Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Ruimte, logistiek en multimodaliteit

 25,90
De ligging van Vlaanderen en de aanwezigheid van havens, luchthavens en een fijnmazig infrastructuurnetwerk heeft ertoe geleid dat TDL – Transport, Distributie en Logistiek – een belangrijk aandeel in de economie heeft verworven. De transportsector groeit zelfs sneller dan gemiddeld, maar meer TDL-activiteit leidt tot meer vrachtwagens op de wegen, meer uitstoot van schadelijke stoffen en broeikasgassen, meer ongevallen en congestie. Logistieke activiteiten vragen bovendien heel wat ruimte, een schaars goed in Vlaanderen.

Het staat buiten kijf dat de ruimtelijke planning een grote rol speelt in de duurzame ontwikkeling van de TDL-sector. Dat is in het bijzonder het geval voor de locatie van TDL-activiteiten in relatie tot multimodale netwerken, agglomeraties en markten, waarbij de lokale negatieve milieueffecten zo veel mogelijk uit woonomgevingen geweerd moeten worden.

Optimalisering van infrastructuur, efficiëntie van het ruimtegebruik en inzetten op ‘slimme’ logistiek zijn thema’s die in de nabije toekomst enkel aan belang winnen, net zoals de functie van dalvervoer en stadsdistributie om de bereikbaarheid van bepaalde gebieden te optimaliseren.

Kobe Boussauw is gastprofessor-onderzoeker aan de Vakgroep Geografie van de Universiteit Gent, ambtenaar bij de Vlaamse overheid en adviseur bij UN-Habitat in Kosovo. Jonas De Vos bereidt aan dezelfde vakgroep een proefschrift voor over verplaatsingsgedrag. Frank Witlox is hoogleraar economische geografie aan deze vakgroep, directeur van de Doctoral School Natural Sciences aan de Universiteit Gent, en gastprofessor hinterlandvervoer aan de Universiteit Antwerpen-ITMMA.

Quick View

Ruimte, logistiek en multimodaliteit

 25,90
De ligging van Vlaanderen en de aanwezigheid van havens, luchthavens en een fijnmazig infrastructuurnetwerk heeft ertoe geleid dat TDL – Transport, Distributie en Logistiek – een belangrijk aandeel in de economie heeft verworven. De transportsector groeit zelfs sneller dan gemiddeld, maar meer TDL-activiteit leidt tot meer vrachtwagens op de wegen, meer uitstoot van schadelijke stoffen en broeikasgassen, meer ongevallen en congestie. Logistieke activiteiten vragen bovendien heel wat ruimte, een schaars goed in Vlaanderen.

Het staat buiten kijf dat de ruimtelijke planning een grote rol speelt in de duurzame ontwikkeling van de TDL-sector. Dat is in het bijzonder het geval voor de locatie van TDL-activiteiten in relatie tot multimodale netwerken, agglomeraties en markten, waarbij de lokale negatieve milieueffecten zo veel mogelijk uit woonomgevingen geweerd moeten worden.

Optimalisering van infrastructuur, efficiëntie van het ruimtegebruik en inzetten op ‘slimme’ logistiek zijn thema’s die in de nabije toekomst enkel aan belang winnen, net zoals de functie van dalvervoer en stadsdistributie om de bereikbaarheid van bepaalde gebieden te optimaliseren.

Kobe Boussauw is gastprofessor-onderzoeker aan de Vakgroep Geografie van de Universiteit Gent, ambtenaar bij de Vlaamse overheid en adviseur bij UN-Habitat in Kosovo. Jonas De Vos bereidt aan dezelfde vakgroep een proefschrift voor over verplaatsingsgedrag. Frank Witlox is hoogleraar economische geografie aan deze vakgroep, directeur van de Doctoral School Natural Sciences aan de Universiteit Gent, en gastprofessor hinterlandvervoer aan de Universiteit Antwerpen-ITMMA.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

PSV- Percentage spraakverstaanbaarheid bij kinderen. Beoordeling en meting verstaanbaarheid van de spraak. Handleiding + Testboek

 40,00
Kinderen ondernemen vanaf heel vroege leeftijd pogingen om zich verstaanbaarte maken. Het ene kind is daar al wat succesvoller in dan hetandere. Vanuit wetenschappelijk oogpunt is er al enige tijd behoefte aaneen objectieve maat en een gestandaardiseerde methode om te bepalenwat ouders en andere volwassenen verstaan van de gesproken uitingenvan kinderen. Dat betekent dat in de eerste plaats belangrijk is hoe verstaanbaareen kind zich kan uiten en minder welke weglatingen of foutenhet maakt.

Aan de hand van gewone spreeksituaties werd een methode opgesteld diemaakt dat de verstaanbaarheid van kinderen kan worden vergeleken metleeftijdsgenoten. De resultaten geven ook aan hoe het spreken van eenkind functioneert en hoe doeltreffend het is. Door de testen een half jaarlater te herhalen kan ook objectief het effect van leeftijd, van logopedieof van een operatie op de verstaanbaarheid worden gemeten.

Deze set bevat de Handleiding en het Testboek.
Quick View

PSV- Percentage spraakverstaanbaarheid bij kinderen. Beoordeling en meting verstaanbaarheid van de spraak. Handleiding + Testboek

 40,00
Kinderen ondernemen vanaf heel vroege leeftijd pogingen om zich verstaanbaarte maken. Het ene kind is daar al wat succesvoller in dan hetandere. Vanuit wetenschappelijk oogpunt is er al enige tijd behoefte aaneen objectieve maat en een gestandaardiseerde methode om te bepalenwat ouders en andere volwassenen verstaan van de gesproken uitingenvan kinderen. Dat betekent dat in de eerste plaats belangrijk is hoe verstaanbaareen kind zich kan uiten en minder welke weglatingen of foutenhet maakt.

Aan de hand van gewone spreeksituaties werd een methode opgesteld diemaakt dat de verstaanbaarheid van kinderen kan worden vergeleken metleeftijdsgenoten. De resultaten geven ook aan hoe het spreken van eenkind functioneert en hoe doeltreffend het is. Door de testen een half jaarlater te herhalen kan ook objectief het effect van leeftijd, van logopedieof van een operatie op de verstaanbaarheid worden gemeten.

Deze set bevat de Handleiding en het Testboek.
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Vleermuisouders

 34,00
Opvoeding krijgt vandaag een gevarieerde en almaar groeiende belangstelling, maar hoe zou een hedendaagse pedagogiek eruit kunnen zien? Als een urban education, die in haar onderzoek en opleidingen oog heeft voor stadse vraagstukken van onderwijs en opvoeding, jeugdzorg, het prikkelen van jong talent en de ruimtelijke ordening van straten en wijken? Wat moeten (aanstaande) professionals dan kennen en kunnen? Hoe kan hun vak eruitzien?

Dit boek heeft minstens evenveel aandacht voor de determinanten van het opgroeien als voor de binnenkant van het opvoeden. Het vak wordt opnieuw geordend, met oog voor de harde actualiteit van grootstedelijke vraagstukken. Is de verzorgingsstaat bijvoorbeeld gepasseerd door het neoliberalisme? Is er een bruikbare ordening te maken van de ondersteuning van het opgroeien in de stad, en wat moeten de pedagogiek- en andere hogere sociaalagogische opleidingen met de toeloop van studenten die zich vooral interesseren voor het doe-karakter van het vak en de schier talloze prikkels en uitdagingen ervan?

Dit boek is gegroeid uit bijna veertig jaar ervaring in en om het hoger onderwijs in Nederland en Vlaanderen. Het toont enige scepsis over die overbezorgde ouders, maar ook over grenzeloze wetenschappelijke en stadspolitieke ambities.

Ton Notten studeerde theologie en andragologie en promoveerde in 1988 aan de Universiteit van Amsterdam op het proefschrift Rationaliteit en het schone streven. Naast zijn professoraat in de Sociale en culturele agogiek aan de Vrije Universiteit Brussel (1998-2011) is hij sinds 2002 lector Opgroeien in de Stad aan de Hogeschool Rotterdam waar hij ook na zijn pensionering, in 2011, onderwijs geeft, onderzoek verricht en promovendi begeleidt. Hij publiceerde ongeveer 300 wetenschappelijke en praktijkgerichte artikelen, columns en (hoofdstukken van) boeken.

Quick View

Vleermuisouders

 34,00
Opvoeding krijgt vandaag een gevarieerde en almaar groeiende belangstelling, maar hoe zou een hedendaagse pedagogiek eruit kunnen zien? Als een urban education, die in haar onderzoek en opleidingen oog heeft voor stadse vraagstukken van onderwijs en opvoeding, jeugdzorg, het prikkelen van jong talent en de ruimtelijke ordening van straten en wijken? Wat moeten (aanstaande) professionals dan kennen en kunnen? Hoe kan hun vak eruitzien?

Dit boek heeft minstens evenveel aandacht voor de determinanten van het opgroeien als voor de binnenkant van het opvoeden. Het vak wordt opnieuw geordend, met oog voor de harde actualiteit van grootstedelijke vraagstukken. Is de verzorgingsstaat bijvoorbeeld gepasseerd door het neoliberalisme? Is er een bruikbare ordening te maken van de ondersteuning van het opgroeien in de stad, en wat moeten de pedagogiek- en andere hogere sociaalagogische opleidingen met de toeloop van studenten die zich vooral interesseren voor het doe-karakter van het vak en de schier talloze prikkels en uitdagingen ervan?

Dit boek is gegroeid uit bijna veertig jaar ervaring in en om het hoger onderwijs in Nederland en Vlaanderen. Het toont enige scepsis over die overbezorgde ouders, maar ook over grenzeloze wetenschappelijke en stadspolitieke ambities.

Ton Notten studeerde theologie en andragologie en promoveerde in 1988 aan de Universiteit van Amsterdam op het proefschrift Rationaliteit en het schone streven. Naast zijn professoraat in de Sociale en culturele agogiek aan de Vrije Universiteit Brussel (1998-2011) is hij sinds 2002 lector Opgroeien in de Stad aan de Hogeschool Rotterdam waar hij ook na zijn pensionering, in 2011, onderwijs geeft, onderzoek verricht en promovendi begeleidt. Hij publiceerde ongeveer 300 wetenschappelijke en praktijkgerichte artikelen, columns en (hoofdstukken van) boeken.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

School- en klaspraktijk – nr. 210(juni.- juli. – augustus. 2011). Themanummer Conflicthantering

 10,75

Themanummer ''Conflicthantering'':
  • Omgaan met conflicten op school
  • Maatschappij en conflict, bemiddeling, leerlingenbemiddeling
  • Spanning, conflict en geweld op school. Een ethische uitdaging
  • Filosoferen als routekaart bij conflictbeheersing binnen schoolteams
  • Conflicthantering vanuit de context Rots en Water. Een psycho-fysieke competentietraining
  • Het proberen waard: het speelhuisje, de axenroos, de steenbokhoekjes
Ten Geleide


Over School-en klaspraktijk:

SKP is een pedagogisch-didactisch tijdschrift.Het biedt een handreiking bij de dagelijkse onderwijsleerpraktijk: bredeachtergrondinformatie, lesschetsen, leermaterialen.

Daarnaast besteedt het tijdschrift ruimeaandacht aan een brede onderwijsvisie, aan onderwijsvernieuwingenen -verbeteringen die vanuit overheid, begeleidingsdiensten,navormingscentra enz. worden aangeboden.

Doelgroep:
Leerkrachten, directies en begeleiders lager onderwijs en studenten van de initiële lerarenopleiding.

Abonnement:
School- en klaspraktijk verschijnt viermaal per jaargang (schooljaar).
Een gewoon abonnement kost €32,-.
Een studentenabonnement kost € 25,50.
Een groepsabonnement (minimaal 10 exemplaren) kost € 16,-.

Een los nummer kost € 10,75. (Bestel dit nummer)
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View

School- en klaspraktijk – nr. 210(juni.- juli. – augustus. 2011). Themanummer Conflicthantering

 10,75

Themanummer ''Conflicthantering'':
  • Omgaan met conflicten op school
  • Maatschappij en conflict, bemiddeling, leerlingenbemiddeling
  • Spanning, conflict en geweld op school. Een ethische uitdaging
  • Filosoferen als routekaart bij conflictbeheersing binnen schoolteams
  • Conflicthantering vanuit de context Rots en Water. Een psycho-fysieke competentietraining
  • Het proberen waard: het speelhuisje, de axenroos, de steenbokhoekjes
Ten Geleide


Over School-en klaspraktijk:

SKP is een pedagogisch-didactisch tijdschrift.Het biedt een handreiking bij de dagelijkse onderwijsleerpraktijk: bredeachtergrondinformatie, lesschetsen, leermaterialen.

Daarnaast besteedt het tijdschrift ruimeaandacht aan een brede onderwijsvisie, aan onderwijsvernieuwingenen -verbeteringen die vanuit overheid, begeleidingsdiensten,navormingscentra enz. worden aangeboden.

Doelgroep:
Leerkrachten, directies en begeleiders lager onderwijs en studenten van de initiële lerarenopleiding.

Abonnement:
School- en klaspraktijk verschijnt viermaal per jaargang (schooljaar).
Een gewoon abonnement kost €32,-.
Een studentenabonnement kost € 25,50.
Een groepsabonnement (minimaal 10 exemplaren) kost € 16,-.

Een los nummer kost € 10,75. (Bestel dit nummer)
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

School- en klaspraktijk – nr. 209 (mrt.- apr. – mei. 2011). Themanummer Herinneringseducatie

 10,75

Themanummer ''Herinneringseducatie'':
  • Herinneringseducatie: werken aan een houding van actief respect
  • Lesgeven over Anne Frank aan kinderen
  • Korte geschiedenis van de werking rond Anne Frank in Vlaanderen
  • Anne Frank, de mobilisatiekracht van een kind
  • Anne Frank
  • Wereldburgertraject: Anne Frank, de kracht van een kind
  • De tentoonstelling: Lezen en schrijven met Anne Frank
  • Anne Frank spreekt kinderen vandaag aan
  • Wereldburgertrajecten Anne Frank en de eindtermen
  • Steunpunten en boeiende websites
Ten Geleide


Over School-en klaspraktijk:

SKP is een pedagogisch-didactisch tijdschrift.Het biedt een handreiking bij de dagelijkse onderwijsleerpraktijk: bredeachtergrondinformatie, lesschetsen, leermaterialen.

Daarnaast besteedt het tijdschrift ruimeaandacht aan een brede onderwijsvisie, aan onderwijsvernieuwingenen -verbeteringen die vanuit overheid, begeleidingsdiensten,navormingscentra enz. worden aangeboden.

Doelgroep:
Leerkrachten, directies en begeleiders lager onderwijs en studenten van de initiële lerarenopleiding.

Abonnement:
School- en klaspraktijk verschijnt viermaal per jaargang (schooljaar).
Een gewoon abonnement kost €32,-.
Een studentenabonnement kost € 25,50.
Een groepsabonnement (minimaal 10 exemplaren) kost € 16,-.

Een los nummer kost € 10,75. (Bestel dit nummer)
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View

School- en klaspraktijk – nr. 209 (mrt.- apr. – mei. 2011). Themanummer Herinneringseducatie

 10,75

Themanummer ''Herinneringseducatie'':
  • Herinneringseducatie: werken aan een houding van actief respect
  • Lesgeven over Anne Frank aan kinderen
  • Korte geschiedenis van de werking rond Anne Frank in Vlaanderen
  • Anne Frank, de mobilisatiekracht van een kind
  • Anne Frank
  • Wereldburgertraject: Anne Frank, de kracht van een kind
  • De tentoonstelling: Lezen en schrijven met Anne Frank
  • Anne Frank spreekt kinderen vandaag aan
  • Wereldburgertrajecten Anne Frank en de eindtermen
  • Steunpunten en boeiende websites
Ten Geleide


Over School-en klaspraktijk:

SKP is een pedagogisch-didactisch tijdschrift.Het biedt een handreiking bij de dagelijkse onderwijsleerpraktijk: bredeachtergrondinformatie, lesschetsen, leermaterialen.

Daarnaast besteedt het tijdschrift ruimeaandacht aan een brede onderwijsvisie, aan onderwijsvernieuwingenen -verbeteringen die vanuit overheid, begeleidingsdiensten,navormingscentra enz. worden aangeboden.

Doelgroep:
Leerkrachten, directies en begeleiders lager onderwijs en studenten van de initiële lerarenopleiding.

Abonnement:
School- en klaspraktijk verschijnt viermaal per jaargang (schooljaar).
Een gewoon abonnement kost €32,-.
Een studentenabonnement kost € 25,50.
Een groepsabonnement (minimaal 10 exemplaren) kost € 16,-.

Een los nummer kost € 10,75. (Bestel dit nummer)
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Voortgezette accounting. Boekhouding en financiële rapportering – Boek 2

 39,90
Aan een onderneming worden steeds hogere kwaliteitseisen gesteld op het terrein van externe financiële verslaggeving en de daaraan ten grondslag liggende boekhouding. Er komen ook steeds meer mensen in contact met financiële informatie. Om de gegevens juist te interpreteren is een helder inzicht in de materie noodzakelijk.

De doelstelling van dit tweedelig werk bestaat erin de lezer meer inzicht bij te brengen in de rol en de werking van een boekhoudkundig systeem en hem meer vertrouwd te maken met de belangrijkste financiële overzichten. Het accent ligt daarbij niet op de boekhoudtechniek als dusdanig, maar op het beheersen van de rapportering in al haar aspecten, om er zo gebruik van te kunnen maken als een doeltreffend en noodzakelijk beleidsinstrument.

Daar waar het eerste boek bedoeld is als een inleiding in de boekhouding, wordt in dit tweede boek een meer gevorderd domein betreden. Hierin komt het vennootschapsboekhouden in de ruime zin aan bod. Naast de typische verrichtingen voor vennootschappen (oprichting, kapitaalverhoging en -vermindering, vennootschapsbelastingen) gaat de aandacht ook naar de langetermijnfinanciering, financiële vaste activa en de principes van de consolidatie. Verder wordt ook een brug geslagen naar het domein van de analyse van de jaarrekening, door het opnemen van twee hoofdstukken waarin de fundamenten van kasstromen en financiële analyse worden behandeld. Ook wordt aandacht besteed aan de voornaamste verschillen tussen Belgian GAAP en IFRS (International Financial Reporting Standards).

Dit handboek is in de eerste plaats bestemd voor studenten in het universitair en hoger onderwijs, maar door zijn logische opbouw en stapsgewijze probleembenadering richt het zich ook tot de individuele lezer.

Roger MERCKEN is doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen (KULeuven) en hoogleraar Accountancy en Beleidsinformatica aan de Faculteit Bedrijfswetenschappen van de Universiteit Hasselt. Hij was ook gastprofessor aan de KULeuven en het Vesalius College. Hij publiceerde in diverse vaktijdschriften en vaknieuwsbrieven. Hij werkte mee aan een aantal onderzoeksprojecten op het vlak van financiële rapportering, o.a. in een samenwerking Universiteit Hasselt – Universiteit Antwerpen.

Carlos SIAU is doctor in de Economische Wetenschappen (Vrije Universiteit Brussel) en is verbonden aan het Center for Business Management Research van HUBrussel. Hij was gastprofessor aan het Bentley College (Boston, USA), het Center for Management Training (Universiteit van Warschau, Polen) en de Linguistische Staatsuniversiteit (Moskou, Rusland). Hij publiceerde reeds in diverse tijdschriften.

Quick View

Voortgezette accounting. Boekhouding en financiële rapportering – Boek 2

 39,90
Aan een onderneming worden steeds hogere kwaliteitseisen gesteld op het terrein van externe financiële verslaggeving en de daaraan ten grondslag liggende boekhouding. Er komen ook steeds meer mensen in contact met financiële informatie. Om de gegevens juist te interpreteren is een helder inzicht in de materie noodzakelijk.

De doelstelling van dit tweedelig werk bestaat erin de lezer meer inzicht bij te brengen in de rol en de werking van een boekhoudkundig systeem en hem meer vertrouwd te maken met de belangrijkste financiële overzichten. Het accent ligt daarbij niet op de boekhoudtechniek als dusdanig, maar op het beheersen van de rapportering in al haar aspecten, om er zo gebruik van te kunnen maken als een doeltreffend en noodzakelijk beleidsinstrument.

Daar waar het eerste boek bedoeld is als een inleiding in de boekhouding, wordt in dit tweede boek een meer gevorderd domein betreden. Hierin komt het vennootschapsboekhouden in de ruime zin aan bod. Naast de typische verrichtingen voor vennootschappen (oprichting, kapitaalverhoging en -vermindering, vennootschapsbelastingen) gaat de aandacht ook naar de langetermijnfinanciering, financiële vaste activa en de principes van de consolidatie. Verder wordt ook een brug geslagen naar het domein van de analyse van de jaarrekening, door het opnemen van twee hoofdstukken waarin de fundamenten van kasstromen en financiële analyse worden behandeld. Ook wordt aandacht besteed aan de voornaamste verschillen tussen Belgian GAAP en IFRS (International Financial Reporting Standards).

Dit handboek is in de eerste plaats bestemd voor studenten in het universitair en hoger onderwijs, maar door zijn logische opbouw en stapsgewijze probleembenadering richt het zich ook tot de individuele lezer.

Roger MERCKEN is doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen (KULeuven) en hoogleraar Accountancy en Beleidsinformatica aan de Faculteit Bedrijfswetenschappen van de Universiteit Hasselt. Hij was ook gastprofessor aan de KULeuven en het Vesalius College. Hij publiceerde in diverse vaktijdschriften en vaknieuwsbrieven. Hij werkte mee aan een aantal onderzoeksprojecten op het vlak van financiële rapportering, o.a. in een samenwerking Universiteit Hasselt – Universiteit Antwerpen.

Carlos SIAU is doctor in de Economische Wetenschappen (Vrije Universiteit Brussel) en is verbonden aan het Center for Business Management Research van HUBrussel. Hij was gastprofessor aan het Bentley College (Boston, USA), het Center for Management Training (Universiteit van Warschau, Polen) en de Linguistische Staatsuniversiteit (Moskou, Rusland). Hij publiceerde reeds in diverse tijdschriften.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Mobility Framework and Standard for Teacher Trainees. The Educational Outcomes

 27,00

The aim of MOST, a three year Comenius 2.1. project, was to develop a European standard of competencies for the beginning teacher. The development of this standard was based on action research by the mobility of teacher trainees for the purpose of teaching practices and a joint evaluation for the recognition of it. Intensive efforts were made to develop a structural framework to facilitate future mobility of student teachers and teacher trainees within Europe. The application of the common system of credits (ECTS) and academic recognition was therefore implemented.

Organising exchange programmes between different partner institutions is an important incentive to develop a shared understanding of the similarities and differences between the school systems of different European countries and to identify the key competencies a beginning teacher should possess to function in a European context.

This volume reflects on the educational outcomes of the project. The theoretical framework behind the project is discussed in a companion volume also published in this series (Issues in European Education Series, N° 6).

Walter Baeten is an international relation officer at the University College Arteveldehogeschool (Ghent, Belgium). He was the coordinator of the MOSTProject.

Julie De Ganck is a lecturer of Pedagogy and Communication at the University College Arteveldehogeschool (Ghent, Belgium). She was the coordinator of the Belgian team in the MOST-Project.

Quick View

Mobility Framework and Standard for Teacher Trainees. The Educational Outcomes

 27,00

The aim of MOST, a three year Comenius 2.1. project, was to develop a European standard of competencies for the beginning teacher. The development of this standard was based on action research by the mobility of teacher trainees for the purpose of teaching practices and a joint evaluation for the recognition of it. Intensive efforts were made to develop a structural framework to facilitate future mobility of student teachers and teacher trainees within Europe. The application of the common system of credits (ECTS) and academic recognition was therefore implemented.

Organising exchange programmes between different partner institutions is an important incentive to develop a shared understanding of the similarities and differences between the school systems of different European countries and to identify the key competencies a beginning teacher should possess to function in a European context.

This volume reflects on the educational outcomes of the project. The theoretical framework behind the project is discussed in a companion volume also published in this series (Issues in European Education Series, N° 6).

Walter Baeten is an international relation officer at the University College Arteveldehogeschool (Ghent, Belgium). He was the coordinator of the MOSTProject.

Julie De Ganck is a lecturer of Pedagogy and Communication at the University College Arteveldehogeschool (Ghent, Belgium). She was the coordinator of the Belgian team in the MOST-Project.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Mobility Framework and Standard for Teacher Trainees. The Theoretical Framework

 29,00

The aim of MOST, a three year Comenius 2.1. project, was to develop a European standard of competencies for the beginning teacher. The development of this standard was based on action research by the mobility of teacher trainees for the purpose of teaching practices and a joint evaluation for the recognition of it.

Intensive efforts were made to develop a structural framework to facilitate future mobility of student teachers and teacher trainees within Europe. The application of the common system of credits (ECTS) and academic recognition was therefore implemented. Organising exchange programmes between different partner institutions is an important incentive to develop a shared understanding of the similarities and differences between the school systems of different European countries and to identify the key competencies a beginning teacher should possess to function in a European context.

This volume reflects on the theoretical framework of the project. The educational outcomes behind the project are discussed in a companion volume also published in this series (Issues in European Education Series, N° 7).

Walter Baeten is an international relation officer at the University College Arteveldehogeschool (Ghent, Belgium). He was the coordinator of the MOSTProject.

Julie De Ganck is a lecturer of Pedagogy and Communication at the University College Arteveldehogeschool (Ghent, Belgium). She was the coordinator of the Belgian team in the MOST-Project.

Quick View

Mobility Framework and Standard for Teacher Trainees. The Theoretical Framework

 29,00

The aim of MOST, a three year Comenius 2.1. project, was to develop a European standard of competencies for the beginning teacher. The development of this standard was based on action research by the mobility of teacher trainees for the purpose of teaching practices and a joint evaluation for the recognition of it.

Intensive efforts were made to develop a structural framework to facilitate future mobility of student teachers and teacher trainees within Europe. The application of the common system of credits (ECTS) and academic recognition was therefore implemented. Organising exchange programmes between different partner institutions is an important incentive to develop a shared understanding of the similarities and differences between the school systems of different European countries and to identify the key competencies a beginning teacher should possess to function in a European context.

This volume reflects on the theoretical framework of the project. The educational outcomes behind the project are discussed in a companion volume also published in this series (Issues in European Education Series, N° 7).

Walter Baeten is an international relation officer at the University College Arteveldehogeschool (Ghent, Belgium). He was the coordinator of the MOSTProject.

Julie De Ganck is a lecturer of Pedagogy and Communication at the University College Arteveldehogeschool (Ghent, Belgium). She was the coordinator of the Belgian team in the MOST-Project.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Mijn ouders migreerden om erop vooruit te gaanMijn ouders migreerden om erop vooruit te gaan
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Mijn ouders migreerden om erop vooruit te gaan

 35,00
Allochtonen migreren naar Nederland met de wens om erop vooruit te gaan. Ondanks dit mobiliteitsvoornemen en maatregelen voor onderwijsachterstandsbestrijding bevinden zij zich binnen het onderwijs nog steeds in een achterstandssituatie. Desalniettemin zijn er allochtonen met een succesvolle onderwijscarrière. Het leven en de onderwijscarrières van deze mensen, vormen een informatiebron die tot heden onderbenut is in het onderwijsachterstandsbeleid.

Dit onderzoek voorziet in deze lacune. De onderzoeker heeft met behulp van de biografische interviewmethode een schat aan informatie vergaard over de succesbevorderende factoren in de opwaartse onderwijsmobiliteit van 18 Marokkaanse, 20 Hindostaanse en 17 autochtone academici, allen met een laag herkomstmilieu. In dit onderzoek is aandacht voor de invloed van klasse, etniciteit en gender, alsmede voor factoren in de gelegenheidsstructuur die bijdragen aan de opwaartse onderwijsmobiliteit. De onderzoeker beantwoordt tevens de vraag welke maatregelen in het onderwijssysteem nodig zijn om de achterstand van allochtone leerlingen ten opzichte van autochtone leerlingen te reduceren.

Mijn ouders migreerden om erop vooruit te gaanMijn ouders migreerden om erop vooruit te gaan
Quick View

Mijn ouders migreerden om erop vooruit te gaan

 35,00
Allochtonen migreren naar Nederland met de wens om erop vooruit te gaan. Ondanks dit mobiliteitsvoornemen en maatregelen voor onderwijsachterstandsbestrijding bevinden zij zich binnen het onderwijs nog steeds in een achterstandssituatie. Desalniettemin zijn er allochtonen met een succesvolle onderwijscarrière. Het leven en de onderwijscarrières van deze mensen, vormen een informatiebron die tot heden onderbenut is in het onderwijsachterstandsbeleid.

Dit onderzoek voorziet in deze lacune. De onderzoeker heeft met behulp van de biografische interviewmethode een schat aan informatie vergaard over de succesbevorderende factoren in de opwaartse onderwijsmobiliteit van 18 Marokkaanse, 20 Hindostaanse en 17 autochtone academici, allen met een laag herkomstmilieu. In dit onderzoek is aandacht voor de invloed van klasse, etniciteit en gender, alsmede voor factoren in de gelegenheidsstructuur die bijdragen aan de opwaartse onderwijsmobiliteit. De onderzoeker beantwoordt tevens de vraag welke maatregelen in het onderwijssysteem nodig zijn om de achterstand van allochtone leerlingen ten opzichte van autochtone leerlingen te reduceren.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Digitale marketing en communicatie in de praktijk

 47,50

Digitale marketing en communicatie is een hot topic. Voor marketeers is het een absolute topprioriteit maar eveneens een uitzonderlijke opportuniteit. Nog niet zo lang geleden was de vraag ‘Wanneer starten we ermee?’. Vandaag stelt men zich niet alleen de vraag ‘Hoe ver staan wij met de implementatie binnen ons bedrijf vergeleken met onze concurrenten ?’. Maar vooral ‘Hoe doen we het beter ?’

De mogelijkheden en de toepassingen van digitale marketing en communicatie lijken stilaan eindeloos. Het is geen kwestie meer van te volgen, maar vooral van voorop te blijven. Terecht stelt Peter Hinssen ‘Digitaal is het nieuwe normaal’.

Toch staan we nog maar aan de start van het echte digitale tijdperk in onze bedrijven. De digitale experts en trendwatchers in dit boek bruisen van de ideeën. Dit boek is dan ook voor elke marketeer een must to read.

Theo Van Roy studeerde TEW aan de KU Leuven en behaalde een Marketing Degree aan de University of California. Als CEO van Koncept en Hits adviseerde hij tientallen bedrijven en gaf hij hints om merken in de hitparade te piloteren. Hij is programmaleider van het Postgraduaat digitale marketing en communicatie aan EMS Management School.

Recent publiceerde hij nog, samen met Sofie Verstreken, het boek A brand new world of marketing.

Quick View

Digitale marketing en communicatie in de praktijk

 47,50

Digitale marketing en communicatie is een hot topic. Voor marketeers is het een absolute topprioriteit maar eveneens een uitzonderlijke opportuniteit. Nog niet zo lang geleden was de vraag ‘Wanneer starten we ermee?’. Vandaag stelt men zich niet alleen de vraag ‘Hoe ver staan wij met de implementatie binnen ons bedrijf vergeleken met onze concurrenten ?’. Maar vooral ‘Hoe doen we het beter ?’

De mogelijkheden en de toepassingen van digitale marketing en communicatie lijken stilaan eindeloos. Het is geen kwestie meer van te volgen, maar vooral van voorop te blijven. Terecht stelt Peter Hinssen ‘Digitaal is het nieuwe normaal’.

Toch staan we nog maar aan de start van het echte digitale tijdperk in onze bedrijven. De digitale experts en trendwatchers in dit boek bruisen van de ideeën. Dit boek is dan ook voor elke marketeer een must to read.

Theo Van Roy studeerde TEW aan de KU Leuven en behaalde een Marketing Degree aan de University of California. Als CEO van Koncept en Hits adviseerde hij tientallen bedrijven en gaf hij hints om merken in de hitparade te piloteren. Hij is programmaleider van het Postgraduaat digitale marketing en communicatie aan EMS Management School.

Recent publiceerde hij nog, samen met Sofie Verstreken, het boek A brand new world of marketing.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Gebroken evenwicht tussen Oost en West

 36,00

In deze Aziëcentrische sociaal-economische wereldgeschiedenis, die enig is in haar soort, biedt het identificeren van de relevante paradigma’s, die vaak steunen op cultureel-godsdienstige concepten, een breed interpretatief en verklarend kader.

De traditionele twintigste-eeuwse historiografie richt zich te veel op de “Noord-Atlantische” of de zogenaamde “Westerse” geschiedenis. Het publiek wordt al te vaak geconfronteerd met deze vertekening van de historische werkelijkheid. Pas in de 19de eeuw werd een oud evenwicht tussen Oost en West verstoord.

In een zich globaliserende wereld waarin het economische zwaartepunt zich opnieuw verlegt naar het Oosten, is de erkenning van het enorme belang van Aziatische en andere niet-Europese culturen in het ontstaan van de moderne wereld van essentieel belang om succesvol interculturele communicatie op gang te brengen en te zoeken naar internationaal erkende ethische regels. Meteen biedt het boek een verhelderende inkijk in het ''Oosterse'' economische denken en handelen.

Dr. Gerrit De Vylder (1963) doceert Economische Geschiedenis, International Political Economy en Cross-Cultural Negotiations aan de Subfaculteit Handelswetenschappen (Lessius University College, Antwerpen) van de Geïntegreerde Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen van de Katholieke Universiteit Leuven.
Zijn onderzoek spitst zich toe op de relatie tussen economie enerzijds, en ethiek, godsdienst, literatuur en oriëntalistiek anderzijds.

Quick View

Gebroken evenwicht tussen Oost en West

 36,00

In deze Aziëcentrische sociaal-economische wereldgeschiedenis, die enig is in haar soort, biedt het identificeren van de relevante paradigma’s, die vaak steunen op cultureel-godsdienstige concepten, een breed interpretatief en verklarend kader.

De traditionele twintigste-eeuwse historiografie richt zich te veel op de “Noord-Atlantische” of de zogenaamde “Westerse” geschiedenis. Het publiek wordt al te vaak geconfronteerd met deze vertekening van de historische werkelijkheid. Pas in de 19de eeuw werd een oud evenwicht tussen Oost en West verstoord.

In een zich globaliserende wereld waarin het economische zwaartepunt zich opnieuw verlegt naar het Oosten, is de erkenning van het enorme belang van Aziatische en andere niet-Europese culturen in het ontstaan van de moderne wereld van essentieel belang om succesvol interculturele communicatie op gang te brengen en te zoeken naar internationaal erkende ethische regels. Meteen biedt het boek een verhelderende inkijk in het ''Oosterse'' economische denken en handelen.

Dr. Gerrit De Vylder (1963) doceert Economische Geschiedenis, International Political Economy en Cross-Cultural Negotiations aan de Subfaculteit Handelswetenschappen (Lessius University College, Antwerpen) van de Geïntegreerde Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen van de Katholieke Universiteit Leuven.
Zijn onderzoek spitst zich toe op de relatie tussen economie enerzijds, en ethiek, godsdienst, literatuur en oriëntalistiek anderzijds.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De ‘grootste herinnering’ aan Laren: Brieven van Floris Jespers aan Roosje van Lelyveld – Themanummer Zacht Lawijd, jg. 10 nr. 4

 14,00
Het verblijf van de dan vijfentwintigjarige Antwerpse schilder Floris Jespers in het Noord- Hollandse Blaricum tijdens de Eerste Wereldoorlog heeft maar kort geduurd, maar het was lang genoeg om dat najaar 1914 betoverd te raken door de charmes van de kort daarvoor achttien jaar geworden Roosje van Lelyveld, die in het aanpalende Laren woont.

Tijdens het bombardement op Antwerpen vlucht Jespers, wiens schilderscarrière net aardig op dreef begint te raken, naar Nederland. Hij logeert bij de schilder Evert Pieters, een studievriend van zijn vader. Nadat de situatie in België enigszins gestabiliseerd lijkt, keert Jespers eind oktober 1914 terug naar Antwerpen. Jespers probeert met brieven het contact met Roosje voort te zetten. Niets, zelfs niet haar eigen dagboek, brengt ons zo dicht bij de jonge Roosje als de brieven die Jespers haar in het najaar van 1914 en het begin van 1915 heeft gestuurd.

Jespers’ correspondentie met haar is doortrokken van gruwelijke oorlogsverhalen, maar telkens komt hij als contrast terug op ‘die mooie, korte, maar zoo schoone tijd bij Mr. Pieters doorgebracht’ en ‘de gulle ontvangsten’ bij Roosje thuis. Dan herinnert hij zich ook Roosje: ‘op de groote lange ateliersofa uzelf, met donker kleed, en geribd velouren, vaal garancekleurig lijfje, de handen zaamgevouwen op de overeengelegde knieën en de haren als groote juff er opgedaan, in druk gesprek over schilders. Dien avond was voor mij heerlijk, veel te gauw voorbij.’

Het is duidelijk, Floris is tijdens zijn verblijf als een blok gevallen voor Roosje. En hoewel hij Roosje na zijn terugkeer naar Antwerpen nog een enkele keer gezien heeft, is er geen reactie bekend van Roosje op Jespers’ verwoede pogingen hun contact te continueren.

In zijn laatste brief schrijft hij bijna smekend: ‘Denkt je soms wel eens op ons. Voor mij blijven dat eeuwige herinneringen. Mag ik je vragen soms eens te schrijven, wat mij verschrikkelijk veel genoegen zou doen. Wil je?’ Jespers zal een van de bekendste Vlaamse avant-gardekunstenaars uit de eerste helft van de twintigste eeuw worden, maar in 1914 staat hij nog aan het begin van zijn carrière. Zijn stormachtige ontwikkeling als schilder heeft Roosje niet van nabij kunnen meemaken. Maar zij is tijdens een cruciale periode in Jespers’ leven wel degelijk een soort muze voor hem geweest.

Geen voorraad
Quick View

De ‘grootste herinnering’ aan Laren: Brieven van Floris Jespers aan Roosje van Lelyveld – Themanummer Zacht Lawijd, jg. 10 nr. 4

 14,00
Het verblijf van de dan vijfentwintigjarige Antwerpse schilder Floris Jespers in het Noord- Hollandse Blaricum tijdens de Eerste Wereldoorlog heeft maar kort geduurd, maar het was lang genoeg om dat najaar 1914 betoverd te raken door de charmes van de kort daarvoor achttien jaar geworden Roosje van Lelyveld, die in het aanpalende Laren woont.

Tijdens het bombardement op Antwerpen vlucht Jespers, wiens schilderscarrière net aardig op dreef begint te raken, naar Nederland. Hij logeert bij de schilder Evert Pieters, een studievriend van zijn vader. Nadat de situatie in België enigszins gestabiliseerd lijkt, keert Jespers eind oktober 1914 terug naar Antwerpen. Jespers probeert met brieven het contact met Roosje voort te zetten. Niets, zelfs niet haar eigen dagboek, brengt ons zo dicht bij de jonge Roosje als de brieven die Jespers haar in het najaar van 1914 en het begin van 1915 heeft gestuurd.

Jespers’ correspondentie met haar is doortrokken van gruwelijke oorlogsverhalen, maar telkens komt hij als contrast terug op ‘die mooie, korte, maar zoo schoone tijd bij Mr. Pieters doorgebracht’ en ‘de gulle ontvangsten’ bij Roosje thuis. Dan herinnert hij zich ook Roosje: ‘op de groote lange ateliersofa uzelf, met donker kleed, en geribd velouren, vaal garancekleurig lijfje, de handen zaamgevouwen op de overeengelegde knieën en de haren als groote juff er opgedaan, in druk gesprek over schilders. Dien avond was voor mij heerlijk, veel te gauw voorbij.’

Het is duidelijk, Floris is tijdens zijn verblijf als een blok gevallen voor Roosje. En hoewel hij Roosje na zijn terugkeer naar Antwerpen nog een enkele keer gezien heeft, is er geen reactie bekend van Roosje op Jespers’ verwoede pogingen hun contact te continueren.

In zijn laatste brief schrijft hij bijna smekend: ‘Denkt je soms wel eens op ons. Voor mij blijven dat eeuwige herinneringen. Mag ik je vragen soms eens te schrijven, wat mij verschrikkelijk veel genoegen zou doen. Wil je?’ Jespers zal een van de bekendste Vlaamse avant-gardekunstenaars uit de eerste helft van de twintigste eeuw worden, maar in 1914 staat hij nog aan het begin van zijn carrière. Zijn stormachtige ontwikkeling als schilder heeft Roosje niet van nabij kunnen meemaken. Maar zij is tijdens een cruciale periode in Jespers’ leven wel degelijk een soort muze voor hem geweest.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    0
    Uw winkelwagen
    Uw winkelwagen is leegVerder winkelen
    ×