Les debriefings psychologiques en question
Dans nos pays, il ne s''agit plus uniquement de se pencher sur les combattants engagés dans des conflits, mais aussi de mettre en place des approches amenées à répondre aux besoins des popumations civiles confrontées aux aléas de la vie quotidienne. Ce souci se manifeste à deux niveaux: curatif et préventif. La présentations de projets thérapeutiques et d''initiatives préventives font légions dans les publications scientifiques et dans les congrès internationaux.
"Les debriefings psychologiques en question…" se situe en plein dans ce débat comme étant un ouvrage collectif rassemblant une multitude d''experts européens qui interrogent et partagent des pratiques à partir de contextes déterminés (l''armée, les sapeurs-pompiers, les intervenants humanitaires, e.a.). Dans le champ particulier d''intervention qu''est le debriefing psychologique, l''élaboration théorique des traumatismes psychiques et la contextualisation des pratiques sont des éléments qui permettront d''éviter l''uniformisation des interventions telle qu''elle a eu lieu dans le monde anglo-saxon autour du "critical incident stress debriefing".
Ce livre pointe un élément fondamental: l''aide aux personnes victimes d''événements traumatogènes se nourrit de l''expérience de l''intervenant. Dans un champ d''intervention encore tellement traversé par des a prioris théoriquo-clinique de la psychotraumatologie et de ses interventions.
Les debriefings psychologiques en question
Dans nos pays, il ne s''agit plus uniquement de se pencher sur les combattants engagés dans des conflits, mais aussi de mettre en place des approches amenées à répondre aux besoins des popumations civiles confrontées aux aléas de la vie quotidienne. Ce souci se manifeste à deux niveaux: curatif et préventif. La présentations de projets thérapeutiques et d''initiatives préventives font légions dans les publications scientifiques et dans les congrès internationaux.
"Les debriefings psychologiques en question…" se situe en plein dans ce débat comme étant un ouvrage collectif rassemblant une multitude d''experts européens qui interrogent et partagent des pratiques à partir de contextes déterminés (l''armée, les sapeurs-pompiers, les intervenants humanitaires, e.a.). Dans le champ particulier d''intervention qu''est le debriefing psychologique, l''élaboration théorique des traumatismes psychiques et la contextualisation des pratiques sont des éléments qui permettront d''éviter l''uniformisation des interventions telle qu''elle a eu lieu dans le monde anglo-saxon autour du "critical incident stress debriefing".
Ce livre pointe un élément fondamental: l''aide aux personnes victimes d''événements traumatogènes se nourrit de l''expérience de l''intervenant. Dans un champ d''intervention encore tellement traversé par des a prioris théoriquo-clinique de la psychotraumatologie et de ses interventions.
Communicatief vaardig onder-wijzen
Andre Vyt is psycholoog en docent aan de Arteveldehogeschool (waar hij instaat voor Onderwijsonderzoek & Onderwijsontwikkeling). Hij geeft ook colleges aan de Universiteit Gent en heeft tevens een jarenlange ervaring in het volwassenenonderwijs. Naast het vakdomein gedragsontwikkeling is hij ook actief op het vlak van kwaliteitszorg in het onderwijs.
Communicatief vaardig onder-wijzen
Andre Vyt is psycholoog en docent aan de Arteveldehogeschool (waar hij instaat voor Onderwijsonderzoek & Onderwijsontwikkeling). Hij geeft ook colleges aan de Universiteit Gent en heeft tevens een jarenlange ervaring in het volwassenenonderwijs. Naast het vakdomein gedragsontwikkeling is hij ook actief op het vlak van kwaliteitszorg in het onderwijs.
Vedettedom. Beroemd in Vlaanderen
In een door massamedia geboetseerde samenleving kleurt bekendheid het maatschappelijke debat. Ook zo in Vlaanderen. Meer en meer mensen treden gewild of ongewild in de schijnwerpers. Niet alleen helden uit de showbizz maar ook uit de politiek en het ‘gewone’ leven. Andy Warhol wist het al: Op een dag zal iedereen beroemd zijn voor vijftien minuten. Van Nonkel bob, Eddy Merckx, Steve Stevaert, Kim Clijsters, Goedele Lieckens, Helmut Lotti tot K3. Waar komt de fascinatie voor bekende mensen vandaag? Hoe denken Bekende Vlamingen, BV’s over hun publieke bestaan?
Dit boek zoekt een antwoord op vragen over roem, die soms eeuwig maar meestal vergankelijk is. Het bevat vele getuigenissen en ‘gevalsbeschrijvingen’ van Bekende Vlamingen, met zoet en zuur.
Guy Van Gestel studeerde Politieke en Sociale wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Hij is journalist bij het weekblad Dag Allemaal. Gust De Meyer is hoogleraar aan het Departement Communicatiewetenschappen van de KU Leuven. Tot zijn doceer- en onderzoeksopdracht behoort onder meer ‘populaire cultuur’.
Vedettedom. Beroemd in Vlaanderen
In een door massamedia geboetseerde samenleving kleurt bekendheid het maatschappelijke debat. Ook zo in Vlaanderen. Meer en meer mensen treden gewild of ongewild in de schijnwerpers. Niet alleen helden uit de showbizz maar ook uit de politiek en het ‘gewone’ leven. Andy Warhol wist het al: Op een dag zal iedereen beroemd zijn voor vijftien minuten. Van Nonkel bob, Eddy Merckx, Steve Stevaert, Kim Clijsters, Goedele Lieckens, Helmut Lotti tot K3. Waar komt de fascinatie voor bekende mensen vandaag? Hoe denken Bekende Vlamingen, BV’s over hun publieke bestaan?
Dit boek zoekt een antwoord op vragen over roem, die soms eeuwig maar meestal vergankelijk is. Het bevat vele getuigenissen en ‘gevalsbeschrijvingen’ van Bekende Vlamingen, met zoet en zuur.
Guy Van Gestel studeerde Politieke en Sociale wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Hij is journalist bij het weekblad Dag Allemaal. Gust De Meyer is hoogleraar aan het Departement Communicatiewetenschappen van de KU Leuven. Tot zijn doceer- en onderzoeksopdracht behoort onder meer ‘populaire cultuur’.
Geschiedenis van Hongarije. Van Arpad tot Arpad Göncz
Vladimir Ronin (°1958, Moskou) is doctor in de geschiedenis en licentiaat in de Slavische filologie. Auteur van o.a. “Antwerpen en zijn ‘Russen’, 1814-1914” (1993); “Russen en Belgen: is het water te diep?” (1998) en “Regiony Rossii” (1996-1999). Verder publiceert hij ook over de middeleeuwse geschiedenis van Centraal-Europa. Hij werkt sinds 1990 in België en doceert Russisch en de geschiedenis van Rusland en Hongarije aan de Lessius Hogeschool in Antwerpen
Geschiedenis van Hongarije. Van Arpad tot Arpad Göncz
Vladimir Ronin (°1958, Moskou) is doctor in de geschiedenis en licentiaat in de Slavische filologie. Auteur van o.a. “Antwerpen en zijn ‘Russen’, 1814-1914” (1993); “Russen en Belgen: is het water te diep?” (1998) en “Regiony Rossii” (1996-1999). Verder publiceert hij ook over de middeleeuwse geschiedenis van Centraal-Europa. Hij werkt sinds 1990 in België en doceert Russisch en de geschiedenis van Rusland en Hongarije aan de Lessius Hogeschool in Antwerpen
Spiegelbeeld. Begeleiding van kinderen met problemen – Tussen samen en apart
De opbouw van de werkboeken bestaat uit middelen die ingaan op bepaalde thema''s die belangrijk zijn binnen de voornoemde probleemterreinen. In de werkboeken worden ideeën gegeven die gebruikt kunnen worden zoals beschreven staat. Maar bij ieder kind zullen er andere middelen nodig zijn om de werkboeken werkbaar te maken. Het is dus een knip- en plakboek waar er vanuit de begeleider zelf ook nieuwe ideeën zullen en kunnen komen. De handleiding biedt aan begeleiders een achtergrond bij de werkboeken en geeft een aantal alternatieve middelen als blijkt dat het vooropgestelde niet voldoende werkt.
Het gebruik van de werkboeken:
De twee werkboeken zijn op een gelijkvormige manier uitgewerkt. Vandaar dat ook het gebruik ervan éénvormig is. De werkboeken bestaan uit losse bladen die per hoofdstuk aan het kind worden gegeven en in een mapje gestoken. Aan het einde van de begeleiding wordt het boekje meegegeven indien het kind dit wenst. Er wordt voor ieder werkboekje een volgorde van hoofdstukken voorzien waarbij we ervan uit gaan te starten met de meest veilige subthema''s. Maar het spreekt voor zich dat in iedere specifieke situatie de volgorde van de hoofdstukjes kan worden aangepast.
Voor wie is het bestemd?
We gaan ervan uit dat de werkboeken gebruikt worden bij kinderen waar vanuit een grondige analyse gebleken is dat er nood is om rond één of meerdere thema''s individueel te werken.
Kinderen met een zwak zelfbeeld en een beperkt ik -besef komen in aanmerking voor het werken met het boek "een blik op mezelf".
Kinderen verweven in een echtscheidingsproblematiek hebben er vaak nood aan om hun gedachten en gevoelens over dit thema op een rijtje te kunnen zetten, hiervoor kan het Werkboek "tussen samen en apart" een hulpmiddel zijn.
Zoals hierboven beschreven, werden de werkboeken vanuit een dagcentrumwerking binnen de bijzondere jeugdbijstand ontwikkeld. Dit betekent niet dat de werkboeken zich beperken tot het doelpubliek van een dagcentrum binnen deze sector. Andere hulpverleningsvormen die werken met kinderen waarbij zelfbeeld, weerbaarheid en echtscheiding veel voorkomende problemen zijn, kunnen even goed gebruik maken van de werkboeken.
Leeftijd:
Daar deze werkboeken ontwikkeld werden vanuit de praktijkervaringen van dagcentrum de Schans richten de werkboeken zich naar kinderen tussen 6 en 12 jaar. Kinderen die ouder zijn dan 12 jaar maar zich, wat ontwikkelingsniveau betreft, binnen voornoemde leeftijdscategorie bevinden, kunnen ook gebruik maken van deze werkboeken.
De twee werkboeken: een kort overzicht
WERKBOEK "EEN BLIK OP MEZELF":
In dit boekje is de opbouw van de hoofdstukjes belangrijk. Vanuit onze ervaringen komen we tot de conclusie dat er best gestart wordt met de minst bedreigende hoofdstukjes. Dit om het kind allereerst vertrouwd te maken met het middel en eventueel met de begeleider. De hoofdstukjes die dieper ingaan op de persoonlijkheid en de gevoelswereld van het kind kunnen dan later aan bod komen.
Er werd een opdeling in hoofdstukjes meegegeven die voorgaande redenering volgt, maar het spreekt voor zich dat iedere individuele situatie een persoonlijke indeling vergt.
De onderwerpen zijn zo gekozen dat verschillende deeldomeinen van de leefwereld van het kind aan bod kunnen komen. We gaan specifiek in op een aantalomgevingsaspecten: "
Deze werkboeken zijn het resultaat van vele jaren werk. Ze hebben vorm gekregen doorheen het experimenteren en werken met verschillende werkmiddelen, door verschillende begeleiders en met verschillende kinderen. In die zin hebben alle vroegere en huidige dagcentrumwerkers een positieve bijdrage geleverd aan deze concretisatie.
De werkboeken zijn concreet uitgewerkt door de teamleden die op dit moment werkzaam zijn in de Schans. Zij hebben alle informatie verzameld en verwerkt en geconcretiseerd tot dit resultaat. Dit was geen sinecure en een werk van lange adem. Nieuwe ideeën en ervaringen dienden te worden opgenomen naast de vroegere werkmiddelen.
Volgende medewerkers hebben deze werkboeken uitgewerkt.
Eric Janssen:
Eric Janssen is afgestudeerd als maatschappelijk assistent in 1986 en medeoprichter van de dagcentra de Schans en de Schommel in Turnhout sinds 1989. Hij is tewerkgesteld als verantwoordelijke van beide dagcentra. In het dagcentrum staat hij onder meer in voor de formele ouderwerking (waarin oudercursussen over opvoedingsterreinen worden aangeboden), supervisie en ondersteuning in begeleidingen. Hij volgde verschillende modules van de voortgezette opleiding maatschappelijk assistent, korte specifieke vorming i.v.m. hulpverlening aan kinderen en ouders, en een specifieke vorming rond leiding geven.
Kuypers Martine:
Martine Kuypers studeerde in 1996 af als maatschappelijk assistent. Vanaf 1996 is ze werkzaam in de Schans. Binnen de werking is ze actief binnen de groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is verantwoordelijk voor de kinderparticipatie binnen de werking en had een belangrijk aandeel in de concrete uitwerking van de middelen in de werkboeken. Ze volgde specifieke vorming rond contextuele hulpverlening, ouderschap na echtscheiding, kinderontwikkeling en psychopathologie.
Schenck Lieve:
Lieve Schenck is van opleiding psychologe en sinds 1994 werkzaam in de Schans. Ze is als begeleidster actief in de verschillende pijlers: groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is binnen de werking van het dagcentrum verantwoordelijk voor de individuele begeleiding en zoekt regelmatig nieuwe werkmiddelen en materialen. Ze volgde bijscholing rond autisme, ADHD, kinderontwikkeling en psychopathologie. Zij geeft tevens assertiviteitstraining aan jongeren vanuit CAW de Kempen.
Tinne Van der Veken:
Tinne Van der Veken is afgestudeerd als maatschappelijk assistent. Ze werkt vanaf 1996 in de Schans. Sinds 2002 is ze ook werkzaam in de Schommel. Ze is verantwoordelijk voor het gezinskamp van beide dagcentra en de pijlers groepsbegeleiding en studiebegeleiding in de Schans. Ze is ook actief in de werkgroep rond videohometraining. Zowel gezinsbegeleiding en individuele begeleiding behoren tot haar takenpakket. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening.
Nancy Anthonissens:<
Nancy Anthonissens is afgestudeerd als gegradueerde in de orthopedagogie en psychotherapeute vanuit gestalt en psychosynthese. Ze is vanaf 1997 tewerkgesteld in de Schans. In het dagcentrum is zij verantwoordelijk voor de vorming en intervisie van het team. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening, samengestelde gezinnen, kinderontwikkeling en psychopathologie.
Spiegelbeeld. Begeleiding van kinderen met problemen – Tussen samen en apart
De opbouw van de werkboeken bestaat uit middelen die ingaan op bepaalde thema''s die belangrijk zijn binnen de voornoemde probleemterreinen. In de werkboeken worden ideeën gegeven die gebruikt kunnen worden zoals beschreven staat. Maar bij ieder kind zullen er andere middelen nodig zijn om de werkboeken werkbaar te maken. Het is dus een knip- en plakboek waar er vanuit de begeleider zelf ook nieuwe ideeën zullen en kunnen komen. De handleiding biedt aan begeleiders een achtergrond bij de werkboeken en geeft een aantal alternatieve middelen als blijkt dat het vooropgestelde niet voldoende werkt.
Het gebruik van de werkboeken:
De twee werkboeken zijn op een gelijkvormige manier uitgewerkt. Vandaar dat ook het gebruik ervan éénvormig is. De werkboeken bestaan uit losse bladen die per hoofdstuk aan het kind worden gegeven en in een mapje gestoken. Aan het einde van de begeleiding wordt het boekje meegegeven indien het kind dit wenst. Er wordt voor ieder werkboekje een volgorde van hoofdstukken voorzien waarbij we ervan uit gaan te starten met de meest veilige subthema''s. Maar het spreekt voor zich dat in iedere specifieke situatie de volgorde van de hoofdstukjes kan worden aangepast.
Voor wie is het bestemd?
We gaan ervan uit dat de werkboeken gebruikt worden bij kinderen waar vanuit een grondige analyse gebleken is dat er nood is om rond één of meerdere thema''s individueel te werken.
Kinderen met een zwak zelfbeeld en een beperkt ik -besef komen in aanmerking voor het werken met het boek "een blik op mezelf".
Kinderen verweven in een echtscheidingsproblematiek hebben er vaak nood aan om hun gedachten en gevoelens over dit thema op een rijtje te kunnen zetten, hiervoor kan het Werkboek "tussen samen en apart" een hulpmiddel zijn.
Zoals hierboven beschreven, werden de werkboeken vanuit een dagcentrumwerking binnen de bijzondere jeugdbijstand ontwikkeld. Dit betekent niet dat de werkboeken zich beperken tot het doelpubliek van een dagcentrum binnen deze sector. Andere hulpverleningsvormen die werken met kinderen waarbij zelfbeeld, weerbaarheid en echtscheiding veel voorkomende problemen zijn, kunnen even goed gebruik maken van de werkboeken.
Leeftijd:
Daar deze werkboeken ontwikkeld werden vanuit de praktijkervaringen van dagcentrum de Schans richten de werkboeken zich naar kinderen tussen 6 en 12 jaar. Kinderen die ouder zijn dan 12 jaar maar zich, wat ontwikkelingsniveau betreft, binnen voornoemde leeftijdscategorie bevinden, kunnen ook gebruik maken van deze werkboeken.
De twee werkboeken: een kort overzicht
WERKBOEK "EEN BLIK OP MEZELF":
In dit boekje is de opbouw van de hoofdstukjes belangrijk. Vanuit onze ervaringen komen we tot de conclusie dat er best gestart wordt met de minst bedreigende hoofdstukjes. Dit om het kind allereerst vertrouwd te maken met het middel en eventueel met de begeleider. De hoofdstukjes die dieper ingaan op de persoonlijkheid en de gevoelswereld van het kind kunnen dan later aan bod komen.
Er werd een opdeling in hoofdstukjes meegegeven die voorgaande redenering volgt, maar het spreekt voor zich dat iedere individuele situatie een persoonlijke indeling vergt.
De onderwerpen zijn zo gekozen dat verschillende deeldomeinen van de leefwereld van het kind aan bod kunnen komen. We gaan specifiek in op een aantalomgevingsaspecten: "
Deze werkboeken zijn het resultaat van vele jaren werk. Ze hebben vorm gekregen doorheen het experimenteren en werken met verschillende werkmiddelen, door verschillende begeleiders en met verschillende kinderen. In die zin hebben alle vroegere en huidige dagcentrumwerkers een positieve bijdrage geleverd aan deze concretisatie.
De werkboeken zijn concreet uitgewerkt door de teamleden die op dit moment werkzaam zijn in de Schans. Zij hebben alle informatie verzameld en verwerkt en geconcretiseerd tot dit resultaat. Dit was geen sinecure en een werk van lange adem. Nieuwe ideeën en ervaringen dienden te worden opgenomen naast de vroegere werkmiddelen.
Volgende medewerkers hebben deze werkboeken uitgewerkt.
Eric Janssen:
Eric Janssen is afgestudeerd als maatschappelijk assistent in 1986 en medeoprichter van de dagcentra de Schans en de Schommel in Turnhout sinds 1989. Hij is tewerkgesteld als verantwoordelijke van beide dagcentra. In het dagcentrum staat hij onder meer in voor de formele ouderwerking (waarin oudercursussen over opvoedingsterreinen worden aangeboden), supervisie en ondersteuning in begeleidingen. Hij volgde verschillende modules van de voortgezette opleiding maatschappelijk assistent, korte specifieke vorming i.v.m. hulpverlening aan kinderen en ouders, en een specifieke vorming rond leiding geven.
Kuypers Martine:
Martine Kuypers studeerde in 1996 af als maatschappelijk assistent. Vanaf 1996 is ze werkzaam in de Schans. Binnen de werking is ze actief binnen de groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is verantwoordelijk voor de kinderparticipatie binnen de werking en had een belangrijk aandeel in de concrete uitwerking van de middelen in de werkboeken. Ze volgde specifieke vorming rond contextuele hulpverlening, ouderschap na echtscheiding, kinderontwikkeling en psychopathologie.
Schenck Lieve:
Lieve Schenck is van opleiding psychologe en sinds 1994 werkzaam in de Schans. Ze is als begeleidster actief in de verschillende pijlers: groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is binnen de werking van het dagcentrum verantwoordelijk voor de individuele begeleiding en zoekt regelmatig nieuwe werkmiddelen en materialen. Ze volgde bijscholing rond autisme, ADHD, kinderontwikkeling en psychopathologie. Zij geeft tevens assertiviteitstraining aan jongeren vanuit CAW de Kempen.
Tinne Van der Veken:
Tinne Van der Veken is afgestudeerd als maatschappelijk assistent. Ze werkt vanaf 1996 in de Schans. Sinds 2002 is ze ook werkzaam in de Schommel. Ze is verantwoordelijk voor het gezinskamp van beide dagcentra en de pijlers groepsbegeleiding en studiebegeleiding in de Schans. Ze is ook actief in de werkgroep rond videohometraining. Zowel gezinsbegeleiding en individuele begeleiding behoren tot haar takenpakket. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening.
Nancy Anthonissens:<
Nancy Anthonissens is afgestudeerd als gegradueerde in de orthopedagogie en psychotherapeute vanuit gestalt en psychosynthese. Ze is vanaf 1997 tewerkgesteld in de Schans. In het dagcentrum is zij verantwoordelijk voor de vorming en intervisie van het team. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening, samengestelde gezinnen, kinderontwikkeling en psychopathologie.
Spiegelbeeld. Begeleiding van kinderen met problemen – Een blik op mezelf
De opbouw van de werkboeken bestaat uit middelen die ingaan op bepaalde thema''s die belangrijk zijn binnen de voornoemde probleemterreinen. In de werkboeken worden ideeën gegeven die gebruikt kunnen worden zoals beschreven staat. Maar bij ieder kind zullen er andere middelen nodig zijn om de werkboeken werkbaar te maken. Het is dus een knip- en plakboek waar er vanuit de begeleider zelf ook nieuwe ideeën zullen en kunnen komen. De handleiding biedt aan begeleiders een achtergrond bij de werkboeken en geeft een aantal alternatieve middelen als blijkt dat het vooropgestelde niet voldoende werkt.
Het gebruik van de werkboeken:
De twee werkboeken zijn op een gelijkvormige manier uitgewerkt. Vandaar dat ook het gebruik ervan éénvormig is. De werkboeken bestaan uit losse bladen die per hoofdstuk aan het kind worden gegeven en in een mapje gestoken. Aan het einde van de begeleiding wordt het boekje meegegeven indien het kind dit wenst. Er wordt voor ieder werkboekje een volgorde van hoofdstukken voorzien waarbij we ervan uit gaan te starten met de meest veilige subthema''s. Maar het spreekt voor zich dat in iedere specifieke situatie de volgorde van de hoofdstukjes kan worden aangepast.
Voor wie is het bestemd?
We gaan ervan uit dat de werkboeken gebruikt worden bij kinderen waar vanuit een grondige analyse gebleken is dat er nood is om rond één of meerdere thema''s individueel te werken.
Kinderen met een zwak zelfbeeld en een beperkt ik -besef komen in aanmerking voor het werken met het boek "een blik op mezelf".
Kinderen verweven in een echtscheidingsproblematiek hebben er vaak nood aan om hun gedachten en gevoelens over dit thema op een rijtje te kunnen zetten, hiervoor kan het Werkboek .''tussen samen en apart" een hulpmiddel zijn.
Zoals hierboven beschreven, werden de werkboeken vanuit een dagcentrumwerking binnen de bijzondere jeugdbijstand ontwikkeld. Dit betekent niet dat de werkboeken zich beperken tot het doelpubliek van een dagcentrum binnen deze sector. Andere hulpverleningsvormen die werken met kinderen waarbij zelfbeeld, weerbaarheid en echtscheiding veel voorkomende problemen zijn, kunnen even goed gebruik maken van de werkboeken.
Leeftijd:
Daar deze werkboeken ontwikkeld werden vanuit de praktijkervaringen van dagcentrum de Schans richten de werkboeken zich naar kinderen tussen 6 en 12 jaar. Kinderen die ouder zijn dan 12 jaar maar zich, wat ontwikkelingsniveau betreft, binnen voornoemde leeftijdscategorie bevinden, kunnen ook gebruik maken van deze werkboeken.
De twee werkboeken: een kort overzicht
WERKBOEK "EEN BLIK OP MEZELF":
In dit boekje is de opbouw van de hoofdstukjes belangrijk. Vanuit onze ervaringen komen we tot de conclusie dat er best gestart wordt met de minst bedreigende hoofdstukjes. Dit om het kind allereerst vertrouwd te maken met het middel en eventueel met de begeleider. De hoofdstukjes die dieper ingaan op de persoonlijkheid en de gevoelswereld van het kind kunnen dan later aan bod komen.
Er werd een opdeling in hoofdstukjes meegegeven die voorgaande redenering volgt, maar het spreekt voor zich dat iedere individuele situatie een persoonlijke indeling vergt.
De onderwerpen zijn zo gekozen dat verschillende deeldomeinen van de leefwereld van het kind aan bod kunnen komen. We gaan specifiek in op een aantalomgevingsaspecten:
Deze werkboeken zijn het resultaat van vele jaren werk. Ze hebben vorm gekregen doorheen het experimenteren en werken met verschillende werkmiddelen, door verschillende begeleiders en met verschillende kinderen. In die zin hebben alle vroegere en huidige dagcentrumwerkers een positieve bijdrage geleverd aan deze concretisatie.
De werkboeken zijn concreet uitgewerkt door de teamleden die op dit moment werkzaam zijn in de Schans. Zij hebben alle informatie verzameld en verwerkt en geconcretiseerd tot dit resultaat. Dit was geen sinecure en een werk van lange adem. Nieuwe ideeën en ervaringen dienden te worden opgenomen naast de vroegere werkmiddelen.
Volgende medewerkers hebben deze werkboeken uitgewerkt.
Eric Janssen:
Eric Janssen is afgestudeerd als maatschappelijk assistent in 1986 en medeoprichter van de dagcentra de Schans en de Schommel in Turnhout sinds 1989. Hij is tewerkgesteld als verantwoordelijke van beide dagcentra. In het dagcentrum staat hij onder meer in voor de formele ouderwerking (waarin oudercursussen over opvoedingsterreinen worden aangeboden), supervisie en ondersteuning in begeleidingen. Hij volgde verschillende modules van de voortgezette opleiding maatschappelijk assistent, korte specifieke vorming i.v.m. hulpverlening aan kinderen en ouders, en een specifieke vorming rond leiding geven.
Kuypers Martine:
Martine Kuypers studeerde in 1996 af als maatschappelijk assistent. Vanaf 1996 is ze werkzaam in de Schans. Binnen de werking is ze actief binnen de groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is verantwoordelijk voor de kinderparticipatie binnen de werking en had een belangrijk aandeel in de concrete uitwerking van de middelen in de werkboeken. Ze volgde specifieke vorming rond contextuele hulpverlening, ouderschap na echtscheiding, kinderontwikkeling en psychopathologie.
Schenck Lieve:
Lieve Schenck is van opleiding psychologe en sinds 1994 werkzaam in de Schans. Ze is als begeleidster actief in de verschillende pijlers: groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is binnen de werking van het dagcentrum verantwoordelijk voor de individuele begeleiding en zoekt regelmatig nieuwe werkmiddelen en materialen. Ze volgde bijscholing rond autisme, ADHD, kinderontwikkeling en psychopathologie. Zij geeft tevens assertiviteitstraining aan jongeren vanuit CAW de Kempen.
Tinne Van der Veken:
Tinne Van der Veken is afgestudeerd als maatschappelijk assistent. Ze werkt vanaf 1996 in de Schans. Sinds 2002 is ze ook werkzaam in de Schommel. Ze is verantwoordelijk voor het gezinskamp van beide dagcentra en de pijlers groepsbegeleiding en studiebegeleiding in de Schans. Ze is ook actief in de werkgroep rond videohometraining. Zowel gezinsbegeleiding en individuele begeleiding behoren tot haar takenpakket. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening.
Nancy Anthonissens:<
Nancy Anthonissens is afgestudeerd als gegradueerde in de orthopedagogie en psychotherapeute vanuit gestalt en psychosynthese. Ze is vanaf 1997 tewerkgesteld in de Schans. In het dagcentrum is zij verantwoordelijk voor de vorming en intervisie van het team. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening, samengestelde gezinnen, kinderontwikkeling en psychopathologie.
Spiegelbeeld. Begeleiding van kinderen met problemen – Een blik op mezelf
De opbouw van de werkboeken bestaat uit middelen die ingaan op bepaalde thema''s die belangrijk zijn binnen de voornoemde probleemterreinen. In de werkboeken worden ideeën gegeven die gebruikt kunnen worden zoals beschreven staat. Maar bij ieder kind zullen er andere middelen nodig zijn om de werkboeken werkbaar te maken. Het is dus een knip- en plakboek waar er vanuit de begeleider zelf ook nieuwe ideeën zullen en kunnen komen. De handleiding biedt aan begeleiders een achtergrond bij de werkboeken en geeft een aantal alternatieve middelen als blijkt dat het vooropgestelde niet voldoende werkt.
Het gebruik van de werkboeken:
De twee werkboeken zijn op een gelijkvormige manier uitgewerkt. Vandaar dat ook het gebruik ervan éénvormig is. De werkboeken bestaan uit losse bladen die per hoofdstuk aan het kind worden gegeven en in een mapje gestoken. Aan het einde van de begeleiding wordt het boekje meegegeven indien het kind dit wenst. Er wordt voor ieder werkboekje een volgorde van hoofdstukken voorzien waarbij we ervan uit gaan te starten met de meest veilige subthema''s. Maar het spreekt voor zich dat in iedere specifieke situatie de volgorde van de hoofdstukjes kan worden aangepast.
Voor wie is het bestemd?
We gaan ervan uit dat de werkboeken gebruikt worden bij kinderen waar vanuit een grondige analyse gebleken is dat er nood is om rond één of meerdere thema''s individueel te werken.
Kinderen met een zwak zelfbeeld en een beperkt ik -besef komen in aanmerking voor het werken met het boek "een blik op mezelf".
Kinderen verweven in een echtscheidingsproblematiek hebben er vaak nood aan om hun gedachten en gevoelens over dit thema op een rijtje te kunnen zetten, hiervoor kan het Werkboek .''tussen samen en apart" een hulpmiddel zijn.
Zoals hierboven beschreven, werden de werkboeken vanuit een dagcentrumwerking binnen de bijzondere jeugdbijstand ontwikkeld. Dit betekent niet dat de werkboeken zich beperken tot het doelpubliek van een dagcentrum binnen deze sector. Andere hulpverleningsvormen die werken met kinderen waarbij zelfbeeld, weerbaarheid en echtscheiding veel voorkomende problemen zijn, kunnen even goed gebruik maken van de werkboeken.
Leeftijd:
Daar deze werkboeken ontwikkeld werden vanuit de praktijkervaringen van dagcentrum de Schans richten de werkboeken zich naar kinderen tussen 6 en 12 jaar. Kinderen die ouder zijn dan 12 jaar maar zich, wat ontwikkelingsniveau betreft, binnen voornoemde leeftijdscategorie bevinden, kunnen ook gebruik maken van deze werkboeken.
De twee werkboeken: een kort overzicht
WERKBOEK "EEN BLIK OP MEZELF":
In dit boekje is de opbouw van de hoofdstukjes belangrijk. Vanuit onze ervaringen komen we tot de conclusie dat er best gestart wordt met de minst bedreigende hoofdstukjes. Dit om het kind allereerst vertrouwd te maken met het middel en eventueel met de begeleider. De hoofdstukjes die dieper ingaan op de persoonlijkheid en de gevoelswereld van het kind kunnen dan later aan bod komen.
Er werd een opdeling in hoofdstukjes meegegeven die voorgaande redenering volgt, maar het spreekt voor zich dat iedere individuele situatie een persoonlijke indeling vergt.
De onderwerpen zijn zo gekozen dat verschillende deeldomeinen van de leefwereld van het kind aan bod kunnen komen. We gaan specifiek in op een aantalomgevingsaspecten:
Deze werkboeken zijn het resultaat van vele jaren werk. Ze hebben vorm gekregen doorheen het experimenteren en werken met verschillende werkmiddelen, door verschillende begeleiders en met verschillende kinderen. In die zin hebben alle vroegere en huidige dagcentrumwerkers een positieve bijdrage geleverd aan deze concretisatie.
De werkboeken zijn concreet uitgewerkt door de teamleden die op dit moment werkzaam zijn in de Schans. Zij hebben alle informatie verzameld en verwerkt en geconcretiseerd tot dit resultaat. Dit was geen sinecure en een werk van lange adem. Nieuwe ideeën en ervaringen dienden te worden opgenomen naast de vroegere werkmiddelen.
Volgende medewerkers hebben deze werkboeken uitgewerkt.
Eric Janssen:
Eric Janssen is afgestudeerd als maatschappelijk assistent in 1986 en medeoprichter van de dagcentra de Schans en de Schommel in Turnhout sinds 1989. Hij is tewerkgesteld als verantwoordelijke van beide dagcentra. In het dagcentrum staat hij onder meer in voor de formele ouderwerking (waarin oudercursussen over opvoedingsterreinen worden aangeboden), supervisie en ondersteuning in begeleidingen. Hij volgde verschillende modules van de voortgezette opleiding maatschappelijk assistent, korte specifieke vorming i.v.m. hulpverlening aan kinderen en ouders, en een specifieke vorming rond leiding geven.
Kuypers Martine:
Martine Kuypers studeerde in 1996 af als maatschappelijk assistent. Vanaf 1996 is ze werkzaam in de Schans. Binnen de werking is ze actief binnen de groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is verantwoordelijk voor de kinderparticipatie binnen de werking en had een belangrijk aandeel in de concrete uitwerking van de middelen in de werkboeken. Ze volgde specifieke vorming rond contextuele hulpverlening, ouderschap na echtscheiding, kinderontwikkeling en psychopathologie.
Schenck Lieve:
Lieve Schenck is van opleiding psychologe en sinds 1994 werkzaam in de Schans. Ze is als begeleidster actief in de verschillende pijlers: groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is binnen de werking van het dagcentrum verantwoordelijk voor de individuele begeleiding en zoekt regelmatig nieuwe werkmiddelen en materialen. Ze volgde bijscholing rond autisme, ADHD, kinderontwikkeling en psychopathologie. Zij geeft tevens assertiviteitstraining aan jongeren vanuit CAW de Kempen.
Tinne Van der Veken:
Tinne Van der Veken is afgestudeerd als maatschappelijk assistent. Ze werkt vanaf 1996 in de Schans. Sinds 2002 is ze ook werkzaam in de Schommel. Ze is verantwoordelijk voor het gezinskamp van beide dagcentra en de pijlers groepsbegeleiding en studiebegeleiding in de Schans. Ze is ook actief in de werkgroep rond videohometraining. Zowel gezinsbegeleiding en individuele begeleiding behoren tot haar takenpakket. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening.
Nancy Anthonissens:<
Nancy Anthonissens is afgestudeerd als gegradueerde in de orthopedagogie en psychotherapeute vanuit gestalt en psychosynthese. Ze is vanaf 1997 tewerkgesteld in de Schans. In het dagcentrum is zij verantwoordelijk voor de vorming en intervisie van het team. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening, samengestelde gezinnen, kinderontwikkeling en psychopathologie.

Spiegelbeeld. Begeleiding van kinderen met problemen – Handleiding voor begeleiders
De opbouw van de werkboeken bestaat uit middelen die ingaan op bepaalde thema''s die belangrijk zijn binnen de voornoemde probleemterreinen. In de werkboeken worden ideeën gegeven die gebruikt kunnen worden zoals beschreven staat. Maar bij ieder kind zullen er andere middelen nodig zijn om de werkboeken werkbaar te maken. Het is dus een knip- en plakboek waar er vanuit de begeleider zelf ook nieuwe ideeën zullen en kunnen komen. De handleiding biedt aan begeleiders een achtergrond bij de werkboeken en geeft een aantal alternatieve middelen als blijkt dat het vooropgestelde niet voldoende werkt.
Het gebruik van de werkboeken:
De twee werkboeken zijn op een gelijkvormige manier uitgewerkt. Vandaar dat ook het gebruik ervan éénvormig is. De werkboeken bestaan uit losse bladen die per hoofdstuk aan het kind worden gegeven en in een mapje gestoken. Aan het einde van de begeleiding wordt het boekje meegegeven indien het kind dit wenst. Er wordt voor ieder werkboekje een volgorde van hoofdstukken voorzien waarbij we ervan uit gaan te starten met de meest veilige subthema''s. Maar het spreekt voor zich dat in iedere specifieke situatie de volgorde van de hoofdstukjes kan worden aangepast.
Voor wie is het bestemd?
We gaan ervan uit dat de werkboeken gebruikt worden bij kinderen waar vanuit een grondige analyse gebleken is dat er nood is om rond één of meerdere thema''s individueel te werken.
Kinderen met een zwak zelfbeeld en een beperkt ik -besef komen in aanmerking voor het werken met het boek "een blik op mezelf".
Kinderen verweven in een echtscheidingsproblematiek hebben er vaak nood aan om hun gedachten en gevoelens over dit thema op een rijtje te kunnen zetten, hiervoor kan het Werkboek .''tussen samen en apart" een hulpmiddel zijn.
Zoals hierboven beschreven, werden de werkboeken vanuit een dagcentrumwerking binnen de bijzondere jeugdbijstand ontwikkeld. Dit betekent niet dat de werkboeken zich beperken tot het doelpubliek van een dagcentrum binnen deze sector. Andere hulpverleningsvormen die werken met kinderen waarbij zelfbeeld, weerbaarheid en echtscheiding veel voorkomende problemen zijn, kunnen even goed gebruik maken van de werkboeken.
Leeftijd:
Daar deze werkboeken ontwikkeld werden vanuit de praktijkervaringen van dagcentrum de Schans richten de werkboeken zich naar kinderen tussen 6 en 12 jaar. Kinderen die ouder zijn dan 12 jaar maar zich, wat ontwikkelingsniveau betreft, binnen voornoemde leeftijdscategorie bevinden, kunnen ook gebruik maken van deze werkboeken.
De twee werkboeken: een kort overzicht
WERKBOEK "EEN BLIK OP MEZELF":
In dit boekje is de opbouw van de hoofdstukjes belangrijk. Vanuit onze ervaringen komen we tot de conclusie dat er best gestart wordt met de minst bedreigende hoofdstukjes. Dit om het kind allereerst vertrouwd te maken met het middel en eventueel met de begeleider. De hoofdstukjes die dieper ingaan op de persoonlijkheid en de gevoelswereld van het kind kunnen dan later aan bod komen.
Er werd een opdeling in hoofdstukjes meegegeven die voorgaande redenering volgt, maar het spreekt voor zich dat iedere individuele situatie een persoonlijke indeling vergt.
De onderwerpen zijn zo gekozen dat verschillende deeldomeinen van de leefwereld van het kind aan bod kunnen komen. We gaan specifiek in op een aantalomgevingsaspecten:
Deze werkboeken zijn het resultaat van vele jaren werk. Ze hebben vorm gekregen doorheen het experimenteren en werken met verschillende werkmiddelen, door verschillende begeleiders en met verschillende kinderen. In die zin hebben alle vroegere en huidige dagcentrumwerkers een positieve bijdrage geleverd aan deze concretisatie.
De werkboeken zijn concreet uitgewerkt door de teamleden die op dit moment werkzaam zijn in de Schans. Zij hebben alle informatie verzameld en verwerkt en geconcretiseerd tot dit resultaat. Dit was geen sinecure en een werk van lange adem. Nieuwe ideeën en ervaringen dienden te worden opgenomen naast de vroegere werkmiddelen.
Volgende medewerkers hebben deze werkboeken uitgewerkt.
Eric Janssen:
Eric Janssen is afgestudeerd als maatschappelijk assistent in 1986 en medeoprichter van de dagcentra de Schans en de Schommel in Turnhout sinds 1989. Hij is tewerkgesteld als verantwoordelijke van beide dagcentra. In het dagcentrum staat hij onder meer in voor de formele ouderwerking (waarin oudercursussen over opvoedingsterreinen worden aangeboden), supervisie en ondersteuning in begeleidingen. Hij volgde verschillende modules van de voortgezette opleiding maatschappelijk assistent, korte specifieke vorming i.v.m. hulpverlening aan kinderen en ouders, en een specifieke vorming rond leiding geven.
Kuypers Martine:
Martine Kuypers studeerde in 1996 af als maatschappelijk assistent. Vanaf 1996 is ze werkzaam in de Schans. Binnen de werking is ze actief binnen de groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is verantwoordelijk voor de kinderparticipatie binnen de werking en had een belangrijk aandeel in de concrete uitwerking van de middelen in de werkboeken. Ze volgde specifieke vorming rond contextuele hulpverlening, ouderschap na echtscheiding, kinderontwikkeling en psychopathologie.
Schenck Lieve:
Lieve Schenck is van opleiding psychologe en sinds 1994 werkzaam in de Schans. Ze is als begeleidster actief in de verschillende pijlers: groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is binnen de werking van het dagcentrum verantwoordelijk voor de individuele begeleiding en zoekt regelmatig nieuwe werkmiddelen en materialen. Ze volgde bijscholing rond autisme, ADHD, kinderontwikkeling en psychopathologie. Zij geeft tevens assertiviteitstraining aan jongeren vanuit CAW de Kempen.
Tinne Van der Veken:
Tinne Van der Veken is afgestudeerd als maatschappelijk assistent. Ze werkt vanaf 1996 in de Schans. Sinds 2002 is ze ook werkzaam in de Schommel. Ze is verantwoordelijk voor het gezinskamp van beide dagcentra en de pijlers groepsbegeleiding en studiebegeleiding in de Schans. Ze is ook actief in de werkgroep rond videohometraining. Zowel gezinsbegeleiding en individuele begeleiding behoren tot haar takenpakket. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening.
Nancy Anthonissens:<
Nancy Anthonissens is afgestudeerd als gegradueerde in de orthopedagogie en psychotherapeute vanuit gestalt en psychosynthese. Ze is vanaf 1997 tewerkgesteld in de Schans. In het dagcentrum is zij verantwoordelijk voor de vorming en intervisie van het team. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening, samengestelde gezinnen, kinderontwikkeling en psychopathologie.

Spiegelbeeld. Begeleiding van kinderen met problemen – Handleiding voor begeleiders
De opbouw van de werkboeken bestaat uit middelen die ingaan op bepaalde thema''s die belangrijk zijn binnen de voornoemde probleemterreinen. In de werkboeken worden ideeën gegeven die gebruikt kunnen worden zoals beschreven staat. Maar bij ieder kind zullen er andere middelen nodig zijn om de werkboeken werkbaar te maken. Het is dus een knip- en plakboek waar er vanuit de begeleider zelf ook nieuwe ideeën zullen en kunnen komen. De handleiding biedt aan begeleiders een achtergrond bij de werkboeken en geeft een aantal alternatieve middelen als blijkt dat het vooropgestelde niet voldoende werkt.
Het gebruik van de werkboeken:
De twee werkboeken zijn op een gelijkvormige manier uitgewerkt. Vandaar dat ook het gebruik ervan éénvormig is. De werkboeken bestaan uit losse bladen die per hoofdstuk aan het kind worden gegeven en in een mapje gestoken. Aan het einde van de begeleiding wordt het boekje meegegeven indien het kind dit wenst. Er wordt voor ieder werkboekje een volgorde van hoofdstukken voorzien waarbij we ervan uit gaan te starten met de meest veilige subthema''s. Maar het spreekt voor zich dat in iedere specifieke situatie de volgorde van de hoofdstukjes kan worden aangepast.
Voor wie is het bestemd?
We gaan ervan uit dat de werkboeken gebruikt worden bij kinderen waar vanuit een grondige analyse gebleken is dat er nood is om rond één of meerdere thema''s individueel te werken.
Kinderen met een zwak zelfbeeld en een beperkt ik -besef komen in aanmerking voor het werken met het boek "een blik op mezelf".
Kinderen verweven in een echtscheidingsproblematiek hebben er vaak nood aan om hun gedachten en gevoelens over dit thema op een rijtje te kunnen zetten, hiervoor kan het Werkboek .''tussen samen en apart" een hulpmiddel zijn.
Zoals hierboven beschreven, werden de werkboeken vanuit een dagcentrumwerking binnen de bijzondere jeugdbijstand ontwikkeld. Dit betekent niet dat de werkboeken zich beperken tot het doelpubliek van een dagcentrum binnen deze sector. Andere hulpverleningsvormen die werken met kinderen waarbij zelfbeeld, weerbaarheid en echtscheiding veel voorkomende problemen zijn, kunnen even goed gebruik maken van de werkboeken.
Leeftijd:
Daar deze werkboeken ontwikkeld werden vanuit de praktijkervaringen van dagcentrum de Schans richten de werkboeken zich naar kinderen tussen 6 en 12 jaar. Kinderen die ouder zijn dan 12 jaar maar zich, wat ontwikkelingsniveau betreft, binnen voornoemde leeftijdscategorie bevinden, kunnen ook gebruik maken van deze werkboeken.
De twee werkboeken: een kort overzicht
WERKBOEK "EEN BLIK OP MEZELF":
In dit boekje is de opbouw van de hoofdstukjes belangrijk. Vanuit onze ervaringen komen we tot de conclusie dat er best gestart wordt met de minst bedreigende hoofdstukjes. Dit om het kind allereerst vertrouwd te maken met het middel en eventueel met de begeleider. De hoofdstukjes die dieper ingaan op de persoonlijkheid en de gevoelswereld van het kind kunnen dan later aan bod komen.
Er werd een opdeling in hoofdstukjes meegegeven die voorgaande redenering volgt, maar het spreekt voor zich dat iedere individuele situatie een persoonlijke indeling vergt.
De onderwerpen zijn zo gekozen dat verschillende deeldomeinen van de leefwereld van het kind aan bod kunnen komen. We gaan specifiek in op een aantalomgevingsaspecten:
Deze werkboeken zijn het resultaat van vele jaren werk. Ze hebben vorm gekregen doorheen het experimenteren en werken met verschillende werkmiddelen, door verschillende begeleiders en met verschillende kinderen. In die zin hebben alle vroegere en huidige dagcentrumwerkers een positieve bijdrage geleverd aan deze concretisatie.
De werkboeken zijn concreet uitgewerkt door de teamleden die op dit moment werkzaam zijn in de Schans. Zij hebben alle informatie verzameld en verwerkt en geconcretiseerd tot dit resultaat. Dit was geen sinecure en een werk van lange adem. Nieuwe ideeën en ervaringen dienden te worden opgenomen naast de vroegere werkmiddelen.
Volgende medewerkers hebben deze werkboeken uitgewerkt.
Eric Janssen:
Eric Janssen is afgestudeerd als maatschappelijk assistent in 1986 en medeoprichter van de dagcentra de Schans en de Schommel in Turnhout sinds 1989. Hij is tewerkgesteld als verantwoordelijke van beide dagcentra. In het dagcentrum staat hij onder meer in voor de formele ouderwerking (waarin oudercursussen over opvoedingsterreinen worden aangeboden), supervisie en ondersteuning in begeleidingen. Hij volgde verschillende modules van de voortgezette opleiding maatschappelijk assistent, korte specifieke vorming i.v.m. hulpverlening aan kinderen en ouders, en een specifieke vorming rond leiding geven.
Kuypers Martine:
Martine Kuypers studeerde in 1996 af als maatschappelijk assistent. Vanaf 1996 is ze werkzaam in de Schans. Binnen de werking is ze actief binnen de groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is verantwoordelijk voor de kinderparticipatie binnen de werking en had een belangrijk aandeel in de concrete uitwerking van de middelen in de werkboeken. Ze volgde specifieke vorming rond contextuele hulpverlening, ouderschap na echtscheiding, kinderontwikkeling en psychopathologie.
Schenck Lieve:
Lieve Schenck is van opleiding psychologe en sinds 1994 werkzaam in de Schans. Ze is als begeleidster actief in de verschillende pijlers: groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is binnen de werking van het dagcentrum verantwoordelijk voor de individuele begeleiding en zoekt regelmatig nieuwe werkmiddelen en materialen. Ze volgde bijscholing rond autisme, ADHD, kinderontwikkeling en psychopathologie. Zij geeft tevens assertiviteitstraining aan jongeren vanuit CAW de Kempen.
Tinne Van der Veken:
Tinne Van der Veken is afgestudeerd als maatschappelijk assistent. Ze werkt vanaf 1996 in de Schans. Sinds 2002 is ze ook werkzaam in de Schommel. Ze is verantwoordelijk voor het gezinskamp van beide dagcentra en de pijlers groepsbegeleiding en studiebegeleiding in de Schans. Ze is ook actief in de werkgroep rond videohometraining. Zowel gezinsbegeleiding en individuele begeleiding behoren tot haar takenpakket. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening.
Nancy Anthonissens:<
Nancy Anthonissens is afgestudeerd als gegradueerde in de orthopedagogie en psychotherapeute vanuit gestalt en psychosynthese. Ze is vanaf 1997 tewerkgesteld in de Schans. In het dagcentrum is zij verantwoordelijk voor de vorming en intervisie van het team. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening, samengestelde gezinnen, kinderontwikkeling en psychopathologie.
Kwaliteitsontwikkeling in het onderwijs
Dit boek plaatst de kwaliteitshype in een bredere maatschappelijke context. Ook wil het de traditionele visie op kwaliteit en kwaliteitszorg verbreden tot een visie en benadering die compatibel is met en ondersteunend voor de eigen opdracht van het onderwijs. Tegelijk reikt het methodieken en instrumenten aan die onderwijsorganisaties helpen bij permanente kwaliteitsontwikkeling en kwaliteitszorg.
Zowel het basisonderwijs als het secundair en het hoger onderwijs komen hierbij aan bod. Een eerste doelgroep vormen de verschillende actoren in het onderwijs zelf: directieleden, docenten en ook studenten. Een tweede doelgroep zijn de externe belanghebbenden: schoolbestuur, inspectie, overheid,... Een derde groep bestaat uit alle organisaties die samenwerking met het onderwijs aangaan.
Guido Cuyvers is verbonden aan de Katholieke Hogeschool der Kempen in Geel en aan de K.U.Leuven.
Kwaliteitsontwikkeling in het onderwijs
Dit boek plaatst de kwaliteitshype in een bredere maatschappelijke context. Ook wil het de traditionele visie op kwaliteit en kwaliteitszorg verbreden tot een visie en benadering die compatibel is met en ondersteunend voor de eigen opdracht van het onderwijs. Tegelijk reikt het methodieken en instrumenten aan die onderwijsorganisaties helpen bij permanente kwaliteitsontwikkeling en kwaliteitszorg.
Zowel het basisonderwijs als het secundair en het hoger onderwijs komen hierbij aan bod. Een eerste doelgroep vormen de verschillende actoren in het onderwijs zelf: directieleden, docenten en ook studenten. Een tweede doelgroep zijn de externe belanghebbenden: schoolbestuur, inspectie, overheid,... Een derde groep bestaat uit alle organisaties die samenwerking met het onderwijs aangaan.
Guido Cuyvers is verbonden aan de Katholieke Hogeschool der Kempen in Geel en aan de K.U.Leuven.

Studeren met dyslexie
Dyslexie is bij vele studenten de oorzaak van onnodige studievertraging en studie-uitval. Drie tot vijf procent van de studentenpopulatie heeft dyslexie.
Het boek verschaft informatie over kritische momenten tijdens de studie, signalering door docenten en mentoren, regelingen en voorzieningen. Via een inventarisatielijst studieproblemen en een checklist meervoudige intelligentie kunnen zwakke en sterke punten in kaart worden gebracht. Daarna biedt het boek direct ondersteunende tips voor de oplossing van de studieproblemen. Daarbij wijst het ook op de mogelijkheden met computerprogramma’s. Een laatste deel behandelt de steeds terugkerende discussiepunten rond dyslexie in het onderwijs en geeft suggesties voor de aanpak binnen onderwijsinstellingen.
Deze uitgave is in de eerste plaats geschreven voor studenten met dyslexie. Uiteraard is het boek evenzeer van belang voor hun docenten, mentoren, begeleiders enz. Maar ook leerlingbegeleiders in het voortgezet onderwijs vinden hier meteen toepasbare informatie.

Studeren met dyslexie
Dyslexie is bij vele studenten de oorzaak van onnodige studievertraging en studie-uitval. Drie tot vijf procent van de studentenpopulatie heeft dyslexie.
Het boek verschaft informatie over kritische momenten tijdens de studie, signalering door docenten en mentoren, regelingen en voorzieningen. Via een inventarisatielijst studieproblemen en een checklist meervoudige intelligentie kunnen zwakke en sterke punten in kaart worden gebracht. Daarna biedt het boek direct ondersteunende tips voor de oplossing van de studieproblemen. Daarbij wijst het ook op de mogelijkheden met computerprogramma’s. Een laatste deel behandelt de steeds terugkerende discussiepunten rond dyslexie in het onderwijs en geeft suggesties voor de aanpak binnen onderwijsinstellingen.
Deze uitgave is in de eerste plaats geschreven voor studenten met dyslexie. Uiteraard is het boek evenzeer van belang voor hun docenten, mentoren, begeleiders enz. Maar ook leerlingbegeleiders in het voortgezet onderwijs vinden hier meteen toepasbare informatie.
Turkije: Springstof voor de Europese Unie
Dirk Rochtus en Gerrit De Vylder doceren aan de Lessius Hogeschool in Antwerpen. Veli Yüksel is journalist bij de VRT.
Turkije: Springstof voor de Europese Unie
Dirk Rochtus en Gerrit De Vylder doceren aan de Lessius Hogeschool in Antwerpen. Veli Yüksel is journalist bij de VRT.

Multimodaal vervoer. Zoektocht naar de synergie tussen de modi
Naast de begripsbepaling en het juridisch kader komen essentiële (bedrijfs)economische, ruimtelijke en logisitieke aspecten van het multimodaal vervoer aan bod. Daarnaast geven de verschillende partners - weg, spoor, water, short sea shipping - hun kijk op de diverse problemen, met oog voor mogelijkheden en beperkingen.

Multimodaal vervoer. Zoektocht naar de synergie tussen de modi
Naast de begripsbepaling en het juridisch kader komen essentiële (bedrijfs)economische, ruimtelijke en logisitieke aspecten van het multimodaal vervoer aan bod. Daarnaast geven de verschillende partners - weg, spoor, water, short sea shipping - hun kijk op de diverse problemen, met oog voor mogelijkheden en beperkingen.
De moeilijke klas (Cahiers Speciale onderwijszorg, nr. 4)
Dit boek kijkt vanuit verschillende optieken naar het verschijnsel ‘moeilijke klas’. Gedragsproblematiek speelt in alle scholen en vormt voor vele leraren een lastige opgave. Of de oorzaak van de moeilijke klas bij de leerling of bij de leerkracht ligt, is een waarderingskeuze, die niet altijd even eenvoudig is. Er speelt immers een complex van factoren mee. Het boek beschrijft diverse mogelijkheden om ze te leren herkennen en vervolgens te erkennen. De auteurs schetsen enerzijds de ernst van de situatie, maar proberen ook de scherpe kanten van de nijpende zaak te vijlen.
Wellicht moet de moeilijke klas niet zo zeer worden gezien als een bittere beker die tot op de bodem moet worden geledigd, maar als een uitdaging.
De Cahiers Speciale Onderwijszorg zijn een initiatief van Fontys Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg en Windesheim Opleidingen Speciale Onderwijszorg.
Reeks Cahiers Speciale Onderwijszorg:
- Nr. 1: Speciale onderwijszorg in het voortgezet onderwijs
- Nr. 2: Jongeren en grotestadsproblematiek
- Nr. 3: Speciale onderwijszorg in het voortgezet onderwijs 2
- Nr. 4: De moeilijke klas
- Nr. 5: Gedrag begrijpen
- Nr. 6: Integrale leerlingenzorg in het voortgezet onderwijs
- Nr. 7: Problemen in de taalontwikkeling
- Nr. 8: Problemen in de rekenontwikkeling
- Nr. 9: Het verhaal van de leraar
- Nr. 10: De leraar speciaal onderwijs als master
- Nr. 11: De leraar als coach
- Nr. 12: Inclusief denken en handelen in het onderwijs
- Nr. 13: Autisme in het voortgezet onderwijs
- Nr. 14: Dyslexie. Zorg van ons allemaal
- Nr. 15: Creativiteit en speciale onderwijszorg
- Nr. 16: Oppositioneel & opstandig gedrag in het voortgezet onderwijs
- Nr. 17: Een vangnet van zorg
- Nr. 18: De leraar maakt het verschil
De moeilijke klas (Cahiers Speciale onderwijszorg, nr. 4)
Dit boek kijkt vanuit verschillende optieken naar het verschijnsel ‘moeilijke klas’. Gedragsproblematiek speelt in alle scholen en vormt voor vele leraren een lastige opgave. Of de oorzaak van de moeilijke klas bij de leerling of bij de leerkracht ligt, is een waarderingskeuze, die niet altijd even eenvoudig is. Er speelt immers een complex van factoren mee. Het boek beschrijft diverse mogelijkheden om ze te leren herkennen en vervolgens te erkennen. De auteurs schetsen enerzijds de ernst van de situatie, maar proberen ook de scherpe kanten van de nijpende zaak te vijlen.
Wellicht moet de moeilijke klas niet zo zeer worden gezien als een bittere beker die tot op de bodem moet worden geledigd, maar als een uitdaging.
De Cahiers Speciale Onderwijszorg zijn een initiatief van Fontys Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg en Windesheim Opleidingen Speciale Onderwijszorg.
Reeks Cahiers Speciale Onderwijszorg:
- Nr. 1: Speciale onderwijszorg in het voortgezet onderwijs
- Nr. 2: Jongeren en grotestadsproblematiek
- Nr. 3: Speciale onderwijszorg in het voortgezet onderwijs 2
- Nr. 4: De moeilijke klas
- Nr. 5: Gedrag begrijpen
- Nr. 6: Integrale leerlingenzorg in het voortgezet onderwijs
- Nr. 7: Problemen in de taalontwikkeling
- Nr. 8: Problemen in de rekenontwikkeling
- Nr. 9: Het verhaal van de leraar
- Nr. 10: De leraar speciaal onderwijs als master
- Nr. 11: De leraar als coach
- Nr. 12: Inclusief denken en handelen in het onderwijs
- Nr. 13: Autisme in het voortgezet onderwijs
- Nr. 14: Dyslexie. Zorg van ons allemaal
- Nr. 15: Creativiteit en speciale onderwijszorg
- Nr. 16: Oppositioneel & opstandig gedrag in het voortgezet onderwijs
- Nr. 17: Een vangnet van zorg
- Nr. 18: De leraar maakt het verschil

La pensée et le muscle. Manuel de l’usager
Tous ces éléments, qu’Elizabeth Langford nous explique ici avec simplicité et clarté, sont connus depuis de nombreuses années, et sont considérés comme allant de soi par les vrais experts dans ce domaine. Cependant, ils sont habituellement formulés dans le langage technique des revues spécialisées, ou sont dispersés dans des ouvrages de référence peu commodes, et sont donc difficilement accessibles pour le grand public. La pensée et le muscle nous rend un service inestimable en les mettant à notre portée.
Progressivement, le lecteur découvre la réalité pratique de ces informations, et commence à faire l’expérience de leurs bienfaits. Ce livre sera précieux pour celui dont le premier outil de travail est son corps – qu’il soit sportif, musicien, danseur, dentiste ou menuisier – et qui cherche ) améliorer ses performances ou à réduire les tensions et le stress ; pour des personnes en convalescence ou qui se battent avec un handicap ; pour ceux qui souffrent de ce problème de plus en plus répandu qu’est le mal de dos ; pour tous ceux, enfin, qui ont vraiment envie de redécouvrir un sens du bien-être.

La pensée et le muscle. Manuel de l’usager
Tous ces éléments, qu’Elizabeth Langford nous explique ici avec simplicité et clarté, sont connus depuis de nombreuses années, et sont considérés comme allant de soi par les vrais experts dans ce domaine. Cependant, ils sont habituellement formulés dans le langage technique des revues spécialisées, ou sont dispersés dans des ouvrages de référence peu commodes, et sont donc difficilement accessibles pour le grand public. La pensée et le muscle nous rend un service inestimable en les mettant à notre portée.
Progressivement, le lecteur découvre la réalité pratique de ces informations, et commence à faire l’expérience de leurs bienfaits. Ce livre sera précieux pour celui dont le premier outil de travail est son corps – qu’il soit sportif, musicien, danseur, dentiste ou menuisier – et qui cherche ) améliorer ses performances ou à réduire les tensions et le stress ; pour des personnes en convalescence ou qui se battent avec un handicap ; pour ceux qui souffrent de ce problème de plus en plus répandu qu’est le mal de dos ; pour tous ceux, enfin, qui ont vraiment envie de redécouvrir un sens du bien-être.
Het Aspergersyndroom. Autisme in het regulier en speciaal onderwijs. Praktische gids voor leerkrachten en begeleiders (Fontys-OSO-Reeks, nr. 4)
Het boek illustreert deze ijsbergtheorie vanuit typische symptomen uit de feitelijke toppen van de ijsberg: sociale interactie, communicatie, gebrek aan flexibiliteit in het denken, sensoriële en motorische moeilijkheden, emotionele moeilijkheden, werkvaardigheden en werkgedrag.
Daarom volgen korte oefeningen in autistisch denken als een poging om de oorzaken, en meteen de betekenis van deze symptomen, te begrijpen. Zich verplaatsen in de denk- en belevingswereld van iemand met autisme en ‘van binnenuit’ proberen te handelen kan helpen bij het voorkomen van problemen.
Dit klinkt eenvoudig, maar het is dat niet. Het is nu eenmaal niet gemakkelijk om in die ‘andere wereld’ binnen te stappen. Toch hebben kinderen met autisme leerkrachten en begeleiders nodig met een sterk inlevingsvermogen.
Deze publicatie is een onder redactie van Theo Peeters (Opleidingscentrum Autisme, Antwerpen) en Gery Quak (Fontys OSO, Tilburg) naar het Nederlands bewerkte versie van ‘Asperger syndrome - Practical strategies for the classroom’, een uitgave van The National Autistic Society (Leicester).
Het Aspergersyndroom. Autisme in het regulier en speciaal onderwijs. Praktische gids voor leerkrachten en begeleiders (Fontys-OSO-Reeks, nr. 4)
Het boek illustreert deze ijsbergtheorie vanuit typische symptomen uit de feitelijke toppen van de ijsberg: sociale interactie, communicatie, gebrek aan flexibiliteit in het denken, sensoriële en motorische moeilijkheden, emotionele moeilijkheden, werkvaardigheden en werkgedrag.
Daarom volgen korte oefeningen in autistisch denken als een poging om de oorzaken, en meteen de betekenis van deze symptomen, te begrijpen. Zich verplaatsen in de denk- en belevingswereld van iemand met autisme en ‘van binnenuit’ proberen te handelen kan helpen bij het voorkomen van problemen.
Dit klinkt eenvoudig, maar het is dat niet. Het is nu eenmaal niet gemakkelijk om in die ‘andere wereld’ binnen te stappen. Toch hebben kinderen met autisme leerkrachten en begeleiders nodig met een sterk inlevingsvermogen.
Deze publicatie is een onder redactie van Theo Peeters (Opleidingscentrum Autisme, Antwerpen) en Gery Quak (Fontys OSO, Tilburg) naar het Nederlands bewerkte versie van ‘Asperger syndrome - Practical strategies for the classroom’, een uitgave van The National Autistic Society (Leicester).
Speciale onderwijszorg in het voortgezet onderwijs – 2 (Cahiers Speciale Onderwijszorg, nr. 3)
Het boek schetst problemen, maar brengt ook de mogelijkheden van speciale onderwijszorg in beeld. Het ondersteunt docenten bij hun zoektocht en proces van reflectie om optimaal met zorgleerlingen om te gaan.
Deze publicatie is een initiatief van Fontys Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg in Tilburg en Windesheim Opleidingen Speciale Onderwijszorg in Zwolle.
Reeks Cahiers Speciale Onderwijszorg:
- Nr. 1: Speciale onderwijszorg in het voortgezet onderwijs
- Nr. 2: Jongeren en grotestadsproblematiek
- Nr. 3: Speciale onderwijszorg in het voortgezet onderwijs 2
- Nr. 4: De moeilijke klas
- Nr. 5: Gedrag begrijpen
- Nr. 6: Integrale leerlingenzorg in het voortgezet onderwijs
- Nr. 7: Problemen in de taalontwikkeling
- Nr. 8: Problemen in de rekenontwikkeling
- Nr. 9: Het verhaal van de leraar
- Nr. 10: De leraar speciaal onderwijs als master
- Nr. 11: De leraar als coach
- Nr. 12: Inclusief denken en handelen in het onderwijs
- Nr. 13: Autisme in het voortgezet onderwijs
- Nr. 14: Dyslexie. Zorg van ons allemaal
- Nr. 15: Creativiteit en speciale onderwijszorg
- Nr. 16: Oppositioneel & opstandig gedrag in het voortgezet onderwijs
- Nr. 17: Een vangnet van zorg
- Nr. 18: De leraar maakt het verschil
Speciale onderwijszorg in het voortgezet onderwijs – 2 (Cahiers Speciale Onderwijszorg, nr. 3)
Het boek schetst problemen, maar brengt ook de mogelijkheden van speciale onderwijszorg in beeld. Het ondersteunt docenten bij hun zoektocht en proces van reflectie om optimaal met zorgleerlingen om te gaan.
Deze publicatie is een initiatief van Fontys Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg in Tilburg en Windesheim Opleidingen Speciale Onderwijszorg in Zwolle.
Reeks Cahiers Speciale Onderwijszorg:
- Nr. 1: Speciale onderwijszorg in het voortgezet onderwijs
- Nr. 2: Jongeren en grotestadsproblematiek
- Nr. 3: Speciale onderwijszorg in het voortgezet onderwijs 2
- Nr. 4: De moeilijke klas
- Nr. 5: Gedrag begrijpen
- Nr. 6: Integrale leerlingenzorg in het voortgezet onderwijs
- Nr. 7: Problemen in de taalontwikkeling
- Nr. 8: Problemen in de rekenontwikkeling
- Nr. 9: Het verhaal van de leraar
- Nr. 10: De leraar speciaal onderwijs als master
- Nr. 11: De leraar als coach
- Nr. 12: Inclusief denken en handelen in het onderwijs
- Nr. 13: Autisme in het voortgezet onderwijs
- Nr. 14: Dyslexie. Zorg van ons allemaal
- Nr. 15: Creativiteit en speciale onderwijszorg
- Nr. 16: Oppositioneel & opstandig gedrag in het voortgezet onderwijs
- Nr. 17: Een vangnet van zorg
- Nr. 18: De leraar maakt het verschil

La convención sobre los derechos del niño. Trasfondo, motivos, estrategias, temas principales
Obviamente, lograr que los derechos de los ninos formen parte del derecho positivo no da por concluido el asunto. De hecho, no existe una clara conexión entre la normativa social y legal (es decir, entre la ley y las ciencias de la educación). Las ciencias de la educación, que nos ensenan cómo tratar a los ninos, tienen mucho que ver con los derechos humanos y con los de los ninos. Por ello, la relación entre la educación y el proyecto de los derechos humanos, especialmente el proyecto de los derechos de los ninos, es el tema central de este libro.
El autor presenta una visión clara de los derechos de los ninos y de su trasfondo. Por lo tanto, este libro es idóneo para fines educativos y para aquéllos que pretendan ver más allá "de las normas".
Eugeen Verhellen es catedrático de la Facultad de Psicología y Ciencias de la Educación y de la Facultad de Derecho de la Universidad de Gante en Bélgica.
Asimismo, es director del Children's Rights Centre (Centro sobre los Derechos de los Ninos y Ninas), en la Universidad de Gante.

La convención sobre los derechos del niño. Trasfondo, motivos, estrategias, temas principales
Obviamente, lograr que los derechos de los ninos formen parte del derecho positivo no da por concluido el asunto. De hecho, no existe una clara conexión entre la normativa social y legal (es decir, entre la ley y las ciencias de la educación). Las ciencias de la educación, que nos ensenan cómo tratar a los ninos, tienen mucho que ver con los derechos humanos y con los de los ninos. Por ello, la relación entre la educación y el proyecto de los derechos humanos, especialmente el proyecto de los derechos de los ninos, es el tema central de este libro.
El autor presenta una visión clara de los derechos de los ninos y de su trasfondo. Por lo tanto, este libro es idóneo para fines educativos y para aquéllos que pretendan ver más allá "de las normas".
Eugeen Verhellen es catedrático de la Facultad de Psicología y Ciencias de la Educación y de la Facultad de Derecho de la Universidad de Gante en Bélgica.
Asimismo, es director del Children's Rights Centre (Centro sobre los Derechos de los Ninos y Ninas), en la Universidad de Gante.
Radiotherapie
Nico Jansen is radiotherapeut. Tweede, herziene uitgave
Radiotherapie
Nico Jansen is radiotherapeut. Tweede, herziene uitgave
Interventie bij beginnende leesproblemen. Evaluatie van het ELLO-project (Studies over Taalonderwijs, nr. 4)
Ludo Verhoeven is hoogleraar aan de K. U. Nijmegen, Afdeling Orthopedagogiek van Leren en Ontwikkeling. Hij is ook directeur van het Expertisecentrum Nederlands. Helga van de Ven is verbonden aan dezelfde Afdeling Orthopedagogiek van Leren en Ontwikkeling. Studies over taalonderwijs, n1: 3
Interventie bij beginnende leesproblemen. Evaluatie van het ELLO-project (Studies over Taalonderwijs, nr. 4)
Ludo Verhoeven is hoogleraar aan de K. U. Nijmegen, Afdeling Orthopedagogiek van Leren en Ontwikkeling. Hij is ook directeur van het Expertisecentrum Nederlands. Helga van de Ven is verbonden aan dezelfde Afdeling Orthopedagogiek van Leren en Ontwikkeling. Studies over taalonderwijs, n1: 3

Kleinschalig wonen voor dementerende personen in Vlaanderen

Kleinschalig wonen voor dementerende personen in Vlaanderen
Beleidsmatig werken aan professionaliteit (Syllabus-Serie, nr. 7)
Luc Linthout, Luc Van Puyenbroeck ( coördinator) en Diane Jacobs zijn verbonden aan de Nascholing van het Vlaams Secretariaat van het Katholiek Onderwijs. Syllabus-serie, n1: 7
Beleidsmatig werken aan professionaliteit (Syllabus-Serie, nr. 7)
Luc Linthout, Luc Van Puyenbroeck ( coördinator) en Diane Jacobs zijn verbonden aan de Nascholing van het Vlaams Secretariaat van het Katholiek Onderwijs. Syllabus-serie, n1: 7
Pedagogische Variabelen Lijst – PVL. De ontwikkeling v/e pedagogisch diagnostisch instrument voor de gezinsvoogden v/d ambulante jeugdbescherming en jeugdhulpverlening v/h Leger des Heils
Leontine Bakker, orthopedagoog, is docent aan de Hogeschool voor Pedagogisch en Sociaal-Agogisch Onderwijs en aan het Postdoctoraal Beroepsonderwijs Orthopedagogiek Groningen (RUG).
Pedagogische Variabelen Lijst – PVL. De ontwikkeling v/e pedagogisch diagnostisch instrument voor de gezinsvoogden v/d ambulante jeugdbescherming en jeugdhulpverlening v/h Leger des Heils
Leontine Bakker, orthopedagoog, is docent aan de Hogeschool voor Pedagogisch en Sociaal-Agogisch Onderwijs en aan het Postdoctoraal Beroepsonderwijs Orthopedagogiek Groningen (RUG).

Bedrijfseconomische aspecten van Intellectual Capital. Meten is weten, maar hoe weten te meten?
Auke de Bos RA is hoogleraar bedrijfseconomie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij is tevens werkzaam bij Ernst & Young in de controlepraktijk.

Bedrijfseconomische aspecten van Intellectual Capital. Meten is weten, maar hoe weten te meten?
Auke de Bos RA is hoogleraar bedrijfseconomie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij is tevens werkzaam bij Ernst & Young in de controlepraktijk.
Taaltherapie bij kinderen (Omtrent Logopedie, nr. 2)
Steeds gaat het om doelgericht en vakkundig handelen en telkens is het doel de taalontwikkeling van het kind te bevorderen. Bijna in alle gevallen wordt er veel belang gehecht aan het communicatieve aspect en is er oog voor de totale ontwikkeling van het kind. In heel wat settings vindt de aanpak multidisciplinair en/of zelfs transdisciplinair plaats en wordt er op grote schaal nauw samengewerkt met de ouders/opvoeders als co-therapeuten.
Het basisuitgangspunt van elke vorm van taalbehandeling moet het kind zelf zijn, met zijn mogelijkheden en beperkingen. Het kind moet immers behandeld worden, en niet de zinsbouw of de woordenschat van een kind.
De uiteindelijke bedoeling is dat het kind zich beter gaat voelen, een beter zelfbeeld krijgt en meer communicatieve mogelijkheden gaat ontwikkelen. Een te eenzijdige aandacht voor de beperkingen - de stoornissen - leidt dan ook niet tot optimale ontplooiingskansen. Ook dit belangrijke aspect wordt door meerdere auteurs in de verf gezet.
Dit boek is zeer verscheiden, zodat het kan worden opgevat als een soort praktijkgerichte ‘capita selecta’ met betrekking tot taaltherapie. Elk van de auteurs heeft namelijk vanuit de eigen werksituatie en vanuit de eigen klinische en theoretische inzichten een waardevolle en vaak zeer specifieke invulling gegeven aan de inhoud van de verschillende hoofdstukken.
Deze verscheidenheid is geen nadeel, maar biedt een meerwaarde aan dit boek. Ze getuigt niet enkel van de grote variatie aan taalproblemen die zich kunnen voordoen, maar ook van de zeer uiteenlopende manieren waarop de begeleiding van kinderen met taalproblemen kan worden aangepakt.
Eric Manders is licentiaat en doctor in de Logopedie en Audiologie. Tot voor kort was hij als logopedist-coördinator verbonden aan het Revalidatiecentrum voor Gehoor en Spraak (U.Z. Leuven). Momenteel is hij deeltijds docent aan de licentiaatsopleiding Logopedie en Audiologie van de K.U. Leuven en deeltijds aan het departement Logopedie & Audiologie van de Lessius-hogeschool te Antwerpen.
Inge Zink is eveneens licentiate en doctor in de Logopedie en Audiologie. Zij is deeltijds docente aan de licentiaatsopleiding Logopedie en Audiologie van de K.U. Leuven. Daarnaast is zij betrokken bij de diagnostiek en behandeling van taalgestoorde kinderen in het Universitair Revalidatiecentrum voor Gehoor en Spraak te Leuven.
Omtrent Logopedie:
Taaltherapie bij kinderen (Omtrent Logopedie, nr. 2)
Steeds gaat het om doelgericht en vakkundig handelen en telkens is het doel de taalontwikkeling van het kind te bevorderen. Bijna in alle gevallen wordt er veel belang gehecht aan het communicatieve aspect en is er oog voor de totale ontwikkeling van het kind. In heel wat settings vindt de aanpak multidisciplinair en/of zelfs transdisciplinair plaats en wordt er op grote schaal nauw samengewerkt met de ouders/opvoeders als co-therapeuten.
Het basisuitgangspunt van elke vorm van taalbehandeling moet het kind zelf zijn, met zijn mogelijkheden en beperkingen. Het kind moet immers behandeld worden, en niet de zinsbouw of de woordenschat van een kind.
De uiteindelijke bedoeling is dat het kind zich beter gaat voelen, een beter zelfbeeld krijgt en meer communicatieve mogelijkheden gaat ontwikkelen. Een te eenzijdige aandacht voor de beperkingen - de stoornissen - leidt dan ook niet tot optimale ontplooiingskansen. Ook dit belangrijke aspect wordt door meerdere auteurs in de verf gezet.
Dit boek is zeer verscheiden, zodat het kan worden opgevat als een soort praktijkgerichte ‘capita selecta’ met betrekking tot taaltherapie. Elk van de auteurs heeft namelijk vanuit de eigen werksituatie en vanuit de eigen klinische en theoretische inzichten een waardevolle en vaak zeer specifieke invulling gegeven aan de inhoud van de verschillende hoofdstukken.
Deze verscheidenheid is geen nadeel, maar biedt een meerwaarde aan dit boek. Ze getuigt niet enkel van de grote variatie aan taalproblemen die zich kunnen voordoen, maar ook van de zeer uiteenlopende manieren waarop de begeleiding van kinderen met taalproblemen kan worden aangepakt.
Eric Manders is licentiaat en doctor in de Logopedie en Audiologie. Tot voor kort was hij als logopedist-coördinator verbonden aan het Revalidatiecentrum voor Gehoor en Spraak (U.Z. Leuven). Momenteel is hij deeltijds docent aan de licentiaatsopleiding Logopedie en Audiologie van de K.U. Leuven en deeltijds aan het departement Logopedie & Audiologie van de Lessius-hogeschool te Antwerpen.
Inge Zink is eveneens licentiate en doctor in de Logopedie en Audiologie. Zij is deeltijds docente aan de licentiaatsopleiding Logopedie en Audiologie van de K.U. Leuven. Daarnaast is zij betrokken bij de diagnostiek en behandeling van taalgestoorde kinderen in het Universitair Revalidatiecentrum voor Gehoor en Spraak te Leuven.
Omtrent Logopedie:
Leren en werken als maatschappelijk assistent
Dit boek schetst eerst de geschiedenis van de opleiding en staat stil bij recente ontwikkelingen. Verder gaat het nader in op de gemeenschappelijke stam van het beroeps- en opleidingsprofiel. Het brengt daarna het beroepsprofiel, het opleidingsprofiel en de basiscompetenties in beeld voor respectievelijk de maatschappelijke advisering, het maatschappelijk werk, het personeelswerk en het sociaal-cultureel werk.
De publicatie van dit boek is een initiatief van de VVSH- de overleggroep van de opleidingen maatschappelijk assistent.
Leren en werken als maatschappelijk assistent
Dit boek schetst eerst de geschiedenis van de opleiding en staat stil bij recente ontwikkelingen. Verder gaat het nader in op de gemeenschappelijke stam van het beroeps- en opleidingsprofiel. Het brengt daarna het beroepsprofiel, het opleidingsprofiel en de basiscompetenties in beeld voor respectievelijk de maatschappelijke advisering, het maatschappelijk werk, het personeelswerk en het sociaal-cultureel werk.
De publicatie van dit boek is een initiatief van de VVSH- de overleggroep van de opleidingen maatschappelijk assistent.

