Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Les debriefings psychologiques en question

 34,50
Le traumatisme psychique est aujourd''hui plus que jamais au goût du jour. On pourrait presque penser, en effet, qu''il s''agit d''un trouble nouvellement né, tant l''engouement des professionnels de divers secteurs, pour le traumatisme psychique, est important.
Dans nos pays, il ne s''agit plus uniquement de se pencher sur les combattants engagés dans des conflits, mais aussi de mettre en place des approches amenées à répondre aux besoins des popumations civiles confrontées aux aléas de la vie quotidienne. Ce souci se manifeste à deux niveaux: curatif et préventif. La présentations de projets thérapeutiques et d''initiatives préventives font légions dans les publications scientifiques et dans les congrès internationaux.

"Les debriefings psychologiques en question…" se situe en plein dans ce débat comme étant un ouvrage collectif rassemblant une multitude d''experts européens qui interrogent et partagent des pratiques à partir de contextes déterminés (l''armée, les sapeurs-pompiers, les intervenants humanitaires, e.a.). Dans le champ particulier d''intervention qu''est le debriefing psychologique, l''élaboration théorique des traumatismes psychiques et la contextualisation des pratiques sont des éléments qui permettront d''éviter l''uniformisation des interventions telle qu''elle a eu lieu dans le monde anglo-saxon autour du "critical incident stress debriefing".

Ce livre pointe un élément fondamental: l''aide aux personnes victimes d''événements traumatogènes se nourrit de l''expérience de l''intervenant. Dans un champ d''intervention encore tellement traversé par des a prioris théoriquo-clinique de la psychotraumatologie et de ses interventions.
Quick View

Les debriefings psychologiques en question

 34,50
Le traumatisme psychique est aujourd''hui plus que jamais au goût du jour. On pourrait presque penser, en effet, qu''il s''agit d''un trouble nouvellement né, tant l''engouement des professionnels de divers secteurs, pour le traumatisme psychique, est important.
Dans nos pays, il ne s''agit plus uniquement de se pencher sur les combattants engagés dans des conflits, mais aussi de mettre en place des approches amenées à répondre aux besoins des popumations civiles confrontées aux aléas de la vie quotidienne. Ce souci se manifeste à deux niveaux: curatif et préventif. La présentations de projets thérapeutiques et d''initiatives préventives font légions dans les publications scientifiques et dans les congrès internationaux.

"Les debriefings psychologiques en question…" se situe en plein dans ce débat comme étant un ouvrage collectif rassemblant une multitude d''experts européens qui interrogent et partagent des pratiques à partir de contextes déterminés (l''armée, les sapeurs-pompiers, les intervenants humanitaires, e.a.). Dans le champ particulier d''intervention qu''est le debriefing psychologique, l''élaboration théorique des traumatismes psychiques et la contextualisation des pratiques sont des éléments qui permettront d''éviter l''uniformisation des interventions telle qu''elle a eu lieu dans le monde anglo-saxon autour du "critical incident stress debriefing".

Ce livre pointe un élément fondamental: l''aide aux personnes victimes d''événements traumatogènes se nourrit de l''expérience de l''intervenant. Dans un champ d''intervention encore tellement traversé par des a prioris théoriquo-clinique de la psychotraumatologie et de ses interventions.
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Communicatief vaardig onder-wijzen

 21,00
Mensen in het onderwijs zijn wijze mensen. Wil onderwijs effectief zijn, dan zijn niet enkel de didactische maar ook de communicatieve vaardigheden van belang. Dit boek geeft een overzicht van de verschillende aspecten van communicatie in het onderwijs en reikt manieren aan om deze communicatie te evalueren en te verbeteren. Niet alleen mondelinge, maar ook schriftelijke communicatie. Niet alleen verbale, maar ook non-verbale communicatie. Niet alleen communicatie tussen leerkracht en leerling of tussen lesgever en student, maar ook tussen collega’s, tussen leraars en ouders en tussen lesgevers en directies of externe instanties. Bepaalde hoofdstukken belichten ook theoretische aspecten van communicatie, maar vooral praktische aspecten komen aan bod. Elk hoofdstuk sluit af met toepassingsopdrachten, zodat het boek ook geschikt is voor de lerarenopleiding en het vormingswerk.

Andre Vyt is psycholoog en docent aan de Arteveldehogeschool (waar hij instaat voor Onderwijsonderzoek & Onderwijsontwikkeling). Hij geeft ook colleges aan de Universiteit Gent en heeft tevens een jarenlange ervaring in het volwassenenonderwijs. Naast het vakdomein gedragsontwikkeling is hij ook actief op het vlak van kwaliteitszorg in het onderwijs.

Quick View

Communicatief vaardig onder-wijzen

 21,00
Mensen in het onderwijs zijn wijze mensen. Wil onderwijs effectief zijn, dan zijn niet enkel de didactische maar ook de communicatieve vaardigheden van belang. Dit boek geeft een overzicht van de verschillende aspecten van communicatie in het onderwijs en reikt manieren aan om deze communicatie te evalueren en te verbeteren. Niet alleen mondelinge, maar ook schriftelijke communicatie. Niet alleen verbale, maar ook non-verbale communicatie. Niet alleen communicatie tussen leerkracht en leerling of tussen lesgever en student, maar ook tussen collega’s, tussen leraars en ouders en tussen lesgevers en directies of externe instanties. Bepaalde hoofdstukken belichten ook theoretische aspecten van communicatie, maar vooral praktische aspecten komen aan bod. Elk hoofdstuk sluit af met toepassingsopdrachten, zodat het boek ook geschikt is voor de lerarenopleiding en het vormingswerk.

Andre Vyt is psycholoog en docent aan de Arteveldehogeschool (waar hij instaat voor Onderwijsonderzoek & Onderwijsontwikkeling). Hij geeft ook colleges aan de Universiteit Gent en heeft tevens een jarenlange ervaring in het volwassenenonderwijs. Naast het vakdomein gedragsontwikkeling is hij ook actief op het vlak van kwaliteitszorg in het onderwijs.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Vedettedom. Beroemd in Vlaanderen

 21,00
Amerikaanse tv-kijkers vonden het een keerpunt toe president Clinton op MTV werd gevraagd of hij boxershorts of slips droeg. Weg was voorgoed die al dunne lijn tussen publiek en privaat domein.
In een door massamedia geboetseerde samenleving kleurt bekendheid het maatschappelijke debat. Ook zo in Vlaanderen. Meer en meer mensen treden gewild of ongewild in de schijnwerpers. Niet alleen helden uit de showbizz maar ook uit de politiek en het ‘gewone’ leven. Andy Warhol wist het al: Op een dag zal iedereen beroemd zijn voor vijftien minuten. Van Nonkel bob, Eddy Merckx, Steve Stevaert, Kim Clijsters, Goedele Lieckens, Helmut Lotti tot K3. Waar komt de fascinatie voor bekende mensen vandaag? Hoe denken Bekende Vlamingen, BV’s over hun publieke bestaan?
Dit boek zoekt een antwoord op vragen over roem, die soms eeuwig maar meestal vergankelijk is. Het bevat vele getuigenissen en ‘gevalsbeschrijvingen’ van Bekende Vlamingen, met zoet en zuur.

Guy Van Gestel studeerde Politieke en Sociale wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Hij is journalist bij het weekblad Dag Allemaal. Gust De Meyer is hoogleraar aan het Departement Communicatiewetenschappen van de KU Leuven. Tot zijn doceer- en onderzoeksopdracht behoort onder meer ‘populaire cultuur’.

Geen voorraad
Quick View

Vedettedom. Beroemd in Vlaanderen

 21,00
Amerikaanse tv-kijkers vonden het een keerpunt toe president Clinton op MTV werd gevraagd of hij boxershorts of slips droeg. Weg was voorgoed die al dunne lijn tussen publiek en privaat domein.
In een door massamedia geboetseerde samenleving kleurt bekendheid het maatschappelijke debat. Ook zo in Vlaanderen. Meer en meer mensen treden gewild of ongewild in de schijnwerpers. Niet alleen helden uit de showbizz maar ook uit de politiek en het ‘gewone’ leven. Andy Warhol wist het al: Op een dag zal iedereen beroemd zijn voor vijftien minuten. Van Nonkel bob, Eddy Merckx, Steve Stevaert, Kim Clijsters, Goedele Lieckens, Helmut Lotti tot K3. Waar komt de fascinatie voor bekende mensen vandaag? Hoe denken Bekende Vlamingen, BV’s over hun publieke bestaan?
Dit boek zoekt een antwoord op vragen over roem, die soms eeuwig maar meestal vergankelijk is. Het bevat vele getuigenissen en ‘gevalsbeschrijvingen’ van Bekende Vlamingen, met zoet en zuur.

Guy Van Gestel studeerde Politieke en Sociale wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Hij is journalist bij het weekblad Dag Allemaal. Gust De Meyer is hoogleraar aan het Departement Communicatiewetenschappen van de KU Leuven. Tot zijn doceer- en onderzoeksopdracht behoort onder meer ‘populaire cultuur’.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geschiedenis van Hongarije. Van Arpad tot Arpad GönczGeschiedenis van Hongarije. Van Arpad tot Arpad Göncz
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Geschiedenis van Hongarije. Van Arpad tot Arpad Göncz

 37,00
Hongarije wordt in 2004 lid van de EU. Er bestaat een grote toeristische, muzikale en culinaire belangstelling voor dit land. Velen willen ook graag zijn hele verleden ontdekken. In dit boek wordt de geschiedenis van Hongarije verteld, van het ontstaan van de Hongaarse stammen in de steppen van Eurazië tot de overgang van het communistische land naar de moderne democratie in 1989-1990. De geschiedenis wordt terdege uitgelegd, evenwel zonder overbodige details. Naast de woelige politieke ontwikkeling gaat veel aandacht naar sociale en economische veranderingen in Hongarije door de eeuwen heen.

Vladimir Ronin (°1958, Moskou) is doctor in de geschiedenis en licentiaat in de Slavische filologie. Auteur van o.a. “Antwerpen en zijn ‘Russen’, 1814-1914” (1993); “Russen en Belgen: is het water te diep?” (1998) en “Regiony Rossii” (1996-1999). Verder publiceert hij ook over de middeleeuwse geschiedenis van Centraal-Europa. Hij werkt sinds 1990 in België en doceert Russisch en de geschiedenis van Rusland en Hongarije aan de Lessius Hogeschool in Antwerpen

Geschiedenis van Hongarije. Van Arpad tot Arpad GönczGeschiedenis van Hongarije. Van Arpad tot Arpad Göncz
Quick View

Geschiedenis van Hongarije. Van Arpad tot Arpad Göncz

 37,00
Hongarije wordt in 2004 lid van de EU. Er bestaat een grote toeristische, muzikale en culinaire belangstelling voor dit land. Velen willen ook graag zijn hele verleden ontdekken. In dit boek wordt de geschiedenis van Hongarije verteld, van het ontstaan van de Hongaarse stammen in de steppen van Eurazië tot de overgang van het communistische land naar de moderne democratie in 1989-1990. De geschiedenis wordt terdege uitgelegd, evenwel zonder overbodige details. Naast de woelige politieke ontwikkeling gaat veel aandacht naar sociale en economische veranderingen in Hongarije door de eeuwen heen.

Vladimir Ronin (°1958, Moskou) is doctor in de geschiedenis en licentiaat in de Slavische filologie. Auteur van o.a. “Antwerpen en zijn ‘Russen’, 1814-1914” (1993); “Russen en Belgen: is het water te diep?” (1998) en “Regiony Rossii” (1996-1999). Verder publiceert hij ook over de middeleeuwse geschiedenis van Centraal-Europa. Hij werkt sinds 1990 in België en doceert Russisch en de geschiedenis van Rusland en Hongarije aan de Lessius Hogeschool in Antwerpen

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Spiegelbeeld. Begeleiding van kinderen met problemen – Tussen samen en apart

 11,90
De handleiding en de twee werkboeken zijn geschreven voor begeleiders die met kinderen aan de slag willen gaan rondom zelfbeeld en/of echtscheiding. De werkboeken werden ontwikkeld vanuit de nood aan concrete middelen om tijdens een individuele begeleiding te werken rond deze thema''s. Vanuit de praktijkervaringen in het dagcentrum kon er op een adequate manier worden ingegaan op vragen die kinderen hebben tijdens hun ontwikkeling over deze onderwerpen. De werkboeken werden dus gaandeweg uitgeprobeerd en waar nodig aangepast.
De opbouw van de werkboeken bestaat uit middelen die ingaan op bepaalde thema''s die belangrijk zijn binnen de voornoemde probleemterreinen. In de werkboeken worden ideeën gegeven die gebruikt kunnen worden zoals beschreven staat. Maar bij ieder kind zullen er andere middelen nodig zijn om de werkboeken werkbaar te maken. Het is dus een knip- en plakboek waar er vanuit de begeleider zelf ook nieuwe ideeën zullen en kunnen komen. De handleiding biedt aan begeleiders een achtergrond bij de werkboeken en geeft een aantal alternatieve middelen als blijkt dat het vooropgestelde niet voldoende werkt.

Het gebruik van de werkboeken:
De twee werkboeken zijn op een gelijkvormige manier uitgewerkt. Vandaar dat ook het gebruik ervan éénvormig is. De werkboeken bestaan uit losse bladen die per hoofdstuk aan het kind worden gegeven en in een mapje gestoken. Aan het einde van de begeleiding wordt het boekje meegegeven indien het kind dit wenst. Er wordt voor ieder werkboekje een volgorde van hoofdstukken voorzien waarbij we ervan uit gaan te starten met de meest veilige subthema''s. Maar het spreekt voor zich dat in iedere specifieke situatie de volgorde van de hoofdstukjes kan worden aangepast.

Voor wie is het bestemd?
We gaan ervan uit dat de werkboeken gebruikt worden bij kinderen waar vanuit een grondige analyse gebleken is dat er nood is om rond één of meerdere thema''s individueel te werken.
Kinderen met een zwak zelfbeeld en een beperkt ik -besef komen in aanmerking voor het werken met het boek "een blik op mezelf".
Kinderen verweven in een echtscheidingsproblematiek hebben er vaak nood aan om hun gedachten en gevoelens over dit thema op een rijtje te kunnen zetten, hiervoor kan het Werkboek "tussen samen en apart" een hulpmiddel zijn.
Zoals hierboven beschreven, werden de werkboeken vanuit een dagcentrumwerking binnen de bijzondere jeugdbijstand ontwikkeld. Dit betekent niet dat de werkboeken zich beperken tot het doelpubliek van een dagcentrum binnen deze sector. Andere hulpverleningsvormen die werken met kinderen waarbij zelfbeeld, weerbaarheid en echtscheiding veel voorkomende problemen zijn, kunnen even goed gebruik maken van de werkboeken.

Leeftijd:
Daar deze werkboeken ontwikkeld werden vanuit de praktijkervaringen van dagcentrum de Schans richten de werkboeken zich naar kinderen tussen 6 en 12 jaar. Kinderen die ouder zijn dan 12 jaar maar zich, wat ontwikkelingsniveau betreft, binnen voornoemde leeftijdscategorie bevinden, kunnen ook gebruik maken van deze werkboeken.

De twee werkboeken: een kort overzicht

WERKBOEK "EEN BLIK OP MEZELF":

In dit boekje is de opbouw van de hoofdstukjes belangrijk. Vanuit onze ervaringen komen we tot de conclusie dat er best gestart wordt met de minst bedreigende hoofdstukjes. Dit om het kind allereerst vertrouwd te maken met het middel en eventueel met de begeleider. De hoofdstukjes die dieper ingaan op de persoonlijkheid en de gevoelswereld van het kind kunnen dan later aan bod komen.

Er werd een opdeling in hoofdstukjes meegegeven die voorgaande redenering volgt, maar het spreekt voor zich dat iedere individuele situatie een persoonlijke indeling vergt.

De onderwerpen zijn zo gekozen dat verschillende deeldomeinen van de leefwereld van het kind aan bod kunnen komen. We gaan specifiek in op een aantalomgevingsaspecten: "

Deze werkboeken zijn het resultaat van vele jaren werk. Ze hebben vorm gekregen doorheen het experimenteren en werken met verschillende werkmiddelen, door verschillende begeleiders en met verschillende kinderen. In die zin hebben alle vroegere en huidige dagcentrumwerkers een positieve bijdrage geleverd aan deze concretisatie.

De werkboeken zijn concreet uitgewerkt door de teamleden die op dit moment werkzaam zijn in de Schans. Zij hebben alle informatie verzameld en verwerkt en geconcretiseerd tot dit resultaat. Dit was geen sinecure en een werk van lange adem. Nieuwe ideeën en ervaringen dienden te worden opgenomen naast de vroegere werkmiddelen.

Volgende medewerkers hebben deze werkboeken uitgewerkt.

Eric Janssen:
Eric Janssen is afgestudeerd als maatschappelijk assistent in 1986 en medeoprichter van de dagcentra de Schans en de Schommel in Turnhout sinds 1989. Hij is tewerkgesteld als verantwoordelijke van beide dagcentra. In het dagcentrum staat hij onder meer in voor de formele ouderwerking (waarin oudercursussen over opvoedingsterreinen worden aangeboden), supervisie en ondersteuning in begeleidingen. Hij volgde verschillende modules van de voortgezette opleiding maatschappelijk assistent, korte specifieke vorming i.v.m. hulpverlening aan kinderen en ouders, en een specifieke vorming rond leiding geven.

Kuypers Martine:
Martine Kuypers studeerde in 1996 af als maatschappelijk assistent. Vanaf 1996 is ze werkzaam in de Schans. Binnen de werking is ze actief binnen de groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is verantwoordelijk voor de kinderparticipatie binnen de werking en had een belangrijk aandeel in de concrete uitwerking van de middelen in de werkboeken. Ze volgde specifieke vorming rond contextuele hulpverlening, ouderschap na echtscheiding, kinderontwikkeling en psychopathologie.

Schenck Lieve:
Lieve Schenck is van opleiding psychologe en sinds 1994 werkzaam in de Schans. Ze is als begeleidster actief in de verschillende pijlers: groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is binnen de werking van het dagcentrum verantwoordelijk voor de individuele begeleiding en zoekt regelmatig nieuwe werkmiddelen en materialen. Ze volgde bijscholing rond autisme, ADHD, kinderontwikkeling en psychopathologie. Zij geeft tevens assertiviteitstraining aan jongeren vanuit CAW de Kempen.

Tinne Van der Veken:
Tinne Van der Veken is afgestudeerd als maatschappelijk assistent. Ze werkt vanaf 1996 in de Schans. Sinds 2002 is ze ook werkzaam in de Schommel. Ze is verantwoordelijk voor het gezinskamp van beide dagcentra en de pijlers groepsbegeleiding en studiebegeleiding in de Schans. Ze is ook actief in de werkgroep rond videohometraining. Zowel gezinsbegeleiding en individuele begeleiding behoren tot haar takenpakket. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening.

Nancy Anthonissens:<
Nancy Anthonissens is afgestudeerd als gegradueerde in de orthopedagogie en psychotherapeute vanuit gestalt en psychosynthese. Ze is vanaf 1997 tewerkgesteld in de Schans. In het dagcentrum is zij verantwoordelijk voor de vorming en intervisie van het team. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening, samengestelde gezinnen, kinderontwikkeling en psychopathologie.

Quick View

Spiegelbeeld. Begeleiding van kinderen met problemen – Tussen samen en apart

 11,90
De handleiding en de twee werkboeken zijn geschreven voor begeleiders die met kinderen aan de slag willen gaan rondom zelfbeeld en/of echtscheiding. De werkboeken werden ontwikkeld vanuit de nood aan concrete middelen om tijdens een individuele begeleiding te werken rond deze thema''s. Vanuit de praktijkervaringen in het dagcentrum kon er op een adequate manier worden ingegaan op vragen die kinderen hebben tijdens hun ontwikkeling over deze onderwerpen. De werkboeken werden dus gaandeweg uitgeprobeerd en waar nodig aangepast.
De opbouw van de werkboeken bestaat uit middelen die ingaan op bepaalde thema''s die belangrijk zijn binnen de voornoemde probleemterreinen. In de werkboeken worden ideeën gegeven die gebruikt kunnen worden zoals beschreven staat. Maar bij ieder kind zullen er andere middelen nodig zijn om de werkboeken werkbaar te maken. Het is dus een knip- en plakboek waar er vanuit de begeleider zelf ook nieuwe ideeën zullen en kunnen komen. De handleiding biedt aan begeleiders een achtergrond bij de werkboeken en geeft een aantal alternatieve middelen als blijkt dat het vooropgestelde niet voldoende werkt.

Het gebruik van de werkboeken:
De twee werkboeken zijn op een gelijkvormige manier uitgewerkt. Vandaar dat ook het gebruik ervan éénvormig is. De werkboeken bestaan uit losse bladen die per hoofdstuk aan het kind worden gegeven en in een mapje gestoken. Aan het einde van de begeleiding wordt het boekje meegegeven indien het kind dit wenst. Er wordt voor ieder werkboekje een volgorde van hoofdstukken voorzien waarbij we ervan uit gaan te starten met de meest veilige subthema''s. Maar het spreekt voor zich dat in iedere specifieke situatie de volgorde van de hoofdstukjes kan worden aangepast.

Voor wie is het bestemd?
We gaan ervan uit dat de werkboeken gebruikt worden bij kinderen waar vanuit een grondige analyse gebleken is dat er nood is om rond één of meerdere thema''s individueel te werken.
Kinderen met een zwak zelfbeeld en een beperkt ik -besef komen in aanmerking voor het werken met het boek "een blik op mezelf".
Kinderen verweven in een echtscheidingsproblematiek hebben er vaak nood aan om hun gedachten en gevoelens over dit thema op een rijtje te kunnen zetten, hiervoor kan het Werkboek "tussen samen en apart" een hulpmiddel zijn.
Zoals hierboven beschreven, werden de werkboeken vanuit een dagcentrumwerking binnen de bijzondere jeugdbijstand ontwikkeld. Dit betekent niet dat de werkboeken zich beperken tot het doelpubliek van een dagcentrum binnen deze sector. Andere hulpverleningsvormen die werken met kinderen waarbij zelfbeeld, weerbaarheid en echtscheiding veel voorkomende problemen zijn, kunnen even goed gebruik maken van de werkboeken.

Leeftijd:
Daar deze werkboeken ontwikkeld werden vanuit de praktijkervaringen van dagcentrum de Schans richten de werkboeken zich naar kinderen tussen 6 en 12 jaar. Kinderen die ouder zijn dan 12 jaar maar zich, wat ontwikkelingsniveau betreft, binnen voornoemde leeftijdscategorie bevinden, kunnen ook gebruik maken van deze werkboeken.

De twee werkboeken: een kort overzicht

WERKBOEK "EEN BLIK OP MEZELF":

In dit boekje is de opbouw van de hoofdstukjes belangrijk. Vanuit onze ervaringen komen we tot de conclusie dat er best gestart wordt met de minst bedreigende hoofdstukjes. Dit om het kind allereerst vertrouwd te maken met het middel en eventueel met de begeleider. De hoofdstukjes die dieper ingaan op de persoonlijkheid en de gevoelswereld van het kind kunnen dan later aan bod komen.

Er werd een opdeling in hoofdstukjes meegegeven die voorgaande redenering volgt, maar het spreekt voor zich dat iedere individuele situatie een persoonlijke indeling vergt.

De onderwerpen zijn zo gekozen dat verschillende deeldomeinen van de leefwereld van het kind aan bod kunnen komen. We gaan specifiek in op een aantalomgevingsaspecten: "

Deze werkboeken zijn het resultaat van vele jaren werk. Ze hebben vorm gekregen doorheen het experimenteren en werken met verschillende werkmiddelen, door verschillende begeleiders en met verschillende kinderen. In die zin hebben alle vroegere en huidige dagcentrumwerkers een positieve bijdrage geleverd aan deze concretisatie.

De werkboeken zijn concreet uitgewerkt door de teamleden die op dit moment werkzaam zijn in de Schans. Zij hebben alle informatie verzameld en verwerkt en geconcretiseerd tot dit resultaat. Dit was geen sinecure en een werk van lange adem. Nieuwe ideeën en ervaringen dienden te worden opgenomen naast de vroegere werkmiddelen.

Volgende medewerkers hebben deze werkboeken uitgewerkt.

Eric Janssen:
Eric Janssen is afgestudeerd als maatschappelijk assistent in 1986 en medeoprichter van de dagcentra de Schans en de Schommel in Turnhout sinds 1989. Hij is tewerkgesteld als verantwoordelijke van beide dagcentra. In het dagcentrum staat hij onder meer in voor de formele ouderwerking (waarin oudercursussen over opvoedingsterreinen worden aangeboden), supervisie en ondersteuning in begeleidingen. Hij volgde verschillende modules van de voortgezette opleiding maatschappelijk assistent, korte specifieke vorming i.v.m. hulpverlening aan kinderen en ouders, en een specifieke vorming rond leiding geven.

Kuypers Martine:
Martine Kuypers studeerde in 1996 af als maatschappelijk assistent. Vanaf 1996 is ze werkzaam in de Schans. Binnen de werking is ze actief binnen de groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is verantwoordelijk voor de kinderparticipatie binnen de werking en had een belangrijk aandeel in de concrete uitwerking van de middelen in de werkboeken. Ze volgde specifieke vorming rond contextuele hulpverlening, ouderschap na echtscheiding, kinderontwikkeling en psychopathologie.

Schenck Lieve:
Lieve Schenck is van opleiding psychologe en sinds 1994 werkzaam in de Schans. Ze is als begeleidster actief in de verschillende pijlers: groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is binnen de werking van het dagcentrum verantwoordelijk voor de individuele begeleiding en zoekt regelmatig nieuwe werkmiddelen en materialen. Ze volgde bijscholing rond autisme, ADHD, kinderontwikkeling en psychopathologie. Zij geeft tevens assertiviteitstraining aan jongeren vanuit CAW de Kempen.

Tinne Van der Veken:
Tinne Van der Veken is afgestudeerd als maatschappelijk assistent. Ze werkt vanaf 1996 in de Schans. Sinds 2002 is ze ook werkzaam in de Schommel. Ze is verantwoordelijk voor het gezinskamp van beide dagcentra en de pijlers groepsbegeleiding en studiebegeleiding in de Schans. Ze is ook actief in de werkgroep rond videohometraining. Zowel gezinsbegeleiding en individuele begeleiding behoren tot haar takenpakket. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening.

Nancy Anthonissens:<
Nancy Anthonissens is afgestudeerd als gegradueerde in de orthopedagogie en psychotherapeute vanuit gestalt en psychosynthese. Ze is vanaf 1997 tewerkgesteld in de Schans. In het dagcentrum is zij verantwoordelijk voor de vorming en intervisie van het team. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening, samengestelde gezinnen, kinderontwikkeling en psychopathologie.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Spiegelbeeld. Begeleiding van kinderen met problemen – Een blik op mezelf

 10,00
De handleiding en de twee werkboeken zijn geschreven voor begeleiders die met kinderen aan de slag willen gaan rondom zelfbeeld en/of echtscheiding. De werkboeken werden ontwikkeld vanuit de nood aan concrete middelen om tijdens een individuele begeleiding te werken rond deze thema''s. Vanuit de praktijkervaringen in het dagcentrum kon er op een adequate manier worden ingegaan op vragen die kinderen hebben tijdens hun ontwikkeling over deze onderwerpen. De werkboeken werden dus gaandeweg uitgeprobeerd en waar nodig aangepast.
De opbouw van de werkboeken bestaat uit middelen die ingaan op bepaalde thema''s die belangrijk zijn binnen de voornoemde probleemterreinen. In de werkboeken worden ideeën gegeven die gebruikt kunnen worden zoals beschreven staat. Maar bij ieder kind zullen er andere middelen nodig zijn om de werkboeken werkbaar te maken. Het is dus een knip- en plakboek waar er vanuit de begeleider zelf ook nieuwe ideeën zullen en kunnen komen. De handleiding biedt aan begeleiders een achtergrond bij de werkboeken en geeft een aantal alternatieve middelen als blijkt dat het vooropgestelde niet voldoende werkt.

Het gebruik van de werkboeken:
De twee werkboeken zijn op een gelijkvormige manier uitgewerkt. Vandaar dat ook het gebruik ervan éénvormig is. De werkboeken bestaan uit losse bladen die per hoofdstuk aan het kind worden gegeven en in een mapje gestoken. Aan het einde van de begeleiding wordt het boekje meegegeven indien het kind dit wenst. Er wordt voor ieder werkboekje een volgorde van hoofdstukken voorzien waarbij we ervan uit gaan te starten met de meest veilige subthema''s. Maar het spreekt voor zich dat in iedere specifieke situatie de volgorde van de hoofdstukjes kan worden aangepast.

Voor wie is het bestemd?
We gaan ervan uit dat de werkboeken gebruikt worden bij kinderen waar vanuit een grondige analyse gebleken is dat er nood is om rond één of meerdere thema''s individueel te werken.
Kinderen met een zwak zelfbeeld en een beperkt ik -besef komen in aanmerking voor het werken met het boek "een blik op mezelf".
Kinderen verweven in een echtscheidingsproblematiek hebben er vaak nood aan om hun gedachten en gevoelens over dit thema op een rijtje te kunnen zetten, hiervoor kan het Werkboek .''tussen samen en apart" een hulpmiddel zijn.
Zoals hierboven beschreven, werden de werkboeken vanuit een dagcentrumwerking binnen de bijzondere jeugdbijstand ontwikkeld. Dit betekent niet dat de werkboeken zich beperken tot het doelpubliek van een dagcentrum binnen deze sector. Andere hulpverleningsvormen die werken met kinderen waarbij zelfbeeld, weerbaarheid en echtscheiding veel voorkomende problemen zijn, kunnen even goed gebruik maken van de werkboeken.

Leeftijd:
Daar deze werkboeken ontwikkeld werden vanuit de praktijkervaringen van dagcentrum de Schans richten de werkboeken zich naar kinderen tussen 6 en 12 jaar. Kinderen die ouder zijn dan 12 jaar maar zich, wat ontwikkelingsniveau betreft, binnen voornoemde leeftijdscategorie bevinden, kunnen ook gebruik maken van deze werkboeken.

De twee werkboeken: een kort overzicht

WERKBOEK "EEN BLIK OP MEZELF":

In dit boekje is de opbouw van de hoofdstukjes belangrijk. Vanuit onze ervaringen komen we tot de conclusie dat er best gestart wordt met de minst bedreigende hoofdstukjes. Dit om het kind allereerst vertrouwd te maken met het middel en eventueel met de begeleider. De hoofdstukjes die dieper ingaan op de persoonlijkheid en de gevoelswereld van het kind kunnen dan later aan bod komen.

Er werd een opdeling in hoofdstukjes meegegeven die voorgaande redenering volgt, maar het spreekt voor zich dat iedere individuele situatie een persoonlijke indeling vergt.

De onderwerpen zijn zo gekozen dat verschillende deeldomeinen van de leefwereld van het kind aan bod kunnen komen. We gaan specifiek in op een aantalomgevingsaspecten:

Deze werkboeken zijn het resultaat van vele jaren werk. Ze hebben vorm gekregen doorheen het experimenteren en werken met verschillende werkmiddelen, door verschillende begeleiders en met verschillende kinderen. In die zin hebben alle vroegere en huidige dagcentrumwerkers een positieve bijdrage geleverd aan deze concretisatie.

De werkboeken zijn concreet uitgewerkt door de teamleden die op dit moment werkzaam zijn in de Schans. Zij hebben alle informatie verzameld en verwerkt en geconcretiseerd tot dit resultaat. Dit was geen sinecure en een werk van lange adem. Nieuwe ideeën en ervaringen dienden te worden opgenomen naast de vroegere werkmiddelen.

Volgende medewerkers hebben deze werkboeken uitgewerkt.

Eric Janssen:
Eric Janssen is afgestudeerd als maatschappelijk assistent in 1986 en medeoprichter van de dagcentra de Schans en de Schommel in Turnhout sinds 1989. Hij is tewerkgesteld als verantwoordelijke van beide dagcentra. In het dagcentrum staat hij onder meer in voor de formele ouderwerking (waarin oudercursussen over opvoedingsterreinen worden aangeboden), supervisie en ondersteuning in begeleidingen. Hij volgde verschillende modules van de voortgezette opleiding maatschappelijk assistent, korte specifieke vorming i.v.m. hulpverlening aan kinderen en ouders, en een specifieke vorming rond leiding geven.

Kuypers Martine:
Martine Kuypers studeerde in 1996 af als maatschappelijk assistent. Vanaf 1996 is ze werkzaam in de Schans. Binnen de werking is ze actief binnen de groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is verantwoordelijk voor de kinderparticipatie binnen de werking en had een belangrijk aandeel in de concrete uitwerking van de middelen in de werkboeken. Ze volgde specifieke vorming rond contextuele hulpverlening, ouderschap na echtscheiding, kinderontwikkeling en psychopathologie.

Schenck Lieve:
Lieve Schenck is van opleiding psychologe en sinds 1994 werkzaam in de Schans. Ze is als begeleidster actief in de verschillende pijlers: groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is binnen de werking van het dagcentrum verantwoordelijk voor de individuele begeleiding en zoekt regelmatig nieuwe werkmiddelen en materialen. Ze volgde bijscholing rond autisme, ADHD, kinderontwikkeling en psychopathologie. Zij geeft tevens assertiviteitstraining aan jongeren vanuit CAW de Kempen.

Tinne Van der Veken:
Tinne Van der Veken is afgestudeerd als maatschappelijk assistent. Ze werkt vanaf 1996 in de Schans. Sinds 2002 is ze ook werkzaam in de Schommel. Ze is verantwoordelijk voor het gezinskamp van beide dagcentra en de pijlers groepsbegeleiding en studiebegeleiding in de Schans. Ze is ook actief in de werkgroep rond videohometraining. Zowel gezinsbegeleiding en individuele begeleiding behoren tot haar takenpakket. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening.

Nancy Anthonissens:<
Nancy Anthonissens is afgestudeerd als gegradueerde in de orthopedagogie en psychotherapeute vanuit gestalt en psychosynthese. Ze is vanaf 1997 tewerkgesteld in de Schans. In het dagcentrum is zij verantwoordelijk voor de vorming en intervisie van het team. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening, samengestelde gezinnen, kinderontwikkeling en psychopathologie.

Quick View

Spiegelbeeld. Begeleiding van kinderen met problemen – Een blik op mezelf

 10,00
De handleiding en de twee werkboeken zijn geschreven voor begeleiders die met kinderen aan de slag willen gaan rondom zelfbeeld en/of echtscheiding. De werkboeken werden ontwikkeld vanuit de nood aan concrete middelen om tijdens een individuele begeleiding te werken rond deze thema''s. Vanuit de praktijkervaringen in het dagcentrum kon er op een adequate manier worden ingegaan op vragen die kinderen hebben tijdens hun ontwikkeling over deze onderwerpen. De werkboeken werden dus gaandeweg uitgeprobeerd en waar nodig aangepast.
De opbouw van de werkboeken bestaat uit middelen die ingaan op bepaalde thema''s die belangrijk zijn binnen de voornoemde probleemterreinen. In de werkboeken worden ideeën gegeven die gebruikt kunnen worden zoals beschreven staat. Maar bij ieder kind zullen er andere middelen nodig zijn om de werkboeken werkbaar te maken. Het is dus een knip- en plakboek waar er vanuit de begeleider zelf ook nieuwe ideeën zullen en kunnen komen. De handleiding biedt aan begeleiders een achtergrond bij de werkboeken en geeft een aantal alternatieve middelen als blijkt dat het vooropgestelde niet voldoende werkt.

Het gebruik van de werkboeken:
De twee werkboeken zijn op een gelijkvormige manier uitgewerkt. Vandaar dat ook het gebruik ervan éénvormig is. De werkboeken bestaan uit losse bladen die per hoofdstuk aan het kind worden gegeven en in een mapje gestoken. Aan het einde van de begeleiding wordt het boekje meegegeven indien het kind dit wenst. Er wordt voor ieder werkboekje een volgorde van hoofdstukken voorzien waarbij we ervan uit gaan te starten met de meest veilige subthema''s. Maar het spreekt voor zich dat in iedere specifieke situatie de volgorde van de hoofdstukjes kan worden aangepast.

Voor wie is het bestemd?
We gaan ervan uit dat de werkboeken gebruikt worden bij kinderen waar vanuit een grondige analyse gebleken is dat er nood is om rond één of meerdere thema''s individueel te werken.
Kinderen met een zwak zelfbeeld en een beperkt ik -besef komen in aanmerking voor het werken met het boek "een blik op mezelf".
Kinderen verweven in een echtscheidingsproblematiek hebben er vaak nood aan om hun gedachten en gevoelens over dit thema op een rijtje te kunnen zetten, hiervoor kan het Werkboek .''tussen samen en apart" een hulpmiddel zijn.
Zoals hierboven beschreven, werden de werkboeken vanuit een dagcentrumwerking binnen de bijzondere jeugdbijstand ontwikkeld. Dit betekent niet dat de werkboeken zich beperken tot het doelpubliek van een dagcentrum binnen deze sector. Andere hulpverleningsvormen die werken met kinderen waarbij zelfbeeld, weerbaarheid en echtscheiding veel voorkomende problemen zijn, kunnen even goed gebruik maken van de werkboeken.

Leeftijd:
Daar deze werkboeken ontwikkeld werden vanuit de praktijkervaringen van dagcentrum de Schans richten de werkboeken zich naar kinderen tussen 6 en 12 jaar. Kinderen die ouder zijn dan 12 jaar maar zich, wat ontwikkelingsniveau betreft, binnen voornoemde leeftijdscategorie bevinden, kunnen ook gebruik maken van deze werkboeken.

De twee werkboeken: een kort overzicht

WERKBOEK "EEN BLIK OP MEZELF":

In dit boekje is de opbouw van de hoofdstukjes belangrijk. Vanuit onze ervaringen komen we tot de conclusie dat er best gestart wordt met de minst bedreigende hoofdstukjes. Dit om het kind allereerst vertrouwd te maken met het middel en eventueel met de begeleider. De hoofdstukjes die dieper ingaan op de persoonlijkheid en de gevoelswereld van het kind kunnen dan later aan bod komen.

Er werd een opdeling in hoofdstukjes meegegeven die voorgaande redenering volgt, maar het spreekt voor zich dat iedere individuele situatie een persoonlijke indeling vergt.

De onderwerpen zijn zo gekozen dat verschillende deeldomeinen van de leefwereld van het kind aan bod kunnen komen. We gaan specifiek in op een aantalomgevingsaspecten:

Deze werkboeken zijn het resultaat van vele jaren werk. Ze hebben vorm gekregen doorheen het experimenteren en werken met verschillende werkmiddelen, door verschillende begeleiders en met verschillende kinderen. In die zin hebben alle vroegere en huidige dagcentrumwerkers een positieve bijdrage geleverd aan deze concretisatie.

De werkboeken zijn concreet uitgewerkt door de teamleden die op dit moment werkzaam zijn in de Schans. Zij hebben alle informatie verzameld en verwerkt en geconcretiseerd tot dit resultaat. Dit was geen sinecure en een werk van lange adem. Nieuwe ideeën en ervaringen dienden te worden opgenomen naast de vroegere werkmiddelen.

Volgende medewerkers hebben deze werkboeken uitgewerkt.

Eric Janssen:
Eric Janssen is afgestudeerd als maatschappelijk assistent in 1986 en medeoprichter van de dagcentra de Schans en de Schommel in Turnhout sinds 1989. Hij is tewerkgesteld als verantwoordelijke van beide dagcentra. In het dagcentrum staat hij onder meer in voor de formele ouderwerking (waarin oudercursussen over opvoedingsterreinen worden aangeboden), supervisie en ondersteuning in begeleidingen. Hij volgde verschillende modules van de voortgezette opleiding maatschappelijk assistent, korte specifieke vorming i.v.m. hulpverlening aan kinderen en ouders, en een specifieke vorming rond leiding geven.

Kuypers Martine:
Martine Kuypers studeerde in 1996 af als maatschappelijk assistent. Vanaf 1996 is ze werkzaam in de Schans. Binnen de werking is ze actief binnen de groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is verantwoordelijk voor de kinderparticipatie binnen de werking en had een belangrijk aandeel in de concrete uitwerking van de middelen in de werkboeken. Ze volgde specifieke vorming rond contextuele hulpverlening, ouderschap na echtscheiding, kinderontwikkeling en psychopathologie.

Schenck Lieve:
Lieve Schenck is van opleiding psychologe en sinds 1994 werkzaam in de Schans. Ze is als begeleidster actief in de verschillende pijlers: groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is binnen de werking van het dagcentrum verantwoordelijk voor de individuele begeleiding en zoekt regelmatig nieuwe werkmiddelen en materialen. Ze volgde bijscholing rond autisme, ADHD, kinderontwikkeling en psychopathologie. Zij geeft tevens assertiviteitstraining aan jongeren vanuit CAW de Kempen.

Tinne Van der Veken:
Tinne Van der Veken is afgestudeerd als maatschappelijk assistent. Ze werkt vanaf 1996 in de Schans. Sinds 2002 is ze ook werkzaam in de Schommel. Ze is verantwoordelijk voor het gezinskamp van beide dagcentra en de pijlers groepsbegeleiding en studiebegeleiding in de Schans. Ze is ook actief in de werkgroep rond videohometraining. Zowel gezinsbegeleiding en individuele begeleiding behoren tot haar takenpakket. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening.

Nancy Anthonissens:<
Nancy Anthonissens is afgestudeerd als gegradueerde in de orthopedagogie en psychotherapeute vanuit gestalt en psychosynthese. Ze is vanaf 1997 tewerkgesteld in de Schans. In het dagcentrum is zij verantwoordelijk voor de vorming en intervisie van het team. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening, samengestelde gezinnen, kinderontwikkeling en psychopathologie.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Spiegelbeeld. Begeleiding van kinderen met problemen – Handleiding voor begeleiders

 9,90
De handleiding en de twee werkboeken zijn geschreven voor begeleiders die met kinderen aan de slag willen gaan rondom zelfbeeld en/of echtscheiding. De werkboeken werden ontwikkeld vanuit de nood aan concrete middelen om tijdens een individuele begeleiding te werken rond deze thema''s. Vanuit de praktijkervaringen in het dagcentrum kon er op een adequate manier worden ingegaan op vragen die kinderen hebben tijdens hun ontwikkeling over deze onderwerpen. De werkboeken werden dus gaandeweg uitgeprobeerd en waar nodig aangepast.
De opbouw van de werkboeken bestaat uit middelen die ingaan op bepaalde thema''s die belangrijk zijn binnen de voornoemde probleemterreinen. In de werkboeken worden ideeën gegeven die gebruikt kunnen worden zoals beschreven staat. Maar bij ieder kind zullen er andere middelen nodig zijn om de werkboeken werkbaar te maken. Het is dus een knip- en plakboek waar er vanuit de begeleider zelf ook nieuwe ideeën zullen en kunnen komen. De handleiding biedt aan begeleiders een achtergrond bij de werkboeken en geeft een aantal alternatieve middelen als blijkt dat het vooropgestelde niet voldoende werkt.

Het gebruik van de werkboeken:
De twee werkboeken zijn op een gelijkvormige manier uitgewerkt. Vandaar dat ook het gebruik ervan éénvormig is. De werkboeken bestaan uit losse bladen die per hoofdstuk aan het kind worden gegeven en in een mapje gestoken. Aan het einde van de begeleiding wordt het boekje meegegeven indien het kind dit wenst. Er wordt voor ieder werkboekje een volgorde van hoofdstukken voorzien waarbij we ervan uit gaan te starten met de meest veilige subthema''s. Maar het spreekt voor zich dat in iedere specifieke situatie de volgorde van de hoofdstukjes kan worden aangepast.

Voor wie is het bestemd?
We gaan ervan uit dat de werkboeken gebruikt worden bij kinderen waar vanuit een grondige analyse gebleken is dat er nood is om rond één of meerdere thema''s individueel te werken.
Kinderen met een zwak zelfbeeld en een beperkt ik -besef komen in aanmerking voor het werken met het boek "een blik op mezelf".
Kinderen verweven in een echtscheidingsproblematiek hebben er vaak nood aan om hun gedachten en gevoelens over dit thema op een rijtje te kunnen zetten, hiervoor kan het Werkboek .''tussen samen en apart" een hulpmiddel zijn.
Zoals hierboven beschreven, werden de werkboeken vanuit een dagcentrumwerking binnen de bijzondere jeugdbijstand ontwikkeld. Dit betekent niet dat de werkboeken zich beperken tot het doelpubliek van een dagcentrum binnen deze sector. Andere hulpverleningsvormen die werken met kinderen waarbij zelfbeeld, weerbaarheid en echtscheiding veel voorkomende problemen zijn, kunnen even goed gebruik maken van de werkboeken.

Leeftijd:
Daar deze werkboeken ontwikkeld werden vanuit de praktijkervaringen van dagcentrum de Schans richten de werkboeken zich naar kinderen tussen 6 en 12 jaar. Kinderen die ouder zijn dan 12 jaar maar zich, wat ontwikkelingsniveau betreft, binnen voornoemde leeftijdscategorie bevinden, kunnen ook gebruik maken van deze werkboeken.

De twee werkboeken: een kort overzicht

WERKBOEK "EEN BLIK OP MEZELF":

In dit boekje is de opbouw van de hoofdstukjes belangrijk. Vanuit onze ervaringen komen we tot de conclusie dat er best gestart wordt met de minst bedreigende hoofdstukjes. Dit om het kind allereerst vertrouwd te maken met het middel en eventueel met de begeleider. De hoofdstukjes die dieper ingaan op de persoonlijkheid en de gevoelswereld van het kind kunnen dan later aan bod komen.

Er werd een opdeling in hoofdstukjes meegegeven die voorgaande redenering volgt, maar het spreekt voor zich dat iedere individuele situatie een persoonlijke indeling vergt.

De onderwerpen zijn zo gekozen dat verschillende deeldomeinen van de leefwereld van het kind aan bod kunnen komen. We gaan specifiek in op een aantalomgevingsaspecten:

Deze werkboeken zijn het resultaat van vele jaren werk. Ze hebben vorm gekregen doorheen het experimenteren en werken met verschillende werkmiddelen, door verschillende begeleiders en met verschillende kinderen. In die zin hebben alle vroegere en huidige dagcentrumwerkers een positieve bijdrage geleverd aan deze concretisatie.

De werkboeken zijn concreet uitgewerkt door de teamleden die op dit moment werkzaam zijn in de Schans. Zij hebben alle informatie verzameld en verwerkt en geconcretiseerd tot dit resultaat. Dit was geen sinecure en een werk van lange adem. Nieuwe ideeën en ervaringen dienden te worden opgenomen naast de vroegere werkmiddelen.

Volgende medewerkers hebben deze werkboeken uitgewerkt.

Eric Janssen:
Eric Janssen is afgestudeerd als maatschappelijk assistent in 1986 en medeoprichter van de dagcentra de Schans en de Schommel in Turnhout sinds 1989. Hij is tewerkgesteld als verantwoordelijke van beide dagcentra. In het dagcentrum staat hij onder meer in voor de formele ouderwerking (waarin oudercursussen over opvoedingsterreinen worden aangeboden), supervisie en ondersteuning in begeleidingen. Hij volgde verschillende modules van de voortgezette opleiding maatschappelijk assistent, korte specifieke vorming i.v.m. hulpverlening aan kinderen en ouders, en een specifieke vorming rond leiding geven.

Kuypers Martine:
Martine Kuypers studeerde in 1996 af als maatschappelijk assistent. Vanaf 1996 is ze werkzaam in de Schans. Binnen de werking is ze actief binnen de groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is verantwoordelijk voor de kinderparticipatie binnen de werking en had een belangrijk aandeel in de concrete uitwerking van de middelen in de werkboeken. Ze volgde specifieke vorming rond contextuele hulpverlening, ouderschap na echtscheiding, kinderontwikkeling en psychopathologie.

Schenck Lieve:
Lieve Schenck is van opleiding psychologe en sinds 1994 werkzaam in de Schans. Ze is als begeleidster actief in de verschillende pijlers: groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is binnen de werking van het dagcentrum verantwoordelijk voor de individuele begeleiding en zoekt regelmatig nieuwe werkmiddelen en materialen. Ze volgde bijscholing rond autisme, ADHD, kinderontwikkeling en psychopathologie. Zij geeft tevens assertiviteitstraining aan jongeren vanuit CAW de Kempen.

Tinne Van der Veken:
Tinne Van der Veken is afgestudeerd als maatschappelijk assistent. Ze werkt vanaf 1996 in de Schans. Sinds 2002 is ze ook werkzaam in de Schommel. Ze is verantwoordelijk voor het gezinskamp van beide dagcentra en de pijlers groepsbegeleiding en studiebegeleiding in de Schans. Ze is ook actief in de werkgroep rond videohometraining. Zowel gezinsbegeleiding en individuele begeleiding behoren tot haar takenpakket. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening.

Nancy Anthonissens:<
Nancy Anthonissens is afgestudeerd als gegradueerde in de orthopedagogie en psychotherapeute vanuit gestalt en psychosynthese. Ze is vanaf 1997 tewerkgesteld in de Schans. In het dagcentrum is zij verantwoordelijk voor de vorming en intervisie van het team. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening, samengestelde gezinnen, kinderontwikkeling en psychopathologie.

Placeholder Image
Quick View

Spiegelbeeld. Begeleiding van kinderen met problemen – Handleiding voor begeleiders

 9,90
De handleiding en de twee werkboeken zijn geschreven voor begeleiders die met kinderen aan de slag willen gaan rondom zelfbeeld en/of echtscheiding. De werkboeken werden ontwikkeld vanuit de nood aan concrete middelen om tijdens een individuele begeleiding te werken rond deze thema''s. Vanuit de praktijkervaringen in het dagcentrum kon er op een adequate manier worden ingegaan op vragen die kinderen hebben tijdens hun ontwikkeling over deze onderwerpen. De werkboeken werden dus gaandeweg uitgeprobeerd en waar nodig aangepast.
De opbouw van de werkboeken bestaat uit middelen die ingaan op bepaalde thema''s die belangrijk zijn binnen de voornoemde probleemterreinen. In de werkboeken worden ideeën gegeven die gebruikt kunnen worden zoals beschreven staat. Maar bij ieder kind zullen er andere middelen nodig zijn om de werkboeken werkbaar te maken. Het is dus een knip- en plakboek waar er vanuit de begeleider zelf ook nieuwe ideeën zullen en kunnen komen. De handleiding biedt aan begeleiders een achtergrond bij de werkboeken en geeft een aantal alternatieve middelen als blijkt dat het vooropgestelde niet voldoende werkt.

Het gebruik van de werkboeken:
De twee werkboeken zijn op een gelijkvormige manier uitgewerkt. Vandaar dat ook het gebruik ervan éénvormig is. De werkboeken bestaan uit losse bladen die per hoofdstuk aan het kind worden gegeven en in een mapje gestoken. Aan het einde van de begeleiding wordt het boekje meegegeven indien het kind dit wenst. Er wordt voor ieder werkboekje een volgorde van hoofdstukken voorzien waarbij we ervan uit gaan te starten met de meest veilige subthema''s. Maar het spreekt voor zich dat in iedere specifieke situatie de volgorde van de hoofdstukjes kan worden aangepast.

Voor wie is het bestemd?
We gaan ervan uit dat de werkboeken gebruikt worden bij kinderen waar vanuit een grondige analyse gebleken is dat er nood is om rond één of meerdere thema''s individueel te werken.
Kinderen met een zwak zelfbeeld en een beperkt ik -besef komen in aanmerking voor het werken met het boek "een blik op mezelf".
Kinderen verweven in een echtscheidingsproblematiek hebben er vaak nood aan om hun gedachten en gevoelens over dit thema op een rijtje te kunnen zetten, hiervoor kan het Werkboek .''tussen samen en apart" een hulpmiddel zijn.
Zoals hierboven beschreven, werden de werkboeken vanuit een dagcentrumwerking binnen de bijzondere jeugdbijstand ontwikkeld. Dit betekent niet dat de werkboeken zich beperken tot het doelpubliek van een dagcentrum binnen deze sector. Andere hulpverleningsvormen die werken met kinderen waarbij zelfbeeld, weerbaarheid en echtscheiding veel voorkomende problemen zijn, kunnen even goed gebruik maken van de werkboeken.

Leeftijd:
Daar deze werkboeken ontwikkeld werden vanuit de praktijkervaringen van dagcentrum de Schans richten de werkboeken zich naar kinderen tussen 6 en 12 jaar. Kinderen die ouder zijn dan 12 jaar maar zich, wat ontwikkelingsniveau betreft, binnen voornoemde leeftijdscategorie bevinden, kunnen ook gebruik maken van deze werkboeken.

De twee werkboeken: een kort overzicht

WERKBOEK "EEN BLIK OP MEZELF":

In dit boekje is de opbouw van de hoofdstukjes belangrijk. Vanuit onze ervaringen komen we tot de conclusie dat er best gestart wordt met de minst bedreigende hoofdstukjes. Dit om het kind allereerst vertrouwd te maken met het middel en eventueel met de begeleider. De hoofdstukjes die dieper ingaan op de persoonlijkheid en de gevoelswereld van het kind kunnen dan later aan bod komen.

Er werd een opdeling in hoofdstukjes meegegeven die voorgaande redenering volgt, maar het spreekt voor zich dat iedere individuele situatie een persoonlijke indeling vergt.

De onderwerpen zijn zo gekozen dat verschillende deeldomeinen van de leefwereld van het kind aan bod kunnen komen. We gaan specifiek in op een aantalomgevingsaspecten:

Deze werkboeken zijn het resultaat van vele jaren werk. Ze hebben vorm gekregen doorheen het experimenteren en werken met verschillende werkmiddelen, door verschillende begeleiders en met verschillende kinderen. In die zin hebben alle vroegere en huidige dagcentrumwerkers een positieve bijdrage geleverd aan deze concretisatie.

De werkboeken zijn concreet uitgewerkt door de teamleden die op dit moment werkzaam zijn in de Schans. Zij hebben alle informatie verzameld en verwerkt en geconcretiseerd tot dit resultaat. Dit was geen sinecure en een werk van lange adem. Nieuwe ideeën en ervaringen dienden te worden opgenomen naast de vroegere werkmiddelen.

Volgende medewerkers hebben deze werkboeken uitgewerkt.

Eric Janssen:
Eric Janssen is afgestudeerd als maatschappelijk assistent in 1986 en medeoprichter van de dagcentra de Schans en de Schommel in Turnhout sinds 1989. Hij is tewerkgesteld als verantwoordelijke van beide dagcentra. In het dagcentrum staat hij onder meer in voor de formele ouderwerking (waarin oudercursussen over opvoedingsterreinen worden aangeboden), supervisie en ondersteuning in begeleidingen. Hij volgde verschillende modules van de voortgezette opleiding maatschappelijk assistent, korte specifieke vorming i.v.m. hulpverlening aan kinderen en ouders, en een specifieke vorming rond leiding geven.

Kuypers Martine:
Martine Kuypers studeerde in 1996 af als maatschappelijk assistent. Vanaf 1996 is ze werkzaam in de Schans. Binnen de werking is ze actief binnen de groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is verantwoordelijk voor de kinderparticipatie binnen de werking en had een belangrijk aandeel in de concrete uitwerking van de middelen in de werkboeken. Ze volgde specifieke vorming rond contextuele hulpverlening, ouderschap na echtscheiding, kinderontwikkeling en psychopathologie.

Schenck Lieve:
Lieve Schenck is van opleiding psychologe en sinds 1994 werkzaam in de Schans. Ze is als begeleidster actief in de verschillende pijlers: groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is binnen de werking van het dagcentrum verantwoordelijk voor de individuele begeleiding en zoekt regelmatig nieuwe werkmiddelen en materialen. Ze volgde bijscholing rond autisme, ADHD, kinderontwikkeling en psychopathologie. Zij geeft tevens assertiviteitstraining aan jongeren vanuit CAW de Kempen.

Tinne Van der Veken:
Tinne Van der Veken is afgestudeerd als maatschappelijk assistent. Ze werkt vanaf 1996 in de Schans. Sinds 2002 is ze ook werkzaam in de Schommel. Ze is verantwoordelijk voor het gezinskamp van beide dagcentra en de pijlers groepsbegeleiding en studiebegeleiding in de Schans. Ze is ook actief in de werkgroep rond videohometraining. Zowel gezinsbegeleiding en individuele begeleiding behoren tot haar takenpakket. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening.

Nancy Anthonissens:<
Nancy Anthonissens is afgestudeerd als gegradueerde in de orthopedagogie en psychotherapeute vanuit gestalt en psychosynthese. Ze is vanaf 1997 tewerkgesteld in de Schans. In het dagcentrum is zij verantwoordelijk voor de vorming en intervisie van het team. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening, samengestelde gezinnen, kinderontwikkeling en psychopathologie.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Kwaliteitsontwikkeling in het onderwijs

 25,90
Kwaliteit is ook in het onderwijs een modieus thema geworden. Toch blijven vele vragen onbeantwoord, tegenstellingen niet opgelost en blijkt het vooral geen sinecure te zijn om alle neuzen in dezelfde richting te laten wijzen. Er is nog werk aan de winkel. Meer dan in andere sectoren schijnen onderwijs-mensen vaak erg kritisch te staan tegenover de actuele benadering van kwaliteit.

Dit boek plaatst de kwaliteitshype in een bredere maatschappelijke context. Ook wil het de traditionele visie op kwaliteit en kwaliteitszorg verbreden tot een visie en benadering die compatibel is met en ondersteunend voor de eigen opdracht van het onderwijs. Tegelijk reikt het methodieken en instrumenten aan die onderwijsorganisaties helpen bij permanente kwaliteitsontwikkeling en kwaliteitszorg.
Zowel het basisonderwijs als het secundair en het hoger onderwijs komen hierbij aan bod. Een eerste doelgroep vormen de verschillende actoren in het onderwijs zelf: directieleden, docenten en ook studenten. Een tweede doelgroep zijn de externe belanghebbenden: schoolbestuur, inspectie, overheid,... Een derde groep bestaat uit alle organisaties die samenwerking met het onderwijs aangaan.

Guido Cuyvers is verbonden aan de Katholieke Hogeschool der Kempen in Geel en aan de K.U.Leuven.

Quick View

Kwaliteitsontwikkeling in het onderwijs

 25,90
Kwaliteit is ook in het onderwijs een modieus thema geworden. Toch blijven vele vragen onbeantwoord, tegenstellingen niet opgelost en blijkt het vooral geen sinecure te zijn om alle neuzen in dezelfde richting te laten wijzen. Er is nog werk aan de winkel. Meer dan in andere sectoren schijnen onderwijs-mensen vaak erg kritisch te staan tegenover de actuele benadering van kwaliteit.

Dit boek plaatst de kwaliteitshype in een bredere maatschappelijke context. Ook wil het de traditionele visie op kwaliteit en kwaliteitszorg verbreden tot een visie en benadering die compatibel is met en ondersteunend voor de eigen opdracht van het onderwijs. Tegelijk reikt het methodieken en instrumenten aan die onderwijsorganisaties helpen bij permanente kwaliteitsontwikkeling en kwaliteitszorg.
Zowel het basisonderwijs als het secundair en het hoger onderwijs komen hierbij aan bod. Een eerste doelgroep vormen de verschillende actoren in het onderwijs zelf: directieleden, docenten en ook studenten. Een tweede doelgroep zijn de externe belanghebbenden: schoolbestuur, inspectie, overheid,... Een derde groep bestaat uit alle organisaties die samenwerking met het onderwijs aangaan.

Guido Cuyvers is verbonden aan de Katholieke Hogeschool der Kempen in Geel en aan de K.U.Leuven.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Studeren met dyslexie

 19,50

Dyslexie is bij vele studenten de oorzaak van onnodige studievertraging en studie-uitval. Drie tot vijf procent van de studentenpopulatie heeft dyslexie.

Het boek verschaft informatie over kritische momenten tijdens de studie, signalering door docenten en mentoren, regelingen en voorzieningen. Via een inventarisatielijst studieproblemen en een checklist meervoudige intelligentie kunnen zwakke en sterke punten in kaart worden gebracht. Daarna biedt het boek direct ondersteunende tips voor de oplossing van de studieproblemen. Daarbij wijst het ook op de mogelijkheden met computerprogramma’s. Een laatste deel behandelt de steeds terugkerende discussiepunten rond dyslexie in het onderwijs en geeft suggesties voor de aanpak binnen onderwijsinstellingen.

Deze uitgave is in de eerste plaats geschreven voor studenten met dyslexie. Uiteraard is het boek evenzeer van belang voor hun docenten, mentoren, begeleiders enz. Maar ook leerlingbegeleiders in het voortgezet onderwijs vinden hier meteen toepasbare informatie.

Placeholder Image
Quick View

Studeren met dyslexie

 19,50

Dyslexie is bij vele studenten de oorzaak van onnodige studievertraging en studie-uitval. Drie tot vijf procent van de studentenpopulatie heeft dyslexie.

Het boek verschaft informatie over kritische momenten tijdens de studie, signalering door docenten en mentoren, regelingen en voorzieningen. Via een inventarisatielijst studieproblemen en een checklist meervoudige intelligentie kunnen zwakke en sterke punten in kaart worden gebracht. Daarna biedt het boek direct ondersteunende tips voor de oplossing van de studieproblemen. Daarbij wijst het ook op de mogelijkheden met computerprogramma’s. Een laatste deel behandelt de steeds terugkerende discussiepunten rond dyslexie in het onderwijs en geeft suggesties voor de aanpak binnen onderwijsinstellingen.

Deze uitgave is in de eerste plaats geschreven voor studenten met dyslexie. Uiteraard is het boek evenzeer van belang voor hun docenten, mentoren, begeleiders enz. Maar ook leerlingbegeleiders in het voortgezet onderwijs vinden hier meteen toepasbare informatie.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Turkije: Springstof voor de Europese Unie

 23,70
Uit Turkije komen heel wat berichten over tal van problemen. De strijd tegen de Koerden, de opkomst van de fundamentalisten, de hoge werkloosheid en inflatie, er lijkt wel geen einde aan te komen. De vraag die op de lippen van velen brandt, is of het land aan de Bosporus wel klaar is om lid te worden van de Europese Unie. Gaan we al die problemen niet importeren? Hoe kleurt 11 september af op onze relatie met een kandidaat-lidstaat waarvan het merendeel van de bevolking zich tot de islam bekent? De auteurs, academici en journalisten uit België, Nederland, Duitsland en Turkije, formuleren een antwoord op de vele prangende vragen. De meest uiteenlopende aspecten van Turkije komen hierbij aan bod: het nationaliteitenvraagstuk, de rol van de godsdienst, van het leger, van organisaties voor de mensenrechten, de buitenlandse politiek en het economisch beleid. En wat stelt de ‘Turkestrojka’ voor? Het gesprek over Turkije kan in elk geval niet worden gereduceerd tot de Koerdische kwestie.

Dirk Rochtus en Gerrit De Vylder doceren aan de Lessius Hogeschool in Antwerpen. Veli Yüksel is journalist bij de VRT.

Quick View

Turkije: Springstof voor de Europese Unie

 23,70
Uit Turkije komen heel wat berichten over tal van problemen. De strijd tegen de Koerden, de opkomst van de fundamentalisten, de hoge werkloosheid en inflatie, er lijkt wel geen einde aan te komen. De vraag die op de lippen van velen brandt, is of het land aan de Bosporus wel klaar is om lid te worden van de Europese Unie. Gaan we al die problemen niet importeren? Hoe kleurt 11 september af op onze relatie met een kandidaat-lidstaat waarvan het merendeel van de bevolking zich tot de islam bekent? De auteurs, academici en journalisten uit België, Nederland, Duitsland en Turkije, formuleren een antwoord op de vele prangende vragen. De meest uiteenlopende aspecten van Turkije komen hierbij aan bod: het nationaliteitenvraagstuk, de rol van de godsdienst, van het leger, van organisaties voor de mensenrechten, de buitenlandse politiek en het economisch beleid. En wat stelt de ‘Turkestrojka’ voor? Het gesprek over Turkije kan in elk geval niet worden gereduceerd tot de Koerdische kwestie.

Dirk Rochtus en Gerrit De Vylder doceren aan de Lessius Hogeschool in Antwerpen. Veli Yüksel is journalist bij de VRT.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Multimodaal vervoer. Zoektocht naar de synergie tussen de modi

 25,60
Het goederenvervoer over de weg is de jongste jaren sterk gestegen. Het Europese wegennet slibt vol. Zowel beleidsmakers als verladers en vervoerders moeten adequate oplossingen zoeken. Het stimuleren van multimodaal vervoer is daarbij een belangrijke denkpiste. Multimodaal vervoer verschilt van intermodaal of gecombineerd vervoer. Het is vervoer met meerdere modaliteiten (modi) en waarbij niet noodzakelijk van een en dezelfde laadeenheid gebruik wordt gemaakt. Het succes hangt dan ook af van de synergie tussen de modi.
Naast de begripsbepaling en het juridisch kader komen essentiële (bedrijfs)economische, ruimtelijke en logisitieke aspecten van het multimodaal vervoer aan bod. Daarnaast geven de verschillende partners - weg, spoor, water, short sea shipping - hun kijk op de diverse problemen, met oog voor mogelijkheden en beperkingen.
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View

Multimodaal vervoer. Zoektocht naar de synergie tussen de modi

 25,60
Het goederenvervoer over de weg is de jongste jaren sterk gestegen. Het Europese wegennet slibt vol. Zowel beleidsmakers als verladers en vervoerders moeten adequate oplossingen zoeken. Het stimuleren van multimodaal vervoer is daarbij een belangrijke denkpiste. Multimodaal vervoer verschilt van intermodaal of gecombineerd vervoer. Het is vervoer met meerdere modaliteiten (modi) en waarbij niet noodzakelijk van een en dezelfde laadeenheid gebruik wordt gemaakt. Het succes hangt dan ook af van de synergie tussen de modi.
Naast de begripsbepaling en het juridisch kader komen essentiële (bedrijfs)economische, ruimtelijke en logisitieke aspecten van het multimodaal vervoer aan bod. Daarnaast geven de verschillende partners - weg, spoor, water, short sea shipping - hun kijk op de diverse problemen, met oog voor mogelijkheden en beperkingen.
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De moeilijke klas (Cahiers Speciale onderwijszorg, nr. 4)

 13,30
Elke leraar heeft in zijn of haar loopbaan wel eens een klas gehad waar geen greep op was te krijgen. Omdat er enkele ‘kartrekkers’ in zaten die steeds weer op het juiste moment de zaak wisten te verzieken. Nog niet lang gelden kon je daar ook niet zo goed met je collega’s over praten. Zoiets probeerde je zelf uit te zoeken. Want als je zei dat je ze niet aankon, ging je ‘af’. Maar tegenwoordig bieden collegiale consultatie, functioneringsgesprekken, losse babbels onder elkaar de gelegenheid om lucht te geven aan de dagelijkse beslommeringen.

Dit boek kijkt vanuit verschillende optieken naar het verschijnsel ‘moeilijke klas’. Gedragsproblematiek speelt in alle scholen en vormt voor vele leraren een lastige opgave. Of de oorzaak van de moeilijke klas bij de leerling of bij de leerkracht ligt, is een waarderingskeuze, die niet altijd even eenvoudig is. Er speelt immers een complex van factoren mee. Het boek beschrijft diverse mogelijkheden om ze te leren herkennen en vervolgens te erkennen. De auteurs schetsen enerzijds de ernst van de situatie, maar proberen ook de scherpe kanten van de nijpende zaak te vijlen.

Wellicht moet de moeilijke klas niet zo zeer worden gezien als een bittere beker die tot op de bodem moet worden geledigd, maar als een uitdaging.

De Cahiers Speciale Onderwijszorg zijn een initiatief van Fontys Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg en Windesheim Opleidingen Speciale Onderwijszorg.


Reeks Cahiers Speciale Onderwijszorg:
Quick View

De moeilijke klas (Cahiers Speciale onderwijszorg, nr. 4)

 13,30
Elke leraar heeft in zijn of haar loopbaan wel eens een klas gehad waar geen greep op was te krijgen. Omdat er enkele ‘kartrekkers’ in zaten die steeds weer op het juiste moment de zaak wisten te verzieken. Nog niet lang gelden kon je daar ook niet zo goed met je collega’s over praten. Zoiets probeerde je zelf uit te zoeken. Want als je zei dat je ze niet aankon, ging je ‘af’. Maar tegenwoordig bieden collegiale consultatie, functioneringsgesprekken, losse babbels onder elkaar de gelegenheid om lucht te geven aan de dagelijkse beslommeringen.

Dit boek kijkt vanuit verschillende optieken naar het verschijnsel ‘moeilijke klas’. Gedragsproblematiek speelt in alle scholen en vormt voor vele leraren een lastige opgave. Of de oorzaak van de moeilijke klas bij de leerling of bij de leerkracht ligt, is een waarderingskeuze, die niet altijd even eenvoudig is. Er speelt immers een complex van factoren mee. Het boek beschrijft diverse mogelijkheden om ze te leren herkennen en vervolgens te erkennen. De auteurs schetsen enerzijds de ernst van de situatie, maar proberen ook de scherpe kanten van de nijpende zaak te vijlen.

Wellicht moet de moeilijke klas niet zo zeer worden gezien als een bittere beker die tot op de bodem moet worden geledigd, maar als een uitdaging.

De Cahiers Speciale Onderwijszorg zijn een initiatief van Fontys Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg en Windesheim Opleidingen Speciale Onderwijszorg.


Reeks Cahiers Speciale Onderwijszorg:
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

La pensée et le muscle. Manuel de l’usager

 32,00
Dans une école où l’auteur était professeur, une élève a remarqué : « Ah, je vois, Dieu a fait du bon travail quand il nous a créé, mais il a oublié de nous laisser le mode d’emploi. » Voici donc, enfin, ce manuel qui nous manquait. Ecrit dans un langage abordable, il nous donne les éléments indispensables concernants les principes qui constituent les véritables bases d’un bon fonctionnement de l’organisme humain.

Tous ces éléments, qu’Elizabeth Langford nous explique ici avec simplicité et clarté, sont connus depuis de nombreuses années, et sont considérés comme allant de soi par les vrais experts dans ce domaine. Cependant, ils sont habituellement formulés dans le langage technique des revues spécialisées, ou sont dispersés dans des ouvrages de référence peu commodes, et sont donc difficilement accessibles pour le grand public. La pensée et le muscle nous rend un service inestimable en les mettant à notre portée.

Progressivement, le lecteur découvre la réalité pratique de ces informations, et commence à faire l’expérience de leurs bienfaits. Ce livre sera précieux pour celui dont le premier outil de travail est son corps – qu’il soit sportif, musicien, danseur, dentiste ou menuisier – et qui cherche ) améliorer ses performances ou à réduire les tensions et le stress ; pour des personnes en convalescence ou qui se battent avec un handicap ; pour ceux qui souffrent de ce problème de plus en plus répandu qu’est le mal de dos ; pour tous ceux, enfin, qui ont vraiment envie de redécouvrir un sens du bien-être.
Placeholder Image
Quick View

La pensée et le muscle. Manuel de l’usager

 32,00
Dans une école où l’auteur était professeur, une élève a remarqué : « Ah, je vois, Dieu a fait du bon travail quand il nous a créé, mais il a oublié de nous laisser le mode d’emploi. » Voici donc, enfin, ce manuel qui nous manquait. Ecrit dans un langage abordable, il nous donne les éléments indispensables concernants les principes qui constituent les véritables bases d’un bon fonctionnement de l’organisme humain.

Tous ces éléments, qu’Elizabeth Langford nous explique ici avec simplicité et clarté, sont connus depuis de nombreuses années, et sont considérés comme allant de soi par les vrais experts dans ce domaine. Cependant, ils sont habituellement formulés dans le langage technique des revues spécialisées, ou sont dispersés dans des ouvrages de référence peu commodes, et sont donc difficilement accessibles pour le grand public. La pensée et le muscle nous rend un service inestimable en les mettant à notre portée.

Progressivement, le lecteur découvre la réalité pratique de ces informations, et commence à faire l’expérience de leurs bienfaits. Ce livre sera précieux pour celui dont le premier outil de travail est son corps – qu’il soit sportif, musicien, danseur, dentiste ou menuisier – et qui cherche ) améliorer ses performances ou à réduire les tensions et le stress ; pour des personnes en convalescence ou qui se battent avec un handicap ; pour ceux qui souffrent de ce problème de plus en plus répandu qu’est le mal de dos ; pour tous ceux, enfin, qui ont vraiment envie de redécouvrir un sens du bien-être.
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Het Aspergersyndroom. Autisme in het regulier en speciaal onderwijs. Praktische gids voor leerkrachten en begeleiders (Fontys-OSO-Reeks, nr. 4)Het Aspergersyndroom. Autisme in het regulier en speciaal onderwijs. Praktische gids voor leerkrachten en begeleiders (Fontys-OSO-Reeks, nr. 4)
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Het Aspergersyndroom. Autisme in het regulier en speciaal onderwijs. Praktische gids voor leerkrachten en begeleiders (Fontys-OSO-Reeks, nr. 4)

 11,40
De inhoud van dit boek sluit nauw aan bij de opleidingsfilosofie van het Opleidingscentrum Autisme en Fontys OSO. Die luidt als volgt: De meeste probleemgedragingen en emotionele problemen moeten worden gezien als symptomen. We moeten proberen om het autistische denken te begrijpen en de wereld waar te nemen en te ervaren zoals mensen met autisme dat doen. Op die manier proberen we inzicht te krijgen in de oorzaken van hun moeilijkheden. De opleidingen die we uitwerken voor professionals en voor ouders, zijn gebaseerd op deze theorie van begrijpen en preventie. Dit wordt meestal de ijsbergtheorie genoemd.
Het boek illustreert deze ijsbergtheorie vanuit typische symptomen uit de feitelijke toppen van de ijsberg: sociale interactie, communicatie, gebrek aan flexibiliteit in het denken, sensoriële en motorische moeilijkheden, emotionele moeilijkheden, werkvaardigheden en werkgedrag.
Daarom volgen korte oefeningen in autistisch denken als een poging om de oorzaken, en meteen de betekenis van deze symptomen, te begrijpen. Zich verplaatsen in de denk- en belevingswereld van iemand met autisme en ‘van binnenuit’ proberen te handelen kan helpen bij het voorkomen van problemen.
Dit klinkt eenvoudig, maar het is dat niet. Het is nu eenmaal niet gemakkelijk om in die ‘andere wereld’ binnen te stappen. Toch hebben kinderen met autisme leerkrachten en begeleiders nodig met een sterk inlevingsvermogen.

Deze publicatie is een onder redactie van Theo Peeters (Opleidingscentrum Autisme, Antwerpen) en Gery Quak (Fontys OSO, Tilburg) naar het Nederlands bewerkte versie van ‘Asperger syndrome - Practical strategies for the classroom’, een uitgave van The National Autistic Society (Leicester).

Het Aspergersyndroom. Autisme in het regulier en speciaal onderwijs. Praktische gids voor leerkrachten en begeleiders (Fontys-OSO-Reeks, nr. 4)Het Aspergersyndroom. Autisme in het regulier en speciaal onderwijs. Praktische gids voor leerkrachten en begeleiders (Fontys-OSO-Reeks, nr. 4)
Quick View

Het Aspergersyndroom. Autisme in het regulier en speciaal onderwijs. Praktische gids voor leerkrachten en begeleiders (Fontys-OSO-Reeks, nr. 4)

 11,40
De inhoud van dit boek sluit nauw aan bij de opleidingsfilosofie van het Opleidingscentrum Autisme en Fontys OSO. Die luidt als volgt: De meeste probleemgedragingen en emotionele problemen moeten worden gezien als symptomen. We moeten proberen om het autistische denken te begrijpen en de wereld waar te nemen en te ervaren zoals mensen met autisme dat doen. Op die manier proberen we inzicht te krijgen in de oorzaken van hun moeilijkheden. De opleidingen die we uitwerken voor professionals en voor ouders, zijn gebaseerd op deze theorie van begrijpen en preventie. Dit wordt meestal de ijsbergtheorie genoemd.
Het boek illustreert deze ijsbergtheorie vanuit typische symptomen uit de feitelijke toppen van de ijsberg: sociale interactie, communicatie, gebrek aan flexibiliteit in het denken, sensoriële en motorische moeilijkheden, emotionele moeilijkheden, werkvaardigheden en werkgedrag.
Daarom volgen korte oefeningen in autistisch denken als een poging om de oorzaken, en meteen de betekenis van deze symptomen, te begrijpen. Zich verplaatsen in de denk- en belevingswereld van iemand met autisme en ‘van binnenuit’ proberen te handelen kan helpen bij het voorkomen van problemen.
Dit klinkt eenvoudig, maar het is dat niet. Het is nu eenmaal niet gemakkelijk om in die ‘andere wereld’ binnen te stappen. Toch hebben kinderen met autisme leerkrachten en begeleiders nodig met een sterk inlevingsvermogen.

Deze publicatie is een onder redactie van Theo Peeters (Opleidingscentrum Autisme, Antwerpen) en Gery Quak (Fontys OSO, Tilburg) naar het Nederlands bewerkte versie van ‘Asperger syndrome - Practical strategies for the classroom’, een uitgave van The National Autistic Society (Leicester).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Speciale onderwijszorg in het voortgezet onderwijs – 2 (Cahiers Speciale Onderwijszorg, nr. 3)

 11,00
Scholen verbeteren hun leerlingenzorg voortdurend. Ze kijken hoe de leerlingenzorg functioneert, bepalen noodzakelijke verbeteringen en voeren die door. De betekenis van intervisie op scholen en de wijze waarop de opleiding tot ‘gespecialiseerd docent BVE’ vorm krijgt, zijn hier voorbeelden van. Daarnaast komt ook de inhoudelijke kant van de speciale onderwijszorg aan de orde.
Het boek schetst problemen, maar brengt ook de mogelijkheden van speciale onderwijszorg in beeld. Het ondersteunt docenten bij hun zoektocht en proces van reflectie om optimaal met zorgleerlingen om te gaan.

Deze publicatie is een initiatief van Fontys Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg in Tilburg en Windesheim Opleidingen Speciale Onderwijszorg in Zwolle.


Reeks Cahiers Speciale Onderwijszorg:
Geen voorraad
Quick View

Speciale onderwijszorg in het voortgezet onderwijs – 2 (Cahiers Speciale Onderwijszorg, nr. 3)

 11,00
Scholen verbeteren hun leerlingenzorg voortdurend. Ze kijken hoe de leerlingenzorg functioneert, bepalen noodzakelijke verbeteringen en voeren die door. De betekenis van intervisie op scholen en de wijze waarop de opleiding tot ‘gespecialiseerd docent BVE’ vorm krijgt, zijn hier voorbeelden van. Daarnaast komt ook de inhoudelijke kant van de speciale onderwijszorg aan de orde.
Het boek schetst problemen, maar brengt ook de mogelijkheden van speciale onderwijszorg in beeld. Het ondersteunt docenten bij hun zoektocht en proces van reflectie om optimaal met zorgleerlingen om te gaan.

Deze publicatie is een initiatief van Fontys Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg in Tilburg en Windesheim Opleidingen Speciale Onderwijszorg in Zwolle.


Reeks Cahiers Speciale Onderwijszorg:
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

La convención sobre los derechos del niño. Trasfondo, motivos, estrategias, temas principales

 20,00
La adopción y entrada en vigor de la Convención de los Derechos del Nino representa un hito importante en la historia. La Convención es el resultado de muchos anos de arduos esfuerzos para mejorar la situación del nino en la sociedad. También es el punto de partida para el desarrollo de una nueva actitud hacia los ninos.

Obviamente, lograr que los derechos de los ninos formen parte del derecho positivo no da por concluido el asunto. De hecho, no existe una clara conexión entre la normativa social y legal (es decir, entre la ley y las ciencias de la educación). Las ciencias de la educación, que nos ensenan cómo tratar a los ninos, tienen mucho que ver con los derechos humanos y con los de los ninos. Por ello, la relación entre la educación y el proyecto de los derechos humanos, especialmente el proyecto de los derechos de los ninos, es el tema central de este libro.

El autor presenta una visión clara de los derechos de los ninos y de su trasfondo. Por lo tanto, este libro es idóneo para fines educativos y para aquéllos que pretendan ver más allá "de las normas".

Eugeen Verhellen es catedrático de la Facultad de Psicología y Ciencias de la Educación y de la Facultad de Derecho de la Universidad de Gante en Bélgica.
Asimismo, es director del Children's Rights Centre (Centro sobre los Derechos de los Ninos y Ninas), en la Universidad de Gante.

Placeholder Image
Quick View

La convención sobre los derechos del niño. Trasfondo, motivos, estrategias, temas principales

 20,00
La adopción y entrada en vigor de la Convención de los Derechos del Nino representa un hito importante en la historia. La Convención es el resultado de muchos anos de arduos esfuerzos para mejorar la situación del nino en la sociedad. También es el punto de partida para el desarrollo de una nueva actitud hacia los ninos.

Obviamente, lograr que los derechos de los ninos formen parte del derecho positivo no da por concluido el asunto. De hecho, no existe una clara conexión entre la normativa social y legal (es decir, entre la ley y las ciencias de la educación). Las ciencias de la educación, que nos ensenan cómo tratar a los ninos, tienen mucho que ver con los derechos humanos y con los de los ninos. Por ello, la relación entre la educación y el proyecto de los derechos humanos, especialmente el proyecto de los derechos de los ninos, es el tema central de este libro.

El autor presenta una visión clara de los derechos de los ninos y de su trasfondo. Por lo tanto, este libro es idóneo para fines educativos y para aquéllos que pretendan ver más allá "de las normas".

Eugeen Verhellen es catedrático de la Facultad de Psicología y Ciencias de la Educación y de la Facultad de Derecho de la Universidad de Gante en Bélgica.
Asimismo, es director del Children's Rights Centre (Centro sobre los Derechos de los Ninos y Ninas), en la Universidad de Gante.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Radiotherapie

 11,40
Deze uitgave is bestemd voor iedereen die een bestralingsbehandeling gaat krijgen, ermee bezig is of ze al achter de rug heeft. En voor iedereen die een familielid of vriend wil bijstaan die wordt bestraald. De auteur legt rechtuit en duidelijk uit wat er allemaal komt kijken bij een bestraling, van het eerste bezoek aan de dokter tot eventuele nevenwerkingen na de bestraling. Een woordenlijst met verklaringen licht alle begrippen toe. Ook zijn Vlaamse en Nederlandse adressen voor hulpverlening opgenomen. In deze tweede, herziene en vermeerderde uitgave zijn nieuwe vragen van patiënten verwerkt en werd de meest recente informatie toegevoegd.

Nico Jansen is radiotherapeut. Tweede, herziene uitgave

Geen voorraad
Quick View

Radiotherapie

 11,40
Deze uitgave is bestemd voor iedereen die een bestralingsbehandeling gaat krijgen, ermee bezig is of ze al achter de rug heeft. En voor iedereen die een familielid of vriend wil bijstaan die wordt bestraald. De auteur legt rechtuit en duidelijk uit wat er allemaal komt kijken bij een bestraling, van het eerste bezoek aan de dokter tot eventuele nevenwerkingen na de bestraling. Een woordenlijst met verklaringen licht alle begrippen toe. Ook zijn Vlaamse en Nederlandse adressen voor hulpverlening opgenomen. In deze tweede, herziene en vermeerderde uitgave zijn nieuwe vragen van patiënten verwerkt en werd de meest recente informatie toegevoegd.

Nico Jansen is radiotherapeut. Tweede, herziene uitgave

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Interventie bij beginnende leesproblemen. Evaluatie van het ELLO-project (Studies over Taalonderwijs, nr. 4)

 16,90
Ernstige lees- en spellingachterstanden kunnen worden voorkomen, dan wel teruggedrongen door leesen spellingproblemen in een zo vroeg mogelijk stadium van het taal/leesonderwijs te onderkennen en te behandelen. In de kleuterperiode kunnen problemen met de fonologische verwerking reeds worden gesignaleerd. Maar pas in groep drie/eerste leerjaar kan worden vastgesteld in hoeverre er sprake is van problemen in het leesen spellingproces zelf. Door middel van (al dan niet methodegebonden) toetsen kunnen de vorderingen van kinderen in dit proces nauwkeurig worden gevolgd. Kinderen die problemen ervaren met het lezen en spellen, weten die problemen vaak nog te maskeren door compensatiestrategieën te hanteren. Deze uitgave rapporteert over de resultaten van het Effectief Leren Lezen Ondersteuningsprogramma -ELLO. Dit programma biedt mogelijkheden om leesproblemen in een vroeg stadium terug te dringen.

Ludo Verhoeven is hoogleraar aan de K. U. Nijmegen, Afdeling Orthopedagogiek van Leren en Ontwikkeling. Hij is ook directeur van het Expertisecentrum Nederlands. Helga van de Ven is verbonden aan dezelfde Afdeling Orthopedagogiek van Leren en Ontwikkeling. Studies over taalonderwijs, n1: 3

Geen voorraad
Quick View

Interventie bij beginnende leesproblemen. Evaluatie van het ELLO-project (Studies over Taalonderwijs, nr. 4)

 16,90
Ernstige lees- en spellingachterstanden kunnen worden voorkomen, dan wel teruggedrongen door leesen spellingproblemen in een zo vroeg mogelijk stadium van het taal/leesonderwijs te onderkennen en te behandelen. In de kleuterperiode kunnen problemen met de fonologische verwerking reeds worden gesignaleerd. Maar pas in groep drie/eerste leerjaar kan worden vastgesteld in hoeverre er sprake is van problemen in het leesen spellingproces zelf. Door middel van (al dan niet methodegebonden) toetsen kunnen de vorderingen van kinderen in dit proces nauwkeurig worden gevolgd. Kinderen die problemen ervaren met het lezen en spellen, weten die problemen vaak nog te maskeren door compensatiestrategieën te hanteren. Deze uitgave rapporteert over de resultaten van het Effectief Leren Lezen Ondersteuningsprogramma -ELLO. Dit programma biedt mogelijkheden om leesproblemen in een vroeg stadium terug te dringen.

Ludo Verhoeven is hoogleraar aan de K. U. Nijmegen, Afdeling Orthopedagogiek van Leren en Ontwikkeling. Hij is ook directeur van het Expertisecentrum Nederlands. Helga van de Ven is verbonden aan dezelfde Afdeling Orthopedagogiek van Leren en Ontwikkeling. Studies over taalonderwijs, n1: 3

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Kleinschalig wonen voor dementerende personen in Vlaanderen

 10,90
Aangepast wonen voor dementerenden staat sterk in de belangstelling. Geïnteresseerden en initiatiefnemers hebben hierover nog vele vragen en zoeken naar praktische oplossingen. Daarom is het nodig expertise samen te brengen en reeds opgedane ervaringen uit te wisselen. Deze publicatie kwam tot stand dank zij de inbreng van velen uit het beleid en het werkveld. Ze is bestemd voor iedereen die bij deze problematiek is betrokken, vanuit instellingen en/ofbeleid. De bedoeling is te stimuleren tot verdere kennisuitwisseling en tot het opzetten van nader onderzoek.
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View

Kleinschalig wonen voor dementerende personen in Vlaanderen

 10,90
Aangepast wonen voor dementerenden staat sterk in de belangstelling. Geïnteresseerden en initiatiefnemers hebben hierover nog vele vragen en zoeken naar praktische oplossingen. Daarom is het nodig expertise samen te brengen en reeds opgedane ervaringen uit te wisselen. Deze publicatie kwam tot stand dank zij de inbreng van velen uit het beleid en het werkveld. Ze is bestemd voor iedereen die bij deze problematiek is betrokken, vanuit instellingen en/ofbeleid. De bedoeling is te stimuleren tot verdere kennisuitwisseling en tot het opzetten van nader onderzoek.
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Beleidsmatig werken aan professionaliteit (Syllabus-Serie, nr. 7)

 14,80
Deze leidraad is bedoeld voor iedereen die betrokken is bij het beleid van een school. Hij wil schoolleiders bewust maken van de link tussen hun pedagogisch project, hun schoolwerkplan en hun nascholingsplan. Hij wil hen ondersteunen bij zelfevaluatie en biedt een aantal instrumenten aan die helpen bij het zoeken en ordenen van prioriteiten. Daarnaast verschaft het boek inzicht in de manier waarop scholen hun beginnende leerkrachten kunnen vormen en hoe ze kunnen werken aan de verdere professionalisering van alle personeelsleden. Aan de hand van een aantal checklists kunnen schoolverantwoordelijken reflecteren op hun huidige situatie. Tevens worden ze ondersteund bij het opstellen van een beleidsplan op korte en middellange termijn.

Luc Linthout, Luc Van Puyenbroeck ( coördinator) en Diane Jacobs zijn verbonden aan de Nascholing van het Vlaams Secretariaat van het Katholiek Onderwijs. Syllabus-serie, n1: 7

Geen voorraad
Quick View

Beleidsmatig werken aan professionaliteit (Syllabus-Serie, nr. 7)

 14,80
Deze leidraad is bedoeld voor iedereen die betrokken is bij het beleid van een school. Hij wil schoolleiders bewust maken van de link tussen hun pedagogisch project, hun schoolwerkplan en hun nascholingsplan. Hij wil hen ondersteunen bij zelfevaluatie en biedt een aantal instrumenten aan die helpen bij het zoeken en ordenen van prioriteiten. Daarnaast verschaft het boek inzicht in de manier waarop scholen hun beginnende leerkrachten kunnen vormen en hoe ze kunnen werken aan de verdere professionalisering van alle personeelsleden. Aan de hand van een aantal checklists kunnen schoolverantwoordelijken reflecteren op hun huidige situatie. Tevens worden ze ondersteund bij het opstellen van een beleidsplan op korte en middellange termijn.

Luc Linthout, Luc Van Puyenbroeck ( coördinator) en Diane Jacobs zijn verbonden aan de Nascholing van het Vlaams Secretariaat van het Katholiek Onderwijs. Syllabus-serie, n1: 7

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Pedagogische Variabelen Lijst – PVL. De ontwikkeling v/e pedagogisch diagnostisch instrument voor de gezinsvoogden v/d ambulante jeugdbescherming en jeugdhulpverlening v/h Leger des Heils

 31,00
De Pedagogische Variabelen Lijst - PVL - biedt inzicht in de kwaliteit van het opvoeden en van de opvoedingssituatie van gezinnen waarvan een of meer kinderen onder toezicht zijn gesteld. Die opvoedingskwaliteit wordt bepaald door vier opvoedingsvariabelen: het kind of de jeugdige, de ouders als opvoeders, het dagelijks opvoedingsprogramma dat bestaat uit diverse situatietypes, en de situationele context. De PVL is georiënteerd op deze opvoedingsvariabelen. Het instrument is bedoeld om de beoordelingen van de gezinsvoogdij over de kwaliteit van opvoeden en de mate van pedagogische verwaarlozing op een eenduidige en inzichtelijke manier weer te geven. Dit sluit aan bij de vraag naar meer inzichtelijkheid en eenduidigheid in de (pedagogische) diagnostiek en de daarop afgestemde behandeling in de jeugdbescherming en jeugdhulpverlening. De theoretische basis van de PVL wordt gevormd door enerzijds een oriëntatiekader dat gericht is op de gehele opvoedingssituatie en anderzijds een interpretatiekader dat gericht is op de gewone opvoeding. Daarnaast wordt aangegeven hoe het gebruik van de PVL geïntegreerd kan worden in de probleemanalyse in het algemeen en bij een uithuisplaatsing in het bijzonder. Ten slotte wordt ook ingegaan op wat de plaats en functie van de PVL zou kunnen zijn bij het ontwikkelen van een eenduidig beleid voor de jeugdbescherming en jeugdhulpverlening. Dit boek is bedoeld voor opvoedingsgeïnteresseerden in de jeugdzorg en vooral voor hen die klinisch of beleidsmatig te maken hebben met opvoedingsproblematiek in de justitiële sector.

Leontine Bakker, orthopedagoog, is docent aan de Hogeschool voor Pedagogisch en Sociaal-Agogisch Onderwijs en aan het Postdoctoraal Beroepsonderwijs Orthopedagogiek Groningen (RUG).

Geen voorraad
Quick View

Pedagogische Variabelen Lijst – PVL. De ontwikkeling v/e pedagogisch diagnostisch instrument voor de gezinsvoogden v/d ambulante jeugdbescherming en jeugdhulpverlening v/h Leger des Heils

 31,00
De Pedagogische Variabelen Lijst - PVL - biedt inzicht in de kwaliteit van het opvoeden en van de opvoedingssituatie van gezinnen waarvan een of meer kinderen onder toezicht zijn gesteld. Die opvoedingskwaliteit wordt bepaald door vier opvoedingsvariabelen: het kind of de jeugdige, de ouders als opvoeders, het dagelijks opvoedingsprogramma dat bestaat uit diverse situatietypes, en de situationele context. De PVL is georiënteerd op deze opvoedingsvariabelen. Het instrument is bedoeld om de beoordelingen van de gezinsvoogdij over de kwaliteit van opvoeden en de mate van pedagogische verwaarlozing op een eenduidige en inzichtelijke manier weer te geven. Dit sluit aan bij de vraag naar meer inzichtelijkheid en eenduidigheid in de (pedagogische) diagnostiek en de daarop afgestemde behandeling in de jeugdbescherming en jeugdhulpverlening. De theoretische basis van de PVL wordt gevormd door enerzijds een oriëntatiekader dat gericht is op de gehele opvoedingssituatie en anderzijds een interpretatiekader dat gericht is op de gewone opvoeding. Daarnaast wordt aangegeven hoe het gebruik van de PVL geïntegreerd kan worden in de probleemanalyse in het algemeen en bij een uithuisplaatsing in het bijzonder. Ten slotte wordt ook ingegaan op wat de plaats en functie van de PVL zou kunnen zijn bij het ontwikkelen van een eenduidig beleid voor de jeugdbescherming en jeugdhulpverlening. Dit boek is bedoeld voor opvoedingsgeïnteresseerden in de jeugdzorg en vooral voor hen die klinisch of beleidsmatig te maken hebben met opvoedingsproblematiek in de justitiële sector.

Leontine Bakker, orthopedagoog, is docent aan de Hogeschool voor Pedagogisch en Sociaal-Agogisch Onderwijs en aan het Postdoctoraal Beroepsonderwijs Orthopedagogiek Groningen (RUG).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Bedrijfseconomische aspecten van Intellectual Capital. Meten is weten, maar hoe weten te meten?

 12,00
De werkelijke waarde van een onderneming is vaak veel hoger dan de balans aangeeft. Zo heeft bijvoorbeeld Microsoft een balanswaarde van 28,4 miljard dollar (einde 2000), terwijl de beurswaarde 460,3 miljard bedroeg. Slechts zes procent van de werkelijke waarde van Microsoft is dus in de balans terug te vinden. Dit is te verklaren uit het ontbreken van cijfers over het intellectueel kapitaal: van de kennis van werknemers tot de waarde van de databases, octrooien en een merk. Als er geen instrumenten worden gevonden om het intellectueel kapitaal te meten en op te nemen in de balans, verliest de financiële rapportage elke geloofwaardigheid. Dit boek, de oratie van de auteur, laat zien op welke wijze er over intellectueel kapitaal kan worden gecommuniceerd.

Auke de Bos RA is hoogleraar bedrijfseconomie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij is tevens werkzaam bij Ernst & Young in de controlepraktijk.

Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View

Bedrijfseconomische aspecten van Intellectual Capital. Meten is weten, maar hoe weten te meten?

 12,00
De werkelijke waarde van een onderneming is vaak veel hoger dan de balans aangeeft. Zo heeft bijvoorbeeld Microsoft een balanswaarde van 28,4 miljard dollar (einde 2000), terwijl de beurswaarde 460,3 miljard bedroeg. Slechts zes procent van de werkelijke waarde van Microsoft is dus in de balans terug te vinden. Dit is te verklaren uit het ontbreken van cijfers over het intellectueel kapitaal: van de kennis van werknemers tot de waarde van de databases, octrooien en een merk. Als er geen instrumenten worden gevonden om het intellectueel kapitaal te meten en op te nemen in de balans, verliest de financiële rapportage elke geloofwaardigheid. Dit boek, de oratie van de auteur, laat zien op welke wijze er over intellectueel kapitaal kan worden gecommuniceerd.

Auke de Bos RA is hoogleraar bedrijfseconomie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij is tevens werkzaam bij Ernst & Young in de controlepraktijk.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Taaltherapie bij kinderen (Omtrent Logopedie, nr. 2)

 19,90
Dit boek geeft een overzicht van een aantal vormen en aspecten van dé behandeling van taalstoornissen bij kinderen. Zowel indirecte en directe taaltherapie als de behandeling van taalproblemen bij enkele specifieke populaties komen hierbij aan bod.

Steeds gaat het om doelgericht en vakkundig handelen en telkens is het doel de taalontwikkeling van het kind te bevorderen. Bijna in alle gevallen wordt er veel belang gehecht aan het communicatieve aspect en is er oog voor de totale ontwikkeling van het kind. In heel wat settings vindt de aanpak multidisciplinair en/of zelfs transdisciplinair plaats en wordt er op grote schaal nauw samengewerkt met de ouders/opvoeders als co-therapeuten.

Het basisuitgangspunt van elke vorm van taalbehandeling moet het kind zelf zijn, met zijn mogelijkheden en beperkingen. Het kind moet immers behandeld worden, en niet de zinsbouw of de woordenschat van een kind.

De uiteindelijke bedoeling is dat het kind zich beter gaat voelen, een beter zelfbeeld krijgt en meer communicatieve mogelijkheden gaat ontwikkelen. Een te eenzijdige aandacht voor de beperkingen - de stoornissen - leidt dan ook niet tot optimale ontplooiingskansen. Ook dit belangrijke aspect wordt door meerdere auteurs in de verf gezet.

Dit boek is zeer verscheiden, zodat het kan worden opgevat als een soort praktijkgerichte ‘capita selecta’ met betrekking tot taaltherapie. Elk van de auteurs heeft namelijk vanuit de eigen werksituatie en vanuit de eigen klinische en theoretische inzichten een waardevolle en vaak zeer specifieke invulling gegeven aan de inhoud van de verschillende hoofdstukken.

Deze verscheidenheid is geen nadeel, maar biedt een meerwaarde aan dit boek. Ze getuigt niet enkel van de grote variatie aan taalproblemen die zich kunnen voordoen, maar ook van de zeer uiteenlopende manieren waarop de begeleiding van kinderen met taalproblemen kan worden aangepakt.

Eric Manders is licentiaat en doctor in de Logopedie en Audiologie. Tot voor kort was hij als logopedist-coördinator verbonden aan het Revalidatiecentrum voor Gehoor en Spraak (U.Z. Leuven). Momenteel is hij deeltijds docent aan de licentiaatsopleiding Logopedie en Audiologie van de K.U. Leuven en deeltijds aan het departement Logopedie & Audiologie van de Lessius-hogeschool te Antwerpen.

Inge Zink is eveneens licentiate en doctor in de Logopedie en Audiologie. Zij is deeltijds docente aan de licentiaatsopleiding Logopedie en Audiologie van de K.U. Leuven. Daarnaast is zij betrokken bij de diagnostiek en behandeling van taalgestoorde kinderen in het Universitair Revalidatiecentrum voor Gehoor en Spraak te Leuven.


Omtrent Logopedie:
  • Nr. 1: Mijn stem, mijn beroep (uitverkocht)
  • Nr. 2: Taaltherapie bij kinderen
  • Nr. 3: Ik oefen mijn stem
  • Nr. 4: Gezondheidswetgeving en sociale zekerheid voor logopedisten
  • Nr. 5: Stemstoornissen. Handboek voor de klinische praktijk
  • Nr. 6: Werken aan stem
  • Nr. 7: Dysfagie
  • Quick View

    Taaltherapie bij kinderen (Omtrent Logopedie, nr. 2)

     19,90
    Dit boek geeft een overzicht van een aantal vormen en aspecten van dé behandeling van taalstoornissen bij kinderen. Zowel indirecte en directe taaltherapie als de behandeling van taalproblemen bij enkele specifieke populaties komen hierbij aan bod.

    Steeds gaat het om doelgericht en vakkundig handelen en telkens is het doel de taalontwikkeling van het kind te bevorderen. Bijna in alle gevallen wordt er veel belang gehecht aan het communicatieve aspect en is er oog voor de totale ontwikkeling van het kind. In heel wat settings vindt de aanpak multidisciplinair en/of zelfs transdisciplinair plaats en wordt er op grote schaal nauw samengewerkt met de ouders/opvoeders als co-therapeuten.

    Het basisuitgangspunt van elke vorm van taalbehandeling moet het kind zelf zijn, met zijn mogelijkheden en beperkingen. Het kind moet immers behandeld worden, en niet de zinsbouw of de woordenschat van een kind.

    De uiteindelijke bedoeling is dat het kind zich beter gaat voelen, een beter zelfbeeld krijgt en meer communicatieve mogelijkheden gaat ontwikkelen. Een te eenzijdige aandacht voor de beperkingen - de stoornissen - leidt dan ook niet tot optimale ontplooiingskansen. Ook dit belangrijke aspect wordt door meerdere auteurs in de verf gezet.

    Dit boek is zeer verscheiden, zodat het kan worden opgevat als een soort praktijkgerichte ‘capita selecta’ met betrekking tot taaltherapie. Elk van de auteurs heeft namelijk vanuit de eigen werksituatie en vanuit de eigen klinische en theoretische inzichten een waardevolle en vaak zeer specifieke invulling gegeven aan de inhoud van de verschillende hoofdstukken.

    Deze verscheidenheid is geen nadeel, maar biedt een meerwaarde aan dit boek. Ze getuigt niet enkel van de grote variatie aan taalproblemen die zich kunnen voordoen, maar ook van de zeer uiteenlopende manieren waarop de begeleiding van kinderen met taalproblemen kan worden aangepakt.

    Eric Manders is licentiaat en doctor in de Logopedie en Audiologie. Tot voor kort was hij als logopedist-coördinator verbonden aan het Revalidatiecentrum voor Gehoor en Spraak (U.Z. Leuven). Momenteel is hij deeltijds docent aan de licentiaatsopleiding Logopedie en Audiologie van de K.U. Leuven en deeltijds aan het departement Logopedie & Audiologie van de Lessius-hogeschool te Antwerpen.

    Inge Zink is eveneens licentiate en doctor in de Logopedie en Audiologie. Zij is deeltijds docente aan de licentiaatsopleiding Logopedie en Audiologie van de K.U. Leuven. Daarnaast is zij betrokken bij de diagnostiek en behandeling van taalgestoorde kinderen in het Universitair Revalidatiecentrum voor Gehoor en Spraak te Leuven.


    Omtrent Logopedie:
  • Nr. 1: Mijn stem, mijn beroep (uitverkocht)
  • Nr. 2: Taaltherapie bij kinderen
  • Nr. 3: Ik oefen mijn stem
  • Nr. 4: Gezondheidswetgeving en sociale zekerheid voor logopedisten
  • Nr. 5: Stemstoornissen. Handboek voor de klinische praktijk
  • Nr. 6: Werken aan stem
  • Nr. 7: Dysfagie
  • Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Leren en werken als maatschappelijk assistent

     12,90
    Maatschappelijk assistenten leren en werken midden in een snel evoluerende maatschappij. De dynamiek van de samenleving vereist dat de opleiding even dynamisch georganiseerd wordt. Tegelijk hebben maatschappelijk assistenten de behoefte om met een herkenbaar profiel en een eigen gezicht naar buiten te treden.

    Dit boek schetst eerst de geschiedenis van de opleiding en staat stil bij recente ontwikkelingen. Verder gaat het nader in op de gemeenschappelijke stam van het beroeps- en opleidingsprofiel. Het brengt daarna het beroepsprofiel, het opleidingsprofiel en de basiscompetenties in beeld voor respectievelijk de maatschappelijke advisering, het maatschappelijk werk, het personeelswerk en het sociaal-cultureel werk.

    De publicatie van dit boek is een initiatief van de VVSH- de overleggroep van de opleidingen maatschappelijk assistent.

    Quick View

    Leren en werken als maatschappelijk assistent

     12,90
    Maatschappelijk assistenten leren en werken midden in een snel evoluerende maatschappij. De dynamiek van de samenleving vereist dat de opleiding even dynamisch georganiseerd wordt. Tegelijk hebben maatschappelijk assistenten de behoefte om met een herkenbaar profiel en een eigen gezicht naar buiten te treden.

    Dit boek schetst eerst de geschiedenis van de opleiding en staat stil bij recente ontwikkelingen. Verder gaat het nader in op de gemeenschappelijke stam van het beroeps- en opleidingsprofiel. Het brengt daarna het beroepsprofiel, het opleidingsprofiel en de basiscompetenties in beeld voor respectievelijk de maatschappelijke advisering, het maatschappelijk werk, het personeelswerk en het sociaal-cultureel werk.

    De publicatie van dit boek is een initiatief van de VVSH- de overleggroep van de opleidingen maatschappelijk assistent.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
      0
      Uw winkelwagen
      Uw winkelwagen is leegVerder winkelen
      ×