HorizonTaal. Studiekeuze als ontdekking – Volledig pakket in opbergdoos
€ 175,00
Jongeren van 13-14 jaar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naar
diverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudes die hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. De leerlingen denken na over hun interesses en mogelijkheden en staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Dit gebeurt vanuit informatie- en actiekaarten, herkenbare situatieschetsen, uitdagingen, opzoekwerk, stripverhalen, kwartetspel, plattegronden, marktkramen, film,… Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal is een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteit en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze kan ontzettend creatief zijn. Naar school gaan ook.
HorizonTaal verandert het studiekeuzeproces totaal. Een unieke uitdaging voor elke school en elke leerling.
Deze uitgave is een initiatief van het Provinciebestuur Limburg, Directie Onderwijs, in Hasselt. Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs, Bart Van Brabandt is directeur van de Dienst Onderwijs. Magda Vanmontfort is projectleider-auteur.
HorizonTaal in de media:
Boeketje onderwijs - Boeken over opvoeding & onderwijs
Deze uitgave is een initiatief van het Provinciebestuur Limburg, Directie Onderwijs, in Hasselt. Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs, Bart Van Brabandt is directeur van de Dienst Onderwijs. Magda Vanmontfort is projectleider-auteur.
HorizonTaal in de media:
Boeketje onderwijs - Boeken over opvoeding & onderwijs
HorizonTaal. Studiekeuze als ontdekking – Volledig pakket in opbergdoos
€ 175,00
Jongeren van 13-14 jaar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naar
diverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudes die hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. De leerlingen denken na over hun interesses en mogelijkheden en staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Dit gebeurt vanuit informatie- en actiekaarten, herkenbare situatieschetsen, uitdagingen, opzoekwerk, stripverhalen, kwartetspel, plattegronden, marktkramen, film,… Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal is een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteit en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze kan ontzettend creatief zijn. Naar school gaan ook.
HorizonTaal verandert het studiekeuzeproces totaal. Een unieke uitdaging voor elke school en elke leerling.
Deze uitgave is een initiatief van het Provinciebestuur Limburg, Directie Onderwijs, in Hasselt. Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs, Bart Van Brabandt is directeur van de Dienst Onderwijs. Magda Vanmontfort is projectleider-auteur.
HorizonTaal in de media:
Boeketje onderwijs - Boeken over opvoeding & onderwijs
Deze uitgave is een initiatief van het Provinciebestuur Limburg, Directie Onderwijs, in Hasselt. Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs, Bart Van Brabandt is directeur van de Dienst Onderwijs. Magda Vanmontfort is projectleider-auteur.
HorizonTaal in de media:
Boeketje onderwijs - Boeken over opvoeding & onderwijs
Angelsaksen versus Rijnlanders. Zoektocht naar overeenkomsten en verschillen in Europees en Amerikaans denken. 3de herziene en vermeerderde druk
€ 24,70
De afgelopen jaren zijn Amerikaanse - of breder geformuleerd Angelsaksische - opvattingen
op allerlei terreinen van de maatschappij dominanter geworden en behoren zij meer dan in
het verleden tot het mainstream denken. Tot vandaag werden deze ontwikkelingen in Europa
met argusogen gevolgd.
Dit boek is een tour d''horizon langsheen die onderwerpen waarop het Angelsaksische denken in de afgelopen jaren een stempel heeft gedrukt. De auteurs gaan op zoek naar de reden van deze schijnbaar onstuitbare opmars en schetsen een beeld van de overeenkomsten en de verschillen tussen Angelsaksische opvattingen en Europese - beter geformuleerd - Rijnlandse opvattingen.
De auteurs gaan vanuit hun ruime wetenschappelijke en management- en organisatie-ervaring in op onderwerpen die van wezenlijk belang zijn voor de toekomst van Europa. Aan de hand van thema''s op het terrein van management en organisatie, samenwerking, besturingsmodellen, wetenschap, economie en recht proberen zij zowel de Europese als de Angelsaksische uitgangspunten te schetsen en aan te geven waar overeenkomsten en waar verschillen te vinden zijn. Uit het boek komt naar voren hoe dynamisch het Europese gedachtegoed is in vergelijking met Amerikaanse ideeën en opvattingen.
Ze geven ook aan dat Europa ook voor strategische keuzes staat. De sluipende veramerikanisering is moeilijk terug te draaien en zal leiden tot fundamentele veranderingen die ver af staan van Europese traditie.
Het boek heeft niet de pretentie pasklare antwoorden te geven. Het is met recht een zoektocht. Het doel is wel dat het aanzet tot denken en een basis biedt voor verdere ideevorming en discussie.
Mr. drs. J.J. Brouwer studeerde Geneeskunde en Rechten in Groningen. Eerder werkte hij bij meerdere adviesbureaus. Sinds 1995 is hij managing partner van CinC Management Consultants BV. Zijn interessegebieden zijn strategie en samenwerkingsvraagstukken. Hij publiceert geregeld in vakbladen en is auteur van een aantal boeken, variërend van het werken met toekomstscenario's in de gezondheidszorg tot management en organisatie van het Duitse, Britse en Amerikaanse leger in de Tweede Wereldoorlog.
Prof. Dr. P.A. Moerman was na zijn studie bedrijfseconometrie bij Philips werkzaam op het terrein van planning, productiebesturing en operations research. Nadien was hij hoogleraar Industriële Economie & Productievraagstukken bij de Erasmus Universiteit Rotterdam. Sinds 1997 is hij lid van het mede door hem opgerichte Genootschap voor Interdisciplinaire Studies 'De Uil van Minerva'. Vanuit dit Genootschap leeft bij hem een intense interesse voor de discrepantie tussen de pretenties van de economische wetenschap en het gebrek aan potentie om belangrijke gebeurtenissen te voorzien en te sturen.
Mr. G.J. de Ruijter studeerde bedrijfs- en economisch recht aan de Universiteit Utrecht en is advocaat ondernemingsrecht. Het door hem opgerichte advocatenkantoor - Bauhaus Advocaten - begeleidt oprichters, managers en financiers van innovatieve ondernemingen in start- en groeifase.
Dit boek is een tour d''horizon langsheen die onderwerpen waarop het Angelsaksische denken in de afgelopen jaren een stempel heeft gedrukt. De auteurs gaan op zoek naar de reden van deze schijnbaar onstuitbare opmars en schetsen een beeld van de overeenkomsten en de verschillen tussen Angelsaksische opvattingen en Europese - beter geformuleerd - Rijnlandse opvattingen.
De auteurs gaan vanuit hun ruime wetenschappelijke en management- en organisatie-ervaring in op onderwerpen die van wezenlijk belang zijn voor de toekomst van Europa. Aan de hand van thema''s op het terrein van management en organisatie, samenwerking, besturingsmodellen, wetenschap, economie en recht proberen zij zowel de Europese als de Angelsaksische uitgangspunten te schetsen en aan te geven waar overeenkomsten en waar verschillen te vinden zijn. Uit het boek komt naar voren hoe dynamisch het Europese gedachtegoed is in vergelijking met Amerikaanse ideeën en opvattingen.
Ze geven ook aan dat Europa ook voor strategische keuzes staat. De sluipende veramerikanisering is moeilijk terug te draaien en zal leiden tot fundamentele veranderingen die ver af staan van Europese traditie.
Het boek heeft niet de pretentie pasklare antwoorden te geven. Het is met recht een zoektocht. Het doel is wel dat het aanzet tot denken en een basis biedt voor verdere ideevorming en discussie.
Mr. drs. J.J. Brouwer studeerde Geneeskunde en Rechten in Groningen. Eerder werkte hij bij meerdere adviesbureaus. Sinds 1995 is hij managing partner van CinC Management Consultants BV. Zijn interessegebieden zijn strategie en samenwerkingsvraagstukken. Hij publiceert geregeld in vakbladen en is auteur van een aantal boeken, variërend van het werken met toekomstscenario's in de gezondheidszorg tot management en organisatie van het Duitse, Britse en Amerikaanse leger in de Tweede Wereldoorlog.
Prof. Dr. P.A. Moerman was na zijn studie bedrijfseconometrie bij Philips werkzaam op het terrein van planning, productiebesturing en operations research. Nadien was hij hoogleraar Industriële Economie & Productievraagstukken bij de Erasmus Universiteit Rotterdam. Sinds 1997 is hij lid van het mede door hem opgerichte Genootschap voor Interdisciplinaire Studies 'De Uil van Minerva'. Vanuit dit Genootschap leeft bij hem een intense interesse voor de discrepantie tussen de pretenties van de economische wetenschap en het gebrek aan potentie om belangrijke gebeurtenissen te voorzien en te sturen.
Mr. G.J. de Ruijter studeerde bedrijfs- en economisch recht aan de Universiteit Utrecht en is advocaat ondernemingsrecht. Het door hem opgerichte advocatenkantoor - Bauhaus Advocaten - begeleidt oprichters, managers en financiers van innovatieve ondernemingen in start- en groeifase.
Angelsaksen versus Rijnlanders. Zoektocht naar overeenkomsten en verschillen in Europees en Amerikaans denken. 3de herziene en vermeerderde druk
€ 24,70
De afgelopen jaren zijn Amerikaanse - of breder geformuleerd Angelsaksische - opvattingen
op allerlei terreinen van de maatschappij dominanter geworden en behoren zij meer dan in
het verleden tot het mainstream denken. Tot vandaag werden deze ontwikkelingen in Europa
met argusogen gevolgd.
Dit boek is een tour d''horizon langsheen die onderwerpen waarop het Angelsaksische denken in de afgelopen jaren een stempel heeft gedrukt. De auteurs gaan op zoek naar de reden van deze schijnbaar onstuitbare opmars en schetsen een beeld van de overeenkomsten en de verschillen tussen Angelsaksische opvattingen en Europese - beter geformuleerd - Rijnlandse opvattingen.
De auteurs gaan vanuit hun ruime wetenschappelijke en management- en organisatie-ervaring in op onderwerpen die van wezenlijk belang zijn voor de toekomst van Europa. Aan de hand van thema''s op het terrein van management en organisatie, samenwerking, besturingsmodellen, wetenschap, economie en recht proberen zij zowel de Europese als de Angelsaksische uitgangspunten te schetsen en aan te geven waar overeenkomsten en waar verschillen te vinden zijn. Uit het boek komt naar voren hoe dynamisch het Europese gedachtegoed is in vergelijking met Amerikaanse ideeën en opvattingen.
Ze geven ook aan dat Europa ook voor strategische keuzes staat. De sluipende veramerikanisering is moeilijk terug te draaien en zal leiden tot fundamentele veranderingen die ver af staan van Europese traditie.
Het boek heeft niet de pretentie pasklare antwoorden te geven. Het is met recht een zoektocht. Het doel is wel dat het aanzet tot denken en een basis biedt voor verdere ideevorming en discussie.
Mr. drs. J.J. Brouwer studeerde Geneeskunde en Rechten in Groningen. Eerder werkte hij bij meerdere adviesbureaus. Sinds 1995 is hij managing partner van CinC Management Consultants BV. Zijn interessegebieden zijn strategie en samenwerkingsvraagstukken. Hij publiceert geregeld in vakbladen en is auteur van een aantal boeken, variërend van het werken met toekomstscenario's in de gezondheidszorg tot management en organisatie van het Duitse, Britse en Amerikaanse leger in de Tweede Wereldoorlog.
Prof. Dr. P.A. Moerman was na zijn studie bedrijfseconometrie bij Philips werkzaam op het terrein van planning, productiebesturing en operations research. Nadien was hij hoogleraar Industriële Economie & Productievraagstukken bij de Erasmus Universiteit Rotterdam. Sinds 1997 is hij lid van het mede door hem opgerichte Genootschap voor Interdisciplinaire Studies 'De Uil van Minerva'. Vanuit dit Genootschap leeft bij hem een intense interesse voor de discrepantie tussen de pretenties van de economische wetenschap en het gebrek aan potentie om belangrijke gebeurtenissen te voorzien en te sturen.
Mr. G.J. de Ruijter studeerde bedrijfs- en economisch recht aan de Universiteit Utrecht en is advocaat ondernemingsrecht. Het door hem opgerichte advocatenkantoor - Bauhaus Advocaten - begeleidt oprichters, managers en financiers van innovatieve ondernemingen in start- en groeifase.
Dit boek is een tour d''horizon langsheen die onderwerpen waarop het Angelsaksische denken in de afgelopen jaren een stempel heeft gedrukt. De auteurs gaan op zoek naar de reden van deze schijnbaar onstuitbare opmars en schetsen een beeld van de overeenkomsten en de verschillen tussen Angelsaksische opvattingen en Europese - beter geformuleerd - Rijnlandse opvattingen.
De auteurs gaan vanuit hun ruime wetenschappelijke en management- en organisatie-ervaring in op onderwerpen die van wezenlijk belang zijn voor de toekomst van Europa. Aan de hand van thema''s op het terrein van management en organisatie, samenwerking, besturingsmodellen, wetenschap, economie en recht proberen zij zowel de Europese als de Angelsaksische uitgangspunten te schetsen en aan te geven waar overeenkomsten en waar verschillen te vinden zijn. Uit het boek komt naar voren hoe dynamisch het Europese gedachtegoed is in vergelijking met Amerikaanse ideeën en opvattingen.
Ze geven ook aan dat Europa ook voor strategische keuzes staat. De sluipende veramerikanisering is moeilijk terug te draaien en zal leiden tot fundamentele veranderingen die ver af staan van Europese traditie.
Het boek heeft niet de pretentie pasklare antwoorden te geven. Het is met recht een zoektocht. Het doel is wel dat het aanzet tot denken en een basis biedt voor verdere ideevorming en discussie.
Mr. drs. J.J. Brouwer studeerde Geneeskunde en Rechten in Groningen. Eerder werkte hij bij meerdere adviesbureaus. Sinds 1995 is hij managing partner van CinC Management Consultants BV. Zijn interessegebieden zijn strategie en samenwerkingsvraagstukken. Hij publiceert geregeld in vakbladen en is auteur van een aantal boeken, variërend van het werken met toekomstscenario's in de gezondheidszorg tot management en organisatie van het Duitse, Britse en Amerikaanse leger in de Tweede Wereldoorlog.
Prof. Dr. P.A. Moerman was na zijn studie bedrijfseconometrie bij Philips werkzaam op het terrein van planning, productiebesturing en operations research. Nadien was hij hoogleraar Industriële Economie & Productievraagstukken bij de Erasmus Universiteit Rotterdam. Sinds 1997 is hij lid van het mede door hem opgerichte Genootschap voor Interdisciplinaire Studies 'De Uil van Minerva'. Vanuit dit Genootschap leeft bij hem een intense interesse voor de discrepantie tussen de pretenties van de economische wetenschap en het gebrek aan potentie om belangrijke gebeurtenissen te voorzien en te sturen.
Mr. G.J. de Ruijter studeerde bedrijfs- en economisch recht aan de Universiteit Utrecht en is advocaat ondernemingsrecht. Het door hem opgerichte advocatenkantoor - Bauhaus Advocaten - begeleidt oprichters, managers en financiers van innovatieve ondernemingen in start- en groeifase.
Jeugd- en gezinsbeleid – Deel 3 – Verwerkingsopdrachten
€ 5,20
In Jeugd- en gezinsbeleid vanuit pedagogisch perspectief wordt gezinsbeleid benaderd
vanuit een (ortho)pedagogische invalshoek en vanuit de pedagogische opdracht
van de samenleving. De auteurs pleiten ervoor om in beleidsafwegingen de totale
persoon-in-wording van het kind en de jeugdige centraal te stellen.
Deel 3: Verwerkingsopdrachten is een boek met werk- en studieopdrachten met bijbehorende literatuursuggesties. Deze themaopdrachten zijn geschikt voor individuele verwerking en uitdieping, maar ook voor verwerking in beleidswerkgroepen of -workshops.
Enkele thema’s zijn: vrije tijd en probleemgedrag, werkzame en schadelijke jeugdinterventies, indicatiestelling speciaal onderwijs en het uithuisplaatsen van kinderen.
Dit boek kadert in een drieluik. In Deel 1: Theorie en achtergronden worden een viertal beleidsbenaderingen behandeld vanuit een pedagogisch perspectief. In Deel 2: Uitgewerkte beleidsthema’s worden concrete beleidsthema’s op het snijvlak van jeugd-, gezins- en onderwijsbeleid verder uitgediept met behulp van onderzoeksresultaten, beleidsnota’s en praktijksituaties in de jeugdzorg.
Deze publicaties maken jeugd- en gezinsbeleidsvraagstukken toegankelijk voor een breed publiek, en bieden handvatten voor professionals werkzaam bij gemeentelijke, provinciale en landelijke beleidsorganen. Ze zijn ook een onmisbaar handboek voor de professional in opleiding op universiteit en hogeschool.
Dr. Agnes Tellings is universitair docent en onderzoeker aan de afdeling Orthopedagogiek: Leren & Ontwikkeling van de Radboud Universiteit Nijmegen, en aan het aldaar gevestigde onderzoeksinstituut Behavioural Science Institute (BSI).
Jan R.M. Gerris is hoogleraar Gezinspedagogiek aan de afdeling Orthopedagogiek: Gezin en gedrag van de Radboud Universiteit in Nijmegen en was mede-oprichter en eerste president van de European Society on Family Relations (ESFR).
Jan Willem Veerman is bijzonder hoogleraar Speciale Kinder- en Jeugdzorg aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en directeur van Praktikon, een organisatie voor onderzoek en ontwikkeling in de jeugdzorg.
Deel 3: Verwerkingsopdrachten is een boek met werk- en studieopdrachten met bijbehorende literatuursuggesties. Deze themaopdrachten zijn geschikt voor individuele verwerking en uitdieping, maar ook voor verwerking in beleidswerkgroepen of -workshops.
Enkele thema’s zijn: vrije tijd en probleemgedrag, werkzame en schadelijke jeugdinterventies, indicatiestelling speciaal onderwijs en het uithuisplaatsen van kinderen.
Dit boek kadert in een drieluik. In Deel 1: Theorie en achtergronden worden een viertal beleidsbenaderingen behandeld vanuit een pedagogisch perspectief. In Deel 2: Uitgewerkte beleidsthema’s worden concrete beleidsthema’s op het snijvlak van jeugd-, gezins- en onderwijsbeleid verder uitgediept met behulp van onderzoeksresultaten, beleidsnota’s en praktijksituaties in de jeugdzorg.
Deze publicaties maken jeugd- en gezinsbeleidsvraagstukken toegankelijk voor een breed publiek, en bieden handvatten voor professionals werkzaam bij gemeentelijke, provinciale en landelijke beleidsorganen. Ze zijn ook een onmisbaar handboek voor de professional in opleiding op universiteit en hogeschool.
Dr. Agnes Tellings is universitair docent en onderzoeker aan de afdeling Orthopedagogiek: Leren & Ontwikkeling van de Radboud Universiteit Nijmegen, en aan het aldaar gevestigde onderzoeksinstituut Behavioural Science Institute (BSI).
Jan R.M. Gerris is hoogleraar Gezinspedagogiek aan de afdeling Orthopedagogiek: Gezin en gedrag van de Radboud Universiteit in Nijmegen en was mede-oprichter en eerste president van de European Society on Family Relations (ESFR).
Jan Willem Veerman is bijzonder hoogleraar Speciale Kinder- en Jeugdzorg aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en directeur van Praktikon, een organisatie voor onderzoek en ontwikkeling in de jeugdzorg.
Jeugd- en gezinsbeleid – Deel 3 – Verwerkingsopdrachten
€ 5,20
In Jeugd- en gezinsbeleid vanuit pedagogisch perspectief wordt gezinsbeleid benaderd
vanuit een (ortho)pedagogische invalshoek en vanuit de pedagogische opdracht
van de samenleving. De auteurs pleiten ervoor om in beleidsafwegingen de totale
persoon-in-wording van het kind en de jeugdige centraal te stellen.
Deel 3: Verwerkingsopdrachten is een boek met werk- en studieopdrachten met bijbehorende literatuursuggesties. Deze themaopdrachten zijn geschikt voor individuele verwerking en uitdieping, maar ook voor verwerking in beleidswerkgroepen of -workshops.
Enkele thema’s zijn: vrije tijd en probleemgedrag, werkzame en schadelijke jeugdinterventies, indicatiestelling speciaal onderwijs en het uithuisplaatsen van kinderen.
Dit boek kadert in een drieluik. In Deel 1: Theorie en achtergronden worden een viertal beleidsbenaderingen behandeld vanuit een pedagogisch perspectief. In Deel 2: Uitgewerkte beleidsthema’s worden concrete beleidsthema’s op het snijvlak van jeugd-, gezins- en onderwijsbeleid verder uitgediept met behulp van onderzoeksresultaten, beleidsnota’s en praktijksituaties in de jeugdzorg.
Deze publicaties maken jeugd- en gezinsbeleidsvraagstukken toegankelijk voor een breed publiek, en bieden handvatten voor professionals werkzaam bij gemeentelijke, provinciale en landelijke beleidsorganen. Ze zijn ook een onmisbaar handboek voor de professional in opleiding op universiteit en hogeschool.
Dr. Agnes Tellings is universitair docent en onderzoeker aan de afdeling Orthopedagogiek: Leren & Ontwikkeling van de Radboud Universiteit Nijmegen, en aan het aldaar gevestigde onderzoeksinstituut Behavioural Science Institute (BSI).
Jan R.M. Gerris is hoogleraar Gezinspedagogiek aan de afdeling Orthopedagogiek: Gezin en gedrag van de Radboud Universiteit in Nijmegen en was mede-oprichter en eerste president van de European Society on Family Relations (ESFR).
Jan Willem Veerman is bijzonder hoogleraar Speciale Kinder- en Jeugdzorg aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en directeur van Praktikon, een organisatie voor onderzoek en ontwikkeling in de jeugdzorg.
Deel 3: Verwerkingsopdrachten is een boek met werk- en studieopdrachten met bijbehorende literatuursuggesties. Deze themaopdrachten zijn geschikt voor individuele verwerking en uitdieping, maar ook voor verwerking in beleidswerkgroepen of -workshops.
Enkele thema’s zijn: vrije tijd en probleemgedrag, werkzame en schadelijke jeugdinterventies, indicatiestelling speciaal onderwijs en het uithuisplaatsen van kinderen.
Dit boek kadert in een drieluik. In Deel 1: Theorie en achtergronden worden een viertal beleidsbenaderingen behandeld vanuit een pedagogisch perspectief. In Deel 2: Uitgewerkte beleidsthema’s worden concrete beleidsthema’s op het snijvlak van jeugd-, gezins- en onderwijsbeleid verder uitgediept met behulp van onderzoeksresultaten, beleidsnota’s en praktijksituaties in de jeugdzorg.
Deze publicaties maken jeugd- en gezinsbeleidsvraagstukken toegankelijk voor een breed publiek, en bieden handvatten voor professionals werkzaam bij gemeentelijke, provinciale en landelijke beleidsorganen. Ze zijn ook een onmisbaar handboek voor de professional in opleiding op universiteit en hogeschool.
Dr. Agnes Tellings is universitair docent en onderzoeker aan de afdeling Orthopedagogiek: Leren & Ontwikkeling van de Radboud Universiteit Nijmegen, en aan het aldaar gevestigde onderzoeksinstituut Behavioural Science Institute (BSI).
Jan R.M. Gerris is hoogleraar Gezinspedagogiek aan de afdeling Orthopedagogiek: Gezin en gedrag van de Radboud Universiteit in Nijmegen en was mede-oprichter en eerste president van de European Society on Family Relations (ESFR).
Jan Willem Veerman is bijzonder hoogleraar Speciale Kinder- en Jeugdzorg aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en directeur van Praktikon, een organisatie voor onderzoek en ontwikkeling in de jeugdzorg.

Onderwijsonderzoek. Van onderzoek naar leren
€ 34,90
Dit boek biedt een grondig theoretisch en praktisch inzicht in onderwijsonderzoek.
Dit type van onderzoek staat op dit moment centraal in de belangstelling, enerzijds omdat er
altijd veel nadruk wordt gelegd op de impact van onderwijsonderzoek, anderzijds omdat onderwijsonderzoek
dichter bij de onderwijspraktijk is komen te staan. De auteur geeft aan wat
onderwijsonderzoek inhoudt en op welke wijze men zelf onderzoek in de onderwijspraktijk kan
opzetten.
Na een inleiding over belangrijke leerpsychologische en instructiepsychologische onderwerpen gaat alle aandacht naar leren en denken vanuit een cognitief en metacognitief perspectief. Leren en denken vanuit een cognitief perspectief impliceert lesgeven volgens de inzichten vanuit wetenschappelijk onderzoek naar leren en denken. Bij leren en denken vanuit een metacognitief perspectief gaat het over lesgeven dat gericht is op het expliciet overdragen van de inzichten uit wetenschappelijk onderzoek, zodat leerlingen zelfstandig het eigen leren en denken in de hand kunnen nemen.
Het boek is gericht op docenten en onderzoekers en wil hen een helpende hand reiken bij het begrijpen en het opzetten van onderwijsonderzoek. Het heeft als fundamenteel doel bij te dragen aan hun kennisontwikkeling met betrekking tot onderwijsonderzoek en aan de professionalisering van mensen die werkzaam zijn in het onderwijs.
Joke van Velzen is onderzoeksdocent en coördineert het onderzoeksgedeelte van de opleiding tot Master of Education, domein Onderwijs en Opvoeding, aan de Hogeschool van Amsterdam.
Na een inleiding over belangrijke leerpsychologische en instructiepsychologische onderwerpen gaat alle aandacht naar leren en denken vanuit een cognitief en metacognitief perspectief. Leren en denken vanuit een cognitief perspectief impliceert lesgeven volgens de inzichten vanuit wetenschappelijk onderzoek naar leren en denken. Bij leren en denken vanuit een metacognitief perspectief gaat het over lesgeven dat gericht is op het expliciet overdragen van de inzichten uit wetenschappelijk onderzoek, zodat leerlingen zelfstandig het eigen leren en denken in de hand kunnen nemen.
Het boek is gericht op docenten en onderzoekers en wil hen een helpende hand reiken bij het begrijpen en het opzetten van onderwijsonderzoek. Het heeft als fundamenteel doel bij te dragen aan hun kennisontwikkeling met betrekking tot onderwijsonderzoek en aan de professionalisering van mensen die werkzaam zijn in het onderwijs.
Joke van Velzen is onderzoeksdocent en coördineert het onderzoeksgedeelte van de opleiding tot Master of Education, domein Onderwijs en Opvoeding, aan de Hogeschool van Amsterdam.

Onderwijsonderzoek. Van onderzoek naar leren
€ 34,90
Dit boek biedt een grondig theoretisch en praktisch inzicht in onderwijsonderzoek.
Dit type van onderzoek staat op dit moment centraal in de belangstelling, enerzijds omdat er
altijd veel nadruk wordt gelegd op de impact van onderwijsonderzoek, anderzijds omdat onderwijsonderzoek
dichter bij de onderwijspraktijk is komen te staan. De auteur geeft aan wat
onderwijsonderzoek inhoudt en op welke wijze men zelf onderzoek in de onderwijspraktijk kan
opzetten.
Na een inleiding over belangrijke leerpsychologische en instructiepsychologische onderwerpen gaat alle aandacht naar leren en denken vanuit een cognitief en metacognitief perspectief. Leren en denken vanuit een cognitief perspectief impliceert lesgeven volgens de inzichten vanuit wetenschappelijk onderzoek naar leren en denken. Bij leren en denken vanuit een metacognitief perspectief gaat het over lesgeven dat gericht is op het expliciet overdragen van de inzichten uit wetenschappelijk onderzoek, zodat leerlingen zelfstandig het eigen leren en denken in de hand kunnen nemen.
Het boek is gericht op docenten en onderzoekers en wil hen een helpende hand reiken bij het begrijpen en het opzetten van onderwijsonderzoek. Het heeft als fundamenteel doel bij te dragen aan hun kennisontwikkeling met betrekking tot onderwijsonderzoek en aan de professionalisering van mensen die werkzaam zijn in het onderwijs.
Joke van Velzen is onderzoeksdocent en coördineert het onderzoeksgedeelte van de opleiding tot Master of Education, domein Onderwijs en Opvoeding, aan de Hogeschool van Amsterdam.
Na een inleiding over belangrijke leerpsychologische en instructiepsychologische onderwerpen gaat alle aandacht naar leren en denken vanuit een cognitief en metacognitief perspectief. Leren en denken vanuit een cognitief perspectief impliceert lesgeven volgens de inzichten vanuit wetenschappelijk onderzoek naar leren en denken. Bij leren en denken vanuit een metacognitief perspectief gaat het over lesgeven dat gericht is op het expliciet overdragen van de inzichten uit wetenschappelijk onderzoek, zodat leerlingen zelfstandig het eigen leren en denken in de hand kunnen nemen.
Het boek is gericht op docenten en onderzoekers en wil hen een helpende hand reiken bij het begrijpen en het opzetten van onderwijsonderzoek. Het heeft als fundamenteel doel bij te dragen aan hun kennisontwikkeling met betrekking tot onderwijsonderzoek en aan de professionalisering van mensen die werkzaam zijn in het onderwijs.
Joke van Velzen is onderzoeksdocent en coördineert het onderzoeksgedeelte van de opleiding tot Master of Education, domein Onderwijs en Opvoeding, aan de Hogeschool van Amsterdam.
Ruimte voor wonen. Trends en uitdagingen
€ 30,00
De ruimtelijke oppervlakte van Vlaanderen is beperkt. Wonen en bouwen
zijn daarom aan een aantal bepalingen en beperkingen onderworpen.
Daarom werd in 1997 het eerste Vlaamse strategisch ruimtelijke beleidsplan,
het RSV1 – Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, goedgekeurd.
Daarin werden de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen voor een termijn
van tien jaar vastgelegd.
Deze publicatie gaat in op uitdagingen inzake wonen waarmee Vlaanderen in de toekomst geconfronteerd zal worden. Ze is het resultaat van een grondig onderzoek en bevat een uitgebreide inventarisatie van relevante trends met een inschatting van wat die inhouden voor de komende ruimtevraag en ruimtebeslag. De tekst groepeert een aantal basiskaarten en -gegevens en is een brainstorm voor een verdere uitwisseling van ideeën op lange termijn. De auteurs focussen op de ruimtelijke spreiding, de vorm en het voorkomen van wonen en aan het wonen verwante voorzieningen als onderdeel van de nederzettingsstructuur. Ze brengen het dagelijkse wonen in beeld om de besproken trends een concreet gezicht te geven. Daarnaast komen een aantal woningbouwprojecten aan bod die in recente publicaties rond architectuur, stadsontwikkeling of wonen geroemd worden om hun ontwerpkwaliteiten, hun duurzaamheid of om de manier waarop ze innovatief inspelen op wijzigende trends in het wonen. Als best practices kunnen ze mee het debat over de toekomstige ruimte voor wonen voeden.
Pascal De Decker is socioloog en ruimtelijk planner, en als onderzoeksleider verbonden aan de Hogeschool Gent, Departement Toegepaste Ingenieurswetenschappen. Hij is als docent ook verbonden aan de Hogeschool WenK, Departement Sint-Lucas Gent/Brussel.
Michael Ryckewaert is architect en onderzoeker in het Steunpunt Ruimte & Wonen en het Departement Architectuur van de K.U.Leuven.
Brecht Vandekerckhove is geograaf en stedenbouwkundige. Hij is vennoot van SUM Research, waar hij verantwoordelijk is voor sociaal en ruimtelijk onderzoek.
Ann Pisman is onderzoekster aan de Universiteit Gent, Afdeling Mobiliteit en Ruimtelijke Planning en aan de Artesis Hogeschool in Antwerpen.
Frank Vastmans is wetenschappelijk medewerker bij het Departement Economie van de K.U.Leuven.
Marie Le Roy is geografe en verbonden aan SUM Research waar zij sociaal en ruimtelijk onderzoek verricht.
Alle auteurs zijn verbonden aan het Steunpunt Ruimte en Wonen.
Deze publicatie gaat in op uitdagingen inzake wonen waarmee Vlaanderen in de toekomst geconfronteerd zal worden. Ze is het resultaat van een grondig onderzoek en bevat een uitgebreide inventarisatie van relevante trends met een inschatting van wat die inhouden voor de komende ruimtevraag en ruimtebeslag. De tekst groepeert een aantal basiskaarten en -gegevens en is een brainstorm voor een verdere uitwisseling van ideeën op lange termijn. De auteurs focussen op de ruimtelijke spreiding, de vorm en het voorkomen van wonen en aan het wonen verwante voorzieningen als onderdeel van de nederzettingsstructuur. Ze brengen het dagelijkse wonen in beeld om de besproken trends een concreet gezicht te geven. Daarnaast komen een aantal woningbouwprojecten aan bod die in recente publicaties rond architectuur, stadsontwikkeling of wonen geroemd worden om hun ontwerpkwaliteiten, hun duurzaamheid of om de manier waarop ze innovatief inspelen op wijzigende trends in het wonen. Als best practices kunnen ze mee het debat over de toekomstige ruimte voor wonen voeden.
Pascal De Decker is socioloog en ruimtelijk planner, en als onderzoeksleider verbonden aan de Hogeschool Gent, Departement Toegepaste Ingenieurswetenschappen. Hij is als docent ook verbonden aan de Hogeschool WenK, Departement Sint-Lucas Gent/Brussel.
Michael Ryckewaert is architect en onderzoeker in het Steunpunt Ruimte & Wonen en het Departement Architectuur van de K.U.Leuven.
Brecht Vandekerckhove is geograaf en stedenbouwkundige. Hij is vennoot van SUM Research, waar hij verantwoordelijk is voor sociaal en ruimtelijk onderzoek.
Ann Pisman is onderzoekster aan de Universiteit Gent, Afdeling Mobiliteit en Ruimtelijke Planning en aan de Artesis Hogeschool in Antwerpen.
Frank Vastmans is wetenschappelijk medewerker bij het Departement Economie van de K.U.Leuven.
Marie Le Roy is geografe en verbonden aan SUM Research waar zij sociaal en ruimtelijk onderzoek verricht.
Alle auteurs zijn verbonden aan het Steunpunt Ruimte en Wonen.
Ruimte voor wonen. Trends en uitdagingen
€ 30,00
De ruimtelijke oppervlakte van Vlaanderen is beperkt. Wonen en bouwen
zijn daarom aan een aantal bepalingen en beperkingen onderworpen.
Daarom werd in 1997 het eerste Vlaamse strategisch ruimtelijke beleidsplan,
het RSV1 – Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, goedgekeurd.
Daarin werden de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen voor een termijn
van tien jaar vastgelegd.
Deze publicatie gaat in op uitdagingen inzake wonen waarmee Vlaanderen in de toekomst geconfronteerd zal worden. Ze is het resultaat van een grondig onderzoek en bevat een uitgebreide inventarisatie van relevante trends met een inschatting van wat die inhouden voor de komende ruimtevraag en ruimtebeslag. De tekst groepeert een aantal basiskaarten en -gegevens en is een brainstorm voor een verdere uitwisseling van ideeën op lange termijn. De auteurs focussen op de ruimtelijke spreiding, de vorm en het voorkomen van wonen en aan het wonen verwante voorzieningen als onderdeel van de nederzettingsstructuur. Ze brengen het dagelijkse wonen in beeld om de besproken trends een concreet gezicht te geven. Daarnaast komen een aantal woningbouwprojecten aan bod die in recente publicaties rond architectuur, stadsontwikkeling of wonen geroemd worden om hun ontwerpkwaliteiten, hun duurzaamheid of om de manier waarop ze innovatief inspelen op wijzigende trends in het wonen. Als best practices kunnen ze mee het debat over de toekomstige ruimte voor wonen voeden.
Pascal De Decker is socioloog en ruimtelijk planner, en als onderzoeksleider verbonden aan de Hogeschool Gent, Departement Toegepaste Ingenieurswetenschappen. Hij is als docent ook verbonden aan de Hogeschool WenK, Departement Sint-Lucas Gent/Brussel.
Michael Ryckewaert is architect en onderzoeker in het Steunpunt Ruimte & Wonen en het Departement Architectuur van de K.U.Leuven.
Brecht Vandekerckhove is geograaf en stedenbouwkundige. Hij is vennoot van SUM Research, waar hij verantwoordelijk is voor sociaal en ruimtelijk onderzoek.
Ann Pisman is onderzoekster aan de Universiteit Gent, Afdeling Mobiliteit en Ruimtelijke Planning en aan de Artesis Hogeschool in Antwerpen.
Frank Vastmans is wetenschappelijk medewerker bij het Departement Economie van de K.U.Leuven.
Marie Le Roy is geografe en verbonden aan SUM Research waar zij sociaal en ruimtelijk onderzoek verricht.
Alle auteurs zijn verbonden aan het Steunpunt Ruimte en Wonen.
Deze publicatie gaat in op uitdagingen inzake wonen waarmee Vlaanderen in de toekomst geconfronteerd zal worden. Ze is het resultaat van een grondig onderzoek en bevat een uitgebreide inventarisatie van relevante trends met een inschatting van wat die inhouden voor de komende ruimtevraag en ruimtebeslag. De tekst groepeert een aantal basiskaarten en -gegevens en is een brainstorm voor een verdere uitwisseling van ideeën op lange termijn. De auteurs focussen op de ruimtelijke spreiding, de vorm en het voorkomen van wonen en aan het wonen verwante voorzieningen als onderdeel van de nederzettingsstructuur. Ze brengen het dagelijkse wonen in beeld om de besproken trends een concreet gezicht te geven. Daarnaast komen een aantal woningbouwprojecten aan bod die in recente publicaties rond architectuur, stadsontwikkeling of wonen geroemd worden om hun ontwerpkwaliteiten, hun duurzaamheid of om de manier waarop ze innovatief inspelen op wijzigende trends in het wonen. Als best practices kunnen ze mee het debat over de toekomstige ruimte voor wonen voeden.
Pascal De Decker is socioloog en ruimtelijk planner, en als onderzoeksleider verbonden aan de Hogeschool Gent, Departement Toegepaste Ingenieurswetenschappen. Hij is als docent ook verbonden aan de Hogeschool WenK, Departement Sint-Lucas Gent/Brussel.
Michael Ryckewaert is architect en onderzoeker in het Steunpunt Ruimte & Wonen en het Departement Architectuur van de K.U.Leuven.
Brecht Vandekerckhove is geograaf en stedenbouwkundige. Hij is vennoot van SUM Research, waar hij verantwoordelijk is voor sociaal en ruimtelijk onderzoek.
Ann Pisman is onderzoekster aan de Universiteit Gent, Afdeling Mobiliteit en Ruimtelijke Planning en aan de Artesis Hogeschool in Antwerpen.
Frank Vastmans is wetenschappelijk medewerker bij het Departement Economie van de K.U.Leuven.
Marie Le Roy is geografe en verbonden aan SUM Research waar zij sociaal en ruimtelijk onderzoek verricht.
Alle auteurs zijn verbonden aan het Steunpunt Ruimte en Wonen.
Kindermishandeling: een complex probleem (O&A-Reeks, nr. 1)
€ 23,70
Kindermishandeling staat momenteel sterk in de aandacht, maar is niet altijd
even duidelijk te herkennen. Het gezinsleven is een privéterrein dat terecht niet
zomaar toegankelijk is. Daar kan zich jarenlang kindermishandeling voordoen
zonder dat de buitenwacht er weet van heeft. Maar ook als zichtbaar is geworden dat er
sprake is van een problematische gezinssituatie, is het vaak lastig om vast te stellen dat
het om kindermishandeling gaat en zo ja, om welke vormen van kindermishandeling.
Kindermishandeling is een complex probleem dat nog veel vragen oproept. Vele van die vragen komen in dit boek aan de orde, zoals: wat is kindermishandeling eigenlijk, welke vormen zijn te onderscheiden, hoe vaak komt het voor, wat zijn de oorzaken, wat zijn de gevolgen en wat kunnen we doen om kindermishandeling te voorkomen?
Er is nog veel te vragen, maar er is ook al veel bekend. Zo staat vast dat kinderen die het slachtoffer zijn van kindermishandeling, daar een leven lang last van kunnen hebben. Kindermishandeling kan het leven van kinderen vergiftigen.
Het is belangrijk om kinderen die zijn mishandeld, zo gericht en effectief mogelijk te helpen. Dit boek hoopt daar een steentje toe bij te dragen door de laatste inzichten op het terrein van kindermishandeling op een toegankelijke wijze te presenteren.
Prof. dr. Jan van der Ploeg is emeritus-hoogleraar aan de Universiteit Leiden. Hij is lid van de redactie van het Tijdschrift voor Orthopedagogiek.
Dr. Roel de Groot is secretaris van het hoofdbestuur van de Vereniging O&A – Vereniging voor ortho-agogische activiteiten – en hoofdredacteur van Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk.
Kindermishandeling is een complex probleem dat nog veel vragen oproept. Vele van die vragen komen in dit boek aan de orde, zoals: wat is kindermishandeling eigenlijk, welke vormen zijn te onderscheiden, hoe vaak komt het voor, wat zijn de oorzaken, wat zijn de gevolgen en wat kunnen we doen om kindermishandeling te voorkomen?
Er is nog veel te vragen, maar er is ook al veel bekend. Zo staat vast dat kinderen die het slachtoffer zijn van kindermishandeling, daar een leven lang last van kunnen hebben. Kindermishandeling kan het leven van kinderen vergiftigen.
Het is belangrijk om kinderen die zijn mishandeld, zo gericht en effectief mogelijk te helpen. Dit boek hoopt daar een steentje toe bij te dragen door de laatste inzichten op het terrein van kindermishandeling op een toegankelijke wijze te presenteren.
Prof. dr. Jan van der Ploeg is emeritus-hoogleraar aan de Universiteit Leiden. Hij is lid van de redactie van het Tijdschrift voor Orthopedagogiek.
Dr. Roel de Groot is secretaris van het hoofdbestuur van de Vereniging O&A – Vereniging voor ortho-agogische activiteiten – en hoofdredacteur van Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk.
Kindermishandeling: een complex probleem (O&A-Reeks, nr. 1)
€ 23,70
Kindermishandeling staat momenteel sterk in de aandacht, maar is niet altijd
even duidelijk te herkennen. Het gezinsleven is een privéterrein dat terecht niet
zomaar toegankelijk is. Daar kan zich jarenlang kindermishandeling voordoen
zonder dat de buitenwacht er weet van heeft. Maar ook als zichtbaar is geworden dat er
sprake is van een problematische gezinssituatie, is het vaak lastig om vast te stellen dat
het om kindermishandeling gaat en zo ja, om welke vormen van kindermishandeling.
Kindermishandeling is een complex probleem dat nog veel vragen oproept. Vele van die vragen komen in dit boek aan de orde, zoals: wat is kindermishandeling eigenlijk, welke vormen zijn te onderscheiden, hoe vaak komt het voor, wat zijn de oorzaken, wat zijn de gevolgen en wat kunnen we doen om kindermishandeling te voorkomen?
Er is nog veel te vragen, maar er is ook al veel bekend. Zo staat vast dat kinderen die het slachtoffer zijn van kindermishandeling, daar een leven lang last van kunnen hebben. Kindermishandeling kan het leven van kinderen vergiftigen.
Het is belangrijk om kinderen die zijn mishandeld, zo gericht en effectief mogelijk te helpen. Dit boek hoopt daar een steentje toe bij te dragen door de laatste inzichten op het terrein van kindermishandeling op een toegankelijke wijze te presenteren.
Prof. dr. Jan van der Ploeg is emeritus-hoogleraar aan de Universiteit Leiden. Hij is lid van de redactie van het Tijdschrift voor Orthopedagogiek.
Dr. Roel de Groot is secretaris van het hoofdbestuur van de Vereniging O&A – Vereniging voor ortho-agogische activiteiten – en hoofdredacteur van Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk.
Kindermishandeling is een complex probleem dat nog veel vragen oproept. Vele van die vragen komen in dit boek aan de orde, zoals: wat is kindermishandeling eigenlijk, welke vormen zijn te onderscheiden, hoe vaak komt het voor, wat zijn de oorzaken, wat zijn de gevolgen en wat kunnen we doen om kindermishandeling te voorkomen?
Er is nog veel te vragen, maar er is ook al veel bekend. Zo staat vast dat kinderen die het slachtoffer zijn van kindermishandeling, daar een leven lang last van kunnen hebben. Kindermishandeling kan het leven van kinderen vergiftigen.
Het is belangrijk om kinderen die zijn mishandeld, zo gericht en effectief mogelijk te helpen. Dit boek hoopt daar een steentje toe bij te dragen door de laatste inzichten op het terrein van kindermishandeling op een toegankelijke wijze te presenteren.
Prof. dr. Jan van der Ploeg is emeritus-hoogleraar aan de Universiteit Leiden. Hij is lid van de redactie van het Tijdschrift voor Orthopedagogiek.
Dr. Roel de Groot is secretaris van het hoofdbestuur van de Vereniging O&A – Vereniging voor ortho-agogische activiteiten – en hoofdredacteur van Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk.
Aandacht en kracht. Verbinden van activering en zorg
€ 20,00
Met de komst van de Wet Werk en Bijstand
(WWB) is een sterker accent komen te liggen
op participatie, scholing en werk. Vanuit het
uitgangspunt dat iedereen meedoet, wordt van
mensen die in een uitkeringssituatie zitten gevraagd
een bijdrage te leveren aan de samenleving
met een zinvolle dagbesteding, vrijwilligerswerk
of een betaalde baan. Wanneer we kijken naar
de doelgroepen van mensen in de WWB die
in aanmerking komen voor re-integratie op de
arbeidsmarkt, dan zien we dat er regelmatig sprake
is van een combinatie van problemen die vaak
ook een belemmering vormt. Hoe dit kan worden
aangepakt, is onderwerp van discussie. Dit boek
gaat over de strategie van het verbinden van
activering en zorg.
Het boek heeft verschillende doelen:
• Ten eerste het bieden van inzicht in het ontstaan en de opzet van de methodiek voor activerende zorgcoaching. Deze methodiek wordt in de hele gemeente Rotterdam ingevoerd en mogelijk ook in andere gemeenten. Dit maakt het tot een praktijkgericht boek.
• Het tweede doel is, om een beeld te schetsen van enkele verwante programma’s die activering en zorg willen koppelen. Daarbij wordt inzicht geboden in de werkzame elementen en factoren rond die programma’s. Dit maakt het ook tot een informatief boek.
• En het derde doel is, de aandacht te vestigen op enkele interessante en recente ontwikkelingen. Daarmee wordt het ook een boek dat de dialoog wil uitlokken en wil bijdragen aan actuele discussies.
Door deze gevarieerde doelen is het boek van belang voor een brede groep lezers, waaronder professionals in de uitvoeringspraktijk, beleidsmakers, onderzoekers, docenten en studenten.
Lectoraat Dynamiek van de Stad onderzoekt de relatie tussen de grote stad en het werk in de verschillende beroepenvelden. Bij processen en effecten van stedelijke dynamiek krijgen alle facetten aandacht: politieke, economische, sociale, culturele en fysieke.
Het lectoraat levert vanuit een multidisciplinair perspectief een praktijkgerichte bijdrage aan het onderzoek van grootstedelijke problematiek en adviseert op basis daarvan over de aanpak van die problematiek.
Speerpunten van het onderzoek zijn burgerschap, sociale uitsluiting en duurzaamheid.
Het boek heeft verschillende doelen:
• Ten eerste het bieden van inzicht in het ontstaan en de opzet van de methodiek voor activerende zorgcoaching. Deze methodiek wordt in de hele gemeente Rotterdam ingevoerd en mogelijk ook in andere gemeenten. Dit maakt het tot een praktijkgericht boek.
• Het tweede doel is, om een beeld te schetsen van enkele verwante programma’s die activering en zorg willen koppelen. Daarbij wordt inzicht geboden in de werkzame elementen en factoren rond die programma’s. Dit maakt het ook tot een informatief boek.
• En het derde doel is, de aandacht te vestigen op enkele interessante en recente ontwikkelingen. Daarmee wordt het ook een boek dat de dialoog wil uitlokken en wil bijdragen aan actuele discussies.
Door deze gevarieerde doelen is het boek van belang voor een brede groep lezers, waaronder professionals in de uitvoeringspraktijk, beleidsmakers, onderzoekers, docenten en studenten.
Lectoraat Dynamiek van de Stad onderzoekt de relatie tussen de grote stad en het werk in de verschillende beroepenvelden. Bij processen en effecten van stedelijke dynamiek krijgen alle facetten aandacht: politieke, economische, sociale, culturele en fysieke.
Het lectoraat levert vanuit een multidisciplinair perspectief een praktijkgerichte bijdrage aan het onderzoek van grootstedelijke problematiek en adviseert op basis daarvan over de aanpak van die problematiek.
Speerpunten van het onderzoek zijn burgerschap, sociale uitsluiting en duurzaamheid.
Aandacht en kracht. Verbinden van activering en zorg
€ 20,00
Met de komst van de Wet Werk en Bijstand
(WWB) is een sterker accent komen te liggen
op participatie, scholing en werk. Vanuit het
uitgangspunt dat iedereen meedoet, wordt van
mensen die in een uitkeringssituatie zitten gevraagd
een bijdrage te leveren aan de samenleving
met een zinvolle dagbesteding, vrijwilligerswerk
of een betaalde baan. Wanneer we kijken naar
de doelgroepen van mensen in de WWB die
in aanmerking komen voor re-integratie op de
arbeidsmarkt, dan zien we dat er regelmatig sprake
is van een combinatie van problemen die vaak
ook een belemmering vormt. Hoe dit kan worden
aangepakt, is onderwerp van discussie. Dit boek
gaat over de strategie van het verbinden van
activering en zorg.
Het boek heeft verschillende doelen:
• Ten eerste het bieden van inzicht in het ontstaan en de opzet van de methodiek voor activerende zorgcoaching. Deze methodiek wordt in de hele gemeente Rotterdam ingevoerd en mogelijk ook in andere gemeenten. Dit maakt het tot een praktijkgericht boek.
• Het tweede doel is, om een beeld te schetsen van enkele verwante programma’s die activering en zorg willen koppelen. Daarbij wordt inzicht geboden in de werkzame elementen en factoren rond die programma’s. Dit maakt het ook tot een informatief boek.
• En het derde doel is, de aandacht te vestigen op enkele interessante en recente ontwikkelingen. Daarmee wordt het ook een boek dat de dialoog wil uitlokken en wil bijdragen aan actuele discussies.
Door deze gevarieerde doelen is het boek van belang voor een brede groep lezers, waaronder professionals in de uitvoeringspraktijk, beleidsmakers, onderzoekers, docenten en studenten.
Lectoraat Dynamiek van de Stad onderzoekt de relatie tussen de grote stad en het werk in de verschillende beroepenvelden. Bij processen en effecten van stedelijke dynamiek krijgen alle facetten aandacht: politieke, economische, sociale, culturele en fysieke.
Het lectoraat levert vanuit een multidisciplinair perspectief een praktijkgerichte bijdrage aan het onderzoek van grootstedelijke problematiek en adviseert op basis daarvan over de aanpak van die problematiek.
Speerpunten van het onderzoek zijn burgerschap, sociale uitsluiting en duurzaamheid.
Het boek heeft verschillende doelen:
• Ten eerste het bieden van inzicht in het ontstaan en de opzet van de methodiek voor activerende zorgcoaching. Deze methodiek wordt in de hele gemeente Rotterdam ingevoerd en mogelijk ook in andere gemeenten. Dit maakt het tot een praktijkgericht boek.
• Het tweede doel is, om een beeld te schetsen van enkele verwante programma’s die activering en zorg willen koppelen. Daarbij wordt inzicht geboden in de werkzame elementen en factoren rond die programma’s. Dit maakt het ook tot een informatief boek.
• En het derde doel is, de aandacht te vestigen op enkele interessante en recente ontwikkelingen. Daarmee wordt het ook een boek dat de dialoog wil uitlokken en wil bijdragen aan actuele discussies.
Door deze gevarieerde doelen is het boek van belang voor een brede groep lezers, waaronder professionals in de uitvoeringspraktijk, beleidsmakers, onderzoekers, docenten en studenten.
Lectoraat Dynamiek van de Stad onderzoekt de relatie tussen de grote stad en het werk in de verschillende beroepenvelden. Bij processen en effecten van stedelijke dynamiek krijgen alle facetten aandacht: politieke, economische, sociale, culturele en fysieke.
Het lectoraat levert vanuit een multidisciplinair perspectief een praktijkgerichte bijdrage aan het onderzoek van grootstedelijke problematiek en adviseert op basis daarvan over de aanpak van die problematiek.
Speerpunten van het onderzoek zijn burgerschap, sociale uitsluiting en duurzaamheid.

La santé n’est pas une marchandise
€ 19,90
Dans ce livre, Geert Messiaen nous donne un aperçu de l’assurance-maladie belge d’un
point de vue général, et des avis des Mutualités Libérales en particulier, ainsi qu’une vision
personnelle de la politique en matière de santé en Belgique et en Europe. L’auteur plaide
sincèrement en faveur de l’incomparable système de soins de santé belge. Ce livre s’adresse à
toutes les personnes qui s’intéressent aux soins de santé en Belgique.
Dans son livre précédent, “Onvoltooide symfonie”, il réglait déjà ses comptes, sans mâcher ses mots, avec certaines situations régionales politiques au sein de sa ville natale, Roulers, et insiste sur certaines questions sociales prioritaires.
Geert Messiaen est le secrétaire général de l’Union Nationale des Mutualités Libérales.
Dans son livre précédent, “Onvoltooide symfonie”, il réglait déjà ses comptes, sans mâcher ses mots, avec certaines situations régionales politiques au sein de sa ville natale, Roulers, et insiste sur certaines questions sociales prioritaires.
Geert Messiaen est le secrétaire général de l’Union Nationale des Mutualités Libérales.

La santé n’est pas une marchandise
€ 19,90
Dans ce livre, Geert Messiaen nous donne un aperçu de l’assurance-maladie belge d’un
point de vue général, et des avis des Mutualités Libérales en particulier, ainsi qu’une vision
personnelle de la politique en matière de santé en Belgique et en Europe. L’auteur plaide
sincèrement en faveur de l’incomparable système de soins de santé belge. Ce livre s’adresse à
toutes les personnes qui s’intéressent aux soins de santé en Belgique.
Dans son livre précédent, “Onvoltooide symfonie”, il réglait déjà ses comptes, sans mâcher ses mots, avec certaines situations régionales politiques au sein de sa ville natale, Roulers, et insiste sur certaines questions sociales prioritaires.
Geert Messiaen est le secrétaire général de l’Union Nationale des Mutualités Libérales.
Dans son livre précédent, “Onvoltooide symfonie”, il réglait déjà ses comptes, sans mâcher ses mots, avec certaines situations régionales politiques au sein de sa ville natale, Roulers, et insiste sur certaines questions sociales prioritaires.
Geert Messiaen est le secrétaire général de l’Union Nationale des Mutualités Libérales.

Onderwijs in Vlaanderen. 7de geactualiseerde druk 2010
€ 12,00
Dit zorgvuldig gedoseerde boek geeft een bondig overzicht -
met betrekking tot structuur, organisatie en wetgeving - van het
onderwijs in Vlaanderen, dat de laatste jaren grondig is veranderd.
Het geeft inzicht in het globale onderwijssysteem van kleuter- tot
hoger onderwijs, de beleidsorganen en de functionering ervan.
Zo wordt een bijzonder complexe materie helder op een in omvang
beperkte ruimte.
Het boek is bestemd voor (toekomstige) leraren, onderwijsbegeleiders, ouders en anderen die vlug een overzicht willen krijgen van hoe het Vlaamse onderwijs in elkaar zit. Deze nieuwe editie is volledig geactualiseerd..
Jos TIELEMANS doceert aan het Departement Lerarenopleiding van de Karel de Grote-Hogeschool in Antwerpen.
Het boek is bestemd voor (toekomstige) leraren, onderwijsbegeleiders, ouders en anderen die vlug een overzicht willen krijgen van hoe het Vlaamse onderwijs in elkaar zit. Deze nieuwe editie is volledig geactualiseerd..
Jos TIELEMANS doceert aan het Departement Lerarenopleiding van de Karel de Grote-Hogeschool in Antwerpen.

Onderwijs in Vlaanderen. 7de geactualiseerde druk 2010
€ 12,00
Dit zorgvuldig gedoseerde boek geeft een bondig overzicht -
met betrekking tot structuur, organisatie en wetgeving - van het
onderwijs in Vlaanderen, dat de laatste jaren grondig is veranderd.
Het geeft inzicht in het globale onderwijssysteem van kleuter- tot
hoger onderwijs, de beleidsorganen en de functionering ervan.
Zo wordt een bijzonder complexe materie helder op een in omvang
beperkte ruimte.
Het boek is bestemd voor (toekomstige) leraren, onderwijsbegeleiders, ouders en anderen die vlug een overzicht willen krijgen van hoe het Vlaamse onderwijs in elkaar zit. Deze nieuwe editie is volledig geactualiseerd..
Jos TIELEMANS doceert aan het Departement Lerarenopleiding van de Karel de Grote-Hogeschool in Antwerpen.
Het boek is bestemd voor (toekomstige) leraren, onderwijsbegeleiders, ouders en anderen die vlug een overzicht willen krijgen van hoe het Vlaamse onderwijs in elkaar zit. Deze nieuwe editie is volledig geactualiseerd..
Jos TIELEMANS doceert aan het Departement Lerarenopleiding van de Karel de Grote-Hogeschool in Antwerpen.

Van den Vos Reynaerde. De feiten
€ 34,00
Van den vos Reynaerde is een vaste waarde in de canon van de Nederlandse literatuur. Op
scholen en aan universiteiten staat hij steevast op de leeslijst; wetenschappers buigen zich
eeuwen na het ontstaan ervan nog steeds over de diepere gronden en het vernuft dat aan de
tekst ten grondslag liggen. Die studie wordt echter grotendeels gevoerd vanuit een literatuurwetenschappelijke
invalshoek, waarbij de tekst het middelpunt van de belangstelling is.
Maar hoe belangrijk was de historische mentaliteit van de auteur, van zijn omgeving en zijn publiek voor het ontstaan van Van den vos Reynaerde, en wat moeten we ons hierbij voorstellen? Welke zijn de reflecties uit die periode die in het verhaal terug te vinden zijn en mede de draagwijdte en de boodschap van de tekst bepalen? En waarom? Dit boek geeft op deze vragen een antwoord door het middeleeuwse verhaal te confronteren met de historische realiteit van die tijd. Daarbij wordt ruim gebruik gemaakt van een veelheid aan nieuwe historische gegevens uit authentieke bronnen en oorkonden, en recente literatuur over de middeleeuwen.
Het historisch referentiekader rondom Van den vos Reynaerde wordt ingevuld aan de hand van een brede synthese van de politieke, sociaal-maatschappelijke en culturele ontwikkelingen zoals die zich in de eerste helft van de dertiende eeuw voltrokken. De elementen in het verhaal die een historische betekenis kunnen hebben worden opgespoord en toegelicht. Vervolgens wordt de context cultuur-historisch geanalyseerd langs drie maatschappelijke invalshoeken: de politieke actualiteit en de verborgen kritiek erop, de toenmalige geleerde opvattingen over ethiek en symboliek, en het ‘volkse’ discours met zijn groteske kenmerken. Ten slotte worden de achtergronden en het profiel van de auteur, Willem die madocke maecte, hieraan vastgeknoopt en wordt zijn identiteit onthuld.
Het resultaat is een verrassende interpretatie van Van den vos Reynaerde, die zowel de literair- als de historisch geïnteresseerde lezer vernieuwende inzichten aanreikt over deze unieke tekst, zijn tijd en zijn auteur. Een boek voor hen Diet verstaen met goeden sinne.
Rudi Malfliet is professor emeritus Natuurkunde aan de Universiteit Groningen en historicus. Sinds enkele jaren verdiept hij zich in de historische achtergronden van Van den vos Reynaerde.
Maar hoe belangrijk was de historische mentaliteit van de auteur, van zijn omgeving en zijn publiek voor het ontstaan van Van den vos Reynaerde, en wat moeten we ons hierbij voorstellen? Welke zijn de reflecties uit die periode die in het verhaal terug te vinden zijn en mede de draagwijdte en de boodschap van de tekst bepalen? En waarom? Dit boek geeft op deze vragen een antwoord door het middeleeuwse verhaal te confronteren met de historische realiteit van die tijd. Daarbij wordt ruim gebruik gemaakt van een veelheid aan nieuwe historische gegevens uit authentieke bronnen en oorkonden, en recente literatuur over de middeleeuwen.
Het historisch referentiekader rondom Van den vos Reynaerde wordt ingevuld aan de hand van een brede synthese van de politieke, sociaal-maatschappelijke en culturele ontwikkelingen zoals die zich in de eerste helft van de dertiende eeuw voltrokken. De elementen in het verhaal die een historische betekenis kunnen hebben worden opgespoord en toegelicht. Vervolgens wordt de context cultuur-historisch geanalyseerd langs drie maatschappelijke invalshoeken: de politieke actualiteit en de verborgen kritiek erop, de toenmalige geleerde opvattingen over ethiek en symboliek, en het ‘volkse’ discours met zijn groteske kenmerken. Ten slotte worden de achtergronden en het profiel van de auteur, Willem die madocke maecte, hieraan vastgeknoopt en wordt zijn identiteit onthuld.
Het resultaat is een verrassende interpretatie van Van den vos Reynaerde, die zowel de literair- als de historisch geïnteresseerde lezer vernieuwende inzichten aanreikt over deze unieke tekst, zijn tijd en zijn auteur. Een boek voor hen Diet verstaen met goeden sinne.
Rudi Malfliet is professor emeritus Natuurkunde aan de Universiteit Groningen en historicus. Sinds enkele jaren verdiept hij zich in de historische achtergronden van Van den vos Reynaerde.

Van den Vos Reynaerde. De feiten
€ 34,00
Van den vos Reynaerde is een vaste waarde in de canon van de Nederlandse literatuur. Op
scholen en aan universiteiten staat hij steevast op de leeslijst; wetenschappers buigen zich
eeuwen na het ontstaan ervan nog steeds over de diepere gronden en het vernuft dat aan de
tekst ten grondslag liggen. Die studie wordt echter grotendeels gevoerd vanuit een literatuurwetenschappelijke
invalshoek, waarbij de tekst het middelpunt van de belangstelling is.
Maar hoe belangrijk was de historische mentaliteit van de auteur, van zijn omgeving en zijn publiek voor het ontstaan van Van den vos Reynaerde, en wat moeten we ons hierbij voorstellen? Welke zijn de reflecties uit die periode die in het verhaal terug te vinden zijn en mede de draagwijdte en de boodschap van de tekst bepalen? En waarom? Dit boek geeft op deze vragen een antwoord door het middeleeuwse verhaal te confronteren met de historische realiteit van die tijd. Daarbij wordt ruim gebruik gemaakt van een veelheid aan nieuwe historische gegevens uit authentieke bronnen en oorkonden, en recente literatuur over de middeleeuwen.
Het historisch referentiekader rondom Van den vos Reynaerde wordt ingevuld aan de hand van een brede synthese van de politieke, sociaal-maatschappelijke en culturele ontwikkelingen zoals die zich in de eerste helft van de dertiende eeuw voltrokken. De elementen in het verhaal die een historische betekenis kunnen hebben worden opgespoord en toegelicht. Vervolgens wordt de context cultuur-historisch geanalyseerd langs drie maatschappelijke invalshoeken: de politieke actualiteit en de verborgen kritiek erop, de toenmalige geleerde opvattingen over ethiek en symboliek, en het ‘volkse’ discours met zijn groteske kenmerken. Ten slotte worden de achtergronden en het profiel van de auteur, Willem die madocke maecte, hieraan vastgeknoopt en wordt zijn identiteit onthuld.
Het resultaat is een verrassende interpretatie van Van den vos Reynaerde, die zowel de literair- als de historisch geïnteresseerde lezer vernieuwende inzichten aanreikt over deze unieke tekst, zijn tijd en zijn auteur. Een boek voor hen Diet verstaen met goeden sinne.
Rudi Malfliet is professor emeritus Natuurkunde aan de Universiteit Groningen en historicus. Sinds enkele jaren verdiept hij zich in de historische achtergronden van Van den vos Reynaerde.
Maar hoe belangrijk was de historische mentaliteit van de auteur, van zijn omgeving en zijn publiek voor het ontstaan van Van den vos Reynaerde, en wat moeten we ons hierbij voorstellen? Welke zijn de reflecties uit die periode die in het verhaal terug te vinden zijn en mede de draagwijdte en de boodschap van de tekst bepalen? En waarom? Dit boek geeft op deze vragen een antwoord door het middeleeuwse verhaal te confronteren met de historische realiteit van die tijd. Daarbij wordt ruim gebruik gemaakt van een veelheid aan nieuwe historische gegevens uit authentieke bronnen en oorkonden, en recente literatuur over de middeleeuwen.
Het historisch referentiekader rondom Van den vos Reynaerde wordt ingevuld aan de hand van een brede synthese van de politieke, sociaal-maatschappelijke en culturele ontwikkelingen zoals die zich in de eerste helft van de dertiende eeuw voltrokken. De elementen in het verhaal die een historische betekenis kunnen hebben worden opgespoord en toegelicht. Vervolgens wordt de context cultuur-historisch geanalyseerd langs drie maatschappelijke invalshoeken: de politieke actualiteit en de verborgen kritiek erop, de toenmalige geleerde opvattingen over ethiek en symboliek, en het ‘volkse’ discours met zijn groteske kenmerken. Ten slotte worden de achtergronden en het profiel van de auteur, Willem die madocke maecte, hieraan vastgeknoopt en wordt zijn identiteit onthuld.
Het resultaat is een verrassende interpretatie van Van den vos Reynaerde, die zowel de literair- als de historisch geïnteresseerde lezer vernieuwende inzichten aanreikt over deze unieke tekst, zijn tijd en zijn auteur. Een boek voor hen Diet verstaen met goeden sinne.
Rudi Malfliet is professor emeritus Natuurkunde aan de Universiteit Groningen en historicus. Sinds enkele jaren verdiept hij zich in de historische achtergronden van Van den vos Reynaerde.

Professionalisering door praktijkonderzoek
€ 21,00
Praktijkonderzoek heeft inmiddels een plaats gevonden op opleidingen op hogeschoolniveau.
Op de hogeschool Windesheim vindt er jaarlijks een symposium plaats voor studentonderzoek
van de masteropleiding Speciale Onderwijszorg. Vijf van deze studentonderzoeken zijn ter gelegenheid
van dit symposium, de zogenaamde Vlootschouw, gebundeld in dit boek.
Naast de praktijkonderzoeken zijn ook een drietal docentbijdragen opgenomen. Zij gaan nader in op de meerwaarde van het uitvoeren van praktijkonderzoek. Wat heeft de student aan een praktijkonderzoek tijdens de opleiding en wat blijft hiervan over na het afronden van de studie? Welke waarde heeft het praktijkonderzoek voor de scholen en op welke manier kan het een plek krijgen in schoolontwikkeling?
De vijf studentonderzoeken zijn gevarieerd van onderwerp en afkomstig uit basisonderwijs en voortgezet onderwijs. De onderzoeken zijn verricht in de eigen werksituatie met door de studenten zelf gekozen onderzoeksvragen. De voorbeelden laten zien dat onderzoek praktisch bruikbaar kan zijn en dat dit op heel uiteenlopende manieren kan gebeuren.
Dit boek is bestemd voor uiteenlopende doelgroepen, zowel (aanstaande) masterstudenten, zusteropleidingen en professionals uit het onderwijs. Het kan dienen als informatiebron, ter inspiratie dan wel om de nieuwste ontwikkelingen te kunnen volgen.
Naast de praktijkonderzoeken zijn ook een drietal docentbijdragen opgenomen. Zij gaan nader in op de meerwaarde van het uitvoeren van praktijkonderzoek. Wat heeft de student aan een praktijkonderzoek tijdens de opleiding en wat blijft hiervan over na het afronden van de studie? Welke waarde heeft het praktijkonderzoek voor de scholen en op welke manier kan het een plek krijgen in schoolontwikkeling?
De vijf studentonderzoeken zijn gevarieerd van onderwerp en afkomstig uit basisonderwijs en voortgezet onderwijs. De onderzoeken zijn verricht in de eigen werksituatie met door de studenten zelf gekozen onderzoeksvragen. De voorbeelden laten zien dat onderzoek praktisch bruikbaar kan zijn en dat dit op heel uiteenlopende manieren kan gebeuren.
Dit boek is bestemd voor uiteenlopende doelgroepen, zowel (aanstaande) masterstudenten, zusteropleidingen en professionals uit het onderwijs. Het kan dienen als informatiebron, ter inspiratie dan wel om de nieuwste ontwikkelingen te kunnen volgen.

Professionalisering door praktijkonderzoek
€ 21,00
Praktijkonderzoek heeft inmiddels een plaats gevonden op opleidingen op hogeschoolniveau.
Op de hogeschool Windesheim vindt er jaarlijks een symposium plaats voor studentonderzoek
van de masteropleiding Speciale Onderwijszorg. Vijf van deze studentonderzoeken zijn ter gelegenheid
van dit symposium, de zogenaamde Vlootschouw, gebundeld in dit boek.
Naast de praktijkonderzoeken zijn ook een drietal docentbijdragen opgenomen. Zij gaan nader in op de meerwaarde van het uitvoeren van praktijkonderzoek. Wat heeft de student aan een praktijkonderzoek tijdens de opleiding en wat blijft hiervan over na het afronden van de studie? Welke waarde heeft het praktijkonderzoek voor de scholen en op welke manier kan het een plek krijgen in schoolontwikkeling?
De vijf studentonderzoeken zijn gevarieerd van onderwerp en afkomstig uit basisonderwijs en voortgezet onderwijs. De onderzoeken zijn verricht in de eigen werksituatie met door de studenten zelf gekozen onderzoeksvragen. De voorbeelden laten zien dat onderzoek praktisch bruikbaar kan zijn en dat dit op heel uiteenlopende manieren kan gebeuren.
Dit boek is bestemd voor uiteenlopende doelgroepen, zowel (aanstaande) masterstudenten, zusteropleidingen en professionals uit het onderwijs. Het kan dienen als informatiebron, ter inspiratie dan wel om de nieuwste ontwikkelingen te kunnen volgen.
Naast de praktijkonderzoeken zijn ook een drietal docentbijdragen opgenomen. Zij gaan nader in op de meerwaarde van het uitvoeren van praktijkonderzoek. Wat heeft de student aan een praktijkonderzoek tijdens de opleiding en wat blijft hiervan over na het afronden van de studie? Welke waarde heeft het praktijkonderzoek voor de scholen en op welke manier kan het een plek krijgen in schoolontwikkeling?
De vijf studentonderzoeken zijn gevarieerd van onderwerp en afkomstig uit basisonderwijs en voortgezet onderwijs. De onderzoeken zijn verricht in de eigen werksituatie met door de studenten zelf gekozen onderzoeksvragen. De voorbeelden laten zien dat onderzoek praktisch bruikbaar kan zijn en dat dit op heel uiteenlopende manieren kan gebeuren.
Dit boek is bestemd voor uiteenlopende doelgroepen, zowel (aanstaande) masterstudenten, zusteropleidingen en professionals uit het onderwijs. Het kan dienen als informatiebron, ter inspiratie dan wel om de nieuwste ontwikkelingen te kunnen volgen.
Bekwaam en speciaal. Generiek competentieprofiel speciale onderwijszorg – 3de licht gewijzigde druk
€ 13,50
In dit rapport wordt een generiek competentieprofiel voor de speciale onderwijszorg beschreven. Dit profiel geeft richting aan de individuele ontwikkeling van de leraar en de ontwikkeling van de professionaliteit van een team als geheel.
Een schoot als geheel dient over alle genoemde competenties te beschikken. Dan pas kunnen alle leerlingen rekenen op een optimale ontwikkelingskans.
Met dit competentieprofiel kan nagegaan worden op welke gebieden een schoolteam zich verder kan ontwikkelen. Is dat in de breedte of juist in de diepte?
Drie kritische punten vormen de kern van de onderbouwing en de uitwerking van het competentieprofiel.
•In hoeverre is speciale onderwijszorg te typeren als een eigen domein dat om bijzondere bekwaamheden vraagt?
•Welke specifieke eisen worden gesteld aan de begeleiding van het leren en de ontwikkeling van leerlingen met een bijzondere hulpvraag?
•Welke structuur is het meest geschikt om de kenmerkende professionaliteit van leraren speciale onderwijszorg in beeld te brengen?
Dit rapport is tot stand gekomen in samenwerking met Stichting Beroepskwaliteit Leraren en ander onderwijspersoneel (SBL). Daarmee stuit dit product aan bij de competentieprofielen die reeds eerder voor de educatieve sector ontwikkeld zijn. De ontbrekende schakel ''een gelegitimeerd beroepsprofiel als basis voor de opleidingen die verzorgd worden door de 3 opleidingsinstellingen voor speciale onderwijszorg'' is hiermee binnen handbereik.
Het bestuur en de directie van het Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs (WOSO) leggen met de aanbieding van dit rapport de basis voor de accreditatie van deze voortgezette HBO-opleidingen tot HBO-masteropleidingen. Legitimering van dit profiel betekent een uitdaging aan de schoot en aan de leerkracht om de eigen (kennis)ontwikkeling ter hand te nemen. Die impuls zal direct ten goede komen aan die leerlingen die behoefte en recht hebben aan speciaal onderwijs.
Inhoudsopgave
Een schoot als geheel dient over alle genoemde competenties te beschikken. Dan pas kunnen alle leerlingen rekenen op een optimale ontwikkelingskans.
Met dit competentieprofiel kan nagegaan worden op welke gebieden een schoolteam zich verder kan ontwikkelen. Is dat in de breedte of juist in de diepte?
Drie kritische punten vormen de kern van de onderbouwing en de uitwerking van het competentieprofiel.
•In hoeverre is speciale onderwijszorg te typeren als een eigen domein dat om bijzondere bekwaamheden vraagt?
•Welke specifieke eisen worden gesteld aan de begeleiding van het leren en de ontwikkeling van leerlingen met een bijzondere hulpvraag?
•Welke structuur is het meest geschikt om de kenmerkende professionaliteit van leraren speciale onderwijszorg in beeld te brengen?
Dit rapport is tot stand gekomen in samenwerking met Stichting Beroepskwaliteit Leraren en ander onderwijspersoneel (SBL). Daarmee stuit dit product aan bij de competentieprofielen die reeds eerder voor de educatieve sector ontwikkeld zijn. De ontbrekende schakel ''een gelegitimeerd beroepsprofiel als basis voor de opleidingen die verzorgd worden door de 3 opleidingsinstellingen voor speciale onderwijszorg'' is hiermee binnen handbereik.
Het bestuur en de directie van het Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs (WOSO) leggen met de aanbieding van dit rapport de basis voor de accreditatie van deze voortgezette HBO-opleidingen tot HBO-masteropleidingen. Legitimering van dit profiel betekent een uitdaging aan de schoot en aan de leerkracht om de eigen (kennis)ontwikkeling ter hand te nemen. Die impuls zal direct ten goede komen aan die leerlingen die behoefte en recht hebben aan speciaal onderwijs.
Inhoudsopgave
Bekwaam en speciaal. Generiek competentieprofiel speciale onderwijszorg – 3de licht gewijzigde druk
€ 13,50
In dit rapport wordt een generiek competentieprofiel voor de speciale onderwijszorg beschreven. Dit profiel geeft richting aan de individuele ontwikkeling van de leraar en de ontwikkeling van de professionaliteit van een team als geheel.
Een schoot als geheel dient over alle genoemde competenties te beschikken. Dan pas kunnen alle leerlingen rekenen op een optimale ontwikkelingskans.
Met dit competentieprofiel kan nagegaan worden op welke gebieden een schoolteam zich verder kan ontwikkelen. Is dat in de breedte of juist in de diepte?
Drie kritische punten vormen de kern van de onderbouwing en de uitwerking van het competentieprofiel.
•In hoeverre is speciale onderwijszorg te typeren als een eigen domein dat om bijzondere bekwaamheden vraagt?
•Welke specifieke eisen worden gesteld aan de begeleiding van het leren en de ontwikkeling van leerlingen met een bijzondere hulpvraag?
•Welke structuur is het meest geschikt om de kenmerkende professionaliteit van leraren speciale onderwijszorg in beeld te brengen?
Dit rapport is tot stand gekomen in samenwerking met Stichting Beroepskwaliteit Leraren en ander onderwijspersoneel (SBL). Daarmee stuit dit product aan bij de competentieprofielen die reeds eerder voor de educatieve sector ontwikkeld zijn. De ontbrekende schakel ''een gelegitimeerd beroepsprofiel als basis voor de opleidingen die verzorgd worden door de 3 opleidingsinstellingen voor speciale onderwijszorg'' is hiermee binnen handbereik.
Het bestuur en de directie van het Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs (WOSO) leggen met de aanbieding van dit rapport de basis voor de accreditatie van deze voortgezette HBO-opleidingen tot HBO-masteropleidingen. Legitimering van dit profiel betekent een uitdaging aan de schoot en aan de leerkracht om de eigen (kennis)ontwikkeling ter hand te nemen. Die impuls zal direct ten goede komen aan die leerlingen die behoefte en recht hebben aan speciaal onderwijs.
Inhoudsopgave
Een schoot als geheel dient over alle genoemde competenties te beschikken. Dan pas kunnen alle leerlingen rekenen op een optimale ontwikkelingskans.
Met dit competentieprofiel kan nagegaan worden op welke gebieden een schoolteam zich verder kan ontwikkelen. Is dat in de breedte of juist in de diepte?
Drie kritische punten vormen de kern van de onderbouwing en de uitwerking van het competentieprofiel.
•In hoeverre is speciale onderwijszorg te typeren als een eigen domein dat om bijzondere bekwaamheden vraagt?
•Welke specifieke eisen worden gesteld aan de begeleiding van het leren en de ontwikkeling van leerlingen met een bijzondere hulpvraag?
•Welke structuur is het meest geschikt om de kenmerkende professionaliteit van leraren speciale onderwijszorg in beeld te brengen?
Dit rapport is tot stand gekomen in samenwerking met Stichting Beroepskwaliteit Leraren en ander onderwijspersoneel (SBL). Daarmee stuit dit product aan bij de competentieprofielen die reeds eerder voor de educatieve sector ontwikkeld zijn. De ontbrekende schakel ''een gelegitimeerd beroepsprofiel als basis voor de opleidingen die verzorgd worden door de 3 opleidingsinstellingen voor speciale onderwijszorg'' is hiermee binnen handbereik.
Het bestuur en de directie van het Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs (WOSO) leggen met de aanbieding van dit rapport de basis voor de accreditatie van deze voortgezette HBO-opleidingen tot HBO-masteropleidingen. Legitimering van dit profiel betekent een uitdaging aan de schoot en aan de leerkracht om de eigen (kennis)ontwikkeling ter hand te nemen. Die impuls zal direct ten goede komen aan die leerlingen die behoefte en recht hebben aan speciaal onderwijs.
Inhoudsopgave
