Onderwijskansen voor jongeren met gedrags- en emotionele problemen. Een verkenning
€ 23,00
Jongeren met ernstige gedrags- en emotionele problemen stellen hun directe omgeving, het onderwijs en de samenleving op de proef. Erg vaak verloopt hun schoolcarrière allesbehalve rimpelloos.
De Vlaamse Onderwijsraad onderzoekt in deze probleemverkenning hoe men de onderwijskansen van deze jongeren kan verbeteren, in de eerste plaats in het buitengewoon secundair onderwijs. Wat kenmerkt deze leerlingen? Hoe kan een school een beter inzicht krijgen in de problemen van deze jongeren om zo betere leervoorwaarden te scheppen? Welke rol kunnen vrienden en familie spelen? Hoc kan men de onderwijsvoorzieningen beter aanpassen aan dc noden van deze leerlingen? Wat komt de conflictpreventie ten goede?
Op de achtergrond is altijd de zorg aanwezig voor de professionele en emotionele uitdagingen waaraan de leraar het hoofd moet bieden. Hoc kan men leraren beter ondersteunen? Welke begeleidings- of opleidingsbehoeften hebben zij? De Vlor belicht ook de noodzaak om de netwerkvorming tussen scholen onderling en tussen scholen en zorginstanties te versterken.
De wetenschappers en ervaringsdeskundigen die hebben meegewerkt aan deze probleemverkenning, behandelen het thema vanuit uiteenlopende invalshoeken. Een bewuste keuze omdat jongeren met ernstige gedrags- en emotionele problemen precies behoefte hebben aan een geïntegreerde, multidisciplinaire benadering.
De Vlaamse Onderwijsraad onderzoekt in deze probleemverkenning hoe men de onderwijskansen van deze jongeren kan verbeteren, in de eerste plaats in het buitengewoon secundair onderwijs. Wat kenmerkt deze leerlingen? Hoe kan een school een beter inzicht krijgen in de problemen van deze jongeren om zo betere leervoorwaarden te scheppen? Welke rol kunnen vrienden en familie spelen? Hoc kan men de onderwijsvoorzieningen beter aanpassen aan dc noden van deze leerlingen? Wat komt de conflictpreventie ten goede?
Op de achtergrond is altijd de zorg aanwezig voor de professionele en emotionele uitdagingen waaraan de leraar het hoofd moet bieden. Hoc kan men leraren beter ondersteunen? Welke begeleidings- of opleidingsbehoeften hebben zij? De Vlor belicht ook de noodzaak om de netwerkvorming tussen scholen onderling en tussen scholen en zorginstanties te versterken.
De wetenschappers en ervaringsdeskundigen die hebben meegewerkt aan deze probleemverkenning, behandelen het thema vanuit uiteenlopende invalshoeken. Een bewuste keuze omdat jongeren met ernstige gedrags- en emotionele problemen precies behoefte hebben aan een geïntegreerde, multidisciplinaire benadering.
Onderwijskansen voor jongeren met gedrags- en emotionele problemen. Een verkenning
€ 23,00
Jongeren met ernstige gedrags- en emotionele problemen stellen hun directe omgeving, het onderwijs en de samenleving op de proef. Erg vaak verloopt hun schoolcarrière allesbehalve rimpelloos.
De Vlaamse Onderwijsraad onderzoekt in deze probleemverkenning hoe men de onderwijskansen van deze jongeren kan verbeteren, in de eerste plaats in het buitengewoon secundair onderwijs. Wat kenmerkt deze leerlingen? Hoe kan een school een beter inzicht krijgen in de problemen van deze jongeren om zo betere leervoorwaarden te scheppen? Welke rol kunnen vrienden en familie spelen? Hoc kan men de onderwijsvoorzieningen beter aanpassen aan dc noden van deze leerlingen? Wat komt de conflictpreventie ten goede?
Op de achtergrond is altijd de zorg aanwezig voor de professionele en emotionele uitdagingen waaraan de leraar het hoofd moet bieden. Hoc kan men leraren beter ondersteunen? Welke begeleidings- of opleidingsbehoeften hebben zij? De Vlor belicht ook de noodzaak om de netwerkvorming tussen scholen onderling en tussen scholen en zorginstanties te versterken.
De wetenschappers en ervaringsdeskundigen die hebben meegewerkt aan deze probleemverkenning, behandelen het thema vanuit uiteenlopende invalshoeken. Een bewuste keuze omdat jongeren met ernstige gedrags- en emotionele problemen precies behoefte hebben aan een geïntegreerde, multidisciplinaire benadering.
De Vlaamse Onderwijsraad onderzoekt in deze probleemverkenning hoe men de onderwijskansen van deze jongeren kan verbeteren, in de eerste plaats in het buitengewoon secundair onderwijs. Wat kenmerkt deze leerlingen? Hoe kan een school een beter inzicht krijgen in de problemen van deze jongeren om zo betere leervoorwaarden te scheppen? Welke rol kunnen vrienden en familie spelen? Hoc kan men de onderwijsvoorzieningen beter aanpassen aan dc noden van deze leerlingen? Wat komt de conflictpreventie ten goede?
Op de achtergrond is altijd de zorg aanwezig voor de professionele en emotionele uitdagingen waaraan de leraar het hoofd moet bieden. Hoc kan men leraren beter ondersteunen? Welke begeleidings- of opleidingsbehoeften hebben zij? De Vlor belicht ook de noodzaak om de netwerkvorming tussen scholen onderling en tussen scholen en zorginstanties te versterken.
De wetenschappers en ervaringsdeskundigen die hebben meegewerkt aan deze probleemverkenning, behandelen het thema vanuit uiteenlopende invalshoeken. Een bewuste keuze omdat jongeren met ernstige gedrags- en emotionele problemen precies behoefte hebben aan een geïntegreerde, multidisciplinaire benadering.
Le français du XXIe siècle. Introduction à la francophonie. Eléments de phonétique, de phonologie et de morphologie
€ 29,00
Quelle est la place du français parmi les 6.500 à 7.000 langues dans le monde? Qu''est-ce que la francophonie? Quel(s) français et quels dialectes parle-t-on en France - dans l''Hexagone - et qu''en est-il du français non hexagonal? Comment faire une bonne description scientifique du français et quelles techniques la linguistique contemporaine applique-t-elle à cet effet? Voici quelques questions fondamentales auxquelles nous tentons de répondre dans les trois premiers chapitres de cet ouvrage.
Suit alors une étude approfondie des sons et des mots du français. Comment l''homme produit-il et entend-il les sons? Qu''est-ce qu''un son et comment acquiert-il une fonction linguistique? Comment passe-t-on du son au mot? Quelles sortes de mots y a-t-il? Cette introduction à la francophonie, à la phonétique, à la phonologie et à la morphologie constitue une première prise de connaissance d''une approche scientifique d''une langue vivante, en l''occurrence du français contemporain.
Alex Vanneste est professeur ordinaire à la Universiteit Antwerpen (UA) où il enseigne la linguistique et la grammaire du français moderne, la sociolinguistique et l'informatique pour les sciences humaines.
Suit alors une étude approfondie des sons et des mots du français. Comment l''homme produit-il et entend-il les sons? Qu''est-ce qu''un son et comment acquiert-il une fonction linguistique? Comment passe-t-on du son au mot? Quelles sortes de mots y a-t-il? Cette introduction à la francophonie, à la phonétique, à la phonologie et à la morphologie constitue une première prise de connaissance d''une approche scientifique d''une langue vivante, en l''occurrence du français contemporain.
Alex Vanneste est professeur ordinaire à la Universiteit Antwerpen (UA) où il enseigne la linguistique et la grammaire du français moderne, la sociolinguistique et l'informatique pour les sciences humaines.
Le français du XXIe siècle. Introduction à la francophonie. Eléments de phonétique, de phonologie et de morphologie
€ 29,00
Quelle est la place du français parmi les 6.500 à 7.000 langues dans le monde? Qu''est-ce que la francophonie? Quel(s) français et quels dialectes parle-t-on en France - dans l''Hexagone - et qu''en est-il du français non hexagonal? Comment faire une bonne description scientifique du français et quelles techniques la linguistique contemporaine applique-t-elle à cet effet? Voici quelques questions fondamentales auxquelles nous tentons de répondre dans les trois premiers chapitres de cet ouvrage.
Suit alors une étude approfondie des sons et des mots du français. Comment l''homme produit-il et entend-il les sons? Qu''est-ce qu''un son et comment acquiert-il une fonction linguistique? Comment passe-t-on du son au mot? Quelles sortes de mots y a-t-il? Cette introduction à la francophonie, à la phonétique, à la phonologie et à la morphologie constitue une première prise de connaissance d''une approche scientifique d''une langue vivante, en l''occurrence du français contemporain.
Alex Vanneste est professeur ordinaire à la Universiteit Antwerpen (UA) où il enseigne la linguistique et la grammaire du français moderne, la sociolinguistique et l'informatique pour les sciences humaines.
Suit alors une étude approfondie des sons et des mots du français. Comment l''homme produit-il et entend-il les sons? Qu''est-ce qu''un son et comment acquiert-il une fonction linguistique? Comment passe-t-on du son au mot? Quelles sortes de mots y a-t-il? Cette introduction à la francophonie, à la phonétique, à la phonologie et à la morphologie constitue une première prise de connaissance d''une approche scientifique d''une langue vivante, en l''occurrence du français contemporain.
Alex Vanneste est professeur ordinaire à la Universiteit Antwerpen (UA) où il enseigne la linguistique et la grammaire du français moderne, la sociolinguistique et l'informatique pour les sciences humaines.
Blindness and the multi-sensorial city (met cd-rom)
€ 44,00
What is the result of developing a very specific dialogue, between people with a visual impairment and non-disabled people, in a very specific environment, the historic environment of a city? This dialogue process, wich defines a cultural model of disability, is the central theme in this book. It builds on the need for adapting and modifying the environment rather than the person. This book envisions the making of a multi-sensorial city, one in which a visual esthetics is questioned by the need for functionality, other forms of perception such as tactile and auditory, and considering the co-existence of the historical and the supermodern, including the impact of new technologies. By taking visual limitations as a starting point, fresh departures are taken with questions on the development of a local accessibility policy, the design of multi-sensorial environments, and possible applications in tourism and education. At a more fundamental theoretical level, this book inquires about the nature of disability, the city and their dialectics.
Patrick Devlieger is associate professor in the Department of Social and Cultural Anthropology, University of Leuven (Belgium) and research assistant professor at the Department of Disability and Human Development, University of Illinois at Chicago.
Frank Renders is a graduate student researcher in anthropology at the University of Leuven.
Hubert Froyen is professor in architecture at the Provinciale Hogeschool Limburg.
Kristel Wildiers is equal chances consultant at the City of Leuven.
Patrick Devlieger is associate professor in the Department of Social and Cultural Anthropology, University of Leuven (Belgium) and research assistant professor at the Department of Disability and Human Development, University of Illinois at Chicago.
Frank Renders is a graduate student researcher in anthropology at the University of Leuven.
Hubert Froyen is professor in architecture at the Provinciale Hogeschool Limburg.
Kristel Wildiers is equal chances consultant at the City of Leuven.
Blindness and the multi-sensorial city (met cd-rom)
€ 44,00
What is the result of developing a very specific dialogue, between people with a visual impairment and non-disabled people, in a very specific environment, the historic environment of a city? This dialogue process, wich defines a cultural model of disability, is the central theme in this book. It builds on the need for adapting and modifying the environment rather than the person. This book envisions the making of a multi-sensorial city, one in which a visual esthetics is questioned by the need for functionality, other forms of perception such as tactile and auditory, and considering the co-existence of the historical and the supermodern, including the impact of new technologies. By taking visual limitations as a starting point, fresh departures are taken with questions on the development of a local accessibility policy, the design of multi-sensorial environments, and possible applications in tourism and education. At a more fundamental theoretical level, this book inquires about the nature of disability, the city and their dialectics.
Patrick Devlieger is associate professor in the Department of Social and Cultural Anthropology, University of Leuven (Belgium) and research assistant professor at the Department of Disability and Human Development, University of Illinois at Chicago.
Frank Renders is a graduate student researcher in anthropology at the University of Leuven.
Hubert Froyen is professor in architecture at the Provinciale Hogeschool Limburg.
Kristel Wildiers is equal chances consultant at the City of Leuven.
Patrick Devlieger is associate professor in the Department of Social and Cultural Anthropology, University of Leuven (Belgium) and research assistant professor at the Department of Disability and Human Development, University of Illinois at Chicago.
Frank Renders is a graduate student researcher in anthropology at the University of Leuven.
Hubert Froyen is professor in architecture at the Provinciale Hogeschool Limburg.
Kristel Wildiers is equal chances consultant at the City of Leuven.
Van Clovis tot … di Rupo. De lange weg van de naties in de Lage Landen (Reeks Historama, nr. 1)
€ 30,00
175 jaar geleden voltooide België, als eerste land op het Europese continent, zijn omvorming van een eeuwenoude Ancien Régime-samenleving tot een moderne natiestaat. Uit het enthousiasme van die Revolutie van 1830 ontstond een beweging voor het alzijdig gebruiken van de volkstaal als cultuur- en bestuurstaal. Die “Vlaamse beweging” schiep, in de loop van generaties, een Vlaamse subnatie binnen de Belgische natie, en lokte als reactie een Waalse beweging uit. In de twintigste eeuw keerden beide bewegingen zich tegen het unitaire België. In 1970 werd de federalisering ingezet, die sindsdien leidde tot een steeds verdergaande ontmanteling van de Belgische staat.
Lode Wils, emeritus hoogleraar Nieuwste Geschiedenis aan de K.U. Leuven, beschreef het ontstaan en de ontwikkeling van ons proto-nationaal en nationaal bewustzijn, vanaf de Middeleeuwen tot nu. Als eerste heeft hij hiervoor gebruik gemaakt van de heel verhelderende inzichten, verworden door het internationaal historisch en sociologisch onderzoek naar het fenomeen natievorming.
Lode Wils, emeritus hoogleraar Nieuwste Geschiedenis aan de K.U. Leuven, beschreef het ontstaan en de ontwikkeling van ons proto-nationaal en nationaal bewustzijn, vanaf de Middeleeuwen tot nu. Als eerste heeft hij hiervoor gebruik gemaakt van de heel verhelderende inzichten, verworden door het internationaal historisch en sociologisch onderzoek naar het fenomeen natievorming.
Van Clovis tot … di Rupo. De lange weg van de naties in de Lage Landen (Reeks Historama, nr. 1)
€ 30,00
175 jaar geleden voltooide België, als eerste land op het Europese continent, zijn omvorming van een eeuwenoude Ancien Régime-samenleving tot een moderne natiestaat. Uit het enthousiasme van die Revolutie van 1830 ontstond een beweging voor het alzijdig gebruiken van de volkstaal als cultuur- en bestuurstaal. Die “Vlaamse beweging” schiep, in de loop van generaties, een Vlaamse subnatie binnen de Belgische natie, en lokte als reactie een Waalse beweging uit. In de twintigste eeuw keerden beide bewegingen zich tegen het unitaire België. In 1970 werd de federalisering ingezet, die sindsdien leidde tot een steeds verdergaande ontmanteling van de Belgische staat.
Lode Wils, emeritus hoogleraar Nieuwste Geschiedenis aan de K.U. Leuven, beschreef het ontstaan en de ontwikkeling van ons proto-nationaal en nationaal bewustzijn, vanaf de Middeleeuwen tot nu. Als eerste heeft hij hiervoor gebruik gemaakt van de heel verhelderende inzichten, verworden door het internationaal historisch en sociologisch onderzoek naar het fenomeen natievorming.
Lode Wils, emeritus hoogleraar Nieuwste Geschiedenis aan de K.U. Leuven, beschreef het ontstaan en de ontwikkeling van ons proto-nationaal en nationaal bewustzijn, vanaf de Middeleeuwen tot nu. Als eerste heeft hij hiervoor gebruik gemaakt van de heel verhelderende inzichten, verworden door het internationaal historisch en sociologisch onderzoek naar het fenomeen natievorming.
Grootse patiënten, kleine therapeuten. Narcisme en psychotherapie (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 1)
€ 15,90
Het is een populaire opvatting de narcist te zien als iemand die niet in staat is een ander lief te hebben en die alleen zichzelf graag ziet en bewondert. We kunnen ons ook een persoon voorstellen die mooi en aantrekkelijk denkt te zijn en wiens autocentrisme de vorm aanneemt van fascinatie door en voor het eigen imago.
Sinds Freud in 1914 dit begrip introduceerde, zijn de opvattingen zowel over de psychopathologie, de psychodynamiek als de psychogenese sterk geëvolueerd. Hiermee gaan uiteenlopende strekkingen over de psychotherapeutische implicaties gepaard. Zo maakt het met name een groot verschil of we het narcisme beschouwen als een fixatie in de ontwikkeling dan wel als een secundaire, defensieve formatie: of narcisme deel uitmaakt van de algemeen menselijke psychologie dan wel verwijst naar een stoornis.
Hoe kunnen we het psychisch lijden van de narcistische patiënt begrijpen? Hoe kunnen we hem uit de gevangenis van het spiegelpaleis of van de echokamer bevrijden? En wat als zijn narcisme soelaas biedt voor nog grotere pijnen? En hoe zit het met narcisme in onze cultuur?
Wellicht mede door de soms hevige tegenoverdrachtsgevoelens van o.a. onmacht en nietigheid die narcistische patiënten oproepen genieten psychoanalytische therapeuten het (voor sommige twijfelachtige) voorrecht zich over deze problematiek te ontfermen. Het is en blijft immers een harde nood om te kraken. Uit diverse psychoanalytische windstreken wordt vanuit hedendaagse inzichten rond psychotherapie en narcisme gereflecteerd.
Met bijdragen van Jan Cambien, Marc Hebbrecht, Thierry Simonelli, Erik Ceysens, Luc Moyson en Mark Kinet.
Mark Kinet, psychiater en psychoanalytisch psychotherapeut, is hoofdgeneesheer van de Kliniek Sint-Jozef in Pittem, Centrum voor Psychiatrie en Psychotherapie. Hij is lid van de Belgische School voor Psychoanalyse en voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie.
Luc Moyson is beleidspsycholoog in een residentieel psychoanalytisch programma voor adolescenten in het U.C. Sint- Jozef in Kortenberg, psychoanalytisch psychotherapeut, opleider en supervisor in de Specialisatie Psychoanalytische Psychotherapie van de KU Leuven en heeft een zelfstandige praktijk. Hij is lid van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie en bestuurslid van de European Federation for Psychoanalytic Psychotherapies.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
Sinds Freud in 1914 dit begrip introduceerde, zijn de opvattingen zowel over de psychopathologie, de psychodynamiek als de psychogenese sterk geëvolueerd. Hiermee gaan uiteenlopende strekkingen over de psychotherapeutische implicaties gepaard. Zo maakt het met name een groot verschil of we het narcisme beschouwen als een fixatie in de ontwikkeling dan wel als een secundaire, defensieve formatie: of narcisme deel uitmaakt van de algemeen menselijke psychologie dan wel verwijst naar een stoornis.
Hoe kunnen we het psychisch lijden van de narcistische patiënt begrijpen? Hoe kunnen we hem uit de gevangenis van het spiegelpaleis of van de echokamer bevrijden? En wat als zijn narcisme soelaas biedt voor nog grotere pijnen? En hoe zit het met narcisme in onze cultuur?
Wellicht mede door de soms hevige tegenoverdrachtsgevoelens van o.a. onmacht en nietigheid die narcistische patiënten oproepen genieten psychoanalytische therapeuten het (voor sommige twijfelachtige) voorrecht zich over deze problematiek te ontfermen. Het is en blijft immers een harde nood om te kraken. Uit diverse psychoanalytische windstreken wordt vanuit hedendaagse inzichten rond psychotherapie en narcisme gereflecteerd.
Met bijdragen van Jan Cambien, Marc Hebbrecht, Thierry Simonelli, Erik Ceysens, Luc Moyson en Mark Kinet.
Mark Kinet, psychiater en psychoanalytisch psychotherapeut, is hoofdgeneesheer van de Kliniek Sint-Jozef in Pittem, Centrum voor Psychiatrie en Psychotherapie. Hij is lid van de Belgische School voor Psychoanalyse en voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie.
Luc Moyson is beleidspsycholoog in een residentieel psychoanalytisch programma voor adolescenten in het U.C. Sint- Jozef in Kortenberg, psychoanalytisch psychotherapeut, opleider en supervisor in de Specialisatie Psychoanalytische Psychotherapie van de KU Leuven en heeft een zelfstandige praktijk. Hij is lid van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie en bestuurslid van de European Federation for Psychoanalytic Psychotherapies.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
Grootse patiënten, kleine therapeuten. Narcisme en psychotherapie (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 1)
€ 15,90
Het is een populaire opvatting de narcist te zien als iemand die niet in staat is een ander lief te hebben en die alleen zichzelf graag ziet en bewondert. We kunnen ons ook een persoon voorstellen die mooi en aantrekkelijk denkt te zijn en wiens autocentrisme de vorm aanneemt van fascinatie door en voor het eigen imago.
Sinds Freud in 1914 dit begrip introduceerde, zijn de opvattingen zowel over de psychopathologie, de psychodynamiek als de psychogenese sterk geëvolueerd. Hiermee gaan uiteenlopende strekkingen over de psychotherapeutische implicaties gepaard. Zo maakt het met name een groot verschil of we het narcisme beschouwen als een fixatie in de ontwikkeling dan wel als een secundaire, defensieve formatie: of narcisme deel uitmaakt van de algemeen menselijke psychologie dan wel verwijst naar een stoornis.
Hoe kunnen we het psychisch lijden van de narcistische patiënt begrijpen? Hoe kunnen we hem uit de gevangenis van het spiegelpaleis of van de echokamer bevrijden? En wat als zijn narcisme soelaas biedt voor nog grotere pijnen? En hoe zit het met narcisme in onze cultuur?
Wellicht mede door de soms hevige tegenoverdrachtsgevoelens van o.a. onmacht en nietigheid die narcistische patiënten oproepen genieten psychoanalytische therapeuten het (voor sommige twijfelachtige) voorrecht zich over deze problematiek te ontfermen. Het is en blijft immers een harde nood om te kraken. Uit diverse psychoanalytische windstreken wordt vanuit hedendaagse inzichten rond psychotherapie en narcisme gereflecteerd.
Met bijdragen van Jan Cambien, Marc Hebbrecht, Thierry Simonelli, Erik Ceysens, Luc Moyson en Mark Kinet.
Mark Kinet, psychiater en psychoanalytisch psychotherapeut, is hoofdgeneesheer van de Kliniek Sint-Jozef in Pittem, Centrum voor Psychiatrie en Psychotherapie. Hij is lid van de Belgische School voor Psychoanalyse en voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie.
Luc Moyson is beleidspsycholoog in een residentieel psychoanalytisch programma voor adolescenten in het U.C. Sint- Jozef in Kortenberg, psychoanalytisch psychotherapeut, opleider en supervisor in de Specialisatie Psychoanalytische Psychotherapie van de KU Leuven en heeft een zelfstandige praktijk. Hij is lid van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie en bestuurslid van de European Federation for Psychoanalytic Psychotherapies.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
Sinds Freud in 1914 dit begrip introduceerde, zijn de opvattingen zowel over de psychopathologie, de psychodynamiek als de psychogenese sterk geëvolueerd. Hiermee gaan uiteenlopende strekkingen over de psychotherapeutische implicaties gepaard. Zo maakt het met name een groot verschil of we het narcisme beschouwen als een fixatie in de ontwikkeling dan wel als een secundaire, defensieve formatie: of narcisme deel uitmaakt van de algemeen menselijke psychologie dan wel verwijst naar een stoornis.
Hoe kunnen we het psychisch lijden van de narcistische patiënt begrijpen? Hoe kunnen we hem uit de gevangenis van het spiegelpaleis of van de echokamer bevrijden? En wat als zijn narcisme soelaas biedt voor nog grotere pijnen? En hoe zit het met narcisme in onze cultuur?
Wellicht mede door de soms hevige tegenoverdrachtsgevoelens van o.a. onmacht en nietigheid die narcistische patiënten oproepen genieten psychoanalytische therapeuten het (voor sommige twijfelachtige) voorrecht zich over deze problematiek te ontfermen. Het is en blijft immers een harde nood om te kraken. Uit diverse psychoanalytische windstreken wordt vanuit hedendaagse inzichten rond psychotherapie en narcisme gereflecteerd.
Met bijdragen van Jan Cambien, Marc Hebbrecht, Thierry Simonelli, Erik Ceysens, Luc Moyson en Mark Kinet.
Mark Kinet, psychiater en psychoanalytisch psychotherapeut, is hoofdgeneesheer van de Kliniek Sint-Jozef in Pittem, Centrum voor Psychiatrie en Psychotherapie. Hij is lid van de Belgische School voor Psychoanalyse en voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie.
Luc Moyson is beleidspsycholoog in een residentieel psychoanalytisch programma voor adolescenten in het U.C. Sint- Jozef in Kortenberg, psychoanalytisch psychotherapeut, opleider en supervisor in de Specialisatie Psychoanalytische Psychotherapie van de KU Leuven en heeft een zelfstandige praktijk. Hij is lid van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie en bestuurslid van de European Federation for Psychoanalytic Psychotherapies.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
Leven met een hoofdprobleem. Neuropsychologische gevolgen van een niet-aangeboren hersenletsel
€ 18,90
Bij patiënten met een niet-aangeboren hersenletsel (NAH) komen neuropsychologische problemen veelvuldig voor. Neuropsychologische problemen kunnen cognitieve stoornissen (bv. Geheugenproblemen), emotionele problemen (bv. Depressieve stemming en verwerkingsproblemen) en gedragsveranderingen (bv. Onverschillig of ontremd gedrag) zijn.
Dit boek wil in begrijpbare taal de neuropsychologische problemen uitleggen die een NAH-patiënt kan hebben. Het laat de lezer kennis maken met de wetenschap, met name de neuropsychologie, die toelaat deze problemen te onderzoeken en te behandelen.
Kurt Beeckmans, neuropsycholoog, werkt in het Centrum voor Epilepsie en Psycho-Organische Stoornissen in Duffel en is als assistent-docent verbonden aan de Vakgroep Cognitieve en Fysiologische Psychologie van de Vrije Universiteit Brussel.
Karla Michiels, neuropsychologe, werkt bij de Dienst Motorische Revalidatie van het Universitair Ziekenhuis Leuven (Campus Pellenberg).
Beide auteurs hebben ruime ervaring op het vlak van neuropsychologische revalidatie van patiënten met een NAH.
Dit boek wil in begrijpbare taal de neuropsychologische problemen uitleggen die een NAH-patiënt kan hebben. Het laat de lezer kennis maken met de wetenschap, met name de neuropsychologie, die toelaat deze problemen te onderzoeken en te behandelen.
Kurt Beeckmans, neuropsycholoog, werkt in het Centrum voor Epilepsie en Psycho-Organische Stoornissen in Duffel en is als assistent-docent verbonden aan de Vakgroep Cognitieve en Fysiologische Psychologie van de Vrije Universiteit Brussel.
Karla Michiels, neuropsychologe, werkt bij de Dienst Motorische Revalidatie van het Universitair Ziekenhuis Leuven (Campus Pellenberg).
Beide auteurs hebben ruime ervaring op het vlak van neuropsychologische revalidatie van patiënten met een NAH.
Leven met een hoofdprobleem. Neuropsychologische gevolgen van een niet-aangeboren hersenletsel
€ 18,90
Bij patiënten met een niet-aangeboren hersenletsel (NAH) komen neuropsychologische problemen veelvuldig voor. Neuropsychologische problemen kunnen cognitieve stoornissen (bv. Geheugenproblemen), emotionele problemen (bv. Depressieve stemming en verwerkingsproblemen) en gedragsveranderingen (bv. Onverschillig of ontremd gedrag) zijn.
Dit boek wil in begrijpbare taal de neuropsychologische problemen uitleggen die een NAH-patiënt kan hebben. Het laat de lezer kennis maken met de wetenschap, met name de neuropsychologie, die toelaat deze problemen te onderzoeken en te behandelen.
Kurt Beeckmans, neuropsycholoog, werkt in het Centrum voor Epilepsie en Psycho-Organische Stoornissen in Duffel en is als assistent-docent verbonden aan de Vakgroep Cognitieve en Fysiologische Psychologie van de Vrije Universiteit Brussel.
Karla Michiels, neuropsychologe, werkt bij de Dienst Motorische Revalidatie van het Universitair Ziekenhuis Leuven (Campus Pellenberg).
Beide auteurs hebben ruime ervaring op het vlak van neuropsychologische revalidatie van patiënten met een NAH.
Dit boek wil in begrijpbare taal de neuropsychologische problemen uitleggen die een NAH-patiënt kan hebben. Het laat de lezer kennis maken met de wetenschap, met name de neuropsychologie, die toelaat deze problemen te onderzoeken en te behandelen.
Kurt Beeckmans, neuropsycholoog, werkt in het Centrum voor Epilepsie en Psycho-Organische Stoornissen in Duffel en is als assistent-docent verbonden aan de Vakgroep Cognitieve en Fysiologische Psychologie van de Vrije Universiteit Brussel.
Karla Michiels, neuropsychologe, werkt bij de Dienst Motorische Revalidatie van het Universitair Ziekenhuis Leuven (Campus Pellenberg).
Beide auteurs hebben ruime ervaring op het vlak van neuropsychologische revalidatie van patiënten met een NAH.
Hink-Stap-Sprong. Een boek vol ontwikkeling en opvoeding. Boek 2: Ouderlijke vaardigheden
€ 14,40
U herinnert het zich waarschijnlijk nog als gisteren: u houdt uw baby voor de eerste keer in uw
armen … een klein hulpeloos wezentje aan het begin van zijn lange levensweg. Pasgeboren,
maar toch al een kind met eigen talenten, behoeften, vragen en groeikracht. En daarnaast u als
kersverse ouder met verwachtingen, hoop, inzet en eigen vaardigheden.
Samen op weg dan: met hinken, stappen en soms springen. Een lange weg waarbij u met uw baby, uw peuter, kleuter, schoolkind en tiener opschuift en zoveel mogelijk bagage in zijn koffertje steekt. U probeert hem mee te geven wat hij nodig heeft om een gelukkige en zelfstandige volwassene te worden, die op zijn beurt misschien de ouder van een baby wordt.
Dit tweede deel – Boek 2 – Ouderlijke vaardigheden – behandelt het gereedschap van ouders; de vaardigheden die ouders best in hun koffer hebben om kinderen gezond en wel groot te krijgen. Drie woorden keren hier voortdurend weer: sturen, steunen en stimuleren.
Het eerste deel – Boek 1 – Ontwikkeling – beschrijft de weg van baby’s, peuters, kleuters, schoolkinderen en jongeren. We volgen de groeikracht van uw kinderen, maar ook hun groeipijnen en leveren bruikbare tips voor u als ouders. Voorbeelden, tekeningen en schema’s versterken het verhaal.
Groot worden is soms moeilijk, kinderen grootbrengen ook. Soms staat u op één been te hinken, soms stapt u flink door, soms maken u en uw kind een reuzensprong vooruit.
Over opvoeding van kinderen wordt veel gepraat en geschreven, vaak met moeilijke woorden. Beide boeken Hink-Stap-Sprong willen het verhaal herkenbaar houden, met aansprekende voorbeelden en heldere uitleg. Wat u in deze boeken vindt, kan jarenlang meegaan. Wat u nu nog niet kunt gebruiken, bewaart u maar voor later.
Jo Voets is orthopedagoog, gedragstherapeut en opgeleid in Themagecentreerde Interactie. Hij is pedagogisch directeur van OGL (Orthopedagogische Groep Limburg) en initiatiefnemer van de OPZET-projecten (Orthopedagogische Zorg en Training) en van PAS-Opvoedingswinkel. Hij is als docent verbonden aan het departement Sociaal Agogisch Werk van de KHLim, en aan het Centrum voor Gezinswetenschappen
Lieve Michielsen is klinisch psychologe, opgeleid in de systeemtheoretische psychotherapie en in gezinstherapie, en coördineerde Hink-Stap-Sprong.
Sarah Hertens is klinisch psychologe en projectmedewerkster van Hink-Stap-Sprong.
Samen op weg dan: met hinken, stappen en soms springen. Een lange weg waarbij u met uw baby, uw peuter, kleuter, schoolkind en tiener opschuift en zoveel mogelijk bagage in zijn koffertje steekt. U probeert hem mee te geven wat hij nodig heeft om een gelukkige en zelfstandige volwassene te worden, die op zijn beurt misschien de ouder van een baby wordt.
Dit tweede deel – Boek 2 – Ouderlijke vaardigheden – behandelt het gereedschap van ouders; de vaardigheden die ouders best in hun koffer hebben om kinderen gezond en wel groot te krijgen. Drie woorden keren hier voortdurend weer: sturen, steunen en stimuleren.
Het eerste deel – Boek 1 – Ontwikkeling – beschrijft de weg van baby’s, peuters, kleuters, schoolkinderen en jongeren. We volgen de groeikracht van uw kinderen, maar ook hun groeipijnen en leveren bruikbare tips voor u als ouders. Voorbeelden, tekeningen en schema’s versterken het verhaal.
Groot worden is soms moeilijk, kinderen grootbrengen ook. Soms staat u op één been te hinken, soms stapt u flink door, soms maken u en uw kind een reuzensprong vooruit.
Over opvoeding van kinderen wordt veel gepraat en geschreven, vaak met moeilijke woorden. Beide boeken Hink-Stap-Sprong willen het verhaal herkenbaar houden, met aansprekende voorbeelden en heldere uitleg. Wat u in deze boeken vindt, kan jarenlang meegaan. Wat u nu nog niet kunt gebruiken, bewaart u maar voor later.
Jo Voets is orthopedagoog, gedragstherapeut en opgeleid in Themagecentreerde Interactie. Hij is pedagogisch directeur van OGL (Orthopedagogische Groep Limburg) en initiatiefnemer van de OPZET-projecten (Orthopedagogische Zorg en Training) en van PAS-Opvoedingswinkel. Hij is als docent verbonden aan het departement Sociaal Agogisch Werk van de KHLim, en aan het Centrum voor Gezinswetenschappen
Lieve Michielsen is klinisch psychologe, opgeleid in de systeemtheoretische psychotherapie en in gezinstherapie, en coördineerde Hink-Stap-Sprong.
Sarah Hertens is klinisch psychologe en projectmedewerkster van Hink-Stap-Sprong.
Hink-Stap-Sprong. Een boek vol ontwikkeling en opvoeding. Boek 2: Ouderlijke vaardigheden
€ 14,40
U herinnert het zich waarschijnlijk nog als gisteren: u houdt uw baby voor de eerste keer in uw
armen … een klein hulpeloos wezentje aan het begin van zijn lange levensweg. Pasgeboren,
maar toch al een kind met eigen talenten, behoeften, vragen en groeikracht. En daarnaast u als
kersverse ouder met verwachtingen, hoop, inzet en eigen vaardigheden.
Samen op weg dan: met hinken, stappen en soms springen. Een lange weg waarbij u met uw baby, uw peuter, kleuter, schoolkind en tiener opschuift en zoveel mogelijk bagage in zijn koffertje steekt. U probeert hem mee te geven wat hij nodig heeft om een gelukkige en zelfstandige volwassene te worden, die op zijn beurt misschien de ouder van een baby wordt.
Dit tweede deel – Boek 2 – Ouderlijke vaardigheden – behandelt het gereedschap van ouders; de vaardigheden die ouders best in hun koffer hebben om kinderen gezond en wel groot te krijgen. Drie woorden keren hier voortdurend weer: sturen, steunen en stimuleren.
Het eerste deel – Boek 1 – Ontwikkeling – beschrijft de weg van baby’s, peuters, kleuters, schoolkinderen en jongeren. We volgen de groeikracht van uw kinderen, maar ook hun groeipijnen en leveren bruikbare tips voor u als ouders. Voorbeelden, tekeningen en schema’s versterken het verhaal.
Groot worden is soms moeilijk, kinderen grootbrengen ook. Soms staat u op één been te hinken, soms stapt u flink door, soms maken u en uw kind een reuzensprong vooruit.
Over opvoeding van kinderen wordt veel gepraat en geschreven, vaak met moeilijke woorden. Beide boeken Hink-Stap-Sprong willen het verhaal herkenbaar houden, met aansprekende voorbeelden en heldere uitleg. Wat u in deze boeken vindt, kan jarenlang meegaan. Wat u nu nog niet kunt gebruiken, bewaart u maar voor later.
Jo Voets is orthopedagoog, gedragstherapeut en opgeleid in Themagecentreerde Interactie. Hij is pedagogisch directeur van OGL (Orthopedagogische Groep Limburg) en initiatiefnemer van de OPZET-projecten (Orthopedagogische Zorg en Training) en van PAS-Opvoedingswinkel. Hij is als docent verbonden aan het departement Sociaal Agogisch Werk van de KHLim, en aan het Centrum voor Gezinswetenschappen
Lieve Michielsen is klinisch psychologe, opgeleid in de systeemtheoretische psychotherapie en in gezinstherapie, en coördineerde Hink-Stap-Sprong.
Sarah Hertens is klinisch psychologe en projectmedewerkster van Hink-Stap-Sprong.
Samen op weg dan: met hinken, stappen en soms springen. Een lange weg waarbij u met uw baby, uw peuter, kleuter, schoolkind en tiener opschuift en zoveel mogelijk bagage in zijn koffertje steekt. U probeert hem mee te geven wat hij nodig heeft om een gelukkige en zelfstandige volwassene te worden, die op zijn beurt misschien de ouder van een baby wordt.
Dit tweede deel – Boek 2 – Ouderlijke vaardigheden – behandelt het gereedschap van ouders; de vaardigheden die ouders best in hun koffer hebben om kinderen gezond en wel groot te krijgen. Drie woorden keren hier voortdurend weer: sturen, steunen en stimuleren.
Het eerste deel – Boek 1 – Ontwikkeling – beschrijft de weg van baby’s, peuters, kleuters, schoolkinderen en jongeren. We volgen de groeikracht van uw kinderen, maar ook hun groeipijnen en leveren bruikbare tips voor u als ouders. Voorbeelden, tekeningen en schema’s versterken het verhaal.
Groot worden is soms moeilijk, kinderen grootbrengen ook. Soms staat u op één been te hinken, soms stapt u flink door, soms maken u en uw kind een reuzensprong vooruit.
Over opvoeding van kinderen wordt veel gepraat en geschreven, vaak met moeilijke woorden. Beide boeken Hink-Stap-Sprong willen het verhaal herkenbaar houden, met aansprekende voorbeelden en heldere uitleg. Wat u in deze boeken vindt, kan jarenlang meegaan. Wat u nu nog niet kunt gebruiken, bewaart u maar voor later.
Jo Voets is orthopedagoog, gedragstherapeut en opgeleid in Themagecentreerde Interactie. Hij is pedagogisch directeur van OGL (Orthopedagogische Groep Limburg) en initiatiefnemer van de OPZET-projecten (Orthopedagogische Zorg en Training) en van PAS-Opvoedingswinkel. Hij is als docent verbonden aan het departement Sociaal Agogisch Werk van de KHLim, en aan het Centrum voor Gezinswetenschappen
Lieve Michielsen is klinisch psychologe, opgeleid in de systeemtheoretische psychotherapie en in gezinstherapie, en coördineerde Hink-Stap-Sprong.
Sarah Hertens is klinisch psychologe en projectmedewerkster van Hink-Stap-Sprong.
Hink-Stap-Sprong. Een boek vol ontwikkeling en opvoeding. Deel 1: Ontwikkeling
€ 21,60
Dit tweeluik is het resultaat van een jarenlange zoektocht met ouders naar de verschillende manieren waarop zij het pedagogisch roer kunnen vasthouden. Samen met ouders, grootouders, familie, kinderen, maar ook hulpverleners werkzaam in diverse werkvormen, zochten de auteurs naar de basiselementen van ontwikkeling en naar de kern van pedagogische vaardigheden.
In dertien hoofdstukken gaat het over de hinken, stappen en sprongen in de ontwikkeling van kinderen en over de manier waarop ouders hiermee slagvaardig om kunnen gaan. De eerste vijf hoofdstukken, deel 1, beschrijven de weg van baby''s, peuters, kleuters, schoolkinderen en jongeren. De aandacht gaat naar de groeikracht van kinderen, maar ook naar hun groeipijnen en naar bruikbare tips voor ouders. Voorbeelden, tekeningen en schema''s versterken het verhaal. De acht andere hoofdstukken, deel 2, gaan over het gereedschap van ouders: welke vaardigheden hebben ouders best in hun koffer om kinderen gezond en wel groot te krijgen. Drie woorden zullen hier voortdurend terugkomen: sturen, steunen en stimuleren.
Boek 2 - Ouderlijke vaardigheden
Boek 2 - Ouderlijke vaardigheden
Hink-Stap-Sprong. Een boek vol ontwikkeling en opvoeding. Deel 1: Ontwikkeling
€ 21,60
Dit tweeluik is het resultaat van een jarenlange zoektocht met ouders naar de verschillende manieren waarop zij het pedagogisch roer kunnen vasthouden. Samen met ouders, grootouders, familie, kinderen, maar ook hulpverleners werkzaam in diverse werkvormen, zochten de auteurs naar de basiselementen van ontwikkeling en naar de kern van pedagogische vaardigheden.
In dertien hoofdstukken gaat het over de hinken, stappen en sprongen in de ontwikkeling van kinderen en over de manier waarop ouders hiermee slagvaardig om kunnen gaan. De eerste vijf hoofdstukken, deel 1, beschrijven de weg van baby''s, peuters, kleuters, schoolkinderen en jongeren. De aandacht gaat naar de groeikracht van kinderen, maar ook naar hun groeipijnen en naar bruikbare tips voor ouders. Voorbeelden, tekeningen en schema''s versterken het verhaal. De acht andere hoofdstukken, deel 2, gaan over het gereedschap van ouders: welke vaardigheden hebben ouders best in hun koffer om kinderen gezond en wel groot te krijgen. Drie woorden zullen hier voortdurend terugkomen: sturen, steunen en stimuleren.
Boek 2 - Ouderlijke vaardigheden
Boek 2 - Ouderlijke vaardigheden
Over bloemkolen en gele limonade. Thuisbegeleiding vanuit systheemtheoretische invalshoek
€ 13,90
Kadodder kan bogen op een ervaring van vijfentwintig jaar opvoedingsondersteuning bij gezinnen met een thuiswonend lid met een verstandelijke beperking.
Door de jaren heen ontwikkelde Kadodder een duidelijke visie op vraaggestuurde ondersteuning van gezinnen. Een groot respect en vertrouwen in de competenties van de ouders en het gezinslid met de beperking is daarbij het vertrekpunt.
Welke hulpvragen stellen deze gezinnen? Hoe moet de thuisbegeleidingsdienst daarmee omgaan? Hoe worden, samen met de betrokkenen, antwoorden geformuleerd op deze vragen?
De auteurs-thuisbegeleiders beschrijven in dit boek hun visie, doelstellingen en methoden vanuit hun dagelijkse praktijk.
Het hulpverleningsaanbod is voortdurend in evolutie: desinstitutionalisering, inclusie, emancipatorisch denken, zorg op maat, volwaardig burgerschap enz. zijn principes die meer en meer ingang vinden in de gehele zorg voor personen met een verstandelijke beperking.
Kadodder toont aan dat ambulante ondersteuning aan gezinnen met een persoon met een verstandelijke beperking tegemoet kan komen aan complexe hulpvragen en -behoeften.
Kadodder is gevestigd in Zoersel en is vooral actief in de provincie Antwerpen.
Door de jaren heen ontwikkelde Kadodder een duidelijke visie op vraaggestuurde ondersteuning van gezinnen. Een groot respect en vertrouwen in de competenties van de ouders en het gezinslid met de beperking is daarbij het vertrekpunt.
Welke hulpvragen stellen deze gezinnen? Hoe moet de thuisbegeleidingsdienst daarmee omgaan? Hoe worden, samen met de betrokkenen, antwoorden geformuleerd op deze vragen?
De auteurs-thuisbegeleiders beschrijven in dit boek hun visie, doelstellingen en methoden vanuit hun dagelijkse praktijk.
Het hulpverleningsaanbod is voortdurend in evolutie: desinstitutionalisering, inclusie, emancipatorisch denken, zorg op maat, volwaardig burgerschap enz. zijn principes die meer en meer ingang vinden in de gehele zorg voor personen met een verstandelijke beperking.
Kadodder toont aan dat ambulante ondersteuning aan gezinnen met een persoon met een verstandelijke beperking tegemoet kan komen aan complexe hulpvragen en -behoeften.
Kadodder is gevestigd in Zoersel en is vooral actief in de provincie Antwerpen.
Over bloemkolen en gele limonade. Thuisbegeleiding vanuit systheemtheoretische invalshoek
€ 13,90
Kadodder kan bogen op een ervaring van vijfentwintig jaar opvoedingsondersteuning bij gezinnen met een thuiswonend lid met een verstandelijke beperking.
Door de jaren heen ontwikkelde Kadodder een duidelijke visie op vraaggestuurde ondersteuning van gezinnen. Een groot respect en vertrouwen in de competenties van de ouders en het gezinslid met de beperking is daarbij het vertrekpunt.
Welke hulpvragen stellen deze gezinnen? Hoe moet de thuisbegeleidingsdienst daarmee omgaan? Hoe worden, samen met de betrokkenen, antwoorden geformuleerd op deze vragen?
De auteurs-thuisbegeleiders beschrijven in dit boek hun visie, doelstellingen en methoden vanuit hun dagelijkse praktijk.
Het hulpverleningsaanbod is voortdurend in evolutie: desinstitutionalisering, inclusie, emancipatorisch denken, zorg op maat, volwaardig burgerschap enz. zijn principes die meer en meer ingang vinden in de gehele zorg voor personen met een verstandelijke beperking.
Kadodder toont aan dat ambulante ondersteuning aan gezinnen met een persoon met een verstandelijke beperking tegemoet kan komen aan complexe hulpvragen en -behoeften.
Kadodder is gevestigd in Zoersel en is vooral actief in de provincie Antwerpen.
Door de jaren heen ontwikkelde Kadodder een duidelijke visie op vraaggestuurde ondersteuning van gezinnen. Een groot respect en vertrouwen in de competenties van de ouders en het gezinslid met de beperking is daarbij het vertrekpunt.
Welke hulpvragen stellen deze gezinnen? Hoe moet de thuisbegeleidingsdienst daarmee omgaan? Hoe worden, samen met de betrokkenen, antwoorden geformuleerd op deze vragen?
De auteurs-thuisbegeleiders beschrijven in dit boek hun visie, doelstellingen en methoden vanuit hun dagelijkse praktijk.
Het hulpverleningsaanbod is voortdurend in evolutie: desinstitutionalisering, inclusie, emancipatorisch denken, zorg op maat, volwaardig burgerschap enz. zijn principes die meer en meer ingang vinden in de gehele zorg voor personen met een verstandelijke beperking.
Kadodder toont aan dat ambulante ondersteuning aan gezinnen met een persoon met een verstandelijke beperking tegemoet kan komen aan complexe hulpvragen en -behoeften.
Kadodder is gevestigd in Zoersel en is vooral actief in de provincie Antwerpen.
Ik begrijp deze variaties in een gemoed. Bijdragen colloquium Maurice Roelants
€ 12,90
Het colloquium over Maurice Roelants, gehouden in de K.U. Brussel op
17 november 2004, had als doel de figuur en het werk van de auteur in een Brussels en internationaal perspectief te plaatsen. Roelants was voor de Vlaamse literatuur van groot belang, maar zijn relatie tot de Franse literatuur - hij was er een grote kenner van - en de promotie van deVlaamse cultuur en literatuur in Brussel en Nederland werd zelden onderzocht. Een aantal literatuurwetenschappers en literatuurhistorici heeft zich over deze thematiek gebogen.
Maurice Roelants blijft vooral bekend als romanvernieuwer. Hij legde daarvoor zelf de basis met zijn roman d''analyse <I<Komen en gaan (1927). Maar ook als cultuuranimator avant-la-lettre, als tijdschriftredacteur en als promotor van het boekwezen en het Nederlandstalige culturele leven in Brussel is hij van onschatbare waarde.
De schrijver werd zijn hele leven gefascineerd en niet weinig beïnvloed door Franse auteurs als Honoré de Balzac, Jules Supervielle en Benjamin Constant, wier werk hij op een subtiele wijze in Vlaanderen en Nederland heeft geintroduceerd. Meermaals heeft hij de invloed van deze Franse meesters op zijn eigen schrijven benadrukt. Zijn blikveld was erg ruim en gevarieerd. Overigens, Roelants had ook iets met Afrika. Hij leverde tal van journalistieke bijdragen en reisverslagen over het zwarte continent. Deze pareltjes zagen zelden het daglicht.
Sommige ervan verzeilden gelukkig in krant of tijdschrift.
Roelants'' rol in het spraakmakende tijdschrift Forum is een ander thema: hij vormde als Vlaming met de Nederlanders E. du Perron en Menno ter Braak de eerste redactie. Hierover is recent onbekend materiaal opgedoken dat een nieuw licht op de bijzondere geschiedenis van Maurice Roelants en de Nederlanders werpt.
Maurice Roelants blijft vooral bekend als romanvernieuwer. Hij legde daarvoor zelf de basis met zijn roman d''analyse <I<Komen en gaan (1927). Maar ook als cultuuranimator avant-la-lettre, als tijdschriftredacteur en als promotor van het boekwezen en het Nederlandstalige culturele leven in Brussel is hij van onschatbare waarde.
De schrijver werd zijn hele leven gefascineerd en niet weinig beïnvloed door Franse auteurs als Honoré de Balzac, Jules Supervielle en Benjamin Constant, wier werk hij op een subtiele wijze in Vlaanderen en Nederland heeft geintroduceerd. Meermaals heeft hij de invloed van deze Franse meesters op zijn eigen schrijven benadrukt. Zijn blikveld was erg ruim en gevarieerd. Overigens, Roelants had ook iets met Afrika. Hij leverde tal van journalistieke bijdragen en reisverslagen over het zwarte continent. Deze pareltjes zagen zelden het daglicht.
Sommige ervan verzeilden gelukkig in krant of tijdschrift.
Roelants'' rol in het spraakmakende tijdschrift Forum is een ander thema: hij vormde als Vlaming met de Nederlanders E. du Perron en Menno ter Braak de eerste redactie. Hierover is recent onbekend materiaal opgedoken dat een nieuw licht op de bijzondere geschiedenis van Maurice Roelants en de Nederlanders werpt.
Ik begrijp deze variaties in een gemoed. Bijdragen colloquium Maurice Roelants
€ 12,90
Het colloquium over Maurice Roelants, gehouden in de K.U. Brussel op
17 november 2004, had als doel de figuur en het werk van de auteur in een Brussels en internationaal perspectief te plaatsen. Roelants was voor de Vlaamse literatuur van groot belang, maar zijn relatie tot de Franse literatuur - hij was er een grote kenner van - en de promotie van deVlaamse cultuur en literatuur in Brussel en Nederland werd zelden onderzocht. Een aantal literatuurwetenschappers en literatuurhistorici heeft zich over deze thematiek gebogen.
Maurice Roelants blijft vooral bekend als romanvernieuwer. Hij legde daarvoor zelf de basis met zijn roman d''analyse <I<Komen en gaan (1927). Maar ook als cultuuranimator avant-la-lettre, als tijdschriftredacteur en als promotor van het boekwezen en het Nederlandstalige culturele leven in Brussel is hij van onschatbare waarde.
De schrijver werd zijn hele leven gefascineerd en niet weinig beïnvloed door Franse auteurs als Honoré de Balzac, Jules Supervielle en Benjamin Constant, wier werk hij op een subtiele wijze in Vlaanderen en Nederland heeft geintroduceerd. Meermaals heeft hij de invloed van deze Franse meesters op zijn eigen schrijven benadrukt. Zijn blikveld was erg ruim en gevarieerd. Overigens, Roelants had ook iets met Afrika. Hij leverde tal van journalistieke bijdragen en reisverslagen over het zwarte continent. Deze pareltjes zagen zelden het daglicht.
Sommige ervan verzeilden gelukkig in krant of tijdschrift.
Roelants'' rol in het spraakmakende tijdschrift Forum is een ander thema: hij vormde als Vlaming met de Nederlanders E. du Perron en Menno ter Braak de eerste redactie. Hierover is recent onbekend materiaal opgedoken dat een nieuw licht op de bijzondere geschiedenis van Maurice Roelants en de Nederlanders werpt.
Maurice Roelants blijft vooral bekend als romanvernieuwer. Hij legde daarvoor zelf de basis met zijn roman d''analyse <I<Komen en gaan (1927). Maar ook als cultuuranimator avant-la-lettre, als tijdschriftredacteur en als promotor van het boekwezen en het Nederlandstalige culturele leven in Brussel is hij van onschatbare waarde.
De schrijver werd zijn hele leven gefascineerd en niet weinig beïnvloed door Franse auteurs als Honoré de Balzac, Jules Supervielle en Benjamin Constant, wier werk hij op een subtiele wijze in Vlaanderen en Nederland heeft geintroduceerd. Meermaals heeft hij de invloed van deze Franse meesters op zijn eigen schrijven benadrukt. Zijn blikveld was erg ruim en gevarieerd. Overigens, Roelants had ook iets met Afrika. Hij leverde tal van journalistieke bijdragen en reisverslagen over het zwarte continent. Deze pareltjes zagen zelden het daglicht.
Sommige ervan verzeilden gelukkig in krant of tijdschrift.
Roelants'' rol in het spraakmakende tijdschrift Forum is een ander thema: hij vormde als Vlaming met de Nederlanders E. du Perron en Menno ter Braak de eerste redactie. Hierover is recent onbekend materiaal opgedoken dat een nieuw licht op de bijzondere geschiedenis van Maurice Roelants en de Nederlanders werpt.
Arduin – Sturen op talenten – Een zinvol bestaan. Onmogelijkheden worden mogelijkheden (Arduin-serie, nr. 6)
€ 23,50
Talenten van mensen, ook die van mensen met een verstandelijke beperking, kunnen zich soms lang verborgen houden.Voor een goede ontwikkeling van talenten zijn de levensomstandigheden waarin men zich bevindt van essentieel belang.
Binnen instellingen blijven veel grote en kleine talenten diep verborgen en daarmee is de identiteit van mensen in het geding.
De Stichting Arduin heeft als eerste in Nederland de intramurale instelling geheel ontmanteld. Instellingzorg is niet meer van deze tijd en staat in schril contrast met de Universele Rechten van de Mens.
Arduin heeft in de Provincie Zeeland ruim 115 woningen, 25 bedrijven en 6 Dagcentra. Arduin werkt en denkt vanuit de noodzakelijke scheiding die er moet zijn tussen de leefgebieden: wonen, werken (dagbesteding), scholing en vrije tijd. Arduin ziet deze leefgebieden grofmazig als los van elkaar staande podia waarop mensen zich in verschillende rollen kunnen bewegen.
Het zesde boek uit de Arduin-serie geeft een beeld van vele grote en kleine talenten die ook mensen met een verstandelijke beperking in zich dragen en zich met ondersteuning van Arduin hebben kunnen ontwikkelen, nadat zij van de ene op andere dag de mogelijkheid hadden op 35 uur dagbesteding/werk in de week. U krijgt zicht op het proces, de organisatie en de vele talenten.
Onno Jongewaard werkt vanaf de start in 1994 als lijnmanager in de Stichting Arduin.
Binnen instellingen blijven veel grote en kleine talenten diep verborgen en daarmee is de identiteit van mensen in het geding.
De Stichting Arduin heeft als eerste in Nederland de intramurale instelling geheel ontmanteld. Instellingzorg is niet meer van deze tijd en staat in schril contrast met de Universele Rechten van de Mens.
Arduin heeft in de Provincie Zeeland ruim 115 woningen, 25 bedrijven en 6 Dagcentra. Arduin werkt en denkt vanuit de noodzakelijke scheiding die er moet zijn tussen de leefgebieden: wonen, werken (dagbesteding), scholing en vrije tijd. Arduin ziet deze leefgebieden grofmazig als los van elkaar staande podia waarop mensen zich in verschillende rollen kunnen bewegen.
Het zesde boek uit de Arduin-serie geeft een beeld van vele grote en kleine talenten die ook mensen met een verstandelijke beperking in zich dragen en zich met ondersteuning van Arduin hebben kunnen ontwikkelen, nadat zij van de ene op andere dag de mogelijkheid hadden op 35 uur dagbesteding/werk in de week. U krijgt zicht op het proces, de organisatie en de vele talenten.
Onno Jongewaard werkt vanaf de start in 1994 als lijnmanager in de Stichting Arduin.
Arduin – Sturen op talenten – Een zinvol bestaan. Onmogelijkheden worden mogelijkheden (Arduin-serie, nr. 6)
€ 23,50
Talenten van mensen, ook die van mensen met een verstandelijke beperking, kunnen zich soms lang verborgen houden.Voor een goede ontwikkeling van talenten zijn de levensomstandigheden waarin men zich bevindt van essentieel belang.
Binnen instellingen blijven veel grote en kleine talenten diep verborgen en daarmee is de identiteit van mensen in het geding.
De Stichting Arduin heeft als eerste in Nederland de intramurale instelling geheel ontmanteld. Instellingzorg is niet meer van deze tijd en staat in schril contrast met de Universele Rechten van de Mens.
Arduin heeft in de Provincie Zeeland ruim 115 woningen, 25 bedrijven en 6 Dagcentra. Arduin werkt en denkt vanuit de noodzakelijke scheiding die er moet zijn tussen de leefgebieden: wonen, werken (dagbesteding), scholing en vrije tijd. Arduin ziet deze leefgebieden grofmazig als los van elkaar staande podia waarop mensen zich in verschillende rollen kunnen bewegen.
Het zesde boek uit de Arduin-serie geeft een beeld van vele grote en kleine talenten die ook mensen met een verstandelijke beperking in zich dragen en zich met ondersteuning van Arduin hebben kunnen ontwikkelen, nadat zij van de ene op andere dag de mogelijkheid hadden op 35 uur dagbesteding/werk in de week. U krijgt zicht op het proces, de organisatie en de vele talenten.
Onno Jongewaard werkt vanaf de start in 1994 als lijnmanager in de Stichting Arduin.
Binnen instellingen blijven veel grote en kleine talenten diep verborgen en daarmee is de identiteit van mensen in het geding.
De Stichting Arduin heeft als eerste in Nederland de intramurale instelling geheel ontmanteld. Instellingzorg is niet meer van deze tijd en staat in schril contrast met de Universele Rechten van de Mens.
Arduin heeft in de Provincie Zeeland ruim 115 woningen, 25 bedrijven en 6 Dagcentra. Arduin werkt en denkt vanuit de noodzakelijke scheiding die er moet zijn tussen de leefgebieden: wonen, werken (dagbesteding), scholing en vrije tijd. Arduin ziet deze leefgebieden grofmazig als los van elkaar staande podia waarop mensen zich in verschillende rollen kunnen bewegen.
Het zesde boek uit de Arduin-serie geeft een beeld van vele grote en kleine talenten die ook mensen met een verstandelijke beperking in zich dragen en zich met ondersteuning van Arduin hebben kunnen ontwikkelen, nadat zij van de ene op andere dag de mogelijkheid hadden op 35 uur dagbesteding/werk in de week. U krijgt zicht op het proces, de organisatie en de vele talenten.
Onno Jongewaard werkt vanaf de start in 1994 als lijnmanager in de Stichting Arduin.

Positief omgaan met verschillen in de leeromgeving. een visie op differentiatie en gelijke kansen in authentieke middenscholen
€ 14,90
Dit boek omvat vier hoofdstukken: twee met de blik op maatschappelijke ontwikkelingen, twee met de blik op onderwijskundig-didactische uitdagingen.
In het maatschappelijk georiënteerde luik wordt aangegeven hoe de gelijkheidsgedachte de voorbije twee eeuwen in drie grote golfbewegingen onze samenleving en de school heeft beïnvloed. Dat loopt uit op een omschrijving van wat positief omgaan niet verschillen in de leeromgeving is.
Het tweede luik heeft vooral een onderwijskundig-didactische oriëntatie. In de eerste plaats worden de onderwijskundige uitdagingen rond omgaan met verschillen of gedifferentieerd werken op school en in de klas in kaart gebracht. De bakens worden terug als ijkpunten geplaatst, maar ook verplaatst. Er mag ook eens achterom worden gekeken en het is goed, mede op basis van onderzoeksgegevens, aan te geven wat ''werkt'' en wat niet. Het gaat daarbij over het basis-uitbreidingsmodel, homogeen of heterogeen groeperen, zelfstandig werk, basisvorming, leerwinst, kwalificatiestructuren; sleutelcompetenties en evaluatie.
De rode draad door dit boek is een pleidooi om verschillen tussen leerlingen niet te vertalen in structuren, maar kwalitatief te vertalen in een didactische aanpak. Zo blijft ook basisvorming een haalbare kaart. Het is tevens een uitnodiging om het debat over differentiatie, gelijke kansen en heterogene klassengroepen te voeren op basis van onderzoeksgegevens en niet van ideologie of prestige.
Deze publicatie is gegroeid uit het twintigste Middenschoolcongres van de St.A.M. - Studiegroep Authentieke Middenscholen. Centraal stond een pleidooi om rekening te houden met verschillen tussen leerlingen en zo bij te dragen tot meer gelijke kansen in een meer comprehensieve onderwijsomgeving.
Johan L. Vanderhoeven (1957) is onderwijskundige. Hij was als onderzoeker en lector o.a. verbonden aan het Centrum voor Onderwijsbeleid en -vernieuwing van de K.U.Leuven en aan het Department for Educational Studies van de Oxford University. Hij was werkzaam in de lerarenopleidingen voor het secundair onderwijs (groepen 1, 2 en 3). Hij is medewerker van de Hogere Instituten voor Opvoedkunde van Antwerpen en Hasselt. Thans werkt hij als zelfstandig onderwijsconsulent (JLVCONSULT) en is hij betrokken bij internationale onderwijsprojecten. Hij publiceert over onderwijsbeleid en pedagogiek.
In het maatschappelijk georiënteerde luik wordt aangegeven hoe de gelijkheidsgedachte de voorbije twee eeuwen in drie grote golfbewegingen onze samenleving en de school heeft beïnvloed. Dat loopt uit op een omschrijving van wat positief omgaan niet verschillen in de leeromgeving is.
Het tweede luik heeft vooral een onderwijskundig-didactische oriëntatie. In de eerste plaats worden de onderwijskundige uitdagingen rond omgaan met verschillen of gedifferentieerd werken op school en in de klas in kaart gebracht. De bakens worden terug als ijkpunten geplaatst, maar ook verplaatst. Er mag ook eens achterom worden gekeken en het is goed, mede op basis van onderzoeksgegevens, aan te geven wat ''werkt'' en wat niet. Het gaat daarbij over het basis-uitbreidingsmodel, homogeen of heterogeen groeperen, zelfstandig werk, basisvorming, leerwinst, kwalificatiestructuren; sleutelcompetenties en evaluatie.
De rode draad door dit boek is een pleidooi om verschillen tussen leerlingen niet te vertalen in structuren, maar kwalitatief te vertalen in een didactische aanpak. Zo blijft ook basisvorming een haalbare kaart. Het is tevens een uitnodiging om het debat over differentiatie, gelijke kansen en heterogene klassengroepen te voeren op basis van onderzoeksgegevens en niet van ideologie of prestige.
Deze publicatie is gegroeid uit het twintigste Middenschoolcongres van de St.A.M. - Studiegroep Authentieke Middenscholen. Centraal stond een pleidooi om rekening te houden met verschillen tussen leerlingen en zo bij te dragen tot meer gelijke kansen in een meer comprehensieve onderwijsomgeving.
Johan L. Vanderhoeven (1957) is onderwijskundige. Hij was als onderzoeker en lector o.a. verbonden aan het Centrum voor Onderwijsbeleid en -vernieuwing van de K.U.Leuven en aan het Department for Educational Studies van de Oxford University. Hij was werkzaam in de lerarenopleidingen voor het secundair onderwijs (groepen 1, 2 en 3). Hij is medewerker van de Hogere Instituten voor Opvoedkunde van Antwerpen en Hasselt. Thans werkt hij als zelfstandig onderwijsconsulent (JLVCONSULT) en is hij betrokken bij internationale onderwijsprojecten. Hij publiceert over onderwijsbeleid en pedagogiek.

Positief omgaan met verschillen in de leeromgeving. een visie op differentiatie en gelijke kansen in authentieke middenscholen
€ 14,90
Dit boek omvat vier hoofdstukken: twee met de blik op maatschappelijke ontwikkelingen, twee met de blik op onderwijskundig-didactische uitdagingen.
In het maatschappelijk georiënteerde luik wordt aangegeven hoe de gelijkheidsgedachte de voorbije twee eeuwen in drie grote golfbewegingen onze samenleving en de school heeft beïnvloed. Dat loopt uit op een omschrijving van wat positief omgaan niet verschillen in de leeromgeving is.
Het tweede luik heeft vooral een onderwijskundig-didactische oriëntatie. In de eerste plaats worden de onderwijskundige uitdagingen rond omgaan met verschillen of gedifferentieerd werken op school en in de klas in kaart gebracht. De bakens worden terug als ijkpunten geplaatst, maar ook verplaatst. Er mag ook eens achterom worden gekeken en het is goed, mede op basis van onderzoeksgegevens, aan te geven wat ''werkt'' en wat niet. Het gaat daarbij over het basis-uitbreidingsmodel, homogeen of heterogeen groeperen, zelfstandig werk, basisvorming, leerwinst, kwalificatiestructuren; sleutelcompetenties en evaluatie.
De rode draad door dit boek is een pleidooi om verschillen tussen leerlingen niet te vertalen in structuren, maar kwalitatief te vertalen in een didactische aanpak. Zo blijft ook basisvorming een haalbare kaart. Het is tevens een uitnodiging om het debat over differentiatie, gelijke kansen en heterogene klassengroepen te voeren op basis van onderzoeksgegevens en niet van ideologie of prestige.
Deze publicatie is gegroeid uit het twintigste Middenschoolcongres van de St.A.M. - Studiegroep Authentieke Middenscholen. Centraal stond een pleidooi om rekening te houden met verschillen tussen leerlingen en zo bij te dragen tot meer gelijke kansen in een meer comprehensieve onderwijsomgeving.
Johan L. Vanderhoeven (1957) is onderwijskundige. Hij was als onderzoeker en lector o.a. verbonden aan het Centrum voor Onderwijsbeleid en -vernieuwing van de K.U.Leuven en aan het Department for Educational Studies van de Oxford University. Hij was werkzaam in de lerarenopleidingen voor het secundair onderwijs (groepen 1, 2 en 3). Hij is medewerker van de Hogere Instituten voor Opvoedkunde van Antwerpen en Hasselt. Thans werkt hij als zelfstandig onderwijsconsulent (JLVCONSULT) en is hij betrokken bij internationale onderwijsprojecten. Hij publiceert over onderwijsbeleid en pedagogiek.
In het maatschappelijk georiënteerde luik wordt aangegeven hoe de gelijkheidsgedachte de voorbije twee eeuwen in drie grote golfbewegingen onze samenleving en de school heeft beïnvloed. Dat loopt uit op een omschrijving van wat positief omgaan niet verschillen in de leeromgeving is.
Het tweede luik heeft vooral een onderwijskundig-didactische oriëntatie. In de eerste plaats worden de onderwijskundige uitdagingen rond omgaan met verschillen of gedifferentieerd werken op school en in de klas in kaart gebracht. De bakens worden terug als ijkpunten geplaatst, maar ook verplaatst. Er mag ook eens achterom worden gekeken en het is goed, mede op basis van onderzoeksgegevens, aan te geven wat ''werkt'' en wat niet. Het gaat daarbij over het basis-uitbreidingsmodel, homogeen of heterogeen groeperen, zelfstandig werk, basisvorming, leerwinst, kwalificatiestructuren; sleutelcompetenties en evaluatie.
De rode draad door dit boek is een pleidooi om verschillen tussen leerlingen niet te vertalen in structuren, maar kwalitatief te vertalen in een didactische aanpak. Zo blijft ook basisvorming een haalbare kaart. Het is tevens een uitnodiging om het debat over differentiatie, gelijke kansen en heterogene klassengroepen te voeren op basis van onderzoeksgegevens en niet van ideologie of prestige.
Deze publicatie is gegroeid uit het twintigste Middenschoolcongres van de St.A.M. - Studiegroep Authentieke Middenscholen. Centraal stond een pleidooi om rekening te houden met verschillen tussen leerlingen en zo bij te dragen tot meer gelijke kansen in een meer comprehensieve onderwijsomgeving.
Johan L. Vanderhoeven (1957) is onderwijskundige. Hij was als onderzoeker en lector o.a. verbonden aan het Centrum voor Onderwijsbeleid en -vernieuwing van de K.U.Leuven en aan het Department for Educational Studies van de Oxford University. Hij was werkzaam in de lerarenopleidingen voor het secundair onderwijs (groepen 1, 2 en 3). Hij is medewerker van de Hogere Instituten voor Opvoedkunde van Antwerpen en Hasselt. Thans werkt hij als zelfstandig onderwijsconsulent (JLVCONSULT) en is hij betrokken bij internationale onderwijsprojecten. Hij publiceert over onderwijsbeleid en pedagogiek.




