Filter
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Belang van de stad. Bouwblokken voor de studie van de stad

 13,50
Dit boek maakt een ‘tour d’horizon’ van de studie van het stedelijk vraagstuk. Het eerste deel overloopt de sociale theorieën over de stad en de betekenis die de studie van en over de stad in tijden van globalisering en flexibilisering kan hebben. Dit gebeurt in eerste instantie aan de hand van Manuel Castells, één van de grondleggers van de ‘nieuwe’ stedelijke sociologie. Daarna volgt een overzicht van de belangrijkste sociale theorieën over de stad en over de zin (of onzin) van de studie van de stad in een geglobaliseerde netwerkmaatschappij. Het tweede deel presenteert een analytisch model voor de studie van stedelijke fenomenen. Dat model bestaat uit verschillende bouwblokken die elk structuren, actoren en processen bevatten die mee het ontstaan, het voortbestaan en het wijzigen van stedelijke woonpatronen in hun historische context verklaren.

Pascal De Decker is onderzoeker bij OASeS – Onderzoeksgroep Armoede, Sociale uitsluiting en de Stad van de Universiteit Antwerpen.

Placeholder Image
Quick View

Belang van de stad. Bouwblokken voor de studie van de stad

 13,50
Dit boek maakt een ‘tour d’horizon’ van de studie van het stedelijk vraagstuk. Het eerste deel overloopt de sociale theorieën over de stad en de betekenis die de studie van en over de stad in tijden van globalisering en flexibilisering kan hebben. Dit gebeurt in eerste instantie aan de hand van Manuel Castells, één van de grondleggers van de ‘nieuwe’ stedelijke sociologie. Daarna volgt een overzicht van de belangrijkste sociale theorieën over de stad en over de zin (of onzin) van de studie van de stad in een geglobaliseerde netwerkmaatschappij. Het tweede deel presenteert een analytisch model voor de studie van stedelijke fenomenen. Dat model bestaat uit verschillende bouwblokken die elk structuren, actoren en processen bevatten die mee het ontstaan, het voortbestaan en het wijzigen van stedelijke woonpatronen in hun historische context verklaren.

Pascal De Decker is onderzoeker bij OASeS – Onderzoeksgroep Armoede, Sociale uitsluiting en de Stad van de Universiteit Antwerpen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Kleinschalig genormaliseerd wonen voor personen met dementie

 15,90
Personen met een dementie en hun familieleden verkiezen meestal in hun vertrouwde omgeving te blijven tot het einde. Soms is dit niet (meer) mogelijk, omdat de zorglast te intensief wordt of omdat de draagkracht van de mantelzorgers overschreden is. In dat geval verkiezen vele dementerende ouderen en hun familieleden een leefomgeving die zoveel mogelijk op de gewone thuissituatie lijkt, waar men zo zelfstandig mogelijk kan leven en toch de verzorging en de steun kan krijgen die men wenst en nodig heeft. Het “kleinschalig genormaliseerd wonen” kan beschouwd worden als een waardevolle aanvulling op het klassieke rusthuisconcept. Een eerste deel van dit boek richt zich tot nieuwe initiatiefnemers. Het is een draaiboek met een beschrijving van alle keuzes waarvoor men komt te staan bij de organisatie van het kleinschalig genormaliseerd wonen. Het tweede deel van dit boek is een blauwdruk voor beleidsmakers: het bevat voorstellen om de huidige regelgeving aan te passen, zodat het kleinschalig genormaliseerd wonen kan worden gerealiseerd. Dit boek is het resultaat van een onderzoek door LUCAS, De Bijster en Huis Perrekes, gefinancierd door de Vlaamse en Federale Overheid en Cera Foundation.

Chantal Van Audenhove is diensthoofd van Caritas Samenwerkingsverband LUCAS, aan de K.U. Leuven, waar zij ook doceert.

Quick View

Kleinschalig genormaliseerd wonen voor personen met dementie

 15,90
Personen met een dementie en hun familieleden verkiezen meestal in hun vertrouwde omgeving te blijven tot het einde. Soms is dit niet (meer) mogelijk, omdat de zorglast te intensief wordt of omdat de draagkracht van de mantelzorgers overschreden is. In dat geval verkiezen vele dementerende ouderen en hun familieleden een leefomgeving die zoveel mogelijk op de gewone thuissituatie lijkt, waar men zo zelfstandig mogelijk kan leven en toch de verzorging en de steun kan krijgen die men wenst en nodig heeft. Het “kleinschalig genormaliseerd wonen” kan beschouwd worden als een waardevolle aanvulling op het klassieke rusthuisconcept. Een eerste deel van dit boek richt zich tot nieuwe initiatiefnemers. Het is een draaiboek met een beschrijving van alle keuzes waarvoor men komt te staan bij de organisatie van het kleinschalig genormaliseerd wonen. Het tweede deel van dit boek is een blauwdruk voor beleidsmakers: het bevat voorstellen om de huidige regelgeving aan te passen, zodat het kleinschalig genormaliseerd wonen kan worden gerealiseerd. Dit boek is het resultaat van een onderzoek door LUCAS, De Bijster en Huis Perrekes, gefinancierd door de Vlaamse en Federale Overheid en Cera Foundation.

Chantal Van Audenhove is diensthoofd van Caritas Samenwerkingsverband LUCAS, aan de K.U. Leuven, waar zij ook doceert.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Omgaan met een dysfatisch kind. DraaiboekOmgaan met een dysfatisch kind. Draaiboek
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Omgaan met een dysfatisch kind. Draaiboek

 11,40
Dysfatische ontwikkeling is een tot op heden veel te weinig erkende stoornis. Het stellen van een goede diagnose is niet eenvoudig en gebeurt maar al te vaak pas aan het eind van een lange rit langs verschillende onderzoeksteams. Gesprekken tussen hulpverleners, therapeuten of leerkrachten, ouders en opvoeders kunnen in dit opzicht het nodige bijdragen. Dit boek is bedoeld als leidraad bij die gesprekken. Het is ontstaan vanuit de praktijk. Eigen ervaring in het omgaan met dysfatische kinderen, overleg met collega’s van andere disciplines, leerkrachten en vooral gesprekken met ouders leverden veel praktische aanwijzingen. Het boek is een draaiboek, een praktische gids met informatie, voorbeelden en adviezen, voor mensen die werken met jonge dysfatische kinderen, hulpverleners, groepsleiders en leerkrachten, maar daarnaast ook voor deskundigen binnen een diagnostisch centrum. Logopedisten kunnen de hier beschreven basisprincipes in hun behandeling verwerken en de suggesties voor het omgaan met dysfatische ontwikkeling bespreken met ouders en leerkrachten.
In het boek kan snel worden opgezocht wat in een bepaalde situatie aan de orde kan komen en welke mogelijkheden er zijn om daar op in te spelen.

Riet Grauwels is logopedist en stottertherapeut. Gerdi de Nooij is als logopedist verbonden aan een school voor Speciaal Basis Onderwijs.Beide auteurs hebben een jarenlange ervaring op het gebied van onderzoek en behandeling van kinderen met een dysfatische ontwikkeling.

Omgaan met een dysfatisch kind. DraaiboekOmgaan met een dysfatisch kind. Draaiboek
Quick View

Omgaan met een dysfatisch kind. Draaiboek

 11,40
Dysfatische ontwikkeling is een tot op heden veel te weinig erkende stoornis. Het stellen van een goede diagnose is niet eenvoudig en gebeurt maar al te vaak pas aan het eind van een lange rit langs verschillende onderzoeksteams. Gesprekken tussen hulpverleners, therapeuten of leerkrachten, ouders en opvoeders kunnen in dit opzicht het nodige bijdragen. Dit boek is bedoeld als leidraad bij die gesprekken. Het is ontstaan vanuit de praktijk. Eigen ervaring in het omgaan met dysfatische kinderen, overleg met collega’s van andere disciplines, leerkrachten en vooral gesprekken met ouders leverden veel praktische aanwijzingen. Het boek is een draaiboek, een praktische gids met informatie, voorbeelden en adviezen, voor mensen die werken met jonge dysfatische kinderen, hulpverleners, groepsleiders en leerkrachten, maar daarnaast ook voor deskundigen binnen een diagnostisch centrum. Logopedisten kunnen de hier beschreven basisprincipes in hun behandeling verwerken en de suggesties voor het omgaan met dysfatische ontwikkeling bespreken met ouders en leerkrachten.
In het boek kan snel worden opgezocht wat in een bepaalde situatie aan de orde kan komen en welke mogelijkheden er zijn om daar op in te spelen.

Riet Grauwels is logopedist en stottertherapeut. Gerdi de Nooij is als logopedist verbonden aan een school voor Speciaal Basis Onderwijs.Beide auteurs hebben een jarenlange ervaring op het gebied van onderzoek en behandeling van kinderen met een dysfatische ontwikkeling.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Gedrag begrijpen (Cahiers Speciale Onderwijszorg, nr. 5)

 14,00
Dit Cahier gaat over gedrag.
Er wordt gezegd dat tien procent van de mensen – onder wie ook kinderen – de toets van normaal gedrag niet kan doorstaan. Dat betekent dat afwijkende gedragskenmerken een veel voorkomend verschijnsel zijn, op school en in de maatschappij. Dit boek bekijkt gedrag, zoekt de oorzaken op en verklaart het, zonder het etiket goed of fout, gewenst of ongewenst op te plakken. Dit moet leiden tot meer begrip van gedrag. Dat begrip is hard nodig in de opvoedings- en leersituatie van alledag. Zeker om te beseffen dat speciale onderwijszorg meer is dan gedrag in toom houden en kennis overdragen. Speciale onderwijszorg bestrijkt immers precies dat ontwikkelingsgebied waar de grenzen van de mogelijkheden om te leren worden afgetast. Begrip voor gedrag kan de onderscheidingslijn verleggen van onmogelijkheden naar mogelijkheden.

De Cahiers Speciale Onderwijszorg zijn een initiatief van Fontys Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg en Windesheim Opleidingen Speciale Onderwijszorg.


Reeks Cahiers Speciale Onderwijszorg:
Quick View

Gedrag begrijpen (Cahiers Speciale Onderwijszorg, nr. 5)

 14,00
Dit Cahier gaat over gedrag.
Er wordt gezegd dat tien procent van de mensen – onder wie ook kinderen – de toets van normaal gedrag niet kan doorstaan. Dat betekent dat afwijkende gedragskenmerken een veel voorkomend verschijnsel zijn, op school en in de maatschappij. Dit boek bekijkt gedrag, zoekt de oorzaken op en verklaart het, zonder het etiket goed of fout, gewenst of ongewenst op te plakken. Dit moet leiden tot meer begrip van gedrag. Dat begrip is hard nodig in de opvoedings- en leersituatie van alledag. Zeker om te beseffen dat speciale onderwijszorg meer is dan gedrag in toom houden en kennis overdragen. Speciale onderwijszorg bestrijkt immers precies dat ontwikkelingsgebied waar de grenzen van de mogelijkheden om te leren worden afgetast. Begrip voor gedrag kan de onderscheidingslijn verleggen van onmogelijkheden naar mogelijkheden.

De Cahiers Speciale Onderwijszorg zijn een initiatief van Fontys Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg en Windesheim Opleidingen Speciale Onderwijszorg.


Reeks Cahiers Speciale Onderwijszorg:
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Les debriefings psychologiques en question

 34,50
Le traumatisme psychique est aujourd''hui plus que jamais au goût du jour. On pourrait presque penser, en effet, qu''il s''agit d''un trouble nouvellement né, tant l''engouement des professionnels de divers secteurs, pour le traumatisme psychique, est important.
Dans nos pays, il ne s''agit plus uniquement de se pencher sur les combattants engagés dans des conflits, mais aussi de mettre en place des approches amenées à répondre aux besoins des popumations civiles confrontées aux aléas de la vie quotidienne. Ce souci se manifeste à deux niveaux: curatif et préventif. La présentations de projets thérapeutiques et d''initiatives préventives font légions dans les publications scientifiques et dans les congrès internationaux.

"Les debriefings psychologiques en question…" se situe en plein dans ce débat comme étant un ouvrage collectif rassemblant une multitude d''experts européens qui interrogent et partagent des pratiques à partir de contextes déterminés (l''armée, les sapeurs-pompiers, les intervenants humanitaires, e.a.). Dans le champ particulier d''intervention qu''est le debriefing psychologique, l''élaboration théorique des traumatismes psychiques et la contextualisation des pratiques sont des éléments qui permettront d''éviter l''uniformisation des interventions telle qu''elle a eu lieu dans le monde anglo-saxon autour du "critical incident stress debriefing".

Ce livre pointe un élément fondamental: l''aide aux personnes victimes d''événements traumatogènes se nourrit de l''expérience de l''intervenant. Dans un champ d''intervention encore tellement traversé par des a prioris théoriquo-clinique de la psychotraumatologie et de ses interventions.

Erik De Soir est psychologue et psychothérapeute d'orientation familiale, conjugale et systémique. Depuis une dizaine d'années il est rattaché au Département des sciences du Comportement (Centre pour l'Etude du Stress et du Trauma) de l'Ecole Royal Militaire. Il est confronté journalièrement à la prévention et le traitement de traumatismes psychiques, à plusieurs niveaux; e.a. en tant que sapeur-pompier et ambulancier volontaire.

Etienne Vermeiren est psychologue, criminologue et psychothérapeute d'orientation familiale, conjugale et systémique. Depuis plusieurs années, il travaille au Service de Psychopathologie des Cliniques Universitaires Saint-Luc à Bruxelles. Spécialisé dans le domaine du stress et du traumatisme psychique, il porte un regard particulier au processus de sons qui articule l'urgence, le post-immédiat et le long cours; mais aussi au vécu des équipes soignantes au quotidien et dans les situations d'exceptions.

Quick View

Les debriefings psychologiques en question

 34,50
Le traumatisme psychique est aujourd''hui plus que jamais au goût du jour. On pourrait presque penser, en effet, qu''il s''agit d''un trouble nouvellement né, tant l''engouement des professionnels de divers secteurs, pour le traumatisme psychique, est important.
Dans nos pays, il ne s''agit plus uniquement de se pencher sur les combattants engagés dans des conflits, mais aussi de mettre en place des approches amenées à répondre aux besoins des popumations civiles confrontées aux aléas de la vie quotidienne. Ce souci se manifeste à deux niveaux: curatif et préventif. La présentations de projets thérapeutiques et d''initiatives préventives font légions dans les publications scientifiques et dans les congrès internationaux.

"Les debriefings psychologiques en question…" se situe en plein dans ce débat comme étant un ouvrage collectif rassemblant une multitude d''experts européens qui interrogent et partagent des pratiques à partir de contextes déterminés (l''armée, les sapeurs-pompiers, les intervenants humanitaires, e.a.). Dans le champ particulier d''intervention qu''est le debriefing psychologique, l''élaboration théorique des traumatismes psychiques et la contextualisation des pratiques sont des éléments qui permettront d''éviter l''uniformisation des interventions telle qu''elle a eu lieu dans le monde anglo-saxon autour du "critical incident stress debriefing".

Ce livre pointe un élément fondamental: l''aide aux personnes victimes d''événements traumatogènes se nourrit de l''expérience de l''intervenant. Dans un champ d''intervention encore tellement traversé par des a prioris théoriquo-clinique de la psychotraumatologie et de ses interventions.

Erik De Soir est psychologue et psychothérapeute d'orientation familiale, conjugale et systémique. Depuis une dizaine d'années il est rattaché au Département des sciences du Comportement (Centre pour l'Etude du Stress et du Trauma) de l'Ecole Royal Militaire. Il est confronté journalièrement à la prévention et le traitement de traumatismes psychiques, à plusieurs niveaux; e.a. en tant que sapeur-pompier et ambulancier volontaire.

Etienne Vermeiren est psychologue, criminologue et psychothérapeute d'orientation familiale, conjugale et systémique. Depuis plusieurs années, il travaille au Service de Psychopathologie des Cliniques Universitaires Saint-Luc à Bruxelles. Spécialisé dans le domaine du stress et du traumatisme psychique, il porte un regard particulier au processus de sons qui articule l'urgence, le post-immédiat et le long cours; mais aussi au vécu des équipes soignantes au quotidien et dans les situations d'exceptions.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Communicatief vaardig onder-wijzen

 21,00
Mensen in het onderwijs zijn wijze mensen. Wil onderwijs effectief zijn, dan zijn niet enkel de didactische maar ook de communicatieve vaardigheden van belang. Dit boek geeft een overzicht van de verschillende aspecten van communicatie in het onderwijs en reikt manieren aan om deze communicatie te evalueren en te verbeteren. Niet alleen mondelinge, maar ook schriftelijke communicatie. Niet alleen verbale, maar ook non-verbale communicatie. Niet alleen communicatie tussen leerkracht en leerling of tussen lesgever en student, maar ook tussen collega’s, tussen leraars en ouders en tussen lesgevers en directies of externe instanties. Bepaalde hoofdstukken belichten ook theoretische aspecten van communicatie, maar vooral praktische aspecten komen aan bod. Elk hoofdstuk sluit af met toepassingsopdrachten, zodat het boek ook geschikt is voor de lerarenopleiding en het vormingswerk.

Andre Vyt is psycholoog en docent aan de Arteveldehogeschool (waar hij instaat voor Onderwijsonderzoek & Onderwijsontwikkeling). Hij geeft ook colleges aan de Universiteit Gent en heeft tevens een jarenlange ervaring in het volwassenenonderwijs. Naast het vakdomein gedragsontwikkeling is hij ook actief op het vlak van kwaliteitszorg in het onderwijs.

Quick View

Communicatief vaardig onder-wijzen

 21,00
Mensen in het onderwijs zijn wijze mensen. Wil onderwijs effectief zijn, dan zijn niet enkel de didactische maar ook de communicatieve vaardigheden van belang. Dit boek geeft een overzicht van de verschillende aspecten van communicatie in het onderwijs en reikt manieren aan om deze communicatie te evalueren en te verbeteren. Niet alleen mondelinge, maar ook schriftelijke communicatie. Niet alleen verbale, maar ook non-verbale communicatie. Niet alleen communicatie tussen leerkracht en leerling of tussen lesgever en student, maar ook tussen collega’s, tussen leraars en ouders en tussen lesgevers en directies of externe instanties. Bepaalde hoofdstukken belichten ook theoretische aspecten van communicatie, maar vooral praktische aspecten komen aan bod. Elk hoofdstuk sluit af met toepassingsopdrachten, zodat het boek ook geschikt is voor de lerarenopleiding en het vormingswerk.

Andre Vyt is psycholoog en docent aan de Arteveldehogeschool (waar hij instaat voor Onderwijsonderzoek & Onderwijsontwikkeling). Hij geeft ook colleges aan de Universiteit Gent en heeft tevens een jarenlange ervaring in het volwassenenonderwijs. Naast het vakdomein gedragsontwikkeling is hij ook actief op het vlak van kwaliteitszorg in het onderwijs.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Vedettedom. Beroemd in Vlaanderen

 21,00
Amerikaanse tv-kijkers vonden het een keerpunt toe president Clinton op MTV werd gevraagd of hij boxershorts of slips droeg. Weg was voorgoed die al dunne lijn tussen publiek en privaat domein.
In een door massamedia geboetseerde samenleving kleurt bekendheid het maatschappelijke debat. Ook zo in Vlaanderen. Meer en meer mensen treden gewild of ongewild in de schijnwerpers. Niet alleen helden uit de showbizz maar ook uit de politiek en het ‘gewone’ leven. Andy Warhol wist het al: Op een dag zal iedereen beroemd zijn voor vijftien minuten. Van Nonkel bob, Eddy Merckx, Steve Stevaert, Kim Clijsters, Goedele Lieckens, Helmut Lotti tot K3. Waar komt de fascinatie voor bekende mensen vandaag? Hoe denken Bekende Vlamingen, BV’s over hun publieke bestaan?
Dit boek zoekt een antwoord op vragen over roem, die soms eeuwig maar meestal vergankelijk is. Het bevat vele getuigenissen en ‘gevalsbeschrijvingen’ van Bekende Vlamingen, met zoet en zuur.

Guy Van Gestel studeerde Politieke en Sociale wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Hij is journalist bij het weekblad Dag Allemaal. Gust De Meyer is hoogleraar aan het Departement Communicatiewetenschappen van de KU Leuven. Tot zijn doceer- en onderzoeksopdracht behoort onder meer ‘populaire cultuur’.

Geen voorraad
Quick View

Vedettedom. Beroemd in Vlaanderen

 21,00
Amerikaanse tv-kijkers vonden het een keerpunt toe president Clinton op MTV werd gevraagd of hij boxershorts of slips droeg. Weg was voorgoed die al dunne lijn tussen publiek en privaat domein.
In een door massamedia geboetseerde samenleving kleurt bekendheid het maatschappelijke debat. Ook zo in Vlaanderen. Meer en meer mensen treden gewild of ongewild in de schijnwerpers. Niet alleen helden uit de showbizz maar ook uit de politiek en het ‘gewone’ leven. Andy Warhol wist het al: Op een dag zal iedereen beroemd zijn voor vijftien minuten. Van Nonkel bob, Eddy Merckx, Steve Stevaert, Kim Clijsters, Goedele Lieckens, Helmut Lotti tot K3. Waar komt de fascinatie voor bekende mensen vandaag? Hoe denken Bekende Vlamingen, BV’s over hun publieke bestaan?
Dit boek zoekt een antwoord op vragen over roem, die soms eeuwig maar meestal vergankelijk is. Het bevat vele getuigenissen en ‘gevalsbeschrijvingen’ van Bekende Vlamingen, met zoet en zuur.

Guy Van Gestel studeerde Politieke en Sociale wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Hij is journalist bij het weekblad Dag Allemaal. Gust De Meyer is hoogleraar aan het Departement Communicatiewetenschappen van de KU Leuven. Tot zijn doceer- en onderzoeksopdracht behoort onder meer ‘populaire cultuur’.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geschiedenis van Hongarije. Van Arpad tot Arpad GönczGeschiedenis van Hongarije. Van Arpad tot Arpad Göncz
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Geschiedenis van Hongarije. Van Arpad tot Arpad Göncz

 37,00
Hongarije wordt in 2004 lid van de EU. Er bestaat een grote toeristische, muzikale en culinaire belangstelling voor dit land. Velen willen ook graag zijn hele verleden ontdekken. In dit boek wordt de geschiedenis van Hongarije verteld, van het ontstaan van de Hongaarse stammen in de steppen van Eurazië tot de overgang van het communistische land naar de moderne democratie in 1989-1990. De geschiedenis wordt terdege uitgelegd, evenwel zonder overbodige details. Naast de woelige politieke ontwikkeling gaat veel aandacht naar sociale en economische veranderingen in Hongarije door de eeuwen heen.

Vladimir Ronin (°1958, Moskou) is doctor in de geschiedenis en licentiaat in de Slavische filologie. Auteur van o.a. “Antwerpen en zijn ‘Russen’, 1814-1914” (1993); “Russen en Belgen: is het water te diep?” (1998) en “Regiony Rossii” (1996-1999). Verder publiceert hij ook over de middeleeuwse geschiedenis van Centraal-Europa. Hij werkt sinds 1990 in België en doceert Russisch en de geschiedenis van Rusland en Hongarije aan de Lessius Hogeschool in Antwerpen

Geschiedenis van Hongarije. Van Arpad tot Arpad GönczGeschiedenis van Hongarije. Van Arpad tot Arpad Göncz
Quick View

Geschiedenis van Hongarije. Van Arpad tot Arpad Göncz

 37,00
Hongarije wordt in 2004 lid van de EU. Er bestaat een grote toeristische, muzikale en culinaire belangstelling voor dit land. Velen willen ook graag zijn hele verleden ontdekken. In dit boek wordt de geschiedenis van Hongarije verteld, van het ontstaan van de Hongaarse stammen in de steppen van Eurazië tot de overgang van het communistische land naar de moderne democratie in 1989-1990. De geschiedenis wordt terdege uitgelegd, evenwel zonder overbodige details. Naast de woelige politieke ontwikkeling gaat veel aandacht naar sociale en economische veranderingen in Hongarije door de eeuwen heen.

Vladimir Ronin (°1958, Moskou) is doctor in de geschiedenis en licentiaat in de Slavische filologie. Auteur van o.a. “Antwerpen en zijn ‘Russen’, 1814-1914” (1993); “Russen en Belgen: is het water te diep?” (1998) en “Regiony Rossii” (1996-1999). Verder publiceert hij ook over de middeleeuwse geschiedenis van Centraal-Europa. Hij werkt sinds 1990 in België en doceert Russisch en de geschiedenis van Rusland en Hongarije aan de Lessius Hogeschool in Antwerpen

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Spiegelbeeld. Begeleiding van kinderen met problemen – Tussen samen en apart

 11,90
De handleiding en de twee werkboeken zijn geschreven voor begeleiders die met kinderen aan de slag willen gaan rondom zelfbeeld en/of echtscheiding. De werkboeken werden ontwikkeld vanuit de nood aan concrete middelen om tijdens een individuele begeleiding te werken rond deze thema''s. Vanuit de praktijkervaringen in het dagcentrum kon er op een adequate manier worden ingegaan op vragen die kinderen hebben tijdens hun ontwikkeling over deze onderwerpen. De werkboeken werden dus gaandeweg uitgeprobeerd en waar nodig aangepast.
De opbouw van de werkboeken bestaat uit middelen die ingaan op bepaalde thema''s die belangrijk zijn binnen de voornoemde probleemterreinen. In de werkboeken worden ideeën gegeven die gebruikt kunnen worden zoals beschreven staat. Maar bij ieder kind zullen er andere middelen nodig zijn om de werkboeken werkbaar te maken. Het is dus een knip- en plakboek waar er vanuit de begeleider zelf ook nieuwe ideeën zullen en kunnen komen. De handleiding biedt aan begeleiders een achtergrond bij de werkboeken en geeft een aantal alternatieve middelen als blijkt dat het vooropgestelde niet voldoende werkt.

Het gebruik van de werkboeken:
De twee werkboeken zijn op een gelijkvormige manier uitgewerkt. Vandaar dat ook het gebruik ervan éénvormig is. De werkboeken bestaan uit losse bladen die per hoofdstuk aan het kind worden gegeven en in een mapje gestoken. Aan het einde van de begeleiding wordt het boekje meegegeven indien het kind dit wenst. Er wordt voor ieder werkboekje een volgorde van hoofdstukken voorzien waarbij we ervan uit gaan te starten met de meest veilige subthema''s. Maar het spreekt voor zich dat in iedere specifieke situatie de volgorde van de hoofdstukjes kan worden aangepast.

Voor wie is het bestemd?
We gaan ervan uit dat de werkboeken gebruikt worden bij kinderen waar vanuit een grondige analyse gebleken is dat er nood is om rond één of meerdere thema''s individueel te werken.
Kinderen met een zwak zelfbeeld en een beperkt ik -besef komen in aanmerking voor het werken met het boek "een blik op mezelf".
Kinderen verweven in een echtscheidingsproblematiek hebben er vaak nood aan om hun gedachten en gevoelens over dit thema op een rijtje te kunnen zetten, hiervoor kan het Werkboek "tussen samen en apart" een hulpmiddel zijn.
Zoals hierboven beschreven, werden de werkboeken vanuit een dagcentrumwerking binnen de bijzondere jeugdbijstand ontwikkeld. Dit betekent niet dat de werkboeken zich beperken tot het doelpubliek van een dagcentrum binnen deze sector. Andere hulpverleningsvormen die werken met kinderen waarbij zelfbeeld, weerbaarheid en echtscheiding veel voorkomende problemen zijn, kunnen even goed gebruik maken van de werkboeken.

Leeftijd:
Daar deze werkboeken ontwikkeld werden vanuit de praktijkervaringen van dagcentrum de Schans richten de werkboeken zich naar kinderen tussen 6 en 12 jaar. Kinderen die ouder zijn dan 12 jaar maar zich, wat ontwikkelingsniveau betreft, binnen voornoemde leeftijdscategorie bevinden, kunnen ook gebruik maken van deze werkboeken.

De twee werkboeken: een kort overzicht

WERKBOEK "EEN BLIK OP MEZELF":

In dit boekje is de opbouw van de hoofdstukjes belangrijk. Vanuit onze ervaringen komen we tot de conclusie dat er best gestart wordt met de minst bedreigende hoofdstukjes. Dit om het kind allereerst vertrouwd te maken met het middel en eventueel met de begeleider. De hoofdstukjes die dieper ingaan op de persoonlijkheid en de gevoelswereld van het kind kunnen dan later aan bod komen.

Er werd een opdeling in hoofdstukjes meegegeven die voorgaande redenering volgt, maar het spreekt voor zich dat iedere individuele situatie een persoonlijke indeling vergt.

De onderwerpen zijn zo gekozen dat verschillende deeldomeinen van de leefwereld van het kind aan bod kunnen komen. We gaan specifiek in op een aantalomgevingsaspecten: "

Deze werkboeken zijn het resultaat van vele jaren werk. Ze hebben vorm gekregen doorheen het experimenteren en werken met verschillende werkmiddelen, door verschillende begeleiders en met verschillende kinderen. In die zin hebben alle vroegere en huidige dagcentrumwerkers een positieve bijdrage geleverd aan deze concretisatie.

De werkboeken zijn concreet uitgewerkt door de teamleden die op dit moment werkzaam zijn in de Schans. Zij hebben alle informatie verzameld en verwerkt en geconcretiseerd tot dit resultaat. Dit was geen sinecure en een werk van lange adem. Nieuwe ideeën en ervaringen dienden te worden opgenomen naast de vroegere werkmiddelen.

Volgende medewerkers hebben deze werkboeken uitgewerkt.

Eric Janssen:
Eric Janssen is afgestudeerd als maatschappelijk assistent in 1986 en medeoprichter van de dagcentra de Schans en de Schommel in Turnhout sinds 1989. Hij is tewerkgesteld als verantwoordelijke van beide dagcentra. In het dagcentrum staat hij onder meer in voor de formele ouderwerking (waarin oudercursussen over opvoedingsterreinen worden aangeboden), supervisie en ondersteuning in begeleidingen. Hij volgde verschillende modules van de voortgezette opleiding maatschappelijk assistent, korte specifieke vorming i.v.m. hulpverlening aan kinderen en ouders, en een specifieke vorming rond leiding geven.

Kuypers Martine:
Martine Kuypers studeerde in 1996 af als maatschappelijk assistent. Vanaf 1996 is ze werkzaam in de Schans. Binnen de werking is ze actief binnen de groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is verantwoordelijk voor de kinderparticipatie binnen de werking en had een belangrijk aandeel in de concrete uitwerking van de middelen in de werkboeken. Ze volgde specifieke vorming rond contextuele hulpverlening, ouderschap na echtscheiding, kinderontwikkeling en psychopathologie.

Schenck Lieve:
Lieve Schenck is van opleiding psychologe en sinds 1994 werkzaam in de Schans. Ze is als begeleidster actief in de verschillende pijlers: groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is binnen de werking van het dagcentrum verantwoordelijk voor de individuele begeleiding en zoekt regelmatig nieuwe werkmiddelen en materialen. Ze volgde bijscholing rond autisme, ADHD, kinderontwikkeling en psychopathologie. Zij geeft tevens assertiviteitstraining aan jongeren vanuit CAW de Kempen.

Tinne Van der Veken:
Tinne Van der Veken is afgestudeerd als maatschappelijk assistent. Ze werkt vanaf 1996 in de Schans. Sinds 2002 is ze ook werkzaam in de Schommel. Ze is verantwoordelijk voor het gezinskamp van beide dagcentra en de pijlers groepsbegeleiding en studiebegeleiding in de Schans. Ze is ook actief in de werkgroep rond videohometraining. Zowel gezinsbegeleiding en individuele begeleiding behoren tot haar takenpakket. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening.

Nancy Anthonissens:<
Nancy Anthonissens is afgestudeerd als gegradueerde in de orthopedagogie en psychotherapeute vanuit gestalt en psychosynthese. Ze is vanaf 1997 tewerkgesteld in de Schans. In het dagcentrum is zij verantwoordelijk voor de vorming en intervisie van het team. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening, samengestelde gezinnen, kinderontwikkeling en psychopathologie.

Quick View

Spiegelbeeld. Begeleiding van kinderen met problemen – Tussen samen en apart

 11,90
De handleiding en de twee werkboeken zijn geschreven voor begeleiders die met kinderen aan de slag willen gaan rondom zelfbeeld en/of echtscheiding. De werkboeken werden ontwikkeld vanuit de nood aan concrete middelen om tijdens een individuele begeleiding te werken rond deze thema''s. Vanuit de praktijkervaringen in het dagcentrum kon er op een adequate manier worden ingegaan op vragen die kinderen hebben tijdens hun ontwikkeling over deze onderwerpen. De werkboeken werden dus gaandeweg uitgeprobeerd en waar nodig aangepast.
De opbouw van de werkboeken bestaat uit middelen die ingaan op bepaalde thema''s die belangrijk zijn binnen de voornoemde probleemterreinen. In de werkboeken worden ideeën gegeven die gebruikt kunnen worden zoals beschreven staat. Maar bij ieder kind zullen er andere middelen nodig zijn om de werkboeken werkbaar te maken. Het is dus een knip- en plakboek waar er vanuit de begeleider zelf ook nieuwe ideeën zullen en kunnen komen. De handleiding biedt aan begeleiders een achtergrond bij de werkboeken en geeft een aantal alternatieve middelen als blijkt dat het vooropgestelde niet voldoende werkt.

Het gebruik van de werkboeken:
De twee werkboeken zijn op een gelijkvormige manier uitgewerkt. Vandaar dat ook het gebruik ervan éénvormig is. De werkboeken bestaan uit losse bladen die per hoofdstuk aan het kind worden gegeven en in een mapje gestoken. Aan het einde van de begeleiding wordt het boekje meegegeven indien het kind dit wenst. Er wordt voor ieder werkboekje een volgorde van hoofdstukken voorzien waarbij we ervan uit gaan te starten met de meest veilige subthema''s. Maar het spreekt voor zich dat in iedere specifieke situatie de volgorde van de hoofdstukjes kan worden aangepast.

Voor wie is het bestemd?
We gaan ervan uit dat de werkboeken gebruikt worden bij kinderen waar vanuit een grondige analyse gebleken is dat er nood is om rond één of meerdere thema''s individueel te werken.
Kinderen met een zwak zelfbeeld en een beperkt ik -besef komen in aanmerking voor het werken met het boek "een blik op mezelf".
Kinderen verweven in een echtscheidingsproblematiek hebben er vaak nood aan om hun gedachten en gevoelens over dit thema op een rijtje te kunnen zetten, hiervoor kan het Werkboek "tussen samen en apart" een hulpmiddel zijn.
Zoals hierboven beschreven, werden de werkboeken vanuit een dagcentrumwerking binnen de bijzondere jeugdbijstand ontwikkeld. Dit betekent niet dat de werkboeken zich beperken tot het doelpubliek van een dagcentrum binnen deze sector. Andere hulpverleningsvormen die werken met kinderen waarbij zelfbeeld, weerbaarheid en echtscheiding veel voorkomende problemen zijn, kunnen even goed gebruik maken van de werkboeken.

Leeftijd:
Daar deze werkboeken ontwikkeld werden vanuit de praktijkervaringen van dagcentrum de Schans richten de werkboeken zich naar kinderen tussen 6 en 12 jaar. Kinderen die ouder zijn dan 12 jaar maar zich, wat ontwikkelingsniveau betreft, binnen voornoemde leeftijdscategorie bevinden, kunnen ook gebruik maken van deze werkboeken.

De twee werkboeken: een kort overzicht

WERKBOEK "EEN BLIK OP MEZELF":

In dit boekje is de opbouw van de hoofdstukjes belangrijk. Vanuit onze ervaringen komen we tot de conclusie dat er best gestart wordt met de minst bedreigende hoofdstukjes. Dit om het kind allereerst vertrouwd te maken met het middel en eventueel met de begeleider. De hoofdstukjes die dieper ingaan op de persoonlijkheid en de gevoelswereld van het kind kunnen dan later aan bod komen.

Er werd een opdeling in hoofdstukjes meegegeven die voorgaande redenering volgt, maar het spreekt voor zich dat iedere individuele situatie een persoonlijke indeling vergt.

De onderwerpen zijn zo gekozen dat verschillende deeldomeinen van de leefwereld van het kind aan bod kunnen komen. We gaan specifiek in op een aantalomgevingsaspecten: "

Deze werkboeken zijn het resultaat van vele jaren werk. Ze hebben vorm gekregen doorheen het experimenteren en werken met verschillende werkmiddelen, door verschillende begeleiders en met verschillende kinderen. In die zin hebben alle vroegere en huidige dagcentrumwerkers een positieve bijdrage geleverd aan deze concretisatie.

De werkboeken zijn concreet uitgewerkt door de teamleden die op dit moment werkzaam zijn in de Schans. Zij hebben alle informatie verzameld en verwerkt en geconcretiseerd tot dit resultaat. Dit was geen sinecure en een werk van lange adem. Nieuwe ideeën en ervaringen dienden te worden opgenomen naast de vroegere werkmiddelen.

Volgende medewerkers hebben deze werkboeken uitgewerkt.

Eric Janssen:
Eric Janssen is afgestudeerd als maatschappelijk assistent in 1986 en medeoprichter van de dagcentra de Schans en de Schommel in Turnhout sinds 1989. Hij is tewerkgesteld als verantwoordelijke van beide dagcentra. In het dagcentrum staat hij onder meer in voor de formele ouderwerking (waarin oudercursussen over opvoedingsterreinen worden aangeboden), supervisie en ondersteuning in begeleidingen. Hij volgde verschillende modules van de voortgezette opleiding maatschappelijk assistent, korte specifieke vorming i.v.m. hulpverlening aan kinderen en ouders, en een specifieke vorming rond leiding geven.

Kuypers Martine:
Martine Kuypers studeerde in 1996 af als maatschappelijk assistent. Vanaf 1996 is ze werkzaam in de Schans. Binnen de werking is ze actief binnen de groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is verantwoordelijk voor de kinderparticipatie binnen de werking en had een belangrijk aandeel in de concrete uitwerking van de middelen in de werkboeken. Ze volgde specifieke vorming rond contextuele hulpverlening, ouderschap na echtscheiding, kinderontwikkeling en psychopathologie.

Schenck Lieve:
Lieve Schenck is van opleiding psychologe en sinds 1994 werkzaam in de Schans. Ze is als begeleidster actief in de verschillende pijlers: groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is binnen de werking van het dagcentrum verantwoordelijk voor de individuele begeleiding en zoekt regelmatig nieuwe werkmiddelen en materialen. Ze volgde bijscholing rond autisme, ADHD, kinderontwikkeling en psychopathologie. Zij geeft tevens assertiviteitstraining aan jongeren vanuit CAW de Kempen.

Tinne Van der Veken:
Tinne Van der Veken is afgestudeerd als maatschappelijk assistent. Ze werkt vanaf 1996 in de Schans. Sinds 2002 is ze ook werkzaam in de Schommel. Ze is verantwoordelijk voor het gezinskamp van beide dagcentra en de pijlers groepsbegeleiding en studiebegeleiding in de Schans. Ze is ook actief in de werkgroep rond videohometraining. Zowel gezinsbegeleiding en individuele begeleiding behoren tot haar takenpakket. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening.

Nancy Anthonissens:<
Nancy Anthonissens is afgestudeerd als gegradueerde in de orthopedagogie en psychotherapeute vanuit gestalt en psychosynthese. Ze is vanaf 1997 tewerkgesteld in de Schans. In het dagcentrum is zij verantwoordelijk voor de vorming en intervisie van het team. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening, samengestelde gezinnen, kinderontwikkeling en psychopathologie.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Spiegelbeeld. Begeleiding van kinderen met problemen – Een blik op mezelf

 10,00
De handleiding en de twee werkboeken zijn geschreven voor begeleiders die met kinderen aan de slag willen gaan rondom zelfbeeld en/of echtscheiding. De werkboeken werden ontwikkeld vanuit de nood aan concrete middelen om tijdens een individuele begeleiding te werken rond deze thema''s. Vanuit de praktijkervaringen in het dagcentrum kon er op een adequate manier worden ingegaan op vragen die kinderen hebben tijdens hun ontwikkeling over deze onderwerpen. De werkboeken werden dus gaandeweg uitgeprobeerd en waar nodig aangepast.
De opbouw van de werkboeken bestaat uit middelen die ingaan op bepaalde thema''s die belangrijk zijn binnen de voornoemde probleemterreinen. In de werkboeken worden ideeën gegeven die gebruikt kunnen worden zoals beschreven staat. Maar bij ieder kind zullen er andere middelen nodig zijn om de werkboeken werkbaar te maken. Het is dus een knip- en plakboek waar er vanuit de begeleider zelf ook nieuwe ideeën zullen en kunnen komen. De handleiding biedt aan begeleiders een achtergrond bij de werkboeken en geeft een aantal alternatieve middelen als blijkt dat het vooropgestelde niet voldoende werkt.

Het gebruik van de werkboeken:
De twee werkboeken zijn op een gelijkvormige manier uitgewerkt. Vandaar dat ook het gebruik ervan éénvormig is. De werkboeken bestaan uit losse bladen die per hoofdstuk aan het kind worden gegeven en in een mapje gestoken. Aan het einde van de begeleiding wordt het boekje meegegeven indien het kind dit wenst. Er wordt voor ieder werkboekje een volgorde van hoofdstukken voorzien waarbij we ervan uit gaan te starten met de meest veilige subthema''s. Maar het spreekt voor zich dat in iedere specifieke situatie de volgorde van de hoofdstukjes kan worden aangepast.

Voor wie is het bestemd?
We gaan ervan uit dat de werkboeken gebruikt worden bij kinderen waar vanuit een grondige analyse gebleken is dat er nood is om rond één of meerdere thema''s individueel te werken.
Kinderen met een zwak zelfbeeld en een beperkt ik -besef komen in aanmerking voor het werken met het boek "een blik op mezelf".
Kinderen verweven in een echtscheidingsproblematiek hebben er vaak nood aan om hun gedachten en gevoelens over dit thema op een rijtje te kunnen zetten, hiervoor kan het Werkboek .''tussen samen en apart" een hulpmiddel zijn.
Zoals hierboven beschreven, werden de werkboeken vanuit een dagcentrumwerking binnen de bijzondere jeugdbijstand ontwikkeld. Dit betekent niet dat de werkboeken zich beperken tot het doelpubliek van een dagcentrum binnen deze sector. Andere hulpverleningsvormen die werken met kinderen waarbij zelfbeeld, weerbaarheid en echtscheiding veel voorkomende problemen zijn, kunnen even goed gebruik maken van de werkboeken.

Leeftijd:
Daar deze werkboeken ontwikkeld werden vanuit de praktijkervaringen van dagcentrum de Schans richten de werkboeken zich naar kinderen tussen 6 en 12 jaar. Kinderen die ouder zijn dan 12 jaar maar zich, wat ontwikkelingsniveau betreft, binnen voornoemde leeftijdscategorie bevinden, kunnen ook gebruik maken van deze werkboeken.

De twee werkboeken: een kort overzicht

WERKBOEK "EEN BLIK OP MEZELF":

In dit boekje is de opbouw van de hoofdstukjes belangrijk. Vanuit onze ervaringen komen we tot de conclusie dat er best gestart wordt met de minst bedreigende hoofdstukjes. Dit om het kind allereerst vertrouwd te maken met het middel en eventueel met de begeleider. De hoofdstukjes die dieper ingaan op de persoonlijkheid en de gevoelswereld van het kind kunnen dan later aan bod komen.

Er werd een opdeling in hoofdstukjes meegegeven die voorgaande redenering volgt, maar het spreekt voor zich dat iedere individuele situatie een persoonlijke indeling vergt.

De onderwerpen zijn zo gekozen dat verschillende deeldomeinen van de leefwereld van het kind aan bod kunnen komen. We gaan specifiek in op een aantalomgevingsaspecten:

Deze werkboeken zijn het resultaat van vele jaren werk. Ze hebben vorm gekregen doorheen het experimenteren en werken met verschillende werkmiddelen, door verschillende begeleiders en met verschillende kinderen. In die zin hebben alle vroegere en huidige dagcentrumwerkers een positieve bijdrage geleverd aan deze concretisatie.

De werkboeken zijn concreet uitgewerkt door de teamleden die op dit moment werkzaam zijn in de Schans. Zij hebben alle informatie verzameld en verwerkt en geconcretiseerd tot dit resultaat. Dit was geen sinecure en een werk van lange adem. Nieuwe ideeën en ervaringen dienden te worden opgenomen naast de vroegere werkmiddelen.

Volgende medewerkers hebben deze werkboeken uitgewerkt.

Eric Janssen:
Eric Janssen is afgestudeerd als maatschappelijk assistent in 1986 en medeoprichter van de dagcentra de Schans en de Schommel in Turnhout sinds 1989. Hij is tewerkgesteld als verantwoordelijke van beide dagcentra. In het dagcentrum staat hij onder meer in voor de formele ouderwerking (waarin oudercursussen over opvoedingsterreinen worden aangeboden), supervisie en ondersteuning in begeleidingen. Hij volgde verschillende modules van de voortgezette opleiding maatschappelijk assistent, korte specifieke vorming i.v.m. hulpverlening aan kinderen en ouders, en een specifieke vorming rond leiding geven.

Kuypers Martine:
Martine Kuypers studeerde in 1996 af als maatschappelijk assistent. Vanaf 1996 is ze werkzaam in de Schans. Binnen de werking is ze actief binnen de groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is verantwoordelijk voor de kinderparticipatie binnen de werking en had een belangrijk aandeel in de concrete uitwerking van de middelen in de werkboeken. Ze volgde specifieke vorming rond contextuele hulpverlening, ouderschap na echtscheiding, kinderontwikkeling en psychopathologie.

Schenck Lieve:
Lieve Schenck is van opleiding psychologe en sinds 1994 werkzaam in de Schans. Ze is als begeleidster actief in de verschillende pijlers: groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is binnen de werking van het dagcentrum verantwoordelijk voor de individuele begeleiding en zoekt regelmatig nieuwe werkmiddelen en materialen. Ze volgde bijscholing rond autisme, ADHD, kinderontwikkeling en psychopathologie. Zij geeft tevens assertiviteitstraining aan jongeren vanuit CAW de Kempen.

Tinne Van der Veken:
Tinne Van der Veken is afgestudeerd als maatschappelijk assistent. Ze werkt vanaf 1996 in de Schans. Sinds 2002 is ze ook werkzaam in de Schommel. Ze is verantwoordelijk voor het gezinskamp van beide dagcentra en de pijlers groepsbegeleiding en studiebegeleiding in de Schans. Ze is ook actief in de werkgroep rond videohometraining. Zowel gezinsbegeleiding en individuele begeleiding behoren tot haar takenpakket. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening.

Nancy Anthonissens:<
Nancy Anthonissens is afgestudeerd als gegradueerde in de orthopedagogie en psychotherapeute vanuit gestalt en psychosynthese. Ze is vanaf 1997 tewerkgesteld in de Schans. In het dagcentrum is zij verantwoordelijk voor de vorming en intervisie van het team. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening, samengestelde gezinnen, kinderontwikkeling en psychopathologie.

Quick View

Spiegelbeeld. Begeleiding van kinderen met problemen – Een blik op mezelf

 10,00
De handleiding en de twee werkboeken zijn geschreven voor begeleiders die met kinderen aan de slag willen gaan rondom zelfbeeld en/of echtscheiding. De werkboeken werden ontwikkeld vanuit de nood aan concrete middelen om tijdens een individuele begeleiding te werken rond deze thema''s. Vanuit de praktijkervaringen in het dagcentrum kon er op een adequate manier worden ingegaan op vragen die kinderen hebben tijdens hun ontwikkeling over deze onderwerpen. De werkboeken werden dus gaandeweg uitgeprobeerd en waar nodig aangepast.
De opbouw van de werkboeken bestaat uit middelen die ingaan op bepaalde thema''s die belangrijk zijn binnen de voornoemde probleemterreinen. In de werkboeken worden ideeën gegeven die gebruikt kunnen worden zoals beschreven staat. Maar bij ieder kind zullen er andere middelen nodig zijn om de werkboeken werkbaar te maken. Het is dus een knip- en plakboek waar er vanuit de begeleider zelf ook nieuwe ideeën zullen en kunnen komen. De handleiding biedt aan begeleiders een achtergrond bij de werkboeken en geeft een aantal alternatieve middelen als blijkt dat het vooropgestelde niet voldoende werkt.

Het gebruik van de werkboeken:
De twee werkboeken zijn op een gelijkvormige manier uitgewerkt. Vandaar dat ook het gebruik ervan éénvormig is. De werkboeken bestaan uit losse bladen die per hoofdstuk aan het kind worden gegeven en in een mapje gestoken. Aan het einde van de begeleiding wordt het boekje meegegeven indien het kind dit wenst. Er wordt voor ieder werkboekje een volgorde van hoofdstukken voorzien waarbij we ervan uit gaan te starten met de meest veilige subthema''s. Maar het spreekt voor zich dat in iedere specifieke situatie de volgorde van de hoofdstukjes kan worden aangepast.

Voor wie is het bestemd?
We gaan ervan uit dat de werkboeken gebruikt worden bij kinderen waar vanuit een grondige analyse gebleken is dat er nood is om rond één of meerdere thema''s individueel te werken.
Kinderen met een zwak zelfbeeld en een beperkt ik -besef komen in aanmerking voor het werken met het boek "een blik op mezelf".
Kinderen verweven in een echtscheidingsproblematiek hebben er vaak nood aan om hun gedachten en gevoelens over dit thema op een rijtje te kunnen zetten, hiervoor kan het Werkboek .''tussen samen en apart" een hulpmiddel zijn.
Zoals hierboven beschreven, werden de werkboeken vanuit een dagcentrumwerking binnen de bijzondere jeugdbijstand ontwikkeld. Dit betekent niet dat de werkboeken zich beperken tot het doelpubliek van een dagcentrum binnen deze sector. Andere hulpverleningsvormen die werken met kinderen waarbij zelfbeeld, weerbaarheid en echtscheiding veel voorkomende problemen zijn, kunnen even goed gebruik maken van de werkboeken.

Leeftijd:
Daar deze werkboeken ontwikkeld werden vanuit de praktijkervaringen van dagcentrum de Schans richten de werkboeken zich naar kinderen tussen 6 en 12 jaar. Kinderen die ouder zijn dan 12 jaar maar zich, wat ontwikkelingsniveau betreft, binnen voornoemde leeftijdscategorie bevinden, kunnen ook gebruik maken van deze werkboeken.

De twee werkboeken: een kort overzicht

WERKBOEK "EEN BLIK OP MEZELF":

In dit boekje is de opbouw van de hoofdstukjes belangrijk. Vanuit onze ervaringen komen we tot de conclusie dat er best gestart wordt met de minst bedreigende hoofdstukjes. Dit om het kind allereerst vertrouwd te maken met het middel en eventueel met de begeleider. De hoofdstukjes die dieper ingaan op de persoonlijkheid en de gevoelswereld van het kind kunnen dan later aan bod komen.

Er werd een opdeling in hoofdstukjes meegegeven die voorgaande redenering volgt, maar het spreekt voor zich dat iedere individuele situatie een persoonlijke indeling vergt.

De onderwerpen zijn zo gekozen dat verschillende deeldomeinen van de leefwereld van het kind aan bod kunnen komen. We gaan specifiek in op een aantalomgevingsaspecten:

Deze werkboeken zijn het resultaat van vele jaren werk. Ze hebben vorm gekregen doorheen het experimenteren en werken met verschillende werkmiddelen, door verschillende begeleiders en met verschillende kinderen. In die zin hebben alle vroegere en huidige dagcentrumwerkers een positieve bijdrage geleverd aan deze concretisatie.

De werkboeken zijn concreet uitgewerkt door de teamleden die op dit moment werkzaam zijn in de Schans. Zij hebben alle informatie verzameld en verwerkt en geconcretiseerd tot dit resultaat. Dit was geen sinecure en een werk van lange adem. Nieuwe ideeën en ervaringen dienden te worden opgenomen naast de vroegere werkmiddelen.

Volgende medewerkers hebben deze werkboeken uitgewerkt.

Eric Janssen:
Eric Janssen is afgestudeerd als maatschappelijk assistent in 1986 en medeoprichter van de dagcentra de Schans en de Schommel in Turnhout sinds 1989. Hij is tewerkgesteld als verantwoordelijke van beide dagcentra. In het dagcentrum staat hij onder meer in voor de formele ouderwerking (waarin oudercursussen over opvoedingsterreinen worden aangeboden), supervisie en ondersteuning in begeleidingen. Hij volgde verschillende modules van de voortgezette opleiding maatschappelijk assistent, korte specifieke vorming i.v.m. hulpverlening aan kinderen en ouders, en een specifieke vorming rond leiding geven.

Kuypers Martine:
Martine Kuypers studeerde in 1996 af als maatschappelijk assistent. Vanaf 1996 is ze werkzaam in de Schans. Binnen de werking is ze actief binnen de groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is verantwoordelijk voor de kinderparticipatie binnen de werking en had een belangrijk aandeel in de concrete uitwerking van de middelen in de werkboeken. Ze volgde specifieke vorming rond contextuele hulpverlening, ouderschap na echtscheiding, kinderontwikkeling en psychopathologie.

Schenck Lieve:
Lieve Schenck is van opleiding psychologe en sinds 1994 werkzaam in de Schans. Ze is als begeleidster actief in de verschillende pijlers: groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is binnen de werking van het dagcentrum verantwoordelijk voor de individuele begeleiding en zoekt regelmatig nieuwe werkmiddelen en materialen. Ze volgde bijscholing rond autisme, ADHD, kinderontwikkeling en psychopathologie. Zij geeft tevens assertiviteitstraining aan jongeren vanuit CAW de Kempen.

Tinne Van der Veken:
Tinne Van der Veken is afgestudeerd als maatschappelijk assistent. Ze werkt vanaf 1996 in de Schans. Sinds 2002 is ze ook werkzaam in de Schommel. Ze is verantwoordelijk voor het gezinskamp van beide dagcentra en de pijlers groepsbegeleiding en studiebegeleiding in de Schans. Ze is ook actief in de werkgroep rond videohometraining. Zowel gezinsbegeleiding en individuele begeleiding behoren tot haar takenpakket. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening.

Nancy Anthonissens:<
Nancy Anthonissens is afgestudeerd als gegradueerde in de orthopedagogie en psychotherapeute vanuit gestalt en psychosynthese. Ze is vanaf 1997 tewerkgesteld in de Schans. In het dagcentrum is zij verantwoordelijk voor de vorming en intervisie van het team. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening, samengestelde gezinnen, kinderontwikkeling en psychopathologie.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Spiegelbeeld. Begeleiding van kinderen met problemen – Handleiding voor begeleiders

 9,90
De handleiding en de twee werkboeken zijn geschreven voor begeleiders die met kinderen aan de slag willen gaan rondom zelfbeeld en/of echtscheiding. De werkboeken werden ontwikkeld vanuit de nood aan concrete middelen om tijdens een individuele begeleiding te werken rond deze thema''s. Vanuit de praktijkervaringen in het dagcentrum kon er op een adequate manier worden ingegaan op vragen die kinderen hebben tijdens hun ontwikkeling over deze onderwerpen. De werkboeken werden dus gaandeweg uitgeprobeerd en waar nodig aangepast.
De opbouw van de werkboeken bestaat uit middelen die ingaan op bepaalde thema''s die belangrijk zijn binnen de voornoemde probleemterreinen. In de werkboeken worden ideeën gegeven die gebruikt kunnen worden zoals beschreven staat. Maar bij ieder kind zullen er andere middelen nodig zijn om de werkboeken werkbaar te maken. Het is dus een knip- en plakboek waar er vanuit de begeleider zelf ook nieuwe ideeën zullen en kunnen komen. De handleiding biedt aan begeleiders een achtergrond bij de werkboeken en geeft een aantal alternatieve middelen als blijkt dat het vooropgestelde niet voldoende werkt.

Het gebruik van de werkboeken:
De twee werkboeken zijn op een gelijkvormige manier uitgewerkt. Vandaar dat ook het gebruik ervan éénvormig is. De werkboeken bestaan uit losse bladen die per hoofdstuk aan het kind worden gegeven en in een mapje gestoken. Aan het einde van de begeleiding wordt het boekje meegegeven indien het kind dit wenst. Er wordt voor ieder werkboekje een volgorde van hoofdstukken voorzien waarbij we ervan uit gaan te starten met de meest veilige subthema''s. Maar het spreekt voor zich dat in iedere specifieke situatie de volgorde van de hoofdstukjes kan worden aangepast.

Voor wie is het bestemd?
We gaan ervan uit dat de werkboeken gebruikt worden bij kinderen waar vanuit een grondige analyse gebleken is dat er nood is om rond één of meerdere thema''s individueel te werken.
Kinderen met een zwak zelfbeeld en een beperkt ik -besef komen in aanmerking voor het werken met het boek "een blik op mezelf".
Kinderen verweven in een echtscheidingsproblematiek hebben er vaak nood aan om hun gedachten en gevoelens over dit thema op een rijtje te kunnen zetten, hiervoor kan het Werkboek .''tussen samen en apart" een hulpmiddel zijn.
Zoals hierboven beschreven, werden de werkboeken vanuit een dagcentrumwerking binnen de bijzondere jeugdbijstand ontwikkeld. Dit betekent niet dat de werkboeken zich beperken tot het doelpubliek van een dagcentrum binnen deze sector. Andere hulpverleningsvormen die werken met kinderen waarbij zelfbeeld, weerbaarheid en echtscheiding veel voorkomende problemen zijn, kunnen even goed gebruik maken van de werkboeken.

Leeftijd:
Daar deze werkboeken ontwikkeld werden vanuit de praktijkervaringen van dagcentrum de Schans richten de werkboeken zich naar kinderen tussen 6 en 12 jaar. Kinderen die ouder zijn dan 12 jaar maar zich, wat ontwikkelingsniveau betreft, binnen voornoemde leeftijdscategorie bevinden, kunnen ook gebruik maken van deze werkboeken.

De twee werkboeken: een kort overzicht

WERKBOEK "EEN BLIK OP MEZELF":

In dit boekje is de opbouw van de hoofdstukjes belangrijk. Vanuit onze ervaringen komen we tot de conclusie dat er best gestart wordt met de minst bedreigende hoofdstukjes. Dit om het kind allereerst vertrouwd te maken met het middel en eventueel met de begeleider. De hoofdstukjes die dieper ingaan op de persoonlijkheid en de gevoelswereld van het kind kunnen dan later aan bod komen.

Er werd een opdeling in hoofdstukjes meegegeven die voorgaande redenering volgt, maar het spreekt voor zich dat iedere individuele situatie een persoonlijke indeling vergt.

De onderwerpen zijn zo gekozen dat verschillende deeldomeinen van de leefwereld van het kind aan bod kunnen komen. We gaan specifiek in op een aantalomgevingsaspecten:

Deze werkboeken zijn het resultaat van vele jaren werk. Ze hebben vorm gekregen doorheen het experimenteren en werken met verschillende werkmiddelen, door verschillende begeleiders en met verschillende kinderen. In die zin hebben alle vroegere en huidige dagcentrumwerkers een positieve bijdrage geleverd aan deze concretisatie.

De werkboeken zijn concreet uitgewerkt door de teamleden die op dit moment werkzaam zijn in de Schans. Zij hebben alle informatie verzameld en verwerkt en geconcretiseerd tot dit resultaat. Dit was geen sinecure en een werk van lange adem. Nieuwe ideeën en ervaringen dienden te worden opgenomen naast de vroegere werkmiddelen.

Volgende medewerkers hebben deze werkboeken uitgewerkt.

Eric Janssen:
Eric Janssen is afgestudeerd als maatschappelijk assistent in 1986 en medeoprichter van de dagcentra de Schans en de Schommel in Turnhout sinds 1989. Hij is tewerkgesteld als verantwoordelijke van beide dagcentra. In het dagcentrum staat hij onder meer in voor de formele ouderwerking (waarin oudercursussen over opvoedingsterreinen worden aangeboden), supervisie en ondersteuning in begeleidingen. Hij volgde verschillende modules van de voortgezette opleiding maatschappelijk assistent, korte specifieke vorming i.v.m. hulpverlening aan kinderen en ouders, en een specifieke vorming rond leiding geven.

Kuypers Martine:
Martine Kuypers studeerde in 1996 af als maatschappelijk assistent. Vanaf 1996 is ze werkzaam in de Schans. Binnen de werking is ze actief binnen de groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is verantwoordelijk voor de kinderparticipatie binnen de werking en had een belangrijk aandeel in de concrete uitwerking van de middelen in de werkboeken. Ze volgde specifieke vorming rond contextuele hulpverlening, ouderschap na echtscheiding, kinderontwikkeling en psychopathologie.

Schenck Lieve:
Lieve Schenck is van opleiding psychologe en sinds 1994 werkzaam in de Schans. Ze is als begeleidster actief in de verschillende pijlers: groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is binnen de werking van het dagcentrum verantwoordelijk voor de individuele begeleiding en zoekt regelmatig nieuwe werkmiddelen en materialen. Ze volgde bijscholing rond autisme, ADHD, kinderontwikkeling en psychopathologie. Zij geeft tevens assertiviteitstraining aan jongeren vanuit CAW de Kempen.

Tinne Van der Veken:
Tinne Van der Veken is afgestudeerd als maatschappelijk assistent. Ze werkt vanaf 1996 in de Schans. Sinds 2002 is ze ook werkzaam in de Schommel. Ze is verantwoordelijk voor het gezinskamp van beide dagcentra en de pijlers groepsbegeleiding en studiebegeleiding in de Schans. Ze is ook actief in de werkgroep rond videohometraining. Zowel gezinsbegeleiding en individuele begeleiding behoren tot haar takenpakket. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening.

Nancy Anthonissens:<
Nancy Anthonissens is afgestudeerd als gegradueerde in de orthopedagogie en psychotherapeute vanuit gestalt en psychosynthese. Ze is vanaf 1997 tewerkgesteld in de Schans. In het dagcentrum is zij verantwoordelijk voor de vorming en intervisie van het team. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening, samengestelde gezinnen, kinderontwikkeling en psychopathologie.

Placeholder Image
Quick View

Spiegelbeeld. Begeleiding van kinderen met problemen – Handleiding voor begeleiders

 9,90
De handleiding en de twee werkboeken zijn geschreven voor begeleiders die met kinderen aan de slag willen gaan rondom zelfbeeld en/of echtscheiding. De werkboeken werden ontwikkeld vanuit de nood aan concrete middelen om tijdens een individuele begeleiding te werken rond deze thema''s. Vanuit de praktijkervaringen in het dagcentrum kon er op een adequate manier worden ingegaan op vragen die kinderen hebben tijdens hun ontwikkeling over deze onderwerpen. De werkboeken werden dus gaandeweg uitgeprobeerd en waar nodig aangepast.
De opbouw van de werkboeken bestaat uit middelen die ingaan op bepaalde thema''s die belangrijk zijn binnen de voornoemde probleemterreinen. In de werkboeken worden ideeën gegeven die gebruikt kunnen worden zoals beschreven staat. Maar bij ieder kind zullen er andere middelen nodig zijn om de werkboeken werkbaar te maken. Het is dus een knip- en plakboek waar er vanuit de begeleider zelf ook nieuwe ideeën zullen en kunnen komen. De handleiding biedt aan begeleiders een achtergrond bij de werkboeken en geeft een aantal alternatieve middelen als blijkt dat het vooropgestelde niet voldoende werkt.

Het gebruik van de werkboeken:
De twee werkboeken zijn op een gelijkvormige manier uitgewerkt. Vandaar dat ook het gebruik ervan éénvormig is. De werkboeken bestaan uit losse bladen die per hoofdstuk aan het kind worden gegeven en in een mapje gestoken. Aan het einde van de begeleiding wordt het boekje meegegeven indien het kind dit wenst. Er wordt voor ieder werkboekje een volgorde van hoofdstukken voorzien waarbij we ervan uit gaan te starten met de meest veilige subthema''s. Maar het spreekt voor zich dat in iedere specifieke situatie de volgorde van de hoofdstukjes kan worden aangepast.

Voor wie is het bestemd?
We gaan ervan uit dat de werkboeken gebruikt worden bij kinderen waar vanuit een grondige analyse gebleken is dat er nood is om rond één of meerdere thema''s individueel te werken.
Kinderen met een zwak zelfbeeld en een beperkt ik -besef komen in aanmerking voor het werken met het boek "een blik op mezelf".
Kinderen verweven in een echtscheidingsproblematiek hebben er vaak nood aan om hun gedachten en gevoelens over dit thema op een rijtje te kunnen zetten, hiervoor kan het Werkboek .''tussen samen en apart" een hulpmiddel zijn.
Zoals hierboven beschreven, werden de werkboeken vanuit een dagcentrumwerking binnen de bijzondere jeugdbijstand ontwikkeld. Dit betekent niet dat de werkboeken zich beperken tot het doelpubliek van een dagcentrum binnen deze sector. Andere hulpverleningsvormen die werken met kinderen waarbij zelfbeeld, weerbaarheid en echtscheiding veel voorkomende problemen zijn, kunnen even goed gebruik maken van de werkboeken.

Leeftijd:
Daar deze werkboeken ontwikkeld werden vanuit de praktijkervaringen van dagcentrum de Schans richten de werkboeken zich naar kinderen tussen 6 en 12 jaar. Kinderen die ouder zijn dan 12 jaar maar zich, wat ontwikkelingsniveau betreft, binnen voornoemde leeftijdscategorie bevinden, kunnen ook gebruik maken van deze werkboeken.

De twee werkboeken: een kort overzicht

WERKBOEK "EEN BLIK OP MEZELF":

In dit boekje is de opbouw van de hoofdstukjes belangrijk. Vanuit onze ervaringen komen we tot de conclusie dat er best gestart wordt met de minst bedreigende hoofdstukjes. Dit om het kind allereerst vertrouwd te maken met het middel en eventueel met de begeleider. De hoofdstukjes die dieper ingaan op de persoonlijkheid en de gevoelswereld van het kind kunnen dan later aan bod komen.

Er werd een opdeling in hoofdstukjes meegegeven die voorgaande redenering volgt, maar het spreekt voor zich dat iedere individuele situatie een persoonlijke indeling vergt.

De onderwerpen zijn zo gekozen dat verschillende deeldomeinen van de leefwereld van het kind aan bod kunnen komen. We gaan specifiek in op een aantalomgevingsaspecten:

Deze werkboeken zijn het resultaat van vele jaren werk. Ze hebben vorm gekregen doorheen het experimenteren en werken met verschillende werkmiddelen, door verschillende begeleiders en met verschillende kinderen. In die zin hebben alle vroegere en huidige dagcentrumwerkers een positieve bijdrage geleverd aan deze concretisatie.

De werkboeken zijn concreet uitgewerkt door de teamleden die op dit moment werkzaam zijn in de Schans. Zij hebben alle informatie verzameld en verwerkt en geconcretiseerd tot dit resultaat. Dit was geen sinecure en een werk van lange adem. Nieuwe ideeën en ervaringen dienden te worden opgenomen naast de vroegere werkmiddelen.

Volgende medewerkers hebben deze werkboeken uitgewerkt.

Eric Janssen:
Eric Janssen is afgestudeerd als maatschappelijk assistent in 1986 en medeoprichter van de dagcentra de Schans en de Schommel in Turnhout sinds 1989. Hij is tewerkgesteld als verantwoordelijke van beide dagcentra. In het dagcentrum staat hij onder meer in voor de formele ouderwerking (waarin oudercursussen over opvoedingsterreinen worden aangeboden), supervisie en ondersteuning in begeleidingen. Hij volgde verschillende modules van de voortgezette opleiding maatschappelijk assistent, korte specifieke vorming i.v.m. hulpverlening aan kinderen en ouders, en een specifieke vorming rond leiding geven.

Kuypers Martine:
Martine Kuypers studeerde in 1996 af als maatschappelijk assistent. Vanaf 1996 is ze werkzaam in de Schans. Binnen de werking is ze actief binnen de groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is verantwoordelijk voor de kinderparticipatie binnen de werking en had een belangrijk aandeel in de concrete uitwerking van de middelen in de werkboeken. Ze volgde specifieke vorming rond contextuele hulpverlening, ouderschap na echtscheiding, kinderontwikkeling en psychopathologie.

Schenck Lieve:
Lieve Schenck is van opleiding psychologe en sinds 1994 werkzaam in de Schans. Ze is als begeleidster actief in de verschillende pijlers: groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is binnen de werking van het dagcentrum verantwoordelijk voor de individuele begeleiding en zoekt regelmatig nieuwe werkmiddelen en materialen. Ze volgde bijscholing rond autisme, ADHD, kinderontwikkeling en psychopathologie. Zij geeft tevens assertiviteitstraining aan jongeren vanuit CAW de Kempen.

Tinne Van der Veken:
Tinne Van der Veken is afgestudeerd als maatschappelijk assistent. Ze werkt vanaf 1996 in de Schans. Sinds 2002 is ze ook werkzaam in de Schommel. Ze is verantwoordelijk voor het gezinskamp van beide dagcentra en de pijlers groepsbegeleiding en studiebegeleiding in de Schans. Ze is ook actief in de werkgroep rond videohometraining. Zowel gezinsbegeleiding en individuele begeleiding behoren tot haar takenpakket. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening.

Nancy Anthonissens:<
Nancy Anthonissens is afgestudeerd als gegradueerde in de orthopedagogie en psychotherapeute vanuit gestalt en psychosynthese. Ze is vanaf 1997 tewerkgesteld in de Schans. In het dagcentrum is zij verantwoordelijk voor de vorming en intervisie van het team. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening, samengestelde gezinnen, kinderontwikkeling en psychopathologie.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Kwaliteitsontwikkeling in het onderwijs

 25,90
Kwaliteit is ook in het onderwijs een modieus thema geworden. Toch blijven vele vragen onbeantwoord, tegenstellingen niet opgelost en blijkt het vooral geen sinecure te zijn om alle neuzen in dezelfde richting te laten wijzen. Er is nog werk aan de winkel. Meer dan in andere sectoren schijnen onderwijs-mensen vaak erg kritisch te staan tegenover de actuele benadering van kwaliteit.

Dit boek plaatst de kwaliteitshype in een bredere maatschappelijke context. Ook wil het de traditionele visie op kwaliteit en kwaliteitszorg verbreden tot een visie en benadering die compatibel is met en ondersteunend voor de eigen opdracht van het onderwijs. Tegelijk reikt het methodieken en instrumenten aan die onderwijsorganisaties helpen bij permanente kwaliteitsontwikkeling en kwaliteitszorg.
Zowel het basisonderwijs als het secundair en het hoger onderwijs komen hierbij aan bod. Een eerste doelgroep vormen de verschillende actoren in het onderwijs zelf: directieleden, docenten en ook studenten. Een tweede doelgroep zijn de externe belanghebbenden: schoolbestuur, inspectie, overheid,... Een derde groep bestaat uit alle organisaties die samenwerking met het onderwijs aangaan.

Guido Cuyvers is verbonden aan de Katholieke Hogeschool der Kempen in Geel en aan de K.U.Leuven.

Quick View

Kwaliteitsontwikkeling in het onderwijs

 25,90
Kwaliteit is ook in het onderwijs een modieus thema geworden. Toch blijven vele vragen onbeantwoord, tegenstellingen niet opgelost en blijkt het vooral geen sinecure te zijn om alle neuzen in dezelfde richting te laten wijzen. Er is nog werk aan de winkel. Meer dan in andere sectoren schijnen onderwijs-mensen vaak erg kritisch te staan tegenover de actuele benadering van kwaliteit.

Dit boek plaatst de kwaliteitshype in een bredere maatschappelijke context. Ook wil het de traditionele visie op kwaliteit en kwaliteitszorg verbreden tot een visie en benadering die compatibel is met en ondersteunend voor de eigen opdracht van het onderwijs. Tegelijk reikt het methodieken en instrumenten aan die onderwijsorganisaties helpen bij permanente kwaliteitsontwikkeling en kwaliteitszorg.
Zowel het basisonderwijs als het secundair en het hoger onderwijs komen hierbij aan bod. Een eerste doelgroep vormen de verschillende actoren in het onderwijs zelf: directieleden, docenten en ook studenten. Een tweede doelgroep zijn de externe belanghebbenden: schoolbestuur, inspectie, overheid,... Een derde groep bestaat uit alle organisaties die samenwerking met het onderwijs aangaan.

Guido Cuyvers is verbonden aan de Katholieke Hogeschool der Kempen in Geel en aan de K.U.Leuven.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    0
    Uw winkelwagen
    Uw winkelwagen is leegVerder winkelen
    ×