnodigende inspiratiegids of handreiking
zijn voor de leraar (in opleiding).
Adri de Vugt studeerde Schoolmuziek, Pedagogiek en Onderwijskunde.
Hij werkt aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag als
docent onderwijs- en muziekpedagogiek.
Tine Castelein studeerde Muziekpedagogie. Ze is doctoraatsassistent
aan LUCA School of Arts campus Lemmens in Leuven en leraar
in het deeltijds kunstonderwijs.
Thomas De Baets studeerde Muziekpedagogie. Hij is doctor in de
Kunsten en doceert aan LUCA School of Arts campus Lemmens in
Leuven, waar hij verantwoordelijk is voor de educatieve muziekopleidingen.
Ticket to ride. Praktijkonderzoek in muziekeducatie
Wanneer je een muziekleraar vraagt of hij zichzelf als ‘onderzoeker’
ziet, is het antwoord wellicht negatief. Het begrip ‘onderzoek’ wordt
doorgaans geassocieerd met wetenschap en met de academische
wereld, niet met de onderwijspraktijk. Bovendien hebben leraren
het al druk genoeg.
De laatste jaren is er steeds meer belangstelling voor de ‘leraar als
onderzoeker’. Het gaat dan onder meer over het toepassen van resultaten
van (wetenschappelijk) onderzoek, het reflecteren en ter
discussie stellen van het eigen functioneren, het zicht krijgen op en
bevragen van de eigen beroepsopvattingen, maar ook het uitvoeren
van eigen praktijkonderzoek.
Het uitgangspunt van dit boek is dat praktijkonderzoek niet vrijblijvend
is, maar aan de kern van een (volwaardig) professioneel leraarschap
raakt. Het reflecteren over de onderwijspraktijk en het
opzetten van eigen onderzoek zou vanzelfsprekend moeten zijn
voor een ‘volbloed’ muziekleraar. Het boek is een ‘ticket to ride’, een
‘kaartje’ voor een verkennende rit in het boeiende domein van praktijkonderzoek
in muziekeducatie, maar het kan ook een ‘gids’ zijn die
de lezer onder de arm kan houden bij het uitvoeren van eigen onderzoek.
Het wil een open en uitnodigende inspiratiegids of handreiking
zijn voor de leraar (in opleiding).
Adri de Vugt studeerde Schoolmuziek, Pedagogiek en Onderwijskunde.
Hij werkt aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag als
docent onderwijs- en muziekpedagogiek.
Tine Castelein studeerde Muziekpedagogie. Ze is doctoraatsassistent
aan LUCA School of Arts campus Lemmens in Leuven en leraar
in het deeltijds kunstonderwijs.
Thomas De Baets studeerde Muziekpedagogie. Hij is doctor in de
Kunsten en doceert aan LUCA School of Arts campus Lemmens in
Leuven, waar hij verantwoordelijk is voor de educatieve muziekopleidingen.
HistoriANT 5-2017. Jaarboek voor Antwerpse geschiedenis
Veel is er de laatste jaren te doen rond de heraanleg van de leien
en de vernieuwing van het Koninklijk Museum voor Schone
Kunsten van Antwerpen. In dit kader wordt in een eerste artikel
aandacht geschonken aan de opgravingen van belangrijke
onderdelen van de zestiende-eeuwse citadel, die gedurende
eeuwen het stadsbeeld van het zuiden van de stad domineerde.
In een tweede bijdrage wordt een vergeten bron voor de geschiedenis
van Antwerpen voor de schijnwerpers geworpen:
een manuscript dat nooit eerder gepubliceerd iconografisch
materiaal bevat.
Een mooi overzicht van de spectaculaire ontwikkeling van de
Antwerpse pers gedurende de negentiende eeuw wordt in een
volgende bijdrage beschreven.
In een vierde artikel wordt uitvoerig toegelicht dat Antwerpen
naar het einde van de negentiende eeuw de belangrijkste haven
was in Europa wat de invoer van graan en de handel ervan
betreft.
Een laatste bijdrage in het jaarboek beschrijft nauwkeurig hoe
de Antwerp Waterworks Cy Ltd, een Engelse maatschappij die als
eerste voor de waterbevoorrading van de stad Antwerpen en de
haven zorgde, tijdens de moeilijke jaren van de Eerste Wereldoorlog
haar taak opnam.
Kronieken over de werking van het Genootschap voor Antwerpse
Geschiedenis, van de Antwerpse erfgoedbibliotheken,
het onroerend erfgoed van de stad Antwerpen en de talrijke
Antwerpse musea ronden het jaarboek af.
HistoriANT 5-2017. Jaarboek voor Antwerpse geschiedenis
Veel is er de laatste jaren te doen rond de heraanleg van de leien
en de vernieuwing van het Koninklijk Museum voor Schone
Kunsten van Antwerpen. In dit kader wordt in een eerste artikel
aandacht geschonken aan de opgravingen van belangrijke
onderdelen van de zestiende-eeuwse citadel, die gedurende
eeuwen het stadsbeeld van het zuiden van de stad domineerde.
In een tweede bijdrage wordt een vergeten bron voor de geschiedenis
van Antwerpen voor de schijnwerpers geworpen:
een manuscript dat nooit eerder gepubliceerd iconografisch
materiaal bevat.
Een mooi overzicht van de spectaculaire ontwikkeling van de
Antwerpse pers gedurende de negentiende eeuw wordt in een
volgende bijdrage beschreven.
In een vierde artikel wordt uitvoerig toegelicht dat Antwerpen
naar het einde van de negentiende eeuw de belangrijkste haven
was in Europa wat de invoer van graan en de handel ervan
betreft.
Een laatste bijdrage in het jaarboek beschrijft nauwkeurig hoe
de Antwerp Waterworks Cy Ltd, een Engelse maatschappij die als
eerste voor de waterbevoorrading van de stad Antwerpen en de
haven zorgde, tijdens de moeilijke jaren van de Eerste Wereldoorlog
haar taak opnam.
Kronieken over de werking van het Genootschap voor Antwerpse
Geschiedenis, van de Antwerpse erfgoedbibliotheken,
het onroerend erfgoed van de stad Antwerpen en de talrijke
Antwerpse musea ronden het jaarboek af.
De integratief-holistische orthopedagogiek van Professor Eric Broekaert
Dit boek is opgedragen aan en belicht het levenswerk van prof. dr. Eric
Broekaert (1951-2016), die gedurende zijn hele loopbaan verbonden is
geweest aan de Vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent.
Het is geen ‘klasssiek’ liber amicorum geworden, maar een boek waarin
een aantal belangrijke (in het Nederlands vertaalde) peer-reviewed artikelen
van de hand van prof. Broekaert werden verzameld. Deze teksten
geven een goed beeld van de achtergronden en evoluties in het denken
van prof. Broekaert met betrekking tot de theoretische orthopedagogiek
en meer specifiek met betrekking tot zijn integratief-holistische
benadering van de handelingsorthopedagogiek. Daarnaast leiden een
aantal hoofdstukken, geschreven door medewerkers van de Vakgroep
Orthopedagogiek en jarenlange collega’s van prof. Broekaert, het boek
in en uit.
Het boek is relevant voor iedereen die in orthopedagogische theorievorming
én ondersteuning is geïnteresseerd. Volgens de integratiefholistische
benadering van prof. Broekaert zijn deze twee elementen
(theorie en praktijk) immers delen van hetzelfde geheel.
De integratief-holistische orthopedagogiek van Professor Eric Broekaert
Dit boek is opgedragen aan en belicht het levenswerk van prof. dr. Eric
Broekaert (1951-2016), die gedurende zijn hele loopbaan verbonden is
geweest aan de Vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent.
Het is geen ‘klasssiek’ liber amicorum geworden, maar een boek waarin
een aantal belangrijke (in het Nederlands vertaalde) peer-reviewed artikelen
van de hand van prof. Broekaert werden verzameld. Deze teksten
geven een goed beeld van de achtergronden en evoluties in het denken
van prof. Broekaert met betrekking tot de theoretische orthopedagogiek
en meer specifiek met betrekking tot zijn integratief-holistische
benadering van de handelingsorthopedagogiek. Daarnaast leiden een
aantal hoofdstukken, geschreven door medewerkers van de Vakgroep
Orthopedagogiek en jarenlange collega’s van prof. Broekaert, het boek
in en uit.
Het boek is relevant voor iedereen die in orthopedagogische theorievorming
én ondersteuning is geïnteresseerd. Volgens de integratiefholistische
benadering van prof. Broekaert zijn deze twee elementen
(theorie en praktijk) immers delen van hetzelfde geheel.
Wat als werken toch niet leuk was? Paradox van de positieve psychologie in HR
De positieve psychologie heeft zich in HR vertaald in een aantal trends zoals
talentontwikkeling, participatie, zelfsturende teams, het nieuwe werken en
werkbaar werk. Begrippen en theorieën waarbij werknemers het gevoel krijgen
dat werken altijd leuk moet zijn, dat het perfect kan aansluiten bij hun passie
en hobby, dat ze alleen nog zullen doen wat ze graag doen, zelf zullen bepalen
waar en wanneer ze het zullen doen en dat het in perfecte harmonie kan met
hun privéleven.
De realiteit is echter anders. En dan dreigt er gevaar. Als het enige wat we kennen
welbehagen is, dan wordt het bijzonder moeilijk om een onbehaaglijke
situatie te verdragen zoals we die onvermijdelijk zullen tegenkomen. Hiermee
komen we tot een dreigende paradox in de wereld van HR.
Het boek is aanvankelijk geen goednieuwsshow en een tegengewicht voor alle
recente HR-boeken en -theorieën die vooral gebaseerd zijn op de positieve
psychologie. Dit betekent niet dat we pessimistisch of conservatief moeten
worden. Twee begrippen die zich wellicht zullen opdringen bij het lezen van
dit boek en die vaak worden verward met realisme. Met dit boek wil de auteur
de boodschap brengen dat we meer realisme aan de dag moeten leggen wanneer
het gaat om het motiveren en ondersteunen van medewerkers, en dat we
voldoende kritisch moeten blijven ten opzichte van de stortvloed aan hypes.
Nicolas Desmet is coördinator van en HR-consultant bij EPO2 vzw. Hij versterkt sociale ondernemingen op het vlak van HR door middel van training, advies en ondersteuning. Zijn ervaring in HR start in de reguliere economie en gaat via de sociale economie naar de socialprofitsector, zowel in de rol van HR-verantwoordelijke in een organisatie als in de rol van HR-consultant.
Wat als werken toch niet leuk was? Paradox van de positieve psychologie in HR
De positieve psychologie heeft zich in HR vertaald in een aantal trends zoals
talentontwikkeling, participatie, zelfsturende teams, het nieuwe werken en
werkbaar werk. Begrippen en theorieën waarbij werknemers het gevoel krijgen
dat werken altijd leuk moet zijn, dat het perfect kan aansluiten bij hun passie
en hobby, dat ze alleen nog zullen doen wat ze graag doen, zelf zullen bepalen
waar en wanneer ze het zullen doen en dat het in perfecte harmonie kan met
hun privéleven.
De realiteit is echter anders. En dan dreigt er gevaar. Als het enige wat we kennen
welbehagen is, dan wordt het bijzonder moeilijk om een onbehaaglijke
situatie te verdragen zoals we die onvermijdelijk zullen tegenkomen. Hiermee
komen we tot een dreigende paradox in de wereld van HR.
Het boek is aanvankelijk geen goednieuwsshow en een tegengewicht voor alle
recente HR-boeken en -theorieën die vooral gebaseerd zijn op de positieve
psychologie. Dit betekent niet dat we pessimistisch of conservatief moeten
worden. Twee begrippen die zich wellicht zullen opdringen bij het lezen van
dit boek en die vaak worden verward met realisme. Met dit boek wil de auteur
de boodschap brengen dat we meer realisme aan de dag moeten leggen wanneer
het gaat om het motiveren en ondersteunen van medewerkers, en dat we
voldoende kritisch moeten blijven ten opzichte van de stortvloed aan hypes.
Nicolas Desmet is coördinator van en HR-consultant bij EPO2 vzw. Hij versterkt sociale ondernemingen op het vlak van HR door middel van training, advies en ondersteuning. Zijn ervaring in HR start in de reguliere economie en gaat via de sociale economie naar de socialprofitsector, zowel in de rol van HR-verantwoordelijke in een organisatie als in de rol van HR-consultant.
Kies voor hoop. Hoe spiritualiteit de economie kan veranderen.
Hoop is het hart van de economie. Droomt niet elke rechtgeaarde ondernemer
van een economie in dienst van een gelukkiger samenleving?
Maar hoe komt het dan dat business as usual deze geest van hoop
zo weinig uitstraalt? Waarom die kloof tussen economische rationaliteit
en het verlangen naar zin en toekomst?
Op deze vragen zoekt dit boek een antwoord en een oplossing. Het wil
de spirituele kracht van hoop en zingeving op het spoor komen op de
plaats zelf waar ze schijnbaar ontbreekt: in de wetten van de economie.
Dat ondernemen diepe spirituele wortels heeft, is een fascinerende ontdekking.
Luk Bouckaert is emeritus hoogleraar ethiek aan de KU Leuven. Van vorming is hij filosoof en economist. Met enkele collega’s startte hij in 1987 het interdisciplinaire Centrum voor Economie en Ethiek in Leuven. In 2000 stichtte hij het interlevensbeschouwelijke SPES-forum dat zich lokaal en internationaal inzet voor spirituele herbronning in economie en samenleving. Zijn vele publicaties situeren zich vooral op het terrein van bedrijfsethiek en spiritualiteit.
Kies voor hoop. Hoe spiritualiteit de economie kan veranderen.
Hoop is het hart van de economie. Droomt niet elke rechtgeaarde ondernemer
van een economie in dienst van een gelukkiger samenleving?
Maar hoe komt het dan dat business as usual deze geest van hoop
zo weinig uitstraalt? Waarom die kloof tussen economische rationaliteit
en het verlangen naar zin en toekomst?
Op deze vragen zoekt dit boek een antwoord en een oplossing. Het wil
de spirituele kracht van hoop en zingeving op het spoor komen op de
plaats zelf waar ze schijnbaar ontbreekt: in de wetten van de economie.
Dat ondernemen diepe spirituele wortels heeft, is een fascinerende ontdekking.
Luk Bouckaert is emeritus hoogleraar ethiek aan de KU Leuven. Van vorming is hij filosoof en economist. Met enkele collega’s startte hij in 1987 het interdisciplinaire Centrum voor Economie en Ethiek in Leuven. In 2000 stichtte hij het interlevensbeschouwelijke SPES-forum dat zich lokaal en internationaal inzet voor spirituele herbronning in economie en samenleving. Zijn vele publicaties situeren zich vooral op het terrein van bedrijfsethiek en spiritualiteit.
Orthopedagogische werkvelden in beweging. Recente evoluties en veranderingen in Vlaanderen (KOP-Serie,nr 33)
De structuren van de orthopedagogische zorg en ondersteuning voor kinderen
en jongeren in kwetsbare leefsituaties in Vlaanderen zijn ingrijpend
veranderd. Niet alleen hertekende de Integrale Jeugdhulp de toegang tot
en organisatie van het hulpverleningslandschap voor minderjarigen, ook
de afzonderlijke sectoren ondergingen een aantal grondige wijzigingen. De
sector Jongerenwelzijn, die tussenkomt in situaties van verontrusting, evolueerde
naar een meer vraaggerichte en modulair georganiseerde jeugdhulp.
Het M-decreet zorgde voor een ommekeer in het onderwijs aan kinderen en
jongeren met specifieke leerbehoeften, waardoor redelijke aanpassingen en
inclusie voortaan de norm zijn. De begeleiding en ondersteuning van personen
met een beperking vertrekt sinds kort vanuit de inschaling van zorgen
ondersteuningsbehoeften en persoonsvolgende financiering. Binnen de
geestelijke gezondheidszorg werden de Vlaamse bevoegdheden aanzienlijk
uitgebreid en staan de-institutionalisering en vermaatschappelijking van de
zorg centraal. De erkenning van het statuut van ‘klinisch orthopedagoog’ als
gezondheidsberoep opent tenslotte heel wat perspectieven voor (toekomstige)
orthopedagogen en een meer kwaliteitsvolle geestelijke gezondheidszorg.
Deze en andere evoluties binnen het orthopedagogische werkveld worden
in dit boek belicht, aan de hand van een overzicht van de historiek, huidige
zorgorganisatie en op til zijnde veranderingen in vier sectoren: jongerenwelzijn,
onderwijs voor leerlingen met specifieke leerbehoeften, zorg en
ondersteuning voor personen met een beperking en de geestelijke gezondheidszorg.
Hierbij worden de belangrijkste gemeenschappelijke tendensen
en sectoroverschrijdende evoluties beschreven, zoals de Integrale Jeugdhulp
en erkenning van de ‘klinisch orthopedagoog’, die het uitzicht van het orthopedagogisch
werkveld in de toekomst zullen bepalen.
Wouter Vanderplasschen is hoofddocent Orthopedagogiek aan de Universiteit Gent (UGent). Stijn Vandevelde en Sarah De Pauw zijn als docent verbonden aan dezelfde vakgroep, waar Lore Van Damme als postdoctoraal onderzoeker werkt. Claudia Claes is gastprofessor bij de vakgroep Orthopedagogiek van de UGent en decaan van de Faculteit Mens en Welzijn van de Hogeschool Gent (HoGent).
Orthopedagogische werkvelden in beweging. Recente evoluties en veranderingen in Vlaanderen (KOP-Serie,nr 33)
De structuren van de orthopedagogische zorg en ondersteuning voor kinderen
en jongeren in kwetsbare leefsituaties in Vlaanderen zijn ingrijpend
veranderd. Niet alleen hertekende de Integrale Jeugdhulp de toegang tot
en organisatie van het hulpverleningslandschap voor minderjarigen, ook
de afzonderlijke sectoren ondergingen een aantal grondige wijzigingen. De
sector Jongerenwelzijn, die tussenkomt in situaties van verontrusting, evolueerde
naar een meer vraaggerichte en modulair georganiseerde jeugdhulp.
Het M-decreet zorgde voor een ommekeer in het onderwijs aan kinderen en
jongeren met specifieke leerbehoeften, waardoor redelijke aanpassingen en
inclusie voortaan de norm zijn. De begeleiding en ondersteuning van personen
met een beperking vertrekt sinds kort vanuit de inschaling van zorgen
ondersteuningsbehoeften en persoonsvolgende financiering. Binnen de
geestelijke gezondheidszorg werden de Vlaamse bevoegdheden aanzienlijk
uitgebreid en staan de-institutionalisering en vermaatschappelijking van de
zorg centraal. De erkenning van het statuut van ‘klinisch orthopedagoog’ als
gezondheidsberoep opent tenslotte heel wat perspectieven voor (toekomstige)
orthopedagogen en een meer kwaliteitsvolle geestelijke gezondheidszorg.
Deze en andere evoluties binnen het orthopedagogische werkveld worden
in dit boek belicht, aan de hand van een overzicht van de historiek, huidige
zorgorganisatie en op til zijnde veranderingen in vier sectoren: jongerenwelzijn,
onderwijs voor leerlingen met specifieke leerbehoeften, zorg en
ondersteuning voor personen met een beperking en de geestelijke gezondheidszorg.
Hierbij worden de belangrijkste gemeenschappelijke tendensen
en sectoroverschrijdende evoluties beschreven, zoals de Integrale Jeugdhulp
en erkenning van de ‘klinisch orthopedagoog’, die het uitzicht van het orthopedagogisch
werkveld in de toekomst zullen bepalen.
Wouter Vanderplasschen is hoofddocent Orthopedagogiek aan de Universiteit Gent (UGent). Stijn Vandevelde en Sarah De Pauw zijn als docent verbonden aan dezelfde vakgroep, waar Lore Van Damme als postdoctoraal onderzoeker werkt. Claudia Claes is gastprofessor bij de vakgroep Orthopedagogiek van de UGent en decaan van de Faculteit Mens en Welzijn van de Hogeschool Gent (HoGent).
Het verhaal van Thomas. Lees-en werkboek voor echtscheidingskinderen,ouders en begeleiders
Als ouders uit elkaar gaan, is dat voor kinderen een ingrijpend gebeuren
dat ze moeten verwerken. Allerlei gedachten en gevoelens steken
de kop op. Ook een loyaliteitsconflict kan optreden. Ieder kind zal de
echtscheiding van zijn ouders op zijn eigen manier verwerken.
Thomas, een jongen van 11 jaar, vertelt in zijn Dagboek hoe hij omgaat
met de scheiding van zijn ouders. Hij schrijft over de ruzies van zijn
ouders, de echtscheiding zelf en het nieuw samengesteld gezin van zijn
moeder.
Dit boek is bedoeld voor ouders, begeleiders, leraars en andere opvoeders,
maar ook voor de kinderen zelf. Het is zowel een leesboek als een
werkboek. Volwassenen kunnen het samen met de kinderen lezen. De
vragen in het boek zijn een leidraad om met kinderen over de echtscheiding
van hun ouders te praten.
Echtscheidingskinderen zullen ongetwijfeld heel wat van hun eigen
ervaringen herkennen in het verhaal van Thomas. Zo leren zij om hun
gedachten en gevoelens onder woorden te brengen. Dat helpt hen om
de scheiding van hun ouders te verwerken. Ouders, leraars en andere
begeleiders leren de belevingswereld van echtscheidingskinderen kennen
en begrijpen. Dat helpt hen om de kinderen beter te begeleiden.
Ludo Driesen is klinisch kinder- en jeugdpsycholoog en gedragstherapeut. Hij werkte ruim 38 jaar in het Centrum Geestelijke Gezondheidszorg / litp Campus Noord-Limburg in Overpelt. Hij publiceerde eerder bij Garant diverse boeken omtrent psychologische problemen bij kinderen en adolescenten.
Het verhaal van Thomas. Lees-en werkboek voor echtscheidingskinderen,ouders en begeleiders
Als ouders uit elkaar gaan, is dat voor kinderen een ingrijpend gebeuren
dat ze moeten verwerken. Allerlei gedachten en gevoelens steken
de kop op. Ook een loyaliteitsconflict kan optreden. Ieder kind zal de
echtscheiding van zijn ouders op zijn eigen manier verwerken.
Thomas, een jongen van 11 jaar, vertelt in zijn Dagboek hoe hij omgaat
met de scheiding van zijn ouders. Hij schrijft over de ruzies van zijn
ouders, de echtscheiding zelf en het nieuw samengesteld gezin van zijn
moeder.
Dit boek is bedoeld voor ouders, begeleiders, leraars en andere opvoeders,
maar ook voor de kinderen zelf. Het is zowel een leesboek als een
werkboek. Volwassenen kunnen het samen met de kinderen lezen. De
vragen in het boek zijn een leidraad om met kinderen over de echtscheiding
van hun ouders te praten.
Echtscheidingskinderen zullen ongetwijfeld heel wat van hun eigen
ervaringen herkennen in het verhaal van Thomas. Zo leren zij om hun
gedachten en gevoelens onder woorden te brengen. Dat helpt hen om
de scheiding van hun ouders te verwerken. Ouders, leraars en andere
begeleiders leren de belevingswereld van echtscheidingskinderen kennen
en begrijpen. Dat helpt hen om de kinderen beter te begeleiden.
Ludo Driesen is klinisch kinder- en jeugdpsycholoog en gedragstherapeut. Hij werkte ruim 38 jaar in het Centrum Geestelijke Gezondheidszorg / litp Campus Noord-Limburg in Overpelt. Hij publiceerde eerder bij Garant diverse boeken omtrent psychologische problemen bij kinderen en adolescenten.
Logicaboek. Praktijk en theorie van het redeneren.Achtste, gewijzigde druk
Dat iedereen in staat zou zijn correct te redeneren is een mythe. Zelfs gestudeerden
kunnen dikwijls niet precies zeggen waar eenvoudig klinkende Nederlandse zinnen op
neerkomen. In onze cultuur bestaat overigens een sterke tendens om meer te beweren
dan aan te tonen.
Dit is een boek voor al wie belang stelt in de logica. Het vereist geen voorkennis. Het
is bruikbaar als praktische en ook als theoretische inleiding. Het behandelt niet alleen
de klassieke logica maar geeft ook een kijk op de veelheid van alternatieven. Met betrekking
tot praktisch redeneren wordt een eenvoudig systeem uitgewerkt, waarvan
de (relevante) implicatie bruikbaar is om Nederlandse zinnen te verwerken. De auteur
gaat moeilijke punten niet uit de weg en kiest onbevangen stelling. Logica wordt hier
niet behandeld als een afgewerkt en dus dood geheel van technieken, maar als een
dynamische discipline die volop in ontwikkeling is.
De pedagogische ervaring van de auteur komt vooral op twee punten tot uiting. Ten
eerste wordt niet alleen getoond wat een correcte redenering is, maar wordt de lezer
stap voor stap geleerd hoe ze op te bouwen. In dit opzicht is het boek uniek. Ten tweede
worden de moeilijkste punten uit de metatheorie van hun abstractheid ontdaan door
soms plastische vergelijkingen.
Voor de lezer die `persoonlijke’ begeleiding wil, zijn bijgaande programma’s beschikbaar
via het internet.
De online oefeningen zijn volledig open en te vinden op:
logicaboek.ugent.be
Wie wil dat de resultaten worden bijgehouden, moet wel even registreren.
Diderik Batens heeft lesgegeven aan de University of Pittsburgh, het Limburgs Universitair Centrum en de Vrije Universiteit Brussel. Hij was gewoon hoogleraar en directeur van het Centrum voor Logica en Wetenschapsfilosofie aan de Universiteit Gent. Sinds zijn emeritaat is hij actief als onderzoeker en voordrachtgever.
Logicaboek. Praktijk en theorie van het redeneren.Achtste, gewijzigde druk
Dat iedereen in staat zou zijn correct te redeneren is een mythe. Zelfs gestudeerden
kunnen dikwijls niet precies zeggen waar eenvoudig klinkende Nederlandse zinnen op
neerkomen. In onze cultuur bestaat overigens een sterke tendens om meer te beweren
dan aan te tonen.
Dit is een boek voor al wie belang stelt in de logica. Het vereist geen voorkennis. Het
is bruikbaar als praktische en ook als theoretische inleiding. Het behandelt niet alleen
de klassieke logica maar geeft ook een kijk op de veelheid van alternatieven. Met betrekking
tot praktisch redeneren wordt een eenvoudig systeem uitgewerkt, waarvan
de (relevante) implicatie bruikbaar is om Nederlandse zinnen te verwerken. De auteur
gaat moeilijke punten niet uit de weg en kiest onbevangen stelling. Logica wordt hier
niet behandeld als een afgewerkt en dus dood geheel van technieken, maar als een
dynamische discipline die volop in ontwikkeling is.
De pedagogische ervaring van de auteur komt vooral op twee punten tot uiting. Ten
eerste wordt niet alleen getoond wat een correcte redenering is, maar wordt de lezer
stap voor stap geleerd hoe ze op te bouwen. In dit opzicht is het boek uniek. Ten tweede
worden de moeilijkste punten uit de metatheorie van hun abstractheid ontdaan door
soms plastische vergelijkingen.
Voor de lezer die `persoonlijke’ begeleiding wil, zijn bijgaande programma’s beschikbaar
via het internet.
De online oefeningen zijn volledig open en te vinden op:
logicaboek.ugent.be
Wie wil dat de resultaten worden bijgehouden, moet wel even registreren.
Diderik Batens heeft lesgegeven aan de University of Pittsburgh, het Limburgs Universitair Centrum en de Vrije Universiteit Brussel. Hij was gewoon hoogleraar en directeur van het Centrum voor Logica en Wetenschapsfilosofie aan de Universiteit Gent. Sinds zijn emeritaat is hij actief als onderzoeker en voordrachtgever.
Spirituele en grootstedelijke zachte trance
Zachte grootstedelijke religieuze trance. Op precieze plaatsen en
momenten, vaak tijdens de weekends, gaan mensen in Brussel op
zoek naar een vorm van zachte religieuze trance, of noem het zelfoverstijging,
geestesverruiming.
Het gaat onder meer om islamitische broederschapsbijeenkomsten
buiten de moskeeën. Het gaat ook om christelijk pentecostaalse en
evangelicaalse erediensten bij Roemeense Roma, Rwandees-Burundese
voormalige vluchtelingen, Braziliaanse migranten, Brusselse
Iraniërs. Het gaat ten slotte eveneens om enkele boeddhistische bijeenkomsten.
Alleen al bij deze publicatie zijn in totaal vele honderden mensen
betrokken, volwassenen, met de meest uiteenlopende achtergronden
en heel verschillende profielen. Wat hier ter sprake komt, is geen
marginaal fenomeen. Het lijkt er veeleer op dat grootstedelijkheid en
multiculturalisme, door een nostalgisch verlangen heen, een hunkering
naar persoonlijke groei en een authentieke zoektocht naar spiritualiteit,
tot dit soort bijeenkomsten leiden. De auteurs beschrijven
die gemeenschappen en hun bijeenkomsten. Ze zoeken er een verklaring
voor en illustreren hun verhalen met foto’s.
Deze publicatie kadert binnen een projectsubsidie van de Erfgoedcel
van de Vlaamse Gemeenschapscommissie in Brussel.
Johan Leman, antropoloog, is emeritus hoogleraar aan de KU Leuven en voorzitter van Foyer vzw – Multi-etnisch werk in Brussel. Ann Trappers, antropoloog, is stafmedewerker bij Foyer vzw. Foyer vzw, zie www.foyer.be .
Spirituele en grootstedelijke zachte trance
Zachte grootstedelijke religieuze trance. Op precieze plaatsen en
momenten, vaak tijdens de weekends, gaan mensen in Brussel op
zoek naar een vorm van zachte religieuze trance, of noem het zelfoverstijging,
geestesverruiming.
Het gaat onder meer om islamitische broederschapsbijeenkomsten
buiten de moskeeën. Het gaat ook om christelijk pentecostaalse en
evangelicaalse erediensten bij Roemeense Roma, Rwandees-Burundese
voormalige vluchtelingen, Braziliaanse migranten, Brusselse
Iraniërs. Het gaat ten slotte eveneens om enkele boeddhistische bijeenkomsten.
Alleen al bij deze publicatie zijn in totaal vele honderden mensen
betrokken, volwassenen, met de meest uiteenlopende achtergronden
en heel verschillende profielen. Wat hier ter sprake komt, is geen
marginaal fenomeen. Het lijkt er veeleer op dat grootstedelijkheid en
multiculturalisme, door een nostalgisch verlangen heen, een hunkering
naar persoonlijke groei en een authentieke zoektocht naar spiritualiteit,
tot dit soort bijeenkomsten leiden. De auteurs beschrijven
die gemeenschappen en hun bijeenkomsten. Ze zoeken er een verklaring
voor en illustreren hun verhalen met foto’s.
Deze publicatie kadert binnen een projectsubsidie van de Erfgoedcel
van de Vlaamse Gemeenschapscommissie in Brussel.
Johan Leman, antropoloog, is emeritus hoogleraar aan de KU Leuven en voorzitter van Foyer vzw – Multi-etnisch werk in Brussel. Ann Trappers, antropoloog, is stafmedewerker bij Foyer vzw. Foyer vzw, zie www.foyer.be .







