Geen voorraad

Geen voorraad


Marketing: een kennismaking
€ 12,10
Marketing: een kennismaking onderscheidt zich van de vele bestaande marketinghandboeken. Het is een beknopte inleiding tot het vak, een overzicht van de evolutie, een situering in de bedrijfsactiviteit en - vanzelfsprekend - een bespreking van de marketingmix. Daarin valt de, in verhouding, ruime aandacht voor marketingcommunicatie op. Het is immers belangrijk dat mensen in het communicatievak beseffen dat hun strategieën en tactieken voortvloeien uit de ondernemings- en marketingdoelstellingen en er een organisch geheel mee vormen. Omgekeerd geldt ook dat de marketing niet als een afzonderlijk functiegebied beschouwd kan worden, maar wel als een geïntegreerd geheel met communicatie. Dit werk is dus in eerste instantie bestemd voor studenten die de studie van marketing zien als een aanloop tot hun verdere studie van alle vormen van geïntegreerde bedrijfscommunicatie.
Hilde Eeckhout is lector Marketing aan de Arteveldehogeschool Gent, opleiding Communicatiemanagement. Ze doceert Marketing, Direct Marketing en Marketingcommunicatie. Ze studeerde Germaanse Filologie en behaalde een MBA in Marketing aan de Vlerickschool voor Management Leuven Gent. Eerder bekleedde zij marketingfuncties bij Amylum en Kipling.
Hilde Eeckhout is lector Marketing aan de Arteveldehogeschool Gent, opleiding Communicatiemanagement. Ze doceert Marketing, Direct Marketing en Marketingcommunicatie. Ze studeerde Germaanse Filologie en behaalde een MBA in Marketing aan de Vlerickschool voor Management Leuven Gent. Eerder bekleedde zij marketingfuncties bij Amylum en Kipling.

Marketing: een kennismaking
€ 12,10
Marketing: een kennismaking onderscheidt zich van de vele bestaande marketinghandboeken. Het is een beknopte inleiding tot het vak, een overzicht van de evolutie, een situering in de bedrijfsactiviteit en - vanzelfsprekend - een bespreking van de marketingmix. Daarin valt de, in verhouding, ruime aandacht voor marketingcommunicatie op. Het is immers belangrijk dat mensen in het communicatievak beseffen dat hun strategieën en tactieken voortvloeien uit de ondernemings- en marketingdoelstellingen en er een organisch geheel mee vormen. Omgekeerd geldt ook dat de marketing niet als een afzonderlijk functiegebied beschouwd kan worden, maar wel als een geïntegreerd geheel met communicatie. Dit werk is dus in eerste instantie bestemd voor studenten die de studie van marketing zien als een aanloop tot hun verdere studie van alle vormen van geïntegreerde bedrijfscommunicatie.
Hilde Eeckhout is lector Marketing aan de Arteveldehogeschool Gent, opleiding Communicatiemanagement. Ze doceert Marketing, Direct Marketing en Marketingcommunicatie. Ze studeerde Germaanse Filologie en behaalde een MBA in Marketing aan de Vlerickschool voor Management Leuven Gent. Eerder bekleedde zij marketingfuncties bij Amylum en Kipling.
Hilde Eeckhout is lector Marketing aan de Arteveldehogeschool Gent, opleiding Communicatiemanagement. Ze doceert Marketing, Direct Marketing en Marketingcommunicatie. Ze studeerde Germaanse Filologie en behaalde een MBA in Marketing aan de Vlerickschool voor Management Leuven Gent. Eerder bekleedde zij marketingfuncties bij Amylum en Kipling.
Ontwikkeling langs de levenslijnen
€ 26,80
Pervasieve ontwikkelingsstoornissen, ook wel autismespectrumstoornissen genoemd, zijn stoornissen die vele domeinen van het leven doordringen. Niet alleen het sociale contact, maar ook de taal, de motoriek en het cognitief functioneren zijn vaak aangedaan. Doordat bij PDD (Pervasive Developmental Disorders) sprake is van een levenslange handicap, zijn de uitingsvormen en de implicaties van de aandoening in elke levensfase anders. Een kleuter, een basisschoolkind, een adolescent of een volwassenen met autisme zijn in vele opzichten verschillend. Elke levensfase vergt speciale aanpassingen en vaardigheden van patiënten, ouders, docenten, begeleiders, artsen, psychologen en orthopedagogen. Dit boek wil deze mensen inspireren om vanuit een breed perpectief naar mensen met een pervasieve ontwikkelingsstoornis te kijken.
Ontwikkeling langs de levenslijnen
€ 26,80
Pervasieve ontwikkelingsstoornissen, ook wel autismespectrumstoornissen genoemd, zijn stoornissen die vele domeinen van het leven doordringen. Niet alleen het sociale contact, maar ook de taal, de motoriek en het cognitief functioneren zijn vaak aangedaan. Doordat bij PDD (Pervasive Developmental Disorders) sprake is van een levenslange handicap, zijn de uitingsvormen en de implicaties van de aandoening in elke levensfase anders. Een kleuter, een basisschoolkind, een adolescent of een volwassenen met autisme zijn in vele opzichten verschillend. Elke levensfase vergt speciale aanpassingen en vaardigheden van patiënten, ouders, docenten, begeleiders, artsen, psychologen en orthopedagogen. Dit boek wil deze mensen inspireren om vanuit een breed perpectief naar mensen met een pervasieve ontwikkelingsstoornis te kijken.
Overleven in de stad. Inleiding tot sociale kwaliteit en urban education
€ 21,10
Steeds meer mensen wonen in steden, en kinderen groeien erin op. In tal van opzichten verschillen steden van de landelijke omgeving. In grootte, maar ook fysiek, sociaal, cultureel en in economisch opzicht, en naar de samenstelling van de bevolking. Wereldsteden maken deel uit van globale kennisnetwerken, en dat bepaalt hun karakter in hoge mate.
De eerste vier hoofdstukken van dit boek werpen een licht op metropolen in de VS en Europa. In grote lijnen en met sprekende details. Wat betekent het (over)leven en opgroeien in de stad? Het harde stadsleven komt ter sprake, de globale achtergronden en de gevolgen voor elke generatie, en de smetvrees van sociale professionals. In het tweede deel gaat het om kwesties dichter bij huis. Hoe ontwikkelde het opvoedings-, onderwijs- en jeugdbeleid zich in de voorbije decennia in Nederland? En: gaat er niets boven gedeelde schoolklassen in de stad? Waarom verhardt de aanpak van allochtone jongeren tegenwoordig? Grote steden zijn multicultureel, jazeker, maar wat moeten we vandaag met de interculturele relatiesleutelaars die twintig jaar geleden zo in tel waren?
Dit boek draait om de sociale kwaliteit van steden en urban education (opvoeding, onderwijs, jeugdbeleid), en wat daarbij behulpzaam kan zijn: werk, vrije tijd, ruimtelijke ordening. En dus om wat de stad van professionals vraagt: een nieuwe, interdisciplinaire en praktische kijk op een complex krachtenveld. In het hoger onderwijs neemt de belangstelling voor de stad toe. Het boek besluit daarom met een schets van de professionele identiteit van (sociaal-ped)agogen, leraren en cultureel en maatschappelijk werkers in de stad.
Ton Notten (1946) promoveerde in 1988 aan de Universiteit van Amsterdam op het proefschrift Rationaliteit en het schone streven. Hij doceerde van 1974 tot 1994 andragologie bij diezelfde universiteit. Daarnaast was hij, van 1975 tot 2002, hogeschooldocent en studieleider Sociale pedagogiek bij het Nutsseminarium voor Pedagogiek (opgegaan in de Hogeschool van Amsterdam). Naast zijn professoraat in de Sociale agologie – sinds 1998 – bij de Vrije Universiteit Brussel werd Notten in 2002 lector bij de Hogeschool Rotterdam, met als leeropdracht ‘Opgroeien in de Stad’.
De eerste vier hoofdstukken van dit boek werpen een licht op metropolen in de VS en Europa. In grote lijnen en met sprekende details. Wat betekent het (over)leven en opgroeien in de stad? Het harde stadsleven komt ter sprake, de globale achtergronden en de gevolgen voor elke generatie, en de smetvrees van sociale professionals. In het tweede deel gaat het om kwesties dichter bij huis. Hoe ontwikkelde het opvoedings-, onderwijs- en jeugdbeleid zich in de voorbije decennia in Nederland? En: gaat er niets boven gedeelde schoolklassen in de stad? Waarom verhardt de aanpak van allochtone jongeren tegenwoordig? Grote steden zijn multicultureel, jazeker, maar wat moeten we vandaag met de interculturele relatiesleutelaars die twintig jaar geleden zo in tel waren?
Dit boek draait om de sociale kwaliteit van steden en urban education (opvoeding, onderwijs, jeugdbeleid), en wat daarbij behulpzaam kan zijn: werk, vrije tijd, ruimtelijke ordening. En dus om wat de stad van professionals vraagt: een nieuwe, interdisciplinaire en praktische kijk op een complex krachtenveld. In het hoger onderwijs neemt de belangstelling voor de stad toe. Het boek besluit daarom met een schets van de professionele identiteit van (sociaal-ped)agogen, leraren en cultureel en maatschappelijk werkers in de stad.
Ton Notten (1946) promoveerde in 1988 aan de Universiteit van Amsterdam op het proefschrift Rationaliteit en het schone streven. Hij doceerde van 1974 tot 1994 andragologie bij diezelfde universiteit. Daarnaast was hij, van 1975 tot 2002, hogeschooldocent en studieleider Sociale pedagogiek bij het Nutsseminarium voor Pedagogiek (opgegaan in de Hogeschool van Amsterdam). Naast zijn professoraat in de Sociale agologie – sinds 1998 – bij de Vrije Universiteit Brussel werd Notten in 2002 lector bij de Hogeschool Rotterdam, met als leeropdracht ‘Opgroeien in de Stad’.
Overleven in de stad. Inleiding tot sociale kwaliteit en urban education
€ 21,10
Steeds meer mensen wonen in steden, en kinderen groeien erin op. In tal van opzichten verschillen steden van de landelijke omgeving. In grootte, maar ook fysiek, sociaal, cultureel en in economisch opzicht, en naar de samenstelling van de bevolking. Wereldsteden maken deel uit van globale kennisnetwerken, en dat bepaalt hun karakter in hoge mate.
De eerste vier hoofdstukken van dit boek werpen een licht op metropolen in de VS en Europa. In grote lijnen en met sprekende details. Wat betekent het (over)leven en opgroeien in de stad? Het harde stadsleven komt ter sprake, de globale achtergronden en de gevolgen voor elke generatie, en de smetvrees van sociale professionals. In het tweede deel gaat het om kwesties dichter bij huis. Hoe ontwikkelde het opvoedings-, onderwijs- en jeugdbeleid zich in de voorbije decennia in Nederland? En: gaat er niets boven gedeelde schoolklassen in de stad? Waarom verhardt de aanpak van allochtone jongeren tegenwoordig? Grote steden zijn multicultureel, jazeker, maar wat moeten we vandaag met de interculturele relatiesleutelaars die twintig jaar geleden zo in tel waren?
Dit boek draait om de sociale kwaliteit van steden en urban education (opvoeding, onderwijs, jeugdbeleid), en wat daarbij behulpzaam kan zijn: werk, vrije tijd, ruimtelijke ordening. En dus om wat de stad van professionals vraagt: een nieuwe, interdisciplinaire en praktische kijk op een complex krachtenveld. In het hoger onderwijs neemt de belangstelling voor de stad toe. Het boek besluit daarom met een schets van de professionele identiteit van (sociaal-ped)agogen, leraren en cultureel en maatschappelijk werkers in de stad.
Ton Notten (1946) promoveerde in 1988 aan de Universiteit van Amsterdam op het proefschrift Rationaliteit en het schone streven. Hij doceerde van 1974 tot 1994 andragologie bij diezelfde universiteit. Daarnaast was hij, van 1975 tot 2002, hogeschooldocent en studieleider Sociale pedagogiek bij het Nutsseminarium voor Pedagogiek (opgegaan in de Hogeschool van Amsterdam). Naast zijn professoraat in de Sociale agologie – sinds 1998 – bij de Vrije Universiteit Brussel werd Notten in 2002 lector bij de Hogeschool Rotterdam, met als leeropdracht ‘Opgroeien in de Stad’.
De eerste vier hoofdstukken van dit boek werpen een licht op metropolen in de VS en Europa. In grote lijnen en met sprekende details. Wat betekent het (over)leven en opgroeien in de stad? Het harde stadsleven komt ter sprake, de globale achtergronden en de gevolgen voor elke generatie, en de smetvrees van sociale professionals. In het tweede deel gaat het om kwesties dichter bij huis. Hoe ontwikkelde het opvoedings-, onderwijs- en jeugdbeleid zich in de voorbije decennia in Nederland? En: gaat er niets boven gedeelde schoolklassen in de stad? Waarom verhardt de aanpak van allochtone jongeren tegenwoordig? Grote steden zijn multicultureel, jazeker, maar wat moeten we vandaag met de interculturele relatiesleutelaars die twintig jaar geleden zo in tel waren?
Dit boek draait om de sociale kwaliteit van steden en urban education (opvoeding, onderwijs, jeugdbeleid), en wat daarbij behulpzaam kan zijn: werk, vrije tijd, ruimtelijke ordening. En dus om wat de stad van professionals vraagt: een nieuwe, interdisciplinaire en praktische kijk op een complex krachtenveld. In het hoger onderwijs neemt de belangstelling voor de stad toe. Het boek besluit daarom met een schets van de professionele identiteit van (sociaal-ped)agogen, leraren en cultureel en maatschappelijk werkers in de stad.
Ton Notten (1946) promoveerde in 1988 aan de Universiteit van Amsterdam op het proefschrift Rationaliteit en het schone streven. Hij doceerde van 1974 tot 1994 andragologie bij diezelfde universiteit. Daarnaast was hij, van 1975 tot 2002, hogeschooldocent en studieleider Sociale pedagogiek bij het Nutsseminarium voor Pedagogiek (opgegaan in de Hogeschool van Amsterdam). Naast zijn professoraat in de Sociale agologie – sinds 1998 – bij de Vrije Universiteit Brussel werd Notten in 2002 lector bij de Hogeschool Rotterdam, met als leeropdracht ‘Opgroeien in de Stad’.
Boekhouding en financiële rapportering – Boek 1. Met bespreking van de IAS/IFRS-normen
€ 40,00
Aan de ondernemingen worden steeds hogere eisen gesteld op het vlak van hun boekhouding en financiële verslaggeving. Zo moeten, in de Europese Unie, alle beursgenoteerde ondernemingen sinds 2005 hun geconsolideerde jaarrekening opstellen in overeenstemming met de internationale IAS/IFRS-boekhoudnormen. Een uitbreiding van deze verplichting voor niet beursgenoteerde groepen en tot de statutaire jaarrekening van vennootschappen, is op langere termijn waarschijnlijk. Het veralgemeende gebruik van XBRL (Extensible Business Reporting Language), een elektronische internettaal die onafhankelijk is van de gebruikte hard- en software, zal een ware revolutie veroorzaken op het vlak van elektronische uitwisseling en openbaarmaking van financiële informatie.
Steeds meer mensen komen in contact met financiële informatie. Om de gegevens juist te interpreteren is een helder inzicht in de materie noodzakelijk.
De doelstelling van dit tweedelig werk bestaat erin de boekhoudtechniek en de basisprincipes, die aan de grondslag liggen van de financiële rapportering, op een eenvoudige en verhelderende wijze uiteen te zetten. Het accent ligt vooral op het begrijpen van en het verwerven van inzicht in de informatie die wordt gerapporteerd in een jaarrekening.
Dit eerste boek bespreekt de rol van de boekhouding en de financiële rapportering, legt de techniek van het dubbel boekhouden uit en bespreekt de erkennings- en waarderingsprincipes die moeten worden gevolgd om een balans en een resultatenrekening op te stellen. Daarnaast wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste verrichtingen en hoe die boekhoudkundig worden verwerkt. Bij de bespreking van de boekhoudkundige principes en normen wordt aandacht besteed aan zowel de Belgische als de internationale regelgeving. In het tweede boek wordt ingegaan op de boekhoudkundige verrichtingen die typisch zijn of meer voorkomen in grotere vennootschappen.
Als handboek is dit werk in de eerste plaats bestemd voor de economische richtingen van het universitair en het hoger onderwijs. Door de logische en originele opbouw en door de talrijke voorbeelden, illustraties en gevalstudies richt dit werk zich ook tot de individuele lezer.
Carlos Siau is doctor in de Economische Wetenschappen (Vrije Universiteit Brussel, 1983) en gewoon hoogleraar Accountancy aan de Hogeschool voor Wetenschap en Kunst (Campus VLEKHO), waar hij tevens vakgroepvoorzitter is van de afstudeerrichting Accountancy. Hij was als deeltijds professor gedurende verscheidene jaren verbonden aan het Vesalius College, een samenwerkingsverband tussen de VUB en Boston University. Hij was tevens gastprofessor aan verscheidene buitenlandse universiteiten, waaronder het Bentley College (Boston) en het Center for Management Training. (Universiteit van Warschau), en publiceerde in diverse vaktijdschriften.
Roger Mercken is doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen (Katholieke Universiteit Leuven, 1987) en gewoon hoogleraar Accountancy en Beleidsinformatica aan de Faculteit Toegepaste Economische Wetenschappen van de Universiteit Hasselt. Hij was ook gastprofessor aan de KU Leuven en het Vesalius College en voorheen verbonden aan VLEKHOBrussel. Hij publiceerde in diverse tijdschriften en vaknieuwsbrieven. Hij werkte ook mee aan een aantal onderzoeksprojecten op het vlak van financiële rapportering, o.a. in een samenwerking LUC-UFSIA (Universiteit Antwerpen).
Steeds meer mensen komen in contact met financiële informatie. Om de gegevens juist te interpreteren is een helder inzicht in de materie noodzakelijk.
De doelstelling van dit tweedelig werk bestaat erin de boekhoudtechniek en de basisprincipes, die aan de grondslag liggen van de financiële rapportering, op een eenvoudige en verhelderende wijze uiteen te zetten. Het accent ligt vooral op het begrijpen van en het verwerven van inzicht in de informatie die wordt gerapporteerd in een jaarrekening.
Dit eerste boek bespreekt de rol van de boekhouding en de financiële rapportering, legt de techniek van het dubbel boekhouden uit en bespreekt de erkennings- en waarderingsprincipes die moeten worden gevolgd om een balans en een resultatenrekening op te stellen. Daarnaast wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste verrichtingen en hoe die boekhoudkundig worden verwerkt. Bij de bespreking van de boekhoudkundige principes en normen wordt aandacht besteed aan zowel de Belgische als de internationale regelgeving. In het tweede boek wordt ingegaan op de boekhoudkundige verrichtingen die typisch zijn of meer voorkomen in grotere vennootschappen.
Als handboek is dit werk in de eerste plaats bestemd voor de economische richtingen van het universitair en het hoger onderwijs. Door de logische en originele opbouw en door de talrijke voorbeelden, illustraties en gevalstudies richt dit werk zich ook tot de individuele lezer.
Carlos Siau is doctor in de Economische Wetenschappen (Vrije Universiteit Brussel, 1983) en gewoon hoogleraar Accountancy aan de Hogeschool voor Wetenschap en Kunst (Campus VLEKHO), waar hij tevens vakgroepvoorzitter is van de afstudeerrichting Accountancy. Hij was als deeltijds professor gedurende verscheidene jaren verbonden aan het Vesalius College, een samenwerkingsverband tussen de VUB en Boston University. Hij was tevens gastprofessor aan verscheidene buitenlandse universiteiten, waaronder het Bentley College (Boston) en het Center for Management Training. (Universiteit van Warschau), en publiceerde in diverse vaktijdschriften.
Roger Mercken is doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen (Katholieke Universiteit Leuven, 1987) en gewoon hoogleraar Accountancy en Beleidsinformatica aan de Faculteit Toegepaste Economische Wetenschappen van de Universiteit Hasselt. Hij was ook gastprofessor aan de KU Leuven en het Vesalius College en voorheen verbonden aan VLEKHOBrussel. Hij publiceerde in diverse tijdschriften en vaknieuwsbrieven. Hij werkte ook mee aan een aantal onderzoeksprojecten op het vlak van financiële rapportering, o.a. in een samenwerking LUC-UFSIA (Universiteit Antwerpen).
Boekhouding en financiële rapportering – Boek 1. Met bespreking van de IAS/IFRS-normen
€ 40,00
Aan de ondernemingen worden steeds hogere eisen gesteld op het vlak van hun boekhouding en financiële verslaggeving. Zo moeten, in de Europese Unie, alle beursgenoteerde ondernemingen sinds 2005 hun geconsolideerde jaarrekening opstellen in overeenstemming met de internationale IAS/IFRS-boekhoudnormen. Een uitbreiding van deze verplichting voor niet beursgenoteerde groepen en tot de statutaire jaarrekening van vennootschappen, is op langere termijn waarschijnlijk. Het veralgemeende gebruik van XBRL (Extensible Business Reporting Language), een elektronische internettaal die onafhankelijk is van de gebruikte hard- en software, zal een ware revolutie veroorzaken op het vlak van elektronische uitwisseling en openbaarmaking van financiële informatie.
Steeds meer mensen komen in contact met financiële informatie. Om de gegevens juist te interpreteren is een helder inzicht in de materie noodzakelijk.
De doelstelling van dit tweedelig werk bestaat erin de boekhoudtechniek en de basisprincipes, die aan de grondslag liggen van de financiële rapportering, op een eenvoudige en verhelderende wijze uiteen te zetten. Het accent ligt vooral op het begrijpen van en het verwerven van inzicht in de informatie die wordt gerapporteerd in een jaarrekening.
Dit eerste boek bespreekt de rol van de boekhouding en de financiële rapportering, legt de techniek van het dubbel boekhouden uit en bespreekt de erkennings- en waarderingsprincipes die moeten worden gevolgd om een balans en een resultatenrekening op te stellen. Daarnaast wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste verrichtingen en hoe die boekhoudkundig worden verwerkt. Bij de bespreking van de boekhoudkundige principes en normen wordt aandacht besteed aan zowel de Belgische als de internationale regelgeving. In het tweede boek wordt ingegaan op de boekhoudkundige verrichtingen die typisch zijn of meer voorkomen in grotere vennootschappen.
Als handboek is dit werk in de eerste plaats bestemd voor de economische richtingen van het universitair en het hoger onderwijs. Door de logische en originele opbouw en door de talrijke voorbeelden, illustraties en gevalstudies richt dit werk zich ook tot de individuele lezer.
Carlos Siau is doctor in de Economische Wetenschappen (Vrije Universiteit Brussel, 1983) en gewoon hoogleraar Accountancy aan de Hogeschool voor Wetenschap en Kunst (Campus VLEKHO), waar hij tevens vakgroepvoorzitter is van de afstudeerrichting Accountancy. Hij was als deeltijds professor gedurende verscheidene jaren verbonden aan het Vesalius College, een samenwerkingsverband tussen de VUB en Boston University. Hij was tevens gastprofessor aan verscheidene buitenlandse universiteiten, waaronder het Bentley College (Boston) en het Center for Management Training. (Universiteit van Warschau), en publiceerde in diverse vaktijdschriften.
Roger Mercken is doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen (Katholieke Universiteit Leuven, 1987) en gewoon hoogleraar Accountancy en Beleidsinformatica aan de Faculteit Toegepaste Economische Wetenschappen van de Universiteit Hasselt. Hij was ook gastprofessor aan de KU Leuven en het Vesalius College en voorheen verbonden aan VLEKHOBrussel. Hij publiceerde in diverse tijdschriften en vaknieuwsbrieven. Hij werkte ook mee aan een aantal onderzoeksprojecten op het vlak van financiële rapportering, o.a. in een samenwerking LUC-UFSIA (Universiteit Antwerpen).
Steeds meer mensen komen in contact met financiële informatie. Om de gegevens juist te interpreteren is een helder inzicht in de materie noodzakelijk.
De doelstelling van dit tweedelig werk bestaat erin de boekhoudtechniek en de basisprincipes, die aan de grondslag liggen van de financiële rapportering, op een eenvoudige en verhelderende wijze uiteen te zetten. Het accent ligt vooral op het begrijpen van en het verwerven van inzicht in de informatie die wordt gerapporteerd in een jaarrekening.
Dit eerste boek bespreekt de rol van de boekhouding en de financiële rapportering, legt de techniek van het dubbel boekhouden uit en bespreekt de erkennings- en waarderingsprincipes die moeten worden gevolgd om een balans en een resultatenrekening op te stellen. Daarnaast wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste verrichtingen en hoe die boekhoudkundig worden verwerkt. Bij de bespreking van de boekhoudkundige principes en normen wordt aandacht besteed aan zowel de Belgische als de internationale regelgeving. In het tweede boek wordt ingegaan op de boekhoudkundige verrichtingen die typisch zijn of meer voorkomen in grotere vennootschappen.
Als handboek is dit werk in de eerste plaats bestemd voor de economische richtingen van het universitair en het hoger onderwijs. Door de logische en originele opbouw en door de talrijke voorbeelden, illustraties en gevalstudies richt dit werk zich ook tot de individuele lezer.
Carlos Siau is doctor in de Economische Wetenschappen (Vrije Universiteit Brussel, 1983) en gewoon hoogleraar Accountancy aan de Hogeschool voor Wetenschap en Kunst (Campus VLEKHO), waar hij tevens vakgroepvoorzitter is van de afstudeerrichting Accountancy. Hij was als deeltijds professor gedurende verscheidene jaren verbonden aan het Vesalius College, een samenwerkingsverband tussen de VUB en Boston University. Hij was tevens gastprofessor aan verscheidene buitenlandse universiteiten, waaronder het Bentley College (Boston) en het Center for Management Training. (Universiteit van Warschau), en publiceerde in diverse vaktijdschriften.
Roger Mercken is doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen (Katholieke Universiteit Leuven, 1987) en gewoon hoogleraar Accountancy en Beleidsinformatica aan de Faculteit Toegepaste Economische Wetenschappen van de Universiteit Hasselt. Hij was ook gastprofessor aan de KU Leuven en het Vesalius College en voorheen verbonden aan VLEKHOBrussel. Hij publiceerde in diverse tijdschriften en vaknieuwsbrieven. Hij werkte ook mee aan een aantal onderzoeksprojecten op het vlak van financiële rapportering, o.a. in een samenwerking LUC-UFSIA (Universiteit Antwerpen).
Als je mama of papa … Werkboek
€ 19,90
Psychische problemen zijn een maatschappelijke realiteit. Heel wat kinderen groeien op in een gezin waarin één van de ouders een psychisch probleem heeft.
Als je mama of papa… is een middel om actief en persoonlijk met kinderen en jongeren - individueel en in groep - rond dit thema te werken.
Als je mama of papa… bestaat uit twee boeken: een Handleiding en een Werkboek. Het is een actief doe-boek dat…:
-wil stilstaan bij wat het kan betekenen om op te groeien in een gezin waar één van de ouders een psychisch probleem heeft. Welke belasting kan dit betekenen voor de verschillende gezinsleden? Welke gevoelens kunnen er leven bij kinderen en jongeren die in zo’n situatie opgroeien? Hoe kan je omgaan met het gevoel plots minder aandacht te krijgen? Hoe kan je als kind omgaan met het gevoel van verantwoordelijkheid en het gevoel zorg te moeten dragen voor je gezinsleden?
- een aantal mogelijke kanalen bespreekt waar deze kinderen en jongeren terecht kunnen voor informatie en hulp.
- het kind of de jongere informeert over ziektebeelden, behandelingswijzen, erfelijkheid…
Als je mama of papa… is een handig werkinstrument voor iedereen die in contact komt met kinderen en jongeren van wie één van de ouders een psychisch probleem heeft.
Wat is er aan de hand als je mama of papa in de war is?
Wat is dat; een psychisch probleem?
Hoe is dat voor jou? Hoe voel jij je als je mama of papa vreemd doet?
Waar kan je terecht om erover te praten?
In dit werkboek lees je er meer over.
Je kan in dit boek lezen, tekenen, spelletjes doen, knutselen …
Peggy Janssen is orthopedagoge. Ze volgde ook de opleidingen Gezinsgericht Werken en Gezinsbegeleiding en Contextuele Hulpverlening. Wendy Schellekens is pedagoge. Zij volgde een bijkomende opleiding Systeemtheorie.
Beiden zijn verbonden aan Dagcentrum Kameleon, een Dagcentrum voor Integrale Gezinsbegeleiding binnen de Bijzondere Jeugdbijstand en een afdeling van vzw De Waaiburg in Geel.
Als je mama of papa… is een middel om actief en persoonlijk met kinderen en jongeren - individueel en in groep - rond dit thema te werken.
Als je mama of papa… bestaat uit twee boeken: een Handleiding en een Werkboek. Het is een actief doe-boek dat…:
-wil stilstaan bij wat het kan betekenen om op te groeien in een gezin waar één van de ouders een psychisch probleem heeft. Welke belasting kan dit betekenen voor de verschillende gezinsleden? Welke gevoelens kunnen er leven bij kinderen en jongeren die in zo’n situatie opgroeien? Hoe kan je omgaan met het gevoel plots minder aandacht te krijgen? Hoe kan je als kind omgaan met het gevoel van verantwoordelijkheid en het gevoel zorg te moeten dragen voor je gezinsleden?
- een aantal mogelijke kanalen bespreekt waar deze kinderen en jongeren terecht kunnen voor informatie en hulp.
- het kind of de jongere informeert over ziektebeelden, behandelingswijzen, erfelijkheid…
Als je mama of papa… is een handig werkinstrument voor iedereen die in contact komt met kinderen en jongeren van wie één van de ouders een psychisch probleem heeft.
Wat is er aan de hand als je mama of papa in de war is?
Wat is dat; een psychisch probleem?
Hoe is dat voor jou? Hoe voel jij je als je mama of papa vreemd doet?
Waar kan je terecht om erover te praten?
In dit werkboek lees je er meer over.
Je kan in dit boek lezen, tekenen, spelletjes doen, knutselen …
Peggy Janssen is orthopedagoge. Ze volgde ook de opleidingen Gezinsgericht Werken en Gezinsbegeleiding en Contextuele Hulpverlening. Wendy Schellekens is pedagoge. Zij volgde een bijkomende opleiding Systeemtheorie.
Beiden zijn verbonden aan Dagcentrum Kameleon, een Dagcentrum voor Integrale Gezinsbegeleiding binnen de Bijzondere Jeugdbijstand en een afdeling van vzw De Waaiburg in Geel.
Als je mama of papa … Werkboek
€ 19,90
Psychische problemen zijn een maatschappelijke realiteit. Heel wat kinderen groeien op in een gezin waarin één van de ouders een psychisch probleem heeft.
Als je mama of papa… is een middel om actief en persoonlijk met kinderen en jongeren - individueel en in groep - rond dit thema te werken.
Als je mama of papa… bestaat uit twee boeken: een Handleiding en een Werkboek. Het is een actief doe-boek dat…:
-wil stilstaan bij wat het kan betekenen om op te groeien in een gezin waar één van de ouders een psychisch probleem heeft. Welke belasting kan dit betekenen voor de verschillende gezinsleden? Welke gevoelens kunnen er leven bij kinderen en jongeren die in zo’n situatie opgroeien? Hoe kan je omgaan met het gevoel plots minder aandacht te krijgen? Hoe kan je als kind omgaan met het gevoel van verantwoordelijkheid en het gevoel zorg te moeten dragen voor je gezinsleden?
- een aantal mogelijke kanalen bespreekt waar deze kinderen en jongeren terecht kunnen voor informatie en hulp.
- het kind of de jongere informeert over ziektebeelden, behandelingswijzen, erfelijkheid…
Als je mama of papa… is een handig werkinstrument voor iedereen die in contact komt met kinderen en jongeren van wie één van de ouders een psychisch probleem heeft.
Wat is er aan de hand als je mama of papa in de war is?
Wat is dat; een psychisch probleem?
Hoe is dat voor jou? Hoe voel jij je als je mama of papa vreemd doet?
Waar kan je terecht om erover te praten?
In dit werkboek lees je er meer over.
Je kan in dit boek lezen, tekenen, spelletjes doen, knutselen …
Peggy Janssen is orthopedagoge. Ze volgde ook de opleidingen Gezinsgericht Werken en Gezinsbegeleiding en Contextuele Hulpverlening. Wendy Schellekens is pedagoge. Zij volgde een bijkomende opleiding Systeemtheorie.
Beiden zijn verbonden aan Dagcentrum Kameleon, een Dagcentrum voor Integrale Gezinsbegeleiding binnen de Bijzondere Jeugdbijstand en een afdeling van vzw De Waaiburg in Geel.
Als je mama of papa… is een middel om actief en persoonlijk met kinderen en jongeren - individueel en in groep - rond dit thema te werken.
Als je mama of papa… bestaat uit twee boeken: een Handleiding en een Werkboek. Het is een actief doe-boek dat…:
-wil stilstaan bij wat het kan betekenen om op te groeien in een gezin waar één van de ouders een psychisch probleem heeft. Welke belasting kan dit betekenen voor de verschillende gezinsleden? Welke gevoelens kunnen er leven bij kinderen en jongeren die in zo’n situatie opgroeien? Hoe kan je omgaan met het gevoel plots minder aandacht te krijgen? Hoe kan je als kind omgaan met het gevoel van verantwoordelijkheid en het gevoel zorg te moeten dragen voor je gezinsleden?
- een aantal mogelijke kanalen bespreekt waar deze kinderen en jongeren terecht kunnen voor informatie en hulp.
- het kind of de jongere informeert over ziektebeelden, behandelingswijzen, erfelijkheid…
Als je mama of papa… is een handig werkinstrument voor iedereen die in contact komt met kinderen en jongeren van wie één van de ouders een psychisch probleem heeft.
Wat is er aan de hand als je mama of papa in de war is?
Wat is dat; een psychisch probleem?
Hoe is dat voor jou? Hoe voel jij je als je mama of papa vreemd doet?
Waar kan je terecht om erover te praten?
In dit werkboek lees je er meer over.
Je kan in dit boek lezen, tekenen, spelletjes doen, knutselen …
Peggy Janssen is orthopedagoge. Ze volgde ook de opleidingen Gezinsgericht Werken en Gezinsbegeleiding en Contextuele Hulpverlening. Wendy Schellekens is pedagoge. Zij volgde een bijkomende opleiding Systeemtheorie.
Beiden zijn verbonden aan Dagcentrum Kameleon, een Dagcentrum voor Integrale Gezinsbegeleiding binnen de Bijzondere Jeugdbijstand en een afdeling van vzw De Waaiburg in Geel.
Leven met dyslexie (Studies over Taalonderwijs, nr. 5)
€ 29,00
Dyslexie is te omschrijven als een stoornis die gekenmerkt wordt door een hardnekkig probleem met het aanleren en het accuraat en /of vlot toepassen van het lezen en/of het spellen op woordniveau. Deze stoornis kan, als zij niet onderkend en behandeld wordt, tot grote stagnaties in het schoolse functioneren leiden en een levenslange bron van emotionele schade vormen. Het is dus van groot belang om in de begeleidingspraktijk, de wetenschap en op het niveau van onderwijs- en gezondheidszorgbeleid alles op alles te zetten om goed met dit probleem om te (leren) gaan.
Dit boek behandelt dyslexie in een breed perspectief. Na een verkennende inleiding zijn de hoofdstukken ondergebracht in vijf delen: dyslexie bij jonge kinderen, dyslexie in het primair onderwijs, dyslexie in het voortgezet onderwijs, dyslexie bij volwassenen en dyslexiebeleid. De lezer krijgt zo een uitstekend overzicht van wat er op het gebied van dylexie aan het begin van de eenentwintigste eeuw in het Nederlandse taalgebied gaande is.
Dit boek behandelt dyslexie in een breed perspectief. Na een verkennende inleiding zijn de hoofdstukken ondergebracht in vijf delen: dyslexie bij jonge kinderen, dyslexie in het primair onderwijs, dyslexie in het voortgezet onderwijs, dyslexie bij volwassenen en dyslexiebeleid. De lezer krijgt zo een uitstekend overzicht van wat er op het gebied van dylexie aan het begin van de eenentwintigste eeuw in het Nederlandse taalgebied gaande is.
Leven met dyslexie (Studies over Taalonderwijs, nr. 5)
€ 29,00
Dyslexie is te omschrijven als een stoornis die gekenmerkt wordt door een hardnekkig probleem met het aanleren en het accuraat en /of vlot toepassen van het lezen en/of het spellen op woordniveau. Deze stoornis kan, als zij niet onderkend en behandeld wordt, tot grote stagnaties in het schoolse functioneren leiden en een levenslange bron van emotionele schade vormen. Het is dus van groot belang om in de begeleidingspraktijk, de wetenschap en op het niveau van onderwijs- en gezondheidszorgbeleid alles op alles te zetten om goed met dit probleem om te (leren) gaan.
Dit boek behandelt dyslexie in een breed perspectief. Na een verkennende inleiding zijn de hoofdstukken ondergebracht in vijf delen: dyslexie bij jonge kinderen, dyslexie in het primair onderwijs, dyslexie in het voortgezet onderwijs, dyslexie bij volwassenen en dyslexiebeleid. De lezer krijgt zo een uitstekend overzicht van wat er op het gebied van dylexie aan het begin van de eenentwintigste eeuw in het Nederlandse taalgebied gaande is.
Dit boek behandelt dyslexie in een breed perspectief. Na een verkennende inleiding zijn de hoofdstukken ondergebracht in vijf delen: dyslexie bij jonge kinderen, dyslexie in het primair onderwijs, dyslexie in het voortgezet onderwijs, dyslexie bij volwassenen en dyslexiebeleid. De lezer krijgt zo een uitstekend overzicht van wat er op het gebied van dylexie aan het begin van de eenentwintigste eeuw in het Nederlandse taalgebied gaande is.
Leiding moeten zij hebben. Geschiedenis van de sociaal-pedagogische zorg voor mensen met een verstandelijke handicap in Nederland tussen 1900-1945
€ 32,50
In 1917 ging in Nederland een nieuwe professionele vorm van hulpverlening van start, die zich specifiek richtte op mensen met een lichte verstandelijke handicap. Deze ''nazorg'' was in de jaren voor en tijdens de tweede wereldoorlog nauw verbonden met het Buitengewoon Lager Onderwijs, dat zich op dezelfde doelgroep richtte. De nazorg zag zichzelf, zoals de naam al zegt, als een vervolg op het speciale onderwijs voor deze groep kinderen. In deze publicatie wordt het ontstaan van deze specifieke vorm van hulpverlening beschreven en het hoe en waarom van de keuzes die daarbinnen gemaakt werden. Waarom werd er, bijvoorbeeld, gekozen voor hulp in de maatschappij, in plaats van segregatie, zoals in enkele ons omringende landen gebeurde? En waarom werd zo zwaar de nadruk gelegd op het belang van het verrichten van arbeid? Deze studie geeft inzicht in de bronnen van de maatschappelijke hulp aan mensen met een verstandelijke handicap, die aanvankelijk wortelden in de filantropische hulpverlening van de negentiende eeuw maar die zich in de loop der jaren ontwikkelde tot een zelfstandige professionele discipline die zich een plaats wist te verwerven in het brede hulpverleningsveld. Belangrijk daarbij was vooral de Amsterdamse Nazorgambtenaar Pier de Boer (1889-1945), die als pionier zowel inhoudelijk als praktisch aan de wieg van de maatschappelijke hulp aan mensen met een lichte verstandelijke handicap in Nederland heeft gestaan.
Luc Brants studeerde culturele antropologie aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Hij was werkzaam als begeleider van Alleenstaande Minderjarige Asielzoekers en later als coördinator van VluchtelingenWerk op een asielzoekerscentrum. Sinds eind 2003 heeft hij een eigen onderzoeksbureau en sinds mei 2004 is hij ook werkzaam als projectleider diversiteitsbeleid in de Kinderopvang. Eerder publiceerde hij onder meer, met Ad van Gennep, een studie naar de geschiedenis van de Willem Schrikker Stichting, een jeugdhulpverleningsinstelling voor kinderen met een handicap.
Luc Brants studeerde culturele antropologie aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Hij was werkzaam als begeleider van Alleenstaande Minderjarige Asielzoekers en later als coördinator van VluchtelingenWerk op een asielzoekerscentrum. Sinds eind 2003 heeft hij een eigen onderzoeksbureau en sinds mei 2004 is hij ook werkzaam als projectleider diversiteitsbeleid in de Kinderopvang. Eerder publiceerde hij onder meer, met Ad van Gennep, een studie naar de geschiedenis van de Willem Schrikker Stichting, een jeugdhulpverleningsinstelling voor kinderen met een handicap.
Leiding moeten zij hebben. Geschiedenis van de sociaal-pedagogische zorg voor mensen met een verstandelijke handicap in Nederland tussen 1900-1945
€ 32,50
In 1917 ging in Nederland een nieuwe professionele vorm van hulpverlening van start, die zich specifiek richtte op mensen met een lichte verstandelijke handicap. Deze ''nazorg'' was in de jaren voor en tijdens de tweede wereldoorlog nauw verbonden met het Buitengewoon Lager Onderwijs, dat zich op dezelfde doelgroep richtte. De nazorg zag zichzelf, zoals de naam al zegt, als een vervolg op het speciale onderwijs voor deze groep kinderen. In deze publicatie wordt het ontstaan van deze specifieke vorm van hulpverlening beschreven en het hoe en waarom van de keuzes die daarbinnen gemaakt werden. Waarom werd er, bijvoorbeeld, gekozen voor hulp in de maatschappij, in plaats van segregatie, zoals in enkele ons omringende landen gebeurde? En waarom werd zo zwaar de nadruk gelegd op het belang van het verrichten van arbeid? Deze studie geeft inzicht in de bronnen van de maatschappelijke hulp aan mensen met een verstandelijke handicap, die aanvankelijk wortelden in de filantropische hulpverlening van de negentiende eeuw maar die zich in de loop der jaren ontwikkelde tot een zelfstandige professionele discipline die zich een plaats wist te verwerven in het brede hulpverleningsveld. Belangrijk daarbij was vooral de Amsterdamse Nazorgambtenaar Pier de Boer (1889-1945), die als pionier zowel inhoudelijk als praktisch aan de wieg van de maatschappelijke hulp aan mensen met een lichte verstandelijke handicap in Nederland heeft gestaan.
Luc Brants studeerde culturele antropologie aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Hij was werkzaam als begeleider van Alleenstaande Minderjarige Asielzoekers en later als coördinator van VluchtelingenWerk op een asielzoekerscentrum. Sinds eind 2003 heeft hij een eigen onderzoeksbureau en sinds mei 2004 is hij ook werkzaam als projectleider diversiteitsbeleid in de Kinderopvang. Eerder publiceerde hij onder meer, met Ad van Gennep, een studie naar de geschiedenis van de Willem Schrikker Stichting, een jeugdhulpverleningsinstelling voor kinderen met een handicap.
Luc Brants studeerde culturele antropologie aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Hij was werkzaam als begeleider van Alleenstaande Minderjarige Asielzoekers en later als coördinator van VluchtelingenWerk op een asielzoekerscentrum. Sinds eind 2003 heeft hij een eigen onderzoeksbureau en sinds mei 2004 is hij ook werkzaam als projectleider diversiteitsbeleid in de Kinderopvang. Eerder publiceerde hij onder meer, met Ad van Gennep, een studie naar de geschiedenis van de Willem Schrikker Stichting, een jeugdhulpverleningsinstelling voor kinderen met een handicap.
Het methodische vermoeden. Het professioneel-helpende gesprek bekeken door een sociaal-constructionistische lens
€ 36,00
Het sociaal-constructionisme is een postmodern, systemisch hulpverleningsmodel.
Dit boek behandelt de fundamenten van dit model en zoomt in op vier specifieke werkwijzen die onder diezelfde noemer vallen.
De moderne opvatting de hulpverlener ''juiste'' inzichten te laten overbrengen en gerichte interventies te laten doen, verschoof naar een postmoderne kijk: hulpverlening als het samen creëren van een communicatief proces, waarin de cliënt (het systeem) voortdurend wordt aangesproken op zijn capaciteit om het eigen leven te herverhalen. Hierdoor worden nieuwe visies op het eigen leven en manieren om ermee om te gaan ''zichtbaar''. ''Systemisch'' wil zeggen dat gedrag, ideeën, zelfbeeld, identiteit en gevoelens erkend worden als betekenisvol, begrijpbaar en beïnvloedbaar in een sociale context.
Dit boek richt zich naar een brede professionele groep hulpverleners: therapeuten, gezins- en individuele begeleiders, trajectbegeleiders, maatschappelijk werkers... Cruciaal is dat zowel cliënt als hulpverlener zich vanaf het begin van hun contact helder bewust zijn van de specifieke werkcontext en van het mandaat van waaruit de hulpverlener werkt. Het denkkader van het sociaal-constructionisme en vele van de concrete werkwijzen zijn bruikbaar in diverse werkcontexten.
Het geeft de lezer een evenwichtige voeling met theorie en praktijk, in het bijzonder door de tientallen praktische voorbeelden en oefeningen.
Didier Tritsmans is van opleiding maatschappelijk werker. Hij was sociotherapeut in de psychiatrie, gezinsbegeleider en coördinator binnen de bijzondere jeugdzorg en therapeut in een centrum geestelijke gezondheidszorg. Momenteel is hij zelfstandig therapeut, vormingswerker en supervisor in het algemene welzijnswerk, de bijzondere jeugdzorg en de bejaardenzorg.
Dit boek behandelt de fundamenten van dit model en zoomt in op vier specifieke werkwijzen die onder diezelfde noemer vallen.
De moderne opvatting de hulpverlener ''juiste'' inzichten te laten overbrengen en gerichte interventies te laten doen, verschoof naar een postmoderne kijk: hulpverlening als het samen creëren van een communicatief proces, waarin de cliënt (het systeem) voortdurend wordt aangesproken op zijn capaciteit om het eigen leven te herverhalen. Hierdoor worden nieuwe visies op het eigen leven en manieren om ermee om te gaan ''zichtbaar''. ''Systemisch'' wil zeggen dat gedrag, ideeën, zelfbeeld, identiteit en gevoelens erkend worden als betekenisvol, begrijpbaar en beïnvloedbaar in een sociale context.
Dit boek richt zich naar een brede professionele groep hulpverleners: therapeuten, gezins- en individuele begeleiders, trajectbegeleiders, maatschappelijk werkers... Cruciaal is dat zowel cliënt als hulpverlener zich vanaf het begin van hun contact helder bewust zijn van de specifieke werkcontext en van het mandaat van waaruit de hulpverlener werkt. Het denkkader van het sociaal-constructionisme en vele van de concrete werkwijzen zijn bruikbaar in diverse werkcontexten.
Het geeft de lezer een evenwichtige voeling met theorie en praktijk, in het bijzonder door de tientallen praktische voorbeelden en oefeningen.
Didier Tritsmans is van opleiding maatschappelijk werker. Hij was sociotherapeut in de psychiatrie, gezinsbegeleider en coördinator binnen de bijzondere jeugdzorg en therapeut in een centrum geestelijke gezondheidszorg. Momenteel is hij zelfstandig therapeut, vormingswerker en supervisor in het algemene welzijnswerk, de bijzondere jeugdzorg en de bejaardenzorg.
Het methodische vermoeden. Het professioneel-helpende gesprek bekeken door een sociaal-constructionistische lens
€ 36,00
Het sociaal-constructionisme is een postmodern, systemisch hulpverleningsmodel.
Dit boek behandelt de fundamenten van dit model en zoomt in op vier specifieke werkwijzen die onder diezelfde noemer vallen.
De moderne opvatting de hulpverlener ''juiste'' inzichten te laten overbrengen en gerichte interventies te laten doen, verschoof naar een postmoderne kijk: hulpverlening als het samen creëren van een communicatief proces, waarin de cliënt (het systeem) voortdurend wordt aangesproken op zijn capaciteit om het eigen leven te herverhalen. Hierdoor worden nieuwe visies op het eigen leven en manieren om ermee om te gaan ''zichtbaar''. ''Systemisch'' wil zeggen dat gedrag, ideeën, zelfbeeld, identiteit en gevoelens erkend worden als betekenisvol, begrijpbaar en beïnvloedbaar in een sociale context.
Dit boek richt zich naar een brede professionele groep hulpverleners: therapeuten, gezins- en individuele begeleiders, trajectbegeleiders, maatschappelijk werkers... Cruciaal is dat zowel cliënt als hulpverlener zich vanaf het begin van hun contact helder bewust zijn van de specifieke werkcontext en van het mandaat van waaruit de hulpverlener werkt. Het denkkader van het sociaal-constructionisme en vele van de concrete werkwijzen zijn bruikbaar in diverse werkcontexten.
Het geeft de lezer een evenwichtige voeling met theorie en praktijk, in het bijzonder door de tientallen praktische voorbeelden en oefeningen.
Didier Tritsmans is van opleiding maatschappelijk werker. Hij was sociotherapeut in de psychiatrie, gezinsbegeleider en coördinator binnen de bijzondere jeugdzorg en therapeut in een centrum geestelijke gezondheidszorg. Momenteel is hij zelfstandig therapeut, vormingswerker en supervisor in het algemene welzijnswerk, de bijzondere jeugdzorg en de bejaardenzorg.
Dit boek behandelt de fundamenten van dit model en zoomt in op vier specifieke werkwijzen die onder diezelfde noemer vallen.
De moderne opvatting de hulpverlener ''juiste'' inzichten te laten overbrengen en gerichte interventies te laten doen, verschoof naar een postmoderne kijk: hulpverlening als het samen creëren van een communicatief proces, waarin de cliënt (het systeem) voortdurend wordt aangesproken op zijn capaciteit om het eigen leven te herverhalen. Hierdoor worden nieuwe visies op het eigen leven en manieren om ermee om te gaan ''zichtbaar''. ''Systemisch'' wil zeggen dat gedrag, ideeën, zelfbeeld, identiteit en gevoelens erkend worden als betekenisvol, begrijpbaar en beïnvloedbaar in een sociale context.
Dit boek richt zich naar een brede professionele groep hulpverleners: therapeuten, gezins- en individuele begeleiders, trajectbegeleiders, maatschappelijk werkers... Cruciaal is dat zowel cliënt als hulpverlener zich vanaf het begin van hun contact helder bewust zijn van de specifieke werkcontext en van het mandaat van waaruit de hulpverlener werkt. Het denkkader van het sociaal-constructionisme en vele van de concrete werkwijzen zijn bruikbaar in diverse werkcontexten.
Het geeft de lezer een evenwichtige voeling met theorie en praktijk, in het bijzonder door de tientallen praktische voorbeelden en oefeningen.
Didier Tritsmans is van opleiding maatschappelijk werker. Hij was sociotherapeut in de psychiatrie, gezinsbegeleider en coördinator binnen de bijzondere jeugdzorg en therapeut in een centrum geestelijke gezondheidszorg. Momenteel is hij zelfstandig therapeut, vormingswerker en supervisor in het algemene welzijnswerk, de bijzondere jeugdzorg en de bejaardenzorg.







