Wise en smart. Interventies bij problemen met lezen en rekenen
€ 20,50
Voor het behandelen van kinderen met leerproblemen zijn specifieke vaardigheden
nodig. Deze vaardigheden vragen niet alleen veel kennis en inzet,
maar veronderstellen ook een concrete inbedding in de opleidingen, die
niet altijd beschikbaar is. Daarnaast is er ook veel ervaringskennis die
nergens beschreven staat. Zo krijgt de relatie tussen de behandelinhoud
en het kind dat in behandeling is nauwelijks aandacht in de literatuur.
Voor een goede, succesvolle behandeling is het echter noodzakelijk
om een goede relatie met het kind op te bouwen. Ook moet de
behandelaar het verband zien tussen zijn kennis van de behandelingsmethodiek
en de wetenschappelijke kennis die deze methodiek
zou moeten leiden.
Vanuit deze aandachtspunten toont dit boek aan hoe een gemeenschappelijk kader toch telkens tot een individueel aangepaste interventie kan leiden. In eerste instantie wordt een theoretische basis gelegd waarna enkele zeer recente meta-analyses van studies over effecten van didactische en pedagogische interventies worden besproken. Dan presenteert de auteur een behandelingsmodel dat als stramien voor het behandelen van problemen met leren kan worden gebruikt. Om de aard en werkwijze van dit model toe te lichten biedt het boek ten slotte drie casusbeschrijvingen van interventies bij kinderen. Deze casuïstiek is illustratief voor een behandeling: problemen met leren kunnen zich op verschillende manieren manifesteren terwijl de kern van de behandeling toch gelijk blijft.
Dr. Diny van der Aalsvoort is orthopedagoog, GZ-psycholoog en supervisor NVO-generalist. Ze heeft een jarenlange ervaring in de opleiding Orthopedagogiek (aan de universiteiten van Nijmegen, Leiden en Utrecht) en superviseert post-masterstudenten in het kader van hun opleiding GZ-psycholoog en NVO-generalist. Ze werkt nu als lector aan de Hogeschool Utrecht.
Vanuit deze aandachtspunten toont dit boek aan hoe een gemeenschappelijk kader toch telkens tot een individueel aangepaste interventie kan leiden. In eerste instantie wordt een theoretische basis gelegd waarna enkele zeer recente meta-analyses van studies over effecten van didactische en pedagogische interventies worden besproken. Dan presenteert de auteur een behandelingsmodel dat als stramien voor het behandelen van problemen met leren kan worden gebruikt. Om de aard en werkwijze van dit model toe te lichten biedt het boek ten slotte drie casusbeschrijvingen van interventies bij kinderen. Deze casuïstiek is illustratief voor een behandeling: problemen met leren kunnen zich op verschillende manieren manifesteren terwijl de kern van de behandeling toch gelijk blijft.
Dr. Diny van der Aalsvoort is orthopedagoog, GZ-psycholoog en supervisor NVO-generalist. Ze heeft een jarenlange ervaring in de opleiding Orthopedagogiek (aan de universiteiten van Nijmegen, Leiden en Utrecht) en superviseert post-masterstudenten in het kader van hun opleiding GZ-psycholoog en NVO-generalist. Ze werkt nu als lector aan de Hogeschool Utrecht.
Wise en smart. Interventies bij problemen met lezen en rekenen
€ 20,50
Voor het behandelen van kinderen met leerproblemen zijn specifieke vaardigheden
nodig. Deze vaardigheden vragen niet alleen veel kennis en inzet,
maar veronderstellen ook een concrete inbedding in de opleidingen, die
niet altijd beschikbaar is. Daarnaast is er ook veel ervaringskennis die
nergens beschreven staat. Zo krijgt de relatie tussen de behandelinhoud
en het kind dat in behandeling is nauwelijks aandacht in de literatuur.
Voor een goede, succesvolle behandeling is het echter noodzakelijk
om een goede relatie met het kind op te bouwen. Ook moet de
behandelaar het verband zien tussen zijn kennis van de behandelingsmethodiek
en de wetenschappelijke kennis die deze methodiek
zou moeten leiden.
Vanuit deze aandachtspunten toont dit boek aan hoe een gemeenschappelijk kader toch telkens tot een individueel aangepaste interventie kan leiden. In eerste instantie wordt een theoretische basis gelegd waarna enkele zeer recente meta-analyses van studies over effecten van didactische en pedagogische interventies worden besproken. Dan presenteert de auteur een behandelingsmodel dat als stramien voor het behandelen van problemen met leren kan worden gebruikt. Om de aard en werkwijze van dit model toe te lichten biedt het boek ten slotte drie casusbeschrijvingen van interventies bij kinderen. Deze casuïstiek is illustratief voor een behandeling: problemen met leren kunnen zich op verschillende manieren manifesteren terwijl de kern van de behandeling toch gelijk blijft.
Dr. Diny van der Aalsvoort is orthopedagoog, GZ-psycholoog en supervisor NVO-generalist. Ze heeft een jarenlange ervaring in de opleiding Orthopedagogiek (aan de universiteiten van Nijmegen, Leiden en Utrecht) en superviseert post-masterstudenten in het kader van hun opleiding GZ-psycholoog en NVO-generalist. Ze werkt nu als lector aan de Hogeschool Utrecht.
Vanuit deze aandachtspunten toont dit boek aan hoe een gemeenschappelijk kader toch telkens tot een individueel aangepaste interventie kan leiden. In eerste instantie wordt een theoretische basis gelegd waarna enkele zeer recente meta-analyses van studies over effecten van didactische en pedagogische interventies worden besproken. Dan presenteert de auteur een behandelingsmodel dat als stramien voor het behandelen van problemen met leren kan worden gebruikt. Om de aard en werkwijze van dit model toe te lichten biedt het boek ten slotte drie casusbeschrijvingen van interventies bij kinderen. Deze casuïstiek is illustratief voor een behandeling: problemen met leren kunnen zich op verschillende manieren manifesteren terwijl de kern van de behandeling toch gelijk blijft.
Dr. Diny van der Aalsvoort is orthopedagoog, GZ-psycholoog en supervisor NVO-generalist. Ze heeft een jarenlange ervaring in de opleiding Orthopedagogiek (aan de universiteiten van Nijmegen, Leiden en Utrecht) en superviseert post-masterstudenten in het kader van hun opleiding GZ-psycholoog en NVO-generalist. Ze werkt nu als lector aan de Hogeschool Utrecht.
Adrianus VI (1459-1523). De tragische paus uit de Nederlanden
€ 20,50
Adriaan van Utrecht, toonaangevend figuur aan de Leuvense universiteit rond 1500,
leraar van Karel V, regent van Spanje, paus. Weinig mensen uit de Lage Landen
hebben een zo indrukwekkende carrière gemaakt als deze zoon van een Utrechtse
schrijnwerker.
In deze nieuwe biografie – de eerste sinds 1980 – wordt de boeiende figuur van Adrianus VI nader voorgesteld en in zijn context geplaatst. Daarbij wordt speciale aandacht besteed aan Adrianus’ Leuvense periode, die traditioneel onderbelicht blijft, hoewel Adrianus het langste en ongetwijfeld het gelukkigste deel van zijn leven in de Brabantse universiteitsstad heeft doorgebracht.
Ook Adrianus’ verhouding tegenover Erasmus en zijn Nederlands-Brabants- Leuvense entourage in Rome krijgen de nodige aandacht.
Het zwaartepunt in Adrianus’ korte pontificaat (1522-1523) wordt gevormd door de kwestie Maarten Luther.
Als eerste paus trachtte Adrianus een antwoord te vinden op de uitdaging die de Wittenbergse theoloog aan de katholieke Kerk stelde: Adrianus begon met een hervorming van de Curie in Rome, maar zijn belangrijkste stap lag in de in de geschiedenis unieke excuses die hij voor de misstanden aanbood. Zo ontpopt Adrianus’ leven zich als een belangrijke schakel tussen de Leuvense universiteit, de Habsburgers, het humanisme, de hervorming en het hoog-renaissancistische Rome op een scharniermoment in de Europese geschiedenis.
Michiel Verweij is adjunct-conservator op het Handschriftenkabinet van de Koninklijke Bibliotheek van België in Brussel. Hij organiseerde in 2009-2010 de herdenkingstentoonstelling ‘De paus uit de Nederlanden, Adrianus VI 1459-2009’.
"Mede door de heldere taal en de vertellende stijl (...) is dit boek zonder meer een aanrader voor wie op een wetenschappelijk verantwoorde en tegelijk toegankelijke manier met deze paus uit onze contreien kennis wil maken."
Pierre Trouillez - Tijdschrift Collationes
"synthetiserende en genuanceerde biografie, die niet alleen een toegang tot de bestaande literatuur biedt, maar tevens nieuwe perspectieven en accenten aanreikt"
Contactgroep Signum
In deze nieuwe biografie – de eerste sinds 1980 – wordt de boeiende figuur van Adrianus VI nader voorgesteld en in zijn context geplaatst. Daarbij wordt speciale aandacht besteed aan Adrianus’ Leuvense periode, die traditioneel onderbelicht blijft, hoewel Adrianus het langste en ongetwijfeld het gelukkigste deel van zijn leven in de Brabantse universiteitsstad heeft doorgebracht.
Ook Adrianus’ verhouding tegenover Erasmus en zijn Nederlands-Brabants- Leuvense entourage in Rome krijgen de nodige aandacht.
Het zwaartepunt in Adrianus’ korte pontificaat (1522-1523) wordt gevormd door de kwestie Maarten Luther.
Als eerste paus trachtte Adrianus een antwoord te vinden op de uitdaging die de Wittenbergse theoloog aan de katholieke Kerk stelde: Adrianus begon met een hervorming van de Curie in Rome, maar zijn belangrijkste stap lag in de in de geschiedenis unieke excuses die hij voor de misstanden aanbood. Zo ontpopt Adrianus’ leven zich als een belangrijke schakel tussen de Leuvense universiteit, de Habsburgers, het humanisme, de hervorming en het hoog-renaissancistische Rome op een scharniermoment in de Europese geschiedenis.
Michiel Verweij is adjunct-conservator op het Handschriftenkabinet van de Koninklijke Bibliotheek van België in Brussel. Hij organiseerde in 2009-2010 de herdenkingstentoonstelling ‘De paus uit de Nederlanden, Adrianus VI 1459-2009’.
"Mede door de heldere taal en de vertellende stijl (...) is dit boek zonder meer een aanrader voor wie op een wetenschappelijk verantwoorde en tegelijk toegankelijke manier met deze paus uit onze contreien kennis wil maken."
Pierre Trouillez - Tijdschrift Collationes
"synthetiserende en genuanceerde biografie, die niet alleen een toegang tot de bestaande literatuur biedt, maar tevens nieuwe perspectieven en accenten aanreikt"
Contactgroep Signum
Adrianus VI (1459-1523). De tragische paus uit de Nederlanden
€ 20,50
Adriaan van Utrecht, toonaangevend figuur aan de Leuvense universiteit rond 1500,
leraar van Karel V, regent van Spanje, paus. Weinig mensen uit de Lage Landen
hebben een zo indrukwekkende carrière gemaakt als deze zoon van een Utrechtse
schrijnwerker.
In deze nieuwe biografie – de eerste sinds 1980 – wordt de boeiende figuur van Adrianus VI nader voorgesteld en in zijn context geplaatst. Daarbij wordt speciale aandacht besteed aan Adrianus’ Leuvense periode, die traditioneel onderbelicht blijft, hoewel Adrianus het langste en ongetwijfeld het gelukkigste deel van zijn leven in de Brabantse universiteitsstad heeft doorgebracht.
Ook Adrianus’ verhouding tegenover Erasmus en zijn Nederlands-Brabants- Leuvense entourage in Rome krijgen de nodige aandacht.
Het zwaartepunt in Adrianus’ korte pontificaat (1522-1523) wordt gevormd door de kwestie Maarten Luther.
Als eerste paus trachtte Adrianus een antwoord te vinden op de uitdaging die de Wittenbergse theoloog aan de katholieke Kerk stelde: Adrianus begon met een hervorming van de Curie in Rome, maar zijn belangrijkste stap lag in de in de geschiedenis unieke excuses die hij voor de misstanden aanbood. Zo ontpopt Adrianus’ leven zich als een belangrijke schakel tussen de Leuvense universiteit, de Habsburgers, het humanisme, de hervorming en het hoog-renaissancistische Rome op een scharniermoment in de Europese geschiedenis.
Michiel Verweij is adjunct-conservator op het Handschriftenkabinet van de Koninklijke Bibliotheek van België in Brussel. Hij organiseerde in 2009-2010 de herdenkingstentoonstelling ‘De paus uit de Nederlanden, Adrianus VI 1459-2009’.
"Mede door de heldere taal en de vertellende stijl (...) is dit boek zonder meer een aanrader voor wie op een wetenschappelijk verantwoorde en tegelijk toegankelijke manier met deze paus uit onze contreien kennis wil maken."
Pierre Trouillez - Tijdschrift Collationes
"synthetiserende en genuanceerde biografie, die niet alleen een toegang tot de bestaande literatuur biedt, maar tevens nieuwe perspectieven en accenten aanreikt"
Contactgroep Signum
In deze nieuwe biografie – de eerste sinds 1980 – wordt de boeiende figuur van Adrianus VI nader voorgesteld en in zijn context geplaatst. Daarbij wordt speciale aandacht besteed aan Adrianus’ Leuvense periode, die traditioneel onderbelicht blijft, hoewel Adrianus het langste en ongetwijfeld het gelukkigste deel van zijn leven in de Brabantse universiteitsstad heeft doorgebracht.
Ook Adrianus’ verhouding tegenover Erasmus en zijn Nederlands-Brabants- Leuvense entourage in Rome krijgen de nodige aandacht.
Het zwaartepunt in Adrianus’ korte pontificaat (1522-1523) wordt gevormd door de kwestie Maarten Luther.
Als eerste paus trachtte Adrianus een antwoord te vinden op de uitdaging die de Wittenbergse theoloog aan de katholieke Kerk stelde: Adrianus begon met een hervorming van de Curie in Rome, maar zijn belangrijkste stap lag in de in de geschiedenis unieke excuses die hij voor de misstanden aanbood. Zo ontpopt Adrianus’ leven zich als een belangrijke schakel tussen de Leuvense universiteit, de Habsburgers, het humanisme, de hervorming en het hoog-renaissancistische Rome op een scharniermoment in de Europese geschiedenis.
Michiel Verweij is adjunct-conservator op het Handschriftenkabinet van de Koninklijke Bibliotheek van België in Brussel. Hij organiseerde in 2009-2010 de herdenkingstentoonstelling ‘De paus uit de Nederlanden, Adrianus VI 1459-2009’.
"Mede door de heldere taal en de vertellende stijl (...) is dit boek zonder meer een aanrader voor wie op een wetenschappelijk verantwoorde en tegelijk toegankelijke manier met deze paus uit onze contreien kennis wil maken."
Pierre Trouillez - Tijdschrift Collationes
"synthetiserende en genuanceerde biografie, die niet alleen een toegang tot de bestaande literatuur biedt, maar tevens nieuwe perspectieven en accenten aanreikt"
Contactgroep Signum
Ik denk in beelden, jij onderwijst in woorden.Talenten van een rechtsgeoriënteerd kind ontwikkelen . (Fontys-OSO-Reeks, nr. 19)
€ 20,50
In elke klas zitten er leerlingen met kenmerken die doen denken aan AD(H)D of andere ''stoornissen''. Ze leren later lezen, zijn druk, hebben aandachtsproblemen... In dit boek worden deze kinden ''rechtsgeoriënteerde kinderen'' genoemd.
Deze leerlingen denken andere. Ze denken in beelden en hebben een visuele leerstijl. Hun manier van denken werkt vooral vanuit de rechterhersenhelft. De meeste scholen gebruiken echter vooral woorden om dingen aan te leren, waarbij veeleer een beroep wordt gedaan op de linkerhersenhelft. Het verschil in de leerstijlen wordt in dit boek helder en overtuigend aangegeven.
Worden deze leerlingen aangesproken op hun visuele talenten, dan zijn de resultaten spectaculair beter. Met een eenvoudig programma kan een kind aan de hand van zijn visueel geheugen leren spellen, snellezen, complexe sommen en vermenigvuldigen uit het hoofd berekenen. Hierdoor krijgt het kind ook een positiever zelfbeeld.
het boek biedt meteen een goed inzicht in wat deze kinderen drijft en hoe dit in het dagelijkse leven kan worden aangewend om hun volle potentieel te bereiken.
Jeffrey Freed, MA in Education, werkt als onderwijsconsulent in Evergreen, Colorado, exclusief met hoogbegaafde en ADHD-kinderen. Laurie Parsons is programmadirecteur bij KTAR-radio, toonaangevend news-talk station in Phoenix, Arizona. Zij heeft rechtsgeoriënteerde kinderen.
De vertalers zijn ouders van een rechtsgeoriënteerd kind.
Deze leerlingen denken andere. Ze denken in beelden en hebben een visuele leerstijl. Hun manier van denken werkt vooral vanuit de rechterhersenhelft. De meeste scholen gebruiken echter vooral woorden om dingen aan te leren, waarbij veeleer een beroep wordt gedaan op de linkerhersenhelft. Het verschil in de leerstijlen wordt in dit boek helder en overtuigend aangegeven.
Worden deze leerlingen aangesproken op hun visuele talenten, dan zijn de resultaten spectaculair beter. Met een eenvoudig programma kan een kind aan de hand van zijn visueel geheugen leren spellen, snellezen, complexe sommen en vermenigvuldigen uit het hoofd berekenen. Hierdoor krijgt het kind ook een positiever zelfbeeld.
het boek biedt meteen een goed inzicht in wat deze kinderen drijft en hoe dit in het dagelijkse leven kan worden aangewend om hun volle potentieel te bereiken.
Jeffrey Freed, MA in Education, werkt als onderwijsconsulent in Evergreen, Colorado, exclusief met hoogbegaafde en ADHD-kinderen. Laurie Parsons is programmadirecteur bij KTAR-radio, toonaangevend news-talk station in Phoenix, Arizona. Zij heeft rechtsgeoriënteerde kinderen.
De vertalers zijn ouders van een rechtsgeoriënteerd kind.
Ik denk in beelden, jij onderwijst in woorden.Talenten van een rechtsgeoriënteerd kind ontwikkelen . (Fontys-OSO-Reeks, nr. 19)
€ 20,50
In elke klas zitten er leerlingen met kenmerken die doen denken aan AD(H)D of andere ''stoornissen''. Ze leren later lezen, zijn druk, hebben aandachtsproblemen... In dit boek worden deze kinden ''rechtsgeoriënteerde kinderen'' genoemd.
Deze leerlingen denken andere. Ze denken in beelden en hebben een visuele leerstijl. Hun manier van denken werkt vooral vanuit de rechterhersenhelft. De meeste scholen gebruiken echter vooral woorden om dingen aan te leren, waarbij veeleer een beroep wordt gedaan op de linkerhersenhelft. Het verschil in de leerstijlen wordt in dit boek helder en overtuigend aangegeven.
Worden deze leerlingen aangesproken op hun visuele talenten, dan zijn de resultaten spectaculair beter. Met een eenvoudig programma kan een kind aan de hand van zijn visueel geheugen leren spellen, snellezen, complexe sommen en vermenigvuldigen uit het hoofd berekenen. Hierdoor krijgt het kind ook een positiever zelfbeeld.
het boek biedt meteen een goed inzicht in wat deze kinderen drijft en hoe dit in het dagelijkse leven kan worden aangewend om hun volle potentieel te bereiken.
Jeffrey Freed, MA in Education, werkt als onderwijsconsulent in Evergreen, Colorado, exclusief met hoogbegaafde en ADHD-kinderen. Laurie Parsons is programmadirecteur bij KTAR-radio, toonaangevend news-talk station in Phoenix, Arizona. Zij heeft rechtsgeoriënteerde kinderen.
De vertalers zijn ouders van een rechtsgeoriënteerd kind.
Deze leerlingen denken andere. Ze denken in beelden en hebben een visuele leerstijl. Hun manier van denken werkt vooral vanuit de rechterhersenhelft. De meeste scholen gebruiken echter vooral woorden om dingen aan te leren, waarbij veeleer een beroep wordt gedaan op de linkerhersenhelft. Het verschil in de leerstijlen wordt in dit boek helder en overtuigend aangegeven.
Worden deze leerlingen aangesproken op hun visuele talenten, dan zijn de resultaten spectaculair beter. Met een eenvoudig programma kan een kind aan de hand van zijn visueel geheugen leren spellen, snellezen, complexe sommen en vermenigvuldigen uit het hoofd berekenen. Hierdoor krijgt het kind ook een positiever zelfbeeld.
het boek biedt meteen een goed inzicht in wat deze kinderen drijft en hoe dit in het dagelijkse leven kan worden aangewend om hun volle potentieel te bereiken.
Jeffrey Freed, MA in Education, werkt als onderwijsconsulent in Evergreen, Colorado, exclusief met hoogbegaafde en ADHD-kinderen. Laurie Parsons is programmadirecteur bij KTAR-radio, toonaangevend news-talk station in Phoenix, Arizona. Zij heeft rechtsgeoriënteerde kinderen.
De vertalers zijn ouders van een rechtsgeoriënteerd kind.
Learning with a portfolio in clinical workplaces. Practices, pitfalls and perspectives
€ 29,80
Clerkships in clinical environments are a self-evident part of the curriculum in any medical
education programme. Yet, students’ learning during these clerkships remains little
understood and – as a consequence –the issue of properly supporting that learning still
raises many questions. During the past decade, portfolios have become widely used
in response to these issues. Not only are portfolios supposed to structure and deepen
students’ learning, they also provide a basis for systematic and effective support by
the supervisors. As such portfolios are entangled in the clerkship triangle: the complex
interplay of students, supervisors (in the clinical environment) and the training institute
(the medical school).
This book reports on a number of studies aimed at unravelling the clerkship triangle and the role of the portfolio in it. It reveals several processes and conditions that determine the actual meaning of the portfolio for both students’ learning and the supervision. It further argues that the learning portfolio operates as an artefact through which the medical school can be present in the clerkship environment and thus ‘steer from a distance’. Finally the book also explores the conditions for successful use of electronic portfolios.
Ann Deketelaere studied educational sciences at the K.U.Leuven. Over the years she has been professionally active as an educational researcher, curriculum designer, teachereducator and in-service trainer. Since 2002, she has been working as an educational staff member at the Centre for Medical Education of the Faculty of Medicine (K.U.Leuven). Her main areas of interest and expertise are in coaching and mentoring of workplace learning, reflective practice and learning portfolios.
This book reports on a number of studies aimed at unravelling the clerkship triangle and the role of the portfolio in it. It reveals several processes and conditions that determine the actual meaning of the portfolio for both students’ learning and the supervision. It further argues that the learning portfolio operates as an artefact through which the medical school can be present in the clerkship environment and thus ‘steer from a distance’. Finally the book also explores the conditions for successful use of electronic portfolios.
Ann Deketelaere studied educational sciences at the K.U.Leuven. Over the years she has been professionally active as an educational researcher, curriculum designer, teachereducator and in-service trainer. Since 2002, she has been working as an educational staff member at the Centre for Medical Education of the Faculty of Medicine (K.U.Leuven). Her main areas of interest and expertise are in coaching and mentoring of workplace learning, reflective practice and learning portfolios.
Learning with a portfolio in clinical workplaces. Practices, pitfalls and perspectives
€ 29,80
Clerkships in clinical environments are a self-evident part of the curriculum in any medical
education programme. Yet, students’ learning during these clerkships remains little
understood and – as a consequence –the issue of properly supporting that learning still
raises many questions. During the past decade, portfolios have become widely used
in response to these issues. Not only are portfolios supposed to structure and deepen
students’ learning, they also provide a basis for systematic and effective support by
the supervisors. As such portfolios are entangled in the clerkship triangle: the complex
interplay of students, supervisors (in the clinical environment) and the training institute
(the medical school).
This book reports on a number of studies aimed at unravelling the clerkship triangle and the role of the portfolio in it. It reveals several processes and conditions that determine the actual meaning of the portfolio for both students’ learning and the supervision. It further argues that the learning portfolio operates as an artefact through which the medical school can be present in the clerkship environment and thus ‘steer from a distance’. Finally the book also explores the conditions for successful use of electronic portfolios.
Ann Deketelaere studied educational sciences at the K.U.Leuven. Over the years she has been professionally active as an educational researcher, curriculum designer, teachereducator and in-service trainer. Since 2002, she has been working as an educational staff member at the Centre for Medical Education of the Faculty of Medicine (K.U.Leuven). Her main areas of interest and expertise are in coaching and mentoring of workplace learning, reflective practice and learning portfolios.
This book reports on a number of studies aimed at unravelling the clerkship triangle and the role of the portfolio in it. It reveals several processes and conditions that determine the actual meaning of the portfolio for both students’ learning and the supervision. It further argues that the learning portfolio operates as an artefact through which the medical school can be present in the clerkship environment and thus ‘steer from a distance’. Finally the book also explores the conditions for successful use of electronic portfolios.
Ann Deketelaere studied educational sciences at the K.U.Leuven. Over the years she has been professionally active as an educational researcher, curriculum designer, teachereducator and in-service trainer. Since 2002, she has been working as an educational staff member at the Centre for Medical Education of the Faculty of Medicine (K.U.Leuven). Her main areas of interest and expertise are in coaching and mentoring of workplace learning, reflective practice and learning portfolios.
Nek- en rugklachten? Er zelf wat aan doen
€ 21,00
Het gebeurt steeds vaker dat mensen pijn hebben aan de rug of in de nek: bij het opstaan, tijdens of na het werk, wanneer ze iets willen oprapen, en bij zovele andere gelegenheden. De problemen met rug en nek worden almaar meer veroorzaakt door altijd weerkerende eigen foute houdingen en verkeerde bewegingen. Stress speelt natuurlijk ook een rol, maar de meeste rug- en nekpijnen hebben een mechanische oorzaak en kunnen voorkomen worden door een goede houding aan te nemen of anders te bewegen.
Dit boek laat aan de hand van foto''s, raadgevingen en oefeningen zien hoe mensen zelf iets aan hun rugpijn kunnen doen en hoe ze door andere automatismen te kweken nieuwe pijn kunnen voorkomen.
Op de bijgevoegde dvd staan voorbeelden van juiste houdingen en correcte bewegingen.
Philip Van Kolen is zelfstandig kinesitherapeut in Antwerpen. Hij is gespecialiseerd in nek- en rugklachten.
Dit boek laat aan de hand van foto''s, raadgevingen en oefeningen zien hoe mensen zelf iets aan hun rugpijn kunnen doen en hoe ze door andere automatismen te kweken nieuwe pijn kunnen voorkomen.
Op de bijgevoegde dvd staan voorbeelden van juiste houdingen en correcte bewegingen.
Philip Van Kolen is zelfstandig kinesitherapeut in Antwerpen. Hij is gespecialiseerd in nek- en rugklachten.
Nek- en rugklachten? Er zelf wat aan doen
€ 21,00
Het gebeurt steeds vaker dat mensen pijn hebben aan de rug of in de nek: bij het opstaan, tijdens of na het werk, wanneer ze iets willen oprapen, en bij zovele andere gelegenheden. De problemen met rug en nek worden almaar meer veroorzaakt door altijd weerkerende eigen foute houdingen en verkeerde bewegingen. Stress speelt natuurlijk ook een rol, maar de meeste rug- en nekpijnen hebben een mechanische oorzaak en kunnen voorkomen worden door een goede houding aan te nemen of anders te bewegen.
Dit boek laat aan de hand van foto''s, raadgevingen en oefeningen zien hoe mensen zelf iets aan hun rugpijn kunnen doen en hoe ze door andere automatismen te kweken nieuwe pijn kunnen voorkomen.
Op de bijgevoegde dvd staan voorbeelden van juiste houdingen en correcte bewegingen.
Philip Van Kolen is zelfstandig kinesitherapeut in Antwerpen. Hij is gespecialiseerd in nek- en rugklachten.
Dit boek laat aan de hand van foto''s, raadgevingen en oefeningen zien hoe mensen zelf iets aan hun rugpijn kunnen doen en hoe ze door andere automatismen te kweken nieuwe pijn kunnen voorkomen.
Op de bijgevoegde dvd staan voorbeelden van juiste houdingen en correcte bewegingen.
Philip Van Kolen is zelfstandig kinesitherapeut in Antwerpen. Hij is gespecialiseerd in nek- en rugklachten.
Het blijft mensenwerk. Succesvolle praktijkinterventies op zeer zwakke scholen in het primair onderwijs. Over effectieve verbeteracties vanuit het perspectief van de schoolleiding
€ 11,00
Goede resultaten voor alle leerlingen. Dat is waar een schoolbestuur
voor staat en eindverantwoordelijk voor is. Het primair
onderwijs legt immers het fundament voor de vervolgopleiding
van kinderen en voor hun mogelijkheden op de arbeidsmarkt.
Wanneer schoolbesturen niet voldoende op de kwaliteit van hun
scholen letten, is de kans groot dat scholen afglijden. De kwaliteit
van het onderwijs kan dan onder een aanvaardbaar niveau komen.
We noemen ze zwak of zelfs zeer zwak.
Voor de publicatie ‘Het blijft mensenwerk’ heeft de PO-Raad gekeken naar de praktijk van zeer zwakke scholen. Wat hebben schoolleiders en leraren gedaan om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren en op welke manier hebben schoolbesturen hen hierbij gestimuleerd en ondersteund? Het traject van kwaliteitsverbetering heeft vele gezichten, maar ook herkenbare patronen. Het gaat vooral om een combinatie van onderwijsinhoudelijke elementen gericht op de kwaliteit van het onderwijsleerproces, en menselijke aspecten als herstel van vertrouwen en zelfvertrouwen. Het blijft tenslotte mensenwerk. Dat betekent dat alle betrokkenen hun eigen krachten optimaal kunnen inzetten bij hun opdracht: goed onderwijs voor elk kind.
De PO-Raad, gevestigd in Utrecht, is de Nederlandse sectororganisatie voor het primair onderwijs. De vereniging behartigt de gemeenschappelijke belangen van de schoolbesturen in het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs. Binnen het programma ‘Goed worden en goed blijven’ biedt de PO-Raad informatie en ondersteuning aan schoolbesturen en directies. De PO-Raad staat ze bij om de kwaliteit van het onderwijs van zwakke en zeer zwakke scholen zo snel mogelijk te verbeteren en om te voorkomen dat scholen zwak of zeer zwak worden.
Voor de publicatie ‘Het blijft mensenwerk’ heeft de PO-Raad gekeken naar de praktijk van zeer zwakke scholen. Wat hebben schoolleiders en leraren gedaan om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren en op welke manier hebben schoolbesturen hen hierbij gestimuleerd en ondersteund? Het traject van kwaliteitsverbetering heeft vele gezichten, maar ook herkenbare patronen. Het gaat vooral om een combinatie van onderwijsinhoudelijke elementen gericht op de kwaliteit van het onderwijsleerproces, en menselijke aspecten als herstel van vertrouwen en zelfvertrouwen. Het blijft tenslotte mensenwerk. Dat betekent dat alle betrokkenen hun eigen krachten optimaal kunnen inzetten bij hun opdracht: goed onderwijs voor elk kind.
De PO-Raad, gevestigd in Utrecht, is de Nederlandse sectororganisatie voor het primair onderwijs. De vereniging behartigt de gemeenschappelijke belangen van de schoolbesturen in het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs. Binnen het programma ‘Goed worden en goed blijven’ biedt de PO-Raad informatie en ondersteuning aan schoolbesturen en directies. De PO-Raad staat ze bij om de kwaliteit van het onderwijs van zwakke en zeer zwakke scholen zo snel mogelijk te verbeteren en om te voorkomen dat scholen zwak of zeer zwak worden.
Het blijft mensenwerk. Succesvolle praktijkinterventies op zeer zwakke scholen in het primair onderwijs. Over effectieve verbeteracties vanuit het perspectief van de schoolleiding
€ 11,00
Goede resultaten voor alle leerlingen. Dat is waar een schoolbestuur
voor staat en eindverantwoordelijk voor is. Het primair
onderwijs legt immers het fundament voor de vervolgopleiding
van kinderen en voor hun mogelijkheden op de arbeidsmarkt.
Wanneer schoolbesturen niet voldoende op de kwaliteit van hun
scholen letten, is de kans groot dat scholen afglijden. De kwaliteit
van het onderwijs kan dan onder een aanvaardbaar niveau komen.
We noemen ze zwak of zelfs zeer zwak.
Voor de publicatie ‘Het blijft mensenwerk’ heeft de PO-Raad gekeken naar de praktijk van zeer zwakke scholen. Wat hebben schoolleiders en leraren gedaan om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren en op welke manier hebben schoolbesturen hen hierbij gestimuleerd en ondersteund? Het traject van kwaliteitsverbetering heeft vele gezichten, maar ook herkenbare patronen. Het gaat vooral om een combinatie van onderwijsinhoudelijke elementen gericht op de kwaliteit van het onderwijsleerproces, en menselijke aspecten als herstel van vertrouwen en zelfvertrouwen. Het blijft tenslotte mensenwerk. Dat betekent dat alle betrokkenen hun eigen krachten optimaal kunnen inzetten bij hun opdracht: goed onderwijs voor elk kind.
De PO-Raad, gevestigd in Utrecht, is de Nederlandse sectororganisatie voor het primair onderwijs. De vereniging behartigt de gemeenschappelijke belangen van de schoolbesturen in het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs. Binnen het programma ‘Goed worden en goed blijven’ biedt de PO-Raad informatie en ondersteuning aan schoolbesturen en directies. De PO-Raad staat ze bij om de kwaliteit van het onderwijs van zwakke en zeer zwakke scholen zo snel mogelijk te verbeteren en om te voorkomen dat scholen zwak of zeer zwak worden.
Voor de publicatie ‘Het blijft mensenwerk’ heeft de PO-Raad gekeken naar de praktijk van zeer zwakke scholen. Wat hebben schoolleiders en leraren gedaan om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren en op welke manier hebben schoolbesturen hen hierbij gestimuleerd en ondersteund? Het traject van kwaliteitsverbetering heeft vele gezichten, maar ook herkenbare patronen. Het gaat vooral om een combinatie van onderwijsinhoudelijke elementen gericht op de kwaliteit van het onderwijsleerproces, en menselijke aspecten als herstel van vertrouwen en zelfvertrouwen. Het blijft tenslotte mensenwerk. Dat betekent dat alle betrokkenen hun eigen krachten optimaal kunnen inzetten bij hun opdracht: goed onderwijs voor elk kind.
De PO-Raad, gevestigd in Utrecht, is de Nederlandse sectororganisatie voor het primair onderwijs. De vereniging behartigt de gemeenschappelijke belangen van de schoolbesturen in het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs. Binnen het programma ‘Goed worden en goed blijven’ biedt de PO-Raad informatie en ondersteuning aan schoolbesturen en directies. De PO-Raad staat ze bij om de kwaliteit van het onderwijs van zwakke en zeer zwakke scholen zo snel mogelijk te verbeteren en om te voorkomen dat scholen zwak of zeer zwak worden.
De psychiatrisch verpleegkundige: vakkundig in balans. Professionalisering van de verantwoordelijk verpleegkundige in de geestelijke gezondheidszorg (Quadri Committed Research, N° 1)
€ 37,90
De psychiatrisch verpleegkunde is een veeleisend vak. In functie van het opnemen van
de rol van verantwoordelijk verpleegkundige zijn de verwachtingen hooggespannen, een
grote variëteit aan competenties is noodzakelijk. Een vakkundige heeft een basis aan talent
en ontwikkelt zich verder door opleiding, ervaring en samenwerking met een leerbegeleider.
Eén van de belangrijke uitdagingen voor de verantwoordelijke verpleegkundige
is het voortdurend bewaken van de balans tussen (schijnbaar) tegengestelde processen:
professioneel én persoonlijk geëngageerd zijn, veiligheid bieden én kansen geven, afstand
bewaren én nabij zijn,… Bovendien vraagt het ook een persoonlijk in-balans-zijn.
De psychiatrisch verpleegkundige kan daarom getypeerd worden als vakkundig in balans.
Dit boek gaat in op de inhoud van de processen van patiëntentoewijzing en hun betekenis voor de patiënt en de verpleegkundige. Enerzijds worden de kernattituden, processen en instrumenten van patiëntentoewijzing beschreven, anderzijds wordt een gedetailleerd competentieprofiel voor de verantwoordelijk verpleegkundige gepresenteerd. Vanuit de beschreven competenties wordt een aanzet gegeven naar instrumenten en methodieken om hiermee binnen de context van professionalisering en/of personeelsbeleid aan de slag te gaan.
Dit boek richt zich tot studenten verpleegkunde en psychiatrische verpleegkundigen, alsook tot hun leerbegeleiders of leidinggevenden en alle gezondheidswerkers die ermee samenwerken.
Dit boek is het resultaat van een onderzoeksproject (PWO) van de Katholieke Hogeschool Limburg in samenwerking met LUCAS, K.U.Leuven. Het project werd ondersteund door een netwerk van experts uit diverse psychiatrische ziekenhuizen: UPC, K.U.Leuven, Campus Kortenberg; Kliniek Sans Souci, Jette; Psychiatrisch Centrum Sint-Jan-Baptist, Zelzate; Psychiatrische Kliniek Broeders Alexianen,Tienen; Ziekenhuizen Netwerk Antwerpen, Stuivenberg; Psychiatrisch Centrum Sint-Amandus, Beernem.
Jo Gommers is lector psychiatrische verpleegkunde, onderzoeksmedewerker en verantwoordelijke voor onderzoek en dienstverlening bij Quadri-Gezondheidszorg van de KHLim – Katholieke Hogeschool Limburg in Hasselt. Chantal Van Audenhove is hoogleraar aan de Faculteit Geneeskunde en directeur van LUCAS – Centrum voor zorgonderzoek en consultancy van de K.U.Leuven. Jan Van Ertvelde is directeur van het Departement Verpleegkunde van de Kliniek Sans Souci in Jette. Deze uitgave is een initiatief van KHLim- Quadri in Hasselt.
Quadri Committed Research:
Nr. 1: De psychiatrische verpleegkundige: vakkundig in balans
Nr. 2: Depressieve patiënten in het algemeen ziekenhuis
Nr. 3: Leerzorgcentrum. Ontwikkeling, implementatie en evaluatie van een opleidingsconcept voor verpleegkundigen
Nr. 4: Ethisch leiderschap in de zorg. Verkenning vanuit de zorgethiek
Dit boek gaat in op de inhoud van de processen van patiëntentoewijzing en hun betekenis voor de patiënt en de verpleegkundige. Enerzijds worden de kernattituden, processen en instrumenten van patiëntentoewijzing beschreven, anderzijds wordt een gedetailleerd competentieprofiel voor de verantwoordelijk verpleegkundige gepresenteerd. Vanuit de beschreven competenties wordt een aanzet gegeven naar instrumenten en methodieken om hiermee binnen de context van professionalisering en/of personeelsbeleid aan de slag te gaan.
Dit boek richt zich tot studenten verpleegkunde en psychiatrische verpleegkundigen, alsook tot hun leerbegeleiders of leidinggevenden en alle gezondheidswerkers die ermee samenwerken.
Dit boek is het resultaat van een onderzoeksproject (PWO) van de Katholieke Hogeschool Limburg in samenwerking met LUCAS, K.U.Leuven. Het project werd ondersteund door een netwerk van experts uit diverse psychiatrische ziekenhuizen: UPC, K.U.Leuven, Campus Kortenberg; Kliniek Sans Souci, Jette; Psychiatrisch Centrum Sint-Jan-Baptist, Zelzate; Psychiatrische Kliniek Broeders Alexianen,Tienen; Ziekenhuizen Netwerk Antwerpen, Stuivenberg; Psychiatrisch Centrum Sint-Amandus, Beernem.
Jo Gommers is lector psychiatrische verpleegkunde, onderzoeksmedewerker en verantwoordelijke voor onderzoek en dienstverlening bij Quadri-Gezondheidszorg van de KHLim – Katholieke Hogeschool Limburg in Hasselt. Chantal Van Audenhove is hoogleraar aan de Faculteit Geneeskunde en directeur van LUCAS – Centrum voor zorgonderzoek en consultancy van de K.U.Leuven. Jan Van Ertvelde is directeur van het Departement Verpleegkunde van de Kliniek Sans Souci in Jette. Deze uitgave is een initiatief van KHLim- Quadri in Hasselt.
Quadri Committed Research:
De psychiatrisch verpleegkundige: vakkundig in balans. Professionalisering van de verantwoordelijk verpleegkundige in de geestelijke gezondheidszorg (Quadri Committed Research, N° 1)
€ 37,90
De psychiatrisch verpleegkunde is een veeleisend vak. In functie van het opnemen van
de rol van verantwoordelijk verpleegkundige zijn de verwachtingen hooggespannen, een
grote variëteit aan competenties is noodzakelijk. Een vakkundige heeft een basis aan talent
en ontwikkelt zich verder door opleiding, ervaring en samenwerking met een leerbegeleider.
Eén van de belangrijke uitdagingen voor de verantwoordelijke verpleegkundige
is het voortdurend bewaken van de balans tussen (schijnbaar) tegengestelde processen:
professioneel én persoonlijk geëngageerd zijn, veiligheid bieden én kansen geven, afstand
bewaren én nabij zijn,… Bovendien vraagt het ook een persoonlijk in-balans-zijn.
De psychiatrisch verpleegkundige kan daarom getypeerd worden als vakkundig in balans.
Dit boek gaat in op de inhoud van de processen van patiëntentoewijzing en hun betekenis voor de patiënt en de verpleegkundige. Enerzijds worden de kernattituden, processen en instrumenten van patiëntentoewijzing beschreven, anderzijds wordt een gedetailleerd competentieprofiel voor de verantwoordelijk verpleegkundige gepresenteerd. Vanuit de beschreven competenties wordt een aanzet gegeven naar instrumenten en methodieken om hiermee binnen de context van professionalisering en/of personeelsbeleid aan de slag te gaan.
Dit boek richt zich tot studenten verpleegkunde en psychiatrische verpleegkundigen, alsook tot hun leerbegeleiders of leidinggevenden en alle gezondheidswerkers die ermee samenwerken.
Dit boek is het resultaat van een onderzoeksproject (PWO) van de Katholieke Hogeschool Limburg in samenwerking met LUCAS, K.U.Leuven. Het project werd ondersteund door een netwerk van experts uit diverse psychiatrische ziekenhuizen: UPC, K.U.Leuven, Campus Kortenberg; Kliniek Sans Souci, Jette; Psychiatrisch Centrum Sint-Jan-Baptist, Zelzate; Psychiatrische Kliniek Broeders Alexianen,Tienen; Ziekenhuizen Netwerk Antwerpen, Stuivenberg; Psychiatrisch Centrum Sint-Amandus, Beernem.
Jo Gommers is lector psychiatrische verpleegkunde, onderzoeksmedewerker en verantwoordelijke voor onderzoek en dienstverlening bij Quadri-Gezondheidszorg van de KHLim – Katholieke Hogeschool Limburg in Hasselt. Chantal Van Audenhove is hoogleraar aan de Faculteit Geneeskunde en directeur van LUCAS – Centrum voor zorgonderzoek en consultancy van de K.U.Leuven. Jan Van Ertvelde is directeur van het Departement Verpleegkunde van de Kliniek Sans Souci in Jette. Deze uitgave is een initiatief van KHLim- Quadri in Hasselt.
Quadri Committed Research:
Nr. 1: De psychiatrische verpleegkundige: vakkundig in balans
Nr. 2: Depressieve patiënten in het algemeen ziekenhuis
Nr. 3: Leerzorgcentrum. Ontwikkeling, implementatie en evaluatie van een opleidingsconcept voor verpleegkundigen
Nr. 4: Ethisch leiderschap in de zorg. Verkenning vanuit de zorgethiek
Dit boek gaat in op de inhoud van de processen van patiëntentoewijzing en hun betekenis voor de patiënt en de verpleegkundige. Enerzijds worden de kernattituden, processen en instrumenten van patiëntentoewijzing beschreven, anderzijds wordt een gedetailleerd competentieprofiel voor de verantwoordelijk verpleegkundige gepresenteerd. Vanuit de beschreven competenties wordt een aanzet gegeven naar instrumenten en methodieken om hiermee binnen de context van professionalisering en/of personeelsbeleid aan de slag te gaan.
Dit boek richt zich tot studenten verpleegkunde en psychiatrische verpleegkundigen, alsook tot hun leerbegeleiders of leidinggevenden en alle gezondheidswerkers die ermee samenwerken.
Dit boek is het resultaat van een onderzoeksproject (PWO) van de Katholieke Hogeschool Limburg in samenwerking met LUCAS, K.U.Leuven. Het project werd ondersteund door een netwerk van experts uit diverse psychiatrische ziekenhuizen: UPC, K.U.Leuven, Campus Kortenberg; Kliniek Sans Souci, Jette; Psychiatrisch Centrum Sint-Jan-Baptist, Zelzate; Psychiatrische Kliniek Broeders Alexianen,Tienen; Ziekenhuizen Netwerk Antwerpen, Stuivenberg; Psychiatrisch Centrum Sint-Amandus, Beernem.
Jo Gommers is lector psychiatrische verpleegkunde, onderzoeksmedewerker en verantwoordelijke voor onderzoek en dienstverlening bij Quadri-Gezondheidszorg van de KHLim – Katholieke Hogeschool Limburg in Hasselt. Chantal Van Audenhove is hoogleraar aan de Faculteit Geneeskunde en directeur van LUCAS – Centrum voor zorgonderzoek en consultancy van de K.U.Leuven. Jan Van Ertvelde is directeur van het Departement Verpleegkunde van de Kliniek Sans Souci in Jette. Deze uitgave is een initiatief van KHLim- Quadri in Hasselt.
Quadri Committed Research:
Heroes and anti-heroes (SPES-Cahiers, nr. 5)
€ 28,10
This Cahier gathers a selection of papers presented during
the international conference European Literature and
the Ethics of Leadership (Bergen, Norway, May 2008).
The authors share the idea that narratives offer their readers an alternative fictional world. In doing this they hold up a mirror that confronts the reader with otherness that questions his self-evident norms and values but also his daily practices. Both heroes and antiheroes contribute to this process of reflection. The confrontation with literary texts stimulates the intellectual, the emotional and the social consciousness. The firm belief that divergent (cultural) systems i.e. business ethics and literature can enrich each other is at the core of this project.
Rita Ghesquière is emeritus professor of comparative literature at the Catholic University of Leuven (KULeuven, Belgium). Her research and publications fall within the scope of the history of European literature, juvenile fiction and spirituality. Knut J. Ims is professor in business ethics at the Norwegian School of Economics and Business Administration. His research and publications cover a wide field from deep ecology, fair trade, ethical reflection through literature, to the metaphysics of management.
The authors share the idea that narratives offer their readers an alternative fictional world. In doing this they hold up a mirror that confronts the reader with otherness that questions his self-evident norms and values but also his daily practices. Both heroes and antiheroes contribute to this process of reflection. The confrontation with literary texts stimulates the intellectual, the emotional and the social consciousness. The firm belief that divergent (cultural) systems i.e. business ethics and literature can enrich each other is at the core of this project.
Rita Ghesquière is emeritus professor of comparative literature at the Catholic University of Leuven (KULeuven, Belgium). Her research and publications fall within the scope of the history of European literature, juvenile fiction and spirituality. Knut J. Ims is professor in business ethics at the Norwegian School of Economics and Business Administration. His research and publications cover a wide field from deep ecology, fair trade, ethical reflection through literature, to the metaphysics of management.
Heroes and anti-heroes (SPES-Cahiers, nr. 5)
€ 28,10
This Cahier gathers a selection of papers presented during
the international conference European Literature and
the Ethics of Leadership (Bergen, Norway, May 2008).
The authors share the idea that narratives offer their readers an alternative fictional world. In doing this they hold up a mirror that confronts the reader with otherness that questions his self-evident norms and values but also his daily practices. Both heroes and antiheroes contribute to this process of reflection. The confrontation with literary texts stimulates the intellectual, the emotional and the social consciousness. The firm belief that divergent (cultural) systems i.e. business ethics and literature can enrich each other is at the core of this project.
Rita Ghesquière is emeritus professor of comparative literature at the Catholic University of Leuven (KULeuven, Belgium). Her research and publications fall within the scope of the history of European literature, juvenile fiction and spirituality. Knut J. Ims is professor in business ethics at the Norwegian School of Economics and Business Administration. His research and publications cover a wide field from deep ecology, fair trade, ethical reflection through literature, to the metaphysics of management.
The authors share the idea that narratives offer their readers an alternative fictional world. In doing this they hold up a mirror that confronts the reader with otherness that questions his self-evident norms and values but also his daily practices. Both heroes and antiheroes contribute to this process of reflection. The confrontation with literary texts stimulates the intellectual, the emotional and the social consciousness. The firm belief that divergent (cultural) systems i.e. business ethics and literature can enrich each other is at the core of this project.
Rita Ghesquière is emeritus professor of comparative literature at the Catholic University of Leuven (KULeuven, Belgium). Her research and publications fall within the scope of the history of European literature, juvenile fiction and spirituality. Knut J. Ims is professor in business ethics at the Norwegian School of Economics and Business Administration. His research and publications cover a wide field from deep ecology, fair trade, ethical reflection through literature, to the metaphysics of management.
Emotionele veerkracht in psychotherapie
€ 31,90
De sterke vervlechting van lichaam en geest is één van
de fundamentele uitgangsposities van de lichaamsgerichte
psychotherapie. Deze therapie besteedt ruim
aandacht aan lichaamstaal en aan het lichamelijk belevingsniveau
van cliënten. Een belangrijke strekking
hierbinnen is de Pesso-psychotherapie, die in de jaren
zestig ontwikkeld werd door het Amerikaanse echtpaar
Al en Diane Pesso-Boyden. Gevormd in de wereld van
dans en choreografie, vertaalden zij stap voor stap hun
methode naar het therapeutische werkveld. In de jaren
zeventig groeide deze methode uit tot een volwaardige
psychotherapeutische richting.
Deze publicatie geeft een gedetailleerd beeld van de lichaamsgerichte experiëntiële psychotherapie volgens Al Pesso, met visies over zelfrealisatie, emotionele basisbehoeften, de relatie therapeut-cliënt, het therapiecontract, gebruik van oefeningen, het therapeutisch proces, lichaamsgericht werken in individuele therapie, enz. Dit alles wordt geïllustreerd met tal van voorbeelden en steunt op de jarenlange ervaringspraktijk van de auteur. Het boek richt zich zowel tot psychotherapeuten als hun cliënten.
Willy Van Haver is klinisch psycholoog, psychotherapeut, supervisor en trainer. Hij is directeur van Kern v.z.w., centrum voor psychotherapie en relatievorming in Sint-Niklaas.
Deze publicatie geeft een gedetailleerd beeld van de lichaamsgerichte experiëntiële psychotherapie volgens Al Pesso, met visies over zelfrealisatie, emotionele basisbehoeften, de relatie therapeut-cliënt, het therapiecontract, gebruik van oefeningen, het therapeutisch proces, lichaamsgericht werken in individuele therapie, enz. Dit alles wordt geïllustreerd met tal van voorbeelden en steunt op de jarenlange ervaringspraktijk van de auteur. Het boek richt zich zowel tot psychotherapeuten als hun cliënten.
Willy Van Haver is klinisch psycholoog, psychotherapeut, supervisor en trainer. Hij is directeur van Kern v.z.w., centrum voor psychotherapie en relatievorming in Sint-Niklaas.
Emotionele veerkracht in psychotherapie
€ 31,90
De sterke vervlechting van lichaam en geest is één van
de fundamentele uitgangsposities van de lichaamsgerichte
psychotherapie. Deze therapie besteedt ruim
aandacht aan lichaamstaal en aan het lichamelijk belevingsniveau
van cliënten. Een belangrijke strekking
hierbinnen is de Pesso-psychotherapie, die in de jaren
zestig ontwikkeld werd door het Amerikaanse echtpaar
Al en Diane Pesso-Boyden. Gevormd in de wereld van
dans en choreografie, vertaalden zij stap voor stap hun
methode naar het therapeutische werkveld. In de jaren
zeventig groeide deze methode uit tot een volwaardige
psychotherapeutische richting.
Deze publicatie geeft een gedetailleerd beeld van de lichaamsgerichte experiëntiële psychotherapie volgens Al Pesso, met visies over zelfrealisatie, emotionele basisbehoeften, de relatie therapeut-cliënt, het therapiecontract, gebruik van oefeningen, het therapeutisch proces, lichaamsgericht werken in individuele therapie, enz. Dit alles wordt geïllustreerd met tal van voorbeelden en steunt op de jarenlange ervaringspraktijk van de auteur. Het boek richt zich zowel tot psychotherapeuten als hun cliënten.
Willy Van Haver is klinisch psycholoog, psychotherapeut, supervisor en trainer. Hij is directeur van Kern v.z.w., centrum voor psychotherapie en relatievorming in Sint-Niklaas.
Deze publicatie geeft een gedetailleerd beeld van de lichaamsgerichte experiëntiële psychotherapie volgens Al Pesso, met visies over zelfrealisatie, emotionele basisbehoeften, de relatie therapeut-cliënt, het therapiecontract, gebruik van oefeningen, het therapeutisch proces, lichaamsgericht werken in individuele therapie, enz. Dit alles wordt geïllustreerd met tal van voorbeelden en steunt op de jarenlange ervaringspraktijk van de auteur. Het boek richt zich zowel tot psychotherapeuten als hun cliënten.
Willy Van Haver is klinisch psycholoog, psychotherapeut, supervisor en trainer. Hij is directeur van Kern v.z.w., centrum voor psychotherapie en relatievorming in Sint-Niklaas.
België aan het hoofd van Europa (1948-2010)
€ 23,10
In de tweede helft van 2010 zit België voor de twaalfde keer in zijn geschiedenis Europa voor. Sinds het ontstaan van de Europese Unie in 1957 - toen nog de Europese Economische Gemeenschap - heeft de taak van de voorzitter, net zoals België en Europa zelf, een aantal grondige veranderingen ondergaan. Dit boek legt uit hoe die ontwikkelingen verlopen zijn en onderzoekt de plaats van België daarin.
Hoe is het Europese voorzitterschap geëvolueerd van een louter administratieve functie (meer een last dan een lust!) naar die van invloedrijk bemiddelaar? Hoe hebben sleutelmomenten in de geschiedenis van de Europese integratie, zoals de ‘lege stoel’ van Charles de Gaulle, het Verdrag van Maastricht of het Verdrag van Lissabon de rol van de voorzitter beïnvloed? Bepaalt de agenda het gedrag van de voorzitter of is het de voorzitter die de agenda bepaalt? Hoe stelt een Europese voorzitter zowel zijn Europese collega’s als zijn eigen achterban tevreden? Maakt het eigenlijk wel iets uit of het nu de Spanjaarden, de Belgen of de Hongaren zijn die het voorzitterschap waarnemen? Is een Belgisch voorzitterschap er traditioneel echt wel een van ‘fantasieloze degelijkheid’, zoals een kritisch journalist het eens omschreef? En hoeveel voorzitters heeft Europa eigenlijk? Op deze en andere vragen geeft deze publicatie, via een diepgravende analyse en talrijke anekdotes, een helder antwoord Ze is geschreven voor iedereen die interesse heeft voor Europa, en voor de plaats van België in dat Europa.
Peter Van Kemseke, doctor in de geschiedenis, was diplomaat op de Permanente Vertegenwoordiging van België bij de Europese Unie. Sedert januari 2013 is hij adjunct-kabinetschef van Europees president Herman Van Rompuy.
Ward Dendievel studeerde hedendaagse geschiedenis aan de K.U.Leuven.
In de media:
BMGN – The Low Countries Historical Review 126:4 (2011)
(...) aardig overzicht van de geschiedenis van de Europese samenwerking, met de nadruk op de rol van België hierbij.
Van Kemseke biedt de lezer veel interessante informatie.
Remco van Diepen, Weesp
Hoe is het Europese voorzitterschap geëvolueerd van een louter administratieve functie (meer een last dan een lust!) naar die van invloedrijk bemiddelaar? Hoe hebben sleutelmomenten in de geschiedenis van de Europese integratie, zoals de ‘lege stoel’ van Charles de Gaulle, het Verdrag van Maastricht of het Verdrag van Lissabon de rol van de voorzitter beïnvloed? Bepaalt de agenda het gedrag van de voorzitter of is het de voorzitter die de agenda bepaalt? Hoe stelt een Europese voorzitter zowel zijn Europese collega’s als zijn eigen achterban tevreden? Maakt het eigenlijk wel iets uit of het nu de Spanjaarden, de Belgen of de Hongaren zijn die het voorzitterschap waarnemen? Is een Belgisch voorzitterschap er traditioneel echt wel een van ‘fantasieloze degelijkheid’, zoals een kritisch journalist het eens omschreef? En hoeveel voorzitters heeft Europa eigenlijk? Op deze en andere vragen geeft deze publicatie, via een diepgravende analyse en talrijke anekdotes, een helder antwoord Ze is geschreven voor iedereen die interesse heeft voor Europa, en voor de plaats van België in dat Europa.
Peter Van Kemseke, doctor in de geschiedenis, was diplomaat op de Permanente Vertegenwoordiging van België bij de Europese Unie. Sedert januari 2013 is hij adjunct-kabinetschef van Europees president Herman Van Rompuy.
Ward Dendievel studeerde hedendaagse geschiedenis aan de K.U.Leuven.
In de media:
BMGN – The Low Countries Historical Review 126:4 (2011)
(...) aardig overzicht van de geschiedenis van de Europese samenwerking, met de nadruk op de rol van België hierbij.
Van Kemseke biedt de lezer veel interessante informatie.
Remco van Diepen, Weesp
België aan het hoofd van Europa (1948-2010)
€ 23,10
In de tweede helft van 2010 zit België voor de twaalfde keer in zijn geschiedenis Europa voor. Sinds het ontstaan van de Europese Unie in 1957 - toen nog de Europese Economische Gemeenschap - heeft de taak van de voorzitter, net zoals België en Europa zelf, een aantal grondige veranderingen ondergaan. Dit boek legt uit hoe die ontwikkelingen verlopen zijn en onderzoekt de plaats van België daarin.
Hoe is het Europese voorzitterschap geëvolueerd van een louter administratieve functie (meer een last dan een lust!) naar die van invloedrijk bemiddelaar? Hoe hebben sleutelmomenten in de geschiedenis van de Europese integratie, zoals de ‘lege stoel’ van Charles de Gaulle, het Verdrag van Maastricht of het Verdrag van Lissabon de rol van de voorzitter beïnvloed? Bepaalt de agenda het gedrag van de voorzitter of is het de voorzitter die de agenda bepaalt? Hoe stelt een Europese voorzitter zowel zijn Europese collega’s als zijn eigen achterban tevreden? Maakt het eigenlijk wel iets uit of het nu de Spanjaarden, de Belgen of de Hongaren zijn die het voorzitterschap waarnemen? Is een Belgisch voorzitterschap er traditioneel echt wel een van ‘fantasieloze degelijkheid’, zoals een kritisch journalist het eens omschreef? En hoeveel voorzitters heeft Europa eigenlijk? Op deze en andere vragen geeft deze publicatie, via een diepgravende analyse en talrijke anekdotes, een helder antwoord Ze is geschreven voor iedereen die interesse heeft voor Europa, en voor de plaats van België in dat Europa.
Peter Van Kemseke, doctor in de geschiedenis, was diplomaat op de Permanente Vertegenwoordiging van België bij de Europese Unie. Sedert januari 2013 is hij adjunct-kabinetschef van Europees president Herman Van Rompuy.
Ward Dendievel studeerde hedendaagse geschiedenis aan de K.U.Leuven.
In de media:
BMGN – The Low Countries Historical Review 126:4 (2011)
(...) aardig overzicht van de geschiedenis van de Europese samenwerking, met de nadruk op de rol van België hierbij.
Van Kemseke biedt de lezer veel interessante informatie.
Remco van Diepen, Weesp
Hoe is het Europese voorzitterschap geëvolueerd van een louter administratieve functie (meer een last dan een lust!) naar die van invloedrijk bemiddelaar? Hoe hebben sleutelmomenten in de geschiedenis van de Europese integratie, zoals de ‘lege stoel’ van Charles de Gaulle, het Verdrag van Maastricht of het Verdrag van Lissabon de rol van de voorzitter beïnvloed? Bepaalt de agenda het gedrag van de voorzitter of is het de voorzitter die de agenda bepaalt? Hoe stelt een Europese voorzitter zowel zijn Europese collega’s als zijn eigen achterban tevreden? Maakt het eigenlijk wel iets uit of het nu de Spanjaarden, de Belgen of de Hongaren zijn die het voorzitterschap waarnemen? Is een Belgisch voorzitterschap er traditioneel echt wel een van ‘fantasieloze degelijkheid’, zoals een kritisch journalist het eens omschreef? En hoeveel voorzitters heeft Europa eigenlijk? Op deze en andere vragen geeft deze publicatie, via een diepgravende analyse en talrijke anekdotes, een helder antwoord Ze is geschreven voor iedereen die interesse heeft voor Europa, en voor de plaats van België in dat Europa.
Peter Van Kemseke, doctor in de geschiedenis, was diplomaat op de Permanente Vertegenwoordiging van België bij de Europese Unie. Sedert januari 2013 is hij adjunct-kabinetschef van Europees president Herman Van Rompuy.
Ward Dendievel studeerde hedendaagse geschiedenis aan de K.U.Leuven.
In de media:
BMGN – The Low Countries Historical Review 126:4 (2011)
(...) aardig overzicht van de geschiedenis van de Europese samenwerking, met de nadruk op de rol van België hierbij.
Van Kemseke biedt de lezer veel interessante informatie.
Remco van Diepen, Weesp
Het ongewone genot van de blinde analyticus. Lacan leest Claudel
€ 18,00
In de receptie van het werk van Jacques Lacan speelt diens
aandacht voor het werk van Paul Claudel een relatief kleine
rol. Dit boek gaat aan de hand van zijn lectuur van Claudel
dieper in op Lacans opvattingen over de rol van de psychoanalyticus
in de therapie.
In het eerste deel geeft de auteur de hoofdlijnen weer van Lacans visie op het verlangen. Het tweede deel behandelt de omslag van de tragische leegloop van betekenissen naar het leven als komedie. In het derde deel wordt naar voren geschoven wat voor Lacan het hoofdthema van Claudels oeuvre is: de vernedering van het vaderlijke gezag en de teloorgang van een bepaald type autoriteit. De vraag die dan volgt, is hoe de positie van de analyticus samenhangt met de vernedering van gezag. Moet de analyticus tegemoetkomen aan de roep naar meer vaderlijk gezag of moet hij zijn volstrekte neutraliteit behouden? Het vierde deel gaat ten slotte ook in op de vraag of het bijzondere genot van de analyticus heilzaam kan zijn voor de analysant en op welke manier het dan zou kunnen worden aangewend in de therapie.
Paul Moyaert is gewoon hoogleraar filosofie aan de K.U.Leuven.
In het eerste deel geeft de auteur de hoofdlijnen weer van Lacans visie op het verlangen. Het tweede deel behandelt de omslag van de tragische leegloop van betekenissen naar het leven als komedie. In het derde deel wordt naar voren geschoven wat voor Lacan het hoofdthema van Claudels oeuvre is: de vernedering van het vaderlijke gezag en de teloorgang van een bepaald type autoriteit. De vraag die dan volgt, is hoe de positie van de analyticus samenhangt met de vernedering van gezag. Moet de analyticus tegemoetkomen aan de roep naar meer vaderlijk gezag of moet hij zijn volstrekte neutraliteit behouden? Het vierde deel gaat ten slotte ook in op de vraag of het bijzondere genot van de analyticus heilzaam kan zijn voor de analysant en op welke manier het dan zou kunnen worden aangewend in de therapie.
Paul Moyaert is gewoon hoogleraar filosofie aan de K.U.Leuven.
Het ongewone genot van de blinde analyticus. Lacan leest Claudel
€ 18,00
In de receptie van het werk van Jacques Lacan speelt diens
aandacht voor het werk van Paul Claudel een relatief kleine
rol. Dit boek gaat aan de hand van zijn lectuur van Claudel
dieper in op Lacans opvattingen over de rol van de psychoanalyticus
in de therapie.
In het eerste deel geeft de auteur de hoofdlijnen weer van Lacans visie op het verlangen. Het tweede deel behandelt de omslag van de tragische leegloop van betekenissen naar het leven als komedie. In het derde deel wordt naar voren geschoven wat voor Lacan het hoofdthema van Claudels oeuvre is: de vernedering van het vaderlijke gezag en de teloorgang van een bepaald type autoriteit. De vraag die dan volgt, is hoe de positie van de analyticus samenhangt met de vernedering van gezag. Moet de analyticus tegemoetkomen aan de roep naar meer vaderlijk gezag of moet hij zijn volstrekte neutraliteit behouden? Het vierde deel gaat ten slotte ook in op de vraag of het bijzondere genot van de analyticus heilzaam kan zijn voor de analysant en op welke manier het dan zou kunnen worden aangewend in de therapie.
Paul Moyaert is gewoon hoogleraar filosofie aan de K.U.Leuven.
In het eerste deel geeft de auteur de hoofdlijnen weer van Lacans visie op het verlangen. Het tweede deel behandelt de omslag van de tragische leegloop van betekenissen naar het leven als komedie. In het derde deel wordt naar voren geschoven wat voor Lacan het hoofdthema van Claudels oeuvre is: de vernedering van het vaderlijke gezag en de teloorgang van een bepaald type autoriteit. De vraag die dan volgt, is hoe de positie van de analyticus samenhangt met de vernedering van gezag. Moet de analyticus tegemoetkomen aan de roep naar meer vaderlijk gezag of moet hij zijn volstrekte neutraliteit behouden? Het vierde deel gaat ten slotte ook in op de vraag of het bijzondere genot van de analyticus heilzaam kan zijn voor de analysant en op welke manier het dan zou kunnen worden aangewend in de therapie.
Paul Moyaert is gewoon hoogleraar filosofie aan de K.U.Leuven.
Lokale overlegplatforms: doen ze er toe?
€ 39,80
Vlaanderen werkt reeds geruime tijd aan gelijke kansen in het onderwijs. De diverse initiatieven op overheidsniveau,
zoals het Decreet voor Gelijke Onderwijskansen (GOK) van 2002, willen de achterstand en
uitsluiting van GOK-leerlingen bestrijden, alsook aan alle leerlingen optimale leer- en ontwikkelingskansen
bieden. Als gevolg van het decreet werden Lokale OverlegPlatforms (LOP’s) opgericht die mee moeten
zorgen voor een optimalisering van de onderwijskansen van alle leerlingen uit een bepaalde regio.
In deze publicatie wordt onderzocht hoe en in welke mate de lokale overlegplatforms een geschikt instrument zijn voor het uitbouwen van een gelijke onderwijskansenbeleid en of zij effectief bijdragen aan de realisatie van meer gelijke onderwijskansen. Inhoudelijk bestaat het werk uit vier delen. Het vangt aan met een beschrijving van de onderzoeksopzet en het analysemodel waarmee het functioneren van de lokale overlegplatforms wordt bestudeerd. De resultaten worden eerst via kwantitafieve en vervolgens via kwalitatieve methodieken beschreven. Tot slot worden verschillende duidelijke aanbevelingen geformuleerd ten aanzien van het beleid in functie van het optimaliseren van de huidige werking van de lokale overlegplatforms. Het boek is bestemd voor iedereen die betrokken is bij de ontwikkeling, implementering en verbetering van gelijke onderwijskansen in Vlaanderen.
Peter Van Petegem is als gewoon hoogleraar onderwijskunde verbonden aan het Instituut voor Onderwijsen Informatiewetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij leidt er de onderzoeksgroep EduBROn (www.edubron.be). Marie-Anne Godderis en Joke De Bruyne waren als wetenschappelijk onderzoeker betrokken bij dit onderzoek.
In deze publicatie wordt onderzocht hoe en in welke mate de lokale overlegplatforms een geschikt instrument zijn voor het uitbouwen van een gelijke onderwijskansenbeleid en of zij effectief bijdragen aan de realisatie van meer gelijke onderwijskansen. Inhoudelijk bestaat het werk uit vier delen. Het vangt aan met een beschrijving van de onderzoeksopzet en het analysemodel waarmee het functioneren van de lokale overlegplatforms wordt bestudeerd. De resultaten worden eerst via kwantitafieve en vervolgens via kwalitatieve methodieken beschreven. Tot slot worden verschillende duidelijke aanbevelingen geformuleerd ten aanzien van het beleid in functie van het optimaliseren van de huidige werking van de lokale overlegplatforms. Het boek is bestemd voor iedereen die betrokken is bij de ontwikkeling, implementering en verbetering van gelijke onderwijskansen in Vlaanderen.
Peter Van Petegem is als gewoon hoogleraar onderwijskunde verbonden aan het Instituut voor Onderwijsen Informatiewetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij leidt er de onderzoeksgroep EduBROn (www.edubron.be). Marie-Anne Godderis en Joke De Bruyne waren als wetenschappelijk onderzoeker betrokken bij dit onderzoek.
Lokale overlegplatforms: doen ze er toe?
€ 39,80
Vlaanderen werkt reeds geruime tijd aan gelijke kansen in het onderwijs. De diverse initiatieven op overheidsniveau,
zoals het Decreet voor Gelijke Onderwijskansen (GOK) van 2002, willen de achterstand en
uitsluiting van GOK-leerlingen bestrijden, alsook aan alle leerlingen optimale leer- en ontwikkelingskansen
bieden. Als gevolg van het decreet werden Lokale OverlegPlatforms (LOP’s) opgericht die mee moeten
zorgen voor een optimalisering van de onderwijskansen van alle leerlingen uit een bepaalde regio.
In deze publicatie wordt onderzocht hoe en in welke mate de lokale overlegplatforms een geschikt instrument zijn voor het uitbouwen van een gelijke onderwijskansenbeleid en of zij effectief bijdragen aan de realisatie van meer gelijke onderwijskansen. Inhoudelijk bestaat het werk uit vier delen. Het vangt aan met een beschrijving van de onderzoeksopzet en het analysemodel waarmee het functioneren van de lokale overlegplatforms wordt bestudeerd. De resultaten worden eerst via kwantitafieve en vervolgens via kwalitatieve methodieken beschreven. Tot slot worden verschillende duidelijke aanbevelingen geformuleerd ten aanzien van het beleid in functie van het optimaliseren van de huidige werking van de lokale overlegplatforms. Het boek is bestemd voor iedereen die betrokken is bij de ontwikkeling, implementering en verbetering van gelijke onderwijskansen in Vlaanderen.
Peter Van Petegem is als gewoon hoogleraar onderwijskunde verbonden aan het Instituut voor Onderwijsen Informatiewetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij leidt er de onderzoeksgroep EduBROn (www.edubron.be). Marie-Anne Godderis en Joke De Bruyne waren als wetenschappelijk onderzoeker betrokken bij dit onderzoek.
In deze publicatie wordt onderzocht hoe en in welke mate de lokale overlegplatforms een geschikt instrument zijn voor het uitbouwen van een gelijke onderwijskansenbeleid en of zij effectief bijdragen aan de realisatie van meer gelijke onderwijskansen. Inhoudelijk bestaat het werk uit vier delen. Het vangt aan met een beschrijving van de onderzoeksopzet en het analysemodel waarmee het functioneren van de lokale overlegplatforms wordt bestudeerd. De resultaten worden eerst via kwantitafieve en vervolgens via kwalitatieve methodieken beschreven. Tot slot worden verschillende duidelijke aanbevelingen geformuleerd ten aanzien van het beleid in functie van het optimaliseren van de huidige werking van de lokale overlegplatforms. Het boek is bestemd voor iedereen die betrokken is bij de ontwikkeling, implementering en verbetering van gelijke onderwijskansen in Vlaanderen.
Peter Van Petegem is als gewoon hoogleraar onderwijskunde verbonden aan het Instituut voor Onderwijsen Informatiewetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij leidt er de onderzoeksgroep EduBROn (www.edubron.be). Marie-Anne Godderis en Joke De Bruyne waren als wetenschappelijk onderzoeker betrokken bij dit onderzoek.