De Rustkevers
Het schild van Pollie is vuurrood. Waarom heeft zij geen REGENBOOGkleuren zoals de andere rustkevers? Ze verlaat de malse wei aan de voet van de regenboog op zoek naar de magische glitterpot. Zal ze ooit een echt REGENBOOGschild krijgen?
De Rustkevers
Het schild van Pollie is vuurrood. Waarom heeft zij geen REGENBOOGkleuren zoals de andere rustkevers? Ze verlaat de malse wei aan de voet van de regenboog op zoek naar de magische glitterpot. Zal ze ooit een echt REGENBOOGschild krijgen?
Filosofisch tegenspel. Traag denken in tijden van versnelling
We leven in een tijd van hyperkinetiek, snelle verplaatsing, flitskapitaal, directe maakbaarheid en hyperlink-denken. Snelheid geeft een kick, maar maakt ons ook ziek. We proberen tijdelijk aan de snelheid te ontsnappen via fysieke en digitale, individuele en collectieve capsules die ons beschermen tegen te veel prikkels. Om echter blijvend aan systeemsnelheid te ontkomen is er diepzinniger tegenspel nodig dat traagheid en ritmes wil denken als indirect verzet, vaste rituelen koestert, uitnodigt tot beschouwelijkheid en niet meewaait met emoties die zich aandienen maar zich stevig positioneert in het eigen lichaam met zijn affectiviteit en ons opnieuw wil verbinden met de aarde. Maar hoe pakken we dit aan?
Giovanni Rizzuto studeerde filosofie, theologie en Indische talen aan de Universiteit van Amsterdam. Naast zijn werk als beeldend kunstenaar doceerde hij filosofie en menswetenschappen aan verschillende hogescholen. Hij publiceerde meerdere boeken en schrijft regelmatig voor o.a. Hollands Maandblad, Streven en Filosofie-Tijdschrift. De draad van Ariadne, Wijsgerige essays over mythe en mythologie (2022), De wereld in een korrel zand, Inleiding in de filosofie van de mystiek (2023), Misterios Envueltos, MÃnima Poética (2024) en De reis van Gilgamesj, Over dood, bewustzijn en seksualiteit (2024) zijn zijn meest recente publicaties.
Filosofisch tegenspel. Traag denken in tijden van versnelling
We leven in een tijd van hyperkinetiek, snelle verplaatsing, flitskapitaal, directe maakbaarheid en hyperlink-denken. Snelheid geeft een kick, maar maakt ons ook ziek. We proberen tijdelijk aan de snelheid te ontsnappen via fysieke en digitale, individuele en collectieve capsules die ons beschermen tegen te veel prikkels. Om echter blijvend aan systeemsnelheid te ontkomen is er diepzinniger tegenspel nodig dat traagheid en ritmes wil denken als indirect verzet, vaste rituelen koestert, uitnodigt tot beschouwelijkheid en niet meewaait met emoties die zich aandienen maar zich stevig positioneert in het eigen lichaam met zijn affectiviteit en ons opnieuw wil verbinden met de aarde. Maar hoe pakken we dit aan?
Giovanni Rizzuto studeerde filosofie, theologie en Indische talen aan de Universiteit van Amsterdam. Naast zijn werk als beeldend kunstenaar doceerde hij filosofie en menswetenschappen aan verschillende hogescholen. Hij publiceerde meerdere boeken en schrijft regelmatig voor o.a. Hollands Maandblad, Streven en Filosofie-Tijdschrift. De draad van Ariadne, Wijsgerige essays over mythe en mythologie (2022), De wereld in een korrel zand, Inleiding in de filosofie van de mystiek (2023), Misterios Envueltos, MÃnima Poética (2024) en De reis van Gilgamesj, Over dood, bewustzijn en seksualiteit (2024) zijn zijn meest recente publicaties.
Ontveld denken. Verblijven in een unheimische wereld
Lange tijd wisten we ons thuis in een wereld die we meenden te hebben. Het bestaan in deze vertrouwde wereld vormde onze existentie, die we op een eigenlijke wijze op ons namen. Thans is de wereld echter niet meer wat hij was, en zijn we ook zelf niet meer wie we waren. ‘De wereld is weg’, zo dichtte Paul Celan, en deze afwezigheid van de wereld brengt ons van ons stuk. In de planetaire ‘techno-natuur’ die naar voren treedt, weten we ons getekend door een soort van zelf-gemis, dat samenhangt met een gemis aan woorden, dat zelf correleert met het wegtrekken van de wereld dat we vernemen in fenomenen als de globalisering en klimaatverwoesting, de versplintering en fictionalisering van wetenschap en technologie, en zelfs ‘het einde van de metafysica’.
Vandaag bestaat de ‘wereld’ die we met elkaar delen als een ‘techno-natuurlijke’ achtergrond waaraan we als simpelweg levende wezens direct zijn uitgeleverd, zonder onderdak en zonder horizon, en zelfs zonder denken. Niemand is echt thuis in deze globale omgeving, niemand kan haar de hunne noemen, en toch moeten we allemaal leren om voor deze niet-toe-te-eigenen planetaire sfeer zorg te dragen.
Dit vormt dan ook de inzet van dit boek. Het ontveld denken is een denken dat aanvaardt om verwond te raken door de verscheurende aspecten van onze ‘wereld’. Het is een denken dat zich verbeeldt als een rauwe gevoeligheid en scherpte die het ook inzet als strijdmiddel, en dit vanuit het besef dat het aan ons is om te beslissen aangaande de ‘wereld’ en het wegtrekken ervan. Dit boek bundelt 14 artikelen van Susanna Lindberg, in een keuze en vertaling van Bart Buseyne.
Vaak is de veronderstelling dat denken iets is wat mooi is of ons een fijn gevoel geeft. Susanna Lindberg maakt in deze bundel met elkaar samenhangende artikelen duidelijk dat denken ook pijn kan doen, en dat het misschien daarom wel zo moeilijk is om echt na te denken over de wereldwijde ecologische misère die ons nog steeds te weinig bij de strot grijpt. Wie de moed heeft om met haar mee te denken over de klimaatcatastrofe, over de ‘ontrafeling’ van onze wereld of over de ‘zachtheid’ van extinctie, wordt verwond door dit boek, maar zal ook verrijkt worden met tal van verrassende inzichten. Het boek bevat een fraai staaltje van wat Lindberg vermag en is ook nog eens voortreffelijk vertaald, ingeleid en geannoteerd door Bart Buseyne. - René ten Bos
Susanna Lindberg is hoogleraar in de Continentale wijsbegeerte aan de Universiteit Leiden. Nadat ze in eerder werk de ontwikkelingen en vertakkingen in het domein van de moderne Europese filosofie heeft verkend, neemt ze vandaag de globalisering, de techniek en de klimaatopwarming tot onderwerp, en dit vanuit een (post)fenomenologische invalshoek. Ze is de auteur van o.a. Le monde défait (2016), Techniques en philosophie (2020), From Technological Humanity to Bio-technical Existence (2023) en Planetary Thinking in the Era of Global Warming (2023). Bart Buseyne is filosoof van opleiding en verbonden aan KBR, de nationale bibliotheek van België.
Ontveld denken. Verblijven in een unheimische wereld
Lange tijd wisten we ons thuis in een wereld die we meenden te hebben. Het bestaan in deze vertrouwde wereld vormde onze existentie, die we op een eigenlijke wijze op ons namen. Thans is de wereld echter niet meer wat hij was, en zijn we ook zelf niet meer wie we waren. ‘De wereld is weg’, zo dichtte Paul Celan, en deze afwezigheid van de wereld brengt ons van ons stuk. In de planetaire ‘techno-natuur’ die naar voren treedt, weten we ons getekend door een soort van zelf-gemis, dat samenhangt met een gemis aan woorden, dat zelf correleert met het wegtrekken van de wereld dat we vernemen in fenomenen als de globalisering en klimaatverwoesting, de versplintering en fictionalisering van wetenschap en technologie, en zelfs ‘het einde van de metafysica’.
Vandaag bestaat de ‘wereld’ die we met elkaar delen als een ‘techno-natuurlijke’ achtergrond waaraan we als simpelweg levende wezens direct zijn uitgeleverd, zonder onderdak en zonder horizon, en zelfs zonder denken. Niemand is echt thuis in deze globale omgeving, niemand kan haar de hunne noemen, en toch moeten we allemaal leren om voor deze niet-toe-te-eigenen planetaire sfeer zorg te dragen.
Dit vormt dan ook de inzet van dit boek. Het ontveld denken is een denken dat aanvaardt om verwond te raken door de verscheurende aspecten van onze ‘wereld’. Het is een denken dat zich verbeeldt als een rauwe gevoeligheid en scherpte die het ook inzet als strijdmiddel, en dit vanuit het besef dat het aan ons is om te beslissen aangaande de ‘wereld’ en het wegtrekken ervan. Dit boek bundelt 14 artikelen van Susanna Lindberg, in een keuze en vertaling van Bart Buseyne.
Vaak is de veronderstelling dat denken iets is wat mooi is of ons een fijn gevoel geeft. Susanna Lindberg maakt in deze bundel met elkaar samenhangende artikelen duidelijk dat denken ook pijn kan doen, en dat het misschien daarom wel zo moeilijk is om echt na te denken over de wereldwijde ecologische misère die ons nog steeds te weinig bij de strot grijpt. Wie de moed heeft om met haar mee te denken over de klimaatcatastrofe, over de ‘ontrafeling’ van onze wereld of over de ‘zachtheid’ van extinctie, wordt verwond door dit boek, maar zal ook verrijkt worden met tal van verrassende inzichten. Het boek bevat een fraai staaltje van wat Lindberg vermag en is ook nog eens voortreffelijk vertaald, ingeleid en geannoteerd door Bart Buseyne. - René ten Bos
Susanna Lindberg is hoogleraar in de Continentale wijsbegeerte aan de Universiteit Leiden. Nadat ze in eerder werk de ontwikkelingen en vertakkingen in het domein van de moderne Europese filosofie heeft verkend, neemt ze vandaag de globalisering, de techniek en de klimaatopwarming tot onderwerp, en dit vanuit een (post)fenomenologische invalshoek. Ze is de auteur van o.a. Le monde défait (2016), Techniques en philosophie (2020), From Technological Humanity to Bio-technical Existence (2023) en Planetary Thinking in the Era of Global Warming (2023). Bart Buseyne is filosoof van opleiding en verbonden aan KBR, de nationale bibliotheek van België.
Het dierenrijk als bron van geneesmiddelen, (volks)geneeskunde en farmacie (Reeks Cahiers GGG Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg, nr. 20)
Door de eeuwen heen hebben apothekers een fascinatie gehad voor dieren. Dit was in de eerste plaats het geval in het productie-proces van geneesmiddelen. Vele likkepotten, zalven, pillen, oliën of lotions werden aangemaakt op basis van ingrediënten, verkregen uit dieren. Immers, aan dieren werden allerhande gunstige eigenschappen toegekend, die de gezondheid van de mens ten goede konden komen. Men kan het zo gauw niet bedenken, maar zowat alle dieren werden in aanmerking genomen om ziekten tegen te gaan. In dit boek passeren talloze diersoorten de revue, waarvan de eigenschappen op de één of andere manier heilzaam bleken te zijn voor de mens.
Maar ook als uithangbord of decoratie gebruikten apothekers, drogisten of kruideniers allerhande opgezette dieren of afbeeldingen om hun apotheek mee op te smukken. Zo droegen apotheken door de eeuwen heen ook de namen van exotische of lokale beesten, of werden apothekerspotten versierd met afbeeldingen van beren, olifanten, slangen of andere diersoorten.
Aangezien dieren genezing konden brengen, werden ze het favoriete hulpmiddel van de vele geneesheiligen, die door de mensheid eeuwen lang vereerd en aanbeden werden om hun gezondheid te beschermen of te herstellen. De auteur brengt een panoplie van heiligen ten tonele, die elk voor een bepaalde ziekte of aandoening genezing kon brengen in onze Lage Landen.
Kortom, in dit boek komt de onverbrekelijke band tussen de apotheker en de wonderlijke dierenwereld tot uiting, een band die ons telkens weer blijft verbazen en intrigeren.
Guy Gilias (1944) toonde reeds tijdens zijn apothekersstudies belangstelling voor de geschiedenis van zijn beroep. Tien jaar lang was hij voorzitter van de Kring voor de Geschiedenis van de Farmacie in de Benelux. Hij werd benoemd tot lid van de Académie Internationale d’Histoire de la Pharmacie en werd laureaat van de Prijs Frans Daels (afdeling Farmacie), uitgereikt door de Koninklijke Academie voor Geneeskunde van België. Hij gaf verscheidene lezingen over farmaceutisch historische onderwerpen, publiceerde artikelen in gespecialiseerde tijdschriften en schreef verschillende boeken met betrekking tot de geschiedenis van de farmacie.
Het dierenrijk als bron van geneesmiddelen, (volks)geneeskunde en farmacie (Reeks Cahiers GGG Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg, nr. 20)
Door de eeuwen heen hebben apothekers een fascinatie gehad voor dieren. Dit was in de eerste plaats het geval in het productie-proces van geneesmiddelen. Vele likkepotten, zalven, pillen, oliën of lotions werden aangemaakt op basis van ingrediënten, verkregen uit dieren. Immers, aan dieren werden allerhande gunstige eigenschappen toegekend, die de gezondheid van de mens ten goede konden komen. Men kan het zo gauw niet bedenken, maar zowat alle dieren werden in aanmerking genomen om ziekten tegen te gaan. In dit boek passeren talloze diersoorten de revue, waarvan de eigenschappen op de één of andere manier heilzaam bleken te zijn voor de mens.
Maar ook als uithangbord of decoratie gebruikten apothekers, drogisten of kruideniers allerhande opgezette dieren of afbeeldingen om hun apotheek mee op te smukken. Zo droegen apotheken door de eeuwen heen ook de namen van exotische of lokale beesten, of werden apothekerspotten versierd met afbeeldingen van beren, olifanten, slangen of andere diersoorten.
Aangezien dieren genezing konden brengen, werden ze het favoriete hulpmiddel van de vele geneesheiligen, die door de mensheid eeuwen lang vereerd en aanbeden werden om hun gezondheid te beschermen of te herstellen. De auteur brengt een panoplie van heiligen ten tonele, die elk voor een bepaalde ziekte of aandoening genezing kon brengen in onze Lage Landen.
Kortom, in dit boek komt de onverbrekelijke band tussen de apotheker en de wonderlijke dierenwereld tot uiting, een band die ons telkens weer blijft verbazen en intrigeren.
Guy Gilias (1944) toonde reeds tijdens zijn apothekersstudies belangstelling voor de geschiedenis van zijn beroep. Tien jaar lang was hij voorzitter van de Kring voor de Geschiedenis van de Farmacie in de Benelux. Hij werd benoemd tot lid van de Académie Internationale d’Histoire de la Pharmacie en werd laureaat van de Prijs Frans Daels (afdeling Farmacie), uitgereikt door de Koninklijke Academie voor Geneeskunde van België. Hij gaf verscheidene lezingen over farmaceutisch historische onderwerpen, publiceerde artikelen in gespecialiseerde tijdschriften en schreef verschillende boeken met betrekking tot de geschiedenis van de farmacie.
Vlaams-Duits Woordenboek / Flämisch-Deutsches Wörterbuch
In de bestaande vertaalwoordenboeken Nederlands-Duits worden Vlaamse woorden en uitdrukkingen stiefmoederlijk behandeld. Twee docenten van de opleiding vertaler-tolk van de KVH, Lessius, KULeuven campus Antwerpen hebben van het ‘Belgisch Nederlands’, dat door zes miljoen Vlamingen gesproken en geschreven wordt, 2.300 woorden en uitdrukkingen samengebracht die in de bestaande woordenboeken niet aan bod komen. Ze zien dit ‘Vlaams’ niet als een aparte taal, maar als de Belgische variant van het Nederlands, die het verdient beschreven en vertaald te worden. Dit woordenboek is een poging om deze springlevende taal ook voor Duitstaligen toegankelijk te maken. Het getuigt van de plastische en soms breugheliaanse taal die het Vlaams is en die velen zal aanspreken door haar vitaliteit en beeldrijkheid en klankrijkdom: ’t is weer koekenbak, bellekentrek, machoefel, goesting, poepeloerezat, ambetanterik, zwanzen. Het woordenboek bevat ook tientallen woorden uit de administratie, het onderwijs en het rechtssysteem die in andere woordenboeken schitteren door afwezigheid.
Emmanuel Waegemans doceerde Russische taal, literatuur en cultuurgeschiedenis aan de KVH, Lessius, KULeuven en is mede-auteur van het Vlaams-Russisch woordenboek.
Hans-Werner am Zehnhoff doceerde Duitse taal en cultuurgeschiedenis aan de KVH, Lessius, KULeuven campus Antwerpen en werkte mee aan verscheidene woordenboeken
Vlaams-Duits Woordenboek / Flämisch-Deutsches Wörterbuch
In de bestaande vertaalwoordenboeken Nederlands-Duits worden Vlaamse woorden en uitdrukkingen stiefmoederlijk behandeld. Twee docenten van de opleiding vertaler-tolk van de KVH, Lessius, KULeuven campus Antwerpen hebben van het ‘Belgisch Nederlands’, dat door zes miljoen Vlamingen gesproken en geschreven wordt, 2.300 woorden en uitdrukkingen samengebracht die in de bestaande woordenboeken niet aan bod komen. Ze zien dit ‘Vlaams’ niet als een aparte taal, maar als de Belgische variant van het Nederlands, die het verdient beschreven en vertaald te worden. Dit woordenboek is een poging om deze springlevende taal ook voor Duitstaligen toegankelijk te maken. Het getuigt van de plastische en soms breugheliaanse taal die het Vlaams is en die velen zal aanspreken door haar vitaliteit en beeldrijkheid en klankrijkdom: ’t is weer koekenbak, bellekentrek, machoefel, goesting, poepeloerezat, ambetanterik, zwanzen. Het woordenboek bevat ook tientallen woorden uit de administratie, het onderwijs en het rechtssysteem die in andere woordenboeken schitteren door afwezigheid.
Emmanuel Waegemans doceerde Russische taal, literatuur en cultuurgeschiedenis aan de KVH, Lessius, KULeuven en is mede-auteur van het Vlaams-Russisch woordenboek.
Hans-Werner am Zehnhoff doceerde Duitse taal en cultuurgeschiedenis aan de KVH, Lessius, KULeuven campus Antwerpen en werkte mee aan verscheidene woordenboeken
Amor Fati. Spelende wijsheid voor de kosmopolis
Met een wereld in brand en menselijkheid op het spel barst de huidige wereldordening uit haar voegen. Hoewel de techniek voor alles een oplossing lijkt te hebben, lijkt de jachtige mens, steeds op zoek naar meer kicks in een schreeuwerige emo-cultuur, een gebrek te maskeren: een behoefte aan verbondenheid in een verscheurde wereld die ons dwingt bij de diepere oorzaken achter de maatschappelijke symptomen van vervreemding, polarisering en betekenisverlies stil te staan. De behoefte aan visie en verbinding (tussen politiek en burgers, professionals en managers, tussen groepen en culturen – terwijl crises elkaar opvolgen in nagenoeg elk maatschappelijk domein) vormt een harde wake-up call dat wij allen, of we het willen of niet, wereldburger zijn geworden en eigenaar van wereldproblemen. Het roept ons op tot een collectieve levenskunst waarin ieder een eigen steentje kan bijdragen. Zou de wijsheid uit wij-culturen met principes van gemeenschapszin (zoals amor fati) en een grondhouding van overgave aan het leven heling kunnen brengen? Met wijsheden uit verschillende culturele tradities nodigt de auteur de lezer uit om mee op een ontdekkingsreis te gaan en wereldburgerschap te ontwikkelen uit premoderne, moderne en postmoderne tijden.
De Engelstalige interculturele reflecties van Greg Suffanti op zijn series van aquarellen geven aan de lezer – samen met het beeldend werk van andere kunstenaars rond de mythisch-filosofische thema’s van Amor Fati – een verrassende route van de verbeelding door het boek.
Heidi Muijen was aan diverse universiteiten en hogescholen verbonden. Ze geeft sinds 2004 begeleiding vanuit haar filosofische praktijk voor levenskunst en creatieve ontwikkeling ‘Thymia’, aan individuen en groepen. Als gastdocent betrokken bij de masteropleiding ‘Human and Organizational Behaviour/Begeleidingskunde’ aan de Hogeschool Rotterdam en de Hogeschool Arnhem Nijmegen ontwikkelde ze spel- en dialoogvormen rond levensvragen en -waarden. In 2016 richtte ze de Stichting Quest for Wisdom foundation (QfWf) op om bij te dragen aan een omkering van de groeiende angst voor ‘de vreemde ander’ en vanuit de inspiratie dat de rijkdom aan culturen het goede (samen)leven juist boeiender en rijker maakt. Met betrokken kringen rond de QfWf ontwikkelde ze kunstzinnig educatief materiaal, waaronder een intercultureel storytelling-programma Animal Wisdom en een aantal dialogische wereldspelen.
Amor Fati. Spelende wijsheid voor de kosmopolis
Met een wereld in brand en menselijkheid op het spel barst de huidige wereldordening uit haar voegen. Hoewel de techniek voor alles een oplossing lijkt te hebben, lijkt de jachtige mens, steeds op zoek naar meer kicks in een schreeuwerige emo-cultuur, een gebrek te maskeren: een behoefte aan verbondenheid in een verscheurde wereld die ons dwingt bij de diepere oorzaken achter de maatschappelijke symptomen van vervreemding, polarisering en betekenisverlies stil te staan. De behoefte aan visie en verbinding (tussen politiek en burgers, professionals en managers, tussen groepen en culturen – terwijl crises elkaar opvolgen in nagenoeg elk maatschappelijk domein) vormt een harde wake-up call dat wij allen, of we het willen of niet, wereldburger zijn geworden en eigenaar van wereldproblemen. Het roept ons op tot een collectieve levenskunst waarin ieder een eigen steentje kan bijdragen. Zou de wijsheid uit wij-culturen met principes van gemeenschapszin (zoals amor fati) en een grondhouding van overgave aan het leven heling kunnen brengen? Met wijsheden uit verschillende culturele tradities nodigt de auteur de lezer uit om mee op een ontdekkingsreis te gaan en wereldburgerschap te ontwikkelen uit premoderne, moderne en postmoderne tijden.
De Engelstalige interculturele reflecties van Greg Suffanti op zijn series van aquarellen geven aan de lezer – samen met het beeldend werk van andere kunstenaars rond de mythisch-filosofische thema’s van Amor Fati – een verrassende route van de verbeelding door het boek.
Heidi Muijen was aan diverse universiteiten en hogescholen verbonden. Ze geeft sinds 2004 begeleiding vanuit haar filosofische praktijk voor levenskunst en creatieve ontwikkeling ‘Thymia’, aan individuen en groepen. Als gastdocent betrokken bij de masteropleiding ‘Human and Organizational Behaviour/Begeleidingskunde’ aan de Hogeschool Rotterdam en de Hogeschool Arnhem Nijmegen ontwikkelde ze spel- en dialoogvormen rond levensvragen en -waarden. In 2016 richtte ze de Stichting Quest for Wisdom foundation (QfWf) op om bij te dragen aan een omkering van de groeiende angst voor ‘de vreemde ander’ en vanuit de inspiratie dat de rijkdom aan culturen het goede (samen)leven juist boeiender en rijker maakt. Met betrokken kringen rond de QfWf ontwikkelde ze kunstzinnig educatief materiaal, waaronder een intercultureel storytelling-programma Animal Wisdom en een aantal dialogische wereldspelen.
Mijn werkbalans. Tool voor loopbaancoaches, HRm’ers, leidinggevenden en medewerkers (Handleiding + Kaartjes + Spelbord)
Leidraad voor de begeleider Bij het leggen van de kaarten
– Wat doe je bij deze kaart? Kies je voor de groene of de rode?
– Kan je hier een voorbeeld van geven?
– Wat doet je twijfelen?
– Welke argumenten kan je hiervoor aanhalen?
Na het leggen van de kaarten
– Kleurt je globale beeld overwegend positief (groen) of negatief (rood)?
– Is dit herkenbaar voor jou?
– Hoe zwaar wegen de verschillende facetten bij je door? Hoe belangrijk zijn ze voor je?
– Wat loopt nog goed dat je wil behouden?
– Wat is er nu moeilijk? Wat wil je in de plaats? Hoe zie je dit concreet?
– Welke facetten of onderdelen kan je wel (of niet) beïnvloeden?
– Wat is een eerste kleine stap die je hierin kan zetten?
– Wie kan je hierbij helpen? Met wie kan je dit bespreken?
– Welke acties kan je hierin ondernemen?
– Hoe zou je je competenties en talenten meer kunnen inzetten?
– Welke conclusies maak je voor jezelf?
Mijn werkbalans. Tool voor loopbaancoaches, HRm’ers, leidinggevenden en medewerkers (Handleiding + Kaartjes + Spelbord)
Leidraad voor de begeleider Bij het leggen van de kaarten
– Wat doe je bij deze kaart? Kies je voor de groene of de rode?
– Kan je hier een voorbeeld van geven?
– Wat doet je twijfelen?
– Welke argumenten kan je hiervoor aanhalen?
Na het leggen van de kaarten
– Kleurt je globale beeld overwegend positief (groen) of negatief (rood)?
– Is dit herkenbaar voor jou?
– Hoe zwaar wegen de verschillende facetten bij je door? Hoe belangrijk zijn ze voor je?
– Wat loopt nog goed dat je wil behouden?
– Wat is er nu moeilijk? Wat wil je in de plaats? Hoe zie je dit concreet?
– Welke facetten of onderdelen kan je wel (of niet) beïnvloeden?
– Wat is een eerste kleine stap die je hierin kan zetten?
– Wie kan je hierbij helpen? Met wie kan je dit bespreken?
– Welke acties kan je hierin ondernemen?
– Hoe zou je je competenties en talenten meer kunnen inzetten?
– Welke conclusies maak je voor jezelf?
KLEIO jrg. 53, nr. 3 (juni 2024)
Een huisarts in dialoog – De patiënt als mens centraal
Aan de hand van 60 patiëntendossiers biedt huisarts Hugo Stuer de lezer een inkijk in zijn spreekkamer. Elke beschrijving begint met de openingszin van de patiënt. Deze blijkt meermaals een uitnodiging te zijn tot een diepgaander gesprek. Met kennis en ervaring biedt deze arts een luisterend oor en gaat hij in dialoog met zijn patiënten, zelfs als zij probleemvelden voorleggen die het medische overstijgen. Doorheen de reconstructies van die gesprekken stelt hij diagnoses gebaseerd op bekend wetenschappelijk onderzoek met recente aanvullingen. Hij schuwt daarbij na kritische lezing geen oplossingen die aangereikt worden door de natuurgeneeskunde. Zijn opleidingen in medische synthese en antropologie helpen bovendien om betekenissen naar boven te brengen waar de protocollaire geneeskunde vaak aan voorbijgaat. Ook van de jaren die hij investeerde in de theorieën van humor en in de taal van de traan vinden we weerklanken in de teksten.
De veelzijdige aanpak van deze omnipracticus leidt dan ook tot verrassende resultaten.
Hugo Stuer, huisarts, was assistent aan de Universiteit Antwerpen van 1972 tot 2002. Hij publiceerde in antropologie en medische ethiek ook over humor in de geneeskunde en de taal van de traan. Hij schrijft columns over ‘het natuurlijke lijf’, kankers, corona, ‘Napoleon als patiënt’ en over… schaken.
Een huisarts in dialoog – De patiënt als mens centraal
Aan de hand van 60 patiëntendossiers biedt huisarts Hugo Stuer de lezer een inkijk in zijn spreekkamer. Elke beschrijving begint met de openingszin van de patiënt. Deze blijkt meermaals een uitnodiging te zijn tot een diepgaander gesprek. Met kennis en ervaring biedt deze arts een luisterend oor en gaat hij in dialoog met zijn patiënten, zelfs als zij probleemvelden voorleggen die het medische overstijgen. Doorheen de reconstructies van die gesprekken stelt hij diagnoses gebaseerd op bekend wetenschappelijk onderzoek met recente aanvullingen. Hij schuwt daarbij na kritische lezing geen oplossingen die aangereikt worden door de natuurgeneeskunde. Zijn opleidingen in medische synthese en antropologie helpen bovendien om betekenissen naar boven te brengen waar de protocollaire geneeskunde vaak aan voorbijgaat. Ook van de jaren die hij investeerde in de theorieën van humor en in de taal van de traan vinden we weerklanken in de teksten.
De veelzijdige aanpak van deze omnipracticus leidt dan ook tot verrassende resultaten.
Hugo Stuer, huisarts, was assistent aan de Universiteit Antwerpen van 1972 tot 2002. Hij publiceerde in antropologie en medische ethiek ook over humor in de geneeskunde en de taal van de traan. Hij schrijft columns over ‘het natuurlijke lijf’, kankers, corona, ‘Napoleon als patiënt’ en over… schaken.
De verborgen god van het boeddhisme. Naar een christelijke theologie van het boeddhisme
Is boeddhisme een religie of een filosofie? Is er een ‘god’ in het boeddhisme? Of is het boeddhisme een pure levensfilosofie? Dit werk wil een bijdrage zijn in het juist begrijpen van het boeddhisme als religie én als filosofie.
Het vertrekpunt is de vraag als christelijke theoloog naar de ‘godservaring’ in het boeddhisme. De theologie van de religies probeert te begrijpen of en hoe ‘God’, zoals christenen hun ervaring van het goddelijke of de ultieme werkelijkheid noemen, aanwezig kan zijn in de gedachten, devoties en rituelen van andere religies. Christelijke theologie van het boeddhisme is dan een christelijke reflectie op het boeddhistische geloof in ‘god’ of ‘goden’.
De boeddhistische leer bevat (net als de christelijke leer) veel schijnbare tegenstrijdigheden. Deze accepteren en zoeken naar aanwijzingen om te begrijpen hoe ze zijn ontstaan en hoe ze verzoend kunnen worden, is niet alleen een intellectuele uitdaging, maar ook een religieuze plicht.
De verborgen god van het boeddhisme voelt als een detectiveverhaal dat de lezer meeneemt op een nauwgezet onderzoek naar de veelvoudige thema’s, concepten en personen van de verschillende boeddhistische geloofstradities om te bepalen of ze gerelateerd kunnen worden aan het christelijke begrip van wie God is. Het resultaat, dat zowel complex als eenvoudig is, zal lezers in staat stellen stappen te zetten om beide religies te verenigen in het ‘mysterie’ dat God of het Dharma is.
‘This book is courageous and necessary: courageous because it breaks a taboo of placing interreligious dialogue on a theological level; necessary because it brings to light a sincere comparative study of the relationship between faith and practice – which is common ground for all the great spiritual traditions. This is the more necessary in the case of Buddhism, which, in the West, is increasingly secularized and confined to the field of psychophysical well-being disciplines.’ Guglielmo Doryu Cappelli, Zen Anshin temple, Rome
Peter Baekelmans is priester-missionaris van Scheut (CICM) met een grote liefde voor oosterse religies. Hij heeft een licentiaat in Vergelijkende Religiewetenschappen (Lugano, Zwitserland), een baccalaureaat in Theologie (KULeuven), een licentiaat in Boeddhistische Studies (Koyasan, Japan) en een doctoraat (STD) in Theologie van Religies (Nagoya, Japan).
Hij was twintig jaar actief in de interreligieuze dialoog in Japan, waar hij onder leiding van grote leermeesters ook diepgaand Zen-meditatie beoefende en de opleiding tot Shingon Esoterisch-Boeddhistische priester volgde. Van 2016 tot 2021 was hij directeur van SEDOS in Rome, en sinds 2022 is hij medeverantwoordelijke voor de Nederlandstalige pastoraal in Brussel. Hij is gastprofessor aan de KULeuven en UCLouvain voor colleges over hindoeïsme, boeddhisme, oosterse religies en oosterse filosofie. Als Rooms-Katholieke priester-theoloog streeft hij ernaar om religies ook op theologisch niveau dichter bij elkaar te brengen.
De verborgen god van het boeddhisme. Naar een christelijke theologie van het boeddhisme
Is boeddhisme een religie of een filosofie? Is er een ‘god’ in het boeddhisme? Of is het boeddhisme een pure levensfilosofie? Dit werk wil een bijdrage zijn in het juist begrijpen van het boeddhisme als religie én als filosofie.
Het vertrekpunt is de vraag als christelijke theoloog naar de ‘godservaring’ in het boeddhisme. De theologie van de religies probeert te begrijpen of en hoe ‘God’, zoals christenen hun ervaring van het goddelijke of de ultieme werkelijkheid noemen, aanwezig kan zijn in de gedachten, devoties en rituelen van andere religies. Christelijke theologie van het boeddhisme is dan een christelijke reflectie op het boeddhistische geloof in ‘god’ of ‘goden’.
De boeddhistische leer bevat (net als de christelijke leer) veel schijnbare tegenstrijdigheden. Deze accepteren en zoeken naar aanwijzingen om te begrijpen hoe ze zijn ontstaan en hoe ze verzoend kunnen worden, is niet alleen een intellectuele uitdaging, maar ook een religieuze plicht.
De verborgen god van het boeddhisme voelt als een detectiveverhaal dat de lezer meeneemt op een nauwgezet onderzoek naar de veelvoudige thema’s, concepten en personen van de verschillende boeddhistische geloofstradities om te bepalen of ze gerelateerd kunnen worden aan het christelijke begrip van wie God is. Het resultaat, dat zowel complex als eenvoudig is, zal lezers in staat stellen stappen te zetten om beide religies te verenigen in het ‘mysterie’ dat God of het Dharma is.
‘This book is courageous and necessary: courageous because it breaks a taboo of placing interreligious dialogue on a theological level; necessary because it brings to light a sincere comparative study of the relationship between faith and practice – which is common ground for all the great spiritual traditions. This is the more necessary in the case of Buddhism, which, in the West, is increasingly secularized and confined to the field of psychophysical well-being disciplines.’ Guglielmo Doryu Cappelli, Zen Anshin temple, Rome
Peter Baekelmans is priester-missionaris van Scheut (CICM) met een grote liefde voor oosterse religies. Hij heeft een licentiaat in Vergelijkende Religiewetenschappen (Lugano, Zwitserland), een baccalaureaat in Theologie (KULeuven), een licentiaat in Boeddhistische Studies (Koyasan, Japan) en een doctoraat (STD) in Theologie van Religies (Nagoya, Japan).
Hij was twintig jaar actief in de interreligieuze dialoog in Japan, waar hij onder leiding van grote leermeesters ook diepgaand Zen-meditatie beoefende en de opleiding tot Shingon Esoterisch-Boeddhistische priester volgde. Van 2016 tot 2021 was hij directeur van SEDOS in Rome, en sinds 2022 is hij medeverantwoordelijke voor de Nederlandstalige pastoraal in Brussel. Hij is gastprofessor aan de KULeuven en UCLouvain voor colleges over hindoeïsme, boeddhisme, oosterse religies en oosterse filosofie. Als Rooms-Katholieke priester-theoloog streeft hij ernaar om religies ook op theologisch niveau dichter bij elkaar te brengen.